KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

17 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 58e4b7b4b2d8fae8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XXIIVaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025MEMORIE VAN TOELICHTINGNr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 INHOUDSOPGAVEGeraamde uitgaven en ontvangsten3A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel4B.Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen51.Leeswijzer52.Beleidsagenda82.1Beleidsprioriteiten82.2Belangrijkste beleidsmatige mutaties212.3Overzicht Herstel- en Veerkrachtplan262.4Openbaarheidsparagraaf272.5Strategische Evaluatie Agenda292.6Overzicht Risicoregelingen303.Beleidsartikelen333.1Artikel 1. Woningmarkt333.2Artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit473.3Artikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet583.4Artikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid684.Niet-beleidsartikelen744.1Artikel 11. Centraal apparaat744.2Artikel 12. Algemeen744.3Artikel 13. Nog onverdeeld765.Begroting agentschappen775.1Rijksvastgoedbedrijf (RVB)775.2Dienst van de Huurcommissie (DHC)886.Bijlagen95Bijlage 1: ZBO's en RWT's95Bijlage 2: Specifieke uitkeringen96Bijlage 3: Verdiepingsbijlage101Bijlage 4: Moties en toezeggingen111Bijlage 5: Subsidieoverzicht149Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda152Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland159Bijlage 8: Nationaal Groeifonds projecten160Bijlage 9: Klimaatfonds161Bijlage 10: Conversietabel1642Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENFiguur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 9.387.116.0007.234,27.234,21.487,11.487,1474,1474,1182,0182,09,79,71. Woningmarkt2. Energietransitie gebouwdeomgeving en bouwkwaliteit3. Ruimtelijke ordening enOmgevingswet4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid11. Centraal apparaat12. Algemeen13. Nog onverdeeld01.0002.0003.0004.0005.0006.0007.0008.000Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 483.899.000372,0372,00,10,13,83,8108,0108,01. Woningmarkt2. Energietransitie gebouwdeomgeving en bouwkwaliteit3. Ruimtelijke ordening enOmgevingswet4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid11. Centraal apparaat12. Algemeen13. Nog onverdeeld0501001502002503003504003Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTELWetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. Keijzer4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN1. LeeswijzerAlgemeenVoor u ligt de begroting 2025 van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII).GroeiparagraafDe begroting 2025 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2024 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).De ontwerpbegroting 2025 is de eerste zelfstandige begroting van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van het kabinet Schoof. In 2024 waren alle onderdelen van deze begroting nog deel van de BZK-begroting.De beleidsartikelen 3, 4, 5 en 9 uit de BZK-begroting 2024 zijn volledig overgeheveld naar de VRO-begroting (XXII). De nummering van deze beleidsartikelen is gewijzigd in respectievelijk artikel 1, 2, 3 en 4. Vanuit beleidsartikel 1.1 van de BZK-begroting zijn de Regio Deals overgeheveld naar artikel 3.3 van de VRO-begroting. Vanuit beleidsartikel 1.2 van de BZK-begroting is het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid overgeheveld naar artikel 1.1 van de VRO-begroting.Op begrotingshoofdstuk VRO (XXII) zijn ook drie niet-beleidsartikelen vormgegeven. Het gaat om het artikel 11 Centraal apparaat, artikel 12 Algemeen, en artikel 13 Nog onverdeeld. Deze waren onderdeel van de artikelen 11, 12 en 13 op begrotingshoofdstuk VII van BZK. De onderdelen van deze artikelen die onder de verantwoordelijkheid van de minister van VRO vallen zijn overgeheveld.De baten-lasten agentschappen Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Dienst voor de Huurcommissie (DHC) vallen nu onder de verantwoordelijkheid van de minister van VRO. Dit geldt ook voor een aantal zelfstandige bestuursorganen. Dit zijn het Kadaster, de Huurcommissie, de Toelatings­organisatie Kwaliteitsborging Bouw en de Stichting Visitatie Woningcorpo­raties Nederland.Ten behoeve van de inzichtelijkheid van de begroting zijn ramingen, standen en realisaties over overgehevelde onderdelen uit voorgaande jaren die zijn gemaakt voor begrotingstukken van het ministerie van BZK over de jaren 2023 en 2024 cursief gedrukt opgenomen in de begroting van het ministerie van VRO. Deze worden niet meer weergegeven op de BZK-begroting. De verantwoording van deze onderwerpen geschiedt nog wel in het nog te publiceren jaarverslag 2024 van BZK.In deze begroting is in bijlage 9 de nieuwe bijlage over het Klimaatfonds bijgevoegd. Ook is in bijlage 10 de conversietabel met betrekking tot de herverkaveling tussen de begroting van BZK (VII) en de begroting van VRO (XXII) toegevoegd.BeleidsagendaDe beleidsagenda geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid en wordt afgesloten met de volgende vier overzichten:–Overzichtstabel met de belangrijkste beleidsmatige mutaties;5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 –Openbaarheidsparagraaf;–Strategische evaluatieagenda;–Overzicht van risicoregelingen.In het overzicht van risicoregelingen zijn de tabellen "Garanties‘ en ‘Achterborgstellingen‘ opgenomen. Het betreft de herplaatsingsgarantie, de achterborgstellingen voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).BeleidsartikelenIn de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van het ministerie van Volkshuis­vesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) bevat vier beleidsartikelen:–artikel 1. Woningmarkt–artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit–artikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet–artikel 4. Uitvoering RijksvastgoedbeleidEen beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:A.Algemene doelstellingB.Rol en verantwoordelijkheidC.BeleidswijzigingenD.Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitE.Toelichting op de instrumentenBudgetflexibiliteitDe peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (op basis van juridische verplichtingen) is 1 januari 2025.Niet-beleidsartikelenDe begroting van VRO bevat drie niet-beleidsartikelen:–artikel 11. Centraal apparaat–artikel 12. Algemeen–artikel 13. Nog onverdeeldBegroting agentschappenDe begroting van VRO kent de volgende twee baten-lastenagentschappen:–Rijksvastgoedbedrijf (RVB)–Dienst van de Huurcommissie (DHC)BijlagenDe begroting van VRO bevat negen bijlagen:1.Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak2.Specifieke uitkeringen3.Verdiepingsbijlage4.Moties en toezeggingen5.Subsidieoverzicht6.Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda7.Rijksuitgaven Caribisch Nederland8.Nationaal Groeifonds projecten9.Klimaatfondsbijlage10.Conversietabel met de herverkaveling tussen de begroting van BZK en de begroting van VRO6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Het uitgangspunt is om in de verdiepingsbijlage de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2024 (RBV 2024) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van Rijksbegrotingsvoorschriften 2024ArtikelBeleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)1. WoningmarktVerplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 5 mln.Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln.Ontvangsten: 10 mln.2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 5 mln.Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln.Ontvangsten: 10 mln.3. Ruimtelijke ordening en OmgevingswetVerplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.4. Uitvoering RijksvastgoedbeleidVerplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 4 mln.11. Centraal apparaatVerplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten:1 mln.Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.12. AlgemeenVerplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten:1 mln.Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.13. Nog onverdeeldVerplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten:1 mln.Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 2. Beleidsagenda2.1 BeleidsprioriteitenVolkshuisvesting en ruimtelijke ordening zijn maatschappelijke opgaven waar grote uitdagingen liggen, zoals de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van woningen en het verdelen van de schaarse ruimte in Nederland. De begroting voor 2025 is de eerste begroting van het nieuwe kabinet Schoof. Vanaf het jaar 2025 heeft het ministerie van Volkshuis­vesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) een aparte begroting. Met een aparte begroting krijgen deze beleidsterreinen de aandacht die ze verdienen. Het hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, Lef en Trots’ en de uitwerking daarvan in het regeerprogramma vormen de basis van ons beleid hierop.Volkshuisvesting is een grondwettelijke taak van de overheid. Een betaalbare woning is namelijk een van de fundamenten voor een goed leven. Er is jarenlang te weinig gebouwd in verhouding tot de bevol­kingsgroei en de veranderende samenstelling van huishoudens. Het terug­dringen van het woningtekort is daarom een topprioriteit.Naast de maatregelen op beschikbaarheid, werken we aan de betaal­baarheid en kwaliteit van woningen en leefomgeving, onder andere door een aanpak gericht op preventie van funderingsschade, door woningen te verduurzamen en door de voortzetting van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Daarmee verbetert ook de bestaans­zekerheid van ouderen, jongeren en dak- en thuisloze mensen. En we zorgen voor lagere energielasten en een grotere energieonafhankelijkheid van Nederland.Ook hebben we een nationale taak op het gebied van ruimtelijke ordening. Nederland is een klein land met schaarse ruimte dat staat voor grote urgente opgaven die om integrale afwegingen vragen: ruimte voor wonen, ruimte voor landbouw, ruimte voor water, ambitie om meer circulair en biobased te gaan bouwen, ruimte voor leveringszekerheid van energie en ruimte voor economische en demografische ontwikkelingen. In dit verdelingsvraagstuk heeft het Rijk na jarenlange afwezigheid de regie hernomen, maar maakt ze de keuzes nadrukkelijk niet alleen. Zij zal dit in nauwe samenspraak met de burgers van Nederland, de medeoverheden en diverse maatschap­pelijke organisaties en sectoren vormgeven. Ook het rijksvastgoed (zowel gronden als gebouwen) kan bijdragen aan het realiseren van de nationale ruimtelijke doelen. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) krijgt de opdracht om bij de verkoop van rijksvastgoed (gronden en gebouwen) maximaal in te zetten op het realiseren van maatschappelijke opgaven, waaronder (betaalbare) woningen. Verwerven van gebouwen en grond kan hier deel van uitmaken. De inzet van het RVB bij grootschalige gebiedsontwikke­lingen zoals de lopende grootschalige woningbouwprojecten in Almere-Pampus, Lelystad Zuider-C en Oosterwold, wordt voortgezet. De grond en expertise van het RVB wordt ook op andere plaatsen benut. Een belangrijke visie van het Rijk is dat we recht willen doen aan alle regio’s. Ruimte voor defensie en ook ruimte voor economie zijn voorbeelden waarbij niet alleen op lokale en regionale schaal, maar juist ook op nationale schaal keuzes gemaakt moeten worden. Dit om de ontwikkeling van Nederland verder te brengen. Daarbij schuiven we problemen niet af naar elders of door naar toekomstige generaties. Hiervoor benutten we het traject van de Nota Ruimte.8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 De instrumenten van de Omgevingswet dragen bij aan het bieden van oplossingen en het aanpakken van de opgaven in de fysieke leefomgeving waar ons land voor staat.2.1.1 Meer regie op betaalbare en duurzame woningen voor iedereenBeschikbaarheidBeschikbaarheid: bouwenIn het regeerprogramma wordt beschreven dat we op verschillende manieren gaan inzetten op het creëren van meer woningen. Er wordt hierbij gefocust op drie doelen:1.Nieuwbouw van meer passende en betaalbare woningen;2.Beter benutten en verbeteren van de leefbaarheid in de bestaande woningvoorraad en bestaande gebouwen;3.Sneller door minder belemmeringen en meer realisatie.In het regeerprogramma wordt dieper ingegaan op welke concrete maatregelen moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelen. Verder wordt er invulling gegeven aan de besteding van de € 5 mld. die door dit kabinet beschikbaar is gesteld om deze doelen te ondersteunen.Het grootste gedeelte van de € 5 mld. zal worden ingezet voor de nieuwbouw van meer passende en betaalbare woningen, inclusief Caribisch Nederland. Hierbij zal er aandacht zijn voor het beter benutten en verbeteren van de leefbaarheid in de bestaande (woning) voorraad bijvoorbeeld door het stimuleren van transformeren, optoppen, herstructu­reren en woningdelen.Om het klimaat voor investeringen in woningen te verbeteren verlagen we het algemeen tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen naar 8%. Om in het algemeen tarief te kunnen differentiëren tussen woningen en niet-woningen is een aanpassing van de systemen nodig. Deze wijziging loopt daarom pas mee in het Belastingplan 2026.Ook investeert het kabinet in sneller bouwen door minder belemmeringen en meer realisatie. Dit gebeurt door het opschalen van de woningbouw, het wegnemen van belemmeringen, efficiëntere processen en procedures, het stimuleren van innovatief en industrieel bouwen en meer capaciteit bij medeoverheden.1. Nieuwbouw van meer passende en betaalbare woningenWe voeren regie door nationale doelen vast te stellen en deze te vertalen naar regionale opgaven. Eind 2024 organiseren we een Woontop waar we concrete, landelijke afspraken maken met onder andere medeover­heden, investeerders, marktpartijen en woningcorporaties. Vanaf begin 2025 actualiseren we de huidige afspraken in de Woondeals over hoeveel woningen we waar en voor wie bouwen. Rijk en provincies krijgen met het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting de bevoegdheid om hierop dwingend te sturen. Ook bevat het wetsvoorstel instrumenten om het bouwproces te versnellen. Deze wettelijk afdwingbare afspraken bieden duidelijkheid aan woningcorporaties, marktpartijen en overheden.De middelen ten behoeve van woningbouw voor 2025 worden gedeeltelijk ingezet om door te bouwen op de fundamenten van bestaand beleid. Zo zorgt het kabinet voor toekomstbestendig bouwen door rekening te houden met water, bodem, landschap, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 van de leefomgeving en in nieuw te bestemmen gebieden woningbouw, in geval van concurrentie om grond, voorrang te geven boven windmolens en zonnevelden.Aanvullend op bestaande woningbouwlocaties en (lopende) woondeals wijzen we nieuwe gebieden voor grootschalige woningbouw aan, bij voorkeur rond bestaande infrastructuur. Er komt daartoe zo spoedig mogelijk een voorstel die verankerd wordt in de Nota Ruimte, onder meer gebaseerd op het programma NOVEX.2. Beter benutten van bestaande gebouwen en verbeteren van de leefbaarheidHet benutten van de bestaande voorraad gebeurt tot op heden vaak nog op kleine schaal, terwijl onderzoek laat zien dat de potentie hiervan groot is. De woningnood is hoog, daarom moeten we de potentie van de bestaande voorraad scherper en concreter ten volste benutten. Dit doen we door het maken van bestuurlijke regionale afspraken, waar nodig het aanpassen van nationale wetgeving en de inzet van financiële middelen. We houden hierbij oog voor de leefbaarheid en veiligheid.We maken in de woondeals aanvullende regionale afspraken over het beter benutten van bestaande gebouwen en de bijbehorende omgeving. We sturen actief op de uitvoering en doorvertaling hiervan in beleid van medeoverheden. In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting nemen we op dat gemeenten in het gemeentelijk volkshuisvestingspro­gramma een plan moeten maken voor hoe zij het benutten van de bestaande voorraad faciliteren, hoe zij leegstand bestrijden en welke acties zij daarvoor ondernemen. Waar nodig passen we wetgeving aan om het beter benutten van de bestaande voorraad makkelijker te maken. Vooruitlopend daarop maken we gebruik van de experimenteerbepaling in de Omgevingswet om alvast aan de slag te gaan met toekomstige wijzigingen. We evalueren de Leegstandwet om te bezien hoe gemeenten de bestaande wet goed kunnen benutten. We bereiden een wetswijziging voor om belemmeringen rond hospitaverhuur weg te nemen. Door bij hospitaverhuur een opzeggingsgrond bij verkoop van de woning te intro­duceren, wordt het grootste knelpunt voor hypotheekverstrekkers bij het verlenen van toestemming voor hospitaverhuur weggenomen. Verder is onze inzet om een tijdelijk huurcontract voor hospitaverhuur te introduceren en onderzoeken we het uitzonderen van hospitaverhuur bij de inkomensaf­hankelijke hogere huurverhoging.Voor de sociale zekerheidswetten met een kostendelersnorm (onder andere Participatiewet, Anw en Toeslagenwet) verkent het kabinet wat de conse­quenties zijn als de kostendelersnorm wordt aangepast of afgeschaft en welk effect dit heeft op woningdelen. Voor de AOW verkent SZW een vereen­voudiging van het partnerbegrip en onderzoekt SZW daarnaast met SVB, VWS en VRO door middel van een maatschappelijke kosten-baten analyse of het huidige partnerbegrip een belemmering vormt om te woningdelen en mantelzorg te verlenen.Het kabinet draagt bij aan de vitalisering van wijken, regio’s en gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat, zoals stedelijke focusgebieden, en regio’s aan de randen van het land die centraal staan in de aanpak van Elke regio telt!. In de kwetsbare gebieden zoals opgenomen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is sprake van een grote woning­10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 bouwpotentie van circa 130.000 woningen. Om deze te kunnen verzilveren kunnen aanvullende investeringen aan de orde zijn zoals het aanpakken van de openbare ruimte of het op peil brengen van voorzieningen.Tot slot kan een deel van de € 5 mld. worden ingezet voor de onder­steuning van onrendabele optopprojecten en transformaties (met name corporatieprojecten). De focus voor optoppen ligt bij corporaties omdat meergezins-corporatiewoningen tweederde deel van de potentie voor optoppen uitmaken. Daarbovenop komt dat corporaties vaak ook hetzelfde type gebouwen in hun portefeuille hebben. Dit maakt concepten voor optoppen makkelijker te reproduceren, eventueel via conceptuele bouw.3. Sneller door minder belemmeringen en meer realisatieEr wordt een programma gestart om tegenstrijdige en overbodige regelgeving, die woningbouw onnodig duur maakt, te schrappen. Het kabinet gaat samen met medeoverheden, marktpartijen en corporaties aan de slag om de stapeling van lokale regels en procedures aan te pakken en regeldruk te verminderen. Regelgeving wordt aangepast als dit bijdraagt aan verdere versnelling.Ook zetten we ons ervoor in om procedures te versnellen. We beperken beroepsmogelijkheden, in lijn met het wetsvoorstel Regie op de volks­huisvesting. Zo introduceren we parallel plannen als ''nieuwe norm''. Hiermee worden fases in het bouwproject gelijktijdiger, in plaats van na elkaar, uitgevoerd. We versnellen de behandeling van beroepszaken over woningbouw bij de rechter, in lijn met het wetsvoorstel Regie op de volks­huisvesting.We nemen in de bouwregelgeving voor woningen geen nieuwe duurzaam­heidseisen op, tenzij het de invulling van Europese richtlijnen betreft. Medeoverheden mogen geen zwaardere eisen stellen dan landelijk geldende regelgeving voor gebouwen. Dit stimuleert de gewenste standaardisering van de bouw. Voor innovatie in de bouw maken we uniforme handvatten, zodat opschaling meer kans kan krijgen. Waar nodig passen we bouwregelgeving aan om industriële bouw, flexbouw, verbouw (zoals optoppen) en de bouw van zorgwoningen gemakkelijker te maken. We starten een programma om tegenstrijdige en overbodige regelgeving te schrappen. Dit doen we in nauw overleg met andere overheden, departe­menten en marktpartijen.De uitvoeringskracht van gemeenten wordt versterkt door onder andere efficiënter om te gaan met bestaande capaciteit, samenwerking tussen gemeenten te bevorderen, kennis te vergroten en standaardisering en digitalisering te bevorderen. Capaciteit en deskundigheid worden gedeeld, zowel tussen overheden als tussen overheid en markt. Het Rijk stuurt hierop en draagt hieraan bij met een programma versterken realisatie­kracht gemeenten: met onder andere eerstelijns- en specialistische hulp, en betere kennisdeling.We werken eraan om juridische en financiële belemmeringen voor een nieuwe derde sector naast huur en koop weg te nemen: coöperatief wonen. Deze bewonersinitiatieven creëren woongemeenschappen die kunnen bijdragen aan betaalbaar en passend wonen en kunnen de leefbaarheid versterken. Het fonds kan daarmee een aantal kansrijke initiatieven realiseren en zo bijdragen aan professionalisering en standaardisatie. Bedoeling is om in 2025 de eerste initiatieven te financieren.11Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Conceptueel en industrieel bouwen, waaronder modulaire bouw, zijn bouwwijzen om sneller, betaalbaarder en duurzamer te kunnen bouwen en ontwikkelen. We stellen daarom een aanpak industrieel bouwen op en streven ernaar dat per 2030 de helft van de jaarlijkse nieuwbouwwoningen industrieel wordt gebouwd. Verdere digitalisering in de bouwketen kan de versnelling van de bouw ondersteunen, bijvoorbeeld door een brede toepassing van het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving (DSGO). Via het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) zetten we in op de verduurzaming van bouwmachines en de bouwlogistiek. Ook de landbouw kan een sleutelrol spelen voor de bouw als teler van biogrondstoffen, zoals bijvoorbeeld vezelgewassen voor toepassing in de bouwsector.Het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) Op grond kun je bouwen geeft samen met de eerder gepubliceerde Tussenrapportage IBO Woningbouw en Grond een overzicht van de grootste knelpunten bij woningbouw en met welke (Rijks)maatregelen die geadresseerd kunnen worden. In het IBO worden in paragraaf 4.3. twaalf verschillende beleids­maatregelen genoemd over vier domeinen, te weten ‘De ruimte’, ‘De grond’, ‘De bouw’ en ‘De afnemer’. De voorstellen die in de domeinen zijn genoemd worden ook meegenomen in de uitwerking van het woningbouwbeleid.Beschikbaarheid: corporaties en specifieke doelgroepenIn 2025 maken we samen met corporaties, huurders, en gemeenten nieuwe Nationale prestatieafspraken over de opgave voor de komende jaren. We hebben hierbij oog voor zowel de betaalbaarheid voor huurders als voor de investeringsmogelijkheden van corporaties. De financiële herijking van de huidige Nationale prestatieafspraken helpt daarbij. Hiermee zorgen we ervoor dat corporaties volop kunnen investeren en zorgen we voor perspectief dat zij ook op langere termijn hun taak volledig waar kunnen maken. Verder stellen we in 2025 wettelijke maatregelen voor om de onderlinge (financiële) solidariteit tussen corporaties en de mogelijkheden voor projectsteun aan corporaties te verbeteren.Ook blijven we in 2025 aan de slag om ouderen meer mogelijkheden te bieden voor passende woningen die aansluiten bij hun woonwensen. Met de woondealregio’s maken we afspraken over de programmering van de opgave van 290.000 geschikte woningen voor ouderen op concrete locaties. Ter financiële ondersteuning van de bouw van 80.000 geclusterde en 40.000 zorggeschikte woningen worden in 2025 desbetreffende subsidieregelingen weer opengesteld. Via het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ worden alle overheden verplicht om in hun volkshuisvestingsprogramma te beschrijven hoe in de bouw van nultredenwoningen, geclusterde- en zorggeschikte woningen wordt voorzien.Een deel van de ouderen zal verhuizen om passend te wonen. Dit leidt tot doorstroming op de woningmarkt. Wij blijven bezig om ouderen te ondersteunen bij wensen om passend te gaan wonen. Hiervoor maken wij afspraken met woondealregio’s, zodat doorstroming wordt gestimuleerd. Deze afspraken kunnen opgenomen worden in het volks­huisvestingsprogramma als uitwerking van de inzet die gemeenten en provincies in de bestaande woningvoorraad plegen om ouderen passend te huisvesten. Aan de regio’s stellen we informatie en kennis beschikbaar over woon- en verhuiswensen van ouderen. In 2025 worden hierover inzichten gedeeld uit het WoON2024 en ander onderzoek naar verhuis­wensen van ouderen. Tevens blijven we gerealiseerde verhuisbewegingen 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 door ouderen monitoren. Tot slot blijven we gemeenten en ontwikkelaars stimuleren om extra aandacht te geven aan de eisen voor een geschikte leefomgeving voor ouderen rondom de woningen.Met het programma ‘Een thuis voor iedereen’ werken we aan de betaal­baarheid en beschikbaarheid van woningen voor diverse kwetsbare groepen. Lokaal worden woonzorgvisies ontwikkeld om te zorgen dat wordt voorzien in de behoefte van deze groepen. Bijvoorbeeld voor mensen met een extra zorg- of begeleidingsbehoefte. En ook voor mensen die huisvesting in specifieke woonvormen nodig hebben, zoals geclusterde en zorggeschikte woonvormen, onzelfstandige wooneenheden voor studenten en arbeidsmigranten en voldoende woonwagenstandplaatsen. Het proces om de woondeals te verrijken met de bouwopgave om te voorzien in de behoefte aan specifieke woonvormen wordt in 2025 voortgezet.Voor de groepen acuut woningzoekenden, zoals mensen in een echtscheiding en dak- en thuislozen, zet het kabinet in op het versterken van de bestaanszekerheid door het vergroten van de beschikbaarheid van (tijdelijke) woonplekken die snel gerealiseerd kunnen worden. Om te zorgen voor extra bescherming voor de meest kwetsbare bewoners verankeren we in de wet dat alle gemeenten over een huisvestingsverordening moeten beschikken met daarin een urgentieregeling voor specifieke groepen in de meest kwetsbare posities. Bijvoorbeeld mensen die uitstromen uit de jeugdzorg en de maatschappelijke opvang, mensen met een ernstige medische noodzaak, en mantelzorgers. Doordat alle gemeenten een urgen­tieregeling moeten hebben, ontstaat meer kansengelijkheid op een woning voor deze groepen. Daarmee willen we zorgen dat groepen beter worden verdeeld over alle gemeenten en dat ook de kans van regulier woning­zoekenden verbetert, met name in gemeenten die nu bovengemiddeld veel urgent woningzoekenden huisvesten. Daarbij is het belangrijk dat gemeenten over de huisvesting van urgenten ook in de regio afspraken maken. Dit proces om te komen tot regionaal afgestemde huisvestingsver­ordeningen is al in diverse delen van het land, zoals in Friesland, gestart en wordt in 2025 voortgezet.Om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren ontwikkelen we een nieuw type huurovereenkomst waarmee zowel voor de arbeidsmigrant als voor de werkgever duidelijkheid wordt gegeven over de geldende huur(prijs)bescherming. Kern is dat zo’n huurovereenkomst in beginsel voor onbepaalde tijd is, maar dat de verhuurder de huur kan opzeggen indien de huurder niet meer kwalificeert als arbeidsmigrant. Daarmee biedt dit contract meer bescherming dan de vaak kortdurende contracten die in de huidige situatie worden gebruikt.We wijzigen de Huisvestingswet 2024 en stellen een verbod in op het geven van voorrang bij de toewijzing van sociale huurwoningen aan statushouders op grond van het feit dat zij statushouders zijn. We blijven gemeenten ondersteunen bij het invullen van de geldende taakstelling. Dit doen we bijvoorbeeld door de bouw van extra tijdelijke woonvormen te stimuleren, door in te zetten op onder meer woningdelen en door het beschikbaar stellen van subsidies zoals de regeling grote gezinnen. We zetten ons in 2025 wederom in om de zelfredzaamheid en participatie van Oekraïense ontheemden te stimuleren. Dit doen we door belemmeringen in kaart te brengen bij het zelfstandig huren van een woning en ook door uit te werken hoe een eventueel verblijf van deze groep op langere termijn eruit zou zien.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Tabel 2 Beschikbaarheid1DoelKernindicatorRapportage 2022 (tenzij anders vermeld)Rapportage 2023 / meest recente cijferToewerken naar de realisatie van 100.000 woningen per jaarAantal gereali­seerde woningen90.200* (2022)88.200* (2023)Voldoende plancapaciteit, 130%, voor de resterende bouwopgave van de woondeals (t/m 2030)Aantal woningen in de plannen (netto plancapaciteit tot en met 2030 in absoluut aantal en als percentage van de resterende bouwopgave)1.052.700129%(najaar 2022)996.100126%(najaar 2023)Bouw van 300.000 woningen door corporatiesAantal gerealiseerde woningen door corporaties13.100 (2022) CBS14.300 (2023) CBSVoldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten.Sociale huurvoorraad (van corporaties) t.o.v. woningvoorraad (toegroeien naar 30%)26% (2021)26% (2022)Bouwen voor ouderenAandeel ouderen in nieuwbouw17,4% (2022)17,6% (2023)Doorstroming van ouderen verbeterenAandeel ouderen (65+) dat verhuisd is4,7% (2022)4,5% (2023)1* Nieuwbouw en overige toevoegingen minus onttrekkingen (zoals transformaties, splitsingen minus samenvoegingen en administratieve correcties). In de vorige Staat van de volkshuisvesting: nieuwbouw en transformaties.BetaalbaarheidIn 2025 werken we eraan om het aandeel hurende huishoudens met te hoge woonlasten omlaag te brengen. Ook zetten we stappen om ook voor andere groepen een betaalbare woning dichterbij te brengen. Zo dragen we bij aan de bestaanszekerheid van deze groepen.Zo stelt het kabinet structureel € 500 mln. extra ter beschikking voor de huurtoeslag. Hiermee wordt de huurtoeslag vereenvoudigd. Het aantal huishoudtypes wordt verminderd van vier naar twee, zodat er geen onderscheid meer is tussen ouderen en niet-ouderen. Meerpersoonshuis­houdens (niet-ouderen) krijgen net als de andere huishoudtypes 40% vergoeding over het huurdeel boven de aftoppingsgrens. Daarnaast wordt vanaf 2026 de berekeningsmethode van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage aangepast, zodat deze lineair afloopt, en wordt nog de eigen bijdrage verlaagd met €11,58. Met deze investering in de huurtoeslag blijft voor huurders met de laagste inkomens de bestaanszekerheid op peil. En ook is in 2023 en 2024 de huurtoeslag verhoogd met respectievelijk € 16,94 en € 34,67 en € 3,05 per maand, door een verlaging van de eigen bijdrage. Daarnaast hebben we op 27 februari 2023 de Wet Vereenvou­diging van de Huurtoeslag aangeboden aan de Tweede Kamer. Als deze wordt aangenomen schaffen we de maximum huurgrenzen als voorwaarde af, subsidiëren we servicekosten niet meer en harmoniseren we leeftijds­grenzen met die van andere regelingen. Door implementatie hiervan zullen 117.000 van de meest kwetsbare huurders er gemiddeld € 172 per maand op vooruitgaan en wordt de huurtoeslag eenvoudiger. Ook gaan we hiermee ‘duur scheefwonen’ tegen: huurders met een laag inkomen maar een huur boven de liberalisatiegrens kunnen dan alsnog gebruik maken van de huurtoeslag. Dit is belangrijk voor hun bestaanszekerheid. We blijven daarnaast de beschikbaarheid van de sociale huur voor de mensen die dit het meest nodig hebben waarborgen door ‘goedkoop scheefwonen’ (een relatief hoog inkomen ten opzichte van de betaalde huurprijs) te ontmoedigen met het gebruik van de inkomensafhankelijke huurverhoging. Verder willen we dat mensen beter in kunnen schatten hoeveel huurtoeslag 14Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 ze krijgen als hun inkomen stijgt en zorgen dat (meer) werken meer loont. We willen daarvoor de huurtoeslag versimpelen, waaronder door de invoering van een lineaire inkomensafhankelijke afbouw.Het stelsel van inkomensondersteuning moet eenvoudiger, zodat het een zeker en voorspelbaar inkomen biedt en begrijpelijk en doenlijk wordt voor mensen, maar ook om te zorgen dat werken meer loont. Dat vraagt om een integrale aanpak over de wetten en domeinen heen: van fiscaliteit, toeslagen, sociale zekerheid en gemeentelijke regelingen. We trekken met de ministeries van SZW, Financiën, OCW en VWS hier gezamenlijk in op met gemeenten en publieke dienstverleners (programma VIM). We werken daarom stapsgewijs aan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en de toeslagen, zodat werken meer loont en treffen voorberei­dingen voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel, waar ook de wet Vereenvoudiging van de Huurtoeslag aan bijdraagt.In de afgelopen jaren zijn er veel veranderingen doorgevoerd in het Nederlandse huurstelsel. Er zijn verschillende maatregelen genomen om betaalbaarheid te verbeteren en huurders beter te beschermen. We zorgen in de komende periode voor de implementatie en uitvoering van deze maatregelen, zodat effecten zichtbaar kunnen worden. Onderdeel van deze maatregelen is dat huurprijzen in het middensegment zijn gereguleerd, en dat het woningwaarderingsstelsel dwingend is gemaakt en gemoderni­seerd is. De komende tijd ligt de focus op het goed informeren van markt­partijen (huurders, verhuurders en investeerders) en het maatschappelijk middenveld en gemeenten over de gevolgen van de maatregelen. Voor de implementatie en uitvoering is stabiliteit en continuïteit van de regelgeving van belang.De effecten van deze inzet worden stapsgewijs zichtbaar, waarvan een deel al in 2025. Uiteindelijk verlagen we de huren van ongeveer 300.000 woningen met gemiddeld € 190 per maand. Bij het monitoren van de maatregelen kijken we naast het effect op de betaalbaarheid ook naar het effect op het aanbod aan (betaalbare) huurwoningen. Hiervoor ontvangen we onder meer op kwartaalbasis cijfers van het Kadaster over het aantal aan- en verkopen van woningen door beleggers en monitoren we de voortang van de bouw van de 100.000 middenhuur­woningen die de markt en corporaties samen tot en met 2030 willen bouwen (elk willen zij 50.000 middenhuurwoningen realiseren). Om meer inzicht te krijgen in de bestaande voorraad en om bestaande en nieuwe maatregelen beter te kunnen monitoren, zetten we een huurregister op. Om huurders en verhuurders doeltreffend en snel bij te staan bij onduide­lijkheid of geschillen over hun huursituatie versterken we de uitvoering en versimpelen we procedures bij de Huurcommissie.Ook is het doel om in 2025 de nieuwe regelgeving over servicekosten in werking te laten treden. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid over welke kosten onder de servicekosten geschaard mogen worden. In de toekomst worden de servicekosten dus beter afgebakend.De verordening dataverzameling- en deling kortetermijnverhuur van accommodatie ziet toe op een uniforme manier van registratie van toeristische verhuur van woningen in de Europese Unie (EU) en op het verzamelen en delen van data door online platforms met overheden ten behoeve van regulering en handhaving door overheden. De Huisves­15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 tingswet 2014 en het Besluit toeristische verhuur dienen te worden gewijzigd naar aanleiding van de verordening. Vanaf 20 mei 2024 is een implementatietermijn gestart van 2 jaar.Om starters op de woningmarkt te ondersteunen is er via twee amende­menten € 70 mln. vrijgemaakt voor de financiering van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen. (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VII, nr 52, Kamerstukken II, 2023/2024, 36410-VII, nr. 15). Het Stimuleringsfonds Volks­huisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) wordt, samen met Stichting OpMaat, de uitvoerder van het fonds.Tabel 3 BetaalbaarheidDoelKernindicatorRapportage 2022Rapportage 2023Te hoge woonlasten aanpakken voor mensen met een laag inkomenAandeel hurende huishoudens met te hoge woonlasten (boven indicatieve huurquote)9,1% (282.000) (2021)geen data beschikbaarMeer betaalbare woningenAantal woningen betaalbaar voor lage en middeninkomens5.155.900 (2021)geen data beschikbaarKwaliteitVia kwaliteitsverbetering van woningen, gebouwen en wijken dragen we in 2025 bij aan de energietransitie en energieonafhankelijkheid, aan een betere woonsituatie en aan een lagere energierekening. Met het oog op de naderende vergrijzing werken we ook aan veilige, gezonde en toegan­kelijke woningen voor ouderen. Daarnaast werken we onder andere aan de verbetering van de informatievoorziening over funderingsschade en de verbetering van de leefbaarheid in kwetsbare wijken.Zo zetten we verdere stappen in de verduurzaming van onze woningen en gebouwen. Dit gaat verder dan alleen emissiereductie. Een duurzaam verwarmd en goed geïsoleerd huis of gebouw is niet alleen goed voor het klimaat, het is ook comfortabeler en goed voor de portemonnee. Het is van cruciaal belang dat iedereen kan deelnemen. Daarom wordt extra aandacht besteed aan hulp en ondersteuning voor mensen met lage inkomens, onder andere via de lokale aanpak gericht op de woningen met de slechtste energielabels van het Nationaal Isolatieprogramma. We vereenvoudigen en bundelen in 2025 een aantal subsidies voor verduurzaming via warmte­netten zodat deze beter toegankelijk worden.We werken in 2025 aan vereenvoudiging van de besluitvorming voor Verenigingen van Eigenaren (VvE’S) met het oog op het treffen van verduurzamingsmaatregelen en onderzoeken om de besluitvorming voor optoppen eenvoudiger te maken. Ook financiële ondersteuning van VvE’s en praktische hulp voor VvE’s worden verbeterd conform de Versnel­lingsagenda verduurzaming VvE’s. Verduurzaming kan ook bijdragen aan lagere woonlasten voor huurders. Regelgeving is in voorbereiding om deze verduurzaming te versnellen. Dit betreft onder meer aanpassing van het instemmings- en initiatiefrecht van huurders en regelgeving gericht op het uitfaseren van woningen met energielabel E, F en G van verhuurders. De subsidie verduurzaming en onderhoud (SVOH) voor parti­culiere verhuurders wordt in 2025 verlengd en vereenvoudigd.In 2025 gaan we aan de slag met de implementatie van de Europese richtlijn die onder andere voorziet in een toename van renovaties van gebouwen en het aanscherpen van duurzame eisen aan nieuwbouw om 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 klaar te zijn voor de toekomst (EPBD4). Het gaat hierbij onder meer om het aanpakken van gebouwen met de slechtste energieprestatie. We werken aan innovatie en industrialisatie in de bouw gericht op verduur­zaming, en sneller en betaalbaar bouwen. Dit wordt bevorderd door het stimuleren van langdurige zekerheid voor opdrachtnemers, het faciliteren van duurzaam werken in de gehele bouwketen, het bevorderen van digitale ketensamenwerking en prefab-productie in fabrieken. Circulair bouwen vermindert de negatieve impact van de bouwsector op het milieu, maakt ons minder afhankelijk van nieuwe materialen (uit het buitenland), draagt bij aan industriële woningbouw en aan de verduurzaming en benutting van de bestaande voorraad. We stimuleren circulair bouwen door middel van richtlijnen, regelgeving, het faciliteren van innovatieve en duurzame bouwmethoden en met kennisuitwisseling. Daarnaast wordt er ingezet op financiële prikkels en subsidies voor circulaire bouwmaterialen en projecten. We werken aan groen en klimaatbestendig bouwen en inrichten onder andere door het stellen van landelijke kaders, kennisondersteuning en -uitwisseling en het meenemen van groen en klimaatadaptatief bouwen en inrichten bij de andere transities. Daarbij houden we rekening met het effect op regeldruk en kosten in nieuwe en bestaande bouw.Daarnaast werken we aan een nationale aanpak gericht op onder andere de verbetering van de informatievoorziening over funderingsschade, naar aanleiding van het advies van de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur (Rli). Hierbij beginnen we voor vier jaar met het verbeteren van de infor­matievoorziening en het oprichten van een landelijk informatiepunt funde­ringsproblematiek.In 20 stedelijke focusgebieden staat de leefbaarheid en veiligheid onder druk. Om de leefsituatie en het perspectief van 1,3 miljoen inwoners van deze gebieden te verbeteren is in 2022 gestart met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Door middel van een integrale aanpak op gebiedsniveau pakken we de fysieke leefomgeving aan en wordt ingezet op onderwijs, werk, gezondheid en een afname van armoede. Daarnaast investeren we in de preventie van jeugdcriminaliteit en de weerbaarheid van jongeren. De interventies in het fysieke en sociale domein vergen een langjarige inzet. In overleg met de partners in de gebieden stemmen we de rijksinzet daarop af. In 2025 focussen we op het verder bundelen van geldstromen naar voorbeeld van de SPUK (specifieke uitkering) Kansrijke Wijk uit 2023. Op deze manier verminderen we de administratieve lasten voor de stedelijke focusgebieden. Hiermee zorgen wij ervoor dat zij beter in staat zijn om zich te richten op het uitvoeren van de lokale integrale uitvoeringsplannen.Tabel 4 Kwaliteit1Hoofddoel KwaliteitKernindicatorRapportage 2022 (tenzij anders vermeld)Rapportage 2023 / meest recente cijferVerbeteren van de fysieke leefomgeving en Vergroten van de veiligheidAandeel woningen in focus­gebieden met Leefbaarheid zwak of lagergeen data beschikbaar54% (2020)Verbeteren slechte woningen in 20 focusgebiedenAandeel slechte ‘woningvoorraad’ in Leefbaarometergeen data beschikbaar5% (2020)Verminderen CO₂-uitstoot door de gebouwde omgeving. doel in 2023: restemissie 13,2 Mton in 2030CO₂-uitstoot door de gebouwde omgeving (temperatuurgecorrigeerd)20,7 MT (2022)18,6MT (2023)*Verlagen van het gasgebruikGasverbruik woningen (temperatuurgecorrigeerd)248,7 PJ (2022)221,3 PJ (2023)*17Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Hoofddoel KwaliteitKernindicatorRapportage 2022 (tenzij anders vermeld)Rapportage 2023 / meest recente cijferVerbeteren van de fysieke leefomgeving en Vergroten van de veiligheidAandeel woningen in focus­gebieden met Leefbaarheid zwak of lagergeen data beschikbaar54% (2020)Isoleren van 2,5 miljoen woningen met nadruk op uitfaseren slechte labels (E, F, G)Aantal woningen met slechte labels (E, F of G)1,49 miljoen (1-1-2022)1,43 miljoen (1-1-2023)Meer woningen aardgasvrijAandeel aardgasvrije woningen7,2% (2021)**8,1% (2022)1* Cijfers voor 2021 zijn gecorrigeerd door CBS en PBL.Volkshuisvesting en ruimtelijk beleid Caribisch NederlandOp Caribisch Nederland (CN) liggen er eveneens uitdagingen op het vlak van beschikbaarheid, kwaliteit, en vooral betaalbaarheid. VRO werkt daarom in 2025 samen met de Openbare Lichamen Bonaire, St. Eustatius en Saba aan de verdere uitvoering van de Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Caribisch Nederland uit januari 2023.Ook in 2025 is het verbeteren van de levensstandaard en het bestrijden van armoede het belangrijkste doel voor CN. De volkshuisvestelijke instrumenten die daarvoor kunnen worden ingezet, zoals de bouw van betaalbare woningen en subsidiëren van huur in de sociale en particu­liere huursectoren, staan daarbij voorop. Verder worden op Rijksniveau twee wetten aangepast, waardoor het verstrekken van middelen t.b.v. de betaalbaarheid van wonen eenvoudiger wordt (VROMBES) en waardoor het stelsel van huurcommissies in CN beter gaat functioneren (WMHCN). Er wordt ook een nieuwe Woningwet BES opgesteld, waarmee wonings­tichtingen in CN op termijn Toegelaten Instellingen kunnen worden en ze door geborgde leningen eenvoudiger de bouw van betaalbare woningen kunnen financieren.Verder bevorderen we de bestendigheid van de uitvoerende capaciteit van de eilanden op het vlak van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening, zal er worden gezorgd voor actuele basisgegevens over de volkshuis­vesting in CN en breiden we het ruimtelijk instrumentarium uit. Ook geven we uitvoering aan het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland, waarin recent het rijksbeleid voor ruimtelijke ordening op de eilanden is vastgesteld.2.1.2 Meer regie op een evenwichtige en duurzame verdeling van ruimteNationaal ruimtelijk beleidHoe Nederland er in de toekomst uitziet wordt bepaald door de keuzes die we nu maken. Het Rijk werkt in 2025 verder aan de nieuwe Nota Ruimte waarmee de nationale regie op de ruimte wordt hernomen en waarin de grote ruimtelijke keuzes worden gemaakt die nodig zijn voor de ontwikkeling van Nederland voor nu, straks en later. De nieuwe Nota Ruimte biedt een langetermijnvisie op ons land en zal antwoord geven op de vraag hoe we met de schaarse ruimte omgaan en tegelijkertijd onze ambities kunnen waarmaken en hoe we met elkaar vorm en richting willen geven aan de grote opgaven waarvoor we gesteld staan. Daarnaast werken we met andere ministeries, andere overheden en maatschappelijke partners continu aan actualisatie van het ruimtelijk beleid.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Nationaal grondbeleidWaar het ruimtelijk beleid is verbonden met de maatschappelijke opgaven in Nederland gaat het bij grondbeleid om de ontwikkeling en realisatie van die ruimte. Beschikbaarheid van grond en de betaalbaarheid daarvan zijn essentieel voor gebiedsontwikkeling. De prijs moet passen bij de functie en het programma. Kosten van gebiedsontwikkeling moeten, voor zover redelijk, kunnen worden betaald uit de waardestijging.We zetten allereerst in op het verbeteren van de huidige wet- en regelgeving. Daarnaast willen we verder uitwerken hoe we via een planbatenheffing of vergelijkbaar systeem ervoor kunnen zorgen dat de waardestijging als gevolg van een functiewijziging benut kan worden voor gebiedsontwikkelingen en meer specifiek voor de bereikbaarheid en de realisatie van betaalbare huur- en koopwoningen. We werken verder uit hoe we een belasting op onbebouwde grond kunnen vormgeven met als doel woningbouw te bevorderen en speculatie met bouwgrond tegen te gaan. Het bewust vertragen van het realiseren van woningbouw mag immers niet lonen. Tot slot geven we verder uitvoering aan de modernisering van het grondbeleid, om gebiedsontwikkeling voor zowel ontwikkelaar als gemeente haalbaar en betaalbaar te maken.Ruimtelijke informatieVoor een evenwichtige verdeling van de schaarse ruimte, maar ook een effectieve uitvoering van beleid, is ruimtelijke informatie essentieel. Er kan in de planfase met behulp van data over de ondergrond, bodemdaling en het eigendom sneller en betere besluitvorming plaatsvinden, en bij de uitvoering kan schade worden voorkomen doordat bij de aanleg van wegen en gebouwen bijvoorbeeld de locatie van kabels en leidingen inzichtelijk is en zo graafschade wordt voorkomen. In lijn met de meerjarenvisie ‘Zicht op Nederland’ zetten we daarom een volgende stap in het datagedreven werken aan de fysieke leefomgeving. We werken toe naar het streefbeeld waarin elke burger, ondernemer en overheidsorganisatie gebruik kan maken van dezelfde betrouwbare en samenhangende informatie bij het maken, doorwerken, uitvoeren en evalueren van ruimtelijke plannen op lokaal, provinciaal of nationaal niveau. We werken daarbij, net als bij het vormgeven van het ruimtelijk beleid zelf, nauw samen met medeoverheden en betrokken departementen.Ruimtelijke kwaliteitWe staan voor complexe opgaven die een grote impact kunnen hebben op onze directe leefomgeving en de belevingswaarde hiervan. Een goede ruimtelijke ordening op rijksniveau is onontbeerlijk om de vele transities en ruimtevragers een goede plek te geven en het behoud van een goede kwaliteit van onze steden, dorpen en landschappen te borgen. Dit is niet alleen een verdelingsvraagstuk, maar ook een vraagstuk dat actief stuurt op de kwaliteit van de gebieden. Het gaat naast de gebruikswaarde ook om de belevingswaarde nu en in de toekomst. Vanuit het Programma Mooi Nederland werken we aan concrete en innovatieve oplossingen met ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt en met de inzet van ontwerp als instrument om in gebieden partijen samen te kunnen laten werken. Om de uitvoeringskracht vorm te geven brengen we de opgaven concreet in beeld en ontwikkelen we handreikingen. Daarnaast zetten we samen met regio’s werkplaatsen op om gebiedsgericht oplossingen te testen en uitvoering te versnellen.19Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Gebiedsgerichte uitvoeringIn het hoofdlijnenakkoord is er aandacht voor het gebiedsgericht langjarig gezamenlijk investeren en samenwerken om de doelen op gebiedsniveau te realiseren. Met het programma NOVEX is al gestart om gebiedsgericht en in samenspraak met de medeoverheden de uitvoering van de huidige Nationale Omgevingsvisie te versnellen en de ruimtelijke opgaven waar we met elkaar voor staan gezamenlijk op te pakken. Dat doen we via twee sporen: de samenwerking met de provincies en de gebiedsgerichte aanpak in de 16 NOVEX-gebieden.De samenwerking met de provincies stond in 2024 in het teken van de ruimtelijke voorstellen die de provincies in reactie op het startpakket hebben aangeboden aan het Rijk. Vanuit deze ruimtelijke voorstellen werken we toe naar 12 ruimtelijke arrangementen, waarin Rijk en provincie wederkerige, bestuurlijke afspraken vastleggen, die nodig zijn voor het ruimtelijk inpassen en uitvoeren van de nationale opgaven. De ruimtelijke arrangementen worden in de loop van 2025 vastgesteld.In het programma NOVEX leidt de gebiedsgerichte aanpak in 2024 tot het gereedkomen van een toekomstvisie van de NOVEX-gebieden, in de vorm van 16 gezamenlijke ontwikkelperspectieven. Daarin zijn ook de mogelijkheden meegenomen die het rijksvastgoed biedt om bij te dragen aan de gewenste ontwikkelingen. Deze ontwikkelperspectieven vormen het uitgangspunt om per NOVEX-gebied een uitvoeringsagenda op te stellen met concrete stappen over wie wanneer wat doet. Het opstellen van de uitvoeringsagenda’s ronden we in 2025 af. Ook zullen we met de drie nieuwe verstedelijkingsregio’s: Twente, Stedendriehoek en Centraal Limburg (langs intercitystations) onderzoeken wat er nodig is om tot verstedelijkingsstrate­gieën te komen.Regio DealsVia Regio Deals werkt het kabinet samen met bedrijven, kennisinstellingen maatschappelijke organisaties en medeoverheden aan het verbeteren van het leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in heel Nederland. Elke regio telt. Er zijn Regio Deals gesloten in 2023 en 2024. In 2025 wordt de zesde ronde Regio Deals gesloten. Daarna willen we Regio Deals samen met bedrijven, kennisinstellingen en medeoverheden uitbouwen tot strategische investeringsagenda’s, op het gebied van onder andere onderwijs, bereikbaarheid, economie en zorg. Daar waar deze agenda’s samenvallen met andere programma’s zet het kabinet in op het elkaar laten versterken van de verschillende aanpakken. Hierin komen de aanpakken van NPLV, NOVEX en Elke regio telt samen met de doorontwik­keling van Regio Deals: in deze gebieden wordt gewerkt aan één agenda tussen rijk en regio met een focus die passend is bij de regionale opgaven en de ambities van het kabinet.OmgevingswetLopende implementatie en uitvoering in 2025Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is een belangrijke stap gezet in de stelselwijziging in de fysieke leefomgeving. Het gaat om een ontwikkeling in fases die de komende jaren nog doorlopen. Medeoverheden, het Rijk, maatschappelijke partners en bedrijven geven de opgave om anders te gaan samenwerken verder vorm door de inzet van (nieuwe) instrumenten onder de Omgevingswet en de maatschappelijke doelen. De overgangstermijnen van de in de wet genoemde in gebruik te nemen instrumenten lopen nog door. De coördinerende rol van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wordt mede ingevuld door 20Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 op aanpassingen van regelgeving van het stelsel van de Omgevingswet structureel een stelselcheck te verrichten. Zo waarborgen we de uitgangs­punten en de wetgevingskwaliteit. Ook wordt in 2025 verzamelwetgeving voorzien om juridische onvolkomenheden of onduidelijkheden in het stelsel van de Omgevingswet op te heffen.Het gaan werken als één overheid kan nu verder worden ingevuld, zodat dit bij kan dragen aan het integraal en sneller zorgen voor besluitvorming, waar voorheen aanvragen met aparte besluitvorming bij diverse overheden nodig was. De praktijkervaringen met de nieuwe keten in de fysieke leefom­geving worden gebruikt om de uitvoering in werkwijze, de techniek en beleid en regelgeving in de fysieke leefomgeving verder te ontwikkelen. De komende jaren werken we verder aan de afbouw, doorontwikkeling en uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Op basis van gebruikerservaringen met het DSO werken we aan het in stappen realiseren van een duidelijk, voorspelbaar omgevingsrecht waarbij de fysieke leefom­geving centraal staat en dat beter inzichtelijk en te gebruiken is dan de oude stelsels. Daarnaast worden de bevoegd gezagen ondersteund in de wijzigingen in werkwijze en proces om te gaan werken als één overheid en het gebruiken van de instrumenten van de Omgevingswet en de toepassing ervan in de fysieke leefomgeving.Monitoring en evaluatie in 2025Met behulp van input uit de uitvoeringspraktijk, inzichten van de Regerings­commissaris en adviserende instanties, de monitor Werking Omgevingswet en de vijfjaarlijkse evaluatie door de ingestelde onafhankelijke Evaluatie­commissie, houden we zicht op de werking van de Omgevingswet in de praktijk en het op termijn behalen van de doelen van de wet. In 2025 worden de eerste rapportages over 2024 hiervoor opgeleverd op basis van de Monitor Werking Omgevingswet en de Monitor Financiële Effecten. Daarnaast wordt in 2025 een invoeringstoets uitgevoerd naar de werking van regelgeving in de praktijk.2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutatiesTabel 5 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024 (incl. amendementen) (H VII) (art. 3, 4, 5, 9, 12 en Regio Deals en NPLV)29.268.9558.357.9587.646.6847.605.5667.694.107‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024 (Inclusief nota van wijziging op de eerste suppletoire begroting 2024 (H VII) (art. 3, 4, 5, 9, 12 en Regio Deals en NPLV)415.853536.682335.610203.924192.1258.034.906Belangrijkste mutaties1) Desaldering Waarborgfonds Sociale Woningbouw111.078000002) Desaldering Nationale Hypotheekgarantie170.072000003) Opschalen woningbouw1025.00025.00025.00025.00025.0004) Uitvoering woningbouw1011.80022.30023.55027.35022.2505) Grootschalige woningbouwgebieden10180.000340.000440.000188.000100.0006) Woningbouwimpuls 2.010100.050100.00090.00090.00090.0007) Realisatiestimulans100361.900441.500516.100568.7008) Uitvoering wet betaalbare huur gemeenten10‒ 19.256‒ 16.406‒ 9.150‒ 7.352‒ 6.5009) Vertraging wet vereenvoudiging huurtoeslag10‒ 113.000000010) Vertraging wet versterking regie volkshuisvesting1‒ 37.0000000011) Kasschuif wooncoöperaties1‒ 38.78038.780000021Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Art.202412025202620272028202912) Kasschuif ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting1‒ 25.000‒ 1.00023.700002.30013) Kasschuif wet versterking regie volkshuisvesting1‒ 58.30058.300000014) Kasschuif regiocentra1‒ 10.00010.00000015) Kasschuif grootschalige woningbouw1‒ 86.83886.838000016) Verhoging huurtoeslag10215.000500.000500.000500.000500.00017) Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed2‒ 10.000‒ 65.712000018) Maatschappelijk vastgoed fonds20‒ 25.000000019) Aanpak funderingsschade2014.00014.00014.00014.000020) Kasschuif Subsidie Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen2‒ 5.000‒ 9.800‒ 30.00014.80015.00015.00021) Kasschuif DUMAVA scholen2‒ 47.0000047.0000022) Kasschuif DUMAVA2‒ 101.51511.147‒ 13.49678.43925.425023) Beheerbijdrage Digitaal Stelsel Omgevingswet316.15519.30422.52125.77229.07832.21924) Bijdrage Serviceteam Rijk38.4080000025) Korting Regiodeals300‒ 12.74900026) Kasschuif omgevingswet3‒ 14.810008.3106.500027) Taakstelling Subsidiesdiv0‒ 10.624‒ 28.562‒ 43.323‒ 43.645‒ 28.179Overige mutaties‒ 6.120‒ 33.351‒ 15.26324.22722.03027.831Stand ontwerpbegroting 20259.350.1589.387.1169.275.2399.489.6159.293.7189.383.5271De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.2nota van wijziging op de ontwerpbegroting )Toelichting1. Desaldering Waarborgfonds Sociale WoningbouwDe begrotingsreserve Waarborgfonds Sociale Woningbouw wordt, via een desaldering van artikel 11 van het ministerie van BZK, opgehoogd met een terugbetaling van € 11,1 mln. voor niet benodigde saneringsmiddelen.2. Desaldering Nationale HypotheekgarantieVoor de achtervangfunctie van het Rijk bij de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) draagt het Waarborgfonds Eigenwoning (WEW) een achtervangver­goeding af aan het Rijk. In 2023 bedroeg deze afdracht 0,3% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2023 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 2023, ter grootte van afgerond € 70,1 mln., ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort. Ultimo eind 2023 bedroeg de risicovoorziening cumulatief € 446,4 mln.3. Opschalen woningbouwVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor het stimuleren van innovatie en het wegnemen van belemmeringen in het woningbouwdomein. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.4. Uitvoering woningbouwVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor het de uitvoering van verschillende maatregelen in het kader van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 5. Grootschalige woningbouwgebiedenDit betreft een overboeking van HLA-middelen vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën ten behoeve van maatregelen op het terrein van grootschalige woningbouwlocaties en grond. De middelen zijn zowel bestemd voor de bestaande 17 grootschalige woningbouwlocaties, als de nieuw aan te wijzen grootschalige woningbouwlocaties.6. Woningbouwimpuls 2.0Vanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor de Woningbouwimpuls 2.0. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.7. RealisatiestimulansVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor de Realisatiestimulans. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën.8. Uitvoering Wet betaalbare huur gemeentenDit betreft een overboeking naar het gemeentefonds voor de uitvoering Wet betaalbare huur. Met de Wet betaalbare huur krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot maximale huurprijzen, maximale huurprijsstijgingen en de informatieplicht voor verhuurders om huurders op de hoogte te stellen van de maximale huurprijs. De middelen zijn bedoeld voor de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel (het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op die meldingen).9. Vertraging wet vereenvoudiging huurtoeslagAls gevolg van vertraging van de wet vereenvoudiging huurtoeslag vallen er middelen vrij in 2025.10. Vertraging wet versterking regie volkshuisvestingVanwege de latere ingangsdatum van de wet versterking regie op de volkshuisvesting vallen er incidenteel middelen vrij in 2024.11. Kasschuif wooncoöperatiesDe Tweede Kamer heeft bij de begrotingsbehandeling € 40 mln. beschikbaar gesteld voor een fonds voor wooncoöperaties (Kamerstukken II 2023/24, 36410 VII, nr. 29). Dit fonds wordt momenteel uitgewerkt maar het duurt langer om de knelpunten voor wooncoöperaties te identificeren. De verwachting is dat dit fonds in 2025 wordt opgericht. De middelen worden daarom doorgeschoven naar 2025.12. Kasschuiven ontmoetingsruimtes in ouderenhuisvestingDe Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) wordt in 2024 opengesteld tot en met september 2025. Uitbetaling en vaststelling vindt plaats vanaf 2026. De regeling wordt daarom via een kasschuif van 2024 en 2025 naar 2026 en 2029 in het juiste betalings­ritme gezet.Verder worden op basis van de kasprognose van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de betalingen voor de eerste en tweede tranche van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimte in Ouderenhuisvesting via een kasschuif van 2024 naar 2025 en 2026 geschoven om zo in het juiste betalingsritme te staan.23Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 13. Kasschuif wet versterking regie volkshuisvestingDe wet versterking regie volkshuisvesting had een verwachte ingangs­datum van 1 juli 2024, maar de Wet is niet voor deze datum door beide Kamers behandeld. De verwachte ingangsdatum is nu 1 januari 2025, hierdoor schuiven de incidentele kosten door naar 2025. Via een kasschuif zijn deze middelen daarom van 2024 naar 2025 doorgeschoven.14. Kasschuif regiocentraDit betreft een kasschuif voor de Regio Deals van de vijfde tranche voor de regiocentra Groningen. De bijdrage ten behoeve van de regiocentra Groningen schuift één jaar op omdat de uitkering pas in 2025 kan plaats­vinden, dit komt omdat het convenant pas wordt getekend in 2025.15. Kasschuif grootschalige woningbouwVRO draagt bij aan de voorfinanciering van publieke tekorten in de grond­exploitaties van woningbouwprojecten/gebiedsontwikkelingen. Na besluit­vorming in het najaar van 2024, onder andere via het BO MIRT, kan in 2025 worden overgegaan op uitkering. Middels deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme gezet. 16. Verhoging huurtoeslagIn het hoofdlijnenakkoord is in 2025 € 215 mln. beschikbaar en structureel vanaf 2026 € 500 mln. voor de huurtoeslag beschikbaar gemaakt.17. Verduurzaming Maatschappelijk VastgoedDit betreft in 2024 een overboeking van € 10,0 mln. naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van het verduurzam­funderingen van gebouwen van amateursverenigingen. In 2025 worden middelen overgeboekt naar andere begrotingshoofdstukken ten behoeve van de verduurzaming van vastgoed van het Rijk. Er wordt onder meer € 42,4 mln. aan het ministerie van Defensie, € 15,2 mln. aan het COA en € 6,3 mln. aan de Politie beschikbaar gesteld.18. Maatschappelijk vastgoed fondsDit betreft een overboeking naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) voor monumenten bij het Nationaal Restauratie­fonds (NRF) en worden ingezet voor de regeling Duurzame Monumenten Lening (DML) plus.19. Aanpak funderingsschadeEr is de komende vier jaar € 56 mln. beschikbaar voor de aanpak van funde­ringsschade. Daarmee kan onder andere een landelijk informatiepunt voor funderingsproblematiek worden ingericht en kan de informatievoorziening worden verbeterd.20. Kasschuif Subsidie Verduurzaming en Onderhoud HuurwoningenBij de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) gaat het om subsidie aan kleine particuliere verhuurders gericht op verduurzaming en onderhoud. Het verduurzamingstempo in deze sector en verduurzamingsurgentie bij deze doelgroep van kleine verhuurders is niet groot. De inzet is dat per 2029 slechte labels EFG uitgefaseerd worden. Vanwege deze beoogde normering worden middelen van 2024 tot en met 2026 doorgeschoven naar 2027 tot en met 2029.24Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 21. Kasschuif DUMAVA scholenHet kasritme van de middelen DUMAVA scholen wordt aangepast. Het budget wordt naar achteren geschoven. Er wordt € 47,0 mln. van 2024 naar 2027 door geschoven. De scholen hebben meer tijd nodig om de aanvragen voor te bereiden voor deze middelen.22. Kasschuif DUMAVAHet kasritme van de middelen DUMAVA wordt aangepast. Regelingen starten later en de aanvragen voor de subsidieregeling lopen minder hard dan verwacht. Verder komen projecten dit jaar niet tot meer tot afronding. Een deel van de aanvragen komen dit jaar niet meer tot betaling doordat vaststellingen worden uitgesteld. Het budget wordt naar achteren geschoven van 2024 naar de jaren 2025, 2027 en 2028.23. Beheerbijdrage Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)Dit betreft diverse overboekingen van andere ministeries voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiervoor wordt een in 2024 bijdrage van € 10,5 mln. gedaan door het gemeentefonds, € 4,4 mln. door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en € 1,2 mln. door diverse andere ministeries. De bijdragen van het gemeentefonds en het ministerie van IenW lopen richting 2029 stapsgewijs op naar een bijdrage van € 25,1 mln. gedaan door het gemeentefonds en € 5,6 mln. door het ministerie van IenW.24. Bijdrage Serviceteam RijkDit betreft de meerjarige bijdragen van de ministeries van LVVN, EZ, IenW, OCW en Defensie aan het Serviceteam Rijk.25. Korting RegiodealsIn het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat de specifieke uitkeringen worden overgeheveld naar het gemeente- of provinciefonds met een budgetkorting van 10 procent. Voor de Regiodeals wordt deze korting nu verwerkt.26. Kasschuif omgevingswetDit betreft een kasschuif om het investeringsbudget Digitaal Stelsel Omgevingswet onderdeel Landelijke Voorziening (DSO-LV) op basis van de meest recente ramingen in het juiste kasritme te zetten.27. Taakstelling subsidiesIn het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat rijksbreed wordt bezuinigd op subsidies. Dit betreft de bijdrage die wordt gedaan vanuit de subsidies op de begroting van VRO.Tabel 6 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024 (H VII) (art. 3, 4, 5 en 9)566.899459.299436.435432.987426.287‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024 (H VII) (art. 3, 4, 5 en 9)114.24824.60042.23534.44041.775463.559Belangrijkste mutaties1) Desaldering Nationale Hypotheekgarantie170.072000002) Desaldering woningbouwimpuls13.000000003) Desaldering SPUK ventilatie scholen21.282000004) Desaldering RVO opdrachten21.326000005) Desaldering bijdrage IPO beheer DSO32.6950000025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Art.20241202520262027202820296) Desaldering bijdrage UvW beheer DSO32.24600000Overige mutaties2.40500000Stand ontwerpbegroting 2025764.173483.899478.670467.427468.062463.5591De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Toelichting1. Desaldering Nationale HypotheekgarantieVoor de achtervangfunctie van het Rijk bij de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) draagt het Waarborgfonds Eigenwoning (WEW) een achtervangver­goeding af aan het Rijk. In 2023 bedroeg deze afdracht 0,3% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2023 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 2023, ter grootte van afgerond € 70,1 mln., ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort. Ultimo eind 2023 bedroeg de risicovoorziening cumulatief € 446,4 mln.2. Desaldering woningbouwimpulsEen van de woningbouwprojecten voldoet na aanpassingen niet langer aan de eisen van de Woningbouwimpuls (WBI), daarom is er € 3 mln. teruggevorderd van de gemeente Leiden. Via een desaldering worden de middelen weer toegevoegd aan het WBI-budget.3. Desaldering SPUK ventilatie scholenOm aan de verplichtingen te voldoen die voortkwamen uit toegekende bezwaren van aanvragers voor de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen zijn middels een desaldering ontvangsten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) weer toegevoegd aan het budget.4. Desaldering RVO opdrachtenDe ontvangsten van de vastgestelde jaaropdrachten 2022-2023 van de RVO worden via een desaldering weer toegevoegd aan het budget.5. Desaldering bijdrage IPO beheer DSODit betreft de ontvangen bijdrage van het Inter Provinciaal Overleg (IPO) voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzieningen. Via een desaldering worden deze ontvangsten toegevoegd aan het DSO-budget .6. Desaldering bijdrage UvW beheer DSODit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen (UvW) voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzie­ningen. Via een desaldering worden deze ontvangsten toegevoegd aan het DSO-budget.2.3 2.3 Overzicht Herstel- en VeerkrachtplanOp 4 oktober 2022 is het definitieve Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) goedgekeurd. Het definitieve Nederlandse HVP bestaat uit 49 maatregelen. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) geeft uitvoering aan de volgende vijf maatregelen:Op het beleidsterrein van VRO:–Regie op de aanbodzijde van de woningmarkt.26Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 –Aanscherping inkomensafhankelijke hogere huurverhoging.–Versnellen van proces en procedures bij realiseren van woningbouw.–Woningbouwimpuls.–Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed.Nederland werkt hard aan de implementatie van het HVP. In het voorjaar van 2024 heeft Nederland het eerste betalingsverzoek ter waarde van € 1,4 miljard bij de Europese Commissie ingediend. Daarnaast is Nederland voornemens om medio november 2024 het tweede betalingsverzoek en medio juni 2025 het derde betaalverzoek bij de Europese Commissie in te dienen.VRO is voor de relevante maatregelen verantwoordelijk voor het borgen van de financiële belangen van de Unie. Voor het derde betaalverzoek is VRO specifiek verantwoordelijk voor de uitvoering van en verantwoording over woningbouwimpuls. Hiervan is de eerste mijlpaal van 10.000 woningen startbouw gerealiseerd.2.4 OpenbaarheidsparagraafActieve openbaarmakingOns departement ontwikkeld goede voorbeelden (‘best practices’) op het gebied van actieve openbaarmaking. In 2024 heeft dit geleid tot een ‘topdossier-aanpak’. We inventariseren regelmatig welke thema’s in de maatschappelijke belangstelling staan en dus in aanmerking komen voor proactieve openbaarmaking. Vervolgens overleggen we met de betrokken beleidsafdelingen hoe het dossier op orde te krijgen en hoe relevante stukken actief openbaar te maken. Het dossier dat in 2024 aan bod is gekomen is de Omgevingswet. In 2024 is het verslag van het Bestuurlijk Overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening (BO VRO) structureel actief openbaar gemaakt.Naar aanleiding van de structurele openbaarmaking van de BO VRO verslagen, is ook het proces in gang gezet om het verslag van de Bestuursraad structureel actief openbaar te maken. In 2025 zal worden onderzocht bij welke hoog ambtelijke overleggen het verslag structureel openbaar gemaakt kan worden. Hiernaast blijft er inzet gepleegd worden op het vlak van sociale veiligheid en de kennis en kunde om de stukken zo te schrijven dat ze makkelijk openbaar gemaakt kunnen worden.Tot slot is in 2024 gestart met het ontwikkelen van een standaard werkwijze rondom actieve openbaarmaking. In 2025 zal inzet worden gepleegd op het verder toepassen daarvan.Passieve openbaarmakingUitgangspunten voor de passieve openbaarmaking, zijn zowel het versnellen van de afhandeling als het verbeteren. Verbeteren doen we vooral door het centraal zetten van de verzoeker.Verzoeker centraalIn 2024 zijn diverse experimenten gestart over andere manieren van afhandelen. Een van de experimenten betrof het binnen enkele weken opleveren van de 10 tot 50 belangrijkste documenten aan de verzoeker. Op basis daarvan start het vervolggesprek met de verzoeker over de nog openstaande informatiebehoefte. Daarmee krijgt de verzoeker binnen de wettelijke termijn de eerste informatie en wordt de workload voor de 27Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 organisatie minder. Ook bieden we de verzoekers meerdere mogelijkheden om de informatievraag te beantwoorden. Samen met de verzoeker bepalen we de beste aanpak voor het verzoek.Versnellen van de afhandelingHet Woo-team dat in het najaar van 2023 is gestart, is in 2024 uitgebreid met nog meer specialisten, die de beleidscollega’s ondersteunen en ontzorgen. Het team is daarnaast ook gegroeid qua expertise en ervaring. In 2024 is ook gestart met een datagedreven aanpak voor de afhandeling van Woo-verzoeken, de zogenoemde ‘Groningse Aanpak’. De verzoeker bepaalt samen met de zoekspecialist de juiste zoektermen waarop gezocht wordt. Slimme tooling selecteert op basis van de ‘queries’ de relevante informatie uit de verschillende informatiebronnen. In 2024 is hiermee een begin gemaakt en in 2025 ontwikkelen we deze nieuwe werkwijze stapsgewijs verder.Verbetering van de informatiehuishoudingInformatie die je niet kunt vinden kun je niet openbaar maken. Goede infor­matiehuishouding (IHH) is de basis voor een open en transparante overheid. Alle beleidsdirecties van VRO hebben daarom verbeterplannen opgesteld en werkafspraken vastgelegd om de kwaliteit van de informatiehuishouding te borgen. De voortgang van deze plannen wordt bijgehouden en de te maken stappen worden geactualiseerd. Concreet is tot doel gesteld om het volwassenheidsniveau van de informatiehuishouding omhoog te brengen naar niveau 3 (van 4). In 2023 is wel voortgang geboekt, maar niveau 3 is niet gehaald. Daarom zijn nieuwe deadlines gesteld om de benodigde voortgang te boeken richting de nieuwe meting van najaar 2024. Die uitkomsten van die meting zijn input voor de activiteiten van 2025.Actielijn 1, Informatieprofessionals: In de deze actielijn wordt gewerkt aan organisatieontwikkeling en communicatie. Het takenpakket van het team van informatiecoördinatoren omvat onder meer het ondersteunen van beleidsdirecties bij het opstellen en implementeren van werkafspraken en verhogen van het kennisniveau van medewerkers. Daarnaast is er een aanspreekpunt om de inzet uitvoeringsorganisaties te ondersteunen. Het team wordt voor 2025 verstevigd met capaciteit voor kwaliteitsmoni­toring en praktische ondersteuning. Gedurende 2024 wordt verder geïnves­teerd in goede onboarding en offboarding, zodat medewerkers goed met informatie omgaan. Momenteel loopt een pilot met een verplichte kennistoets. Uitgangspunt hierbij is dat elke medewerker over tenminste een bepaald minimaal kennisniveau moet beschikken waar het gaat over het goed omgaan met informatie. Afhankelijk van de uitkomst van de pilot zal deze in 2025 ofwel verplicht uitgerold worden over de hele organisatie ofwel als vrijblijvend hulpmiddel aangeboden worden.Actielijn 2, Aard en volume van informatie: Binnen deze actielijn wordt gewerkt aan het beter archiveren, doorzoekbaar en vindbaar maken van informatie. Daarnaast wordt ingezet op het goed archiveren van chatbe­richten, sociale media en emailberichten. Daarnaast wordt gewerkt aan een publicatieplatform voor het openbaar maken van informatie.Actielijn 3, informatiesystemen: Hierbij wordt aangesloten bij een initiatief vanuit CIO-Rijk om te werken aan een Werkomgeving van de Toekomst. Ook wordt halverwege 2024 de stap gemaakt naar de online versie van Digidoc, het documentmanagementsysteem. Deze online versie is gebruiksvriende­lijker van de eerdere, lokaal geïnstalleerde versie van Digidoc.28Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Actielijn 4, Bestuur en naleving: Binnen deze actielijn wordt onder meer gewerkt aan de ontwikkeling van dashboards en een zaaksysteem om beter te kunnen sturen op de kwaliteit van informatiehouding en het tijdig afhandelen van Woo verzoeken. Een dashboard Woo-verzoeken staat inmiddels en wordt voortdurend doorontwikkeld. Daarnaast worden elk kwartaal rapportages geleverd aan de directies om te helpen sturen op de informatiehuishouding, die voortdurend aangevuld worden met nieuwe stuurinformatie. Er wordt gewerkt aan een kader en capaciteit voor kwaliteitsmonitoring, waarbij het werken met ‘in control verklaringen’ een centraal element is. Bij positieve besluitvorming zal deze werkwijze naar verwachting in het najaar van 2024 van start gaan en doorlopen in 2025.2.5 Strategische Evaluatie AgendaDe Strategische Evaluatie Agenda (SEA) is een instrument dat is ontwikkeld aan de hand van de vierde voortgangsrapportage Inzicht in Kwaliteit (Kamerstukken II 2020/21, 31865, nr. 184). De SEA biedt een overzicht van de beleidsthema’s, een korte toelichting op de inzichtbehoefte per thema, en een daarbij passende agendering van evaluatieonderzoek. Het doel is om meer inzicht in de beleidsthema’s te krijgen, en continue verbetering van beleid en uitvoering te stimuleren.De SEA bevat een overzicht van alle geplande periodieke rapportages SEA thema eens in de vier tot zeven jaar. Ook biedt de SEA een overzicht van alle overige ex ante, ex durante en ex post onderzoeken naar de doelma­tigheid en doeltreffendheid van beleid. Hieronder vallen ook de evaluaties van subsidies en andere instrumenten, agentschappen en zelfstandige bestuursorganen (ZBO).Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda bevat een nadere toelichting op de SEA. Hierin is een formulering van de kennisbehoefte per richtingwijzer van VRO opgenomen. Daarnaast kan daar de volledige onderzoeksprogrammering per thema gevonden worden.Tabel 7 Strategische EvaluatieagendaThemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekBegrotingsartikel(en)Meer regie op betaalbare en duurzame woningen voor iedereenEx post2024AfgerondBeleidsdoorlichting Woningmarkt en Woningbouw1.1 Woningmarkt en 1.3 WoningbouwEx post2027Te startenPeriodieke rapportage Woningmarkt en WoningbouwEx post2026Te startenPeriodieke rapportage Energietransitie gebouwde omgeving2.1 Energietransitie en duurzaamheidEx post2027Te startenPeriodieke rapportage Bouwregelgeving en bouwkwaliteit2.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteitEx post2026Te startenPeriodieke rapportage Uitvoering Rijksvastgoedbeleid4 Uitvoering RijksvastgoedbeleidMeer regie op een evenwichtige en duurzame verdeling van ruimteEx post2027Te startenPeriodieke rapportage NOVI en Nota Ruimte3.1 Ruimtelijke ordening en 3.3 Bestuur en regioEx post2027Te startenPeriodieke rapportage Omgevingswet3.2 OmgevingswetVoor het meest recente overzicht van afgeronde evaluaties en beleids­doorlichting zie: Jaarverslag BZK 2023, bijlage 3: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek.29Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 2.6 Overzicht RisicoregelingenTabel 8 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)Art.OmschrijvingUitstaande garanties 2023Geraamd te verlenen 2024Geraamd te vervallen 2024Uitstaande garanties 2024Geraamd te verlenen 2025Geraamd te vervallen 2025Uitstaande garanties 2025Garantie­plafondArtikel 1 WoningmarktHerplaatsingsgarantie0250.4600250.460393.1820643.642783.000Totaal0250.4600250.460393.1820643.642783.000Tabel 9 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)Art.OmschrijvingUitgaven '23Ontvangsten '23Stand risico­voorziening t-2Saldo '23Uitgaven '24Ontvangsten '24Stand risico­voorziening t-1Saldo '24Uitgaven '25Ontvangsten '25Stand risico­voorziening tSaldo '25Artikel 1 WoningmarktHerplaatsingsgarantie00136.7000015.500250.98815.50005.400250.9885.400Totaal00136.7000015.500250.98815.50005.400250.9885.400HerplaatsingsgarantieToelichtingOm de woningnood aan te pakken zet het Kabinet onder andere in op een financiële herplaatsingsgarantie voor flexwoningen. Kern van de garantie is het vergroten van de kans op vervolglocaties na de eerste exploitatie op de tijdelijke locatie en – in het geval dat dat niet lukt – een mogelijke financiële uitkering als de woning verkocht moet worden. De garantie kent een totale looptijd van maximaal veertig jaar. Op 2 mei 2023 is het toetsingskader financiële herplaatsingsgarantie gepubliceerd (Kamerstukken II, 2022/2023, 32 847, nr. 1037, blg. 1089724) en is de regeling opengesteld voor aanvragen.Het kabinet heeft voor deze risicoregeling € 220 mln. beschikbaar gesteld en het garantieplafond vastgesteld op maximaal € 783 mln. De genoemde ramingen zijn gebaseerd op het expert judgement van Finance Ideas (Kamerstukken II, 2022/2023, 32 847, nr. 1037, blg. 1089725). Naar verwachting creëert de garantie een multipliereffect, waarbij slechts een deel van de woningen die onder de garantie vallen daadwerkelijk een uitkering uit de garantie behoeven. Bij het aangaan van een garantie kan voor het eerst na tien jaar exploitatie een uitkering plaatsvinden. De financiële uitkering is dan gebaseerd op het verschil tussen de marktwaarde en de vastgestelde boekwaarde, gepaard met een risicoverdeling tussen partijen waarbij het Rijk 60% en de gemeente 25% betaalt, en de inves­teerder een eigen risico van 15% draagt. Daarnaast leveren investeerders een eigen bijdrage van € 1.000 per woning als een garantie aan hen wordt verleend. Deze bijdrage wordt toegevoegd aan het budget voor de garantieregeling. De middelen bedoeld voor eventuele uitkeringen worden ondergebracht in een risicovoorziening.Om overschrijding van de beschikbaar gestelde middelen te voorkomen, wordt jaarlijks een prognose en verantwoording over het aantal verstrekte garanties verstrekt. De garantie wordt na één jaar incidenteel en na vijf jaar meerjarig geëvalueerd. Na het twaalfde jaar, twee jaar nadat de eerste aanspraken zich hebben voorgedaan, volgt een tweede incidentele evaluatie.30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)Tabel 10 Achterborgstellingen Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)Omschrijving202312024220252Achterborgstelling88.55297.933111.232Bufferkapitaal584576637Obligo1182693Stand risicovoorzieningn.v.t.n.v.t.n.v.t.1Bron: Jaarrekening WSW.2PrognoseToelichtingHet Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zorgt dat de deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten. Dit doet het WSW door borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichting van door het WSW geborgde leningen van woningcorporaties. Op het moment dat een woningcorporatie niet aan de rente- en aflossingsverplichting voor een door WSW geborgde lening voldoet, kan een geldverstrekker aanspraak doen op het WSW.Het Rijk en de gemeenten vormen de achtervang voor het WSW. Dit houdt in dat het Rijk en de gemeenten (beide voor 50%) een renteloze lening aan het WSW verstrekken, indien het WSW onvoldoende liquide middelen heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen.WSW beschikt over een eigen risicovermogen/bufferkapitaal en kan daarnaast indien nodig een jaarlijkse obligoheffing van maximaal 0,34% van het uitstaande saldo van geborgde leningen in rekening brengen bij de deelnemende woningcorporaties, evenals gecommitteerd obligo opvragen tot 2,6% van het saldo geborgde leningen. De door het WSW geborgde leningen worden gedekt door onderliggend woningbezit met een maximale Loan to Value (LTV) van 85%.Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus opgevangen door WSW en de corporatiesector zelf via bufferkapitaal en obligo. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is tot op heden nog nooit aangesproken. In de opzet, toepassing en beheersing van zijn activiteiten spant WSW zich optimaal in om te sturen op een omvang van het risicokapitaal dat met een kans van 99% voldoende is om mogelijke verliezen van WSW te dekken. De Autoriteit Woningcorpo­raties ziet toe op de naleving van de afspraken over het risicomanagement bij WSW. Uit de meest recente kapitaaltoereikendheidstoets blijkt dat het beschikbare kapitaal van het WSW boven het vereiste niveau ligt.Per eind 2023 heeft WSW € 88,6 mld. (inclusief WSG en SHH) aan leningen geborgd. Het geborgd volume is ten opzichte van 2022 met €  3,4 mld. gestegen. Het bufferkapitaal nam in 2023 met € 99 mln. toe door obligo­heffing bij de deelnemende woningcorporaties. Het obligo steeg in lijn met het geborgd volume.31Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)Tabel 11 Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) (bedragen x 1. mln.)Omschrijving202312024220252Achterborgstelling198.968209.998220.794Risicodragend gegarandeerd vermogen6.845geen prognosegeen prognoseBufferkapitaal1.6801.7591.849Obligon.v.t.n.v.t.n.v.t.Stand risicovoorziening4465276091Bron: Jaarrekening WEW.2PrognoseToelichtingDe Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is de uitvoerder van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het Rijk vormt de achtervang van het WEW. Dit betekent dat het Rijk een achtergestelde renteloze lening aan het WEW zal verschaffen zodra het WEW onvoldoende vermogen heeft om aanspraken op de garantstelling te kunnen betalen. Tot 2011 vormde het Rijk samen met de gemeenten de achtervang van het WEW. Vanaf 1 januari 2011 vervult alleen het Rijk deze rol. Voor de oude gevallen blijven de gemeenten verantwoordelijk voor 50% van de achtervang. Een geldnemer betaalt voor een hypothecaire lening met NHG een eenmalige premie van 0,6% aan het WEW, waarvan het WEW 0,3%-punt afdraagt aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervang vergoeding wordt gestort in de in de tabel genoemde risicovoorziening waaruit een eventuele aanspraak op de achtervang allereerst zal worden opgevangen. De premiemethodiek, waaronder de afdracht aan het Rijk, wordt in 2024 geëvalueerd.Het gegarandeerd vermogen is het bedrag aan hypotheken waarop een NHG is afgegeven verminderd met het bedrag aan garanties dat is vervallen door volledige aflossing, oversluiting of gedwongen verkopen verminderd met de annuïtaire daling van de garantie. Nieuwe garanties zullen een positief effect op het gegarandeerd vermogen hebben. Het gegarandeerd vermogen is geen weergave van het risico dat het WEW en de overheid (als achtervanger van het fonds) lopen. Tegenover de hypothecaire leningen staat de actuele waarde van de desbetreffende woningen. Het risicodragend gegarandeerd vermogen is het vermogen gecorrigeerd voor de waarde van de desbetreffende woningen bij gedwongen verkoop en is daarmee een inschatting van de maximale schadelast voor het WEW als alle lopende hypotheekgaranties uitmonden in een gedwongen verkoop. Eind 2023 bedroeg het risicodragend gegarandeerd vermogen € 6,8 mld.32Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 3. Beleidsartikelen3.1 Artikel 1. WoningmarktA. Algemene doelstellingEen vrij toegankelijke, vraaggerichte woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben.B. Rol en verantwoordelijkheidHet toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig mogelijk maken van de woningmarkt lukt alleen door veel samen te werken en alle belangen af te wegen. Als Rijksoverheid, met provincies, gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen, investeerders, projectontwikkelaars, bouwers, makelaars en vele anderen. Ieder heeft een eigen rol, maar altijd samen met anderen.De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) jaagt die samenwerking aan, door zoveel mogelijk belemmeringen weg te nemen, perspectief te bieden in wetten en regels en door het bewaken van de kwaliteit en duurzaamheid van bouwen en wonen, zodat prettig en betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk is én blijft.Beleid en regelgevingOnder meer via de Wet op de huurtoeslag (WHT), de huur(prijs)regulering en maatregelen ten aanzien van de koopwoningmarkt is de minister verant­woordelijk voor het beleid en de regelgeving met betrekking tot de betaal­baarheid van het wonen. Tevens is de minister medeverantwoordelijk voor de regelgeving met betrekking tot de fiscale behandeling van de eigen woning en de hypothecaire leennormen.De minister is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de huurtoeslag. Tevens is de minister verantwoordelijk voor het budgettair beheer van de huurtoeslag op grond van de WHT.RegisserenDe minister voert de regie over een heldere verdeling van rollen en verant­woordelijkheden van de verschillende partijen op het terrein van wonen. Tevens voert de minister de regie ten aanzien van het bevorderen van een evenwichtige omvang en verdeling van de woningvoorraad.De minister is verantwoordelijk voor de regelgeving ten aanzien van (het stelsel van) woningcorporaties. Woningcorporaties zijn via de Woningwet (Wonw) gebonden aan een begrensd werkdomein waarbinnen zij werkzaamheden met staatssteun mogen uitvoeren. Deze zijn het bouwen, verhuren en beheren van woningen met een lage huur voor huishoudens met een laag inkomen en andere doelgroepen die op de reguliere woningmarkt moeilijk een woning kunnen vinden.Tevens draagt de minister zorg voor het kapitaalmarktbeleid betreffende investeringen in de woningmarkt, bijvoorbeeld via het beleid ten aanzien van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).33Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 UitvoerenDe minister draagt zorg voor een adequate uitvoering van een laagdrem­pelige beslechting van huurgeschillen. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7:249 t/m 7:261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcom­missie, evenals de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie (DHC), is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).StimulerenDe minister is er verantwoordelijk voor om de leefsituatie en het perspectief van bewoners in de kwetsbaarste gebieden te verbeteren, stimuleert de minister de interdepartementale en interbestuurlijke samenwerking via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De minister faciliteert alle betrokken partijen door zorg te dragen voor kennisontwikkeling en –verspreiding.C. BeleidswijzigingenHuurtoeslagIn het hoofdlijnenakkoord is structureel € 500 mln. extra voor de huurtoeslag beschikbaar gemaakt. De invulling van deze middelen gebeurt via vier maatregelen.–Meerpersoonshuishoudens met een huur tussen de aftoppingsgrens en de maximum huurgrens krijgen over dit huurdeel 40% vergoeding, waar nu 0% wordt vergoed.–Huurtoeslagontvangers onder de AOW-leeftijd en met een laag inkomen zullen erop vooruit gaan, doordat de inkomensparameters worden gelijk getrokken met die van AOW-huishoudens.–Huurtoeslagontvangers met een laag middeninkomen zullen voordeel krijgen van de invoering van de lineaire afbouw, omdat de marginale druk gelijk wordt getrokken over de hele afbouw naarmate het inkomen stijgt.–Alle huurtoeslagontvangers krijgen vanaf 2026 een lagere eigen bijdrage en ontvangen hierdoor € 11,58 huurtoeslag meer per maand.De kwaliteitskortingspercentages worden geharmoniseerd. Het huurdeel tot de kwaliteitskortingsgrens (€ 454,47) wordt volledig vergoed, na aftrek van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Voor de huurdelen daarboven gelden zogenoemde ‘kwaliteitskortingspercentages’. Voor het huurdeel tussen de kwaliteitskortingsgrens en de aftoppingsgrens geldt dat nog 65% van dat huurdeel wordt gesubsidieerd. Het huurdeel tussen de aftoppings­grens en maximum huurgrens wordt nog voor 40% gesubsidieerd, behalve bij meerpersoonshuishoudens onder de AOW-leeftijd. Zij krijgen over dit huurdeel 0% subsidie. Door ook deze groep 40% subsidie te geven over dit huurdeel wordt de regeling eenvoudiger en zullen deze meerpersoonshuis­houdens onder de AOW-leeftijd (waaronder gezinnen) met een hogere huur erop vooruitgaan.Het aantal huishoudtypes wordt geharmoniseerd, zodat het aantal huishoudtypes wordt verlaagd van vier naar twee, waardoor er geen verschil is tussen onder of boven de AOW-leeftijd. Door dit te harmoni­seren naar enkel eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens huishoudens zonder onderscheid naar wel of geen AOW-gerechtigde leeftijd, wordt de huurtoeslagregeling overzichtelijker en eenvoudiger, en zijn er minder omstandigheden waardoor het toeslagbedrag kan wijzigen.34Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Er wordt een lineaire inkomensafhankelijke afbouw ingevoerd. Momenteel verloopt de inkomensafhankelijke afbouw van de huurtoeslag vrij ingewikkeld, wat het voor ontvangers moeilijk maakt om zelf in te schatten hoe deze afbouwt als ze meer gaan verdienen. Door de inkomensafhan­kelijke afbouw lineair in te stellen, wordt de marginale druk over alle huishoudens gelijkgetrokken en wordt meer werken meer lonend gemaakt. Met het beschikbare budget is het mogelijk de lineaire lijn zo te bepalen dat niemand er op achteruit zal gaan.De eigen bijdrage wordt per 2026 generiek verlaagd met € 11,58 per maand. De eigen bijdrage die huurtoeslagontvangers zelf betalen – de ‘basishuur’ – bestaat uit twee delen: (1) een inkomensafhankelijk deel (de normhuur) en (2) een vast bedrag waarmee de normhuur wordt verhoogd of verlaagd. Door dit vaste bedrag te verlagen ontvangen alle huurtoeslagontvangers hetzelfde bedrag meer aan huurtoeslag en neemt de koopkracht toe voor alle huurtoeslagontvangers.WoningbouwIn heel Nederland gaan we meer woningen bouwen. Het doel is 100.000 woningen per jaar. Voor de ondersteuning van de bouw van deze woningen is in totaal € 5 mld. beschikbaar gesteld tot en met 2029. In het regeerpro­gramma wordt ook ingegaan op de besteding van deze middelen. Om dit te bereiken worden een aantal beleidswijzigingen doorgevoerd. We ondersteunen de bouw van meer betaalbare woningen voor mensen met een laag of middeninkomen. We ontwikkelen hiervoor de zogeheten realisa­tiestimulans. Met deze financiële stimulans wordt de bouw ondersteund van woningen die betaalbaar zijn voor mensen met een laag of middenin­komen; betaalbare koopwoningen, sociale huurwoningen en middenhuur­woningen. De financiële stimulans geldt voor alle regio’s, inclusief Caribisch Nederland. In de regionale woondeals maken we vanaf 2025 afspraken over het woningbouwprogramma van de betreffende regio en de inzet van de middelen uit de realisatiestimulans.Deze nieuwe werkwijze zorgt ervoor dat niet het plan maar de prestatie wordt beloond. Bovendien worden hierdoor de administratieve lasten voor gemeenten voor het aanvragen van subsidies aanzienlijk verlaagd. Via deze middelen kan nadrukkelijk worden bijgedragen aan bestaand beleid op het gebied van kleinschalige woningbouw in dorpen en kernen (straatje erbij). Via deze afspraken gaan ook middelen naar beter benutten van bestaande gebouwen. Ook nieuwe woningen die worden gecreëerd door o.a. transfor­matie of «optoppen» ontvangen een bijdrage uit de realisatiestimulans.Ook maken we in de woondeals afspraken over het vergroten van het aanbod voor ouderen en specifieke doelgroepen. Vanwege de specifieke eisen aan deze woningen kunnen gemeenten voor de bouw van deze woningen aanspraak maken op een aanvullende bijdrage per woning.We zetten in op het vergroten van de investeringsbereidheid in huurwo­ningen door zowel woningbouwcorporaties als private verhuurders, bijvoorbeeld door verlaging van de overdrachtsbelasting. Dit onder voorbehoud van afspraken over een extra prestatie van deze partijen. We verlagen het algemeen tarief van de overdrachtsbelasting voor beleggers in woningen naar 8% per 1 januari 2026.We blijven actief sturen op woningbouw in grootschalige woningbouw­gebieden en kwetsbare gebieden met een grote woningbouwpotentie. Ook maken we middelen vrij voor complexe gebiedsontwikkelingen. Dit 35Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 sluit deels aan bij het bestaande beleid op het gebied van grootschalige woningbouw, het nationale programma Leefbaarheid en Veiligheid en de Woningbouwimpuls. Op basis van de ervaringen met deze instrumenten worden ze aangepast. Hierbij wordt aangesloten op de inzet van andere departementen in deze gebieden. Ook zijn er middelen beschikbaar voor het opschalen van de woningbouwproductie en het wegnemen van belem­meringen. We benutten de mogelijkheden van conceptuele en industriële bouw om de woningbouw sneller, betaalbaarder en duurzamer te maken. Deze middelen zullen onder andere benut worden voor het ophogen van de industriële woningbouwproductie. We verminderen belemmeringen voor woningbouw. We kijken onder andere naar de stapeling van lokale regels en procedures, en schrappen waar mogelijk nationale koppen op Europees beleid.D. Budgettaire gevolgen van beleidDe standen voor 2023 en 2024 vallen formeel niet onder het begrotings­hoofdstuk van VRO, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2023 zijn formeel verantwoord onder artikel 3 van het jaarverslag van BZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2024 vallen formeel onder artikel 3 van de begroting van BZK en zullen daarom worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet en het Jaarverslag 2024 van BZK.Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Woningmarkt (bedragen x € 1.000)1Art.Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen6.150.23727.455.15727.951.6148.167.9888.326.2968.322.0108.484.543Uitgaven6.202.03127.172.64727.234.1917.981.1898.271.8568.262.5108.405.9431.1Woningmarkt4.751.1216.036.1156.473.3066.971.9537.174.3857.379.8637.588.187Subsidies (regelingen)Stimuleringsmiddelen wooncoöperaties1764438.7800000Betaalbare Koopwoningen Starters070.00000000Bevordering eigen woningbezit2.9719.7005.600500000Ouderenhuisvesting10.03220.0769.48925.1041.50002.300Woningmarkt14.2578.1725.0284.3384.2264.2254.226Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid31.3841.2091.3641.084000OpdrachtenWSW risicovoorziening6111.07800000NHG risicovoorziening49.90470.07200000Woningmarkt6.2195.5073.8384.0444.0874.0844.086Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid32672.0511.0591.057000InkomensoverdrachtenHuurtoeslag4.592.5125.688.8256.134.0456.823.2907.058.8107.265.1307.470.230Bijdrage aan ZBO's/RWT'sWoningmarkt3.3773.6213.6123.6013.5833.5773.582Bijdrage aan medeoverhedenCaribisch Nederland09.10010.90011.10012.20013.20014.200Grote gezinnen1.2833.0004.0003.600000Opvang Evacuees01.0631.5001.5001.5001.5001.50036Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Art.Omschrijving2023202420252026202720282029Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid52.658101.41698.2850000Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur01.192133.17974.86074.44073.92073.920Bijdrage aan agentschappenDienst van de Huurcommissie14.79428.51417.95812.96312.50012.60312.603RVO (Uitvoeringskosten BEW)003.2103.460385473387Diverse bijdragen151000000Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenFinanciën (IXB)0356349346535253Infrastructuur en Waterstaat (XII)1.0751.1191.1101.1061.1011.0991.1001.2Woningbouw1.450.9101.136.532760.8851.009.2361.097.471882.647817.756Subsidies (regelingen)Woningbouw6502.701450000Opschalen Woningbouw0025.00025.00025.00025.00025.000GarantiesDoorbouwgarantie00153.0000000OpdrachtenGrootschalige woningbouwgebieden1003183189591.05900Volkshuisvestingsfonds4031.3655956000Woningbouw2.3171.7083.5372.0001.99500Uitvoering Woningbouw0011.80022.30023.55027.35022.250Woningbouwimpuls23112500000Tijdelijke uitvoeringsorganisatie13.2478.18000000Uitvoeringskracht woningbouw06.00000000Storting/onttrekking begrotingsreserveHerplaatsingsgarantie138.100122.28800000Bijdrage aan ZBO's/RWT'sCBS96000000Bijdrage aan medeoverhedenGrootschalige woningbouwgebieden399.99861.371274.838340.000440.000188.000100.000Versnelling huisvesting10.959131.55290.88254.74915.44400Vestigingsklimaat0068.75078.75040.00025.0000Volkshuisvestingsfonds262.892293.9964540000Flexpools8.45041.85200000Woningbouwimpuls105.659305.984100.050100.00090.00090.00090.000Realisatiestimulans0361.900441.500516.100568.700Opvang Evacuees34.92516500000Woondeals8.77210.00000000Overlooplocaties40.32046.52000000Start-bouwimpuls296.0597800000Studentenwoningenstartbouwimpuls020.00000000Bijdrage aan agentschappenGrootschalige Rijksprojecten011.10417.87117.13917.3329.60610.109RVB127.60565.9099.6004.900000RVO1275.3165.0901.4431.5911.5911.697Ontvangsten527.254620.872372.000376.935367.390368.075363.5721In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.37Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 2Vanwege overheveling van Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid naar begroting VRO liggen de standen van verplichtingen en uitgaven in 2023 en 2024 hoger dan in de begroting van BZK3In de jaren 2023 en 2024 vielen deze middelen onder de regeling ‘Weerbaar bestuur’, hier komt slechts een deel van over.Geschatte budgetflexibiliteitTabel 13 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 12025juridisch verplicht89%bestuurlijk gebonden6%beleidsmatig gereserveerd5%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%Juridisch verplichtVan het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 89% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:InkomensoverdrachtenHet huurtoeslagbudget 2025 is voor 100% juridisch verplicht. Jaarlijks wordt een verplichting aangegaan voor het gehele huurtoeslagbudget voor het begrotingsjaar.Bijdrage aan medeoverhedenDe uitgaven voor de bijdragen aan medeoverheden zijn voor 31% juridisch verplicht. Dit betreft vooral bijdragen aan medeoverheden voor de Wetsvoorstellen Wet Betaalbare Huur en Wet Regie op de Volkshuisvesting en voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.Bijdrage aan agentschappenDe uitgaven aan bijdrage aan agentschappen zijn voor 61% juridisch verplicht. Het betreft met name bijdragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor de uitvoering van woningbouwrege­lingen en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor gebieds- en vastgoedontwik­keling in grootschalige rijksprojecten.E. Toelichting op de financiële instrumenten1.1 WoningmarktSubsidies (regelingen)Stimuleringsmiddelen wooncoöperatiesWooncoöperaties creëren woongemeenschappen die kunnen bijdragen aan betaalbaar en passend wonen en gemeenschapsvorming. Om financiële belemmeringen voor coöperatief wonen weg te nemen wordt een revolverend fonds opgericht. Het fonds kan een aantal kansrijke initiatieven realiseren en zo bijdragen aan professionalisering en standaardisatie. De Tweede Kamer heeft bij de begrotingsbehandeling 2024 € 40 mln. euro beschikbaar gesteld voor een fonds voor wooncoöperaties (Kamerstukken II 2023/24, 36410 VII, nr. 29). De verwachting is dat dit fonds in 2025 wordt opgericht.Bevordering eigen woningbezit (BEW)De Wet bevordering eigen woningbezit is gericht op de bevordering van het eigen woningbezit onder lagere inkomensgroepen. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer, is voor nieuwe toekenningen op grond van de Wet bevordering eigen woningbezit geen budget meer beschikbaar 38Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 (Kamerstukken II 2009/10, 32123 XVIII, nr. 74). De meerjarig beschikbare middelen dienen uitsluitend voor de betaling van in het verleden aangegane verplichtingen. Het budget van de BEW bestaat uit reguliere betalingen en de uitbetaling van de contante waarde van de bijdrage voor de laatste 15 jaar. Volgens de wet moet voor aanvragers in het 16e uitvoeringsjaar worden bepaald of ze recht hebben op een uitbetaling van de contante waarde van de bijdrage voor de laatste 15 jaar. Naar verwachting zullen de laatste betalingen in 2026 plaatsvinden.OuderenhuisvestingDe Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting stimuleert de bouw van ontmoetingsruimten voor ouderen, ook wanneer zij een zware zorgvraag hebben. De regeling is bedoeld voor woningcorpo­raties, marktpartijen, burgerinitiatieven en zorgaanbieders. Deze partijen kunnen een beroep op de regeling doen voor de realisatie van ontmoetings­ruimten, in zowel nieuw als bestaand vastgoed.Tranche één uit 2022 en tranche twee uit 2023 worden de komende jaren uitbetaald, 90% hiervan uiterlijk in 2026.WoningmarktDit betreft diverse subsidies voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen om te komen tot evidence-based beleidsvorming. Het zijn zowel incidentele subsidies op het gebied van de woningmarkt, als structurele subsidies, zoals voor de Woonbond om de positie van de huurder op de woningmarkt te versterken en voor Platform 31 die een onafhankelijke positie inneemt tussen overheid, corporaties, bewoners en overige stakeholders op de woningmarkt en (on)gevraagd advies geeft op diverse volkshuisvestelijke vraagstukken.OpdrachtenWoningmarktOm te kunnen zorgen dat iedereen betaalbaar en prettig kan wonen moet er veel onderzoek gedaan worden. Bijvoorbeeld over de groei van het aantal huishoudens, de ontwikkeling van huur- en koopprijzen en de stand van zaken van lokaal beleid. Daartoe worden opdrachten verstrekt aan onder­zoeksbureaus en kennisinstellingen voor verkenningen, dataverzameling en monitoring. Zo zorgen we dat we kunnen uitgaan van actuele gegevens om het beleid zoveel mogelijk op feiten te baseren.Tevens worden uit dit budget de kosten betaald voor tijdelijke opvang van evacuees met een Nederlands paspoort en/of verblijfsvergunning. De minister van VRO heeft de zorgtaak voor de tijdelijke en duurzame huisvesting voor evacuees met een Nederlands paspoort of een Nederlandse verblijfsstatus. Deze mensen zijn door het ministerie van Buitenlandse Zaken in georganiseerd verband naar Nederland overge­bracht. Uit het budget worden de kosten betaald voor de tijdelijke opvang.Het gaat hier om Nederlanders in het buitenland die zich in ernstige politiek-militaire conflictsituaties bevinden waarbij de veiligheid zodanig in het geding is dat het kabinet besluit dat evacuatie noodzakelijk is. Daarmee gaat het om zeer specifieke situaties en doorgaans om enkele tientallen evacués per keer. Wanneer er geen grootschalige conflicten zijn, zijn er ook geen te huisvesten evacuees en zullen deze kosten zich niet voordoen. Een evacuatie kan alleen plaatsvinden op basis van een kabinetsbesluit, de minister van Buitenlandse Zaken kan hier niet zelfstandig over beslissen.39Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Het merendeel van de geëvacueerde Nederlanders is bij aankomst in Nederland zelfredzaam. Een deel echter niet en deze groep heeft hulp van de overheid echt nodig voor huisvesting. Bij evacuatie geldt dat de minister van VRO na aankomst in Nederland verantwoordelijk is voor het voorzien in tijdelijke huisvesting en doorstroom naar reguliere woonruimte in samen­werking met gemeenten en woningcorporaties. Het tijdelijk huisvesten gebeurt nu vooral op vakantieparken. Deze reeks in de begroting is bedoeld om die kosten te dekken.InkomensoverdrachtenHuurtoeslagCirca 1,5 miljoen huishoudens ontvangen huurtoeslag. De huurtoeslag is een bijdrage in de huurlasten en kan worden aangevraagd wanneer de huur hoog is in verhouding tot het inkomen. De huurtoeslag is een bewezen effectief middel om huurders met een laag inkomen in hun woonlasten te ondersteunen. In het hoofdlijnenakkoord is structureel € 500 mln. extra voor de huurtoeslag beschikbaar gemaakt. De invulling van deze middelen gebeurt in 2025 via drie maatregelen. Allereerst worden de kwaliteitskortingspercentages geharmoniseerd. Hierdoor ontvangen alle huishoudens 40% huurtoeslag boven de aftoppingsgrens. Daarnaast wordt het aantal huishoudtypes geharmoniseerd, zodat het aantal huishoudtypes wordt verlaagd van vier naar twee, waardoor er geen verschil is tussen onder of boven de AOW-leeftijd. Door dit te harmoniseren naar enkel eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens zonder onderscheid naar wel of geen AOW-gerechtigde leeftijd, wordt de huurtoeslagregeling overzich­telijker en eenvoudiger en zijn er minder omstandigheden waardoor het toeslagbedrag kan wijzigen. Tenslotte worden de referentie-inkomensijk­punten verhoogd, waarmee de marginale druk verlaagd wordt.In 2026 wordt de eigen bijdrage verlaagd met € 11,58 en wordt er een lineaire inkomensafhankelijke afbouw ingevoerd. Door de inkomensafhankelijke afbouw lineair in te stellen, wordt de marginale druk over alle huishoudens gelijkgetrokken en wordt werken meer lonend gemaakt.Om inzicht te geven in de uitwerking van de huurtoeslag op de huurlasten voor ontvangers van huurtoeslag tonen onderstaande grafieken het aandeel van de bruto huur dat per saldo (na aftrek van de huurtoeslag) nog netto door ontvangers van huurtoeslag is verschuldigd. Het percentage is berekend voor voorbeeldhuishoudens met een minimum inkomen en een huur op exact 90% van de diverse huurgrenzen van de huurtoeslag.Vooral voor meerpersoonshuishoudens onder de AOW-leeftijdsgrens zal de verhouding tussen de bruto en netto huur per 2025 fors afnemen. Zij krijgen ook 40% huurtoeslag over het huurdeel tussen de aftoppingsgrens en de maximum huurgrens, dit is voor de andere drie huishoudtypen nu al het geval.40Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Figuur 3 EenpersoonshuishoudenBron: Eigen berekening Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).Figuur 4 MeerpersoonshuishoudenBron: Eigen berekening Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).41Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Figuur 5 Eenpersoonshuishouden-ouderenBron: Eigen berekening Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).Figuur 6 Meerpersoonshuishouden-ouderenBron: Eigen berekening Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).Bijdrage aan ZBO's/RWT'sWoningmarktDe activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen, specifiek in samenwerking met bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Kadaster. 42Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens over de woningmarkt. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en op feiten gebaseerd onderbouwen van beleid, dataverzame­lingen en ontwikkeling van ramingsmodellen.Bijdrage aan medeoverhedenGrote gezinnenDeze regeling biedt financiële ondersteuning aan gemeenten en indirect woningcorporaties bij het huisvesten van grote gezinnen (zes personen of meer) met een verblijfsvergunning.Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare HuurDe middelen op dit instrument zijn bedoeld om de kosten van de wetsvoorstellen regie op de volkshuisvesting en betaalbare huur te dekken. Deze middelen worden verstrekt aan de uitvoerder van deze wetten, de provincies en gemeenten.Caribisch NederlandIn Caribisch Nederland wordt via diverse wegen bijgedragen aan de betaalbaarheid van wonen. Middels de verhuurderssubsidie (VHS) wordt in de sociale huursector een lastenverlichting gerealiseerd op Bonaire, Saba en St. Eustatius. Hiermee worden naar verwachting in 2025 respec­tievelijk ca. 1100, 80 en 140 huishoudens bereikt, waarbij in totaal ca. € 5 mln. aan VHS uitgekeerd zal worden, in latere jaren oplopend naar ca. € 10 mln. Op Bonaire loopt momenteel de pilot Bijdrage Particuliere Verhuur (BPV) waarin deze verhuurderssubsidie ook in de particuliere sector verstrekt wordt. Hiermee worden naar verwachting in 2025 ruim 500 huishoudens bereikt.Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan het verbeteren (Bonaire) of opzetten (Saba en St. Eustatius) van huurcommissies. Zo kunnen huurders en verhuurders hun recht halen, bijvoorbeeld door te toetsen of de gevraagde huurprijs niet te hoog is.Nationaal Programma Leefbaarheid en VeiligheidHet ministerie van VRO voert in 2023-2025 de interdepartementale Regeling Kansrijke Wijk uit (Kamerstukken II 2023/24, 30995, nr. 103). Hierop kunnen twintig kwetsbare gebieden verbonden aan Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid een beroep doen.Bijdrage aan agentschappenDienst van de HuurcommissieDe Huurcommissie bestaat uit het zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) de Huurcommissie en het agentschap de Dienst van de Huurcommissie, dat het ZBO ondersteunt in zijn taken. Huurders in de vrije sector kunnen bij de Huurcommissie terecht met een verzoek tot toetsing van hun huurver­hoging of aanvangshuurprijs (tot 6 maanden na ingang van het huurcon­tract), of als zij met hun verhuurder hebben afgesproken dat zij – in geval van een geschil – de Huurcommissie om advies kunnen vragen. Als gevolg van het wetsvoorstel betaalbare huur zullen ook huurders en verhuurders in het middenhuursegment toegang krijgen tot de Huurcommissie en kunnen huurders met geliberaliseerde contracten altijd hun huurprijs laten toetsen, ook na 6 maanden na ingang van het contract. Ook kunnen servicekosten­geschillen met betrekking tot vrije sectorcontracten dan aan de Huurcom­missie worden voorgelegd. Voor de uitoefening van haar taken ontvangt de Huurcommissie een bijdrage van VRO.43Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 RVO (uitvoeringskosten BEW)Het RVO ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van de Wet bevordering eigen woningbezit. RVO voert uitsluitend nog de afwikkeling van al eerder aangegane verplichtingen uit, waardoor de kosten en de bijdrage aan de uitvoeringskosten uiteindelijk zullen afnemen.Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenFinanciën (IXB)Toeslagen voert de huurtoeslag uit en ontvangt uitvoeringskosten voor beleidswijzigingen.Infrastructuur en Waterstaat (XII)De Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT) ontvangt jaarlijks een bijdrage voor het WNT-toezicht bij woningcorporaties door de Autoriteit woningcorporaties (Aw) en voor de uitvoering van SBR-wonen.1.2 WoningbouwSubsidiesOpschalen woningbouwVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor het stimuleren van innovatie en het wegnemen van belemmeringen in het woningbouwdomein. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën.GarantiesDoorbouwgarantieBij de begrotingsbehandeling 2024 is per amendement € 175 mln. beschikbaar gesteld voor het oprichten van een doorbouwgarantie (Kamer­stukken II 2023-2024, 36410 VII, nr. 14). In de eerste suppletoire begroting 2024 zijn de middelen middels een kasschuif naar 2025 geschoven en is € 22 mln. technisch afgeboekt om een deel van het budget van de doorbouwga­rantie te reserveren ten behoeve van investeringen in de woningbouw en daarmee het vestigingsklimaat in de regio Eindhoven.OpdrachtenUitvoering woningbouwVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor het de uitvoering van verschillende maatregelen in het kader van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën.Bijdrage aan medeoverhedenGrootschalige woningbouwgebiedenIn 2025 is circa € 275 mln. beschikbaar voor grootschalige woningbouwlo­caties en grond.In de VRO-begroting 2024 is € 8 mln. beschikbaar gesteld voor bijdragen ten behoeve van voorfinanciering van het publieke tekort in de grondex­ploitaties van woningbouwontwikkelingen. Middels een kasschuif wordt er circa € 87 mln. toegevoegd.44Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Verder worden vanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor grootschalige woning­bouwlocaties en grond. In 2025 gaat het om € 180 mln. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën.Versnelling huisvestingIn 2025 is ruim € 90 mln. beschikbaar voor de meerjarige stimuleringsre­geling flex- en transformatiewoningen.VestigingsklimaatIn het voorjaar 2024 zijn middelen beschikbaar gesteld om het vestigings­klimaat in de regio Eindhoven te verbeteren. Het ministerie van VRO draagt als onderdeel hiervan zorg voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, te weten het realiseren van additionele (studenten)woningen en gebiedsmaatregelen. Voor de periode 2025-2028 wordt cumulatief € 212,5 mln. beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van VRO.WoningbouwimpulsVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor de Woningbouwimpuls 2.0. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën.RealisatiestimulansVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor de Realisatiestimulans. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën.Bijdrage aan agentschappenRVODe Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontvangt een bijdrage voor de voorbereiding, uitvoering en beheer van woningbouwrege­lingen, het Expertteam Woningbouw en de Regeling Tegemoetkoming Herplaatsing Flexwoningen (voorheen financiële herplaatsingsgarantie). RVO verzorgt de technische ondersteuning aan gemeenten en vervult de loketfunctie voor de aanvragen.RVBHet Rijksvastgoedbedrijf (RVB) ontvangt een bijdrage voor de verschillende opdrachten in het kader van gebieds- en vastgoedontwikkeling.Grootschalige RijksprojectenHet Rijksvastgoedbedrijf (RVB) start met fase 1 van het grootschalige woningbouwproject ZuiderC in Lelystad. De benodigde middelen zijn bij de eerste suppletoire begroting 2024 voor de jaren 2024 (€ 11,1 mln.) tot en met 2029 (€ 10,1 mln.) beschikbaar gesteld.OntvangstenDe vorderingen op de af te rekenen huurtoeslagvooschotten bedragen in 2025 € 366,6 mln.Daarnaast zijn er ontvangsten à € 5,4 mln. geraamd voor de Regeling Tegemoetkoming Herplaatsing Flexwoningen (RTHF, voorheen financiële herplaatsingsgarantie).45Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op de woningmarkt. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Naast de fiscale regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, hebben de vrijstellingen van Overdrachtsbelasting voor wijkontwikkelingsmaatschappijen en wooninvesteringsfondsen betrekking op dit beleidsartikel. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.Tabel 14 Fiscale regelingen 2023-2025, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € mln.)1202320242025Hypotheekrenteaftrek8.3689.91211.191Aftrek financieringskosten eigen woning662667674Aftrek periodieke betalingen erfpacht, opstal en beklemming323334Aftrek rente en kosten van geldleningen over restschuld vervreemde eigen woning654Eigenwoningforfait‒ 2.704‒ 2.863‒ 3.049Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld435415418Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning27‒‒OVB Verlaagd tarief woning niet-starters23.7354.4394.595OVB Vrijstelling woning starters2449477491OVB Vrijstelling terugkoop VoV woningen2495252Vermindering verhuurderheffing‒‒‒Kamerverhuurvrijstelling1516171[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.2OVB= Overdrachtsbelasting46Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 3.2 Artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitA. Algemene doelstellingStimuleren van een goede kwaliteit van de gebouwde omgeving op de aspecten duurzaamheid, energiezuinigheid, veiligheid, gezondheid, bruik­baarheid en toegankelijkheid.Met deze doelstelling doet het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) recht aan diverse publieke waarden.–De energietransitie in de gebouwde omgeving zorgt voor vermin­dering van de CO2-uitstoot op de lange termijn en maakt huishoudens weerbaarder tegen schokken in energieprijzen.–Gebouwen voldoen aan de eisen van bouwregelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en duurzaamheid.–Vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen in de bouw door onder meer zo hoogwaardig mogelijk gebruik van bouw- en sloopafval draagt bij aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid van producten en diensten op de langere termijn.Deze publieke waarden worden op onderdelen concreet gemaakt in de volgende op termijn te bereiken resultaten:–Vermindering van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving door in 2030 een CO2-reductie van 55% te bereiken ten opzichte van 1990.–In de bestaande bouw is het streven om uiterlijk in 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren, 120.000 gebouwen vergaand te verduurzamen en 500.000 nieuwe aansluitingen op warmtenetten te realiseren.–Huurwoningen met een EFG-label worden de komende jaren versneld verduurzaamd zodat vanaf 2029 alleen nog woningen met minimaal label D verhuurd worden.–Voor de utiliteitsbouw zal de normering in lijn met het PVGO en als onderdeel van de implementatie van de EPBD IV uitgewerkt worden–In 2050 een volledig circulaire economie met als richtinggevend doel het gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030 te halveren. Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 (NPCE) is een belangrijke stap in de richting om deze doelen te realiseren.–Om ervoor te zorgen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht, wordt in de nationale aanpak klimaatadap­tatie gebouwde omgeving (fase I) gewerkt aan een aantal actielijnen, waaronder het minder vrijblijvend maken van klimaatadaptief bouwen en inrichten. Hiertoe is de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving gepubliceerd gericht op nieuwbouw. We werken aan juridische borging van de landelijke maatlat en doorontwikkeling van de maatlat naar bestaand bebouwd gebied.–We werken toe naar een gezamenlijke nationale aanpak funderings­schade met publieke en private partners.B. Rol en verantwoordelijkheidMet het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is de inzet van burgers, instellingen, bedrijven en de gehele overheid noodzakelijk. Met alle betrokken partijen wordt intensief gesproken over de noodzakelijke acties en te nemen maatregelen. Samen met medeoverheden, corporaties, netbeheerders, energiebedrijven, de financiële sector, de ontwerp-, bouwen technieksector en talloze andere bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties gaan we, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid, mensen 47Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 helpen met het verduurzamen van hun huis of gebouw. We maken wetgeving, stellen normen aan de huursector, de utiliteitsbouw en instal­laties. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VRO) heeft hierbij een stimulerende, regisserende en wetgevende rol.StimulerenOp basis van artikel 120 van de Woningwet, hoofdstuk 4 van de Wet milieubeheer en de Kadasterwet is de minister verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. De minister geeft invulling aan deze verantwoorde­lijkheid door kaderstelling (wet- en regelgeving), het uitvoeren van acties, ondersteuning van innovatie (onder andere door middel van subsidies) en monitoring. De minister stimuleert energietransitie in de gebouwde omgeving met verschillende (subsidie)instrumenten, afspraken en onder­steuningsmaatregelen.RegisserenOp basis van artikel 2 van de Woningwet is de minister verantwoordelijk voor het opstellen en het beheer van de bouwregelgeving en stelsel­verantwoordelijk voor het borgen van de bouwkwaliteit. Op grond van deze verantwoordelijkheid worden in ieder geval regels gesteld over het bouwen van nieuwe bouwwerken, de staat van bestaande bouwwerken en het gebruiken en slopen van bouwwerken. Deze regels worden gesteld vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezui­nigheid of milieu. Door naleving van deze regels is de minimumkwaliteit van bouwwerken gewaarborgd. Toezicht en handhaving hierop berust bij gemeenten.C. Beleidswijzigingen1. Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitieDe collectieve wijkgerichte aanpak heeft vertraging opgelopen. De collectieve verduurzamingsoplossingen (met de laagste maatschappelijke kosten) zijn nog te vaak onvoldoende aantrekkelijk (waaronder betaalbaar) voor de individuele eindgebruiker. Om de aansluiting op het warmtenet aantrekkelijker te maken wordt onderzocht om de verschillende subsidies ten aanzien van de aansluitkosten en inpandige kosten bij een overstap op een warmtenet met elkaar te stroomlijnen in één regeling. Het streven is om dit in 2025 in werking te laten treden. Deze actie loopt samen de inzet van het ministerie van EZK om de kosten van warmtenetten omlaag te brengen voor de eindgebruiker. In 2025 zal het wetstraject van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) verder worden gebracht met oog op de beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2025.2. Verduurzaming individuele aanpak woningenVerduurzaming koopwoningen en Verenigingen van EigenarenIn 2025 wordt het beleid voor verduurzaming van koopwoningen en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) doorgezet en op een aantal manieren versterkt. Het Nationaal Warmtefonds continueert in 2025 de rentekorting voor financiering voor VvE’s en 0% rente voor woningeigenaren met een verzamelinkomen tot € 60.000. Hiertoe is bij voorjaarsbesluitvorming 2024 € 212 mln. uit het Klimaatfonds toegevoegd aan de begroting. Het Kennis- en Expertisecentrum verduurzaming VvE’s gaat bij Milieu Centraal van start om gemeenten te helpen met het opzetten van een VvE aanpak en om VvE’s en marktpartijen eerste praktische hulp te bieden. Daarnaast loopt in 48Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 2025 de opleiding voor VvE-procesbegeleiders bij de Hogeschool Utrecht. Verder zullen meer woningeigenaren gebruik kunnen maken van een groter bouwdepot voor verduurzaming bij het afsluiten van een hypotheek.HuurwoningenOm de verduurzaming van huurwoningen verder te stimuleren worden in 2025 diverse regelingen aangepast. Per 1 april 2025 worden de verschil­lende subsidies voor het aansluiten op een warmtenet gebundeld in een nieuwe subsidie. Dit zal de subsidieregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH), en ook delen van de ISDE, DuMaVa en SVVE vervangen. De subsidie verduurzaming en onderhoud (SVOH) voor particuliere verhuurders wordt aangepast per 1 januari 2025 (verlenging looptijd naar 1 januari 2030, vereenvoudigen van aanvraagproces en betere aansluiting bij doelgroep). Met de aangekondigde normering dat per 2029 geen woningen met een energielabel E, F of G verhuurd mogen worden, is de verwachting dat deze subsidie veel vaker aangevraagd zal worden.3. Verduurzaming utiliteitsbouwWe vervolgen het uitvoeren van het beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving (PVGO) en enkele afspraken uit het Klimaatakkoord. Het gaat hierbij om een instrumentenmix van subsidies, fiscale regelingen, financiering, ontzorging voor MKB, maatschappelijk vastgoed en bedrijventerreinen. Daarnaast werken we in 2025 aan de imple­mentatie van de vastgestelde European Performance Buildings Directive (EPBD IV), dat onder meer zal leiden tot normering voor de gebouwen met de slechtste energieprestatie vanaf 2030, en een koplopersrol voor publieke instanties. Voor de doelgroep MKB wordt in 2025 bezien op welke wijze de ondersteuning kan worden versterkt. Circulair bouwenWe continueren in 2025 in samenwerking met partijen in de bouw en andere overheden de uitvoering van de Beleidsagenda normering en stimulering circulair bouwen (Kamerstukken 2022/23, 32 852, nr. 223) en van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 ‒ 2030 (Kamer­stukken 2022/23, 32 852, nr. 225). In 2025 wordt uitvoering gegeven aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen, conform de brief voorjaarsbesluit­vorming Klimaat van 26 april 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 32813, nr. 1230) en het rapport voorjaarsbesluitvorming van 15 april 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 32813, nr. 1374). De bekostiging van de stichting Nationale Milieudatabase (NMD) wordt met ingang van 2025 geactualiseerd.Bouwregelgeving en bouwkwaliteitSinds 1 januari 2024 is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking getreden alsmede de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor eenvoudige nieuwbouw (gevolgklasse 1). In 2025 wordt verder gewerkt aan nieuwe wijzigingen van het Bbl en de implementatie daarvan. In de tweede helft van 2025 start het onderzoek naar de randvoorwaarden voor de uitbreiding van de Wkb naar hogere gevolgklassen. In 2025 wordt ook gewerkt aan de implementatie van de herziene Verordening Bouwpro­ducten (CPR).4. Aanpak funderingsschadeWe werken aan een nationale aanpak gericht op onder andere de verbetering van informatievoorziening over funderingsschade, naar aanleiding van het advies van de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) en motie Paternotte (Kamerstukken II 2023/24, 28 325, nr. 272). Hierbij beginnen we met het verbeteren van de informatievoorziening, 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 het oprichten van een landelijk informatiepunt funderingsproblematiek en onderzoeken we hoe mensen met funderingsproblemen op lokaal niveau geholpen kunnen worden met funderingsonderzoek en advies. Daarnaast krijgt in 2025 het Fonds duurzaam funderingsherstel landelijke werking.D. Budgettaire gevolgen van beleidDe standen voor 2023 en 2024 vallen formeel niet onder het begrotings­hoofdstuk van VRO, maar worden hier voor de inzichtelijkhjeid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2023 zijn formeel verantwoord onder artikel 4 van het jaarverslag van BZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2024 vallen formeel onder artikel 4van de begroting van BZK en zullen daarom worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet en het Jaarverslag 2024 van BZK.Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (bedragen x € 1.000)1Art.Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen1.094.6651.791.4061.212.738696.930809.316612.071553.117Uitgaven1.017.5851.474.8411.487.050844.903877.240680.721582.7532.1Energietransitie en duurzaamheid1.003.7621.452.5261.444.687806.652852.506658.588573.390Subsidies (regelingen)Energiebesparing Koopsector11.81522.05022.10020.00038.30035.00040.000Energiebesparing Huursector1.006000000Biobased Bouwen1.800000000Energietransitie en duurzaamheid30.04126.07721.18910.78812.0578.5768.630Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof6.5903.7003.0002.000000Maatschappelijk vastgoed fonds0049.9100000Nationaal Groeifonds4.35127.64626.97711.8796.44200Nationaal Isolatie Programma022726.227980980980980Ontzorgen Vereniging van Eigenaren01.3736.2587.2595.7305.3033.072Renovatieversneller2.83924.19833.29026.07311.2509.0000SAH9.32212.80030.00022.00039.50029.5005.000Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen2.2577.67017.20320.52145.39641.09117.761Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed131.801310.636374.274375.813418.405316.631288.155Warmtefonds155.39093.000112.300112.300138.300112.300112.300OpdrachtenEnergietransitie en duurzaamheid2.3614.4992.6001.40003.2003.200Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie5893.1181.4680000Bijdrage aan ZBO's/RWT'sEnergietransitie en duurzaamheid1.96733822684000Bijdrage aan medeoverhedenVentilatie in scholen2101.28200000Nationaal Isolatie Programma (Lokale aanpak woningisolatie)361.286722.9220000050Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Art.Omschrijving2023202420252026202720282029Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe04.50000000Nationaal Groeifonds6.28797500000Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie12.07111.8009.0000000Nationaal Isolatie Programma (Soortenmanagement)47.06158.00000000Ondersteuning aanpak energiearmoede181.109000000NIP (Lokale aanpak woningisolatie)00472.7330000NIP (Soortenmanagement)009.43428118600Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe00131.15412.027000Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed060.0621.01550014.0119.849515Bijdrage aan agentschappenILT (Handhaving Energielabel)8000000Nationaal Groeifonds41100000Dienst Publiek en Communicatie1122.1001.8031.7601.7601.7601.760RVB3.9299.24020.8505.0502.8506.2508.750RVO (Energietransitie en duurzaamheid)27.76937.68116.67711.0956.9316.8236.823RVO (Uitvoering Energieakkoord)1062.0849.34112.55510.05910.4719.942Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed1.6442.95213.8000000Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenEGO (innovatie)01.5955.51920.61425.05917.64419.294Handhaving energielabel C0001.6001.6001.6001.600Uitfaseren van slechte labels001.0001.000000Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed0025.339129.07373.69042.61045.6082.2Bouwregelgeving en bouwkwaliteit13.82322.31542.36338.25124.73422.1339.363Subsidies (regelingen)Biobased bouwen08.95813.21210.7381.10100Bouwregelgeving en bouwkwaliteit11.1058.6494.1852.2602.2552.2552.280OpdrachtenBouwregelgeving en bouwkwaliteit1.1884.7088.5488.9375.0753.5754.780Bijdrage aan ZBO's/RWT'sOverige bijdragen30000000Bijdrage aan medeoverhedenAanpak funderingsschade0014.00014.00014.00014.0000Bijdrage aan agentschappenRVB1.50002.4182.3162.3032.3032.303Ontvangsten23.7422.93891919191911In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.51Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Geschatte budgetflexibiliteitTabel 16 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 22025juridisch verplicht69%bestuurlijk gebonden30%beleidsmatig gereserveerd1%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%Juridisch verplichtVan het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 69% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:Subsidies (regelingen)De uitgaven voor subsidies zijn voor 44% juridisch verplicht. De subsidies voor energietransitie en duurzaamheid betreffen onder andere subsidies voor verduurzaming en onderhoud huurwoningen, Energiebesparing Koopsector, het Kennis- en innovatieprogramma emissiearme bouwpro­ducten (stikstof), Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed, Energie­transitie en duurzaamheid, Renovatieversneller, Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen, het Warmtefonds, het Nationaal Groeifonds en het Ontzorgen van Vereniging van Eigenaren. De subsidies voor Bouwregel­geving en bouwkwaliteit betreffen onder andere subsidies voor Biobased bouwen, de Nationale Milieudatabase en de Nederlandse Normen.Bijdrage aan medeoverhedenDe bijdragen aan medeoverheden zijn 96% juridisch verplicht. Het betreft onder andere uitgaven voor het Nationaal Isolatie Programma (Lokale aanpak woningisolatie en soortenmanagement), Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed, en Verduurzaming in Groningen en Noord-Drenthe.Bijdrage aan agentschappenDe bijdragen aan agentschappen zijn voor 81% juridisch verplicht. Het betreft uitgaven aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (Uitvoering Energieakkoord en Energietransitie en duurzaamheid), de Dienst Publiek en Communicatie, het Rijksvastgoedbedrijf en voor Verduur­zaming Maatschappelijk Vastgoed.E. Toelichting op de financiële instrumenten2.1 Energietransitie en duurzaamheidSubsidiesEnergiebesparing KoopsectorOm ondersteuning te bieden aan woningeigenaren van Verenigingen van Eigenaren (VvE's) die hun woning verduurzamen, is de subsidie energiebe­sparing eigen huis (SEEH) voor VvE’s voortgezet (Kamerstukken II 2020/21, 32813, nr. 667) onder een nieuwe benaming subsidie verduurzaming voor Verenigingen voor Eigenaars (SVVE). In totaal is er ca. € 22,1 mln. beschikbaar gesteld.52Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Verduurzaming en onderhoud huurwoningenOp basis van Motie Beckerman (Motie Beckerman c.s., Kamerstukken II 2020/21, 35488, nr. 13) wordt de subsidieregeling voortgezet. De regeling is een tegemoetkoming voor uitgaven die verhuurders doen in het kader van onderhoud en verduurzaming. In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat rijksbreed wordt bezuinigd op subsidies. Voor de subsidies op artikel 2 is op dit instrument een korting verwerkt . Daarnaast is het kasritme aangepast over de jaren.Nationaal Isolatie ProgrammaVoor doe-het-zelvers is subsidie beschikbaar gesteld zodat burgers kosten kunnen besparen bij het isoleren van hun huis en schaarse professionals vooral kunnen worden ingezet voor complexe werkzaamheden. Dit is in 2025 € 26,2 mln. uit de additionele middelen uit het Klimaatfonds.Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstofMet het kennis- en innovatieprogramma bouwproductie Stikstof wordt een bijdrage geleverd aan kennis en ontwikkeling van emissiearme bouwcon­cepten en bouwlogistiek, zodat dit in de toekomst emissiereductiemaatre­gelen worden die effectief kunnen worden opgeschaald. Voor het vervolg van dit programma zijn aanvullende middelen toegevoegd voor de jaren 2024 tot en met 2026 voor het digivaardig maken van personeel onder meer via digicoaches en de opzet van digital experience centers. Deze worden vanuit de organisatie van het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving (DSGO) gefaciliteerd.Verduurzaming maatschappelijk vastgoedVoor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed zijn aan de bestaande subsidieregeling DUMAVA uit het Klimaatfonds middelen toegekend voor de jaren 2024 tot en met 2030 voor verduurzaming van gebouwen en voor verduurzaming op portefeuilleniveau. Tevens zijn middelen vrijgemaakt voor energielabels in het maatschappelijk vastgoed en handhaving van de normering ter uitfasering van de slechtste labels. De subsidie voor Caribisch Nederland voor dit doel is toegevoegd onder het instrument bijdrage aan medeoverheden.Energietransitie en duurzaamheidIn het kader van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Klimaatakkoord verstrekt het ministerie van VRO in 2025 subsidies aan enkele partijen, waaronder de voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. Zij zorgen voor het klantcontact en informatievoorziening over het energielabel voor woningen en andere gebouwen. Ook wordt er subsidie verstrekt aan digiGO, die zich richt op de versnelling van de digitale keten­samenwerking in de gebouwde omgeving.RenovatieversnellerOm de opschaling van de verduurzaming van (huur)woningen te bevorderen, is de huidige subsidieregeling Renovatieversneller aangepast voor vraag-en aanbodbundeling van marktpartijen die op grote schaal willen renoveren. De resterende middelen zijn in lijn met de eerdere doelstellingen van de renovatieversneller gekoppeld aan drie onderdelen: het ondersteuningsprogramma Verbouwstromen, de procesondersteu­ningsregeling Subsidieregeling procesondersteuning opschaling renova­tieprojecten (SPOR) en subsidie voor industriële aanpak uitfasering EFG-labels woningcorporaties. In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat rijksbreed wordt bezuinigd op subsidies. Voor de subsidies op artikel 2 is op dit instrument een korting verwerkt .53Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) verleent subsidies aan gemengde VvE's en sociale en particuliere verhuurders voor het aardgasvrij maken van woningen.WarmtefondsHet Warmtefonds biedt bredere financieringsmogelijkheden, in het bijzonder voor woningeigenaren met een laag inkomen en VvE’s. In 2025 wordt het budget van het Warmtefonds vanuit het Klimaatfonds opgehoogd voor de recente uitbreiding van de doelgroep voor 0% rente tot woningeige­naren met huishoudinkomens tot € 60.000 bruto en voor een rentekorting van 1,5% voor VvE's.Nationaal GroeifondsVanuit het Nationaal Groeifonds lopen momenteel twee projecten. Met het project Werklandschappen van de Toekomst wordt toe gewerkt naar een nieuw normaal, waarin bedrijventerreinen transformeren naar groene, gezonde, energie-efficiënte en klimaatbestendige werklandschappen van de toekomst. Het project Toekomstbestendige Leefomgeving geeft een impuls geven aan het modernisering van de ontwerp-, bouw- en technieksector (OBT). Het voorstel bestaat uit deelprojecten op het gebied van digita­lisering, duurzame kademuren en gevels, nieuwe renovatietechnieken, duurzame woningbouw en biobased bouwen.Maatschappelijk Vastgoed FondsOm voordelige leningen ter verduurzaming van monumentale panden maatschappelijk vastgoed te kunnen realiseren worden gelden gereserveerd voor het Nationaal Restauratie Fonds (NRF), regionale energiefondsen en het Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) duurzaam­heidsfonds.Ontzorgen VvEVoor de ontzorging van Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) wordt in samen­werking met Milieu Centraal een landelijk kennis- en expertisecentrum opgericht om VvE’s te helpen bij het ingewikkelde verduurzamingsproces. Dit is nodig omdat VvE’s in vergelijking met andere soort bebouwing in de gebouwde omgeving achterlopen om hun bijdragen te leveren aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving.OpdrachtenEnergietransitie en duurzaamheidTer uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving verstrekt het ministerie van VRO in 2025 diverse onderzoeksop­drachten, waaronder voor de Helpdesk Energielabel.Bijdrage aan medeoverhedenNationaal Isolatie Programma (NIP)Het NIP richt zich op de lokale aanpak van slecht geïsoleerde woningen en biedt ondersteuning aan huishouden om woningen beter te isoleren.Vanuit het klimaatfonds, onderdeel Nationaal Isolatieprogramma, wordt voor 2025 ca. € 326,7 mln. beschikbaar gesteld voor de lokale aanpak. Tevens is voor de collectieve aanpak in kwetsbare dorpen en wijken € 146 mln. toegekend in 2025.54Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Verduurzaming Maatschappelijk VastgoedVanuit het Klimaatfonds zijn de middelen voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed voor Caribisch Nederland toegevoegd voor de jaren 2024 tot en met 2030, waarvan € 1 mln. in 2025. Deze middelen worden via een bijzondere uitkering aan de Landen beschikbaar gesteld.Nationaal Programma Lokale WarmtetransitieHet Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) is een inter­bestuurlijk programma van het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) en ondersteunt gemeenten bij de lokale warmtetransitie door kennis en expertise beschikbaar te stellen over het vormgeven en uitvoeren van de lokale warmtetransitie. Onderdeel van het NPLW is een regionale ondersteunings structuur. Hiervoor is € 9 mln. beschikbaar in 2025.Nationaal isolatie programma (soorten management)Vanuit het Klimaatfonds zijn middelen toegekend voor 2025 die worden uitgekeerd aan de provincies met een specifieke uitkering. Dit wordt gebruikt voor de versnelling op natuurinclusief isoleren, specifiek gericht op het opstellen van gemeentelijke soortenmanagement plannen (SMP's). Bij na-isolatie werkzaamheden dient er rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van beschermde soorten die in woningen en gebouwen kunnen nestelen en verblijven. Het Rijk zet daarom in op een landelijke uitrol van SMP's.Verduurzaming Groningen en Noord-DrentheDe kabinetsreactie «Nij Begun» (Maatregel 29) betreft het isoleren van woningen in de provincie Groningen en 3 gemeenten in Noord-Drenthe.In totaal is door het kabinet € 1,65 mld. beschikbaar gesteld voor deze regio waarmee een substantiële financiële bijdrage kan worden gedaan voor isolatiemaatregelen. Voor 2025 en 2026 is € 150 mln. toegevoegd uit de gereserveerde middelen «energieprestatie- eisen nieuwbouw industrie». Hiervan wordt ca. € 2,3 mln. ingezet voor ondersteuningscapaciteit. In lijn met de kabinetsreactie wordt een uniforme regeling voor alle dertien gemeenten in de regio opgesteld.Bijdrage aan agentschappenRVO.nl (uitvoering Energieakkoord)Het betreft onder andere de middelen voor de uitvoering van het Kennis en Innovatieplatform Maatschappelijk Vastgoed, de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH), subsidie verduurzaming voor Vereni­gingen voor Eigenaars (SVVE) en de uitvoering van de lokale aanpak woningisolatie en kennis- en innovatieplatform.Dient Publiek en Communicatie (DPC)Via DPC is een meerjarige publiekscampagne Verbeterjehuis.nl met de pay off ‘Wie isoleert profiteert’ in gang gezet. De campagne is gericht op isoleren en verduurzaming en het informeren over de subsidies en leningen die hiervoor beschikbaar zijn. Hierbij is extra aandacht voor de kwetsbare huishoudens die via Nationaal Warmtefonds in aanmerking komen voor een lening met 0% rente en voor doe-het-zelf isolatie.55Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 RVO.nl (energietransitie en duurzaamheid)In opdracht van het ministerie van VRO voert RVO.nl het jaarprogramma uit, voornamelijk op het gebied van energietransitie in de gebouwde omgeving. Het programma behelst kennisverspreiding, beleidsonderbouwing en uitvoering van subsidieregelingen. Daarnaast betreft dit ook de bijdrage voor de RVO.nl voor de uitvoering van diverse regelingen. Deze uitgaven worden op dit instrument verantwoord vanwege gecentraliseerd opdracht­geverschap.RVBIn het kader van het stikstofbeleid wordt een bijdrage verstrekt om aanbe­stedende rijksdiensten in staat te stellen om structureel uitstoot vermin­derende criteria te stellen bij aanbestedingen. Dit betreft de middelen die het ministerie van VRO inzet voor de opdracht aan het Rijksvastgoed­bedrijf (RVB).Verduurzaming Maatschappelijk VastgoedVoor de uitvoering van het realiseren van zonnepanelen op bestaande Rijksdaken en het nemen van extra energiebesparende maatregelen zijn er tot en met 2025 middelen beschikbaar. Dit betreft de middelen die het ministerie van VRO inzet voor de opdracht aan het Rijksvastgoed­bedrijf (RVB).Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenVerduurzaming Maatschappelijk VastgoedIn het Kennis- en innovatieplatform verduurzaming maatschappelijk vastgoed (KIP MV) bundelen organisaties van de sectoren zorg, sport, monumenten, musea, onderwijs en gemeenten hun krachten om binnen hun maatschappelijke sector te faciliteren en te ondersteunen bij het verduurzamen van gebouwen.Daarnaast zijn middelen beschikbaar voor het verduurzamen van Rijksvastgoed. Dit betreffen projecten die verder gaan dan de minimale wettelijke vereisten met betrekking tot het verduurzamen van Rijksvastgoed. Hierbij worden projecten ondersteund die tenminste richting de Renovatiestandaard gaan en daardoor wordt de voorbeeldrol van het Rijk steeds zichtbaarder.EGO (Energietransitie gebouwde omgeving)In het kader van de Integrale Kennis en Innovatieagenda van het Klimaat­akkoord en van het topsectorenbeleid is de missie vastgesteld en geïnstru­menteerd om te komen tot een CO2 vrije gebouwde omgeving in 2050. Dit gebeurt via een aantal innovatieprogramma's als de Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP) en de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI). Binnen de programma’s ondersteunt het Rijk Research en Development (R&D) investeringen van grootschalige samenwerkingsverbanden tussen marktpartijen en kennisinstellingen. Deze ondersteuning krijgt vorm via Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI regeling). Daarnaast wordt geïnvesteerd in kennis­opbouw en uitwisseling rondom maatschappelijk vastgoed, via het kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed. Hieraan zijn voor het MMIP vanuit het Klimaatfonds, onderdeel Nationaal Isolatie Programma, middelen toegevoegd voor het jaar 2025. In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat rijksbreed wordt bezuinigd op subsidies. Voor de subsidies op artikel 2 is op dit instrument een korting verwerkt van € 7, 5 mln in 2028 en € 7, 5 mln in 2029.56Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 2.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteitSubsidies (regeling)Bouwregelgeving en bouwkwaliteitIn 2025 verstrekt het ministerie van VRO diverse subsidies in het kader van onderzoek naar mogelijke aanpassingen in de bouwregelgeving en overige onderwerpen die betrekking hebben op de veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid en gezondheid van gebouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument.Biobased BouwenVanuit het Klimaatfonds is in € 13,2 mln. beschikbaar gesteld voor 2025 voor de normering van bouwmaterialen ter stimulering van biobased bouwen. Verder zullen deze middelen worden ingezet voor het opzetten van verwerkingsfaciliteiten, een uitvoeringsorganisatie en een bijdrage voor de Nationale Milieu Database.OpdrachtenBouwregelgeving en bouwkwaliteitHet ministerie van VRO verstrekt ten behoeve van een goed functionerend stelsel van bouwregelgeving in 2025 opdrachten voor werkzaamheden van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), de stichting Nationale Milieu Database (NMD), de Helpdesk bouwregelgeving en de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften. Vanuit de kerntaak «het wettelijk waarborgen van een maatschappelijk noodzakelijk minimum kwaliteitsniveau van bouwwerken» worden waar nodig wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving aangebracht.Bijdragen aan medeoverhedenAanpak funderingsschadeDe middelen voor aanpak funderingsschade zijn bestemd voor het verbeteren van de informatievoorziening, het oprichten van een landelijk informatiepunt funderingsproblematiek en voor onderzoeken naar hoe mensen met funderingsproblemen op lokaal niveau geholpen kunnen worden met funderingsonderzoek en advies.Bijdrage aan agentschappenRVBDeze middelen zijn bestemd voor het stimuleren van hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen met Rijksinkoop. Dit geeft een impuls richting de markt via de voorbeeldrol en inkoopkracht van het Rijk met circulair inkopen en aanbesteden (Kamerstukken II 2017/18, 32852, nr. 59).OntvangstenDit betreft ontvangsten uit afrekeningen van eerder verstrekte subsidies door RVO.nl en uit boetes wegens het niet nakomen van verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van het energielabel bij verkoop en verhuur van gebouwen.57Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 3.3 Artikel 3. Ruimtelijke ordening en OmgevingswetA. Algemene doelstellingEen goede kwaliteit van de leefomgeving.Het beleid is gericht op de realisatie van een veilige, gezonde en aantrek­kelijke woon- en leefomgeving en een efficiënt gebruik van onze ruimte, nu en in de toekomst. Daarnaast werkt het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) aan de invoering van de herziening van het stelsel van omgevingsrecht, dat nationale wettelijke kaders en instrumenten geeft waarmee overheden, burgers en bedrijven gezamenlijk werken aan veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.B. Rol en verantwoordelijkheidRegisserenDe minister van VRO is samen met de sectorale vakministers verantwoor­delijk voor het beleid voor de leefomgeving:–De minister is systeemverantwoordelijk voor de Nationale Omgevings­visie (NOVI), waaronder kennisontwikkeling voor de uitvoering en de evaluatie en monitoring van de NOVI;–De minister is stelselverantwoordelijk voor de Omgevingswet;–Het zorgdragen voor een gestructureerde afstemming met de medeover­heden in het bestuurlijk overleg Wonen, Ruimte en Omgevingswet en met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving;–Het – via de omgevingsagenda’s – in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (onder andere woningbouw, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en waterveiligheid);–Het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een ruimtelijke vertaling voor duurzame energieopwekking, -opslag en transport in 2050 en een visie op verstedelijking en het landelijk gebied;–De inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma’s bij het ministerie van VRO en het stimuleren van ontwerp bij projecten en programma’s, zowel interdepartementaal als bij andere overheden.De minister van VRO heeft een regisserende rol ten aanzien van de geo-informatie in Nederland en heeft in dat kader een systeemverantwoorde­lijkheid voor de Nationale Geo-informatie-Infrastructuur. De minister van VRO geeft aan deze verantwoordelijkheid invulling door:–Het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en Europese kaders en wet- en regelgeving ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de bijbehorende informatievoorziening;–Het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders op het terrein van de geo-informatie;–Het stimuleren van de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap in het kader van de toekomstvisie GeoSamen;–Het zorgen voor een toekomst vaste exploitatie van de geo-basisregi­straties en basisvoorzieningen en de verdere doorontwikkeling van deze geo-informatie-infrastructuur in het kader van de ontwikkelvisie Doorontwikkeling in Samenhang (DiS-Geo).De minister van VRO heeft een ontwikkelende, een faciliterende en een regisserende rol in de uitvoering van de Omgevingswet:58Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 –Het interbestuurlijke programma Aan de Slag met de Omgevingswet ondersteunt de minister bij de uitoefening van zijn rollen. Onder inter­bestuurlijk opdrachtgeverschap van Rijk, IPO, VNG en UvW werkt het programma aan het ondersteunen van burgers, bedrijven, bevoegd gezagen en andere stakeholders bij de stelselherziening. Het implemen­teren, uitbouwen en beheren van een landelijke voorziening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV), het afbouwen en doorontwik­kelen van het DSO-LV, en het vormgeven van de nieuwe werkwijzen op basis van de Omgevingswet vormt de basis van dit programma.StimulerenOm de slagvaardigheid van het openbaar bestuur te versterken stimuleert de minister de samenwerking tussen overheden en het werken als één overheid, onder meer via de Regio Deals.CoördinerenDe minister coördineert aan rijkszijde de integrale aanpak van de groot­stedelijke problematiek vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.De minister kan op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek op verzoek van de gemeenteraad wooncomplexen of straten aanwijzen waarin aan woningzoekende huurders eisen kunnen worden gesteld of voorrang wordt verleend. Op basis van de Wet aanpak woono­verlast (artikel 151d van de Gemw) is de minister stelselverantwoordelijk om hiermee gemeenten de mogelijkheid te bieden ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden tegen te gaan door middel van het opleggen van een gedragsaanwijzing.Daar waar het juridisch instrumentarium ontoereikend is voor het oplossen van de grootstedelijke problematiek en een integrale aanpak in de weg staat, zal door de minister meer ruimte worden gecreëerd voor experi­menten en maatwerk.C. BeleidswijzigingenZicht op NLIn 2025 is de ambitie, zoals verwoord in de beleidsvisie Zicht op Nederland, is om de Nationale Geo-informatie-infrastructuur (NGII) door te laten groeien naar een volwaardig datafundament dat geschikt is voor data gedreven werken in de fysieke leefomgeving. De bijbehorende Werkagenda met concrete acties dient om hieraan een extra impuls te geven. Cruciaal voor het voeren van regie op de ruimte is een goede informatiepositie van alle partijen (burgers, bedrijven, overheden) die bij de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving betrokken zijn. Nederland beschikt over een NGII waarvan dagelijks volop gebruik wordt gemaakt.GrondbeleidIn 2025 wordt het grondbeleid verder gemoderniseerd, zodat het beter ten dienste komt te staan van gebiedsontwikkeling. Door inzet van grondbeleid instrumentarium uit de Omgevingswet kunnen overheden actief sturen op de ruimtelijke inrichting. Het grondbeleid staat immers aan de basis van de diverse maatschappelijke opgaven die er in Nederland zijn. De Kamer is eerder geïnformeerd over een drie sporen aanpak met daarin voorgestelde acties, maatregelen en verkenningen. Het eerste spoor richt zich op kennis­ontwikkeling en kennisdeling over gebruik van bestaand instrumentarium, het tweede spoor betreft het verbeteren van het kostenverhaal, zodat sneller 59Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 gebiedsontwikkeling van de grond komt en het derde spoor verkent de mogelijkheden van nieuwe wet- en regelgeving voor het haalbaar en betaalbaar maken van de ruimtelijke doelen.OmgevingswetNu de Omgevingswet in werking is getreden worden de uitvoerende taken van het interbestuurlijke programma Aan de Slag met de Omgevingswet, waaronder de ondersteuning van bevoegd gezagen bij uitvoering van de Omgevingswet, in de loop van 2025 overgedragen (T03564) aan de lijnorganisatie van VRO. Dit betekent dat naast de uitvoering van de wet, waaronder de ontwikkeling en het beheer van het DSO-LV, ook blijvend invulling wordt gegeven aan de bestuurlijke afspraken die met de koepels en het Rijk zijn gemaakt. De verdere implementatie van de Omgevingswet en invoeringsondersteuning aan bevoegd gezagen worden geborgd en de uitvoering hiervan zal structureel worden ondersteund (T03558). De uitwerking hiervan wordt in 2025 vormgegeven.60Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidDe standen voor 2023 en 2024 vallen formeel niet onder het begrotings­hoofdstuk van VRO, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2023 zijn formeel verantwoord onder artikel 5 van het jaarverslag van BZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2024 vallen formeel onder artikel 5 van de begroting van BZK en zullen daarom worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet en het Jaarverslag 2024 van BZK.Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Ruimtelijke ordening en Omgevingswet (bedragen x € 1.000)1Art.Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen426.6512528.8772409.601111.674128.813128.800122.571Uitgaven299.7682478.8772474.114239.161128.813128.800122.5713.1Ruimtelijke ordening60.36662.55263.28752.34149.92249.81851.178Subsidies (regelingen)Programma Ruimtelijk Ontwerp67974300000Basisregistraties540581581581474474474Nationaal Groeifonds010000000Ruimtelijk instrumentarium (diversen)244210300300300300300Basisregistraties Ondergrond201400000VNG04251.1750000OpdrachtenBasisregistraties Ondergrond8641.3711.8600000Gebiedsontwikkeling8497981.2301.0501.0501.0501.050Geo-informatie6514000000Nationaal Groeifonds030050150020194194Programma Ruimtelijk Ontwerp1.8142.9254.8112.9612.9612.9612.961Ruimtelijk instrumentarium (diversen)2.9654.2925.1424.0944.0904.6193.671Bijdrage aan ZBO's/RWT'sGeo-informatie74000000Basisregistraties Ondergrond68250800000Diverse bijdragen48256600000Geonovum1.7522.4132.3932.3932.4932.4932.493ICTU2.3242.84000000Kadaster34.71430.02730.03229.80029.80029.80029.768Nationaal Groeifonds5491.1061.3389856261000Bijdrage aan medeoverhedenGebiedsontwikkeling2.3742.30000000Diverse projecten ruimtelijke kwaliteit006.8082.5812.5812.5814.921Nationaal Groeifonds89260286260260260260Basisregistratie ondergrond07300000Ruimtelijk instrumentarium (diversen)01.5001.5001.500000Bijdrage aan (inter-)nationale organisatiesCollege van Rijksadviseurs61000000Bijdrage aan agentschappenDICTU00250250000RIVM02612612612612612661Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Art.Omschrijving2023202420252026202720282029RVB3.2053.6872.4072.4132.4132.4132.413RWS (leefomgeving)5.9733.9472.5472.5472.5472.5472.547Basisregistraties Ondergrond47000000Uitvoering gebiedsontwikkeling01.400000003.2Omgevingswet79.44590.88978.25672.08278.89178.98271.393Subsidies (regelingen)Eenvoudig Beter1.0395.7611.19028510400OpdrachtenAan de Slag1.2431.8532691.2061.3791.5000Serviceteam Rijk104207200130130150150Bijdrage aan ZBO's/RWT'sGeonovum000029800Kadaster45.47953.80867.96463.15269.66170.02463.937Geonovum926000000ICTU57919500000Serviceteam Rijk8200000Bijdrage aan agentschappenAan de Slag24.76025.1625.1404.2024.2124.2014.199RWS3.9712.4652.2061.8831.8831.8831.883Serviceteam Rijk1.3361.4361.2871.2241.2241.2241.2243.3Regio159.957325.436332.571114.738000Subsidies (regelingen)Regio Deals010000000OpdrachtenRegio Deals2892878380000Bijdrage aan ZBO's/RWT'sRegio Deals1574491540000Bijdrage aan medeoverhedenRegio Deals159.511324.600331.579114.738000Ontvangsten15.21510.9313.8243.8243.8243.8243.8241De weergegeven standen over 2023 en 2024 worden formeel verantwoord op artikel 5 van de begroting van BZK. Deze bedragen zijn cursief gedrukt. Voor de Regio Deals en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid geld dat deze worden verantwoord onder artikel 1 op de begroting van BZK. De totalen in deze tabel wijken daarom af van de gerapporteerde standen van artikel 5 in het nog te publiceren jaarverslag 2024 van BZK.2Vanwege overheveling van Regio Deals naar begroting VRO liggen de standen van verplichtingen en uitgaven in 2023 en 2024 hoger dan in de begroting van BZKGeschatte budgetflexibiliteitTabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 32025juridisch verplicht25%bestuurlijk gebonden72%beleidsmatig gereserveerd3%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%Juridisch verplichtVan het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 25% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sHet budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is voor 97% juridisch verplicht. Het betreft met name een bijdrage aan het Kadaster voor beheer en ontwik­keling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties. Daarnaast 62Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 betreft het een bijdrage aan Kadaster voor hun rol als tactisch beheerder van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en als operationeel beheerder van het DSO.Bijdrage aan agentschappenHet budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 83% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan Rijkswaterstaat (RWS) en Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) ten behoeve van de Ruimtelijke Inpassingsplannen, Toepasbare Rijksregels en voor dienst­verlening in het kader van Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Tot slot betreft het een bijdrage aan Logius/KOOP voor ontwikkeling en beheer van het DSO.E. Toelichting op de financiële instrumenten3.1 Ruimtelijke ordeningSubsidiesBasisregistratiesDit betreft een subsidie aan de Stichting Geonovum voor het ontwikkelen en beheren van geo-standaarden, kennisoverdracht en advisering over geo-informatie en geo-informatie-infrastructuur.Ruimtelijk instrumentarium (diversen)Dit budget is bedoeld voor incidentele initiatieven die een bijdrage leveren aan een goede kwaliteit van de leefomgeving.OpdrachtenProgramma Ruimtelijk OntwerpHet (nog vast te stellen) Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2025-2028 richt zich op het uitbouwen en bestendigen van een effectieve inzet van ruimtelijk ontwerpend onderzoek bij urgente en complexe maatschappelijke opgaven op lokaal en regionaal niveau. De op dit moment voorziene belang­rijkste operationele doelen van het programma zijn:– het ondersteunen én verduurzamen van de samenwerking, met behulp van ruimtelijk ontwerpend onderzoek, tussen ontwerpers en alle relevante niet-ontwerpende partijen aan de grote opgaven op lokale en regionale schaal;– het verzamelen en duiden van kennis over en ervaring met ruimtelijk ontwerpend onderzoek om de concrete toegevoegde waarde van ruimtelijk ontwerpend onderzoek voor iedereen die ermee aan de slag gaat inzichtelijk én praktisch hanteerbaar te maken;– het versterken van het vermogen om ruimtelijk ontwerpend onderzoek in te zetten als instrument om samen te werken aan de grote, maatschap­pelijke, transitieopgaven;– het breed, doelgericht en hanteerbaar delen van de gezamenlijke kennis van en ervaring met ruimtelijk ontwerpend onderzoek als instrument om in samenwerking aan de grote maatschappelijke opgaven te werken.Basisregistratie OndergrondDe Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. Dit betreft voornamelijk de programmakosten voor de opname van gegevens over 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Milieukwaliteit in de BRO. Hiervoor wordt budget ingezet in diverse opdrachten. Daarnaast wordt deel van de beheertaak voor standaarden milieukwaliteit van de BRO in opdracht gegeven.Ruimtelijk instrumentarium (diversen)Financiële middelen voor het Ruimtelijk instrumentarium worden ingezet voor:–De totstandkoming van de (concept) Nota Ruimte inclusief PlanMER, het participatieproces en de NOVI-conferentie (de dag van de Ruimtelijke Ordening);–De monitor van de NOVI en de inrichting van de beleidsevaluatie van de NOVI;–Het inrichten van de Evaluatie Commissie Omgevingswet en de financiële monitoring van de Omgevingswet;–Het beheer en onderhoud van het ruimtelijk deel van het stelsel van de Omgevingswet (Ow);–Het Programma Grondbeleid.Bijdrage aan ZBO's/RWT'sKadaster (basisregistraties)Dit betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is bestemd voor beheer, adaptief onderhoud en doorontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties in het geo-informatiedomein, als onderdeel van het Datafundament (binnen Zicht op Nederland) inclusief de BRO en in enkele gevallen ook voor het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en doorontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie «Publieke Dienstverlening op de Kaart» (PDOK), het Nationaal Geo-Register (NGR) in relatie tot de Europese richtlijn INSPIRE en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.GeonovumDit betreft een structurele bijdrage aan Geonovum. De bijdrage is bestemd voor het realiseren van afspraken, standaarden en modellen met betrekking tot de volgende onderwerpen:–Europese digitaliserings- en databeleid/INSPIRE;–Digitale Ruimtelijke Ordening (DRO);–Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT);–Basisregistratie Ondergrond (BRO);–Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK);–Advisering GeoSamen;–Datafundament binnen Zicht op Nederland.Nationaal GroeifondsVRO neemt deel aan het programma Dutch Metropolitan Innovations (DMI, een programma van het Ministerie van IenW) met het project voor Flevoland (‘Zicht op Flevoland’), waarvoor een bijdrage uit het Nationaal Groeifonds (NGF) is verkregen.In ‘Zicht op Flevoland’ ontwikkelt VRO in samenwerking met Geonovum een digitaal afsprakenstelsel om de domeinen mobiliteit, openbare ruimte en woningbouw te voorzien van digitale tweelingen. Dit zijn instrumenten die de complexe vraagstukken in de fysieke leefomgeving visualiseren en inzichtelijk maken ter ondersteuning van de beeld-, oordeels-, en besluit­vorming.64Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Geonovum ontvangt een bijdrage van VRO voor het ontwikkelen van standaarden ten behoeve van het interoperabel en platform-onafhankelijk maken van Digitale Tweelingen.Bijdrage aan medeoverhedenDiverse projecten ruimtelijke kwaliteitDit betreft de slotbetaling van het Nieuwe Sleutel Project (NSP) Breda die is voorzien in 2024. Door de komst van de Hogesnelheidslijn-Zuid is er in 1997 besloten tot de aanpak van de aanliggende stations, de Nieuwe Sleutelprojecten. Het laatste nog lopende project NSP Breda is gericht op het verbeteren van de situatie in het stationskwartier van Breda.Nationaal GroeifondsIn het kader van ‘Zicht op Flevoland’ ontvangen de provincie Flevoland en gemeente Almere een specifieke uitkering voor het realiseren van digitale tweelingen ten behoeve van de stedelijke en provinciale opgaven in de fysieke leefomgeving.Bijdrage aan agentschappenRVBHet Rijksvastgoedbedrijf (RVB) ontvangt een (jaarlijkse) bijdrage voor gebiedsverkenningen, -analyses en -projecten met (mogelijk) maatschap­pelijke meerwaarde door inzet van rijksvastgoed (gronden en gebouwen). Bij voorkeur gaat het hier om integrale trajecten met een bijdrage aan meerdere beleidsdoelen, zoals volkshuisvesting, energietransitie en stikstof.RWS (leefomgeving)Rijkswaterstaat ontvangt een bijdrage voor diverse beleidsondersteunende en adviserende activiteiten in het domein van de fysieke leefomgeving.3.2 OmgevingswetSubsidiesEenvoudig beterDit betreft subsidies aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen (UvW) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) voor ondersteuning van de bevoegd gezagen bij het (leren) werken met de Omgevingswet.OpdrachtenAan de SlagTer ondersteuning van bevoegd gezagen bij het werken met de Omgevingswet en het implementeren van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden werkplaatsen, workshops en webinars georganiseerd. Dit alles helpt bevoegd gezagen bij het werken met het DSO. Daarnaast worden diverse opdrachten verstrekt voor onderzoeken en evaluaties.65Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijdrage aan ZBO's / RWT'sKadasterHet Kadaster is de Tactische beheerorganisatie (TBO) van het DSO. Het Kadaster ontvangt een bijdrage van het ministerie van VRO voor zowel de coördinerende tactische taken als gedelegeerd opdrachtgever voor de operationele beheerorganisaties (OBO’s) Rijkswaterstaat (RWS), Geonovum en Kadaster, voor de werkzaamheden in het kader van de afbouw, de imple­mentatie, het beheer en de exploitatie, de doorontwikkeling en uitbouw van de DSO-LV.Bijdrage aan agentschappenAan de SlagDit betreft allereerst een bijdrage aan Rijkswaterstaat (RWS) voor het beheer van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). De bijdrage aan RWS als OBO verloopt via het Kadaster als TBO.Logius, organisatieonderdeel Kennis- en Exploitatiecentrum voor Officiële Overheidspublicaties (KOOP), ontvangt een bijdrage voor het beheer en doorontwikkeling van de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB) en de Standaard Officiële Publicaties (STOP), beide onderdeel van het DSO.RWS (STR)Het Serviceteam Rijk (STR) verzorgt voor het Rijk de digitalisering van regelgeving onder de Omgevingswet ten behoeve van bekendmaking en ontsluiting in het DSO-LV. Daartoe ontvangt VRO bijdragen van de ministeries van IenW, OCW, EZK, LNV en Defensie. Rijkswaterstaat (RWS) voert in opdracht van Serviceteam Rijk werkzaamheden uit. Dit betreft het omzetten van juridische regels in toepasbare regels en het beheer daarvan.Serviceteam RijkLogius/KOOP voert eveneens in opdracht van Serviceteam Rijk werkzaam­heden uit. Voor Logius/KOOP betreft dit het omzetten van wijzigingsbe­sluiten in de juiste digitale standaarden ten behoeve van bekendmaking in de Staatscourant en ontsluiting in het DSO.OntvangstenDit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen aan het Kadaster voor de basisregistraties.3.3 Bestuur en regioBijdrage aan medeoverhedenRegio DealsDe middelen voor de Regio Deals worden in twee termijnen overgeboekt aan de regio’s met wie een Regio Deal wordt gesloten. Voor 2025 is een bedrag van € 331,6 mln. in de begroting opgenomen om de tweede termijn van de vijfde tranche uit te keren en de eerste termijn van de zesde tranche uit te keren. De eerste termijn van de vijfde tranche wordt in 2024 uitgekeerd; in 2025 volgt de tweede termijnbetaling. In 2025 wordt ook de eerste termijn van de zesde tranche uitgekeerd. Voor de vijfde tranche is in totaal € 384,6 mln. beschikbaar en voor de zesde tranche is € 244.3 mln. beschikbaar. Voor de zesde tranche is aan alle regio's gevraagd proposities in te dienen. De binnengekomen proposities worden net als in de vijfde tranche beoordeeld 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 aan de hand van een afwegingskader. Op basis van deze beoordeling besluit het kabinet begin 2025 over toekenning van middelen voor de zesde tranche Regio Deals. Vervolgens wordt met de geselecteerde regio's een concrete, te ondertekenen Regio Deal uitgewerkt. Het streven is dat de eerste deals van de zesde tranche medio 2025 tussen Rijk en regio worden gesloten en dat de uitvoering van deze deals na de zomer van 2025 van start gaat.67Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 3.4 Artikel 4. Uitvoering RijksvastgoedbeleidA. Algemene doelstellingHet ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) geeft uitvoering aan het Rijksvastgoedbeleid door het verzorgen van de Rijkshuis­vesting van Hoge Colleges van Staat, het ministerie van Algemene Zaken (AZ) en het Koninklijk Huis, het beheren van monumenten die, naar hun aard, niet geschikt zijn voor Rijkshuisvesting en het uitvoeren van het Rijkshuisvestingsbeleid. Daarnaast realiseert het ministerie van VRO een optimaal financieel resultaat en maatschappelijk rendement bij het verwerven, beheren, ontwikkelen en vervreemden van materiële activa van/voor het Rijk voor de realisatie van Rijksdoelstellingen, gerelateerd aan de strategische opgaven van het kabinet.B. Rol en verantwoordelijkheidDe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) is, als opdrachtgever en uitvoerder, verantwoordelijk voor:–de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van AZ;–de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat;–het beheer en onderhoud van de monumenten die aan het Rijksvast goedbedrijf (RVB) zijn toevertrouwd en die naar hun aard niet geschikt zijn voor de huisvesting van rijksdiensten;–de doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting binnen de wettelijke en afgesproken kaders.Daarnaast is de minister als uitvoerder op het terrein van Rijksvastgoed verantwoordelijk voor:–het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, een en ander voor zover de verantwoordelijkheid voor dat beheer niet bij of krachtens de wet bij een of meer andere ministers is gelegd;–de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingspro jecten waarbij meervoudige Rijksdoelstellingen aanwezig zijn. Ook hierbij wordt gestreefd naar een optimale inzet van (overtollige) Rijksactiva en/of financiële bijdragen van het Rijk;–ingebruikgeving en vervreemding van (overtollige) onroerende zaken van andere ministeries. Voor zover er op basis van de huidige begro tingsregels van het kabinet sprake is van een generieke middelenaf spraak met een minister, wordt de opbrengst uit ingebruikgeving en/of vervreemding door de betreffende minister begroot en verantwoord op de eigen begroting.C. BeleidswijzigingenMet zowel de brief aan de Tweede Kamer van 28 maart 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 34357, nr. 4) als de brief van 13 juni 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 34682, nr. 193) is bekend gemaakt dat de agrarische compensatie­gronden niet alleen ingezet kunnen worden om bij te dragen aan realisatie van Rijksinfrastructuur en andere taken van rijkspartijen, maar ook om de gronden beschikbaar te stellen voor andere nationale doelen. Als gevolg hiervan stijgt de vraag naar deze compensatiegronden en is het van belang 68Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 dat de portefeuille compensatiegronden kwantitatief op peil gehouden kan worden. Hiertoe is bij voorjaarnota 2024 zowel aan de uitgaven- als de ontvangstenkant een meerjarige reeks van € 5 mln. toegevoegd.D. Budgettaire gevolgen van beleidDe standen voor 2023 en 2024 vallen formeel niet onder het begrotings­hoofdstuk van VRO, maar worden hier voor de inzichtelijkhjeid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2023 zijn formeel verantwoord onder artikel 9 van het jaarverslag van BZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2024 vallen formeel onder artikel 9 van de begroting van BZK en zullen daarom worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet en het Jaarverslag 2024 van BZK.Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (bedragen x € 1.000)1Art.Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen159.243184.708182.033200.258201.978211.959262.532Uitgaven159.243184.708182.033200.258201.978211.959262.5324.1Doelmatige Rijkshuisvesting81.199103.563101.254119.594122.235132.263182.801Bijdrage aan agentschappenRVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)52.06166.38763.54782.99785.86195.942146.443RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)14.79717.55918.52418.49518.44618.42918.441RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)2.9297.2427.6747.6627.5357.5287.533RVB (Bijdrage voor monumenten)3.9664.9324.3713.3163.2993.2733.298RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)7.4467.4437.1387.1247.0947.0917.0864.2Beheer materiële activa78.04481.14580.77980.66479.74379.69679.731Bijdrage aan agentschappenRVB14.32916.38016.01616.01615.87815.87815.878RVB (Bijdrage voor compensatiegronden en erfpachtrecht)05.0005.0005.0005.0005.0005.000RVB (Onderhoud en beheerkosten)4.6515.0965.3145.2784.6284.6284.628RVB (Zakelijke lasten)59.06454.66954.44954.37054.23754.19054.225Ontvangsten243.412129.432107.98497.82096.12296.07296.0721In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Geschatte budgetflexibiliteitTabel 20 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 42025juridisch verplicht91%bestuurlijk gebonden0%beleidsmatig gereserveerd9%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%Juridisch verplichtVan het totale uitgavenbudget van artikel 4 is 91% juridisch verplicht en dit betreft het volgende instrument:69Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijdrage aan agentschappenHet budget is voor 91% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de gebruiksvergoedingen en de bevoorschotting.E. Toelichting op de financiële instrumenten4.1 Doelmatige RijkshuisvestingBijdrage aan agentschappenRVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk huis)Krachtens artikel vier van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis worden drie paleizen ter beschikking gesteld aan de Koning. Dit zijn paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis te Amsterdam. De uitvoering hiervan vindt plaats via de begroting van VRO.De bijdrage aan het RVB voor huisvesting van het Koninklijk Huis bedraagt circa € 18,5 mln. en is opgebouwd uit de volgende componenten:–Circa € 9,1 mln. rente en afschrijving voor investeringen die via de leenfaciliteit zijn gefinancierd en zijn geactiveerd op de balans van het RVB;–Circa € 8 mln. voor regulier onderhoud. Hiermee worden onder meer technische installaties onderhouden, worden storingen verholpen en worden gebouwen onderhouden en hersteld. Voor het onderhoud aan de paleizen geldt - vanwege het veelal monumentale karakter van de objecten - een hogere norm dan voor kantoren;–Het restant van circa € 1,4 mln. betreft betalingen voor met name kleinere investeringen op basis van wet- en regelgeving (onder andere brandveiligheid) en kosten voor kleinere aanpassingen.Conform een door de minister-president gedane toezegging bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2016 van de Koning, geeft onder­staande meerjarenplanning inzicht in geplande onderzoeken naar en het meerjarig groot onderhoud en renovatie van de paleizen. Over de wijze waarop zulke projecten gefinancierd worden is de Tweede Kamer geïnformeerd in de brief van 2 december 2015 (Kamerstukken II 2015/16, 34300 XVIII, nr. 45).Tabel 21 Onderzoek en renovatie huisvesting Koninklijk Huis2022202320242025202620272028Paleis Huis ten BoschGeenGeenGeenGeenGeenGeenGeenKoninklijk Paleis AmsterdamGeenStart onderhoud dakLopendLopendLopendGeenGeenPaleis NoordeindeGeenGeenGeenGeenGeenGeenGeenDe werkzaamheden met betrekking tot het groot onderhoud aan het dak van het Koninklijk Paleis Amsterdam zijn in 2023 gestart. De investeringskosten voor het groot onderhoud zijn begroot op circa € 23 mln. conform de brief aan de Kamer uit maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VII, nr. 139). Na oplevering van het groot onderhoud medio 2025 ‒ 2026 worden de kosten geactiveerd.RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat. In 2025 zijn er kosten 70Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 gerelateerd aan de rente en afschrijving van de tijdelijke huisvesting van de binnenhofgebruikers. Ook zijn de kosten van de renovatie Binnenhof verwerkt in dit budget. Zowel voor de tijdelijke huisvesting van de binnen­hofgebruikers als de renovatie van het Binnenhof zijn bij voorjaarsnota 2024 meerjarig aanvullende middelen vrijgemaakt.RVB (Bijdrage voor huisvesting ministerie van AZ)Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van het ministerie van Algemene Zaken (AZ).RVB (Bijdrage voor monumenten)Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor het beheer en onderhoud van een aantal monumenten die naar hun aard niet geschikt zijn voor huisvesting van Rijksdiensten.RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)Dit betreft activiteiten die in het kader van verschillende beleidsdoelen op het gebied van rijkshuisvesting worden uitgevoerd. Het RVB draagt onder meer bij aan de realisatie van rijksdoelstellingen door te werken aan energiebesparing, duurzaamheid van de gebouwenvoorraad van het Rijk en een doelmatige werking van het rijkshuisvestingstelsel. Maar ook door bij te dragen aan de totstandkoming van de rijkswerkplek en uitvoering te geven aan professioneel publiek opdrachtgeverschap in de bouw. Daarnaast gebeurt dit onder meer door werkzaamheden van de Rijksbouwmeester voor de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, de stedenbouwkundige inpassing en van de beeldende kunst.Binnen het RVB loopt het Programma Groene Innovaties (PGI). In 2025 ligt de focus op vier thema’s waarin innovatieve ontwikkeling noodzakelijk is om de duurzaamheidsdoelen te halen. De vier thema’s zijn Energietran­sitie, Circulariteit, Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Deze thema's worden ondersteund door het thema digitalisering. PGI is een programma van bescheiden omvang, maar kan door ‘groene’ innovatieruimte te bieden wel een vliegwieleffect bewerkstelligen. Zo kan PGI op concreet niveau in de projecten bijdragen aan het behalen van de duurzaamheidsdoelen van het RVB.4.2 Beheer materiële activaBijdrage aan agentschappenRVBDit betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet-rijkshuis­vesting) die de Staat toebehoren. Dit beheer betreft met name werkzaam­heden rond (ver)huur, (erf)pacht, medegebruik en de verwerking van zakelijke lasten van het Rijk.RVB (Onderhoud en beheerkosten)Het gaat hierbij om uitgaven voor onderhoud en beheer van de onroerende zaken (niet-rijkshuisvesting) welke in het beheer zijn van het RVB. Beheerkosten zijn (externe) kosten in verband met ingebruikgeving en vervreemding, bijvoorbeeld energie-, beveiligings- en taxatiekosten.71Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 RVB (Zakelijke lasten)Het gaat hier om de betaling van door gemeenten en waterschappen opgelegde belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom bij de Staat voor zover het niet de Rijkshuisvesting betreft. Gedacht moet worden aan de onroerendzaakbelasting, waterschapsheffingen en rioolhef­fingen bij de onroerende zaken van de Staat. De uitgaven bestaan voor circa 80% uit gemeentelasten en voor 20% uit waterschapslasten. De zakelijke lasten die samenhangen met rijkshuisvesting worden verantwoord op de baten-lastenbegroting van het agentschap RVB.RVB (Compensatiegronden en erfpachtrechten)Het gaat hierbij om uitgaven die gebruikt kunnen worden voor het aankopen van compensatiegronden, en het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten. Het Rijk kan de agrarische compensatiegronden voortaan niet alleen voor Rijksinfrastructuur en andere taken van Rijkspartijen inzetten, maar ook voor andere beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Dit betekent dat er meer vraag naar het gebruik van compensatiegronden is en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om ook aankopen te kunnen doen, en om aangeboden erfpachtrechten terug te kopen. De uitgaven kunnen slechts geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op korte termijn worden verwacht.OntvangstenZakelijke lastenDe ontvangsten betreffen met name terugbetalingen door huurders - niet zijnde Rijksgebruikers - van door het RVB betaalde belastingen en heffingen opgelegd door gemeenten en waterschappen.IngebruikgevingenHet gaat hierbij om de ingebruikgeving (met name verpachting en verhuur) van de onroerende zaken van de Staat voor zover er voor de opbrengst uit ingebruikgeving geen middelenafspraak bestaat.VervreemdingHet gaat hierbij om de vervreemding van de (onder andere agrarische) onroerende zaken van de Staat, voor zover voor de opbrengst uit vervreemding geen middelenafspraak bestaat. De opbrengsten uit midde­lenafspraken worden verantwoord via de begrotingen van het vakdepar­tement.Compensatiegronden en erfpachtrechtenHet gaat hierbij om de ontvangsten die gebruikt kunnen worden voor het aankopen van compensatiegronden, en het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten. Het Rijk kan de agrarische compensatiegronden voortaan niet alleen voor Rijksinfrastructuur en andere taken van Rijkspartijen inzetten, maar ook voor andere beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Dit betekent dat er meer vraag naar het gebruik van compensatiegronden is en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om ook aankopen te kunnen doen, en om aangeboden erfpachtrechten terug te kopen. De uitgaven kunnen slechts gescheiden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op korte termijn worden verwacht.72Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Generale ontvangstenHieronder vallen de ontvangsten uit de verkoop van bodemmaterialen zoals zand en de ontvangsten uit de veiling van huurrechten van benzi­nestations langs rijkswegen. Over de winst van een gedeelte van de generale ontvangsten moet het ministerie van VRO vennootschapsbe­lasting afdragen. Deze uitgave vindt plaats op de begroting van VRO op niet-beleidsartikel 12 Algemeen.73Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 4. Niet-beleidsartikelen4.1 Artikel 11. Centraal apparaatA. Apparaatsuitgaven KerndepartementDe apparaatsuitgaven van het kerndepartement van VRO worden verantwoord op artikel 11 van de begroting van BZK.B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO/RWT'sOnderstaande tabel geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).Tabel 22 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Totaal apparaatskosten Agentschappen411.771460.438533.607531.586527.540517.448512.790RVB387.700425.510493.243497.008495.624484.985480.984DHC24.07134.92840.36434.57831.91632.46331.806Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's224.000242.000257.000256.000257.000258.000258.000Kadaster224.000242.000257.000256.000257.000258.000258.000Apparaatsuitgaven per Directoraat-GeneraalDe apparaatsuitgaven van de DG's die onder het ministerie van VRO vallen zijn terug te vinden op artikel 11 van de begroting van het ministerie van BZK.4.2 Artikel 12. AlgemeenA. Budgettaire gevolgenTabel 23 Budgettaire gevolgen artikel 12. Algemeen (bedragen x € 1.000)Art.Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen32.31939.0859.7289.7289.7289.7289.728Uitgaven32.31939.0859.7289.7289.7289.7289.72812.1Algemeen32.31939.0859.7289.7289.7289.7289.728Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenFinanciën (IXB)32.31939.0859.7289.7289.7289.7289.728Ontvangsten000000074Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 B. Toelichting op de financiële instrumenten12.1 AlgemeenBijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenFinanciën (IXB)Over de winst op een aantal activiteiten op de begroting van het ministerie van VRO en daaronder vallende agentschappen moet vennootschapsbe­lasting (Vpb) worden afgedragen. De uitgaven aan Vpb betreffen de aanslagen over de belastbare winst op de generale ontvangsten en een deel van de specifieke ontvangsten van artikel 4 (Uitvoering Rijksvastgoed­beleid) van deze begroting.75Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 4.3 Artikel 13. Nog onverdeeldA. Budgettaire gevolgenTabel 24 Budgettaire gevolgen artikel 13. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen0000000Uitgaven000000013.0Nog onverdeeld0000000Nog te verdelen0000000Onvoorzien0000000Ontvangsten000000076Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 5. Begroting agentschappen5.1 Rijksvastgoedbedrijf (RVB)Overheveling agentschappen naar VRODe standen voor 2023 en 2024 vallen formeel niet onder het begro­tingshoofdstuk van VRO, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2023 zijn formeel verantwoord onder agentschapsbegroting 5.7 van het jaarverslag van BZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2024 vallen formeel onder agentschapsbegroting 5.7 van de begroting van BZK en zullen daarom worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet en het Jaarverslag 2024 van BZK.InleidingHet RVB is de vastgoedorganisatie van en voor de Rijksoverheid en is verantwoordelijk voor het beheer en het onderhouden van de grootste en meest diverse vastgoedportefeuille van Nederland. Daarbij zet het RVB het Rijksvastgoed ook in voor grote maatschappelijke opgaven van deze tijd. Denk onder andere aan de inzet van rijksgronden voor het mogelijk maken van meer woningbouw, de energietransitie en de aanwending van vastgoed voor opvang van kwetsbare mensen, waaronder studenten, arbeidsmigranten en statushouders.De opdracht van het RVB is om medeoverheden te helpen bij hun huisves­tingsvraagstukken. Zo regelt het RVB van oudsher de huisvesting van de Rijksoverheid en het rijksbrede privaatrechtelijk beheer van gronden en gebouwen namens de Staat. Het RVB werkt continu aan het vastgoed dat wij beheren om ervoor te zorgen dat deze eigentijds en veilig is voor degenen die erin werken of verblijven. Onder het Kabinet Rutte IV is ingezet op concentratie en verduurzaming van het defensievastgoed. Daarnaast wordt gewerkt aan de revitalisering van de gevangenissen. De uitvoering van deze ambities ligt voor een groot deel bij het RVB.Het Rijksvastgoedbedrijf in vogelvluchtHet Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is een baten-lastenagentschap en beheert een omvangrijke en diverse vastgoedportefeuille die op dit moment bestaat uit 85.796 hectare grond en 11,4 miljoen m2 gebouwen. Het gaat om:–de Rijkshuisvesting voor kantoren en specialties;–de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken (AZ), de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat en de instand­houding van monumenten in beheer van het RVB;–het onderhoud aan en beheer van Defensiegebouwen en terreinen;–projectontwikkeling en nieuwbouw voor Defensie;–de doelmatige verkoop van overtollig Rijksvastgoed en/of geeft dit waar mogelijk in gebruik bij derden;–uitgifte in pacht van gronden en de inzet van gronden en vastgoed voor stikstofproblematiek, maatschappelijke doelen en duurzaamheid;–de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingspro­jecten waarbij meervoudige Rijksdoelstellingen aanwezig zijn;–de bijdrage aan urgente opgaven in het ruimtelijk domein.Waar we als Rijk een privaatrechtelijke rol hebben, omdat we grond en/of gebouwen bezitten, kunnen we snel handelen. Zo ook op de hierboven genoemde maatschappelijke taken. Dit gebeurt allemaal binnen 77Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 de spelregels van het agentschapsmodel, waarbij specifieke opdrachten voor de uitvoering van Kabinetsbeleid aan de basis worden gelegd. Deze opdrachten komen vanuit VRO of vanuit andere departementen.Het RVB werkt vraaggestuurd. Deze vraag vloeit met name voort uit de masterplannen voor de kantoorhuisvesting, de huisvestingsbehoeften vanuit de specialties, de wensen voor dienstverlening vanuit Defensie, de behoefte aan te ontwikkelen projecten danwel gebieden en de vraag vanuit beleidsdepartementen voor de inzet van Rijksvastgoed voor strategische beleidsopgaven. Daarnaast beïnvloeden ook externe ontwikkelingen de vraag voor het RVB. Denk daarbij aan het hybride werken of beleidsmatige keuzes over bijdragen die het RVB kan leveren door Rijksvastgoed in te zetten voor maatschappelijke opgaven.De door het RVB uitgerolde vastgoedvisie, waarin onder meer oog is voor planmatige verduurzaming, draagt bij aan een toekomstbestendige vastgoedportefeuille die bestand is tegen snelle en soms onvoorspelbare schommelingen in de vraag naar vastgoed. Door een strategische samen­stelling en opbouw van onze vastgoedportefeuille is het RVB voorbereid op toekomstige ontwikkelingen. De portefeuille draagt daarmee op een effectieve en efficiënte manier bij aan financieel en maatschappelijk rendement voor het Rijk.Doorkijk naar de komende jarenVanuit de politiek wordt in toenemende mate beroep gedaan op het RVB om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. Er kan namelijk veel meer met rijksgebouwen en rijksgronden. Inzet van grond op het juiste moment en op de juiste plek vormt in gebiedsontwikkelingen vaak een onmisbare schakel en kan de uitvoering van nationale programma’s ondersteunen. De ambitie is om het vastgoed en de gronden van het Rijk meer strategisch in te zetten voor de uitvoering van diverse maatschappelijke doelen. Zo is ook opgenomen in de RVB-Kamerbrief van maart 2023 (kenmerk 2023-0000165488; Kamerbrief verbreding takenpakket Rijksvastgoedbedrijf | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl).Het RVB ziet zich gegeven de omvang van de opgaven gesteld voor een aantal forse uitdagingen in de komende jaren. Zoals ook opgenomen in onze Stand van de Uitvoering (kenmerk 2024-0000097672; Stand van de Uitvoering Rijksvastgoedbedrijf | Rapport | Rijksoverheid.nl), zien we als organisatie een drietal potentiële knelpunten die de uitvoering van ons werk raken. Het gaat om:1.Hoge prijzen in de markt voor de uitvoering van onze werkzaam­heden (marktspanning);2.Een te grote werkvoorraad in relatie tot onze capaciteit en het feit dat veel vastgoed in matige tot slechte staat verkeert;3.Beperkte mogelijkheden tot het benutten van kansen bij de strategische inzet van gronden voor maatschappelijke doelen.Binnen de context van deze uitdagingen, in combinatie met de krapte van de arbeidsmarkt, een bouwmarkt die geen grote risico’s en projecten meer kan absorberen en de netcongestie- en stikstofproblematiek, staat het RVB voor een complexe opgave in de komende (begrotings)periode. Deze ontwikkelingen vragen om een andere manier van werken.Het RVB streeft er daarom in de komende jaren in toenemende mate naar om een betrouwbare en professionele partner te blijven voor onze opdrachtgevers. Daarom zal het RVB nog nadrukkelijker gaan sturen op het 78Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 programmeren van werk en de op te kunnen leveren productie. Daarnaast willen we een einde maken aan groot achterstallig onderhoud, onder andere door dit efficiënter en planmatiger aan te pakken en de prikkels binnen het stelsel weer op de juiste wijze te versterken.Staat van baten en lastenTabel 25 Begroting van baten-lastenagentschap RVB voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)1Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Baten- Omzet1.428.9941.430.2661.594.7111.674.1111.695.7461.704.4231.837.121waarvan omzet moederdepartement205.203207.555197.303200.095198.762194.632217.145waarvan omzet overige departementen1.112.7201.146.5671.295.8001.367.6081.389.1061.393.3501.488.701waarvan omzet derden111.07176.144101.608106.408107.878116.441131.275Rentebaten9.91409.0009.0009.0004.0000Vrijval voorzieningen62000000Bijzondere baten93.853161.61398.372101.910100.82596.84299.490Totaal baten1.532.8231.591.8791.702.0841.785.0211.805.5711.805.2651.936.611LastenApparaatskosten387.700425.510493.243497.008495.624484.985480.984- Personele kosten310.939338.736398.389395.458391.699384.865379.786waarvan eigen personeel254.165283.436331.432329.193327.504322.391317.657waarvan inhuur externen55.35055.30066.95766.26564.19562.47462.129waarvan overige personele kosten1.424000000- Materiële kosten76.76186.77494.854101.550103.925100.120101.198waarvan apparaat ICT34.63214.39020.58827.24029.57026.81727.848waarvan bijdrage aan SSO's047.76148.59448.59448.59447.49447.494waarvan overige materiële kosten42.12924.62325.67325.71725.76225.80925.856Rentelasten79.58688.192109.773145.681152.145160.928196.791Afschrijvingskosten390.781457.712503.715541.190553.103572.210652.143- Materieel390.781457.712503.715541.190553.103572.210652.143waarvan apparaat ICT0000000waarvan overige materiële afschrijvingskosten390.781457.712503.715541.190553.103572.210652.143- Immaterieel0000000Overige lasten659.476620.465595.353601.141604.699587.142606.693waarvan dotaties voorzieningen0000000waarvan bijzondere lasten659.476620.465595.353601.141604.699587.142606.693Totaal lasten1.517.5431.591.8791.702.0841.785.0211.805.5711.805.2651.936.611Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening15.280000000Agentschapsdeel Vpb-lasten20000000Saldo van baten en lasten15.2600000001In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.ToelichtingBatenOmzetOmzet moederdepartementHet ministerie van VRO geeft opdracht aan het RVB voor het uitvoeren van bepaalde taken, te weten:79Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 –het leveren van ondersteuning aan VRO en de uitvoering van het rijksbeleid gerelateerd aan de Rijkshuisvesting;–het apparaat om de uitvoering van het beheer van materiële activa mogelijk te maken;–huisvesting voor de Hoge Colleges van Staat, het Ministerie van AZ, de staatspaleizen en het Ministerie van VRO.Ten opzichte van 2024 wordt in 2025 een lagere omzet verwacht, vanwege lagere ontvangsten voor de ingebruikgeving van bijzondere specialties.Omzet overige departementenDe omzet overige departementen omvat opbrengsten voor geleverde producten en diensten aan departementen. Het gaat daarbij met name om ontvangen gebruiksvergoedingen voor kantoren en specialties. Op basis van de overeengekomen huurprijsmethodiek brengt het RVB deze gebruiks­vergoeding in rekening. In de ramingen van de gebruiksvergoeding is onder meer rekening gehouden met oplevering van projecten vanuit de geactualiseerde masterplannen, het afsluiten van nieuwe contracten en met de verwachte beëindiging van contracten. Voor wat betreft de dienstverlening aan het Ministerie van Defensie is alleen de vergoeding vanuit Defensie voor de apparaatsinzet van het RVB opgenomen, omdat de programmagelden niet tot de omzet mogen worden gerekend. In de komende jaren is sprake van een stijgende lijn die samenhangt met uitbrei­dingen in de vastgoedportefeuille van met name het kantorenstelsel, en een toename van de tarieven als gevolg van vervangingsinvesteringen en hogere apparaatskosten door de nieuw afgesloten CAO Rijk 2024.Omzet derdenDeze omzet betreft de baten uit verhuur aan musea en internationale organisaties, de baten vanuit de verkoop van onroerend goed en de inkomsten vanuit de exploitatie van een aantal bijzondere objecten zoals parkeergarages. Ook wordt rekening gehouden met afnemerszaken die extern worden gefactureerd en omzet gerelateerd aan gebiedsontwikkeling. In de komende jaren is sprake van een toename van de omzet derden, vanwege hogere te ontvangen gebruiksvergoedingen voor bijzondere specialties en een toename van de omzet voor gebiedsontwikkeling. Dit betreft de verkoopontvangsten van de gronden in de gebiedsontwik­keling Valkenhorst.RentebatenDit betreft de verwachte baten voorzien vanuit de rekening courantver­houding met het Ministerie van Financiën.Bijzondere batenDit betreft met name het deel van de apparaatsinzet bij projecten dat wordt geactiveerd. De verwachte stijging van de baten komt voor rekening van het product Projectrealisatie.LastenApparaatskostenPersonele kostenDit betreft de kosten van het eigen apparaat, met name van salaris- en opleidingskosten van eigen personeel en inzet van externe inhuur. Voor de komende jaren is rekening gehouden met extra inzet van personeel om tegemoet te komen aan de extra vraag naar capaciteit, vooral bij de 80Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 uitvoering van projecten. De inzet externe inhuur betreft met name specia­listische kennis en werkzaamheden en blijft voor de komende jaren stabiel. Daarnaast is rekening gehouden met de afspraken die in de CAO Rijk 2024 zijn gemaakt.Materiële kostenDeze kosten betreffen met name de kosten voor de eigen huisvesting en van het eigen ICT-gebruik. De bijdrage aan de SSO’s omvat zowel ICT-kosten als kosten voor de eigen huisvesting van het RVB. In de begroting is rekening gehouden met hogere uitgaven als gevolg van het inbesteden van I-functie-onderdelen en extra investeringen in het kader van de I-strategie gedurende de begrotingsperiode.RentelastenDe rentelasten vloeien voort uit investeringen en zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het Ministerie van Financiën voor Rijkshuisvesting (masterplannen kantoren en huisvestingsbehoefte voor specialties) en Kader Overname Rijksvastgoed (KORV)- en ontwikkel­projecten. Daarnaast is rente opgenomen op Design Build Finance Maintain Operate (DBFMO)-contracten. De stijging van de verwachte rentelasten is een gevolg van nieuw opgeleverde investeringsprojecten voor Rijkshuis­vesting, inclusief de daarbij behorende DBFMO-contracten.AfschrijvingskostenDit betreft met name de afschrijvingen op geactiveerde waarden van objecten, voortvloeiend uit investeringen vanuit masterplannen kantoren en huisvestingsbehoeften voor specialties. De afschrijvingstermijnen zijn afhankelijk van de categorieën: grond/terreinen 0 jaar, erfpacht 5-100 jaar, gebouwen 15-60 jaar, vervoermiddelen 4-6 jaar en inventaris 3-15 jaar. Ook hier nemen de kosten toe als gevolg van nieuwe opleveringen en vervangingsinvesteringen voor Rijkshuisvesting.Overige lastenDe bijzondere lasten hebben vooral betrekking op de primaire processen van het RVB. In de volgende tabel is een specificatie opgenomen.Tabel 26 Specificatie overige lasten (bedragen x € 1.000)1(Bedragen x € 1.000)Slotwet 2023Begroting 2024Jaarplan 2024OB 20252026202720282029Markthuren142.596150.631145.064125.867121.694119.188116.587109.599Onderhoud rijkshuisvesting132.743125.123125.420131.206132.572131.206131.683134.046DBFMO-lasten112.575119.353122.823126.838141.026143.925146.824169.772Dienstverleningsovereenkomsten27.93425.57822.36423.05723.05723.05723.05723.057Belastingen en heffingen26.74428.32828.67429.61029.82029.84329.81930.254Energielasten67.48848.44053.23344.11344.11344.11344.11344.113Facilitaire kosten leegstand6.92710.2369.80510.10910.10910.10910.10910.109Servicekosten Inhuurpanden Kant.25.56722.13521.26721.69121.69121.45121.45120.527Servicekosten Inhuurpanden Specialt.6.9524.8554.7195.9435.9435.9435.9435.943Projectkosten regiotarief19.58517.54916.93020.82018.92018.84115.37115.755Direct verrekenen41.00619.20415.20017.77712.84416.589614753Directe projectkosten OHP45.76632.95918.39620.61821.64922.73123.86925.062Directe projectkosten OHW‒ 27.028‒‒‒‒‒‒‒Ontwikkeling en verkoop OG9.0806.0007.7008.0008.0008.0008.0008.000Herstelkosten1.8017.3087.0007.0007.0007.0007.0007.000Asbestkosten‒ 2.9361.0441.0001.0001.0001.0001.0001.00081Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 (Bedragen x € 1.000)Slotwet 2023Begroting 2024Jaarplan 2024OB 20252026202720282029Overige bijzondere lasten22.6771.7232.2301.7011.7011.7011.7011.701Totaal overige lasten659.476620.465601.825595.353601.141604.699587.142606.6931In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Toelichting Overige lastenMarkthurenDeze post betreft de huren die het RVB aan de markt betaalt. Het beleid is erop gericht departementen en diensten zo veel mogelijk in eigendomsob­jecten te huisvesten. Hierdoor nemen de vierkante meters aan gehuurde huisvesting en de daarmee samenhangende kosten af.DBFMO-lastenDit betreft de lasten van lopende en nieuwe DBFMO-contracten met markt­partijen. In principe wordt het investeringsdeel (Design - Build - Finance) van deze lasten omgerekend naar rente en afschrijving en aldaar opgenomen. De verwachte toename in latere jaren heeft betrekking op de oplevering van een tweetal nieuwe contracten.OnderhoudDeze post betreft de kosten voor onderhoud en instandhouding van gebouwen en terreinen voor de Rijkshuisvestingsportefeuille. Voor een belangrijk deel van de activiteiten zijn op basis van aanbestedingen meerjarige contracten met de markt afgesloten.Belastingen en heffingenDeze post betreft met name de onroerendezaakbelasting en de water­schapslasten over de eigen voorraad onroerend goed die het RVB inzet voor Rijkshuisvesting.EnergielastenDit betreft de energielasten in de kantorenportefeuille bij de Rijkshuis­vesting. Deze kosten worden bij de departementen in rekening gebracht via het regiotarief. Op grond van de huidige prijsontwikkelingen op de energiemarkt is in deze begroting rekening gehouden met een daling van de kosten voor energie ten opzichte van 2024.Ontwikkeling en verkoop onroerend goedDit betreft de kosten van ingekocht onroerend goed binnen het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) en de restant boekwaarde van verkochte eigen gebouwen en terreinen (niet KORV).Overige bijzondere lastenDe overige lasten hebben vooral betrekking op onderhanden werk, de kosten voor facilitaire leegstand- en ICT kosten en de verwerking van vastgoed- en projectrisico’sRentelastenDe rentelasten vloeien voort uit investeringen en zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het Ministerie van Financiën voor Rijkshuisvesting (masterplannen kantoren en huisvestings­behoefte voor specialties) en KORV- en ontwikkelprojecten. Daarnaast is rente opgenomen op DBFMO-contracten. De stijging van de verwachte rentelasten is een gevolg van nieuw opgeleverde investeringsprojecten voor Rijkshuisvesting, inclusief de daarbij behorende DBFMO-contracten.82Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 KasstroomoverzichtTabel 27 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RVB over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)1Stand slotwet 2023Vastgestelde begroting 2024202520262027202820291.Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen584.686363.162360.343380.231387.185377.527367.690+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom2.837.1592.470.5092.821.0453.077.8193.412.9293.541.2293.437.136-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 2.599.560‒ 2.062.444‒ 2.332.571‒ 2.551.369‒ 2.869.567‒ 2.965.761‒ 2.777.7352.Totaal operationele kasstroom237.599408.066488.474526.450543.362575.468659.401-/- totaal investeringen‒ 872.301‒ 802.562‒ 1.037.000‒ 1.134.000‒ 1.247.000‒ 1.213.000‒ 1.213.000+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen9.0470000003.Totaal investeringskasstroom‒ 863.254‒ 802.562‒ 1.037.000‒ 1.134.000‒ 1.247.000‒ 1.213.000‒ 1.213.000-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement‒ 2.423000000+/+ eenmalige storting door moederdepartement0000000-/- aflossingen op leningen‒ 355.237‒ 410.885‒ 468.585‒ 519.496‒ 553.020‒ 585.305‒ 675.128+/+ beroep op leenfaciliteit885.520802.5621.037.0001.134.0001.247.0001.213.0001.213.0004.Totaal financieringskasstroom527.860391.677568.415614.504693.980627.695537.8725.Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)486.891360.343380.231387.185377.527367.690351.9631In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Toelichting op het KasstroomoverzichtHet kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen beschikbaar zijn gekomen of naar verwachting zullen komen en op welke wijze gebruik is, of zal worden gemaakt van deze middelen.Operationele kasstroomDe operationele kasstromen zijn aanzienlijk hoger dan de inkomsten en uitgaven in de baten-lastenbegroting. Deze kasstromen zijn namelijk inclusief de dienstverlening aan Defensie, de kasstromen vanuit de kas-verplichtingenbegroting en de werkzaamheden buiten begrotings-verband, welke op basis van de verslaggevingsregels niet tot de omzet worden gerekend.InvesteringskasstroomDe investeringen in Rijkshuisvesting en het daaruit voortvloeiende beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op lopende en voorgenomen huisves­tings- en instandhoudingsprojecten in het betreffende jaar. In het voorjaar wordt de leenfaciliteit voor dat jaar geactualiseerd. Het RVB investeert in grond en gebouwen die in de balans onder de post materiële vaste activa worden verantwoord. De stijging is een gevolg van de toenemende inzet op projecten. In de opgave voor de leenfaciliteit is rekening gehouden met lopend werk en verwachte aankopen.FinancieringskasstroomDe afdrachten aan het moederdepartement betreffen, conform de Regeling Agentschappen, het surplus op het eigen vermogen. Daarnaast gaat het om de aflossing op lopende en toekomstige leningen in het kader van de Rijkshuisvesting, de overname van vastgoed van andere rijksdiensten en aflossingen op leningen voor ontwikkelprojecten.83Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Het beroep op de leenfaciliteit komt overeen met de investeringsstroom. De investeringen van publiek-private samenwerkingen en investeringen door het RVB in projecten die buiten de baten- en lasten vallen, zijn daarbij niet opgenomen.84Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Doelmatigheidsindicatoren Tabel 28 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RVB1Stand slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Omschrijving Generiek DeelFte-totaal (excl. Externe inhuur)2.5402.6822.8722.8352.8352.7852.785Apparaat-omzetindicator27,1%29,829,1%28,3%28,4%28,2%26,8%Saldo baten en lasten15.260000000Saldo van baten en lasten (%)1,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%Omzet per product (x € 1.000)Ingebruikgeving1.011.8401.074.5281.129.0711.205.7311.216.3181.246.3001.380.666waarvan extern22.44316.58419.86119.86119.75419.75419.754In stand houden vastgoed208.915197.499219.435221.291219.925220.402222.765waarvan andere eigenaar52.37046.79763.23663.23663.23663.23663.236projectrealisatie132.87880.179145.079146.391155.409123.626121.157waarvan andere eigenaar49.26260.974103.977109.055113.10496.01092.053Verkoop15.33315.27413.56818.56823.56833.56833.568Expertise en advies60.02862.78787.55882.13180.52680.52678.964Omschrijving Specifiek DeelRijkshuisvestingvoorraad x 1000 m² BVO5.4265.1205.1485.1465.1395.1175.140waarvan verhuurd4.9434.6834.7384.7854.7234.7444.851waarvan leeg frictie45827167686170waarvan leeg renovatie279256267240296227166waarvan leeg afstoot159897154538554Waarvan derdenNNB1000000waarvan eigendom4.6334.2544.3824.4114.4144.4114.472waarvan huur793866766735725706668Indicator Technische Kwaliteit rijkshuisvesting2,122,1-2,82,1-2,82,1-2,82,1-2,82,1-2,82,1-2,8Voorraad beheerde DefensieobjectenGebouwen x 1000 m² bruto vloeroppervlak6.0055.9505.7805.6845.6365.6315.537Terreinen x 1000 m²341.696341.604341.153337.408337.249337.244336.882Doelmatigheid verkoop vastgoed878>0>0>0>0>0>0Projecten binnen budget gerealiseerd90%85%85%85%85%85%85%Projecten tijdig gerealiseerd84%85%85%85%85%85%85%Productiviteit9981.0251.0251.0251.0251.0251.025Prijsontwikkeling kantorenRegiotariefGemiddeld kostprijstarief321318342342352357378Waarvan normatieve tarief- componenten per m2 eigendom*Apparaatskosten: ontwikkeling volgt CPI23,623,6426,67‒‒‒‒Onderhoud kantoren aangepast aan prijsontwikkelingen markt26,828,9229,42‒‒‒‒Energielasten aangepast aan prijsontwikkeling markt46,437,9937,29‒‒‒‒Heffingen aangepast aan prijsontwikkeling markt6,56,497,06‒‒‒‒Uurtarieven140NTBNTB‒‒‒‒* Bij huurpanden gelden andere opslagen en inflatie wordt afgetopt1In cursief gedrukte informatie betreft de jaren 2023 en 2024 en valt nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.85Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Toelichting op de doelmatigheidsindicatorenGeneriek DeelFTE-totaalHet aantal FTE neemt toe in 2025, vanwege een toename van de werkvoorraad. Naar verwachting blijft het aantal FTE in de jaren daarna vrij stabiel.Saldo baten en lastenHet saldo van baten en lasten geeft een meerjarig, sluitend resultaatbeeld.Omzet per productMet de producten raakt het RVB de gehele keten van de huisvesting, vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw), het beheer, ontwikkeling en de afstoot. Het RVB werkt vraaggestuurd. De groei van de omzet voor ingebruikgeving heeft zowel te maken met de eerder ingezette toename in de vraag naar huisvesting vanuit de departementen als met het feit dat de voorraad met nieuwe huisvesting verjongt. Daarmee is sprake van hogere afschrijvingslasten, die worden doorberekend in de tarieven.Specifiek DeelRijkshuisvestingsvoorraad in 1.000 m2 BVODe huisvestingsvoorraad blijft in de komende jaren stabiel. Het aantal verhuurde vierkante meters neemt toe, vanwege de ingebruikname van een aantal panden die op dit moment worden gerenoveerd. Dit is ook terug te zien in de afname van de renovatieleegstand.Indicator technische kwaliteit (ITK) RijkshuisvestingDit betreft het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht). Deze conditie wordt medebepaald door de staat van het onderhoud en (vervangings)investeringen. Op grond van voorraadoverwegingen (o.a. is een pand wel/niet strategisch, blijft het wel/niet in de voorraad) worden economische afwegingen gemaakt over het uitvoeren van onderhoud en investeringen. Voor een deel van de (niet-strategische) voorraad wordt dan een lagere ITK-score geaccepteerd.Doelmatigheid verkoop vastgoedDoelstelling is objecten te verkopen tegen tenminste de voorgecalculeerde bedragen die in een businesscase waren opgenomen.Projecten binnen budget gerealiseerdMet een norm van 85% is het doel om het overgrote deel van de projecten binnen het afgesproken budget uit te voeren. De ervaring leert dat het prognosticeren van de kosten van vastgoedprojecten niet eenvoudig is, onder meer omdat de uitkomsten van aanbestedingen zich lastig laten voorspellen. Daarnaast kunnen tijdens de uitvoering van de projecten tegenvallers aan het licht komen.Projecten tijdig gerealiseerdDe norm voor het percentage projecten tijdig gerealiseerd wordt gehandhaafd op 85%. Deze norm houdt concreet in dat minder dan 15% van de projecten later wordt opgeleverd dan met de opdrachtgever is 86Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 afgesproken. Een deel van de projecten kan vertragen doordat tijdens de uitvoering knelpunten aan het licht komen waar vooraf geen rekening mee is gehouden.ProductiviteitDe productiviteit geeft inzicht in de sturing op directe uren. Hoe meer directe uren worden ingezet, ofwel hoe minder indirecte/overige, hoe beter wordt gepresteerd in termen van productiviteit.Voorraad beheerde Defensieobjecten in 1.000 m2 BVODe Defensieobjecten worden door het RVB onderhouden (instandhouding). De huidige portefeuille, waarin de krijgsmacht van vandaag is gehuisvest, zal krimpen. Voor de krijgsmacht van morgen wordt het vastgoed uitgebreid. Het Transformatie Vastgoed voor Defensie (TVvD) traject kan de komende jaren effect hebben op de nu opgenomen meerjarige reeks.RegiotariefVoor de kantoorhuisvesting worden jaarlijks drie regiotarieven vastgesteld: voor Den Haag, voor de rest van de Randstad en voor overig Nederland. Het cijfer voor 2025 geeft een indicatie van het gemiddelde tarief per vierkante meter voor komend jaar. Het definitieve tarief wordt ultimo 2024 vastgesteld na afstemming in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk en Bestuurlijk Overleg RVB.Normatieve tariefcomponentenNaast de werkelijke gebouwgebonden investeringskosten van rente en afschrijving, bevat het regiotarief ook een viertal normatieve tariefcompo­nenten per m2. Dit zijn de apparaatskosten, onderhoud, energielasten en heffingen. De hier gepresenteerde cijfers over 2025 bevatten de verwachte kosten per vierkante meter.UurtarievenVoor alle producten uit de Producten Diensten Catalogus waarvoor het RVB de dienstverlening levert, geldt een uurtarief. De verwachting is dat de uurtarieven in 2025 conform de actuele CAO-ontwikkelingen zullen stijgen.87Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 5.2 Dienst van de Huurcommissie (DHC)Overheveling agentschappen naar VRODe standen voor 2023 en 2024 vallen formeel niet onder het begro­tingshoofdstuk van VRO, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2023 zijn formeel verantwoord onder agentschapsbegroting 5.8 van het jaarverslag van BZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2024 vallen formeel onder agentschapsbegroting 5.8 van de begroting van BZK en zullen daarom worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet en het Jaarverslag 2024 van BZK.InleidingDe Huurcommissie is een onpartijdige organisatie die geschillen tussen huurder en verhuurder beslecht. Als huurders en verhuurders een geschil hebben en er onderling niet uitkomen, dan doet de Huurcommissie op verzoek van de huurder of de verhuurder een uitspraak in hun geschil. Deze zaken zijn onder te verdelen in geschillen over de puntentelling, gebreken aan de woning, de hoogte van de jaarlijkse huurverhoging en de te betalen servicekosten.De Huurcommissie bestaat uit twee onderdelen die zich tezamen als één toegankelijke organisatie presenteren. Het Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) zonder eigen rechtspersoonlijkheid bestaat uit een bestuur, de zittingsvoorzitters en de zittingsleden. Dit ZBO wordt ondersteund door het agentschap de Dienst van de Huurcommissie (DHC). Door de verwevenheid van het ZBO met DHC zijn de kosten van het ZBO in de begroting van de Dienst van de Huurcommissie opgenomen.De Huurcommissie is geschillenbeslechter volgens de Implemen­tatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten. De Huurcommissie is hiermee een Europese Alternative Dispute Resolution(ADR) instantie.De Huurcommissie past zich continue aan haar omgeving aan met als doel binnen de gestelde termijn op een correcte wijze geschillen tussen huurder en verhuurder beslechten. Deze aanpassingen zijn onder te verdelen in beleidsmatige aanpassingen als gevolg van huurprijswet- en regelgeving en uitvoeringstechnische aanpassingen als gevolg van Rijksbrede ontwikke­lingen en interne organisatorische verbeteringen. De begroting van de Dienst Huurcommissie is opgesteld op basis van de offerte 2024. Deze offerte is eind 2023 opgesteld. Door recente ontwik­kelingen rondom de organisatieontwikkeling en de amendementen voor de Wet Betaalbare Huur zal deze begroting bij 1ste suppletoire begroting worden aangepast op deze ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen worden in de offerte 2025 verwerkt. De in deze begroting opgenomen cijfers zijn derhalve de nu bekende cijfers, maar zullen in 2025, net als elk jaar, worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen.Beleidsmatig wordt 2025 een belangrijk jaar voor huurder en verhuurder als de Wet betaalbare huur in werking is getreden. Voor de Huurcommissie betekent dit een risicovol jaar gezien de grote organisatorische uitdagingen die hiermee samenhangen, zeker in het licht van de krapte op de arbeids­markt.88Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Het wetsvoorstel betekent een verbreding en verdieping van het bereik van de Huurcommissie met een substantieel extra aantal geschillen tot gevolg. De verdieping is gelegen in de modernisering en het dwingend maken van het woningwaarderingsstelsel (WWS). Huurders zullen vaker een geschil starten voor een huurprijstoetsing vanwege het gewijzigde WWS waarbij – bijvoorbeeld - een slecht energielabel puntenaftrek betekent. Het verbod op het vragen van een hogere huur dan het maximum op grond van het WWS, leidt tot een handhavingstaak bij gemeenten die hiervoor aan de Huurcommissie verklaringen over de kwaliteit en maximale huurprijs van een woning kunnen vragen. De uitbreiding naar middenhuur leidt tot een graduele verbreding van het domein van de Huurcommissie, doordat de reguleringsgrens wordt opgehoogd. De regulering van het middenhuur­segment geldt enkel voor nieuwe huurovereenkomsten, wat leidt tot een oplopende zaaklast gedurende de komende jaren.Instroom en productieDe instroom in 2025 is geraamd op 22.425 geschillen. Dit zal veel vragen van de organisatie, maar hiervoor zijn de nodige stappen gezet ter voorbe­reiding. De bezetting moet op sterkte zijn en dat is lastig in de huidige arbeidsmarkt. De Huurprijscheck, een online-applicatie van de Huurcom­missie waarmee inzicht kan worden gekregen in de maximale huurprijs voor een woning, is en wordt nog verder aangepast en meer gebruikersvrien­delijk gemaakt. Ook dienen alle beleidsboeken en formats op de website van de Huurcommissie in lijn te worden gebracht met de nieuwe beleidsmatige kaders opgenomen in de nieuwe wet- en regelgeving.89Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Staat van baten en lastenTabel 29 Begroting van baten-lastenagentschap DHC voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)1Stand Slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Baten- Omzet24.72735.12840.66034.85232.16832.69332.036waarvan omzet moederdepartement14.87620.32224.68021.17019.52319.81719.390waarvan omzet overige departementen0000000waarvan omzet derden9.85114.80615.98013.68212.64512.87612.646Rentebaten0000000Vrijval voorzieningen184000000Bijzondere baten9000000Totaal baten24.92035.12840.66034.85232.16832.69332.036LastenApparaatskosten24.07134.92840.36434.57831.91632.46331.806- Personele kosten17.82429.62832.60628.23226.01626.21025.553waarvan eigen personeel12.64919.55423.87220.29019.11819.94519.945waarvan inhuur externen4.1838.8887.4576.8575.8755.1984.541waarvan overige personele kosten9921.1851.2771.0851.0231.0671.067- Materiële kosten6.2475.3007.7586.3465.9006.2536.253waarvan apparaat ICT3.5681.8003.9923.1672.8983.0883.088waarvan bijdrage aan SSO's0000000waarvan overige materiële kosten2.6793.5003.7663.1793.0023.1653.165Rentelasten0000000Afschrijvingskosten196200296274252230230- Materieel196200296274252230230waarvan apparaat ICT190180280260240220220waarvan overige materiële afschrijvingskosten6201614121010- Immaterieel0000000Overige lasten6000000waarvan dotaties voorzieningen6000000waarvan bijzondere lasten0000000Totaal lasten24.27335.12840.66034.85232.16832.69332.036Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening647000000Agentschapsdeel Vpb-lasten0000000Saldo van baten en lasten6470000001In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.ToelichtingBatenOmzetDe verwachte productie voor 2025 is afgestemd op de te verwachte instroom in het uitvoeringsjaar. Om de wettelijke doorlooptijden te behalen is het van belang dat de werkvoorraad afgestemd is met de bemensing van de Huurcommissie. Gekoerst wordt op een werkvoorraad in evenwichtige verdeling tussen de verschillende fasen in het proces.Waarvan omzet moederdepartementDe omzet moederdepartement is de bijdrage voor de Huurcommissie vanuit het Rijk ten laste van artikel 3 van de begroting van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.90Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Waarvan omzet derdenDeze baten betreffen in de eerste plaats de legesopbrengsten die gebaseerd zijn op de veroordeling door de Huurcommissie van geschilpartijen tot vergoeding aan de Staat. Naast de stijging van de legesinkomsten door de autonome stijging van de zaaklast zijn er ook twee beleidsmatige wijzigingen die leiden tot meer legesinkomsten. Een generieke stijging van de leges voor verhuurders wordt doorgevoerd van € 300 naar € 500 en ook gemeenten zullen een vergoeding betalen aan de Huurcommissie voor het uitbrengen van een verklaring. Daarnaast is de gedifferentieerde legesheffing nu van kracht voor alle zaaksoorten. In totaal worden de legesinkomsten geraamd op € 2,7 mln, een substantiële stijging ten opzichte van eerdere jaren.De verhuurdersbijdrage is tijdelijk neerwaarts aangepast omdat de heffing niet bij private verhuurders kan plaatsvinden aangezien deze informatie niet meer voorhanden is na afschaffing van de verhuurderheffing. De verhuur­derbijdrage wordt nu gesteld op 35% van de netto lasten van de geschilbe­slechting (totale lasten minus de legesinkomsten), het moederdepartement draagt het resterende deel bij.LastenApparaatskostenDe apparaatskosten betreffen zowel de Dienst van de Huurcommissie als de salarissen en vergoedingen van het ZBO Huurcommissie en de Raad van Advies.Personele kostenDe personele kosten betreffen de salarissen van de vaste medewerkers van de Dienst van de Huurcommissie en het ZBO Huurcommissie. De leden van de Raad van Advies en de inhuur van externe medewerkers. Met de vaststelling van het nieuwe organisatie- en formatierapport is het doel de afhankelijkheid van externen verder terug te dringen.Materiële kostenDe materiële kosten bestaan onder andere uit huur van kantoor- en zittings­locatie, de vacatiegelden van de zittingsleden en kosten voor de infor­matievoorziening. De Huurcommissie is steeds meer een ICT-gedreven organisatie met daarbij horende structureel hogere kosten.AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten zijn conform de door de Minister van Financiën voorgeschreven afschrijvingstermijnen. Afgeschreven wordt op ICT-middelen en kantoorinventaris.Saldo van baten en lastenHet saldo van baten en lasten wordt geraamd op nul.91Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 KasstroomoverzichtTabel 30 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap DHC over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)1Stand slotwet 2023Vastgestelde begroting 2024202520262027202820291.Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen‒ 1.412821721717691643573+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom23.12235.12840.66034.85232.16832.69332.036-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 23.333‒ 34.928‒ 40.364‒ 34.578‒ 31.916‒ 32.463‒ 31.8062.Totaal operationele kasstroom‒ 211200296274252230230-/- totaal investeringen‒ 596‒ 300‒ 300‒ 300‒ 300‒ 300‒ 300+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen00000003.Totaal investeringskasstroom‒ 596‒ 300‒ 300‒ 300‒ 300‒ 300‒ 300-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement0000000+/+ eenmalige storting door moederdepartement0000000-/- aflossingen op leningen0000000+/+ beroep op leenfaciliteit00000004.Totaal financieringskasstroom00000005.Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)‒ 2.2197217176916435735031In cursief gedrukte bedragen betreffen de jaren 2023 en 2024 en vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.ToelichtingDe Huurcommissie heeft geen leningen en slechts een beperkte investe­ringskasstroom voor ICT-middelen en randapparatuur. Het leeuwendeel van de kasstroom betreft dus de kasstroom uit operationele bedrijfsvoering.92Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 DoelmatigheidsindicatorenTabel 31 Overzicht doelmatigheidsindicatoren DHC1Stand slotwet 2023Vastgestelde begroting 202420252026202720282029Omschrijving Generiek DeelGemiddeld integraal tarief per geschil€ 1.848€ 1.280€ 1.813€ 1.832€ 1.810€ 1.779€ 1.743FTE-totaal (excl. externe inhuur)173250278278278278278Gebruikerstevredenheidn.b.55%55%60%60%60%60%Saldo van baten en lasten (%)3,00%0,00%0,00%0,00%0,00%0,00%0,00%Productie per dienstPuntengeschillen2.3936.5506.6094.8273.7033.6363.636Gebrekengeschillen4.2286.0505.2515.1895.3325.6825.682Servicekostengeschillen2.8676.6005.4654.7094.8405.1575.157Huurverhogingsgeschillen3.6445.4503.5003.5003.5003.5003.500Verklaringen gemeenten02.8001.600800400400400Totaal netto productie13.13227.45022.42519.02517.77518.37518.375Omschrijving Specifiek Deelgeschilafwikkeling binnen vier maanden:Puntengeschillen67%> 80 %> 70 %> 70 %> 70 %> 70 %> 70 %Gebrekengeschillen55%> 80 %> 70 %> 70 %> 70 %> 70 %> 70 %Servicekostengeschillen73%> 80 %> 70 %> 70 %> 70 %> 70 %> 70 %Huurverhogingsgeschillen97%> 80 %> 90 %> 90 %> 90 %> 90 %> 90 %Gewogen gemiddelde alle zaaksoorten73%> 80 %> 75 %> 75 %> 75 %> 75 %> 75 %behaalde ADR-termijnen93%> 90 %> 90 %> 90 %> 90 %> 90 %> 90 %Verzetspercentage16%< 20%< 20%< 20%< 20%< 20%< 20%Doorlichting uitgevoerd c.q. gepland in202420281In cursief gedrukte informatie betreft de jaren 2023 en 2024 en valt nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.ToelichtingGemiddeld integraal tariefHet gemiddeld integraal tarief is vormgegeven door de totale uitgaven in enig jaar te delen door de productie in dat jaar. Dit geeft een beeld van de doelmatigheid van de Huurcommissie. Verzetzaken zijn hier niet in meegenomen omdat dit geen nieuwe zaak betreft maar een vervolg op een bestaande casus. De vastgestelde begroting 2024 wijkt af van de realisatiegegevens 2023 en de raming voor 2025 en latere jaren door afwijkende ramingsgrondslag en een te hoog verwachte geschilafwikkeling (zie ook productie).Fte totaalDe verhouding tussen vast en extern personeel is verder in balans gekomen. Hierdoor blijft kennis langer behouden voor de Huurcommissie en dit zorgt voor meer stabiliteit binnen de organisatie. Een proces van continue werving is opgestart om de bemensing op niveau te krijgen en te houden.93Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 GebruikerstevredenheidContinu vindt bij de huurders en verhuurders een tevredenheidsonderzoek plaats. De meerjarendoelstelling is gesteld op een tevredenheidsper­centage van 60%. Ondanks een mogelijk negatieve uitkomst van het geschil, die de tevredenheid zal kleuren, is hiermee meer dan de helft van de partijen tevreden over de Huurcommissie.ProductieSinds enkele jaren worden veel zaken beslecht met een kennelijke voorzit­tersuitspraak. Een kennelijke voorzittersuitspraak is mogelijk als over de uitkomst van een zaak geen twijfel bestaat. Hierdoor hoeft het geschil niet op zitting te komen en kan het daarmee snel binnen de wettelijke doorlooptijd worden afgewikkeld. Bij de toepassing van kennelijke voorzittersuitspraken zijn de belangen van huurder en verhuurder goed gewaarborgd, onder meer door de mogelijkheid van kosteloos verzet. In de oorspronkelijke raming 2024 werd uitgegaan van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur op 1 januari 2024 met een forse stijging aan zaken tot gevolg. Met de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2024 is dit effect verdeeld over de jaren 2024 en 2025. Afgezet tegen het realisatiejaar 2023 is de verwachte forse zaaklaststijging als gevolg van deze wet goed zichtbaar.DoorlooptijdenDe Huurcommissie werkt met twee verschillende doorlooptijden. In de eerste plaats de doorlooptijd voor de hele procedure, gebaseerd op de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. Deze telt vanaf het moment dat de verzoeker het voorschot op de leges heeft betaald tot en met het moment waarop de uitspraak wordt verstuurd. Met ingang van 2025 is, gezien de realisatiecijfers eerdere jaren, de norm aangepast. De relatief eenvoudige huurverhogingsgeschillen kunnen in meer dan 90% van de gevallen binnen de termijn van vier maanden worden afgewikkeld. De norm van 80% is om deze reden naar boven bijgesteld. Voor de overige geschillen is de norm van 80% niet haalbaar. Gekozen is deze te stellen op een meer realistisch percentage van 70% zijnde het gemiddelde van de realisatiecijfers van deze zaaksoorten in eerdere jaren, plus 5%-punt als extra ambitie.In de tweede plaats de doorlooptijd van ADR-geschillen, zoals de Imple­mentatiewet voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten voorschrijft. Deze telt vanaf het moment dat het dossier van een zaak compleet is, tot en met het moment waarop de uitspraak wordt verstuurd. Het doel van meer dan 90% binnen termijn afdoen is ongewijzigd gebleven.VerzetspercentageTegen een voorzittersuitspraak (VZU) kan kosteloos verzet worden aangetekend. Doel van de Huurcommissie is heldere VZU’s te schrijven en heldere informatie te verschaffen over de verzetsgronden die er zijn. Het verzetspercentage is een indicator hoe we hierin slagen. Dit percentage is gradueel gedaald in de afgelopen jaren naar onder de 20%. Het meerjarig doel is dit percentage behouden op de inhoudelijk geschreven VZU’s.94Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 6. BijlagenBijlage 1: ZBO's en RWT'sTabel 32 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)Naam organisatieZBO/RWTBegrotingsartikelBegrotingsra­mingen(bedragen x € 1.000)Uitgevoerde evaluatie ZBO onder KaderwetVolgende evaluatie ZBOKadaster (basisregistraties)ZBOartikel 397.99620202025HuurcommissieZBOartikel 117.958202212026Stichting Visitatie Woningcorporaties NederlandZBOartikel 1201920241Met de evaluatie van de Wet verdere modernisering Huurcommissie en introductie verhuurderbijdrage is een evaluatie uitgevoerd met een andere aanleiding maar een significant overlappende scope"Tabel 33 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries)Naam organisatieMinisterieZBO/RWTBegrotingsartikelBegrotingsramingen(bedragen x € 1.000)Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)EZZBOartikel 13.76695Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijlage 2: Specifieke uitkeringenAls het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. Hieronder een overzicht met de specifieke uitkeringen en voornemens tot specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit).Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII)Tabel 34 Specifieke uitkeringen (bedragen x 1 mln.)SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029C96 en C96BNaamRegio Deals324,61331,6114,7Korte duidingIn Regio Deals werken regionale partijen en het Rijk samen als partners om de brede welvaart te vergroten en het goed wonen, werken en leven in regio’s extra te stimuleren.Juridische grondslagRegeling specifieke uitkering Regio DealsMaatschappelijke effectenDe Regio Deals geven regio’s, in nauwe samenwerking met het Rijk, nieuwe kansen voor de toekomst. Zij versterken de kracht van het gebied en dragen bij aan een samenleving met veerkracht. Een samenleving waar mensen zich thuis voelen en klaar zijn voor de toekomst. Het doel is om samen met inwoners, ondernemers, medeoverheden en kennisinstellingen de ‘brede welvaart’ te verhogen.Ontvangende partijenDiverse Regio'sArtikel3. Ruimtelijke ordening en OmgevingswetC9NaamWoningbouwimpuls3000,00,00,00,00,0Korte duidingMet de woningbouwimpuls kunnen gemeenten versneld inzetten op de bouw van nieuwe woningen en het vergorten van de betaalbaarheid van die woningen voor staerters en mensen met een middeninkomen.Juridische grondslagRegeling WoningbouwimpulsMaatschappelijke effectenVersnellen van woningbouwOntvangende partijenGemeentenArtikel1. WoningmarktC47NaamVolkshuisvestingsfonds294,00,00,00,00,00,0Korte duidingVerbetering leefbaarheid en verduurzaming woningvoorraadJuridische grondslagRegeling VolkshuivestingsfondsMaatschappelijke effectenDeze uitkering draagt bij aan verbetering van de leefbaarbeid en verduurzaming van de woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden van gemeenten.Ontvangende partijenGemeentenArtikel1. WoningmarktC81NaamWoondeals10,00,00,00,00,00,096Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029Korte duidingDeze uitkering zorgt voor inzet van expertise en capaciteit die in de provincies, gemeenten of bij waterschappen worden ingezet ter bevordering van de snelheid in de voorfase van de woningbouw in het kader van de woondeals.Juridische grondslagRegeling specifieke uitkering ten behoeve van het opstellen en uitvoeren van woondealsMaatschappelijke effectenVersnellen van woningbouwOntvangende partijenProvinciesArtikel1. WoningmarktC107NaamStimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen131,690,954,715,50,00,0Korte duidingStimuleren van tijdelijke huisvestingJuridische grondslagMeerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023Maatschappelijke effectenDe businesscases voor flex- en transformatiewoningen sluiten vaak nog niet. Middels deze regeling kunnen gemeenten een bijdrage vragen voor de onrendabele top in hun project, waardoor de businesscase voor flexwoningen voor betrokken partijen aantrekkelijker worden zodat partijen toch besluiten te investeren. Daarmee draagt de regeling bij aan het op korte termijn realiseren van meer woningen voor onder andere ontheemde Oekraïners, statushouders en andere aandachtsgroepen. Op lange termijn draagt de regeling bij aan de realisatie van een schil van flexibele woningen in de totale Nederlandse woningvoorraad.Ontvangende partijenGemeentenArtikel1. WoningmarktC119NaamArcheologisch onderzoek Rijnenburg0,100000Korte duidingOnderzoek ter voorbereiding op grootschalige woningbouwJuridische grondslagEenmalige uitkering zoals bedoeld in Artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrechtMaatschappelijke effectenErfgoedwaarden worden in beeld gebracht waardoor er bij de start van de gebiedsontwikkeling minder onderzoek nodig is en tijd gewonnen kan worden. Ook worden de plannen kwalitatief beter omdat hier rekening mee gehouden kan worden en is de kans op vertraging van de woningbouw in latere fases minder groot.Ontvangende partijenGemeente UtrechtArtikel1. WoningmarktC120NaamVRU/UHE Pilot Coördinatie Huisvesting Evacués0,1Korte duidingVRU/UHE Pilot Coördinatie Huisvesting EvacuésJuridische grondslagArtikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht.Maatschappelijke effectenOm de UHE bij politieke of militaire conflicten de ruimte te geven opvang te bieden aan in het buitenland verblijvende Nederlanders en hun kerngezinnen.Ontvangende partijenDe uitvoeringsorganisatie Huisvesting EvacuésArtikel1. WoningmarktC123NaamPilot gebiedsontwikkeling Gnephoek60,50000097Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029Korte duidingUitkering voor grootschalige gebiedsontwikkeling in de GnephoekJuridische grondslagArtikel 81 van de Woningwet juncto artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, c, g, h en k, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving.Maatschappelijke effectenIn de grootschalige gebiedsontwikkeling ‘Gnephoek’ ontwikkelt de gemeente Alphen aan den Rijn samen met marktpartijen een gebied van 212 hectare (totale plangebied) tot een nieuwe woonwijk met minimaal 5.000 woningen. Met deze eenmalige bijdrage wordt de gemeente Alphen aan den Rijn in staat gesteld om een bijdrage te leveren aan het inlopen van het woningtekort en het meerjarig hoog houden van de bouwproductie. Zo wordt een belangrijke bijdragegeleverd aan het op gang brengen van de woningbouw, de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen voor starters en mensen met een middeninkomen, en het stimuleren van noodzakelijke publieke investeringen die zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving.Ontvangende partijenGemeente Alphen aan den RijnArtikel1. WoningmarktC122NaamRIONET- koppelkansen VKLS en BRO0,06Korte duidingEen living Lab om gegevens- en informatiestromen te optimaliseren.Juridische grondslagArtikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht.Maatschappelijke effectenDit onderzoek beoogt complexiteitvermindering in grote bouwprojecten.Ontvangende partijenGemeente LeidenArtikel1. WoningmarktVNaamVervolg op Flexpoolregeling41,80,00,00,00,00,0Korte duidingDeze uitkering zorgt voor bundeling van flexibele inzet van expertise en capaciteit die in de provincies, gemeenten of bij waterschappen worden ingezet ter bevordering van de snelheid in de voorfase van de woningbouw.Juridische grondslagVolgtMaatschappelijke effectenVersnellen van woningbouwOntvangende partijenProvinciesArtikel1. WoningmarktC97NaamGrote gezinnen343,6Korte duidingTegemoetkoming in huisvesting van grote gezinnenJuridische grondslagRegeling huisvesting grote gezinnen vergunninghoudersMaatschappelijke effectenVersnellen uitstroom statushouders uit opvanglocatiesOntvangende partijenGemeentenArtikel1. WoningmarktC94NaamLokale aanpak nationaal isolatie programma674,0472,798Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029Korte duidingLokale aanpak, isoleren van koopwoningen samen met gemeenten.Juridische grondslagEr is reeds een AMvB in voorbereiding op grond van artikel 81, tweede lid, van de WoningwetMaatschappelijke effectenDeze uitkering draagt bij aan de aanpak van energetisch slechte woningen.Ontvangende partijenGemeentenArtikel2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitC95NaamNationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW)9,09,0Korte duidingHet NPLW is een interbestuurlijk programma van het Rijk, VNG en IPO en ondersteunt gemeenten bij de lokale warmtetransitie doorkennis en expertise beschikbaar te stellen over het vormgeven en uitvoeren van de lokale warmtetransitie.Juridische grondslagRegeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale WarmtetransitieMaatschappelijke effectenDeze uitkering draagt bij aan de deling van kennis en expertise met gemeenten om te voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord.Ontvangende partijenGemeentenArtikel2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitC117NaamNIP Soortenmanagement58,08,6Korte duidingMiddelen voor inzet op versnelling natuurinclusief isolerenJuridische grondslagRegeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren.Maatschappelijke effectenMinder lasten voor burgers om te na isoleren conform de Wnb door de totstandkoming van soortenmanagementplannen in iedere gemeente. Verbetering van biodiversiteit (voorkoming van doden beschermde diersoorten conform wnb) waarbij isolatieopgave voortgezet kan worden.Ontvangende partijenProvincies en gemeentenArtikel2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitC118NaamRegeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen45,1Korte duidingOntzorging van kleine en micro mkb-onderneming bij de verduurzaming van het bedrijfsproces van de onderneming of haar bedrijfsmatig vastgoed en het ontzorging van eigenaren of huurders van bedrijfsmatig vastgoed bij het opzetten of verbeteren van de organisatiegraad op een bedrijventerrein.Juridische grondslagRegeling specifieke uitkering bedrijfsmatig vastgoed.Maatschappelijke effectenVerduurzaming van bedrijfsmatig vastgoed.Ontvangende partijenProvinciesArtikel2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitV (nieuw)NaamOntzorging maatschappelijke vastgoed15,013,59,3Korte duidingMiddelen voor provinciale programma’s voor het ondersteunen van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren zoals buurthuizen, scholen, culturele 99Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029instellingen en zorginstellingen bij het maken van toekomstbendige keuzen ten aanzien van de verduurzaming van hun gebouw.Juridische grondslagMinistriele regelingMaatschappelijke effectenDeze regeling draagt bij een duurzame huisvesting van maatschappelijke voorzieningen en een lage energierekening.Ontvangende partijenProvinciesArtikel2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitC25NaamBudget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK)0,06,8082,5812,5812,5814,921Korte duidingRegeling voor versterking van ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden.Juridische grondslagBeleidsregeling Subsidies Budget Investeringen Ruimtelijke KwaliteitMaatschappelijke effectenDeze uitkering draagt bij aan de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden.Ontvangende partijenGemeentenArtikel3. Ruimtelijke ordening en OmgevingswetC111NaamNGF-voorstel DMI-Flevoland, Digitale Tweeling as a Service0,30,30,20,20,20,2Korte duidingDigitale Tweeling as a ServiceJuridische grondslagArtikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrechtMaatschappelijke effectenDe doelstelling van Digital Twin as a Service is het ontwikkelen van standaarden en afspraken om het instrument Digitale Tweeling in te zetten voor de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving, waaronder de woningbouwopgave. De besteding van middelen is gericht op het ontwikkelen van usecases, waarvoor concrete digitale tweelingen ontwikkeld worden voor een beleidsopgave in de fysieke leefomgevingOntvangende partijenGemeente Almere en Provincie FlevolandArtikel3. Ruimtelijke ordening en OmgevingswetTotaal1.967,1923,9189,418,312,15,21In 2024 hoort bij de begroting van BZK100Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijlage 3: VerdiepingsbijlageBeleidsartikel 1. WoningmarktUitgavenTabel 35 Uitgaven beleidsartikel 1. Woningmarkt (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202426.901.5436.487.2826.566.2136.712.8636.883.224‒Amendementen op ontwerpbegroting 20243194.000Mutatie eerste suppletoire begroting 20244246.468221.989114.140104.69695.1577.160.100Mutatie nota van wijziging op eerste suppletoire begroting 2024510.000‒ 60.000‒ 60.000‒ 60.000‒ 60.000‒ 60.000Nieuwe mutaties‒ 179.364584.9201.360.8361.514.2971.344.1291.305.843Waarvan:1) Desaldering Waarborgfonds Sociale Woningbouw11.078000002) Desaldering Nationale Hypotheekgarantie70.072000003) Verhoging huurtoeslag0215.000500.000500.000500.000500.0004) Opschalen woningbouw025.00025.00025.00025.00025.0005) Uitvoering woningbouw011.80022.30023.55027.35022.2506) Grootschalige woningbouwgebieden0180.000340.000440.000188.000100.0007) Woningbouwimpuls 2.00100.050100.00090.00090.00090.0008) Realisatiestimulans00361.900441.500516.100568.7009) Uitvoering wet betaalbare huur gemeenten0‒ 19.256‒ 16.406‒ 9.150‒ 7.352‒ 6.50010) Vertraging wet vereenvoudiging huurtoeslag0‒ 113.000000011) Vertraging wet versterking regie volkshuisvesting‒ 37.0000000012) Kasschuif wooncoöperaties‒ 38.78038.780000013) Kasschuif ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting‒ 25.000‒ 1.00023.700002.30014) Kasschuif wet versterking regie volkshuisvesting‒ 58.30058.300000015) Kasschuif grootschalige woningbouw‒ 86.83886.8380000Stand ontwerpbegroting 20257.172.6477.234.1917.981.1898.271.8568.262.5108.405.9431De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.2Voor vergelijkbaarheid zijn de gegevens gecorrigeerd voor overheveling van NPLV.3amendement van het lid Grinwis, de Hoop, Vedder, Paternotte en Welzijn op de ontwerpbegroting 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 36511 VII, nr. 20)4Voor vergelijkbaarheid zijn de gegevens gecorrigeerd voor overheveling NPLV5nota van wijziging op eerste suppletoire begroting 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VII, nr. 4)Toelichting1. Desaldering Waarborgfonds Sociale WoningbouwDe begrotingsreserve Waarborgfonds Sociale Woningbouw wordt, via een desaldering van artikel 11 van het ministerie van BZK, opgehoogd met een terugbetaling van € 11,1 mln. voor niet benodigde saneringsmiddelen.2. Desaldering Nationale HypotheekgarantieVoor de achtervangfunctie van het Rijk bij de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) draagt het Waarborgfonds Eigenwoning (WEW) een achtervangver­goeding af aan het Rijk. In 2023 bedroeg deze afdracht 0,3% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2023 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 2023, ter grootte van afgerond € 70,1 mln., ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort. Ultimo eind 2023 bedroeg de risicovoorziening cumulatief € 446,4 mln.101Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 3. Verhoging huurtoeslagIn het hoofdlijnenakkoord is in 2025 € 215 mln. beschikbaar en structureel vanaf 2026 € 500 mln. voor de huurtoeslag beschikbaar gemaakt.4. Opschalen woningbouwVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor het stimuleren van innovatie en het wegnemen van belemmeringen in het woningbouwdomein. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.5. Uitvoering woningbouwVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor het de uitvoering van verschillende maatregelen in het kader van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.6. Grootschalige woningbouwgebiedenVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor grootschalige woningbouwlocaties en grond. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.7. Woningbouwimpuls 2.0Vanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor de Woningbouwimpuls 2.0. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.8. RealisatiestimulansVanuit de woningbouwmiddelen uit het hoofdlijnenakkoord worden middelen beschikbaar gesteld voor de Realisatiestimulans. Dit betreft een overboeking vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.9. Uitvoering Wet betaalbare huur gemeentenDit betreft een overboeking naar het gemeentefonds voor de uitvoering Wet betaalbare huur. Met de Wet betaalbare huur krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot maximale huurprijzen, maximale huurprijsstijgingen en de informatieplicht op verhuurders om huurders op de hoogte te stellen van de maximale huurprijs. De middelen zijn bedoeld voor de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel (het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op die meldingen).10. Vertraging wet vereenvoudiging huurtoeslagAls gevolg van vertraging van de wet vereenvoudiging huurtoeslag vallen er middelen vrij in 2025.11. Vertraging wet versterking regie volkshuisvestingVanwege de latere ingangsdatum van de wet versterking regie volkshuis­vesting vallen er incidenteel middelen vrij in 2024.12. Kasschuif wooncoöperatiesDe Tweede Kamer heeft bij de begrotingsbehandeling € 40 mln. beschikbaar gesteld voor een fonds voor wooncoöperaties (Kamerstukken II 2023/24, 36410 VII, nr. 29). Dit fonds wordt momenteel uitgewerkt maar het duurt 102Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 langer om de knelpunten voor wooncoöperaties te identificeren. De verwachting is dat dit fonds in 2025 wordt opgericht.  De middelen worden daarom doorgeschoven naar 2025.13. Kasschuiven ontmoetingsruimtes in ouderenhuisvestingDe Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) wordt in 2024 opengesteld tot en met september 2025. Uitbetaling en vaststelling vindt plaats vanaf 2026. De regeling wordt daarom via een kasschuif van 2024 en 2025 naar 2026 en 2029 in het juiste betalings­ritme gezet.Verder worden op basis van de kasprognose van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de betalingen voor de eerste en tweede tranche van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimte in Ouderenhuisvesting via een kasschuif van 2024 naar 2025 en 2026 geschoven om zo in het juiste betalingsritme te staan.14. Kasschuif wet versterking regie volkshuisvestingDe wet versterking regie volkshuisvesting had een verwachte ingangs­datum van 1 juli 2024, maar de Wet is niet voor deze datum door beide Kamers behandeld. De verwachte ingangsdatum is nu 1 januari 2025, hierdoor schuiven de incidentele kosten door naar 2025. Via een kasschuif zijn deze middelen daarom van 2024 naar 2025 doorgeschoven.15. Kasschuif grootschalige woningbouwVRO draagt bij aan de voorfinanciering van publieke tekorten in de grond­exploitaties van woningbouwprojecten/gebiedsontwikkelingen. Na besluit­vorming in het najaar van 2024, onder andere via het BO MIRT, kan in 2025 worden overgegaan op uitkering. Middels deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme gezet. OntvangstenTabel 36 Ontvangsten beleidsartikel 1. Woningmarkt (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024460.000352.400339.700337.900331.200‒Mutatie eerste suppletoire begroting 202487.80019.60037.23529.49036.875363.572Nieuwe mutaties73.07200000Waarvan:1) Desaldering Nationale Hypotheekgarantie70.072000002) Desaldering woningbouwimpuls3.00000000Stand ontwerpbegroting 2025620.872372.000376.935367.390368.075363.5721De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Toelichting1. Desaldering Nationale HypotheekgarantieVoor de achtervangfunctie van het Rijk bij de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) draagt het Waarborgfonds Eigenwoning (WEW) een achtervangver­goeding af aan het Rijk. In 2023 bedroeg deze afdracht 0,3% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2023 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 103Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 2023, ter grootte van afgerond € 70,1 mln., ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort. Ultimo eind 2023 bedroeg de risicovoorziening cumulatief € 446,4 mln.2. Desaldering woningbouwimpulsEen van de woningbouwprojecten voldoet na aanpassingen niet langer aan de eisen van de Woningbouwimpuls (WBI), daarom is er € 3 mln. teruggevorderd van de gemeente Leiden. Via een desaldering worden de middelen weer toegevoegd aan het WBI-budget.Beleidsartikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitUitgavenTabel 37 Uitgaven beleidsartikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.532.0591.390.192786.075600.957516.727‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024109.761224.066139.678147.366138.995574.717Nieuwe mutaties‒ 166.979‒ 127.208‒ 80.850128.91724.9998.036Waarvan:1) Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed‒ 10.000‒ 65.71200002) Maatschappelijk vastgoed fonds0‒ 25.00000003) Taakstelling subsidies0‒ 9.997‒ 28.407‒ 42.452‒ 42.749‒ 27.1794) Aanpak funderingsschade014.00014.00014.00014.00005) Kasschuif Subsidie Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen‒ 5.000‒ 9.800‒ 30.00014.80015.00015.0006) Kasschuif Subsidieregeling verduurzaming vereningen van eigenaren4.5000‒ 4.5000007) Kasschuif DUMAVA scholen‒ 47.0000047.000008) Kasschuif DUMAVA‒ 101.51511.147‒ 13.49678.43925.42509) Kasschuif Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen‒ 5.00000005.00010) Kasschuif Groningen en Noord Drenthe4.50032.700‒ 37.200000Stand ontwerpbegroting 20251.474.8411.487.050844.903877.240680.721582.7531De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Toelichting1. Verduurzaming Maatschappelijk VastgoedDit betreft in 2024 een overboeking van € 10,0 mln. naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van het verduurzamen van gebouwen van amateursverenigingen. In 2025 worden middelen overgeboekt naar andere begrotingshoofdstukken ten behoeve van de verduurzaming van vastgoed van het Rijk. Er wordt onder meer € 42,4 mln. aan het ministerie van Defensie, € 15,2 mln. aan het COA en € 6,3 mln. aan de Politie beschikbaar gesteld.2. Maatschappelijk vastgoed fondsDit betreft een overboeking naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) voor monumenten bij het Nationaal Restauratie­fonds (NRF) en worden ingezet voor de regeling Duurzame Monumenten Lening (DML) plus.104Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 3. Taakstelling subsidiesIn het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat rijksbreed wordt bezuinigd op subsidies. Dit betreft de bijdrage die wordt gedaan vanuit de subsidies op artikel 2.4. Aanpak funderingsschadeEr is de komende vier jaar € 56 mln. beschikbaar voor de aanpak van funderingsschade. Daar kan een landelijk informatiepunt voor funde­ringsproblematiek worden ingericht en kan de informatievoorziening worden verbeterd.5. Kasschuif Subsidie Verduurzaming en Onderhoud HuurwoningenBij de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) gaat het om subsidie aan kleine particuliere verhuurders gericht op verduurzaming en onderhoud. Het verduurzamingstempo in deze sector en verduurzamingsurgentie bij deze doelgroep van kleine verhuurders is niet groot. De inzet is dat per 2029 slechte labels EFG uitgefaseerd worden. Vanwege deze beoogde normering worden middelen van 2024 tot en met 2026 doorgeschoven naar 2027 tot en met 2029.6. Kasschuif Subsidieregeling verduurzaming vereningen van eigenarenVanwege het groter aantal aanvragen dan verwacht van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaren is meer budget nodig in 2024. Via een kasschuif van 2026 naar 2024 worden de middelen in het juiste kasritme gezet.7. Kasschuif DUMAVA scholenHet kasritme van de middelen DUMAVA scholen wordt aangepast. Het budget wordt naar achteren geschoven. Er wordt € 47,0 mln. van 2024 naar 2027 door geschoven. De scholen hebben meer tijd nodig om de aanvragen voor te bereiden voor deze middelen.8. Kasschuif DUMAVAHet kasritme van de middelen DUMAVA wordt aangepast. Regelingen starten later en de aanvragen voor de subsidieregeling lopen minder hard dan verwacht. Verder komen projecten dit jaar niet tot meer tot afronding. Een deel van de aanvragen komen dit jaar niet meer tot betaling doordat vaststellingen worden uitgesteld. Het budget wordt naar achteren geschoven van 2024 naar de jaren 2025, 2027 en 2028.9. Kasschuif Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningenOp de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen is er sprake van vertraging in de afronding/ vaststellingen van projecten. Dit wordt veroorzaakt door problematiek met Warmtenetten. Op de reeds verstrekte beschikkingen wordt uitstel gevraagd. Hierdoor worden vaststellingen van verleende aanvragen die dit jaar tot afronding zouden komen naar achteren geschoven. Er worden middelen van 2024 naar het jaar 2029 doorgeschoven omdat de afronding/vaststellingen van de projecten langer doorloopt.10. Kasschuif Groningen en Noord-DrentheEr wordt € 4,5 mln. aan middelen van 2026 naar 2024 geschoven voor de uitvoeringskosten voor het verstrekken van subsidies rondom verduur­zaming in de regio. Verder is naast de bijdrage aan de regio voor de uitvoe­ringskosten ook voor het verstrekken van subsidies met terugwerkende kracht extra budget nodig in 2025. Hiervoor wordt er € 32,7 mln. van 2026 naar 2025 geschoven.105Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OntvangstenTabel 38 Ontvangsten beleidsartikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20249191919191‒Mutatie eerste suppletoire begroting 20240000091Nieuwe mutaties2.84700000Waarvan:1) Desaldering SPUK ventilatie scholen1.282000002) Desaldering RVO opdrachten1.32600000Stand ontwerpbegroting 20252.93891919191911De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Toelichting1. Desaldering SPUK ventilatie scholenOm aan de verplichtingen te voldoen die voortkwamen uit toegekende bezwaren van aanvragers voor de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen zijn middels een desaldering ontvangsten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) weer toegevoegd aan het budget.2. Desaldering RVO opdrachtenDe ontvangsten van de vastgestelde jaaropdrachten 2022-2023 van de RVO worden via een desaldering weer toegevoegd aan het budget.Beleidsartikel 3. Ruimtelijke ordening en OmgevingswetUitgavenTabel 39 Uitgaven beleidsartikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20242469.705305.83594.80489.97687.622‒Mutatie eerste suppletoire begroting 20242‒ 5.021133.515131.3981.9262.82087.829Nieuwe mutaties14.19334.76412.95936.91138.35834.742Waarvan:1) Beheer Digitaal Stelsel Omgevingswet02.2031.7181.4521.3941.4152) Beheerbijdrage Digitaal Stelsel Omgevingswet16.15519.30422.52125.77229.07832.2193) Bijdrage Serviceteam Rijk8.4082.2061.8831.8831.8831.8834) Desaldering bijdrage IPO beheer DSO2.695000005) Desaldering bijdrage UvW beheer DSO2.246000006) Korting Regiodeals00‒ 12.7490007) Kasschuif omgevingswet‒ 14.810008.3106.5000Stand ontwerpbegroting 2025478.877474.114239.161128.813128.800122.5711De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.2Voor vergelijkbaarheid zijn de gegevens gecorrigeerd voor Regio DealsToelichting1. Beheer Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)Dit betreft een reallocatie van budget van artikel 13 nog onverdeeld voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet.106Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 2. Beheerbijdrage Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)Dit betreft diverse overboekingen van andere ministeries voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiervoor wordt een in 2024 bijdrage van € 10,5 mln. gedaan door het gemeentefonds, € 4,4 mln. door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en € 1,2 mln. door diverse andere ministeries. De bijdragen van het gemeentefonds en het ministerie van IenW lopen richting 2029 stapsgewijs op naar een bijdrage van € 25,1 mln. gedaan door het gemeentefonds en € 5,6 mln. door het ministerie van IenW.3. Bijdrage Serviceteam RijkDit betreft de meerjarige bijdragen van de ministeries van LVVN, EZ, IenW, OCW en Defensie aan het Serviceteam Rijk.4. Desaldering bijdrage IPO beheer DSODit betreft de ontvangen bijdrage van het Inter Provinciaal Overleg (IPO) voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzieningen. Via een desaldering worden deze ontvangsten toegevoegd aan het DSO-budget.5. Desaldering bijdrage UvW beheer DSODit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen (UvW) voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzie­ningen. Via een desaldering worden deze ontvangsten toegevoegd aan het DSO-budget.6. Korting RegiodealsIn het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat de specifieke uitkeringen worden overgeheveld naar het gemeente- of provinciefonds met een budgetkorting van 10 procent. Voor de Regiodeals wordt deze korting nu verwerkt.7. Kasschuif omgevingswetDit betreft een kasschuif om het investeringsbudget Digitaal Stelsel Omgevingswet onderdeel Landelijke Voorziening (DSO-LV) op basis van de meest recente ramingen in het juiste kasritme te zetten.OntvangstenTabel 40 Ontvangsten beleidsartikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20243.8243.8243.8243.8243.824‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024000003.824Nieuwe mutaties7.10700000Waarvan:1) Desaldering bijdrage IPO beheer DSO2.695000002) Desaldering bijdrage UvW beheer DSO2.24600000Stand ontwerpbegroting 202510.9313.8243.8243.8243.8243.8241De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.107Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Toelichting1. Desaldering bijdrage IPO beheer DSODit betreft de ontvangen bijdrage van het Inter Provinciaal Overleg (IPO) voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzieningen. Via een desaldering worden deze ontvangsten toegevoegd aan het DSO-budget.2. Desaldering bijdrage UvW beheer DSODit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen (UvW) voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzie­ningen. Via een desaldering worden deze ontvangsten toegevoegd aan het DSO-budget.Beleidsartikel 4. Uitvoering RijksvastgoedbeleidUitgavenTabel 41 Uitgaven beleidsartikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024161.920164.921189.864192.042196.806‒Mutatie eerste suppletoire begroting 202425.28817.11210.3949.93615.153262.532Nieuwe mutaties‒ 2.50000000Waarvan:1) Bijdrage museum Huis Doorn‒ 2.50000000Stand ontwerpbegroting 2025184.708182.033200.258201.978211.959262.5321De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.Toelichting1. Bijdrage museum Huis DoornDit betreft een overboeking naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van € 2,5 mln. voor het Huis Doorn die het dienstengebouw zal verbouwen tot tentoonstellingsruimte, waar het museum in de toekomst tijdelijke tentoonstellingen kan organiseren.OntvangstenTabel 42 Ontvangsten beleidsartikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (bedragen x € 1.000)2024120252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024102.984102.98492.82091.17291.172‒Mutatie eerste suppletoire begroting 202426.4485.0005.0004.9504.90096.072Nieuwe mutaties000000Waarvan:Stand ontwerpbegroting 2025129.432107.98497.82096.12296.07296.0721De cursief gedrukte bedragen van het jaar 2024 vallen nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.108Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Niet-beleidsartikel 11. Centraal apparaatUitgavenTabel 43 Uitgaven niet-beleidsartikel 11. Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024‒‒‒‒‒‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024‒‒‒‒‒‒Nieuwe mutaties000000Waarvan:Stand ontwerpbegroting 2025000000OntvangstenTabel 44 Ontvangsten niet-beleidsartikel 11. Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024‒‒‒‒‒‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024‒‒‒‒‒‒Nieuwe mutaties000000Waarvan:Stand ontwerpbegroting 2025000000ToelichtingNiet-beleidsartikel 12. AlgemeenUitgavenTabel 45 Uitgaven niet-beleidsartikel 12. Algemeen (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20249.72819.72819.72819.72819.7281‒Mutatie eerste suppletoire begroting 202429.357100009.7281Nieuwe mutaties000000Waarvan:Stand ontwerpbegroting 202539.0859.7289.7289.7289.7289.7281De uitgaven voor de jaren 2024 tot en met 2028 zijn de overheveling van Vennootschapsbelasting (VPB) van de benzineveilingen en bodemwinning van de begroting van BZK.109Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OntvangstenTabel 46 Ontvangsten niet-beleidsartikel 12. Algemeen (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024‒‒‒‒‒‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024‒‒‒‒‒‒Nieuwe mutaties000000Waarvan:Stand ontwerpbegroting 2025000000Niet-beleidsartikel 13. Nog onverdeeldUitgavenTabel 47 Uitgaven niet-beleidsartikel 13. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024‒‒‒‒‒‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024‒‒‒‒‒‒Nieuwe mutaties000000Waarvan:goed bestuurStand ontwerpbegroting 2025000000ToelichtingOntvangstenTabel 48 Ontvangsten niet-beleidsartikel 13. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024‒‒‒‒‒‒Mutatie eerste suppletoire begroting 2024‒‒‒‒‒‒Nieuwe mutaties000000Waarvan:Stand ontwerpbegroting 2025000000110Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijlage 4: Moties en toezeggingenTabel 49 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die zijn afgerond (Stand per 30 juni 2023)OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van het lid Van Otterloo; Verzoekt de regering, bij de uitrol van de Omgevingswet structureel aandacht te hebben voor de positie van de minder digivaardigen.Kamerstuk II, 2020/21, 33118, nr. 164Afgedaan. De motie is in uitvoering tot aan inwerkingtreding van de Omgevingswet.De motie van het lid Geurts c.s.; Verzoekt de regering om te voldoen aan de wens van bestuurlijke partijen als de VNG en zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 juli 2023, definitief duidelijkheid te verschaffen over de inwerkingtreding per 1 januari 2024, of, indien daar op dat moment onvoldoende zekerheid over bestaat, met de VNG in gesprek te gaan over de consequenties voor de inwerkingtreding.Kamerstuk II 2022/23, 33118, nr. 248Afgedaan. Op 14 maart 2024 is duidelijkheid verschaft door stemming in de Eerste Kamer.De motie van het lid Kluit c.s.; Verzoekt de regering om in de begroting Binnenlandse Zaken voor 2024 en verder de meerjarige dekking voor kosten voor invoering, beheer en onderhoud en de doorontwikkeling van het DSO naar ambitieniveau 3 langjarig op te nemen; Verzoekt de regering om de extra middelen voor gemeenten uit het Coalitie Akkoord (de zogenaamde CA-gelden) nog in 2023 aan de decentrale overheden ter beschikking te stellen, en de Eerste Kamer daarover uiterlijk 9 september 2023 te informeren, zodat gemeenten zich komende maanden zonder financiële zorgen vol kunnen richten op de invoering van de Omgevingswet.Kamerstuk I 2022/23, 34986, nr. FM1Afgedaan. De Eerste Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2022/23, 33118, nr. FN).De motie van het lid Nooren; Verzoekt de regering om in het Invoeringsbesluit Omgevingswet een regeling op te nemen die ervoor zorgt dat er een plicht ontstaat voor gemeenten, provincies en waterschappen om het participatiebeleid op te stellen waarin vastgelegd wordt hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden en dit participatiebeleid vast te stellen door respectievelijk gemeenteraad, provinciale staten en het algemene bestuur van het waterschap, en te bevorderen dat de medeoverheden hier zo snel mogelijk mee beginnen, liefst voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.Kamerstuk I 2019/20, 34986, nr. AAAfgedaan. De Kamers zijn in verscheidene brieven over de uitvoering van de motie-Nooren geïnformeerd, waaronder in de recente beantwoording op Kamervragen van de Eerste Kamer van 7 juni, 6 mei en 2 februari jl. (Kamerstuk I 2021/22, 33118, resp. DV, DN en DC). Het bevorderen dat bevoegd gezagen met het participatiebeleid aan de slag gaan loopt is en blijft in uitvoering en loopt door tot na inwerkingtreding.De motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering bij het verbeteren van de fysieke leefomgeving binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid de mogelijkheden voor ontmoeting te vergroten, niet alleen in de openbare ruimte, maar ook door te voorzien in meer betaalbare zaalruimte.Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 11Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1177).De motie van het lid Beckerman; Verzoekt de regering om bij de uitvoering van de Wgiw tot een plan te komen om het niet-meer-dan-andersprincipe individueel te garanderen.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 35Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van EZK.De motie van het lid Nijboer; Verzoekt het kabinet woonwijken en gebouwen van maatschappelijk nut te prioriteren boven andere gebruikers van netaansluitingen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1092Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van EZK.De motie van het lid Koerhuis; Verzoekt de regering, de positie van de vve te versterken door mogelijke opties van versterking in kaart te brengen, en de Tweede Kamer te informeren voor het commissiedebat Leefbaarheid en veiligheid.Kamerstuk II 2020/21, 32847, nr. 788Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23,  30196, nr. 817).De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, om in overleg met het Nibud te onderzoeken of de investeringslast bij verduurzaming van woonruimte samen met de verlaging van de energierekening onderdeel kan worden van de financieringslasttabellen van het Nibud.Kamerstuk II 2019/20, 32813, nr. 475Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1120).De motie van het lid Nijboer; Verzoekt de regering, een aanvalsplan op te stellen om de verzakking van deze huizen te voorkomen en schade en funderingen te herstellen, en de Tweede Kamer daarover in het voorjaar te informeren.Kamerstuk II 2020/21, 35570 VII, nr. 63Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 257).De motie van het Van Esch; Verzoekt de regering de kwaliteit en hoeveelheid beschikbare data in het milieuprestatiestelsel te verbeteren en strikt toezicht te organiseren op de productkaarten en de kwaliteit van het milieuprestatiestelsel.Kamerstuk II 2022/23, 36200 VII, nr. 103Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 2852, nr. 265),De motie van de leden Grinwis en Peter de Groot; Verzoekt de regering alles op alles te zetten om de isolatieaanpak te versnellen met daarbij extra aandacht voor financieel kwetsbare woningeigenaren, verenigingen van eigenaren en het wegnemen van obstakels, en daartoe in overleg te treden met onder meer de Kamerstuk II 2022/23, 36200 VII, nr. 100Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).111Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie ParlementVereniging van Nederlandse Gemeenten;  Verzoekt de regering tevens te bezien of het reeds bestaande Warmte-fonds en/of andere fiscale of financiële regelingen beschikbaar kunnen komen voor het doorvoeren van energiebesparende maatregelen bij maatschappelijk vastgoed en het mkb.De motie van de leden Bontenbal en Grinwis; Verzoekt de regering aan de slag te gaan met een aanpak om ook in de energietransitie in de gebouwde omgeving te «ontregelen», bijvoorbeeld door het organiseren van schrapsessies.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1105Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).De motie van het lid Van Haga; Verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk te komen met een landelijk afwegingskader voor het verduurzamen van monumenten.Kamerstuk II 2021/22, 32813, nr. 1106Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).De motie van de leden Van Esch en Bromet; Verzoekt de regering bij het onderzoek naar de koelbehoefte en het invullen van de koelbehoefte vooral te kijken naar natuurlijke oplossingen en zo snel mogelijk over te gaan tot implementatie.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1095Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).De motie van de leden Peter de Groot en Beckerman; Verzoekt de regering deze expertise, samen met gemeenten, in te zetten vanuit een landelijk expertiseteam zodat regelmatig toegezien wordt op de veiligheid van onder andere stadions en andere grote evenementengebouwen.Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 241Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 263).De motie van het lid Nijboer; Verzoekt het kabinet het schadeherstel te vergemakkelijken door de regeling te verruimen en welwillend om te gaan met vergoeding per individueel geval.Kamerstuk II 2021/22, 28325, nr. 231Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 257).De motie van het lid Nijboer; Verzoekt de regering op korte termijn met een plan te komen voor het versterken van funderingen in de grootste probleemgebieden en te analyseren welke maatregelen genomen kunnen worden om de funderingen niet te laten verslechteren.Kamerstuk II 2021/22, 28325, nr. 230Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II2023/24, 28325, nr. 257).De motie van het lid Valstar c.s.; Verzoekt het kabinet, mogelijkheden en reeds bestaande voorbeelden ter  bevordering van natuur en biodiversiteit rondom nieuw te bouwen en te renoveren woonhuizen in kaart te brengen; Verzoekt het kabinet, te onderzoeken op welke wijze natuur en biodiversiteit geïncorporeerd kunnen worden in de bouw en renovatie van woningen, en de Tweede Kamer hier voor de zomer van 2022 over te informeren.Kamerstuk II 2021/22, 35742, nr. 5Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).De motie van het lid Nijboer c.s.; Verzoekt het kabinet ook deze problemen mee te nemen in de aangekondigde analyses die worden uitgevoerd.Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 262Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 266).De motie van het lid Nijboer c.s.; Verzoekt het kabinet een coördinerend Minister aan te wijzen en een regeringscommissaris funderingsherstel aan te stellen om zo spoedig mogelijk tot oplossingen te komen.Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 261Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 266).De motie van het lid Nijboer c.s.; Verzoekt het kabinet met voorstellen te komen voor een redelijke kostenverdeling tussen alle betrokken partijen, zodat de funderingen snel kunnen worden aangepakt en hersteld.Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 260Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 266).De motie van het lid Thijssen; Verzoekt de regering in kaart te brengen in welke regio’s of gemeenten er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de verduurzamingsopgave van de gebouwde omgeving ter hand te nemen, daarbij hun burgers actief te benaderen en te ontzorgen, en de Tweede Kamer hierover op korte termijn te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1119Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1182).De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering, mits uit het in gang gezette onderzoek geen onoverkomelijke bezwaren ten aanzien van de volksgezondheid naar voren komen, het Drinkwaterbesluit aan te passen, zodat niet alleen op het dak opgevangen regenwater als huishoudwater kan worden gebruikt, en tevens mogelijk te maken dat huishoudwater voor meer toepassingen dan toiletspoeling gebruikt kan worden, onder borging van de volksgezondheid.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 51Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van I&W.De motie van het lid Nijboer; Verzoekt het kabinet alsnog een tochtkorting in te voeren.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 45Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 380).112Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van het lid Boulakjar; Verzoekt de regering om samen met gemeenten, huurteams en andere partijen een campagne op te zetten met als doel om bewustwording te creëren bij huurders dat zij in hun recht staan richting verhuurders, en om verhuurders te bewegen om gebreken te herstellen of de woning te isoleren.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1210Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 januari 2024 per brief geïnformeerd  (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 380).De motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering vergeleken met andere woningeigenaren te komen tot een gelijk speelveld voor vve’s ten behoeve van de financiering van verduurzamingsmaatregelen door de financieringsvoorwaarden bij het Warmtefonds te verbeteren, zodat mensen met lage inkomens binnen een vve daar ook tegen 0% rente of met een rentekorting kunnen lenen.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1199Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23,  30196, nr. 817).De motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering te komen tot generieke landelijke regelgeving waarmee vve’s kunnen besluiten tot verduurzaming via een gewone meerderheid van de helft plus één van de aanwezige leden tijdens een ledenvergadering.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1198Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23,  30196, nr. 817).De motie van de leden Beckerman en Peter de Groot; Verzoekt de regering om met één onafhankelijke toezichthouder te komen.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1197Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 30196, nr. 824).De motie van het lid Crone c.s.; Verzoekt de regering invoering van de Wkb op te schorten tot deze problemen zijn opgelost.Kamerstuk I 2022/23, 34453, nr. ANAfgedaan. De Eerste Kamer is op 17 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2022/23, 34453, nr. AO).De motie van de leden Grinwis en Boulakjar; Verzoekt de regering bij de aanpassing van het Bouwbesluit, waar momenteel aan wordt gewerkt, dit besluit zodanig aan te passen dat er vanuit de bouwsector meer vraag ontstaat naar in Nederland geteelde biogrondstoffen als hennep, vlas, lisdodde, zonnekroon en olifantsgras én naar reststromen uit de Nederlandse land- en tuinbouw als stro en stengels.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 966Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32852, nr. 265).De motie van het lid Beckerman; Verzoekt de regering een voorstel voor een planbatenheffing uit te werken en dit voor het zomerreces te delen met de Tweede Kamer.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1163Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,  32847, nr. 1198).De motie van de leden Regterschot en Terpstra; Verzoekt de regering, in de eerste voortgangsbrief over de NOVI in 2021 met verschillende scenario’s te laten zien wat de ruimtelijke gevolgen zijn van enkele alternatieve invullingen binnen de energietransitie, waaronder een energiemix met meer kernenergie in de opgave richting 2050.Kamerstuk II 2020/21, 34682, nr. 58Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 31239, nr. 380).De motie van het lid Geurts; Verzoekt de regering in samenwerking met medeoverheden: –een vergunningstelsel te creëren waarmee gemeenten uitponding van vakantieparken kunnen reguleren; –de mogelijkheid te onderzoek van een opkoopfonds; –in kaart te brengen of het voorkeursrecht voor gemeenten kan worden toegepast op vakantieparken.Kamerstuk II 2022/23, 36200 VII, nr. 95Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1176).De motie van het lid Van Esch; Verzoekt de regering alvorens de ruimtelijke puzzel te gaan leggen, duidelijkheid te scheppen over wat de ruimtelijke consequenties van het stikstofbeleid zullen zijn.Kamerstuk II 2022/23, 29383, nr. 371Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 34682, nr. 183).De motie van het lid Nijboer; Verzoekt het kabinet met een visie te komen op de ruimtelijke ordening in Nederland en daarover de Tweede Kamer te informeren.Kamerstuk II 2021/22, 35925 VII, nr. 131Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29435, nr. 267).De motie van het lid Beckerman: Verzoekt de regering te onderzoeken of een Nederlands architectuurinstituut terug kan keren.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1053Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,  31535, nr. 13).De motie van het lid Nijboer; Verzoekt het kabinet te onderzoeken of er een norm met betrekking tot vernieuwende architectuur bij bouwlocaties kan worden ingevoerd.Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 171Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 31535, nr. 13).De motie van de leden Grinwis en Boulakjar; Verzoekt de regering bij het opstellen van de (zesde) Nota Ruimte een participatietraject in te richten, waarbij met nadruk jongere generaties betrokken worden, en de Tweede Kamer over de inspanningen en resultaten te informeren.Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 168Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29435, nr. 267).De motie van het lid Peter de Groot c.s.; Verzoekt het kabinet om de in de ladder aanwezige belemmeringen voor buitenstedelijke bouw te verwijderen om de bouwopgave te versnellen.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1027Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1105).De motie van het lid Koffeman c.s.; Verzoekt de regering haar publiekrechtelijke bevoegdheden te gebruiken op zodanige wijze dat uitvoering van het bestemmingsplan dat in de vestiging van Kamerstuk I 2021/22, 35925 XIV, nr. KAfgedaan. Aan deze motie is voldaan. Er is een AMVB Hyperscales gemaakt (Staatsblad 2023, nr. 492).113Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie Parlementhet Meta-datacenter voorziet, juridisch niet mogelijk zal zijn totdat mede in het kader van de Nationale omgevingsvisie, is vastgesteld dat die vestiging niet strijdig is met het rijksbeleid.De motie van het lid Sneller; Verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn mogelijk te maken dat personen die te maken hebben met bedreigingen en intimiderende situaties, op verzoek hun adres kunnen laten afschermen in het Kadaster;  Kamerstuk II 2022/23, 36171, nr. 15Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk 2023/24, 36171, nr. 16).Verzoekt de regering tevens om de toegang tot privé en huisadressen in het Kadaster verder te beperken tot alleen die professionele gebruikers van wie redelijkerwijs verwacht mag worden dat zij uit hoofde van hun taakuitvoering en met het oog op het goed functioneren van de vastgoedmarkt deze toegang nodig hebben, zoals makelaars, notarissen en banken.De motie van het lid Rietkerk c.s.; Verzoekt de regering om de gemeentelijke handhaving alsmede de verplichte puntentelling voor verhuurders per 1 januari 2025 in werking te laten treden, om zodoende gemeenten en verhuurders zes maanden extra tijd te geven om zich voor te bereiden op de uitvoering van de Wet betaalbare huur.Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. QAfgedaan. De uitvoering van de motie is in het inwerkingtredingsbesluit opgenomen.De motie van het lid Rietkerk c.s.; Verzoekt de regering om voor beschermde dorps- en stadgezichten een forfaitaire maximale prijsopslag van 5% te introduceren in het WWS.Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. P.Afgedaan. De uitvoering van de motie is in het inwerkingtredingsbesluit opgenomen.De motie van het lid Peter de Groot en Grinwis; Verzoekt de regering om het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen voor 1 juli 2024 open te stellen en daarover koopstarters te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1171Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1199).De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering zich samen met de gemeenten, huurders- en verhuurdersorganisaties én de Huurcommissie in te spannen om de bekendheid met de maximale huurprijsverhoging te vergroten, hier concrete acties aan te verbinden en de Tweede Kamer voor 1 juli 2024 over haar inspanningen te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 36511, nr. 15Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1192).De motie van de leden Stoffer en Flach; Verzoekt de regering zich in Europees verband blijvend in te spannen om de voorwaarden voor het bouwen van middenhuurwoningen door woningcorporaties te versoepelen;  Verzoekt de regering tevens onderzoek te doen naar maatregelen die woningcorporaties in staat stellen deze woningen ook daadwerkelijk te bouwen, bijvoorbeeld ook op financieel gebied.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1148Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 569).De motie van het lid Welzijn; Verzoekt de regering om samen met marktpartijen in beeld te brengen welke ontwikkelingen er zijn in de investeringsbereidheid van marktpartijen op de woningmarkt in de periode 2021 tot op heden en daarbij de genomen fiscale maatregelen mee te nemen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1147Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1155).De motie van het lid De Hoop; Verzoekt de regering om de Tweede Kamer in de eerste helft van 2024 te informeren over hoe woningcorporaties hun rol beter kunnen pakken bij de realisatie van betaalbare middenhuurwoningen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1139Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 569).De motie van  het lid De Hoop en Welzijn; Verzoekt de regering te onderzoeken of woningbouwcorporaties voorrang kunnen krijgen bij de aankoop van deze woningen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1138Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 569).Motie van het lid Rietkerk; Verzoekt de regering te bezien hoe de mogelijkheden voor hospitaverhuur kunnen worden verruimd en de Eerste Kamer daarover in het voorjaar van 2024 te rapporteren.Kamerstuk I 2023/24, 36195, nr. EAfgedaan. De Eerste Kamer is op 14 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36195, nr. J).De motie van het lid Koerhuis; Verzoekt de regering, in gesprek te gaan met de NHG en banken om te kijken of en hoe banken langer uitstel van hypotheekaflossingen kunnen geven.Kamerstuk II 2020/21, 32847, nr. 793Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1174).De motie van het lid Peter de Groot; Verzoekt de regering een monitoringssystematiek uit te werken die in beeld brengt of het aantrekkelijk blijft voor verhuurders om te investeren in noodzakelijk onderhoud en verduurzaming van huurwoningen.Kamerstuk II 2022/23, 36218, nr.  11Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,32847, nr. 1131).De motie van het lid van Baarle; Verzoekt de regering om onderzoek te doen naar de behoefte aan rentevrije alternatieven om woningbezit te realiseren en naar hoe belemmeringen om voldoende aanbod hiervan te realiseren kunnen worden weggenomen.Kamerstuk II 2022/23, 36200 VII, nr. 105Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1174).De motie van de leden Grinwis en Bontenbal; Verzoekt de regering om in aanloop naar de volgende begroting alsnog met een aanpak gericht op het versneld uitfaseren van enkelglas te komen, waarbij onder andere wordt gekeken naar aftrekpunten in het Kamerstuk II 2022/23, 36200 VII, nr. 99Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 380).114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie Parlementte moderniseren woningwaarderingsstelsel en het verbieden van enkelglas in 2029 of 2030 in een verhuurde woning, met respect voor de reeds gemaakte afspraken met de woningcorporaties.De motie van het lid Van Baarle; Verzoekt de regering om te pogen in een volgende monitor woningmarkt-discriminatie het effect van maatregelen tegen woningmarktdiscriminatie te meten.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 960Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1079).De motie van de leden Grinwis en Boulakjar; Verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat zo snel als mogelijk corporaties woningen zodanig gaan toewijzen dat niet alleen rekening wordt gehouden met de huurhoogte, maar ook met de totale woonlasten, inclusief de energierekening, te bezien of en hoe de Woningwet hierop aangepast moet worden en daarover in overleg te treden met de woningcorporaties.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1098Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 7926, nr. 378 ).De motie van de leden Grinwis en Geurts; Verzoekt de regering om de belemmeringen voor woningcorporaties om bouwgrond te kopen om betaalbare woningen te kunnen bouwen weg te nemen.Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 943Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 571).De motie van het lid Van Baarle; Verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre de inkomensafhankelijke huurverhoging wordt benut in de particuliere sociale sector.Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 895Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131).De motie van het lid Boswijk c.s.; Verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze de aanleg van een register van alle huurwoningen van niet-woningbouwcorporaties met daarin vastgelegd een aantal karakteristieken van die woningen, zoals oppervlakte, aanvangshuur en eigenaar, kan bijdragen aan het inzichtelijk maken van de omvang van de bestaande voorraad sociale en andere huurwoningen van niet-woningbouwcorporaties.Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 870Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 27926, nr. 377).De motie het lid Pouw-Verweij; Verzoekt de regering de Tweede Kamer te rapporteren over de gevolgen van verschillende typen migratie (waaronder ten minste arbeids-, asiel-, studie- en gezinsmigratie) op de woningmarkt en daarbij expliciet aan te geven hoeveel en welke typen woningen daarmee jaarlijks gemoeid zijn.Kamerstuk II 2021/22, 35925 VII, nr. 127Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1072).De motie van het lid Beckerman c.s.; Verzoekt de regering het systeem van passend toewijzen nader te onderzoeken rekening houdend met bovenstaande leefomgevingsaspecten.Kamerstuk II 2022/23, 36190, nr. 17Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 7926, nr. 378).De motie van de leden Nijboer en Grinwis; Verzoekt de regering te onderzoeken welke instrumenten gemeenten nodig hebben om misbruik van uitzonderingen te voorkomen en te kunnen handhaven op voorwaarden voor tijdelijke verhuur en hierbij de handhavingsmogelijkheden van de Wet goed verhuurderschap te betrekken.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 106Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk 2023/24, 32847, nr. 1131).De motie van het lid Peter de Groot; Verzoekt de regering te bezien hoe gemeentelijke monumenten ook kunnen worden gewaardeerd in het WWS.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1068Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 36496, nr. 5).De motie van het lid Van Haga; Verzoekt de regering om in kaart te brengen wat de oorzaak is van de hardere daling van het transactievolume in Nederland, en de Tweede Kamer over de uitkomsten te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1110Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1155).De motie van het lid Ceder c.s.; Verzoekt de regering te voorzien in een wijziging van het Burgerlijk Wetboek om te zorgen dat alle weeskinderen van 18 jaar en ouder het recht krijgen om een bepaalde tijd, bijvoorbeeld twee jaar, in de ouderlijke huurwoning te blijven wonen en niet uitgezet kunnen worden, ook wanneer de overleden ouder(s) bij een particuliere verhuurder huurde(n), en de Tweede Kamer hier voor de zomer over te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 35999, nr. 15Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 571).De motie van de leden Wuite en Ceder; Verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de openbare lichamen over deze problemen om vervolgens gezamenlijk de problemen weg te nemen, zodat de inwoners van Sint-Eustatius en Saba met een klein inkomen die noodgedwongen particulier huren, zo snel mogelijk gebruik kunnen maken van deze huurlastenverlaging;  verzoekt de regering tevens de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2024 te informeren over de uitkomsten van deze gesprekken.Kamerstuk II 2023/24, 36410 IV, nr. 20Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 86).De motie van het lid Boulakjar; Verzoekt de regering om hamsterhuurkoop door woningbouwcorporaties mogelijk te maken.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 41Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1199).115Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van de leden Grinwis en Inge van Dijk; Verzoekt de regering om in de lopende onderzoeken naar de grondmarkt de mogelijkheid van één transparante en echt betaalbare sociale grondprijs voor grond die door een gemeente wordt verkocht voor sociale woningbouw door corporaties mee te nemen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1101Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 571).De motie van het lid Peter de Groot; Verzoekt daarom de regering het effect van de stapeling en aanscherping van huurwetten op het aanbod van huurwoningen te monitoren en dit elk kwartaal te delen met de Tweede Kamer.Kamerstuk II 2022/23, 36195, nr. 15Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131).De motie van het lid Beckerman; Verzoekt de regering om de Monitor Tijdelijke Verhuur te continueren.Kamerstuk II 2022/23, 36195, nr. 14Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131).De motie van het lid Boulakjar; Verzoekt de regering om in gesprek met gemeenten meer ruimte te creëren voor kamerverhuur met campuscontracten, met aandacht voor sociale cohesie en leefbaarheid.Kamerstuk II 2022/23, 36195, nr. 13Afgedaan. De Tweede Kamer is op 7 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 33104, nr. 32).De motie van de leden Boulakjar en Peter de Groot; Verzoekt de regering om sterker te sturen, zodat echt betaalbare woningen voor starters mogelijk worden.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1018Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097).De motie van de leden Van der Plas en Mohandis; Verzoekt de regering om het bouwen van dementievriendelijke huizen op te nemen als doelstelling en over de invulling hiervan in contact te treden met de patiëntenorganisaties.Kamerstuk II 2022/23, 31765, nr. 762 (tvv 750)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 124).De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering te analyseren welke financiële drempels er zijn om gemeenschappelijke woonvormen te realiseren, te verkennen welke maatregelen nodig zijn voor een level playing field voor het middenhuursegment, en de Tweede Kamer hierover voor het zomerreces te informeren.Kamerstuk II 2022/23, 31765, nr. 741Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 566).De motie van het lid Van der Plas; Verzoekt de regering te onderzoeken hoe elke gemeente een huurteam in kan stellen dat huurders kan begeleiden bij het halen van hun recht bij geconstateerde misstanden, of de capaciteit bij eventuele bestaande teams te vergroten.Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 42Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 27926, nr. 377).De motie van de leden Grinwis en Beckerman; Verzoekt de regering te komen tot een scherpere afbakening van het Besluit servicekosten, om oneigenlijk gebruik van servicekosten tegen te gaan;  Verzoekt de regering tevens te bezien of en hoe een mogelijkheid om bepaalde voorzieningen niet af te nemen in het Besluit servicekosten op te nemen is.Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 39Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 46).De motie van het lid Van Baarle; Verzoekt de regering om de ontwikkeling van de platforms die objectieve en transparante toewijzing van (huur)woningen bevorderen, te monitoren en waar bevorderlijk voor de bestrijding van discriminatie de brede uitrol ervan te bevorderen.Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 38Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1079).De motie van het lid Beckerman; Verzoekt de regering te bezien hoe uitbreiding van de Huurcommissie geregeld kan worden en te monitoren op de hoeveelheid verzoeken, zodat de wachttijden niet verder oplopen.Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 36Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 27926, nr. 377).De motie van het lid Beckerman; Verzoekt de regering te regelen dat handhaving en naleving toereikend zijn.Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 35Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1192).De motie van het lid Nijboer: Verzoekt het kabinet om gemeenten aan te zetten tot het uitvoeren van willekeurige inspecties van huurwoningen.Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 33Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 27926, nr. 377).De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering te bevorderen dat zo veel mogelijk van de nieuw te bouwen seniorenwoningen dementievriendelijk worden gebouwd.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1006Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 124).De motie van het lid Den Haan c.s.; Verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het bouwen van nieuwe hofjes kan worden versneld en gestimuleerd.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1003Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 124).De motie van het lid Den Haan c.s.; Verzoekt de regering landelijk te monitoren dat woningbouwcoöperaties gezamenlijk zo veel mogelijk dementievriendelijke woningen realiseren.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1002Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 124).De motie van de leden Beckerman en Nijboer; Verzoekt de regering te borgen dat deze sociale huurders hun lagere huur behouden.Kamerstuk II 2022/23, 36281, nr. 23Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131).116Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van de leden Beckerman en Nijboer: Verzoekt de regering met een oplossing te komen wanneer huurders vanwege medische/zorgindicatie(s) moeten verhuizen.Kamerstuk II 2022/23, 36281, nr. 22Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131).De motie van de leden Inge van Dijk en Grinwis; Verzoekt de regering in samenwerking met het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn), de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de bancaire sector te onderzoeken of een dergelijk product levensvatbaar is en hoe deze vormgegeven kan worden, en de Tweede Kamer hierover te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1088Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1174).De motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering bij vernieuwing en herstructurering van woonwijken te bevorderen dat de oorspronkelijke bewoners kunnen terugkeren naar hun oude woonwijk, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de uitzondering van de norm op passend toewijzen of het introduceren van een recht op terugkeer naar de wijk, en de Tweede Kamer over haar verrichtingen te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 12Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 570).De motie van het lid Beckerman c.s.; Spreekt uit dat de belastingdruk van woningbouwcorporaties (VPB, ATAD) de aanpak van de wooncrisis bemoeilijkt; Spreekt voorts uit dat woningbouwcorporaties hier linksom of rechtsom voor gecompenseerd dienen te worden, bij voorkeur door afschaffing VPB-plicht.Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 15Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 16).De motie van het lid Bromet en Beckerman; Verzoekt de regering de markttoets voor woningcorporaties volledig af te schaffen.Kamerstuk II 2022/23, 35286, nr. 6Afgedaan. De markttoets is per wetsvoorstel afgeschaft, dus aan de motie is per 1 januari 2024 voldaan.De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering te bevorderen dat veel meer gemeenten doorbouw-akkoorden sluiten, en zo nodig een nationaal doorbouwakkoord te sluiten om de woningbouwproductie te vergroten en te versnellen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1166Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,  32847, nr. 1187).De motie van het lid Welzijn c.s.; Verzoekt de regering aan te geven hoeveel woningen in 2024 en in 2025 concreet beschikbaar komen via optoppen, transformeren en splitsen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1162Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1183).De motie van het lid Madlener; Verzoekt de regering om bij de uitvoering meer oog te hebben voor de wensen van de toekomstige bewoners en de leefbaarheid van deze nieuwe woongebieden – onder andere: oppervlakte middenklassewo-ningen groot genoeg voor middenklassegezinnen met kinderen, parkeer-gelegenheid (eventueel met oplader), openbaargroenvoorziening, tuinen, speelvelden, fietspaden en voldoende uitvalswegen – zodat de leefbaarheid niet onder druk komt te staan in de toekomst.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1149Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,  32847, nr. 1187).De motie van het lid Welzijn c.s.; Verzoekt de regering om op zeer korte termijn concrete afspraken te maken met corporaties over het aantrekkelijk maken van woningdelen, over concrete aantallen te splitsen en op te toppen woningen per jaar en tevens met alle gemeenten te komen tot een eenduidig en eenvoudig proces voor alle aanvragers.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1153Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1183).De motie van het lid De Hoop; Verzoekt de regering om te onderzoeken hoe we de bouw gaande kunnen houden middels instrumenten als de SBI, om te voorkomen dat de bouw stilvalt, en opties ter dekking voor te leggen aan de Tweede Kamer.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1137Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 36550, nr. A).De motie van de leden Boulakjar en Grinwis; Verzoekt de regering om een uiterste inspanning te leveren en op korte termijn een oplossing te vinden, zodat gestart kan worden met de realisatie van de studentenwoningen bij Kronenburg in Amstelveen.Kamerstuk II 2021/22 32847, nr. 944Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1133).De motie van het lid Minhas; Verzoekt de regering, te komen tot een handelingskader voor gemeenten bij erfpacht waarbij de rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en transparantie voor erfpachters beter geborgd worden.Kamerstuk II 2021/22, 35232, nr. 7Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1179).De motie van het lid Grinwis c.s.: Verzoekt de regering, zich tot het uiterste in te spannen om aan de woningbouwprojecten waar het Rijksvastgoedbedrijf als grondeigenaar bij betrokken is, evenals aan de Woningbouwimpuls, de eis te verbinden dat minimaal 50% van de te ontwikkelen woningen uit betaalbare huur- en koopwoningen bestaat.Kamerstuk II 2021/22, 35925, nr. 94Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 maart  2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1159).117Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van het lid Inge van Dijk; Verzoekt de regering in gesprek te treden met de VNG en het IPO over hoe efficiënter en effectiever met de ambtelijke capaciteit wordt omgaan en hoe wordt voorkomen dat overheden elkaars concurrent worden wat betreft personeel maar juist meer gaan samenwerken.Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 254Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1159).De motie van de leden Boulakjar en Grinwis; Verzoekt de regering het mogelijk te maken voor gemeenten om een groot deel van deze nieuwe kant-en-klare woningen met prioriteit toe te wijzen aan jongeren uit de betreffende gemeente.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1063Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1096).De motie van het lid Peter de Groot; Verzoekt de regering om de mogelijkheid open te stellen voor de vereniging van eigenaren van parken of individuele eigenaren om zichzelf te kunnen aanmelden bij de bestuurlijk aanjager om het daadwerkelijke transformatiepotentieel inzichtelijk te krijgen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, 1114Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1176).De motie van de leden Inge van Dijk en Grinwis; Verzoekt de regering te onderzoeken of en op welke wijze een tijdelijke verlaging van het btw-tarief voor de bouw van sociale en middeldure koop-en huurwoningen door institutionele beleggers en woningcorporaties kan worden vormgegeven, zonder dat dit een prijsopdrijvend effect heeft.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 48Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,  32847, nr. 1198).De motie van het lid Boulakjar c.s.; Verzoekt de Ministers van BZK en IenW uiterlijk dit najaar tot een akkoord te komen met de gemeente Amstelveen over de start van de bouw van zo veel mogelijk studentenwoningen op de locatie Kronenburg.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 42Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1133).De motie van het lid Boulakjar c.s.; Verzoekt de regering om als voorwaarde van bouwsubsidies, impulsen en woonafspraken te waarborgen dat een aanzienlijk deel van de op te leveren woningen een verkoopprijs heeft van onder de € 250.000.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 40Afgedaan. De Tweede Kamer is op 25 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1175).De motie van het lid Peter de Groot c.s.; Verzoekt de regering bouwakkoorden te sluiten met partijen die bouwen waarbij belemmeringen uit de praktijk worden weggenomen.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 35Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,  32847, nr. 1187).De motie van de leden Grinwis en Nijboer; Verzoekt de regering na aanname van het amendement-Van der Lee c.s. deze overdekking deels aan te wenden voor een risicoreservering, zodat vorm gegeven kan worden aan de tijdelijke doorbouwgarantie van het Rijk, en de Tweede Kamer hierover voor het eind van het jaar te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 36410 IX, nr. 15Afgedaan. De motie is opgenomen in het aangenomen amendement, welke is ingediend tijdens de begrotingsbehandeling d.d. 19 oktober 2024 (en zal worden uitgevoerd).De motie van de leden Grinwis en Nijboer; Verzoekt de regering zo spoedig mogelijk een tijdelijke doorbouwgarantie te verwezenlijken, waar nodig dekking te vinden in het begrotingsonderdeel wonen van de BZK-begroting, en de Tweede Kamer hierover te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1100Afgedaan. De motie is opgenomen in het aangenomen amendement, welke is ingediend tijdens de begrotingsbehandeling d.d. 19 oktober 2024 (en zal worden uitgevoerd).De motie van de leden Geurts en Grinwis; Verzoekt de regering in samenwerking met de provincies te monitoren of er in de steden een gezonde mix van sociaal, middenhuur en koop tot stand wordt gebracht en bij te sturen indien nodig.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1031Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1122).De motie van het lid Beckerman c.s.; Verzoekt, de regering om bij woningbouw door het Rijksvastgoedbedrijf ook ministens twee derde betaalbaar te realiseren.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1034Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 maart  2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1159).De motie van het lid Den Haan; Verzoekt de regering te bezien of er ouderenhuisvestingsprojecten zijn die versneld kunnen worden door de inzet van prefabwoningen.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1024Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 127).De motie van de leden Bromet en Nijboer; Verzoekt de regering om op korte termijn in overleg te treden met de bouwsector en te bezien op welke wijze het gebruik van elektrische machines kan worden gestimuleerd en de Tweede Kamer hierover te informeren.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1022Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 31209, nr. 244).De motie van het lid Van der Staaij c.s.; Verzoekt de regering, samen met gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders, ervoor te zorgen dat in kleinere dorpen en kernen in het landelijk gebied voldoende zorggeschikte woningen worden gebouwd.Kamerstuk II 2022/23, 31765, nr. 746Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 124).De motie van de leden Pouw-Verweij en Van der Plas; Verzoekt het kabinet om provincies te ondersteunen, zo nodig en waar mogelijk met maatwerk, en de Tweede Kamer liefst voor het zomerreces te informeren hoe die ondersteuning vorm krijgt.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1011Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24,  32847, nr. 1187).118Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlementaire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van de leden Boulakjar en Grinwis; Verzoekt de regering om dit jaar nog zo veel mogelijk kansrijke stationsgebieden in kaart te brengen, aan te geven waar daar tijdelijke woningen geplaatst kunnen worden, bijvoorbeeld studentenwoningen, en de Tweede Kamer van de vorderingen op de hoogte te houden.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1010Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1096).De motie van het lid Boulakjar c.s.; Verzoekt de regering om gemeenten aan te jagen harde afspraken te maken met vastgoedeigenaren om kantoren om te bouwen tot woningen.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1009Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1189).De motie van het lid Welzijn; Verzoekt de regering de volgende stimuleringen extra te bezien zolang er sprake is van een statistisch woningtekort van meer dan 2%, waarbij het gaat om de nieuwbouwopslag van 10% voor woningen met een startbouw tot 1 januari 2028: in de WWS 1 extra punt voor label A en 2 extra punten voor label B.Kamerstuk II 2023/24, 36496, nr. 70Afgedaan. De Tweede Kamer is en wordt doorlopend geïnformeerd.De motie Smeulders c.s; Verzoekt de regering, om deze afspraken na te komen en zo te voorkomen dat de Omgevingswet decentrale overheden meer gaat kosten dan dat deze ze mogelijk oplevert.Kamerstuk II, 2020/21, 33118 nr. 162Afgedaan. De motie is uitgevoerd bij het ingaan van het Besluit betaalbare huur.De motie van de leden Minhas en Goudzwaard; Verzoekt de regering: ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 met de bestuurlijke partners goede kennis en kunde bij de omgevingsdiensten te bevorderen om adequaat uitvoering te kunnen geven aan de basistaken onder de Omgevingswet; hiervoor voldoende financiële middelen te reserveren vanuit het invoeringsbudget voor de Omgevingswet.Kamerstuk II 2021/22, 33118, nr. 227Afgedaan. De motie is deel van staand beleid.De motie van de leden Koerhuis en Grinwis; Verzoekt de regering om een pilot te starten waarin zorg- en veiligheidshuizen gegevens kunnen delen met corporaties en corporaties die gegevens mogen registreren om woonoverlast aan te pakken.Kamerstukken II 2021/22, 32847, 847Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 571).De motie van de leden Peter de Groot en Valstar; Verzoekt de regering in gesprek te gaan met gemeenten over waar in de nabijheid een Defensielocatie is of wordt gevestigd en het beroep van militair binnen de lokale huisvestingsverordening van desbetreffende gemeente op te nemen als vitaal beroep.Kamerstukken II 2022/23, 36190, nr. 14Afgedaan. Er is invulling gegeven aan de motie door aandacht te besteden in de toelichting van model huisvestingsverordening van de VNG.119Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Tabel 50 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die nog niet zijn afgerond (Stand per 30 juni 2022)OmschrijvingParlemen­taire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van het lid Van Langen-Visbeek c.s.; Verzoekt de regering: – Te luisteren naar de inhoudelijk deskundigen op de gemeentelijke  werkvloer, van de bouwplanontwikkelaars, van de advocatuur en van  consumentenvertegenwoordigers en op de kortst mogelijke termijn  met hen in overleg te treden over wat zij nodig hebben om de  invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 verantwoord uit te  kunnen voeren en de Eerste Kamer zo spoedig mogelijk te berichten  over daaruit voortvloeiende acties;  – Voorts met de hoogste prioriteit aandacht te geven aan de knelpunten  die zich voordoen na de invoering, en die naar voren komen bij de  toegezegde evaluaties, en vanuit de stelselverantwoordelijkheid vanuit  het Rijk te sturen op het zo snel mogelijk oplossen daarvan; – Indien nodig snel voldoende financiële Rijksmiddelen en expertise beschikbaar te stellen aan decentrale overheden om ontstane  problemen en schade bij decentrale overheden, bouwplanontwikkelaars en consumenten zo snel mogelijk op te kunnen lossen om  stagnatie in de bouwproductie of andere opgaven te voorkomen.Kamerstuk I 2023/254, 33.118 / 34.986, nr. FVIn behandeling. De Eerste Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Mihas; Verzoekt de regering de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet en aanverwante wet- en regelgeving definitief te bepalen op 1 januari 2023.Kamerstuk II 2021/22, 33118, nr. 226In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Minhas; Verzoekt de regering de regeling publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen vanaf het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet te monitoren, dit te doen in samenhang met de al bestaande regeling voor het kostenverhaal en deze regelingen drie jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren, en de resultaten hiervan te delen met de Kamer.Kamerstuk II 2021/22, motie 33118, nr. 205In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2025 geïnformeerd.De motie van het lid Moonen c.s.; Verzoekt de regering om binnen het DSO het mogelijk te maken om voornemens van besluiten te publiceren vergelijkbaar met het voorontwerp van een bestemmingsplan om participatie te bevorderen zodat er één vindplaats is voor alle voorgenomen besluiten waarover nog participatie moet plaatsvinden.Kamerstuk I 2022/23, 33118/34986, nr. FBIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Janssen c.s.; Verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat voor inwerkingtreding van de Omgevingswet alle betreffende websites, waaronder maar niet uitsluitend de websites van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, minimaal voldoen aan alle eisen op niveau A en AA van de norm Web Content Accessibility Guidelines 2.1 en de Eerste Kamer hier uiterlijk zes weken voor inwerkingtreding van de Omgevingswet over te informeren.Kamerstuk I 2022/23, 33118/34986, nr. FAIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kluit c.s.; Verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat, voor zover relevant voor 1 januari 2024, alle gemeenten een milieueffectrapportage maken voor de omgevingsvisies- en/of het omgevingsplan.Kamerstuk I 2022/23, 33118/34986, nr. EZIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kluit c.s.; Verzoekt de regering om voor de zomer een integraal financieel beeld te maken voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten, en de Kamer voor de zomer te informeren over hoe deze kosten komende jaren gedekt worden; Verzoekt de regering om, voor zover het de meerjarige rijksbijdrage aan deze kosten voor de serviceketen, beheer en doorontwikkeling betreft, de middelen op de najaarsbegroting 2024 e.v. vastgelegd te hebben, zoals eerder reeds toegezegd in toezegging T03130.Kamerstuk I 2022/23, 33118/34986, nr. EYIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kluit c.s.; Verzoekt het kabinet op de kortst mogelijke termijn: 1) Met de koepels van decentrale overheden in gesprek te gaan over vdeze uitspraak van de Eerste Kamer; 2) Binnen twee weken, middels een brief, terug te koppelen over de conclusies die kabinet en koepels hieraan verbinden en de Eerste Kamer te informeren over het vervolg; 3) En in deze brief gespecificeerd in te gaan of, en hoe, er wordt voldaan aan de minimale eisen die decentrale overheden zelf hebben gesteld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet.Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FRIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Nicolaï; Verzoekt de regering, haar oordeel over dit punt uit het advies van de Raad van State in heroverweging te nemen als uit rechtspraak na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijkt dat het aanvragen van een bouwvergunning in zo’n geval niet leidt tot een voor beroep vatbare beschikking.Kamerstuk I 2019/20, 34986, nr. YIn behandeling. De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Paternotte c.s.; Verzoekt de regering zo snel mogelijk met bovenstaande (eerder genoemde) punten aan de slag te gaan, en de Tweede Kamer voorafgaand aan de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken over de voortgang hiervan te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 28325. nr. 272In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor begrotingsbehandeling 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Paternotte c.s.; Verzoekt de regering het voor vve’s makkelijker te maken om woningen op te toppen door het appartementsrecht te moderniseren in de geest van het Parijse surélévation.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1170In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerdDe motie van het lid Postma; Verzoekt de regering de participatie-uitgangspunten van Aardgasvrije Wijken te gebruiken en op zo’n manier in te zetten dat het het resultaat heeft dat een zeer grote meerderheid van de bewoners akkoord is met de aansluiting op het warmtenet of een ander systeem.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 32In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Paternotte en Bontenbal; Verzoekt de regering de rijkssubsidies voor verduurzaming te versimpelen en meer met elkaar in lijn te brengen, zodat alle huiseigenaren voor dezelfde ingrepen recht hebben op dezelfde subsidie.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 40In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het vierde kwartaal 2024 geïnformeerd120Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlemen­taire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van het lid Paternotte c.s.; Verzoekt de regering om de mogelijkheid tot gebouwgebonden financiering van woningen te versnellen, zodat bij de aanleg van warmtenetten woningen meteen optimaal geïsoleerd en verduurzaamd kunnen worden.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 39In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerdDe motie van het lid Postma; Verzoekt de regering om samen met de medeoverheden een loket aan te wijzen waar huishoudens laagdrempelig terechtkunnen tijdens en na hun overstap naar een collectieve warmteoplossing voor hulp bij (financiële) vragen en hulp bij het halen van hun recht, waardoor de transitie in de wijk een «menselijk gezicht» krijgt.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 29In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerdDe motie van het lid Postma; Verzoekt de regering de AMvB onder de Wgiw, het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, in voorhang te brengen gelijktijdig met, of na, de indiening van het wetsvoorstel Wet collectieve warmte, zodat de uitwerking van de AMvB in samenhang met de Wcw kan worden bezien.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 28In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerdDe motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering te komen tot een helder afgebakende en juridisch bindende vergewisplicht, waarin leveringszekerheid van warmte goed geborgd is, wat bewoners rechtszekerheid biedt om niet zonder alternatief afgesloten te worden van het gas.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 26In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Erkens en Grinwis; Verzoekt de regering om samen met de medeoverheden voor één loket te zorgen voor huishoudens waar burgers zowel online als fysiek geholpen en geïnformeerd worden over de verschillende mogelijkheden die er zijn en hier de bestaande ondersteuningsstructuur van energieloketten en de implementatie van de one-stop shop uit de herziene EPBD in mee te nemen; Verzoekt de regering om samen met gemeenten, RVO en het Warmtefonds de mogelijkheden te onderzoeken om het aanvragen van verschillende subsidiepotjes en financieringsinstrumenten te bundelen in één loket voor huishoudens; Verzoekt de regering om samen met medeoverheden tot een deur-totdeuraanpak te komen om huishoudens proactief te ontzorgen bij de overstap van aardgas naar een duurzaam alternatief.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 25In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerdDe motie van het lid Erkens c.s.; Verzoekt de regering om met o.a. energieleveranciers uit te werken of en hoe afbetalingsovereenkomsten voor verduurzamingsinvesteringen zouden kunnen worden ingezet om huishoudens te ondersteunen in de verduurzaming van hun woning en of er naast afbetalingsovereenkomsten ook nog alternatieve oplossingen denkbaar zijn waarbij het eigenaarschap van het product uiteindelijk bij het huishouden terecht komt; Verzoekt de regering de Kamer hierover in Q3 2024 te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 24In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerdDe motie van het lid Welzijn c.s.; Verzoekt de regering aan te geven op welke manier BZK data uit de pilot beter kan borgen en ontsluiten om breed aangewend te kunnen worden voor de transitie naar circulaire bouw.Kamerstuk II 2023/24, 31209, nr. 258In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Welzijn c.s.; Verzoekt de regering in gesprek te gaan met de Arbeidsinspectie om te onderzoeken of zij al voldoende is toegespitst op fabrieksmatige bouw en de Kamer hierover voor het zomerreces per brief te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 31209, nr. 257In behandeling. De Tweede Kamer wordt in september 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kostic; Verzoekt de regering onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het hergebruik en de recycling van bouwmaterialen financieel aantrekkelijker te maken dan virgin bouwmaterialen.Kamerstuk II 2023/24, 31209, nr. 255In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kostic; Verzoekt de regering om deze aanbeveling van de Rli uit te voeren en aan de Kamer te rapporteren op welke manier de regering dit gaat doen.Kamerstuk II 2023/24, 31209, nr. 254In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering een uniforme bepalingsmethode op te stellen waarin de som van Global Warming Potential-indicatoren op gebouwniveau wordt gerapporteerd, inclusief de biogene opslag van CO2 door de groei van biobased bouwmaterialen.Kamerstuk II 2023/24, 31209, nr. 253In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Koerhuis c.s.; Verzoekt de regering, om dit bestuursakkoord te verwerken in een nieuwe beantwoording aan de Eerste Kamer en in de besluitvorming en algemene maatregel(en) van bestuur bij de wet, als deze wordt aangenomen.Kamerstuk II 2018/19, 28325, nr. 184In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Ronnes; Verzoekt de regering, rijksmonumenten niet eerder onder deze wet te brengen dan nadat vaststaat dat monumentale waarden niet verloren gaan door de splitsing van bouwtechniek en de monumentenkwaliteit.Kamerstuk II 2016/17, 34453, nr. 23In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Albert de Vries; Verzoekt de regering om het stelsel van kwaliteitsborging pas in een volgende fase van invoering van toepassing te verklaren op de verbouw en restauratie van rijksmonumenten.Kamerstuk II 2016/17, 34453, nr. 20In behandeling. De Tweede Kamer wordt geïnformeerd in het derde kwartaal 2024.De motie van de leden Albert de Vries en Van der Linde; Verzoekt de regering, te bevorderen dat een systeem van «erkende kwaliteitsverklaringen en erkende technische toepassingen» tot stand komt, waarbij door marktpartijen aangedragen oplossingen bij gebleken geschiktheid door een onafhankelijke instantie van een erkenning worden voorzien en daarna in het kwaliteitsborgingsproces alleen nog marginaal getoetst behoeven te worden.Kamerstuk II 2016/17, 34453, nr. 19In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Peter de Groot en Boulakjar; Verzoekt de regering bij de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging aandacht te hebben voor en hulp te bieden aan kleine aannemers zodat ook zij aan de wet kunnen voldoen.Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 240In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlemen­taire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van het lid Beckerman c:s.; Verzoekt de regering bovengenoemde regelgeving aan te passen zodat deze ook gaat gelden voor de ‘schil’ van de woning en een landelijke protocol op te stellen voor de bij de brand vrijkomende glasdeeltjes.Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 250In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Van Esch; Verzoekt de regering om zo snel mogelijk wetenschappelijk te laten onderzoeken welke variabelen bepalend zijn voor de effectiviteit van alternatieve verblijfplaatsen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1118In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Van Esch; Verzoekt de regering te zorgen dat alleen een akkoord gesloten wordt als er concrete doelen zijn gesteld, waarborgen zijn over het doelbereik en er geen beleid wordt gevoerd dat strijdig is met ander overheidsbeleid.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1117In behandeling. De Tweede Kamer wordt rond zomer 2025 geïnformeerd.De motie van de leden Kröger en Thijssen; Verzoekt de regering er naar te streven dat per 2025 alle openbare verlichting en alle verlichting van Rijksgebouwen bestaat uit ledverlichting en dit per 2028 te realiseren.Kamerstuk II 2023/24, 36410 XIII, nr. 78In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Beckerman en Peter de Groot; Verzoekt de regering om samen met de technologiesector te komen met een stappenplan om nieuwe technologie in te zetten voor het accuraat inzicht krijgen in de energieprestatie van de woning en deze te benutten voor het energielabel.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1203In behandeling. De Tweede Kamer zal in het derde kwartaal 2024 worden geïnformeerd.De motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering met landelijke regelgeving de complexiteit van het aanpassen van de splitsingsaktes, onder meer bij verduurzaming, weg te nemen en daarbij onder andere de positie van hypotheekverstrekkers te betrekken.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1201In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 worden geïnformeerdDe motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering te komen tot meerdere modelreglementen, met instemming van de Nederlandse Vereniging van Banken en het Verbond van Verzekeraars, om verduurzaming bij vve’s te vereenvoudigen.Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1200In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Van der Plas c.s.; Verzoekt het kabinet in gesprek te gaan met de bouwsector om te kijken of het mogelijk is om nieuwbouwwoningen vaker te laten opleveren met turfvrije tuinaarde in plaats van met zand in de voor- en achtertuin, zodat burgers een prikkel krijgen om meer tuinbeplanting aan te leggen in plaats van tegels en zo kunnen meewerken aan meer biodiversiteit, waterafvoer en het tegengaan van temperatuurstijging in de stad.Kamerstuk II 2022/23, 27625, nr. 618In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Van der Plas en Stoffer; Verzoekt de regering om groene parkeerplaatsen een prominente rol te laten spelen bij de gebiedsinrichting en daarbij rekening te houden met een toegankelijke parkeerplaats voor ouderen en mensen met een beperking.Kamerstuk II 2022/23, 37625, nr. 617In behandeling. De Tweede Kamer zal in het derde kwartaal 2024 worden geïnformeerdDe motie van het lid De Hoop c.s.; Verzoekt de regering een voorstel voor de invoering van een gemeentelijke planbatenheffing uit te werken en deze uiterlijk met het Belastingplan 2025 mee te sturen.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1167In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Minhas; Verzoekt de regering om in samenspraak met provincies, gemeenten en waterschappen binnen het programma NOVEX naast binnenstedelijk bouwen ook de focus te leggen op buitenstedelijk bouwen om de uitvoering van het ruimtelijke beleid te versnellen.Kamerstuk II 2022/23, 29383, nr. 378In behandeling. De Tweede Kamer wordt eind 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Beckerman en Bromet; Verzoekt de regering elke twee jaar inzichtelijk te maken hoeveel hectare groen, landbouw en natuur, in verstening verdwijnt.Kamerstuk II 2022/23, 29383, nr. 381In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio september 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Minhas en Boulakjar; Verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe op korte termijn een splitsingsverbod ingevoerd kan worden bij de speculatieve handel van landbouwgrond;  Verzoekt de regering hierbij de ervaring van Scandinavische landen te betrekken.Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 172In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering deze aspecten te betrekken bij het uitwerken van de (zesde) Nota Ruimte en hier lering uit te trekken, zodat binnen uitbrei-dingslocaties voor woningbouw planologische keuzes worden gemaakt en maatregelen worden getroffen die bijdragen aan gemeenschapsvorming in wijken.Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 170In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2025 geïnformeerd.De motie van het lid Grinwis; Verzoekt de regering in de (zesde) Nota Ruimte binnen die hoofdstructuren te komen tot duidelijke structurerende ruimtelijke keuzes voor het gebruik van de ruimte in Nederland – richtinggevend voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland in de komende decennia – waaruit duidelijk wordt wat wel en niet wordt gefaciliteerd.Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 169In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2025 geïnformeerd.De motie van het lid Van Esch; Verzoekt de regering duidelijk te maken in de scenario’s en de voorkeurs-variant die nu worden opgesteld, hoe daarbij voldaan wordt aan de Europese verplichtingen.Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 166In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2025 geïnformeerd.De motie van het lid Kofferman c.s.; Verzoekt de regering het Rijksvastgoedbedrijf opdracht te geven verkoop van agrarische gronden ten behoeve van hyperscale datacenters op te schorten tot het moment dat een nieuwe kabinetsvisie voor ruimtelijke inrichting en datacenters gereed is.Kamerstuk I 2021/22, 35925 XIV, nr. HIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Van Rooijen; Verzoekt om een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk binnen drie jaar aan de Staten-Generaal te zenden.Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. T.In behandeling. De Eerste Kamer wordt medio 2027 geïnformeerd.122Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlemen­taire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van het lid Talsma c.s.; Verzoekt de regering zich in Europees verband blijvend te beijveren voor een wijziging van het DAEB Vrijstellingsbesluit 2012, zodat subsidies en garanties bij de bouw van woningen in het middensegment in de toekomst zullen zijn toegestaan en de Eerste Kamer hierover te informeren.Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. R.In behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Van Rooijen: Verzoekt de regering om ten behoeve van de augustusbesluitvorming in kaart te brengen op welke manier de overdrachtsbelasting voor beleggers substantieel verlaagd kan worden zodat investeringen in de woningen een extra impuls krijgen.Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. OIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kemperman c.s.; Verzoekt de minister om uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van deze wet met een eerste monitoring te komen over de ontwikkeling van het aanbod van huurwoningen in dit segment en hierin het aantal verkopen van huurwoningen te betrekken.Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. UIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Beckerman; Verzoekt de regering samen met de Woonbond en Aedes onderzoek te doen naar hoe huurders met bestaande zonnepanelen beschermd kunnen worden tegen hogere prijzen dan ze zouden hebben zonder zonnepanelen; Verzoekt de regering samen met de Woonbond en Aedes onderzoek te doen naar hoe het aanleggen van nieuwe zonnepanelen voor huurders zo aantrekkelijk mogelijk kan worden.Kamerstuk II 2023/24, 36378, nr. 79In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het 4e kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kemperman c.s.; Verzoekt de regering om deze sector meer tijd en ruimte te gunnen voor de verduurzaming van de bestaande voorraad, zodat er meer ingezet kan worden op het bouwen van nieuwe duurzame woningen.Kamerstuk I 2023/24, 36410 VII, nr. EIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid El Abassi; Verzoekt de regering om beleid te ontwikkelen dat onredelijk hoge inkomenseisen in de vrije huursector aan banden legt en deze meer in lijn brengt met de financiële realiteit van de gemiddelde Nederlander.Kamerstuk II 2023/24, 36496, nr. 67In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Madlener; Verzoekt de regering het woningwaarderingsstelsel te monitoren en indien nodig zodanig aan te passen dat regionale verschillen in woning-waarde en huurprijzen voldoende waarborg bieden voor een redelijk rendement op investeringen en zodoende het aantal huurwoningen in deze huurcategorie op peil blijft.Kamerstuk II 2023/24, 36496, nr. 66In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering te bezien of de indexatie van de WWS-tabel adequaat is of aanpassing behoeft gelet op de investeringsbereidheid van institutionele investeerders, en daarbij inzicht te verschaffen in de neveneffecten van een aanpassing van deze tabel, en de Tweede Kamer hierover binnen een jaar te informeren.Kamerstuk II 2023/24, 36496, nr. 64In behandeling. De Tweede Kamer wordt in voorjaar 2025 geïnformeerd.De motie van het lid Flach c.s.; Verzoekt de regering in de evaluatie nadrukkelijk aandacht te besteden aan de mogelijke kansenongelijkheid en het prijsopdrijvend effect die het verhogen van de leennormen voor hypothecair krediet in de afgelopen jaren hebben veroorzaakt.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1172In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio februari 2025 geïnformeerd.De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering spoedig te voorzien in een modernisering van het huurrecht, waaronder het initiatief- en instemmingsrecht van huurders, om te komen tot duidelijkheid wanneer de aansluiting van huurwoningen op een collectieve warmtevoorziening kwalificeert als een dringende werkzaamheid en om het huurrecht beter aan te laten sluiten bij de duurzame ontwikkelingen.Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 27In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het Beckerman; Verzoekt de regering nieuwe mogelijkheden uit te werken voor kleinere collectieve procedures bij de Huurcommissie.Kamerstuk II 2023/24, 36511, nr. 16In behandeling. De Tweede Kamer wordt in september 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Geurts en Grinwis; Verzoekt de regering een monitoringssystematiek uit te werken die in beeld brengt of en welke inkomensgroepen binnen de vrije huursector in de problemen komen door de jaarlijkse huurverhogingen.Kamerstuk II 2022/23, 36218, nr. 12In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2025 geïnformeerd.De motie van lid Boulakjar c.s.; Verzoekt de regering te sturen op maatregelen, zoals bijvoorbeeld een antispeculatiebeding, die nieuw te bouwen koopwoningen beschikbaar en betaalbaar houden voor mensen met een middeninkomen.Kamerstuk II 2022/23, 36190, nr. 15In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Grinwis en Nijboer; Verzoekt de regering te komen tot heldere en eenvoudig hanteerbare richtlijnen om schaarste aan woonruimte en leefbaarheid aan te tonen om te dienen als grond voor een huisvestingsverordening.Kamerstuk II 2022/23, 36190, nr. 13In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio oktober 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Boulakjar; Verzoekt de regering woningcorporaties aan te sporen om een groter deel van hun vrijesectorhuurwoningen beschikbaar te stellen voor woningdelers.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1064In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio oktober 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Van Haga; Verzoekt de regering gemeenten te verplichten om niet alleen woonfraude gepleegd door verhuurders, maar ook woonfraude gepleegd door huurders op te sporen en aan te pakken.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1058In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio oktober 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Pouw-Verweij en Boulakjar; Verzoekt het kabinet om de Kamer volgend voorjaar te informeren welke maatregelen de corporaties moeten treffen om ervoor te zorgen dat de grote opgaven voor nieuwbouw kunnen worden gehaald.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1051In behandeling. De Tweede Kamer wordt eind oktober 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Peter de Groot; Verzoekt de regering om in gesprek te gaan met verhuurders om dit automatisme uit contracten te verwijderen en de keuze tot overname tussen de zittende en nieuwe huurder te laten.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1115In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.123Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingParlemen­taire AgendaVoortgangsinformatie ParlementDe motie van de leden Nijboer en Grinwis; Verzoekt het kabinet een huurregister uit te werken en een voorstel daarvoor aan de Tweede Kamer te doen.Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 46In behandeling. De Tweede Kamer wordt tweede helft 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Grinwis en Geurts; Verzoekt de regering te onderzoeken of het financieringsplafond bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw aangepast kan worden, zodat woningcorporaties maximaal kunnen bijdragen aan de nieuwbouw van vooral sociale huurwoningen en deze investeringen niet in het geding komen.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1029In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van he lid van Baarle; Verzoekt de regering om de resultaten en ervaringen van de meldplicht van discriminerende verzoeken voor uitzendbureaus te betrekken bij de evaluatie van de Wet goed verhuurderschap en met een nieuwe afweging te komen over een meldplicht van discriminerende verzoeken op de woningmarkt.Kamerstuk II 2022/23, 36130, nr. 37In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor 1 juli 2026 geïnformeerd.De motie van het lid Nijboer; Verzoekt het kabinet concrete afspraken te maken met banken om tot goede en toegankelijke hypotheekregelingen te komen voor wooncoöperaties.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1091In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Kemperman; Verzoekt de regering om aan te dringen bij de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst dat de fiscale beperkingen op woningsplitsing en -deling (de voordeurdelersregeling) worden weggenomen.Kamerstuk I 2023/24, 36410 VII, nr. FIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Rietkerk c.s.; Verzoekt de regering na afstemming met de provincies met een uitwerking te komen van voor- en nadelen voor de verhoging van de woningbouwproductie van genoemde (rode) contourenbeleid versus blauwe- en groene contourenbeleid.Kamerstuk I 2023/24, 36410 VII, nr. HIn behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Paternotte en Pierik; Verzoekt de regering ervoor te zorgen dat er zo snel als mogelijk gestart kan worden met de bouw bij Kronenburg;  Verzoekt de regering scenario’s te ontwikkelen waarin de meer dan 2.000 studentenwoningen toch gebouwd kunnen worden, bij Kronenburg of op alternatieve plekken nabij Amsterdam.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1151In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Keijzer en Pierik; Verzoekt de regering actief wet- en regelgeving aan te passen om het ombouwen van leegstaande stallen en schuren tot woningen mogelijk te maken.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1145In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Geurts en Grinwis; Verzoekt de regering te onderzoeken of het op basis van data van AERIUS-berekeningen mogelijk is om met een generieke depositieberekening te komen met standaardeenheden voor kleine tot middelgrote woningbouwprojecten.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1032In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Grinwis c.s.; Verzoekt de regering te inventariseren welke belemmeringen er zijn om veelbelovende woonconcepten grootschalig te introduceren en gegeven die inventarisatie en de ontwikkelingen sinds 2021 het programma conceptuele bouw en industriële productie te actualiseren.Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1030In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van het lid Sahla c.s.; Verzoekt de regering om op korte termijn uitbreidingsplannen te laten opstellen voor de overige plekken om aan de uitbreidingsopgave te voldoen, en de Tweede Kamer hierover tijdig te informeren.Kamerstuk II 2022/23, 31765, nr. 755In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De motie van de leden Van Haga en Smolders; Verzoekt de regering actief te werken aan het verwijderen van onnodige bureaucratie en regelgeving die de woningbouw belemmert.Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1083In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.124Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Tabel 51 Door bewindslieden gedane toezeggingen die zijn afgerond (Stand per 30 juni 2022)OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister informeert de Tweede Kamer voor de zomer van 2024 over de aanpak van deze zesde tranche en het afwegingskader waarmee voorstellen van de regio’s beoordeeld zullen worden.Kamerbrief Voortgangsrapportage Regio Deals 2023 d.d. 7 mei 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 29697, nr. 146)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1195).De minister zegt toe de Tweede Kamer jaarlijks nader te informeren over de ontwikkelingsstrategie voor extra kwetsbare regio's.Kamerbrief Beantwoording Kamervragen Schriftelijk Overleg Grensoverschrijdende samenwerking 32 851 d.d. 12 september 2022 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32851, nr. 77)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32851, nr. 79).De minister van Binnenlandse Zaken zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen (SP), toe medio november een brief aan de Kamer toe te sturen ter uitvoering de motie-Janssen c.s. over de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) in relatie tot de websites over de Omgevingswet zoals geduid in de kamerbrief van 9 oktober 2023. In de brief wordt ingegaan op de zogenaamde dubbele vereiste bestaande uit een verbeterplan en een datum waarop de maatregelen uit het verbeterplan gerealiseerd moeten zijn alsook op de actuele stand van zaken met betrekking tot de status van de websites (T03744).Mondeling overleg over de Omgevingswet d.d. 24 oktober 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FU)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 9 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FT).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een motie van het lid Kluit (GroenLinks-PvdA) en een vraag van het lid Van Meenen (D66), toe dat hij in gesprek zal treden met de koepels van decentrale overheden en de Kamer daarover een brief zal sturen. In deze brief wordt ingegaan op de vraag of en hoe er wordt voldaan aan de minimale eisen die decentrale overheden zelf hebben gesteld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet (T03734).Plenair debat Interpellatie-Kluit over minimale eisen voor invoering van de Omgevingswet d.d. 31 oktober 2023 (Handelingen I 2023/2024, nr. 5, item 8)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 7 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36410 VII/36410 IV).De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe de nulmeting over vergunningverlening, handhaving en toezicht (VTH) vóór de voorhang van het inwerkingtredings-KB de Kamer toe te sturen (T02854).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handelingen I 2019/20, nr. 18, item 16)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 23 november 2023 geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, (36410 VII/36410 IV, C).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat een drietal aspecten rondom de invoering van de Omgevingswet geregeld moeten zijn, te weten: 1. dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) werkt; 2. dat de financiële afspraken tussen de decentrale overheden en het Rijk ten aanzien van de uitvoering van het stelsel en ten aanzien van het beheer en onderhoud van het DSO zijn gemaakt, en dat deze ook zijn geborgd voor zover het over de Rijksbijdrage gaat in de begrotingen van het Rijk; 3. dat verschillende uitvoeringsorganisaties — zoals de rechtspraak en de VTH-kolom — hebben aangegeven dat zij gereed zijn voor de uitvoering en dat daartoe ook een uitvoeringstoets is gedaan (T03130).Stemmingen inzake: Brief van de minister van BZK over de voorhang van het Koninklijk Besluit Inwerkingtreding Omgevingswet (EK 33.118 / 34.986, BN) Ontwerpbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet d.d. 13 januari 2021 (Handelingen I 2020/21, nr. 19, item 3)Afgedaan. De toezegging wordt meegenomen in de toegezegde voortgangsbrieven.De minister verwacht de Eerste Kamer in het najaar te kunnen informeren over de uitkomsten van de gesprekken over het instellen van de onafhankelijke evaluatiecommissie.Kamerbrief Beantwoording vragen Inwerkingtreding Omgevingswet d.d. 10 september 2021 (Kamerstuk I 2020/21, 33118, nr. CK)Afgedaan. De Kamers zijn in de voortgangsbrieven 2023 en brief van 4 december 2023 geïnformeerd. (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FX)De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe de Kamer in een voortgangsrapportage te informeren over de uitkomsten van de Integrale Ketentesten over Fase I, die in juli beschikbaar komen, alsmede de uitkomsten van iedere opvolgende fase waarin een ketentest is afgerond (T03422).Mondeling overleg met de commissie IWO over Omgevingswet d.d. 21 juni 2022 (Handelingen I 2021/22, nr. 35, item 8)Afgedaan. De commissie besluit toezegging T03420 als «voldaan» aan te merken.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Eamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD), toe de Kamer in de komende voortgangsrapportage te informeren over de werking van de tijdelijke alternatieve maatregelen IMRO op basis van de integrale ketentesten en daarbij ook in te gaan op de door het lid Nicolaï aangegeven praktijkvoorbeelden (T03420).Plenair debat naar aanleiding van eerder mondeling overleg Omgevingswet d.d. 28 juni 2022 (Handelingen I 2021/22, nr. 35, item 8)Afgedaan. De commissie besluit de toezegging als «voldaan» aan te merken.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks) en een opmerking van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de regering zich niet zal bemoeien met de inhoud of de procedure van de nieuwe adviesaanvraag bij het Adviescollege ICT-toetsing inzake de werking van het DSO-LV (T03419).Plenair debat naar aanleiding van eerder mondeling overleg Omgevingswet d.d. 28 juni 2022 (Handelingen I 2021/22, nr. 35, item 8)Afgedaan. Aan de toezegging is voldaan. Nieuwe opdrachten aan AcICT lopen nu niet. Het gaat om vorige rapporten AcICT.125Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Dessing (FVD), Nooren (PvdA), Kluit (GroenLinks), Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe een landelijke voorlichtingscampagne te initiëren, opdat mensen weten van de komst van de Omgevingswet en waar ze verdere informatie kunnen halen (T02869).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handelingen I 2019/20, nr. 18, item 16)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 9 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FO).De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat tijdreizen bij IKT Fase 4 opnieuw getest zal worden en dat het probleem is opgelost voor inwerkingtreding van de Omgevingswet (T03566).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)Afgedaan. De toezegging is opgenomen in de voortgangsbrieven 2023.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat overleg met VNG zal plaatsvinden over de wijze waarop gemeenten het best kunnen worden gewezen op belang van participatiebeleid (T03563).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)Afgedaan. De Eerste Kamer is middels de voortgangsbrieven eerste kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Verkerk (ChristenUnie) en Rietkerk (CDA), toe dat met de bestuurlijke partners gekeken wordt naar de taakomschrijving van de regeringscommissaris en dat de Kamer hierover geïnformeerd wordt (T03561).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 23 november 2023 geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, (36410 VII/36410 IV, C).De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD) en Kluit (GroenLinks), toe dat een landelijke voorlichtingscampagne zal plaatsvinden (T03560).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 9 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FO).De minister van BZK komt nog schriftelijk terug op de vraag van het lid Pierik (BBB) over CO2 vastleggen in materialen in de IPCC-cijfers (TZ202404-014).Commissiedebat Circulair bouwen d.d. 3 april 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 31209, nr. 260)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32813, nr. 1397).De staatssecretaris zegt toe dat de minister van BZK binnen twee weken met een Kabinetsreactie komt op het RLI rapport Nationale aanpak funderingsproblematiek.Mondelinge vraag van het lid PATERNOTTE (D66) aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij afwezigheid van de minister, over het bericht ‘Steeds meer huizen verzakt door extreem droge zomers: ’Ik zit gewoon klem’’ (Telegraaf.nl, 29 februari 2024) d.d. 5 maart 2024 (Handelingen II 2023/24, nr. 47, item 4)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 266).De minister zal met de uitwerking van de eerder genoemde beleidsmaatregelen aan de Tweede Kamer voortvarend aan de slag gaan en de Kamer over de voortgang voor de zomer van 2023 nader informeren.Kamerbrief Rapport  ‘Evaluatie werkpraktijk gespoten PUR-isolatie’ d.d.2 december 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 246)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24 28325, nr. 265).De minister zegt de Tweede Kamer toe - medio 2023 -  te evalueren of het warmtefonds volledig toereikend is.Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 15 september 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1109)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).Over de voortgang van de verkenning naar streefnormen en het eerder genoemde afwegingskader (afwegingskader en de activiteiten van de RCE onder de aandacht te brengen bij relevante programma’s zoals het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie, via het Kennis- en Innovatieplatform Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed en op de website van het Nationaal Isolatieprogramma) verwacht de minister de Tweede Kamer voor zomer 2023 te informeren.Kamerbrief over isoleren monumenten d.d. 11 juli 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32156, nr. 119)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).De minister zal de Tweede Kamer op de hoogte houden van de gesprekken over de EPBD met de EC.Commissiedebat Klimaatakkoord / verduurzaming gebouwde omgeving (voortzetting) d.d. 13 april 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 885)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 22112, nr. 3913).Daarnaast werkt het ministerie aan een verkenning naar de alternatieven voor het fonds (m.b.t. funderingsschade). Hierin wordt gekeken naar zowel de voorwaarden van het fonds als de mogelijkheid om het fonds landelijke werking te geven. Dat wil zeggen dat woningeigenaren uit het hele land een aanvraag kunnen doen, ongeacht of hun gemeente is aangesloten bij het fonds. De Tweede Kamer zal in eerste helft van 2022 nader worden geïnformeerd over de verkenning.Kamerbrief Appreciatie moties n.a.v. 2-minutendebat Bouwregelgeving (23-11-2021) d.d. 29 november 2021 (Kamerstuk II 2021/22, 28325, nr. 232)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 257).126Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister voor VRO komt dit jaar met een brief over de landelijke norm die beter invulling moet geven aan toegankelijkheid (van Rijksgebouwen) (TZ202306-215).Commissiedebat Functioneren Rijksdienst d.d. 8 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 31490, nr. 330)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 265).Het is van belang dat gemeenten de onderzoeken voortvarend zullen oppakken om in hun archieven na te gaan of scholen in hun gemeente mogelijk met het MuWi-systeem gebouwd zijn. Na 2023 zomer zal de minister de Tweede Kamer over de resultaten berichten.Kamerbrief Onderzoek mogelijke schade MuWi-scholen d.d. 30 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 36200 VIII, nr. 243)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 265).Het rapport ‘Hemelwater- en grijswatergebruik in het gebouw. Mogelijke verplichting in Bbl’ heeft als doel een overzicht te geven van bestaande informatie over hemelwater- en grijswatersystemen op het gebied van techniek, volksgezondheid, milieu, kosten en wet- en regelgeving. De minister werkt samen met de ministers van VWS en IenW aan een beleidsreactie. Deze ontvangt de Tweede Kamer na zomerreces 2023.Kamerbrief Rapport ‘Hemelwater- en grijswatergebruik in het gebouw. Mogelijke verplichting in Bbl’ d.d. 28 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 27625, nr. 633)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27625, nr. 658).De brandweer doet onderzoek naar de oorzaak van de woningbrand in Arnhem. Daarin wordt ook meegenomen of situatie conform bouwbesluit is. Medio najaar 2023 zal dit samen met de brandweer en andere partijen worden besproken wat nodig is en/of de regelgeving dient te worden aangepast en wat nodig is en tot handelen over te gaan. Voor wat betreft certificering zegt de minister daarover in gesprek te gaan met Techniek NL. De minister zegt ook toe aan de heer Van Haga dat de vraag of zonnepanelen de oorzaak waren van 55 branden zal worden meegenomen in het uit te voeren onderzoek en stuurt het onderzoek naar de Tweede Kamer.Mondelinge vraag van het lid PETER DE GROOT (VVD) aan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht ‘Brandweer: leg dak van woning niet meer helemaal vol met zonnepanelen; Pleidooi voor verplichte meter ruimte’ (Telegraaf.nl, 19 juni 2023) d.d. 20 juni 2023 (Handelingen II 2022/23, nr. 95, item 3)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 265).In het klimaatpakket van april jl. is € 25 miljoen ter beschikking gesteld. In het Klimaatpakket is verder een belangrijke stap gezet met de rentekorting voor VvE’s bij financiering via het Warmtefonds. Voor de zomer van 2023 ontvangt de Tweede Kamer een brief met hierin de volledige uitwerking van deze agenda.Kamerbrief Voorjaarsbesluitvorming klimaat gebouwde omgeving en voortgangsrapportage PVGO d.d. 16 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1048)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 30196, nr. 817).Voor einde jaar 2023 informeert de minister de Tweede Kamer over de opzet van de uitvoering monitoring WKB (TZ202306-198).Commissiedebat Bouwregelgeving d.d. 8 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 256)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 december 2023 per brief geïnformeerd (2023-0000730166). Het Wkb-stelsel zal na inwerkingtreding voor 3 jaar worden gemonitord en vervolgens worden geëvalueerd. De aanbesteding voor dit traject is eind 2022 uitgezet en deze opdracht is in de zomer van 2023 gegund aan ARCADIS. In deze monitoring worden ook de invoeringstoets en het onderzoek naar het aantal kwaliteitsborgers uitgevoerd.De minister gaat in gesprek met KNVB in samenspraak met ministerie van JenV over inzet auditteams Voetbal en Veiligheid in relatie tot de constructieve veiligheid voetbalstadions en informeert de Tweede Kamer voor Herfstreces 2023 (TZ202306-195).Commissiedebat Bouwregelgeving d.d. 8 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 256)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 263).De minister stuurt de Tweede Kamer - najaar 2023 - stand van zaken rapport evaluatie gespoten purisolatie.Commissiedebat Bouwregelgeving d.d. 8 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 256)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24 28325, nr. 265).Op basis van de eerste tranche van het isolatieprogramma geeft de minister inzicht aan de Tweede Kamer in de spreiding over gemeente in Nederland.Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 22 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1211)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 2847, nr. 1098).Voor zomer 2023 komt de minister met een voorstel richting Tweede Kamer voor  CO2-normering ten aanzien van bouwmaterialen en -proces in relatie tot de bouwkosten en woningbouwopgave.Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 22 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1211)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 2852, nr. 265).De minister onderzoekt in het tweede kwartaal de mogelijkheden van het subsidiëren van ventilatiesystemen en zal de Tweede Kamer informeren.Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 22 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1211)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076).127Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister stuurt voor het einde van dit jaar 2023 een brief aan de Tweede Kamer over de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 5 oktober 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1108)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 6).De minister komt in het tweede kwartaal van 2024 met een publicatie over de normering van hybride warmtepompen en de berekeningssystematiek van de terugverdientijd (TZ202310-143).Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 5 oktober 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1108)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1182).De minister informeert de Tweede Kamer in voorjaar 2024 over het advies van de Rli over het toekomstig beleid voor de aanpak van funderingsschade.Kamerbrief Voortgang aanpak funderingsproblematiek d.d. 9 oktober 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 257)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 266).De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Rietkerk (CDA) en Talsma (ChristenUnie), toe dat het overgangsrecht op papier wordt uitgewerkt (T03714).Plenair debat  Inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de proefprojecten; Wet kwaliteitsborging voor het bouwen d.d. 11 juli 2023 (Handelingen I 2022/23, nr. 42, item 11)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 7 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk 2023/2024, 36410 VII / 36410 IV, nr. I).De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Crone (GroenLinks-PvdA) en Rietkerk (CDA), toe dat het handhavingskader in oktober komt. Daarbij wordt ook de vraag van de VNG behandeld. De minister zal ook kijken of een gedoogbesluit van de gemeente, in lijn met de Algemene wet bestuursrecht, kan worden vervangen door een ambtshalve verklaring (T03713).Plenair debat Inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de proefprojecten; Wet kwaliteitsborging voor het bouwen d.d. 11 juli 2023 (Handelingen II 2022/23, nr. 42, item 11)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 18 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 34453, nr. AV).De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Fiers (PvdA), Lintmeijer (GroenLinks) en Bikker (ChristenUnie) toe om de Kamer vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet jaarlijks een voortgangsrapportage te sturen. Hierbij wordt ook een plan van aanpak voor de monitoring en de tussentijdse evaluatie gevoegd. De minister zal in de voortgangsrapportage ingaan op de routekaart voor gebouwen in de gevolgklassen 2 en 3 (T02737).Plenair debat Derde termijn Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (34453) d.d. 23 april 2019 (Handelingen I 2018/19, nr. 27, item 10)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 18 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 34453, nr. AV).De minister zegt toe (najaar 2022) een Verzamelwet (overgangsrecht voor de consumentendossiers) in te dienen bij de Eerste Kamer.Kamerbrief Antwoorden op nadere vragen over het Ontwerpbesluit kwaliteitsborging voor het bouwen (34453) d.d. 22 november 2021 (Kamerstuk I 2021/22, 34453, nr. AA)Afgedaan. Het overgangsrecht is geregeld bij het wetsvoorstel Wetstechnische wijzigingen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard in de Omgevingswet en enkele wetten die daarmee verband houden (Verzamelwet Omgevingswet 20..) (36367). Dit is op 10 oktober 2023 zonder beraadslaging en zonder stemming als hamerstuk aangenomen.De minister zegt toe de Tweede Kamer medio tweede kwartaal 2023 de versnellingsagenda verduurzaming voor VvE’s te doen toekomen.Kamerbrief Versnelling verduurzaming gebouwen in beheer van Verenigingen van Eigenaars (VvE's) d.d. 23 december 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 30196, nr. 806)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 30196, nr. 817).De minister zegt toe met betrekking tot onderzoek welke plaats construction stored carbon in het beleid voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving de Tweede Kamer nader over te informeren in de zomer van 2023.Kamerbrief Beleidsagenda normeren en stimuleren circulair bouwen d.d. 23 december 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 32852, nr. 223)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 2852, nr. 265).Zoals eerder aangegeven vergen de maatregelen ten aanzien van concrete dreiging, e-herkenning en logging meer tijd. De minister zal de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk op de hoogte stellen van het moment van invoering hiervan.Kamerbrief Uitwerking maatregelen zoeken op naam en afschermen Kadaster d.d. 9 november 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 36171, nr. 16)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II, 2023/24, 36171, nr. 17).Zonnepanelen op landbouwgrond. Nou, er is een verkenning gestart om invulling te geven aan de gevraagde normering: op welke gronden zou je het wel willen en op welke gronden niet? Dat zou kunnen leiden tot een aanpassing van het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit kwaliteit leefomgeving, twee besluiten onder de Omgevingswet. Dat betekent ook dat er heel goed wordt gekeken naar de randvoorwaarden, zoals de netinpassing. De resultaten van die verkenning komen voor zomer 2022 naar de Tweede Kamer.Commissiedebat Hoofdlijnendebat met de nieuwe minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de maatregelen in het coalitieakkoord op het terrein van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 27 januari 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 35925 VII, nr. 141)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32813, nr. 1310).De minister verwacht in het najaar van 2023 de Tweede Kamer opnieuw te informeren over de voortgang van de samenwerking in het Kustpact.Kamerbrief Voortgang Kustpact 2022 d.d. 19 december 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 29383, nr. 387)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 25 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29383, nr. 416).128Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metEén van de aangekondigde maatregelen in de beleidsagenda is het opstellen van een ruimtelijk ontwikkelingsprogramma voor Caribisch Nederland. In de eerste helft van 2022 is een verkenning uitgevoerd naar de mogelijke inhoud van dit programma en het te voeren proces. De verkenning heeft onder andere geleid tot een voorlopige opzet met thema’s voor het programma, die is gedeeld met de departementen en de eilandbesturen. Op basis hiervan zal in de eerste helft van 2023 in samenwerking met deze partners een definitief programma worden opgesteld. Daarbij zal vanzelfsprekend ruimte zijn voor participatie en inspraak door de eilandbewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Het programma zal na de zomer van 2023 naar de Tweede Kamer worden gezonden.Kamerbrief Beantwoording vragen van de leden Wuite en (D66) over de Nationale aanpak Klimaatadaptie gebouwde omgeving fase 1 (2022Z23327) d.d. 17 januari 2023 (Aanhangsel Handelingen II 2022/23, nr. 1287)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 36410 IV, nr. 75).De minister van BZK zegt toe dat de minister voor VRO het plan van aanpak van de monitor Stelsel Omgevingswet in september aan de kamers zal toegezonden.Kamerbrief inzake kabinetsreactie op de jaarverslagen 2022 van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman d.d. 4 september 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 36325, nr. 3)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 33118, nr. 278).De minister zegt toe dat de Tweede Kamer in de eerste helft van 2023 geïnformeerd zal worden over de strategie voor de inzet van rijksgrond.Kamerbrief Verbreding takenpakket Rijksvastgoedbedrijf d.d. 28 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34357, nr. 4)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 34682, nr. 193).De minister van EZK zegt toe dat het programma werklocaties medio zomer 2023 naar de Tweede Kamer komt. Hierin wordt de Kamer ook geïnformeerd over de voortgang op het gebied van hyperscales.Commissiedebat Digitale Infrastructuur en Economie d.d. 22 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 26643, nr. 1008)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 34682, nr. 178).Samen met betrokken partijen wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de inhoudelijke en eventuele juridische kaders voor een grotere inzet op groen in en om de stad. Voor het zomerreces 2023 zal de minister de Tweede Kamer nader informeren over de stand van zaken van deze trajecten en van de andere acties die in dit verband worden opgepakt.Kamerbrief klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennorm d.d. 23 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1195)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32813, nr. 1396).Belangrijk punt van kritiek van Nederland op het voorstel is de wijze waarop de EU stuurt op het vergroten van de biodiversiteit en het vergroenen van het stedelijk gebied. Bij de verdere besluitvorming op basis van de juridische verkenning zal ook de uitkomst van het overleg op Europees niveau worden betrokken. De verwachting is deze nadere juridische verkenning tweede helft 2023 af te kunnen ronden en de resultaten aan de Tweede Kamer aan te bieden.Kamerbrief klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennorm d.d. 23 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1195)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32813, nr. 1396), In de voortgangsbrief zat ook de juridische verkenning (+ de financiële verkenning en de handreiking GIOS).De minister verwacht dat de handreiking ‘Groen in en om de stad’ tweede helft 2023 gereed kan zijn en deze zal bij afronding ook aan de Tweede Kamer worden aangeboden.Kamerbrief klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennorm d.d. 23 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1195)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32813, nr. 1396).De minister zegt toe in het proces naar de nieuwe Nota Ruimte ontvangt de Tweede Kamer na de zomer van 2023 een contourennotie van de nieuwe Nota Ruimte.Kamerbrief Voortgang regie op de ruimte en programma Mooi Nederland d.d. 24 april 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 160)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29435, nr. 264).Voor zomer 2023 ontvangt de Tweede Kamer de zonnebrief over beleid voor zonnepanelen in samenwerking met de minister voor K&E (TZ202305-026).Commissiedebat Ruimtelijke Ordening d.d. 11 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 163)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1281).De minister zal de Tweede Kamer voor zomer 2023 een brief sturen over de status van de besluitvorming door provincie en gemeente t.a.v. een distributiecentrum in de Lutkemeerpolder (Amsterdam). De minister zal expliciteren hoe het traject past binnen het landelijk beleidskader (TZ202305-028).Commissiedebat Ruimtelijke Ordening d.d. 11 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 163)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 175).In najaar 2023 ontvangt de Tweede Kamer de beleidslijn t.a.v. de grootschalige distributiecentra in samenwerking met de minister van EZK en dit zal in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving worden geborgd.Commissiedebat Ruimtelijke Ordening d.d. 11 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 163)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, Kamerstuk 34682, nr. 182).De Tweede Kamer ontvangt voor zomer 2023 een brief over speculatieve grondhandel, mede namens de ministers van Financiën (of staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst) en Rechtsbescherming. Met daarbij de toezegging aan dhr. Minhas (VVD): de minister zal zijn oordeel geven over wat deze praktijk doet met de ruimte (TZ202305-024).Commissiedebat Ruimtelijke Ordening d.d. 11 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 163)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 27581, nr. 54).129Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister zegt toe, gezien de resultaten van het onderzoek aanleiding te zien om samen met de VNG te verkennen of er, binnen het aangegeven kader voor waardegrondslag en de effecten, behoefte is aan een regeling in de geschetste richting (verplichte stedelijke herverkaveling) en zal de Tweede Kamer daar na de zomer over informeren.Kamerbrief onderzoek naar verplichte stedelijke herverkaveling d.d. 15 februari 2021 (Kamerstuk II 2020/21, 35133, nr. 40)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1106).De Tweede Kamer ontvangt voor zomer 2024 een brief over de manier waarop het Rijksvastgoedbedrijf hun vastgoedportefeuille momenteel gebruikt voor de huisvesting van aandachtsgroepen. In deze brief wordt ook ingegaan op de transformatie van de vastgoedportefeuille en wat het RVB nog meer kan doen voor de huisvesting van aandachtsgroepen (TZ202406-020).Commissiedebat Rijksvastgoed en Renovatie Binnenhof d.d. 29 mei 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 34293, nr. 136)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1196).De Tweede Kamer ontvangt volgende week/binnenkort een brief van het Rijksvastgoedbedrijf over het beheer van hun grond. Hierbij wordt ook ingegaan op het gebruik van glyfosaat (TZ202406-019).Commissiedebat Rijksvastgoed en Renovatie Binnenhof d.d. 29 mei 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 34293, nr. 136)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 34682, nr. 193).De minister zegt toe (najaar 2023) een brief te sturen over de inzet van rijksgronden voor meerdere doeleinden. Daarbij in het bijzonder aandacht voor de mogelijkheden verliesgevende en winstgevende grondexploitaties met elkaar te verbinden.Commissiedebat Rijksvastgoed en Renovatie Binnenhof d.d. 10 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34293, nr. 130)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 januari 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 34682, nr. 185).De minister zegt toe (najaar 2023) dat in de volgende voortgangsrapportage renovatie Binnenhof zal worden ingegaan op de externe validatie van de nieuwe integrale planning. Daarbij zal ook aandacht zijn voor het mogelijk eerder in gebruik nemen van delen van het Binnenhof.Commissiedebat Rijksvastgoed en Renovatie Binnenhof d.d. 10 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34293, nr. 130)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 34293, nr. 133).Op korte termijn zal de minister de Eerste Kamer een brief sturen over de ondersteuning van de middenhuur en Europa, Daarin zal de aangeven welke activiteiten het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden om te pleiten voor wijziging van de regelgeving.Kamerbrief Nota naar aanleiding van het verslag Wet betaalbare huur d.d. 31 mei 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. F)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 6 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. G).De minister bereidt een wetswijziging voor die bijdraagt aan het stimuleren van hospitaverhuur. Voor de zomer van 2024 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de bevindingen en uitwerking van deze wetswijziging.Kamerbrief Uitkomsten Platform hypotheken 2023 d.d. 17 april 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1174)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 386).De minister zal medio mei 2024 de overige kamervragen van het lid Welzijn beantwoorden in de bredere inhoudelijke reactie op het eindrapport van de VN-rapporteur over schending van mensenrechten op het gebied van huisvesting.Kamerbrief Beantwoording Kamervragen over de brief van VN-rapporteur van 21 december 2023 getiteld Statement at the conclusion of the country visit to the Netherlands en handelend over schending van mensenrechten op het gebied van adequate huisvesting in Nederland d.d. 6 maart 2024 (Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 1165)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1186).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kemperman (BBB), toe dat in het voorjaar een voortgangsbrief volgt met betrekking tot de programma’s die voortvloeien uit de Nationale Woon- en Bouwagenda en in het najaar volgt de Staat van de Volkshuisvesting (T03805).Plenair debat Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36190) d.d. 5 december 2023 (Handelingen 2023/24, nr. 10, item 8)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 19 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I, 2023/2024, 36410 VII, nr. D).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Kemperman (BBB) en Van Meenen (D66), toe een aparte brief te sturen betreffende de markteffecten van maatregelen inzake de woningmarkt. Daarbij zal ook ingegaan worden op de stikstofproblematiek bij de woningbouw. De brief zal bij gelegenheid van indiening van het voorstel voor de Wet betaalbare huur toegezonden worden. De minister zal tevens een aantal brieven over de woningmarkt, onder andere betreffende het grondbeleid, aan de Kamer sturen ter voorbereiding van een eventueel themadebat (T03802).Plenair debat Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36190) d.d. 5 december 2023 (Handelingen 2023/24, nr. 10, item 8)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 19 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I, 2023/2024, 36410 VII, nr. D).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koffeman (PvdD), toe een brief te sturen waarin nader wordt ingegaan op de mogelijkheden en onmogelijkheden van artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014, inzake het omzetten van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte of het omgezet houden hiervan (T03801).Plenair debat Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36190) d.d. 5 december 2023 (Handelingen 2023/24, nr. 10, item 8)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 19 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36190, nr. H).De minister wil een wetswijziging voorbereiden die bijdraagt aan het stimuleren van hospitaverhuur. Hierbij onderzoek hij bijvoorbeeld of het huurcontract, in het geval van Kamerbrief Voortgang beter benutten van de bestaande voorraad d.d. 30 januari 2024 ((Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1135)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 386).130Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan methospitaverhuur, eenvoudiger beëindigd kan worden bij verkoop van de woning. Daarbij zullen de belangen van alle betrokken partijen worden gewogen, waaronder het belang van de bescherming van huurders. De minister zal de Tweede Kamer voor zomer 2024 nader informeren over zijn bevindingen en de beoogde uitwerking van deze wetswijziging.Momenteel wordt de inkomensafhankelijke huurverhoging geëvalueerd. Daarin wordt het gebruik van de regeling door particuliere verhuurders in kaart gebracht. De minister verwacht de resultaten van de evaluatie in het voorjaar van 2024 met de Tweede Kamer te kunnen delen.Kamerbrief Verzamelbrief actualiteit in het woonbeleid 2023 d.d. 20 december 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 384).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe uiterlijk vrijdag 10 november 2023 nog een brief aan de Kamer te sturen met betrekking tot de potentiële veranderingen door dit wetsvoorstel voor studenten (T03737).Plenair debat Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36195) d.d. 7 november 2023 (Handelingen I 2023/24, nr. 6, item 5)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 10 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36195, nr. F).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat hij in de week van 7 november 2023 nog een brief stuurt met daarin een aantal aanpassingen in het wetsvoorstel van de Wet betaalbare huur. Ook zal de minister naar verwachting voor januari 2024 het advies van de Raad van State verwerkt hebben in het wetsvoorstel. Het zal dan bij de Tweede Kamer aanhangig worden gemaakt (T03736).Plenair debat Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36195) d.d. 7 november 2023 (Handelingen I 2023/24, nr. 6, item 5)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 17 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 27926, nr. N).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Talsma (ChristenUnie), toe te gaan kijken naar andere samenlevingsvormen als uitzonderingsgrond op de hoofregel in het wetsvoorstel. Mocht daartoe aanleiding dan zal dat in een aparte veegwetsvoorstel of in het voorstel van de Wet betaalbare huur juridisch preciezer worden geregeld (T03742).Plenair debat Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36195) d.d. 7 november 2023 (Handelingen I 2023/24, nr. 6, item 5)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 14 juni 2024 geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36195, nr. J).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe dat hij de Kamer voor het einde van het jaar zal informeren over een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten (T03741).Plenair debat Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36195) d.d. 7 november 2023 (Handelingen I 2023/24, nr. 6, item 5)Afgedaan. De wet en Amvb zijn op 1 juli 2024 in werking getreden.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), toe dat zodra de voorhangprocedure van de AMvB is afgerond, het wetsvoorstel in werking kan treden. Daarbij hoeft niet gewacht te worden tot het vaste verandermoment van 1 juli (T03740).Plenair debat Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36195) d.d. 7 november 2023 (Handelingen I 2023/24, nr. 6, item 5)Afgedaan. De wet en Amvb zijn op 1 juli 2024 in werking getreden.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Talsma (ChristenUnie), toe in gesprek te treden met de Wadden over het wetsvoorstel en de mogelijke gevolgen daarvan voor de Waddeneilanden (T03739).Plenair debat Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36195) d.d. 7 november 2023 (Handelingen I 2023/24, nr. 6, item 5)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 2 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36195, nr. H).De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe in gesprek te gaan met de bancaire sector met betrekking tot de hospitaregeling, en zodra meer duidelijk is verkregen dit aan de Kamer te berichten (T03738).Plenair debat Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36195) d.d. 7 november 2023 (Handelingen I 2023/24, nr. 6, item 5)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 14 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36195, nr. J).Er wordt in samenwerking met de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gewerkt aan een gezamenlijke reactie op het rapport ‘Ongehoord! De onzichtbaarheid van kinderen met huisvestingsproblemen’ van de Kinderombudsman. In het voorjaar komt een gezamenlijke schriftelijke reactie op het rapport van de Kinderombudsman en wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.Kamerbrief Antwoorden op vragen uit het verslag van het schriftelijk overleg over de reactie op de jaarverslagen 2020 van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman d.d. 29 maart 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 35743, nr. 4)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 6200 VII, nr. 173).De minister gaat, terugkijkend, in kaart brengen welke vormen van migratie welk effect hebben gehad op de woningmarkt. Dat is een toezegging aan de heer Klaver en de Tweede Kamer wordt geïnformeerd.Commissiedebat Woningbouwopgave/Staat van de volkshuisvesting d.d. 12 april 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 884)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1072).De minister gaat een heldere monitoring van de Nationale prestatieafspraken inrichten zodat er beter zicht komt op de plannen die corporaties hebben, hoe zich die verhouden tot de lokale prestatieafspraken en de nationale doelen. Deze informatie zal toegankelijk gemaakt worden voor alle partijen, zodat de lokale partijen scherper inzicht krijgen in hun eigen Kamerbrief Beleidsreactie Staat van de corporatiesector 2022 d.d. 2 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 29453, nr. 558)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 571).131Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metambities en prestaties in relatie tot hun regio en Nederland als geheel. De minister zal de Eerste- en Tweede Kamer hier (ook) jaarlijks over informeren.De minister onderzoekt de mogelijkheden om wel een beeld te kunnen verkrijgen in het al dan niet afzien van investeringen in onderhoud en verduurzaming en de achterliggende motieven daarvan. De minister verwacht de Tweede Kamer over de uitkomst daarvan in najaar 2023 te kunnen informeren.Kamerbrief Actualiteit huurbeleid juli 2023: onderzoek huurregister en diverse onderwerpen Huurcommissie en huurbeleid d.d. 12 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 27926, nr. 376)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131).De Tweede Kamer ontvangt voor zomer 2023 het ABF rapport over de invloed van de demografische ontwikkelingen in de woningmarkt. In de reactie zal de Minister de betaalbaarheidsambitie meenemen (TZ202305-022).Commissiedebat Ruimtelijke Ordening d.d. 11 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 34682, nr. 163)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1071).De Tweede Kamer ontvangt (najaar 2023) de brief inzake wooncoöperaties voorafgaand aan het rondetafelgesprek over wooncoöperaties (TZ202308-030).Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 223/24, 29453, nr. 566).De Tweede Kamer ontvangt voor de begrotingsbehandeling een terugkoppeling op het gesprek van de minister met de VNG en DUO om ervoor te zorgen dat starters met een DUO-lening aan een hypotheek kunnen komen (TZ202308-027).Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1174).De Tweede Kamer ontvangt na zomer 2023/voor Prinsjesdag een brief inzake de uitwerking van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen (de instelling van het revolverend fonds) (TZ202308-026).Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097).Eind 2023 informeert de minister de Kamers middels de Staat van de Volkshuisvesting over de verdere voortgang van het programma Wonen en zorg voor ouderen.Kamerbrief Tweede Kamer Voortgang programma Wonen en zorg voor ouderen d.d. 27 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 29389, nr. 119)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 124).De minister moedigt corporaties met voldoende financiële middelen dan ook aan om solidair te zijn met woningcorporaties die niet (voldoende) kunnen investeren in hun volkshuisvestelijke opgave. Na zomer 2023 informeert de minister de Tweede Kamer over hoe hij onder andere met projectsteun deze solidariteit ook over de regio’s heen wil faciliteren.Kamerbrief Financiële haalbaarheid investeringen corporaties en lokale prestatieafspraken 2023 d.d. 16 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 29453, nr. 561)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 567).De aanpassing van de disconteringsvoet is mogelijk omdat uit nader onderzoek naar voren is gekomen dat het te verwachten is dat de disconteringsvoet in de toekomst niet fors meer gaat toenemen. De minister zal, samen met de toezichthouder, met voorstellen komen voor een specifieke disconteringsvoet voor corporaties. De minister zal de Tweede Kamer hierover in meer detail rond zomer 2023 informeren.Kamerbrief Financiële haalbaarheid investeringen corporaties en lokale prestatieafspraken 2023 d.d. 16 juni 2023 Kamerstuk II 2022/23, 29453, nr. 561)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 29453, nr. 563).Na de VJN komt de minister terug bij de Tweede Kamer op de mogelijkheden voor tochtkorting (mede in relatie tot de investeringscapaciteit verhuurders).Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 22 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1211)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 380).De minister werkt met partners van het Landelijk actieplan studentenhuisvesting aan andere maatregelen die het aanbod van onzelfstandige woonruimte kunnen vergroten. De minister streeft ernaar de Tweede Kamer rond de zomer van 2023 een nieuw voorstel van het WWSO aan te kunnen bieden.Kamerbrief Kamervragen PvdA kamertekort studenten d.d. 20 maart 2023 (Aanhangsel Handelingen II 2022/23, nr. 1920)Afgedaan. Het voorstel voor een gemoderniseerd woningwaarderingsstel voor onzelfstandige woningen (WWSO) is in internetconsultatie geweest. De verwachting is dat dit voorstel dit jaar (2023) naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd.De minister wil wooncoöperaties een grotere plek geven in het bestaande stelsel. In het eerste kwartaal van volgend jaar (2024) verwacht de minister de Tweede Kamer te informeren over de aanpak.Kamerbrief Vervolg aanpak wooncoöperaties d.d. 11 oktober 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 566)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 572).De minister stuurt voorafgaand aan het rondetafelgesprek Wooncoöperaties een brief aan de Tweede Kamer over een plan van aanpak om te doen wat nodig is om coöperatieve woonvormen van de grond te krijgen (TZ202310-008).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 volkshuisvesting (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 566).De minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de details van inschrijven, het selectieproces en de vormgeving van de uitvoering van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen voordat deze regeling in 2024 wordt geopend.Kamerbrief Uitwerking Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen en Koopproces (Kamerstuk 32847-1097) d.d. 19 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1199).Tegen het einde van het huidige jaar 2023 stuurt de minister een brief aan de Tweede Kamer waarin hij informeert over de inhoud van het sociaal statuut (TZ202309-066).Notaoverleg Nijboer: Prettig wonen voor iedereen (TK 35286) d.d. 11 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 14)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, nr. 570).132Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister komt richting de Tweede Kamer met een inventarisatie van wat het technisch vergt en kost om de vennootschapsbelasting af te schaffen voor woningbouwcorporaties. Deze brief komt voor de Algemene Financiële Beschouwingen 2023 (TZ202309-064).Notaoverleg Nijboer: Prettig wonen voor iedereen (TK 35286) d.d. 11 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 14)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 16).De minister informeert in september 2023 de Tweede Kamer, op grond van de raming van de cijfers door het CPB, over de verwachte toegestane huurprijsverhoging in 2024 (TZ202212-119).Wetgevingsoverleg Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (wijziging maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten) (36218) d.d. 7 december 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 36218, nr. 14)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 378).Het CBS onderzoekt in opdracht van de minister of het haalbaar is om de woonsituatie van verschillende (aandachts)groepen, waaronder migranten verdeeld naar migratiemotief, structureel te monitoren. Mede op basis daarvan wordt de monitor ‘Een thuis voor iedereen’ uitgewerkt. Het streven is om in 2024 een eerste meting gereed te hebben, waarover de Tweede Kamer geïnformeerd zal worden.Kamerbrief Motie Pouw-Verwey & Toezegging Klaver d.d. 12 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1072)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1193).Verder wordt in het kader van de versterking van de lokale aanpak gestart met een pilot in samenwerking met twee ADV’s, namelijk Stichting Antidiscriminatievoorziening Limburg en Stichting Bureau Gelijke Behandeling Flevoland. Deze pilot dient onder meer het doel om te onderzoeken of het mogelijk is om op regionaal niveau opvolging te geven aan de jaarlijkse landelijke monitor en in hoeverre ADV’s hierin een rol kunnen spelen met een meer preventieve taak. Het streven is de resultaten van deze pilot vóór het kerstreces met de Tweede Kamer te delen.Kamerbrief Voortgang aanpak woondiscriminatie en aanbieding derde landelijke monitor d.d. 6 september 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1079)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1129).De minister gaat samen met NHG, kredietverstrekkers en hospitabemiddelaars onderzoeken onder welke voorwaarden het voor kredietverstrekkers mogelijk is om hospitaverhuur standaard toe staan. De minister verwacht de conclusies hiervan voor zomer 2023 aan de Tweede Kamer te kunnen meedelen in de brief over het platform hypotheken.Kamerbrief Beter benutten van de bestaande voorraad d.d. 17 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1038)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 april 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1174).Daarbij wil de minister zo veel mogelijk lopende initiatieven om via hospitaverhuur statushouders te huisvesten betrekken, zoals bijvoorbeeld de voorgenomen pilot in regio Utrecht van corporaties, bemiddelingspartijen en de gemeente. De minister verwacht de Tweede Kamer hier later dit jaar (2023) over deze pilot specifiek voor statushouders te informeren.Kamerbrief Beter benutten van de bestaande voorraad d.d. 17 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1038)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 27926, nr. 386).De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe na te gaan of de verslagen van de landelijke regietafels, in ieder geval de Landelijke Regietafel Migratie, openbaar zijn en hoe duidelijkheid gecreëerd kan worden voor wat betreft de verantwoording van dergelijke regietafels (T03212).Plenair debat Verhouding centrale overheid en decentrale overheden d.d. 11 mei 2021 (Handelingen I 2020/21, nr. 36, item 10)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 23 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24 36410 VII/36410 IV, nr. C).De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe de monitor ouderenhuisvesting naar de Eerste Kamer te sturen (T03048).Plenair debat Wet 35578 Wijziging van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II en de Woningwet (eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen) d.d. 1 december 2020 (Handelingen I 2020/21, nr. 12, item 9)Afgedaan. De Eerste Kamer is op 23 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk I 2023/24, 36410 VII/36410 IV, nr. C).De minister zet onverminderd in op de bestrijding van woondiscriminatie met effectieve middelen conform de genoemde actielijnen. De minister is voornemens om de Tweede Kamer in 2023 te informeren over de verdere voortgang van de aanpak woondiscriminatie.Kamerbrief Voortgang aanpak woondiscriminatie d.d. 23 december 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 989)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1079).De minister zegt toe in gesprek te gaan met grote particuliere verhuurders over of de geschrapte verhuurderheffing ook bij hen kan leiden tot lagere huren en de Tweede Kamer daarover te informeren.Plenair debat Wijziging van de Woningwet (huurverlaging 2023 voor huurders met lager inkomen (36 281) d.d. 2 februari 2023 (Handelingen II 2022/23, nr. 48, item 11)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 december 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1131).De minister vindt het belangrijk dat een bredere doelgroep starters in staat is om een woning te kopen. De zorgen die bij veel van hen leven over of zij een koopwoning kunnen betalen, leidt er onder andere toe dat zij samenwonen of het stichten van een gezin uitstellen. De minister wil dit veranderen. Daarom informeert hij de Tweede Kamer nog voor zomer 2023 over de nadere uitwerking van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen, zodat gemeenten en ontwikkelaars nog dit jaar met de beschikbaar gestelde middelen aan de slag kunnen en koopstarters dat duwtje in de rug kunnen geven.Kamerbrief Meer kansen voor koopstarters d.d. 7 februari 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 996)Afgedaan. De Tweede Kamer is op  19 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097).133Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister wil dat er voor zowel het biedlogboek als voor tuchtrechtspraak één marktbrede norm komt waar partijen zich aan conformeren.  In de komende maanden gaat  hij met de brancheorganisaties aan de slag om deze norm te ontwikkelen. Deze norm kan vervolgens worden vastgelegd in de wet zodat alle partijen die betrokken zijn bij het bied- of onderhandelingsproces zich aan deze norm moet houden. Over de exacte vormgeving van het proces rondom de ontwikkeling van deze norm en de evaluatie zal de minister de Tweede Kamer medio zomer 2023 informeren.Kamerbrief Meer kansen voor koopstarters d.d. 7 februari 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 996)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097).De minister wil de maximaal toegekende korting begrenzen op € 50.000 per woning. Deze korting mag kopers later niet in de problemen brengen. Dit geldt vooral wanneer zij om wat voor reden dan ook de woning onverhoopt snel moeten verkopen in economisch minder florissante tijden. Om koopstarters goed te kunnen helpen, verwacht de minister ook van gemeenten en ontwikkelaars een bijdrage. Voor de zomer informeert de minister de Tweede Kamer over de nadere uitwerking van de regeling.Kamerbrief Meer kansen voor koopstarters d.d. 7 februari 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 996)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 19 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097).De minister wil bezien of de middelen bij kunnen dragen aan het stimuleren van projecten met ‘collectief particulier opdrachtgeverschap’ (CPO), waarbij mensen gezamenlijk richting kunnen geven aan een bouwproject vanaf de start. Het streven is om voor zomerreces 2023 met een nadere invulling van de extra financiële middelen te komen.Kamerbrief Aanpak wooncoöperaties d.d. 8 februari 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 29453, nr. 556)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29453, Nr. 566).De minister stuurt voor het einde van de maand (april) een overzicht aan de Tweede Kamer van waar de 11 à 12 miljard voor het verhogen van de woningbouwopgave precies aan is uitgegeven en wat dit heeft opgeleverd (TZ202404-179).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1178).De minister stuurt voor de zomer van 2024 een brief aan de Tweede Kamer over de transformatieaanpak (TZ202404-178).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1189).De minister stuurt de Tweede Kamer in april 2024 een brief aangaande de optop-aanpak. Die gaat over het beter benutten van de bestaande voorraad (TZ202404-176).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1183).De minister informeert de Tweede Kamer in juni 2024, als onderdeel van het interdepartementaal beleidsonderzoek, over twee variaties van een planbatenheffing (TZ202404-172).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1198).De minister informeert de Tweede Kamer in mei 2024 schriftelijk over de mogelijkheden aangaande het inzetten van het juridische instrumentarium in het dispuut met de provincie Zuid-Holland over de woningbouwopgave. Dit doet hij na het gesprek dat hij nog gaat voeren met het college van Gedeputeerde Staten van die provincie (TZ202404-170).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1180).Om de woningbouwopgave tot en met 2030 te kunnen realiseren, is het noodzakelijk om de doorlooptijd van woningbouwprojecten te verkorten. Met het ‘Plan van aanpak versnellen processen en procedures woningbouw’  pakt de minister dit in alle fases die een project moet doorlopen aan (samen met gemeenten en marktpartijen). Binnenkort informeert de minister de Tweede Kamer over de belangrijkste resultaten tot nu en de meest concrete vervolgacties, die zijn genomen in het kader van het versnellen van processen en procedures.Kamerbrief Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting d.d. 7 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 36512, nr. 5)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 maart 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1159).Eind eerste kwartaal 2024 doet de minister een stand van zaken aan de Tweede Kamer toekomen inzake een vervolgaanpak permanente bewoning van recreatieparken (TZ202402-112).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 31 januari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1157)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24 32847, nr. 1176).Eind eerste kwartaal 2024 informeert de minister de Tweede Kamer nader over de programmatische aanpak van het beter benutten van de bestaande woningvoorraad (TZ202402-111).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 31 januari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1157)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1183).In het tweede kwartaal 2024 doet de minister een gezamenlijke voortgang van de regionale woondeals en voortgang van het programma woningbouw aan de Tweede Kamer toekomen, en daarin zal uitgebreider worden ingegaan op de kritische succesfactor (TZ202402-110).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 31 januari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1157)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1187).134Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe minister zegt toe (mede namens de minister van VWS) medio 2024 de Tweede Kamer wederom te informeren over de voortgang van het programma Wonen en zorg voor ouderen.Kamerbrief Voortgang programma Wonen en Zorg voor Kamerbrief ouderen d.d. 8 februari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 124)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 127).De middelen voor de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen zijn nu volledig uitgeput. De minister laat daarom onderzoek doen naar de behoefte aan een vervolg op de regeling, en welke vorm hierbij passend is. In het voorjaar van 2024 zal de minister de Tweede Kamer hierover informeren.Kamerbrief Vierde tranche Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen d.d. 19 december 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1130)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1193).De minister zal de Tweede Kamer informeren over de toekenningen voor de derde tranche Volkshuisvestingsfonds in 2024. Dit zal in het voorjaar van 2024 zijn.Kamerbrief Middelen voor het herstructureren van kwetsbare wijken d.d. 12 december 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1126)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 13 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1177).Vóór het zomerreces van 2023 zal de minister een bestuurlijk overleg plannen over de keuzes voor de Gnephoek en de verdere planvorming. Over de resultaten van dat overleg zal de minister de Tweede Kamer weer informeren.Kamerbrief Ontwikkelrichting voor de Gnephoek in Alphen aan den Rijn d.d. 12 oktober 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 971)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1075).Om de woningbouwopgave, waarvan de transformatieopgave een belangrijk onderdeel is, te realiseren benadrukken wij de noodzaak om met alle betrokken partijen samen te werken. Uitvoeringskracht bereiken we door samen naar de stip op de horizon toe te werken. Deze stip staat voor het realiseren van toekomstbestendige huisvesting en leefomgeving voor onze generatie en volgende generaties. De minister zal de Tweede Kamer halfjaarlijks rapporteren over de voortgang van de actieplannen.Kamerbrief Versnelling Woningbouw d.d. 10 juni 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 919).Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1189).Voor de transformatie van maatschappelijk vastgoed naar woningen is de samenwerking tussen overheden en corporaties van belang. Voor het inzetten van het rijksvastgoed voor woningen wordt momenteel een inventarisatie uitgevoerd naar kansrijke transformatielocaties. De minister verwacht de Tweede Kamer in het vierde kwartaal 2022 hierover te informeren.Kamerbrief Versnelling Woningbouw d.d. 10 juni 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 919)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1189).Naar aanleiding van de gesprekken met gemeenten en provincies volgt er een overzicht van de plancapaciteit per provincie met gehonoreerde gemeentelijke plannen en locaties, met criteria op basis waarvan de keuzes zijn gemaakt. De Tweede Kamer ontvangt de uitkomst daarvan voor de zomer. Dat is een toezegging aan de heer De Groot.Commissiedebat Woningbouwopgave/Staat van de volkshuisvesting d.d. 12 april 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 884)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1071).Zoals afgesproken tijdens het notaoverleg zal de minister, nadat dit onderzoek is uitgevoerd, een handreiking voor gemeenten opstellen voor het gebruik van erfpacht. Het streven is ernaar de handreiking begin 2023 aan de Tweede Kamer te kunnen sturen.Kamerbrief Voortgang versnelling woningbouw d.d. 12 november 2021 (Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 828)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1179).De minister stuurt voor zomerreces 2023 een brief aan de Tweede Kamer over de oproep om tussen nu en de invoering van de Omgevingswet wellicht te komen tot een opschorting van het handhaven op wonen op recreatieparken (TZ202308-031).Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1074).De Tweede Kamer ontvangt na zomer 2023 een brief inzake erfpacht en consumentenbescherming met daarin antwoord op de vraag wie de consument beschermt (TZ202308-029).Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1179).De Tweede Kamer ontvangt in najaar 2023 een brief over de te transformeren locaties vanuit de woondeals en de versnellingstafels (de manier waarop we transformatie onderdeel kunnen maken van de woondeals en de versnellingstafels) (TZ202308-028).Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1189).De Tweede Kamer ontvangt na zomer 2023 een brief inzake de participatie van gemeenten.Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/824, 32847, nr. 1152).De Tweede Kamer ontvangt in najaar 2023 een stand-van-zakenbrief inzake het interdepartementaal beleidsonderzoek, ibo, over de Startbouwimpuls (TZ202308-025).Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 5 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1077)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 9 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/824, 32847, nr. 1152).De minister voor VRO zal bij de begroting voor 2024 de meetbare doelen uit de 6 beleidsprogramma's opnemen (TZ202306-306).Wetgevingsoverleg Jaarverslagen en slotwetten over het jaar 2022 Hfst. VII het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, B het Gemeentefonds en C het Provinciefonds d.d. 12 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 36360 VII, nr. 7)Afgedaan. De toezegging is afgedaan door in de begroting 2024 verschillende doelen en bijbehorende kernindicatoren op te nemen. In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de doelen.135Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metDe komende tijd gaat de minister  samen met de collega’s bewindspersonen, medeoverheden en maatschappelijke partners, aan de slag met de genoemde thema´s. De minister zal de Tweede Kamer na zomer 2023 op de hoogte brengen van de verdere uitwerking.Kamerbrief Vervolgaanpak vakantieparken d.d. 29 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1070)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1176).Vanwege de urgentie en het hernemen van de regie zal de minister een bestuurlijk aanjager voor de aanpak vakantieparken aanstellen. Deze aanjager zal gemeenten en provincies bij de opgave ondersteunen door mee te denken over oplossingen, verbindingen te leggen en te ondersteunen met expertise bij oplossingsrichtingen. Na zomer 2023 zal de minister de Tweede Kamer hierover nader berichten.Kamerbrief Vervolgaanpak vakantieparken d.d. 29 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1070)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1176).Naar aanleiding van de motie Boulakjar ten aanzien van Kronenburg, komt de minister voor de zomer met een terugkoppeling van de eerste bevindingen van de aangestelde onafhankelijk adviseur (toezegging aan Boulakjar) aan de Tweede Kamer (TZ202306-100).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 23 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1066)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 25 september 2023 per brief geïnformeerd (Aanhangsel Handelingen II 2023/23, nr. 50).Voor de zomer komt de minister met een nadere reflectie op de mogelijkheden, voordelen en nadelen, voor het gebruik van verschillende instrumenten zoals een doorbouwgarantie om de bouw een zet in de rug te geven (TZ202306-099).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 23 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1066)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1071).Voor zomer 2023 komt de minister met reflectie op de mogelijkheid tot het hanteren van een startbouwimpuls met een overweging van de daarbij te hanteren eisen (toezegging specifiek aan Nijboer) aan de Tweede Kamer (TZ202306-098).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 23 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1066)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 augustus 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1078).Voor de zomer komt de minister op basis van het momenteel lopende onderzoek door ABF Research naar de Kamer met een doorvertaling naar de woningbouwopgave van de door het CBS bijgestelde demografische ontwikkeling  (TZ202306-087).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 23 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1066)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1071).De minister stuurt voor de behandeling van de begroting BZK een brief over de dekking/uitvoering van een doorbouwgarantie. Dat is naar aanleiding van een motie van Grinwis c.s. (TZ202310-005).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 volkshuisvesting (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 oktober 2023 geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 7).De minister informeert de Tweede Kamer voor het einde van het jaar 2023 over de investeringspropositie. Dat is een toezegging aan de heer De Groot (TZ202310-006).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 februari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2123/24, 32847, nr. 1155).De minister stuurt in het eerste kwartaal 2024 een brief aan de Tweede Kamer over vakantieparken en de afspraken met de regio's daarover (TZ202310-004).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 mei 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1176).De minister stuurt in het vierde kwartaal van 2023 een brief aan de Tweede Kamer over het versnellen van de transformatie van de RVB-woningen (TZ202310-001).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1189).De minister stuurt de Tweede Kamer voor aankomende Kerst 2023 een brief over de programmatische aanpak rondom optoppen (TZ202310-002).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 volkshuisvesting (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1135).De minister stuurt de Tweede Kamer een brief over het toewijzen van grootschalige locaties om te bouwen (oktober 2023) (TZ202310-072).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 volkshuisvesting (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1106).In november 2023 wordt een volgend bestuurlijk overleg gepland over de voortgang van de diverse procedures waaronder de financiering. De heer Kuijken zal het proces tot het eind van het jaar begeleiden. De besluiten uit dit komende bestuurlijk overleg zal de minister uiteraard met de Tweede Kamer delen (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1075).Kamerbrief Vervolgstappen ontwikkeling Gnephoek in Alphen aan den Rijn d.d. 14 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1075)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 november 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1125).De minister zal de Tweede Kamer bij het informeren over de voortgang van de woningbouw ook informeren over de voortgang op het realiseren van meer woningen op de kavel. Vanuit het programma ouderen volgen de resultaten op de doorstroming voor ouderen. De minister informeert de Tweede Kamer eind jaar 2023 integraal over de voortgang op de in de brief besproken maatregelen.Kamerbrief Beter benutten van de bestaande voorraad d.d. 17 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1038)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 17 juni 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 127).Daarnaast stelt het kabinet € 300 miljoen beschikbaar om de bouw van flexwoningen te stimuleren. De minister stuurt de Tweede Kamer hier op korte termijn een brief over.Kamerbrief Verzoek commissie tav reactie NEPROM en IVBN en diverse onderzoeken d.d. 12 mei 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 27926, nr. 374)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 september 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1096).136Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inAfgedaan metEerder is de Kamer geïnformeerd over het voornemen om de Ladder voor duurzame verstedelijking daarom aan een nadere beschouwing te onderwerpen. Daarbij wordt naast gemeenten en provincies ook met bouwondernemingen, projectontwikkelaars en hun marktorganisaties gesproken om zo een beter en vollediger beeld te krijgen van de knelpunten die zij ervaren en welke oplossingen daarvoor kunnen worden gevonden. In dit onderzoek wordt verder expliciet aandacht besteed aan de gevolgen van de toepassing van de Ladder voor de leefbaarheid in kleine kernen. De minister zegt toe dat het streven is de Tweede Kamer in tweede kwartaal 2023 over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren en wat dit betekent voor de Ladder.Kamerbrief Voortgang woningbouwlocaties d.d. 7 februari 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 996)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 12 oktober 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1105).De minister zegt de Tweede Kamer toe om opnieuw met collega Harbers aan de slag te gaan om te kijken wat er wel zou kunnen met betrekking tot. de uitvoering van de motie-Boulakjar/Grinwis over de 2.500 studentenwoningen in Kronenburg.Wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Wonen en Ruimte d.d. 14 november 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 36200 VII, nr. 117)Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 januari 2024 per brief geïnformeerd (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1133).137Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Tabel 52 Door bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerond (Stand per 21 juli 2023)OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementDe minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Langen-Visbeek (BBB), toe om jaarlijks stil te staan bij de ervaringen van burgers, bedrijven en bevoegd gezagen met het hanteren van de termijnen rondom zienswijze en beroep (T03748).Mondeling overleg over de Omgevingswet d.d. 24 oktober 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FU)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Langen-Visbeek (BBB) en Kluit (GroenLinks-PvdA), toe invulling te geven aan de principes van een invoeringstoets door: • bij de 2e en 4e voortgangsbrief in 2024, horende bij het tweede en vierde kwartaal, de onafhankelijke evaluatiecommissie te vragen om nadere duiding van de voortgang. • na dit eerste jaar te bezien of een onafhankelijke duiding van de evaluatiecommissie ook na 18 maanden (2e kwartaal 2025) nog noodzakelijk is. • met de minister voor Rechtsbescherming in contact te treden om de Omgevingswet op te laten nemen in het overzicht van invoeringstoetsen. • de thematische opzet van de invoeringstoets ook herkenbaar in de voortgangsbrieven te borgen, waaronder signalen over de werking van de Omgevingswet vanuit het burgerperspectief (T03747).Mondeling overleg over de Omgevingswet d.d. 24 oktober 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FU)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden in 2025 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Langen-Visbeek (BBB), Moonen (D66) en Rietkerk (CDA), toe in de voortgangsbrieven in te gaan op het gebruik van de tijdelijk alternatieve maatregelen (TAM’s) en in nauwe samenspraak met bevoegd gezagen te bezien wat het juiste moment is om deze uit te faseren (T03746).Mondeling overleg over de Omgevingswet d.d. 24 oktober 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FU)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe om in de eerste voortgangsbrief in 2024 de uitkomsten van lopend onderzoek naar de technische en procesmatige invulling van de motie-Moonen c.s. over het publiceren van voornemens van besluiten uiteen te zetten (T03745).Mondeling overleg over de Omgevingswet d.d. 24 oktober 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FU)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden via de toegezegde voortgangsbrieven over de implementatieondersteuning van de Omgevingswet geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Langen-Visbeek (BBB), Kluit (GroenLinks-PvdA) en Rietkerk (CDA), toe nadrukkelijk – in lijn met de motie Nooren c.s. – te monitoren in hoeverre de bevoegd gezagen hun participatiebeleid op orde hebben. Daarnaast zal de minister monitoren op welke wijze bevoegd gezagen participatie in de praktijk toepassen in zowel de planketen als bij vergunningverlening (T03743).Mondeling overleg over de Omgevingswet d.d. 24 oktober 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 33118, nr. FU)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister zal in gesprek gaan met bestuurlijke partners over hoe we meer aandacht kunnen besteden aan de toegankelijkheid van de stad voor burgers. In het najaar wordt er vanuit BZK gestart met gesprekken met bestuurders. De minister zegt toe de Tweede Kamer over de uitkomsten van deze gesprekken te informeren.Kamerbrief Beantwoording Kamervragen vaste commissie voor Binnenlandse Zaken dd. 12 februari 2021 inzake de reactie op het advies van de Raad voor de leefomgeving d.d. 19 november 2021 (2021-0000581003)In behandeling. De Tweede Kamer wordt najaar 2024 geïnformeerd.Vanaf 2023 zal de energiebesparingsplicht ook voor datacenters gaan gelden. De juridische uitwerking van de actualisatie van de energiebesparingsplicht is onlangs geconsulteerd en de minister verwacht deze - medio 2022 – aan de Tweede Kamer voor te kunnen leggen.Kamerbrief Beantwoording Kamervragen datacenters d.d. 16 februari 2022 (Aanhangsel Handeling II 2021/22, nr. 1730)In behandeling. De Tweede Kamer wordt najaar 2024 geïnformeerd.De minister zegt toe dat er een voortgangsrapportage opgesteld en verstuurd zal worden aan de Eerste Kamer. Hierin staan onder andere: De resultaten van de enquête, nieuw advies/oordeel van AcICT en de nieuwste ketentestresultaten.Mondeling overleg met de commissie IWO over Omgevingswet d.d. 21 juni 2022 (Handeling I 2021/22, nr. 35, item 8)In behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nooren (PvdA), toe dat zij de toegankelijkheid van het gehele Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zal monitoren, inclusief het deel dat onder verantwoordelijkheid van lokale overheden met inhoud wordt gevuld (T02881).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.138Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementDe minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Nooren (PvdA) en Van Dijk (SGP), toe na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een steekproef te laten doen naar de doorwerking van nationale belangen in de omgevingsplannen (T02878).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nooren (PvdA), toe dat zij een vergelijkbaar onderzoek als «Borging van de nationale ruimtelijke belangen» zal laten uitvoeren en de Kamer over de resultaten zal informeren (T02875).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat de m.e.r.-beoordelingsplicht gemonitord zal worden op het punt van diepe plassen (T02888).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17).In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat in de voortgangsbrief uiteengezet wordt hoe de onafhankelijke evaluatie na vijf jaar en de jaarlijkse monitoring vorm worden gegeven (T02887).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17)In behandeling. De Eerste Kamer wordt geïnformeerd middels de voortgangsbrieven.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Rietkerk (CDA) en Kluit (GroenLinks), toe dat het aspect ‘bodem’ ook meegenomen wordt in de monitoring van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) (T02886).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat het RIVM apart zal monitoren wat de gezondheidseffecten zijn van de geluidsnormen op burgers, naast de jaarlijkse monitoring van de Omgevingswet, waar geluid ook onderdeel uit maakt (T02895).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Arbouw (VVD) en Crone (PvdA), toe een jaarlijkse rapportage naar de Kamer te sturen met daarin de monitoringsresultaten van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, de voortgang van de implementatie, de bevindingen en de acties die daarop worden gezet (T02894).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17).In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat een onafhankelijke commissie de Aanvullingswet geluid Omgevingswet zal evalueren, waarbij zal worden onderzocht hoe ambtenaren de complexiteit van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet ervaren en waarbij de balans tussen beschermen van de burger en het benutten van geluid een relevant onderdeel zal worden (T02893).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de loop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna gemonitord zal worden op de ontwikkeling van het aantal, de kwaliteit en de onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages (m.e.r.). Deze monitoring heeft ook betrekking op m.e.r.-beoordelingen (T02859).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat bij de evaluatie inzake bodem gekeken zal worden naar de balans tussen beschermen en benutten en de bescherming van de burger (T02909).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.139Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementAanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17)De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat de ervaringen van ambtenaren inzake de complexiteit van wet- en regelgeving op het gebied van bodem gemonitord en geëvalueerd worden (T02907).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17)In behandeling. De Eerste en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe de Kamer een integraal inzicht aan te bieden met betrekking tot de systematische aanpak van de monitoring. Jaarlijks komt er een brief over de monitoringsresultaten (T02857).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. Er zal jaarlijkse monitoring van de werking van het stelsel plaatsvinden en de Kamer wordt hier jaarlijks over geïnformeerd na inwerkingtreding van de Omgevingswet.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe dat bij de evaluatie de onafhankelijke evaluatiecommissie het risico van regelreflex zal bezien (T02856)Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste-en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer naar aanleiding van een vraag van de leden Dessing (FVD), Nooren (PvdA), Baay-Timmerman (50PLUS), Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe de invoeringsondersteuning nog vijf jaar te laten doorlopen vanaf 2021. In dat kader zal minimaal één jaar voldoende ondersteuning met regioteams plaatsvinden, op kosten van de Rijksoverheid. Nadat vijf jaar zijn verstreken zal bezien worden met decentrale overheden welke ondersteuning nog nodig is (T02855).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden voor 1 januari 2027 via de toegezegde voortgangsbrieven over de implementatieondersteuning van de Omgevingswet geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de monitorgegevens op digitale wijze maandelijks ter beschikking worden gesteld aan de Kamer (T02851).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden maandelijks geïnformeerd over de monitorgegevens. Deze toezegging is in uitvoering tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat bij de evaluatie van de Omgevingswet aandacht te geven aan enkele staatsrechtelijke notities als de scheiding van de machten en het beginsel van democratie, met inbegrip van de toepassing van de instrumenten van de Omgevingswet en de werking daarvan binnen het rechtsbestel (T02850).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2027 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Nooren (PvdA), Baay-Timmerman (50PLUS), Kluit (GroenLinks), Rietkerk (CDA) en Verkerk (ChristenUnie), toe een evaluatiecommissie in te stellen van deskundigen om een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet te waarborgen. De Kamer zal geïnformeerd worden bij brief over de wijze van inrichting van de evaluatiecommissie voorafgaand aan de voorhang van het inwerkingtredings-KB en elk jaar zal een evaluatiebrief verzonden worden naar de Kamer (T02849).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat bij de monitoring en evaluatie ook aandacht gegeven zal worden aan het gebruik van privaatrechtelijk contracteren in de praktijk (T02905).Plenair debat Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet d.d. 3 maart 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 22, item 8)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat gemonitord zal worden of in de praktijk vergunningvoorschriften over kostenverhaal minder rechtszekerheid bieden dan kostenverhaalregels (T02903).Plenair debat Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet d.d. 3 maart 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 22, item 8)In behandeling. De Eerste en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Meijer (VVD), Verkerk (ChristenUnie), Van Dijk (SGP), Crone (PvdA) en Rietkerk (CDA), toe de werking van de huidige voorstellen inzake kosten verhaal en financiële bijdrage te onderzoeken en daarbij tevens te bezien of er nog lacunes zijn op dit Plenair debat Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet d.d. 3 maart 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 22, item 8)In behandeling. De Eerste en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.140Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie Parlementterrein. Wanneer lacunes eventueel gedicht moeten worden, zullen daarbij in ieder geval de aspecten ‘rechtszekerheid’ en ‘snelheid’ betrokken worden. Ook zal worden gekeken naar de toepassing van het amendement-Ronnes (TK 2019/20, 35 133, nr. 34) inzake financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied op publiekrechtelijke basis, op provinciaal en Rijksniveau. Daarnaast zal onderzoek worden gedaan naar kostenverhaal bij grote infrastructuurprojecten (T02902).De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat dialogen met partners over politiek-democratische cultuur gevoerd zullen worden en dat het punt van macht en tegenmacht wordt meegenomen bij de monitoring en evaluatie van jurisprudentie (T02908).Plenair debat 34864 Aanvullingswet bodem Omgevingswet, 34864, C Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, 35054 Aanvullingswet geluid Omgevingswet. 35054, B Voorhang ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet d.d. 11 februari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 20, item 17)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de brede financiële consequenties van het DSO voor provincies, gemeenten en waterschappen in december in beeld komen, of in ieder geval voor de voorhang van het inwerkingtredings-KB inzake de Omgevingswet (T03000).Plenair debat Wetsvoorstel Aanvullingswet natuur Omgevingswet (34 985) d.d. 30 juni 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 34, item 12)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van financiële monitoring van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kluit (GroenLinks), Rietkerk (CDA), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), toe dat bij de monitoring van de Omgevingswet het onderwerp ‘natuur’ betrokken zal worden (T02999).Plenair debat Wetsvoorstel Aanvullingswet natuur Omgevingswet (34 985) d.d. 30 juni 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 34, item 12)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verheijen (PvdA), toe dat zij de effecten op burgers en bedrijven inzake administratieve lasten steeds bij AMvB's, de invoeringswet en andere regelingen ten aanzien van de Omgevingswet, in beeld zal brengen (T02249).Plenair debat Omgevingswet d.d. 15 maart 2016 (Handeling I 2015/16, nr. 23, item 3)In behandeling. Toezegging is aangemerkt als legisprudentie.De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verheijen (PvdA), toe dat zij bij de verdere uitwerking van de Omgevingswet zal bekijken hoe ten gunste van de burger vorm gegeven kan worden aan het valideren van milieu-informatie die door de overheid wordt verstrekt (T02444).Plenair debat over Implementatie herziening mer-richtlijn  d.d. 17 januari 2017 (Handeling I 2016/17, nr. 14, item 3)In behandeling. De toezegging betreft een onderdeel van uitbouw Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO is de verantwoordelijkheid van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening samen met de bestuurlijke partners. De Eerste Kamer wordt over de mogelijke uitbouw na inwerkingtreding van de Omgevingswet nader geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD), toe na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de ontwikkelingen op het gebied van de rechtspraak en rechtsbescherming te monitoren, waarbij specifiek aandacht zal zijn voor de effectiviteit van de rechtsbescherming en de eventuele noodzaak tot indringendere toetsing (in het kader van artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) door de rechter. Bij de evaluatie van de Omgevingswet zal ook specifiek op deze punten ingegaan worden (T02864).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe bij de evaluatie van de Omgevingswet de kwaliteit van het participatieve proces te bezien en eventuele best practices die uit de evaluatie naar voren komen, te delen (T02863).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Milieu en Wonen zegt de Eerste Kamer toe dat zij zal bevorderen dat overheden expliciet aandacht besteden aan het betrekken van doelgroepen die normaal gesproken ondervertegenwoordigd zijn bij participatie, zal monitoren hoe participatie zich ontwikkelt en vervolgens bij de evaluatie van de Omgevingswet zal bepalen of andere of nadere eisen alsnog noodzakelijk zouden zijn (T02862).Plenair debat Invoeringswet Omgevingswet d.d. 28 januari 2020 (Handeling I 2019/20, nr. 18, item 16)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dessing (FVD), toe dat de risico’s van beïnvloeding en mogelijke ondermijning, zowel systemisch als in de uitvoering van de Omgevingswet, in kaart worden gebracht (T03567).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)In behandeling. De Eerste en Tweede Kamer worden op basis van monitoring en evaluatie van de Omgevingswet in 2025 geïnformeerd.141Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementDe minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD) en Rietkerk (CDA), toe dat het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ na inwerkingtreding van de Omgevingswet in ieder geval anderhalf jaar blijft voortbestaan en mogelijk langer indien gewenst (T03564).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 juli 2025 geïnformeerd.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD), Verkerk (ChristenUnie) en Rietkerk (CDA), toe dat op korte termijn na inwerkingtreding van de Omgevingswet een centrale, integrale testomgeving wordt gerealiseerd (T03562).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden medio 2024 geïnformeerd via de voortgangsbrief Omgevingswet.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Klip-Martin (VVD), toe dat in ieder geval vijf jaar wordt doorgegaan met de ondersteuning aan de omgevingsdiensten op verschillende manieren bij de invoering van de Omgevingswet, waaronder dat het programma Aan de slag met de Omgevingswet in ieder geval anderhalf jaar blijft voortbestaan, maar mogelijk langer als daar de wens toe of vraag naar bestaat (T03558).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2029 geïnformeerd.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat er bereidheid is om de TAM-IMRO eventueel met een of twee jaar te verlengen in het geval gemeenten hierom vragen (T03557).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister zegt de Tweede Kamer toe in gesprek te gaan met de bestuurlijke partners van de Omgevingswet om samen na te gaan of, en in hoeverre de aanbeveling van een toegankelijkheidstoets bij ruimtelijke plannen opgenomen kan worden in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bijvoorbeeld in lopende en op te starten praktijkproeven.Kamerbrief Reactie op het RLi advies «Toegang tot de stad: hoe publieke voorzieningen, wonen en vervoer de sleutel voor burgers vormen.» d.d. 12 februari 2021 (Kamerstuk II 2020/212, 34682, nr. 79)In behandeling. De Tweede Kamer wordt najaar 2024 geïnformeerd.De staatssecretaris zegt de Tweede Kamer toe (namens minister) bij de evaluatie van de Omgevingswet ook de ervaringen met zelfrealisatie bij onteigening wordt betrokken.Plenair debat Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet (35 133) d.d. 8 oktober 2019 (Handeling II 2019/20, nr. 10, item 22)In behandeling. Deze evaluatie (en toezegging) gaat pas jaar na inwerkingtreding gebeuren.De minister voor Klimaat en Energie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe een afschrift van de brief van het kabinet betreffende de motie-Kröger/Thijssen aan de Eerste Kamer te sturen (T03794).Plenair debat Voortzetting behandeling Tijdelijke wet Klimaatfonds en Begroting Economische Zaken en Klimaat 2024 d.d. 19 december 2023 (Kamerstuk I 2023/24, nr. 14, item 25)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 worden geïnformeerd.De introductie van de publiek toezichthouder zal een stok achter de deur zijn om de publieke belangen in de toekomst te blijven waarborgen en het vertrouwen in het energielabel te ondersteunen. De dalende trend in aantal foutieve energielabels hoopt de minister dan ook terug te zien in de resultaten over 2023 die hij voor zomer 2024 met de Tweede Kamer zal delen.Kamerbrief Verbetering kwaliteitsborging energielabel d.d. 14 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 30196, nr. 824)In behandeling. De Tweede wordt het derde kwartaal 2024 geïnformeerdDe minister is in afwachting van breder onderzoek door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) over de mogelijke brandveiligheidsrisico’s bij verduurzaming, verbouw en tijdelijke bouw . Hierbij wordt ook het optoppen van gebouwen beschouwd. Dit onderzoeksrapport verwacht de minister eind maart 2024. De minister wil bezien - in overleg met onder andere Brandweer Nederland en de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland - welke vervolgacties nodig zijn. Ook laat de minister momenteel onderzoek uitvoeren naar de regels die vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving volgen voor het optoppen van gebouwen en naar de belemmeringen, die de praktijk ervaart bij de toepassing van deze regels. De minister informeert de Tweede Kamer hierover voor zomer 2024.Kamerbrief Recente brand in Valencia en acties n.a.v. Grenfell-brand d.d. 14 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 267)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.Op basis van verder overleg met alle betrokken partijen zet het kabinet erop in voor Prinsjesdag een verdere toelichting te geven op de stand van zaken en gezamenlijke aanpak funderingsproblematiek.Kamerbrief Aanbieding Rli-advies «Goed gefundeerd» d.d. 8 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 28325, nr. 266)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.142Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementIn tweede instantie vindt de normering plaats via het uitfaseren van de slechte energielabels (E, F en G). Het uitfaseren wordt vormgegeven in een separaat wijzigingstraject. Het kabinet zal uiterlijk in het tweede kwartaal 2024 de Tweede Kamer informeren over de stand van zaken van deze voorgenomen wijzigingen.Kamerbrief Voorstel van (rijks)wet Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) d.d. 19 december 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 36387, nr. 6)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in  vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.Over een jaar zal de minister de Tweede Kamer (opnieuw) informeren over de voortgang (normering), waarbij ik ook zal ingaan op de voortgang rondom circulariteit, natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie in de bestaande utiliteitsbouw.Kamerbrief Voortgang verduurzaming utiliteitsbouw d.d. 19 december 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32813, nr. 1320)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (GroenLinks-PvdA), toe dat hij een wijziging van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) in gang zal zetten, waardoor gemeenten voor bouwwerken, waarbij het niet proportioneel is om herstel te vorderen, een ingebruiknamebesluit kunnen nemen (T03731).Plenair debat inzake de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) d.d. 24 oktober 2023 (Handeling I 2023/24, nr. 4, item 9)In behandeling. De verwachting is dat de Eerste Kamer in het vierde kwartaal 2024 wordt geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kemperman (BBB), toe om de eerste helft van 2024 een invoeringstoets uit te voeren naar de invoering van de verbouwactiviteiten en in juni 2024 te komen met de resultaten van de invoeringstoets naar de eerste ervaringen met de Wkb tot dan toe (T03730).Plenair debat inzake de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) d.d. 24 oktober 2023 (Handeling I 2023/24, nr. 4, item 9)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Kemperman (BBB) en Rietkerk (CDA), toe dat de verbouwactiviteiten van de Wkb niet eerder dan 1 januari 2025 in werking zullen treden en dat een onafhankelijke partij de invoering en werking van de Wkb zal monitoren. Uit deze monitor zal moeten blijken of er voldoende kwaliteitsborgers zijn voor de verbouw (T03729).Plenair debat inzake de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) d.d. 24 oktober 2023 (Handeling I 2023/24, nr. 4, item 9)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister zal in overleg met minister Schouten bezien of er mogelijkheden zijn voor financiering van huishoudens in de schuldsanering en komt daar in het programma versnelling verduurzaming op terug.Commissiedebat Klimaatakkoord / verduurzaming gebouwde omgeving (voortzetting) d.d. 13 april 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 32847, nr. 885)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in vierde kwartaal 2024 geïnformeerdDe minister zegt toe de Tweede Kamer (eerste helft 2022) te informeren over eventuele aanvullende nationale regelgeving voor natuurinclusief bouwen.Notaoverleg Initiatiefnota van de leden Bromet en Boswijk over groen in de stad (35742) d.d. 27 september 2021 (Kamerstuk II 2021/22, 35742, nr. 21)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister zegt toe de eerste helft van 2020 te gebruiken om de overgenomen adviezen van de werkgroep nader uit te werken in voorstellen voor wet- en regelgeving. Daarnaast hoopt de minister medio 2020 een voorontwerp van het wetsvoorstel voor de laadpunten in consultatie te brengen en de Tweede Kamer nader te informeren over de overige mogelijke aanpassingen in wet- en regelgeving.Kamerbrief Aanpassing besluitvormingsprocedures inzake verduurzaming bij Verenigingen van Eigenaars (VvE's) d.d. 17 december 2019 (Aanhangsel Handeling II 2019/20, nr. 692)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.VNG en individuele gemeenten geven aan dat het ‘subsidielandschap’ voor warmtenetten in de gebouwde omgeving ingewikkeld is en dat gemeenten meer regie willen nemen. Daarom wordt gekeken of en hoe subsidies gebundeld kunnen worden om het proces van planning en uitvoering te ondersteunen en te versnellen. Voor het einde jaar 2023 informeert de minister de Tweede Kamer over de uitkomst.Kamerbrief Verduurzaming gebouwde omgeving d.d. 14 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.Met het ministerie van OCW is een start gemaakt met een onderzoek naar het labelen van monumenten. Dit onderzoek bevat twee onderdelen: (1) een verkenning in hoeverre de energielabelsystematiek voor monumenten aangevuld of verbeterd moet worden en (2) de uitwerking van een realistische norm binnen deze systematiek. De verwachting is dat het onderzoek in 2024 kan worden afgerond. In het voorjaar van 2024 zal de minister de Tweede Kamer over de uitkomsten van het onderzoek informeren.Kamerbrief Verduurzaming gebouwde omgeving d.d. 14 juli 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1076)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister stuurt eind 2023 - samen met de minister voor Klimaat en Energie - het onderzoek van TNO over brandveiligheid zonnepanelen naar de Tweede Kamer (TZ202306-193).Commissiedebat Bouwregelgeving d.d. 8 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 28325, nr. 256)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.143Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementDe minister houdt de Tweede Kamer eind 2023 met de jaarlijkse brief over de Nationale aanpak ‘klimaatadaptatie gebouwde omgeving’ op de hoogte van de voortgang van de landelijke maatlat.Kamerbrief klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennorm d.d. 23 maart 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1195)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in oktober 2024 geïnformeerdDe minister stuurt voor de behandeling van de Voorjaarsnota een brief die de kosten voor die soorten managementplannen inzichtelijk te krijgen (TZ202310-145).Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 5 oktober 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1108)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.Aan het einde van het jaar 2023 stuurt de minister van BZK - mede namens de minister voor Klimaat en Energie - een brief aan de Tweede Kamer met de eerste resultaten van het onderzoek naar de brandveiligheid van zonnepanelen (TZ202310-144).Commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving d.d. 5 oktober 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1108)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD) en Rietkerk (CDA), toe dat de Kamer zeggenschap krijgt met betrekking tot de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor Gevolgklassen 2 en 3 (T03569).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)In behandeling. De Eerste Kamer wordt vóór 1 januari 2029 geïnformeerd.De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de kostenontwikkeling, het effect op de consumenten, dus de koper van een huis, het effect op mkb-bedrijven en in het bijzonder het effect op de kleinere bedrijven zal worden meegenomen bij de monitoring en tussenevaluatie. De minister zegt ook toe dat er een jaarlijkse monitoring zal plaatsvinden. De minister zal de Kamer over die monitoring berichten. Ook wordt toegezegd dat een jaar na ingang van de Wkb de eerste tussenevaluatie aan de Kamer wordt toegekomen (T03712).Plenair debat Inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de proefprojecten; Wet kwaliteitsborging voor het bouwen d.d. 11 juli 2023 (Handeling II 2022/23, nr. 42, item 11)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor zomer 2025 geïnformeerd. Daarna zal de EK jaarlijks worden geïnformeerd.Om zo concreet mogelijke handvatten (naar aanleiding van uitspraak Raad van State m.b.t. het na-isoleren van spouwmuren van woningen van particulieren) te bieden, hoe het isoleren met inachtneming van de zorgplicht op korte termijn voortvarend voortgang kan vinden en hoe voor de langere termijn naar een duurzame oplossing toe gewerkt kan worden. De geschetste richting voor de korte termijn behoeft nog nadere uitwerking en onderlinge afstemming en concrete afspraken gemaakt worden met provincies, gemeenten, isolatiebedrijven en natuurorganisaties. De minister zal de Tweede Kamer begin november2024 informeren over de uitkomsten van dit traject.Kamerbrief Aanpak natuurinclusief isoleren: handvatten en vervolgstappen d.d. 4 oktober 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1102)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het vierde kwartaal 2024 geïnformeerdDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer toe dat tot aan de inwerkingtreding van de wet proefprojecten georganiseerd zullen worden, om zo veel mogelijk ervaringen op te doen die kunnen worden meegenomen bij de implementatie van het stelsel (T02736).Plenair debat Derde termijn Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (34453) d.d. 23 april 2019 (Handeling I 2018/19, nr. 27, item 10)In behandeling. De proefprojecten worden voortgezet tot aan de inwerkingtreding van de verbouwactiviteiten onder Wkb. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2025.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (ChristenUnie), toe met de gemeenten in gesprek te gaan over ondersteuning bij de toetsing van projecten, in het bijzonder die in de gevolgklassen 2 en 3 (T02463).Plenair debat 34 453 Kwaliteitsborging voor het bouwen (eerste termijn) d.d. 4 juli 2017 (Handeling II 2016/17, nr. 34, item 6)In behandeling. De Eerste Kamer zal na 1 januari 2026 worden geïnformeerd.De Minister van BZK zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (PvdA), toe haar schriftelijk te informeren over de bevoegdheidsverdeling tussen het bevoegd gezag en de kwaliteitsborger (T03368).Mondeling overleg met de commissie BiZa/AZ over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen d.d. 9 november 2021 (Kamerstuk I 2021/22, 34453, nr. Z)In behandeling. In de brieven aan de Eerste Kamer d.d. 11 en 29 september 2023 (Kamerstuk I, 2022/23, 34.453 AQ) is de toezegging nader toegelicht. Hiermee is invulling gegeven aan de toezegging. De Eerste Kamer beschouwt de toezegging vooralsnog als openstaand.Met de Nationale aanpak fase 1 wordt een eerste stap gezet richting versnelling van de aanpak rond klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving. Met als doel dat mensen nu en in de toekomst veilig, prettig en gezond kunnen wonen en leven. Dit kan het Rijk niet zonder alle betrokken partijen die al vele jaren aan de slag zijn. De minister houdt de Tweede Kamer middels een jaarlijkse brief op de hoogte van de voortgang.Kamerbrief Aanbieding Nationale aanpak Klimaatadaptatie gebouwde omgeving fase 1 d.d. 23 november 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 32813, nr. 1149)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.144Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementDe minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren zodra duidelijkheid bestaat over de ruimte van private keurmerken naast de voorgeschreven Europese CE-markeringen. De minister wacht op antwoord van de Europese Commissie over dit vraagstuk.Algemeen overleg Bouwregelgeving d.d. 29 juni 2016 (Kamerstuk II 2016/17, 28325, nr. 160)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in het vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.Als Kustpactpartners wordt gewerkt (en de komende periode), in ieder geval tot 31 december 2025, gezamenlijk aan de afspraken uit het Kustpact. De focus van die samenwerking blijft liggen op de recreatieve bebouwing in relatie tot de kansen en bedreigingen voor de kwaliteit van de kust. In 2025 verwacht de minister de Tweede Kamer weer te informeren.Kamerbrief Voortgang Kustpact 2024 d.d. 25 juni 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 29383, nr. 416)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in 2025 geïnformeerd.De minister verwacht dat hij de Tweede Kamer in het najaar 2024 de integrale weging kan sturen om zo het grondbeleid verder te moderniseren en gebiedsontwikkeling verder te versnellen en goedkoper te maken.Kamerbrief Voortgangsrapportage Modernisering grondbeleid d.d. 3 april 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 34682, nr. 189)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister heeft daarnaast onderzocht – conform de oproep van het lid Bromet c.s. – of woningcorporaties nog andere belemmeringen ervaren bij het innemen van grondposities, om vervolgens te kunnen inschatten of deze belemmeringen kunnen worden weggenomen zonder dat daarbij onaanvaardbare risico’s ontstaan. In dit onderzoek heb ik op uw verzoek ook het onderwerp ‘sociale grondprijzen’ meegenomen. Hij zal in een aparte brief ingaan op deze resultaten, die uiterlijk in het derde kwartaal van 2024 aan de Tweede Kamer wordt gezonden.Kamerbrief Voortgangsrapportage Modernisering grondbeleid d.d. 3 april 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 34682, nr. 189)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister zegt de Tweede Kamer toe Ontwerp NOVI (eind 2022), definitieve aanscherping NOVI 2023. Daar hoort uitvoeringsprogramma bij waarvan we begin mei aangeven wanneer dat komt, maar dat wil ik eigenlijk dit jaar gereed hebben.Commissiedebat Hoofdlijnendebat met de nieuwe minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de maatregelen in het coalitieakkoord op het terrein van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 27 januari 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 35925 VII, nr. 141)In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd (De ontwerp Nota Ruimte komt in 2024).De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat rentmeesterschap de grondtoon vormt voor de nota Ruimte. Bovendien wordt de manier waarop de dialoog wordt vormgegeven betrokken bij wijze waarop wordt gemonitord en de evaluatie wordt ingericht (T03565).Plenair debat Omgevingswet(voortgangsbrief + conceptbesluit) d.d. 7 maart 2023 (Kamerstuk I 2022/23, nr. 21, item 9)In behandeling. De Eerste Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd.De Tweede Kamer ontvangt eind 2025 een geactualiseerde planning van de renovatie van het Binnenhof (TZ202406-018).Commissiedebat Rijksvastgoed en Renovatie Binnenhof d.d. 29 mei 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 34293, nr. 136)In behandeling. De Tweede Kamer wordt eind 2025 geïnformeerd.De Tweede Kamer ontvangt in het derde kwartaal van 2024 een inschatting van de kosten rondom de parkeergelegenheid bij het Binnenhof, waaronder de fietsparkeergelegenheid (TZ202406-017).Commissiedebat Rijksvastgoed en Renovatie Binnenhof d.d. 29 mei 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 34293, nr. 136)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De Tweede Kamer ontvangt in het derde kwartaal van 2024 een inschatting van de kosten van de renovatie van de Grafelijke Zalen (TZ202406-016).Commissiedebat Rijksvastgoed en Renovatie Binnenhof d.d. 29 mei 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 34293, nr. 136)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister gaat in gesprek met de gemeente Zeewolde over de ontwikkelingen rondom de hyperscale en informeert de Tweede Kamer hierover zodra er nieuws is.Commissiedebat Datacenters d.d. 23 juni 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 26643, nr. 900)In behandeling. In maart 2023 is de minister met de gemeente Zeewolde in gesprek geweest. Inmiddels is het traject van de eventuele komst van een hyperscale datacenter helemaal afgerond; het center komt er niet. De Tweede Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd.De aanbevelingen van het doorlichtingsrapport en de opbrengsten van deze workshop worden benut voor het implementatieplan, dat door het RVB zal worden opgesteld in overleg met de directeur FEZ. Op basis van het implementatieplan en na overleg met de betrokken directeuren, wordt besloten welke inspanningen en/of investeringen noodzakelijk zijn voor de versterking van het functioneren van het RVB. Een jaar na vaststelling van het implementatieplan organiseert BZK/FEZ een tweede workshop met de dezelfde deelnemers ter bespreking van de voortgang van de implementatie. De Tweede Kamer ontvangt hiervan te zijner tijd een verslag.Kamerbrief Aanbieding doorlichtingsrapport agentschap Rijksvastgoedbedrijf 2016 ‒ 2020 d.d. 23 mei 2022 (Kamerstuk II 2021/22, 34357, nr. 3)In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd.145Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementIn opdracht van BZK voert ABF Research een grootschalig onderzoek uit over verhuisketens, en kenmerken van woningen en de leefomgeving die de doorslag geven bij verhuizingen, onder andere van ouderen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen na zomer 2024 met de Kamers gedeeld worden.Kamerbrief voortgang programma Wonen en Zorg voor ouderen d.d. 17 juni 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 127)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer wordt in september 2024 geïnformeerd.Voor de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO) is middels de Voorjaarsbesluitvorming 2024 een bedrag van € 23 miljoen beschikbaar gesteld voor 2024 door de ministeries van BZK en VWS. Voortzetting van de regeling wordt nu uitgewerkt. De Kamers worden hierover in najaar 2024 geïnformeerd.Kamerbrief voortgang programma Wonen en Zorg voor ouderen d.d. 17 juni 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 29389, nr. 127)In behandeling. De Eerste- en Tweede Kamer worden in najaar 2024 geïnformeerd.In het derde kwartaal dit jaar zal de Tweede Kamer geïnformeerd worden over het totaal aan maatregelen rondom splitsen.Kamerbrief Nota naar aanleiding van het nader verslag Wet betaalbare huur d.d. 14 juni 2024 (Kamerstuk I 2023/24, 36496, nr. I)In behandeling. De Eerste Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister is van mening dat onzelfstandige eenheden moeten worden gerealiseerd en behouden. Dit vanuit het welzijnsoogpunt van welzijn van studenten, en bovendien ook omdat onzelfstandige eenheden gemiddeld 21% goedkoper te realiseren zijn dan studio’s. Met de studentenhuisvesters onderzoekt de minister op welke wijze nieuwe onzelfstandige eenheden te realiseren. Daarover stuurt hij binnenkort een brief aan de Tweede Kamer.Kamerbrief Beantwoording Kamervragen van het lid Paternotte (D66) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Financiën over ombouwen onzelfstandige studentenkamers kenmerk 2024Z06791 d.d. 10 juni 2024 (Aanhangsel Handeling II 2023/24, nr. 1945)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister werkt aan een bredere verkenning van woningdelen. Op dit moment wordt in beeld gebracht onder andere wat de potentie van woningdelen is. In het derde kwartaal van dit jaar 2024 verwacht de minister een beeld te hebben en zal dit met de Tweede Kamer delen.Kamerbrief Kamervragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) over het artikel «Veel woningen met (te) weinig bewoners: corporaties willen vaker huizen delen» met kenmerk 2024Z06790 d.d. 31 mei 2024 (Aanhangsel Handeling II 2023/24, nr. 1886)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister informeert de Tweede Kamer over de vraag of de 0,6% bijdrage bij de NHG-garantie wellicht minder kan (TZ202404-183).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.In de evaluatie van de leennormen besteedt de minister aandacht aan de positie van de alleenverdiener (TZ202404-182).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister informeert de Tweede Kamer eind 2024 over het fonds aangaande wooncoöperaties (TZ202404-181).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)In behandeling. De Tweede Kamer wordt eind 2024 geïnformeerd.De minister stuurt voor het einde van het jaar 2024 een evaluatie naar de Tweede Kamer over leegstand. Het Vlaamse model wordt hierin opgenomen (TZ202404-177).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2024 geïnformeerd.De minister informeert de Tweede Kamer over twee jaar over de resultaten van de evaluatie van de voortgang, resultaten en mogelijk vervolg van het convenant Ouderen en toekomstbestendig wonen.Kamerbrief Uitkomsten Platform hypotheken 2023 d.d. 17 april 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1174)In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2026 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) en Rietkerk (CDA), toe dat na drie jaar de beperking tot eerste verkoop en de beperking door de betaalbaarheidsgrens worden geëvalueerd (T03804).Plenair debat Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36190) d.d. 5 december 2023 (Handeling 2023/24, nr. 10, item 8)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 juli 2027 geïnformeerd.De staatssecretaris zegt toe (eind 2024) de tweede jaarlijkse voortgangsrapportage beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor Caribisch Nederland naar de Tweede Kamer te sturen.Kamerbrief Voortgangsrapportage Beleidsagenda VRO/CN d.d. 15 januari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 36410 VII, nr. 86)In behandeling. De Tweede Kamer wordt eind 2024 geïnformeerd.Op basis van onder andere de Woonbase, maar ook gemeentelijke informatie en andere bronnen wordt met verschillende belangrijke partijen gewerkt aan een monitor Wonen en zorg voor ouderen. Een integraal en landsdekkend databron voor de verschillende monitoringswensen bestaat niet. Verschillende databronnen zullen aan elkaar gekoppeld moeten worden om een zo’n concreet mogelijk beeld op ouderenhuisvesting te krijgen. Het streven is om in het eerste kwartaal van 2024 een eerste versie gereed te hebben, waarover de minister de Kamers zal informeren.Kamerbrief Tweede Kamer Voortgang programma Wonen en zorg voor ouderen d.d. 27 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 29389, nr. 119)In behandeling. De Tweede helft wordt voor einde jaar 2024 geïnformeerd.146Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementDe minister stuurt (Q4) volgend jaar een evaluatie van de Leegstandwet naar de Tweede Kamer. De resultaten van Vlaanderen worden daarin meegenomen. Dat is een toezegging aan de heer Grinwis (TZ202310-003).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 volkshuisvesting (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in vierde kwartaal 2024 geïnformeerd.Op basis van de uitkomsten van de evaluatie van het Verbeterplan op de transparantie in het koopproces en of deze vorm van zelfregulering door de markt voldoende werkt wordt de Kamer medio 2024 geïnformeerd over eventuele aanvullende maatregelen die genomen kunnen worden om het koopproces transparanter en eerlijker te maken.Kamerbrief Uitwerking Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen en Koopproces (Kamerstuk 32847-1097) d.d. 19 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in september 2024 geïnformeerd.De minister zegt toe de Tweede Kamer voor het einde van 2023 te informeren over de voortgang van het traject om gezamenlijk te komen tot minimale eisen voor het biedlogboek.Kamerbrief Uitwerking Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen en Koopproces d.d. 19 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1097)In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2024 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken komt aan het einde van het tweede kwartaal van volgend jaar 2024  met een brief aan de Tweede Kamer waarin opties zijn uitgewerkt over hoe om te gaan met corporaties die in het rood gaan (TZ202309-067).Notaoverleg Nijboer: Prettig wonen voor iedereen (TK 35286) d.d. 11 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 14)In behandeling. De Tweede Kamer wordt eind oktober 2024 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken komt volgend jaar 2024 met een evaluatie over de differentiatie overdrachtsbelasting (TZ202309-065).Notaoverleg Nijboer: Prettig wonen voor iedereen (TK 35286) d.d. 11 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 35286, nr. 14)In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Janssen (SP) en Nicolaï (PvdD), toe dat in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Woningbouw en Grond (IBO) - dat uiterlijk eind juni 2024 zal verschijnen - aandacht zal worden besteed aan de planbatenheffing. Tevens zal aan de orde zijn de evaluatie van de gebruikmaking van de Leegstandswet waarbij de leegstandsboete naar Vlaams model zal worden betrokken (T03908).Plenair debat Wonen en Bouwen in Nederland d.d. 23 april 2024 (Handeling II 2023/24, nr. 30, item 10)In behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kemperman (BBB) en het lid Van Hattem (PVV), toe dat hij in een brief aan de Kamer over de aanpak van vakantieparken een onderzoek zal toevoegen naar het potentieel van permanent gebruikmaken van vakantiewoningen en recreatievaartuigen (T03907).Plenair debat Wonen en Bouwen in Nederland d.d. 23 april 2024 (Handeling II 2023/24, nr. 30, item 10)In behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD), toe dat hij nog voor de zomer van 2024 in een brief aan de Kamer over het Nationaal Transformatieplan zal ingaan op de analyse van het Platform Woonopgave en woningsplitsing (T03906).Plenair debat Wonen en Bouwen in Nederland d.d. 23 april 2024 (Handeling II 2023/24, nr. 30, item 10)In behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat hij in de jaarlijkse voortgangsrapportage op het gebied van bouwen, wonen en verduurzamen (Staat van de Volkshuisvesting) de laatste stand van zaken van de harde plancapaciteit per provincie zal weergeven en dat een afschrift van deze rapportage aan de Eerste Kamer zal worden toegezonden (T03905).Plenair debat Wonen en Bouwen in Nederland d.d. 23 april 2024 (Handeling II 2023/24, nr. 30, item 10)In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor 1 januari 2025 geïnformeerd.De minister gaat met gemeenten in gesprek om te verkennen in hoeverre het voorkeursrecht in de praktijk wel toepasbaar is bij vakantieparken. Ook gaat hij onderzoeken of de inzetbaarheid van het voorkeursrecht verbreed kan worden naar gevallen dat geen sprake is van een functiewijziging of moderniseringslocatie. Bij dit onderzoek betrekt hij ook de mogelijkheid van een opkoopfonds. De minister verwacht deze resultaten in het najaar 2024 met de Tweede Kamer te kunnen delen.Kamerbrief Vervolgaanpak vakantieparken d.d. 8 mei 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1176)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De minister stuurt omstreeks de zomer een brief aan de Tweede Kamer over de doorbouwfaciliteit (TZ202404-180).Commissiedebat Voortzetting commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 21 maart 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1201)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.In het tweede kwartaal 2024 komt de minister met een update aan de Tweede Kamer ten aanzien van Kronenburg (TZ202402-114).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 31 januari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1157)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.147Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 OmschrijvingToegezegd inVoortgangsinformatie ParlementBinnen enkele weken informeert de minister de Tweede Kamer over de uitwerking van de doorbouwgarantie (TZ202402-113).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 31 januari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1157)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in najaar 2024 geïnformeerd.De komende periode zullen gemaakte afspraken verder worden uitgewerkt om te komen tot een concreet plan voor ontwikkeling van een deel van het gebied van Kronenburg. De minister streeft ernaar de Tweede Kamer medio 2024 te informeren.Kamerbrief Voortgang ontwikkeling Kronenburg d.d. 16 januari 2024 (Kamerstuk II 2023/24, Kamerstuk 32847, nr. 1133)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister stuurt eind oktober een brief aan de Tweede Kamer over hoe architecten beter kunnen worden betrokken bij het woonbeleid (TZ202310-009).Commissiedebat Staat van de volkshuisvesting d.d. 27 september 2023 (Kamerstuk II 2023/24, 32847, nr. 1104)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister zegt toe - voor zomer 2023 - de Tweede Kamer te informeren wat te doen om de locaties te gaan realiseren. Dit bij en over de voortgang hoeveel al buitenstedelijk wordt gebouwd.Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 9 februari 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1013)In behandeling. De Tweede Kamer wordt  in najaar 2024 geïnformeerd.De minister zegt de Tweede Kamer toe - voor zomer 2023 - met een reactie te komen op verzoek van het lid Pouw-Verweij voor certificering op afbouwgaranties voor fabrieksmatig bouwen.Commissiedebat Woningbouwopgave en koopsector d.d. 9 februari 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 32847, nr. 1013)In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2024 geïnformeerd.De minister zegt de Tweede Kamer toe dat na ommekomst van het sluiten van de Woondeals in het eerste of tweede kwartaal van 2023 terug te komen op hoeveel eengezinswoningen er worden gebouwd.Wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Wonen en Ruimte d.d. 14 november 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 36200 VII, nr. 117)In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor in najaar 2024 geïnformeerd.148Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijlage 5: SubsidieoverzichtTabel 53 Subsidies (bedragen x € 1.000)Art.Naam subsidie(regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieJaartal van volgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling).ToelichtingWoningmarkt1.1Bevordering eigen Woningbezit (BEW) 2.9719.7005.60050000020281.1Overige subsidies woningmarkt10.2433.6947453435965953.116202620271.1NIBUD138120120120101010202620271.1Woonbond1.6732.3342.3412.0711.1001.1001.100202620271.1Experimenten, kennisontw. en kennisoverdracht2.2032.0241.8221.8042.5202.520202620271.1Ouderenhuisvesting10.03220.0769.48925.1041.5002.300Monitor ouderenhuisvesting 2022 | Rapport | Rijksoverheid.nl20241-1-20271.1Stimuleringsmiddelen wooncoorporaties1764438.780regeling is in de maak1.1Betaalbare Koopwoningen Starters70.000202820441.1Leefbaarheid en Veiligheid1.3841.2091.3641084‒120252025incidenteelWoningbouw1.2Woningbouw6502.70145Beleidsdoorlichting artikel 3 woningmarkt 2015-2021 (officielebekendmakingen.nl)20272024incidenteel1.2Opschalen Woningbouw25.00025.00025.00025.00025.000regeling is in de maakEnergietransitie en Duurzaamheid2.1Energiebesparing Koopsector11.81517.55022.10020.00038.30035.00040.000Evaluatie Subsidieregeling energiebesparing eigen huis | Rapport | Rijksoverheid.nl202620282.1Beleidsprogramma EGO16.89114.3469.5235.3983.9467.7987.852202620282.1Regionale energiestrategleën5.7771.5003.852Monitor RES 2023. Een voortgangsanalyse van de Regionale Energie Strategieën (pbl.nl)https://open.overheid.nl/documenten/4c3de0f7-15e3-40ac-8862-db640893c18c/file202420272.1Gasvrije wijken2.8228.41010.0304.0503.200Evaluatie Programma Aardgasvrije Wijken | Rapport | Rijksoverheid.nl20232.1Coalitie en campagne energiebesparen3.3571.8211.6361.3401.05977877820262028149Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Art.Naam subsidie(regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieJaartal van volgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling).Toelichting2.1Subsidie renovatieversneller2.83923.19830.70022.5137.0006.600202620282.1SPOR1.0002.5903.5604.2502.400202720272.1Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)9.32212.80030.00022.00039.50029.5005.000202520282.1Warmtefonds155.39093.000112.300112.300138.300112.300112.300Evaluatie PWC in 2021/ Beleidsdoorlichting artikel 4.1 BZK202520292.1Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen2.2577.67017.20320.52145.39641.09117.761202720292.1Kennis- en innovatieprog. bouwprod. stikstof6.5903.7003.0002.000‒120262026incidenteel2.1Doehetzelfers22726.227980980980980‒120262029incidenteel2.1Verduurzaming MaVa131.801305.551284.109277.228235.771217.072192.574202620292.1DUMAVA portefeuillesubsidie074.77074.590111.47974.52973.73620282029regeling is in de maak2.1DUMAVA Algemeen2.03312.31213.52714.20214.20211.067202620292.1Energielabel MaVa2.0633.0833.083202620262.1DUMAVA scholen047.000202620292.1DUMAVA Programmatische aanpak7.3859.95310.82810.77820272029regeling is in de maak2.1Werklandschappen1.9254.0226.7586.9896.442Monitoring en evaluatie - Werklandschappen van de Toekomst (ivn.nl)202620272.1Toekomstbestendige leefomgeving2.42623.62420.2194.8900Monitoring en evaluatie | Gids Gezonde Leefomgeving202620262.1Ontzorgen Vereniging van Eigenaren1.3736.2587.2595.7305.3033.072202820292.1Biobased bouwmaterialen1.8002023incidenteel2.1STEP1.00620232.1Innovatie20720232.1Partijen energieakkoord93720232.1Verduurzaming scholen5020232.1Diverse fondsen49.9102025incidenteelBouwregelgeving en bouwkwaliteit2.2Bouwkwaliteit-S5.1723.2332.8442.2602.2552.2552.2802022202620282.2NEN3.0661.550202420252.2SBK2.8673.8661.341202420252.2Biobased bouwmaterialen8.95813.21210.7381.10120262027incidenteelRuimtelijke ordening3.1Subsidies AAARO 2017-20206797432024incidenteel150Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Art.Naam subsidie(regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieJaartal van volgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling).Toelichting3.1Geonovum540581581581474474474Evaluatie subsidieregeling Geonovum | Rapport | Rijksoverheid.nl202620263.1Ruimtelijke Ontwikkeling diversen24421030030030030030020242025incidenteel3.1BRO subsidies1420252025incidenteel3.1BRO Beheer202023incidenteel3.1DMI Digital Twins10020242025incidenteel3.1VNG1.17520252025incidenteelOmgevingswet3.2Eenvoudig Beter1.0395.7611.19028510420252025incidenteelRegio3.3Regio Deals010031-12-202431-12-2024incidenteelTotaal Subsidies400.309660.906802.502654.803726.320565.635485.4781deze subsidie wordt jaarlijks via verantwoording geëvalueerd151Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie AgendaVRO ontwikkelt en voert beleid langs twee inhoudelijke richtingwijzers. Deze richtingwijzers vormen de thematische basis van de SEA. In deze bijlage worden deze thema’s nader uitgewerkt en toegelicht aan de hand van een inzichtbehoefte en bijpassende onderzoeksprogrammering per thema.Deze onderzoeksprogrammering biedt een overzicht van de geplande ex ante, ex durante en ex post evaluaties van beleid. Hieronder vallen ook de evaluaties van subsidies, agentschappen en zelfstandige bestuursor­ganen (ZBO). Tevens wordt de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gehele beleid binnen de (sub)thema’s eens in de vier tot zeven jaar onderzocht middels een periodieke rapportage.Tabel 54 Thema meer regie op duurzame woningen voor iedereenSubthemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekBegrotings­artikel(en)WoningmarktAgentschapsdoorlichting2024LopendAgentschapsdoorlichting Dienst van de Huurcommissie1.1Ex post2024LopendEvaluatie subsidie CooplinkEx durante2024LopendMonitor InvesteringsconditiesEx durante2024LopendMonitor aandachtsgroepenEx durante2025Te startenWoonOnderzoekEx post2025Te startenEvaluatie leennormenEx durante2025Te startenMonitor ouderenhuisvestingEx durante2025Te startenMonitor studentenhuisvestingEx post2025Te startenEvaluatie Wet toeristische verhuurEx post2025Te startenEvaluatie differentiatie inkomensgrenzenEx post2025Te startenEvaluatie differentiatie overdrachtsbelastingEx durante2025 en verderTe startenOnderzoek naar gebiedsgerichte aanpak van Leefbaarheid en Veiligheid (Wijkwijzer)Ex post2026Te startenEvaluatie nieuwe HuisvestingswetEx post2027Te startenEvaluatie aanpak woondiscriminatieEx durante2027Te startenWoonOnderzoekEx post2027Te startenEvaluatie wet Goed verhuurderschapEx post2029Te startenEvaluatie KoopstartfondsEx post2029Te startenEvaluatie Wet betaalbare huurEx post2029Te startenEvaluatie Fonds wooncoöperatiesWoningbouwEx durante2024LopendMonitor Woondeals1.3Ex durante2024LopendMonitor WoningbouwimpulsEx post2025Te startenEvaluatie VolkshuisvestingsfondsEx durante2025Te startenMonitor flex- en transformatiewoningenEx durante2025Te startenMonitor financiële en fysieke herplaatsingsgarantieEx anteJaarlijksLopendInzicht in de verwachte ontwikkeling en samenstelling van het aantal Nederlandse huishoudensEx anteJaarlijksLopendInzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal nieuwe woningen in Nederland, de ontwikkeling van woningvoorraad en het woningtekortEx ante2024LopendIBO instrumentarium Woningbouw en GrondEx duranten.n.b.Actualisering en verdiepend onderzoek onrendabele toppen en inzicht in grondprijzenEx duranten.n.b.Evaluatie van anterieure overeenkomsten en exploitatieplannenWoningmarkt en WoningbouwEx duranteJaarlijksLopendStaat van de Volkshuisvesting1.1 en 1.3Periodieke rapportage2028Te startenPeriodieke rapportage Woningmarkt en WoningbouwEnergietransitie en duurzaamheidEx duranteJaarlijksLopendMonitor Regionale energiestrategieën2.1Ex duranteJaarlijksLopendJaarlijkse evaluatie tranche subsidieregeling DUMAVAEx durante2024LopendEvaluatie WarmtefondsEx post2024LopendEvaluatie Programma Aardgasvrije wijken152Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekBegrotings­artikel(en)Ex post2025LopendEvaluatie subsidieregeling verduurzaming en onderhoud huurwoningen (SVOH)Ex post2026Te startenEvaluatie subsidieregeling SEEHEx post2026Te startenEvaluatie subsidieregeling DoeHetZelfersPeriodieke rapportage2026Te startenPeriodieke rapportage Energietransitie gebouwde omgevingBouwregelgeving en bouwkwaliteitEx post2024LopendEvaluatie wettelijk CO-stelsel2.2Ex post2024-2025Te startenOnderzoek handhavingsinstrumentarium Woningwet en Omgevingswet op het gebied van bouwen (evaluatie)Ex durante2024-2026LopendMonitoring Wet kwaliteitsborging voor het bouwenZBO doorlichting2025Te startenZBO doorlichting Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging BouwPeriodieke rapportage2027Te startenPeriodieke rapportage Bouwregelgeving en bouwkwaliteitUitvoering RijksvastgoedbeleidPeriodieke rapportage2026Te startenPeriodieke rapportage Doelmatige Rijkshuisvesting4Agentschapsdoorlichting2026Te startenAgentschapsdoorlichting RijksvastgoedbedrijfToelichtingIn de Nationale Woon- en Bouwagenda en onderliggende programma’s voor de volkshuisvesting zijn ambities en maatregelen uitgewerkt voor de komende jaren. Die ambities draaien om het verbeteren van de beschik­baarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van woningen en de leefomgeving.Bij beschikbaarheid gaat het om het verbeteren van het woningaanbod door het realiseren van 981.000 nieuwe woningen tot en met 2030, waarvan twee derde betaalbaar en ook voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen. Daarnaast is het doel om de aansluiting van de woonlasten bij het inkomen te verbeteren wat bijdraagt aan de betaalbaarheid.Bij kwaliteit draait het om het verbeteren van de duurzaamheid, leefbaarheid en veiligheid. Dit omvat het stapsgewijs reduceren van de uitstoot van CO₂ in de gebouwde omgeving tot netto nul in 2050 (duurzame huisvesting die voor iedereen bereikbaar is) en het verbeteren van het perspectief voor kwetsbare wijken. Op alle doelen zijn kernindicatoren opgesteld die ook in de begroting zijn opgenomen. In de Staat van de Volkshuisvesting rapporteren we jaarlijks over de voortgang van het beleid onder op basis van een aantal kernindicatoren.Het fundament om de regie te hernemen is gelegd en ook de kennisbasis is versterkt. Zo zijn er woondeals afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de aantallen te realiseren woningen waardoor meer inzicht is gekomen in de plannen van verschillende regio’s. Daarnaast zijn knelpunten om de woningbouw te versnellen in beeld gebracht. In 2024 is een interdeparte­mentaal beleidsonderzoek Woningbouw en Grond uitgevoerd waarin de knelpunten zijn beschreven en beleidsopties zijn geschetst om hiermee om te gaan. In het IBO wordt geconstateerd dat de monitoring van de woningbouw en plancapaciteit verbetert kan worden. Dit wordt onder andere opgepakt door de ontwikkeling van de Landelijke Monitor voortgang Woningbouw. VRO evalueert daarnaast periodiek de effectiviteit van financiële instrumenten en monitoren of er voldoende voortgang wordt gemaakt in woningbouw ten opzichte van de gemaakte afspraken met medeoverheden om het woningtekort terug te dringen.Verbetering van de beschikbaarheid gaat niet alleen om aantallen woningen, maar het gaat ook om het voorzien in de woonbehoefte van aandachtsgroepen, ouderen en studenten. Voor elke groep is een monitor 153Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 gestart waarmee de omvang van deze groepen, de woonbehoefte en de voortgang van de realisatie van de woningen voor deze specifiek deze groepen inzichtelijk wordt gemaakt. De monitor aandachtsgroepen is in 2024 voor het eerst gepubliceerd. Daarmee krijgen we een steeds beter beeld van de huisvesting van aandachtsgroepen. De komende jaren wordt onderzocht welke aandachtsgroepen toegevoegd kunnen worden en hoe er meer zicht komt op de woonbehoefte van die groepen.Voor veel mensen staat de betaalbaarheid onder druk en met name voor huurders. Voor het programma Betaalbaar wonen zijn indicatieve huurquotes samengesteld. Daarnaast zijn in de Staat van de volkshuis­vesting een aantal maatregelen doorgerekend om het verwachte effect van die maatregelen te bepalen. Pas na het verschijnen van het Woononderzoek kunnen we een inschatting maken daadwerkelijke aandeel huurders voor wie de betaalbaarheid is verbeterd.Met de wet betaalbare huur is een belangrijke wijzigingen gekomen voor huurders met een middeninkomen en beleggers en daarmee kwam de vraag naar boven of het voldoende aantrekkelijk blijft om te investeren in middenhuurwoningen, met name voor de nieuwbouw. Daarom wordt een monitor opgezet om de investeringscondities voor institutionele en particuliere investeerders in te volgen. Ook zal periodiek gekeken worden naar de beschikbaarheid van middenhuurwoningen en de wet wordt in 2029 geëvalueerd.Er zijn de afgelopen jaren meer instrumenten aangepast en ingezet om de positie van huurders te versterken, waaronder de Huisvestingswet en de Wet goed verhuurderschap. Er is meer inzicht nodig in het gebruik van lokale instrumenten en de effectiviteit daarvan. De komende jaren staan daarom een aantal evaluatie gepland. Omdat de aanpak discriminatie sterke raakvlakken heeft met de verhuurdervergunning, wordt ook de aanpak discriminatie daarbij meegenomen.Daarnaast is gestart met de inzet van een aantal nieuwe instrumenten waarvan zal moeten blijken wat de precieze bijdrage aan de verschillende opgaves is. Zoals de aanpak woondiscriminatie, het koopstartfonds en het fonds wooncoöperaties. Daarom zijn voor deze instrumenten evaluaties voorzien. In het Programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving (PVGO) is de basis gelegd voor het beleid gericht op het klimaatdoel voor 2030: 55% CO2 reductie in de gebouwde omgeving. Jaarlijks monitoren we via de voortgangsrapportage PVGO of de beleidsvoornemens gerealiseerd zijn en of we qua doelbereik op koers zitten voor het behalen van de klimaatdoelen in 2030.Beleidsevaluaties in het klimaatbeleid vinden vaak ex durante plaats. Tijdige bijsturing is gewenst om het behalen van de klimaatdoelen binnen bereik te houden. Om klimaatbeleid goed te evalueren moet breder gekeken worden dan de departementale begroting. Daarom werkt VRO bij evaluaties van het klimaatbeleid samen met andere klimaatministeries.  VRO neemt deel aan de interdepartementale lerende evaluatie van het klimaatbeleid. De eerste evaluatie is dit jaar afgerond en in de kabinetsreactie die 14 juni 2024 naar de Kamer is gezonden wordt aangekondigd dat de interdepartementale samenwerking op het gebied van de lerende evaluatie de komende jaren wordt voortgezet.154Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Daarbij zal prioriteit worden gegeven aan de evaluatie van normerings­instrumenten en rechtvaardigheid in het klimaatbeleid. Een deel van de klimaatmiddelen op de BZK begroting is overgeheveld uit het Klimaat­fonds. De evaluatie van instrumenten op de begroting is de beleidsverant­woordelijkheid van de vakminister. Maar er is ook een evaluatie van het Klimaatfonds voorzien in 2026. In dat kader wordt onder andere  bezien of verschillende subsidieregelingen in relatie tot warmtenetten gebundeld geëvalueerd kunnen worden.Daarnaast doet de Algemene Rekenkamer een aantal onderzoeken op het gebied van de energietransitie in de gebouwde omgeving.  Deze en andere evaluatie onderzoeken zijn belangrijke input voor de periodieke rapportage energietransitie gebouwde omgeving in 2026.De doelen uit de NWBA kennen een onderlinge spanning en die spanning bleek ook uit de beleidsdoorlichting. Zo is meer zicht nodig op meer in het woonbeleid voor middeninkomens en instrumenten om de betaalbaarheid en de beschikbaarheid te waarborgen. Daarnaast bleek uit de beleidsdoor­lichting dat de evaluaties inhoudelijk verbeterd kunnen worden, maar ook dat een aantal instrumenten nog niet is geëvalueerd. Dit was het geval voor de leennormen. Omdat de leennormen de kansen voor potentiële kopers op de woningmarkt beïnvloeden is hiervoor een evaluatie gestart. De komende jaren zal de SEA worden aangevuld en gekeken zal worden onderzocht hoe de meerwaarde van evaluaties te vergroten.Conform de regeling periodiek evaluatieonderzoek (RPE) dient elke 4 tot 6 jaar een (sub)thema van de SEA geëvalueerd te worden. De eerstvolgende periodieke rapportage Doelmatige Rijkshuisvesting zal daarom in 2026 gepubliceerd worden. De evaluatie zal dan in 2025 gestart moeten worden. Artikel 9 van de VRO begroting is beleidsarm, het artikel is gericht op de uitvoering van enkele taken door het Rijksvastgoedbedrijf, die verantwoord worden in het Kas/Verplichtingenstelsel. Dit is slechts een beperkt deel van de activiteiten van het RVB. De agentschapsdoorlichting vindt ook in 2026 plaats, daarom zal de periodieke rapportage van artikel 9 wederom een beperkte scope kennen.Tabel 55 Thema meer regie op een evenwichtige en duurzame verdeling van ruimteSubthemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekBegro­tingsar­tikel(en)Nationale omgevingsvisie (NOVI)/Nota ruimte (NR)Ex ante2024LopendPBL - analyse Nota Ruimte (provinciale puzzels)3.1Ex ante2024LopendRuimtelijk beleid circulaire economieEx durante2024LopendBurgerperspectieven Nota RuimteEx durante2024LopendJongerenperspectieven Nota RuimteEx ante/ex durante2024LopendPlan - MER Nota ruimteEx post2024LopendPBL c.s. Monitor op effecten Nationale OmgevingsvisieEx durante2024LopendPBL - Advies en Lerende evaluatie Nota ruimteEx durante2024LopendRUG - onderzoek robuuste adaptiviteit in beleidsuitvoering/bestuurlijke arrangementenEx ante2024LopendProvinciale voorstellen voor omgevingsbeleid in nationale samenhang: Reflectie vanuit het PBL» opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)Ex ante2024LopendReflectie CRa op Provinciale Voorstellen Novex. CraEx post2024LopendEvaluatie Nationale omgevingsvisieEx durante2024LopendBeleidsevaluatie Basisregistratie OndergrondEx ante2024 en verderLopendPBL - Planmonitor Nationale Omgevingsvisie155Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekBegro­tingsar­tikel(en)Ex durante2025Te startenBeleidsevaluatie Basisregistratie Grootschalige TopografieEx post2025Te startenVijfjaarlijkse evaluatie KadasterwetZBO doorlichting2026Te startenZBO doorlichting KadasterEx post2026Te startenEvaluatie subsidieregeling Geonovum 2022-2027Periodieke rapportage2027Te startenPeriodieke rapportage NOVI en Nota RuimteOmgevingswetEx ante2024LopendNulmeting financiële monitor Omgevingswet3.2Ex durante2024LopendEvaluatie van de transitiekostenEx durante2024LopendOnderzoeken indicatoren werking OmgevingswetEx durante2025 en verderLopendEerste jaarrapportage monitor stelsel OmgevingswetEx durante2025 en verderLopendReflectie evaluatiecommissie op monitor OmgevingswetEx durante2025-2029Te startenOnderzoek financiën Omgevingswet 2024-2028Ex post2026Te startenEvaluatie beheersoverenkomstPeriodieke rapportage2027Te startenPeriodieke rapportage OmgevingswetEx durante/ex post2028Te startenEvaluatie Omgevingswet door evaluatiecommissieBestuur en regioEx durante2024 en verderLopendMonitor en leertraject Regio Deals3.3ToelichtingWe staan aan de vooravond staan van een grote verbouwing van Nederland. De uitvoering van deze grote verbouwing heeft consequenties voor hoe we onze landschappen, steden en dorpen (her)inrichten. De schaarste aan ruimte in ons land maakt dat het Rijk de regie in het ruimtelijk domein moet hernemen: om te kiezen, om te verdelen en om een eerlijke uitkomst mogelijk te maken in dit verdeelvraagstuk. Een mooier, gezonder, duurzamer, welvarender en aantrekkelijker Nederland is het uitgangspunt - met een goede leefomgevingskwaliteit voor alle inwoners van Nederland.Naast een actualisatie van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is het hiervoor nodig om deze Nota Ruimte de komende jaren een stap verder brengen, de samenwerking met interbestuurlijke partners te organiseren, evenals het organiseren van de uitvoeringskracht en een datagedreven aanpak. VRO heeft hiervoor zowel een coördinerende systeemverant­woordelijk ten aanzien van de actualisatie van de NOVI (Nota Ruimte) en uitvoering van de NOVI (artikelonderdeel 5.1), als een stelselverant­woordelijkheid voor het opstellen, invoeren en doorontwikkelen van de Omgevingswet en de samenhang in het wetgevingsstelsel (artikelon­derdeel 5.2).Met de Monitor NOVI houden we continu de vinger aan de pols van beleid en ontwikkeling in het fysieke domein. Bij de Monitor NOVI gaat het om een tweejaarlijkse effectmonitor door het PBL van ontwikkelingen in de leefomgeving. In 2022 is de eerste vervolgmeting verschenen. De tweede vervolgmeting wordt in het najaar van 2024 door het PBL gepubliceerd en aan de Kamers toegezonden.Ontwikkelingen in het fysieke domein hebben echter vaak een lange doorlooptijd van planvorming naar realisatie. Hierdoor is het meestal niet mogelijk om op basis van feitelijke ontwikkelingen en evaluaties tijdig bij te sturen. Meer regie op de ruimtelijke ordening vraagt, meer nog dan een terugkijkende monitor, om een systeem van vooruit kijken in een vroeg stadium zicht op de ruimtelijke ontwikkelingen en kan daarop geanticipeerd 156Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 worden. Nieuw is dan ook dat door het PBL een zogeheten Planmonitor NOVI is uitgewerkt die vooruitblikt op ontwikkelingen. In de planmonitor brengt het PBL in verschillende scenario’s mogelijke ruimtelijke ontwikke­lingen in beeld, waarbij een relatie wordt gelegd met kwetsbare gebieden met een Rijksbelang. De eerste volwaardige meting vond begin 2023 plaats en zal jaarlijks geactualiseerd worden. In 2024 is de doelmatigheid en doeltreffendheid van de NOVI, mede op basis van bovengenoemde onderzoeken geëvalueerd. De bevindingen van deze evaluatie hebben doorgewerkt in de nieuwe Nota Ruimte. Met ingang van de Nota Ruimte wordt ingezet worden op een systeem van lerend evalueren.Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De nieuwe wet zorgt voor een samen­hangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Bijvoorbeeld door burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. De minister van VRO is verant­woordelijk voor het stelsel van de Omgevingswet (beleid, wetgeving en uitvoering). Om zicht te houden op de werking van de wet en het behalen van de beoogde doelen worden drie monitors onderscheiden: een monitor stelsel Omgevingswet, een monitor financiële evaluatie Omgevingswet medeoverheden en een monitor van de werking van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De monitor van de NOVI wordt tevens gezien als de monitor van de maatschappelijke waarden van de Omgevingswet. De Regiodeals worden gemonitord op het vlak van de governance (leren uit de praktijk van de gebiedsgerichte aanpak) en in relatie tot de brede welvaarts­ontwikkeling (effecten).Het doel van de monitor werking Omgevingswet is om in kaart te brengen hoe decentrale overheden aan de realisatie van de verbeterdoelen werken en in hoeverre dit lukt en de kerninstrumenten de realisatie van de verbeterdoelen ondersteunen. In 2023 is een plan van aanpak voor de deelmonitoring opgesteld. In 2024 is gestart met de uitvoering van deze deelmonitor. De monitor zal jaarlijks rapporteren aan de Kamers.De monitor en financiële evaluatie Omgevingswet medeoverheden biedt overzicht over de transitiekosten van de invoering van de wet. In 2021 is gerapporteerd over de financiële effecten voor bevoegde gezagen in het Integraal Financieel Beeld. In 2023 is het Integraal Financieel Beeld een half jaar voor inwerkintreding geactualiseerd en is een monitormodel ontwikkeld om de structurele effecten te kunnen monitoren. In 2024 is de nulmeting  gestart en zijn de transitiekosten inzichtelijk gemaakt. Integrale financiële motoring zal één en vijf jaar na inwerking treding plaatsvinden. In de daaropvolgende jaren (2025 en 2029) zijn de cijfers bekend. De deelmonitor DSO geeft inzicht in de invoering en werking van het ondersteu­nende digitale stelsel.Op grond van artikel 23.9 van de Omgevingswet stuurt het kabinet binnen vijf jaar na inwerkingtreding een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk naar de Tweede en Eerste Kamer. Voor de stelselherziening Omgevingswet betekent dit dat de verbeterdoelen van de wet centraal staan in de monitoring en evaluatie: Deze evaluatie zal worden uitgevoerd door een onafhankelijke evaluatiecommissie. Deze commissie is ingesteld per 1 januari 2023. Deze evaluatiecommissie zal ook jaarlijks reflecteren op de bevindingen uit de monitor werking Omgevingswet.157Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Naast deze monitoring en evaluatie wordt in 2027 de eerste periodieke rapportage van de Omgevingswet gepubliceerd. De jaarlijkse monitoring­rapportages van VRO over de werking van de Omgevingswet en de reflec-tieverslagen bij deze monitor door de onafhankelijke evaluatiecommissie zullen als input  fungeren voor deze periodieke rapportage. Omgekeerd zullen de uitkomsten van de periodieke rapportage ook betrokken worden bij de evaluatie van de werking van de Omgevingswet door de evaluatie­commissie.De Regiodeals worden gemonitord op het vlak van de governance (leren uit de praktijk van de gebiedsgerichte aanpak) en in relatie tot de brede welvaartsontwikkeling (effecten).158Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch NederlandNaar aanleiding van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijks­relaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuit­gaven aan Caribisch Nederland aanzienlijk uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. Hieronder is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de departementale begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) weergegeven. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken (E) of rijkstaken (R), of er sprake is van incidentele (I) of structurele (S) bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.Tabel 56 Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) (bedragen x € 1.000)Artikel/ instrumentTaak1Bijdrage2realisatieontwerpbegroting 2025202332024320252026202720282029Totaal uitgaven9.25711.33011.03011.20012.55013.30013.300Artikel 1 Woningmarkt9.25711.33011.03011.20012.55013.30013.300Subsidies (regelingen)ES2.8933.4005.1006.0006.9007.9008.900Subsidies (regelingen)EI6.3347.5805.8305.1005.3005.3004.300Bijdrage aan ZBO's/RWT'sEI302500025000Bijdrage aan ZBO's/RWT'sES01001001001001001001R =Rijk, E = eilandelijk2S =Structureel, I = Incidenteel3De standen voor 2023 en 2024 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk VRO, maar onder het begrotingshoofdstuk BZK en worden hier voor de inzichtelijkheid getoond.ToelichtingArtikel 1 WoningmarktSubsidies (regelingen)Aan de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een bijdrage verstrekt voor het verlagen van de huurlasten van huurders bij de woningstichtingen op de eilanden, en het bouwen/renoveren van (extra) sociale huurwoningen (obv Woondeal en Letters of Intent).Aan Bonaire wordt een bijdrage verstrekt ten behoeve van de Bijdrage parti­culiere Verhuur. Aan Saba en Sint Eustatius wordt een bijdrage verstrekt voor het opzetten van een Bijdrage particuliere verhuur.Tevens wordt aan de eilanden een bijdrage verstrekt voor het opzetten en instandhouden van de huurcommissie(s).159Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Bijdrage aan ZBO's/RTW'sAan het CBS wordt een bijdrage verstrekt voor het opzetten van statistieken en het uitvoeren van een woonbehoefteonderzoek. Verder wordt aan het CBS een bijdrage verstrekt voor het jaarlijks actualiseren van statistieken.Bijlage 8: Nationaal Groeifonds projectenDeze bijlage bevat financiële informatie en een beknopte toelichting van de stand van zaken van de NGF-projecten die onder verantwoordelijkheid van VRO vallen.Tabel 57 Overzicht Nationaal Groeifonds (NGF) projecten VRO (bedragen x € 1.000)Totaal toegekend NGF-budget2023202420252026202720282029Totaal uitgaven NGF-projecten93.25611.31730.46729.28313.7347.547454454Subtotaal uitgaven Werklandschappen van de Toekomst25.9501.9254.0226.7586.9896.256002.1 energietransitie en duurzaamheidSubsidies1.9254.0226.7586.9896.2560Opdrachten0000000Bijdragen0000000Subtotaal ontvangsten Werklandschappen van de Toekomst00000000Ontvangsten0000000Ontvangsten0000000Subtotaal uitgaven Toekomstbestendige leefomgeving59.1378.75424.77920.4005.000204002.1 Energietransitie en duurzaamheidSubsidies2.42623.62420.2194.89018600Bijdrage aan medeoverheden6.28797500000Bijdrage aan agentschappen411801811101800Subtotaal ontvangsten Toekomstbestendige leefomgeving00000000Ontvangsten0000000Ontvangsten0000000Subtotaal uitgaven Dutch Metropolitan Innovations8.1696381.6662.1251.7451.0874544543.1 Ruimtelijke ordeningOpdrachten030050150020194194Bijdrage aan ZBO's/RWT's5491.1061.3389856261000Bijdrage aan medeoverheden89260286260260260260Subtotaal ontvangsten Dutch Metropolitan Innovations00000000Ontvangsten0000000Ontvangsten0000000160Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 ToelichtingWerklandschappen van de toekomstHet project Werklandschappen van de Toekomst werkt naar toekomstge­richte, groene en klimaatbestendige bedrijventerreinen. Het programma heeft twee doelen: het bevorderen van gezonde werklocaties als standaard voor werklandschappen en het stimuleren van een hoogwaardige, innovatieve groensector. In 2025 worden de vijf oplossingsrichtingen (business cases, financiering, inzicht in waarde van groen, innovatieve oplossingen & lesmateriaal en versterking van de groensector) verder doorontwikkeld. Daarnaast worden deze oplossingsrichtingen getest via living labs en ambassadeursterreinen in Nederland.Toekomstbestendige leefomgevingHet project Toekomstbestendige Leefomgeving geeft een impuls aan de productiviteit en verduurzaming van de ontwerp-, bouw- en technie­ksector (OBT). Het programma bestaat uit deelprojecten op het gebied van digitalisering, industrialisatie, duurzame kademuren en gevels, nieuwe renovatietechnieken, duurzame woningbouw en biobased bouwen. In 2025 worden verschillende proeftuinen uitgevoerd voor datagedreven beheer en onderhoud, levensduurverlenging en het toekomstbestendig vervangen van bruggen, kademuren en wegverhardingen. In de proeftuinen worden prototypen en proof-of-concepts gevalideerd en nieuwe vormen van ketensamenwerking ontwikkeld. Voor gebouwen zullen circulaire en biobased renovatie- en nieuwbouwconcepten worden doorontwikkeld en industriële productielijnen ontworpen en in de praktijk getest. Verder zal een biobased testfaciliteit in gebruik worden genomen en wordt een digitaal platform opgezet dat het sluiten van kringlopen van bouwproducten en -materialen moet faciliteren. Bij zowel de deelprojecten onder gebouwen als infrastructuur zullen ook standaarden en normen worden opgeleverd die verdere opschaling van de ontwikkelde werkwijzen en technieken mogelijk maken.Dutch Metropolitan Innovations (DMI)Het DMI-ecosysteem is een NGF- ronde twee project (2023-2028). Met het DMI-ecosyteem wordt invulling gegeven aan de grote opgaven in de domeinen van mobiliteit, openbare ruimte en woningbouw gebruik makend van nieuwe instrumenten vanuit de digitale wereld.VRO ontvangt een bijdrage van het Nationaal groeifonds (NGF) voor het project ‘Bouwen aan digitale tweelingen voor Slimme Mobiliteit en Duurzame steden - Digital Twins as a Service (DTAAS)’. In 2025 worden vier usecases opgeleverd door provincie Flevoland en gemeente Almere, waarin gebiedsvraagstukken met een digitale tweeling worden ondersteund. Geonovum ontwikkelt voor het DMI-ecosysteem een referentie architectuur en werkt aan een onderzoeksagenda, zodat dit instrumentarium breed gebruikt kan gaan worden binnen het ecosysteem, maar ook daarbuiten.Bijlage 9: KlimaatfondsIn onderstaand tabel staan alle Klimaatfondsmiddelen die uit het Meerja­renprogramma Klimaatfonds zijn overgeheveld naar de departementale begroting van ministerie van VRO inclusief een toelichting.161Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Tabel 58 Klimaatfondsmiddelen op de begroting van het ministerie van VRO 2025 (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029UitgavenArtikel 2.1KlimaatfondsmaatregelSubsidies91.500237.675481.105388.992423.574391.492365.785Nationaal isolatie programmaDoe-het-zelvers en vouchers022726227980980980980Energiebesparing koopsectorNationaal Isolatie Programma015250160002000278003250037500Verduurzaming maatschappelijk vastgoedMaatschappelijk vastgoed: subsidies0219004345774342113352705316631288155Energie transitie en duurzaamheidEnergie besparende maatregelen17001821163613401059778778WarmtefondsWarmtefonds ophogen8800003530035300353003530035300Biobased bouwenNormering en stimulering biobased bouwen1800000000Maatschappelijk vastgoed fondsMaatschappelijk vastgoed fonds: dotaties00499100000Ontzorgen verenigingen van eigenarenOntzorging en ondersteuning verenigingen van eigenaren0137362587259573053033072Bijdrage aan medeoverheden278.787742.053483.18278114.1979.849515Verduurzaming maatschappelijk vastgoedOndersteuning maatschappelijke vastgoed014.9531.01550014.0119.849515Nationaal isolatie programma (soortenmanagement )Nationaal Isolatie Programma058.0009.43428118600Nationaal isolatie programma (lokale aanpak isolatie )Nationaal Isolatie Programma159.787509.100326.7330000Nationaal isolatie programma (lokale aanpak isolatie )kwetsbare dorpen en wijken119.000160.000146.0000000Bijdrage aan agentschappen02.3612.6162.8051.9442.3561.827Dienst publiek en communicatieNationaal Isolatie Programma01.1001.8031.7601.7601.7601.760RVO (Uitvoering Energieakkoord)Uitvoering energieakkoord01.2618131.04518459667Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken075031.519134.99378.61047.53050.528Verduurzaming maatschappelijk vastgoedDuurzaam rijksvastgoed0025.339129.07373.69042.61045.608EGO innovatieNationaal isolatie programma (MMIP)07505.1804.9204.9204.9204.920Uitfaseren van slechte labelsUitfasering slechte energielabels utiliteitsbouw001.0001.000000Artikel 2.2Subsidies08.95813.21210.7381.10100Biobased bouwenNormering en stimulering biobased bouwen08.95813.21210.7381.10100162Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 ToelichtingNationaal IsolatieprgrammaHet doel van het NIP is het isoleren van 2,5 miljoen woningen in 2030 met de nadruk op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G). Het programma bestaat uit 4 actielijnen. Actielijn 1, de lokale aanpak, wordt ingericht als specifieke uitkering voor gemeenten. Actielijn 2, die ziet op huur, is gericht op onder meer prestatieafspraken met corporaties en normering van slecht geïsoleerde woningen. Actielijn 3 richt zich op de nationale aanpak koopwoningen en vve's, middels de ISDE en SEEH. Dit zijn bestaande regelingen die worden geïntensiveerd met klimaatfondsmid­delen. Actielijn 4 betreft een brede inzet op energie besparen met laagdrem­pelige maatregelen, met een verduurzamingscoalitie van maatschappelijke partijen. Daarnaast worden middelen uitgetrokken voor communicatie, contingenten aanpak en natuurinclusief, duurzaam en circulair isoleren.Maatschappelijk vastgoedHet instrumentarium voor maatschappelijk vastgoed richt zich op verschil­lende vormen van ondersteuning. Het doel van de subsidie is om de financiële drempel om te verduurzamen weg te nemen. Daarnaast vindt er dotaties plaats aan bestaande fondsen voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Via deze dotaties wordt een voor maatschap­pelijk vastgoedbeheerders belangrijke oplossing geboden voor de financie-ringsprobleem waarmee zij vaak te maken hebben. De andere maatregel ziet op het oprichten van een programmabureau om via een programmatische aanpak de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed te ondersteunen en te versnellen. De programmatische aanpak is aanvullend op het Ontzor­gingsprogramma Maatschappelijk vastgoed, dat zich met name richt op kleine eigenaren en de n=1 aanpak nog merendeels wordt toegepast. De impact van de programmatische aanpak is groter, doordat er ook daadwer­kelijk geïnvesteerd gaat worden via aanbestedingen, contracten en door uitvoerende partijen.Tot slot is er ook voor de verduurzaming van het rijksvastgoed onder­steuning via een financiële bijdrage, zodat een gedeelte van het vastgoed versneld wordt verduurzaamd.Warmtefonds ophogenMiddelen worden ingezet om de inkomensgrens van het warmtefonds op te hogen en om VvE’s in staat te stellen goedkoper te lenen. Het verlagen van de rente die het Warmtefonds rekent voor haar leningen naar 0% voor burgers met een inkomen tot € 60.000, om daarmee de remmende werking van de gestegen marktrente weg te nemen en een prikkel te geven aan woningeigenaren om te verduurzamen.Uitfasering slecht energielabels utiliteitsbouwEr komt normering voor de utiliteitsbouw. Effectieve normering gaat gepaard met handhaving. Hiervoor zijn middelen nodig voor toezicht­houdersOntzorging en ondersteuning verenigingen van eigenarenHet Rijk heeft een Versnellingsagenda verduurzaming VvE’s om de 1,2 miljoen woningen in Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) in Nederland te verduurzamen. Deze agenda is gericht op: activering van VvE’s, vereen­voudiging besluitvorming in de VvE, ontzorging en aantrekkelijker maken van financiering via het Warmtefonds. In het Warmtefonds wordt voor 163Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 VvE’s de rente op de financiering verlaagd. Deze maatregel vermindert de remmende werking van de gestegen rente, verbetert de businesscase van verduurzaming.Normering en stimulering biobased bouwenHet doel van deze maatregel is om een substantiële markt voor biobased bouwmaterialen te creëren, zodat de bouwsector versneld kan verduur­zamen en boeren een nieuw verdienmodel krijgen als teler van biogrond­stoffen. De focus ligt op de toepassing van biobased bouwmaterialen gemaakt van vezelgewassen als vlas, hennep, stro en olifantsgras uit Nederland. De opschaling van biobased bouwmaterialen is in gang gezet door normering van de milieuprestatie van gebouwen en door een bonus op biobased isolatiemateriaal in subsidieregelingen. Daarnaast moet er een industrie worden opgezet die de vezelgewassen kan omzetten in bouwmaterialen en is er een stimulans nodig voor het aanbod (onder andere via een stelsel van koolstofcertificaten). Tegelijkertijd worden ketens ontwikkeld van boeren, verwerkers en bouwers, zodat vraag en aanbod elkaar kunnen vinden.Bijlage 10: ConversietabelDit betreft de conversietabel tussen de begroting van BZK en de begroting van VRO.164Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2 Tabel 59 Conversietabel van artikelen van min BZK naar min VROBegro­tings­nummersBegro­tings­nummersVerplichting, uitgaven ontvangstArtikelnaamOmschrijving2023202420252026202720282029TotalenVIIVBinnenlandse Zaken en Koninkrijksre­latiesVerplich­tingen7.863.11510.023.61800000XXIIVVolkshuis­vesting en Ruimtelijke OrdeningVerplich­tingen009.765.7149.186.5789.476.1319.284.5689.432.491VIIUBinnenlandse Zaken en Koninkrijksre­latiesUitgave7.710.9469.364.54300000XXIIUVolkshuis­vesting en Ruimtelijke OrdeningUitgave009.387.1169.275.2399.489.6159.293.7189.383.527VIIOBinnenlandse Zaken en Koninkrijksre­latiesOntvangsten947.469921.06800000XXIIOVolkshuis­vesting en Ruimtelijke OrdeningOntvangsten00483.899478.670467.427468.062463.559BeleidsartikelenVII.3VWoningmarktVerplich­tingen6.150.2377.455.15700000XXII.1VWoningmarktVerplich­tingen007.951.6148.167.9888.326.2968.322.0108.484.543VII.3UWoningmarktUitgaven6.202.0317.172.64700000XXII.1UWoningmarktUitgaven007.234.1917.981.1898.271.8568.262.5108.405.943VII.3.1UWoningmarktWoningmarkt4.751.1216.036.11500000XXII.1.1UWoningmarktWoningmarkt006.473.3066.971.9537.174.3857.379.8637.588.187VII.3.1.1UWoningmarktSubsidies (regelingen)28.820109.20100000XXII.1.1.1UWoningmarktSubsidies (regelingen)0060.26131.0265.7264.2256.526VII.3.1.1.11UWoningmarktBevordering eigen woningbezit2.9719.70000000XXII.1.1.1.11UWoningmarktBevordering eigen woningbezit005.600500000VII.3.1.1.14UWoningmarktOuderen­huisvesting10.03220.07600000XXII.1.1.1.12UWoningmarktOuderen­huisvesting009.48925.1041.50002.300VII.3.1.1.16UWoningmarktWoningmarkt14.2578.17200000XXII.1.1.1.15UWoningmarktWoningmarkt005.0284.3384.2264.2254.226VII.1.2.1.17UOpenbaar bestuur en democratieWeerbaar bestuur1.3841.20900000XXII.1.1.1.16UWoningmarktNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid001.3641.084000VII.3.1.1.1UWoningmarktBetaalbare Koopwo­ningen Starters070.00000000XXII.1.1.1.10UWoningmarktBetaalbare Koopwo­ningen Starters0000000VII.3.1.1.13UWoningmarktStimule­ringsmid­delen wooncoöperaties1764400000XXII.1.1.1.14UWoningmarktStimule­ringsmid­delen wooncoöperaties0038.7800000VII.3.1.3UWoningmarktOpdrachten56.45188.70800000XXII.1.1.3UWoningmarktOpdrachten004.8975.1014.0874.0844.086VII.3.1.3.34UWoningmarktWoningmarkt6.2195.50700000XXII.1.1.3.31UWoningmarktWoningmarkt003.8384.0444.0874.0844.086VII.1.2.3.35UOpenbaar bestuur en democratieWeerbaar bestuur2672.05100000XXII.1.1.3.33UWoningmarktNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid001.0591.057000VII.3.1.3.30UWoningmarktWSW risico­voorziening6111.07800000XXII.1.1.3.32UWoningmarktWSW risico­voorziening0000000VII.3.1.3.33UWoningmarktNHG risico­voorziening49.90470.07200000XXII.1.1.3.30UWoningmarktNHG risico­voorziening0000000VII.3.1.5UWoningmarktInkomensoverdrachten4.592.5125.688.82500000XXII.1.1.5UWoningmarktInkomensoverdrachten006.134.0456.823.2907.058.8107.265.1307.470.230VII.3.1.5.95UWoningmarktHuurtoeslag4.592.5125.688.82500000XXII.1.1.5.95UWoningmarktHuurtoeslag006.134.0456.823.2907.058.8107.265.1307.470.230VII.3.1.13UWoningmarktBijdrage aan ZBO's/RWT's3.3773.62100000XXII.1.1.13UWoningmarktBijdrage aan ZBO's/RWT's003.6123.6013.5833.5773.582VII.3.1.13.61UWoningmarktWoningmarkt3.3773.62100000XXII.1.1.13.60UWoningmarktWoningmarkt003.6123.6013.5833.5773.582VII.3.1.14UWoningmarktBijdrage aan medeoverheden53.941115.77100000XXII.1.1.14UWoningmarktBijdrage aan medeoverheden00247.86491.06088.14088.62089.620VII.3.1.14.43UWoningmarktCaribisch Nederland09.10000000XXII.1.1.14.40UWoningmarktCaribisch Nederland0010.90011.10012.20013.20014.200VII.3.1.14.41UWoningmarktGrote gezinnen1.2833.00000000XXII.1.1.14.41UWoningmarktGrote gezinnen004.0003.600000VII.3.1.14.44UWoningmarktOpvang Evacuees01.06300000XXII.1.1.14.42UWoningmarktOpvang Evacuees001.5001.5001.5001.5001.500VII.3.1.14.42UWoningmarktUitvoe­ringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur01.19200000XXII.1.1.14.43UWoningmarktUitvoe­ringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur00133.17974.86074.44073.92073.920VII.1.2.14.40UOpenbaar bestuur en democratieNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid52.658101.41600000XXII.1.1.14.44UWoningmarktNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid0098.2850000VII.3.1.17UWoningmarktBijdrage aan agent­schappen14.94528.51400000XXII.1.1.17UWoningmarktBijdrage aan agent­schappen0021.16816.42312.88513.07612.990VII.3.1.17.70UWoningmarktDienst van de Huurcommissie14.79428.51400000XXII.1.1.17.70UWoningmarktDienst van de Huurcommissie0017.95812.96312.50012.60312.603VII.3.1.17.72UWoningmarktRVO (Uitvoe­ringskosten BEW)0000000XXII.1.1.17.71UWoningmarktRVO (Uitvoe­ringskosten BEW)003.2103.460385473387VII.3.1.17.74UWoningmarktDiverse bijdragen151000000nvt.UWoningmarktDiverse bijdragen0000000VII.3.1.20UWoningmarktBijdrage aan (andere) begro­tings­hoofdstukken1.0751.47500000XXII.1.1.20UWoningmarktBijdrage aan (andere) begro­tings­hoofdstukken001.4591.4521.1541.1511.153VII.3.1.20.20UWoningmarktFinanciën (IXB)035600000XXII.1.1.20.20UWoningmarktFinanciën (IXB)00349346535253VII.3.1.20.21UWoningmarktInfra­structuur en Waterstaat (XII)1.0751.11900000XXII.1.1.20.21UWoningmarktInfra­structuur en Waterstaat (XII)001.1101.1061.1011.0991.100VII.3.3UWoningmarktWoningbouw1.450.9101.136.53200000XXII.1.2UWoningmarktWoningbouw00760.8851.009.2361.097.471882.647817.756VII.3.3.1UWoningmarktSubsidies (regelingen)6502.70100000XXII.1.2.1UWoningmarktSubsidies (regelingen)0025.04525.00025.00025.00025.000VII.3.3.1.10UWoningmarktWoningbouw6502.70100000XXII.1.2.1.12UWoningmarktWoningbouw00450000nvt.UWoningmarktOpschalen Woningbouw0000000XXII.1.2.1.13UWoningmarktOpschalen Woningbouw0025.00025.00025.00025.00025.000VII.3.3.2UWoningmarktGaranties0000000XXII.1.2.2UWoningmarktGaranties00153.0000000VII.3.3.2.97UWoningmarktDoorbouwgarantie0000000XXII.1.2.2.96UWoningmarktDoorbouwgarantie00153.0000000VII.3.3.3UWoningmarktOpdrachten16.29817.69600000XXII.1.2.3UWoningmarktOpdrachten0015.71425.31526.60427.35022.250VII.3.3.3.34UWoningmarktGroot­schalige woning­bouwge­bieden10031800000XXII.1.2.3.30UWoningmarktGroot­schalige woning­bouwge­bieden003189591.05900VII.3.3.3.31UWoningmarktVolks­huisves­tingsfonds4031.36500000XXII.1.2.3.33UWoningmarktVolks­huisves­tingsfonds005956000VII.3.3.3.32UWoningmarktWoningbouw2.3171.70800000XXII.1.2.3.34UWoningmarktWoningbouw003.5372.0001.99500VII.3.3.3.30UWoningmarktWoning­bouwimpuls23112500000XXII.1.2.3.35UWoningmarktWoning­bouwimpuls0000000VII.3.3.3.33UWoningmarktTijdelijke uitvoe­ringsor­ganisatie13.2478.18000000XXII.1.2.3.31UWoningmarktTijdelijke uitvoe­ringsor­ganisatie0000000VII.3.3.3.36UWoningmarktUitvoe­ringskracht woningbouw06.00000000XXII.1.2.3.32UWoningmarktUitvoe­ringskracht woningbouw0011.80022.30023.55027.35022.250VII.3.3.12UWoningmarktStorting/onttrekking begro­tingsre­serve138.100122.28800000XXII.1.2.12UWoningmarktStorting/onttrekking begro­tingsre­serve0000000VII.3.3.12.97UWoningmarktHerplaat­singsga­rantie138.100122.28800000XXII.1.2.12.97UWoningmarktHerplaat­singsga­rantie0000000VII.3.3.13UWoningmarktBijdrage aan ZBO's/RWT's96000000XXII.1.2.13UWoningmarktBijdrage aan ZBO's/RWT's0000000VII.3.3.13.60UWoningmarktCBS96000000XXII.1.2.13.60UWoningmarktCBS0000000VII.3.3.14UWoningmarktBijdrage aan medeoverheden1.168.034911.51800000XXII.1.2.14UWoningmarktBijdrage aan medeoverheden00534.565935.4391.026.944819.100758.700VII.3.3.14.46UWoningmarktGroot­schalige woning­bouwge­bieden399.99861.37100000XXII.1.2.14.42UWoningmarktGroot­schalige woning­bouwge­bieden00274.838340.000440.000188.000100.000VII.3.3.14.50UWoningmarktVersnelling huisvesting10.959131.55200000XXII.1.2.14.48UWoningmarktVersnelling huisvesting0090.88254.74915.44400VII.3.3.14.56UWoningmarktVesti­gings­klimaat0000000XXII.1.2.14.49UWoningmarktVesti­gings­klimaat0068.75078.75040.00025.0000VII.3.3.14.42UWoningmarktVolks­huisves­tingsfonds262.892293.99600000XXII.1.2.14.50UWoningmarktVolks­huisves­tingsfonds004540000VII.3.3.14.40UWoningmarktFlexpools8.45041.85200000XXII.1.2.14.41UWoningmarktFlexpools0000000VII.3.3.14.41UWoningmarktWoning­bouwimpuls105.659305.98400000XXII.1.2.14.52UWoningmarktWoning­bouwimpuls00100.050100.00090.00090.00090.000VII.3.3.14.44UWoningmarktOpvang Evacuees34.92516500000XXII.1.2.14.44UWoningmarktOpvang Evacuees0000000VII.3.3.14.45UWoningmarktWoondeals8.77210.00000000XXII.1.2.14.53UWoningmarktWoondeals0000000VII.3.3.14.51UWoningmarktOverlooplocaties40.32046.52000000XXII.1.2.14.45UWoningmarktOverlooplocaties0000000VII.3.3.14.54UWoningmarktStart-bouwimpuls296.0597800000XXII.1.2.14.46UWoningmarktStart-bouwimpuls0000000VII.3.3.14.55UWoningmarktStuden­tenwo­ningenstartbouwimpuls020.00000000XXII.1.2.14.47UWoningmarktStuden­tenwo­ningenstartbouwimpuls0000000nvt.UWoningmarktRealisa­tiesti­mulans0000000XXII.1.2.14.54UWoningmarktRealisa­tiesti­mulans000361.900441.500516.100568.700VII.3.3.17UWoningmarktBijdrage aan agent­schappen127.73282.32900000XXII.1.2.17UWoningmarktBijdrage aan agent­schappen0032.56123.48218.92311.19711.806VII.3.3.17.73UWoningmarktGroot­schalige Rijksprojecten011.10400000XXII.1.2.17.70UWoningmarktGroot­schalige Rijksprojecten0017.87117.13917.3329.60610.109VII.3.3.17.72UWoningmarktRVB127.60565.90900000XXII.1.2.17.71UWoningmarktRVB009.6004.900000VII.3.3.17.71UWoningmarktRVO1275.31600000XXII.1.2.17.72UWoningmarktRVO005.0901.4431.5911.5911.697VII.3.99.0.0OWoningmarktOntvangsten527.254620.87200000XXII.1.99.0.0OWoningmarktOntvangsten00372.000376.935367.390368.075363.572VII.4VEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitVerplich­tingen1.094.6651.791.40600000XXII.2VEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitVerplich­tingen001.212.738696.930809.316612.071553.117VII.4UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitUitgaven1.017.5851.474.84100000XXII.2UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitUitgaven001.487.050844.903877.240680.721582.753VII.4.1UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitEnergie­transitie en duurzaamheid1.003.7621.452.52600000XXII.2.1UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitEnergie­transitie en duurzaamheid001.444.687806.652852.506658.588573.390VII.4.1.1UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSubsidies (regelingen)357.212529.37700000XXII.2.1.1UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSubsidies (regelingen)00722.728609.613716.360558.381475.898VII.4.1.1.12UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­besparing Koopsector11.81522.05000000XXII.2.1.1.11UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­besparing Koopsector0022.10020.00038.30035.00040.000VII.4.1.1.17UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­transitie en duurzaamheid30.04126.07700000XXII.2.1.1.12UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­transitie en duurzaamheid0021.18910.78812.0578.5768.630VII.4.1.1.14UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitKennis- en innova­tiepro­gramma bouwpro­ductie stikstof6.5903.70000000XXII.2.1.1.13UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitKennis- en innova­tiepro­gramma bouwpro­ductie stikstof003.0002.000000VII.4.1.1.25UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitMaatsch­appelijk vastgoed fonds0000000XXII.2.1.1.14UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitMaatsch­appelijk vastgoed fonds0049.9100000VII.4.1.1.23UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Groeifonds4.35127.64600000XXII.2.1.1.15UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Groeifonds0026.97711.8796.44200VII.4.1.1.11UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Isolatie Programma022700000XXII.2.1.1.16UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Isolatie Programma0026.227980980980980VII.4.1.1.26UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOntzorgen Vereniging van Eigenaren01.37300000XXII.2.1.1.17UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOntzorgen Vereniging van Eigenaren006.2587.2595.7305.3033.072VII.4.1.1.19UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRenova­tiever­sneller2.83924.19800000XXII.2.1.1.18UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRenova­tiever­sneller0033.29026.07311.2509.0000VII.4.1.1.20UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSAH9.32212.80000000XXII.2.1.1.19UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSAH0030.00022.00039.50029.5005.000VII.4.1.1.10UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSubsidie verduur­zaming en onderhoud huurwo­ningen2.2577.67000000XXII.2.1.1.20UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSubsidie verduur­zaming en onderhoud huurwo­ningen0017.20320.52145.39641.09117.761VII.4.1.1.15UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed131.801310.63600000XXII.2.11.21UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed00374.274375.813418.405316.631288.155VII.4.1.1.21UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitWarmtefonds155.39093.00000000XXII.2.1.1.22UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitWarmtefonds00112.300112.300138.300112.300112.300VII.4.1.1.13UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­besparing Huursector1.006000000nvt.UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­besparing Huursector0000000VII.4.1.1.24UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBiobased Bouwen1.800000000XXII.2.1.1.10UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBiobased Bouwen0000000VII.4.1.3UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOpdrachten2.9507.61700000XXII.2.1.3UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOpdrachten004.0681.40003.2003.200VII.4.1.3.32UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­transitie en duurzaamheid2.3614.49900000XXII.2.1.3.30UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­transitie en duurzaamheid002.6001.40003.2003.200VII.4.1.3.30UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Programma Lokale Warmte­transitie5893.11800000XXII.2.1.3.31UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Programma Lokale Warmte­transitie001.4680000VII.4.1.13UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan ZBO's/RWT's1.96733800000XXII.2.1.13UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan ZBO's/RWT's0022684000VII.4.1.13.61UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­transitie en duurzaamheid1.96733800000XXII.2.1.13.60UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEnergie­transitie en duurzaamheid0022684000VII.4.1.14UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan medeoverheden608.024859.54100000XXII.2.1.14UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan medeoverheden00623.33612.80814.1979.849515VII.4.1.14.47UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Programma Lokale Warmte­transitie12.07111.80000000XXII.2.1.14.41UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Programma Lokale Warmte­transitie009.0000000VII.4.1.14.44UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNIP (Lokale aanpak woning­isolatie)361.286722.92200000XXII.2.1.14.42UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNIP (Lokale aanpak woning­isolatie)00472.7330000VII.4.1.14.48UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNIP (Soorten­management)47.06158.00000000XXII.2.1.14.43UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNIP (Soorten­management)009.43428118600VII.4.1.14.49UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Groningen en Noord-Drenthe04.50000000XXII.2.1.14.46UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Groningen en Noord-Drenthe00131.15412.027000VII.4.1.14.46UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed060.06200000XXII.2.1.14.47UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed001.01550014.0119.849515VII.4.1.14.43UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVentilatie in scholen2101.28200000XXII.2.1.14.45UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVentilatie in scholen0000000VII.4.1.14.45UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOnder­steuning aanpak energie­armoede181.109000000XXII.2.1.14.44UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOnder­steuning aanpak energie­armoede0000000VII.4.1.14.50UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Groeifonds6.28797500000XXII.2.1.14.40UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Groeifonds0000000VII.4.1.17UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan agent­schappen33.60954.05800000XXII.2.1.17UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan agent­schappen0062.47130.46021.60025.30427.275VII.4.1.17.70UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitILT (Handhaving Energie­label)8000000XXII.2.1.14.72UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitILT (Handhaving Energie­label)0000000VII.4.1.17.72UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVO (Uitvoering Energie­akkoord)1062.08400000XXII.2.1.17.77UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVO (Uitvoering Energie­akkoord)009.34112.55510.05910.4719.942VII.4.1.17.73UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitDienst Publiek en Commu­nicatie1122.10000000XXII.2.1.17.70UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitDienst Publiek en Commu­nicatie001.8031.7601.7601.7601.760VII.4.1.17.75UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVO (Energie­transitie en duurzaamheid)27.76937.68100000XXII.2.1.17.76UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVO (Energie­transitie en duurzaamheid)0016.67711.0956.9316.8236.823VII.4.1.17.76UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVB3.9299.24000000XXII.2.1.17.75UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVB0020.8505.0502.8506.2508.750VII.4.1.17.77UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed1.6442.95200000XXII.2.1.17.79UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed0013.8000000VII.4.1.17.78UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Groeifonds41100000XXII.2.1.17.74UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitNationaal Groeifonds0000000VII.4.1.20UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan (andere) begro­tings­hoofdstukken01.59500000XXII.2.1.20UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan (andere) begro­tings­hoofdstukken0031.858152.287100.34961.85466.502VII.4.1.20.23UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEGO (innovatie)01.59500000XXII.2.1.20.20UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitEGO (innovatie)005.51920.61425.05917.64419.294VII.4.1.20.25UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitHandhaving energie­label C0000000XXII.2.1.20.21UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitHandhaving energie­label C0001.6001.6001.6001.600VII.4.1.20.26UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitUitfaseren van slechte labels0000000XXII.2.1.20.23UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitUitfaseren van slechte labels001.0001.000000VII.4.1.20.22UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed0000000XXII.2.1.20.24UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitVerduur­zaming Maatsch­appelijk Vastgoed0025.339129.07373.69042.61045.608VII.4.2UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitBouwre­gelgeving en bouwkwaliteit13.82322.31500000XXII.2.1UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitBouwre­gelgeving en bouwkwaliteit0042.36338.25124.73422.1339.363VII.4.2.1UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSubsidies (regelingen)11.10517.60700000XXII.2.1.1UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitSubsidies (regelingen)0017.39712.9983.3562.2552.280VII.4.2.1.10UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBiobased bouwen08.95800000XXII.2.1.1.10UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBiobased bouwen0013.21210.7381.10100VII.4.2.1.11UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBouwre­gelgeving en bouwkwaliteit11.1058.64900000XXII.2.1.1.11UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBouwre­gelgeving en bouwkwaliteit004.1852.2602.2552.2552.280VII.4.2.3UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOpdrachten1.1884.70800000XXII.2.1.3UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOpdrachten008.5488.9375.0753.5754.780VII.4.2.3.31UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBouwre­gelgeving en bouwkwaliteit1.1884.70800000XXII.2.1.3.30UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBouwre­gelgeving en bouwkwaliteit008.5488.9375.0753.5754.780nvt.UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan medeoverheden30000000XXII.2.1.14.40UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan medeoverheden0014.00014.00014.00014.0000nvt.UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitAanpak funde­ringsschade0000000XXII.2.1.3.40UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitAanpak funde­ringsschade0014.00014.00014.00014.0000VII.4.2.13UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan ZBO's/RWT's0000000XXII.2.1.13UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan ZBO's/RWT's0000000VII.4.2.13.61UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOverige bijdragen30000000XXII.2.1.13.60UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitOverige bijdragen0000000VII.4.2.17UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan agent­schappen1.500000000XXII.2.1.17UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitBijdrage aan agent­schappen002.4182.3162.3032.3032.303VII.4.2.17.72UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVB1.500000000XXII.2.1.17.71UEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteitRVB002.4182.3162.3032.3032.303VII.4.99.0.0OEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitOntvangsten23.7422.93800000XXII.2.99.0.0OEnergietransitie gebouwde omgeving en bouwkwa­liteitOntvangsten009191919191VII.5VRuimtelijke ordening en OmgevingswetVerplich­tingen426.651553.262XXII.3VRuimtelijke ordening en OmgevingswetVerplich­tingen409.601111.674128.813128.800122.571VII.5URuimtelijke ordening en OmgevingswetUitgaven299.768493.26200000XXII.3URuimtelijke ordening en OmgevingswetUitgaven00474.114239.161128.813128.800122.571VII.5.1URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijke ordening60.36662.552XXII.3.1URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijke ordening63.28752.34149.92249.81851.178VII.5.1.1URuimtelijke ordening en OmgevingswetSubsidies (regelingen)1.4832.07300000XXII.3.1.1URuimtelijke ordening en OmgevingswetSubsidies (regelingen)002.056881774774774VII.5.1.1.11URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­straties54058100000XXII.3.1.1.10URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­straties00581581474474474VII.5.1.1.13URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijk instru­mentarium (diversen)24421000000XXII.3.1.1.14URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijk instru­mentarium (diversen)00300300300300300VII.5.1.1.10URuimtelijke ordening en OmgevingswetProgramma Ruimtelijk Ontwerp67974300000XXII.3.1.1.13URuimtelijke ordening en OmgevingswetProgramma Ruimtelijk Ontwerp0000000VII.5.1.1.12URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds010000000XXII.3.1.1.12URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds0000000VII.5.1.1.14URuimtelijke ordening en OmgevingswetVNG042500000XXII.3.1.1.15URuimtelijke ordening en OmgevingswetVNG001.1750000VII.5.1.1.15URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­straties Ondergrond201400000XXII.3.1.1.11URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­straties Ondergrond0000000VII.5.1.3URuimtelijke ordening en OmgevingswetOpdrachten6.5579.82600000XXII.3.1.3URuimtelijke ordening en OmgevingswetOpdrachten0013.5448.6058.3028.7247.876VII.5.1.3.31URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­straties Ondergrond8641.37100000XXII.3.1.3.30URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­straties Ondergrond001.8600000VII.5.1.3.32URuimtelijke ordening en OmgevingswetGebieds­ontwik­keling84979800000XXII.3.1.3.31URuimtelijke ordening en OmgevingswetGebieds­ontwik­keling001.2301.0501.0501.0501.050VII.5.1.3.38URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds030000000XXII.3.1.3.33URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds0050150020194194VII.5.1.3.30URuimtelijke ordening en OmgevingswetProgramma Ruimtelijk Ontwerp1.8142.92500000XXII.3.1.3.34URuimtelijke ordening en OmgevingswetProgramma Ruimtelijk Ontwerp004.8112.9612.9612.9612.961VII.5.1.3.35URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijk instru­mentarium (diversen)2.9654.29200000XXII.3.1.3.35URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijk instru­mentarium (diversen)005.1424.0944.0904.6193.671VII.5.1.3.33URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeo-informatie6514000000XXII.3.1.3.32URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeo-informatie0000000VII.5.1.13URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan ZBO's/RWT's40.57737.46000000XXII.3.1.13URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan ZBO's/RWT's0033.76333.17832.91932.39332.261VII.5.1.13.64URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeonovum1.7522.41300000XXII.3.1.13.62URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeonovum002.3932.3932.4932.4932.493VII.5.1.13.60URuimtelijke ordening en OmgevingswetKadaster (Basisre­gistraties)34.71430.02700000XXII.3.1.13.64URuimtelijke ordening en OmgevingswetKadaster (Basisre­gistraties)0030.03229.80029.80029.80029.768VII.5.1.13.66URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds5491.10600000XXII.3.1.13.65URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds001.3389856261000VII.5.1.13.61URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeo-informatie74000000nvt.URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeo-informatie0000000VII.5.1.13.62URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­stratie ondergrond68250800000XXII.3.1.13.60URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­stratie ondergrond0000000VII.5.1.13.63URuimtelijke ordening en OmgevingswetDiverse bijdragen48256600000XXII.3.1.13.61URuimtelijke ordening en OmgevingswetDiverse bijdragen0000000VII.5.1.13.65URuimtelijke ordening en OmgevingswetICTU2.3242.84000000nvt.URuimtelijke ordening en OmgevingswetICTU0000000VII.5.1.14URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan medeoverheden2.4634.13300000XXII.3.1.14URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan medeoverheden008.5944.3412.8412.8415.181VII.5.1.14.42URuimtelijke ordening en OmgevingswetDiverse projecten ruimtelijke kwaliteit0000000XXII.3.1.14.41URuimtelijke ordening en OmgevingswetDiverse projecten ruimtelijke kwaliteit006.8082.5812.5812.5814.921VII.5.1.14.45URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds8926000000XXII.3.1.14.43URuimtelijke ordening en OmgevingswetNationaal Groeifonds00286260260260260VII.5.1.14.47URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijk instru­mentarium (diversen)01.50000000XXII.3.1.14.44URuimtelijke ordening en OmgevingswetRuimtelijk instru­mentarium (diversen)001.5001.500000VII.5.1.14.44URuimtelijke ordening en OmgevingswetGebieds­ontwik­keling2.3742.30000000XXII.3.1.14.42URuimtelijke ordening en OmgevingswetGebieds­ontwik­keling0000000VII.5.1.14.46URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­stratie ondergrond07300000XXII.3.1.14.40URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­stratie ondergrond0000000VII.5.1.15URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan (inter-)nationale organi­saties61000000nvt.URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan (inter-)nationale organi­saties0000000VII.5.1.15.51URuimtelijke ordening en OmgevingswetCollege van Rijksadviseurs0000000nvt.URuimtelijke ordening en OmgevingswetCollege van Rijksadviseurs61000000VII.5.1.17URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan agent­schappen9.2259.06000000XXII.3.1.17URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan agent­schappen005.3305.3365.0865.0865.086nvt.URuimtelijke ordening en OmgevingswetDICTU0000000XXII.3.1.17.71URuimtelijke ordening en OmgevingswetDICTU00250250000VII.5.1.17.74URuimtelijke ordening en OmgevingswetRIVM02600000XXII.3.1.17.72URuimtelijke ordening en OmgevingswetRIVM00126126126126126VII.5.1.17.70URuimtelijke ordening en OmgevingswetRVB3.2053.68700000XXII.3.1.17.73URuimtelijke ordening en OmgevingswetRVB002.4072.4132.4132.4132.413VII.5.1.17.71URuimtelijke ordening en OmgevingswetRWS (leefom­geving)5.9733.94700000XXII.3.1.17.74URuimtelijke ordening en OmgevingswetRWS (leefom­geving)002.5472.5472.5472.5472.547VII.5.1.17.72URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­stratie ondergrond47000000XXII.3.1.17.70URuimtelijke ordening en OmgevingswetBasisregi­stratie ondergrond0000000VII.5.1.17.73URuimtelijke ordening en OmgevingswetUitvoering gebieds­ontwik­keling01.40000000nvt.URuimtelijke ordening en OmgevingswetUitvoering gebieds­ontwik­keling0000000VII.5.2URuimtelijke ordening en OmgevingswetOmgevingswet79.44590.88900000XXII.3.2URuimtelijke ordening en OmgevingswetOmgevingswet0078.25672.08270.58172.48271.393VII.5.2.1URuimtelijke ordening en OmgevingswetSubsidies (regelingen)1.0395.76100000XXII.3.2.1URuimtelijke ordening en OmgevingswetSubsidies (regelingen)001.19028510400VII.5.2.1.10URuimtelijke ordening en OmgevingswetEenvoudig Beter1.0395.76100000XXII.3.2.1.10URuimtelijke ordening en OmgevingswetEenvoudig Beter001.19028510400VII.5.2.3URuimtelijke ordening en OmgevingswetOpdrachten1.3472.06000000XXII.3.2.3URuimtelijke ordening en OmgevingswetOpdrachten004691.3361.5091.650150VII.5.2.3.32URuimtelijke ordening en OmgevingswetAan de Slag1.2431.85300000XXII.3.2.3.30URuimtelijke ordening en OmgevingswetAan de Slag002691.2061.3791.5000VII.5.2.3.33URuimtelijke ordening en OmgevingswetServiceteam Rijk10420700000XXII.3.2.3.31URuimtelijke ordening en OmgevingswetServiceteam Rijk00200130130150150VII.5.2.13URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan ZBO's/RWT's46.99254.00500000XXII.3.2.13URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan ZBO's/RWT's0067.96463.15261.64963.52463.937VII.5.2.13.60URuimtelijke ordening en OmgevingswetKadaster45.47953.80800000XXII.3.2.62URuimtelijke ordening en OmgevingswetKadaster0067.96463.15261.64963.52463.937VII.5.2.3.61URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeonovum926000000XXII.3.2.13.60URuimtelijke ordening en OmgevingswetGeonovum0000000VII.5.2.3.62URuimtelijke ordening en OmgevingswetICTU57919500000XXII.3.2.13.61URuimtelijke ordening en OmgevingswetICTU0000000VII.5.2.3.65URuimtelijke ordening en OmgevingswetServiceteam Rijk8200000XXII.3.2.13.63URuimtelijke ordening en OmgevingswetServiceteam Rijk0000000VII.5.2URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan agent­schappen30.06729.06300000XXII.3.2.17URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan agent­schappen008.6337.3097.3197.3087.306VII.5.2.17.73URuimtelijke ordening en OmgevingswetAan de Slag24.76025.16200000XXII.3.2.17.70URuimtelijke ordening en OmgevingswetAan de Slag005.1404.2024.2124.2014.199VII.5.2.17.70URuimtelijke ordening en OmgevingswetRWS3.9712.46500000XXII.3.2.17.71URuimtelijke ordening en OmgevingswetRWS002.2061.8831.8831.8831.883VII.5.2.17.71URuimtelijke ordening en OmgevingswetServiceteam Rijk1.3361.43600000XXII.3.2.17.72URuimtelijke ordening en OmgevingswetServiceteam Rijk001.2871.2241.2241.2241.224VII.1.1UOpenbaar bestuur en democratieBestuur en regio159.957325.43600000XXII.3.3URuimtelijke ordening en OmgevingswetRegio00332.571114.738000VII.1.1.1UOpenbaar bestuur en democratieSubsidies (regelingen)10000000XXII.3.3.1URuimtelijke ordening en OmgevingswetSubsidies (regelingen)000000VII.1.1.1.15UOpenbaar bestuur en democratieRegiodeals10000000XXII.3.3.1.10URuimtelijke ordening en OmgevingswetRegiodeals000000VII.1.1.3UOpenbaar bestuur en democratieOpdrachten28928700000XXII.3.3.3URuimtelijke ordening en OmgevingswetOpdrachten008380000VII.1.1.3.34UOpenbaar bestuur en democratieRegiodeals28928700000XXII.3.3.3.30URuimtelijke ordening en OmgevingswetRegiodeals008380000VII.1.1.13UOpenbaar bestuur en democratieBijdrage aan ZBO's/RWT's15744900000XXII.3.3.13URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan ZBO's/RWT's001540000VII.1.1.13.62UOpenbaar bestuur en democratieRegiodeals15744900000XXII.3.3.13.60URuimtelijke ordening en OmgevingswetRegiodeals001540000VII.1.1.14UOpenbaar bestuur en democratieBijdrage aan medeoverheden159.511324.60000000XXII.3.3.14URuimtelijke ordening en OmgevingswetBijdrage aan medeoverheden00331.579114.738000VII.1.1.14.45UOpenbaar bestuur en democratieRegiodeals159.511324.60000000XXII.3.3.14.41URuimtelijke ordening en OmgevingswetRegiodeals00331.579114.738000VII.5.99.0.0ORuimtelijke ordening en OmgevingswetOntvangsten153.061167.82600000XXII.3.99.0.0ORuimtelijke ordening en OmgevingswetOntvangsten003.8243.8243.8243.8243.824VII.9VUitvoering Rijksvastgoed­beleidVerplich­tingen159.243184.70800000XXII.4VUitvoering Rijksvastgoed­beleidVerplich­tingen00182.033200.258201.978211.959262.532VII.9UUitvoering Rijksvastgoed­beleidUitgaven159.243184.70800000XXII.4UUitvoering Rijksvastgoed­beleidUitgaven00182.033200.258201.978211.959262.532VII.9.1UUitvoering Rijksvastgoed­beleidDoelmatige Rijkshuis­vesting81.199103.56300000XII.4.1UUitvoering Rijksvastgoed­beleidDoelmatige Rijkshuis­vesting00101.254119.594122.235132.263182.801VII.9.1.17UUitvoering Rijksvastgoed­beleidBijdrage aan Agent­schappen81.199103.56300000XXII.4.1.17UUitvoering Rijksvastgoed­beleidBijdrage aan Agent­schappen00101.254119.594122.235132.263182.801VII.9.1.17.71UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)52.06166.38700000XXII.4.1.17.71UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)0063.54782.99785.86195.942146.443VII.9.1.17.70UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)14.79717.55900000XXII.4.1.17.72UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)0018.52418.49518.44618.42918.441VII.9.1.17.72UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)2.9297.24200000XXII.4.1.17.73UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)007.6747.6627.5357.5287.533VII.9.1.17.73UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor monumenten)3.9664.93200000XXII.4.1.17.74UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor monumenten)004.3713.3163.2993.2733.298VII.9.1.17.74UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor rijkshuis­vesting)7.4467.44300000XXII.4.1.17.75UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor rijkshuis­vesting)007.1387.1247.0947.0917.086VII.9.2UUitvoering Rijksvastgoed­beleidBeheer materiële activa78.04481.14500000XXII.4.2UUitvoering Rijksvastgoed­beleidBeheer materiële activa0080.77980.66479.74379.69679.731VII.9.2.17UUitvoering Rijksvastgoed­beleidBijdrage aan Agent­schappen78.04481.14500000XXII.4.2.17UUitvoering Rijksvastgoed­beleidBijdrage aan Agent­schappen0080.77980.66479.74379.69679.731VII.9.2.17.70UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB14.32916.38000000XXII.4.2.17.70UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB0016.01616.01615.87815.87815.878VII.9.2.17.75UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor compen­satie­gronden en erfpacht­recht)05.00000000XXII.4.2.17.73UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Bijdrage voor compen­satie­gronden en erfpacht­recht)005.0005.0005.0005.0005.000VII.9.2.17.71UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Onderhoud en beheer­kosten)4.6515.09600000XXII.4.2.17.72UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Onderhoud en beheer­kosten)005.3145.2784.6284.6284.628VII.9.2.17.72UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Zakelijke lasten)59.06454.66900000XXII.4.2.17.73UUitvoering Rijksvastgoed­beleidRVB (Zakelijke lasten)0054.44954.37054.23754.19054.225VII.9.99.0.0OUitvoering Rijksvastgoed­beleidOntvangsten243.412129.43200000XXII.4.99.0.0OUitvoering Rijksvastgoed­beleidOntvangsten00107.98497.82096.12296.07296.072165Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 2

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 81e6847e847b0c77

14 okt 2026 · 53e4ec2cacbf7d88

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.