KamerkringInloggen
Kamerstuk

Conceptverslag Raad Buitenlandse Zaken 12 oktober 2026

8 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 268171580ac4b035 · officiële bron

Tweede Kamer, de Raad Buitenlandse Zaken d.d. 12 oktober 2026 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Concept De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 8 oktober 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, over: de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 september 2026 inzake verslag informele Raad Buitenlandse Zaken van 1 en 2 september 2026 (21501-02, nr. 3470); de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 oktober 2026 inzake geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken van 12 oktober 2026 (2026Z20958); de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 juli 2026 inzake besluit van het kabinet om de motie van het lid Piri over de Afghaanse bewakers en hun gezinnen direct naar Nederland overbrengen (Kamerstuk 36800-V-23), hangende de uitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure van 42 extern ingehuurde Afghaanse ambassadebewakers, in beraad te houden (36800-V, nr. 107). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Klaver De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Westerhoff Voorzitter: Rajkowski Griffier: Westerhoff Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Dobbe, Hoogeveen, Van Lanschot, Piri, Rajkowski en Van der Werf, en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken. Aanvang 16.02 uur. De voorzitter: Welkom. Bij dezen open ik de vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. Ik heet de minister welkom, de ondersteuning en ook de Kamerleden hier. Het is een commissiedebat over de Raad Buitenlandse Zaken van 12 oktober. Ik kijk naast me en geef het eerst het woord aan de heer Van Baarle van DENK. O, sorry. De huishoudelijke mededelingen, de interrupties. Onder de 30 seconden: onbeperkt. Je mag twee keer over de 30 seconden gaan. Als dat vaker gebeurt, dan ben je al je interrupties kwijt. Dus mijn advies is om ze onder de 30 seconden te houden. De heer Van Baarle. De heer Van Baarle (DENK): Voorzitter. De honger, de vernietigingen en het moorden in Gaza gaan door. De verdrijving, het uitzetten en het geweld op de Westbank gaan door. Netanyahu blijft zijn middelvinger naar ons opsteken door zich niets aan te trekken van de druk en door instituten te ondermijnen, samen met de VS, bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof. Kan de minister een laatste stand van zaken geven over de situatie van het Hof? Hoe gaat hij tijdens de Raad het waarborgen en functioneren van het Hof en het instellen van het blocking statute bij zijn collega's opbrengen? Israël heeft ook de diplomatieke status van Nederlandse diplomaten ingetrokken. Hoe gaat de minister dit Europees opbrengen? Is de minister bereid Israëlische diplomaten uit te zetten als reactie? Het handelsverbod. Kan de minister al aangeven of producten uit illegale nederzettingen zijn ingenomen en er boetes zijn uitgedeeld? Hoe staat het met de verkenning naar het verbieden van diensten en investeringen? Welke aanvullende Europese sancties tegen kolonisten, organisaties en bedrijven die illegale nederzettingen mogelijk maken, gaat de minister tijdens de komende Raad concreet bepleiten? Gaat hij ook concreet pleiten voor het opschorten van minimaal het handelsdeel van het associatieverdrag met Israël? De aanbesteding voor de bouw van de illegale E1-nederzetting loopt en sluit deze maand. E1 dreigt de Westelijke Jordaanoever verder op te delen en Oost-Jeruzalem af te snijden van de rest van het Palestijnse gebied. Inmiddels hebben voormalige EU-ministers en hoge functionarissen de EU opgeroepen financiële instellingen en dienstverleners die E1 mogelijk maken te sanctioneren. Gaat de minister bij de komende Raad pleiten voor sancties tegen bedrijven die deelnemen aan de bouw, financiering of ondersteuning van E1? De humanitaire situatie in Gaza blijft de levens van talloze burgers kosten, terwijl de toegang tot voedsel, medicijnen en andere noodzakelijke hulp nog altijd ernstig wordt beperkt. Voor welke concrete zaken gaat deze minister pleiten om de druk op Israël op te voeren om de humanitaire toegang tot Gaza direct te vergroten en om medische evacuaties toe te staan? Sudan. De RSF is verantwoordelijk voor genocidaal geweld in Sudan, zoals in de stad Al-Fashir, waar in dagen tijd duizenden mensen zijn vermoord. Nu probeert de RSF via een parallelle regering ook een politieke en bestuurlijke structuur op te bouwen. Zelfs een Nederlands staatsburger is daarin voorgedragen. Wat vindt de minister hiervan? Hoe gaat hij dit voorkomen? Gaat de minister dan ook in de EU pleiten voor sancties tegen deze RSF-regering? Op welke andere wijze gaat hij verder Sudan opbrengen? Voorzitter. Ik wil ook een punt maken over Myanmar, want in Myanmar speelt een zeer zorgelijke situatie die veel te weinig aandacht krijgt. Is de minister bereid te bezien of de EU aanvullende sancties kan instellen tegen bedrijven of tussenpersonen die de Myanmarese junta economisch blijven ondersteunen? Welke vredesinitiatieven voor Myanmar zijn er in EU-verband? Tot slot China. De mensenrechten van de Oeigoeren en andere minderheden blijven op grote schaal geschonden worden in China. Er is door de Kamer een tijd geleden al een motie van mijn partij aangenomen voor sancties tegen Chinese verantwoordelijken hiervoor. Hoe heeft Nederland die motie uitgevoerd? Is de minister bereid de komende Raden de noodzaak op te brengen van maatregelen tegen Chinese schenders van de mensenrechten van Oeigoeren en andere minderheden in China? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Werf, D66. Mevrouw Van der Werf (D66): Dank u wel, voorzitter. Voor de luisteraar: ik ben behoorlijk verkouden, dus daar komt mijn wat afwijkende stemgeluid vandaag vandaan. De aanvallen op Oekraïne nemen toe, nu dag en nacht op Kiev. Die zijn allemaal op burgerdoelen. Daarom moeten we Oekraïne deze winter meer steunen. De lange termijn is duidelijk: extra F-16-munitie. Het is goed dat de nieuwe tranche van de 90 miljard is vrijgekomen, maar het is ook tijdelijke verlichting. Het IMF geeft aan dat we de komende jaren 54 miljard tekortkomen. Daarom pleit mijn partij ervoor om die bevroren tegoeden in Brussel zo snel mogelijk vrij te maken. 180 miljard staat klaar om naar Oekraïne gestuurd te worden. Complimenten dat Nederland hier samen met Polen, Spanje en Zweden voor pleit. Ik heb wel een vraag. Hoe kijkt het kabinet naar het Duitse voorstel om dit te verknopen aan de EU-begroting? Deelt de minister ons oordeel dat dat een slecht en opportunistisch idee is? Wij willen die tegoeden juist inzetten voor een extra inspanning, niet ter vervanging. Voorzitter. Ook de aanvallen op Europa nemen toe nu Rusland in het nauw komt. Het doel is om ons uit elkaar te spelen, om ons te laten twijfelen aan de steun voor Oekraïne. Het tegenovergestelde moet gebeuren. Poetin moet doorkrijgen dat zijn intimidatie leidt tot volharding, tot meer steun. Laten we die bevroren miljarden dus gebruiken voor een tegenescalatiemechanisme voor deze hybride aanvallen. Daar is eerder ook door bijvoorbeeld collega Dassen voor gepleit: bij iedere hybride actie tegen Europa een tranche naar Oekraïne. Hoe kijkt de minister daarnaar? Voorzitter. Oekraïne blijven we steunen, maar we moeten ook de druk op Rusland blijven opvoeren. Onder druk van Frankrijk en Luxemburg zijn de oligarchen Usmanov en Fridman van de sanctielijst gehaald. Hoe reflecteert de minister daarop? Deelt hij ons oordeel dat dit een gevaarlijk precedent schept en dat het voor Ruslandvriendelijke landen loont om EU-burgers vast te zetten? Voorzitter. Een favoriet onderwerp van mijn fractie: de schaduwvloot. Zien we nu minder gesanctioneerde schepen langs onze kust varen? Zijn ze opeens weg? Of varen ze een andere route? Er ligt een wet klaar. Het advies van de Raad van State ligt er. Wanneer wordt de wet in het kabinet behandeld en naar de Kamer gestuurd? Deze zomer kon er ook zonder wet worden ingegrepen, zei de minister. Dan kan dat dus deze winter ook. Knijp die geldmachine af, roep ik deze minister op, want het contrast is levensgroot. Rusland valt met drones civiele schepen van derde landen aan, nu ook in de EEZ van NAVO-lidstaten. Dat zorgde voor een grote escalatie. De haven van Odessa is helemaal kapot. Hun wereldwijde graanhandel ligt stil. Ondertussen vaart de Russische oliezwendel hier door. Voorzitter. De strengere Israëlkoers van dit kabinet is niet onopgemerkt gebleven. We zien behoorlijke diplomatieke escalatie vanuit Israël: Nederland moet weg uit het humanitaire coördinatiecentrum voor Gaza, onze diplomaten in Ramallah wordt het werk onmogelijk gemaakt en Israëlische ministers slaan wild om zich heen. Dit alles omdat wij zeer terecht consequenties hebben verbonden aan de gekte waar deze regering mee bezig is. Daarom vind ik het goed dat onze minister de ambassadeur heeft ontboden, maar Israël heeft in feite natuurlijk niks te zeggen over Ramallah. Het is geen Israëlisch grondgebied. Dus wil ik de minister vragen wat nu de stand van zaken is. Is de accreditatie al ingetrokken? Waar zijn deze diplomaten nu? Gaan we met tegenmaatregelen dreigen, zoals het VK deed? Hoe zorgen we ervoor dat deze intimidatiecampagne niet werkt, dat Israëls frontale aanval op onze waarden ons niet afschrikt van vergelijkbare maatregelen voor andere landen? Ik blijf erbij dat snelle Europese uitbreiding van het handelsverbod niet veel langer op zich kan laten wachten. Hoe blij ik ook ben dat we dat verbod nu eindelijk hebben, het heeft de situatie op de grond nog niet veranderd. Voorzitter. Gaza. Israël lapt iedere gemaakte afspraak aan z'n laars. Humanitaire hulp wordt steeds verder afgeknepen. Ter vergelijking: dit jaar kwamen er in augustus 93 pallets aan hulpgoederen binnen. In november vorig jaar waren dat er nog 1.500. Honderden vrachtwagens worden aan de grens tegenhouden. Een koude winter staat ook daar voor de deur. Staat het associatieakkoord in Brussel nog op de agenda? De minister zou zich, gesteund wetende door een Kamermeerderheid, daarvoor blijven inzetten. Kan ik ervan uitgaan dat het wel op zijn agenda staat en dat hij zich er onverminderd voor inzet dat het handelshoofdstuk wordt opgeschort? Voorzitter, tot slot de EU-uitbreiding. De Commissie heeft een uitbreidingspakket gepresenteerd waar mijn fractie het ontzettend mee eens is. Er ligt eindelijk een plan om met gekwalificeerde meerderheid te stemmen, zodat we ons niet meer uit elkaar laten spelen door populistische eenpitters. Goed dat het kabinet zich daarachter schaart. De uitbreiding zelf is uiteindelijk natuurlijk de enige weg naar een veilig en stabiel Europa: de landen om ons heen zo veel mogelijk bij of in de Unie halen, niet in de laatste plaats Oekraïne. Uiteraard moet dat op verantwoorde wijze. Daarom staan er mooie ideeën in dit plan. D66 wil dat het kabinet zich volledig onverminderd inzet voor de uitvoering. Hoe gaat het kabinet dat concreet doen en welke coalities zoekt het daarvoor in de Raad? De voorzitter: Afrondend. Mevrouw Van der Werf (D66): Afrondend, voorzitter; dat vreesde ik al. Ik wil dan nog twee vragen stellen aan deze minister. Is het kabinet voorstander van gefaseerde toetreding zodat kandidaten eerder beloond worden voor hun voortgang? Wat gaat het kabinet doen aan de rechtsstaat bij landen na toetreding? Hoe wil het bijvoorbeeld artikel 7 en de conditionaliteitsverordening versterken? De heer Hoogeveen (JA21): Ik heb toch nog wel een vraag over het eerste blokje in het betoog van collega Van der Werf. Daarin zei ze: 180 miljard euro ligt klaar om aan Oekraïne te geven. Was het maar zo simpel, zou ik willen zeggen. Het is het spelletje dat vorig jaar natuurlijk ook is gespeeld, namelijk dat we kijken naar eigendomsrecht, juridische bezwaren en België dat er bezwaar tegen maakt. Hoe ziet mevrouw Van der Werf dan hoe we het nu wel zouden kunnen losweken en hoe België er nu wel mee akkoord zou gaan? De voorzitter: Dit is de eerste interruptie boven de 30 seconden. Mevrouw Van der Werf (D66): Omdat ik denk dat iedereen ziet dat de urgentie steeds groter wordt. Ik wil in het algemeen nog wel even tegen collega Hoogeveen zeggen dat dit natuurlijk niet een willekeurige greep in willekeurige tegoeden van landen is. Dit gaat om een agressor die zijn geld in Europa heeft geparkeerd en als gevolg van die daden daar consequenties van zou kunnen ondervinden. De heer Hoogeveen (JA21): Ik hoor nu niet een plan waarin we dat anders gaan doen. België houdt namelijk nog steeds vast aan zijn standpunten. Wat gaan we dan nu anders doen? Dat vraag ik aan de collega. Mevrouw Van der Werf (D66): Ik vraag deze minister en dit kabinet, die dat zelf ook hebben aangegeven, om daar binnen Europa voor naar oplossingen te zoeken. Het alternatief zou natuurlijk zijn dat we gezamenlijk gaan lenen, maar dat wil JA21 niet. Dan ben ik dus ook benieuwd naar het plan van de heer Hoogeveen. Welk geld zouden we dan in Europa kunnen regelen? De voorzitter: Dat is een mooi bruggetje naar de inbreng van de heer Hoogeveen. Gaat uw gang. De heer Hoogeveen (JA21): Dank u wel, voorzitter. De wereld is als een dronken boer die je op een paard hijst: als je hem aan de ene kant op het zadel hijst, dan valt hij er aan de andere kant weer af. Onze vrienden van de SGP bezigden deze wijsheden van Maarten Luther in een van de eerste debatten die ik had. Het was toch waar ik aan moest denken bij de voorbereidingen op dit debat, want het schiet momenteel echt alle kanten op. Allereest de situatie op ons continent. In Duitsland zijn alle alarmbellen afgegaan over de Russische hybride activiteiten in Europa. De inlichtingendienst spreekt daar van een "schaduwoorlog". Militaire productielocaties en logistieke knooppunten worden inmiddels openlijk door het Kremlin gezien als doelwit. Zoals oud-Commandant der Strijdkrachten Mart de Kruif onlangs op tv zei: dat zijn ook doelwitten, want daarmee bouwen we onze eigen defensie op en daarmee bevoorraden we Oekraïne. Met deze erkenning in het achterhoofd: kan de minister aangeven of Nederland zich hardmaakt voor extra beveiliging? Ziet hij bijvoorbeeld in "coalition of the willing"-verband politieke ruimte voor meer gezamenlijke beveiliging van kritieke infrastructuur? Het gonst bovendien van de geruchten dat Rusland op termijn uit zou zijn op een speldenprik om zo artikel 5 te testen en de eenheid van de NAVO te ondermijnen. Er zijn allerlei denkscholen over hoe we Russische oorlogsretoriek moeten inschatten. Het heeft soms ook wel wat weg van bijvoorbeeld Noord-Korea dat het om de haverklap heeft over het vernietigen van het Amerikaanse vasteland of van Zuid-Korea. Ik probeer daarmee niet te zeggen dat we de Russen niet serieus moeten nemen, maar ik ben vooral benieuwd of de minister een inkijkje zou kunnen geven in de strategie op het ministerie wat betreft het omgaan met dit soort retoriek. Dan de financiering van Oekraïne. Ik bedien mijn buurvrouw. Oekraïne kampt met grote begrotingsproblematiek en mist volgens het IMF 54 miljard euro, waarvan 30 miljard euro volgend jaar al. Afgelopen december is daar met de nodige druk op de ketel een oplossing voor gekomen in de vorm van een doorlening, waarvoor de EU-begroting, en daarmee dus ook Nederland, garant staat. Ik noem dat "eurobonds", maar het kabinet wil daar niet aan. Deze route kwam destijds bovendrijven omdat het gebruik van de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear op de helling ging na verzet vanuit België. Die route wordt nu opnieuw genoemd, met Nederland zowaar als initiatiefnemer. Mijn vraag, die ik ook al aan mijn buurvrouw stelde: wat gaat Nederland dan nu precies anders doen waardoor België nu wel akkoord zou gaan? Voorzitter. De prioriteit van mijn fractie gaat vooral uit naar de toename van bilaterale steun, met name vanuit Zuid-Europa, dat ondanks allerlei woorden over Europese solidariteit naar rato niet meebetaalt. Ziet het kabinet nog mogelijkheden om dit te benoemen tijdens de onderhandelingen over het MFK? Nederland moet vasthouden aan de steun, maar Frankrijk en Spanje moeten evenzeer boter bij de vis doen. Voorzitter. Tot slot de Rode Zee. Het Jemenitische leger schijnt de opmars van de Houthi's langs de kustlijn enigszins te hebben gekeerd. Dat lijkt mij in het belang van de vrije doorvaart. Kan de minister zijn duiding geven van de situatie aldaar? Ondertussen is Hoge Vertegenwoordiger Kaja Kallas weer in de generaalsstoel, of beter: de admiraalsstoel, geklommen met het voorstel om de EU-missie ASPIDES in de regio op te schalen van drie naar minstens 10 schepen. Hoe kijkt Nederland naar dit verzoek? Kan Nederland niet beter binnen de Combined Maritime Forces, waar de Amerikanen en Britten met ruimere capaciteit bij betrokken zijn, inzetten op samenwerking in de regio? De Europese Unie doet nu eigenlijk dubbel werk, maar met ogenschijnlijk beperktere capaciteiten. Voorzitter, echt afrondend heb ik een laatste vaag. Op 24 oktober vindt de tweede editie van de EU-GCC-top plaats in Riyad. Kan de minister toelichten of daar ook wordt gesproken over een mogelijk handelsakkoord tussen beide blokken en wat de laatste stand daarvan is? Dank u wel. De voorzitter: Dank. Het woord is aan mevrouw Dobbe van de SP. Mevrouw Dobbe (SP): Dank u wel, voorzitter. Vandaag kwam het nieuws dat 84% van de kinderen onder de 5 jaar in Gaza in afgelopen drie jaar last had van koorts, diarree, luchtwegaandoeningen of huidaandoeningen. Dokters van de Wereld spreekt van "een gecoördineerde, gelaagde vernietiging van essentiële systemen in Gaza". Dat leidt tot "langdurige schade aan de gezondheid van Palestijnen". Het rapport noemt deze georkestreerde schade "een sleutelelement van de voortdurende genocide". Erkent de minister deze uitspaken ook? Wat vindt hij van deze uitspraken? Palestijnen in Gaza leven momenteel op een klein gebied, namelijk op 30% van het grondgebied in Gaza. Elke dag is er nog geweld. De Rode Lijncoalitie heeft nieuwe acties aangekondigd omdat ze vinden dat Nederland te weinig doet, en ze hebben gelijk. Onder het Genocideverdrag hebben wij de verplichting om alles te doen wat redelijkerwijs kan. Dat gebeurt nu niet. Daarom heb ik de volgende vragen. Is dit kabinet bereid om de genocide die nu nog steeds plaatsvindt door Israël te erkennen en te veroordelen? Is dit kabinet bereid om te erkennen dat de Israëlische regering oorlogsmisdaden pleegt? Ik zat vanmiddag in een debat met de minister van Defensie over de Defensiebegroting. Daar weigerde de minister van Defensie om dat te erkennen. Die spreekt ook namens het kabinet. Wat is hierover nou het standpunt van het kabinet? Is het kabinet bereid om een wapenembargo in te stellen tegen Israël? Is het kabinet bereid om de Palestijnse staat te erkennen, ervoor te zorgen dat het EU-associatieverdrag met Israël nu daadwerkelijk wordt opgezegd, een handelsembargo tegen Israël in te stellen, de hele regering-Netanyahu op een sanctielijst te zetten en om het belastingverdrag tussen Nederland en Israël op te zeggen? Graag op al deze maatregelen een antwoord van de minister. Als u dit niet wilt doen, wat wilt u dan wel doen? Nederland doet nu namelijk niet genoeg. Van ons is eerder een motie aangenomen die verzoekt om aan te dringen op spoedige en stevige maatregelen van de EU tegen Israël als het E1-project op de Westelijke Jordaanoever wordt voortgezet en om, als maatregelen door de EU uitblijven, met gelijkgestemde andere landen maatregelen tegen Israël te nemen. Die motie is aangenomen. De aanbestedingsprocedure loopt ook nog steeds, dus hoe staat het nu met het uitvoeren van deze motie? Welke maatregelen gaat het kabinet dan nemen? Dan wilde ik het nog hebben over de bescherming van journalisten en mensenrechtenverdedigers in Rusland, zeker nu Poetin nog meer mensen naar het front de gehaktmolen in wil sturen. Er zijn al in 2024 moties van ons aangenomen om mensenrechtenactivisten en journalisten de mogelijkheid te geven om Rusland te kunnen ontvluchten wanneer dat nodig is en om hun werk voort te zetten, dus om multiple-entry Schengenvisa aan Russische mensenrechtenactivisten en journalisten te verschaffen als hun leven op het spel staat. Kunnen bedreigde journalisten en mensenrechtenverdedigers uit Rusland hier nu inderdaad aanspraak op maken of niet? Er is ook eerder een motie van ons aangenomen om alle diplomatieke middelen in te zetten om de rechten van politieke gevangenen in Rusland te verbeteren. Hoe staat het daarmee? Anders zouden we hier wellicht nog een keer in de EU voor kunnen pleiten, want het lijkt mij nu een goed moment. De minister van Defensie zei net voor het eerst in een debat dat Rusland niet langer de agressor is, maar onze vijand. We lazen net in de krant dat het ministerie van Buitenlandse Zaken verbaasd is over deze uitspraak en dat dat het woord "vijand" niet over wil nemen, maar het houdt bij "agressor". Wat betekent dit nu? Het kabinet spreekt met één mond, maar niet hier. Wat betekent de uitspraak van de minister van Defensie namens het kabinet heeft gedaan? Welke consequenties worden hieraan gebonden? Is hier nog eenheid van kabinetsbeleid? Wat betekent het dan als Rusland zo nadrukkelijk als onze vijand wordt bestempeld? Gaan we dan ambassades sluiten? Welke consequenties heeft zo'n uitspraak dan? Ik wil daar graag onze minister van Buitenlandse Zaken over horen. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Piri van PRO. Mevrouw Piri (PRO): Dank u wel, voorzitter. Afgelopen vrijdag oordeelde de Hoge Raad dat de Nederlandse Staat geen zorgplicht heeft voor 42 Afghaanse bewakers van de Nederlandse ambassade in Kabul. Dat betekent niet dat de politiek niet gewoon de morele keuze kan maken om deze bewakers te helpen. Sterker nog, er ligt nog steeds een duidelijk verzoek vanuit deze Kamer richting het kabinet. Mijn vraag is of de minister deze nu gaat uitvoeren nu duidelijk is dat er geen sprake is van precedentwerking of van toepassing op andere casussen. Ik zal hier in het debat over consulaire zaken op 18 november meer aandacht aan besteden. Voorzitter. Dan Israël-Palestina. Minister Smotrich en de Israëlische regering willen nog steeds het E1-project doorzetten, ondanks kritiek die aangroeit. Europa moet nu echt een stevig signaal afgeven. Het E1-project is een rode lijn. Dat is het altijd geweest. Het maakt een tweestatenoplossing onmogelijk. Meer dan 500 voormalige Europese ministers, diplomaten en topambtenaren hebben in een brief aan EU-lidstaten aangedrongen op sanctiemaatregelen om het E1-project tegen te houden. Ook negentien democratische senatoren in de VS hebben een concreet voorstel gedaan om individuen en entiteiten die bijdragen aan het E1-project op de sanctielijst te plaatsen. We zien ook dat het VK hiermee dreigt en dat dat de enige reden is dat er überhaupt over wordt getwijfeld in Israël. Mijn vraag is dus: is de minister bereid om zelf een soortgelijk voorstel te doen in de Raad? Dan over Oekraïne. Eind augustus onderschreef het kabinet samen met Zweden, Polen en Spanje een pleidooi om Oekraïne een nieuwe lening te bieden op basis van de Russische bevroren tegoeden. Nu volgt ook Duitsland met een dergelijk voorstel, ter waarde van 100 miljard euro. Hoe staat het kabinet tegenover dit Duitse voorstel? Is het kabinet bereid om die nieuwe lening te bespreken in het kader van de MFK-onderhandelingen? Voorzitter. Vorige week bracht The New York Times dat Poetin de verkoop van olievelden, raffinaderijen en tankstations heeft aangeboden aan personen rondom president Trump, namelijk Kushner en Witkoff. Dit betreft ook activa in Nederland en andere Europese landen. Het is schandalig dat persoonlijke cadeautjes ter waarde van miljarden worden betrokken bij onderhandelingen over de soevereiniteit van een land. Het is een schoolvoorbeeld van corruptie. Is de minister hiervan op de hoogte, behalve dat hij het artikel heeft gelezen? Zijn er mogelijkheden om te voorkomen dat Europese activa worden verhandeld in ruil voor steun aan Russische beleidsprioriteiten? Is dit bijvoorbeeld een casus die onder de Wet vifo valt? Trekt het kabinet samen met andere betrokken lidstaten op om eisen te stellen aan de verkoop van dit soort kritieke Europese infrastructuur? Dan over sanctieomzeiling. Dat is namelijk nog steeds een groot probleem. Hier in de Kamer spreken we regelmatig over de gigantische toename van Nederlandse exporten naar landen zoals Kirgizië. POLITICO rapporteerde vorige maand over een mogelijk voorstel van Kaja Kallas om het Europees Openbaar Ministerie het mandaat te geven sanctieomzeiling op te sporen en naleving van sancties af te dwingen. Met de capaciteitsproblemen bij de douane hier is dat geen gek idee, lijkt me. Wat is daarover het standpunt van het kabinet? De lijst van provocaties richting Europa vanuit Rusland wordt langer. Van drones op de luchthaven van Leipzig deze zomer tot aanvallen van schepen voor de Bulgaarse kust en de inval van Belarussische gewapende mannen op Lets grondgebied afgelopen nacht. Het kabinet zegt in de geannoteerde agenda te pleiten voor verdere versterking van het vermogen van de EU om op de Russische provocaties te reageren, in nauwe samenhang met NAVO-inspanningen op dit terrein. Mijn fractie vindt het goed dat het kabinet ook de rol van de EU hierbij erkent. Hoe is tot nu toe de steun van de Amerikanen bij de talloze grensoverschrijdingen van Rusland? Tot slot, voorzitter. In december 2024 stopten twee mannen en een vrouw bouwschuim in de uitlaatpijpen van 270 auto's in Duitsland en plakten daarop stickers met daarop de boodschap: be greener! Wat blijkt? Het was geen klimaatactivisme, maar een sabotageactie van de Russen. Het was er een uit het boekje: ophef en verdeeldheid in de samenleving. We hebben het eerder gezien met hakenkruizen in Frankrijk, waar Rusland achter bleek te zitten en met koranverbrandingen in Denemarken, waar Rusland ook achter bleek te zitten. Nu heeft het hof in Ulm uitspraak gedaan: een boete van €3.000 en een taakstraf van 50 uur. Dat zijn ongekend lage straffen voor deelname aan Russische sabotage. Mijn vraag is dus: zijn er in het Nederlandse strafrecht specifieke vervolgingsgronden voor misdrijven van deze aard? Dank u wel. De voorzitter: Dank. Kan ik dan het voorzitterschap aan mevrouw Van … O, dat is misschien niet handig met uw stem. Dat ga ik u niet aandoen. Kan ik het voorzitterschap dan even aan mevrouw Piri geven? Voorzitter: Piri De voorzitter: Zeker. Het woord is aan mevrouw Rajkowski namens de VVD. Mevrouw Rajkowski (VVD): Dank u wel, voorzitter. De strijd in Oekraïne gaat over de veiligheid en vrijheid van heel Europa. Voor de VVD staat vast dat Nederland en Europa Oekraïne militair, financieel en politiek onverminderd en meerjarig moeten blijven steunen. Poetin rekent namelijk op onze oorlogsmoeheid en Europese verdeeldheid. Het financieringstekort van 54 miljard euro toont ook dat er snel oplossingen moeten komen. Het is dan ook zorgelijk dat Europese eensgezindheid op sommige momenten lijkt te wankelen. Het door lidstaten laten schrappen van Russische oligarchen van sanctielijsten in ruil voor bilaterale deals geeft totaal het verkeerde signaal af. De VVD vindt het volstrekt logisch en rechtvaardig dat de agressor zelf opdraait voor de kosten van de verwoesting. Wij steunen voluit het initiatief om de geïmmobiliseerde Russische Centrale Banktegoeden te benutten en aan Oekraïne te geven. Ik moet zeggen "de steun aan Oekraïne daarmee te waarborgen", voordat ik een interruptie krijg van de heer Hoogeveen. Ik wil de minister vragen hoe hij er bij weifelende lidstaten, zoals België, Frankrijk en Italië, op gaat aandringen om deze stap nu definitief te zetten. Voorzitter. Daarnaast moeten we onze eigen veiligheid binnen Europa veel actiever gaan beschermen tegen Russische dreigingen en infiltratie. Het is voor de VVD volstrekt onbestaanbaar dat Russische oorlogsveteranen en voormalige strijders die in Oekraïens gebied oorlogsmisdaden hebben begaan nog altijd het Schengengebied binnen kunnen reizen. Hoewel er met het 21ste sanctiepakket ook een juridische basis is gecreëerd om de strijders de toegang tot de EU te kunnen ontzeggen, aarzelt de Raad nu toch om dit verbod in werking te laten treden, door tegenstribbelende landen zoals Frankrijk en Italië, die dit graag via de reguliere visumregels willen afdoen. Dit is naïef, vormt een risico voor onze nationale veiligheid en is ook een klap in het gezicht van slachtoffers van Poetins agressieoorlog. Ik wil de minister vragen of Nederland hierin actief optrekt met noordelijke en oostelijke lidstaten om het algemene inreisverbod voor Russische strijders nu onverwijld te activeren. Hoe gaat het kabinet de druk op Parijs en Rome opvoeren om hun verzet te staken? Voorzitter. Daarnaast heb ik de vraag aan de minister hoe haalbaar hij het ziet dat er nog een 22ste sanctiepakket in werking wordt gesteld, ook gezien de uitspraken van de Hoge Vertegenwoordiger. Daarnaast wil ik ook onderstrepen dat het goed is dat er sancties zijn tegen personen of organisaties die betrokken zijn bij de ontvoering van de Oekraïense kinderen door Rusland. Dat is een belangrijk signaal. Voorzitter. Georgië. Kijken we breder naar de Europese oostgrens, dan zien we dat het Kremlin niet alleen met raketten strijdt, maar de Europese veiligheid en democratie ook van binnenuit probeert uit te hollen. In Georgië voltrekt zich een tragedie die rechtstreeks afkomstig is uit een Russisch draaiboek. Regeringspartij Georgische Droom heeft het land in rap tempo losgeweekt van een pro-Europese koers. Naar Russisch voorbeeld zijn draconische wetten doorgedrukt die de onafhankelijke media, ngo's en maatschappelijke organisaties financieel wurgen en criminaliseren. Oppositieleiders en kritische journalisten worden op basis van gefabriceerde beschuldigingen opgesloten terwijl het maatschappelijk middenveld monddood wordt gemaakt. Nog stuitender is de meedogenloze wijze waarop het Georgische regime vreedzame burgers aanpakt die de straat opgaan voor een vrije en Europese toekomst. Onafhankelijke rapporten en getuigenissen schetsen een ontluisterend beeld van stelselmatige mishandelingen, willekeurige massa-arrestaties en het gebruik van politiebusjes als rijdende martelkamers. Er zijn zelfs zwaar verontrustende aanwijzingen dat tegen vreedzame demonstranten in Tbilisi chemische gifstoffen uit de Eerste Wereldoorlog in waterkanonnen zijn gemengd. Dit is een bewuste poging om een Europees buurland met geweld terug te duwen in de invloedsfeer van Moskou. De Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa heeft lidstaten daarom ook terecht opgeroepen om gebruik te maken van het tussenstatelijk klachtrecht. De VVD wil van het kabinet dat Nederland hier een leidende rol in pakt. Ik wil de minister dus vragen of Nederland bereid is samen met gelijkgezinde landen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een tussenstatelijke klacht in te dienen tegen Georgië, op grond van artikel 33 van het EVRM. Ook wil ik vragen of het kabinet bereid is om in die procedure bindende voorlopige maatregelen te verzoeken om de systematische vervolging van de politieke oppositie en de inzet van buitenproportioneel geweld tegen demonstranten een halt toe te roepen. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie verder geen interrupties. Ik geef het voorzitterschap terug aan mevrouw Rajkowski. Voorzitter: Rajkowski De voorzitter: Dank. Dan zou ik graag voor een halfuur willen schorsen, tot 17.05 uur. Ik wil ook meteen de Kamerleden erop wijzen dat er een vertrouwelijke brief is binnengekomen en dat het CIP tot 17.00 uur open is vandaag. Ik schors de vergadering. De vergadering wordt van 16.32 uur tot 17.10 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen hier even kort de vergadering om aan te geven dat de minister onderweg is en dat we dus iets later gaan beginnen. Ik sluit de vergadering weer. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Ik heropen hierbij het commissiedebat over de Raad Buitenlandse Zaken. Ik kijk naar rechts voor de beantwoording van de Kamervragen uit de eerste termijn. Minister. Minister Berendsen: Dank, voorzitter. Ik ga dat doen in drie blokjes: Oekraïne-Rusland. Israël-Palestijnse gebieden en het ruime mapje overig. Allereerst dank voor wederom alle vragen en de diversiteit aan vragen. Er werd gevraagd naar de bevroren Russische tegoeden. We hebben inderdaad met een aantal lidstaten een hernieuwde poging gedaan om dat onderwerp weer op tafel te leggen. We hebben de Europese Commissie verzocht om met een voorstel te komen waarin ook de bijvoorbeeld door België naar voren gebrachte zorgen specifiek geadresseerd kunnen worden, en dat voorstel aan de experts voor te leggen. Daar zetten wij ons dus voor in. Er werd gevraagd naar de MFK-onderhandelingen en de koppeling. We zetten voor de langere termijn in op een lagere omvang van het MFK en voor voldoende steun aan Oekraïne. Juist in het MFK komt dat ook de lastenverdeling ten goede, de burden sharing. Wij zetten daar ook bewust op in en we zien dat Nederland daarin een van de koplopers is. We blijven ons daar conform de vraag vanuit de Kamer op inzetten. Het tegenescalatiemechanisme voor hybride aanvallen. De Russische hybride acties tegen Europa zijn er, zoals mevrouw Van der Werf al zei, ook op gericht om ons te verdelen en onze steun aan Oekraïne te ondermijnen. Vanzelfsprekend laten wij ons hierdoor niet afleiden. We zullen Oekraïne onverminderd blijven steunen. De druk die wij op Rusland leggen, is bedoeld om Rusland zo snel mogelijk aan de onderhandelingstafel te krijgen. Ze hebben ook gelegenheid om iedere dag een staakt-het-vuren te accepteren en naar de onderhandelingstafel te komen. Conform afspraak uit het coalitieakkoord en eerdere verzoeken uit de Kamer blijven wij ons ook inzetten voor de geïmmobiliseerde tegoeden. Excuus, voorzitter, ik zit nu geloof ik twee dingen door elkaar te doen. Over die tegoeden had ik het net al gehad. Mijn antwoord op het tegenescalatiemechanisme ligt in de acties die wij daaraan verbinden. Wij zorgen ervoor dat ons antwoord altijd zal zijn: steun aan Oekraïne vasthouden en opvoeren en de druk op Rusland opvoeren, om ze uiteindelijk naar de onderhandelingstafel te krijgen. Dan de Russische oorlogsretoriek. Het aanjagen van verdeeldheid en twijfel is een van de doelstellingen van de Russische strategie. Van groot belang is daarbij — dat is overigens op veel onderwerpen zo, maar ook op dit onderwerp — kalm blijven, rustig blijven. Onze inzet is allereerst gericht op het mitigeren van de dreiging. Wij zetten ons onverminderd in voor de versterking van onze weerbaarheid en verdediging. Ik kom zo nog even op de kritieke infrastructuur. Waar nodig worden verdere voor Rusland kostenverhogende maatregelen genomen. Denk aan visumbeleid, strafrechtelijke vervolging, verstoring en aanpak van de schaduwvloot. Daar kom ik zo ook nog even kort op terug. Binnenkort zal de Kamer per Kamerbrief in meer detail geïnformeerd worden hierover. De sanctielijst. Op de individuele gevallen die genoemd worden, kan ik niet ingaan. Nederland is in algemene zin een voorstander van het handhaven en verhogen van de sanctiedruk op Rusland. Nederland heeft daar ook altijd voor gepleit. Komende maandag hebben we goede hoop dat er een hele uitgebreide nieuwe listing aangenomen gaat worden in de Raad. Het 22ste sanctiepakket: wat ons betreft liggen alle opties op tafel. Alle inspanningen zijn erop gericht om zo snel mogelijk een nieuw sanctiepakket te hebben. Onze focus ligt daarbij op het ondermijnen van het Russische verdienvermogen op de mondiale oliemarkt, verder op het financieel isoleren van Rusland en het tegengaan van sanctieomzeiling. Ik heb er ook vertrouwen in dat we gezamenlijk de sanctiedruk kunnen verhogen met een nieuw pakket. De steun van Amerikanen bij de grensoverschrijding van Rusland. Nogmaals, het aanjagen van verdeeldheid en twijfel is de belangrijkste doelstelling van de Russische strategie. De NAVO staat klaar en neemt op allerlei wijzen, zichtbaar en onzichtbaar, actie wanneer dat nodig is. Dat doen we collectief en Nederland staat ook naast onze bondgenoten en is in nauw contact met onze bondgenoten over actuele dreigingen. Mevrouw Van der Werf vroeg nog naar de schaduwvloot, de gesanctioneerde schepen. Het beeld dat er minder schepen uit de schaduwvloot door de Nederlandse exclusieve economische zone varen, kan ik bevestigen. De reden daarvoor is speculatie en daar doe ik liever niet aan. De wet waar u naar verwijst, zal voor het einde van de maand aan de Kamer worden aangeboden. Het strafrecht in het kader van sabotage. Sinds 2025 hebben we in Nederland de strafbaarstelling van spionage uitgebreid. De wet is bijvoorbeeld verruimd op het gebied van schade toebrengende handelingen verricht ten behoeve van die buitenlandse mogendheid. Misdrijven als sabotage vallen dus onder de strafbaarheid van spionageactiviteiten. Voor wat betreft diplomatieke middelen voor de rechten van politieke gevangenen: Nederland roept regelmatig op om toegang te geven tot politieke gevangenen en naasten, ook voor goede medische zorg. Nederland speelt een voortrekkersrol als het gaat om de situatie van politieke gevangenen in Rusland. Zo is Nederland penvoerder geweest van de zogenaamde Ruslandresolutie en draagt het ook rechtszaken, waarneming en statements die opkomen voor hun situatie. Ook draagt Nederland jaarlijks ongeoormerkte financiering bij aan het ICRC met dat doel. Visumverlening mensenrechtenverdedigers: als het gaat om Schengenvisa, visa voor kort verblijf, kunnen Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten gebruikmaken van de reguliere aanvraagprocedure. Hierbij wordt getoetst op de voorwaarden zoals vastgelegd in de EU-Visumcode. Op basis van de motie-Dobbe kan er voor Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten ook bij een eerste aanvraag een meerjarig visum met de geldigheidsduur van maximaal vijf jaar worden afgegeven. Inreisverbod voor Russische oud-strijders. In het 21ste sanctiepakket is een juridische basis gelegd voor een Europese visaban voor Russische militairen en ex-militairen. Nederland verwelkomt dit voorstel, omdat het bijdraagt aan onze Europese veiligheid. Wij werken nu samen met de Commissie en andere EU-lidstaten om het voorstel snel uniform en stevig te implementeren. De Europese Commissie speelt hierin een sleutelrol. Het kabinet draagt deze boodschap uiteraard ook uit in gesprekken met andere lidstaten. Mevrouw Dobbe (SP): Goed om te horen over die multiple-entry Schengenvisa. Ik had een vraag over de gevangenen, want we horen ook van familieleden, van naasten van gevangenen in Rusland, dat het belangrijk is om aandacht te blijven vragen, zodat mensen die gevangen zijn, niet worden vergeten. Kan de minister daar in de aankomende Raad aandacht voor vragen? Minister Berendsen: Ja. Oekraïne-Rusland is een terugkerend thema in de Raad en ik kan daar ook zeker aandacht vragen voor dit specifieke punt. Voorzitter. Ik zit nog in hetzelfde blokje. Het beschermen van de kritieke infrastructuur. Het beschermen van de Oekraïense infrastructuur wordt door Oekraïne gedaan. Daarom is het ook zo belangrijk om Oekraïne zo veel mogelijk te steunen en hen in staat te stellen om dat effectief te doen. Landen in de coalition of the willing steunen Oekraïne militair en niet-militair om onder andere deze bescherming voor elkaar te krijgen. Het huidige tijdsgewricht vraagt ook om de versterking van onze eigen Europese weerbaarheid. Onder leiding van de NCTV en Defensie wordt hier in Nederland doorlopend aan gewerkt, mede op basis van de NATO Baseline Requirements en Europese richtlijnen zoals de NIS en de CER. Mevrouw Dobbe vroeg naar de uitspraken van de minister van Defensie. Het beleid van Nederland is niet veranderd. De Nederlandse inzet ook niet. Of we Rusland nu agressor of vijand noemen, heeft geen impact op het beleid. De NAVO en de EU zien Rusland ook als de grootste dreiging, en Rusland is ook de grootste dreiging voor onze veiligheid. Wij zijn niet in oorlog met Rusland, maar we zien wel dat Rusland zich steeds vaker vijandig uitlaat. Ik ben het met de minister van Defensie eens dat we hier absoluut niet naïef over moeten zijn. Dat zijn we ook niet, want we versterken onze weerbaarheid, blijven Oekraïne onverminderd steunen en staan waar nodig klaar om adequate tegenmaatregelen te nemen. Mevrouw Dobbe (SP): Minister Yeşilgöz deed deze uitspraak. Daarna verscheen in de krant natuurlijk het nieuws over die uitspraak, vrij rap na die uitspraak zelf. Daarna verscheen in de krant dat de ministeries verbaasd zijn over deze uitspraak. Kan de minister daar wat meer over zeggen? Hoe is dit dan gegaan? Hoe kan het dat er een reactie komt vanuit Buitenlandse Zaken van: wij zijn verbaasd over deze uitspraak en wij gebruiken die woorden niet? Minister Berendsen: Dat zijn reacties in de media. Die zijn niet van mij geweest en ik herken die ook niet als zodanig. Ik moet even de laatste versie van het artikel zien. Er is wat over en weer gegaan wat ook niet conform onze reactie in het artikel is geweest. Als u zich baseert op dat specifieke artikel, moet ik even kijken hoe dat nu verwoord wordt. Dat neemt niet weg dat in algemene zin de lijn is zoals ik die net verwoord heb. Rusland is onze grootste veiligheidsdreiging. Zo wordt het ook door de NAVO gezien. Het is heel duidelijk dat we in een grijs gebied zitten, waarin Rusland ook vijandelijke acties onderneemt op Europese bodem. In die zin zie ik dus geen verschil tussen onze woorden. Mevrouw Dobbe (SP): Ik denk dat dat verschil er toch wel is, want de minister hier neemt hele andere woorden in de mond. Hij praat over "veiligheidsdreiging". Dat is allemaal waar, maar ik vraag me het volgende af. Op het moment dat minister Yeşilgöz zo bewust de uitspraak doet dat ze Rusland geen "agressor" meer wil noemen, maar "onze vijand", neemt deze minister deze woorden dan over of niet? Welke gevolgen heeft dat dan? Minister Berendsen: Ik denk dat mevrouw Yeşilgöz dat in het debat met meer dan één zin heeft gedaan en daar een context bij heeft geschetst die ik volledig deel. De heer Van Baarle (DENK): Vindt de minister Rusland onze vijand? Minister Berendsen: Excuses. Ik kreeg tegelijkertijd in mijn oor de bevestiging dat dat artikel … Die verbazing herkennen wij niet. Die hebben we ook niet zo aan het artikel gegeven, dus dat staat niet meer in het artikel. De heer Van Baarle (DENK): De vraag is: vindt de minister Rusland onze vijand? Minister Berendsen: Het is volstrekt helder dat het onze grootste veiligheidsdreiging is. Ik zei net al dat we in een heel grijs gebied tussen vrede en oorlog zitten, waarin we allerlei vijandelijke acties zien op Europees grondgebied. Daar weren we ons tegen. De heer Van Baarle (DENK): Dat is geen antwoord op de vraag. Is Rusland volgens deze minister onze vijand? Minister Berendsen: Ik snap dat ik erover bevraagd word of ik exact hetzelfde woord wil gebruiken, maar ik steun de minister van Defensie hierin. De heer Van Baarle (DENK): Dat is wederom geen antwoord op de vraag. Vindt deze minister Rusland onze vijand? Minister Berendsen: Ik steun de minister van Defensie in haar uitspraken en ook in de context waarin ze vervolgens de zinnen die daaromheen zaten heeft uitgesproken. Voordat ik nog meer interrupties krijg: Rusland vertoont in die context inderdaad vijandig gedrag is dus onze vijand. De heer Van Baarle (DENK): Even los van het feit dat het overduidelijk is dat Rusland agressie pleegt, sabotage pleegt en spionage pleegt, acht de minister het verstandig dat de minister van Defensie dit soort woorden gebruikt, die dit soort impact hebben en die ervoor kunnen zorgen dat Nederland een nadrukkelijker doelwit wordt? Minister Berendsen: De minister van Defensie spreekt namens het kabinet, dus ook namens mij. Daar zit dus geen enkel licht tussen. De minister van Defensie heeft daaraan ook toegevoegd dat we niet in oorlog zijn met Rusland. Dat is de context waar ik op doel. Ik denk dat het verstandig is dat die hele context waarin die uitspraak gedaan is daarin meegenomen wordt. Mevrouw Piri (PRO): Ik was toevallig bij dat debat. Het was voorgelezen van papier. Sterker nog, het was haar allereerste zin. Ze zei dat ze Rusland niet langer als "agressor" gaat benoemen, maar als "de vijand". Begrijp ik nu goed dat de minister dat steunt? Minister Berendsen: Nogmaals, de minister van Defensie spreekt namens het kabinet, dus ook namens mij. Mevrouw Piri (PRO): Dus dan kan ik concluderen dat ook de minister van Buitenlandse Zaken zegt: Rusland is onze vijand? Minister Berendsen: Nogmaals, de minister van Defensie spreekt namens het kabinet, net zoals dat ik ook namens het kabinet spreek, dus zij spreekt ook namens mij. Mevrouw Piri (PRO): Oké. Dan stel ik vast dat de minister van Defensie én de minister van Buitenlandse Zaken constateren dat Rusland nu niet meer "de agressor" wordt genoemd of niet meer met agressie agressieve acties doet tegen ons, maar voortaan gewoon als de "de vijand" wordt bestempeld. Mevrouw Dobbe (SP): Dat is interessant, want wat betekent het dan als wij nu ineens een vijand hebben, in plaats van een agressor richting Oekraïne? Minister Berendsen: Dit is niet ineens. Zoals ik al zei, is dit geen verandering van beleid. Onze volledige acties in samenwerking met onze bondgenoten zijn erop gericht om ons te weren tegen de veiligheidsdreiging die Rusland veroorzaakt op allerlei gebieden, om Oekraïne te steunen en om ons te weren tegen eventuele spionage- en sabotageactiviteiten. Daar zetten wij volop op in, ook met bondgenoten. Mevrouw Dobbe (SP): Dank. Dat is wel ineens, want het kabinet heeft Rusland nooit "onze vijand" genoemd. Dat is dus het grote verschil met de uitspraak die Yeşilgöz, de minister van Defensie, deed in het debat vandaag. Ze koos er ook heel bewust voor in haar woorden. Ze zei dat we Rusland niet meer "de agressor" noemen, maar dat Rusland nu "onze vijand" is. Dat is dus wel een verandering. Welke gevolgen heeft die dan? Minister Berendsen: Ik denk dat het belangrijk is dat we ons bewust zijn van de dreiging die van Rusland uitgaat, op allerlei manieren. Tegelijkertijd verandert alles wat we op dit moment doen daar niet door, want dit is gewoon het beleid dat we hebben. Rusland is onze grootste veiligheidsdreiging, niet alleen voor Nederland, maar voor de hele NAVO. Daar zetten we ons samen met bondgenoten voor in. Mevrouw Dobbe (SP): De minister zegt net dat Rusland onze grootste veiligheidsdreiging is, terwijl hij ook de woorden van de minister van Defensie overneemt, namelijk praten over "vijand". Dat is lastig. Welke gevolgen heeft dit nou? Als Rusland onze vijand is, gaat dan de ambassade hier sluiten? Wat voor gevolgen heeft dit? Minister Berendsen: Nogmaals, dit is geen verandering van beleid. Alles wat wij doen, is gericht op de veiligheidsdreiging die Rusland voor ons en voor de NAVO vormt. Wij zetten voort waar we op dit moment mee bezig zijn, namelijk steun aan Oekraïne, ervoor zorgen dat we weerbaarder zijn als samenleving en onze kritieke infrastructuur beschermen tegen mogelijke dreigingen. Daar blijven we gewoon verder op inzetten. Mevrouw Dobbe (SP): Ik blijf erbij dat het wel een verandering is, want anders had de minister van Defensie dat niet zo bewust gezegd. Ik formuleer de vraag op een andere manier. Welke gevolgen denkt de minister van Buitenlandse Zaken dat dit op zo'n manier benoemen heeft voor Nederland? Minister Berendsen: Nogmaals, het is al heel lang volstrekt helder dat Rusland onze grootste veiligheidsdreiging is en dat wij er alles aan doen om ons tegen die dreiging te weren. Dat doen we samen met bondgenoten en daar blijven we mee doorgaan. Mevrouw Piri (PRO): Niet om te muggenziften, maar ik ken het ministerie van Buitenlandse Zaken als een ministerie dat woorden zeer zorgvuldig kiest. Dat hoor ik de minister nu ook doen. Dat is niet het woord "vijand". Laat ik het zo vragen: is er in het kabinet besloten dat er vanaf nu een andere benaming wordt gedaan ten aanzien van Rusland? Minister Berendsen: Alle ministers spreken namens het kabinet. De minister van Defensie ook. Dat betekent dat dit woorden zijn die het kabinet daaraan geeft. Iedereen kiest daarin, in antwoorden op vragen et cetera, zijn eigen lijnen vanuit de verantwoordelijkheid, maar de minister van Defensie spreekt namens het kabinet. De voorzitter: De heer Van Baarle. O, sorry, mevrouw Piri heeft nog een vervolgvraag. Mevrouw Piri (PRO): Dan ga ik nu een andere conclusie trekken. Ik vind het heel collegiaal van de minister van Buitenlandse Zaken om als eenmaal de minister van Defensie deze uitspraak heeft gedaan om haar niet publiekelijk tegen te spreken, maar het is dus geen kwestie van: het kabinet heeft besloten om dit woord nu actief te gebruiken? De heer Van Baarle (DENK): Op welk moment heeft het kabinet besloten, dan wel is het kabinet tot het besef gekomen, dat Nederland een vijand heeft, namelijk Rusland? Minister Berendsen: In alle … Ik weet even niet of ik "strategie" of "documenten" moet zeggen, maar voor de NAVO is het volstrekt helder dat Rusland onze grootste veiligheidsdreiging is. We zien al lange tijd op allerlei gebieden dat Nederland er alles aan doet om Rusland onder druk te zetten en om Oekraïne te steunen. Daar zit geen verandering in. We zien de afgelopen tijd bijvoorbeeld de hybride acties toenemen, met als voorbeeld wat er in Leipzig gebeurd is. Die dreiging neemt toe. Ik denk dat we ons zeer bewust moeten zijn van die dreiging en dat die dreiging niet weg is op het moment dat er een oplossing gevonden is in Oekraïne. De heer Van Baarle (DENK): Is er in het kabinet voor de behandeling van de Defensiebegroting besloten dat vandaag kenbaar zou worden gemaakt dat Rusland de vijand is? Is dat besproken en besloten? Minister Berendsen: Er is continu, iedere ministerraad weer en daarbuiten, gesprek over de dreiging die van Rusland uitgaat, hoe serieus wij dat als kabinet nemen en wat onze handelingsperspectieven daarin zijn. De heer Van Baarle (DENK): Wist deze minister voor het debat van vandaag dat de minister van Defensie Rusland "onze vijand" zou noemen? De voorzitter: Of u op de hoogte was dat zij het woord "vijand" in de mond zou nemen. Minister Berendsen: In algemene zin word ik niet van iedere debatbijdrage op de hoogte gebracht, maar dit is gewoon in lijn met het beleid dat wij voeren. De heer Van Baarle (DENK): Klopt het dus dat de minister van Buitenlandse Zaken van tevoren niet wist dat de minister van Defensie vandaag Rusland als vijand zou classificeren? Minister Berendsen: Nogmaals, dit is geen beleidswijziging. Dit is een voortzetting van het beleid. In die zin ben ik ook niet verrast door het feit dat deze woorden gebruikt worden en spreekt de minister van Defensie namens het kabinet. De heer Van Baarle (DENK): Ik ga het Rotterdams zeggen: wat een amateuristisch zooitje! Als onze topdiplomaat van tevoren niet weet dat de minister van Defensie een dusdanig verstrekkende uitspraak gaat doen op zijn domein, moet dit kabinet zich ernstig zorgen maken. Minister Berendsen: Ik denk dat er uitermate goed samengewerkt wordt door Buitenlandse Zaken en Defensie op de dreiging die vanuit Rusland op Europa en op Nederland gericht is en daar sta ik volledig achter. De heer Hoogeveen (JA21): Het ministerie van Buitenlandse Zaken staat er inderdaad om bekend dat het woorden juist heel zorgvuldig weegt. Daarom spreken we ook van "Russische agressor" en "Russische veiligheidsdreiging". Als je dan nu spreekt over "vijand", geeft dat wel een andere lading. Als ik nu de lezing van de minister zo hoor, dan is dat niet zo. Dan is het eigenlijk meer een soort inwisselbare definitie van de woorden die ik eerder heb gezegd, dus "agressor" en "veiligheidsdreiging". Minister Berendsen: Laten we alsjeblieft de dreiging die van Rusland uitgaat ook niet bagatelliseren en de woorden die daarbij gekozen worden. Dit is een uitermate serieuze dreiging. En nogmaals, het gaat hier om een continuering van het beleid dat wij voeren, erop gericht ons zo weerbaar mogelijk te maken tegen deze dreiging. De heer Hoogeveen (JA21): Ik probeer niet flauw te doen of in semantische spelletjes te belanden, maar ik vind het toch wel opmerkelijk. De minister van Buitenlandse Zaken weegt zijn woorden altijd heel goed — "agressor", "veiligheidsdreiging" — de minister doet dat nu ook. Vervolgens wordt het woord "vijand" in de mond genomen en daar zitten dan geen gevolgen aan. Dat is dan dus eigenlijk een inwisselbaar woordje voor alle andere definities waarmee we Rusland eerder hebben geclassificeerd. Daar ben ik naar op zoek, minister. Minister Berendsen: Ik denk dat we een ontwikkeling zien in de dreiging die we al heel lang, maar zeker ook de afgelopen maanden, zien in de verschillende incidenten die op Europese bodem plaatsvinden en in de toename van hybride acties en de escalatiebereidheid van Rusland om ons uit elkaar te spelen, angst aan te jagen en onze steun aan Oekraïne te ondermijnen. Het kabinet is zich volledig bewust van die dreiging en wil ook Nederland, onze samenleving, Europa en ons bondgenootschap daartegen weren. De heer Hoogeveen (JA21): De laatste dan. Want ik vind het toch wel lastig om het te plaatsen. Als we het hebben over Iran, hebben we het ook over een veiligheidsdreiging. Maar spreken we in dit geval dan ook over Iran als een vijand? Hetzelfde kan gezegd worden over andere landen die een veiligheidsdreiging zijn. Zijn die dan nu ook een vijand? Minister Berendsen: De directe dreiging die van Rusland uitgaat, ook benoemd binnen de NAVO als onze grootste veiligheidsdreiging, maakt in die zin in de bewoording ook nog verschil. Mevrouw Piri (PRO): Klopt het dat nu de allereerste keer dat het kabinet het woord vijand voor Rusland heeft gebruikt, net was bij de begrotingsbehandeling door de minister van Defensie? Minister Berendsen: Dat zou ik dan terug moeten zien. Voor dit kabinet geldt dat misschien wel. Ik denk dat het wellicht in voorgaande kabinetten eerder is gebeurd. Mevrouw Piri (PRO): Voor dit kabinet geldt dat dus wel. Zo'n classificatie, hè ... Zoals ik zei, doen woorden er zeker toe bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Is het dan niet eigenlijk aan de minister van Buitenlandse Zaken om die te bewaken? Minister Berendsen: Wij bewaken als kabinet gezamenlijk de lijn op de Russische dreiging en de wijze waarop wij daar als kabinet mee omgaan. Mevrouw Piri (PRO): Tot slot. Is het de minister opgevallen dat hij gedurende de hele beantwoording eigenlijk constant blijft praten over de Russische dreiging et cetera en het woord "vijand" niet in de mond neemt? Minister Berendsen: Het is dat mevrouw Piri mij daarop attendeert. Mevrouw Dobbe (SP): Snapt de minister dat het consequenties kan hebben als je een land "de vijand" of "onze vijand" noemt? Minister Berendsen: Ik denk dat dat niet start bij hoe wij het noemen. Ik denk dat dat start bij de dreiging die van het land uitgaat en die al heel lang bekend is. Mevrouw Dobbe (SP): Maar het heeft toch wel gevolgen? Het is toch niet niks als je van een land zegt "dat is onze vijand"? Dat betekent toch iets, voor Nederland ook? Minister Berendsen: Nogmaals, dit past bij het beleid dat wij voeren. Rusland is onze grootste veiligheidsdreiging. Mevrouw Dobbe (SP): Vindt de minister de gang van zaken problematisch, zoals dit is gegaan vandaag? Minister Berendsen: Nogmaals, de minister van Defensie spreekt namens het kabinet en daar sta ik volledig achter. Dus ook namens mij. De heer Van Baarle (DENK): Acht de minister het feit dat zijn collega het woord "vijand" heeft gebruikt, bevorderlijk voor een diplomatieke oplossing? Minister Berendsen: Ik denk dat de grootste sta-in-de-weg voor een diplomatieke oplossing Rusland zelf is, dat op dit moment geen enkel signaal afgeeft dat ze naar de onderhandelingstafel willen komen. De heer Van Baarle (DENK): Denkt de minister dat het gebruiken van het woord "vijand" een bevorderende werking heeft in het eventueel wel bereiken van een diplomatieke oplossing? Minister Berendsen: Wij leggen continu druk op Rusland en steunen Oekraïne om Rusland te bewegen naar de onderhandelingstafel te komen. Dat is het beleid van dit kabinet en daar gaan we ook gewoon mee door. De heer Van Baarle (DENK): Denkt deze minister dat iemand die je vijand noemt, daardoor sneller of minder snel genegen is om diplomatiek tot een oplossing of een gesprek te komen? Minister Berendsen: Ik denk dat het sowieso zo is dat de bal bij Rusland ligt om stappen te zetten en naar de onderhandelingstafel te komen. De heer Van Baarle (DENK): Ziet deze minister überhaupt een verantwoordelijkheid voor zijn eigen regering, waarvan hij deel uitmaakt, in het kiezen van woorden en retoriek? Of legt hij de bal alleen maar bij anderen? Minister Berendsen: Absoluut is dat onze verantwoordelijkheid, in combinatie met het beleid dat wij gezamenlijk voeren om de Russische dreiging te kunnen weerstaan. De voorzitter: Gaat u verder met uw beantwoording van het blokje. Minister Berendsen: Voorzitter. De Europese activa in ruil voor steun aan Russische beleidsprioriteiten. Het kabinet volgt deze ontwikkelingen uiteraard op de voet. Het is natuurlijk onwenselijk dat Rusland dit soort deals zou sluiten. Het kabinet bekijkt en weegt voortdurend alle instrumenten om dit tegen te gaan. Daar kan ik nu niet dieper op ingaan. Het voorstel om het Europees Openbaar Ministerie mandaat te geven voor het tegengaan van sanctieschendingen. Wij zijn voorstander van versterkte EU-naleving. Dat past ook bij onze inzet op het instellen van EU-sancties. We moedigen aan dat daar in Brussel over nagedacht wordt en verkennen daarvoor passende opties, waar dit in meegaat. Maar we kunnen nu nog niet vooruitlopen op een Europees Openbaar Ministerie. Voorzitter. Dat was het blokje Oekraïne-Rusland. De voorzitter: Helder. Gemiste vragen? Mevrouw Van der Werf (D66): Ik wilde nog even terugkomen op dat tegenescalatiemechanisme. De minister gaf daar een algemeen antwoord op. Ik was wel benieuwd naar het specifieke voorstel dat ik deed in mijn inbreng. Zou je niet als een soort actie-tegenreactie, wanneer er weer geweld komt, meer steun aan Oekraïne kunnen geven? Dus elk moment dat er een hybride actie komt, haal je weer een plukje uit die tranche? Minister Berendsen: In algemene zin is dat ook steeds onze reactie: staan voor de steun die we geven en kijken hoe we meer steun kunnen geven. Ik ben zelf wel wat terughoudend als het gaat om het instellen van een mechanisme waarbij zaken automatisch gelden. Ik denk dat het onze taak is om te laten zien dat we achter Oekraïne blijven staan, maar soms moet je ook de ruimte hebben om te kijken op welk moment welke maatregelen het meest passend zijn. Mevrouw Van der Werf (D66): Ik ben niet de eerste die dit voorstelt. Ik heb het de heer Dassen ook weleens horen zeggen en ik heb ook in een rapport van HCSS gelezen: draai het nou om; zorg dat elke keer dat er zo'n actie komt, het pijn doet en men in Rusland ziet dat het de tegenovergestelde werking heeft. Het gaat mij er ook niet om dat de minister daarvoor een tijdspad op papier zet, maar dat hij erop inzet dat wij dat elke keer doen, en dan niet alleen in woorden. Minister Berendsen: Ik denk dat het absoluut niet alleen bij woorden blijft, ook niet als ik kijk naar onze bondgenoten. Tegelijkertijd is het bij steun aan Oekraïne ook wel zo dat de noden van Oekraïne leidend zijn. Daarom ben ik wat terughoudend bij een automatisch mechanisme, omdat uiteindelijk de noden van Oekraïne leidend moeten zijn in de steun die we geven, op welk moment we dat doen en op welke wijze. Mevrouw Piri (PRO): Misschien heb ik het gemist, maar ik had nog een paar vragen over Rusland-Oekraïne gesteld die niet zijn beantwoord. Eentje ging over dat Duitse voorstel over de bevroren tegoeden. Een andere ging over de ontwijking van sancties via Kirgistan. En het ging natuurlijk ook over die sabotageacties en hoe dat nou juridisch zit in Nederland. Minister Berendsen: De laatste meen ik beantwoord te hebben, maar die zoek ik dan even terug. Dat vind ik geen probleem. Voor Kirgizië kijk ik even naar mijn ondersteuning en zorg ik dat ik dat antwoord nog krijg. De vraag over het Duitse voorstel was de allereerste vraag die ik poogde te beantwoorden. In de discussie rond het MFK zit wel degelijk ook de inzet die wij leveren voor Oekraïne, onze oproep aan andere landen om meer te doen aan steun en de discussie daarover. Het is denk ik goed dat er een bepaalde lastenverdeling is op het moment dat je binnen het MFK zaken doet. Ik verwees daarbij ook naar de heer Hoogeveen. Omdat het via het MFK gaat, heb je al een bepaalde burden sharing daarin. Dat is de bril waardoor we naar deze zaken kijken. Mevrouw Piri (PRO): Dan heb ik de volgende vraag. Ik begrijp nog steeds niet waar Nederland staat ten aanzien van het Duitse voorstel ter waarde van 100 miljard euro. Minister Berendsen: Daar zal ik in tweede termijn even specifiek op terugkomen. De voorzitter: Helder. De heer Hoogeveen nog? De heer Hoogeveen (JA21): Ik had nog een vraag aan de minister. Nederland zet zich in om een beroep te doen op die bevroren tegoeden, maar wat is precies het plan van Nederland? Wat is ons plan van aanpak om dat nu ineens wel te laten lukken? Minister Berendsen: Zoals het in december vorig jaar op tafel heeft gelegen, daar is geen meerderheid voor. Dat is duidelijk. Ik denk dat meer druk op België uitoefenen om daar wel mee akkoord te gaan, niet de weg is. Daarom hebben wij met een aantal lidstaten het verzoek neergelegd bij de Europese Commissie om experts de zorgen te laten bekijken die België en andere landen hebben; laat experts dat doen en kom met een oplossing die die zorgen adresseert. Dat is eigenlijk de aanpak. Dat verzoek hebben we aan de Commissie gedaan en ik verwacht daar op termijn een antwoord op. De heer Hoogeveen (JA21): Dat vind ik wel opvallend. Volgens mij was het nog vorige maand dat de Commissie zei dat haar prioriteit hier helemaal niet ligt, dat dit eigenlijk een gelopen race is en dat zij nu vooral bezig is met andere oplossingen om Oekraïne te ondersteunen. Dit kost alleen maar weer tijd. Bovendien heeft België ook al gezegd dat het aantal oplossingen dat al is aangedragen, niet ineens magisch hun zorgen wegneemt. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is het niet handiger om gewoon nu door te schakelen en dit probleem te zien als iets wat niet opgelost gaat worden? Minister Berendsen: Daar ben ik het niet mee eens. Die bevroren tegoeden blijven een middel waarvan we moeten kijken hoe we het in kunnen zetten om Oekraïne te steunen. Vandaar ook de hernieuwde aandacht van Nederland en een aantal lidstaten om dit opnieuw op tafel te leggen, met een uitdrukkelijk verzoek aan de Commissie. De heer Hoogeveen (JA21): Dan heb ik een laatste vraag. Wat is de reactie van de Commissie geweest toen dat verzoek door Nederland en andere landen werd neergelegd? En is er ook een termijn gegeven wanneer zij met een alternatief plan komen? Minister Berendsen: Voor het exacte antwoord zal ik even zoeken naar een formulering in tweede termijn, omdat dit besproken is in Gymnich, wat een informele bijeenkomst is. Wij hebben het er dus over gehad, er is over gesproken, maar daar komen geen formele conclusies uit. Ik moet dus even de exacte status formuleren. De voorzitter: Anderen bij dit blokje? Piri. Mevrouw Piri (PRO): We hebben net een debat gehad bij Defensie over mogelijke calamiteiten met doden bij een hybride aanval vanuit Rusland. We hopen allemaal dat het niet gebeurt, maar de kans erop lijkt steeds meer toe te nemen. Welke rol voor de EU ziet de minister daarbij? Minister Berendsen: Niet alleen Nederland ziet die dreiging. Ook in algemene zin kijken wij met de hele EU en ook binnen de NAVO naar dreigingen die op ons afkomen en eventuele wijzen waarop we daarop moeten reageren. Dat zullen we ook in EU-verband bespreken. Maar ik ken niet de exacte discussie die net plaatsgevonden heeft in het defensiedebat. Sommige aspecten wel, maar niet alle aspecten van dat debat. Mevrouw Piri (PRO): Volgens POLITICO heeft de Nederlandse Coreper, dus de ambassadeur die vastzit aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, nog deze week hierover discussies gevoerd in Brussel. Wat wij gisteren teruglazen in een groot artikel in POLITICO, is dat er eigenlijk onenigheid is. Welke rol valt onder de EU? Welke rol heeft de NAVO bij zoiets? Ik vraag mij dus af waar Nederland staat. Minister Berendsen: Dit is een nieuwe vraag. Daar kom ik graag in tweede termijn op terug. Mevrouw Piri (PRO): Mag ik dan wel vragen naar een Europese veiligheidsraad, iets waar volgens mij in het verleden het CDA het initiatief op nam en volgens mij ook de VVD. Het schijnt dat de Commissie dat ook in de plannen wil zetten voor november. Hoe staat Nederland daartegenover? De Kamer is hiervoor, want daar zijn al meerdere moties over aangenomen. Minister Berendsen: Het uitgangspunt van het kabinet is dat de NAVO de hoeksteen is van onze veiligheid. We zien ieder voorstel dat ervoor zorgt dat de Europese partijen binnen die NAVO meer verantwoordelijkheid kunnen nemen en zaken beter met elkaar kunnen afstemmen, graag tegemoet, maar op dit moment is het maar een woord en weten we niet wat uiteindelijk het concrete voorstel zal zijn. Dat zien we dus tegemoet. Mevrouw Piri (PRO): Tot slot. Er staat half november een debat gepland over de actuele toegenomen dreiging. Mag ik de minister vragen om dan ook vanuit Buitenlandse Zaken met scenario's te werken, en in te gaan op waar een specifieke rol is weggelegd voor de EU en waar een specifieke rol is weggelegd voor de NAVO, zodat we daar ook gewoon een gefundeerd debat over kunnen voeren? De voorzitter: Informatieverzoek. Minister Berendsen: Ja, dat vind ik een uitstekend voorstel. De voorzitter: Oké. Dan is toegezegd dat wij daar een brief over krijgen voordat dit plenaire debat plaatsvindt. De heer Van Lanschot (CDA): Voor het idee van die Europese veiligheidsraad heeft ook D66 moties mede-ingediend, en Volt begint er ook vaak over. Von der Leyen heeft er inderdaad iets over gezegd in haar State of the Union, maar het blijft nog een vrij abstract beeld op hoofdlijnen. Ik zou het wel mooi vinden om niet de voorstellen af te wachten en daar dan een mening over te vormen, maar dat Nederland ook zelf met ideeën komt en zijn denkwerk doet. Ik zou het waarderen als we voor dat debat half november kennis zouden kunnen nemen van enige gedachtegang van Nederland daarover, zodat we het gesprek ook inhoudelijk kunnen voeren. De voorzitter: Ja, minister? Dat wordt ook toegezegd? Minister Berendsen: Ja. Laten we dat debat dan ook voeren, ja. De voorzitter: Helder. Anderen over dit blokje. Nee? Dan vraag ik de minister om met blok twee te beginnen. Minister Berendsen: Voorzitter. Het besluit van Israël over onze diplomaten in Ramallah. Wij betreuren het besluit van Israël om de diplomatieke status van Nederlandse diplomaten in Ramallah en de privileges die daarbij horen, in te trekken. Aanleiding is volgens Israël de door Nederland getroffen nationale maatregel tegen producten uit de onrechtmatige nederzettingen. Het betreft geen verklaring tot persona non grata. Zoals u weet is de Israëlische ambassadeur in Den Haag ook direct ontboden. Onze collega's aldaar hebben nu de hoogste prioriteit. Het verliezen van diplomatieke immuniteit in die regio is echt een serieuze kwestie. Op dit moment vinden bilaterale gesprekken plaats met Israël, onder andere om scherp te krijgen wat de exacte consequenties zijn van het besluit. Die impact wordt zorgvuldig in kaart gebracht. Die gesprekken lopen dus op dit moment. De algemene inzet van Nederland ten aanzien van Israël. Het kabinet is duidelijk dat het optreden van Israël moet veranderen, met name als het gaat om de humanitaire situatie in Gaza en de verdere verslechtering en het kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever. We spreken ons consistent uit voor de gewenste verandering, publiek en ook achter gesloten deuren. Daarnaast moet en mag de dreiging ook vanuit Iraanse proxy's niet uit het oog worden verloren. Deze aanpak van praten terwijl het geen verandering teweegbrengt, staat onder druk. Daarom hebben we ook maatregelen genomen, zoals de nationale tijdelijke sanctiemaatregel. Maatregelen zijn geen doel op zich, maar zijn gericht op het bewerkstelligen van gedragsverandering, in het kader van voldoen aan de internationaalrechtelijke verplichtingen die ook op derde staten rusten, zoals Nederland. Zoals bekend liggen al sinds de evaluatie van de Israëlische naleving van artikel 2 Commissievoorstellen op tafel voor maatregelen die onder andere gaan over het opschorten van delen van het EU-Israël-associatieakkoord, waaronder het handelsdeel. Nederland is er voorstander van om die maatregelen op tafel te houden, om de druk op Israël te behouden. We blijven hierover in gesprek met lidstaten. We blijven ons ook inzetten voor aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en organisaties en sancties tegen extremistische ministers, waar we ook nationaal al zaken op gedaan hebben, en overigens ook voor aanvullende sancties tegen Hamas en Palestinian Islamic Jihad. De relevante moties hierover van uw Kamer nemen we mee. Tegelijkertijd is hier ook EU-consensus voor nodig. De voorzitter: Een interruptie van de heer Van Baarle. De heer Van Baarle (DENK): Even over opschorting van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord. De minister zegt dat Nederland er een voorstander van is om dat op tafel te houden. Om dat op tafel te houden of om dat te implementeren? Minister Berendsen: Onze inzet is helder en ook in lijn met de moties die er zijn, dus daar blijven wij op inzetten. Maar mijn volgende zinnen die ik wilde uitspreken, hebben hier ook betrekking op. Er is EU-consensus voor nodig. Die is er op dit moment niet, en zeker richting de verkiezingen van 27 oktober zie ik dat ook niet veranderen in de Europese Unie. De verkiezingen zijn ook een argument voor landen om te zeggen: nu doen we niets. Uiteindelijk zie ik ook dat de druk vanuit de internationale gemeenschap en de mening van de internationale gemeenschap over de acties van Israël volledig helder is. Er komt nu ook een periode aan dat de Israëlische bevolking naar de stembus zal moeten en de koers van haar eigen land moet bepalen. De heer Van Baarle (DENK): Om het toch nog even heel helder te krijgen: vindt de minister dat opschorting van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord op tafel moet liggen of dat het geïmplementeerd moet worden? Moet het iets zijn dat besproken wordt als pressiemiddel of vindt de minister dat het moet gebeuren? Minister Berendsen: Nogmaals, dat blijft onze inzet. Dat is ook steeds de inzet geweest. Alleen constateer ik ook dat daar geen EU-consensus voor is. Dan moet het wel op tafel blijven liggen, omdat het in de toekomst, na de verkiezingen, zou kunnen veranderen en we daar wel consensus op kunnen krijgen. Maar dat is tot op heden niet het geval. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Baarle (DENK): Dus bij de komende Raad gaat deze minister expliciet bepleiten om het handelsdeel van het EU-associatieakkoord met Israël op te schorten? Minister Berendsen: Ik heb dit al in meerdere Raden gedaan. Dit blijft onze inzet, maar tegelijkertijd kan ik maandag actief gaan pleiten daarvoor, wetende dat deze discussie op dit moment stil ligt en er geen meerderheid voor is. Ons standpunt is bekend. De heer Van Baarle (DENK): Is dat een ja of een nee? Minister Berendsen: Ik zal ons standpunt herhalen. Maar er actief voor pleiten terwijl we weten dat het stil ligt en we ook een duidelijke datum hebben tot wanneer dat stil zal blijven liggen, ja … Ik wil zelf ook gewoon geloofwaardig blijven in mijn bijdrage in de RBZ. Als ik heel veel woorden ga gebruiken voor iets wat we regelmatig bediscussiëren en als we weten dat we daar op dit moment niet verder gaan komen ... Ik herhaal het standpunt van Nederland iedere Raad, dus dat zal ik deze keer ook doen. Dan is dat dus uiteindelijk toch een ja, denk ik. De voorzitter: Er wordt nog hard nagedacht door de heer Van Baarle, zie ik. Nee, het blokje is zeker nog niet klaar. Gaat u verder met het blokje. Minister Berendsen: Ja. De algemene inzet. In lijn met het IGH-advies uit 2024 over de onrechtmatige bezetting heeft Nederland ook een nationaal importverbod uit nederzettingen ingesteld. Dat heb ik net al benoemd. Wij blijven ook pleiten voor een importverbod op EU-niveau, maar daar zitten we op dit moment in dezelfde status als ik net op andere maatregelen genoemd heb. Wat ik ook wens te benadrukken, is dat het opvoeren van de druk en deze maatregelen slechts een aspect van de Nederlandse inzet zijn. We bezien ook hoe we humanitaire noden en andere noden kunnen verlichten. Sinds 7 oktober hebben we 110,2 miljoen euro besteed aan humanitaire hulp. Het kabinet heeft een groot pakket voor urgente medische zorg voor zieke en zwaargewonde kinderen uit Gaza gepresenteerd. Daarnaast steunt Nederland de Palestijnen met een portfolio van jaarlijks 50 miljoen op OS, bijvoorbeeld voor verdere hervormingen van de Palestijnse Autoriteit, ook omdat het voor de tweestatenoplossing van essentieel belang is dat de Palestijnse Autoriteit overeind blijft. We dragen hier ook aan bij met een bijdrage van 5 miljoen euro begrotingssteun. Nederland is daarnaast actief binnen brede internationale initiatieven zoals Global Alliance for the Implementation of the Two-State Solution om bij te dragen aan de tweestatenoplossing. We blijven ons inzetten voor de verbetering van de situatie, stabiliteit in het Midden-Oosten en de tweestatenoplossing, en spreken ons hier ook over uit. Dit was de beantwoording van een vraag in het blokje, maar niet het einde van het blokje. De voorzitter: Zullen we het blokje even afmaken? Ja, gaat uw gang. We maken het af en verzamelen dan de vragen. Minister Berendsen: Ja. Mevrouw Dobbe vroeg naar de term "genocide". Dit herhaal ik nogmaals, maar genocide is een uiterst serieuze kwalificatie. Daarom is het kabinet in de regel terughoudend om situaties als genocide te kwalificeren. Volgens staand beleid van het kabinet zijn bij het doen van dergelijke kwalificaties uitspraken van internationale gerechts- en strafhoven, eenduidige conclusies volgend uit wetenschappelijk onderzoek of vaststellingen door de VN-Veiligheidsraad zwaarwegend. Daar kan het kabinet ook niet op vooruitlopen. De heer Van Baarle vroeg naar de status van producten uit illegale nederzettingen. Die maatregel is op 22 september in werking getreden. Het is echt te vroeg om nu al te spreken over ingenomen goederen en boetes. Een jaar na inwerkingtreding zal een evaluatie van de maatregel verschijnen. De E1-nederzettingen. Het is duidelijk dat de nederzettingen strijdig zijn met internationaal recht. Plannen voor nederzettingen in E1-gebied vormen daarop geen uitzondering. Nederland en de EU hebben deze plannen dan ook steeds veroordeeld. Zowel de minister-president als ikzelf hebben dat gedaan, ook gezamenlijk met andere landen. We blijven ons ook inzetten voor Europese maatregelen. Nogmaals, tot de verkiezingen zie ik geen draagvlak in de Europese Unie voor welke maatregel dan ook op dit moment. Voor wat betreft sancties: zoals bekend — dat heb ik net gezegd — blijven wij ons inzetten voor een nieuw sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten en organisaties, conform de moties. Het EU-wapenembargo. Het staande wapenexportbeleid volstaat om ongewenste transacties te voorkomen wat het kabinet betreft. Binnen die bestaande kaders is er wel ruimte om vergunningen toe te wijzen voor de uitvoer van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld onderdelen voor het Iron Dome-luchtafweersysteem. Een wapenembargo zou ook effect hebben op de levering van deze goederen, die enkel voor zelfverdedigingsdoeleinden kunnen worden gebruikt. Het kabinet hecht waarde aan het recht op zelfverdediging van Israël. Mevrouw Dobbe vroeg ook nog naar het rapport van Dokters van de Wereld. Ook ik maak me veel zorgen over de humanitaire situatie in de Gazastrook. We zien tekorten op alle fronten: voedsel, water, onderdak, gezondheidszorg. Er komt structureel te weinig hulp binnen. Hulp- en zorgverleners worden door Israël ook in hun werk belemmerd. Ik herken dus het beeld van de verwoesting van essentiële infrastructuur, maar nogmaals, het kabinet is terughoudend als het gaat om kwalificaties die daar nu gebruikt worden, zoals genocide. Mevrouw Piri (PRO): Ik maak me wel zorgen dat de minister zegt: er gebeurt niks voor de Israëlische verkiezingen. Wat is volgens hem nu de deadline voor die E1-bidding? Bij mijn weten gaat die nu twee dagen voor de Israëlische verkiezingen open. Minister Berendsen: Dat beeld herken ik. Wij hebben ons daartegen uitgesproken, ook met Europese partners. Ik zie op dit moment alleen geen ruimte voor gezamenlijke maatregelen op Europees niveau, maar ik zal onze zorg hierover wederom, ook komende maandag, in de RBZ opbrengen om te kijken of we toch niet de druk kunnen opvoeren hierop. Mevrouw Piri (PRO): Erkent dit kabinet, wat eigenlijk zo'n beetje alle voorgaande kabinetten de afgelopen 30 jaar hebben gedaan, dat E1 gewoon echt een rode lijn is, ook voor de levensvatbaarheid van een tweestatenoplossing? Minister Berendsen: Het E1-gebied maakt de facto een tweestatenoplossing onmogelijk. Dat erkent het kabinet. Dat betekent ook dat wij ons hier stevig tegen uitspreken, zoals we dat ook doen met internationale partners. Mevrouw Piri (PRO): Heel duidelijk: het is altijd een rode lijn geweest en ook als rode lijn benoemd, niet alleen door de Nederlandse regering maar ook door de Europese Unie. Dan mag ik toch hopen dat die rode lijn wel een consequentie heeft als de EU-ministers op 12 oktober bij elkaar komen. Begrijp ik nou goed dat de minister daar niks van verwacht? Minister Berendsen: Ik heb de dynamiek geschetst zoals die op dit moment in de Raad is ten opzichte van de campagneperiode waar we nu in zitten. De inzet van Nederland is en blijft om ook op het punt van E1 een duidelijke inzet te blijven houden en de druk op te voeren. Dat zal ook mijn inzet zijn in de Raad. Ik probeer wel eerlijk te zijn over wat ik op dit gebied zie gebeuren in Europa. Ik verwacht daar geen grote stappen. Mevrouw Piri (PRO): Dieptriest, maar mag ik dan in ieder geval aannemen dat het Nederlandse standpunt is dat alle financiële instellingen en bedrijven die diensten verlenen aan E1, gewoon gesanctioneerd behoren te worden? Minister Berendsen: Dit debat hebben we de vorige keer ook gevoerd. De mening van het kabinet over E1 is volstrekt helder en we doen ook zeker een appel op al die partijen om daar niet aan bij te dragen. Mevrouw Piri (PRO): Toen hadden we het over Nederlandse bedrijven. Ik heb het nu over Israëlische bedrijven. Daar gaat de discussie in Israël nu over, omdat het VK daarmee dreigt. Sluit Nederland zich aan bij het VK? Dat moet gewoon heel duidelijk zijn. Elke Israëlische bank die dat gaat financieren, komt wat ons betreft op een sanctielijst. Minister Berendsen: De insteek, de inzet, van het kabinet is zoals ik die zojuist vermeld heb en we gaan het gesprek in de RBZ aan over hoe we de druk kunnen opvoeren. Mevrouw Piri (PRO): Dan vraag ik me af hoe de minister dit zojuist heeft vermeld, want het enige wat ik hoorde, is: we maken ons daar zorgen over en we spreken ons uit, maar er is geen meerderheid voor. Waar roepen we toe op wanneer de minister aan tafel zit? Minister Berendsen: Wij herhalen de grote zorgen die we hebben over E1 en ook het gezamenlijke statement dat wij hebben uitgebracht met internationale partners, waar het VK ook onderdeel van was. We zullen moeten kijken op welke manier we de druk kunnen opvoeren. Mevrouw Piri (PRO): Ik hoop dat de minister ook begrijpt dat het echt helemaal niks gaat uitmaken als je iets decennialang "een rode lijn" noemt en in al je documenten zet dat Nederland voor een tweestatenoplossing staat en als de minister dan aan tafel met 26 andere ministers alleen zegt dat hij zich zorgen maakt. Dat erkent de minister toch ook? Minister Berendsen: Dat denk ik niet. Er zitten hele belangrijke partners om de tafel. We spreken ons hier heel duidelijk over uit. Tegelijkertijd is er, om echt tot concrete maatregelen te komen, een bepaalde meerderheid nodig. Die zie ik op dit moment gewoon niet vanwege de campagneperiode in Israël. Tegelijkertijd blijven wij ons met internationale partners inzetten om te kijken hoe we die druk verder kunnen vergroten, maar dat moet wel ergens toe kunnen leiden. De voorzitter: Mevrouw Piri, afrondend; kan dat? Mevrouw Piri (PRO): Ik zal mijn best doen, voorzitter. Ik blijf in ieder geval wel onder de 30 seconden, toch? De voorzitter: Zeker. Mevrouw Piri (PRO): Kijk, dan is het allemaal voor niks geweest. Het spijt me zeer, maar als wij niet bereid zijn de Palestijnse staat te erkennen, zoals inmiddels bijna de hele wereld heeft gedaan, en als we niks gaan doen en eigenlijk ook geen inzet hebben op sancties ten aanzien van E1, dan zijn al die woorden gewoon helemaal niks waard. Minister Berendsen: Die mening deel ik niet. Woorden zijn zeker veel waard, zeker als je ziet van wie die komen, ook van onze internationale partners, ook in de verklaring die we ten aanzien van E1 hebben uitgebracht. Onze zorgen zijn dus volstrekt helder. Wat we ervan vinden, is ook volstrekt helder. Ik denk dat we nog wel onderscheid maken tussen het sluiten van een bidding process en implementatie daarvan. We zitten nu in de campagneperiode in Israël. Wij blijven dit nauw volgen en wij zullen ook in Europees verband blijven pleiten voor het opvoeren van de druk. De voorzitter: Tot slot. Mevrouw Piri (PRO): Tot slot, voorzitter. Ook buiten de campagneperiode heb ik niks van dit kabinet gehoord over wat de inzet is, behalve het ondertekenen van een brief. Ja, de inzet is: we willen het niet. Dat betekent dat je daar ook sancties tegenover moet zetten. Tot slot. Het VK heeft hetzelfde als wat wij hebben met Ramallah en is bereid om Israëlische diplomaten uit te zetten. Hoever is Nederland bereid te gaan? Minister Berendsen: Wij zitten op dit moment in gesprek met Israël over de positie van onze diplomaten. De bescherming van de diplomaten en het belang van hun toekomst hebben voor mij prioriteit. Daarom ga ik daar op dit moment geen andere uitspraak over doen. Mevrouw Dobbe (SP): Dit is inderdaad een hele dieptrieste conclusie. We zagen dit eigenlijk al aankomen. Daarom hebben we een motie ingediend, die ook is aangenomen. Die motie zegt dat als het E1-project wordt voortgezet en als maatregelen van de EU uitblijven, met gelijkgestemde andere landen maatregelen tegen Israël moeten worden genomen, dus niet tegen kolonistengeweld — waartegen maatregelen ook heel goed zijn — maar tegen Israël. Wat gaat de minister doen? Minister Berendsen: Nogmaals, het speelveld in de Europese Unie is de komende weken, richting de verkiezingen, zoals het is. Het is niet per definitie zo dat gezamenlijke maatregelen zullen uitblijven. Dit is een periode die in het teken staat van de campagne in Israël, waarin het Israëlische volk uiteindelijk een keuze zal moeten maken, waarbij ik hoop dat het ook de mening van de internationale gemeenschap over de koers van de huidige regering meeweegt. Maar ik kan hier niet concluderen dat gezamenlijke maatregelen van tafel zijn. Mevrouw Dobbe (SP): Hoelang gaat deze minister dan nog wachten tot die gezamenlijke maatregelen komen, terwijl deze minister ook zegt dat het onwaarschijnlijk is dat ze komen? Ik denk dat wij nu al drie jaar wachten op overeenstemming binnen de EU. Die is niet gekomen. Gaan wij daar dan op wachten totdat het hele E1-project is afgerond? Of gaat deze minister onze motie uitvoeren en met gelijkgestemde landen wat doen? Minister Berendsen: Ik deel de mening niet dat er al drie jaar lang niets gebeurd is. Ik denk dat er hele belangrijke stappen gezet zijn en dat Nederland ook heeft laten zien bereid te zijn om nationaal maatregelen te nemen op het moment dat we internationaal echt niet verder komen. Ik kijk bijvoorbeeld naar de sanctionering van individuele ministers. Ik denk dat ook de nationale tijdelijke sanctiemaatregel inzake de import van goederen uit de illegale nederzettingen daar een goed voorbeeld van is. We zitten nu in een periode … Ik blijf mezelf herhalen. Het feit dat er nu, deze weken, niets gebeurt, neemt niet weg dat dat wél kan gebeuren als er na de verkiezingen een situatie ontstaat waarin we wél weer steun hebben om de druk op te voeren omdat we van een eventuele nieuwe regering niet de beweging zien die wij wenselijk achten. De voorzitter: Dobbe, afsluitend. Mevrouw Dobbe (SP): Onze motie vroeg ook om met gelijkgestemde landen iets te doen en maatregelen te nemen zolang overeenstemming in de EU uitblijft. Is de minister nou bereid om die motie uit te voeren of niet? Tot nu toe hebben de inspanningen van dit kabinet op dit gebied immers niets opgeleverd. Minister Berendsen: Ik denk dat ik mezelf blijf herhalen. Het feit dat het in deze weken niet mogelijk is om tot gezamenlijke maatregelen te komen, betekent niet dat er na de verkiezingen niet een nieuw momentum kan ontstaan als een Israëlische regering, in welke samenstelling dan ook, niets doet met de zorgen van de internationale gemeenschap. Wij blijven dus uitvoering geven aan wat we doen. Dat daar nu een aantal weken tussen zitten waarin er weinig beweging is, is gerelateerd aan het feit dat er verkiezingen plaatsvinden in Israël. De heer Van Baarle (DENK): Het is absurd dat we het blijkbaar van verkiezingen moeten laten afhangen om in Europa op te komen voor het internationaal recht. Is deze minister dan wel bereid om te pleiten voor sancties tegen EU-bedrijven die meewerken aan E1? Minister Berendsen: Ik heb net de kabinetsinzet op het gebied van E1 gegeven. Het is volstrekt duidelijk hoe wij hierin zitten en welk appel we ook op bedrijven doen om hier gewoon niet aan mee te werken. Ik reken erop dat daar ook uitvoering aan gegeven wordt. De heer Van Baarle (DENK): Het is helemaal niet volstrekt duidelijk wat de inzet van Nederland is. Is de minister bereid om in te zetten op sancties en maatregelen tegen EU-bedrijven die meewerken aan E1? Minister Berendsen: Als het gaat om EU-sancties, betekent dat een EU-besluit. Dan kom ik nogmaals terug op wat ik net gezegd heb: ik zie de komende weken niet hoe daar een EU-besluit over genomen gaat worden. De heer Van Baarle (DENK): De minister heeft het de hele tijd over verkiezingen. Dit gaat om EU-bedrijven die daaraan meewerken. Kan de minister dan op z'n minst dáárvoor pleiten? Minister Berendsen: Ik denk dat maatregelen tegen EU-bedrijven gerelateerd aan wat in Israël plaatsvindt en aan de zorgen die wij als internationale gemeenschap hebben over de acties van de Israëlische regering, niet los te koppelen zijn van het feit dat daar een verkiezingscampagne plaatsvindt en dus ook niet los te koppelen zijn van de overweging van lidstaten om daarin op dit moment dus geen besluiten te nemen. De voorzitter: Van Baarle, afrondend op dit onderwerp. De heer Van Baarle (DENK): Afrondend, voorzitter. Acht de minister het niet zorgwekkend als ons hele buitenlandbeleid en mensenrechtenbeleid afhangt van verkiezingen in één land? Minister Berendsen: De afgelopen jaren hebben we continu de inzet gehad om meerderheden en steun te vinden voor de acties die wij noodzakelijk vinden, om de druk op Israël verder op te voeren, plus om te voldoen aan onze verplichtingen die voortkomen uit het internationaal recht. Samen staan we sterker, ook in de EU. Nogmaals, het is volstrekt helder dat alles wat we zouden doen de komende weken ook gebruikt zou worden in de campagne. Daardoor zullen verschillende lidstaten op dit moment niet bewegen: zij wachten de verkiezingsuitslag af en zullen vervolgens samen met de internationale gemeenschap — daar zal Nederland ook weer onderdeel van zijn — druk zetten op de Israëlische regering, in welke samenstelling dan ook, om iets te doen met de zorgen die wij hebben en de verplichtingen die ook voor hen voortvloeien uit het internationaal recht. De voorzitter: Dank. Dan gaan we door naar het blokje overig. O nee, mevrouw Dobbe had nog een aanvullende vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Dobbe (SP): Mijn vraag was eigenlijk als volgt. Vorig jaar heeft de volkenrechtelijke adviseur een advies uitgebracht aan dit kabinet. Dat kwam naar boven in allerlei documenten die we vorig jaar in de zomer hadden opgevraagd. Daarin stond dat Nederland de verplichting heeft om alles te doen wat redelijkerwijs kan om genocide te voorkomen. Er stond ook in dat we de verplichting hebben om de maatregelen op te schalen als de genomen maatregelen niet helpen. Herinnert deze minister zich dat advies? Minister Berendsen: "Herinnert" kan ik zo niet zeggen, aangezien het in de zomer van vorig jaar was, maar ik ben hiervan op de hoogte. Ik ben me hier bewust van. Daarom wegen wij ook steeds de stappen die wij zetten. Mevrouw Dobbe (SP): Dat is belangrijk. Ziet deze minister dan effecten en resultaat van de inspanningen die Nederland tot nu toe heeft geleverd om de genocide in Gaza te stoppen? Minister Berendsen: Wij maken ons grote zorgen over de humanitaire situatie in Gaza, die sinds het staakt-het-vuren op basis van rapportages wat betreft de juiste benaming, de voedings… Ik ga dit even terugnemen en ga het even anders formuleren. Wij maken ons grote zorgen over de situatie daar, met de humanitaire noden, de honger en alle elementen die ik zojuist al heb genoemd. Dat betekent dat wij ons blijven inzetten om druk uit te oefenen op Israël om toegang te verlenen voor voldoende humanitaire hulp aan Gaza. Mevrouw Dobbe (SP): Ik vroeg niet of de minister zich zorgen maakt. Me dunkt dat hij zich zorgen maakt, want het gaat over genocide daar. Ik vroeg of de minister resultaten ziet van de inspanningen die Nederland levert om de druk op de Israëlische regering op te voeren, zodat zij stopt met de genocide, de oorlogsmisdaden en het doden van Palestijnen. Minister Berendsen: Er zijn her en der verschillende ontwikkelingen, zoals het vredesplan vanuit de Verenigde Staten. Er zijn partijen die daaraan bijdragen. Nederland zet zelf op verschillende manieren in op verbetering van de situatie. Zijn we daar waar we moeten zijn? Nee. Heb ik hoop op verbetering, ook onder een nieuwe Israëlische regering? Ja. Mevrouw Dobbe (SP): Het antwoord kan eigenlijk alleen maar zijn dat we tot nu toe geen resultaten hebben gezien, dat we ons daar allemaal zorgen over maken en dat het ook niet gaat zoals de minister het graag zou zien, maar dat we geen resultaat hebben gezien van de inspanningen van Nederland tot nu toe. Als we dat niet hebben gezien, waarom schaalt deze minister dan niet op met de maatregelen richting Israël, zoals het Genocideverdrag van ons vraagt? Minister Berendsen: Nogmaals, wij wegen onze inzet steeds op basis van wat we zien, onze internationaalrechtelijke verplichtingen en de wijze waarop we het meest effectief druk kunnen zetten. De heer Van Baarle (DENK): Ik had gevraagd wanneer we de verkenning krijgen over de toevoeging van investeringen en diensten aan het sanctiebesluit over de illegale nederzettingen. Minister Berendsen: Ja. Op korte termijn. Ik weet dat ik dat vorige keer ook zei. De definitie van "korte termijn" is dan wat rekkelijk, maar die komt dus op korte termijn. De heer Van Baarle (DENK): Voor of na de verkiezingen … Nee, dat ga ik niet vragen. Is er al een boete uitgedeeld? Minister Berendsen: Dat durf ik zo niet te beantwoorden. Ik heb net in algemene zin gezegd dat we meer tijd nodig hebben om de sanctiemaatregel en hetgeen daar gebeurt te evalueren. Die maatregel is sinds 22 september van kracht. Ik wil best opzoeken in de tweede termijn of er een boete is uitgedeeld, maar ik vraag me af of dit op dit moment nou hele waardevolle informatie is. De heer Van Baarle (DENK): Dus we krijgen in de tweede termijn antwoord op de vraag of er een boete is uitgedeeld of niet. Minister Berendsen: Ik denk dat het antwoord zal zijn dat wij dat op dit moment gewoon niet weten. De heer Van Baarle (DENK): Kan de minister dat dan nagaan? Kan de minister contact opnemen? Dit is iets wat nogal een thema was de afgelopen tijd, dus dan vraag ik me ook wel af of deze minister er wel bovenop zit. Minister Berendsen: Wij krijgen geen individuele meldingen van overtredingen van dit kader, zeker BZ niet. Ik ben best bereid om op termijn de Kamer te informeren over wat er op dit moment gebeurt, maar ik vraag me zeer af of ik in de tweede termijn een antwoord kan geven op de specifieke informatie waar nu naar gevraagd wordt, want die informatie is gewoon niet bij ons bekend. Wij worden niet op de hoogte gebracht van individuele meldingen. De voorzitter: Krijgen we daar in de tweede termijn wel of niet iets over te horen? Minister Berendsen: Ik zal deze vraag wederom beantwoorden in de tweede termijn, maar ik geef alvast een winstwaarschuwing dat het zomaar kan zijn dat mijn antwoord langs de lijnen zal zijn die ik zojuist gegeven heb. De voorzitter: Oké. Dan parkeren we die voor nu, maar dan hebben we die wel genoteerd. Mevrouw Dobbe (SP): Ik wilde eigenlijk nog een vraag stellen. Als deze minister zich bewust is van de verplichtingen onder het Genocideverdrag, wat betekent dat wij als Staat van alles moeten doen wat redelijkerwijs kan om genocide te voorkomen en dat we moeten opschalen op het moment dat we zien dat maatregelen niet werken, waarom worden dan alle maatregelen die ik net heb genoemd, afgewezen? We zien nu namelijk dat de maatregelen die dit kabinet neemt en de inzet niet werken, maar het wil geen andere maatregelen nemen. Kan de minister dat toelichten? Minister Berendsen: Op dezelfde wijze waarop ik dat al een aantal keer gedaan heb: wij wegen steeds de maatregelen die we nemen in het kader van onze internationaalrechtelijke verplichtingen en de wijze waarop we het beste druk kunnen uitoefenen in dit kader. Mevrouw Dobbe (SP): Maar dan concludeer ik wel dat het kabinet zich dus niet houdt aan de verplichtingen die we als land onder het Genocideverdrag hebben, want dan zouden we moeten opschalen op het moment dat zo duidelijk is dat wat we nu doen, de inzet die we nu plegen om genocide te stoppen, niet werkt. Dan zouden we moeten opschalen en dat doet deze minister niet. Daarmee voldoen wij dus niet aan de verplichtingen die wij hebben om genocide te stoppen en alles te doen wat kan. Minister Berendsen: Ik deel die mening niet. Wij voldoen aan onze verplichtingen. Daar zetten we ook steeds op in. Het feit dat we nu in een periode zitten die vanwege de verkiezingen wellicht anders is dan andere periodes, is daar ook onderdeel van. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar het laatste blokje. Minister Berendsen: Voorzitter. De EU-uitbreiding. Het kabinet verwelkomt de mededeling. De Commissie evalueert de gevolgen van de EU-uitbreiding voor EU-beleid, de begroting, waarden en bestuur en doet hervormingsvoorstellen. Het bevat ook voorstellen voor waarborgen in nieuwe toetredingsverdragen voor geleidelijke integratie van de kandidaat-lidstaten. De essentie van onze positie is: uitbreiding moet de EU versterken, niet verzwakken. We willen onze waarden, integriteit van de interne markt, interne veiligheid en handelingsvermogen van de Unie behouden. Nederland zet met een kopgroep van gelijkgezinde lidstaten in op een gedegen proces om het werk op al deze sporen de komende tijd verder te brengen. Dat zal onder andere aan de orde komen in het toetredingsverdrag met Montenegro. Deze oproep is dan ook onderdeel van de Nederlandse inzet voor zowel de Raad Algemene Zaken als de Europese Raad die volgende week gaan plaatsvinden. De gefaseerde toetreding. Het kabinet is geen voorstander van gefaseerde toetreding. Van toetreding kan pas sprake zijn als aan alle toetredingsvoorwaarden is voldaan. Het is wel belangrijk dat kandidaat-lidstaten een reëel perspectief hebben op toetreding en voordelen van het hervormingsproces ervaren. Het is ook in geostrategisch belang om hen dicht bij de EU te houden. We zijn dus voorstander van geleidelijke integratie, van stapsgewijs meer bij de EU betrekken, zolang het voorwaardelijk is aan de overname van het relevante EU-acquis, voortgang op de rechtsstaatshervorming, en geleidelijke integratie omkeerbaar is op het moment dat ze daar niet meer aan voldoen in het proces. Artikel 7 Conditionaliteitsverordening. Wij sporen de Commissie aan om rechtsstaatsschendingen door lidstaten vroegtijdig adequaat te adresseren. Wij zetten ook in op verdere versterking van het rechtsstaatinstrumentarium. Wij zien dat er nu ook een belangrijke stap is gezet in het MFK. Daarnaast zijn we voorstander van aanvullende rechtsstaatwaarborgen in de nieuwe generatie toetredingsverdragen. Daar blijven we op inzetten. De situatie Rode Zee. De situatie in Jemen, en daarmee die in de Rode Zee, is momenteel zeer fluïde met verschillende fronten die alle in beweging zijn. Hoewel het tegenoffensief van de internationaal erkende regering effectief lijkt, is het ook de vraag in hoeverre deze winst kan worden geconsolideerd. Momenteel zijn er geen aanwijzingen dat de Houthi's hun blokkade hebben uitgebreid naar andere landen. Het kabinet hecht grote waarde aan de vrije doorvaart. Zodoende staan we in nauw contact met onze partners om de situatie goed te blijven volgen. Het fregat Evertsen, dat onlangs richting Midden-Oosten is vertrokken, zal associated support leveren aan de operatie ASPIDES wanneer het fregat door het betreffende operatiegebied vaart. Uitgangspunt blijft dat het in Nederlands en Europees belang is om een vrije en veilige doorvaart in de Rode Zee te waarborgen. Wat betreft de Combined Maritime Forces zet het kabinet in op een verbetering van de samenwerking tussen de EU-missies ATALANTA en ASPIDES en andere bestaande initiatieven om de beschikbare materialen effectiever in te zetten. De heer Hoogeveen vroeg ook naar het handelsakkoord EU-GCC. We steunen de modernisering en intensivering van de EU-GCC-samenwerking. Op dit moment wordt er niet actief onderhandeld tussen de EU en de GCC over een handelsakkoord, omdat de ambities op dit moment gewoon ver uiteenliggen. Wel wordt tijdens de EU-GCC-top gesproken over samenwerkingsverklaringen. Met sommige individuele GCC-landen wordt door de EU natuurlijk wel gesproken over handelsakkoorden. Wat betreft de RSF, de parallelle regering en de Nederlandse staatsburger die daarvoor is voorgedragen: ik heb kennisgenomen van die berichtgeving. Het kabinet doet geen uitspraken over individuele gevallen, maar als de berichtgeving van de NOS klopt, dan is dat uiteraard zeer onwenselijk. Onderzoek en strafrechtelijke vervolging vallen onder de beleidsverantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. In algemene zin kan ik aangeven dat het OM bij verdenking van internationale misdrijven, discriminatie of opruiing kan besluiten tot strafrechtelijk onderzoek en vervolging. Of dit daadwerkelijk gebeurt, is afhankelijk van de specifieke context en omstandigheden van de zaak en wordt per casus door het OM beoordeeld. In algemene zin hebben wij grote zorgen over het handelen van de RSF in Sudan. Nederland erkent de parallelle regering die is opgericht ook niet. De heer Hoogeveen (JA21): Sorry, ik was iets te laat met het opsteken van mijn hand. Ik had nog een vraag over de Rode Zee en het ondersteunen van ASPIDES. De interne onderzoeksdienst van Buitenlandse Zaken zegt zelf dat ASPIDES veel overlap heeft met de Combined Maritime Forces. Wat is nou precies de overweging om dan actief ASPIDES te ondersteunen? Daar ben ik benieuwd naar. Minister Berendsen: Dat antwoord is vrij simpel. We varen er langs en kunnen tijdens het langsvaren associated support verlenen. De heer Van Baarle (DENK): Die parallelle regering van de RSF dient ter legitimering van een hele criminele, foute groep. Is de minister bereid te bepleiten om die hele parallelle regering op de EU-sanctielijst te plaatsen? Minister Berendsen: Wij erkennen die parallelle regering niet en we beraden ons op volgende stappen. De heer Van Baarle (DENK): Dat zou dan een van de voorstellen zijn die ik in een eventueel tweeminutendebat ga indienen. De minister heeft dus tot vanavond om zich te beraden. Minister Berendsen: Dat voelt erg ruim, dus die tijd gaan we goed benutten. De voorzitter: Careful what you wish for. Gaat u verder. Minister Berendsen: Georgië. Het kabinet deelt de zorgen over de situatie in Georgië. Deze is al langer zorgelijk: repressie van het maatschappelijk middenveld en steeds grotere zorgen over de mensenrechten. Nederland spreekt Georgië ook doorlopend op de mensenrechtensituatie aan, ook in het kader van de Raad van Europa. Ik zal dat ook blijven doen. Ik wil echter geen leidende rol bij een dergelijke aansprakelijkstelling op mij nemen. De aansprakelijkstelling van een andere staat bij het Hof is een zeer zwaar middel. Het is ongebruikelijk als een land dit bij het EHRM doet zonder een eigen directe betrokkenheid bij de zaak in kwestie. Bovendien nemen wij op dit moment al veel op ons. We concentreren ons op de inzet die we plegen. In het kader van Oekraïne doen we al heel veel. We zijn altijd bereid om onze steun te verlenen aan initiatieven die genomen worden, maar ik zou wat terughoudend zijn om zelf als Nederland het initiatief te nemen. Voorzitter. De Afghaanse bewakers. In totaal zijn er meer dan 4.600 personen geëvacueerd en overgebracht, waaronder lokaal personeel, Defensietolken en ngo-medewerkers. Het is goed dat er juridische duidelijkheid is over deze kwestie. Het kabinet beseft ook dat dit niet de uitkomst is waar de groep extern ingehuurde ambassademedewerkers op hoopte. Nu de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan, zal het kabinet zich ook buigen, zoals aangekondigd in de brief van 10 juli, over de motie-Piri. Mevrouw Piri (PRO): Op welke termijn horen we daarover? Volgens mij is er binnenkort een consulair debat. Ik neem aan dat we dan ruim voor die tijd horen hoe het kabinet omgaat met de aangenomen moties. Minister Berendsen: Dit klinkt mij als uitermate redelijk in de oren. De voorzitter: Dan noteren we die als toezegging. Minister Berendsen: Myanmar. Zolang de repressie door het Myanmarese leger aanhoudt, moeten alle opties op tafel blijven liggen om druk te houden op het leger, waaronder sancties. Nederland heeft een actieve rol binnen de EU op het gebied van sancties in Myanmar. Daarnaast is Nederland voorstander van coördinatie met derde landen op sancties. Nederland en de EU erkennen het regime van Myanmar niet als legitieme vertegenwoordiging van de Myanmarese bevolking. Momenteel lopen er geen EU-vredesinitiatieven. Nederland blijft zich ook inzetten in internationale gremia, zoals de VN-Mensenrechtenraad, om deze situatie te blijven adresseren. De heer Van Baarle (DENK): Ik vind wat er in Myanmar gebeurt een van de situaties die echt veel te weinig aandacht krijgt. Dat is met Sudan ook zo. Gelukkig hebben we daar nu meer debatten over in de Kamer. Maar als er geen EU-vredesinitiatieven zijn, zouden we als Nederland dan niet moeten proberen om ervoor te zorgen dat er zo snel mogelijk ook een EU-vredesinitiatief komt? Want die humanitaire situatie daar duurt maar voort. Minister Berendsen: Ik deel de zorgen over Myanmar. Er zijn zeker conflicten in de wereld die te weinig aandacht krijgen. Daar is dit er zeker één van. Het is niet dat er niets gebeurd is. Tot op heden zijn er negen geografische sanctiepakketten aangenomen. De EU heeft 106 personen en 22 entiteiten gelist onder het Myanmarsanctieregime. Het meest recente pakket is in coördinatie met het VK, de VS en Canada aangenomen. Ook onder het EU-mensenrechtenregime zijn Myanmarezen op de sanctielijst geplaatst. Nederland blijft zich actief hiervoor inzetten. We onderzoeken ook de mogelijkheid voor aanvullende sancties. De heer Van Baarle (DENK): Nederland was altijd voorloper op dit gebied, ook om sancties tegen de Tatmadaw, de junta in Myanmar, te bepleiten. Nogmaals, wat mij zorgen baart: als er geen EU-vredesinitiatieven zijn, moeten die er dan niet komen? Moet Nederland dan ook niet een voortrekker zijn om ervoor te zorgen dat we die partijen daar aan tafel krijgen voor een staakt-het-vuren, zodat de bevolking niet meer lijdt? Minister Berendsen: Uiteindelijk zijn druk op een regime en een sanctiemechanisme natuurlijk ook bedoeld om de druk op te voeren om uiteindelijk tot een andere situatie te komen dan er op dat moment is. Nederland blijft daar absoluut zijn rol in spelen. De voorzitter: Gaat u verder. Minister Berendsen: Voorzitter. Het schenden van de mensenrechten van Oeigoeren. Waar nieuwe informatie aan het licht komt over de betrokkenheid van personen of entiteiten bij mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren, zal Nederland zich conform de motie van de leden Van Baarle en Paternotte inzetten voor het opleggen van aanvullende sancties. Instellen van nieuwe sancties vindt echter plaats met unanimiteitsbesluitvorming en er moet voldaan worden aan technisch-juridische vereisten. Vooralsnog ziet het kabinet onvoldoende draagvlak binnen de EU voor het instellen van nieuwe mensenrechtensancties. Nederland richt zich daarom in de tussentijd ook op andere manieren om de situatie van de Oeigoeren te verbeteren, zoals het aandringen op de implementatie door China van alle aanbevelingen van het OHCHR-rapport van 2022. De heer Van Baarle (DENK): Ik hoop dat mevrouw Keijzer ook meekijkt als het gaat over de Oeigoeren. Heeft de regering sinds het aannemen van deze Kamermotie in EU-verband sancties bepleit tegen plegers van mensenrechtenschendingen tegen de Oeigoeren? Minister Berendsen: Daar heb ik geen parate kennis over, dus ik moet er even op terugkomen in de tweede termijn om dat goed te kunnen beantwoorden. De voorzitter: Oké. Gaat uw gang. Minister Berendsen: Voorzitter. Dit was het blokje overig. De voorzitter: Dan gaan we naar de tweede termijn. Is daar aan de kant van de Kamer behoefte aan? Ja. De heer Van Baarle. De heer Van Baarle (DENK): Voorzitter. Laat ik beginnen met zeggen dat ik graag een tweeminutendebat zou willen aanvragen. Dat wil ik om een aantal redenen. Het lijkt me heel goed als de regering de verantwoordelijkheid neemt om een vredesinitiatief in Myanmar te doen ontstaan, om een staakt-het-vuren te krijgen in de verschrikkelijke oorlog die daar nu woedt. Voorzitter. Ik vind het antwoord van de minister over de inzet van Nederland met betrekking tot E1 veel te vaag, dus wij zullen een motie indienen om dat bij te sturen. We hebben ook nog andere voorstellen, maar ik denk dat wij het debat wat dat betreft kunnen vervolgen in het tweeminutendebat. Ik laat het dus hierbij. De voorzitter: Helder. Mevrouw Van der Werf, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Nee. De heer Hoogeveen? Nee. Mevrouw Dobbe? Mevrouw Dobbe (SP): Het lijkt erop dat de minister van Defensie verregaande uitspraken op het gebied van de minister van Buitenlandse Zaken heeft gedaan en dat deze minister in dit debat erg zijn best heeft gedaan daar een uitleg aan te geven zodat het lijkt alsof het niet heel anders is dan wat er voorheen werd gezegd door het kabinet, terwijl dat het wel is. Ik vind de uitspraken die zijn gedaan onverantwoordelijk. Ik kies dat woord wél bewust, want woorden en classificaties doen ertoe. Rusland "onze vijand" noemen raakt ons allemaal, volgens mij. Daarom doet deze minister dat niet. De andere doet dat wel. Dat is natuurlijk een beetje problematisch. Dat moeten we echt niet doen. Ik hoop eigenlijk dat deze minister afstand wil nemen van wat zijn collega heeft gezegd en dat er een goed gesprek komt binnen het kabinet, zodat de uitspraken over Buitenlandse Zaken voortaan gewoon door de minister van Buitenlandse Zaken worden gedaan. Dan over Palestina. Ik ben blij om te horen dat deze minister weet dat Nederland alles moet doen wat redelijkerwijs kan om genocide te voorkomen en dat we moeten opschalen. Dat moet dan wel gebeuren. Ik hoor dat er tussen alle maatregelen die we noemen, geen maatregel zit die deze minister bereid is te nemen. Dat vind ik jammer. Daarom ga ik maar weer een aantal moties indienen, om te kijken of we toch kunnen opschalen zoals ik denk dat we dat volgens het Genocideverdrag moeten doen. De voorzitter: Mevrouw Piri. Mevrouw Piri (PRO): Dank aan de minister en natuurlijk aan de ondersteuning. Ik ben blij dat er in ieder geval een toezegging ligt over de scenario's omtrent hybride aanvallen. Ik hoop binnenkort te horen dat de moties over Afghaans personeel alsnog worden uitgevoerd. Ik wacht nog op een antwoord ten aanzien van de sanctieomzeiling door Kirgizië. Ik neem aan dat dat straks komt. Ik deel met de heer Van Baarle dat in de afgelopen vier decennia — zoek alle debatten terug — de rode lijn, helaas de enige rode lijn, van de SP tot aan de VVD altijd E1 was. Als dit nu het antwoord is, moet ik zeggen dat ik echt zeer teleurgesteld ben. Voorzitter. Tot slot is mijn conclusie dat we eigenlijk nog steeds niet weten hoeveel ministers van Buitenlandse Zaken dit kabinet nou eigenlijk telt. Het is niet de eerste keer. We hebben het eerder met betrekking tot Iran gezien. Het is dus zeer pijnlijk. Mijn conclusie is dat de minister van Defensie duidelijk weer haar boekje te buiten is gegaan en dat deze minister het vervolgens voor haar mag opvangen. De voorzitter: Meneer Van Lanschot, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Nee. Ikzelf heb dat ook niet. Hoelang wilt u schorsen voor de beantwoording, minister? Minister Berendsen: Voorzitter, ik denk dat ik ... De voorzitter: Gaat u beginnen met de beantwoording? Oké. Minister Berendsen: Ja, nou, ik zit even te kijken. Ik heb natuurlijk een aantal dingen naar de tweede termijn verwezen. Ik kom tot de constatering dat die nu is, maar dat het prettiger is om het in het tweeminutendebat te doen. Dan kan ik de partijen namelijk gewoon combineren om die vragen goed te beantwoorden. Dat mag ook. De voorzitter: Dan gaan we tien minuten schorsen. De vergadering wordt van 18.37 uur tot 18.46 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We gaan naar de beantwoording in de tweede termijn van de minister. Minister Berendsen: Voorzitter. Er waren nog een aantal openstaande vragen. De sanctieomzeiling door Kirgizië. Het tegengaan van sanctieomzeiling is een belangrijke prioriteit van het kabinet. Het kabinet voert hierover een voortdurende dialoog met derde landen, waaronder met Kirgizië. Wanneer de dialoog geen resultaat heeft, komen sancties tegen bedrijven in derde landen in beeld. Dit is ook met Kirgizische bedrijven en banken gebeurd, het meest recent in het 21ste sanctiepakket. De heer Hoogeveen vroeg nog nadat mevrouw P... Ik zie hier op mijn briefje mevrouw Piri, meneer Hoogeveen en D66 staan. Het ging over de verknoping van het Duitse voorstel. Volgens mij heeft mevrouw Piri daar uiteindelijk het meest nadrukkelijk op gewezen. Het gaat om het verknopen van de tegoeden met de EU-begroting. In het laatste MFK-voorstel heeft de Commissie een Oekraïnereserve van 100 miljard opgenomen. Daar wordt nu over onderhandeld. Nederland zet zich in voor een kleinere omvang van het MFK en voor voldoende steun voor Oekraïne. We staan constructief tegenover alle voorstellen die de steun voor Oekraïne bestendigen. Daarnaast is er een discussie over geïmmobiliseerde tegoeden. Daar blijven we bij ... Nou, volgens mij hebben we het hier uitgebreid over die bevroren tegoeden gehad. Mevrouw Piri (PRO): Ik heb een heel klein vraagje. Begrijp ik het goed dat de regering in principe ook positief tegenover dit Duitse voorstel staat? Minister Berendsen: Er is geen Duits voorstel op tafel gelegd om de tegoeden te verknopen met de EU-begroting. Wij kijken constructief naar ieder voorstel dat gedaan wordt om de steun aan Oekraïne te versterken. Mevrouw Piri (PRO): Er is een voorstel van Duitsland om, als ik me niet vergis 100 miljard — ik had het gezegd — van die Russische bevroren tegoeden te gebruiken. Ik begrijp nu dat Nederland in principe positief is over dat voorstel. Minister Berendsen: Ieder voorstel bekijken we constructief. Daar kan ik het bij houden. Mevrouw Piri (PRO): We hebben hier een debat, omdat de minister maandag aan de tafel zit waar deze thema's besproken worden. Dan neem ik aan dat Nederland weet wat het ervan vindt, toch? Of hangt dat af van wat andere landen zeggen? Minister Berendsen: Het hangt af van de discussie die we voeren en de mogelijkheden die daar allemaal op tafel liggen. Uiteindelijk is het van het grootste belang dat er een pakket ligt dat Oekraïne voldoende steunt. Als het gaat om de geïmmobiliseerde tegoeden, de bevroren tegoeden, is de inzet van Nederland ook duidelijk. Als het gaat om voldoende steun aan Oekraïne in het MFK waarborgen, is de inzet ook duidelijk. Uiteindelijk moet er in zijn volledigheid een pakket liggen om Oekraïne te steunen. Daar is dit voorstel onderdeel van. Dat gaan we met elkaar wegen. We kijken uiteindelijk op welke manier we, ook op basis van dit voorstel en alle andere voorstellen die er liggen, komen tot zo goed mogelijke steun aan Oekraïne. Voorzitter. Ik had de heer Hoogeveen beloofd om nog even terug te komen op ons voorstel. Ik heb benoemd dat het op de Gymnichbijeenkomst was. Dat was een informele bijeenkomst. Het voorstel is ingebracht door Polen, Spanje, Zweden en ons. Hoge Vertegenwoordiger Kallas heeft op basis daarvan gesteld dat zij de Commissie gaat vragen dit onderwerp verder te brengen, zoals in de Europese Raad van december jongstleden ook door de regeringsleiders is afgesproken. Hier staat geen termijn voor, maar wij blijven hier aandacht voor vragen. Dat zullen we ook de komende keer weer in de RBZ doen. Ik zou nog terugkomen op de Oeigoeren. Sinds de motie is er geen nieuwe informatie aan het licht gekomen over de betrokkenheid van personen of identiteiten bij mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren. In zo'n situatie, dus als die nieuwe informatie komt, zullen we ons inzetten voor het opleggen van aanvullende sancties. Tegelijkertijd hebben we natuurlijk wel op meerdere manieren aandacht gevraagd voor de situatie. Het meest recent is daar naar aanleiding van de motie-Van Baarle, die in mei dit jaar is aangenomen, aandacht voor gevraagd tijdens de handelsmissie in China. De heer Van Baarle (DENK): De motie vroeg niet om aandacht te vragen voor de mensenrechtensituatie van de Oeigoeren. Ik heb er wel waardering voor dat de regering dat aandraagt. De motie vroeg om te pleiten voor sancties tegen individuen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Is dat gedaan sinds het aannemen van de motie? Minister Berendsen: Volgens mij is er al een flinke tijd geleden een motie aangenomen die pleit voor het opleggen van aanvullende sancties. Dat moeten we doen op basis van nieuwe informatie, om daar ook op te kunnen handelen. Sindsdien is er geen nieuwe informatie gekomen. De motie van mei 2026 is er naar mijn informatie vooral op gericht daar aandacht aan te besteden. Dat hebben we tijdens de handelsmissie in 2026 gedaan. De heer Van Baarle (DENK): De motie die een tijd geleden inderdaad is aangenomen, vroeg om te pleiten voor sancties tegen verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen tegen de Oeigoeren. Hieruit maak ik op dat de Nederlandse regering dat al die tijd niet heeft gedaan. Minister Berendsen: Wij moeten dat doen op basis van informatie die beschikbaar is over personen of identiteiten bij mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren. Sinds die tijd is daar geen aanvullende informatie over gekomen. Uiteindelijk zullen die sancties vervolgens ook een meerderheid moeten krijgen. Op dit moment is er binnen de EU onvoldoende draagvlak voor die mensenrechtensancties, ook gezien de stevige gesprekken die op dit moment lopen met China, onder andere op handelsgebied. De heer Van Baarle (DENK): Dan kan ik alleen maar concluderen dat als de regering geen informatie ziet ... Me dunkt dat er in Oost-Turkestan lokale bestuurders zijn die weten van die kampen. Het is toch gewoon mogelijk om mensen aan te wijzen die daarbij betrokken zijn? Minister Berendsen: Het instellen van sancties moet vervolgens ook weer met unanimiteitsbesluitvorming gebeuren. Ik heb zojuist beschreven dat er op dit moment onvoldoende draagvlak voor is. Ik had bij het afgeven van een winstwaarschuwing ook gezegd dat ik nog terug zou komen op de vraag over de boetes. Nogmaals, het is te vroeg om nu te spreken over ingenomen goederen, over boetes. Dit gaat ook over vertrouwelijke en gevoelige informatie. Handhavingsinformatie, zoals informatie over boetes, wordt niet openbaar gemaakt. Een jaar na inwerkingtreding zal de evaluatie komen. Daar zullen dit soort zaken onderdeel van zijn. De heer Van Baarle (DENK): Ik vroeg niet om een aantal. Ik vroeg ook niet om data. Ik vroeg gewoon of er een boete uitgeschreven is. Minister Berendsen: Nogmaals, handhavingsinformatie wordt niet openbaar gemaakt. De heer Van Baarle (DENK): Kan de minister dan zeggen of er reeds gebruikgemaakt is van een van de sanctiemiddelen in het sanctiebesluit? Minister Berendsen: Ook de uitvoering van dit sanctiebesluit zit gewoon in het takenpakket van de Douane. Die geeft daar invulling aan bij onze grenzen. De heer Van Baarle (DENK): Dat was niet de vraag. Is een van de sanctiemiddelen die in het sanctiebesluit is vervat, reeds ingezet door de diensten die dat moeten uitvoeren? Minister Berendsen: Nogmaals, handhavingsinformatie wordt niet openbaar gemaakt. De heer Van Baarle (DENK): Ook over een jaar, als we het hebben over de evaluatie, gaat de minister dus niet zeggen of er sancties zijn toegepast? Minister Berendsen: Wij zullen zorgen dat er over een jaar zeker een goede evaluatie ligt van deze tijdelijke sanctiemaatregel. Het is natuurlijk ook in het belang van de maatregelen die we opleggen dat we die goed evalueren. De heer Van Baarle (DENK): Over een jaar wil de minister die informatie dus wél geven, maar nu niet. Minister Berendsen: We gaan bij de evaluatie over een jaar kijken hoe we de Kamer zo goed mogelijk kunnen informeren over de werking van deze maatregel. De voorzitter: Dan concludeer ik dat we klaar zijn met de beantwoording in de tweede termijn. Ik sluit de vergadering. O, de toezeggingen nog! Wacht, wacht, wacht! Iemand naast mij is nog scherp. Er zijn twee toezeggingen. De eerste is aan Piri en Van Lanschot. De minister zegt toe om in de brief die voor het debat over de verslechterde veiligheidssituatie in Europa naar de Kamer wordt gestuurd, nader in te gaan op scenario's voor hybride aanvallen en op de Nederlandse inzet ten aanzien van het voorstel voor een Europese veiligheidsraad. De tweede is ook aan Piri. De minister zegt toe de Kamer voor het commissiedebat over de Staat van het Consulaire op 18 november te informeren over de uitvoering van de motie-Piri c.s. inzake de veilige overbrenging van de Afghaanse bewakers. Akkoord? Oké. Tot dusver. Gesloten. Sluiting 18.56 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 8 oktober 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 8 oktober 2026 1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.