KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aanpak Nederland van het slot, perspectief voor sectoren en herstel van natuur

14 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 733a700ac3ca000d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 332 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 februari 2025Op 18 december 2024 heeft de Raad van State twee uitspraken gedaan1 inde zaken Amercentrale en Rendac over natuurvergunningen en internsalderen. Daarnaast heeft op 22 januari jl. de civiele rechtbank Den Haageen uitspraak gedaan in de bodemprocedure van Greenpeace Nederlandover de maatregelen die de Staat treft om de stikstofbelasting opstikstofgevoelige natuur te verminderen.2 Het kabinet is er zeer vandoordrongen hoe ingrijpend deze uitspraken zijn, bovenop de albestaande gevolgen van de stikstofproblematiek. Daarom stelt het kabinetalles in het werk om te komen tot oplossingen en tot een samenhan-gende, geborgde, passende aanpak om Nederland van het slot te halen enperspectief te bieden. Hieronder gaat het kabinet achtereenvolgens in op:de urgentie (I.), de contouren van de aanpak (II.), en de duiding van deuitspraken (III.), waar uw Kamer om heeft verzocht.I. Urgentie Het kabinet is ervan doordrongen dat het probleem omvangrijk en urgentis en ambitie vraagt in de aanpak, en ziet dat de uitvoering van de plannenvoor Nederland uit het regeerprogramma – bij het uitblijven van de juistestappen – onder druk komen te staan en dat er zich wezenlijke maatschap-pelijke, economische en sociale problemen kunnen voordoen. Dieurgentie geldt generiek voor heel het land, en er zijn ook specifiekesectoren die gevolgen ondervinden.De uitspraken over intern salderen hebben aanzienlijke gevolgen voor de(rechts)zekerheid van vergunningenverlening binnen de industrie,defensie, landbouw, woningbouw, luchthavens en andere sectoren enraakt daarmee ook de rechtszekerheid van burgers, bedrijven en1Uitspraak 202201311/1/R2 – Raad van State (Rendac) en Uitspraak 202200383/1/R2 – Raad vanState (Amercentrale).2Uitspraaknummer ECLI:NL:RBDHA:2025:578. kst-35334-332ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3321 overheden. Ook hebben de uitspraken impact op projecten die gericht zijnop verduurzaming, innovatie, aanleg van energie-infrastructuur en delegalisatie van PAS-melders. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat deverduurzaming van de samenleving in de knel komt en dat het voorondernemers lastiger is geworden om nieuwe activiteiten op te starten.Daarnaast kan het tot onzekerheid leiden bij initiatiefnemers van activi-teiten die plots mogelijk vergunningplichtig zijn geworden.Het is ook denkbaar dat diverse juist emissiereducerende maatregelenniet meer genomen kunnen worden, omdat hierbij vaak gebruik wordtgemaakt van intern salderen; dat effect zou vanzelfsprekend ongewenstzijn. Dat beperkt de mogelijkheden voor het realiseren van de stikstofre-ductie die nodig is om te voldoen aan de huidige wettelijke doelen enverplichtingen, en om de additionaliteit aan te tonen die nodig is om devergunningverlening weer op gang te helpen. De komende periode brengthet kabinet de impact van deze uitspraken verder in beeld, alsmede dehandelingsopties die daaruit volgen. Voor het kabinet is het van belangdat de verschillende sectoren hierbij een evenwichtige bijdrage aanstikstofemissiereductie leveren en dat we kijken naar wat nodig is voor destaat van natuurgebieden en dat het gaat om specifieke natuurgebiedenwaar stikstofgevoelige hexagonen en habitats zijn.II. Aanpak van het kabinet Gegeven die grote urgentie is een doordachte, samenhangende aanpaknodig met de juiste ambitie. Het kabinet heeft daarom besloten om eenMinisteriële Commissie Economie & Natuurherstel (hierna MCE&N) in testellen, zodat hier door de meest betrokken bewindspersonen, ondervoorzitterschap van de Minister-President, met prioriteit over gesprokenkan worden, ten behoeve van voortvarende besluitvorming door hetkabinet. De MCE&N heeft als doel om de vergunningverlening weer opgang te helpen en perspectief te bieden aan ondernemers en anderebetrokkenen in de sectoren die gevolgen ondervinden van de rechterlijkeuitspraken.Het kabinet zal werken langs onderstaande vier sporen om te komen totbesluitvorming over een effectief beleidspakket. Het is de inzet van hetkabinet om dit voorjaar te komen met een aanpak op hoofdlijnen voorgeborgde emissiereductie en herstel van natuur en daarmee vergunning-verlening mogelijk te maken, om aldus Nederland van het slot te halen enperspectief te bieden aan de sectoren die zijn geraakt. Na besluitvormingover het geborgde pakket en de dekking ervan, zal het kabinet metbetrokken overheden en partijen werken aan de uitwerking en uitvoeringvan dat programma. Voor de financiële dekking wordt in eerste instantiebekeken hoe de maatregelen en dekking passend zijn bij het regeerpro-gramma en binnen bestaande begrotingen passend zijn te maken. Bij debesluitvorming over de maatregelen wordt het reguliere begrotingsprocesdoorlopen, met het hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar.Hieronder worden die vier sporen toegelicht. Ze worden ook voorzien vanenkele concrete voorbeelden ter illustratie van hetgeen in die sporenwordt verkend, zonder dat dit uitputtend is, vooruitloopt op dehaalbaarheid ervan, of vooruitloopt op de keuze of het deel uit maakt vande uiteindelijke aanpak. Daarbij geldt nadrukkelijk dat – gegeven deurgentie – uiteindelijk een solide en daadkrachtig pakket tot stand moetkomen, dat een combinatie is van een aanpak binnen ál die sporen, dieook nog onderling van invloed zijn op elkaar. Bovendien geldt daarbij datook onconventionele oplossingsrichtingen niet taboe zijn, en dat allesbesproken kan worden in élk van de sporen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3322 Tegelijkertijd moet dat goed onderbouwd en zorgvuldig gebeuren metbetrokkenheid van partners. Daarom loopt het kabinet nu niet vooruit opde uiteindelijke combinatie, invulling en keuzes, temeer omdat in diecombinatie ook de uitvoerbaarheid, haalbaarheid en impact van demaatregelen voor Nederland zorgvuldig gewogen moet worden. Ook deeffecten van de maatregelen kunnen immers vergaande impact hebben.Het Kabinet zal daarom oog hebben voor die sociaaleconomische enmaatschappelijke impact van maatregelen op burgers, bedrijven,sectoren, ketens en gebieden, en hier samen met decentrale overheden,bedrijven en andere relevante partijen in optrekken.Pas als de elementen uit alle sporen zijn uitgewerkt is het mogelijk om eentotaalpakket op te stellen, waarbinnen dan de balans en passendemaatvoering gevonden wordt binnen en tussen die sporen.Spoor 1: verkennen wat er mogelijk is (te maken) in de vergunningver-lening vanuit juridisch perspectief.Het kabinet vindt het van groot belang dat alle mogelijkheden verkendworden om te komen tot een ander juridisch kader in brede zin voor zowelhet verlenen van vergunningen als voor het beheersen van een stikstofde-positierisico. Het huidige stelsel leidt tot onzekerheden voor de rechtsze-kerheid van burgers, bedrijven en overheden. Door de (veranderende)invulling van open normen kunnen met terugwerkende kracht de regelsvoor toestemming veranderen. Burgers en bedrijven worden geconfron-teerd met een onzekere situatie, jaren nadat hen door de overheidtoestemming is verleend. Overheden worden daarnaast geconfronteerdmet veranderingen, zoals tussentijdse bijstelling van de KDW’s en updatesvan AERIUS. Daarom wordt in dit spoor gebruik gemaakt van debenodigde juridische expertise over de volledige breedte, zodat alle optiesécht in beeld komen. Daarbij zullen vanzelfsprekend ook de uitkomstenvan andere trajecten worden meegenomen, zoals het traject van derekenkundige ondergrens.Ter illustratie van dit spoor zal bijvoorbeeld gekeken worden naar devolgende elementen:–het verkennen van concretere en nadere wettelijke invulling van deopen normen van de Europese regelgeving. Hierbij zal, zover nodig,worden gekeken naar het in onderling verband concreter invullen vanonder andere het projectbegrip, het cumulatierisico, de betekenis vansignificantie, de wijze van appreciatie van het stikstofdepositierisico,de wijze van toetsing van het verslechteringsverbod, de grenzen vande bruikbaarheid van modeluitkomsten en de mogelijkheid voorbeleidsregels voor intern salderen. Ook zal verkend worden hoe er eenbeter werkbaar onderscheid kan worden gemaakt tussen de verplich-tingen die volgen uit de verschillende leden van artikel 6 Habitat-richtlijn. Hierbij zal worden gekeken of en op welke manier de omgangmet risico’s die niet terug te leiden zijn tot individuele activiteitenbinnen de context van algemene instandhoudingsdoelstellingen(artikel 6 lid 2 Habitat-richtlijn) kunnen worden gemitigeerd, maar ze bijde toestemming voor individuele activiteiten (artikel 6 lid 3 Hrl) geenrol te laten spelen. Ook het onderscheid tussen NOx en NH3 zal bezienworden, inclusief eventuele consequenties voor sectoren.–Onderdeel van dit spoor is onder andere het (opnieuw) bekijken van dejuridische mogelijkheden voor een uitzondering voor sectoren ofactiviteiten middels een spoedwet binnen de huidige Europeseregelgeving;–Het uitwerken van juridische begrippen zoals het projectbegrip; demogelijkheden voor invulling van het additionaliteitsvereiste als hetgaat om vergunningverlening en verduurzaming en bijhorendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3323 voorwaarden; en de mogelijkheid voor beleidsregels voor internsalderen.–Bij het verkennen van mogelijkheden vanuit juridisch perspectief wordtook gekeken naar voorbeelden van hoe de vergunningverlening in hetbuitenland is ingericht, zoals in de Duitsland waar men werkt met eendrempelwaarde.–Het verkennen van mogelijkheden voor projecten met kleine entijdelijke deposities. In het bijzonder als het projecten zijn die bijdragenaan verduurzaming. Daarbij kijken we ook goed naar wat nog wel kan,zoals de ecologische onderbouwing, salderen bij tijdelijke depositiebij-dragen en de ADC-toets. Het uitgangspunt daarbij is om geenonnodige nieuwe belemmeringen voor vergunningverlening tecreëren.–Het kijken naar aanpassing van wet- en regelgeving en beleid in debrede(re) zin, waaronder de regels over stikstofgevoelige natuur en debijbehorende vergunningsystematiek in relatie tot stikstof, bijvoor-beeld zoals de Omgevingswet (inclusief de aansluiting bij de huidigevergunningsplicht in het milieuspoor), en bezien of het mogelijk enjuridisch houdbaar is om binnen de geldende internationale enEU-kaders bijvoorbeeld een noodwet te maken, om buiten debestaande kaders te treden, die andere eisen stelt.–Daarnaast wordt ook realistisch gekeken naar verbetering van deaanwijzing van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden en hoe ditzich verhoudt tot de huidige staat van instandhouding van soorten enhabitats; waar noodzakelijk en mogelijk worden aanwijzingsbesluitenen beheerplannen aangepast om het proces van vergunningverleningte ondersteunen.Spoor 2: een programma van maatregelen gericht op een geborgdedaling van stikstofemissie en op natuurherstel, ten behoeve van additio-naliteit en het voldoen aan de uitspraken, en gericht op alle sectoren.Dit betreft het overzien van de maatregelopties in het kader van derechterlijke uitspraken en om te zorgen dat vergunningverlening zogemakkelijk mogelijk wordt door aan de uitspraken te voldoen enadditionaliteit te onderbouwen. Dit moet leiden tot een voorstel voor eenmaatregelpakket voor geborgde stikstofemissiereductie, natuurbehoud en-herstel, en ruimte voor economische en maatschappelijke activiteiten,met als doel het voldoen aan de huidige wettelijke doelen en verplich-tingen. Uitgangspunt hierbij is dat alle sectoren evenwichtig bijdragen.Ter illustratie van dit spoor zal bij voorbeeld gekeken worden naar devolgende elementen:–Emissiereductie zal onder meer geborgd worden door toe te werkennaar sturing op emissie in plaats van depositie. Specifiek voor delandbouw zet het kabinet in op doelsturing zoals ook opgenomen inhet regeerprogramma (zie Kamerbrief doelsturing), waarbij boerenvoor de lange termijn via bedrijfsspecifieke emissiedoelen duidelijk-heid krijgen over de stikstofreductie die van hen wordt gevraagd. Datvraagt een stelselherziening waarvan ik de hoofdlijnen heb geschetstin een separatie brief.–Aanvullend zal generiek beleid nodig zijn, gericht op blijvers enstoppers, en zal in sommige gebieden een aanvullende opgave zijn. DeMCEN zal zich buigen over de verdere uitwerking daarvan, waarbijonder andere keuzes moeten worden gemaakt over de ondersteuningdie nodig is voor boeren om bedrijfsspecifieke normen te kunnenhalen, het deel dat door aanvullend gebiedsgericht beleid wordtingevuld en de balans tussen het deel van de opgave dat wordtgerealiseerd doordat boeren stoppen en het deel dat wordt gereali-seerd door de blijvende boeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3324 –Ook voor andere sectoren (industrie en mobiliteit) wordt uitgewerktwelke maatregelen gericht op stikstofemissiereductie nodig zijn.Hierbij kan voor de industrie bijvoorbeeld gedacht worden aanaanvullende (maatwerk)afspraken om tot verdergaande emissiereduc-tie te komen.–Verder zal in dit spoor nadrukkelijk worden bezien in welke mate ergebiedsspecifieke oplossingen mogelijk zijn; ook in het licht van despecifieke rechterlijke uitspraken en het voldoen aan de huidigewettelijke doelen en verplichtingen (bijvoorbeeld door gebiedsgerichtnatuurherstel). Onderzoek laat zien dat het aanpakken van de verschil-lende drukfactoren, zoals verdroging en versnippering, en het inrichtenen verbeteren van de natuur in bestaande Natura 2000-gebieden hierook belangrijk voor zijn. Daarmee wordt ook gedeeltelijk invullinggegeven aan de opgaven van de Europese natuurherstelverordeningen kan het worden opgenomen in het Nationaal Herstelplan.Vanzelfsprekend zal hierbij aandacht zijn voor de wisselwerking met deopgaven voor klimaat, water (KRW) en luchtkwaliteit, ook om afwentelingte voorkomen.De effecten van de voorgestelde maatregelpakketten worden waarmogelijk al in kaart gebracht vooruitlopend op latere en volledigedoorrekeningen. In de uitwerking van het maatregelpakket worden ookeerdere rapporten gebruikt, waaronder de aanbevelingen van dhr.Remkes3, en in het bijzonder het «trappetje van Remkes». Ook wordt inbeeld gebracht welke sociaaleconomische consequenties de maatregelenkunnen hebben, opdat die meegewogen worden bij het samenstellen vaneen maatregelpakket en in de besluitvorming.Spoor 3: Acties richting en ten behoeve van partijen die in problemenkomen doordat de Raad van State-uitspraak over intern salderen metterugwerkende kracht geldt.Op basis van een scherper beeld van welke soort en de omvang vanactiviteiten geraakt zijn en worden door de uitspraak, zullen voorstellenworden gedaan voor een hierbij passende aanpak (zowel inhoudelijk alsqua ondersteuning). Doel hiervan is zorgdragen dat er geen aanpassingenhoeven plaats te vinden, van datgene dat al is gerealiseerd.Spoor 4: Inzet richting Brussel, waarbij in kaart wordt gebracht welkestappen er mogelijk zijn in Brussel, zowel op korte als op lange termijn.Een samenhangend gebalanceerd en effectief pakket over alle sporen,waaronder een structureel geborgde emissiereductie, is instrumenteel omaan de EC duidelijk te maken dat Nederland zijn verantwoordelijkheidneemt. Het kabinet zal samen met de Permanente Vertegenwoordigingvan Nederland in de EU in Brussel de consequenties van de uitsprakenaan de orde stellen en verkennen of een inzet op EU-regelgevingnoodzakelijk is, als onderdeel van de aanpak. Op de korte termijn wordtdan bijvoorbeeld gekeken naar mogelijke nationale koppen en op de langetermijn zet het kabinet in op onder andere aanpassing van EU-richtlijnen.Het is zaak om in een zo vroeg mogelijk stadium de EC te informeren overde gerechtelijke uitspraken omtrent stikstof, en om de consequentiesdaarvan te schetsen voor de verlening van natuurvergunningen en de(rechts)zekerheid voor verschillende (eerder uitgevoerde) projectenbinnen de industrie, defensie, landbouw, woningbouw, luchthavens en3Kamerstuk 30 252, nr. 34; Kamerbrief Rapport Remkes «Wat wel kan – Uit de impasse en eenaanzet voor perspectief»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3325 andere sectoren. We hebben hierbij ook oog voor de effecten van deuitspraken op de EU als geheel, bijvoorbeeld op de concurrentiekracht,om tenslotte constructief met de EC het gesprek aan te gaan overmogelijke oplossingen. Door het kabinet zal een brede strategie wordenopgesteld in overeenstemming met alle betrokken ministeries, waarbijook een afweging gemaakt zal moeten worden tussen de verschillendeprioriteiten uit het regeerprogramma die Nederland ten aanzien van de EUheeft.Benutten van bestaande kennis en perspectievenElementen uit bovenstaande sporen-aanpak zijn niet allemaal nieuw. Destikstofopgave heeft de afgelopen jaren al veel deskundigen en belang-hebbenden gemotiveerd om voorstellen te doen en plannen te ontwik-kelen die een uitweg uit de stikstofimpasse zouden kunnen bieden – zoweljuridisch om wet- en regelgeving aan te passen en de vergunningver-lening te vereenvoudigen, als voor wat betreft maatregelen om geborgdeemissiereductie te bewerkstelligen. In aanvulling op het reeds ingezettebeleid en de reeds ingezette maatregelen wil het kabinet uit deze adviezenputten om te komen tot de aanpak die nu noodzakelijk is.Daarbij kijkt het kabinet naar het brede spectrum van belangen datgehoord moet worden, zoals uit de landbouw, visserij, de natuurbe-scherming, de wegen- en woningbouw, de industrie en de energiesector.De voorstellen van medeoverheden en van belangen- en brancheorgani-saties worden zorgvuldig bekeken en hier zal de komende tijd met henover gesproken worden. Ook betrekken we kennis en inzichten uit hetbuitenland en uit de wetenschap om tot een effectieve en doelmatigeaanpak te komen.III. Duiding en impact van de uitspraken Zowel in de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raadvan State (hierna: de Afdeling) van 18 december 2024 over internsalderen,4 als in de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 januari2025 in de civiele zaak Greenpeace5 heeft de rechter een oordeel gegevenmet verstrekkende gevolgen, ook voor de wijze waarop dit kabinet hetbeleid verder vorm zal moeten geven. De uitspraken zijn gedaan in decontext van het bestaande stikstofbeleid van de Staat en actuele infor-matie over de staat van de natuur in stikstofgevoelige Natura2000-gebieden.Uitspraken van de Raad van State over intern salderenUw Kamer heeft bij de brief van 19 december jl. een eerste duidingontvangen van de gevolgen van de uitspraken over intern salderen.6 Uitdie uitspraken volgt dat er voor bedrijven die gebruik hebben gemaakt ofwillen maken van intern salderen om nieuwe activiteiten te ontplooien ofom activiteiten uit te breiden of te wijzigen, een vergunningplicht bestaat.Voor projecten die tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 intern hebbengesaldeerd en zijn aangevangen, geldt een overgangstermijn voor deverplichting tot handhaving tot 2030. De uitspraken zien niet op onherroe-pelijke vergunningen die in deze periode zijn afgegeven.4Uitspraak 202201311/1/R2 – Raad van State (Rendac) en Uitspraak 202200383/1/R2 – Raad vanState (Amercentrale).5Uitspraak 202201311/1/R2 – Raad van State (Rendac) en Uitspraak 202200383/1/R2 – Raad vanState (Amercentrale).6Kamerstuk 35 334, nr. 326.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3326 Voor intern salderen geldt vanaf nu, zo oordeelt de Afdeling, net als voorextern salderen, een vergunningplicht. Dat betekent dat het projectpassend beoordeeld moet worden en dat moet worden voldaan aan hetadditionaliteitsvereiste. Het voldoen aan het additionaliteitsvereiste wilzeggen dat de stikstofreductie die wordt ingezet, aanvullend moet zijn opde stikstofreductie die nodig is voor de natuur in Natura 2000-gebieden.Daarbij geeft de Afdeling kaders waaraan voor additionaliteit moetworden voldaan. Wanneer de natuur verslechtert of wanneer verslech-tering dreigt door stikstofdepositie geldt er voor het additionaliteitsver-eiste een zware motiveringsplicht.Uitspraak in de zaak GreenpeaceOp 22 januari jl. heb ik uw Kamer daarnaast een brief toegezonden waarinde uitspraak in de zaak Greenpeace is geduid7. Ook in die zaak staan devereisten uit de Habitatrichtlijn centraal. Op grond van de Habitatrichtlijn,die in de Nederlandse wetgeving is overgenomen, is de Staat verplicht tevoorkomen dat de natuur in de Natura 2000-gebieden verslechtert enmoet hij zorgen dat die natuur herstelt en in een goede staat vaninstandhouding komt te verkeren. De rechtbank ziet daarbij de wettelijkestikstofdoelen als onderdeel van de implementatie van de Europeseverplichtingen uit de Habitatrichtlijn. De rechtbank heeft geoordeeld datde Staat onrechtmatig handelt door de verslechtering niet tijdig testoppen, door de wettelijke stikstofdoelen niet of waarschijnlijk niet tehalen, en door het beleid onvoldoende te focussen op de habitattypen enleefgebieden waar stikstofreductie het meest urgent is (de Urgente Lijst).Daarbij heeft de rechtbank de Staat op straffe van een dwangsom hetbevel gegeven om uiterlijk op 31 december 2030 het met het huidigebeleid nog niet gerealiseerde deel van het stikstofdoel van 50% van hetareaal stikstofgevoelige natuur onder de Kritische Depositiewaarde (KDW)te brengen. Dat moet op zodanige wijze gebeuren dat er prioriteit wordtgegeven aan de habitats vermeld op de Urgente Lijst.Het kabinet heeft de noodzaak van aanvullende stikstofreductie naast hetdoorgaan met het treffen van voldoende natuurherstelmaatregelen steedserkend. Daarom lopen er op dit moment al diverse maatregelen, die ertoeleiden dat er al een versnelde daling is ingezet in de stikstofuitstoot.Omdat de Staat al bij voorraad uitvoering aan de uitspraak moet geven,ontwikkelt het kabinet, in samenhang met de opgave voor de uitsprakenvan 18 december, een geborgde aanpak. Ook zal de Staat in kaart brengenwat de sociaal-maatschappelijke complicaties zijn van deze uitspraak envoor wat betreft de economische aspecten wordt aangesloten bij eenlopend onderzoek naar die economische gevolgen van de stikstofproble-matiek8. De Staat onderzoekt daarnaast nog de optie om in hoger beroepte gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Hierover zal ik uw Kamer opeen later moment informeren.De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurverzocht mij bij brief van 5 februari 20259 om de reactie of het advies, zodaar sprake van is, van de landsadvocaat ten aanzien van de uitspraak vande Rechtbank Den Haag in de Greenpeace-zaak van 22 januari 202510 metde Kamer te delen voorafgaand aan het plenaire debat over de stikstofont-wikkelingen. Als procesvertegenwoordiger van de Staat in dezeprocedure, heeft de landsadvocaat een procesadvies opgesteld naaraanleiding van de uitspraak van 22 januari 2025. Procesadviezen in7Kamerstuk 35 334, nr. 329.8Dit onderzoek wordt uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek9Kenmerk 2025Z02085/2025D04649.10Uitspraaknummer ECLI:NL:RBDHA:2024:2007.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3327 lopende procedures zijn vertrouwelijk en worden niet met de Kamergedeeld. Dat is dus anders dan bij algemene juridische beleidsadviezen,die wel met de Kamer worden gedeeld. Het procesbelang van de Staatstaat de verstrekking van procesadviezen in de weg.Ook heeft de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheiden Natuur mij bij brief van 22 januari 202511 verzocht om een eerste,inhoudelijke reactie te geven op de uitspraak van de rechtbank Den Haagvan 22 januari 202512 dat de Staat het wettelijk stikstofdoel voor 2030moet halen en voorrang moet verlenen aan de habitats op de UrgenteLijst. Dat verzoek is reeds afgedaan met de brief van 22 januari 202513, enin de brief die nu voorligt informeer ik uw Kamer hier verder over.Impact uitspraken intern salderen op toestemmingverleningDe recente uitspraken van de Afdeling over intern salderen hebbenverstrekkende gevolgen voor de vergunningverlening en raken demaatschappelijke en economische ontwikkelingen van diverse sectoren,waaronder bouw, defensie, energietransitie, industrie, landbouw enmobiliteit (zie tekstbox I voor impact per sector), en de bedrijven,agrarische ondernemers en burgers die hiermee te maken hebben. Ik benin overleg met het IPO en de VNG en met belangen- en brancheorgani-saties om in beeld te brengen wat de uitspraken precies betekenen voorde toestemmingverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast is er viazaakbegeleiders nauw contact met de ondernemers die deelnemen aan deLbv, Lbv-plus en andere regelingen over de gevolgen die de uitsprakenmogelijk voor hen hebben.Duidelijk is dat bevoegde gezagen onder grotere (uitvoerings)druk komente staan, omdat intern salderen nu passend beoordeeld moet worden, ookmet terugwerkende kracht over de afgelopen vijf jaar. Dit leidt immers toteen toename van aanvragen en mogelijk langere wachttijden, en daarmeetot vertraging en onzekerheid voor onder meer het realiseren van(urgente) fysieke opgaven waaronder verduurzaming. Ook het treffen vanmaatregelen gericht op het verlagen van stikstofemissies is hierdoor nogcomplexer geworden, omdat hierbij vaak gebruikt wordt gemaakt vanintern salderen. De nadere definiëring van wat als nieuw project geldt, zalonderdeel zijn van de aanpak waar het kabinet aan werkt. Voor debedrijven die intern gesaldeerd hebben en een vergunning nodig hebben,geldt dat het kabinet alles op alles zet om ervoor te zorgen dat aan hetadditionaliteitsvereiste kan worden voldaan.De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurheeft mij verzocht om een lijst van projecten die stilliggen als gevolg vande uitspraken van de Raad van State op het gebied van infrastructuur,woningbouw en mobiliteit, en een lijst van voormalige PAS-melders diewederom PAS-melders zijn geworden en welke PAS-melders niet kunnenworden gelegaliseerd (23 januari 2025, 2025Z00913/2025D02435). Debevoegde gezagen hebben geen zicht op projecten waarbij door middelvan een voortoets intern is gesaldeerd en waarvoor nog geen aanvraag isingediend. Daarvoor geldt in het algemeen dat dergelijke projectenvertraging kunnen oplopen of aanvragen mogelijk toch niet zullen wordeningediend. Voor aanvragen die al wel zijn ingediend kan het gaan omlopende dossiers of dossiers onder de rechter waarbij aanvullendeinformatie nodig is voordat een definitief besluit genomen kan worden.Ook hier kan sprake zijn van vertraging. Voor aanvragen waarvoor de11Kenmerk 2025Z00911/2025D02251.12Uitspraaknummer ECLI:NL:RBDHA:2025:578.13Kamerstuk 35 334, BV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3328 Staatsecretaris van LVVN het bevoegd gezag is lijkt het in het bijzonder tegaan om locaties van Defensie en luchthavens. De provincies inventari-seren momenteel de betekenis van de uitspraken voor hun werkzaam-heden als verantwoordelijk bevoegd gezag. Daarin wordt ook eeninventarisatie gedaan naar de PAS-melders. In overleg met de provincieszal ik uw Kamer deze inzichten verstrekken zodra die er zijn.Door de uitspraken van de Raad van State is materieel voldaan aan demoties Omtzigt (34682154) en Ouwehand (36 410 XIV, 66) over respectie-velijk het ontstaan van latente ruimte en het invoeren van een vergun-ningplicht bij intern salderen. Tevens vervalt met de uitspraken mijn op2 december 2024 aangekondigde onderzoek naar de wenselijkheid vaneen vergunningplicht voor intern salderen (DGLGS/89794048), wat eenantwoord was op de motie Bromet/Grinwis (36 600 XIV, 29).Tekstbox I: Impact uitspraken salderen op de verschillende sectorenNaast eerdergenoemde gevolgen die voor meerdere of alle sectorengelden, hebben de uitspraken ook gevolgen die meer sector-specifiekzijn. Per sector de voornaamste gevolgen die nu gezien worden opeen rij:–Bouw: Een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave is tussen2020 en 2025 gerealiseerd dankzij het gebruik van intern salderen.Nieuwe projecten kunnen vertraging oplopen als blijkt dat eennatuurvergunning nodig is, of kunnen mogelijk geen doorgangvinden.–Defensie: Defensie staat voor de grote opgave de krijgsmacht teversterken en gereed te stellen. Ook heeft Defensie de opgave omhaar vastgoed te revitaliseren en te verduurzamen. Defensiedraagt daarin actief bij aan natuur op diverse locaties door heelNederland. Bovendien zal een deel van de opgaven gerealiseerdkunnen worden binnen de vergunde stikstofruimte. Hier zalvoortaan een natuurvergunning voor moeten worden aange-vraagd. De aangescherpte eisen voor het verlenen van natuurver-gunningen staan de voorbereiding op een gevecht en derevitalisatie van het vastgoed mogelijk in de weg, waardoor de(inter)nationale veiligheid direct kan worden geraakt.–Energie-infrastructuur: Bij de aanleg van energie-infrastructuurprojecten wordt geregeld gebruik gemaakt vansalderen. Voor die projecten is er impact in de vorm van verderevertraging in de uitvoering van de energietransitie en de aanpaknetcongestie. Dit gaat vaak om projecten met kleine en tijdelijkeemissies die na realisatie bijdragen aan de vermindering vanuitstoot.–Industrie/brede bedrijfsleven: De gevolgen voor hetondernemers-, investerings- en vestigingsklimaat van Nederlandzijn aanzienlijk. Het merendeel van de investeringen vanbedrijven ter vervanging of uitbreiding van bedrijfsactiviteiten ismet gebruik van intern salderen tot stand gekomen. De huidigesituatie leidt ertoe dat veel bedrijven besluiten investeringen uitte stellen, af te blazen, of investeringen naar het buitenland teverplaatsen. Daarnaast komen mogelijk miljardeninvesteringen inverduurzamings- en uitbreidingsprojecten in de knel. Devergunningplicht met terugwerkende kracht zorgt voor meeronzekerheid bij ondernemers.–Landbouw: Voor de landbouw geldt dat veel bedrijven gebruikhebben gemaakt van intern salderen. Als de mogelijkheden totgebruik van restruimte kleiner worden of verdwijnen, dan heeftdat mogelijk een negatief effect op deelname aan lopenderegelingen. Ook is er onzekerheid ontstaan met betrekking totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3329 toekomstige bedrijfsontwikkeling en is de implementatie van(stal)innovaties lastiger geworden. Zelfs verduurzaming islastiger geworden door de uitspraken. We blijven ook monitorenwat de impact is op de visserijsector.–Mobiliteit: Infra-projecten gericht op bereikbaarheid en verkeers-veiligheid waren de afgelopen jaren al hard geraakt door destikstofproblematiek. De nieuwe uitspraken lijken de problematiekniet wezenlijk te vergroten. Wel zullen sommige spoorprojecten(extra) vertraging oplopen en zijn er gevolgen voor enkeleregionale luchthavens, waarbij wordt bekeken of een natuurver-gunning toch nodig is.–PAS-melders: De uitspraken hebben impact op het maatregelen-pakket voor PAS-melders, waar intern salderen minder bruikbaarwordt voor de maatwerkaanpak. Maatwerk is nog steedsmogelijk, maar op onderdelen zal de aanpak moeilijker worden,of zal een andere maatwerkoplossing moeten worden gevonden.Voor PAS-melders die hun melding via intern salderen hebbenopgelost betekent dit opnieuw onzekerheid.Tot slotMet de uitwerking zoals toegelicht kijkt het kabinet nadrukkelijk meturgentie en in de volle breedte naar samenhangende oplossingsrichtingenom Nederland op de korte en lange termijn van het slot te halen. Hetkabinet realiseert zich dat de complexiteit, urgentie en omvang van dezeopgave veel vraagt en tot onzekerheid leidt bij alle betrokken partijen.Daarom zet het het kabinet samen met betrokken partners de komendeperiode vol in op een goede aanpak op basis van de vier sporen.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 33210

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a95553c24477b3fb

14 okt 2026 · 99e91ddc895b5c8f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.