Voortgang mismatch sociaal-medisch beoordelen, hersteloperatie en kwaliteitsverbeteringen UWV
Brontekst
Versie 633538257d75e0d8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 862 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2025Zoals toegezegd wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd over deontwikkelingen bij de mismatch sociaal-medisch beoordelen, deWIA-hersteloperatie en de kwaliteitsverbeteringen bij de uitvoering vanarbeidsongeschiktheidswetgeving door UWV. We geven een beeld van dehuidige situatie en de oplossingsrichtingen waar we aan werken. Medenaar aanleiding van het recente onderzoek van de Algemene Rekenkamernaar fouten in de WIA-uitkeringen, vormen ook de sturings- en verant-woordingsrelaties binnen UWV en tussen SZW en UWV eenaandachtspunt. Hier ga ik in de Kabinetsreactie op genoemd Rekenkamer-rapport nader op in. Deze reactie wordt separaat aan uw Kamer gestuurd.In deze oplegger wordt ingegaan op de hoofdlijnen van de ontwikke-lingen. In onderdeel I van de brief wordt ingegaan op de mismatch en inonderdeel II op herstel en kwaliteit.Hoofdlijn ontwikkelingenAls mensen ziek zijn en daardoor arbeidsongeschikt raken, komt er veelop hen af. Daarom is het van groot belang dat ze snel zekerheid over huninkomen hebben. De realiteit is dat we daar de afgelopen jaren steedsminder goed in slagen. Dat komt doordat het stelsel van ziekte enarbeidsongeschiktheid al lange tijd onder grote druk staat. De vraag naarsociaal-medische beoordelingen is al jaren fors groter dan het aantalbeoordelingen dat UWV kan verrichten.Daarnaast weten we sinds medio 2024 dat de kwaliteit van de vaststellingvan uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid niet volledig op ordeis. UWV werkt daarom aan de WIA-hersteloperatie, in nauwe samen-werking met SZW en conform de in eerdere brieven aangekondigde koers.UWV heeft een herstelorganisatie ingericht om de dossiers te onder- kst-26448-862ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8621 zoeken van uitkeringsgerechtigden voor wie geldt dat er mogelijk een foutis gemaakt bij de vaststelling van het dagloon in de periode 2020–2024.Voor het herstellen van de mogelijke fouten in het dagloon, wordt gewerktaan een tijdelijke regeling. Deze tijdelijke regeling is nodig om mensen dieeen te lage uitkering hebben ontvangen, een vergoeding te geven terhoogte van het bedrag dat ze aan uitkering hebben gemist. De tijdelijkeregeling is momenteel in internetconsultatie en voor uitvoeringstoetsenuitgezet.De vergoeding wordt op zo’n manier verstrekt dat er zo min mogelijknegatieve effecten zijn op toeslagen, belastingen en andere inkomensaf-hankelijke regelingen.De combinatie van achterstanden en zorgen over de kwaliteit vanbeoordelingen, maakt dat uitkeringsgerechtigden veel onzekerheidervaren. UWV en SZW werken hard om dit te verbeteren. De verwachtingvoor de komende jaren blijft echter zorgwekkend. Dat komt door decombinatie van de stijgende vraag naar sociaal-medische beoordelingen,het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij UWV, en een uitvoeringdie op diverse fronten onder druk staat.Zoals aangegeven in de brief van 11 juni jl.1 zijn er forse ingrepen in hetstelsel nodig om het tij te keren. We moeten tot een vereenvoudigd enweer uitvoerbaar stelsel komen. Keuzes daarover zijn aan een nieuwkabinet. Op korte termijn blijft SZW binnen het huidige stelsel maatre-gelen treffen om de wachttijden voor mensen en de druk op de uitvoeringte verminderen. De reeds ingezette maatregelen en de maatregelenwaarover uw Kamer met de brief van 11 juni jl. is geïnformeerd, zijn daareen voorbeeld van. In lijn met de motie Ceder (CU) c.s. gaat SZW samenmet UWV en de betrokken beroepsgroepen aan de slag met taakdelegatieen taakherschikking. In dit kader is onlangs een verkenning gestart naarhoe taakherschikking optimaal kan worden vormgegeven, zodat ookHBO-zorgprofessionals zelfstandig taken binnen de sociaal-medischedienstverlening kunnen verrichten en de verzekeringsarts wordt ontlastwaar dat kan. UWV is verzocht om hier op korte termijn al stappen in tezetten. Ook zal SZW samen met UWV bekijken hoe het proces voor hetaanvragen en het behandelen van herbeoordelingen kan wordenverbeterd. De eerste stap die we hierin zetten, is het invoeren van eenstandaard aanvraagformulier voor herbeoordelingen.Ook UWV zelf moet forse verbeteringen doorvoeren in de organisatie.Daar zijn de afgelopen jaren diverse acties op ondernomen, maar er isnog onvoldoende resultaat geboekt. UWV heeft geconstateerd dat hetfundament van een goede uitvoering van de sociaal-medische dienstver-lening ontbreekt. De medewerkers van UWV proberen tijdige en juistedienstverlening te bieden, maar worden hier binnen de uitvoeringonvoldoende in ondersteund. De divisie Sociaal Medische Zaken (SMZ)heeft te kampen met grote en structurele organisatorische uitdagingen.De basis voor het op een effectieve manier doorvoeren van noodzakelijkeveranderingen is fragiel en maakt dat het doorvoeren van veranderingentot nu toe niet goed is gelukt. UWV gaat deze situatie de komende jarendoorbreken door sterker te sturen en heeft daarvoor een ontwikkelagendaopgesteld. Deze ontwikkelagenda geeft richting aan de verbeteringen envernieuwingen die UWV inzet, en moet ervoor zorgen dat het fundamentvan de organisatie verstevigd wordt en de uitvoering van de dienstver-lening beter beheersbaar wordt. Het gaat hier om een inzet die zekerenkele jaren zal duren voordat er echt verschil optreedt.1Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 846.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8622 De huidige situatie betekent dat UWV – net zoals voorgaande jaren – nietalle wettelijke taken inzake sociaal-medische dienstverlening kanuitvoeren. Mensen krijgen daardoor niet altijd de zekerheid over huninkomen die zij nodig hebben. Gezien de prioritering op Wajong- enWIA-claimbeoordelingen, komt andere dienstverlening steeds meer onderdruk te staan. UWV zet de resterende capaciteit zo efficiënt mogelijk in opdeze andere dienstverlening.Het gaat dan bijvoorbeeld om de Ziektewet en deskundigenoordelen. Watbetreft sociaal-medische beoordelingen in het kader van herbeoorde-lingen en bezwaar- en beroepszaken geldt dat UWV hier zeer beperkt aantoe komt. UWV werkt een werkwijze uit om ervoor te zorgen dat decapaciteit die beschikbaar is voor deze dienstverlening, gericht wordtingezet op mensen die deze het hardst nodig hebben en zonder beoor-deling in grote problemen zouden komen.Om te zorgen dat de kwaliteit van de vaststelling van uitkeringenstructureel verbetert, is UWV het programma Kwaliteit op orde gestart,waarbinnen het kwaliteitsmanagementsysteem van zowel de afzonderlijkeorganisatieonderdelen als voor UWV als geheel wordt versterkt enuitgebouwd. De verwachting is dat in 2026 de eerste verbeteringen in hetkwaliteitsmanagement van UWV zichtbaar zullen worden. In onderdeel IIvan deze brief wordt ingegaan op de laatste resultaten van de periodiekekwaliteitsmeting voor de WIA en Wajong.Tot slotHet is duidelijk dat er de komende tijd veel werk aan de winkel is om deuitvoering en de kwaliteit op orde te krijgen en om samen te werken aaneen aanpassing van het WIA-stelsel om aan mensen de dienstverlening tekunnen bieden die zij nodig hebben. De stappen die UWV zet, zijnnoodzakelijk. Net zoals een fundamentele herziening van het stelsel en demaatregelen die SZW in de tussentijd treft. De WIA is te ingewikkeld, voormensen die arbeidsongeschikt worden en voor de uitvoering. Vereenvou-diging is mogelijk, maar vergt scherpe keuzes van het nieuwe kabinet envan uw Kamer.2 Het is belangrijk dat mensen die arbeidsongeschikt rakenook in de toekomst op sociaal medische dienstverlening kunnen rekenen,net zoals de werkgevers en andere belanghebbenden die grotendeels deverantwoordelijkheid dragen voor re-integratie en financiering.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. Paul2Zie ook Kamerstukken II 2024–2025, 32 716, nr. 799.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8623 ONDERDEEL I – MISMATCH 1. Staat van de sociaal-medische dienstverlening enUWV-organisatie In dit onderdeel van de brief wordt achtereenvolgens ingegaan op demismatch in 2025, de ontwikkelingen binnen de organisatie van UWV ende beoogde effecten van deze ontwikkelingen op de mismatch in 2026.Vervolgens gaan we in op de maatregelen die we treffen om de nadeligegevolgen van de aanhoudende mismatch zoveel als mogelijk te mitigeren.Dit doen we in de wetenschap dat er forse ingrepen – waarondervereenvoudiging – in het stelsel nodig zijn om de problematiek daadwer-kelijk op te lossen.1.1 Mismatch in 2025 In eerdere Kamerbrieven is er met name gefocust op de gevolgen van demismatchproblematiek bij de WIA en zijn prognoses van de achterstandenbij de WIA-claimbeoordeling gedeeld. In deze prognoses waren deoplopende achterstanden al zichtbaar. De druk op UWV is echter noggroter geworden door een verdere toename van de WIA-aanvragen en hetper oktober 2025 niet meer inhuren van verzekeringsartsen op zzp-basis,omdat in deze gevallen sprake kan zijn van schijnzelfstandigheid.3 In devoortgangsbrief van 11 juni jl.4 is dan ook aan uw Kamer gemeld dat– zonder substantiële wijzigingen in het stelsel of in de uitvoering van desociaal-medische beoordelingen – de achterstanden op deWIA-claimbeoordeling in 2030 kunnen oplopen tot meer dan 200.000wachtende mensen. Dit is een zorgwekkend beeld.Inmiddels blijkt uit de realisaties van dit jaar dat het aantal WIA-aanvragenin 2025 opnieuw verder is toegenomen dan verwacht, onder andere alsgevolg van een grotere stijging van het aantal mensen met eenpsychische aandoening. Onlangs zijn er twee onderzoeken gedaan naarde instroomstijging; door UWV5 in het kader van het InterdepartementaalBeleidsonderzoek (IBO) naar de WIA6, en door TNO en UWV7. Daarnaast isde laatste stand dat er 23 artsen in dienst zijn getreden bij UWV, diehiervoor als zelfstandige werkten. In 2025 is de achterstand bij deWIA-claimbeoordeling gestegen van ongeveer 14.000 eind 2024 totongeveer 25.000 eind september. UWV verwacht dat de achterstandverder oploopt tot ongeveer 35.000 eind 2025.De WIA-claimbeoordeling is niet de enige wettelijke taak die UWVuitvoert. Als gevolg van de mismatch is ook bij de andere taken deafgelopen jaren grote druk ontstaan, bijvoorbeeld bij de uitvoering van deZiektewet, het verrichten van herbeoordelingen en het behandelen vanmedische bezwaarzaken. Om de schaarse capaciteit zo gericht mogelijk inte zetten, werkt UWV sinds een aantal jaren met een prioritering op dediverse sociaal-medische beoordelingen.3Zoals aangegeven in antwoord op de Kamervragen van de leden Martens-America en Van Eijk(beiden VVD) het belangrijk om schijnzelfstandigheid te bestrijden. Ook is het belangrijk dat deoverheid hierin zijn verantwoordelijkheid neemt en dat hierbij geen uitzonderingen wordengemaakt. Zoals aangegeven heeft het vertrek van zzp-artsen bij UWV wel impact op het aantalmensen dat moet wachten op een beoordeling en de duur van de wachttijden. 2025Z18540.4Kamerstukken II 2025/25, 26 448, nr. 846.5https://www.uwv.nl/nl/publicaties/kennis/2025/de-instroom-in-de-wia-is-opnieuw-gestegen-hoe-komt-dit6Kamerstukken II 2024/25, 32 716, nr. 51, bijlage.7TNO Publiek, «Determinanten van WIA-instroom. Aanknopingspunten voor preventie?», TNO2025 R11308, 24 juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8624 De Wajong- en WIA-claimbeoordeling hebben daarin prioriteit boven deandere sociaal-medische beoordelingen, omdat bij deze beoordeling hetrecht op een uitkering moet worden vastgesteld. Voor deze mensen is hetdus belangrijk dat zij zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over het rechtop een uitkering en daarmee hun inkomenszekerheid.Vanuit de ontwikkelagenda heeft UWV in kaart gebracht wat de huidigestaat is van de volledige sociaal-medische dienstverlening. Daaruit blijktdat er nog te veel capaciteit gaat naar niet-geprioriteerde dienstverleningen niet voldoende naar de Wajong- en WIA-claimbeoordeling. Dit laat ziendat er onvoldoende gestuurd wordt op de prioritering, wat ervoor zorgtdat individuele medewerkers geconfronteerd worden met moeilijkekeuzes onder druk van cliënten en werkgevers die duidelijkheid verlangen.Ook zijn er grote verschillen in capaciteit tussen districten, waardoor eronacceptabel grote regionale verschillen zijn in de wachttijden enwaardoor het voor mensen en werkgevers vaak onduidelijk is wat zij welen niet kunnen verwachten van UWV.Onderstaande grafiek laat zien wat de komende jaren het verschil istussen de vraag naar alle sociaal-medische beoordelingen en het aantalverwachte beoordelingen dat UWV kan doen8. Dit verschil is in 2025 alfors, maar in latere jaren loopt het verschil tussen de vraag en wat UWVaankan op tot meer dan 70.000 sociaal-medische beoordelingen per jaar.Hierdoor nemen de achterstanden dus fors toe, ook buiten deWIA-claimbeoordeling. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het aantalmensen dat moet wachten, maar zorgt er ook voor dat de wachttijdentoenemen. Belangrijke kanttekening bij deze grafiek is dat het om een0-scenario gaat waarbij er geen productiviteitsverbetering gerealiseerdwordt, maar waar reeds besloten maatregelen zoals de tijdelijke60-plusmaatregel wel in zitten. De volgende paragraaf gaat in op deorganisatieveranderingen die UWV in gaat zetten om te voorkomen dat ditscenario realiteit wordt. De inschatting is dat ook na deze organisatiever-anderingen nog steeds sprake is van een mismatch.8De grafiek bevat aantallen van de WIA-claimbeoordeling, de ABA-beoordeling (waaronderWajong), herbeoordelingen, de Eerstejaarsziektewetbeoordeling en deskundigenoordelen.Overige sociaal-medische beoordelingen zoals de RIV-toets en WAO-beoordelingen zijn nietmeegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8625 1.2 UWV-organisatie De huidige staat van de sociaal-medische dienstverlening bij UWV is niethoudbaar en vereist dat UWV een reeks vergaande veranderingen inzet.UWV heeft de afgelopen jaren meerdere initiatieven ingezet om deuitvoering te verbeteren. Mede door de constante druk van de mismatchop de interne organisatie van UWV hebben deze initiatieven onvoldoendeeffect bereikt. UWV heeft in beeld gebracht wat er nodig is om hetfundament van de sociaal-medische dienstverlening te verbeteren. Dedivisie Sociaal-medische zaken (SMZ) staat onder grote druk en heeft tekampen met grote en structurele organisatorische uitdagingen. Deanalyse laat zien dat de medewerkers tijdige en juiste dienstverleningproberen te bieden, maar dat zij te maken hebben met onduidelijkewerkstandaarden, verouderde IT, slechte datakwaliteit en onvoldoendesturing op capaciteit en resultaten. Daarnaast heeft de organisatieonvoldoende inzicht in sturingsdata, zowel op regionaal als landelijkniveau. Het gevolg is dat er grote regionale verschillen zijn in deuitvoering, op alle vlakken. Er is verschil in hoe de landelijke prioriteringper regio uitpakt, in de werkwijzen die gehanteerd worden, in dekwantiteit en kwaliteit van de uitvoering en in de manier van verslag-legging. Dit alles laat zien dat een stevig fundament ontbreekt.UWV wil deze situatie de komende jaren doorbreken. Daarvoor heeft UWVde «Ontwikkelagenda sociaal-medische dienstverlening» opgesteld.9 Metdie agenda wil UWV ervoor zorgen dat het fundament van de organisatieverstevigd wordt. In 2026 en 2027 ligt daarbij de focus op het grip krijgenop de besturing van de organisatie en het verbeteren van de bestaandewerkwijzen. Hierbij werkt UWV aan meer uniformiteit in de processen,verkleinen van de regionale verschillen en strakkere sturing op prestatiesen capaciteit. Vervolgens gaat de focus naar het vernieuwen van desociaal-medische dienstverlening, waarbij er gekeken wordt naar eenherontwerp van het proces, herschikking van taken binnen de organisatieen modernisering van de systemen.1.3 Staat sociaal-medische dienstverlening in 2026 Zoals eerder aangegeven heeft UWV de afgelopen periode te weiniggestuurd op de prioriteringsafspraken. Dit moet echt anders. UWV gaatdaarom vanaf 2026 steviger sturen op de gemaakte afspraken. Hierdoorgaat er meer capaciteit naar de WIA-claimbeoordeling, waardoor deachterstanden minder snel stijgen. Hierbij heeft UWV de inzet dat eind2026 niemand langer dan zes maanden hoeft te wachten op duidelijkheidover het recht op een WIA-uitkering10. Ook gaat er meer capaciteit naar deWajong-beoordeling, met als doel dat er daar in 2026 geen substantiëleachterstanden meer zijn. De Wajong-prioritering wordt iets verbreed naareen prioritering op de beoordeling arbeidsvermogen (ABA), waar deWajong-beoordeling onderdeel van uitmaakt. Hierdoor valt de aanvraagindicatie Banenafspraak en de aanvraag indicatie beschut werk ook onderde prioriteiten van UWV. Dit draagt bij aan de integraliteit die met deABA-aanvraag wordt beoogd, maakt de uitvoering efficiënter, en verkortde wachttijd van kwetsbare cliënten.Het strikter sturen op de prioritering moet ervoor zorgen dat de decentraleverschillen fors kleiner worden en de regionale verschillen in wachttijdenafnemen, doordat er meer uniformiteit komt in de uitvoering. Dit moet9https://www.uwv.nl/nl/persberichten/noodzakelijke-verandering-in-dienstverlening-aan-arbeidsongeschikten10Eind september wachten er ruim 6.000 mensen langer dan 6 maanden op eenWIA-claimbeoordeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8626 ervoor zorgen dat er voor cliënten, werkgevers en andere betrokkenenmeer duidelijkheid komt over wat er van UWV verwacht kan worden endat dat in iedere regio vergelijkbaar is.Dat er als gevolg van de prioritering meer capaciteit gaat naar de ABA- enWIA-beoordeling is geen oplossing voor de mismatchproblematiek. Hetlandelijk uniform uitvoeren van de geprioriteerde dienstverlening heeft alsconsequentie dat het duidelijker zichtbaar en voelbaar wordt voormensen, werkgevers en andere belanghebbenden, aan welke dienstver-lening UWV niet tot nauwelijks meer toekomt in 2026.Zo zet UWV voor enkele onderdelen van de niet-geprioriteerde dienstver-lening de reeds ingezette ontwikkelingen en werkwijzen voort. Het gaathier bijvoorbeeld om ontwikkelingen op de dienstverlening in deZiektewet en het afhandelen van deskundigenoordelen. Wat betreft detijdige uitvoering van RIV-toetsen bekijkt UWV hoe de processen hieropgeoptimaliseerd kunnen worden.Voor de andere onderdelen van de niet-geprioriteerde dienstverleninggeldt dat UWV ernaar streeft om een (zeer) beperkte groep mensen, die inde meest schrijnende situaties verkeren, toch te kunnen helpen waar hetgaat om herbeoordelingen en bezwaar- en beroepszaken. UWV werkt hiernu werkwijzen voor uit. Duidelijk is al wel dat deze zeer lastige afwegingencentraal binnen UWV moeten worden gemaakt in plaats van op de lokalekantoren. Op deze manier wordt duidelijker zichtbaar welk deel van dewettelijke taak UWV als gevolg van de mismatch niet kan bieden en welkegevolgen dat met zich meebrengt. De bijlage bevat een toelichting vanUWV met meer informatie over de uitvoering van de sociaal-medischedienstverlening in 2026. Deze bijlage ontvangt uw Kamer uit het oogpuntvan transparantie. Als uw Kamer dat wenst, komt UWV het stuk toelichtenin een technische briefing. In de bijlage schetst UWV een beeld vanvoorgestelde werkwijzen voor 2026. Deze worden gedurende het jaarverder uitgewerkt en getoetst in de praktijk. Ook daarna heeft UWV eengrote sturingsopgave om de ambitieuze plannen te realiseren.De komende periode gaat UWV monitoren in welke mate de sterkeresturing op de prioritering van de Wajong en de WIA-claimbeoordelingeffectief is. Ook gaan we in gesprek met sociale partners, privateuitvoerders en verzekeraars om de brede en maatschappelijke gevolgenvan het niet uitvoeren van een deel van de dienstverlening te bespreken.Op basis daarvan kan worden bezien of het wenselijk is om de prioriteringbij te stellen. Daarnaast kan bekeken worden in hoeverre er maatregelenmogelijk zijn om de nadelige effecten te voorkomen en financiëleconsequenties te beperken, ook in relatie tot het afschaffen van bestuur-lijke dwangsommen (zie ook onder 2.4). In de volgende voortgangsbriefwordt uw Kamer over de stand van zaken geïnformeerd. Op dat momentmaakt UWV ook inzichtelijk wat de prognose is voor de uitvoering enachterstanden van alle vormen van sociaal-medische dienstverlening.2. Stand van zaken verkenningen en maatregelen Om de mismatch te beperken zijn de afgelopen jaren maatregeleningevoerd en verkenningen aangekondigd. Op een aantal onderwerpenleest u hieronder de recente ontwikkelingen. Uiteraard blijven we, ooksamen met sociale partners, private uitvoerders en verzekeraars, bezienwat er nog meer mogelijk is aan maatregelen binnen het huidige stelsel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8627 2.1 Taakherschikking Zoals toegezegd aan het lid Ceder (CU) in het debat van 25 september jl.verkent SZW samen met UWV welke mogelijkheden er zijn voor verder-gaande taakdelegatie en taakherschikking op korte en langere termijn. Opkorte termijn verzoek ik UWV om te doen wat mogelijk is binnen dehuidige wet- en regelgeving om HBO-professionals een zelfstandigtakenpakket te geven. Belangrijke eerste stappen die UWV gaat zetten, zijnhet creëren van een zelfstandige positie voor de HBO-professionalsbinnen UWV, waardoor zij onder hun eigen BIG-registratie eigenstandigtaken kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld in het kader van de Ziektewet.Hierbij kan gekeken worden naar voorbeelden in de curatieve sector enspecifiek naar de Arbo-sector. Voor de taken waarvoor in de arbeidsonge-schiktheidswetgeving is vastgelegd dat de verzekeringsarts hier explicietverantwoordelijk voor is, zal UWV de taakdelegatie uniformeren. Op ditmoment is de taakdelegatie tussen verzekeringsarts en HBO-professionalnog op individuele basis ingericht, waardoor er veel diversiteit in deuitvoering is en niet alle HBO-professionals optimaal worden ingezet.Tevens moet onderzocht worden wat er nodig is om de HBO-professionalseen Post-HBO opleiding te laten volgen en optioneel een master totverpleegkundig specialist, als borging van de kwaliteit en als verderespecialisatie in de sociaal-medische dienstverlening. Vooruitlopend hieroponderzoekt UWV of er in 2026 binnen de budgettaire kaders al een pilotkan worden opgestart om de eerste HBO-professionals de Post-HBOopleiding te laten volgen.Parallel aan wat UWV nu al gaat doen, start mijn ministerie eenverkenning op om samen met de betrokken beroepsverenigingenwaaronder de NVVG en de V&VN, en UWV, te onderzoeken wat de meestoptimale inzet van diverse professionals kan zijn in de toekomst. Op basishiervan zal op termijn wet- en regelgeving moeten worden aangepast. In2026 zal een gedetailleerdere invulling van deze verkenning wordenopgesteld en in de loop van 2026 wordt uw Kamer hierover nadergeïnformeerd.Met bovenstaande geven we een eerste invulling aan de motie van Ceder(CU) c.s. aangaande taakdelegatie en taakherschikking (Kamerstuk 26 448,nr. 857). Over het verdere verloop informeren wij zoals aangegeven uwKamer in de loop van 2026.2.2 Verbeteringen proces herbeoordelingen Gezien de beperkte capaciteit die beschikbaar is voor herbeoordelingen, ishet van belang om kritisch te kijken naar het proces voor het aanvragenen afhandelen van herbeoordelingen. Een aanzienlijk deel van aange-vraagde herbeoordelingen leidt op dit moment niet tot een wijziging vande uitkeringsklasse. Dat impliceert dat er winst te behalen valt alsvraaggestuurde herbeoordelingen doelmatiger worden ingezet. Daarom ishet van belang om te onderzoeken op welke manier dat zou kunnen. Datdoet SZW samen met UWV langs twee lijnen: 1) bezien hoe het procesrondom het aanvragen van herbeoordelingen kan worden verstevigd, en2) hoe een aanvraag om een herbeoordeling inhoudelijk zo efficiëntmogelijk kan worden afgehandeld door de juiste professional bij UWV.Een eerste stap in dit traject is het invoeren van een standaard aanvraag-formulier voor herbeoordelingen. Op dit moment bekijkt UWV wat hiervoor nodig is en op welke termijn dit kan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8628 2.3 Publiek-private samenwerking Zoals aangekondigd in de voortgangsbrief van 11 juni jl. zijn UWV enverschillende private partijen bezig met een verkenning op welke wijzeoptimaal kan worden samengewerkt in de keten van begeleiding enbeoordeling van arbeidsongeschiktheid. De afgelopen periode is naderonderzocht op welke wijze binnen de WIA-claimbeoordeling optimaalgebruik kan worden gemaakt van de oordeelsvorming van betrokkenartsen en andere professionals in de eerste twee ziektejaren.Uitgangspunt hierbij is dat UWV verantwoordelijk blijft voor devaststelling van arbeidsongeschiktheid. Het doel is om door de samen-werking te komen tot een duidelijk en gedeeld beeld van de belast-baarheid waardoor de WIA-claimbeoordeling door de verzekeringsartssnel en efficiënt kan plaatsvinden.In het eerste kwartaal van 2026 zal deze samenwerking vorm krijgen ineen gezamenlijke proeftuin. Hierin zal in de praktijk nader wordenonderzocht hoe deze samenwerking optimaal kan worden vormgegeven.De proeftuin is een intensieve samenwerking tussen UWV en privatepartijen als het Verbond van Verzekeraars, de OVAL (brancheverenigingvan arbodiensten), Kwaliteit op Maat en het Platform Private UitvoerdersSociale Zekerheid. In de eerste fase kent de proeftuin een omvang van 500dossiers.2.4 SMC-ontwikkeling UWV werkt al enige jaren aan de vormgeving van sociaal medische centra(SMC’s), waarin UWV-professionals samenwerken in een multidisciplinairteam, met een verzekeringsarts als regievoerder. Op deze wijze beoogtUWV onder meer de verzekeringsarts en andere UWV-professionalsefficiënter in te zetten bij de begeleiding en beoordeling van mensen dievanwege ziekte of een arbeidsbeperking niet (volledig) kunnen werken.UWV heeft recent de voortgang en resultaten van SMC-vorming geëva-lueerd. Alle 103 sociaal-medische teams zijn gestart met invoering van dewerkwijze, maar de stadia van implementatie verschillen. Er zijnmomenteel 78 teams in ontwikkeling en 25 SMC’s in de basis gereed. Erzijn nog geen volwaardige SMC’s. Daarmee ontwikkelen de teams zichniet naar verwachting en blijft de voortgang achter bij de planning.UWV monitort de ontwikkeling van SMC’s aan de hand van de prestatiesop vier deelgebieden: kwaliteit, kwantiteit, medewerkerstevredenheid encliënttevredenheid. Uit de jaarlijkse evaluatie blijkt dat de SMC-vormingachterblijft bij de verwachtingen. Dit geldt zowel voor de algehelevoortgang als voor de prestaties op de vier deelgebieden. Er zijn op deverschillende resultaatgebieden geen duidelijke verschillen waargenomenin prestaties tussen «teams in ontwikkeling» en «teams in de basisgereed». Dit geldt dus ook voor de kwaliteit (juistheid) van sociaal-medische beoordelingen. Bij de WIA zijn er wat dat betreft over de gehelelinie geen grote verschillen in de prestaties van «teams in de basisgereed» en «teams in ontwikkeling». UWV erkent dat er meer sturingnoodzakelijk is om de teams te ondersteunen in hun ontwikkeling. Hetgaat hierbij zowel om sturing op de algehele voortgang van deSMC-ontwikkeling als specifieke sturing op de kwaliteit van de monitoringop de SMC-ontwikkeling. Dit komt onder meer tot uiting in de aandachtdie de SMC-ontwikkeling (ook) krijgt als onderdeel van de ontwikkel-agenda Sociaal-medische Dienstverlening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8629 2.5 Dwangsommen In de voortgangsbrief van 11 juni jl. is aangegeven dat SZW de mogelijk-heden om dwangsommen tijdelijk buiten werking te stellen, verderuitwerkt. Gezien de huidige staat van de uitvoering van sociaal-medischedienstverlening en de verwachtingen rondom de achterstanden bij deherbeoordelingen, is besloten voorbereidingen te treffen om de procedurerondom bestuurlijke dwangsommen tijdelijk buiten werking te stellenvoor de WIA. Hiervoor zal een wetsvoorstel worden voorbereid. Derechterlijke dwangsommen blijven dan voorlopig in stand. Hoe het bedragaan rechterlijke dwangsommen zich de komende jaren ontwikkelt, wordtcontinu gemonitord. Daarbij wordt verder verkend wat op dat gebiedmogelijk is, waarbij de rechtsbescherming voldoende geborgd moetblijven.Zoals in eerdere kamerbrieven aangegeven, dient de dwangsom in deWIA al jaren niet meer als middel waar het voor bedoeld is, namelijk derechtsbescherming van belanghebbende burgers en partijen. UWV isimmers al langere tijd niet meer in staat om alle aanvragen tijdig op tepakken. Voor de WIA-claimbeoordeling en WIA-herbeoordeling heeft hetindienen van een dwangsom de afgelopen jaren daarmee enkel als gevolggehad dat dit ten koste ging van mensen die UWV geen ingebrekestellinghadden gestuurd. Zij moesten nog langer wachten, doordat aanvragenmet een dwangsom eerder (en ook niet tijdig) werden opgepakt doorUWV. Dat is een onwenselijke situatie en daarom wordt de volgorde nietlanger bepaald op basis van de vraag of UWV in gebreke is gesteld en eendwangsom heeft verbeurd.2.5 Onderzoek effect 60-plusmaatregel op arbeidsparticipatie Eerder is uw Kamer geïnformeerd dat de 60-plusmaatregel effect kanhebben op de arbeidsparticipatie van de betreffende groep. UWV heefthier onderzoek naar laten doen en de resultaten hiervan zijn te vinden ineen Kennisverslag.11 De resultaten zijn grotendeels naar verwachting: hetaandeel toegekende WIA-uitkeringen neemt door de maatregel toe en eris een verschuiving van WGA 35–80 naar de WGA 80–10012.De conclusie over een toename van het aantal aanvragen was nietvoorzien en het effect op de arbeidsparticipatie was beperkt voorzien. Deresultaten geven interessante inzichten die gebruikt kunnen worden voortoekomstige besluitvorming.ONDERDEEL II – HERSTEL EN KWALITEIT 1. Stand van zaken WIA-hersteloperatie 1.1 Omvang problematiek, reikwijdte en aanpak herstelactie Voor de herstelactie WIA-dagloon is UWV begonnen met het handmatigonderzoeken van de dossiers waarbij mogelijk een fout is gemaakt bij devaststelling van het dagloon in de periode 2020–2024. Van deze groep zijnruim 1.000 mensen inmiddels geïnformeerd dat er bij hen geen fouten zijngemaakt. Een groot aantal dossiers moet nog worden onderzocht.11https://www.uwv.nl/nl/publicaties/kennis/2025/60-plusmaatregel-geen-sterke-stijging-wia-aanvragen12Als gevolg van de maatregel krijgen 60-plussers doorgaans een vereenvoudigde claimbeoor-deling met als uitkomst een WGA 80–100 uitkering. Hierdoor treedt verschuiving op van35-min en WGA 35–80 naar WGA 80–100.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86210 In de vorige voortgangsbrief van 11 juli jl. is het voornemen beschrevenom eind 2025 te bekijken of het in de rede ligt de periode van 2020–2024verder te verlengen, omdat dan de uitkomsten van de kwaliteitsmetingenover de eerste helft van dit jaar beschikbaar zijn. In paragraaf 4.1 staan deuitkomsten van deze kwaliteitsmetingen en wordt het vervolg verdertoegelicht. We hebben met de nu beschikbare kwaliteitsmetingen noggeen volledig beeld over de eerste helft van 2025. Het instrument datwordt gebruikt om de kwaliteit te meten, is nog niet volledig betrouwbaar.Voordat een definitief besluit genomen kan worden over de periode waarde WIA-hersteloperatie op ziet, is nog meer zekerheid gewenst. Hiervoormoet in elk geval de volgende kwaliteitsmeting worden afgewacht.Daarnaast is in de vorige voortgangsbrief aangegeven dat hetuitgangspunt is om beëindigde uitkeringen in de periode 2020–2024 meete nemen in de herstelactie. Dit uitgangspunt was nog niet definitief enhing af van de optie om keteneffecten te beperken. Als het niet mogelijkzou zijn om keteneffecten te beperken, zouden mensen mogelijk juistnadelen ondervinden wanneer hun reeds beëindigde uitkering ook zouworden meegenomen in de herstelactie. Samen met UWV hebben weinmiddels voldoende vertrouwen dat de optie om keteneffecten tebeperken door middel van een tijdelijke regeling haalbaar is. Deze optiewordt inhoudelijk toegelicht in paragraaf 2. Daarom maken we dituitgangspunt definitief. Dat wil zeggen dat ook beëindigde uitkeringenvoor de periode 2020–2024 door UWV worden gecontroleerd en waar dataan de orde is, zal een vergoeding worden verstrekt. Deze dossiers zullenbovenop de eerder genoemde lopende uitkeringen gecontroleerd worden.De totale groep te controleren dossiers komt op 51.000.1.2 Contact met mensen Het is van belang dat mensen voortvarend duidelijkheid krijgen over hunuitkering en dat fouten in de dagloonberekening op een zorgvuldigemanier worden afgehandeld. Daarom is het doel van UWV om mensenwaar dat kan, zo snel mogelijk te informeren en hen vervolgens periodiekop de hoogte te houden van de WIA-hersteloperatie.Om ervoor te zorgen dat mensen weten of hun dagloon opnieuw wordtonderzocht, heeft UWV ook de mensen geïnformeerd bij wie geenaanleiding is om te veronderstellen dat de dagloonberekening fout is.Dit betreft de groep buiten de 51.000 dossiers. Ook het merendeel van demensen binnen de groep van 51.000 dossiers bij wie een risico isgeconstateerd op mogelijke fouten in de dagloonberekening, is geïnfor-meerd.Voor een klein deel geldt dat deze mensen niet via brede communicatiegeïnformeerd zijn of er aanwijzingen voor mogelijke fouten zijn gevonden,omdat er op een andere manier al contact was met UWV, bijvoorbeeld viaBezwaar & Beroep. Voor deze groep past UWV de communicatie aan naarde persoonlijke situatie om verwarring te voorkomen.De groep mensen wiens uitkering al is beëindigd, is nog niet geïnfor-meerd. Dat komt doordat voor deze uitkeringen geldt dat er nog geendefinitieve beslissing was genomen om deze dossiers ambtshalve teonderzoeken. In paragraaf 1.1 is nader ingegaan op de definitievebeslissing.Van de groep uitkeringsgerechtigden waarbij een risico op mogelijkedagloonfouten is geconstateerd, gaat UWV het dossier nader onder-zoeken. Deze groep zal elk kwartaal op de hoogte worden gehouden doormiddel van een brief zoals is aangegeven in de voortgangsbrief van 11 juliTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86211 jl. Dit heeft UWV in de eerste brief ook aangekondigd richting deze groep.De volgende brief zullen mensen in januari 2026 ontvangen. Zodra eendossier is onderzocht, dan wordt de uitkeringsgerechtigde gebeld met deuitkomsten van het onderzoek. Deze uitkomsten worden vervolgens perbrief bevestigd.De informatiebehoeften van uitkeringsgerechtigden, zijn erg verschillend.UWV probeert zo goed als mogelijk in deze verschillende behoeften tevoorzien. Zo is er dit najaar ook een eerste landelijke cliëntbijeenkomstgeorganiseerd voor WIA-uitkeringsgerechtigden. Er is inzicht gegeven inde manier waarop UWV eventuele fouten gaat herstellen en hoe deberekening van het dagloon eruit ziet. Voor de uitkeringsgerechtigden waser ruimte om in een persoonlijk gesprek vragen te stellen aan deaanwezige casemanagers. Aanwezige uitkeringsgerechtigden hebbenaangegeven dat zij de cliëntbijeenkomst hebben gewaardeerd en UWVheeft zich voorgenomen dit vaker te doen.Zoals in de voortgangsbrief van 11 juli jl.13 is gemeld, heeft UWV eenextra team van casemanagers aangesteld om mensen ondersteuning tebieden. Sinds 1 april jl. hebben in totaal 747 uitkeringsgerechtigdengebruik gemaakt van deze ondersteuning. Dit zijn uitkeringsgerechtigdenvan zowel binnen als buiten de doelgroep van de WIA-hersteloperatie.Deze casemanagers helpen mensen door via persoonlijke begeleiding dezorgen gericht in beeld te brengen en de juiste vervolgstappen te zetten.UWV heeft een evaluatieonderzoek laten uitvoeren naar de communicatierondom de WIA-hersteloperatie. De resultaten uit het onderzoek zijnoverwegend positief. Een groot deel geeft aan de informatie van UWVduidelijk te vinden en de websitepagina, die is ingericht voor deWIA-hersteloperatie te bezoeken. De belangrijkste conclusies zijn onderandere dat mensen behoefte hebben aan persoonlijke en gevisualiseerdecommunicatie en meer inzicht in de berekeningen. UWV neemt dezeuitkomsten mee in de verdere informatievoorziening.1.3 Samenhang met andere herstelacties In de WIA-hersteloperatie worden naast de herstelactie WIA-dagloon ookandere herstelacties binnen de WIA meegenomen vanwege de inhoude-lijke samenhang. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven vandie herstelacties en de aantallen per herstelactie.HerstelactieWat is geconstateerdWijze onderherstelorganisatieAantalKwaliteit WIAdagloonMogelijke fouten in de berekening vanhet dagloon voor WIA-uitkeringen tussen2020 2024.Volledigedoelgroep51.000LoonlozetijdvakkenOpvolging uitspraken van de CentraleRaad van Beroep omtrent loonlozetijdvakken in WIA-dagloonvaststelling.Volledigedoelgroep76.000WIA-indexatieSinds 2006 is in sommige gevallen hethandmatig doorvoeren van de indexeringvan het dagloon niet (goed) toegepast bijde vaststelling van nieuwe WIA-uitkeringen.Volledigedoelgroep3.600 13Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 848.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86212 Als een uitkeringsgerechtigde te maken heeft met verschillende herstel-acties, is het de intentie van UWV om alle hierboven genoemde herstel-acties zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. Daarom is voor deherstelacties loonloze tijdvakken en WIA-indexatie besloten om dezeherstelacties volledig mee te nemen in de WIA-hersteloperatie.De aantallen per herstelactie in bovenstaande tabel wijken iets af van deeerder gecommuniceerde aantallen. Doordat loonloze tijdvakken enWIA-indexatie nu volledig onder de WIA-hersteloperatie vallen, valt ditaantal in bovenstaande tabel hoger uit. Een deel wat eerder in dereguliere uitvoering zou worden opgepakt, valt nu onder deWIA-hersteloperatie. Daarnaast is in de brief van 11 juli jl. aangekondigddat UWV de aantallen per herstelactie ging valideren. Door deze validatiezijn de aantallen verder aangescherpt. Met name voor loonloze tijdvakkenvalt het aantal hoger uit dan eerder verwacht.Eerder stonden ook de herstelacties Opting-in14 en AO-pensioen15 inbovenstaand overzicht. Samen met UWV is nogmaals bekeken of heteerdere voornemen om de herstelacties Opting-in en AO-pensioenen opte nemen in de WIA-hersteloperatie nog wenselijk is. Deze herstelactiesbetreffen terugvorderingsacties en in de herstelactie WIA-dagloon wordtniet teruggevorderd, zoals aangegeven in de vorige voortgangsbrief. Doordeze herstelacties los te koppelen van de WIA-hersteloperatie, kunnendeze dossiers direct worden opgepakt, in plaats van te wachten tot destart van de WIA-herstelactie in de loop van 2026.Hierdoor worden eventuele terugvorderingen van deze dossiers richtinguitkeringsgerechtigden niet onnodig (verder) verhoogd. Het nadeelhiervan is dat mensen nu mogelijk geconfronteerd worden met tweeverschillende berichten over respectievelijk een terugvordering vanwegede herstelactie Opting-in of AO-pensioen en later mogelijk een bijstellingomhoog en een vergoeding vanwege de herstelactie WIA-dagloon. Hetnadeel van verder oplopende terugvorderingen weegt echter zwaarder.Daarom heb ik samen met UWV besloten om de aangehouden dossiers inde herstelacties Opting-in en AO-pensioen zo snel als mogelijk teherstellen. Hetzelfde geldt voor de inkomstenkorting Ziektewet en Wazo,waar in paragraaf 5 een nadere toelichting over wordt gegeven.1.4 Rechtsbescherming en meldpunt Inzage in dossiersMensen hebben de mogelijkheid om inzage te krijgen in hun dossier en dewijze waarop UWV tot de hoogte van hun uitkering is gekomen. In hetkader van de WIA-hersteloperatie heeft UWV aanvullende mogelijkhedenonderzocht. Als mensen een verzoek indienen voor inzage biedt UWV opeen begrijpelijke en gerichte manier inzage in de gegevens. Zo wordt dedagloonberekening uitgebreider toegelicht, zodat deze voor mensen beterte volgen is. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van het lidErgin (Denk) die oproept tot volledige en begrijpelijke inzage in dossiersvoor betrokkenen.1614Voor een groep mensen zijn de opting-in inkomsten tussen 2021 en 2024 niet verrekend metde uitkering. De samenhang met WIA-dagloon betreft 200 mensen.15De verrekening van nabetalingen uit arbeidsongeschiktheidspensioenen heeft tussen 2018 en2024 niet of niet juist plaatsgevonden. De samenhang met WIA-dagloon betreft 100 mensen.16Kamerstukken II, 2025/2026, 26 448, nr. 837.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86213 Financiële ondersteuning bij bezwaar en beroepMet UWV is gesproken over de mogelijkheid van financiële ondersteuningbij ongegronde bezwaar- en beroepszaken. In reguliere processenvergoedt een uitvoerder namelijk geen proceskosten bij ongegrondebezwaarzaken. UWV verwacht geen extra toename in bezwaarzaken engevolgen voor de rechtspraak. Ook kunnen mensen met een lagerinkomen momenteel al een financiële bijdrage krijgen door middel vangesubsidieerde rechtsbijstand. Daarom is besloten dat UWV het reguliereproces blijft volgen en geen extra financiële ondersteuning zal bieden bijongegronde bezwaar- en beroepszaken in de WIA-hersteloperatie.Onafhankelijk meldpuntDoor uw Kamer is verzocht17 om een onafhankelijk meldpunt in stellenvoor de WIA-hersteloperatie van UWV ten behoeve van herstel vanvertrouwen in UWV, het toewerken naar een oplossing en het borgen vanhet cliëntperspectief. In de voortgangsbrief van 11 juli jl. is alsuitgangspunt genoemd dat een meldpunt moet aansluiten bij debehoeftes en wensen van mensen en van toegevoegde waarde moet zijn.Toegezegd is dit te verkennen met mensen in de praktijk. Inmiddels isgesproken met uitkeringsgerechtigden van de UWV-cliëntenraad,vertegenwoordigers van de sociale partners waaronder de FNV, deOmbudsman, de Landelijke cliëntenraad, rechtshulpverleners en UWVover de verschillende functies die bij een meldpunt belegd zouden kunnenworden en wat daarvoor de randvoorwaarden zijn. De conclusie van dezeverkenning is dat er steun is voor de overwegingen achter de motie: datvertrouwen moet worden hersteld, cliëntperspectief geborgd en mensengeholpen moeten worden met oplossingen voor problemen waar zetegenaan lopen. Over de toegevoegde waarde van een onafhankelijkmeldpunt om hierin te voorzien waren er echter veel twijfels.Bedenkingen die werden geuit gingen onder meer over of je mensen goedde gelegenheid biedt om hun zorgen te delen als je een meldpunt oprichtenkel en alleen voor de WIA-herstelactie. Ook vanuit een signalerendefunctie van een meldpunt werd zo’n beperking niet als logisch gezien.Daarbij werden vragen gesteld over of uitkeringsgerechtigden dieonderdeel van de herstelactie zijn, nu zitten te wachten op een luisterendoor. Uit gesprekken met UWV-uitkeringsgerechtigden kwam vooral naarvoren dat behoefte is aan duidelijkheid.Bij sommige bestond de indruk dat wat er leeft niet zo zeer angst is omzich te melden bij UWV, maar wantrouwen ten aanzien van de juistheidvan de beslissingen. Daarbij werd ook geen toegevoegde waarde gezienin het bieden van meer praktische ondersteuning van mensen die met deherstelactie te maken hebben nu UWV daar al veel extra ondersteuningvoor aanbiedt. Tot slot werden door gesprekspartners vragen gesteld overhoe een nieuw meldpunt zich zou moeten verhouden tot al bestaandemogelijkheden, zoals de Landelijke Cliëntenraad, de cliëntenraad UWV, deNationale ombudsman en verschillende organisaties voor rechtshulp dieal een rol spelen bij het melden en behandelen van klachten. Een veelheidvan meldmogelijkheden en hulp kan het zelfs complexer maken.Op basis van deze verkenning is er onvoldoende reden om een onafhan-kelijk meldpunt in te richten voor de WIA-hersteloperatie. Het is wel vangroot belang dat cliëntparticipatie geborgd blijft in deWIA-hersteloperatie, maar ook breder binnen het domein werk eninkomen. Uitkeringsgerechtigden maar ook rechtsbijstandverleners17Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 828.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86214 hebben waardevolle kennis in relatie tot (de uitvoering van) beleid enwetgeving die we moeten benutten om de dienstverlening te verbeterenen fouten te signaleren en er moeten voor mensen goed toegankelijkeplekken zijn waar ze met zorgen terecht kunnen. Dit zijn aspecten die meeworden genomen in de (her)inrichting van cliëntparticipatie waarover deKamer in een aparte brief over zal worden geïnformeerd.2. Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloonWIA Wanneer mensen in het verleden een te lage uitkering hebben ontvangen,krijgen zij normaliter een nabetaling. Deze nabetaling kan echter financiëlegevolgen hebben, doordat de nabetaling een eenmalige piek in hetinkomen in het jaar van de nabetaling en het vermogen veroorzaakt.Daardoor kan de nabetaling invloed hebben op toeslagen, belastingen enandere inkomensafhankelijke regelingen. Deze effecten kunnen inbepaalde gevallen groter zijn dan de nabetaling zelf. Een nabetaling leidtin een aantal gevallen bovendien tot inkomensonzekerheid en hogeadministratieve last voor de uitkeringsgerechtigde. In de bijlage van devoortgangsbrief van 11 juli jl. staat beschreven welke verschillendescenario’s zijn onderzocht om de nadelige effecten van nabetalingen teverminderen. Uiteindelijk bleven twee scenario’s over, namelijk hetdienstverleningsscenario en het scenario van de compensatieregeling. Inde vorige brief is al aangegeven dat dit laatste scenario de voorkeur heeft,omdat dit naar verwachting voor mensen en de meeste ketenpartners veelminder negatieve impact heeft dan het dienstverleningsscenario.Inmiddels is ervoor gekozen dit scenario inderdaad als uitgangspunt tenemen, en is er de afgelopen maanden samen met UWV, de Belasting-dienst, het Ministerie van Financiën en Dienst Toeslagen hard gewerkt aaneen regeling.In deze regeling zal geregeld worden dat een eenmalige vergoeding wordtuitgekeerd voor verschillende situaties waarbij het dagloon te laag isvastgesteld.Het gaat hierbij om:•Dagloonfouten tussen 1 januari 2020 en 31 december 2024•Indexatiefouten tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022•Loonloze tijdvakken tussen 1 juli 2015 en 31 december 2024Op dit moment is nog niet duidelijk of er aanleiding is om de herstelactieste verlengen. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan de op de kwaliteitsver-betering.Door meerdere WIA-herstelacties mee te nemen in de regeling, wordtvoorkomen dat een betrokkene die onderdeel is van meer dan éénherstelactie, voor de ene herstelactie een vergoeding zonder keteneffectenen voor de andere herstelactie een nabetaling mét keteneffecten ontvangt.Als in een onderzocht dossier geconcludeerd wordt dat het WIA-dagloonvan de uitkeringsgerechtigde te laag is vastgesteld, worden het dagloonen de daaruit volgende WIA-uitkering gecorrigeerd. Met deze regelingontvangen betrokkenen van wie het dagloon te laag is vastgesteld eenpassende eenmalige financiële vergoeding voor wat zij in het verleden teweinig aan uitkering hebben gekregen. De vergoeding wordt met eenrekenformule bepaald en zal een zo dicht mogelijke benadering zijn vanhet bedrag dat de uitkeringsgerechtigde ontvangen zou hebben als hetWIA-dagloon in het verleden juist was vastgesteld. Deze eenmaligevergoeding telt niet mee voor het verzamelinkomen, omdat er door UWVTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86215 eindheffing op wordt toegepast. Dat betekent dat UWV de loonheffingbetaalt en rechtstreeks afdraagt aan de Belastingdienst. Keteneffectenworden in de drie herstelacties hierdoor grotendeels voorkomen. Tweeketeneffecten kunnen wel optreden. Daar wordt hieronder nader opingegaan.De regeling is momenteel in internetconsultatie18 en voor uitvoerings-toetsen uitgezet bij UWV, Dienst Toeslagen en de Belastingdienst. Dekomende weken worden de resultaten hiervan verwerkt en kan deregeling worden vastgesteld. Naar verwachting kunnen de eerstevergoedingen in de loop van 2026 worden uitgekeerd.2.1 Pensioenuitvoerders en verzekeraars Pensioenuitvoerders baseren aanvullende arbeidsongeschiktheidspensi-oenen en premievrije pensioensopbouw bij arbeidsongeschiktheid inbepaalde gevallen op het door UWV vastgestelde dagloon. Wanneer UWVhet dagloon, en daarmee de uitkering, met terugwerkende kracht aanpast,dan is dit voor een pensioenuitvoerder tevens aanleiding tot aanpassingvan het pensioen. In de regeling wordt het dagloon alleen niet metterugwerkende kracht aanpast, maar per toekomende datum. Het kanvoorkomen dat pensioenuitvoerders het op grond van de pensioenre-geling alsnog verplicht zijn pensioenen van betrokkenen met terugwer-kende kracht aan te passen.Een eventuele correctie met terugwerkende kracht door een pensioenuit-voerder van het arbeidsongeschiktheidspensioen kan zorgen voor eennabetaling die meetelt in het verzamelinkomen. Hierdoor kunnen ernadelige effecten ontstaan op toeslagen, belastingen en andere inkomens-afhankelijke regelingen. Hoewel de overheid kaders kan stellen mogenprivate partijen, zoals pensioenuitvoerders, hier zelfstandig keuzes inmaken.Directe invloed op deze besluitvorming is niet altijd mogelijk. Wel blijf ik ingesprek met de sector om te onderzoeken wat de beste manier is ominvulling te geven aan de gevolgen van het herstel door UWV met hetdoel om deze nadelige effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaastzal UWV, waar mogelijk, inzetten op gegevensdeling en samenwerking inde communicatie met pensioenuitvoerders om cliënten zo goed mogelijkte ondersteunen bij eventuele keteneffecten.Verzekeraars hebben aangegeven zoveel mogelijk mee te willen werkenaan de regeling. Verzekeraars bieden aanvullende WIA-verzekeringen aan.Voor deze verzekeringen gelden soortgelijke regels als bij arbeidsonge-schiktheidspensioenen, maar terugwerkende aanpassingen zullen hierminder snel voorkomen. Verzekeraars hebben minder specifieke regels opdit gebied. De verwachting van verzekeraars is daarom dat de regelingvoor de meeste mensen met een aanvullende WIA-verzekering de besteoplossing biedt.2.2 Vermogen voor toeslagen en eigenbijdrageregelingen De vergoeding die uitkeringsgerechtigden toegekend krijgen op grond vande regeling, wordt geen onderdeel van het inkomen, maar wel van hetvermogen. Hierdoor kan de vergoeding in beginsel effect hebben opvermogensafhankelijke regelingen. Dit is afhankelijk van het peilmomenten de vermogensgrenzen in de specifieke regelingen.18www.internetconsultatie.nl/tijdelijkeregelingeenmaligevergoedingcorrectiedagloonwiaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86216 Er is een aantal vermogensafhankelijke regelingen die nu niet zijnmeegenomen in de compensatieregeling. In de regel gelden bij dezeregelingen echter relatief hoge vermogensgrenzen. Het toekennen van devergoeding zal daarom in veruit de meeste gevallen niet leiden tot eenoverschrijding van de vermogensgrens. Voor deze regelingen wordendaarom geen vermogensuitzonderingen gemaakt. De voordelen wegenniet op tegen de uitvoeringslast voor zowel betrokkenen als ketenpartners.2.3 Wat betekent de tijdelijke regeling voor werkgevers? De WIA wordt gefinancierd via een hybride markt. Werkgevers kunnenkiezen voor een publieke verzekering bij UWV of om eigenrisicodrager teworden. De Regeling wordt gefinancierd via een Rijksbijdrage, watbetekent dat werkgevers geen extra uitkeringskosten krijgen voor foutenin het verleden. Dit komt omdat de vergoeding buiten de reguliereWIA-financiering valt en daardoor geen invloed heeft op de Whk-premieen op de kosten voor eigenrisicodragers. Doorbelasting aan publiekverzekerde werkgevers wordt daardoor voorkomen en op eigenrisico-dragers wordt de vergoeding niet verhaald. Met deze regeling wordtgrotendeels invulling gegeven aan de motie van lid Flach om nadeligegevolgen voor de werkgever te voorkomen (Kamerstuk 26 448, nr. 832).De situatie is anders dan wanneer het dagloon te hoog is vastgesteld. Inde voortgangsbrief van 11 juli jl. staat beschreven (in lijn met motie vanhet lid Ceder van de ChristenUnie) dat er in die gevallen niet wordtteruggevorderd. In geval van een te hoog vastgesteld dagloon wordt nietmet terugwerkende kracht herzien en wordt het nieuwe dagloon alleennaar de toekomst toe gecorrigeerd. Werkgevers hebben in de dezegevallen te veel premie (publiek verzekerde werkgevers) of uitkering(eigenrisicodragers) betaald. Mijn ministerie is samen met UWV nog aanhet onderzoeken hoe met de situatie om te gaan. Zoals al eerder aange-kondigd moeten werkgevers hier uiteraard bij betrokken worden. Dit zalop korte termijn gebeuren.3. Maatregelen om UWV te ondersteunen in het vrijmaken vancapaciteit Het instellen van de WIA-hersteloperatie vraagt veel van de organisatieca-paciteit van UWV. Om UWV zo goed mogelijk in staat te stellen deWIA-hersteloperatie uit te voeren, zijn in de voorbereiding begroting 2026drie maatregelen afgesproken om de uitvoering te ontlasten. Dezemaatregelen zijn tegenwettelijk en worden gedoogd voor de duur van deWIA-hersteloperatie. Na afloop van de WIA-hersteloperatie dient UWVdeze wettelijke taken weer ten volle uit te voeren. Met deze maatregelenkomt voor UWV ongeveer 14 Fte vrij die kunnen worden ingezet voor deWIA-hersteloperatie.Het betreft maatregelen die grotendeels een oplossing bieden voorknelpunten waarover UWV eerder in knelpuntenbrieven ook heeftgecommuniceerd en die in het voordeel van uitkeringsgerechtigdenuitwerken19.Het betreft de volgende drie maatregelen;–Het tijdelijk toestaan van het op eigen verzoek beëindigen van deWW-uitkering zonder toetsing aan de hiervoor geldende voorwaarden.Deze maatregel wordt beëindigen op eigen initiatief (BOEI) genoemd.Voor het beëindigen van een WW-uitkering op eigen verzoek is nu eencomplexe en tijdsintensieve beoordeling van UWV nodig, waarbijUWV een fictief loon berekent en loongegevens nodig heeft. Deze19Bijlage bij Kamerstukken II 2023/2024, 26 448, nr. 760.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86217 beoordeling wordt nu tijdelijk eenvoudiger gemaakt, doordat UWV niethoeft te toetsen of er is voldaan aan het urencriterium.–Het uitgaan van een hedenbeslissing bij overlijden bij een arbeids-ongeschiktheidsuitkering. Hiermee wordt het voor UWV mogelijk ombij overlijden een hedenbeslissing af te geven. Er ontstaan dan geenvorderingen meer die op erfgenamen verhaald moeten worden,wanneer een overledene een bij voorschot betaalde uitkering ontving.–Het niet opleggen van een maatregel bij een te late WW-aanvraag. Ditbetekent dat UWV niet langer zal toetsen of een uitkering tijdig isaangevraagd en wordt er, logischerwijs, ook geen maatregel opgelegd.4. Kwaliteitsverbetering WIA en Wajong 4.1 Uitkomsten MOK UWV heeft recent de derde en vierde periodieke kwaliteitsmeting MetingOperationele Kwaliteit (MOK) afgerond voor zowel de WIA als de Wajong.UWV publiceert periodiek meer informatie over de MOK20. In deze metingis een steekproef getrokken uit de periode februari – maart (MOK 3) enmei – juli (MOK 4). Bij de twee eerdere kwaliteitsmetingen gaf UWV aandat de uitkomsten nog niet betrouwbaar waren. Er bestond namelijk teveel variatie tussen districten in de uitvoering van de meting. Omuniformiteit te bevorderen maakt UWV daarom vanaf de derde rondegebruik van vaste toetsteams en is er gestuurd op eenduidigheid. UWVgeeft aan dat er bij MOK 3 en 4 stappen zijn gezet in de betrouwbaarheidvan de kwaliteitsmeting, maar de uitkomsten zijn nog niet volledigbetrouwbaar. UWV blijft verder werken aan de verbetering van hetinstrument.WIADe MOK WIA kijkt naar het volledige beoordelingsproces in de WIAclaimbeoordeling. Dit proces omvat de medische beoordeling door deverzekeringsarts (o.a. belastbaarheid en duurzaamheid), arbeidsdes-kundige beoordeling (o.a. restverdiencapaciteit, CBBS-functieselectie enmaatmanloon), en administratief-juridische onderdelen (dagloon, duur eningangsdatum van de uitkering).De uitkomsten van de derde en vierde MOK in 2025 zijn:MOK 3MOK 41Beslissing juist85%88%Beslissing onjuist11%10%Beslissing nader te bepalen4%3%1 Door afronding telt het geheel van MOK 4 niet op tot 100% maar tot 101%. Wanneer de beslissing onjuist is, betekent dat dat er gevolgen zijn voorrecht, hoogte of duur van de uitkering21. In de gevallen waar de beslissing«nader te bepalen» is kan sprake zijn van een lopende bezwaarzaak, of iser aanvullende informatie nodig van de uitkeringsgerechtigde ofwerkgever om te weten of de uitkering correct is vastgesteld.20https://www.uwv.nl/nl/nieuws-pers-achtergrond/nieuwsberichten21Het gaat bijvoorbeeld om fouten in de dagloonberekening, in de duur van de loongerelateerdeuitkering of in de bepaling duurzaamheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86218 Het totale percentage onjuist is hoger dan bij de eerste twee MOK-rondes(beide 9%), maar de uitkomsten wijken niet significant af. UWV heeft degeconstateerde fouten teruggekoppeld aan het betreffende kantoor zodatde uitvoering verbeterd wordt en de fouten hersteld.WajongBij de derde MOK is er voor de Wajong ook onderzoek gedaan. Deuitkomst is dat de beslissing in 92% van de gevallen juist is, in 4% van degevallen onjuist is en in 4% van de gevallen «nader te bepalen» is.Daarmee is het foutpercentage iets hoger dan bij de tweede MOK (was3%), maar fors lager dan bij de eerste MOK (was 9%). In de eerste MOKWajong waren er meer onjuistheden van incidentele aard (zoals eenverkeerde ingangsdatum) en meer structurele zaken (zoals het tenonrechte niet in behandeling nemen) in vergelijking met MOK 3. Dezezaken zijn door extra alertheid in de dienstverlening duidelijk afgenomen.4.2 Maatmanloon Eerder dit jaar is gebleken dat de kwaliteit van de maatmanloonbeoor-deling onvoldoende was22. Een groot deel van de aan het licht gekomenfouten had geen direct effect. In de voortgangsbrief van 11 juli jl. isaangegeven welke maatregelen UWV heeft genomen om de kwaliteit vande maatmanloonbeoordeling te verbeteren, waaronder de invoering vanhet vierogenprincipe en een extra controle bij een herleving of herbeoor-deling in de toekomst.Daarnaast doet UWV onderzoek bij alle uitkeringsgerechtigden met eenloongerelateerde uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage datbinnen 1% van een klassegrens ligt (totaal 1.246 dossiers). Als daarbij eenfout in het maatmanloon wordt aangetroffen, wordt die voor de overgangnaar de vervolguitkering hersteld. Op die manier heeft een onjuistheid inhet maatmanloon geen impact op de uitkering. Onderzoek naar hetmaatmanloon kost veel capaciteit van medewerkers die zich normaliterbezighouden met de WIA-claimbeoordeling. In een groot deel van degevallen moet aanvullende informatie opgevraagd worden bij uitkerings-gerechtigde en werkgever. Daarom heeft UWV meer tijd nodig om hetonderzoek af te ronden. In de volgende voortgangsbrief zal uw Kamergeïnformeerd worden over de uitkomsten.Door de getroffen maatregelen heeft UWV vertrouwen dat de kwaliteit vande vaststelling van het maatmanloon wordt vergroot. De eerste positieveuitkomsten zijn in de vierde MOK zichtbaar, doordat er minder bevin-dingen bij het maatmanloon zijn aangetroffen.4.3 Onderzoek Heerlen Op 15 juli jl. zijn er Kamervragen gesteld over de kwaliteit van deWIA-claimbeoordeling23, naar aanleiding van een artikel van EenVandaag.In dit artikel gaat het over mogelijke fouten die gemaakt zijn doormedewerkers van het UWV-kantoor van Heerlen bij hulp bij anderekantoren. UWV heeft dit signaal eerder ook vernomen en heeft daaromeen risicogericht onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is gericht uitge-voerd en de resultaten zijn aan de betreffende verzekeringsartsenteruggekoppeld. Er is actie ondernomen om de kwaliteit te verbeteren.Omdat de resultaten te herleiden zijn tot individuele medewerkers,worden ze niet gedeeld.22Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 821.23Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2972.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86219 5. Overig 5.1 Herstelactie inkomstenkorting Ziektewet en Wazo In het commissiedebat WIA-problematiek van 25 september jl. (Kamerstuk26 448, nr. 853) is toegezegd een nadere toelichting te geven over deherstelactie inkomstenkorting Ziektewet en Wet arbeid en zorg. In dezeherstelactie is besloten om de lopende uitkeringen en uitkeringen dieminder dan zes maanden geleden zijn beëindigd ambtshalve te herzien.Deze afbakening pakt voor de meeste uitkeringsgerechtigden positief uit,omdat de meeste mensen van wie de uitkering niet wordt herzien, een tehoge uitkering hebben ontvangen. Deze aanpak betekent ook dat eengrote groep mensen niet in onzekerheid wordt gebracht over een uitkeringdie zij jaren geleden hebben ontvangen, ook al hebben sommigen vanhen destijds mogelijk te weinig gekregen.UWV heeft in een steekproef 546 dossiers gecontroleerd. Deze steekproefgeeft een indicatie van de spreiding van de bedragen. Bij deze cijfers moetwel opgemerkt worden dat er sprake is van een relatief grote onzeker-heidsmarge, specifiek voor de categorieën die slechts beperkte aantallenomvatten. Daarom is eerder ook gekozen deze niet te delen. Vanwege deexpliciete vraag van uw Kamer deel ik ze hierbij wel, met de kanttekeningdat voorzichtigheid geboden is bij het trekken van conclusies uit dezecijfers over de betreffende groep.Bij 149 dossiers waren er geen financiële gevolgen. In de categorie tot€ 500 bleken er 94 uitkeringsgerechtigden te veel uitkering te hebbenontvangen en 74 uitkeringsgerechtigden te weinig. In de categorie € 500tot € 1.000 ging het respectievelijk om 30 en 19 uitkeringsgerechtigden. Inde categorie € 1.000 tot € 5.000 ging het respectievelijk om 105 uitke-ringsgerechtigden die te veel uitkering ontvangen hebben en 34 uitke-ringsgerechtigden die te weinig uitkering ontvangen hebben. In decategorie € 5.000 tot € 10.000 waren er 19 uitkeringsgerechtigden die teveel uitkering ontvangen hebben en 6 uitkeringsgerechtigden die teweinig uitkering ontvangen hebben. In de categorie meer dan € 10.000ging het respectievelijk om 13 en 3 uitkeringsgerechtigden.5.2 Verkenning herziening dagloon Momenteel zijn SZW en UWV bezig met het verkennen van mogelijkhedenom de dagloonsystematiek te herzien. Aanleiding hiervoor is, naast demogelijk onjuiste dagloonvaststellingen in de afgelopen jaren, datarbeidsrechtelijke ontwikkelingen en uitspraken van de Centrale Raad vanBeroep (CRvB) tot complexiteiten in het huidige systeem hebben geleid.UWV heeft recentelijk een analytisch onderzoek naar risicofactoren bij dedagloonvaststelling uitgevoerd. Op basis van deze resultaten wordenaanpassingen in de uitvoering verkend die de foutgevoeligheid van dedagloonvaststelling op zowel kortere als lange termijn kunnen vermin-deren.Veranderingen in de regelgeving rondom dagloonberekeningen kunnengrote gevolgen hebben voor uitkeringsgerechtigden en betrokkenwerkgevers, maar ook de uitvoering. Dit maakt dat de gevolgen vanwijzigingen en budgettaire gevolgen nauwkeurig in beeld gebrachtmoeten worden en bij besluitvorming zorgvuldig afgewogen dienen teworden. Het streven is om in de eerste helft van 2026 nadere informatieover de herziening van de dagloonsystematiek met uw Kamer te delen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86220
Gerelateerde bronnen
- De minister zal in de volgende voortgangsbrief ingaan op de stand van zaken over het meldpunt voor WIA-gedupeerden.
De minister zal in de volgende voortgangsbrief ingaan op de stand van zaken over het meldpunt voor WIA-gedupeerden.
- De minister komt schriftelijk terug op de vraag van het lid Haage over de precieze getallen van gedupeerden in de Ziektewet.
De minister komt schriftelijk terug op de vraag van het lid Haage over de precieze getallen van gedupeerden in de Ziektewet.
- De minister zal in de volgende voortgangsbrief in december 2025 ingaan op de positie van werkgevers.
De minister zal in de volgende voortgangsbrief in december 2025 ingaan op de positie van werkgevers.
- De minister informeert de Kamer in de volgende voortgangsbrief over de stand van zaken van het sociaal-medisch beoordelen en neemt in deze brief ook de uitkomst
De minister informeert de Kamer in de volgende voortgangsbrief over de stand van zaken van het sociaal-medisch beoordelen en neemt in deze brief ook de uitkomst van de gesprekken met het UWV mee over de inzet van hbo-professionals.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.