KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Kabinetsreactie op de uitspraak van de Hoge Raad over reikwijdte arbeidskorting (Kamerstuk 29544-1273)

1 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e492beabd16fe193 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1284 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 1 juli 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van14 maart 2025 over de Kabinetsreactie op de uitspraak van de Hoge Raadover reikwijdte arbeidskorting (Kamerstuk 29 544, nr. 1273).De vragen en opmerkingen zijn op 16 april 2025 aan de Staatssecretarisvan Financiën voorgelegd. Bij brief van 1 juli 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Lips kst-29544-1284ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12841 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de brief van deStaatssecretaris en Minister met aandacht, maar ook enige bezorgdheidgelezen. Deze leden hebben veel vragen, in het bijzonder over degevolgen van het voorgenomen besluit voor de mensen om wie het gaat.Deze leden hebben het onderdeel van de brief over de wetsgeschiedenisvan de arbeidskorting met interesse gelezen. Deze leden begrijpen hieruitdat arbeidskosten eigenlijk niet meer relevant zijn voor het bestaan van dearbeidskorting. De arbeidskorting heeft daarom op dit moment tweeandere doelen: het stimuleren van arbeidsparticipatie en het voeren vaninkomensbeleid gericht op specifieke groepen. Deze leden vragen hetkabinet welke van deze twee doelen volgens hen het meest relevant is. Isde verhoging van de arbeidskorting sinds 2001 volgens het kabinet vooralbedoeld om arbeidsparticipatie nog meer te stimuleren of vooral om tevoorkomen dat uitkeringsgerechtigden niet zouden profiteren vanlastenverlichtingen? In hoeverre was dit beleid effectief, volgens hetkabinet? Ook vragen deze leden of het kabinet bij het nemen van hunconceptbesluit de recente evaluatie van de heffingskortingen heeftmeegewogen en zo ja, wat de overwegingen daarbij waren.Voorts zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd in hoeverrehet kabinet het stimuleren van arbeidsparticipatie relevant vindt voormensen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen. Deze ledenvragen het kabinet om hierop te reflecteren en daarbij ook in te gaan opde positie van mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en dus deelsonontvankelijk zijn voor een prikkel om werk te zoeken. Kan het kabinet destelling «Een inperking sluit het meest nauw aan bij een doel van dearbeidskorting (stimuleren arbeidsparticipatie)» nader toelichten in hetlicht van het bovenstaande? Ook vragen deze leden aan het kabinet om dezin «Een meer fundamentele aanpassing van de arbeidskorting vergtechter tijd, heeft budgettaire gevolgen en heeft voldoende draagvlaknodig» verder toe te lichten. Wat verstaat het kabinet onder «een meerfundamentele aanpassing»?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ook of het kabinet kantoelichten wat de overwegingen waren bij het bepalen van de hoogte vanWIA-uitkeringen op het moment dat de WIA werd ingevoerd. Hoe is mentot de uitkeringspercentages gekomen en is daarbij rekening gehoudenmet de arbeidskorting en eventuele toekomstige verhogingen? Kan hetkabinet daarnaast ook toelichten hoe de vervangingsratio zich heeftontwikkeld sinds de invoering van de WIA en of daar bewuste beleids-overwegingen achter zaten, of dat er sprake is geweest van neveneffectenvan ander beleid?Vanzelfsprekend dient een uitspraak van de Hoge Raad altijd opgevolgd teworden opgevolgd. Deze leden zien echter wel dat dat in dit specifiekegeval op verschillende manieren kan. Is het kabinet het ermee eens dat deuitspraak van de Hoge Raad hiervoor ruimte laat? Zo ja, kan het kabineteen tabel naar de Kamer sturen met daarin de verschillende opties, devoor- en nadelen van die opties en wat de verwachte kosten van elke optiezijn? Deze leden vragen het kabinet hierbij in ieder geval de volgendeopties mee te nemen: mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkeringkrijgen alleen een arbeidskorting over hun loon, niet over hun uitkering;mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die werken, krijgen eenuitkering over hun volledige inkomen, zowel de uitkering als het loon;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12842 mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen arbeidskortingover hun uitkering ongeacht of zij werken; en de huidige groep mensenmet een arbeidsongeschiktheidsuitkering en werk blijft arbeidskortingkrijgen over zowel hun loon als hun uitkering maar nieuwe instromers nietmeer.Specifiek vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of het kabinetkan ingaan op de optie om het recht op arbeidskorting te laten blijvenbestaan voor de huidige groep die er nu ook recht op heeft, zijnde eenverworven recht en uit te faseren voor nieuwe gevallen. Zou dat eenjuridisch houdbare en uitvoerbare optie zijn of niet? Ook vragen dezeleden of het klopt dat het genoemde bedrag van 1,5 miljard euro vooruitbreiding van de arbeidskorting naar alle WGA-uitkeringen alleen dekosten dekt voor uitbreiding naar mensen die zowel een uitkeringontvangen als inkomen uit werk of dat het gaat om alle mensen met eenWIA-uitkering. In het eerste geval: hoeveel zou het kosten om dearbeidskorting toe te kennen over het volledige inkomen van iedereen meteen WIA-uitkering? Om hoeveel geld gaat het als ook het volledigeinkomen van mensen met een Wajong-uitkering in aanmerking komt?Klopt het dat in een dergelijk geval het niet te rechtvaardigen verschiltussen uitkeringsgerechtigden die een klein dienstverband hebben enuitkeringsgerechtigden die helemaal niet meer kunnen werken komt tevervallen? Deze leden vragen ook of de bewindspersonen het verbandmet WW-uitkeringen verder kunnen toelichten: voor die uitkeringen lijkthet genoemde doel van de arbeidskorting, namelijk het stimuleren vanarbeidsparticipatie, immers relevanter dan voor arbeidsongeschiktheids-uitkeringen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben voorts enkele vragenover de «forse negatieve gevolgen voor de groep mensen die het betreft».Deze leden zijn van mening dat «fors» hier nog een understatement lijkt tezijn, aangezien het gaat om een netto inkomensdaling van gemiddeld3.000 euro per jaar, bij een groep met een inkomen dat lager is danmodaal. Deze leden vragen de bewindspersonen dan ook om meerinformatie te geven over deze financiële gevolgen. Hoeveel gaan mensener maximaal op achteruit? Hoeveel mensen gaan er veel op achteruit enhoeveel minder? Kan het kabinet dat verder kwantificeren?Daarnaast willen deze leden graag weten of het kabinet ook heeftonderzocht in hoeverre deze zeer grote inkomensdaling draagbaar is voorde mensen om wie het gaat. Hoeveel mensen komen in acute problemen,omdat zij bijvoorbeeld hun huur niet meer kunnen betalen als zij er250 euro netto per maand (of nog meer) op achteruitgaan? Als het kabinetniet over deze informatie beschikt, vindt het kabinet het dan verantwoordom een dergelijke grote inkomensval te veroorzaken bij een groepmensen met een relatief laag inkomen? Klopt het dat hier deels ook gaatover mensen die er al in inkomen op achteruit zijn gegaan door deverlaging van de algemene heffingskorting per 2025?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen graag weten waarom«een jarenlange compensatie» niet mogelijk is, maar het uitstellen van deaanpassing met twee jaar – en daarmee de facto dus twee jaar compen-seren van de betreffende groep – wel. Kan het kabinet toelichten wat hetverschil tussen deze twee dingen is? Bij welk jaar ligt het omslagpunt?Zou het vijf jaar voortzetten van het recht op arbeidskorting voor dedesbetreffende groep ook mogelijk zijn? En tien jaar? En dertig jaar? Inhoeverre zien de bewindslieden mogelijkheden om het afschaffen van desamenvoegbepaling later te laten plaatsvinden en gepaard te laten gaanmet de al voorgenomen hervorming van het belasting- en toeslagen-stelsel, zodat de genoemde inkomensachteruitgang niet plaatsvindt ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12843 veel kleiner is? Daarnaast vragen deze leden of het klopt dat het voorstelvan het kabinet is om de samenvoegbepaling ook in 2026 nog tebehouden voor nieuwe gevallen, waardoor de groep met een groteinkomensdaling in 2027 groter wordt. Vindt het kabinet dit wenselijk? Hoegaat het kabinet mensen hier adequaat over informeren?Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen over hetrechtsherstel voor de groep WIA-uitkeringsgerechtigden die niet onder desamenvoegbepaling valt en dus jarenlang gediscrimineerd is, omdat zijgeen recht hadden op arbeidskorting over hun volledige inkomen, terwijlanderen in een vergelijkbare situatie dat wel hadden. Deze leden vragenhoe groot deze groep is en of het kabinet van plan is om deze groep enigevorm van rechtsherstel te bieden. Op welke manier wordt deze groepgecompenseerd voor het feit dat zij lange tijd niet gelijk behandeld zijn?Klopt het dat uitkeringsgerechtigden in het verleden verkeerd zijnvoorgelicht over het verschil tussen uitbetaling van hun uitkering via hunwerkgever en uitbetaling via het UWV? Hoe kijkt het kabinet naarmogelijke claims vanuit deze groep?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief«Kabinetsreactie uitspraak Hoge Raad over reikwijdte arbeidskorting».Deze leden hebben nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen dat een werkende recht heeft oparbeidskorting over het arbeidsinkomen. Een belangrijk doel van dezearbeidskorting is namelijk dat (meer) werken lonend is ten opzichte vaneen uitkering. Is het kabinet het met de leden van de VVD-fractie eens dathet toekennen van arbeidskorting op een socialezekerheidsuitkering nietovereenkomt met het doel dat werken lonend moet zijn ten opzichte vaneen uitkering?De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet de samenloop vanuitkering, heffingskortingen (zoals de arbeidskorting) en toelagen verkent.Hoe is in deze verkenning het uitgangspunt dat werken moet lonen enmeer werken moet meer lonen verankerd?De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de historie envormgeving van de arbeidskorting en de uitspraak van de Hoge Raad datde samenvoegbepaling een middel is om werkgevers te helpen hunadministratieve last te beperken. Is er een effect, en zo ja, in welke mate,op de administratieve last voor werkgevers als de samenvoegbepalingwordt aangepast? Ziet het kabinet kansen om de administratieve lastverder te beperken?De leden van de VVD-fractie lezen ook dat sommige werkgevers vanbelanghebbende de uitkering niet van het UWV wilden ontvangen omvervolgens door te betalen aan de belanghebbende waardoor dewerknemer geen arbeidskorting ontving. Welke keuzemogelijkhedenhadden de werkgevers op het gebied van het wel of niet zelf uitkeren?Welke bezwaren konden deze werkgevers hebben tegen het zelfontvangen van het UWV en daarna zelf uitkeren aan de werknemer?De leden van de VVD-fractie lezen dat de Hoge Raad stelt dat hetuitbreiden van de reikwijdte van de arbeidskorting tot alleWGA-uitkeringen zou leiden tot een moeilijk te rechtvaardigen verschil inbehandeling ten opzichte van andere uitkeringen. Is het kabinet het metde leden van de VVD-fractie eens dat er ten alle zeerste voorkomen moetworden dat er nieuwe spanning met het gelijkheidsbeginsel onstaat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12844 Welke stappen worden er ondernomen om de kans tot een nieuwespanning met het gelijkheidsbeginsel te voorkomen? Zijn er nog anderebepalingen in fiscale- en/of sociale zekerheidswetgeving die opgespannen voet staan met het gelijkheidsbeginsel? Zijn er lopende zakenbekent waarbij de juridische houdbaarheid van de arbeidskorting terdiscussie wordt gesteld? Is, dan wel wordt, door het kabinet – alsprocespartij – de suggestie gedaan voor het stellen van prejudiciëlevragen in lopende procedures?De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van het overgangsrecht dateen iets ruimer tijdsbestek wordt aangehouden om de aanpassing teimplementeren en dat er rekening gehouden kan worden met uitzonde-ringen. Het is goed dat werkgevers meer ruimte krijgen om deze extraadministratieve handeling uit te voeren. Om welke extra administratievehandelingen voor werkgevers gaat het? Wordt de aanpassing van desamenvoegbepaling onderdeel van het pakket Belastingplan 2026?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op de uitspraak van de Hoge Raad over de reikwijdte van dearbeidskorting. Deze leden hebben hierover nog een aantal vragen.De leden van de NSC-fractie delen de constatering van hat kabinet dat deuitspraak laat zien dat het goed is om meer fundamenteel stil te staan bijde arbeidskorting. Deze leden zijn positief dat het kabinet de samenloopvan uitkering, heffingskortingen (zoals de arbeidskorting) en toeslagenverkent. Deze leden vragen het kabinet of hij een tijdspad kan schetstenvan beoogde vereenvoudiging van de inkomensondersteuning en deherziening van het belastingen- en toeslagenstelsel. Op welke manier kanhet rekenmodel TaxSolver een rol spelen bij de totstandkoming van eennieuw belastingen- en toeslagenstelsel? Wanneer wordt de testfase vanTaxSolver afgerond?De leden van de NSC-fractie lezen dat de maximale arbeidskorting sinds2001 is gestegen van 920 euro naar 5.599 euro in 2025, en dat daarnaastook de vormgeving over de jaren is gewijzigd. Deze leden vragen hetkabinet of de eerdere vormgeving van de arbeidskorting aanknopings-punten biedt in de herziening van de samenloop van uitkering, heffings-kortingen en toeslagen?De leden van de NSC-fractie lezen dat de samenvoegbepaling al decen-nialang bestaat. De Hoge Raad heeft in de aangespannen zaak geoordeelddat er sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Dezeleden vragen het kabinet om te bevestigen dat er dus decennialang sprakeis geweest van ongelijke behandeling van gelijke gevallen? Mocht dit zozijn, kan het kabinet dan ingaan op hoe deze ongelijke behandeling zolang onopgemerkt is gebleven?De leden van de NSC-fractie maken uit de brief op dat het beperken vande reikwijdte van de arbeidskorting een financieel gevolg heeft voor11.000 mensen. De verwachting is daarbij dat gemiddeld gezien bij degroep van circa 11.000 mensen er sprake zal zijn van een daling van hetnetto inkomen van 3.000 euro per jaar. Deze leden vragen het kabinet hoede geschatte gemiddelde inkomensdaling van 3.000 euro zich verhoudt tothet besteedbaar inkomen van de betrokken groep (bijvoorbeeld alspercentage van het netto-inkomen)? Welke mogelijkheden zijn er voordeze groep om dit verlies aan netto inkomen door middel van andereregelingen te dempen? Zijn er daarnaast ook mogelijkheden vanuit deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12845 Rijksoverheid om deze groep zo goed mogelijk te begeleiden naar dedaling van hun netto inkomen vanaf 2027?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op de uitspraak van de Hoge Raad over de reikwijdte van dearbeidskorting.De Hoge Raad oordeelde op 15 november 2024 dat het verschil inbehandeling tussen uitkeringsgerechtigden die hun uitkering via het UWVontvangen en zij die deze via de werkgever krijgen (en daardoor arbeids-korting ontvangen), discriminatie is en in strijd met mensenrechtenver-dragen.Deze leden begrijpen de keuze van het kabinet om de reikwijdte van dekorting te beperken en daarmee de fiscale behandeling voor arbeidsonge-schikten meer gelijk te maken.Deze leden hebben enkele vragen met betrekking tot de verdere handel-wijze. Het gaat daarbij om de volgende vragen: hoe zorgt het kabinetervoor dat deze 11.000 mensen op tijd en duidelijk geïnformeerd worden?Komt er begeleiding voor mensen die met een forse inkomensdaling temaken krijgen? Wat is het budgettaire effect van deze maatregel? Hoewordt de groep van 11.000 uitkeringsgerechtigden waarover het gaatverder uitgesplitst? Hoeveel mensen lijden een groter inkomensverliesdan 3.000 euro per jaar?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van het arrest van de Hoge Raad over de reikwijdte van dearbeidskorting en de Kamerbrief daarover. Deze leden onderschrijven destelling van het kabinet dat het goed is om meer fundamenteel stil testaan bij de arbeidskorting. Deelt het kabinet de uitspraak van Staatssecre-taris Van Rij bij het Belastingplan 2023 dat «we tegen de grenzen van dearbeidskorting zijn aangelopen», gelet op het steeds hogere bedrag vande maximale korting? Overweegt het kabinet dit te verlagen, juist ook omhet onuitlegbare verschil tussen een- en tweeverdieners en werkenden enarbeidsongeschikten te dichten? Ziet het kabinet ook dat de problematiekuit het onderhavige arrest er niet zou zijn geweest als de arbeidskortingniet zover was opgepompt?Tevens vragen deze leden naar de juridische houdbaarheid van hetafschaffen van de samenvoegbepaling later dan in 2027, gegeven dat inde tussentijd wel significante stappen gezet worden in de hervorming vanhet belastingstelsel. Kan het kabinet hierop reflecteren?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggendekabinetsreactie. Deze leden hebben daarover enkele vragen.De leden van de SGP-fractie zijn van mening dat de arbeidskorting eenfundamentele herziening nodig heeft. Naast de discriminerende gevolgenwaarover de uitspraak van de Hoge Raad gaat, volgt uit de EvaluatieHeffingskortingen en Tariefstructuur dat de arbeidskorting beperktdoeltreffend is voor het stimuleren van arbeidsaanbod. Ook heeft degestegen arbeidskorting mede gezorgd voor de grote belastingklooftussen eenverdieners en tweeverdieners. Deelt het kabinet de mening datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12846 de arbeidskorting herzien moet worden? Aan welke varianten wordtgedacht? Hoe kijkt het kabinet aan tegen een (forse) verlaging van dearbeidskorting in combinatie met een verlaging van de tarieven? Welkelessen trekt het kabinet uit deze casus voor de herziening van hetbelastingstelsel? Kan het kabinet toezeggen dat hij bij deze herzieningexpliciet aandacht zal besteden aan dit soort mogelijke negatieve effectenvan heffingskortingen en de verschillen die de verhoging van dezekortingen veroorzaakt tussen groepen?De leden van de SGP-fractie hebben de afgelopen jaren al diverse malenaandacht gevraagd voor de nadelige effecten van het verhogen van dearbeidskorting. De verschillen tussen groepen worden hierdoor enormvergroot, terwijl de effecten op bijvoorbeeld arbeidsparticipatie steedsgeringer worden. Onderzoeken tonen zelfs aan dat de grenzen van hetverhogen van de korting bereikt zijn. Vooral de verschillende uitwerkingenop de diverse groepen kunnen leiden tot een schending van het discrimi-natieverbod of tot strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel. Kan het kabinetreflecteren op de juridische houdbaarheid van de hoge arbeidskorting?Waarop baseert het kabinet de bewering dat ook de meer recenteverhogingen juridisch houdbaar zijn?De leden van de SGP-fractie danken het kabinet voor de tabel waarin debruto- en netto-inkomens vermeld staan, met of zonder toepassing van dearbeidskorting. Deze leden constateren dat de voorbeelden slaan opsituaties waarin het inkomen door één persoon verdiend wordt, zondertoepassing van de IACK. Kan het kabinet eenzelfde som maken voor desituatie waarin de werknemers niet de volledige 28.713 euro respectie-velijk 46.500 euro zelf verdienen, maar dat twee partners in eenhuishouden beide de helft van deze bedragen verdienen, en er rechtbestaat op de IACK? Wat is in dat geval (beide partners verdienen de helftvan het huishoudinkomen) de totale belasting die de partners samenmoeten afdragen?De leden van de SGP-fractie constateren op het punt van het inperken vande reikwijdte van de arbeidskorting en het aanpassen van de samenvoeg-bepaling dat ervoor gekozen is om de samenvoegbepaling aan te passen,waardoor ongeveer 11.000 uitkeringsgerechtigden geen recht meerkrijgen op de arbeidskorting. Dit heeft grote financiële gevolgen voor dezegroep. Dit wringt des temeer nu dit om een kwetsbare groep gaat,bijvoorbeeld om arbeidsongeschikten. Op welke manier heeft het kabinetdeze kwetsbare positie meegewogen in het maken van de keuze om desamenvoegbepaling aan te passen? Is ook overwogen de arbeidskortingop korte termijn af te schaffen of fors te verlagen met als doel hetdiscriminerende effect te elimineren, en waarom is hiervoor niet gekozen?Kan het kabinet inzicht geven in de inkomensopbouw van de groepmensen die erop achteruitgaat? Waarop is de gemiddelde achteruitgangvan 3.000 euro gebaseerd? Kan het kabinet toezeggen om bij toekomstigegesprekken over de koopkracht van deze groep alert te zijn op de effectenhiervan en substantiële inkomensachteruitgang als gevolg van deze keuzete voorkomen, dan wel te repareren?De leden van de SGP-fractie lezen dat de aanpassing van de samenvoeg-bepaling ook gevolgen heeft op de hoogte van de inkomensafhankelijkecombinatiekorting (IACK). Klopt het dat het effect van die kortinggemiddeld 700 euro per jaar negatief is? Daarnaast wijzen deze leden eropdat de uitspraak van de Hoge Raad betrekking had op de arbeidskortingen niet op de IACK. In hoeverre kan dit nog tot rechtszaken leiden? Of isde inschatting dat de verlaging van de IACK, door aanpassing van desamenvoegbepaling, juridisch houdbaar is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12847 De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat de Hoge Raad erop heeftgewezen dat de huidige situatie, met de huidige opzet van de samenvoeg-bepaling, heeft geleid tot een schending van het discriminatieverbod.Hoewel dit voor de toekomst wordt opgelost, wordt de schending van ditverbod in het verleden niet ongedaan gemaakt. Welke (juridische) risico’skleven hieraan? Voorziet het kabinet hier juridische procedures?De leden van de SGP-fractie lezen op het punt van het overgangsrecht datde aanpassing van de samenvoegbepaling pas in 2027 ingaat. In hoeverreverwacht het kabinet, ook na alle aandacht die er voor dit thema is, datmensen hun WGA-uitkering (tijdelijk) via hun werkgever laten lopen inplaats van via het UWV, om zodoende nog een jaar voordeel te verkrijgendoor de arbeidskorting toegepast kan worden? Is er met dit gedragseffectrekening gehouden in de raming, en kan het kabinet dit effect toelichten?II Reactie van de bewindspersoon InleidingIk dank de leden van de vaste commissie voor Financiën voor de vragendie zijn gesteld naar aanleiding van de brief van 14 maart 2025 over dekabinetsreactie op de uitspraak van de Hoge Raad over de reikwijdte vande arbeidskorting.1 Onderstaand wordt bij de beantwoording van devragen de volgorde van het verslag aangehouden. Een aantal fractieshebben, nagenoeg, dezelfde vragen gesteld. Deze worden gezamenlijkbeantwoord.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de brief van deStaatssecretaris en Minister met aandacht, maar ook enige bezorgdheidgelezen. Deze leden hebben veel vragen, in het bijzonder over degevolgen van het voorgenomen besluit voor de mensen om wie het gaat.Deze leden hebben het onderdeel van de brief over de wetsgeschiedenisvan de arbeidskorting met interesse gelezen. Deze leden begrijpen hieruitdat arbeidskosten eigenlijk niet meer relevant zijn voor het bestaan van dearbeidskorting. De arbeidskorting heeft daarom op dit moment tweeandere doelen: het stimuleren van arbeidsparticipatie en het voeren vaninkomensbeleid gericht op specifieke groepen. Deze leden vragen hetkabinet welke van deze twee doelen volgens hen het meest relevant is. Isde verhoging van de arbeidskorting sinds 2001 volgens het kabinet vooralbedoeld om arbeidsparticipatie nog meer te stimuleren of vooral om tevoorkomen dat uitkeringsgerechtigden niet zouden profiteren vanlastenverlichtingen?De arbeidskorting (hierna: AK) is onder andere bedoeld als een vorm vaninkomensondersteuning voor werkenden. Doordat de AK in principealleen berekend wordt over arbeidsinkomen, wordt het nettoverschiltussen inkomen uit tegenwoordige arbeid en een uitkering2 vergroot.Hierdoor wordt het aantrekkelijker om (meer) te gaan werken. Een doelvan het kabinet bij de AK is om werken te stimuleren. Overigens is de AKin 2025 niet beleidsmatig verhoogd en is er voor het jaar 2025 ook vooruitkeringsgerechtigden sprake van een stijging van de koopkracht alsgevolg van de genomen maatregelen.31Kamerstuk 29 544, nr. 1273.2D.i. loon uit vroegere arbeid.3Centraal economisch plan 2025, CPB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12848 In hoeverre was dit beleid effectief, volgens het kabinet?Uit de recente evaluatie van de heffingskortingen en de tariefstructuurblijkt dat de AK als gerichte inkomensondersteuning voor werkendendoeltreffend is. Lastiger blijkt het om na te gaan of en in hoeverre de AKbijgedragen heeft aan de stijging van het arbeidsaanbod in de afgelopenjaren. De hoogte van de AK is afhankelijk van het arbeidsinkomen en kenteen opbouw- en een afbouwtraject. Voor lagere inkomens geldt dat de AKhoger wordt als zij meer gaan verdienen. In ieder geval geeft de AK metname in deze opbouwfase4 een prikkel om meer te werken doordatwerken meer loont.5 Een bijdrage wordt geleverd aan de doelmatigheiddoordat de AK voor belastingplichtigen niet complex is, omdat dewerkgever de korting direct verwerkt.6 Het feit dat er sprake is van een op-en afbouwfase, maakt de regeling echter minder transparant en daardoorminder doelmatig.Ook vragen deze leden of het kabinet bij het nemen van hun conceptbe-sluit de recente evaluatie van de heffingskortingen heeft meegewogen enzo ja, wat de overwegingen daarbij waren.Het kabinet heeft de evaluatie van de heffingskortingen meegewogen,maar heeft daarnaast als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad eenduidelijk signaal om de overtreding van het discriminatieverbod op teheffen. Gelet daarop heeft het kabinet ervoor gekozen, in lijn met dehuidige doelen van de AK, de discriminatie op te heffen door ervoor tekiezen de samenvoegbepaling per 2027 aan te passen.Voorts zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd in hoeverrehet kabinet het stimuleren van arbeidsparticipatie relevant vindt voormensen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen. Deze ledenvragen het kabinet om hierop te reflecteren en daarbij ook in te gaan opde positie van mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en dus deelsonontvankelijk zijn voor een prikkel om werk te zoeken.Het kabinet vindt het van belang dat mensen met een arbeids-ongeschiktheidsuitkering worden gestimuleerd om waar mogelijk aan hetwerk te blijven of (op termijn) weer aan het werk te gaan. Als iemand destap maakt om aan het werk te gaan of meer uren te gaan werken, moetiemand daar ook financieel voordeel van hebben. Het huidige stelsel kentveel (financiële) prikkels om de terugkeer naar werk te stimuleren. Het niettoepasbaar zijn van de AK over loon uit vroegere dienstbetrekking (o.a.een arbeidsongeschiktheidsuitkering) is daar onderdeel van. Deels werkendie prikkels goed, maar in de praktijk hebben ze ook nadelen. Het is nietvoor iedereen met een arbeidsbeperking mogelijk om (deels) aan het werkte gaan. Het financiële voordeel, in de vorm van AK over het arbeidsin-komen, voor mensen die wel kunnen werken, kan onrechtvaardig voelenvoor mensen die wel willen werken maar dat niet kunnen. Het verschil inbehandeling tussen werkenden en niet-werkenden is in lijn met de huidigevormgeving van de inkomstenbelasting en de nagestreefde doelen vanonder meer de AK. Wel heeft het kabinet aandacht voor het effect van deAK op het netto-inkomen van mensen die kunnen werken in vergelijkingmet mensen die niet kunnen werken.4In 2025: tot € 43.071 arbeidsinkomen.5Kamerstuk 32 140, nr. 185, bijlage.6Dat kan een werkgever alleen als de werknemer de werkgever verzoekt om de loonheffings-korting (waaronder de AK) toe te passen. Als de loonheffingskorting niet wordt toegepast viade loonheffingen, wordt de korting alsnog met de inkomstenbelasting verrekend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12849 Kan het kabinet de stelling «Een inperking sluit het meest nauw aan bijeen doel van de arbeidskorting (stimuleren arbeidsparticipatie)» nadertoelichten in het licht van het bovenstaande?Bij het voorstel van het kabinet ontvangen burgers weliswaar geen AKmeer over hun arbeidsongeschiktheidsuitkering (voor zover ze datontvingen), maar nog wel over het deel van hun inkomen dat ze uittegenwoordige arbeid ontvangen. Met name wanneer deze mensen in deopbouwfase van het traject van de AK zitten is er sprake van een prikkelom meer te werken doordat werken dan meer loont.Ook vragen deze leden aan het kabinet om de zin «Een meer funda-mentele aanpassing van de arbeidskorting vergt echter tijd, heeftbudgettaire gevolgen en heeft voldoende draagvlak nodig» verder toe telichten. Wat verstaat het kabinet onder «een meer fundamenteleaanpassing»?Onder een meer fundamentele aanpassing van de AK verstaat het kabinetaanpassingen die verder reiken dan het aanpassen van bijvoorbeeldparameters. Dit soort grote wijzigingen hebben veel tijd nodig, hebbendaarnaast vaak ook grote budgettaire gevolgen en kunnen significanteuitvoeringsgevolgen teweegbrengen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ook of het kabinet kantoelichten wat de overwegingen waren bij het bepalen van de hoogte vanWIA-uitkeringen op het moment dat de WIA werd ingevoerd. Hoe is mentot de uitkeringspercentages gekomen en is daarbij rekening gehoudenmet de arbeidskorting en eventuele toekomstige verhogingen? Kan hetkabinet daarnaast ook toelichten hoe de vervangingsratio zich heeftontwikkeld sinds de invoering van de WIA en of daar bewuste beleids-overwegingen achter zaten, of dat er sprake is geweest van neveneffectenvan ander beleid?Bij de totstandkoming van de verschillende uitkeringsregimes in de WIAvoor gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA) is een balans gezocht tussenenerzijds inkomensbescherming voor het loonverlies dat de arbeidsonge-schikte leidt en anderzijds het stimuleren dat de arbeidsongeschikte(meer) gaat werken. De vormgeving van de uitkeringsstructuur zorgtervoor dat de gedeeltelijk arbeidsongeschikte wordt gestimuleerd om zijnresterende arbeidsmogelijkheden zoveel mogelijk te benutten.7 Bij detotstandkoming van de WIA (2004/2005) had de AK nog een anderopbouwtraject, kende het geen afbouwtraject en lag de maximale AKlager (in 2005 bedroeg de maximale AK voor werkenden jonger dan57 jaar: 1.287 euro). Hierdoor had de AK op het moment van invoeringvan de WIA een kleinere invloed op de verandering in inkomenspositievan (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten ten opzichte van de situatievoordat ze arbeidsongeschikt raakten. In de loop van de tijd is metverschillende wijzigingen in de AK de focus steeds meer komen te liggenop het bevorderen van arbeidsparticipatie en is de maximale AKgestegen. Het uitkeringspercentage voor gedeeltelijk arbeidsongeschiktenis na invoering van de wet WIA constant gebleven. Doordat de maximaleAK is gestegen is de netto-inkomensdaling bij arbeidsongeschiktheid doorde tijd heen groter geworden.Vanzelfsprekend dient een uitspraak van de Hoge Raad altijd te wordenopgevolgd. Deze leden zien echter wel dat dat in dit specifieke geval opverschillende manieren kan. Is het kabinet het ermee eens dat deuitspraak van de Hoge Raad hiervoor ruimte laat?7Kamerstuk 30 034, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128410 Ja, aan de uitspraak van de Hoge Raad kan op verschillende manierenopvolging worden gegeven. Zoals in onze kabinetsreactie aangegeven kandit bijvoorbeeld ook door de reikwijdte van de AK uit te breiden naararbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Dit heeft echter belangrijke nadelenen geeft nieuwe risico’s, die wij uitgebreider hebben toegelicht in onzebrief.Zo ja, kan het kabinet een tabel naar de Kamer sturen met daarin deverschillende opties, de voor- en nadelen van die opties en wat deverwachte kosten van elke optie zijn? Deze leden vragen het kabinethierbij in ieder geval de volgende opties mee te nemen: mensen met eenarbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen alleen een arbeidskorting overhun loon, niet over hun uitkering; mensen met een arbeids-ongeschiktheidsuitkering die werken, krijgen een uitkering over hunvolledige inkomen, zowel de uitkering als het loon; mensen met eenarbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen arbeidskorting over hun uitkeringongeacht of zij werken; en de huidige groep mensen met een arbeids-ongeschiktheidsuitkering en werk blijft arbeidskorting krijgen over zowelhun loon als hun uitkering maar nieuwe instromers niet meer.De hierna opgenomen tabel 1 geeft een overzicht van de budgettairegevolgen en voor- en nadelen van de gevraagde opties.Tabel 1 – opties aanpassing samenvoegbepalingAlleen loon telt mee voorAKAlleen loon telt mee voorAK, voor nieuwe instromersArbeidsongeschiktheids-uitkering telt mee voor AK,indien werkend1Arbeidsongeschiktheids-uitkering telt mee voor AKVoordelenReikwijdte AK sluit beter aanbij doelstellingGeen inkomensdaling voorgroep die nu samenvoegtGeen inkomensdaling voorgroep waarvoor samenvoeg-bepaling nu wordt toegepastGeen inkomensdaling voorgroep waarvoor samenvoeg-bepaling nu wordt toegepastNadelenForse inkomensdaling voorgroep van 11.000 personenDiscriminatie blijft in standtotdat huidige gebruikerszijn uitgestroomdReikwijdte AK sluit niet aanbij huidige doelstelling omarbeidsparticipatie testimulerenVerschil met personen dieniet kunnen werken naastAO-uitkering (nieuweschending discriminatiever-bod)Mogelijk gedragseffect omklein dienstverband aan tegaan om ook over uitkeringAK toe te kunnen passenReikwijdte AK sluit niet aanbij huidige doelstelling omarbeidsparticipatie testimulerenVerschil met anderesocialezekerheidsuitkeringen(nieuwe schending discrimi-natieverbod)Budgettair(miljoeneneuro’s, prijzen2025)+ 342Structureel gelijk aan bedragin eerste kolom– 1.500– 2.6001 Niet alleen loon uit dienstbetrekking, maar ook resultaat uit overige werkzaamheden of winst uit onderneming. Het betekent niet dat iedereen uitdeze groep op hetzelfde moment een uitkering ontvangt èn daarnaast ook ander inkomen heeft. Hetzelfde geldt ook voor de optie dat de arbeids-korting altijd meetelt voor de berekening van de arbeidskorting.2 de structurele opbrengst is 32 miljoen. Specifiek vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of het kabinetkan ingaan op de optie om het recht op arbeidskorting te laten blijvenbestaan voor de huidige groep die er nu ook recht op heeft, zijnde eenverworven recht en uit te faseren voor nieuwe gevallen. Zou dat eenjuridisch houdbare en uitvoerbare optie zijn of niet?Nee, dit is geen juridische houdbare optie omdat het kabinet er dan voorzou kiezen om de ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van gelijkegevallen niet op korte termijn op te heffen. Dit is niet in lijn met het arrestvan de Hoge Raad. Als deze ongelijke behandeling niet wordt wegge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128411 nomen, bestaat de kans dat een belastingrechter alsnog zelf ingrijpt enrechtsherstel biedt. Het door de rechter toegepaste rechtsherstel, datwellicht een uitbreiding van het toekennen van de AK zal inhouden aan degevallen waarbij sprake is van een schending van het verdragsrechtelijkediscriminatieverbod, hoeft niet in overeenstemming te zijn met de keuzesdie de wetgever zou hebben gemaakt en kan onder andere leiden totnieuwe gevallen van ongelijke behandeling en ook onvoldoendeaansluiten op de haalbare mogelijkheden in de uitvoering, omdat derechter in dat geval mogelijk niet naar het geheel kijkt. Daarnaast is deverwachting dat het in stand houden van het recht op AK voor de huidigegroep van bestaande gevallen uitvoeringstechnisch ook complex is voorwerkgevers. Een werkgever past de samenvoegbepaling toe en daaruitvolgt de toepassing van AK op socialezekerheidsuitkeringen. Eendergelijke uitfasering heeft als gevolg dat een werkgever per werknemerzou moeten beoordelen of de samenvoegbepaling al dan niet vantoepassing is.Ook vragen deze leden of het klopt dat het genoemde bedrag van1,5 miljard euro voor uitbreiding van de arbeidskorting naar alleWGA-uitkeringen alleen de kosten dekt voor uitbreiding naar mensen diezowel een uitkering ontvangen als inkomen uit werk of dat het gaat omalle mensen met een WIA-uitkering. In het eerste geval: hoeveel zou hetkosten om de arbeidskorting toe te kennen over het volledige inkomenvan iedereen met een WIA-uitkering? Om hoeveel geld gaat het als ookhet volledige inkomen van mensen met een Wajong-uitkering inaanmerking komt?Het bedrag van 1,5 miljard euro heeft betrekking op een variant waarbijalle arbeidsongeschiktheidsuitkeringen mee gaan tellen voor deberekening van de AK, voor mensen die daarnaast ook arbeidsinkomenuit tegenwoordige arbeid hebben in hetzelfde jaar.8 Bij die berekening isrekening gehouden met een gedragseffect, omdat er een sterke prikkelontstaat om minstens één uur per jaar te gaan werken. Daarmee zouimmers over het volledige inkomen (regulier loon + arbeids-ongeschiktheidsuitkering) recht op AK ontstaan. Het is niet zo dat in dezevariant het volledige inkomen bepalend is voor de hoogte van de AK: hetgaat om de huidige definitie (arbeidsinkomen uit tegenwoordige arbeid)vermeerderd met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Wajong-uitkeringenzijn meegenomen in de berekening. De derving zou oplopen tot2,6 miljard euro als iedereen met een arbeidsongeschiktheidsuitkeringrecht krijgt op AK, ook de mensen die niet werken naast de uitkering. Ookin deze berekening zijn Wajong-uitkeringen meegenomen.Klopt het dat in een dergelijk geval het niet te rechtvaardigen verschiltussen uitkeringsgerechtigden die een klein dienstverband hebben enuitkeringsgerechtigden die helemaal niet meer kunnen werken komt tevervallen?In haar uitspraak wijst de Hoge Raad er op dat een uitbreiding van deberekeningsgrondslag van de AK tot alle WGA-uitkeringen zou kunnenleiden tot een moeilijk te rechtvaardigen verschil in behandeling tenopzichte van andere uitkeringen die evenmin als loon uit tegenwoordigearbeid zijn aan te merken. Er ontstaat dan een verschil waarvoor mogelijkniet een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor bestaat, namelijktussen mensen met een WIA-uitkering en mensen met een anderesocialezekerheidsuitkering die niet meetelt voor de berekening van de AK.Het toepassen van de AK over het volledige inkomen van iedereen meteen socialezekerheidsuitkering zou ervoor zorgen dat de AK niet meer8Zie ook voetnoot 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128412 voor een onderscheid zorgt tussen mensen die werken en mensen die niet(kunnen) werken. Dit staat haaks op een van de huidige doelen van de AKom arbeidsparticipatie te stimuleren en kan zelfs leiden tot een averechtseffect op de arbeidsparticipatie.Deze leden vragen ook of de bewindspersonen het verband metWW-uitkeringen verder kunnen toelichten: voor die uitkeringen lijkt hetgenoemde doel van de arbeidskorting, namelijk het stimuleren vanarbeidsparticipatie, immers relevanter dan voor arbeidsongeschiktheids-uitkeringen.In het algemeen geldt dat de AK niet van toepassing is op loon/inkomenuit vroegere arbeid. Het maakt hiervoor niet uit of er sprake is van eenarbeidsongeschiktheidsuitkering of een werkloosheidsuitkering. Achterlig-gende gedachte hiervan is de terugkeer naar werk te stimuleren om zo dearbeidsparticipatie te bevorderen. Het principe is dat iedereen met eenuitkering, ongeacht de oorzaak hiervan, er op vooruit moet gaan alsdiegene gaat werken. Dat is niet anders voor mensen die een uitkeringhebben vanwege inkomensverlies door ziekte of (onvrijwillige)werkloosheid. Het kabinet kan zich voorstellen dat dit onrechtvaardig kanvoelen voor mensen die graag aan het werk willen, maar waarbij dit nietlukt. De komende tijd verkent het kabinet daarom de samenloop tussenuitkeringen, heffingskortingen (waaronder de AK) en toeslagen. Door deval van het kabinet is onzeker hoe het vervolg van de verkenning eruit zalzien.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben voorts enkele vragenover de «forse negatieve gevolgen voor de groep mensen die het betreft».Deze leden zijn van mening dat «fors» hier nog een understatement lijkt tezijn, aangezien het gaat om een netto inkomensdaling van gemiddeld3.000 euro per jaar, bij een groep met een inkomen dat lager is danmodaal. Deze leden vragen de bewindspersonen dan ook om meerinformatie te geven over deze financiële gevolgen. Hoeveel gaan mensener maximaal op achteruit? Hoeveel mensen gaan er veel op achteruit enhoeveel minder? Kan het kabinet dat verder kwantificeren? Ook de ledenvan fractie van SGP stellen gerelateerde vragen. Kan het kabinet inzichtgeven in de inkomensopbouw van de groep mensen die erop achter-uitgaat? Waarop is de gemiddelde achteruitgang van 3.000 eurogebaseerd? Ten slotte vragen ook de leden van de fractie van BBB vragenhoeveel mensen een groter inkomensverlies lijden dan 3.000 euro perjaar?Er zijn geen gegevens beschikbaar over de spreiding van de inkomens-daling en de inkomensopbouw, omdat de groep mensen waarvoor desamenvoegbepaling wordt toegepast niet uit de data kan wordengefilterd. De reden daarvoor is dat het samengevoegde inkomen (loon +arbeidsongeschiktheidsuitkering) in de loonaangifte volledig als loon uittegenwoordige arbeid geregistreerd is.In algemene zin geldt dat de maximale inkomensdaling zich voordoet ophet moment dat de belastingplichtige naast AK ook recht heeft op deinkomensafhankelijke combinatiekorting (hierna: IACK). Dan moet dus ookvoldaan worden aan de overige voorwaarden die gelden voor de IACK(minstverdiener of alleenstaande, met een thuiswonend kind jonger dantwaalf jaar). De inschatting is dat dit slechts voor een zeer klein deel vande groep het geval is. Het nadeel is het grootst voor mensen met een heelklein arbeidsinkomen en een hogere uitkering. In theorie kan het nadeeloplopen tot ruim 8.800 euro per jaar. Dat is het geval bij een belasting-plichtige met maximaal recht op AK en IACK waarbij het arbeidsinkomenminimaal is (1 euro). Tot slot kent de AK ook een afbouwtraject, waardoorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128413 mensen ook kunnen profiteren van het aanpassen van de samenvoegbe-paling. De inschatting is dat ook deze situatie maar in beperkte matevoorkomt, omdat dan sprake moet zijn van een vrij hoog arbeidsinkomengecombineerd met een relatief kleine arbeidsongeschiktheidsuitkering.De inschatting van het gemiddelde effect van 3.000 euro (inclusief IACK)volgt niet uit microgegevens, maar is gebaseerd op een inschatting vanwat het effect zou zijn in de groep mensen die tegelijkertijd loon uittegenwoordige arbeid en een arbeidsongeschiktheidsuitkering via UWVontvangen. Bij deze groep maakt hun werkgever dus geen gebruik van desamenvoegbepaling, waardoor het loon en de uitkering apart zichtbaarzijn in de gegevens van de Belastingdienst. Voor deze groep kon bepaaldworden met hoeveel het recht op AK gemiddeld toe zou nemen als deuitkering mee zou tellen voor het bepalen van de hoogte van de AK.Vervolgens is aangenomen dat de groep die wel samenvoegt hetzelfdegemiddelde voordeel heeft. Deze aanname kent onzekerheid omdat ergeen gegevens beschikbaar zijn over in hoeverre de inkomenssituatie vande groep met een uitkering die wordt betaald door UWV afwijkt van degroep met een uitkering die via de werkgever wordt verstrekt. De ramingmoet het certificeringsproces voor budgettaire ramingen door het CPBnog doorlopen.Daarnaast willen deze leden graag weten of het kabinet ook heeftonderzocht in hoeverre deze zeer grote inkomensdaling draagbaar is voorde mensen om wie het gaat. Hoeveel mensen komen in acute problemen,omdat zij bijvoorbeeld hun huur niet meer kunnen betalen als zij er250 euro netto per maand (of nog meer) op achteruitgaan? Als het kabinetniet over deze informatie beschikt, vindt het kabinet het dan verantwoordom een dergelijke grote inkomensval te veroorzaken bij een groepmensen met een relatief laag inkomen? Klopt het dat hier deels ook gaatover mensen die er al in inkomen op achteruit zijn gegaan door deverlaging van de algemene heffingskorting per 2025?Het kabinet realiseert zich dat de wijziging grote financiële gevolgen heeftvoor 11.000 mensen en ten opzichte van de huidige situatie een grootverlies aan netto inkomen kan betekenen. Er zijn geen gegevensbeschikbaar hoeveel huishoudens exact erop achteruitgaan en watdaarvan de mogelijke gevolgen zijn. Die gevolgen hangen bijvoorbeeldsamen met het hebben van een partner en/of kinderen en het inkomenvan die partner, en daar hebben we geen gegevens over. Desondanksvindt het kabinet het van belang om, indien er sprake is van eeninkomensdaling, de betreffende groep hier zo goed mogelijk op voor tebereiden.Het kabinet kiest voor aanpassing per 2027. Gedurende de jaren 2025 en2026 blijft de samenvoegbepaling in haar huidige vorm bestaan.Softwareontwikkelaars hebben aangegeven dat ze deze aanpassingkunnen invoeren per 2027. Voor een deel van de softwareontwikkelaars isde aanpassing een structuurwijziging. Volgens lopende afspraken tussende Belastingdienst en softwareontwikkelaars moeten structuurwijzigingentijdig kenbaar zijn en met hen worden gedeeld zodat zij zorgvuldig in desoftware kunnen worden verwerkt. Dat betekent in dit geval dat debenodigde aanpassingen 1 jaar en 9 maanden van tevoren duidelijkmoeten zijn. Het is mogelijk om in overleg uitzonderingen te maken, maardit zou kunnen afdoen aan een zorgvuldige implementatie. Hoewelsoftwareontwikkelaars hebben aangegeven hiervoor open te staan, gaathun voorkeur hier niet naar uit. Deze uitgestelde inwerkingtreding zorgt ervervolgens ook voor dat mensen meer tijd hebben om zich voor tebereiden op de inkomensdaling waarmee ze vanaf 2027 te maken krijgen.Met de aanpassing in 2027 komt het inkomen van de ca. 11.000 mensenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128414 die hiermee te maken krijgen meer in lijn te liggen met het inkomen vanandere mensen met een socialezekerheidsuitkering, die nu geen AK overhun uitkering ontvangen. Voor uitkeringsgerechtigden die een inkomenhebben onder het sociaal minimum geldt in algemene zin dat deToeslagenwet en de Participatiewet een vangnet bieden.In hoeverre er ten slotte overlap zit in mensen die door de aanpassing temaken krijgen met een inkomensdaling in 2027 en mensen die er in 2025op achteruit gaan door de verlaging van de algemene heffingskorting isniet aan te geven. Zo geldt dat de groep die in 2027 hun arbeids-ongeschiktheidsuitkering via een werkgever (werkgeversbetaling)ontvangt en te maken krijgt met de aanpassing van de samenvoegbe-paling waarschijnlijk niet volledig aansluit met de groep die nu eenwerkgeversbetaling ontvangt en al dan niet nadeel ondervindt van hetverlagen van de algemene heffingskorting in 2025. Dit komt omdat er ookin de huidige situatie al sprake is van mensen bij wie een werkgeversbe-taling stopt of aanvangt, en er daardoor op voor- of achteruit gaan. Verdergeldt dat per 2025 naast de verlaging van de algemene heffingskorting,ook maatregelen zijn genomen die gunstig zijn voor de koopkracht vanhuishoudens, zoals de verlaging van het tarief in de eerste schijf en deverhogingen van de huurtoeslag en het kindgebonden budget.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen graag weten waarom«een jarenlange compensatie» niet mogelijk is, maar het uitstellen van deaanpassing met twee jaar – en daarmee de facto dus twee jaar compen-seren van de betreffende groep – wel. Kan het kabinet toelichten wat hetverschil tussen deze twee dingen is? Bij welk jaar ligt het omslagpunt?Zou het vijf jaar voortzetten van het recht op AK voor de desbetreffendegroep ook mogelijk zijn? En tien jaar? En dertig jaar? De leden van deChristenUnie stellen een gerelateerde vraag. Deze leden vragen naar dejuridische houdbaarheid van het afschaffen van de samenvoegbepalinglater dan in 2027, gegeven dat in de tussentijd wel significante stappengezet worden in de hervorming van het belastingstelsel. Kan het kabinethierop reflecteren?Bij een jarenlange compensatie blijft de ongelijkheid voortbestaan. DeHoge Raad constateert dat de wet- en regelgeving momenteel in strijd ismet het verdragsrechtelijke discriminatieverbod. Een dergelijk verboddient te worden opgeheven. Omdat er keuzes gemaakt dienen te wordendie in eerste instantie aan de wetgever zijn voorbehouden, kiest de HogeRaad er vooralsnog niet voor om zelf in te grijpen en rechtsherstel tebieden. Daarmee heeft het kabinet het duidelijke signaal gekregen om zelfde discriminatie op te heffen.Aan de wetgever komt een niet onredelijke lange termijn toe om deschending van het discriminatieverbod wettelijk te repareren. Op grondvan jurisprudentie is niet een precieze lijn te herleiden hoeveel tijdrechters geven aan de wetgever om een discriminatieverbod zelf op teheffen. Een dergelijke termijn is in de regel enkele jaren (bijvoorbeeldtwee jaar), maar niet vijf, tien of dertig jaar. Deze tijd heeft de wetgevernodig om de meeste geschikte beleidskeuzes te onderzoeken en te maken,inclusief de weging van politieke wensen en de budgettaire en uitvoe-ringsgevolgen. Vervolgens kan via een zorgvuldig voorbereid voorstel totwijziging van wetgeving het benodigde wetgevingstraject worden gestart.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128415 Het kabinet is er voorstander van om de schending van het discriminatie-verbod te repareren door middel van het alleen toekennen van de AK bijinkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking.9 Het kabinet is dan ookgeen voorstander om een regeling voort te zetten die soms begunstigenduitpakt in situaties die niet aansluiten bij de huidige doelstelling van deAK. Mede gelet op het feit dat een aanpassing gevolgen heeft voor eenkwetsbare groep, heeft het kabinet deze keuze niet lichtvaardig genomenen verschillende alternatieven overwogen.Het kabinet houdt dus rekening met de groep mensen die geraakt wordenmet deze maatregel. Het kabinet vindt het van belang dat de groepuitkeringsgerechtigden die met een forse inkomensdaling geconfronteerdkunnen worden, tijdig wordt geïnformeerd zodat ze zich hier eventueel opkunnen voorbereiden. Dit wordt gerealiseerd door middel van eenovergangsperiode. Een overgangsperiode die reeds benodigd is om doormiddel van een zorgvuldig voorbereid wetgevingstraject tot een veran-dering van wet- en regelgeving te komen (zie hiervoor). Daarnaast is erook tijd nodig om softwareontwikkelaars en werkgevers de benodigderuimte te geven om te anticiperen om deze aanpassing. Softwareontwik-kelaars hebben aangegeven dat deze aanpassing kan worden ingevoerdper 2027.In hoeverre zien de bewindslieden mogelijkheden om het afschaffen vande samenvoegbepaling later te laten plaatsvinden en gepaard te latengaan met de al voorgenomen hervorming van het belasting- en toeslagen-stelsel, zodat de genoemde inkomensachteruitgang niet plaatsvindt ofveel kleiner is?Het kabinet is het eens met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie datde afschaffing van de samenvoegbepaling idealiter samenloopt met eenhervorming van het belasting- en toeslagenstelsel, maar acht dit niethaalbaar. Dit komt omdat de voorgenomen hervorming van het belasting-en toeslagenstelsel hoogstwaarschijnlijk te lang duurt om de geconsta-teerde discriminatie bij de door de PvdA-GL-voorgestelde koppeling metde hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel tijdig weg te nemen.Daarnaast vragen deze leden of het klopt dat het voorstel van het kabinetis om de samenvoegbepaling ook in 2026 nog te behouden voor nieuwegevallen, waardoor de groep met een grote inkomensdaling in 2027 groterwordt. Vindt het kabinet dit wenselijk?Het klopt dat er in 2025 en 2026 nieuwe gevallen kunnen ontstaan en datdeze mogelijk met een inkomensdaling in 2027 worden geconfronteerd.Tegenover de nieuwe gevallen staat dat er ook mensen zullen zijn voorwie die samenvoegbepaling in 2025 wel wordt toegepast, maar in 2026niet meer. De groep kan dus zowel nog groter als kleiner worden. Hetkabinet heeft ook een onderscheid tussen nieuwe en bestaandegebruikers overwogen, maar in 2026 is het nog niet in alle loonaangifte-software mogelijk om de arbeidsongeschiktheidsuitkering apart van hetloon te verwerken.Hoe gaat het kabinet mensen hier adequaat over informeren? Ook deleden van de fractie van NSC vragen hiernaar. Zijn er ook mogelijkhedenvanuit de Rijksoverheid om deze groep zo goed mogelijk te begeleidennaar de daling van hun netto inkomen vanaf 2027? Ook de leden van BBBvragen hoe het kabinet ervoor zorgt dat deze 11.000 mensen op tijd enduidelijk geïnformeerd worden? Komt er begeleiding voor mensen diemet een forse inkomensdaling te maken krijgen?9Uitzonderingen daargelaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128416 Het kabinet realiseert zich goed dat de wijziging grote financiële gevolgenkan hebben voor mensen die op het moment van de wijziging AKontvangen over hun uitkering. Het kabinet vindt het daarom belangrijk datuitkeringsgerechtigden die door het besluit worden geraakt tijdig teinformeren, zodat zij niet op de korte termijn met een inkomensdaling temaken krijgen en zij nog ruimte hebben om zich hierop voor te bereiden.Dat zal niet in alle gevallen goed mogelijk zijn. Voor welke uitkeringsge-rechtigden UWV een werkgeversbetaling doet is bekend. Niet iedereen diede uitkering krijgt uitbetaald door de werkgever, krijgt echter te makenmet de aanpassing van de samenvoegbepaling. Daarvoor is het vanbelang of er in dezelfde periode naast de uitkering wordt gewerkt. Hier zijngeen volledige gegevens over beschikbaar. Daarnaast gaat de aanpassingvanaf 2027 in. Dat houdt in dat de groep die nu een werkgeversbetalingontvangt, waarschijnlijk niet volledig aansluit met de groep die in 2027een werkgeversbetaling heeft en op dat moment geraakt wordt door deaanpassing. Het is zodoende een uitdaging om de groep uitkeringsgerech-tigden die door dit besluit wordt geraakt te informeren. Het kabinet is ingesprek met betrokken partijen om te kijken welke manieren er zijn omdeze groep zo goed als mogelijk in beeld te brengen en zo snel mogelijk teinformeren.Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen over hetrechtsherstel voor de groep WIA-uitkeringsgerechtigden die niet onder desamenvoegbepaling valt en dus jarenlang gediscrimineerd is, omdat zijgeen recht hadden op AK over hun volledige inkomen, terwijl anderen ineen vergelijkbare situatie dat wel hadden. Deze leden vragen hoe grootdeze groep is en of het kabinet van plan is om deze groep enige vorm vanrechtsherstel te bieden. Op welke manier wordt deze groep gecompen-seerd voor het feit dat zij lange tijd niet gelijk behandeld zijn? Ook deleden van de fractie van SGP vragen hiernaar.Uit het jaarverslag van UWV blijkt dat er in 2024 ruim 140.000 personenwerkten naast hun arbeidsongeschiktheidsuitkering.10 De 11.000 personendie gebruikmaken van de samenvoegbepaling, zijn onderdeel van dezegroep. Dat zou dus betekenen dat er nog ongeveer 130.000 personen zijndie niet onder de samenvoegbepaling vallen, maar wel werken naast deuitkering.Het kabinet kiest ervoor om deze groep mensen niet te compenseren. DeAK is in principe niet van toepassing over socialezekerheidsuitkeringen.Dit is niet in lijn is met het doel van de AK om (meer) werken te stimu-leren. Het kabinet kiest er daarom niet voor om deze groep met terugwer-kende kracht recht op AK te geven. Dit volgt ook niet uit de uitspraak vande Hoge Raad.Klopt het dat uitkeringsgerechtigden in het verleden verkeerd zijnvoorgelicht over het verschil tussen uitbetaling van hun uitkering via hunwerkgever en uitbetaling via UWV?Ons zijn geen signalen bekend dat uitkeringsgerechtigden in het verledenverkeerd zijn voorgelicht.10Totaal aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een dienstverband oppeildatum ultimo september 2024. Personen die enkel op een eerder of later moment in hetjaar een dienstverband hadden naast hun arbeidsongeschiktheidsuitkering zijn nietopgenomen in dit cijfer. De 140.000 vormt dus een ondergrens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128417 Door de systematiek van de AK (met een opbouw- en afbouwtraject) is hetvoor iedereen anders of het netto-inkomen door een werkgeversbetalinghoger of lager uitvalt. Hierdoor is het niet mogelijk om eenduidig tecommuniceren over het effect van een werkgeversbetaling op hetnetto-inkomen. De Belastingdienst geeft wel in algemene zin voorlichting.De Belastingdienst geeft bijvoorbeeld voorlichting aan inhoudingsplich-tigen over de fiscale verwerking van werkgeversbetalingen in deloonadministratie. Dat gebeurt via het Handboek Loonheffingen enNieuwsbrieven Loonheffingen.Verder geldt dat een werkgeversbetaling zich tussen werkgever enwerknemer afspeelt. De werkgever is verantwoordelijk voor de verdereverwerking van de UWV-uitkering (ontvangen via de werkgeversbetaling)en het eigen loon alsmede de toepassing van AK.Hoe kijkt het kabinet naar mogelijke claims vanuit deze groep?De Hoge Raad heeft in feite met deze uitspraak een verzoek om een claimin behandeling genomen. Daarbij constateerde de Hoge Raad dat in strijdmet het discriminatieverbod wordt gehandeld, maar koos ervoorvooralsnog geen rechtsherstel te bieden. Het kabinet heeft opvolgendbesloten de discriminatie op te heffen door de ongelijke behandeling per2027 weg te nemen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief«Kabinetsreactie uitspraak Hoge Raad over reikwijdte AK». Deze ledenhebben nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen dat een werkende recht heeft op AKover het arbeidsinkomen. Een belangrijk doel van deze AK is namelijk dat(meer) werken lonend is ten opzichte van een uitkering. Is het kabinet hetmet de leden van de VVD-fractie eens dat het toekennen van AK op eensocialezekerheidsuitkering niet overeenkomt met het doel dat werkenlonend moet zijn ten opzichte van een uitkering?Het kabinet deelt de mening dat het toekennen van de AK over eensocialezekerheidsuitkering niet bijdraagt aan het stimuleren van arbeids-participatie. De AK ondersteunt juist de beslissing om werk te zoekenvanuit een uitkeringssituatie. Daarom kiest het kabinet ervoor om desamenvoegbepaling zodanig aan te passen dat er geen AK meertoegepast mag worden over een socialezekerheidsuitkering die doorwerkgevers wordt doorbetaald, uitzonderingen daargelaten.Tegelijkertijd blijkt uit de evaluatie van de heffingskortingen en tarief-structuur ook dat de keerzijde van de in de afgelopen jaren verhoogde AKis, dat werkenden die (deels) arbeidsongeschikt of werkloos worden, temaken krijgen met een forse inkomensdaling. Het gaat namelijk nietalleen om de inkomensdaling die gepaard gaat met het ontvangen vaneen uitkering die lager is dan het voormalige inkomen uit tegenwoordigearbeid, maar ook om het verlies van de korting op de te betalen belasting(AK).De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet de samenloop vanuitkering, heffingskortingen (zoals de AK) en toeslagen verkent. Hoe is indeze verkenning het uitgangspunt dat werken moet lonen en meer werkenmoet meer lonen verankerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128418 Het uitgangspunt dat werken meer moet lonen, is opgenomen in detaakopdracht van deze hervorming.11 Het is daarmee een van de na testreven doelen van een hervorming. Door de val van het kabinet isonzeker hoe het vervolg van de verkenning eruit zal zien.De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de historie envormgeving van de arbeidskorting en de uitspraak van de Hoge Raad datde samenvoegbepaling een middel is om werkgevers te helpen hunadministratieve last te beperken. Is er een effect, en zo ja, in welke mate,op de administratieve last voor werkgevers als de samenvoegbepalingwordt aangepast? Ziet het kabinet kansen om de administratieve lastverder te beperken?Werkgevers zullen, na aanpassing van de samenvoegbepaling, geconfron-teerd worden met een extra administratieve handeling bij een werkge-versbetaling. Dat komt doordat zij het inkomen van werknemers die eenuitkering via de werkgever ontvangen, in de salarisadministratie zodanigmoeten uitsplitsen dat alleen over het loon uit tegenwoordige dienstbe-trekking AK wordt toegepast. Softwareontwikkelaars hebben aangegevendat ze deze aanpassing kunnen invoeren per 2027. Bijkomend gevolg isdat de uitgestelde inwerkingtreding werkgevers de ruimte geeft om zichhierop voor te bereiden en de administratieve lasten meer behapbaar tehouden.De leden van de VVD-fractie lezen ook dat sommige werkgevers vanbelanghebbende de uitkering niet van UWV wilden ontvangen omvervolgens door te betalen aan de belanghebbende waardoor dewerknemer geen arbeidskorting ontving. Welke keuzemogelijkhedenhadden de werkgevers op het gebied van het wel of niet zelf uitkeren?De hoofdregel is dat UWV de uitkering rechtstreeks betaalt aan deuitkeringsgerechtigde. De uitkeringsgerechtigde kan diens werkgevermachtigen om de uitkering van UWV via de werkgever te ontvangen. Ditbrengt een administratieve last mee voor werkgevers, daarom zijn zij nietverplicht om hieraan mee te werken. Werkgevers kunnen daarominstemmen om wel of niet te fungeren als tussenpersoon bij het uitbe-talen van een uitkering als de werknemer dat wenst. Het gevolg van hetuitbetalen van een uitkering via de werkgever, is dat de werkgever bij hetinhouden en afdragen van de verschuldigde loonheffing over beideinkomenscomponenten al rekening kan houden met de progressie in hetbelastingstelsel. Dat heeft als gevolg dat minder vaak een teruggaaf ofbijbetaling plaatsvindt zodra een werknemer diens aanslag inkomstenbe-lasting ontvangt.Welke bezwaren konden deze werkgevers hebben tegen het zelfontvangen van UWV en daarna zelf uitkeren aan de werknemer?Het doorbetalen van de uitkering vergt een extra administratieve last vande werkgever ten opzichte van de situatie waarin een werkgever dit nietdoet. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de werkgever niet over eensoftwarepakket beschikt die het juist verwerken van een werkgeversbe-taling op dit moment goed mogelijk maakt.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Hoge Raad stelt dat hetuitbreiden van de reikwijdte van de arbeidskorting tot alleWGA-uitkeringen zou leiden tot een moeilijk te rechtvaardigen verschil inbehandeling ten opzichte van andere uitkeringen. Is het kabinet het met11Kamerstuk 32 140, nr. 211Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128419 de leden van de VVD-fractie eens dat er ten alle zeerste voorkomen moetworden dat er nieuwe spanning met het gelijkheidsbeginsel ontstaat?Het kabinet wil niet dat wet- en regelgeving in strijd is met het verdrags-rechtelijke discriminatieverbod. Gezien dit in casu is geconstateerd doorde Hoge Raad, heeft het kabinet aangekondigd de strijd met dit verbod teheffen via een aanpassing van de samenvoegbepaling. Een belangrijkuitgangspunt bij het opheffen van deze discriminatie was dat er nietopnieuw in strijd met het discriminatieverbod wordt gehandeld. Door deaanpassing van de samenvoegbepaling wordt de door de Hoge Raadgeconstateerde strijd met het discriminatieverbod opgeheven.Welke stappen worden er ondernomen om de kans tot een nieuwespanning met het gelijkheidsbeginsel te voorkomen?Het kabinet heeft aangekondigd de samenvoegbepaling zodanig aan tepassen dat de AK niet meer mag worden toegepast over een socialezeker-heidsuitkering.12 Deze aanpassing ziet niet alleen op arbeidsongeschikt-heidsuitkeringen, maar op alle socialezekerheidsuitkeringen die via eenwerkgever kunnen worden doorbetaald. Hiermee wordt geen onderscheidmeer gemaakt tussen gelijke gevallen. Hierdoor wordt de geconstateerdeongelijke behandeling opgeheven zonder dat er een nieuwe spanningontstaat met het discriminatieverbod.Zijn er nog andere bepalingen in fiscale- en/of sociale zekerheidswet-geving die op gespannen voet staan met het gelijkheidsbeginsel?Als het kabinet een duidelijk signaal ontvangt dat onderdelen van fiscale-en/of socialezekerheidswetgeving in strijd zijn met het discriminatie-verbod, wordt deze discriminatie opgeheven. Op dit moment zijn geenandere signalen bekend dat hiervan sprake is.Zijn er lopende zaken bekend waarbij de juridische houdbaarheid van dearbeidskorting ter discussie wordt gesteld?Er zijn op dit moment geen lopende zaken bij mij bekend waarin dejuridische houdbaarheid van de AK ter discussie wordt gesteld. De HogeRaad heeft op 20 december jl. conform vaste jurisprudentie geoordeelddat, ten aanzien van de verhoging van de AK per 2016, de keuze van dewetgever om via de AK de arbeidsparticipatie te verhogen past binnen dezeer ruime beoordelingsmarge die de wetgever heeft.Is, dan wel wordt, door het kabinet – als procespartij – de suggestiegedaan voor het stellen van prejudiciële vragen in lopende procedures?In het verleden is de juridische houdbaarheid van de AK verscheidenekeren aan de orde geweest in procedures. Gezien verschillende zaken bijde Hoge Raad aan de orde zijn geweest, is er geen aanleiding voor hetstellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. In voorgaande zaken bijde Hoge Raad is, gezien duidelijke jurisprudentie uit het verleden en hetontbreken van een Europeesrechtelijke vraagstuk, niet gesuggereerdprejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EuropeseUnie.De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van het overgangsrecht dateen iets ruimer tijdsbestek wordt aangehouden om de aanpassing teimplementeren en dat er rekening gehouden kan worden met uitzonde-ringen. Het is goed dat werkgevers meer ruimte krijgen om deze extra12Behalve als hier expliciet een wettelijke uitzondering voor bestaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128420 administratieve handeling uit te voeren. Om welke extra administratievehandelingen voor werkgevers gaat het?Een aanpassing van de samenvoegbepaling vergt een extra administra-tieve handeling van werkgevers. Een werkgever zal het inkomen vanwerknemers die een uitkering via de werkgever ontvangen, in desalarisadministratie zodanig moeten splitsen dat alleen over het loon uittegenwoordige dienstbetrekking AK wordt toegepast. Softwareontwikke-laars hebben tot 2027 de tijd nodig om de benodigde aanpassingen doorte voeren in de loonaangifte(gerelateerde) software. Deze uitgesteldeinwerkingtreding geeft werkgevers ook de ruimte om zich hierop aan tepassen.Wordt de aanpassing van de samenvoegbepaling onderdeel van hetpakket Belastingplan 2026?De samenvoegbepaling is opgenomen in een ministeriële regeling: deUitvoeringsregeling loonbelasting 2011. De aanpassing hiervan kandaardoor geen onderdeel zijn van het pakket Belastingplan 2026, maarwordt meegenomen in een (verzamel)wijzing van een ministeriëleregeling die per 2027 in werking treedt.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op de uitspraak van de Hoge Raad over de reikwijdte van de AK.Deze leden hebben hierover nog een aantal vragen.De leden van de NSC-fractie delen de constatering van hat kabinet dat deuitspraak laat zien dat het goed is om meer fundamenteel stil te staan bijde AK. Deze leden zijn positief dat het kabinet de samenloop vanuitkering, heffingskortingen (zoals de AK) en toeslagen verkent. Dezeleden vragen het kabinet of hij een tijdspad kan schetsten van beoogdevereenvoudiging van de inkomensondersteuning en de herziening van hetbelastingen- en toeslagenstelsel.De taakopdracht van de hervorming heeft uw Kamer in oktober 2024ontvangen. Het streven is om voor de zomer van 2025 een inhoudelijkebrief te sturen. Deze brief was bedoeld als het startpunt voor eenparlementaire dialoog. Door de val van het kabinet is onzeker hoe hetvervolg eruit zal zien. De brief kan in ieder geval de verkiezingspro-gramma’s en formatie informeren.Op welke manier kan het rekenmodel TaxSolver een rol spelen bij detotstandkoming van een nieuw belastingen- en toeslagenstelsel? Wanneerwordt de testfase van TaxSolver afgerond?TaxSolver is een kwantitatief optimalisatiemodel. Aan de hand vanrandvoorwaarden en wensen (bijvoorbeeld ten aanzien van budgettairederving of opbrengst, inkomenseffecten en de marginale druk) berekentTaxSolver of er een haalbare variant is binnen deze randvoorwaarden, enindien dit het geval is vervolgens binnen die randvoorwaarden te rekenennaar een zo eenvoudig mogelijk stelsel. De TaxSolver is daarmee eentechnisch hulpmiddel. Er zal altijd behoefte blijven aan een politiekeafweging tussen verschillende waarden. Daarbij zitten ook waarden diemoeilijk te kwantificeren zijn zoals begrijpelijkheid of foutgevoeligheid. DeTaxSolver is nog in ontwikkeling. Het streven is de testfase deze zomer afte ronden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128421 De leden van de NSC-fractie lezen dat de maximale arbeidskorting sinds2001 is gestegen van 920 euro naar 5.599 euro in 2025, en dat daarnaastook de vormgeving over de jaren is gewijzigd. Deze leden vragen hetkabinet of de eerdere vormgeving van de arbeidskorting aanknopings-punten biedt in de herziening van de samenloop van uitkering, heffings-kortingen en toeslagen?Bij het uitwerken van producten in het kader van het hervormingstrajectwordt gewerkt op basis van bestaand materiaal. Het gaat dan ombestaande rapporten, evaluaties en bijvoorbeeld fiches. De vormgevingvan de AK is door de jaren heen inderdaad gewijzigd. Zo was er niet altijdsprake van een afbouwtraject, en lag het maximale bedrag een stuk lager.In verschillende fiches die zijn uitgewerkt, is sprake van een vereenvou-digde AK (bijvoorbeeld in de fichebundel bij de Bouwstenen voor eenbeter belastingstelsel). Als de leden van de NSC-fractie daarop doelen,dan kan de eerdere vormgeving inderdaad inspiratie bieden.De leden van de NSC-fractie lezen dat de samenvoegbepaling al decen-nialang bestaat. De Hoge Raad heeft in de aangespannen zaak geoordeelddat er sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Dezeleden vragen het kabinet om te bevestigen dat er dus decennialang sprakeis geweest van ongelijke behandeling van gelijke gevallen? Mocht dit zozijn, kan het kabinet dan ingaan op hoe deze ongelijke behandeling zolang onopgemerkt is gebleven?De samenvoegbepaling bestaat al decennia, maar de AK bestaat sinds2001. Bij de invoering van de AK in 2001 is in de memorie van toelichtingop het wetsvoorstel naast een compensatie voor de gemaakte arbeids-kosten nog een tweede doel opgenomen, namelijk het bevorderen van dearbeidsparticipatie. De AK heeft sindsdien twee doelstellingen: gemaaktearbeidskosten op forfaitaire wijze in aftrek brengen en bevorderen van dearbeidsparticipatie. In de loop der tijd is met verschillende wijzigingen inde AK de focus steeds meer komen te liggen op het bevorderen van dearbeidsparticipatie. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de afbouw van de AKtot nihil, zoals geldt sinds 2016. Immers, werkenden met een hogerinkomen, die door de afbouw van de AK minder of geen AK ontvangen,hebben niet per definitie minder arbeidskosten. De maximale AK is sinds2001 gestegen van 920 euro naar 5.599 euro in 2025. Daarnaast is ook devormgeving over de jaren gewijzigd. Zo kende de AK in 2001 een anderopbouwtraject en geen afbouwtraject. De AK heeft momenteel een sterkereffect op het verschil in netto inkomen tussen uitkeringsgerechtigden enwerkenden, dan bij de invoering hiervan in 2001. Dit komt doordat de AKde afgelopen jaren flink is verhoogd. Gevolg is dat bij mensen die geenAK over hun uitkering ontvangen, een steeds groter wordend en voelbaarverschil in belastingdruk is ontstaan ten opzichte van werkenden enuitkeringsgerechtigden die wel AK ontvangen over hun loon en eventueleuitkering.De leden van de NSC-fractie maken uit de brief op dat het beperken vande reikwijdte van de arbeidskorting een financieel gevolg heeft voor11.000 mensen. De verwachting is daarbij dat gemiddeld gezien bij degroep van circa 11.000 mensen er sprake zal zijn van een daling van hetnetto inkomen van 3.000 euro per jaar. Deze leden vragen het kabinet hoede geschatte gemiddelde inkomensdaling van 3.000 euro zich verhoudt tothet besteedbaar inkomen van de betrokken groep (bijvoorbeeld alspercentage van het netto-inkomen)?Hier is geen algemeen antwoord op te geven. Het besteedbaar inkomenvan de 11.000 mensen die met het beperken van de reikwijdte van de AKte maken krijgen is niet goed in kaart te brengen en is daarnaast niet voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128422 iedereen gelijk. Het besteedbaar inkomen hangt onder andere ook af vande huishoudsituatie, het hebben van kinderen, en het wonen in een huurof koopwoning. Deze gegevens zijn echter niet bekend.Ter illustratie zetten we daarom het gemiddeld inkomensverlies af tegenhet besteedbaar inkomen in enkele voorbeeldsituaties. Een verlies van3.000 euro voor een alleenstaande met een inkomen ter hoogte van hetWML en recht op AK komt neer op een afname van ruim 12% van hetbesteedbaar inkomen. Heeft deze persoon een partner met eveneensinkomen op het minimumloon, dan is een verlies van 3.000 euro gelijk aanruim 6% van het besteedbaar inkomen. Voor een alleenstaande met eenmodaal inkomen en recht op AK komt een verlies van 3.000 euro neer opbijna 9% van het besteedbaar inkomen. Voor huishoudens met tweepartners met een modaal inkomen komt een verlies van 3.000 euro neerop circa 4% van het besteedbaar inkomen.Welke mogelijkheden zijn er voor deze groep om dit verlies aan nettoinkomen door middel van andere regelingen te dempen?Met het aanpassen van de samenvoegbepaling en daarmee de reikwijdtevan de AK komt het inkomen van de 11.000 mensen die met dezewijziging te maken krijgen meer in lijn te liggen met andere mensen meteen socialezekerheidsuitkering, die geen AK over hun uitkeringontvangen. Voor de allerlaagste inkomens geldt in algemene zin dat deToeslagenwet en Participatiewet een vangnet bieden, indien het inkomenonder het sociaal minimum terecht komt.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op de uitspraak van de Hoge Raad over de reikwijdte van dearbeidskorting.De Hoge Raad oordeelde op 15 november 2024 dat het verschil inbehandeling tussen uitkeringsgerechtigden die hun uitkering via UWVontvangen en zij die deze via de werkgever krijgen (en daardoor arbeids-korting ontvangen), discriminatie is en in strijd met mensenrechtenver-dragen.Deze leden begrijpen de keuze van het kabinet om de reikwijdte van dekorting te beperken en daarmee de fiscale behandeling voor arbeidsonge-schikten meer gelijk te maken. Deze leden hebben enkele vragen metbetrekking tot de verdere handelwijze.Het gaat daarbij om de volgende vragen: Wat is het budgettaire effect vandeze maatregel?Het aanpassen van de samenvoegbepaling leidt tot extra belastingin-komsten van 34 miljoen euro in 2027. De structurele opbrengst is met32 miljoen iets lager, doordat per 2035 de IACK wordt afgeschaft.Hoe wordt de groep van 11.000 uitkeringsgerechtigden waarover het gaatverder uitgesplitst?Er zijn geen gegevens beschikbaar over de spreiding van de inkomens-daling en de inkomensopbouw, omdat de groep mensen waarvoor desamenvoegbepaling wordt toegepast niet uit de data kan wordengefilterd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128423 Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van het arrest van de Hoge Raad over de reikwijdte van dearbeidskorting en de Kamerbrief daarover. Deze leden onderschrijven destelling van het kabinet dat het goed is om meer fundamenteel stil testaan bij de arbeidskorting. Deelt het kabinet de uitspraak van Staatssecre-taris Van Rij bij het Belastingplan 2023 dat «we tegen de grenzen van dearbeidskorting zijn aangelopen», gelet op het steeds hogere bedrag vande maximale korting? Overweegt het kabinet dit te verlagen, juist ook omhet onuitlegbare verschil tussen een- en tweeverdieners en werkenden enarbeidsongeschikten te dichten?Het kabinet ziet inderdaad dat de AK de afgelopen jaren sterk is verhoogd.Voor het jaar 2025 is de AK in ieder geval niet beleidsmatig verhoogd. Ditzorgt ervoor dat het verschil waar de leden van de fractie van deChristenUnie het over hebben, in ieder geval niet verder is toegenomen.Het volledig anders vormgeven van de AK vergt een fundamenteleaanpassing van de AK. Een dergelijke aanpassing kost meer tijd en kanook aanzienlijke budgettaire gevolgen hebben. In de verkenning naar deherziening van het belasting- en toeslagenstelsel wordt hier dieper opingegaan. Door de val van het kabinet is onzeker hoe het vervolg van deverkenning eruit zal zien.Ziet het kabinet ook dat de problematiek uit het onderhavige arrest er nietzou zijn geweest als de arbeidskorting niet zover was opgepompt?Zoals ook in antwoord op de vragen van de leden van de fractie van deVVD is geschreven, is de keerzijde van de verhoging van de AK in deafgelopen jaren dat werkenden die arbeidsongeschikt of werkloosworden, te maken krijgen met een forse inkomensdaling, waar het verliesvan de korting op de te betalen belasting, onderdeel van is. Bij een lagereAK zou het verlies van de korting op de te betalen belasting minder zijn,waardoor de daling in het netto-inkomen lager zou zijn als sprake is vanwerkloosheid of arbeidsongeschiktheid.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggendekabinetsreactie. Deze leden hebben daarover enkele vragen.De leden van de SGP-fractie zijn van mening dat de arbeidskorting eenfundamentele herziening nodig heeft. Naast de discriminerende gevolgenwaarover de uitspraak van de Hoge Raad gaat, volgt uit de EvaluatieHeffingskortingen en Tariefstructuur dat de arbeidskorting beperktdoeltreffend is voor het stimuleren van arbeidsaanbod. Ook heeft degestegen arbeidskorting mede gezorgd voor de grote belastingklooftussen eenverdieners en tweeverdieners. Deelt het kabinet de mening datde arbeidskorting herzien moet worden? Aan welke varianten wordtgedacht? Hoe kijkt het kabinet aan tegen een (forse) verlaging van dearbeidskorting in combinatie met een verlaging van de tarieven? Welkelessen trekt het kabinet uit deze casus voor de herziening van hetbelastingstelsel? Kan het kabinet toezeggen dat hij bij deze herzieningexpliciet aandacht zal besteden aan dit soort mogelijke negatieve effectenvan heffingskortingen en de verschillen die de verhoging van dezekortingen veroorzaakt tussen groepen?Het kabinet is van mening dat het belasting- en toeslagenstelsel aanhervorming toe is. Daarom heeft het, zoals opgenomen in het hoofdlijnen-akkoord, een traject opgestart om toe te werken naar een dergelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128424 hervorming. Een hervorming kan groot en allesomvattend zijn, maar ookmet kleine stapjes gebeuren. De AK is in ieder geval onderdeel van devarianten. Uw Kamer ontvangt hierover voor het zomerreces van 2025 eenbrief. Deze brief was bedoeld als het startpunt voor een parlementairedialoog. Door de val van het kabinet is onzeker hoe het vervolg eruit zalzien. De brief kan in ieder geval de verkiezingsprogramma’s en formatieinformeren.De leden van de SGP-fractie hebben de afgelopen jaren al diverse malenaandacht gevraagd voor de nadelige effecten van het verhogen van dearbeidskorting. De verschillen tussen groepen worden hierdoor enormvergroot, terwijl de effecten op bijvoorbeeld arbeidsparticipatie steedsgeringer worden. Onderzoeken tonen zelfs aan dat de grenzen van hetverhogen van de korting bereikt zijn. Vooral de verschillende uitwerkingenop de diverse groepen kunnen leiden tot een schending van het discrimi-natieverbod of tot strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel. Kan het kabinetreflecteren op de juridische houdbaarheid van de hoge arbeidskorting?Waarop baseert het kabinet de bewering dat ook de meer recenteverhogingen juridisch houdbaar zijn?Schending van het discriminatieverbod houdt in dat sprake is van eenongelijke behandeling van gelijke gevallen, zonder dat daarvoor eenobjectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Op fiscaal gebied heeft dewetgever in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid bij hetbeantwoorden van de vraag of gevallen als gelijk moeten wordenbeschouwd en als dit zo is, of een objectieve en redelijke rechtvaardigingbestaat om die gevallen toch verschillend te behandelen. Het oordeel vande wetgever dient op dit punt te worden geëerbiedigd, tenzij dat vanredelijke grond ontbloot is.13Het kabinet is van mening dat het stimuleren van arbeidsparticipatie eengerechtvaardigde doelstelling is. Het onderscheid dat ontstaat tussenwerkenden en niet-werkenden door de AK alleen toe te kennen over hetarbeidsinkomen van werkenden sluit hierbij aan. Het kabinet merkt wel opdat dit verschil, door de stijging van de AK, steeds groter is geworden.De leden van de SGP-fractie danken het kabinet voor de tabel waarin debruto- en netto-inkomens vermeld staan, met of zonder toepassing van dearbeidskorting. Deze leden constateren dat de voorbeelden slaan opsituaties waarin het inkomen door één persoon verdiend wordt, zondertoepassing van de IACK. Kan het kabinet eenzelfde som maken voor desituatie waarin de werknemers niet de volledige 28.713 euro respectie-velijk 46.500 euro zelf verdienen, maar dat twee partners in eenhuishouden beide de helft van deze bedragen verdienen, en er rechtbestaat op de IACK? Wat is in dat geval (beide partners verdienen de helftvan het huishoudinkomen) de totale belasting die de partners samenmoeten afdragen?De gevraagde voorbeelden zijn opgenomen in Tabellen 2.1 en 2.2. Hierbijis aangenomen dat beide partners arbeidsongeschikt raken. Er is rekeninggehouden met een aanvulling op de uitkering vanuit de Toeslagenwet,vanwege het feit dat het huishouden een kind van jonger dan twaalf jaarheeft. In dat geval wordt het inkomen aangevuld tot maximaal hetbrutominimumloon. De aanvulling wordt uitgekeerd aan één van de tweepartners. Het totale inkomen van het huishouden met minimumloon ishoger in de situatie met uitkering én toepassing van de AK dan in desituatie waarin beide partners werken. Dit komt doordat in de situatie metuitkeringen geen pensioenpremie afgedragen wordt.13Vgl. Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:917, r.o. 4.1 en 4.2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128425 Tabel 2.1 – voorbeeldberekening voor tweeverdiener met minimumloon en een kind jonger dan twaalf jaarwerknemerWIA-uitkering (geen AK)WIA-uitkering (wel AK)partner 1partner 2partner 1partner 2partner 1partner 2bruto loon/uitkering14.35714.35718.66310.05018.66310.050– pensioenpremie– 339– 339– belastingen– 5.021– 5.021– 6.685– 3.600– 6.685– 3.600+ AHK3.0683.0683.0683.0683.0683.068+ Arbeidskorting1.5351.5352.930809+ ACK9010Totaal te betalen belastingen0– 418– 3.617– 532– 6870Netto inkomen14.01813.60015.0469.51817.97610.050Netto inkomen (huishouden)27.61724.56428.026Vervangingsratio89%101% Tabel 2.2 – voorbeeldberekening voor tweeverdiener met modaal inkomen en een kind jonger dan twaalf jaarwerknemerWIA-uitkering (geen AK)WIA-uitkering (wel AK)partner 1partner 2partner 1partner 2partner 1partner 2bruto loon/uitkering23.25023.25016.27516.27516.27516.275– pensioenpremie– 551– 551– belastingen– 8.131– 8.131– 5.830– 5.830– 5.830– 5.830+ AHK3.0683.0683.0683.0683.0683.068+ Arbeidskorting4.1424.1422.2132.213+ IACK1.8951.160Totaal te betalen belastingen0– 921– 2.762– 2.7620– 549Netto inkomen22.69921.77813.51313.51316.27515.726Netto inkomen (huishouden)44.47727.02632.001Vervangingsratio61%72% De leden van de SGP-fractie constateren op het punt van het inperken vande reikwijdte van de arbeidskorting en het aanpassen van de samenvoeg-bepaling dat ervoor gekozen is om de samenvoegbepaling aan te passen,waardoor ongeveer 11.000 uitkeringsgerechtigden geen recht meerkrijgen op de arbeidskorting. Dit heeft grote financiële gevolgen voor dezegroep. Dit wringt des temeer nu dit om een kwetsbare groep gaat,bijvoorbeeld om arbeidsongeschikten. Op welke manier heeft het kabinetdeze kwetsbare positie meegewogen in het maken van de keuze om desamenvoegbepaling aan te passen?Het kabinet wil de ongelijke behandeling opheffen. De afgelopen tijd isdaarom ook verkend welke mogelijkheden er zijn om de ongelijkheid opkorte termijn weg te nemen. Bij deze verkenning heeft het kabinet deeffecten voor werkenden die nu profijt hebben van de samenvoegbe-paling meegewogen. Het kabinet beseft dat het uiteindelijke besluit – desamenvoegbepaling per 1 januari 2027 aanpassen – een forse verlagingvan het netto-inkomen kan betekenen. Dit besluit is niet lichtvaardiggenomen. Het kabinet heeft ook gezocht naar manieren om dat teverzachten. Zo is er gezocht naar manieren om de soms forse inkomens-daling te beperken en geleidelijker te laten verlopen. Er is voor gekozenom de aanpassing pas vanaf 2027 in te laten gaan, omdat per die datumde loonaangifte(gerelateerde) software deze aanpassing kan verwerkenzoals nader toegelicht in de beantwoording van de vragen van de ledenvan de GL/PvdA fractie. Dat zorgt er daarnaast voor dat mensen meer tijdhebben om zich, indien mogelijk, voor te bereiden op de inkomensdalingwaarmee ze vanaf 2027 te maken krijgen.Er zijn geen andere oplossingen gevonden waar nog meer rekeninggehouden kan worden met de grote inkomensgevolgen zonder dat ernieuwe spanningen met het discriminatieverbod worden veroorzaakt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128426 bestaande schending van het discriminatieverbod in stand wordtgehouden en die ook uitvoerbaar zijn.Is ook overwogen de arbeidskorting op korte termijn af te schaffen of forste verlagen met als doel het discriminerende effect te elimineren, enwaarom is hiervoor niet gekozen?Het kabinet is van mening dat het belasting- en toeslagenstelsel aanherziening toe is, en de AK is onderdeel van de herziening.Kan het kabinet toezeggen om bij toekomstige gesprekken over dekoopkracht van deze groep alert te zijn op de effecten hiervan ensubstantiële inkomensachteruitgang als gevolg van deze keuze tevoorkomen, dan wel te repareren?In augustus wordt jaarlijks een integrale afweging gemaakt van hetkoopkrachtbeeld op dat moment en welke aanpassingen hierop wenselijkworden geacht. Hierbij wordt het inkomenseffect van eventuele beleids-wensen en maatregelen, maar ook de omstandigheden die aan het beeldhebben bijgedragen, meegewogen. Het zal daarbij overigens niet mogelijkzijn om deze groep gericht tegemoet te komen.De leden van de SGP-fractie lezen dat de aanpassing van de samenvoeg-bepaling ook gevolgen heeft op de hoogte van de inkomensafhankelijkecombinatiekorting (IACK). Klopt het dat het effect van die kortinggemiddeld 700 euro per jaar negatief is?Het gemiddelde effect van de IACK is ongeveer 150 euro per jaar in degehele groep. Het gemiddelde effect is relatief beperkt, omdat naarinschatting maar een klein deel van de groep recht heeft op IACK. Voor demensen die recht hebben op IACK zal het gemiddelde effect veel hogeruitkomen, waarbij het nadeel op kan lopen tot maximaal ongeveer3.000 euro in 2027. Het structurele effect is nihil, omdat de IACK geleidelijkwordt afgebouwd vanaf 2027.Daarnaast wijzen deze leden erop dat de uitspraak van de Hoge Raadbetrekking had op de arbeidskorting en niet op de IACK. In hoeverre kandit nog tot rechtszaken leiden? Hannah Of is de inschatting dat deverlaging van de IACK, door aanpassing van de samenvoegbepaling,juridisch houdbaar is?Het aanpassen van de samenvoegbepaling neemt ook het onderscheidweg voor zover het de IACK betreft. Gelet daarop is ook op dit punt demogelijke strijd met het discriminatieverbod opgeheven.De leden van de SGP-fractie lezen op het punt van het overgangsrecht datde aanpassing van de samenvoegbepaling pas in 2027 ingaat. In hoeverreverwacht het kabinet, ook na alle aandacht die er voor dit thema is, datmensen hun WGA-uitkering (tijdelijk) via hun werkgever laten lopen inplaats van via UWV, om zodoende nog een jaar voordeel te verkrijgendoor de arbeidskorting toegepast kan worden? Is er met dit gedragseffectrekening gehouden in de raming, en kan het kabinet dit effect toelichten?Door de systematiek van de AK (met een opbouw- en afbouwtraject) is hetuiteindelijke effect voor iedereen anders en kan het netto-inkomen dooreen werkgeversbetaling zowel hoger als lager uitvallen. Het is zodoendeniet eenduidig te stellen dat een werkgeversbetaling voordelig uitpaktvoor het netto-inkomen van de uitkeringsgerechtigde. Doordat er in demedia de nodige aandacht is geweest voor deze casus is het mogelijk datmeer uitkeringsgerechtigden die naast de uitkering werken de wensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128427 hebben om hun uitkering nog tenminste een jaar via de werkgever telaten uitbetalen. Op deze manier zouden zij nog minimaal een jaar kunnenprofiteren van de samenvoegbepaling in de huidige vormgeving. Het isgoed om hierbij op te merken dat dit niet puur een keuze is van dewerknemer. De werkgever moet hier wel aan mee willen werken. Omdatgeen sprake is van een wijziging in fiscale wetgeving is geen raminggemaakt van dit effect.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 128428

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1fc3c8dea3c15c36

14 okt 2026 · b54346e36afb5623

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.