Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2025-2029
Brontekst
Versie 6c3c0e681def9fac · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 683DierziektebeleidNr. 287 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR ENVOEDSELKWALITEIT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 april 2024Eerder heb ik uw Kamer (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 13) geïnformeerd datik in gesprek was met de sector over een nieuw convenant financieringbestrijding besmettelijke dierziekten voor de periode 2025 tot en met 2029.Hierbij informeer ik de Kamer dat deze gesprekken er toe hebben geleiddat ik met de sectoren een nieuw convenant heb kunnen sluiten. Het«Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2025–2029»heb ik bij deze brief bijgevoegd. In het convenant worden afsprakengemaakt over de verdeling van de kosten tussen de houders van dieren enoverheid voor de monitoring, crisisparaatheid en bestrijding vandierziekten, zoönosen en ziekteverwekkers. Onderdeel hiervan zijn ook dezogenoemde plafondbedragen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over dewijze van samenwerking en verantwoording.Dat het weer gelukt is om met vertegenwoordigers van de sector totafspraken te komen is uitermate waardevol voor zowel overheid,maatschappij als sectoren. In deze brief zal ik nader toelichten waarom dathet geval is. In paragraaf I ga ik eerst in op de achtergrond van hetDiergezondheidsfonds, in paragraaf II licht ik nut en noodzaak van eenconvenant nader toe en in paragraaf III zet ik de belangrijkste verschillentussen het huidige en het nieuwe convenant uiteen.I Achtergronden Diergezondheidsfonds (DGF) Een uitbraak van een besmettelijke dierziekte kan grote gevolgen hebbenvoor de betrokken houders, voor de desbetreffende sector en voor demaatschappij. De houders en de overheid hebben daarom eengezamenlijk belang bij de monitoring, crisisparaatheid en bestrijding vanbesmettelijke dierziekten, zoals mond-en-klauwzeer (MKZ), klassiekevarkenspest (KVP), Afrikaanse Varkenspest, Blauwtong en AviaireInfluenza (HPAI). Voor besmettelijke dierziekten is in Europese regelgevingbepaald voor welke ziekten lidstaten moeten monitoren en welkebestrijdingsmaatregelen zoals vervoersverboden, ruimen of vaccineren, kst-29683-287ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 2871 een lidstaat moet of kan nemen bij een uitbraak van een bepaaldedierziekte.Het risico op dierziekten is onlosmakelijk verbonden met het houden vandieren. Dat de overheid de monitoring, crisisparaatheid en bestrijding bijaangewezen besmettelijke dierziekten coördineert, betekent niet datdaarmee de houder van dieren de kosten daarvan niet meer hoeft tedragen. Na een grote uitbraak van klassieke varkenspest (KVP) eind jarennegentig is daarom het Diergezondheidsfonds ingesteld. Het Diergezond-heidsfonds geeft mede vorm aan het uitgangspunt van de Nederlandseoverheid dat de houder van dieren in eerste instantie zelf de verantwoor-delijkheid draagt voor de gezondheid van zijn dieren en de daarmeesamenhangende kosten. Via het diergezondheidsfonds dragen houdersvan (productie)dieren via een jaarlijkse heffing bij aan de kosten. Het gaatom houders van runderen, varkens, schapen, geiten en pluimvee.Houders met slechts een beperkt aantal dieren zijn vrijgesteld van dediergezondheidsheffing. Het DGF is een begrotingsfonds en kent haareigen begrotingswet die jaarlijks door de Kamer wordt goedgekeurd.De financiële bijdrage aan het Diergezondheidsfonds vanuit de LNVbegroting ziet, onder het mom «voorkomen is beter dan genezen», metname op de (basis)monitoring en crisisparaatheid. In veel gevallen draagtLNV hier financieel voor de helft aan bij. De kosten die de overheid maaktvoor de bestrijding worden in principe via de heffingen volledig gefinan-cierd door de houders van dieren. Het feit dat dierhouders bijdragen aande kosten van bestrijding versterkt ook dat sectoren zich maximaal zulleninspannen om dierziektenuitbraken te voorkomen. Wel geldt hiervoor eenwettelijk maximum: het plafondbedrag. Per sector wordt voor een periodevan 5 jaar een plafondbedrag vastgelegd. Kosten die boven het plafond-bedrag uitkomen, worden door de overheid gedragen. Indien alleuitgaven van het DGF voor een zeer grote uitbraak van een besmettelijkedierziekte zouden worden omgeslagen op de desbetreffende houders vanproductiedieren, dan zou dat ernstige schade aan de financiële soliditeiten stabiliteit, niet alleen van afzonderlijke bedrijven, maar van de helesector kunnen toebrengen. Met het plafondbedrag wordt een redelijkevenwicht bereikt tussen de bijdrage aan de kosten van de bestrijding enpreventie van dierziekten die door de houders worden betaald en kostendie door de overheid worden betaald.II Waarom een convenant Sinds 1999 worden er elke vijf jaren afspraken gemaakt tussen vertegen-woordigers van de sectoren en de Minister van LNV over de verdeling vande kosten tussen de houders van dieren en de overheid, over de plafond-bedragen en over de betrokkenheid van de sector bij de vormgeving enuitvoering van het Diergezondheidsfonds. Deze afspraken wordenvastgelegd in een convenant. Het convenant is juridisch niet noodzakelijkom het DGF te laten functioneren, maar ik hecht er wel aan. In de eersteplaats omdat dierziektepreventie en -bestrijding alleen effectief kan zijnwanneer de houders van dieren, sectoren en overheid elk hun verant-woordelijkheid nemen, goed met elkaar samenwerken en investeren incrisisparaatheid. Breed gedragen financiële afspraken vooraf zijn eenwezenlijk onderdeel van de crisisparaatheid: het voorkomt dat op hetmoment van een uitbraak het debat over de financiering nog gevoerdmoet worden en zorgt er daarmee voor dat alle partijen zich op momentvan een uitbraak kunnen focussen op de bestrijding. In de tweede plaatsvind ik het convenant van belang omdat de houders van dierengezamenlijk miljoenen bijdragen aan het Diergezondheidsfonds. Ditrechtvaardigt een goede dialoog met vertegenwoordigers over debesteding van deze middelen en de kostenverdeling. Het convenant isTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 2872 gesloten met vertegenwoordigers van de sectoren waarvoor eendiergezondheidsheffing geldt: de houders van runderen, varkens,pluimvee, schapen en geiten.III Het convenant 2025–2029 De uitgangspunten in het convenant 2020–2024 zijn voor een groot deel inhet nieuwe convenant gehandhaafd. Hieronder zijn ook afspraken over demanier waarop de sectoren worden betrokken bij het functioneren van hetDiergezondheidsfonds en is afgesproken op welke punten we samenstreven naar kostenreductie. Waarbij het van belang is niet af te doen aande hoge kwalitatieve standaard die we met elkaar hebben gerealiseerd ophet gebied van de preventie, bewaking en bestrijding van dierziekten.Maar er zijn ook een aantal substantiële wijzigingen die ik hieronder nadertoelicht.Verzoeken sectoren ter verbetering diergezondheidTot 2015 hadden de sectoren de mogelijkheid om zelf, via de product-schappen, te investeren in programma’s ten aanzien van ziekten alsAujeszky, niet-zoönotische salmonella, IBR, BVD, blauwtong, PRRS enChlamydia abortus. De instrumenten die voor de productschappen in deplaats zijn gekomen, zoals de algemeen verbindend verklaring, biedenhiervoor slechts beperkt mogelijkheden aan de sectoren. Het nieuweconvenant biedt de ruimte om dergelijke wensen op het gebied vanonderzoek, monitoring en bestrijding makkelijker via het Diergezondheids-fonds te regelen. Indien er breed draagvlak is binnen de sector en menook bereid is dat volledig te financieren via de heffingen bij de houdersvan dieren, dan ben ik het met de sectoren eens dat de overheid serieusmoet overwegen dergelijke initiatieven te faciliteren. Hiermee kan debrede diergezondheid en het dierenwelzijn verbeterd worden en dit pastook bij de ambities voor een dierwaardige veehouderij. In het convenantis afgesproken dat ik, wanneer de sectoren hiervoor verzoeken indienen,deze welwillend zal beoordelen. In de afspraken in het convenant overkostenverdeling is hiermee rekening gehouden.Monitoring en crisisparaatheidDe kostenverdeling op het gebied van monitoring en crisisparaatheid blijftgrotendeels zoals deze ook in de periode 2020–2024 was. Er zijn tweewezenlijke aanpassingen. De monitoring van Brucellose bij runderen werdvolledig gefinancierd vanuit de heffingen. Brucellose is een dierziektewaarvoor op grond van de Europese regelgeving een eradicatieplichtgeldt (zogenoemde lijst-B ziekte) en bovendien een zoönose. Afgesprokenis de financiering van de Brucellose monitoring bij runderen in dekomende jaren gelijk te gaan trekken met de financiering van demonitoring van andere lijst-B ziekten. Namelijk 50% van de kosten voor desector en 50% voor de overheid.De tweede aanpassing betreft de zogenoemde high containment unit(HCU) van Wageningen University & Research, waarin onder andereonderzoek naar, en de diagnostiek van, besmettelijke dierziekten plaats-vindt. De kosten van de HCU zijn in recente jaren toegenomen, ondermeer door hogere kosten van onderhoud en energie. Doordat de bijdragein het huidige convenant was gemaximeerd nam de relatieve bijdrage vande sector steeds verder af. Afgesproken is om de kosten hiervan 50–50 tegaan verdelen, maar met een lineair ingroeipad beginnend bij een 33%bijdrage door de sector. Wel is opnieuw een maximum afgesproken.Tevens is afgesproken de sector sterker te betrekken bij de kostenverant-woording van de HCU, de toekomst van de HCU en gezamenlijk te strevennaar beperking van de kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 2873 FlexibiliteitNiet alle scenario’s en ontwikkelingen zijn tot vijf jaar in de toekomst tevoorzien. Terwijl het convenant wel voor de periode 2025–2029 van krachtis. Dat maakt het van belang om een goede balans te vinden tussenenerzijds duidelijke afspraken vooraf, en anderzijds flexibiliteit om ook inte kunnen spelen op ontwikkelingen. Het convenant 2020–2024 vondenzowel de sectoren als ik op een aantal punten te rigide, bijvoorbeeld alshet gaat om het maken van afspraken voor onderzoek, het kunnentoevoegen van programma’s op verzoek van de sector gefinancierd vanuitde heffingen en, in zeer uitzonderlijke gevallen, het kunnen afwijken vanafspraken. Hierin is in het nieuwe convenant meer balans gebracht.PlafondbedragenDe plafondbedragen zijn verhoogd. Sinds het eerste convenant in 2000zijn de plafondbedragen in daaropvolgende convenanten fors verlaagd.Dit heeft grotendeels een positieve achtergrond: het is toe te schrijven aanlagere risico’s op grote uitbraken van onder meer mond-en-klauwzeer enklassieke varkenspest in de modellen van de WUR. Die lagere risico’s zijnook een verdienste van de samenwerking tussen overheid en sector envan inspanningen van de sector zelf. De plafondbedragen waren in mijnogen echter te laag geworden. Dit acht ik op termijn niet houdbaar en hetondermijnt het maatschappelijke draagvlak voor het DGF. Deoverschrijding van het plafondbedrag voor de pluimveesector door devogelgriepuitbraken riepen zowel bij de Kamer als de Algemene Reken-kamer vragen op. Relatief lage plafondbedragen zijn ook niet in lijn met degedachte achter de plafondbedragen. Van mogelijke ernstige schade aande financiële soliditeit en stabiliteit, niet alleen van afzonderlijke bedrijven,maar van de hele sector, is dan geen sprake meer. Daarom is ter onder-bouwing van de hoogte van de plafondbedragen deze keer niet alleenadvies gevraagd aan WUR over de risico’s van dierziekte-uitbraken, maaris daarnaast SEO Economisch Onderzoek gevraagd naar de invloed vandiverse plafondbedragen op de draagkracht van sectoren. SEO Econo-misch Onderzoek heeft hiertoe een zogenoemde stress-test uitgevoerd. Inmijn brief aan de Kamer van 7 december jl. heb ik beide rapporten met deKamer gedeeld.1Op basis hiervan heb ik met de sectoren afgesproken de plafondbedragenvoor specifiek kosten die samenhangen met bestrijding te verhogen naar€ 45 miljoen voor runderen, € 62 miljoen voor varkens, € 97,8 miljoenvoor pluimvee, € 1,9 miljoen voor schapen en € 2,5 miljoen voor geiten.Deze plafondbedragen voor bestrijding zijn gebaseerd op de modelleringvan WUR, waarbij er voor de bestrijdingskosten voor MKZ, KVP en HPAIvolgens WUR een kans van 1% is dat deze plafondbedragen in de periode2025–2029 worden overschreden. Deze 1% kans op overschrijdingbetekent overigens niet dat bijna al het risico bij de sector ligt en er geenserieus financieel risico meer zou bestaan voor de overheid. In die 1%kans zitten namelijk de extreme scenario’s waarbij de kosten voorbestrijding aanzienlijk hoger kunnen zijn.Bij het bedrag voor pluimvee zijn ten opzichte van het bedrag uit het WURrapport twee correcties toegepast. Allereerst vanwege een beleidsaan-passing ten aanzien van preventief ruimen bij een uitbraak van HPAIH5N1.2 Indien er in plaats van preventieve ruiming wordt ingezet op extrascreening en kadaverbemonstering leidt dat tot een reductie van debestrijdingsuitgaven. Dit was niet door WUR meegenomen in de1Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 132Kamerstuk 29 683, nr. 276Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 2874 berekeningen. Kijkend naar de kosten van preventief ruimen en aangezientevens gewerkt wordt aan de inzet van preventieve vaccinatie tegen HPAIH5N1 heb ik afgesproken om het bedrag uit het WUR rapport met 35% teverlagen om deze aspecten mee te wegen in het plafond. De tweedecorrectie is dat de, min of meer reguliere, kosten voor de bestrijding vanSalmonella en mycoplasma bij pluimvee zijn meegenomen.Naast het deel voor de kosten die samenhangen met bestrijding zijn erook reguliere jaarlijkse kosten voor onder andere bewaking en crisispa-raatheid. Ook deze reguliere kosten maken onderdeel uit het totaleplafond. De totale plafonds voor reguliere kosten en bestrijding komenhiermee uit tussen de € 8.9 miljoen voor schapen tot € 130 miljoen voorpluimvee. Het rapport van SEO laat zien dat deze plafondbedragen doorde sectoren gedragen kunnen worden. Ik vind dat met deze plafondbe-dragen voor 2025–2029 er een goed evenwicht is bereikt in de risico’s enverantwoordelijkheden voor de houders van dieren en de overheid.De kosten voor bestrijding worden alleen geheven bij de houders vandieren wanneer er in Nederland daadwerkelijk een verdenking of uitbraakis van een besmettelijke dierziekte.Wilde dierenBesmettelijke dierziekten kunnen ook voorkomen bij wilde dieren en dankan het nodig zijn om bestrijdingsmaatregelen te nemen. Zo zijn er indiverse landen uitbraken van Afrikaanse Varkenspest (AVP) in wildezwijnen waarbij er maatregelen genomen worden om de ziekte tebestrijden. Dit kan met aanzienlijke kosten gepaard gaan. In het huidigeconvenant (2020–2024) is opgenomen dat kosten voor bestrijding vanziekten in wilde dieren voor rekening van de overheid komen.In het nieuwe convenant is een uitzondering hierop opgenomen. Als totde bestrijding van een ziekte bij wilde dieren met name wordt beslotenmet het oog op de belangen van een sector, zoals de insleeprisico’s voorde commerciële houderij en de handelsbelangen, wordt de verdeling vande kosten 1/3 sector en 2/3 overheid. Ik acht het namelijk wenselijk dat desector in die gevallen deelgenoot is van de kosten-baten afwegingen diein de voorbereiding op, en uitvoering van, een uitroeiings-programmavoor een ziekte in wilde dieren gemaakt moeten worden. Met de 2/3bijdrage van de overheid wordt uitdrukking gegeven aan de rol van deoverheid bij het beperken van de risico’s dat wilde dieren besmet raken,onder meer via wildstandsbeheer, en het bredere maatschappelijke effectvan uitbraken in wilde dieren. Daarbij is ook afgesproken om de inzet opgebied van preventie en crisisparaatheid voor met name AfrikaanseVarkenspest, verder uit te bouwen, onder meer door in te zetten op eenvervolg op de Taskforce AVP. Ook zal ik een crisisoefening AVP voorbe-reiden om de verantwoordelijkheden en voorbereiding ten aanzien vaneen uitbraak van AVP in wilde dieren te oefenen.Tot slotMet de voornaamste (commerciële) dierhouderijsectoren ligt er hiermeeeen convenant voor de financiering van de preventie, bewaking enbestrijding van besmettelijke dierziekten voor de periode 2025 tot en met2029. Met de sectoren zal ik voortvarend aan de slag gaan met degemaakte afspraken. Daarnaast heb ik ook met de paardensectorverkennende gesprekken gevoerd over toetreding tot het convenant. Ookvoor paarden zijn er besmettelijke dierziekten waarvoor het relevant kanzijn om net als bij de andere sectoren nadere afspraken te maken. Zowelde Sectorraad Paarden als ikzelf zijn dan ook voornemens om dezeverkennende gesprekken voort te zetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 2875 Het convenant zal ook in de Staatscourant gepubliceerd worden.Daarnaast zal ik ook de internetconsultatie van het ontwerpbesluit totaanpassing van het Besluit diergezondheid starten. Met dit ontwerpbesluitzullen onder andere de hierboven genoemde plafondbedragen en deDGF-tarieven voor 2025 in het Besluit diergezondheid vastgelegd worden.De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,P. AdemaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 683, nr. 2876
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.