Reactie op verzoek van het lid Baay-Timmerman over het bericht ‘Overheveling van taken treft armste gemeenten’
Brontekst
Versie 227575efa0e5f3a0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 30 597Toekomst AWBZ Nr. 436 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 22 april 2014 Tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 1 april 2014 (Handelingen II 2013/14, nr. 69) heeft uw Kamer mij verzocht om per brief in te gaan op de gestelde vragen naar aanleiding van het bericht «Overheveling van taken treft armste gemeenten» (Volkskrant, 28 maart 2014)1. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek. De leden van de SP-fractie wensen een overzicht te ontvangen van alle gemeenten en hun financiële positie met betrekking tot de verschillende decentralisaties met daarbij het oordeel van de regering welke gemeenten zich in de «gevarenzone» bevinden. De leden van de PVV fractie vragen of er een overzicht kan worden gegeven per gemeente met de financiële situatie, de huidige AWBZ-cliënten en de vergrijzing. Als bijlage I treft u een gespecificeerd overzicht aan van het aantal personen per gemeente met een indicatie AWBZ zonder verblijf, waarbij tevens is vermeld welke van die gemeenten onder preventief toezicht zijn gesteld2. Ten aanzien van de vraag over het oordeel over welke gemeenten zich in de «gevarenzone» bevinden wil ik deze leden er op wijzen dat het in het Nederlandse bestel aan gedeputeerde staten van de provincies is om in het kader van het financiële toezicht een oordeel te hebben over de begroting van de gemeenten in hun provincie. De Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft uw Kamer op 10 januari jl. geïnformeerd over welke gemeenten door de provincies onder preventief toezicht zijn gesteld in 2014 (Kamerstuk 27 581, nr. 48). Deze informatie is ook in het overzicht opgenomen. Het Rijk, in casu de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties vormt zich in deze context geen oordeel over de financiële situatie 1Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.2Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. kst-30597-436ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4361 van individuele gemeenten zoals door de leden van de fracties van de SP en PVV gevraagd. Hierbij zij aangetekend dat het Nederlandse stelsel rond gemeentelijke financiën zijn waarde heeft bewezen. De afgelopen jaren is het beroep op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet zeer beperkt gebleken. Nederland is volgens onderzoek het enige land dat een dergelijk stelsel heeft dat voorkomt dat gemeenten failliet gaan. Mede daardoor hebben gemeenten dezelfde hoge kredietwaardigheid als de Nederlandse Staat. Iets wat in diverse andere westerse landen niet het geval is. De leden van de CDA-fractie verwijzen naar de individuele schriftelijke vragen die zij over dit onderwerp hebben gesteld (Van Toorenburg). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ik zullen de antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden van Toorenburg en van Hijum zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor de behandeling van het wetsvoorstel Wmo 2015 aan uw Kamer sturen. De leden van de PVV-fractie vragen waarom er bij de eerste berekeningen geen rekening is gehouden met de stijgende kosten van vergrijzende gemeenten. Deze leden willen ook weten of ik de verantwoordelijkheid neem voor bezuinigingen op de zorg als het budget ontoereikend is doordat de kosten stijgen. De leden van de PVV fractie vinden de reactie in mijn brief van 1 april over het bericht dat 40% van de gemeenten denkt dat zij niet of moeilijk in staat is de zorg voor zieke ouderen en gehandi-capten te organiseren met het beschikbare budget nogal laconiek en wil weten of ik de zorgen wel serieus neem nu de berichten 2 weken later nog zorgelijker zijn. De veronderstelling van deze leden dat ik geen rekening houd met stijgende kosten voor vergrijzende gemeenten is niet juist. Zoals ik in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wmo 2015 heb aangegeven wordt er rekening gehouden met de effecten van vergrijzing op de uitgaven van gemeenten, doordat het budget jaarlijks groeit als gevolg van compensatie voor demografische ontwikkelingen. Vanaf 2016 zal er een objectief verdeelmodel voor de Wmo 2015 worden ingevoerd op basis van objectieve verdeelmaatstaven die de uitgaven van een gemeente aan de Wmo 2015 verklaren. Op dit moment wordt in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mij door een onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar de verklarende variabelen voor het objectief verdeelmodel. Gemeenten zijn bij dit onderzoek betrokken. Ik wil niet op de uitkomsten van dit onderzoek vooruitlopen, maar de leeftijdssamenstelling van de populatie in een gemeente zal hier zeker een rol in spelen. Bij de verdeling van het budget in 2015 werkt het effect van de leeftijd van de inwoners in een gemeente vanzelf door, omdat het budget wordt verdeeld op basis van de AWBZ-uitgaven per gemeente, waardoor hogere AWBZ-uitgaven in een gemeente, bijvoorbeeld als gevolg van een verouderde populatie, zich doorvertaalt in een hoger Wmo-budget in 2015. Ten aanzien van de vraag of ik de zorgen over de financiële randvoor-waarden wel serieus neem, verwijs ik naar mijn brief over de uitkomsten van het begrotingsoverleg langdurige zorg. In dit begrotingsoverleg is afgesproken dat gemeenten in 2015 extra budget ontvangen voor de invoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015 en vanaf 2016 meer financiële ruimte krijgen voor de uitvoering van hun taken op grond van de Wmo 2015. De leden van de fractie van 50plus constateren dat er met name buiten de Randstad relatief arme, kleine gemeenten zijn waar een hoge zorgbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4362 hoefte bestaat, bijvoorbeeld door de vergrijzing. Deze leden vragen hoe met name deze kleinere risicogemeenten het hoofd boven water kunnen houden met alle nieuwe taken die zij op hun bord krijgen, ook gezien de voorgenomen bezuinigingen. Deze leden vragen hoe voldoende beschik-baarheid en de kwaliteit van zorg in deze gemeenten wordt gegarandeerd. Voldoende en kwalitatief goede ondersteuning wordt gegarandeerd door de waarborgen die ik in het wetsvoorstel Wmo 2015 heb geformuleerd ten aanzien van kwaliteit en de toegang tot voorzieningen. Met de uitkomsten van het begrotingsoverleg krijgen gemeenten meer financiële ruimte om deze taken uit te voeren en een zorgvuldige overgang te realiseren. Onvoldoende budget is overigens voor gemeenten geen reden om hun wettelijke taken op grond van de Wmo 2015 niet goed uit te voeren. Ik heb er vertrouwen in dat gemeenten zich tot het uiterste in zullen spannen om van de uitvoering van de Wmo 2015 een succes te maken. Indien het beleid en de uitvoering tekort schieten is primair de gemeenteraad aan zet. Indien gemeenten hun wettelijke taken niet goed uitvoeren kan ik in het uiterste geval gebruikmaken van het interbestuurlijk toezichtinstru-mentarium uit de Gemeentewet, of van de aanwijzingsbevoegdheid op grond van de Wmo 2015. Met het feit dat sommige gemeenten meer oudere inwoners heeft dan andere wordt rekening gehouden bij de verdeling van het budget, zodat alle gemeenten een vergelijkbare uitgangspositie hebben. Dit heb ik uitgebreid toegelicht in het antwoord op de vragen van de leden van de fractie van de PVV. De leden van de fractie van 50plus vragen of ik meer duidelijkheid kan geven over de verdeelsleutel van de budgetten over gemeenten, in komend jaar en de «nieuwe» verdeelsleutel in de jaren daarna. Op 29 januari heb ik gemeenten inzicht geboden in het voorlopig budget per gemeente voor 2015 met een internetbericht3. In de meicirculaire 2014 voor het gemeentefonds wordt het definitieve budget voor 2015 bekend-gemaakt en de verdeling per gemeente op grond van historische uitgaven. Het objectieve verdeelmodel ten behoeve van de verdeling vanaf 2016, wordt op dit moment in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mij door een onafhankelijk onderzoeksbureau ontwikkeld. Zoals gebruikelijk loopt dit proces in goed overleg met de VNG, enkele individuele gemeenten, de Raad voor de financiële verhoudingen en het Ministerie van Financiën. Het onderzoek zal eind mei zijn voltooid. Voorts is er na overleg met de VNG en het Ministerie van BZK voor gekozen om gezamenlijk bijeenkomsten met en voor gemeenten in het land te organiseren opdat in de septembercircu-laire het objectieve verdeelmodel definitief kan worden vastgesteld. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. van Rijn3http://www.invoeringwmo.nl/bibliotheek/eerste-inzicht-budget-wmo-2015-0.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4363
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.