KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Landbouw- en Visserijraad 23 en 24 juni 2025

1 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6ecfee4e430fb820 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1720 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2025Op 23 en 24 juni jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad)plaats in Luxemburg. Met deze brief informeren wij de Kamer over deuitkomsten van de Raad.1. Verslag Landbouw- en Visserijraad 23 en 24 juni 2025 Handelsgerelateerde landbouwvraagstukkenDe Europese Commissie (hierna: Commissie) informeerde de Raad overde stand van zaken op het gebied van de internationale handel inlandbouwgoederen en over lopende multilaterale onderhandelingen.Daarnaast gaf de Commissie een actuele stand van zaken van lopende enafgeronde bilaterale onderhandelingen over handelsakkoorden en gaf zeeen update over de onderhandelingen met de Verenigde Staten enOekraïne.Veel lidstaten spraken steun uit voor de lopende onderhandelingen overhandelsakkoorden met derde landen. Voor wat betreft een akkoord met deMercosur-landen gaf een aantal lidstaten aan voorstander te zijn van eenakkoord en een aantal lidstaten uitte zorgen over een akkoord. De Raadsprak daarnaast in algemene zin over uitgangspunten voor de Europesehandelsbetrekkingen met derde landen op het gebied op landbouw.Daarbij werden door onder andere Nederland verschillende aspectenbenadrukt, zoals de bijdrage die handelsakkoorden kunnen leveren aanhet concurrentievermogen, exportkansen, diversificatie van handels-stromen en voedselzekerheid. Ook werd door Nederland en anderelidstaten het belang van hoge productiestandaarden genoemd, waarbijNederland de inzet van de Commissie in de Visie voor Landbouw enVoedsel op sterkere afstemming van productiestandaarden (met name ophet gebied van gewasbeschermingsmiddelen en dierenwelzijn) die vantoepassing zijn op geïmporteerde producten, steunde. Dit moet volgensNederland wel gebeuren met inachtneming van de WTO-regels. kst-21501-32-1720ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17201 Nederland gaf aan uit te kijken naar de nadere voorstellen van deCommissie.Nederland uitte zorgen over de Amerikaanse importheffingen en steunde,met het merendeel van de lidstaten, de aanpak van de Commissie om dedialoog met de Verenigde Staten te blijven zoeken en tegelijkertijdvoorbereidingen te treffen voor een adequate tegenreactie als degesprekken niets opleveren. Hierbij zijn de Europese standaarden voorvoedselveiligheid niet onderhandelbaar.Nederland sprak, samen met veel lidstaten, ook opnieuw steun uit voorOekraïne en riep op om voortgang te maken met de onderhandelingenmet Oekraïne voor verbetering van het wederzijds marktaanbod onder hetDeep and Comprehensive Free Trade Agreement van het Associatieak-koord. Tegelijkertijd vindt Nederland het belangrijk dat rekening wordtgehouden met mogelijke marktverstoringen op het gebied van landbouw.Ook benadrukte Nederland het belang dat ingezet wordt op het verderovernemen en implementeren van EU-productiestandaarden doorOekraïne, zoals is afgesproken onder het Associatieakkoord voor deEuropese sanitaire-, fytosanitaire- en dierenwelzijnswetgeving.Omnibus voor landbouwDe Commissie gaf een toelichting op de Omnibus voor landbouw die op14 mei jl. is gepubliceerd, waarbij de Commissie voorstelt het Gemeen-schappelijk Landbouwbeleid (GLB) te vereenvoudigen en het concurren-tievermogen van de landbouwers te vergroten. Het pakket maatregelen isgericht op het verminderen van administratieve lasten, op controles,uitvoering en crisisrespons en op investeringsbehoeften van delandbouwsector.Veel lidstaten onderstreepten het belang van vereenvoudiging in delandbouw en waren positief over de voorstellen die zijn gedaan in deOmnibus voor landbouw. Nederland gaf aan tevreden te zijn met deaanpassing van de brede weersverzekering, het schrappen van dejaarlijkse prestatiegoedkeuring en meer flexibiliteit in het beheer van deGLB Nationaal strategische plannen. Daarnaast uitte Nederland zichkritisch over het voornemen om kleine landbouwbedrijven uit te zonderenvan de conditionaliteitseisen. Nederland vroeg de Commissie ook omonderbouwing van het effect op de waterkwaliteit als biologischebedrijven automatisch voldoen aan de conditionaliteitsregels overbufferstroken (GLMC 4).Lidstaten waren voornamelijk verdeeld over het voorstel om delandbouwreserve niet meer te kunnen benutten voor steun voor schadegeleden door natuurrampen, ongunstige klimaatgebeurtenissen oframpzalige gebeurtenissen. Enkele lidstaten die te maken hebben gehadmet extreme weersomstandigheden, pleitten voor een brede toepassingvan de landbouwreserve, waaronder ook op schade ontstaan door dezeextreme weersomstandigheden. Nederland bracht hierop in dat delandbouwreserve gebruikt moet worden waarvoor deze bedoeld is,namelijk marktverstoringen. Daarnaast gaf Nederland met enkele lidstatenaan dat het betreurenswaardig is dat er geen adequate effectbeoordelingis gedaan door de Commissie.In de Raad riepen veel lidstaten ook op tot een sterk GLB na 2027 metgeëigende middelen.Mededeling over duurzame visserij in de Europese Unie: stand van zakenen oriëntaties voor 2026Eurocommissaris Kadis presenteerde de jaarlijkse Commissiemededelingover de stand van zaken van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB).Steeds meer Europese visbestanden worden op een duurzaam niveaubeheerd of zitten in een stijgende lijn richting het niveau van MaximumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17202 Sustainable Yield (hierna: MSY). Tegelijkertijd blijft de toestand van veelvisbestanden in de Middellandse Zee en de Oostzee zorgelijk. Verschil-lende lidstaten gaven erkenning aan de vissers die offers hebben gebrachtom de verbetering van de visstand mogelijk te maken. Tegelijkertijd uittenveel lidstaten zorgen over een dalende trend van verschillende visbe-standen als gevolg van klimaatverandering, milieuvervuiling en hetuitblijven van robuuste verdeelafspraken over visquota met de Noord-Atlantische partners. Verschillende landen rondom de Oostzee uitten ookzorgen over de impact van toegenomen predatorenpopulaties, met namezeehonden en aalscholvers, op de visbestanden. De Eurocommissarisnoemde stabiliteit en voorspelbaarheid voor de visserijsector belangrijken wil daarom inzetten op meerjarenquota waar dat kan. Hoge brandstof-kosten blijven de grootste uitdaging voor de rentabiliteit van de visserij-vloot. De Commissaris verwees hierbij naar de roadmap voor deenergietransitie die de Commissie naar verwachting begin 2026 zalpubliceren. Eveneens erkende de Commissaris de zorgen van lidstatenover de implementatie van de aanlandplicht. Een studie hiernaar isonlangs gepubliceerd door de Commissie.Een brede groep lidstaten riep op tot een gebalanceerde benadering bijhet vaststellen van de vangstmogelijkheden. Veel visbestanden staanonder druk door andere factoren dan visserij. Tegelijkertijd gaven dezelidstaten aan dat alleen de visserijsector met steeds strengere maatre-gelen wordt geconfronteerd. Verschillende lidstaten, waaronderNederland, benadrukten dat bij het vaststellen van de vangstmogelijk-heden naast de lange termijn duurzaamheid van de visbestanden ook desociaal-economische impact op de vissers meegewogen moet worden. Indit kader vroegen deze lidstaten concreet om een wijziging van deVerordeningen die zien op meerjarenplannen. Hierbij werd vooralbenadrukt dat het belangrijk is de huidige juridische onduidelijkheid overde toepassing van de 5%-regel weg te nemen. Samen met anderelidstaten, bracht Nederland ook de onwerkbaarheid van de aanlandplichtnaar voren met een dringend verzoek tot een herziening van dezemaatregel. Eveneens benoemden verschillende lidstaten, waaronderNederland, de uitdagingen met de implementatie van een energietransitiein de visserijvloot, zoals het ontbreken van realistische alternatieven en debelemmeringen in het steunkader. Het ontbreken van voldoendefinanciële middelen werd hierbij door verschillende lidstaten ookgenoemd.Na de zomer wordt de discussie over de vangstmogelijkheden voor 2026voortgezet op basis van wetenschappelijke vangstadviezen die in de loopvan de zomer en in het najaar zullen verschijnen. Besluitvorming hierovervindt plaats in de Landbouw- en Visserijraad van december 2025.Beleidsmatige discussies over bijvoorbeeld de aanlandplicht, de energie-transitie en de meerjarenplannen zal waarschijnlijk pas plaatsvinden nadatde Commissie begin 2026 de evaluatie van het GVB heeft gepubliceerd.Voortgangsrapportage Verordening over de bescherming van dierentijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteitenHet Pools voorzitterschap presenteerde een voortgangsrapportage overde behandeling van het voorstel voor de herziening van de Transportver-ordening. In de Raadswerkgroepen zijn veel technische onderdelen aanbod gekomen, waaronder vergunningverlening, maximum transporttijdenen de temperatuurgrenzen tijdens transport. Veel lidstaten vinden dat hetvoorstel van de Commissie te ver gaat. Een aantal lidstaten wees op degevolgen voor perifere gebieden, waarbij enkele lidstaten pleitten voorhet verlengen van de transporttijden ten opzichte van het Commissie-voorstel. Nederland pleitte conform de met uw Kamer gedeelde inzet voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17203 onder andere het beperken van de transportduur en het verbeteren van detransportomstandigheden.Voortgangsrapportage Verordening inzake teeltmateriaal van gewassen(PRM-verordening)Het Pools voorzitterschap gaf een toelichting op de voortgang rondom dePRM-verordening. De Commissie reageerde dat plantaardig teeltmateriaalen zaden de basis vormen voor de landbouw en de kwaliteit dus gegaran-deerd moet worden. Daarom riep zij de Raad op om snel tot eenalgemene oriëntatie te komen.Tijdens de Raad bleek dat lidstaten nog verdeeld zijn over het voorstel vande Commissie. Door Nederland werd benoemd dat het complex is om tienrichtlijnen in één verordening te harmoniseren. Veel lidstaten benadruktennogmaals dat het voorstel niet mag leiden tot aanvullende administratievelasten en bureaucratie. Nederland riep in dit kader, met steun van anderelidstaten, op om aandacht te besteden aan de koppeling met de OfficiëleControle Verordening en wees op de gevolgen daarvan voor zowelbedrijven als bevoegde autoriteiten in lidstaten. Ook gingen lidstaten,waaronder Nederland, in op de uitvoerbaarheid en proportionaliteit vanhet voorstel. Verder werd nog door lidstaten gewezen op de groteverschillen tussen de lidstaten. Nederland wees in dit kader op deverschillende landbouwstructuren, klimaatomstandigheden en teeltprak-tijken in lidstaten.Algemene Oriëntatie Monitoringkader voor veerkrachtige EuropesebossenTijdens de Raad is een algemene oriëntatie bereikt voor de Verordeningbosmonitoring. Veel lidstaten onderstreepten het nut van geharmoni-seerde monitoring ten behoeve van vergelijkbare data en waren blij metde bottom-up benadering waarbij nationale bosinventarisaties leidendzijn. Nederland bracht in zich zorgen te maken over het feit dat hethoofddoel van het oorspronkelijke voorstel mogelijk niet behaald wordtmet de huidige tekst, namelijk het effectiever en efficiënter monitoren vanbossen, door velddata te combineren met satellietgegevens. Dit zou ookkunnen leiden tot een grotere administratieve last. Desalniettemin heeftNederland aangegeven zich constructief te blijven opstellen in de verdereonderhandelingen. De Commissie maakte duidelijk grote zorgen tehebben over de Raadspositie, omdat de compromistekst flink is afgezwakten ver verwijderd is geraakt van het oorspronkelijke doel. De Commissiebenadrukte dat ze overweegt om het voorstel in te trekken, indien hetEuropees Parlement meegaat in de afgezwakte lijn van de Raad.Diversenpunt Nederland: Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer«Etikettering van levensmiddelen in de Europese Unie»Nederland heeft tijdens de Raad een diversenpunt geagendeerd over hetspeciale verslag van de Europese Rekenkamer «Voedseletikettering in deEU – Consumenten kunnen verdwalen in het labyrint van etiketten». Uithet rapport van de Europese Rekenkamer blijkt dat er lacunes zijn in hetEuropese rechtskader met betrekking tot voedseletikettering, monitoring,rapportage, controlesystemen en sancties. Nederland bracht in datconsumenten op dit moment nog steeds worden geconfronteerd metetiketten die verwarrend of misleidend kunnen zijn. Daarom riepNederland de Commissie op tot het evalueren van «on hold» botanischegezondheidsclaims, het ontwikkelen van voedingsprofielen voorvoedings- en gezondheidsclaims om te voorkomen dat claims wordentoegepast op producten die te veel vet, suiker en/of zout bevatten, en hetimplementeren van geharmoniseerde Europese wetgeving over allergene-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17204 netikettering uit voorzorg (dit is de regelgeving rondom de zin «kansporen bevatten van ...»). Meerdere lidstaten steunden het voorstel vanNederland en riepen de Commissie op om zo snel mogelijk met eenplanning te komen om vervolg te geven aan het rapport van de EuropeseRekenkamer.De Commissie onderschreef de uitkomsten van het rapport van deEuropese Rekenkamer en gaf aan dat de informatie op etiketten duidelijken accuraat moet zijn. Daarbij gaf de Commissie aan dat er al veelregelgeving is rondom etikettering, dat het aan de nationale controleauto-riteiten is om beter te handhaven en dat bedrijven de etiketteringsregelsmoeten uitvoeren. Specifiek benoemde de Commissie dat een gepasteoplossing gevonden moet worden voor botanische claims. De Commissiezal in gesprek blijven met de lidstaten en actief samenwerken om desituatie te verbeteren.Diversenpunt: Verordening tot wijziging van de GemeenschappelijkeMarktordening – stand van zaken en Verordening grensoverschrijdendehandhaving van oneerlijke handelspraktijken (OHP).Het Pools voorzitterschap gaf een stand van zaken van de wijzigingsvoor-stellen van de Verordening Gemeenschappelijke Marktordening (hierna:GMO-verordening) en van de Verordening voor grensoverschrijdendtoezicht op oneerlijke handelspraktijken (hierna: OHP-verordening) beideter versterking van de positie van de boer in de keten.Lidstaten spraken hun steun uit voor de herziening van deGMO-verordening en gaven aan dat een sterke positie van de boer in deketen, vereenvoudiging en het verminderen van administratieve lasteneen belangrijk doel is van de herziening. Ook werd er over het algemeenpositief gereageerd op de flexibiliteit om af te wijken van de verplichtingtot schriftelijke contracten. Enkele lidstaten zagen nog ruimte voorverbetering of spraken hun ongenoegen uit over het ontbreken van eeneffectbeoordeling. Nederland steunde de Raadspositie niet, met als redendat de tekst in het Raadsmandaat flink afgezwakt is ten opzichte van hetoorspronkelijke doel om de positie van de boer te versterken. Veellidstaten spraken steun uit voor de OHP-verordening, met de berede-nering dat de OHP-verordening boeren en consumenten beter beschermdtegen oneerlijke praktijken. Enkele lidstaten waren van mening dat deverordening simpeler had gekund of dat er nog ruimte was voor verbe-tering. De Commissie was tevreden met het ambitieuze resultaat en riepop snel te beginnen met de onderhandelingen met het EuropeesParlement.Diversenpunt: Stand van zaken herziening Verordeningen Gemeenschap-pelijke Marktordening WijnOnder het Pools voorzitterschap is een Raadspositie bereikt op hetCommissievoorstel over de herziening van de Verordeningen Gemeen-schappelijke Marktordening Wijn. Het wijnpakket is een reeks maatregelendie bedoeld zijn om de wijnsector in de EU te ondersteunen, rekeninghoudend met factoren als klimaatverandering, dalende consumptie enonstabiele handel. Hiervoor heeft de Commissie de inbreng gebruikt vande Groep op hoog niveau inzake wijnbeleid. Veel lidstaten waren blij methet bereikte resultaat en benoemden dat dit een goede stap is om dewijnsector te versterken en toekomstperspectief te geven.Nederland gaf aan zich te kunnen vinden in het merendeel van devoorstellen, maar moeite te hebben met de term «alcoholarm» voorwijnen die slechts 30% minder alcohol bevatten. Nederland onderstreeptedat de claim misleidend en verwarrend kan zijn voor de consument en hetniet in lijn is met de huidige Nederlandse wetgeving voor bier. NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17205 heeft daarom de hoop uitgesproken dat er alsnog een passenderebenaming voor wijnen met minder alcohol kan worden gevonden.Diversenpunt: Verordening nieuwe genomische techniekenHet Pools voorzitterschap presenteerde een voortgangsrapportage overwat er onder het voorzitterschap is bereikt rondom het voorstel van deCommissie voor een nieuwe verordening voor het gebruik van NieuweGenomische Technieken (NGTs) in de plantveredeling. Tijdens het Poolsvoorzitterschap is een algemene oriëntatie bereikt in de Raad. Meerderelidstaten hebben hun steun uitgesproken, met als reden dat dit voorstel deconcurrentiepositie versterkt, boeren helpt met het aanpassen aanklimaatverandering en de voedselzekerheid versterkt. Nederland heeftaangegeven blij te zijn met de voortgang en heeft het voorzitterschapbedankt voor zijn inzet.Diversenpunt: Maximum residue limits gewasbeschermingsmiddelenTijdens dit diversenpunt riep Frankrijk de Commissie op te komen met debeloofde effectenbeoordeling genoemd in de Visie voor Landbouw enVoedsel over gewasbeschermingsmiddelen en import. In de Visie staat datde Commissie, in overeenstemming met de internationale regels, ernaarzal streven om de productienormen die worden toegepast op ingevoerdeproducten, met name wat betreft pesticiden en dierenwelzijn, meer op éénlijn te brengen. In dat verband zal de Commissie het beginsel vaststellendat de gevaarlijkste pesticiden die om gezondheids- en milieuredenen inde EU verboden zijn, niet via ingevoerde producten naar de EU mogenterugkeren. Om hierin vooruitgang te boeken, zal de Commissie in 2025een effectbeoordeling starten om de gevolgen voor de concurrentiepositievan de EU en de internationale implicaties te onderzoeken en, indiennodig, wijzigingen van het toepasselijke rechtskader voor te stellen.Frankrijk gaf aan dat het wetgevend kader (Verordening 396/2005)gewijzigd moet worden.Veel lidstaten, inclusief Nederland, ondersteunden de oproep vanFrankrijk aan de Commissie om snel met de uitvoering van de effectbeoor-deling te starten. Nederland benadrukte daarbij het belang van hogestandaarden. Nederland steunt het streven naar een gelijker speelveld,maar vindt het prematuur om zonder een gedegen effectenbeoordeling alte spreken van herziening.De Commissie gaf aan de wens van de lidstaten te delen en benoemdedat de EU hoge normen heeft op het gebied van voedselveiligheid.Diversenpunt: GewasbeschermingsmiddelenOostenrijk lichtte toe dat de landbouwers in de EU staan voor hogeproductie-eisen, zoals duurzaamheid, goede zorg voor hulpbronnen enbescherming van mens, dier en natuur. Daarbij benoemde Oostenrijk datde beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen essentieel is om deteelten te kunnen beschermen en voedselzekerheid te kunnen garanderen.Daarbij stelde Oostenrijk voor om de landbouwkundige noodzaak(voedselzekerheid) van middelen meer mee te laten wegen bij de(her)beoordeling van een werkzame stof. Ook riep Oostenrijk deCommissie op om iets te doen aan de afnemende beschikbaarheid vandeze middelen.Nederland bracht in dat gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk zijnom ziekten en plagen afdoende te kunnen bestrijden en dat meeralternatieve middelen en maatregelen beschikbaar moeten komen op deEuropese markt. Daarbij gaf Nederland aan verschillende suggesties tehebben gedaan aan de Commissie om de beschikbaarheid van biocontrol-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17206 producten te verbeteren, en de desbetreffende verordening hierop aan tepassen. De Commissie reageerde hierop dat ze gaat kijken naar dedefinitie van biocontrol en of de toegang kan worden versneld. Veellidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten ook dat het goedkeurenvan werkzame stoffen geen impact mag hebben op de veiligheid voormens, dier en milieu.De Commissie reageerde dat er niet altijd doeltreffende alternatievenbeschikbaar zijn en dat de verordening het in de handel brengen vangewasbeschermingsmiddelen regelt. Hierbij wees de Commissie erop dateen zeer strenge risicobeoordeling door de lidstaten wordt gedaan endoor de European Food Safety Authority (EFSA), waarbij wordt gekekennaar de effecten op volksgezondheid en milieu. De Commissie heeft inhaar Visie voor Landbouw en Voedsel aangegeven te kijken naaralternatieve gewasbeschermingsmiddelen en de beschikbaarheid daarvante verbeteren.Diversenpunt: Bescherming van voedselnamen van dierlijke oorsprongTsjechië bracht een diversenpunt in tijdens de Raad over de benaming vantraditionele dierlijke producten. Benoemd werd dat er steeds meerproducten op de Europese markt komen met een naam gerelateerd aanvlees, die echter plantaardig zijn. Tsjechië riep met veel andere lidstatende Commissie op om een wetsvoorstel uit te werken om vlees, ei, honing,vis en daarvan afgeleide producten te beschermen. Veel lidstaten gavenaan dat consumenten misleid worden door een verkeerde benaming voorplantaardige producten en onderstreepten dat een geharmoniseerdrechtskader nodig is om duidelijkheid te scheppen. De Commissie gaf aanbegrip te hebben voor het voorstel en het belangrijk te vinden dat erduidelijke informatie is voor de consument. De Commissie benoemdeechter ook dat er op EU-niveau al voldoende wetgeving is om daaraan tekunnen voldoen.Diversenpunt: Invoering digitaal vangstcertificaat (IT CATCH) en Imple-mentatie visserij controleverordeningCommissaris Kadis informeerde de lidstaten over de stand van zaken vande implementatie van de controleverordening voor visserij en invoeringvan de elektronische vangstdocumenten (CATCH). Verschillende lidstaten,waaronder Nederland, uitten hun waardering voor de inzet van deCommissie, maar waren ook kritisch op de voorziene toename vanregeldruk en administratieve lasten. Verschillende lidstaten, waaronderNederland, vroegen ook expliciet aandacht voor het tijdspad voorimplementatie. Door verschillende lidstaten werd de discussie overtoegestane foutmarges tussen schattingen van vangsthoeveelheden aanboord en daadwerkelijke aanlandingen (Margins of Tolerance) aange-haald. Hierover hadden twee lidstaten in maart 2025 een diversenpuntaangevraagd, dat destijds door Nederland is gesteund. Hier is door deCommissie nog geen opvolging aan gegeven. De Commissaris nam notavan de zorgen van de lidstaten en zegde toe terdege rekening te houdenmet de wens om administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken.Diversenpunt: EU Oceans PactCommissaris Kadis informeerde de Raad over de recent gepubliceerdeCommissiemededeling over het Oceanen Pact (hierna: het Pact). Met hetPact kiest de Commissie voor een holistische aanpak voor het oceanen-beleid. Het richt zich op alle aspecten van het oceanenbeleid, te weten:gezondheid van oceanen en het herstel en beschermen van ecosystemen,competitieve blauwe economie en nieuwe bedrijfsmodellen, grondigeevaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en eventueel eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17207 herziening, Visie op de visserij- en aquacultuursector 2040 en eenroadmap voor de energietransitie en modernisering van de vloot, deveerkracht van kustgemeenschappen versterken, ook in ultraperiferegebieden, en het versterken van oceanenonderzoek en oceanenobser-vatie. De Commissaris ontwikkelt een strategie op onderzoek en innovatieen een digital twin van de oceaan. Ook heeft de Commissaris de ambitieom meer jonge mensen aan te trekken tot het oceanenonderzoek. Verderricht het Pact zich op het feit dat de oceaan cruciaal is voor de veiligheidvan de EU en daarom heeft defensie een centrale plaats in het pact.Daarnaast zet de Commissaris in op de versterking van de oceaandiplo-matie door snelle ratificatie van het BBNJ-verdrag, versterking van destrijd tegen illegale visserij en evaluatie van het externe beleid op hetgebied van oceanen en visserij, en de ontwikkeling van een effectiefbestuurskader met een nieuwe Oceaanwet, die voortbouwt op de huidigeRichtlijn Mariene Ruimtelijke Planning (Marine Spatial Planning – MSP).De lidstaten hebben de holistische benadering die de Commissaris heeftgekozen, verwelkomd. Ook gaven verschillende lidstaten aan dat visserijen aquacultuur essentieel zijn voor de voedselzekerheid en voedselauto-nomie van de EU. Veel van de voorstellen behoeven nog verdereuitwerking. Als aandachtspunt benoemden verschillende lidstaten datvoldoende middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor deuitwerking van het Pact. Nederland heeft aangegeven het Oceanen Pactmomenteel nog te bestuderen. Naar verwachting zal het BNC-fiche in julimet de Kamer gedeeld worden. Nederland heeft aangegeven positief tezijn over de integrale benadering van het Oceanen Pact en uit te zien naarverdere besprekingen.Diversenpunt: Herstel visbestanden in de Baltische ZeeZweden vroeg aandacht voor de slechte staat van vrijwel alle visbe-standen in de Oostzee als gevolg van klimaatverandering, milieuver-vuiling en toegenomen predatorenpopulaties (zeehonden enaalscholvers). Zweden vroeg hierbij om een holistische aanpak, die verderreikt dan het beperken van vangstmogelijkheden. Tevens vroeg Zwedenom kleinschalige kustvissers uit te zonderen van zeer strenge maatre-gelen, die verder gaan dan het wetenschappelijk advies. Zwedenbenadrukte het belang van verbetering van de milieusituatie en van hetmogelijk maken van populatiebeheer van predatoren. Veel Oostzeelid-staten steunden de oproep van Zweden. Sommige andere lidstaten slotenaan bij de oproep tot meer mogelijkheden voor predatorenbeheer enaanpassingen van de meerjarenplannen. De Commissaris deelde dezorgen over de visstand in de Oostzee, en verwees naar overbevissing inhet verleden als oorzaak. Hij gaf daarbij aan dat voorkomen moet wordendat vangstmogelijkheden hoger dan de vangstadviezen worden vastge-steld. Ten aanzien van predatorenbeheer gaf de Commissaris aan dat deregelgeving nu al de mogelijkheid tot populatiebeheer geeft, wanneerpreventieve maatregelen niet werken.Diversenpunt: Atlanto-Scandian Haring/EU-NOONederland heeft samen met Ierland en Zweden aangegeven datNoorwegen een belangrijke partner is van de EU op veel vlakken, maardat op visserij de samenwerking moeizaam verloopt. Genoemde lidstatenspraken specifiek hun zorg uit over de vastgelopen onderhandelingenover Atlanto Scandische haring (ASH). De unilaterale ophoging van heteigen quotum door Noorwegen leidt al enige jaren tot overbevissing vandeze soort. Tevens wil Noorwegen, ondanks wetenschappelijk bewijs datdeze soort ook in Europese wateren voorkomt, niet erkennen dat de EUeen kuststaat is en daarom zou de EU alleen als waarnemer aanwezigkunnen zijn bij de onderhandelingen over deze soort. Noorwegen heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17208 inmiddels ook de toegang voor Europese vissers tot de Noorse zone voorvisserij op ASH ontzegd. Dit terwijl de EU sinds 2007 2% quotum heeftafgedragen aan Noorwegen, voor deze toegang. Europese vissers zijn nuaangewezen op de internationale wateren, hetgeen tot hogere kostenleidt. Tegelijkertijd heeft Noorwegen tariefvrije toegang tot de Europesemarkt voor deze vissoort, en concurreert daarmee rechtstreeks metEuropese visserijbedrijven. Genoemde lidstaten riepen de Commissie opde High Level Dialogue met Noorwegen voort te zetten, en als dat niet totoplossingen leidt, maatregelen te overwegen in lijn met Verordening1026/2012 voor de instandhouding van visbestanden in landen dieniet-duurzame visserij toelaten. Twee andere lidstaten hebben het puntgesteund door het uiten van hun zorgen over de samenwerking metNoorwegen op het gebied van visserij. Ook is door een lidstaat verwezennaar vergelijkbare situaties met derde landen grenzend aan de Middel-landse Zee. De Commissaris gaf aan dat Noorwegen een zeer belangrijkepartner is van de EU, maar nam stelling tegen de niet-duurzame werkwijzevan Noorwegen op het gebied van visserij. Door de eenzijdige ophogingvan quota worden veel bestanden overbevist. Dit terwijl de EU haar quotaal jarenlang stabiel houdt. De Commissaris blijft inzetten op een construc-tieve dialoog met Noorwegen, maar als dit niet tot oplossingen leidt, zalhij als laatste redmiddel de nodige instrumenten inzetten.Diversenpunt: Congres over plattelandsvernieuwing en ontwikkeling(Poznan´, 8–10 mei 2025)Het Pools voorzitterschap gaf een terugkoppeling van het congres overplattelandsvernieuwing en -ontwikkeling dat het van 8–10 mei jl. heeftgeorganiseerd in Poznan´. Tijdens het congres stond de vitaliteit vandorpen, het benutten van grassroots initiatieven (initiatieven die vanuit debasis van een gemeenschap worden opgezet en uitgevoerd, zoalsLEADER) en de rol die gemeenschappen hebben in tijden van onzeker-heden en mondiale dreigingen centraal.Diversenpunt: Conferentie directeuren van EU-betaalorganen (Warschau,6–7 mei 2025)Het voorzitterschap gaf een toelichting op de resultaten behaald tijdens deconferentie van directeuren van EU-betaalorganen in Warschau van6–7 mei 2025. Tijdens de conferentie in Warschau bleek dat verderevereenvoudiging van het GLB en meer veerkracht voor EU-boerennoodzakelijk is. Daarbij werd wederom onderstreept dat er voldoendefinanciële middelen beschikbaar moeten zijn voor het nieuwe GLB na2027. Het voorzitterschap onderstreepte ook dat de betaalorganen veelcontact hebben met de boeren en dus weten wat er veranderd moetworden in het GLB en dat daarom deze conferentie zeer nuttig was.Diversenpunt: High-level conferentie BIOEAST / SCAR High-levelconferentie over onderzoek en innovatie (Warschau, 11–12 juni 2025)Het Pools voorzitterschap gaf een terugkoppeling van een conferentie vanhet permanent comité voor landbouwkundig onderzoek (hierna: SCAR)van 10 juni jl. waar aandacht was voor de Visie voor Landbouw enVoedsel en wat dit betekent voor de prioriteiten van het SCAR. Verderstond de opvolging van de BIOEAST-conferentie in Hongarije op deagenda, met aandacht voor de kennishiaten, de noden en het potentieelvan Midden- en Oost-Europa.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 17209 Diversenpunt: Congres over wetenschap en innovatie voor weerbarebossen (Se˛kocin Stary en Rogów, 28–29 May 2025)Het Pools voorzitterschap gaf een terugkoppeling van het congres overwetenschap en innovatie voor weerbare bossen die het van 28–29 mei jl.heeft georganiseerd in Sekocin Stary en Rogów.Diversenpunt: Conferentie over duurzaam beheer van de populatie vanbeschermde dieren die verliezen veroorzaken in de landbouw (Brussel,15 mei 2025)Het voorzitterschap gaf een toelichting op de resultaten van de confe-rentie over duurzaam beheer van populaties. Daarbij onderstreepte hetvoorzitterschap dat er steeds grotere populaties zijn van grote carnivoren,voornamelijk de wolf. Tijdens de conferentie is bekeken of het GLBfinanciële mogelijkheden kan bieden om de co-existentie te verbeteren ende boeren te ondersteunen. De deelnemers ondersteunden dit en gavenaan dat er geen gemakkelijke oplossingen zijn, maar dat het verlagen vande beschermde status in de Habitatrichtlijn de lidstaten manoeuvreer-ruimte biedt. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, bevestigden deimpact van grote carnivoren en de verliezen voor boeren. Nederlandbenadrukte daarbij specifiek de grote uitdagingen die de wolf met zichbrengt in dichtbevolkte gebieden zoals Nederland.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummerieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 172010

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 27e86d706fcb114d

14 okt 2026 · 535c78d2e451d09e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.