Reactie op het verzoek van het lid Wassenberg, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 17 september 2017, over de zichtbare effecten van gaswinning op de Waddenzee
Brontekst
Versie 68715a77522e4d28 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 29 684Waddenzeebeleid 33 529Gaswinning Nr. 157 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 13 februari 2018 Op 20 september 2017 heeft het lid Wassenberg (PvdD) tijdens de regeling van werkzaamheden verzocht om een reactie van het kabinet op het monitoringsonderzoek naar de effecten van de gaswinning op Ameland. Bij brief van 20 oktober 2017 (Kamerstuk 33 529, nr. 388) heeft mijn ambtsvoorganger aan uw Kamer laten weten dat de gevraagde reactie niet binnen de gebruikelijke termijn gegeven kon worden, omdat de inhoudelijke beoordeling van het monitoringsrapport meer tijd zou vergen en het auditrapport van de Waddenacademie nog niet was verschenen. Hierbij ontvangt u, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de gevraagde reactie. Sinds 1986 wordt door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) op en nabij Ameland aardgas gewonnen. In datzelfde jaar hebben de meest betrokken overheden met NAM en de betrokken terreinbeherende organisatie It Fryske Gea afspraken gemaakt over de organisatie van de monitoring van de bodemdaling op en nabij Ameland. In de Begeleidings-commissie monitoring bodemdaling Ameland (Begeleidingscommissie) hebben de gemeente Ameland, Provincie Fryslân, It Fryske Gea, NAM en Rijkswaterstaat zitting. De Begeleidingscommissie bepaalt de onderzoeks-vragen en begeleidt de onderzoeken. NAM heeft het secretariaat op zich genomen en draagt de kosten van het onderzoek. Sinds 1987 is gemonitord welke effecten zijn ontstaan door bodemdaling als gevolg van de gaswinning. De Begeleidingscommissie heeft elke 5 jaar een samen-vattend monitoringsrapport uitgebracht. In maart 2013 is voor de door NAM aangevraagde uitbreiding van de gaswinning Ameland en de gaswinning Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen door de Minister van Economische Zaken instemming verleend met de gewijzigde winningsplannen en is door de Staatssecretaris van Economische Zaken voor de gaswinning Ameland een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) verleend. Onderdeel van deze besluitvorming betreft de mogelijkheid om in bepaalde situaties kst-29684-157ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 29 684, nr. 1571 het zogenaamde «hand aan de kraan»-principe toe te passen. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer bij brief van 30 mei 2016 geïnformeerd over het «hand aan de kraan»-principe (Kamerstuk 29 684, nr. 140). Uitkomsten monitoringsrapport Op 14 september 2017 is het meest recente monitoringsrapport gepresen-teerd (zie bijlage 11). Het betreft een evaluatie van de monitoring van de effecten van bodemdaling op en nabij Ameland Oost na 30 jaar gaswinning. Het rapport behandelt onder meer de optredende effecten op de wadplaten en wadvogels, de duinen en duinvalleien, de kwelders en de broedvogels in de kwelders. De Waddenacademie heeft op verzoek van de Begeleidingscommissie een onafhankelijke audit uitgevoerd. De audit van de Waddenacademie is op 21 december 2017 gepubliceerd (zie bijlage 22). De belangrijkste uitkomsten van het 5-jaarlijkse monitoringsrapport van de Begeleidingscommissie zijn: •dat de bodemdaling als gevolg van gaswinning niet leidt tot belang-rijke veranderingen van de kwaliteit en de oppervlakte van de meeste habitattypen; •dat op een relatief klein deel van de kwelder Neerlands Reid verjon-ging van de aanwezige begroeiing is opgetreden; •dat bij andere dan broedvogelsoorten boven de bodemdalingskom geen veranderingen in aantallen zijn geconstateerd die kunnen worden toegeschreven aan de effecten van de gaswinning; •dat de bodemdaling onder de kwelders door gaswinning niet overal geheel wordt gecompenseerd door opslibbing vanuit de Waddenzee. Enkele op de kwelders Neerlands Reid en De Hon broedende vogel-soorten worden volgens modelmatige berekeningen vaker geconfron-teerd met overstroming door zeewater. Uitkomsten auditrapport De audit van de Waddenacademie over de afgelopen 30 jaar gaswinning (en de periode 2011–2016 in het bijzonder) is in het algemeen positief over het monitoringsrapport. De auditor concludeert: •dat de bodemdaling op en nabij het oostelijk deel van Ameland accuraat en betrouwbaar is vastgesteld; •dat voor de zeespiegelstijging goed onderbouwde scenario’s zijn gebruikt. Deze gaan uit van een zeespiegelstijging aan het einde van de eeuw van 60 tot 140 cm, met de toevoeging dat deze nog sneller en verder kan gaan; •dat uitstekend werk is verricht bij het beschrijven van de wijze waarop de zeespiegelstijging plus bodemdaling doorwerkt in de overstro-mingsfrequentie van de kwelder en de grondwaterstand op de kwelder en de binnenduinrand; •dat de natuurlijke sedimentatie ervoor zorgt dat het areaal aan wadplaten goed in stand blijft, ondanks de bodemdaling door de gaswinning; •dat ten aanzien van het thema wadplaten en wadvogels een schat aan gegevens beschikbaar is, maar dat een synthese van de resultaten met betrekking tot de mogelijke effecten van bodemdaling nog mist. Het valt niet uit te sluiten dat een grondiger analyse van de bestaande gegevens tot andere uitspraken over de effecten van bodemdaling op wadvogels kan leiden; •dat het gewenst is om voor broedvogels op de kwelders niet te volstaan met een modelmatige berekening, maar om het daadwerkelijk 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl2Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 29 684, nr. 1572 broedsucces van de verschillende vogelsoorten te meten als functie van de daadwerkelijke bodemdaling, ook om de flexibiliteit van soorten te kunnen beoordelen. Relatie met gaswinning vanaf het vasteland Zowel de gaswinning Ameland als de gaswinning vanaf het vasteland (vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen) veroorzaken bodemdaling in de komberging Pinkegat. In het instemmingsbesluit van het gewijzigd winningsplan Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen uit 2013 is geregeld dat de resultaten van de door NAM uitgevoerde metingen jaarlijks aan mij worden gerapporteerd. De bodemdaling in Pinkegat als gevolg van de gaswinning Ameland worden in deze gegevens meegenomen als autonome ontwikkeling. De Auditcommissie gaswinning Waddenzee beoordeelt jaarlijks de betreffende rapportages van NAM. Indien uit de rapportages blijkt dat de bodemdalingssnelheid de gebruiksruimte in de komberging Pinkegat overschrijdt, of bij een reële kans daarop, zal «hand aan de kraan» worden toegepast door in te grijpen in de gaswinning Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen. Dit kan zowel de Minister van LNV als ik doen. Daarnaast past de Minister van LNV «hand aan de kraan» toe als blijkt dat er als gevolg van de bodemdaling door de gaswinning schadelijke gevolgen optreden of dreigen op te treden voor de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Duinen Ameland of Noordzeekustzone. In dat geval zal de Minister van LNV ingrijpen in de gaswinning Ameland. Onze reactie Het monitoringsrapport Ameland bevestigt ten aanzien van de Waddenzee ten zuiden van Ameland (komberging Pinkegat) de hoofdconclusie uit het advies van de Auditcommissie gaswinning Waddenzee over het monito-ringsjaar 2016. Zoals aangegeven bij de recente aanbieding van dit advies aan uw Kamer (Kamerstuk 29 684, nr. 156), geeft dit geen aanleiding voor mij om voor de Waddenzee in te grijpen in de gaswinning. Ten aanzien van de voorspelde zeespiegelstijging aan het einde van deze eeuw en de verschillende inzichten daarover, verwijs ik naar de brief aan uw Kamer van de Minister van Economische Zaken van 20 juni 2017 (Kamerstuk 29 684, nr. 145). De vraag resteert in hoeverre de door de gaswinning op en nabij Ameland veroorzaakte bodemdaling leidt of zal leiden tot negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Ten eerste wordt in het monitoringsrapport geconstateerd dat er als gevolg van gaswinning op lagere delen van de kwelder Neerlands Reid een netto daling van het maaiveld heeft plaatsgevonden. Ondanks de geconstateerde veranderingen in vegetatie, vinden de verschuivingen vooral plaats binnen en tussen zones die tot hetzelfde habitattype behoren (schorren en zilte graslanden). In het monitoringsrapport wordt gesteld dat voor de drie dominante kwelderhabitattypen aan de Natura 2000-kwaliteitseisen wordt voldaan. Ten tweede wordt op basis van modelmatige berekeningen in het monitoringsrapport geconstateerd dat een aantal broedvogelsoorten op de kwelders van Ameland vaker geconfronteerd kunnen worden met overstroming door zeewater. De bodemdaling op de kwelder wordt namelijk niet overal geheel gecompenseerd door opslibbing. Door een Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 29 684, nr. 1573 verhoogd overstromingsrisico kunnen hierdoor meer legsels verloren gaan dan zonder bodemdaling. In het monitoringsrapport wordt voorgesteld de monitoring van het overstromingsrisico voor een aantal vogelsoorten te verbeteren. Het auditrapport stelt in lijn daarmee dat de uitkomsten van het in het monitoringsrapport gebruikte model om het overstromingsrisico voor broedvogels in de kwelders te berekenen nog niet of nauwelijks zijn gevalideerd. Dit maakt het volgens de Waddenacademie moeilijk om de inschatting van deze effecten in het monitoringsrapport op waarde te kunnen schatten. De Waddenacademie doet de aanbeveling om het daadwerkelijke broedsucces van verschillende soorten te monitoren. Wij hebben met NAM afgesproken dat de concrete aanbevelingen in het monitoringsrapport en het auditrapport ten aanzien van broedvogel-soorten in de kwelders onderdeel gaan uitmaken van de verdere monitoring. Dit zal NAM, in afstemming met de Begeleidingscommissie, doen. De Minister van LNV zal er in het kader van de verleende Nb-wetvergunning op toezien dat NAM deze afspraak nakomt. De verwachting is dat de uitkomsten van de aanvullende analyse meer inzicht zullen geven in het daadwerkelijke overstromingsrisico voor in de kwelders broedende vogelsoorten en behulpzaam zullen zijn bij de beantwoording van de vraag wat dit betekent in het licht van de Natura 2000-doelstellingen die voor deze soorten gelden. Zoals geschetst in deze brief worden in het monitoringsrapport en in het auditrapport vraagtekens gezet bij de validiteit van de modelmatige inschattingen ten aanzien van de in de kwelders broedende vogelsoorten. Naast de gegevens uit het monitoringsrapport en het auditrapport zijn de Minister van LNV geen gegevens bekend waaruit blijkt dat de voor het Natura 2000-gebied vastgestelde instandhoudingsdoelen gevaar kunnen lopen. Samenvattend concluderen de Minister van LNV en ik, dat er – op basis van het monitoringsrapport Ameland, het auditrapport van de Wadde-nacademie en het advies van de Auditcommissie gaswinning Waddenzee over het monitoringsjaar 2016 – op dit moment geen reden is om het «hand aan de kraan»-principe toe te passen. De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. WiebesTweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 29 684, nr. 1574
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Reactie op het verzoek van het lid Wassenberg, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 17 september 2017, over de zichtbare effecten van gaswinning op de WaddenzeeActuele officiële versie
Geen publicatiebestanden beschikbaar bij deze officiële versie.
Bijlagen
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie