Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 oktober 2024, over de Energieraad (formeel)
Brontekst
Versie 47a64f5f397a7139 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1095 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 november 2024 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei en de vaste commissievoor Europese Zaken hebben op 3 oktober 2024 overleg gevoerd metmevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei, over:–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei, d.d.23 september 2024 inzake geannoteerde agenda formeleEnergieraad van 15 oktober 2024 (Kamerstuk 21 501-33,nr. 1085);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei, d.d.25 juli 2024 inzake verslag informele Energieraad 15 en 16 juli2024 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1082);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei, d.d.11 juli 2024 inzake antwoorden op vragen commissie overonder andere verslag formele Energieraad van 30 mei 2024(Kamerstuk 21 501-33-1075) (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1080);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei, d.d.20 september 2024 inzake Nederlandse inzet COP29 voorMilieuraad 14 oktober (Kamerstuk 31 793, nr. 272).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,ThijssenDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,Nava kst-21501-33-1095ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10951 Voorzitter: ThijssenGriffier: ReindersAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Erkens, Kröger, Postma,Rooderkerk, Teunissen en Thijssen,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei.Aanvang 15.31 uur.De voorzitter:Welkom bij deze vergadering van de vaste Kamercommissie voor Klimaaten Groene Groei. Aan de orde is een commissiedebat over deEnergieraad. Ik heet welkom aan de zijde van de Kamer mevrouw Postmavan Nieuw Sociaal Contract, de heer Erkens van de VVD en mevrouwKröger van GroenLinks-PvdA. Wellicht komen er nog een aantal anderen,maar het is een drukke dag vandaag.Ik heet ook welkom alle mensen op de publieke tribune en natuurlijk deMinister van Klimaat en Groene Groei.We gaan snel beginnen, want het is maar kort: twee uur. Er zijn kortebijdragen, ik geloof van drie minuten per persoon. Ik vind vier interruptiesop elkaar eigenlijk al veel, want dan blijft er weinig tijd over voor deMinister. Misschien moeten we er maar twee doen.Mevrouw Postma (NSC):Als we een minuut extra spreektijd hebben...De voorzitter:Dat gaan we zeker niet doen, want dan hebben we helemaal geen tijd.Laten we twee interrupties doen; dan is er wat meer tijd voor de Minister.Mevrouw Postma, zet ’m op.Mevrouw Postma (NSC):Voorzitter. Over twee weken neemt de Minister deel aan de Energieraad.Vanmiddag kunnen wij volgens mij nog enkele aandachtspuntenmeegeven. Ons eerste aandachtspunt gaat over ongelijke energieprijzenbinnen de EU. Uit het Aurora-rapport blijkt dat Nederlandse bedrijvenmeer voor energie betalen dan bedrijven in buurlanden. De EU heeft daaroog voor en een richtsnoer opgesteld om te komen tot een eerlijkeverdeling van de kosten, die in landen als Nederland hoger zijn vanwegebijvoorbeeld de infrastructuur op zee. De voorganger van de Minister gafin eerdere debatten ook al aan daarmee aan de slag te zijn, maar het isiets waarvoor we continu aandacht moeten hebben. Kan de Ministeraangeven wat er tot nu toe gedaan is en kan zij aangeven op welketermijn zij verwacht dat er binnen de EU een geharmoniseerde tarief-structuur mogelijk zal zijn?De EU heeft ook oog voor een betaalbare energierekening op nationaalniveau voor huishoudens en kleine bedrijven. Vanaf 2026 zal het EUSociaal Klimaatfonds uitkeringen doen die de energie- en vervoersar-moede helpen bestrijden. We zien graag dat de Tweede Kamer hiervoldoende op tijd in wordt meegenomen. Kan de Minister toezeggen datzij voor juni 2025 een aanvraag zal doen voor het EU Sociaal Klimaatfondsen dat zij de Kamer nog dit jaar opties voor maatregelen onder het EUSociaal Klimaatfonds zal voorleggen, zodat wij al kunnen zien wat devoorstellen zijn die de Minister in het kabinet inbrengt?Dezelfde vraag hebben wij over het EU-coronaherstelfonds. Het kabinetwil begin 2025 vervangende maatregelen uitonderhandelen, voor demaatregelen die niet langer passend zijn, zoals rekeningrijden. Ook hierweer dezelfde vraag: kan de Minister toezeggen dat zij de Kamer nog ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10952 jaar opties voor vervangende maatregelen onder hetEU-coronaherstelfonds zal voorleggen?Terugkomend op het EU Sociaal Klimaatfonds: dat fonds zal vanaf 2026worden gevoed met ETS-ontvangsten, maar er zullen ookETS-ontvangsten terugvloeien naar de lidstaten. Deelt de Minister onzemening dat de nationale ETS-ontvangsten in de geest van het EU SociaalKlimaatfonds ook aan energie- en vervoerarmoede zouden moetenworden uitgegeven?Tot slot ga ik het hebben over de COP29. Wij vragen de Minister om op deklimaattop volgende maand opnieuw, net als volgend jaar, vrouwen-rechten en gendergelijkheid actief te agenderen, bij de verschillendemogelijkheden die er zijn. Volgens de kabinetsbrief over de resultaten vanCOP28 is er toen onvoldoende resultaat behaald om gender in brede zinbeter te integreren in alle onderhandelingsonderwerpen. We zien in debrief die nu is gestuurd dit onderwerp echter niet meer terugkomen. Kande Minister toezeggen dat Nederland dit jaar bij de COP en in de verschil-lende voorbereidingsgroepen zich sterk zal inzetten voor gendergelijkheiden vrouwenrechten?Tot slot de financiering en dan ben ik klaar, voorzitter.De voorzitter:Nog zes seconden.Mevrouw Postma (NSC):De COP-onderhandelingen lopen hier telkens op vast. Dan heb ik het overde financiering van de nationale adaptatieplannen. Ze lopen vast op deformulering, de uitvoering en het rapporteren over de NAP’s. Hoe gaanhet kabinet en de EU erop toezien dat de schuldenlasten niet verergeren inde landen die de adaptatieactie het meest behoeven? Er wordt ookgesproken over het inzetten van private financiering van adaptatieactie.Kan de Minister toezeggen dat er manieren moeten worden verkendzodat, wanneer deze private middelen worden ingezet, dit uitsluitend in devorm van giften kan worden gedaan?De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Een heel belangrijk onderwerp bij de COP is natuurlijk ook het klimaat-steunfonds voor ontwikkelingslanden die te maken hebben met hele groteklimaatschade, terwijl de welvarende landen altijd voor heel veel uitstoothebben gezorgd. Nu wordt een hele grote bezuiniging doorgevoerd doordit kabinet op het geld voor de ontwikkelingssamenwerking. Wat betekentdit wat mevrouw Postma betreft voor de inzet van Nederland bij de COPen voor de inzet van Nederland voor het nakomen van deze internationaleafspraken? Maar we moeten ook andere landen eraan houden dat wedaadwerkelijk gaan zorgen voor een klimaatsteunfonds voor ontwikke-lende landen.Mevrouw Postma (NSC):Dit antwoord kan uit verschillende delen bestaan. Ik denk dat hetbelangrijk is om te zeggen dat we ons moeten blijven inzetten voor hetKlimaatfonds. Naar ik begreep gaat dat niet alleen maar af van debegroting van BuHa-OS, maar zou het ook van de begroting van Financiënaf kunnen gaan. Dat is dus een goede vraag om door te geleiden naar deMinister, ook omdat mijn fractie dezelfde vraag heeft. We hebben vorigjaar toegezegd dat we ons steentje willen bijdragen. We willen kijken watde voortgang daarvan is en hoe deze Minister zich daarvoor gaat inzetten.Daarnaast is het ook heel belangrijk om te kijken hoe we ervoor kunnenzorgen dat we de schulden die andere landen hebben meenemen en hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10953 we die naar beneden kunnen brengen. We moeten in de onderhande-lingen niet alleen maar kijken naar wat wij kunnen doen om ervoor tezorgen dat andere landen mee kunnen komen, met name via ontwikke-lingssamenwerking, maar we moeten ook kijken naar de publieke enprivate financiering, en naar het verminderen van de schulden. Daarnaastmoeten we kijken hoe we de adaptatie kunnen financieren. Dat punt droegik eerder aan en ik denk dat mevrouw Rooderkerk daarmee instemt.Volgens mij moeten we dat allemaal doen en ik denk dat we een tandje bijmoeten zetten.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat klinkt inderdaad als iets wat wij ook vinden, maar vervolgens wordteen heel groot deel van het budget weggeslagen door dit kabinet. Zegtmevrouw Postma daarmee: we moeten de bezuinigingen niet af latengaan van dit deel uit het Klimaatfonds? Of zegt mevrouw Postma: er moeteigenlijk geld bij, dus we moeten bij de begroting op zoek naar geldhiervoor? Wat zegt ze nu feitelijk?Mevrouw Postma (NSC):Ik zit even te zoeken. Naar mijn idee heb ik in het verleden en ook nu noggeen post gezien op de begroting van BuHa-OS die hier specifiek voorbestemd is. Maar goed, dit is niet mijn portefeuille, dus de vraag hoe datprecies werkt, zet ik door naar de Minister. Maar het lijkt me goed als wede inzet van het vorige kabinet gewoon doorzetten waar dat kan.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):We hebben vanochtend heel duidelijk te horen gekregen dat het cruciaal isom de klimaatfinanciering op een eerlijke manier op orde te krijgen om deonderhandelingen te laten slagen. Een van de dingen die ik in de briefmiste, naast het punt over gender, is de inzet van Nederland om fossielesubsidies aan te pakken. Dat is zowel een manier om ervoor te zorgen datje de CO2-uitstoot aanpakt als een manier om geld te genereren dat jevervolgens kunt inzetten voor klimaatadaptatie. Fossiele subsidies wareneen speerpunt van het vorige kabinet. Moet dat het wat NSC betreft ookblijven en moet deze Minister dus met een stevige boodschap overfossiele subsidies op pad?Mevrouw Postma (NSC):Ik heb een aantal punten in mijn inbreng naar voren gebracht. Gender isvoor mij echt heel belangrijk. Ik heb ook de financiering van klimaatadap-tatie naar voren gebracht. Je wilt ervoor waken dat landen een extraschuld moeten aangaan omdat ze klimaatadaptatie niet zelf kunnenbetalen. Dat zijn onderwerpen die voor ons speerpunten zijn en die heb ikgenoemd.De voorzitter:Mevrouw Kröger, heeft u nog een interruptie? Anders gaan we naarmevrouw Teunissen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik zie de heer Erkens teleurgesteld kijken, omdat dit mijn tweede inter-ruptie is.De voorzitter:Het gaat toch gebeuren.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Postma beantwoordde in het geheel mijn vraag niet. Ik hebgehoord wat de speerpunten van NSC zijn: gender en de schuldenlast.Maar mijn vraag was: moeten we deze Minister niet op pad sturen met deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10954 boodschap dat ze fossiele subsidies gaat aanpakken? Dat gaat én overfinanciering én over het tegengaan van klimaatverandering, dus dat isdubbele winst. Deelt zij mijn mening dat de Minister op pad moet om hetafschaffen van fossiele subsidies op de agenda te houden?Mevrouw Postma (NSC):Ik denk dat het heel belangrijk is om goed te kijken naar het principe: devervuiler betaalt. Want volgens mij hebben we het daarover. Dat is eenheel goed basisprincipe. Of de Minister op pad wil met dit onderwerp, laatik aan haar. Ik dacht dat ik wel ergens heb teruggezien dat dat zo is. Ik hebnet de speerpunten benoemd die ik graag naar voren zou willen brengen.Bij het benoemen van heel veel speerpunten heb je geen speerpuntenmeer. Voor mij zijn dit de belangrijkste punten die ik namens mijn fractienaar voren wil brengen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb ook een vraag over klimaatfinanciering. De inzet van het kabinetdaarop is nu onduidelijk. Er staat: de vraag vanuit ontwikkelingslanden isaanzienlijk. Ik vroeg me af of mevrouw Postma de mening van de Partijvoor de Dieren deelt dat die vraag helemaal niet zo aanzienlijk is als jekijkt naar de historische uitstoot van Nederland en andere Europeselanden, die veel hoger is dan die van de Afrikaanse landen bij elkaar. Mijnvraag is: deelt mevrouw Postma met mij dat we in ieder geval dehistorische uitstoot als uitgangspunt moeten nemen bij de hoogte van hetfinancieringsdoel?Mevrouw Postma (NSC):Dat vind ik heel lastig. In beide gevallen heb je gelijk als je zegt dat hetaanzienlijk is. Als je kijkt naar de historische uitstoot, dan zie je dat Europadaar een aanzienlijke negatieve bijdrage aan heeft geleverd. Ik denk dat udaarop doelt. We hebben vanochtend in de presentatie gezien welkelanden nu verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de uitstoot. Iknoem China, Amerika en andere landen. Ik vind het belangrijk dat zij ookvoor een groot deel gaan bijdragen aan die pot en hun verantwoorde-lijkheid nemen. Dat geldt ook voor landen die een groot deel van huninkomsten hebben gehad uit het winnen van olie. Daar hebben we net ookeen discussie over gehad. Ik zou het jammer vinden als we alleen maarnaar Europa wijzen. Ik denk dat we het veel breder moeten trekken en onsecht moeten richten op het principe: de vervuiler betaalt.Wat is nog meer aanzienlijk? De landen die het meest getroffen worden enhet meest kwetsbaar zijn, hebben ook aanzienlijk veel nodig omerbovenop te komen. Daar hadden we het vanochtend ook met elkaarover. Ik geloof dat het getal 1.000 miljard genoemd werd. Dat is eenaanzienlijk bedrag, waar we met z’n allen naar moeten kijken. Dat isopgebouwd uit verschillende factoren, zoals de schuldenlast van landenen de manier waarop de adaptatiemaatregelen worden gefinancierd. Umerkt het al aan de lengte van mijn betoog: ik kan geen hele simpeleoplossing geven.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het is inderdaad niet simpel, maar ik ben wel blij dat mevrouw Postma inieder geval ook de rechtvaardigheid daarin ziet en dat zij dat alsuitgangspunt wil nemen.Mijn vervolgvraag is: wat vindt NSC nu van de inzet van het kabinetrichting de klimaattop? Want die is nog steeds heel vaag. Er wordt noggeen concreet bedrag genoemd. Er wordt alleen maar gezegd: de vraagvanuit ontwikkelingslanden is aanzienlijk. Zou NSC het kabinet niet ookiets meer ambitie willen meegeven om in ieder geval het klimaatdoel vastte stellen op basis van rechtvaardigheid en op basis van het uitgangspuntvan de historische uitstoot? We moeten als Nederland koploper zijn. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10955 moeten laten zien: wij staan voor klimaatrechtvaardigheid en wij gaanervoor zorgen dat Europa met een rechtvaardige inzet komt.Mevrouw Postma (NSC):Ik denk dat alle partijen die hier zitten het belangrijk vinden dat we eengoede inzet hebben bij de COP. Samen met collega Kröger en collegaVermeer ga ik namens de Kamer naar de COP toe. Dat geeft ook al aan datwij dit als partij en als Kamer enorm belangrijk vinden. In die zin is hetaltijd goed om de Minister aan te kijken en te zeggen: Minister, doe uwbest en zet een tandje bij. De vraag wat precies de inzet is, moeten we bijde Minister neerleggen. Ik haal inderdaad ook niet uit de stukken waar zijnu precies naar streeft. Volgens mij is dat ook heel lastig om nu te delen,omdat die stukken openbaar zijn en je nog moet gaan onderhandelen. Ikleg deze vraag bij de Minister neer om te beantwoorden. Ik denk wel dathet belangrijk is om een goed resultaat te behalen bij deze COP, met nameop het gebied van financiën. Dat is heel belangrijk om deze COP mee af tesluiten.De voorzitter:Meneer Erkens, heeft u nog interrupties?De heer Erkens (VVD):Nee.De voorzitter:Dan mag u beginnen aan uw bijdrage.De heer Erkens (VVD):Dank, voorzitter. Helaas zijn de interrupties van iedereen al bijna op. Ikwas ook een beetje beteuterd aan het kijken.De voorzitter:Ik kan interrumperen, maar dat is misschien een beetje ongepast.De heer Erkens (VVD):Dat mag van mij.De voorzitter:Laten we dat maar niet doen. Gaat uw gang.De heer Erkens (VVD):De energietransitie loopt steeds meer vast op een trage vergunningver-lening en een overmatige en complexe bureaucratie. De VVD heeft alvaker gepleit voor een radicale versnelling van de vergunningverlening ende bijbehorende procedures. Het REPowerEU-pakket, dat ook op deagenda van de Energieraad staat, maakt dit mogelijk. Ik zou daarom aande Minister willen vragen welke resultaten in Nederland zijn bereikt naaraanleiding van dit pakket. We vragen hier immers al twee jaar om en detijd dringt, onder andere voor het stroomnet. Hoeveel concrete projectenzijn versneld sinds 2022 via de juridische mogelijkheden die het pakketbiedt? En hoe worden deze mogelijkheden toegepast bij de uitbreidingvan het stroomnet? Weten de relevante autoriteiten op decentraal niveau,de lokale gemeentes, welke mogelijkheden ze al hebben om projecten teversnellen? En hoe gaat u in de komende maanden de procedures verderversnellen die nodig zijn om projecten te realiseren en de bijbehorendebureaucratie te verminderen?Voorzitter. Daarnaast is de VVD van mening dat het zeer onwenselijk is datde lng-import vanuit Rusland in de Europese Unie via Nederland stijgt.Hoe gaat de Minister er zo snel mogelijk voor zorgen dat er geen Russischlng meer aanlandt? We kunnen dit niet rijmen met het beleid van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10956 Minister om de vulgraad van de gasopslagen te verlagen van 90% naar80%. Ik hoor graag van de Minister hoe zij dit beleid rijmt met detoenemende afhankelijkheid Russisch gas, maar ook met de geopolitiekespanningen in het Midden-Oosten, die ook tot risico’s voor energieleve-ranties kunnen leiden, zoals we de laatste jaren wel vaker hebben gezien.Leveringszekerheid blijft van belang en leveringszekerheid is meer dan hetvoorkomen van een fysiek tekort. Het gaat ook om betaalbare energievoor huishoudens en bedrijven. Als er geen fysiek tekort is, betekent datniet dat het niet onbetaalbaar wordt voor veel mensen.Voorzitter. Het Draghi-rapport is ook helder. De Europese industrie verliestde wereldwijde concurrentieslag, onder andere door te dure energie eneen enorme afhankelijkheid van de import van energie uit anderewerelddelen. De energiekosten zijn twee tot drie keer hoger dan in de restvan de wereld, en Nederland heeft nog eens de hoogste energiekostenbinnen de Europese Unie. Hoe gaat de Minister de nettarieven omlaagkrijgen en harmoniseren met andere Europese landen? Lagere energie-prijzen hebben ook te maken een versnelde opschaling van onze eigenenergieproductie, zodat het aanbod stijgt, in combinatie met energiebe-sparende maatregelen, zodat de vraag daalt. Ik hoor graag wanneer wijdie versnellingsplannen krijgen voor de uitbreiding van het aanbod aanenergie, alsook wanneer wij de nieuwe plannen op het gebied vanenergiebesparing kunnen verwachten.Afrondend twee punten over de COP29. Ik lees in de inzet van het kabinetniks over kernenergie. Ik roep het kabinet op om zowel voorafgaand aanals gedurende de COP meer aandacht te vragen voor het betrekken van definanciële sector bij de kerncentralebouw in Nederland. Veertien groteinstituties hebben in een verklaring aangekondigd, ook op de COP, omdaarmee aan de slag te gaan. De Nederlandse banken ontbreken nog, dusik hoor graag of de Minister daar ook het gesprek mee aangaat.Dan nog over klimaatfinanciering. Daar ging het net ook al over in deinterruptiedebatjes. Voor ons zijn daarbij in ieder geval twee zaken vanbelang. We moeten ook kijken of die klimaatfinanciering kan leiden totinvesteringen die goed zijn voor zowel het ontvangende land als voor hetNederlandse bedrijfsleven, zodat we het verdienvermogen versterken.De voorzitter:En uw laatste zin.De heer Erkens (VVD):Ten tweede is voor ons van belang dat ook landen als China, Qatar, enSaudi-Arabië gaan meebetalen. Wij vinden het onuitlegbaar dat wijdaarvoor opeens geld moeten overmaken.Dank u, voorzitter, ook voor uw coulance.De voorzitter:Dank, meneer Erkens. U heeft een interruptie van mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Ik moest even nadenken over wat de heer Erkens nou bedoelde met«financiering van bedrijfsleven» en dat bedrijven daar helpen, maar daardan ook weer kunnen werken. Vroeger was het dan heel vaak zo dat je eensoort koppelverkoop had op een negatieve manier, waarbij het zo zoukunnen zijn dat je als bedrijf daar een alleenrecht kreeg of iets anders. Ikga ervan uit dat de heer Erkens toch wel echt de bedoeling heeft omervoor te zorgen dat de lokale economie zich daar kan ontwikkelen en nietzozeer dat er een soort monopolie komt van het bedrijfsleven.De heer Erkens (VVD):Volgens mij is dit een vrij negatieve manier van afschilderen. Als wijbijdragen aan internationale klimaatfinanciering en wij gaan met dat geldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10957 werken in landen op het gebied van klimaatmitigatie en waterma-nagement, dan heeft Nederland gewoon goede bedrijven die dezeprojecten zouden kunnen uitvoeren. Mij lijkt het wel heel logisch dat je diebetrekt in dat traject. Dus als wij inderdaad geld gebruiken om die landente helpen, dan zou ik het heel naïef vinden als die contracten daarna danterechtkomen bij andere bedrijven, bijvoorbeeld uit China.Mevrouw Postma (NSC):Dat kom je juist heel veel tegen in de ontwikkelingssamenwerking, waarbijeen land eigenlijk een voorwaarde stelt aan een gift of een manier vanfinancieren, door een en ander te koppelen aan het bedrijfsleven dat daaractief moet zijn. Dan zie je juist dat het niet helpt voor het ontvangendeland. Ik ben heel benieuwd of we dan teruggaan in de tijd. Amerika enChina, bijvoorbeeld doen dat ook: heel veel voorwaarden stellen die bij definanciering horen.De heer Erkens (VVD):Ik zie daar gewoon minder het probleem van. De geopolitieke context isveranderd. China, Amerika; iedereen vecht om invloed wereldwijd. Als wijinvesteringen doen op dit soort vlakken, zou ik het heel logisch vinden datwe nadenken over de vraag op welke strategische manier die investe-ringen kunnen worden ingezet, zodat ook ons bedrijfsleven profiteert, enof we dat doen met landen waarmee wij de komende jaren een bevrienderelatie hebben.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we verder met de bijdrage van mevrouw Kröger. Gauw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De klimaatcrisis openbaart zich in alle hevigheid,zoals afgelopen maand in Midden-Europa. Veel landen, wereldwijd,worden al langere tijd hard geraakt. Dan gaat het vaak om landen die veelkwetsbaarder zijn en minder goed in staat om de klappen op te vangen.Daarom is klimaatactie ook zo keihard nodig. Daarom is een ambitieuzeinzet van Nederland en Europa bij de aankomende klimaattop cruciaal.Mijn eerste vraag aan de Minister is: hoe gaat zij zich inzetten voor eeneinde aan fossiele subsidies? Wordt de coalitie van landen, waar de vorigeMinister mee begonnen is, uitgebreid? Op welke manier wil de Ministerdit dossier verder brengen, ook specifiek in Europa? Dat kan bijvoorbeelddoor de afbouw van fossiele subsidies mee te nemen in de Klimaatwet enin de nationale klimaatplannen die lidstaten volgend jaar moetenaanleveren. Welke deadline heeft de Minister voor zichzelf? Is de Ministerhet met ons eens dat het cruciaal is dat het succes van de vorige COP,namelijk de erkenning dat we moeten wegbewegen van fossiel en dat ditgenoemd is, ook bij deze COP sterk moet worden verankerd?Hoe zit het dan met onze eigen ambities? Is de Minister het met ons eensdat een ambitieus 2040-doel zo snel mogelijk moet worden vastgelegd,zodat het kan worden meegenomen in de NECP’s, de nationale plannendie volgend jaar in Europa zullen moeten worden ingediend? Gaat zij zichdaar tijdens de Energieraad over uitspreken?Dan klimaatfinanciering. Als er een onderwerp is dat nu eigenlijk deinternationale onderhandelingen dwarszit, is dat het gegeven dat delanden die al zo hard geraakt worden historisch gewoon heel weinighebben bijgedragen aan de uitstoot. Twee vragen aan de Minister. Is deMinister het met ons eens dat het, om deze COP een succes te laten zijn,echt cruciaal is dat de noden van landen die historisch weinig hebbenbijgedragen, maar nu hard geraakt worden, serieus genomen worden? Iszij het ook met ons eens dat dus het wetenschappelijk inzicht rond watnodig is rond klimaatfinanciering leidend zou moeten zijn? Het gaat danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10958 niet om de vraag uit ontwikkelende landen, zoals de Minister schetst,maar om de objectieve constatering dat dit noodzakelijke bedragen zijn endat daar ook historische verantwoordelijkheden liggen. Dit betekentsowieso een flinke verhoging van het huidige bedrag. Wat betekent ditvoor de Nederlandse inzet? Zeker gegeven het feit dat er juist bezuinigdwordt, bijvoorbeeld op ontwikkelingssamenwerking.Ik sluit aan bij het punt van mevrouw Postma over de aandacht voormeisjes en vrouwen wereldwijd en het genderperspectief.Tot slot heb ik nog een vraag, maar ik denk dat ik bijna door mijn tijd heenben.De voorzitter:28 seconden.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tot slot nog een vraag over de gelden die opgebracht gaan worden doorETS2. Wij hebben er zorgen over dat deze gelden niet besteed gaanworden aan de transitie en niet ten goede gaan komen aan de socialetransitie, bijvoorbeeld door te investeren in verduurzaming van huizen ofin goed openbaar vervoer, zodat de groepen die geraakt worden door eenbelasting op vervuiling ook geholpen worden. De vraag is: mogenlidstaten de ETS2-inkomsten eigenlijk wel gebruiken voor de herfinan-ciering van bestaand beleid en zou het niet additioneel beleid moetenzijn? Wat zijn de ideeën van de Minister daarover?Dank u wel.De voorzitter:Dank, mevrouw Kröger. Dan gaan we naar de inbreng van mevrouwRooderkerk, D66. Ga uw gang.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Vorige week maandag erkenden 193 landen bij de VN datklimaatverandering een van de grootste uitdagingen van onze tijd is. Datdeden zij met de ondertekening van het Pact voor de Toekomst. Dit biedthoop voor succes op de aanstaande klimaattop in Bakoe en voor denieuwe Europese klimaatafspraken. Ik noem als voorbeeld debescherming tegen het water. In Nederland kost dit de belastingbetaler elkjaar een paar tientjes meer, maar elders spoelen hele eilanden weg.Daarom enkele vragen over de klimaattop, waar gesproken wordt overklimaatfinanciering.Wat is het effect van de bezuinigingen die dit kabinet wil doorvoeren opontwikkelingssamenwerking op de bijdrage die Nederland levert aan deklimaatfinanciering? Voldoen wij hiermee nog aan onze internationaleafspraken? Is de Minister het eens met D66 dat dit impact heeft op devolgende klimaattop, waar we nieuwe afspraken moeten maken overuitstootvermindering?In de brief ontbrak wat ons betreft ook de aandacht voor vrouwen enmeisjes. Zij worden buitenproportioneel geraakt door klimaatverandering,maar zij zijn onmisbaar voor de oplossingen. Dus ik hoop dat de Ministerbij de COP hiervoor aandacht vraagt.De voorganger van deze Minister, de klimaatminister van D66, heeft bij deklimaattop de handen ineengeslagen met enkele landen voor hetzogenaamde statement on fossil fuels, om internationale fossielesubsidies terug te dringen. Hij heeft daarin samen met een aantal landenhet voortouw genomen. Kan de Minister ingaan op de voortgang van dedoelen van het statement? Welke stappen heeft Nederland zelf gezet opdeze vier doelen? Ik noem transparantie, maar ook de analyse en verderestappen die moeten worden gezet. Gaat zij zich er in Bakoe voor inzettenom meer landen zich hierbij te laten aansluiten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 10959 Het tegengaan van klimaatverandering gaat ook over veiligheid, omdathet ons minder afhankelijk maakt van buitenlandse regimes. Daarom hebik enkele vragen over de stijgende import van Russisch gas. TerwijlOekraïners vechten voor onze vrijheid en wij ons vorig jaar vrij vanRussisch gas verklaarden, verdubbelt nu de import van Russisch gas. Datmoet stoppen. Wat heeft de Minister sinds juli persoonlijk gedaan om degroei van de import van lng te stoppen en hoe vaak heeft zij hierover alcontact gehad met de EU-Commissaris en met ambtsgenoten? Kan deMinister toelichten waarom het importeren van Russisch lng nietgesanctioneerd is? Hoeveel Russisch lng gebruikt Nederland zelf?Tot slot. Laten we ervoor zorgen dat op deze COP grote stappen wordengezet voor toekomstige generaties.De heer Erkens (VVD):Ik ben blij dat D66 hetzelfde vindt van Russisch lng. Dat moet zo snelmogelijk uit onze havens weg. We hebben sancties ingevoerd omRuslands oorlogsmachine, Poetins oorlogsmachine, te stoppen. Maar ikheb één vraag daarover. Wat is D66 dan voornemens te doen om deleveringszekerheid te borgen? Ik heb daar zelf een paar suggesties voorgedaan. Want je zult wel het Russisch gas moeten vervangen door ietsanders. Wat stelt D66 op dat punt voor?Mevrouw Rooderkerk (D66):Leveringszekerheid is van belang. Het belangrijkste voorstel dat ik zouwillen doen, is zo snel mogelijk verduurzamen. Dat betekent ook dat jedaar genoeg geld voor nodig hebt. We moeten er ook voor zorgen dat nietallerlei acties die in gang zijn gezet door het vorige kabinet nu wordenteruggedraaid. Dat gebeurt nu wel en dat is natuurlijk heel erg zonde. Dusdat is stap één. Verder denk ik dat het nodig is dat we ook op internati-onaal gebied verdergaande afspraken maken tegen dat Russische gas endat we daarin met andere landen optrekken.De heer Erkens (VVD):Het klinkt allemaal heel mooi. We moeten via verduurzaming en afsprakenhet gastekort oplossen. Maar daar los je natuurlijk niet over zes maandeneen tekort mee op. Uiteindelijk zul je een besluit moeten nemen of je degasopslagen meer vult, of dat je meer lng-importcapaciteit wilt voorschaliegas uit de VS, dat ook vervuilend is, of dat je meer gas wilt winnenop de Noordzee. Dus wat zou u op de korte termijn dan concreet willen?Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik concludeer nu dat we met elkaar hebben gezegd dat we minderafhankelijk willen worden. Er zijn internationale afspraken die een deeltegenhouden, maar niet deze enorme import die we nu weer zien. Mijnvraag aan de Minister is hoe zij daarmee bezig is en of er op Europeesniveau nu verdergaande afspraken worden gemaakt, want ik denk dat datbelangrijk is. Dan moeten wij inderdaad ons gas elders vandaan halen ofzo snel mogelijk verduurzamen. Maar daar begint het wel mee.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Teunissen, voor uw inbreng.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter. Wereldwijd zijn zes van de negen ecologische grenzenoverschreden. Nederland produceert en consumeert alsof we drieënhalveaardbol hebben. We leven dus op de pof. Nederland heeft het klimaatak-koord van Parijs getekend. De afspraak is: de opwarming van de aardemoet onder de 1,5 graad blijven. Maar nu liggen we op ramkoers, naarbijna 3 graden opwarming. We kunnen nu niet terugschroeven inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109510 ambities, maar dat dreigt toch te gebeuren. De Partij voor de Dieren vindtdat we een leidende rol moeten spelen op de klimaattop.Daarom heb ik een paar vragen aan de Minister. Inmiddels hadden landenal veel verder moeten zijn met financieringsmechanismen, zodat het op deklimaattop vooral zou gaan over de hoogte van de financiering. Op welkemanier draagt Nederland concreet bij aan financieringsmechanismen enwaarom vindt de Minister de vraag vanuit ontwikkelingslanden«aanzienlijk»? Nederland heeft namelijk een enorme historische uitstoot:1,4% van de totale wereldwijde uitstoot, terwijl alle Afrikaanse landensamen slechts voor 5% verantwoordelijk zijn. Kan de Minister toezeggendat Nederland zich inzet voor rechtvaardigheid en dus de historischeuitstoot als uitgangspunt neemt? Wat betekenen de bezuinigingen opontwikkelingssamenwerking voor de inzet van Nederland als het gaat omhet financieringsdoel?Dan de fossiele subsidies. Shell alleen al krijgt 2,1 miljard aan fossielesubsidies van de Nederlandse overheid. Fossiele subsidies zitten eenduurzame transitie gigantisch in de weg. Voormalig Minister Jetten heeftop de vorige klimaattop het voortouw genomen in een samenwerking metandere landen voor het afbouwen van die subsidies. De vraag is: op welkemanier gaat de Minister dat voortzetten? Is zij het ermee eens dat wij ookop dit punt koploper blijven? Nou ja, niet «ook», maar in ieder geval op ditpunt.Voorzitter. Je hebt alleen een sterke onderhandelingspositie als je zelf hetgoede voorbeeld geeft. Even voor de duidelijkheid: de EU geeft nu niet hetgoede voorbeeld, want de EU gaat voor 90% reductie in 2040. Dat isvolgens de klimaatwetenschap niet wat nodig is. Bovendien voldoetNederland nu niet aan de eigen doelen. Hoe denkt de Minister dat ditinternationaal staat? Erkent zij dat dit slecht is voor de onderhandelings-positie van de EU en dat Nederland dus zo snel mogelijk met aanvullendemaatregelen moet komen? Hoe schat zij de kans in om daadwerkelijk toteen ambitieuzer doel te komen in samenwerking met andere Europeselanden?Dan landbouw en voedsel. De vlees- en zuivelconsumptie is een van degrootste oorzaken van de uitstoot en van de ontbossing. Daarom is hetnoodzakelijk dat de wereld beweegt naar meer plantaardige eiwitten envermindering van de veehouderij, maar daar gaat het in Bakoe niet over.Vind je het gek? Er is immers een gigantische hoeveelheid lobbyistenaanwezig, zo’n 340 man vanuit de agro-industrie en 120 specifiek voorvlees en zuivel. Dat zijn er drie keer zo veel als bij de vorige COP. Kortom,de vlees- en zuivelindustrie is een van de snelst groeiende lobbygroepenop de COP. Gaan we serieus luisteren naar Cargill, JBS en Bayer vooroplossingen van het klimaatprobleem, zo vraag ik de Minister. En ik hoorgraag wat zij vindt van die grootschalige aanwezigheid van lobbyisten uitde agro-industrie.De voorzitter:Rondt u af, mevrouw Teunissen?Mevrouw Teunissen (PvdD):Ja, voorzitter. Tot slot nog één vraag. De klimaatcrisis en de natuurcrisiszijn integraal met elkaar verbonden. Mijn vraag is op welke wijzeNederland invulling geeft aan de pledge om ontbossing uiterlijk in 2030 testoppen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. We zijn gekomen aan het einde van de eerste termijn van dekant van de Kamer. We gaan even schorsen, zodat de Minister zich kanvoorbereiden op haar termijn. We komen dus terug om 16.25 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109511 De vergadering wordt van 16.02 uur tot 16.25 uur geschorst.De voorzitter:We gaan verder met dit commissiedebat van de vaste Kamercommissievoor Klimaat en Groene Groei over de Energieraad. Ik neem aan dat deleden die er nog niet zijn heel snel zullen komen, of anders in ieder gevalmeeluisteren. Ik geef graag het woord aan de Minister voor haar eerstetermijn. Als de leden kort interrumperen en de Minister kort probeert teantwoorden, kunnen we wel zes interrupties doen. Laten we daar maarmee op pad gaan.Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. Dank voor alle gestelde vragen. Met de Green Dealen het REPowerEU-pakket wordt er in de Europese Unie hard gewerkt aande duurzaamheidsambities van de Unie en van Nederland. Ook dragen diepakketten bij aan een betrouwbare en betaalbare energievoorziening enhet verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden. Dat doenwe door de uitrol van duurzame energie, de inzet op energiebesparing ende uitfasering van Russische fossiele energie. Ik en het hele kabinetvinden het daarom van groot belang dat de nieuwe Europese Commissiesamen met de lidstaten blijft werken aan de uitvoering van dezepakketten. Ik moet ook zeggen dat ik na wat ik in de afgelopen maandengezien heb bij het inwerken als Minister, onder de indruk ben van wat er inde afgelopen twee jaar bereikt is, in gang gezet is en versneld is. Zijn weer? Nee, nog absoluut niet, maar we hebben ook gewoon heel veel metelkaar bewerkstelligd.De heer Erkens is hier nog niet, maar gaat dit ongetwijfeld terugluisteren.Hij vroeg mij: welke resultaten zijn er nu eigenlijk bereikt naar aanleidingvan dat REPower-pakket, hoeveel concrete projecten zijn er versneld enhoe zit het met de juridische mogelijkheden en het versnellen vanvergunningsprocedures? Ah, daar is de heer Erkens! Ik ben bezig met debeantwoording van uw vraag, zeg ik via de voorzitter.Wat zijn de concrete resultaten? Het REPowerEU-pakket heeft onder meergeleid tot een herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie, die ooknieuwe regelgeving omtrent de vergunningverleningen introduceert. Datis wel om die vergunningverlening makkelijker te maken. Dat zijn dusgeen nieuwe regels. De richtlijn wordt nu geïmplementeerd in nationalewet- en regelgeving. Het conceptwetsvoorstel wordt dit najaar terconsultatie voorgelegd. Op grond van deze richtlijn, de RED III, moetenlidstaten potentiële versnellingsgebieden identificeren. Dit wordt in derichtlijn ook wel het proces van «mapping» genoemd. Gemeenten,provincies en andere bevoegde gezagen hebben tot 1 november de tijdom dingen aan te leveren voor de mapping van gebieden. De concept-mapping zal in het eerste kwartaal van 2025 in een internetconsultatievoorgelegd worden.Verder is eind 2022 de Europese noodverordening voor vergunningver-lening vastgesteld. Deze is met twaalf maanden verlengd met ingang van1 juli 2024. Die loopt dus in elk geval nog tot 1 juli 2025. De noodveror-dening is van toepassing op de vergunningverlening met betrekking totzowel het opwekken van hernieuwbare energie als de daaraan gekoppeldeinfrastructuur, dus ook met betrekking tot het stroomnet. Het Rijk heeftsamen met decentrale overheden een onlinehandreiking opgesteld, zodatdecentrale overheden een handvat krijgen bij het toepassen van dezenoodverordening.De heer Erkens vroeg mij ook naar een overzicht van projecten. Er is geenoverzicht van de projecten die specifiek geprofiteerd hebben van dienoodverordening of andere juridische versnellingsopties, maar het wordtdus wel gebruikt en ingezet.De heer Erkens vroeg mij ook hoe ik de komende maanden verderprocedures ga versnellen die nodig zijn om projecten sneller voor elkaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109512 te krijgen. Ik zal mij ervoor inzetten om de implementatie van de REDIII-richtlijn, die dus ook meer mogelijkheden biedt dan de noodveror-dening, zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen. Daarnaast – daar is, als ikmij niet vergis, ook een motie-Erkens over ingediend – zal Nederland inEuropees verband blijven oproepen om de mogelijkheid van versneldeprocedures nader te onderzoeken, knelpunten die we zien zo snel mogelijkmet elkaar op te lossen, en daar waar mogelijk vergunningprocedures testroomlijnen, want daar zit natuurlijk vaak veel verschil in.Ik denk dat ik hiermee de vragen van de heer Erkens beantwoord heb.O nee, de heer Erkens vroeg mij ook nog wanneer de Kamer de versnel-lingsplannen krijgt wat betreft de uitbreiding van het aanbod. Ik werk opdit moment op meerdere manieren aan het versnellen van dat aanbod.Dat gaat over verdere uitrol van wind op zee en de realisatie vankerncentrales, maar ook over de groei van opwek op land. De SDE++ staatweer open. Die verstrekt daar natuurlijk ook subsidies voor. Ik werk ookaan extra maatregelen om de netcongestie te beperken. Ik zet dus eenheel aantal stappen. Daar zal ik de Kamer op gezette tijden over infor-meren. Een belangrijk moment daarvoor is de Energienota van eind dezemaand, 24 oktober. Daarin staat ook weer uitgelegd wanneer ik deuitwerking van sommige van de acties die ik daarin schets naar de Kamerzal sturen.Mevrouw Postma vroeg naar de hoge nettarieven in Nederland. Ook deheer Erkens maakte daar een aantal opmerkingen over. Mevrouw Postmavroeg mij heel expliciet: wanneer komt de EU nu met een geharmoni-seerde tariefstructuur? Zij vroeg of ik daar een datum aan kon hangen.Laat ik heel duidelijk zijn: Nederland pleit in Europa met klem voor hetharmoniseren van de tariefstructuur, omdat een gelijk speelveld voor onscruciaal is. Mevrouw Postma of de heer Erkens haalde het Aurora-rapportaan. Dat was mevrouw Postma. Dat rapport laat natuurlijk heel duidelijkzien dat dat gelijke speelveld er op dit moment niet is en dat de netta-rieven in Nederland aanzienlijk hoger liggen dan in de landen om onsheen. Deels is dat soms te verklaren door de energiemix en de manierwaarop overheden financieren, maar ik denk dat er deels mogelijkhedenzijn om daar iets aan te doen in Europees verband en hier in Nederland.Daarvoor loopt nu het ibo naar de bekostiging van de elektriciteitsinfra-structuur. De resultaten daarvan komen begin 2025, zodat die betrokkenkunnen worden bij de voorjaarsbesluitvorming van 2025.Daarmee heb ik de vragen van mevrouw Postma en de heer Erkenshierover beantwoord.Dan zijn er wat vragen gesteld over het coronaherstelfonds, ETS en hetSocial Climate Fund. Die wilde ik nu even bij elkaar beantwoorden. Ikrealiseer me nu dat ik mij blokjes niet heb genoemd aan het begin. Nadeze vragen over ETS, het Social Climate Fund en corona is mijn eersteblokje afgerond. Dan ga ik daarna naar de COP en de inzet op de COP.Mijn laatste blokje gaat over lng en de import van gas.Over het coronaherstelfonds vroeg mevrouw Postma of ik de Kamer kaninformeren voorafgaand aan keuzes over vervangende maatregelen in hetherstelfonds. Zij vroeg of dat kan in het eerste kwartaal van 2025. Decoördinatie van het EU-coronaherstelfonds ligt bij de Minister vanFinanciën. Vanuit de Minister en het Ministerie van Financiën zullenvoorstellen worden gedaan voor vervangende maatregelen. Dat zaluiteraard in afstemming zijn met de betrokken bewindspersonen.Daarover zullen we ook overleg hebben met de Europese Commissie. Ophet moment dat daar meer duidelijkheid over is, zal de Kamer daaruiteraard over geïnformeerd worden. Ik durf niet te zeggen dat dat exactin het eerste kwartaal van 2025 zal zijn. Maar als u dat precies wil weten,kan ik dat nog wel even laten nagaan en daar zo op terugkomen.Mevrouw Postma (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109513 Voor mij is belangrijk dat we als Kamer meegenomen worden in debesluiten die worden ingediend voordat er een voldongen besluit is, van«dit hebben we ingediend» of «we gaan niet meer indienen». Als we datin het proces tijdig kunnen weten, zou dat dus mijn voorkeur hebben.Minister Hermans:Ik zal even bij mijn collega checken hoe dat proces er precies uitziet en opwelke momenten welke informatie met de Tweede Kamer gedeeld wordt.Mevrouw Kröger vroeg naar de opbrengsten van ETS2. Hoe zorgen wedat die ook terechtkomen bij verduurzaming en bij de transitie? Mogenlidstaten die middelen gebruiken voor het herfinancieren van bestaandbeleid en zouden die niet gebruikt moeten worden voor nieuw beleid?Volgens mij was dat heel specifiek de vraag die mevrouw Kröger mijstelde. Het antwoord daarop is dat lidstaten de ETS2-inkomsten niethoeven te oormerken, maar wel verplicht zijn om een equivalent bedraguit te geven aan klimaatbeleid met oog voor kwetsbare burgers,huishoudens en bedrijven. Daar gaat dit kabinet zich ook aan houden. Wekennen natuurlijk wel een scheiding van inkomsten en uitgaven in onzebegrotingsregels. Ik kan de ETS2-inkomsten dus niet oormerken voorspecifiek beleid, maar het kabinet gaat zich houden aan de voorwaardenvoor het inzetten van geld, zoals ik net zei. Daar zal natuurlijk ook eenvoorstel voor naar de Kamer komen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag was niet of het dan gaat om het herfinancieren van bestaandbeleid, maar of het additioneel geld is en daarmee additioneel beleid voorbijvoorbeeld het openbaar vervoer of de verduurzaming van huizen.Minister Hermans:Daar moet ik even voorzichtig over zijn, want dit kunnen ook vaakdefinitiediscussies zijn. Kijk, ik vind het belangrijk dat het wordt besteedaan het ondersteunen van mensen en bedrijven die met verduurzamingbezig zijn. Volgens mij delen wij beiden dat doel. Je wil dat natuurlijk weliets intensiveren. Ik begrijp dus wat mevrouw Kröger zegt over hethelemaal herfinancieren van bestaand beleid: daarmee doe je nietsextra’s; dat is niet «intensiveren». Kan het iets zijn wat we misschien aldoen en waarvan we zeggen: dat werkt gewoon heel goed, daar gaan wemee door? Dat kan er natuurlijk wel onderdeel van uitmaken.Voorzitter. Mevrouw Postma stelde mij een vraag over het Social ClimateFund. Ik meen me te herinneren dat ik die vraag eerder van haar hebgehad. Het kabinet maakt een uitwerking van hoe dat geld besteed zoukunnen worden. Dat voorstel moet ook in consultatie worden gebracht.Uiteraard zal ik ook de Kamer informeren. Dat zal in het eerste kwartaalvan 2025 zijn.Mevrouw Kröger, ik zie in een aantekening dat u specifiek vroeg naarenergie- en vervoersarmoede. Het sociale klimaatplan dat het kabinetmaakt, is gericht op de aanpak van minder draagkrachtige burgers enbedrijven – dat zei ik volgens mij net al – op het terrein van mobiliteit engebouwde omgeving. We streven daarin dus het doel na om juist op diepunten mensen ondersteunen en ontlasten.Voorzitter. Dan kom ik nu bij de COP. Ik heb eind september een briefgestuurd met daarin de hoofdlijnen van de inzet van dit kabinet bij deCOP. Als ik het mij goed herinner, was dat op verzoek van mevrouwPostma. Dat was op een moment dat er nog niet heel veel bekend wasover de agenda, vandaar dat het ook echt een inzet op hooflijnen was. Ukrijgt na de Milieuraad, waarbij de inzet van de COP wordt besproken, enin aanloop naar de COP uiteraard nog een uitgebreidere brief met daarinde inzet en wat voor afspraken we daarover in Europees verband gemaakthebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109514 Dan ga ik direct naar de vragen die in het kader van de COP zijn gesteldover de financiering en de discussie over het financieringsdoel. MevrouwKröger vroeg of ik ook ga kijken naar de historische uitstoot: is dat hetvertrekpunt? Volgens mij stelden mevrouw Teunissen en mevrouwRooderkerk in soortgelijke bewoordingen diezelfde vraag. Het antwoorddaarop is ja. In het Parijsakkoord is afgesproken dat ontwikkelde landenhet voortouw nemen in de mobilisatie van klimaatfinanciering, en datblijft ook zo. Die afspraak is gemaakt en staat overeind. Ik vind wel dat webij de onderhandelingen over het nieuwe doel moeten kijken welke landennog meer in staat zijn om bij te dragen. Dat zal ik niet komende maandag,maar de maandag daarop met de collega’s in Luxemburg bespreken. Hoehebben landen zich ontwikkeld sinds we die afspraak hebben gemaakt?Welke economische ontwikkeling verwachten we in die landen? Het is nu2024, dus ik vind wel dat we de werkelijkheid van dit moment meemoeten nemen in het maken van afspraken. De afspraken die we hebbengemaakt over dat huidige doel van 100 miljard zijn namelijk geen goedereflectie meer van de huidige economische realiteit. Meer landen zijn instaat om hun eigen transitie te financieren of om bij te dragen aan hetgemeenschappelijke doel. Dat geldt voor zowel hun economischecapaciteiten als hun bijdrage aan de totale uitstoot. Met deze inzet wil ik erjuist voor zorgen dat er meer financiering beschikbaar komt voor dearmste landen en de kleine eilandstaten.De voorzitter:Minister, u heeft een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):De Minister zegt dat landen die de meeste uitstoot hebben, het voortouwnemen in de klimaatfinanciering, zoals is afgesproken in het klimaatak-koord van Parijs. Dat klinkt in ieder geval goed. Maar mijn vraag ging tochwel over iets specifiekers. Het kabinet zegt in de brief: «De vraag vanuitontwikkelingslanden is overigens aanzienlijk.» De bedragen die genoemdworden, liggen tussen de 1.000 en 2.000 miljard per jaar. Ik zie alleen maarde kwalificatie «aanzienlijk», maar ik denk dan: het is toch heel recht-vaardig dat deze landen hierom vragen? Zij hebben immers het minstbijgedragen aan klimaatverandering en ondervinden de meeste schade. Isdie rechtvaardigheid het uitgangspunt van het kabinet bij het vaststellenvan dat doel? Is het op basis van de historische uitstoot?Minister Hermans:Mevrouw Teunissen noemt nog een keer het woord «aanzienlijk». Dievraag stelde ze me ook eerder. Wat is «aanzienlijk»? Het woord is in debrief gebruikt om de volgende reden. Het huidige doel is 100 miljarddollar. Sommige ontwikkelingslanden vragen wel het tien- of twintig-voudige van dat bedrag. Daar is mijn term «aanzienlijk» op gebaseerd.Nederland wil een ambitieus maar ook realistisch doel. Nu over eenbedrag spreken, is voor het kabinet te voorbarig, omdat we nog niet eensweten wie er straks allemaal gaan bijdragen. «Aanzienlijk» ziet dus opbedragen die de ronde doen. Dan uw vraag over de historische uitstoot.Daarop heb ik net antwoord gegeven. In het Parijsakkoord is afgesprokendat ontwikkelde landen het voortouw nemen. De historische uitstoot isdaarin een aspect. Maar de economische realiteit van dit moment, zeg ikdaarbij, is wel dat er in bepaalde landen – denk aan China, Qatar ofSaudi-Arabië – een economische ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Diezijn echt wel meer in staat om hun eigen transitie te financieren en om bijte dragen aan het gezamenlijke doel. Ik vind dus dat je breder moet kijkendan alleen naar de historische uitstoot.De voorzitter:Mevrouw Teunissen heeft nog een interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109515 Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik vraag natuurlijk om een wat concreter beeld van de inzet van hetkabinet. Er wordt straks namelijk een positie bepaald in de Milieuraad. Nuhebben we eigenlijk geen idee hoe, met welke inzet, het kabinet straks deMilieuraad in gaat. Wil het kabinet inzetten op wie eraan gaan bijdragen?Dat lijkt me geen ambitieuze uitkomst. Volgens mij moet je ambitieusinzetten. Dan ga je onderhandelen en kom je uiteindelijk tot een bepaaldresultaat. Wat is concreet de inzet en het doel van Nederland als het gaatom de klimaatfinanciering?Minister Hermans:Het doel en de inzet van Nederland is om eerst duidelijke afspraken temaken over de vorm: wie draagt bij en in welke mate? We willen nietbeginnen bij een bedrag. Volgens mij begin je andersom. Daar komt danuiteindelijk een bedrag uit. Dat nu in het openbaar noemen, zouden wedaar al zijn, zou onze onderhandelingspositie ook niet versterken, denk ik.Maar het begint met de vraag hoe je de financiering gaat vormgeven. Iknoemde dat punt net. Ik vind dat je breder moet kijken. Er is economischnamelijk nogal wat veranderd sinds we de afspraken bij het klimaatak-koord van Parijs gemaakt hebben. Ik wil ook zien en horen hoe anderelanden daarin zitten. Hoe gaan we de balans tussen publieke en privatefinanciering vormgeven? Dat zijn allemaal elementen die voor mijbelangrijk zijn. De inzet is om tot een nieuwe afspraak te komen in de COPvan dit jaar. Dat is heel duidelijk. Dat staat ook zo op de agenda. Aan diediscussie zal ik ook een bijdrage leveren.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Eigenlijk schetst de Minister dat ze geen eindbedrag kan noemen, maardat ze het eerst wil hebben over het proces. Maar ik denk wel dat hetbelangrijk is om met elkaar duidelijkheid te hebben over de noden vanlanden die nu al heel hard geraakt worden door klimaatverandering. Hetstoort mij dan dat de Minister zegt: sommige ontwikkelingslanden vragenwel het tienvoudige. Volgens mij is dat niet wat er aan de hand is. Erliggen rapporten en studies, objectieve bronnen die schetsen wat denoden zijn. Vervolgens kan je een discussie hebben over hoe je dat bijelkaar gaat krijgen. Kan de Minister erkennen dat dit geen vraag is vanenkele ontwikkelingslanden, maar een geobjectiveerd gegeven?Minister Hermans:Het was niet bedoeld als: dat is even een bedrag dat een ontwikke-lingsland vraagt. Het zijn bedragen die de ronde doen, zo moet ik hetzeggen. Dat is op basis van rapporten en analyses, waaronder analysesvan de landen zelf. Maar een vertienvoudiging van het bedrag dat weeerder hebben afgesproken, vind ik een aanzienlijk bedrag. Dat was inreactie op de vraag van mevrouw Teunissen waarom ik het woord«aanzienlijk» gebruikt heb.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het is een aanzienlijk bedrag. Het is ook een aanzienlijke crisis. En wijhebben een aanzienlijk aandeel gehad aan het veroorzaken daarvan. Maargoed, ik ben blij dat de Minister erkent dat het gaat om een objectiefbedrag, niet om zomaar een vraag vanuit een bepaald ontwikkelingsland.Dan heb ik een vraag over hoe historische uitstoters bijdragen. DeMinister wil dat ook China, Qatar en Saudi-Arabië gaan bijdragen. Datvind ik geen onredelijke suggestie. Mijn vraag is eigenlijk of je niet vooralzou moeten kijken naar partijen die nu al, op basis van de huidigeafspraken, verplichtingen hebben die ze niet nakomen, zoals de VS.Moeten we niet vooral die partijen ertoe aanzetten om aan hun verplich-tingen te voldoen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109516 Minister Hermans:Vanzelfsprekend, zou ik willen zeggen tegen mevrouw Kröger. We hebbenafspraken gemaakt. Als landen daar zichtbaar hun aandeel niet in nemen,dan is dat natuurlijk ook onderdeel van het gesprek. Daar zal ik me dusover uitspreken. Dat kan in de Energieraad of de Milieuraad, maarnatuurlijk ook in Azerbeidzjan.De voorzitter:Mevrouw Teunissen heeft nog een interruptie. Gaat uw gang.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik wil toch nog een vraag stellen over de klimaatfinanciering. MevrouwKröger zegt net terecht dat het volgens haar objectiveerbaar is welkbedrag terecht en rechtvaardig zou zijn. Welke informatie gebruikt hetkabinet zelf om te komen tot een bepaling van hoe hoog dat bedrag zoumoeten zijn? Je gaat toch niet in de Milieuraad zitten en bepalen wie erwel of niet bijdraagt zonder dat je zelf een idee hebt wat rechtvaardig is,op basis van wat we weten van de klimaatwetenschap en de historischeuitstoot van verschillende landen? Heeft het kabinet zelf informatiewaarop het dat baseert?Minister Hermans:Het gesprek in de Milieuraad van volgende week gaat erover hoe wijkijken naar dat financieringsdoel en wat we belangrijk vinden quauitgangspunten, criteria, randvoorwaarden en de vormgeving. Het gaatniet over een specifiek bedrag.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Hermans:De heer Erkens vroeg aan mij of ik kan aangeven of de klimaatfinancieringkan leiden tot investeringen die goed zijn voor het ontvangende land envoor het Nederlandse bedrijfsleven. Het antwoord is: dat zou natuurlijk deallermooiste combinatie zijn. Dan helpen we niet alleen het ontvangendeland effectief bij hun klimaataanpak en hun verduurzaming, maar kunnenprivate partijen, waaronder uit Nederland, ook zelf verdienen aan huninvesteringen. Ik denk dat afspraken zoals het verdrievoudigen van demondiale capaciteit van hernieuwbare energie, daartoe zou moetenleiden. Ook dat is dus een reden om zo veel mogelijk landen mee te latenbetalen. Daarmee spreid je immers ook de bijdrage. Dus ja, het zou eenideale combinatie zijn. Of het in alle gevallen zo zal zijn, moet blijken.Maar het is een mooie ambitie.De voorzitter:Mevrouw Kröger heeft nog een interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Sorry, op het vorige punt. Helemaal aan het eind, in de conclusie, zei deMinister: er komt dus geen bedrag. Maar de EU gaat toch wel met eenbedrag in het hoofd naar Bakoe, neem ik aan? Want anders gaan we opdeze COP überhaupt geen vooruitgang boeken.Minister Hermans:We praten in de Energieraad dus niet over een bedrag, maar ik kan meheel goed voorstellen dat je wel met iets in gedachten naar Bakoe gaat.Over precies die vraag had ik net even overleg met mijn ondersteuning.Mag ik het heel even precies uitzoeken? Ik kom daar dan zo bij u op terug.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109517 Graag, dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Erkens.De heer Erkens (VVD):Ik heb een heel korte vraag op basis van het antwoord van de Minister. Iksnap dat dat niet bij elk project zo zal kunnen gelden. Het gaat mij er metname om dat we over meerdere domeinen heen veel meer gaan kijkennaar hoe je een bepaalde maakindustrie opbouwt als het gaat om deenergietransitie in Nederland. Het gaat dan over klimaatfinanciering, deeigen aanbestedingen vanuit de SDE++, de uitrol van wind op zee, deuitbreiding van het stroomnet en ga zo maar door. Dat zie ik nogonvoldoende. Dat zie ik trouwens niet alleen bij dit kabinet; ik zag het ookbij het vorige. We moeten samen bekijken hoe we een industrie kunnenopbouwen op de terreinen waarover we het met elkaar hebben. Ik snapdat de Minister dat nu niet per se hapklaar kan neerleggen, maarmisschien is dat wel iets om met elkaar over na te denken in eentoekomstige brief over de verduurzaming van de industrie. Hoe zorg je erdus voor dat je die groene groei hier kan bewerkstelligen en je nieuwegroene industrieën van de grond kan krijgen?Minister Hermans:Dit is natuurlijk breder dan alleen de vraag wat er gebeurt met deklimaatfinanciering. Op zich begrijp ik de vraag dus, maar dit zal ookonderdeel moeten zijn van de Clean Industrial Deal, die de nieuweEuropese Commissie gaat maken. Ik snap dat het ook uitstraling heeft opwat je mondiaal doet. Ik kan daar een keer in breder verband op terug-komen, maar zoals ik al zei: het is breder dan wat we bij de COP gaanbespreken.Mevrouw Postma vroeg hoe het kabinet en de EU erop gaan toezien datde schuldenlasten van landen waarin adaptatie de meeste actie vraagt,niet gaan verergeren. De klimaatopgave op adaptatie is dusdanig dat hetom zowel giften als private investeringen vraagt. De Nederlandse publiekeklimaatfinanciering bestaat alleen uit giften en gaat voor 60% naaradaptatie. De private investeringen die Nederland met zijn programma’smobiliseert, gaan niet naar overheden, maar naar bedrijven. Die verhogende schuldenlast dus niet. Multilaterale ontwikkelingsbanken verstrekkenwel leningen aan landen. Deze banken hebben voorschriften voor deschuldhoudbaarheid van ontwikkelingslanden. In het afgelopendecennium zijn lage-inkomenslanden steeds meer tegen marktconformerentes gaan lenen van bilaterale crediteuren, zoals China, en van privatepartijen. Door die hogere rentes en doordat die schulden veelal zijnuitgedrukt in vreemde valuta, zoals dollars, is de schuldbaarheid vanvooral lage-inkomenslanden de afgelopen jaren sterk onder druk gezet.Mevrouw Postma (NSC):Het is goed om te horen wat de inzet van Nederland is voor wat wij doenmet onze financiering daar en giften. Mijn vraag was ook gericht op hetvolgende. De Minister noemde terecht voorbeelden van hoge schulden-lasten, van bijvoorbeeld China. Kan de Minister er tijdens deze COPnamens Nederland, in EU-verband en breder met de EU, op inzetten datdeze financieringsvormen, die de rentelast opdrijven, niet meer kunnen?Minister Hermans:Ik kan dat, denk ik, op zich wel onderdeel maken van het gesprek of deinzet. Ik zit even te bedenken wat ik qua uitkomst kan beloven. Ik denk datdit, net als het debatje dat ik met de heer Erkens had, breder is dan alleenhet klimaatfinancieringsdoel. Het gaat gewoon algemeen om de vraaghoe we hier nu mee omgaan. In bredere zin kan en zal ik dit dusbespreekbaar maken. Maar ik zat even na te denken over de vraag of dithelemaal past bij de COP. Ik denk van niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109518 Mevrouw Postma (NSC):Ik denk dat de inzet goed is, maar omdat het zo’n moeilijk punt is waar hetsteeds op vastloopt, denk ik dat er echt veel inzet in moet komen. Het isgoed dat u zich hiervoor wil inzetten namens Nederland, maar ik vraag meaf of ook andere landen hieraan mee kunnen doen. Kan dit verder wordengebracht via het Europese verband, via meer coalities, zodat hier echt eenheel actieve agenda op komt? Want dit is echt een heel belangrijk punt.Minister Hermans:Ik zal dit ook met mijn collega van IenW bespreken, want bij hem zit deklimaatadaptatieaanpak. Het raakt elkaar. Het loopt allemaal door elkaarheen. Ik zeg dit niet om mijn verantwoordelijkheid af te schuiven, maar ikvind het wel belangrijk om hier gezamenlijk in op te trekken. Dus ik zal datdoen. Ik zal aan hem vragen wat hij daarin kan doen en wat zijn inzet kanzijn in de raden waarbij hij bijvoorbeeld aanwezig is.Mevrouw Postma (NSC):Even samenvattend, ik hoor heel goed dat de Minister sowieso let op deinzet van Nederland. Wij doen dit niet. Punt. Daarnaast gaat Nederlandzich in de raden waar het in zit, echt inzetten om dit punt over te brengenop de andere landen, zodat er een blok, een coalitie, een coalition of thewilling, gevormd kan worden om ervoor te zorgen dat ook dit punt op deCOP beslecht kan worden.Minister Hermans:Volgens mij zei mevrouw Postma zelf dat je op moet passen met heel veelspeerpunten, omdat je dan geen speerpunten meer hebt. Ik wil zelf ooknog heel veel aandacht en tijd besteden aan de fossiele coalitie, waar ik zometeen op inga. Dat even in het kader van de weging van tijd enmogelijkheden, maar ik heb mevrouw Postma goed gehoord. Ik hebdaarover toegezegd wat ik heb gezegd. Ik zal dit ook met mijn collega opIenW bespreken en kijken waar dit op een goede plek besproken kanworden.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Hermans:Dan ga ik verder met een aantal onderwerpen waarvan is gevraagd of ikdie aan de orde ga stellen tijdens de COP. Ik begin met een vraag vanmevrouw Postma en mevrouw Kröger. Omdat ik daar niets over hadgezegd in de brief vroegen ze of ik toch iets wil zeggen over vrouwen,meisjes, gender, gendergelijkheid en betrokkenheid van vrouwen bijbesluitvorming, ook over internationale vraagstukken. Ik zie mevrouwRooderkerk kijken. Ik had het moeten weten, ik had scherp moeten zijn; zijheeft dit punt inderdaad ook gemaakt. Tegen zowel mevrouw Postma, alsmevrouw Kröger als mevrouw Rooderkerk kan ik zeggen dat Nederlandzich zowel op de COP als op andere momenten in brede zin blijft inzettenvoor inclusiviteit en gendergelijkheid. Tijdens de COP wordt onderhandeldover een nieuw actieplan voor gender. Nederland zal zich in EU-verbandinzetten voor een goede uitkomst daarvan. Dat in antwoord op die vraag.De heer Erkens vroeg of ik zowel voorafgaand aan als gedurende de COPmeer aandacht ga vragen voor het betrekken van de financiële sector bijde bouw van kerncentrales in Nederland. Hij vroeg of kernenergieüberhaupt besproken gaat worden op de COP. Tijdens de vorige COP isafgesproken om de ontwikkeling van bepaalde technologieën, waaronderdie van kernenergie, te versnellen. Ik zal me ervoor inzetten dat dieafspraken in het algemeen, maar daarmee ook die afspraak overkernenergie, opnieuw bevestigd worden. Daarmee wil ik een duidelijksignaal afgeven aan de markt en de financiële sector. Het is mooi en goedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109519 om te lezen en te horen dat de internationale financiële sector dekomende jaren meer projecten voor kerncentrales wil steunen. In demarktconsultatie die hier in Nederland plaatsvindt voor de bouw vannieuwe kerncentrales, is ook met nationale en internationale financiëleinstellingen gesproken, onder andere over de commerciële en financiëlerandvoorwaarden bij de nieuwbouw van kerncentrales. De resultaten vandie markconsultatie worden nu verwerkt. Die worden eind van dit jaar,nog voor het debat over kernenergie in december, met de Kamer gedeeld.Ik zal op de COP maar ook in de verschillende raden waar ik naartoe ga,aandacht blijven besteden aan dit onderwerp. En Nederland blijftonderdeel van de beide coalities in Europees verband: die op kernenergieen die op de andere renewables.Mevrouw Kröger, mevrouw Rooderkerk en mevrouw Teunissen vroegenof ik mij blijf inzetten voor de afbouw van fossiele voordelen in Europeesverband, maar ook expliciet op de COP, dus in mondiaal verband, en of ikdoorga met de coalitie die door mijn voorganger, Rob Jetten, is vormge-geven. Het antwoord daarop is ja. Dat ga ik doen. Dat zal ik in Europeesverband doen en ook op de COP dit jaar in november. Wat is de stand?Hoe gaat het daar nou mee? Welke acties zijn er in gang gezet? Wat is ergebeurd? Daarover kan ik een aantal dingen zeggen. Er zijn na de COPdrie bijeenkomsten geweest met de coalitie. De focus ligt dit jaar op hetvergroten van de transparantie en het publiceren van de inventarisatie-lijsten van wat er nu gebeurt in al die landen. Tijdens de COP dit jaar inAzerbeidzjan wil Nederland samen met de coalitie toelichten welkestappen er zijn gezet, wat we tot nu toe in kaart hebben gebracht en welkestappen we richting de COP van volgend jaar zullen gaan zetten.Ik ga daar nog wat meer over zeggen, hoor, maar ik wil ook nog watzeggen over de landen die nu deelnemen en de landen waarmee wordtgesproken over uitbreiding. De coalitie bestaat op dit moment uit dertienlanden waarvan negen EU-landen. Ik kan ze allemaal opnoemen, maar ikdenk dat u daar een beeld bij heeft. We zijn in gesprek met nieuwe landenbinnen en buiten de EU over aansluiting bij de coalitie. Het meest recentegesprek daarover vond eind september plaats op de Climate Week in NewYork. Daar is gesproken met landen als het VK, de Verenigde Staten, maarook Brazilië, Colombia, Panama en de Marshalleilanden. Die hebben nogniet allemaal definitief toegezegd, maar met die landen zijn we wel serieusin gesprek. Dus je ziet die coalitie groeien. Ik denk dat dat goed is omeffectief samen stappen te kunnen blijven zetten. Dit was het wat dit puntbetreft.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank voor deze toelichting. Het is heel fijn om te horen dat de Ministerhiermee doorgaat en door blijft strijden om fossiele subsidies ookinternationaal uit te faseren en daarmee te stoppen. Ik hoor haar nu echtervooral praten over de eerste doelen die waren afgesproken, namelijkgezamenlijk werken aan transparantie en dat overzicht. Gaat zij nu ook almeteen aan de slag met de landen die al deelnemen en de landen diemogelijk deel gaan nemen, om daadwerkelijk nationale plannen op testellen om die fossiele subsidies uit te faseren?Minister Hermans:Dat is inderdaad de derde pijler van de aanpak: lessen uitwisselen die elkvan de landen geleerd heeft en daar verder stappen in zetten. Daar wordtook op ingezet, maar je hebt natuurlijk eerst transparantie en dieinventarisatie nodig om over dat derde punt met elkaar in gesprek teraken. Maar die lijn is niet verdwenen. Absoluut niet. Uiteindelijk hebbenwe die nodig om echt resultaat te kunnen boeken.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109520 Ik heb een beetje dezelfde vraag, ook na dit antwoord. Dus er komt eensessie tijdens de COP waarin gepresenteerd wordt welke stappen er zijngezet. Dan zijn de stappen die gezet zijn, transparantie bieden en eenoverzicht maken, maar ondertussen worden er extra fossiele subsidies inNederland ingevoerd. Ik neem aan dat die stap dan ook wordt toegelichtop de COP. Maar daar gaat het niet over het feit dat er een plan komt omfossiele subsidies daadwerkelijk af te gaan schaffen?Minister Hermans:Wat ik vanuit Nederland maar ook partijen vanuit de coalitie gaan doen, isin Europa met beoogd Commissaris Hoekstra – dit valt onder zijnportefeuille – in gesprek gaan over hoe we tot een Europese aanpakkomen, of eigenlijk een raamwerk komen, om die fossiele voordelen uit tegaan faseren. De nieuwe Commissie is natuurlijk nog niet begonnen, dusik durf niet te zeggen of dat ook echt al een heel concreet beeld oplevertom te kunnen presenteren in Azerbeidzjan. Maar er zullen daar wel heelveel gesprekken zijn waarin ik me actief zal inzetten en het voortouw zalnemen om zo concreet mogelijke stappen aan te kunnen kondigen en tekunnen laten zien wat we gaan doen. Dit doen we niet voor het beeld,maar echt omdat we een afspraak met elkaar gemaakt hebben om diefossiele voordelen met elkaar te gaan afbouwen.Mevrouw Teunissen (PvdD):De Minister zei dat zij naast het publiceren van die lijsten op de COP ooktoelicht wat er bij de COP van volgend jaar op de agenda staat metbetrekking tot het afbouwen van fossiele subsidies. Wat is dat danconcreet?Minister Hermans:Ik lichtte even iets toe dat bij de eerste twee stappen. MevrouwRooderkerk zei, terecht, dat er nog een derde pijler is. Die is ook niet uithet oog verloren. Maar bij die eerste twee pijlers kunnen we, naar ik hoopen aanneem, al een aantal echte resultaten laten zien. Vervolgens geef jenatuurlijk een doorkijk naar wat de stappen zijn op weg naar volgend jaar.Waarom zei ik zo expliciet «de stappen op weg naar volgend jaar»? Omdatwe het daarmee ook op de agenda kunnen houden. Ik wil namelijk niet dathet lijkt alsof het na COP29 klaar is. Nee, je wilt er op COP30 verder overkunnen spreken en hopelijk ook verdere resultaten kunnen presenteren;dat is in ieder geval mijn inzet.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het beeld is natuurlijk heel vaak dat het op dit soort klimaattoppen te veelpraten en te weinig actie is. Volgens mij is uit de oproep «actie, actie,actie» uiteindelijk de commitment voortgekomen om fossiele subsidies afte schaffen. We zijn nu een tijdje verder, dus mijn vraag is toch devolgende. Het kabinet voert nu nieuwe fossiele subsidies in. Wanneerkomt dan het moment dat er een plan wordt aangekondigd over hetafbouwen, als onderdeel van deze coalitie? Want dat is het commitmentdat men is aangegaan. Kan de Minister daar een tijdpad voor schetsen?Minister Hermans:Vraagt mevrouw Kröger mij nu dus wat we nationaal doen? Ja. Nederlandheeft al een aantal stappen gezet, maar voor belangrijke volgende stappenhebben we Europa nodig. Dat is de reden dat dit kabinet heeft gezegd: wewillen de afbouw van die fossiele voordelen in Europees verbandvoortzetten. Daarom vind ik het goed en ben ik blij dat de beoogde nieuweCommissaris Wopke Hoekstra dat in zijn portefeuille heeft. Ik ben blij datwe daarin samen kunnen optrekken in Europees verband. Datzelfde zal ikdoen op de COP met die bredere coalitie, die meer beslaat dan alleen dienegen landen uit de EU. Hopelijk bestaat die na de COP uit meer danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109521 dertien landen, zodat we massa maken met landen en echt resultaten voorelkaar kunnen krijgen. Ik zal na de Milieuraad, als dit ongetwijfeld ookweer de revue gepasseerd is, en natuurlijk na de COP, als ik de Kamerinformeer over de resultaten, preciezer kunnen laten zien, ook in de tijd,wat de stappen zijn die we met die coalitie willen gaan zetten, of zullengaan zetten.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Hermans:Ik stuur natuurlijk sowieso een verslag van de Energie- en Milieuraad.Daarin staat dus al beschreven wat hierover besproken is. Ik neem ookaan – ik ben zelf nooit bij een COP geweest, dus ik kijk even naar mijncollega – dat wij na de COP een brief sturen met wat daar aan resultatenbereikt is.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. We zijn bij het derde blokje.Minister Hermans:Even kijken. Deze vraag doe ik zo meteen even, want die wil ik even goedlezen. Ik had nog een vraag van mevrouw Kröger over het bedrag, maardie wil ik nog even goed lezen, dus die bewaar ik voor de tweede termijn.Dan weet ik wat ik exact antwoord aan mevrouw Kröger.De voorzitter:Dat is prima.Minister Hermans:Dan kom ik bij lng en de toegenomen ...De voorzitter:Er zijn toch nog wat vragen over de COP.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik had nog vragen gesteld over het ontwikkelingssamenwerkingsbudget,dat drastisch wordt weggesnoeid, en wat dat betekent voor onze inzet bijhet klimaatsteunfonds en het nakomen van de internationale afspraken.Minister Hermans:Ik zal het even in een paar stapjes beantwoorden. De exacte invulling vande bezuinigingen vindt nu plaats, dus ik kan niet exact zeggen hoe hetOS-budget eruitziet en welke bedragen er op welke manier overblijven. Ikkan dus ook nog niet zeggen wat het effect van de bezuinigingen is op deNederlandse klimaatfinanciering. Maar ik kan wel zeggen dat klimaatfinan-ciering geen eigenstandig budget is, maar een optelsom van heel veelverschillende programma’s. Dat zijn even alle procedurele termen. Wijhouden ons als kabinet aan de gemaakte afspreken en de doelen die wehebben gesteld. We houden ons dus ook aan de afspraak, vastgelegd inhet Parijsakkoord, dat we een bijdrage leveren aan de klimaatfinanciering.Het nieuwe doel zal naar verwachting hoger zijn dan het huidige doel,maar het moet ook haalbaar en realistisch zijn in de context van wat ik netdaarover heb gezegd. «Haalbaar en realistisch» zal dus ook afhangen vanhoeveel extra landen hoeveel extra gaan bijdragen. Daar zal de discussiein Bakoe voor een groot deel over gaan. Als dat bedrag definitief bekendis, zal het ook in Nederland, overigens net als de vorige keer dat er geld bijelkaar verzameld moest worden, toch vanuit verschillende potjes – als ikdat zo mag zeggen, voorzitter – bij elkaar gebracht moeten worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109522 Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank voor de beantwoording, maar dat betekent dus het volgende.Nederland droeg nu ongeveer 1,8 miljard bij. De vraag aan de landen voorhet klimaatsteunfonds is nu nog groter. Mag ik daaruit opmaken dat we inieder geval dit bedrag behouden en mogelijk meer, afhankelijk van deuitkomst van de onderhandelingen?Minister Hermans:Nee, op basis van dit antwoord kun je geen conclusies trekken over dehoogte van het bedrag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Maar is de Minister dan wel of niet van plan om te bezuinigen op ditbedrag? We hebben internationaal natuurlijk afspraken gemaakt om dit bijte dragen. Je kunt verwachten dat in de internationale context de vraagzal zijn om meer bij te dragen. Maar wat we nu doen, is dan natuurlijk welhet minimum. Mijn vraag is dus nogmaals of mevrouw Hermans ervoorgaat pleiten, ook bij de eigen coalitiepartners, om in ieder geval hetbedrag voor het klimaatsteunfonds overeind te houden dat Nederlandheeft afgesproken.Minister Hermans:Er komt een nieuwe afspraak met een nieuw bedrag. Ik kom nog op devraag van mevrouw Kröger. Ik heb niet voor niets gezegd dat ik vind datwe breder moeten kijken naar het aantal landen dat bijdraagt en daarmeedus ook de omvang van het bedrag, en wat dan uiteindelijk de bijdragevan Nederland zal zijn in euro’s. Daar ga ik nu gewoon niet opvooruitlopen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Loopt de Minister daar dan niet op vooruit omdat zij de top afwacht ofomdat we nog een eigen bezuiniging hebben die moet worden doorge-voerd? Op zich staat er gewoon een ombuiging voor klimaat in debegroting van Ontwikkelingssamenwerking voor aardig wat miljoenen, ikgeloof oplopend naar 150 miljoen. Betekent dit dat we een korting gaanzien van onze inzet als Nederland? We hebben toch al een begrotinggepresenteerd gekregen, dus ik snap niet helemaal wat de Minister nuzegt over onze eigen bijdrage als Nederland.Minister Hermans:Er gaat een nieuwe afspraak gemaakt worden. Voor Nederland is hetbelangrijk dat daar meer landen aan gaan bijdragen en dat we naast dehistorische uitstoot gaan kijken naar de economische realiteit anno 2024.Dat zijn allemaal factoren die van belang zijn voor de vormgeving van deklimaatfinanciering. Daarna gaan we het over bedragen en over bijdragenhebben. Ik ga me nu dus niet vastleggen op een bedrag en of iets hoger oflager is. Dat er klimaatfinanciering komt, daaraan committeert ookNederland zich. Het gaat er nu over hoe we die vormgeven en vervolgensgaat het over het bedrag dat we daaraan koppelen.De voorzitter:De laatste interruptie, mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja, want ik krijg nu eigenlijk vier keer hetzelfde antwoord, dus dat is welzonde van mijn interrupties, maar goed. Eigenlijk word ik daar ook eenbeetje geïrriteerd door, merk ik. Laat ik dan een normerende vraag stellen.Wat vindt de Minister ervan dat er zo veel wordt bezuinigd op ontwikke-lingssamenwerking? Hoe denkt zij dat dat bijdraagt, gezien onze interna-tionale afspraken over klimaat en het klimaatsteunfonds, aan de positieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109523 die wij internationaal gezien hebben bij het afdwingen van steun vanandere landen?Minister Hermans:Dit kabinet heeft te maken met financieel minder florissante tijden, meteen begroting die moeilijke keuzes heeft gevraagd om sluitend te krijgen.Daarin zijn keuzes gemaakt. Dat zijn ook lastige keuzes. Sommige zijn ookpijnlijk, maar we hebben ze wel gemaakt in het belang van een gezondebegroting en gezonde overheidsfinanciën. Net zoals ik het belangrijk vindom dit ministerschap te doen vanuit de motivatie om dit land schoon doorte geven, hoort daar ook bij dat we geen financiële rekeningdoorschuiven. Daar horen keuzes bij. Die keuzes hebben effect enconsequenties. Die verantwoordelijkheid draag ik. Maar dat zegt niet datje niet ook een inzet kan hebben dat Nederland nog steeds een bijdragelevert. Wat betreft die bijdrage aan de klimaatfinanciering vind ik het,nogmaals, belangrijk dat we daarbij breder gaan kijken. Hoe staat deeconomie ervoor in verschillende landen die tot nu toe niet hebbenbijgedragen om destijds goede en minder goede redenen? Hoe is decombinatie van private en publieke financiering? Kortom, er is een heelaantal aspecten in de vormgeving van de financiering die ik relevant vindom straks tot de bepaling van een bedrag te komen.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Geen interruptie, maar ik had ook nog drie vragen die nog niet zijnbeantwoord. De eerste gaat over de gevolgen die het heeft voor onzeonderhandelingspositie dat Nederland nu zijn eigen klimaatdoelen niethaalt. De andere ging over wat de Minister ervan vindt dat er eengroeiend aantal lobbyisten vanuit de agro-industrie aanwezig is op deklimaattop. De derde was op welke wijze Nederland invulling geeft aan depledge om ontbossing in uiterlijk 2030 te stoppen.De voorzitter:Lukt dat nu?Minister Hermans:Zeker. De vraag over het doel had ik hier nog liggen, dus daar heeftmevrouw Teunissen gelijk in. Daar moet ik een antwoord op geven.Mevrouw Kröger heeft volgens mij ook die vragen over het doel voor 2040gesteld. Wat betreft het doel voor 2040 en hoe daarnaar wordt gekeken,moeten de meeste Europese lidstaten hun positie nog bepalen. Een grotegroep lidstaten heeft zich ook al uitgesproken voor een ambitieus doel,want alles wat we niet voor 2040 doen, moeten we alsnog na 2040 doenop weg naar 2050. Het is voor Nederland – die positie heeft het vorigekabinet al ingenomen en die heeft dit kabinet overgenomen – verstandigom ons te richten op die 90% in 2040, zodat er ook genoeg tijd overblijftvoor de laatste stap in de transitie, wat vermoedelijk best een lastige stapzal zijn. Ik vind ook dat een doel, een focus op die 90%, past bij deleiderschapsrol, de mondiale rol, die de EU wil spelen en die van belang isom ook andere landen te kunnen aanspreken en aansporen om ambitie tetonen. Dus dat wat betreft 2040. Voor Nederland geldt dat wij zelf hardmoeten werken om onze doelen te halen. Ik vind dat wij dat in allesmoeten uitstralen om die positie in Europa maar ook op de COP te kunnenblijven spelen, en ook, zoals ik net zei, om andere landen te kunnen blijvenaansporen ambitie te tonen.De voorzitter:Mevrouw Teunissen, nu met uw een-na-laatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109524 Mevrouw Teunissen (PvdD):Het is mij nog wel een beetje onduidelijk hoe dat proces nou loopt. Heelveel klimaatwetenschappers zeggen dat die 90% reductie in 2040 nietvoldoende is. Ik vraag me af: neemt de Minister dat nog mee? AlsNederland inderdaad een goede onderhandelingspositie wil hebben, danmoeten we ook een stevig doel voor ogen houden. Neemt de Minister dusnog de wetenschap mee dat 90% reductie in 2040 te weinig is en hoe zietdat onderhandelingsproces er dan uit in de richting van de COP? Gaat ervoor de COP nog een EU-positie worden bepaald of niet, en worden wedaarover geïnformeerd?Minister Hermans:Nee, dat zal niet voor de COP en ook niet tijdens de COP zijn, zeg ik tegenmevrouw Teunissen, omdat de nieuwe Commissie met een voorstel moetkomen. De oude Commissie heeft begin dit jaar, als ik het goed zeg, eenvoorstel neergelegd. Daar zat die 90% in. Maar het is nu aan de nieuweCommissie om met een definitief voorstel te komen. Daarover wordt deKamer uiteraard geïnformeerd.Mevrouw Teunissen had mij ook nog een vraag gesteld over deagrolobby. Zij vroeg wat ik vind van het feit dat er zo veel lobbyisten uit deagrosector op de COP aanwezig zijn. Ik kan alleen zeggen dat hetbedrijven vrijstaat om naar de COP te komen, maar het zijn wel alleen delanden die onderhandelingen doen. Maar dit is hoe het georganiseerd isen wat de realiteit is. Maar de onderhandelingen zijn dus echt aan delanden, en alleen aan de landen.De voorzitter:Mevrouw Teunissen, met uw laatste interruptie.Mevrouw Teunissen (PvdD):De Minister schetst hoe het nu geregeld is, maar we zien niet alleenlobbyisten van de agro-industrie, maar ook nog vele malen meer, 2.400,lobbyisten uit de fossiele industrie. Moeten we dat niet aan banden gaanleggen? Want het wordt toch wel echt te gek dat mensen die directecommerciële belangen hebben en die het grootste deel van alleproblemen veroorzaken, zo’n enorme stem hebben op de klimaattop. Zietde Minister mogelijkheden om dat aan banden te leggen?Minister Hermans:Ik zie hier vooral een extra motivatie om met die fossiele coalitie hard aande slag te gaan tijdens de COP, en het werk te doen dat ik moet doen enwaarvan ik u heb toegezegd dat ik dat ga doen.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar ... O, excuus, mevrouw Kröger wilde ooknog interrumperen. Dat is ook zo. Ga uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):De Minister zei net over de noodzaak van bezuinigen in Nederland: ik wilniet dat de rekening doorgeschoven wordt naar toekomstige generaties.Maar door níet te investeren in klimaatverandering en de aanpak daarvanelders, schuif je de rekening gewoon keihard af op de meest kwetsbaremensen wereldwijd. Ik heb dus toch een vraag. Het internationaleklimaatgeld zou additioneel moeten zijn aan het OS-budget. Dat is het bijons niet. Het is onderdeel van het OS-budget. Dan wordt er ook nog eensop bezuinigd. Ondertussen is het overduidelijk dat er meer geld moet naarinternationale klimaatfinanciering. Dan kan de Minister toch wel zeggendat wat er nu gereserveerd is sowieso ontoereikend is? Er is toch geenscenario mogelijk waarin wat er nu gereserveerd is genoeg is als erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109525 bezuinigd wordt én er overduidelijk veel meer geld bij moet, ook als Qatar,Saudi-Arabië en China gaan meebetalen?Minister Hermans:Het niet doorschuiven van rekeningen ging over gezonde overheidsfi-nanciën. Ik heb ook gezegd dat mijn motivatie voor deze ministerspost,die ik belangrijk vind en met enthousiasme invul, is dat ik dit land schoonwil doorgeven. Ja, Nederland heeft ook internationaal een verantwoorde-lijkheid. Die verantwoordelijkheid nemen we ook. Die hebben we deafgelopen jaren genomen en dat zullen we blijven doen. Ik zeg hier alleenniets toe over de hoogte van een bedrag, over of dat hoger of lager is danhet ooit is geweest. Ik zeg toe dat ik mij in de Milieuraad volgende week,maar ook in Azerbeidzjan tijdens de COP, zal inzetten voor een goedeafspraak over klimaatfinanciering. Ik herhaal mezelf, maar ik ga het tochzeggen: daarbij vind ik het belangrijk dat we in de vormgeving daarvanbreder kijken dan de vorige keer is gedaan.De voorzitter:Mevrouw Kröger met een laatste interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Een goede afspraak: prima. Dat er meer landen gaan meebetalen: prima.Maar we begonnen dit hele gesprek met dat de Minister erkende dat hetobjectief zo is dat er meer geld nodig is dan die 100 miljard. Of denkt deMinister dat die 100 miljard misschien genoeg is? Volgens mij blijkt uitalle studies dat de noden rondom klimaatfinanciering hoger zijn dan die100 miljard. Dan is de vraag: gaat Nederland dan met een ander financie-ringsmechanisme, waarin er allemaal mensen meebetalen et cetera, ookzelf iets meer doen? Dat staat haaks op dat er nu bezuinigd wordt.Minister Hermans:De onderbouwing ging erover dat het niet zomaar een ontwikkelingslandis dat een bedrag noemt, maar dat er analyses en rapporten liggen waarinbedragen genoemd worden. Daarmee heb ik niet gezegd dat ik dieanalyses of dat bedrag zomaar overneem. Het zijn verschillendebedragen. Er zal ongetwijfeld discussie en debat ontstaan over wat daneen reëel bedrag is. Dat was de objectieve onderbouwing waar het in eeneerder debat tussen mevrouw Kröger en mijzelf over ging. Dan gaat hetover of Nederland ook in de toekomst de verantwoordelijkheid neemt,zoals we dat de afgelopen jaren gedaan hebben, om internationaal eenbijdrage te leveren. Daarop is mijn antwoord ja. Over de hoogte van datbedrag kan en ga ik nu nog niks zeggen.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu naar het blokje lng. Net als gisteren komenwe bij het onderwerp gas en zeg ik tegen de Minister: een beetje gas erop.We hebben niet heel veel tijd meer. Ik wil dit debat graag netjesantwoorden. Ik heb het gecheckt bij uw PA; u heeft nog wel eenkwartiertje extra. Ik wil aan de collega’s vragen of die ook ietsje langerhebben. Dat hebben ze niet. Iemand moet hierna zelf een debat voorzitten.Minister Hermans:Ik kan hier, denk ik, heel kort over zijn. Veel is gisteren al gewisseld. Ik gasnel naar de vragen.De heer Erkens vroeg mij in het bijzonder naar die 80%. Is dat nou welverantwoord, ook gezien de geopolitieke situatie? Die vraag stelde de heerBontenbal mij gisteren ook. Wat gebeurt er nou als de Noorse pijplijngesaboteerd wordt? Ik heb al toegezegd dat ik door de bril van degeopolitieke ontwikkelingen nog een keer naar de onderbouwing van die80% kijk en daarop terugkom. Dat ga ik doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109526 Mevrouw Rooderkerk vroeg mij hoeveel Russisch gas er nu wordtverbruikt in Nederland. Het lng dat in Rotterdam binnenkomt, wordt nietalleen in Nederland verbruikt. We hebben het daar natuurlijk gisteren ookover gehad. Het gaat bijvoorbeeld ook naar buurlanden als Duitsland. Omeen beetje een orde van grootte te geven: de totale import van Russischlng in Nederland in 2023 was 1 bcm, ongeveer 3% van de jaarlijksegasvraag. We hebben natuurlijk nog niet de totale cijfers over 2024, maarals de ontwikkeling doorzet die we de afgelopen maanden hebben gezienen er ook in het derde en vierde kwartaal sprake is en blijft van die tweeRussische schepen, dan zou de totale import in 2024 kunnen oplopen naarzo’n 1,7 bcm. Dat is iets meer dan 5% van het binnenlands verbruik.Daarbij is aangenomen dat het verbruik in 2024 hetzelfde is als in 2023. Ikzeg dit dus even om u een orde van grootte te geven. De exacte cijfers kanik natuurlijk pas later geven.Wat ga ik doen om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat er geen Russischlng meer aanlandt? Dat vroeg de heer Erkens en mevrouw Rooderkerkvroeg dat eigenlijk ook. Nederland heeft in de afgelopen jaren allesgedaan wat het nationaal kon om het aandeel Russisch gas terug tedringen, door besparing, verduurzaming en het diversifiëren van deimport. Op dit moment kan Nederland Russisch lng in Rotterdam niettegenhouden, want de import is nog steeds toegestaan. Het veertiendesanctiepakket regelt dat je niet mag overslaan op een schip dat naarbuiten de EU gaat. Het is een eerste stap in sancties op Russisch gas.Nederland wil natuurlijk heel graag verder gaan. Daarom zal ik eropaandringen tijdens de Energieraad en in bilaterale gesprekken metcollega’s uit landen waar dit ook lijkt te spelen. Er is namens mij ook al ineen aantal hoogambtelijke overleggen die de afgelopen weken hebbenplaatsgevonden op aangedrongen dat Europa, de Europese Commissie,snel met een routekaart komt voor hoe we die afbouw verder gaanvormgeven. Nederland wil ook duidelijkheid over de ruimte die er in deverordening zit om als lidstaat individueel of onafhankelijk maatregelen tekunnen nemen. Maar daar moeten we antwoord van de Commissie ophebben voordat we daar verder zelf stappen in kunnen zetten.Tot slot. Mevrouw Rooderkerk vroeg mij nog waarom het importeren vanRussisch lng niet gesanctioneerd is. Dat is vanwege de grote afhanke-lijkheid op EU-niveau van Russisch gas die er – helaas, zeg ik erbij – nogsteeds is. In 2021 was die gemiddelde afhankelijkheid in heel Europaongeveer 40%. Dat is nu ongeveer 17%. Er is dus wel veel gebeurd. Maarer zijn nog steeds Europese lidstaten die het grootste deel van hun gas uitRusland krijgen. Op de mondiale gasmarkt is er nu nog niet genoegalternatief om dat allemaal te vervangen. Dat wordt anders. REPowerEUzegt natuurlijk dat we in 2027 zijn afgebouwd naar nul. Daar zal ik mij voorblijven inzetten.De voorzitter:Dat was het laatste blokje. Dan stel ik het volgende voor aan de leden. Ikvermoed dat er wel iemand is die een tweeminutendebat wil. Daar isvolgende week ook tijd voor. Dan stel ik voor dat we nu geen tweedetermijn doen, maar volgende week een tweeminutendebat hebben. Dankunt u nog een aantal vragen stellen en eventueel moties indienen. Dat isnog op tijd; dat heb ik gecheckt. De week erna is pas de Energieraad. Datgaat goed. Er kan volgende week een tweeminutendebat zijn. Dan kunnener ook stemmingen zijn. Daarna kunt u de Minister met de aangenomenmoties op stap sturen.Dat betekent dat we aan het einde zijn gekomen van dit debat. Ik moetalleen weten wie het tweeminutendebat aanvraagt. Mevrouw Postmavraagt het tweeminutendebat aan. Helemaal goed.Er zijn twee toezeggingen. Even checken of dit klopt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109527 –De Minister informeert de Kamer over het proces van het indienen vanplannen voor het coronaherstelfonds. Dat is een toezegging aanmevrouw Postma.Daar moet ik wel een termijn bij hebben. Anders gaat het niet goed.Minister Hermans:Mijn collega, de Minister van Financiën, staat op dit moment bij deAlgemene Financiële Beschouwingen. Het heeft niet zo veel zin omtussendoor te appen. Laat ik zeggen dat we dat binnen een maand doen.Dan gaat het om sec het proces.De voorzitter:Binnen een maand. Hartstikke goed.–De tweede toezegging. De Minister informeert de Kamer in het eerstekwartaal van 2025 over de uitwerking van voorstellen voor het SocialClimate Fund. Dat is ook een toezegging aan mevrouw Postma.Minister Hermans:Ja. Dat is een herhaling van een toezegging die ik volgens mij al eerderheb gedaan.De voorzitter:Kijk, hartstikke goed. Dan zijn we daarmee echt aan het einde gekomenvan dit debat. Volgende week hebben we een tweeminutendebat. Dankaan de Minister en haar team. Dank aan de leden voor het debat. Dankaan de collega’s van de Tweede Kamer en natuurlijk het publiek. Ik wensiedereen een fijne avond.Sluiting 17.31 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 109528
Gerelateerde bronnen
- Energieraad (formeel)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 oktober 2024, over de Energieraad (formeel)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.