KamerkringInloggen
Kamerbrief

Agenda voor werkend Nederland

18 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 72cea1c9e97906b1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1253 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 november 2024Werk is een belangrijk onderdeel van het leven. Het zorgt voor inkomen envoor zingeving en sociale verbinding. Werkenden zijn cruciaal voor dewelvaart in Nederland. Bovendien leveren werkenden een onmisbarebijdrage aan onze collectieve voorzieningen. Omdat het werk anders nietwordt gedaan én omdat we zonder hen als samenleving de zorg, hetonderwijs en onze sociale zekerheid niet kunnen financieren.Het kabinet hecht veel waarde aan de inzet van werkenden. Werken is debeste manier om uit armoede te raken. Toch zien we dat er werkenden zijndie niet voldoende inkomen hebben om iedere maand rond te komen ofmet veel moeite de eindjes aan elkaar weten te knopen. Het kabinet werkteraan dat mensen die werken zekerheid hebben en we zorgen ervoor datwerken meer loont. Ook moeten werkenden voldoende ruimte krijgen omte bewegen op de arbeidsmarkt en zich te ontwikkelen, zodat zij hunloopbaan zo kunnen vormgeven dat ze een mooie plek op de arbeids-markt blijven vinden, ook als de economie verandert. Het kabinet vindt hetdaarnaast belangrijk dat mensen hun werk en hun privéleven zo goedmogelijk naar eigen wens kunnen combineren, en stimuleert economischezelfstandigheid. Daarom zorgt de overheid voor kaders om dit mogelijk temaken.Nederland heeft een krappe arbeidsmarkt en op veel plekken zijn erpersoneelstekorten. Die arbeidsmarktkrapte is naar verwachtinglangdurig, onder meer door dubbele vergrijzing.1 Dat is een van deconclusies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050.En ook het Centraal Planbureau (CPB) en De Nederlandsche Bank (DNB)laten in hun rapporten zien dat het arbeidsaanbod stagneert. Het kabinetwil in nauw contact met de samenleving tot een aanpak komen om eensociale, hoogwaardige en innovatieve economie te realiseren. Die werkt1Dubbele vergrijzing houdt in dat binnen de oudere bevolking het aandeel 80-plusserstoeneemt. kst-29544-1253ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12531 het kabinet uit in een brede arbeidsmarktagenda. Voor het eind van hetjaar ontvangt uw Kamer hierover een brief.In de huidige krappe arbeidsmarkt is niet zozeer de kwantiteit van werk deuitdaging die voor ons ligt, maar eerder de kwaliteit van werk. Het kabinetzet in op kwalitatief hoogwaardig werk. Werk met een hoge productiviteit,zodat we meer kunnen bereiken met minder mensen. Ook biedt eenhogere productiviteit kansen om werk fysiek en mentaal lichter te makenen voor mensen een betere combinatie van werk en privé te realiseren.Het kabinet gaat daarom samen met sectoren aan de slag met eenproductiviteitsagenda.Ook andere initiatieven, zoals het verlagen van de regeldruk kunnen dekwaliteit van werk vergroten, doordat mensen zich kunnen richten op hunwerk in plaats van op randzaken.Kwalitatief goed werk kan bijdragen aan het gevoel een fijne baan tehebben, hier meer plezier in te hebben en het werk langer vol te kunnenhouden. We vinden het belangrijk dat mensen gezond blijven, als waardeop zich en zodat ze gezond hun pensioen kunnen halen. Doordat deomstandigheden waarin mensen werken goed en gezond zijn. En doordatzij voldoende tijd hebben voor activiteiten naast hun werk, zodat uitvalwordt voorkomen. Mochten mensen toch uitvallen, ondersteunen we henbij herstel. Daarnaast wil het kabinet ook graag de waarde van het goedegesprek tussen werknemer en werkgever benadrukken. Dit kan gaan overuitdagingen bij het combineren van arbeid en zorg, de werk-privébalansof juist het meer uren willen werken. Goed overleg is van belang op hetniveau van werknemer en werkgever, maar ook aan de cao-tafel en in demedezeggenschapsraden. Met elkaar in gesprek gaan, en blijven, draagtbij aan wederzijds begrip en een fijne werkplek.Met deze brief kom ik tegemoet aan de toezegging over een agenda voorwerkend Nederland die de Minister-President heeft gedaan aan het lidYes¸ilgöz-Zegerius (VVD) tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen(APB) van 18 en 19 september 2024. De specifieke onderwerpen die het lidYes¸ilgöz-Zegerius hierbij heeft genoemd, heb ik meegenomen in deuitwerking van deze agenda. Dit betreft de toegankelijkheid van dekinderopvang voor werkenden, het aantrekkelijker maken van meer urenwerken zoals met de meerurenbonus waarmee OCW bijvoorbeeldervaring opdoet in het primair onderwijs, de regeldruk voor werkendenwaarbij specifiek de rittenadministratie, en de bereikbaarheid van deoverheid voor werkenden. Daarnaast heeft de Minister-President aan hetlid Jetten (D66) toegezegd in deze agenda ook het voorstel van D66 ommeer uren werken meer lonend te maken mee te nemen. Samen met eenaantal andere onderwerpen heb ik deze ondergebracht onder de overkoe-pelende thema’s: arbeidsmarkt, inkomen, en werk en privé. Tot slot geeftdeze brief invulling aan de toezegging van de Staatssecretaris Participatieen Integratie in het commissiedebat Armoede en Schulden van 17 oktober2024 om in te gaan op maatregelen van het kabinet rondom werkendearmen.Deze brief verstuur ik mede namens de Staatssecretaris Participatie enIntegratie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.ArbeidsmarktWerkenden én werkgevers hebben baat bij een goed functionerendearbeidsmarkt. Daarom werkt het kabinet aan een pakket arbeidsmarkt-maatregelen. Zo kunnen werkenden zich blijven ontwikkelen en blijven zijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12532 duurzaam inzetbaar. Ook voor mensen met een afstand tot de arbeids-markt komt het kabinet met maatregelen.ArbeidsmarktpakketHet kabinet werkt aan een pakket arbeidsmarktmaatregelen die insamenhang de zekerheid van werkenden enerzijds, en de wendbaarheidvan werkgevers anderzijds, vergroten. Dit pakket bevat, naast een aantalmaatregelen die werkgevers ondersteunen, ook een aantal maatregelendie een steun in de rug zijn voor werkenden. Zo werkt het kabinet aan hetwetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, waarmee oproepkrachten,uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk contract beter beschermdworden en meer inkomens- en roosterzekerheid krijgen. Ook werken weaan een wetsvoorstel dat duidelijker maakt wanneer je werkt alswerknemer of als zelfstandige. Zo weten zelfstandigen waar ze aan toezijn.En om zelfstandigen beter te beschermen tegen verlies van inkomen ingeval van langdurige arbeidsongeschiktheid en een gelijker speelveldtussen werkenden te bevorderen, werken we een verplichte arbeidsonge-schiktheidsverzekering voor zelfstandigen uit. Deze wetsvoorstellen zijnreeds alle drie in internetconsultatie gegaan. De Raad van State heeftreeds advies uitgebracht over de wetsvoorstellen «Meer zekerheidflexwerkers» en «Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsver-moeden». Deze wetsvoorstellen worden op termijn aan uw Kamergestuurd. Het wetsvoorstel «Basisverzekering arbeidsongeschiktheidsver-zekering zelfstandigen» moet nog worden ingediend bij de Raad van Statevoor een advies. Dat geldt ook voor de drie andere grote wetsvoorstellendie onderdeel uitmaken van het arbeidsmarktpakket («Re-integratietweede spoor», «Personeelsbehoud bij crisis» en «Hervormingarbeidsmarktinfrastructuur»).Inclusieve arbeidsmarktHet kabinet hecht eraan ook mensen die verder van de arbeidsmarkt staanen nu (nog) niet kunnen werken op termijn voor zover mogelijk (weer) aanhet werk te helpen. Werk leidt tot zingeving en onderlinge verbondenheid.We hebben iedereen nodig op de arbeidsmarkt. Het kabinet kijkt dus ooknaar mensen die wel willen werken, maar het nu nog niet lukt. Het kabinetblijft zich onverminderd inzetten om 125.000 banen voor mensen met eenafstand tot de arbeidsmarkt via de banenafspraak te realiseren.Momenteel wordt gewerkt aan de verbreding en vereenvoudiging van debanenafspraak. Beoogd wordt een nieuwe uitvoerbare quotumregeling inte voeren, het loonkostenvoordeel structureel beschikbaar te maken vooriedereen in de doelgroep banenafspraak, en de doelgroep voor debanenafspraak uit te breiden. De banenafspraak kan hiermee nog meermensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen in het vindenvan een baan. Ook daarbuiten blijft het van groot belang om te kijken water nog meer nodig is om mensen die willen werken, ook daadwerkelijkaan het werk te krijgen. Het denken hierover stopt niet, en blijft decontinue aandacht hebben van het kabinet. Voor mensen waar werk bijeen reguliere werkgever een brug te ver voor is zet het kabinet in op deversterking van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven enbeschut werk. Deze sociaal ontwikkelbedrijven zijn voor veel mensen eenopstap naar werk, een plek waar je in een beschutte omgeving kuntwerken en een plek waarop je kunt terugvallen als het even niet lukt bijeen reguliere werkgever. De komende tien jaar stelt het kabinet circa € 1miljard extra beschikbaar voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbe-drijven en beschut werk. Structureel gaat het om € 100 miljoen extra perjaar. Dit laat zien hoe belangrijk wij een goed functionerende socialeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12533 infrastructuur vinden. Het streven is een inclusieve arbeidsmarkt waarniemand buitenspel staat.2 Verder maakt het kabinet werk van deingezette herziening van de Participatiewet. Deze wet is nu nog tecomplex en bereikt niet haar gestelde doelen. Bijvoorbeeld om (meer)mensen aan het werk te helpen. Het wetsvoorstel spoor 1 is recentelijkaan uw Kamer aangeboden, hiermee is de eerste stap gezet. Ondertussenwerken wij door aan de fundamentele herziening in spoor 2.Onderwijs, een leven lang ontwikkelen en mobiliteitHet onderwijs legt de basis voor alle kinderen in ons land. Echter, deonderwijskwaliteit staat onder druk. Het kabinet werkt aan het verbeterenvan de basis van kwalitatief goed onderwijs met daarbij de focus op lezen,schrijven en rekenen. Kinderen zijn ten slotte de werkenden van detoekomst. De hoofdlijnen van het Herstelplan kwaliteit funderendonderwijs zijn recent met uw Kamer gedeeld.3Op de Nederlandse arbeidsmarkt spelen de komende decennia verschil-lende grote transities die hun weerslag hebben op de benodigde kennisen vaardigheden op de arbeidsmarkt. Om ervoor te zorgen dat mensenaangesloten blijven op deze ontwikkelingen, is het belangrijk dat zij zichblijven ontwikkelen en de mogelijkheid hebben om op tijd de overstapnaar ander werk te kunnen maken. Mede gezien de voortdurende krapteop de arbeidsmarkt en de noodzakelijke productiviteitsgroei is hetbelangrijk dat leren en ontwikkelen op de werkvloer gemeengoed wordt.Het kabinet werkt daarom met andere partijen aan een gezamenlijkeLeven Lang Ontwikkelen (LLO) agenda. Daarbij willen we bestaandepublieke en private investeringen beter benutten. Zodat deelname aanscholing en leren op het werk groeit, een sterke leercultuur ontstaat en deaansluiting van het opleidingsaanbod op de vraag van de (regionale)arbeidsmarkt verbetert. De Onderwijsagenda LLO4 maakt onderdeel uitvan de gezamenlijke LLO-agenda, die we verder uitwerken met socialepartners, regio’s en opleiders. Een brief met uitwerking van dezeLLO-agenda ontvangt uw Kamer rond de zomer van 2025. Voor debegrotingsbehandeling van het Ministerie van SZW ontvangt uw Kamereen brief over hoe binnen de SLIM-regeling een tijdelijke scholingssub-sidie voor maatschappelijk cruciale sectoren invulling krijgt. Eenverlenging van de bestaande SLIM-regeling gericht op MKB is invoorbereiding.Het is van belang dat mensen toegang hebben tot de dienstverlening dienodig is om duurzaam de stap naar (ander) werk te maken. Daarbij staatvoor het kabinet de ondersteuningsbehoefte van mensen centraal en nietde inkomenssituatie. Daarom hervormen we met publieke en privatepartijen die hier een rol in hebben de arbeidsmarktinfrastructuur. Deprivate en publieke arbeidsmarktdienstverlening ontsluiten we via eenWerkcentrum per arbeidsmarktregio (Regionale Werkcentra, RWC). Zokunnen we werkzoekenden, werkenden en werkgevers beter onder-steunen met hun arbeidsmarkt- en scholingsgerelateerde vraagstukken.De sociale partners en werkgevers zijn verantwoordelijk voor de van-werk-naar-werk-dienstverlening en hebben samen de ambitie om hiervoor toteen dekkend stelsel te komen. Het kabinet ziet de meerwaarde hiervan inen bekijkt, als onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarktinfra-structuur, of zij hier een impuls aan kan geven.2Kamerstukken II 2024/2025, 34 352, nr. 3263Kamerstukken 2024/2025, 31 293, nr. 7624Kamerstukken 2023/2024, 30 012, nr. 157Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12534 Regeldruk werkendenZoals aangekondigd in het Regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk36 471, nr. 96) werkt het kabinet aan een regeldrukprogramma voorbedrijven dat voor het eind van het jaar naar de Kamer zal wordenverzonden. In dit regeldrukprogramma is onder andere aandacht voor hetvroegtijdig betrekken van het adviescollege toetsing regeldruk (ATR), diede regeldruk voor bedrijven, professionals en burgers toetst, bij voorge-nomen regelgeving met substantiële regeldruk. Daarnaast gaan we ingesprek met toezichthouders en handhavers over hoe regeldruk, ookvanuit hen, kan worden verminderd. Hierdoor kan ook regeldruk voorwerkenden worden beperkt. De rittenadministratie, die tijdens de APBwerd genoemd door het lid Yes¸ilgöz-Zegerius, is hier een voorbeeld van.De rittenadministratie komt voort uit de wetgeving personenmobiliteit diesinds juli 2024 in werking is getreden. Momenteel kijkt de Minister vanEconomische Zaken al samen met de Staatssecretaris van OpenbaarVervoer en Milieu naar de gevolgen van deze maatregel voor de ervarenregeldruk bij ondernemers en werkenden.InkomenWerk heeft voor mensen waarde op zichzelf, doordat zij zich kunnenontplooien en vanwege sociale verbinding. Maar het is ook belangrijk datwerkenden goed kunnen rondkomen: het moet ook financieel echt ietsopleveren. Bovendien geldt hier een maatschappelijk belang. Wanneermensen (meer) gaan werken, levert dit een bijdrage aan het oplossen vanarbeidsmarktkrapte. Hier ligt temeer een belangrijke opgave omdat dearbeidsmarktkrapte naar verwachting langdurig is door de vergrijzing. Hetkabinet vindt het dan ook belangrijk om in te zetten op het stimuleren van(meer) werken en het wegnemen van barrières tot (meer) werken. Hetkabinet zet hier met verschillende maatregelen in op (meer) werken.Meer werken meer lonend makenDe arbeidsparticipatie is historisch hoog, maar er wordt ook veel indeeltijd gewerkt.5 Het kabinet stimuleert mensen, waar dat past, om meeruren te werken. Om zo gebruik te maken van alle kennis en kunde dieNederland te bieden heeft. Daarnaast helpt het bij het tegengaan vanpersoneelstekorten en in sommige gevallen de hoge werkdruk die alsgevolg van personeelstekorten ontstaat. De oplossing ligt niet alleen inmeer uren werken per persoon. Daarom zet het kabinet daarnaast in ophet verhogen van de productiviteit. En op het verhogen van de arbeidspar-ticipatie waar mogelijk. In sommige gevallen past deeltijdwerk goed bijbijvoorbeeld de zorg voor kinderen of het verlenen van mantelzorg aannaasten. Aan de SER is een advies gevraagd over een toekomstbe-stendige combinatie van werk en mantelzorg. Dit soort zorgtaken, maarook vrijwilligerswerk, studie en een gezonde werk- en privébalans zijn vangrote waarde. Dit alles kan leiden tot een bewuste keuze om in deeltijd tewerken of om minder te gaan werken, al dan niet tijdelijk.Voor mensen die dat willen en kunnen, moet de overheid niet in de wegstaan om meer uren te werken. Dan moet werk ook meer lonen. Hetkabinet ondersteunt het doel dat werken meer moet lonen met dekoopkrachtmaatregelen die zijn aangekondigd. Denk hierbij aan lastenver-5In het tweede kwartaal van 2024 hadden 9,8 miljoen (seizoengecorrigeerd) mensen betaaldwerk. Dat is 73,4% van de bevolking van 15 tot 75 jaar. 4,7 miljoen mensen werkten in deeltijd:minder dan 35 uur per week. Van de 4,7 miljoen deeltijdwerkers is 27% tussen de 15 en 25 jaaren 24% tussen de 55 en 75 jaar. Het totaal aantal gewerkte uren is in dit tweede kwartaal van2024 met 0,3% gestegen. (CBS Dashboard «Deeltijd» en «Werkenden»)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12535 lichting via de introductie van een extra tarief in de inkomstenbelasting ende vereenvoudiging van de huurtoeslag. Die vereenvoudiging zorgtervoor dat pieken in de marginale druk afnemen. Meer uren werken kaneen manier zijn om uit armoede te komen. Het kabinet maakt het daaromvoor mensen beter inzichtelijk of (meer uren) werken loont, doorondersteuning en het breder bekendmaken van tools zoals de WerkUren-Berekenaar van het Nibud. Het kabinet komt eveneens met eenwetsvoorstel om het niet-gebruik van regelingen terug te dringen(wetsvoorstel Proactieve dienstverlening6). Daarbij is het van belang op temerken dat werken nu voor de meeste mensen ook al loont. Voorongeveer 4 op de 5 mensen is de marginale druk lager dan 60%. Een zeerhoge marginale druk zien we slechts bij ongeveer 5% van de werkenden:zij hebben een marginale druk van boven de 70%.7 Maar een significanteverlaging van de lastendruk of de marginale druk is niet mogelijk zonderfundamentele hervorming van het inkomens- en fiscale domein. Daaromstart het kabinet de Hervormingsagenda vereenvoudiging inkomenson-dersteuning. Dat «werken moet lonen» is een van de drie doelen van dehervorming.In de hervorming wordt ook gekeken naar de relatie met hetminimumloon. Verderop in deze brief staat meer informatie over deHervormingsagenda.Ook de herziening van de kinderopvangtoeslag is in dit kader van belang.Het kabinet doet de komende jaren een niet eerder geziene investering inde vergoeding voor kinderopvang voor werkende ouders. Tussen 2010 en2024 zijn de overheidsuitgaven aan kinderopvangtoeslag met€ 1.842 miljoen toegenomen. Gecorrigeerd voor de inflatie bedraagt hetverschil circa € 600 miljoen. Tussen 2024 en 2029 investeert het kabinetstructureel € 2,9 miljard (prijspeil 2024) in de kinderopvang. Allewerkende ouders krijgen straks een hoge vergoeding voor kinderopvang.Dit helpt om de marginale druk te verminderen voor ouders met jongekinderen. Het kabinet verwacht dat een goedkoper en zekerder kinderop-vangstelsel ook leidt tot cultuurveranderingen rond het gebruik vanopvang. Dit kan een positief effect hebben op de arbeidsparticipatie,waaronder die van vrouwen met jonge kinderen. Samen met de aanpas-singen die in deze brief worden genoemd, zoals vereenvoudiging van hetverlofstelsel, inzet op marginale druk, campagnes en (Groeifonds)pro-gramma’s, kan deze flinke herziening van de kinderopvangtoeslag eenverandering in arbeidsmarktgedrag teweegbrengen. Later in deze briefwordt ingegaan op het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang.Maatregelen op de werkvloer om meer uren werk te stimulerenHet kabinet ondersteunt verschillende initiatieven om meer uren werk inde praktijk te stimuleren. Zo is er het Groeifondsprogramma «Meer UrenWerkt!», dat zich richt op het wegnemen van praktische belemmeringenom meer uren werken mogelijk te maken. Meer Uren Werkt! start in 2025met diverse interventies in de sectoren kinderopvang, zorg en onderwijs.Er worden ook interventies uitgevoerd gericht op de sociale omgeving ende (financiële) motivatie van mensen om (meer) te werken. Bewezeninterventies worden vervolgens opgeschaald naar de gehele arbeids-markt. De alliantie Financieel Sterk door Werk zet zich in om belemme-ringen weg te nemen die praktisch opgeleide vrouwen werkend in desectoren schoonmaak, zorg en kinderopvang ervaren om duurzaam6Door het wetsvoorstel wordt het mogelijk voor het UWV, SVB en gemeenten om mensenproactief te wijzen op regelingen en voorzieningen waar zij mogelijk recht op hebben.7Belastingen in maatschappelijk perspectief: Bouwstenen voor een beter en eenvoudigerbelastingstelsel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12536 financieel onafhankelijk te worden. Hierbij is ook aandacht voor meer urenwerken.Om meer werken aantrekkelijk te maken, is goed werkgeverschaptenslotte cruciaal. Goed werkgeverschap draagt ook bij aan het verbeterenvan de kwaliteit en waarde van werk. Hoe goed werkgeverschap eruit kanzien om de combinatie tussen arbeid en zorg te stimuleren, is onderandere in de Kamerbrieven over de krapteaanpak en het gezinsvriendelijkpersoneelsbeleid omschreven.8 In de praktijk biedt een aantal werkgeversin sectoren zoals de zorg en het onderwijs iets extra’s aan. Denk aan eengeldbedrag, flexibiliteit in snipperdagen, inroostering of het focussen opandere soorten taken. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap stimuleert meer uren werken met de aanpak meeruren-maatwerk.9 De meerurenbonus is een onderdeel van deze aanpak.Meerurenmaatwerk betreft het voeren van het goede gesprek over deaanstelling en als aanvulling hierop de eerder genoemde extra’s. Scholenkunnen ook gebruik maken van een beschikbaarheidstoelage – waarbijleraren zich kunnen opgeven voor een dag waarop zij beschikbaar zijnvoor inval en hier een toelage voor ontvangen. Naast deze aanpakstimuleren we meer vaste en grotere contracten in het funderendonderwijs met het wetsvoorstel Strategisch personeelsbeleid.Vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn in 2024regiobijeenkomsten georganiseerd gericht op het stimuleren van meeruren werken. In deze bijeenkomsten zijn zorg- en welzijnsorganisatiesgeïnformeerd over de mogelijkheid van een meerurenbonus. Ookregionaal werkgeverschap kan bijdragen aan meer uren werken. Zorgpro-fessionals kunnen dan bij meerdere organisaties in de regio werken. Ditdraagt bij aan meer autonomie op het rooster, waardoor een beterewerk-privé balans mogelijk is en meer uren gewerkt kunnen worden. HetPotentieel Pakken is de afgelopen jaren financieel ondersteund in hunmissie om via verandertrajecten belemmeringen om meer uren werkenweg te nemen. Kennis en inzichten die hierbij zijn opgedaan, worden innovember 2024 openbaar toegankelijk gemaakt via een digitaal platformwaardoor werkgevers er zelf mee aan de slag kunnen.Toetreding tot de arbeidsmarkt door statushouders en asielzoekersOok blijft het kabinet inzetten op het wegnemen van belemmeringen voorstatushouders en voor asielzoekers – voor wie de kans groot is dat zij eenasielvergunning krijgen – om meer (uren) te werken. In het rapport vanRegioplan10 is uitgewerkt welke belemmeringen er zijn voor asielzoekersbij de toetreding tot de arbeidsmarkt. In de kabinetsreactie op dit rapport11is aangegeven welke maatregelen worden getroffen om deze belemme-ringen te beperken of weg te nemen. Zo is bijvoorbeeld aan UWV verzochtom tewerkstellingsvergunningaanvragen voor asielzoekers met voorrangte behandelen en binnen een periode van twee weken op de aanvragen tebeslissen. UWV voert daartoe momenteel een verkenning uit of en opwelke termijn zij deze aanvragen binnen een streeftermijn van twee wekenzouden kunnen behandelen in plaats van de wettelijke beslistermijn vanvijf weken.Het plan van aanpak «Statushouder aan het werk» omvat beleidsintensi-veringen om de kansen op betaald werk voor statushouders te verbeteren.8Kamerstukken II 2022/2023, 29 544, nr. 1115; Kamerstukken II 2022/2023, 29 544, nr. 1174;Kamerstukken II 2023/2024, 32 855, nr. 40.9Zie Kamerstukken II 2023/2024, 31 293, nr. 747 voor meer informatie over het meeruren-maatwerk in het onderwijs.10Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 384.11Kamerstukken II 2022/2023, 29 544, nr. 1213.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12537 Het plan benadrukt het belang van een snelle start op de arbeidsmarkt,het leren van de taal en (werk)cultuur en inburgeren.12Hervormingsagenda vereenvoudiging inkomensondersteuningHet kabinet geeft prioriteit aan het vereenvoudigen van inkomensonder-steuning, zoals beschreven in het Regeerprogramma. Hiervoor wordt eenhervormingsagenda opgesteld met drie doelen: inkomensondersteuningmoet zekerheid bieden, moet makkelijk te begrijpen zijn en (meer) werkenmoet lonen. De marginale druk moet waar mogelijk omlaag, mede omdatiedereen nodig is op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil wetgevingvoorbereiden voor een hervorming van het belasting- en toeslagenstelselen op diverse onderdelen van de sociale zekerheid. Met deze bredehervormingsagenda inkomensondersteuning werkt het kabinet, samenmet gemeenten en publieke dienstverleners, stapsgewijs aan verbete-ringen. Het kabinet wil hier zoveel mogelijk partijen bij betrekken. Ondermeer de Kamer, gemeentebesturen, sociale partners en de mensen omwie het gaat. Uw Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling van hetMinisterie van SZW nader geïnformeerd over de brede hervormingsa-genda. Uw Kamer is reeds 17 oktober 2024 geïnformeerd over detaakopdracht voor de hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel.Een stelselherziening is een langdurig traject, terwijl mensen nuproblemen ervaren. Voor het aanpakken van knelpunten in het hier en nuzijn middelen uit de enveloppe Groepen in de Knel uit het hoofdlijnenak-koord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37) beschikbaar. Dit wordt onderandere ingezet voor de aanpak van problematische schulden en hetoplossen van de complexe bruto/netto problematiek voor mensen door bijterugvorderingen het nettobedrag terug te vorderen. Deze maatregelencreëren meer zekerheid.Reactie op voorstel van de fractie van D66 omtrent de fiscale behandelingvan werkendenHet kabinet bekijkt ook hoe meer uren werken goed beloond kan worden.Tijdens de APB is door de Minister-President aan het lid Jetten toegezegdom in de agenda voor werkend Nederland ook het voorstel van D66 ommeer uren werken meer lonend te maken mee te nemen. Het voorstel vanD66 houdt in dat iedereen die drie dagen of meer werkt over de eerste€ 1.800 die wordt verdiend geen belasting betaalt.13 De voorgesteldemaatregel kan in theorie bijdragen aan het stimuleren van meer urenwerken, maar zal naar verwachting weinig mensen bewegen om meerdagen te gaan werken, terwijl de kosten hoog zullen zijn. Ook sluit hetidee niet aan bij de oorzaak van de soms zeer hoge marginale druk: destapeling van belastingen en (de afbouw van) toeslagen. Het huidigefiscale stelsel kent al kortingen en toeslagen voor groepen, wat additi-oneel beleid minder effectief maakt. Voor werknemers is er de arbeids-korting en voor ondernemers in de inkomstenbelasting geldt daarnaastvanaf een bepaald aantal gewerkte uren de zelfstandigenaftrek. Ook geefthet voorgestelde instrument geen prikkel om meer uren te werken aanalle werkenden die momenteel al meer dan drie dagen werken, terwijlvoor deze groep wel kosten moeten worden gemaakt. Dat is geenefficiënte inzet van overheidsgelden. Bijna 70% van de werknemers in de12Zie Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 381; Kamerstukken II 2022/2023, 32 824, nr. 389;Kamerstukken II 2023/2024, 32 824, nr. 412, over het wegnemen van belemmeringen op dearbeidsmarkt voor statushouders en stand van zaken beleidsintensiveringen plan van aanpakstatushouders aan het werk.13actieplan_personeelstekorten_D66_oktober2023.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12538 werkzame beroepsbevolking werkt ten minste 28 uur per week.14 Debudgettaire gevolgen van het voorstel zijn dan ook fors. Het voorstel leidtdaarnaast mogelijk tot een toename van de complexiteit en onzekerheidvoor burgers en leidt tot hoge uitvoeringslasten voor de Belastingdienst.Niet van alle werkenden is eenvoudig te bepalen hoeveel uren men werkt,denk aan vele resultaatgenieters die niet per uur worden betaald en deproblematiek van het urencriterium in de ondernemingssfeer. Vanwegedeze redenen is het kabinet geen voorstander van het initiatief.Werkende armenDe Staatssecretaris Participatie en Integratie heeft tijdens het Commissie-debat Armoede en Schulden op 17 oktober toegezegd om in deze briefexpliciet in te gaan op de positie van werkende armen. Uit de cijfers vanCBS, Nibud en SCP op basis van de nieuwe armoededefinitie komt naarvoren dat het aantal mensen in armoede dat deel uitmaakt van eenhuishouden met werk als voornaamste inkomensbron in 2023 ongeveer240.000 bedroeg. Bovendien zitten er 355.000 werkenden net (tot25 procent) boven de armoedegrens.In lijn met het Regeerprogramma zal het kabinet zich, samen metgemeenten en sociale partners, inzetten voor een betere positie vanwerkende armen. Iedereen die (bijna) voltijds werkt zou voldoendemoeten hebben om van te leven en niet arm hoeven zijn. Werkendearmen werken vaak in deeltijd of hebben wisselende inkomsten. Daaromis het van belang om meer uren werk te stimuleren. De maatregelen uitdeze brief dragen hieraan bij. Daarnaast wil het kabinet dat werken meerloont. Want inkomen uit werk is een belangrijke bron van bestaansze-kerheid.Dit is een belangrijk principe bij de introductie van een extra tarief in deinkomstenbelasting, de vereenvoudiging van de huurtoeslag en voorbe-reidingen voor de hervorming van het stelsel van inkomensonder-steuning. Bij deze hervorming zoeken we een goede balans met deinkomensbescherming die het stelsel van sociale zekerheid hoort tebieden aan mensen die (al dan niet tijdelijk) niet kunnen werken.Daarnaast kijkt het kabinet ook naar de mogelijkheden om het niet-gebruikvan voorzieningen onder werkende armen terug te dringen, bijvoorbeeldvia vereenvoudiging van het stelsel van inkomensondersteuning zoals viade hervormingsagenda vereenvoudiging inkomensondersteuning. Deproblematiek van werkende armen concentreert zich deels rondom zzp’ersen flexwerkers. De positie van deze groepen wordt versterkt via hetarbeidsmarktpakket.Het is onwenselijk dat zoveel werkenden moeite hebben met rondkomenof in armoede leven. Daarom willen we zorgvuldig onderzoeken waaromdit het geval is. Er wordt een verdiepende analyse uitgevoerd naar deverschillende groepen werkende armen. We hebben daarbij ook oog voorde grote groep net boven de armoedegrens. In de voortgangsbriefarmoede en schulden dit najaar zullen we een eerste duiding geven. In hetNationaal Programma Armoede en Schulden in het voorjaar van 2025zullen de resultaten van de verdiepende analyse worden gedeeld en zullenwe ingaan op hoe we het beleid gericht op deze doelgroep kunnenverbeteren.14Statline, CBS, Werkzame beroepsbevolking; arbeidsduur: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85275NED/table?ts=1729081413271Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12539 Werk en privéEen samenleving vormen we, doordat we de tijd hebben om er voorelkaar te zijn. Deels zijn we er voor elkaar via ons werk, maar veel mensendragen ook buiten het werk bij aan prachtige dingen of halen levens-plezier uit dingen die ze doen buiten het werk. Het is van belang datwerkenden daar ruimte voor ervaren. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voorkinderen en naasten zoals familieleden, vrienden of buren, vrijwilli-gerswerk bij de vereniging om de hoek, of tijd om te sporten. Het goedkunnen combineren van betaald werk met de rest van je leven draagtdirect bij aan levensgeluk én is een voorwaarde om duurzaam deel tenemen aan de arbeidsmarkt, waardoor het ook voor de samenleving alsgeheel (en dus voor de overheid) belangrijk is dat we die ruimterealiseren.Toegankelijke kinderopvangHet kabinet vervangt de huidige kinderopvangtoeslag voor een nieuwfinancieringsstelsel dat eenvoudiger is en ouders meer zekerheid geeft. Erzal in het nieuwe financieringsstelsel niet meer worden teruggevorderd bijouders. Bovendien groeien we vanaf 2025 stapsgewijs naar een hogeinkomensonafhankelijke vergoeding toe. Hierdoor zorgt dit kabinet ervoordat de kosten voor kinderopvang voor de meeste werkende ouders dekomende jaren stevig dalen. Er is gekozen voor een stapsgewijze ingroeiom ervoor te zorgen dat het aanbod de toename in de vraag naarkinderopvang kan bijbenen. Het nieuwe stelsel heeft vier fundamentelekenmerken:1.er komt een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding kinderopvang;2.de uitvoerder betaalt de vergoeding kinderopvang rechtstreeks aande kinderopvangorganisatie;3.zowel de initiële als periodieke toets op de voorwaarden (waaronderde arbeidseis) heeft alleen gevolgen naar de toekomst toe en leidtniet tot terugvorderingen bij de ouder(s);4.de verantwoordelijkheid voor het doorgeven van wijzigingen inafgenomen uren en het uurtarief ligt bij de kinderopvangorganisatie.Uw Kamer is in de brief van 11 november 2024 uitgebreid geïnformeerdover het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang.15Tijdens de APB heeft het lid Yes¸ilgöz-Zegerius gevraagd naar voorrangvoor werkende ouders op de wachtlijsten bij de kinderopvang. Zowel dehuidige kinderopvangtoeslag als de vergoeding voor kinderopvang in hetnieuwe financieringsstelsel zijn al voorbehouden aan werkende ouders ofouders op weg naar werk, omdat zij bijvoorbeeld een opleiding volgen ofdeelnemen aan een re-integratietraject van het UWV. Daar wordt invullingaan gegeven via een zogenoemde arbeidseis. Dit betekent dat als oudersniet werken, zij de kinderopvang volledig zelf moeten betalen. Gezien dehoge kosten die dit met zich meebrengt gaan er weinig kinderen naar dekinderopvang van wie de ouders niet in aanmerking komen voorkinderopvangtoeslag. Uitzondering hierop zijn kinderen die tot eenspecifieke doelgroep behoren. Dit zijn kinderen van ouders die nietvoldoen aan de arbeidseis, maar toch gebruik kunnen maken vangedeeltelijk door de overheid vergoede kinderopvang voor een beperktaantal uren per week. Deze kinderen gaan via gemeenten naar dekinderopvang vanwege het positieve effect op hun ontwikkeling. Dit geldtbijvoorbeeld voor kinderen die in aanmerking komen voor voorschoolseeducatie. Voor deze kinderen is kinderopvang van groot belang voor eengoede start in het onderwijs.15Kamerstukken II 2024/2025, 31 322, nr. 547.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 125310 Een variant op het geven van voorrang aan werkenden zou kunnen zijndat ouders die in voltijd werken voorrang krijgen op de wachtlijsten. Dit isechter een maatregel die complex is in de uitvoering. Het vraagt om eendefinitie van voltijdswerk, die nu per sector verschilt, en om een goedeurenregistratie om te weten wie er in Nederland in voltijd werkt. Dezeregistratie ontbreekt momenteel. Ingrijpen in de wachtlijsten is daarnaastlastig uitvoerbaar en controleerbaar en levert administratieve lasten opvoor kinderopvangorganisaties. Om de wachtlijsten in de kinderopvang teverminderen en om onder meer voltijd werkende ouders een plek tebieden in de kinderopvang, zet het kabinet daarom in op de aanpak vanhet personeelstekort in de sector.16 Door het ingroeipad heeft de sectormeer tijd om in te zetten op het aantrekken en behouden van personeel.Om de instroom en doorgroei te bevorderen, is het «OntwikkelpadKinderopvang» ontworpen. Ondersteunend hieraan start dit jaar eentijdelijke subsidieregeling om het aannemen en doorontwikkelen vangroepshulpen te stimuleren. Daarnaast blijft het kabinet samen met desector inzetten op goed werkgeverschap en werkplezier om huidigewerknemers te behouden. Tot slot ziet het kabinet kansen om pedago-gisch professionals meer uren te laten werken. Het Groeifondsproject«Meer uren werkt!» zal hiertoe onder meer in de kinderopvang evidencebased interventies implementeren. De aanpak van het personeelstekort inde kinderopvang blijft een van de grote prioriteiten in de richting naar hetnieuwe financieringsstelsel. Zodat ouders die meer uren willen werken,daar ook snel kinderopvang voor kunnen vinden. Daarom blijft het kabinetsamen met de sector inzetten op de huidige acties en zoeken naar nieuwemogelijkheden die kunnen bijdragen aan het terugdringen van hetpersoneelstekort om zo de wachtlijsten, ook voor voltijdswerkenden, teverminderen.Combineren arbeid en zorgDaarnaast werkt het kabinet aan de vereenvoudiging van het verlofstelsel,dat werkenden in staat stelt om hun zorgverantwoordelijkheden tecombineren met hun verantwoordelijkheden op de werkvloer. Hetverlofstelsel, dat een wettelijke basis heeft in de Wet arbeid en zorg(Wazo), is in de loop der tijd door uitbreidingen en verbijzonderingencomplexer geworden voor rechthebbenden en werkgevers. In hetvereenvoudigingsproces wordt onder andere het SER-advies Balans inmaatschappelijk verlof17 meegenomen. Het kabinet moet nog besluitenover het vervolg van dit vereenvoudigingsproces en zal ook eventuelebudgettaire gevolgen van dekking voorzien. De vereenvoudiging vereisteen wetswijziging en implementatieproces van onder andere UWV.De planning is om rond de zomer van 2025 een conceptwetsvoorstelgereed te hebben, dat vervolgens, na het advies van de Raad van State,aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden. Onderdeel van devereenvoudiging is onder andere het samenvoegen van het kort- enlangdurend zorgverlof tot het mantelzorgverlof, zoals is opgenomen in hetRegeerprogramma. Hiermee wordt het betaalde deel van het verlof vooreen breder aantal situaties inzetbaar. Het kabinet verwacht in de loop van2025 het SER-advies Werk en mantelzorg te ontvangen.18 Tot slot is in hetRegeerprogramma opgenomen dat we werken aan de bekendheid van hetrecht op flexibel werken. Flexibel werken kan werkenden in staat stellenhun werk met de zorg voor kinderen of naasten te combineren.Het combineren van arbeid en zorg is ook onderdeel van het onderzoeknaar de situatie van gezinnen in Nederland, dat momenteel wordt16Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 529.17SER (2023), Balans in maatschappelijk verlof18Kamerstukken II, 2023/2024, 30 169, nr. 76.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 125311 uitgevoerd. Dit onderzoek richt zich op alle aspecten die gezinnenaangaan, en zal knelpunten van gezinnen naar boven brengen en latenzien waar verbetering nodig is. De resultaten van dit onderzoek wordeneind januari 2025 verwacht. Conform mijn toezegging tijdens hetcommissiedebat Arbeidsmarkt d.d. 23 oktober 2024, streef ik ernaar om deKamer in het eerste kwartaal van 2025 een brief aan te bieden over hetthema arbeid en zorg met aandacht voor de vereenvoudiging van hetverlofstelsel. Daarbij zal ik ook reactie geven op de resultaten van hetonderzoek naar de situatie van gezinnen in Nederland.Mentale en fysieke gezondheidEen substantieel deel van ziekteverzuim is werkgerelateerd. Daarbij speelteen rol dat te veel werkgevers hun arbeidsomstandigheden niet op ordehebben. Naast persoonlijk leed zorgt dit voor hoge kosten voorwerkgevers en voor de maatschappij als geheel. Met de Arbovisie 2040 zethet kabinet in op een robuust toekomstig arbostelsel.19 De komende jarenwerkt het kabinet samen met sociale partners en stakeholders aan deArbovisie. Daarbij zet het kabinet onder andere in op de introductie vanpassende financiële prikkels tot preventie en een goed functionerendekennisinfrastructuur waarbij werkgevers en werknemers goed op dewerkvloer toepasbare informatie vinden over veilig en gezond werken.Werknemers die langdurig ziek zijn, hebben in de eerste twee jaar recht oploondoorbetaling en re-integratiebegeleiding door hun werkgever. Met dejuiste begeleiding lukt het mensen vaak om bij hun eigen werkgever weeraan de slag te gaan. Wanneer dat niet lukt, kunnen zij recht krijgen op eenWIA-uitkering. De WIA is gericht op zowel werkhervatting als opinkomensondersteuning voor zover mensen niet meer kunnen werken.Voor de meeste mensen werkt de WIA goed. Maar het stelsel is ergcomplex en de uitvoering staat steeds meer onder druk. De problemen inde uitvoering van de WIA kunnen ook ten koste gaan van de werkher-vatting van mensen die (meer) zouden kunnen werken. Het kabinet wil deWIA toekomstbestendig maken. Daarom werkt het kabinet aan de verdereuitwerking van de toekomstperspectieven die de OnafhankelijkeCommissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) heeftvoorgesteld. Uw Kamer wordt hierover dit najaar nader geïnformeerd.Ook is psychosociale arbeidsbelasting een belangrijke oorzaak vanziekteverzuim. Het kabinet heeft hiervoor aandacht en zet daarom samenmet stakeholders met de Brede Maatschappelijke Samenwerkingburn-outklachten (BMS) in op de preventie van werkstress enburn-outklachten. Werkgevers en werknemers worden ondersteund bij hetsamen komen tot een preventieve aanpak op de werkvloer.Zo loopt op dit moment een TNO-onderzoek naar werkbare aanpakkenvan burn-outklachten bij bedrijven en wordt door de Stichting VoorWerkende Ouders een ouderschapstoolbox ontwikkeld die werkendeouders ondersteunt bij het komen tot afspraken op maat met hunwerkgever. Begin volgend jaar wordt u in de voortgangsbrief BMSgeïnformeerd over de stand van zaken van het programma.Het kabinet werkt aan een beleidsagenda Health for all policies, waarineen domeinoverstijgende aanpak van gezondheid centraal staat en wordtingezet op de achterliggende maatschappelijke oorzaken van gezond-heidsrisico’s. Dat gebeurt niet alleen vanuit het belang voor gezondheid,maar bijvoorbeeld ook met als doel het voorkomen van uitval op werk of19Zie voortgangsbrief uitwerking Arbovisie 2040 (Kamerstuk 25 883, nr. 496) en brief Arbovisie2040 en Kabinetsreactie op SER-advies van 30 oktober 2023 (Kamerstuk 2023/2024, 25 883,nr. 477).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 125312 school. De maatschappelijke en economische impact van gezondheidspro-blemen is groot. Volgens het CPB draagt een gezondere bevolking bij aaneen hogere welvaart door hogere arbeidsdeelname, meer arbeidsproduc-tiviteit en een hoger opleidingsniveau.20 Uw Kamer ontvangt de eerstecontouren van deze beleidsagenda voor eind dit jaar. Voor de begrotings-behandeling van het Ministerie van SZW, zoals door uw Kamer verzocht,blijkt helaas niet haalbaar. Daarnaast wordt in 2025 het IBO Mentalegezondheid en ggz uitgevoerd. Dit IBO gaat over het voorkomen enbeperken van mentale klachten en psychische problemen en voor hetoplossen van de structurele problemen in de toegang en inrichting van deondersteuning en zorg. Omdat er ook een wisselwerking is tussenmentale gezondheid en andere domeinen, worden hierin onder andereook werk en arbeidsparticipatie meegenomen. Ook het met socialepartners afgesloten onderhandelaarsakkoord «Gezond naar het pensioen»is een belangrijke bouwsteen bij dit vraagstuk. Met sociale partners isafgesproken om voor het meireces 2025 samen een duurzame inzetbaar-heidsagenda uit te werken. Deze gerichte en doeltreffende agenda draagtbij aan langer gezond doorwerken. Voor wie doorwerken tot deAOW-leeftijd niet haalbaar is, kunnen werkgever en werknemer afsprakenmaken over vervroegd uittreden (RVU). Met de voortzetting van de fiscalevrijstelling biedt het kabinet ook na 2025 ruimte voor RVU’s.Tenslotte wordt in de evaluatie van de werkkostenregeling meegenomenof werkgevers fiscaal gestimuleerd moeten en kunnen worden om teinvesteren in de gezondheid en vitaliteit van medewerkers. Afhankelijkvan de uitkomsten van de evaluatie, kan overwogen worden om dewerkkostenregeling aan te passen. Het kabinet zal de uitkomsten van deevaluatie bespreken met sociale partners.Bereikbaarheid van de overheid voor werkendenHet lid Yes¸ilgöz-Zegerius vroeg tijdens de APB ook naar de bereikbaarheidvan de overheid op momenten dat werkenden niet aan het werk zijn. DeRijksoverheid is doordeweeks tussen 8:00 en 20:00 uur via het algemenetelefoonnummer 1400 bereikbaar voor (werkende) burgers. Het Ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kijkt momenteel naaralternatieven zoals AI om altijd zoveel mogelijk informatie te kunnengeven gebaseerd op vragen van (werkende) burgers en ondernemers. In2025 zullen hiertoe pilots worden uitgevoerd. Hier worden de middelen uithet Regeerprogramma om de bereikbaarheid van de overheid tevergroten deels voor gebruikt. Hiermee wordt dus ingezet op hetvergroten van de bereikbaarheid van de overheid op alle tijdstippen.Tot slotMet deze agenda heb ik een overzicht gegeven van wat het kabinet voorwerkenden doet op een aantal onderwerpen gerelateerd aan de arbeids-markt, het inkomen uit werk, en het combineren van werk en privé. Dit isgeen uitputtende lijst. We doen als kabinet meer voor werkenden, directen indirect via andere beleidsterreinen. Daarnaast houdt het hier niet meeop. Zoals uit de agenda blijkt, is en wordt er veel door het kabinet in ganggezet. Het is mijn ambitie om hier vaart mee te maken. Vanzelfsprekendkijk ik ernaar uit om met uw Kamer van gedachten te wisselen over dezeagenda.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van Hijum20Kiezen voor later: vier visies voor 2050 | CPB.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 125313

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a8a4c2d6a95509b7

14 okt 2026 · 619ff77aecfa87ee

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.