Voortgang van de uitvoering van de plannen van het kabinet op het gebied van natuur en landschap om mogelijk te komen tot een herijkte EHS met ambitie
Brontekst
Versie 5a1b675f9260c6c7 · officiële bronkst-30825-69ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201130 825Ecologische hoofdstructuur Nr. 69 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 16 februari 2011 Met deze brief informeer ik u over de voortgang van de uitvoering van de plannen van het kabinet op het gebied van natuur en landschap. Werk maken van het oplossen van problemen: dat is waar dit kabinet voor staat. Het huishoudboekje van de staat moet in balans komen. Dat betekent dat forse ombuigingen noodzakelijk zijn. Ook op het gebied van natuur. Dit kabinet staat voor een flinke opgave. Met de provincies heb ik overleg gevoerd over nieuwe afspraken om deze taakstelling te realiseren. Ik heb met het IPO afgesproken dat we op korte termijn gaan onderzoeken of het mogelijk is in gezamenlijkheid te komen tot een herijkte EHS met ambitie, waarvan het beheer betaalbaar is. Hierbij wordt intensief samengewerkt met de partners van het manifest «Natuur, landschap en economie in een vitaal platteland». We kijken gezamenlijk naar de bestedingen en verplichtingen tot 20 oktober 2010 en de financiële ruimte die daarna nog bij partijen resteert voor de afronding van de herijkte EHS en het beheer daarvan. De provincies zetten zich daarbij maximaal in om bij te dragen aan de financiële taakstelling van het rijk. We gaan er vanuit dat er perspectief is op een herijkte EHS die recht doet aan de internationale natuuropgave en waarvan het beheer op lange termijn betaalbaar is. Ik heb het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gevraagd om een aantal scenario’s voor de herijking van de EHS uit te werken en te beoordelen op de effecten op biodiversiteit. Het PBL heeft zijn rapport vandaag gepresenteerd. Het rapport van het PBL signaleert nog eens dat het buitengewoon lastig is de internationale biodiversiteitsdoelen te halen. In alle door het PBL beoordeelde varianten is sprake van afstand tot de oorspronkelijke doelen. Dat is zorgwekkend, maar helaas een boodschap die niet nieuw is. Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 30 825, nr. 691 Ondanks alle inspanning is het in Nederland en elders nog niet gelukt het biodiversiteitsverlies te stoppen. Dat is des te meer reden om de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten. De scenario’s die het PBL bekeken heeft, verschillen in aanpak en kosten. Van relatief goedkoop naar heel duur. De resultaten staan samengevat in figuur 3 van het rapport op bladzijde 12 (bijgevoegd als bijlage 1)1. Daar wordt aangegeven dat adequaat beheer van de nu gerealiseerde EHS tot 2020 ongeveer de helft kost van voortzetting van het oude beleid, en toch praktisch evenveel biodiversiteit oplevert. Als bovendien geïnvesteerd wordt in inrichting en beperkte verwerving ten behoeve van met name waterhuishouding en het robuuster maken van de gebieden dan kunnen we, nog steeds met minder geld en hectares dan bij het oude beleid, zelfs méér biodiversiteit realiseren. Ik vind dat goed nieuws. De prioriteit ligt volgens de bevindingen bij het beheren van bestaande gebieden, met name Natura 2000, en vervolgens bij investering in milieucondities, met name water. Verder meldt het rapport dat het schrappen van robuuste verbindingen conform het regeerakkoord tot 2020 weinig ecologische problemen oplevert. De genoemde prioriteiten zijn belangrijker voor het behoud en herstel van biodiversiteit. In het rapport benadrukt het PBL bij herhaling dat de natuur in Nederland zou verslechteren wanneer alleen de middelen van het rijk beschikbaar zouden zijn. Dat is echter niet aan de orde. Ook nu al is in het ILG sprake van een gezamenlijke financiering van rijk, provincies en derden. Dat blijft zo, zeker nu het natuurbeleid, na herijking van de EHS, conform het regeerakkoord gedecentraliseerd zal worden. Ik ga er dus vanuit dat er meer geld beschikbaar zal zijn. Daarover spreek ik met de provincies en daarover wordt gesproken in het kader van het hoofdlijnenakkoord voor de decentralisatie. Op dit moment is derhalve niet duidelijk welk budget beschikbaar zal zijn. Mijn inzet is om te komen tot een aanpak die met minder geld en hectares tenminste even effectief is als het oude EHS-beleid. Ik realiseer mij dat dit een flinke uitdaging is maar ik houd daarbij het beeld voor ogen dat ik toe wil naar een omslag in denken over natuur. Het is mijn ideaal om een beweging in gang te zetten waarin de zorg voor en het beheer van natuur meer in handen komt van particulieren, boeren en ondernemers in het landelijk gebied. Ik wil graag een grotere betrok-kenheid stimuleren van mensen uit de streek bij hùn natuur en daarbij de creativiteit van beheerders, bewoners en grondgebruikers optimaal benutten. In Nederland zijn natuur en landbouw teveel van elkaar gescheiden; landbouwgronden voor economische productie en natuurgebieden voor biodiversiteit en natuurwaarden. De afgelopen jaren is agrarisch en particulier natuurbeheer weliswaar gestimuleerd maar het is mijn ambitie om hier sterker op in te zetten en door middel van creatieve oplossingen de tweedeling op het platteland tegen te gaan. Ik zie juist veel kansen voor flora en fauna op het snijvlak van de natuurge-bieden en de gronden die nu louter voor agrarische productie worden gebruikt. Gedacht kan worden aan akkerkruiden als de korenbloem en het akkerviooltje en vogels als de patrijs die gedijen bij de aanwezigheid van foerageergebieden in de directe omgeving van natuurgebieden. Het is een geweldige kans om landbouw en natuur meer met elkaar te verbinden en daardoor de nodige natuur in Nederland te realiseren. Boeren moeten daarom een grotere rol krijgen in natuurbeheer, zodat ze naast voedsel ook natuur kunnen produceren. Ook de voorstellen van de 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informa-tiepunt Tweede Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 30 825, nr. 692 Europese Commissie voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bieden de mogelijkheid om natuurontwikkeling en het beheer ervan door boeren te stimuleren. Andere oplossingsrichtingen die ik aan het verkennen ben zijn: het uitwerken van nieuwe financieringsconstructies (in overleg met onder andere het Groenfonds), gebiedsconcessies, bovenplanse verevening voor natuurinvesteringen, nieuwe vormen van natuurbeheer door particulieren na overdracht van terreinen en een grotere inzet op beheer van gebieden als onderdeel van (agrarische) bedrijfsvoering. Vanuit de hierboven geschetste visie geef ik invulling aan het regeerak-koord. De opgave waar we voor staan is: eerst herijking EHS (financiële kaders en inhoudelijke richting) en daarna decentraliseren. De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,H. BlekerTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 30 825, nr. 693
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.