Zesde voortgangsbrief Masterplan basisvaardigheden
Brontekst
Versie 68cde0cf6c4b8222 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 827 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2025In deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van hetMasterplan basisvaardigheden. In het kader van dit Masterplan wordt ersamen met scholen en onderwijsprofessionals sinds 2022 hard gewerktaan het duurzaam verbeteren van de lees-, schrijf- en rekenprestaties vanalle leerlingen in het funderend onderwijs. Ook verstevigen we hun kennisen kunde ten aanzien van burgerschap en digitale geletterdheid. Eenmooie en uitdagende opgave.De groep scholen die met ondersteuning vanuit het Masterplan aan deslag is, is het afgelopen half jaar verder gegroeid van zo’n 5.100 naar ruim7.800 scholen en vestigingen. Inmiddels bereikt de subsidie Verbeteringbasisvaardigheden 95 procent van alle leerlingen. Hiermee maken we echthet verschil. Veel scholen die hun subsidieperiode al hebben afgerond,zien bovendien vooruitgang bij taal en rekenen-wiskunde en schrijvendeze ook expliciet toe aan de subsidie.1 We zijn dus op de goede weg.Tegelijkertijd is er nog een hoop werk te verrichten om de basisvaardig-heden bij alle leerlingen op orde te krijgen. Ik blijf mij dan ook onver-minderd inzetten om ervoor te zorgen dat alle leerlingen aan het eindevan het voortgezet onderwijs goed genoeg kunnen lezen, schrijven enrekenen om actief deel te kunnen nemen aan de maatschappij, dearbeidsmarkt en het vervolgonderwijs. In het mbo wordt vanuit de aanpakbasisvaardigheden gewerkt aan de verbetering van de basisvaardighedenvan mbo-studenten en om ontstane achterstanden in te lopen. Over devoortgang hiervan is uw Kamer in een aparte brief geïnformeerd.2Na het zomerreces zal ik uw Kamer informeren over de implementatie vanhet vernieuwde curriculum en de manier waarop scholen daar dekomende jaren in ondersteund worden. In het najaar volgt weer een1Het gaat om de groep van 645 scholen die in 2022 voor het eerst subsidie hebben gekregen.Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 775.2Kamerstukken II, 2024–2025, 31 524, nr. 657. kst-31293-827ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8271 uitgebreide halfjaarlijkse voortgangsbrief over het Masterplan basisvaar-digheden. In deze volgende voortgangsbrief worden de resultaten van eendoor het Centraal Planbureau (CPB) uitgevoerd effectonderzoekbesproken. Dit onderzoek brengt de effecten van de subsidie Verbeteringbasisvaardigheden in kaart door de leerprestaties van leerlingen opscholen met en zonder subsidie met elkaar te vergelijken.3 De resultatenvan dit onderzoek zullen duidelijk maken of er op de subsidiescholensprake is van een trendbreuk in de prestaties op taal en rekenen-wiskunde.LeeswijzerMet het oog op bovengenoemde brieven en onderzoeksresultaten, gaatdeze zesde voortgangsbrief in op een beperkt aantal onderwerpen. Teneerste schets ik de stand van zaken wat betreft de subsidie Verbeteringbasisvaardigheden. Vervolgens bespreek ik de recente ontwikkelingen ophet gebied van evidence-informed werken; de eindrapportage van deontwerpstudie naar de inzet van een leerlingvolgsystemen in deonderbouw van het vo, die u als bijlage bij deze brief ontvangt; destructurele bekostiging van de samenwerking tussen scholen en biblio-theken; en de herijkte kennisbases voor de lerarenopleidingen.1. Subsidie Verbetering basisvaardigheden Eindstand subsidie: 95 procent van alle leerlingen bereiktIn februari konden scholen de subsidie Verbetering basisvaardighedenvoor de vierde en laatste keer aanvragen. Het doel om met de subsidiere-geling zoveel mogelijk scholen te bereiken is behaald. De regeling bereikt,inclusief deze vierde tranche, 95 procent van alle leerlingen op ruim 7.800scholen en vestigingen in het primair en voortgezet onderwijs. Hiermeekrijgen de basisvaardigheden van meer dan 2,3 miljoen leerlingen eenimpuls – een prachtig resultaat.4Deze laatste subsidieronde zorgt voor een goede overgang naar degerichte bekostiging basisvaardigheden die scholen vanaf 1 januari 2027ontvangen. Alle scholen ontvangen vanaf dat moment structureel extrafinanciële middelen waarmee zij blijvend kunnen werken aan hetduurzaam verbeteren van de basisvaardigheden. Met deze structurelerevorm van bekostiging hebben scholen langjarig duidelijkheid over hetbudget dat zij hiervoor tot hun beschikking hebben. Daarmee kunnen zijduurzame investeringen doen in bijvoorbeeld personeel of kleinereklassen. Daarnaast verminderen we de regeldruk die het aanvragen enverantwoorden van subsidiegelden voor scholen met zich meebrengt.Scholen uit de derde subsidietranche positief van startAan het begin van schooljaar 2024–2025 is de derde, en dus voorlaatstesubsidietranche van start gegaan. Dit voorjaar hebben deze scholen eenvragenlijst ingevuld die laat zien waaraan zij de subsidie besteden en inhoeverre zij er in slagen om de door hen gemaakte plannen uit te voeren.Deze startmeting laat een positief beeld zien: de scholen zijn goed uit destartblokken gekomen.5 Dat komt overeen met het beeld van de scholen3CPB, Haalbaarheidsstudie evaluatie van de subsidieregeling verbetering basisvaardigheden,november 2024: https://www.cpb.nl/haalbaarheidsstudie-evaluatie-van-de-subsidieregeling-verbetering-basisvaardigheden.4Zie daarvoor de bijlage: dashboard subsidie Verbetering basisvaardigheden, juni 2025.5Sardes/SEO, Implementatieonderzoek subsidieregeling «Verbetering basisvaardigheden».Tranche 3 (tijdvak 1), eerste meting, juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8272 die een jaar eerder met de subsidie van start zijn gegaan.6 U ontvangt derapportage als bijlage bij deze brief. Opnieuw geven vrijwel alle scholenaan dat zij de subsidie inzetten voor taal (po: 94 procent, vo: 99 procent).Ook zet het overgrote deel van de scholen in op rekenen-wiskunde (po: 87procent, vo: 95 procent). In het vo wordt, net als in eerdere jaren, vakerdan in het po ook ingezet op burgerschap en digitale geletterdheid.Daarnaast zetten veel scholen, net als in de voorgaande subsidietranche,de subsidie in voor extra inzet van personeel. Door een aanpassing in devragenlijst ten opzichte van de vorige metingen weten we nu dat hethierbij veel vaker gaat om de uitbreiding van werkuren van zittendpersoneel dan om het aantrekken van (tijdelijk) nieuw personeel. Dat isgoed nieuws: veel onderwijspersoneel is bereid om meer uren te werkenen de subsidie Verbetering basisvaardigheden helpt om dat voor elkaar tekrijgen.Het merendeel van de scholen is positief over de mate waarin het hen luktom gemaakte plannen tot uitvoering te brengen: circa 80 procent van depo-scholen en 65 procent van de vo-scholen geeft aan (zeer) tevreden tezijn over de uitvoering van de interventies tot nu toe. Een klein deel vande scholen, 10 tot 15 procent, geeft aan dat het nog te vroeg is om hieruitspraak over te doen. Dat is begrijpelijk, omdat zij op het moment van destartmeting nog maar kort de tijd hadden om de subsidie te besteden.Daarbij valt op dat het lerarentekort in het po minder vaak als eenbelemmering wordt ervaren voor het werken aan de basisvaardighedendan in het vo (namelijk door 36 versus 47 procent van de scholen).Een groot deel van de scholen betrekt ook externe partijen bij hetverbeteren van de basisvaardigheden – met name voor de bijscholing vanhet schoolteam. Zij besteden hier in de regel minder dan een kwart van desubsidiegelden aan. Dit corrigeert en nuanceert het beeld uit de vorigemeting in september 2024 (onder scholen uit de eerste tranche, die vanafschooljaar 2022–2023 met de subsidie aan de slag gingen).7 Deuitkomsten van die eindmeting suggereerden dat de helft van de scholenhonderd procent van de subsidiegelden besteedde aan externe inhuur.Omdat dit niet overeenkwam met antwoorden op andere vragen uitdezelfde vragenlijst, was de veronderstelling van de onderzoekers dat eengroot deel van de scholen de desbetreffende vraag verkeerd hadbegrepen. In de huidige startmeting is de vraag helderder geformuleerd,wat tot een ander beeld heeft geleid dat consistent is met andereonderzoeksuitkomsten.Verantwoordingsonderzoek Algemene Rekenkamer positiefDe Algemene Rekenkamer is in het laatste Verantwoordingsonderzoekpositief over het zicht dat er dankzij verschillende onderzoeken is op hetbereik van de subsidie Verbetering basisvaardigheden, de manier waaropdeze wordt besteed en de ervaringen van scholen die al met de subsidieaan de slag zijn gegaan.8 Deze ervaringen bieden een eerste, hoopvolle6Sardes/SEO, Implementatieonderzoek subsidieregeling «Verbetering basisvaardigheden».Tranche 2 (tijdvak 1), eerste meting, mei 2024: https://www.masterplanbasisvaardigheden.nl/documenten/2024/05/31/implementatieonderzoek-subsidieregeling-verbetering-basisvaardigheden7Sardes/SEO, Implementatieonderzoek subsidieregeling «Verbetering basisvaardigheden».Tranche 1, eindmeting, november 2025: https://www.masterplanbasisvaardigheden.nl/documenten/2024/12/04/implementatieonderzoek-subsidieregeling-verbetering-basisvaardigheden-tranche-1-eindmeting-20248Algemene Rekenkamer, Verantwoordingsonderzoek Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII). Rapport bij het jaarverslag 2024, mei 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8273 indicatie dat de leerprestaties voor taal en rekenen-wiskunde vooruitgaanop scholen die de subsidie hebben ontvangen.De Rekenkamer wijst er tegelijkertijd op dat in het najaar van 2025 –wanneer de resultaten van het effectonderzoek door het CPB onder deeerste groep scholen bekend zijn – pas echt duidelijk wordt welk effect desubsidie op de leerprestaties van leerlingen heeft. In het najaar van 2026volgt een tweede effectmeting, waarbij een grotere groep scholen wordtmeegenomen. De Kamer zal over de uitkomsten van beide meetmo-menten worden geïnformeerd – naar verwachting in het najaar van 2025(meting 1) en in het najaar van 2026 (meting 2).2. Werken aan meer kennis voor evidence-informed onderwijs Vanuit het Masterplan worden scholen gestimuleerd en ondersteund omevidence-informed te werken. Het doel hierbij is om te werken aanonderwijsverbetering door kennis uit (wetenschappelijk) onderzoek en deonderwijspraktijk te combineren met kennis over de schoolspecifiekecontext. De positionering van het Nationaal Regieorgaan Onderwijson-derzoek (NRO) als kennisinstituut voor het onderwijs is in dit kader eenbelangrijke ontwikkeling. Hieronder licht ik een aantal onderzoeken enandere activiteiten toe die de beweging naar evidence-informed onderwijsstimuleren met nieuwe kennis en inzichten.Kennis voor en over het onderwijsSamen met NRO werkt het Ministerie van OCW aan de uitbreiding vanbestaande kennis over de effectiviteit van onderwijsaanpakken voor hetpo en vo. Door grootschalige randomized controlled trial (RCT)-effectmetingen zal causaal worden onderzocht welke onderwijsaanpakkennu echt doeltreffend zijn in het verbeteren van de basisvaardigheden.Daarnaast onderzoekt de OESO, middels de International Early Learningand Child Well-Being Study (IELS)9, welke factoren van invloed zijn op decognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen. In hetvoorjaar hebben bijna 3.000 leerlingen van ruim 185 scholen (represen-tatief voor heel Nederland) meegedaan met dit onderzoek. Uw Kamerontvangt het onderzoeksrapport in het voorjaar van 2026.Scholen leren met en van elkaarHet bestaan van (nieuwe) kennis garandeert nog niet dat scholen daar ookmee aan de slag gaan. Vanuit het Masterplan worden scholen met enzonder subsidie daarom op verschillende manieren ondersteund omevidence-informed te werken aan schoolontwikkeling en de verbeteringvan de basisvaardigheden. Dit voorjaar zijn voor alle scholen vijf groteregionale bijeenkomsten georganiseerd vanuit het Masterplan, onder denoemer OCW Dichtbij – focus op basisvaardigheden. In totaal hebbenbijna 1.700 onderwijsprofessionals hieraan deelgenomen. Deze bijeen-komsten zijn zeer positief ontvangen. In september worden er, net als ineerdere jaren, vier startbijeenkomsten georganiseerd waar scholen dieaan het begin van de subsidieperiode staan, kennis en praktischehandvatten krijgen aangereikt voor het effectief besteden van de subsidie.Deze scholen kunnen zich daarnaast aanmelden voor deelname aan eenbegeleid leernetwerk. In elk leernetwerk zitten 5 à 6 scholen uit dezelfderegio die onder begeleiding van één van de onderwijscoördinatoren vanOCW van en met elkaar leren. Tot nu toe zijn 66 begeleide leernetwerken9https://expertisecentrumnederlands.nl/iels, https://www.oecd.org/en/about/projects/international-early-learning-and-child-well-being-study.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8274 gestart waarin schoolleiders en kwaliteitsmedewerkers ervaring en kennisdelen en zo samen werken aan de verbetering van de basisvaardigheden.Subsidiescholen met het inspectieoordeel «zeer zwak» of «onvoldoende»krijgen individuele begeleiding van een onderwijscoördinator. Samen metde inzet van andere partners en programma’s als Ontwikkelkracht, dragenal deze inspanningen bij aan de verbetering van de basisvaardigheden enevidence-informed werken in het onderwijs.3. Leerlingvolgsystemen in het vo Een leerlingvolgsysteem (hierna: lvs) is een belangrijke bron om opschool-, klas- en leerlingniveau inzicht te krijgen in de ontwikkeling vanleerlingen en om hier als leraar gericht op te handelen.10 Leraren kunnende ontwikkeling van de leerling gedegen en objectief beoordelen,ondersteuningsbehoeften en leervertragingen signaleren en de juisteondersteuning bieden. Anders dan in het po is in het vo het gebruik vaneen lvs met gestandaardiseerde toetsen voor Nederlands en rekenen-wiskunde niet verplicht.11 Naar aanleiding van het Onderwijsraadadvies«later selecteren, beter differentiëren» is daarom besloten om te onder-zoeken of en op welke wijze het wenselijk is om het gebruik van een lvs in(de onderbouw van) het vo te verplichten. Dit onderzoek is inmiddelsuitgevoerd en de eindrapportage is bijgevoegd bij deze brief.Rapport ontwerpstudie leerlingvolgsystemen in het voHet doel van de ontwerpstudie was om inzicht te krijgen in hoe lvs’enmomenteel worden ingezet, wat de ervaringen zijn van verschillendebetrokkenen en welke richtlijnen bijdragen aan succesvolle invoering engebruik. Uit het onderzoek blijkt dat 81 procent van de vo-scholen op ditmoment al gebruik maakt van een lvs. Meestal is dat voor Nederlands enrekenen-wiskunde en zijn het leraren die de uitkomsten benutten. Zijgebruiken het lvs met name op leerlingniveau, bijvoorbeeld voor hetgeven van feedback aan individuele leerlingen. Tegelijkertijd wordt dooreen aantal scholen gewezen op de nadelen van het gebruik van een lvs,zoals toetsstress onder leerlingen. Zij zien ook het risico van oneigenlijkgebruik van lvs-data, zoals voor verantwoording richting externetoezichthouders.De onderzoekers twijfelen aan de meerwaarde van een wettelijkeverplichting. voor het gebruik van een lvs in de onderbouw van het vo.Een groot deel van de scholen gebruikt immers al een lvs. Een wettelijkeverplichting zal bij de resterende scholen naar verwachting op weerstandstuiten en het is de vraag of het doel – een beter zicht van de school op deontwikkeling van leerlingen – wel wordt bereikt.10Met een lvs wordt een systeem bedoeld waarin de ontwikkeling van leerlingen wordtbijgehouden door middel van formatieve (dus niet voor een cijfer tellende) gestandaardi-seerde toetsen, waarmee de ontwikkeling van de leerling kan worden gevolgd over de tijdheen en waarmee door leraren kan worden geïnterpreteerd in hoeverre deze ontwikkeling inlijn is met ontwikkeling van leerlingen uit hetzelfde leerjaar. Dit in tegenstelling tot eenleerlingadministratiesysteem (las), waarin (alleen) de administratieve gegevens van eenleerling (zoals aanwezigheid en persoonlijke gegevens) worden bijgehouden.11In het PO kunnen scholen een leerlingvolgsysteem uitkiezen dat past bij hun onderwijsvisie endie zodanig inzetten. Daarbij maakt elke school een eigen, zorgvuldige afweging welkeaspecten van de ontwikkeling van hun leerlingen zij met LVS-toetsen in kaart willen brengen.Gezien de verplichting in het PO om de prestaties van leerlingen voor Nederlands enRekenen/wiskunde met een door het CvTE erkend leerlingvolgsysteem bij te houden, zijnmissende kernzaken daarbij uitgesloten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8275 Een richtlijn voor het gebruik van leerlingvolgsystemen in het voDat zo’n groot deel van de vo-scholen al een lvs heeft is bemoedigend.Daarom kies ik ervoor om nu in te zetten op twee sporen en enerzijds deuitbreiding van het gebruik van lvs’en te stimuleren en anderzijds tewerken aan een effectievere inzet van het lvs door leraren. Het rapport laatnamelijk ook zien dat er op dit vlak nog winst te behalen valt. De wijzewaarop scholen het lvs inzetten, verschilt namelijk sterk. OCW zal daaromsamen met de VO-raad en partijen uit de curriculum- en examenketen hetkomende jaar gebruiken om gezamenlijk te komen tot een richtlijn vooreffectief lvs-gebruik.Onderzocht wordt waarom twintig procent van de vo-scholen nog geenlvs gebruikt en hoe het gebruik van een lvs door deze scholen kan wordengestimuleerd. Zoals gezegd, ik wil namelijk ook dat het gebruik van lvs’enverder stijgt. Als dat niet het geval is, zal ik een wettelijke verplichtingheroverwegen. Uiteraard zal de ontwikkeling van het gebruik van lvs’ennaar aanleiding van deze acties worden gevolgd en zal uw Kamer hieroverworden geïnformeerd.4. Structurele samenwerking tussen scholen en bibliotheken Met het oog op een rijke taalomgeving werken scholen en bibliotheken opgrote schaal samen aan leesbevordering. Dit gebeurt bijvoorbeeld in deprogramma’s «de bibliotheek op school» (hierna: dBos) en BoekStart(kinderopvang). De huidige investering in dBos en BoekStart van € 24miljoen per jaar loopt tot einde schooljaar 2025/2026 en wordt met eenhalf jaar verlengd.Vanwege het belang van een goede leesvaardigheid en leesplezier wil hetkabinet de samenwerking tussen scholen en bibliotheken structureelverankeren en niet langer afhankelijk laten zijn van tijdelijke subsidies.Vanaf 2027 zal het kabinet dBos en BoekStart daarom structureelbekostigen en de hiervoor beschikbare middelen verdelen: vijftig procentkomt via de gerichte bekostiging basisvaardigheden aan scholen toe envijftig procent aan bibliotheken. Op deze manier wordt de samenwerkingtussen scholen en bibliotheken verankerd, terwijl scholen ook vrijheidzullen krijgen bij de invulling van hun leesonderwijs. De structurelemiddelen worden beschikbaar gesteld uit zowel het onderwijs- als hetcultuurbudget. In 2027 is er € 38 miljoen beschikbaar vanuit de onderwijs-begroting. Vanaf 2028 gaat het jaarlijks om € 50 miljoen die verdeeld zalworden onder scholen en bibliotheken. Daarnaast wordt al sinds 2008jaarlijks € 3,35 miljoen uit het cultuurbudget geïnvesteerd in de professio-nalisering van dBos en BoekStart. Deze middelen worden gebruikt voorhet opleidingsaanbod voor (voor)leesconsulenten en taalcoördinatoren envoor kennisdeling, monitoring en onderzoek.5. Opleidingsberaad leraren: herijkte kennisbases Het Masterplan zet ook in op extra tijd en ruimte voor kwalitatief goedeleraren en de versterking van de lerarenopleidingen. In dit kader wordt,onder begeleiding van het Opleidingsberaad, volop gewerkt aan hetherijken van de kennisbasis voor de pabo. Net als bij de kerndoelen isgestart met Nederlands en rekenen-wiskunde. Daarna zijn digitalegeletterdheid en burgerschap aan de beurt. In de kennisbasis worden denieuwe kerndoelen en actuele wetenschappelijke inzichten verwerkt. Ookwordt meer focus aangebracht, onder andere door nog beter aan tesluiten bij wat een startende leraar moet kunnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8276 De kennisbasis wordt herijkt door kernteams van lerarenopleiders enleraren die hierin worden geholpen door curriculumexperts (zoals SLO).Daarnaast worden landelijke vakverenigingen, alumni, werkgevers eninhoudelijke experts in het proces regelmatig geraadpleegd. In hetOpleidingsberaad wordt vervolgens vastgesteld of er voldoendedraagvlak is onder beroepsorganisaties en vertegenwoordigers vanwerkgevers en opleidingen.De eerste leergebieden (Nederlands en rekenen-wiskunde) worden ditnajaar opgeleverd. Naar verwachting is de volledige nieuwe kennisbasisper september 2026 bij alle pabo-opleidingen geïmplementeerd. Mochtende kerndoelen nog worden gewijzigd, dan worden die wijzigingen alsnogverwerkt. Afhankelijk van de grootte van de wijzigingen kan dit welgevolgen hebben voor het tijdspad. Naast de kennisbasis voor de paboworden ook de kennisbases voor de tweede- en eerstegraads lerarenoplei-dingen voor het vo en het mbo herijkt. Ook deze worden naar verwachtingin september 2026 geïmplementeerd.Tot slotAlle leerlingen zouden aan het einde van het vo goed moeten kunnenlezen, schrijven en rekenen. Met de acties uit het Masterplan zijn er goedestappen in de juiste richting gezet. De subsidie Verbetering basisvaardig-heden bereikt inmiddels 95 procent van de leerlingen en veel scholen zijnpositief over het effect op hun leerlingen. De beweging naar een verbe-tering van de onderwijskwaliteit en de prestaties is dankzij de inspan-ningen van vele leraren en schoolleiders ingezet. Tegelijkertijd geldt datwe er nog niet zijn. Daarom blijven we ons ook de komende jaren, samenmet scholen en onderwijsprofessionals, inzetten om ons doel te bereiken.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8277
Gerelateerde bronnen
- Voor de zomer van 2025 ontvangt de Kamer de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijkheden voor een leerlingsvolgsysteem in de onderbouw.
Voor de zomer van 2025 ontvangt de Kamer de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijkheden voor een leerlingsvolgsysteem in de onderbouw.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.