KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verblijfsvergunningen vaker intrekken na veroordeling voor misdrijf aanscherping glijdende schaal

9 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 97cb7535fa89eeb6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3569 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 juni 2026In het Coalitieakkoord «Aan de slag» staat dat de glijdende schaalmaximaal wordt aangescherpt. Al eerder had uw Kamer onder meer viaeen motie van het toenmalige lid Brekelmans gevraagd om een onderzoeknaar aanscherping van de glijdende schaal binnen de relevante juridischekaders (EVRM en jurisprudentie)1.In deze brief meld ik uw Kamer mijn bevindingen. In de eerste paragraafzet ik de werking van de glijdende schaal uiteen. Vervolgens ga ik in op demogelijkheden om de glijdende schaal maximaal aan te scherpen. Tot slotga ik, op verzoek van het lid Van Dijk van de SGP-fractie, in op antisemi-tisme en verblijfsrechtelijke gevolgen.1. Werking van de glijdende schaal Wanneer een vreemdeling vanwege het gepleegd hebben van een misdrijfeen gevaar vormt voor de openbare orde, kan dit een reden zijn deverblijfsvergunning niet te verlengen of in te trekken. Ik zal het in dezebrief verder steeds over intrekken hebben, maar voor niet-verlengen geldthetzelfde. De beoordeling of de verblijfsvergunning kan wordeningetrokken, dit gebeurt aan de hand van de glijdende schaal2. Deglijdende schaal is alleen van toepassing op het intrekken of nietverlengen van een verblijfsvergunning, en niet op eerste aanvragen. Deglijdende schaal is wel van toepassing op asielstatushouders, maar nietvan toepassing op asielzoekers, die nog geen beslissing hebben gekregenop hun verblijfsaanvraag. Voor asielzoekers en statushouders is ook eenEU-specifiek rechtelijk kader van toepassing, dat grotendeels is bepaalddoor jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU over de EUKwalificatierichtlijn. Dit kader bepaalt dat er sprake moet zijn van eenernstig misdrijf (bij subsidiair beschermden) of een zeer ernstig misdrijf1Kamerstukken 2023/24, 36 196, nr. 11.2In het geval van een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of bij deaanvraag voor EU-status van langdurig ingezetene, is de glijdende schaal ook van toepassing. kst-19637-3569ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35691 (bij verdragsvluchtelingen), wil de verblijfsvergunning kunnen wordeningetrokken of geweigerd. Een verdragsvluchteling bijvoorbeeld die éénjaar in Nederland verblijft en een gevangenisstraf heeft gekregen van ééndag wegens winkeldiefstal voldoet wel aan het criterium in de glijdendeschaal, maar niet aan het criterium van «een zeer ernstig misdrijf». Zijnverblijfsvergunning kan derhalve niet worden ingetrokken.De toenmalige bewindspersoon heeft in haar brief van 18 december 2024aangegeven dat bij de beoordeling of een asielvergunning moet wordengeweigerd of ingetrokken wegens een strafrechtelijke veroordeling nietlanger een minimum wordt gesteld aan de strafoplegging. De beoordelingof er sprake is van een ernstig misdrijf of een bijzonder ernstig misdrijf(zoals bepaald in de EU Kwalificatierichtlijn) is hiermee nog sterker eenafweging geworden van de individuele merites van de zaak. Daarnaastworden sindsdien ook veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrechtmeegewogen. De conclusie is dat zo maximaal is aangescherpt binnen hetgeldende EU-recht3.Het intrekken van een verblijfsvergunning is een ingrijpende maatregel.Deze maatregel heeft tot gevolg dat een vreemdeling en eventuelegezinsleden Nederland moeten verlaten en moeten terugkeren naar hunland van herkomst of zich elders dienen te vestigen. De beoordeling ofeen verblijfsvergunning kan worden ingetrokken doet de IND in eersteinstantie aan de hand van de zogenoemde glijdende schaal. De glijdendeschaal legt een relatie tussen de duur van het verblijf en de ernst van hetmisdrijf. De ernst van het misdrijf komt tot uiting in de maximale straf diekan worden opgelegd voor het plegen van het misdrijf en de onherroe-pelijk opgelegde straf door een rechter.In artikel 3.86 Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) zijn drie zogenoemdeglijdende schalen opgenomen. Deze schalen hebben betrekking op hetniet-verlengen van verblijfsvergunningen en het intrekken ervan. Die iszowel toepasselijk op reguliere als op asielvergunningen en vergunningenvoor bepaalde en voor onbepaalde tijd. Er is een glijdende schaal voor:–misdrijven waartegen maximaal zes jaar gevangenisstraf is bedreigd;–misdrijven waartegen meer dan zes jaar gevangenisstraf is bedreigd;–recidive, waarbij meer dan drie misdrijven zijn begaan.Bij de beoordeling in welke van de drie bovengenoemde glijdendeschalen de persoon valt, wordt gekeken naar de strafbedreiging tegen hetmisdrijf. Bij de beoordeling die de IND vervolgens maakt binnen debetreffende glijdende schaal, wordt de onherroepelijk opgelegdegevangenisstraf afgezet tegen de verblijfsduur van de vreemdeling.De huidige schalen (art. 3.86 Vb) lopen van één dag onherroepelijkopgelegde gevangenisstraf bij een verblijf van minder dan drie jaar tot 65maanden (bij een misdrijf waartegen maximaal zes jaar gevangenisstraf isbedreigd) of 48 maanden (bij een misdrijf waartegen een gevangenisstrafvan meer dan zes jaar is bedreigd) bij een verblijf van ten minste 15 jaar.Bij recidive loopt de glijdende schaal van één dag bij een verblijf vanminder dan drie jaar tot 14 maanden bij een verblijf van ten minste 15jaar. De glijdende schalen zijn een neerslag van veel jurisprudentie en eenweerspiegeling van een evenredige afweging tussen het belang van desamenleving en de gevolgen voor de vreemdeling.Bij een aantal categorieën vreemdelingen moet volgens EU-regelgevingook getoetst worden aan het EU-openbare orde criterium. Dit is het gevalbij asielstatushouders met internationale bescherming, EU-burgers en3Kamerstukken II 2024/25, 19 637, nr. 3327.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35692 hun gezinsleden, vreemdelingen met verblijfsaanspraken op grond vanartikel 20 VWEU, langdurig ingezetene derdelanders (alleen bij intrekking)en Turken die verblijfsrechten ontlenen aan het «AssociatieverdragEU-Turkije». In die gevallen moet de IND dus toetsen aan het criterium datde dader van het misdrijf een «actuele, werkelijke en voldoende ernstigebedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving».Dat betekent dat niet alleen gekeken moet worden naar wat de vreem-deling in het verleden heeft misdaan, maar ook of hij nog steeds eenbedreiging voor de samenleving vormt.Als bovenstaande toetsing tot uitkomst heeft dat de veroordeling zwaargenoeg is voor intrekking van de verblijfsvergunning, volgt ten slotte eentoets aan het evenredigheidsbeginsel. Zowel in nationale regelgeving(onder meer art. 3:4 Algemene wet bestuursrecht) als in internationaleregelgeving (onder meer de EU-richtlijnen en verordeningen inzakemigratie) is dit beginsel neergelegd. De IND toetst of er specifiekeomstandigheden zijn, die alsnog een belemmering zijn voor intrekkingvan de verblijfsvergunning. Dit kunnen bijvoorbeeld art. 8 EVRM-gerelateerde omstandigheden zijn, zoals de aanwezigheid van jonge,afhankelijke kinderen.Op 27 mei 2025 heeft uw Kamer een motie4 aangenomen van het lidRajkowski, waarin de Minister wordt verzocht strafbaar gedrag maximaalmee te nemen in de beoordeling van de aanvraag van asielzoekers en bijmigranten met een verblijfsvergunning altijd een intrekkingsprocedure opte starten bij een strafrechtelijke veroordeling. Op 18 december 2024 heeftvoormalig Minister Faber uw Kamer geïnformeerd over het openbare-ordebeleid in asielzaken. Daarbij is een beleidsaanscherping aange-kondigd om de belemmeringen voor de IND om deze zaken aan te pakkenzoveel als juridisch mogelijk tegen te gaan. Het in die brief aangekondigdebeleid blijft onverkort van kracht. Een intrekkingsprocedure start steedsmet een intern onderzoek. Als de IND een signaal ontvangt dat eenvreemdeling met een verblijfsstatus onherroepelijk is veroordeeldvanwege een misdrijf, wordt steeds onderzocht of hiermee wordt voldaanaan de voorwaarden om de verblijfsvergunning op grond van openbareorde in te trekken. Indien dit onderzoek leidt tot de conclusie dat hetmogelijk is de verblijfsvergunning in te trekken, dan ontvangt devreemdeling een voornemen tot intrekken. Na ontvangst van de ziens-wijze wordt het definitieve besluit genomen. Indien voor het verzendenvan het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aanleiding is deverblijfsvergunning in te trekken, wordt de procedure in beginselafgesloten zonder kennisgeving aan de vreemdeling. Ik ben van oordeeldat met deze werkwijze wordt voldaan aan de motie, die ik hiermeebeschouw als afgedaan.2. Aanscherping glijdende schaal Verkend is of en in hoeverre de glijdende schaal maximaal kan wordenaangescherpt op een manier die past bij het beoogde doel van deglijdende schaal, namelijk dat een celstraf eerder leidt tot het nietverlengen of intrekken van een verblijfsvergunning. Hieronder wordtuiteengezet welke aanscherpingen mogelijk en effectief worden geacht,om zo tot maximale aanscherping van de glijdende schaal te komen.4Kamerstukken II 2024/25, 19 637, nr. 3411Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35693 a. Bij recidive wordt het aantal onherroepelijke veroordelingenteruggebracht van ten minste drie naar ten minste twee In artikel 3.86, vierde lid, Vb is neergelegd dat een verblijfsvergunning kanworden ingetrokken wanneer een vreemdeling ten minste drie misdrijvenheeft gepleegd en de onherroepelijke gevangenisstraf een bepaalde duurheeft (variërend van één dag bij een verblijf van minder dan drie jaar tot14 maanden bij een verblijf van ten minste 15 jaar). Ik wil dit artikellidwijzigen en het minimumaantal van drie gepleegde misdrijven verlagennaar ten minste twee.Van een vreemdeling die bijvoorbeeld 15 jaar in Nederland verblijft entwee keer wegens fraude is veroordeeld tot zes maanden en daarna 8maanden gevangenisstraf, kan straks de verblijfsvergunning wordeningetrokken. In de huidige situatie zou hij nog een veroordeling nodighebben om aan het criterium van de glijdende schaal te voldoen.b. TBS uit artikel 3.86 Vb schrappen en onder artikel 3.87 Vbmeewegen. Artikel 3.86 Vb 2000 verwijst naar artikel 37a WvSr, waarin de maatregelterbeschikkingstelling (TBS) is opgenomen. TBS wordt in eerste instantievoor twee jaar opgelegd en kan daarna worden verlengd. Bij een langerverblijf, waarbij een veroordeling tot meer dan twee jaar vrijheidsstrafvereist is voor intrekking van de verblijfsvergunning, betekent dit dat TBSpas een intrekkingsgrond kan worden na één of meerdereTBS-verlengingen. Gelet op de ernst van het delict kan het echterwenselijk zijn om de verblijfsvergunning eerder in te trekken. Bij dezewachtperiode met bijbehorende onzekerheid is immers niemand gebaat.Ook niet de TBS-er, voor wie het wenselijk kan zijn dat zijn behandeling,indien TBS met dwangverpleging wordt opgelegd, zo snel mogelijk medegericht is op terugkeer naar het land van herkomst in plaats van opresocialisatie in Nederland. Zonder een voornemen tot intrekking van hetverblijfsrecht zal de dwangbehandeling gericht zijn op het laatste.Daarnaast komt de wachtperiode de beoordeling van de intrekking nietten goede. Naarmate de vreemdeling langer in Nederland verblijft,kunnen er meer omstandigheden optreden die een belemmering voorintrekking van de verblijfsvergunning kunnen zijn.In plaats van de mogelijkheid om de TBS-maatregel mee te nemen inartikel 3.86 Vb is het kabinet voornemens om TBS als element op tenemen bij de beoordeling in het kader van art. 3.87 Vb. Dit artikel maakthet mogelijk om buiten toepassing van art. 3.86 Vb (dus zonder toetsingaan de glijdende schaal) een verblijfsvergunning in te trekken wegensgevaar voor de openbare orde indien zwaarwegende belangen daartoenopen.Het kabinet werkt daarnaast aan een breder pakket waarbij aandacht isvoor vreemdelingen die klem kunnen komen te zitten tussen de stelselsvan het vreemdelingenrecht en de forensische zorg, zoals gesignaleerd ineen adviesrapport uit februari 2021 van de Raad voor Strafrechtstoe-passing en Jeugdbescherming. Uw Kamer wordt hierover eind 2026geïnformeerd.c. Meer delicten kunnen leiden tot intrekking van deverblijfsvergunning Artikel 3.86, tiende lid, Vb bepaalt dat na 10 jaar rechtmatig verblijf alleennog een misdrijf als bedoeld in art. 22b, eerste lid WvSr of een misdrijf uitde Opiumwet waartegen een gevangenisstraf van ten minste zes jaar isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35694 bedreigd, wordt mee berekend bij de toepassing van de glijdende schaal.Art. 22b, eerste lid WvSr betreft een misdrijf waartegen een gevangenis-straf van ten minste zes jaar is bedreigd, bestaande uit een ernstigeinbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, of geweld ofdreiging van geweld jegens ambtenaren of zedenmisdrijven waarbijminderjarigen zijn betrokken.Het is de vraag waarom alleen deze misdrijven worden mee berekend,aangezien ook andere misdrijven een gevaar kunnen vormen voor deopenbare orde. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld zware financiëlecriminaliteit, mensenhandel (met meerdere slachtoffers) en pogingen totof voorbereiding van het plegen van ernstige misdrijven (waarondergewelds- en levensdelicten). Dergelijke casuïstiek doet zich in de praktijkvoor, maar er is nu geen mogelijkheid om in die situatie het verblijfsrechtin te trekken.Door deze wijziging kan straks ook de verblijfsvergunningvan bijvoorbeeld een vreemdeling die langer dan 10 jaar in Nederlandverblijft en is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maandenwegens zware financiële criminaliteit worden ingetrokken.d. Het meewegen van onherroepelijk geworden geldboetes. Op het plegen van een misdrijf staat een bepaalde maximum gevangenis-straf of een bepaalde maximum geldboete. Tot op heden wordt bij detoepassing van de glijdende schaal, conform art. 3.86 Vb, alleen de duurvan een gevangenisstraf betrokken. In de brief aan de Tweede Kamer van3 september jl.5 heeft mijn voorganger toegezegd te onderzoeken opwelke wijze geldboetes kunnen worden meegewogen bij de toepassingvan de glijdende schaal.De strafmodaliteiten die op de glijdende schaal van toepassing zijn, zijnuit te drukken in tijd. Een geldboete is dit echter niet. De wet kent geenvaste maatstaven voor vergelijking of omrekening van strafmodaliteiten.De rechter beslist in individuele gevallen welke strafmodaliteit vantoepassing is. Het is niet mogelijk gebleken om de glijdende schaal ooktoe te passen op onherroepelijk opgelegde geldboetes, zoals die nu geldtvoor onherroepelijk opgelegde vrijheidsbenemende straffen. Overigensworden bij misdrijven – zeker als het zwaardere betreft – nauwelijksgeldboetes opgelegd.3. Antisemitisme en verblijfsrecht In het Commissiedebat van 9 december jl. heeft mijn voorganger opverzoek van het lid Van Dijk (SGP) toegezegd om in deze brief in te gaanop de mogelijkheden om op grond van antisemitisme een verblijfs-vergunning te weigeren of in te trekken.Zoals al aangegeven in de brief van 22 september jl.6 op eenzelfde vraagvan de fractie van de SGP, is in principe een strafrechtelijke veroordelingnodig om een verblijfsvergunning te weigeren of in te trekken. Antisemi-tisme is zelf geen strafbaar feit, maar kan vallen onder discriminatie en/of(groeps)belediging, wat wel strafbare feiten zijn. Met de inwerkingtredingop 1 juli jl. van artikel 44bis, Wetboek van Strafrecht, wordt de maximum-strafmaat bij een delict met een discriminatoir aspect met een derdeverhoogd. Wanneer de rechter hogere straffen gaat opleggen, werkt ditdoor in de glijdende schaal. Zonder strafrechtelijke veroordeling is hetvoor de IND in beginsel niet goed mogelijk om vast te stellen of bepaaldeuitingen een gevaar zijn voor de openbare orde.5TK 2024–2025, 29 279, nr. 984.6TK 2024–2025, 36 196, nr. 16.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35695 Zoals ik in bovengenoemde brief van 22 september jl. heb aangegeven,zou de IND alleen in zeer specifieke situaties wellicht artikel 3.78 Vbkunnen gebruiken om zonder strafrechtelijke veroordeling een verblijfs-vergunning te weigeren. Sinds 22 september jl. zijn er geen nieuweontwikkelingen of nieuwe inzichten die hebben geleid tot een anderstandpunt.De Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35696

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bc2dbd8b255576a9

14 okt 2026 · 45d79a0419aedb6d

12 okt 2026 · d6e869da99a39fce

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.