Toezegging tijdelijkheid van inlenen
Brontekst
Versie 25c63430e3a6b188 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1261 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2024Tijdens het commissiedebat Arbeidsmigratie van 4 september jl.(Kamerstuk 29 861, nr. 147) heb ik uw Kamer toegezegd om de drie optiesdie door de Landsadvocaat in zijn advies zijn geschetst uit te werken enmet sociale partners te bespreken en uw Kamer hierover te informeren.1Middels deze brief voldoe ik aan deze toezegging en kondig ik nieuwbeleid aan.Het advies van de LandsadvocaatBij brief van 20 maart 2024 is uw Kamer geïnformeerd over het advies vande Landsadvocaat over de tijdelijkheid van uitzenden.2 De aanleiding voordit advies waren twee uitspraken van het Hof van Justitie van de EuropeseUnie (hierna: het Hof) waar het Hof zich heeft uitgelaten over de tijde-lijkheid van uitzenden in het licht van de Uitzendrichtlijn.3 In dezeuitspraken heeft het Hof geoordeeld dat een lidstaat waarborgen moethebben om de tijdelijkheid van de uitleensituatie van een uitzendkracht(waaronder ook payrollkrachten) bij een inlener te waarborgen. Lidstatenmoeten ervoor zorgen dat uitzendarbeid bij dezelfde inlenende onder-neming voor een uitzendkracht geen permanente situatie wordt. Naaraanleiding hiervan is discussie ontstaan over de vraag of Nederland dezewaarborgen in voldoende mate kent en of wetgeving op dit puntnoodzakelijk is. De Nederlandse wet voorziet niet in passende maatre-gelen die het tijdelijke karakter van terbeschikkingstelling van arbeid (bijv.via uitzending) waarborgen, zo concludeert ook de Landsadvocaat.Daarnaast beschikt de Nederlandse rechter over onvoldoende instru-menten om een schending te sanctioneren en daarmee te voorkomen datde bepalingen uit de Uitzendrichtlijn worden omzeild.1TZ202409-062.2Kamerstukken II, 2023/2024, 29 544, nr. 1240.3HvJEU 14 oktober 2020, C-681/18, JH/KG, ECLI:EU:C:2020:823, HvJEU 17 maart 2022, C-232/20,Daimler, ECLI:EU:C:2022:196. kst-29544-1261ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12611 De Landsadvocaat beveelt in zijn advies aan om passende maatregelen tetreffen in de vorm van wetgeving naar aanleiding van de uitspraken vanhet Hof.Dit advies deel ik en is ook onderdeel van het regeerprogramma (bijlagebij Kamerstuk 36 471, nr. 96).Appreciatie varianten van LandsadvocaatDe Landsadvocaat schetst in zijn advies verschillende beleidsopties omhet tijdelijke karakter van terbeschikkingstelling van arbeid te waarborgenen hiermee de Nederlandse wetgeving in lijn te brengen met de Uitzend-richtlijn.Per beleidsvariant geef ik een korte weergave van een mogelijkheid totuitwerking en de voor- en nadelen van deze variant.1. Een maximumtermijn in de wetDe eerste oplossingsrichting is het opnemen van een wettelijkemaximumtermijn voor uitzenden bij dezelfde inlener. Voor de lengte vandeze termijn bestaan verschillende mogelijkheden. VerschillendeEU-landen hebben een maximumtermijn voor uitzenden om de tijdelijkeaard van uitzenden bij dezelfde inlener te waarborgen. Deze maximum-termijn varieert van 18 tot 36 maanden. Nederland kent voor tijdelijkecontracten in de ketenbepaling een maximumduur van 36 maanden. Methet wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers wordt bij deze termijnaangesloten voor de tijdelijke contracten tussen uitzendbureau enwerknemer (ook wel fase A en B). Uit onderzoek van CBS blijkt dat inverreweg de meeste gevallen de baanduur van uitzend- en payroll-krachten korter is dan 36 maanden.4 De cijfers geven de duur van dearbeidsovereenkomst met hetzelfde uitzendbureau/payrollbedrijf weer. Terillustratie, van de circa 880.000 uitzendkrachten die gestart zijn in 2020 alsuitzendkracht werken slechts 9.000 uitzendkrachten langer dan36 maanden.Voordeel van een maximumtermijn is dat voor alle partijen duidelijkheidbestaat over de maximale duur van de terbeschikkingstelling. Dit maaktdat de uitzendkracht juridisch een sterke positie heeft: na het verstrijkenvan de termijn ontbreekt de tijdelijkheid. Nadeel van een maximumtermijnis dat maatwerk niet mogelijk is: een langere terbeschikkingstelling kanniet objectief worden gerechtvaardigd.2. Een open norm in de wetDe tweede oplossingsrichting is het opnemen van een open norm in dewet met de strekking dat een uitzendrelatie een tijdelijk karakter heeft, indie zin dat de bepalingen in de Uitzendrichtlijn niet mogen wordenomzeild. De rechter zal aan de hand van de omstandigheden van het gevalkunnen toetsen of de norm is geschonden. Het voordeel hiervan is datmaatwerk mogelijk is en dat deze oplossing daarmee flexibiliteit biedt.Belangrijk nadeel is dat een open norm leidt tot onzekerheid voor depraktijk, omdat pas na een uitspraak van de rechter duidelijk is of eenuitzendrelatie wel of niet tijdelijk is. Ook zal de uitzendkracht de stap naarde rechter moeten maken om zijn rechten te effectueren.4Zie CBS, «Baanduur payroll- en uitzendkrachten 2015–2023».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12612 3. Een weerlegbaar rechtsvermoedenDe derde oplossingsrichting is een weerlegbaar rechtsvermoeden. Hierbijwordt geacht dat na een bepaalde periode het tijdelijk karakter aan eenuitzendrelatie is komen te ontvallen, tenzij de uitzendwerkgever of inleneraantoont dat dit niet het geval is. Daarbij zou kunnen worden bepaaldonder welke voorwaarden of omstandigheden een langere duur geoor-loofd is. Voordeel hiervan is dat de mogelijkheid wordt geboden om eenlangere duur van de terbeschikkingstelling te rechtvaardigen, zodat meerruimte is voor maatwerk. Daarnaast biedt het de werknemer iets meerbescherming dan variant 2 doordat de bewijslast in dit geval bij dewerkgever komt te liggen, in plaats van bij de werknemer. Nadeel is dat deuitzendkracht in veel gevallen alsnog naar de rechter moet stappen omzijn rechten te effectueren. Daarnaast leidt dit tot onzekerheid voor depraktijk over wanneer sprake is van tijdelijkheid, omdat de concretetoepassing van het rechtsvermoeden zich nog zal moeten uitkristalliserenin de rechtspraak.Bespreking met sociale partnersIk ben, naar aanleiding van de uitspraken van het Hof, reeds enige tijd metsociale partners in gesprek. Sociale partners delen mijn standpunt datwetgeving op dit punt noodzakelijk is. Na het commissiedebat Arbeidsmi-gratie is wederom met sociale partners gesproken. Over de vormgevingvan deze wetgeving is echter nog geen consensus bereikt tussen socialepartners.Vervolgstappen en procesNederland voldoet niet aan de verplichtingen uit de Uitzendrichtlijn metbetrekking tot het waarborgen van het tijdelijke karakter van uitzenden. DeLandsadvocaat constateert dit ook in haar advies. Bezien vanuit debescherming van de werkende is dit problematisch aangezien deuitzendkracht arbeidsrechtelijk gezien een minder gunstige positie heeftdan een werknemer direct in dienst bij de inlener. Ook voor inleners enuitleners acht ik deze situatie nu onwenselijk, omdat het kan leiden totrechtszaken. Een terbeschikkingstelling van een arbeidskracht die niettijdelijk van aard is, kan de uitzendkracht dus in een nadeliger positiebrengen. Nu het tijdelijke karakter van terbeschikkingstelling van arbeidonvoldoende is gewaarborgd in wet- en regelgeving brengt dit – vanwegenon-conformiteit met EU-regelgeving – juridische en financiële risico’smet zich mee voor de Nederlandse Staat. Deze risico’s zien op staatsaan-sprakelijkheid en een inbreukprocedure door de Europese Commissie.Gelet op het belang van de bescherming van betreffende werknemers, endeze risico’s, voel ik me genoodzaakt hierop een keuze te maken. Ik hadhier graag met sociale partners consensus over gevonden, maar ik vindhet ook van belang om hier op korte termijn verdere stappen op te zetten.Komende tijd ga ik dan ook beleid uitwerken waarin de tijdelijkheid vanuitzenden naar dezelfde inlenende onderneming wordt gewaarborgd.Begin 2025 start ik met het uitwerken van een wetsvoorstel waarin eenmaximumtermijn van inlenen van 36 maanden wordt ingevoerd (variant1). Na afloop van deze termijn moet de inlenende organisatie een aanboddoen voor een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd aan deuitzendkracht. De termijn van 36 maanden sluit aan bij de duur van deketenbepaling voor arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd. Op dezemanier wordt rechtsgelijkheid met werknemers direct in dienst bij deinlener gewaarborgd. Deze variant schept voor alle partijen de meesterechtszekerheid. Tegelijkertijd wordt voldoende ruimte gelaten om metuitzendkrachten te blijven werken. Bij de verdere uitwerking van dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12613 wetgeving zal ik sociale partners betrekken. In het derde kwartaal van2025 informeer ik uw Kamer verder over de voortgang van hetwetsvoorstel.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12614
Gerelateerde bronnen
- De drie opties om nationale wetgeving in lijn te brengen met de Uitzendrichtlijn, in het kader van het advies van de Landsadvocaat, worden uitgewerkt en met de
De drie opties om nationale wetgeving in lijn te brengen met de Uitzendrichtlijn, in het kader van het advies van de Landsadvocaat, worden uitgewerkt en met de sociale partners besproken. De minister informeert de Kamer hier voor het einde van het jaar over.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.