KamerkringInloggen
Kamerbrief

De buitengewoon opsporingsambtenaar een professionele partner met een eigenstandige taak in de publieke ruimte

6 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3d7a469007f010ce · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 395Wijziging van de Politiewet 2012 in verband meteen delegatiegrondslag voor een algemenemaatregel van bestuur over de bewapening enuitrusting van buitengewoonopsporingsambtenarenNr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 oktober 2025InleidingIedereen is gebaat bij een samenleving waarin de leefbaarheid enveiligheid op orde zijn. Een belangrijke partner hierin is de buitengewoonopsporingsambtenaar (hierna: boa). De vraag naar leefbaarheid enveiligheid is haast onbegrensd. De mensen en middelen waarmee ditmoet worden gerealiseerd zijn dat niet. Daardoor ontstaat schaarste incapaciteit en de noodzaak om doorlopend na te denken over de meesteffectieve en efficiënte manier om zo goed als mogelijk aan deze vraag tekunnen voldoen. Een boa is een functionaris die voor de uitvoering vanzijn taken een opsporingsbevoegdheid voor specifieke strafbare feitenheeft gekregen. De boa mag met zijn opsporingsbevoegdheid onderandere verdachten aanhouden, iemands identiteit controleren, processen-verbaal opmaken en boetes uitschrijven. Op dit moment werkt de boa inveel verschillende domeinen in dienst van een grote hoeveelheid publiekeen private werkgevers.Het white paper versterking politiefunctie stelt dat er keuzes moetenworden gemaakt over de doorontwikkeling en inrichting van de politie-functie, bijvoorbeeld over de vraag welke taken voorbehouden moetenzijn aan de overheid, en daarbinnen de politie, en waar ruimte is voor(meer) samenwerking met anderen. Het voorbeeld van taakverdelingtussen politie en boa wordt hierbij expliciet genoemd.1 Daarom is aan uwKamer een diepgaande beschouwing op het boa-bestel toegezegd, waarinwordt onderzocht wat de taak van de boa binnen de politiefunctie in demaatschappij moet zijn. Door middel van de beschouwing wordt geborgddat de doorontwikkeling expliciet, weloverwogen en samen met denodige waarborgen gebeurt.1Kamerstukken II 2023/24, 29 628, nr. 1194 kst-36395-22ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 221 Als startpunt van de beschouwing heeft mijn ministerie een breedmaatschappelijk gesprek gevoerd. Zo is er een literatuuroverzichtgemaakt, een wetenschappelijk essay verschenen, in een burgerparticipa-tietraject onderzocht hoe burgers naar het vraagstuk kijken en zijn ergesprekken en denksessies georganiseerd met de ketenpartners, zoalswerkgevers, politie, Openbaar Ministerie (OM), vakbonden en uiteraardeen vertegenwoordiging vanuit het boa-veld. De opbrengst hiervan isgebruikt als input voor de dialoogtafels waar samen met het veld isgesproken over de ervaren knelpunten in en de noodzakelijke ontwik-keling van het boa-bestel.2De diepgaande beschouwing legt het fundament om het huidigeboa-bestel toekomstgericht te optimaliseren door het formuleren van eenduidelijke taak met passende bevoegdheden en uitrusting, omgeven metadequate waarborgen. Dit stelt de boa beter in staat om zijn taak goed uitte voeren en zo zijn belangrijke bijdrage binnen de maatschappij televeren, in goede samenwerking met andere partners binnen de politie-functie, en draagt hij bij aan onze veiligheid. Met deze brief informeer ikuw Kamer over de uitkomsten van deze diepgaande beschouwing en dedaaruit volgende ontwikkelrichting voor het boa-bestel. Ook doe ik in dezebrief een aantal door uw Kamer aangenomen moties en toezeggingen af.3Omwille van de leesbaarheid wordt de functionaris in dienst van eenpublieke of private werkgever aan wie uit hoofde van zijn functie deboa-status is toegekend, in het vervolg van deze brief kortweg aangeduidals «boa», tenzij het nodig is een uitdrukkelijk onderscheid te makentussen de functionaris en boa-status.ProbleemanalyseVooropgesteld hecht ik eraan te benadrukken dat er veel goed gaat. Deboa speelt tegenwoordig een onmisbare rol in onder andere wijken, hetopenbaar vervoer en natuurgebieden. Ze dragen op een effectieve manierbij aan het veilig en leefbaar houden van Nederland, de samenwerkingmet de politie is de afgelopen jaren verbeterd en er is een groeiendeaandacht voor de professionele ontwikkeling van de boa. Tegelijkertijd iser nog veel te doen. Uit het brede maatschappelijk gesprek volgt –samengevat – dat er, binnen zijn rol als opsporingsambtenaar, geeneenduidig beeld bestaat van de taak van de boa in de politiefunctie binnende maatschappij. Hierdoor zijn de verwachtingen rondom de boa divers,zowel binnen de beroepsgroep zelf als bij de werkgevers en burgers. Ookis meer helderheid en eenduidigheid nodig over bevoegdheden,uitrusting, geweldmiddelen en de (kwaliteits-)waarborgen die er aan deboa en de werkgevers worden gesteld.2De uitkomsten hiervan zijn opgenomen als bijlagen3Motie-Mutluer/Michon-Derkzen – Kamerstukken II 2021/22, 29 628, nr. 1090Motie-Boswijk c.s. – Kamerstukken II 2024/25, 29 628, nr. 1265Motie Van Nispen – Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 8Motie-Michon-Derkzen – Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 10Motie-Michon-Derkzen – Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 11Motie-Mutluer – Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 13Motie-Diederik van Dijk – Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 14Motie-Michon-Derkzen/Mutluer – Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 19Motie-Boswijk c.s. – Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 84Motie-Bisschop en Michon-Derkzen – Kamerstukken II 2021/22, 29 628, nr. 1092Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 222 Het huidige boa-bestel kent zes domeinen met ieder een eigen (lange)domeinlijst met de strafbare feiten waarop de boa mag handhaven. Dezeveelheid aan domeinen, incongruenties in de domeinlijsten en versnip-pering in bevoegdheden leidt tot handelingsverlegenheid in de taakuit-voering. Ook het ontbreken van een stevige informatiepositie, bijvoor-beeld door toegang tot systemen, belemmert de boa bij het eigenstandiguitvoeren van zijn taak. Tenslotte is geconstateerd dat de juridischeinbedding van het boa-bestel, met vele regelingen en beleidsregels,onoverzichtelijk is, bijvoorbeeld in relatie tot de titel van opsporings-bevoegdheid en de bijbehorende beëdiging, de mogelijkheden rondopleiden en examineren, het toezicht en de rol en verantwoordelijkhedenvan de werkgever.Samenvattend kent het huidige boa-bestel de volgende knelpunten: Figuur 2: Samenvatting ervaren knelpunten uit het bredemaatschappelijk gesprek 1.Geen eenduidig beeld bij de taak van de boa in de politiefunctiebinnen de maatschappij;2.Veelheid aan domeinen en domeinlijsten met versnippering inbevoegdheden als gevolg;3.Handelingsverlegenheid door onduidelijke afbakening vanbevoegdheden, incongruente verwachtingen, problematiek rondde aanvragen rond geweldmiddelen en onduidelijke afbakeningmet politietaak;4.Geen of zeer beperkte toegang tot informatiesystemen waardooreigenstandige taakuitvoering wordt beperkt, en5.De juridische inbedding van het boa-bestel, met vele regelingenen beleidsregels, is onoverzichtelijk. Verder is in de vele gesprekken helder geworden dat de bovenstaandeknelpunten voornamelijk van toepassing zijn op de boa die werkzaam is inde publieke ruimte. Het gaat dan om de boa werkzaam in de domeinen:openbare ruimte (domein I), groene en blauwe boa uit milieu, welzijn eninfrastructuur (domein II) en openbaar vervoer (domein IV). Deze boavoert zijn taak uit in steeds wisselende omgevingen, tijdstippen, locaties,dynamiek en sfeer. De context waarin zij werken, de publieke ruimte,brengt in zijn aard een grote wisseling van gebeurtenissen met zich mee.Ze ervaren in hun werk over het algemeen een zekere mate van onvoor-spelbaarheid, en soms zelfs onverwachte en ongewenste escalatie. Dezedynamiek kan een aantrekkelijk onderdeel van het werk zijn, maar dat kanalleen op een verantwoorde manier plaatsvinden als er duidelijkheid isover taken, bevoegdheden en uitrusting die bij de opsporings-bevoegdheid in die mogelijk onvoorspelbare situaties horen. En als ookhelder is wat niet de taak van de boa is, maar juist die van politie ofzorgverleners.In de overige drie domeinen worden zeer specialistische taken uitgevoerd,zoals bijvoorbeeld de handhaving van de Leerplichtwet door de leerplicht-Figuur 1: de zes verschillende domeinen binnen het huidige boa-bestelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 223 ambtenaar, de handhaving van regels rondom inkomen, werk en zorg ofwerkzaamheden van medewerkers van het Centraal Justitieel Incasso-bureau (CJIB). Ook in domein II worden door de zogenoemde grijze boa’s,die werken bij de omgevingsdiensten en Rijksinspecties, specialistischetaken uitgevoerd. Het werk in deze domeinen wordt over het algemeengekenmerkt door een hoge mate van zelfstandige taakuitvoering envoorspelbaarheid of door de mogelijkheid om zich voor te bereiden opmogelijke onvoorspelbaarheid. Binnen deze domeinen worden er dan ooknauwelijks of geen knelpunten ervaren in de huidige werkwijze.Op basis van bovenstaande analyse heb ik besloten om het boa-bestelniet volledig te hervormen. Ik kies ervoor om te behouden wat goed werkten te verbeteren waar het knelt en wil gerichte aanpassingen in het bestelwaar dat nu echt nodig is, zodat we daar snel en zichtbaar verschil kunnenmaken voor de boa. Wat goed werkt, laat ik bewust ongemoeid. Degrootste wens om aanpassingen en verbeteringen leeft in de domeinenwaar de boa werkt in de publieke ruimte en dit speelt in mindere mate inde specialistische domeinen. Op basis van dit verschil richt ik tweehoofddomeinen in:I)handhaving in de publieke ruimte, enII)handhaving van specialistische wetgeving.De voornemens tot verbetering in het vervolg van deze brief zullen,conform de gekozen aanpak, hoofdzakelijk gaan over de boa werkzaam inhoofddomein I en dus werkzaam in de publieke ruimte. Dat betreft de boain de openbare ruimte (domein I), groene en blauwe boa uit milieu,welzijn en infrastructuur (domein II) en openbaar vervoer (domein IV).Daarmee vallen de domeinen III, V en het grijze spoor van domein IIbuiten de scope van het vervolg van deze brief. Voor domein VI loopt eenseparaat traject via een WODC-onderzoek. Desalniettemin zullen bepaaldeelementen in deze brief ook van toepassing zijn op de boa’s buitenhoofddomein I, aangezien bijvoorbeeld het toezicht uniform voor alleboa’s geregeld moet worden en wijzigingen in aktes of examinering ookrelevant kunnen zijn voor boa’s in de overige domeinen.Conform de aangenomen motie Van Nispen heb ik ook gewogen of hetwenselijk is om de boa onderdeel van de politieorganisatie te latenuitmaken.4 Ik acht dit geen haalbare route. Hiervoor is in het werkveldgeen draagvlak en in het licht van de majeure (financiële) opgave die depolitie al heeft om de basis op orde te brengen, acht ik dit naast onwen-selijk ook onuitvoerbaar. Daarnaast speelt de boa een belangrijke rol in delokale verankering van de politiefunctie in de maatschappij, die mogelijkteniet gedaan wordt door het centraliseren van het werkgeverschap bij depolitie.In het vervolg van deze brief ga ik eerst in op de taak van de boa inhoofddomein I. Daarna zet ik uiteen welke bevoegdheden, uitrusting en4Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 8Figuur 1: het nieuwe boa-bestel kent twee hoofddomeinen op basis van de mate vanonvoorspelbaarheid waarmee werken in het hoofddomein is omgevenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 224 randvoorwaarden er nodig zijn om een adequate taakuitvoering mogelijkte maken en beschrijf ik de noodzakelijke waarborgen waarmee hetwerken als boa omgeven moet zijn. Tot slot geef ik aan op welke wijze ikde implementatie van de in deze brief geschetste beleidsvoornemens voorme zie.Beschrijving van de taak van de boa uit hoofddomein IUit de breed opgehaalde probleemanalyse blijkt dat er veel behoefte isaan een duidelijke beschrijving van de taak van de boa. De boa heeft delaatste jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt. Deze ontwikkeling heeftstapsgewijs en niet altijd expliciet plaatsgevonden, waardoor deze somsook resulteert in onduidelijkheden met betrekking tot de taak van enverwachtingen aan de boa. Het gaat bij de boa’s werkzaam in hoofd-domein I om functionarissen die belast zijn met onder andere hethandhaven van wet- en regelgeving en het herstellen van een normalegang van het publieke leven in de openbare ruimte, het herstel vanongewenst of onfatsoenlijk gedrag, bevorderen van ordentelijk gebruikvan de publieke ruimte, optreden bij overlast, preventie en de-escalerendoptreden voor zover het niet betreft de handhaving van de openbare orde.Deze inzet geschiedt onder de verantwoordelijkheid van de werkgever. Inhet verlengde van deze taak beschikt de boa voor een aantal specifiekestrafbare feiten over een opsporingsbevoegdheid, die onder gezag vanhet OM wordt uitgeoefend.De boa is een volwaardige partner, met een eigen taak binnen depolitiefunctie in de maatschappij. Het werk van de boa richt zich op hetleefbaar en veilig houden van de leefomgeving voor de burger. Leefbaaren veilig wordt gedefinieerd als de mate waarin de fysieke en socialeomgeving als schoon, heel, rustig en veilig wordt ervaren. Dat doet deboa door preventief optreden, het handhaven van de zogenoemde kleinenorm en specifieke wet- en regelgeving. De boa weet goed wat er op zijnwerkterrein en in zijn werkgebied speelt en is een benaderbaaraanspreekpunt voor de burger en ondernemers.Het werk van de boa is dus sterk gericht op de normale gang van hetpublieke leven. De boa heeft een belangrijke signaalfunctie richting politieen openbaar bestuur en is vaak het eerste aanspreekpunt voor burgers enondernemers bij vragen, kleine ergernissen of de handhaving vanspecialistische wetgeving. De functionaris met een boa-status treedt op bijoverlast, verstoring van rust en gedrag dat het maatschappelijk verkeerschaadt of bedreigt. Hij kan daarmee, binnen zijn bevoegdheden,bijdragen aan de preventie, de-escalatie en aanpak van gedragingen diede rust in de publieke ruimte aantasten. Dit doen zij als aanvulling op enin samenwerking met politie en andere ketenpartners.Uiteraard liggen de boa- en politietaak in het verlengde van elkaar. Zehebben allebei de autoriteit en bevoegdheid om handhavend op te treden.De taak van politie en boa zijn zo veel als mogelijk complementair aanelkaar en de samenwerking tussen beiden is gelijkwaardig, ieder vanuiteen eigen expertise. In de afbakening met politie blijft het uitgangspuntdat de boa zich niet mengt in of terugtrekt uit situaties die gekenmerktworden door grote gevaarzetting. Hiertoe maakt de boa altijd eeninschatting van de situatie op basis van zijn professionaliteit voordat eractie ondernomen wordt. De politie beschikt voor dit soort situaties overdoorzettingsmacht en -middelen en dat blijft zo.Het zijn van boa is een vak op zich met een eigen focus, eigen verantwoor-delijkheid en eigen uitdagingen. Daarom behoudt de boa een beperkteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 225 opsporingsbevoegdheid in tegenstelling tot de algemene opsporings-bevoegdheid van politie. De omschrijving van de boa wordt dan als volgt:De boa is een functionaris die uit hoofde van zijn taak, in onderge-schiktheid aan het bevoegd gezag, in overeenstemming met de geldenderechtsregels en met behulp van de hem toegekende bevoegdheden enuitrusting, zorgdraagt voor de strafrechtelijke handhaving van derechtsorde voor zover het betreft het voorkomen, opsporen en beëindigenvan de in de domeinlijst opgenomen strafbare feiten.De daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde valt uiteen in dehandhaving van de openbare orde en de strafrechtelijke handhaving vande rechtsorde.5 De handhaving van de openbare orde is een taak van depolitie. De boa heeft daarin geen rol. Dit blijft onveranderd. Wel heeft deboa een rol in de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde voor zoverhet gaat om het voorkomen, opsporen en beëindigen van strafbare feitendie in de domeinlijst zijn opgenomen. Door de bevoegdheid te explici-teren wordt duidelijker wat er wel en niet onder valt. Hieronder is ditschematisch weergegeven.Bevoegdheden, uitrusting en randvoorwaarden voor een veiligeen adequate taakuitvoering in hoofddomein IVoortvloeiend uit de taak van de functionaris met de boa-status wordenonderstaand de volgende bevoegdheden, uitrusting en andere randvoor-waarden beschreven voor een veilige en adequate taakuitvoering.a. BevoegdheidOm bovenstaande taak adequaat uit te voeren en handelingsverlegenheidook in onvoorziene situaties zo veel als mogelijk te beperken, ga ik enkeleveranderingen doorvoeren in de bevoegdheden en verantwoordelijk-heden van de boa. Deze moeten de boa beter in staat stellen om effectief5Zoals bedoeld in respectievelijke artikel 3, 11 en 12 van de Politiewet 2012Figuur 2: schematische weergave van de boa-taak in het handhaven van de rechtsordewaarbij de grijs gearceerde velden tot zijn taak behoren en de rest nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 226 te kunnen functioneren bij de strafrechtelijke handhaving van derechtsorde voor de in de domeinlijst opgenomen strafbare feiten.In het huidige boa-bestel zijn de bevoegdheden geclusterd in (lange enonoverzichtelijke) domeinlijsten. Per domein beschikken de daarinondergebrachte boa’s over een pakket opsporingsbevoegdheden passendbij de taak. Deze domeinindeling werkt in de huidige praktijk inflexibiliteitin de hand. Een boa kan niet voor twee domeinen tegelijk bevoegd zijn enniet van domein wisselen zonder een nieuwe akte van opsporings-bevoegdheid, een nieuwe beëdiging en het met goed gevolg afleggen vanhet examen van het betreffende domein. Daarnaast werkt de domeinin-deling ook onduidelijkheid in de hand. De burger verwacht, zeker nu deboa steeds zichtbaarder is in de publieke ruimte, dat de boa op gepastewijze optreedt in een aantal gevallen waarvoor hij nu – mede door dedomeinindeling – niet is bevoegd. Ik zal de volgende stappen doorlopen.De boa werkzaam in hoofddomein I blijft opsporingsbevoegd op basis vaneen opsomming van strafbare feiten waarbij handhavend kan wordenopgetreden. Hij behoudt dus een beperkte opsporingsbevoegdheid enwordt niet voor alle strafbare feiten bevoegd om op te treden. Wel wordende huidige losse domeinlijsten I, II en IV waarin de verschillende strafbarefeiten worden opgesomd, samengevoegd tot één domeinlijst. De boawordt hiermee formeel bevoegd handhavend op te treden voor het gehelehoofddomein, voor zover zich hier geen wet- of regelgeving tegen verzet.De werkgever bepaalt de daadwerkelijke dagelijkse inzet binnen de kadersvan dit domein, de taak van de boa, en de handhavingsafspraken met hetgezag. Voor de boa zal de reguliere taakuitvoering hiermee in de regel dusniet veranderen. Uitgangspunt blijft dat de boa alleen van zijn strafrechte-lijke bevoegdheden gebruikmaakt voor zover dat uit zijn functie voort-vloeit. De specialismen die nu bestaan, zoals groen of openbaar vervoer,blijven gelet op de taak van de werkgever en de benodigde kennis enkunde van de boa ook gewoon bestaan. Door de lijsten samen te voegenwordt de handelingsverlegenheid binnen de bestaande kaders verkleind,doordat de nu in drie domeinen te handhaven feiten zijn samengevoegdin één domein. Daarnaast levert het meer flexibiliteit in de inzet vanpersoneel voor de werkgever op en biedt het ontwikkelkansen enloopbaanperspectief voor de boa. Mijn ministerie zal, in samenwerkingmet werkgevers, politie en OM, de regie voeren op de uitwerking van desamenvoeging van de domeinlijsten.De samenvoeging van deze domeinlijsten zal in regelgeving naderworden uitgewerkt, waarbij tot een effectievere en duidelijkere formu-lering en opsomming zal worden gekomen. Ook wordt in de uitwerkinggeïnventariseerd waar hiaten in de opsporingsbevoegdheden, passend bijde taak van de boa zoals hierboven beschreven, worden ervaren.Eventuele uitbreiding van bevoegdheden geschiedt enkel via het daarvoorbestaande proces in overleg met de ketenpartners. Dit is een beproefdewerkwijze. Zo heeft er per 1 januari 2024 een verruiming van de bevoegd-heden plaatsgevonden voor verkeershandhaving. Dit houdt in dat de boanu ook mag bekeuren voor bepaalde verkeersovertredingen van fietsersen voetgangers, zoals geen fietsverlichting aan hebben in het donker, hethandheld gebruik van een telefoon op de fiets en het negeren van roodlicht door voetgangers en fietsers. Ook loopt er momenteel een pilot inverschillende gemeenten waar de boa handhaaft op seksuelestraatintimidatie.De boa is niet bevoegd om op te treden ter handhaving van de openbareorde. Dat blijft voorbehouden aan de politie. Indien de geconstateerdeovertreding hierop ziet of wanneer de boa de inschatting maakt dat ersprake is van een te grote gevaarzetting, moet de politie ingeschakeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 227 worden. Hierover dienen afspraken te worden gemaakt in het handha-vingsarrangement of een andere samenwerkingsovereenkomst met depolitie. Toch kan het zo zijn dat de boa in uitzonderingsgevallen alsnogonverwacht wordt geconfronteerd met een verdere escalatie of geweldtijdens de taakuitvoering. Van de boa wordt verwacht deze situatie tede-escaleren, te herstellen, te beëindigen of tenminste te bevriezen.Hiermee draagt de boa bij aan het tegengaan van overlast en hetherstellen van de rust voor een normale gang van het publieke leven. Ditstaat los van enkel het opsporen van strafbare feiten.De boa die werkt in de publieke ruimte komt ook regelmatig terecht insituaties waarin zorg- of (acute) hulpverlening noodzakelijk is. Op basisvan de informatie die breed is opgehaald, is besloten om zorg- en acutehulpverlening geen formele taak van de boa te laten zijn. Hiervoor zou deboa ook opgeleid moeten worden en te allen tijde beschikbaar moetenzijn. Omdat de boa werkzaam in hoofddomein I aanwezig is in de publiekeruimte, vind ik het echter wel belangrijk om deze functionaris beter tebekwamen voor de situaties waarin een beroep op hulpverlening wordtgedaan of waarin hij genoodzaakt is of zich genoodzaakt voelt hulp teverlenen. Dit wil ik bereiken door Eerste Hulp Bij Ongelukken (EHBO)onderdeel te laten zijn van de basisopleiding, zodat de boa dit kantoepassen bij ongelukken of een reanimatie. Ook moet de boa goed op dehoogte zijn van het netwerk van verschillende hulpverleners in zijnwerkgebied, zodat hij als professional en vertegenwoordiger van de Staatde benodigde hulp kan organiseren door het inschakelen van de juistehulpdiensten.b. UitrustingHet is belangrijk dat de boa met zijn uitrusting goed geëquipeerd wordtvoor zijn taak en voor de omstandigheden waarin die taak wordtuitgeoefend. De boa als professionele partner in handhaving moettoegerust zijn om zijn taak goed en veilig uit te voeren, ook als hijonvoorzien (en ongewenst) wordt geconfronteerd met agressie en geweldtijdens zijn werk. Naar aanleiding van het brede maatschappelijke gesprekin het kader van deze beschouwing en een aantal moties van uw Kamer,expliciteer ik dat het onder strikte voorwaarden mogelijk is voor een boaom te kunnen beschikken over geweldmiddelen.6 Ik zal de voorwaardentevens op nemen in de AMvB bewapening en uitrusting boa. Daarom voerik in:1)een standaarduitrusting die komt met de bevoegdheid, en2)de mogelijkheid van een aanvullende uitrusting, nadat aan extra eisenis voldaan.In het toekenningsproces zal steeds worden uitgegaan van de taak opbasis van hoofddomein I. Bij de feitelijke toekenning wordt beoordeeld ofhet geweldmiddel mag worden ingezet op basis van de taak van de boagelet op de bepalingen uit de Ambtsinstructie voor de politie, deKoninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (Ambtsin-structie). Daarnaast wordt gekeken of de werkgever, waar relevant, ook dewettelijke handhavingstaak heeft voor deze specifieke wetgeving. Er wordtniet meer naar situaties uit het verleden gekeken waarbij bewapening aldan niet wenselijk zou zijn geweest. Vanzelfsprekend moet altijd zijnvoldaan aan de bekwaamheidseisen voor het inzetten van geweldmid-delen en de overige waarborgen genoemd in deze brief.61) Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 142) Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 193) Kamerstukken II 2024/25, 29 628, nr. 1265Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 228 i. Standaarduitrusting die komt met de bevoegdheidOm de taken waarvoor ze bevoegd zijn te kunnen uitvoeren, hebben boa’seen standaarduitrusting en politiebevoegdheden nodig. Daarom wordende politiebevoegdheden uit artikel 7 lid 1, 3 en 4 Politiewet 2012 voor eengoede en veilige taakuitvoering standaard aan de boa toegekend, net alseen portofoon en vrijheidsbeperkende middelen (handboeien). Met deportofoon kan de boa communiceren met andere boa’s en met de politieals de situatie onvoorzien verandert van een taak voor de boa in eenpolitietaak, bijvoorbeeld in het geval van escalerend geweld. Ook zal deboa standaard beschikking krijgen over handboeien. Dit kan wordengebruikt bij een aanhouding in geval van vluchtgevaar of gevaar voor de(eigen) veiligheid. Deze standaarduitrusting komt met de opsporings-bevoegdheid en de te handhaven feiten. De werkgever moet hier altijdvoor zorgen en is daarbij zelf verantwoordelijk voor de kosten.ii. Eventuele aanvullende uitrusting nadat aan extra eisen is voldaanEventuele aanvullende uitrusting kan enkel gebaseerd zijn op de taak vande boa en op de omstandigheden waarin hij deze taak uitvoert. Deaanvullende uitrusting kan bestaan uit (een keuze uit) een bodycam, steek-of kogelwerend vest, korte wapenstok en pepperspray. Deze aanvullendeuitrusting heeft daarnaast als grondslag de boa te beschermen als hijonvoorzien (en ongewenst) in een situatie met gevaarzetting terechtkomt.In de afbakening met politie blijft nadrukkelijk het uitgangspunt dat de boazich terugtrekt uit én zich niet (proactief) mengt in situaties die geken-merkt worden door grote gevaarzetting. De politie beschikt voor dit soortsituaties over doorzettingsmacht en -middelen en dat blijft zo.Op verzoek van de werkgever, op zijn kosten en onder zijn verantwoorde-lijkheid, kan ik als Minister van Justitie en Veiligheid besluiten degeweldmiddelen, korte wapenstok en pepperspray, toe te kennen. Als eenaanvraag wordt gedaan om een boa uit te rusten met geweldmiddelen(als voldaan is aan alle voorwaarden), dan is het van belang te beseffendat dit een serieuze aangelegenheid is. De boa heeft een opsporings-bevoegdheid en is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijnbediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken,eventueel met toepassing van geweldmiddelen ten behoeve van eengoede en veilige taakuitvoering.7 Dit is een ingrijpende bevoegdheid diein het licht van de bescherming van grond- en mensenrechten zorgvuldiggereguleerd is, en moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit,subsidiariteit, redelijkheid en gematigdheid. De boa wordt net alspolitieagenten en andere opsporingsambtenaren adequaat getraind in hetgebruik van geweld en geweldmiddelen en werkgevers zijn primairverantwoordelijk voor het juiste gebruik van deze bevoegdheid door hunmedewerkers, zoals vastgelegd in de Ambtsinstructie.De werkgever is verantwoordelijk om bij een aanvraag af te wegen of hetdoel van een adequate en veilige taakuitvoering ook op een minderingrijpende manier kan worden bereikt dan met geweldmiddelen.Daarnaast moet de werkgever zorgen voor passende nazorg bij hetgebruik van pepperspray.8 Ook stel ik onder andere eisen aan de fysiekeen psychische gesteldheid van de boa, eisen aan de werkgever zoals eencentraal aanspreekpunt en dient er een handhavingsarrangement,veiligheidsplan of gelijksoortige samenwerkingsovereenkomst te zijnwaarin met de politie en andere partners in het veiligheidsdomein7Artikel 7 lid 1 Politiewet 20128Zie: Bijlage A Beleidsregels boa en Ambtsinstructie voor de politie, de KoninklijkeMarechaussee en andere opsporingsambtenarenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 229 afspraken zijn gemaakt over wie in welke situatie en op welke wijzeoptreedt en de ondersteuning daarbij.De boa hoofddomein I wordt niet uitgerust met zwaardere geweldmid-delen, omdat dit niet noodzakelijk en proportioneel is voor zijn taak. Alsenige uitzondering hierop kan enkel de zogenoemde groene boa op grondvan zijn taak en bevoegdheden onder strikte voorwaarden en in bepaaldesituaties over geweldmiddelen tot en met een vuurwapen beschikken.Hiervoor moet de boa de opsporing en handhaving van wetgeving alstaak hebben waarbij een redelijke verwachting bestaat dat hij bij deuitoefening van zijn functie in de (onvoorziene) omstandigheid komt teverkeren, dat hij of anderen met onmiddellijk vuurwapengebruik ofonmiddellijke dreiging met een vuurwapen wordt geconfronteerd.Daarnaast moet het bezwaarlijk of onmogelijk zijn om voor deze taak eenberoep te doen op de politie en geven minder ingrijpende maatregelenonvoldoende bescherming. Een voorbeeld van een wettelijke taak is dehandhaving van het verbod op stroperij op basis van de Omgevingswet.Gedeputeerde staten van de Provincie zijn als bestuursorgaan belast methet toezicht op de jacht en de handhaving van het verbod op hetwederrechtelijk vangen en doden van dieren bij wijze van stroperij. Het isaan de gedeputeerde staten om de functionarissen aan te wijzen die methet toezicht en de handhaving hierop zijn belast. Zonder aanwijzinghebben boa’s geen wettelijke taak in de opsporing van stroperij op basisvan de Omgevingswet. Ik zal mede naar aanleiding van de motieMichon-Derkzen en Boswijk, de noodzaak tot deze aanwijzing onder hunaandacht brengen.9Met bovenstaande geef ik onder andere een nieuwe invulling aan hetnoodzaakcriterium voor geweldmiddelen. Volgens de Regeling Wapens enMunitie kan de boa tijdens zijn dienstuitoefening een wapen (en munitie)voorhanden hebben als en voor zolang de noodzaak tot bewapeningaannemelijk is. Op dit moment leidt de invulling van dit noodzaakcri-terium voor de toekenning van geweldmiddelen aan de boa al tot veeldiscussie en onduidelijkheid, bijvoorbeeld tussen de aanvragers van dezegeweldmiddelen en de toezichthouders die adviseren over dezeaanvragen. Daarom heb ik besloten om als eerste stap van de invoeringvan het nieuwe bestel, de huidige beleidsregels boa op dit punt aan tepassen. Hiermee voldoe ik tevens aan eerder in deze brief genoemdemoties van uw Kamer. Met de aankomende wijziging van de beleidsregelsboa, koppel ik de noodzaak voor de toekenning van geweldmiddelen aande taak van de boa. De bepaling om met situaties en incidenten uit hetverleden de noodzaak voor toekenning aan te tonen («kan-bepaling»), laatik, zoals reeds door mijn voorganger aan uw Kamer is toegezegd,vervallen. De boa kan, indien voldaan is aan de voorwaarden die we hieraan stellen, optioneel beschikken over deze geweldmiddelen voor eenadequate en veilige taakuitvoering. Deze aanvullende uitrusting heeft dusmede als grondslag de boa te beschermen als hij onvoorzien (enongewenst) in een situatie met gevaarzetting terechtkomt. Hiermee wordtaansluiting gezocht bij de Ambtsinstructie voor de politie, de KoninklijkeMarechaussee en andere opsporingsambtenaren. Gelet op de urgentievan de aanpassingen maar ook op de implementatietermijn bij deverschillende organisaties die hierbij zijn betrokken, is het voornemen deaangepaste Beleidsregels boa met betrekking tot de geweldmiddelenuiterlijk in werking te laten gaan op 1 januari 2026.Ten aanzien van het uniform van de boa is het kabinet van mening dat hetuniform een neutrale uitstraling dient te hebben. Het dragen van zichtbareuitingen van godsdienst of levensovertuiging door een geüniformeerde9Kamerstukken II 2025/26, 29 911, nr. 483Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2210 boa in functie is, zoals wordt vastgelegd in een ontwerp-AlgemeneMaatregel van Bestuur (AMvB), niet toegestaan. Het ontwerpbesluit is inmei 2025 ter advies aan de Afdeling advisering van de Raad van Stategestuurd.c. OpsporingsgebiedDe formulering van het opsporingsgebied wordt in lijn gebracht met dievan de politie en andere opsporingsambtenaren. Door de boa standaardlandelijk opsporingsbevoegd te maken, wordt het voor werkgeversmakkelijker om de boa bij elkaar in te zetten als dat nodig is. In principebeperkt de boa zich tot het werkgebied van de werkgever en/of hetwerkgebied van samenwerkende werkgevers. De verantwoordelijkheidhiervoor ligt bij de werkgevers. Er is daarmee geen noodzaak meer voorhet opstellen van samenwerkingsconvenanten, wat de administratievelasten vermindert en de samenwerking tussen werkgevers bevordert. Bijsamenwerking tussen werkgevers kan de individuele boa beschikkinghouden over zijn eigen uitrusting en geweldmiddelen. De bevoegdheidverandert tenslotte niet, maar vindt alleen plaats in een ander gebied. Hetis aan de werkgevers om ervoor te zorgen dat hier op een verantwoorde-lijke manier mee wordt omgegaan en om onderling (geharmoniseerde)afspraken te maken over de uitrusting en geweldmiddelen, inzet enverantwoordelijkheden.10d. AkteDe huidige duur van de akte van opsporingsbevoegdheid is vijf jaar. In hetnieuwe boa-bestel wordt deze in tegenstelling tot de huidige situatie(automatisch) verlengd, als de boa blijft voldoen aan debetrouwbaarheids- en integriteitseisen en eisen rondom permanente her-en bijscholing. Er wordt uitgewerkt hoe het proces aangepast kan worden,zodat de administratieve last voor de werkgever en de Dienst Justis(hierna: Justis) wordt verminderd, zonder dat wordt ingeboet op decontrole van de bekwaam- en betrouwbaarheid. Justis behoudt, namensde Minister van JenV, de bevoegdheid om (categoriale) akten op teschorten of in te trekken als niet aan de gestelde eisen wordt voldaan.e. Informatiepositie van de boa vergrotenOm als volwaardige partner met een eigen taak binnen de politiefunctie inde maatschappij te kunnen functioneren, moet de boa beschikken overeen goede informatiepositie. Mede gelet op de opsporingsbevoegdheidvan de boa en de gevoeligheid van sommige informatie, hoeft de boageen (volledige) toegang te hebben tot politiesystemen om zijn taak tekunnen uitoefenen, maar het onderling uitwisselen van informatie tussensamenwerkingspartners is belangrijk.i. Toegang tot systemenEén van de behoeften in de praktijk is het verbeteren van de toegang totgegevens die nodig zijn om de identiteit vast te stellen van personen diezij staande houden. Het vaststellen van de identiteit is nodig wanneer eenboa bijvoorbeeld een boete moet opleggen bij een staande houding.Wanneer een staande gehouden persoon wel wil, maar niet in staat is ommee te werken, bijvoorbeeld omdat hij of zij geen identiteitsbewijs bij zichheeft, schakelt de boa op dit moment de hulp van de politie in om deidentiteit vast te stellen. Dit zorgt voor een aanzienlijke vertraging in hetproces, wat in gevallen weer kan leiden tot voor de boa onprettige of zelfs10Motie-Boswijk c.s. – Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 84Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2211 onveilige situaties. Om het mogelijk te maken dat een boa zelf de identiteitkan vaststellen en zo zijn taak adequaat kan uitvoeren, wordt toegang toten het mogen gebruiken van het rijbewijzen- en kentekenregistergerealiseerd.Voor toegang tot het rijbewijzenregister wordt nu, onder verantwoorde-lijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, in samen-werking met mijn departement en de Dienst Wegverkeer (RDW), deonderliggende regelgeving aangepast en de technische toegang geregeld.De verwachting is dat de boa die werkt bij publieke organisaties in domeinI, II en IV vanaf januari 2026 toegang krijgt tot het rijbewijzenregister. Voorde boa in dienst van een private werkgever in domein IV is deze toegangmedio 2026 voorzien. Daarnaast wordt in afstemming met het Ministerievan Asiel en Migratie en de Justitiële Informatiedienst nu verkend of, enonder welke voorwaarden, toegang tot de Basis Voorziening Vreemde-lingen (BVV) en de Strafrechtketendatabank (SKDB) voor de boa mogelijkis. Uw Kamer wordt voor het einde van 2025 over de stand van zaken vandeze verkenningen geïnformeerd. De pilot tussen het RTIC van de politieen de RET en de pilot tussen de NS en de Eenheid Landelijke Expertise enOperatie van de politie zijn voorbeelden van initiatieven op het gebied vaninformatievoorziening die een positieve ontwikkeling voor de professi-onele en zelfstandige inzet van de boa’s laten zien. Zoals ook met ugedeeld in de Kamerbrief van 9 juli jl. is de juridische basis van desamenwerking in Rotterdam op dit moment niet voldoende solide omdeze wijze van samenwerking nu landelijk uit te kunnen rollen. Gelet opde positieve resultaten van de pilots werken JenV en IenW samen aan debrede juridische borging van deze werkwijze. Deze pilots laten zien datbetere informatievoorziening niet alleen bijdraagt aan de professioneleinzet van boa’s, maar ook leidt tot een betere samenwerking tussen boa’sen politie. De Kamer wordt eind 2025 geïnformeerd over de volgendestappen.Voor een goede taakuitvoering is het niet noodzakelijk dat de boa(volledige) rechtstreekse toegang krijgt tot politiesystemen. De boa heefteen vastomlijnde opsporingstaak en mag alleen beschikken overinformatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van die taak. Volledigetoegang tot de Basisvoorziening Handhaving (BVH), waarin politiege-gevens zijn opgeslagen, is daarom niet aan de orde. Afgebakendetoegang voor de boa tot het BVH is technisch niet te realiseren. Wel zalverder worden uitgezocht op welke wijze de informatiedeling tussenpolitie en boa’s beter gefaciliteerd en gestimuleerd kan worden.ii. Samenwerking met politie en Openbaar MinisterieAangezien de boa en politie als gelijkwaardige partner steeds vakersamenwerken op het snijvlak van leefbaarheid en veiligheid en het OMhet gezag is voor de strafrechtelijke handhaving, is er behoefte aan eenduidelijk overzicht van afspraken over die samenwerking. Deze afsprakenworden onder andere gemaakt in een handhavingsarrangement,veiligheidsplan of gelijksoortige samenwerkingsovereenkomst. Hierinstaan afspraken over informatiedeling en samenwerking tussen de boa enpolitie (over en weer), of en hoe er in welke situatie zal wordenopgetreden door boa’s (en wanneer niet) en over inzet en back-up doorpolitie in onvoorziene situaties.Dergelijke arrangementen bestaan momenteel al voor het huidige domeinI (Openbare ruimte) en sinds kort ook voor domein II (domein milieu,welzijn en infrastructuur). Met de totstandkoming van het handhavingsar-rangement voor domein II voldoe ik ook aan de moties van uw Kamer omde samenwerking in dat domein tussen de politie en de boa teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2212 versterken.11 Het model handhavingsarrangement voor de domeinen I enII is als bijlage bij deze brief opgenomen.Waarborgen rondom de taakuitvoeringf. Professioneel werkgeverschapEen toekomstbestendig boa-bestel vereist dat werkgevers een proactieverol nemen in de verdere professionalisering ervan. Onverminderd hetgezag van het OM over de strafrechtelijke handhaving, worden dewerkgevers nog meer dan nu mede-eigenaar van de kwaliteit en rechtma-tigheid van de taakuitvoering van de bij hen in dienst zijnde boa’s. Datvraagt om uitbreiding van de verantwoordelijkheden van werkgevers,vooral op het gebied van: kwaliteitsborging, ethiek, verantwoording enzelfregulering. De aanscherping in de eisen die vanuit het Ministerie vanJenV gesteld worden, worden hieronder toegelicht. Door sommigewerkgevers worden deze al op vrijwillige basis gehanteerd. Ik wil dezeaanscherpingen in wet- en regelgeving verankeren. De eisen zullen geldenvoor zowel publieke als private werkgevers en voor zowel eigenwerknemers als inhuur.De boa als volwaardig partner binnen de politiefunctie vereist professi-oneel werkgeverschap. De werkgever is zelf verantwoordelijk vooreventuele investeringen om hieraan te voldoen. Om te kunnen beschikkenover een functionaris met een opsporingsbevoegdheid en bijbehorendeuitrusting worden er vanuit de verantwoordelijkheid voor het boa-besteleisen gesteld aan de werkgevers door het Ministerie van JenV. Het gaatover eisen op de volgende aandachtsgebieden:•borgen van vakbekwaamheid, bijvoorbeeld inzake de kwaliteit vanprocessen-verbaal;•kwalitatief goed optreden, juiste bejegening en correct gebruik vanbevoegdheden;•verantwoording over en transparantie in prestaties, integriteit, klachtenen incidenten;•waarborgen rondom informatiebeveiliging en gegevensverwerking, en•reflectie, nazorg en toezicht.Iedere werkgever faciliteert niet alleen de vakbekwaamheid van de boa,maar stuurt hier actief op. Bijvoorbeeld door het verzorgen van specialis-tische scholing voor specifieke taakuitvoering, ondersteuning bij deconstante verbetering van de processen-verbaal, het verzorgen vanpermanente her- en bijscholing, een EHBO-opleiding en de opleiding dievereist is in het kader van de geweldsbeheersing. Daarnaast wordt er eenprofessioneel personeelsbeleid vereist, bijvoorbeeld door de benoemingvan een functioneel leidinggevende, duidelijke functieomschrijvingen, demogelijkheid tot deelname aan de medezeggenschap, een HR-cyclus metpersoneelsgesprekken en een periodiek medewerkers tevredenheidson-derzoek. Tenslotte committeert iedere werkgever zich actief aan deGedragscode boa. Deze zal onder regie van mijn departement in samen-werking met het veld worden opgesteld, passend bij de taak van de boazoals in deze beschouwing beschreven.Met het verstrekken van geweldmiddelen aan de boa komt een groteverantwoordelijkheid voor de werkgever. De aanwending van gewelddoor de boa raakt tenslotte de onaantastbaarheid van het lichaam en delichamelijke integriteit. Werkgevers zijn er primair voor verantwoordelijkdat hun boa’s op een juiste manier in staat worden gesteld gebruik temaken van deze bevoegdheid. Dit geldt ook voor private werkgevers,111) Kamerstukken II 2021/22, 29 628, nr. 10902) Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 13Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2213 waarbij er geen directe democratische controle is. Het daadwerkelijkgebruik van deze bevoegdheid geschiedt onder gezag en verantwoorde-lijkheid van het OM. De Ambtsinstructie is leidend bij de inzet vangeweld(middelen). Op basis van de Ambtsinstructie is de boa reedsverplicht een geweldsmelding te doen bij de hulpofficier van Justitie.Daarnaast wordt samen met werkgevers, politie en OM verder uitgewerktwelke aanvullende waarborgen rondom de afhandeling en beoordelingvan geweldsinzet ingeregeld moeten worden.Iedere werkgever moet beschikken over een duidelijke en laagdrempeligeklachtenprocedure voor burgers met betrekking tot het optreden van eenboa. Dit is belangrijk voor het bieden van rechtsbescherming en hetcorrigeren van fouten, en draagt bij aan de legitimiteit van het optredenen het lerend vermogen. Handhavend optreden, met of zonder geweld-stoepassing, kan ook een zware emotionele en psychische belasting voorde boa zelf zijn. Daarom moet de werkgever voorzien in adequateondersteuning, zoals begeleiding, coaching en indien nodig (psychische)nazorg. Dit helpt verzuim te voorkomen en draagt bij aan professioneel enduurzaam functioneren. Ook wordt de werkgever verplicht tot actieveverantwoording richting de toezichthouder en richting mij als verantwoor-delijk Minister, bijvoorbeeld door middel van een periodieke analyse vande frequentie en aard van het geweldsgebruik, registratie van incidenten,interne evaluaties en rapportages aan toezichthouder. Dit maakt hetmogelijk om patronen te signaleren, te leren, inzetbeleid bij te stellen ende kwaliteit van het geweldsgebruik continu te verbeteren. Uiteraard staandaarbij het gezag en verantwoordelijkheid van het OM in die gevallenwaarin daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van de geweldsbevoegdheidin het kader van de strafrechtelijke handhaving, niet ter discussie.Daarnaast zijn striktere waarborgen voor informatiebeveiliging, gegevens-deling en gegevensverwerking cruciaal, gezien de groeiende informatie-positie van de boa. Om te borgen dat de boa rechtmatig en doelmatiggebruik maakt van de voor hen toegankelijke informatiebronnen en dat deregistraties voldoen aan de informatiebeveiligingseisen, vraagt dit eengrotere verantwoordelijkheid van de werkgevers. Op basis van artikel 41lid 3 van het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar zal ook bekekenworden of verdere invulling gegeven kan worden aan de eisen die moetengelden voor de systemen die de boa en hun werkgevers gebruiken voorhet registreren van informatie.Tot slot zorgt elke werkgever voor een actueel digitaal dossier waarin perboa ten minste is vastgelegd: de aanstelling, bevoegdheden, uitrusting,gevolgde her- en bijscholing, screening, behaalde certificaten, incidentenen klachten. Toezichthouders hebben te allen tijde inzagerecht in ditdossier. Onderzocht zal worden of deze digitale dossiers gekoppeldkunnen worden aan het registratiesysteem dat de boa gebruikt, zodat zijbijvoorbeeld alleen proces-verbaal kunnen opstellen voor strafbare feitenwaarvoor zij bevoegd zijn.g. Betrouwbaarheid en integriteitDe huidige betrouwbaarheidseisen (VOG-P) blijven minimaal gelijk en inhet nieuwe bestel wordt gewerkt met continue screening. Hierdoor zullenincidenten waardoor de betrouwbaarheid van een boa mogelijk in hetgeding is sneller aan het licht komen. Voor de continue screening wordtonderzocht of gebruikt gemaakt kan worden van BlueView door de politie.Dit wordt ook gebruikt voor politiemedewerkers en particuliere bevei-ligers. Daarmee zullen alle handhavers dezelfde screening krijgen.Continue screening door Justis is ook een mogelijkheid, maar heeft alsbelangrijk nadeel dat hierbij alleen gebruik wordt gemaakt van justitiëleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2214 documentatie, terwijl politie ook zachte opsporingsinformatie uit deBasisvoorziening Handhaving (BVH) gebruikt.Eenmaal ingeregeld maakt de werkwijze van continue screening hetmogelijk dat de boa niet meer eens in de vijf jaar een VOG-P hoeft aan tevragen in het kader van de vernieuwing van hun akte. Zolang er uit decontinue screening geen signaal komt dat er twijfels over de integriteitvan de individuele boa bestaan, wordt de opsporingsakte automatischverlengd.h. Opleiding en examineringHet opleidings- en examenbestel voor de boa wordt gekenmerkt door eengrote verscheidenheid aan opleidingen en opleiders. Er wordenmomenteel geen eisen aan de opleiding gesteld. De examinering is welcentraal geregeld en wordt namens het Ministerie van Justitie enVeiligheid uitgevoerd door de Exameninstelling Toezicht en Handhaving(ExTH). De focus vanuit het departement op de te behalen exameneisenwordt gehandhaafd, maar vanuit de verantwoordelijkheid voor hetboa-bestel en op basis van ontvangen signalen uit het veld zullen ookeisen worden gesteld aan de opleidingen om deze te verbeteren en teverbreden. Op deze manier zorgt het departement ervoor dat de oplei-dingen van voldoende kwaliteit zijn en dat er naast de nadruk optheoretische kennis ook voldoende aandacht wordt besteed aan deontwikkeling van vaardigheden en competenties.Er komt een verstevigd basisexamen waarbij een brede basisopleidingvoor de boa in hoofddomein I gewenst is. Dit examen en de bijbehorendeopleiding zijn gericht op het functioneren als opsporingsambtenaar, dusbijvoorbeeld op het schrijven van kwalitatief goede processen-verbaal, hetverlenen van hulp en EHBO-training, communicatieve en de-escalerendevaardigheden en andere competenties die nodig zijn voor de taakuit-voering. De basisopleiding bekwaamt de boa niet voor alle strafbare feitenop de domeinlijst, maar focust zich op het goed functioneren alsopsporingsambtenaar. De basisopleiding moet door de werkgever wordenaangevuld met accenten op de te handhaven specialistische wetgeving,bijvoorbeeld gericht op de taak en specialisme «Buitengebied» of«Openbaar Vervoer». Het is de primaire verantwoordelijkheid van dewerkgever dat de boa bekwaam is voor zijn specifieke functie alsbijvoorbeeld boswachter of Veiligheid en Servicemedewerker bij de NS.De examinering van de startbekwaamheid zal in beginsel uitgevoerdblijven worden door ExTH, maar in de afgelopen periode is gebleken datMBO-instellingen die de opleiding Handhaver Toezicht en Veiligheid (HTV)aanbieden de wens hebben om zelf de examens uit te voeren. Over deMBO-instellingen heeft uw Kamer een motie aangenomen waarin hetkabinet wordt gevraagd om te onderzoeken of de reguliereMBO-instellingen een (grotere) rol kunnen vervullen in de bij- ennascholing en examinering van de boa.12 Deze ruimte wil ik bieden door,naast de door ExTH afgenomen examens, ook examens van deHTV-opleiding die door het reguliere MBO worden geëxamineerd, toe telaten op basis van artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoonopsporingsambtenaar.Het stelsel voor permanente her- en bijscholing zal ook worden herzien.Deze herziening is een gevolg van de ontwikkeling die de boa deafgelopen jaren heeft doorgemaakt en van het feit dat er eisen zullenworden gesteld aan de opleidingen. Hier past bij dat een boa meer12Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2215 keuzevrijheid krijgt om her- en bijscholing te volgen die past bij deontwikkelbehoefte van de boa en de werkgever. Er komt een punten-systeem zoals ook bij andere beroepsgroepen gebruikelijk is en waarbij deboa jaarlijks een minimaal aantal punten moet halen doorgeaccrediteerde/gecertificeerde opleidingen of trainingen te volgen. Ditmaakt het voor de boa en zijn werkgever mogelijk om de bijscholing veelbeter aan te laten sluiten op de specifieke omstandigheden, in plaats vaniedere vijf jaar een centraal bepaald programma te doorlopen. Daarbijkunnen eisen worden gesteld aan de verdeling van de punten tussentheoretische kennis en de ontwikkeling van vaardigheden en compe-tenties. Ook is het denkbaar dat specifieke vakken verplicht wordengesteld, zoals het schrijven van een proces-verbaal of het nieuwe Wetboekvan Strafvordering. Een van de beoordelingspunten bij de accreditatie/certificering is hoe wordt nagegaan of de boa de aangeboden kennis envaardigheden heeft verworven. Dit puntensysteem voor permanente her-en bijscholing wordt de komende periode uitgewerkt.i. Eisen aan de fysieke en psychische gesteldheid van de boaDe boa kan te maken krijgen met onvoorziene gebeurtenissen dieingrijpend en stressvol zijn. Gelet op de fysieke en psychische zwaarte vande opsporingsfunctie in combinatie met de uitrusting worden minimalevereisten op het vlak van fysieke en psychische gesteldheid ingesteld.Hierbij wordt gekeken naar voorbeelden van enkele werkgevers die dit zelfal hebben ingevoerd en de politie. Door de fysieke en psychische eisen tekoppelen aan de geweldmiddelen, kunnen boa’s die hier niet aan voldoenalsnog aan het werk maar zonder de geweldsmiddelen. Zij kunnen danworden ingezet voor taken waarvoor deze uitrusting niet noodzakelijk is,zoals parkeren en huisvuil.j. Versterken van het toezichtstelselHet huidige boa-bestel kent sterk gecentraliseerd toezicht, waarin hetMinisterie van Justitie en Veiligheid primair verantwoordelijk is voor hettoezicht op vakbekwaamheid, gedragsborging en -toetsing van de boa.Deze centrale vorm van toezicht past niet langer bij het groeiendeprofessionele karakter van de boa, de diversiteit in het boa-bestel en dewens en de noodzaak tot meer eigen verantwoordelijkheid vanwerkgevers. De rol van politie en OM als direct toezichthouder entoezichthouder verdwijnt. Door het toezicht te hervormen naar eengelaagd model, waarin de werkgever zelf intern toezicht voert, de brancheintercollegiale toetsing ontwikkelt en het Rijk systeemtoezicht uitoefent,ontstaat er een stevig, toekomstbestendig en lerend toezichtstelsel,waarin ruimte is voor diversiteit, maatwerk, professionele ontwikkeling enlerend vermogen.Het OM blijft uiteraard wel het bevoegd gezag voor zover de boa van zijnstrafrechtelijke bevoegdheid of zijn daaraan gekoppelde geweldsbe-voegdheid gebruik maakt en behoudt daarmee een rol bij de strafrechte-lijke toetsing van incidenten en de kwaliteit van de opsporing. Bij denadere uitwerking van het nieuwe toezichtstelsel zal hiermee rekeningworden gehouden.1. Eerstelijnstoezicht door de werkgever zelfElke werkgever organiseert zelf toezicht op het dagelijkse en operationelefunctioneren van de functionaris met een boa-status binnen de eigenorganisatie. De werkgever stelt een onafhankelijke, interne toezichthouderaan die toezicht uitvoert op kwaliteit, integriteit, proportionaliteit enrechtmatigheid van de taakuitvoering. De onafhankelijkheid van de interneTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2216 toezichthouder wordt wettelijk verplicht naar het voorbeeld van eenfunctionaris gegevensbescherming. De interne toezichthouder draagttenminste zorg voor:•jaarlijkse zelfevaluatie over de inzet van boa’s op kwaliteit, integriteit,proportionaliteit en rechtmatigheid;•jaarlijkse rapportage van de binnengekomen klachten bij het meldpuntklachten en integriteit n.a.v. de taakuitvoering door de boa, en•jaarlijkse rapportage met een oordeel over de kwaliteit van het digitaaldossier boa.De werkgever rapporteert – met inachtneming van de rapportages van deintern toezichthouder – jaarlijks over de kwaliteit, integriteit, proportiona-liteit en rechtmatigheid van de inzet van de boa aan ketenpartners en hetbevoegd gezag (gemeente, provincie of OM). Daar waar het niet mogelijkis, bijvoorbeeld vanwege schaalgrootte of het ontbreken van expertise,om als individuele werkgever een interne toezichthouder aan te wijzen,kan het toezicht bij de interne toezichthouder van een andere werkgeverworden belegd of kan een gezamenlijke overkoepelende organisatie tenbehoeve van dit toezicht door deze werkgevers worden opgericht.2. Tweedelijns toezicht door de sectorHet tweedelijnstoezicht in hoofddomein I wordt door de werkgeverssamen ingericht. In lijn met de motie Michon-Derkzen zullen dewerkgevers die functionarissen met een boa-status in dienst hebben,worden verzocht om zelf een onafhankelijke boa-beroepsorganisatie op terichten, die onder andere wordt belast met het toezicht op de gesteldewerkgeverseisen en hierover aan Justis rapporteert.13 Daarnaast versterktde boa-beroepsorganisatie het lerend vermogen in hoofddomein I doorintercollegiale visitaties te faciliteren, waarbij werkgevers elkaar bezoeken.Tijdens een visitatie bespreken zij tenminste hoe de inzet van de boaverloopt (kwaliteit, integriteit, proportionaliteit en rechtmatigheid). Zijmaken hierbij gebruik van de rapportages zoals opgesteld door deonafhankelijke intern toezichthouder, en voeren gesprekken met de boa’sen ketenpartners, zoals politie en OM.3. Derdelijns toezicht door de rijksoverheidVanuit het departement wordt toezicht gehouden op de werking van hetboa-bestel, bijvoorbeeld door thematische onderzoeken te houden.Daarnaast ben en blijf ik als Minister van Justitie en Veiligheid verant-woordelijk voor het toekennen, opschorten en intrekken van deboa-status. Hiermee houd ik een rol in het toezicht op het correct gebruikvan de opsporingsbevoegdheid.De precieze invulling van het gelaagde toezicht vergt een nadereuitwerking en is opgenomen in de uitvoerings- en implementatieagenda.Uitvoerings- en implementatieagendaBovenstaande wijzigingen in het boa-bestel zijn betekenisvol en moetenzorgvuldig en stapsgewijs worden doorgevoerd. Met een uitvoerings- enimplementatieagenda wordt richting gegeven aan de verdere professiona-lisering en versterking van het bestel. Deze agenda is als bijlage bij dezebrief opgenomen.De verdere uitwerking en implementatie van deze wijzigingen in hetstelsel zullen, onder regie van mijn departement, tijd en verdereafstemming met de (keten-) partners vragen. Ook moeten de werkgevers13Kamerstukken II 2024/25, 36 395, nr. 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2217 en andere partners de tijd krijgen om de impact van de wijzigingen tebepalen en hieraan te voldoen. Uitvoeringstoetsen en impactanalyseszullen dan ook worden gedaan op het moment dat de aangekondigderichting verder is uitgewerkt. De voorgestelde wijzigingen vergen in iedergeval op onderdelen een aanpassing van de wet en daarnaast eenaanpassing van lagere regelgeving. Bekeken moet worden of dat hetbeste binnen de huidige wetsystematiek kan of dat een nieuw wettelijkkader voor boa’s gewenst is. Dit alles kost tijd. Ik werk stapsgewijs enstreef ernaar om het nieuwe stelsel volledig ingevoerd en operationeel tehebben in 2028.AfsluitendDe maatschappij en de behoefte aan leefbaarheid en veiligheid veran-deren snel en continu. Dat heeft invloed op het werk van de boa. Met detaakbeschrijving van de boa in deze brief doe ik recht aan de dagelijksepraktijk waarin de boa zijn belangrijke werk doet. Met de aangekondigdebeleidswijzigingen stel ik hen in staat om hun belangrijke taak adequaat tekunnen uitvoeren binnen de noodzakelijke waarborgen waarmee werkenbinnen de politiefunctie omgeven is. Het is een stevige basis waaroptoekomstgericht doorontwikkeld kan worden.Het is belangrijk om met alle betrokkenen regelmatig stil te staan bij dewerking van en impact van relevante ontwikkelingen op het boa-bestel,zodat de boa als professionele partner in de publieke ruimte ook in detoekomst geborgd is. Het functioneren van het nieuwe boa-stelsel zaldaarom 5 jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2218

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7541b7c8492b3a4a

14 okt 2026 · e27a9a82085a4c0d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.