Stand van zaken invorderingsstrategieën Belastingdienst en Dienst Toeslagen
Brontekst
Versie fc098917e844ee06 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 066BelastingdienstNr. 1433 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 oktober 2024In de Kamerbrief van 26 april 2024 hebben de Staatssecretaris vanFinanciën – Fiscaliteit en Belastingdienst en de Staatssecretaris vanFinanciën – Toeslagen en Douane toegezegd uw Kamer in oktober teinformeren over de stand van zaken van de invorderingsstrategieënBelastingdienst en Dienst Toeslagen.1 Met deze brief doen wij dietoezegging gestand. We informeren u over vijf nieuwe verbetermaatre-gelen uit de invorderingsstrategie van de Belastingdienst, waarmee debeleidsvormende fase van de invorderingsstrategie van de Belasting-dienst wordt afgerond. Ook informeren we u over vier beleidsmatiguitgewerkte verbetermaatregelen van de invorderingsstrategie van DienstToeslagen.Tevens wordt u geïnformeerd over de wijze waarop de Belastingdiensteen vervolg wil geven aan de oplossingsrichtingen uit het rapport «Gezienen bereikbaar» over de alternatieve wijze van bekendmaking belasting-aanslagen overeenkomstig de toezegging in de Kamerbrief van 10 juli2024.2Stand van zaken Invorderingsstrategie BelastingdienstDe Belastingdienst heeft, na het versturen van de invorderingsstrategieënnaar uw Kamer, vanaf begin 2023 onderzoek gedaan naar verbeteringendie een positieve werking hebben voor burgers op het gebied vanbetalingsregelingen en kwijtschelding. In april 2024 bent u geïnformeerdover vijf verbetermaatregelen die die naar de implementatiefase gaan opkorte termijn kansrijk zijn. Met vijf nieuwe verbetermaatregelen geeft deBelastingdienst een extra impuls aan de uitgangspunten die genoemd zijnin de invorderingsstrategie van de Belastingdienst.1Kamerstuk 31 066, nr. 1380.2Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1417. kst-31066-1433ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14331 1. Introductie van een standaardbetalingsregeling voor belas-tingen In de Kamerbrief van 4 september 20233 is aangegeven dat gestreefdwordt naar het aanpassen van de regels voor het treffen van eenbetalingsregeling voor belastingschulden. De Belastingdienst heeft dezetoezegging onderzocht en uitgewerkt in een voor belastingschuldennieuwe standaardbetalingsregeling. Met een standaardbetalingsregelingwordt bedoeld de mogelijkheid om de volledige belastingschuld gespreidte betalen, ongeacht de financiële draagkracht van de burger (i.e. eenbetalingsregeling zoals Dienst Toeslagen deze al kent). Op deze standaard-betalingsregeling zijn laagdrempelige voorwaarden van toepassing,waardoor burgers eerder in aanmerking komen voor een betalingsre-geling. Burger kunnen hierdoor meer financiële ruimte krijgen.Ook wordt het mogelijk om in nader te bepalen gevallen, op verzoek vande burger, nieuwe belastingschulden te voegen aan een lopendebetalingsregeling. Dit gaat (in de toekomst) gelden voor zowel destandaard- als de persoonlijke betalingsregeling. Tot slot wordenbelastingteruggaven tijdens de duur van de betalingsregeling niet langerautomatisch verrekend met een belastingschuld, behoudens enkeleuitzonderingen.2. Schorsende werking bij bezwaar en beroep Met ingang van 1 januari 2027 wijzigt de rechtsbescherming bij geschillenover uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingschulden. Demogelijkheid van administratief beroep wordt dan vervangen door eenbezwaar- en beroepsgang bij de fiscale rechter. Dit maakt ook eenaanpassing van het huidige beleid ten aanzien van de schorsende werkinggedurende een procedure passend. De Belastingdienst kiest daarbij vooreen coulante houding in de bezwaarfase en meer terughoudendheid, metruimte voor maatwerk, in de beroepsfase. Deze maatregel doet recht aanhet strategische uitgangspunt een persoonsgerichte benadering.3. Toerekenbaarheidstoets Bij een afwijzing van een verzoek om kwijtschelding geldt nu een«fictieve» afwijzingsgrond van toerekenbaarheid. Er is sprake vantoerekenbaarheid als deze fictie zich voordoet. Een verzoek om kwijt-schelding wordt dan afgewezen. Deze fictieve afwijzingsgrond wordtvervangen door een «vermoeden» van toerekenbaarheid. Dit betekent dateen verzoek om kwijtschelding vanwege toerekenbaarheid in de toekomstalleen wordt afgewezen als (en voor zover) de burger een persoonlijkverwijt kan worden gemaakt waardoor de belastingschuld niet kanworden voldaan. De omstandigheden waarin vermoed wordt dat sprake isvan toerekenbaarheid (waarvoor nu nog de fictie geldt) worden bovendienaangepast. Er wordt daarnaast een «verplicht» contactmoment ingevoerdals de Belastingdienst het voornemen heeft om een verzoek om kwijt-schelding af te wijzen vanwege het vermoeden van toerekenbaarheid.Hierbij krijgt de burger voorts de mogelijkheid tegenbewijs te leveren alsde Belastingdienst overweegt het verzoek af te wijzen.Inwerkingtreding zal gelijktijdig plaatsvinden met de inwerkingtreding vande maatregel Inkaderen beleid «geen verdere invorderingsmaatregelen».3Kamerstukken II 2022/23 31 066, nr. 1279.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14332 4. Inkaderen beleid «geen verdere invorderingsmaatregelen» Als een burger niet voor kwijtschelding in aanmerking komt, heeft deBelastingdienst de bevoegdheid om te beslissen dat er geen verdereinvorderingsmaatregelen (hierna GVI) (meer) worden getroffen. Het al danniet verlenen van een beschikking GVI is ter beoordeling van de behan-delend invorderingsmedewerker die hierbij een vrije keuze heeft. In deLeidraad Invordering 2008 wordt ten aanzien van de te stellenvoorwaarden aan een beschikking GVI duidelijker gemaakt dat er meerruimte voor variatie bestaat, zodat er meer maatwerk geleverd kanworden. Ook wordt beter tot uitdrukking gebracht dat GVI alleen wordttoegekend als individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven. HetGVI-beleid krijgt zo (nog) meer het karakter van een vangnet, zonder datde bestaande ruimte om maatwerk te kunnen bieden wordt weggenomen.Deze verbetermaatregel gaat hand in hand met een versoepeling van hetkwijtscheldingsbeleid door aanpassing van de toerekenbaarheidstoets (ziehierboven). Door een minder stringent kwijtscheldingsbeleid hoeft mindervaak een beroep te worden gedaan op het GVI-beleid.5. Betaalpauze Als vijfde verbetermaatregel gaat de Belastingdienst een betaalpauzeinvoeren voor burgers die willen dat de invordering van hun belasting- entoeslagschulden tijdelijk wordt opgeschort. Met de Kamerbrief van9 februari jl. is uw Kamer geïnformeerd dat de Belastingdienst en DienstToeslagen werken aan de vormgeving van de betaalpauze.Alle bovengenoemde verbetermaatregelen zijn, op basis van een eersteinschatting door de Belastingdienst, uitvoerbaar en worden na 1 januari2025 gerealiseerd. In de implementatiefase worden de uitvoeringsa-specten nader uitgewerkt en wordt duidelijkheid gegeven over deinwerkingtredingsdatum.Overige maatregelen invorderingsstrategie BelastingdienstIn het kader van de versnelling van de implementatie van de invorderings-strategie is in de Kamerbrief van 26 april 2024 de ambitie uitgesproken omvijf verschillende maatregelen die voortvloeien uit de invorderingsstra-tegie op korte termijn te implementeren. Deze maatregelen wordenuiterlijk eind van het jaar gerealiseerd.Voor de maatregel die ziet op een vrijstelling voor particulieren van hetniet-bovenmatige deel van een pensioenvoorziening is een wijziging vande URIW 1990 noodzakelijk. Deze wijziging van de URIW 1990 is op30 augustus 2024 gepubliceerd waardoor deze vrijstelling geldt vanaf31 augustus 2024. Dit betekent dat de eerder gecommuniceerde datumvan 1 juli 2024 niet is gehaald. Nadat is gebleken dat de wijziging niet per1 juli 2024 van kracht zou zijn, heeft de Belastingdienst verzoeken vanparticulieren om kwijtschelding – waarbij mogelijk sprake zou zijn van eenoudedagsvoorziening die niet-bovenmatig is – aangehouden inafwachting van de wijziging van de URIW 1990.In het kader van Invorderingsstrategie Belastingdienst zijn meerdereverkenningen gedaan. Deze verkenningen hebben niet allemaal geleid totconcrete verbetermaatregelen. Uitzondering hierop is de maatregelHuisbezoeken ter ondersteuning en voor het bieden van hulp. U benthierover geïnformeerd in de stand-van-zakenbrief invorderingsstrategieënBelastingdienst en Toeslagen van 9 februari 2024. Door middel van pilotsof experimenten zal worden onderzocht of en op welke wijze hieraaninvulling kan worden gegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14333 In 2020 is aan de Tweede Kamer toegezegd om aanslagen standaard testuiten, zodat aanslagen niet meer zomaar konden verjaren.4 Door hetstuiten van een belastingaanslag kan een burger alsnog te maken krijgenmet invordering van zijn belastingschuld. In 2022 is in de Invorderings-strategie Belastingdienst beschreven dat de Belastingdienst het stuitenvan de verjaring van een belastingaanslag alleen wil doen als daar eengoede reden voor is. De Belastingdienst heeft daarom een verkenninggedaan naar het niet meer standaard stuiten van belastingaanslagen. Uitde verkenning is gebleken dat een wijziging van het uitvoeringsproces,zodat er geen standaard stuitingsbrief wordt verstuurd, aanzienlijkeuitvoeringsrisico’s en- kosten met zich meebrengt, mede doordat eengroot deel van de werkzaamheden dan handmatig moet worden uitge-voerd. De Belastingdienst gaat een nadere verkenning uitvoeren om teonderzoeken of en hoe geregeld kan worden dat er alleen een stuitingplaatsvindt wanneer daar een goede reden voor is.In de invorderingsstrategie zijn ook zes maatregelen opgenomen diebijdragen aan de uitgangspunten die beogen probleemschulden tevoorkomen en het bestaansminimum te waarborgen. Vanuit burgerper-spectief is het niet wenselijk om op dit gebied maatregelen eigenstandiguit te werken. De Belastingdienst doet dit daarom samen met deCRI-partijen. Voor de beleidsmatige uitwerking van deze maatregelenworden daarom de uitkomsten van een interdepartementale verkenninguniformeren norm bestaansminimum van het samenwerkingsverbandClustering Rijksincasso (CRI) afgewacht. CRI is een samenwerkings-verband tussen de Belastingdienst, Dienst Toeslagen, CAK, SVB, CJIB,Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, DUO en UWV. Deze verkenningwordt naar verwachting in mei 2025 afgerond.Implementatie en budgettaire consequentiesIn de stand-van-zakenbrieven, die aan uw Kamer worden verzondenvoorafgaand aan de commissiedebatten Belastingdienst, wordt ugeïnformeerd over de voorgang van de implementatie. De budgettaire –en uitvoeringsgevolgen worden per maatregel in de implementatiefaseverder uitgewerkt. Daarna zal budgettaire besluitvorming plaatsvindenwaarbij de uitvoeringskosten binnen de departementale begroting van dedesbetreffende uitvoeringsorganisatie worden gedekt.Verbetermaatregelen die door zowel de Belastingdienst als DienstToeslagen worden uitgewerktIlliquide vermogenMet de Kamerbrief van 26 april 2024 is uw Kamer geïnformeerd dat zowelde Belastingdienst als Dienst Toeslagen een (verlengde) betalingsregelingonder voorwaarden willen aanbieden. Deze verlengde betalingsregelingmoet gaan gelden wanneer iemand vermogen heeft dat bezwaarlijk tegelde is te maken (illiquide vermogen). In die gevallen kan de looptijd vande betalingsregeling met maximaal vijf jaar boven op de normale looptijdworden verlengd. Aangezien de normale looptijd bij Dienst Toeslagen(vierentwintig maanden) een jaar langer is dan bij de Belastingdienst(twaalf maanden), is besloten dat de betalingsregeling van DienstToeslagen met maximaal vier jaar wordt verlengd, zodat de totale looptijdbij zowel de Belastingdienst als Dienst Toeslagen 6 jaar wordt. Wanneereen burger zowel vorderingen bij de Belastingdienst als Dienst Toeslagenheeft, zal worden aangesloten bij de Belastingdienst. Op deze manier4Kamerstukken II 2018–2019, 31 066, nr. 607.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14334 heeft de burger te maken met een afgestemde aanpak voor zowel zijnBelasting- als Toeslagschulden.Bij de toekenning van deze (verlengde) regeling verschilt de uitwerkingvan de Belastingdienst met die van de Dienst Toeslagen. De Belasting-dienst bepaalt zelf of vermogensbestanddelen onredelijk bezwarend tegelde te maken zijn om de belastingschuld te betalen en hanteert hierbijde regel dat luxegoederen niet in aanmerking komen. Bij Dienst Toeslagengeeft de burger aan of vermogensbestanddelen moeilijk en/of metnoemenswaardig waardeverlies te gelde te maken zijn of het te geldemaken voor hem onredelijk bezwarend is en hij daardoor (materiële ofimmateriële) schade zal lijden. Bij beide uitwerkingen blijft hetuitgangspunt dat de schuld wordt afgelost ter waarde van deze illiquidevermogensbestanddelen en wordt liquide vermogen in principe altijdingezet ter aflossing van de schuld.BetaalpauzeMet de Kamerbrief van 9 februari 2024 is uw Kamer geïnformeerd dat deBelastingdienst en Dienst Toeslagen werken aan de verdere vormgevingvan een betaalpauze. Deze is bedoeld voor burgers die willen dat deinvordering van hun belasting- en toeslagschulden tijdelijk wordtopgeschort. In de brief is aangegeven dat de Belastingdienst al KortTelefonisch Uitstel (KTU) kent en op termijn de bestaande mogelijkheidvan KTU voor burgers wil aanpassen en verruimen om in meer gevalleneen pauzering van de invorderingsmaatregelen te bieden. Ook isaangegeven dat Dienst Toeslagen de mogelijkheid nog niet kent en onderstrikte voorwaarden, na persoonlijk contact, de burger een invorderings-pauze wil gaan bieden. Hierbij denkt Dienst Toeslagen vooral aan burgersdie door hun persoonlijke situatie (bijvoorbeeld vanwege een impactvollelevensgebeurtenis), tijd nodig hebben om hun financiële situatie op ordete brengen. Aangezien dit persoonlijke contact bij zowel het aanvragenvan de pauze als aan het einde van de pauze veel capaciteit vraagt, zal ineerste instantie en op korte termijn -zonder persoonlijk contact aan heteind van de pauze – een pauze van vier maanden voor de invordering vantoeslagschulden mogelijk worden gemaakt. Deze maatregel zal wordengeëvalueerd. Via een pilot zal worden onderzocht of en in hoeverre hetnuttig is om intensiever persoonlijk contact en meer maatwerk in depauzeduur toe te passen. Dit persoonlijk contact is op termijn de wens vanToeslagen, zodat vooraf afspraken kunnen worden gemaakt over destappen die de burger tijdens de pauze neemt en hierover (telefonisch)contact te hebben aan het eind van de pauze om te bezien of deze stappenzijn gezet of dat er meer maatwerk noodzakelijk is. Bij de doorontwikkelingwil Dienst Toeslagen ook dat in het proces wordt ingeregeld dat er eenbetalingsafspraak wordt gemaakt wanneer de burger daartoe in staat iszodat het aanvragen van een betalingsregeling niet wordt uitgesteld tenzijdit onvermijdelijk is (bijvoorbeeld vanwege een impactvolle levensgebeur-tenis).CRI – Betalingsregeling Rijk en het Vorderingenoverzicht RijkDe uitwerking van de invorderingsstrategieën heeft een link met hetsamenwerkingsverband Clustering Rijksincasso (CRI). Met dit samenwer-kingsverband wordt onder andere gewerkt aan de Betalingsregeling Rijken het Vorderingenoverzicht Rijk. De Belastingdienst en Dienst Toeslagenverkennen de deelname aan deze initiatieven en houden hier rekeningmee bij de uitwerking en implementatie van de invorderingsstrategieën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14335 De voortzetting van deze ontwikkelingen van CRI is ook genoemd in dekabinetsvisie over het terugdringen van problematische schulden.5Stand van zaken Invorderingsstrategie Dienst ToeslagenInzicht in persoonlijke toeslagschuld en procesDoor meer inzicht en overzicht te geven, zijn burgers meer in controleover hun eigen financiën en voelen ze daarvoor meer autonomie enverantwoordelijkheid. Dienst Toeslagen wil dat bereiken door de burgersmeer inzicht te geven in hun toeslagschuld; inzicht in hoe de terugvorde-ringen zijn ontstaan, hoeveel er welke terugvordering is betaald enwanneer de betalingen hebben plaatsgevonden. Ook wil Dienst Toeslagendat de burger duidelijk wordt geïnformeerd over hoe en waarmee zijntoeslagschuld is verrekend, tot wanneer een schuld wordt verrekend endat de verrekening desgewenst kan stoppen door (alsnog) de schuld inéén keer te betalen of een betalingsregeling af te sluiten (spijtoptantenre-geling). Daarnaast wil Dienst Toeslagen dat burgers in de voorschotfasemeer en duidelijker inzicht wordt gegeven over hun voorschot en deeffecten van de doorgegeven wijzigingen daarop.SpijtoptantenregelingMet de Kamerbrief van 9 februari 2024 is uw Kamer geïnformeerd overhet voornemen om burgers met toeslagschulden die in de dwanginvorde-ringsfase verkeren alsnog onder voorwaarden -éénmalig- de mogelijkheidte bieden om een betalingsregeling te treffen. Deze spijtoptantenregelingis nader uitgewerkt. Omdat het veel van deze burgers en de uitvoeringvraagt om informatie te verstrekken en te verwerken, is ervoor gekozenhiervoor geen extra voorwaarden (zoals het aantonen van de betalingsver-plichting te kunnen voldoen) meer te stellen. Hierdoor wordt het gemakke-lijker om gebruik te maken van deze regeling. Wanneer de burger tochstopt met het betalen van zijn betalingsregeling, zal hij teruggaan naar hetproces waar hij was voor het afsluiten van de betalingsregeling. Ook devoorwaarde dat een spijtoptantenregeling éénmalig kan worden aange-vraagd, zal worden losgelaten. In plaats daarvan zal Dienst Toeslagen demogelijkheid krijgen om een aanvraag voor een spijtoptantenregeling afte wijzen, als bij een tweede of latere aanvraag voor dezelfde terugvorde-ring(en) signalen bestaan dat de invordering daarvan met die aanvraagwordt gefrustreerd. Dit is besloten in verband met de samenhang met deuitwerking van de maatregel die de mogelijkheid biedt om één persoons-gerichte betalingsregeling te treffen. Het (na de vervaldatum) voegen vannieuwe terugvorderingen met een lopende betalingsregeling, leidt tot eennieuwe betalingsregeling. Dit betekent dat, bij het hanteren van devoorwaarde van eenmaligheid, de nieuwe terugvorderingen niet meerkunnen worden opgenomen in de lopende betalingsregeling uit hoofdevan spijtoptantenregeling. Daarnaast wil Dienst Toeslagen ook demogelijkheid bieden voor een betalingsregeling in situaties waarbij dewettelijke betalingstermijn is verlopen, maar de dwanginvorderingsfasenog niet is aangevangen.Overige verbetermaatregelen die worden uitgewerktMomenteel werkt Dienst Toeslagen aan de beleidsmatige uitwerking vande verbetermaatregelen omtrent schorsende werking, een betalingsre-geling bij fraude, proportionele kosten, alleen dwanginvordering bijdefinitieve verschuldigdheid en de inzet van de deurwaarder.5Kamerstukken II 2024/25, 24 515 nr. 770.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14336 Stand van zaken implementatiefaseDe vier bovengenoemde verbetermaatregelen van Dienst Toeslagen zullenin de implementatiefase op budgettaire en uitvoeringstechnischerandvoorwaarden worden uitgewerkt en tevens zal worden bezien of ernog tegen onvoorziene juridische belemmeringen wordt aangelopen.Verschillende verbetermaatregelen uit de strategie van Dienst Toeslagenzijn reeds in de implementatiefase. Dit gaat om het inregelen van éénbetalingsregeling voor alle terugvorderingen, het signaleren vanmaatwerksituaties, het verbeteren van de informatie waaronder deinformatie over invorderingsrente, het bieden van eenvoudigere betaal-mogelijkheden en het niet meer standaard stuiten van de verjarings-termijn. De verbetermaatregel over het verrekenen zonder kosten uit destrategie is reeds ingevoerd.6 Met deze maatregel kunnen toeslagvorde-ringen worden verrekend met een te krijgen toeslag met inachtnemingvan het bestaansminimum. Momenteel wordt dit proces geëvalueerd.In de implementatiefase voor de verbetermaatregel omtrent verbeterdeinformatie en communicatie, heeft Dienst Toeslagen een gedragson-derzoek laten uitvoeren naar verdere verbeteringen in de communicatierichting burgers rondom het invorderingsproces. De eindrapportage«Doenlijk(er) Invorderen» bevat aanbevelingen voor verbeteringen in decommunicatie en vervolgonderzoek naar verwante onderdelen van hetproces. Onder andere zijn ideaaltypes van een aantal brieven uit hetinvorderingsproces opgesteld en getoetst vanuit gedrags- en burgerper-spectief. Deze ideale voorbeeldbrieven zijn nog niet direct implemen-teerbaar, maar geven een beeld van de ambities die Dienst Toeslagenheeft voor de burgerbrieven.Bij alle verbetermaatregelen in de implementatiefase geldt dat deimplementatie van de verbetermaatregelen een lange doorlooptijd kentdoor capaciteitstekorten en een overvolle IV-agenda. Daarom is ermomenteel geen zicht op wanneer de verbetermaatregelen vanuit destrategie op het IV-portfolio kunnen komen te staan en geïmplementeerdkunnen worden.Oplossingsrichtingen rapport «Gezien en bereikbaar» over dealternatieve wijze van bekendmaking belastingaanslagenIn de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend Onrecht» van deParlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag is aange-kondigd dat de Invorderingswet 1990 (IW 1990) wordt herijkt om ervoor tezorgen dat er voldoende ruimte is om rekening te houden met omstandig-heden van burgers.7 Op 31 oktober 2022 heeft mijn voorganger uw Kamergeïnformeerd over de uitkomsten van de herijking van de IW 1990.8Hierbij is aangegeven dat uit onderzoek volgt dat de wet in principevoldoende ruimte biedt om rekening te houden met de omstandighedenvan burgers. Enkel het artikel dat ziet op de bekendmaking van belasting-aanslagen kan ervoor zorgen dat er in de praktijk mogelijk ongewenstesituaties ontstaan. Hierbij is aangegeven dat er nader onderzoek zalworden gedaan naar een alternatieve wijze van bekendmaking vanbelastingaanslagen. Het onderzoek is afgerond en op 10 juli 2024 is hetrapport «Gezien en bereikbaar» (hierna: het rapport) aan uw Kameraangeboden9 . Voorts is toegezegd u nader te zullen informeren over de6Kamerstukken II 2022/23, 31 066, nr. 1270.7Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 4, p. 11.8Kamerstukken II 32022/23, 35 510, nr. 106.9Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1417.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14337 vervolgacties die in gang zijn gezet naar aanleiding van de genoemdeoplossingsrichtingen uit het rapport.Uit het rapport volgt dat er verschillende doelgroepen te onderscheidenzijn die niet altijd goed bereikbaar zijn, waarbij ook de achterliggendeproblematiek bij deze doelgroepen verschillend is. De overheid dient zich– met name voor kwetsbare groepen – in te spannen zodat zij zich kunnenvergewissen van hun rechten en verplichtingen. Gezien de variëteit indoelgroepen en de achterliggende problematiek bij deze doelgroepen is erniet één generieke oplossing. In het rapport worden verschillendeoplossingsrichtingen aangedragen die eraan kunnen bijdragen datburgers die nu slecht of niet worden bereikt, wél bereikt worden.Hieronder wordt ingegaan op een aantal van deze oplossingsrichtingen enwordt toegelicht op welke wijze de Belastingdienst hier een vervolg aanwil gaan geven.Onbestelbaar retourOp 21 december 2023 heeft mijn voorganger uw Kamer in de Stand vande uitvoering 2023 – onder meer – geïnformeerd over de onbestelbaarretour gekomen post.10Jaarlijks verzendt de Belastingdienst ruim 140miljoen poststukken aan burgers, bedrijven en intermediairs. Van deverzonden poststukken komen er jaarlijks ongeveer 800.000 terug. Er zijnmeerdere redenen voor het terugkomen van poststukken. Devoornaamste reden is dat de poststukken als onbestelbaar retour wordenbestempeld. Een onbestelbaar retour gekomen poststuk kan verzondenzijn door verschillende onderdelen van de Belastingdienst. Er kanbijvoorbeeld een fout in het gebruikte adres zitten of een fout wordengemaakt bij het printen van de brief. Het komt echter ook voor dat hetpoststuk wél juist is geadresseerd, maar de ontvanger het stuk simpelwegniet in ontvangst heeft willen nemen.De Belastingdienst heeft de verplichting om voldoende inspanningen televeren om ervoor te zorgen dat burgers op de hoogte zijn van hunrechten en verplichtingen. Hiervoor wordt nu het proces «onbestelbaarretour» ingericht.Zoals in de Stand van de uitvoering 2023 is aangegeven wordt er ookgewerkt aan het digitaliseren en vastleggen van de retour gekomen post.Hierdoor kan het terugkomen van poststukken beter worden geanaly-seerd. Uit deze analyse kan vervolgens lering worden getrokken. Ookkunnen er eventuele wijzigingen voortvloeien in de gegevens van burgersdie bij de Belastingdienst bekend zijn.PostadresBij de Belastingdienst bestaat al de mogelijkheid voor burgers enbedrijven om post op een postadres te ontvangen. De post van deBelastingdienst wordt dan op een ander adres dan het woon- of vesti-gingsadres ontvangen. Deze mogelijkheid is relatief onbekend. Eenpostadres dient per post aangevraagd te worden door de burger. DeBelastingdienst is gestart met het omzetten van het papieren formuliernaar een digitaal formulier. Ook wordt bekeken of het formulier, doormiddel van een machtiging, via DigiD of E-herkenning, ingevuld kanworden door intermediairs.10Stand van de uitvoering 2023, p. 31, bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1327.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14338 Het gebruik van een postadres bij de Belastingdienst is uitsluitendmogelijk wanneer de burger of het bedrijf in Nederland woonachtig ofgevestigd is. Er wordt daarom bezien of de voorwaarde, dat een burger ofonderneming alleen een postadres kan aanvragen als deze in Nederlandwoonachtig of gevestigd is, kan vervallen, zodat burgers en bedrijven diegevestigd zijn in het buitenland ook een postadres kunnen opgeven bij deBelastingdienst.CommunicatieHet overgrote deel van de burgers is per post (goed) bereikbaar en kanper brief op de hoogte worden gebracht van zijn rechten en verplich-tingen. Gezien het belang van de Belastingdienst om burgers (goed) tebereiken, wordt bezien of burgers hierover via een communicatiecam-pagne of eventueel door hulpverleners kunnen worden geïnformeerd overde beschikbare opties om goed bereikbaar te zijn.Ook is er aandacht voor het vergroten van de bewustwording vanmedewerkers van de Belastingdienst kan worden verbeterd zodat zij deburger kunnen wijzen op – indien noodzakelijk − de beschikbare alterna-tieven zoals het opgeven van een postadres. Ook worden belastingdienst-medewerkers aangespoord actie te ondernemen wanneer zij vermoedendat een burger geen kennis heeft kunnen nemen van zijn rechten,verplichtingen of belastingaanslagen als gevolg van de (on)bereik-baarheid. Zo kan de Belastingdienstmedewerker de burger actief wijzenop bijvoorbeeld de mogelijkheid van een postadres.De Belastingdienst werkt daarnaast aan het realiseren van elektronischberichtenverkeer waarbij burgers kunnen opgeven of ze de correspon-dentie ook digitaal willen ontvangen. Tevens is de Belastingdienst bezigom alle correspondentie digitaal inzichtelijk te maken via het Overzichtbetalen en ontvangen op de website van de Belastingdienst.ConclusieUit het onderzoek Alternatieve wijze van bekendmaking belastingaan-slagen is gebleken dat rekening houden met de omstandigheden vanburgers bij de bekendmaking en invordering van belastingaanslagen eencomplexe aangelegenheid is. Hoewel er (nog) geen kant-en-klareoplossingen zijn gevonden, heeft het onderzoek wel geleid tot nieuweinzichten en oplossingsrichtingen om burgers te bereiken. De Belasting-dienst beziet op welke wijze deze geïmplementeerd kunnen worden.Daarnaast heeft de Belastingdienst ook verbeteringen van de eigenprocessen en werkwijze in gang gezet die moeten bijdragen aan het beterbereiken van burgers.De Staatssecretaris van Financiën,F.L. IdsingaDe Staatssecretaris van Financiën,N. AchahbarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14339
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.