KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluaties Wet versterken positie mbo-studenten en Wet verbetering rechtsbescherming mbo-studenten en vervolg Verbeteragenda passend onderwijs mbo

20 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8a9ab54a2e6d39d1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 524Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie31 497Passend onderwijsNr. 692 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 april 2026Alle studenten verdienen onderwijs waarin zij hun talenten optimaalkunnen ontwikkelen, ongeacht hun persoonlijke of financiële situatie. Deafgelopen jaren is op verschillende manieren ingezet op het versterkenvan de positie van mbo-studenten en het verbeteren van de onder-steuning aan mbo-studenten in een kwetsbare positie. Met de Wetversterken positie mbo-studenten en de Wet verbetering rechtsbe-scherming mbo-studenten zijn eisen gesteld aan mbo-instellingen omstudenten in staat te stellen hun rechten uit te oefenen en ondersteuningaan te vragen als zij dat nodig hebben. Met deze brief informeer ik uwKamer over de resultaten van de evaluaties van beide wetten. Daarnaastwerkt het Ministerie van OCW samen met diverse partijen uit het passendonderwijsveld1 aan de uitvoering van de Verbeteragenda passendonderwijs mbo 2020–2025 (hierna: Verbeteragenda). In het tweede deelvan deze brief informeer ik uw Kamer over de Verbeteragenda en de wijzewaarop ik hieraan vervolg wil geven, conform de toezegging van mijnvoorganger aan uw Kamer.2Met de maatregelen in beide wetten en de Verbeteragenda is eenpositieve beweging in gang gezet. De positie van mbo-studenten isversterkt en er is meer aandacht voor hun behoeften. Kijkend naar deevaluaties en de opbrengsten van de Verbeteragenda, stel ik vast dat hetwettelijke kader over het algemeen helder is. Nu is er vooral aandachtnodig voor verdere verbetering in de praktijk, om ervoor te zorgen dat allestudenten zich volop kunnen ontwikkelen op het mbo. Op een aantalthema’s is meer nodig, daarover wil ik gerichte afspraken maken met debetrokken partijen. Dit zal ik hieronder nader toelichten.1MBO Raad, Kerngroep platform passend onderwijs MBO Raad, BVMBO, JOBmbo, IederIn,Ouders&Onderwijs, Ingrado, NJi, VNG, vertegenwoordiging mbo-instellingen, SBB.2TZ202406-043. kst-31524-692ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6921 1. Evaluatie Wet versterken positie mbo-studenten en Wetverbetering rechtsbescherming mbo-studenten De Wet versterken positie mbo-studenten is op 1 augustus 2020 inwerking getreden. In de evaluatie van deze wet is onderzocht wat deeffecten zijn van de maatregelen en of de wet bijdraagt aan het beoogdedoel: het verbeteren van de positie van mbo-studenten. De Wet verbe-tering rechtsbescherming mbo-studenten is sinds 1 augustus 2023 vankracht. Zoals in 2024 is toegezegd door mijn voorganger, is een tusse-nevaluatie uitgevoerd om zicht te krijgen op de implementatie van de wetdoor mbo-instellingen.3In beide wetten, en dus ook in de evaluaties, zijn veel verschillendemaatregelen opgenomen. Ten behoeve van de leesbaarheid beschrijf ikhier alleen de belangrijkste resultaten. Vervolgens licht ik toe wat ik metdeze resultaten zal doen.Belangrijkste resultatenInformatievoorziening aan studentenVerschillende maatregelen uit de wetten moesten de informatievoor-ziening aan studenten verbeteren en voorzieningen laagdrempeligermaken. Zo moeten mbo-instellingen rechten en plichten van studentenopnemen in een openbaar studentenstatuut. Ook moet elke instelling eentoegankelijke faciliteit oprichten waar studenten met vragen en klachtenterecht kunnen. Uit de evaluatie blijkt dat instellingen de maatregelen uitde wet implementeren, maar dat dit niet automatisch betekent dat deinformatievoorziening voor studenten ook daadwerkelijk verbetert. Er zijnverschillen in de mate waarin informatie openbaar is en informatie is voorstudenten vaak niet goed te vinden en te begrijpen. Alleen informatie opeen website plaatsen is daarvoor niet voldoende. Voor studenten speeltde studieloopbaanbegeleider (slb’er) een belangrijke rol in informatievoor-ziening. Via de slb’er komt de student vaak ook bij de juiste voorzieningterecht. Dit maakt studenten wel afhankelijk van de kennis en kunde vande individuele slb’er.Mbo-studentenfondsMet de Wet versterken positie mbo-studenten is het mbo-studentenfondsopgericht. Hiermee kunnen instellingen verschillende groepen studentenfinancieel ondersteunen.4 Uit de evaluatie blijkt dat de 50 instellingenwaarvan gegevens beschikbaar waren, in studiejaar 2023/2024 in totaalbijna € 8,3 mln. hebben uitgegeven aan het fonds. De helft van deinstellingen heeft het fonds met eigen middelen uitgebreid. Dezeinstellingen kiezen ervoor om de doelgroepen uit te breiden, bijvoorbeeldnaar meerderjarige studenten, bbl-studenten, vavo-studenten enasielzoekers. Verreweg de meeste toekenningen uit het fonds gingen naarstudenten met onvoldoende financiële middelen voor de aanschaf vanonderwijsbenodigdheden. De hoogte van de toegekende bedragenverschilt tussen instellingen. Dit kan deels komen door verschillen in dekosten voor leermiddelen tussen opleidingen. Andere verschillen tussen3TZ202201-004.4Het fonds is beschikbaar voor (1) studenten die lid zijn van een studentenraad, medezeggen-schap of andere studentenorganisatie, (2) studenten die bestuurlijke/maatschappelijkeactiviteiten verrichten in het belang van het onderwijs, 3) minderjarige mbo bol-studenten dieaantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbeno-digdheden en (4) studenten die vanwege bijzondere omstandigheden studievertraging hebbenopgelopen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6922 instellingen, zoals in de vergoedingen die studentenraadsledenontvangen, zijn minder goed te verklaren. De meeste studenten diegebruik hebben gemaakt van het fonds zijn tevreden over de procedure ende vergoeding, sommige studenten vinden de procedure te complex ende afbakening in doelgroepen onwenselijk. Van alle bevraagde studentengeeft 36% aan het studentenfonds te kennen, meestal via de slb’er,mentor of coach. Studenten zien ruimte om de bekendheid van het fondste vergroten door informatie actief te delen en niet pas als de student zelfhet initiatief neemt.Studenten met een handicap of chronische ziekteZoals aan uw Kamer is toegezegd, is in deze evaluatie ook gekeken naarde wijze waarop wordt omgegaan met studenten met een beperking ofchronische ziekte.5 In het tweede deel van deze brief ga ik in op de rol vanhet ministerie hierin. Met de invoering van beide wetten zijn de randvoor-waarden aangescherpt voor de ondersteuning die mbo-instellingen aanstudenten met een handicap of chronische ziekte moeten bieden. Het gaatvooral om het maken, vastleggen en evalueren van ondersteuningsaf-spraken. Uit de evaluatie blijkt dat instellingen hun werkwijze voor hetvastleggen van afspraken over extra ondersteuning hebben aangepast.Het aandeel studenten met een ondersteuningsbehoefte dat afsprakenheeft gemaakt is ook toegenomen, maar er zijn grote verschillen tusseninstellingen. Ook worden deze afspraken lang niet altijd vastgelegd engeëvalueerd. Instellingen geven aan dat studenten niet altijd melden datzij behoefte hebben aan extra ondersteuning en dat intakers nog niet altijdover de juiste vaardigheden beschikken om dit goed uit te vragen. Ookkost het tijd om ondersteuningsafspraken te maken en dat botst soms metde wens om een student snel te plaatsen. Wel zijn studenten die afsprakenhebben gemaakt veelal positief over het nakomen van de afspraken. Het isvolgens de onderzoekers nog te vroeg om te oordelen of dit ook daadwer-kelijk leidt tot betere ondersteuning.Zwangere studenten en studerende oudersVrijwel alle instellingen hebben regelingen ingevoerd voor zwangerestudenten en studerende ouders, zoals verlofregelingen en maatwerk inlessen, toetsen en examens. Studenten die gebruik maken van dezeregelingen zijn hier blij mee. Ook hier blijkt dat studenten informatie overdeze regelingen vaak lastig kunnen vinden. In deze evaluatie is ookgekeken naar het aantal studerende moeders in het mbo dat uitvalt, zoalstoegezegd door mijn voorganger tijdens het commissiedebat mbo van16 april 2024.6 Uit cijfers van het CBS van begin 2025 blijkt dat hetdiplomarendement onder studenten jonger dan 21 jaar die in hetbetreffende jaar een kind hebben gekregen na één jaar lager is dan bijjonge studenten zonder kinderen.7 De eerste groep valt ook drie keervaker uit. Bij oudere studenten met kinderen blijkt het diplomarendementjuist relatief hoog en is het verschil in uitval met studenten zonderkinderen een stuk kleiner. In de cijfers zijn geen grote ontwikkelingen tezien in de periode voor en na de inwerkingtreding van de wet. Deonderzoekers zien in deze gegevens nog geen effecten van maatregelenvoor zwangere studenten ten aanzien van studiesucces.5TZ202201-004.6TZ202404-120.7Het diplomarendement is het aantal studenten dat binnen de reguliere studieduur (+ 1 jaar) eendiploma heeft behaald.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6923 BeleidsreactieUit beide evaluaties blijkt dat mbo-instellingen de afgelopen periodestappen hebben gezet om uitvoering te geven aan de Wet versterkenpositie mbo-studenten en de Wet verbetering rechtsbeschermingmbo-studenten. De studenten die gebruik maken van de gebodenvoorzieningen, zijn over het algemeen tevreden en voelen zich erdoorgeholpen. Dat stemt mij positief. Tegelijkertijd blijkt uit de evaluatie dat opeen aantal punten meer nodig is. Ook zijn de verschillen tussen en binneninstellingen op onderdelen groot. Dat is soms logisch, maar dit kan ookleiden tot kansenongelijkheid voor (groepen) studenten. Deze bevindingenzijn in lijn met de conclusies van de Algemene Rekenkamer over gelijkekansen in het mbo8 en met de voortgangsrapportage van de Werkagenda9die ik recent naar uw Kamer stuurde. Hieronder licht ik toe welke stappenik de komende periode wil zetten om de positie van mbo-studenten verderte verbeteren en verschillen tussen instellingen te verkleinen.1. Informatievoorziening In de versterking van de positie en de rechtsbescherming vanmbo-studenten is goede informatievoorziening cruciaal. Als je niet weetwelke rechten je hebt en hoe je deze kunt effectueren blijft een sterkepositie en goede rechtsbescherming voor de student een papierenwerkelijkheid. Voorzieningen voor studenten die extra ondersteuningnodig hebben zijn alleen effectief als studenten deze ook daadwerkelijkweten te vinden. Het blijkt lastig om informatie voor alle studententoegankelijk en begrijpelijk te maken, studenten zijn hiervoor nog vaakafhankelijk van hun slb’er. Wel zie ik tal van goede voorbeelden vaninstellingen die studenten proactief benaderen of hun website toegan-kelijk maken. Maar ik vind het van belang dat we hierin voor allembo-studenten verbetering boeken. Daarnaast moet informatie ook goedvindbaar zijn voor ouders, onderwijspersoneel en externe partijen.Daarom ben ik in gesprek met de MBO Raad en JOBmbo, om te kijken hoewe concreter kunnen maken wat van instellingen wordt verwacht. Ik wilook dat de verbetering van informatievoorziening samen met studentenwordt vormgegeven, want zij weten hoe informatie het beste bij henterecht komt. Hiermee geef ik tevens uitvoering aan de motie van de ledenVan der Graaf en Van der Molen, met het verzoek om de bekendheid vanhet mbo-studentenfonds onder studenten, docenten en studieadviseurs tevergroten.10 Hierin is een eerste stap gezet, doordat we hetmbo-studentenfonds nu ook actief onder de aandacht brengen vanstudenten en professionals via de handreikingen passend onderwijs.11Deze handreikingen moeten de komende periode aan bekendheid winnen.Om de informatievoorziening voor studenten met een ondersteuningsbe-hoefte te verbeteren, verstrek ik subsidie aan het ExpertisecentrumInclusief Onderwijs (ECIO). Met hulp van ECIO kunnen instellingeninformatie verbeteren op hun websites, op voorlichtingsbijeenkomsten enopen dagen. Hiertoe zijn diverse workshops georganiseerd door ECIO ende MBO Raad en er is een checklist beschikbaar.12 Ook analyseert ECIO dewebsites van alle mbo-instellingen op toegankelijkheid en beschik-8Algemene Rekenkamer 2024: Op weg naar gelijke kansen in het middelbare beroepsonderwijs.9Kamerstukken II, 2025–2026, 31 524, nr. 690.10Kamerstukken II, 2022–2023, 31 524, nr. 522.11Zie https://ovis-kennisbank.nl/app/uploads/sites/9/2025/02/Handreiking-Passend-onderwijs-in-het-mbo.pdf en https://www.jobmbo.nl/student-themas/passend-onderwijs/12Op de website van ECIO is deze handreiking te vinden: https://ecio.nl/wp-content/uploads/2025/09/ECIO_014-Checklist-Informatievoorziening_tg_2021.pdf en een handreiking specifiekgericht op verbetering van de website van de instelling: https://ecio.nl/handreiking/checklist-informatievoorziening-mbo-websites/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6924 baarheid van informatie over de ondersteuning. Zij biedt instellingen diehier veel verbetering op kunnen maken een adviesgesprek aan. Dit blijftECIO ook de komende jaren doen.2. Mbo-studentenfonds Het is een bewuste keuze geweest om de uitvoering van hetmbo-studentenfonds bij de instellingen te beleggen. Het fonds moetnamelijk laagdrempelig toegankelijk zijn voor studenten. Daarom verbaasthet niet dat er in de praktijk verschillen zijn tussen instellingen en deze zijnook niet altijd onwenselijk. In het netwerk studentenfonds worden alafspraken gemaakt over de hoogte van bepaalde tegemoetkomingen enworden best practices uitgewisseld tussen mbo-instellingen. Maar in depraktijk zijn er nog verschillen die wel ongewenst lijken, zoals verschillenin de hoogte van vergoedingen voor studentenraadsleden en dedoelgroepen die gebruik kunnen maken van het fonds. Ik vind het vangroot belang dat verschillen niet leiden tot ongelijke kansen voorstudenten. Daarom verken ik momenteel met JOBmbo en de MBO Raadwelke afspraken nodig zijn om deze zo veel mogelijk weg te nemen, in lijnmet de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer.133. Bewustwording Tot slot blijkt uit de evaluatie dat instellingen stappen hebben gezet in hetvastleggen van ondersteuningsafspraken met studenten, maar dat dezeniet altijd tijdig en/of schriftelijk worden vastgelegd en jaarlijks geëva-lueerd. Daarnaast wordt een behoefte aan ondersteuning niet altijd (tijdig)gesignaleerd. Ik deel met de onderzoekers dat een verandering nodig is inbewustwording ten aanzien van studenten in een kwetsbare positie, zodatzij gezien worden en de juiste ondersteuning krijgen. In het volgende deelover de Verbeteragenda ga ik hier verder op in.2. Vervolg Verbeteragenda passend onderwijs mbo Met de Verbeteragenda heeft het Ministerie van OCW samen metbetrokken partijen gewerkt aan een verbetering van (1) de intake enouderbetrokkenheid, (2) de kwaliteit van de ondersteuning door onder-wijsteams, (3) de samenwerking tussen het mbo en het sociaal domeinvoor de inzet van externe hulp, ondersteuning en zorg en (4) debegeleiding bij de beroepspraktijkvorming (bpv) van studenten met eenextra ondersteuningsbehoefte en hun eerste stappen op de arbeidsmarkt.De Verbeteragenda heeft de afgelopen jaren een positieve beweging ingang gezet voor de ondersteuning van studenten in het mbo. Detevredenheid van studenten over de ondersteuning op school en tijdensde bpv is toegenomen en het lukt instellingen steeds beter om deondersteuning zowel in als buiten de klas te organiseren. Maar we zijn ernog niet. De bewustwording en kennis van het personeel over studerenmet een ondersteuningsbehoefte moet beter. Ook moet de begeleidingtijdens de bpv verder verbeteren. Mede op basis van gesprekken die ikmet studenten, mbo-instellingen en andere organisaties heb gevoerd,kom ik tot de conclusie dat dit vraagt om een andere werkwijze. Eenwerkwijze met minder landelijke activiteiten en meer gerichte onder-steuning voor instellingen.13Algemene Rekenkamer 2024: Op weg naar gelijke kansen in het middelbare beroepsonderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6925 Hierna ga ik in op de belangrijkste opbrengsten van de Verbeteragenda ende uitdagingen voor de komende periode. Tot slot schets ik hoe ik depositieve ontwikkeling vast wil houden en met de benoemde uitdagingenaan de slag wil.Het onderwijs wordt passender, maar kent ook uitdagingenDe juiste ondersteuning voor de student op schoolGoede ondersteuning in het mbo staat of valt met toelating tot deopleiding en een goede kennismaking. Ik ben daarom blij te zien datstudenten met een ondersteuningsbehoefte nauwelijks worden geweigerden ook zelfselectie14 zeer beperkt voorkomt. Na aanmelding bij deopleiding maken instellingen steeds vaker ondersteuningsafspraken metdeze studenten en deze afspraken worden in overgrote meerderheid ooknagekomen. Dit vind ik positief, omdat de wettelijke basis hiervoor met deWet verbetering rechtsbescherming mbo-studenten is aangescherpt. Deafgelopen jaren wordt steeds meer ondersteuning als basisondersteuningaangeboden: de ondersteuning is in of dicht bij de klas beschikbaar. Ikvind dit een goede ontwikkeling, omdat studenten zo beter bij hetklassenproces betrokken blijven. Tegelijkertijd zien onderwijsteams enmbo-instellingen toenemende uitdagingen om de juiste ondersteuning tekunnen bieden. De ondersteuningsvraag van studenten neemt toe en lijktcomplexer te worden. Dit komt ook naar voren in recent onderzoek van deInspectie van het Onderwijs, dat ik als bijlage bij deze brief voeg.15Onderwijsteams ervaren niet altijd voldoende kennis en expertise om aande ondersteuningsvraag te kunnen voldoen. Mijn voorganger heeft uwKamer al geïnformeerd over de stappen die hierop gezet dienen teworden.16Extra ondersteuning en hulp door externe partnersOm te voorkomen dat studenten door hun ondersteuningsbehoefteuitvallen of studievertraging oplopen is er voor hen soms extra onder-steuning, hulp en zorg (hierna: ondersteuning) door externe partnersnodig. Bijvoorbeeld door jeugdhulpverleners, psychiaters, jongeren-werkers en budgetcoaches. Deze ondersteuning moet laagdrempelig envroegtijdig beschikbaar zijn, om de kans op uitval of studievertraging teverkleinen. Een goede samenwerking tussen het mbo en externe partnersis hiervoor cruciaal en hierin is de afgelopen periode veel geïnvesteerd.Het document Mbo-student centraal beschrijft diverse praktijkvoorbeeldenvan succesvolle samenwerkingen tussen mbo en partners in het sociaaldomein.17 Maar er is meer nodig: de benodigde ondersteuning moetlaagdrempelig beschikbaar zijn voor álle mbo-studenten, ongeacht hunleeftijd en ongeacht de gemeente waarin ze wonen. Dat is nu nietmogelijk.18 Daarom heb ik in beeld laten brengen wat er nodig is om dat14Het niet inschrijven voor een opleiding omdat de student zelf denkt dat hij/zij wordtafgewezen.15Inspectie van het Onderwijs, Bezorgd en Betrokken, Zorgen over kansengelijkheid enonderwijskwaliteit door toename van hulpvragen in het mbo, februari 2026.16Kamerstukken II, 2024–2025, 31 497, nr. 496.17NJi, MBO-student centraal, Samenwerken voor een succesvolle toekomst, december 2022.18Het merendeel van de mbo-studenten blijft tijdens de studie thuis wonen. Hierdoor wonenmbo-studenten vaak niet in de gemeente waar de mbo-instelling gevestigd is. Dembo-instelling heeft via de gemeente samenwerkingen met allerlei externe hulp- en zorgpar-tijen voor mbo-studenten. Maar tegelijk speelt het gemeentelijk woonplaatsbeginsel, datbepaalt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Dit maakt datgemeenten en mbo-instellingen hierover met elkaar afspraken moeten maken, om tevoorkomen dat dit woonplaatsbeginsel een belemmering vormt en bepaalde studenten uitsluitvan de benodigde hulp en zorg. Ook wordt bepaalde hulp en zorg niet altijd voor elkeleeftijdscategorie (18-/18+) door elke gemeente gefinancierd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6926 wel te realiseren. Het onderzoeksrapport stuur ik als bijlage bij deze briefaan uw Kamer.19 Het onderzoek heeft een set basisafspraken tussenmbo-instellingen en gemeenten opgeleverd, vastgesteld door de MBORaad, VNG en het Ministerie van OCW, om regionaal meer en betersamen te werken in het ondersteunen van mbo-studenten op het gebiedvan gezondheid en welzijn.Ondersteuning en begeleiding bij de bpv en de eerste stappen op dearbeidsmarktDe afgelopen jaren is het belang van (extra) ondersteuning en begeleidingtijdens de bpv onder de aandacht van mbo-instellingen gebracht. Veel ismogelijk en deze mogelijkheden worden steeds meer bekend. HetHandboek bpv is hiervoor een belangrijke basis geweest. Dit handboekdient ook als naslagwerk met tips en informatie voor bpv-begeleiders.20Hoewel de ondersteuning tijdens de bpv hierdoor is verbeterd, zijnstudenten nog te vaak ontevreden over de geboden ondersteuning en lukthet instellingen nog onvoldoende om de ondersteuning te realiseren.Daarom is vanuit de Verbeteragenda ook een leergang voor debegeleiding bij de bpv ontwikkeld, die in oktober 2025 van start is gegaan.Daarnaast wordt een leergang ontwikkeld voor bpv-coördinator en vooraanvullende loopbaanbegeleiding in het kader van de Wet van schoolnaar duurzaam werk. Deze leergang gaat naar verwachting vanafstudiejaar 2026/2027 van start.Ik verwacht dat de goede beweging zich de komende jaren doorzet doorde benutting van het handboek en doordat bpv-begeleiders en-coördinatoren zich via de leergangen verder kunnen bekwamen. Ik zie opdit moment dan ook geen meerwaarde van een nieuw plan van aanpakom de begeleiding en het vinden van een stageplek voor jongeren meteen beperking te verbeteren en uitval te voorkomen, waar de motie vande leden Westerveld en Tseggai (GL/PvdA)21 om vraagt. Dat heb ik ook zobesproken met JOBmbo, JongPIT, SWOM en Ieder(in). Wel zal ik deontwikkeling van de begeleiding en ondersteuning bij de bpv vanmbo-studenten met een extra ondersteuningsbehoefte blijven volgen. Alsverdere verbetering uitblijft, zal ik in overleg met landelijke belangen-organisaties van scholieren en studenten, jongeren met een beperking,onderwijsinstellingen en werkgevers bezien wat er dan nodig is om debegeleiding en het vinden van een stageplek voor jongeren met eenbeperking te verbeteren en onnodige uitval tegen te gaan. De motie heb ikook besproken in de Landelijke werkgroep tegen stagediscriminatie in hethbo en wo, waar periodiek de voortgang van het WerkprogrammaStagediscriminatie HO wordt gemonitord. In deze werkgroep zitten de VH,UNL, VNO-NCW en studentenorganisaties ISO en LSVb, evenals Echo eneen aantal deelnemende hbo-instellingen, onder leiding van de Minis-teries OCW en SZW. Alle leden van de werkgroep erkennen dat studentenmet een functiebeperking extra aandacht en begeleiding nodig hebbenvoorafgaand en tijdens hun stage. Hier wordt ook nadrukkelijk aandachtaan besteed in het huidige Werkprogramma en in de Leerlijn Stagediscri-minatie, een trainingsprogramma voor stagedocenten in het hbo en wo.Gelet op alle activiteiten die al vanuit het Werkprogramma lopen en deaandacht voor studenten met een functiebeperking hierbij, waren deleden van de Landelijke Werkgroep het erover eens dat een extra plan vanaanpak niet nodig is. Wel blijft er binnen de huidige aanpak structureel19AEF, Basisafspraken voor regionale samenwerking Zorg en Welzijn voor mbo-studenten,februari 2026.20Ingrado (2022) BPV Handboek, https://ingrado.nl/kennisbank/items/bpv-handboek-voor-de-begeleiding-van-mbo-studenten-met-extra-ondersteuningsbehoefte21Kamerstukken II, 2024–2025, 36 667, nr. 22.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6927 aandacht voor deze doelgroep. Hiermee beschouw ik de motie van deleden Westerveld en Tseggai als afgedaan.Maatwerk bij bijzondere omstandighedenConform de motie van het lid Tseggai (GL/PvdA)22 en de toezegging vanmijn ambtsvoorganger aan uw Kamer23 ga ik in deze brief ook in opmaatwerkmogelijkheden en mogelijke verbeteringen. Het gaat dan in hetbijzonder om maatwerkmogelijkheden om te kunnen studeren incombinatie met werk, zwangerschap, beperking, topsport en mantelzorg.In het mbo zijn veel mogelijkheden om studenten maatwerk te bieden.Een daarvan is het aanpassen van de onderwijstijd voor een individuelestudent. De mbo-instelling maakt dan met de student de afspraak dat hijminder uren aanwezig hoeft te zijn. Deze uren is de student dan geoor-loofd afwezig. Deze afwezigheid heeft in principe geen gevolgen voor detotale studieduur van de student.24 Deze individuele afspraken hoevenvooraf ook niet met de Inspectie te worden besproken. Voorwaarde is weldat de student kan voldoen aan de kwalificatie-eisen die voor een diplomain het kwalificatiedossier zijn opgenomen. Als dat niet lukt, kan de studentalsnog langer over zijn opleiding doen dan gepland. Voor studenten meteen handicap of chronische ziekte zijn ook aanpassingen mogelijk,bijvoorbeeld in examinering. Dit kan bij instellingsexamens bijvoorbeelddoor de student extra tijd te geven, hulpmiddelen toe te staan (bijvoor-beeld voorleessoftware of gebarentolk) of de vorm of inhoud van hetexamen aan te passen.25 Voor studenten die door bijzondere omstandig-heden studievertraging oplopen of geen diploma niveau 3 of 4 kunnenbehalen, zijn er verschillende mogelijkheden. Zij kunnen gebruik makenvan het mbo-studentenfonds, de prestatiebeurs kan in uitzonderlijkegevallen worden omgezet in een gift en voor studenten van niveau 3 en 4kan eenmalig de prestatiebeurs worden verlengd met 12 maanden.Daarnaast kan de termijn om het diploma te behalen worden verlengd alser sprake is van bijzondere omstandigheden. Tot slot hebben studentendie recht hebben op studiefinanciering, en om medische redenen minderbelastbaar zijn en daarom niet kunnen bijverdienen, recht op individuelestudietoeslag.26 Uit gesprekken die mijn ministerie heeft gevoerd, blijktdat veel van deze mogelijkheden onbekend zijn of te nauw wordengeïnterpreteerd. Daarom is ook de handreiking passend onderwijsontwikkeld.27 Docenten, ondersteuners en beleidsmakers kunnen zienwelke ondersteuning of maatwerk mogelijk is volgens de wet en welkeruimte de instelling heeft om hier invulling aan te geven. Ook voorstudenten zijn er een handreiking en filmpjes, om te zien waar je alsstudent recht op hebt.28 De komende jaren blijf ik inzetten op kennisdelingop dit thema, zodat de bestaande mogelijkheden beter bekend en benutworden. Hiermee beschouw ik de motie van het lid Tseggai als uitgevoerd,wat het mbo betreft. Voor het hbo en wo wordt momenteel onderzochthoe financiële en maatwerkvoorzieningen zijn ingericht, naar aanleidingvan deze motie. Uw Kamer ontvangt voor de zomer een brief hierover.22Kamerstukken II, 2023–2024, 31 288, nr. 1143.23TZ202406-043.24Zie bijvoorbeeld de brochure Ruimte in regels voor meer informatie over onderwijstijd:https://open.overheid.nl/documenten/d04d1642-0438-43e1-8805-c928d7320561/file25De kwalificatie-eisen worden niet aangepast, maar het examen wordt aangepast, zodat destudent op een andere manier kan laten zien wel aan de kwalificatie-eisen te voldoen.26Welke voorzieningen beschikbaar zijn, hangt af van de aard van de omstandigheden.27Zie https://ovis-kennisbank.nl/app/uploads/sites/9/2025/02/Handreiking-Passend-onderwijs-in-het-mbo.pdf28Zie https://www.jobmbo.nl/student-themas/passend-onderwijs/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6928 Door met de ingezette bewegingInstellingen werken verder aan de thema’s van de VerbeteragendaIk vind het van groot belang dat op de thema’s van de Verbeteragenda ookde komende jaren nog stappen worden gezet. De uitvoering van deVerbeteragenda is onderdeel van de Werkagenda mbo (2023–2027). In hunkwaliteitsagenda’s hebben instellingen al aangegeven de inzet op de vierverbeterlijnen van de Verbeteragenda te zien als een van de acties voor dekomende periode. Via de monitoring van de Werkagenda mbo volg ik dekomende periode hoe de mbo-instellingen doorgaan met de uitvoeringvan de vier verbeterlijnen op hun instelling. De opgeleverde productenbreng ik nadrukkelijk bij hen onder de aandacht, omdat deze belangrijkzijn voor verdere verbetering van passend onderwijs in het mbo.Daarnaast vindt in 2026 nog een meting van de Monitor passendonderwijs plaats, waarmee ik zicht krijg op de mate waarin de positievebeweging verder doorzet.Ondersteuning voor mbo-instellingen op specifieke onderdelenDe komende jaren verstrek ik ECIO subsidie om de mbo-instellingen teondersteunen op drie onderdelen. Dit gebeurt onder meer via landelijkekennissessies en producten, maar ook door gerichte monitoring voormbo-instellingen. Eén van die onderdelen is informatievoorziening. Ditheb ik eerder in deze brief al toegelicht. Hieronder ga ik in op de anderetwee onderdelen.Fysieke en digitale toegankelijkheidIn 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de Nationale strategie voor deimplementatie van het VN-verdrag handicap. Een belangrijke maatregeluit deze strategie is om de basistoegankelijkheid van het vervolgonderwijste verbeteren. Nog te vaak worden studenten beperkt in hun deelnameaan het onderwijs door fysieke of digitale drempels. Aanpassingen voorfysieke en digitale toegankelijkheid vergen soms een lange adem, maarzijn soms ook klein en eenvoudig met grote impact. Daarom ontwikkeltECIO voor zowel fysieke als digitale toegankelijkheid een checklist voorbeleidsmakers, zodat instellingen concrete stappen kunnen maken.Middels kennissessies worden uitdagingen uit deze checklists en actueleontwikkelingen opgepakt in de sector. Tot slot zal ECIO ook een beleids-kader ontwikkelen, zodat mbo-instellingen fysieke en digitale toeganke-lijkheid beter en structureel in hun beleid kunnen integreren. Voor dezomer informeer ik uw Kamer over de verdere uitwerking van de motiesvan het lid Ceder (CU) ten aanzien van digitale toegankelijkheid in hetonderwijs.29Brede implementatie van het VN-verdrag handicapDe afgelopen jaren heeft ECIO in opdracht van mijn ministerie instellingenin het vervolgonderwijs al ondersteund bij de implementatie van hetVN-verdrag handicap. Door ondertekening van de «intentieverklaringVN-verdrag Handicap» maken onderwijsinstellingen gebruik van deondersteuning van ECIO hierbij. Veel mbo-instellingen voldoen nog nietaan alle eisen van dit verdrag. Ik heb ECIO daarom gevraagd in te zettenop uitbreiding van het aantal mbo-instellingen dat de intentieverklaringheeft ondertekend. Daarnaast heb ik afgesproken dat ondertekening vandeze verklaring niet vrijblijvend kan zijn. Door middel van een jaarlijkse29TK, 36 600 VII, nr. 62, vergaderjaar 2024–2025 en TK, 36 800, VIII, nr. 120, vergaderjaar2025–2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6929 zelfscan kijken de deelnemende mbo-instellingen waar ze staan en welkestappen ze hebben gezet om aan de eisen van het verdrag te voldoen.ECIO faciliteert de instellingen vervolgens met een individueel adviesge-sprek, themabijeenkomsten en een landelijke werkgroep om met deuitkomsten aan de slag te kunnen.Kennisdeling en leren van elkaarEen belangrijk signaal dat ik van mbo-instellingen heb ontvangen is dat zijbehoefte hebben aan meer kennisuitwisseling en -benutting. De afgelopenperiode gebeurde dit al veel, maar een meer structurele aanpak isgewenst. Ik deel die opvatting. Het verspreiden van goede aanpakken enkennis helpt bij het verkleinen van verschillen tussen opleidingen envoorkomt dat iedere mbo-instelling het wiel opnieuw uitvindt. Dekomende jaren zal ik deze kennisdeling op het gebied van passendonderwijs faciliteren. Zoals hiervoor geschetst speelt ECIO daarbij op eenaantal terreinen een belangrijke rol. Daarnaast faciliteer ik de komendeperiode kennisdeling via KLIMmbo dat met ingang van 2026 het landelijkkennispunt is voor professionals in het mbo voor onder meer passendonderwijs en via een verbetering van de kennisdeling in de bestaandekennisnetwerken van passend onderwijs in het mbo.Tot slotMet de wettelijke maatregelen en de Verbeteragenda is een stevige basisgelegd voor de verbetering van de positie, rechtsbescherming enondersteuning van (kwetsbare) mbo-studenten. Nu is vooral verdereverbetering nodig in de praktijk, om ervoor te zorgen dat de maatregelenstudenten ook daadwerkelijk bereiken en studenten zich gezien voelen.Daarbij zet ik er ook op in dat ongewenste verschillen tussen instellingenzoveel mogelijk worden weggenomen. Ik vertrouw erop dat instellingende positieve beweging voortzetten en zal hen hierin gericht ondersteunen.Ik blijf de ontwikkelingen de komende periode nauwgezet volgen.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 69210

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e9c41a60b017171c

14 okt 2026 · 802b4487fbd1a194

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.