Kabinetsappreciatie Raadsbesluit wijziging van de Internationale Gezondheidsregeling (IHR, 2005)
Brontekst
Versie 5948e386c6e28802 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202525 295InfectieziektenbestrijdingNr. 2216 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 december 2024Op 13 november 2024 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie)een voorstel voor een Raadsbesluit gepresenteerd over het aanvaardenvan de wijzigingen van de Internationale Gezondheidsregeling (IHR, 2005),voor die onderdelen die onder de bevoegdheden van de Unie vallen.1 DeIHR is een sinds 2005 bestaand verdrag op basis waarvan WHO-lidstatenhun nationale systemen voor het inperken en bestrijden van interna-tionale gezondheidscrises hebben ontwikkeld. In Nederland is ditbijvoorbeeld een belangrijke basis geweest voor de uitvoering van deinfectieziektebestrijding zoals die vastligt in de Wet publieke gezondheid.Tijdens de 77e Wereldgezondheidsvergadering (WHA) van de Wereldge-zondheidsorganisatie (WHO) op 1 juni 2024 zijn wijzigingen van de IHRaangenomen. Over deze wijzigingen is sinds september 2022 onder-handeld. De voormalige Minister voor Medische Zorg heeft uw Kamerhierover in haar brief van 16 februari 2024 geïnformeerd.2 Zij heeft in haarbrieven van 16 februari 2024 en 21 mei 2024 tevens toegezegd dat in hetgeval er tijdens de WHA77 een onderhandelingsresultaat over wijzingenvan de IHR zou worden bereikt, dit via de uitdrukkelijke goedkeuringspro-cedure aan de Staten-Generaal zou worden voorgelegd.3 Dit in navolgingvan de motie Keijzer van 21 mei 2024 en zoals toegezegd tijdens hetplenaire debat over het pandemie-instrument en de wijziging van de IHRvan diezelfde datum.4 Uw Kamer kan zich dan zelf uitspreken over hetgoed- dan wel afkeuren van de wijzigingen van de IHR. Het kabinet wildeze toezegging onverminderd nakomen. Uw Kamer ontvangt op korte1COM (2024) 541 final, 14 November 2024 (zie bijlage 1); COM (2024) 541 (final) Annex, 14November 2024 (zie bijlage 2).2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 2166, p. 6.3Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 2166, p. 9; Tweede Kamer, vergaderjaar2023–2024, 25 295, nr. 2184, p. 7.4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 2185. kst-25295-2216ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22161 termijn een separate brief met een toelichting op de vervolgstappen vande uitdrukkelijke goedkeuringsprocedure.De Commissie heeft nu een voorstel aan de Raad van Ministers gedaanom te zorgen voor een zorgvuldige implementatie van de aangenomenwijzigingen van de IHR. De Commissie heeft deze rol omdat een deel vande wijzigingen ziet op onderwerpen waarop EU wet- en regelgevingbestaat. Uiteindelijk beslist de Raad over de inhoud van het Raadbesluiten is het aan Europees Parlement om het goed te keuren.Ik hecht eraan uw Kamer tijdig en op transparantie wijze te informerenover nieuw ontwikkelingen op dit gebied. Via deze brief stuur ik u daaromde kabinetsappreciatie van het voorgestelde Raadsbesluit. In de brief ga ikin op wat het kabinet vindt van het voorstel en hoe we de onderhande-lingen ingaan. Deze brief vervangt het gebruikelijke BNC-fiche, omdat hetvoorzitterschap een kort tijdpad heeft voorgesteld voor de besluitvorming.Het voorzitterschap heeft aangegeven vroeg in het proces een tekst voorte willen leggen aan het Comité van Permanente Vertegenwoordigers(Coreper-I). Het definitieve besluit zal dan mogelijk aan het begin van hetnieuwe jaar genomen worden.Dit voorstel ziet op het machtigen van de EU-lidstaten tot het accepterenvan de wijzigingen die onder de bevoegdheden van de Unie vallen. Dit isnodig omdat de Unie zelf geen partij is bij de IHR. Daardoor kan zij dewijzigingen, die vallen onder de bevoegdheden van de Unie, niet zelfaccepteren. De lidstaten zullen dat, op basis van het voorstel, doen in hetbelang van de Unie. Zoals in deze brief wordt uiteengezet, is het kabinethet niet eens met het voorstel dat de Commissie hiertoe heeft gedaan. Ikhecht eraan hier te benadrukken dat uw Kamer conform de gemaakteafspraken in staat gesteld zal worden om zich nog uit te spreken over hetaccepteren of verwerpen van de wijzigingen van de IHR zelf.Kort gezegd, het kabinet kan zich niet vinden in het voorstel van deCommissie. Met het door de Commissie voorgestelde Raadsbesluitzouden lidstaten worden gemachtigd om die wijzigingen van de IHR, dievallen onder de bevoegdheid van de Unie, te accepteren en bij hetdoorlopen van de nationale procedures ook in het belang van de Unie tehandelen. Het kabinet is van mening dat de formulering van het voorge-stelde Raadbesluit onvoldoende ruimte biedt aan het parlement in deeigen nationale ratificatieprocedure en geen recht doet aan de bestaandebevoegdheidsverdeling tussen Unie en lidstaten. Het kabinet zet zich in deonderhandelingen daarom in om het Raadsbesluit aan te passen en debewoordingen af te zwakken.Internationale Gezondheidsregeling (IHR)De Internationale Gezondheidsregeling (IHR) is een sinds 2005 bestaandinternationaal bindend instrument op basis waarvan WHO-lidstaten in deafgelopen decennia hun nationale systemen voor het inperken enbestrijden van internationale gezondheidscrisis hebben ontwikkeld.5 DeIHR richt zich op alle gezondheidsbedreigingen die uit kunnen groeien toteen internationale noodsituatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om potentieelernstige en zich snel verspreidende infectieziekten, maar kan ook gaan ompotentiële gezondheidsrisico’s door straling ten gevolge van eenbeschadigde kernenergiecentrale na een aardbeving. De IHR faciliteertmonitoring, surveillance en vroegsignalering van internationale gezond-heidsbedreigingen en stelt eisen aan het nationale systeem van preventie,paraatheid en respons. De IHR is daarmee een belangrijke basis geweest5De eerste voorloper van de IHR was de International Sanitary Regulations (ISR) uit 1951.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22162 voor het Nederlandse stelsel van infectieziektebestrijding zoals isvastgelegd in de Wet publieke gezondheid.De wijzigingen van de IHR die op 1 juni 2024 zijn aangenomen betreffenvooral aanpassingen van reeds bestaande bepalingen in de IHR, enkelenieuwe inspanningsverplichtingen alsook nieuwe taken voor de WHO.6 Eris geen sprake van verschuiving van bevoegdheden van het nationaleniveau naar dat van de WHO.Een van de wijzigingen die zich richt op de landen die partij zijn bij de IHRbetreft de nieuwe verplichting om een nationale IHR-autoriteit tebenoemen die verantwoordelijk is voor de implementatie van de IHR. Ditkan ook het reeds bestaande IHR-nationale contactpunt zijn. In Nederlandis dat het Centrum voor Infectieziektebestrijding (Cib) van het RIVM. Eenandere wijziging betreft het opnemen van preventie bij de basisvereistenrondom monitoring en surveillance van infectieziekten en van preventieen paraatheid als vast onderdeel van de structuren en mechanismen dielidstaten nationaal en lokaal opzetten ten behoeve van de crisisbestrijding.In Nederland wordt het beleid al op die manier vormgegeven. Een anderewijziging is het opnemen van een definitie van een pandemischenoodsituatie in de IHR.7 Een pandemische noodsituatie betreft eenernstige variant van de noodsituatie op het gebied van de volksge-zondheid van internationaal belang (PHEIC), zoals die bijvoorbeeldrondom infectieziekten als mpox of Ebola is uitgeroepen. De WHO krijgtdaarmee bijvoorbeeld een faciliterende en ondersteunende rol bij hetidentificeren en coördineren van de beschikbaarheid van medischeproducten die voor crisisbestrijding noodzakelijk zijn.Een andere wijziging betreft de verplichting voor de WHO om informatieover een opkomende gezondheidscrisis in een land te delen met deandere WHO-lidstaten, wanneer deze de potentie heeft om uit te groeientot een internationale crisis. Van (mondiale) vervoerders van passagiersen goederen wordt verwacht dat zij aanvullende maatregelen nemenrondom het voorkomen en/of bestrijden van infectieziekten, doorgezondheidsmaatregelen die tijdens een internationale gezondheidscrisisdoor WHO zijn afgekondigd niet alleen aan boord van een vaartuig ofvliegtuig toe te passen, maar ook bij het in- en uitstappen. De landen diepartij zijn bij de IHR hebben ook afgesproken dat zij voldoende middelenzullen alloceren ten behoeve van nationale paraatheid, mits beschikbaaren op basis van nationale wet- en regelgeving. Daarnaast zijn afsprakengemaakt over het beter coördineren en toewijzen van (bestaande)financiële middelen zodat de capaciteitsontwikkeling en implementatievan de IHR-basisvereisten in met name armere landen verbeterd kanworden.Zoals hierboven aangegeven zal uw Kamer op korte termijn nader wordengeïnformeerd over de ratificatieprocedure waarmee de wijzigingen van deIHR aan uw Kamer worden voorgelegd ter goed- dan wel afkeuring.Toelichting op het voorstel voor een Raadsbesluit van de CommissieWat regelt het Raadsbesluit?In het voorliggende voorstel van de Commissie Raadsbesluit wordenlidstaten gemachtigd om die wijzigingen van de IHR, die vallen onder debevoegdheid van de Unie, te accepteren. Daarbij moeten lidstaten volgens6De Engelstalige versie van deze wijzigingen is in het Tractatenblad gepubliceerd en bijgesloten(zie bijlage 3).7Trb. 2024, nr. 132. Artikelen 11, 1, 11, 12, 15, 48, 19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22163 het voorstel de wijzigingen aanvaarden in het belang van de Unie en inhet licht van de loyale samenwerking. De Europese Unie is geen partij bijde IHR en de individuele lidstaten zullen de wijzigingen dus moetengoedkeuren, ook waar het Uniebevoegdheden betreft. De Commissie steltdat de Europese Unie bevoegd is omdat het merendeel van de aange-nomen wijzigingen betrekking hebben op het gebied van ernstigegrensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen, waar de Unie op basisvan artikel 168, eerste en artikel 168, vijfde lid van het Verdrag betreffendede Werking van de Europese Unie (VWEU) aanvullende, coördinerende enondersteunende bevoegdheden op heeft en waar de EU regels op heeftvastgesteld. Het voorstel maakt ook duidelijk dat het maken van eenvoorbehoud bij de wijzigingen die vallen onder de bevoegdheid van deUnie niet vereist is, aangezien de betreffende aangenomen wijzigingenvan de IHR in lijn zijn met de al bestaande Europese regelgeving en hetEuropees recht in het algemeen.BevoegdhedenverdelingDe Commissie stelt dat de wijzigingen in overeenstemming zijn metbestaand EU-beleid en met EU-bevoegdheden op dit gebied, en met namebetrekking hebben op EU-verordening (EU) 2022/2371 inzake ernstigegrensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen, en met uitvoeringsbe-sluiten zoals rondom overdraagbare ziekten en epidemiologischesurveillance en het Europese Early Warning Response System (EWRS)met betrekking tot ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedrei-gingen.8, 9, 10 Daarnaast zouden de wijzigingen bijvoorbeeld in artikel 13van de IHR raken aan het in 2022 versterkte mandaat van het Europeesgeneesmiddelbureau (EMA) en aan Raadsverordening (EU) 2022/2372betreffende het kader van maatregelen ter waarborging van de leveringvan in een crisissituatie relevante medische tegenmaatregelen in gevalvan een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid opUnieniveau.11, 12 De wijzigingen in artikel 35 en Annex 6 van de IHR inzake(digitale) gezondheidsdocumenten raken volgens de Commissie aan dezogenaamde Burgerschapsrichtlijn (2004/38/EC) alsook aan de veror-dening over de Schengen Grenscode (EU) 2016/399 over grensover-schrijdend personenverkeer. Volgens de Commissie behoren enkelewijzigingen, met name in artikelen 4, 43 en 44(2bis) van de IHR (ook) totexclusief nationale bevoegdheden van de lidstaten.13 Andere artikelenraken volgens de Commissie aan andere EU-wet- en regelgeving.Kabinetsappreciatiea) Inhoudelijke appreciatieHet kabinet neemt kennis van de analyse van de Commissie dat dewijzigingen zoals die zijn aangenomen, niet in strijd zijn met bestaande EUwet- en regelgeving of EU-beleid.De voormalige Minister voor Medische Zorg heeft eerder toegezegd voorde wijzigingen van de IHR de uitdrukkelijke goedkeuringsprocedure te8Publicatieblad L 314, 6.12.2022, p.26.9Publicatieblad L 170, 6.7.2018, p.1.10Publicatieblad L 37, 14.2.2017, p.23.11Publicatieblad L 20, 31.1.2022, p.1.12Publicatieblad L 14, 6.12.2022, p.64.13In artikel 4 gaat het om de mogelijkheid tot het aanwijzen van een nationale IHR-autoriteitnaast het reeds bestaande IHR nationale referentiepunt; in artikel 43 wordt een procedure voorconsultatie tussen lidstaten beschreven; in artikel 44(2bis) worden lidstaten opgeroepen hunnationale financiering voor de implementatie van de IHR op niveau te houden, zulks afhan-kelijk van nationale regelgeving en beschikbare middelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22164 doorlopen. Daarmee werd voldaan aan de wens van de Kamer om zichuitdrukkelijk te kunnen uitspreken over de beslissing de wijzigingen teaccepteren of te verwerpen. Dit Raadsbesluit zou in de voorgesteldebewoordingen een invloed op deze keuzeruimte hebben. Een Raadsbesluitis verbindend op basis van artikel 288 van het Verdrag betreffende deWerking van de Europese Unie. Uitvoering (VWEU) geven aan eenRaadsbesluit is verwacht op grond van het beginsel van loyale samen-werking, zoals vastgelegd in artikel 4 van het Verdrag betreffende deEuropese Unie (VEU). Indien geen uitvoering wordt gegeven aan hetRaadsbesluit, is het voor de Europese Commissie mogelijk om daarvooreen infractieprocedure te starten tegen Nederland.Het kabinet is van oordeel dat er inderdaad sprake is van eenbevoegdheid van de Europese Unie, namelijk de aanvullendebevoegdheid op grond van artikel 168 lid 5 VWEU tot het vaststellen vanstimuleringsmaatregelen die gericht zijn op de bescherming en deverbetering van de menselijke gezondheid en met name de bestrijdingvan grote grensoverschrijdende bedreigingen. Naar de mening van hetkabinet moet de onderbouwing en bewoording van het Raadsbesluitechter recht doen aan het feit dat die bevoegdheid ondersteunend,coördinerend en aanvullend is op die van de lidstaten en dat een grootdeel van de IHR-wijzigingen niet ziet op exclusieve Uniebevoegdheden.Het voorstel regelt bovendien niet welke onderdelen onder debevoegdheid van de Unie vallen. De Commissie neemt daarover in detoelichting bij het voorstel wel een standpunt in. De toelichting gaat echtergeen onderdeel van het besluit uitmaken. Het kabinet zet er op in dat dit inhet voorstel duidelijker wordt gemaakt.Het kabinet zet zich gezien het voorgaande dus in op het afzwakken van debewoordingen van het voorstel. waardoor recht wordt gedaan aan deaard van de aanvullende bevoegdheid van de Unie op grond van inartikel 168 lid 5 VWEU. De formulering van het Raadsbesluit moetdaarmee passen binnen de aanvullende, ondersteunende, coördinerendebevoegdheid van de Unie en moet zo meer ruimte bieden aan hetparlement in de eigen nationale ratificatieprocedure ten aanzien van dewijzigingen. Wanneer deze inzet niet gerealiseerd wordt, is het kabinetvoornemens tegen dit voorstel te stemmen. Omdat het voorstel metgekwalificeerde meerderheid kan worden aangenomen, kan ons land tochgebonden worden aan het besluit. In de memorie van toelichting bij hetvoorstel van rijkswet die ten behoeve van de uitdrukkelijke procedure zalworden opgesteld, zal aandacht besteed worden aan de relatie tussen dewijzigingen, een mogelijk raadsbesluit en bestaande EU wet- enregelgeving.b) Europees krachtenveldHet voorstel is door de lidstaten gematigd positief ontvangen. In eersteaanleg zijn lidstaten positief over de uitkomst van de onderhandelingenen over de inhoud van de amendementen. Een aanzienlijk aantal lidstatenheeft aangegeven dat zij voor goedkeuring of verwerping van dewijzigingen van de IHR een nationale parlementaire goedkeuringspro-cedure dienen te doorlopen. Veel lidstaten vinden dat de Commissie inhaar voorstel te weinig onderscheid aanbrengt in de bevoegdheidsver-deling tussen de lidstaten en de Unie. Een groot aantal lidstaten heeft danook zorgen geuit over de mogelijke gevolgen van het bindende karaktervan het Raadsbesluit en het is te verwachten dat ook andere lidstaten, netals Nederland, zullen voorstellen minder voorschrijvend taalgebruik tehanteren en daarmee uitoefening van lidstaatbevoegdheden te bewaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22165 Het Europees Parlement zal vervolgens het voorstel kunnen goedkeurenof verwerpen, maar kan het voorstel daarbij niet aanpassen. Het ligt in delijn der verwachting dat het Europees Parlement ook daadwerkelijk zalinstemmen met het voorstel.c) Oordeel ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit,financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht engeopolitieke aspectenBevoegdheidDe Europese Commissie kan alleen een voorstel (voor in dit geval eenRaadsbesluit) doen, wanneer de Europese Unie voor het onderwerpwaarop dat voorstel ziet een bevoegdheid heeft. Op deze plek geeft hetkabinet dus weer of het van mening is dat er een bevoegdheid bestaat vande Europese Unie.Het oordeel van het kabinet is positief. Het voorstel is gebaseerd opartikel 218 lid 6, onder a, (iii) en (v), VWEU. Artikel 218 lid 6 VWEU geeft deEU de bevoegdheid tot het vaststellen, op voorstel van de onderhan-delaar, van een besluit houdende de sluiting van een internationaleovereenkomst. Deze grondslag kan ook gebruikt worden voor hetmachtigen door de Raad van lidstaten om op te treden wanneer de Uniezelf niet in staat is om op te treden, zoals het geval is bij deIHR-wijzigingen. Het kabinet kan zich dan ook vinden in deze procedurelerechtsgrondslag. Als materiele grondslag stelt de Commissie artikel 168(5)VWEU voor. Het kabinet kan zich vinden in deze grondslag. Dezegrondslag geeft de Unie de bevoegdheid tot het vaststellen van stimule-ringsmaatregelen die gericht zijn op de bescherming en verbetering vande menselijke gezondheid en met name de bestrijding van grote grens-overschrijdende bedreigingen van de gezondheid. Op grond van artikel 6,onder a, VWEU is er op het terrein van de bescherming en verbeteringvan de menselijke gezondheid sprake van een ondersteunende, coördine-rende en aanvullende bevoegdheid van de Unie.Het kabinet erkent deze aanvullende bevoegdheid van de Europese Unie,maar zet in op een bewoording van het Raadsbesluit waarin recht wordtgedaan aan de aard van deze aanvullende, ondersteunende en coördine-rende bevoegdheid van de Unie.SubsidiariteitBij de subsidiariteitstoets speelt de vraag of het kabinet vindt dat hetnodig is dat de Europese Unie de bevoegdheid die zij heeft ook gebruikt.Het uitgangspunt daarbij is dat het Europese optreden een toegevoegdewaarde moet hebben op het gebied van, in dit geval, de bestrijding vangrote grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen. Hierbij gaat hetalleen om de vraag of het optreden op het niveau van de Unie gewenst isof dat lidstaten zelf effectief kunnen optreden. Het gaat nog niet om despecifieke invulling van dat optreden.Het oordeel van het kabinet is positief. Het handelen door de EuropeseUnie op het vlak van preventie, paraatheid en bestrijding van ernstigegrensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen is wenselijk, mits binnende daarvoor afgesproken kaders zoals hieronder wordt uiteengezet onderhet kopje proportionaliteit. Een internationale gezondheidscrisis laat zichimmers niet stoppen door landsgrenzen. Het voorstel heeft tot doel dat deRaad de lidstaten autoriseert om in het belang van de Unie de aange-nomen wijzigingen van de IHR, welke vallen binnen de bevoegdheid vande Unie, zonder voorbehoud te accepteren. Het is wel wenselijk dat,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22166 vanuit de aanvullende, ondersteunende en coördinerende bevoegdheidvan de Unie, op het niveau van de Unie wordt gehandeld. Het kabinet kanzich daarom wel vinden in een tekst die aanstuurt op het stimuleren vanhet accepteren van de wijzigingen die vallen onder bevoegdheden van deUnie. Deze bedreigingen kunnen de lidstaten van de Unie gezamenlijktreffen, aangezien een gezondheidscrisis zich niet laat stoppen doorlandsgrenzen. Een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak is daardoorgewenst om tot een effectieve respons te komen op een grensoverschrij-dende gezondheidsbedreiging. Om die reden is optreden ten aanzien vande wijzigingen, die binnen de bevoegdheden van de Unie vallen, op hetniveau van de Europese Unie gerechtvaardigd, zolang dit past binnen deaard van de aanvullende, ondersteunende en coördinerende bevoegdheidop grond van artikel 168 lid 5 VWEU. Bevestiging kan worden gevonden inhet feit dat een deel van de wijzigingen van de IHR zien op reedsbestaande instrumenten van de Europese Unie, zoals Verordening (EU)2022/2371 inzake ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedrei-gingen, Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/945 en Uitvoeringsbesluit (EU)2017/253.ProportionaliteitBij de beoordeling van de proportionaliteit gaat het wél over de specifiekeinvulling van het optreden van de EU. Er wordt hier een beoordelinggedaan van de voorgestelde vorm en de inhoud van het optreden, en hoedit in verhouding staat tot het doel dat wordt nagestreefd. Hierbij wordtgekeken of het optreden geschikt is om het doel te bereiken, naar deverschillende mogelijkheden die er zijn en of er wellicht een mindervergaande mogelijkheid is.Het oordeel van het kabinet is negatief. Het voorstel heeft tot doel dat deRaad de lidstaten autoriseert om in het belang van de Unie de aange-nomen wijzigingen van de IHR, welke vallen binnen de bevoegdheid vande Unie, zonder voorbehoud te accepteren. Het voorstel is in beginselgeschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de Unie zelf in dit gevalniet kan optreden. Het kabinet is echter wel van mening dat de gekozenbewoording uit het voorstel geen recht doet aan het feit dat de Unie op ditgebied een aanvullende, ondersteunende en coördinerende bevoegdheidheeft en dat bij de IHR-wijzigingen ook sprake is van door de lidstaten uitte oefenen bevoegdheden. Met de gekozen bewoording wordt dekeuzeruimte met betrekking tot het accepteren van de wijzigingeningeperkt, dit acht het kabinet onwenselijk. Het proces van parlementairegoedkeuring van de wijzigingen is bovendien een nationale verantwoor-delijkheid, welke een nationale procedure volgt. Momenteel vindt hetkabinet dat de gekozen bewoording dus geen recht doet aan dezeaspecten. Daarom is het oordeel van het kabinet negatief. Het kabinet isvan oordeel dat er een minder ingrijpend alternatief mogelijk is. Alleenwanneer er aansluiting wordt gevonden aan de door Nederland voorge-stelde wijziging tot afzwakking van de bewoordingen is het kabinet vanoordeel dat het voorgestelde optreden niet verder gaat dan noodzakelijk.Financiële gevolgenHet voorstel tot een raadsbesluit heeft geen directe financiële gevolgen.Indien er wel sprake blijkt van budgettaire gevolgen, dan worden dezeingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement,conform de regels van de budgetdiscipline. Eventuele financiële gevolgenvan de wijzigingen van de IHR zoals die door WHA77 zijn aangenomen,zullen aan de orde komen bij de uitdrukkelijke goedkeuringsprocedurevoor de Staten-Generaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22167 Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspectenHet voorstel kent geen nieuwe wetgevende voorstellen met directegevolgen voor regeldruk en administratieve lasten. Eventuele gevolgenvoor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten van dewijzigingen van de IHR zoals die door WHA77 zijn aangenomen, zullenaan de orde komen bij de uitdrukkelijke goedkeuringsprocedure voor deStaten-Generaal.Ten slotteHet kabinet zal zich vol inzetten om het voorstel aan te passen, zodat ditrecht doet aan de nationale bevoegdheden en de rol van het parlement.Indien daar aanleiding toe is zal ik uw Kamer nader schriftelijke infor-meren over de (uitkomsten van de) onderhandelingen in de Raad.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M-F. AgemaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 295, nr. 22168
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.