KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 april 2024, over Marktordening & consumentenbescherming

17 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 698bb08015ca1953 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 637BedrijfslevenbeleidNr. 648 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 17 juli 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft op 24 april2024 overleg gevoerd met mevrouw Adriaansens, Minister van Econo-mische Zaken en Klimaat, over:–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 28 juni 2023 inzake Nederlandse consumentenagenda(Kamerstuk 27 879, nr. 90);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 30 augustus 2022 inzake tweede voortgangsrapportagevan de competitive neutrality officer (Kamerstuk 35 925-XIII,nr. 100);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 3 juni 2022 inzake negende periodieke rapportage van deCommissie van Aanbestedingsexperts (Kamerstuk 32 440,nr. 119);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 3 juni 2022 inzake evaluatie stelsel van wijziging Gidsproportionaliteit (Kamerstuk 34 252, nr. 23);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 22 april 2022 inzake bevindingen op het ACM-jaarverslag2021 (Kamerstuk 27 879, nr. 87);–de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 30 juni 2021 inzake voortgang consumente-nagenda: houvast bij voortdurende verandering (Kamerstuk27 879, nr. 85);–de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 29 juni 2021 inzake uitvoering van de gewijzigdemotie van het lid Futselaar over het voorkomen van dubbeleverplichtingen die tot financiële problemen kunnen leiden(Kamerstuk 35 421, nr. 17);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 28 september 2021 inzake CBS-voortgangsrapportage vande competitive neutrality officer (Kamerstuk 35 925-XIII, nr. 6);–de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 28 juni 2021 inzake achtste jaarrapportageCommissie van Aanbestedingsexperts (Kamerstuk 32 440,nr. 118); kst-32637-648ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6481 –de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 25 mei 2021 inzake programma Beter Aanbeste-den, onderzoek inkoopvolume en monitoringsrapportage(Kamerstuk 34 252, nr. 22);–de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 12 februari 2021 inzake kabinetsreactie oprapport Evaluatie van de Autoriteit Consument en Markt(Kamerstuk 25 268, nr. 195);–de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 12 februari 2021 inzake uitwerking van maatrege-len voor verbeterde rechtsbescherming bij aanbesteden(Kamerstuk 34 252, nr. 21);–de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 11 februari 2021 inzake beleid innovatiegerichtinkopen in 2021 (Kamerstuk 33 009, nr. 98);–de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat d.d. 3 december 2020 inzake voortgang van enkeleonderling samenhangende onderwerpen op het terrein vanaanbesteden: de stand van zaken van de uitwerking vanmaatregelen ter versterking van de rechtsbescherming bijaanbesteden en de stand van zaken van het vervolgprogrammaBeter Aanbesteden (Kamerstuk 34 252, nr. 20);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 12 juli 2023 inzake evaluatie ministeriële regeling enbeleidsregel CBS (Kamerstuk 36 200-XIII, nr. 131);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 3 juli 2023 inzake aanbesteden en derde landen (Kamer-stuk 26 485, nr. 426);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 27 november 2023 inzake Ecorysonderzoek naar territori-ale leveringsbeperkingen (Kamerstuk 27 838, nr. 29);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 5 juni 2023 inzake programma Beter Aanbesteden(Kamerstuk 34 252, nr. 24);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 2 oktober 2023 inzake tiende periodieke rapportageCommissie van Aanbestedingsexperts (Kamerstuk 32 440,nr. 120);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 8 november 2023 inzake oplevering onderzoeksrapportProportionaliteit in het Octrooirecht (Kamerstuk 30 635,nr. 11);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 29 februari 2024 inzake verslag over doeltreffendheid vanfunctioneren aangewezen instanties die wettelijke takenuitvoeren op grond van de Metrologiewet (Kamerstuk 33 159,nr. 7);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 23 februari 2024 inzake nieuwe governance NationaalMetrologisch Instituut VSL (Kamerstuk 32 637, nr. 600).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,StofferDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6482 Voorzitter: SnellerGriffier: NavaAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Inge van Dijk, Kisteman, VanMeetelen, Sneller, Thijssen en Zeedijk,en mevrouw Adriaansens, Minister van Economische Zaken en Klimaat.Aanvang 16.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Ik wil graag beginnen met het commissiedebat Marktor-dening & consumentenbescherming. Ik heet de Minister van EconomischeZaken en Klimaat hartelijk welkom. Aan de kant van de Kamer zijnaanwezig: mevrouw Van Meetelen van de PVV-fractie, de heer Thijssenvan GroenLinks-PvdA, mevrouw Zeedijk van Nieuw Sociaal Contract,mevrouw Inge van Dijk van het CDA en de heer Kisteman van de VVD. Ikzal proberen om neutraal voor te zitten en zal daarna namens D66 hetwoord voeren. Ik stel voor, gezien de agenda en de aard van het debat,naar mijn verwachting, de interrupties niet te limiteren. Mocht u daarmisbruik van maken, dan gaan we ook daar marktordening op toepassen.Ik stel voor om te beginnen met spreektijden van vier minuten. Tenzij ernog andere opmerkingen zijn, geef ik graag het woord aan mevrouw VanMeetelen voor haar inbreng namens de PVV.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Laat ik beginnen met zeggen dat dit debat wat vakermoet plaatsvinden, aangezien er een brief uit 2021 op de agenda staat.Dat is misschien een beetje lang geleden. De PVV wil iets naar vorenbrengen wat niet per punt beschreven staat, maar waar we het wel overmoeten hebben, namelijk over de toenemende marktverstoring van dezelfstandige bestuursorganen, de zogenaamde zbo’s. De PVV moetconstateren dat er, ondanks goede bedoelingen om het tegen te gaan, opeen oneigenlijke manier wordt geconcurreerd met private onderne-mingen. Deze zbo’s krijgen miljoenen aan subsidies. Voor hen gelden nietdezelfde fiscale regels als voor private ondernemingen, zoals btw-afdrachten vennootschapsbelasting. Dit geeft per definitie een achterstand aanandere bedrijven, want zij moeten dat allemaal wel betalen en afdragenen zijn daarom gedwongen om hogere prijzen te hanteren. Zbo’s zoudenzich niet op de private markt moeten begeven. Er is dus sprake vanernstige marktverstoring.Voorzitter. De PVV wilt het met u hebben over Staatsbosbeheer. Menprobeert daar al jaren grip op te krijgen. Er zijn verschillende moties vooringediend, waaronder door mijn voorganger Graus. Maar ondanks al dezemoties is er niets veranderd en is de marktverstoring door Staatsbos-beheer alleen maar toegenomen. Staatsbosbeheer heeft inmiddels eenmarktaandeel van 30%. Zij hebben deze positie omdat zij grote stukkenland met veel bos beheren. Tot zover nog geen probleem, zolang zij enkelrondhout verkopen dat voorkomt in hun eigen beheerde gebieden. Zijkopen echter ook hout op van derden. Zij kunnen dit in grote volumestoepassen, waardoor de kosten voor private partijen stijgen en zijgenoodzaakt zijn om voor een hogere prijs hout in te kopen. En dit allesterwijl Staatsbosbeheer inkomsten heeft vanuit overheidssubsidies,waardoor ze zonder ondernemingsrisico of voorfinanciering hout kunnenkopen en hiermee dus zeer concurrerend zijn voor de private markt.Dit heeft er inmiddels toe geleid dat kleinere familiebedrijven genoodzaaktwaren om te stoppen met hun bedrijf. Deze marktverstoring moet nu echtstoppen. Is de Minister van deze situatie op de hoogte? Zo ja, waaromheeft de Minister hier nog steeds geen actie op ondernomen? Zo nee, isde Minister het met de PVV eens dat dit zo snel mogelijk moet wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6483 aangepakt? Is de Minister bereid om een aanscherping van het convenantte maken en de moties eindelijk eens uit te voeren en om te zetten inbeleid?Voorzitter. Dan nog de recente aankondiging van een nieuwe EU-richtlijnright to repair. Deze kan tot grote problemen en zeer marktverstorendeeffecten leiden voor de detailhandel in Nederland. In Nederland hebbenwij geen vastgestelde wettelijke garantieperiode. Die wordt hier gelijkge-steld aan de normale gebruiksduur van een product. Dit leidt nu al vaaktot geschillen. Het is namelijk voor interpretatie vatbaar, waardoorregelmatig de gang naar de geschillencommissie en soms de rechtbankwordt gemaakt. We kunnen vaststellen dat dat nu dus al niet echt eenhandige situatie is, maar als de nieuwe EU-richtlijn geïmplementeerd gaatworden, gaat dat echt problemen opleveren. Die stelt namelijk dat eenproduct te allen tijde het recht op reparatie heeft. Daar zijn de brancheor-ganisaties ook niet op tegen, maar het zou ertoe kunnen leiden datconsumenten tot in het oneindige iets terug kunnen brengen op kostenvan de winkelier, tot volledige restitutie aan toe. Dat kan natuurlijk niet.Alle omringende landen hebben een wettelijk vastgestelde garantiepe-riode van twee jaar. Laten we ervoor zorgen dat wij ook op een wettelijkvastgestelde garantieperiode van twee jaar uitkomen. Dat geeft rust enduidelijkheid aan de consument en een gelijke concurrentiepositie tenopzichte van andere Europese landen. Is de Minister het eens met de PVVdat hier zo snel mogelijk, nog voor de implementatie van de EU-richtlijn,actie op ondernomen moet worden? Is de Minister bereid om hier met debranche over in gesprek te gaan om te komen tot een duidelijke wettelijkvastgestelde garantieperiode, die wij kunnen vastleggen in de wet?Dank u wel.De voorzitter:Heel netjes binnen de vier minuten. Er is nog één interruptie van de heerThijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank voor uw bijdrage, mevrouw Van Meetelen. Dit debat gaat natuurlijkook over consumentenbescherming. Er was deze week een bericht overeen nieuw woord, «beknibbelinflatie» of «beknibbelflatie». Dat gaat eroverdat supermarkten steeds minder goede ingrediënten in hun productenstoppen, waardoor consumenten eigenlijk wel hetzelfde betalen, maarsteeds minder waar krijgen voor hun geld. Ik ben benieuwd hoe de PVVdaarnaar kijkt en of zij het eens is met GroenLinks-PvdA dat we dezeMinister erop moeten bevragen dat consumenten tegen dit soortpraktijken beschermd zouden moeten worden.Mevrouw Van Meetelen (PVV):In dit geval – dat zal niet vaak gebeuren – ga ik daar zeker in mee metGroenLinks. We moeten hier zeker over spreken, want dit kan niet.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou, dat is fijn. Dan gaan we horen van de Minister wat ze daarvan vindt.Ik heb nog een andere vraag over dat right to repair, want ik vraag me afhoe de PVV staat tegenover het principe dat we het right to repair willeninvoeren, zodat consumenten niet gedwongen worden om bijvoorbeeldeen nieuwe telefoon te kopen of nieuwe spullen te kopen, maar zodat zein principe voor minder geld hun spullen gewoon langer kunnengebruiken. Is de PVV daarvoor? Hoe kijkt de PVV daartegenaan?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Daar is de PVV eigenlijk wel voor. Daar zijn we ook niet per definitie optegen. Daar zijn de brancheorganisaties ook niet op tegen. Alleen, hetmoet wel goed geregeld gaan worden, want op deze manier gaat het veelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6484 te kostbaar worden voor de winkeliers. Internationaal gezien wordt deleveringstijd ... De leveranciers houden die twee jaar aan. Wat er nu heelvaak gebeurt als een consument terugkomt met een probleem, is dat dewinkelier, de retailer, dat bedrag alvast maar op zich neemt, om er maarvanaf te zijn en om de relatie met de leverancier goed te houden. Datgebeurt nu al. Vaak wordt toch de gang naar een geschillencommissie ende rechtbank gemaakt. Als we dit right to repair gaan implementeren –afgelopen maandag is het op de agenda gezet voor de plenaire behan-deling in de Europese Raad – dan houdt dat dus in dat dit oneindig kandoorgaan en tot oneindig veel kosten kan leiden. Wat ze vragen, is eenwettelijk kader, het liefst voor twee jaar, net zoals de ons omringendelanden, en dat ze daarna kosten kunnen berekenen, maar dat het gewooneen gelijk speelveld wordt voor alle winkeliers. En dat is ook duidelijkheidnaar de consument toe.De voorzitter:Dat is voldoende voor de heer Thijssen. Ik zie geen andere vragen. Dangeef ik graag het woord aan de heer Thijssen voor zijn inbreng namens deGroenLinks-PvdA-fractie.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik zei het al: we hebben een nieuw woord, «beknib-belflatie», na krimpflatie, graaiflatie en gewone inflatie. Oftewel, we ziendat steeds meer van het geld dat we met z’n allen verdienen, terechtkomtbij aandeelhouders en bij ultrarijken. De Quote 500 heeft vorig jaar weer11 miljard kunnen bijschrijven bij hun vermogen. Het is daarom ook nietzo gek dat we steeds meer mensen in de problemen zien komen. Recentzagen we ook dat een op de drie Nederlanders niet kan rondkomen,omdat van al het geld dat we verdienen steeds meer terechtkomt bij deultrarijken en bij de aandeelhouders. De Minister vindt ook – dat weet iknog van het vorige debat – dat de samenleving moet meeprofiteren vanonze goed draaiende economie, maar in het vorige debat kwam ze nietheel veel verder dan «als de economie groeit, profiteert iedereendaarvan», terwijl toch keer op keer is aangetoond dat die trickledowneco-nomie niet werkt. Daarom wil ik dus vragen, met die beknibbelflatie maarook gewoon in het algemeen: hoe moeten we nou onze markt ordenen enhoe moeten we nou onze consumenten beschermen zodat we zorgen datmensen meeprofiteren van die goed draaiende economie?Daar heb ik nog een paar vervolgvragen over, want we hebben deafgelopen jaren gezien dat er hoge prijzen zijn aan de pomp maar datondertussen wel de olieprijzen dalen, dat de rentes van een spaarrekeninglaag blijven terwijl de winsten van banken torenhoog zijn, dat super-markten hoge winsten boeken maar dus beknibbelen op ingrediënten ofdat verpakkingen krimpen terwijl de prijzen gelijk blijven. Maar we zienbijvoorbeeld ook dat supermarkten winsten boeken, maar dat duizendenboeren gewoon te weinig krijgen en onder de armoedegrens leven. Mijnvraag is: hoe gaat de Minister consumenten, maar dus ook boeren,beschermen tegen die marktmacht die in een sector bij een paar grotepartijen ligt? Want dat is wel de analyse van GroenLinks-PvdA: de oorzaakhiervan is dat de concurrentie in dit soort sectoren onvoldoende werkt. Erzijn te weinig spelers, die een te groot deel van de markt in handenhebben. De consument betaalt de rekening en de aandeelhouder wordtslapend rijk. We zien dit nu bij de oliesector, bij de bankensector, bij desupermarkten. Mijn vraag aan de Minister is: in welke sectoren is dieconcurrentie nog meer onvoldoende? Misschien de elektriciteitssectormet die hoge energierekeningen? Misschien bij de big tech? Misschien bijkabelbedrijven? Bij warmtebedrijven? Bij welke andere sectoren ziet deMinister dat het risico hierop erg groot is?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6485 Dan laat u een natuurlijke pauze vallen voor de interruptie van de heerKisteman.De heer Kisteman (VVD):Ik wachtte het heel even af, maar de heer Thijssen rammelt weer door metzijn standaardverhaal over de ultrarijken enzovoorts. We kunnen het bijnadromen. Beknibbelflatie, weer een prachtig woord. Denkt u niet dat alsbedrijven dit niet zouden doen, producten juist veel duurder zoudenworden? Denkt u niet dat omdat zij nu zuinig omgaan met grondstoffen ofandere grondstoffen gebruiken, dat er juist voor zorgt dat productenbetaalbaar blijven voor consumenten?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou ja, om mijn betoog over ultrarijken nu zomaar af te doen. Ik zou hetfijn vinden als de VVD zich ook zorgen maakt over al het geld dat weverdienen. Laten we dat nou eens eerlijk verdelen in de economie, netzoals deze Minister dat wil. En laten we constateren dat dat nog onvol-doende gebeurt. De statistieken over de vijf rijkste mannen ter wereld zijnhelemaal shocking. Die hebben er in één jaar 400 miljard bij gekregen. Datis toch een economie die niet goed geordend is of niet goed werkt? Devraag gaat natuurlijk over het volgende. Als de concurrentie zou werken,dan zou je zien dat wat terechtkomt bij consumenten gelijke tred houdtmet wat naar aandeelhouders gaat. Maar ook De Nederlandsche Bankheeft bijvoorbeeld geconstateerd dat winsten harder stijgen dan bijvoor-beeld de lonen. Dat is wel een indicatie dat er ruimte zit in die winst-marge, dat óf prijzen naar beneden zouden kunnen of lonen omhoogzouden kunnen. Maar je ziet dat winsten harder stijgen dan bijvoorbeeldde lonen. Precies daar spreek ik deze Minister op aan. Volgens mij moetdaarop ingegrepen worden, omdat we zien dat de concurrentie onvol-doende werkt, waardoor die bedrijven dit zomaar kunnen doen.De heer Kisteman (VVD):Volgens mij is dat niet helemaal het antwoord op mijn vraag. Mijn vraagwas of u het ermee eens bent dat het goed is dat bedrijven dit doen om deproducten betaalbaar te houden. De bedrijven doen ook helemaal niksverkeerds; dit mag gewoon. Je zou kunnen zeggen dat het misschien ietsbeter gecommuniceerd mag worden et cetera, maar ze doen an sich niksverkeerds. Misschien kan meneer Thijssen het nog iets beter toelichten.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Heel graag, want ik wil graag duidelijk zijn. Ik zeg niet dat dit niet mag,maar niet alles wat mag is ook goed. Als bedrijven iets doen om hunwinsten te maximaliseren maar ondertussen de prijzen gelijk te houden,moeten volgens mij de concurrentie, waar de VVD een voorstander van is,en het marktmechanisme, waar de VVD ook een pleitbezorger van is,ervoor zorgen dat de winsten minder worden en de prijzen dalen, delonen stijgen of de inhoud van wat we kopen beter wordt. Het marktme-chanisme werkt hier dus niet, want de winsten stijgen en mensen moetende rekening betalen.De heer Kisteman (VVD):Mag ik nog één keer? Een voorbeeld dat wordt gebruikt is de hoeveelheidkip in kippensoep. Denkt u niet dat er meer dan genoeg marktconcurrentieis? Er zijn tal van aanbieders van kippensoep. De concurrentie op de marktis voldoende. Volgens mij is dat niet het probleem.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vond het voorbeeld van de hoeveelheid hazelnoten in hazelnootpastamooier, maar het maakt niet heel veel uit. Het probleem is dat er eenaantal grote bedrijven in Nederland zijn die bepalen wat er in de super-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6486 markt ligt en voor welke prijs. Dat zijn namelijk de supermarktconcerns. Jeziet dat zij een ongekende marktmacht hebben richting boeren, richtingconsumenten, richting toeleveranciers, waardoor zij meer marge naar zichtoe kunnen trekken dan je op basis van eerlijke concurrentie zouverwachten. Volgens mij gaat het daar mis. Bijvoorbeeld boeren hebbendaar last van, boeren die onder de armoedegrens leven omdat ze wordenuitgeknepen door bijvoorbeeld supermarkten. Ik vraag deze Minister omte kijken hoe we hierop kunnen ingrijpen, zodat boeren een goed inkomenhebben, consumenten een redelijke prijs betalen en de supermarkten eenredelijke winst en geen overwinsten maken.De voorzitter:Dan is er een vraag van mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik wil de heer Thijssen bedanken voor deze goede uiteenzetting. Ik deel deprobleemanalyse wel, maar ik hoor nog niet zo heel veel oplossingen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):De oplossing is dat we de Autoriteit Consument & Markt hebben. Die kijktnaar deze markt en zegt: dit gaat niet goed en daar ga ik op ingrijpen. Bijde mondelinge vragen die ik in januari, februari heb gesteld is ook gezegddat we bijvoorbeeld zien dat als olieprijzen dalen de prijs aan de pompniet navenant mee daalt. Ik heb toen een toezegging gekregen, niet vandeze Minister maar van haar vervanger, Staatssecretaris Vijlbrief: we ziendat de Engelse ACM meer mogelijkheden heeft om in te grijpen op zo’nmarktverstoring. Ik wil heel graag van de Minister horen: gaan we eensgoed kijken waar de marktmacht te veel geconcentreerd is in Nederlanden gaan we de ACM de middelen geven om daarop in te grijpen?Mevrouw Zeedijk (NSC):Met het risico dat we het te veel met elkaar eens gaan worden: u noemdeook dat de lonen omhooggaan. Dat de lonen omhooggaan lijkt me nietzo’n heel goed plan, want dan gaan de kosten voor bedrijven ook weeromhoog en krijgen we een loon-prijsspiraal. Wat vindt de heer Thijssendaarvan?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vind het een uitstekend idee als de lonen omhooggaan, met name vande huishoudens die nu niet rond kunnen komen, een derde van dehuishoudens in Nederland. Het feit dat ze niet rond kunnen komen,betekent dat er geld bij moet zodat zij zonder toeslagen, zonder toeters enbellen een prettig leven kunnen leiden in dit land. We zien dat er werkendearmen zijn in dit land, mensen die 40 uur in de week werken en toch nietrond kunnen komen. Volgens GroenLinks-Partij van de Arbeid moeten delonen wel degelijk omhoog van de juiste groepen mensen en moetbijvoorbeeld de belasting op arbeid naar beneden. Onze doorrekening laatook zien dat de economie dan floreert, dat het best wel goed gaat als jezorgt dat die mensen wat meer geld in hun handen hebben.De voorzitter:De heer Thijssen is helemaal in zijn element, maar we proberen hier weldelen van de portefeuilles te bestrijken. Mevrouw Van Meetelen, endaarna kom ik bij mevrouw Van Dijk.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik deel toch de opmerking van de heer Kisteman dat we het inderdaadweer over de ultrarijken hebben. Volgens mij moeten we het even kleinermaken. Mevrouw Zeedijk zegt net dat ze nog geen oplossingen ziet. Is hetmisschien een oplossing of een idee, meneer Thijssen, dat we bijvoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6487 beeld een verplichting gaan instellen – ik weet niet of die er is – dat hetduidelijk wordt aangegeven als er minder in een product gaat? Ik denk datwe ermee moeten beginnen dat de consument bijvoorbeeld naar een potpindakaas kijkt en ziet: wacht even, er is iets aan de hand; volgens mij zater de vorige keer meer in, of er nou een lager gehalte hazelnoten of weetik veel wat in zit. Laten we gewoon verplichten om dat te duiden.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat zou kunnen, maar ik denk toch aan een andere oplossing. We hebbenin Nederland gezegd: oké, wij willen een markteconomie. We zorgenervoor dat er een markt is waar je je boodschappen kan doen. We zorgenervoor dat die markt goed functioneert, zodat er concurrentie is tussen deverschillende aanbieders en er een prikkel is voor bedrijven om te zorgendat ze goede producten aanbieden voor een lage prijs. We zien nu steedsmeer indicaties dat die markt op een heleboel plekken niet goed genoegwerkt. We zien dat mensen eigenlijk te veel betalen, omdat de winstenhoger zijn dan je op basis van een goedwerkende concurrentie zouverwachten. Ik vind als je als marktmeesters... Deze Minister is demarktmeester en wij moeten gaan controleren. Daar gaat mijn vraag over.Volgens mij functioneert dit niet goed genoeg. Ik wil dat deze Ministeroptreedt als marktmeester om te zorgen dat de concurrentie wel gaatwerken, de winsten redelijk zijn en de prijzen wat naar beneden kunnen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Met het risico wat in herhaling te vallen: als ik «m nu maak, hoef ik «mdadelijk niet in mijn inbreng te maken. Ik heb het inderdaad ook overbeknibbelflatie en over slagroomijs met minder slagroom. Het begintermee dat mensen weten wat ze kopen en niet iets hebben gekocht watachteraf gezien veel minder blijkt, want we hebben het hier inderdaadover bestaanszekerheid. Ik deel de vraag van mevrouw Van Meetelen ofwe niet iets aan de communicatie moeten doen. U heeft er wel zijdelingsop gereageerd, maar zou u er nog een beetje dieper op in willen gaan?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik vind transparantie richting consumenten heel erg belangrijk. Wellichtzou het hier ook heel erg goed kunnen werken. Maar ik denk wel dat erhier een taak is van de marktmeester. We kunnen niet zeggen: dieconsumenten staan in de supermarkt te kiezen tussen tienduizendenproducten en die hebben de tijd om dat allemaal goed te vergelijken enwegen om vervolgens heel economisch hun keuzes te maken. Ik weet niethoe het bij u thuis gaat. Maar als ik aan het einde van de dag nog evenwat boodschappen moet halen, dan haal ik ze, ga ik koken en is dat heteinde van mijn dag. Ik denk echt dat er hier een taak is van de markt-meester om te zorgen dat de concurrentie in orde is en dat bedrijven vooreen goede prijs goede producten aanbieden.De voorzitter:Ik probeer het niet te limiteren, maar dan moet u zich allen wel aan dehalve minuut per interruptie houden.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):U heeft gelijk. Ik wilde heel flauw reageren op hoe ik mijn boodschappendoe, maar dat zal ik dan maar achterwege laten. Dat doen we straks welbij de koffie.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik wil hier nog wel even op reageren. U hoeft misschien niet te kijken watu gaat kopen en ik inmiddels ook niet, maar heel veel mensen moeten datwel. We hebben het over mensen met een kleine beurs. Die kijken echtheel erg goed wat erin zit en voor wat voor prijs. Ik ben het dus absoluutTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6488 niet eens met de stelling dat mensen maar wat doen. Ik weet zeker datheel veel mensen – ik ken ze ook om me heen – zitten te rekenen en kijkenwaar en wat, alle boekjes uitpluizen wat ze waar gaan kopen en vier, vijfsupermarkten langsgaan om de laagste prijs te krijgen. Ik ben het dusabsoluut niet met u eens. Daarom vraag ik het nog een keer. Kunnen weniet gaan kijken naar een betere duiding voor de mensen, meteen op hetmoment dat ze iets gaan kopen?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dan ben ik misschien iets te kort door de bocht gegaan. Een op de driehuishoudens kan niet rondkomen. Dat zijn miljoenen Nederlanders. Diekijken heel erg op prijs. We kunnen daar nu ook iets anders bij doen:hoeveel kip zit er in de kippensoep, hoeveel room zit er in de slagroom enhoeveel hazelnoten zitten er in de hazelnotenpasta? Maar ik denk dat diemensen gewoon gaan voor de prijs. Ik vind dat de marktmeester, dezeMinister, moet zorgen dat de prijs in de supermarkt een zo laag mogelijkeprijs is voor een eerlijk product en niet dat wat deze mensen betalen naaroverwinsten gaat. Ik wil niet de indruk wekken dat mensen maar watdoen. Ik ga ook zo’n supermarkt in, ik kijk ook naar de producten die ik kenen die neem ik mee. We kunnen nog meer informatie geven aan consu-menten en zeggen: ga een nog betere keuze maken. Maar volgens mij zijndie mensen hartstikke hard bezig om een goede keuze te maken, vooralop prijs, en moet deze Minister zorgen dat die prijs zo laag mogelijk is.De voorzitter:Dan komen we nu aan het einde van de bijdrage van de heer Thijssen.Dank u wel... Was hier nog niet alles in vervlochten?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nee, we moeten nog marktordening doen en aanbesteden.De voorzitter:Dan ga ik de timer zetten voor uw laatste deel.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. We hadden het over consumentenbescherming. Op eenpunt neemt de Minister wel actie, namelijk telemarketing en colportage, innavolging van een motie die mijn collega Kröger en de heer Bontenbalhebben ingediend. Het is goed dat hieraan gewerkt wordt. Ik heb wel eenvraag. Waarom neemt de Minister de stelling van haar collega van Justitieen Veiligheid niet over dat goede doelen niet hoeven te vallen onder hetconsumentenrecht? Dat is een hele specifieke vraag die ik heb.Dan het aanbesteden. Daar zijn ook een aantal brieven over. De overheidkoopt jaarlijks voor 80 miljard euro allerlei zaken. Dat is een enormbedrag. We kunnen dat natuurlijk inzetten om de economie aan te jagendie wij willen. Maar als ik kijk naar de regels voor aanbesteden, dan zie ikdaar eigenlijk niks over true pricing, de klimaatdoelen of circulariteits-doelen. Kan aanbesteding niet veel meer in die richting worden ingezet?Ik heb nog een hele specifieke vraag over de handreiking in de tenderkos-tenvergoeding. Waarom is die tenderkostenvergoeding niet opgesteld metde aanbestedende diensten? Wil de Minister daar wellicht nog naarkijken?Dan moet ik even streng zijn over wat ik nog kan zeggen in de laatste 30seconden. Het gaat over marktordening. Hoe ordenen we onze markt? Jeziet nu dat bijvoorbeeld een bedrijf als Umincorp, dat plastic recyclet, hethelaas toch niet redt omdat de markt wordt overspoeld door virgin plastic,bijvoorbeeld omdat er fossiele subsidies zijn. Ik vraag me af of de Ministernu vindt dat de markt voldoende zo geordend is dat wij onze klimaat-doelen en circulariteitsdoelen halen, zodat we die industrie van detoekomst aan het bouwen zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6489 Ik heb ook een vraag over het volgende. Er is een brief over aanbeste-dingsbeleid en over dat we weggeconcurreerd kunnen worden doorstaatssubsidies uit bijvoorbeeld China en de VS. Mijn vraag is hoe deMinister naar de Nederlandse economie kijkt. Zijn er op dit moment opeen aantal plaatsen niet al Chinese en Amerikaanse bedrijven die metbehoorlijk wat staatssteun marktaandeel in Nederland veroveren ten kostevan Nederlandse bedrijven die hard aan de weg timmeren?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Zeedijk van Nieuw SociaalContract.Mevrouw Zeedijk (NSC):Bedankt, voorzitter. Consumentenbescherming, we hebben het er al evenover gehad. Het is ook een heel belangrijk onderwerp, want we zijn tochallemaal consumenten, als je beurs het tenminste toelaat. Want zoals deheer Thijssen al zei: te veel mensen komen aan het eind van de maandgeld tekort en zijn aangewezen op de voedselbank in plaats van desupermarkt, op kleding van vrienden in plaats van een pakketje vanZalando en op twee extra dekentjes op de bank in plaats van een normalebehagelijke temperatuur in huis. De afgelopen jaren zijn de prijzen vanboodschappen, energie en benzine opgelopen als gevolg van deoplopende kosten van bedrijven, maar toch ook niet zelden doortoegenomen marktmacht; we hadden het er net al over. Wij hebben ooknog een aantal extra vragen, vooral over het toezicht door de ACM.Nieuw Sociaal Contract vindt dat je dit probleem moet aanpakken metbeter toezicht. In het eindrapport van de ACM van 2020 kunnen we lezendat de ACM eigenlijk meer gebruik wil gaan maken van een zekereafschrikkende werking. Mijn vraag is dus hoe het zit met dat voornemen.Waarom zien we dat niet terug in de cijfers in de rapporten van deafgelopen jaren? Niet dat die boetes per se omhoog moeten, maar je wilthet toch ergens terugzien als je iets wilt afschrikken.Ik krijg van bedrijven regelmatig de feedback dat men zo blij is met hettoezicht in Nederland ten opzichte van dat in andere landen. De ACM heeftveel kennis, en is ook erg behulpzaam en duidelijk over de regels inNederland. Maar dit soort signalen vind ik toch ook wel een beetje dubbel.Het mag wat ons betreft echt best wat meer schuren. Waarom hebben wegrote thema’s niet teruggezien, zoals – ze zijn al benoemd – krimpflatie,dus minder koekjes in je pakje, beknibbelflatie, minder dure ingrediëntenin je pesto of hazelnootpasta en de blijvend hoge benzineprijzen? Als weop dit moment bijvoorbeeld de btw op boodschappen of energie zoudenverlagen, zijn wij bang dat juist vanwege de marktmacht de kans groot isdat het geld alsnog in de zakken van grote bedrijven verdwijnt, simpelwegomdat zij de macht hebben om de prijzen niet veel later weer te verhogen.Is het daarom mogelijk om toch met aangescherpte sanctiewetgeving tekomen en zeker te stellen dat een belastingvoordeel de consument echtten goede komt?Ik heb nog een tweede onderwerp. Ik wil graag ingaan op de beleidsregelen de ministeriële regeling over het CBS. Als wiskundige heb ik deafgelopen 25 jaar gewerkt in en leidinggegeven aan teams die dataverzamelden, analyseerden en aanleverden aan andere teams. Een dingwas altijd hetzelfde: als je je werk goed doet, doe je in de ogen vanklanten altijd te weinig met data, en er zijn altijd andere teams die hetgraag van je zouden willen overnemen. Data is nou eenmaal vaakimpactvol. Het is steeds meer big business. We moeten de kritiek vanstakeholders om het CBS heen dus toch tot op zekere hoogte maar voorlief nemen. Ik vind dat je het CBS de ruimte moet geven om binnen degrenzen van het budget invulling te geven aan zijn wettelijke taak. Als hetmeerjarenprogramma en de werkprogramma’s ver genoeg vooruitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64810 worden gepubliceerd, zou iedere marktpartij daarop moeten kunnenanticiperen. Daar zijn geen extra regelingen voor nodig. Als de beleids-regel en de ministeriële regeling dan ook nog eens aanleiding geven totmeer juridisch getouwtrek, zou ik zeggen: intrekken. Ik ben benieuwd hoede Minister dat ziet. Wat zouden de nadelen daarvan zijn?De voorzitter:Uitstekend. Dank u wel. Er zijn geen vragen. Dan gaan we naar mevrouwVan Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Tijdens de voorbereiding dacht ik: de Minister zalmisschien wel heel veel naar Europa moeten, want heel veel regelgevingdie in de weg zit of waar onze consumenten indirect last van hebben,komt uit Europa. Daar zit wat ons betreft een zorg. Wat kunnen we relatiefsnel regelen voor onze consumenten en hoe kunnen we dat doen?Ik wil ten eerste ingaan op verkoop aan de deur en via de telefoon. Decollega van PvdA-GroenLinks had het daar ook al over. Wij vinden hetgoed dat er stappen worden gezet om dit aan te pakken, maar de Ministerconstateert zelf ook al dat een Kamermeerderheid nog verder wil gaan, viade motie-Bontenbal/Kröger over een algemeen of sectoraal verbod. DeMinister doet alleen niets met die constatering en verwijst naar Europa.Dat verbaast mij. Er loopt een proces voor wijziging van dee-Privacyrichtlijn. Zij kan dit punt toch gewoon meenemen? Hoe staat hetermee in Europa? Is een meerderheid van de lidstaten voor zo’n verbod?Voor het CDA is het ook belangrijk om oog te houden voor onze goededoelen.Ten tweede: de prijzen in de supermarkt. Er is een onderzoek gedaan naarterritoriale leveringsbeperkingen. Dat zijn dure woorden voor wat gewoonbetekent dat de prijzen in de supermarkten in Nederland onnodig hogerzijn dan in buurlanden. De Minister gaf aan positief te zijn over oplos-singen, zoals een verbod op discrimineren naar vestigingsplaats enetiketten met een QR-code. Graag horen we hoe het staat met deuitvoering van deze oplossingen en hoe consumenten dit gaan merken.We hebben het zojuist al gehad over beknibbelflatie. Wij vinden goedecommunicatie van producenten naar consumenten heel belangrijk, wantzeker als je krap bij kas zit, denken we dat je extra gaat letten op wat er ineen product zit in relatie tot de prijs die je ervoor betaalt.Voorzitter. Dan het aanbestedingsbeleid. Het CDA vindt het onacceptabeldat buurtinitiatieven om bijvoorbeeld een wijk te verduurzamen de nekom wordt gedraaid vanwege de aanbestedingsrompslomp. Wijken enbuurten zijn geen markten van vraag en aanbod, maar gebieden waarmensen samenleven en dingen voor elkaar doen. Is de Minister hethiermee eens? Wij zouden het liefst zien dat het sociaal domein wordtuitgezonderd van de aanbestedingsplicht. Alleen, dit is nu volgensEuropese regels helaas niet mogelijk. Is de Minister het ermee eens datwe dus moeten zorgen voor het aanpassen van die regels? Wil de Ministerzich hier op Europees niveau voor inzetten? Heel veel kan ook wél. Weweten ook dat gemeentes ontzettend worstelen met hoe ze hiermeemoeten omgaan. Ook zou ik willen vragen om onze gemeentes hier echtnog meer mee te gaan helpen zodat ze wat meer lef kunnen gaan tonen,omdat ze soms dingen niet durven omdat ze denken dat iets niet mag.Dan heb ik nog een tweede punt over aanbesteden. De Limburgse vlaai issinds januari officieel Europees erkend als streekproduct. Ik kom niet uitLimburg – veel mensen denken van wel – maar ik vind het wel mooinieuws. Kunnen we dan nu ook gaan regelen dat deze producten wordenuitgezonderd van de aanbestedingsregels, zodat de overheid deze officieelerkende producten makkelijk kan inkopen? Wat is hiervoor de nationaleruimte? Wat zou hiervoor Europees moeten gebeuren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64811 Voorzitter. Ik heb een vraag over erfpacht. Ik weet dat dit onderwerp niethelemaal hier thuishoort, maar toch. De ACM ontvangt heel veel klachtenen handhavingsverzoeken over de erfpachtstelsels van meerderegemeentes. En ja, de ACM houdt toezicht op oneerlijke handelspraktijken,maar het aangaan van een erfpachtcontract is doorgaans ook verwevenmet de aanschaf van een hypotheek, waar de AFM nou net geen toezichtop houdt. Ik heb dit onderwerp nu al een paar keer aan de orde gesteld,onder andere bij BZK en Financiën. Op de een of andere manier willen weniet verdergaan dan een handreiking voor gemeentes, die dan ook nogeens niet verplicht is. Dit is echt onvoldoende als je ziet wat er in sommigegevallen gebeurt met erfpacht en de belachelijke stijging waar inwonersmee te maken te krijgen. De kaders van de Wft zouden wat ons betreftuitkomst kunnen bieden en daarom is mijn oproep om met ACM, AFM,Financiën en Binnenlandse Zaken om tafel te gaan om dit nou eensfundamenteel goed te regelen voor onze consumenten. Graag een reactie.De voorzitter:Dat is nog niet het einde, maar mevrouw Zeedijk heeft een vraag.Mevrouw Zeedijk (NSC):Die gaat eigenlijk over het vorige punt. Mijn collega noemde deLimburgse vlaaien. Ik hou ook heel erg van Limburgse vlaai, ook al kom ikook niet uit Limburg. Vandaag was ook in het nieuws dat de Europesewetgeving de rookworst in de weg zou staan. Ik ben erg benieuwd of mijncollega ook vindt dat we dan maar iets moeten doen voor die rookworst.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Volgens mij is dat geen officieel Europees erkend streekproduct.Mevrouw Zeedijk (NSC):Nee, dat klopt, maar het was wel Europese wetgeving die de rookworstwaarschijnlijk in de weg zou staan.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik heb het artikel helaas niet gelezen, maar ik ga dat voor u lezen en ik gaerop reageren.Ik heb nog vijftien seconden en ik wil nog heel even aandacht vragen voorde uitvoering van de motie-Bontenbal over het verbod op loot boxes. Wijvinden dat de motie die er nu ligt, onvoldoende wordt uitgevoerd.Waarom kunnen we dat, als het voor Europa langer duurt, niet gewoonvoor Nederland regelen zoals België dat ook doet? Volgens mij ligt Belgiëook in Europa. Daar vallen loot boxes onder de gokwetgeving. Dan wordthet dus op nationaal niveau verboden. Ik zou dat graag willen horen vande Minister.De voorzitter:Ik hoor en zie veel complimenten voor de diversiteit van uw inbreng.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik moet hier toch eventjes op reageren, want ik vind uw betoog over destreekproducten gewoon fantastisch. Ik vrees alleen wel dat we dan eenwildgroei krijgen aan streekproducten, want er zijn er veel meer dan u zoudenken. Behalve Limburgse vlaaien hebben we worstenbroodjes,groffenkoeken, talloze Friese dumkes en eierballen. Ik weet niet wat erallemaal op die lijsten staat of wil gaan staan, maar ik denk dat het heelveel is. Ik vind het een heel sympathiek voorstel, maar hoe ziet mevrouwVan Dijk dit als dat alle streken dan met iets komen? Ik denk namelijk datdit gebeurt en ik ben benieuwd hoe zij daarnaar kijkt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64812 Daarom had ik juist de officieel Europees erkende streekproductengenoemd. Ik weet dat er heel veel streekproducten zijn. Ik denk dat iederdorp er wel een stuk of vijf tot tien heeft; mijn gemeente ook. Daarom hadik me daartoe beperkt.De voorzitter:Anders gaat dit bij landbouw waarschijnlijk lekker door. Er zijn geenverdere vragen, dus dan ga ik naar de heer Kisteman namens deVVD-fractie.De heer Kisteman (VVD):Voorzitter, dank. Ik wil niet dat dit het rookworstendebat zou gaan worden,dus we gaan het even ergens anders over hebben. Sommige punten zijnal genoemd.Voorzitter. Het beschermen van de consument in Nederland is eenbelangrijk thema. Er wordt al veel door de Minister gedaan. Zoals mijnbuurvrouw ook al zei, komt veel uit Brussel. Heb je een eurootje, please?Ja, dat gaat langzaamaan het verschil worden. Dat is wat de consument inNederland meer betaalt dan in Duitsland voor een fles cola. Territorialeleveringsbeperkingen worden steeds beter zichtbaar. Mijn buurvrouw zeihet al. Onze consumenten zijn hier de dupe van, zeker in een tijd waarin ertoch al veel goederen en diensten duurder zijn geworden. Uit onderzoekvan Ecorys blijkt zelfs dat 100% van de aan het onderzoek deelnemendesupermarkten deze TLB’s herkennen. Ik heb hierover een aantal vragenaan de Minister. Welke conclusies zijn er uit het evenement gekomen datde Minister op 29 november in Brussel heeft georganiseerd met haarministerie? Hoe staat het met de tussenstap om de TLB’s eerst in deBenelux te beperken? Hoe snel kan er daarna worden opgeschaald naarEuropa? Welke stappen zijn hier al voor genomen? Daarnaast wil ik deMinister vragen hoe zij de door Ecorys aangedragen oplossingsrichtingenvoor het beperken van TLB’s taxeert en of zij bereid is hier in de praktijkmee aan de slag te gaan.Ook blijkt uit dit onderzoek dat als TLB’s verboden zouden worden, datetikettering in de weg gaat zitten. Een van de nadelen zou zijn datconsumenten niet allemaal digitaal vaardig zijn. Dat is een goed punt. Ikkan u echter uit ervaring vertellen dat op het etiket van een stuk gevuldspeculaas van een ambachtelijke bakker ongeveer 25 ingrediënten komente staan. Met alle andere wettelijke verplichtingen die er op het etiketvermeld moeten worden, wordt het etiket zo groot dat het nog groter isdan het product zelf of het lettertype zo klein dat de consument het nieteens meer kan lezen. Op termijn zal de QR-code een uitkomst bieden omdeze vele informatie kwijt te kunnen. Kan de Minister aangeven welkestappen er al zijn gezet met het mogelijk maken van een QR-code op hetetiket? Zijn er voorbeelden van andere landen waar de QR-code op deverpakking al wel wordt toegestaan? Zo ja, trekt de Minister samen methaar collega’s op om in Europa tot één wetgeving hierover te komen?Voorzitter. We staan momenteel voor veel opgaven en verwachten daarinveel van onze ondernemers. Overheden hebben de mogelijkheid hierinhet goede voorbeeld te geven, maar dit blijkt in de praktijk nog lang nietaltijd het geval. Zo was ik recent bij een bouwbedrijf dat al volledigemissievrij, zero emissie aan het werk kan, hier behoorlijk voor heeftgeïnvesteerd, maar nog met regelmaat een aanbesteding vanuit deoverheid niet krijgt omdat ze simpelweg duurder zijn. Is de Minister hetmet mij eens dat overheden een voortrekkersrol hebben in deze heletransitie en bij een aanbesteding niet alleen moeten kijken naar de prijs,maar meer naar de opgaven waar wij voor staan? Is zij bereid hier metoverheden afspraken over te maken?Dan innovatief inkopen door overheden, nog zo’n kans voor de publiekesector waarin zij een voortrekkersrol heeft. Een mooi voorbeeld isRijkswaterstaat, maar zij lijken daarin redelijk uniek. In 2021 is deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64813 Werkgroep Innovatiegericht Inkopen opgericht door de Minister en in 2022kwamen zij met hun rapport over de knelpunten en hun adviezen. Mijnvraag aan de Minister is wat zij met deze adviezen heeft gedaan. Ik kan mijvoorstellen dat met name voor kleine overheden innovatief inkopen eengrote uitdaging is. Ik zou graag willen weten hoe de Minister dit meer kanverankeren, zodat dit standaard beleid gaat worden in de publieke sector.Voorzitter. Daarnaast zien we nog met regelmaat dat de publieke sectorwerk uit de handen van onze ondernemers houdt. U snapt dat ik alsondernemer van mening ben dat als ondernemers iets kunnen doen enwillen uitvoeren, zij deze kans moeten krijgen en overheden een stapterug moeten doen. Toch zien we dat nog lang niet altijd gebeuren, deelsonbewust, deels bewust. Mijn vraag aan de Minister is hoe zij ervoor kanzorgen dat er bij al onze overheden meer bewustzijn van hun rol gaatkomen. Zou het niet standaard moeten worden voor overheden dat er bijmogelijke commerciële activiteiten eerst wordt gekeken naar de onder-nemers, of zij het kunnen en willen uitvoeren, en dan pas naar de publiekesector?Voorzitter, ik ga afronden. Ik ben een beetje zoekende hoe we dit in hetDNA van onze overheden gaan krijgen. Zoals de Minister weet ligt er eenaanpassing in de Wet markt en overheid voor, maar ook daar zal bewust-wording bij overheden essentieel blijven. Hoe gaan we het voor elkaarkrijgen dat de publieke sector eerst naar onze ondernemers kijkt zonderdat we daar allemaal nieuwe wetten voor moeten optuigen? Daar wil ikhet graag bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Er is een vraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Mijn collega van de VVD had het over innovatief inkopen en het aanbeste-dingsbeleid van de overheid. Volgens mij is het inderdaad heel belangrijkom Nederlandse ondernemers te helpen. Het wordt vrij breed gedragendoor wetenschappers, bedrijven en jongeren dat de investeringen van detoekomst moeten gaan over klimaatneutraal en circulair, want dat is deindustrie van de toekomst. Maar daar zien we in het aanbestedingsbeleidvrij weinig van terug. Is de VVD het met GroenLinks-PvdA eens dat hetgoed zou zijn als ook daar richtlijnen voor komen of eisen worden gesteldaan hoe we aanbesteden als overheid?De heer Kisteman (VVD):Volgens mij gaf ik dat net ook min of meer aan in mijn verhaal, toch?De voorzitter:De heer Kisteman had het letterlijk over een voortrekkersrol in de zeroemissie, maar misschien is er nog een verdiepende vraag op dat punt.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nee, ik hoor dat graag. Het is muziek in mijn oren.De voorzitter:Uitstekend.De heer Kisteman (VVD):Geeft meneer Thijssen aan dat we het vandaag een keer met elkaar eenszijn?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dan zijn we het hierover eens. Dat is wel mooi.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64814 Fantastisch. Dan ga ik proberen de heer Thijssen nog meer te bedienenmet de inbreng van mijn zijde. Ik geef hem in ieder geval het voorzitter-schap.Voorzitter: ThijssenDe voorzitter:Dank u wel, meneer Sneller. Aan u het woord voor uw inbreng in eerstetermijn.De heer Sneller (D66):Dank, voorzitter. Volgende keer zit ik niet meer voor, want dan is het kaasal van je brood gegeten met deze mensen.Voorzitter. Je kan niet verliefd worden op de interne markt, zei JacquesDelors in 1988. Jacques Delors was uiteraard een van de sleutelfiguren inde geschiedenis van de Europese Unie, maar ik denk dat hij niet helemaalgelijk heeft gekregen. Als je mensen vertelt dat ze van hun jaarinkomenongeveer twee werkweken te danken hebben aan de interne markt, danvinden ze dat volgens mij een heel aantrekkelijk verhaal. Steeds meermensen zien dat, zeg ik ook tegen collega Van Meetelen. En dan tebedenken dat de Europese gemeenschappelijke markt nog verre vanvoltooid is. Ik ben benieuwd of de Minister al kans heeft gezien om hetrapport van Letta te lezen en van welke onderdelen zij vindt dat we ermeeaan de slag zouden moeten.Voorzitter. Toch heeft de vrije markt een beetje last van een imagocrisis,terwijl veel van de verwijten aan de vrije markt helemaal niet gaan overeen vrije markt. In het lesboek staat: in een markt met perfecte concur-rentie maakt op de lange termijn geen enkele aanbieder winst. Sterkernog, vaak bedoelen de grootste tegenstanders van marktwerking eigenlijkdat ze meer marktwerking willen in plaats van minder. Daar komtinderdaad de actieve en sterke marktmeester, de ACM bijvoorbeeld, in hetspel om te zorgen dat marktmacht niet geconcentreerd wordt en datbetwistbaarheid bevorderd wordt. Daarom vond ik het zo mooi om te ziendat in Amerika attorney general Garland richting Apple gaat procederenmaar ook wat Vesta doet. Ik hoop ook dat we van deze Minister snel eenreactie krijgen op het onderzoek van de Universiteit van Tilburg met eenaantal aanbevelingen om inderdaad ook voor onze ACM te zorgen dat zeactiever kunnen handhaven en dat niet alleen het instrumentarium kanworden verbreed, maar ook de criteria wanneer ze kunnen gaanhandhaven worden geüpdatet. Ik ben blij te horen dat dat ook zo veelbelangstelling heeft in deze commissie.Dan de territoriale leveringsbeperkingen. Het is zojuist al uitgelegd. Het isfantastisch dat daar weer een of andere ingewikkelde term voor isbedacht, terwijl daarachter vandaan een potentiële winst van ongeveer 28miljard voor de consument tevoorschijn komt. Dat is wel de bovengrensvan de verwachtingen, maar het midden zit op 14 miljard voor alleEuropese consumenten volgens het Europese Commissierapportdaarover. Ik sluit me graag aan bij de vragen van de heer Kisteman enmevrouw Van Dijk daarover. Maar waarom de Benelux als daar niet devoordelen kunnen worden gevonden en niet een kopgroepbenadering diebijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk wel zou meetrekken? Ik denk dat datheel goed zou zijn.Voorzitter. Een tweede verwijt aan de markt is het geen oog hebben voorde negatieve gevolgen voor het klimaat en de natuur bijvoorbeeld,zogenaamde negatieve externaliteiten, waar de heer Thijssen ook al evenover begon. Er is nog veel te doen en een groot deel daarvan moet ininternationaal verband. Maar in Nederland kunnen we nu ook al veeldoen. Er werd al wat gezegd over de enorme inkoopmacht die we hebben:10 miljard voor het Rijk en 86 miljard, maar de schattingen lopen uiteentussen de brieven en tussen de verschillende professoren die je daaroverTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64815 hoort. In ieder geval gaat het om enorme bedragen, tussen 80 en 100miljard, die we willen en kunnen inzetten als hefboom voor het realiserenvan maatschappelijke doelen, zoals het kabinet zelf in de inkoopstrategieschrijft. Daarom was ik ook blij te horen wat de collega’s Kisteman enThijssen daarover zeiden. Ik denk inderdaad dat we moeten kijken naar derelatief oneerlijke concurrentie van bedrijven die CO2, natuur en te lagelonen niet goed in de prijs hebben verwerkt. We moeten toch een gelijkspeelveld kunnen bieden, omdat dat anders leidt tot oneerlijke concur-rentie. True pricing is inderdaad een goed voorbeeld daarvan. Degemeenteraadsfractie van D66 in Amsterdam heeft een initiatiefvoorstelgeschreven om te kijken of de gemeente Amsterdam dat niet verder kandoen. Ik zie geen reden waarom we daar in ieder geval op rijksniveaugeen pilot mee zouden doen. Er gebeurt al een hoop. Het manifest oververantwoord opdrachtgeven en inkopen heeft een aantal hele mooieuitgangspunten. Volgens mij zou dit een heel goed begin zijn om tezorgen dat we daar een begin mee maken met een van de 170.000bestedingen die er per jaar worden gedaan.De voorzitter:Dank, meneer Sneller. Ik zie geen interrupties, dus u bent weer voorzitter.Voorzitter: SnellerDe voorzitter:Ik kijk even door de tl-buizen heen naar de klok. We beginnen weer om17.10 uur.De vergadering wordt van 16.43 uur tot 17.08 uur geschorst.De voorzitter:We zijn compleet en de Minister is klaar om te beginnen met haarbeantwoording. Ook al is het nog niet 17.10 uur, ik stel voor dat we weerbeginnen. Ik stel voor dat we de Minister een begin laten maken voordatwij allerlei interrupties doen. Ik wil ze wederom niet maximeren, maargewoon kijken hoe het debat gaat. Ik geef het woord graag aan deMinister.Minister Adriaansens:Dank, voorzitter. Goed functionerende markten bieden consumentenkeuzevrijheid, zorgen voor een gelijk speelveld voor bedrijven en dragenbij aan belangrijke transities. Op zulke markten zorgen ondernemers voorinnovatie en werkgelegenheid, terwijl een sterke overheid staat voorduidelijke spelregels en handhaving. Goed functionerende markten zijnessentieel voor onze welvaart en ons verdienvermogen. En wij met z’nallen, ondernemers, consumenten, werknemers, plukken daar de vruchtenvan op Nederlands, Europees en ook mondiaal niveau. Het is dus heelgoed dat we vandaag weer spreken over de marktordening en consumen-tenbescherming. Er staan veel onderwerpen op de agenda. Ik zal deze metu langslopen. Ik heb de onderwerpen als volgt geordend: consumentenbe-scherming, marktordening, aanbesteden en een aantal aanverwanteonderwerpen.Voorzitter. Ik begin met consumentenbescherming. Allereerst de vraagvan mevrouw Van Meetelen naar het right to repair: ben ik het ermee eensdat er voor de implementatiewetgeving van de EU nog een wettelijkvastgestelde garantieperiode moet komen? De verplichting tot reparatieuit de richtlijn right to repair is niet gericht op de verkoper, maar op eenbepaalde groep producenten van ecodesignproducten. Die hebben deverplichting om na de wettelijke garantieperiode tegen een redelijkevergoeding te repareren op verzoek van de consument. De verkoper staatdaar dus buiten. In het geval van een reparatie binnen de wettelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64816 garantietermijn door de verkoper zal de garantietermijn met een jaarverlengd worden door de nieuwe richtlijn. We hebben in Nederland eenopen norm. Dat betekent dat het product zo lang moet meegaan als jeredelijkerwijs mag verwachten. Omdat we die open norm hebben, zal dieverlenging vaak al binnen die periode vallen en zeker niet tot eenoneindige reparatieverplichting voor verkopers leiden. Een beperking vande wettelijke garantietermijn tot twee jaar zoals wordt voorgesteld, doetdus eigenlijk geen recht aan die redelijke levensverwachting die je vanveel producten mag hebben. Overigens ligt de bewijslast bij consumentenom die langere garantietermijn te onderbouwen. Ik zal mij absoluutinzetten – dat is denk ik wel goed voor de scherpte van het debat – om deEuropese garantietermijn van twee jaar te verlengen, omdat dit eenprikkel kan geven tot het produceren van duurzame producten en eenduidelijkere gelijke termijn voor iedereen. Dat is het antwoord aanmevrouw Van Meetelen.Dan was er een vraag over goededoelentelemarketing en -colportage. Diekwam van de heer Thijssen als ik het goed heb. Ik vind dat consumentenzo goed mogelijk moeten worden beschermd, aan de deur en aan detelefoon. Daarover heb ik recent, gisteren of eergisteren, een brief aan uwKamer gestuurd. Eenduidig beleid draagt bij aan de uitvoerbaarheid enook handhaafbaarheid door de toezichthouder, ACM. Daarom ga ik voorgeneriek beleid. Dat is in beginsel mijn uitgangspunt, maar ik zal welkijken hoe van daaruit het beste kan worden omgegaan met goededoelen. Dat zal ik doen in gesprek met mijn collega Weerwind. Hij heeftnamelijk een coördinerende verantwoordelijkheid voor filantropie. Ik denkwel dat het voor de nuance goed is om te noemen dat we recent een briefkregen van de Stichting Donateursbelangen, wat mij wel enigszinsverraste. Zij komen op voor de belangen van donateurs en pleiten voorgeneriek beleid, dus degenen die betalen pleiten voor generiek beleid.Eigen onderzoek van het ministerie heeft ook aangetoond dat de ergernisbij consumenten of donateurs hetzelfde is voor zowel producten als goededoelen. Ik zal dat allemaal meenemen in de verdere uitwerking hiervan,maar ik denk dat het voor de beeldvorming wel goed is om ook dit soortsignalen te delen.Dan de vraag van mevrouw Van Dijk ten aanzien van de e-Privacyrichtlijn.Ja, bijzonder hè? O sorry, ik reageer op geluiden uit de commissie.De voorzitter:Ik heb duidelijk gehoord dat we overgingen van de intro naar het blokjeconsumentenbescherming. Ik wou niet na elk antwoord een uitgebreidevragenronde doen, maar ik ga nu naar mevrouw Van Dijk en daarna komik terug bij mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Het gaat eigenlijk over de zin dat de ergernis hetzelfde is voor goededoelen. Dan vraag ik me af: is dat afzonderlijk uitgezocht of is het gewoonergernis omdat mensen aan de deur komen, ongeacht wie het zijn?Zouden die andere groepen niet meer aan de deur komen, dan is hethelemaal niet erg dat die goede doelen aan de deur komen, want dangebeurt het nog maar heel erg zelden.Minister Adriaansens:Volgens mij is het voor dit debat heel belangrijk om aan te geven dat wehet gaan uitwerken, gaan onderzoeken. Als ik persoonlijk kijk naar goededoelen, denk ik dat we goed in de gaten moeten houden dat het ergensover gaat. Ik waardeer de goededoelenorganisaties ook heel erg, dus daarmoeten we genuanceerd naar kijken. Maar voor de nuance is het ookgoed om te melden dat ik de brief van de Stichting Donateursbelangenheb ontvangen, wat mij eigenlijk enigszins verbaasde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64817 De voorzitter:Dat is opgehelderd. Dan gaan we naar mevrouw Van Meetelen. Zij hadnog een vraag over het right to repair.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Excuus, voorzitter. Ik dacht dat ik nog even moest wachten. Ik dank deMinister voor de beantwoording, maar de retail is toch wel heel ergbezorgd. Ik hoor wat ze zegt, namelijk dat het maar een bepaalde groep is,maar wat blijkt tot nu toe? De internationale leveranciers maken zichervan af door te zeggen: wij hanteren twee jaar. Daarna ligt het probleemdus bij de winkelier hier in Nederland. Die nemen die kosten dan tochmaar op zich om een goede verstandhouding te houden met deleverancier. Ik wil toch even dat dat scherper staat. Als de Minister er opEuropees niveau voor gaat pleiten om het langer te maken dan die tweejaar, dan denk ik dat dat heel lastig gaat worden, want nagenoeg allelanden om ons heen hebben die twee jaar, op twee landen na. Ierlandheeft zes jaar, Finland drie jaar. Als dit niet lukt, kan de Minister dan tochkijken of dit gelijkgetrokken kan worden voor Nederland, zodat er eengelijk speelveld blijft?Minister Adriaansens:In algemene zin ben ik het helemaal eens met het belang van een gelijkspeelveld, dus daar zullen we ons zo veel mogelijk aan committerenomdat dat uiteindelijk voor iedereen het beste is. Het voorbeeld vanmevrouw Van Meetelen waarbij er op die manier eigenlijk misbruik wordtgemaakt van de regelgeving, baart mij dan ook zorgen. Volgens mijmoeten we hier afspreken dat we dat heel goed in de gaten gaan houden.Ik zou de voorbeelden die bekend zijn, dan ook willen weten, want dat isniet wat we eigenlijk bedoeld hebben. Dan zijn we het niet goed aan hetdoen, zeg maar. Het moet zich richten op de producent.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Sorry, voorzitter, mag ik nog?De voorzitter:Ja.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, wel. Is het een idee voor de Minister om een keer in gesprek tegaan met de brancheorganisatie INretail om dat eens goed te besprekenen te bekijken? Want die hebben daar een heel dossier over.Minister Adriaansens:Die toezegging wil ik graag doen. Ja, hoor.De voorzitter:De Minister gaat door.Minister Adriaansens:Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Van Dijk van het CDA waarom ikniet meer doe om de e-Privacyrichtlijn te gebruiken voor de regeling vanhet verbod op telemarketing. Het voorstel voor die nieuwee-Privacyrichtlijn dateert van 2017. Dat voorstel zit nu al meerdere jaren inde triloogfase. Daar zit eigenlijk nauwelijks of eigenlijk geen voortgang in.De nieuwe Europese Commissie moet gaan bepalen of ze met een nieuwvoorstel komt of dat de trilogen op basis van het oude voorstel wordendoorgezet. Omdat dat een heel onduidelijke koers kent en er zo weinigprogressie is met de e-Privacyrichtlijn, zet ik me er daarnaast voor in omde nieuwe Commissie te overtuigen van het belang van een nationalemogelijkheid om telemarketing te verbieden. Maar ik vind de suggestieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64818 van mevrouw Van Dijk zeker zinvol. Ik zou naast onze nationale aanpakzeker ook de e-Privacyrichtlijn willen benutten, alleen zie ik daar op ditmoment weinig voortgang in.Hetzelfde geldt eigenlijk voor loot boxes, zeg ik in de richting vanmevrouw Van Dijk. Loot boxes worden grensoverschrijdend aangeboden.Daarom is het het meest effectief om ze op Europees niveau te verbiedenom minderjarigen én volwassenen – het geldt in de brede zin – beter tebeschermen. De verwachting is dat de Europese Commissie dat verbodmeeneemt in de uitkomsten van de Europese Fitness Check, die in juni zalworden opgeleverd. Ik wil die uitkomsten afwachten om vervolgens tebepalen wat we er zelf mee kunnen doen. In beginsel ben ik best wel eentegenstander van nationale koppen, omdat die de interne markt zoingewikkeld maken, maar dit is ook wel een belang dat verdergaat. Dusmisschien moeten we die uitkomsten even afwachten en dan kijken watwe ermee doen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Zou de Minister ons daar actief over kunnen informeren op het momentdat die uitkomst er ligt? Want ik kan me zomaar voorstellen dat hetmisschien iets opschuift en dat wij op een gegeven moment het overzichtkwijt zijn.Minister Adriaansens:Ik zal de Kamer na de uitkomsten van die Fitness Check informeren en indie brief ook het bruggetje maken naar de loot boxes.Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van de heer Kisteman over deterritoriale leveringsbeperkingen, de TLB’s. Welke stappen zijn er gezet?Op verschillende manieren geef ik opvolging aan de onderzoeksresultatenvan Ecorys. Binnen de Benelux kijken we naar een mogelijk verbod opTLB’s en naar het gelijktrekken van de etiketteringsvoorschriften. Samenmet België, Luxemburg en andere lidstaten probeer ik ook de EuropeseCommissie in beweging te krijgen om de TLB’s aan te pakken. Dat is ookbelangrijk omdat het verschil met name zit bij de grote landen. Ik kan hetin de Benelux regelen, maar dan heeft het minder effect dan wanneer ikook Duitsland en Frankrijk daarbij betrek.Een eerstvolgende mogelijkheid om dat te adresseren is de RaadConcurrentievermogen in mei. Ik ben ter voorbereiding daarop bezig meteen positionpaper waarin de Commissie ertoe wordt opgeroepen om dieTLB’s op te lossen via instrumenten of regels. Ik ben nu andere landenaan het mobiliseren om mee te doen met die positionpaper, om datstatement te maken. De wijze waarop je daar als Commissie invulling aanzou kunnen geven, is door een verbod op het discrimineren naarvestigingsplaats in het handelsverkeer tussen bedrijven. Het concept vandie positionpaper ligt al klaar. Ik vraag ook om een onderzoek naar dekansen en risico’s van digitale etikettering, bijvoorbeeld de QR-code waarwe het net over hadden. Zo’n onderzoek wil ik specifiek ook in Nederlanduitvoeren, specifiek in relatie tot de Nederlandsetaaleis voor producten. Ikben daar al over in gesprek met de Minister van VWS, want die heeft eenbelangrijke rol bij informatie over voedsel.Ik ben niet bekend met landen die zelfstandig QR-codes op de verpak-kingen toestaan. De verplichte voedselinformatie moet op de verpakkingstaan in een taal die gemakkelijk te begrijpen is voor de consumenten vande lidstaten waar dat levensmiddel te koop is. Dat staat in de verordening.In Nederland is dat geregeld in het Warenwetbesluit informatie levens-middelen. Er staan nu in sommige gevallen wel QR-codes op deverpakking, bijvoorbeeld wijnflessen, maar als je die scant, krijg je meerinformatie over de druivensoort en het wijnhuis, niet direct over debasisinformatie. Dus «nice to know» maar niet «need to have», zeg maar.Dat betreft dus niet de verplichte voedselinformatie. Maar ook in ditonderwerp trek ik samen op met andere lidstaten omdat de verwachting isTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64819 dat die digitale informatievoorziening een belangrijke rol kan spelen bij detoegankelijkheid van de informatie, zeker omdat steeds meer mensendigitaal vaardig zijn. Dat deel ik met de heer Kisteman.De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Ik heb nog wel even één vraag. Er is in juni 2023 een motie geweest vanonder anderen mijn collega Van Campen en Tjeerd de Groot waarin staat:verzoekt de regering te inventariseren welke wet- en regelgeving,bijvoorbeeld taaleisen et cetera. Die is van juni vorig jaar. Misschienbegrijp ik het verkeerd, maar als ik u zo hoor, ligt het allemaal een beetjestil. Het gaat niet heel snel. Misschien kunt u het nog iets meer uitleggen,maar ik heb niet het gevoel dat we er lekker de vaart in hebben met z’nallen. Maar misschien begrijp ik het verkeerd.Minister Adriaansens:Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vind dat ik hier best tempo meemaak, maar dat ligt volgens mij ook een beetje aan het tempo in Europa.Dat is gewoon laag. Als je zegt dat we het in een jaar wel beter haddenkunnen regelen; ja, eens. Tempo is altijd goed, maar we hebben innovember een rondetafel gehad. Ik heb brieven gestuurd. Ik heb landengemobiliseerd. We hebben nu een aantal landen die meegaan in de lijn. Umoet zich realiseren dat de woordvoerder van de betreffende Commis-saris van de Europese Commissie ergens in het najaar, in november, zeidat er absoluut geen draagvlak was voor deze regeling, en dat weinmiddels iets in gang hebben gezet, waarbij er toch wel draagvlak lijkt tezijn om in te ingrijpen op dit domein. Ik zag dat wel als een stapvoorwaarts.Maar goed, als de vraag van de heer Kisteman vooral bedoeld is om mij temotiveren om nog sneller te gaan, dan doe ik dat graag, want ik vind hetzelf ook heel belangrijk. Ik had net nog wat bedragen klaarliggen om telaten zien wat het verschil is van een potje conservenvoedsel, hazelnoot-pasta en aan aantal andere producten in België en Nederland. Nou, danschrik je je echt enorm. Misschien is het leuk om ze zo nog even tenoemen. Coca-Cola kost in Nederland € 1,72 en in Duitsland € 1,08. Dusdat is echt een enorm verschil. In België kost het € 1,44. Dat zit er eenbeetje tussenin. Voor Nutella betalen wij per kilo € 7,29 en in Duitsland€ 5,35. België zit daar weer iets tussen in: € 6,30. Maar linzen vanBonduelle – en dan stop ik ermee, hoor – kosten in Nederland per kilo€ 10,44, in Duitsland € 5,96. Dat is bijna de helft. Dus dat is enorm. Datgeldt overigens niet voor alle producten, maar dit zijn wel zodanigernstige verschillen dat ik me daar wel gemotiveerd voor voel.De heer Kisteman (VVD):Ik bedoelde niet dat de Minister niet snel genoeg haar best deed. Ik hebsoms een beetje het gevoel dat er vanuit Europa niet lekker vaart in zit,omdat ze helemaal niet de behoefte hebben om dit te veranderen. Zobedoel ik «de vaart zit er niet lekker in» meer. Het is niks persoonlijks, omdat even recht te zetten, maar moeten wij dan wel op die manier gaanoptrekken totdat ze in Duitsland een keer zeggen: nou Nederland, prima,we gaan het doen? Of zou daar een andere manier voor moeten zijn? Datzeg ik meer hardop denkend.Minister Adriaansens:Dit is een terechte vraag. Ik schetste in het antwoord dat we de Commissieervan hebben moeten overtuigen dat dit onderwerp leeft. Vervolgensmoet je dat dan ook aantonen. Ik was bij de Benelux-landen al zover datwij dat onderschreven, dus dat traject lopen we sowieso. Het effectTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64820 daarvan zal beperkt zijn. Dat blijkt ook wel uit de bedragen die ik noemde.Je wil eigenlijk de grote landen erbij halen, want daarmee is het verschilvaak het grootst. Als je iets zou neerzetten in de Benelux-landen, dan zouje die ervaring makkelijker kunnen overnemen in Europa, want dit is nietgenoeg om het probleem op te lossen. De strategie is een beetje: deBenelux pakken omdat we daar al commitment hebben, dat gebruikenvoor Europa en daarnaast kijken welke andere lidstaten we kunnenmobiliseren om de Commissie aan te zetten tot actie. Overigens stelt hetmij gerust dat Letta in zijn rapport wel iets noemt over dit onderwerp. Datgeeft mij weer wat meer munitie. Daarmee heb ik de vraag van mevrouwVan Dijk over dit onderwerp ook beantwoord.Voorzitter. Dan de vragen over marktordening. Mevrouw Van Meetelenvroeg naar de situatie rond Staatsbeheer als zbo.De voorzitter:Op het vorige onderwerp nog een vraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, ik had bij consumentenbescherming wat gevraagd over krimpflatie,beknibbelflatie, graaiflatie. Ik dacht: dat komt nu.Minister Adriaansens:Die had ik in het mapje overig.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Oké. Nou, dan wacht ik rustig af.Minister Adriaansens:Om de spanning op te bouwen voor het eind van dit debat.De voorzitter:Dan gaan we naar Staatsbosbeheer.Minister Adriaansens:Staatsbosbeheer. Waarom nog niets ondernomen? Het convenant komtinderdaad van de Staatssecretaris van Economische Zaken, maar dat wasin de tijd dat EZK en LNV nog één ministerie waren. Ondertussen ligt hetonderwerp bij LNV. Het saaie zakelijke antwoord – maar er komt meer – isdat Staatsbosbeheer opereert binnen de kaders van de Wet markt enoverheid, de Mededingingswet en de Wet verzelfstandiging Staatsbos-beheer. Formeel gezien, op basis van wat wij weten, functioneert dit kadernaar behoren. Desalniettemin moeten we ernaar kijken als er signalenkomen. Dat weet mevrouw Van Meetelen ook wel. Ik zal dit nog eensaankaarten bij mijn collega, de Minister voor Natuur en Stikstof, want zijgaat daarover. Ik denk dat het in dat verband ook goed is om te kijken naarde behandeling van de Wet markt en overheid. Die ligt nu bij uw Kamer.Dat is overigens onder regie van collega Vijlbrief. Wellicht kan het daarook nog aan de orde komen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Wat u zegt, klopt maar gedeeltelijk, want ...De voorzitter:Ik ga het één keer zeggen: wat de Minister zegt.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Wat de Minister zegt. Excuus. Als je de lijn van de motie-Mastwijk/Snijder-Hazelhoff door zou trekken, dan zou de verkoop van hout door Staatsbos-beheer beperkt moeten worden tot hout uit de eigen gebieden. Dat wordtdus niet gedaan. Die motie is gewoon aangenomen. Dat moet dusTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64821 gewoon gehandhaafd worden. Dat moet gewoon gebeuren. Ik zou dustoch graag een antwoord van de Minister willen op de vraag hoe wedaarmee verdergaan.De voorzitter:Toen bestond LNV nog wel zelfstandig!Minister Adriaansens:Ik begrijp de vraag. Ik ga zorgen dat daar een reactie op komt. Ik ga deMinister voor Natuur en Stikstof vragen om met name op die motie en dievraag in te gaan.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank aan de Minister.Minister Adriaansens:Voorzitter. Er was een vraag van GroenLinks-PvdA en D66 over de anderesectoren waarin de concurrentie ook nog onvoldoende is. Er werden eenaantal zaken genoemd, zoals elektriciteit en big tech. Gevraagd werd: inwelke andere sectoren is het risico erg groot volgens de Minister? Ik erkendat er concurrentieverstoringen zijn die niet onder de huidige mededin-gingsinstrumenten vallen. Daar is de afgelopen maanden of het afgelopenjaar, met name vanwege de toegenomen energiekosten, over gediscus-sieerd. Onderwerp van onderzoek zijn de concurrentieverstoringen doormarktkenmerken, zoals de hoge overstapdrempels, hoge toetredings- ofexitbarrières, informatieasymmetrie of lock-ineffecten. Wij weten dat dieeffecten er kunnen zijn.De benzinemarkt is een voorbeeld. Daar heeft de ACM recent onderzoeknaar gedaan. We hebben inderdaad het rapport van de universiteit vanTilburg, waarin wordt gekeken naar nieuwe mogelijkheden om hiermeeom te gaan. Dat wordt ook wel de nieuwe competition tool genoemd. Datis een tool die meer bevoegdheden geeft aan de ACM om verbeteringendoor te voeren in een bepaalde markt, zonder dat er echt overtredingenzijn. Je gaat daarmee dus meer ingrijpen in het beter laten functionerenvan de markt. Ik onderschrijf overigens het belang van zo’n tool. Die toolricht zich dus op marktbrede concurrentieverstoringen die niet met hethuidige instrumentarium kunnen worden aangepakt. Als we zo’n toolzouden invoeren, denk ik dat het wel belangrijk is dat we goede checks-and-balances hebben. Ik heb begrepen dat Staatssecretaris Vijlbrief deKamer in het tweede kwartaal hierover zal informeren.De voorzitter:De heer Thijssen, op dit punt.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik weet niet of dit ziet op dit punt of op het kopje overig, vanwege alleinflatiewoorden. Collega Vijlbrief heeft inderdaad die toezegging gedaanen die informatie zal ergens de komende tijd komen. Ziet de Minister nuandere sectoren met concurrentieverstoringen die nog extra aandachtbehoeven van ACM of deze Minister om deze verstoringen aan te pakken?Minister Adriaansens:Het is altijd heel gevaarlijk om zomaar uit de losse pols iets over sectorente zeggen. Ik probeer het te objectiveren. Op het moment dat er klachtenen aanwijzingen komen, gaan we ernaar kijken. Dan hoort eigenlijk deACM daarnaar te kijken. De ACM heeft in ieder geval onderzoek gedaannaar de benzinemarkt. Op een gegeven moment heeft de ACM geconsta-teerd dat het instrumentarium onvoldoende was om daarop in te grijpen.Ik denk dat dat concreet genoeg is en een aanleiding om serieus te kijkennaar oplossingen, omdat de benzinemarkt een enorme exposure heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64822 Die markt heeft heel veel impact. Als er aanwijzingen zijn voor anderemarktverstoringen, is het volgens mij goed om dat bij de ACM te melden.En als er bij de commissie onvrede is over de wijze waarop dat wordtopgepakt, dan ben ik de ontvanger van die klachten. Op die manier zou ikhet willen doen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Toch nog even dan. We hebben dit debat kort gevoerd met de Staatssecre-taris. Toen gingen we ook even kijken naar bijvoorbeeld elektrisch rijden,omdat men zich daarbij ook afvraagt of het wel helemaal goed gaat. Erzijn vermoedens dat dit niet zo is. We kunnen natuurlijk wachten opklachten, maar kunnen we het niet omdraaien? Kunnen we niet aan deACM vragen: zijn er nou meer sectoren waarin er een dusdanigemarktconcentratie is dat die extra onderzoek zou rechtvaardigen, net zoalsbij de benzinemarkt?Minister Adriaansens:Ik begrijp dat nu er proactief een aantal onderzoeken lopen op de bancairemarkt en de ICT-markt. Ik weet dat onderzoeken naar aanleiding vanklachten plaatsvinden, maar dat de ACM ook aan de voorkant bekijktwelke markten zij gaat onderzoeken. Daar zijn ook rapportages over. In hetjaarplan geeft de ACM aan wat ze gaat onderzoeken en ze rapporteert dieonderzoeken ook.De voorzitter:We houden het hier even bij. De heer Thijssen heeft zo meteen eentweede termijn. De Minister gaat door met haar beantwoording.Minister Adriaansens:Voorzitter. Een vraag van de heer Thijssen was: hoe beschermt de Ministerconsumenten en boeren tegen de marktmacht, die in die sector bij eenpaar grote partijen ligt? De ACM is momenteel bevoegd om op te tredenin geval van misbruik van de machtspositie door één onderneming. Als erproblemen in de markt ontstaan door marktmacht bij meerdere onderne-mingen, is het op dit moment moeilijker voor de ACM om op te treden.Om in deze situaties iets te kunnen betekenen, doen we onderzoek naarhet invoeren van een instrument dat wat meer naar voren kan stappen.Dat ligt in het verlengde van de beantwoording van de vorige vraag.De heer Thijssen vroeg of ik vind dat de markt voldoende werkt om decirculariteitsdoelen te halen. Is het zo dat Chinese en Amerikaansebedrijven de Nederlandse markt veroveren met subsidies? Ik vind het heelbelangrijk dat we oneerlijke concurrentie tegengaan. Het is belangrijk omdaartegen op te treden. Dat gebeurt gelukkig ook. Ik ben verder blij dat ereen Foreign Subsidies Regulation is, een instrument dat nu wordttoegepast. Ik zie dat de Europese Commissie dat nu proactief doet,bijvoorbeeld bij de Chinese douanescanners. Die regeling is er nog niet zolang, maar het feit dat dit nu gebeurt, geeft mij er wel vertrouwen in datwe een instrument hebben dat daar iets in kan betekenen.Op de circulariteitsdoelen kom ik dadelijk nog even terug. Dan gaat hetook een beetje over aanbesteden. Dat loopt een beetje door elkaar heen,maar ik kom daar zo op terug.De voorzitter:Nog even een vraag over de verstoring, denk ik.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, ik kom nog even terug op deze verstoring. Een heel bekend voorbeeldin de duurzame energie zijn de fabrikanten van zonnepanelen. Tien totvijftien jaar geleden hadden we die nog in groten getale in Europa, maardie zijn weggeconcurreerd met gesubsidieerde panelen uit China. VoorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64823 onze zonnepanelen zijn we nu voornamelijk afhankelijk van China. Ik snapdat er in Europa stappen zijn gezet, maar mijn vraag is eigenlijk of deMinister er zicht op heeft waar dit soort verstoringen mogelijk zijn. Ofgaan we wachten totdat er weer een sector omvalt en zijn we dan te laat?Is er nu proactief onderzoek naar waar de Chinezen of misschien ook deAmerikanen marktaandeel proberen te verkrijgen door staatssteun ofsubsidies?Minister Adriaansens:Bij dit soort onderzoeken is het natuurlijk altijd zo dat er wel eenaanleiding of aanwijzing moet zijn dat er sprake is van ongeoorloofdesubsidies. Dat is ook te lezen in de toelichting bij deze Foreign SubsidiesRegulation. Dat kan bijvoorbeeld zijn dat de prijs gewoon onlogisch laagis. Dan is er dus een aanwijzing dat die prijs op basis van objectievegegevens niet op die manier tot stand heeft kunnen komen en dat kanweer een aanleiding zijn voor de Commissie om daarnaar te kijken.Volgens mij doet de Commissie het zo. Op het moment dat er eenvermoeden van dumping is, wordt ernaar gekeken.Mevrouw Zeedijk vroeg naar de afschrikwekkende werking van hettoezicht van de ACM. Een afschrikkende of preventieve werking isnatuurlijk een belangrijk onderdeel van het toezicht van de ACM. Om diereden legt de ACM in haar instrumentkeuze en prioritering waar mogelijkook de nadruk daarop. Er gebeurt best wel wat. Er zijn boetes opgelegd inalle toezichtdomeinen: kartels, misbruik van de economische machtspo-sitie, consumententoezicht en regulering van markten zoals energie enpost. De ACM heeft haar boeteregels aangepast, waardoor er hogereboetes mogelijk zijn. Ook andere instrumenten dragen bij aan deafschrikwekkende werking, zoals de onderzoeken van de ACM naar deredelijkheid van de tarieven bij de energieleveranciers of eenwaarschuwing voor bedrijven op de balanceringsmarkt voor energie. DeACM heeft dus een proactieve houding om die instrumenten in te zetten.Veel besluiten eindigen natuurlijk bij de rechter. Een gedegen onder-bouwing van elk besluit is dus cruciaal. Het is mooi dat de ACM in haarjaarverslag over 2023 zegt dat een voorzichtige toezichthouder zijn werkniet goed doet. Hopelijk is dat een motivatie om op dat vlak zelf in iedergeval het goede voorbeeld te geven.Mevrouw Zeedijk (NSC):Het is goed om te horen dat de ACM dat zelf ook heel belangrijk vindt.Vindt de ACM zelf dat ze daar progressie in heeft gemaakt? Naar welkeindicatoren moet je dan kijken? Wat zijn de juiste indicatoren? Ik kan menamelijk voorstellen dat de hoeveelheid boetes misschien niet de juisteindicator is. Misschien kan het aantal rechtszaken dat je wint wel eenindicator zijn. Waar zou je naar moeten kijken om dat ervaren?Minister Adriaansens:Het jaarverslag van de ACM is het meest aangewezen document om tezien hoe ze dat zelf doen. Dat wordt met de Kamer gedeeld. Als er naaraanleiding daarvan vragen zijn, dan kunnen we die bespreken. Wat zijngoede indicatoren? Je hebt het dan over het functioneren van de helemarkt en over alle indicatoren die we in dit debat al voorbij hebben horenkomen, ook in uw inbreng. Dat is het streven naar een optimale markt,waarin producten tegen een redelijke prijs, die betaalbaar is voorconsumenten, aangeboden kunnen worden. Daar is niet één wijsheid opvast te pinnen. In dit parlementaire stelsel moeten wij daar met elkaargoed uit zien te komen. De ACM speelt daar een belangrijke rol in. Ik denkdat ik deze vraag in die algemene bewoordingen moet beantwoorden,want ik heb geen rijtje indicatoren op basis waarvan we zeggen of ietsgoed is of slecht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64824 Mevrouw Zeedijk vroeg naar de beleidsregel ten aanzien van het CBS.Althans, haar vraag ging met name over de beleidsregel. Ik deel niet haarmening dat die regel niets toevoegt. De beleidsregel regelt binnen welkeprocedurele randvoorwaarden het CBS zijn wettelijke taak mag uitvoeren.Er worden processtappen genoemd die het CBS moet doorlopen als heteen aanvraag krijgt voor aanvullende statistische dienstverlening, wantdaar hebben we het over. Wanneer doet het CBS het zelf en wanneer latenwe het aan de markt? We hebben een evaluatie van KWINK gehad. KWINKgeeft aan dat de beleidsregel inderdaad verduidelijkt wat het CBS wel enniet mag. Ik heb al eerder met de Kamer gedeeld dat het zo is dat we welgaan bekijken of het grensbedrag voor de aanvullende statistischedienstverlening misschien omhoog moet. Nu is dat bedrag € 10.000. Alsde werkzaamheden onder de € 10.000 kosten, dan betekent dit dat hetCBS die onderzoeken zelf mag doen. Als het bedrag hoger ligt, dan is hetaan de markt. Er moet een balans gevonden worden tussen de mogelijk-heden van de markt en het gebruikmaken van de ervaring bij het CBS dattegen lage kosten onderzoek kan doen. Ik doe dus een onderzoek naar deverhoging van dat grensbedrag, mede naar aanleiding van de motie vande heren Flach en Grinwis. In het vierde kwartaal zal ik de Kamer eenrapportage daarover doen toekomen.De voorzitter:Mevrouw Zeedijk, op dit punt nog?Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik ben wel heel benieuwd wat volgens de Minister de reden zou kunnenzijn waarom het CBS zich niet aan de regels zou houden of echt inbreukzou maken op de markt.Minister Adriaansens:Voor zover ik heb gezien, geeft KWINK dat niet aan. Ik zoek dus even naarde achtergrond van de vraag.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ik zoek eigenlijk naar wat de regels precies toevoegen. Waarom zijn dieecht nodig? Wat gaat er mis, als je die regels niet zou stellen? Ik bennamelijk voor vereenvoudiging van regels.Minister Adriaansens:O, ja. Ik ook! Ik zat even op een ander spoor.(Hilariteit)Minister Adriaansens:Dit is wel grappig, want meestal wordt er gevraagd om meer regels, maarnu gaan we dus kijken naar... Als de vraag is om even kritisch te kijken ofdie beleidsregel wat toevoegt, dan wil ik dat zeker doen. Dat is een heelandere vraag. Ik had die niet zo gehoord, maar ik doe dat met veel plezier.De voorzitter:Ik vrees dat er...Minister Adriaansens:Ja, ik krijg toegefluisterd dat er klachten waren. Maar we gaan kijken ofhet ook op een andere manier geregeld kan worden.Mevrouw Zeedijk (NSC):Nee, nee, nee. Mijn inbreng was echt: er zijn altijd wel klachten, zeker inde dataomgeving, want het is natuurlijk altijd spannend wie welke dataTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64825 levert. De vraag is of er echt zo veel regels nodig zijn en of ze echt ietstoevoegen. Krijg je dan minder klachten?Minister Adriaansens:Ik word hier helemaal blij van. Ik ga hier heel graag naar kijken.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen wordt er minder blij van.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, inderdaad. Ik heb toch wel een vraag over het CBS. In de begrotingvan 2023 wordt er 40 miljoen aan aanvullende statistische dienstenbegroot. In 2019 is de motie-Van den Berg/Wiersma aangenomen voor hettegengaan van oneerlijke concurrentie door het CBS. Uit het rapport vanKWINK komt dat het eigenlijk allemaal wel goed gaat en dat het meer gaatom het gevoel dat leeft. Is de Minister bereid om de gesprekken over derelatieverbetering, waar eigenlijk om gevraagd wordt in het rapport overhet CBS, aan te grijpen om toch nog eens grondig te kijken hoe het zit endaarbij ook de doelen van de motie-Van den Berg/Wiersma te betrekken?We moeten kijken hoe het daadwerkelijk gaat. Het CBS heeft hier 40miljoen euro voor begroot. Dat is een flinke groei ten opzichte van 2022.Hoe ziet de Minister dit? Kan zij die verwachte groei toelichten?Minister Adriaansens:De vraag begrijp ik. Ik zeg ook toe dat ik dat gesprek ga voeren. Ik kan daarzelf nu wel een verklaring voor geven, een reden voor de toename. Ik denkdat dit zo is, omdat we in algemene zin steeds meer data gebruiken. Maardat is mijn eigen invulling. Ik denk dat ik die moet toetsen. Overigensbrengt het CBS daar verslag over uit. Ik denk dat het goed is dat ik hierschriftelijk op terugkom. Ik zal dan aangeven hoe hiermee wordtomgegaan. Dat zal ik sowieso doen, omdat ik onderzoek doe naar datgrensbedrag. Ik zal kijken of de beleidsregel op alle vlakken nodig is. Ja,de beleidsregel is nodig om dat grensbedrag vast te leggen, maar devraag is of die op alle vlakken nodig is. En verder kom ik terug op hetonderdeel dat mevrouw Van Meetelen nu noemt. Ik zal even goed bekijkenof alles nodig is en of het inderdaad de goede verdeling is, omdat het overbest wel veel kosten gaat.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik dank de Minister. Het is bekend dat er een rechtszaak loopt. Er komt nogeen hoger beroep dat is aangespannen door het bedrijf Data & InsightsNetwork. Volgens mij vindt dat hoger beroep op 11 juli plaats. Ik denk dathet heel slim zou zijn om te kijken hoe dat gaat lopen. Als dat uitvalt in hetvoordeel van dat bedrijf, wordt het natuurlijk een hele andere situatie.Minister Adriaansens:Dat ben ik volledig eens met mevrouw Van Meetelen. Laten we evenwachten totdat dat hoger beroep is geweest voordat we daarop terug-komen, zodat we de uitkomst daarvan kunnen meenemen.Voorzitter. Ik maak de stap naar een vraag van mevrouw Van Dijk van hetCDA. De vraag was of ik het ermee eens ben dat we de regels in hetsociaal domein moeten aanpassen. De Nederlandse overheid is op basisvan Europese regelgeving vrij om te kiezen hoe zij het sociaal domeininricht. Dat concludeert ook de Minister van VWS in de brief van 17 aprilover de motie van Van Dijk over aanbestedingen in de zorg. Dat isuiteraard bekend bij mevrouw Van Dijk. Op het moment dat overhedenervoor kiezen om diensten aan anderen uit te besteden, hebben zemeerdere opties. Ze kunnen kiezen voor een openhouseconstructie, zoalsin de thuiszorg, voor aanbesteden, subsidiëren of inbesteden, oftewel: zelfdoen. Indien wordt gekozen voor aanbesteden, dan moeten ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64826 aanbestedingsregels worden gevolgd. Voor een gedeelte van het sociaaldomein geldt al een verlicht regime. Zoals de Minister van VWS heeftaangegeven, wil het kabinet die vrijheid laten bestaan en inzetten op meerruimte voor samenwerking en partnership, met ruimte voor een dialoog.Het huidige palet aan instrumenten zorgt ervoor dat we een passend zorg-en ondersteuningslandschap kunnen hebben.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik weet echt wel dat er bepaalde ruimte is, maar partijen vinden het somsspannend om die ruimte maximaal te benutten. Zou de Minister daar nogeven op in willen gaan? Wellicht kunnen we ze beter ondersteunen, betercommuniceren en ze daarbij helpen.Minister Adriaansens:Hebben we het in dit geval over de aanbestedingsrol van gemeenten alshet gaat over sociale diensten, bijvoorbeeld op het gebied van dejeugdzorg? Ik kijk even naar mevrouw Van Dijk. Ik begrijp dat de vraagbreder is, over het hele sociaal domein. Ik begrijp het volledig. Ik denk datoverheden in algemene zin de plicht hebben om goed samen te werkenmet de ondernemers die het aanbod verzorgen. Daar is ook het heleprogramma Beter Aanbesteden voor ingericht, dat onder regie vanPIANOo wordt uitgevoerd. We hebben dat programma ook verlengd. Hetis met name bedoeld om de dialoog beter tot stand te brengen. Er zijngoede voorbeelden, maar er is ook nog best veel te winnen. In die zinmoeten we daar aandacht voor blijven houden.Voorzitter. Ik kom op het onderwerp erfpacht. Dat onderwerp valt onder deverantwoordelijkheid van de Minister van BZK. Het probleem met dit soortvragen is altijd dat je van het kastje naar de muur wordt gestuurd, maar zowil ik er niet van afkomen. Ik wil een paar dingen noemen. De erfpacht diewordt toegepast door gemeenten valt onder de verantwoordelijkheid vanBZK. Het is geen financieel product, dus het valt niet onder de Wft. Voorde volledigheid van dit debat is het goed om te vermelden dat er 2021 eendebat heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een initiatiefnota van hetKamerlid Koerhuis over erfpacht. Naar aanleiding van de aangenomenmoties heeft de Kamer begin 2023 een onderzoek naar de algemeneerfpachtbepalingen ontvangen en naar hoe de consumentenbeschermingdaarin is geregeld.Er wordt gewerkt aan een handreiking. Die schijnt binnenkort – ik begreepzelfs heel binnenkort – naar de Kamer te worden verzonden. Daarin zal deMinister van BZK een voorstel doen voor het vervolgproces. Dat is deinformatie die ik heb. Ik was hier zelf in de voorbereiding van dit debatook naar op zoek. We hebben dadelijk die handreiking, maar hoe ga jedaar als samenleving mee om? In beginsel is dit natuurlijk een publiek-rechtelijk instrument. Het ligt eigenlijk bij de gemeenteraden om hier degemeenten op aan te spreken en om te toetsen of die handreiking, als diedadelijk goed genoeg is, goed wordt geïmplementeerd en gehanteerd. Ditis een formeel antwoord, want ik denk dat het in de praktijk niet zo zalgaan. Als je daar als individu een probleem mee hebt, dan kun je daar eenproces over aanspannen, maar dat is nogal wat. Mijn voorstel aan decommissie is om dat voorstel van de Minister van BZK af te wachten omte zien welk vervolgproces hij daarin voorstelt. Maar ik loop hier niet vanweg, dus op het moment dat het onvoldoende handvatten biedt voorverbetering of voor goede rechtsmiddelen, een goede rechtspositie engoede bescherming – want daar gaat het eigenlijk over – dan ben ik inalgemene zin ook aanspreekbaar op dat onderwerp.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik snap het antwoord aan de ene kant wel, maar ik vind het gewoon heelingewikkeld. De ACM komt er nu mee, we bespreken het bij BZK en het isonder de aandacht bij Financiën. Ik weet dat die brief er komt en dat erTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64827 een richtlijn komt, maar ik weet ook dat die niet verplicht gaat worden. Ikmaak me er zorgen over of we het niet te lang te vrijblijvend laten zijn,want we hebben in het verleden, zelfs in het heel recente verleden, geziendat er soms enorm hoge stijgingen plaatsvinden die de portemonnee vanmensen direct raken. Zij hebben bijna geen poot om op te staan. Dat isecht een aspect van de consumentenbescherming waar ik mij zorgen overmaak. Maar ik snap het antwoord. Ik ga hier gewoon mee verder. Er zijnnog een aantal commissies waarin ik dit kan droppen.Minister Adriaansens:Voorzitter. Ik kom bij de aanbestedingen. De heer Thijssen vroeg waaromde Handreiking tenderkostenvergoeding niet is opgesteld met deaanbestedende diensten. Bij de totstandkoming van die handreiking zijnde aanbestedende diensten wel betrokken geweest. Via meerderefeedbackrondes hebben onder andere de provincie Noord-Holland en degemeente Zeist input kunnen leveren. Ik zie wel dat die regeling weinigwordt gebruikt. Misschien is dat ook wel de achtergrond van de vraag vande heer Thijssen. Ik ben inmiddels in gesprek met zowel ondernemers alsaanbestedende diensten over wat we kunnen doen om het gebruik van detenderkostenvergoeding meer te stimuleren. Ik zal in die gesprekken devraag meenemen of een wijziging van die handreiking wenselijk is, zodatze zich beter betrokken voelen bij de totstandkoming. Misschien sluit hetnu niet goed genoeg aan. Ik zie dat de heer Thijssen hiermee instemt, dusdat ga ik doen.De volgende vraag van de heer Thijssen was waarom het aanbestedenniet socialer en duurzamer gaat. Even in algemene zin: ik zie absoluut hetgrote belang van duurzaam en sociaal inkopen of aanbesteden, maar datis vaak hetzelfde. Ik heb begrip voor de oproep om daar meer werk van temaken. Overheidsinkoop is heel belangrijk voor het halen van onzeklimaatdoelen, circulaire doelen en andere maatschappelijke doelen, zoalshet mee laten doen van een breed deel van de samenleving. Ik zie ook dater veel gebeurt. Het is overigens een heel ingewikkeld landschap. Weproberen het vanmiddag in kaart te brengen om te zien wat we allemaalprecies hebben. Het is best ingewikkeld. Ik noemde net al het programmaBeter Aanbesteden. We hebben ook Maatschappelijk VerantwoordInkopen, wat zich richt op onze overheden, en specifieke regelingen inEuropees verband die hierop zien en die hieraan eisen stellen, en dievanuit Europa op de aanbestedende diensten afkomen. Het is best veelom te verwerken. Als je niet zo’n grote gemeente bent, dan moet je hetallemaal maar kunnen doen. We maken wel flinke stappen. Ik heb eenreactie in voorbereiding op het tienpuntenplan van de ChristenUnie. Ik zaluitgebreid aan de Kamer rapporteren hoe we daarmee kunnen omgaan.Voorzitter. Ik kom op de streekproducten, de vlaai en de rookworst.De voorzitter:Gaat u ook nog in op het concretere voorstel over aanbesteden volgenstrue pricing?Minister Adriaansens:Daar kom ik nog op.De voorzitter:Daar komt u nog op.Minister Adriaansens:Ik ben zeer gecharmeerd van true pricing, dus ik zal daar gelijk op ingaan.Ik zeg toe dat we zo’n pilot gaan doen. Dat lijkt mij een hele goedeexercitie. Ik ga nu op zoek naar een aanbestedende dienst die daaraan wilmeewerken. Het is echt belangrijk dat we daarmee ervaring opdoen. Ikheb me verdiept in wat Amsterdam doet en ik heb een aantal dingenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64828 beschreven in de antwoorden die ik heb gegeven op de vragen over BeterAanbesteden. Maar laten we concreet afspreken dat we een pilot gaandoen om te zien hoe we true pricing op een goede manier zouden kunnenontwikkelen. Het is óf aanbesteden met allemaal eisen óf ervoor zorgendat de prijs dat werk doet. Ik denk dat we beide methoden moetenonderzoeken.De voorzitter:Dank voor die toezegging namens mij. De heer Thijssen heeft misschiennog een vraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Het is mooi dat we die pilot gaan doen. Ik begrijp dat er nog een reactiekomt op het tienpuntenplan van de ChristenUnie, maar ik voel wel watongeduld. De circulariteitsdoelen gaan we bij lange na niet halen. Deklimaatdoelen halen we net. Maar als we naar de middenwaarde kijken,dan gaan we die ook niet halen, terwijl we hier wel 80 of 100 miljardhebben – we hebben in ieder geval heel veel geld – die de overheid kaninzetten om voortgang te maken met het bouwen van een economiewaarmee we de toekomst in kunnen en waarmee we toekomstbestendigzijn. Ik voel wat ongeduld en haast. Als dit het debat is waarin we het overaanbesteden hebben, waarom krijgen we dan geen antwoord op hettienpuntenplan van de ChristenUnie? Wanneer kunnen we datverwachten, zodat we meters kunnen maken?Minister Adriaansens:Ik hoor het antwoord: voor in de zomer. Maar we zullen nog evenconcreter kijken wanneer we de antwoorden kunnen geven ... O, ik hoornu dat dat in juli zal zijn. In juli komen we met de antwoorden wat betreftdat tienpuntenplan van de ChristenUnie.Dan ten aanzien van wat er allemaal gebeurt. Dan heb ik het over deomvang van waar we het over hebben als we het over aanbestedenhebben en bijvoorbeeld over de wijze waarop er duurzaam wordtingekocht. Kijk naar Rijkswaterstaat. Die hebben daar best wel grotevoortgang in gemaakt. Daar gaat heel veel geld in om. Dat gaat ook echtover verduurzamen. Rijkswaterstaat is daar dus heel veel mee aan hetdoen, het Rijksvastgoedbedrijf idem dito. Maar er is nog een heel grootverschil tussen de landelijk opererende organisaties zoals Rijkswaterstaaten al die lokale overheden. Laten we niet vergeten dat het een megagrootbedrag is. Ik moet het even goed zeggen, maar volgens mij gebeurt 80% –maar hou me ten goede, misschien is het iets lager – of in ieder geval eengroot aandeel van de inkoop lokaal. Ik heb zelf ook werkbezoeken gedaan.Ik heb ook met ondernemers en gemeenten aan tafel gezeten om te kijkenwat we kunnen doen om het te verbeteren. Ik deel namelijk het belang.Maar het is voor gemeentes echt onvoorstelbaar ingewikkeld, zeker geziende complexiteit, om precies te weten bij welke producten en bij welkeinkooprelatie welke eisen gesteld moeten worden. En dan moet je ze óóknog controleren.Voorzitter. Dit is misschien buiten de orde, maar ik heb zelf ook aan deandere kant gestaan. Ik weet hoe ingewikkeld het is om de aanbestedingte doen. Ja, het kan dus absoluut beter, maar de vraag is wel wat de wegis naar verbetering. Ik denk dat de wijze waarop we dat met hetprogramma Beter Aanbesteden doen ... Ik zie in dat proces, dus in diedialoog, kennisopbouw en empowerment van zowel de ondernemeralsook de gemeentelijke inkooporganisatie – dat is soms ook één persoon– een oplossing voor verbeterde inkoop. Het is niet zozeer dat mensen,organisaties of overheden niet willen. Maar de vraag is wel: hoe doe je hetgoed?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64829 Dit heb ik ook gemerkt bij mijn werkbezoeken. Ik was bij een bedrijf datbezig is met circulaire kantoormeubelen. Die merken dat als ze cursussengeven aan de inkopers, die daar veel meer mee gaan doen wat betreft hunaanbestedingen. Op die manier werkt het ook echt om die circulariteits-doelen dichterbij te brengen. Dan denk ik nog steeds: het ligt ergens welaan de uitvoering, maar het ligt ook gewoon aan de voorwaarden die jestelt wat betreft waar aanbestedingen aan moeten voldoen. Maar goed, ikbegrijp dat er een reactie komt. Dat duurt nog even; die komt in juli. Ikhoop dan dat we hierover als commissie gewoon heel snel na hetzomerreces weer een debat inplannen. Want volgens mij is dit echt eenhele, hele grote mogelijkheid om de economie van de toekomst tebouwen, die we zo hard nodig hebben.Minister Adriaansens:Dan zeg ik toch even iets over dat dilemma. We moeten soms misschienwat meer over dilemma’s praten. Het lijkt namelijk heel makkelijk om tezeggen: dan stellen we de regels zo op dat je als overheid wel móétvoldoen. Alleen is het voor het ene product of de ene dienst die je inkooptheel belangrijk om eisen te stellen op het gebied van circulariteit, terwijlhet voor de andere dienst belangrijker is om te kijken of mensen met eenafstand tot de arbeidsmarkt beter mee kunnen doen. Het kan voor eenvolgend product juist weer belangrijker zijn om het innovatief vermogente versterken. Je moet de uitvoerbaarheid mogelijk maken. Als je dan teveel eisen gaat stellen aan de voorkant, wordt het weer zo’n ontzettendeadministratieve last en een bureaucratisch proces, waarbij we die eenlingof een beperkt aantal personen bij kleine gemeentes ook echt niet helpenom dat te doen. In die zin schets ik het dus als een dilemma. Het zounamelijk het makkelijkste zijn om te zeggen: we gaan regels maken enervoor zorgen dat we het aan de voorkant gaan regelen. Daarom vind ikde pilot van True Price interessant. Dan ga je namelijk heel gericht kijkenof je het in de prijs kan vertalen; dat zou een alternatief kunnen zijn voorhet helemaal dichtreguleren aan de voorkant. Ik schets dus even datdilemma, omdat ik niet denk dat er een goede uitkomst is. Laten weervoor zorgen dat we beide manieren verbeteren.Voorzitter. Dan de streekproducten. Dan ben ik nu toch bij de vlaaiengekomen. Overheden zijn vrij wat betreft de keuze voor de producten endiensten die ze inkopen. Dat is zeer bekend. Je kunt niet alleen maarvoorschrijven dat ze enkel bepaalde streekproducten moeten inkopen; datis niet toegestaan. Maar kleine opdrachten kan je wel onderhands gunnen.Ik vermoed dat dat hier aan de orde is.Dan kom ik op de buurtinitiatieven. Ik juich het toe – ik denk dat iedereendat doet – als buurten zelf het initiatief nemen om bijvoorbeeld hun wijk teverduurzamen. Ze kunnen dat in overleg doen, maar ook in samenwerkingmet de gemeente, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een subsidie-regeling. Voor dergelijke buurtinitiatieven gelden geen aanbestedings-regels. Maar als de gemeente ondernemers wil inschakelen bij hetverduurzamen van een wijk, kunnen ze dat doen door aanbestedingen ensoms ook met een subsidierelatie. Dat ligt in het verlengde van waar wehet net over hadden. Die aanbestedingsregels bieden ruimte om deduurzaamheid, sociale impact of innovatie mee te laten wegen. Het CDAheeft daarover vragen gesteld aan de Minister van BZK en ik begreep datdie binnenkort worden beantwoord; dat zeg ik namens de Minister vanBZK.De heer Kisteman vroeg of ik het ermee eens ben dat de overheden eenvoortrekkersrol hebben bij de transitie naar zero emissie. Ja. Ben ik bereidom hierover afspraken met overheden te maken? Een belangrijke vraag,want aanbesteding is een belangrijke middel om de maatschappelijkedoelen na te streven, zoals ik net al zei. Ik denk dat ik de meeste dingen algenoemd heb. Met de rijksinkoopstrategie Inkopen met impact commit-teert het Rijk zichzelf om duurzaam en sociaal in te kopen. RichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64830 medeoverheden stimuleren we dat via het nationaal plan Maatschappelijkverantwoord inkopen. We zien ook dat Europa in toenemende mate extraeisen stelt aan bepaalde sectoren, bepaalde onderdelen. Ik noem alsvoorbeeld batterijen, maar het zijn er al best een aantal. Die moeten degemeentelijke overheden dan ook weer meenemen.De heer Kisteman vroeg ook wat ik heb gedaan met de adviezen uit hetrapport Innovatie inkopen in de publieke sector. Innovatiegericht inkopenis erg belangrijk, daar heb ik net ook iets over gezegd. Wat we bijvoor-beeld doen als ministerie, als het om innovatie gaat, is andere inkopendeoverheden ondersteunen met SBIR-programma’s (Small BusinessInnovation Research). Binnenkort start een SBIR over netcongestie. Er isook een groot NGF-programma Virtual en Augmented Reality. Daarinwordt 50 miljoen besteed aan SBIR. Dat is een soort innovatiecompetitiedie wordt uitgeschreven door een overheid. Dan kunnen ondernemerseen plan indienen hoe zij een innovatief antwoord kunnen geven op devraag. De beste plannen worden geselecteerd en daar krijg je dan subsidievoor, om te kijken of de invoering daarvan haalbaar zou zijn. Daarmeeproberen we dat te stimuleren.Bovendien financieren we de ondersteuning door PIANOo om innovatie-gericht inkopen te stimuleren. Rijkswaterstaat is inderdaad een erg goedvoorbeeld van hoe dat nu wordt toegepast. Daar is overigens wel een flinkproces aan voorafgegaan, met een ingewikkelde afweging tusseninnovaties, kosten, risico’s et cetera, et cetera. Maar goed, dat geeft onsook de kans om die positieve verhalen eruit te lichten. Uiteindelijk gaat heter ook om mooie voorbeelden te creëren. In het rapport staat ook dat wedat meer moeten benutten. Dat is de weg die wij volgen.De heer Kisteman vroeg ook hoe ik ervoor kan zorgen dat overheden,grote en kleine, zich bewust worden van hun rol ten opzichte van de markten of ik niet standaard moet voorschrijven dat er eerst aanbesteed wordt.Zoals ik net al zei, is het uitgangspunt dat overheden in staat moeten zijnom een eigen afweging te maken of ze bepaalde rollen zelf uitvoeren ofaan de markt overlaten, ook bij het vraagstuk aanbesteden, met alsbelangrijke randvoorwaarden dat ondernemers voldoende gehoordmoeten worden – daar dient dan ook weer het programma BeterAanbesteden voor – en dat overheden niet oneerlijk concurreren metondernemers. Zoals gezegd, Beter Aanbesteden, maar ook de maatre-gelen voor rechtsbescherming zijn heel belangrijk om dat te stimuleren.Zoals gezegd, het wetsvoorstel Markt en overheid ligt nu voor bij deKamer. De Staatssecretaris voor Mijnbouw heeft in zijn portefeuille hetvoorkomen van oneerlijke concurrentie tussen markt en overheid. Hij zalna aanpassing van de wet een ronde langs de decentrale overheden enhet Rijk gaan maken om het belang van die wet te benadrukken. Hij zalook de handreiking aanpassen, samen met de ACM, naar aanleiding vande Wet markt en overheid, die dus nog door uw Kamer moet wordenbehandeld.Voorzitter. Dan ben ik bij het mapje andere onderwerpen; de heer Thijssenverheugt zich daar mateloos op, en misschien niet hij alleen. Nee, het iseen serieus onderwerp, dus we moeten dat ook serieus nemen. Ik herkenhet beeld van de hoge prijzen. Daarover heb ik al eerder mijn zorgenuitgesproken. Voor een heleboel mensen in deze samenleving is dat echteen uitdaging. De afgelopen twee jaar zijn de prijzen in een historischtempo gestegen en daardoor kunnen mensen het gevoel krijgen dat zijgrip verliezen op de vaste lasten, en dat is zorgelijk. Daar kan je zelf ookheel veel zorgen over hebben. We moeten daar ook aan doen wat wekunnen doen.Ik zie ook positieve trends, want een en ander hing ook samen met deoorlog in Oekraïne, de gestegen energieprijzen en wat er allemaal nogmeer speelde in de wereld. Allereerst is het goed om te zien dat deverwachte prijsstijgingen dit en volgend jaar afnemen. Het CPB verwachteen prijsstijging van 2,9% in 2024 en 2,8% in 2025. We zien ook dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64831 loonontwikkeling na de historische piek in 2023 iets afneemt. Volgens hetCPB zullen de lonen naar verwachting toenemen met een gemiddeldecao-loonstijging van 5,9% in 2023 en 6% in 2024. Dat is in beginsel eengoed teken voor de bestedingsruimte die de huishoudens hebben. Delonen stijgen harder dan de prijzen en dat vertaalt zich in een stijgendekoopkracht. Daardoor zullen de hogere prijzen in 2025 naar verwachtingvoor een heel groot deel van de mensen gecompenseerd worden. Hetprobleem met macrocijfers – wat ik altijd wel ingewikkeld vind – is dat jemacro een beweging ziet die micro, op persoonsniveau, soms tot enormespanningen kan leiden. We hebben daar als kabinet wel het nodige aangedaan, maar het is heel moeilijk om alle zorgen voor iedereen weg tenemen. We zien alleen wel een positievere beweging.Als we dan inzoomen op de vraag of het klopt dat een op de drieNederlanders niet kan rondkomen, herken ik het cijfer van die rondvraagvan het Nibud. Dat is natuurlijk heel zorgelijk. Het is heel schrijnend datmensen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Zoals ik netzei, zien we wel dat dit is gedaald, maar voor de mensen die het betreft, isdat natuurlijk niet het winnende antwoord. Daarmee nemen we de zorgenniet weg. Ik heb net de percentages genoemd. Ik denk dat het belangrijk isom hier te benadrukken dat het kabinet deze zorgen zeer serieus neemt.Bij de augustusbesluitvorming kijken we jaarlijks hoe de koopkracht zichontwikkelt en of we daarvoor voldoende maatregelen nemen, zodat we ditprobleem laten afnemen.Voorzitter. Dan de opmerking van de heer Thijssen over de overwinsten.Tijdens de inflatiepiek zijn de winsten van een aantal bedrijven forsgestegen. Dat was niet in iedere sector hetzelfde, dat moeten we ook goedin de gaten blijven houden. Het had ermee te maken dat de economie ineen bepaalde periode erg oververhit was. Zoals gezegd verschilden diewinsten echt sterk per sector. Winsten zijn conjunctuurgevoelig en kunnenin een sector tijdelijk stijgen. Wanneer de economie weer afkoelt – daarzijn ook maatregelen voor getroffen – dan dalen die winsten ook weersnel. Dat zien we nu ook gebeuren. Het CBS rapporteert dat de bedrijfs-winsten in alle kwartalen in 2023 lager waren dan in het jaar daarvoor.Over het algemeen genomen was er dus geen sprake van overwinsten,althans in die zin dat ze gebleven zijn. Er was een uitzonderingssituatie inhet energiedomein. Daar heeft de overheid als er sprake was vanoverwinsten, ook ingegrepen middels de solidariteitsheffing, deverhoogde cijns en de inframarginale heffing.Voorzitter, dat waren de antwoorden op de vragen van de heer Thijssen,denk ik, en dan heb ik nog een vraag van de heer Sneller over het rapportvan Letta.De voorzitter:Dan denk ik dat we eerst nog even doorpraten over de vragen van de heerThijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik maak me er toch wel heel erg zorgen over dat een op de drie Neder-landers moeite heeft om rond te komen. We zagen deze week weer eenbericht over de beknibbelflatie. Volgens mij is dat een manier voorbedrijven om hun winsten op peil te houden of weer overwinsten tegenereren. De Minister erkent dat de overheid bij energie heeftingegrepen, maar we zien dit in de benzinesector, bij de pompstations, bijsupermarkten en bij banken. Moet de overheid hier niet meer werk vanmaken, meer meters maken, om dit soort taferelen te voorkomen en tezorgen dat mensen meer kunnen kopen met het geld dat zij hebben?Minister Adriaansens:De prijzen zijn gestegen en voor een deel zullen de prijzen ook hoogblijven. De opgave is om te zorgen voor goede koopkracht, niet om deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64832 prijzen te laten dalen. Met de gestegen energiekosten, de gestegen prijzenvan grondstoffen en de toch iets afnemende handelsintensiteit in dewereld zul je zien dat die prijzen op een bepaald niveau zullen blijven, ofin ieder geval niet zullen afnemen. De kunst is om te zorgen dat dekoopkracht herstelt, zodat mensen in staat zijn om in hun levenson-derhoud te voorzien en boodschappen te doen.Moeilijk rondkomen is altijd het thema waar we het over hebben als hetgaat over koopkracht. Daar is ook een cijfer voor. Het CPB heeft ookgerapporteerd dat dit over het afgelopen jaar het laagste was van deafgelopen twaalf jaar, dus we zien dat we daadwerkelijk wel stappenzetten om die koopkracht te herstellen. Het is gedaald ten opzichte van devorige jaren. Ik zal die cijfers nog even checken voor de tweede termijn,zodat ik er specifiek op in kan gaan.Ik noemde net ook al de loonstijging; dat is ook een belangrijke indicator.Ik denk dat het niet correct is om te blijven framen dat het erger is danooit, maar het is absoluut terecht om te zeggen dat het erg is voor demensen die het betreft. De opgave voor het kabinet om te zorgen dat wemensen in staat stellen om hun inkopen te doen is van alledag. Die isiedere dag aan de orde. Daar hebben we dit debat ook over. Goedemarktwerking helpt daarbij. Een goed marktsysteem, met marktordeningen consumentenbescherming, zorgt ervoor dat er geen machtsmisbruik isen dat er correcties zijn, als dat kan. Maar in die zin wil ik het beeld tochiets bijstellen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik zeg volgens mij ook niet dat het erger is dan ooit. Ik vind het gewoonheel erg dat er miljoenen Nederlanders zijn die niet rond kunnen komen.Ik denk dat de loonontwikkeling ook heel belangrijk is, maar dat is niet ditdebat. Dan zou ik heel graag praten over loonontwikkeling, maar volgensmij doen we dat in juni, bij de staat van de economie. Ik zou het wel mooivinden als de Minister van Economische Zaken zegt: word allemaal lid vaneen vakbond, want samen sta je sterk en kan je hogere lonen eisen.Maar nog even precies, laat ik als voorbeeld nemen de beknibbelflatie,waar we deze week over gehoord hebben. Ik zie hier een manier voorsupermarkten om goedkopere ingrediënten in hun producten te stoppen,zodat ze hun winst een boost kunnen geven. Ik zie hier dat supermarktenmogelijk hun marktmacht misbruiken, door goedkopere producten temaken die ze voor dezelfde prijs verkopen, vooral om hun winstenomhoog te brengen. Deelt de Minister die zorg? Zo ja, is ze dan bereid omer zelf naar te kijken of de ACM te vragen om dat te doen?Minister Adriaansens:We zijn een aantal dingen aan het doen, ook met die territoriale leverings-beperkingen, om te zorgen dat er een gelijk speelveld is en dat erconcurrentie is. Er is overigens enorm veel concurrentie in de super-markten, dus laten we niet doen alsof er sprake is van marktmachtsmis-bruik door grote aanbieders van bepaalde producten. Het framen dat ersprake is van machtsmisbruik steun ik niet. Ik denk wel dat we alertmoeten zijn dat grote partijen geen misbruik maken van hun positie. Daaris de ACM voor aangewezen, als daar klachten over zijn. En die zullen erzeker zijn als mensen aanleiding hebben om een klacht te hebben overinkopen in de supermarkt. Dan zullen ze daar zeker gebruik van maken. Indie zin herken ik dat beeld niet. Overigens is beknibbelflatie van alle tijden,dat je ziet dat producten worden bijgesteld. Je kunt er negatief naar kijken,maar je kunt er ook positief naar kijken, omdat we mensen in staat stellenom het product nog te kopen, zoals een van de leden ook zei. We moetenoppassen met die framing, maar als er sprake is van machtsmisbruik,moeten we daartegen opkomen.Ik wil meneer Thijssen wel zeggen dat ik zeker iedereen wel aanmoedigom lid te worden van de vakbond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64833 De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat ga ik twitteren; dat is duidelijk. Kijk, ik zeg niet dat er misbruikgemaakt wordt. Ik zeg wel dat het zou kunnen. Ik zie ook berichten van DeNederlandsche Bank, die inderdaad in sommige sectoren wel degelijk zegtdat de winsten wat hoger zijn dan je zou verwachten, dat de concurrentiedaar niet helemaal werkt. Ik weet niet of ik een vermoeden heb, maar ikheb wel signalen dat hier iets aan de hand kan zijn bij de supermarkten.Daarom is mijn vraag aan de Minister of het de moeite waard is om diteens te onderzoeken, om te zeggen: er zijn signalen, gebeurt hier nou watof is dit van alle tijden en is die concurrentie prima in orde?Minister Adriaansens:Als we kijken naar de grote supermarktketens, dan is het maar de vraag ofde grote winsten te maken hebben met Nederland of met andere landen.Het staat mij bij dat bij deze bedrijven, die internationaal zijn, de winstenook vaak in andere werelddelen worden gemaakt. Volgens mij zou je eenzeer genuanceerde analyse moeten doen naar waar de winst wordtgemaakt, wat de oorzaak daarvan is. Laat ik heel duidelijk zijn: winstmaken is voor mij geen reden om onderzoek te doen, op geen enkelemanier, en gelukkig voor de heer Thijssen ook niet. Machtsmisbruik is weldegelijk een reden. Op het moment dat mij serieuze signalen bereiken dater machtsmisbruik zou zijn, zal ik zeker aan de ACM vragen om daaronderzoek naar te doen.De voorzitter:Dan gaan we naar Letta.Minister Adriaansens:Voorzitter. We waren bij de heer Letta. Ik heb nog niet het hele onderzoekvan a tot z kunnen doornemen. Het is van medio april. Ik ben in beginselwel positief over de korte samenvatting en wat ik er verder al van hebkunnen meekrijgen, maar zoals gezegd zal ik er nog een goede analysevan laten maken. Ik zal er in de geannoteerde agenda voor de RaadConcurrentievermogen van 24 mei een appreciatie van geven voor uwKamer. Een aantal zaken die daarin genoemd worden, zijn: de TLB, diegesteund worden, het feit dat veiligheid heel belangrijk is, de rol vanaanbesteden om publieke doelen te halen – dat geeft de heer Letta ookaan – het belang van de defensie-industrie en bijvoorbeeld ook het belangvan een kapitaalmarktunie. Er staan een aantal zaken in waarvan ik, als ikzo door mijn oogharen kijk, denk: nou, dat kan zeker een versterking vande markt betekenen. Maar zoals gezegd krijgt u nog een genuanceerdereactie van mij.Dan ben ik door de antwoorden heen, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden. Die zie ik geen vinger opsteken. Dan gaan wijeen tweede termijn doen, want ondanks de vele interrupties is daar ruimtevoor. Die ruimte is ongeveer anderhalve minuut. Ik begin met mevrouwVan Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Ik heb geen uitgebreide tweede termijn, want eigenlijkheb ik alles wat ik zo’n beetje wilde vragen vandaag, kunnen vragen. Ikvraag me af: als we de Wet markt en overheid gaan behandelen, ligt datdan niet bij u maar ...Minister Adriaansens:Bij de Staatssecretaris.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64834 Bij de Staatssecretaris, oké. Dat doet mijn collega. Ik ga dan toch wel evenin overleg. We willen extra naar die zbo’s gaan kijken en daar de focus ophebben. Ik begrijp dat het niet allemaal in de Wet markt en overheidgeregeld kan gaan worden, want al die zbo’s hebben meestal weer huneigen wet. Dat is dus lastig. Nou, eigenlijk is dat wel een beetje wat ikwilde zeggen.Ik wil ook een tweeminutendebat aanvragen om eventueel moties in tedienen naar aanleiding van dit debat.De voorzitter:Dat mag altijd.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Mag dat nu?De voorzitter:Dit is zeker een goed moment daarvoor, want dan kunt u misschien ookzeggen waar die eventueel over zouden gaan. De doelstelling van deVoorzitter is ook om ervoor te zorgen dat we minder moties indienen. Hetkan zijn dat u een vraag heeft aan de Minister waar zij nog een toezeggingop kan doen in haar tweede termijn, waardoor een motie onnodig is.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Nou ja, ik wil eigenlijk een aangepaste motie indienen, onder andere overStaatsbosbeheer. Ik wil dat toch gewoon wat scherper hebben, ondanksdat u zegt: we gaan ernaar kijken. Maar dat was wel de bedoeling. Eenmotie over de right to repair was ik aan het overwegen, maar die heb iknog niet klaar.De voorzitter:U hoeft de motie nog niet klaar te hebben, maar ik denk dat dit voor decollega’s helpt als zij op hetzelfde onderwerp een motie in willen dienen.En de Minister weet nu ook: als ik dit wil voorkomen, dan weet ikongeveer wat ik moet zeggen. Dank u wel. Dan gaan we naar de heerThijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Dank ook aan de Minister en al haar ambtenaren voor deuitgebreide antwoorden. Ik denk dat we het in dit debat gehad hebbenover de zaken waarover het moet gaan, namelijk aanbesteden en welkemiddelen we allemaal kunnen inzetten om onze maatschappelijke doelente bereiken. We hebben het ook gehad over een mogelijke marktmacht diewordt gebruikt en mogelijk oneerlijke concurrentie vanuit andere landen.Ergens heb ik wel een beetje een onbevredigend gevoel, omdat er nogheel veel aan zit te komen, ergens dit kwartaal, maar we dat nu nog niethebben. Daarmee stokt het debat een beetje. Ik kijk dus uit naar alleantwoorden en alle stukken die we gaan krijgen zo rond de zomer. Ik denkdat het dan heel verstandig is dat we snel ná de zomer dit debat nog eenkeer voortzetten, omdat er hier volgens mij wel hele belangrijke onder-werpen worden besproken, bijvoorbeeld hoe we ervoor kunnen zorgendat de Nederlandse economie een sterke Nederlandse economie is en hoewe ervoor kunnen zorgen dat consumenten zo goed mogelijk beschermdworden.Ik denk bij sommige dingen inderdaad wel: goh, moeten we daar nietgewoon proactief onderzoek naar doen? Dat ga ik nog overwegen. Dat iswaarom ik graag wel een tweeminutendebat zou willen aanvragen, dus ikhoop dat mevrouw Van Meetelen bij haar aanvraag blijft en anders doe ikdat graag. Ik moet er nog even over nadenken of ik naar aanleiding van ditdebat een motie indien of niet.Tot zover, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64835 De voorzitter:Uitstekend, dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Zeedijk.Mevrouw Zeedijk (NSC):Ook van mijn kant dank aan de Minister voor het beantwoorden van allevragen. Ik vind het goed om te horen dat er zo veel energie wordtgestoken in de ACM en de werking van de ACM. Ik vind het ook goed omte horen dat op sommige punten het instrumentarium uitgebreid kanworden. Ik denk dat het ook goed is voor ons als commissie als we metz’n allen energie erin steken om er misschien wat meer kennis over op tedoen en misschien zelfs de ACM een keer uit te nodigen om te horen watze er zelf van denken.Op het punt van het CBS wil ik heel graag mijn collega Van Meetelen nogeven geruststellen: ik vind zeker niet dat het CBS meer geld moet gaanverdienen. Maar op de weg om dat te voorkomen, moeten ze juistgestimuleerd worden om meer data openbaar te maken. Dan heeftiedereen er namelijk wat aan. Het zit niet in meer regels. Ik ben dus ookecht wel op zoek naar waar we regels kunnen verminderen. Het CBS zitgewoon hier in Den Haag best dicht bij de Minister, dus volgens mij kande Minister daar zelf goed toezicht op houden.Dan nog even het punt dat hier gemaakt werd ... Misschien zeg ik datverkeerd, maar goed. Ik wil toch nog even terugkomen op een suggestie.Ik werd vandaag gebeld door iemand uit de sector die zorgen had over datongelijke speelveld in Europa. Denk aan gerecycled plastic, bijvoorbeelduit China, en het gebruik door grote bedrijven. Dat is toch wel echt eenpunt. Ik zie in zo’n sector dus echt een proactieve sectorgerichte aanpakvoor dat gelijke spelveld voor me. Daar moeten we als commissie tochecht wat mee doen, denk ik.Tot zover.De voorzitter:Mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de antwoorden. Ik deel wel hetgevoel van de heer Thijssen. Er gaan nog best wel wat antwoordenkomen rond de zomer, maar het is natuurlijk ook aan ons als commissieom daar vervolgens wellicht een extra commissiedebat voor te latenagenderen. Maar ik voel daar in principe wel wat voor. Ik was ook heel blijmet de nuance van de Minister met betrekking tot het inkoopbeleid en dezorg voor met name de kleine gemeentes. Inkoopbeleid en aanbestedings-beleid: het lijkt allemaal zo logisch, maar in de praktijk is het soms echtheel ingewikkeld uitvoerbaar. Het zet ook gewoon echt wel druk op onzetoch al schaarse ambtenarencapaciteit.De voorzitter:Dan de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Voorzitter, dank u wel. Minister, bedankt voor de beantwoording. Ik hadvan tevoren niet verwacht dat we het vandaag zouden hebben overrookworsten, lekkerbekjes, hazelnootpasta en kippensoep. Het enormewantrouwen in dit huis richting onze ondernemers verbaast mij elke keerweer. We zien dat vandaag ook weer terug en in alle onnodige regel-geving die hier in dit huis wordt bedacht.Bedankt voor de reactie op de QR-codes en de territoriale leveringsbeper-kingen. Waar mogelijk zouden we echt heel graag met u willen optrekkenom hierin toch wat stappen te gaan maken, want hier moet echt iets meegebeuren.Ook dank voor alle andere antwoorden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64836 De voorzitter:Uitstekend. Ik hou het ook heel kort. Dank voor de beantwoording en detoezeggingen over de pilot. Voor onze administratie hebben we eendeadline nodig. Wanneer horen we daar meer over? Anders mag het nietals toezegging gelden in dit huis.Ik wil me aansluiten bij wat mevrouw Van Dijk zei. We gaan als Kamer zelfover wanneer we de Wet markt en overheid behandelen. Ik sluit me aanbij de suggesties die daarover zijn gedaan.Minister Adriaansens:Ik kan meteen antwoorden.De voorzitter:Dan ga ik door naar de Minister voor haar beantwoording.Minister Adriaansens:Ik heb iets over de koopkracht, maar ik weet niet of de heer Thijssen daarnu op zit te wachten. Ja, altijd hè. Ja. In 2024 hebben we een stijging vande koopkracht van 2,7% en voor de laagste inkomens van 2,1%. De vraagis natuurlijk even of dat genoeg is. Het zijn allemaal van die cijfers.Daarom twijfel ik er ook enigszins over. Wat we wel zien – ik denk dat datgoed is om aan te geven – is dat door de maatregelen die we hebbengetroffen, er wel degelijk een toename is geweest van de koopkracht.Desalniettemin – ik blijf even bij hetzelfde punt – is het nog steeds heelschrijnend dat er mensen zijn die daar te weinig van merken. Dat wil ikwel gezegd hebben.Voorzitter. Ik heb iets gezegd over het programma Beter Aanbesteden.Daarvan zei ik dat het verlengd was, maar daarmee bedoelde ik dat het ditjaar nog doorloopt. Daar hebben we middelen voor gevonden bij deVoorjaarsnota. Maar daarna, in 2025, loopt het niet meer door. Dat ismisschien ook iets voor uw Kamer om in mee te denken.Ten aanzien van de ACM. Ik zal de ACM zeker uitnodigen. Ik denk dat eenheel groot deel van het debat daarover ging en zij het ook heel fijn zoudenvinden om dat overleg te voeren.Dan ten aanzien van true pricing. Ik wil binnen zes maanden duidelijkheidgeven over hoe we die pilot kunnen doen.De voorzitter:Ik zie tevreden collega’s, of in ieder geval berustende collega’s. Ik ziezowel berustende als tevreden collega’s, Minister.Dan is het aan mij om nog even de toezeggingen langs te lopen.–De Kamer zal worden geïnformeerd over de loot boxes. Dat is eentoezegging aan mevrouw Van Dijk. Dat komt in juni bij de FitnessCheck.–De Minister zal de Kamer informeren over de beleidsregel CBS enmogelijke concurrentieverstorende praktijken.Heeft u daar een termijn voor in gedachten?Minister Adriaansens:Ik had daarbij volgens mij een combinatie gemaakt van een aantal vragen.Ik wilde volgens mij in Q4 reageren op het onderzoek. Daar had ik eenaantal zaken bij genoemd. Die moet ik even scherp hebben. Ik doel op demotie-Van den Berg/Wiersma, het betrekken van het hoger beroep en dezevraag. Ik heb er toen een paar genoemd.De voorzitter:Dat komt ...Minister Adriaansens:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64837 Dat zou ik in het vierde kwartaal willen doen, omdat ik dat dangezamenlijk doe.De voorzitter:Het vierde kwartaal. Uitstekend.–Een reactie op het tienpuntenplan van de ChristenUnie voor duurza-mer en socialer inkoopbeleid komt in juli naar de Kamer.–De Kamer wordt binnen zes maanden geïnformeerd over de pilot voortrue-priceaanbesteding. Dat was een toezegging aan de heer Thijssenover het tienpuntenplan van de ChristenUnie.Er is een tweeminutendebat aangevraagd met mevrouw Van Meetelen alseerste spreker. Heeft u iets gemist, Minister? Over de territoriale leverings-beperkingen en de heer Letta komen we in de geannoteerde agenda tespreken. Dat horen we dan allemaal. Mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Volgens mij had ik ook de toezegging gekregen om in gesprek te gaan metINretail.Minister Adriaansens:Ja, dat doe ik zo snel mogelijk. Dat moet binnen twee, drie maandenlukken. Dat hangt ook een even van hen af. Twee maanden.De voorzitter:Misschien is het goed om ook op enig moment in een van de brieven diekomen, te laten weten aan de Kamer wat daar dan uit is gekomen.Minister Adriaansens:Ja, dat zal ik meenemen.De voorzitter:Uitstekend. Dan dank ik de Minister en haar ondersteuning hartelijk voorde vlotte en volledige beantwoording. Ik dank ook de collega’s en allemensen die dit hebben gevolgd en mogelijk hebben gemaakt.Sluiting 18.24 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 64838

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a35d0a205d8d5018

14 okt 2026 · de0789f2a96ad8ce

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.