Vijfde voortgangsbrief Masterplan basisvaardigheden
Brontekst
Versie 114aec6ac6ec419a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair OnderwijsNr. 775 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 december 2024In deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van hetMasterplan basisvaardigheden. Met het Masterplan werken we sinds 2022samen met scholen aan een duurzame verbetering van de leerprestatiesop lezen, schrijven en rekenen. Ook wordt er gewerkt aan burgerschap endigitale geletterdheid. Het gaat om een integrale en langjarige aanpakwaarmee we in vijf jaar tijd willen zorgen voor een grote verbetering in deleerprestaties, zodat leerlingen met een stevige basis het funderendonderwijs verlaten en de aansluiting met het vervolgonderwijs op orde is.Bijna twee jaar geleden is de eerste grote groep scholen van start gegaanmet de subsidie Verbetering basisvaardigheden. Op deze 650 scholen isde subsidieperiode inmiddels afgelopen. Een zeer groot deel van dezescholen is positief over het effect van hun extra inzet op de basisvaardig-heden op de leerprestaties van hun leerlingen. Er vindt op deze scholenecht een trendbreuk in de aanpak plaats. Dat biedt hoop dat ook eentrendbreuk in de onderwijsprestaties in het verschiet ligt. Een kwantitatiefonderzoek hiernaar zal volgend jaar worden afgerond.Er wordt hard gewerkt aan het op peil brengen van de basisvaardigheden:de beweging is ingezet en het is zaak hierop voort te bouwen. In het kadervan het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs krijgt deze bewegingnog een extra impuls. Hiermee wordt de komende jaren verder gewerktom de basis op orde te brengen, met een focus op lezen, schrijven enrekenen. Uw Kamer is op 12 november jl. geïnformeerd over de hoofd-lijnen van het Herstelplan.1 Het volledige Herstelplan ontvangt u in hetvoorjaar van 2025.Alle leerlingen hebben een solide basis nodig om hun verdere leven opvoort te kunnen bouwen. Of het nou gaat om een vervolgopleiding, eenplek vinden op de arbeidsmarkt, of meedoen in de samenleving: goed1Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 762. kst-31293-775ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7751 kunnen lezen, schrijven en rekenen is cruciaal. Het is de taak van hetonderwijs – en bij uitstek ook mijn taak – om ervoor te zorgen dat iedereleerling die basis meekrijgt.LeeswijzerIn deze brief zal eerst worden ingegaan op de uitvoering van hetMasterplan door de scholen die eind 2022 subsidie hebben gekregen ende resultaten die zij zien. Ten tweede wordt aandacht gegeven aan deMonitor basisvaardigheden en het beeld van de landelijke prestaties op debasisvaardigheden dat daaruit voortkomt. De volledige monitor ontvangtu als bijlage bij deze brief. Ten slotte wordt ingegaan op de voortgang vande verschillende beleidstrajecten die tezamen de vijf pijlers van hetMasterplan basisvaardigheden vormen, waaronder de curriculum-herziening.I. Voortgang uitvoering Masterplan door scholen Sinds de start van het Masterplan in 2022 is een groeiende groep scholenaan de slag met de verbetering van de basisvaardigheden. Inmiddels zijner drie jaarlijkse tranches van de subsidieregeling Verbetering basisvaar-digheden geweest, waarvan de derde dit schooljaar begonnen is. In totaalheeft daarmee ruim 60 procent van de scholen de subsidie gekregen.Scholen die de subsidie ontvangen kunnen ook ondersteuning krijgen vande onderwijscoördinatoren van OCW.Op koers voor het tussendoelEind 2022 is de eerste tranche van de subsidieregeling, een groep vanbijna 650 scholen, begonnen met de activiteiten. Voor deze scholen is desubsidieperiode inmiddels afgelopen en zij zijn in september jl. bevraagdover de ervaren effecten.In de Kamerbrief van 16 mei 2023 is het volgende tussendoel geformu-leerd:2Op alle scholen die gebruik maken van de eerste tranche van desubsidieregeling Verbetering basisvaardigheden zien we aan heteinde van het schooljaar 2023/2024 een verbetering van de prestatiesop taal en rekenen ten opzichte van de prestaties voor (het gebruikvan) de subsidieregeling.Zoals destijds ook al is gezegd, is dit een ambitieus doel. Veranderingteweegbrengen op een school kost tijd. Om die reden verheugt het mijdes te meer om te kunnen melden dat een groot deel van de scholenduidelijk vooruitgang ziet.Zoals gezegd zijn scholen merendeels positief over de vooruitgang die zena bijna twee jaar bij hun leerlingen zien. Met name in het primaironderwijs (po) zijn de effecten op taal en rekenen-wiskunde duidelijkzichtbaar: ruim 80 procent van de scholen geeft aan duidelijk vooruitgangte zien. In het voortgezet onderwijs (vo) geeft 60 procent aan dievooruitgang duidelijk te zien. Dit schrijven scholen dan ook veelal toe aande investeringen die ze gedaan hebben met het geld uit de subsidiere-geling. Ook op andere vlakken zien scholen uit de eerste tranche positieveeffecten in hun school. Zo ziet 90 procent van de scholen een (zeer)positief effect op de expertise binnen de school op het gebied van taal enrekenen-wiskunde. Ook de professionaliteit en de functiedifferentiatie2Kamerstukken II, 2022–2023, 31 293, nr. 670.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7752 binnen het team zijn merkbaar verbeterd. Dit krijgt in de praktijk bijvoor-beeld vorm door een intern aangestelde taal- of rekencoördinator, zoalsook in de verdiepende case studies te lezen is.3 De trendbreuk in deaanpak op scholen, die ik in mijn vorige voortgangsbrief al benoemde, zieik met deze resultaten bevestigd worden.4Stevige inzet op taal en rekenenEen voorwaarde van de subsidieregeling is dat scholen de middelentenminste voor taal óf rekenen-wiskunde benutten. Uit de monitor blijktdat veel scholen op taal én rekenen-wiskunde hebben ingezet: nagenoegalle scholen hebben ingezet op taal, en een ruime meerderheid van descholen heeft ingezet op rekenen-wiskunde. Scholen hebben het geldvoornamelijk ingezet om de slagkracht van hun personeel te vergroten. Zogeeft 80 procent van de scholen in zowel het po als het vo aan geïnves-teerd te hebben in de deskundigheid van het schoolteam op het gebiedvan taal. Verder zetten scholen in op extra uren voor het bestaandepersoneel: in het vo heeft 96 procent van de scholen ruimte vrijgemaaktvoor extra inzet van het eigen personeel voor taal en rekenen-wiskunde.Ook investeert rond de 75 procent van de scholen in nieuwe leermiddelenvoor taal en rekenen-wiskunde.Veel scholen werken bij de uitvoering van hun plannen samen metexterne partijen. In de meeste gevallen gaat dit om aanbieders vantrainingen die ingeschakeld worden voor professionalisering, maar ook debibliotheek wordt vaak genoemd. Verder valt op dat alle scholen werkenaan het duurzaam borgen van de activiteiten uit de subsidieperiode. Datduidt erop dat de beweging die in gang is gezet ook na afloop van desubsidieperiode door zal zetten. Zoals gezegd kost het tijd om verande-ringen teweeg te brengen op een school: met de subsidie en onder-steuning van het Masterplan is die verandering begonnen, maar het is enblijft aan scholen om deze door te zetten in de komende jaren.Een mooi resultaat met ruimte voor verbeteringOver het geheel zijn deze uitkomsten positief. De leraren en schoolleidersvan deze eerste groep scholen zijn in 2022 snel aan de slag gegaan. Daarheb ik grote bewondering voor. Het feit dat alle scholen werken aanduurzame borging van de activiteiten laat zien dat ook zij zich bewust zijnvan de noodzaak om in de komende jaren te blijven werken aan debasisvaardigheden.Het Masterplan basisvaardigheden ligt hiermee op koers om het eerstetussendoel te behalen.5 Kanttekening hierbij is dat het hier gaat om eenkwalitatief beeld van de ervaren effecten en niet om een harde kwantita-tieve vergelijking. Het CPB onderzoekt het kwantitatieve effect van desubsidie door de prestaties van scholen met en zonder subsidie metelkaar te vergelijken.6 Dat rapport wordt naar verwachting in het najaarvan 2025 opgeleverd. Pas zodra de uitkomsten van dat onderzoek bekend3Sardes, SEO. Addendum bij implementatieonderzoek subsidieregeling «Verbetering basisvaar-digheden», tranche 1, eindmeting, oktober 2024.4Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 732.5Het einddoel van het Masterplan basisvaardigheden is dat vijf jaar na de start van hetMasterplan – aan het einde van het schooljaar 2027/2028 – de basis op orde is, en dat deaansluiting van het po op het vo op orde is. Het volgende tussendoel is om drie jaar na de startvan het Masterplan – aan het einde van het schooljaar 2025/2026 – het gat dat er is voordat debasis op orde is, voor de helft kunnen dichten.6https://www.cpb.nl/haalbaarheidsstudie-evaluatie-van-de-subsidieregeling-verbetering-basisvaardighedenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7753 zijn, zal ik een uitspraak kunnen doen over het wel of niet behalen van debeleidsdoelen.Het implementatieonderzoek toont ook dat er in de vormgeving van desubsidieregeling nog winst te behalen valt. Zo zijn niet alle scholen eringeslaagd om al het geld in de subsidieperiode te benutten, met name inhet vo. Dit is deels te wijten aan het feit dat het subsidiebedrag perleerling in de eerste subsidietranche hoger lag in het vo.7 De volgendesubsidietranches is hier rekening mee gehouden door de bedragen perleerling gelijk te trekken voor het po en vo en de subsidieperiode teverlengen.Van subsidie naar gerichte bekostigingInmiddels zijn er met de drie tranches van de subsidieregeling Verbeteringbasisvaardigheden circa 5.100 scholen bereikt met samen bijna1,5 miljoen leerlingen, wat meer dan 60 procent van het totale aantalleerlingen in Nederland is. In 2025 zal er nog een subsidietranche volgen,zodat nog meer scholen aan de slag kunnen met het verbeteren van debasisvaardigheden. De vorm van de subsidieregeling blijft hetzelfde. Zozal de looptijd weer twee jaar zijn en komen prioriteitsscholen – scholenmet een oordeel «zeer zwak» of onvoldoende van de inspectie – inaanmerking voor een aparte regeling. De nieuwe regelingen voor hetverbeteren van basisvaardigheden zullen begin 2025 worden gepubli-ceerd. Vanaf 2027 zullen alle scholen extra middelen ontvangen voorbasisvaardigheden middels de gerichte bekostiging. Hiermee ontstaat erstructureel zicht voor scholen op het beschikbare budget en verminderenwe het aantal subsidies.In het commissiedebat op 16 oktober jl. is toegezegd om in deze brief in tegaan op de mogelijkheden om alle scholen die in de subsidietranche 2024geen subsidie hebben ontvangen in aanmerking te laten komen voor denieuwe tranche in 2025.8 Het is technisch mogelijk om alle scholen die inde laatste tranche in 2024 zijn afgewezen te subsidiëren. Wel zal hetbedrag per leerling dan lager zijn, en kan het voorkomen dat scholen dievorig jaar – om wat voor reden dan ook – geen aanvraag hebben gedaan,niet in aanmerking komen voor subsidie en dus naderhand in het nadeelblijken te zijn. Op dit moment wordt de regeling voor 2025 uitgewerkt,waarbij ook wordt afgewogen in hoeverre het wenselijk is om scholen dieeerder een afwijzing kregen voorrang te geven.Naar aanleiding van gedane toezegging, aan Kamerlid Soepboer, in hetbegrotingsdebat over het naar voren halen van de gerichte bekostigingwil ik het volgende aangeven. We zijn bezig om tijdelijke subsidies om tezetten in structurele bekostiging. Dit is een grote wijziging, en dat vraagtzorgvuldige voorbereiding en implementatie vanuit zowel de uitvoerings-organisaties als de scholen. Om dit te regelen werken we aan hetwetsvoorstel gerichte bekostiging dat begin 2025 in internetconsultatiegaat.Met gerichte bekostiging worden er verplichtingen verbonden aan dezebekostiging. Dat betekent concreet voor de verbetering van de basisvaar-digheden dat we scholen verplichten om een activiteitenplan aan te7De basissubsidie bestond uit een bedrag van 961 euro per leerling in het po, en 1.202 perleerling in het vo. De aanvullende subsidie bestond uit een bedrag van 366 euro per leerling inhet po, en 430 euro per leerling in het vo. Meer informatie hierover kunt u vinden in dekamerbrief van 21 oktober 2022: Kamerbrief over scholen aan de slag met subsidie basisvaar-digheden | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl8Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202410123, nr. 121.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7754 leveren. Om dit goed te doen is het belangrijk om scholen de tijd te gevenom zich hier op voor te bereiden, wat de kwaliteit van de activiteiten-plannen ten goede komt. Dit is ook gebruikelijk bij een dermate grotewijziging. Daarnaast kost het tijd voor de uitvoering om controle vanverplichtingen mogelijk te maken. Daarom is gerichte bekostiging nieteerder dan kalenderjaar 2027 uitvoerbaar.II. Monitor basisvaardigheden: het landelijke beeld De Monitor basisvaardigheden 2024, die u tegelijk met deze briefontvangt, geeft een landelijk beeld van prestaties op de basisvaardig-heden. We zien aan de ene kant dat er in het po herstel heeft plaatsge-vonden na de coronapandemie, maar aan de andere kant dat de dalendetrend in de onderbouw van het vo doorzet. Samen met de hoopvollesignalen uit het implementatieonderzoek naar de subsidieregeling geeftdat een tweeledig beeld. Er is nog veel werk te verzetten, maar tegelijkgeloof ik dat we met de aanpak van het Masterplan basisvaardigheden opde goede weg zijn. Om die reden wil ik koers houden met de inzet van hetMasterplan, en hier met het Herstelplan de komende tijd op voortbouwenen een extra impuls aan geven. Goed zicht op de landelijke prestaties vanleerlingen blijft daarbij cruciaal.Herstel in het po na coronaVoor de start van de coronapandemie was al sprake van een dalendetrend in de leerprestaties. Die negatieve trend werd versterkt na het beginvan de pandemie. Het is daarom hoopgevend dat het herstel na decoronapandemie in het po duidelijk doorzet. Het lijkt alweer lang geleden,maar een paar jaar geleden zagen we dat de impact van corona op deprestaties, ook in het po, groot was.De ontwikkeling van de prestaties van leerlingen in het po kunnen wegedetailleerd van jaar op jaar volgen aan de hand van de analyses doorhet Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs van leerlingvolgsysteemtoetsenvan groep 3 tot en met 7.9 Daaruit blijkt dat de leergroei van leerlingen inhet afgelopen schooljaar bij lezen en rekenen-wiskunde groter was danvoor de pandemie. Per leerjaar en vaardigheid verschilt het wel of deprestaties weer helemaal op het niveau zijn van voor corona. Soms zijn deprestaties nog steeds wat lager, soms iets hoger dan voor corona.Het beeld van herstel na corona wordt voor rekenen-wiskunde nog eensonderstreept door twee rapporten die vandaag zijn verschenen: Trends inInternational Mathematics and Science Study (TIMSS) en Peil.rekenen-wiskunde van de inspectie. Beide rapporten laten zien dat leerlingen in2023 een vergelijkbaar niveau behaalden voor rekenen-wiskunde als bij devorige meting in 2019.10 We zien in deze onderzoeken dus geen dip nacorona en dat is echt goed nieuws. TIMSS laat daarnaast zien dat ietsmeer leerlingen het hoogste niveau behalen. Het gaat om 8 procent vande leerlingen, in 2019 was dat 5 procent. Beide rapporten zijn bijgevoegdbij deze brief.Over het geheel kan ik voor het po concluderen dat het herstel na coronaafgelopen schooljaar verder is doorgezet. Daarbij is het ook belangrijk omte vermelden dat er geen sprake meer is van grotere vertragingen bijleerlingen uit een minder kansrijk milieu. Daarop is ingezet met het9NCO. 2e meting Masterplan basisvaardigheden t/m schooljaar 2023/2024, beleidsrapport,december 2024.10TIMSS is afgenomen groep 6 van het po, Peil.rekenen-wiskunde is afgenomen in groep 8 vanhet po.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7755 Nationaal Programma Onderwijs, waarover uw Kamer vandaag geïnfor-meerd wordt via de zesde voortgangsrapportage. Dat het herstel na decoronapandemie in het po doorzet, is mooi. Maar mijn ambitie reiktverder. Met name voor rekenen-wiskunde geldt dat te veel leerlingenonvoldoende voorbereid aan het vmbo-t, havo en vwo beginnen. Zijbeheersen wel het fundamentele niveau, maar het is belangrijk dat zij ookkunnen rekenen op het hogere streefniveau om echt een goede start temaken.Beeld in (onderbouw) vo minder positiefIn het vo is het beeld minder rooskleurig. Ook daar was voor de corona-pandemie sprake van een dalende trend in de prestaties, gevolgd dooreen sterkere daling tijdens de pandemie. Daarbij geldt dat de impact vancorona in het vo groter was dan in het po, doordat scholen in het vo veellanger gesloten waren dan in het po. In de onderbouw van het vo zien wedat de prestaties sinds de start van de pandemie van jaar op jaar zijnblijven dalen. Dat was ook vorig schooljaar (2023/2024) weer het geval,weten we op basis van leerlingvolgsysteemdata.11 Die daling is op hetvlak van Nederlandse taal duidelijk groter dan bij rekenen-wiskunde engeldt voor alle schooltypen, van vwo tot en met vmbo. In leerjaar drie isde daling het grootst. Het gaat hier om de leerlingen die in groep 7 zatenbij de start van de pandemie.De examenresultaten van 2024 laten op het eerste oog een ander beeldzien. Sinds 2023 is er geen sprake meer van aangepaste examens ofmaatregelen die het makkelijker maken om te slagen. De exameneisenliggen dus weer op het niveau van voor corona en dat is goed. Dit jaarzien we dat de slagingspercentages bijna weer op het niveau van voorcorona zijn. Ook de cijfers die leerlingen behalen zijn vergelijkbaar. Watdeze cijfers niet laten zien, is dat een jaar eerder in het voorexamenjaar –met name in havo 4 – meer leerlingen zijn blijven zitten en er ook watmeer eindexamenkandidaten zijn teruggetrokken voor het examen.Mogelijk verklaart dat in enige mate waarom de dalende prestaties in deonderbouw niet direct doorwerken in slechtere eindexamencijfers. Hettoont in ieder geval aan hoe belangrijk de examens aan het einde van hetvo zijn om een duidelijke lat voor leerlingen te leggen.Twee peilingsonderzoeken die vorige maand zijn uitgekomen geven meerverdiepend inzicht in de prestaties van leerlingen in de tweede klas vanhet vo. Het gaat om de eerste Peil.leesvaardigheid van de inspectie en deInternational Computer and Information Literacy Study (ICILS). Beideonderzoeken werden begin 2023 uitgevoerd. Peil.leesvaardigheidbevestigt het beeld van eerdere nationale en internationale peilingen enonderzoeken: de leesvaardigheid en het leesplezier van leerlingen in detweede klas van het vo zijn niet op orde.12 Volgens dit onderzoek lopenmet name leerlingen in het vmbo-bb en kb het risico dat zij zich later nietgoed in de maatschappij kunnen redden. Een vergelijking met eerderejaren kan niet worden gemaakt, omdat de inspectie dit onderzoek voor heteerst deed.ICILS laat zien dat meer dan de helft van de leerlingen in de tweede klasvan het vo nog niet het niveau heeft om digitaal mee te kunnen komen inde samenleving. Een derde van de leerlingen beschikt niet over debasisvaardigheden om een computer te kunnen bedienen. De verschillentussen de onderwijstypen zijn overigens groot. Leerlingen op het vwo11Stichting Cito. Leervertraging in het voortgezet onderwijs 2024.12Peil.Leesvaardigheid einde leerjaar 2 voortgezet (speciaal) onderwijs 2022–2023 |Peil.onderwijs | Inspectie van het onderwijs (onderwijsinspectie.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7756 scoren beduidend hoger. Het onderzoek toont aan dat het goed is datscholen in het kader van het Masterplan ook in de gelegenheid wordengesteld om met digitale geletterdheid aan de slag te gaan. Een groot deelvan de scholen, ruim 60 procent in het vo, benut die mogelijkheid ook. Hetis ook goed dat er inmiddels duidelijke conceptkerndoelen digitalegeletterdheid zijn geformuleerd. Op dit moment ligt er namelijk geenheldere opdracht voor digitale geletterdheid voor scholen. Digitalegeletterdheid staat niet op zichzelf: het is juist zaak dit slim te integreren inandere vakken. Zo kunnen leerlingen bijvoorbeeld tijdens wiskundeICT-toepassingen gebruiken. Dat voorkomt ook dat het programma opschool nog meer overladen wordt.III. Voortgang vijf beleidspijlers Masterplan basisvaardigheden In het kader van het Masterplan basisvaardigheden is er een pakket vanbeleidsmaatregelen ingezet om het onderwijs duurzaam te versterken. Ditkabinet gaat daar voortvarend mee door om de basis in het onderwijsweer op orde te krijgen, met de prestaties op lezen, schrijven en rekenenals prioriteit. Deze aanpak bestaat uit de volgende vijf pijlers:1.duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs;2.beter zicht op basisvaardigheden;3.breder gebruik van bewezen aanpakken;4.versterken van de taal- en leeromgeving;5.extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren.Pijler 1: Duidelijke opdracht aan het funderend onderwijsDe omslag naar betere prestaties op lezen, schrijven en rekenen begint bijeen duidelijke opdracht aan het onderwijs. Om deze opdracht aan hetonderwijs duidelijk te maken heeft SLO in het kader van de curriculum-herziening inmiddels veel kerndoelen en examenprogramma’s geactuali-seerd en geconcretiseerd.SLO heeft hiervoor samen met docenten, curriculum- en vakexperts enveel andere betrokkenen uit het onderwijsveld goed en grondig werkgeleverd. Er is echter nog een stap nodig om de volledige focus te krijgenop lezen, schrijven en rekenen in het gehele curriculum. Deze basisvaar-digheden moeten niet alleen terugkomen bij de vakken Nederlands enrekenen-wiskunde, maar ook in de overige leergebieden. Zo kan bijvoor-beeld schrijven een plek krijgen bij geschiedenis door een opstel teschrijven over Willem van Oranje en kan rekenen terugkomen bijeconomie door de prijselasticiteit te berekenen.Daarom heeft SLO een spoedopdracht gekregen om in lijn met hethoofdlijnenakkoord en de motie Soepboer het aantal kerndoelen teverminderen en de kerndoelen meer in samenhang te presenteren.13Daarnaast vraag ik SLO om meer focus te leggen op lezen, schrijven enrekenen. Daarbij vraag ik SLO de door het onderwijsveld gewensteconcrete uitwerking te behouden. Want die uitwerking gaat duidelijkheidin het curriculum geven, zodat we overladenheid terugdringen en dekwaliteit van het onderwijs verbeteren. De fase van beproeven voor dekerndoelen van burgerschap, digitale geletterdheid en de overigeleergebieden wordt zo goed als mogelijk benut om nogmaals kritisch tekijken welke doelen essentieel zijn voor de toekomst van leerlingen enwelke niet, inclusief de concrete uitwerkingen.13Kamerstukken II 2024–25, 31 293, nr. 766.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7757 SLO richt hier met spoed een efficiënt proces voor in waarbij de oorspron-kelijke kerndoelenteams en advieskringen worden betrokken. In hetvoorjaar van 2025 worden de aangescherpte kerndoelen voor Nederlandsen rekenen-wiskunde opgeleverd en voor de zomer van 2025 worden ookde aangescherpte kerndoelen voor digitale geletterdheid en burgerschapopgeleverd.14 Bij het maken van de plannen omtrent de implementatievan het nieuwe curriculum, waar bij- en nascholing van leraren onderdeelvan uitmaakt, wordt de motie Pijpelink over voldoende tijd en onder-steuning voor leraren meegenomen.15Systeem van periodiek onderhoudEr is door uw Kamer ook gevraagd om een systeem van periodiekeherijking van het curriculum voor de toekomst te ontwikkelen. Op ditmoment werkt SLO aan het actualiseren van kerndoelen en examenpro-gramma’s uit 2004 en 2006 en één van de redenen dat dit nu pas gebeurt,is omdat er geen systematische methode is voor curriculumonderhoud.Uw Kamer heeft aangegeven de stap naar het ontwikkelen van eenstructuur voor permanente curriculumherziening te willen zetten nadat denieuwe kerndoelen Nederlands en rekenen-wiskunde medio 2024 zijningediend en deze herziening is geëvalueerd.16 Uw Kamer heeft dezekerndoelen ontvangen en SLO heeft gereflecteerd op de huidigeherziening. Zo zorgen we ervoor dat we de lessen van de huidigeherziening meenemen richting een structuur voor permanente curriculum-ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat curriculumonderhoud na afrondingvan de huidige actualisatie voorspelbaar en minder schoksgewijsverloopt, ontwikkel ik nu samen met SLO dit systeem.Dit doen we middels een onderhoudskalender waarop curriculumon-derhoud gepland wordt. Zo is voor iedereen inzichtelijk welk leergebiedwanneer aan onderhoud toe is. Het is belangrijk dat aspecten omtrent hetcurriculum die goed of juist minder goed lopen hun weg vinden naar hetsysteem van periodiek onderhoud. Hiertoe wordt een loket voor curricu-lumsignalen ingericht. Bij dit loket komen allerlei signalen omtrent hetcurriculum binnen. Nu komen signalen op verschillende plaatsen terecht,maar door hier één plek voor in te richten verzamelen we al deze signalenen worden ze op één plek zorgvuldig gewogen en meegenomen in hetonderhoud. Volgend jaar wil ik een pilot draaien voor dit loket. In dekomende voortgangsrapportages van het Masterplan basisvaardighedenwordt uw Kamer zoals toegezegd op de hoogte gehouden van deontwikkelingen omtrent het systeem van periodiek onderhoud.17Advies wetenschappelijke CurriculumcommissieDe wetenschappelijke Curriculumcommissie heeft recentelijk tussenadvies5C «Reflectie traject conceptkerndoelen digitale geletterdheid enburgerschap» uitgebracht.18 Ik dank de commissie voor dit advies, dat eenwetenschappelijk perspectief biedt op de geactualiseerde kerndoelen. Ditadvies wordt meegenomen in de aanscherping van de kerndoelen digitalegeletterdheid en burgerschap, gecombineerd met de inzichten die debeproeving oplevert. Eind 2024 brengt de wetenschappelijke Curriculum-commissie haar eindadvies uit.14Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202410, nr. 121.15Kamerstukken II 2024–25, 31 293, nr. 768.16Kamerstukken II, 2022–2023, 31 293, nr. 684.17Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202410, nr. 122.18Wetenschappelijke curriculum commissie (2024). Kerndoelen in ontwikkeling. Reflecties bij deleergebieden Burgerschap en Digitale geletterdheid.(de92a5_d648bfb1b48e4c29a0c0f8655f98bd8b.pdf (curriculumcommissie.nl)).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7758 ReferentiekaderSLO heeft de opdracht gekregen om een advies met een aantal scenario’suit te werken voor de actualisatie van het Referentiekader Taal enRekenen. Het Referentiekader beschrijft wat leerlingen moeten kennen enkunnen op het gebied van taal en rekenen aan het einde van het primaironderwijs en de verschillende richtingen van het voortgezet onderwijs.Het uitgangspunt bij de actualisatie is de evaluatie van het Referentie-kader uit 2022.19 Het is met name belangrijk dat de referentieniveausaansluiten bij de geactualiseerde kerndoelen en examenprogramma’s ende doorlopende leerlijn po-vo-mbo wordt geborgd. In het advies zal ookworden meegenomen in hoeverre het mogelijk is het streefniveau alsuitgangspunt te nemen, waarbij in acht wordt genomen dat het streef-niveau niet voor alle doelgroepen realistisch is, zoals ook uit de evaluatievan het Referentiekader blijkt.20 Het advies zal medio 2025 wordenopgeleverd en met uw Kamer worden gedeeld.21 We streven ernaar omaan het begin van schooljaar 2025/2026 met de daadwerkelijke actualisatiete starten.Ontwerpruimte en brede verkenning inrichting bovenbouw voIn het commissiedebat over de voortgang van het Masterplan basisvaar-digheden en de herziening van het curriculum van het funderendonderwijs heb ik toegezegd om in deze voortgangsrapportage van hetMasterplan basisvaardigheden in te gaan op een onderzoek naar deprofielstructuur in de huidige vorm.22Het uitgangspunt bij deze curriculumherziening was dat de huidigeprofielstructuur in de bovenbouw van het vo niet ter discussie zou staan.Reden daarvoor was dat dit een ingrijpende stelselwijziging zoubetekenen. De huidige curriculumherziening lijkt echter een goedeaanleiding om te onderzoeken of een stelselwijziging toch nodig is. Erkomen namelijk nieuwe onderwijsinhouden bij zoals digitale geletterdheiden burgerschap, en meer aandacht voor lezen, schrijven en rekenen. Omleraren en leerlingen niet onbeperkt te belasten moeten er keuzesgemaakt worden in het curriculum. Als er op de ene plek in het curriculum«iets bij» komt, moet er elders «iets af». Via het kader ontwerpruimte isdaarvoor ruimte vrijgemaakt binnen de huidige vakken in de huidigeprofielstructuur. Dat heeft bij sommigen geleid tot kritiek en zorgen,bijvoorbeeld bij vertegenwoordigers van vakken als biologie en natuur-kunde.Deze signalen neem ik serieus. Voor nu houd ik koers en wordt deingezette curriculumherziening ongewijzigd doorgezet, in lijn met hethoofdlijnenakkoord. Ik ben echter wel voornemens de huidige profiel-structuur in de bovenbouw van het vo tegen het licht te houden. Herover-weging van die structuur en de invulling daarvan zou wenselijk of zelfsnoodzakelijk kunnen zijn om het curriculum van de bovenbouw van het vobij de tijd én uitvoerbaar te houden. Ook de VO-raad heeft namens desector gepleit voor een brede verkenning van de inrichting van debovenbouw van het vo. De komende periode wordt daarom een opdrachtontwikkeld om zo’n verkenning uit te voeren. Daarbij zullen professionalsuit zowel het vo (waaronder (vertegenwoordigers van) leraren) als uit hetvervolgonderwijs betrokken worden. Uw Kamer zal worden geïnformeerdover de opdracht en de voortgang daarvan.19Kamerstukken II, 2021–2022, 2022D18486.20Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202410, nr. 125.21Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202410, nr. 120.22Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202410, nr. 119.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7759 Ten slotte heb ik met uw Kamer gesproken over de studielasturen.Studielasturen worden bij AMvB geregeld. Ik kom hier in 2026 bij uwKamer op terug.23Standaard Basisvaardigheden van de Inspectie van het OnderwijsSinds 1 augustus 2023 is het toezicht op de basisvaardigheden aange-scherpt. Een zelfstandige standaard waarmee de inspectie gericht kijktnaar de basisvaardigheden is onderdeel geworden van het onderzoeks-kader van de Inspectie van het Onderwijs. Hierdoor krijgt de inspectiebeter zicht op het aanbod in de basisvaardigheden en wordt voor scholenook sneller duidelijk waar zij aan moeten werken. Over de weging vandeze standaard in het oordeel over scholen door de inspectie wordt ubinnenkort geïnformeerd in de volgende voortgangsbrief toezicht.Pijler 2: Beter zicht op basisvaardighedenOm de basisvaardigheden van hun leerlingen te verbeteren, is hetbelangrijk dat leraren weten hoe de leerlingen ervoor staan en wat zenodig hebben. Op landelijk niveau geldt hetzelfde en moet er goed zichtzijn op de prestaties van leerlingen op de basisvaardigheden en de trendsdaarin.Verbeteren landelijk beeld basisvaardighedenEr is de afgelopen jaren stevig geïnvesteerd in het uitbreiden van deverschillende onderzoeken naar de prestaties van leerlingen op debasisvaardigheden. Die investering begint vruchten af te werpen: zo geeftICILS 2023, dat afgelopen maand is verschenen, meer inzicht in digitalegeletterdheid. De afgelopen jaren is ook geïnvesteerd in de uitbreidingvan de peilingsonderzoeken van de inspectie in het vo. Ook hiermee is hetzicht op de prestaties verder verbeterd. De eerste rapporten overleesvaardigheid en rekenen-wiskunde zijn inmiddels uitgebracht. In deMonitor basisvaardigheden, waarbij eerder in deze brief al uitgebreider isstilgestaan, worden deze en andere bronnen bij elkaar gebracht om toteen samenhangend en overkoepelend beeld van de actuele prestaties vanleerlingen te komen.Verder geven deze rapporten niet alleen inzicht in de kale prestaties, maarzorgen ze ook voor verdiepend inzicht. Zo blijkt uit Peil.rekenen-wiskundedat leerlingen in het vo bij rekenen-wiskunde het beste presteren op hetdomein «getallen» en het minste presteren op het domein «wiskundigprobleemoplossen». Dit soort inzichten helpt zowel OCW als scholen zelfom in te zetten op de juiste maatregelen. Daarnaast is een belangrijkemeerwaarde van dit type onderzoek dat om de drie jaar op dezelfdemanier wordt gemeten en dat de resultaten straks goed te vergelijken zijnover de jaren heen. Dat geeft goed zicht op de ontwikkeling van deprestaties en in hoeverre landelijk beleid en maatregelen op scholen hetbeoogde effect hebben.Beter zicht op basisvaardigheden in het po: verbeteringen doorstroom-toetsIn het afgelopen schooljaar is voor het eerst gewerkt conform het nieuwestelsel van doorstroomtoetsen en een nieuwe normering, waarbij zoalseerder gemeld sprake is van een nieuwe nulmeting voor het zicht op de23Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202410, nr. 126.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77510 basisvaardigheden.24 Dankzij de nieuwe normering is het ook betermogelijk om verschillen tussen doorstroomtoetsen te zien. Daar is in deafgelopen maanden veel om te doen geweest. Zoals eerder aan uw Kamergemeld, voldoen alle doorstroomtoetsen aan de kwaliteitseisen waardoorde toetsadviezen een betrouwbaar beeld geven van de prestaties dieleerlingen hebben laten zien op taal en rekenen. Gezien de diverseleerlingpopulaties van basisscholen is het te verwachten dat de resultatenvan individuele leerlingen ook een divers beeld laten zien, omdat zijverschillend zullen hebben gepresteerd en het toetsadvies daar eenbetrouwbare reflectie van is. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE)onderzoekt dit en kijkt ook of er nog andere oorzaken zijn voor onderlingeverschillen tussen de doorstroomtoetsen. Dit onderzoek is complex envergt een lange adem, omdat resultaten van meerdere jaren nodig zijn omde analyses te maken. Waar mogelijk worden resultaten direct gebruikt terverbetering van de toetsen.Uw Kamer heeft d.d. 3 december 2024 twee moties aangenomen dierelevant zijn voor de doorstroomtoets: de motie-Rooderkerk verzoekt omte verkennen wat er nodig is om te komen tot één doorstroomtoets en eenmogelijk tijdpad voor de invoering daarvan, en de motie van de ledenStoffer en Ceder die verzoekt de doorstroomtoets verder te ontwikkelentot een instrument dat weer primair ten dienst staat aan de ontwikkelingvan de leerling en de ondersteuning van de leerkracht.25 In het voorjaarvan 2025 informeer ik de Tweede Kamer over de stand van zaken vanschooladvisering en doorstroomtoetsen in het po. In die brief zal ik ingaanop de wijze waarop ik uitvoering geef aan deze moties.Beter zicht op basisvaardigheden in het vo: verplichting leerlingvolgsys-temen in de onderbouw voOnder meer in de vierde voortgangsbrief van het Masterplan basisvaar-digheden d.d. 30 mei 202426 is het voornemen uitgesproken om ook in deonderbouw van het vo het gebruik van een leerlingvolgsysteem (lvs) teverplichten. Daarom heeft OCW een consortium, bestaande uit onder-zoekers van de Universiteit Twente, Stichting Cito en Oberon, opdrachtgegeven om een ontwerpstudie uit te voeren naar kwaliteitseisen engebruikscriteria voor een lvs in (de onderbouw van) het vo. De eindrap-portage van de ontwerpstudie wordt in het voorjaar van 2025 verwacht.Pijler 3: Breder gebruik van bewezen effectieve aanpakkenBij het verbeteren van de basisvaardigheden is het belangrijk dat scholengebruikmaken van bewezen effectieve aanpakken en methoden enevidence-informed werken. Kennis uit (wetenschappelijk) onderzoek, uitde praktijk en over de context van de school staat daarbij centraal.Wettelijke eisen voor evidence-informed werkenIn het wetstraject deugdelijkheidseisen concretiseren we een aantaldeugdelijkheidseisen met betrekking tot de onderwijskwaliteit. Een van deeisen die hierin geconcretiseerd wordt is het stelsel van kwaliteitszorg,onder andere door evidence-informed werken als onderdeel van hetstelsel van kwaliteitszorg op te nemen. Dit maakt duidelijk wat verwachtwordt van scholen met betrekking tot het evidence-informed werken.24Kamerstukken II 2022–2023, 31 293, nr. 666; Kamerstukken II 2023–2024, 31 293, nr. 720;Kamerstukken II 2023–2024, 31 293, nr. 729.25Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 770; Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 771.26Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 732.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77511 OCW ondersteunt evidence-informed werken in het onderwijsEvidence-informed werken moet in de praktijk de norm worden opscholen. Om dit voor elkaar te krijgen zijn er vanuit OCW verschillendeinitiatieven. Zo krijgen de scholen die de subsidie Verbetering basisvaar-digheden ontvangen ondersteuning van de onderwijscoördinatoren vanOCW om evidence-informed te werk te gaan. Scholen met een inspectie-oordeel «zeer zwak» of «onvoldoende» krijgen individuele begeleidingvan de onderwijscoördinatoren, waarin ook de link gelegd wordt met deverbeterprogramma’s van Goed Worden, Goed Blijven en Leren Verbe-teren. De overige subsidiescholen bieden we de gelegenheid om deel tenemen aan begeleide leernetwerken, waarin zij gedurende twee jaaronder begeleiding van een onderwijscoördinator optrekken met anderescholen, met en van elkaar leren en gezamenlijk tot duurzame onderwijs-verbeteringen kunnen komen. De onderwijscoördinatoren hebben eenondersteunende rol: de regie en de vraag van het «hoe» in de klas liggenuitsluitend bij de scholen zelf.Ook voor scholen die de subsidie Verbetering basisvaardigheden (nog)niet hebben ontvangen zet OCW in op het evidence-informed werken. Viaonder meer het Nationaal Groeifonds (NGF) programma Ontwikkelkrachtwordt er aan zowel de onderzoeks- en verbetercultuur als de ontwikkelingvan nieuwe kennis gewerkt. Hieraan doen al rond de 300 scholen actiefmee en dat worden er ieder jaar meer.Doorontwikkeling NRO naar landelijk kennisinstituutDaarnaast ontwikkelt het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek(NRO) zich door tot een landelijk kennisinstituut voor het onderwijs, waaralle kennis over kansrijke en effectieve aanpakken vindbaar is op een plek.Ook wordt het bewijs van kansrijke aanpakken uitgebreid. De komendejaren wordt een overzicht opgebouwd van uitkomsten uit onderzoek ino.a. de co-creatielabs van Ontwikkelkracht en de Effectmeting KansrijkeInterventies Basisvaardigheden, waarbinnen de effectiviteit van inter-venties wordt onderzocht.Gelijktijdig is onder leraren, schoolleiders en intern begeleiders onder-zocht wat de kansen, knelpunten en kennisbehoeften zijn om hetevidence-informed werken op alle scholen te bevorderen. Dit onderzoekbiedt waardevolle aanknopingspunten om met het ondersteuningsaanbodbeter in te kunnen spelen op de behoeften die er zijn.27 Zo blijkt dat hetevidence-informed werken in het hele funderend onderwijs (voorzichtig)voet aan de grond krijgt. Toch is er meer inzet nodig om ervoor te zorgendat alle scholen evidence-informed te werk gaan. We zien bijvoorbeeld datin het po meer evidence-informed wordt gewerkt dan in het vo. Daarnaastmoeten de randvoorwaarden op orde zijn, zoals goede toegang tot kennisen voldoende tijd en ruimte om met die kennis te werken. Ook is het vanbelang dat op scholen een onderzoeks- en verbetercultuur aanwezig is. Ikblijf me dan ook de komende jaren inzetten om het evidence-informedwerken te verankeren in het funderend onderwijs.Effectief lesmateriaalIn de Kamerbrief over de hoofdlijnen van het Herstelplan staat dat ikonder meer wil inzetten op beter onderwijs in lezen, schrijven en rekenenin de klas. Om effectieve lessen te verzorgen moeten leraren kunnenkiezen uit een breed scala aan kwalitatief goed lesmateriaal dat aansluitop de kerndoelen en de behoeften van zowel leraren als leerlingen. Zoals27Sardes, SEO. Onderzoek naar evidence-informed werken in het funderend onderwijs, 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77512 aangegeven in eerdere voortgangsrapportages van het Masterplanbasisvaardigheden en de Kamerbrief «Digitalisering en leermiddelen inhet funderend onderwijs» van 22 november, heeft OCW een bredeleermiddelenaanpak in gang gezet.28 Deze aanpak richt zich op hetontwikkelen en inzetten van bewezen effectieve leermiddelen via eenlandelijke kwaliteitsalliantie en een kwaliteitskader. Daarnaast waarborgtOCW de betaalbaarheid en keuzevrijheid van leermiddelen.De kwaliteitsalliantie, waarin leraren, schoolleiders, bestuurders enleermiddelenmakers samenwerken, ontwikkelt praktische handvatten omkwalitatief sterke en doelgerichte leermiddelen te waarborgen. Eenkwartiermaker gaat tot de zomer van 2025 met alle betrokken partijen aande slag om de alliantie vorm te geven.Ondersteuningsstructuur en expertisepunten basisvaardighedenOok op dit moment wordt er al veel gedaan om scholen te ondersteunen.Zo zijn er drie expertisepunten voor de basisvaardigheden rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. Een expertisepunt taal ismomenteel in ontwikkeling.29 Deze expertisepunten bieden kennis, enscholen kunnen bij ze terecht met vragen. Uit het implementatieonderzoekvan de eerste tranche van de subsidieregeling Verbetering basisvaardig-heden blijkt dat scholen de expertisepunten in toenemende mate weten tevinden: met name in het vo maken scholen relatief veel gebruik van deexpertisepunten.Er is bewust gekozen voor aparte expertisepunten in plaats van ééncentraal punt, omdat elke basisvaardigheid een specifieke expertise enaanpak vereist. De expertisepunten werken nauw met elkaar samen, zodatscholen ook met vragen over de integratie van bijvoorbeeld taal enburgerschap of rekenen-wiskunde en digitale geletterdheid bij deexpertisepunten terechtkunnen.Ten slotte worden momenteel, zoals in de vorige voortgangsrapportage isaangekondigd, gesprekken gevoerd over de mogelijkheden die er zijn omeen duurzame ondersteuningsstructuur in te richten voor het onderwijs.Hierin wordt zowel de inrichting van de onderwijsadviesmarkt als deinrichting van (semi-) overheidsaanbod meegenomen. Dit zal ookhandvatten bieden voor de toekomst van de expertisepunten en deonderwijscoördinatoren. Hier ontvangt u op korte termijn een separatebrief over.Pijler 4: Versterken van de taal- en leeromgevingNiet alleen de school, maar ook de omgeving van het kind speelt eencentrale rol in de ontwikkeling van leerlingen op het gebied van debasisvaardigheden, en dan met name op het gebied van taal. Er ligt dusook een grote opgave om de taal- en leeromgeving van leerlingen inbrede zin te versterken.28Kamerstukken II 2024–2025, 32 034, nr. 5429Er bestaat al veel expertise en ondersteuning op het gebied van taal. Om die reden is er eersteen behoeftepeiling uitgevoerd onder scholen, waaruit gebleken is dat er wel behoefte is aanéén vindplaats voor taal. Daarom is besloten om de bestaande expertise en ondersteuning tebundelen in een expertisepunt taal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77513 De Bibliotheek op school en BoekStartScholen hebben de belangrijke opdracht om leerlingen te leren lezen enschrijven, maar zij staan er niet alleen voor. Bibliotheken zijn als bevorde-raars van geletterdheid en leesplezier een waardevolle partner van hetonderwijs. Scholen werken dan ook veel samen met bibliotheken aanleesbevordering, zoals ook blijkt uit het implementatieonderzoek van desubsidieregeling Verbetering basisvaardigheden.In het kader van het Masterplan basisvaardigheden is eind 202374 miljoen euro geïnvesteerd in BoekStart in de kinderopvang (BS) en deBibliotheek op school (dBos) voor de jaren 2023 tot en met 2025. BS endBos zijn leesbevorderingsprogramma’s voor respectievelijk de kinder-opvang en het funderend onderwijs, waarin scholen en instellingen voorkindervang samenwerken met bibliotheken. De bibliotheek ondersteunt deschool met een passende collectie boeken, een uitleensysteem en eenleesconsulent met kennis van jeugdboeken en leesbevordering. In totaalkunnen ruim 3.000 kinderopvanginstellingen en scholen in het po, vmbo,praktijkonderwijs (pro) en beroepsonderwijs starten met BS en dBos.Daarbij kunnen ongeveer 4.000 scholen en kinderopvanginstellingen die aleerder samenwerkten met de bibliotheek de samenwerking voortzetten.LeesbevorderingHet lid Krul (CDA) informeerde in het wetgevingsoverleg cultuur naar demiddelen voor leesbevordering op artikel 14 van de rijksbegroting. Hierbijgeef ik invulling aan de toezegging uit het wetgevingsoverleg cultuur omde Kamer te informeren over leesbevorderingsmiddelen.30 De tabel in derijksbegroting voor artikel 14 laat een aflopende reeks zien. Dit komtvooral door een overboeking vanuit middelen uit de onderwijsbegroting.De financiering van de Bibliotheek op school en BoekStart vanuitonderwijsmiddelen loopt tot en met schooljaar 2025/2026. Vandaar dat erook in 2026 nog budget staat op artikel 14 en het budget daarna nog nietzichtbaar is.Ook voor de jaren na 2026 zijn middelen voor leesbevorderingbeschikbaar. Op dit moment onderzoek ik samen met de Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap hoe we op leesbevordering zulleninzetten na schooljaar 2025/2026. Daar dragen de nieuwe kerndoelenNederlands ook aan bij, waarin onder meer is opgenomen dat scholenrijke teksten aanbieden, dat er aandacht is voor jeugdliteratuur en datlezen wordt geïntegreerd in andere leergebieden. Het is belangrijk dat wekunnen verduurzamen wat er in de afgelopen jaren is opgebouwd opleesbevordering, maar ook dat scholen de vrijheid behouden in hoe zijhun leesonderwijs en leesomgeving invullen.Over de precieze invulling zullen wij u begin volgend jaar informeren.Daarbij zullen we ook ingaan op het vervolg van de Bibliotheek op schoolen BoekStart. Dat doen we in contact met het veld in het kader van hetHerstelplan, en mede aan de hand van het onderzoek van de KWINKgroep naar voorwaarden voor duurzame verankering van de Bibliotheekop school na 2025. In het regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471,nr. 96) is afgesproken dat bibliotheken onmisbaar zijn in de bestrijding vanlaaggeletterdheid en in de bevordering van leesvaardigheid, leesplezier endigitale geletterdheid. We versterken het bibliotheeknetwerk en desamenwerking tussen onder meer bibliotheken en onderwijs. Hetonderzoek van de KWINK groep is gedaan naar aanleiding van een motievan het lid Mohandis (GroenLinks-PvdA) c.s., waarin de regering is30Kamerstukken II, 2024–2025, TZ202411, nr. 49.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77514 gevraagd om een langetermijnvisie op dBos te formuleren.31 De beleids-reactie hierop volgt in het eerste kwartaal van 2025.Ook buiten de post «Programma leesbevordering» zijn vanuit decultuurbegroting middelen beschikbaar. Zo financiert het ministerie in hetkader van de culturele basisinfrastructuur 2025–2028 een aantal organi-saties die leesplezier en leesvaardigheid, vooral van kinderen en jongeren,vergroten. Het gaat om:•Stichting Lezen. Kernactiviteit: de landelijke coördinatie van deleesbevordering en literatuureducatie. Voor die kerntaak ontvangtStichting Lezen in 2025–2028 3.530.600 euro.•De Schoolschrijver. Kernactiviteit: lettereneducatie voor leerlingen inhet primair onderwijs. Voor die kerntaak ontvangt De Schoolschrijverin 2025–2028 625.200 euro.•De Schrijverscentrale. Kernactiviteit: de landelijke bemiddeling tussenschrijvers, scholen en bibliotheken voor het geven van lezingen overen rond het werk van die schrijvers ter bevordering van het lezen. Voordie kerntaak ontvangt De Schrijverscentrale in 2025–2028 1.110.300euro.Deze organisaties richten zich op inspiratie, plezier en motivatie als debelangrijkste vertrekpunten voor lees- en schrijfbevordering. Dat doendeze instellingen nadrukkelijk met een culturele insteek, gericht opleesplezier, verbeelding, de kracht van verhalen, de ontdekking vanboeken en literatuur.Ook het Nederlands Letterenfonds kent als cultuurfonds van het rijk eenregeling voor leesbevordering. De activiteiten en publicaties die hetNederlands Letterenfonds met deze en andere regelingen mogelijk maaktof uitvoert, richten zich niet grotendeels op leerlingen. Wel zullen veelkinderen met plezier een kinderboek in de hand nemen dat door hetNederlands Letterenfonds mogelijk is gemaakt. Het fonds is er immersook voor kinder- en jeugdliteratuur. Aan het budget van het fonds is in deperiode 2025–2028 2 miljoen euro toegevoegd voor leesbevordering. Overde besluiten van de culturele basisinfrastructuur heeft de Minister vanOCW de Kamer geïnformeerd in de Kamerbrief «Besluiten culturelebasisinfrastructuur 2025–2028» van 17 september.32 In de Antwoorden opfeitelijke vragen ontwerpbegroting OCW 2025 is de post «Programmaleesbevordering» uitgesplitst t/m 2029.33Voor- en vroegschoolse educatie (vve) en het jonge kindVoor- en vroegschoolse educatie (vve) is er voor de kinderen die van huisuit minder meekrijgen, waardoor zij een risico lopen op achterstand. In devierde voortgangsrapportage van het Masterplan basisvaardigheden werdhet belang van vve al benadrukt.34 In sommige wijken is echter meernodig. In juli 2023 kondigde ik de start van het Programma OntwikkelingJonge Kind aan, waarvoor de 19 gemeenten die deelnemen aan hetNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, onder andere extramiddelen hebben ontvangen tot en met 2025. De gemeenten hebbenplannen gemaakt en zijn dit schooljaar gestart met de uitvoering. In 2025zal een verdiepend onderzoek worden uitgevoerd naar de versterkte inzetvoor de ontwikkeling van het jonge kind in de deelnemende gemeenten.De Kamer zal daarover te zijner tijd geïnformeerd worden.31Kamerstukken II, 2022–2023, 36 200-VIII, nr. 43.32Kamerstukken II, 2024–2025, 32 820, nr. 526.33Kamerstukken II, 2024–2025, 2024D43005.34Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 732.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77515 School en OmgevingMet het programma School en Omgeving geven we de leerlingen die dathet hardste nodig hebben extra leer- en ontwikkeltijd. Vanuit de huidigesubsidieregeling bieden circa 900 scholen een extra ontwikkelaanbod aanvoor ongeveer 140.000 leerlingen. Deze leerlingen krijgen meer tijd omzich te ontwikkelen op de basisvaardigheden en krijgen veel extraactiviteiten aangeboden die hen extra motiveren en betrokken latenvoelen bij school.35 Tegelijkertijd verbreden zij met het extra aanbod hunbelevingswereld en daarmee ook hun taalvermogen. Ook zijn eropbrengsten die per regio verschillen, afhankelijk van de lokale context.Zo leidt het aanbod in de provincie Groningen met extra vakmanschapertoe dat kinderen meer vertrouwen hebben in hun toekomst en hunarbeidsmarktperspectief wordt verbreed.36 Scholen met de hoogsterelatieve onderwijsachterstandsscores kunnen hier in het voorjaar van2025 weer subsidie voor aanvragen. Ondertussen wordt een duurzamemanier van financiering uitgewerkt.Pijler 5: Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede lerarenIedere aanpak voor het versterken van de basisvaardigheden valt of staatmet de leraar. Zonder inzet op voldoende en goed onderwijspersoneel,lukt het niet om te zorgen voor een basis die op orde is. De aanpakken opvoldoende en goed onderwijspersoneel en de verbetering op lezen,schrijven en rekenen dienen we in onderlinge samenhang te bezien.Voor de hoofdlijnen van het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijsvormt het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs hetuitgangspunt.37 Ook het bieden van een aantrekkelijke werkomgevingbinnen het onderwijs voor alle betrokken professionals is van grootbelang. Voor het goed toerusten van leraren, schoolleiders en andereprofessionals binnen scholen wordt ingezet op de vorming van beroeps-groepen voor leraren en schoolleiders. Ook zullen we kijken naar hetdoorlopend professionaliseren van alle betrokkenen, naast het bevorderenvan goed werkgeverschap en de voortzetting van de Nationale AanpakProfessionalisering van Leraren (NAPL), met het oog op het verbeterenvan het ontwikkel- en loopbaanperspectief van leraren. Ook is de inzetgericht op het brengen van focus in de kwaliteitseisen van lerarenoplei-dingen. De komende tijd werken we samen met het veld aan concretemaatregelen op deze thema’s.Professionalisering in het kader van de basisvaardigheden en decurriculumherzieningMet het veld ga ik in gesprek over de vormgeving van professionalisering,toetsen en leermiddelen bij de implementatie van het nieuwe curriculum.Daarnaast is er in het Onderwijsakkoord 2022 extra ruimte en tijdgerealiseerd voor leraren om zich te professionaliseren op het punt vanbasisvaardigheden en de curriculumherziening. Het beschikbare budgetvoor professionalisering in het kader van de implementatie van hetnieuwe curriculum zal op verschillende manieren worden ingezet. Daarbijgaat het om onder meer de bevordering van het curriculumbewusthandelen binnen scholen en bij- en nascholing op vakinhoud en-didactiek.35Risbo Research. Zelfde doel, anders geleerd, april 2024; Hanzehogeschool Groningen.Rapportage Tijd voor Toekomst, februari 2024.36Hanzehogeschool Groningen. Rapportage Tijd voor Toekomst, februari 2024.37Kamerstukken II, 2024/25, 31 293, nr. 762.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77516 Voortgang LerarenstrategieZoals gebruikelijk ontvangt u binnenkort een Kamerbrief voortgangLerarenstrategie, waarin de relevante ontwikkelingen rondom hetlerarenbeleid worden toegelicht. Hierin ga ik in op de stand van zaken metbetrekking tot de tekorten in onderwijspersoneel en de inzet op beleidvoor kwalitatief goed onderwijspersoneel.Tot slotHet is cruciaal dat leerlingen het funderend onderwijs verlaten met eensolide basis. Daarom moeten we blijven inzetten op de basisvaardighedenlezen, schrijven en rekenen. In het kader van het Masterplan basisvaardig-heden is in de afgelopen twee jaar de beweging ingezet in het onder-wijsveld. Met een continuering van de huidige aanpak en een verdereversterking in het Herstelplan kwaliteit onderwijs zullen we, samen met deleraren, schoolleiders en andere onderwijsprofessionals, die bewegingvoortzetten en versterken.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 77517
Gerelateerde bronnen
- In de volgende voortgangsrapportage over het masterplan basisvaardigheden, dat in december 2024 aan de Kamer wordt aangeboden, gaat de staatssecretaris in op he
In de volgende voortgangsrapportage over het masterplan basisvaardigheden, dat in december 2024 aan de Kamer wordt aangeboden, gaat de staatssecretaris in op het onderzoek naar de profielstructuur in de huidige vorm.
- De staatssecretaris neemt in de voortgangsrapportage die in december 2024 naar de Kamer wordt gestuurd mee, of en op welke wijze in de uitwerking van de laatste
De staatssecretaris neemt in de voortgangsrapportage die in december 2024 naar de Kamer wordt gestuurd mee, of en op welke wijze in de uitwerking van de laatste tranche van de subsidieregeling meegenomen kan worden dat scholen die bij de vorige subsidieronde ongewenst geen subsidie kregen, nu in aan
- In de reguliere rapportage die de Kamer in december 2024 ontvangt, zal de staatssecretaris nader ingaan op de mogelijkheid van continue herijking c.q. onderhoud
In de reguliere rapportage die de Kamer in december 2024 ontvangt, zal de staatssecretaris nader ingaan op de mogelijkheid van continue herijking c.q. onderhoud van het curriculum waar samen met de SLO naar wordt gekeken, bijvoorbeeld in de vorm van een onderhoudskalender.
- De staatssecretaris van OCW informeert de Kamer voor de begroting van OCW over leesbevorderingsmiddelen.
De staatssecretaris van OCW informeert de Kamer voor de begroting van OCW over leesbevorderingsmiddelen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.