KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over beleidsadvies ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG) (Kamerstuk 29477-953)

13 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 19df9184768f870e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 477GeneesmiddelenbeleidNr. 964 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 februari 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 30 oktober 2025 inzake hetbeleidsadvies ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgavenaan geneesmiddelen (MAUG) (Kamerstuk 29 477, nr. 953).De vragen en opmerkingen zijn op 19 januari 2026 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 13 februari2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29477-964ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9641 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie8II.Reactie van de Minister8 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het beleidsadviesvan het Zorginstituut Nederland (het Zorginstituut), de NederlandseZorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) overmaatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen, evenals debrief van de Minister hierover.Deze leden benadrukken dat het hier gaat om een uiterst gevoelig enmaatschappelijk relevant onderwerp. Medicijnen kunnen voor patiëntenhet verschil maken tussen ziekte en gezondheid, tussen buitenspel staanen meedoen. Voor de leden van de D66-fractie staat voorop dat iedereentoegang moet hebben tot geneesmiddelen die aantoonbaar van waardezijn. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om zorgvuldig om te gaan met hetcollectieve zorgbudget, zodat ook andere vormen van zorg toegankelijk enbetaalbaar blijven. Dat vraagt om een sterke onderhandelingspositie vande overheid ten opzichte van medicijnfabrikanten, goede samenwerkingtussen betrokken partijen, en om een beleid dat gezondheidswinst doorinnovatie beloont zonder dat dit leidt tot maatschappelijk onaanvaardbareprijzen.De leden van de D66-fractie zien in het adviesrapport «Naar maatschap-pelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen» (MAUG-advies) eenbelangrijke stap richting een scherper en transparanter kader voor wat weals samenleving bereid zijn te betalen voor dure geneesmiddelen. Zijvolgen met belangstelling hoe het Zorginstituut, de NZa en het ministeriedit advies verder uitwerken in concrete vervolgstappen en beleidskeuzes.In het bijzonder hechten deze leden waarde aan het deel van het advieswaarin wordt ingezet op het versterken van concurrentie tussen medicijn-fabrikanten. Het advies benadrukt dat concurrentie een cruciale randvoor-waarde is voor lagere prijzen, maar dat die concurrentie in de praktijk vaakonvoldoende of te laat op gang komt. Daarbij worden onder meervoorstellen gedaan om onderling uitwisselbare medicijnen op dezelfdewijze te vergoeden en om prijsonderhandelingen beter te coördinerentussen het ministerie, zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Deze ledenwijzen er daarnaast op dat concurrentie en samenwerking elkaar kunnenversterken, met name door betere afstemming en gezamenlijke inzet, ookop Europees niveau. Juist in een internationale en geopolitiek verande-rende context kan samenwerking bijdragen aan een sterkere onderhande-lingspositie en betere toegang tot geneesmiddelen voor patiënten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9642 De leden van de D66-fractie vragen de Minister hoe hij concreet opvolginggeeft aan deze aanbevelingen. Welke maatregelen is de Ministervoornemens te nemen om zowel concurrentie te versterken als samen-werking te bevorderen, en op welke termijn? Hoe verhouden dezemaatregelen zich tot lopende trajecten op nationaal en Europees niveau,mede in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen en afhanke-lijkheden in de geneesmiddelenketen? Daarnaast vragen deze leden deMinister om in zijn verdere uitwerking expliciet inzicht te geven in deverwachte impact van deze maatregelen op patiënten, de prijzen vangeneesmiddelen, en de houdbaarheid van de zorguitgaven.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben het zogenaamde MAUG-adviesgelezen en hebben daar nog enkele vragen over.Ten eerste willen voornoemde leden graag een antwoord op de vragendie specifiek over de MAUG-adviezen gaan. Op welke wijze draagt hetMAUG-advies volgens de Minister bij aan het versnellen van de toegangvan patiënten tot innovatieve geneesmiddelen? Kan de Minister dittoelichten? Daarnaast vragen genoemde leden aan de Minister wat zijnvisie is op het toepassen van het consumenten- en fabrikantensurplus uithet MAUG-rapport. En wie zou volgens de Minister de hoogte van dezekaders moeten bepalen?De uitkomst van het burgerforum, onderdeel van de MAUG-verkenning, isinmiddels meermaals vertaald als draagvlak voor beslissingen om diversegeneesmiddelen niet toe te laten tot het verzekerde pakket. Kan deMinister zijn zienswijze geven op de conclusie dat dit beleidsadvies alstaand beleid lijkt zonder dat de Kamer zich daar actief over heeft kunnenuitspreken?In hoeverre is het perspectief van patiënten en farmaceuten meegenomenin de totstandkoming van het MAUG-advies en in hoeverre kunnen deNZa en het Zorginstituut Nederland ook voor andere zorg dan geneesmid-delen concluderen in welke mate er sprake is van verdringing? Verwachtde Minister dat sterkere prijsdruk als gevolg van de MAUG-voorstellengevolgen heeft voor de toegang van Nederlandse patiënten tot nieuwebehandelingen?Genoemde leden zijn benieuwd of de Minister bekend is met de term«most favoured nations» (MFN) en de mogelijke gevolgen van dit beleidvoor de beschikbaarheid van geneesmiddelen voor de Nederlandsepatiënt? Welke acties onderneemt de Minister momenteel om tevoorkomen dat Nederland door internationale prijsdruk achteropraakt bijde introductie van nieuwe geneesmiddelen? Hoe kijkt de Minister naar dehuidige situatie dat Nederland als welvarend land een relatief laagpercentage van het bbp uitgeeft aan innovatieve geneesmiddelen enzodoende relatief weinig bijdraagt aan de wereldwijde innovatie vangeneesmiddelen?In relatie tot bovenstaande willen voornoemde leden weten of Nederlandkwetsbaar is voor specifieke Amerikaanse maatregelen gericht op hetverhogen van de Nederlandse uitgaven aan geneesmiddelen en wat degevolgen van de Amerikaanse opstelling en beleid zijn voor de beschik-baarheid van geneesmiddelen voor Nederlandse patiënten? Heeft deMinister concrete acties ondernomen? Zo ja, welke en zo nee, is deMinister voornemens dit te doen? Is de Minister met zijn EU-collega’s ingesprek over de gevolgen van het Amerikaanse geneesmiddelenprijs-beleid? Zo ja, kan de Minister met de Kamer delen wat zijn inzet is in dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9643 gesprekken? Kan de Minister met de Kamer delen wat andere EU-lidstatendoen in reactie op het MFN-beleid van de Verenigde Staten (VS)?Tot slot met betrekking tot dit onderwerp willen genoemde leden weten ofer een impactanalyse is uitgevoerd naar de effecten van de voorgesteldeprijsmaatregelen van de VS op het Nederlandse innovatie-ecosysteem enklinisch onderzoek, en zo nee, is de Minister bereid deze alsnog uit tevoeren?Tijdens eerdere debatten waar gesproken werd over geneesmiddelen-beleid is er ook gesproken over het vermaledijde «evergreening» en heeftde PVV-fractie daar ook een motie over ingediend. Daarom tot slot devolgende twee vragen. De term «evergreening» komt in hetMAUG-rapport vaak naar voren. Vorig jaar heeft het Zorginstituut achtsignalen over mogelijke evergreening met de ACM gedeeld. Zo ja, kan deMinister met de Kamer delen om welke acht signalen het hier gaat?Wanneer kan de Kamer een reactie verwachten op de vorig jaar aange-nomen motie Thiadens over evergreening (Kamerstuk 36 725 XVI, nr. 33)?Genoemde leden vragen de Minister de beantwoording op dit schriftelijkoverleg, voor de behandeling van de begroting Volksgezondheid, Welzijnen Sport (XVI) voor het jaar 2026 naar de Kamer te doen toekomen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet Beleidsadvies ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgavenaan geneesmiddelen. Deze leden willen investeren in onze veiligheid enwelvaart, maar minder uitgeven in plaats van belasting verhogen. Datbetekent dat de gehele overheid haar huishoudboekje op orde moethouden. Om dit te realiseren moeten onder andere behandelingen in degezondheidszorg meer worden beoordeeld op de toegevoegde waardevan behandeling ten opzichte van de bestaande alternatieven enmaatschappelijke kosten. De leden van de VVD-fractie zijn daaromverheugd dat de Minister stappen wil zetten om te komen tot maatschap-pelijke aanvaardbare prijzen voor geneesmiddelen.De leden van de VVD-fractie vinden kostenbeheersing van zorgkosten nietalleen wenselijk, maar ook noodzakelijk. Genoemde leden willentegelijkertijd dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft voorondernemers en bedrijven die actief zijn in de zorg- en biofarmaceutischesector, dit is immers nodig voor innovatie en economische groei. De ledenvan de VVD-fractie vragen of de Minister voldoende rekening houdt metde wankele stand van het Nederlandse vestigingsklimaat met hetvoorgestelde geneesmiddelenbeleid. Kan de Minister reflecteren op debredere, potentiële economische gevolgen van het in het algemeenverouderde «sluis-beleid» en het in het specifiek openbare maximumtariefin Nederland?De leden van de VVD-fractie begrijpen dat inkoopprocessen vanmedicijnen vaak niet optimaal verlopen. Deze leden signaleren dat de«sluisprocedure» voor aanvragende partijen vaak onduidelijk enniet-transparant is, waardoor deze procedure ook voor hen moeilijkhanteerbaar is. Kan de Minister aangeven of hij deze zienswijze deelt? Zoja, hoe kan hij de sluisprocedure meer transparant maken? De leden vande VVD-fractie steunen de doelstelling van de Minister van EconomischeZaken om de biofarmaceutische sector tot bloei te laten komen. Zij zienhiervoor kansen in meer transparantie van «sluisprocessen». Graag eenreflectie van de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9644 De leden van de VVD-fractie lezen dat de mogelijkheid onderzocht wordtvan een «new competition tool». Dit lijkt deze leden een goede manier omde markt wendbaarder te maken. Kan de Minister aangeven hoe hijhiertegen aankijkt?De leden van de VVD-fractie lezen dat het Zorginstituut in de loop van2026 het doorontwikkelde beoordelingskader voor opname vanmedicijnen in het basispakket zal publiceren. Deze leden zijn blij met dezevoortvarendheid. Kan de Minister aangeven of dit traject op schemaloopt?De leden van de VVD-fractie lezen dat de NZa verkent of het mogelijk isom de maximumtarieven voor dure intramurale medicijnen beter aan telaten sluiten bij de maximaal maatschappelijk aanvaardbare tarieven. Kande Minister aangeven op welke termijn hij mogelijk acht dat deze tarievendaardoor beter aansluiten bij de maximaal maatschappelijk aanvaardbaretarieven, met inachtneming van de bekostigingscyclus van de zorgauto-riteit? In welke mate verwacht hij dat deze maatregel zal bijdragen aanaanvaardbare geneesmiddelenuitgaven?De leden van de VVD-fractie lezen dat professionals aangeven dat voor deprijsbepaling gekeken moet worden naar de werkelijke kosten voor defabrikant, vermeerderd met een redelijke winstmarge. Hoewel deze ledenhet eens zijn met dit uitgangspunt, begrijpen zij ook dat de praktijk op ditpunt weerbarstig is. Kan de Minister aangeven op welke manier hij, insamenwerking met de farmaceutische industrie, kan komen tot eensystematiek waarbinnen de kostprijsontwikkeling duidelijk is? Zo kanimmers de ontwikkeling van maatschappelijk aanvaardbare geneesmidde-lenuitgaven gepaard gaan met breder draagvlak voor de belangrijkewerkzaamheden van innovatieve farmaceuten.De leden van de VVD-fractie lezen dat de MAUG-partijen hebbengeadviseerd om bij de Europese Commissie te pleiten dat adviezen uit de«Joint Scientific Consultations» openbaar gemaakt worden. Is de Ministervan plan om dit advies op te volgen? Zo nee, is de Minister van plan omop andere manieren binnen de Europese Unie de samenwerking aan tehalen op het gebied van toegankelijkheid en betaalbaarheid van genees-middelen?De leden van de VVD-fractie lezen dat één van de problemen met deonderlinge uitwisselbaarheid van geneesmiddelen is, dat zij onderdeeluitmaken van twee verschillende aanspraken: farmaceutische zorg engeneeskundige zorg. Is het mogelijk om deze aanspraken samen tevoegen, of kleven hier andere bezwaren aan? Graag een reflectie van deMinister.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van het voorliggende beleidsadvies ten aanzien vanmaatschappelijke aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG).Zij achten het van groot belang dat de aandacht voor de stijgendeuitgaven van medicijnen, (zeer) hoge vraagprijzen en het ontbreken vantransparantie bij farmaceuten en inzicht in de kosten van fabrikanten nietverslapt en het gesprek hierover gevoerd blijft worden. Tegelijk hebben deleden oog voor het enorme belang, vaak zelfs levensbelang, van (nieuwe)medicijnen en innovaties voor patiënten. De vaak zeer schrijnendeverhalen van patiënten die bepaalde medicijnen niet kunnen krijgenomdat ze bijvoorbeeld nog in de sluisprocedure zitten, gaan deze ledenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9645 aan het hart. Er moet wat genoemde leden betreft dan ook evenwicht zijntussen het kritisch volgen van de stijgende uitgaven aan geneesmiddelenenerzijds en het bevorderen van de toegang tot nieuwe geneesmiddelenanderzijds. Juist door betere wet- en regelgeving, het afdwingen vantransparantie en het tegengaan van ongewenste praktijken die de prijzenopdrijven, kan hier wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eenbetere balans in worden gevonden. Deze leden hebben hier nog eenaantal vragen en opmerkingen over.Allereerst zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het Zorginstituut,de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument en Markt(ACM) erkentelijk voor het adviesrapport «Naar maatschappelijkaanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen», dat er op initiatief van demotie Kuiken1 is gekomen. Zij vinden het een goede zaak dat de Ministervan VWS naar aanleiding van het rapport een gezamenlijke werkagendaheeft opgesteld. Genoemde leden lezen dat het Zorginstituut nu eerst hetbeoordelingskader verder gaat ontwikkelen op basis van in het adviesuitgewerkte uitgangspunten, dat moet leiden tot concretere kortingsad-viezen in een vergoedingsadvies aan de Minister. Op welke termijn wordtdit beoordelingskader verwacht? En op welke termijn verwacht deMinister dit te kunnen toepassen in onderhandelingen over vergoe-dingen?Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragenover de uitgangspunten die het Zorginstituut gaat kwantificeren. Heteerste uitgangspunt is om gezondheidswinst centraal te stellen. Hoe meergezondheidswinst een medicijn oplevert, hoe meer we als samenlevingbereid zijn voor het medicijn te betalen. Hoe wordt bepaald wanneer degezondheidswinst groot genoeg is en welke indicatoren worden daarvoorgebruikt, met name bij nieuwe medicijnen waar misschien minder dataover beschikbaar is? Welke mogelijke gevolgen heeft dit voor patiëntenmet zeldzame aandoeningen? Juist bij deze groep kan sprake zijn vanhoge prijzen door een kleine afzetmarkt en mogelijk beperkt bewijs. Hoewordt geborgd dat geneesmiddelen met een beperkte bewijslast en eenkleine groep patiënten, toegankelijk blijven voor patiënten met ernstigeaandoeningen en hoge onvervulde behandelbehoeften?Het vijfde uitgangspunt stelt dat de maatschappelijke aanvaardbare prijsdynamisch is, waarbij de maatschappelijk aanvaardbare prijs van hetmedicijn zou moeten dalen wanneer het aannemelijk is dat de investe-ringen zijn terugverdiend. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie gaanervan uit dat dit betekent dat er transparantie zou moeten zijn over deinvesteringen van farmaceuten en de bijbehorende Research &Development-kosten (R&D). Zodat duidelijk is hoeveel en wanneer prijzenlogischerwijs zouden moeten dalen. De betreffende leden missen nadereuitwerking hiervan in de beleidsreactie en ontvangen hier graag eenverdere toelichting op. Hoe verwacht de Minister dit te kunnen handhavenen bewerkstelligen, gezien de beperkte transparantie vanuit de sector opdit gebied en de inzet van praktijken als evergreening? Hoe kan wordenvoorkomen dat, ook met de nieuwe uitgangspunten en de vergoedingsad-viezen, farmaceuten de «loopholes» opzoeken of met nieuwe methodeskomen om dit te omzeilen? Hoe zet de Minister zich in op Europees niveauom meer transparantie over medicijnprijzen te bewerkstelligen, zodat hierook internationaal in kan worden samengewerkt en een vuist kan wordengemaakt tegen de farmaceutische industrie? Kan de Minister reageren ophet advies in het onderzoeksrapport om op Europees niveau af te dwingenop welke manier fabrikanten onderzoek moeten opzetten, zodat verschil-lende medicijnen beter met elkaar te vergelijken zijn? En hoe kan1Kamerstuk 29 477, nr. 722Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9646 Nederland samen met andere Europese landen optrekken om te reagerenop het huidige beleid van de Verenigde Staten, waarbij bedrijven totlagere prijzen worden gedwongen waardoor de prijzen in Nederland enEuropa weer stijgen?Hoe kijkt de Minister daarnaast naar het cost-plus model voor devergoeding van medicijnen, waarbij bovenop alle gemaakte kosten van defabrikant een vast percentage of bedrag als winstmarge wordt opgeteld?Kan deze methode mee worden genomen of nader uitgewerkt binnen éénvan de uitgangspunten? Het is wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie namelijk van groot belang om kritisch te blijven op de maatschap-pelijke aanvaardbare prijs die wordt betaald voor een medicijn als dewinsten alsnog astronomisch hoog zijn. Als de prijs maatschappelijkaanvaardbaar is wil dat namelijk niet per definitie zeggen dat de prijs niette hoog is. Denk bijvoorbeeld aan de recordomzet en enorme winsten diefabrikanten als AstraZeneca in 2025 behaalden. Vindt de Minister ditmaatschappelijk aanvaardbaar in het licht van de grote opgaven endaaraan gekoppelde uitgaven waar we als samenleving voor staan?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen daarnaast uit hetbeleidsadvies dat de Minister verwacht door het kwantificeren van degenoemde uitgangspunten sneller tot een vergoedingsbesluit te kunnenkomen. Met als gevolg dat de Minister waarschijnlijk vaker nee moet gaanzeggen tegen een vraagprijs van een fabrikant omdat er geen sprake isvan een maatschappelijk aanvaardbare prijs, waardoor patiënten geentoegang krijgen tot geneesmiddelen met mogelijke meerwaarde. Hoeverhoudt zich dit tot de sluisprocedure voor dure medicijnen? Verwacht deMinister bijvoorbeeld dat hierdoor meer of juist minder medicijnen in desluis terecht zullen komen, of dat bepaalde medicijnen niet meer voor desluis in aanmerking komen?In het beleidsadvies wordt tot slot het wetsvoorstel van het lid Bushoffgenoemd dat als doel heeft dat de ACM ook fusies en overnames kanbeoordelen die niet meldingsplichtig zijn bij de ACM als er gegronderedenen zijn om aan te nemen dat zich mededingingsproblemen kunnenvoordoen. Ook onderzoekt de ACM de mogelijkheid van een «newcompetition tool», waarbij de ACM na marktonderzoek aan specifiekeondernemingen voorschriften kan opleggen die de concurrentie bevor-deren. Hoe verhouden deze beide voorstellen zich volgens de Minister totde gezamenlijke werkagenda MAUG en hoe kunnen deze voorstellen dewerkagenda versterken? Kan de Minister hier nader op ingaan?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het beleids-advies over Maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen(MAUG). Wat deze leden betreft is dit een goede basis voor de verderediscussie hierover. Deze leden zien uit naar de appreciatie van de adviezendie gericht zijn aan de Minister van VWS.De leden van de CDA-fractie hebben voor nu een vraag over de geopoli-tieke ontwikkelingen rondom de beschikbaarheid en betaalbaarheid vanmedicijnen, met name als het gaat om de ontwikkelingen in de VerenigdeStaten. Deze leden willen van de gelegenheid gebruik maken om deMinister te vragen uitgebreider in te gaan op de stand van zaken hiervan,de gevolgen van de geopolitieke ontwikkelingen voor Europese produ-centen en patiënten, ons concurrentievermogen, de leveringsketens en deprijzen van geneesmiddelen in Europa en Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9647 Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractieDe leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzakehet beleidsadvies Maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmid-delen (MAUG) en hebben de volgende vragen.Wat zet de Minister op Europees niveau in om meer transparantie overmedicijnprijzen te realiseren? Hoe borgt de Minister dat (wees)geneesmid-delen met beperkte bewijslast tijdig toegankelijk zijn voor patiënten meternstige aandoeningen en hoge onvervulde behandelbehoeften?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de fractie BBB hebben kennisgenomen van het beleids-advies ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aangeneesmiddelen (MAUG). Deze leden hebben geen vragen aan deMinister.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het beleidsadviesten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmid-delen (MAUG) en de reactie van het kabinet. Zij hebben hier nog enkelevragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie vinden het goed dat er kritisch wordt gekekennaar de enorm hoge geneesmiddelenprijzen die commerciële farmaceu-tische bedrijven vaak vragen. Zij vinden echter dat de Minister te weinigkijkt naar het vergroten van de transparantie van de opbouw vangeneesmiddelenprijzen. Momenteel is vaak compleet onduidelijk of deproductie- en ontwikkelkosten van een medicijn echt zo hoog zijn, of dater vooral wordt geprobeerd om enorme winsten binnen te harken.Waarom neemt de Minister niet veel meer stappen om dit te verbeterenop?De leden van de SP-fractie benadrukken daarnaast dat de hoge genees-middelenprijzen ook grotendeels te maken hebben met de enormeafhankelijkheid van grote commerciële geneesmiddelenbedrijven voor hetontwikkelen van geneesmiddelen. Is de Minister bereid om veel meer in tezetten op het publiek ontwikkelen van geneesmiddelen, zodat ergoedkopere alternatieven komen en de afhankelijkheid van commerciëleontwikkelaars wordt verminderd?De leden van de SP-fractie zetten vraagtekens bij het voornemen van deMinister om enkel in te zetten op een strakker beoordelingskader vannieuwe geneesmiddelen, zonder de fundamentele oorzaken van dezehoge prijzen aan te pakken. Dat heeft namelijk het risico dat patiëntenminder toegang krijgen tot innovatieve medicijnen, terwijl er kansenblijven liggen om de exorbitante winstmarges van commerciële farma-ceuten echt terug te brengen.II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het beleidsadviesvan het Zorginstituut Nederland (het Zorginstituut), de NederlandseZorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) overmaatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen, evenals debrief van de Minister hierover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9648 Deze leden benadrukken dat het hier gaat om een uiterst gevoelig enmaatschappelijk relevant onderwerp. Medicijnen kunnen voor patiëntenhet verschil maken tussen ziekte en gezondheid, tussen buitenspel staanen meedoen. Voor de leden van de D66-fractie staat voorop dat iedereentoegang moet hebben tot geneesmiddelen die aantoonbaar van waardezijn. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om zorgvuldig om te gaan met hetcollectieve zorgbudget, zodat ook andere vormen van zorg toegankelijk enbetaalbaar blijven. Dat vraagt om een sterke onderhandelingspositie vande overheid ten opzichte van medicijnfabrikanten, goede samenwerkingtussen betrokken partijen, en om een beleid dat gezondheidswinst doorinnovatie beloont zonder dat dit leidt tot maatschappelijk onaanvaardbareprijzen.De leden van de D66-fractie zien in het adviesrapport «Naar maatschap-pelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen» (MAUG-advies) eenbelangrijke stap richting een scherper en transparanter kader voor wat weals samenleving bereid zijn te betalen voor dure geneesmiddelen. Zijvolgen met belangstelling hoe het Zorginstituut, de NZa en het ministeriedit advies verder uitwerken in concrete vervolgstappen en beleidskeuzes.In het bijzonder hechten deze leden waarde aan het deel van het advieswaarin wordt ingezet op het versterken van concurrentie tussen medicijn-fabrikanten. Het advies benadrukt dat concurrentie een cruciale randvoor-waarde is voor lagere prijzen, maar dat die concurrentie in de praktijk vaakonvoldoende of te laat op gang komt. Daarbij worden onder meervoorstellen gedaan om onderling uitwisselbare medicijnen op dezelfdewijze te vergoeden en om prijsonderhandelingen beter te coördinerentussen het ministerie, zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Deze ledenwijzen er daarnaast op dat concurrentie en samenwerking elkaar kunnenversterken, met name door betere afstemming en gezamenlijke inzet, ookop Europees niveau. Juist in een internationale en geopolitiek verande-rende context kan samenwerking bijdragen aan een sterkere onderhande-lingspositie en betere toegang tot geneesmiddelen voor patiënten.De leden van de D66-fractie vragen de Minister hoe hij concreet opvolginggeeft aan deze aanbevelingen.In de aanbiedingsbrief die ik eerder aan de Tweede Kamer stuurde gaf ikaan dat het adviesrapport grotendeels uit een werkagenda bestaat.2Daarin geven de drie zelfstandige bestuursorganen weer welke stappen zezelf gaan zetten in vervolg op het advies en geeft men adviezen aan mijals Minister voor beleidsaanpassingen. Naast de werkagenda werdendiverse adviezen aan mij gericht. Dit betreft onder meer het onderwerpversterking concurrentie, evenals een aantal voor de NederlandseZorgautoriteit (NZa) en Autoriteit Consument en Markt (ACM) belangrijkeonderwerpen. Mijn opvolger zal daar binnenkort middels een brief eennadere appreciatie op geven.Welke maatregelen is de Minister voornemens te nemen om zowelconcurrentie te versterken als samenwerking te bevorderen, en op welketermijn?In de aanbiedingsbrief heb ik aangegeven dat ik begin dit jaar kom meteen nadere appreciatie van de aanbeveling ten aanzien van concurrentie-versterking. Binnenkort zal mijn opvolger u daarover per brief informeren.2Aanbiedingsbrief bij beleidsadvies over maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan genees-middelen (MAUG) | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9649 Hoe verhouden deze maatregelen zich tot lopende trajecten op nationaalen Europees niveau, mede in het licht van de huidige geopolitiekeontwikkelingen en afhankelijkheden in de geneesmiddelenketen?Het rapport zie ik als een ondersteuning van mijn huidige inspanningenvoor samenwerking in Europa. Nederland is zeer actief op diverse niveausen streeft naar intensieve samenwerking met andere lidstaten en enkeleniet-Europese landen: van het uitwisselen van informatie en kennis, totactieve deelname aan internationale formele samenwerkingsverbandenzoals het Beneluxa initiatief. De Tweede Kamer heeft mij daartoe deafgelopen jaren ook bij herhaling om verzocht.Daarnaast vragen deze leden de Minister om in zijn verdere uitwerkingexpliciet inzicht te geven in de verwachte impact van deze maatregelen oppatiënten, de prijzen van geneesmiddelen, en de houdbaarheid van dezorguitgaven.Deze elementen kan mijn opvolger in haar appreciatie voor zover mogelijkverduidelijken.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben het zogenaamde MAUG-adviesgelezen en hebben daar nog enkele vragen over.Ten eerste willen voornoemde leden graag een antwoord op de vragendie specifiek over de MAUG-adviezen gaan. Op welke wijze draagt hetMAUG-advies volgens de Minister bij aan het versnellen van de toegangvan patiënten tot innovatieve geneesmiddelen? Kan de Minister dittoelichten.Het Zorginstituut zal de uitgangspunten uit het MAUG-advies hetaankomende jaar uitwerken en waar mogelijk kwantificeren. De adviezenvan het Zorginstituut zullen hierdoor concreter worden, waardoor iksneller vergoedingsbesluiten hoop te nemen. Desondanks wil ik erkennendat door strenger toe te zien op de prijzen van geneesmiddelen, detoegang tot sommige geneesmiddelen kan vertragen, of in het uiterstegeval – zoals ook reeds opgemerkt in mijn aanbiedingsbrief van hetbeleidsadvies3 – dit er toe kan leiden dat patiënten vaker geen toegangkrijgen tot een nieuw geneesmiddel, omdat er geen sprake is van eenmaatschappelijk aanvaardbare prijs. Ik realiseer me dat dit een groteimpact heeft op patiënten en hun naasten die uitkijken naar het genees-middel, maar ik weeg hierin ook het belang van andere patiënten enpremiebetalers mee.Daarnaast vragen genoemde leden aan de Minister wat zijn visie is op hettoepassen van het consumenten- en fabrikantensurplus uit hetMAUG-rapport. En wie zou volgens de Minister de hoogte van dezekaders moeten bepalen?Ik ben van mening dat het consumenten- en fabrikantensurplus recht-vaardig verdeeld dient te worden. Wat een rechtvaardige verdeling is enhoe die bepaald kan worden, kan ik op dit moment nog niet zeggen.Daarvoor wacht ik de uitwerking van de uitgangspunten uit hetMAUG-advies door Zorginstituut eerst af.De uitkomst van het burgerforum, onderdeel van de MAUG-verkenning, isinmiddels meermaals vertaald als draagvlak voor beslissingen om diversegeneesmiddelen niet toe te laten tot het verzekerde pakket. Kan de3Kamerstuk 29 477, nr. 953Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96410 Minister zijn zienswijze geven op de conclusie dat dit beleidsadvies alstaand beleid lijkt zonder dat de Kamer zich daar actief over heeft kunnenuitspreken?Deze conclusie deel ik niet. De beslissingen waarop de PVV-fractie doeltzijn gebaseerd op het huidige kader, zoals toegepast in de pakketadviezenvan het Zorginstituut. Ik heb het burgerforum alleen genoemd omdatdaaruit blijkt dat er breed draagvlak is voor de uitgangspunten van hethuidige pakketbeheer. Zoals in de begeleidende brief bij het MAUG-adviesuitgelegd, is een aantal uitgangspunten zoals genoemd in het adviesimmers niet nieuw, alleen herbevestigd of nader onderbouwd.In hoeverre is het perspectief van patiënten en farmaceuten meegenomenin de totstandkoming van het MAUG-advies en in hoeverre kunnen deNZa en het Zorginstituut Nederland ook voor andere zorg dan geneesmid-delen concluderen in welke mate er sprake is van verdringing?Patiëntenorganisaties, koepels voor de farmaceutische industrie enandere partijen zijn geconsulteerd in de periode van 8 tot en met22 september 2025. Daarnaast konden partijen deelnemen aan consulta-tiebijeenkomsten waarin het rapport werd toegelicht. Drie patiëntenorga-nisaties en twee koepels van de farmaceutische industrie hebben inputgeleverd. Dat zijn de Patiëntenfederatie Nederland, Nederlandse Federatievan Kankerpatiënten organisaties (NFK) en de Nationale koepel vanpatiëntenorganisaties voor zeldzame en genetische aandoeningen (VSOP),de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) en HollandBio. In bijlage4 van het rapport reageren de MAUG-partijen op de verkregen input, endie heeft ertoe geleid dat het conceptrapport aangevuld en verbeterd is.De MAUG-partijen hebben het rapport geschreven in de context vangeneesmiddelen, en de conclusies kunnen alleen worden toegepast opgeneesmiddelen. Desalniettemin is bekend dat ook andere dure zorg zorgtvoor verdringing, bijvoorbeeld dure medische technologie.Verwacht de Minister dat sterkere prijsdruk als gevolg van deMAUG-voorstellen gevolgen heeft voor de toegang van Nederlandsepatiënten tot nieuwe behandelingen?Dat vind ik moeilijk te voorspellen, omdat de toegang van vele zakenafhangt. Het MAUG-advies kan zoals gezegd leiden tot hogere kortingsad-viezen, als het Zorginstituut voor een geneesmiddel tot de conclusie komtdat een maatschappelijk aanvaardbare prijs lager is dan een kosteneffec-tieve prijs. Mogelijk leidt dit tot langere onderhandelingen, of een negatiefvergoedingsbesluit. Andersom kan een concreter, kwantitatief advies ookleiden tot een kortere doorlooptijd omdat ik een kwalitatief advies dan nietmeer hoef te vertalen in een kwantitatieve onderhandelinzet. De uitgangs-punten kunnen, consistent toegepast, ook duidelijkheid bieden. Het isdaarmee voor fabrikanten helder wat in Nederland de bereidheid tebetalen bepaalt. Uiteraard zullen fabrikanten dit betrekken bij hunstrategische beslissingen over (het moment van) de lancering van eennieuw geneesmiddel op de Nederlandse markt.Genoemde leden zijn benieuwd of de Minister bekend is met de term«most favoured nations» (MFN) en de mogelijke gevolgen van dit beleidvoor de beschikbaarheid van geneesmiddelen voor de Nederlandsepatiënt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96411 Ik ben bekend met deze term en heb de Tweede Kamer in antwoorden opvragen van het lid Dijk vorig jaar een eerste analyse van mogelijkeeffecten voor Nederland gegeven.4Indien fabrikanten eventuele omzetderving door prijsdalingen in deVerenigde Staten op Europese patiënten zouden willen verhalen, danbestaat de mogelijkheid dat (één van) de volgende strategieën wordtgehanteerd.–Hogere introductieprijzen voor nieuwe geneesmiddelen in Europa omkortingen in de VS te compenseren;–Steviger prijsonderhandelingen in Europa omdat korting op hetcontinent, zelfs in een kleine lidstaat, de omzet op de lucratieveAmerikaanse markt kan raken;–Vertraging of beperking van introductie van nieuwe producten om zoeen vergelijking met prijzen in de referentielanden voor de VS tevoorkomen.Welke acties onderneemt de Minister momenteel om te voorkomen datNederland door internationale prijsdruk achteropraakt bij de introductievan nieuwe geneesmiddelen?Ik volg de ontwikkelingen op de voet, zowel nationaal als internationaal.Op dit moment zijn er voor Nederland nog geen directe effecten waar tenemen. Er is contact met mijn Europese collega’s en ook in Nederlandoverleg ik met diverse partijen, waaronder farmaceutische bedrijven. Ditgeeft mij de mogelijkheid om in Nederland, of samen met andereEuropese landen te handelen indien dit nodig blijkt.Hoe kijkt de Minister naar de huidige situatie dat Nederland als welvarendland een relatief laag percentage van het bbp uitgeeft aan innovatievegeneesmiddelen en zodoende relatief weinig bijdraagt aan de wereldwijdeinnovatie van geneesmiddelen?Ik vind dit een redenering die te kort door de bocht gaat, omdat die ervanuitgaat dat er een directe relatie ligt tussen de hoogte van uitgaven aangeneesmiddelen en innovatie. Investeringen worden voor een belangrijkdeel bepaald door het verwachte rendement. Dan lijkt een potentieelhogere omzet een prikkel voor meer investeringen en daarmee innovatie.Maar wat bij discussies over innovatie vaak niet genoemd wordt, is datinvesteringen niet hetzelfde zijn als innovatie, althans dat lang niet alleinnovatie een meerwaarde biedt, of in een maatschappelijke behoeftevoorziet. Niet alles dat nieuw is, is per definitie wenselijk, zeker niet alsdaar ook een (hoge) meerprijs voor moet worden betaald.Daarnaast kunnen twee landen met hetzelfde Bruto Binnenlands Product(BBP) zeer verschillende zorgbehoeften en of zorgstandaarden hebben. Zokunnen verschillen in vergrijzing en het aantal chronisch zieken een grootverschil maken in de uitgaven aan geneesmiddelen. Lage uitgaven aangeneesmiddelen kunnen ook gepaard gaan met hogere uitgaven elders inhet zorgsysteem.5 Bijvoorbeeld door de mate waarinniet-medicamenteuze behandeling voor groepen aandoeningen isgeorganiseerd. Een voorbeeld van dat laatste is diabeteszorg, die inNederland zeer goed is georganiseerd en wordt verstrekt op basis vanlandelijke zorgstandaarden en geleverd door goed georganiseerdezorgnetwerken. De kosten daarvan maken het mogelijk om met minderkostbare geneesmiddelen een hoge kwaliteit van zorg te realiseren.4Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 30985Nederland heeft ten opzichte van Het OECD-gemiddelde en de meeste EU-lidstaten relatiefhoge totale zorguitgaven per hoofd van de bevolking (OECD «Health at a glance: 2025)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96412 Tot slot laat onderzoek zien dat hogere medicatie- en zorguitgaven niet perdefinitie gepaard gaan met betere gezondheidsuitkomsten.6 Zonder tekijken naar goede uitkomstmaten is de vergelijking naar mijn mening dusinhoudsloos. Ik vind het Nederlandse beleid dat, vanuit de plicht omuitgaven vanuit de zorgverzekering te verantwoorden, de waarde van eenbehandeling centraal stelt en stuurt op het maximaliseren van gezond-heidswinst daarom goed te verdedigen. Bovendien vormt dat een prikkelvoor de industrie om zich te richten op maatschappelijke behoefte engezondheidswinst. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat er vooral nieuweoncolytica ontwikkeld worden: Nederlanders worden immers steedsouder worden en daarmee krijgt 1 op de 2 mensen kanker. Het MAUGrapport bevestigt mij in de overtuiging dat de discussie moet gaan overwaarde die iets toevoegt en niet zo zeer de prijs ervan. Ik vind het eendiscussie waard.In relatie tot bovenstaande willen voornoemde leden weten of Nederlandkwetsbaar is voor specifieke Amerikaanse maatregelen gericht op hetverhogen van de Nederlandse uitgaven aan geneesmiddelen en wat degevolgen van de Amerikaanse opstelling en beleid zijn voor de beschik-baarheid van geneesmiddelen voor Nederlandse patiënten?Hoewel de Amerikaanse maatregelen nog niet zijn uitgewerkt, wordtNederland vermeld als één van de landen waaraan gerefereerd wordt bijde vaststelling van maximumprijzen in de VS. Daarnaast verwijstNederland in de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) naar andere landen.Het Amerikaanse beleid kan consequenties hebben voor de beschik-baarheid en toegankelijkheid in Nederland. Zo kunnen leveranciersbesluiten om een geneesmiddel tegen een hogere prijs in Nederland opde markt te brengen, zonder dat daar meer gezondheidswinst tegenoverstaat, of om een geneesmiddel later of helemaal niet in Nederland op temarkt te brengen. Het is echter nog te vroeg om te kunnen vaststellen ofen zo ja, in welke mate dit zal plaatsvinden.Heeft de Minister concrete acties ondernomen? Zo ja, welke en zo nee, isde Minister voornemens dit te doen?Ik volg de ontwikkelingen op de voet, zowel nationaal als internationaal.Op dit moment zijn er voor Nederland nog geen effecten waar te nemen.Er is contact met mijn Europese collega’s en ook in Nederland overleg ikmet diverse partijen, waaronder farmaceutische bedrijven. Dit geeft mij demogelijkheid om in Nederland, of samen met andere Europese landen tehandelen indien dit nodig blijkt.Is de Minister met zijn EU-collega’s in gesprek over de gevolgen van hetAmerikaanse geneesmiddelenprijsbeleid? Zo ja, kan de Minister met deKamer delen wat zijn inzet is in deze gesprekken?Er vindt geregeld overleg plaats tussen lidstaten over de ontwikkelingenen mogelijke effecten voor Europese landen. Het op Europese patiëntenen burgers afwentelen van afgedwongen prijsverlagingen elders omomzetverliezen te compenseren, gepaard met de waarschuwing datgeneesmiddelen anders later of niet in Europa worden geïntroduceerd,zouden mijn Europese collega’s en ik als zeer ongepast beschouwen.Zeker vanwege het feit dat er binnen Europa al langer discussie is over dehoogte van geneesmiddelenprijzen en de grote gevaren die dit voor dehoudbaarheid van zorgsystemen met zich meebrengt.6https://www.commonwealthfund.org/sites/default/files/2024-09/Blumenthal_mirror_mirror_2024_final_v2.pdf, pag. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96413 Dankzij universele zorgstelsels in vrijwel alle landen vormt Europa meteen wereldaandeel van ca. 23% een grote en stabiele afzetmarkt voorinnovatieve geneesmiddelen en een interessante partner voor hetaanjagen van innovatie. Gezondheidsdoelen, het belang van patiënten eneconomische waarde kunnen daarbij goed hand in hand gaan.Bij de inzet van publieke middelen en zorgpremies is het van groot belangdat de inzet van zorg efficiënt en zorgvuldig gebeurt. Er wordt weliswaarwaarde gehecht aan universele toegang tot geneesmiddelen met bewezenklinische meerwaarde, maar houdbaarheid van zorgstelsels en hetverantwoord beschikbaar stellen van effectieve therapieën zijn van grootbelang. Daarom kennen we in Europa op wetenschap gestoelde envoorspelbare regels en procedures voor innovatie, markttoelating envergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Deze zorgen voor duidelijkheiden belonen innovatie die aantoonbaar bijdraagt aan de maatschappelijkebehoeften.Europa blijft investeren in snellere toegang tot bewezen effectieve zorg.Daarbij ligt de nadruk op kwaliteit en efficiënt gebruik van publiekemiddelen. De onderzoeks- en kennisinfrastructuur ondersteunt onderzoeknaar en toepassing van nieuwe geneesmiddelen.Waar dat nodig is om het farmaceutisch systeem aan te passen aan denieuwe en veranderende omgeving, zoekt Europa actief naar een goedebalans tussen innovatie, toegang en betaalbare en toekomstbestendigezorg door wetgeving en beleidsmatige hervormingen.De combinatie van maatschappelijke doelen, de grote afzetmarkt en debereidheid tot samenwerking maakt Europa tot een winstgevende enstrategisch aantrekkelijke partner voor de farmaceutische industrie.Kan de Minister met de Kamer delen wat andere EU-lidstaten doen inreactie op het MFN-beleid van de Verenigde Staten (VS)?Op dit moment wijken de standpunten van andere EU-lidstaten nietwezenlijk af van de bovenbeschreven opvattingen.Tot slot met betrekking tot dit onderwerp willen genoemde leden weten ofer een impactanalyse is uitgevoerd naar de effecten van de voorgesteldeprijsmaatregelen van de VS op het Nederlandse innovatie-ecosysteem enklinisch onderzoek, en zo nee, is de Minister bereid deze alsnog uit tevoeren?Ik verwijs u naar mijn reactie die ik de vaste commissie voor Volksge-zondheid, Welzijn en Sport stuurde op een brief van de VIG, Nefemed enDiagned.7Tijdens eerdere debatten waar gesproken werd over geneesmiddelen-beleid is er ook gesproken over het vermaledijde «evergreening» en heeftde PVV-fractie daar ook een motie over ingediend. Daarom tot slot devolgende twee vragen. De term «evergreening» komt in hetMAUG-rapport vaak naar voren. Vorig jaar heeft het Zorginstituut achtsignalen over mogelijke evergreening met de ACM gedeeld. Zo ja, kan deMinister met de Kamer delen om welke acht signalen het hier gaat?Wanneer kan de Kamer een reactie verwachten op de vorig jaar aange-nomen motie Thiadens over evergreening (Kamerstuk 36 725 XVI, nr. 33)?Ik heb de Tweede Kamer eerder bericht dat ik voornemens ben om in hetvoorjaar van dit jaar de Tweede Kamer te informeren over de nadereinvulling van de motie Thiadens.7Kamerstuk 29 477, nr. 961Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96414 Genoemde leden vragen de Minister de beantwoording op dit schriftelijkoverleg, voor de behandeling van de begroting Volksgezondheid, Welzijnen Sport (XVI) voor het jaar 2026 naar de Kamer te doen toekomen.Met deze brief heb ik voldaan aan uw verzoek.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet Beleidsadvies ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgavenaan geneesmiddelen. Deze leden willen investeren in onze veiligheid enwelvaart, maar minder uitgeven in plaats van belasting verhogen. Datbetekent dat de gehele overheid haar huishoudboekje op orde moethouden. Om dit te realiseren moeten onder andere behandelingen in degezondheidszorg meer worden beoordeeld op de toegevoegde waardevan behandeling ten opzichte van de bestaande alternatieven enmaatschappelijke kosten. De leden van de VVD-fractie zijn daaromverheugd dat de Minister stappen wil zetten om te komen tot maatschap-pelijke aanvaardbare prijzen voor geneesmiddelen.De leden van de VVD-fractie vinden kostenbeheersing van zorgkosten nietalleen wenselijk, maar ook noodzakelijk. Genoemde leden willentegelijkertijd dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft voorondernemers en bedrijven die actief zijn in de zorg- en biofarmaceutischesector, dit is immers nodig voor innovatie en economische groei. De ledenvan de VVD-fractie vragen of de Minister voldoende rekening houdt metde wankele stand van het Nederlandse vestigingsklimaat met hetvoorgestelde geneesmiddelenbeleid.Ik vind het inderdaad belangrijk dat Nederland aantrekkelijk blijft voorinvesteringen door ondernemers en bedrijven. Ik zie echter geeneenduidig verband tussen kostenbeheersing en het vestigingsklimaat. Ikwil erop wijzen dat andere factoren, zoals een goede infrastructuur,politieke stabiliteit, het fiscale klimaat, opleiding en de beschikbaarheidvan voldoende gekwalificeerd personeel en subsidies voor onderzoek enontwikkeling mogelijk van groter belang zijn voor de investeringen van deindustrie.Ik zet me in voor de versterking van biotechnologie, zowel nationaal via deuitvoeringsagenda biotechnologie als op Europees niveau via deEuropese Biotech Act. Daarnaast zet ik me via het programma toekomst-bestendig toetsingslandschap in op het optimaal inrichten van hetNederlandse toetsingslandschap.Kan de Minister reflecteren op de bredere, potentiële economischegevolgen van het in het algemeen verouderde «sluis-beleid» en het in hetspecifiek openbare maximumtarief in Nederland?Het is mij niet duidelijk wat «verouderd» zou zijn aan het sluis-beleid, nudit beleid relatief recent is ingevoerd (2018). Wel is mij bekend datfarmaceutische bedrijven regelmatig klagen over de geneesmiddelensluisen daarbij met name wijzen op de consequentie dat patiënten daardoorlater toegang krijgen tot geneesmiddelen en zij zelf later omzet genererenop een geneesmiddel (waardoor de «terugverdientijd» korter wordt). Ikwijs er in reactie op dat farmaceutische bedrijven natuurlijk zelf invloedkunnen uitoefenen op de doorlooptijd door maatschappelijk aanvaardbareprijzen te vragen en geneesmiddelen te ontwikkelen met veel gezond-heidswinst, die voorzien in een maatschappelijk behandelbehoefte. Alsdat zo is, zijn we in Nederland bereid om daar relatief veel geld voor tebetalen, en kan een geneesmiddel snel worden opgenomen in hetbasispakket. Maar als een geneesmiddel beperkte gezondheidswinstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96415 oplevert, of het (zeer) onzeker is wat de effectiviteit is, dan zal een hogevraagprijs leiden tot onderhandelingen of zelfs een negatief besluit. Tenalgemene lijkt mij dat goed verdedigbaar: de maximalisatie van gezond-heidswinst is vanuit maatschappelijk oogpunt belangrijker dan demaximalisatie van de winst van een individueel bedrijf. Dat gezegdhebbende, zie ik natuurlijk ook dat er steeds vaker specialistischegeneesmiddelen op de markt komen, soms in combinatie met anderegeneesmiddelen, voor steeds kleinere patiëntenpopulatie leidend totbeperktere data en daardoor een grotere mate van onzekerheid. Ik vindhet niet vanzelfsprekend dat dit groter wordende risico volledig op desamenleving wordt afgewenteld, via hogere prijzen en collectieveuitgaven. Ik vind het belangrijk dat de markt zelf de verantwoordelijkheidneemt om hierin slimme(re) keuzes te maken, bijvoorbeeld in hetstudiedesign (levert de studie de juiste, voor een vergoedingsbesluitbruikbare informatie op?). Tegelijk begrijp ik wel goed de behoefte aanduidelijkheid en voorspelbaarheid, om daarmee een geïnformeerdeinvesteringsbeslissing te kunnen maken. Dat is één van de redenen dat ikwerk aan het harmoniseren van het vergoedingsproces onder de noemerToekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen (TSG). Dit kan helpen ombijvoorbeeld al vroeg in het proces de plaatsbepaling in de behandelingduidelijk te hebben, en daarmee het potentiële patiëntenvolume, of omvroegtijdig voorwaarden voor gepast gebruik op te stellen zodat het juiste(aanvullend) bewijs verzameld kan worden.Met betrekking tot het «specifiek openbare maximumtarief» weet ik nietwaarop gedoeld wordt. In de context van de sluis zou dit kunnen gaanover de maximale referentiewaarden voor een kosteneffectieve inzet van20.000, 50.000 en 80.000 euro per gewonnen QALY (Quality Adjusted LifeYear) die we, afhankelijk van de ziektelast, bereidheid zijn te betalen. Eenveelgehoorde klacht is dat deze waarden niet geïndexeerd zijn waardoorde maximale betalingsbereidheid door de jaren heen relatief omlaag zouzijn gegaan. In reactie wijs ik erop dat deze maximale referentiewaardengeen (absolute) richtprijzen zijn, maar een relatieve waarde uitdrukken, dieverband houdt met de bereidheid tot betalen binnen een bepaaldzorgstelsel voor gezondheidswinst, uitgedrukt in een gewonnen QALY,waarbij we het acceptabel vinden dat deze maximale bereidheid bij eenhogere ziektelast hoger is. Dat wil zeggen: als we meer gaan betalen dandeze referentiewaarden, kan elders in de zorg voor datzelfde geld meergezondheidswinst worden behaald. Stabiele maximale referentiewaarden,in relatie tot inflatie, wijzen dus vooral op het toenemende belang van eendoelmatige inzet van nieuwe interventies en het voorkomen van ondoel-matige keuzes in de zorg.De leden van de VVD-fractie begrijpen dat inkoopprocessen vanmedicijnen vaak niet optimaal verlopen. Deze leden signaleren dat de«sluisprocedure» voor aanvragende partijen vaak onduidelijk enniet-transparant is, waardoor deze procedure ook voor hen moeilijkhanteerbaar is. Kan de Minister aangeven of hij deze zienswijze deelt? Zoja, hoe kan hij de sluisprocedure meer transparant maken?Ik deel deze zienswijze niet. Ik ben van mening dat de sluisprocedure eentransparant en voorspelbaar proces is dat via een vaste volgorde verloopt.De sluisplaatsing vindt uiterlijk vier weken na markttoelating plaats.Vervolgens dient de leverancier een vergoedingsdossier in bij hetZorginstituut. Het Zorginstituut brengt een openbaar advies uit aan deMinister van VWS. Op basis van dit advies gaat de Minister van VWS aldan niet in onderhandeling met de leverancier. De tijdslijnen van degenoemde processtappen kunnen verschillen, maar de stappen zelf zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96416 duidelijk. Deze stappen worden per sluisgeneesmiddel openbaar entransparant weergegeven in het Dashboard Doorlooptijden Geneesmid-delen.8De sluisprocedure is niet de enige procedure van belang voor geneesmid-delen. In Nederland werken verschillende partijen samen bij de beoor-deling, vergoeding en inzet van geneesmiddelen. Deze samenwerkingvindt nu vaak ad hoc en niet altijd efficiënt plaats. Binnen TSG wordtingezet op een meer gestructureerde, proactieve en gezamenlijke aanpak,waarin het Zorginstituut samen met zorgpartijen vroegtijdig inzichtelijkmaakt wat nodig is voor een beheerste instroom van nieuwe geneesmid-delen en daar afspraken over maakt.De leden van de VVD-fractie steunen de doelstelling van de Minister vanEconomische Zaken om de biofarmaceutische sector tot bloei te latenkomen. Zij zien hiervoor kansen in meer transparantie van «sluispro-cessen». Graag een reflectie van de Minister.Zoals ik in het antwoord op de vorige vraag heb aangegeven, ben ik vanmening dat het huidige sluisproces voldoende transparant is. Dat wil nietzeggen dat er geen verbeteringen mogelijk zijn. Die verbeteringen wordenal opgepakt binnen TSG. Ik betrek in de gesprekken over TSG ook defarmaceutische industrie. Daarnaast blijf ik oog houden voor een zo snelmogelijke toegang van geneesmiddelen voor een kosteneffectieve prijs.De leden van de VVD-fractie lezen dat de mogelijkheid onderzocht wordtvan een «new competition tool». Dit lijkt deze leden een goede manier omde markt wendbaarder te maken. Kan de Minister aangeven hoe hijhiertegen aankijkt?Zoals ik u eerder9 heb laten weten steun ik de stappen die de ACM op ditpunt zet. Mijn opvolger zal u later dit voorjaar informeren over de verdereinzet ter bevordering van de concurrentie.De leden van de VVD-fractie lezen dat het Zorginstituut in de loop van2026 het doorontwikkelde beoordelingskader voor opname vanmedicijnen in het basispakket zal publiceren. Deze leden zijn blij met dezevoortvarendheid. Kan de Minister aangeven of dit traject op schemaloopt?Het Zorginstituut heeft mij aangegeven tot eind 2026 het beoordelings-kader verder uit te werken, ik heb geen informatie ontvangen dat dit nietwordt gehaald.De leden van de VVD-fractie lezen dat de NZa verkent of het mogelijk isom de maximumtarieven voor dure intramurale medicijnen beter aan telaten sluiten bij de maximaal maatschappelijk aanvaardbare tarieven. Kande Minister aangeven op welke termijn hij mogelijk acht dat deze tarievendaardoor beter aansluiten bij de maximaal maatschappelijk aanvaardbaretarieven, met inachtneming van de bekostigingscyclus van de zorgauto-riteit?Op dit moment worden de maximumtarieven gebaseerd op de lijstprijs(AIP) van 1 april van het vorige jaar. Daarna wordt het tarief één keer perjaar gewijzigd (per 1 januari jaar t). Of en zo ja, hoe dit zal kunnenveranderen als de NZa zijn werkwijze aan zou passen, kan ik nu nog nietzeggen. Ik wacht de verkenning van de NZa af.8https://www.farmatec.nl/prijsvorming/dashboard-doorlooptijden-geneesmiddelen9Vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 953Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96417 In welke mate verwacht hij dat deze maatregel zal bijdragen aanaanvaardbare geneesmiddelenuitgaven?Ook hiervoor geldt dat ik graag de verkenning van NZa afwacht.De leden van de VVD-fractie lezen dat professionals aangeven dat voor deprijsbepaling gekeken moet worden naar de werkelijke kosten voor defabrikant, vermeerderd met een redelijke winstmarge. Hoewel deze ledenhet eens zijn met dit uitgangspunt, begrijpen zij ook dat de praktijk op ditpunt weerbarstig is. Kan de Minister aangeven op welke manier hij, insamenwerking met de farmaceutische industrie, kan komen tot eensystematiek waarbinnen de kostprijsontwikkeling duidelijk is? Zo kanimmers de ontwikkeling van maatschappelijk aanvaardbare geneesmidde-lenuitgaven gepaard gaan met breder draagvlak voor de belangrijkewerkzaamheden van innovatieve farmaceuten.Ik kan de wens om tot transparantie van de kostprijs van geneesmiddelente komen uiteraard goed volgen. Zeker als prijzen van geneesmiddelenhoog zijn en/of een grote budgettaire impact hebben, is de roep om eenrechtvaardiging van die prijzen logisch. Toch zie ik geen meerwaarde vantransparantie van de prijsopbouw in het Nederlandse vergoedingsbeleid,maar wel zie ik risico’s zie voor de toegankelijkheid. Ik licht dat graag toe.Bij gelimiteerde budgetten zijn keuzes, ook in de zorg, onvermijdelijk. Hetis dan belangrijk dat de uitgaven goed te verantwoorden zijn. Elke eurokan immers maar één keer worden uitgegeven. Dat betekent niet alleendat de absolute waarde van een behandeling duidelijk moet zijn, maar ookde relatieve waarde: hoe effectief is een nieuwe behandeling in verge-lijking met de standaardbehandeling, voegt de nieuwe behandelingwaarde toe en zo ja, hoeveel? Waarbij de waarde dan wordt uitgedrukt ingezondheidswinst. Door dit gestandaardiseerd af te zetten tegenreferentiewaarden voor de ziektelast, waarbij geldt: hoe ernstiger deziekte, hoe hoger de bereidheid te betalen, zorgen we ervoor dat met hetbeschikbare budget zoveel mogelijk gezondheidswinst wordt behaald(kosteneffectiviteit). En dat laatste moet wel het uitgangspunt zijn.Kortom, in Nederland is voor vergoeding welbewust de waarde hetuitgangspunt en niet de kosten.Naast dit fundamentele bezwaar, zie ik ook praktische belemmeringen vaneen kostenbenadering. Ten eerste is het lastig de kosten toe te wijzen aanéén geneesmiddel, omdat basaal of vroeg onderzoek vaak de basis is voorde ontwikkeling van meerdere geneesmiddelen, of juist helemaal tot nietsleidt. Dat betekent dat met aannames gewerkt moet worden, die altijd terdiscussie gesteld kunnen worden. Daarnaast wordt met een kostenbena-dering inefficiënte ontwikkeling beloond met een hogere prijs. En tenderde zou ik, als ik in onderhandelingen transparantie zou afdwingen vande nettoprijzen, helaas geen of veel lagere kortingen meer kunnenovereenkomen met leveranciers. Ook dat zou betekenen dat we meeruitgeven, zonder dat we daar gezondheidswinst voor terugkrijgen (ofminder middelen met meerwaarde in Nederland tot beschikking zullenhebben). Ik merk daarbij op dat ook ik het uit oogpunt van het afleggenvan verantwoording belangrijk vind om transparantie na te streven, maardat ik, gesteld voor de keuze, toegankelijkheid uiteindelijk zwaarder vindwegen.De leden van de VVD-fractie lezen dat de MAUG-partijen hebbengeadviseerd om bij de Europese Commissie te pleiten dat adviezen uit de«Joint Scientific Consultations» openbaar gemaakt worden. Is de Ministervan plan om dit advies op te volgen? Zo nee, is de Minister van plan omop andere manieren binnen de Europese Unie de samenwerking aan teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96418 halen op het gebied van toegankelijkheid en betaalbaarheid van genees-middelen?Nederland is deelnemer aan de zogeheten «HTA Coordination Group» dieverantwoordelijk is voor het uitwerken en aannemen van de proceduresen HTA-uitkomsten in EU-verband. In deze coördinatiegroep heeftNederland voor openbaarmaking van de adviezen uit de «Joint scientificconsultations» gepleit. Daarvoor zoek ik ook coalities met anderelidstaten.Het MAUG-rapport zie ik als erkenning van de vele activiteiten dieNederland al ontplooit om op het gebied van toegankelijkheid enbetaalbaarheid van geneesmiddelen.De leden van de VVD-fractie lezen dat één van de problemen met deonderlinge uitwisselbaarheid van geneesmiddelen is, dat zij onderdeeluitmaken van twee verschillende aanspraken: farmaceutische zorg engeneeskundige zorg. Is het mogelijk om deze aanspraken samen tevoegen, of kleven hier andere bezwaren aan? Graag een reflectie van deMinister.Daar kleven bezwaren aan. De aanspraak bepaalt namelijk ook hetbudgettaire kader. Een geneesmiddel kan worden bekostigd uit hetbudgettaire kader Medische Specialistische Zorg (MSZ) en uit hetbudgettaire kader Apotheekzorg. Het samenvoegen van deze aansprakenbrengt omvangrijke gevolgen met zich mee voor zowel de financiëlekaders als voor de manier waarop zorg is georganiseerd. Daarmeebeïnvloedt het ook de zorgverlening aan de patiënt en verandert het derollen en taken van zorgpartijen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van het voorliggende beleidsadvies ten aanzien vanmaatschappelijke aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen (MAUG).Zij achten het van groot belang dat de aandacht voor de stijgendeuitgaven van medicijnen, (zeer) hoge vraagprijzen en het ontbreken vantransparantie bij farmaceuten en inzicht in de kosten van fabrikanten nietverslapt en het gesprek hierover gevoerd blijft worden. Tegelijk hebben deleden oog voor het enorme belang, vaak zelfs levensbelang, van (nieuwe)medicijnen en innovaties voor patiënten. De vaak zeer schrijnendeverhalen van patiënten die bepaalde medicijnen niet kunnen krijgenomdat ze bijvoorbeeld nog in de sluisprocedure zitten, gaan deze ledenaan het hart. Er moet wat genoemde leden betreft dan ook evenwicht zijntussen het kritisch volgen van de stijgende uitgaven aan geneesmiddelenenerzijds en het bevorderen van de toegang tot nieuwe geneesmiddelenanderzijds. Juist door betere wet- en regelgeving, het afdwingen vantransparantie en het tegengaan van ongewenste praktijken die de prijzenopdrijven, kan hier wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eenbetere balans in worden gevonden. Deze leden hebben hier nog eenaantal vragen en opmerkingen over.Allereerst zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het Zorginstituut,de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument en Markt(ACM) erkentelijk voor het adviesrapport «Naar maatschappelijkaanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen», dat er op initiatief van demotie Kuiken10 is gekomen. Zij vinden het een goede zaak dat de Ministervan VWS naar aanleiding van het rapport een gezamenlijke werkagenda10Kamerstuk 29 477, nr. 722Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96419 heeft opgesteld. Genoemde leden lezen dat het Zorginstituut nu eerst hetbeoordelingskader verder gaat ontwikkelen op basis van in het adviesuitgewerkte uitgangspunten, dat moet leiden tot concretere kortingsad-viezen in een vergoedingsadvies aan de Minister. Op welke termijn wordtdit beoordelingskader verwacht? En op welke termijn verwacht deMinister dit te kunnen toepassen in onderhandelingen over vergoe-dingen?Het Zorginstituut verwacht dat het beoordelingskader in januari 2027gereed is. Zodra dit kader door het Zorginstituut wordt gebruikt enresulteert in vergoedingsadviezen, zullen deze kunnen worden betrokkenbij de onderhandelingen.Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragenover de uitgangspunten die het Zorginstituut gaat kwantificeren. Heteerste uitgangspunt is om gezondheidswinst centraal te stellen. Hoe meergezondheidswinst een medicijn oplevert, hoe meer we als samenlevingbereid zijn voor het medicijn te betalen. Hoe wordt bepaald wanneer degezondheidswinst groot genoeg is en welke indicatoren worden daarvoorgebruikt, met name bij nieuwe medicijnen waar misschien minder dataover beschikbaar is?Op dit moment speelt de gezondheidswinst van een medicijn al eenbelangrijke rol in het beoordelingskader van het Zorginstituut. HetZorginstituut beoordeelt of een medicijn van toegevoegde waarde is voorpatiënten (bijvoorbeeld op basis van relevante uitkomstmaten als kwaliteitvan leven) en of is aangetoond dat het minimaal even effectief is als destandaardbehandeling. Ook bekijkt het Zorginstituut of deze gezondheids-winst in verhouding staat tot de kosten. Dit komt samen in de kosten perextra Quality Adjusted Life Year (QALY). Deze wordt vergeleken met derelevante «maximale referentiewaarde», die afhankelijk is van de ernstvan de ziekte.Op grond van het adviesrapport zal het Zorginstituut het beoordelings-kader verder aanscherpen.Welke mogelijke gevolgen heeft dit voor patiënten met zeldzameaandoeningen? Juist bij deze groep kan sprake zijn van hoge prijzen dooreen kleine afzetmarkt en mogelijk beperkt bewijs. Hoe wordt geborgd datgeneesmiddelen met een beperkte bewijslast en een kleine groeppatiënten, toegankelijk blijven voor patiënten met ernstige aandoeningenen hoge onvervulde behandelbehoeften?Ik vind het belangrijk om onderscheid te maken tussen weesindicaties metgrotere aantallen patiënten11 en ultra-wees indicaties. Weesgeneesmid-delen worden via de reguliere vergoedingsroute beoordeeld en, indienwordt voldaan aan de pakketcriteria, opgenomen in het basispakket. Bij debeoordeling wordt rekening gehouden met de ernst van de aandoening.Ook kan worden gekeken naar wat passend bewijs is. Bijvoorbeeld hetgebruik van zogenaamde surrogaateindpunten waardoor op een eerdermoment al iets gezegd kan worden over mogelijke effectiviteit in detoekomst. Ook kan de situatie zoals het ontbreken van andere behandel-opties worden meegewogen. Daarbij kan het Zorginstituut mij ookadviseren over omstandigheden die spelen bij weesgeneesmiddelen,zoals hoge ontwikkelingskosten t.o.v. de terugverdienmogelijkheid. Ik kandaar bij de prijsonderhandelingen rekening mee houden.11Er is sprake van een weesgeneesmiddel wanneer de aandoening bij minder dan 5 op de10.000 mensen voor komt. Dan kan het in Nederland nog steeds gaan om honderdenpatiënten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96420 In uitzonderingssituaties kunnen weesgeneesmiddelen ook in aanmerkingkomen voor de Voorwaardelijke Toelating (VT)12. De VT procedure isrecent geëvalueerd en deze heb ik aan uw Kamer gestuurd13. Daarbij werdgeadviseerd om voor ultra-weesgeneesmiddelen een alternatieve regelingop te zetten omdat het aantonen van effectiviteit volgens de regulierevereisten daarbij vaak niet haalbaar is. Ik ben in overleg met het Zorgin-stituut over de aanbevelingen vanuit de evaluatie en mijn ideeën over deopvolging daarvan.Het vijfde uitgangspunt stelt dat de maatschappelijke aanvaardbare prijsdynamisch is, waarbij de maatschappelijk aanvaardbare prijs van hetmedicijn zou moeten dalen wanneer het aannemelijk is dat de investe-ringen zijn terugverdiend. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie gaanervan uit dat dit betekent dat er transparantie zou moeten zijn over deinvesteringen van farmaceuten en de bijbehorende Research &Development-kosten (R&D). Zodat duidelijk is hoeveel en wanneer prijzenlogischerwijs zouden moeten dalen. De betreffende leden missen nadereuitwerking hiervan in de beleidsreactie en ontvangen hier graag eenverdere toelichting op. Hoe verwacht de Minister dit te kunnen handhavenen bewerkstelligen, gezien de beperkte transparantie vanuit de sector opdit gebied en de inzet van praktijken als evergreening?Net als de Zbo’s vind ook ik het redelijk om tijdelijk een hogere prijs voorgeneesmiddelen te betalen. Hoe tijdelijkheid mee te wegen en hoeveeleen prijs zou moeten dalen om bijvoorbeeld evergreening te voorkomendat kan ik nu nog niet zeggen, hiervoor wacht ik verdere uitwerking doorhet Zorginstituut af.Hoe kan worden voorkomen dat, ook met de nieuwe uitgangspunten ende vergoedingsadviezen, farmaceuten de «loopholes» opzoeken of metnieuwe methodes komen om dit te omzeilen?Ik zet me in om beleid te maken dat zo goed mogelijk inspeelt op huidigeen eventuele toekomstige ontwikkelingen. Behoud van flexibiliteit ombeleid aan te passen daar waar nodig is daarbij belangrijk. Indien in detoekomst blijkt dat een wijziging in het beleid nodig is dan kan bepaaldworden wat eventuele vervolgmaatregelen zouden kunnen zijn.Hoe zet de Minister zich in op Europees niveau om meer transparantieover medicijnprijzen te bewerkstelligen, zodat hier ook internationaal inkan worden samengewerkt en een vuist kan worden gemaakt tegen defarmaceutische industrie?Hoewel ik meer transparantie over de prijsopbouw van geneesmiddelenvan harte toejuich, wil ik daarbij enkele kanttekeningen plaatsen.In Nederland wordt bewust gekozen voor een waarde-benadering vangeneesmiddelen. Het is belangrijk om vast te stellen wat onze bereidheidtot betalen is, passend bij de waarde van een geneesmiddel voor deNederlandse samenleving. De door de fabrikant gevraagde prijs is daarbijminder relevant.Deze meer «vraag gestuurde» benadering draag ik ook actief uit ininternationaal verband. Mede door Nederlandse inbreng zijn Europeselanden van plan om de komende periode te verkennen hoe zo’n meervraag gestuurde benadering van geneesmiddelenvergoeding gerealiseerdkan worden.12Voorwaardelijke toelating weesgeneesmiddelen, conditionals en exceptionals | ZorginstituutNederland13Beleidsmatige evaluatie voorwaardelijke toelating van geneesmiddelen | Rapport |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96421 Kan de Minister reageren op het advies in het onderzoeksrapport om opEuropees niveau af te dwingen op welke manier fabrikanten onderzoekmoeten opzetten, zodat verschillende medicijnen beter met elkaar tevergelijken zijn?In de aanbiedingsbrief heb ik aangegeven begin dit jaar kom met eennadere appreciatie van het MAUG-rapport. Mijn reactie op dit punt maaktdaar onderdeel van uit. Binnenkort zal ik mijn opvolger u daarover perbrief informeren.En hoe kan Nederland samen met andere Europese landen optrekken omte reageren op het huidige beleid van de Verenigde Staten, waarbijbedrijven tot lagere prijzen worden gedwongen waardoor de prijzen inNederland en Europa weer stijgen?Het op Europese patiënten en burgers afwentelen van afgedwongenprijsverlagingen elders om omzetverliezen te compenseren, gepaard metde waarschuwing dat geneesmiddelen anders later of niet in Europaworden geïntroduceerd, zouden mijn Europese collega’s en ik als zeerongepast beschouwen. Er vindt daarom geregeld overleg plaats tussenlidstaten over de ontwikkelingen en mogelijke effecten voor Europeselanden om daar indien nodig (gezamenlijk) op in te kunnen spelen.Hoe kijkt de Minister daarnaast naar het cost-plus model voor devergoeding van medicijnen, waarbij bovenop alle gemaakte kosten van defabrikant een vast percentage of bedrag als winstmarge wordt opgeteld?Ik begrijp de aantrekkelijkheid van dit model, omdat daarmee hoge prijenen/of uitgaven aan geneesmiddelen beter verantwoord kunnen worden.Toch zie ik ook bezwaren tegen invoeren van een dergelijk model, metname omdat dit model niet goed past bij de in Nederland gehanteerdewaarde benadering. Ik leg dit graag uit. Bij gelimiteerde budgetten zijnkeuzes, ook in de zorg, onvermijdelijk. Het is dan belangrijk dat deuitgaven goed te verantwoorden zijn. Elke euro kan immers maar één keerworden uitgegeven. Dat betekent niet alleen dat de absolute waarde vaneen behandeling duidelijk moet zijn, maar ook de relatieve waarde: hoeeffectief is een nieuwe behandeling in vergelijking met de standaardbe-handeling, voegt de nieuwe behandeling waarde toe en zo ja, hoeveel?Waarbij de waarde dan wordt uitgedrukt in gezondheidswinst. Door ditgestandaardiseerd af te zetten tegen referentiewaarden voor de ziektelast,waarbij geldt: hoe ernstiger de ziekte, hoe hoger de bereidheid te betalen,zorgen we ervoor dat met het beschikbare budget zoveel mogelijkgezondheidswinst wordt behaald (kosteneffectiviteit). En dat laatste moetwel het uitgangspunt zijn.Naast dit fundamentele bezwaar, zie ik ook praktische belemmeringen vaneen kostenbenadering. Ten eerste is het lastig de kosten toe te wijzen aanéén geneesmiddel, omdat basaal of vroeg onderzoek vaak de basis is voorde ontwikkeling van meerdere geneesmiddelen, of juist helemaal tot nietsleidt. Dat betekent dat met aannames gewerkt moet worden, die altijd terdiscussie gesteld kunnen worden. Daarnaast wordt met een kostenbena-dering inefficiënte ontwikkeling beloond met een hogere prijs. Ik denk nietdat we voor een middel met gelijke waarde meer willen betalen, enkelomdat de kosten hoger waren. En ten derde zou ik, als ik in onderhande-lingen transparantie zou afdwingen van de nettoprijzen, helaas geen ofveel lagere kortingen meer kunnen overeenkomen met leveranciers. Ookdat zou betekenen dat we meer uitgeven, zonder dat we daar gezond-heidswinst voor terugkrijgen (of minder middelen met meerwaarde inNederland tot beschikking zullen hebben). Ik merk daarbij op dat ook ikhet uit oogpunt van het afleggen van verantwoording belangrijk vind omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96422 transparantie na te streven, maar dat ik, gesteld voor de keuze, toeganke-lijkheid uiteindelijk zwaarder vind wegen.Een kostenbenadering biedt dus geen meerwaarde voor het Nederlandsevergoedingsbeleid, maar mogelijk wel risico’s voor de toegankelijkheid.Daarbij geldt dat ik, gelet op het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel,niet zomaar een uitzondering kan maken in bijzondere gevallen, zoalswanneer een bekende werkzame stof als nieuw geneesmiddel op de marktwordt gebracht tegen een excessieve prijs. De ACM kan in dergelijkegevallen ingrijpen, zoals ook in de casus Leadiant is gebeurd. Daarnaastheeft Zorginstituut Nederland in zijn maatschappelijke weging demogelijkheid, en in vervolg op het MAUG-advies zal dat vertaald wordenin een kwantitatief kortingsadvies, om de redelijkheid van de prijs mee tewegen in een pakketadvies aan mij als Minister, waarbij overigens dewaarde nog steeds centraal staat.Kan deze methode mee worden genomen of nader uitgewerkt binnen éénvan de uitgangspunten?Zoals hierboven toegelicht denk ik dat niet de methode maar (redelijkeaannames over) de kostprijs meegenomen kunnen worden in deadvisering van het Zorginstituut. Met name uitgangspunt 6 (de mate vaninnovatie beïnvloedt de maatschappelijk aanvaardbare prijs) lijkt mijhiervoor geschikt. Als er bijvoorbeeld sprake is van doorontwikkeling vaneen bestaand medicijn, zou dat een lagere prijs rechtvaardigen, omdatdaarvoor minder onderzoek en investeringen nodig zijn.Het is wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie namelijk van grootbelang om kritisch te blijven op de maatschappelijke aanvaardbare prijsdie wordt betaald voor een medicijn als de winsten alsnog astronomischhoog zijn. Als de prijs maatschappelijk aanvaardbaar is wil dat namelijkniet per definitie zeggen dat de prijs niet te hoog is. Denk bijvoorbeeld aande recordomzet en enorme winsten die fabrikanten als AstraZeneca in2025 behaalden. Vindt de Minister dit maatschappelijk aanvaardbaar inhet licht van de grote opgaven en daaraan gekoppelde uitgaven waar weals samenleving voor staan?Laat ik beginnen met erop te wijzen dat winsten op zichzelf niet relevantzijn voor ons vergoedingsbeleid, omdat dat zich, zoals hierboventoegelicht, richt op de waarde van geneesmiddelen. Maar ik begrijp dat ueen normatieve uitspraak van mij vraagt over de hoogte van de winstenvan grote leveranciers. Op zichzelf heb ik geen bezwaar tegen (wereld-wijde) winsten. Ik heb geen normatief kader om uitspraken te doen overde hoogte daarvan. Leveranciers moeten ook aantrekkelijk zijn voorfinanciers om leningen en (durf)kapitaal aan te trekken voor onderzoeknaar en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Uiteraard vind ikexcessief hoge winsten, dat wil zeggen winsten die duidelijk hoger zijndan horen bij het risicoprofiel van farmaceutische bedrijven, onwenselijk,te meer deze voor een groot deel worden opgebracht door publiekeuitgaven.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen daarnaast uit hetbeleidsadvies dat de Minister verwacht door het kwantificeren van degenoemde uitgangspunten sneller tot een vergoedingsbesluit te kunnenkomen.Met als gevolg dat de Minister waarschijnlijk vaker nee moet gaan zeggentegeneen vraagprijs van een fabrikant omdat er geen sprake is van eenmaatschappelijk aanvaardbare prijs, waardoor patiënten geen toegangkrijgen tot geneesmiddelen met mogelijke meerwaarde. Hoe verhoudtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96423 zich dit tot de sluisprocedure voor dure medicijnen? Verwacht de Ministerbijvoorbeeld dat hierdoor meer of juist minder medicijnen in de sluisterecht zullen komen, of dat bepaalde medicijnen niet meer voor de sluisin aanmerking komen?Ik verwacht niet dat de doorontwikkeling van het beoordelingskader doorhet Zorginstituut naar aanleiding van de uitgangspunten in MAUG, zalleiden tot meer sluisgeneesmiddelen. De sluiscriteria zelf veranderenimmers niet naar aanleiding van dit advies. Wel kan het zo zijn, zoals ookin de begeleidende brief gesteld, dat de pakketadviezen zullen wordenaangepast, met een kwantitatieve duiding van de uitgangspunten. Dat kanpotentieel de doorlooptijd van een sluisprocedure verkorten, en dat lijktmij een mooi gevolg. Maar, als een maatschappelijk aanvaardbare prijsbetekent dat grotere kortingen nodig zijn dan alleen op basis vankosteneffectiviteit nodig zou zijn geweest, kan het ook betekenen dat hetgat tussen de vraagprijs en mijn bereidheid tot betalen groter wordt, metlangduriger onderhandelingen of onderhandelingen met een negatieveuitkomst tot gevolg.In het beleidsadvies wordt tot slot het wetsvoorstel van het lid Bushoffgenoemd dat als doel heeft dat de ACM ook fusies en overnames kanbeoordelen die niet meldingsplichtig zijn bij de ACM als er gegronderedenen zijn om aan te nemen dat zich mededingingsproblemen kunnenvoordoen. Ook onderzoekt de ACM de mogelijkheid van een «newcompetition tool», waarbij de ACM na marktonderzoek aan specifiekeondernemingen voorschriften kan opleggen die de concurrentie bevor-deren. Hoe verhouden deze beide voorstellen zich volgens de Minister totde gezamenlijke werkagenda MAUG en hoe kunnen deze voorstellen dewerkagenda versterken? Kan de Minister hier nader op ingaan?Ik ben nog aan het onderzoeken hoe deze initiatieven zich tot elkaarverhouden, en mijn opvolger zal daar op terugkomen in de beleidsreactieop het MAUG-rapport.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het beleids-advies over Maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen(MAUG). Wat deze leden betreft is dit een goede basis voor de verderediscussie hierover. Deze leden zien uit naar de appreciatie van de adviezendie gericht zijn aan de Minister van VWS.De leden van de CDA-fractie hebben voor nu een vraag over de geopoli-tieke ontwikkelingen rondom de beschikbaarheid en betaalbaarheid vanmedicijnen, met name als het gaat om de ontwikkelingen in de VerenigdeStaten. Deze leden willen van de gelegenheid gebruik maken om deMinister te vragen uitgebreider in te gaan op de stand van zaken hiervan,de gevolgen van de geopolitieke ontwikkelingen voor Europese produ-centen en patiënten, ons concurrentievermogen, de leveringsketens en deprijzen van geneesmiddelen in Europa en Nederland.In de beantwoording richt ik mij op ontwikkelingen op het terrein van degezondheidzorg. Ten aanzien van de geopolitieke ontwikkelingen rondprijzen van geneesmiddelen volg ik de ontwikkelingen op de voet, zowelnationaal als internationaal. Hoewel er in de Verenigde Staten maatre-gelen aangekondigd zijn om geneesmiddelenprijzen structureel te baserenop andere westerse landen en bedrijven daarop trachten te anticiperen,zijn er op dit moment voor Nederland nog geen directe effecten waar tenemen, noch is te goed te duiden of en zo ja, welke effecten er daadwer-kelijk zullen optreden. Er is contact met de Europese collega’s en ook inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96424 Nederland overleg ik met diverse partijen, waaronder farmaceutischebedrijven. Dit geeft mij de mogelijkheid om in Nederland, of samen metandere Europese landen te handelen indien dit nodig blijkt.Het op Europese patiënten en burgers afwentelen van afgedwongenprijsverlagingen elders om omzetverliezen te compenseren, gepaard metde waarschuwing dat geneesmiddelen anders later of niet in Europaworden geïntroduceerd, zouden de Europese collega’s en ik als zeerongepast beschouwen. Zeker vanwege het feit dat er binnen Europa allanger discussie is over de hoogte van geneesmiddelenprijzen en de grotegevaren die dit voor de houdbaarheid van zorgsystemen met zichmeebrengt.Dankzij universele zorgstelsels in vrijwel alle landen vormt Europa meteen wereldaandeel van ca. 23% een grote en stabiele afzetmarkt voorinnovatieve geneesmiddelen en een interessante partner voor hetaanjagen van innovatie. Gezondheidsdoelen, het belang van patiënten eneconomische waarde kunnen daarbij goed hand in hand gaan.Bij de inzet van publieke middelen en zorgpremies is het van groot belangdat de inzet van zorg efficiënt en zorgvuldig gebeurt. Er wordt weliswaarwaarde gehecht aan universele toegang tot geneesmiddelen met bewezenklinische meerwaarde, maar houdbaarheid van zorgstelsels en hetverantwoord beschikbaar stellen van effectieve therapieën zijn van grootbelang. Daarom kennen we in Europa op wetenschap gestoelde envoorspelbare regels en procedures voor innovatie, markttoelating envergoeding. Ze moeten voor duidelijkheid zorgen en belonen innovatiedie aantoonbaar bijdraagt aan de maatschappelijke behoeften.Europa blijft investeren in snellere toegang tot bewezen effectieve zorg.Daarbij ligt de nadruk op kwaliteit en efficiënt gebruik van publiekemiddelen. De onderzoeks- en kennisinfrastructuur ondersteunt onderzoeknaar en toepassing van nieuwe geneesmiddelen.Waar dat nodig is om het farmaceutisch systeem aan te passen aan denieuwe en veranderende omgeving, zoet Europa actief naar een goedebalans tussen innovatie, toegang en betaalbare en toekomstbestendigezorg door wetgeving en beleidsmatige hervormingen.De combinatie van maatschappelijke doelen, de grote afzetmarkt en debereidheid tot samenwerking maakt Europa tot een winstgevende enstrategisch aantrekkelijke partner voor de farmaceutische industrie.Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractieDe leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzakehet beleidsadvies Maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmid-delen (MAUG) en hebben de volgende vragen.Wat zet de Minister op Europees niveau in om meer transparantie overmedicijnprijzen te realiseren?Hoewel ik meer transparantie over de prijsopbouw van geneesmiddelenvan harte toejuich, wil ik daarbij enkele kanttekeningen plaatsen.In Nederland wordt bewust gekozen voor een waarde-benadering vangeneesmiddelen. Het is belangrijk om vast te stellen wat onze bereidheidtot betalen is, passend bij de waarde van een geneesmiddel voor deNederlandse samenleving. De door de fabrikant gevraagde prijs (en detransparantie over de prijsopbouw) is daarbij in mindere make relevant.Deze meer «vraag gestuurde» benadering draag ik ook actief uit ininternationaal verband. Mede door Nederlandse inbreng zijn Europeselanden van plan om de komende periode te verkennen hoe zo’n meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96425 vraag gestuurde benadering van geneesmiddelenvergoeding gerealiseerdkan worden.Hoe borgt de Minister dat (wees)geneesmiddelen met beperkte bewijslasttijdig toegankelijk zijn voor patiënten met ernstige aandoeningen en hogeonvervulde behandelbehoeften?Ik vind het belangrijk om onderscheid te maken tussen weesindicaties metgrotere aantallen patiënten14 en ultra-wees indicaties. Weesgeneesmid-delen worden via de reguliere vergoedingsroute beoordeeld en, indienwordt voldaan aan de pakketcriteria, opgenomen in het basispakket. Bij debeoordeling wordt rekening gehouden met de ernst van de aandoening.Ook kan worden gekeken naar wat passend bewijs is. Bijvoorbeeld hetgebruik van zogenaamde surrogaateindpunten waardoor op een eerdermoment al iets gezegd kan worden over mogelijke effectiviteit in detoekomst. Ook kan de situatie zoals het ontbreken van andere behandel-opties worden meegewogen. Daarbij kan het Zorginstituut mij ookadviseren over omstandigheden die spelen bij weesgeneesmiddelen,zoals hoge ontwikkelingskosten t.o.v. de terugverdienmogelijkheid. Ik kandaar bij de prijsonderhandelingen rekening mee houden.In uitzonderingssituaties kunnen weesgeneesmiddelen ook in aanmerkingkomen voor de Voorwaardelijke Toelating (VT)15. De VT procedure isrecent geëvalueerd16. Daarbij werd geadviseerd om voor ultra-weesgeneesmiddelen een alternatieve regeling op te zetten omdat hetaantonen van effectiviteit volgens de reguliere vereisten daarbij vaak niethaalbaar is. Ik ben in overleg met het Zorginstituut over de aanbevelingenvanuit de evaluatie en de ideeën over de opvolging daarvan.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de fractie BBB hebben kennisgenomen van het beleids-advies ten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aangeneesmiddelen (MAUG). Deze leden hebben geen vragen aan deMinister.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het beleidsadviesten aanzien van maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmid-delen (MAUG) en de reactie van het kabinet. Zij hebben hier nog enkelevragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie vinden het goed dat er kritisch wordt gekekennaar de enorm hoge geneesmiddelenprijzen die commerciële farmaceu-tische bedrijven vaak vragen. Zij vinden echter dat de Minister te weinigkijkt naar het vergroten van de transparantie van de opbouw vangeneesmiddelenprijzen. Momenteel is vaak compleet onduidelijk of deproductie- en ontwikkelkosten van een medicijn echt zo hoog zijn, of dater vooral wordt geprobeerd om enorme winsten binnen te harken.Waarom neemt de Minister niet veel meer stappen om dit te verbeterenop?14Er is sprake van een weesgeneesmiddel wanneer de aandoening bij minder dan 5 op de10.000 mensen voor komt. Dan kan het in Nederland nog steeds gaan om honderdenpatiënten.15Voorwaardelijke toelating weesgeneesmiddelen, conditionals en exceptionals | ZorginstituutNederland16Beleidsmatige evaluatie voorwaardelijke toelating van geneesmiddelen | Rapport |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96426 Ik kan de wens om tot transparantie van de prijsopbouw van geneesmid-delen te komen uiteraard goed volgen. Zeker als prijzen van geneesmid-delen hoog zijn en/of een grote budgettaire impact hebben, is de roep omeen rechtvaardiging van die prijzen logisch. Toch zie ik geen meerwaardevan transparantie van de prijsopbouw in het Nederlandse vergoedings-beleid, maar wel zie ik risico’s zie voor de toegankelijkheid. Ik licht datgraag toe.Bij gelimiteerde budgetten zijn keuzes, ook in de zorg, onvermijdelijk. Hetis dan belangrijk dat de uitgaven goed te verantwoorden zijn. Elke eurokan immers maar één keer worden uitgegeven. Dat betekent niet alleendat de absolute waarde van een behandeling duidelijk moet zijn, maar ookde relatieve waarde: hoe effectief is een nieuwe behandeling in verge-lijking met de standaardbehandeling, voegt de nieuwe behandelingwaarde toe en zo ja, hoeveel? Waarbij de waarde dan wordt uitgedrukt ingezondheidswinst. Door dit gestandaardiseerd af te zetten tegenreferentiewaarden voor de ziektelast, waarbij geldt: hoe ernstiger deziekte, hoe hoger de bereidheid te betalen, zorgen we ervoor dat met hetbeschikbare budget zoveel mogelijk gezondheidswinst wordt behaald(kosteneffectiviteit). En dat laatste moet wel het uitgangspunt zijn.Kortom, in Nederland is voor vergoeding welbewust de waarde hetuitgangspunt en niet de kosten.Naast dit fundamentele bezwaar, zie ik ook praktische belemmeringen vaneen kostenbenadering. Ten eerste is het lastig de kosten toe te wijzen aanéén geneesmiddel, omdat basaal of vroeg onderzoek vaak de basis is voorde ontwikkeling van meerdere geneesmiddelen, of juist helemaal tot nietsleidt. Dat betekent dat met aannames gewerkt moet worden, die altijd terdiscussie gesteld kunnen worden. Daarnaast wordt met een kostenbena-dering inefficiënte ontwikkeling beloond met een hogere prijs. En tenderde zou ik, als ik in onderhandelingen transparantie zou afdwingen vande nettoprijzen, helaas geen of veel lagere kortingen meer kunnenovereenkomen met leveranciers. Ook dat zou betekenen dat we meeruitgeven, zonder dat we daar gezondheidswinst voor terugkrijgen (ofminder middelen met meerwaarde in Nederland tot beschikking zullenhebben). Ik merk daarbij op dat ook ik het uit oogpunt van het afleggenvan verantwoording belangrijk vind om transparantie na te streven, maardat ik, gesteld voor de keuze, toegankelijkheid uiteindelijk zwaarder vindwegen.Een kostenbenadering biedt dus geen meerwaarde voor het Nederlandsevergoedingsbeleid, maar mogelijk wel risico’s voor de toegankelijkheid.Daarbij geldt dat ik, gelet op het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel,niet zomaar een uitzondering kan maken in bijzondere gevallen, zoalswanneer een bekende werkzame stof als nieuw geneesmiddel op de marktwordt gebracht tegen een excessieve prijs. De ACM kan in dergelijkegevallen ingrijpen, zoals ook in de casus Leadiant is gebeurd. Daarnaastheeft Zorginstituut Nederland in zijn maatschappelijke weging demogelijkheid, en in vervolg op het MAUG-advies zal dat vertaald wordenin een kwantitatief kortingsadvies, om de redelijkheid van de prijs mee tewegen in een pakketadvies aan mij als Minister, waarbij overigens dewaarde nog steeds centraal staat.De leden van de SP-fractie benadrukken daarnaast dat de hoge genees-middelenprijzen ook grotendeels te maken hebben met de enormeafhankelijkheid van grote commerciële geneesmiddelenbedrijven voor hetontwikkelen van geneesmiddelen. Is de Minister bereid om veel meer in tezetten op het publiek ontwikkelen van geneesmiddelen, zodat ergoedkopere alternatieven komen en de afhankelijkheid van commerciëleontwikkelaars wordt verminderd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96427 De SP fractie heeft mij eerder middels de motie Bushof en Dijk17opgeroepen om een voorstel uit te werken voor een onafhankelijk fondsvoor geneesmiddelenonderzoek. Ik heb opvolging gegeven aan dezemotie in de Kamerbrief van september jongstleden18. Vooralsnog heb iknog geen reactie ontvangen van uw Kamer op dit stuk. Als uw Kamerwenst om geneesmiddelenontwikkeling meer publiek te organiseren dankan de genoemde Kamerbrief dienen als startpunt voor een discussie overde mogelijkheid en wenselijkheid van zo’n voorstel. In het voorstel heb ikaangegeven dat ik het onwenselijk vind om als overheid wetenschappersin dienst te nemen die zelf geneesmiddelen ontwikkelen. In plaats daarvanbeschrijft de schets een samenhangend stelsel voor financiering metonderzoekssubsidies per fase van geneesmiddelenontwikkeling. In hetalgemeen kunnen we niet zonder de expertise van de farmaceutischeindustrie, vooral voor de latere fase van ontwikkeling, grootschaligeproductie van geneesmiddelen en het faciliteren van toegang enbeschikbaarheid buiten Nederland. Het is voor academische ontwikkelaarsmeestal niet haalbaar om dit zelf te doen. Ik zet daarom in op synergie,zodat alle betrokken partijen hun expertise kunnen inzetten, en onder-steun initiatieven vanuit zowel de academie, als vanuit commerciëlepartijen. Bovendien heb ik de mogelijkheid om te onderhandelen over deprijs van geneesmiddelen wanneer sprake is van onaanvaardbaar hogeprijzen.17Vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 29 477, nr. 88118Vergaderjaar 2025–2026, Kamerstuk 29 477, nr. 947Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96428

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4ed6c7082d146a6c

14 okt 2026 · 416d6fdbd01f55c1

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.