KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang moties 'moeilijk objectiveerbare' aandoeningen

17 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 93c9723ccaef6132 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 856 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 november 2025Het Nederlandse stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid zorgt voor(inkomens)ondersteuning voor mensen die niet meer (volledig) kunnenwerken. Een deel van deze mensen heeft een ziekte of arbeidsbeperkingdie minder zichtbaar is of waarvan de oorzaak en het verloop vaak lastig isom vast te stellen. Bijvoorbeeld het chronische-vermoeidheidssyndroom(ME/CVS), post-COVID, fibromyalgie, langdurige klachten bij Lyme of hetQ-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS). Mensen die een van deze ziekteshebben, kunnen hier veel last van hebben, ook in de twee jaar voordat zijde WIA aanvragen. Daarom is het belangrijk voor hen dat hun ziektevoldoende erkend wordt. Door het karakter van deze aandoeningen,ervaren werknemers dat verzekeringsartsen soms te wisselend omgaanmet deze aandoeningen bij de sociaal-medische beoordeling.Als iemand een WIA aanvraagt, onderzoekt een verzekeringsarts wat dezepersoon nog wel en niet kan met diens ervaren belemmeringen enbeperkingen. Omdat de beoordeling mensenwerk is, kunnen er verschillentussen beoordelingen optreden. Dit wordt ook wel interdoktervariatiegenoemd. Naarmate een aandoening moeilijker medisch objectiveerbaaris, richtlijnen ontbreken en het lastiger is te bepalen in welke mate eenaandoening leidt tot beperkingen in iemands belastbaarheid, kan deinterdoktervariatie groter worden dan de bedoeling is. Het is onwenselijkdat de beoordeling van «moeilijk objectiveerbare» aandoeningen1 te veelaf kan hangen van welke arts de patiënt voor zich heeft. Daarom voerenwe, in samenwerking met professionals en patiënten, verschillende actiesuit om ervoor te zorgen dat de interdoktervariatie tot een minimumbeperkt kan worden.1Op verzoek van patiëntenverenigingen spreken we over «moeilijk objectiveerbare» aandoe-ningen, inclusief aanhalingstekens. kst-26448-856ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8561 De acties worden samen met UWV en de Nederlandse Vereniging voorVerzekeringsgeneeskunde (NVVG) uitgevoerd. Zij hebben verschillenderollen en verantwoordelijkheden. De NVVG is de wetenschappelijkeberoepsvereniging voor verzekeringsartsen, zowel in publieke als privatedienst. Daarom is de NVVG betrokken bij de acties die gaan om dekennisontwikkeling van verzekeringsartsen over ziektes in relatie totarbeidsbelastbaarheid en re-integratiemogelijkheden. Bijvoorbeeldpost-COVID en ME/CVS. Hiervoor ontwikkelt de NVVG richtlijnen. UWVvoert onder andere de WIA uit. Hiervoor verrichten verzekeringsartsen vanUWV de sociaal-medische beoordelingen van WIA-aanvragen.Daarom is UWV betrokken bij de acties die bijdragen aan de kwaliteit vande WIA-beoordeling. Hiervoor ontwikkelt UWV onder andere werkaf-spraken en (na)scholing voor verzekeringsartsen op basis van richtlijnendie de NVVG ontwikkelt. Verder voert UWV onderzoek uit naar de kwaliteitvan de WIA-beoordelingen. UWV en de NVVG zijn beiden aan zet om deverschillende acties uit te voeren. Het Ministerie van SZW ondersteunthen hierbij.Uw Kamer heeft meerdere moties ingediend over dit onderwerp. In april2024 is uw Kamer met een brief geïnformeerd over de uitvoering van dezemoties.2 De brief die voor u ligt, informeert u over wat er de afgelopen tijdverder gedaan is met de uitvoering van de moties. Ook komt de brieftegemoet aan de toezegging aan het lid Van Kent (SP) tijdens het debatover de problemen bij UWV van 16 april jl. over het informeren van uwKamer over de stand van zaken rondom «moeilijk objectiveerbare»aandoeningen.Expertbijeenkomsten met betrokkenenIn juli 2024, september 2024 en juni 2025 heeft het Ministerie van SZWbijeenkomsten georganiseerd over «moeilijk objectiveerbare» aandoe-ningen. Dit naar aanleiding van een motie van het lid Van Kent (SP).3Patiënten- en belangenorganisaties namen hieraan deel. Anderedeelnemers waren UWV, de NVVG, de Nederlandse Vereniging voorArbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), werkgevers- en werknemers-organisaties, de Ministeries van SZW en VWS en individuele professionals(verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en bedrijfsartsen). Door metverschillende betrokkenen samen te komen, was het mogelijk omverschillen in (de uitleg van) begrippen weg te nemen. Ook is in dezebijeenkomsten een lijst met acties opgesteld die de komende tijduitgevoerd zullen worden. Verder zijn er geen besluiten genomen tijdensdeze bijeenkomsten. Bij de uitvoering van de acties moet wel rekeningworden gehouden met de beschikbare capaciteit bij de NVVG, UWV enSZW, waaronder het tekort aan verzekeringsartsen. Niet alle acties kunnentegelijk uitgevoerd worden. De specifieke actiepunten die zijn geformu-leerd, zullen in het vervolg van deze brief aan de orde komen.MotiesDe motie van het lid Van Kent (SP)4 verzoekt de regering om in samen-werking met betrokken partijen tot een protocol te komen waarbij«moeilijk objectiveerbare» ziektes door het UWV worden erkend enserieus genomen. Naar aanleiding van deze motie heeft het Ministerie vanSZW in samenwerking met UWV en de NVVG de eerdergenoemdebijeenkomsten georganiseerd. In de voorbereiding naar deze bijeen-komsten hebben zij afgesproken om, samen met betrokkenen, te bepalen2Kamerstukken II, 2023–24, 26 448, nr. 753.3Kamerstukken II, 2021–22, 26 448, nr. 674.4Kamerstukken II, 2021–22, 26 448, nr. 674.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8562 welke acties er in gang gezet kunnen worden. Daarbij is rekeninggehouden met capaciteit. Niet alle acties kunnen tegelijkertijd uitgevoerdworden. In die zin is er dus niet één protocol ontwikkeld, maar vormendeze acties samen een werkwijze die ervoor zorgt dat «moeilijk objecti-veerbare» aandoeningen voldoende aandacht krijgen in de beoordelingvan een WIA-aanvraag. Bovendien voeren UWV en NVVG de meesteacties afzonderlijk van elkaar uit.In de eerste bijeenkomst is met betrokkenen gesproken over deproblemen waar mensen met «moeilijk objectiveerbare» aandoeningentegenaan lopen.Daarna is geïnventariseerd wat er gedaan kan worden om deWIA-beoordeling van deze mensen te verbeteren. Hieruit zijn verschil-lende acties gekomen. Zo ontwikkelt de NVVG met financiële steun vanSZW een handreiking en ankercasuïstiek5 voor post-COVID. Een eersteconceptversie van de handreiking zal eind 2025 worden gedeeld metmensen die hierop mee kunnen lezen. Onder andere patiëntenvereni-gingen zijn gevraagd om feedback te geven. Als het eerste concept van dehandreiking af is, gaat de NVVG aan de slag met de ankercasuïstiek.Patiëntenverenigingen zullen hier ook feedback op kunnen geven. Dezeankercasuïstiek zal naar verwachting in de tweede helft van 2026opgeleverd worden. Beide producten vormen input voor een multidiscipli-naire richtlijn voor post-COVID. De NVVG zal deze ontwikkelen en zoekthiervoor de samenwerking met de NVAB en andere betrokkenen. DeNVAB heeft al eerder een leidraad voor bedrijfsartsen opgesteld. Deontwikkeling van de richtlijn zal naar verwachting medio 2026 kunnenbeginnen.Ook wil de NVVG op termijn ankercasuïstiek ontwikkelen voor langdurigeklachten bij Lyme en fibromyalgie. Hierbij worden de patiëntenvereni-gingen ook betrokken. Verder ontwikkelt de Federatie Medisch Specia-listen (FMS) een multidisciplinaire richtlijn ME/CVS. Deze wordt naarverwachting in mei 2026 gepubliceerd. Ook hier zijn patiëntenvereni-gingen bij betrokken. Ten slotte is de NVVG bezig met het actualiseren vande standaard onderzoeksmethoden. Dit is een ziekte-overstijgendestandaard. Een projectgroep is momenteel bezig om een planning enprojectvoorstel uit te werken.Het ontwikkelen van deze producten kost tijd. Ook zijn er andere belem-meringen. Door drukte in de uitvoering kan het lastig zijn om voldoendewerkgroepsleden te werven. Ook is er methodologische ondersteuningnodig om deze producten te ontwikkelen. Specifiek voor post-COVID is hetzo dat er nog weinig wetenschappelijke kennis beschikbaar is. Ook kan hetmoeilijk zijn om consensus te bereiken over de ankercasuïstiek, omdatartsen hier soms verschillende opvattingen over hebben.Met het delen van deze informatie wordt invulling gegeven aan debetreffende motie. Als er bijzondere ontwikkelingen zijn, zal uw Kamerhierover geïnformeerd worden.De motie Ceder (CU) en Van Kent (SP)6 verzoekt de regering om zich in tezetten voor een betere expertise van verzekeringsartsen en arbeidsdes-kundigen op het gebied van minder zichtbare arbeidsbeperkingen. Deproducten die hierboven beschreven worden, dragen hieraan bij. Verder5Ankercasuïstiek bestaat uit voorbeelden waarin goed onderbouwde oordelen worden gegeven.Dit is een hulpmiddel voor beoordelingen waarbij de kans groter is dat er verschillen zijntussen artsen. De ankercasuïstiek wordt ontwikkeld tijdens consensusoverleggen tussenverzekeringsartsen.6Kamerstukken II, 2022–23, 29 544, nr. 1169.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8563 heeft UWV in oktober 2024 een symposium «COVID & postinfectieuzeziektebeelden» georganiseerd. Verzekeringsartsen en sociaal-medischverpleegkundigen konden zich zo bijscholen over post-COVID. DeStichting Long COVID en C-support waren betrokken bij dit symposium.Tachtig tot negentig procent van de (verzekerings)artsen heeft dezescholing gevolgd. Deze scholing draagt bij aan de verplichte herregistratievoor medisch specialisten.Ook heeft UWV een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd naar beoordelingenvan aanvragers van een WIA-uitkering die post-COVID hebben. Hiermeekrijgt UWV meer inzicht in de kwaliteit van deze beoordelingen. Patiënten-verenigingen hebben feedback kunnen geven op de onderzoeksopzet ende uitkomsten. Het onderzoek wordt in twee delen gepubliceerd op dewebsite van UWV. Het eerste deel wordt in november gepubliceerd. Indecember volgt een tweede deel, waarin UWV ingaat op de regionaleverschillen. Als het onderzoek relevante uitkomsten oplevert, zal uwKamer hierover geïnformeerd worden. Verder gaat UWV een kwaliteitson-derzoek uitvoeren naar beoordelingen waarbij ME/CVS een rol speelt. Hieris de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid bij betrokken. Deresultaten van dit onderzoek worden in het eerste kwartaal van 2026verwacht.UWV heeft dit jaar de standaard «Duurbelastbaarheid in arbeid» verrijktmet de wetenschappelijke inzichten uit het promotieonderzoek van eenverzekeringsarts. Verder loopt er op dit moment literatuuronderzoek naarde duurbelastbaarheid in arbeid. Afhankelijk van de resultaten van ditonderzoek kijkt UWV of en zo ja, hoe de standaard geactualiseerd moetworden. Dit is een stap om de standaard verder te onderbouwen enmogelijk te vernieuwen. Ook heeft UWV een memo over de uniformebeoordeling van duurzaamheid bij post-COVID ontwikkeld. Dit inafwachting van de handreiking post-COVID die de NVVG ontwikkelt, dieleidend zal zijn.7 De standaard «Duurbelastbaarheid» en het memo helpenverzekeringsartsen om een goede inschatting te maken van de duurbelast-baarheid en prognose van mensen met minder zichtbare aandoeningen,en specifiek post-COVID.Verder is UWV bezig om de kwaliteitscyclus te verbeteren. Onderdeelhiervan is de MOK (meting operationele kwaliteit).8 Deze verbetering geldtvoor alle ziektebeelden. Ook zal UWV vanaf dit najaar jaarlijks overlegvoeren met patiëntenverenigingen om ontwikkelingen te delen. Hiervoorwordt gezamenlijk besloten welke onderwerpen besproken zullen worden.Tijdens deze bijeenkomsten zal UWV de voortgang over de geformuleerdeactiepunten uit de overleggen met patiëntenverenigingen delen. HetMinisterie van SZW sluit aan bij het eerste overleg, dat eind 2025 geplandis.De cliënt staat centraal bij de sociaal-medische beoordeling. Naast hetonderzoek gebruikt de verzekeringsarts vragenlijsten om feiten teverzamelen. Er lopen twee promotieonderzoeken om te onderzoekenwelke vragenlijsten het beste gebruikt kunnen worden. UWV wil devragenlijsten graag inbouwen in het rapportage-systeem. Ook is er dewens om de vragenlijsten vooraf naar de cliënt te sturen, zodat de cliëntniet alle informatie tijdens het spreekuur hoeft de delen, maar ook voorafal input voor de beoordeling kan geven.7Zie ook de beantwoording van de Kamervragen van het lid Saris (Aanhangsel Handelingen II2025/26, nr. 330).8Zie ook Kamerstukken II, 2024–25, 26 448, nr. 848.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8564 In veel gevallen worden klachten die te maken hebben met post-COVIDoverigens wel voldoende erkend. Uit cijfers van UWV blijkt namelijk datruim 85% van de mensen met post-COVID die een WIA-aanvraag indient,deze ook toegekend krijgt vanwege gedeeltelijke of volledige arbeidsonge-schiktheid.Het lid Agema (PVV) heeft een motie9 ingediend om de leidraad voorherstel en re-integratie van werknemers met post-COVID meerbekendheid te geven. De NVAB brengt deze leidraad onder de aandachtop haar website.10 Verzekerings- en bedrijfsartsen kunnen ook deelnemenaan trainingen van de Netherlands School of Public and OccupationalHealth (NSPOH) waarin deze leidraad aan de orde komt. Vaak nemen ookarboverpleegkundigen hieraan deel. Deze trainingen, die momenteel tweekeer per jaar worden gehouden, worden nog steeds goed bezocht. Verderheeft de NVAB de leidraad gepresenteerd op het eerdergenoemdesymposium over post-COVID in oktober 2024.Afgelopen voorjaar hebben de leden Saris (NSC) en Ceder (CU) eenmotie11 ingediend. Hierin verzoeken zij de regering een onderzoek uit telaten voeren naar onder andere regionale verschillen bij UWV in desociaal-medische beoordelingen waarbij post-COVID een rol speelt. Zoalseerder genoemd, heeft UWV een kwaliteitsonderzoek naar post-COVIDuitgevoerd. Het tweede deel van dit onderzoek, dat in december gepubli-ceerd wordt, is een verdieping in de regionale verschillen rondompost-COVID.De effecten van post-COVID op de WIA-instroom zijn zichtbaar in de datadie UWV verzamelt. UWV ziet dat er vanaf november 2024 minder mensenals gevolg van post-COVID de WIA instromen. Dit komt doordat meermensen immuniteit tegen COVID hebben ontwikkeld en nieuwerevarianten van het virus minder ziekmakend zijn.Ten slotte vraagt de motie om in het onderzoek aandacht te besteden aande scholingsmogelijkheden en de bestaande richtlijnen voor post-COVID.Zoals eerder in deze brief is aangegeven, wordt er nu aan verschillendenieuwe en bestaande producten over post-COVID gewerkt. Ook kunnenverzekeringsartsen deelnemen aan trainingen van de NSPOH. Dezeontwikkelingen zorgen ervoor dat het kennisniveau over post-COVID vanverzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en verpleegkundigen wordtverhoogd.Andere ontwikkelingenWerkbezoek Expertisecentrum post-COVIDHet is belangrijk om verhalen te horen van de mensen om wie het gaat.Daarom heeft het Expertisecentrum voor post-COVID van het LeidsUniversitair Medisch Centrum (LUMC) afgelopen augustus eenwerkbezoek voor het Ministerie van SZW georganiseerd. Hier is onderandere gesproken met mensen die zelf post-COVID hebben. Tijdens hetbezoek werd aangegeven dat een deel van deze mensen graag wil werkenbinnen de mogelijkheden die zij nog hebben. Er was echter ook aandachtvoor post-COVID-patiënten die niet of nauwelijks meer kunnen werken.Patiëntenverenigingen vroegen hierbij aandacht voor de beoordeling vande aanvraag van een WIA-uitkering. Een deel van de mensen metpost-COVID ervaart hierbij een gebrek aan kennis en erkenning van9Kamerstukken II, 2023–24, 25 295, nr. 2138.10Zie: Herstel & re-integratie voor werkenden met het Post-COVID Syndroom - NVAB.11Kamerstukken II, 2024–25, 26 448, nr. 814.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8565 professionals. Ook gaven zij aan dat mensen met post-COVID juist meerrust hebben om aan hun herstel te werken als zij een WIA-uitkering krijgendie voldoende is om in hun levensonderhoud te voorzien.Tussenuitspraken Centrale Raad van Beroep over ME/CVSOp 17 juli 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) drie tussenuit-spraken gedaan. Het ging om zaken die mensen met ME/CVS hebbenaangespannen tegen UWV.12 De CRvB oordeelde dat UWV de mate vanarbeidsongeschiktheid van deze personen onvoldoende heeft onder-bouwd en een nieuw besluit moet nemen op de drie WIA-aanvragen.Hierbij moet UWV gebruik maken van het oordeel van een deskundige dieop verzoek van de CRvB heeft gerapporteerd in deze zaak. Inmiddels heeftUWV de drie zaken opnieuw bekeken en voldaan aan de tussenuitspraken.Hiermee zijn de drie zaken inhoudelijk afgedaan. De uitspraken kunnenkan ook invloed hebben op WIA-aanvragen waar ME/CVS een rol bijspeelt en die nog geen formele rechtskracht hebben verkregen. Dit zijnaanvragen waarop UWV nog een besluit moet nemen en besluiten waarnog bezwaar of beroep tegen openstaat. De uitspraken van de CRvBhebben in beginsel geen invloed op besluiten die al wel definitief zijn.Mensen die een definitief besluit hebben gekregen, kunnen wel eenherzieningsverzoek bij UWV indienen.13Tot slotDe verwachting is dat de geformuleerde acties eraan bijdragen dat dekennis van «moeilijk objectiveerbare» aandoeningen onder professionalsverbetert. Hierdoor neemt de interdoktervariatie in de beoordeling vandeze aandoeningen af, wat ten goede komt aan de WIA-beoordeling vanmensen. Dit geldt niet alleen voor de nu bekende aandoeningen, maarook wanneer er in de toekomst mogelijk nieuwe ziektes komen. HetMinisterie van SZW houdt regie op de acties die zijn geformuleerd insamenwerking met de patiëntenverenigingen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. Paul12ECLI:NL: CRVB:2025:990, ECLI:NL:CRVB:2025:991 en ECLI:NL:CRVB:2025:992.13Zie ook de beantwoording van de Kamervragen van het lid Saris (Aanhangsel Handelingen II2025/26, nr. 330).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8566

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 619af0e2924594e9

14 okt 2026 · 8fd20bbf9dc57e18

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.