Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 19 juni 2025, over wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36725-XXII)
Brontekst
Versie f5798902cc65f9fd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725 XXIIWijziging van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening (XXII) voor het jaar 2025 (wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota)Nr. 24 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 7 juli 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 19 juni 2025 overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Vice-Minister-President, over:–het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII)voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voor-jaarsnota) (Kamerstuk 36 725-XXII).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De Vos kst-36725-XXII-24ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 241 Voorzitter: Wijen-NassGriffier: De VosAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Beckerman, Peter de Groot,De Hoop, Mooiman, Welzijn en Wijen-Nass,en mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening, Vice-Minister-President.Aanvang 11.26 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Welkom bij het wetgevingsoverleg over deWijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening voor het jaar 2025, ook wel genoemd Wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota. Aanwezig zijn de heer De Hoopvan GroenLinks-PvdA, de heer Mooiman van de PVV, mevrouwBeckerman van de SP, de heer De Groot van de VVD en mevrouw Welzijnvan NSC. Ikzelf ben Marieke Wijen-Nass en ik ben van de BBB. Ik zal ditwetgevingsoverleg tot ongeveer 14.00 uur voorzitten. Daarna zal de heerDe Groot dat van mij overnemen omdat ik elders in dit Kamergebouwverplichtingen heb. Welkom ook aan de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening en aan haar ambtelijke ondersteuning. Het aantalinterrupties dat ik zal toelaten is vier per termijn. Als eerste is het woordaan de heer De Hoop van GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik kan er weinig anders van maken dan dat het kabinet-Wilders/Yes¸ilgöz er een puinzooi van heeft gemaakt, een chaos, een bende. Almaanden zien we na de grootste huurstijging in 30 jaar weer een flinkehuurverhoging op huurders afkomen. Dat terwijl het leven de afgelopenjaren veel duurder is geworden: de boodschappen, het openbaar vervoer,de rekeningen. De helft van de huurders kon vorig jaar al nauwelijksrondkomen, maar krijgt nu weer een huurverhoging voor de kiezen. Wijdeden voorstel na voorstel om dit op een eerlijke en sociale manier tevoorkomen, maar daar kregen we te weinig steun voor. Na nachtenlanggeruzie over de Voorjaarsnota beloofde de coalitie te elfder ure toch noggouden bergen aan de huurders in het land. Er zou een huurbevriezingkomen en een eenmalige fooi in ruil voor een structurele bezuiniging opde huurtoeslag.Al meteen bleek dat het slecht doordachte plan waarmee de coalitie wasgekomen, dat in één nacht in elkaar was geflanst, nog meer stilstand zouveroorzaken. De bouw van duizenden woningen zou niet meer kunnen;hun huurbevriezing was eigenlijk vooral een bouwstop. Dat kon misschienniet eens meer op tijd geregeld worden. Het resultaat was chaos enonzekerheid bij huurders en woningbouwcorporaties. Toen Wilders hetkabinet liet vallen, liet hij daarmee ook meteen al zijn mooie beloftes aanhuurders in Nederland vallen. Want die huurbevriezing komt er nugewoon helemaal niet. En de verhoging van de huurtoeslag, dat steuntjein de rug voor 1,5 miljoen huishoudens, komt er ook niet.Voorzitter. Dit is het resultaat als je extremen aan de knop laat zitten:gebroken beloftes, chaos en stilstand. Die stilstand zie je ook in hetstikstofbeleid, waarbij dit kabinet al maandenlang oplossingen voor zichuitschuift, waardoor de woningbouw stilstaat. Die stilstand zie je ook in degrondpolitiek, waarvoor de Kamer al meer dan een jaar vraagt omplannen. Wanneer komen die nou, vraag ik aan deze Minister. Het is alheel lang duidelijk dat er een Kamermeerderheid is. Hoe gaat de Ministerhet vertrouwen bij huurders en de woningbouwcorporaties weerherstellen? Wat is de status van de afspraken die bij de Woontop zijngemaakt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 242 Voorzitter. Huurders zijn driedubbel de pineut van deze Voorjaarsnota. Inplaats van een huurbevriezing krijgen ze een huurexplosie en in plaats vaneen hogere huurtoeslag kunnen huurders fluiten naar dit beloofdesteuntje in de rug. Hoe gaat de Minister überhaupt die 492 miljoenstructureel vinden om de bezuiniging die er nu op de huurtoeslag staatterug te draaien? In plaats van betaalbare huur gaat het kabinet woeker-huren weer mogelijk maken. In de Voorjaarsnota breekt het kabinet-Wilders/Yes¸ilgöz de Wet betaalbare huur weer af. Nog meer ruimte voorhuisjesmelkers. De liberalisatiegrens gaat omlaag, de WOZ-waarde wordtbelangrijker en kleine verhuurders worden uitgezonderd. Voor honderd-duizenden woningen worden zo huren mogelijk gemaakt die niets meermet de kwaliteit van doen hebben, terwijl profiteurs hun kans grijpen opde woningmarkt en woningen worden misbruikt als winstmachines.Ik zal een voorstel doen om de afbraak van die bescherming van huurdersvandaag nog te stoppen. Als dezelfde Kamermeerderheid voor debetaalbare huur er nu nog is, zouden we nu wederom dit voorstel van deMinister tegen kunnen houden. Ik ga daar ook het voorstel voor doen. Nuhet totaal onduidelijk is hoe de jaarlijkse bezuiniging van 500 miljoen opde huurtoeslag gaat worden gerepareerd, moet de Minister aan het werk.We hebben de motie-Grinwis hierover dan ook van harte gesteund, wanthuurtoeslag verlicht direct de huurdruk voor huishoudens die nu eenhuurverhoging voor de kiezen krijgen, terwijl ze de eindjes niet meer aanelkaar geknoopt krijgen.Voorzitter, ik rond af. Voor GroenLinks-Partij van de Arbeid is het duidelijk:er zijn meer betaalbare huizen nodig om in te wonen. Dit kabinet begonmet hele grote beloften, maar heeft gefaald. GroenLinks-Partij van deArbeid heeft wél oplossingen. Wij geloven in de kracht van solidariteit. Demooiste wijken in onze steden werden niet gebouwd door beleggers,maar door woningbouwcorporaties, voor ons allemaal. Als we samen-werken, kan dat gewoon opnieuw. Want als we samen bouwen, bouwenwe leefbare, mooie en groene wijken voor iedereen. We trekken ten strijdetegen de profiteurs van de woningnood en beschermen huurders tegenwoekerhuren. Samen bouwen, precies zoals we altijd met elkaar gedaanhebben. We weten dat het kan. Het is echt de hoogste tijd om de stilstandte doorbreken en samen vooruit te gaan.De voorzitter:Een interruptie van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Het zijn heel grote woorden van mijn collega De Hoop. Hij heeft het overwoekerhuren die nog steeds worden gevraagd in het middensegment enin het vrije segment. Professor Korevaar heeft een onderzoek gedaan naarde ontwikkeling van de huurmarkt in de afgelopen tien jaar. Daaruit blijktdat vooral particuliere investeerders hebben gezorgd voor het toevoegenvan betaalbare sociale huurwoningen in Nederland. In tegenstelling totcorporaties, die ook veel grotere en duurdere woningen bouwen, hebbenjuist de particuliere verhuurders betaalbare huurwoningen toegevoegd.Hoe kijkt de heer De Hoop naar dat onderzoek, dat gewoon op feiten isgebaseerd, op cijfers?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ken dit desbetreffende onderzoek niet. De heer Korevaar heeft wel meeronderzoeksrapporten geschreven, die ik vaak buitengewoon interessantvind; dat ben ik met de heer De Groot eens. Inderdaad wordt een grootdeel van de sociale huurwoningen verhuurd door particuliereverhuurders. Maar voor die particuliere sociale huurwoningen wordt af entoe een prijs gevraagd die niet per se is gebaseerd op de kwaliteit van dewoning, zelfs als die onder de sociale huurgrens zit. Dus ook voor socialehuurwoningen in de particuliere sector wordt soms meer gevraagd danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 243 wat een woning waard is. En dan heb je het alleen nog maar over desociale huur. We weten dat in het middenhuursegment en in de vrijesector nog steeds veel te hoge huren gevraagd worden. RTL heeft daarafgelopen jaar ook onderzoek naar gedaan. Een groot deel van deverhuurders houdt zich niet aan de Wet betaalbare huur. En dan is het deVVD van de heer De Groot die nu alweer nog meer woekerhuren mogelijkwil maken. Dat vind ik heel bezwaarlijk.De heer Peter de Groot (VVD):Dat laatste werp ik verre van mij. Ik wil geen woekerhuren mogelijk makenen dat heb ik ook nooit voorgesteld in het kader van versoepelingen vande Wet betaalbare huur of een andere vorm van de Wet betaalbare huur.De heer De Hoop mag dat blijven roepen, hoor, maar dat is dan alleenmaar voor de bühne. Ik zou hem willen vragen om te reageren op mijnidee van een huurindex om te voorkomen dat er woekerhuren wordentoegestaan op de markt. Maar dat terzijde. Kijk, de heer Korevaar zegt datde Wet betaalbare huur op dit moment het hardst ingrijpt op die 500.000 à600.000 woningen in het middenhuursegment met de goedkoopste huren.Daar verdwijnen nu de sociale huurwoningen uit het particuliere segmentomdat het met de Wet betaalbare huur niet mogelijk is om voldoendehuuropbrengsten te realiseren. De conclusie van de heer Korevaar is danook dat door al die regulering juist de meest kwetsbare gezinnen inNederland de pineut zijn. Dat is heel zonde. Misschien moeten we tochnog eens verder kijken met elkaar: waar is daadwerkelijk sprake vanwoekerhuren, of heeft deze Wet betaalbare huur gewoon heel veelneveneffecten die we niet moeten willen met elkaar? Dat is gewoon eenopen vraag aan de heer De Hoop en eigenlijk een handreiking.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Toch fijn dat wij een handreiking van de VVD krijgen als links-radicalepartij. Mooi dat dat nog kan, dat er wordt gezocht naar verbinding. Kijk,het uitgangspunt van dit gesprek is voor mij heel anders, denk ik, danvoor de heer De Groot. Het feit dat die Wet betaalbare huur er moestkomen en waarom ik er nog steeds hartstikke achter sta, is dat er echtwoekerhuren waren en zijn in Nederland. Dat vindt mijn fractie echt. Diewet was ontzettend noodzakelijk. De Wet betaalbare huur heeft nevenef-fecten. Een van de neveneffecten is inderdaad dat woningen uitgepondworden. Dat klopt. Maar het was ook zo dat een heel groot deel van dewoningen die verhuurd werden, vroeger starterswoningen betrof diewaren opgekocht om de woningen weer te verhuren voor een relatiefhoge prijs: buy to let. Dat weet de heer De Groot ook. Het is heel logischdat er weer een andere stroom ontstaat, naar de koopmarkt. Dat moetenwe in de gaten houden. Maar om nu binnen een jaar een wet aan de kantte zetten en huurders daarmee weer meer huur te laten betalen... U zult ertoch niet van schrikken dat GroenLinks-Partij van de Arbeid daar heelanders over denkt dan de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dat we anders in de wedstrijd zitten, is wel helder. De VVD heeft gezegddat we excessen moeten aanpakken. U noemt dat «woekerhuren», maardat is maar een heel klein gedeelte van die 900.000 woningen die we metdeze wet reguleren. Daarmee reguleren we eigenlijk de hele huurmarkt.Excessen vinden plaats en die moeten we uitbannen. Dat heb ik ook altijdgezegd namens de VVD. Daar zijn we het ook helemaal mee eens. Maarhet is niet zo dat er voor die 500.000 huurwoningen waar ik het over had,woekerhuren worden gevraagd. Dat is niet zo. Daar zijn we het dan nietmet elkaar over eens. De VVD wil voorkomen dat er nog veel meerwoningen verkocht worden. Dan zal de heer De Hoop zeggen «ja, maardie woningen kunnen dan gekocht worden door starters», maar dat isgewoon klinkklare onzin. Dat zie je ook terug in de onderzoeken: deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 244 starters kunnen die woningen niet betalen en de mensen die aangewezenzijn op een huurwoning, staan op straat. Waar moeten die mensen danheen? Het is dus een heel mooi ideaalbeeld dat zo veel mogelijk van dehuurmarkt moet worden gereguleerd, maar de VVD kijkt daar met ietsmeer nuance naar. Dat is het grote verschil tussen de VVD en GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is volstrekt duidelijk dat wij een heel andere visie hebben op volks-huisvesting – tenminste, zo zie ik het; de heer De Groot zal het meer alseen woningmarkt zien. Ik denk dat de heer De Groot onderschat voorhoeveel woningen er echt te veel huur wordt gevraagd. Ik kan me van debehandeling Wet betaalbare huur herinneren dat er cijfers waren waaruitbleek dat in ongeveer 40% van de gevallen te veel huur werd gevraagd indie sector. Het woningwaarderingsstelsel is er niet voor niets. Dat zorgtervoor dat er een huur wordt gevraagd die een woning ook waard is. Ikben blij dat we dat met elkaar doen in Nederland. En ja, er is een enormwoningtekort. Maar dan zeg ik tegen de heer De Groot dat de voorstellendie de VVD en het kabinet in de afgelopen periode hebben gedaan, ookniet echt hebben geholpen om het woningtekort op te lossen. Ik zoueerder corporaties weer in hun kracht willen zetten. Ik zou willen dat zebijvoorbeeld in de middenhuur kunnen bouwen om woningen toe tekunnen voegen. Er zijn dus veel meer mogelijkheden dan alleen meteende Wet betaalbare huur weer torpederen.De voorzitter:Goed. De heer Mooiman voor zijn eerste termijn.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de eerste suppletoirebegroting op de Voorjaarsnota. Deze suppletoire begroting is inmiddelswel achterhaald. De Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening heeft op 3 juni per brief laten weten dat zij het wetsvoorstel voorde huurbevriezing in 2025 en 2026 niet indient. De PVV heeft zich erenorm voor ingespannen om de huren te bevriezen, alsmede om dehuurtoeslag voor burgers te verhogen. Daar hebben we hard voor moetenknokken bij de onderhandelingen over de Voorjaarsnota: een huurbe-vriezing van twee jaar voor alle sociale huurders. Dat kon ook. De Ministerkan immers per ministeriële regeling ervoor zorgen dat de huurstijging opnul wordt gezet. Omdat er snel duidelijkheid voor huurders nodig was,was een regeling ook een goede route. Echter, de Minister koos zelf voorhet maken van een wetsvoorstel, waarmee het traject onnodig werdvertraagd en er allerlei extra uitdagingen ontstonden. Dit deed de Ministerzodat zij sociale huurders in private sociale huurwoningen kon uitzon-deren, een onbegrijpelijk besluit, waarmee rechtsongelijkheid werdgecreëerd. Meteen nadat de coalitie was gevallen, wijzigde de Ministervan koers en liet zij weten helemaal geen huurbevriezing meer door tevoeren.De voorzitter:De heer De Hoop met een interruptie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dit is toch wel brutaal: nota bene de partij van de heer Mooiman laat hetkabinet vallen en gaat vervolgens de Minister verwijten dat zij dehuurbevriezing niet doorvoert. Ik bedoel, u bent daar toch hoogstper-soonlijk verantwoordelijk voor door het kabinet te laten vallen? U heeftdaar toch ook de huurders mee laten vallen? Nu weet ik ook dat er van diehele huurbevriezing waarschijnlijk niets was gekomen, omdat u die zelf zoslecht heeft vormgegeven bij de Voorjaarsnota. En dan nu de Minister deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 245 schuld geven? Ik neem het niet vaak voor deze Minister op, maar ik vinddit wel heel erg potsierlijk. Dat ziet de heer Mooiman toch ook wel?De heer Mooiman (PVV):Daar ben ik het natuurlijk niet mee eens. Van al deze partijen zijn juist wijals PVV degenen geweest die het voor de sociale huurders hebbenopgenomen. Het kabinet is uiteindelijk gevallen op een totaal anderonderwerp. Maar het is natuurlijk niet zo – ik zal het straks ook nog duiden– dat deze huurbevriezing enkel en alleen een belofte van de PVV was. Ja,wij zijn ermee gekomen, maar als het kabinet en de drie andere coalitie-partijen tegen de sociale huurders zeggen «wij gaan de huren bevriezen»,vinden wij het schandalig dat op het moment dat het kabinet valt, dehanden daar direct van af worden getrokken. Dat had niet gehoeven. Wijhadden gewoon met de huurbevriezing kunnen doorgaan. Er is begindeze maand ook nog een motie van de SP in stemming gebracht om dehuurbevriezing alsnog te regelen, met compensatie. Daar heeft de PVVook voor gestemd, maar de drie andere coalitiepartijen niet.De voorzitter:De heer De Hoop met een vervolgvraag.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is toch wel... De partij van de heer Mooiman en de heer Wilders staptuit het kabinet. Daarna gaan ze in een hoekje bijna zitten huilen en gaan zetegen de Minister zeuren dat zij de huurbevriezing niet meer doorvoert.Maar u bent daar zelf verantwoordelijk voor. U snapt toch wel hoe eencoalitie werkt? Op het moment dat je ergens uit stapt, staan de afsprakenniet meer en dan is het aan de Minister en de andere partijen om er opeen andere manier uitvoering aan te geven. Zo werkt het dus niet.Ik heb nog een andere vraag over de Voorjaarsnota. Is de heer Mooimanhet met mij eens dat de aanpassingen van de Wet betaalbare huur nietdoor zouden moeten gaan zoals ze in de Voorjaarsnota stonden? Gaat hijhet voorstel van GroenLinks-Partij van de Arbeid steunen om dat teblokkeren?De heer Mooiman (PVV):Ik wil allereerst nog even ingaan op de route die we uiteindelijk met decoalitiepartijen hebben gekozen wat betreft de huurbevriezing. Ikconcludeer dat de voorstellen die zijn ingediend ten aanzien van dehuurbevriezing geen meerderheid gehaald hadden kunnen hebben als dieniet via de coalitie zouden zijn gedaan. De wet van de heer De Hoop, waaroverigens voor een groot deel geen compensatie in zat en waarbij geeneuro van de bespaarde huurtoeslag terugging naar de huurders, zou danook geen meerderheid hebben behaald. De motie van de SP had dan geenmeerderheid gehaald. Wij hebben als PVV gisteren ook nog een extravoorstel gedaan. Het moest dus via de coalitie gebeuren. Maar het isnatuurlijk aan partijen zelf om te bepalen hoe zij ten aanzien van bepaaldevoorstellen stemmen. De PVV heeft het altijd opgenomen voor de socialehuurder en heeft altijd voor de huurbevriezing gepleit. Dat de heer DeHoop ons nu een beetje de zwartepiet probeert toe te spelen, vind ik dusniet kunnen. Ik vind dat ook onjuist, gelet op de feitelijkheden.Dan de tweede vraag van de heer De Hoop. Het klopt inderdaad dat dedrie andere coalitiepartijen – ik moet eigenlijk zeggen: de drie coalitiepar-tijen die er nu nog zitten – de afspraken ten aanzien van de huurbevriezingniet zijn nagekomen. Om dan maar even in het betoog van de heer DeHoop mee te gaan: dat betekent dat we moeten herzien wat dit betekentvoor de afspraken over het aangekondigde pakket voor de middenhuur.Daar zijn wij dus geen voorstander meer van. Wij zullen het voorstel vande heer De Hoop even moeten bestuderen; dat heb ik nu niet voor meliggen. Maar wat wij een veel logischere route zouden vinden – wij vindenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 246 namelijk wel dat er iets aan de middenhuren moet gebeuren – is om eenoplossing bij box 3 te zoeken. Ik vorm nu maar eventjes het «gezondemidden» tussen GroenLinks-PvdA en de VVD; zo zal ik het maar evenzeggen. Die verlichting via box 3 is waar de meeste mensen, en ook deverhuurders zelf, om vragen. Ik denk dat er voornamelijk dáár iets te halenvalt.Mevrouw Beckerman (SP):De PVV zegt dat zij altijd opgekomen is voor sociale huurders. De PVV isnu anderhalf jaar de grootste partij. Ik zet even wat feiten op een rijtje. Tot€ 48 per maand minder huurtoeslag omdat de PVV instemde met hetschrappen van de huurtoeslag op de servicekosten. Sociale huurders metzonnepanelen betalen tot € 46 per maand extra, doordat de PVV instemdemet het afschaffen van de salderingsregeling. Dan kwam er ook nog eenseen keer geen boodschappenbonus en was er huurverhoging ophuurverhoging op huurverhoging. Wat heeft de PVV in de anderhalf jaardat zij de grootste partij is, nu eigenlijk daadwerkelijk voor socialehuurders bereikt, behalve de kosten op kosten op kosten die huurdersvoor de kiezen hebben gekregen?De heer Mooiman (PVV):Wat mevrouw Beckerman van de SP beweert, klopt niet. In het Belas-tingplan van het voorgaande jaar zie je juist dat er heel veel maatregelenzijn genomen om de huurtoeslag te verbreden. Meer dan 100.000 mensenkrijgen extra huurtoeslag. Er zijn ook maatregelen om de huurtoeslag diemensen ontvangen, te verhogen. Ik geloof dat mevrouw Beckerman ookbij dat debat aanwezig is geweest. Als zij toen had opgelet, had zegeweten wat we voor huurders hebben gedaan.Daarnaast klopt het inderdaad dat wij als PVV de drijvende kracht achterdeze huurbevriezing en achter de boodschappenbonus, het verhogen vande huurtoeslag, zijn geweest. Daar staan we ook nog steeds achter. Mijncollega, de heer Van Dijck, heeft gisteren nog een amendement ingediend– dat zal ik zo ook nog memoreren – om de boodschappenbonus, dieverhoging van de huurtoeslag dus, te gaan regelen. Ik hoop dat we de SPdan aan onze zijde vinden.Mevrouw Beckerman (SP):De heer Mooiman is wel echt een politicus geworden, want hij zit hierverhalen te vertellen die gewoon bezijden de waarheid zijn. Dan vraag ikhet de heer Mooiman nog een keer: klopt het dat de PVV heeft ingestemdmet het vervallen van de huurtoeslag op de servicekosten? Dat gaathuurders tot € 48 per maand kosten. Laten we even bekijken welkehuurders dat zijn. Dat zijn mensen die in flats of appartementen wonen.En let wel: bijna 59% van de mensen die in 2021 langdurig onder dearmoedegrens leefden, woonde juist in appartementen en flats. Als dePVV nu zegt «wij zijn altijd opgekomen voor sociale huurders», maarhiermee heeft ingestemd, dan vraag ik of ze dit vandaag alsnog wilterugdraaien, omdat dit een heel, heel hard gelag is voor de huurders, dieelke keer met een huurverhoging te maken krijgen en nu ook nog eens diehuurtoeslag op de servicekosten kwijtraken.De heer Mooiman (PVV):Waar het gaat om het verdedigen van de belangen van de sociale huurder,vindt de SP de PVV veelal aan haar zijde. Maar mevrouw Beckermanbeweert hier dat de PVV in dit kabinet niks zou hebben gedaan voor desociale huurder. Dat is gewoon niet waar. Het voorstel waar mevrouwBeckerman nu aan refereert, werd weer gecompenseerd door een andervoorstel dat de huurtoeslag juist zou verhogen. Het zou juist zijn alsmevrouw Beckerman het hele plaatje zou vertellen en ook zou kijken naarwat er in het Belastingplan is afgesproken en welke compensatie er voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 247 deze regeling was. Maar nu komt er een politiek verhaal. Ik begrijp het,want de verkiezingen komen eraan; dat is dus misschien goedkoopscoren, maar het is niet de waarheid.Mevrouw Beckerman (SP):Ik moet toch een beetje lachen om dat «goedkoop scoren». We hebbenhet hier over een partij die voor de verkiezingen beloofde dat de hurenmet 20% omlaag zouden gaan. In plaats daarvan krijgen de socialehuurders, die hun vertrouwen in uw partij hebben gesteld, huurverhogingop huurverhoging op huurverhoging voor hun kiezen én raken ze nog eendeel van die huurtoeslag kwijt; dan gaat het juist om de armste huurders.De heer Mooiman zegt: ik kom altijd op voor die huurders. Hij weet heelgoed dat het vervallen van de huurtoeslag op servicekosten bij lange naniet gecompenseerd wordt met de verhogingen die in dat plan zitten. Bijlange na niet! Zou hij dan alsnog vandaag willen instemmen – dit kunnenwe vandaag in stemming brengen – met een voorstel om die huurtoeslagop de servicekosten alsnog mogelijk te maken. Als ik zo rondkijk, denk ikdat dat voorstel heel goed wél een meerderheid zou kunnen halen. Ik zoude heer Mooiman echt willen vragen om zijn woorden over dat hij opkomtvoor sociale huurders, waar te maken.De heer Mooiman (PVV):Ik reageer eerst op het eerste. Daarna kom ik op het verzoek van mevrouwBeckerman. Wij hebben er als PVV wel voor gezorgd dat die huurver-laging, die huurbevriezing, uiteindelijk neerkwam op bijna 10%. Daarhebben we voor moeten knokken, want we zaten met drie partijen in eencoalitie die dit totaal niet wilden. Dat partijen daar vervolgens afstand vannemen, betreuren wij ook. Wij zijn hier in ieder geval achter blijven staan.Wij hebben daar gisteren, bij de Voorjaarsnota, weer voorstellen vooringediend. Nogmaals, ik hoop echt van harte dat de partijen aan delinkerzijde ons daarin steunen, zodat we die lastenverlichting voor desociale huurder ook kunnen verwezenlijken.Als de SP hier voorstellen doet die ten voordele van de sociale huurderzijn, dan kijk ik daar natuurlijk met alle liefde naar. Dat doe ik op deinhoud. Ik heb het voorstel van mevrouw Beckerman nu niet voor meliggen, maar dat ga ik doornemen. Zoals altijd zal ik dat op de inhoudbeoordelen. Ook wij vinden het namelijk belangrijk om sociale huurdersverder te helpen, waar dat ook kan.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Mooiman (PVV):Dank, voorzitter. Ik ga verder met mijn alinea. Meteen nadat de coalitiewas gevallen, wijzigde de Minister van koers en liet zij weten helemaalgeen huurbevriezing meer door te voeren. Ondanks alle woorden uit hetwetsvoorstel en de beloften waaraan de Minister zich had gecommitteerd,waren al die sociale huurders voor de Minister ineens niet meerbelangrijk. Dan kan de Minister zeggen: ja, maar de PVV wilde diehuurbevriezing. Dat klopt. Dat is ook zo. Maar wat ons betreft was debelofte om de sociale huren te bevriezen en de huurtoeslag te verhogenook een belofte van de andere partijen en van dit kabinet aan huurders.Want hoe kun je huurders nou in zo’n wetsvoorstel voorschotelen dat hetzo belangrijk is dat je de huren bevriest, om daar vervolgens lak aan tehebben en datzelfde voorstel niet in te dienen. Dat is een klap in hetgezicht van miljoenen huurders.Voorzitter. Ook de door de PVV bevochten en verkregen boodschappen-bonus, waarmee de huurtoeslag zou worden verhoogd, werd van tafelgeveegd. De Minister van Financiën gaf aan dat hij deze niet door wil latenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 248 gaan. Het is dus duidelijk dat datgene wat er van dit kabinet over is,weinig opheeft met sociale huurders.Voorzitter. Dat brengt ons bij de huidige situatie, waarbij verderebesluitvorming wordt doorgeschoven naar de Miljoenennota. Gisterenheeft mijn collega, Van Dijck, nog een laatste poging gedaan om alsnogde huren te bevriezen, door een motie in te dienen. We hebben eenamendement ingediend om ervoor te zorgen dat de boodschappenbonus,de verhoging van de huurtoeslag, ook alsnog doorgang kan vinden. Wehopen dat partijen voor deze voorstellen zullen stemmen, zeker departijen die zo veel kritiek hebben en zo veel beloften doen, zodat we delasten van sociale huurders ook echt kunnen gaan verlichten.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. De wooncrisis is een betaalbaarheidscrisis. Jongeren zijn bijnade helft van hun inkomen kwijt aan woonlasten; gemiddeld bedragen hunwoonlasten € 1.185. Huurders met lage inkomens betalen gemiddeld39,5% van hun besteedbaar inkomen aan wonen. Vorig jaar hadden we dehoogste huurverhoging in 30 jaar tijd. Deze Voorjaarsnota bevatdriedubbel bedrog voor huurders. Eerst een huurbevriezing aankondigenen die daarna weer terugtrekken. Van een huurbevriezing naar eenhuurexplosie: weer zo’n 5% erbij na de 5,4% in 2024. Een boodschappen-bonus aankondigen via de huurtoeslag, maar die daarna weer terug-trekken. En aankondigen dat een deel van de huren die onder de Wetbetaalbare huur vallen, weer verder omhoog mogen.De coalitie deelt huurders klap na klap uit. In plaats van iets te doen aande wooncrisis, de betaalbaarheidscrisis, laten zij de lasten van huurder nunog verder oplopen. Voor de SP is dat onbegrijpelijk, onbestaanbaar enonbehoorlijk. Er werd gratuit gedaan over «die paar tientjes» die dehuurbevriezing huurders zou opleveren. Maar voor velen zijn die hetverschil tussen overeind blijven en omvallen. Een kwart van de corporatie-huurders, zo blijkt uit onderzoek van de Minister zelf, heeft het moeilijk totheel moeilijk bij het betalen van de huur.Terwijl velen het moeilijk hebben, blijkt nu ook de beloofde extrahuurtoeslag weg te vallen. 1,5 miljoen huurders zouden er circa € 600 bijkrijgen, maar ook dat wordt weer afgepakt. Ik vraag de Minister waarom.Met de huurtoeslag kan ze namelijk 1,5 miljoen huurders direct minimaalschadeloosstellen voor de gestegen huur. Dat is natuurlijk nog steeds heelmager, maar wel een manier om niet alle klappen voor het falen van decoalitie te laten opvangen door huurders. Wat wil deze Minister doen?Want dit is toch wel het minste. Is hier overeenstemming over binnen decoalitie? Toen de Minister van Financiën deze maatregel aankondigde,leek dat namelijk niet het geval.Gaan alle plannen voor huurders uit de Voorjaarsnota nou van tafel ofblijft dat ene hele slechte plan, de aanpassing van de Wet betaalbare huur,vraag ik de Minister. Minder woningen onder het puntensysteem, maarhoeveel minder staat er niet in. Ook moet de waarde van een huis meermee kunnen tellen in de huurprijs, maar ook dat wordt niet uitgewerkt.Verder komt er een verkenning of kleine verhuurders wel onder de wetmoeten vallen. Dit terwijl jonge mensen al bijna de helft van hun inkomenkwijt zijn aan woonlasten. Dat wordt op deze manier alleen maar meer.Juist voor al die jongeren en al die mensen die wachten op een betaalbaarhuis mist er een belangrijke maatregel in de Voorjaarsnota: het stoppenmet het uitknijpen van corporaties, zodat zij meer kunnen bouwen enverbeteren. De wooncrisis is zó groot, daar moet wat de SP betreft publiekgeld bij. Huurders worden te veel gebruikt als pinautomaat; zij moeten dewooncrisis betalen en ook nog winstbelasting en ATAD. Was deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 249 Voorjaarsnota niet juist een goede plek geweest om eindelijk te stoppenmet die winstbelasting voor corporaties?Voorzitter. Nu het kabinet is gevallen, is het goed om de balans op temaken. Wat is er gebeurd sinds de vorige verkiezingen, toen de PVVhuurders 20% huurverlaging beloofde en NSC de campagne inging methet thema bestaanszekerheid? Wat is nu de stand van zaken? Dat rijtje isheel pijnlijk: een recordhuurverhoging vorig jaar, gevolgd door alweer eengrote huurverhoging dit jaar en in 2026 misschien wel weer; eenverhoging van de huurtoeslag die niet doorgaat; en weer hogere hurenonder de Wet betaalbare huur.Maar laten we ook de andere klappers niet vergeten. De salderingsre-geling wordt afgeschaft. Dit raakt een kwart van de corporatiehuurders.Huurders met zonnepanelen zijn straks duurder uit dan huurders zonderzonnepanelen; per maand weer € 14 extra. Van de huurders die een epvbetalen, gaat zeker 70% er € 46 per maand op achteruit. € 46 per maand!En dan nog een pijnlijke klapper: de aanpassing van de huurtoeslag die in2026 een deel van de huurders hard gaat raken. Geen huurtoeslag meerop de servicekosten. Het schrappen van de vergoeding kost veel huurders,juist de mensen die in flats of appartementen wonen, een paar tientjes permaand, oplopend tot € 48. En let wel – ik zei het net al – bijna 59% van demensen die in 2021 langdurig onder de armoedegrens leefden, woont ineen flat of appartement. 60% van de huurtoeslagontvangers is flatbe-woner. Deze bezuiniging raakt dus veel huurtoeslagontvangers, juist dearmere huurders.Dit is de stand van zaken na anderhalf jaar PVV als grootste partij. Dit is destand van zaken nadat NSC de verkiezingen won met beloftes overbestaanszekerheid. Aloud VVD-beleid waarbij sociale huurders de klappenvangen. Woestmakend. Is dit hoe u herinnerd wil worden, vraag ik,misschien wel retorisch, of starten we vandaag nog met een inhaalslagvoor huurders, met eerlijke huren, met een compensatie voor de gestegenhuren door niet te rommelen aan de Wet betaalbare huur, met compen-satie voor het afschaffen van de salderingsregeling, met het afschaffenvan de belachelijke winstbelasting voor huurders zodat er gebouwd,gekocht en verbeterd kan worden?Dank u wel.De voorzitter:De heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. De woningmarkt zit muurvast en dat voelen weallemaal. In elke straat, in elk dorp en in elke stad zie je de gevolgen:jongeren die langer thuis blijven wonen, starters die hun toekomstuitstellen en ouderen die zelfs kamers sluiten omdat er voor hen geenandere, passende woning in de buurt is. Iedereen kent wel iemand diewacht, levens die gepauzeerd worden in afwachting van woonruimte.Er moeten daarom echte doorbraken komen om de woningmarkt te latenwerken voor deze mensen. Het is zaak om de bouwproductie radicaal opte krikken. Er is meer aandacht nodig om de koopwoning een belangrijkeplek te geven in wat er gebouwd moet worden, want als je eenkoopwoning hebt, kun je ook onbezorgd leven. De VVD ziet dat dehuurmarkt vastzit. Er moeten veel meer investeringen komen in nieuwehuurwoningen, want de productie blijft achter; daar kan niemand de ogenvoor sluiten.Voorzitter. Ik begin met de bouwproductie. De VVD is blij dat de Ministerdoorpakt met het aanwijzen van 24 buitenstedelijke bouwlocaties. De VVDheeft de afgelopen jaren talloze moties ingediend in deze Kamer om datüberhaupt voor elkaar te krijgen, om de focus te verleggen van binnenste-delijk naar buitenstedelijk bouwen. We hebben veel locaties genoemd. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2410 hebben gevraagd om het opschorten van de Ladder voor duurzameverstedelijking. Dat was allemaal nodig om nu zover te komen.Nu moeten we het nog waarmaken. En daar zit gelijk ook een zorg vanmij. Op de lijst van deze bouwlocaties staan bijvoorbeeld bouwlocatiesrondom Utrecht. Neem als voorbeeld Rijnenburg, een versnellingslocatiein de buurt van Utrecht waar bij de Woontop afspraken over gemaakt zijn.Ik heb daar een paar vragen over aan de Minister. Hoe staat het preciesmet de 25.000 woningen die er moeten komen in Rijnenburg? Heeft deMinister afspraken met de gemeente gemaakt om eerder te gaan bouwendan 2035? Ja, ik zeg het nog maar even: 2035. Dat is dus pas over tienjaar. Dat zijn natuurlijk niet concrete bouwplannen, dat is nog tien jaarwachten voordat we daar gaan beginnen. Ik begrijp dat er al 600 miljoenvanuit het Rijk is toegezegd voor het doortrekken van de Merwedelijn, metals voorwaarde dat we ook echt gaan bouwen in Rijnenburg. Wat als erniet aan deze voorwaarde wordt voldaan? Ik vraag dit zeker ook omdat hetbeschikbare budget voor het doortrekken van de Merwedelijn naarRijnenburg nog niet is ingevuld. Er is veel meer geld nodig. De vraag aande Minister is dus waarom het Rijk die 600 miljoen heeft toegezegd als debouw niet binnen tien jaar begint. En hoe kijkt de Minister aan tegen hetrealiteitsgehalte van bouwen in de A12-zone, een plek rondom Utrechtwaar nu veel bedrijven en andere functies zitten? Hoe komen daar opkorte termijn 15.000 woningen?U hoort het: ik ben er nog niet helemaal van overtuigd dat de 40.000woningen die aangeboden zijn vanuit de gemeente Utrecht en deprovincie Utrecht er daadwerkelijk snel zullen komen. Graag eenuitgebreide reactie van de Minister hierop.Voorzitter. Ik wil benadrukken dat ik dit niet vraag omdat ik niet blij zou zijndat de Minister nu doorpakt bij het aanwijzen van locaties. Maar mensendie een woning zoeken, een koophuis, een eengezinswoning, zijn echtalleen geholpen met het starten van de ontwikkeling op deze locaties,want daar kunnen deze woningen worden gebouwd. Dan moeten we nietnog eens tien jaar wachten totdat we daarmee starten.Voorzitter. Dan de betaalbare koopwoning. Het gaat hier in de Kamer veelover huur en het herverdelen van de bestaande woningvoorraad. Dat leidtertoe dat er vooral beleid wordt gemaakt voor de huurmarkt en voor hetverder reguleren van die huurmarkt. Dit terwijl een heel groot deel van deNederlanders aangeeft graag een koopwoning te bezitten. Ik hoor daaromgraag van de Minister hoe zij nog de komende periode ervoor gaat zorgendat de koopwoning weer een normaal onderdeel gaat worden van beleid,van politieke discussie, van het beeld dat mensen in het land hebben vande bereikbaarheid van woningbezit.De VVD heeft de afgelopen jaren hard gewerkt, samen met bijvoorbeeldde ChristenUnie, om het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen inhet leven te roepen. We zijn heel erg blij dat dit fonds deze maand echtgelanceerd wordt. De vraag is wel hoe het staat met de motie van mijnhand om dit fonds verder uit te breiden. Het gaat er vooral om dat je eenkoopwoning kunt bemachtigen; je moet die met je salaris kunnen betalen.Daar draagt dit fonds aan bij. Heel veel mensen ervaren dat dit nu niet luktvanwege de hoge prijzen. Vooral starters en mensen die in de bloei vanhun leven of de bloei van hun gezin zijn, geraken maar niet aan eenkoopwoning. Dat is precies de reden dat de VVD zich zo hard inzet voor ditfonds en voor de opschaling van dit fonds. We hebben daarnaastnatuurlijk al eerder gepleit voor langere hypotheken, goedkoperefabriekswoningen, goedkopere bouwlocaties en ga zo maar door. Het kanwat ons betreft niet op om ervoor te zorgen dat we die betaalbarekoopwoningen veel meer gaan realiseren in Nederland.Voorzitter. Als laatste de huursector. De huurmarkt heeft het gewoonzwaar te verduren. Middenhuur wordt verkocht, er wordt nauwelijksgebouwd en de vrije sector is nagenoeg verdwenen. We moeten zorgendat de bouwproductie van die huurwoningen – waaronder ook socialeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2411 huurwoningen, zeg ik tegen de collega’s – op peil blijft en doorgroeit.Corporaties moeten zich richten op de bouw van voldoende socialehuurwoningen, maar ook institutionele investeerders moeten gewoonterug aan tafel in Nederland om echt meer te bouwen.Mijn vraag gaat over de uitwerking van de aanpassingen van de Wetbetaalbare huur. Deze wet heeft er inmiddels – dat zeg ik even naaraanleiding van het onderzoek dat ik net heb aangehaald – aantoonbaarvoor gezorgd dat de vrije sector implodeert, maar dat ook huurwoningenverdwijnen en nauwelijks meer nieuwe middenhuur wordt gerealiseerd. Ikweet dat de Minister bezig is met het uitwerken van aanpassingen aandeze wet en de VVD hoort graag wanneer deze uitwerking gereed is.Punt, voorzitter. Ik zie u al kijken. Ik stop ermee.De voorzitter:Maar nog niet helemaal, want de heer De Hoop heeft nog een interruptievoor u.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag aan de heer De Groot. Hij heeft het vaak over dekoopsector. Dit is ook de periode dat er weer verkiezingsprogramma’sworden geschreven. Daar zal de VVD ook mee bezig gaan en de heer DeGroot zal daarbij ongetwijfeld meedenken over de woonparagraaf. Als ikdaarnaar kijk, is er toch één olifant in de kamer waar we weinig aan doenen waar de VVD erg aan vasthoudt, namelijk de hypotheekrenteaftrek. Alswe nou kijken naar betaalbare koopwoningen, is de heer De Groot daninmiddels ook zover om te kijken of we daar toch niet sneller een afbouwzouden moeten doen, omdat dat er echt toe zou kunnen leiden dat jongemensen makkelijker aan die betaalbare koopwoning kunnen komen? Dusis er voor de VVD inmiddels ook ruimte om daar misschien toch versneldiets op te doen?De heer Peter de Groot (VVD):Twee reacties. Eén. De hypotheekrente is natuurlijk de afgelopen jaren alwat afgebouwd, van het toptarief naar het lage belastingtarief. Dus daar isecht al iets gebeurd. Ik denk alleen dat het tegengestelde waar is van watde heer De Hoop vraagt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Op hetmoment dat wij starters, mensen die de woningmarkt betreden, willenhelpen, moeten we die hypotheekrenteaftrek juist niet afschaffen, wantdat betekent dat ze nog minder van hun nettosalaris – de hypotheekrente-aftrek helpt daar uiteindelijk bij – beschikbaar zouden hebben om tekunnen toetreden tot die koopmarkt. We kennen de prijzen gemiddeldgenomen. Die liggen heel hoog in Nederland. We zijn op allerlei manierenbezig in deze Kamer, waaronder met het fonds dat ik net noemde, omervoor te zorgen dat we hen kunnen helpen. Als we het voordeel van dehypotheekrenteaftrek daarvan afhalen, maken starters nog minder kansop die koopmarkt. Dus ik kan u niet blij maken het antwoord waar umisschien op zit te wachten.De voorzitter:Goed. Dan zijn we bij mevrouw Welzijn. Aan u het woord.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vandaag behandelen we de Voorjaarsnota metbijzondere aandacht voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Metde Voorjaarsnota zetten we zaken voor de volgende begroting in desteigers en vinden bijstellingen plaats in de lopende begroting. Het geeftook de gelegenheid om te zien hoe het ingezette beleid om de wooncrisisaan te pakken en ons land qua ruimtelijke ordening op orde te brengenloopt. Namens mijn fractie heb ik vandaag een aantal vragen aan deMinister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2412 Voorzitter. We constateren diverse herallocaties binnen bestaandebudgetten. Wij vermoeden dat dit komt doordat het investeringskadervoor de woningbouw is losgelaten en deze budgetten van VRO onder destrikte begrotingsregels zijn komen te vallen. Waar voorheen dezebudgetten dus gereserveerd waren voor de woningbouw, zijn ze nuafhankelijker geworden van de begrotingsregels die door de Minister vanFinanciën worden gehanteerd. Mijn eerste vraag luidt daarom ook: deeltde Minister deze zienswijze en is zij bereid om het investeringskader voorde woningbouw te herintroduceren voor begroting van 2026? Wij zullenhiervoor ook een motie indienen.Deze kasschuiven zullen namelijk voorlopig nog even aanhouden,aangezien de woningbouw door vele facetten beïnvloed kan worden envertraging echt al heel snel op de loer ligt. Van zeventien grote woning-bouwlocaties zijn er vijftien vertraagd door planologische obstakels,gebrek aan infrastructuur en stikstofbeleid. De woningbouw heeft sindsbegin dit jaar te kampen met een stikstofslot. Een zogeheten ADC-toetszou hiervoor een mogelijke oplossing zijn. Deze toetsen worden toegepastwanneer een plan of een project significant negatieve effecten zou hebbenop Natura 2000-gebieden, zoals in het geval van stikstofuitstoot. Mijntweede vraag aan de Minister is daarom hoe zij aankijkt tegen het gebruikvan die ADC-toetsen bij woningbouwprojecten. Ziet zij hierin eenmogelijke oplossing om de woningbouw van het stikstofslot af te krijgen?Voorzitter. Naast vertragingen door het stikstofslot zijn er vertragingendoordat afspraken tussen Rijk en decentrale overheden op zich latenwachten. Pas eind 2025 verwacht de Minister afspraken gemaakt tehebben met de regio’s over grootschalige woningbouwprojecten. Kan deMinister toezeggen uiterlijk eind 2025 bindende afspraken met de regio’sgemaakt te hebben over die woningdoelen en over de uitvoeringscapa-citeit? Kan zij dit onderbouwen?Voorzitter. Op papier gebeurt er namelijk heel erg veel op deze begroting,maar het is toch moeilijk te volgen wat er in de praktijk precies gebeurt.Kijkend naar deze begroting komen er verschillende vragen bij ons op.Worden de budgetten benut waarvoor ze bedacht zijn? Zijn ze toereikend?Zijn ze effectief voor het beoogde doel? Welke woningaantallen moeten ergerealiseerd of getransformeerd worden? Nieuw Sociaal Contract vindthet van belang dat opgestelde budgetten opleveren waar ze voor bedachtzijn en dat ze dus ook meetbaar zijn. Is de Minister bereid om op debegroting verplichte indicatoren op te nemen per woningbouwinst-rument? Denk bijvoorbeeld aan het aantal te realiseren woningen per jaar,het verwachte startmoment van de bouw, het aandeel van het betaalbaresegment daarin et cetera.Voorzitter. Dan ga ik door naar de woningcorporaties. We hebben met hetafgeschoten idee voor een huurbevriezing gezien hoe belangrijk deinvesteringscapaciteit van de corporaties is voor de woningbouwopgave.Niet alleen de sociale woningbouwopgave wordt geraakt wanneer decapaciteit bij de corporaties wordt verlaagd, maar ook betaalbaresegmenten, hogere segmenten, worden geraakt. Waarom? Omdatprojectontwikkeling vaak in treintjes gebeurt, dus in samenhang. Deinvesteringscapaciteit bij woningcorporaties is dus iets om goed in desmiezen te houden. Daarom vinden wij het belangrijk om jaarlijksgeïnformeerd te worden door de Minister over hoe het staat met diecapaciteit, vandaar de volgende vraag. Is de Minister bereid om jaarlijks,bijvoorbeeld bij de Miljoenennota in september, over de reële investe-ringscapaciteit van woningcorporaties aan de Kamer te rapporteren, metdaarbij de gevolgen die deze heeft voor enerzijds de nieuwbouw enanderzijds de verduurzamingsopgave ten aanzien van de Nationaleprestatieafspraken?Voorzitter. Dan richt ik de blik op 2026. Nieuw Sociaal Contract signaleertdat er huurders met aanzienlijk vermogen wonen in de zeer schaarsesociale huurwoningen. Wij zijn van mening dat deze woningen allereerstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2413 beschikbaar moeten zijn voor mensen met een laag inkomen of met eenlaag middeninkomen. Enkele maanden geleden werden we wederomonaangenaam verrast door iemand die kennelijk meerdere huizen ineigendom had, deze huizen tegen commerciële tarieven verhuurde en zelfdoodleuk in een sociale huurwoning verbleef. Wij willen voor 2026 dat ereen aanpak komt of in ieder geval íéts – misschien is daarvoor zelfs eenwetswijziging nodig – om ervoor te zorgen dat vermogen wordt meege-wogen bij de woningtoewijzing. Dan hebben wij het als Nieuw SociaalContract niet over een bescheiden vermogen. Absoluut niet. Er zal duseen drempelbedrag bepaald moeten worden. Maar het is niet te verterendat in de situatie die ik net schetste, een sociale huurwoning bezetgehouden wordt. Dat geldt overigens ook voor vormen van woonfraude,waar we de laatste tijd van alles over in de kranten hebben gelezen. Mijnvraag aan de Minister is dus hoe zij aankijkt tegen het meewegen vanvermogen bij woningtoewijzing. Is zij bereid een dergelijke aanpak ofwetswijziging voor te bereiden?Voorzitter. Verder ...De voorzitter:Mevrouw Welzijn, voordat u verdergaat met uw betoog, meld ik even dater een aantal interrupties zijn. Verder heb ik begrepen dat we heel evenmoeten kijken naar de verbinding. Ik ga het hier heel even kort stilleggen.Ja?Mevrouw Welzijn (NSC):Prima.De voorzitter:Ik ga heel kort schorsen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Goed. We hervatten de vergadering. Eerst krijgt mevrouw Beckerman hetwoord voor een interruptie – zij heeft er nog eentje – daarna de heerMooiman, die nog vier interrupties heeft, en dan de heer De Hoop, die erook nog eentje heeft.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb er maar eentje, maar ik verwacht natuurlijk dat mevrouw Welzijnheel duidelijk gaat antwoorden: dit gaan we niet doen. De vraag gaatnatuurlijk over de aangekondigde aanpassingen van de Wet betaalbarehuur. Mevrouw Welzijn heeft steeds gezegd: het geeft geen pas om dat tedoen, zo kort erna. Als mevrouw Welzijn nu zegt «dat gaan we niet doen;we gaan de Wet betaalbare huur niet aanpassen», betekent dat dat ergeen meerderheid is voor die aanpassing. Dat is dus mijn vraag aanmevrouw Welzijn: wil zij zich keren tegen het plan uit de Voorjaarsnotaon-derhandelingen om die wet, die pas net van kracht is, alweer aan tepassen?Mevrouw Welzijn (NSC):Ik ben consistent in mijn inhoudelijke betoog. Ik ben nooit fan geweestvan te premature aanpassingen aan de Wet betaalbare huur. Ik heb altijdgezegd: van aanpassingen in het lopende jaar ben ik absoluut geenvoorstander. Over elf dagen is deze wet één jaar oud. We hebben metelkaar een amendement aangenomen – nee, het was een motie, van deheer Madlener volgens mij – waarin we met elkaar gezegd hebben: na eenjaar gaan we kijken naar wat deze wet doet of eventueel niet doet en waarer wel of niet bijgestuurd zal moeten worden. We zijn voortgeschreden.Dat betekent dat ik zeker bereid ben te kijken naar de effecten van dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2414 wet, maar ik zal daar kritisch naar kijken, want betaalbaarheid voormiddeninkomensgroepen staat bij Nieuw Sociaal Contract hoog in hetvaandel.Het gaat trouwens niet alleen om de middeninkomensgroepen, maar ookom jongeren, zoals enkele partijen hier aan tafel meerdere malen hebbengememoreerd. Veel jongeren komen niet in aanmerking voor een socialehuurwoning. Ze kunnen zich inschrijven voor een sociale huurwoning bijeen corporatie vanaf hun 18de. De gemiddelde wachttijd tikt in sommigesteden zelfs de vijftien jaar aan, dus u kunt zich voorstellen dat zij slechtsspaarzaam vertegenwoordigd zijn in de sociale huurwoning van decorporatie. Zij zitten dus vooral in de particuliere huur.Voor deze twee doelgroepen zal ik dus zeer kritisch meekijken of deaanpassingen die kennelijk uitgewerkt worden, geen negatieve conse-quentie hebben voor hun portemonnee.De heer Mooiman (PVV):Ik vind het goed om te horen dat in ieder geval de betaalbaarheid voormiddeninkomens wordt genoemd, maar wat ik heel erg mis in het betoogvan NSC, van mevrouw Welzijn, is de betaalbaarheid voor socialehuurders. En toch hebben we de afspraak gemaakt om de huren tebevriezen en de huurtoeslag te verhogen. NSC keerde zich daar, ondanksde belofte van bestaanszekerheid, vrij snel tegen en dreigde zelfs de helehuurbevriezing weg te stemmen. Vervolgens zagen we een fractievoor-zitter van NSC die in allerijl een totaal ander standpunt innam, namelijkdat NSC wel een huurbevriezing en een verhoging van de huurtoeslag wil,om ook daar vervolgens weer op terug te komen. Mijn vraag aanmevrouw Welzijn is dus: wat wil NSC nu eigenlijk?Mevrouw Welzijn (NSC):U heeft in deze commissie in ieder geval met mij te maken. Ik benwoordvoerder Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. In die hoeda-nigheid adviseer ik ook mijn fractie. Intern gaat er ook weleens iets niethelemaal lekker. Dat kan gebeuren. We zijn mensen, we maken fouten. Wehebben dit in ieder geval in ons stemgedrag weer rechtgezet. De redenwaarom wij tegen die huurbevriezing zijn, is omdat die niet voldoendegedekt is. Wij zijn niet sec tegen een huurbevriezing. Wij denken er welover na dat er meer mensen zijn dan alleen maar mensen die nu toevalligal een huurwoning hebben. Er zijn ook mensen die zo’n huurwoning niethebben en die op straat moeten wonen, of in garageboxen. We hebbengelezen dat er kinderen zijn die in garageboxen moeten leven. Er zijnmensen die in andere ontzettend betreurenswaardige onderkomensgehuisvest zijn. Daar denkt Nieuw Sociaal Contract ook aan. Wij vindenten principale, welk besluit we hier ook als Kamer nemen, dat dat niet ennooit ten koste mag gaan van de woningbouwproductie. Dat is de redendat wij gezegd hebben: een huurbevriezing mag niet leiden tot eenbouwbevriezing. De deugdelijke dekking et cetera voor die huurbevriezingzat niet in de getallen.De heer Mooiman (PVV):Nogmaals, ik heb alle respect voor mevrouw Welzijn als woordvoerder,maar het is natuurlijk heel vreemd als een partij beweert voorstander tezijn van een huurbevriezing, daar vervolgens weer op terugkomt, danweer zegt dat ze daar wel voorstander van is, ons als PVV daar volledigalleen in laat staan en dan bij de stemmingen toch maar weer tegenstemt.Dan ben je niet eerlijk naar de kiezer en dan ben je niet eerlijk naar desociale huurder. Wat compensatie betreft zijn wij het natuurlijk helemaaleens met mevrouw Welzijn dat er voldoende gecompenseerd moetworden. Ook wij vonden bijvoorbeeld dat de vpb afgeschaft kon wordenom die deugdelijke compensatie te regelen. Maar er werd begin dezemaand een motie ingediend waarin werd gevraagd om én een huurbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2415 vriezing én compensatie, en toen stemde NSC alsnog tegen. Hoe strooktdat nou met het verhaal over voldoende woningen en bestaanszekerheid?Mevrouw Welzijn (NSC):Voor ons is het belangrijk dat er een boter-bij-de-vissituatie ontstaat. Ophet moment dat je de maatregel op dag één laat ingaan en de compen-satie er misschien na dag één plus twee jaar komt, omdat je ook iets metEuropa te doen hebt, dan is dat voor ons geen realistische compensatie.De heer Mooiman (PVV):Maar toch, we hebben daar als partijen indertijd over onderhandeld. Daarheeft NSC uiteindelijk zelf de handtekening onder gezet. Het kabinet heefthet ongewijzigd overgenomen. Dus heeft NSC toen gewoon nietnagedacht, om vervolgens van standpunt te wisselen, of is het echt zo’nchaos binnen de fractie van NSC?Mevrouw Welzijn (NSC):Ik heb mij één ding voorgenomen toen ik anderhalf jaar geleden vanuithet veld deze kant op kwam, en dat is dat ik debateer op basis van deinhoud. Zaken die bij andere partijen gebeuren kwalificeren als «chaos» ofiets dergelijks, daar doe ik in ieder geval zelf niet aan mee. Ik hoor diekwalificaties aan als ze mijn kant op komen, maar daar reageer ik bewustniet op. De rode lijn die u waarneemt in het standpunt van Nieuw SociaalContract, is dat wij staan voor de bouwopgave.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik kom toch nog even terug op de Wet betaalbare huur. Ik ken mevrouwWelzijn nu de anderhalf jaar dat zij in de Kamer zit en je kunt haar veelkwalijk nemen, maar niet dat ze niet duidelijk is over hoe ze naar de Wetbetaalbare huur kijkt. Nou, «je kunt haar veel kwalijk nemen»; zo wilde ikhet niet zeggen. In ieder geval kun je haar niet kwalijk nemen dat ze daarin die anderhalf jaar anders over is gaan denken. Daarmee kan ik tocheigenlijk niet anders dan concluderen dat als er een motie komt van onzekant, die ook de PVV en de SP waarschijnlijk steunen, het voor mevrouwWelzijn wel heel ingewikkeld zou zijn om tegen het in stand houden vande Wet betaalbare huur zoals die nu is, te stemmen. Daarmee concludeerik dat de wijzigingen vanuit de Minister dan niet door hoeven te gaan.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik heb net aangegeven dat we nu elf dagen af zitten van 1 julij 2025. Dat isde datum waarop de Wet betaalbare huur één jaar bestaat. Dat betekentdat dan ook een andere afspraak die wij gemaakt hebben in werkingtreedt, namelijk dat we dan met elkaar gaan evalueren wat de Wetbetaalbare huur heeft gedaan. Dus als er een motie ligt die aangeeft datde Wet betaalbare huur ongewijzigd door zou moeten gaan, ga ik daarsowieso goed naar kijken. Tegelijkertijd hebben we ook die andereafspraak, waar ook de handtekening van Nieuw Sociaal Contract onderstaat, namelijk dat we gaan evalueren. Dus met de kanttekening die ik netgeplaatst heb, zal ik er expliciet op letten dat de betaalbaarheid van hetwonen voor de twee doelgroepen, onze jongeren en onze middenin-komens, niet verslechtert. Als uit de evaluatie blijkt dat er iets moetgebeuren en als dat iets wat moet gebeuren ervoor gaat zorgen dat debetaalbaarheid verslechtert, dan zal ik daar zeer, zeer kritisch op zijn.De voorzitter:U was volgens mij nog niet klaar met uw betoog, dus maak dat maar evenaf.Mevrouw Welzijn (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2416 Dank u wel, voorzitter. Volgens mij was ik gebleven bij verduurzaming.Verduurzaming mag geen voorrecht zijn voor wie het al breed heeft. Debegrotingswijziging op het gebied van de klimaatdoelen biedt kansen,gericht op publieke instellingen en lagere inkomens, maar de kernvraagblijft daarbij wel: bereiken we de mensen voor wie we dit beleid zeggen temaken? Nieuw Sociaal Contract wil transparantie, uitvoerbaarheid, maarook garanties voor een rechtvaardige toegang. Kan de Minister aangevenhoe zij dit waarborgt?Als laatste nog een beleidsvraag. Nieuw Sociaal Contract waardeert hetwerk van de Huurcommissie ten zeerste. Ze bestaat volgens mij al sinds1917. De Huurcommissie is een begrip en geniet enorm veel vertrouwenvanuit de samenleving, zowel bij huurders als bij verhuurders. In deafgelopen decennia hebben zij een enorme schat aan kennis en expertiseopgebouwd. Het is wat ons betreft dan ook terecht dat er structureel 10miljoen extra naar de Huurcommissie gaat voor het verwerken van allezaken. Mijn fractie Nieuw Sociaal Contract vraagt zich wel af of deHuurcommissie niet nog een rol zou kunnen spelen, desnoods bijvoor-beeld via een nieuwe of andere afdeling of tak, bijvoorbeeld door teadviseren over beleidsthema’s, zoals huurregulering en het puntenstelsel.De vraag aan de Minister is dus wat haar visie is op de Huurcommissie enof zij bereid zou zijn om te verkennen of daar op een of andere manier eenadviestaak belegd zou kunnen worden.Tot zover namens mijn fractie Nieuw Sociaal Contract. Dank u wel,voorzitter.De voorzitter:Ik draag het voorzitterschap over aan de heer De Groot voor mijn eigentermijn.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Helemaal goed. Ik wil het woord graag geven aan mevrouw Wijen-Nassvoor de inbreng namens de BBB-fractie.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Vandaag spreken we over de wijzigingvan de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor2025. Dat is een hele mondvol, maar het komt uiteindelijk neer op watdeze verschuivingen, mutaties en beleidszinnen concreet betekenen vooronze dorpen, onze wijken en onze regio’s. Dat is immers waar de BBB zichop richt, niet op abstracte begrotingstermen, maar op de gevolgen voormensen die gewoon willen wonen, werken en leven in hun eigenomgeving, mensen die bouwen aan hun toekomst, maar daar wel deruimte en middelen voor nodig hebben. Wat ons betreft gaat dat nietalleen om betaalbare huur, maar ook om betaalbare koop.Ik wil vandaag graag nog extra aandacht vragen voor een aantal punten.Ik begin met de Regio Deals. Op papier zien die er echt goed uit. Hetbudget is door indexatie opgelopen naar ruim 900 miljoen. De Ministerzegt dat er geen korting is. Sterker nog: er wordt geïntensiveerd. Maar wezien dat die middelen intern binnen het ministerie worden herverdeeld:meer uitvoeringscapaciteit en programmabudgetten. Dat klinkt aardig,maar ik hoor graag van de Minister hoe er concreet voor wordt gezorgddat die extra middelen daadwerkelijk bij de regio terechtkomen. Danbedoel ik niet alleen via beleidsnotities, maar: waar wordt in de praktijkiets versterkt en kan de Minister daar ook voorbeelden van geven?En dan de woningbouw. De opgave is enorm. Daar zijn we het allemaalover eens, maar in deze nota zien we een kasschuif van 303 miljoen naar2027. De Minister zegt dat dat geen vertraging hoeft te betekenen, maarwij horen uit de regio dat plannen vastlopen. Mensen wachten opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2417 duidelijkheid en ook gemeentes weten soms niet waar ze aan toe zijn. Jekunt geen huizen bouwen op schuim en zand. Vanwaar deze kasschuif enwanneer worden die afspraken met de regio’s nou verder vastgelegd?Daarnaast lezen we over de afspraken van de Woontop met betrekking totextra ambtelijke capaciteit. Prima, maar ook daar is meedoen op papieriets anders dan meedoen in de praktijk. Waar zijn de indicatoren die latenzien dat het ook echt werkt en welke regio’s hiermee zijn geholpen?Dan de aankoop van agrarische compensatiegronden. We zien hier 10miljoen extra voor. Hoe voorkomt de Minister dat het Rijk onbedoeld deconcurrent wordt van agrarische ondernemers?Dan de Wet betaalbare huur. Het is geen geheim dat de BBB hier altijd eengroot tegenstander van is geweest. Het is dan ook goed om in debeantwoording van de vraag wanneer die verdere uitwerking wordtverwacht, te lezen dat de Minister hiermee concreet aan de slag is. We zijnheel benieuwd naar de verdere uitwerking daarvan.Voorzitter. De BBB wil dat beleid werkt voor boeren, voor burgers, voorhet landelijk gebied. Dat betekent voorspelbaarheid, duidelijkheid enregionale slagkracht. Geen Haagse luchtige stenen, maar échte stenen opde juiste plek.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u wel voor uw inbreng. Ik kijk of er een interruptie is. Dat is niethet geval. Dan draag ik het voorzitterschap weer aan u over.Voorzitter: Wijen-NassDe voorzitter:Dank u wel, meneer De Groot. Ik kijk heel even naar de Minister om te zienhoelang we gaan schorsen. We schorsen tot 13.15 uur. Dat is dus 50minuten.De vergadering wordt van 12.27 uur tot 13.18 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug allemaal bij het wetgevingsoverleg Wijziging van debegrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening voor het jaar 2025, oftewel de wijziging samenhangende met deVoorjaarsnota. De Tweede Kamerleden zijn aan het woord geweest voorde eerste termijn. Nu is de Minister toe aan de beantwoording, dus aanhaar het woord. Voordat u begint nog ten overvloede – ik heb hetdaarstraks al gezegd, maar ik zeg het nog een keer – vier interrupties pertermijn per Kamerlid.Minister Keijzer:Dank, voorzitter. De suppletoire begroting, dus – dat zei de voorzitter netmooi – de wijziging naar aanleiding van de Voorjaarsnota. Ik zag van deweek weer ergens een enquête voorbijkomen waarin stond datwoningbouw zorg nummer één is van de Nederlanders. Volkshuisvesting,ruimtelijke ordening en woningbouw zijn dus de grootste vraagstukkenvan Nederland, zeker in de ogen van mensen die de enquête hebbeningevuld, en daarmee ook topprioriteit van dit inmiddels demissionairekabinet. Gelukkig heeft de vaste Kamercommissie geen onderwerpen inmijn portefeuille controversieel verklaard, dus dat betekent dat ik destukken die ik maak en naar de Kamer stuur, gewoon met u kanbespreken. Ik denk dat heel veel mensen daar heel blij mee kunnen zijn.Dank daarvoor.We zijn een klein land, met grote ruimtelijke opgaven die om keuzesvragen: bouwen van huizen, ruimte voor economie en ondernemers,toekomstperspectief voor de landbouw, robuuste natuur en verduur-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2418 zaming van onze huizen en andere gebouwen. Het is echt aan ons omervoor te zorgen dat uiteindelijk iedereen in Nederland goed kan wonen.Daar wordt hard aan gewerkt. In de maanden nadat ik aantrad alsMinister, heb ik me erover verbaasd dat voor deze belangrijke opgaveneen groot deel van de middelen en ambtelijke capaciteit tijdelijk gefinan-cierd zijn. Als we echt blijvende stappen willen zetten, ook daar waar deKamer aan mij vraagt om dingen uit te zoeken en in te grijpen in delopende discussies over locaties, kan dat alleen als je daar ook voldoendeambtelijke capaciteit en financiering voor hebt. Je hebt uiteindelijk dusook een toekomstbestendig Ministerie van VRO nodig.Zoals gezegd is vandaag dus de eerste suppletoire begroting. In dezesuppletoire begroting heeft het kabinet stappen gezet zodat Nederlandverder kan. Het lijkt wel alsof het enige wat in deze begroting zat eenhuurbevriezing en een boodschappenbonus waren. Dat is niet het geval.In de voorjaarsbesluitvorming heb ik de basis weten te leggen voor eentoekomstbestendig ministerie. Ik som er een aantal op. Zo heb ik alletijdelijke capaciteit structureel geregeld. Hiermee is het ambtelijk apparaattoekomstbestendig gemaakt. Ook heb ik een aantal noodzakelijkevoorwaarden om beleid te kunnen uitvoeren op orde gebracht. Zo heb ikde middelen van de Huurcommissie structureel met 10 miljoen verhoogd;mevrouw Welzijn refereerde er al aan. De essentiële middelen voor deNationale Geo-Informatie Infrastructuur zijn ook structureel geregeld. Erzijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor het voortzetten vanprogramma’s voor ruimtelijke ordening, NOVEX, Mooi Nederland en denota. Een aantal basisvoorzieningen over de Omgevingswet zijn op ordegemaakt. En, niet onbelangrijk, er zijn middelen vrijgemaakt om te startenmet het huurregister. Met deze middelen heb je het niet allemaalgeregeld, maar we kunnen in ieder geval beginnen om er vorm aan tegeven.We zijn er alleen nog niet. De opgaven zijn groot. Geld voor de opgaven inde volkshuisvesting, woningbouw en ruimtelijke ordening is allemaaltijdelijk, terwijl het prioriteit nummer één is. De vijf keer 1 miljard die ikgekregen heb om, even populair gezegd, onrendabele toppen goed temaken, zijn maar 5 miljard. Zeker als we volgende week de Wetversterking regie volkshuisvesting gaan behandelen, betekent dat feitelijkdat er voor volgende kabinetten ook een financiële opgave ligt om datverder voort te zetten.Zoals gezegd is het dus ook aan volgende kabinetten om hier structureelmiddelen voor te regelen. Die heb je echt nodig wil je betaalbaar blijvenbouwen. De komende periode blijf ik me in ieder geval volop inzetten voorde opgaven. Dit doe ik niet alleen. Ik werk namelijk samen met allepartijen die bijdragen aan het doel om die 100.000 woningen te realiseren:medeoverheden, corporaties en marktpartijen. Op de Woontop vanafgelopen jaar hebben we hier goede afspraken over gemaakt. We gaanvan start met de realisatiestimulans – de «bouwbonus» zou je het kunnennoemen – en zetten de Woningbouwimpuls voort. Gemeenten kunnen nade zomer voor deze gelden hun plannen indienen.We kijken hoe we bestaande gebouwen en de bijbehorende omgevingbeter kunnen gaan benutten. In het vorige commissiedebat hebben we hetdaar nog over gehad. Zo voegen we ook woonruimtes toe aan Nederland.Er liggen zo ongelofelijk veel kansen. Als je alle aantallen bij elkaar optelt,duizelt het je soms, of het nou gaat over hospitaverhuur, wonen bovenwinkels, wonen op vakantieparken mogelijk maken, het splitsen vanwoningen, om er maar eens een paar te noemen.Ik werk aan het vereenvoudigen en schrappen van regels met hetprogramma STOER, niet omdat ik tegen de belangen ben die achter dieregels zitten, maar wel omdat ze bij elkaar opgeteld alles moeilijker makenen bouwen veel duurder maken. Op het gebied van ruimtelijke ordeninghebben we als Rijk een onmisbare rol te vervullen. Dit doe ik niet alleenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2419 met alle partijen die ik net opsomde, maar zeker ook met mijn collega-bewindspersonen in het kabinet.Zo werken we samen aan de Nota Ruimte, die ook nog voor de zomer, alshet even meezit, de planMER ingaat. We voeren het gesprek metmedeoverheden in het programma NOVEX. Ik heb ruimtelijke arrange-menten gesloten met bijna alle provincies over de uitvoering van deruimtelijke opgaven. Vorige week heeft u van mij de brief gekregen overde zogenaamde BOL’s, de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving, waarinu nu een bloemlezing ziet van alle opgaven waar we voor staan.Daarnaast is het beschikbaar stellen van voldoende budget voor deisolatieaanpak uit Nij begun voor de inwoners van Groningen enNoord-Drenthe een belangrijke stap die we zetten. Ook kunnen woning-corporaties in deze regio, waar relatief veel huurders moeite hebben omhun energierekening te betalen, versneld aan de slag met verduurzaming.Met al deze stappen leggen we de basis. Dit zijn allemaal belangrijkeonderwerpen om met u over te spreken.Nu wil ik het graag hebben over het onderwerp dat op dit moment heelveel aandacht heeft: de huurbevriezing. In het Voorjaarsnotadebat vangisteren met de Minister van Financiën is het daar ook uitgebreid overgegaan. In de Voorjaarsnota was een huurbevriezing voor ’25 en ’26afgesproken voor huurders in de sociale sector. Al snel bleek echter dateen huurbevriezing op de manier zoals die was voorgesteld forsegevolgen zou hebben en eigenlijk al gelijk had op het gebied vanwoningbouw en verduurzaming. Bovendien maakte het ontbreken vanstructurele compensatie voor alle sociale verhuurders de huurbevriezingjuridisch kwetsbaar. Dat is een oordeel dat werd bevestigd door de Raadvan State met een dictum d.Ik heb uw Kamer daarom op 3 juni laten weten dat ik op basis van hetadvies van de Raad van State, de politieke ontwikkelingen, en om rust envoortgang terug te krijgen in de woningbouwproductie, de huurbevrie-zingswet niet verder indien.Daar zijn ook een aantal vragen over gesteld. Misschien is het goed omdaarmee in één moeite door te gaan. Dat is het onderwerp dat degemoederen stevig bezighoudt. Dan heb ik dat afgerond. Daarmee zeg iktrouwens niet dat ik geen begrip heb voor mensen met lagere inkomensdie niet vallen onder de groepen die het Nibud heeft doorgerekend,waarvan de conclusie was dat de huurverhoging betaalbaar was voor demeeste mensen, en dat ik geen oog heb voor mensen die lastig kunnenrondkomen. Dat heb ik zeker wel. Maar ik heb meerdere zaken te wegendan alleen dat. Ik moet ook goed kijken wat het effect is.Ik werd ermee geconfronteerd dat de toezichthouder op corporaties aande helft van de corporaties een brief had gestuurd en had gezegd: ga jeinvesteringsplannen maar eens tegen het licht houden. Ik kreeg signalenvanuit gemeentehuizen en vanuit ontwikkelaars en bouwers dat er eenpas op de plaats gemaakt werd, omdat nou eenmaal de financiële basisonder bijna alle plannen wegviel. Want elke locatie in Nederland probeertinmiddels sociale huurwoningen te bouwen. Als daar de basis onderwegvalt, dan maakt men een pas op de plaats en begint men opnieuwmet rekenen. Ik wist ook dat in de prestatieafspraken is besloten omverder te gaan met de verduurzaming. Ook dat staat op de tocht. Juistvoor mensen met hoge woonquotes, zoals mevrouw Beckerman net zobeeldend vertelde, is die verduurzaming zo belangrijk, want die betekentdirect lagere energielasten. Dat was, alles afwegend, voor mij de reden,zoals u uitgebreid in de dilemmanotitie hebt kunnen lezen, om op datmoment te zeggen: ik dien dat wetsvoorstel niet in.Hoe zit het dan met het afschaffen van de boodschappenbonus? Dat vroegmevrouw Beckerman ook. Is daar overeenstemming over? Gisteren heeftu de Minister van Financiën gehoord, en hij schreef het al in zijn brief van13 juni: de wijziging op de Voorjaarsnota en de eerste suppletoirebegroting worden verwerkt in de Miljonennota en verder. Daarmee kan ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2420 worden meegenomen in de augustusbesluitvorming. Dan kun je ook eenintegrale koopkrachtafweging maken. Dat gebeurt altijd in augustus endan kan het ook worden bezien in het licht van de actuele ontwikkelingen.Hoe ga ik het gat van 492 miljoen als gevolg van het niet-doorgaan van dehuurbevriezing in de huurtoeslag dekken? Daar geldt hetzelfde voor. DeMinister van Financiën heeft gezegd dat dit meegenomen gaat worden bijde Miljoenennota, om die afweging breed te kunnen maken.Voorzitter, tot slot. Ik zei het al in mijn inleiding, overigens – want daarnaheb ik drie mapjes met vragen – de opgaven op het gebied van ruimtelijkeordening en volkshuisvesting zijn groot en uitdagend. Ze verdwijnen nietnu het kabinet demissionair is, en ze verdwijnen ook zeker de komendejaren nog niet. Dat mag wat mij betreft geen excuus zijn om noodzakelijkemaatregelen op mijn beleidsterrein nu niet te nemen. Daarvoor zijn deproblemen gewoon te groot. Op mijn bureau op het ministerie ligt,meteen als ik binnenkom, een kalender met daarop elke dag iemand – metnaam, leeftijd en een schets van de situatie – die wanhopig op zoek is naareen eigen plekje onder de zon. Dat is wat mij inspireert en ik ben blij datde Kamer dat met mij wil gaan doen.Voorzitter. Ik dank de leden voor de gestelde vragen. Die ga ik nu dan ookbeantwoorden. Daarbij heb ik drie blokjes: woningbouw, wonen en overig.Er zijn ook al twee amendementen ingediend. Als het goed is, zal ik diemeteen aan het einde van mijn eerste termijn van een oordeel voorzien.De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft u interrupties van de heer De Hoop, mevrouwBeckerman en mevrouw Welzijn. Die heb ik voor nu genoteerd.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou toch nog wat willen vragen over de huurbevriezing. Ik weet niet ofhet meer dan vijf minuten heeft geduurd voordat de Minister de briefverstuurde waarmee ze de huurbevriezingswet introk. Het beeld was datdat heel snel ging. Ik kan mij voorstellen dat dat voor huurders wrangvoelde. Er was hun een grote belofte gedaan en met name die 492 miljoenstructureel die gereserveerd was voor de boodschappenbonus en dehuurtoeslag was een heel flink bedrag. Daar hadden huurders naaruitgekeken en daar hadden we ook echt wat voor hen kunnen betekenen.Ik merk toch dat de Minister van Volkshuisvesting een wat optimistischereinterpretatie heeft van wat er in de augustusbesluitvorming gaat gebeurendan we van de Minister van Financiën van VVD-huize horen. Mijn fractieheeft daar echt zorgen over en ik ben op zoek naar in hoeverre dezeMinister er grip op heeft dat er in het kader van de koopkrachtmaatregelenecht wat voor huurders gedaan zal worden. Het komt namelijk bijFinanciën gewoon in de algemene pot en dan moeten we maar zien watdaaruit komt. Dan voelt de boodschappenbonus zoals die hier voorlag,wel heel erg ver weg, zeg ik via de voorzitter tegen de Minister.Minister Keijzer:De heer De Hoop weet net zoals ik dat er bij die koopkrachtplaatjes naarheel verschillende groepen wordt gekeken. Dat gaat over mensen metlagere inkomens, mensen met uitkeringen, gepensioneerde mensen meteen AOW, mensen in huurwoningen, mensen in koopwoningen. Dat is ietswat breed wordt bekeken. De huurdersgroep is ook een hele diversegroep. We hebben bijvoorbeeld huurders in sociale huurwoningen,huurders in middenhuurwoningen en huurders in de vrije sector. Wehebben huurders met allerlei verschillende inkomens en met anderesituaties. In de koopkrachtberekeningen wordt een flink aantal situatiesmeegenomen. De heer De Hoop weet net zo goed als ik dat ik daar nugewoon weinig over kan zeggen. Huur is een van de aspecten die daarinmeetellen. Ik snap de vraag, maar ik kan er nu geen antwoord op geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2421 Ik kan wel verwijzen naar het onderzoek dat het Nibud gedaan heeft. HetNibud heeft gekeken hoe de huurverhoging zich verhoudt tot deverhoging van lonen en uitkeringen. De conclusie was dat, gezien deverhoogde lonen en de daaraan gekoppelde uitkering, het betaalbaar was.Ik weet – deze debatten heb ik namelijk al meerdere keren met u gevoerd –dat er vaak gekeken wordt naar wanneer de huurverhoging het hoogstwas. Dat wordt dan als norm neergezet. Maar we hebben ook jaren gehadwaarin de huurverhoging veel minder was. Een aantal jaren is die zelfsbijna nul geweest. Gemiddeld is de huurverhoging de afgelopen tien jaar2,1% geweest. Dit zijn de harde cijfers.Dat is iets anders dan dat ik heel goed weet dat als je rond moet komenvan een heel laag inkomen, je geen mogelijkheid kunt hebben om meer tewerken, of omdat je het niet kunt, of omdat het niet loont omdat je er doorhet hele toeslagengebeuren op achteruitgaat. Dat weet ik allemaal. Maarik moet hier wel uiteindelijk een afweging maken in het belang vannieuwbouw en de verduurzaming van wonen. Dát heb ik gedaan. Dat hebik niet vijf minuten na 9.10 uur gedaan op de dag dat de fractievoorzittersbij de heer Wilders vandaan kwamen. Dat is overdreven. Maar dat heb ikwel een paar uur later gedaan. Dat klopt. Maar gezien de rust die nodigwas in de sector en de voortgang van de nieuwbouw heb ik echtgemeend, met overtuiging – ik zou het zo weer doen – die brief verstuurd.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou mijn vraag wat willen specificeren en wat specifieker naar dehuurtoeslag willen vragen. Ik weet namelijk hoe deze Minister over dehuurbevriezing denkt. De huurtoeslag is wél een middel om op redelijkkorte termijn, dus per 1 januari 2026, nog gericht wat voor die huurders tedoen, juist ook voor de mensen die dat extra hard nodig hebben.Daarvoor kan je heel gericht maatregelen treffen. Ik zou heel graag vandeze Minister horen of haar eigen inzet bij de augustusbesluitvorming isom op de huurtoeslag gericht nog wat voor huurders te betekenen, omdatdat nu, naar aanleiding van de Voorjaarsnota, niet gebeurt. Wat is de inzetvan de Minister?Minister Keijzer:Als je kijkt naar de eerdere beleidswijzigingen in de huurtoeslag, dan zie jedat er voor de komende jaren structureel 1,7 miljard bij is gekomen. Dat isdus best héél veel geld. Dat is trouwens ook substantieel in de porte-monnee van de mensen die dit betreft. Ik geloof dat ongeveer een halfmiljard € 25 is. Het komt natuurlijk niet bij iedereen op die manier terecht,want, nogmaals, het is afhankelijk van je huur en je inkomen. Maar dit ishet gemiddelde bedrag. Dus 1,7 miljard is € 75, grosso modo. Er komt dusbest heel veel bij. De vormgegeven boodschappenbonus was één jaar,dus één jaar krijgen mensen er gemiddeld € 50 bij en op 1 januari na datjaar kelder je meteen. Zeker wanneer je een laag inkomen hebt, kan je datvaak helemaal niet gebruiken. Dit zijn ook vaak mensen die al in financiëleproblemen zitten. We weten allemaal wat dat doet met je welbevinden. Jekunt dus ook vraagtekens zetten bij de vormgeving van dit instrument.Maar de vraag was: is het mijn inzet om oog te houden voor mensen metlage inkomens in huurwoningen die huurtoeslag krijgen? Ja, dat is mijninzet. Ik kan niet vooruitlopen op hoe dat uiteindelijk in de koopkracht-plaatjes terechtkomt, maar dat kan de heer De Hoop ook niet.De voorzitter:Meneer Mooiman, mevrouw Beckerman is eerst. Daarna is mevrouwWelzijn aan de beurt en daarna kom ik bij u.Mevrouw Beckerman (SP):Wij vinden het echt dubbel bedrog wat er nu gebeurt qua Voorjaarsnota:de huurbevriezing én de boodschappenbonus, de verhoging, gaan nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2422 door. Maar we weten ook dat we vandaag niet heel veel verder komenmet deze Minister.Mijn vraag gaat dus over een ander punt. De Minister verwijst ons vooreen aantal doorrekeningen door naar de Miljoenennota. Dat snap ik, maartegelijkertijd gaat die huurverhoging natuurlijk nu al in. Dat gat van 400miljoen: is het zeker dat het niet opnieuw ten koste gaat van huurders? Ofwordt het nu wel binnen VRO gezocht?Minister Keijzer:Ik heb een beetje moeite met woorden als «driedubbel bedrog». Ik trek hetmij persoonlijk niet aan en ik ben dat ook niet van plan te gaan doen.«Dank», zeg ik tegen mevrouw Beckerman. Maar het zet wel het beeldneer dat wij hier, de politiek ... En voor de meeste mensen is dat allemaalhetzelfde, hè. Kamerleden, bewindspersonen, ambtenaren en de mensendie bij de Tweede Kamer werkzaam zijn: dat maakt allemaal geen verschil.Voor mensen is het dé politiek in Den Haag en dat zijn wij allemaal. En hetdan op zo’n manier wegzetten doet uiteindelijk afbreuk aan hetvertrouwen in de politiek. Ik snap waar het vandaan komt bij mevrouwBeckerman, maar ik zou haar toch willen vragen om dat niet te doen. Alsze dat toch volhoudt, dan is dat aan haar, maar dan heb ik het nu een keergezegd. Ik zal dat de komende tijd ook wel echt gewoon blijven doen.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, daar wil ik wel een persoonlijk feit over maken. Wanneer wijzeggen dat het dubbel bedrog is en de Minister zegt dat zij niet wil dat datgezegd wordt, omdat dat het vertrouwen in de politiek schaadt of omdatdat slecht is voor het aanzien van de gehele politiek ... Mijn partij heeftcampagne gevoerd op die huurbevriezingen! Wij hebben heel veelhuurders gesproken en het doet juist heel veel met het vertrouwen datmensen eerst te horen krijgen «u krijgt een huurbevriezing en een bonus»en het vervolgens weer wordt teruggenomen. Dat doet heel veel met hetvertrouwen van huurders. Juist omdat hun twee keer iets moois isvoorgehouden, én een huurbevriezing én een bonus, en dat vervolgensniet is doorgegaan, zien mensen het als een politiek spel. En dat voeltvoor heel veel mensen als bedrog.Voorzitter. Ik denk dat het vertrouwen in de politiek niet geschaad wordtdoor dat woordgebruik, maar door de daden. En die daden zijn voor heelveel huurders heel pijnlijk.Minister Keijzer:Dat begrijp ik. Maar ik zie vervolgens moties voorbijkomen waarin wordtgezegd: voer de huurbevriezing in en ga over tot compensatie. Dat wordtgedaan zonder dat je vertelt: waar dan, wat dan. Dat gebeurt zonder dat ereen meerderheid voor is in de Kamer en dan denken mensen dus ook:kijk, het wordt geregeld. Maar iedereen die ernaar kijkt, ziet gewoon dat jeer geen meerderheid voor hebt. En als je er al een meerderheid voor hebt,heb je geen meerderheid voor het betalen van die rekening. Doe je dandus niet hetzelfde?Dat is ook precies waarom ik zo’n moeite heb met het gebruik van diewoorden. Het helpt niet. Het helpt gewoon niet! En dat terwijl wij hierallemaal zien en delen dat er mensen zijn met lage inkomens die omallerlei redenen niet rond kunnen komen. Wij weten hier ook allemaal dathet met de beste bedoelingen opgebouwde stelsel van toeslagen eruiteindelijk toe leidt dat mensen die niet rond kunnen komen, niet meergaan werken, omdat ze dan hun toeslagen kwijtraken. Waarom zou je datdoen als het maar zeer de vraag is of je daar geld aan overhoudt? Waaromzou je dat doen als het onzeker is of je daarna weer iets moet terugbe-talen? Zo zijn we ook met z’n allen een beetje in de ellende terechtge-komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2423 Voorzitter. Ik ga er niet over door, maar ik wil het toch een keer gezegdhebben, omdat het me ook een klein beetje raakt.Dan de vraag over de 492 miljoen. Mevrouw Beckerman zei 400 miljoen,maar ik denk dat ze de 492 miljoen bedoelt. Dat is het bedrag dat nuongedekt is in de Voorjaarsnota vanwege de intrekking van de wet die dehuurbevriezing of het voortzetten daarvan zou moeten gaan regelen. Devraag hoe we dat gaan doen, en dat is ook precies wat de Minister vanFinanciën heeft gezegd, raakt direct aan de Miljoenennota. In dat groteregeheel van al het geld waar wij in dit huis over gaan, zullen we daarvoormet elkaar een dekking moeten vinden.Mevrouw Beckerman (SP):Maar dat is geen antwoord op de vraag. En vervolgens wordt wel tegenheel veel mensen gezegd dat ze niet werken, omdat ze dan toeslagenverliezen. Dat doet ...De voorzitter:Er worden dingen buiten de microfoon gezegd, maar u kunt gewoonverdergaan met uw vraag.Mevrouw Beckerman (SP):De Minister zegt dus dat het een prikkel inbouwt in het systeem. Maar eenvan de redenen waarom wij juist een huurbevriezing wilden en het nietvia de huurtoeslag wilden regelen, was juist dit punt. Juist omdat heelveel mensen in een rijk land vastzitten aan toeslagen, willen we lagerehuren.De Minister zegt dan «als je kansloze moties indient of moties die geenmeerderheid halen, is dat slecht voor het vertrouwen», maar ik ben ertrots op dat wij in 2021 een huurbevriezing hebben kunnen regelen. Datgebeurde nadat een heleboel moties het niet hadden gehaald. Eenheleboel moties haalden het in de Eerste Kamer wel, maar werden doorhet kabinet naast zich neergelegd.Er is ook eer te behalen als volksvertegenwoordiger door te volharden. Tevolharden! En om strijden voor wat je waard bent en om gewoondoorgaan, ook als het een keer niet lukt, afdoen als slecht voor hetvertrouwen in de politiek, vind ik heel erg wrang. Ik denk dat het doen vanbeloftes en die daarna breken veel pijnlijker is, dan Kamerleden van deoppositie die blijven doorstrijden voor iets waar ze in geloven, ook op hetmoment dat ze tegenwerking krijgen.Minister Keijzer:Dat is het punt natuurlijk niet. Iedereen komt vanuit een bepaalde politieketraditie, heeft een mening en zet zich daarvoor in. Dat is helemaal het puntniet en dat is ook niet wat ik nu aan de orde stel. Ik heb al meerdere kerenin debatten gezegd dat het in 2021 is gelukt, maar dat was een totaalandere situatie. Toen bestond de verhuurderheffing nog en was decompensatie veel makkelijker vorm te geven. Dus dat is het punt niet.Mevrouw Beckerman weet ook dat ik haar waardeer voor haar strijd voorde mensen voor wie ze staat. Dat is het punt niet. Ik heb alleen gezegd datik wat moeite heb met het gebruik van dit soort woorden. Dat mag ik. Datis toegestaan. Mevrouw Beckerman kijkt daar anders naar en dat is dusook toegestaan.Voorzitter. Ik heb de vraag nog niet helemaal beantwoord, maar volgensmij heb ik al wel gezegd dat dat gat van 492 miljoen onderdeel is van debesluitvorming in augustus.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, als ik daar even op terug mag komen. Het gaat nu wel heel ergveel over mijn ego, het ego van de Minister, ons werk en onze personen.Laten we daarom even teruggaan naar de huurders. Mijn vraag was of deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2424 Minister kan garanderen of in ieder geval kan toezeggen dat ze zich ervoorgaat inzetten dat die bezuiniging, het gat dat nu in de begroting zit, nietweer ten koste gaat van de huurders.Minister Keijzer:Zo’n zinnetje, voorzitter: «het ego van de Minister.» «Ik heb het ook overmijn eigen ego», zegt mevrouw Beckerman, maar dat was niet wat ze netzei. Ik denk dan: laten we dit nou toch alsjeblieft niet doen. Laten we hiermet elkaar kijken hoe we verstandig beleid kunnen maken op het gebiedvan Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Niemand in deze Kamerheeft geen oog voor mensen met lagere inkomens. Niemand! Dat hebbenwe allemaal.Hoe gaat die 492 miljoen in augustus gedekt worden? Op die vraag kan ikgewoon niet vooruitlopen en dat weet mevrouw Beckerman. Dus ja, ik kaner eigenlijk niet veel meer over zeggen dan dat. Het wordt in augustusbesloten wanneer er wordt gesproken over de begroting van volgend jaar.Dan moet er een dekking voor gevonden worden en daar zijn wetrouwens met z’n allen bij. Dit kabinet heeft namelijk geen meerderheidmeer in de Tweede Kamer. We zullen daarom ook komen buurten bijandere partijen om uiteindelijk een sluitende begroting voor 2026 in tekunnen dienen. Want dat is wat je op z’n minst moet doen. Je kunt er vanmening over verschillen over hoe dat eruit moet gaan zien, maar dat isinherent aan politiek. Maar uiteindelijk is één ding zeker: er komt eenPrinsjesdag! Er komt een begroting voor 2026 en dit is onderdeel van dekosten die daarin gedekt moeten worden.De voorzitter:Goed. Dan gaan we naar mevrouw Welzijn. Die was eerst nog met eeninterruptie. Overigens, mevrouw Beckerman: ik had ook gehoord dat u hethad over het ego van de Minister.Mevrouw Beckerman (SP):En van mijzelf.De voorzitter:Dat heb ik niet gehoord, dan.Mevrouw Beckerman (SP):Dit is vrij unfair. Ik had het over mijzelf en de Minister. Iedereen kan ditnalezen in het verslag. Mijn punt was puur: laten we het niet over onszelfhebben, maar over de huurders.De voorzitter:De griffier zegt net dat ze het ook gehoord heeft.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, precies. Want ik vind het niet heel fair als dit verkeerd geciteerd wordt.De voorzitter:Maar goed, dan is het duidelijk. U had het over uw eigen ego en dat vande Minister.Mevrouw Beckerman (SP):Zeker, voorzitter.De voorzitter:Prima. Dan hoop ik dat we het nu gehad hebben met die ego’s. Dan gaanwe naar mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2425 Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over de inhoud. De Minister heeftin de inleiding gezegd dat de ambtelijke capaciteit niet altijd voldoende is.We hebben de Minister dat – ik zat een beetje terug te denken – inmeerdere debatten horen zeggen en eigenlijk hebben we daar geen vanallen een keer op doorgevraagd. Laat ik dat dit keer dan maar wel doen.Als er inderdaad niet altijd voldoende ambtelijke capaciteit is, betekent datdus dat de kwestie van kiezen om de hoek komt kijken op het ministerieen dat betekent dus prioriteren. Kan de Minister aangeven wat voor haarnu de prioriteiten zijn, gezien het feit dat de ambtelijke capaciteit op ditmoment niet altijd voldoende is?Minister Keijzer:Dat is een heel brede vraag. De komende tijd zal het gaan over de NotaRuimte, waarin de ruimtelijke keuzes voor Nederland een plek gaankrijgen. Het hele proces heb ik al een aantal keren uiteengezet. Dat zal iknu niet herhalen. Het gaat over de Wet regie. Het gaat over de uitwerkingvan de ruimtelijke arrangementen en de afspraken in de BestuurlijkeOverleggen Leefomgeving. Het gaat over woningbouwplannen, zaken vande grond krijgen en de doorbraaklocaties. Dus kort en goed: bestem-mingsplannen en bouwvergunningen, om het maar even ouderwets tezeggen. In de Omgevingswet heet dat allemaal anders. Dat is waar hetover gaat de komende tijd. Met «bestemmingsplannen» doe ik hetonrecht, want de oude bestemmingsplannen van vroeger zijn echt welwat beperkter dan de omgevingsplannen van nu. Daar zit natuurlijk veelmeer in. Dat is waar het de komende tijd om gaat. Dat is ook waarom umij af en toe, als er moties worden ingediend waarvan ik op zichzelf denk«o, goed idee, alleen daar heb je zo’n blik ambtenaren voor nodig, datgaat nu gewoon niet», dat hoort zeggen als argumentatie waarom ik ietsontraad.De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Mooiman.De heer Mooiman (PVV):Ik kom nog even terug op het stuk begroting en waar je het geld danvandaan haalt. Er is natuurlijk recent ook een motie van collega Grinwisaangenomen ten aanzien van deze kwestie, om in ieder geval dat bedragniet later alsnog op de huurtoeslag te gaan verhalen. Ik ga er wel van uitdat het kabinet in ieder geval die motie uitvoert.Minister Keijzer:Ik ben even op zoek. Er worden zo veel moties ingediend. Is dit de motiedie afgelopen dinsdag in stemming is gebracht? Daar stond volgens mij in«niet ten koste van de begroting van VRO». Ik weet niet of die motieontraden is of niet. Hij is ontraden, hoor ik hier nu naast mij. Hij isaangenomen, zeker. Wat er dan altijd gebeurt, is dat we gaan kijkenbinnen het kabinet wat we daarmee gaan doen. Die motie is volgens mijook niet ingediend in een debat met mij, maar in een debat met deStaatssecretaris Toeslagen. We moeten echt met elkaar gaan kijken hoewe dat gaan doen. De motie voelde wel als een steun in de rug, maartegelijkertijd weet ik ook dat we in het kabinet met elkaar gezamenlijkverantwoordelijk zijn voor een sluitende begroting voor 2026.De heer Mooiman (PVV):Helder. Het is in ieder geval fijn dat de Minister dat als een steun in de rugvoelt. In dat kader zou ik de Minister ook nog willen vragen – dat is netnatuurlijk ook al even langsgekomen – naar haar persoonlijke inzet. Ikbegrijp dat zij nu natuurlijk geen concrete uitspraken kan doen dat zij allesgaat regelen, maar ik wil de Minister wel vragen om zich in ieder gevalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2426 persoonlijk te blijven inzetten, richting haar collega’s ook, om socialehuurders er via de huurtoeslag wel wat bij te geven.Minister Keijzer:Een mooi pleidooi, maar ik heb al een aantal keer als antwoord op vragenvan deze orde gezegd dat we het allemaal moeten gaan wegen in hetbredere koopkrachtplaatje. Mevrouw Beckerman sprak in haar betoogover de vraag of mensen kunnen rondkomen. Zij had het in dat verbandover de woonquote. Maar de woonquote is iets anders dan de huurquote.De woonquote zijn alle lasten die iemand heeft om te kunnen wonen. Dehuurquote is gewoon wat iemand aan huur betaalt, uitgedrukt alspercentage van het salaris, de uitkering of een andere manier waaropiemand in zijn levensonderhoud voorziet. De huurquote bleef deafgelopen jaren redelijk gelijk, maar de woonquote steeg. Dat heeft vooralte maken met de energielasten. Dus ook dat zul je in zijn totaliteit moetenwegen bij de augustusbesluitvorming.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou zeggen dat de huurquote juist voor de middenhuur en de vrijesec-torhuur wel een probleem is. Ik wil de Minister daarom toch aanmoedigenom niet de Wet betaalbare huur daar erop te gaan doen.Ik heb een andere vraag naar aanleiding van de beantwoording van deMinister. Ik viel over de zin die de Minister uitsprak over de toeslagen. Ikweet die zin niet precies uit mijn hoofd, maar ergens in haar beant-woording wekte zij de indruk dat het verhogen van toeslagen ertoe zouleiden dat mensen niet meer gaan werken. Als dat is wat de Minister vindtdie de inzet moet leveren voor de huurtoeslag, vind ik dat heel ergingewikkeld. Misschien heb ik de Minister verkeerd begrepen, maar hetwas mijn indruk dat zij impliceerde dat als je de huurtoeslag te veelverhoogt, de mensen misschien niet meer gaan werken. Ik geef haargraag de mogelijkheid om daar afstand van te nemen of uit te leggen hoezij het dan wél bedoelde, want ze wekte in ieder geval bij mijn fractie, en ikdenk bij meer commissieleden, wel even die indruk. Ik verwacht juist vanhaar inzet op de huurtoeslag, dus dan zou ik zo’n mening ingewikkeldvinden.Minister Keijzer:Dank voor deze vraag. Ik had het volgens mij over twee dingen. Het eersteis dat de boodschappenbonus zo is vormgegeven dat gedurende één jaarmensen gemiddeld € 50 per maand erbij krijgen. Dat geldt voor één jaar,dus 1 januari na dat jaar vallen deze mensen opeens € 50 terug. Dat iszeker als je een laag inkomen hebt een gigantische hoeveelheid geld. Overdie vormgeving heb ik gezegd dat ik die politiek snap, maar dat die bestzuur kan uitpakken in het leven van mensen.Dan het tweede punt. Ik moet daarbij altijd denken aan een debat dat ikooit had met mevrouw Patijn, collega van de heer De Hoop. Zij hield haarmaidenspeech en had het over het gezin waarin zij opgroeide. Zij verteldedat als de mensen in het gezin niet rond konden komen, ze keken waar zeergens inkomensondersteuning konden krijgen. Ik kom uit een gezin meteen vader en moeder met alleen lagere school. Als zij niet rond kondenkomen, hoorde ik ze bespreken of een van beiden op zaterdagochtend eenaantal uren meer kon werken. Inmiddels zijn we door het toeslagenstelselterechtgekomen – daar is iedereen het zo langzamerhand wel over eens –in een situatie waarin mensen vanwege alle toeslagen soms bijnagevangen zijn in de situatie waarin zij zitten. Als mensen net iets meergaan verdienen, kunnen ze terugvallen in inkomen omdat die toeslagendan verdwijnen. Ook kan het gebeuren dat mensen door de onzekerheidhoe het precies uitpakt en of er een risico op terugvordering is, misschienniet de beweging maken die ze anders wel zouden maken. Dat wordt ookwel de armoedeval genoemd; de heer De Hoop kent dat woord vast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2427 Dit waren de twee onderwerpen die ik aanraakte toen ik antwoord gaf opeen vraag die aan mij gesteld was. Mevrouw Beckerman zei dat ik gezegdzou hebben dat mensen niet gaan werken vanwege toeslagen. Nee, datheb ik zo niet gezegd. Ik weet dat dat ook niet waar is, trouwens.Goed, voorzitter. Ik kom bij de antwoorden op de vragen over ... Nee, er isook nog een vraag gesteld over de Wet betaalbare huur. Dus ... Nou, weetje, volgens mij komt die ook verderop nog. Dan beantwoord ik ’m op datmoment wel.De voorzitter:Voordat u dat doet, mevrouw de Minister, draag ik het voorzitterschapover aan de heer De Groot, omdat ik zo meteen naar een procedureverga-dering moet over controversieelverklaringen. Dat doe ik bij dezen. Dankunt u verder.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:We vervolgen dit debat. Het woord is aan de Minister.Minister Keijzer:Er viel even een stilte, voorzitter. Ik dacht dat er misschien nog eeninterruptie zou volgen, maar dat was niet zo. Oké. Ik ga verder met hetbeantwoorden van de vragen bij het blokje woningbouw.Voorzitter. De fractie van GroenLinks-PvdA vroeg mij wat de status is vande afspraken op de Woontop. Uw Kamer kent die afspraken, u heeft zeallemaal gezien en we hebben er ook over gedebatteerd. Nog voor dezomer zal ik uw Kamer informeren over de voortgang ervan.Mevrouw Wijen-Nass maar ook mevrouw Welzijn vroeg mij naar dekasschuiven in het algemeen, maar ook naar een kasschuif van 303miljoen. Waarom deze kasschuif? Wanneer wordt de afspraak nu echtvastgelegd? Ik maak prestatieafspraken met gemeenten, naar verwachtingbij het Bestuurlijk Overleg MIRT in november ’25. Daarmee wordt hetaangaan van juridische verplichtingen juist naar voren gehaald en krijgengrootschalige woningbouwgebieden snel duidelijkheid over de bijdragedie ze ontvangen. Het grootste deel van de kosten voor gemeenten komtechter pas later. Om die reden volgt de uiteindelijke overboeking van demiddelen van de rijksbegroting naar die van gemeenten in 2026 en 2027.Maar de afspraken gaan we dus wel dit jaar aangeven. We gaan dusgewoon door, maar er zit wel af en toe verschil in het moment vanbetalen, het hoe dan, hoeveel dan en waarvoor dan. Bijvoorbeeld deWoningbouwimpuls, de WBI, boekten we over als een soort voorschot.Later werd er dan gekeken of het ook daadwerkelijk gebeurd was zoalsafgesproken. Maar de Realisatiestimulans, de bouwbonus, boeken weover op het moment van start bouw, om het maar eens even simpel tezeggen.De heer De Groot vroeg zich in zijn inbreng af of er eigenlijk wel watgebeurt. Ik formuleer het even kort door de bocht en dat heeft een reden.Gisteren was ik de hele dag op PROVADA. Wat een gewéldige beurs. Echt,voorzitter, bruisend van energie, kansen, mensen die bouwen. Echtfantastisch. Kijk alleen al even naar de afgelopen week. The Grace, hier inDen Haag: 1.300 appartementen, start bouw vorige week. De Suikerzijde,Groningen: 5.000 woningen, start bouw vorige week. Een grote locatievan 11.000. Gisteren op PROVADA heb ik afspraken gemaakt en zelfsmedeondertekend met Bas van der Pol, wethouder Tilburg, over hetMarktkwartier met 780 woningen, uit mijn hoofd gezegd. Er gebeurt dusecht ongelofelijk veel.De heer De Groot vroeg hoe het precies zit met de woningen inRijnenburg. Heeft de Minister afspraken gemaakt om eerder te gaanbouwen dan 2035; er is immers al 600 miljoen toegezegd? Die 600 miljoenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2428 is tijdens het BO MIRT in ’22 toegezegd voor 25.500 woningen tot en met2030, met een uitzicht op tussen de 22.500 en 25.000 woningen inRijnenburg en 15.000 tot 26.000 woningen in de A12-zone. Deze zijnafhankelijk van de Merwedelijn. Het voornemen is om daarover eenbesluit te nemen in het BO MIRT van 2025. De bouwproductie tot en met2030 ligt op schema; start bouw Merwedekanaalzone deelgebied 5 met6.000 woningen eind mei. Samen met wethouder Eerenberg heb daarfietsend de eerste verdiepingsplaat op zijn plek gezet. Ik zie u kijken,mevrouw Beckerman: hè, wat? Maar het was fantastisch. Door het fietsenontstond er energie waardoor de verdiepingsplaat op zijn plek kwam. Ditbetreft de start van de bouw van 6.000 woningen.Op de Woontop is het Akkoord van Rijnenburg gesloten. Een consortiavan grondeigenaren zegde op PROVADA 200 miljoen toe voor deMerwedelijn. Hiervoor geldt dat we de komende jaren wel iets te doenhebben met elkaar, zoals al staat aangegeven in de brief van de Staatsse-cretaris van IenW van 31 maart jongstleden over de Lelylijn en deNedersaksenlijn. Bij deze brief zat een bijlage, twee A4’tjes, over deontwikkelingsstrategie grootschalige infrastructuur en woningbouw. Mij iswel gebleken dat als je toegroeit naar 20 miljoen mensen in Nederland –als we niet iets doen aan migratie groeien we toe naar 22 miljoen mensen– je ook na zult moeten denken over waar die mensen komen te wonen enhoe die mensen zich verplaatsen. Er wordt nu gewerkt aan de ontwikke-lingsstrategie, zodat inzichtelijk wordt welke locaties het betreft enhoeveel geld je nodig hebt voor het ontsluiten van dat soort gebieden. Datkomt ook naar u toe, want ik maak me wel een beetje zorgen of het op dehuidige manier wel op tijd klaar is.Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van NSC of ik de zienswijze deel dat hetinvesteringskader voor woningbouw is komen te vervallen en er daardoorstriktere begrotingsregels voor VRO gelden. Er is geen investeringskadervoor woningbouw geweest dat is komen te vervallen. Wel was er bijvorige kabinetten de afspraak dat voor een aantal financiële woningbouw-regelingen een 100% eindejaarsmarge gold. Die is vervallen. In debegroting wordt zo realistisch mogelijk geraamd welke kosten er binneneen jaar gemaakt kunnen worden. Dat heeft geleid tot die kasschuivennaar verdere jaren. Ook nu geldt dat het kabinet jaarlijks bij de voorjaars-besluitvorming beziet of aanpassingen in het kasritme noodzakelijk zijn.Tegelijkertijd is er ook echt op korte en middellange termijn meer enstructureel geld nodig voor de ontsluiting van woningbouw om deproductie op gang te houden. Als mevrouw Welzijn dat anders wil, zal eruiteindelijk – denk aan het Klimaatfonds en het Mobiliteitsfonds – eenwoningbouwfonds ingericht moeten worden. Maar dat lijkt me echt ietsvoor een volgend kabinet.De vraag van mevrouw Welzijn over de ambtelijke capaciteit heb ik albeantwoord in reactie op een interruptie van haar.De volgende vraag die ik hier voor mij heb, heb ik al beantwoord onderverwijzing naar de two-pager.Mevrouw Welzijn vroeg mij nog hoe het zit met stikstof. Ik ben elke keerweer verbaasd als ik mensen hoor zeggen dat er een stikstofslot geldtvoor de woningbouw. Dat is gewoon niet zo. Tot de uitspraak van18 december van de Raad van State en die van 22 januari van derechtbank was er eigenlijk op de meeste locaties geen probleem. Door devergaande afspraken is er wel een probleem ontstaan, maar door hetverhogen van de rekenkundige ondergrens, zoals aangekondigd door mijncollega van LVVN, mevrouw Wiersma, zijn ongeveer negen op de tienwoningbouwlocaties van de haak af. Daarmee is het probleem in iedergeval veel, veel en veel kleiner geworden voor het onderdeelwoningbouw.Mevrouw Welzijn vroeg mij ook nog hoe ik aankijk tegen ADC-toetsen. DeADC-toets is complex; dat weten we allemaal. Het vergt langdurigercommitment van alle betrokken partijen. De compensatie van natuurge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2429 bieden moet op voldoende niveau zijn voor door het project veroorzaaktenatuurverslechtering. Ik lees dit voor, voorzitter, maar dit is allemaalgedacht binnen het bestaande systeem. Precies dát systeem, hetstikstofbeleid en de wetgeving, moet juist aangepakt worden om uit dezemodellenwerkelijkheid te komen met elkaar.Hoe ga ik zorgen voor betaalbare koopwoningen? Zonder een dergelijkevraag van de heer De Groot van de VVD in een commissievergadering ishet geen goed debat geweest wat mij betreft. Het is waar: er is wel eengrote fixatie geweest op huur de afgelopen jaren. Dat terwijl uit behoefte-onderzoeken gewoon blijkt dat mensen eigenlijk liever willen kopen. Veelmeer mensen willen liever kopen dan huren. Ik denk dat het ook heelbelangrijk is om dat tussen de oren te krijgen van alle mensen die debesluiten hierover nemen. Twee derde betaalbaar bouwen gaat dus nietalleen over huur, maar ook over koop. Veel gemeenten nemen extramaatregelen, waardoor het mogelijk wordt om woningen te bouwen vooreen lagere prijs die financieel haalbaar is. Denk aan een lagere grondprijs,inzet van modulaire industriële bouw, een lokale koopstartersregeling enons eigen Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen, waaraan ook doorde heer De Groot werd gerefereerd. Ik regel in het Besluit regie, dat onderde Wet regie volkshuisvesting zit, dat die gebouwde betaalbare koopwo-ningen gedurende een bepaalde termijn in stand moeten wordengehouden als betaalbare koopwoning: betaalbaar bouwen én betaalbaarhouden.Voorzitter. De volgende vraag is van mevrouw Welzijn van de fractie vanNSC. Zij vraagt of ik bereid ben om op de begroting verplichte indicatorente zetten per woningbouwinstrument, zoals: hoeveel verwacht je ermee tebouwen en wat is het aandeel van de betaalbare woningen? De verschil-lende instrumenten hebben op verschillende momenten in eenbouwproces een bijdrage. Op het moment dat er een bijdrage is beschikt,wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de aantallen woningenwaaraan een bijdrage wordt geleverd. Jaarlijks, afgelopen keer decembervorig jaar, informeer ik de Kamer over de voortgang van al dezeregelingen. Wanneer deze woningen worden opgeleverd, is afhankelijkvan het vergunningsproces en het bouwproces. Het is dus gewoon niet zoeenvoudig om deze inherent ongelijksoortige informatie vooraf eenvoudigen eenduidig te verbinden aan een aantal woningen per jaarschijf. Ik hoopdat u dat ook zo ziet en dat u met mij vasthoudt aan een verantwoordingop het moment van beschikken. Daarbij houd ik uiteraard de voortgangvan projecten in de gaten en volg ik de jaarlijkse nieuwbouwproductie omhet kabinetsdoel van 100.000 woningen per jaar te monitoren. Daar gaathet immers uiteindelijk om: halen we die productie?Voorzitter. Dan kom ik bij het blokje wonen.De voorzitter:Dat is een nieuw blokje.Minister Keijzer:Ik dacht dat ik een interruptie zag.De voorzitter:Jazeker, we gaan een aantal interrupties doen.Minister Keijzer:Oké, prima.De voorzitter:Er zijn een aantal interrupties, waaronder ook een van uw voorzitter, maardie gaat heel netjes als laatste in de rij. Ik ga eerst naar mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2430 Ik heb de Minister over de indicatoren horen zeggen dat het lastig is omaan te geven hoe effectief een bepaalde maatregel op zichzelf is en wat debijdrage van die maatregel is geweest aan de totale woningbouwpro-ductie. Juist daarom stel ik deze vraag. Ik heb een familielid met een tasvol medicijnen die hij iedere keer ophaalt. Hij kan met geen enkel medicijnstoppen, want de arts weet niet welk medicijn welk effect heeft in hetlichaam. Dat geldt ook voor dit soort pakketmaatregelen. Als je niet weetwat het effect is van een maatregel, dan is het ook lastig om daareventueel mee te stoppen, omdat je niet kunt constateren of die al danniet effectief is. Een antwoord kan ook zijn dat een combinatie vanmaatregelen tot een bepaald effect leidt. Als u mij vraagt om die vraag inte trekken omdat het moeilijk is, dan denk ik: voor moeilijk werk wordenwij hier betaald. Ik zou de Minister juist willen uitnodigen en uitdagen omtoch een poging te doen ervoor te zorgen dat we zicht gaan krijgen op deeffectiviteit van maatregelen, desnoods in combinatie.Minister Keijzer:De wedervraag is dan wel: wat wil mevrouw Welzijn daarmee bereiken?We kunnen alles proberen inzichtelijk te maken, maar met welk doel? Hetdoel is, als ik haar zo beluister, te weten te komen of maatregel a effectiefis in het behalen van het doel dat die maatregel wil bereiken. Eind vorigjaar heb ik nog een voortgangsbrief over alle regelingen aan de Kamerdoen toekomen. Daar kunt u dat ook in lezen.Ik ben altijd bereid om te kijken of het beter kan, maar het maakt nogalverschil over welke regeling je het hebt. Het doel verschilt ook, evenalshet moment van het bereiken van dat doel. Dat is hier het lastige van.Misschien is het goed dat wij eens met z’n tweeën rustig gaan zitten metdie rapportage van december vorig jaar en kijken wat daarin naar desmaak van mevrouw Welzijn ontbreekt. Mijn doel, mijn überdoel, is bovenalles het bereiken van die 100.000 woningen per jaar. Dat is wat wemoeten bereiken. Daar doen we het voor.Dit jaar zagen we een stijgende lijn daarin: 88.000 woningen. We moetengoed in de gaten houden dat we dat blijven bereiken. Begin dit jaar zijniets minder vergunningen verleend dan het jaar daarvoor, maar de vraagis of dat doorzet. Zeker met het verhogen van de rekenkundige onder-grens komt daar weer lucht in en kan er weer vergund worden. Mijnaanbod aan mevrouw Welzijn is dus: laten we met die brief uit december2024 rond de tafel gaan zitten en kijken wat zij daar nog in mist. Ik ben eenbeetje huiverig om ambtenaren aan het genereren van data te zetten,omdat ik liever heb dat zij zich bezighouden met bouwvergunningen enbestemmingsplannen.De voorzitter:Afdoende? Dan ga ik naar de heer De Hoop, GroenLinks-Partij van deArbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou toch even willen terugkomen op het punt van de stikstof, want ikhoorde de Minister wederom aangeven – dat heb ik haar vaker horenzeggen – dat zij ervan overtuigd is dat stikstof geen problemen oplevertvoor de woningbouw. Ik denk daar toch echt anders over, niet zozeeromdat ik daar zelf ideologisch anders naar kijk, maar omdat de brancheor-ganisaties hier zelf ook heel kritisch over zijn. Arno Visser heeftmeermaals gezegd dat het heel veel woningbouwprojecten zou kunnenraken. Hij had het zelfs over 244.000 woningen. Het Economisch Instituutvoor de Bouw heeft het over 90.000 woningen tot en met 2030. Deprovincie Gelderland heeft nu 20.000 woningen rondom natuurgebiedendie misschien niet gebouwd kunnen worden. In Brabant, Deurne, kunnen8.500 woningen rondom natuurgebieden misschien niet meer gebouwdworden door stikstof. Ik snap dus niet dat de Minister daar zo stellig overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2431 is. Ik zou graag toch een reflectie willen op de signalen vanuit debrancheorganisaties en verschillende lokale overheden.Minister Keijzer:Met de heer Visser van Bouwend Nederland heb ik hier ook al eens eenkeer over gesproken. Ik heb ook uiteengezet waarom ik daar anders naarkijk. Het EIB heeft trouwens ook aangegeven dat de rekenkundigeondergrens een oplossing gaat geven op de meeste locaties. De reken-kundige ondergrens is een knop in een computerprogramma, even platgezegd. Vergeef mij; het is ingewikkelder dan dat, maar dat is wel waarhet op neerkomt. Als je heel dicht op een stikstofgevoelig natuurgebiedbouwt waar het er slecht voor staat en waar beheermaatregelen niet toteen oplossing kunnen komen, kan het daar wél een probleem zijn; daarvinden we elkaar. Maar ook daarvoor geldt: wat is nou eigenlijk de echtereden waarom het misgaat? Ik hou voorlopig toch maar vol wat ikafgelopen maandag op de radio ook tegen de heer Kockelmann gezegdheb. Hoe kan het nou dat Noordrijn-Westfalen, een deelstaat in Duitslandaan de Nederlandse grens, ongeveer net zo groot als Nederland, metongeveer dezelfde hoeveelheid inwoners, een vergelijkbare agrarischesector en natuurgebieden met dieprode KDW’s, toch niet het probleemheeft dat wij hebben? Dan doen wij dus iets fout in ons systeem. Mijncollega’s Femke Wiersma en Jean Rummenie, bewindspersonen op LVVN,zijn hard bezig om Nederland van het stikstofslot te krijgen. Ik ben trots ophoe ze dat doen.Voorzitter. Ik ga dan ... O, nee.De voorzitter:Nee, u gaat nog niet verder, want u heeft nog een interruptie van de heerDe Hoop en ik heb ook nog een interruptie namens de VVD voor u.Meneer De Hoop, gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind het toch wel een beetje wensdenken van de Minister. We zien nietalleen dit soort signalen, maar we zien ook dat provincies en gemeentendie woningbouwplannen aan het maken zijn, die plannen nu ook nog eenson hold zetten omdat er heel veel onduidelijkheid is over het stikstof-beleid. Ik weet dat de Minister die lagere ondergrens et cetera wil, maardat kan alleen maar als je ook durft in te grijpen in de landbouw en destikstofuitstoot. Dan vind ik het ingewikkeld dat nota bene haar collega-bewindspersonen van haar eigen partij – de Minister zegt er trots op tezijn – hier toch wel heel erg lang over doen. Ik verwacht van deze Ministerjuist op het woondossier inzet, want ... Laat ik het zo zeggen: de Ministerschetst weleens dat je niet tegen migratie op zou kunnen bouwen. Nou, ikben ervan overtuigd dat het stikstofprobleem een veel groter probleem isals je voldoende woningbouw wil hebben. Ik verwacht daar toch ietsextra’s van deze Minister. Ik hoop dat zij het met mij eens is dat als wehier niet ook ingrijpen, dus niet alleen op de ondergrens, we echt eengroot probleem hebben wat de woningbouw betreft.De voorzitter:De Minister, een korte reactie.Minister Keijzer:Er is gisteren een uren durend debat geweest over stikstof. Mijn collega’sRummenie en Wiersma, de bewindspersonen van het Ministerie vanLVVN, zijn daarmee bezig. De rekenkundige ondergrens wordt verhoogd.Dat gaat voor heel veel woningbouwprojecten voor oplossingen zorgen.Voor de rest is er eind april een brief verstuurd met daarin allerleivoorstellen om dit vlot te trekken. Ik zou tegen iedereen willen zeggen:denk nou eens buiten het bestaande systeem. Binnen het bestaandeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2432 systeem is Nederland volledig vastgelopen, en dat wordt niet beter. Hetergst van dat alles is nog, zeg ik ook tegen de heer De Hoop, dat de natuurer niet beter van wordt. Dat is nog het ergst van alles. Want als dat nouhet geval was geweest, dan zou je zeggen: nou ja, het heeft een doelgediend. Maar dat doet het ook niet. Dat is waarom we echt naar eenander systeem toe moeten, naar een ander juridisch systeem, een anderemanier van omgaan met een natuurgebied, een andere manier vanbeheer. En ja, dan zijn er gebieden in Nederland waarin ook maatregelenmoeten worden genomen die soms pijnlijk zijn. Maar laten we dit allemaaldoen en niet binnen het bestaande systeem blijven denken, want dankomt Nederland niet van het slot.De voorzitter:Dank u wel. Ik zou graag ook een interruptie willen plegen, dus ik draaghet voorzitterschap even over aan de heer De Hoop.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Het woord is aan de heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog even een vraag aan de Ministerstellen over de woningbouw rondom Utrecht. De Minister geeft allemaalvoorbeelden en dat is heel erg mooi, dat er flink wordt gebouwd inNederland op heel veel plekken. Dat moet ook, want de bouwproductieligt nu zo rond de 75.000 woningen. Het is dus maar goed ook dat erdoorgebouwd wordt. Dat zien we ook als VVD, dat dat gedaan wordt.Maar mijn vraag ging natuurlijk heel specifiek over de Utrechtse situatie.De Minister heeft heel veel informatie gegeven die ik ken. De Ministerheeft ook informatie gegeven over dat bereikbaarheid belangrijk is. Datvindt de VVD ook. Maar mijn vraag ging er specifiek over – die heeft deMinister nog niet beantwoord – dat er vooral nu in de Merwedeka-naalzone wordt gebouwd, veel appartementen, veel sociale huur, en datwe Rijnenburg en misschien ook de A12-zone keihard nodig hebben omook die grondgebonden woningen, die eengezinswoningen, die koopwo-ningen te bouwen die we daar heel hard nodig hebben en dat dat dus nogweleens tien jaar op zich kan laten wachten. En dat is niet de versnellings-aanpak. Dus nu is er geen zicht op dat er daar voor 2035 gebouwd gaatworden. Dat duurt gewoon nog veel te lang. Daar ging mijn vraag over.Minister Keijzer:En toch haalt Utrecht tot nu toe de bouwproductie tot en met 2030. Dusdat wat geprognosticeerd is, wordt gewoon gerealiseerd. De woningen inRijnenburg en de A12-zone zijn afhankelijk van de komst van de Merwe-delijn. Je kan nou eenmaal niet tienduizenden woningen toevoegenzonder na te denken over ontsluiting. Dat is ook waarom ik in de minis-terraad eind december samen met de collega’s van IenW dat onderzoeknaar de ontwikkelingsstrategie grootschalige infrastructuur enwoningbouw heb weten te starten. Voor de A12-zone specifiek zijn er eenaantal bedrijfsverplaatsingen nodig. Nou, we weten allemaal hoeingewikkeld dat is. Daar wordt aan gewerkt en de woningen die daargepland zijn, zijn voor na 2030. Dus we komen op stoom, er wordtgerealiseerd. Er gaat elke week zo’n beetje ergens een paal in de grond.Het aantal uitnodigingen aan mij om eerste palen te slaan, knoppen in tedrukken, verdiepingsplaten op hun plek te fietsen is veel meer dan ikfysiek aankan. Dus er wordt echt toegevoegd in Nederland, maar weweten ook allemaal dat er nu woningen nodig zijn, na 2030 en na 2035.Dus het is echt heel goed – dat zijn alle gemeentes nu ook aan het doen –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2433 om na te denken over de productie tot 2035, om ervoor te zorgen dat hetecht voor elkaar gaat komen.De voorzitter:Ik kijk of de heer De Groot een vervolgvraag heeft. Dat is het geval.De heer Peter de Groot (VVD):Ik zou de Minister graag willen zeggen: blijf gewoon in het land rondreizenom die knoppen in de duwen. Dat is heel erg goed. De VVD dient echter aldrie jaar moties in over Rijnenburg. Wat ik een beetje voorzie – daar gaatmijn vraag natuurlijk over – is dat het een spel wordt van of er voldoendegeld komt voor de Merwedelijn. Wanneer gaat de start – dat is belangrijken dat is echt een heel expliciete vraag aan de Minister – plaatsvinden vande voorbereidingen van de woningbouw in Rijnenburg? Want mijngrootste angst is dat dat pas 2035 gaat gebeuren, dus dat we dan pas in2040 of 2045 daar woningen bouwen. En laten we het alleen afhangen vande Merwedelijn? Ik bedoel, we kunnen ook kijken naar ontsluiting via deweg. Die Merwedelijn komt er uiteindelijk wel, als daar 25.000 woningenkomen. Het is volgens mij een integraal plan, maar er moeten best nogveel bestuurlijke hobbels genomen worden en dat vertraagt alleen maardie woningbouw.De voorzitter:Uw vraag is duidelijk.De heer Peter de Groot (VVD):Daar gaat het punt over.Minister Keijzer:Eens. Tegelijkertijd is Rijnenburg heel lang een lokale politieke discussiegeweest, over of men het wel wilde. Nou, dat ei is gelegd. De handteke-ningen zijn gezet onder de planvorming. Maar dat wat geldt voor deMerwedelijn, geldt voor veel meer woningbouwlocaties in Nederland: deIJ-verbinding Almere, het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naarHoofddorp, de Oude Lijn Leiden. Zo zijn er nog veel meer plekken inNederland waar je als je die tienduizenden woningen wilt toevoegen,moet nadenken over ontsluiting. Daar ligt echt een mooi vraagstuk voorhet volgende kabinet en voor de kabinetsonderhandelingen die gevoerdmoeten gaan worden. Het is echt een illusie te denken dat dat zonderextra geld kan, want dan ga je het niet vlot trekken. Je hebt gewoonontsluiting, verkeer, infrastructuur, parkeren nodig om uiteindelijk dit soortaantallen woningen toe te voegen.De voorzitter:U heeft nog een vervolgvraag van de heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik heb nog een kleinetoevoeging. De Minister zegt dat de handtekeningen zijn gezet. Maar wemoeten wel realistisch zijn: de handtekening van Utrecht staat om na 2035in Rijnenburg te bouwen. Ik blijf het hier maar gewoon herhalen; het isbelangrijk om het te benoemen. Ik ben het met de Minister eens dat er nuheel veel plekken zijn aangewezen waar snel gebouwd gaat worden. MaarUtrecht zegt: we gaan bouwen, maar dat doen we pas na 2035. Weproberen net al die procedures te verkorten van zeven tot tien jaar naarveel korter. Dan past dat misschien wel in dat beeld, maar de VVD zougraag zien dat er eerder gestart wordt met de woningbouw.Minister Keijzer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2434 Nu lijkt het net alsof er in Utrecht niks gebeurt. In Merwedekanaalzonekomen 5.000 of 6.000 woningen. Die worden gewoon gerealiseerd. Erwordt gewoon begonnen, er wordt gebouwd, er wordt toegevoegd. In hetverlengde daarvan zit die hele ontwikkeling van Rijnenburg. Dus ja, in detijd gaat het elkaar ook opvolgen. Dat is goed. Volgens mij was mijn eerstewerkbezoek in Deventer, en het tweede in Rijnenburg. Daar ging toen dekogel door de kerk. Het verdient ook echt een compliment dat ze daaruiteindelijk het besluit hebben genomen om dit te gaan doen. Nu zijn zeop volle kracht bezig. Mijn complimenten voor de voortvarende manierwaarop wethouder Eerenberg elke keer weer stappen zet om dit verder tebrengen. Na Merwedekanaalzone – ik zie de maquette zo voor me – gaathet zo, hup, richting Rijnenburg, maar je hebt dus wel geld nodig om deontsluiting te regelen.De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap terug aan de heer De Groot.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel. De Minister gaat door naar het volgende blokje.Minister Keijzer:Voorzitter. De Huurcommissie. Wil de Minister gaan verkennen of er bij deHuurcommissie een nieuwe adviestaak belegd kan worden? De Huurcom-missie is een geschillenbeslechter en heeft daardoor veel ervaring binnenhet domein van het huurbeleid. Er is zeer nauw contact over het beleid datwe maken, ook om te zorgen dat de informatie uit de praktijk bij mijterechtkomt. Dat uit zich in zowel informele als formele adviezen,bijvoorbeeld in de vorm van uitvoeringstoetsen, wanneer we iets willenveranderen dat de desbetreffende commissie raakt. Wat mevrouw Welzijnvraagt, gebeurt in de praktijk al. Ik zou wel voorzichtig zijn met het erbijgeven van nog een andere adviestaak. We moeten oppassen dat een extraadviestaak niet door de hoofdfunctie, die de Huurcommissie voortreffelijkinvult, heen fietst.Meneer De Hoop vroeg mij hoe ik het vertrouwen van de corporatiesectorna de huurbevriezing ga herstellen. Ik ben vanaf het begin in gesprekgebleven met de sector. Die heeft ook aangegeven heel blij te zijn met hetbesluit dat ik heb genomen, en die gaat verder met de uitvoering van denationale prestatieafspraken. We gaan dus gewoon door met het zorgenvoor sociale huurwoningen. Als de Europese Commissie straks eenbesluit neemt, gaan we ook door met het voordelig bouwen van midden-huurwoningen.Voorzitter. Dan acht ik alle vragen over de huurbevriezing te hebbenbeantwoord.Dan heb ik hier nog een vraag over een vermogenstoets voor de socialehuur, in verband met scheefwonen. Dit is eigenlijk geen scheefwonen. Ditgaat over de vraag of mensen met dermate grote vermogens inaanmerking komen voor sociale huur. De gedachte daarachter is dat als jeveel geld hebt, je niet in een sociale huurwoning hoeft te wonen. Dat vindik ook, maar het is de vraag of het invoeren van een vermogenstoets deoplossing is. Uit eerder onderzoek blijkt dat het aantal huishoudens meteen vermogen van meer dan € 100.000 beperkt is. Er wonen 2,2 miljoenmensen in een sociale huurwoning. Daarvan hebben een kleine 80.000huishoudens een vermogen boven een ton. Het invoeren van zo’n toets ismakkelijk gezegd, maar ingewikkeld gedaan. Er is regelgeving. Hoe ga jedat toetsen? Wie gaat dat toetsen? Denk ook aan ICT. En het doet ookgeen recht aan individuele situaties. Om maar een voorbeeld te noemen:wat doe je als iemand een huis erft aan de andere kant van het land? Daarwaar wordt scheefgewoond omdat het inkomen van mensen is gegroeid,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2435 kunnen corporaties wel een inkomensafhankelijke huurverhoging geven,maar dat is geen wettelijke plicht.Mevrouw Welzijn vroeg aan mij om te rapporteren over de investeringsca-paciteit van corporaties. Op grond van de Woningwet moet elk jaar voor1 juli de indicatieve bestedingsruimte van corporaties worden gepubli-ceerd en naar de Kamer gezonden. Daaruit komt een beeld naar voren vande totale omvang van die investeringscapaciteit. In het najaar wordenberekeningen gemaakt op de opgaven in de Nationale Prestatieafspraken.Ook daarover informeer ik de Kamer. Een extra rapportage heeft volgensmij geen toegevoegde waarde, omdat dit dus al gebeurt en in detussentijd geen nieuwe gegevens beschikbaar zijn waardoor nieuweberekeningen kunnen worden gemaakt.Voorzitter. Dan nog de vraag van de heer De Groot van de fractie van deVVD hoe het staat met het uitvoeren van de motie over het NationaalFonds Betaalbare Koopwoningen. Zoals ik al eerder heb laten weten, heeftde focus de afgelopen tijd gelegen op het live laten gaan van dat fonds.Succesvol: het is live. Volgende week dinsdag ben ik zelf aanwezig bij deformele opening daarvan in Amersfoort. Ondertussen worden gesprekkengepland met mogelijk geïnteresseerde financiële partijen en deuitvoerders om het fonds uit te breiden met private financiering, zodatmeer mensen er gebruik van kunnen maken.Tot slot de Wet betaalbare huur. De ondertoon van de vragen daaroverliep uiteen. De een vond het namelijk fantastisch en de ander zei: stop ermaar mee. Op 10 april heb ik een kamer aan uw br... Heb ik een kamer aanuw brief gestuurd? Doet u dat ook weleens? Ik heb een brief aan uwKamer verstuurd. De heer De Hoop zegt: er zijn mensen die dat willen, eenkamer aan een brief sturen. Ik heb dus een brief aan de Kamer gestuurdwaarin ik zelf aangekondigd heb aanpassingen in de Wet betaalbare huurte doen. Het is goed om te benadrukken dat aanpassingen die ik doorvoeralleen voor nieuwe contracten gelden; je grijpt niet in in een bestaandesituatie. De reden waarom ik dat doe, is omdat investeerders hunwoningen verkopen. Op het moment dat iemand de huur opzegt of eenhuurcontract afloopt, worden die woningen verkocht en verdwijnen ze uitde huursector. Dat was nou net de bedoeling van de Wet betaalbare huur:voldoende betaalbare huurwoningen.Ik ga door met het pakket van 10 april: een zwaardere waardering voorkleinere rijksmonumenten, schrappen van minpunten voor ontbrekendebuitenruimte, tijdelijke contracten mogelijk maken voor alle studenten,dus niet alleen degenen die in een andere woonplaats terechtkomen, eneen zwaardere waardering van de WOZ-waarde. Dit laatste doe iktrouwens ook met inachtneming van de huurbescherming, want ik wil nietdat ze door een hogere WOZ-waarde uit de bescherming lopen. Dan weetik namelijk al wat er gebeurt, gezien de huidige woningnood. Dat delenwe met elkaar: geen exorbitante huren of huurstijgingen. Daar ga ik dusmee verder. De afspraken uit de Voorjaarsnota betrek ik daarbij. Ik zal duskomen met een hoger percentage in de uitwerking van de WOZ-waarde. Ikben aan het kijken wat ik op korte termijn kan doen met de andere tweeonderdelen uit de Voorjaarsnota, maar die zijn nou net even een tandjeingewikkelder. Maar ik ben echt vast voornemens om te proberen deuitpondgolf te stoppen. Het streven is 1 januari wat betreft de brief van10 april.Dan kom ik bij overig. Voorzitter, overig!De voorzitter:Gaat u met gezwinde spoed verder, alstublieft.Minister Keijzer:Ja, ik ga zeker verder. Aanstaande vrijdag, of maandag, wil ik de Kamerinformeren wat ik ga doen met de planbatenheffing of een ander systeem,zodat uw Kamer conform afspraak nog een technische briefing en eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2436 debat kan houden. Het is allemaal wat later geworden dan gedacht, maarhet was ingewikkeld. Ja, twee weken nog! Een beetje doorwerken, zeg ik,voorzitter. Tenzij u natuurlijk het idee dat ik samen met de ambtelijkeondersteuning bedacht heb gewoon fantastisch vindt, maar dat ga ik vastmeemaken.Een landelijke integrale grondbank, waarover de heer Gabriëls van defractie-GroenLinks-PvdA een motie heeft ingediend, vergt meer tijd. Eenlandelijke integrale grondbank kan meerdere opgaven, belangen enpartijen bedienen en kan gepaard gaan met grote investeringen, maar ookbijbehorende risico’s. Daarom is die complex en vraagt die om wat meervoorzichtigheid en doordenken. Eind van het jaar wordt de Kamergeïnformeerd over de voortgang.De fractie van BBB vroeg nog naar de aankoop van agrarische compensa-tiegronden. 10 miljoen extra is gesignaleerd. Als je dat afzet tegen dehoeveelheid gronden, is het beperkt, ondanks de eenmalige ophoging met10 miljoen. Het Rijksvastgoedbedrijf koopt vooralsnog niet op de vrijemarkt en treedt dus ook niet in concurrentie. Ten derde is de aankoop vangronden en de terugkoop van erfpachtrechten juist bedoeld om agrariërste helpen die moeten wijken omdat er op hun huidige locatie een nieuwefunctie moet komen. Ik zorg er dus juist voor met deze aankopen dat zijelders een nieuw bedrijf kunnen starten om te blijven zorgen voor onzevoedselzekerheid.De fractie van de BBB vroeg ook naar de Regio Deals. Aan het begin vande tranches vier, vijf en zes was er maar liefst 900 miljoen beschikbaar.Door de indexatie is dit bedrag opgelopen naar 913 miljoen. Dit extra geldis via specifieke uitkeringen overgemaakt aan de regio’s. De zesde tranchewordt dit jaar en volgend jaar overgemaakt. Deze deals hebben prachtigeresultaten neergezet voor inwoners en ondernemers, zoals de IT Hub inHoogeveen, het Grensland College in Winterswijk en energiecoaches inOost-Groningen. In de tweede helft van dit jaar krijgt uw Kamer weer dejaarlijkse voortgangsrapportage over de lopende Regio Deals.Tot slot, voordat ik de twee amendementen beoordeel, kom ik nog op devraag van mevrouw Welzijn over verduurzaming. Zij zei: het mag geenvoorrecht zijn voor wie het al breed heeft; bereiken we ook de mensenvoor wie we gezegd hebben het beleid te willen maken? Het bereiken vanalle doelgroepen bij het verlagen van de energierekening door verduur-zaming is belangrijk. Een belangrijke stap is het verduurzamen vanhuurwoningen. Zeker in de sociale huurwoningen zitten de mensen metlagere inkomens. Ik doe dit door het uitfaseren van slechte labels in dehuursector en het betrekken van energielabels in het woningwaarderings-stelsel. Daarbij knik ik even naar meneer De Hoop. Met de lokale aanpakdoor gemeentes met 1,6 miljard euro helpen we bovendien de eigenarenvan koopwoningen die het het meest nodig hebben. Dat je in eenkoopwoning zit, wil namelijk niet meteen zeggen dat je rijk bent. Dit wordtaangevuld met goedkope financiering via het Warmtefonds en subsidiesvan het Rijk. Bij de regeling voor de koopsector monitoren we welkegroepen mensen bereikt worden, ook in termen van inkomens. Ook in dehuursector wordt dit goed in de gaten gehouden.Ik heb dan twee of drie amendementen. Het zijn er drie. Nee, het zijn ertwee. Of toch drie: die op stukken nrs. 8, 9 en 10. Nee, het laatsteamendement heet «NSC 01». Ik ga gewoon even kijken, want ik denk dathet dezelfde amendementen zijn. Nee, het zijn toch andere. Maar een vande amendementen heet «NSC 01», want dat is nog niet genummerd.Wellicht wordt dat nummer 10, maar dat gaan we meemaken. Misschienweet de griffie dat.Voorzitter. Eerst het amendement van het lid Welzijn om de ADC-toetsjaarlijks met 5 miljoen aan te vullen. Ik heb iets gezegd over de ADC-toets.Dit amendement wil dus 5 miljoen voor natuurherstel vrijmaken. Dedekking hiervoor wordt gevonden ten laste van de niet-juridisch verplichteuitgaven binnen artikel 1. Er is geen vrije ruimte op dit artikel, dusTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2437 daarmee is de dekking ondeugdelijk. Het voorstel is om middelen tereserveren om natuurcompensatie aan te kunnen leggen. Hoewel ditperspectief kan bieden aan projecten die vastlopen op stikstof, is deADC-toets voor woningbouw complex. Daarom kiezen we ervoor om derekenkundige ondergrens te verhogen. Compensatie gebeurt trouwensniet zelden voor het uitbreiden van natuurgebied. Je kunt je afvragen of jehet probleem daar niet groter mee maakt. Maar ik ontraad dus ditamendement.Dan heb ik hier het amendement op stuk nr. 9 van de leden Tony van Dijcken Mooiman.De voorzitter:Ik doe even een registratie: het amendement op stuk nr. 8 is ontraden.Minister Keijzer:Ja.Dan het amendement op stuk nr. 9 van Tony van Dijck en Mooiman. Zijwillen vrijgevallen middelen die bestemd waren voor woningcorporatiester compensatie van de gederfde huurbevriezing gebruiken voor extrageld in de boodschappenbonus. Dit amendement ontraad ik ook. Zoals deMinister van Financiën gisteren heeft toegelicht, is het zeer de vraag of diemiddelen – die bestemd waren voor woningcorporaties ter compensatievan de gederfde huurinkomsten als gevolg van de huurbevriezing –beschikbaar zijn, omdat je ook een gat van 492 miljoen in de begrotingschiet. Om dan extra geld in de huurtoeslag te stoppen dat er eigenlijkniet ís, maakt de dekking ondeugdelijk.Dan heb ik nog een amendement waarvan mijn kopie nog geen nummerheeft, maar het wil 5 miljoen extra voor het opstarten van het huurre-gister. Dat is het amendement op stuk nr. 7, hoor ik. In de Voorjaarsnotahebben we 4 miljoen gereserveerd voor het voorbereiden en ontwikkelenvan een huurregister. Voor het opstarten hiervan heb ik zelf al geld vrijweten te spelen in de Voorjaarsnota. Ook hiervan is de dekking ondeug-delijk, want er is geen vrije ruimte op dit artikel. Daarom ontraad ik ook ditamendement.Voorzitter. Als je uiteindelijk een huurregister wilt, zal je daar echt meergeld voor nodig hebben. Dit is dan ook echt aan het volgende kabinet enkan onderdeel worden van komende onderhandelingen.Voorzitter, dank u.De voorzitter:Oké. Ik doe even de administratie: de amendementen op de stukken nrs. 7,8 en 9 zijn ontraden. Dat is de korte samenvatting.Dan zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant vande Minister en gaan we door naar de tweede termijn van de kant van deKamer. Ik kijk of daar behoefte aan is. Dat is het geval. Dan geef ik hetwoord als eerste aan de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van deArbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Allereerst natuurlijk dank aan de Minister en de ondersteuningvoor de beantwoording. Wij hopen als fractie echt dat de Minister zich bijde augustusbesluitvorming gaat inzetten, zoals ze ook schetste, voor dehuurders die nu niet krijgen waar ze op gerekend hadden.We zijn blij met de toezegging dat de Minister ons op korte termijninformeert over de status van de Woontopafspraken en dat we nueindelijk ook een brief zullen krijgen – die toezegging over de planbaten-heffing – waar mijn fractie enorm naar uitkijkt, zoals de Minister ook weet.Ik heb nog één motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2438 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het onnodig en onwenselijk is de Wet betaalbare huur,die nog geen jaar van kracht is, te wijzigen;overwegende dat het onverstandig is om nog hogere huren toe te staanen dat aanpassing van de Wet betaalbare huur niet de manier is om dedruk op de middenhuur te verlichten;overwegende dat huurders bescherming verdienen tegen te hoge hurendie niet passen bij de kwaliteit van de woning;verzoekt de regering af te zien van de in de Voorjaarsnota voorgesteldewijzigingen van de Wet betaalbare huur,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Beckerman.Zij krijgt nr. 10 (36 725-XXII).Dank u wel. Mevrouw Beckerman namens de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Ik beperk me tot het indienen van een viertal moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland kampt met een woningtekort en eenbetaalbaarheidscrisis op de huurmarkt;constaterende dat woningcorporaties jaarlijks honderden miljoeneneuro’s aan winstbelasting en ATAD afdragen aan het Rijk – geld dat nietingezet kan worden voor nieuwbouw, renovatie en verduurzaming;overwegende dat elke euro aan belastinggeld voor corporaties een eurominder is voor de bouw van woningen;verzoekt de regering om met Prinsjesdag een plan te presenteren om dewinstbelasting en ATAD voor woningcorporaties af te schaffen, zodat zijmeer kunnen bouwen, verduurzamen en verbeteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en De Hoop.Zij krijgt nr. 11 (36 725-XXII).Mevrouw Beckerman (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2439 Mijn tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat veel huurders worden geconfronteerd met forsehuurverhogingen, terwijl de koopkracht daalt;overwegende dat de eerder beloofde verhoging van de huurtoeslag nietdoorgaat;verzoekt de regering om, in overleg met huurdersorganisaties en deWoonbond, met Prinsjesdag een voorstel te doen voor structurelecompensatie voor gestegen huur- en woonlasten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en De Hoop.Zij krijgt nr. 12 (36 725-XXII).Mevrouw Beckerman (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat met ingang van 2026 de huurtoeslag op servicekostenwordt afgeschaft;overwegende dat dit leidt tot een lastenverzwaring tot wel € 48 permaand voor huurders;overwegende dat het schrappen van deze toeslag veel huurtoeslagont-vangers hard raakt, terwijl zij vaak al in financiële kwetsbaarheid verkeren;verzoekt de regering de bezuiniging op de huurtoeslag voor servicekostenterug te draaien, zodat deze kostenpost weer voor toeslag in aanmerkingkomt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en De Hoop.Zij krijgt nr. 13 (36 725-XXII).Mevrouw Beckerman (SP):En de laatste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2440 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de afschaffing van de salderingsregeling huurders metzonnepanelen fors treft;overwegende dat deze maatregel vooral corporatiehuurders raakt, dieeerder juist gestimuleerd werden tot verduurzaming;verzoekt de regering te onderzoeken hoe deze huurders gecompenseerdkunnen worden, en met Prinsjesdag een voorstel hiertoe te doen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 14 (36 725-XXII).Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Al die moties geven de Minister in ieder geval nog heel eventijd. Ik wil haar er wel voor bedanken dat de brief over de planbaten-heffing overmorgen of maandag komt. Dat is namelijk een belangrijkonderwerp voor mijn partij, dus dat is mooi.De voorzitter:Ik dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Minister voor de beantwoordingvan de vragen en de appreciatie van de amendementen.Voorzitter. Ik heb het rapport van de Algemene Rekenkamer goed gelezen.Ik haal graag een tweetal dingen uit hetgeen zij aangeven. Ten eerstegeven zij aan dat de voortgang van de bouw lastig te volgen is en datindicatoren kunnen helpen om dit beter navolgbaar te maken. Datbetekent dat ik daarom mijn voorgenomen motie toch zal indienen. Eentweede ding dat de Algemene Rekenkamer aangeeft, is dat er ook sprakeis van onderschrijdingen, en dat terwijl aan de voorkant, bij de begroting,is aangegeven dat er geen ruimte was voor het budgetrecht van deKamerleden, omdat eigenlijk alles al zou zijn voorzien. Wij hebben hetgetoetst bij het Bureau Wetgeving en we hebben het idee dat de dekkingdie wij aandragen deugdelijk is. Daarom zullen wij onze amendementenbehouden. We hopen natuurlijk op de steun van de collega’s.Daarnaast heb ik hier vier moties die ik namens Nieuw Sociaal Contractwil uitspreken. De een ziet het op vermogen. Ik heb het antwoord van deMinister goed gehoord. Het is ons erom te doen de excessen eruit tehalen. Zo zou deze motie ook gelezen moeten worden.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2441 overwegende dat woningzoekenden op de wachtlijsten voor socialehuurwoningen soms wel vijftien jaar moeten wachten;constaterende dat bij toewijzing van een sociale huurwoning er sprake isvan een inkomenstoets, maar geen vermogenstoets;overwegende dat er onder de sociale huurders excessen zijn met eengroot vermogen zoals het eigendom met verhuur van extra woningen;overwegende dat met het invoeren van een vermogenstoets excessenonder de huurders aangepakt kunnen worden en sociale huurwoningennaar de woningzoekenden gaan die hierop aangewezen zijn;verzoekt de regering om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om eenvermogenstoets te introduceren bij woningtoewijzing, en dit uiterlijk voorhet komende herfstreces terug te koppelen aan de Kamer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Welzijn.Zij krijgt nr. 15 (36 725-XXII).Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Welzijn, u heeft een interruptie van mevrouw Beckerman. Gaatuw gang.Mevrouw Beckerman (SP):Misschien loop ik iets te lang mee, maar ik geloof dat die verkenning eenkeer eerder is uitgevoerd. Dat was, dacht ik, naar aanleiding van eenmotie van de heer Koerhuis. Ik weet niet of ik daar correct in ben, maar ikkan me dit debat herinneren. Het klinkt voor velen als een soort open deurof als logisch, maar ik kan me bijvoorbeeld herinneren dat er een gezinwas met vier kinderen. Die hadden een erfenis gekregen. Er was een huis.Maar dat ene kind was arm en moest een sociale huurwoning hebben omniet dakloos te geraken. Die andere kinderen moesten haar daardoor dusuitkopen, want op papier had zij dan een vermogen. Dat soort situatieskom je tegen als je het vermogen gaat toetsen. De Minister gaf net al aandat het gaat om een heel beperkte groep. Ik snap dat excessen kunnenworden aangepakt, maar hoe hard wil mevrouw Welzijn die toets danmaken? Want er zitten echt situaties in waarin dit kan leiden tot heleheftige problemen. Stel je voor dat jij het kind bent dat aangewezen is opeen sociale huurwoning, maar dat je door bijvoorbeeld een erfenis metdrie broers en zussen op papier ergens vermogen hebt waar je nietonderuit kunt, omdat ... Nou ja, u kunt zich voorstellen hoe dat werkt. Hoehard wil mevrouw Welzijn dit maken? Is dit probleem wel groot genoegom nu allerlei capaciteit op te zetten? Ik kan me namelijk herinneren datwe al een rondje van dit debat en dit hele onderzoek gedaan hebben.Mevrouw Welzijn (NSC):Op iedere situatie zijn uitzonderingen te bedenken die dan juist weer nietdaaronder zouden moeten vallen. Dat realiseer ik mij ook. Het gaat mijdus om de verkenning. Daarom heb ik de motie ook op die manierverwoord: wat is er wél mogelijk? Dus niet «wat is er niet mogelijk?» maar«wat is er wel mogelijk?» Er zijn ook altijd hardheidsclausules in tebouwen om ervoor te zorgen dat je met je hart kijkt naar situaties waarinhet onbedoeld verkeerd zou uitpakken. Het gaat ook om de combinatie,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2442 dus niet slechts het hebben van vermogen, maar ook het hebben vanander vastgoed dat tegen commerciële tarieven wordt verhuurd. Daarmeezet je al een filter op het hebben van vermogen. Op die manier zou ik dustoch graag die zoektocht willen entameren om te kijken wat er wél gedaankan worden om excessen te voorkomen.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw inbreng.Mevrouw Welzijn (NSC):Dan heb ik nog een motie namens Nieuw Sociaal Contract over deverduurzamingsmiddelen en daarover rapporteren.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat via de nota van wijziging middelen worden vrijgemaaktvoor het Warmtefonds en het waarborgfonds maatschappelijk vastgoed;overwegende dat deze fondsen bedoeld zijn om sociale rechtvaardigheiden toegankelijkheid in verduurzaming te bevorderen;verzoekt de regering om bij beide regelingen per 1 januari 2026 jaarlijksaan de Kamer te rapporteren over het bereik onder lagere inkomens,kleine instellingen en coöperaties,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Welzijn.Zij krijgt nr. 16 (36 725-XXII).Mevrouw Welzijn (NSC):Dan heb ik nog een motie, zoals ik net al aangaf, over de realisatie-indicator bij woningbouwinstrumenten.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat budgetten op de begrotingsstaat voor Volkshuisvestingniet duidelijk aantonen wat ze concreet opleveren;overwegende dat indicatoren aan de instrumenten toevoegen een goedinzicht kan geven in de beoogde doelen behorend bij de budgetten;overwegende dat behaalde resultaten een goede sturing kunnenopleveren voor de indicatoren van de instrumenten op de volgendebegroting;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2443 verzoekt de regering om per woningbouwinstrument, bijvoorbeeld hetgrootschalige gebiedsbudget of het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwo-ningen, op de begrotingen een verplichte indicator toe te voegenbestaande uit het aantal te realiseren woningen per jaar, de verwachtestartbouw en het aandeel in het betaalbare segment,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Welzijn.Zij krijgt nr. 17 (36 725-XXII).Mevrouw Welzijn (NSC):Dan de laatste motie namens Nieuw Sociaal Contract. Die gaat over deherintroductie van een investeringskader voor de woningbouw, zoals ikhet noem, waarmee middelen die bedoeld zijn voor de woningbouw nietin de jaarcyclus meelopen en met kasschuiven verplaatst moeten wordenonder strenge regelgeving, simpelweg zodat ze beschikbaar blijven voorde woningbouw.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de begroting van het Ministerie van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening in 2024 wederom gekenmerkt werd dooronderuitputting en kasschuiven, onder andere als gevolg van vertra-gingen bij woningbouwprojecten;overwegende dat een investeringskader zekerheid geeft aan medeover-heden en ontwikkelaars over het commitment van het Rijk, doordat hetruimte biedt voor meerjarige verplichtingen, oormerken van middelen enhet kunnen opvangen van vertragingen zonder verlies van budgettaireruimte vanwege jaarlijkse kasdruk en budgettaire plafonds;verzoekt de regering om, in overleg met de Minister van Financiën en deMinister van Infrastructuur en Waterstaat, te verkennen op welke wijzeeen investeringskader voor woningbouw en infrastructuur opnieuw kanworden ingericht, en de Kamer hierover uiterlijk bij de aanbieding van debegroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor het jaar2026 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Welzijn.Zij krijgt nr. 18 (36 725-XXII).Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik kijk even naar de heer De Hoop met hetverzoek om het voorzitterschap even over te nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2444 Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Ik geef het woord aan de heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister in ieder geval danken voor debeantwoording, onder andere over het Nationaal Fonds BetaalbareKoopwoningen. Ik ben heel blij dat de Minister erkent dat we inNederland, maar zeker ook hier in de Kamer, in het publieke debat dat wemet elkaar voeren, de koopwoning een veel betere plek moeten geven,omdat het anders inderdaad heel vaak alleen maar gaat over huurprijzen,de huurmarkt en huurbeleid. Dus dank daarvoor.Over het laatste punt heb ik een motie meegenomen. Dat gaat ook overhet interruptiedebatje dat ik net met de Minister had. Zoals ik in de eerstetermijn heb aangegeven, ben ik heel blij dat de Minister nu eindelijk heeftdoorgepakt met het aanwijzen van buitenstedelijke bouwlocaties, maar inhet interruptiedebatje over Utrecht had de Minister toch vooral veel lofvoor Utrecht voor de binnenstedelijke bouwlocaties in de Merwedeka-naalzone. Ik zou daar graag nog iets meer tempo willen met hetaanwenden van Rijnenburg, een buitenstedelijke bouwlocatie, in iedergeval voor 2035. Ter aanmoediging daarvoor – ik ben altijd bereid om datbij de Minister te doen – heb ik een motie meegenomen. Die motie luidtals volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat buitenstedelijk bouwen in Rijnenburg pas na 2035gepland staat;overwegende dat Utrecht tot 2035 grotendeels binnenstedelijk bouwt;overwegende dat buitenstedelijk bouwen in Rijnenburg nodig is voorvoldoende eengezinswoningen en betaalbare koopwoningen;verzoekt de regering afspraken te maken met de gemeente Utrecht omeerder dan in 2035 te starten met de bouw in Rijnenburg,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.Zij krijgt nr. 19 (36 725-XXII).De heer Peter de Groot (VVD):Dat was ’m, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, meneer De Groot. Dan geef ik het voorzitterschapweer in uw vertrouwde handen terug.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2445 Dan dank ik u. Ik kijk even naar de Minister. Ik zie de Minister twee handenin de lucht steken met tien vingers. Ik denk dat dat tien minuutjesbetekent. Dan gaan we dat doen; we gaan schorsen tot 15.05 uur. Danvervolgen we dit debat.De vergadering wordt van 14.54 uur tot 15.05 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan dit debat vervolgen. Mevrouw Welzijn is ookweer in ons midden, dus dat betekent dat wij verder kunnen met dit debat.Ik zou graag de Minister het woord willen geven voor de beantwoordingvan de vragen en de appreciatie van de moties in de tweede termijn vande kant van het kabinet. Gaat uw gang.Minister Keijzer:Dank u wel, voorzitter. Volgens mij zijn er geen vragen, alleen moties.De motie op stuk nr. 10 verzoekt af te zien van de in de Voorjaarsnotavoorgestelde wijzigingen van de Wet betaalbare huur. Het zal u nietverbazen: die ontraad ik met verwijzing naar het debat. Ik probeer deuitpondgolf te stoppen.De motie op stuk nr. 11 van Beckerman en De Hoop verzoekt een plan tepresenteren om de winstbelasting en de ATAD voor woningcorporaties afte schaffen. Deze ontraad ik ook. Het is een ongedekte motie. In deNationale Prestatieafspraken hebben wij afspraken gemaakt om met eenduurzaam prestatiemodel aan de slag te gaan.De motie op stuk nr. 12 van Beckerman en De Hoop, die verzoekt om eenvoorstel te doen voor structurele compensatie voor gestegen huur- enwoonlasten: ontraden met verwijzing naar het debat. Bij de augustusbe-sluitvorming kijken wij naar het totaal van de koopkracht.De motie op stuk nr. 13 van Beckerman en De Hoop verzoekt om debezuiniging op servicekosten in de huurtoeslag terug te draaien. Er is eenuitgebreid debat geweest bij de wetsbehandeling, dus ik ontraad dezemotie.De motie op stuk nr. 14 van Beckerman verzoekt om op Prinsjesdag eenvoorstel te doen om huurders compensatie te geven. Deze ontraad ik ook.Dit gaat over het geven van een compensatie voor de salderingsregeling.Met verwijzing naar het debat met de Minister van KGG en de brief die ikdaarover verstuurd heb: ontraden.In de motie op stuk nr. 15 wordt opgeroepen een onderzoek te doen naarde vermogenstoets voor sociale huur. Ontraden, met verwijzing naar hetdebat en de interruptie van mevrouw Beckerman.De motie op stuk nr. 16 gaat over een rapportage over het inzetten vanverduurzamingsmiddelen. Deze kan ik oordeel Kamer geven. Bij deVoorjaarsnota is besloten tot het inrichten van een waarborgfondsmaatschappelijk vastgoed ter verbetering van de toegankelijkheid totfinanciering voor maatschappelijk vastgoed. Daarnaast wordt opnieuwbudget uitgetrokken voor het Nationaal Warmtefonds. Ik vind het goed datde Kamer aandacht heeft voor deze fondsen. Ik wil graag in eenrapportage in de loop van ieder jaar op genoemde punten met cijferskomen. De oprichting van het waarborgfonds staat medio ’26 gepland.Dat betekent dat het niet mogelijk is om eerder dan ’27 over het gebruikvan het fonds te rapporteren. Voor het Warmtefonds is rapportage in ’26wel mogelijk.De motie op stuk nr. 17: ontraden met verwijzing naar het debat. MevrouwWelzijn vraagt vaak om rapportages, cijfers en dergelijke zaken, maar ikmoet het echt doen met het beperkte aantal ambtenaren dat ik heb. Daarmoeten we op bezuinigen, zoals u weet. Dus ja, op een gegeven momentwordt het lastig om het allemaal voor elkaar te krijgen als je ook nogbestemmingsplannen en bouwvergunningen wil regelen. Maar ik heb tenaanzien van dit stuk ook aan mevrouw Welzijn aangeboden om eens teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2446 gaan zitten met de brief die ik hierover eind vorig jaar verstuurd heb, omte kijken wat ze nou precies wil. Het verzoek is dus eigenlijk om de motieaan te houden, anders moet ik ’m ontraden.De motie op stuk nr. 18 is ontijdig. Zoals ik gezegd heb, heeft het kabineteen besluit genomen om met een ontwikkelingsstrategie langjarigegrootschalige infrastructuur in relatie tot woningbouw te komen. Dezogenaamde two-pager is bij brief van 31 maart door de Staatssecretarisvan IenW aan u gestuurd. Om daar nu op deze manier op vooruit te lopen,maakt dat de motie ontijdig is.Dan heb ik de motie op stuk nr. 19. Dit vind ik even een lastige motie, wantik wil zoals u weet echt alles in het werk stellen om te kijken waar je kuntversnellen; dat is ook door de heer De Groot bevestigd. Nu is het alleen zodat de start van de bouw van Rijnenburg gepland is na ’35 en eigenlijkvolgt op allerlei andere locaties, zoals de Merwedekanaalzone, waar iktwee weken geleden de start van de bouw van 5.000 woningen – of warenhet er nou 6.000? – van 6.000 woningen heb gedaan. Dat volgt in de tijd. Ikkan de heer De Groot wél toezeggen dat ik de Kamer een brief stuurwaarin ik de planning van al die verschillende onderdelen met hem deel.Maar om nu tegen mij te zeggen dat ik afspraken moet gaan maken metde gemeente Utrecht, zonder dat ik overleg heb gehad met de gemeenteUtrecht hierover... Dat kan ik gewoon niet doen. Vandaar dat mijn oordeel«ontraden» is, maar als de heer De Groot behoefte heeft aan zo’nplanningsoverzicht, kan ik dat zeker aan hem verstrekken.Over het amendement had ik al een oordeel gegeven.Dan dank ik u voor uw aandacht.De voorzitter:Ik zou graag nog een interruptie willen doen.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Ik geef het woord aan de heer De Groot van de VVD voor een interruptie.De heer Peter de Groot (VVD):Ik heb nog een vraag over de appreciatie van de motie die ik hebingediend. De Minister heeft vorige week een brief aan de Kamer gestuurdmet 24 buitenstedelijke bouwlocaties. Daar is Rijnenburg er een van. Metmijn motie verzoek ik de Minister om in gesprek te gaan met Utrecht,omdat het de komende jaren anders voornamelijk binnenstedelijkebouwlocaties zijn, terwijl we juist buitenstedelijke bouwlocaties willen. Ikvraag de Minister niet om het te regelen; ik vraag haar om in gesprek tegaan met de gemeente om te kijken of ze kan komen tot afspraken. Ik hebhet een beetje fors opgeschreven. Dat weet ik, dus ik zou de motie daaropwillen aanpassen. Maar ik zou graag een inspanningsverplichting willenvan de Minister om ervoor te zorgen dat we niet tien jaar gaan zittenwachten op die buitenstedelijke bouwlocaties, want dat is eigenlijk wat eraan de hand is. Als de Minister dat niet wil doen, laat ik de motie zoals dienu is.Minister Keijzer:Ik doe dat juist wel. Dank voor de woorden van de heer De Groot. Ik doeniet anders. Daar zien die doorbraaklocaties ook op, om te kijken wat ernodig is om dingen snel van de grond te krijgen. In de motie staat:verzoekt de regering afspraken te maken met de gemeente Utrecht omeerder dan 2035 te starten. Als hiermee bedoeld wordt «verzoekt deregering in gesprek te gaan met de gemeente Utrecht om te bezien of ereerder gestart kan worden», kan ik zeggen dat ik dat zeker ga doen; daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2447 kan de heer De Groot op rekenen. Ik zal zorgen dat u ook een plannings-overzicht krijgt van hoe de verschillende locaties elkaar gaan opvolgen inde tijd.Dank u.De voorzitter:Dank aan de Minister. De motie is ontraden, maar de heer De Groot heeftde mogelijkheid om zijn motie voor de stemmingen eventueel nog aan tepassen. Ik geef hem het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Mevrouw Welzijn heeft ook nog een vraag.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik heb even de behoefte om te reageren op iets wat de Minister net zei. Zijzei dat ik vaker vraag om rapportages en cijfers. Dat klopt en dat zal ik ookblijven doen. Daarmee bespaar je namelijk menskracht. Als je goededashboards en data hebt waardoor je je kunt laten leiden, scheelt datmenskracht. Ik hoop dus niet dat de Minister het als verwijt in mijnrichting heeft bedoeld, maar dat wil ik graag even bij haar checken.Minister Keijzer:Nee. Het gaat helemaal niet om verwijten. Ik constateer gewoon dat ervaak om gevraagd wordt. Dat geldt ook voor de moties die nu zijningediend. In een drie- of viertal moties wordt gevraagd om onderzoek,een nadere rapportage, nadere dataverstrekking. Ik ben het trouwens metmevrouw Welzijn eens dat je goed moet weten wat de voortgang is vanwat je doet. Maar we hebben al heel veel. Er is recent een brief gestuurdof een briefing aangeboden om inzicht te geven in wat er allemaal al aaninformatie wordt verstrekt. Er is een brief gestuurd, hoor ik. Er is een briefgestuurd waarin ik een overzicht gegeven heb van alle verschillendeoverzichten die er zijn. Er is ook een technische briefing aangeboden omdat nader te duiden. Op een gegeven moment wordt het beste de vijandvan het goede. Ik geloof dat dat het gezegde is. Ik heb nou eenmaal geenonbeperkt blik met ambtenaren en ik moet ook 22% bezuinigen op deambtelijke organisatie. Op een gegeven moment wordt het dan kritisch.Dan heb ik liever een ambtenaar die in gesprek gaat, zoals de heer DeGroot zegt, met een provincie of een gemeente om versnelling teorganiseren of gesprekken te organiseren waarin er discussie is, dan eenambtenaar die werkt aan een extra rapportage waarin staat dat het debedoeling is dat het jaar X wordt, terwijl het dan toch jaar Y wordt. Dat iseen beetje mijn worsteling hier. Dit leidt tot de oordelen zoals ik diegegeven heb.De voorzitter:Dat is afdoende. Mevrouw Beckerman moet gaan, want er moet gestemdworden. Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de tweede termijnvan de kant van het kabinet. Dank daarvoor. We hebben nog één ding tedoen en dat is de administratie op orde brengen voordat we dit debatgaan afsluiten.Er is een drietal toezeggingen gedaan. Voor de zomer ontvangt de Kamereen brief ...Die stemmingsbel is wel heel luid, hè? Ik wacht heel even. Zo, nu kunnenwe elkaar weer goed verstaan.–Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over de voortgang van deWoontopafspraken.–Aan meerdere leden, maar in ieder geval aan de heer De Hoop envolgens mij ook aan mevrouw Beckerman, is de toezegging gedaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2448 dat de Kamer aanstaande vrijdag of maandag de brief ontvangt overhet grondbeleid, over de planbatenheffing.–De Minister stuurt een overzicht van de planning van de bouwprojec-ten voorafgaand aan de bouw in Rijnenburg. Dat is een toezegging aanhet lid De Groot.Dan moet ik u mededelen dat we aanstaande dinsdag gaan stemmen overde ingediende moties en dat wij in de laatste week voor het zomerreceszullen stemmen over de suppletoire begroting en de ingediende amende-menten.Ik kijk nog even één keer rond. Volgens mij heb ik nu alles gezegd, engezwegen over waarover moest worden gezwegen. Dan gaan we ditwetgevingsoverleg afsluiten. Ik wil in ieder geval de Minister en haarondersteuning bedanken voor hun aanwezigheid. Ik wil de ondersteuningbedanken voor het mogelijk maken van deze vergadering. Ik wil iedereendie hier op de publieke tribune aanwezig is geweest om het debat tevolgen, maar ook de mensen die het debat op afstand hebben gevolgd,danken voor hun aandacht. Ook dank aan de leden natuurlijk. Ik sluit ditdebat. Hartelijk dank.Sluiting 15.18 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XXII, nr. 2449
Gerelateerde bronnen
- Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36725-XXII)
Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 19 juni 2025, over wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36725-XXII)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.