KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 11 dec 2025 · Tweede Kamer

Antwoord op vragen van het lid Welzijn over het artikel ‘Arbeidsinspectie luidt noodklok over misstanden bij asbestsaneringen’

staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden631Vragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het artikel «Arbeidsinspectieluidt noodklok over misstanden bij asbestsaneringen» (ingezonden 22 oktober2025).Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)(ontvangen 11 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar2025–2026, nr. 351.Vraag 1Heeft u kennisgenomen van dit artikel?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Bent u bekend met de recente signalen van de Arbeidsinspectie waaruit blijktdat een derde van de asbestinspectiebedrijven hun werk niet goed uitvoert?Antwoord 2Ja.Vraag 3Klopt het dat er woningen «asbestvrij» verklaard worden terwijl er noggevaarlijke resten aanwezig zijn en zo ja, hoe beoordeelt u de ernst van dezesituatie?Antwoord 3Volgens het signaal van de Arbeidsinspectie komt het inderdaad voor dat nahet verwijderen van asbest een locatie ten onrechte wordt vrijgegeven en ernog resten asbest aanwezig zijn. De Arbeidsinspectie schat in dat meer daneen derde van de inspectie-instellingen de eindbeoordelingen niet goeduitvoert. Hoewel exacte aantallen dus niet bekend zijn, is het signaal zorgelijk.Het is uiteraard van groot belang dat elke asbestverwijdering en elkedaaropvolgende eindbeoordeling zorgvuldig wordt uitgevoerd om risico’sdoor blootstelling aan asbest te voorkomen.1NOS, 20 oktober 2025; Arbeidsinspectie luidt noodklok over misstanden bij asbestsaneringen ah-tk-20252026-631ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 Of daadwerkelijk sprake is van een gezondheidsrisico voor bewoners,omstanders of werknemers hangt geheel af van hoeveel asbest in welkehoedanigheid is achtergebleven en vooral of en in welke mate dat leidt totblootstelling aan asbest. In sommige voorbeelden in het signaal van deArbeidsinspectie zal er geen sprake zijn van directe blootstelling. Bijvoorbeeldals er asbest achter een afdichting is achtergebleven of in een niet-toegankelijke ruimte tussen gebouwen ligt. De kans dat iemand ziek wordt,hangt af van de hoogte en de duur van de bloostelling. Bij een kortdurendebeperkte blootstelling is de kans klein dat dit leidt tot gezondheidsklachten,maar het is niet onmogelijk. Het is dus zeker niet de bedoeling dat erasbestresten achterblijven.Vraag 4Klopt het dat saneringsbedrijven zelf mogen kiezen welk bureau hun werkcontroleert?Antwoord 4In het Arbeidsomstandighedenbesluit is niet voorgeschreven wie opdrachtgeeft voor de eindbeoordeling. Het doel van de eindbeoordeling is om na hetverwijderen van asbest vast te stellen of de locatie weer schoon en veilig isom te betreden. In het Besluit bouwwerken leefomgeving en in het Asbest-verwijderingsbesluit 2005 is bepaald dat de opdrachtgever van de asbestver-wijdering de eindbeoordeling moet laten uitvoeren, maar dit sluit niet uit dathet saneringsbedrijf dit doet namens zijn opdrachtgever. Het klopt dus dateen saneringsbedrijf zelf mag kiezen wie de eindbeoordeling uitvoert, als deopdrachtgever van het saneringsbedrijf niet zelf de opdracht geeft voor deeindbeoordeling.Volgens de huidige regelgeving is het verplicht dat een eindbeoordelingwordt uitgevoerd door een onafhankelijk laboratorium in risicoklassen 2 en2A. Dit is een extra controle of de locatie na de asbestverwijdering schoon enveilig is.In de eerste plaats is het de verantwoordelijkheid van het saneringsbedrijf omte zorgen dat de locatie na de asbestverwijdering schoon en veilig is voor deleefomgeving, bewoners en werkenden. Saneringsbedrijven moeten voorasbestwerkzaamheden in risicoklasse 2 en 2A gecertificeerd zijn en werkenvolgens het werkplan op grond waarvan de werkzaamheden zijn gemeld. Opde naleving van de asbestregelgeving wordt toezicht uitgeoefend door ondermeer de Arbeidsinspectie en omgevingsdiensten ter bescherming vanrespectievelijk werknemers en leefomgeving. Daarnaast toetsen certificerendeinstellingen of wordt gewerkt volgens de eisen in het certificatieschema. Erbestaat dus al een heel systeem van eisen en controles. Met het implemente-ren van de Asbestrichtlijn2 wordt dit bovendien aangevuld met een vergun-ningplicht voor het verwijderen van asbest, waardoor het veel beter mogelijkwordt om slecht presterende bedrijven van de markt te weren. Volgens dehuidige planning treedt deze vergunningplicht op 1 januari 2027 in werking.Vraag 5Vindt u het wenselijk dat er op deze manier sprake kan zijn van commerciëleafhankelijkheid tussen saneerders en inspecteurs?Antwoord 5Een commerciële afhankelijkheid kan op zich een kwetsbaarheid in hetsysteem vormen, zoals de Arbeidsinspectie in haar signaal aangeeft. Vangeaccrediteerde laboratoria wordt echter verwacht dat zij hun werk onafhan-kelijk uitvoeren en een commerciële afhankelijkheid mag dit niet in de wegstaan. Het asbestwerkveld is hier zeker niet uniek in. Zo is er bijvoorbeeld ooksprake van een belang van opdrachtgevers bij het onderzoeken of producten,zoals medicijnen of bouwproducten, voldoen aan bepaalde eisen of bijonderzoek waarbij de mate van milieuverontreiniging in bijvoorbeeld debodem van een bouwperceel moet worden vastgesteld.2Richtlijn EU 2023/2668 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 totwijziging van Richtlijn 2009/148/EG betreffende de bescherming van werknemers tegen derisico’s van blootstelling aan asbest op het werkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 Het rapport van Panteia «Onafhankelijkheid eindbeoordeling asbest»3beschrijft enkele kwetsbaarheden in het systeem. Daarbij werd ook aangege-ven dat niet duidelijk is in hoeverre die kwetsbaarheden tot daadwerkelijkeproblemen leiden in de praktijk, mede doordat het toezicht op de eindbeoor-deling beperkt is. In het rapport is het risico benoemd dat de eindbeoordelaarfinancieel afhankelijk wordt van de asbestverwijderaar waarvan hij het werkmoet beoordelen. De conclusie luidde dat dit niet tot grote problemen leek teleiden, omdat er voor eindbeoordelaars voldoende werk voorhanden is. Ditzou mogelijk in de toekomst kunnen veranderen als de markt zou krimpen,maar daar is vooralsnog geen sprake van. Panteia adviseerde dat enkeleaanpassingen in het systeem gedaan kunnen worden om de risico’s metbetrekking tot de onafhankelijkheid te beperken. In het antwoord op vraag 14ga ik hier verder op in.Vraag 6Hoe beoordeelt u het risico dat controleurs bewust soepel controleren ommeer opdrachten te krijgen in lijn met het waarborgen van de volksgezond-heid en milieubescherming?Antwoord 6De Arbeidsinspectie stelt dat een eindinspectie-instelling die het niet zo nauwneemt, eerder een vaste relatie wordt van de saneerder met als risico dat desaneerder dan minder zorgvuldig gaat werken.Uiteraard zou dit vanuit de bescherming van de volksgezondheid en debescherming van de leefomgeving zeer ongewenst zijn. Het is een situatie diezich in theorie kan voordoen. Zoals in het antwoord op vraag 5 is toegelichtwas het volgens het onderzoek van Panteia niet bekend in welke mate datwerkelijk het geval is en leek dit risico niet tot grote problemen te leidenomdat er voor eindbeoordelaars voldoende werk voorhanden is.Zoals in het antwoord op vraag 4 is aangegeven, zijn er behalve de eindcon-trole ook diverse andere instrumenten ter borging en controle van eenzodanige uitvoering dat de locatie schoon en veilig wordt opgeleverd. Met deintroductie van de vergunningplicht komt daar een belangrijk instrument bij.Vraag 7Wat vindt u van de constatering dat meetapparatuur soms al in de autowordt aangezet om een langere inspectieduur te simuleren?Antwoord 7Uiteraard is het ontoelaatbaar als een dergelijk frauduleuze handelwijze wordtgehanteerd.Vraag 8Deelt u de mening dat dit niet slechts om slordigheid gaat, maar om bewustefraude en mogelijk milieudelicten?Antwoord 8Of sprake is van bewuste fraude en een mogelijk milieudelict is aan derechter om een oordeel over te vellen. Als meetapparatuur al in de autowordt aangezet om een langere meettijd te simuleren, dan lijkt dit niet op eenslordigheid.Vraag 9Wie is momenteel verantwoordelijk voor de bescherming van bewoners enomwonenden bij asbestsaneringen en vindt u dat deze verantwoordelijkheidvoldoende belegd is?Antwoord 9Zoals in het antwoord op vraag 4 is aangegeven, is het primair de verant-woordelijkheid van het saneringsbedrijf om zorgvuldig te werken en risico’svoor de leefomgeving, bewoners en werkenden zoveel mogelijk te beperken.Bij het zorgvuldig werken hoort zeker ook het goed schoonmaken van delocatie. Door omgevingsdiensten wordt toezicht gehouden op asbestsanerin-3Aangeboden met de brief aan de Tweede Kamer van 28 april 2021, Kamerstuk 25 834, nr. 180.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 gen met het oog op de bescherming van de leefomgeving. De verantwoorde-lijkheid is hiermee voldoende belegd.Vraag 10Klopt het dat de Raad voor Accreditatie voornamelijk op papier controleert enzo ja, acht u dat toereikend gelet op de risico’s van ondeugdelijke inspecties?Antwoord 10Nee, dit klopt niet. Via een jaarlijkse kantoorbeoordeling controleert de LeadAssessor van de Raad voor Accreditatie (RvA) of de instelling voldoet aan deeisen van de EN ISO/IEC 17020. Een Technical Assessor van de RvA beoor-deelt met een steekproef onder meer de competentie van het personeel enverschillende klantdossiers. Daarnaast woont de Technical Assessor eenaantal inspecties bij die verschillende inspecteurs van de inspectie-instellingbij hun klanten uitvoeren.Het uitgangspunt bij accreditatiebeoordeling is vertrouwen dat de instelling instaat is om de activiteiten competent, onpartijdig en consistent kan uitvoeren.Het is geen garantie dat een instelling nooit fouten maakt. Net als het hebbenvan een rijbewijs geen garantie is dat nooit door rood wordt gereden.Vraag 11Is er monitoring of registratie van gevallen waarin bewoners of bouwvakkersgezondheidsklachten hebben opgelopen nadat een woning onterecht alsasbestvrij is verklaard?Antwoord 11Nee, deze monitoring of registratie is er niet en is ook niet te realiseren. Alser al gezondheidsklachten zouden optreden als gevolg van het onterechtasbestvrij verklaren van een woning, dan is dat meestal pas tientallen jarenlater het geval en daardoor moeilijk te herleiden naar een mogelijkeincidentele blootstelling in het verleden. Bepaalde asbestgerelateerde ziektenkunnen niet alleen zijn veroorzaakt door asbest, maar ook door andereoorzaken. Zo kan longkanker ook worden veroorzaakt door roken. Als dansprake is van een incidentele kortdurende blootstelling aan asbest, kan nietworden gesteld dat dit de oorzaak is. Alleen als sprake is van mesothelioomkan met voldoende zekerheid worden gesteld dat dit is veroorzaakt doorasbest, maar dan nog is de vraag wanneer welke blootstelling heeftplaatsgevonden.Vraag 12Kunt u inzicht geven in het aantal gevallen waarin bewoners of bouwvakkersgezondheidsklachten hebben opgelopen nadat een woning onterecht alsasbestvrij is verklaard?Antwoord 12Nee, dit is niet mogelijk. Voor een verdere toelichting hierop verwijs ik naarhet antwoord op vraag 11.Vraag 13Deelt u de analyse dat de menselijke maat ontbreekt in het huidige systeemvan toezicht, en dat burgers hierdoor onnodig risico lopen?Antwoord 13Ik zie mogelijkheden voor verbeteringen van het huidige systeem, zoals ik inhet antwoord op vraag 14 toelicht. Uiteraard is het ongewenst als een locatiena een asbestverwijdering niet schoon en veilig wordt opgeleverd en ervervolgens onterecht een goed resultaat volgt uit de eindbeoordeling. Elkrisico dat hierdoor ontstaat is onnodig.Vraag 14Welke concrete maatregelen bent u bereid te nemen om het toezichtfundamenteel te verbeteren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 Antwoord 14In de brief van 26 november 20214 is een beleidsreactie gegeven op hetrapport van Panteia. Hierin is toegelicht dat de oplossingsrichtingen die zijngenoemd in het rapport van Panteia, zijn besproken met betrokken partijen.Daarbij is aangegeven dat prioriteit werd gegeven aan het aanpassen van deregelgeving in het kader van de meerjarenaanpak5 om een aantal fundamen-tele verbeteringen door te voeren in het asbeststelsel op het gebied vanarbeidsomstandigheden. In deze aanpak was ook voorzien in een aantalinhoudelijke verbeteringen van de eindbeoordelingen om deze meerrisicogericht te maken.Vanwege de wijziging van de Asbestrichtlijn is de procedure van de destijdsvoorziene wijziging van de regelgeving niet voortgezet. Inmiddels is in hetkader van de implementatie van de Asbestrichtlijn een wetsvoorstel op29 oktober 2025 bij uw Kamer ingediend6.Dit wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om de normadressaat in het Arbeids-omstandighedenbesluit te verbreden. Daardoor kunnen bepalingen in hetArbeidsomstandighedenbesluit worden opgenomen waaraan laboratoria dieeindbeoordelingen uitvoeren zich moeten houden en waarop publiek toezichtkan worden gehouden. Over deze aanpassing en eventuele aanvullendemaatregelen vindt nog overleg plaats met betrokken partijen. Ook moetennog diverse toetsen worden uitgevoerd, waaronder een uitvoerbaarheids- enhandhaafbaarheidstoets door de Arbeidsinspectie. In mijn brief van 28 mei2025 7 heb ik uw Kamer gemeld dat de ambitie is om de gewijzigderegelgeving op 1 januari 2027 in werking te laten treden.De Arbeidsinspectie heeft in haar recente signaal, naast het mogelijk makenvan publiek toezicht, meerdere oplossingsrichtingen aangedragen, namelijkhet onafhankelijk laten selecteren van de inspectie-instelling, een steekproefs-gewijze onderlinge herinspectie en het een publieke taak laten zijn vaneind-inspecties. Deze oplossingen lijken nu niet het meest voor de hand teliggen, omdat deze sterk ingrijpen op de marktwerking en volgens het rapportvan Panteia de financiële afhankelijkheid niet tot grote problemen leek teleiden. In de antwoorden op de vragen 15 en 16 ga ik hier verder op in.Uiteraard is het signaal van de Arbeidsinspectie wel zorgelijk. Daarom zal ikmet de branchevereniging Fenelab, de Arbeidsinspectie, de Ministeries vanIenW en VRO en de RvA bespreken of eventueel maatregelen moeten wordengenomen in aanvulling op het mogelijk maken van publiek toezicht. Fenelab,de branchevereniging van geaccrediteerde laboratoria en kalibratie- eninspectie-instellingen, heeft mij al laten weten dat zij bereid is te kijken naaroplossingsrichtingen voor de branche. Van dat aanbod maak ik graag gebruik.Fenelab heeft daarbij overigens ook aangegeven dat zij wel de zorgen deelt,maar dat het hoge percentage overtredingen zoals gerapporteerd door deArbeidsinspectie, niets zegt over het aantal saneringsprojecten dat fout zouzijn beoordeeld door laboratoria.Vraag 15Hoe kijkt u aan tegen het idee om inspecties zoveel mogelijk weg te halen bijcommerciële belangen?Antwoord 15Dergelijke maatregelen zijn minder eenvoudig en minder snel te realiserendan het mogelijk maken van publiek toezicht en grijpen sterk in op hetfunctioneren van de markt.Vraag 16Hoe kijkt u aan tegen het invoeren van verplichte rotaties van keuringsbedrij-ven?4Kamerstuk 25 834, nr. 1865Brief van 27 september 2018. Kamerstuk 25 834, nr. 1506Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bijbepaalde asbestwerkzaamheden ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU)2023/2668. Kamerstuk 36843.7Kamerstuk 25 883, nr. 527Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 Antwoord 16De Arbeidsinspectie noemt dit in het signaal als mogelijke oplossing. In hetrapport van Panteia wordt als oplossing genoemd dat een onafhankelijkepartij de inspectie-instelling kiest, wat mogelijk ook neerkomt op eenverplichte rotatie. Een dergelijke maatregel acht ik niet uitvoerbaar wegens deinbreuk op de vrije marktwerking. Partijen hebben dan niet meer de vrijheidom een opdrachtnemer te kiezen, hetgeen de concurrentie tussen opdracht-nemers verstoort. Saneerders moeten op dit moment al moeite doen om eenbeschikbaar laboratorium te vinden dat bij voorkeur op beperkte afstand vande locatie beschikbaar is. Dit is relevant omdat het beëindigen van werkzaam-heden niet altijd goed te plannen is.Daarbij is het met verplichte rotaties nog steeds aannemelijk dat de saneerderen de eindbeoordelaar elkaar in het werkveld regelmatig tegenkomen.Vraag 17Hoe kijkt u aan tegen het openbaar maken van de resultaten van asbestin-specties?Antwoord 17De Arbeidsinspectie maakt geconstateerde asbestovertredingen openbaar viade website https://asbestovertredingen.nlarbeidsinspectie.nl/. De wijze waaropopenbaarmaking van deze inspectiegegevens plaatsvindt en wat daarbij aangegevens wordt getoond, is vastgelegd in de «Beleidsregel openbaarmakinginspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen»8.Vraag 18Hoe kijkt u aan tegen het beter beschermen en uitrusten van inspectiedien-sten voor onafhankelijk toezicht?Antwoord 18Zoals ik in het antwoord op vraag 14 heb toegelicht, zet ik in eerste instantiein op publiek toezicht mogelijk maken. Daarnaast zal ik in overleg met deArbeidsinspectie, de Ministeries van IenW en VRO, omgevingsdiensten, deRvA en de branchevereniging Fenelab nagaan of eventueel aanvullendemaatregelen moeten worden genomen.Vraag 19Bent u bereid om een actieplan naar de Kamer te sturen waarin wordtuitgewerkt hoe dit systeem wordt verbeterd vóórdat er meer slachtoffersvallen?Antwoord 19Zoals ik in het antwoord op vraag 11 heb toegelicht, kan niet worden gestelddat er slachtoffers zijn gevallen of dat er momenteel slachtoffers vallen. Hetactieplan bestaat eruit dat publiek toezicht en handhaven mogelijk wordtgemaakt door aanpassing van de wet- en regelgeving en dat ik in overlegmet de Arbeidsinspectie, de Ministeries van IenW en VRO, de RvA en debranchevereniging Fenelab zal nagaan of eventueel aanvullende maatregelenmoeten worden genomen.Vraag 20Bent u bereid deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken te beantwoor-den?Antwoord 20Ik heb u per brief van 5 november jl. laten weten dat het helaas niet lukt omdeze vragen tijdig te beantwoorden, vanwege de benodigde afstemming metde Arbeidsinspectie.8https://wetten.overheid.nl/BWBR0035357/2022-05-01Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6

Versie 7f359ab37e8c821e2919ea5eccff512e3c96d49e6e6106a51b511504bb17aeb2 · Officiële bron.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.