Reactie op het rapport van Panteia over het beleid van de collectieve erkenning van de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland
Brontekst
Versie b2462d509f1082c1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202520 454Voortgangsrapportage uitvoering wettenoorlogsgetroffenenNr. 209 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2024Hierbij stuur ik u mijn reactie op het onderzoeksrapport dat Panteia heeftopgesteld naar aanleiding van de reflectie die zij hebben uitgevoerd naarhet beleid van de collectieve erkenning van de Indische, Molukse, Papoeaen Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland1 (hierna: decollectieve erkenning).Allereerst zal ik in deze brief terugblikken op de oorsprong en het doel vanhet beleid van de collectieve erkenning en benoem ik kort enkele van debehaalde resultaten in de periode 2018 tot en met 2024. Vervolgens schetsik de belangrijkste bevindingen die uit het onderzoeksrapport naar vorenkomen, waarna ik mijn inzet voor de komende jaren op dit terrein toelicht.1. Terugblik op het beleid van de collectieve erkenning Het ontstaan van het beleid van de collectieve erkenning gaat terug tot2015 en is het resultaat van een langer proces in het kader van hetzogenoemde Indische rechtsherstel. Het Indische rechtsherstel bestondonder andere uit verschillende vooral individuele regelingen die ten doelhadden het leed en de schade die het gevolg waren van de TweedeWereldoorlog en de nasleep daarna te compenseren, voor zover datüberhaupt mogelijk was. Het doel van het beleid van de collectieveerkenning was om een nieuwe fase in te gaan in de relatie tussen degemeenschappen, de bredere samenleving en de overheid door middelvan een brede collectieve erkenning van de gebeurtenissen en het leeddat mensen in Nederlands-Indië/Indonesië hebben doorstaan gedurendede Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië endatgene dat zij na aankomst in Nederland hebben meegemaakt.21Panteia 2024, Beleid Collectieve Erkenning Indische gemeenschap, Hoofdlijnenrapport2Kamerstukken II 2016/2017, 20 454, nr. 126 kst-20454-209ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2091 Vervolgens is vanaf 2018 aan de hand van een aantal programmalijnenhet beleid nader ingevuld. Over de voortgang is uw Kamer de afgelopenjaren herhaaldelijk geïnformeerd. In 2020 besloot het Kabinet-Rutte III eeneenmalige extra financiële impuls aan dit beleid te geven.3 Ook werdstructureel meer geld voor de collectieve erkenning beschikbaar gesteld.Het toenmalig Kabinet wilde dit extra gebaar maken, omdat het in 202075 jaar geleden was dat de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië teneinde kwam.Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoeften van de verschillendegemeenschappen zijn zij nauw betrokken geweest bij de opzet van hetbeleid en de uitvoering daarvan. Zo is voorafgaand aan de impuls aan decollectieve erkenning een brede raadpleging uitgevoerd.4Dankzij de inzet van velen is er de afgelopen jaren veel tot stand isgebracht. Ik noem enkele voorbeelden: de pleisterplaats Sophiahof; via desubsidieregeling collectieve erkenning Indisch en Moluks Nederland(CEWIN) zijn 146 initiatieven die vanuit de gemeenschappen zelf kwamengehonoreerd; een virtueel Indisch monument; deskundigheidsbevorderingvan de reguliere zorg via bijvoorbeeld de videoleerlijn «begripvol zorgen»en het Programma Indisch Erfgoed Digitaal waarbij archieven zijngedigitaliseerd en toegankelijk zijn gemaakt via het digitale platform «OnsLand». Een andere belangrijke mijlpaal was het rapport «Deel en Verbind»van de Commissie Versterking Kennis Geschiedenis VoormaligNederlands-Indië waarin onder andere adviezen zijn opgenomen over dewijze waarop de educatie over Nederlands-Indië/Indonesië versterkt kanworden.52. Collectieve Erkenning 2025–2030: bestendigen en verbinden Om de balans op te maken over wat de afgelopen jaren is bereikt en tebepalen hoe het beleid kan worden voortgezet, heeft het onderzoeks-bureau Panteia de opdracht gekregen een reflectie uit te voeren over hetbeleid van de collectieve erkenning vanaf 2018. De uitkomsten hiervan zijnsamengevat in het hoofdlijnenrapport dat als bijlage bij deze brief isgevoegd. De belangrijkste bevindingen van het onderzoek van Panteiaworden hieronder weergegeven.Aangetoond wordt dat veel van de doelen van de programmalijnen vande collectieve erkenning zijn gerealiseerd. De projecten waren zonder hetbeleid niet tot stand gekomen. De gekozen programmalijnen blijken bij degemeenschappen bovendien nog in de juiste behoefte te voorzien. Alsgrootste opgave voor de aankomende periode wordt het borgen van debehaalde resultaten benoemd.Verder constateert Panteia dat, ondanks het doel was aan te sluiten bij alleverschillende gemeenschappen, respondenten uit de Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen zich onvoldoende verbonden voelen methet beleid van de collectieve erkenning. Op verschillende onderdelen vande collectieve erkenning blijkt daarnaast dat vooral veel binnen of tussende betrokken gemeenschappen tot stand wordt gebracht. De verbindingmet de bredere Nederlandse samenleving blijft een opgave.3Kamerstukken II 2021/2022, 20 454, nr. 1634Panteia 2020, Raadpleging voor de inzet van extra middelen voor de Indisch-Moluksegemeenschap5Kamerstukken II 2022–2023, 26 049, nr. 99Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2092 Tot slot wijst Panteia erop dat de organisaties die uitvoering geven aanhet beleid van collectieve erkenning, in veel gevallen drijven op de inzetvan vrijwilligers. Mede met het oog op de toekomstbestendigheid is hetzaak vrijwilligers te (blijven) betrekken, te informeren en daardoor tebinden.AlgemeenOp basis van de uitkomsten van de reflectie zie ik geen aanleiding het doelvan het beleid van de collectieve erkenning bij te stellen. Het doel is enblijft erkenning geven aan datgene dat de gemeenschappen hebbenmeegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog, de onafhankelijkheids-oorlog in Indonesië en na hun overkomst naar Nederland, door hetverankeren van het historische en culturele erfgoed van de Indische,Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in deNederlandse samenleving en het vergroten van de kennis hierover.Wel signaleer ik dat, nu de generatie die de oorlog(en) heeft meegemaaktlangzaam wegvalt, het steeds meer gaat over het belang van het hebbenvan kennis over het verleden en de betekenis daarvan voor het heden ende toekomst. Ofwel de gedachte achter de collectieve erkenning verschuiftgeleidelijk van erkennen naar kennen. Dit sluit aan bij de overkoepelendeambitie van het beleid van Oorlogsgetroffenen en Herinnering TweedeWereldoorlog die luidt dat alle inwoners van Nederland in iederelevensfase op een kwalitatief goede manier in aanraking (kunnen) komenmet het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in al haar facetten,verbonden met hedendaagse maatschappelijke vraagstukken zoalsdemocratie, rechtsstaat en vrijheid. Het verhaal van Nederlands-Indië/Indonesië maakt hier integraal onderdeel van uit.Daarnaast is er de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekomen voorhet bredere koloniale verleden, terwijl het beleid van de collectieveerkenning is ontstaan vanwege en primair gericht is op de gebeurtenissenrondom de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan. Het doel vancollectieve erkenning is echter breder dan de Tweede Wereldoorlog,namelijk verankering van het erfgoed en het vergroten van de kennis vande geschiedenis van gemeenschappen met wortels in Nederlands-Indië/Indonesië. Om dit goed te doen moet ook het bredere kolonialeperspectief worden meegenomen, want alleen zo kunnen gebeurtenissenin de juiste context worden geplaatst.Om aan de vraag van de Papoea en Chinees-Indonesische gemeen-schappen tegemoet te komen is, mede op advies van de CommissieVersterking Kennis Geschiedenis Voormalig Nederlands-Indië, explicietergemaakt dat het beleid van de collectieve erkenning zich richt op allegemeenschappen, namelijk de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland.De organisaties die onderdeel uitmaken van de Ronde Tafel6 herkennenzich in de conclusie van Panteia dat de verbinding met de bredereNederlandse samenleving een opgave blijft, maar stellen dat tegelijkertijdook sprake is van een groeiende belangstelling vanuit de bredere6De Ronde Tafel is een bestuurlijk overlegorgaan dat VWS adviseert over de voortgang van hetbeleid en uitvoering van de collectieve erkenning. Ook informeert ze VWS over wat leeft enspeelt binnen de gemeenschappen. Aan deze tafel nemen organisaties deel die verantwoor-delijk zijn voor de programmalijnen van de collectieve erkenning, namelijk: Indisch Herinne-ringscentrum, Museum Maluku, Stichting Beheer Sophiahof, Nationale Herdenking15 augustus 1945, Pelita. Daarnaast neemt het Indisch Platform deel als belangenbehartigervan de doelgroep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2093 Nederlandse samenleving. De in de Sophiahof georganiseerde activiteitentrekken bijvoorbeeld een groter en breder publiek. De leden van de RondeTafel onderschrijven de noodzaak om zich blijvend in te spannen om eenbreder publiek te bereiken met hun activiteiten.Het rapport van Panteia en onderhavige beleidsreactie zijn besproken metde Ronde Tafel. Zij kunnen zich vinden in de voorgestelde koers voor deaankomende periode. Het beleid van de collectieve erkenning komt nu ineen nieuwe fase terecht. Dit vraagt wellicht ook een andere rol ensamenstelling van de Ronde Tafel. Hierover ga ik met de Ronde Tafel enandere vertegenwoordigers van de betrokken gemeenschappen verder ingesprek.PrioriteitenOp basis van het rapport van Panteia en de bespreking met de RondeTafel kom ik tot twee prioriteiten voor de periode 2025–2030:1.Bestendigen van de belangrijkste resultaten van het beleid van decollectieve verkenning.2.Duurzame verbinding door middel van projecten vanuit de gemeen-schappen.2.1 Bestendigen Bij het bestendigen van de belangrijkste resultaten staan twee prioriteitencentraal:•Het voortzetten en verder ontwikkelen van het verspreiden van dekennis over de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië.•Het incorporeren van de resultaten van de onderdelen herdenken encontextgebonden zorg in het reguliere beleid Oorlogsgetroffenen enHerinnering Tweede Wereldoorlog.Voor het voortzetten en verder ontwikkelen van de kennis over degeschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië richt ik mij op het versterkenvan zowel een fysieke als een digitale nationale plek, te weten deSophiahof en het digitale platform «Ons Land.nl».•Samen met de betrokken partijen uit de Sophiahof ga ik werken aanhet toekomstbestendig maken van de functies die de Sophiahofvervult, te weten een ontmoetingsplaats voor de gemeenschappen,stimulering en verspreiding van cultuur, scholing en educatie,vergroten en toegankelijk maken van kennis over de geschiedenis vanNederlands-Indië/Indonesië en het museale aanbod.•Om toegang en ontsluiting van de kennis over Nederlands-Indië/Indonesië digitaal structureel te borgen voor de gemeenschappen,docenten, leerlingen, onderzoekers en de bredere Nederlandsesamenleving, wordt het Programma Indisch Erfgoed Digitaal voortge-zet. Dit programma heeft het platform «Ons land.nl» opgeleverd datsinds 4 oktober jl. «live» is. Op deze website zijn informatie enarchieven te vinden over het gedeelde Nederlands-Indonesischverleden. De educatieve component van de website wordt eerstversterkt. De ontwikkeling van het Programma Indisch Erfgoed Digitaalloopt door tot eind 2026. Op basis hiervan wordt bekeken hoe hetplatform na 2026 geborgd moet worden.Voorts worden de onderwerpen herdenken en context gebonden zorgvanaf 2025 voortgezet in het kader van het reguliere beleid:•Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945 is verantwoordelijkvoor het organiseren van de Nationale herdenking en ontvangthiervoor een subsidie. Via de collectieve erkenning werd extraaandacht besteed aan het ondersteunen van lokale herdenkingen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2094 betrekken van jongeren. Dit vormt nu een regulier onderdeel van hunkerntaken. Daarvoor ontvangen zij vanaf 2025 structureel extra budget.•De context gebonden zorg projecten in het kader van de collectieveerkenning zijn afgerond. Er is in dit kader veel gerealiseerd. Zo zijn methet project «Liefdevolle plicht» lokale (zorg)netwerken opgezet en zijnopleidingsmodules voor de reguliere zorg ontwikkeld. Tegelijkertijdkomt uit het onderzoek van Panteia naar voren dat de borging vandeze resultaten aandacht behoeft. Dit komt mede doordat het bereikenvan de reguliere zorg lastig is. De uitkomsten van deze projectenworden betrokken binnen het reguliere beleid van zorg en ondersteu-ning aan oorlogsgetroffenen.2.2 Verbinden Verbinding is belangrijk voor het bevorderen van wederzijds begrip, hetleren van elkaars geschiedenis en voor her- en erkenning. Verbindingkomt van onderop. Uit het onderzoek van Panteia blijkt dat het stimulerenvan projecten voor en door de gemeenschappen van belang blijft.Dergelijke projecten kunnen zorgen voor verbinding tussen en binnen degemeenschappen en met de bredere samenleving. Een subsidieregeling ishier een geschikt instrument voor en sluit goed aan bij het gedachtegoeddat bij collectieve erkenning de gemeenschappen zelf het voortouwnemen.Daarom ben ik voornemens een nieuwe subsidieregeling op te stellen dievoortbouwt op de bereikte resultaten en ervaringen van CEWIN en «Houdje erfgoed levend». Die regeling kent twee onderdelen:•Het bevorderen van de dialoog. Een van de adviezen van de Commis-sie Versterking Kennis Geschiedenis Voormalig Nederlands-Indië zagop het stimuleren van dialoog tussen gemeenschappen en de bredereNederlandse samenleving. Om meer inzicht te krijgen in bestaandedialoogvormen en behoeften vanuit de gemeenschappen heeftDiversion7 een onderzoek uitgevoerd, dat als bijlage bij deze brief isgevoegd. Hieruit komt naar voren dat er al vele waardevolle initiatie-ven bestaan, maar dat er behoefte is aan het ontwikkelen van nieuwedialoogvormen/methodieken en het opschalen van bestaandeinitiatieven.•Cultureel erfgoed. De ervaring met de voorgaande subsidieregelingenleert dat er veel behoefte is aan projecten gericht op culturele uitingenof het versterken van het culturele erfgoed van de gemeenschappen.Cultuur heeft daarnaast de kracht mensen samen te brengen en isdaarmee een goede manier om verbinding te creëren.De hierboven genoemde prioriteiten vormen de hoofdlijn van mijn beleidvan de collectieve erkenning voor de aankomende jaren. Over de standvan zaken van de uitvoering zal ik uw Kamer in de voortgangsrapportagesOorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog naderinformeren.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. Karremans7Diversion 2024, Dialoog over de geschiedenis van de Indonesische archipel: een inventarisatienaar (behoefte aan) dialoogvormen binnen ervarings- en herinneringsgemeenschappen inNederland, verbonden aan de geschiedenis van de Indonesische ArchipelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 20 454, nr. 2095
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.