KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2025, over Circulaire economie

3 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2ede50959292a4be · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 391 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 3 oktober 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op11 september 2025 overleg gevoerd met de heer Aartsen, StaatssecretarisOpenbaar Vervoer en Milieu, over:–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 14 april 2025 inzake evaluatie statiegeldregelgeving(Kamerstuk 28 694, nr. 158);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 14 april 2025 inzake verzamelbrief circulaire economieapril 2025 (Kamerstuk 32 852, nr. 357);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 7 mei 2025 inzake beantwoording vragen commissie overhet ontwerp-Circulair Materialenplan (Kamerstuk 30 872,nr. 305) (Kamerstuk 30 872, nr. 311);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.29 april 2025 inzake reactie op petitie factsheet «Helder overelders» (Kamerstuk 30 872, nr. 310);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 29 april 2025 inzake voortgangsbrief Nationaal planMaatschappelijk Verantwoord Inkopen 2021–2025 (Kamerstuk30 196, nr. 847);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 2 juni 2025 inzake kabinetsreactie op oproep MVONederland en grote bedrijven om echt aan de slag te gaan metde circulaire economie (Kamerstuk 32 852, nr. 373);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 2 september 2025 inzake reactie op verzoek commissie opde schriftelijke inbreng van de Branchevereniging KringloopNederland (BKN) ten behoeve van het commissiedebatCirculaire economie (Kamerstuk 30 872, nr. 316);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 2 september 2025 inzake kabinetsreactie op het PBL-rapport Naar een meer circulaire energietransitie met uitge-breide producentenverantwoordelijkheid (Kamerstuk 32 852,nr. 375); kst-32852-391ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3911 –de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 3 september 2025 inzake verbetering uitvoering statie-geldsysteem (Kamerstuk 28 694, nr. 159);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 3 september 2025 inzake verzamelbrief circulaire econo-mie september 2025 (Kamerstuk 32 852, nr. 376);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 3 september 2025 inzake reactie op verzoek commissie ophet advies «Circulair Materialenplan» van de Commissie voorde milieueffectrapportage (Kamerstuk 30 872, nr. 317).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3912 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: Coco MartinAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan, Buijsse,Gabriëls, Peter de Groot en Wingelaar,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 13.32 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede middag allemaal. Ik heet u van hartewelkom bij dit commissiedebat Circulaire economie. Ik heet de mensen opde publieke tribune van harte welkom in de Kamer, evenals natuurlijk demensen die dit op afstand volgen via de livestream. Ook een welkom aande leden en een bijzonder welkom aan de Staatssecretaris en zijnondersteuning.We gaan ertegenaan. De spreektijd in de eerste termijn van de Kamer isvijf minuten per fractie. Gezien de tijd die we hebben, stel ik voor dat webeginnen met vier interrupties. Vervolgens kijken we of dat voldoende af.We hebben in principe de tijd, maar we willen ook dat er voldoende tijdoverblijft voor de beantwoording van alle vragen. We hebben tot17.30 uur de tijd, dus ik ga er strak op letten en ervoor zorgen dat we danook klaar zijn met dit debat. Meneer Buijsse namens de VVD, ga uw gang.De heer Buijsse (VVD):Yes. Dank je wel, voorzitter. Zoals als vaker gezegd vindt de VVD circula-riteit van groot belang. Circulariteit is noodzakelijk voor klimaatneutraliteitin 2050 en helpt ons om de afhankelijkheid van grondstoffen te verkleinen.Hoe meer we circulair produceren en consumeren stimuleren, hoe minderafval er in het milieu belandt. Ook zorgen we er daarmee voor dat erminder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Dat is belangrijk voor onzeonafhankelijkheid, onze economie en is goed voor onze planeet.Voorzitter. Ik heb drie speerpunten. Allereerst wil ik de deelnemers van dePlastic Tafel een compliment maken. De VVD is trots op het kabinet, deRegeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie en de deelnemers. Er ishard gewerkt en dat smaakt naar meer. De plasticnorm, die aanvankelijkonuitvoerbaar bleek, is nu definitief van tafel. Belangrijk is dat hetalternatief dat op tafel is gelegd door de partijen, werkbaar is vooriedereen. Met de bijdrage van 21 bedrijven levert het zeker net zo’n grotebijdrage aan de verlaging van CO2-emissies als de norm voor ogen had.Ook zijn er concrete zaken afgesproken over een circulaireplasticbank eneen circulaire hefboom. Een punt van zorg is dat chemische recycling nietvoorkomt in het rapport. Ik hoop dat dit in de toekomst meer gewichtkrijgt. Immers, zonder chemie is er geen circulaire economie. De VVDvraagt zich af of de resultaten geborgd kunnen worden. Hoe beoordeelt deStaatssecretaris dat? Daarnaast heb ik begrepen dat de textielbranche eenbrief heeft gestuurd aan de Staatssecretaris en gevraagd heeft om eenTextiel Tafel. Klopt dit? En hoe beoordeelt de Staatssecretaris dit?Voorzitter. Namens de VVD vind ik het belangrijk om mee te geven dat ervoor het borgen van een circulairesectortafel en de systematiek daarvandrie succesfactoren zijn. De eerste succesfactor is een aantoonbaarcommitment van de keten, de tweede is het commitment van de politiek,die opdracht geeft aan het ministerie om een tafel te faciliteren. Als laatsteis het ook belangrijk dat er een bekwame en onafhankelijke voorzitter isdie oog heeft voor de belangen die spelen. Hoe beoordeelt de Staatsse-cretaris dit? En hoe wil hij dit aanpakken?Voorzitter. Hoewel de Plastic Tafel een succes is, heeft de VVD zorgen overde afvalbranche, die nu opgezadeld wordt met een deel van de plastic-heffing. Deze kosten zullen onherroepelijk via de gemeenten en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3913 afvalstoffenheffing afgewenteld worden op inwoners en ondernemers vanNederland. Daarnaast zien we dat de afzet van bodemas, die onherroe-pelijk voortkomt uit het verbranden van afval, stagneert. Het moet nu zelfsgeëxporteerd worden om Duitse mijnen te vullen. De VVD wil dat deafvalbranche niet meer gezien wordt als afvoerputje van de samenleving,maar als volwaardige partner in de circulaire economie. Hoe ziet deStaatssecretaris dit? Wat gaat hij doen om afvalverwerkers perspectief tebieden?Een tweede punt dat ik wil adresseren, zijn de doelen zoals vermeld in hetNationaal Programma Circulaire Economie. Ik maak me zorgen over dedoelstelling van het NPCE, namelijk dat er in 2030 50% minder grond-stoffen worden gebruikt. Dat kan weliswaar een inspirerend effect hebbenop partijen, maar de Integrale Circulaire Economie Rapportage laat totnog toe een daling zien van 12% tot 15%. We hadden eerder deze weekeen technische briefing met het PBL, en ook zij gaven op vragen van onsaan dat dat doel voor 2030 niet realistisch haalbaar is. Kan de Staatssecre-taris aangeven hoe hij tegen deze doelen aankijkt? Ligt het binnen bereikom voor het komende Nationaal Programma Circulaire Economie en dekomende ICER te werken aan een nieuwe set van doelen die wél haalbaarzijn en aansluiten bij de wetgeving uit Europa, de toekomstigeUPV-wetgeving en ook aansluiten op praktijkdoelen zoals die bijvoorbeeldaan de Plastic Tafel zijn afgesproken? Voor ons is daarbij niet uitgeslotendat het langetermijndoel, namelijk volledig circulair in 2050, wél haalbaarblijkt.Laatste punt, voorzitter ...De voorzitter:Dit lijkt mij een mooi moment voor een interruptie van de heer Gabriëlsnamens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De heer Buijsse geeft namens de VVD aan dat hij trots is op de PlasticTafel en vraagt aan de Staatssecretaris of de uitkomsten van de PlasticTafel ten aanzien van de hefboom geborgd kunnen worden. Wat vindt deVVD zelf, wat vindt de heer Buijsse zelf, van deze uitkomsten van dePlastic Tafel? Vindt de VVD dat deze uitkomsten geborgd moeten wordenen vanaf 2027 gewoon in moeten gaan?De heer Buijsse (VVD):Wij vinden het belangrijk dat het geborgd wordt. Het is belangrijk dat hetniet vrijblijvend is, omdat er dan altijd een risico blijft dat er in eenketenschakel toch freeridergedrag zal ontstaan. Het is heel belangrijk datafspraken die gemaakt zijn aan de tafel, geborgd worden. Ik twijfel uit tespreken welk type borging dat zou moeten zijn. Daarom vraag ik ook aande Staatssecretaris hoe hij dit beoordeelt. Het kan zijn dat je dat via eenconvenant doet of via afspraken met de UPV-organisatie, maar misschienliggen er nog andere opties op tafel. Ik hoor graag de Staatssecretarisdaarover. Laat duidelijk zijn dat het niet goed is om het te vrijblijvend tehouden; we moeten het gewoon vastleggen met elkaar.De voorzitter:Dat leidt tot een vervolgvraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ook had de heer Buijsse een vraag aan de Staatssecretaris over deplastic-heffing. Maar wat is uw eigen oplossing voor die plastic-heffing? Ubenoemt dat u het niet wilt neerleggen bij de afvalverbranders. U kunt welvragen blijven stellen, maar u kunt ook gewoon zeggen: wij willen dieheffing niet of wij willen het ergens anders neerleggen. Ik hoor graag vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3914 de VVD waar ze het door henzelf bedachte idee van de plastic-heffingwillen laten landen.De heer Buijsse (VVD):Wat de heer Gabriëls hier adresseert, is een heel moeilijk punt. Het isnatuurlijk al enige tijd geleden dat in het hoofdlijnenakkoord en in eeneerdere fase een plastic-heffing in de begroting is geland. Via deelnemersaan de Plastic Tafel heb ik vernomen dat uiteindelijk min of meer implicietdan wel expliciet door Financiën is aangegeven dat de plastic-heffing opgrond van verkeerde aannames in die begroting is geland. Dat is pijnlijk,want elke keer als je het ergens in de keten zou laten landen, zijn erlekeffecten naar het buitenland. Ik vind het oprecht flauw dat de afval-sector er nu mee opgezadeld is. Tegelijkertijd heeft het kabinet aange-geven de afvalstoffenheffing te willen hervormen. Ik zie daar heel veelkansen in en waardeer de inzet van het kabinet op dat vlak om daarmeede pijn voor de afvalbranche te verkleinen. Daarmee gaat het van567 miljoen naar 167 miljoen. Maar dat bedrag ligt nog steeds bij deafvalbranche. Daarmee gaat het nog steeds om heel veel geld, wat nogsteeds een hele grote zorg voor de afvalbranche is, want het schaadt hunperspectief op investeringen om het schoner te doen. Dat is flauw. Dus ikzou heel graag samen met de keten, en niet alleen in de afvalbranche, ookwillen zoeken naar oplossingen die de afvalbranche perspectief bieden. Ikweet dat er op dit moment een soort afvaltafel is gesticht, waarmeebinnen de afvalbranche naar oplossingen gezocht wordt. Wat mij betreft isdat jammer. Ik zoek het liever meer in de keten, in tijdelijkheid, inoplossingen. Concluderend is het ontzettend jammer dat het is gelopenzoals het is gelopen, maar we moeten wel door deze pijn heen – helaas.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dus ik constateer dat de VVD graag vasthoudt aan die 567 miljoen, omdater anders een gat in de begroting wordt geslagen, en deze pijn wil latenlanden in de keten, dus bij de polymerenproducenten; welke andereconcrete voorbeelden zijn daar dan? Of bent u tegen die 567 miljoen?Voor mij is dat niet helemaal duidelijk – van begin af aan overigens al niettoen het in het akkoord kwam te staan.De heer Buijsse (VVD):Ik waardeer de inzet van het kabinet om de afvalstoffenheffing te gaanherzien, waardoor uiteindelijk de pijn nog 167 miljoen is. Die pijn gaat invanaf 2028, heb ik me laten vertellen, en start met 33 miljoen; dat is dusniet gelijk de volle mep. Ik zou het op prijs stellen als het kabinet nog eenpoging zou wagen om naar mogelijkheden te zoeken om de afvalbrancheperspectief te bieden. Dat zit ’m niet alleen in het geldelijke deel maar ookin het reduceren van wet- en regelgeving, zodat de branche een gelijk-waardige partner in de circulaire economie is, en niet het afvoerputje.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik hoor mijn collega het hebben over het gesprek dat we met het PBLhebben gehad over de doelen, maar ik heb het heel anders begrepen. Erwerd niet gezegd dat de doelen niet haalbaar zijn, maar als je telkens nietde juiste maatregelen neemt, dan zijn de doelen niet haalbaar. Bent u hetmet mij eens dat als we dat wel doen, we die doelen recht overeindkunnen houden?De heer Buijsse (VVD):Ik maakte zelf de analogie met mijn eigen ambities als hardloper. Ik maggraag hardlopen, mevrouw Wingelaar; dat weet u misschien. Ik loop vieruur over een marathon en het wereldrecord is twee uur. Ik weet gewoondat ik dat nooit en te nimmer zal halen, hoe hard ik ook zal trainen.Hetzelfde geldt eigenlijk voor deze ambitie. We willen in 2030 nog eensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3915 87,5% minder grondstoffen gaan gebruiken voor deze economie. Dat gaatniet. Het PBL heeft ook aangegeven dat dat met het huidige beleidinderdaad onhaalbaar zal blijken. We moeten ons echter niet de illusiemaken dat dat doel met de inzet van het kabinet, die volgens mij ook goedis, gaan halen, want dan krijg je een rare discussie. Voor de lange termijn,dus tot 2050, geldt dat het streven naar een circulaire economie goed is,maar voor de korte termijn geldt wat mij betreft: volg de doelstellingenvanuit Europa, volg de doelstellingen die met UPV’s en ook met depraktijk worden afgesproken, en monitor dat; dan gaan we die2050-doelen gewoon halen.Mevrouw Wingelaar (NSC):Maar de Minister van KGG houdt die doelstelling van 30% recyclaat in2030 gewoon rechtop?De heer Buijsse (VVD):Dat gaat over een heel specifiek deel. De CO2-equivalenten die we met30% recyclaat zouden kunnen besparen ten gunste van het Klimaatak-koord, halen we gewoon met de inspanning die nu uit de Plastic Tafelkomt. We zijn er bijna. Ik zeg niet dat we er helemaal zijn – even snelgerekend zitten we nu rond de 20% – maar met de brand owners, en dezeweek is er nog een brand owner bij gekomen, die dat recyclaat vrijwilligwillen inkopen voor hun verpakkingen, gaan we dat gewoon halen. Duswat dat betreft: monitor alsjeblieft die praktijkafspraken, monitor deEuropese afspraken, maar ga niet landelijk onrealistische doelen stellendie uiteindelijk misschien inspirerend kunnen zijn maar die in de praktijkgewoon niet werken.De voorzitter:Dat leidt niet tot meer interrupties, dus vervolgt u uw betoog.De heer Buijsse (VVD):Ter afronding nog het punt van het ongelijke speelveld bij onlineplatformsin relatie tot UPV’s. De VVD is van mening dat er werk te verzetten is inEuropees verband om tot betere en geharmoniseerde regelgeving tekomen. Tegelijk kunnen we in Nederland ook nu al op korte termijn beterhandhaven op de situaties, zoals dat bijvoorbeeld in Frankrijk en Belgiëook gebeurt. Kan de Staatssecretaris hierop reflecteren?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan gaan we naar de inbreng van de heerBoutkan namens de PVV. Ik zie al een bekertje klaarstaan, dus ik ben heelbenieuwd wat met dat bekertje gaat gebeuren. Meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat nu pas mijn tijd ingaat. Misschien hebik het gemist in de enorme stapel brieven, maar wat is nu de stand vanzaken met betrekking tot de aangenomen motie-Boutkan, met het verzoekaan de regering om te onderzoeken waar andere EU-lidstaten de richtlijnvoor eenmalig gebruik van plastic, oftewel de SUP-richtlijn, minder strenginterpreteren dan Nederland en daarmee een ongelijk speelveld tevoorkomen? Want, zo vraag ik ook aan deze Staatssecretaris: is het nu eenplastic of een kartonnen beker die ik hier vasthoud? Wat is nu de statusvan het voornemen om geen verbod in te voeren op het gebruik vankartonnen bekers met een coating van minder dan 5% plastic? En hoeverhoudt zich dat tot de eerdere berichtgeving dat de wijziging van deSUP-richtlijn per 1 januari zou ingaan? Ook hier weer de vraag aan deStaatssecretaris: is het nu een plastic of een papieren verpakking van ditalom bekende Koninklijke Wilhelminapepermuntje? Ik zie dat de Staatsse-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3916 cretaris het ook heeft. De Staatssecretaris zegt dat het zelfs vegan is. Ookde fabrikant is meegegaan met zijn tijd. Deelt de Staatssecretaris deconclusie van de PVV dat de huidige Nederlandse SUP-richtlijn achter-haald is en niet aansluit bij de doelstellingen van de richtlijn zelf? Dit leidttot een ongelijk speelveld binnen Europa door uiteenlopende interpre-taties en het risico dat producenten terugvallen op conventionele plastics,wat we allemaal niet willen en waarmee innovaties op het gebied vanduurzaamheid en circulariteit worden afgeremd.Voorzitter. Dan de aangenomen motie-Boutkan met het verzoek aan deregering om een onafhankelijk onderzoek te doen naar de daadwerkelijkeduurzaamheid van bekers met een plasticcoating van maximaal 5% tenopzichte van de herbruikbare bekers. Dat borduurt voort op een eerderverschenen rapport, lezen we in de brief. Waarom wordt er geen nieuwonafhankelijk onderzoek gedaan waar de sector bij wordt betrokken, vraagik de Staatssecretaris.Voorzitter. Ook de motie om niet te pleiten voor een verbod op vochtigedoekjes met plastic was aangenomen. We lezen in de brief dat die wordtopgevolgd. Wij zijn nieuwsgierig welke aanvullende maatregelen dan welnodig zijn, zoals de Staatssecretaris schrijft in de brief.Voorzitter. De kabinetsreactie op het PBL-rapport met betrekking totwindturbines en de aangenomen motie-Boutkan om een UPV in te voerenvoor windturbines roept de vraag op wat precies de status daarvan is. Erwordt wel een hoop geschreven in de brief, maar eigenlijk ontbreekt tochwat de status nu is.Voorzitter. De PVV heeft verzocht om luiers en incontinentiemateriaal uit tezonderen van een UPV. De vraag aan de Staatssecretaris is of er bij het uitte voeren onderzoek rekening wordt gehouden met de milieuhygiënischevoetafdruk tijdens de recycling van luiers en incontinentieproducten. Metandere woorden: wat is de winst om dit te gaan doen?Voorzitter. Dan de plasticafdracht. Over het voorstel om de plastictaks opniet-gerecycled plastic bij producenten neer te leggen, schrijft deStaatssecretaris dat dit momenteel wordt onderzocht en dat voor heteinde van het jaar de resultaten en de conclusies met de Kamer wordengedeeld. Maar de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kaderzijn ambtelijk gezien al gaande. Daarom is de vraag aan de Staatssecre-taris: zijn we nog wel op tijd om deze Brusselse boete te stoppen?Voorzitter. Tot slot de plastic-heffing. Mijn collega had het er ook al over:567 miljoen euro wordt nu aan het einde van de keten neergelegd. Dit zaler uiteindelijk toe leiden dat de burger weer de sjaak is en dit bedrag maggaan ophoesten. Gelijktijdig kan dit er ook toe leiden dat afvalstromenongewenst naar het buitenland geëxporteerd worden, dat recycling nogduurder wordt en dat mogelijk een of meerdere afvalenergiecentralesgaan sluiten, en dat in deze tijd waarin wij onze energie hard nodighebben. Graag een reactie hierop van de Staatssecretaris. Kan hij ergelijktijdig op reflecteren of de sluiting van een afvalenergiecentrale hetkabinet goed uitkomt in het kader van de klimaatdoelstellingen? Dan doelik op het CO2-verhaal. Vraagt u dat intern maar na.Als laatste het volgende, mede op verzoek van de heer Pierik van de BBB,de BoerBurgerBeweging, die helaas afwezig is vanwege een begrafenis.Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij het integraal wassen vanbodemassen uit het Circulair Materialenplan wil halen of in ieder geval vijfjaar uit wil stellen om het vastlopen van het systeem te voorkomen?Ik sluit me aan bij de woorden van mijn collega die de Plastic Tafel heeftbenoemd. Prima woorden over de Plastic Tafel.Daar wil ik het bij laten, voorzitter. Netjes, toch?De voorzitter:Je krijgt ’m als voorzitter altijd weer terug als je er wat over zegt! Dat waszeker netjes. De heer Gabriëls heeft wel een interruptie. Ik weet niet of dierichting de heer Pierik is, die er niet is, of de heer Boutkan. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3917 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Geen woord over de circulaire hefboom van de heer Boutkan. Ik zou heelgraag van hem willen horen of hij vindt dat de uitkomsten van de PlasticTafel ten aanzien van de circulaire hefboom wettelijk verankerd zoudenmoeten worden en in 2027 zouden moeten ingaan om de recyclebedrijvente helpen.De heer Boutkan (PVV):Dat is een hele mooie, interessante vraag, vooral als die aan de PVVgesteld wordt. De PVV is namelijk niet zo van de verplichtingen op ditgebied. Wij willen geen koploper meer zijn. We hebben de afgelopenperiode gezien waar dat koploper zijn in de circulaire economie, in deplastichandel en noem allemaal maar op, toe heeft geleid. Dat wasgewoon wensdenken. Ik moet u dus toch teleurstellen. Ik vind het primadat er een aantal resultaten in staan, maar om nu al gelijk vooruit te lopenen dat gelijk allemaal vast te leggen ... Laten we eerst zorgen dat dePlastic Tafel de tijd krijgt om het uit te werken en dan gaan we het wel zienin een volgend kabinet, waar we hopelijk deel van uitmaken.De voorzitter:U heeft geen interrupties meer, zeg ik tegen de heer Gabriëls. Daarom ishet woord aan de heer Buijsse voor een interruptie.De heer Buijsse (VVD):Ik hoor dat de PVV vindt dat we geen koploper meer hoeven te zijn. Ik valbijna van mijn stoel, meneer Boutkan, zeg ik uiteraard via de voorzitter.De heer Boutkan (PVV):Gelukkig zit u nog.De heer Buijsse (VVD):We hebben in Nederland een jarenlange traditie, zeker als het gaat omplasticrecycling, om koploper te zijn. Dat is jarenlang gelukt. Dedeelnemers van de Plastic Tafel, zowel de particuliere als de publieke kant,hebben de ambitie uitgesproken om nummer één recyclaars te worden inEuropa. Daar zijn afspraken over gemaakt. Daar hoort ook heel duidelijkbij dat er een koploperspositie ingenomen wordt op het gebied vaninnovatie. Ik vond het juist heel mooi om dat terug te lezen in het rapportvan de Plastic Tafel. Ik zou graag de PVV aan mijn, en misschien wel onze,kant zien op dit vlak.De heer Boutkan (PVV):Ik hoorde toch een aantal malen dat de heer Buijsse in de verleden tijdsprak. Dat geldt ook voor de koploperspositie met betrekking tot deproducenten. We hebben namelijk gezien dat de afgelopen periodeminimaal een tiental bedrijven is omgevallen. Dat waren bedrijven die teweinig vet op de botten hadden, met name financieel. Met allerlei mooieverhalen en beloftes werden zij koploper in die handel, maar ondertussenwaren de drie woorden die ik regelmatig gebruik, namelijk haalbaar,betaalbaar en realistisch, niet toegepast bij deze koplopers. Het was niethaalbaar, het was niet betaalbaar en het was niet realistisch. Wat er nu inhet rapport van de Plastic Tafel staat, en ook in de vele brieven die wehebben ontvangen, is: stop er meer geld in, zorg dat er een Europeesbesluit komt en dan gaan we het redden. Er is meer dan alleen Europa,zeg ik via u, voorzitter, tegen de heer Buijsse. Ik heb al meerdere malengezegd dat wij worden overspoeld met dat goedkope plastic, met datnieuwe plasticrecyclaat dat zelfs goedkoper is dan hetgeen wij kunnenrecyclen binnen Europa, laat staan in Nederland. Daar lopen wij tegenaan.Dat is een realiteit. Dat moet ook in de markt zichtbaar worden. Koploperzijn op innovatiegebied: prima. Innovaties zijn ook prima, maar die gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3918 niet altijd gepaard met enorme bakken geld, want die subsidies zijn weondertussen ook weer kwijtgeraakt. Daar loop ik dus tegenaan.De voorzitter:Dank u wel voor uw beantwoording. Het mag de volgende keer iets korter.Is het zo afdoende? Ja? Dan is het woord aan mevrouw Wingelaar voorhaar inbreng namens NSC.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. In de vorige debatten over circulaire economie hebik keer op keer de noodklok geluid. Ik onderschrijf namelijk de conclusievan het PBL dat het een crisis in slow motion is rondom circulaireeconomie. Ook heb ik iedere keer gepleit voor harde deadlines. Dat isnamelijk heel belangrijk, omdat circulaire bedrijven failliet gaan en slechtseen perspectief van enkele maanden hebben. Private financiers hebbenweinig vertrouwen in de rijksoverheid en durven financieringen niet aan.Dit gaat ook ten koste van regio’s zoals Groningen en Limburg, die dezebedrijven hard nodig hebben voor de lokale economische ontwikkeling,het langetermijnperspectief van Nederland en de verduurzaming vanNederland.Er is via Invest-NL en regionale ontwikkelingsmaatschappijen veel geldgeïnvesteerd in circulaire bedrijven op basis van hun economischpotentieel, maar dat geld verdampt en patenten verdwijnen naar hetbuitenland. Er is bovenal behoefte aan duidelijkheid en eenduidigheid. HetPlastic Pact is al geruime tijd geleden mislukt, omdat vrijwilligheid niet debeste vorm bleek om samen te innoveren. Het PBL riep op om tenormeren, maar de VVD-Minister schrapte de norm en beloofde eenalternatief, maar nu lijken we te eindigen met vrijwilligheid en vrijblij-vendheid. Dat schrijft de Staatssecretaris zelf in de beantwoording van dedoor mij ingediende vragen. Ik heb overigens wel respect voor deinspanningen van de Plastic Tafel. Er zijn veel verschillende belangen entoch is men in ieder geval met een alternatief gekomen. Dat lukte hetMinisterie van tevoren gewoonweg niet.Voorzitter. Ik verwacht echter ook wat initiatief van deze Staatssecretaris.Daarom mijn vraag: wat gaat de Staatssecretaris doen als de maatregelenonvoldoende optellen en het doel van 30% recyclaat in 2030 niet gehaaldwordt?Nieuw Sociaal Contract vindt het belangrijk dat de rijksoverheid stappenzet samen met bedrijven, maar de belangen van bedrijven zijn somstegenstrijdig, zoals ik eerder zei. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: metwelke bedrijven gaat u die stappen zetten? Hoe voorkomt de Staatssecre-taris dat de laagste gemene deler, de aard en de snelheid van de stappenbepalen? Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat partijen stil blijven zittenomdat ze geen vertrouwen hebben in het duurzame beleid van deoverheid en dan liever blijven investeren in fossiele onderdelen?Nieuw Sociaal Contract is blij dat alle partijen aan de Plastic Tafel dezogenaamde circulaire hefboom hebben onderschreven. Wat ons betreftzou het de hoogste prioriteit van de Staatssecretaris moeten zijn om metwetgeving rondom deze hefboom aan de slag te gaan, zodat deze in 2027in wetgeving gegoten is. In het begin van het jaar verwachten we ook dezogenaamde digitale productpaspoorten, want die zijn volgens mij ooknoodzakelijk voor de werking van de hefboom. Graag een reflectie van deStaatssecretaris hierop.Nieuw Sociaal Contract zou graag zien dat de Staatssecretaris met eenconcreet stappenplan komt om de hefboom per 2027 klaar te hebben. Wezouden graag zien welke stappen er al voor 2027 gezet kunnen worden.Ook hierop graag een reactie van de Staatssecretaris.Voorzitter. De plastic-heffing werd uiteindelijk een heffing voor deafvalsector. Welke risico’s ziet de Staatssecretaris voor het voortbestaanvan bedrijven in deze sector? Consumenten zijn zich niet altijd bewust vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3919 hun keuze voor fossiel plastic. De link met hun directe omgeving en hetvoortbestaan van lokale bedrijven en dus de lokale economie is vaak veelte onbekend. Is de Staatssecretaris bereid een campagne op te zetten?Ten slotte nog even aandacht voor statiegeld. Tijdens het laatste tweemi-nutendebat diende ik een motie in voor het invoeren van statiegeld op allesapflessen, bij voorkeur per 2026. Deze motie haalde een meerderheid.Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering?Voorzitter. Ook afgelopen week zagen we weer in de media dat deinzameling van blikjes moeizaam verloopt. Het verhogen van de inzame-lingscapaciteit gaat sowieso veel te langzaam. Wanneer neemt deStaatssecretaris meer regie om dit eens echt te bewerkstelligen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Buijsse namens deVVD.De heer Buijsse (VVD):Dank aan mevrouw Wingelaar voor haar bijdrage en haar woorden overde Plastic Tafel. We hebben die motie destijds samen ingediend. Ik zougraag willen vragen: hoe beoordeelt mevrouw Wingelaar nou desystematiek van deze tafel? Ik heb vernomen dat men voor textiel ook eendergelijke aanpak zou willen. Hoe staat u ten opzichte van de systematiekdie gebruikt is? Is dat iets wat we in de toekomst vaker moeten doen ofziet u toch belemmeringen?Mevrouw Wingelaar (NSC):We hebben inderdaad indertijd de motie samen ingediend. Ik vind zo’ntafel een heel goed instrument. Het moet geen vertragingstactiek zijn;daar heb ik toen voor gewaakt. Daarom hebben we die harde deadlinesingebouwd. Maar die systematiek vind ik helemaal prima. Je ziet ook – datis eigenlijk een trieste constatering, want ik heb al eerder opgeroepen totoplossingen – dat oplossingen vanuit het veld bedacht moeten worden. Ikverwacht ook dat dat gewoon vanuit het ministerie had gekund.De voorzitter:Gaat uw gang, meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik haak even in op het laatste wat mevrouw Wingelaar zegt. Zij had datgraag vanuit het ministerie gezien. Dat is nou juist waar onze zorg altijdzit, namelijk dat het ministerie zich er te veel mee gaat bemoeien in plaatsvan dat het werkveld erbij betrokken wordt. Deelt mevrouw Wingelaar demening van de PVV-fractie dat het veld veel meer betrokken moet wordenin deze casus?Mevrouw Wingelaar (NSC):Ja, daar staan wij natuurlijk voor. Je kan niet vanaf een tafel ergens hier inDen Haag beleid gaan bedenken zonder het veld erbij te betrekken. Datkan ik dus alleen maar bevestigen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het tijd voor de inbreng van de heer Bamenga namensD66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Voor de zomer zijn de gesprekken aan de PlasticTafel afgerond. Daar zijn naar mijn mening twee grote inzichten uitgekomen. Ten eerste hebben de gesprekspartners een vervanginggevonden voor de beloofde bijmengverplichting: de marktcreatie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39110 hefboom, een financiële knop om meer groen plastic in producten testoppen. Het is goed dat ze eruit zijn gekomen, want koplopers zoalsHealix in Limburg, een bedrijf dat visnetten recyclet, kwamen door hetvervallen van de bijmengverplichting in 2027 met een gat van drie jaar tezitten. We maken het recyclaars dus moeilijker in plaats van makkelijker,terwijl er al zo veel omvallen. De Plastic Tafel komt nu met een voorstelvoor een groenere economie waar de ondernemer wat aan verdient. Hetkan dus wel. Mijn enige vraag hierover is of de Staatssecretaris kantoezeggen de wens van de Plastic Tafel om een marktcreatiehefboom temaken, ook wettelijk vast te leggen.Voorzitter. Het tweede inzicht is dat de Staatssecretaris aan zet is om eenalternatief te vinden voor een plastic-heffing. Deze dreigt nu volledig bijde afvalverwerkers te eindigen. Samen met Amsterdam, Rotterdam, DenHaag en Utrecht is D66 daar enorm op tegen. De hogere kosten komennamelijk bij de Nederlandse ondernemers en huishoudens terecht. Datstaat haaks op het principe van de vervuiler betaalt. Het is een ongerichtebelasting die de circulaire economie in de weg zit in plaats van haarstimuleert. Belasting heffen om het belasting heffen wil deze Staatssecre-taris niet op zijn naam hebben, lijkt mij.Daarom denkt D66 graag mee over een oplossing, te beginnen bij deEuropese plasticafdracht die Nederland jaarlijks doet. We betalen de EUvoor al het plastic dat op de schroothoop of in de verbrandingsoveneindigt. Dat doen we uit de schatkist. Daarmee is het eigenlijk gewoon eenfossieleplasticsubsidie. Andere landen, zoals Frankrijk en Duitsland, latenal zien dat we deze belasting ook bij de producenten kunnen neerleggen.Daarmee slaan we twee vliegen in één klap. Aan de ene kant laten we devervuiler betalen en schaffen we de fossiele subsidie af. Aan de anderekant zijn we dan een eind op weg om de plastic-heffing te verminderen.Kan de Staatssecretaris daarom toezeggen deze vorm op te nemen in hetNationaal Programma Circulaire Economie?Voorzitter. Dan blijft nog de andere helft van de plastic-heffing over. D66vindt dat we die eerlijk over de gehele keten moeten verdelen: vaninzamelaar tot producentenorganisaties zoals Unilever, sorteerbedrijvenen recyclaars. Is de Staatssecretaris het met D66 eens dat we iedereeneerlijk moeten belasten? Zo ja, kan hij toezeggen dat ook op te nemen inhet plasticplan van het Nationaal Programma Circulaire Economie?Voorzitter, ten slotte hierover. De afvalverwerkers en ketenpartijen kunnenalleen zorgen dat er minder afval in de verbrandingsoven eindigt als deStaatssecretaris daar een handje bij helpt. Is de Staatssecretaris het dusmet D66 eens dat we afval bij de bron aan moeten pakken, bijvoorbeelddoor met gemeenten te werken aan gedifferentieerde tarieven voor afval?Dan is het simpel: maak je meer afval, dan betaal je ook meer. Zal hij zichonverminderd en dus ook financieel inzetten voor reparatiebedrijven zoalsStichting Repair Café International? Hoe zal hij zorgen voor investerings-zekerheid voor de verduurzaming van afvalverwerkers?Tot slot, voorzitter. Volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport wordtkleding steeds meer een wegwerpproduct. Recyclebedrijven kunnen hunhoofd nauwelijks boven water houden, omdat kleding eerst voor 80%hergebruikt kon worden en dat nu gezakt is naar 50%. De fastfashionin-dustrie wordt lineairder in plaats van circulair. Met agressieve marketingals businessmodel overspoelen ze de markt met kleren die na een paarkeer dragen kapotgaan. Dat is schadelijk en tast het concurrentiever-mogen van koplopers aan.Voorzitter. Bedrijven als Zeeman laten namelijk zien dat je én kan werkenaan circulariteit én betaalbare kleding kan aanbieden. Kan de Staatssecre-taris dus toezeggen het Franse voorbeeld te volgen en een reclameverbodvoor fastfashionbedrijven zoals SHEIN en Temu in te stellen bij deuitwerking van het actieplan tegen ultrafast fashion?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39111 Voorzitter. Het bedrijfsleven staat te springen om circulair te worden. Ikweet ook dat de Staatssecretaris zich daarin kan vinden. Ik roep deStaatssecretaris op om hen daarvoor een trampoline te geven.De voorzitter:Kijk eens aan! Dank u wel voor uw inbreng. Maar u heeft wel eeninterruptie van de heer Boutkan te pakken. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Instemmen met een motie die door de heer Boutkan is ingediend over dieverplichte Europese afdracht voor plastic dat de oven in gaat anders neerte leggen: dat ik dat nog mag meemaken in deze Kamer, zou ik bijnawillen zeggen! Maar de vraag aan D66 is dan wel: bent u ook bereid omzich er hard voor te maken dat deze jaarlijks verplichte afspraken, die incoronatijd zijn afgesproken om net te doen alsof we geen extra geld naarBrussel storten, daadwerkelijk worden omgebogen zodat deze afdrachtwordt neergelegd bij de producenten van dat plastic en die ook wordengeprikkeld? Bent u ertoe bereid om eventueel misschien nog welgezamenlijk met een nieuwe motie te komen om dat te gaan doen?De heer Bamenga (D66):Ik heb net ook al aangegeven dat we redeneren vanuit het principe dat devervuiler betaalt. Op het moment dat u daar een voorstel voor doet, danzal ik daar zeker heel goed naar kijken. Dan kunnen we inderdaadmisschien wel samenwerken.De voorzitter:Kijk eens aan. Mooi. Ik hoor de Staatssecretaris al zeggen dat hij zichzorgen gaat maken. Daar gaat hij straks ook wel op in, denk ik. MeneerGabriëls, het is tijd voor uw inbreng namens GroenLinks-Partij van deArbeid. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik voer vandaag ook het woord namens de Partijvoor de Dieren, omdat die niet aanwezig kon zijn.Nietsdoen is niet haalbaar, betaalbaar en realistisch. Nietsdoen is kiezenvoor stilstand. Niet durven kiezen voor circulaire maatregelen geeft steunaan de profiteurs van die stilstand, de fossiele industrie. Nietsdoen is eenmes in de rug van de innovatieve circulaire bedrijven, die flink geïnves-teerd hebben en tegen de stroom in ondernemen. Nietsdoen is niet goedvoor de Nederlandse kenniseconomie van de toekomst en voor deNederlandse grondstoffenonafhankelijkheid. GroenLinks-PvdA roept dederde Staatssecretaris in anderhalf jaar tijd ertoe op om lef te tonen.In het regeerakkoord staat een plastic-heffing van 567 miljoen, bedachtdoor NSC, BBB, VVD en PVV, zonder uitwerking. Aanvankelijk wilden ze deheffing bij de producenten van polymeren leggen, maar dit jaar bleekplots dat het gat in de begroting via de afvalverbranders bij de inwonersterecht zal komen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoe dit is gegaan.Hoe is deze heffing bij de afvalverbranders en de inwoners terechtge-komen? Is de lobby van de plasticproducenten hierbij van invloedgeweest? De plastic-heffing dreigt, net als de coalitie die het bedachtheeft, een flop te worden. Lastenverhoging voor de inwoners, € 100 extraafvalstoffenheffing, geen circulaire prikkel en geen afvalpreventie: dank jewel PVV, VVD, NSC en BBB.Dan de nationale circulaireplasticsnorm, een bijmengverplichting. Die isnodig omdat onze recyclebedrijven omvallen en er in 2030 toch eenEuropese norm aankomt. Het slechtste scenario is dat we tegen die tijdgeen Nederlandse recyclecapaciteit meer hebben. Toch werd ook dezenorm geschrapt: vertraging op vertraging. De bedrijven die profiteren vandeze stilstand blijven met hulp van PVV, VVD en BBB verder vertragen. ZeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39112 stellen vertragende convenanten voor en kunnen doorgaan met hunfossiele winsten, terwijl de echt innovatieve, eerlijke en toekomstgerichtebedrijven zwoegen. Dat is onrechtvaardig, vindt GroenLinks-Partij van deArbeid.De voorzitter:Meneer Gabriëls, u heeft een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Er wordt nogal flink afgegeven op alles en iedereen op dit moment doorGroenLinks-PvdA. Dat steekt me een beetje. Daarom reageer ik er ookmaar even op. Dat doe ik temeer omdat bijvoorbeeld de deelnemers aande Plastic Tafel en masse, durf ik wel te zeggen, hun zorgen hebben geuitover de norm, die gewoon praktisch onuitvoerbaar is en was. Wij hebbenin de Kamer gelukkig een meerderheid gevonden voor de Plastic Tafel.Daar is een set aan maatregelen uitgekomen waarover ik van meerderepersonen achter deze tafel waardering hoor. Hoe beoordeelt de heerGabriëls eigenlijk de inzet van de deelnemers aan de Plastic Tafel, geziende bijdragen aan CO2-emissiereductie die het, zoals vrijwillig isafgesproken, gaat halen, terwijl de norm niet eens uitvoerbaar was?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Mijn bijdrage ging ook over de plastic-heffing, die mede door u isvormgegeven. Daarom heb ik gezegd: die plastic-heffing is een flop, netals de coalitie die hem bedacht heeft, waar de VVD ook in zit. Dat gingvoornamelijk over de plastic-heffing; dat heb ik ook in mijn bijdragegenoemd.Dan even ten aanzien van de Plastic Tafel. De Plastic Tafel is gekomen meteen zeer goed maatregelenpakket ten aanzien van de circulaire hefboom.Dan stel ik de vraag aan de VVD: wat wilt u met dat maatregelenpakket? Ikhoor D66 en NSC zeggen: laten we dat wettelijk borgen. Wij zijn ook eengroot voorstander van de wettelijke borging en van het vastleggen van diemaatregelen, dus zonder vertragende convenanten of iets dergelijks. Wehebben die vraag aan u gesteld. U zegt: ja, we moeten nog even kijken; ikdurf daar nog geen uitspraak over te doen en ik moet dat nog even aan deStaatssecretaris vragen. U durft niet de uitspraak te doen dat u dieuitkomsten ook daadwerkelijk wettelijk wil gaan borgen. Ik vind dedeelname van heel veel mensen aan die tafel natuurlijk fantastisch. Er isheel veel tijd aan besteed. Het was wel een beetje niet helemaalevenwichtig aan tafel, dus er waren heel veel bedrijven en weinigonafhankelijke ngo’s, maar er is superhard gewerkt en er waren super-goede uitkomsten ten aanzien van de hefboom. Laten we dan alleen ookmet z’n allen uitspreken dat we die uitkomst wettelijk borgen envastleggen.De heer Buijsse (VVD):Als het mag, maak ik een punt van orde, want ik vraag u naar de normwaar u in uw spreektekst letterlijk aan refereert en u gaat nu verder overde Plastic Tafel. Dat ten eerste. Het tweede: u hebt me gevraagd of ik devrijblijvendheid wil borgen. Ik gaf positief antwoord en dan gaat u mij nuvertellen dat ik dat niet wil. Wat is dit nou? Dat is niet eerlijk.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Nee, wij durven de uitspraak te doen om hem wéttelijk te borgen. Utwijfelt nog – dat heeft u letterlijk gezegd – over de manier van borging;dat was uw eigen spreektekst. Wij willen scherp hebben dat die ookdaadwerkelijk wettelijk geborgd wordt. Daarom stellen wij dat hier. Wehoren zowel de PVV als de VVD dat niet noemen, terwijl mevrouwWingelaar en mijn collega Bamenga hier wel gezegd hebben dat ze datletterlijk willen borgen; dat is wat ik hier graag wil horen. Op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39113 convenant zitten wij niet te wachten. Wij willen gewoon dat de Staatsse-cretaris nu zegt: laten wij de uitkomst van die fantastische tafel wettelijkborgen.De voorzitter:Helder. De heer Buijsse heeft zijn vier interrupties gebruikt, maar ik geef ueven ruimte voor de factcheck, want volgens mij zit u daarmee.De heer Buijsse (VVD):Dank je wel, voorzitter, dat u mij die gelegenheid biedt. Er zijn verschil-lende typen afspraken uit die Plastic Tafel gekomen. De ene kan wettelijkgeborgd worden. De andere kan via de UPV geborgd worden, via eenAMvB. De andere kan via een convenant geborgd worden. Het is niet éénwet. De wet waar u aan refereert, gaat over de hefboom. De hefboommoet eerst een Europese grondslag hebben. Via de Circular Economy Actgaat Europa daar waarschijnlijk grondslag voor bieden. Als dat kan, dankan Nederland daar in de uitvoering iets mee gaan doen. Steun ik dat ideeen dat concept? Natuurlijk. Het is hartstikke mooi als dat zou kunnen. Hetligt dus even een stuk genuanceerder. Ik betreur het dat de heer Gabriëlszo kort door de bocht over de VVD praat.De voorzitter:Meneer Gabriëls, gaat u verder.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Daar wil ik graag op reageren, nog niet vanuit mijn tijd, maar gewoonomdat ik daarop aangesproken word. De aanval die ik hier benoemd heb,gaat over de plastic-heffing. De VVD is er onderdeel van om de plastic-heffing in het regeerakkoord te krijgen. Daar ging mijn tekst over. Als deheer Buijsse namens de VVD zegt dat ze de uitkomsten van de circulairehefboom van de Plastic Tafel hoe dan ook gaan borgen en in 2027 lateningaan, dan is daar een mooie meerderheid voor. Ik hoop dat als wijdadelijk een motie indienen om deze wettelijk te verankeren, deze ookgesteund wordt door de VVD. Ik hoop ook dat de Staatssecretaris daardan op in zal gaan, want hem zal ik ook bevragen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Wij willen pal gaan staan voor de circulaire economie en voor debedrijven die nu dreigen te verdwijnen. Met een evenwichtige mix vanstimuleren, normeren en beprijzen moet circulariteit straks een pijlerworden in het economische en financiële beleid van een nieuwe regering.Niet alleen de bewindspersoon van Milieu moet daar straks over gaan,maar ook die van Financiën en van Economische Zaken. Mijn vragen aande Staatssecretaris zijn de volgende. Bent u bereid de uitkomsten van dePlastic Tafel, de circulaire hefboom, wettelijk vast te leggen en deze in2027 in te laten gaan? Bent u bereid om circulaire bedrijven die omdreigen te vallen te ondersteunen totdat de hefboom voor resultaat zorgt?Kunt u verschillende alternatieven voor de plastic-heffing uitwerken, zoalshet schrappen van de uitzondering voor plastic waterflesjes van defrisdrankbelasting, een heffing op single-use plastics op to-go-verpakkingen of misschien alsnog een heffing op primaire fossielepolymeren?Zoals u ziet, zijn er voldoende mogelijkheden om te versnellen. Steun deoproep van GroenLinks-Partij van de Arbeid om de circulaire hefboomsnel wettelijk vast te leggen en steun onze oproep voor een goedalternatief voor de plastic-heffing. Kies en doorbreek de rechtse stilstand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39114 Dan hergebruik boven recycling. Het is belangrijk om elektronica metdaarin schaarse metalen langer in de cyclus te houden. Nederland heeftnu nog geen ambitieus pakket aan reparatiemogelijkheden, terwijl dathard nodig is. In zijn laatste rapport heeft CE Delft een beleidspakketgemaakt met circulaire voorbeelden, zoals een verplicht aandeel refur-bished goederen, reparatievouchers en een hergebruikdoelstelling binnende UPV. Uit de doorrekening blijkt dat dat niet alleen goed is voor hetbehalen van klimaatdoelen, maar dat het ook banen oplevert enhuishoudens financieel voordeel geeft. Kan de Staatssecretaris eenappreciatie geven over dat rapport? Gaat hij de zes onderzochte maatre-gelen uit het rapport ook daadwerkelijk invoeren?Een concreet voorbeeld van snelle winst: kan de Staatssecretaris startenmet het opleggen van een hergebruikdoelstelling aan Stichting OPEN? Opdit moment heeft die wel een inzameldoelstelling, maar geen verplichtehergebruikdoelstelling, waardoor veel elektronische apparaten nog in deshredder verdwijnen in plaats van dat ze gerepareerd en hergebruiktworden.Dan de UPV Luiers. Daarover waren al documenten uit 2014 terug tevinden. Het betreft 8% van het huishoudelijke afval. Wij snappen nietwaarom er niet gewoon gehandeld wordt en er gewoon een UPV komtwaarin ook besluiten genomen worden. Ook dat is trouwens een resultaatvan de Plastic Tafel. De Plastic Tafel zegt op pagina 41: kom gewoon metde UPV voor luiers. Wij vragen aan de Staatssecretaris waarom het zolang duurt. Wat is nou de reden dat er nog steeds niks ligt sinds 2014?Ook hierover vragen wij: kies en doorbreek de stilstand.De heer Boutkan (PVV):Ik wil nog op die luiers en dat incontinentiemateriaal ingaan. De reden dathet zo lang duurt of dat het nog steeds zo lang duurt, is misschien wel hetfeit dat het proces van recyclen van een luier of van incontinentiemate-riaal zo veel negatieve milieurendementen oplevert. Je hebt namelijkenorm veel energie, water en dergelijke nodig. Wat je overhoudt, is zominiem qua plastic, dat het nog veel onrendabeler is dan de inhoud dieerin zit, zou ik bijna willen zeggen. Is de heer Gabriëls het dus met onseens, zou ik bijna willen zeggen, dat «haalbaar, betaalbaar en realistisch»van toepassing moet zijn op dit proces en op de ecologische voetafdrukwaar vaak naar wordt verwezen? Ik hoorde de heer Gabriëls de woordenvan de PVV herhalen; ik ben blij dat het ook tot GroenLinks-Partij van deArbeid is doorgedrongen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik begon mijn betoog met de volgende woorden: nietsdoen is niethaalbaar, betaalbaar en realistisch. Dat geldt ook voor deze vraag van deheer Boutkan over de UPV Luiers. Er moet iets komen, want nietsdoenzorgt ook voor 8% van dit afval, dus we kunnen niet door blijven gaan omniets te doen met zo’n groot percentage van afval. Dus nietsdoen is voorons minder haalbaar, minder betaalbaar en minder realistisch.De voorzitter:Wilt u uw microfoon uitdoen? Dank u wel. Dat brengt ons aan het eindevan de eerste termijn van de inbreng van de kant van de Kamer. We gaanzo dadelijk, na de schorsing, verder met de beantwoording door deStaatssecretaris. Ik schors het debat tot 14.50 uur. Ik zie u zo graag terug.Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 14.18 uur tot 14.54 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, dit is de voortzetting van het debat over circulaireeconomie. De Staatssecretaris is met zijn ondersteuning terug in de zaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39115 voor de beantwoording van de vragen die zijn gesteld in de eerste termijn.Ik zou de Staatssecretaris dus graag het woord willen geven. Daarbij wil iknog vermelden dat we in eerste instantie vier interrupties per fractie doen.Het zou ook heel fijn zijn als de Staatssecretaris de blokjes zou willennoemen. Dan weten we wat ons te wachten staat.Staatssecretaris Aartsen:Ja, natuurlijk. First things first, belangrijke dingen eerst: de blokjes. Ikbegin met de inleiding; die zal anderhalf tot twee uur duren, haha. Daarnazal ik het hebben over de doelen van de circulaire economie, vervolgensover statiegeld, de SUP-wetgeving, de Plastic Tafel, textiel, de UPV en totslot het belangrijkste kopje: overig. Daarna hoop ik natuurlijk de vragenvan de leden van de Kamer voldoende te hebben beantwoord.De voorzitter:Hartstikke goed. Gaat uw gang.Staatssecretaris Aartsen:Dank voor het feit dat ik dit debat mag voeren. Ik zit nu bijna driemaanden op mijn post als Staatssecretaris en moet eerlijk zeggen dat ikheel erg uitkeek naar dit debat. Ik heb zelf een economische achtergrond,een ondernemersachtergrond, en moet toegeven dat mijn hart wel watsneller gaat kloppen van het onderwerp circulaire economie, ook omdathet een hele mooie kans voor Nederland, voor de toekomst van onzeeconomie biedt om daarmee aan de slag te gaan en met een veeleconomischere bril naar dit onderwerp te kijken.Als je een analyse maakt van de Nederlandse economie op dit moment,en je afvraagt waar we over 50 jaar onze boterham mee gaan verdienen,dan kom je er uiteindelijk achter dat het circulair maken van de Neder-landse economie een keiharde economische no-brainer is. De Neder-landse economie zal het in de toekomst moeten hebben van het feit datwe schoner zijn, dat we slimmer zijn en dat we efficiënter zijn, dat wedingen net een tandje beter doen dan de rest van de wereld. We wordennooit meer een lagelonenland, we worden nooit meer een massaproduc-tieland. We zullen het slimmer moeten doen en we zullen het schonermoeten doen. Gelet op wat er op dit moment in de wereld gebeurt, is datook van geopolitiek belang. Het feit dat er op dit moment allerleimachtsblokken ontstaan, machtsblokken die niet per se het spel spelenzoals wij dat graag zouden willen spelen, en ook niet per se het spelspelen volgens de spelregels die wij graag zouden willen. Zelfs eentrouwe bondgenoot als de Verenigde Staten grijpt terug naar eenhandelstarievenoorlog, naar zaken die we van voor de Tweede Wereld-oorlog kenden.Op deze schaal noopt dat tot een simpele beweging naar grondstoffeneffi-ciëntie. Uiteindelijk zullen we efficiënter moeten omgaan met onzegrondstoffen. We zullen onze grondstoffen niet meer moeten weggooien,zoals we nu op een te grote schaal doen, maar we zullen ze hoogwaardigen laagwaardig moeten hergebruiken. We zullen er ook voor moetenzorgen dat we minder afhankelijk worden van landen die toch niet per sedezelfde normen en waarden uitdragen als wij. We zullen die bewegingmoeten maken vanuit een economisch en ecologisch belang. Die tweebelangen vinden elkaar perfect in dit onderwerp. Ik denk dan ook dat ditvoor de Nederlandse economie een enorme kans kan zijn om onstoekomstige verdienvermogen veilig te stellen, maar ook om gewoonwegonze positie in de wereld ten aanzien van autonomie, zelfstandigheid enhergebruik veilig te stellen.Ik was vorige maandag bij Neste, een mooi bedrijf in Rotterdam dat vanfrituurvet, frituurolie, biobrandstoffen maakt, niet een klein beetje maarproducten die je in je eigen auto – in mijn geval een Volvo diesel – kangooien, en SAF’s waarmee je naar de andere kant van de wereld kuntTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39116 vliegen. Dat zijn de bedrijven van de toekomst, dat zijn de bedrijven waarwe het in Nederland van moeten hebben. We moeten niet afhankelijk zijnvan Saudi-Arabië, niet afhankelijk zijn van Rusland, niet afhankelijk zijnvan China, maar puur zelf in Europa strategisch autonoom zijn. Dat is watmij betreft dan ook de kern van circulaire economie.De vraag is natuurlijk wel: hoe gaan we dat dan bereiken? Dat is devolgende stap. Ik denk dat het belangrijk is om die beweging met elkaar temaken. Daar is het stellen van doelen een belangrijk onderdeel van. Ik zaldaar zo nog wat meer over zeggen. Uiteindelijk gaat het om die bewegingnaar het beter gebruiken van grondstoffen: de reststromen op zo’n manierorganiseren dat we ze niet weggooien, maar dat we ze in de economieterugstoppen en dat we ook grondstoffen besparen.Het hoe is voor mij heel belangrijk. Ik zal er wat uitgebreider op terug-komen in de actualisatie van het Nationaal Programma CirculaireEconomie, maar ik denk echt dat we ook de aanpak ietsje economischerkunnen insteken. Ik denk dat als we willen dat de circulaire economie dereguliere economie wordt, we daar ook een andere aanpak tegenovermoeten zetten. Want dat moet het uiteindelijk wat mij betreft zijn: niet eenbeleidshoofdstuk van een departement, maar veel meer de kern van onzeeconomie, de default option, de basisoptie voor zowel consument alsproducent. Dat betekent dat ondernemers die producten vermarkten, eruiteindelijk ook winst mee moeten kunnen maken. Dat betekent dat je eenbepaalde schaal nodig hebt. Dat is een belangrijk onderdeel van deaanpak. Dat betekent ook dat bedrijven die actief zijn in de circulaireeconomie en die wij ondersteunen, op eigen economische benen moetenstaan. Dat is, denk ik, ook een belangrijk onderdeel daarvan.Ik denk dat we het bedrijfsleven ook veel meer zelf aan het stuur moetenzetten. We moeten gezamenlijk doelen stellen, maar veel minder vanuit deoverheid proberen die economie maakbaar te maken door precies voor teschrijven hoe het moet. Ik kom zo nog terug op de Plastic Tafel, de TextielTafel en – dat is een tipje van de sluier – nog heel veel meer «sectoraleondernemerstafels», zoals ik ze maar even noem. We moeten onder-nemers veel meer zelf laten meebepalen hoe we het gaan doen. Wemoeten niet steeds het doel verschuiven, maar ondernemers juist vragenof ze willen meehelpen om dit te doen.Daar hoort wat mij betreft ook een gelijk Europees speelveld bij. Er is alveel gezegd over de recyclaars die het op dit moment heel zwaar hebbenin Nederland. We kunnen beleid en subsidies maken wat we willen, maarde economische analyse is dat we op het moment te maken hebben meteen geopolitieke situatie, waarin de Nederlandse markt overspoeld wordtmet goedkoop, vaak niet duurzaam plastic uit China. Er vinden marktdum-pingen plaats van tal van producten. We hebben het nu over plastic, maarwe zien het ook al gebeuren bij lithiumbatterijen en bij allerlei productendie op dit moment geen plaats kunnen vinden in Amerika, maar naarEuropa toe gaan. Dat raakt het hart van onze schone economie en vanonze industrie. Dat vind ik wel echt een zorgelijke ontwikkeling.We hebben geprobeerd om met het VN-verdrag in Genève ook echt eeneerste stap te zetten. Dat is helaas mislukt. Ik heb daarbij wel gezegd datdat betekent dat we als Europa met elkaar het gesprek aan moeten gaan.Accepteren we dat China met goedkoop plastic onze economie sloopt ofkiezen we als Europa voor the way forward? Wat mij betreft is het datlaatste. We moeten dat wel op Europees niveau doen. Ik zal zo nog watzeggen over de hefboom. Dat is een sympathiek idee, maar wat mij betreftook echt een onderdeel van een Europese aanpak. Als ieder landje inEuropa het op de eigen manier gaat doen, dan ga je dus eigenlijk gewoonbinnen de Europese Unie doen wat nu wereldwijd gebeurt. Dat lijkt meniet verstandig.Voorzitter. Ondanks mijn «dubbel demissionaire status», zoals ik het maareven noem, heb ik passie en ambitie voor dit onderwerp en wil ik hieropecht stappen zetten. Dat moet samen met de Nederlandse industrie enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39117 Nederlandse bedrijven. In mijn optiek, in mijn visie, is dat namelijk echt deweg vooruit. Dat was mijn inleiding, voorzitter, als het mag.Dat sluit volgens mij aan bij een aantal vragen die zijn gesteld over dedoelen: het tweede blokje. De heer Buijsse vroeg mij daarnaar. We gaandie doelen actualiseren in het Nationaal Programma Circulaire Economie.We gaan kijken wat er nodig is om het aan de ene kant realistisch temaken, zonder dat je aan de andere kant weer zwabberbeleid gaat krijgen.Dat wil ik wel blijven benadrukken: ik denk dat het onverstandig is dat hetalle kanten opschiet. Ik maak dus ook bewust even de knip tussen wát wenou willen bereiken en hóé we dat willen bereiken. Ik denk dat daar weleen enorm mooie kans ligt. Aan de ene kant kunnen we zeggen: dit zijn dedoelen waarop we willen focussen. Aan de andere kant kun je kijken hoeje dat samen met het bedrijfsleven kan doen. Ik noemde net al dieondernemerstafels. We moeten daarbij dus niet zozeer op de stoel van deondernemer gaan zitten en ook niet vanuit de maakbaarheidsgedachteproberen die economie in te richten, als wel zeggen wat de doelen zijn.Het bedrijfsleven moet zich daaraan committeren. Dan kijken we hoe wehet doen.Wat dat betreft, om dit blokje even af te maken, nog de vraag van de heerBuijsse. Hij vroeg mij wat we kunnen meenemen uit de succesfactor vande circulairesectortafel, de Plastic Tafel. Dat is wat mij betreft het feit datde ketenpartners aan tafel zitten, dat je een breed commitment hebt omiets te doen, samen met een onafhankelijke voorzitter erbij. Dan ga je metelkaar praten over hoe we dat gaan doen. Ik zal zo nog wat over de PlasticTafel zelf zeggen en over de uitkomsten als de hefboom, de heffing en denorm. Ik vind het heel knap wat de Plastic Tafel heeft gedaan, omdat datnamelijk onder het gesternte was van een financiële taakstelling – dat zegik er maar gewoon bij – een financiële opdracht. Ik zou het veel interes-santer vinden om samen met bedrijven te bekijken hoe bijvoorbeeldbatterijen in Nederland goed kunnen worden gerecycled. Het is heel idiootdat wij batterijen terugsturen naar buiten de Europese Unie, terwijl daarlithium, goud en magnesium in zitten. Het is heel zonde als we datwegsturen. Hoe kunnen we dat nou op een goede manier doen? Daar hebje dus al die partners aan tafel. Dan gaan we met alle partijen uit deaccusector kijken hoe we op dat gebied hergebruik, grondstoffen-efficiëntie en recycling handen en voeten kunnen geven. Dat kan je met talvan andere producten ook doen. Dat wil ik graag op zo’n manier gaanaanpakken.De voorzitter:Ik dank u wel. U bent aan het einde van het blokje, denk ik?Staatssecretaris Aartsen:Ja.De voorzitter:Ik zou met de leden willen afspreken om de interrupties aan het einde vanelk blokje te doen. We hebben een aardig aantal blokjes, dus dan kunnenwe dat ordentelijk met elkaar doen. Ik wil het woord geven aan de heerGabriëls. U laat ’m even gaan?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik laat ’m even gaan.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog dan met het volgende blokje.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39118 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het vervelende is ...De voorzitter:Ik ben als was in uw handen natuurlijk, dus als u toch nog wilt reageren,heel graag.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het is vervelend dat je maar vier interrupties hebt. Het is natuurlijk eenheel mooi verhaal van de Staatssecretaris, waarbij ik echt geloof dat erpassie in zit. Er is natuurlijk niets gezegd waar iemand het mee oneens is.Maar het gaat er natuurlijk om dat er onder bedrijven een verschil bestaattussen bedrijven die het oude doen en bedrijven die het nieuwe gaandoen. Soms moet je dus één bedrijf benadelen – oude industrie die nietverduurzaamt – waarmee je het circulaire bevordert. Het gaat er natuurlijkdus om dat je bepaalde keuzes maakt die een deel van het bedrijfslevenniet ziet zitten. Alles moet altijd aan bedrijven voorgelegd worden en erzitten dus verschillende bedrijven bij. De vraag is daarom of er plek aanzulke tafels is voor onafhankelijke organisaties die niet een bepaaldbelang hebben bij wat daar besloten gaat worden.De voorzitter:Helder. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Ik benadruk wel dat het wat mij betreft echt ketentafels zijn, met ookbelangen juist in die sector, omdat het dan ook iets is waar je financieelvoor- of nadeel van ondervindt. Ik denk dat dat juist ook de verantwoorde-lijkheid is die je wilt. Je kan ook niet weglopen voor die verantwoorde-lijkheid. Laat ik dan nogmaals duidelijk stellen dat die doelen er wat mijbetreft wel bij horen. Op het moment dat jij als bedrijf, als producent ofals verwerker aan zo’n tafel gaat zitten, dan – laat ik het voorbeeld van dieaccu’s nemen – moet je je wel committeren aan het halen van zo’n doelwat mij betreft. Het doel is dan wel uiteindelijk dat je komt tot x procentrecycling, x procent hergebruik, dus tot circulariteit in zo’n keten. Maar het«hoe» voorschrijven zou ik niet vanuit het ministerie willen doen. Het«hoe» voorschrijven is wat mij betreft ook echt aan die sector zelf, zonderdat ze daarbij weg kunnen lopen van de verantwoordelijkheid. Dat hoortdaar dan namelijk wel bij wat mij betreft. Ze krijgen de vrijheid om het«hoe» in te vullen, maar de verantwoordelijkheid voor wat je moetbereiken, hoort daar dan wel bij. Ik deel overigens wel de zorgen van deheer Gabriëls. Uiteindelijk gaat het ergens natuurlijk wel een keer knellen.Ik geloof oprecht vanuit mijn politieke overtuiging, vanuit mijnmensbeeld, dat het overgrote deel van de ondernemers de juiste kant opwil en het overgrote deel van de bedrijven positief tegenover de toekomststaat. Als je daar ook de verantwoordelijkheid voor de invulling neerlegt,dan krijgt dat op een goede manier vorm. Zo’n onafhankelijke voorzittermoet daarbij natuurlijk wel waken over de doelen.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik haalde het ook al in mijn betoog aan: het is natuurlijk hartstikke mooidat de Staatssecretaris stappen wil zetten met het bedrijfsleven. Maar ikstelde ook de vraag: met welke bedrijven dan? Er zitten toch echtbedrijven met verschillende verantwoordelijkheden. Ik heb vaak hetgevoel dat hierbij het recht van de sterkste geldt. Maar het kan best zijndat we toch de keuze moeten maken om de grootste partij eens niet debevoordelen. Hoe voorkomt u dat? Dat hoor ik niet. U kunt niet met hetbedrijfsleven ... Er zijn gewoon verschillende belangen! Voor welk belangkiest u dan? Kiest u voor het circulaire belang of niet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39119 Staatssecretaris Aartsen:De tegenstelling die mevrouw Wingelaar nu neerzet, zie ik wat minder. Ikvind niet dat het een keuze tussen zwart en wit is. Ik zie bedrijven die heelgraag die stap zouden willen zetten en die kant op zouden willen, maar dieals zij het in hun eentje doen de markt uit worden geprezen. Zij zitten methet bedrijf dat zij niet kunnen schalen en vinden dat er een gelijk speelveldmoet zijn. Zij lopen tegen wet- en regelgeving aan bij de omgang metbepaalde zaken. Er zitten dus best wel wat praktische haken en ogen aanhoe je bepaalde circulariteitsvraagstukken moet opzetten. Wat hetzwart-witbeeld betreft dat er goede en slechte bedrijven zijn: misschien ishet mijn mensbeeld, maar dat zie ik wat minder. Ik zie niet dat er kwaad-aardige bedrijven zijn die bewust proberen circulaire bedrijven de marktuit te duwen. Nogmaals, ik zie een economie die de toekomst heeft,omdat zij schoon, slim en efficiënt is. Die beweging willen die bedrijvenmaken en ik denk dat het goed is om met elkaar af te spreken welkerichting je dan opgaat.De voorzitter:Dan zijn we aangekomen bij het volgende blokje, statiegeld.Staatssecretaris Aartsen:Statiegeld is een onderwerp dat veel mensen bezighoudt. MevrouwWingelaar vroeg aan mij wanneer ik regie ga nemen op het statiegeld-systeem. Mijn antwoord daarop is: vorige week. Want ik heb vorige weekeen brief gestuurd aan uw Kamer, maar ook aan de stichting Verpact, naaraanleiding van een last onder dwangsom van de inspecteur-generaal vande ILT, die terecht tegen stichting Verpact zegt: u moet meer doen om datinzamelpercentage omhoog te krijgen. Ik heb zelf contact gehad met destichting Verpact en gezegd: ik wil uiteindelijk toewerken naar eentotaalplan. Uiteindelijk is het alleen omhoog krijgen van die norm namelijkniet voldoende. Als je naar de cijfers kijkt ziet het er best aardig uit als hetgaat om het aandeel blikjes en flesjes in het zwerfafval, maar als ikwillekeurige mensen op straat vraag of ze nu tevreden zijn, dan zullen zezeggen: nee, want als ik hier in Amsterdam, Rotterdam of Den Haag loop,zie ik prullenbakken die zijn opengetrokken, vuilniszakken die zijnopengescheurd, meeuwen die erop afkomen; als ik naar de supermarktga, dan is het daar vies en vuil, dan druipt daar allemaal viezigheid uit. Zokan ik nog een heel lijstje opnoemen. Supermarktondernemer zittenermee in hun maag.Al met al vind ik dat een aantal zaken in ons statiegeldsysteem niet goedgaat. Ik ben ontevreden over de financiële transparantie van stichtingVerpact. Ik vind dat we daar echt stappen in moeten zetten. Daarom heb ikook die brief gestuurd waarin ik heb aangegeven dat ik graag om tafel wilen een totaalpakket met acties wil; ik wil dat we het probleem met dievuilnisbakken gaan oplossen, ik wil dat er meer inzamelpunten gaankomen, ik wil dat we de viezigheid bij supermarkten gaan aanpakken. Datwil ik uiteindelijk op een goede manier oplossen, het liefst met eenpositieve prikkel. Daarom heb ik die brief vorige week naar uw Kamergestuurd, want dat is uiteindelijk mijn doel. Daarbij heb ik ook gezegd datik geen voorstander ben van het verhogen van het statiegeld. Daarmeeraak je mensen in hun portemonnee en het lost niks op van de problemendie ik net noemde, want de blikjes zullen alleen maar harder uit devuilniszakken worden getrokken en de vuilnisbakken zullen alleen maarharder worden opengetrokken. We zullen eerst de basis op orde moetenkrijgen.U stelde mij ook nog een vraag over de motie. Ik heb gezegd dat ik eersthet hele plaatje wil bezien, voordat ik overga tot het invoeren vanstatiegeld op sapflessen. Mijn voorganger heeft dat opengelaten, maar ikdenk dat het echt goed is als we met een totaalplan komen: hoe gaat hetop dit moment, waar zitten de problemen voor mensen en kunnen we datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39120 oplossen op een manier waarmee zichtbaar stappen worden gezet? Dat ishet traject dat ik eerst wil aflopen voordat ik een stap zou willen zetten opdat onderdeel.De voorzitter:Is dit het einde van het blokje, Staatssecretaris?Staatssecretaris Aartsen:Ja.Mevrouw Wingelaar (NSC):Maar dan gaat u voorlopig de motie, die in meerderheid is aangenomen,dus niet uitvoeren? Er is gewoon een meerderheid om statiegeld op allesapflessen in te voeren. Maar nu moeten we dus wachten op eentotaalpakket?Staatssecretaris Aartsen:Ik weet dat die motie is aangenomen, maar ik vind het op dit momentonverstandig om die uit te voeren, om een aantal redenen. De eerstereden is dat ik graag dat totaalpakket wil zien. Als we nu weer een nieuwestatiegeldverplichting introduceren, denk ik dat dat niet bijdraagt aan hetoplossen van de problemen. Ook wil ik goed kijken waar je nou statiegeldop heft en waar niet. Er zijn namelijk ook partijen die mij oproepen omstatiegeld te heffen op batterijen, op matrassen. We moeten ergens eengrens trekken waar we statiegeld wel en niet op willen gaan heffenvoordat je die totale breedte in gaat. Op dit moment merk ik dat hetdraagvlak voor het stelsel onder druk staat vanwege het feit dat erzichtbare problemen zijn. Die zou ik graag eerst willen oplossen, alvorensik een stap zet om de statiegeldverplichting uit te breiden.De heer Buijsse (VVD):Ik zoek toch even naar ... Er is natuurlijk door de ILT een last onderdwangsom aan Verpact opgelegd. Hoe kijkt u daar op dit moment tegenaan?Staatssecretaris Aartsen:De inspecteur-generaal is natuurlijk onafhankelijk. Die heeft zich te houdenaan de wet- en regelgeving. Op basis daarvan heeft hij een last onderdwangsom afgegeven. Het is aan hem om dat te doen. Ik denk dat hetterecht is dat een partij druk wordt opgelegd om die doelen te halen. Watde invulling ervan betreft het volgende. ILT heeft Verpact een aantal optiesmeegegeven. Een van die opties zou het verhogen van het statiegeldkunnen zijn. Daar heb ik zowel Verpact als uw Kamer van laten weten datik daar geen voorstander van ben.De voorzitter:Tijd voor het blokje SUP.Staatssecretaris Aartsen:Over SUP zijn ook een aantal vragen gesteld. Laat ik met de leukstebeginnen. Het Wilhelminapepermuntje is volgens mij weg, maar ik herkennatuurlijk wat de heer Boutkan steeds probeert te zeggen. Ik zal zo detechnische uitleg erbij geven, maar ik herken wel het hele punt. Ik heb zelfeen dochter. Heel veel mensen met jonge kinderen verlangen weleensnaar de tijd dat er een plastic rietje was, omdat dat papieren rietje tochbest ingewikkeld is als je naar de Efteling gaat. Tegelijkertijd ben ik enormenthousiast over het feit dat er al enorme stappen zijn gezet. Een aantaljaren geleden hadden we hier in de Kamer allemaal nog papierenbekertjes. Dat ging er ook bij mij als Kamerlid destijds in een behoorlijktempo doorheen. Als Kamerlid moet je fit blijven, en daar heb je veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39121 koffie voor nodig. Er gaat dus veel doorheen. De eerste twee, driemaanden hebben we met elkaar best lopen vloeken over die bekers, maarinmiddels zien we dat dat systeem goed werkt. Dat zie ik ook op mijnministerie en dat zal voor veel kantoorplekken gelden. Na een gewen-ningsperiode worden die stappen wel gezet. Ik denk dat dit zo’nonderwerp is waar ik graag met het bedrijfsleven wat verder over wildoorpraten: hoe gaat het op dit moment?Ik heb in de Kamerbrief over de motie-Buijsse ook geschreven dat ik graagnog wat meer tijd zou willen hebben voor het dilemma rond hetkartonnen bekertje. Aan de ene kant herken ik het beeld dat er een aantalknelpunten zijn in de sector, maar ik zie ook dat dingen heel goed gaan. Ikzou het zonde vinden als we dat onderdeel nu kwijtraken. Ook hier zie jeweer dat bedrijven aan de ene kant hebben geïnvesteerd en vooruit willenen dat bedrijven aan de andere kant zeggen: ik wil wel maar het is zoingewikkeld, ik kom in de knel. Dat zien we bij het gebruik van plasticzowel ter plaatse als voor de consumptie onderweg in het kader van deSUP. Daarom heb ik gezegd dat het verstandig is om samen met hetbedrijfsleven te kijken naar wat verstandig is om te doen als we zeggen:dit zijn de doelen en daar willen we naartoe. Dat is ook een beetje hoe ikgraag de motie-Buijsse zou willen uitvoeren. Ik ga daar op dit momentnog geen besluit over nemen. Ik ga eerst met de ketens het gesprek aanover de vraag of we een manier kunnen vinden om het, daar waar hetknelt, anders in te richten. Maar daar waar het goed gaat – ik noemde alde kantooromgevingen – zou ik het wel heel zonde vinden als we daarterug zouden gaan naar waar we waren. Dan gaan je een paar stappen«back to the future», zou ik willen zeggen. Dat is dus een beetje hetdilemma dat ik probeer te balanceren: aan de ene kant oplossen waar hetknelt, zonder de andere kant weg te gooien.Voorzitter. Het wordt technisch nu. Dan over de Wilhelminapepermuntjesen het bredere punt dat de heer Boutkan al best een tijd maakt: hoe zit hetnu met de definitie van kunststof en kunststofproducten voor eenmaliggebruik? Zijn wij als Nederland niet strenger dan de rest van Europa? Heteerlijke antwoord daarop is, zoals de Duitsers zouden zeggen, «jein». Jaen nee. Aan de ene kant is het antwoord: nee, we zijn hier niet strengerop; de Europese definities nemen wij een-op-een over. Rustig, meneerBoutkan, ik kom zo bij het positieve deel van het antwoord. Als het gaatom de definitie van kunststof en de wetsteksten daarover zijn wij nietstrenger dan Europa. Waar zit nou het discussiepunt? Ik heb oprechtgeprobeerd te luisteren naar de heer Boutkan. Hij heeft het al een aantalkeren eerder proberen aan te geven: de 5%-definitie. Waar wij alsNederland echt wel verbetering in kunnen laten zien, is de definitie in deregeling. Dan hebben we het over de aanwezigheid van kunststof in devorm van synthetische chemische additieven. Even platgeslagen hangthet antwoord op de vraag of het Wilhelminapapermuntje plastic of papieris, dus af van de definitie van kunststof, maar het hangt ook af vanhoeveel er wordt gebruikt aan de binnenkant en de buitenkant daarvan.Ik kan de heer Boutkan toezeggen dat we die regeling gaan aanpassen in2026. Ik zou dit punt daar graag in willen meenemen, zodat we het kunnenverduidelijken en niet iedere keer weer opnieuw de discussie moetenvoeren over de vraag of het nou wel of geen kunststof is. Ik wil dat dusverduidelijken en zeg toe dat ik dat graag samen met producenten wilgaan doen. Het zit ’m namelijk ook vaak in de uitleg van de wet- enregelgeving naar de praktijk toe. Ik denk dat het voor iedereen beter is alsdit gewoon duidelijk wordt, want we hebben er niks aan als we inNederland continu een discussie hebben over wat wel en wat niet. Datmoet gewoon duidelijk zijn. Gelet op mijn inleiding pleit ik er juist voor datdat op Europees niveau gelijk moet zijn, want dan hebben we ook eeneerlijk speelveld. Ik zeg de heer Boutkan dus toe dat we dat meenemen bijhet herzien van de regeling, zodat die gaat werken voor het bedrijfsleven.Nogmaals, dat doen we zonder dat we gelijk de winst weggooien die weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39122 met de SUP-regelgeving behalen. Ik hoop dat ik de vraag zo voldoendeheb beantwoord.De voorzitter:Het blokje is klaar, hè?Staatssecretaris Aartsen:Ja, voorzitter, dit blokje is klaar.De heer Boutkan (PVV):Ik dank de Staatssecretaris hartelijk voor het feit dat hij mijn inbrengenvan de afgelopen tijd over dit onderwerp ter harte heeft genomen.Misschien moet ik hem toch een klein beetje temperen, want hij verwijstregelmatig naar het bekertje en zegt dat dat er niet meer zou zijn, maar ikgeloof dat we er nog wel honderdduizenden van hebben in dit gebouw.Wij schijnen dus niet aan die richtlijn te voldoen. Maar dat terzijde. Ik benwel blij, maar het punt is dat die definitie ... Ik heb er een aantalvoorbeelden van hoe dat in Europa wordt uitgelegd. Ik ben heel blij. Ikhoop dat u de sector echt gaat betrekken bij dat onafhankelijke onderzoeken het uitzoeken daarvan. Maar laat ik ook positief zijn. Bijvoorbeeld opfestivals, waar hardplasticbekers worden gebruikt ...De voorzitter:Meneer Boutkan, het is geen inbreng.De heer Boutkan (PVV):Mijn vraag is ...De voorzitter:Heel goed.De heer Boutkan (PVV):Mijn vraag is hoe de Staatssecretaris die twee tegenpolen – want ze lopenmekaar te bestoken – tot één oplossing gaat brengen.Staatssecretaris Aartsen:Misschien op het eerste punt. Ik ben overigens heel benieuwd waar diebekertjes hier in het gebouw dan staan; ik denk ergens in de PVV-vleugelachter slot en grendel. We zien dat het op een aantal plekken echt goedgaat. Ik snap partijen als de uwe. Zij zijn vanuit dat perspectief kritisch opde wet- en regelgeving, maar als we zien dat het goed werkt – we zien opheel veel plekken dat mensen koffiedrinken uit een mok in plaats van datze honderd bekers op een dag verbruiken – dan vind ik het echt zonde omterug te gaan naar de oude situatie. U heeft het altijd over «realistisch»,dus laten we daar dan ook pragmatisch en realistisch in zijn. Het zouzonde zijn als we hier allemaal weer uit die oude bekers gaan drinkenterwijl het op deze manier ook prima functioneert.Uw vraag over de hardcups wil ik echt even goed met de sector zelfbespreken, want daar zie ik echt wel een dilemma tussen aan de ene kanthet anticiperen op wat nu vereist is en aan de andere kant de praktijk bijevenementen en sectoren. Ik kom zelf uit het zuiden van het land. Daarhebben we ieder jaar na carnaval de discussie over de vraag of de pilotmet de plastic bekertjes nou wel of niet succesvol was. Datzelfde zien weook bij de Nijmeegse Vierdaagse et cetera et cetera. Ik wil samen met desectoren en de lokale overheden bekijken wat nou wijsheid is. Ook hier wilik de knip maken tussen wat we uiteindelijk willen bereiken en hoe we datdan gaan regelen en of de overheid dan tot drie cijfers achter de kommaprecies moet voorschrijven hoe het allemaal zou moeten. Van dat laatsteben ik geen enorme fan. Soms is dat verstandig, soms niet. Daarom vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39123 ik de Kamer om ruimte om dat nog eens goed, alles overziend, mee tenemen bij de aanpassing van de SUP-richtlijn.De voorzitter:Dat leidt niet tot aanvullende vragen. We vliegen er mooi doorheen. Wegaan naar het blokje Plastic Tafel.Staatssecretaris Aartsen:Ik probeer inderdaad zo veel mogelijk vragen in dit verhaal mee te pakken,dus als een aantal vragen niet zijn beantwoord: laat het dan vooral evenweten.De voorzitter:Komt helemaal goed. En houd het tempo erin, zou ik u willen verzoeken.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. Dan kom ik bij het onderdeel plastic en de Plastic Tafel. Ik zeinet al dat het jammer is dat het mondiaal plasticverdrag in Genève ismislukt. Dat had een eerste stap kunnen zijn op weg naar minder nieuwplastic, minder giftig plastic en minder plasticafval. Voor Nederland zoudat economisch gezien een mooie kans kunnen betekenen, want danzouden we meer gerecycled en bioplastic in Nederland kunnen gaanproduceren, kwalitatief beter, veiliger en schoner plastic kunnen gaanproduceren en uiteindelijk ook meer kunnen investeren in onze recycling,wat voor onze bedrijven weer heel goed zou zijn. Ik heb aangegeven dat ikgraag wil proberen om in Europees verband daar nog afspraken over temaken.Ik noemde net al het belang van de positie van recycling- en bioplasticbe-drijven. Die staan onder druk. Banen staan daar onder druk. Dat is ook dereden waarom op dit moment het Ministerie van KGG en IenW samen metde RVO kijken naar een overbruggingskredietregeling. De heer Bamengavan D66 vroeg daar ook naar. We zijn op dit moment druk bezig om diegoed vorm te geven, zodat bedrijven daar ook een beroep op kunnendoen. Het is natuurlijk wel belangrijk dat er uiteindelijk ook een stap wordtgezet om die bedrijven te beschermen tegen oneerlijke concurrentie vanbuiten de Europese Unie. Dat zal ik in september en oktober ook met mijncollega’s verder bespreken.Ik sluit me aan bij de complimenten die zijn uitgedeeld aan de PlasticTafel. Ik ben ook heel blij met de resultaten daarvan. Ik kan op dit momentnatuurlijk nog niet te veel zeggen over de uitwerking bij Prinsjesdag, maarik denk dat het wel belangrijk is om te zeggen dat de oplossingen die zijnaangedragen bij de Plastic Tafel, geen oplossing zijn voor de technischedekking die in de Voorjaarsnota stond, namelijk die 567 miljoen euro. Datis best een ingewikkelde uitdaging geweest. Ik heb net ook een aantalkeren termen als «heffing», «norm» en «hefboom» over en weer ziengaan. Het is wel goed om te beseffen dat in het hoofdlijnenakkoord, in hetregeerakkoord van dit kabinet initieel het idee van de plastic-heffing wasopgenomen. Daar waren, denk ik terecht, vanuit de inhoud een aantalkritische opmerkingen over.Wij hebben als kabinet gezegd: we willen daar graag mee aan de slag metde Plastic Tafel. Daar is weliswaar een hefboom uit gekomen – daar zal ikzo iets meer over zeggen – maar geen bedrag dat we in plaats daarvankunnen zetten. Ik zeg er toch maar even bij dat we geen geldboom hebbenstaan bij het Ministerie van IenW. Dat bedrag – dat is overigens eenverantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Financiën, zeg ik er ooknog bij – was een technische dekking. We zullen op Prinsjesdag verderappreciëren hoe we daarop zullen uitkomen. Misschien is het goed om tezeggen dat ik de positie van de afvalstoffenbranche echt wel begrijp.Samen met de collega’s van KGG en Financiën hebben we de werkgroepAfvalsector ingesteld om opnieuw te zoeken naar een oplossing voor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39124 probleem dat ze hebben met het feit dat dat bedrag in de boeken staat,om het zo maar even te noemen, maar die oplossing is er op dit momentnog steeds niet. Wel hebben wij gezegd: laten we kijken hoe we de sectoriets van ruimte kunnen geven om te zoeken naar die oplossing. Daaroverhoop ik u meer te kunnen vertellen na Prinsjesdag.Dan de appreciatie van de circulaire hefboom. Ik vind dat oprecht eeninteressant idee, omdat ik denk dat het een positieve bijdrage levert aande recyclebranche, waarmee echt een stap vooruit wordt gezet omuiteindelijk, heel organisch, vraagcreatie te krijgen, wat goed is voor diebedrijven en voor de sector. Voor zowel recycle- als bioplastics zie ik daarecht wel stappen voor, maar ik moet ook realistisch zijn. Dat realisme zit’m in het feit dat we op dit moment geen grondslag hebben voor zo’nhefboom.De heer Gabriëls vroeg: kunt u toezeggen dat u dat wettelijk gaat borgen?Het antwoord daarop is: nee, helaas niet, vanwege twee redenen. Wehebben op dit moment geen grondslag daarvoor. Als we die grondslagzouden hebben, zou ik het overigens nog steeds niet op nationaal niveaudoen. Dan zou ik het op Europees niveau willen doen, want als we het opnationaal niveau doen, hebben we nog steeds hetzelfde probleem als wemet de heffing en de norm hadden: als je het in Veldhoven produceert,valt het er wel onder, en als je 10 kilometer naar beneden gaat, naarLommel, valt het er niet onder. Dat vind ik lastig in een mondiale wereld.Mijn ambitie blijft dus om dat op Europees niveau te doen.Op dit moment is de hefboom – ik verwijs naar mijn collega, de Staatsse-cretaris van Financiën – niet in lijn met de begrotingsregels, die eensplitsing kennen tussen inkomsten en uitgaven. Daar komt nog bij dat weop dit moment helaas geen functioneel digitaal productpaspoort hebben.Dat komt er helaas pas op zijn vroegst in 2029, maar ik kan u wel zeggendat wij op dit moment met een non-paper bezig zijn om vanuit Nederland,samen met collega-landen, te kijken of we de kar kunnen gaan trekken omhet probleem dat onderliggend is aan de hefboom te adresseren. Ik denknamelijk dat daar uiteindelijk wel de toekomst zal liggen en dat we zullenmoeten zeggen: op de Europese markt stellen we een aantal eisen aan hetpercentage recyclaat, het percentage bioplastics, whatsoever, zodat weperspectief bieden voor een schone economie in Europa en zodat we onzeschone economie ook beschermen tegen oneerlijke concurrentie vanuitChina.Ik hoorde de zorg van de heer Buijsse over de chemische recycling. Ik kande heer Buijsse geruststellen: als kabinet zien wij chemische recycling welals noodzakelijke technologie. Wat mij betreft is die aanvullend opmechanische recycling en hebben we beide nodig.Tot slot nog een aantal zaken. Het hele idee van de circulairesectortafelwillen we omarmen. Ik zal zo nog iets zeggen over textiel, maar wat mijbetreft komt dat later terug in het Nationaal Programma CirculaireEconomie, waarin we gaan kijken of we dit soort concepten op meerdereketens kunnen plakken, waarbij we zeggen: we gaan de hele sector, dehele keten, aan tafel zetten, zodat die zich committeert aan een bepaaldedoelstelling en zodat de sector zelf, de ondernemers zelf, maatregelenbedenken en voorstellen doen.Ik kijk even of ik dan alle vragen heb behandeld. Ik denk het wel.De voorzitter:Dan zijn we toe aan de vragen. Ik begin bij de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Volgens mij heb ik zojuist gehoord dat door een tussenkomst vanfractievoorzitters de heffing verplaatst is van de polymeerproducentennaar de afvalstoffenverbranding. Dan weten we met z’n allen dat dat opdie manier gebeurd is. Maar mijn vraag gaat over het volgende. De normis van tafel geveegd. Toen kwam er in plaats van de norm een PlasticTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39125 Tafel. Uit die Plastic Tafel komt een uitkomst waarvan iedereen, zoalsVNO-NCW, VNCI, NRK, zegt: die circulaire hefboom vinden we een goedeoplossing voor de norm die van tafel geveegd is door het kabinet, omtoch een soort marktcreatie te krijgen voor de circulaire bedrijven. Maarnu hoor ik dat de Staatssecretaris ook niks gaat doen met de circulairehefboom, die iedereen aan tafel wilde. Iedereen was blij met de PlasticTafel en de uitkomst daarvan, maar nu hoor ik dat er niks gebeurt metdeze uitkomst omdat er geen grondslag voor is. Wij hebben gevraagd: kande uitkomst van de Plastic Tafel, waar iedereen zo blij mee was en dieiedereen ondertekend heeft, daadwerkelijk juridisch, wettelijk, verankerdworden? Kan de Staatssecretaris daar nog eens op reageren? Want hetantwoord dat ik nu hoor, is tweeledig. De Staatssecretaris geeft tenaanzien van de heffing nog geen duidelijkheid aan de afvalverbrandings-centrales. Dat is één ding. Daarnaast ziet hij ook geen grondslag voor decirculaire hefboom. Op mij komt het nu dus over als: niets, niets, geenresultaat, vertraging, stilstand, de norm van tafel en geen oplossing. Kande Staatssecretaris daar nog op reageren? Kan hij in ieder geval uitleggenwat hij gaat doen met de uitkomsten van de Plastic Tafel ten aanzien vande circulaire hefboom?Staatssecretaris Aartsen:Een paar punten. Allereerst: de heffing is uiteindelijk omgezet in eentechnische dekking in de Voorjaarsnota.Dan het punt ten aanzien van de afvalbranche; ik zeg het even breed. Hetidee was dat de Plastic Tafel daar een oplossing voor zou vinden. Ik benheel blij met waar de Plastic Tafel mee is gekomen, maar ik moet ookconcluderen dat het er voor het bedrag dat bij de rijksoverheid in deboeken staat – de rijksbegroting moet onder aan de streep uitkomen – nietin zat. Daar is de sector, de Plastic Tafel, zelf ook eerlijk over geweest: datis niet gelukt. Als reactie daarop hebben wij gezegd dat we met eenwerkgroep Afvalsector gaan kijken of we daar alsnog een oplossing voorkunnen vinden. Nogmaals, voor de exacte inboeking moet u echt evenwachten tot Prinsjesdag; daar kan ik op dit moment niet op vooruitlopen.Wat betreft de hefboom: ik sta zeer positief tegenover dat idee, maar ikkan niet toveren. Als er geen wettelijke grondslag is op Europees niveau,wordt het wel ingewikkeld. Dan kan het nog steeds in een rapport staanen dan kan ik het nog steeds een heel interessant idee vinden, maar als degrondslag er niet is, is het heel ingewikkeld om daarvoor een wetsvoorstelte maken en daarop een heffing te laten plaatsvinden. Je kunt geenheffing laten plaatsvinden op een grondslag die er niet is. «Die er nóg nietis» moet ik zeggen, want de productgroep digitaal paspoort is op ditmoment in de maak. Ik zou wél willen kijken of we dit idee en dezeplannen kunnen meenemen naar mijn Europese collega’s. We sprekenhierover in oktober. Ik heb aangekondigd dat ik met een non-paperdaarover zal komen om te kijken of we de boel in beweging kunnenkrijgen en kunnen versnellen voor de sector. Ik denk dat dat een belang-rijke route is. Uiteindelijk is dat de way forward wat mij betreft.De voorzitter:Ja, u mag zeker nog reageren, meneer Gabriëls. Ga uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):In het voorstel van de Plastic Tafel was een gelijk speelveld gewaarborgdomdat ook de import te maken krijgt met die heffing. De Staatssecretarisspreekt over een verkenning en zegt: we gaan het naar Europa brengen.Dat is dus totaal niet nodig, want de uitkomst van de Plastic Tafel goldjuist voor geïmporteerd én in Nederland geproduceerd plastic. Dit is echteen dooie mus. Het is precies zoals ik in mijn inbreng heb gesteld. Ervallen bedrijven om. We roepen ... Dat doet de Staatssecretaris ook. Hijroept in zijn inleiding hoe blij hij wel niet is met de circulaire bedrijven enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39126 hoe trots hij daarop is, maar vervolgens gaat de norm van tafel. Dan komter een Plastic Tafel. Vervolgens zegt de Staatssecretaris hier: voor deuitkomst van de Plastic Tafel is er geen grondslag, dus ik kan niks en ikdoe niks. De Staatssecretaris vindt het heel belangrijk, maar in detussentijd vallen er wel allerlei bedrijven om. Ik zou graag iets concreetswillen horen. Hoe gaat u ervoor zorgen dat de uitkomsten van de PlasticTafel, waar we met z’n allen zo blij mee waren, opgepakt worden en dat ereen marktcreatie komt voor die bedrijven, die nu bij bosjes omvallen?Want met dit antwoord ben ik niet gerustgesteld.Staatssecretaris Aartsen:Dan ga ik mezelf helaas toch herhalen. Als er geen grondslag is, kan ikgeen grondslag creëren. We zullen dat toch echt op Europees niveau metelkaar moeten doen. Daarvan heb ik al eerder gezegd dat ik die ambitiegraag zou willen tonen. Ik ga daarover spreken met mijn collega’s. Wekomen nog te spreken over een bredere aanpak voor plastic. We komenook nog te spreken over het nationaal programma. Dit is op dit momentde stand van zaken. Ik begrijp het ongeduld van de heer Gabriëls en datdeel ik ook – begrijp me niet verkeerd – maar de wereld is wel zoals hij isop dit moment. Er wordt op Europees niveau druk gesproken overantidumpingmaatregelen. Ik heb dat bij de Eurocommissaris in Genève alaangekaart. Ik heb dat bij mijn Franse collega’s al aangekaart. We moetenhier echt stappen in zetten. De collega voor Buitenlandse Handel is daarook mee bezig. Daar wordt op dit moment druk over gesproken. Dat is,denk ik, uiteindelijk de route die we met elkaar moeten volgen.De voorzitter:Even kijken. U heeft nog één interruptie, meneer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Die ga ik nu niet inzetten, maar ik wil wel graag antwoord op de vraag dieik gesteld heb en waar ik nog geen antwoord op heb gekregen. Als dit heteinde van het blokje is, hoor ik graag of de Staatssecretaris bereid is omde alternatieven voor de plastic-heffing die ik in mijn inbreng genoemdheb uit te werken. Dan heb ik het dus niet over de hefboom, want ik ben erultrateleurgesteld over dat daar niets mee gebeurt, maar oké.Staatssecretaris Aartsen:Mag ik daar in tweede termijn op terugkomen? Vindt u dat oké? Dan zal ikdaar uitgebreid op terugkomen.De voorzitter:Dan doen we dat zo.De heer Buijsse (VVD):Ik heb het gevoel dat er in dat laatste stukje debat wat feitelijke informatiedoor elkaar loopt en dat zou ik willen blootleggen. Je hebt twee dingen:de norm en de heffing. Als alternatief voor de norm heeft de Plastic Tafelgesproken over het creëren van vraag, over vraagcreatie. Daarop zijn tweetypen reacties, voorstellen, gekomen bij de Plastic Tafel. Brand ownershebben en masse, durf ik bijna te zeggen, aangegeven op vrijwillige basisrecyclaat te gaan kopen van Nederlandse producenten. Het tweede is dater commitment vanuit de keten is gekomen voor een hefboom. Beide zijnbedoeld om vraagcreatie te stimuleren. Ik heb het gevoel dat het in hetlaatste stukje debat enkel en alleen gaat over de hefboom, maar het puntis het volgende. Als je kijkt naar het eerste deel, naar de optelsom van devrijwillige bijdrage van de brand owners, dan zie je dat het gaat om115.000 ton circulair plastic, wat overeenkomt met 265.000 kilotonCO2-reductie. Dat komt neer op ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39127 De voorzitter:Sorry, ik ga toch ingrijpen. We doen geen inbreng tijdens een interruptie.U kunt een vraag stellen aan de Staatssecretaris, maar u bent een heleinbreng aan het doen. Ik wil u dus vragen om een vraag te stellen.De heer Buijsse (VVD):Ik snap uw punt heel goed, voorzitter, en alle begrip daarvoor, maar ik wildit wel de wereld uit helpen, want anders gaat het hier echt mis. Mijnvraag is of we het kunnen borgen, want daar heeft de Staatssecretaris inzijn beantwoording nog niet bij stilgestaan. Kunnen we die twee zakenjuridisch borgen? Enerzijds heb je dus de hefboom. Dat duurt langer; dathoor ik. Anderzijds heb je de vrijwillige inzet van de brand owners. Kandie ook juridisch geborgd worden? Want daarmee worden op kortetermijn de effecten van het van tafel vegen van de norm tenietgedaan.Staatssecretaris Aartsen:Misschien toch nog even over die hefboom, want dat is een goede vraag.Ik vind dat de heer Gabriëls net even iets te hard afconcludeert. Er is eenhefboom voorgesteld. Daarvan heb ik gezegd dat we dat een zeerinteressant idee vinden, maar een hefboom moet ergens op gebaseerdzijn. Die is gebaseerd op een digitaal productpaspoort. Dat is degrondslag. Dat digitale productpaspoort wordt in 2029 operationeel. Deheer Gabriëls vraagt nu aan mij: kunt u in 2027 iets instellen om hetoperationeel te maken? Dat lukt op dit moment dus niet. Dat is denk ik ookeen beetje het dilemma waar wij met elkaar voor staan. Ik wijs het ideedus niet af. Laat ik dat hier nog een keer heel duidelijk zeggen: ik wijs hetidee van de hefboom niet af. Ik vind dat een interessant idee. Ik heb er ookmet mijn collega van Financiën over gesproken: kan dat binnen debegrotingsregels, kunnen we daar iets voor verzinnen? Daar gaan we dekomende tijd mee aan de slag. Daar kom ik ook zeker op terug, maar ikprobeer er ook een stukje realisme in te brengen. Dat ten aanzien van dehefboom.Er wordt nu gesproken over het juridisch borgen ervan. Nogmaals, we zijnop dit moment aan het kijken naar een goede reactie op het totaalpakketvan de Plastic Tafel. We kijken wat we daarin kunnen versnellen en hoe.Het zijn uiteindelijk wel vrijwillige afspraken van een beperkt aantalbedrijven. Ik vind dat we dat enorm moeten toejuichen en dat we diebedrijven daarmee moeten complimenteren, maar ik zou niet weten hoewe dat moeten gaan borgen, omdat het slechts een aantal bedrijvenbetreft. Wel zou ik willen kijken – dat nemen we mee in het NationaalProgramma Circulaire Economie – of je dat aan de inkoopkant vanuit deoverheid zou kunnen verstevigen. Ik denk dat daar echt nog wel wat winstte behalen is. Ik kan u toezeggen dat we dit meenemen in het NationaalProgramma Circulaire Economie.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, mijn naam werd genoemd en er werd gezegd dat ik te snelafconcludeer. Dat is een persoonlijk feit. Mag ik daarop reageren?De voorzitter:Ik bepaal of u het woord krijgt. U neemt nu zelf het woord en dat kan niet.Laten we de orde van dit debat wel bewaken. Ik heb de vinger vanmevrouw Wingelaar gezien, maar als u een punt van orde heeft, mag udat nu maken.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De Staatssecretaris zegt dat ik te snel afconcludeeren noemt vervolgens niets concreets waarmee hij de uitkomsten van dePlastic Tafel wél gaat uitvoeren. Daarnaast wordt er nog een enorme foutgemaakt, want er wordt gezegd dat dat digitale productpaspoort inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39128 Europa pas in 2029 gaat gelden, terwijl dat voor textiel al in 2027 ingaat.Dan moet je nu al beginnen te schrijven en het nu al koppelen aan die wetdie in 2027 ingaat, omdat het nu ... Ik concludeer gewoon af dat er geenenkele concrete uitkomst van de Plastic Tafel overgenomen wordt doorhet kabinet en dat er dus niks gedaan wordt aan de borging en dat er niksgedaan wordt met de hefboom. Dat wilde ik even rechtzetten.De voorzitter:Ik vind dit lastig, want feitelijk is dit geen feitelijke opmerking. Het is eenmening van u tegenover die van de Staatssecretaris. Ik geef het woordweer aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Om het toch even correct te houden: volgens mij wordt er geen rechtgedaan aan de heer Gabriëls en daarmee ook niet aan mij. Om evencorrect te zijn: het voorstel van de Europese Commissie is voor 2027 –wacht, ik ben nog niet klaar! – met 2029 als jaar van inwerkingtreding. Datzijn twee verschillende zaken. Zoiets moet natuurlijk wel duidelijk zijn.Volgens mij zit daar nu even de spraakverwarring in. Ik blijf herhalen dathet geen onwil is, maar het moet allemaal wel kunnen en het moet ergensop gebaseerd zijn. We gaan mensen ook niet blij maken met een dooiemus. Ik blijf herhalen dat wij het idee van de hefboom omarmen en dat ikdat in oktober ook op Europees niveau zal bespreken met mijn collega-Ministers. Ik heb dit al besproken met mijn collega-Minister van Frankrijk:zijn dit nou geen zaken waarin wij samen kunnen optrekken? Dat geldt alhelemaal na het mislukken in Genève. Daar hebben we intensief contactover, maar dit is op dit moment wel wat het is. Dat is mijn reactie op dewoorden van de heer Gabriëls.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik hoor. Ik begon met de noodklok te luiden.Ik heb gezegd: dit is gewoon een crisis in slow motion. Hoeveel ronde-tafels hebben we niet gehad waarin iedereen vroeg om een norm? Unoemde het net «niet uitvoerbaar», maar dat was helemaal niet dediscussie. De discussie was: waar moet het aangrijpingspunt liggen, duswaar gaat die norm pijn doen? Die werd van tafel geveegd. Nou, toenkwam de Plastic Tafel. Fantastisch. De circulaire hefboom – sorry, ik wordnu een beetje ... – is cruciaal, maar die wordt hier eigenlijk gewoon vantafel geveegd. Wat gaat u dan wél doen? Want anders – dat heb ik ookgezegd – klopt mijn constatering dus: we blijven weer achter metvrijwilligheid. Dat hebben we al een keer geprobeerd en dat is niet gelukt.Wat gaat u doen?Staatssecretaris Aartsen:Ik deel de frustratie van mevrouw Wingelaar, maar met die frustratie kanik er niet voor zorgen dat het digitale productpaspoort naar voren wordtgehaald van 2029 naar 2026. Daar moeten we ook gewoon realistisch overzijn. Ik kan wel het gesprek aangaan op Europees niveau. Ik heb in Genèvemijn collega uit Frankrijk gesproken, ik heb mijn collega uit Denemarkengesproken, ik heb met de Eurocommissaris en met mijn collega uitFinland hierover gesproken. Wij zullen zelf ook op zeer korte termijn meteen non-paper over dit onderwerp komen, zodat we kunnen kijken wat wekunnen versnellen, hoe we het idee van die hefboom vlot kunnen trekkenen welke punten we kunnen overnemen. Maar ik denk dat we ook eerlijkmoeten zijn. Als u mij vraagt of het lukt om het in 2027 te doen, dan is hetvoor mij het makkelijkst als ik nu gewoon ja zeg en in 2027 zeg: o nee, hetis toch niet gelukt. Dat is in ieder geval niet hoe ik al Staatssecretarispolitiek zou willen bedrijven. Ik probeer hier oprecht antwoord te gevenop vragen, gebaseerd op wat er in Europees verband gebeurt. Ik probeerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39129 in Europees verband te kijken of we dingen kunnen versnellen en voorelkaar kunnen boksen. Dat is denk ik wat we kunnen doen.De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie, meneer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voor de zomer werden de plastic-heffing en de circulaireplasticsnorm vantafel geveegd. Toen is gezegd: dat gaan we allemaal oplossen in deCirculaire Plastic Tafel; daar krijgen bedrijven in de ketens de kans omdaar een oplossing voor te bedenken. Als dat niet lukt bij de heffing, danvallen we terug op de afvalverbrandingscentrales waarvan hier devertegenwoordigers aanwezig zijn, die ons massaal benaderd hebben.Maar gaat de Staatssecretaris dan ook terugvallen op de norm die toenvoorlag? Want u kunt dus niks doen met deze grondslag. Waarom valt udan niet terug op de norm?Staatssecretaris Aartsen:Omdat wat mij betreft die heffing daar los van staat. In de Voorjaarsnotazat een technische dekking. Daar is een oplossing voor gezocht. Dieoplossing is vanuit overheidsperspectief – daarbij verwijs ik nogmaalsnaar mijn collega van Financiën – niet gevonden. Daar is wel een anderinteressant idee uit gekomen, namelijk die hefboom. Die probeer ik teomarmen en ik kijk op welke wijze dat mogelijk is. Maar ook die hefboomgaat niet de oplossing vormen voor een financiële uitdaging in derijksbegroting. Dat staat los van elkaar. In de Voorjaarsnota is onderanderen door de vier fractievoorzitters besloten om de heffing teverplaatsen naar een technische dekking rondom de afvalsector. Weproberen met de afvalsector te kijken hoe we ook daar kunnen zoekennaar een alternatief. Dat is op dit moment wel de stand van zaken. Ikverwijs daarbij nogmaals naar de Voorjaarsnotabesluitvorming die heeftplaatsgevonden.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, de vraag ging over de norm en niet over de heffing.De voorzitter:Ik vraag de Staatssecretaris om daar nog op te reflecteren.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja! Valt ...De voorzitter:Maar ik wil als voorzitter wel aangeven dat u niet buiten de microfoonkunt ja-en en nee-en dwars door de Staatssecretaris heen. Ik wil graag deorde van het debat bewaken. Ik snap dat het best een emotioneel debatkan zijn, maar ik denk dat het goed is dat we elkaar laten uitpraten. Ik geefu echt ruimschoots de gelegenheid om hier feitelijkheden te adresserenen uw interrupties netjes te doen. Ik geef de laatste interruptie nog éénkeer door aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Ik sloeg net even aan op het eerste punt van de heer Gabriëls, dat welover de heffing ging. Vandaar dat ik dit punt nog even wilde maken. Op ditmoment maakt de norm geen onderdeel uit van het beleid. Als uw Kamerdat anders wil beslissen, dan is dat aan u. Ik heb op dit moment te makenmet een sector waar wat mij betreft ook echt goede energie in zit; het iseen sector die iets wil. Ik blijf herhalen dat ik op Europees niveau blijfkijken wat we daar kunnen doen om die sector te helpen. Een norm opnationaal niveau vind ik onverstandig, omdat je daarmee het speelveldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39130 nog ongelijker maakt. Je zult dit dus echt op Europees niveau moetendoen, zoals we dat met meer onderdelen doen als het om de gelijke marktgaat. Dat is waar ik in ieder geval de komende tijd op zal inzetten.De heer Buijsse (VVD):De Staatssecretaris heeft een aanzet gegeven tot een antwoord op mijnvraag over het borgen van de vrijwillige inzet van de brand owners. Ik zoutoch eigenlijk een iets steviger antwoord van de Staatssecretaris willenkrijgen. Ik geloof er wel in dat wat is afgesproken aan de Plastic Tafelomgezet kan worden in minder vrijblijvende afspraken die juridischgeborgd zijn. Ik geloof dat het wel kan en dat het via een convenants-structuur of iets dergelijks kan; of zoek een list. Want die vrijwilligebijdrage is even hoog als wat de norm zou opleveren. Dan hoeven we hetdaar ook verder niet meer over te hebben.Staatssecretaris Aartsen:Ik zal met de sector nog bespreken hoe we dit kunnen verbreden. Op ditmoment gaat het om – ik zeg het even uit mijn hoofd – 21 bedrijven diezich hieraan gecommitteerd hebben. Het zou goed zijn als nog meerbedrijven zich daaraan committeren. Dat kan ik dus toezeggen. Daarnaastricht ik mijn pijlen in het NPCE ook op de inkoop, omdat ik denk dat daarook een enorm voordeel te behalen is. De overheid is een enorme inkoper.De Plastic Tafel heeft daar ook het een en ander over gezegd. Daar voeg ikhet volgende aan toe: waar voor mijn departement circulariteit belangrijkis, zijn voor inkoopafdelingen soms andere dingen leidend. Daar ligt weleen mooie kans als het gaat om marktcreatie. Daar zou ik dus heel graageen tandje bij willen zetten.De voorzitter:Meneer Gabriëls, u heeft nog een onbeantwoorde vraag?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Precies. Die vraag luidde: gaat de Staatssecretaris verschillende alterna-tieven voor de plastic-heffing uitwerken?De voorzitter:Ik kijk even naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Ik heb net gezegd dat ik in tweede termijn terugkom op de alternatievenvoor de norm. Ha, precies, nou gaan er echt dingen door elkaar heenlopen! Ik kom daar met goedvinden van de heer Gabriëls op terug in detweede termijn, want dat had ik toegezegd. Anders gaan er echt dingendoor elkaar heen lopen en dat zou ook geen recht doen aan de bijdragevan de heer Gabriëls.De voorzitter:Dan doen we dat in de tweede termijn. Volgens onze administratie bent unu toe aan het blokje textiel.Staatssecretaris Aartsen:De heer Buijsse vroeg mij om in te gaan op de uitnodiging van de TextielTafel. Het antwoord daarop is: ja, maar niet alleen de textielsector. Ik zoudat juist ook willen verbreden, met dien verstande – dat zei ik net ooktegen mevrouw Wingelaar – dat daar dan wel bepaalde doelstellingen bijhoren die we met elkaar moeten gaan halen. Die aanpak zou een mooiekans kunnen zijn om ervoor te zorgen dat de sector een goede beweginggaat maken – de wil daartoe is er vaak ook – op een manier die ook echtpast bij de dagelijkse praktijk van ondernemers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39131 Dan de motie-Stoffer over de aanpak van ultrafast fashion. Heel eerlijkgezegd krijg ik daarover wel mixed signals vanuit de Tweede Kamer. Aande ene kant ligt er het voorstel om te kijken naar een reclameverbod enaan de andere kant is zowel in het regeerakkoord als regelmatig in motieshet verbod neergelegd om niet met nationale koppen op Europesewetgeving te komen. Die twee laten zich soms lastig verenigen. Op ditmoment kijken wij nog naar een goede invulling van het punt dat wegraag willen aanpakken, namelijk die ultrafast fashion, want volgens mijkunnen we daarvan stellen dat we het met z’n allen vervelend vinden datop een niet-duurzame manier spullen van buiten de Europese Unie, vaakop een oneerlijk speelveld, hier in Nederland worden verkocht die zoweleconomisch als ecologisch slecht zijn.Dat was het kopje textiel, voorzitter. Ik kom nu bij kleinere kopjes.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik heb nog een vraag over de Textiel Tafel. Ik zei net dat ik het allemaal eengoed idee vond, totdat ik net hoorde dat wat de Plastic Tafel had bedachtook van tafel is. Dus hoe voorkomen we dat we bij de Textiel Tafel, waarook hele cruciale keuzes gemaakt moeten worden, of het nou gaat omultrafast fashion of andere zaken, dadelijk weer met een oplossing komendie u dan ook van tafel veegt? Ik vind dit een hele belangrijke.Staatssecretaris Aartsen:Er wordt nu gedaan alsof ik een voorstel van tafel veeg. Ik daag u uit –laten we het dan andersom doen – om een voorstel te doen. Als u eenvoorstel heeft voor hoe we ervoor kunnen zorgen dat het digitaleproductpaspoort voor 2029 ingaat, sta ik daarvoor open; laat ik het dan zoverwoorden. Ik sta open voor voorstellen die ervoor zorgen dat hetdigitale productpaspoort sneller kan worden ingevoerd, want dan kunnenwe ook zo’n hefboom sneller invoeren. Dat is de uitdaging. Nogmaals, alser zo’n voorstel is, sta ik daarvoor open. Ik denk oprecht dat een TextielTafel een goed idee is; het is ook breder dan alleen textiel op anderezaken. Ik zei net al dat de Plastic Tafel is begonnen onder het gesternte vaneen financiële uitdaging. Ik zou in de nationale aanpak willen zeggen: ditzijn de doelen; daar kunnen sectoren zich aan committeren; dan gaan wesamen kijken naar goede oplossingen.De voorzitter:U bent helaas door uw interrupties heen. U kunt uw vraag bewaren voorde tweede termijn. Dan gaan we door naar het kopje UPV.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter, dank. Wat mij betreft is de uitgebreide producentenverantwoor-delijkheid echt een belangrijk instrument. We zien dat het op nationaalniveau al wordt ingezet en dat het een positief effect heeft. In mijnpleidooi in Europa zal ik ervoor pleiten om dit op Europees niveau teharmoniseren, want dan kun je een hoop zaken versnellen.De heer Buijsse vroeg of ik dit ook kan regelen voor onlineplatforms. Danverwijs ik nogmaals naar het traject dat we hebben voor geharmoniseerdeEuropese wet- en regelgeving. Ik ga me er, samen met mijn collega’s vanFrankrijk en België, voor inzetten om dit op te nemen in de EuropeseCircular Economy Act. Ik sta hier dus positief tegenover.Voor de UPV voor windturbines moet ik verwijzen naar mijn collega vanKGG, omdat de windturbines binnen het vergunningverleningstrajectonder haar vallen. Er worden al een aantal eisen gesteld aan het herge-bruik en het storten van composieten van windmolenbladen. Met debestaande wetgeving wordt het doel van deze motie dan ook al bereikt. Inhet kader van de regeldruk zou ik het dus onnodig vinden om daterbovenop te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39132 Dan vroeg de heer Gabriëls nog aan mij: kan er een hergebruikdoelstellingkomen voor de Stichting OPEN? Kan dat via een avv of via een UPV? Ookdaar sta ik positief tegenover. Volgens mij ligt hier juist een mooie kansom te kijken hoe we de grondstoffenpositie in Europa kunnen verstevigendoor hergebruik van de grondstoffen die zitten in e-waste, zoals we datnoemen; daarbij gaat het dus om gebruikte elektronica. Ik denk dat daarook vanuit de doelstellingen voor kritische grondstoffen, kritischematerialen – dat valt onder mijn collega van Economische Zaken – eenhele mooie kans ligt. We willen dus kijken of we die in de Europeserichtlijn voor e-waste kunnen opnemen.Dan de UPV voor luiers en incontinentiemateriaal. Daar vroegen de ledenBoutkan en Gabriëls naar. Ik wil eigenlijk tussen hen beiden in gaan zitten,omdat ik aan de ene kant zie dat er echt winst te behalen is als we op eengoede manier omgaan met luiers en incontinentiemateriaal, maar aan deandere kant ook wel zie welk sentiment het losmaakt als we dit niet op eengoede manier organiseren. Vandaar dat ik heb gezegd dat het verstandigis om hier wat tijd voor te nemen, zodat we goed onderzoek kunnen doennaar het draagvlak hiervoor en zodat we kunnen kijken waar je ditspecifiek zou willen doen. Voor huishoudelijke luiers, om ze zo maar evente noemen, zal dat misschien best een ingewikkelde stap worden, terwijler voor incontinentiemateriaal bij medisch gebruik of in verzorgings-tehuizen al bestaande infrastructuur is. Misschien zou je daarmee kunnenstarten. Met uw goedvinden wil ik dus eigenlijk tussen de heer Gabriëls ende heer Boutkan in gaan zitten, met het risico dat ik hen beiden teleurstel.We willen toch gaan kijken wat daar mogelijk is zonder het draagvlak vanmensen te verliezen.Dan is er hetzelfde dilemma bij het kopje overig. Ik begin bij debodemassen. De heer Boutkan vroeg mij of ik bereid ben toe te zeggendat ik het integraal wassen van bodemassen uit het Circulair Materia-lenplan zal halen. Ook hier zien we weer dat er een goede beweging wordtgemaakt door de sector, door bedrijven. Tegelijkertijd zien we datbedrijven tegen deze wet- en regelgeving aanlopen. Als u het mij hardvraagt, zou ik moeten zeggen: nee, ik ga het niet uit het Circulair Materia-lenplan halen, punt. Maar we weten dat bedrijven, ook bedrijven waar wijmee gesproken hebben, zeggen: we kunnen dit op een goede manierdoen, hier ligt toekomst, het zorgt voor een goede afzet en het is ook inhet belang van ons imago. Zo kunnen ze namelijk het slechte imago datde bodemassensector soms heeft aanpakken. Tegelijkertijd zie ik wel datbedrijven hier soms tegen aanlopen. Familiebedrijven vragen hoe ze ditmoeten doen en hoe ze dit kunnen vormgeven. Daar kan ik twee dingenop zeggen. Allereerst is er een overgangstermijn binnen het CirculairMaterialenplan. Daarnaast zou ik willen kijken of we met bepaalde partijenin gesprek kunnen om te zoeken naar maatwerk, zodat we ook hierin eenbalans kunnen vinden met elkaar. Ik zit even te kijken. Volgens mij heb ikdan alle vragen over de bodemassen beantwoord.De heer Boutkan vroeg nog of het het kabinet, in het kader van deklimaatdoelstellingen, goed uitkomt dat er een energiecentrale sluit. Uweet dat het doel van ons beleid niet is om bedrijven te sluiten. Laat ik datgewoon duidelijk zeggen. Als u het dus zo stelt, is dat niet het geval.Welke aanvullende maatregelen zijn er genomen ten aanzien van devochtige doekjes? Daarvoor kan ik refereren aan het feit dat de Kamer hetkabinet heeft opgedragen om niet specifiek voor een verbod te pleiten bijde herziening van de Richtlijn single-use plastics. Als u vraagt naar deacties die zijn ondernomen, kan ik antwoorden dat we hierop inderdaadeen negatieve actie hebben ondernomen, namelijk dat we dat niet hebbengedaan. We hebben daarin de lijn van de Kamer gevolgd.De heer Gabriëls vroeg: kan de Staatssecretaris een appreciatie geven vanhet door CE Delft opgestelde rapport? Ik dank CE Delft voor het rapport.Eind september kan ik een inhoudelijke reactie daarop met beleidsaanbe-velingen erbij met uw Kamer delen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39133 Dan helaas een negatieve nabrander. De heer Bamenga vroeg of wijbereid zijn om de Stichting Repair Café Internationaal onverminderdfinancieel te blijven steunen. Het antwoord daarop is dat ik me zeker inzetvoor het reparatiebeleid, maar niet onverminderd. In de aankondiging vandeze subsidie stond dat het voor drie jaar was. Die periode van drie jaarloopt af. Het past in het beleid dat organisaties op eigen benen moetenstaan. Aan de voorkant is gezegd dat het om drie jaar gaat, dus dat is hetdan ook. Ik verwijs ook naar het feit dat de middelen voor de circulaireeconomie helaas teruglopen en dat er bij het kabinet een taakstelling ligtvoor de subsidieverdeling, kabinetsbreed. Helaas kan ik dus niettoezeggen dat we die subsidie voor nog een keer een periode doorzetten.Voorzitter. Volgens mij heb ik dan alle vragen uit het blokje overig ookbeantwoord.De voorzitter:Ik kijk eerst even rond. Volgens mij is er nog een openstaande vraag vanmevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ja, ik wist niet wanneer het antwoord op die vraag zou komen, dus ikwacht altijd op het blokje overig. Ik had nadrukkelijk gevraagd of u bereidbent om een campagne op te zetten om consumenten bewust te makenvan hun keuzes, want dat zijn ze heel vaak niet. Daar heb ik geenantwoord op gekregen.Staatssecretaris Aartsen:Mag ik daar in tweede termijn op terugkomen? Dan kom ik ook op devraag van de heer Gabriëls nog even terug.De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Er is aandacht voor de afvalbranche. Dat is goed. U geeft aan dat er eenwerkgroep is bij IenW die met de afvalbranche in gesprek is over deheffing. Gaat die werkgroep ook over andere problemen in de afval-branche, zoals de problematiek van de bodemas? Dat probleem is terechtgeschetst en daar heeft collega Pierik een toezegging op gevraagd. Hoewerkt het met zo’n werkgroep? Is er bijvoorbeeld een deadline of eenbepaalde tijdsduur?Staatssecretaris Aartsen:Nee, deze werkgroep ziet specifiek op een alternatieve invulling van hetfinanciële plaatje dat op dit moment voorligt en de bredere investerings-zekerheid die bij de sector hoort. De sector heeft nog een aantal andereelementen aangegeven waar bedrijven mee worstelen. Vandaar dat iksamen met mijn collega’s van KGG en Financiën heb gezegd: dat is descope van die werkgroep. Daar ligt op dit moment dus de focus van dewerkgroep afvalsector.De voorzitter:De heer Buijsse vroeg ook nog of er een deadline is.Staatssecretaris Aartsen:Daar moet ik in de tweede termijn op terugkomen.De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Boutkan.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39134 Wacht, ik krijg ingefluisterd dat de werkgroep tot het einde van dit jaar detijd heeft.De voorzitter:Ah, kijk eens aan. Dan is die vraag gelijk afgedaan.De heer Boutkan (PVV):Misschien heb ik het gemist, maar hoe zit het nou precies met deplastic-heffing? Daar heb ik een vraag over gesteld. Die ging over die567 miljoen, die nu aan het einde van de keten wordt neergelegd, en overde aangenomen motie van de PVV over een onderzoek naar de Europeseafdracht voor het niet te recyclen plastic; die afdracht wordt nu automa-tisch door de burger afgetikt en gaat naar Brussel toe. Hoe zit het daar nouprecies mee? Ik wil daar graag een antwoord op hebben voor we detweede termijn ingaan.De voorzitter:Ik kijk naar de Staatssecretaris. Lukt dat?Staatssecretaris Aartsen:Voor het eerste punt verwijs ik naar het uitgebreide antwoord dat ik hebgegeven in het gesprek met de heer Gabriëls. Over de plastic-heffing istijdens de Voorjaarsnotabesluitvorming besloten; daar hebben defractievoorzitters van de coalitiepartijen – dat waren er destijds vier – eenbelangrijke rol in gespeeld. Destijds is besloten om de plastic-heffing nietdoor te laten gaan en het bedrag daarvoor, die 567 miljoen, te verplaatsennaar de afvalstoffensector. Dat is op dat moment daar gebeurd. Diebeleidskeuze is gemaakt bij de Voorjaarsnotabesluitvorming. Wij hebbenals kabinet gezegd: wij vinden het belangrijk dat dat aansluit bij deinhoudelijke doelen. Vandaar dat wij toen het initiatief hebben genomenom de Plastic Tafel te vragen om te zoeken naar een alternatief. Dathebben we nu ook gevraagd aan de werkgroep. We komen in debegroting, bij Prinsjesdag, terug op de exacte invulling daarvan, maar alsu vraagt wanneer dat besluit is genomen, kan ik u zeggen dat dat tijdensde Voorjaarsnotabesluitvorming is geweest.Dan had u nog een vraag over Brussel. Mag ik daar ook in tweede termijnop terugkomen? Ja, zie ik. Dan doe ik dat dan eventjes.De voorzitter:Gaat uw gang, meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Heb ik nog interrupties? Ja. Laat ik eerst zeggen: dank voor debeantwoording.De voorzitter:U hoeft ze overigens niet te gebruiken, hoor.De heer Boutkan (PVV):Nee, maar ik moet toch mijn tijd volmaken vandaag, want ik moet straksnog naar de hoofdelijke stemming, dus ik ga mijn interrupties welgebruiken. Ik ben blij met de beantwoording, maar ik wil toch nog evendoorgaan op de vraag die ik mede namens de heer Pierik van BBB steldeover de bodemassen en het CMP. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen dathij het niet uit het CMP wil halen, maar de vraag was tweeledig. Hetandere deel van de vraag was of hij het voor pak ’m beet een jaar of vijfwil uitstellen om het vastlopen van het systeem te voorkomen. Vervolgenskrijg ik als antwoord: maatwerk leveren, overgangstermijn et cetera. Dathoorde ik de Staatssecretaris zeggen; dat heb ik opgekrabbeld. Maar hoezit het nou precies? Kan ik de toezegging verwachten dat de Staatssecre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39135 taris in ieder geval met een overgangstermijn aan de slag gaat? Zo ja, hoelang is die termijn dan? Hoe gaat dat maatwerk er dan uitzien? Dan kan ikde heer Pierik in ieder geval de boodschap overbrengen dat ik mijnstinkende best heb gedaan om die toezegging voor hem binnen te slepen.Staatssecretaris Aartsen:De conclusie klopt inderdaad dat ik niet bereid ben om dat eruit te halen.Nogmaals, ik denk dat het belangrijk is dat we die beweging maken. Iksnap wel ook de zorgen die er zijn bij bepaalde sectorpartijen en bij deKamerfracties. Daarom zeg ik dat daarin twee elementen zitten. Deovergangstermijn is twee jaar, begrijp ik. Daarnaast kijken we of we metde sector in gesprek kunnen over eventueel maatwerk of over hoe webepaalde zaken hebben ingericht met elkaar. Dat zou ik graag willentoezeggen.De voorzitter:Uw laatste interruptie.De heer Boutkan (PVV):Dan ga ik toch nog even in op een antwoord van de Staatssecretaris opmijn vraag over CO2 en het sluiten van afvalenergiecentrales. In debeleidsvisie van Infrastructuur en Waterstaat over afvalverbranding wordtnamelijk ingezet op de gedwongen afbouw van verbrandingscapaciteit.Vindt de Staatssecretaris het al dan niet sluiten van afvalenergiecentralesiets wat gewoon aan de markt moet worden overgelaten? Of zegt hij dathij een beleidsvisie heeft en dat hij daarachter staat? Want op deze manierkunnen we onszelf wel weer eens in de nesten werken. Helaas komen wedaar in dit land vaak pas na jaren achter.Staatssecretaris Aartsen:Om het risico te voorkomen dat ik iets verkeerd zeg: mag ik dit ook intweede termijn behandelen? Waar de heer Boutkan aan refereert, komtnamelijk niet overeen met mijn annotatie op dit moment. Dadelijk ga ikiets verkeerd zeggen en dat zou ik vervelend vinden. Mag ik daar heeleven in tweede termijn op terugkomen?De heer Boutkan (PVV):We willen niet dat hier bedrijfsongelukken gebeuren.Staatssecretaris Aartsen:Dat moeten we te allen tijde zien te voorkomen.De voorzitter:Wat een samenwerking; hartstikke mooi. Volgens mij zijn we aan heteinde gekomen van de eerste termijn aan de kant van het kabinet met debeantwoording door de Staatssecretaris. Dan gaan we door met detweede termijn aan de kant van de Kamer. U heeft 1 minuut en40 seconden spreektijd. Ik kijk even of er behoefte is aan een tweedetermijn. De heer Gabriëls heeft daar behoefte aan en wil graag ook ietszeggen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil gewoon even vragen hoeveel interrupties we hebben in de tweedetermijn. Er is net iets gezegd en ik denk dat we op elkaar moeten reagerenom te kijken hoe het zit met bijvoorbeeld de borging van de uitkomstenvan de Plastic Tafel. Ik zou daar graag vragen over willen stellen aan mijncollega’s. Hoeveel interrupties hebben we om daarover met elkaar eendebat te voeren?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39136 Ik stel voor dat we, gezien de tijd, drie interrupties doen. Dan hebben weer een aantal. We hebben nog vijf kwartier. We moeten de inbreng doenen debatteren met elkaar. Daarna gaan we kort schorsen, zodat deStaatssecretaris de tweede termijn kan voorbereiden. Dat zal ook zomaareen halfuur duren, denk ik. U heeft 1 minuut en 40 seconden voor uwinbreng. Ik geef het woord aan de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik beginnen met het aanvragen vanhet tweeminutendebat.Ik ben tevreden met de reactie van de Staatssecretaris op het onderwerpdoelen. Ik vertrouw op een goede uitwerking daarvan in het opkomendeNationaal Programma Circulaire Economie.Ik zal een motie indienen over het borgen van de vrijwillige afspraken diegemaakt zijn aan de Plastic Tafel. Ik zal er sowieso een motie overindienen, dus dan weet u dat alvast. Ik zal ook een motie indienen over deTextiel Tafel en kijken of er politieke steun is om daar verder op uit tewijden.Ten aanzien van de afvalbranche wil ik in de tweede termijn graag eenreactie van de Staatssecretaris op wat er nou precies is afgesproken en inwelke tijdslijn die financiële effecten bij de afvalbranche moeten vallen. Ikwil iets meer inzetten op een mogelijke toezegging. Wellicht werk ik ookdaarbij naar een motie toe.Dan rest mij te zeggen dat ik ook een motie overweeg over de beant-woording over de UPV en de onlineplatformen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Gabriëls. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik zou graag aan de heer Buijsse van de VVD willen vragen wat hij vindtvan de plastic-heffing en het ontbreken van een oplossing in de beant-woording van de Staatssecretaris, waardoor die heffing nog steeds bij deafvalverbrandingscentrales komt te liggen. Bent u tevreden over diebeantwoording? Of kunnen we samen iets betekenen om een alternatiefdaarvoor uit te werken?De heer Buijsse (VVD):Ik heb in mijn bijdrage in de eerste termijn aangegeven hoe ik aankijktegen de heffing. Ik vind het een bijzonder spijtige gang van zaken hoe hetgelopen is, eigenlijk al vanaf het begin dat de afspraken gemaakt zijn.Uiteindelijk leidt dat allereerst tot de constatering dat de aannames opverkeerde gronden gestoeld zijn. Het is heel pijnlijk om te constateren datwe daarin fout zijn geweest. Het tweede punt is dat de weglekeffecten erin de hele keten toe geleid hebben dat het kabinet, denk ik, wijs beslotenheeft – dat is mijn mening en de VVD-fractie staat er ook zo in – om dieheffing af te blazen in de oorspronkelijke vorm. Het is wel jammer dat dieheffing daar nu zo ligt.Ik probeer dus in tweede termijn precies te weten, veel preciezer dan totnog toe ter tafel is gekomen, wat de opdracht is van het ministerie naar deafvalwerkgroep. Is de opdracht voor de afvalbranche nou echt dievolledige 567 miljoen? Of gaat het over 167 miljoen, omdat er technisch aleen dekking is gevonden? Ik wil precies van de Staatssecretaris weten hoehet zit. Ik denk dat het nogal uitmaakt of we het hebben over 33 miljoenvanaf 2028, opbouwend naar 2030. Ik hoop ook oprecht, met inacht-neming van wat ik zojuist heb uitgesproken over de situatie zoals die ooitis ontstaan, dat er ruimte is bij het kabinet om zaken te keren en geennodeloze pijn te hoeven lijden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39137 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik dank de heer Buijsse voor het antwoord. De heer Buijsse geeft in zijntweede termijn aan dat hij een motie wil indienen om de vrijwilligeafspraken van de Plastic Tafel te borgen. Wil hij ook een motie indienenover borging van de circulaire hefboom? Of staat hij ook achter een motiedie door mevrouw Wingelaar, mij of de heer Bamenga wordt ingediend?Ik heb er op dit vlak geen vertrouwen in dat de heer Boutkan die motiegaat indienen, want die vindt dat niet haalbaar, betaalbaar en realistisch.Dit is wel een serieuze vraag. U wilt wel de borging van de vrijwilligeafspraken. Wilt u ook borging van de circulaire hefboom als blijkt dat hetdigitale productpaspoort ten aanzien van textiel in 2027 ingaat en er wéleen grondslag is om dat te doen? Wilt u dan een motie daarover indienenof steunen, of daarin samenwerken? Ja of nee?De heer Buijsse (VVD):Laten we even vooropstellen, om misverstanden te voorkomen, dat erEuropese doelstellingen op ons afkomen. Daar heeft iedereen in de marktmee te maken. Elk bedrijf krijgt daarmee te maken. Die doelstellingenzullen uiteindelijk via UPV’s, via regels, op de bedrijven afkomen. Het isdus ook in het belang van bedrijven, sectoren en ketenpartners om samenmet elkaar die doelen te dragen. Dat freeridergedrag – er zijn natuurlijkaltijd bedrijven die onder de afspraken uit denken te kunnen komen –moet worden tegengegaan. Daarom is het belangrijk dat we op sectoraalniveau afspraken gaan maken. Dat is gebeurd. We moeten die nu gaanborgen. Ik weet zeker dat er veel meer mogelijk is dan vandaag isbenoemd in dit debat.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik hoor geen ja of nee. De VVD wil de circulaire hefboom die uit de PlasticTafel komt dus niet borgen, ook als dat wel kan. Dat is zeer teleurstellend,zeker omdat de uitkomst van de Plastic Tafel zo bejubeld werd door deVVD. Ik stel de vraag of u samen met GroenLinks-Partij van de Arbeid eenmotie wilt indienen of wilt samenwerken om in ieder geval die uitkomstook te borgen. Er is geen duidelijke ja. Dat zegt genoeg.De heer Buijsse (VVD):Excuus dat ik daar wellicht niet duidelijk genoeg in ben geweest. Ik vindde hefboom een heel mooi instrument; eigenlijk geeft de Staatssecretarisdat in mijn ogen ook terecht aan. Ik zou die gewoon willen. Welkeduidelijkheid heeft u nog meer nodig? Ik wil die ook geborgd hebben. Ikwil die gewoon uitwerken, want ik zie dat we nu in een lineaire economiezitten. Ik zie Europese doelstellingen op ons afkomen. Ik zie dat eenhefboomprincipe geoormerkt geld kan creëren dat we effectief kunneninzetten bij ketenstappen voor recyclage bij plastics, textiel, accu’s,zonnepanelen en windturbines. De recyclingsector komt niet op natuur-lijke wijze van de grond. Die heffing hebben we in die zin, als het zobedoeld is, ook nodig.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank, voorzitter. Ik zal in deze 1 minuut en 40 seconden proberen eenaantal vragen af te vuren op de Staatssecretaris.Ik hoor dat de Staatssecretaris op bezoek is geweest in Rotterdam bij eenbio-oliebedrijf. Is de Staatssecretaris bekend met de problemen vanbedrijven met dierlijke producten, met waar ze tegenaan lopen? Zo ja, watkan hij doen om die problemen op te lossen?De financiële compensatie voor gemeenten die zwerfafval inzamelen: isdit punt al opgelost?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39138 De verkenning van de ja-sticker: in hoeverre betrekt de Staatssecretaris desector erbij, die al bezig is binnen Nederland?De lachgascilinders: zijn er al gegevens beschikbaar van de ILT of deDouane over de import? De sector wordt erbij betrokken, zegt deStaatssecretaris. Prima, maar ondertussen lopen werknemers nog steedsgevaar.Dan over het gevareninformatieblad over, in het Nederlands, «breng jeeigen beker of bakje mee» bij het afhalen van eten of drinken. Heeft deStaatssecretaris hier eigenlijk ervaring mee?Voorzitter. Dan over plastic bekertjes. Wij hebben signalen dat bij groteconcerns hardplasticbekers ter plekke, in de winkel, worden gespoeld.Daarvoor zijn water en energie nodig. De bekers worden apart verpakt ineen plastic zak. Vervolgens gaan ze met een vrachtwagen naar eencentraal waspunt en vervolgens komen ze weer terug. Is dat nou wat deStaatssecretaris bedoelt met «duurzaam», «herbruikbaar» en dergelijke,met in het achterhoofd wat de Staatssecretaris heeft gezegd overkartonnen bekers? Onder druk van de ILT heeft de kartonnenbekersectoreen enorm administratief systeem opgetuigd. Ze moeten weten hoeveelbekers zijn uitgezet en hoeveel bekers weer worden opgehaald. Hoe valtdat te rijmen met elkaar?Volgens mij ben ik door mijn tijd heen.De voorzitter:Dat is juist.De heer Boutkan (PVV):Ja, mooi.De voorzitter:Mevrouw Wingelaar, u bent aan de beurt.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Blijkbaar hebben we toch een heel ander beeld vande reden waarom die Plastic Tafel überhaupt is opgericht. Dat moet ik echtconstateren. Ja, de opdracht van de heffing is erbij gekomen, maar datwas nu juist bedoeld om een alternatief voor die norm te krijgen. Dat ismijn beeld. Ik vind het jammer dat dat nu zo loopt.Voorzitter. Dan de moties. De motie om doekjes waarin plastic zit niet teverbieden voert de Staatssecretaris uit, maar mijn motie over de invoeringvan statiegeld voor sapflessen niet. Gelukkig – dat moet ik wel zeggen –denkt u nog na over de motie van meneer Buijsse, want die vind ik heelonverstandig.Voorzitter. Dan heb ik nog een vraag: kunt u voor ons het tijdpad schetsenvoor de productpaspoorten, zodat we die duidelijk in beeld hebben, eningaan op de urgentie ervan?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie.De heer Buijsse (VVD):Ik wil iets aan mevrouw Wingelaar vragen over de norm, waarover veelteleurstelling uitgesproken wordt. Ik heb het onbevredigende gevoel datdit onterecht is. Natuurlijk gaat het met die hefboom even wat langerduren, zoals is uitgelegd. Maar er is ook heel vrijwillige inzet geweest vanbrand owners. Equivalent aan wat met de norm zou worden bereikt, wordter nu gewoon vrijwillig ingezet. Hoe kijkt mevrouw Wingelaar daartegenaan? Bent u daar niet ontzettend blij mee?Mevrouw Wingelaar (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39139 Ik vind het heel mooi dat die vrijwilligheid er is en ik weet ook datondernemers daar al mee gestart zijn. Maar ik had liever duidelijk beleidgehad waar investeerders van op aan kunnen dan alleen maar vrijblij-vendheid. Dat heb ik volgens mij heel duidelijk in mijn inbreng vermeld.De heer Buijsse (VVD):Dat is in ieder geval een goede stap voorwaarts. Maar dan gaan we tochgewoon samen een motie indienen en die vrijblijvendheid regelen metelkaar, zodat het niet vrijblijvend is maar geborgd wordt? Dan heb je tochprecies hetzelfde milieueffect?Mevrouw Wingelaar (NSC):Heel mooi. Ik wacht de tekst van de motie af en als ik ’m kan steunen, dansteun ik ’m van harte.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Als het digitaal productpaspoort textiel ingaat injuli 2027, is er dan wel een grondslag om de hefboom te verankeren,vraag ik de Staatssecretaris.Dan vraag ik de Staatssecretaris of hij de plastic-heffing daadwerkelijkover de keten gaat verspreiden en weghaalt bij waar die nu volledig ligt.Dan heb ik een vraag over de motie van mevrouw Wingelaar: waaromwordt de motie over de vochtige doekjes wel uitgevoerd, maar desapflessenmotie niet?Eén ding van wat de Staatssecretaris heeft gezegd vind ik goed, namelijkdat kartonnen bekertjes in ieder geval niet terugkomen. Kan de Staatsse-cretaris bevestigen dat die niet terugkomen in gebouwen als dit en inandere?Het begon heel goed, met hele mooie woorden over het belang van decirculaire economie voor de economie. Vervolgens komt het punt van deheffing: geen oplossing. Het punt over de norm: nee, die komt niet terug.Het punt van de verankering van de circulaire hefboom: helaas, die wordtwel mooi gevonden, maar dat leidt niet tot concrete resultaten. Ik vind hetjammer. Ik heb niks concreets gehoord. Ik hoop dat de Staatssecretarisnaar aanleiding van mijn vragen in tweede termijn wel concrete toezeg-gingen kan doen.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. De heer Bamenga van D66 moest zichexcuseren omdat hij naar een ander debat toe moest, vermeld ik even omtoe te lichten waarom hij de zaal heeft verlaten. We zijn aan het eindegekomen van de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik schors tienminuten voor de voorbereiding. We zien de Staatssecretaris graag overtien minuten terug voor de beantwoording.De vergadering wordt van 16.28 uur tot 16.41 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan richting de afronding van dit debat. Dat doenwe door te starten met de tweede termijn van de kant van het kabinet. Ikwil de Staatssecretaris daartoe het woord geven.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Dank voor de vragen in tweede termijn. De heer Boutkankwam nog met een heel nieuw setje vragen; daar ga ik zo antwoord opgeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39140 Misschien is het goed om te beginnen met plastic. Ik vond het vervelenddat er ruis ontstond tussen wat we met elkaar willen en wat er kan. Dieruis wil ik graag meenemen. Laten we proberen elkaar te vinden. Ik gatoezeggen om met een brief te komen. Dat zal ik doen vóór het tweeminu-tendebat, al gaat dat wel uitdagend worden voor ons, want de Kamer gaatop 3 oktober met verkiezingsreces. Maar wij gaan onze uiterste best doen.Een aantal onderdelen gaan wij daarin benoemen. We gaan iets zeggenover de financiële uitwerking van de heffing, die geld moest opleveren,over het perspectief voor de afvalsector, over hoe de werkgroepeneruitzien – dat zijn vragen van de heer Buijsse – en wat voor alternatievener eventueel zijn. De heer Gabriëls vroeg naar de heffing, die euro’s moestopleveren, zeg ik maar even. In de Voorjaarsnota is besloten om die telaten vervallen. Daar gaan wij in de brief op in. Waarom? Ik kan daar pasoprecht iets over zeggen na Prinsjesdag. Dan zijn immers de cijfersbekend en kunt u zien hoe wij ruimte willen bieden aan de sector. Dat iséén.Twee. Ik kom in die brief terug op de norm en de hefboom die winstmoesten opleveren en de alternatieven daarvoor. Er was al even contacttussen de Kamer en de ambtelijke ondersteuning – dat moeten we nogeven netjes doen – over het digitale productpaspoort en de grondslag. Inhet Europese werkprogramma wordt dit vastgesteld in 2027, zo vernemenwij van de Europese Commissie, en treedt het in werking in 2029. Vandaardat mijn antwoord was en is: op basis van de informatie die wij van deEuropese Commissie hebben, kunnen wij niet eerder dan in 2029 zo’nhefboom organiseren met elkaar. Dat is geen onwil, maar zo is de situatie,naar wij hebben vernomen van de Europese Commissie. Ik spreek mijncollega en ook de Eurocommissaris weer aankomende donderdag, tijdensde Milieuraad in Brussel. Ik kan mevrouw Wingelaar en de heer Gabriëlstoezeggen dat ik dit punt nadrukkelijk onder de aandacht zal brengen enzal vragen hoe het ermee staat en wat de mogelijkheden zijn om teversnellen. Daar zit geen onwil, maar ik probeer wel realistisch te zijn. Ikzou het heel vervelend vinden om iets te beloven wat ik of mijn opvolgerachteraf niet waar kan maken. Dat is niet hoe ik politiek zou willenbedrijven. Er is dus zeker interesse van onze kant om te kijken naar dehefboom. We moeten ook kijken hoe het past binnen de begrotingsregels.We hebben er grote interesse in, maar het moet wel kunnen, ook binnenhet tijdsbestek dat de Europese Commissie ons daarvoor geeft. Dehuidige informatie is: vaststelling 2027 en inwerkingtreding 2029. Ik ga ditallemaal nog even netjes op papier zetten. Dat lijkt me verstandig, wantanders komt er ruis en dat vinden we denk ik allemaal vervelend.Ik ga ook nog een goede inhoudelijke, integrale reactie geven op hetcomplete rapport van de Plastic Tafel, per maatregel. Hierover is eenaantal vragen gesteld. De heer Buijsse vroeg naar de 21 partijen. Ik neemhierin overigens ook de campagnesuggestie van mevrouw Wingelaarmee. Ik zou het vervelend vinden als hierover ruis ontstaat. Ik was nu juistin de veronderstelling dat hier enorm veel energie zat en we de komendetijd echt een aantal kansen kunnen pakken. Wat mij betreft kan de PlasticTafel doorgaan en gebruiken we dat ook als een positief voorbeeld voorandere sectoren. Ik zou het vervelend vinden als de conclusie vanvandaag is «we doen niks», want dat is niet het geval. We gaan het nogeven netjes en strak onder elkaar zetten. Die toezegging doe ik bij dezen.Dat ten aanzien van plastic.De voorzitter:Wanneer komt die informatie naar de Kamer?Staatssecretaris Aartsen:Nogmaals, we gaan echt stretchen nu, maar voor het tweeminutendebat.Ik doe wel het verzoek om dat ergens in de laatste week voor het reces tehouden, want we kunnen niet toveren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39141 De voorzitter:Maar dat is niet aan de commissie, dat is aan de Griffie plenair.Staatssecretaris Aartsen:Zeker, maar het is aan mij om een vriendelijk verzoek te doen aan uwKamer.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris om op deze manier veel ruis weg te nemen.Ik ben nog niet helemaal tevreden. Er is grote interesse om ernaar tekijken, maar als het kan en er een grondslag is, gaat u dan ook meteenbesluiten en dat besluit in de ministerraad voorleggen, dus echt actieondernemen, zodat het direct gebeurt? Anders moeten we er weer overgaan discussiëren of er een grondslag is. Volgens mij hebben in dit debatvoldoende leden aangegeven, inclusief de heer Buijsse, dat we deuitkomsten van de Plastic Tafel, het vrijwillige deel en de hefboom,geborgd willen hebben. Dan komt u met «het kan niet, het kan niet». Als uerachter bent of het kan, gaat u het dan ook doen?Staatssecretaris Aartsen:Het is niet zo dat wij zeggen dat het niet kan. We baseren ons op hetproductpaspoort, dat vanuit Brussel geregeld moet worden. De inwerking-tredingsdatum is 2029; ik blijf dat zeggen. Ik kan de heer Gabriëls voor50% tegemoetkomen, want de hefboom bestaat uit twee delen, namelijkhet heffen en het uitkeren. Het laatste deel gaat in feite in tegen debegrotingsregels zoals we die hebben vastgesteld. Ten aanzien van eeninstrumentarium om ervoor te zorgen dat er meer recyclaat en bioplasticzitten in de producten in de Europese Unie en in Nederland, is mijnantwoord: ja. Maar nogmaals, de hefboom bestaat uit twee onderdelen.Dat laatste onderdeel kan ik simpelweg niet toezeggen, omdat we ook metbegrotingsregels te maken hebben.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Er ontstaat ruis, want de hefboom gaat over het belasten van fossielplastic, het heffen. Dat kan wel. Het terugsluizen naar een fonds kan dandus niet. We willen het. Verschillende mensen hier willen dat: VVD, NSC,D66, GroenLinks-Partij van de Arbeid. Vervolgens komen er redenenwaarom het niet kan. Als die redenen er niet zijn, gaan we daar danmeteen toe beslissen, of moeten we daarover een motie indienen?Staatssecretaris Aartsen:Ik verzoek u ook wel om niet onnodige tegenstellingen te zoeken. Wijwillen een instrumentarium inzetten – nogmaals, ik kom daar in de briefop terug – dat als effect heeft dat er meer gebruik is van recyclaat ofbioplastic. Dat kan door middel van zo’n heffing op fossiel of op anderemanieren. Daar kijken we ook naar, ook Europees in een non-paper. Dat ishet doel. Nogmaals, dat terugsluizen is een begrotingstechnische vraag,met een inkomsten- en uitgavenkader. U weet ongetwijfeld hoeingewikkeld dat is. Maar nogmaals, laten we geen tegenstellingen zoekendie er wat mij betreft niet zijn. Het doel is hetzelfde. Ik kom er echt noguitgebreid op terug in die brief.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dan wil ik toch hier mijn laatste interruptie aan wijden. Er wordt gezegddat er geen tegenstelling is, maar wij waren bijvoorbeeld helemaal niettegen die norm. Er zijn dus wel tegenstellingen. Er zijn partijen die zeggen«kom met iets, want er is nú een probleem, nú vallen innovatievebedrijven om» en er zijn partijen die vertragen; «langer, langer, langer».Dat speelt er. We benoemen al heel lang dat innovatieve circulairebedrijven failliet gaan. Eerst was er een norm, maar nee. Nu komt dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39142 Plastic Tafel: nee. Er is dus wel een verschil tussen wat u vindt en wat wijvinden. Ik wil dat wel rechtzetten.De voorzitter:Waarvan akte. Staatssecretaris, vervolgt u de beantwoording.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. De heer Boutkan vroeg nog naar een aantal anderezaken, onder andere naar mijn bezoek aan het bedrijf Neste en debiobrandstoffen. Ja, er zijn problemen rondom dierlijke producten. Dangaat het om bepaalde wet- en regelgeving vanuit de NVWA, vallend ondermijn collega van LVVN. Ik heb die daar onder de aandacht gebracht en datzal ik nogmaals doen.Vervolgens kwam er een hele set vragen over de financiële compensatievoor gemeenten, over de ja-sticker, over lachgascilinders en over hetinformatieblad. Dat zijn alle vier onderwerpen die in de verzamelbriefbeantwoord worden. De financiële compensatie voor gemeenten inverband met de UPV Zwerfafval hebben we inmiddels geregeld. Dat gaanwe doen, zodat de gemeenten netjes dat geld krijgen en kunnen uitgeven.Wat de ja-sticker betreft verwijs ik naar het Europese voorstel. Wat betreftde lachgascilinders heb ik aangegeven dat dat een ingewikkelde discussieis omdat een lachgascilinder in beginsel een illegaal product is en je geenstatiegeld op illegale producten kunt heffen. We kijken wel naar een pilotomdat we willen dat mensen in de afvalverwerkingsindustrie op eenveilige manier hun werk kunnen doen. We bekijken ook samen metgemeenten hoe we dat willen doen. Dit is even de samenvatting van mijnverzamelbrief, uit mijn hoofd.Daarnaast was er nog een vraag over het informatieblad «bring yourown». Nee, ik heb dat zelf nooit gedaan, maar op dit moment is het welonderdeel van ons beleid. Daarom vonden wij het belangrijk om eeninformatieblad uit te brengen over de vraag hoe je, als je dat doet, datkunt doen volgens bepaalde hygiënestandaarden.De heer Boutkan vroeg ook nog naar de mokken, het waterverbruik enrecycling. De heer Gabriëls vroeg daar ook nog naar. Ik herhaal wat ik inde eerste termijn zei, namelijk dat ik denk dat we daarin echt een balansmoeten vinden. Ik zou het zonde vinden om nu die motie-Buijsse vollediguit te voeren omdat je daarmee echt een winst weghaalt die op ditmoment goed is. Ik beschreef net dat al die kopjes met een vrachtwagenergens naartoe moeten. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon je mokpakken en die zelf even netjes schoonmaken. Dat is op zich ook geengekke gedachte. Laten we nou niet doen alsof alle kantoren in Nederlandenorme torens zijn met vrachtwagens en alles erop en eraan. Daar zit echtwel wat nuance in wat mij betreft. Die nuance probeer ik steeds te vinden.Ik wil niet doorschieten de ene kant op en ook niet de andere kant op.Mevrouw Wingelaar gaf aan dat zij ontevreden was omdat ik haar motieover de sapflessen niet volledig uitvoer, maar gaf tegelijkertijd aan dat zeblij was dat ik de motie-Buijsse niet volledig uitvoer. Ik ben blij dat u dieconsistentie ziet, want dat is precies de consistente lijn die ik graag zouwillen inzetten. Ik wil verstandig beleid, niet te veel de ene of de anderekant op. Ik wil goed bekijken dat we de doelen behalen, maar dat moetwel op een praktische, pragmatische manier, waardoor we ook draagvlakbehouden. Vandaar dat ik van beide moties heb gezegd dat ik ze nog nietuitvoer. Ik wil ze namelijk allebei in het bredere plaatje zien, met aan deene kant de SUP-wetgeving en aan de andere kant de totaalaanpakstatiegeld.Mevrouw Wingelaar (NSC):Maar ze zijn totaal niet met elkaar te vergelijken. Op een deel van desapflessen wordt al statiegeld geheven. Het schept verwarring en het kanheel makkelijk opgelost worden. U heeft het over het bedrijfsleven en overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39143 partners. Juist die sporen mij aan om dit in te voeren omdat de huidigesituatie tot verwarring leidt. De moties zijn dus echt heel anders.Staatssecretaris Aartsen:Zeker, maar mijn lijn is oprecht consistent. We proberen gewoon goed tebekijken wat verstandig is om te doen. We willen niet een maatregel opzichzelf bekijken, maar juist in zijn totale integraliteit. Dat geldt ten aanzienvan de SUP-wetgeving, die ik integraal wil bekijken, maar ook voorstatiegeld. Ik wil even goed kijken hoe we tot een totaalpakket komenvoordat ik moties wel of niet volledig uitvoer.Dan was er nog een vraag van de heer Boutkan over de energiecentrales.Daarover blijf ik zeggen dat het niet het doel van ons beleid is omcentrales te sluiten. Op het moment dat de Nederlandse economie steedsmeer circulair wordt, is er natuurlijk wel steeds minder afvalaanbod.Overcapaciteit is niet erg, maar over-overcapaciteit is wel onwenselijk. Jemoet op een realistische manier kijken hoe je met die capaciteit omgaat.Dat doen we niet door dingen rücksichtslos te sluiten of door gedwongendingen naar beneden te brengen. Dat zullen we altijd netjes, goed engefaseerd bekijken op een realistische en pragmatische manier. Dat is hetbeleid rond de over-overcapaciteit – zo noem ik het maar even – van deafvalenergiecentrales.Dan had de heer Boutkan nog een vraag over de afdracht aan de EuropeseUnie als het gaat om het doorbelasten van de plasticafdracht. Tweedingen daarover. Wij zijn op dit moment aan het bekijken of het inderdaadmogelijk is om die afdracht over te dragen naar de producenten. Ik kandaar aan het einde van het jaar op terugkomen. Dit is ook onderdeel vande lopende MFK-onderhandelingen omdat ook de Europese Commissieeen nieuw voorstel heeft gedaan over onder andere e-waste en hetEigenmiddelenbesluit. U kent het standpunt van het Nederlandse kabinetdaarover: daar zitten wij niet enorm om te springen. Vandaar dat dit daarook onderdeel van zal uitmaken.Dan heb ik volgens mij alle vragen uit de tweede termijn beantwoord,voorzitter.De voorzitter:Dan kijk ik naar de leden; is dat ook zo? De heer Boutkan heeft nog eeninterruptie.De heer Boutkan (PVV):Dan vraag ik toch nog even door op die afvalverbrandingsinstallaties. Devraag die ik net stelde, komt uit een beleidsnotitie van IenW van begin ditjaar. Ik hoor de Staatssecretaris iets zeggen over over-overcapaciteit, maardit zijn geen afvalverbrandingsinstallaties; het zijn ondertussen afvalener-giecentrales geworden. Hele stadswijken zijn afhankelijk van de stads-warmte en van zo’n energiecentrale. De vraag is dan vervolgens aan deStaatssecretaris: als er zo’n centrale met over-overcapaciteit wordtgesloten, hoe gaan we dan die huizen nog verwarmen? Dat is de eerstevraag die ik over dit onderwerp heb.De voorzitter:Laten we die dan eerst even doen.Staatssecretaris Aartsen:Dat is ook onderdeel van het beleid. Nogmaals, we doen dat nietrücksichtslos; dat doen we niet op een idiote manier. We zullen dat altijdbehoedzaam, geleidelijk en stapsgewijs doen. We bekijken dan wat op datmoment de capaciteit is, wat de overcapaciteit is en wat de over-overcapaciteit is. We bekijken vervolgens waar die dan voor wordtgebruikt en welke andere bewegingen we zien. Maar op het moment datje die beweging maakt – ik denk dat u daar terecht naar verwijst in datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39144 stuk – en daadwerkelijk circulair wordt, gaat dat natuurlijk wel iets doenmet de afvalstromen. Als je afvalstromen weer gaat gebruiken voorhernieuwde grondstoffen ... Je wil niet dat Nederland importeur wordtvan afval om bepaalde centrales in Nederland te kunnen laten draaien. Jezult dus behoedzaam, geleidelijk en stapsgewijs moeten bekijken wat jedoet met die over-overcapaciteit.De voorzitter:Eerst de heer Boutkan, meneer Buijsse.De heer Boutkan (PVV):Het lijkt wel of deze Staatssecretaris het woord «liberalisering» uit zijnvocabulaire heeft geschrapt. Het credo van de VVD was toch altijd om hetaan de markt over te laten? In dezen kan de markt het zelf onderlingregelen, maar dan zegt de Staatssecretaris: maar er is over-over-overcapaciteit. We zagen het afgelopen jaar dat een van de afvalverbran-dingsinstallaties in onderhoud was en dat tegelijkertijd een anderestukging. Daardoor kregen we problemen. De ene was dus in onderhouden de andere was stuk. Dat afval ligt nu nog steeds opgeslagen bijbepaalde bedrijven; die moeten die achterstanden nog wegwerken. Komthet idee dat er een over-overcapaciteit is dan bij het Ministerie van«Klimaat en Groene Gekkies» – zo zou ik het bijna noemen – vandaan?De voorzitter:Dat vind ik wel ...De heer Boutkan (PVV):Dat snap ik gewoon niet!De voorzitter:Dit vind ik niet nodig, meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik begrijp dat standpunt niet.De voorzitter:En ten tweede praat de Staatssecretaris namens het kabinet. Dat moetenwe ook even respecteren. De Staatssecretaris.De heer Boutkan (PVV):Maar kan de Staatssecretaris dan wel uitleggen waar dieover-overcapaciteitsgedachte vandaan komt?Staatssecretaris Aartsen:Nogmaals, die komt voort uit de volgende gedachte. Als je volledigcirculair wordt ... U stelt mij de vraag of het mij in het hier en nu goeduitkomt dat een energiecentrale sluit. Het antwoord op die vraag was nee.U verwijst vervolgens naar het langetermijnbeleid van ons ministerie. Ikleg vervolgens uit dat je beleid moet hebben ten aanzien van afval. Er isnatuurlijk allerlei wet- en regelgeving, ook op Europees niveau, voor hoeje dat doet. Je moet natuurlijk beleid hebben. Als je namelijk daadwer-kelijk naar een circulaire economie op grote schaal gaat, doet dat iets metde afvalstromen. Daar zul je dus beleid voor moeten hebben. Dat is mijnantwoord op uw tweeledige vraag. Mijn eerste antwoord was: nee, het isgeen beleid van dit kabinet en het Ministerie van IenW om actief energie-centrales te sluiten in het kader van circulaire economie.De heer Buijsse (VVD):Het eerste punt dat ik in mijn betoog maakte, ging over doelstellingen.Aanvankelijk dachten we dat we in 2030 naar een grondstoffenreductieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39145 van 50% zouden gaan. Als die gehaald zou worden, zou je inderdaadminder AVI’s nodig hebben. Je zou dan ook minder energieafval hebben.We komen echter op 10% uit, niet op 50%. Ik heb in al mijn gesprekkenondertussen wel geleerd dat een ecosysteem van een circulaire economieook gebaat is bij een ecosysteem van een afvalverbrandingsinstallatie,want afval zal er, de komende jaren althans, zeker blijven. Ik zou deStaatssecretaris dus mee willen geven dat dit toch wel wat genuanceerderligt; ik hoor ook graag een reflectie daarop. In een gelijkwaardig systeem,van polymeerproducenten tot aan afvalverbranders, is de aanwezigheidvan die afvalverbrandingsinstallaties erg belangrijk. We kunnen nietzomaar eenzijdig heel simpel zeggen «we sluiten er even een paar», wantzo werkt het gewoon niet.Staatssecretaris Aartsen:Maar daar sluit ik me ook volledig bij aan. Dat is precies wat ik zeg. Jehebt beleid nodig omdat je die beweging maakt, maar je doet niet zonderna te denken het een en ander omdat je op papier een doelstelling hebtafgesproken. Je zult dat continu – ik herhaal mezelf – behoedzaam,geleidelijk en stapsgewijs moeten doen. Je kijkt steeds naar de situatievan het moment. Daarom komen we ook met een ketenaanpak, omdat jehet in de keten moet bekijken. De initiële vraag ging over harde sluitingen.Daarop heb ik geantwoord dat een ongewenste sluiting van die bedrijvenniet gewenst is. Maar we moeten natuurlijk wel beleid hebben voor watwe op lange termijn doen als die beweging wel wordt ingezet. Ik denk dathet verstandig is om daar beleid voor te hebben.De voorzitter:Dank. Ik kijk nog één keer rond. De heer Boutkan gaat toch nog zijn laatsteinterruptie inzetten.De heer Boutkan (PVV):Laat ik eerst zeggen: dank voor dit antwoord op de vragen van de heerBuijsse. Wij zullen de vinger aan de pols houden en dit in de gatenhouden. Ik wil toch nog even terugkeren naar die doelstellingen. Wehebben het gehad over de doelstellingen voor het harde plastic en debekers. Uw voorganger was op werkbezoek geweest bij een grotefastfoodketen, waarvoor ik hier verder geen reclame ga maken. Datvoorbeeld heb ik net genoemd. Zo’n beker moet herbruikbaar zijn, wordtter plekke gewassen, kost energie, moet met vrachtwagens heen en terugen blablabla. Die omloopsnelheid blijkt vies tegen te vallen qua herge-bruik. Er wordt op dit moment van dat harde spul meer verbruikt danvolgens de doelen die vanuit het ministerie waren gesteld. Houdt deStaatssecretaris daar ook rekening mee als hij bezig gaat om dat verschiltussen kartonnen bekers, harde bekers en plastic cups in de gaten tehouden?Staatssecretaris Aartsen:Ja, want dit is nou juist zo’n voorbeeld waardoor je het wat en het hoewilt scheiden van elkaar. Het wat is de doelstelling. Als bedrijvenvervolgens tegen mij zeggen dat ze vastlopen in hoe het in de wetgevingis geregeld, zou mijn reactie zijn: prima, maar het wat blijft staan, namelijkde doelstelling om het aantal eenmalig gebruikte items te verminderen.Maar als er een andere, betere, efficiëntere, snellere invulling van het hoeis, dan sta ik daarvoor open. Dat is precies de aanpak zoals ik die graagvoor mij zie. Ik vraag bedrijven verantwoordelijkheid te nemen voor dedoelstelling en ik leg het hoe bij hen neer. Ik denk dat dit daar juist eenmooi voorbeeld van is.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, meneer Gabriëls.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39146 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het is geen interruptie, want er ligt nog een onbeantwoorde vraag. Ikwilde het laten gaan totdat de heer Boutkan deze vraag stelde. Wat hij zegtis tegenovergesteld aan hetgeen waarop ik een toezegging vroeg. Daar isniet op gereageerd. De Staatssecretaris heeft wel twee keer gezegd dat hijkartonnen bekertjes in gesloten systemen niet meer terug wil. Dan wil ikandersom de vraag stellen of hij de toezegging wil doen dat dit inderdaadniet meer gebeurt.Staatssecretaris Aartsen:Er gaan nu weer een paar dingen door elkaar heen lopen. Dat is volgensmij niet wat we proberen te doen. We zien dat het op een aantal puntenknelt. Daar komt volgens mij ook het sentiment vandaan waardoor demotie-Buijsse een meerderheid heeft gehaald. Daarvan heb ik gezegd: datsentiment en die knelpunten zie ik, maar de oplossing om het volledigterug te draaien zou ik zonde vinden, want daarmee gooi je met hetbadwater het kind weg. De dingen kwijtraken die juist wel goed gaan,bijvoorbeeld de koffiebekers in dit gebouw en op veel andere plekken, zouik zonde vinden. Maar ik probeer de balans steeds te houden, ook in ditdebat. Ik wil niet back to the future en ik wil zorgen dat er oog is voor deproblemen die er zijn. Vandaar dat een van de oplossingen die ik zie,neerkomt op het afspreken van doelstellingen met het bedrijfsleven,sectoren en ketens. Het hoe laat ik daar, maar de doelstelling behoudenwe. Dat is wel belangrijk; dat heeft mevrouw Wingelaar ook gezegd.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aangekomen aan het einde van de tweede termijnvan de kant van het kabinet, namelijk de beantwoording door deStaatssecretaris. We gaan richting het einde van dit debat, maar nietvoordat we de administratie op orde hebben gebracht. Dat gaat vooralover de toezeggingen die er zijn gedaan. We nemen ze even door. Er issowieso een tweeminutendebat aangevraagd door het lid Buijsse van deVVD. Er zijn een aantal toezeggingen gedaan.–De Staatssecretaris zegt toe eind september van dit jaar een brief naarde Kamer te sturen met een reactie op het CE Delft-rapport metbeleidsaanbevelingen. Dat is een toezegging aan de heer Gabriëls.–De Staatssecretaris zegt toe vóór het tweeminutendebat een brief testuren over de heffing, de norm en de hefboom alsmede het digitaleproductpaspoort en de grondslag. Dat is een toezegging aan decommissie naar aanleiding van de discussie die heeft plaatsgevonden.Staatssecretaris Aartsen:Dat is nog breder, want daarin zit ook een reactie op de Plastic Tafel en decampagne van mevrouw Wingelaar, zoals ik het maar even noem. Hetgaat ook over de 21 partijen van de heer Buijsse.De voorzitter:Ja, klopt. We hebben hier namelijk nog een toezegging.–De Staatssecretaris zegt toe een brief te sturen vóór het tweeminuten-debat met een inhoudelijke reactie op het rapport van de Plastic Tafelinclusief de campagnesuggestie.Dat wordt dus één brief. Dat is helemaal goed. Meneer Gabriëls, heeft udaar nog een vraag over?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Is dat alleen het beschrijven van wat de grondslag is? Of gaat het ook overde acties die dan dus kunnen en die de Staatssecretaris dan ook gaatuitvoeren? Daar is het hele debat namelijk over gegaan. Anders hebbenwe straks weer een leuke beschrijving over een grondslag, maar wijproberen hier tot actie over te gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39147 De voorzitter:Dat is helder. De Staatssecretaris komt met een brief. Dat gaat hij doen.Staatssecretaris Aartsen:Zo veel als mogelijk en wat er kan. Zeker.De voorzitter:De laatste toezegging die genoteerd is, is de volgende.–De Staatssecretaris zegt toe voor het eind van 2025 met een brief tekomen over de plasticafdracht. Die toezegging is ook aan de helecommissie.Dan zijn we door de toezeggingen heen. Ik wil de mensen op de publieketribune en de mensen die dit op afstand hebben gevolgd, bedanken voorde belangstelling. Hartelijk dank aan de Staatssecretaris en zijn onder-steuning voor de beantwoording en voor dit debat. Ik dank ook de leden.En niet in de laatste plaats dank ik de griffie en de ondersteuning voor hetmogelijk maken van dit debat. Ik sluit de vergadering. Dank u wel.Sluiting 17.08 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39148

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2d434fbc5db9256e

14 okt 2026 · 7565dec60ffb8edd

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingCirculaire economie
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2025, over Circulaire economie

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.