KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitkomsten onderzoeken Wet inburgering 2021

26 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4e620ad13c0cdc4f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 824IntegratiebeleidNr. 446 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 november 2024AanleidingDe Wet inburgering 2021 (Wi2021) is op 1 januari 2022 in werkinggetreden. Het maatschappelijk doel van de wet is dat inburgeringsplich-tigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland, het liefst via betaald werk.Zo beoogt de wet bij te dragen aan de integratie en participatie vannieuwkomers in Nederland. Een goed werkend inburgeringsstelsel geeftnieuwkomers een stevige basis om hun leven in Nederland vorm tegeven.De wet is ingericht als lerend, adaptief stelsel, waarin ruimte is om teleren van de uitvoering en inburgeraars en aanpassingen in de regel-geving tijdig en relatief snel doorgevoerd kunnen worden. Daarom issamen met de ketenpartners het monitoring- en evaluatieplan (M&E-plan)opgesteld. Uw Kamer is hierover geïnformeerd met de brief van17 december 20211. Het M&E-plan vervult de functie om op landelijkniveau informatie te verzamelen over de werking, het doelbereik, dedoeltreffendheid en de doelmatigheid van de wet. De onderzoeken die inhet kader van het M&E-plan worden uitgevoerd, leveren inzichten enlessen op over enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds deuitvoering van de wet. In de afgelopen maanden is een aantal onder-zoeken afgerond. Graag informeer ik uw Kamer met deze brief over debelangrijkste uitkomsten van deze onderzoeken.Deze onderzoeken geven eerste inzichten hoe het met de uitvoering vande Wi2021 gaat. Ik wil dan ook beginnen met het benoemen dat veel algoed gaat: gemeenten hebben een dekkend inburgeringsaanbodgerealiseerd, inburgeraars zijn over het algemeen positief over de Wi2021en inburgering wordt vaak gecombineerd met (vrijwilligers)werk. Maar ikzie ook punten die nog beter kunnen in ons stelsel. Daarom blijf ik met1Kamerstukken II 2020/21, 32 824, nr. 351. kst-32824-446ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4461 gemeenten, andere ketenpartners en inburgeraars zelf in gesprek omgezamenlijk oplossingen te vinden voor de vraagstukken waar wetegenaan lopen.Volgend jaar wordt de tussenevaluatie van de Wi2021 uitgevoerd. Deuitkomsten daarvan verwacht ik eind 2025. Dit is nog te vroeg vooruitspraken over de doeltreffendheid van de Wi2021, maar de tusseneva-luatie levert wel belangrijke inzichten op over de werking en kosten van deverschillende onderdelen van de wet. Op basis van de uitkomsten vandeze tussenevaluatie stuur ik uw Kamer een beleidsreactie.Inhoud briefIn deze brief komen de belangrijkste uitkomsten aan bod van de volgendeonderzoeken:1.De Jaarrapportage en het Dashboard Statistiek Wet inburgering overhet jaar 2023 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)2. Dezestatistiek, die het CBS in opdracht van het Ministerie van SZW heeftingericht, bevat kwantitatieve gegevens op het niveau van individueleinburgeraars. Gemeenten, DUO, COA, Nuffic en SBB leveren hiervoorperiodiek gegevens aan het CBS. Het CBS publiceert hier jaarlijks over,de laatste keer op 30 september 2024.2.De tweede rapportage in het kader van het Onderzoek perspectiefinburgeraars van Regioplan, OpenEmbassy en BMC, waarin verslagwordt gedaan van een online enquête onder inburgeraars, met eenrespons van ruim 4.000, aangevuld met kwalitatief onderzoek.3.De derde meting van de Marktmonitor, uitgevoerd door Significant.Met dit onderzoek worden de belangrijkste ontwikkelingen op deinburgeringsmarkt gevolgd. De focus van deze derde meting lag op desamenwerking tussen gemeenten en taal- en participatieaanbieders.Ad 1: Belangrijkste uitkomsten Statistiek Wet inburgering 2023De Statistiek Wet inburgering van het CBS bevat op dit moment gegevensover de jaren 2022 en 2023. Eind 2023 waren er ruim 62.000 inburgerings-plichtigen onder de Wi2021, waarvan 41.000 asielmigranten en 21.000 ge-zins- en overige migranten. Daar waar asielmigranten evenredig met hetinwoneraantal worden verdeeld over de gemeenten, zijn gezinsmigrantensterk geconcentreerd in de grote gemeenten. Het gevolg hiervan is dat depopulatie inburgeraars in grote gemeenten er heel anders uitziet dan inkleinere gemeenten. Zo ligt het aandeel gezinsmigranten in de viergrootste gemeenten tussen de vijftig en zeventig procent, terwijl landelijkéén op de drie inburgeraars gezinsmigrant is.Vroege start in COA-opvangUit de cijfers van het CBS blijkt dat asielstatushouders na de statusver-lening nog lang in de COA-opvang verblijven, gemiddeld ruimtwintig weken. In die periode krijgen bijna alle statushouders van COA eenaanbod voor voorinburgering. Driekwart van statushouders die eenaanbod krijgt, geeft aan te willen deelnemen aan de voorinburgering. Vandiegenen die instemmen, starten vier op de vijf statushouders daadwer-kelijk met de voorinburgering. Van de totale populatie is bijnazestig procent gestart en heeft zestien procent de voorinburgeringafgerond. Naast de deelname aan voorinburgering, heeft één op devijf asielstatushouders tijdens de opvangperiode gewerkt. Tot slotonderneemt een deel van de gemeenten tijdens de opvangperiode al de2De link naar de jaarrapportage: Statistiek Wet Inburgering (SWI) 2023 | CBS. De link naar hetdashboard: Dashboard Statistiek Wet Inburgering (SWI) (cbs.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4462 eerste stappen in het kader van de inburgering. Voor bijna een kwart vande asielstatushouders is de brede intake al gestart voor de vestiging in degemeente en bij acht procent van de statushouders is het Plan Inbur-gering en Participatie (PIP) dan al vastgesteld.Tijdige start in gemeentenEén van de pijlers van de Wi2021 is dat inburgeraars zo snel mogelijk nastatusverlening starten met hun inburgering; dit wordt de tijdige startgenoemd. Voordat de inburgering kan beginnen, nemen gemeenten metalle inburgeraars een brede intake af en stellen ze op basis van de intakeeen PIP op.Voor asielstatushouders voor wie de brede intake nog niet is begonnentijdens de opvangperiode, duurt het na vestiging in de gemeentegemiddeld nog zo’n acht tot negen weken voordat het eerste gesprek inhet kader van de brede intake plaatsvindt. Bij gezinsmigranten duurt ditgemiddeld langer, namelijk twaalf tot dertien weken.Vervolgens zit tussen de start van de intake en de vaststelling van het PIPgemiddeld negen tot elf weken. Hierbij zijn de verschillen tussenasielstatushouders en gezinsmigranten klein.In totaal duurt het voor asielstatushouders na vestiging in de gemeentegemiddeld vijftien weken totdat het PIP is vastgesteld en voor gezinsmi-granten veel langer, namelijk 21 weken. Dit komt op de eerste plaatsdoordat gemeenten met bijna een kwart van de asielstatushouders met debrede intake is begonnen voor vestiging in de gemeente en op detweede plaats doordat het gemeenten relatief veel tijd kost om in contactte komen met de gezinsmigranten om het eerste gesprek te realiseren.De leerroutesIn het PIP wordt vastgelegd welke leerroute de inburgeraar gaat volgen.Uit de cijfers van het CBS blijkt dat van de asielstatushouders bijnazestig procent de B1-route gaat volgen, vijftien procent de Onderwijsrouteen bijna dertig procent de Zelfredzaamheidsroute (Z-route). Van degezinsmigranten gaat ruim negentig procent de B1-route volgen,acht procent de Z-route en één procent de Onderwijsroute. Wat opvalt isdat tussen 2022 en 2023 voor beide groepen het aandeel Z-routes isafgenomen en dat onder de asielstatushouders voor vrouwen het aandeelZ-routes hoger is dan voor mannen.(Arbeids)participatie tijdens inburgeringNaast een tijdige start is dualiteit een belangrijke pijler van de Wi2021. Dithoudt in dat inburgeraars zoveel mogelijk al tijdens de inburgeringwerken of participeren in de Nederlandse samenleving. Uit de cijfers vanhet CBS blijkt dat in het eerste jaar na vestiging in de gemeente één op devijf asielmigranten betaald werk heeft gedaan. Wat daarbij opvalt is datveel meer mannen dan vrouwen werken; ruim een kwart tot een derdevan de mannen heeft gewerkt tegen één op de acht tot tien vrouwen.Daarnaast blijkt dat inburgeraars die de Z-route volgen veel minder vaakwerken (één op de tien) dan inburgeraars die de B1-route of Onderwijs-route volgen. Vooral vrouwen die de Z-route volgen werken weinig,namelijk minder dan vijf procent.Gezinsmigranten werken veel meer dan asielmigranten. Zestig procentvan de gezinsmigranten heeft in het eerste jaar na vestiging gewerkt. Ookvan deze groep werken meer mannen dan vrouwen: driekwart van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4463 mannen heeft in het eerste jaar gewerkt tegen ruim de helft van devrouwen.Ad 2: Belangrijkste uitkomsten onderzoek PerspectiefinburgeraarsUit de enquête die in het kader van dit onderzoek is uitgezet en waaropruim vierduizend inburgeraars hebben gereageerd, blijkt dat de grotemeerderheid van de inburgeraars de meerwaarde van inburgering ervaartdie met de Wet inburgering beoogd wordt. Ongeveer zeven op detien inburgeraars zegt door de inburgering beter mee te kunnen doen inde Nederlandse samenleving, goed Nederlands te leren en veel over deNederlandse samenleving te leren. Hierbij valt op dat gezinsmigrantenover het algemeen iets minder positief zijn over de meerwaarde vaninburgering dan asielmigranten en vrouwen iets minder positief zijn danmannen.Veel van de geënquêteerde inburgeraars combineren de inburgering met(vrijwilligers)werk. Betaald werk en vrijwilligerswerk samengenomen,combineert bijna de helft van de asielmigranten en twee derde van degezinsmigranten (vrijwilligers)werk met inburgering. Dit is belangrijkomdat inburgeraars zo sneller de Nederlandse taal leren en zij door tewerken direct bijdragen aan de Nederlandse samenleving. Ongeveerzes op de tien werkende inburgeraars vinden (vrijwilligers)werk enNederlands leren goed te combineren.Tijdige start in gemeentenBijna driekwart van de bevraagde inburgeraars vindt dat er tijdens debrede intake goed naar hen is geluisterd. Zij vinden dit belangrijk met hetoog op een goede aansluiting van de inburgering bij hun persoonlijkeambitie. Daarnaast vindt bijna twee derde van de inburgeraars dat het PIPgoed aansluit bij hun toekomstplannen. De verschillen in de tevredenheidover de in het PIP vastgelegde leerroute zijn vrij groot. Terwijl twee derdevan de inburgeraars die de Onderwijsroute volgt tevreden is met dezeleerroute, is ruim de helft van de inburgeraars die de B1-route volgthiermee tevreden (57%) en van de inburgeraars die de Z-route volgt, isminder dan de helft tevreden met deze route (47%).GezinsmigrantenGezinsmigranten moeten zelf een inburgeringscursus kiezen en bekos-tigen. Ongeveer één op de drie gezinsmigranten vindt het moeilijk om zelfeen inburgeringscursus te vinden. Gemeenten spelen een belangrijke rolin de zoektocht van inburgeraars naar geschikt inburgeringsaanbod. Bijnade helft van de gezinsmigranten heeft de taallessen via de gemeentegevonden. Daarnaast heeft een derde van de gezinsmigranten hetinburgeringsaanbod via internet gevonden. Vier op de tien gezinsmi-granten onder de Wi2021 zouden graag meer informatie willen over hetvinden van een goedkope taalcursus.Voor de grote meerderheid van de gezinsmigranten die inburgerings-plichtig zijn onder de Wi2021 zijn de kosten van groot belang voor hetkiezen van een taalcursus. Daarom zoeken zij vaak naar goedkopemanieren om de Nederlandse taal te leren. Dit blijkt ook uit de keuzes diezij maken voor het leren van de taal: weliswaar volgt ruim veertig procentvan de gezinsmigranten een taalcursus via een taalschool, maar daarnaastvolgt ook veertien procent online lessen, ruim een kwart leert de taal viazelfstudie en tien procent leert Nederlands via partner, familie of vrienden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4464 Ad 3: Belangrijkste uitkomsten derde meting MarktmonitorUit de marktmonitor blijkt dat het volume van de inburgeringsmarkt isgegroeid van 90.000 in mei 2023 naar 100.000 inburgeraars een jaar later.Tegelijk met deze groei van de markt is het aantal taalaanbiedersafgenomen met bijna 20% in de laatste twee jaar. Er is dus sprake vantoenemende marktconcentratie.Verder concluderen de onderzoekers dat alle gemeenten voor asielmi-granten een aanbod voor de B1-route en de Z-route hebben gerealiseerden dat in de meeste regio’s een aanbod voor de Onderwijsroutebeschikbaar is. Ook concluderen zij dat er nog genoeg aanbod is voor denieuwkomers die onder de Wet inburgering 2013 inburgeringsplichtig zijngeworden. Bijna alle aanbieders met een keurmerk van Blik op Werkbieden nog taaltrajecten aan voor deze groep en de meeste aanbiederszijn van plan om volgend jaar dit aanbod te continueren.Uit de marktmonitor blijkt verder dat de participatiecomponent van deZ-route traag op gang is gekomen en nog niet overal is gerealiseerd.Daarnaast worden taal en participatie vaak gescheiden georganiseerd,waardoor de beoogde wisselwerking onvoldoende tot zijn recht komt.De samenwerking tussen gemeenten en aanbieders heeft inmiddels vormgekregen, maar het heeft wel tijd gekost. Gemeenten moesten wennenaan hun nieuwe opdrachtgevers- en regierol en aanbieders aan het makenvan afspraken met gemeenten in plaats van met individuele inburgeraars.Het merendeel van de gesproken gemeenten en aanbieders is tevredenover de samenwerking. Echter, een belangrijk discussiepunt is deonduidelijkheid over de verdeling van de financiële risico’s voor bijvoor-beeld verzuim of onvoorziene kosten waarover in de aanbesteding geenafspraken zijn gemaakt. Dit leidt regelmatig tot spanningen in de relatietussen gemeenten en aanbieders. Een deel van de gemeenten startvolgend jaar nieuwe aanbestedingen. Deze gemeenten zijn van plan omstrakkere afspraken te maken over onder meer verzuim. Aan de anderekant geven aanbieders aan juist kritischer te gaan kijken naar devoorwaarden die gemeenten stellen.Tot slotTot de zomer van 2025 zijn er in het kader van het Monitoring- enEvaluatieplan Wi2021 nog diverse onderzoeken gepland naar de werkingvan verschillende aspecten en onderdelen van de Wi2021. Deze onder-zoeken besteden onder meer aandacht aan de ervaringen van gemeentenen inburgeraars met de leerroutes, de voorgangsgesprekken diegemeenten met de inburgeraars voeren, de maatschappelijke begeleiding,het participatieverklaringstraject (PVT), de Module Arbeidsmarkt enParticipatie (MAP) en voorinburgering. Daarnaast komt het CBS eind juni2025 met de publicaties van de Statistiek Wet inburgering over het jaar2024.Al deze onderzoeken worden meegenomen in de tussenevaluatie die eindvolgend jaar wordt opgeleverd. In de tussenevaluatie worden de eerstedrie jaar na de inwerkingtreding van de wet meegenomen. Dit is nog tevroeg voor uitspraken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van hetinburgeringsstelsel als geheel, maar de tussenevaluatie levert welbelangrijke inzichten op over de werking en kosten van de verschillendeonderdelen en de onderliggende pijlers van de wet. Op basis van deuitkomsten van deze tussenevaluatie die ik eind volgend jaar verwacht,stuur ik uw Kamer een beleidsreactie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4465 Kijkende naar de uitkomsten van deze drie onderzoeken, ben ik blij dat degrote meerderheid van de inburgeraars de meerwaarde van inburgeringervaart die met de Wi2021 beoogd wordt. Dit laat zien dat de gemeentenen de andere ketenpartners goed werk verrichten met de uitvoering vande wet.Met de inzichten en lessen uit deze onderzoeken ga ik de komende tijdsamen met gemeenten en ketenpartners aan de slag.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,I. CoenradieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4466

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a05121cfb4ebaa68

14 okt 2026 · 4c736a619ac0c6b4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.