Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda JBZ-Raad 12-13 juni 2025 (Kamerstuk 32317-948)
Brontekst
Versie 84f34eb250421bb8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 949 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 juni 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Justitie en Veiligheid overde brief van 25 mei 2025 over de Geannoteerde Agenda JBZ-Raad12–13 juni 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 948), over de brief van 4 maart2025 over de Antwoorden op vragen commissie over o.a. de Geanno-teerde Agenda informele JBZ-Raad 6–7 maart 2025 (Kamerstuk 32 317, nr.932) (algemeen deel) (Kamerstuk 32 317, nr. 934), over de brief van21 maart 2025 over het Verslag JBZ-Raad van 5 en 7 maart 2025(Kamerstuk 32 317, nr. 935), over de brief van 25 april 2025 over deNon-paper van de coalitie van zeven landen (C7) voor de European PortsAlliance (Kamerstuk 22 112, nr. 4042), over de brief van 9 mei 2025 overhet Fiche: Mededeling Paraatheidsuniestrategie (Kamerstuk 22 112, nr.4054), over de brief van 9 mei 2025 over het Fiche: Mededeling EU-InterneVeiligheidsstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4050), over de brief van 12 mei2025 over het Eerste kwartaaloverzicht 2025 EU wetsvoorstellen JBZ(Kamerstuk 32 317, nr. 937) en over de brief van 28 mei 2025over hetNon-paper European Baseline Requirements (Kamerstuk 22 112, nr. 4068).De vragen en opmerkingen zijn op 4 juni 2025 aan de Minister van Justitieen Veiligheid voorgelegd. Bij brief van 10 juni 2025 zijn de vragen door deMinister en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, mede namensde Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.De voorzitter van de commissie,PoolAdjunct-griffier van de commissie,Paauwe kst-32317-949ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9491 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersonen2Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersonen6Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie enreactie van de bewindspersonen8 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonenVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken(hierna: JBZ-raad) van 12 en 13 juni 2025. Deze leden stellen daar nogenkele vragen over.Verordening over de bescherming van volwassenenDe leden van de VVD-fractie merken op dat het kabinet eerder heefttoegezegd de Kamer te informeren over de voortgang van de onderhan-delingen en de bereikte voorlopige overeenstemming ten aanzien van hetvoorstel voor het Raadsbesluit en het voorstel voor de verordening.1 Kanworden aangegeven welke inspanningen zijn verricht om deze toezeggingna te komen? Voor zover deze leden hebben kunnen nagaan, is de Kamersinds deze toezegging niet nader geïnformeerd over de voortgang van deonderhandelingen. Wat vindt de Minister daarvan?AntwoordIn het verslag van het schriftelijk overleg van 11 oktober 2023 istoegezegd uw Kamer te informeren over de voortgang van deonderhandelingen en de bereikte voorlopige overeenstemmingten aanzien van het voorstel voor het Raadsbesluit en hetvoorstel voor de verordening. Ook is toegezegd een finale tekst,zodra deze openbaar is, met uw Kamer te delen. Ter gelegenheidvan de JBZ-raad van 12 en 13 juni 2025 is uw Kamer geïnfor-meerd over de gedeeltelijke algemene oriëntatie die onder hetPoolse voorzitterschap is bereikt. Een nieuwe tekst van hetvoorstel van de verordening is nog niet openbaar en is daaromnog niet aan uw Kamer toegezonden. U zult de tekst, zodra dezeopenbaar wordt, ontvangen. Uw Kamer wordt middels kwartaal-rapportages geïnformeerd over de voortgang van wetgevendevoorstellen.De leden van de VVD-fractie lezen dat over een aantal hoofdstukken vande verordening nog wordt onderhandeld. Kan de Minister aangeven welkehoofdstukken nog worden besproken en welke onderdelen uit hetBNC-fiche2 nog relevant zijn bij de onderwerpen die nog wordenbesproken? Kan de Minister ook aangeven waarom geen volledigeovereenstemming mogelijk was en wat de grootste bezwaren vanlidstaten zijn?1Kamerstuk 32 317, nr. 854, p. 4.2Fiche Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9492 AntwoordNa het uitbrengen van de voorstellen voor een raadsbesluit eneen verordening door de Europese Commissie (Commissie) zijn deonderhandelingen over het voorstel voor de verordening van startgegaan. De tekst van het hele voorstel van de verordening is ineen eerste lezing in verschillende raadswerkgroepen doorge-sproken. Het Poolse voorzitterschap heeft bij de aanvang van zijntermijn aangekondigd tot een gedeeltelijke algemene oriëntatiete willen komen, om deze aan de JBZ-raad in juni 2025 voor teleggen. Het Poolse voorzitterschap heeft zich ingespannen omconcrete vooruitgang te boeken en overeenstemming te bereikenover de eerste vijf hoofdstukken van het voorstel voor deverordening, die de kern van de voorgestelde verordeningbetreffen (over het toepassingsgebied en de definities, debevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en tenuitvoer-legging van maatregelen en authentieke akten).Naar verwachting zal het aankomende Deense voorzitterschap deonderhandelingen over het voorstel voor de verordening voort-zetten. Dat betreft de hoofdstukken VI tot en met XII (o.a. oversamenwerking, de Europese verklaring van vertegenwoordiging,de instelling en koppeling van beschermingsregisters en digitalecommunicatie). Voor het bereiken van overeenstemming overdeze hoofdstukken heeft het Poolse voorzitterschap ingeschatdat meer tijd nodig is. Dit geldt in het bijzonder voor de instellingen koppeling van beschermingsregisters en voor de samen-werking tussen de nationale centrale autoriteiten bij de plaatsingvan een volwassene in een inrichting of andere instelling in eenandere lidstaat. In het tekstvoorstel dat door het voorzitterschapaan de JBZ-Raad is voorgelegd, zijn verwijzingen naar de bescher-mingsregisters en de plaatsing van een volwassene in een anderelidstaat overigens onder het voorbehoud van de uitkomst van deverdere onderhandelingen geplaatst.Met betrekking tot de instelling en koppeling van beschermings-registers hebben veel lidstaten, waaronder Nederland, hun zorgengeuit. Enkele lidstaten hebben voorgesteld het desbetreffendehoofdstuk uit het voorstel voor de verordening te schrappen. Dezorgen betreffen het nut en de noodzaak van de koppeling naastde voorgestelde samenwerking tussen de centrale autoriteitenvan de verschillende lidstaten en de versterking van de digitalecommunicatie. Ook zijn er zorgen over de kosten waarbij devraag is of deze in verhouding zullen staan tot het aantal grens-overschrijdende gevallen die onder de toepassing van de veror-dening vallen. De zorgen over de instelling en koppeling vanbeschermingsregisters en ook over de digitalisering van decommunicatie tussen de autoriteiten van de verschillendelidstaten zijn in het BNC-fiche benoemd.Over de plaatsing van een volwassene in een inrichting of andereinstelling in een van de andere lidstaten zijn de lidstatenverdeeld. Sommige lidstaten willen deze bepaling lievergeschrapt zien, terwijl andere lidstaten, waaronder Nederland,deze bepaling willen behouden, maar daarover nog vragenhebben. Deze vragen zien op verduidelijking van de reikwijdtevan de bepaling en de goedkeuringsprocedure voor de plaatsingvan de volwassene. Over deze goedkeuringsprocedure is in hetBNC-fiche opgemerkt dat dit implicaties zal hebben voor deuitvoering van de verordening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9493 Verordening om seksueel misbruik van kinderen te voorkomen en tebestrijdenDe leden van de VVD-fractie betreuren het dat er geen akkoord is bereiktover de verordening ter bestrijding van online seksueel kindermisbruik(hierna: CSAM-verordening). Kan de Minister gedetailleerder aangevenwelke inhoudelijke compromisvoorstellen zijn besproken onder het Poolsevoorzitterschap? Is de Minister van mening dat de onderhandelingen welverder zijn gekomen? Zagen de tegenstellingen van lidstaten alleen op hetverplichte detectiebevel of ook op andere onderdelen en, zo ja, welke?Deze leden vragen naar een inschatting van wat onder het Deensevoorzitterschap zal gebeuren met de besprekingen. Heeft het voorstel watde Denen betreft prioriteit en vinden de Denen dat de onderhandelingensnel kunnen worden afgerond?AntwoordOnder het Poolse voorzitterschap is in raadsverband verderonderhandeld over het voorstel. Daarbij zijn op verschillendemomenten herziene tekstvoorstellen gepresenteerd. De kern vanhet door Polen voorgestelde compromis bestond uit hetschrappen van de bepalingen inzake verplichte detectie. In plaatshiervan werd vrijwillige detectie opgenomen in de concepttekst.Hoewel met de Poolse voorstellen is getracht beweging in hetdossier te brengen, is van substantiële vooruitgang in de onder-handelingen geen sprake geweest. Het krachtenveld in de Raad isopnieuw gebleken sterk verdeeld te zijn. Over de positie vanspecifieke lidstaten kan niets worden gezegd. Wel kan gesteldworden dat een aanzienlijk aantal lidstaten zich kritisch heeftuitgelaten over het schrappen van de verplichte detectie. Volgensdeze lidstaten biedt het voorstel daarmee onvoldoende mogelijk-heden voor effectieve bestrijding van online seksueel kindermis-bruik.Het is nog niet duidelijk hoe het Deense voorzitterschap ditonderwerp verder zal brengen. Het is dan ook op dit moment nietbekend of onder hun leiding de onderhandelingen versneldkunnen worden afgerond.Verslag JBZ-Raad 5–7 maart 2025; EU-Latijns Amerikaanse Comité voorInterne Veiligheid (hierna: CLASI)De leden van de VVD-fractie steunen de inspanningen van het kabinet bijhet versterken van de internationale samenwerking in de strijd tegen degeorganiseerde misdaad. Deze leden lezen dat de deelnemende Ministerseen nieuwe EU-CLASI-verklaring hebben ondertekend. In deze verklaringzijn de gezamenlijke prioriteiten voor de komende achttien maandenvastgelegd op het gebied van internationale samenwerking tussen delanden. Kan deze verklaring met de Kamer worden gedeeld? In hoeverre ishet delen van relevante gegevens tussen landen ook aan bod gekomen bijde gesprekken over de samenwerking met de Latijns-Amerikaanselanden? In hoeverre is het actualiseren en uniformeren van bestaanderechtshulpverdragen aan bod gekomen?AntwoordDe verklaring is openbaar.3 De verklaring gaat ook verder in ophet uitwisselen van gegevens en de voorwaarden daartoe.3https://international-partnerships.ec.europa.eu/news-and-events/news/strengthening-eu-latin-america-security-cooperation-eu-clasi-ministerial-meeting-adopts-joint-2025-03-17_enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9494 Daarnaast stimuleert de verklaring de uitwisseling van bestepraktijken op verschillende onderwerpen.OverigDe leden van de VVD-fractie brengen in herinnering dat het kabinet bij debeantwoording van de vragen over de JBZ-Raad van maart 2025 heefttoegezegd dat de Kamer in het vervolg via het verslag van de JBZ-Raadwordt geïnformeerd over discussies die tijdens de JBZ-Raden hebbenplaatsgehad met betrekking tot de gevolgen van het Landeck-arrest.4Klopt het dat er sindsdien geen discussies hebben plaatsgevonden sindsdeze toezegging? Hoe staat het met het non-paper dat door Nederland isingebracht, met het voorstel voor het aanwijzen van de officier van justitieals een rechterlijke instantie of onafhankelijke bestuurlijke autoriteit?Wanneer wordt dat non-paper opnieuw besproken en welke lidstatenhouden het Nederlandse standpunt tegen? Deze leden hechten eraan datde (potentiële) grote gevolgen van het arrest voor de rechtspraktijk inNederland snel in kaart worden gebracht, zodat de schadelijke gevolgenvoor de werklast voor Politie, Openbaar Ministerie (hierna: OM) enrechterlijke macht daarna ook direct zoveel mogelijk kunnen wordenbeperkt. Kan de Minister aangeven of op dit dossier samen wordt gewerktmet gelijkgestemde landen, zoals Oostenrijk? Welke lidstaten zitten nogmeer op de lijn van Nederland en in hoeverre is er zicht op consensusvoor de Nederlandse positie, gelet op de negatieve gevolgen voor depolitieagenten en medewerkers van het OM en de Rechtspraak sinds deuitspraken van de Hoge Raad?AntwoordHet klopt dat na maart 2025 in de JBZ-Raad geen discussieshebben plaatsgehad over de gevolgen van Landeck. Bij debeantwoording van de vragen over de JBZ-Raad van maart 2025is uw Kamer gemeld dat over het non-paper op ambtelijk niveauis gesproken met vertegenwoordigers van enkele andere lidstatenen de Commissie. Uit die gesprekken bleek onvoldoende steunom het Nederlandse voorstel verder te brengen. Waar passendwordt opnieuw aandacht gevraagd voor het non-paper. Hetkabinet doet geen mededelingen over posities die zijn ingenomendoor andere lidstaten.Het non-paper betreft een voorstel voor het aanwijzen van deofficier van justitie als een rechterlijke instantie of onafhanke-lijke bestuurlijke autoriteit. Als gevolg daarvan zou, naast derechter-commissaris, ook de officier van justitie kunnen beslissenover de toegang tot gegevens in een digitale-gegevensdrager ofgeautomatiseerd werk. Hierover is uw Kamer geïnformeerd bijbrief van 23 februari 2024.5De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister de mening deelt dat degevolgen van het Landeck-arrest in de uitvoering bij opsporingsonder-zoeken tot problemen en onvoorziene werklastverzwaring leiden. Deelt deMinister voorts de mening dat er niet kan worden gewacht met eenoplossing tot de tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek vanStrafvordering? Welke boodschap heeft de Minister voor iedereen in destrafrechtketen die op dit moment wordt geconfronteerd met de negatieveconsequenties van het arrest?4Kamerstuk 32 317, nr. 934, p. 8.5Kamerstuk 32 317, nr. 872, bijlage; non-paper: «Collecting digital personal information incriminal matters»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9495 AntwoordAls gevolg van Landeck behoeft de officier van justitie voor detoegang tot gegevens in een digitale-gegevensdrager of geauto-matiseerd werk – indien deze toegang het risico inhoudt op eenernstige of zeer ernstige inmenging in de grondrechten van debetrokkene, hetgeen veelal het geval zal zijn – een machtigingvan de rechter-commissaris. In maart 2025 heeft de Hoge Raadnaar aanleiding van Landeck zijn eigen rechtspraak over hetonderzoek aan (in beslag genomen) elektronische gegevens-dragers en geautomatiseerde werken bijgesteld (HR 18 maart2025, ECLI:NL:HR:2025:409, r.o. 5.1.1–5.2.4). Deze jurisprudentievan eind 2024 en begin 2025 heeft met name gevolgen voor hetOM en de rechtspraak. De officier van justitie moet eenmachtiging vorderen bij de rechter-commissaris. De rechter-commissaris zal op die vordering moeten beslissen.Bij het OM en de rechtspraak zijn, naar aanleiding van Landeck,modellen ontwikkeld voor de vorderingen en machtigingen, enzijn werkprocessen ingericht om de aanvragen en beslissingengestructureerd te behandelen. De ketenpartners werken dus alconform Landeck. Het is daarom niet nodig om wetgeving aan tepassen vooruitlopend op de tweede aanvullingswet bij hetnieuwe Wetboek van Strafvordering. Door middel van die tweedeaanvullingswet zal de nieuwe werkwijze in het nieuwe Wetboekvan Strafvordering worden gecodificeerd. De gesprekkendaarover met de ketenpartners zijn gestart.De leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinet destijds eenaantal vragen over het Landeck-arrest niet inhoudelijk wilde beant-woorden, omdat er destijds twee zaken nog aanhangig waren bij de HogeRaad. Inmiddels is arrest gewezen. Kan de Minister alsnog de vragen diedestijds zijn gesteld, beantwoorden, waarbij de gevolgen van dezearresten worden meegenomen? Kunnen de opmerkingen die Nederlandheeft gemaakt bij het Hof van Justitie van de EU in de Landeck-zaak in2024 ook naar de Kamer worden gestuurd?AntwoordDe gevolgen van Landeck blijken uit het genoemde arrest van deHoge Raad en zijn in antwoord op de vorige vraag geschetst. Inde zaak Landeck bij het Hof van Justitie van de EU heeft deNederlandse regering schriftelijke opmerkingen ingediend, dieook zijn gepubliceerd door het Hof.6Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad van 12–13 juni 2025. Dezeleden hebben hierover nog enkele vragen.Verordening om seksueel misbruik van kinderen te voorkomen en tebestrijdenDe leden van de NSC-fractie lezen dat in Raadsverband verder wordtgewerkt aan de CSAM-verordening en dat op verschillende momentennieuwe (delen van) compromisteksten zijn gepresenteerd, maar dat ergeen zicht op overeenstemming is bereikt. Kan de Minister toelichten6Opmerkingen van Nederland in Zaak C-548/21 https://curia.Europa.eu/juris/documents.jsf?num=C-548/21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9496 welke compromisteksten zijn aangedragen en hoe die zich verhouden tothet Nederlandse regeringsstandpunt en gedane Kameruitspraken?AntwoordZoals toegelicht in de beantwoording van vragen van deVVD-fractie, bestaat de kern van het onder het Poolse voorzitter-schap voorgestelde compromis uit het schrappen van debepalingen inzake verplichte detectie, en het in plaats daarvanmogelijk maken van vrijwillige detectie. Deze benadering sluitaan bij de tijdelijke uitzonderingsmogelijkheid die op dit momentbestaat op grond van Verordening (EU) 2021/1232.Nederland heeft in de besprekingen over dit compromisvoorstelsteeds de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Kamerbrief van29 november 2024 uitgedragen.7De strijd tegen drugshandel en georganiseerde misdaadDe leden van de NSC-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat hetzorgen voor weerbare logistieke knooppunten, het verstoren vancriminele geldstromen en de bestuurlijke aanpak drie van de Nederlandseprioriteiten zijn waar blijvende aandacht voor wordt gevraagd in Europeesverband. Deze leden zijn het hier van harte mee eens. Deze leden hebbenook kennisgenomen van het non-paper dat Nederland samen met decoalitie van zeven landen tegen georganiseerde criminaliteit heeftopgesteld. Deze leden hebben onder andere kennisgenomen van deaanbevelingen die hierin worden gedaan omtrent het verbeteren vandetectie van corruptie in de havens. Heeft de Minister zicht op de omvangvan het probleem van corruptie in de havens in Nederland?AntwoordUit de systemen van de Politie, de Rijksrecherche, het OM en/ofde rechtspraak volgt niet of een corruptiefeit is begaan door eenambtenaar of een niet-ambtenaar en of een zaak havengerela-teerd is. Cijfermatig inzicht zou alleen met zeer uitgebreid,handmatig dossieronderzoek kunnen worden verkregen.Wel is in 2023 door het WODC onderzoek gedaan naar drugsgere-lateerde corruptie op Schiphol en in de Rotterdamse Haven. Doormiddel van onder meer expertmeetings is inzicht verkregen in debelangrijkste corruptiedreigingen, de impact van die dreigingenen de kracht van de maatregelen die getroffen zijn om tevoorkomen dat de dreigingen zich daadwerkelijk voordoen. Voormeer informatie wordt verwezen naar dit rapport en de beleidsre-actie hierop.8Kan de Minister reflecteren op de aanpak hiervan, mede in het licht vanoproepen van bijvoorbeeld het OM, dat de wetgeving hieromtrent moetworden verbeterd?AntwoordUit het hierboven genoemde onderzoek van het WODC blijkt dater bij publieke instanties al sprake is van veel beleid en maatre-gelen, gericht op het anticiperen, voorkomen en tegengaan vancorruptie. De weerbaarheid van deze instanties wordt daardoorrelatief hoog ingeschat. Desondanks blijft het voorkomen vancorruptie in de havens een belangrijke prioriteit.7Kamerstuk 32 317, nr. 9068Kamerstuk 24 077, nr. 540Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9497 In reactie op Kamervragen over berichten in de media dat het OMaanpassing van de anti-corruptiewetgeving wenste, is aange-geven dat het OM geen bestuurlijk signaal aan het Ministerie vanJustitie en Veiligheid hierover heeft afgegeven. Het beeld bestaatniet dat het Openbaar Ministerie momenteel onvoldoendemogelijkheden heeft om corruptie te vervolgen. Voor meerinformatie wordt graag verwezen naar de volledige beant-woording van de desbetreffende Kamervragen.9Hoe verhoudt dit zich tot de situatie in andere landen?AntwoordZonder concrete uitspraken te doen over de situatie in anderelanden, is corruptie in havens niet een probleem dat alleen inNederland speelt. Daarom is het ook belangrijk om de samen-werking met andere landen te zoeken om kennis uit te wisselenen een waterbedeffect te voorkomen. Binnen de EU gebeurt dit inhet kader van de Europese Havenalliantie. Corruptie in havens iséén van de onderwerpen die daar besproken wordt.10Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 12 en 13 juni 2025 en deoverige stukken op de agenda. Deze leden maken van de gelegenheidgebruik om hier nog enkele vragen over te stellen aan de Minister.Justitie; Russische agressie tegen Oekraïne: strijd tegen straffeloosheidDe leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland zich inzet voor deoprichting van een claimscommissie, wat een tweede stap is naar eenvolledig compensatiemechanisme volgend op het recentelijk opgerichteSchaderegister voor Oekraïne. Deze leden vragen of Nederlandmedestanders vindt in de oprichting van deze commissie en wat hetstandpunt van andere lidstaten hierbij is.AntwoordVoor het antwoord op de vraag is relevant dat op 14 november2022, 94 landen de Resolutie ES-5/11 van de Algemene Verga-dering van de VN steunden, welke sindsdien de basis vormt voorde oprichting van een compensatiemechanisme voor Oekraïne.Uit die groep hebben zich tot dusver 44 landen en de EU aange-sloten bij het daarna opgerichte Schaderegister. Aan de onder-handelingen over de volgende stap, een Claimscommissie, nementot dusver 55 landen en de EU deel. Dit betreft in meerderheidwesterse landen, maar ook kleine groepjes landen uit Azië, Afrikaen Latijns-Amerika. Uiteraard bestaan in zo’n grote groep landenverschillen in voorkeuren op diverse deelonderwerpen, maar watde deelnemers in grote meerderheid bindt is de wil om Rusland,door het verder bouwen aan een compensatiemechanisme, tehouden aan zijn verplichtingen onder het internationaal recht omde schade, veroorzaakt door zijn agressie, te vergoeden.9Aanhangsel Handelingen II , vergaderjaar 2024/25, nr. 147210Ook genoemd in het Non-paper on an effective EU Ports Alliance and EU Ports Strategy totackle organised crime by the Coalition of European Countries against Organised CrimeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9498 Binnenlandse Zaken; Verordening om seksueel misbruik van kinderen tevoorkomen en te bestrijdenDe leden van de CDA-fractie lezen dat er geen zicht op overeenstemmingis bereikt omtrent de onderhandelingen over de CSAM-verordening en datde verwachting is dat de onderhandelingen onder het Deense voorzitter-schap zullen worden voortgezet. Daarom vragen deze leden aan deMinister of er wel enige vorm van vooruitgang is geboekt wat betreftovereenstemming van lidstaten over dit voorstel onder het Poolsevoorzitterschap. Daarnaast, wanneer dit het geval is, vragen deze leden ofvan het Deense voorzitterschap wordt verwacht dat op dezelfde routevoort wordt gegaan of dat een andere weg ingeslagen zal worden. Ookvragen deze leden of de Minister een overzicht kan geven van deonderhandelingen die tot nu toe zijn gevoerd over de CSAM-verordeningen wat de precieze inhoudelijke stand van zaken is van de verordening inhet licht van nieuwe compromisteksten. Is er in de tussentijd ietsveranderd aan het Nederlandse standpunt omtrent deCSAM-verordening? Zo ja, op welke onderdelen is dat het geval?AntwoordHoewel met de voorstellen van het Poolse voorzitterschap isgetracht beweging in het dossier te brengen, is van substantiëlevooruitgang in de onderhandelingen geen sprake geweest. Hetkrachtenveld binnen de Raad blijft sterk verdeeld. Met name hetvoorstel om de bepalingen inzake verplichte detectie teschrappen ten gunste van vrijwillige detectie heeft geleid totstevige kritiek van een aanzienlijk aantal lidstaten.Wat betreft het aankomende Deense voorzitterschap kan op ditmoment niet worden vooruitgelopen op de inhoudelijke koers dieDenemarken zal kiezen. Of Denemarken voornemens is eennieuwe route in te slaan, of voortbouwt op eerdere teksten, zalblijken uit de wijze waarop het Voorzitterschap de onderhande-lingen herneemt. Tot die tijd is daar geen uitspraak over te doen.Ten aanzien van het verzoek om een overzicht van de onderhan-delingen tot nu toe: sinds de presentatie van het oorspronkelijkevoorstel door de Commissie in mei 2022 zijn er onder achtereen-volgende Voorzitterschappen verschillende (delen van) compro-misteksten besproken. Deze teksten verschilden vooral op hetpunt van de reikwijdte en verplichting van detectiebevelen en dewaarborgen ten aanzien van privacy en veiligheid in het digitaledomein. De Radenwerkgroep heeft het voorstel inmiddels in 35vergaderingen besproken. Ondanks de inspanningen omvoldoende steun te vergaren voor een compromisvoorstel, zijn opdit moment nog verdere gesprekken nodig om tot overeen-stemming te komen over een positie en te gaan onderhandelenmet het Europees parlement.Wat betreft het Nederlandse standpunt geldt dat dit op ditmoment ongewijzigd is. De inzet van het kabinet is vastgelegd inde Kamerbrief van 29 november 2024. Mocht het Nederlandsestandpunt op enig moment wijzigen als gevolg van nieuweontwikkelingen in de onderhandelingen, dan zal uw Kamer daar –conform de gebruikelijke procedure – tijdig over wordengeïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9499 Europese Interne VeiligheidsstrategieDe leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet inzet op verdereoptimalisering van Europol, maar dat het niet direct een aanleiding zietvoor nieuwe verantwoordelijkheden om deze verbeterslag mogelijk temaken. Daarom vragen deze leden of de Minister kan uitweiden overwelke nieuwe verantwoordelijkheden voor Europol ter sprake zijngekomen en welke bezwaren ervoor zorgen dat het kabinet daar geenvoorstander van is.AntwoordDe Voorzitter van de Europese Commissie, Ursula Von der Leyen,heeft aangekondigd dat zij van Europol een echt operationeel(truly operational) agentschap wil maken dat de lidstaten actiefondersteunt. Ook sprak ze over een verdubbeling van zowel decapaciteit als de personele bezetting. De precieze uitwerking vandeze plannen is op dit moment nog niet bekend, het voorstelwordt begin 2026 verwacht.Nederland beschouwt Europol als een belangrijk agentschap in deaanpak van grensoverschrijdende criminaliteit en waardeert hetwerk dat de organisatie verricht. Tegelijkertijd wil Nederlandbenadrukken dat de taken van Europol binnen de kaders vanartikel 88 van het verdrag betreffende de Werking van deEuropese Unie (VWEU) moeten blijven. Europol is bedoeld terondersteuning van de lidstaten en zou wat Nederland betreftgeen eigen uitvoerende bevoegdheden moeten krijgen (zoalsbijvoorbeeld het toepassen van dwangmiddelen). Die bevoegd-heden moeten nadrukkelijk voorbehouden blijven aan denationale bevoegde autoriteiten. Dit beeld is tevens bevestigd inde «Joint Statement of the European Police Chiefs».11Nederland vindt het van belang om eerst het (gedegen) impactassessment van de Commissie af te wachten, zodat duidelijkwordt waarom deze uitbreiding nodig is, wat daarvan degevolgen zullen zijn en wat de toevoeging aan de operationelesteun aan de rechtshandhavingsinstanties is. De Commissie heeftaangekondigd hiermee aan de slag te gaan. Pas daarna kan eenzorgvuldige afweging worden gemaakt over de eventueleuitbreiding van taken. Nederland zal de komende periodegezamenlijk met andere lidstaten constructief in gesprek blijvenmet de Commissie over de optimalisering van Europol.Toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhavingDe leden van de CDA-fractie lezen met interesse dat het voor het kabinetbelangrijk is om met de Roadmap van start te gaan voor het uitwerkenvan de aanbevelingen van de High-Level Group on access to data foreffective law enforcement. Deze leden vragen of de Minister nader in kangaan op de balans tussen privacy en rechtshandhaving binnen dit kader.Daarnaast vragen deze leden of wordt verwacht dat een meerderheid vande Europese lidstaten de Roadmap over de toegang tot data zal steunen,gezien het belang dat het kabinet hecht aan de gezamenlijkheid opEU-niveau wat betreft dit thema.Antwoord11Joint Statement by the European Police Chiefs on the Future Development of Europol Krakow,29 April 2025, te vinden op policja.polTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 94910 Zoals eerder gecommuniceerd aan uw Kamer acht Nederland hetvan belang, in het kader van de discussie over rechtmatigetoegang tot gegevens, dat er heldere Europese regels zijn voorrechtmatige toegang tot digitale gegevens.12 Rechtshandhavings-autoriteiten moeten immers hun wettelijke bevoegdhedenkunnen uitoefenen, zowel offline als online, om onze samenle-vingen en burgers te beschermen. Vanzelfsprekend moet dit vormkrijgen met inachtneming van grondrechten, de jurisprudentievan het Europese Hof van Justitie en relevante wetgeving inzakegegevensbescherming – en op proportionele en evenwichtigewijze, met betrokkenheid van alle relevante stakeholders. In datkader zal Nederland het belang benadrukken dat eventuelewetgeving wordt omkleed met sterke waarborgen en transparanttoezicht. Gezien het grensoverschrijdende karakter van deonderliggende problematiek is het extra belangrijk dat eventueleoplossingen in gezamenlijkheid met de lidstaten grondig wordenuitgewerkt.De inhoud van de door de JBZ-Raad verzochte Roadmap ismomenteel nog niet bekend; wel hebben de lidstaten – waaronderNederland – tijdens eerder gehouden JBZ-raden (in juni, juli endecember 2024) hun brede steun uitgesproken met betrekkingtot de aanbevelingen van de experts en het belang benadrukt vanopvolging van de aanbevelingen van de High Level Group onaccess to data.13De impact van het huidige geopolitieke klimaat op de interne veiligheidvan de EUDe leden van de CDA-fractie lezen met interesse dat het kabinet inzet opde versterking van maatschappelijke weerbaarheid op nationaal, Europeesen NAVO-niveau. Daarnaast hebben deze leden kennisgenomen van hetNederlandse initiatief dat heeft geleid tot een Europese weerbaarheidsco-alitie. Daarom vragen deze leden aan de Minister welke verschillendeinitiatieven verwacht mogen worden van deze Europese weerbaarheids-coalitie en op welke termijn dit zal gebeuren. Daarnaast horen deze ledengraag van de Minister wat de precieze doelstelling van de Europeseweerbaarheidscoalitie inhoudt en binnen welke termijn de Ministerverwacht dat deze behaald zal worden.AntwoordHet versterken van de weerbaarheid van Nederland is eenprioriteit van het kabinet. Dit is primair een nationale verant-woordelijkheid. Echter, crises zijn niet aan grenzen gebonden endaarom is een gecoördineerde Europese samenwerking noodza-kelijk. Het doel van de ministeriële weerbaarheidscoalitie vangelijkgestemde EU-lidstaten is om de civiele paraatheid enweerbaarheid in zowel de individuele landen, als in de EU alsgeheel te versterken, en om een effectieve implementatie van deParaatheidsuniestrategie van de Commissie te bewerkstelligen. Indit verband zal voor Nederland de inzet zoals beschreven in dekabinetsappreciatie van het Niinistö-rapport en het BNC-ficheover de Paraatheidsuniestrategie leidend zijn.1412Zie o.a. geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnen-landse Zaken, 13 en 14 juni 2024, p. 7 (Kamerstuk 32 317, nr. 879).13Zie ook de Raadsconclusies 16448/24 aangenomen tijdens de JBZ-Raad d.d. 13–14 december2024.14Zie Kamerstukken II, 2024–25, 33694, nr. 70II, en BNC-fiche in Kamerstukken II, 2024–25, 22 112,nr. 4054.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 94911 De coalitie zal de samenwerking op een aantal prioritaire thema’sintensiveren en best practices en inzichten uitwisselen, aan dehand van een op te stellen gezamenlijke coalitieagenda.Daarnaast is het doel van de coalitie om een actieve en leidenderol te vervullen in het vormgeven van de agenda van de Raad alshet gaat om civiele paraat- en weerbaarheid. De coalitie zal danook nauw samenwerken met de Commissie om ervoor te zorgendat de belangen van de lidstaten goed in de desbetreffendebeleids- en wetgevingsvoorstellen worden meegenomen. Devolgende ministeriële bijeenkomst van de coalitie zal in hetnajaar plaatsvinden in Zweden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 94912
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.