Voortgang traject transparantie en voorkomen van ongewenste beïnvloeding van medisch professionals door bedrijven
Brontekst
Versie 9bfb1b1b7ec6f616 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 012Governance in de zorgsector31 765Kwaliteit van zorgNr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 april 2024In maart 2023 schreef de toenmalig Minister van VWS aan uw Kamer dathet tijd is voor meer overheidsregulering op het gebied van transparantieen ongewenste beïnvloeding van zorgprofessionals door medischebedrijven.1 Hij kondigde drie beleidslijnen aan:•Lijn 1: Verkennen hoe overheidsregulering versterkt kan worden,inclusief een wettelijk transparantieregister;•Lijn 2: Optimaliseren van de huidige zelfregulering omdat nieuwe wet-en regelgeving tijd vergt;•Lijn 3: Intensiveren van toezicht en handhaving door IGJ.Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van dit traject. Ikbeschrijf eerst de aanleiding en het doel van overheidsregulering.Vervolgens beschrijf ik per beleidslijn de voortgang. In de sectie over lijn1, over het versterken van overheidsregulering, kondig ik bovendien drienieuwe maatregelen aan. Deze zijn mijns inziens noodzakelijk omtransparantie beter te borgen en ongewenste beïnvloeding waar mogelijkte voorkomen. Vanzelfsprekend ga ik hierover graag met uw Kamer ingesprek.Tot slot stuur ik met deze brief ook de jaarlijkse evaluatie van hetTransparantieregister Zorg (TRZ) mee, uitgevoerd door het InstituutVerantwoord Medicijngebruik (IVM) (bijlage 1).2AanleidingIn het najaar van 2022 kwamen diverse berichten in het nieuws(Nieuwsuur, Follow the Money) over het niet goed functionerende TRZ ende gebrekkige transparantie van financiële relaties tussen medisch1Kamerstukken 32 012 en 31 765, nr. 492De jaarlijkse evaluatie van het TRZ is opgenomen in de Wet BIG, artikel 13c kst-32012-63ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 631 specialisten en de medische industrie3. De opvallendste casus was die vanhet Isala-ziekenhuis in Zwolle, waarbij mogelijk sprake is van fraude encorruptie. Vijf cardiologen en twee medewerkers van het Duitse bedrijfBiotronik zijn als gevolg hiervan aangemerkt als verdachten in eenstrafrechtelijk onderzoek.4 Ook in andere ziekenhuizen waren zaken nietop orde. Zo bleek dat cardiologen in het Amphia Ziekenhuis in Breda forsmeer betaald kregen van leveranciers van medische hulpmiddelen dan istoegestaan en ondernam het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegenjuridische stappen tegen haar eigen medisch specialisten vanwegeniet-transparante geldstromen.5Sinds 2012 worden financiële relaties tussen zorgverleners en demedische industrie vastgelegd in het TRZ, een systeem gebaseerd opzelfregulering. Bij het TRZ zijn diverse koepelorganisaties van zorgprofes-sionals én medische industrie aangesloten, waaronder NFU (academischeziekenhuizen), NVZ (algemene ziekenhuizen), V&VN (verplegers), KNMG(artsen) en KNMP (apothekers), VIG, Nefemed, Diagned (alle driemedische industrie). In de praktijk blijken registraties van financiëlerelaties regelmatig te ontbreken of niet vindbaar. Daarnaast bleek het TRZniet goed doorzoekbaar voor belangstellenden, zoals patiënten ofjournalisten.Ook is gebleken dat ziekenhuizen de interne transparantie vaak niet oporde hebben. Ziekenhuisbesturen waren in meerdere gevallen niet op dehoogte van financiële relaties van hun artsen met de farmaceutische ofhulpmiddelen industrie, zo bleek uit IGJ-toezicht.6 Hoewel ik ervanovertuigd ben dat het overgrote deel van de zorgprofessionals en mensenin de medische industrie met de beste bedoelingen hun werk doen, geeftal het bovenstaande aanleiding de koers te verleggen van zelfreguleringnaar overheidsregulering.Doel overheidsreguleringPatiënten moeten kunnen rekenen op goede, toegankelijke en betaalbarezorg en ondersteuning. Dat is ook het uitgangspunt van het IntegraalZorgakkoord, waaraan alle zorgpartijen zich hebben gecommitteerd. Ditbetekent ook dat patiënten erop moeten kunnen vertrouwen dat medischprofessionals zich niet laten beïnvloeden door (financiële) gunsten vanmedische hulpmiddelenbedrijven of farmaceutische bedrijven.In de Kamerbrief van maart 2023 schreef mijn voorganger dat hij wil datbetalingen aan zorgaanbieders en zorgprofessionals inzichtelijk zijn en datongewenste beïnvloeding zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Ook voormij staan deze doelen centraal. Ik zie transparantie over financiële relatiesin het zorgdomein als iets dat vanzelfsprekend zou moeten zijn. Het moetmogelijk zijn om na te gaan met wie degene die over iemands gezondheidbeslist, financiële relaties aangaat. Daarbij draagt voldoende transparantiebij aan een klimaat waarin misstanden minder snel voorkomen. Situatieswaarbij medische professionals uit eigen belang handelen, en niet in hetbelang van de patiënt, schaden zowel de zorg aan de patiënt als hetvertrouwen van de patiënt in de zorg. Ik zet mij er voor in dit zoveel alsmogelijk terug te dringen.Ik wil ervoor waken dat het beeld ontstaat dat financiële relaties tussenzorgprofessionals en industrie in zichzelf verkeerd zijn. Dergelijke3Zie dit artikel van Nieuwsuur en dit dossier van Follow the Money4Zie dit recente artikel van NRC over het Isala5Zie dit artikel over het Amphia en dit artikel over het Canisius6Zie hier het meest recente rapport van de IGJTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 632 geldstromen zijn juist van groot belang voor onderzoek, onderwijs eninnovatie in de zorg. Patiënten in Nederland krijgen over het algemeenbetere zorg, juist omdat zorgprofessionals en industrie samenwerken aannieuwe, innovatieve behandelmethoden. Waar het momenteel aan schortis transparantie over deze financiële relaties.Bij de nieuwe regelgeving die ik in deze brief voorstel, passen bovendientwee belangrijke kanttekeningen, die ik graag onder de aandacht van uwKamer breng. In de eerste plaats is het moeilijk de omvang van deproblematiek in kaart te brengen. Behalve de door de IGJ uitgevoerdesteekproeven en de berichten op basis van onderzoeksjournalistiekbestaat er geen verifieerbare data over hoe breed ongewenstebeïnvloeding in de zorg voorkomt. Ten tweede moeten we beseffen datoverheidsregulering op zichzelf niet alle problemen gaat voorkomen.Daarin hebben ook veldpartijen, zoals ziekenhuizen, artsenkoepels enindustrie, een belangrijke rol.Lijn 1: Het versterken van overheidsreguleringVoor de verkenning naar nieuwe maatregelen heb ik het huidige wettelijkkader geanalyseerd, waaronder geldende nationale en internationaleregelgeving en bestaande gedragscodes. Ook heb ik het IVM gevraagdeen vergelijking te maken van het TRZ met registers van andere landen.Een samenvatting van de juridische analyse en de internationalevergelijking zijn bij deze brief gevoegd (bijlagen 2 en 3).Naast deze analyse zijn twee stakeholderbijeenkomsten georganiseerd enzijn er verschillende gesprekken gevoerd.7 Op basis van deze verkenningis mijn algemene conclusie dat onder de verschillende veldpartijen steunbestaat voor nieuwe maatregelen. Ook veldpartijen zien dat er te vaakdingen mis gaan. Wel geven zij ook aandachtspunten mee, zoals hetbeperken van administratieve lasten, wat zonder meer mijn aandachtheeft.Het is mijn voornemen om drie maatregelen in te voeren om transpa-rantie in financiële relaties te vergroten en om ongewenste beïnvloedingzoveel mogelijk te voorkomen: (a) het instellen van een wettelijk transpa-rantieregister, (b) een grotere rol voor besturen van zorgaanbieders in hetaangaan van financiële relaties tussen zorgverleners en medischebedrijven, en (c) een beter wettelijk kader voor sponsoring.Maatregel a: Het instellen van een wettelijk transparantieregisterHet huidige TRZ berust op zelfregulering. Dit register bestaat nu ongeveer10 jaar en is de afgelopen 5 jaar jaarlijks geëvalueerd door het IVM.Hoewel gedurende deze looptijd meerdere verbeteringen zijn aange-bracht, functioneert het TRZ nog niet naar tevredenheid.Zo blijkt het TRZ niet compleet en moeilijk doorzoekbaar: meerderebetalingen die gemeld hadden moeten worden, ontbraken. Het zoekennaar een arts is alleen mogelijk op BIG-nummer en naar een bedrijf alleenop KvK-nummer. Hoewel deze gegevens openbaar zijn, bleken dezemoeilijk vindbaar voor mensen die het register wilden raadplegen, zoalspatiënten en burgers. Ook zijn niet alle medisch professionals aangeslotenbij het huidige TRZ (zoals tandartsen) en hoeven niet alle financiële7O.a. met de partijen CGR, GMH, TRZ, NVZ, NFU, KNMG, FMS, V&VN, NAPA, Patiëntenfederatie,IGJ, medisch specialisten en vertegenwoordigers van medisch bedrijven. In de toekomst zal ikde uitkomsten van mijn verkenning ook bespreken met partijen buiten de medisch specialis-tische zorg, zoals apothekers en tandartsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 633 relaties gemeld te worden (zoals betalingen voor mensgebondenonderzoek), terwijl hier wel grote geldstromen in om kunnen gaan. Tenslotte is handhaving door de IGJ niet mogelijk als financiële relaties nietworden geregistreerd. Om al deze redenen zet ik in op het instellen vaneen wettelijk transparantieregister.Bij het uitwerken van een wettelijk transparantieregister heb ik devolgende uitgangspunten:•Een duidelijke norm: alle zorgverleners en medische bedrijven zijntransparant over al hun financiële relaties, tenzij er een goede reden iseen uitzondering te maken.8 Een dergelijke norm zorgt voor eenduidig-heid: transparantie is een standaard onderdeel bij het aangaan van eenfinanciële relatie. En de regels gelden – waar mogelijk en wenselijk –voor alle zorgprofessionals. Ook de vier andere landen met eenwettelijk register uit de internationale vergelijking hanteren een brededefinitie van zorgverleners.•Een drempelbedrag van 500 euro per jaar: het huidige drempel-bedrag voor registratie in het TRZ is 500 euro cumulatief per jaar. Allesdaaronder hoeft nu niet te worden geregistreerd. In de verkenning hebik mijzelf de vraag gesteld of dit bedrag moet worden verlaagd of dater überhaupt geen drempelbedrag zou moeten worden gesteld voorbetalingen. Ik heb besloten dit drempelbedrag in stand houden. Meerkleine registraties verhoogt de administratieve lasten en is een verdereinbreuk op de privacy van medisch professionals. Ook veldpartijenhebben mij deze aandachtspunten expliciet meegegeven. Bovendienvindt ongewenste beïnvloeding van zorgprofessionals (zeer waar-schijnlijk) niet plaats door middel van kleine bedragen of geschenken,maar door grotere bedragen of door zaken gericht op status, publica-ties en onderzoekprojecten. Daarnaast zal toezicht houden op al dezekleinere registraties extra capaciteit vereisen van de IGJ. Dit maakt dateen lagere grens hanteren mijns inziens niet doelmatig is.•Beperkte toename administratieve lasten voor zorgprofessio-nals: de huidige werkwijze, waarbij het bedrijf registreert en dezorgprofessional controleert, blijft in stand. Wie geen financiële relatiesaangaat, hoeft ook niks te registreren. Het instellen van een wettelijkregister gaat dus niet gepaard met een (forse) toenemende administra-tieve last voor zorgprofessionals. Wel kunnen de administratieve lastenvoor bedrijven stijgen. Ik vind dit gerechtvaardigd en merk hierbij opdat in sommige andere landen de registratiedrempel lager is dan inNederland. Grotere internationaal opererende bedrijven hebben hierdus al processen voor ingericht.•Een verbeterde en gebruiksvriendelijke zoekfunctie: zoeken opnaam van de zorgverlener, zorgaanbieder of bedrijf wordt mogelijk. Inde huidige praktijk (zoeken op BIG of KvK-nummer) kunnen raadple-gers van het TRZ de betreffende arts of het bedrijf geregeld nietvinden. Dit blijkt ook uit de evaluatie van het IVM. Dit staat degewenste transparantie in de weg.Maatregel b: Een grotere rol voor besturen van zorgaanbiedersMijn tweede voorgenomen maatregel is het in regelgeving vastleggen vaneen grotere rol voor besturen van zorgaanbieders bij het aangaan vanfinanciële relaties tussen zorgprofessionals en medische bedrijven. De IGJconstateert dat ziekenhuisbesturen onvoldoende zicht hebben opfinanciële relaties die hun zorgprofessionals aangaan.9 Daarnaast levertmijn verkenning het beeld op dat financiële relaties die medisch specialis-8Een voorbeeld van een mogelijke uitzondering is bepaalde financiering van onderzoek i.v.m.Europese regelgeving over commerciële belangen.9Zie dit nieuwsbericht van de IGJTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 634 tische bedrijven (msb’s) aangaan met de medische industrie mindertransparant zijn dan relaties die via een individuele arts of zorginstellinglopen.10Ik vind het dan ook een positieve ontwikkeling dat de NVZ, NFU en FMSafgelopen jaar de handreiking «Governance financiële relaties zorgprofes-sionals en industrie»11 hebben opgesteld, met als doel de internetransparantie in ziekenhuizen te verbeteren. Hierin staat de aanbevelingom de raad van bestuur mede te laten ondertekenen bij zowel sponsoringals dienstverleningscontracten. Dit is per 1 januari van dit jaar ookopgenomen in de CGR en GMH gedragscodes. Een aantal UMC’s enalgemene ziekenhuizen kiest er zelfs voor verder te gaan en dit soortbetalingen via de instelling te laten verlopen in plaats van via individuelezorgverleners of msb’s. Ik vind deze bewegingen in de sector een goedezaak, maar ik vind het belangrijk de grotere rol van besturen ook inregelgeving op te nemen.Eén van de redenen hiervoor is dat de IGJ niet kan handhaven opgunstbetoon op basis van afspraken die binnen de sector zijn gemaakt,maar alleen als er regelgeving aan ten grondslag ligt. Daarnaast hebbennu alleen ziekenhuizen deze afspraken gemaakt en kan bij het vastleggenvan dergelijke afspraken in regelgeving de reikwijdte uitgebreid worden.Daarbij komt dat de aandacht in de sector voor ongewenste beïnvloedingnu groot is, maar dat dit mogelijk verslapt als het thema minder in deactualiteit is. Ten slotte verwacht ik als bijkomend voordeel dat wetgevingop dit vlak ook helpt om de gelijkgerichtheid binnen het ziekenhuis(tussen bestuur en medische staf) verder te vergroten: het kanbestuurders helpen om meer inzicht te krijgen in de geldstromen die viaeen msb verlopen.In de nieuwe situatie moet een zorgaanbieder – in de praktijk het bestuurof een gedelegeerde derde – goedkeuring geven aan alle overeenkomstenwaarin financiële relaties worden aangegaan, zodat zij beter zicht krijgenop financiële stromen binnen de zorginstelling. De individuele zorgver-lener en/of het msb blijft de ontvanger van het geld. Deze werkwijze sluitaan bij de nieuwe norm uit de bovengenoemde handreiking van zieken-huizen en medisch specialisten.Bij het invoeren van deze maatregel wil ik voorkomen dat kleine zorgorga-nisaties te maken krijgen met nieuwe regels die zorgen voor te hogeadministratieve lasten. Daarom denk ik eraan een grens te hanteren voororganisatiegrootte waaronder de regels niet van toepassing zijn. Deze enandere voorwaarden werk ik de komende periode verder uit.Maatregel c: Een beter wettelijk kader voor sponsoringAls derde maatregel stel ik een verbetering voor van het wettelijk kadervoor sponsoring. Op dit moment wordt de term «sponsoring» doorverschillende bronnen op verschillende manieren gebruikt. Hierdoor is hetvaak onduidelijk wat er precies wordt bedoeld en dat bemoeilijkt hettoezicht. Voorbeelden van financiële relaties die veelal onder de term«sponsoring» vallen zijn: financiering van bijeenkomsten/manifestaties,financiering van wetenschappelijk onderzoek, het beschikbaar stellen vanfellowships, leerstoelen of beurzen, het financieren van (zorg)projecten,en/of bijdragen aan patiëntenorganisaties.10Zie ook dit recente rapport van de NZa11Zie deze link: handreiking «Governance financiële relaties zorgprofessionals en industrie»Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 635 De IGJ constateert dat sponsoring door medische bedrijven (vaak vooronderzoek en onderwijs in ziekenhuizen) veel voorkomt en dat het daarbijvaak gaat om hoge bedragen waarvan de besteding niet duidelijk of niettransparant is. In die gevallen waar sprake is van hoge geldbedragen enwaar soms hele onderzoeksprogramma’s mee uitgevoerd worden, is hetrisico op ongewenste beïnvloeding mogelijk zelfs groter dan bij anderesoorten financiële relaties die nu al wel onder het TRZ vallen. Buiten kijfstaat dat dit soort geldstromen meestal wenselijk en zelfs nodig zijn voorbijvoorbeeld onderzoeksfinanciering.Ik vind het echter belangrijk de inzichtelijkheid van deze relaties teverbeteren.De IGJ geeft aan dat de huidige wettelijke kaders voor sponsoring echterniet duidelijk genoeg zijn om op te kunnen handhaven. Het gaat hier omgrote geldstromen waarbij de transparantie onvoldoende is. Het is somsonduidelijk wat de term sponsoring in deze context precies betekent. Datde IGJ nu niet kan handhaven op deze financiële relaties, is voor mij redenom een duidelijker wettelijk kader op te stellen. Hierbij denk ik bijvoor-beeld aan het opnemen van sponsoring (onder voorwaarden) als extrauitzondering op het verbod op gunstbetoon12 of aan het definiëren vanbepaalde voorwaarden waaronder financiële relaties (gunstbetoon ensponsoring samen) zijn toegestaan. In de uitwerking van deze maatregelonderzoek ik beide opties.Lijn 2: Het verbeteren van het huidige transparantieregisterDe tweede beleidslijn is het optimaliseren van zelfregulering binnen dehuidige kaders, uitgaande van de gedachte dat nieuwe wet- en regel-geving tijd vergt. Het verbeterplan dat eind 2022 is opgesteld door de driestichtingen die verantwoordelijk zijn voor de gedragscodes en het TRZ, isinmiddels grotendeels uitgevoerd.Onlangs zijn technische aanpassingen doorgevoerd aan het TRZ: dezoekfunctie is aangepast waardoor zoeken op naam van arts en bedrijfmogelijk is en enkele bugs die foutmeldingen veroorzaakten zijnverholpen. Verder werkt stichting TRZ aan het mogelijk maken vanfilteren, waardoor het register gemakkelijker doorzoekbaar is (zoals hetzoeken op ziekenhuis of leverancier).Naast deze technische aanpassingen heeft stichting TRZ een onafhankelijkvoorzitter aangesteld, wat de governance heeft verbeterd. Verder doet destichting onderzoek naar de financiële relaties van rechtspersonen en naarde vraag waarom bepaalde registraties op rechtspersoon zijn gedaan inplaats van op naam. Voor dit onderzoek wordt ook gebruikt gemaakt vanbevindingen van het IVM uit de evaluatie van het TRZ van 2023. In ditkader is op de site van het TRZ een aparte lijst gepubliceerd waarin oprechtspersoon kan worden gezocht. Deze lijst wordt nog verderaangevuld. De planning is dat deze doorzoekbare lijst in juli 2024 isafgerond. Tenslotte hebben beide gedragscodestichtingen (CGR en GMH)hun codes geharmoniseerd op basis van de aanbevelingen van de eerdergenoemde handreiking van NVZ, NFU en FMS. Zij werken toe naar éénenkele gedragscode voor zowel genees- als hulpmiddelen.12Gunstbetoon is het in het vooruitzicht stellen, aanbieden of toekennen van geld of op geldwaardeerbare diensten of goederen met het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellenof gebruiken van een genees- of hulpmiddel te bevorderen, dan wel het aanvaarden daarvanof het aanbieden van het aanvaarden daarvan. Artikel 1, eerste lid, onderdeel zz, en tweede lid,en artikel 84 van de Geneesmiddelenwet en artikel 6 van de Wet medische hulpmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 636 Het afgelopen jaar heb ik gezien dat alle partijen die zijn aangesloten bijde zelfregulering werk hebben gemaakt van het verbeteren van transpa-rantie over financiële relaties en het naleven van bestaande regels. Ditgeldt ook voor verschillende individuele ziekenhuizen, wat blijkt uit hettoezicht van de IGJ. In algemene zin is de bewustwording over ditonderwerp verbeterd. Ook in de toekomst blijft de inzet van al dezepartijen van groot belang om transparantie als kernwaarde voldoende teborgen en voor het naleven van nieuwe en bestaande regels. Daarom blijfik met deze partijen in gesprek, in de eerste plaats over de uitwerking vanmijn voorgenomen maatregelen.Lijn 3: Intensiveren van het toezichtIn de Kamerbrief van maart 2023 schreef mijn voorganger dat hij de IGJheeft gevraagd haar reguliere toezicht binnen de bestaande kaders teintensiveren en waar nodig aanvullende maatregelen te nemen. Hetreguliere toezicht bestaat uit drie onderdelen: een toezichtslijn met focusop transparantie van financiële relaties; risicogestuurd toezicht gericht opleveranciers van medische producten, farmaceutische bedrijven enzorgaanbieders; en jaarlijkse bezoeken aan nascholing, congressen enadviesraden over geneesmiddelen in zorginstellingen. Daarnaast staat deIGJ in contact met verschillende andere toezichthouders op het terreinvan financiële geldstromen, zoals de Fiscale inlichtingen- en opsporings-dienst (FIOD) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).De aanvullende acties van de IGJ bestonden uit inspectiebezoeken bij achtziekenhuizen. Deze inspectiebezoeken waren gericht op de inrichting, devoortgang en de borging van verbeteringen op het vlak van internetransparantie en het voorkomen van gunstbetoon. Daarnaast zijn er aparteinspectiegesprekken geweest met de bestuurders van de medischspecialistische bedrijven en coöperaties van de bezochte ziekenhuizen.Het onderzoek dat de IGJ eind 2022 in gang heeft gezet heeft tweerapportages met bevindingen opgeleverd. In september 2023 conclu-deerde de IGJ in een tussenrapportage al dat er onvoldoende checks andbalances zijn in de uitvoering binnen de tot dan toe onderzochte zorgin-stellingen. Er bleek te weinig aandacht voor de controle op financiëlerelaties tussen artsen en leveranciers, waardoor in deze zorginstellingeneen klimaat kon ontstaan waarbinnen ongewenste beïnvloeding tegemakkelijk kon plaatsvinden.In de vervolgrapportage van januari 2024 schreef de IGJ dat zowelleveranciers als zorgprofessionals zich in een aantal gevallen niet houdenaan de geldende wettelijke kaders voor dienstverlening.13 De IGJ heefthiervoor bestuursrechtelijke maatregelen opgelegd in de vorm vanwaarschuwingen en boetes aan zowel de betrokken leveranciers alszorgprofessionals. Ook is de IGJ in 2023 een thematisch onderzoek gestartnaar 30 hoge betalingen van farmaceutische bedrijven aan zorgverlenersen -instellingen in het kader van dienstverlening en sponsoring uit hetTRZ. Dit onderzoek is naar verwachting halverwege 2024 afgerond. Danzal de IGJ ook haar algehele bevindingen openbaar maken in eeneindrapportage.De constateringen van de IGJ sterken mij in de overtuiging dat regulering,toezicht en handhaving op het gebied van transparantie en ongewenstebeïnvloeding nodig is. Ik blijf in contact met de IGJ over haar lopendetoezicht en bevindingen en over de voorbereiding van nieuweregelgeving.13Zie het rapport van de IGJ: Gunstbetoon in de sector medische hulpmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 637 VervolgDe volgende stap is het uitwerken van de voorgestelde maatregelen inregelgeving. Hier ga ik nu mee aan de slag, waarbij ik in gesprek blijf metveldpartijen. In verband met de gewenste reikwijdte van de voorgenomenmaatregelen zal ik mij daarbij niet beperken tot de medisch specialistischezorg. Daarbij geldt als vanzelfsprekend dat ik rekening hou met dedemissionaire status van dit kabinet.Bij het invoeren van nieuwe maatregelen is het altijd zoeken naar de juistebalans. Ik wil de zorg zo min mogelijk belasten met onnodige of dispro-portionele administratieve handelingen. Tegelijkertijd ben ik ervanovertuigd dat we op dit terrein als overheid meer regie moeten nemen. Ikga graag met uw Kamer in gesprek over deze balans.De Minister voor Medische Zorg,P.A. DijkstraTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 638
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.