KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2025, over Midden- en kleinbedrijf

14 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 353bd1bfa581a802 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 637BedrijfslevenbeleidNr. 712 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 oktober 2025 De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 11 september 2025overleg gevoerd met de heer Karremans, Minister van EconomischeZaken, over:–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 31 maart2025 inzake voortgangsrapportage Actieagenda mkb-dienstverlening (Kamerstuk 32 637, nr. 668);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 24 maart2025 inzake actualisering bedrijfseffectentoets en onderzoe-ken naar mkb-indicatorbedrijven (Kamerstuk 32 637, nr. 667);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 26 maart2025 inzake voortgangsrapportage Impulsaanpak winkelgebie-den (Kamerstuk 31 757, nr. 113);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 28 mei2025 inzake reactie op verzoek commissie over resultatenlaatste mkb-indicatorbedrijven meenemen in uitvoering van demotie van het lid Kisteman (Kamerstuk 36 450, nr. 44)(Kamerstuk 32 637, nr. 696);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 2 juni2025 inzake Dienstenwet: onderzoek Terugverdientijd in deambulante handel (Kamerstuk 32 637, nr. 698);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 4 juli2025 inzake rapport Toetsingskader risicoregelingen: GarantieEZ aan EIB ten behoeve van lening aan Qredits (Kamerstuk31 311, nr. 290);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 11 juli2025 inzake evaluatie TOGS/TVL en stand van zaken TVL(Kamerstuk 35 420, nr. 540);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d.14 augustus 2025 inzake voortgang kabinetsreactie opDialogic-rapport en aanbieding evaluatie GO-regeling (Kamer-stuk 32 637, nr. 702);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 4 sep-tember 2025 inzake mkb-financiering (Kamerstuk 32 637,nr. 705);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 5 sep-tember 2025 inzake stand van zaken ten aanzien van het kst-32637-712ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7121 versterken van het ondernemingsklimaat en aanpak verminde-ring regeldruk voor ondernemers (Kamerstuk 32 637, nr. 706).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenDe griffier van de commissie,ReindersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7122 Voorzitter: Michon-DerkzenGriffier: KrijgerAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Dassen, Inge van Dijk,Flach, Kisteman, Van Meetelen, Michon-Derkzen, Thijssen, Vermeer enVerouden,en de heer Karremans, Minister van Economische Zaken.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Welkom allemaal. Welkom aan de Minister van Econo-mische Zaken. Ik open hierbij het commissiedebat over het midden- enkleinbedrijf. We spreken daarover vandaag tussen 10.00 uur en 14.00 uur.We hebben vijf minuten spreektijd per fractie afgesproken. Ik zou vierinterrupties willen voorstellen. Laten we kijken hoe het gaat, want volgensmij zitten we goed in de tijd. Ik begreep dat meneer Dassen na zijninbreng weggaat. Dat is dan ook maar even gemeld. Dan volg je het altijdop een andere manier, zeg ik even voor de mensen thuis die misschiendenken dat dat er vreemd uitziet. Dat gezegd hebbende is het woord aanmeneer Dassen.De heer Dassen (Volt):Dank, voorzitter. Excuses aan de Minister en de collega’s, want ik moeteerder vertrekken vanwege andere verplichtingen. Maar inderdaad: mijnmedewerkers volgen het en ik zal later terugkijken wat de antwoorden vande Minister waren.Ik vond het onderwerp iets te belangrijk om helemaal te missen, omdathet midden- en kleinbedrijf een cruciale rol speelt in onze nieuweeconomie. Nog altijd mist het mkb-landschap duidelijke sturing metbetrekking tot de duurzame transitie. Veel bedrijven die daaraan willenbijdragen, lopen vast op een versnipperd investeringslandschap of eengebrek aan een levensvatbare markt voor hun producten. Dit zijnduidelijke taken voor een nationale investeringsbank, zoals we die ook inDuitsland en Frankrijk zien. Kan de Minister mij vertellen wat de vorde-ringen zijn met betrekking tot een investeringsbank? We zien in hetnieuws dat de Minister van Financiën er in ieder geval positievertegenover staat. Ik ben ook benieuwd hoe deze Minister ernaar kijkt. Watzijn momenteel de knelpunten en de discussiepunten? Want daar zullenwe later nog een uitgebreid debat over voeren.Daarnaast kent Nederland veel durfkapitaalregelingen om innovatievestart-ups te stimuleren, maar deze worden momenteel ook onderbenut.Naamsbekendheid en administratieve lasten zijn hierbij grote obstakels,blijkt ook uit het recente Dialogic-rapport. Welke stappen heeft de Ministersinds de meta-evaluatie van het durfkapitaalinstrumentarium gemaakt omde regeling beter aan te laten sluiten bij de wensen van de markt? Heeftde Minister bijvoorbeeld gekeken naar het afschaffen van de administra-tieve verplichting bij de «Seed Business Angel»-regeling, die het oprichtenvan een fonds noodzakelijk maakt? Kan de Minister al vertellen wat zijnbevindingen van het Dialogic-rapport en de uitwerking van mijn motiesamen met mevrouw Martens-America zijn? Zou hij daarop willenreageren?Voorzitter. Onze economie dreigt zwaar te verouderen en heeft eenkickstart nodig om samen met het mkb het fundament voor de toekomstte leggen. Wat we al deden is niet meer genoeg. We moeten geenpleisters plakken, maar ook radicaal vernieuwen. Dat betekent meerruimte geven aan een nieuwe en betere samenwerking met stakeholdersin de markt. Het mooie is het volgende. Ik was laatst op bezoek bij eenbedrijf in Amsterdam, Cradle. Ik hoorde dat de Minister daar ook isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7123 geweest. Ik viel bijna van mijn stoel door wat ze daar doen en mogelijkmaken met kunstmatige intelligentie, maar ook door de uitdagingen waardat soort partijen voor staan. In lijn daarmee wil ik graag deze vragen aande Minister stellen. Ik hoop dat hij daar in zijn beantwoording op terug kankomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Welkom aan de leden die iets later binnenkwamen. Wehebben vijf minuten spreektijd en vier vragen of twee interrupties intweeën. Meneer Dassen wensen we verder veel succes vandaag. We gaannu luisteren naar de bijdrage van de heer Kisteman. Hij spreekt namensde VVD.De heer Kisteman (VVD):Voorzitter, dank u wel. Wij kunnen niet zonder onze ondernemers. Zij zijnde basis van onze economie. Ze lossen onze huidige en toekomstigeproblemen op. Ze zorgen voor werkgelegenheid. En dankzij de belas-tingen die onze ondernemers betalen, kunnen wij onze zorg en onsonderwijs financieren. Maar het mkb heeft het zwaar. Stijgende lasten,zoals personeelskosten, energiekosten en grondstofkosten, maar ook hetterugbetalen van de coronaschulden, drukken zwaar op de winstge-vendheid van het mkb. Een groot deel van het mkb vertrekt niet over degrens, maar stopt met investeren, gaat minder mensen aannemen of gaatzelfs failliet. Daarom roept de VVD al geruime tijd dat ondernemen weerleuk moet worden, dat ondernemers moeten doen waar ze goed in zijn,namelijk ondernemen, dat wij hun lasten niet moeten verhogen en ze nietmoeten gebruiken als pinautomaat van de samenleving, en dat weondernemers kunnen vertrouwen.Voorzitter. Afgelopen vrijdag heeft Minister Karremans zijn plan bekendge-maakt om 500 regels te schrappen richting de zomer van 2026. Ik wilcomplimenten geven aan de Minister voor hoe hij mijn aangenomenmotie om de regeldruk met 20% te verminderen of daarvoor stappen tehebben genomen vóór de zomer van 2026, heeft uitgevoerd. Het is goeddat deze Minister zich echt hard wil maken voor minder regeldruk. Onzeondernemers zitten hier echt op te wachten. Elke afgeschafte of vereen-voudigde regel maakt voor hen het ondernemen weer een stukje leuker.Voorzitter. Het lijkt me daarom goed...De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft Inge van Dijk een vraag over dit punt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik vind het heel mooi hoe deze collega zich iedere keer druk maakt omvermindering van regeldruk, echt credits daarvoor. Maar ik heb nog weleen vraag. Is de intentie bruto- of nettoreductie?De voorzitter:Een inhoudelijke vraag.De heer Kisteman (VVD):Misschien kan mevrouw Van Dijk een klein beetje toelichten wat ze preciesbedoelt, want 500 regels zijn volgens mij 500 regels. Het lijkt mij dat daarniet heel veel ruis tussen zit.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Zeker kan ik dat. Toevallig was ik afgelopen week bezig met een aantalschriftelijke inbrengen voor een nieuwe wet die eraan zit te komen. Bij eenaantal wetten viel me op – bij eentje zei het ATR zelfs: doe het niet – dat erheel veel administratieve verplichtingen bij komen. Maar die wettenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7124 komen gewoon door het kabinet en naar de Kamer. Dan vraag ik me af:zijn we aan het dweilen met de kraan open of zijn we echt met elkaarbezig om netto regels te verminderen?De heer Kisteman (VVD):Sorry dat ik mijn microfoon aan had laten staan. Dat is een duidelijkevraag. Dit gaat natuurlijk om het aantal bestaande regels die afgeschaftmoeten worden. Dat zijn er 500, volgens de Minister. Aan de andere kant:als er steeds regels bij blijven komen, schieten we natuurlijk niks op endweilen we inderdaad met de kraan open. Daarom heeft de VVD, zoalsveel meer fracties hier, het ATR een hele belangrijke positie gegeven. Datzou kunnen meekijken bij de totstandkoming van nieuwe wetten enbepaalde adviezen kunnen geven. Maar denk ook aan de mkb-toets enandere manieren om de regeldruk in de gaten te kunnen houden.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Het is helemaal niet vervelend bedoeld richting deze collega, want ik weetdat hij hier echt een voorvechter van is. Mij viel gewoon op dat juist hetATR zegt «doe het nu niet», maar dat we het toch weer gewoon door deministerraad laten gaan en het gewoon weer naar de Kamer komt. Dandenk ik: we hebben ons met elkaar heel druk gemaakt over de positie vanhet ATR en die vinden we heel belangrijk, maar nemen we die dan welserieus genoeg met z’n allen?De heer Kisteman (VVD):Ik hoor hier geen vraag, maar dat kan ik alleen maar beamen. We hebbenals Kamer ruim voor het plan gestemd om het ATR een belangrijke positiete geven. Laten we dan ook naar het ATR luisteren en goed omgaan metzijn adviezen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Kisteman (VVD):Voorzitter. Het lijkt me daarom goed om op de website van de Regeldruk-monitor een teller te plaatsen waarop ondernemers kunnen zien hoeveelregels er zijn afgeschaft of vereenvoudigd. In de coronaperiode haddenwe zoiets met het coronadashboard. Deze Minister komt uit de omgevingvan «geen woorden, maar daden» en ik heb er alle vertrouwen in dat hetdeze Minister gaat lukken om die regels af te schaffen of te versimpelen.Het zou goed zijn voor het vertrouwen van ondernemers als ze op dezewebsite kunnen zien hoe hard er voor hen wordt gewerkt. Graag hoor ikvan de Minister hoe hij naar zo’n teller kijkt en of hij wil toezeggen die opde website van de Regeldrukmonitor te plaatsen.Dan over het aanbesteden door de rijksoverheid. Ik krijg veel signalen datde regeldruk ook hier ontzettend is doorgeslagen. Ondernemers moetenal in de eerste ronde zeer gedetailleerde inschrijvingen aanleveren.Uiteindelijk mogen er vijf partijen door, maar slechts één krijgt deopdracht. De andere vier zijn hun geïnvesteerde tijd en geld kwijt. Na eenpaar mislukte inschrijvingen kunnen ondernemers zich dit vaak niet meerveroorloven, haken ze af of gaan ze zelfs failliet. Daar komt bij dataanbestedingen regelmatig slecht zijn uitgeschreven. Termijnen verlopen,budgetten zijn op of opdrachten moeten opnieuw worden aanbesteed.Zelfs huidige ondernemers die opdrachten uitvoeren, moeten zich danopnieuw inschrijven voor een project dat ze al doen. Ondernemersworden ook nog eens ongelijk behandeld. Als een ondernemer een dag teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7125 laat is met de offerte, ligt hij eruit, terwijl de overheid zelf zonderconsequenties deadlines kan overschrijden en betalingen laat wachten.Als ondernemer of voormalige ondernemer hoef ik deze Minister niet uitte leggen wat hiervan de gevolgen zijn. Concurrentie neemt af. Kwaliteitloopt terug. Ondernemers haken af. Mijn vraag aan de Minister is dan ookof dit niet anders kan. Kan er niet een soort pool komen waarin bedrijvenzitten die al bewezen hebben betrouwbaar en bekwaam te zijn, zodat zijminder hoeven aan te leveren in de eerste ronde? Welke mogelijkhedenziet de Minister voor de bedrijven die in de tweede ronde veel kostenmaken, maar vervolgens de aanbesteding niet krijgen? Kan dat nieteenvoudiger, zodat ondernemers veel minder tijd kwijt zijn en pas als zede aanbesteding krijgen, alles exact uitwerken? Ziet de Minister kans omhet aanbesteden door de rijksoverheid mee te nemen in zijn plan om 500regels te schrappen? Ondernemers moeten gewoon kunnen ondernemenen moeten niet worden opgezadeld met onnodige kosten.Tot slot, voorzitter, de Impulsaanpak winkelgebieden. De VVD is altijdgroot voorstander geweest van de Impulsaanpak winkelgebieden. Sterkernog, de VVD is initiatiefnemer van deze regeling. Oude centra en stedenworden er mooier van. Dorpen worden levendiger. Uit de evaluatie blijktook dat de regeling een groot succes is. Bij de laatste inschrijving zijnvijftien projecten wel goedgekeurd, maar afgewezen omdat het budget opwas. Mijn vraag aan de Minister is of hij, nieuw op deze positie, misschientoch ergens geld heeft gevonden om deze laatste vijftien projecten alsnogte financieren. Het levendig en aantrekkelijk houden van onze binnen-steden en dorpen is essentieel voor de lokale economie.Daar wil ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een vraag van mevrouw Van Meetelen. Daarna kom ikbij de heer Thijssen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik heb een vraag aan de heer Kisteman over de Impulsaanpak winkelge-bieden. Bent u het met de PVV eens dat we wel moeten kijken of we devoorwaarden wat kunnen aanscherpen, zodat een stad zich maar één keermag inschrijven en zodat het echt gaat naar die woningen? Je zietnamelijk toch wel heel veel dat het wordt uitgegeven aan mooie perkjes,fietsenstallingen of musea. Dat klinkt allemaal heel mooi, maar volgensmij was het uitgangspunt het tegengaan van verpaupering en leegstand,en de onrendabele top van woningen. Is de VVD het met de PVV eens datals we dat doorzetten, we daar dan meer op in gaan zetten?De voorzitter:We wachten even tot deze lange bel voorbij is. Die duurt één minuut.De heer Kisteman (VVD):Dat is een duidelijke vraag van mevrouw Van Meetelen. Volgens mijmoeten er grenzen aan zitten en zitten er ook grenzen aan. Zo zou het inde vier, vijf grote steden van Nederland niet gebruikt moeten kunnenworden. Als een locatie of gebied er al gebruik van heeft gemaakt, latenwe dan eerst kijken naar andere omgevingen. Als er vervolgens voorwordt gekozen om daar groen tegenover te zetten, betekent dat natuurlijkniet dat het uit die Impulsgebieden komt. Dat kan ook door ondernemersof de gemeente zelf zijn gedaan. Het gaat me te ver om te zeggen wat welen niet mag. Het gaat mij vooral om die onrendabele toppen, dat wewinkels kunnen verkleinen en woningen kunnen gaan opschalen. Daargaat het om. Maar ik ben het er zeker mee eens dat er grenzen moetenzijn.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7126 Is dat voor u voldoende? Dan de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Het is inderdaad altijd een feest om de heer Kisteman te horen pratenover ondernemerschap, als oud-ondernemer. Ik heb wel een vraag overde Impulsaanpak winkelgebieden, want die is afgeschaft door dezeregering. Een motie van mijn collega is verworpen. Nu zie ik die aanpakwel weer terugkomen in het verkiezingsprogramma van de VVD en ik hoorook de PVV enthousiast zijn. Ik wil dus toch weleens weten: is BBB hierdan tegen of NSC? En eigenlijk is mijn vraag: gaat de VVD nu dan bijPrinsjesdag regelen dat de Impulsaanpak winkelgebieden terugkomt?De heer Kisteman (VVD):Volgens mij is die niet afgeschaft, maar is het budget gewoon op. Er waseen budget voor beschikbaar gesteld. Dat is afgelopen. De winkelge-bieden hebben daarop kunnen inschrijven. Wij hebben al meerdere malengekeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat er alsnog budget komt. Dat isook mijn vraag aan deze Minister, die nieuw is op deze positie. Heeft hijmisschien nog ergens onder in een la een potje gevonden, zodat we diegebieden kunnen voorzien van dit geld? Maar het is waar dat het budgetop is. Daarmee is deze regeling ten einde gekomen. Wij zijn er zekervoorstander van om die te verlengen. Dat kan eventueel in een nieuwekabinetsperiode.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat is een beetje flauw en spelen met woorden. U zit in een kabinet metpartijen die allemaal zeggen een groot hart te hebben voor de regio envoor ondernemers. Waarom is dit geld dan niet gewoon geregeld toenjullie aan de knoppen zaten? En wordt het dan nu geregeld bij Prins-jesdag? Of staat het mooi in het verkiezingsprogramma, maar is de VVDgewoon niet bereid om er geld voor uit te trekken?De heer Kisteman (VVD):Of het wordt geregeld bij Prinsjesdag: dat is nu de vraag aan de Minister.Heeft hij hier geld voor gevonden? En waarom is het eerder niet geregeld?Omdat wij keuzes hebben gemaakt als kabinet en als coalitie. We hebbende keus gemaakt voor veiligheid. Dit budget was op. Het was eindig. Delaatste tranche is geweest. Die is verdeeld. Daaruit bleek dat het zo’nsucces is dat meer veel winkelgebieden zich hebben ingeschreven.Vandaar ook mijn vraag of de Minister hiervoor alsnog geld heeftgevonden.De voorzitter:Ook de heer Flach heeft een vraag voor u.De heer Flach (SGP):Ik wil hier toch even op doorgaan. Er was ooit een potje. Bij de laatstebegroting heb ik daar een amendement voor ingediend. Het was gedekt,maar toen waren het de coalitiepartijen samen met het CDA die datamendement wegstemden. Ik vind het dus toch wel bijzonder om te horendat de heer Kisteman nu vraagt om te zoeken naar geld en dat hij, toendat geld er was, tegen dat amendement stemde.De heer Kisteman (VVD):We hebben toen tegen dat amendement gestemd omdat wij op datmoment andere keuzes wilden maken. De regeling voor Impulsgebiedenliep nog. Het budget is nu op. Het is een groot succes en daarom vragenwij nu aan de Minister of hij misschien toch nog geld heeft gevonden omdie vijftien overige aanvragers te kunnen voorzien, zodat die gebiedenalsnog opgeknapt kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7127 De voorzitter:Er is een vervolgvraag, zie ik.De heer Flach (SGP):Dan begrijp ik dat het dus niet alleen een kwestie van geld is, maar ookvan prioriteit. Ik ben in ieder geval blij dat het nu een stapje gestegen is inde prioriteiten bij de VVD.Voorzitter. Ik heb een andere vraag over de aanbesteding. De heerKisteman maakte daar terecht een punt van. De Aanbestedingswet is ooitmet goede bedoelingen tot stand gekomen, namelijk om uitwassen tegente gaan, maar inmiddels is het echt een oerwoud geworden, waar metname mkb-ondernemers last van hebben. Die kunnen dat eigenlijk niet.Die hebben geen mensen daarvoor. Wat zou de heer Kisteman concreetwillen doen aan de Aanbestedingswet om ervoor te zorgen dat ookmkb-ondernemers makkelijker gebruik kunnen maken van de mogelijk-heden voor overheidsopdrachten?De heer Kisteman (VVD):Dat is een goede en terechte vraag. Een van de voorstellen die ik doe, isom naar een soort pool met ondernemers te gaan. Als je eenmaal hebtbewezen dat je bekwaam bent en dat je volgens de eisen van de overheidkan werken, dan heb je in de volgende rondes veel minder regels om aanzo’n aanbesteding te voldoen. Dat is een van de voorstellen die ik heb. Erkomen enorm veel regels bij kijken. Het gaat vaak ook om heel specifiekeopdrachten, die het uitvoerende mkb of bedrijf soms nog beter kent dande ambtenaren van het ministerie zelf. Hoe kun je ervoor zorgen dat datsamenkomt en dat ondernemers de opdracht minder specifiek hoeven uitte schrijven? Daar gaat het mij vooral om. Als je op die manier de regelsvoor ondernemers kan verminderen, zodat zij minder werk hebben in deaanloop naar de inschrijving en pas al het werk hoeven te doen als ze deopdracht definitief krijgen, dan zou je al een enorme stap kunnen zetten.Daardoor vermindert de regeldruk voor ondernemers en wordt de kansgroter dat ze de stap zetten om mee te gaan doen aan inschrijvingen.De voorzitter:Voldoende? Ja. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Flach.Hij doet dat namens de SGP.De heer Flach (SGP):Ja, en vandaag ook mede namens de ChristenUnie.Voorzitter. Het is een van de grootste frustraties van mkb-ondernemers:het regeloerwoud. Regels moeten een duidelijk maatschappelijk doeldienen, terwijl veel regels nu worden opgetuigd om toezichthouders ofambtenaren te bedienen. Verlos het mkb snel van die controledruk, is deoproep van de SGP. Hoe eerder, hoe liever. Vorige week nog heb ik samenmet collega Kisteman voorstellen gedaan om de RI&E te vereenvoudigen.Inmiddels is dat ook aangenomen door de Kamer. Maar de regeldrukmoet op veel meer terreinen verdwijnen. Alle lof voor deze Minister dat hijhierop stevige stappen wil gaan zetten. VNO-NCW en MKB-Nederlandstellen voor om een fast lane in te richten, zodat samen met het ATRregeldruk met voorrang kan worden aangepakt. Ik neem aan dat deMinister dit voorstel met beide handen aangrijpt. Ik lees dat eind volgendjaar alle meest belastende verplichtingen zijn doorgelicht. Kan dit nietversneld worden, zodat deze Minister die klus kan afronden voordat zijntermijn afloopt? Ik schat namelijk in dat er voor die tijd toch wel een nieuwkabinet is. En dringt hij ook in Europa aan op versnelling? Daar is deeindstreep voor regelreductie pas in 2029 gepland. Hoeveel ondernemerszullen dan al niet zijn afgehaakt?Voorzitter. Dan de belastingdruk voor mkb-ondernemers. Die moet echtomlaag in Nederland. Steeds meer mkb’ers houden aan het eind van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7128 maand minder over dan hun werknemers, en dan komt de fiscus ook nogeen deel ophalen. De SGP wil dat de winstbelasting voor het bedrijfslevenen de werkgeverslasten worden verlicht, met name gericht op het mkb. Isde Minister bereid om samen met zijn collega’s verschillende beleidsvari-anten uit te werken voor verlaging van de belasting- en premiedruk om delasten voor mkb’ers te verlichten?Daarnaast zijn wij in ons verkiezingsprogramma met een nieuw voorstelgekomen: een nationaal ondernemersakkoord. Overheid en bedrijfslevenmaken afspraken over onder meer belastingklimaat, regeldruk, verduur-zaming en financiering, zodat er langjarig rust en stabiliteit komen in onsbeleid ten aanzien van ondernemers. De overheid committeert zich ophaar beurt aan het aanpakken van grote knelpunten, zoals netcongestie,krapte op de arbeidsmarkt en infrastructuur.Veel mkb’ers zijn winkelier. Om die groep maakt de SGP zich zorgen.Winkeliers hebben lange werkweken, hoge huren en in veel gevallen eenbekaaid inkomen. Deze week is er een VVD-motie aangenomen omversneld met de Winkeltijdenwet aan de slag te gaan met als doel dezondagsopenstelling maximaal vrij te geven. De SGP is daar heel duidelijkover: niet doen. De zondag als collectieve rustdag is een gave die God onsheeft gegeven om hem te dienen en de mens rust te geven. Veel kleineondernemers en hun medewerkers zien het helemaal niet als eenuitbreiding van hun vrijheid, maar als dwang in de commerciële ratrace.De vrijheid voor de een is de dwang voor de ander. Bovendien hebbengemeenten op dit moment de vrijheid om hierin een eigen keuze temaken, zodat deze aansluit bij de lokale situatie en wensen. Ik vraag deMinister ook deze zorgen van veel kleinere ondernemers nadrukkelijk tebetrekken in de evaluatie.Voorzitter. Eerder heeft de SGP geld willen vrijmaken voor aantrekkelijkedorpskernen en winkelstraten. Het kabinet reageerde toen afhoudend,want zoals ik al zei, stemden de coalitie en het CDA mijn amendementhierover weg. Nu heb ik horen verluiden dat er geld over is dat alsnoggeïnvesteerd zou kunnen worden in deze succesvolle Impulsaanpak. Wilde Minister toezeggen dat hij bij de Najaarsnota dit geld gewoon gaatbinnenslepen voor onze steden en dorpen?Gedreven marktkooplui zorgen voor een gezellig winkelgebied. Ze lopenvaak aan tegen een korte vergunningsduur en de onzekerheid die daarbijkomt kijken. Wij krijgen met regelmaat signalen dat dit een prangendprobleem blijft voor ambulante handelaren. Wil de Minister nogmaals bijgemeenten aandringen op het hanteren van een redelijke, wat langerevergunningsduur, die is afgestemd op de werkelijke terugverdientijd,inclusief verduurzamingskosten?Voorzitter. Tot slot een kort puntje: zekerhedenrecht. Banken stapelen opdit moment onevenredig veel zekerheden, waardoor alternatievefinanciers zoals crowdfundingplatforms vaak het nakijken hebben. Om detoegang tot financiering voor het mkb te verbeteren, is er behoefte aanmodernisering van het zekerhedenrecht, maar volgens het ibo bedrijfsfi-nanciering is dat niet nodig. Maar dat is ook niet verrassend, want er zijneigenlijk alleen maar banken geraadpleegd, en die hebben geen behoefteaan aanpassing hiervan. Andere financiers zijn nauwelijks geraadpleegd.Uit een peiling blijkt dat zij wel degelijk willen dat het zekerhedenrechtwordt gemoderniseerd. Mijn vraag aan de Minister tot slot is of hij wiltoezeggen alsnog naar de herziening van het zekerhedenrecht te kijken.De voorzitter:Dank u wel. Een vraag van de heer Kisteman en dan kom ik bij u,mevrouw Van Meetelen. Eerst de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Dank voor de inbreng van de heer Flach. We zijn het altijd grotendeelseens als het over ondernemerschap en het mkb gaat, maar zoals vaker zitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7129 er toch een bepaald verschil van inzicht over de vrijheid van ondernemer-schap. Het gaat natuurlijk over de Winkeltijdenwet. Mijn vraag is dan ookof de heer Flach het niet gewoon met de VVD eens is dat een ondernemerzelf de vrijheid moet hebben om te bepalen wanneer hij op zondag openkan, net als de consument zelf kan bepalen of hij op zondagochtend naarde winkel gaat of dat hij dat op maandag of zaterdag doet. Dat is gewoonde keuzevrijheid die we in Nederland hebben. Dan kan het toch niet zo zijndat een lokale gemeente zegt «beste ondernemer, jij mag niet openvandaag in dit dorp» maar dat de consument in dat dorp wel naar de stadiets verderop mag om zijn boodschappen te doen? Je moet die onder-nemer toch de vrijheid gunnen om zelf die keuze te maken?De heer Flach (SGP):Ik geef toe dat ik het liefst zou zien dat er een level playing field was en datin heel Nederland de winkels op zondag gesloten zouden zijn. Dat zougoed zijn voor de winkeliers, voor de medewerkers en voor iedereen. Eencollectieve rustdag is goed voor iedereen. Maar het is nu eenmaal zo dathet aan de gemeenten is overgelaten in de lokale context. Ik denk dat wijbeiden recht van spreken hebben, want u als voormalig bakker en ik alsvoormalig drogist weten van dichtbij hoe het is om als kleine ondernemerje werk te moeten doen. Het klinkt mooi, «de vrijheid overlaten aan deondernemer», maar de praktijk wijst uit dat het met name in dorpenvooral de supermarkten en/of bouwmarkten zijn die opengaan. Daardoorhebben juist de kleine ondernemers waartoe wij destijds behoorden, despeciaalzaken, heel veel last van zo’n openstelling, omdat ze het nietaankunnen om die zevende dag ook nog open te zijn. Ze zijn daardoorgedwongen dicht en missen omzet. Per saldo is het in het voordeel van degrotere winkeliers. Die doen er hun voordeel mee. De consument vindthet leuk, maar die spreidt alleen maar zijn uitgaven. Het levert geen extraomzet op. Het klinkt dus mooi, maar de vrijheid voor de een is de dwangen tegenslag voor de ander.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Maar dan is het toch juist goed dat die ondernemer dat zelf kan uitmaken?De ondernemers van deze tijd zijn capabel genoeg om zelf te beslissen ofzij wel of niet op zondag open kunnen. Ze zijn capabel genoeg om zelf uitte kunnen rekenen: «Als ik dat wel of niet doe, kost me dat deze omzet. Alsik op zondag open ga, draai ik misschien € 2.000 omzet en op maandagmisschien maar € 400.» Dat moeten we toch aan ondernemers overlatenzodat zij die vrijheid hebben? Maar ik geef nog een voorbeeld, want ik kaneen paar voorbeelden aandragen. Er zijn dorpen waar de campingwinkelwel open mag en waar de lokale supermarkt 200 meter verderop nietopen mag. Je mag wel een ijsje kopen, maar geen souvenir. Dat is tochkrom? Laat het gewoon aan de ondernemers zelf over en geen hun devrijheid. Zij weten heel goed of ze dat wel of niet aankunnen op zondag.De heer Flach (SGP):Het is zeker krom en ik zou het ook graag anders zien. Ik twijfel geenmoment aan de capaciteit van ondernemers om dat zelf in te schatten,maar die vrijheid hebben ze helemaal niet. Ze kunnen niet zomaar zeggen:ik ga op maandag dicht. De volgende gaat op dinsdag dicht. Dan wordthet een zootje in winkelstraten. Ze zullen sowieso op die zes dagen openzijn. Het is de keus: ga ik die zevende dag ook nog open of niet? Ik hebveel ondernemers gesproken, ook in de gemeente waar ik wethouder bengeweest, die zeiden: «Doe het mij niet aan, want als die ene supermarkt-ondernemer, die hier zo ontzettend op aan het drukken is, opengaat, danzal ik ook wel moeten. Maar ik wil het niet, want ik wil ... « Nou, sommigenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71210 willen naar de kerk, anderen willen naar het stadion, zo zeiden ze letterlijk.Daarin vonden ze elkaar. De oproep was: doe het ons gewoon niet aan.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen, u had ook nog een vraag aan de heer Flach.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik wil even verdergaan op wat de heer Flach zei over het zekerhedenrecht.Ik wil de oproep ondersteunen om het in ieder geval breder te latenonderzoeken. Daar ben ik het mee eens. Dat wil niet zeggen dat we gelijkzeggen «dat moeten we gaan doen», maar laten we het op z’n minstonderzoeken. Tegelijkertijd heb ik een vraag aan de heer Flach, namelijkwat hij ervan vindt dat heel veel non-bancaire financiers niet verplicht zijnom zich bij het BKR te registreren, want blijkbaar is dat nu nog niet zo. Zepleiten er ook voor om dat vrijwillig te laten. Dat zou er dan af moeten.Het lijkt mij dat je dat dan moet verplichten, want we moeten wel altijdinzichtelijk houden hoe het zit met de schulden en eventueel aangeganefinanciering. Dat inzicht moet er namelijk wel blijven. Is de heer Flach datmet mij eens?De heer Flach (SGP):Dat laatste punt is, denk ik, een iets ander punt. Daar overvraagt u mij eenbeetje mee. Dat overzie ik op dit moment niet. Maar wat het zekerheden-recht betreft, we zien inderdaad dat banken zo maximaal omgaan met diezekerheden dat er geen kansen zijn voor non-bancaire financiers om ofaanvullend te financieren of om er als nieuwe financier in te stappen. Dattreft met name mkb-bedrijven, terwijl die in heel veel gevallen vastzittenaan de bank waarbij ze weg willen, of er moeilijk terechtkunnen. DeStichting MKB Financiering heeft ons een heel duidelijk signaal hieroverdoen toekomen. Ze hebben een peiling gedaan waaruit bleek dat datsignaal in het ibo niet terecht was. Dus nogmaals de oproep aan deMinister om daarmee aan de slag te gaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Thijssen.Hij spreekt namens GroenLinks-PvdA. Meneer Thijssen, aan u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ondernemerschap is een groot goed. Van nieuwe,innovatieve hightechbedrijven tot decenniaoude ambachtelijke onderne-mingen: ze maken Nederland mooier en welvarender. Het micro- enkleinbedrijf speelt hierin een bijzondere, cruciale rol. Deze bedrijvendragen niet alleen bij aan werkgelegenheid en de economische groei,maar zorgen ook voor leefbare en veilige wijken. Het zijn de ondernemersdie mensen kansen bieden, die jongeren opleiden en onze winkelstraten,bedrijfsterreinen en dorpskernen levend houden. Wel moeten webedenken dat het de mensen, de werknemers, zijn die al het werk in diebedrijven verzetten. Een eerlijke verdeling tussen lusten en lasten is dusbelangrijk en wel zo eerlijk.Vandaag wil ik het hebben over drie onderwerpen: financiering van hetmkb, inclusief ondernemerschap, en de rol van ondernemers in buurtenen winkelstraten. Financiering is nog steeds een groot probleem voor hetmkb. Het ibo Bedrijfsfinanciering was er duidelijk over dat mkb-bedrijvenbeperkte toegang tot kleine kredietverlening hebben. Dat is een enormknelpunt voor bedrijven die willen groeien. In de meest recente brief diede Minister heeft gestuurd over financiering in het mkb lees ik op zich veelmaatregelen waar ik blij mee ben, maar ik lees maar weinig concretedoelstellingen. Welk percentage mkb’ers ervaart nu belemmeringen bijhet verkrijgen van financiering? Kan hij iets meer delen over de resultatenvan de datapilot die hij heeft gedaan? Naar welk percentage wil deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71211 Minister dit terugbrengen met zijn maatregelen? Hoe monitort hij dit? Hoeweet hij dat de maatregelen die hij nu neemt het gewenste effect hebben?Zetten de maatregelen die hij neemt, zoals het moderniseren van deBMKB en de FinancieringsGids, nou echt zoden aan de dijk? Hoe kijkt deMinister aan tegen wat groter geschut, zoals het opzetten van eennationale investeringsbank – dat gaat nu natuurlijk gebeuren – waarbijdan wel speciale aandacht is voor het mkb?Voorzitter. Dan inclusief ondernemerschap. Uit onderzoek blijkt datondernemers van kleur en vrouwelijke ondernemers minder toeganghebben tot financiering en vaak ook een minder groot netwerk hebben datzij kunnen aanboren. Vrouwelijke ondernemers ontvangen bijvoorbeeldslechts 13,7% van de totale 28 miljard aan beschikbare financiering inNederland. Tegelijkertijd heeft onderzoek van McKinsey en ABN AMROuitgewezen dat het creëren van gelijke financieringskansen 139 miljard –ik schrok er ook van – aan extra economische waarde kan opleveren. Dushet biedt ook kansen. De Minister heeft naar aanleiding van de motie-White nog eens gekeken naar de data hierover, waaruit vergelijkbareconclusies kunnen worden getrokken. Dus wat gaat de Minister nu echtdoen om inclusief ondernemerschap te bevorderen? De motie verzochtom bestaande knelpunten rond inclusieve financiering expliciet teadresseren. Nu schrijft de Minister er enkel over dat hij zich continu inzetom inclusieve financiering te bevorderen en dat er binnen verschillendeministeriële regelingen rekening wordt gehouden met diversiteit eninclusiviteit. Dat stelt mij nog niet helemaal gerust. Op welke manierhoudt hij zich hier nu continu mee bezig? Gaat hij nog aanvullendemaatregelen nemen, nu hij deze verontrustende cijfers onder elkaar heeft?Kan de Minister toezeggen dat via de FinancieringsGids extra begeleidingen advies wordt gegeven aan ondernemers met een migratieachtergrondom een goed financieringsplan op te stellen?Voorzitter. Mkb’ers staan vaak midden in de samenleving. Zij dragen bijaan leefbare wijken, aan levendige winkelstraten, aan sociale cohesie enaan sociale veiligheid. Maar leegstand van winkelvastgoed en hetverdwijnen van lokale ondernemers zijn een structureel probleem. Ditheeft grote negatieve impact op de leefbaarheid in de regio. Hiervoorbestond de Impulsaanpak winkelgebieden, waarmee werd geïnvesteerd invergroening en verduurzaming, en in het realiseren van maatschappelijkevoorzieningen. Maar die regeling is stopgezet en mijn motie – het was nietmijn motie, maar de motie van mijn collega White – om deze voort tezetten, is destijds verworpen. Dat is jammer, want de impulsaanpak issuccesvol gebleken in het toekomstbestendig maken van binnenstedelijkewinkelgebieden. Kan de Minister toelichten waarom deze aanpak nietwordt doorgezet? Is hij wellicht van plan om bij de komende begrotingtoch te zeggen: deze regeling was zo succesvol, dus het is echt goedbesteed geld om dit wel door te zetten?Voorzitter, tot slot. Wetgeving en regels hebben op micro- en kleineondernemers vaak net wat meer impact dan op grotere mkb’ers. Daaromheeft mijn collega White er eerder voor gepleit om bij het ontwikkelen vanbeleid een scherper onderscheid te maken tussen de echt kleine onderne-mingen en de wat grotere ondernemingen, die meer specialisten in dienstkunnen nemen. De voorganger van de Minister heeft mijn motie hieroverdestijds overgenomen, omdat hij dit al zou doen. Maar ik zie er in debrieven van de Minister eigenlijk maar weinig van terug. Kan de Ministertoelichten hoe hij dit meeneemt in de ontwikkeling van zijn beleid? Kan deMinister toezeggen in de volgende brieven explicieter te maken hoe zijnbeleid impact heeft op de verschillende typen mkb’ers en hoe hij dus demotie van mijn collega White uitvoert?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71212 Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heerVerouden. Hij spreekt namens NSC. De heer Verouden, aan u.De heer Verouden (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het midden- en kleinbedrijf en de Nederlandsegezinnen ervaren dezelfde problemen. Ons land is duur en ingewikkeldgeworden. Ondernemers vertellen dat ze soms meer tijd kwijt zijn aanformulieren dan aan hun klanten. Gezinnen merken dat hunboodschappen duurder zijn en hun energierekening hoger is dan in delanden om ons heen. Voor ondernemers is dat niet anders. Ondertussenzien ondernemers, en zeker de winkeliers in ons land, oneerlijke concur-rentie, bijvoorbeeld van miljoenen pakketjes die voor dumpingprijzen uitAzië binnenkomen. Voor Nieuw Sociaal Contract staat hierbij één vraagcentraal: hoe maken we Nederland weer sterk en eerlijk, zodat het loontom te werken en te ondernemen en bestaanszekerheid terugkomt?Voorzitter. Het is goed dat nu de Productiviteitsagenda voorligt van hetkabinet. Daarmee erkent het kabinet dat de productiviteit van bedrijven desleutel is voor ons verdienvermogen en onze bestaanszekerheid. Hier zijnvier dingen voor nodig: meer innovatie, meer digitalisering, vaardighe-denontwikkeling en een betere marktdynamiek. Werkgevers, de SER enonderzoekers benadrukken deze urgentie ook. Maar zij wijzen erop datvooral kleine mkb’ers achterblijven en dat daarom een breed productivi-teitsoffensief nodig is. Ondernemers hebben weinig aan een agenda oppapier. Zij willen weten wat er nu echt gaat veranderen. «Wanneer ben iknu eindelijk minder uren kwijt aan administratie?» Een voorbeeld is deverplichting om het woon-werkverkeer van personeel te registreren.Ondernemers ervaren dit als een onnodige last. «Wanneer kan mijnpersoneel makkelijker worden bijgeschoold?» «Wanneer wordt digitali-sering toegankelijker en betaalbaar?» Daarom heb ik de volgende vraagaan de Minister: wanneer volgt er een uitvoeringsplan dat deze Productivi-teitsagenda, die op zich erg welkom is, vertaalt naar de praktijk, metmeetbare doelen per sector? Dan kunnen we inderdaad zien of onder-nemers er in hun dagelijkse werk echt op vooruitgaan en productieverworden.Voorzitter. Dan het kostenplaatje. Ondernemers kampen niet alleen metkrapte, netcongestie en een tekort aan personeel, maar ook met dureenergie en structureel hogere vaste lasten. Voor dezelfde producten endiensten betaal je in Nederland vaak meer dan in buurlanden. Dat raaktniet alleen de gezinnen direct, maar ook de ondernemers. Nieuw SociaalContract is daarom heel tevreden dat het kabinet in zijn Productiviteitsa-genda ook refereert aan de initiatiefnota van Pieter Omtzigt, Minderinflatie, meer bestaanszekerheid, die eerder dit jaar werd voorgesteld. Indeze nota heeft NSC laten zien dat slecht functionerende markten leidentot hogere prijzen en dat dit de koopkracht van gezinnen en de concurren-tiekracht van bedrijven uitholt. Ook hebben wij diverse voorstellen gedaanom situaties van marktfalen beter aan te pakken, onder meer door deintroductie van een nieuw sturingsinstrument voor de ACM, de zogehetenNew Competition Tool, die ook wordt genoemd in de agenda van hetkabinet. Mijn vraag aan de Minister is: hoe snel wilt u dit sturingsin-strument samen met de ACM invoeren? Time is of the essence. Hoe kijktde Minister aan tegen het idee om ook structureel inzicht te krijgen insituaties van marktfalen, bijvoorbeeld via een jaarlijkse Staat van demarktordening?Voorzitter. Mijn derde punt gaat over de toegang tot financiering. Veelondernemers geven aan dat zij voor krediet nog steeds erg afhankelijk zijnvan de drie grote banken. Alternatieve financiers, de non-bancairefinanciers, spelen hierdoor een steeds belangrijkere rol in het bieden vaneen concurrerend kredietaanbod, met voordelige tarieven. Het is in ditverband opvallend dat het ministerie stelt dat het moderniseren van hetzekerhedenrecht, dus voor leningen met onderpand, niet nodig is, omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71213 knelpunten niet breed zouden worden herkend. Mkb’ers hebben bij onsjuist aangegeven, net als bij de collega van de SGP, dat het ontbreken vanproportionele zekerheden het voor ondernemers juist duurder maakt omtoegang te krijgen tot geld, waardoor de macht van de grootbanken alleenmaar wordt bestendigd. Daarom is mijn vraag aan de Minister: is in deconsultatie voor dit besluit wel breed genoeg gesproken, ook metnon-bancaire financiers? Is de Minister bereid om eventueel alsnog teonderzoeken of die modernisering van de financieringszekerheden nodigen nuttig is?Voorzitter. Tot slot, het gelijke speelveld. Nederlandse ondernemersbetalen netjes hun belastingen en lonen, en letten op productkwaliteit enduurzaamheid. Maar zij moeten concurreren met producten die van buitenEuropa, met name vanuit China, voor dumpingprijzen op onze marktterechtkomen. Door verschillen in regels, gebrekkige douanecontrole enhet ontbreken van importtarieven en een afhandelingsheffing bij dedouane komen die pakketjes vaak veel goedkoper binnen dan redelijk is,vooral via apps als SHEIN en Temu natuurlijk. Dat voelt oneerlijk enknaagt aan het vertrouwen en de bestaanszekerheid van ondernemers,zowel producenten van de goederen in kwestie alsook winkeliers in onzebinnensteden.De voorzitter:Dank u wel.De heer Verouden (NSC):Ik vraag de Minister welke inzet Nederland in Brussel heeft om dit tegen tegaan en of hij bereid is om te pleiten voor strikte maatregelen, zoalsstevige tarieven en een afhandelingsheffing voor losse pakjes uit China.De voorzitter:Dank u wel. Het is altijd de kunst om een heel lange laatste zin in te zetten,en dat is u gelukt. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Ingevan Dijk. Zij spreekt namens het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. In onze debatten over het midden- en kleinbedrijfbuitelen we vaak over elkaar heen met voorstellen om concreteknelpunten in regeldruk aan te passen. Dat is ook heel belangrijk. Ik zal erzo ook op ingaan. Maar het doet mijns inziens geen volledig recht aanondernemers die dag in, dag uit voor eigen rekening en risico onder-nemen, die mooie producten maken voor consumenten, onderdelenleveren aan en samenwerken met grote bedrijven, diensten aan consu-menten leveren, investeren in innovatie en verduurzaming, een goedewerkgever willen zijn voor zijn of haar medewerkers en ondertussenmaatschappelijk actief zijn in de brancheorganisatie, als sponsor of als lidvan de lokale vereniging.Deze ondernemers verliezen om heel veel redenen het plezier in onder-nemen. In de woorden van de voorzitter van MKB-Nederland: «Steedsvaker zeggen ondernemers tegen mij: ik vind het niet meer leuk.» Dat ishet allerergste wat een ondernemer kan zeggen, want ondernemers zijnmensen die positief zijn, vol passie, mensen die vechten om hun droomeen succes te maken. Ondernemers dragen onze samenleving en onzeeconomie, en geven ook veel terug. Als zij niet meer kunnen groeien ofgaan stoppen, of als ze niet eens willen starten, gooi je de toekomst vanNederland overboord.Voorzitter. Het is tijd om onze ondernemers serieus te nemen in hunzorgen. Het is een fundamenteler probleem dan een x-aantal regelsverminderen. Het raakt aan onze welvaart en het welzijn van ons land. Ikbegrijp dat het kabinet Peter Wennink heeft gevraagd om te adviserenover versterking van het investeringsklimaat en het toekomstige verdien-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71214 vermogen van de Nederlandse economie. Mijn vraag aan de Minister is ofhij ook dit fundament van het verdienvermogen van Nederlandmeeneemt: ondernemers en het mkb.Mijn concrete punten zijn de volgende, te beginnen met de brief van deMinister over ondernemersklimaat, waaronder een nieuwe aanpak vanregeldruk voor ondernemers. Ik ben zeer positief over de toon en metname ook over de analyse van regeldruk. In mijn woorden: incidentje,regeltje erbij, onzekerheidje, regeltje erbij. Ik ben vervolgens toch eenbeetje teleurgesteld over de concrete aanpak ervan. De Minister wil 500regels schrappen. Dat is mooi. Ik gaf net bij collega Kisteman aan: laat datdan ook alsjeblieft netto zijn, in plaats van bruto. Maar de paar concretevoorstellen in de brief liggen al heel lang op de plank stof te vangen. Hetis goed dat ze van de plank worden gehaald, maar helpt het nu echt omde doelstelling van de motie-Kisteman, een 20%-reductie van regels, tehalen? De voorstellen rond loondoorbetaling bij ziekte zijn onderdeel vanhet afgesproken arbeidsmarktpakket. De voorstellen over de bedrijfsartszijn al onder Rutte III voorbereid. Hulpmiddelen om de verplichtingen rondwoon-werkverkeer te vergemakkelijken zijn in voorbereiding. Rond derisico-inventarisatie en -evaluatie heeft de Kamer al verschillendeverdergaande moties aangenomen, wederom onder aanvoering vancollega’s Kisteman en Flach.MKB-Nederland komt met een fast lane, om per maand minimaal tienvolledig uitgewerkte knelpunten plus oplossingen te leveren aan het ATR,met betrokkenheid van de ondernemers zelf en hun organisaties. Hoe kijktde Minister naar dit voorstel? Als we het doel van 20% willen halen,moeten we hier, naast lopende trajecten, maximaal op inzetten wat onsbetreft.Het mkb is een diverse groep van ondernemers en ondernemingen. Ik hebeerder aandacht gevraagd voor de groep middenbedrijven. Het uitzon-deren van kleine bedrijven van ingewikkelde regelgeving lijkt eenaantrekkelijke optie. We zien echter dat middenbedrijven daar de dupe vanzijn. Bij SZW worden soms bedrijven met meer dan 10 of 25 medewerkersal groot genoemd en zo behandeld. Een van de problemen die we zien, isdat maar weinig bedrijven doorgroeien. Dat is logisch als we vervolgensallerlei drempels aan wet- en regelgeving opwerpen. Hoe kijkt de Ministerdaartegen aan?Voorzitter. Financiering van ondernemers en ondernemingen is inderdaadeen grote zorg. Ik ben positief over verschillende maatregelen die deMinister neemt. Ik heb drie vragen op dat punt. Hoe staat het met dewin-winregeling? In het vorige debat zei de voorganger van de Ministerdat er een evaluatie aankomt. Ook SGP, PVV en NSC hebben de signalendat de markt wel degelijk behoefte heeft aan modernisering van hetzekerhedenrecht al benoemd. De Minister wil daar niet eens eenonderzoek naar doen. Wij zouden dat toch heel graag zien gebeuren.Volgens mij proef ik hier inmiddels een meerderheid voor.Tot slot het advies van Menno Snels, de gezant mkb-financiering. Dat iseen gedegen advies over het vervolg van het convenant, maar hetbenoemt ook een nieuw, vijfde thema, dat, zoals hij schrijft, steedsbelangrijker wordt. Dat betreft de toegankelijkheid van data ten behoevevan financiering en gegevensdeling daartoe. Dit thema kan ook nietwachten. Gaat de Minister daar ook mee aan de slag? Welke stappen gaathij nemen?Echt tot slot. Ook hierbij is een fundamentelere aanpak nodig. We willenallemaal snel naar een nationale investeringsinstelling toe, waarin deversnipperde regelingen in één hand komen. Die moet slagkracht hebbenom de financiering te verbeteren, net als in vrijwel alle andere Europeselanden. Is de Minister bereid om ook een verbreding naar het technolo-gische mkb, inclusief een productenfinancieringsmix, hierin mee tenemen? Dus denk aan leningen met zachte voorwaarden. Ik weet dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71215 een extra opdracht is, maar het is wel een belangrijke. Het liefst wil ik dienatuurlijk zonder tijd te verliezen.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw VanMeetelen. Zij spreekt namens de PVV.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Ik heb geen heel lange inleiding. Ik ga gewoon gelijkbeginnen.De PVV wil het vandaag hebben over de bevindingen die zijn gedaan inhet SEO-rapport over de terugverdientijd in de ambulante handel.Vandaag spreken we er eindelijk over, maar voor verschillende onder-nemers is er echt geen tijd meer te verliezen. Zij moeten namelijk núbeslissingen nemen over het al dan niet investeren in en doorzetten vanhun bedrijf en over het aanvragen van vergunningen en ontheffingen voorde aankomende maanden en jaren. Deze beslissingen gaan gepaard metgrote onzekerheden, ook na de uitkomst van dit rapport. Wat doet deMinister op de korte termijn om deze groep perspectief te bieden? Erkenthij dat het probleem niet alleen zit in de terugverdientijd, maar ook in deonzekerheid rond vergunningverlening en het gebrek aan financiering? Ditis echt een samenspel. We lezen dat de Minister zegt hierover met de VNGin gesprek te gaan, maar wanneer gaat dit plaatsvinden? Is de Minister hetmet de PVV eens dat er bij een terugverdientijd van tussen de acht en elfjaar – hij wordt zelfs nog wat langer – een minimum voor de vergun-ningsduur zou moeten gaan gelden?Want kranten berichten er regelmatig over. Neem bijvoorbeeld Zwolle,waar marktkooplui aan de bel trekken over de invoering van eenzero-emissiezone per 1 juli. De investeringen die van hen gevraagdworden, zijn voor velen simpelweg onbetaalbaar. Is de Minister het metde PVV eens dat we nooit aan die zero-emissie hadden moeten beginnenen dat we deze het beste kunnen afschaffen, voordat die grote aantallenondernemers de kop gaat kosten? Zo niet, wat gaat de Minister danconcreet doen om deze groep te helpen? Nu denkt men misschien «ach,dat gaat wel meevallen», maar de rest komt nog.Nu kan het nog door een ontheffing aan te vragen, maar ook bij hetaanvragen van de ontheffingen zijn er problemen. De PVV krijgt echt heelveel berichten binnen van ondernemers die nu vastlopen in het aanvraag-proces van die ontheffing. Vaak zijn dit oudere ondernemers en mensenmet beperkte financiële middelen of met speciaal materieel. Zo kreeg ikeen voorbeeld uit Rotterdam; ik heb het ook bij me. Een ondernemer meteen uniek voertuig moet een waslijst aan vragen beantwoorden endocumenten aanleveren die echt totaal buiten proportie zijn. Ik zal het echtniet allemaal oplezen, maar ik deel het graag met de Kamer en deMinister. De PVV vreest toch echt voor een ernstige verschraling van demarkten als de Minister hierop niet in actie komt. We zien het al gebeurenin Den Bosch, waar de markt nu ruimer wordt uitgezet om de gevallengaten op te vullen. Maar we zien het ook bij loodgieters, glazenwassers envele andere ondernemers die in deze problematiek vastlopen. Mijn vraagis: erkent de Minister dat dit systeem gewoon onwerkbaar is? Is hij bereidom de ontheffingsprocedure snel en fors te versimpelen om dezeondernemers minstens te helpen in hun aanvraagprocedure?Dan kom ik bij mijn volgende punt, de bedrijfsfinanciering; die is alverschillende keren op verschillende manieren genoemd. Financiering isvoor het mkb nog steeds heel moeilijk en vooral ook kostbaar, als men alfinanciering krijgt, zeker voor bepaalde sectoren als de ambulante handel.In eerdere debatten heeft de PVV gewezen op de hoge rentes, somsronduit woekerrentes, die door non-bancaire financiers wordt gevraagd.Toen hebben wij de Minister gevraagd of hij een renteplafond, een gap,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71216 zou willen overwegen. Dat werd toen afgewezen, maar de PVV krijgt nogsteeds berichten van ondernemers die in de problemen zijn geraakt ofdreigen te raken. Is de Minister bereid om dit eventueel opnieuw te latenonderzoeken en, zo nee, waarom niet?De Kamer heeft een motie van de PVV aangenomen om in gesprek tegaan met de Stichting MKB Financiering om strengere criteria encontrolemechanismen in te stellen voor dat keurmerk. Deze motie werdnagenoeg Kamerbreed gesteund. De PVV leest in de briefmkb-financiering dat er gesprekken gevoerd zijn en dat er vervolgge-sprekken gevoerd gaan worden. Wat is er concreet besproken in dezegesprekken? Wat doet de Minister met de signalen dat sommigekeurmerkhouders alsnog onredelijke voorwaarden hanteren? Wanneerverliest een partij haar keurmerk en wie beslist daarover? Wat voorstappen kan de Minister hier eventueel in gaan nemen?Voorzitter. De PVV blijft het onacceptabel vinden dat ondernemers die nietbij de grootbanken terechtkunnen – of dat nou terecht is of niet laten weeven in het midden – via de Kamer van Koophandel, dus via de overheid,worden doorgestuurd naar partijen die dus eventueel ondernemerskunnen uitknijpen. Voor de duidelijkheid: ik beweer niet dat iedereen dathier doet. Het gaat ook heel vaak heel goed. Maar het gaat juist om daarwaar het niet goed gaat. Het kan niet zo zijn dat ondernemers door deKamer van Koophandel en dus indirect door Economische Zaken – deKamer van Koophandel heeft de opdracht gekregen van EZ – in definanciële problemen kunnen raken. Ik heb dus nog een paar vragen.Wordt er vanuit de Kamer van Koophandel, die nu de taak van deFinancieringsGids heeft, überhaupt nazorg geboden aan ondernemers dieworden doorgestuurd? Wordt bijgehouden naar welke financiers en naarwelke instellingen ondernemers worden verwezen? Is er zicht op of dezeondernemers daadwerkelijk een lening krijgen, bij wie ze die krijgen entegen welke voorwaarden?Dan wil ik het toch nog even over de regeldruk hebben; we hebben het eral heel vaak over gehad. We horen van de Minister mooie woorden engrote ambities. Ik hoop ook dat hij ze waarmaakt. Op dit moment merkt deondernemer er helaas nog helemaal niets van. We zijn dus benieuwdwanneer dit echt concreet allemaal in werking gaat.Dan heb ik nog een laatste vraag aan de Minister. Het is bekend dat in2025 binnen het mkb-indicatorprogramma nog drie extra sectorenaangewezen gaan worden om te worden onderzocht op regeldruk; daarhebben we hem weer. Daarom vraag ik aan de Minister of hij de evene-mentensector en/of de kermissector – die lopen samen – wil aanwijzen alsmkb-indicatorbedrijf, om die door te laten lichten op regeldruk.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen, ik moet u echt afkappen, want u bent zwaar overde tijd. Maar u krijgt een rebound, want u heeft een vraag van de heerKisteman. Misschien kan die u helpen. Maar ik kan natuurlijk niet ééniemand bevoordelen.De heer Kisteman (VVD):Fijn dat de PVV zegt op te komen voor onze ondernemers en dat ze net alsde VVD zegt de ondernemers belangrijk te vinden. Echter, als het eropaankomt, dan lijkt de PVV gewoon weg te lopen. Zo heeft de PVV tegen demoties van collega Flach en mij gestemd om de RI&E te vereenvoudigen,tegen mijn motie gestemd om de regeldruk met 20% te verlagen, waaropde Minister net wordt aangesproken door de PVV, tegen de motie van mijen collega Eerdmans gestemd om de transitievergoeding na twee jaarloondoorbetaling bij ziekte af te schaffen en tegen mijn motie gestemd omde energieplicht en de EED samen te voegen. Waarom zegt mevrouw VanMeetelen het ene, namelijk dat ze opkomt voor de ondernemer, maar doetze het andere, en lijkt ze weg te lopen bij de stemmingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71217 Mevrouw Van Meetelen (PVV):Het ging allemaal heel snel achter elkaar, maar verschillende motieshebben vaak effecten op verschillende onderwerpen. De ene ligt soms bijSZW; dan heeft het er weer mee te maken dat het iets gevaarlijker wordtvoor werknemers. Dan wordt het gewogen en dan wordt ertegengestemd. Dat betekent dus niet dat ik tegen die ondernemers ben – datben ik totaal niet, want wij willen die regeldruk naar beneden – alleen is deafweging soms gewoon anders. Zo werkt het nu eenmaal.De voorzitter:Meneer Kisteman, heeft u een vervolgvraag?De heer Kisteman (VVD):Dat antwoord snap ik niet helemaal, zeg maar. Er zijn gewoon moties. Pakeven de allermakkelijkste: 20% minder regels in Nederland. Hoe makkelijkkunnen we het maken? De Minister komt met een uitvoering van 500onnodige regels, want dat wou de heer Thijssen graag, maar heel veelregels zijn ook onnodig. Daar heeft de PVV gewoon tegengestemd. DePVV was er dus tegen om het ondernemers makkelijker te maken.Mevrouw Van Meetelen zei in haar inbreng: ik vind het belangrijk dat erover ondernemers wordt gedacht, dat ze het makkelijker krijgen en datondernemen leuker wordt. Maar zodra er gestemd moet worden, stemt dePVV tegen. Sterker nog, nu spreekt de PVV de Minister er zelfs op aan dathet nog niet opschiet met die 500 regels, maar wat de PVV betreft, werdenze niet eens afgeschaft.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Nee, wij hebben toen tegengestemd vanwege de 20%, omdat duidelijkwerd dat 20% absoluut niet kon omdat er ook regelgeving vanuit Europabij zat; zo werd het ons althans voorgerekend. Eigenlijk was de vraag vanmevrouw Van Dijk dus heel goed: gaat het om netto of om bruto? Daarkwam het eigenlijk op neer. Dan kwamen we er niet. Dat was de reden datwij tegen hebben gestemd.De voorzitter:Goed. Andere vragen. Ik zie de heer Thijssen met een vraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik ben het in dezen eigenlijk wel eens met de VVD. Allemaal opletten nu,jongens! Ik ken mevrouw Van Meetelen als een gepassioneerd Kamerliden een oud-ondernemer. Ook in deze bijdrage neemt ze het natuurlijkweer op voor de ondernemers. Dus ik dacht: nou, ik ga eens in hetverkiezingsprogramma van de PVV zoeken op «mkb», «kleinbedrijf»,«ondernemers» of «microbedrijf». Die komen nul keer voor. Dan denk ik:ze hebben altijd een verkiezingsprogramma van één kantje, dus het zaleraf zijn gevallen. Maar het zijn 41 kantjes. Daar komt niks in voor over hetmkb. Dus ja, is het mkb nu inderdaad wel echt zo belangrijk voor de PVVals mevrouw Van Meetelen hier doet voorkomen? Of zijn dit allemaalmooie woorden, maar interesseert het de PVV eigenlijk geen fluit als erecht gekozen moet worden?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dat is absoluut niet het geval, want het interesseert ons heel erg veel.Alleen schrijf ik het verkiezingsprogramma niet. Wij hebben andereprioriteiten. Nou ja, dat zeg ik eigenlijk ook niet ... Dat is eigenlijk ook niethet juiste. Nee, dat is niet het juiste antwoord. Andere punten hebbenvoor ons eigenlijk op dit moment voorrang, in die zin dat we daarvoorhebben gekozen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71218 Ik heb nog één interruptie, toch? Ja. Volgens mij zegt u het wel goed: hetheeft niet de prioriteit. Daarom komt het niet terug in uw verkiezingspro-gramma van 41 kantjes. Het is volgens mij goed dat de ondernemers inNederland dat weten.Maar laat ik een andere vraag stellen, op een punt waarop ik het volgensmij niet eens ben met de VVD. Wij willen dat loon wordt doorbetaald bijziekte. Die loondoorbetaling bij ziekte wordt als een zware last ervarendoor het mkb. Wij willen dat we het tweede jaar van die loondoorbetalingcollectief en publiek met elkaar gaan regelen. Wij willen dat er solidariteitis tussen ondernemers en dat het grootbedrijf ook gaat bijdragen voor hetkleinbedrijf. Dat vinden wij rechtvaardig. Ik ben eigenlijk wel benieuwd ofde PVV dat steunt.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Daar kan ik op dit moment gewoon echt geen antwoord op geven. Datantwoord moet ik u dus schuldig blijven.De voorzitter:Oké. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van uw termijn. We gaanluisteren naar de bijdrage van de heer Vermeer. Hij spreekt namens deBBB. De heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Excuses dat ik te laat aanschoof.Voorzitter. Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf is de ruggengraat vanonze economie. Maar laten we eerlijk zijn: juist de kleine ondernemer staatonder druk. De kosten rijzen de pan uit, regels stapelen zich op, finan-ciering is vaak moeilijk te krijgen en het vertrouwen in de overheid daalt.Er is actie nodig als we onze dorps- en stadskernen bruisend willenhouden.Op 15 april dienden mijn collega Claudia van Zanten en ik twee moties in,over sectorale regeldrukprogramma’s en over het schrappen vanCO2-rapportages voor bedrijven tot 250 medewerkers. Gelukkig zijn diebreed aangenomen. De Minister schrijft nu dat hij die moties uitvoert. Datis winst voor de ondernemers, maar we zijn er nog lang niet. We moetennamelijk ook niet vergeten dat regels voor grote bedrijven heel vaakketeneffecten hebben voor kleinere bedrijven. Een voorbeeld daarvan zijnde duurzaamheidsrapportages zoals CSRD, die nu voorlopig weluitgesteld is. Die geldt alleen voor grote bedrijven, maar die dwingt tochook de grote bedrijven ertoe om de kleine bedrijven die toeleverancier zijnook aan die rapportages mee te laten doen, omdat die de input daarvoormoeten leveren. De keteneffecten van regels voor grote bedrijven moetenook getoetst worden op het effect op kleinere bedrijven.Voorzitter. De cijfers zijn alarmerend. Nederland is gezakt van plek 4 naarplek 10 op de ranglijst van meest concurrerende landen. Ondernemerswaarderen ons ondernemersklimaat nog maar met een magere 6,0.Ondertussen zijn de structurele regeldrukkosten met 730 miljoengestegen. Let op: dat is bijna een miljard euro die niet in groei, innovatie,banen of bedrijven geïnvesteerd kan worden. We zien het terug in depraktijk. Winkeliers in onze dorpen en steden vechten tegen leegstand.Ambulante handelaren, dus de viskraam, de bloemenman en de oliebol-lenbakker, krijgen met zero-emissiezones en lange terugverdientijdenextra lasten. Kleine bedrijven die financiering zoeken, verdwalen tussende bank en alternatieve aanbieders. Het convenant mkb-financiering en deFinancieringsGids zijn stappen vooruit, maar voor veel ondernemers iskrediet tot een ton nog steeds een gevecht. Meerdere collega’s stipten datook aan.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat ondernemers dit keer wel echtgaan merken dat de regeldruk omlaaggaat? Mevrouw Van Dijk noemdeook al het verschil tussen bruto- en nettoregeldruk. Veel kleine onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71219 nemers komen er bij een huisbank niet meer tussen. Het aantalnon-bancaire financiers groeit, maar zij lopen weer vast door gebrek aantoegang tot BKR- en UBO-data. Is de Minister bereid om dit samen metFinanciën en de Autoriteit Persoonsgegevens structureel op te lossen,zodat ook alternatieve financiers toegang krijgen tot de data die nodig zijnom krediet te verstrekken?Van de week hadden we hier een gesprek over wetenschappelijkefactsheets rond de kapitaalmarktunie, die dan als een soort wondermiddelgezien wordt om die financiering wel op orde te brengen. De weten-schappers waren er eigenlijk allemaal eenduidig in: die gaat niet helpen.Wij moeten dit hier gewoon lokaal op kunnen lossen. De Bankwet uit denegentiende eeuw zorgde er ook voor dat het geld eindelijk eens een keervan de Randstad naar de regio ging stromen. Misschien moet er weerzoiets gebeuren.Voorzitter. Uit onderzoek blijkt dat in België de Winwinlening – vroegerhadden we hier de tanteagaathlening – al duizenden kleine bedrijvenjaarlijks toegang geeft tot kapitaal. Waarom wachten we in Nederland nogsteeds met een pilot om dit ook hier te testen? Is de Minister bereid om ditinstrument in 2026 daadwerkelijk te testen, vooral gericht op kleinebedrijven zonder onderpand?Wat ondernemers van ons vragen, is eigenlijk heel simpel. Ze vragenruimte om te ondernemen. Ze vragen geen stapels regels of een doolhofvan loketten, maar ze vragen vertrouwen en duidelijkheid met het oog opde toekomst. Precies dat willen wij leveren.Voorzitter. BBB kiest voor een economie waarin ondernemerschap weerwordt gewaardeerd en waarin de overheid helpt in plaats van hindert.Nederland moet weer dingen maken, bouwen en bedenken, met lef,kennis en handelsgeest. BBB wil ruimte geven aan ondernemers, regelsterugdringen, strategische sectoren versterken en investeren in innovatieen vakmanschap in de regio. Hier is eerder bijvoorbeeld al genoemd – deheer Thijssen noemde het – dat de loondoorbetaling na één jaar voorkleine werkgevers echt een grote ballast en een steen om de nek is. Hetbeperkt ook het geven van vaste contracten aan hun medewerkers. Daarmoeten we echt wat mee.Verder wil ik de Minister nog het volgende vragen. Er zijn hier meerderevragen gesteld over de Impulsaanpak. Ik heb nu ook al twee jaar contactmet een organisatie als Streetwise, die heel veel geld opgehaald heeft bijprovincies en bij gemeentes. Mijn indruk is dat de laatste stap, om bij hetministerie nog een stukje financiering los te krijgen dat wel is toegezegd,nog niet geregeld is. Kan de Minister mij geruststellen dat het inmiddelsgeregeld is of de komende weken geregeld gaat worden?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de zijde van de Kamer. Het is 10.59 uur. Ik zou willenvoorstellen om strikt 11.30 uur te gaan luisteren naar de Minister. Danschorsen we voor een halfuur en twee minuten. We gaan 11.30 uurluisteren naar de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik schorsvoor een halfuur.De vergadering wordt van 10.58 uur tot 11.30 uur geschorst.De voorzitter:Beste mensen, ik heropen het commissiedebat over het midden- enkleinbedrijf. We spreken vandaag met de Minister van Economische Zakenen de woordvoerders van Economische Zaken over het midden- enkleinbedrijf. We hebben de vragen van de leden in de eerste termijngehoord en we gaan nu luisteren naar de reactie van de Minister. Ik zoumet de leden af willen spreken dat ze in deze termijn ook vier vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71220 krijgen, vier losse of twee om twee. Zo u wilt! Dat gezegd hebbende is hetwoord aan u, Minister.Minister Karremans:Dank u wel, voorzitter. Het mkb in Nederland is eigenlijk het mkh: hetmaatschappelijk kloppend hart van de samenleving. Het zijn de onder-nemers – het werd net ook al even gezegd in dit debat – die zorgen voorlevendige winkelstraten, voor de sponsoring van de voetbalclub, dehockeyclub en de korfbalclub. Het is ook waar menig Nederlander zijn ofhaar werkende leven begint: in de keuken bij het pannenkoekenrestaurant,achter de kassa bij de boekhandel of, zoals in mijn geval, bij een familie-bedrijf dat fietsspullen maakte.Maar het mkb heeft het zwaar, door sterk gestegen cao-lonen, sterkgestegen regeldrukkosten, gebrek aan financieringsmogelijkheden en eengebrek aan ruimte om te ondernemen. Als Minister van EconomischeZaken en als voormalig ondernemer werk ik er elke dag aan om dit om tedraaien, want dat moet lukken. Dat is niet alleen een opgave van mij,maar van ons allemaal. Ik heb ook het idee dat het op die manier wordtbeleefd door de Kamer.Dat zeg ik ook omdat de meeste regels, om die er maar even uit te pakken,niet uit Haarlem, Hellevoetsluis of Den Helder komen, maar uit Den Haag.Die komen hiervandaan en daar zijn we met z’n allen elke keer zelf bij.Wellicht mag ik daarbij drie dingen constateren, die ik ook in mijnregeldrukbrief heb opgeschreven die afgelopen vrijdag naar de Kamer isgestuurd. Eén. Als politiek en overheid kijken wij toch vaak met eenbepaald wantrouwen richting het bedrijfsleven. Als gevolg krijg je danregeldruk. En: we geloven hier in Den Haag naar mijn bescheiden meningiets te veel in de maakbaarheid van regels. Wat krijg je dan? Regeldruk.Tot slot: we hebben ook iets te vaak de neiging om elk risico in desamenleving tot een duizendste achter de komma met regels weg temitigeren. Dan krijg je dus nog meer regeldruk.Als we dit willen aanpakken, moeten we dus naar onszelf kijken. Dat is deboodschap die daarin besloten ligt. Heel veel dingen in Den Haag kostengeld en het gaat ook heel vaak over geld, maar het mooie is dat dit eenandere houding vergt en helemaal niks kost. Volgens mij heb ik daarvoorveel steun en enthousiasme ervaren. Met optimisme kijk ik ook naar dedingen die we nu aan het doen zijn om ondernemen voor het mkbmakkelijker te maken.Dat gezegd hebbende ga ik over tot de beantwoording van de vragen. Datdoe ik in de volgende kopjes: mkb-financiering, regeldruk, winkelgebiedenen, zoals altijd het allerleukste blokje, overig.Ik begin bij de mkb-financiering, als u mij dat toestaat, voorzitter. Deeerste vraag gaat over de investeringsbank. Hoe sta ik daar tegenover? DeMinister van Financiën is daar positief over, maar hoe kijk ik ernaar?Sowieso spreekt het kabinet altijd met één mond, maar ook als dat geenregel zou zijn, zou ik hier alsnog erg positief over zijn. Het is namelijk eenhele belangrijke stap in de goede richting. We hebben nu het voornemenaangekondigd om hier werk van te maken en voor het eind van het jaarzal het kabinet hier ook de voortgang van melden richting de Kamer.De vraag van de heer Thijssen was welk percentage nu belemmeringenervaart, hoe ik dat wil gaan terugbrengen en welk percentage dat straksmoet zijn. We hebben niet voor niets de Financieringsmonitor. Uit demeest recente Financieringsmonitor, uit 2024, blijkt dat 16% van het totalemkb de financiering in dat jaar belemmerend vond. Ik wil dat terug-brengen naar minder dan 10% binnen twee jaar. Ik zeg daar wel één dingbij: dit is natuurlijk een kwestie van perceptie. Het kan natuurlijk ook zijndat mensen de financiering als belemmerend ervaren, omdat ze geengoed businessplan hebben en er om die reden geen financiering is. Dat isdan wel een logisch gevolg van zo’n financieringsproces. Ik zeg er dus welTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71221 bij: naar nul krijg je het nooit, maar ik denk dat het gezond is om het onderde 10% te krijgen.De voorzitter:Op dit punt een vraag van mevrouw Inge van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Eigenlijk op het vorige punt, maar ik dacht dat de Minister nog verder zougaan over de investeringsbank. Ik had gevraagd of de Minister bereid wasom ook verbreding naar het technologische mkb inclusief productfi-nancie...Minister Karremans:Ja ...Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Oh, daar komt u nog op?Minister Karremans:Ik snap de verwarring. Ik kan hem gelijk wel oppakken, hoor. Natuurlijkkunnen we kijken wat de scope van zo’n financieringsbank is. Ik denk weldat het verstandig is om ’m verder weg te zetten van de politiek. Zo krijgje ook geen politiek hobbyisme, om het met een lelijk woord tebeschrijven – ik zie de heer Vermeer opeens heel raar kijken – en voorkomje dat je daar als politiek te veel op stuurt. Ik zeg er ook bij – ik weet datmevrouw Van Dijk dat zo ervaart en dat ook vindt – dat het mkb en grotebedrijven niet tegenover elkaar staan, maar dat ze in elkaars verlengdeliggen. Ze hebben elkaar nodig. Ik vind de valse tegenstelling die somswordt gecreëerd dus niet terecht. Ook al zou het zich sec richten op grotebedrijven, waarvan ik me niet kan voorstellen dat dat het geval is, danheeft het mkb daar alsnog veel profijt van.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Nee, ik ben zeker niet uit op tegenstellingen. Alles hangt met elkaarsamen, want het is toch gewoon een ecosysteem. Maar we krijgen weldeze signalen en zorgen: goh, vergeet ons niet. Dat is eigenlijk vooral deboodschap die ik over wil brengen. Met die bril zullen wij dadelijk ookkijken naar hoe die investeringsinstelling wordt ingericht. Vervolgens snapik het nemen van afstand, maar het moet wel aan de voorkant goedworden ingericht, want dat voorkomt ook bemoeienis van de politiek.Minister Karremans:Dat ben ik natuurlijk zeer met mevrouw Van Dijk eens.Dan was de vraag wanneer we de resultaten delen over de datapilot. Datzal nog dit najaar zijn, zeg ik tegen de heer Thijssen. Hoe monitoren wedat? Dat blijven we natuurlijk monitoren via de Financieringsmonitor. Ikheb net al wat gezegd over de investeringsbank. Natuurlijk wordt er ookgekeken naar innovatief en exporterend mkb, maar daar hebben we hetnet al even over gehad.Dan de vraag van de heer Dassen over wat er gebeurt sinds demeta-evaluatie van de durfkapitaalregelingen van eind 2024. Die evaluatiewas positief en concludeerde dat de durfkapitaalregelingen doelmatig endoeltreffend zijn. Ze zijn om die reden ook met vijf jaar verlengd, maar wekijken dus ook naar andere mogelijkheden. Er zijn ook een aantal anderevragen gesteld ten aanzien van durfkapitaalfinanciering. Daar kom ik zo opterug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71222 Dan de vraag van de heer Verouden en de heer Flach over het zekerheden-recht, of er wel breed genoeg gesproken is met non-bancaire financiers enof ik bereid ben om dat alsnog te onderzoeken. Het is inderdaad brederuitgevraagd en er is ook gesproken met non-bancaire financiers. Hetantwoord op de vraag of ik daar verder een vervolg aan wil geven blijfthetzelfde. In de brief heb ik al geantwoord dat ik niet voornemens bendaar een onderzoek naar te doen, omdat ik niet het idee heb dat dit nou degrote bottleneck is. Als ondernemer heb ik dat zelf ook ervaren. Ik erkenook dat je, als je financiering bij de bank hebt, soms de mogelijkheid moethebben om eventueel andere zekerheden te verstrekken aan anderefinanciers. Maar die mogelijkheid is er in principe ook gewoon, mits debank daar natuurlijk toestemming voor geeft. Op zich is het logisch dat datin die volgorde gebeurt. Ik heb als ondernemer ook in de positie gezetendat je met heel veel verschillende partijen met verschillende zekerhedenwerkt. Dat maakt het soms ook nodeloos complex en daarmee belemmerthet ook weer de groei van een bedrijf. Tegelijkertijd wordt dit ook nietbreed aangegeven als een groot probleem in de markt. Ik denk dus dat erten aanzien van financiering grotere, meer nijpende issues zijn om aan tepakken. Ik vind het terecht dat we hiernaar kijken en dat we ook kijken ofer nog een mogelijkheid is, of we niet te streng zijn of dat regelgevinganders moet. Ik vind het ook een goed te verklaren antwoord dat we op ditmoment geen reden zien voor verder onderzoek.De voorzitter:De heer Flach met een vraag op dit punt.De heer Flach (SGP):Dit vind ik toch net even iets te makkelijk. Ik doe niks af aan de eigenervaring van de Minister, maar dat is toch ook alweer enkele jarengeleden, neem ik aan, want daarna is hij in de politiek actief geworden. Definancieringssector is heel snel aan het ontwikkelen en heeft zich ook in deachterliggende jaren snel ontwikkeld. De stapeling van zekerheden is echteen knellend probleem. Daar horen we veel over. In de ibo-fase zijn vooralde grootbanken en misschien een enkele non-bancaire partij gevraagd,maar wij krijgen nadrukkelijk het signaal vanuit de Stichting MKBFinanciering dat hun leden nauwelijks benaderd zijn. Zij hebben ons eenbrief doen toekomen met een flitspeiling, waaruit blijkt dat vrijweliedereen zegt: we willen wél modernisering van het zekerhedenrecht. Hetfeit dat banken dit niet willen, zou eerder een waarschuwing moeten zijndan een geruststelling. Ik zou de Minister dus toch willen vragen om ditnet even iets serieuzer te nemen dan nu uit het antwoord blijkt.Minister Karremans:Ik zeg daar twee dingen over. We baseren ons niet sec op banken, maarwe hebben ook juist non-bancaire financiers bij het onderzoek betrokken.Daarnaast vroeg die flitspeiling niet of het nodig is om een moderniseringuit te voeren, maar of het nodig is om een onderzoek te doen. Ik snap datmensen in de regel natuurlijk altijd openstaan voor een onderzoek.Daarmee doe ik niets af aan de peiling die gedaan is. Als ik naar ditvraagstuk van financiering kijk als Minister van Economische Zaken enmet mijn eigen ervaring als ondernemer ... Ik ben in 2021 gestopt alsondernemer, dus zo gek lang geleden is dat ook weer niet. Wij hadden ookgewoon te maken met Qredits en andere non-bancaire financiers. Ik hebin dat soort trajecten gezeten, dus ik kan er wel over meepraten hoe dat is.Voor ons was dat niet een grote bottleneck, maar dat wil niet zeggen datdit voor andere bedrijven ook zo is. Als we het breed bekijken, dan zien weniet dat dit het grote probleem is ten aanzien van mkb-financiering. Wehouden natuurlijk altijd de vinger aan de pols, ook over hoe de financie-ringsmarkt zich beweegt. We hebben natuurlijk ook heel veel initiatieven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71223 In mijn brief heb ik ook uiteengezet wat we allemaal doen om diefinanciering voor het mkb wel op gang te krijgen.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Gelukkig had ik erbij gezegd dat ik niks af wilde doen aan de ervaring vande Minister. Ik kondig alvast aan dat ik met een motie zal komen op ditpunt, maar zou de Minister in ieder geval willen toezeggen om hetgesprek met de Stichting MKB Financiering te willen voeren naaraanleiding van de brief die ze gisteren, meen ik, de Kamer heeft doentoekomen? Er zit toch licht tussen de bevindingen uit het ibo en deervaringen in de sector. Zou de Minister willen toezeggen dat hij met destichting in gesprek gaat?Minister Karremans:Vanzelfsprekend, want daar zijn we ook continu mee in gesprek. Ik zeg dustoe dat we dit punt daar ook nadrukkelijk in meenemen; dat is helemaalprima.De voorzitter:Oké, dat noteren we dat ook als een toezegging aan de heer Flach.De heer Verouden (NSC):Ik wil toch even verdergaan op dit punt. Ik ben zelf ook jarenlang actiefgeweest bij een kredietunie, dus ik heb ook wel wat meegemaakt quaverstrekken van kredieten. Het is inderdaad wel waar dat je als tweede inde lijn zit, na de bank. Het is de bank die precies gaat uitmaken hoeveelvan het onderpand of eventueel de hypotheek beschikbaar kan wordengemaakt voor alternatieve financiering. Dat plaatst die bank toch wel ineen erg sterke positie. Dat moet niet worden onderschat. Wat dat betreftsluit ik me dus aan bij de heer Flach. Het zou erg goed zijn om toch naderte gaan kijken naar wat er mogelijk is om die tweedelijnsfinanciering tefaciliteren.Minister Karremans:Dan kom ik bij de vraag van de heer Thijssen over het onderscheid makentussen het micro- en kleinbedrijf. Hij zei dat die motie is overgenomen,maar dat de uitwerking nogal vaag is en vroeg of ik iets concreter kan zijnen kan toezeggen om dit in toekomstige Kamerbrieven mee te nemen. Wehouden op verschillende manieren in het beleid rekening met het micro-en kleinbedrijf, bijvoorbeeld door specifiek beleid. Zowel Qredits als deFinancieringsGids zijn goede voorbeelden van instrumenten die inspelenop specifieke knelpunten voor het micro- en kleinbedrijf en die hen helpenaan financiering. Bij wet- en regelgeving kijken we of een uitzonderingvoor het micro-en kleinbedrijf gewenst is, onder andere door deaanpassing van de bedrijfseffectentoets. De uitwerking van die toetswordt bij de regelgeving in de memorie van toelichting opgenomen. Opdie manier kom ik ook terug op de impact voor het micro- en kleinbedrijf.Daarnaast houd ik in de evaluaties, die periodiek plaatsvinden, in de gatenof de instrumenten het micro- en kleinbedrijf ook echt bereiken. Waarnodig pas ik instrumenten aan om ze beter te laten aansluiten bijknelpunten van het micro- en kleinbedrijf. We zullen in het vervolg deKamer ook, zoals verzocht wordt, daarover informeren.Dan over de opdracht die ik gegeven heb aan de heer Wennink tenaanzien van de investeringsagenda en het toekomstige verdienvermogenvan de Nederlandse economie. Nemen we daar ook mkb-ondernemers inmee? Absoluut. Dat is dus een brede uitvraag over wat er moet gebeurenom het verdienvermogen van Nederland in de toekomst te vergroten. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71224 denk dat je er ook niet aan ontkomt. Het gaat ook heel veel om bedrijvendie natuurlijk... Elk bedrijf begint klein, dus je zal een goed klimaat moetenhebben om mkb-bedrijven, of start- en scale-ups, te laten doorgroeien,maar dat niet alleen. Niet elk bedrijf hoeft een ASML te worden. Dat zitnatuurlijk op verschillende niveaus. Dit was een lang antwoord op eenduidelijke vraag, maar het antwoord is: ja.Dan het onderzoek naar de win-winregeling en het wachten met een pilot.Ja, de win-winregeling – of de tanteagaathregeling, die er vroeger was inNederland. Ik heb een tijdje in Engeland ondernomen. Mijn bedrijf werdop een gegeven moment uitgebreid naar het Verenigd Koninkrijk, toen datnog wel onderdeel was van de Europese Unie. Overigens kan ik nog weleven leeglopen over frustratie over het krijgen van een bankrekening ineen, toen nog, ander Europees land. Dat is echt vreselijk. Wij zaten echtgewoon in de situatie dat we al tonnen omzet hadden gemaakt in hetVerenigd Koninkrijk, maar we gewoon nog niks konden factureren omdatwe geen bankrekening hadden. Het was echt een kafkaëske situatie. Maardit gebeurt dus nu ook in andere Europese landen, zeg ik er wel even bij.Dit is nog niet opgelost, en daarvoor is de kapitaalmarktunie wel vangroot belang. Dat zeg ik ook tegen de heer Vermeer, en hij weet dat ook.Maar dat helpt natuurlijk Nederlandse ondernemers wel die in hetbuitenland geld verdienen. Dat is één.In Londen had je de Enterprise Investment Scheme. Die zorgde ervoor datheel veel Britse bedrijven op een betrekkelijk aantrekkelijke manierfinanciering konden aantrekken van particuliere investeerders. Datgebeurde dus ook op die manier. Dat is een waanzinnig mooie regeling,die daar ontzettend veel heeft gedaan, zeker na de kredietcrisis, waarinzeker Londen keihard werd geraakt omdat daar een groot deel van definanciële sector zit. Daar is een enorme booming start- en scale-upindustrie ontstaan, waar zij tot op de dag van vandaag enorm veelprofijt van hebben. Die draagt gewoon een heel groot deel van deeconomie op dit moment. Zo zie je maar dat je ook door creatievedestructie – toen in de financiële sector – als overheid echt wat kanbereiken ten aanzien van de economie wanneer je met de juiste regel-geving mensen niet te veel belemmert en juist faciliteert om te investerenin nieuwe bedrijven. Ik vind dit dus een mooi voorbeeld. We werken hetnu uit. We zullen ook kijken hoe we dat een vervolg moeten geven. Ik zeger eerlijkheidshalve wel bij dat dit een prijskaartje zal hebben. Er zullenook keuzes voor gemaakt moeten worden, maar dat is voor het momentdat we weten wat het kost en welke voorwaarden we er precies aanhangen, want daarbij heb je natuurlijk ook nog een kerstboom aanmogelijkheden waaruit je kan kiezen. Dat ten aanzien van dewin-winregeling en de vraag van de heer Vermeer.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ja, want dit is ook een onderwerp dat bij ons heel erg leeft. Wanneerkunnen we er iets meer over verwachten? We gaan namelijk toch weerlangzaamaan de financiële besluitvorming in de komende tijd.Minister Karremans:Eind dit jaar. Ik wil echt nog dit najaar een brief daarover sturen naar deKamer.Dan het keurmerk. Mevrouw Van Meetelen vroeg ik bereid ben om hetrenteplafond eventueel te onderzoek en waarom wel of niet. Rente isuiteindelijk ook een weergave van risico. Op het moment dat je dat gaatbeperken, betekent dit dat je het voor een bepaalde groep van bedrijvenonmogelijk maakt om financiering aan te trekken. Daarom denk ik dat hetniet verstandig is om te doen. Je hebt wel een goedwerkende marktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71225 nodig, waarin men met elkaar concurreert, ook op rentetarieven, omuiteindelijk aantrekkelijke financiering beschikbaar te hebben voorondernemers. Dat is waar je op moet inzetten. Op het moment dat je eenrenteplafond inzet, maak je het allereerst voor heel veel ondernemersonmogelijk om financiering aan te trekken en verstoor je daarnaast demarkt op een dusdanige manier dat je veel meer nadelige effecten krijgtdan voordelige. Want bij de bedrijven waar het risico al lager is, krijg jesowieso al een lage rente. Het zal alleen maar tot gevolg hebben datbedrijven die nu nog wel financiering kunnen krijgen, dat straks niet meerkunnen. Ik denk dat heel veel ondernemers liever wél financiering hebben,maar wel met een iets hogere rente, dan géén financiering. Geenfinanciering betekent immers gewoon geen business.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen op dit punt.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. Het is ook niet de bedoelingdat ze helemaal geen financiering meer gaan krijgen. Maar het gaat onsvooral om de non-bancaire financieringsmaatschappijen die die stapelingvan rentes hebben. Het gaat dus meer om het tegengaan van woeker-rentes. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat er gewoon bedrijven zijn dieuiteindelijk uitkomen op een nominale rente van 66%. Ik heb daar echtvoorbeelden van. Dat is totale waanzin. Dus daar gaat het eigenlijk vooralom. Wij zijn gewoon aan het kijken wat we daaraan kunnen doen.Minister Karremans:Daar is het Kifid voor. Ondernemers kunnen er daar melding van makenals er sprake is van dergelijke exorbitante rentes, rente op rente en datsoort praktijken. Daar is het Kifid voor. Daar kunnen ondernemers eenklacht indienen. Dan zal het ook worden opgepakt op die manier. Er moetook een marktmeester zijn, die dat inderdaad ... Dat ben ik volledig eensmet mevrouw Van Meetelen. Daar geen misverstand over. Ik snap die zorgdus, maar daarvoor hebben we het Kifid. We moeten zorgen dat onder-nemers de weg naar het Kifid weten te vinden. Vervolgens kan daaropworden gehandhaafd.Dan de vraag – dat is ook wel een terecht punt, moet ik zeggen,opgebracht door zowel de heer Vermeer als mevrouw Van Dijk – over detoegankelijkheid van data ten behoeve van financiering door non-bancairefinanciers. De vraag was of ik dit met Financiën en de Autoriteit Persoons-gegevens wil oppakken. Dit is echt zo’n voorbeeld dat ik, ten eerste, zelfals ondernemer heb meegemaakt, waar, ten tweede, heel veel onder-nemers tegenaan lopen en dat, ten derde, moeilijk uit te leggen is. Dit wilik meenemen in de regeldrukaanpak, want die aanpak betekent niet alleendat er regels worden geschrapt, zeg ik voor de goede orde. Achter elkeregel zit namelijk een zorg en voor elke regel is er een reden, maar somskun je het gewoon op slimmere manieren doen. We hebben in Nederlandook gewoon te maken met privacywetgeving, die te veel knelt, zeg ik maareven als Minister van Economische Zaken. Dit is daar zo’n voorbeeld van.Ik ga dus graag in gesprek met de Autoriteit Persoonsgegevens en waarnodig ook met Financiën, zoals gevraagd door beide leden, om te kijkenwat we hieraan kunnen doen. Ik zal naar de Kamer terugkoppelen watdaarvan de uitkomst is.De voorzitter:Voor het einde van het jaar?Minister Karremans:Ja, dat kan voor het einde van het jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71226 De voorzitter:Meneer Vermeer en ik begrepen elkaar direct. Voor het einde van het jaarwordt de Kamer daar dus over geïnformeerd.Minister Karremans:Ja, dank. Dan een vraag over nazorg voor ondernemers die de Financie-ringsGids hebben geraadpleegd en hoe we dat monitoren. Ik snap dievraag. Het was een vraag van mevrouw Van Meetelen: doen we ook aannazorg als ondernemers bijvoorbeeld worden doorverwezen naarnon-bancaire financiers? Het antwoord is dat de FinancieringsGids eeninformatieportaal is. Daarin kan informatie gevonden worden over onderandere de mogelijkheden die er zijn voor het verkrijgen van financiering.Voor zover ik weet, wordt er niet nagebeld om te vragen of het gelukt isom financiering te krijgen. Als we dat zouden willen doen, zouden we decapaciteit bij de KVK namelijk flink moeten uitbreiden. Daar hangt ook eenflink prijskaartje aan. Dat geld moet dan weer uit de begroting van EZkomen, terwijl ik dat liever – ik kom zo nog op de winkelgebieden – inandere zaken steek, als ik eerlijk ben.Ondernemers hebben ook een eigen verantwoordelijkheid om finan-ciering op te halen. Het is geen verantwoordelijkheid van de overheid omdat te doen, maar we moeten er wel voor zorgen dat de randvoorwaardener zijn en dat er voor ondernemers zo min mogelijk barrières zijn om datuiteindelijk voor elkaar te krijgen. Er worden wel klanttevredenheidsonder-zoeken gedaan. Er wordt dus wel navraag gedaan, zoals veel bedrijvenzelf ook doen: hoe vond je de service, hoe is het gegaan? Dan kunnenondernemers iets laten weten en opmerkingen maken. Ik kan me zomaarvoorstellen dat, als daar hele bijzondere dingen uit komen, daar opvolgingaan kan worden gegeven, maar er zit geen standaardteam op dat nazorglevert na zo’n traject.Dan de vraag of wordt bijgehouden naar welke financiers ondernemersworden verwezen. Het antwoord is een beetje in dezelfde lijn: nee, datwordt niet exact bijgehouden, maar we hebben natuurlijk wel deFinancieringsmonitor. Daarin meten we natuurlijk heel veel, ook optotaalniveau, en kunnen we zien hoe het gaat. Als we zien dat dingen heren der niet goed gaan, kunnen we daarop inzoomen en kunnen we kijkenwaar dat aan ligt en wat we eraan kunnen doen.Dan de vraag over wat er concreet besproken is met SMF en wat ik metdie signalen doe. Wanneer verliest een financier zijn keurmerk? Wiebeslist daarover? Wat gebeurt er met financiers die onredelijkevoorwaarden hanteren? Dat gesprek loopt. We zijn nu bezig om daaroverconcrete afspraken te maken met SMF. We hebben onder anderebesproken dat de audits versterkt worden, dat de zichtbaarheid van dekeurmerken wordt vergroot en dat er een stevige governance op komt. Ikvond de manier waarop mevrouw Van Meetelen het in haar bijdrageneerzette namelijk terecht. Ze had best een aantal terechte punten. Daarzijn we dus over in gesprek met de Stichting MKB Financiering.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank aan de Minister voor in ieder geval deze inspanning. Ik wil daar nogwel iets aan toevoegen. Waarom vraag ik naar de nazorg van de Kamervan Koophandel? Uiteindelijk is er besloten dat je, als je niet terechtkuntbij de grootbank, of dat nou terecht is of niet, daarnaartoe doorverwezenwordt. Daarom vroeg ik ook naar de keurmerken die worden afgegeven. Inhet vorige debat, met uw voorganger, werd gezegd: als we een keurmerkhebben, houden we dat aan en geven we dat door. Vervolgens krijgen wijnog steeds berichten binnen – ik denk dat ik niet de enige ben – dat erbedrijven bij zitten met zo’n keurmerk, waar mensen dan eventueelnaartoe doorverwezen worden. Dat lijkt mij niet juist, want dan verwijzenwe mensen misschien wel door naar een bedrijf waarvan je eventueelwoekerrentes kunt verwachten, die vaak een beetje verstopt zitten in alles.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71227 Dat kan echt een groot probleem opleveren. Daar wil ik nu dus op duwen.Hoe gaan we dit voorkomen?Minister Karremans:Ik denk sowieso: als die signalen mevrouw Van Meetelen hebben bereikt,stuur ze dan alsjeblieft naar me door. Dan kan ik ze oppakken met de SMFen dan kunnen we kijken wat daar aan de hand is. Uiteindelijk is de gangvan zaken dat willende ondernemers naar Kifid gaan. Die kunnen dankijken wat er aan de hand is en kunnen daarmee aan de slag. Je moet ookeen basis hebben om er iets aan te doen. Ik heb er natuurlijk begrip vooren ik vind het ook logisch dat mensen en ondernemers zich richten totpolitieke partijen – dat is denk ik ook het mooie van hoe een opendemocratie werkt – maar het is ook zaak om de signalen en klachten ophet punt te krijgen waar ze moeten landen. Maar ik ben meer dan bereid –zo pragmatisch zit ik in de wedstrijd – om even te kijken naar de e-mailsdie mevrouw Van Meetelen gehad heeft en te kijken hoe we die op eengoede manier kunnen neerleggen bij de juiste instantie.Dan over inclusieve financiering. Wat ga ik extra doen om die te bevor-deren? Ik heb dit punt erkend. We willen juist vrouwelijke ondernemersveel meer stimuleren. Ik heb in een eerder debat al gezegd dat ik zelf eenboekje heb geschreven over ondernemerschap. Dat had geen titel in dezin van «het moet anders» of «het moet beter», zoals nu een beetje in demode is. Het ging ook niet over hoe het precies beter zou moeten met hetland. Het ging over leuke verhalen van ondernemers en hoe het is om alsstudent te gaan ondernemen. Ik heb daar bewust ook vrouwelijkeondernemers in meegenomen, omdat ik het belangrijk vind dat daar ookrolmodellen voor zijn. Maar aan alleen rolmodellen heb je natuurlijk nietvoldoende; je hebt ook toegang tot financiering nodig. Daarom doen wein alle selectiecomités waar wij als overheid zeggenschap over hebben,bijvoorbeeld bij de GO-regeling of Invest-NL, altijd aan pariteit. Fiftyfifty.We zorgen er altijd voor dat er in het selectiecomité een goede balans istussen mannen en vrouwen. Er is ook een motie van de heer Sneller enmevrouw Postma aangenomen ter bevordering van inclusieve finan-ciering. Daarmee gaan we nu dus ook aan de slag. Daarop kom ik indecember terug richting de Kamer. Dat was het antwoord daarop.Tot slot was de vraag of ik kan toezeggen via de FinancieringsGids echtextra ondersteuning te bieden. Ik zet mij er natuurlijk voor in om dieFinancieringsGids ... Uiteindelijk vind ik dat elk businessplan op zijnmerites moet worden beoordeeld, ongeacht van wie het komt of door wiehet geschreven is. Ik vind ook niet dat mensen met een migratieachter-grond een apart loket moeten krijgen waar ze extra worden geholpen. Datvind ik absoluut niet. Het moet voor iedereen gelijk zijn; mannen,vrouwen, het maakt niet uit welke achternaam of voornaam je hebt. Maarje wil het natuurlijk wel begrijpelijk hebben voor iedereen, en daar is dieFinancieringsGids voor. Ik denk dat het op die manier heel veel doet omhet voor iedereen begrijpelijk te maken en iedereen te helpen aan beterefinanciering. Daar zijn we dus druk mee bezig.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor deze antwoorden. Interessant dat hij eenboekje heeft geschreven en daar ook aandacht aan heeft besteed. Ik denkdat het goed is dat de Minister zegt dat het gelijk moet zijn, maar weconstateren met elkaar dat het niet gelijk ís. De financiering en hoe dieverdeeld wordt, is scheef. In plaats van de helft gaat er maar 13,7% naarvrouwelijke ondernemers. Hij kan dus wel zeggen dat hij geen apart loketwil en dat hij wil dat mensen allemaal gelijk behandeld worden, maar hetresultaat is in ieder geval dat de uitkomst niet gelijk is, en dus moet er ietsgebeuren, volgens mij. Ik vind namelijk dat mensen gelijk behandeldmoeten worden. Maar als dat dan geen reden is, dan moeten we het doenomdat het jaarlijks 139 miljard euro kan opleveren. Dat is volgens mij eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71228 hoop meer dan we voor elkaar proberen te krijgen met onnodige regels. Ikben het ermee eens dat we onnodige regels moeten schrappen, hoor.Maar hier ligt 139 miljard euro te wachten. Buiten dat de Minister zegt dathij een boekje heeft geschreven en zorgt dat het aan het loket allemaalgoed is, zou ik wel willen weten welke concrete stappen hij gaat zetten omdie 139 miljard los te krijgen en om ook echt als resultaat te krijgen dat diefinanciering gelijk plaatsvindt.Minister Karremans:Je kan niet heel veel meer doen dan dat. Uiteindelijk moet je zorgen datde randvoorwaarden er zijn en dat elk businessplan op zijn merites wordtbeoordeeld. Dat is uiteindelijk waar je voor moet zorgen. We gaan geenapart belastingsysteem invoeren voor vrouwelijke ondernemers, wat eenvan de voorstellen was die ik heb zien langskomen. Daar roepen vrouwe-lijke ondernemers ook helemaal niet om. Maar het zijn wel voorstellen diegedaan worden. Mijn inzet is dus om het zo eerlijk mogelijk te maken endat elk businessplan op zijn merites wordt beoordeeld. Dat is waar wijmaatregelen voor nemen, zodat je bijvoorbeeld in selectiecomités geenbias hebt van oude witte mannen die alleen maar willen investeren inmensen die op henzelf lijken. We weten dat dat gebeurt, dus daaromzorgen we voor pariteit op dat front.Maar ook dan moeten er nog steeds goede businessplannen zijn die doorde markt moeten worden gefinancierd. Op al die randvoorwaarden zettenwe stappen, maar we zijn er nog niet. De motie die door de heer Snelleren mevrouw Postma is aangenomen gaan we ook gewoon uitvoeren.Daar gaan we dus mee aan de slag. Maar dáár is de inzet van de overheidop gericht: uiteindelijk zal het toch in de markt moeten gebeuren. We ziengelukkig wel groei. Ik moet daarbij wel zeggen: tien jaar geleden was hetverhaal echt heel anders. Dat heeft allerlei redenen. Maar onder anderemet dit beleid zetten we er op in – ook vanuit de markt zie je vergelijkbareinitiatieven en ik denk dat dat goed is – dat het uiteindelijk nog steedsmoet gaan om de merites van een businessplan.De voorzitter:Vervolgvraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij te horen dat de Minister en ik volgens mij hetzelfde willen; datis goed te horen. Nou zegt de Minister: ja, je moet wel extra maatregelenkunnen nemen en ik zie niet welke maatregelen ik kan nemen. Ik ook niet.Ik ben geen ondernemer, ik ben geen vrouw en ik heb geen migratieach-tergrond. Ik weet niet precies waar deze markt blijkbaar niet werkt voordie vrouwelijke ondernemers, laat staan dat ze ook nog een migratieach-tergrond hebben. Er zijn mensen die wel dit soort ondernemers zijn, en ikdenk dat zij wel ideeën hebben over wat er nog meer gedaan zou kunnenworden, anders dan een apart belastingregime. Mijn verzoek aan deMinister zou zijn of hij bereid is om naar de voorstellen van deze groep teluisteren. Hoe kan hij ervoor zorgen dat die financiering gelijker wordtgetrokken en dat we die 139 miljard euro een beetje los kunnen krijgenvoor onze economie?Minister Karremans:Dat voorstel stond in die motie. Die motie is aangenomen en die heb ikook oordeel Kamer gegeven, dus die gaan we ook uitvoeren. Hetantwoord is dus: ja.De voorzitter:Ik heb het idee dat we naar het volgende mapje gaan: regeldruk. DeMinister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71229 Minister Karremans:Regeldruk. Dat is wel een van mijn favoriete onderwerpen, moet ikzeggen. Dat geldt ook voor de heer Vermeer en de heer Kisteman, weet ik.Dat is er dus eentje waar wij een gezamenlijke passie voor hebben.Allereerst de vraag van de heer Kisteman om een teller op de Regeldruk-monitor te plaatsen en de voortgang op die manier vorm te geven, zoalsbij de coronamonitor. Ik vind dat een bijzonder leuk idee, dus dat gaan wegewoon doen. Ik denk ook dat het goed is dat, als ondernemers zichafvragen wat er gebeurt, we kunnen laten zien waar we mee bezig zijn endat we ook de voortgang kunnen melden over wat er in een wetstraject zitof waar we effect van verwachten. Hierbij geldt natuurlijk ook: de eneregel raakt een bepaalde groep ondernemers en de andere regel raaktweer een andere groep ondernemers. Er zijn natuurlijk vaak regels tenaanzien van de sociale zekerheid die de hele groep raken, maar er zijn ookheel veel sectorspecifieke regels. Dan kunnen we aan de slag zijn met éénsector en daar heel veel winst op boeken, maar dat ziet een andere sectordan niet. Ik denk dat het dus wel vertrouwen wekt om te kunnen laten ziendat we op al die punten wel degelijk voortgang boeken. Accountabilityvind ik echt heel belangrijk: rekenschap geven over wat je doet alsoverheid. Ik vind het dus een bijzonder leuk en goed idee en we gaan datoppakken.De voorzitter:Meneer Kisteman, u heeft een «ja» gekregen.De heer Kisteman (VVD):Dat is hartstikke mooi; ik zal binnenkort lekker gaan F5’en op mijncomputertje. Dan ga ik kijken hoe snel die regels oplopen op die teller, hoeblij we ondernemers gaan maken met minder regels en hoe ondernemenweer leuk wordt.De voorzitter:Geen vraag.De heer Kisteman (VVD):Op Kistemanmonitor.nl. Ik hoop dat er nu ambtenaren meekijken en ’msnel gaan vastleggen. Dit is een toezegging.De voorzitter:Sorry, mevrouw Van Dijk?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik wil dan wel graag een netto-monitor.De voorzitter:Kijk, nu gaan we onderhandelen over de monitor. Mevrouw Van Dijkvraagt of het een netto-monitor kan zijn.Minister Karremans:Ja, maar daar zijn we natuurlijk wel zelf bij. Het hele punt is natuurlijk omte zien hoeveel regels erbij komen. Dat is ook heel vaak een wens van deKamer. We zullen kijken wat we daarin kunnen doen, maar 500 is 500. Datgaan we nu dus echt eraf halen en we gaan ervoor zorgen dat er nietandere regels voor in de plaats komen; dat lijkt me evident.Dan ...De voorzitter:Sorry, voordat u verdergaat: de heer Vermeer heeft een vraag.De heer Vermeer (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71230 Ja, er werd natuurlijk grappig gezegd «Kistemanmonitor», maar het gaatom de ondernemers, en niet om de partijen die dit graag willen.Minister Karremans:O nee, ik was het niet serieus van plan te doen hoor. «Kistemanvermeer».We kunnen die URL zo lang maken als we zelf willen, jongens! Het isallemaal goed.De voorzitter:Laten we doorgaan!Minister Karremans:Laten we doorgaan inderdaad. Even kijken.De heer Flach vroeg of ik sneller kan gaan. Ik waardeer die vraag natuurlijkook, en op zich vind ik het ook een terechte. Ik ga echt zo snel als ik kan.Als ik er dus 600 of 1.000 van kan maken, dan maak ik er 600 of 1.000 van.Ik heb er nu alleen 500 staan, omdat je natuurlijk op een gegeven ogenblikmet je collega’s een target moet afstemmen. Ik zeg daar wel bij: hetgrootste deel van de regels wordt niet gemaakt door Economische Zaken,hè. Die zitten bij heel veel andere departementen. Ik kan ze u zo op eenblaadjes geven.Het punt is dus ook dat we hier wel met elkaar aan moeten gaan werken.Daarom heb ik ook dat commitment van mijn collega’s gevraagd. Het kannamelijk niet zo zijn dat wij als departement bij andere departementenlangsgaan om te vragen of we nog wat regels hebben, dat iedereen neezegt en dat we weer doorgaan. Dan hebben we uiteindelijk niks. Ik bendus afhankelijk van mijn collega’s. Dit target hebben we nu afgesproken.Maar als we meer kunnen doen, zullen we het niet nalaten, zeg ik ooktegen de heer Vermeer.Dan over de fast lane. Ik vind dat een interessant voorstel. Dat ga ik dusmeenemen. Ik vind het ook echt mooi om de steun van MKB-Nederlanden VNO-NCW te zien, die er erg enthousiast over zijn dat we dat op dezemanier aanpakken.Dan de vraag van mevrouw Van Dijk of ik kijk naar het probleem dat doordrempels en regelgeving weinig bedrijven doorgroeien. Ze vraagt of hetmkb kan worden uitgezonderd. Zeker, daar kijken we ook naar. Soms kunje de grens voor het mkb hoger leggen dan die nu is. Dat heb ik ook in eenvoorbeeld in die brief genoemd, onder andere met betrekking tot deWPM. Dat vind ik namelijk een heel terecht punt.Ik noem ook even het voorbeeld van biotech in Nederland. We hebbeneen heel groot biotechcluster rond Leiden. Daar mogen we echt trots opzijn; dat is eigenlijk heel mooi gegroeid. Tegelijkertijd kost het in Europaen in Nederland ongeveer vijf tot zes jaar om een biotechproduct op demarkt te brengen. Dat is niet omdat die ontwikkeling zoveel kost, maar datheeft allemaal te maken met vergunningen: vergunningen, vergunningenen vergunningen, zowel Europees als nationaal. Ik snap dat we er hiergeen pubquiz van kunnen maken, dus ik zal het antwoord maar gelijkgeven: in Amerika is dat zes maanden. Dus drie keer raden waar op ditmoment al die R&D-investeringen landen! Dat is niet in Europa en ookniet in Nederland.Op heel veel andere gebieden, zoals waar het gaat om talent, hebben wegewoon veel betere kaarten dan andere landen. Hier moeten we metelkaar iets aan doen, want hierdoor landen elders investeringen die weheel graag in Nederland willen hebben en die zorgen voor banen, diezorgen voor welvaart en die zorgen voor belastingafdracht, waarmee wede zorg, de politie, het onderwijs en noem maar op kunnen betalen. AlsCEO’s van die biotechbedrijven aan tafel zitten en met zo’n verhaalkomen, dan vraag ik wat het dan wel moet zijn. Moet het dan ook zesmaanden zijn, of kan het bij wijze van spreken ook iets anders zijn? Wehoeven niet in alles hetzelfde te zijn als Amerika en we moeten onze eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71231 afwegingen maken. Die CEO’s zeggen dan: maak er twee of tweeënhalfjaar van, en we komen hiernaartoe.Weet je, het is ook niet zo dat we de Amerikaanse wetgeving moetenkopiëren of hun snelheden exact moeten nabootsen. Maar het verschil isnu gewoon te groot; het is gewoon te groot. Dat heeft niks te maken metpublieke investeringen van de overheid. Dit heeft sec te maken metre-gel-druk. Dit is wat dat doet: investeringen vinden niet in Nederlandplaats, met gevaar voor ons toekomstige verdienvermogen. Maar goed,daar ben ik natuurlijk mee bezig. Dat is natuurlijk een logische conclusievan dit verhaal.Dan de vraag hoe de Minister ervoor gaat zorgen dat ondernemers nuecht gaan merken dat er verschil komt. Mevrouw Van Meetelen zegt: deMinister heeft het wel aangekondigd, maar men merkt er nog niks van. Ja,die brief is zes dagen oud! De doorwerking laat dus nog even op zichwachten. Ik denk dat ik ook even verwijs naar het punt van de heerKisteman. Het punt van die monitor wekt natuurlijk wel vertrouwen, of kandat vertrouwen wekken. Het zorgt ook voor accountability bij de overheid.Je laat zo ook zien wat nou de voortgang is. Zo zie je gewoon wat ergebeurt, ook al merkt men dat niet direct. Wetgevingstrajecten, ook dieom wetten af te schaffen, duren namelijk lang. Als je langs beide Kamersmoet en je moet langs de Raad van State: dat zijn gewoon trajecten dieveel tijd kosten. Daar moeten we richting ondernemers ook eerlijk overzijn. Maar wat snel kan, doen we snel.Dan de vraag of ik evenementen kan toevoegen aan een indicatoron-derzoek. De evenementenbranche kent een grote overlap met het rapportMKB-indicatorbedrijf: Het hotel, dat in 2023 is opgeleverd. Als ik ook nogeens een keer de evenementenbranche ga toevoegen, wordt hetdubbelop. Ik wil ook een beetje voorkomen dat je nu bij iedereen een«eigen branche eerst»-dynamiek krijgt. Ik wil er dus nu op deze maniermee aan de slag. Maar uiteindelijk moeten we ook voor de evenementen-branche de regeldruk verminderen. Dat geldt zowel voor die branche alsvoor biotech en heel veel andere industrie in Nederland.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik werd natuurlijk afgekapt, want mijn inbreng was iets te lang. Andershad ik het nog even uit kunnen leggen. Het gaat niet alleen maar om dieevenementen; het gaat vooral juist om de lokale en kleinere evenementen.Ik denk daarbij aan braderieën, sportevenementen, boekenmarkten,buurtfeesten en erfgoedactiviteiten. Het gaat om al dat soort kleinereevenementen, die vaak lokaal worden georganiseerd. Die hebben echt eenenorm hoge regeldruk. Daarom heb ik dat gevraagd. Daar wordt niet naargekeken. Die zijn absoluut niet te vergelijken met hoteliers.Minister Karremans:Daar zeg ik twee dingen over. Eén. Voor een heel groot deel is daarbijsprake van lokale regelgeving. Dat wil niet zeggen dat we daarvan moetenwegkijken, maar ik kan niet bepalen wat de gemeenteraad van Hellevoet-sluis doet. Dat is één. Twee. Ik wil nu even niet meer onderzoeken. Ik wilnu gewoon echt aan de bak met regels schrappen. Daar gaat mijn focusheen. Ik zeg daar wel eerlijk bij – dat realiseerde ik me ook niet al te vaaktoen ik nog gemeenteraadslid was, maar dat realisatiemoment kwam weltoen ik wethouder was – dat dezelfde mensen die al die onderzoekenmoeten doen, ook de mensen zijn die de regels voor ons moeten gaanschrappen en daarmee aan de slag gaan. Op het moment dat we nu nógmeer onderzoeken gaan doen en er nog meer dingen bij gaan halen – ikzeg dit met alle respect, uiteraard, want ik begrijp de vraag heel goed –dan moet het target omlaag. Ik ga die mensen niet over de kling jagen. Ikheb gewoon een beperkte groep mensen die hier met heel veel passie enenergie aan werken, ook bij het ATR. Ik ga er ook ondernemers bij vragen.Die doen dat allemaal onbetaald en vrijwillig, omdat ze geloven in ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71232 project en in deze aanpak. Maar om nu te zeggen dat we nog een extraonderzoek gaan doen ... Ja, we nemen de evenementenbranche mee.Natuurlijk willen we dat doen. Maar ik wil nu echt aan de bak, en niet nogmeer onderzoek doen.De voorzitter:Oké. Zijn we bij het volgende mapje?Minister Karremans:Ja, winkelgebieden. Er was nog een semantische discussie of deImpulsaanpak was geschrapt of niet. Die is niet geschrapt, maar op eengegeven moment is het geld op. Dat gebeurt er als je geld hebt en hetuitgeeft; op een gegeven moment is het budget op. Maar ik heb de Kamernatuurlijk goed gehoord. Het is aan de ene kant heel mooi om te zien dater heel veel enthousiasme voor is en heel veel noodzaak toe wordt geziendoor gemeenten om gebruik te maken van deze regeling. Dat bleek einddecember al, toen we bij de vierde tranche dertien projecten wel kondenhonoreren, maar ook dertien projecten niet. Ik zal ook een poging wagenom te kijken of ik hiervoor nog financiën kan vrijmaken. Ik ga me daarhard voor maken. Ik kan geen garantie geven dat dat lukt, maar ik heb deKamer goed gehoord. Zullen we het zo zeggen?Dan was de vraag of ik het belang van de zondagsrust en de kleinewinkelier die niet zit te wachten op verplichte winkelopenstelling opzondag wil meenemen in de evaluatie van de Winkeltijdenwet. Dit isnatuurlijk een heel politiek punt. Hier wordt gewoon heel verschillendover gedacht in de Kamer. Deze week heeft de Kamer gestemd om deevaluatie van de Winkeltijdenwet te starten en daarbij oog te hebben voorde ruimte voor ondernemers om open te zijn op zondag. Dat gebeurdeaan de hand van de motie van de heer Kisteman, waarover gesproken is.Net als bij de vorige evaluatie van de Winkeltijdenwet zal ik uiteraard bijdeze evaluatie ondernemers, gemeenten en andere belanghebbendenmeenemen, ook ondernemers die hechten aan zondagsrust.De voorzitter:Dit roept een vraag op bij de heer Flach.De heer Flach (SGP):Ik probeer het vorige antwoord van de Minister te koppelen aan ditantwoord. Hij wilde vol aan de bak met het schrappen van regels, en nietnog een onderzoek erbij. Toch gaat hij aan de slag met het ruim een jaarnaar voren halen van deze evaluatie. Misschien wil hij straks nog aan deheer Kisteman uitleggen dat hij zal moeten kiezen tussen het schrappenvan regels of het versnellen van de evaluatie van de Winkeltijdenwet.Maar dat is natuurlijk niet mijn vraag. De Minister had het erover dat diteen heel politieke zaak was. Dat ben ik, denk ik, niet helemaal met hemeens. De zorgen van kleine ondernemers die niet op zondag open willen,zijn niet politiek. Dat betreft een evenwichtige evaluatie. Hoewel ik heelpolitiek in dit onderwerp zit en daar heel gedreven in ben, zou ik tochwillen vragen om dat onderzoek niet politiek te maken, dus juist omiedereen erbij te betrekken en niet naar de gewenste uitkomst toe teschrijven.Minister Karremans:Dat is een terechte correctie van de heer Flach. Dat is ook helemaal niethoe ik het bedoeld heb, en dat heb ik ook proberen te zeggen. Wij vliegenhet helemaal apolitiek aan en we luisteren naar ondernemers, ookondernemers die belang hechten aan de zondagsrust. Zeker.De voorzitter:De heer Thijssen op dit punt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71233 De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nee, op het vorige punt. Als de heer Kisteman iets op dit punt wil zeggen...De voorzitter:Dan gaan we eerst naar meneer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Ik kan de heer Flach wel tegemoetkomen, dat we geen onderzoek doen enhet gewoon gelijk afschaffen. Dat is nog veel makkelijker, natuurlijk. Dusals de Minister dat wil doen, dan is de VVD daar zeker voorstander van.De voorzitter:Goed. Waarvan akte.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik wil het nog heel even hebben over het vorige punt. Blijkbaar zijn deMinister en de Kamer het voor een groot deel erover eens dat het tocheigenlijk wel heel goed zou zijn als de impulsregeling voor winkelge-bieden doorgezet zou kunnen worden en als er nog extra geld gevondenkan worden. De Minister zal daarvoor zijn best doen. Als ik kijk naar wathet kabinet heeft gedaan, dan zie ik dat dit kabinet aan de start eenbelastingvoordeel heeft gegeven aan hele grote bedrijven die winst-gevend zijn, omdat ze geen belasting meer hoeven te betalen als ze huneigen aandelen inkopen. Dat is natuurlijk een van de redenen ... Nee, laatik het anders zeggen: is dat niet een van de bronnen, een van de plekken,waar de Minister kan zoeken naar geld om deze impulsregeling voorwinkelgebieden een doorstart te geven? We weten dat de winsten van diegrote bedrijven historisch hoog zijn. Mijn partij vond het dus sowieso nietnodig dat er een belastingvoordeel werd gegeven, waardoor ze geenbelasting hoeven te betalen over hun eigen aandelen. Een heel kleinbeetje belasting betalen is al genoeg om deze regeling door te zetten. Isdit niet een mooie plek om dat op te halen, ook omdat eerder in dit debatgezegd is dat het mkb en het grootbedrijf een ecosysteem vormen en bijelkaar horen? Is het dan niet goed dat het grootbedrijf ietsje meerbelasting gaat betalen over die historisch hoge winsten, zodat we dieimpulsregeling voor winkelgebieden kunnen doorzetten?Minister Karremans:Ik begin er nu zin in te krijgen. Ten eerste zijn de winsten van hetbedrijfsleven inderdaad historisch hoog. Weet je wat ook historisch hoogis? De afdrachten aan vennootschapsbelasting door het bedrijfsleven. Diezijn in vijf jaar tijd gegroeid van 24 miljard naar 48 miljard per jaar. Dat iswaar wij alles mee kunnen betalen in Nederland. Tenminste, daar betalenwe heel veel mee. Er wordt altijd heel makkelijk over de aandeelhoudersvan de bedrijven heen gestapt. Wie zijn de grootaandeelhouders van degrote winstgevende bedrijven? Pensioenfondsen. Dat gaat om depensioenen van hele normale hardwerkende Nederlanders, die gewooneen goede oude dag willen. Op het moment dat we dat gaan afromen, wiehebben dan een probleem? De pensioenfondsen. Tot mijn ergernis af entoe wordt een beetje het beeld geschetst dat grote CEO’s en hedge fundmanagers daar baat bij hebben. Wij hebben allemaal baat bij goeddraaiende grote bedrijven in Nederland.Ik heb net ook al iets gezegd over de link tussen het mkb en de grotebedrijven. Wat gebeurt er op het moment dat die grote bedrijven ervoorkiezen om weg te gaan uit Nederland? Wij willen die grote bedrijvengraag hier houden. Die mkb’ers hebben dan als eerste een waanzinniggroot probleem. Die bedrijven zorgen voor de toelevering naar die grotebedrijven. Dan hebben we het niet alleen over de cateraar die de broodjessmeert – dat vind ik altijd een beetje makkelijk – maar over de hele keten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71234 ASML heeft 5.000 Nederlandse toeleveranciers. Dat gaat inderdaad van debroodjes tot hele specifieke technologie. Die hebben weer toeleveranciersen die hebben weer toeleveranciers. Die sponsoren de voetbalclubs en diezorgen voor de winkelstraten. Dit heeft allemaal met elkaar te maken. Ikben het zó hartgrondig oneens met die valse tegenstelling van winkel-straat tegenover grote bedrijven. Ik kan dat niet in andere woorden dandeze benadrukken.Als we kijken waar dat geld voor die winkelstraten vandaan moet komen,zal dat inderdaad keuzes vergen. Daar zal ik eerlijk over zijn. Het geld komtniet uit de hemel vallen in Den Haag, dus we zullen daar keuzes in moetenmaken. Maar ik heb de Kamer goed gehoord ten aanzien van diewinkelstraten. Ik ken ook zelf de voorbeelden waarbij dat echt een impulsheeft gegeven aan een winkelgebied, waarbij de ondernemers en demensen er heel blij mee zijn en waarbij het ook helpt bij bijvoorbeeldklimaatadaptatie, het koel houden van winkelstraten in de zomer. Ik gamijn best doen om te kijken of ik daar wat financiering voor kan krijgen,maar om daar gelijk een tegenstelling van te maken tussen het bedrijfs-leven en grote bedrijven: daar kan ik gewoon echt niet in meegaan.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nu doet de Minister het weer; dat deed hij in het vorige debat ook. Hijdoet alsof ik tegen het grootbedrijf ben, alsof ik niet zie dat mkb-bedrijvenook heel veel te maken hebben met die grote bedrijven. Dat is helemaalniet zo. Volgens mij zitten wij in een vak waarbij we moeten kiezen inschaarste. Daar probeer ik de Minister op uit te dagen, op basis van deMiljoenennota van zijn eigen kabinet. De winsten zijn historisch hoog. Diezitten inderdaad vooral bij het grootbedrijf. Hoe komt dat? Dat komtdoordat die grootbedrijven een enorme marktmacht hebben ten opzichtevan mkb-bedrijven. Ga maar praten met mkb-bedrijven in de toeleverings-keten van ASML over hoe die werkrelatie precies is. Daar moet ook oogvoor zijn. De vraag is dus als volgt. We moeten kiezen in schaarste. Weverdienen in Nederland met z’n allen meer geld dan ooit. Volgens mijmoeten wij als verantwoordelijke politici kijken wat wij gewensteontwikkelingen vinden en als we daar geld voor nodig hebben, moetenwe kijken waar we dat geld kunnen halen.Wat ons betreft kan dat bij de CEO’s, want die verdienen veel meer gelden betalen relatief veel minder belasting dan iemand met een modaalsalaris. Maar dat kan dus ook bij de zeer winstgevende bedrijven. Hetklopt dat dat ook naar pensioenfondsen gaat, maar niet alleen. Er zijn ookheel veel buitenlandse aandeelhouders die daar ook van profiteren.Daarmee zeg ik niet «room al die winsten af» of «het is slecht als jeaandeelhouder bent». Nee, die aandeelhouders hebben we keihard nodig,want die zijn bereid hun geld te investeren in de Nederlandse economie.Die moeten daar dus ook een fair rendement voor krijgen. Het punt is dathet rendement volgens de Miljoenennota wel heel erg groot is geworden.Volgens mij kan de balans een beetje teruggebracht worden. Laat ze duseen klein beetje belasting betalen in plaats van hun een belastingvoordeelte geven als ze hun eigen aandelen inkopen. Dan kunnen wij bijvoorbeelddie mkb’ers in de winkelgebieden helpen.De voorzitter:Dat is meer een suggestie dan een vraag. Het was een heel lang betoogmet een suggestie.Minister Karremans:Nou, hier kan ik wel op antwoorden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71235 De voorzitter:De Minister.Minister Karremans:Ik kan daar natuurlijk kort op zeggen dat ik het niet ga doen, maar ik vindhet wel leuk om daar als volgt een wat langer antwoord op te geven. Ookkijkend naar de huidige geopolitiek zijn landen die met ons concurreren endie het beter doen dan wij, op dit moment allemaal de belasting voorbedrijven aan het verlagen. Die gaat niet omhoog, maar omlaag. De VSmaken het nu fiscaal heel aantrekkelijk om daarnaartoe te komen, ookvoor Nederlandse bedrijven. Dan is nu zorgen voor nog hogere lastenvoor het bedrijfsleven het meest onverstandige om te doen; dat iseconomisch zeer onverstandig.Wat buitenlandse aandeelhouders betreft: het is natuurlijk altijd makkelijkom die groep weg te zetten in de zin van «ga het daar maar halen». Vanheel veel Nederlandse bedrijven zijn de buitenlandse aandeelhouders inBelgië, in Amerika, in Venezuela, in Brazilië, in China en noem het maarop. Als je zegt dat we het daar gaan halen, reken er dan dus maar op datdat ook andersom een effect heeft.Wat «we verdienen meer geld dan ooit» betreft: ja, er is economischegroei en er is voor volgend jaar 1,3% economische groei voorspeld, maarwe hebben minimaal 1,5% economische groei per jaar nodig om alles tekunnen blijven betalen voor onderwijs, zorg, veiligheid, defensie en noemmaar op. We worden af en toe dus echt totaal in slaap gesust door hetidee dat het economisch allemaal wel lekker gaat in Nederland. Dat is niethet geval. We moeten keihard aan de bak. Dat merkt het mkb nu ook. Hetmkb is de motor van de economie, maar heeft die grote bedrijven nodig.Dan is het zeer onverstandig om de belastingen daarvoor te gaanverhogen. Ik ga dus kijken naar andere uitgaven die we doen. Ik ga nietkijken naar belastingverhoging voor bedrijven. Als de Kamer de wensheeft om meer geld vrij te maken voor die regeling voor winkelgebieden,kan ik me daar alleszins iets bij voorstellen, maar dan ga ik kijken naarandere uitgaven die wij in de overheid doen. Dat is ook de afspraak die wijhebben gemaakt in dit regeerakkoord: het lastenkader en het uitgaven-kader zijn gescheiden. Als je ergens anders uitgaven wil doen, moeten erdus ergens anders uitgaven af. Die route ga ik bewandelen, maar danvinden de heer Thijssen en ik elkaar weer in dat mooie winkelgebied, wantwe delen de mening dat we daar natuurlijk meer in zouden moeten willeninvesteren. Dat is dus hoe ik het ga doen.Dan de vraag van de heer Vermeer over Streetwise: komt het goed met desubsidie aan Streetwise? Een subsidie aan Streetwise is nooit toegezegd.Dat kan ook niet op die manier, maar wel is mijn medewerking toegezegdom de verbreding van de methode van Streetwise naar andere provincieste ondersteunen. Er ligt nu een subsidieaanvraag. Die wordt op zijnmerites beoordeeld, maar ik kan hier nu in de Kamer niet toezeggen datdat binnen enkele weken tot een positief besluit zal leiden. Ik denk dat deheer Vermeer dat begrijpt, maar we zijn hiermee bezig.De heer Vermeer (BBB):Dat begrip is slechts beperkt, want er zijn allerlei afspraken met hetministerie gemaakt om ondersteuning te krijgen van provincies. Die steunis daar opgehaald. Voor Overijssel ligt de aanvraag inmiddels al maandenstil op het ministerie. Er wordt zelfs niet gereageerd op vragen. Ook deprovincie Overijssel blijft dus vragen naar de positie van EZ en blijftvragen of fase 2 kan starten. Ik doe dus voor de zoveelste keer eendringend beroep op de Minister: kom op!Minister Karremans:Dan stel ik voor dat we dat straks even uitwisselen. Dan ga ik daar evenmee aan de slag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71236 De voorzitter:Dan komen we, als ik het goed heb, bij het laatste blokje, overig.Minister Karremans:Ja, dat is het laatste blokje. Een vraag van de heer Kisteman overaanbestedingen: kan het aanbesteden niet eenvoudiger, zodat onder-nemers veel minder tijd kwijt zijn? Ja, ik ben het ermee eens dat heteenvoudiger kan en ook moet. Dat is ook mijn inzet in Brussel bij deherziening van de aanbestedingsregels. We evalueren ook de GidsProportionaliteit om te kijken hoe we tot eenvoudigere aanbestedingspro-cedures kunnen komen. Het idee om te kijken of je bepaalde ondernemersdaar een soort fast track in kan geven, wil ik onderzoeken. Ik wil evenkijken of dat een haalbare kaart is.Dan de New Competition Tool, die ook al genoemd is in de agenda vanhet kabinet. Hoe snel wil ik dit sturingsinstrument samen met de ACMinvoeren? De New Competition Tool heeft mijn aandacht. Het heeftnatuurlijk de voorkeur om nieuwe mededingingsinstrumenten Europeeste regelen. Dan maak je de meeste impact, want het is natuurlijk gewooneen interne markt. Maar feit blijft wel dat het instrument moeilijk af tebakenen is. Daarom wil ik goed uitzoeken hoe zo’n instrument eruit moetzien. Ik kom daarop terug in mijn appreciatie van de initiatiefnota Minderinflatie, meer bestaanszekerheid, van NSC en PVV, die al is genoemd.Dan de vraag of ik bereid ben verschillende beleidsvarianten voor deverlaging van belastingen en premiedruk uit te werken. Op 30 juni 2025 ishet rapport Kansen voor lagere tarieven en beter beleid al naar de Kamergestuurd. Dit is een ambtelijk rapport dat met medewerking van EZ isgeschreven en geeft een goed overzicht van de opties die er zijn voorondernemers en ondernemingen. Gemakshalve wil ik verwijzen naar datrapport.Dan de vraag wanneer er een uitvoeringsagenda volgt op de Productivi-teitsagenda, die deze agenda vertaalt naar de praktijk. Zijn er meetbaredoelen? Hoe ziet dat er allemaal uit? De Productiviteitsagenda is echtbedoeld als een eerste stap. We gaan ook een national productivity boardoprichten om productiviteit op de agenda te houden. De volgende stap isdan om met de productivity board doelen te stellen en die meetbaar temaken. Maar dit is de eerste stap. Er staat ook veel beleid in dat we aldoen, maar ook verder moeten brengen. In een volgende stap zullen wedat dus meenemen.Dan de vraag hoe ik de constatering in de initiatiefnota over inflatie enbestaanszekerheid beoordeel dat slecht functionerende markten leiden tothogere prijzen. Herken ik dat hoge prijzen en slecht functionerendemarkten de productiviteit en de concurrentiekracht onder druk zetten? Hoekijk ik naar het idee om structureel inzicht te geven in situaties vanmarktfalen, bijvoorbeeld via een jaarlijkse staat van de marktordening? Ikherken natuurlijk de zorgen over de hoge inflatie, maar een gebrekkigemarktwerking – dat heb ik geloof ik ook geschreven in het antwoord opschriftelijke vragen dat ik onlangs naar de Kamer heb gestuurd – verklaartslechts voor een heel beperkt deel de relatief hoge inflatie in Nederland. Inde Kamerbrief over inflatie van 14 maart heeft het kabinet ook uitgelegddat juist de hoge loongroei in de afgelopen tijd heeft bijgedragen aan eenhogere inflatie. Goed functionerende markten zijn natuurlijk wel belangrijkomdat ze leiden tot een beter en breder aanbod van producten endiensten en ze innovatie en productiviteit stimuleren, en daarmee ook deconcurrentiekracht. Ik zal dit allemaal meenemen in de reactie op deinitiatiefnota die door NSC en PVV gemaakt is.Dan de vraag over ...De voorzitter:Meneer Verouden heeft daar een vraag over.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71237 De heer Verouden (NSC):Dank u wel, Minister, voor uw antwoord. Kunt u iets meer zeggen over determijn waarbinnen u die appreciatie gaat geven aan de Kamer?De voorzitter:Via de voorzitter graag. Minister, welke termijn?Minister Karremans:Ik denk ook ergens dit najaar. Ik heb de eerste versie al gezien, dus datloopt.Dan de vraag wat de inzet van Nederland in Brussel is op het gebied vanhet tegengaan van dropshipping en onderdeclaratie en op het gebied vaneen afhandelingsheffing. Zijn wij bereid om te pleiten voor strikteremaatregelen, zoals het introduceren van een afhandelingsheffing voorpakketjes uit China en strengere Europese regels tegen fenomenen alsonderdeclaratie en dropshipping? Het is natuurlijk van belang dat deEuropese regels op dit gebied ook gelden voor onlinemarktplaatsenwanneer die niet in de EU gevestigd zijn en dat hier effectief op kanworden toegezien. Wanneer dropshippers de producten van dergelijkeonlinemarktplaatsen doorverkopen, hebben zij ook juridische verantwoor-delijkheden voor de veiligheid en levering daarvan.Om de stroom e-commercepakketjes beter beheersbaar te maken, steunthet kabinet het afschaffen van de vrijstelling van importheffingen voorgoederen met een waarde onder de € 150. Daarnaast werkt het kabinetactief met de Europese Commissie samen om haar voorstel voor eenafhandelingsheffing op e-commercepakketjes verder uit te werken.Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Europese heffing innovember 2026 overweegt het kabinet andere lidstaten direct te volgenwanneer zij tot een dergelijke nationale maatregel overgaan. Op ditmoment is er al een Europese wet van kracht die het betaaldienstaan-bieders verplicht om betaaldata van grensoverschrijdende transacties tedelen met de Belastingdienst. Daarnaast wordt er bij lopende onderhan-delingen over het nieuwe Douanewetboek ingezet op het koppelen van debtw-data aan de data van de Douane, zodat onderwaardering effectief kanworden aangepakt.Dan over marktkooplui. Er is gezegd dat zij tegen korte vergunningsduuraanlopen en gevraagd of ik bij gemeenten wil aandringen op het hanterenvan een redelijke, wat langere vergunningsduur, die is afgestemd op dewerkelijke terugverdientijd inclusief verduurzamingskosten. Dat heb ikreeds bij de VNG gedaan en dat zal ik ook blijven doen. Volgende maand,op 6 en 7 oktober, zal de Juridische 2-daagse van de VNG – wie kent ’mniet – plaatsvinden. Je hebt Lowlands en je hebt de Juridische 2-daagsevan de VNG. Dan zal een uitgebreide sessie plaatsvinden over hetvergunningenstelsel onder de Dienstenwet en het SEO-onderzoek naar deterugverdientijd van ambulante handel – dat is natuurlijk een mooi woordvoor marktkooplui. Dit is vanzelfsprekend van belang; als wethouder inRotterdam heb ik daar ook veel tijd in gestoken en werk van gemaakt.Dan de vraag wat de Minister op korte termijn doet om de marktkoopluiperspectief te bieden en of hij het probleem herkent dat dit niet alleen zitin de terugverdientijd, maar ook in de onzekerheid rond vergunningen engebrek aan financiering. De vraag was ook wanneer dat gesprek gaatplaatsvinden – dat heb ik net al even gezegd – en of ik het ermee eens bendat bij een terugverdientijd van acht tot tien jaar er een minimum voor devergunningsduur zou moeten zijn. Aan de ene kant is het natuurlijklogisch dat handelaren zekerheid willen en perspectief willen. Die willenwe hun natuurlijk waar mogelijk bieden. Dat doen we ook doorgemeenten een handreiking te doen middels SEO-onderzoek. Ook zijn wereeds in gesprek gegaan met de VNG om het daar met ze over te hebben.Maar het instellen van een minimum is niet toegestaan volgens deEuropese Dienstenrichtlijn. Het is uiteindelijk ook aan gemeenten om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71238 gepaste vergunningsduur vast te stellen voor deze schaarse vergun-ningen, want ook vergunningen die schaars zijn, moet je eens in de zoveeltijd aanbieden aan de hele markt. Dat is ook wat we graag willen, ook omconcurrentie en lage prijzen te bevorderen. Als Minister heb ik niet debevoegdheid om daarin te treden.De voorzitter:Dit leidt tot een vraag van mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dat er geen minimum mag, snap ik. Maar sinds een paar jaar geleden is erwel iets veranderd, omdat de Dienstenrichtlijn veranderd is. Er mochtgeen onbepaalde tijd meer op staan. Dat heeft iedereen geaccepteerd.Maar er zijn ook gemeenten die hebben gezegd dat ze het elk jaaropnieuw gaan aanbesteden of uitschrijven in plaats van elke vijf of tienjaar, wat ze daarvoor altijd hebben gedaan. Die mensen hebben dushelemaal geen toekomstmuziek meer en kunnen gewoon niet meerfinancieren en krijgen ook geen financiering, want je kan niks meerneerleggen. Als jij moet investeren in een dure bus, een op maatgemaakte bakkerij of wat je dan ook nodig hebt in die zaak, heb je daargewoon een bepaalde tijd voor nodig. Dat krijg je dus niet meer gefinan-cierd, want je hebt die vergunning niet. Dus het loopt met elkaar samen. Ikhoop echt dat als u met de VNG in gesprek bent, u daar echt op gaatduwen dat dit zo niet kan. Op deze manier kunnen de mensen namelijkniet verder.Minister Karremans:Ik snap het helemaal. Juist vanuit het perspectief van ondernemers is diteen heel plausibel verhaal. Ik ga aan de slag met de VNG. Kijk, de VNGkan het niet afdwingen bij gemeenten, want uiteindelijk is het aangemeenteraden zelf om daarover te besluiten. Ik zeg er tegelijkertijd ookbij: in mijn zeven jaar tijd als lokale politicus hebben marktkooplui nooitlast gehad van enige verlegenheid op het stadhuis. Ik weet dat markt-kooplui de politiek vaak ook goed weten te vinden. Waar dat niet zo is,moeten zij af en toe misschien een beetje geholpen worden. Maaruiteindelijk is dit wel aan gemeenteraden om te bepalen. Ik kan dat nietlandelijk afdwingen, maar wij zullen erop blijven drukken bij de VNG.Waar marktkooplui natuurlijk bij mevrouw Van Meetelen aankloppen, ishet denk ik goed om door te verwijzen naar de lokale politiek omdatuiteindelijk daar het besluit moet plaatsvinden. Die hebben nu eenmaal debevoegdheid om dat zelf te doen. Daar willen we niet in treden. Volgensmij wil mevrouw Van Meetelen dat ook niet. Dit moet wel leiden tot goedebesluiten voor ondernemers.Voorzitter. Tot slot twee vragen over de zero-emissiezone. Daar was ik alswethouder ook veel mee bezig. Een groot deel van mijn werk bestond ookuit het verlenen van ontheffingen aan marktkooplui, want dat was gewooneen aparte groep. Die wilden we gewoon toegang geven. Zij zitten in veelgemeenten en die wil je daar natuurlijk nog steeds naartoe laten gaan.Daarover hadden we goede afspraken gemaakt in Rotterdam toen werichting die zero-emissiezone gingen. Maar ik zal dit ook weer bij mijncollega, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, die daarovergaat, onder de aandacht brengen. Ik wil er dus op die manier mee aan deslag gaan.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen, als u wilt reageren, moet dat in de tweedetermijn.We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn aan de zijde van hetkabinet. Ik wil gelijk doorgaan met de tweede termijn. De spreektijd is 1minuut en 30 seconden en nog een klein beetje. Nou, we gaan het zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71239 Dat gezegd hebbende: zullen we het bij twee interrupties per persoonhouden? We hebben nog tijd. Meneer Kisteman, aan u het woord.De heer Kisteman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor dit goede debat. Ik hoopdat de ondernemers weer een beetje vertrouwen gaan krijgen in depolitiek en daardoor weer goed kunnen gaan ondernemen. Bedankt voorde toezegging over de teller. Ik ga in de gaten houden wanneer die eropstaat.Ik heb nog één vraag. De Minister gaf aan het aanbesteden te willenonderzoeken. Maar kan hij ook nog aangeven waar of wanneer ik daar ietsover kan lezen? Dat hoor ik dan nog graag.Voorzitter. Verder wil ik een tweeminutendebat aanvragen om te kijken ofwe de Minister nog extra kunnen stimuleren om voor die impulsgebiedenal zijn laatjes open te trekken.De voorzitter:Meneer Flach, aan u het woord.De heer Flach (SGP):Voorzitter. Ik ben enthousiast over de spirit waarmee deze Minister deonnodige regeldruk wil aanpakken. Daar kijk ik met veel vertrouwen naaruit.Over zondagsrust heb ik voldoende gewisseld met collega Kisteman; datga ik niet politiek maken met de Minister, maar ik reken wel op zijnobjectieve rol daarin.Tot slot. We zijn het wat minder eens geworden over het zekerhedenrecht.Ik ben er echt van overtuigd dat het verstandig zou zijn om dat temoderniseren. Ik zal in het tweeminutendebat ook met een motie komenom de Minister daartoe aan te sporen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Inderdaad, de spirit van deze Minister is heel aanstekelijk.Het is goed dat de Minister aan de slag gaat met Code-V voor vrouwelijkeondernemers. Maar de motie van mijn collega White ging ook overondernemers met een migratieachtergrond. Daarom zou ik de Ministerwillen vragen of hij ook bereid is om met deze groep in gesprek te gaan,om te kijken of er maatregelen mogelijk zijn om die scheve verdeling in definanciering een beetje recht te trekken.Het tweede punt dat ik nog wil maken, is als volgt. De coalitiepartijen VVD,PVV, BBB en NSC hebben mooie woorden over het mkb, maar toen erbudget geregeld moest worden voor die succesvolle regeling Impuls-aanpak winkelgebieden, bleek het toch belangrijker om nog een belasting-voordeel te geven aan de zeer winstgevende bedrijven. De vraag is dan:wat zijn die mooie woorden waard als het mkb achter het net vist wanneerhet erop aankomt en het geld verdeeld moet worden?Ik wil nog één reactie geven. De Minister zei net namelijk: overal wordenbelastingen verlaagd, dus wij moeten daar wel in mee. Ik wil de Ministervragen: wat heeft Nederland er nou aan om belasting te verlagen vooreen bedrijf als BP, dat heeft aangegeven bij de Minister van KGG dat zijniet willen praten over verduurzamen en investeren in een schonefabriek? Wat heeft het dan voor zin om wél de belasting te verlagen vandit bedrijf? Want ze gaan toch weg. Kunnen we dan niet beter, zoalsGroenLinks-PvdA voorstelt, een toekomstfonds instellen met 25 miljard enzorgen dat bedrijven die hier willen investeren en blijven, dat ook echtdoen? Dat staat haaks op wat dit kabinet heeft gedaan, want dat heeft hetGroeifonds afgeschaft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71240 Dan het allerlaatste, over de uitvoering van de motie-White. Die gaat overspecifiek aandacht hebben voor microbedrijven. De Minister zegt wel dathij ermee bezig is, maar ik mis dat in de brieven die hij aan de Kamerschrijft. Dus nogmaals het verzoek: laat dat ook terugkomen in de brievendie hij aan ons schrijft.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Verouden, aan u het woord.De heer Verouden (NSC):Dank u wel, voorzitter. Bedankt namens de fractie voor de toezeggingenop het vlak van regeldruk en het instellen van die monitor. De teller, dieduidelijker gaat maken hoeveel regels er werkelijk verdwijnen, lijkt onszeer belangrijk. Ook bedankt voor de toezegging om waarschijnlijk voorhet einde van dit jaar met een appreciatie te komen van de initiatiefnotaover inflatie.Op het punt van de Chinese pakjes vond ik uw antwoord toch een beetjesnel en te veel wuivend naar Europa. Natuurlijk, Europa gaat in eersteinstantie over dit soort zaken; het is uiteindelijk een douaneaangele-genheid. Maar toch is het enorm belangrijk. Ik vraag de Minister omexplicieter na te denken over wat wij zelf als Nederland nodig achten,bijvoorbeeld wat betreft de hoogte van tarieven en behandelingsfees.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Inge van Dijk, aan u het woord.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Volgens mij is dit eenonderwerp waarop Kamer en kabinet elkaar best goed weten te vinden.Dat is positief, want het is een belangrijk onderwerp.Dank ook voor het antwoord met betrekking tot de advisering van PeterWennink om ook het mkb mee te nemen, want het is inderdaad gewoonheel logisch. Mijn vader zei altijd: we moeten het frotten in schuurtjesmaximaal bevorderen. Ik denk dat dat klopt, omdat er vaak heel mooiebedrijven uit voortkomen.Dan met betrekking tot regelgeving. Incidentje? Regeltje erbij.Onzekerheid? Regeltje erbij. We moeten naar onszelf kijken; dat deel ik. Ikhoop dat de Minister ook kijkt naar zijn kabinet, om te voorkomen datwetgeving, waar eigenlijk al in staat «doe het nou niet, want er zit heelveel regeldruk bij», misschien gewoon niet of aangepast naar de Kamerwordt gestuurd. We doen het dan samen. Ik denk dat onze ondernemersdie samenwerking erg verdienen.Dan als laatste. We moeten kijken naar onszelf. Minder moties indienengaat vast ook helpen om tot minder onderzoeken te komen, zodat er meeraandacht kan gaan naar het afschaffen van regels.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank, voorzitter. Ik heb nog twee vragen. Bij mij blijft het volgendehangen. Er zouden drie mkb-indicatorbedrijven worden aangewezen. Gaatdat in zijn geheel niet door? Ziet de Minister daar dus helemaal van af?Dat is mij niet duidelijk. Dat is vraag één.Ik had ook nog een vraag over de ontheffingsprocedure. Kan de Ministerdaarover in gesprek gaan? Kan hij daar wat aan doen? U bent wethouderin Rotterdam geweest. Nou, ik heb hier het voorbeeld van hoe RotterdamTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71241 ermee omgaat. Bij de RDW ligt het natuurlijk vast hoe dat zou moeten. Iksnap dat dat bij uw collega ligt. Maar vervolgens wordt er toch andersmee omgegaan. Als u daar toch mee aan de slag gaat, zou ik u dit graagwillen overhandigen om te laten zien hoe het daadwerkelijk in zijn werkgaat. Het is ongelofelijk traag en moeilijk. Mensen worden afgewezen oponjuiste gronden.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister en zijn medewerkers bedankenvoor de beantwoording van de vragen. Volgens mij zijn wij het er met z’nallen over eens dat de mkb-bedrijven de kurk zijn waar dit land op drijft endat we dat moeten steunen. Dat zullen we moeten laten zien door daden.Ik hoop dat we dat na de verkiezingen ook weer voortvarend met elkaaroppakken.De voorzitter:Dank u wel, dames en heren. We gaan direct naar de beantwoording vande Minister luisteren.Minister Karremans:Dank, voorzitter. Die woorden van de heer Vermeer wil ik natuurlijk alleenmaar onderstrepen. Volgens mij wordt het brede belang van het mkbnamelijk breed onderkend. Het is inderdaad ook de kurk waar dezesamenleving op drijft.Dan ten aanzien van de vragen die in tweede termijn gesteld zijn.Allereerst over de aanbestedingen en wanneer we daar duidelijkheid overkrijgen. Ik stel voor dat we de voortgang gewoon op de website zetten. Erwordt vaak gesproken over Europese wetgeving. Die is er ook. Maar bijhet implementeren van richtlijnen vanuit Europa heb je ook altijdbeleidskeuzes. Dat moeten we niet vergeten. We moeten dus ook niet teveel schuilen achter «dat is Europese wetgeving». Ik heb dat vandaaggelukkig ook niemand horen doen. Maar dat is wel een belangrijkekanttekening hierbij. Dat geldt natuurlijk ook zeker voor het aanbeste-dingsrecht.De heer Flach markeerde nog even het volgende. Het was geen vraag,maar ik vind het belangrijk om ook richting hem en zijn fractie te zeggendat ik daar met alle objectiviteit mee aan de slag ga. Dat is wat mij betreftgewoon een apolitieke exercitie. Die evaluatie gaan we dus gewoon opdie manier doen.«Wil de Minister in gesprek gaan met ondernemers met een migratieach-tergrond over wat zij ervaren?» Vanzelfsprekend, dat wil ik graag doen.Het is overigens niet zo dat wij nu voorstellen om belastingen voor grotebedrijven te verlagen. Dat hebben we niet gedaan. We hebben een aantalvoorgenomen verhogingen teruggedraaid, omdat die heel slecht warenvoor het ondernemersklimaat. Dat is wel echt een ander verhaal.Dan het punt van NSC, dat de heer Verouden maakte. Ik blijf bij mijnbeantwoording. Natuurlijk kan je altijd kijken wat je nationaal doet. Maarhet punt is dat het in Europa, in een interne markt, vaak alleen zin heeftom dingen Europees aan te pakken. Dat heb ik ook gezien toen ikStaatssecretaris van VWS was. Ik was bezig met vapes en het verhandelenvan vapes. Dat is in sommige landen legaal. Dat kan je alleen Europeesaanpakken. Als land kan je dat wel doen, maar het effect is dan veelgeringer. Je zorgt dan wel voor extra regels, die juist bij goedwillendeondernemers terechtkomen.De voorzitter:De heer Verouden heeft nog een opmerking of vraag over dit antwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71242 De heer Verouden (NSC):Mijn vraag ging niet specifiek over nationale maatregelen, maar juist overwat de inzet van het kabinet richting Brussel is met betrekking totEuropese maatregelen. Die staan in de stijgers, die worden ontworpen ener worden tarieven bedacht. Ik ben zeer benieuwd naar de insteek.Minister Karremans:Ik kan het nog een keer voorlezen, maar volgens mij heb ik die vraag albeantwoord.Dan het punt van mevrouw Van Dijk. Ik heb even meegeschreven: «Ikhoop dat de Minister ook kijkt naar zijn collega’s in het kabinet.» Heelterecht punt. Dat ga ik doen. Ik zeg wel tegen mevrouw Van Dijk: ik hoopdat zij ook een beetje kijkt naar haar collega’s in de CDA-fractie. Want toenik Staatssecretaris van VWS was, kreeg ik van de heer Krul bij elk debat deregels om de oren. Dus laten we een deal maken: ik let op mijn collega’sin het kabinet en mevrouw Van Dijk let op haar CDA-fractie; dan kunnenwe volgens mij een heel eind komen. Ik zie dat we een deal hebben!De voorzitter:Dit is uitlokking!Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Meneer Krul heeft een missie over het verbieden van bepaalde dingen;daar doelt de Minister volgens mij op. Maar volgens mij vonden ze elkaardaar ook vaak in. Volgens mij hadden ze daarin ook een gezamenlijkemissie.Minister Karremans:Wij vonden elkaar sowieso heel vaak, maar goed. Wij vinden elkaar ook.Dat gaat dus goed.Die drie mkb-indicatorbedrijven gaan gewoon door. Daar is dus nietsanders aan.Dan ten aanzien van de ontheffing. Ik heb gezegd dat ik dat opneem metde Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, want dat ligt bij hem.Ik heb dus gezegd dat ik dat zal doen.En geef het me mee, mevrouw Van Meetelen. Heel graag.Dank.De voorzitter:De informatie van mevrouw Van Meetelen gaat dus naar de Minister toe.We zijn aan het einde gekomen van het debat. Ik wil even de toezeggingenvoorlezen. Wilt u allemaal even opletten om te horen of het goed is? Dathelpt ook weer bij de moties, wil ik maar zeggen, indachtig de woordenvan mevrouw Van Dijk.De Minister stuurt voor het einde van het jaar een voortgangsbrief over demkb-financiering. Wordt dat herkend? O, dat hebben we net gedaan. Hetwordt niet herkend. Dat scheelt er één.–De eerste toezegging. De resultaten van de datapilot worden nog ditjaar naar de Kamer gestuurd. Dat is een toezegging richting de heerThijssen.–De Minister zegt toe in gesprek te gaan met de Stichting MKBFinanciering. Dat is een toezegging aan de heer Flach.–De uitwerking over het micro- en kleinbedrijf wordt meegenomen ineen toekomstige rapportage naar de Kamer. Dat is ook een toezeggingaan de heer Thijssen.–De Minister stuurt voor het einde van het jaar een brief over dewin-winregeling. Dat is een toezegging aan mevrouw Van Dijk.–De Minister zal een gesprek hebben met de Autoriteit Persoonsgege-vens over de non-bancaire financiering en de privacytoestanden, en deKamer daarover voor het einde van het jaar informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71243 –De Kamer wordt in december geïnformeerd over de uitvoering van demotie-Sneller/Postma, over inclusieve financiering.–Er komt een teller op de Regeldrukmonitor.–De Minister zal in zijn appreciatie van de initiatiefnota van NSC overinflatie enkele andere vragen meenemen en ingaan op de NewCompetition Tool. Die appreciatie komt nog dit jaar, dus voor het eindevan dit jaar.Dan rest mij te zeggen dat er een tweeminutendebat is aangevraagd. Deeerste spreker is de heer Kisteman.Daarmee ronden we dit debat af. Hartelijk dank aan de leden en deMinister voor hun aanwezigheid. Alle geïnteresseerden hier wens ik eenheel fijne dag.Sluiting 12.47 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71244

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 81d63591e0ccb1c9

14 okt 2026 · 4efadb538a34e4a4

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingMidden- en kleinbedrijf
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2025, over Midden- en kleinbedrijf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.