KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over het toekennen van de veteranenstatus aan militairen die betrokken waren bij de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977

28 mrt 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3526dd4d3fb48e2f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 30 139Veteranenzorg Nr. 132 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 28 maart 2014 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Defensie over het toekennen van de veteranenstatus aan militairen die betrokken waren bij de beëindiging van de gijzelings-acties in 1977 (Kamerstuk 30 139, nr. 127). De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 28 maart 2014. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De voorzitter van de commissie,Ten Broeke De griffier van de commissie,Van Leiden kst-30139-132ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 139, nr. 1321 1 Welke redenen liggen er aan ten grondslag dat er voor is gekozen om juist nu de veteranenstatus toe te kennen aan militairen die betrokken waren bij de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977, terwijl er momenteel nader archiefonderzoek plaatsvindt door het kabinet naar het doodschieten van de treinkapers bij De Punt? De vraag omtrent het toekennen van een blijk van erkenning aan de militairen die zijn ingezet bij de gijzelingsacties in 1977 is sinds de behandeling van de Veteranenwet in de Eerste Kamer in 2011 onderwerp van overweging geweest. Over dit onderwerp is uitgebreid overleg gevoerd met de Molukse gemeenschap en de betrokken militairen. Na beëindiging van mijn gesprekken met de betrokken partijen ben ik tot de slotsom gekomen dat toekenning van de veteranenstatus gepast zou zijn. Zowel de militairen als de Molukse gemeenschap konden zich hierin vinden. De beslissing verder uitstellen was derhalve niet nodig. 2 Kunt u toelichten of u het mogelijk acht dat de uitkomsten van het archiefonderzoek naar de treinkaping bij De Punt leidt tot een heroverweging van het verlenen van de veteranenstatus aan militairen die betrokken waren bij de beëindiging van de gijze-lingsacties in 1977? Nee, dat acht ik niet mogelijk. Ik verwijs daarvoor naar de overwegingen zoals beschreven in mijn brief van 10 februari jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 127). De in deze brief genoemde criteria voor het toekennen van de veteranenstatus (de duur, de omvang en het geweldsniveau) worden niet beïnvloed door het archiefonderzoek. 3 Is het besluit om de veteranenstatus toe te kennen aan militairen, die betrokken waren bij de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977, genomen in overleg met de Minister van Justitie? Nee. De Minister van Veiligheid en Justitie is niet verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van het toekennen van de veteranenstatus. Wel heb ik de Minister van Veiligheid en Justitie over mijn besluit geïnformeerd. 4 Wanneer verwacht u dat (de uitkomsten van) het onderzoek naar het doodschieten van de treinkapers bij De Punt aan de Kamer wordt gezonden? Hierover wordt u separaat door de Minister van Veiligheid en Justitie geïnformeerd. 5 Wat is de begrenzing van het personeel, dat behoorde tot deze missie, die de veteranenstatus krijgen? Voor de veteranenstatus komen de militairen in aanmerking die gedurende de gijzelingen zijn ingezet binnen de zogeheten buitenring van de locaties van de school te Bovensmilde en de trein bij De Punt. Ook de vliegers van de ingezette straaljagers komen in aanmerking voor de veteranenstatus. Indien deze militairen als veteraan wensen te worden geregistreerd, kunnen zij een aanvraag indienen bij het Veteraneninstituut. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 139, nr. 1322 6 Hoeveel personen van het personeel, behorende tot deze missie, kunnen aanspraak maken op de veteranenstatus? Naar schatting gaat het om ongeveer 1.250 militairen die naar aanleiding van deze inzet als veteraan worden erkend. Van deze groep hebben ongeveer 200 militairen reeds de veteranenstatus vanwege een andere inzet. Een aantal militairen aan wie de status is toegekend, is inmiddels overleden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 139, nr. 1323

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 00eae26f63150f1f

14 okt 2026 · 198da5a79dd75b8a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.