KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 19 juni 2025

10 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e06b45f7c525ae1b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 789 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juni 2025Op 19 juni aanstaande vindt de Formele Raad Werkgelegenheid en SociaalBeleid plaats te Luxemburg. Hierbij zend ik u de Geannoteerde Agendavoor deze Raad toe. Conform de vastgestelde afspraken informeer ik uwKamer middels de Geannoteerde Agenda tevens over de voortgang vande onderhandelingen inzake de herziening van de CoördinatieverordeningSociale Zekerheid. Ook informeer ik uw Kamer hierbij over recent bereikteonderhandelingsakkoorden in de EU.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van Hijum kst-21501-31-789ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7891 GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEIDEN SOCIAAL BELEID (WSB) 19 juni 2025 In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:−De kwartaalrapportage t.a.v. de herziening van CoördinatieverordeningSociale Zekerheid (COM(2016) 815);−Informatie over de Formele Raad WSB van 19 juni.−Informatie over de recent bereikte algemene oriëntatie op het voorstelvoor een Verordening over een vrijwillig gezamenlijk elektronischformulier voor het melden van grensoverschrijdende detacheringen(COM(2024) 531), en het recent bereikte triloogakkoord op de herzie-ning van de Richtlijn Europese Ondernemingsraden (COM(2024) 14).Kwartaalrapportage: herziening Coördinatieverordening SocialeZekerheid (883/2004)AchtergrondSinds 2016 wordt onderhandeld over de herziening van Verordening883/2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidssystemen(hierna: het herzieningsvoorstel). Zoals eerder met uw Kamer gedeeld zetNederland in op modernisering van Verordening 883/2004. Nederlandvindt dat dit doel met het voorliggende herzieningsvoorstel niet wordtbehaald. Nederland presenteerde daarom eerder een non-paper met eeneerste inventarisatie van verbeterpunten en voorstellen voor vervolg-stappen.Stand van zakenOp dinsdag 3 juni jl. heeft een triloogbespreking met een verkennendkarakter plaatsgevonden tussen het Poolse voorzitterschap van de Raaden het Europees Parlement. Over de triloogbespreking is kort terugge-koppeld in het Coreper van woensdag 4 juni jl. Uit deze terugkoppelingvolgt dat de triloogbespreking vooralsnog niet heeft geleid tot eenakkoord. Bij het opstellen van deze Geannoteerde Agenda beraadt hetPoolse voorzitterschap zich nog op eventuele vervolgstappen. Bijrelevante ontwikkelingen zal ik uw Kamer nader informeren.Informatie over de Formele Raad WSB van 19 juniIn het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad Werkgelegenheiden Sociaal Beleid, 19 juni 2025. De Formele Raad vindt plaats inLuxemburg.Agendapunt: algemene oriëntatie EU-Richtlijnvoorstel Kwaliteits-kader Traineeships (COM/2024/133)Doel RaadsbehandelingBereiken van een algemene oriëntatie voor de richtlijn.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenOp 20 maart 2024 heeft de Europese Commissie een pakket gepubliceerdom de kwaliteit van stages/traineeships binnen de EU te verbeteren,bestaande uit een richtlijn en een herziening van de niet-bindendeRaadsaanbeveling inzake een kwaliteitskader voor stages (QualityTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7892 Framework for Traineeships, QFT) uit 2014. Over de inhoud en kabinetsap-preciatie heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd in het BNC-fiche.1Het initiële voorstel bestond uit een drietal elementen. Ten eerste dienentrainees, leerwerkstudenten en bbl-stagiairs gelijk te worden behandeldals reguliere werknemers, inclusief het toepasselijke Unierecht. Tentweede beoogde de Commissie tegen te gaan dat stagiairs wordeningezet als het in feite regulier werk betreft, er dient o.a. sprake te zijn vaneen aanzienlijke leer- en opleidingscomponent. Lidstaten werdenopgeroepen te zorgen voor effectieve controles en inspecties en ervoor tezorgen dat de autoriteiten ook beschikken over de nodige middelenhiertoe.Van lidstaten werd tevens gevraagd om een grens te stellen aan de duurvan traineeships, leerwerkplekken en bbl-stages, inclusief opeenvolgendecontracten bij dezelfde werkgever. Ten derde dienen stagiairs in degelegenheid te worden gesteld om op te kunnen komen voor hun rechten.Op de Formele Raad van 2 december 2024 is het het Hongaars voorzitter-schap niet gelukt de benodigde gekwalificeerde meerderheid voor eenalgemene oriëntatie (Raadsakkoord) te bereiken. De afgelopen maandenhebben er onder leiding van het Poolse voorzitterschap opnieuwonderhandelingen plaatsgevonden tussen de lidstaten over een Raadspo-sitie. Op 11 juni a.s. zal het Poolse Voorzitterschap het Richtlijnvoorstel inhet Coreper-overleg agenderen voor een algemene oriëntatie. Als hetRaadsakkoord in het Coreper-overleg op een gekwalificeerde meerderheidkan rekenen wordt het Richtlijnvoorstel ter instemming doorgeleid naarde Formele Raad.Inzet NederlandIk ben voornemens om namens Nederland in te stemmen met dealgemene oriëntatie op basis van de laatst beschikbare compromistekst.2Zoals toegelicht in het BNC-fiche onderschrijft het kabinet de doelstellingvan het pakket om de positie van stagiairs goed te borgen. In de laatstecompromistekst is de reikwijdte van het voorstel verder afgebakend enverduidelijkt. Dit betekent dat enkel stagiairs met een arbeidsovereen-komst, waaronder trainees, onder de reikwijdte van de richtlijn vallen.Deze groep valt al onder het Nederlandse arbeidsrecht en het huidigevoorstel sluit goed aan op het Nederlandse stelsel wat betreft minimum-bescherming (zoals de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, deArbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet), controle enhandhaving. Stages die onderdeel uitmaken van een opleiding, stages dieverplicht zijn om een bepaalde kwalificatie te behalen of een bepaaldberoep uit te oefenen en stages in het kader van re-integratie zijn in denieuwe tekst uitgezonderd.Een belangrijk aandachtspunt voor Nederland zoals verwoord in hetBNC-fiche, was dat er meer ruimte en flexibiliteit voor lidstaten zou komenvoor inspecties en toezichthouders ten aanzien van de handhaving. In delaatste compromistekst wordt, mede op verzoek van Nederland,voldoende ruimte geboden aan lidstaten om de gestelde maatregelen in1Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3933.2Document nr. 9574/25. Dit document heeft de markering «Limité». Dat betekent dat doorvroegtijdige openbaarmaking van het document, of onderdelen daarvan, het onderhandelings-proces nadelig zou kunnen worden beïnvloed. De leden van de Eerste en de Tweede Kamerhebben toegang tot Limité-documenten via het «Delegates Portal» wanneer de documentenhet niveau van Coreper hebben bereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7893 overeenstemming met het nationale recht in te richten en wordt ook derol van sociale partners benoemd. Daarmee komt de laatste compromis-tekst tegemoet aan de wens van het kabinet om ervoor te zorgen dat deinvulling van het handhavingsbeleid aansluit bij de Nederlandse praktijk.Daarnaast wordt voldoende ruimte geboden aan het Nederlandse stelsel,waarin cao-partijen verantwoordelijk zijn voor de naleving van overigearbeidsvoorwaarden, zodat zij de gestelde maatregelen goed naar eigenhandelen kunnen inrichten.Er bestaat een mogelijkheid dat voorafgaand aan de Formele Raad van19 juni aanstaande nog een nieuwe compromistekst verschijnt. Indiendeze nieuwe compromistekst op de voor Nederland belangrijkste puntenniet substantieel wijzigt, ben ik voornemens om in te stemmen met detekst.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementBinnen de Raad is een aantal lidstaten, waaronder Nederland,overwegend positief over de laatste compromistekst. Een substantiëlegroep lidstaten heeft aangegeven de voorgestelde reikwijdte te steunen.Een andere groep lidstaten heeft zich juist kritisch uitgesproken over hetgebrek aan ambitie van het voorstel. Een aantal lidstaten heeft nog geenformele positie ingenomen.Hoewel het Europees Parlement (EP) nog geen positie heeft, zal het EPnaar verwachting tijdens de triloogfase inzetten op meer ambitie in derichtlijn. In haar resolutie van 14 juni 2023 riep het EP namelijk op totbetere voorwaarden en een passende vergoeding voor stagiairs.3 Pas nade positiebepalingen door de Raad en het EP kan worden overgegaan tottriloogonderhandelingen om tot een definitief akkoord tussen alle partijente komen.Agendapunt: voortgangsrapportage Richtlijnvoorstel GelijkeBehandeling buiten Arbeid (COM(2008) 426)Doel RaadsbehandelingPresentatie van de voortgangsrapportage over de onderhandelingen overhet Richtlijnvoorstel.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Richtlijnvoorstel stamt uit 2008 en ligt, ondanks meerdere pogingenom tot een akkoord te komen, vanwege de vereiste unanimiteit in de Raadvast door een blokkade van enkele lidstaten. Nederland hecht grotewaarde aan de bescherming van fundamentele rechten, waaronder hetrecht op gelijke behandeling. De Commissie heeft eerder aangekondigdom het Richtlijnvoorstel Gelijke Behandeling buiten Arbeid, ongeachtgodsdienst of levensovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid(COM 2008/426) in te trekken vanwege het langdurig ontbreken van zichtop een akkoord4. Nederland heeft daarom zoals eerder met uw Kamergedeeld tijdens de Raad Algemene Zaken van 25 februari jl. en tijdens deInformele Raad Gelijkheid van 16 april jl. aan de Commissie kenbaargemaakt dat Nederland de voorgenomen intrekking van het Richtlijn-voorstel betreurt5.3https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2023-0239_EN.htm4Kamerstukken II, 2024/25, 36 715, nr. 1, bijlage Commissie Werkprogramma (CWP).5Kamerstukken II, 2024/25, 36 715, nr. 1, en Kamerstukken II, 2024/25, 21 501 31, nr. 786.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7894 Het Pools Voorzitterschap agendeert een voortgangsrapportage over hetRichtlijnvoorstel op de Raad om in de Raad te bezien welke stappen nodigzijn om de benodigde unanimiteit te bereiken vóórdat de Commissiedaadwerkelijk overgaat tot het intrekken van het Richtlijnvoorstel.Inzet NederlandDit dossier valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Nederland heeft vrijwel alleonderwerpen in de richtlijn al door middel van nationale wetgevinggeregeld. Sinds Nederland in 2016 het VN-Verdrag handicap heeftgeratificeerd en tegelijk de Wet gelijke behandeling op grond vanhandicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) heeft uitgebreid, worden voorNederland geen verstrekkende gevolgen meer verwacht, indien er eenakkoord zou worden bereikt over de richtlijn in de huidige vorm. Tegelij-kertijd gaat er een belangrijke signaalwerking uit van aanname van dezerichtlijn. De richtlijn helpt om discriminatie op godsdienst of levensover-tuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid tegen te gaan. Hetkabinet is dan ook overtuigd van de toegevoegde waarde van dezerichtlijn. Dit voorstel heeft symbolisch veel waarde omdat het eenbelangrijk gat in het EU-acquis dicht ten aanzien van antidiscriminatiewet-geving. Nederland zal gelet op bovenstaande overwegingen steunuitspreken om op korte termijn een akkoord te bereiken op hetRichtlijnvoorstel.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementOp dit moment is onhelder of de vereiste unanimiteit in de Raad bereiktkan worden. Een aantal lidstaten heeft haar formele positie nog nietkenbaar gemaakt. Het Europees Parlement heeft krachtens het Verdrag(artikel 19 van het Werkingsverdrag van de Unie) het recht vaninstemming nadat de Raad een algemene oriëntatie heeft bereikt.Agendapunt: Europees Semester 2025a) Beleidsdebat over het Actieplan voor de verdere implementatie van deEuropese pijler voor de Sociale Rechten en de eersteanti-armoedestrategieDoel RaadsbehandelingHet Pools Voorzitterschap organiseert een beleidsdebat over het nieuweActieplan voor de Europese pijler voor de Sociale Rechten en deanti-armoedestrategie.AchtergrondIn de afgelopen periode zijn op Europees niveau stappen gezet terbevordering van werkgelegenheid, sociale bescherming en gelijke kansen.De sociale en werkgelegenheidsdimensie van de Europese Unie werdversterkt met de ondertekening van de Europese pijler van sociale rechtenop 17 november 2017 te Göteborg, door de staatshoofden en regerings-leiders van de lidstaten, de Europese Commissie en het EuropeesParlement. De 20 beginselen waaruit deze pijler is opgebouwd zijn gerichtop het bevorderen van gelijke kansen op de arbeidsmarkt, het waarborgenvan eerlijke arbeidsvoorwaarden, alsmede het versterken van socialebescherming en inclusie. Deze beginselen leveren een bijdrage aan deverdere verdieping en eerlijkere werking van de interne markt. Met debekrachtiging van de Porto-verklaring in mei 2021 werken lidstaten ingezamenlijkheid toe naar drie EU-doelstellingen voor 2030 met betrekkingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7895 tot werkgelegenheid, om- en bijscholing, en de bestrijding van armoede,waaronder armoede onder kinderen.6Eurocommissaris Mînzatu heeft in haar mission letter7 de opdrachtgekregen de voltooiing van de interne markt te blijven ondersteunen, doorkwalitatief hoogwaardige banen en meer gelijkheid te creëren en meermensen uit de armoede te halen. Daarbij dient de sociale markteconomiedaadwerkelijk kansen, stabiliteit en welzijn te bieden voor iedereen. Omde 2030 doelen te realiseren presenteert Mînzatu naar verwachting eind2025 het Actieplan voor de verdere implementatie van de Pijler en in 2026de Europese anti-armoede strategie.Een discussiedocument ten behoeve van het beleidsdebat is ten tijde vanhet opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.Inzet NederlandUw Kamer is op verschillende momenten geïnformeerd over de Neder-landse prioriteiten in de EU op sociaal en werkgelegenheidsterrein.8 Hetkabinet zet in Europees verband in op het in goede banen leiden vanarbeidsmigratie middels een verduidelijking van het juridisch kader voordetachering van derdelanders en een versterking van de EuropeseArbeidsautoriteit. Ook spant het kabinet zich in om een gelijk speelveldtussen lidstaten en bedrijven te creëren en werkenden in de Unie beter tebeschermen door het vaststellen van minimumnormen voor gevaarlijkestoffen te versnellen. Daarnaast zet het kabinet in op het bevorderen vaneen sterke leer-en ontwikkelcultuur met aandacht voor informeel leren ende ontwikkeling van een vaardighedentaal. Tevens zet het kabinet zich invoor een modernisering van de regelgeving omtrent de coördinatie vansocialezekerheidsstelsels. Het kabinet zet zich ervoor in dat deze thema’sterugkomen in het Actieplan voor de Europese pijler voor de socialerechten.Armoede is meer dan alleen leven met een financieel tekort. Mensen metweinig geld hebben ook vaak te maken met moeilijke leefomstandig-heden, sociale uitsluiting en gezondheidsproblemen. In 2023 waren540.000 mensen in Nederland arm. Dat is 3,1% van de bevolking. Ook ophet gebied van armoedebestrijding staan lidstaten voor gedeeldeuitdagingen.Voor het kabinet is het belangrijk dat de anti-armoedestrategie landenondersteunt om adequaat armoede te bestrijden en effectief kennis uit tewisselen, met oog voor beperking van de administratieve lasten.Ik zet daarbij in op vier elementen die terug dienen te komen in deanti-armoedestrategie: 1) vergroot het bewustzijn van dwarsverbandenmet betrekking tot armoede en de invloed op andere beleidsterreinenzoals de leefomgeving en gezondheid 2) preventie van armoede enschulden in brede zin met aandacht voor financiële verleidingen online3) delen van kennis en goede voorbeelden over bijvoorbeeld implementa-tieproblemen, datadeling en effectieve interventies en 4) het betrekkenvan ervaringsdeskundigen in het beleidsproces.6https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/policies-and-activities/european-pillar-social-rights-building-fairer-and-more-inclusive-european-union/european-pillar-social-rights-action-plan_en?7https://commission.europa.eu/document/download/27ac73de-6b5c-430d-8504-a76b634d5f2d_en?filename=Mission%20letter%20-%20MINZATU.pdf8Zie o.a.: Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501 31, nr. 741Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7896 Afhankelijk van de nog te publiceren stukken zal ik mijn inbreng in hetbeleidsdebat langs bovenstaande lijnen vormgeven.b) Lentepakket: Presentatie door de Commissie, aanname van dewerkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifiekeaanbevelingen (LSA’s) voor 2025 en aanname van de horizontale notitie(oplegger bij de LSA’s) en goedkeuring van de opinie van het Werkgele-genheidscomité en het Sociaal BeschermingscomitéDoel RaadsbehandelingDe Raad zal de presentatie van de Commissie aanhoren over het voorstelvoor het Lentepakket 2025. Ook wordt de Raad gevraagd in te stemmenmet de aanname van de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspectenvan de landspecifieke aanbevelingen. Ten slotte staat goedkeuring van deopinie van het Werkgelegenheidscomité en het Sociaal Beschermings-comité op de agenda, welke terugblikt op de aanbevelingen van 2024 envooruitblikt naar die van 2025.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenDe Europese Commissie heeft op 4 juni jl. het Lentepakket gepubliceerd,in het kader van het Europees Semester. Het Lentepakket bestaat uitvoorstellen voor i) Raadsconclusies over de macro-economischeonevenwichtighedenprocedure, ii) een overkoepelende mededeling,iii) een horizontale nota over de landspecifieke aanbevelingen en iv) delandspecifieke aanbevelingen zelf.De Minister van Financiën heeft uw Kamer middels de GeannoteerdeAgenda voor de Ecofin Raad van 20 juni de appreciatie van het gehelepakket doen toekomen, waarin tevens het proces van besluitvorming in deEcofin Raad en Europese Raad wordt beschreven. Gedurende de RaadWerkgelegenheid en Sociaal Beleid van 19 juni staan dewerkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten op de agenda.De voorgestelde landspecifieke aanbevelingen voor Nederland op sociaal-en werkgelegenheidsterrein luiden als volgt:5.1.Neem aan en implementeer maatregelen om de prikkels voorflexibele en tijdelijke contracten te verminderen.5.2.Voer uitgebreide maatregelen in om de structurele en sectorspeci-fieke arbeidsmarkt en skills-tekorten aan te pakken. Onder anderedoor onbenut arbeidspotentieel te benutten, door opscholing endoor activerend arbeidsmarktbeleid. Moedig mobiliteit naarhoog-productieve en maatschappelijk cruciale sectoren aan.De opinie van het Werkgelegenheidscomité en het Sociaal Beschermings-comité is nog niet beschikbaar ten tijde van het opstellen van dezeGeannoteerde Agenda. Ter voorbereiding op de bespreking van delandspecifieke aanbevelingen, werkt het Poolse Voorzitterschap daarnaastnog aan een zogenoemde «horizontale nota». Naar verwachting zal in dehorizontale nota het belang van implementatie van de Europese Pijler vanSociale Rechten worden benadrukt, met speciale aandacht voor hetbehalen van de 2030 Porto-doelstellingen op werkgelegenheid, vaardig-heden en armoedebestrijding. De opinie en de horizontale nota moetennog besproken worden in het Werkgelegenheidscomité en het SociaalBeschermingscomité.Inzet NederlandZoals toegelicht in de Geannoteerde Agenda over de Ecofin-Raad van20 juni, hecht het kabinet waarde aan het Europees Semester en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7897 landspecifieke aanbevelingen, omdat de Raad de lidstaten hiermee wijstop belangrijke mogelijkheden om hun financieel-economische beleid teversterken en zo ook het functioneren en stabiliteit van de Economischeen Monetaire Unie te versterken. Een sterke en stabiele Europese Unie,met sterke lidstaten die duurzame en opwaartse economische conver-gentie en financiële stabiliteit nastreven, is voor Nederland als openeconomie met aanzienlijke verwevenheid van financiële- en handels-stromen binnen de Europese Unie van groot belang. De huidige geopoli-tieke ontwikkelingen hebben het belang voor Nederland van eenfinancieel-economisch sterke Unie nog verder vergroot. Vanzelfsprekendhoort daar ook bij dat we in Nederland blijven werken aan ons duurzamegroeipotentieel en het versterken van onze financieel-economischestabiliteit.Het kabinet hecht aan het behouden van de focus van het Semester opeconomisch, begrotings- en werkgelegenheidsbeleid. Dit is met devoorliggende landspecifieke aanbevelingen voldoende het geval. Delandspecifieke aanbevelingen die de Commissie voorstelt zijn in de ogenvan het kabinet gebaseerd op een grondige analyse in de landenrapportendie de Commissie opstelde en aanbevelingen van de Raad voor heteconomische beleid van de eurozone. Het kabinet herkent zich in deaanbevelingen. Het kabinet vindt bovendien dat de landspecifiekeaanbevelingen voldoende beleidsvrijheid geven om de aanbevelingen teadresseren. Deze beleidsvrijheid is van belang voor nationaal draagvlak,eigenaarschap en uitvoerbaarheid. Het kabinet heeft reeds stappen gezetom de aanbevelingen te adresseren.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementOp het moment van het schrijven van deze Geannoteerde Agenda zijn delandspecifieke aanbevelingen nog niet besproken in Brusselse comités, eris derhalve nog geen beeld van het krachtenveld. Het Europees Parlementheeft geen rol.Agendapunt: presentatie van het Werkgelegenheidscomité vaneen Opinie over de dimensies van kwaliteitsbanenDoel RaadsbehandelingDe Raad zal een presentatie aanhoren.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenCommissievoorzitter Von der Leyen kondigde in haar politieke richt-snoeren voor de periode 2024–20299 een «routekaart voor kwaliteits-banen»10 aan. Dit initiatief van de Commissie beoogt het bevorderen vankwaliteitsbanen ter ondersteuning en bevordering van het concurrentie-vermogen, sociale rechtvaardigheid en rechtvaardige overgangen. Deroutekaart moet volgens de Commissie gaan bijdragen aan eerlijke lonen,goede arbeidsomstandigheden, opleiding en eerlijke transities voorwerknemers en zelfstandigen ondersteunen, met name door de dekkingvan collectieve onderhandelingen te vergroten. De Commissie zal deEuropese sociale partners betrekken bij de ontwikkeling van de routekaartom ervoor te zorgen dat de uitkomsten ervan ten goede komen aan zowelbedrijven als werknemers. Von der Leyen heeft in haar mission letter aan9https://commission.europa.eu/document/download/e6cd4328-673c-4e7a-8683-f63ffb2cf648_en?filename=Political%20Guidelines%202024-2029_EN.pdf; bladzijde 18.10««Quality Jobs» Roadmap», in het Engels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7898 Eurocommissaris Mînzatu gevraagd om een routekaart voor kwaliteits-banen te ontwikkelen.11Medio april vond een eerste bijeenkomst tussen Eurocommisaris Mînzatuen de Europese sociale partners plaats.12 De Commissie informeerde desociale partners over de doelstellingen van het initiatief en luisterde naarhun eerste reacties, onder andere over hoe zij kunnen bijdragen aan deroutekaart. Ongeveer 40 organisaties van sociale partners op EU-niveauwaren vertegenwoordigd. Een vervolgbijeenkomst vond op 5 mei jl.plaats. De Commissie zal de komende maanden ook discussies met denationale sociale partners in de lidstaten organiseren. Om ook hetperspectief vanuit de lidstaten in de routekaart op te nemen, heeft deEurocommissaris het Werkgelegenheidscomité gevraagd om met eenopinie te komen. De voorzitter van dit comité zal de in deze opinieopgenomen dimensies van kwaliteitsbanen toelichten. Het gaat hierbij omi) fatsoenlijke lonen en arbeidsvoorwaarden die bijdragen aan bijscholingen werkzekerheid, ii) gezonde en veilige werkomstandigheden dierekening houden met de autonomie en privéomstandigheden van dewerknemer, iii) vertegenwoordiging door sociale partners en gelijkekansen en iv) een zekere mate van sociale bescherming voor de verschil-lende soorten werk. Eurocommissaris Mînzatu beoogt eind 2025 deroutekaart te presenteren.Inzet NederlandHet kabinet herkent de verschillende dimensies van kwaliteitsbanen diezijn opgenomen in de opinie. Het kabinet wil de kwaliteit van werkverhogen en onderstreept evenals de Commissie het belang vanfatsoenlijke lonen en arbeidsvoorwaarden. Mensen die in Nederlandwerken, verdienen een eerlijk loon en goede arbeidsomstandigheden, metzekerheid over hun toekomst – zowel bezien vanuit hun contractsituatieals vanuit hun mogelijkheden om zich door te ontwikkelen. Dat bevordertook innovatie en een goede allocatie van arbeid. Deze nationale inzet lijktaan te sluiten bij de beoogde routekaart over kwaliteitsbanen.Het is positief dat de Commissie de sociale partners intensief betrekt bijzaken die bij uitstek thuishoren op de agenda van de sociale dialoog, zoalsgoede arbeidsomstandigheden. Ten aanzien van de betrokkenheid vansociale partners bij loon- en productiviteitsontwikkelingen, wijst hetkabinet erop dat in Nederland loononderhandelingen en bij-, om-, enherscholing in de eerste plaats een zaak zijn voor de sociale partners. Welwerkt het kabinet aan betere dienstverlening op het gebied van werk enscholing, en een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs enarbeidsmarkt. Het kabinet zet in op maatregelen die het mogelijk makendat mensen zich gedurende hun levensloop kunnen blijven ontwikkelen13.Ook werkt het kabinet onder meer aan een Herstelplan kwaliteitonderwijs14 om de kwaliteit van het funderend onderwijs te verhogen enwordt ingezet op versterking van het middelbaar beroepsonderwijs metde werkagenda voor het mbo. Daarnaast heeft de Minister van Econo-mische Zaken uw Kamer geïnformeerd over de uitwerking van deproductiviteitsagenda. Deze uitwerking zal in samenwerking met sectorengebeuren15. In de ondersteuning van mensen naar ander werk staan11https://commission.europa.eu/document/download/27ac73de-6b5c-430d-8504-a76b634d5f2d_en?filename=Mission%20letter%20-%20MINZATU.pdf&prefLang=fr; bladzijde 6.12https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/news/executive-vice-president-minzatu-kicks-exchanges-social-partners-quality-jobs-roadmap-2025-04-16_en13Betreft spoort 5 in Kamerstukken II, 2024–2025, 29 544, nr. 1260.14Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293 en 31 289, nr. 762.15Kamerstukken II, 2024–205, 36 600 XIII, nr. 55.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7899 vertrouwen, menselijke maat, vereenvoudiging en passende onder-steuning centraal.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting zal een meerderheid van de lidstaten zich kunnenvinden in de hoofdboodschappen uit de opinie. Er is bij dit agendapuntgeen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: aanname Raadsconclusies over het bevorderen vangendergelijkheid in het door kunstmatige intelligentie aange-dreven digitale tijdperk: 6e horizontale beoordeling van deuitvoering van het Beijing Platform for Action door de lidstatenen EU-instellingenDoel RaadsbehandelingAanname van de Raadsconclusies.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Poolse Voorzitterschap presenteerde concept-Raadsconclusies(hierna: Raadsconclusies) over het bevorderen van gendergelijkheid in decontext van toenemende digitalisering en inzet van kunstmatige intelli-gentie (AI). Daarbij gaat het onder meer om gelijke toegang tot digitaleruimtes, het tegengaan van gendergerelateerd technologisch geweld, enhet bestrijden van bias in AI-systemen.De Raadsconclusies zijn ingebed in het kader van het 30-jarig jubileumvan het Beijing Platform for Action in 2025. Diverse strategischeEU-kaders, zoals de Europese gendergelijkheidsstrategie 2020–2025, hetEU Gender Action Plan III en het EU Actieplan Vrouwen, Vrede enVeiligheid 2019–2024, lopen eveneens dit jaar af. Tegen die achtergrondonderstrepen de Raadsconclusies het belang van gendergelijkheid in hetdigitale domein voor toekomstige beleidsplannen.Inzet NederlandIk ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadscon-clusies. Nederland acht het van belang dat gendergelijkheid en debescherming van fundamentele rechten worden geborgd in de digitaletransitie, zowel op nationaal als Europees niveau. Daarbij zijn bewust-wording van genderstereotypen, het tegengaan van online geweld tegenvrouwen en meisjes, en het stimuleren van deelname van vrouwen aanSTEM- en ICT-sectoren cruciale speerpunten.Het uitgangspunt voor AI in Europa is de in augustus 2024 in werkinggetreden Verordening Kunstmatige Intelligentie. Het kabinet erkent dat hetgebruik van kunstmatige intelligentie en algoritmen ook vanuit emancipa-tieperspectief zowel risico’s als kansen met zich meebrengt. Om zo veelmogelijk de kansen te benutten benadrukt Nederland het belang vandiversiteit, non-discriminatie en eerlijkheid. Er worden verschillendemaatregelen genomen om deze waarden te behartigen. Zo stelt hetkabinet duidelijke eisen aan overheidsorganisaties bij de inzet vanalgoritmes. De nationale uitvoering van de Verordening kunstmatigeintelligentie zal verder leidend zijn voor het ontwikkelen van een overkoe-pelend kader waarin AI-systemen op een verantwoordelijke manierontwikkeld en gebruikt zullen worden. De overheid is daarbij zo trans-parant mogelijk over het eigen gebruik van algoritmes. Verder zorgt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 78910 kabinet voor verdere versterking van het toezicht op kunstmatigeintelligentie en algoritmen, zowel gericht op bedrijven als overheden.Nederland is sterk gecommitteerd aan de volledige uitvoering van hetVN-Vrouwenverdrag (CEDAW) en het Beijing Platform for Action. Dezeinzet sluit aan bij de nationale en EU-brede doelstellingen en bouwt voortop bestaande beleidskaders, waaronder de Nederlandse inzet voor debescherming en bevordering van mensenrechten en de inzet vooremancipatie. Nederland zet zich in voor een Europa waar iedereen veilig isen volwaardig kan meedoen, ook online.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadscon-clusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: aanname Raadsconclusies over het ondersteunenvan ouderen bij het bereiken van hun volledige potentieel op dearbeidsmarkt en in de maatschappijDoel RaadsbehandelingAanname van de Raadsconclusies.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Poolse Voorzitterschap presenteerde concept-Raadsconclusies(hierna: Raadsconclusies) over het ondersteunen van ouderen bij hetbereiken van hun volledige potentieel op de arbeidsmarkt en in demaatschappij.Het doel van de Raadsconclusies is om, middels niet-bindende aanbeve-lingen, bij te dragen aan de beleidsvorming in de EU-lidstaten metbetrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen.Deze conclusies richten zich op het bevorderen van gelijke kansen,inclusie en toegankelijkheid voor ouderen op de arbeidsmarkt, waarbijwerkgelegenheid wordt gezien als een cruciaal onderdeel voor socialeinclusie. Ze benadrukken de noodzaak van gecoördineerde maatregelenop verschillende gebieden van het openbaar beleid om de werkgele-genheid van oudere mensen te ondersteunen, evenals het belang vansociale dialoog op dit gebied.De belangrijkste maatregelen genoemd in de Raadsconclusies zijn gerichtop het bevorderen van informatie-uitwisseling en leermogelijkheden omouderen te ondersteunen op de arbeidsmarkt, het stimuleren vanondernemerschap en het aanmoedigen van werken na de pensioenge-rechtigde leeftijd. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het vergrotenvan bewustzijn over gezond en actief ouder worden. Ook wordt benadruktdat er aandacht moet zijn voor de behoeften van ouderen, vooral opeconomisch en sociaal vlak. Tot slot wordt het belang onderstreept vanhet monitoren en ondersteunen van de implementatie van EU-wetgeving,met name op het gebied van anti-discriminatie op basis van leeftijd enhandicap.Inzet NederlandIk ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadscon-clusies. Nederland hecht veel waarde aan het langer en in goedegezondheid laten doorwerken van ouderen, vooral gezien de krappearbeidsmarkt. We richten ons hierbij meer op het versterken van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 78911 weerbaarheid van ouderen door middel van vaardigheden en gezondheid,in plaats van mobiliteit. Deze aanpak sluit aan bij de doelstellingen van deRaadsconclusies en versterkt onze inzet voor een inclusieve arbeidsmarkt.Het kabinet is sterk gecommitteerd aan dit onderwerp en de inzet sluit aanbij de nationale en EU-brede doelstellingen en bouwt voort op bestaandebeleidskaders. Zo is onder andere de Wet werken na de AOW-gerechtigdeleeftijd ingevoerd om het voor werkgevers aantrekkelijker te makenoudere werknemers in dienst te houden. Deze wet vermindert financiëlelasten, zoals het niet meer hoeven betalen van WW- en AOW-premies enhet niet verschuldigd zijn van een transitievergoeding bij ontslag.Subsidies, zoals de Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerderuittreden (MDIEU), ondersteunen werkgevers bij het creëren van gezondewerkomstandigheden en het mogelijk maken van eerder uittreden voorwerknemers met zwaar werk. Campagnes zoals «Sommige werknemerszijn niet te stoppen» verhogen het bewustzijn over de voordelen van hetin dienst houden van oudere werknemers. Samen met sociale partnerswordt gewerkt aan een agenda voor duurzame inzetbaarheid, gericht opgezond en veilig doorwerken tot aan het pensioen.Deze maatregelen dragen bij aan een duurzame en inclusieve arbeids-markt, waarbij ouderen de mogelijkheid krijgen om langer en in goedegezondheid door te werken.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadscon-clusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.W.v.t.t.k.-punt: evaluatie Europese ArbeidsautoriteitDoel RaadsbehandelingPresentatie door de Europese Commissie.AchtergrondHet kabinet vindt het noodzakelijk om op Europees niveau het gesprek tevoeren over de uitdagingen rondom arbeidsmigratie16. De EuropeseArbeidsautoriteit (ELA) speelt een belangrijke rol in het bevorderen vaneerlijke arbeidsmobiliteit.De ELA is opgericht in 2019 en heeft zich de afgelopen jaren als organi-satie ontwikkeld. De ELA bevordert de samenwerking tussen EU-landen,coördineert gezamenlijke inspecties, maakt analyses en risicobeoorde-lingen, en bemiddelt in geschillen tussen EU-landen op het gebied vangrensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en handhaving. In de oprichtings-verordening van de ELA is opgenomen dat de Autoriteit iedere vijf jaar zalworden geëvalueerd op diens effectiviteit, efficiëntie en relevantie. DeNederlandse prioriteiten voor de evaluatie zijn in januari 2024 met uwKamer gedeeld.17 Op maandag 26 mei 2025 heeft de Commissie haareerste evaluatie van de ELA gepubliceerd.18Het kabinet heeft gedurende de totstandkoming van de evaluatie ingezetop vier prioriteiten: 1) blijvende aandacht voor de uitdagingen rond16Regeerprogramma, blz. 24.17https://open.overheid.nl/documenten/92444fcf-870c-4224-8721-ddc0cdf01a86/file18https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025SC0128Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 78912 detachering van derdelanders 2) de ELA haar analysemogelijkhedenvolledig laten benutten, specifiek bij de verwerking van persoonsge-gevens, om tot risicoanalyses te komen vanuit Europees perspectief3) een proactieve rol voor de ELA bij het initiëren van gezamenlijkeinspecties, en 4) het verbeteren van de (toegang tot) informatievoor-ziening om de positie van kwetsbare groepen arbeidsmigranten teverbeteren, onder andere via het EURES-netwerk19.De evaluatie heeft aandacht voor deze prioriteiten en concludeert datgerichte wijzingen van het mandaat de ELA zouden kunnen versterken.Het betreft hier onder meer de rol van ELA ten aanzien van onderdanenafkomstig uit derde landen, uitgebreidere bevoegdheden op het gebiedvan gegevensverwerking, een versterkt vermogen om lidstaten te vragenom samenwerking rond gezamenlijke inspecties, betere samenwerkingmet de lidstaten op het gebied van informatieverstrekking, en deverantwoordelijkheden van ELA inzake de ontwikkeling van EURES. DeCommissie zal naar verwachting begin 2026 een voorstel publiceren alsonderdeel van een breder pakket ter bevordering van eerlijke arbeidsmo-biliteit. Dit pakket, waar Nederland de afgelopen periode actief op heeftingezet, is onlangs formeel door de Europese Commissie aangekondigd inde Interne Markstrategie20.Inzet NederlandHet kabinet verwelkomt de uitkomsten van de evaluatie en blijft zich inEuropees verband inzetten voor eerlijke arbeidsmobiliteit en voor het ingoede banen leiden van arbeidsmigratie. Ik zal de presentatie van deCommissie aangrijpen om de Nederlandse prioriteiten voor een sterkereELA, en ten aanzien van eerlijke arbeidsmobiliteit in den brede, opnieuwonder de aandacht te brengen.Ter informatie: Algemene oriëntatie voorstel voor een vrijwilliggezamenlijk elektronisch formulier voor het melden van grens-overschrijdende detacheringenTijdens de Raad voor Concurrentievermogen van 22 mei jl. is er eenalgemene oriëntatie aangenomen over het voorstel van de Commissievoor een verordening over een vrijwillig gezamenlijk elektronischmeldformulier voor grensoverschrijdende detacheringen. Nederlandstemde in met de compromistekst21.Door middel van het ontwikkelen van één gecentraliseerd en gestandaar-diseerd systeem voor het melden van detacheringen, beoogt deCommissie administratieve lasten te verminderen voor bedrijven diewerknemers detacheren naar een andere EU-lidstaat. Alle lidstatenhebben op dit moment namelijk een eigen meldloket. Het feit dat dezemeldloketten van elkaar verschillen, wordt door bedrijven ervaren als éénvan de grootste interne-markt belemmeringen. Ook Mario Draghi stelde inzijn rapport dat fragmentatie op het gebied van regels over het detacherenvan werknemers een belangrijke belemmering vormt op de internemarkt22.19EURES staat voor European Employment Services, een Europees netwerk dat werken enwerven over grenzen heen bevordert. Vanuit het EURES-netwerk helpen we in heel Europawerkzoekenden aan een baan en werkgevers aan personeel. EURES is actief in de 30 landenvan de EER en Zwitserland.20https://single-market-economy.ec.europa.eu/single-market/strategy_en21Verslag Raad voor Concurrentievermogen d.d. 22 mei 2025, Kamerstuknummer nog nietbekend.22https://commission.europa.eu/topics/eu-competitiveness/draghi-report_enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 78913 In de toelichting bij het voorstel gaf de Commissie tijdens de Raad aan dathet voorstel vrijwillig is, maar ook een belangrijke stap is om de Europeseinterne markt te versterken en daarmee de concurrentiekracht teverbeteren.In lijn met de inzet van het kabinet zijn er meer waarborgen in het voorstelingebouwd ter bescherming van gedetacheerde werknemers. Tegelij-kertijd heeft het Poolse Voorzitterschap de reikwijdte van het voorstel nietverbreed naar zelfstandigen, zoals de wens was van het kabinet. Hetkabinet zal hiervoor aandacht blijven vragen tijdens de triloogfase. Hetbesluit om als Nederland deel te nemen aan het initiatief volgt paswanneer het voorstel definitief is en het standaardformulier per uitvoe-ringshandeling is vastgesteld.Ter informatie: triloogakkoord Herziening Richtlijn EuropeseOndernemingsraden (2009/38/EG)Op 24 januari 2024 presenteerde de Europese Commissie een voorstelvoor een herziening van de Richtlijn Europese Ondernemingsraden(2009/38/EG). Het voorstel beoogt de tekortkomingen van de richtlijn aante pakken en daardoor het kader voor informatie en raadpleging vanwerknemers op transnationaal niveau te verbeteren. Het kabinet onder-steunt dit doel en herkent de analyse van de Commissie. Het is wat hetkabinet betreft essentieel dat de veranderingen in de wereld van het werkvia overleg tussen werkgevers en werknemers in goede banen wordengeleid, ook bij grensoverschrijdende kwesties.Het Poolse Voorzitterschap en het Europese Parlement hebben tijdens detriloog van 20 juni jl. een voorlopig politiek akkoord bereikt over hetRichtlijnvoorstel. De zienswijze van de Raad is op veel punten overge-nomen. Het voorlopige akkoord neemt onvolkomenheden uit debestaande richtlijn weg, die een effectieve vorm van informatie enconsultatie op Europees niveau in de weg stonden. Nederland heeft zichdaarnaast ingezet voor de verduidelijking van de reikwijdte van hetvoorstel, het schrappen van uitzonderingsposities voor EuropeseOndernemingsraden die vóór 1996 waren opgericht, en de versterking vande positie van de werknemer zonder dat bedrijven zich geconfronteerdzien met onevenredige administratieve lasten. Deze punten worden goedgereflecteerd in het triloogakkoord. Daarnaast vindt het triloogakkoordeen goede balans tussen de wens voor een betere betrokkenheid vanwerknemers en voor het behoud van flexibiliteit voor ondernemingen.De invulling van de sanctioneringsbepalingen bleken tijdens de triloogon-derhandelingen een ingewikkeld onderdeel. De Commissie en hetEuropees Parlement wilden een verhoging van de financiële sancties voorbedrijven die zich niet houden aan de bepalingen uit de richtlijn. Het isingewikkeld om financiële sancties toe te passen in de systematiek van deNederlandse medezeggenschap, omdat die gebaseerd is op privaatrechte-lijke handhaving. Ten aanzien van sanctionering is voldoende aan deNederlandse bezwaren tegemoetgekomen door toevoeging van eenzinsdeel dat ruimte biedt voor het Nederlandse systeem van privaatrech-telijke handhaving.Op 28 mei jl. is in het Coreper-overleg met een ruime gekwalificeerdemeerderheid door de lidstaten ingestemd met dit voorlopige triloogak-koord. Gelet op bovenstaande elementen, heeft Nederland ingestemd methet triloogakkoord. De plenaire stemming in het Europees Parlement vindtwaarschijnlijk in de derde of vierde week van juni plaats.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 78914

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fffc52595091f969

14 okt 2026 · 8305091da7e67a4a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.