Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 april 2026, over de tweede cyclus van de Spreidingswet
Brontekst
Versie 8b19d88beafeb8ed · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3617 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 9 juli 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 23 april 2026 overleggevoerd met de heer Van den Brink, Minister van Asiel en Migratie,Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 27 februari2026 inzake vaststelling en bekendmaking capaciteitsraming2026 (Kamerstuk 19 637, nr. 3519);–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 26 maart2026 inzake afschrift brief aan gemeenten over asielopvang(Kamerstuk 19 637, nr. 3523).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Nouse kst-19637-3617ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36171 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: NouseAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van Asten, Ceder,Ceulemans, Diederik van Dijk, Ellian, Peter de Groot, Lammers, Piri, Vander Plas, Russcher, Straatman en Vondeling,en de heer Van den Brink, Minister van Asiel en Migratie, Vice-Minister-President.Aanvang 14.17 uur.De voorzitter:Dames en heren, hartelijk welkom bij dit commissiedebat over de tweedecyclus van de Spreidingswet. Allereerst hartelijk welkom aan de leden.Ook hartelijk welkom aan de Minister. Ik begreep dat u werd opgehoudenin de gang door wat media-aandacht, maar ik ben blij dat u er bent om ditdebat te kunnen voeren met deze commissie. Ik wil ook de mensen op depublieke tribune en de mensen die dit commissiedebat op afstand volgenhartelijk welkom heten.We gaan beginnen met de eerste termijn van de kant van de Kamer. Wehebben drie uur de tijd voor dit debat. Het wordt dus aardig aanwerken,zou ik bijna willen zeggen. Met «aanwerken» bedoel ik dat we hardmoeten werken om die drie uur te halen. Ik wil u dus verzoeken om het zoveel mogelijk bij het onderwerp van de vergadering te houden. Ik stel voordat we drie interrupties hebben in de eerste termijn van de zijde van deKamer. Ik heb begrepen dat de heer Ceder de vergadering zo meteen nogeven moet verlaten en dat hij daarom nu als eerste het woord zal voeren.Daarna gaan we naar de heer Ceulemans. Ik geef graag het woord aan deheer Ceder namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de commissie voor de coulance.Voorzitter. Er heerst onvrede in de samenleving ten aanzien van deuitvoering van het asielbeleid door de overheid. Ik denk dat dat op eenaantal punten ook terecht is. Het gaat allereerst over de beheersbaarheidvan het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt. Die zorgen deelt deChristenUnie. Daarom kijken we ook naar de snelle invoering van hetEuropees Migratiepact, die geen dag langer kan wachten.Voorzitter. Er heerst ook onvrede over de opvang, zowel onder debevolking als bestuurlijk. Er zijn structureel te weinig plekken, er wordtgeschoven met verantwoordelijkheden en er is dure, luxe noodopvang,die maar niet afgeschaald lijkt te worden. Het tegenwerken van klein-schalige opvang, terwijl gemeenten aangeven dat die nodig is, is funestvoor het draagvlak binnen de gemeenschap. De ChristenUnie heeft het allanger gevraagd en geëist: kleinschalige opvang moet binnen gemeentengewoon kunnen. Ik ontvang signalen dat de wens van de Kamer gewoonniet door de Minister, en daarmee ook niet door het COA, gerespecteerdwordt. Het overvallen van gemeenschappen met aankondigingen vangrootschalige locaties is ook funest voor het draagvlak als mensen nietvan tevoren via een deugdelijk communicatieproces op de hoogte zijngehouden. Dat is echt funest.Voorzitter. Laten we eerlijk zijn met elkaar: als we de Spreidingswet willendoen slagen, moet het roer echt om, en ook snel. Dat vraagt om eencruciaal uitgangspunt, namelijk dat de overheid betrouwbaar dient te zijnen zich aan de afspraken dient te houden, zowel landelijk als lokaal.Daarom heb ik ook Kamervragen gesteld over de situatie in Hardenberg.Uit de antwoorden blijkt dat de Minister vooral wil praten, maar eendaadwerkelijke oplossing nog niet voorhanden is. Mijn vraag aan deMinister is of hij hier de impact van begrijpt. Naar aanleiding van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36172 situatie in Hardenberg zegt meer dan de helft van de Nederlanders,volgens een panel van Hart van Nederland, minder bereid te zijn ommensen op te vangen. Gemeenten moeten erop kunnen rekenen dat deafspraken die gemaakt zijn over een locatie, hoeveel plekken er komen enwanneer de opvang stopt, ook worden nagekomen door de Rijksoverheiden het COA als uitvoerder. Als gemeenten daar niet van op aan kunnen,durven gemeenten langzamerhand weinig meer toe te zeggen en kalft hetdraagvlak ook af. Mijn vraag is of de Minister deze analyse deelt ofherkent. Zo ja, dan is mijn vraag hoe de Minister zich kan opstellen als eenoverheid die betrouwbaar is in het nakomen van afspraken, hoewel ikweet dat je daar natuurlijk ook het COA en externe factoren voor nodighebt.Voorzitter. Een andere zorg die ik heb, is dat de logica van de Sprei-dingswet is dat de Minister gemeenten eraan kan houden dat zij hun deeldoen. Dat is belangrijk. Maar heeft de Minister in beeld welke gemeenteneen besluit voor opvang heroverwegen of gedane besluiten willenherzien? Zijn er gemeenten die pertinent weigeren om hun verantwoorde-lijkheid te nemen? Vanuit de systematiek heeft een aantal gemeenten nogeen aantal maanden, maar ik neem aan dat de Minister niet tot het eindevan het jaar wacht voordat hij contact met hen zoekt. Klopt dat? Ik ben ookbenieuwd naar de strategie van de Minister daarachter.Voorzitter. Een tweede aandachtspunt dat ik wil aanstippen, is datasielzoekers goed opgevangen dienen te worden. Er is nu een acuut tekortvan 4.500 plekken, dat mogelijk oploopt tot 7.900 aan het einde van dezomer. Hoeveel tijd geeft de Minister de gemeenten om bijvoorbeeldvrijwillig over de brug te komen met noodopvang? Wordt deze opgaveook weer per provincie verdeeld, of is het aan individuele gemeenten omhun vinger op te steken?Voorzitter. Een derde punt. Alleen met lokaal draagvlak kunnen we de wet,en daarmee ook de opvang, goed en voldoende realiseren. Ik noemde aldat het draagvlak dreigt af te kalven als een overheid de afspraken nietnakomt. Deze Kamer vraagt herhaaldelijk om meer mogelijkheden voorkleinschaligheid. Mijn vraag is dan of er met het extra budget voor hetCOA ook meer financiële ruimte komt voor kleinschaligere opvang, zodathet COA die qua kosten kan dekken. Wil de Minister hier ook flexibel inmeedenken, zodat bijvoorbeeld in die gevallen niet alle voorzieningen opalle locaties aanwezig hoeven te zijn, maar per gemeente beschikbaarkunnen zijn? De gemeentes staan ook vooraan bij de Minister om mee tedenken, heb ik begrepen.Tot slot, voorzitter, specifiek aandacht voor de opvang van amv’s.De voorzitter:Ik ga u even onderbreken. Uw vier minuten zitten er al ruim op. Kunt u toteen afronding komen?De heer Ceder (ChristenUnie):Laatste zin, voorzitter. Ten aanzien van amv’s: welke mogelijkheden wil deMinister bieden voor kleinschaligere opvang voor amv’s?Dat is ’m. Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Ceulemans namens JA21.De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank u wel. Het Nederlandse asielbeleid is totaal failliet. Er is indit land werkelijk niemand meer te vinden die vindt dat het op dezemanier verder kan. De instroom blijft onverminderd hoog. Sterker nog, diewas in de eerste maanden van dit jaar ruim een kwart hoger dan indezelfde periode vorig jaar. Er wordt al jaren over gepraat, het maatschap-pelijk draagvlak voor forse beperking van de asielinstroom is ongekendTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36173 hoog en er zijn twee kabinetten achter elkaar op gesneuveld. Tegelijkertijdworden we ingehaald door de ene na de andere lidstaat die het roer welomgooit en gebeurt er in Nederland tot nu toe niets, met afgelopendinsdag, met het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet in de EersteKamer, als nieuw dieptepunt. Met zo veel maatschappelijk draagvlak zoweinig voor elkaar krijgen als het gaat om asielinstroombeperking toontaan hoe enorm disfunctioneel de politiek in dit land is op dit terrein.Kortom, er gebeurt dus nog altijd niets. Althans, niet om de instroom in teperken. Het enige dat namelijk wel is gebeurd, is de gevolgen van depermanent hoge asielinstroom via wettelijke dwang over de schutting bijgemeenten gooien via de Spreidingswet, beter bekend als de dwangwet.JA21 is vanaf het allereerste moment verklaard tegenstander van deSpreidingswet geweest, vanaf het moment in maart 2022 waaroptoenmalig Staatssecretaris Van der Burg aankondigde te kijken naar eendwingend instrumentarium voor gemeenten om asielopvang te realiserentot vandaag de dag. Dit is namelijk niet alleen een wet die we slechtvinden. We hebben er fundamentele problemen mee. Asielopvang zoueen vrijwillige keuze van gemeenten moeten zijn, gebaseerd op draagvlakonder de bevolking en op basis van een meerderheid in de gemeenteraad.De Spreidingswet heeft daar rigoureus een einde aan gemaakt. Draagvlakof niet, met een Haagse pennenstreek wordt alle gemeenten een azcopgedrongen. Gemeentebesturen worden door het Rijk recht tegenoverhun eigen inwoners gezet en hebben door de Spreidingswet weinigmogelijkheden meer om de wil van de bevolking ten aanzien vanasielopvang te vertalen in beleid dat daaraan tegemoetkomt.Op dit moment loopt de tweede cyclus. De Minister heeft bekendgemaaktdat volgend jaar 88.000 asielopvangplekken opgeleverd moeten worden.Dat betekent 38.000 nieuw op te leveren plekken. Alleen al in de provincieZuid-Holland gaat het om 11.500 nieuwe asielopvangplekken. Dat zijnaantallen die de samenleving simpelweg niet meer aankan. Op ditmoment vindt de fase van overleg aan de provinciale regietafels plaats,waarna volgens de wet de uitkomsten daarvan voor 1 november naar deMinister moeten. Voor 1 januari tekent hij vervolgens het verdeelbesluit,waarin hij opvangplekken kan toewijzen aan gemeenten die dit niet willen,waarna gemeenten tot 1 juli krijgen om de opvangplekken op te leveren.Ik heb hierover een aantal vragen aan de Minister. Erkent hij dat er nietsterecht is gekomen van de harde voorwaarde die gesteld werd bij deinvoering van de Spreidingswet, namelijk dat er tegelijkertijd werk zouworden gemaakt van instroombeperking? Erkent hij dat deze wet duseigenlijk onder valse voorwendselen van kracht is? Hoe denkt hijgemeenten te kunnen dwingen, terwijl het COA zelf keiharde en juridischbindende afspraken niet nakomt? Kijk alleen al naar een gemeente alsHardenberg. Kan hij klip-en-klaar aangeven hoe hij voornemens is dwanguit te oefenen? Want dat hij dit van plan is, is helaas al duidelijkgeworden. Erkent hij dat gemeenten gewoon het recht hebben om aan deprovinciale regietafel het aanbod van nul asielopvangplekken te doen endat zij dus niet aan de indicatieve aantallen gebonden zijn?Voorzitter. Voor JA21 is het dus helder: de Spreidingwet moet zo snelmogelijk worden ingetrokken. Dat dit zelfs onder het vorige kabinet niet isgebeurd, is niet alleen zeer teleurstellend, maar heeft het vertrouwen vanveel kiezers in de politiek ernstig geschaad. Daarom komt JA21 met eeneigen initiatiefwet om de Spreidingswet in te trekken. Hier is hij, vers vande pers. Met deze initiatiefwet trekken wij de Spreidingswet in, vervalt demogelijkheid om gemeenten dwang tot asielopvang op te leggen middelswettelijke verdeelbesluiten en interbestuurlijk toezicht, wordt asielopvangweer een kwestie waarover gemeenten zelf kunnen besluiten, zoals ookhet geval was voorafgaand aan de invoering van de Spreidingwet, zorgenwe voor een werking met terugwerkende kracht, zodat gemeenten in dezetweede cyclus niet gedwongen kunnen worden, ook niet als de intrek-kingswet wordt aangenomen na het tekenen van het verdeelbesluit, enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36174 zorgen we voor een nette financiële overgang, zodat gemeenten geenfinancieel nadeel ondervinden wanneer zij bijvoorbeeld specifiekeuitkeringen hebben ontvangen toen de Spreidingswet nog van kracht wasof wanneer in die periode een recht is ontstaan.Voorzitter. Ik zal afronden, want ik zie u kijken. Wat kiezers denk ik zeker opdit onderwerp willen zien, is dat partijen die het hierover eens zijn zo veelmogelijk samen optrekken. Ik steek daarom de hand uit naar collega’s aandeze tafel om mee te doen. Graag ga ik met hen in gesprek, zodat we dezewet zo snel mogelijk en zo breed mogelijk gedragen kunnen indienen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel.De heer Van Asten (D66):Kent u dat gevoel van «hier hebben we het toch over gehad»? Ik hoor deheer Ceulemans de hele tijd zeggen dat er nog geen enkele maatregel isgenomen om het asielbeleid strenger te maken of iets aan de instroom tedoen. Dat herhaalt hij een paar keer. Hij zei ook dat het onderdeel van deSpreidingswet zou zijn dat daaraan gewerkt werd. Toen dacht ik: maar wehebben hier toch vorige week het Europese Migratiepact aangenomen?Dat staat toch vol met maatregelen die juist gaan over het verlagen van deinstroom en het beheersbaar maken van die hele keten? Heb ik dat dangedroomd of hebben we die wet gewoon aangenomen?De heer Ceulemans (JA21):Met alle respect, maar als er één iemand is die heel voorzichtig moet zijnmet opmerkingen als «we hebben toch dingen gedaan om de instroom tebeperken?», dan is het de heer Van Asten. Het is onder andere zijn partijdie dinsdag in de Eerste Kamer de Asielnoodmaatregelenwet heeftgetorpedeerd. Dat was de enige wet, de allereerste wet, die iets aan deinstroom zou doen in dit land, terwijl de Spreidingswet vanaf het eerstemoment dat hij werd aangekondigd, hand in hand zou gaan metinstroombeperking. Daar is op dit moment materieel nog helemaal nietsvan terechtgekomen. De instroom is alleen maar toegenomen. De eerstede beste gelegenheid die D66 had om daar iets tegen te doen, heeft uverworpen. U moet daar dus heel voorzichtig mee zijn.De voorzitter:«U» is de voorzitter; die hoeft niets. Dit is de heer Van Asten van D66. Ukrijgt het woord van de voorzitter.De heer Van Asten (D66):Daar bedankte ik u ook voor. Wat de heer Ceulemans van JA21 doet, isnatuurlijk een heel flauw trucje. Hij gaat gewoon totaal niet in op de vraag.Mijn vraag was helder: wij hebben hier toch gewoon die migratiewetaangenomen? Daar heeft u toch voor gestemd, heb ik toch voorgestemd,hebben we toch met een meerderheid voor gestemd om ervoor te zorgendat de instroom naar beneden gaat? U lijkt dat nu gewoon compleet teontkennen. Klopt het of klopt het niet dat er met die wet is ingestemd?De heer Ceulemans (JA21):Daar is voor gestemd in de Tweede Kamer en ik hoop dat hij ook door deEerste Kamer komt en dat D66 niet weer dwarsligt, bijvoorbeeld. We zittennu al jarenlang met de Spreidingswet. We zitten in de tweede cyclus vande Spreidingswet. Gemeenten worden op dit moment gedwongen –althans, dat gaat gebeuren – om 88.000 asielopvangplekken op te leveren.Dat is niet iets van vandaag of gisteren; dit is een wet die al jarenlang vankracht is en die hand in hand zou gaan met instroombeperking. Daar is totop dit moment, zoals ik net al zei, materieel nog niets aan gebeurd. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36175 instroom is nog niet ingeperkt. We hebben voor een Europees Migra-tiepact gestemd, althans voor de implementatiewet daarvoor, die nogdoor de Eerste Kamer moet. Dat gaat vanaf juni hopelijk lopen, want opdit moment is er nog niets veranderd, terwijl dat wel een hardevoorwaarde was. Ik zeg dus: het is onredelijk en bijzonder unfair dat aande ene kant gemeenten worden gedwongen tot asielopvang, terwijl er aande instroom, de kern van het probleem, al die jaren niets gedaan is.De heer Van Asten (D66):Tot slot is de conclusie dus gewoon: we hebben het Migratiepactaangenomen, dus er wordt een stap gemaakt in het beperken van deinstroom. Dat is een grote wens van deze Kamer, waar D66 zich ook voorheeft uitgesproken en voor heeft gestemd. Dat lijkt me dus een belangrijksignaal. En ja, als je wetten op het goede niveau wil maken, dan is dat dushet Europese niveau, want daar hebben we het over als het gaat overasiel. Op dat niveau moeten we zorgen dat er een stevig pakket ligt, dat deinstroom niet alleen in Nederland, maar ook in de hele Unie verderbeteugelt. Daar moet het worden neergelegd. Dat kost tijd, want dat moetje in goed overleg doen. Een goede wet maak je namelijk niet op eenachternamiddag. We hebben de effecten ervan gezien als iets er perongeluk eventjes in komt. Dan maken we brokken en schieten we totaalniet op.De heer Ceulemans (JA21):Los daarvan: D66 heeft in de Eerste Kamer ook tegen de novelle gestemd.U heeft dus ook niet gestemd voor iets dat de wet tot iets acceptabelsvoor u moest maken. D66 heeft het gewoon bewust lopen torpederen; datis gewoon hoe het is. De heer Van Asten leeft in een totaal papierenwerkelijkheid, moet ik tot mijn spijt toch wel zeggen. Hij verwijst nunamelijk naar het Migratiepact, dat nog in werking moet treden, terwijlgemeenten op dit moment de opgave hebben gekregen om 88.000asielopvangplekken in het hele land aan te bieden, tegen het draagvlakonder de lokale bevolking en tegen de wil van steeds meer gemeente-raden in. U kunt dus verwijzen naar zaken die in de toekomst moeten gaangebeuren, maar doordat er in de afgelopen jaren niets is gebeurd, eralleen maar is getreuzeld en er alleen maar is getraineerd, staangemeenten nu voor een gigantische opgave die ze niet aankunnen. Datmoeten we dus ook niet willen.Mevrouw Straatman (CDA):De boodschap van de heer Ceulemans is duidelijk: de instroom moet naarbeneden en we moeten meer grip krijgen op migratie. Ik ben dat helemaalmet JA21 en de heer Ceulemans eens. Ik ben het niet met hem eens als hijzegt dat we op dit moment niks doen. De Wet invoering tweestatusstelselis aangenomen en heeft direct effect. Als u zegt dat er meer moetgebeuren, ben ik het ook met u eens. Daarom ben ik heel blij dat er eenMinister zit die zegt dat er met spoed aanvullende asielwetten naar deKamer komen. We hebben nu echter te maken met de situatie dat er inNederland asielzoekers zijn en we te maken hebben met grote tekorten.Kijk naar Ter Apel. Kijk naar Hardenberg. Kijk naar Epe. Er zijn tal vangemeenten die meer dan hun verantwoordelijkheid nemen. Ik benbenieuwd: wat is de boodschap van JA21 aan die gemeenten? Moetenalleen de gemeenten die nu al hun verantwoordelijkheid nemen, dezwaarste lasten dragen? Wat is uw boodschap aan die inwoners en aandie lokale bestuurders.De voorzitter:Voordat u antwoord geeft, meneer Ceulemans, zou ik nogmaals willenoproepen om vanwege de tijd kortere interrupties te plegen. Daar ben ikaan het begin van het debat mee begonnen. U heeft mij de opdrachtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36176 gegeven om deze vergadering in drie uur af te ronden. Dat betekent dat ikdaarvoor ook iets van u vraag, dus graag kortere interrupties en ookkortere antwoorden.De heer Ceulemans (JA21):De kern van het probleem is gewoon de instroom. Ook het CDA wil datniet onder ogen zien. Het CDA denkt dat er sprake is van een opvangcrisis,maar er is sprake van een instroomcrisis. Het antwoord kan niet zijn omdan maar de last daarvan over het hele land uit te spreiden. Ik ben deeerste die vooraan staat om op te komen voor de bewoners en onder-nemers in Ter Apel. Ik heb daar nota bene een debat over aangevraagd,nadat we dat hier twee weken geleden gevoerd hadden. Daarover hebbenwe het hier twee weken geleden over gehad. Het antwoord moet zijn datwe van Ter Apel weer een stukje Nederland moeten maken en niet dat wevan Nederland één groot Ter Apel moeten maken. Dat is waar het CDAvoor staat als het die last wil verspreiden. Daarnaast is het ook zo dat deSpreidingswet het probleem alleen maar verder in de hand werkt, omdatde Spreidingswet iedere prikkel om tot echte instroombeperking te komenwegneemt. Als je als landelijke overheid met een wettelijk verplichtingaltijd genoeg opvangplekken kunt afdwingen bij een gemeente, neemt datde noodzaak in de praktijk weg om iets aan de instroom te doen. Dat vindik onwenselijk.Mevrouw Straatman (CDA):Wat het CDA betreft is het duidelijk: het is en-en; én de instroom moetnaar beneden én we moeten de opvang netjes regelen. Ik denk dat JA21en het CDA elkaar kunnen vinden als het gaat om de instroom, maar als ikkijk naar de opvang, dan kijk ik nu naar de regio’s die het heel zwaarhebben en moet ik helaas constateren dat JA21 voor die regio’s, voor dielokale bestuurders en voor die inwoners helemaal geen verhaal heeft. Datvind ik echt zonde.De heer Ceulemans (JA21):Het verhaal van JA21 richting al die gemeenten en hun inwoners is dat wijwillen dat asielopvang weer een vrijwillige kwestie wordt. Gemeentenmoeten daar weer zelf over kunnen besluiten. De gemeenteraad moetdaar zelf over kunnen besluiten, met inachtneming van de vraag of erdraagvlak onder de lokale bevolking is of niet. Wij komen dus juist opvoor de gemeenten. Elke gemeente die geen asielopvang op haargrondgebied zou willen, hoeft die wat ons betreft ook niet meer aan tebieden. Daarom komen wij ook met een wetsvoorstel om de Spreidingwetin te trekken. Daarmee komen we juist op voor de gemeenten.Mevrouw Straatman (CDA):Heel kort. Dat betekent dus dat Ter Apel, Hardenberg, Epe, dus de regio’sdie al heel veel doen, onder aan de streep gewoon de zwaarste lastendragen. Ik denk dat je in een fair land, in een fatsoenlijk land, niet op diemanier met elkaar omgaat, dat je de lasten op een gelijkwaardige ensolidaire manier met elkaar verdeelt en dat je niet zegt: alleen degene diewil, doet het.De heer Ceulemans (JA21):Mevrouw Straatman zei net dat wij het helemaal eens zijn wat betreft deinstroom, maar dat is dus niet het geval. Wij vinden de instroom het groteprobleem. We kunnen direct stappen zetten om de instroom te beperken,waarmee de druk afneemt op de gemeenten die op dit moment inderdaadte lijden hebben; daar zijn we het wel over eens met elkaar. Ook het CDAheeft daarin boter op het hoofd, want het is ook gewoon het CDA geweestdat in de Eerste Kamer de Asielnoodmaatregelenwet getorpedeerd heeft.Nogmaals, de eerste kans in jaren om een stap te kunnen zetten om erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36177 daadwerkelijk iets aan te doen heeft het CDA niet gegrepen, heeft het CDAweggestemd. U zegt dat wij het eens zijn over de instroom, maar ik moetdus constateren dat dat helaas niet het geval is.De voorzitter:Ik kijk even naar de andere leden. Zijn er nog interrupties? Dat is niet hetgeval. Dan geef ik het woord aan mevrouw Lammers namens de GroepMarkuszower voor haar inbreng. U heeft vier minuten. Aan u het woord.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de laatst overgeblevenwet van Marjolein Faber. Nadat haar belangrijkste voorstel afgelopendinsdag is gesneuveld in de Eerste Kamer, nota bene door de PVV zelf,resteert er nog één wet: de Spreidingswet.Voorzitter. Laat ik u kort meenemen in de tijdlijn. Eerst zou de Sprei-dingswet via een noodwet worden ingetrokken. Toen ging die noodwetvan tafel – iets met een ruggengraat en een banaan – en schreef Fabervervolgens dat de Spreidingswet voor het einde van 2024 zou wordeningetrokken, maar mevrouw Faber miste haar eigen deadline. Daarnakwam Faber met een contourennota in plaats van een intrekkingswet enwerd de deadline doorgeschoven naar 2026. Waar staan we nu? Het is23 april 2026. Faber is Minister af en de Spreidingswet is springlevend.Laten we dat maar gewoon het Fabereffect noemen.De huidige Minister, Van den Brink, gebruikt gretig alle mogelijkheden vande dwangwet. Hij zet gemeenten onder druk en heeft al aangekondigdbereid te zijn over te gaan tot dwang om gemeenten te verplichtenasielzoekers op te nemen. Aan iedereen die bij de gemeenteraadsverkie-zingen op een partij heeft gestemd die geen azc wil: de Minister heeft nogeen opgave van 38.000 plekken. Wilt u een azc in uw plattelandsdorp, metalle overlast en criminaliteit die daarbij hoort? Meldt u zich bij de Minister.Wilt u dat niet? Dan meldt de Minister zich wel bij u. Want vroeg of laatkomt hij met dwang en met boetes, net zolang totdat de gemeente buigt.Tot zover de lokale democratie. En tegen al die gemeentes zeg ik hier: geefniet op; leg je er niet zomaar bij neer; zeg nee tegen deze Minister. Ooktegen de mensen in Loosdrecht zeg ik: blijf demonstreren, maar doe datwel vreedzaam. De inwoners van Loosdrecht hebben niet eens gemeente-raadsverkiezingen gehad, dus vindt u het gek dat er onvrede heerst overeen college dat nog even een azc erdoorheen drukt met 110 alleenstaandemannelijke asielzoekers op een plek waar kinderen lopen en spelen? Het isabsurd, Minister, dat u dit überhaupt toestaat. U stelt het belang vanmannelijke vreemdelingen boven de veiligheid van Nederlandse kinderen.Hoe ...De voorzitter:Ik ga u toch even onderbreken. Ik probeerde een natuurlijk moment tevinden, maar dat lukte niet zo makkelijk. Mevrouw Piri zat hevig naar mijte zwaaien, omdat zij graag een interruptie wil doen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Jazeker. De meningen over de Spreidingswet lopen uiteen in deze Kamer.Het is duidelijk dat de Groep Markuszower, toen nog de PVV, tegen heeftgestemd en nog steeds tegen is. Kan de collega erkennen dat die wetgewoon met een democratische meerderheid is aangenomen in beideKamers? Dan is het toch heel raar om de Minister het verwijt te maken dathij de wet uitvoert?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Nou, die wet is destijds aangenomen, maar er was ook een meerderheidom die wet in te trekken. Die wet kan nog steeds ingetrokken worden.Daar is draagvlak voor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36178 Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik ben benieuwd waar die meerderheid was om die wet in te trekken. Ikdenk dat die dan namelijk was ingetrokken, maar dat is niet gebeurd.Volgens mij is er tot de dag van vandaag in beide Kamers gewoon eenmeerderheid voor deze Spreidingswet. Daar kan de Groep Markuszowerhet niet mee eens zijn, maar erkent mevrouw Lammers wel dat het heelraar is om de Minister iets te verwijten wat we als Kamer in meerderheidzelf hebben gewild?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Volgens mij was die er bij het vorige coalitieakkoord, maar daarnaast ishet ook gewoon een keuze om over te gaan tot dwang. Dat hoeft niet. Datis een keuze.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Hoe gaat u er ooit voor zorgen dat deze kinderen, vrouwen en dochtersveilig zijn? Of moeten zij, net als de inwoners van Lochem, die veiligheidmaar zelf regelen? Want iedereen weet: wie asielzoekers spreidt over hetland, spreidt de overlast, de criminaliteit en de onveiligheid.Voorzitter. Deze week is opnieuw pijnlijk duidelijk geworden dat je voorstreng asielbeleid niet bij de PVV moet zijn. Wat de mensen thuis van onskunnen verwachten – daar mogen zij ons op afrekenen – is dat wij iedermoment zullen gebruiken om met goede asielplannen te komen. Alleplannen die het beleid strenger maken, zullen wij steunen en wij zullenmaximale druk zetten om de Spreidingswet in te trekken.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan is het woord nu aan mevrouw Vondeling vande PVV.Mevrouw Vondeling (PVV):Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben wij het eerste asieldebat na hetverraad van D66, dat tegen alle asielwetten heeft gestemd. Het zal jecoalitiepartner maar zijn! Ze maken heel Nederland kapot. Onze grenzenblijven onder dit kabinet wagenwijd openstaan. Iedere maand komen erweer duizenden asielzoekers bij. Terwijl onze eigen mensen jarenlang ineen wachtrij staan voor een huis, een operatie of een plek op school, eistde krankzinnige Spreidingswet weer 10.000 nieuwe opvangplekken. Tegenmevrouw Lammers zeg ik dat de Spreidingswet is ingediend door de heerVan der Burg, mocht ze dat hebben gemist. Volgens de ramingen van ditkabinet loopt het aantal benodigde plekken in juli 2027 op tot maar liefst88.000. Dat betekent dat er de komende periode nog eens 38.000 plekkenbij moeten. De Spreidingswet verandert ons land in hoog tempo in eengroot, permanent asielzoekerscentrum en spreidt de ellende van onzeopen grenzen over elk dorp en elke stad in Nederland.In zijn brief aan de gemeenten schrijft de Minister dat de situatie in deasielopvang urgent en kritiek is, dat de asielketen tegen de grenzen vanhet mogelijke aanloopt en dat de enorme druk op Ter Apel en de directeomgeving dat weer pijnlijk duidelijk maakt. Maar als de Minister zelf zegtdat de situatie urgent en kritiek is, waarom voert hij dan niet onmiddellijkeen asielstop en een stop op nareis in? Wanneer is het voor de Ministerurgent genoeg? Andere Europese landen durven wel harde maatregelente nemen. Ze lopen ons straal voorbij, terwijl Nederland het asielafvoer-putje van Europa blijft. Hoelang laten we dit nog gebeuren?In plaats van een asielstop in te voeren en te starten met remigratie, dreigtdeze Minister gemeenten met actief toezicht en brute dwang als zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36179 weigeren nog meer azc’s te openen. Het COA is zelfs al begonnen met hetopdringen van asielzoekers in onze dorpen en steden. Onder meer in Epeen Hardenberg houdt het COA zich niet aan de afspraken en wordenopvanglocaties door het COA illegaal opengehouden. Er zijn inmiddelsdoor gemeenten dwangsommen opgelegd aan het COA, maar het COAheeft er gewoon schijt en aan gaat vrolijk door.De voorzitter:Mevrouw Vondeling, ik wil u graag onderbreken. U heeft een interruptievan mevrouw Lammers.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Voor mij is het niet helemaal duidelijk wat mevrouw Vondeling nouprecies bedoelt. U hebt een verhaal dat u tegen de Spreidingswet bent,maar hoe zit dat dan in de gemeente Zoetermeer? Daar heeft dePVV-fractie een brief gestuurd dat zij de Spreidingswet in de verken-ningsfase al opgeven. Betekent dat dan dat de Spreidingswet nu geenbreekpunt meer is? Hoe moet ik dat zien?Mevrouw Vondeling (PVV):Ik zou dan graag het letterlijke citaat willen hebben van mevrouwLammers waarin staat dat zij de Spreidingswet opgeven. Volgens mij gaatde gemeente nog geeneens over het intrekken van de Spreidingswet. Datdoen wij hier. Nou, de PVV heeft inmiddels meerdere amendementeningediend – ik heb er zelf twee ingediend – om de Spreidingswet in tetrekken en meerdere moties. Het is dus gewoon complete onzin wat uzegt.De voorzitter:Gaat uw gang, mevrouw Lammers. Niet? Vervolgt u uw betoog dan,mevrouw Vondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Onder meer in Epe en Hardenberg houdt het COA zich niet aan deafspraken en worden opvanglocaties door het COA illegaal openge-houden. Eh, die had ik al gehad. Sorry. Nou, ik ga maar even verder. Erzijn inmiddels door gemeenten dwangsommen opgelegd aan het COA,maar het COA heeft er schijt aan en gaat vrolijk door. Uit een gelektememo blijkt zelfs dat sluiting van het azc in Hardenberg geen topprioriteitheeft bij het COA. Hardenberg staat ergens onderaan in de prioriteitenlijst.Maar het kan nog erger. In IJsselstein ramt de gemeente doodleuk een azcvoor 100 tot 150 asielzoekers midden op het voetbalveld van een lokaleclub. Een kwart van het sportpark weggevaagd en niemand – niet de club,niet de buurt – was geïnformeerd. In Loosdrecht heeft de VVD-interim-burgemeester op persoonlijke titel zonder voorafgaande inspraak ofoverleg met omwonenden besloten om 110 jonge mannelijke asielzoekersuit Ter Apel tijdelijk in het dorp onder te brengen. Dit is geen bestuurmeer. Dit is puur verraad aan het eigen Nederlandse volk. Het is ook nietgek dat mensen boos zijn, maar geweld is natuurlijk nooit aanvaardbaar.Alsof het niet genoeg is dat we straks in iedere gemeente een azc krijgen,roept de Minister ondertussen Nederlanders ook op om asielzoekers inhuis te nemen. Hoeveel asielzoekers heeft de Minister eigenlijk zelf al inhuis genomen? En wat is de volgende stap? Gaat de Minister straks meteen noodwet, de «Wet verplaatsing bevolking», mensen dwingen omasielzoekers in huis te nemen? Gaat straks een alleenstaande bejaardeNederlandse vrouw te horen krijgen dat er twee Syrische mannen bij haarintrekken omdat het azc vol zit? Een doodenge gedachte. Kan de Ministergaranderen dat hier nooit sprake van zal zijn?Voorzitter. Het is duidelijk. Nederland gaat kapot aan dit krankzinnigebeleid. De Spreidingswet lost helemaal niets op. Die spreidt alleen maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361710 ellende, overlast en criminaliteit. Van Ter Apel tot in de kleinste dorpenworden asielzoekers doorgeduwd. De Nederlanders zijn er helemaal klaarmee. De PVV zegt daarom: sluit onze grenzen, laat geen asielzoeker meerbinnen en knikker al die illegalen ons land uit. Hoe de Minister dit doet, zalons een zorg zijn, maar regel het, zodat Nederland weer voor ons wordt.Dank u wel.De voorzitter:U hebt nog een interruptie van mevrouw Lammers.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ja. Ik vraag me toch een beetje af hoe ik nou het verhaal van mevrouwVondeling moet duiden, want deze week werd toch pijnlijk duidelijk dat dePVV helemaal niet voor strengere asielmaatregelen is en helemaal nietvoor het terugdringen van de instroom van asielzoekers in Nederland?Mevrouw Vondeling (PVV):Laat ik het even duidelijk maken hier: de PVV heeft voor de asielwettengestemd. D66, de partij die daar zit, die heeft ertegen gestemd, en samenmet het CDA tegen de Asielnoodmaatregelenwet. Wij stemmen voorstrenge regels, maar wij stemmen niet in met slappe inlegvelletjes.De voorzitter:Mevrouw Lammers, uw laatste interruptie.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Dan ben ik toch wel benieuwd hoe u dan uw eigen amendement, dat uheeft ingediend bij de uitvoeringswetten van het Migratiepact, ziet.Daarop heeft u namelijk samen met de heer Wilders een amendementingediend waarin precies de afzwakking zit die ook in de novelle zit, die uin de Eerste Kamer heeft weggestemd. Dus u heeft nog geen twee wekengeleden een amendement ingediend met de verzwakking en nu zegt u: inde Eerste Kamer stemmen we ’m weg omdat ie niet sterk genoeg is. Dusik begrijp dat niet.De voorzitter:Maar ik heb ook niets ingediend. Dat heeft mevrouw Vondeling gedaan.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ja, mevrouw Vondeling.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Vondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik herhaal dat wij voor de Asielnoodmaatregelenwet hebben gestemd,waar ook mijn amendement in was verwerkt om illegaliteit strafbaar testellen. Wij stemmen niet in met slappe inlegvelletjes. We konden nogmaar net in de Tweede Kamer instemmen met de novelle, maar deMinister is daar in het debat nog drie keer overheen gegaan met afzwak-kingen. We hebben nu een slappe Minister-President en een Minister dieoveral azc’s door wil drukken. Wij stemmen gewoon niet in met maatre-gelen waardoor er nog niet eens een ezel kan worden uitgezet.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk of er nog andere interrupties zijn. Dat is niet het geval.Verder wil ik wel graag dat u via de voorzitter spreekt, maar dat magduidelijk zijn. Dan gaan we nu naar de heer Russcher van Forum voorDemocratie. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361711 De heer Russcher (FVD):Voorzitter. De Minister gaf vorige week aan bij Nieuwsuur dat hij bereid isgemeenten te dwingen om asielzoekers op te vangen. Met de Sprei-dingswet wordt hem dat heel makkelijk gemaakt. En die dwang isconcreet. Dat hebben we al gezien in Loosdrecht. Het COA klopt op13 april aan, op 14 april werd het besluit genomen en enkele dagen laterzouden er al 110 alleenstaande mannen midden in het dorp gehuisvestworden. Zonder enig overleg met de inwoners! Daarom gaan mensen nual drie avonden op rij de straat op om te demonstreren.Heel even over de beelden van deze demonstraties. We zien ouderen,jongvolwassenen en kinderen die met opgeheven handen alsnog klappenkrijgen, op hun hoofd worden geraakt en in sommige gevallen zelfsbewusteloos op de grond worden achtergelaten. Heeft de Minister dezebeelden gezien en vindt hij dat de autoriteiten zo om moeten gaan metinwoners, die om volstrekt begrijpelijke redenen in verzet komen tegen deSpreidingswet?Het is in ieder geval duidelijk dat de Spreidingswet de spelregels heeftveranderd. Mensen staan machteloos tegenover een overheid dieasielzoekers in hun dorp plaatst. Want wat zal die Spreidingswet danprecies doen? De capaciteitsraming staat op 88.000 plekken. Dat betekentdat we komend anderhalf jaar bijna 38.000 asielzoekers in gemeentenmoeten worden geplaatst. En dat zullen er nog veel meer worden, want erkomen nog steeds 1.000 asielzoekers per week binnen. Zolang die kraanopenstaat, is eerlijker verdelen een pleister op een slagaderlijke bloeding.De Spreidingswet lost de problemen niet op, maar exporteert ze.Voorzitter. Laten we het dan hebben over wat er precies geëxporteerdwordt. Asielzoekers worden vijf keer vaker verdacht van een misdrijf danautochtone Nederlanders. In 2024 was 11% van de COA-bewonersbetrokken bij agressie of geweld en het aantal geregistreerde gevallen vanfysiek geweld is sinds 2017 verviervoudigd, van 1.400 naar 6.000 per jaar.Uit onderzoek van dr. Jan van de Beek blijkt dat Somaliërs twintig keervaker worden verdacht van een seksueel misdrijf dan autochtoneNederlanders, Afghanen elf keer en Irakezen acht keer. Dit is waar demensen in dorpen en steden mee te maken krijgen. Dit stond uiteraardniet in de brief van de Minister die hij aan de burgemeesters stuurde. Ikvraag de Minister: waarom niet? Want dit is wat de Spreidingswetverspreidt, over honderden gemeenten, van groot tot klein, geen enkeleuitzondering.Elke gemeente heeft een opgave opgelegd gekregen. Honderdenalleenstaande mannen die plotseling worden geplaatst in gemeen-schappen met een eigen karakter, cultuur en sociale samenhang. Plekkenwaar mensen elkaar nog kennen en waar het nog authentiek Nederlandsis. Onze steden zijn al niet meer authentiek Nederlands, want inAmsterdam had in 2023 minimaal 60% van de inwoners een migratieach-tergrond. In Rotterdam is dat 56%. In onze eigen steden zijn autochtoneNederlanders nu al in de minderheid. En nu wil dit kabinet met deSpreidingswet dat proces versnellen naar de laatste plekken die noggespaard zijn. Die mensen kijken naar hun dorp en zeggen: hier herken ikNederland nog, maar voor hoelang? Want de Spreidingswet zal iederegemeente in Nederland voor goed veranderen. Dit kabinet noemt datsolidariteit. Forum voor Democratie noemt het wat het is: het onher-kenbaar en onveilig maken van Nederland, tegen de wil van zijn bevolkingin.Voorzitter. Deze wet moet van tafel, vandaag nog! De instroom moetstoppen en de plekken in Nederland die nu nog herkenbaar zijn, moetendat blijven, voor ons en voor de generaties na ons.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361712 Dank u wel voor uw inbreng. Dan is nu het woord aan mevrouw Van derPlas. Zij spreekt namens de BBB. Gaat uw gang.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. De asielwetten waar Nederland zo naar snakte, zijnafgelopen dinsdag in de Eerste Kamer gesneuveld. En nog voordat hetstof is neergedaald, heeft het kabinet gisteren alweer nieuwe wetsvoor-stellen aangekondigd. Dat is mooi, zou je in eerste instantie denken, maarals ik er wat langer over nadenkt, vind ik het eigenlijk helemaal niet zomooi. Het roept bij mij echt wel vragen op. Als je nu al nieuwe wettenklaar hebt liggen, hoe serieus was dan de inzet van de Minister en deMinister-President om de eerdere voorstellen door de Eerste Kamer tekrijgen? Was dat een oprechte poging om beleid te veranderen of was hetvanaf het begin al een tussenstap, waarbij achter de schermen al werdgewerkt aan een volgend pakket met lichtere maatregelen? Een pakketdus dat D66 wel zou kunnen steunen. Daarom vraag ik de Ministerwanneer is besloten om deze nieuwe wetsvoorstellen voor te bereiden enin welke ministerraad dit is besproken en vastgesteld. En was dit besluit algenomen terwijl de vorige wetsvoorstellen nog in de Eerste Kamer lagen?Voorzitter. De Spreidingswet. Er bestaat een oud juridisch principe datluidt: lex dura, sed lex. De wet is hard, maar het is de wet. Dat klinkt heelkrachtig, bijna stoer, maar het is precies waar het de afgelopen jaren keerop keer is misgegaan in Nederland. Als de overheid zich verschuilt achterwetten, zonder oog te hebben voor de werkelijkheid van mensen, dan raakje het vertrouwen kwijt. Dat hebben we bijvoorbeeld gezien bij detoeslagenaffaire. «Het is de wet» werd gezegd en ondertussen werdenduizenden gezinnen kapotgemaakt.Voorzitter. Wetten zijn geen doel op zich. Ze moeten werken voor mensen.Ze moeten aansluiten bij wat draagbaar en uitvoerbaar is in de samen-leving. Maar wat zien we nu? Gemeenten die aangeven dat het gewoonniet meer gaat. Inwoners die zich niet gehoord voelen. Dorpen waar hetdraagvlak simpelweg ontbreekt. En wat zegt de Minister dan? «De wet isde wet.» Maar juist na de recente gemeenteraadsverkiezingen, waarinpartijen die zich uitspreken tegen deze aanpak, duidelijk hebbengewonnen, zou je verwachten dat er reflectie komt, dat er wordt geluisterden dat er wordt bijgestuurd. Maar in plaats daarvan wordt er doorgezet enkrijgen gemeenten te maken met dwang.Voorzitter. Daarom de volgende vragen aan de Minister. Hoe kan deMinister na alles wat we hebben geleerd van eerdere crises, na allesignalen uit de samenleving en na deze verkiezingsuitslag nog steedsvolhouden dat het simpelweg uitvoeren van de wet belangrijker is dandraagvlak, vertrouwen en uitvoerbaarheid in gemeenten?Voorzitter. Met het aannemen van de dwangwet twee jaar geleden is watBBB betreft een fundamentele denkfout gemaakt. Er werd gedaan alsofhet een kwestie van capaciteit was en dat we wel even konden opschalen,maar dat is niet de kern van het asielprobleem. De kern van het probleemis de torenhoge instroom. Zolang die structureel hoog blijft, is het dweilenmet de kraan open.Ter voorbereiding op dit commissiedebat heb ik de Handelingen nog eventeruggelezen van toen we in 2023 in de Tweede Kamer de dwangwetbehandelden. In die Handelingen las ik allereerst terug dat de huidigeMinister, toen nog Kamerlid, zijn maidenspeech hield. Maar in deHandelingen las ik ook terug dat de huidige Minister, toen dus nogKamerlid namens het CDA, voor de dwangwet zou gaan stemmen. Maartegelijkertijd wilde hij ook wat doen aan het beperken van de instroom. Ende Minister pleitte toen, toen hij Kamerlid was, voor een viertal maatre-gelen. Ik vraag de Minister of hij zich nog herinnert wat die maatregelenwaren en of hij kan aangeven hoe het staat met die maatregelen. Zijn dezein de tussentijd opgepakt? En als dat niet het geval is, wil hij dat dan alsMinister alsnog gaan doen? En zo niet, waarom dan niet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361713 Tot slot, voorzitter, heb ik nog drie vragen voor de Minister. Ik zal dat kortdoen. Kan de Minister per gemeente een volledig en actueel overzichtgeven van de uitvoering van de Spreidingswet? Wie voldoet, wie niet enwaarom niet? De invoeringstoets ontbreekt. Die hadden we in februari almoeten ontvangen. Kan de Minister deze alsnog toesturen? En vooruit-lopend op de uitvoeringstoets: zitten er onderdelen in de wet die naar demening van de Minister moeten worden aangepast?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dank u wel voor uw inbreng. Er zijn geen interrupties. Dan gaik naar mevrouw Straatman. Zij spreekt namens het CDA.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. In een humaan land zorgen we op een fatsoenlijkemanier voor mensen die recht hebben op opvang. Als mensen in het grasmoeten slapen, hebben we als beschaafd land iets verkeerd gedaan. Danhebben we met elkaar dus de verantwoordelijkheid om het beter te doen.Maar die verantwoordelijkheid kent twee kanten: solidariteit in opvang énhet omlaagbrengen van de instroom. Want zolang de instroom te hoogblijft, blijven we achter de feiten aan lopen en blijft de druk op de opvangen het draagvlak te groot.De Spreidingswet is een noodzakelijk instrument om niet alleen oversolidariteit te spreken, maar om het ook gewoon te doen, zodat wetoewerken naar stabiele en bij voorkeur kleinschalige opvang. Datvoorkomt voortdurende overplaatsingen, helpt de integratie en versterktde band met de lokale gemeenschap.Voorzitter. De opgave is groot, met een tekort van 38.000 duurzameopvangplekken en een dreigend acuut tekort van 4.500 plekken. Daarommijn vraag aan de Minister: hoeveel gemeenten voldoen op dit momentniet aan hun opgave uit de eerste cyclus? Wat gaat de Minister daaraandoen? Met andere woorden, wat is het vervolg op de brief?Voorzitter. Nu zijn de provincies aan zet. Maar ook na de deelbesluiten zijnwe er nog niet, want bezwaarprocedures, vergunningtrajecten en de somsbeperkte operationele slagkracht van het COA vertragen de uitvoering enmaken dat welwillende gemeenten soms wel willen, maar helemaal nietverder komen. Hoe gaat de Minister met deze externe knelpunten om?Ziet de Minister bijvoorbeeld mogelijkheden om bezwaarprocedures tevereenvoudigen, zoals we ook doen bij woningbouwprojecten? Die acutetekorten maken de verleiding groot om terug te vallen op noodopvang,maar noodopvang is niet alleen minder humaan, het is ook nog eens veelduurder. Biedt dat niet ook kansen om gemeenten financieel te stimulerenom voor reguliere opvang te gaan?Voorzitter. Laten we ook het zicht op de lange termijn niet verliezen. Neemde gemeentelijke opvangplekken voor Oekraïners: wat als het einde vande oorlog in Oekraïne op enig moment in beeld komt? Hoe zorgen we dandat vrijgekomen locaties goed worden ingezet? Ligt er daarvoor al eenplan?Voorzitter. We mogen niet vergeten dat veel gemeenten de afgelopenperiode hun verantwoordelijkheid al hebben genomen en hun taakstellingnetjes nakomen. Wij zijn hun daarvoor zeer erkentelijk, maar het kan nietzo zijn dat juist deze gemeenten de dupe worden van tekorten elders ende gevolgen ondervinden van het niet nakomen van bestuurlijkeafspraken. En dat geldt dus ook voor het COA. Broze solidariteit moetenwe niet te veel op de proef stellen. In dat kader verbaast het ook dat deMinister in zijn brief aan gemeenten schrijft dat als aanvullende maatregelook boven bestuursovereenkomsten asielzoekers kunnen wordengeplaatst. Wat bedoelt hij hiermee en kan hij bevestigen dat gemeentendie aan hun taakstelling voldoen, hier niet mee te maken krijgen? Dat zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361714 ook het lokale draagvlak onder druk zetten, terwijl juist andere gemeentennu aan zet zijn.Voorzitter. Ik sprak zojuist over lokaal draagvlak voor azc’s. En in alleeerlijkheid maak ik me daarover zorgen. De manier waarop wij alslandelijke politici ook vandaag weer over asielzoekers spreken, is daarvoorheel bepalend. En laat duidelijk zijn dat ook het CDA vindt dat de instroomnaar beneden moet en dat we grip moeten krijgen op migratie. Maarachter die opgave mogen wij nooit de mens achter de asielzoeker uit hetoog verliezen. Dat betekent wel dat we elkaar moeten tegenkomen. Daarinkunnen we een voorbeeld nemen aan de asielopvang in Oss. Daar doen zehet anders: geen afgesloten en afgelegen opvanglocaties, maar een azcals buurthuis, gemengd met Oekraïners en in verbinding met de lokalegemeenschap. Dat is opvang die niet alleen komt halen, maar ook komtbrengen door kansen te bieden aan omwonenden. We zien dat daar datincidenten beperkt blijven, kosten lager zijn en het draagvlak juist groeit.Ziet de Minister mogelijkheden om maatwerkopvang door gemeenten,zoals bijvoorbeeld in Oss, breder onder de aandacht te brengen?Tot slot, voorzitter. Juist deze positieve voorbeelden moeten we blijvenvertellen en ook durven te vertellen. Daarom deze slotvraag aan deMinister: welke mogelijkheden ziet hij om samen met COA en gemeentenin te zetten op een positieve campagne om draagvlak voor asielopvang teversterken?Mevrouw Van der Plas (BBB):Mevrouw Straatman zegt: we mogen de mens achter de asielzoeker nietvergeten. Maar ik denk dat de meeste mensen in Nederland echt welcompassie hebben met mensen die vluchten voor oorlog en die tijdelijkeen veilige regio zoeken. Want daar is asielopvang altijd op gericht, hè.Zolang er oorlog is, is er opvang, maar als het veilig is, moeten mensengewoon weer terug. De meeste mensen vinden dat helemaal niet en diedenken helemaal niet per se slecht over asielzoekers.Waar mensen zich zorgen over maken, is de overlast en dan met nameoverlast door alleenstaande jongemannen die hier geen enkele kansmaken op een verblijfsvergunning. Ze maken zich druk over de druk op dezorg. Er is een zorgtekort. Er is een lerarentekort. Er is een huisartsen-tekort. Er is een tekort aan woningen. Dat is waarom mensen zichverzetten tegen een azc, maar bijvoorbeeld ook tegen de hoge instroom.De voorzitter:En uw vraag is?Mevrouw Van der Plas (BBB):Sorry, voorzitter. Mijn vraag is: ziet het CDA dat wel?Mevrouw Straatman (CDA):Dank voor deze interruptie, want ik ben het eigenlijk helemaal metmevrouw Van der Plas eens. De instroom is veel te hoog en daar moetenwe iets aan doen. Dat men daar zorgen over heeft, begrijp ik, want diedeel ik. Daarom ben ik ook heel blij dat hier een Minister zit die na dinsdagniet gaat zitten treuren, maar meteen zegt: wij komen met nieuweasielwetten om het te herstellen. Dat is wat er denk ik moet gebeuren.Als mevrouw Van der Plas zegt dat er een aantal tussen zitten die zichmisdragen, dan ben ik dat met haar eens. Die moeten we heel hardaanpakken. Ik ben dat helemaal met mevrouw Van der Plas eens, want diezorgen ervoor dat er te weinig draagvlak is. Maar waar ik wel moeite meeheb, en ik hoor dat ook nu weer een aantal keer terugkomen, is dat ergedaan wordt alsof alle asielzoekers criminelen zijn. Alle mensen wordenover één kam geschoren. Mevrouw Van der Plas is ook in een hoop azc’sgeweest en zij weet net zo goed als ik dat dit mensen zijn die uit erbarme-lijke omstandigheden komen en gevlucht zijn voor oorlog en geweld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361715 Mevrouw Van der Plas zegt dat overigens niet, maar dat moeten we dusook zeggen. De grote groep zit hier uit noodzaak, omdat ze gevlucht zijn.We moeten op een fatsoenlijke manier voor deze mensen zorgen en ikgeloof inderdaad ook dat heel veel Nederlanders dat ook vinden.De voorzitter:Dat leidt niet tot een vervolginterruptie en dat betekent dat de heerDiederik van Dijk namens de SGP aan zijn inbreng mag beginnen. Gaatuw gang.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. De voordeur bleef wagenwijd openstaan, terwijl erbinnen geen plekken meer over zijn. Dat is de samenvatting van twee jaarSpreidingswet. De SGP wees de controversiële wet af, omdat we geengedwongen spreiding over gemeenten wilden terwijl niets aan devoordeur zou worden gedaan. Sommige partijen stemden uiteindelijk tochin met de gedachte: er volgen nog maatregelen om de instroom tebeperken. Maar afgelopen dinsdag hebben we opnieuw gezien dat dewens voor aanscherping van het asielbeleid wel met de lippen wordtbeleden, maar in de praktijk niet wordt waargemaakt. Eindelijk lag er eenkans om mooie woorden over grip op migratie om te zetten in concretedaden, maar opnieuw werden de vele Nederlanders die zich hieroverzorgen maken, teleurgesteld. Ronduit beschamend!Ook de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen laten zien dat veelinwoners kritisch zijn over meer azc’s in hun wijk of straat. De SGP vindtdaarom dat we in moeten zetten op wetten die de instroom daadwerkelijkgaan beperken. Ik roep het kabinet op: kom na snelle invoering van hetMigratiepact en het tweestatusstelsel met een spoedpakket met aanvul-lende nationale maatregelen, zodat we niet langer aantrekkelijker zijn dande landen om ons heen. Zet in op migratiepartnerschappen en asielaan-vragen buiten de EU om te voorkomen dat mensen massaal de onfortuin-lijke oversteek wagen. Maak werk van veel steviger terugkeerbeleid metterugkeerhubs buiten de EU. En uitgeprocedeerde asielzoekers moetenook echt terug naar het land van herkomst, want ze mogen niet blijvenronddolen. En schaf die dwangsommen snel af! Geen enkel ander landkent zo’n lucratieve vergoeding voor asielzoekers, terwijl de IND eronderbezwijkt. Daarom heb ik recent met JA21 opnieuw een amendementingediend om definitief afscheid te nemen van de asieldwangsommen.Voorzitter. In het coalitieakkoord staat een vrij vage zin over de Sprei-dingwet: «Wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken vanhet COA zijn, wordt inzet van de Spreidingswet overbodig.» Gaat het hierom een feitelijke constatering of een brandende ambitie van deze coalitie?Betekent dit dat deze Minister inzet op voldoende vaste COA-plekken endat dan de wet verdwijnt? En zo ja, hoe gaat hij er dan met gezwindespoed voor zorgen dat die plekken gerealiseerd gaan worden? Hoe eerderdie Spreidingswet verdwijnt, hoe liever. En wat de SGP betreft passen wein ieder geval geen enkele dwang richting gemeenten toe.Voorzitter. Iedere dag worden gemeenten op een laat moment overvallenmet een telefoontje vanuit het COA: «Er komt nu een bus asielzoekers uwkant op. Veel succes met de opvang.» Bij sommige gemeenten komt hetCOA de gemaakte afspraken over beëindiging niet na. Het is begrijpelijkdat deze mensen ergens onder moeten worden gebracht, maar dit isnatuurlijk een zéér onwenselijke situatie. Ik vraag ook om een reactie opde brief van de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht die na eenernstige mishandeling en poging tot verkrachting door een veiligelandergeen asielzoekers uit een veilig herkomstland meer willen opvangen enpleiten voor een aparte aanpak van deze groep. Graag een reactie daarop.Tot slot nog een aantal vragen over de uitvoering van de Spreidingswet.Kleinschalige opvang levert meer draagvlak en draagkracht op, maar ingesprekken met gemeenten horen wij nog steeds dat vooral wordt ingezetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361716 op grote locaties. Wil de Minister in gesprek met het COA bezien hoe demogelijkheden voor kleinschalige opvang in deze cyclus kunnen wordenverruimd. Mijn tweede vraag komt voort uit een voorstel van de VNG. Zietde Minister ook kansen voor ruimere mogelijkheden voor gemeenten omzelf de exploitatie en de regie te voeren over opvanglocaties en daarbijondersteuning van het COA in te huren? Zoals gezegd is dit recentvoorgesteld door het VNG.Voorzitter. Ondanks een aangenomen SGP-motie om de verslagen van deregietafels actief openbaar te maken, bleek eerder dat de helft van deprovinciale regietafels dat nog niet doet. Wordt ervoor gezorgd dat iedereregietafel voortaan openheid geeft?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Van Asten. Hijspreekt namens D66.De heer Van Asten (D66):Dank, voorzitter. Met het Migratiepact hebben we in de Tweede Kamer deduidelijke keuze gemaakt om de asielketen weer te laten werken en deinstroom onder controle te brengen. We gaan dat doen met snelleprocedures en sterkere Europese samenwerking én kansen voor mensendie vluchten voor oorlog en geweld om hier zo snel mogelijk aan de slagte gaan met werk en onderwijs. Het is goed dat de eerste stappen hiervoorzijn gezet.Voorzitter. Een goed functionerende asielketen begint bij zekerheid enduidelijkheid. Daarvoor moeten we ook naar de gemeenten luisteren dieaangeven de Spreidingswet nodig te hebben. Die begint bij voldoendeopvangplekken, zodat procedures snel kunnen starten en mensenduidelijkheid krijgen, ook wanneer zij geen recht hebben op verblijf. DeSpreidingswet is daar op dit moment nog hard voor nodig, niet als doelop zich, maar als middel om grip te krijgen op de opvang, verantwoorde-lijkheid te delen en vooruitgang te boeken. We zien gemeenten dieverantwoordelijkheid ook pakken, gemeenten die niet afwachten, maaractief bijdragen. Ook na de oproep van deze Minister voor extranoodplekken zijn veel gemeenten bereid om die handschoen op tepakken.Voorzitter. Ik zie echter gemeenten die nog niet willen bijdragen. Als weeen goed asielsysteem willen, betekent dat voldoende opvang, waarbij weniet steeds leunen op dezelfde schouders, maar samen de verantwoorde-lijkheid dragen. Ik wil dan ook graag van deze Minister horen dat hetvolgende belletje eerst naar de gemeenten gaat die tot nu toe weinighebben bijgedragen, zodat we niet alleen spreken over eerlijkheid, maardie ook echt waarmaken. Dat is ook een bericht dat mij heeft bereikt viavele wethouders in het land die wel een opvang hebben en die om zichheen kijken: waarom wij wel en de andere gemeentes niet?De heer Ceulemans (JA21):De heer Van Asten spreekt op een heel verwijtende toon over gemeentendie geen asielopvang willen bieden: het gaat over gemeenten die het nietwillen en die niks bijdragen. Vroeger stond D66, Democraten 66, bekendals een partij die ook belangrijk vindt wat de bevolking wil en dat je daarrekening mee moet houden, en van bestuurlijke vernieuwing et cetera. Isde heer Van Asten er ook nog maar enigszins in geïnteresseerd of erdraagvlak is in een gemeente voor asielopvang, of maakt hem dat echthelemaal niks meer uit?De heer Van Asten (D66):Op dit moment hebben we te maken met een grote groep mensen die hieropvang nodig heeft. We hebben gezien dat daar de afgelopen jaren nietsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361717 aan is gedaan. Onder het vorige kabinet, met Minister Faber aan het roer,was er geen contact meer met de gemeentes. Er was dus geen enkeleopzet meer om het goed te doen samen met de gemeentes, maar wel omde boel daar doelbewust in het honderd te laten lopen. Dat betekent datdie crisis nu alleen nog maar verdiept is. Dat betekent ook dat denoodzaak voor opvang daardoor alleen nog maar groter is geworden. Datwillen we hier nu weer omdraaien. Dat moeten we op een eerlijke manierdoen, waarbij iedereen zijn deel pakt. Je kan niet van de helft van het landvragen om met een noodopvang te komen, terwijl de andere helft buitenschot blijft. Je zal het eerlijk moeten delen. Dan blijft die last ook goed tedragen.De voorzitter:De heer Ceulemans zegt dat hij te weinig interrupties heeft. U heeft er nogtwee over, hè. Dat weet u.De heer Ceulemans (JA21):Ja, maar die heb ik nog nodig.De voorzitter:Die heeft u nog nodig? Kijk, dat is een andere zaak dan te weinig.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil graag doorgaan op het gegeven antwoord. Dat we een enormeuitdaging hebben qua opvang en dat sommige mensen ook het woord«crisis» in de mond nemen, kan ik me goed voorstellen. Toch vraagt datook van D66 om wat breder te kijken naar het plaatje van wat er nugebeurt, ook met die hele negatieve dynamiek rond de Spreidingswet. Isde heer Van Asten niet bang dat dit de lokale democratie en ook onzeverhoudingen met de lokale overheden langdurig en asieloverstijgendstukmaakt?De heer Van Asten (D66):Dank voor deze interruptie. Ik was natuurlijk wethouder in deze stad, DenHaag, en ook daar hebben wij te maken gehad met een behoefte aannoodopvang. Daar hebben we als Den Haag de telefoon voor opgenomen.U kent wellicht de casus in Kijkduin nog wel, waar mensen werdenopgevangen. Daar werd ook een heleboel misbaar om gemaakt. Ik hebmensen gesproken die oprecht zorgen hadden over hoe hun omgevingeruit zou zien en wie ze tegen zouden komen als zij daar ’s avonds hunhondje zouden uitlaten. Ik vind dat zeer terechte vragen. Ik vind dat jeiedereen in Nederland die daar zijn vinger voor opsteekt, van «hé,gemeente, dit gaat wel heel snel; ik heb hier zorgen over», zo goed alsmogelijk moet meenemen. Wat ik daar ook heb gezien, is dat daar heelveel mensen omheen hingen die totaal niet uit Den Haag kwamen en diedaar bewust de boel op scherp aan het zetten waren om dit debat noggiftiger te maken. Dat vind ik ook kwalijk. Ik weet hoe lastig het is om tegaan met een verzoek om als gemeente je deel te pakken. Ik weet hoemoeilijk dat is. Daarom heb ik ook veel respect voor alle bestuurders in ditland die dit nog wel blijven dragen, die moeilijke gesprekken hebben methun inwoners. Maar ik vraag ook van iedereen: we zullen mensen tijdelijkmoeten opvangen, dus doe daarin mee.De voorzitter:Ik kijk even of er nog interrupties zijn. Dat is niet het geval. O, sorry,mevrouw Van der Plas heeft toch nog een interruptie. Gaat uw gang.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik zat nog even terug te denken aan deze week en de bizarre stunt van D66in de Eerste Kamer. Nou had de heer Van Asten het daarstraks met deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361718 heer Ceulemans over het Europees Migratiepact, maar dat moet natuurlijknog wel door de Eerste Kamer. Ik ben dan wel even benieuwd wat D66daarmee gaat doen. Heeft u daar al zicht op?De heer Van Asten (D66):Allereerst verwerp ik natuurlijk dat u dat een stunt van D66 noemt. Ik denkdat we hier de brokkenpiloten van de PVV aan het werk hebben gezien,die op het laatste moment daarin draaiden door tegen hun eigen wettente stemmen. Voor D66 is het altijd duidelijk geweest dat wij tegen dezewet waren, omdat die de strafbaarstelling van illegaliteit met zichmeedroeg. Sterker nog, dat hebben we dusdanig duidelijk gemaakt dat ditook in het coalitieakkoord staat. Tegen iedereen die daar verbaasd over is,zeg ik dat zij die stukken eventjes moeten teruglezen en moeten wetenwaarom wij dat hebben gedaan. Nu ligt er een Europees Migratiepactvoor, de negen verordeningen en de richtlijn die wij hebben geïmplemen-teerd daarin. Daar is geen illegaliteit in opgenomen. Daar staan gewoongoede, stevige maatregelen in. Ik heb ook al het vertrouwen erin dat deEerste Kamerfractie – die gaat er echter zelf over – daarin mee zalstemmen.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas eerst.Mevrouw Van der Plas (BBB):Nou ja, ik vertrouw het allemaal zover als ik mezelf kan gooien, en dat isniet heel erg ver. Maar kijk, D66 heeft in de Eerste Kamer ook gewoontegen de novelle gestemd, die eigenlijk het kopje soepje eruit haalde, enheeft vervolgens tegen de Asielnoodmaatregelenwet gestemd. Voor mijvoelt het wel alsof het een verschrikkelijke stunt is geweest, waardoorNederland met de gebakken peren zit. Maar daar gaat mijn vraag nietover. Ik zal de vraag kort stellen.De voorzitter:Graag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Het is eigenlijk dezelfde vraag als aan mevrouw Straatman. Het draagvlakis er gewoon niet in Nederland, binnen gemeentes niet, onder lokalebewoners niet. Hoe gaat D66 om met die roep van die mensen?De heer Van Asten (D66):Nogmaals, toch nog even op het eerste ingaand. Ik zal dat zo snelmogelijk doen, voorzitter. Het is natuurlijk van de zotte. Wij zijn tegen destrafbaarstelling illegaliteit. Daar staan wij niet alleen in. Dat is ookbijvoorbeeld de mening van de politie, die ook zoiets heeft van: doe onsdit niet aan, want als mensen vervolgens van de radar verdwijnen, wordtNederland daar alleen gevaarlijker door. Minimaal één senator van deBBB was het daarmee eens, want die heeft daar ook tegen gestemd, duser zit daar ook nog de goede denkkracht bij. Maar dan als het gaat om hetverhaal van het draagvlak in het land. Wij zien dat er in heel veelgemeentes, die op rustige basis konden toewerken naar een eigen azc,heel veel draagvlak is. Neem een gemeente als Wageningen, die meervluchtelingen opvangt dan zij volgens zo’n provinciale regietafel zoumoeten doen. Daar is veel draagvlak in die gemeentes, omdat het rustigkan. Dat is ook mijn pleidooi. Zorg dat je goed kijkt naar de toekomst, zorgdat je met vaste locaties gaat werken. Dan hoeven we niet met noodmaat-regelen te komen. Daarvoor is stabiel beleid nodig. Dat vertrouw ik dezeregering, deze Minister meer toe dan er in de afgelopen twee jaar op demat is gelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361719 Mevrouw Vondeling (PVV):Even een punt van orde. De heer Van Asten van D66 zit hier gewoonleugens te verkondigen. De PVV heeft níét tegen de eigen asielwettengestemd. Wij hebben vóór de wet gestemd. Het is D66 dat tegen destrenge asielwetten heeft gestemd.De voorzitter:Waarvan akte, op het punt van orde. De heer Ceder voor een interruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik probeer het weer even te schuiven naar het punt dat ook vandaag metde Minister besproken moet worden: de Spreidingswet. D66 heeft hetover draagvlak. Ik heb net in mijn betoog als eerste aangegeven dat ik mezorgen maak over het afkalvende draagvlak. Dat zit ’m voor een deel in debetrouwbaarheid van de overheid: is afspraak afspraak? Ik denk dat wijbeiden het slagen van deze wet om meerdere redenen gunstig zoudenvinden, maar daarvoor is wel betrouwbaarheid van alle kanten nodig.Mijn vraag is of D66 in ieder geval kan erkennen dat het vertrouwen eenknauw heeft opgelopen en dat wij dus wel extra hard moeten gaan lopen,ook als overheid, maar ook een COA en alle betrokkenen, om ervoor tezorgen dat de gemeenten in die relatie willen stappen.De heer Van Asten (D66):Ja, een terecht punt. Dat heb ik net ook proberen duidelijk te maken op deinterruptie van de heer Van Dijk. Om een goede relatie te houden met degemeentebesturen, maar natuurlijk ook met alle inwoners erbij, moet jeduidelijk en voorspelbaar zijn, moet je eigenlijk een heel saai beleid willenuitrollen. We weten dat we veel vluchtelingen opvangen. We hopen dathet er minder worden met het nieuwe Migratiepact, maar we zullen daarvoorlopig nog wel voor aan de lat staan. Laten we dat op een goedemanier doen, op een manier met vaste locaties, met duidelijke afspraken.Dan hoeven we niet op het laatste moment nog rond te gaan bellen enmensen in bussen midden in de nacht op weg te sturen om nog ergens ineen sporthal op een veldbedje te kunnen liggen. Ik denk dat dit hetdraagvlak zeker ten goede zal komen.De heer Ceder (ChristenUnie):Fijn dat D66 daar zo in staat. Een van de punten die daaraan kanbijdragen, is het punt van kleinschaligheid. Ik heb in meerdere debatten,ook met de voorganger van deze Minister, het debat gevoerd over devraag of gemeenten ook zelf mogen invullen hoe ze aan die opgavevoldoen, bijvoorbeeld door echt kleinschalig de voorzieningen in terichten. Ik heb van meerdere bestuurders teruggekregen dat er een soortminimumgrens lijkt te zijn in de onderhandelingen met het COA. Wanneerje bijvoorbeeld een locatie voor twintig man wil aanbieden, kan dit nietomdat dit te duur zou zijn of omdat je daar te veel mensen voor zoumoeten inzetten. Maar ook dat maakt dat gemeenten op een gegevenmoment ...De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Ceder (ChristenUnie):... zeggen: ja, maar wij willen geen grote voorziening op één plek, wijwillen het veel liever splitsen. Mijn vraag is of D66 bereid is om, als dateen knelpunt is, misschien veel meer mee te gaan denken met diegemeenten over hoe je dat wel kan oplossen, ook als het misschien ietsduurder is dan grotere locaties.De heer Van Asten (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361720 D66 is groot voorstander van kleine locaties, maar ik denk dat iedereen dievoor een goede opvang staat, die graag zou willen. Ik zie tegelijkertijd debeperkingen in zo’n systeem van de beschikbaarheid van het aantalmensen dat we daarvoor nodig hebben, de kosten die daarmee gepaardgaan. Ik zou het overigens wel interessant vinden om te zien of we allekosten die we nu maken voor het inhuren van hotels, cruiseboten etcetera zouden kunnen wegstrepen tegen die voor meer kleinschaligelocaties, als dat mogelijk is. Mijn zegen heeft u daarbij, en mijn steun ook.U stelde de vraag aan de Minister. Ik ben benieuwd hoe hij daar dadelijkop ingaat.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Van Asten (D66):Na zo veel interrupties is het altijd even zoeken, maar volgens mij heb ik’m weer. De duidelijkheid, waar ik het al over had, die de overheid moetbieden, werkt verder door. Stabiele opvang zorgt ervoor dat mensen nietstilstaan maar vooruit kunnen, dat kinderen naar school kunnen en eenvaste plek hebben, dat mensen aan het werk moeten, de taal moeten lerenen kunnen inburgeren. We zien veel mensen die willen bijdragen, diemoeten bijdragen. Die inzet is hard nodig. Denk ook bijvoorbeeld aanextra handjes die we kunnen gebruiken voor woningbouw of in de zorg.Juist daarom willen we af van de huidige situatie, waarin mensen steedsopnieuw worden verplaatst van locatie naar locatie. Dat heeft niet alleengevolgen voor mensen, maar ook voor ondernemers en organisaties dienet hebben geïnvesteerd in die handjes en die vervolgens die personenweer zien vertrekken.Voorzitter. Als we willen dat mensen meedoen, moeten we ook een aantalvoorwaarden daarvoor creëren: zekerheid, stabiliteit en duidelijkheid. Destabiele opvang biedt kansen. Het is tijd om die kansen te benutten. Welkeconcrete stappen, zo vraag ik aan de Minister, kunnen worden gezet, omuiteindelijk het aantal overplaatsingen terug te dringen. Ik ben ook nogbenieuwd naar de Meedoenbalies op de locaties: hoeveel kunnen we ernu daadwerkelijk starten?Ik begrijp dat de Minister door de chaos van de afgelopen jaren nu volmoet inzetten op noodopvang, maar voor rust en stabiliteit in de keten ishet van belang dat we toewerken naar vaste locaties, waar personenlanger kunnen worden opgevangen. Kan de Minister aangeven hoe hetstaat met de zoektocht naar deze structurele opvangplekken?Tot slot. De Spreidingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om bijopvanglocaties samen te werken met derde partijen. Dat geeft gemeentenveel ruimte, maar de kwaliteit en de randvoorwaarden moeten wel oporde zijn. Kan de Minister aangeven hoe op de kwaliteit van deze locatieswordt toegezien? Hoe staat het met het kwaliteitskader dat ontwikkeld zouworden volgens de memorie van de Spreidingswet om deze kwaliteits-eisen op elke locatie te garanderen?Dank.De voorzitter:Ik ga allereerst naar de heer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet heeft er ook toe geleiddat de afschaffing van de dwangsommen niet is doorgegaan. Dat is eenpunt waarover D66 altijd sceptisch was. Maar tot mijn verrassing zag ikvan de week de reactie van de heer Paternotte, die wel degelijk welwillendtegenover de afschaffing van de dwangsommen leek te staan. Mijn heleconcrete vraag: betekent dit dat D66 het betreffende amendement dat ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361721 eerder noemde, zou kunnen steunen om te komen tot de afschaffing vandie dwangsommen?De heer Van Asten (D66):Ik ken de precieze tekst van dat amendement niet, maar laat ik eropingaan. Wij staan zeer positief tegenover het afschaffen daarvan, maar wemoeten wel weten waarom die dwangsommen worden toegekend. Dat isnatuurlijk omdat de termijnen waarop besloten wordt, volledigoverschreden worden. Dus het lijkt me wel een goed plan dat we, op hetmoment dat we die dwangsommen dadelijk tegengaan, ook wel wat gaandoen om ervoor te zorgen dat we niet meer uit die termijnen lopen. HetMigratiepact zou daarvoor moeten zorgen. Daarover hebben we deduidelijke afspraken staan dat vanaf 12 juni die termijnen heel kortworden. Wellicht faseert het probleem zichzelf snel uit, maar het bedragdat daarmee gemoeid is, staat niet in verhouding tot wat we eigenlijkzouden moeten doen.De heer Diederik van Dijk (SGP):Genoteerd. Dat gaat goed komen, proef ik. Dan mijn laatste interruptie.D66 staat open voor aanvullende maatregelen na het verwerpen van deAsielnoodmaatregelenwet. De heer Van Asten gaf aan dat strafbaar-stelling van illegaliteit en alles daaromheen heel ingewikkeld is. Maar hetachterliggende punt is: kan het wel op instemming van ook D66 rekenenom die specifieke categorie van uitgeprocedeerde asielzoekers, die dusbewust niet meewerken aan hun terugkeer, wél strafbaar te kunnenstellen?De heer Van Asten (D66):Ik heb de Minister bij de behandeling van de wet in de Eerste Kamer veelhoren spreken over de terugkeerfrusteerders – een prachtig woord vooreen niet zo prachtig fenomeen. Ik denk dat we daar inderdaad hele strakkemaatregelen op moeten nemen, dat we daar kunnen zeggen: die moetenwe zo snel mogelijk wél aan kunnen pakken. Of het vervolgens opschietom die eerst in de cel te zetten? Volgens mij wilden we die graag zo snelmogelijk het land uit hebben. Elke regeling moet er dus aan getoetstworden of die daaraan bijdraagt.De heer Ceulemans (JA21):We hebben het hier uiteindelijk gewoon over een instroomprobleem, hè?De reden dat gemeenten nu gedwongen worden tot asielopvang, is datdie instroom permanent te hoog is. Afgelopen dinsdag lag er in de EersteKamer de eerste mogelijkheid om iets te doen aan die instroom. Laatduidelijk zijn: wij zijn teleurgesteld in alle partijen die ervoor gezorgdhebben dat deze wetten er niet gekomen zijn. Maar de heer Van Astenglibbert er wel een beetje onder vandaan wanneer hij zegt: ja, maar datkan geen verrassing zijn, want het was van het begin af aan duidelijk datwij tegen waren. Uit een appconversatie tussen de heer Dittrich en eenjournalist bleek namelijk dat D66 in de Eerste Kamer tot op het allerlaatstemoment van plan was om vóór de novelle te stemmen, waardoor deAsielnoodmaatregelenwet het gehaald had. Dus D66 heeft ook een draaigemaakt en er was dus helemaal geen sprake van een principieel bezwaartegen die novelle. Kan de heer Van Asten zich voorstellen dat dit overkomtalsof D66 niet door principes gedreven, maar puur opportunistisch die wetheeft getorpedeerd en tegen die novelle heeft gestemd, en dan ook nogeens tegen de wil van zijn eigen premier in?De heer Van Asten (D66):De «eigen premier» is natuurlijk altijd een leuk iets. Een premier is er vooralle partijen, voor heel Nederland. Die heeft een belang bij het uitvoerenvan het coalitieakkoord. Wij hebben daar als partij onze handtekeningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361722 onder gezet. In het coalitieakkoord staat heel duidelijk de zin, die ikgewoon nog een keer zal herhalen: D66 zal niet instemmen met hetstrafbaar stellen van illegaliteit. Wij werken dus ook niet mee aan hetstrafbaar stellen van illegaliteit. Ik denk dat dit bovenaan staat. Het is eenbehoorlijk principieel punt dat wij niet vinden dat mensen die illegaal hierin Nederland verblijven, dus zonder papieren, de cel in zouden moetenworden gegooid. Daarom is er tegengestemd in de Tweede Kamer enuiteindelijk ook in de Eerste Kamer.Mevrouw Vondeling (PVV):De vraag is eigenlijk wat D66 dan wel wil doen om al die uitgeproce-deerde afgewezen asielzoekers ons land uit te krijgen. U wilt ze allereerstniet strafbaar stellen, maar als er dan een Europees voorstel in hetEuropees Parlement ligt om het mogelijk te maken om ze bijvoorbeeldnaar terugkeerhubs te sturen, steunt D66 die voorstellen ook niet. Wat wilD66 dan concreet doen om al die illegalen ons land uit te krijgen?De heer Van Asten (D66):Volgens mij hebben we een heel stevig pakket aangenomen met hetMigratiepact van de EU. Daar horen nog enkele zaken bij, zoals inderdaad:hoe ga je om met mensen het land weer uit krijgen, de Europese Unie uitkrijgen, en welke rol kunnen hubs daarbij spelen? Die zaken zijn in hetEuropees Parlement op het laatste moment veranderd. Er is toen een dealgesloten tussen de rechtse fracties en de christendemocratische fracties,anders dan wat de onderhandelaar van het Europees Parlement daaropvoorstelde. Onze fractie in het Europees Parlement heeft er reden toegehad om tegen die wetten te stemmen. Nou, het komt er wel, want het isaangenomen in het Europees Parlement. Er komt een verordening. Diekomt onze kant op en dan verwachten we hier die implementatiewet tezien. Daar zullen wij mee gaan instemmen. Dan hebben we een grond ommensen uiteindelijk naar een buitenland te sturen.De voorzitter:Mevrouw Vondeling.De heer Van Asten (D66):Volgens mij heeft D66 daarmee een heel streng beleid neergelegd en eenheel streng beleid gesteund. We hopen dat dit er uiteindelijk toe zal leidendat zoiets als de Spreidingswet uiteindelijk niet meer voor dit soortverhitte debatten gaat zorgen, maar dat we de opvang in Nederland goedregelen.De voorzitter:Meneer Van Asten, dit was echt veel te lang, echt veel te lang. Ik heb hetnu een paar keer moeten herhalen, maar dit was echt veel te lang. Hetgaat ruim richting de anderhalve minuut. Dat moet echt korter.Mevrouw Vondeling (PVV):Het probleem is juist dat D66 dat soort voorstellen dus niet steunt. Als heterop aankomt, als er strenger beleid voorligt, of dat nou in de EersteKamer is of in het Europees Parlement, dan stemt D66 consequent tegen.Sterker nog, een senator van de Eerste Kamer staat zelfs te poseren voorhet debat met een groep illegalen. Wat wil D66 nou concreet doen om dieillegalen ons land uit te krijgen?De heer Van Asten (D66):Ik zal het kort houden, voorzitter. We hebben ingestemd met het Migra-tiepact. Daarin is een heel duidelijk standpunt ingenomen over hoe wemensen opvangen, hoe we mensen beoordelen en hoe we mensen eenvervolgtraject geven in Nederland of daarbuiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361723 De voorzitter:Kijk, er zijn weer wat seconden gewonnen. De heer Ellian voor eeninterruptie.De heer Ellian (VVD):Ik was niet van plan om iets te vragen aan de collega, maar ik moet dat nutoch doen, voorzitter, via u. Ik hoor collega Van Asten zeggen: strafbaar-stelling van illegaliteit zouden we niet doen, want dat stond in hetakkoord. Dan heb ik wel iets gemist. Zou de collega het kunnentoelichten?De heer Van Asten (D66):Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat er heel duidelijk in staat dat D66niet in zal stemmen met de strafbaarstelling van illegaliteit. Op hetmoment dat de wet het wel zou halen, wordt die uitgevoerd. Dan kun jevinden van die zin wat je vindt, omdat je namelijk een wet altijd moetuitvoeren. Ook de Spreidingswet, overigens. Maar dat staat in hetakkoord.De heer Ellian (VVD):Maar uit die zinnen – iedereen kent ze – had ik dus moeten begrijpen datD66 ook tegen die novelle zou stemmen? Ik begrijp gewoon niet goed watde collega hier nu zegt. Er staat daar geen zin in dat D66 tegen destrafbaarstelling van illegaliteit en tegen de novelle gaat stemmen. Datstaat er niet. Ik ben nu dus wat verrast door wat de collega zegt.De heer Van Asten (D66):Zelfs bij de behandeling van de regeringsverklaring heeft mevrouwYes¸ilgöz van de VVD toentertijd heel helder aan de heer Wilders uitgelegdwat precies dat standpunt was. Wellicht kan de heer Ellian dat nog eventerugkijken. Dan zal het wellicht helder worden als mijn woorden nietvoldoende zijn.De voorzitter:Wilt u nog een interruptie plegen?De heer Ellian (VVD):Nee, hoor.De voorzitter:Meneer Van Asten, u was klaar met uw betoog? Dat is het geval. Dan is nuaan u het woord, meneer Ellian, namens de VVD.De heer Ellian (VVD):Wel bijzonder dat mijn partijleider iets voor D66 zou moeten uitleggen,maar goed, ik geloof niet dat dat aan de orde was.Voorzitter. Hier zit een chagrijnig Kamerlid. We hadden dé kans om iets teregelen waar heel Nederland, of althans een groot deel, naar snakt, maardie kans is voor het doel gemist, blijven liggen of hoe je het ook wiltnoemen. Dat was wat ons betreft niet nodig, maar het is wel gebeurd.Waarom begin ik daarmee? Omdat de wet waar het commissiedebat vanvandaag over gaat, voor ons natuurlijk wel verbonden is aan «nietdweilen met de kraan open». Het heeft geen zin om te spreiden en dancontinu een toename van de asielinstroom te zien. Dan schiet het niet op.Voor ons was dus heel duidelijk dat de asielinstroom heel snel maximaalnaar beneden zou moeten. En dan moet je er natuurlijk ook werk vanmaken om diegenen die hier niet horen te zijn vervolgens uit Nederland tekrijgen. Als je dat doet, kun je misschien een in enige mate acceptabelesituatie creëren, waardoor hopelijk die hele wet uiteindelijk niet nodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361724 Ja, als je dan ... Nou ja, goed. Dan helpt deze week niet als je het gevoelkrijgt dat die situatie niet dichterbij komt.Voorzitter. Ik begin toch met het beperken van de instroom, ook al is datgeen onderdeel van de Spreidingswet en het voorliggende debat. Ik wilwel even het volgende vragen aan de Minister. Vanaf 13 juno aanstaandeis de permanente verblijfsvergunning – gelukkig is dit deze week gelukt –verleden tijd. Mag ik aannemen dat er voorlopig geen permanenteverblijfsvergunningen meer worden afgegeven? Het zou toch wel vrij lelijkzijn als dat zou gebeuren. Ik wil de Minister ook vragen of hij rapido werkgaat maken van de doorstroomlocaties. Op dit moment moet ongeveer25% van de COA-bewoners daar weg. Het zou fijn zijn als de Minister, enook zijn collega in het kabinet, daar echt snel werk van maken. Dan gaathet vooral ook om de sobere locaties. Als ik het goed begrijp, kunnen diesnel geregeld worden. Waarom hoor ik daar zo weinig over?Tot slot de uitstroom. Ik heb gisteren de brief over het landenbeleid voorSyrië gezien. De essentie is dat een deel van Syrië veilig is. 36% in deCOA-locaties is van Syrische komaf. Gaan we er nu vaart mee maken enhet prioriteren dat een deel daarvan Nederland gewoon gaat verlaten? Alswe dat doen, krijg je hopelijk heel snel de situatie dat we dit commissie-debat niet meer nodig hebben. Dan kunnen we bij het volgende commis-siedebat hopelijk praten over de vraag of de instroom uiteindelijkhelemaal naar beneden is gegaan en of je een situatie in Nederland hebtgecreëerd waardoor er voldoende draagvlak is onder de mensen omdatgene te doen wat nodig is; dat is wat ons betreft niet per se veel.Tot slot... Voorzitter, hoeveel tijd heb ik nog?De voorzitter:Eén minuut.De heer Ellian (VVD):Ah, dan kan het. Tot slot één opmerking over Loosdrecht. Ik heb niet alleskunnen volgen. Ik zat vol in debatten deze week. Vooropgesteld, geweldtegen hulpverleners is onaanvaardbaar. Ik weet verder niet... Achter elkbeeld komt van alles vandaan, maar geweld is pertinent onaanvaardbaar.Wat ik wel zie, is een gemeente en bewoners die zich zeer overvallenvoelen. Dat is natuurlijk niet de manier waarop het zou gaan. Ik wil deMinister dus wel vragen om werk te maken van fatsoenlijke communicatiemet de omgeving. Als je ergens draagvlak voor wil creëren, helpt hetnatuurlijk niet als mensen zich overvallen voelen. Dan begrijp ik het datmensen zeggen: dit zie ik op deze manier niet zitten. Dat is overigens geenrechtvaardiging voor de beelden die ik heb gezien.Dat was het.De heer Ceulemans (JA21):Even terug naar de Spreidingswet. Ik heb daarover een vraag aan de heerEllian. Hij verwees er in het begin van zijn betoog zelf al naar: ook de VVDheeft bij de invoering van de Spreidingswet continu als harde voorwaardegesteld dat parallel daaraan de instroom omlaag moest. Op een gegevenmoment moest premier Rutte langs bij de fractievergadering van de VVDom te beloven dat hij ook echt aan de instroom zou gaan werken.Woordvoerder Brekelmans heeft bij het debat over de Spreidingswet nogeen amendement ingediend om te zeggen: hij moet na een jaar wordeningetrokken als er in de tussentijd geen forse instroombeperking tot standis gekomen. Dat is allemaal dus niet gebeurd. Eigenlijk is de Sprei-dingswet op dit moment dus van kracht terwijl die niet voldoet aan devoorwaarden die de VVD er zelf aan gesteld heeft. Mijn concrete vraagaan de heer Ellian is dus of er bij de VVD enige ruimte zit om over te gaantot intrekking van de Spreidingswet. U kunt verwijzen naar het coalitieak-koord. We hebben de afgelopen weken gezien dat D66 en CDA allerleiafspraken van tafel veegden...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361725 De voorzitter:Ik denk dat de vraag helder was.De heer Ceulemans (JA21):... dus zit er bij de VVD enige ruimte?De heer Ellian (VVD):Kijk, het is volgens mij heel duidelijk. We zaten niet zo op deze wet tewachten. Volgens mij heeft de VVD het ook altijd zo gezegd. Het liefst hebje deze wet niet nodig. Alleen, die COA-locaties zitten vol. Zoals ik net zei,heeft dweilen met de kraan open geen zin. Dat zien wij dus ook niet zitten.Als je gaat spreiden en de asielinstroom ondertussen alleen maar blijfttoenemen, dan creëer je een situatie waar, ook gelet op de afgelopenweken en op de gemeenteraadsverkiezingen, volstrekt geen draagvlakvoor is in Nederland. Ik ben volgens mij in mijn inbreng ook duidelijkrichting de Minister. Hij moet aan de slag met een aantal dingen. Hopelijkis de situatie dan opgelost. Dat moet voor ons de prioriteit zijn. Deze wetis er nu eenmaal gekomen. Wat ons betreft komt de dag wel snel dat dewet ook niet meer nodig is. Maar daar moet deze Minister wel voor aan debak, overigens ook met zijn collega in het kabinet. Ik hoop wel dat ook deMinister-President dit als chefsache voelt.De voorzitter:We gaan eerst naar de heer Russcher. Daarna kom ik bij mevrouwVondeling.De heer Russcher (FVD):Ik wil hier even op inhaken. Sophie Hermans zei in 2022 ook: «Mijn geduldis niet eindeloos.» Van 2022 tot 2025 zijn 190.000 asielzoekers Nederlandbinnengekomen. Nog steeds komen er 1.000 asielzoekers per weekbinnen. Bij welk aantal asielzoekers dat Nederland per week binnenkomt,staat de VVD ervoor open om de Spreidingswet in te trekken? Zijn dat er900, 800, 500? Wat Forum voor Democratie betreft zijn het er nul. Ik benbenieuwd hoe de VVD hiernaar kijkt.De heer Ellian (VVD):Je moet zo snel mogelijk de instroom maximaal beperken. In onze visiehoort daar ook bij dat je je land dus niet aantrekkelijk moet maken voordeze grootschalige migratiestroom. Daar zijn die wetten heel hard voornodig. Daarvoor was het handig geweest als je bijvoorbeeld deongewenstverklaring of de strafbaarstelling van illegaliteit had. Dat is nietgelukt. Ik hoor dat er vanuit het kabinet gezegd wordt: we gaan ditvoortvarend en rapido regelen. Zolang je land aantrekkelijk blijft, zullen demensen blijven komen. Dat is nou net wat de VVD niet wil. Ik ga er geenvaste getallen opplakken, maar het moet snel naar beneden.De heer Russcher (FVD):Maar de instroom omlaag was toch een concrete voorwaarde voor deVVD om deze wet te steunen? En nu kunt u geen concreet cijfer noemenvoor het aantal asielzoekers per week dat Nederland binnen mag komenom de Spreidingswet te schrappen. Dat is toch een beetje krom?De heer Ellian (VVD):Nee, dat is niet krom. Nu moet de heer Russcher even goed opletten. Zelfsals je nu zou zeggen «grenzen dicht en er komt niemand meer binnen»,dan nog zit je met al die mensen die nu in de COA-locaties zitten. Waarmoeten die naartoe? Ik ga er niet in mijn eentje over, maar zelfs als ik zoudoen wat Forum voor Democratie wil, dan nog heb je een probleem metde COA-locaties, die ramvol zitten. Ik zeg dus: doorstroom en uitstroom.Dat betekent, voor de goede luisteraar, gewoon: graag een deel van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361726 mensen uitzetten, want die horen hier niet. Dan heb je nog een groepoverlastgevers en degenen die allang uitgeprocedeerd zijn: die ook eruit.Dan los je hopelijk het probleem op. Maar de inzet van de VVD is weldegelijk dat de instroom snel naar beneden moet.De voorzitter:De heer Russcher, de laatste interruptie.De heer Russcher (FVD):Er zitten ongeveer 30.000 Syriërs in de azc’s. Als we die allemaal het landuitsturen, is dat probleem ook opgelost qua opvang. Dan gaat hetargument dat u net gebruikte ook niet meer op. Als u niemand binnenlaat,dan blijven we alsnog met die overspoelde azc’s zitten. Laten we dus inieder geval samen werk maken van het terugsturen van Syriërs.De heer Ellian (VVD):Daarom benoemde ik ook de kwestie van het landenbeleid voor Syrië. Ikdenk dat ik de enige was, maar dat is niet erg. Ik zie lichtpunten in de zindat een deel van Syrië veilig is. Een deel, zeker de nieuwe aanvragen,moet, hups, terug. Ik wil dus ook dat de Minister daar een prioriteit vanmaakt. Hopelijk is Syrië op enig moment, binnen afzienbare tijd, helemaalveilig. Ik ga ervan uit dat we met de herbeoordelingen een heel eindkomen. Inderdaad, dan heb je een groot probleem, namelijk dat van devolle opvang, opgelost.Mevrouw Vondeling (PVV):Daar ging mijn vraag ook over. Ik heb het nieuwe landenbeleid van deMinister ook gelezen. Maar een grote groep die nu in de azc’s zit, isstatushouder. We hebben tienduizenden Syrische statushouders. Zoals deheer Ellian terecht zegt, is een deel van Syrië veilig. Steunt de VVD de PVVerin dat we nu moeten gaan beginnen met de herbeoordelingsproceduresvan Syrische statushouders in Nederland? Laat ze gewoon hun eigen landopbouwen. U zegt nu: als het helemaal veilig is. Wat moet er gebeurenvoordat we verblijfsvergunningen gaan intrekken en we die mensen teruggaan sturen?De heer Ellian (VVD):Zo werkt het systeem op dit moment natuurlijk niet. Gelukkig bestaat depermanente verblijfsvergunning straks niet meer. De hele gedachte is datje vaker kunt herbeoordelen, zodat je makkelijker kunt terugsturen als opbasis van de ambtsberichten die het kabinet krijgt, wordt geoordeeld dateen land weer veilig is. Dat is de hele gedachte. Volgens mij is dat eenpositieve route. Er zijn mensen die inmiddels al wel een status hebbengekregen. Wat ons betreft moeten die naar zo’n sobere doorstroomlocatie.Zij moeten dan ook wachten zoals alle andere Nederlanders moetenwachten. Principieel denk ik dat mevrouw Vondeling en ik niet zo heel veeluit elkaar zitten, in die zin... Ik vind de Syrische machthebber – hoe noemje die man? – een gevaarlijke man, maar ik denk dat heel veel mensen dienu naar Europa komen, prima veilig in Syrië kunnen verblijven, en ik denkdat mevrouw Vondeling dat ook denkt.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Er zijn verder geen interrupties meer.Dan ga ik naar mevrouw Piri, als laatste spreker van de zijde van deKamer.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vervang even mijn collega Westerveld. Ik hebdeze commissie vierenhalf jaar mogen doen en ik kan u vertellen: ik hebTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361727 het niet gemist. Dit is toch echt de commissie waar het minst wordtgedaan aan feiten en het meest aan politiek.Voorzitter. Iedereen die in Nederland asiel aanvraagt, heeft het recht omhet besluit daarover onder fatsoenlijke omstandigheden af te wachten.Vandaar ook dat we de Spreidingswet nodig hebben. We zagen in hetverleden eigenlijk dat altijd dezelfde gemeentes, met name in het noordenvan Nederland, alle mensen opvingen. Daarnaast kon het ook nietkleinschalig. Het moest altijd enorm grootschalig. Dat zorgde uiteraardook voor veel minder draagvlak.We hebben de Spreidingswet nu al twee jaar, maar we hebben hiervoornatuurlijk een kabinet gehad dat eigenlijk gewoon weigerde om die wettoe te passen. Dat kabinet liet elke keer boven de markt hangen dat die elkmoment kon worden ingetrokken. Eigenlijk heb ik dus alleen maar respectvoor deze Minister, die het rommelwerk van zijn voorgangers nu maggaan opruimen. Ik denk dat Nederlanders van ons een betrouwbaarbestuur mogen verwachten, dat dus ook werkt aan het herstel vanvertrouwen door zich gewoon te houden aan wetten die door deze Kamerworden aangenomen. Ik maak me er nog wel zorgen over dat in hetcoalitieakkoord toch weer zo’n zin staat als dat de Spreidingswet«voorlopig in stand wordt gehouden». Vandaar mijn vraag aan deMinister: is dit ook niet weer schadelijk voor het vertrouwen? Er wordtsteeds weer ruimte gelaten voor tegenwerken.Wij steunen het kabinet bij het uitvoeren van de Spreidingswet enverwachten ook van de Minister dat hij, in tegenstelling tot zijnvoorgangers, ervoor staat dat onze gemeenteraadsleden, onzewethouders en onze burgemeesters gewoon de Nederlandse wet naleven.Laat ik ook zeggen dat demonstraties in een democratische rechtsstaatgelukkig altijd zijn toegestaan. Wij moedigen het op elk onderwerp ookvooral aan om je uit te spreken, ook als het gaat over bezwaren tegen deopvang van asielzoekers. Maar ik hoop ook dat het kabinet optreedt tegende mensen die lokale politici bedreigen en geweld gebruiken, want dat isnatuurlijk gewoon onacceptabel.Dan over de noodopvang. De Minister heeft een brief moeten sturen aande gemeenten met het verzoek om snel over te gaan tot het openen vannoodopvanglocaties. Laten we eerlijk zijn: als de Spreidingswet deafgelopen twee jaar gewoon was uitgevoerd, had de Minister deze briefniet hoeven te sturen. De gemeenten zaten er niet op te wachten, en demensen die in die noodopvangplekken moeten worden opgevangen zekerook niet. Hoe gaat het nu, vraag ik de Minister, met het langjarig openenvan locaties? Dat was natuurlijk ook een van de doelen van de Sprei-dingswet. Ziet de Minister daarin vooruitgang? En wanneer kunnen we deinvoeringstoets verwachten?Voorzitter. Iets waar deze Kamer het van links tot rechts altijd over eens isgeweest, is de kinderen in de noodopvang. Volgens mij zijn we het erallemaal over eens dat het niet zo kan zijn dat 7.000 kinderen in Nederlandin de noodopvang zitten, en 700 kinderen zelfs in de crisisnoodopvang. Ikweet heus wel dat voorgaande Staatssecretarissen en Ministers dit ookeen onzalige situatie vonden. Ziet deze Minister nu kans om hier eindelijkiets aan te doen?Voorzitter, dan Ter Apel. Ook van links tot rechts hebben wij hier altijdvoorstellen gedaan om Ter Apel te ontlasten. Maar nu zie ik dat Ter Apel ersteeds meer taken bij gaat krijgen. Zodra het Migratiepact ingaat, zal hetzogeheten Ontvangst en Voorbereiding Asielaanvraag-proces alleen in TerApel plaatsvinden. Klopt het dat er dan geen enkele aanmelding meer zalzijn in Budel? Hoe ontlast dit dan specifiek Ter Apel?Tot slot over kleinschalige locaties. Hoe gaat de Minister de gemeentendie dit echt heel graag willen eindelijk in staat stellen om kleinschaligeopvang zelf te realiseren?Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361728 De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Mevrouw Lammers, uw interrupties zijn op.We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van deKamer. De Minister gaat zich voorbereiden op de antwoorden. Daartoeschorsen we twintig minuten. Ik zie u hier graag terug om 16.05 uur. Ikschors de vergadering.De vergadering wordt van 15.43 uur tot 16.06 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit CD over de tweede cyclus van de Spreidingswet. We zijnaangekomen bij de eerste termijn van de kant van het kabinet. De Ministergaat zo de vragen beantwoorden. Ik zou willen voorstellen dat we ons indeze termijn beperken tot twee interrupties. Daarbij wil ik wel de ruimtegeven voor ... Laten we het zo zeggen: ik wil zorgen dat alle vragenbeantwoord worden. Als u daar een vraag over heeft, valt dat buiten deorde van interrupties. Ik doe dat omdat we natuurlijk niet zo heel veel tijdmeer hebben met elkaar. Er zijn best wat vragen gesteld. Ik zou dus eerstaan de Minister willen vragen welke blokjes hij in de aanbieding heeft.Minister Van den Brink:Daar ben ik ook benieuwd naar!De voorzitter:Kijk eens aan.Minister Van den Brink:Ik heb een blokje over de Spreidingswet, want daar ging het debat over. Ikheb ook blokjes over de opvang in zijn algemeenheid, over de instroom,over de asielwetten van de afgelopen dagen en over nog een aantaloverige zaken.De voorzitter:Kijk eens aan. Dan nodig ik u uit om te beginnen met de beantwoording.Gaat uw gang.Minister Van den Brink:Ja, dank u wel, voorzitter. Dank voor alle vragen in de eerste termijn. Alswe kijken naar het maatschappelijk debat, ook in de afgelopen dagenweer, dan zou je best kunnen zeggen dat de spanning in de samenlevingop dit onderwerp vandaag ook best wel goed voelbaar was en vertolktwerd in deze zaal. Het is natuurlijk een weerslag van een debat dat al eentijd gaande is in onze samenleving. Het is altijd goed om van de volksver-tegenwoordiging te horen hoe breed die punten zijn en dat ze gaan overhet volledige spectrum van onze samenleving. Je ziet ze hier dus ook inde zaal.Mij staat het te doen – die opdracht ligt daaroverheen, denk ik – om aanbeide kanten van het spectrum, dus zowel de opvang als de instroom, teproberen de spanning in de samenleving te verminderen en die niet tevergroten. Ik denk dat we daar allemaal een gezamenlijke verantwoorde-lijkheid in hebben, want de wijze waarop wij spreken over dit onderwerpbepaalt ook hoe er in onze samenleving over wordt gesproken. Ik geloofdaar zeer sterk in. Dat is ook de reden waarom ik als Minister soms evennetjes op mijn tong bijt en soms ook gewoon heel goed probeer uit teleggen hoe de dingen feitelijk zitten. Op dit onderwerp is dat gewoon vangroot belang. Dat zal ik vandaag in dit debat opnieuw proberen te doen.Ik wil mevrouw Van der Plas in het bijzonder bedanken voor de herin-nering aan mijn maidenspeech, want het is waar: die was bij de Sprei-dingswet. Ik herinner me die eigenlijk nog wel als de dag van gisteren.Overigens was de opbouw van mijn inbreng ook toen langs die tweeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361729 lijnen. Ik vond op dat moment namelijk ook dat er te lang alleen overopvang of alleen over instroom werd gesproken. Mijn betoog was toendus: laten we beide bij de kop pakken, want het beperken van de instroomgaat ons helpen in de opvang en tegelijkertijd kun je niet negeren dat er inde opvang echt iets wezenlijks aan de hand is, waar we ook een oplossingvoor moeten bieden. Daarom heb ik toen de Spreidingswet ook met volleovertuiging gesteund.Wij hebben wel echt al een langjarig vraagstuk als het gaat om opvang.Veel partijen hebben vandaag betoogd waarom ze van de Spreidingswetaf willen. Ik denk dat het debat daarover zo meteen ook nog volle bakgevoerd gaat worden, maar laten we toch even teruggaan naar datmoment. Het was in 2022. We hadden jarenlange ups en downs gehad inde asielopvang en in de instroom. Kort na corona was er weer eenenorme toename. In Ter Apel lagen de mensen in het gras. We waren opdat moment ook al miljarden aan het uitgeven aan noodopvanglocaties,boten en alles wat daarbij kwam. We wilden de kosten dus verlagen enstabiele opvang realiseren. Gemeenten zeiden tegen ons: komt ualstublieft met een wet die gewoon duidelijk maakt wat de opgave is pergemeente en wat we met elkaar te doen hebben. Daaronder zaten denoodzaak en de wens om met kleinschalige opvang te gaan werken. Dat isvandaag al door verschillende partijen hier gezegd. Eigenlijk kwam allesdus bij elkaar in de Spreidingswet.De Spreidingswet is aangenomen. Dat is ook het antwoord op mevrouwVan der Plas. Als ik het heb over «de wet is de wet», zeg ik erbij dat ik alsMinister een dienaar van de Kroon ben. Ik vind het elke dag dus best eenaardig vertrekpunt om de wet uit te voeren. Dat is gewoon mijn taak. Indie zin moet u die woorden ook horen en lezen. De Spreidingswet is dusaangenomen. Ik laat even alle politieke perikelen eromheen buitenbeschouwing. Er was een nieuw kabinet toen de eerste ronde van deSpreidingswet begon te lopen. Heel veel gemeenten begonnen met dieverantwoordelijkheid, die ze ook zagen. Ze leverden locaties aan. Deprovinciale regietafels kwamen bij mekaar. Eigenlijk draaide het bestgoed, tot een bepaald moment. Ik wil daar geen politieke betekenis aangeven, maar ik wil gewoon een feitelijke constatering doen. Door hetvorige kabinet werd gezegd: we gaan van die Spreidingswet af; weet je,we hebben hem niet meer nodig. We zien ook letterlijk terug in de cijferswat we toen zagen: vanaf dat moment is gewoon het aanbod vanuitgemeentes om opvang te leveren gedaald. Dat is niet even een dipjewaardoor je een tijdje wat minder opvanglocaties hebt. Nee, dat is exactwaarom ik vandaag brieven stuur om tot noodopvanglocaties te komen.De Spreidingswet is namelijk niet een oplossing voor het probleem vanvandaag. De Spreidingswet moest langjarig rust en stabiliteit brengen inhet opvanglandschap. De opvanglocaties waren dus net op stoom aan hetkomen en toen zakte het weer helemaal in. Dat is, denk ik, een beetje destory van de Spreidingswet.Nu staat dit kabinet opnieuw voor de taak om op migratiebeleid rust tebrengen. Dat heb ik mijzelf ten doel gesteld en dat doe ik langs drie lijnen.Ik beperkt de instroom met alle juridische mogelijkheden die ik heb. Ikverlaag de kosten op de opvang en probeer rust in de opvang te brengendoor de Spreidingswet gewoon uit te voeren. Daar gaan we zo nog heelveel over zeggen. En we laten mensen sneller meedoen zodat dat ook oplocaties meer integratie oplevert, een bijdrage levert aan de opvangkostenen het ook rust op de locaties brengt doordat mensen gewoon wat zinnigsaan het doen zijn. Dat zijn eigenlijk dus de drie zaken die ik ter hand neem.Ik heb vandaag veel mensen horen zeggen hoe ze tegen die Sprei-dingswet aankijken en ik heb ook de gemeenteraadsverkiezingsuitslaggezien. Tegelijkertijd voer ik gewoon het gesprek met lokale bestuurders.Ik weet dat er een onderscheid is tussen wat volgt en wat er in degemeenteraadscampagne is gebeurd, maar ik wil het toch een keergezegd hebben. Lokale bestuurders vragen nog steeds, tot op de dag vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361730 vandaag: please, voer die Spreidingswet uit. Dat zeggen vooral al diegemeenten die ook door mevrouw Straatman en door anderen werdengenoemd, die de afgelopen jaren wel hun opvang op orde hebben gehad,Hardenberg voorop. Die hebben gewoon jarenlang geleverd en zeggentegen mij als Minister: Minister, bel nu die andere gemeenten, die nietleveren op de Spreidingswet; spreek die aan en ga door met hettoepassen van de Spreidingswet.Dat is dus het gesprek dat ik met alle lokale bestuurders heb. Dat is ookhet gesprek dat ik met de commissarissen van de Koning heb, die devoorzitters zijn van de provinciale regietafel. Dat is dus niet een – laat ikhet zo zeggen – wens om de Spreidingswet met alles wat erop en eraan zittoe te passen. Nee, dat is de verantwoordelijkheid waar de bestuurders indit land, van partijen die we met een verkiezing hebben aangewezen endie met elkaar samenwerken, uitvoering aan geven. Dat is toch wel hetvertrekpunt van de aanpak van dit kabinet. Ook al uw vragen over deSpreidingswet moet u dus zien in de context van een vraagstuk dat nietvandaag of morgen opeens is opgelost.Er zijn op dit moment dus twee bewegende beelden, om het zo te zeggen.Dat is een Spreidingswet die een tijdlang niet is toegepast, waardoor wegewoon op dit moment structureel een tekort hebben. Daarom zijn wetegelijkertijd noodopvanglocaties aan het sluiten en andere weer aan hetopenen. Daarin is het COA aan het roeien met de riemen die het heeft, endie riemen zijn wat kort. Daardoor kan je minder vaart maken en daardoorkom je in allerlei lastige situaties, die u ook terecht aan mij toeschrijft.Denk aan bestuursovereenkomsten die niet worden nageleefd, locaties dieniet dicht kunnen, locaties die met beperkte communicatietijd op een plekmoeten worden geopend. Alles in de situatie op dit moment gebeurtgewoon niet op de manier waarop je in Nederland met elkaar bestuurlijkverantwoordelijkheid wilt nemen. We roeien met de riemen die wehebben en bestuurders steken hun nek uit. Laat ik daarom gelijk, voordatik naar alle antwoorden ga, ook de burgemeester van Loosdrecht in ditgeval benoemen. Het is ongehoord dat iemand die gewoon zijn verant-woordelijkheid neemt, op deze manier bedreigd wordt en te maken heeftmet een geweldexplosie in zijn dorp, terwijl er tegelijkertijd gewoonbezorgde burgers in zijn dorp wonen die terechte zorgen hebben. Dievragen terecht: hoe is het gegaan?Ik zou met het volgende willen aftrappen. We moeten met elkaar ook ditdebat op zo’n manier voeren dat we bijdragen aan de rust in de samen-leving. Dat ga ik in ieder geval doen en ik hoop ook dat u daar eenbijdrage aan wil leveren. Tegen al die partijen die echt anders denken overde instroom en die vinden dat migratie morgen moet worden opgelost,wil ik de woorden van de heer Ellian herhalen: «Ook al vind je dat, danheb je vandaag als politicus en als bestuurder nog steeds een bestuurlijkeverantwoordelijkheid om de opvang van vandaag op te lossen.» Ik hoopdus dat u ook daarin uw bijdrage wil leveren.Dan ga ik naar de vraag ...De voorzitter:Eén moment. Ik kijk even of er interrupties zijn. Ik zou namelijk graagwillen voorstellen dat na deze introductie – ik zie het zo toch maar even –de Minister even een slokje water kan nemen en ik ruimte geef voorinterrupties. Daarna geef ik daar weer ruimte voor aan het eind van hetblokje Spreidingswet. Dat doe ik voor de efficiëntie en gezien de tijd.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik hoor de Minister alleen maar zeggen: «We moeten genoeg opvangcreëren; daar ligt het probleem. En ja, oké, we moeten iets aan deinstroom doen.» Maar als de Minister zo veel werk wil maken van deinstroom, waarom zorgt hij er dan niet voor dat de coalitiepartijenallemaal voor wetten stemmen die de instroom beperken? Waarom zorgtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361731 hij daar niet voor? Waarom doet hij niet daadwerkelijk iets aan deinstroom in plaats van dat hij nu allemaal gemeenten gaat dwingen omopvangcentra te openen?Minister Van den Brink:Ik kom zo zeker nog op wat er de afgelopen dagen allemaal gebeurd is.Tegelijk is het volgende het geval. Stel dat deze redenering klopt, dan is ervandaag nog steeds een opvangvraag. Dus ja, ik ben bereidaanspreekbaar te zijn en ik neem mijn verantwoordelijkheid op deinstroom. Ik zal daar ook wijzigingen op voorstellen. Maar dan nog is hetniet zo dat de opvangproblematiek van vandaag daarmee is opgelost.Daar staan we ook voor.Mevrouw Vondeling (PVV):Dat snap ik, maar de oorzaak daarvan is ook dat mede de partij van dezeMinister, het CDA, jarenlang de grenzen wagenwijd open heeft latenstaan, dat er duizenden, tienduizenden, honderdduizenden asielzoekersnaar binnen zijn gelaten. We zitten daardoor nu met de gebakken peren.Neem nou het landenbeleid ten aanzien van Syrië. Een derde van debewoners van de COA-locaties zijn namelijk statushouders. Waarombegint de Minister dan niet met het intrekken van die verblijfsvergun-ningen en met hen terug te sturen? Dan maakt u ook ruimte in opvang-centra en dan kunt u azc’s gaan sluiten in plaats van openen.Minister Van den Brink:Laat ik het volgende zeggen. We nemen, denk ik, binnen wat we kunnenonze maximale verantwoordelijkheid. Uw partij is daar ook een tijdtegenaan gelopen en heeft zich misschien ook wel eens verbaasd overwelke ruimte er wel of niet is. Binnen de ruimte die er is, neemt dit kabinetechter de verantwoordelijkheid om de instroom te beperken. Alslandenbeleid leidt tot nieuwe keuzes, dan zijn we daar ook toe bereid. Ikheb gisteren ook een brief gestuurd over wat dat nu betekent voorbijvoorbeeld het binnenlands beschermingsalternatief voor Syriërs. Waardat kan, neemt het kabinet dus deze besluiten, maar tegelijkertijd nemenwij zeker wel in acht wat er internationaal over is afgesproken en opererenwe binnen het internationaal recht. Als je een rechtsstaat bent, geldt dierechtsstaat immers zowel voor jou als voor een ander. Ook in hetinternationaal recht is dat een vertrekpunt waar dit kabinet zeer aan hecht.Dan ga ik de systematiek van de Spreidingswet ter hand nemen.De voorzitter:Ja hoor, gaat u door.Minister Van den Brink:De heer Ceder, die er nu niet is, maar die natuurlijk wel meeluistert – ikweet namelijk dat hij hierop heel erg betrokken is – vraagt hoe het gaatmet de gemeenten die er nu nog niet aan hebben bijgedragen. Ik hebnatuurlijk op 9 april alle gemeenten een brief gestuurd. Dat was eenonderdeel van de eerste ronde van de Spreidingswet. Die brief wasbedoeld om hun te verzoeken om informatie, namelijk waarom ze nog niethebben voldaan aan hun wettelijke taak. Ik vroeg hun wat de huidigestand van zaken is. Dat is eigenlijk fase twee van de Spreidingswet. Hiernazullen er eerst ambtelijke gesprekken worden gevoerd met de gemeentendie niet voldoen. Ze kunnen dan informatie aanleveren. Als ze dan in zo’ngesprek aangeven dat ze er ook niet aan willen voldoen, dan volgen ernabestuurlijke gesprekken waarin er afspraken worden gemaakt over hoe zedan toch gaan voldoen aan de afspraken. Hoeveel tijd nemen we daar danvoor? De capaciteitsraming voor de tweede cyclus van de Spreidingswetis in februari gepubliceerd, vier dagen na mijn aantreden. Daar zit dieprovinciale opgave in, die u al heeft genoemd, met het aantal van 88.000Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361732 opvangplekken. Uiteindelijk is er tot 30 november de tijd om daarop tereageren. Voor het einde van het jaar op oudejaarsdag zal ik een verdeel-besluit nemen. Dat is de systematiek die volgt uit de Spreidingswet.Dan vraagt de heer Van Dijk naar de plekken die moeten worden gereali-seerd. Dat heb ik net ook aangegeven. We hebben dus de korte termijn ende lange termijn. Voor de korte termijn wordt er dus gekeken naar de inzetvan hotels, noodopvang en alle locaties die beschikbaar zijn om op ditmoment de nood van de opvangsituatie te lenigen. Tegelijkertijd voerenwe de Spreidingswet uit, zoals ik net heb aangegeven, en zullen we ookdoorgaan met de gesprekken die ik net aankondigde, dus met gemeentendie nog niet hebben geleverd.Mevrouw Straatman vraagt mij naar de bezwaarprocedures, de bezwarendie in de eerste ronde zijn ingediend. Hoe gaat dat nou en levert dat nieteen vertraging op voor het hele proces? Dat was natuurlijk de eersteronde van de Spreidingswet. Het heeft dus ook wat extra tijd gekost, ookomdat het gaat om iets wat we zorgvuldig willen doen, bijvoorbeeld dooreen extra gesprekronde te organiseren met bezwaarmakende gemeenten.We verwachten dus dat de bezwaarprocedure in de tweede cyclus eenstuk sneller zal gaan. Het is, denk ik, ook goed – gemeenten vragen daarook om – om die hele cyclus sneller te doorlopen zodat het voorgemeenten ook sneller duidelijk is waar ze aan toe zijn.De heer Van Asten vraagt mij of ik de volgende keer ook naar gemeentenga bellen die tot nu toe niet hebben bijgedragen. Ik gaf net ook aan datalle gemeenten mij zeggen: please, pas die Spreidingswet toe op al diegemeenten die tot nu toe niet geleverd hebben, want wij willen misschiennog een keer een extra stapje doen, maar dan moeten we wel weten datdie andere gemeenten ook wat gaan doen. Dus ja, daar proberen we ookop te sturen. Tegelijkertijd – ik gaf het net aan – roeit het COA echt met deriemen die het heeft, dus het zit niet in de luxepositie dat, als het eenlocatie ziet die mogelijk beschikbaar is in een gemeente die al meedoet,het die achteraan kan zetten. We komen dus ook in situaties dat we weldegelijk gemeenten vragen die al geleverd hebben.Mevrouw Van der Plas vraagt of we een volledig overzicht hebben van wieer wel en niet voldoet aan de Spreidingswet. Op basis van de voortgangs-rapportages die zijn aangeleverd door de provinciale regietafels, voldoen101 gemeenten wel, voldoen 94 gemeenten deels en voldoen147 gemeenten niet ten opzichte van die verdeelbesluiten. Ik heb netaangegeven hoe we daar het gesprek over gaan vervolgen.U vraagt dan ook het volgende. We hebben gemeenteraadsverkiezingengehad. Hoe verhouden zich die tot de Spreidingswet? De noodzaak vandie locaties is gewoon niet weg. Ik zie dus ook de spanning die er in desamenleving is. Ik zie ook de discussie die daar gaande is en die ook – laatik het zo zeggen – een appel doet op mij en op dit kabinet om de maatre-gelen te treffen die noodzakelijk zijn. We kunnen echter niet ontkennen datde opvangproblematiek zodanig is dat we zonder een Spreidingswet nogverder in de problemen zouden komen.U had ook naar de invoeringstoets gevraagd. Ja, dat is een terechte vraag,want die is een onderdeel geweest van de wetgeving. Hij zit in deafronding, dus ik verwacht die nog voor de zomer naar uw Kamer tekunnen sturen. Dan kunt u daar dus kennis van nemen.Er zijn heel veel vragen geweest over kleinschalige opvang. De heer VanDijk vroeg daarnaar, en ook mevrouw Piri en de heer Ceder. Ja, wij zijnzeker met het COA ook daarover in gesprek. Het is ook mogelijk. Tegelij-kertijd zijn op dit moment ook die grote opvanglocaties nodig om alleverhuisbewegingen op te kunnen vangen en om gaten op te vullen dieontstaan door plekken die sluiten. Ik hoorde van verschillende partijen datzij voorbeelden hebben van gemeenten die wel degelijk kleinschaligeopvanglocaties zouden willen leveren, maar die vanuit het COA daarinworden geblokkeerd. Ik hoor een voorbeeld van twintig bedden. Ik moeteerlijk erkennen dat dat echt wel aan de lage kant is. Dat zou bijvoorbeeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361733 heel erg geschikt zijn voor amv’s, voor minderjarigen. Ik wil echt geenmogelijkheid onbenut laten. Laat ik in die zin het volgende zeggen. Vooralle voorbeelden op lokaal niveau waarvan u weet dat er op dit momentkleinschalige opvang beschikbaar zou kunnen worden gesteld en waarvanu denkt dat die niet wordt geleverd: mijn telefoon staat open, want wekunnen alles gebruiken.De heer Ceulemans vraagt mij of het klopt dat gemeenten het rechthebben om aan een provinciale regietafel het aanbod van nul asielop-vangplekken te doen, en of dat mogelijk is. Ja, theoretisch wel. Je kan dusaan een provinciale regietafel inbrengen dat jij nul asielopvang gaat doen.Tegelijkertijd zal dan de rest van die tafel – zo zit dat ongeveer – tegen diegemeente zeggen: wat ga je dan op een ander vlak doen, op het vlak vanOekraïne, van statushouders of voor andere aandachtgroepen zoalsplekken voor tienermoeders of ggz-plekken of gevangenisplekken? Dat isnamelijk het gesprek dat aan de provinciale regietafel plaatsvindt. Als daardan geen extra bijdrage wordt geleverd, dan ga ik ervan uit dat anderegemeentes zeggen: zo kunnen we er met elkaar niet uitkomen. Als dat danniet lukt, dan komt in een provinciaal verslag te staan dat die gemeentedus nul wilde leveren. Dan zal bij het besluit dat ik moet nemen derestopgave, dus wat ze dan niet geleverd hebben, alsnog wordenverdeeld, ook over de gemeente die gezegd heeft dat die niet wildeleveren. Ja, theoretisch kan het dus, maar heel praktisch gezien zal hetwaarschijnlijk niet gaan optellen als je niet op een ander onderwerp welwilt bijdragen.Mevrouw Vondeling van de PVV vroeg mij of mensen door de Sprei-dingswet op welke wijze dan ook gedwongen kunnen worden om mensenin huis op te nemen. Dat hing samen met een vraag over de ruimte die isgeboden bij Takecarebnb om daar na zorgvuldige screening een asiel-zoeker of een statushouder te matchen met een gastgezin. Dit is eenmooie manier om zo’n statushouder sneller te laten integreren. Dat is opverzoek van de SGP en bij meerderheid van deze Kamer voorgesteld. Indezen heb ik dus uitvoering gegeven aan een verzoek van eenmeerderheid van het parlement.De heer Van Dijk vraagt mij nog of in het coalitieakkoord staat wat debetekenis is van die afspraak als er voldoende vaste en flexibele opvang-plekken zijn. Daar zijn meerdere vragen over gesteld. Mevrouw Piri vroegin dat kader ook naar de Spreidingswet. Jarenlang liepen we ertegen aandat onvoldoende opvangplekken werden gerealiseerd en jarenlang is TerApel met de problemen blijven zitten. De Spreidingswet is dan ook eenmiddel en geen doel. Zodra wij een vast aantal opvangplekken hebben,kunnen wij zonder de Spreidingswet. Tegelijkertijd is het eerlijke antwoorddat wij dit vooruitzicht nu echt nog niet hebben en dat dit dus niet op dekorte termijn zo zal zijn.De heer Ceulemans en mevrouw Van der Plas zeiden dat bij de behan-deling van de Spreidingswet hier ook iets is gezegd over de instroom. Datklopt. Dat heb ik zelf ook gedaan. Mevrouw Van der Plas hield mij nog vierpunten voor. Nou, zij hield mij die niet voor; het was meer «ik vraag heteens». Ik had een beetje hulp nodig, hoor; dat moet ik eerlijk zeggen. Maarik wist wel dat het over het kerngezin ging en daarmee ook over desamenhang met nareis. Ik wist mij nog te herinneren dat het ook gingover het niet meer publiceren van het landenbeleid. Overigens doen wijdat op dit moment aangepast. Wat ik was vergeten, is dat de bewijslast-verdeling moest worden omgedraaid. Dat was de vierde. Ik hoop dat iktoch net geslaagd ben voor deze test. Ik heb toen gezegd dat we ookinstroombeperkende maatregelen moeten nemen. Dat hebben meerderepartijen betoogd. Dat is deels ook deze week gebeurd. Nog los van alleopmerkingen die daarover zijn gemaakt: de invoering van het tweestatus-stelsel én de nareisbeperking is de grootste hervorming van het asiel-beleid in Nederland sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000.Daardoor zal de instroom wel degelijk worden beperkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361734 Voorzitter, ik denk dat ik al best een eind ben. Mevrouw Straatman vraagtnog naar de acute noodopvang, die heel duur is. Ja, dat klopt. Door deSpreidingswet worden gemeenten al financieel gestimuleerd omduurzame opvanglocaties te openen. Doen ze daarbij meer dan hunopgave, dan krijgen ze daarvoor een financiële bonus. Als we dat op eengoede manier weten in te regelen, dan zal de acute noodopvang echtdalen en dan kunnen we de kosten ook laten dalen. Laten we nietvergeten dat we op dit moment echt miljoenen, honderden miljoenenopmaken aan dure opvanglocaties. Alle partijen die zeggen dat zij op geenenkele manier willen dat gemeenten bijdragen, accepteren daarmee dusook dat die miljarden worden uitgegeven aan deze «business», want dat ishet. Daar moeten we met z’n allen vanaf, ook als je zorgvuldig metbelastinggeld wil omgaan.De heer Van Asten heeft mij nog gevraagd hoe wij erop toezien dat opnoodopvanglocaties wordt voldaan aan het kwaliteitskader dat in de maakis. Er is een kwaliteitskader uitgewerkt, maar op dit moment kunnen nogniet alle noodopvanglocaties daar volledig aan voldoen. Het COA blijft ernatuurlijk aan werken om de kwetsbare groepen waar ook mevrouw Piriop wees, onder wie kinderen en minderjarige asielzoekers, zo veelmogelijk op plekken te krijgen waar daarmee geen risico’s wordengelopen. Tegelijkertijd zit men soms zodanig met de handen in het haardat opvang op noodopvanglocaties soms echt noodzakelijk is.Ik denk dat ik daarmee alles rondom de Spreidingswet heb behandeld.De heer Ceulemans (JA21):De Minister zei dat het klopt dat ten tijde van de invoering van deSpreidingswet is gezegd dat parallel hieraan gewerkt moet worden aaneen instroombeperking. JA21 is van begin af aan tegen geweest en heeftook altijd tegengestemd, maar destijds was het voor partijen eenvoorwaarde dat hand in hand met de Spreidingswet aan instroombe-perking zou worden gewerkt. Sterker nog, de Spreidingswet is zo aan desamenleving verkocht, zo van: we gaan dit even doen, maar wees gerustwant we gaan ook de instroom beperken. In de tussentijd is dat nietgebeurd. Kan de Minister zich voorstellen dat het draagvlak voor deSpreidingswet helemaal niet meer in de samenleving leeft, omdat deoverheid zelf de beloftes die zijn gemaakt in het kader van de Sprei-dingswet niet nakomt?Minister Van den Brink:Laat ik het zo zeggen. We hebben het dan over 2022. Toen hebben we hetover de invoering van de Spreidingswet gehad. Het vorige kabinet isbegonnen met het maken van wetsvoorstellen waarmee zou wordengewerkt aan de instroombeperking. Eén daarvan is afgelopen weekafgerond. In die zin is er in de afgelopen jaren dus wel degelijk gewerktaan instroombeperkende maatregelen. Eén daarvan heeft het deafgelopen week gehaald in de Eerste Kamer. Eigenlijk is dat dus weldegelijk op die manier ingevuld. Alleen, u ziet nog niet de resultaten die uwenst te zien, omdat u de instroom in die zin nu te hoog vindt.De heer Ceulemans (JA21):Het gaat niet zozeer om mij. Het gaat om al die mensen die tegen hun wilin een azc in hun wijk dreigen te krijgen of al hebben gekregen, en die bijde invoering van de Spreidingswet hebben gehoord dat de instroomomlaag zou gaan. Er is nu een eerste wet aangenomen, maar de instroomis niet omlaaggegaan. Die is ten opzichte van vorig jaar met een kwartgestegen. Ik vraag het de Minister dus nogmaals. Er is gewoon geendraagvlak. Volgens mij erkent hij dat ook. In heel veel gemeenten ishiervoor geen draagvlak. Dat blijkt ook uit de gemeenteraadsverkiezingen.Is de Minister, ondanks dat hij zegt dat hij de wet gaat uitvoeren, op geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361735 enkele manier bereid om te kijken hoe hij rekening zal houden met lokaalontbrekend draagvlak?Minister Van den Brink:Wij zijn natuurlijk continu met gemeenten in gesprek over de vraag hoe jedit zo goed en zo zorgvuldig mogelijk kan doen. Daarbij helpt het als dooralle gemeenten een bijdrage wordt geleverd, zodat niet op stel en sprongnoodopvanglocaties moeten worden geopend en de communicatie nogalop een heel korte termijn plaatsvindt. We zouden hier een enormekip-eidiscussie van kunnen maken, maar feit is gewoon dat op dit momenteen grote groep mensen in Nederland opvang nodig heeft en datdaarvoor te weinig opvanglocaties beschikbaar zijn. Met de riemen die wehebben, krijgen we het op dit moment net voor elkaar om het sluiten vanlocaties parallel te laten lopen met het openen van locaties, maar er is indie zin geen verbetering zichtbaar ten opzichte van het moment waarop ikdie brief heb gestuurd. Door een aantal gemeenten is ontzettend veelbijgedragen. Overigens is daar ook gewoon draagvlak voor. Laten we nietdoen alsof de onrust die we op sommige locaties zien, overal de norm is.De afgelopen maanden zijn heel veel locaties geopend waarbij die onruster niet is geweest. De wijze waarop wij daarover spreken en hoe wijuitvergroten waar de onrust er wel of niet is, bepaalt, denk ik, mede ofdaarvoor in de samenleving draagvlak is en blijft.Mevrouw Straatman (CDA):De Minister zei zojuist dat er ongeveer 147 gemeenten zijn die nog niet ofnog helemaal niet aan de taakstelling voldoen. In de aanloop naar ditdebat heb ik met een aantal bestuurders gesproken van gemeenten dieniet aan hun taakstelling voldoen. Zij zeggen dat het vaak ook doorexterne knelpunten niet lukt. Ik noem de bezwaarprocedures die nietalleen door gemeenten maar ook door omwonenden worden gestart,maar ook bouwvergunningen, natuurvergunningen rondom Natura2000-gebieden, de provincie die soms niet flexibel is en het COA, dat ookniet altijd flexibel is. Mijn vraag is wat we aan die externe knelpuntenkunnen doen. Hoe kunnen we met die hele groep van 147 gemeentengedifferentieerd omgaan: met gemeenten die niet-welwillend zijn versusgemeentes die onwillig zijn versus gemeenten die wel willen maar dietegen externe knelpunten aanlopen?Minister Van den Brink:Dat is heel terecht, want er is natuurlijk een veelvoud aan complexiteit oplokaal niveau. Laten we ook eerlijk zijn: wij vragen al veel van gemeentesop het gebied van opvanglocaties, want daarbij gaat het om Oekraïne,statushouders, asielopvang en bouwopgaves. Op allerlei manieren gaathet dus ook over schaarste. Dat proberen we natuurlijk met elkaar in hetgesprek in te brengen. Dat is eigenlijk het gesprek dat aan de provincialeregietafel plaatsvindt en dat wij straks ook gaan hebben met degemeenten als wij ze uitnodigen. Dat gesprek gaat dus juist daarover.Misschien biedt dat juist wel een gelegenheid voor gemeenten om tezeggen waar ze tegenaan lopen, terwijl wij dan denken: ho, maar daarkunnen wij bij helpen. Op die manier zijn we telkens met gemeenten ingesprek. Welke gronden heeft het Rijksvastgoedbedrijf bijvoorbeeld zelfnog? Wij proberen dus op allerlei manieren het gesprek te voeren. Deenige plek waar je het kunt oplossen, is die tafel waar je samen metgemeenten aan zit.De voorzitter:Ik kijk even of mevrouw Straatman nog een interruptie wil plegen. Nee.Dan ga ik naar de heer Van Asten.De heer Van Asten (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361736 De Minister zei dat het kwaliteitskader waar ik om had gevraagdontwikkeld is. Nou heb ik dat niet kunnen vinden. Is dat gedeeld,gepubliceerd? Wat is daar precies de status van?Minister Van den Brink:In dit land is weinig geheim, dus als het er is, dan moet dat ook naar u toekunnen komen, lijkt me. Dat zeg ik even zonder dat ik mijn rechteroor hoorhoe dat werkt, maar kwaliteitskaders zijn in dit land niet geheim. Als dat eris, zal ik ervoor zorgen dat het uw kant op komt. In een brief of in eenvolgend bericht over de voortgang laat ik weten waar het staat.De voorzitter:Een prachtige toezegging. Dat is toch mooi.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik hoor de Minister een heel rationele reflectie geven op de hele proble-matiek rond de Spreidingwet. Zo kennen we hem inmiddels ook wel. Tochmis ik een soort appreciatie of een reflectie: tegen welke prijs? In debestuurlijke verhouding tussen Den Haag en gemeenten, maar ook tussenDen Haag en de lokale democratie zetten we immers wel iets op het spel.Rationeel zal het allemaal kloppen: noodzaak et cetera. En toch, er gebeurtwel iets. Kan de Minister daar toch nog op reflecteren? Hoe ernstig neemthij die zorg?Minister Van den Brink:U heeft gelijk dat het bij mij een rationele uitkomst is, maar het is weldegelijk de uitkomst van een weging, ook van die spanning in desamenleving. Ik ben er namelijk echt van overtuigd dat je de spanning inde samenleving in ieder geval niet verder laat toenemen door dat heelfeitelijk aan te vliegen. Dat doe ik vanuit de onderkenning dat we dus weldegelijk grip moeten krijgen op migratie en de instroom moetenbeperken. Ik zou me heel erg aangesproken voelen als ik het alleen maarover opvang zou hebben in de zin van «dat gaan we even oplossen; er ishelemaal geen probleem». Nee, het gaat hand in hand. Over opvang kanje niet spreken zonder het ook over de instroom te hebben. Ik snap heelgoed dat u zorgen en twijfels heeft over de verhouding tussen het Rijk enhet lokale niveau: hoe gaan overheden met elkaar om? Dat heeft uvolgens mij ook bij de behandeling uitgesproken. Tegelijkertijd is dat juistde vraag die we lokaal gekregen hebben. De bestuurders op lokaal niveau,de burgemeesters en wethouders, zeggen tegen ons: please, geef onshandvaten om met jullie samen dit probleem op te lossen, want dankunnen wij rust brengen.Daartegenover staat nu een samenleving die op sommige plekken veelzorgen daarover uitspreekt en zegt: ja, maar hoe dan; wat komt er op mijaf? Dat moeten we met elkaar zien op te lossen. Dat kan alleen door metelkaar in gesprek te gaan en door te laten zien dat je aan de andere kantook die instroom wil en gaat beperken. Dat zijn voor mij zaken die echthand in hand gaan, maar wel tot een rationele uitkomst leiden. Daar voelik mij dan wel weer bij thuis.De voorzitter:Ik kijk even of er nog interrupties zijn in dit blokje. Dat is niet het geval. Alsik het goed heb, gaan we nu door naar het volgende blokje.Minister Van den Brink:Ja. Dan komen we bij de algemene opvangsituatie. Dit raakt natuurlijkgelijk aan alle vragen die er zijn over wat we op dit moment zien gebeurenin gemeentes waar opvanglocaties zijn en in gemeentes waar opvanglo-caties openblijven terwijl is toegezegd dat die gesloten zouden worden.Laat ik absoluut uitspreken dat ik, het COA en alle mensen die daarbijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361737 betrokken zijn, zich op geen enkele manier senang voelen bij hoe het opdit moment gaat. Op heel veel locaties roeien we met de riemen die wehebben, want op dit moment – het is waarschijnlijk nu bijna het einde vande werkdag – zijn bij het COA letterlijk mensen, net zoals al de hele dag,aan het bellen, bellen, bellen op zoek naar een locatie waar een groepmensen die morgen uitgeplaatst moeten worden, naartoe kan gaan. Dat isgewoon de feitelijke situatie. Ik hoop dat u de werkelijkheid en depraktische kant hiervan op u laat inwerken en dat u bedenkt wat het vooreen organisatie betekent om niet alleen vandaag en gisteren, maareigenlijk al jaren tegen de klippen op naar locaties te zoeken en mensenuit te plaatsen. Mensen weten vandaag niet waar ze morgen naartoegaan. Dit is ook gewoon de feitelijke situatie.Zelf vind ik dat we daar soms te weinig aandacht voor hebben. Het gaatdan niet alleen over de medewerkers van het COA, maar ook over mensenvoor wie wij zorg te dragen hebben omdat zij hier internationalebescherming hebben gezocht. Die hebben wij op een fatsoenlijke manierte leveren. En ja, dan komen we uit bij een situatie zoals in Hardenberg, bijgemeenten met bestuursovereenkomsten waar vijf mensen erbij geplaatstmoeten worden, want er is gewoon geen andere oplossing is. Ik kan hetniet mooier maken. Er is geen andere oplossing. Zolang er geen nieuwelocaties komen waar we deze mensen kunnen plaatsen, zullen bestuurs-overeenkomsten aangevuld worden met een aantal mensen. We proberendat op allerlei manieren in communicatie met gemeentes te doen om zeniet te verrassen, maar het is echt roeien met de riemen die we hebben. Ikkan het in dat opzicht niet mooier maken.Dat is, denk ik, ook een antwoord op alle vragen over de opstelling van deoverheid in dezen. Ik begrijp de irritatie. Ik begrijp uw zorg. Het heeft ookeen effect op het onderlinge vertrouwen. Dat erken ik, maar ik heb op ditmoment geen andere oplossing dan doen wat we met het COA aan hetdoen zijn. Dat is mijn antwoord in heel algemene zin en in concreetheidop alle vragen daarover.Mevrouw Straatman vraagt naar de oorlog in Oekraïne: hoe werkt dat metde ontheemden die daarvandaan komen? Op dit moment wordt gewerktaan een langetermijnbeeld ten aanzien van Oekraïense ontheemden. Alsopvanglocaties niet meer nodig zouden zijn voor het opvangen vanOekraïners, voor deze doelgroep, kan in goed overleg met de gemeentengekeken worden naar mogelijkheden om deze plekken in te zetten voor deopvang van asielzoekers dan wel voor de huisvesting van statushouders,studenten of andere «aandachtsgroepen», zoals we dat noemen. Op ditmoment zijn we hierover in gesprek.Dat is volgens mij ook wat de heer Ellian vraagt: wanneer horen we ietsover de locaties voor statushouders? In het regeerakkoord hebben weafgesproken dat er een doelgroep flexibele regeling komt. Daar warenafspraken over gemaakt met gemeentes en daar is nu in de Voorjaarsnotaook geld voor beschikbaar gekomen. Dat soort locaties zijn echt wel watsoberder dan de normale sociale huurhuizen. Daar kunnen we meermensen uit verschillende groepen plaatsen. Dat kunnen studenten zijn,dat kunnen Oekraïners zijn, dat kunnen statushouders zijn, dat kan asielzijn. Gemeenten kunnen op die manier lokaal een invulling geven aan debehoefte die er is.De heer Van Asten vraagt wat wij doen om het aantal overplaatsingenterug te dringen. Het eerlijke antwoord is dat het verhuizen van asiel-zoekers om heel veel redenen ontzettend onwenselijk is, vooral als hetkinderen zijn, want die moeten dan ook van school wisselen en daar komtvan alles bij kijken. Wij zetten dus alles op alles om dat voor die groep zoveel mogelijk te voorkomen, maar voorlopig hebben we nog geen stabielopvanglandschap. Daar werken we wel aan en dat is ook waarom dieSpreidingswet zo noodzakelijk is.Dan de vraag van de heer Ellian over de doorstroomlocaties. Daar gaanwe dus volle bak mee aan de slag. Het kabinet is met de Minister van VROTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361738 in gesprek; het zal daar voor de zomer een plan voor presenteren endaarover in een convenant afspraken maken met gemeenten en corpo-raties.De heer Van Dijk vraagt mij naar het voorstel van de VNG om zelf de regiete pakken. Jazeker, dat is een van de mooiere voorbeelden die we deafgelopen jaren hebben gezien parallel aan de ontwikkeling van deSpreidingswet. Er zijn gemeentes – daarvan ken ik een voorbeeld vlak bijmij in de buurt: Nijkerk – die helemaal in eigen beheer een prachtig eigenconcept hebben ontwikkeld. Die ruimte is er zeker. Er zijn ook gewoonvergoedingen om dat te realiseren. Dat moeten we absoluut doorzetten.Mevrouw Straatman vraagt hoe we nou in een ander gesprek terechtkunnen komen met het COA en de gemeenten om het draagvlak teversterken. Wij zijn natuurlijk wekelijks, nee, dagelijks met het COA engemeenten in gesprek om gezamenlijk weer rust en orde in de asielketente brengen. Dat is echt de opgave die wij hebben. Daarnaast kiezen wevoor het sneller laten meedoen van mensen die mogen blijven. Op diemanier proberen we echt een positieve agenda neer te zetten als het gaatom opvang en meedoen.Over de bestuursovereenkomst, kinderen in de noodopvang enLoosdrecht heb ik net iets gezegd.Mevrouw Straatman vroeg nog naar het voorbeeld van Oss. Het initiatiefin Oss laat zien dat de komst van een opvanglocatie ondanks aanvanke-lijke maatschappelijke onrust goed kan verlopen als maatschappelijkeorganisaties, omwonenden en de bewoners van een COA-locatie metelkaar in contact komen en samenwerken. Juist dit soort voorbeeldenbrengen wij graag onder de aandacht van gemeenten en provincialeregietafels om dat soort dingen te versterken en te verbeteren.De heer Van Dijk vroeg mij nog naar de situatie in Hendrik-Ido-Ambacht,waar echt heel veel onrust is ontstaan. Dat is natuurlijk begrijpelijk en hetroept ook op tot een andere aanpak en opvang. In de Spreidingswet zitgeen generieke uitsluitingsgrond voor de toewijzing van groepen. Dat zouook niet gaan, want dan komen we juist weer terecht in de situatie waarwe niet in willen komen. Er wordt natuurlijk wel gekeken naar de amv’s enin hoeverre locaties geschikt zijn voor welke doelgroep. Op die manierwordt daar dus wel naar gekeken. Er is alleen geen sprake van eengenerieke uitzondering.Dat waren mijn algemene vragen over de opvang.De voorzitter:Mevrouw Straatman wil interrumperen. Ik kijk nog even of dat kan. Datkan. Zij heeft nog een interruptie.Mevrouw Straatman (CDA):De laatste interruptie, voorzitter. De Minister zegt: we zijn met het COA engemeenten dagelijks in gesprek om die keten zo goed mogelijk op orde tebrengen. Dat is natuurlijk zo, maar soms is het nog wat onzichtbaar; ikdenk bijvoorbeeld aan wat er in Oss gebeurt. Het zijn de afschuwelijkebeelden, bijvoorbeeld van wat in Loosdrecht gebeurt, die dagelijks hetnieuws halen. Ik had een meeting met verschillende bestuurders inHardenberg. Er zijn heel veel mooie initiatieven, nu in Nijkerk, waarbijbewoners echt in verbinding staan met asielzoekers en een azc. Daarwerkt het gewoon heel goed. Met die «positieve campagne» bedoelde ikvooral: hoe kunnen we ook de positieve beelden veel zichtbaarder maken,zodat we veel meer evenwicht krijgen in het debat over azc’s, dat wevandaag ook hier voeren?Minister Van den Brink:Dat is terecht en alleen al daarom is het goed dat we dit debat hebben. Wekunnen zo weer balans aanbrengen tussen die beide kanten: demaatschappelijke onrust en tegelijkertijd de ontzettend mooie initiatievenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361739 die er zijn en hoe er op lokaal niveau invulling aan wordt gegeven. Dat is,denk ik, wel de grote groep.Er is een kleine hardnekkige groep overlastgevers op COA-locaties. Diemoeten we heel hard aanpakken, iets waar we onlangs een debat overhebben gehad. Er is grote groep mensen in de samenleving bij wie er nogsteeds draagvlak is voor het opvangen van mensen die echt op de vluchtzijn voor oorlog en geweld, maar er is ook een groep mensen in desamenleving die heel bewust de confrontatie zoekt over asielopvanglo-caties. Dat zien we natuurlijk ook terug bij wat we de afgelopen tijdhebben gezien. Dus in die zin is er echt een groep in de samenleving bezigom die spanning te maximaliseren. Het is aan ons ... Het is in ieder gevalaan mij om daar zo goed mogelijk rust, reinheid en regelmaat in tebrengen.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik zit nog een klein beetje te kauwen op het antwoord dat de Minister gafin reactie op de brief van de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht. DeMinister laat absoluut doorklinken dat het een hele indringende brief is.Gelet op wat er gebeurd is, is dat ook begrijpelijk. En toch, wat kunnen wedoen voor gemeenten die zoiets hebben meegemaakt en die een puntmaken van die specifieke groep van veiligelanders, die echt de verkeerdelijstjes aanvoeren? Ik begrijp dat de Minister zegt dat een generiekeoplossing ingewikkeld is, maar toch: is dit nou eigenlijk alles? Hoe kunnenwe deze gemeenten gewoon meer comfort geven? Ik denk dat ze daarnamelijk gewoon recht op hebben.Minister Van den Brink:Het belangrijkste wat we te doen hebben, is die groep zo snel mogelijkdoor de procedure halen en uitzetten. Dat is de snelste route naar eenoplossing. Maar we moeten natuurlijk wel altijd ergens een locatie hebbenwaar we die mensen kunnen opvangen. We zoeken naar mogelijkhedenom die mensen zo goed mogelijk te spreiden, want we weten ook uitervaring dat als we die mensen verspreiden, er minder overlast vanuitgaat. Dat is gewoon de realiteit. Op die manier wordt er zeker naar eenoplossing gezocht en ik zal ook zeker de situatie van Hendrik-Ido-Ambachtmeenemen in de afwegingen die we maken.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Mijn vraag aan de Minister ligt in het verlengde van de vraag van de heerVan Dijk. Wat zegt de Minister tegen de mensen die zich zorgen makenwanneer er zo’n azc in hun wijk of dorp komt? De afspraken worden nietnagekomen. En als er dan eenmaal zo’n azc komt, wordt er ook nog eens,zoals bijvoorbeeld in Lochem, tegen ze gezegd: hier hebt u € 1.000; regeluw veiligheid zelf maar. Wat zegt u nou tegen ouders die hun kinderenlangs zo’n azc moeten laten fietsen of die daar in het donker langs moetenlopen? Die mensen voelen zich onveilig in hun eigen wijk.Minister Van den Brink:Wat ik daarop zeg is allereerst: probeer met elkaar het gesprek te voeren.Dat is denk ik het allereerste. Ga met elkaar het overleg aan. Ik weet dat aldie gemeentes dat ook doen op de plekken waar voor de Spreidingswetlocaties worden opgestart.Uw voorbeeld van Lochem. In antwoord op Kamervragen heb ik volgensmij al gezegd dat wij op geen enkele manier toejuichen of gezegd hebbendat zo’n bijdrage wenselijk is. Dat is dus een lokale afweging geweestwaar wij niet bij betrokken zijn. Ik zou dat ook niet toejuichen. Ik heb in debeantwoording van de Kamervragen naar mijn weten ook gezegd dat er indie zin geen sprake was van directe overlastcijfers die ons bekend waren.Dus we moeten heel gericht kijken naar waar er overlast is en hoe we dataan kunnen pakken in plaats van te zeggen dat elk asielzoekerscentrumTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361740 dat ergens komt, leidt tot overlast. Dat kan op sommige plekken wel deervaring zijn en dan handhaven we daar ook op. We pakken dat dan aan.Maar dat iedere locatie leidt tot de overlast die mevrouw Lammersbeschrijft, is een uitspraak die ik zeker niet voor mijn rekening zou willennemen.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Dit verbaast mij toch wel, want ik hoor de Minister hier zeggen: als eroverlast is, dan reageren we daarop en dan pakken we dat aan. Nou, wehebben volgens mij vorige week nog een debat gevoerd over alleen nogmaar de buslijnen in Ter Apel. Dat wordt dus helemaal niet aangepakt.Daar gebeurt niks, want het is al jaren een probleem. Zelfs dat probleemwordt niet opgelost en dan hebben we het alleen nog maar over eenbuslijn in Ter Apel. Ik begrijp niet waarom de Minister niet gewoon tegendie mensen kan zeggen: dit ga ik voor u doen om uw veiligheid tegaranderen of om u in ieder geval een veilig gevoel te geven. Wat zegt deMinister tegen die mensen?Minister Van den Brink:Dat het gesprek op lokaal niveau gevoerd moet worden om die onrustweg te nemen en met elkaar te borgen dat aan signalen over onveiligheidof anderszins een goede opvolging wordt gegeven. Dat is wat gemeentenvolgens mij op allerlei manieren inregelen. En als dat noodzakelijk is,zetten zij ook personeel in dat dat kan borgen. Ik weet dat er op die manierheel hard aan wordt gewerkt.De voorzitter:Gaat u verder met de follow-up.Minister Van den Brink:Ik kom aan bij alle vragen die er zijn geweest over de afgelopen dagen. Ofja, de afgelopen dagen ... Nu lijkt het alsof het de hele week over deasielwetten ging. In het nieuws was dat wel een beetje zo, dus dat is waar.Afgelopen dinsdag is in de Eerste Kamer het debat afgerond over de tweewetten: de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatrege-lenwet.Mevrouw Van der Plas vroeg mij hoelang ik nog bezig ben met devoorstellen ter reparatie die ik daarna heb gedaan. Ik denk dat ik het bestwel ongeveer per tijdstip kan bedenken. Dinsdag was de stemming.Maandagavond laat heb ik, nadat ik de indruk kreeg dat het hier weleensnaartoe zou kunnen gaan en nadat we alle pogingen hadden gedaan omtot een ander resultaat te komen, dat aan een aantal kabinetsleden latenweten en gezegd: er zijn drie onderdelen in deze wet die sneuvelen omdatze dan geen onderdeel worden van het pact. Dat zijn de dwangsom, waarde heer Van Dijk over sprak, de ongewenstverklaring en de strafbaar-stelling van de terugkeerfrustreerders. Nou was mijn ragfijne politiekeinschatting dat de heer Van Dijk opnieuw bereid zou zijn om met eenamendement te komen om de dwangsom te regelen, en dat bleek, wanthij heeft het al ingediend. Voor de ongewenstverklaring gaan we kort nahet meireces een nota van wijziging indienen als onderdeel van de Wetterugkeer en vreemdelingenbewaring. Ik kom met een zorgvuldig procesrondom de strafbaarstelling van de terugkeerfrustreerders om tevoorkomen dat het politiek rommelige proces dat hieraan in de vorigeperiode vooraf is gegaan, opnieuw plaatsvindt, en om ervoor te zorgendat ertoe doende advisering plaatsvindt en er voldoende gesprek is metmaatschappelijke organisaties. Op die manier repareren we wat naafgelopen dinsdag van de kar is gevallen, om het even wat huiselijk tezeggen. De rest zit in het Migratiepact. Daarnaast is het tweestatusstelsel,met de nareisbeperkingen en de beperkingen van het kerngezin, al in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361741 Eerste Kamer aangenomen. Daarmee gaan we nu richting de uitvoering.Dat is wat ik kan zeggen over de wetgeving van afgelopen week.Verder mag ik bij herhaling het antwoord geven dat wij niet voornemenszijn om een asielstop in te voeren, los van de vraag hoe die er dan uit zoumoeten zien.Dat is het blokje instroom.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas. Mevrouw Van der Plas,gaat uw gang.Mevrouw Van der Plas (BBB):Het was de afgelopen week wel een grote puinhoop – laten we datconcluderen – maar daarvoor ook. Ik hoorde de fractieleider van het CDA,nee, sorry, de Minister-President zelfs, heel trots vertellen dat het zo mooiwas dat er geen blokkades waren in de coalitie en dat ze elkaar allemaalvrij lieten, maar dit is wel echt een onderdeel geweest van een campagne.Onder andere D66 heeft daar zijn hele campagne op gevoerd. Compleetmet Nederlandse vlaggen en al werd mensen een streng asielbeleidbeloofd. Dat is niet gebeurd. We moeten de voorstellen nu afwachten,maar ik maak mij wel zorgen: gaat dit dan wél werken? Worden binnen decoalitie wél afspraken gemaakt om er in ieder geval voor te zorgen datwetten er gewoon doorheen gaan? Het is in ieder geval een kleineanarchistische bende bij D66.Minister Van den Brink:Ik zit even te kauwen op uw vraag. Ik denk dat ik hierbij toch voor derationele aanpak van de heer Van Dijk kies. Ik constateer wat er isgebeurd. Ik heb mij daar dinsdag ook over uitgesproken. Ik heb mijvoorgenomen om mij vooral niet uit het veld te laten slaan en deherstelwerkzaamheden zo snel mogelijk te doen. Zoals ik net aangaf gaatdat in het proces heel snel, maar ik had het ook liever anders gezien; laatdaar geen onduidelijkheid over bestaan. Ik ga echter aan het werk om tedoen wat nodig is.De voorzitter:Ja hoor, mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb ook nog de vraag gesteld – het antwoord is me niet helemaalduidelijk geworden – of het besluit voor die nieuwe wetsvoorstellen algenomen was terwijl deze wetsvoorstellen nog in de Eerste Kamer lagen.Is er dus alvast een soort van ontsnappingsroute gemaakt voor het gevaldat?Minister Van den Brink:Het eerlijke antwoord is dat ik tot maandagavond heel laat plan A hebgehad, namelijk erop inzetten dat die wet het zou halen. Maandagavondlaat heb ik een aantal collega’s laten weten dat als zich dat niet zouvoordoen – soms maak je een inschatting – dat dit mijn alternatievenwaren om het te herstellen. Daar is dus niet in de ministerraad ofanderszins over gesproken. Nee, dit heb ik gewoon op eigen titelneergelegd als «zo gaan we het oplossen»; dat is ook omarmd en datgaan we ook zo doen.De voorzitter:Even kijken. Dan gaan we naar het laatste blokje: overig. De Minister kijktnog of de heer Ceder een interruptie wil doen. Dat lijkt bijna op uitlokkingvan een interruptie! Ik zie dat de heer Ceder het toch graag wil, dus dangeef ik daar even de ruimte voor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361742 De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, ik zie dat de Minister er behoefte aan heeft dat ik mijn inter-rupties zo snel mogelijk opmaak, dus dat zal ik dan maar doen. Het gaateven over de schriftelijke vragen die ik gesteld heb over het azc inHardenberg. De gemeente werd daar gewoon voor het blok gezet, als ikhet zo mag zeggen, doordat ze een paar dagen van tevoren te horen kreegdat het azc niet zou sluiten. Er is vandaag tijdens dit debat een berichtgekomen dat er een memo is uitgelekt waarin eigenlijk wordt aangegevendat sluiting van het azc geen prioriteit blijkt te zijn voor het COA. Dit staatvolgens mij ten eerste haaks op de afspraken die gemaakt zijn na afloopvan de ontdekking dat het azc zou blijven bestaan, maar dit kán volgensmij ook niet. Ook dit is weer een knauw richting de overheid en haarbetrouwbaarheid. Ik vroeg mij af of de Minister in ieder geval op beidepunten kan reageren.Minister Van den Brink:Bij uw afwezigheid – u had natuurlijk een ander debat of andere verplich-tingen – heb ik net een vrij uitvoerige verhandeling gehouden over desituatie waarin we op dit moment zitten. Ik heb gezegd dat het een situatieis die op alle manieren knelt, die op alle manieren maakt dat het COA opdit moment waarschijnlijk nog aan het bellen is hoe ze het morgen weeropgelost krijgt. Ze zijn dus aan het roeien met de riemen die ze hebben.Dat laat onverlet dat ik op geen enkele manier blij ben en het zelfs ergtreurig vind hoe we op dit moment omgaan met afspraken zoals met degemeente Hardenberg. Dan wat u specifiek bedoelt over de situatie nu. Opdit moment gaat men in Ter Apel natuurlijk al jarenlang over de norm van2.000. Daarnaast zijn er echt locaties die sluiten waardoor er mensen opstraat zouden komen te staan op het moment dat daar geen alternatiefvoor is. In die zin wordt er op dit moment met man en macht gewerkt omHardenberg ook leeg te maken. Ik weet dat ze inmiddels op een aantal vanongeveer 250 zitten, terwijl ze van 700 kwamen. Op die manier wordt ergewerkt. Er wordt dus met man en macht gewerkt om gestand te doenwat is afgesproken. Tegelijkertijd zit er een grens aan wat er in Ter Apelkan en is Breda volgende week dicht. In die context opereert het COA dus,zonder enige blijmoedigheid over de wijze waarop het moet werken, wanthet roeit met de riemen die het heeft.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik begrijp dat het een complexe situatie is en ik benijd de Minister ookniet. Dit gaat echter om vertrouwen. Het vertrouwen is eenmaalgeschonden toen het COA aangaf niet te vertrekken op de afgesprokendatum. Vandaag komt er een memo naar voren waaruit volgens degemeente Hardenberg blijkt dat het azc daar niet de hoogste prioriteitheeft, terwijl het COA juist beloofd heeft dat Hardenberg wel de hoogsteprioriteit zou hebben. Nogmaals, er kunnen goeie redenen voor zijn, maardit is een dubbele knauw. Ik vraag me af hoe de Minister ten aanzien vanhet laatste bericht denkt het vertrouwen te herstellen, niet alleen inHardenberg maar ook in andere gemeenten. Die lezen dit mee en denken:«Kan ik nog een relatie aangaan met het COA? Wat haal ik mijzelf op dehals en wat halen wij ons als gemeenteraad op de hals?»De voorzitter:Jaja, helder. De Minister.Minister Van den Brink:Het maakt duidelijk hoe nijpend de situatie is en hoe lang we daar nu al inzitten. Ik gaf net al aan dat we er op dit moment dus wel locaties bijkrijgenmaar dat dat eigenlijk alleen maar voldoende is om het verlies vanbedden door de locaties die sluiten, net bij te houden. Er is dus bij hetCOA een soort van break-even gaande met een opvangratio van 104%. TerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361743 Apel zit gewoon permanent boven de 2.000, soms boven de 2.100. Dat isdus de situatie waarin we zitten. Ja, dat leidt dus tot het schenden van hetvertrouwen. Dat zie ik dus heel goed en dat levert schade op. Tegelijkertijdwordt ook Hardenberg op dit moment wel degelijk als prioriteit gezien,binnen de context van al die locaties die sluiten. Ook op Hardenbergwordt volop geacteerd, maar wel in de context dat er anders locaties zijndie mensen echt buiten zouden moeten zetten. Dat zijn noodopvanglo-caties die dan alweer dichtgaan. Dat is dus de situatie waar ik mee vandoen heb.De voorzitter:Vervolgt u met het laatste blokje.Minister Van den Brink:Ik kom nu op mijn blokje overige. Ik begin daarbij met de vraag van deheer Ellian over Syriërs. In zijn algemeenheid geldt dat het kabinet eenbrede agenda voor Syrië heeft en stevig inzet op versterking van desamenwerking met de Syrische autoriteiten, ook op het gebied vanmigratie en terugkeer. We investeren daar natuurlijk ook in de capaciteits-opbouw van de Syrische autoriteiten en in grensmanagementprojecten.De samenwerking met de Syrische autoriteiten krijgt op verschillendemanieren vorm. Zo zal ik samen met Syrië binnenkort een event organi-seren over wederopbouw en terugkeer, als ik in de tweede week van hetreces in New York ben bij het International Migration Review Forum.Tijdens dit event zullen verschillende Europese lidstaten aanwezig zijn.Naast de landen in de regio zijn daar ook de Europese Commissie eninternationale organisaties om daar met elkaar te bespreken welkeconcrete mogelijkheden er zijn voor die samenwerking, wederopbouw enterugkeer. Dat is dus waar we op het meer diplomatieke vlak mee bezigzijn.Uw vraag is dan de volgende. Er liggen heel veel aanvragen van Syriërs.De aanvragen worden individueel getoetst, maar we weten vanuit hetlandenbeleid dat de situatie natuurlijk echt wezenlijk is veranderd. Zien wedat dat dus tot veel minder inwilliging leidt ten opzichte van eerder? Datklopt. Ik had u al toegezegd om u in mei te informeren over hoe mijn planvan aanpak met de IND eruitziet. We moeten dan namelijk ook kijken naaralle aanvragen die er nog liggen. Dat ga ik hier zeker in betrekken, want ikzoek natuurlijk ook naar manieren om aan de ene kant de aanvragen dieer nog liggen, zo snel mogelijk af te doen; dat heeft u ook van mijgevraagd. Tegelijkertijd heb ik u toegelicht dat we ook aan het pact willenvoldoen. Dit zou daarin een groep kunnen zijn die we zouden kunnenprioriteren. Binnen de IND hebben we allemaal afhankelijkheden over hoedat werkt en hoe dat gaat. Daar valt veel meer over te vertellen, maar datga ik eerst opschrijven in een Kamerbrief aan u. Dit neem ik echter zekermee, dus dat wil ik u graag toezeggen.Ik had van de heer Russcher nog de vraag waarom er aan gemeenten nietook overlastcijfers worden verstrekt. De overlastcijfers zijn gewoonbekend; die worden via het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum,het WODC, jaarlijks in beeld gebracht. Die zijn dus algemeen beschikbaar;die worden op die manier voor iedereen ter beschikking gesteld.U vroeg nog, denk ik, naar de situatie van gisteren waarin autoriteitenoptreden tegen inwoners die demonstreren en of we daartegen moetenoptreden. Nee, op geen enkele manier. Demonstratierecht is een grootgoed in dit land. We treden alleen op als er geweld wordt gebruikt en daarwas sprake van. Dus heeft de politie gemeend daar te moeten optreden.Mevrouw Piri vroeg mij nog naar het OVA-proces, dus dat hele toelatings-proces in Ter Apel. Dat is onderdeel van het Migratiepact waar we onlangsal zo over hebben gesproken. De IND is hard bezig met de voorbereidingvan het pact en het screeningsproces. Dat zal allereerst in Ter ApelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361744 plaatsvinden en we zoeken nog naar vervolglocaties waar we het ookkunnen toepassen.De heer Van Asten vroeg mij nog naar de stand van zaken rondom deMeedoenbalies. Op dit moment hebben 38 locaties een Meedoenbalie, en50 opvanglocaties hebben een soort «Meedoenbalie light»; zo noemen wehet maar even. In het coalitieakkoord zijn er middelen vrijgekomen voorde uitbreiding van de Meedoenbalies naar meer COA-locaties. We, hetCOA en wij, zijn op dit moment in gesprek met het Ministerie van SocialeZaken, dat hier de financiering van doet. We overleggen hoe we ze kunnenuitbreiden. Er is nu nog geen exacte datum te noemen wanneer we datdoen, maar er is wel ... Volgens mij was het ergens rond de zomer. Ik zeghet vanuit mijn eigen herinnering, maar je weet nooit of die klopt. Het istoch voor zomer? Ja, oké. Dat dus rondom de Meedoenbalies.De heer Ellian vroeg mij nog naar de permanente verblijfsvergunning.Onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet was het schrappen van deverblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dat punt gaat nu meelopen inde discussie over het Migratiepact. Ik zeg nu «discussie», maar hopelijk ishet de aanvaarding van het Migratiepact door de Eerste Kamer. Dan is dievanaf 12 juni bij wet van kracht.Dat waren alle vragen.De heer Ellian (VVD):Ik heb nog één vraag. De Minister zei dat hij het graag toezegt. Ik hebgoed geluisterd en probeer te begrijpen wat die toezegging is. Ik vroegom prioriteit.Minister Van den Brink:Ja.De heer Ellian (VVD):Zegt de Minister toe dat hij prioriteit geeft?Minister Van den Brink:Dan heeft u toch wel heel scherp geluisterd, hoor. Ik zeg het u toe bij deaanpak van de aanvragen die moeten worden afgehandeld, of en hoe datkan. Laat ik zeggen dat mijn sympathie ernaar uitgaat.De heer Ellian (VVD):Dat is was mij betreft prima. Als de Minister erop wil terugkomen of ergeprioriteerd kan worden, ben ik happy.Wat betreft de permanente verblijfsvergunning: we kunnen het deze weekniet meer ongedaan maken. Had de wet het gehaald, dan had ik dezevraag niet hoeven stellen. Maar goed, laat ik daar maar niet overbeginnen, want dat is vrij sfeerverpestend, heb ik gemerkt. Maar mag ik erdan wel op rekenen dat we niet nu onnodig allerlei permanente verblijfs-vergunningen gaan afgeven? Volgens mij is het nog 40 dagen of 41 dagentot het pact.Minister Van den Brink:Er ligt natuurlijk gewoon de huidige werkpraktijk, gebaseerd op juridischebepalingen. Zolang er niet een andere wet ligt, is er geen ruimte om nueen andere keuze te maken dan gewoon uitvoering geven aan het huidigekader.De voorzitter:Ik kijk naar de commissie of er nog vragen op de zeef zijn blijven liggen.Dat had ik u beloofd. Is er een vraag blijven liggen, meneer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Nee, ik heb wel een korte technische ... Nee ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361745 De voorzitter:Technische vragen zitten in een andere sessie. U kunt wel een punt vanorde maken. Uw interrupties zijn op.Ik dank de Minister voor de beantwoording namens het kabinet in deeerste termijn. Mevrouw Van der Plas zit allemaal gebaren te maken; datis echt heel gezellig. Ik heb de vraag of de commissie een tweede termijnwenst, even los van de aanvraag van een tweeminutendebat. Dat is mijnvraag in eerste instantie.De heer Ceder (ChristenUnie):Even een punt van orde en een vraag. We zouden over zeven minutenstoppen. Een tweede termijn met al deze sprekers, die ik allemaal zeerhoog heb zitten, zal denk ik minimaal nog een uur duren. Ik vraag mij dusaf hoe de voorzitter dit qua tijd inschat voordat ik er een afweging in kanmaken.De voorzitter:Ik zou willen voorstellen om een tweede termijn te doen van 45 secondenper lid. Er kan dan een laatste vraag worden gesteld of een laatste inbrengworden geleverd. Daarna kunnen we vijf minuten schorsen en dan zijn weuiteindelijk rond 17.30 uur klaar. Dat is de tijdplanning. Ik hoor nu dat eenschorsing niet nodig is. Dan zijn we dus eerder dan 17.30 uur klaar. Het isdus een heel kort rondje. Ik kijk of dat gewenst is, of dat u zegt het ook afte kunnen met alleen een tweeminutendebat. Ik zie dat er behoefte is aaneen tweede termijn. Dan gaan we dat gewoon doen. U kunt het ook rustigoverslaan, is mijn aanmoediging als uw voorzitter.Meneer Ceulemans, gaat uw gang.De heer Ceulemans (JA21):Dank, voorzitter. Ik zou graag formeel een tweeminutendebat aanvragen.Dank aan de Minister voor de antwoorden. Ik denk dat de conclusie is datwe het niet eens worden over dit onderwerp. Ik zie de Minister nu knikken,dus die onderschrijft dit. We gaan zelf een poging wagen met onzeintrekkingswet. Dat heeft overigens niets te maken met het zaaien vanonrust in de samenleving; het heeft gewoon te maken met het gebruik-maken van parlementaire middelen om ook tegemoet te komen aan deautonomie van gemeenten en de bevolking die hier niet op zit te wachten.Een korte vraag nog. De Minister is al ingegaan op het dwangelement. Wekennen de systematiek van de Spreidingswet, maar kan de Minister nogeventjes concreet aangeven hoe hij die dwang wil gaan toepassen?Tot slot. De heer Ellian refereerde al aan de zin in het coalitieakkoord,geloof ik, dat op het moment dat er genoeg opvangplekken zijn, deSpreidingswet overbodig is. Wanneer is voor de Minister concreet hetmoment aangebroken waarop de Spreidingswet voor hem overbodig is?De voorzitter:Ik dank u wel. Meneer Ceder, gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ten aanzien van de kleinschalige opvang ben ikbenieuwd of de Minister kan toezeggen om in ieder geval te inventari-seren of die knelpunten er zijn. Dat kan via de VNG. Er zijn echt een aantalgemeenten die herhaaldelijk bij mij aankloppen en aangeven: wij willenwel, maar wel op een manier die past bij de lokale gemeenschap; dat isvoor ons heel belangrijk, ook in het kader van het behouden van hetdraagvlak. De vraag is dus of de Minister dat kan toezeggen.De tweede vraag is in hoeverre de wijziging die de Minister voorstelde –dat is het vrije recht van de Minister – op het punt van de extra maatre-gelen te rijmen valt qua capaciteit met de inwerkingtreding van hetMigratiepact. Op het moment dat dat gaat botsen, zou ik liever een goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361746 invoering willen dan dat wij hier in de Tweede Kamer gaan stuntelen metmaatregelen. Je kan die capaciteit immers maar één keer inzetten. Kan deMinister toelichten hoe die capaciteit de komende weken wordt ingezet?De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Van der Plas behoefte heeft aan eentweede termijn. Gaat uw gang.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, ik kom toch even terug op mijn vragen over wat er allemaal is gebeurdvoor dinsdag. De Minister geeft aan dat er maandagavond besloten is omnieuwe wetsvoorstellen voor te bereiden. Dat is voor de stemming opdinsdag. Wat mij triggert en waar ik een antwoord op wil hebben, is hetvolgende. Het was dus al bekend dat er zou worden gewerkt aan nieuwewetsvoorstellen. Was dit dan een soort ontsnappingsdeal voor D66, zodatze tegen konden stemmen, het nieuwe kabinet met compleet nieuwevoorstellen kan komen en de Faberwetten definitief van tafel zouden zijn?Dat is mij nog niet duidelijk. Ik heb er nog wel vraagtekens bij.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Straatman niet. Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Dit debatheeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat de aantallen asielzoekersomlaag moeten. Dit geldt ook voor het aantal politieke spelletjes. Ookmoet het bruuskeren van de lokale democratie via de Spreidingswet zosnel mogelijk stoppen.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Asten niet. De heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Heel kort. Dank voor de beantwoording. Ondanks alle perikelen van deafgelopen tijd – ik probeer het zo neutraal mogelijk te formuleren – wil ikwel zeggen dat ik een Minister zie die er alles aan doet om te doen wat wehebben afgesproken met elkaar: de instroom beperken.Ik zag een amendement van JA21 en de SGP over de gerechtelijkedwangsommen. Ondanks dat het hier niet altijd even gezellig is en iksoms permanent boos lijk, waardeer ik het wel dat collega’s meteen aande slag gaan om toch te fiksen wat we kunnen fiksen.Daarmee wil ik afronden.De voorzitter:Dank. En dat kan ook met een lach, zou ik zeggen. Waarom niet. Dank uwel, meneer Ellian.Ik kijk of de Minister paraat staat om te antwoorden.Minister Van den Brink:Ja, zeker.De voorzitter:Gaat uw gang.Minister Van den Brink:Dan begin ik met die vraag van mevrouw Van der Plas, want zij maakt hettelkens spannender. Ik wil gewoon heel praktisch maken hoe dit in mijnhoofd werkt. Als ik wekenlang werk om een wetsvoorstel het te latenhalen, denk ik op een gegeven moment dat ik er misschien toch ook eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361747 plan B naast moet gaan leggen, voor het geval dat plan A niet werkt. Maardat was echt pas twaalf uur voordat de stemmingen waren. Er is dus opgeen enkele manier ruimte ... Laat ik het zo zeggen: alles is op alles gezetom die wetten aangenomen te krijgen, maar er mag ook van mij verwachtworden dat ik als Minister nadenk over wat er nodig is als iets niet zoulukken. Dat gebeurde maandagavond. Dit is eigenlijk een soort recon-structie, alleen dan via een debat in de Tweede Kamer. In die zin heb ik nugelijk antwoord gegeven op de vraag hoe dit allemaal gegaan is. Dankvoor de vraag, dus. Maar veel spannender dan dit is het niet.Het zijn in die zin ook geen nieuwe wetsvoorstellen. We weten dat er eenamendement komt dat een deel herstelt. We weten dat er een nota vanwijziging komt van dit kabinet, ingediend in mei. Daarnaast komt er eenwetsvoorstel van mijn kant over het strafbaar stellen van terugkeerfrus-treerders.Dat is het antwoord op de vragen van mevrouw Van der Plas. Dan naar deminder spannende vragen.De voorzitter:Er is toch nog een vraag op de zeef blijven liggen bij mevrouw Van derPlas. Gaat uw gang.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb het debat in de Eerste Kamer gevolgd en wil benadrukken dat ikvind dat deze Minister het ook in het debat gewoon goed heeft gedaan. Hijis echt duidelijk geweest over wat er dan allemaal niet zou gebeuren. Hetlijkt nu een beetje alsof ik wantrouwen heb, maar ik wil het gewoonweten. Maar ik wil wel even gezegd hebben dat de Minister er in mijnogen alles aan gedaan heeft om het door te laten gaan. Maar goed, dat isniet gebeurd, helaas.De voorzitter:Ja. Mooi. Waarvan akte.Minister Van den Brink:Dank u wel, zeer gewaardeerd. Zeer gewaardeerd.De conclusie van JA21 over mijn conclusie over u klopt. We zijn het erovereens dat we er anders over denken.U stelde ook een vraag over die stappen. De Spreidingswet geeft gewoonhet bestuurlijk toezicht weer. Overigens zij nog een keer extra vermeld datdit niet iets is wat aan de Spreidingswet hangt; het is gewoon eenbepaling die al heel lang in onze wetgeving zit als we spreken over eendecentrale taak van gemeentes. Soms ligt het bestuurlijk toezicht bij deprovincie en in dit geval ligt het bij mij. Nu doorlopen we daarbij gewoonde fasering. Die bestaat er nu uit dat fase twee en daaropvolgend fase drievoor de gemeenten aan de orde zijn. We weten dat daar nog stap vier, vijfen zes achter wegkomen, maar ik hoop en blijf erop inzetten dat fase tweeen drie de laatste stappen zijn die ik nodig heb om er met gemeenten uitte komen. Ik ga me daarbij dus ook niet verder laten verleiden, want wehebben in dit land al genoeg tegenstellingen. Tegelijkertijd is het voorgemeenten duidelijk dat ik van alle gemeenten verwacht dat ze eenbijdrage leveren. Ze kunnen dat aan de provinciale regietafel met elkaarbespreken en oplossen.Wanneer is die dan overbodig? Kan ik dat concreet maken? Nee, dat zougeen recht doen aan de problematiek van dit moment. Wij hebben dusvoorlopig de Spreidingswet nodig om de opvang te verbeteren en stabielte maken en om af te geraken van noodopvanglocaties. Dat zou degrootste bijdrage zijn die ik kan leveren aan het begrotingssaldo. Ik denkdat de Minister van Financiën daar enorm blij van zou worden. Hetmoment waarop dat stabiel oogt en waarop we zien dat dat langjarig is, isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361748 het moment om de Spreidingswet af te schaffen. Ik ga daar geen jaartalaan hangen.De heer Ceulemans (JA21):Dat antwoord is natuurlijk wel een beetje een kip-eiverhaal. Op ditmoment is de Minister namelijk middels de Spreidingswet aan hetafdwingen dat er in het land in de ogen van de Rijksoverheid voldoendeasielopvangplekken zijn. Als dat moment is aangebroken en het genoegen stabiel is, dan is de Spreidingswet overbodig, maar op dit momentwordt dat juist door de Spreidingswet afgedwongen. Dat betekent dus ookdat als de Spreidingswet er niet meer is, gemeenten weer zelf kunnenbepalen dat ze die asielopvangvoorzieningen sluiten. Is dit dus nietgewoon een formulering van de Minister om beleefd te zeggen: ik ga dieSpreidingswet nooit meer intrekken?Minister Van den Brink:Sowieso heb ik in dit werk al heel vaak het gevoel dat er eenkip-eidiscussie gaande is en dat elke keer de vraag is: wat is de kip en watis het ei? Maar nee, ik heb absoluut het doel om een stabiel opvangland-schap te creëren, waarbij wat mij betreft de vrijwilligheid van gemeentenweer een plaats krijgt. We hebben het jarenlang gedaan op vrijwilligheiden dat leverde niet; daardoor werd Ter Apel overlopen en kwamen ergrote problemen op andere locaties. Toen concludeerden we – dat werddoor heel veel gemeenten, het IPO en commissarissen gevraagd – dat ereen spreidingswet moest komen. Dus nee, ik handhaaf de Spreidingswetzolang die nodig is, maar zodra het kan, zullen we ervan afstappen. Ik kanalleen geen moment in de tijd aangeven.Ik zeg toe aan de heer Ceder dat we de inventarisatie voor kleinschaligeopvang gaan doen. Ik nodig u ook uit: mocht u tegen voorbeeldenaanlopen waarbij u weet dat het ergens is stukgelopen, laat me dat danweten. Ik wil daar namelijk graag mee aan de slag, want ik geloof ook zeerin de kleinschalige opvang. Ik ga daarover met de VNG in overleg en komdaar bij u op terug.Ten slotte uw vraag over de nationale maatregelen versus het Europeespact. Die zijn natuurlijk met elkaar vervlochten en krijgen gelijktijdiguitvoering, dus ik ga ze niet losknippen. Wat betreft de maatregelen diedeze week niet door zijn gegaan en weer aangeboden worden, noem ik alsvoorbeeld de ongewenstverklaring. Die komt bij nota van wijziging op deWet terugkeer en vreemdelingenbewaring, die waarschijnlijk in mei in uwKamer wordt besproken, maar die moet daarna weer naar de EersteKamer. Die loopt er dus wel echt achteraan. In die zin is dat een voorbeeldvan een nationale maatregel die niet gelijk interfereert met het pact vanaf12 juni.Ik denk dat ik daarmee compleet ben.De voorzitter:Ja, dat is het geval. Hartelijk dank aan de Minister voor de beantwoording.We zijn zo ongeveer aan het einde gekomen van dit debat, maar niethelemaal, zeg ik tegen de heer Van Asten. We hebben namelijk detoezeggingen nog. U wilt er graag vandoor gaan, zie ik. Dat mag, hoor. Umag gaan, maar dan kan het zijn dat een toezegging aan u niet goedgeregistreerd staat. We gaan die administratie dus nog even doen.Ik noem de toezeggingen op.–De Minister stuurt de invoeringstoets van de Spreidingswet voor dezomer naar de Kamer.–De Minister voegt bij de eerstvolgende voortgangsbrief het kwaliteits-kader voor opvanglocaties toe. Dat is een toezegging aan de heer VanAsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361749 –De Minister stuurt samen met de Minister van VRO voor de zomer eenplan van aanpak voor de doorstroomlocaties naar de Kamer. «Hetconvenant», noteren we daarbij.–De Minister stuurt kort na het meireces een nota van wijziging van deWet terugkeer en vreemdelingenbewaring naar de Kamer.–De Minister stuurt in mei een plan van aanpak voor de voorraden vande IND en neemt daarin de status van de Syrische aanvragen metprioriteit mee.–De Minister stuurt een wetsvoorstel over de strafbaarstelling vanterugkeerfrustreerders.De vraag is wanneer.Minister Van den Brink:Daar ga ik geen datum aan koppelen.De voorzitter:Dan is het geen toezegging.Minister Van den Brink:O? Dan is het geen toezegging. Ik ga het wel doen.De voorzitter:«Datum onbekend», zullen wij noteren bij deze toezegging. Als de Kamerdaar anders over denkt, horen we dat vanzelf.–De Minister stuurt een brief over de inventarisatie van kleinschaligeopvang naar de Kamer. Dat doet hij na de zomer.Ik had er natuurlijk mee moeten beginnen dat lid Ceulemans van JA21 eentweeminutendebat heeft aangevraagd.Daarmee hebben we alle toezeggingen en de administratie gehad.Ik wil in ieder geval de Minister en de ambtelijke staf hartelijk danken voorhun aanwezigheid, en natuurlijk ook de leden. Het leek niet te lukken indrie uur, maar het is toch echt bijna gelukt. Daarvoor waren heel veelaanmoedigingen en veel kortere interrupties en antwoorden nodig. Dankdaarvoor. Ik wil ook alle mensen die dit debat op de publieke tribune of opafstand hebben gevolgd, hartelijk danken. Dank aan de griffie en deondersteuning voor het mogelijk maken van dit commissiedebat.Daarmee sluit ik dit commissiedebat. Dank u wel.Sluiting 17.21 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361750
Gerelateerde bronnen
- De tweede cyclus van de Spreidingswet
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 april 2026, over de tweede cyclus van de Spreidingswet
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.