Stand van zaken ten aanzien van het versterken van het ondernemingsklimaat en aanpak vermindering regeldruk voor ondernemers
Brontekst
Versie 1e390396bc319f8d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 637Bedrijfslevenbeleid29 515Aanpak regeldruk en administratieve lastenNr. 706 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 september 2025In deze brief informeer ik u over de stand van zaken ten aanzien van hetversterken van het ondernemingsklimaat en het Actieprogramma MinderDruk Met Regels.1Nederland kent een prachtige economische geschiedenis en we mogenmet recht trots zijn op de iconen die onze economie heeft voortgebracht:bedrijven als Philips, Unilever, Shell, ASML, AkzoNobel, KLM en veleandere internationaal opererende bedrijven.Echter, alleen met trots op onze economische geschiedenis, bouwen wegeen economische toekomst. Laat ik maar gelijk met de deur in huisvallen: ik maak me zorgen over die economische toekomst. Tegelijkertijddenk ik dat we het tij nog kunnen keren, maar dat betekent wel dat we metz’n allen de urgentie moeten onderkennen van de verslechtering van hetondernemings-, vestigings- en investeringsklimaat (hierna: onderne-mingsklimaat) in Nederland.Door de optelsom van knelpunten, zoals de snel stijgende kosten, gebrekaan ruimte, alsmaar meer regels, de verlammende werking van destikstofproblematiek, onvoorspelbaar overheidsbeleid, geopolitiekespanningen en de toenemende (en ook meer dan eens oneerlijke)concurrentie uit het buitenland, hebben ondernemers en ondernemingenin Nederland het steeds lastiger.Ondernemers leveren een belangrijke bijdrage aan onze maatschappij,aan de financiering van onze publieke voorzieningen en aan de innovatiesen transities die nodig zijn om Nederland klaar te maken voor de toekomsten om internationaal concurrerend te blijven. We hebben onze onder-nemers en bedrijven dus hard nodig: we moeten het geld namelijk eerstverdienen, voordat we het kunnen uitgeven. Om dat te kunnen blijvendoen hebben ondernemers een stabiel en voorspelbaar ondernemings-1Kamerstukken II 2024/25, 32 637, nr. 660. kst-32637-706ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7061 klimaat nodig. Zij moeten kunnen rekenen op de overheid en merken envoelen dat de overheid er voor hen is.Nederland is de afgelopen jaren gedaald van plek vier naar plek tien op deinternationale ranglijst van meest concurrerende landen.2 Daarbij is dewaardering van het Nederlandse ondernemingsklimaat door bedrijvengedaald van een 6,7 in 2022 naar een 6,0 in 2024.3Een goed ondernemingsklimaat bestaat uit een optelsom van een aantalsuccesfactoren, oftewel het creëren van de juiste randvoorwaarden endoor het oplossen van grote uitdagingen. Het gaat onder meer omgenoeg personeel, om toegang tot financiering, om een betrouwbare enefficiënte overheid én om goede en prijsefficiënte toegang tot productie-factoren als grondstoffen, elektriciteit, (digitale) infrastructuur, ruimte enwater. Ondernemers hebben vanuit de overheid optimale randvoor-waarden nodig en een overheid die het bedrijfsleven blijvend ondersteuntom te investeren in ons verdienvermogen. Daarbij is het aanpakken vanregeldruk essentieel voor het creëren van een gunstig(er) ondernemings-klimaat.Een minder gunstig ondernemingsklimaat heeft impact op ons verdienver-mogen en daarmee op onze brede welvaart. En het vergroot de kans datbedrijven of bedrijfsactiviteiten zich buiten onze landsgrenzen (gaan)vestigen of ervoor kiezen hier niet door te groeien. Dit leidt onder meer tothet wegvallen van investeringen en banen, weglekken van kennis enondermijnt het bewerkstelligen van de voor ons liggende transities, zoalsde energietransitie of de digitalisering van economie en samenleving, metdirecte gevolgen voor onze economische welvaart en voor de betaal-baarheid van essentiële publieke voorzieningen zoals de gezondheidszorg,onderwijs en defensie.De verslechtering van het ondernemingsklimaat is ook alarmerend omdatdit doorwerkt op onze (economische) veiligheid en weerbaarheid, dearbeidsproductiviteit, de positie van Nederland op de hoogwaardigemarkten van de toekomst en hoe Nederland invloed kan uitoefenen enzich handhaaft met het oog op geopolitieke verschuivingen. Dit zet hettoekomstig verdienvermogen van Nederland op het spel.Als we willen dat Nederland in de toekomst nog steeds hoogwaardigezorg, goed onderwijs en een veilige samenleving heeft, waar het fijn is omin te leven, moeten we nú handelen. We bevinden ons wat dat betreft opeen kruispunt en de economie heeft daarbij geen boodschap aan dedemissionaire status van het kabinet.Om ons ondernemingsklimaat te optimaliseren is het van belang dat weblijven werken om de randvoorwaarden om in Nederland te ondernemente verbeteren. In mijn brief van 1 juli heb ik daarom aangegeven dat hetbehoud en stimuleren van het bedrijfsleven één van mijn prioriteiten is.4Het kabinet heeft een veelvoud aan acties in gang gezet om het onderne-mingsklimaat te versterken die neergelegd zijn in kamerbrieven die recentverschenen zijn, dan wel binnenkort zullen verschijnen. Ik wil mijconcentreren op de hiernavolgende thema’s waarop ik de komende tijdnadrukkelijker inzet om stappen vooruit te zetten. Daarbij is het vermin-deren van regeldruk een van mijn belangrijkste prioriteiten.2https://www.imd.org/centers/wcc/world-competitiveness-center/rankings/world-competitiveness-ranking/3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/12/09/monitor-ondernemingsklimaat-20244Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 65Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7062 Prioriteiten en bijbehorende actiesBehoud en stimulering van (hoog-) technologische industrie en investe-ringen ten behoeve van ons verdienvermogen in de toekomst•Versterken innovatie en kennisontwikkeling met het 3%-R&D-actieplan.5•Vernieuwing industriebeleid met focus op onder andere halfgeleiders,biotechnologie en quantum.•Realisatie van een AI-faciliteit•Adviesrapport o.l.v. de heer Peter Wennink over versterking van hetNederlandse investeringsklimaat en verdienvermogen.Verminderen van regeldruk•Zie voor toelichting paragraaf Nieuwe aanpak regeldruk.Behoud van fysieke ruimte voor ondernemers•Ruimtelijke Economische Visie: inzetten op behoud van strategischelocaties en herontwikkeling van bedrijventerreinen. Dit wordtgekoppeld aan woningbouw, energie en infrastructuur om schaarseruimte optimaal te benutten.6Bescherming tegen geopolitieke invloeden•Met de Nationale Technologie Strategie wordt geïnvesteerd insleuteltechnologieën, grondstoffenzekerheid en digitale infrastructuur.•Versterking aanpak Economische Veiligheid7•Daarnaast worden vitale kennis en bedrijven beschermd, onder meervia een nieuw investeringsscreeningsstelsel.8Overige acties die hieraan ondersteunend zijn:•Productiviteitsagenda: beleid gericht op versterking van de arbeidspro-ductiviteit. Uw Kamer wordt voor het Commissiedebat MKB hier overgeïnformeerd.•Ook worden maatregelen genomen ter versterking van het financie-ringsklimaat en het beleid voor start- en scale-ups. Hier kom ik op kortetermijn bij u op terug.Op 19 maart 2024 heeft uw Kamer per motie ook gevraagd om debelangrijkste knelpunten voor het ondernemingsklimaat voor groterebedrijven in kaart te brengen en oplossingen te bieden.9 De bovenstaandeaanpak biedt een handelingsperspectief voor zowel grote bedrijven als hetmkb. Hiermee geef ik uitvoering aan de motie van het lid Flach, die ikhiermee als afgedaan beschouw.Versterking van de samenwerking met het bedrijfsleven, anderebelangrijke stakeholders en andere overheden.Uw Kamer heeft veelvuldig aandacht gevraagd voor zorgen rondom hetondernemersklimaat in Nederland. De aangenomen KamermotiesMartens-America/Zeedijk10 en Van Strien11 hebben het kabinet aange-spoord een wederkerig en breed ondernemersakkoord te verkennen enwerk te maken van een structurele dialoog en wederkerige afsprakentussen overheid en het bedrijfsleven. De zorgen worden gedeeld door hetkabinet en zij heeft in haar regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471,nr. 96) vastgelegd om via een Pact Ondernemingsklimaat samen het5Kamerstukken II 2024/25, 33 009, nr. 165.6Kamerstukken II 2024/25, 34 682, nr. 229.7Kamerstukken II 2024/25, 30 821, nr. 302.8Kamerstukken II 2023/24, 33 009, nr. 140.9Kamerstukken II 2023/24, 32 637, nr. 625.10Kamerstukken II 2023/24, 32 637, nr. 621: Motie van de leden Martens-America en Zeedijk overvaart maken met het vormgeven van het proces voor de totstandkoming van een onderne-mersakkoord.11Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XIII, nr. 44: Motie van het lid Van Strien c.s. over eenverkenning naar een wederkerig en breed ondernemersakkoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7063 ondernemingsklimaat te verbeteren en het vertrouwen van ondernemerste versterken.Het kabinet is daarom in 2024 begonnen met de intensivering van hetgesprek met het bedrijfsleven over het ondernemingsklimaat. Op de TopOndernemingsklimaat uit 2024 is onder ander met een grote groepondernemers en VNO-NCW/MKB-Nederland een waardevolle dialoogbegonnen over wat de knelpunten en kansen zijn. Mijn voorganger heeftde verkenner Vivienne van Eijkelenborg gevraagd om te werken aan hetsluiten van een Pact Ondernemingsklimaat.Tijdens het debat Staat van de Economie op 2 juli jl. heb ik aangegevendat ik zorgvuldig wilde overwegen of en hoe ik vervolg zou geven aan hetPact Ondernemingsklimaat dat door mijn voorganger in gang is gezet.Daarbij heeft voor mij altijd voorop gestaan dat een pact sluiten nooit eendoel op zich is: het moet gaan om de resultaten voor ondernemers en hetgeven van een stem aan ondernemers in Den Haag.Het proces om te komen tot een pact heeft ons een scherper beeldgegeven over de knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen én dezorgen van ondernemers.Ik heb evenwel geconstateerd dat het sluiten van een Pact op zichzelf geenafdoende antwoord biedt op de complexe uitdagingen waarvoor westaan. Deze constatering heeft mij ertoe gezet om op een andere manieraan de slag te gaan met de terechte zorgen en aansporingen vanuit uwKamer om het vertrouwen van ondernemers te versterken en hen inpositie te brengen.Ik wil daarom de komende periode voortbouwen op een aantal funda-menten die voortgekomen zijn uit de inspanningen die geleverd zijn doorde verkenner, de betrokken ondernemers en organisaties VNO-NCW enMKB-Nederland. Ik ben hen zeer erkentelijk voor hun inzet en de belang-rijke inzichten die ons zijn gegeven. Met de volgende acties wil ik dezeuitkomsten gebruiken om de aanpak rondom het versterken van hetOndernemersklimaat het vervolg te geven die ondernemers vooruithelpt.−OndernemersTopZo zal ik onder andere in december 2025 weer een OndernemersToporganiseren. Deze stellen we volledig in het teken van regeldrukver-mindering en dat zullen we vormgeven door het organiseren van eengrote hackathon met ondernemers met het oog op het verminderenvan regeldruk door een nieuw in te stellen taskforce. De hackathon zalin dienst komen te staan van de nieuwe aanpak regeldruk van hetkabinet. Verderop in deze brief zal ik dit nader toelichten op pagina 6.−Structureel overleg met VNO-NCW en MKB-NederlandIk ga twee keer per jaar een structureel overleg organiseren metVNO-NCW en MKB-Nederland en het kabinet. Een dergelijk overlegdraagt bij aan structurele samenwerking, open dialoog en concreteactie tussen overheid en ondernemers. Dit overleg moet passen inbestaande overlegstructuren zoals het overleg met de sociale partners.Ik wil in overleg met het kabinet en VNO-NCW/MKB-Nederland bezienhoe we dit het beste vorm kunnen geven.Ik streef ernaar uw Kamer in het eerste kwartaal 2026 te informeren overbovenstaande trajecten en welke concrete opvolgingen er aan deuitkomsten hiervan gegeven wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7064 Nieuwe aanpak regeldrukOndernemers hebben te maken met steeds hogere kosten: de structureleregeldrukkosten zijn de afgelopen jaren met 731 miljoen euro gestegen.12Dat gaat ten koste van investeringen, innovatie en groei. Regels kostenondernemers geld, tijd en kunnen soms voor grote irritaties zorgen. Hetleidt hen af van wat de kern van hun werkzaamheden zou moeten zijn:ondernemen. Het kabinet heeft daarom een breed gedragen ambitieuitgesproken om de regeldruk voor het bedrijfsleven terug te brengen enook uw Kamer vraagt terecht al jarenlang aandacht voor dit onderwerp.De afgelopen tijd is hier een breed palet aan acties voor opgezet.Uiteenlopend van het voorkomen van nieuwe regeldruk door hetversterken van ATR, tot het aanpassen van de Bedrijfseffectentoets en eentranchegerichte aanpak om bestaande regeldruk te verminderen. Hier zijnenerzijds de nodige vorderingen gerealiseerd. De bijlage bij deze briefgeeft hiervan een overzicht. Maar anderzijds hebben ondernemers nog teweinig gemerkt van de aanpak van bestaande regeldruk.Ondernemers verwachten uiteraard merkbaar resultaat van de inspan-ningen die geleverd worden. Onze aanpak van bestaande regeldruk isonvoldoende gebleken. Dat is niet goed. Daarom kies ik dan ook voor eennieuwe aanpak aanvullend op de acties die zijn ingezet. Hierdoor versterkik de huidige aanpak en wil ik samen met ondernemers komen totmerkbare vermindering van regeldruk. De aanpak bestaat uit de volgendeacties:1. Concreet doel en commitment Zowel het kabinet als het parlement hebben de wens om de regeldrukvoor ondernemers systematisch te verminderen. Het kabinet heeft in hetregeerprogramma de ambitie vastgelegd om regeldruk voor bedrijvenmerkbaar terug te dringen. De Tweede Kamer heeft deze doelstellingaangescherpt via de motie-Kisteman, waarin wordt gevraagd de regel-drukkosten voor de sector van de negen indicatorbedrijven eind 2026 met20% te verminderen (Kamerstuk 36 450, nr. 44). Door het huidigeActieprogramma Minder Druk met Regels zijn weliswaar belangrijkeeerste stappen gezet, maar er zijn nog onvoldoende resultaten geboekt.De motie-Kisteman verzoekt de regering om onnodige regeldrukkostenvoor de gehele sector van de negen indicatorbedrijven eind 2026 met 20%te hebben verminderd, of om concrete stappen te hebben gezet die alsgevolg vermindering van deze onnodige regeldrukkosten hebben. Omdathet lastig is om te kwantificeren wat de totale regeldrukkosten perindividueel bedrijf zijn, en wat daarvan onnodige regeldrukkosten zijn,vertaalt deze motie zich niet gemakkelijk tot een concreet doel. Daarnaastbeperken de MKB-indicatoronderzoeken zich tot regeldruk in de negenonderzochte sectoren.13 Verplichtingen voor ondernemers – en daarmeeook regeldruk – verschillen sterk per sector. In deMKB-indicatorbedrijvenonderzoeken worden de meest belastendeverplichtingen per sector uitgelicht; dit komt in totaal neer op circa dertigverplichtingen. Voorbeelden van verplichtingen zijn regels en procedures12Over de periode 2018–2023: toename van de structurele regeldrukkosten in Nederland met€ 731 miljoen13Regeldruk MKB-indicatorbedrijven in zes sectoren | Rapport | Rijksoverheid.nl; RegeldrukMKB-indicatorbedrijven in drie sectoren: Overkoepelend rapport onderzoek regeldruk mkb |Rapport | Rijksoverheid.nl. De volgende sectoren zijn onderzocht: winkelambacht (kapsalon),horeca (hotel), retail (modewinkel), metaal (machinefabrikant), bouw (aannemer), voedings-middelenindustrie (vleeswarenproducten), automotive (autodealer), chemische maakindustrieen de financiële adviessector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7065 bij ontslag van werknemers, vakbekwaamheidseisen, en de keuring vaninstallaties en arbeidsmiddelen. Deze dertig verplichtingen bestaan uit eenstelsel van wetten, regels en procedures. Voor deze verplichtingen geldtdat zij misschien wel bestaan uit honderden afzonderlijke regels.Ongeveer 25% van de meest belastende verplichtingen wordt nuopgepakt, maar 75% nog niet.Om uitvoering te geven aan de motie-Kisteman zal het kabinet voor heteinde van 2026 100% van de meest belastende verplichtingen uit dezeMKB-indicator bedrijvenonderzoeken hebben doorgelicht en komen metvoorstellen voor regeldrukvermindering (op comply-or-explain basis). Hetkabinet begint met het oppakken van de verplichtingen die leiden tot demeest merkbare regeldrukvermindering voor ondernemers met als doelhet schrappen of verminderen van de regeldruk van 500 regels voor dezomer van 2026. Op dit doel heb ik politiek commitment gekregen vanmijn collega’s in het kabinet en we werken nu aan een concretedoelstelling (in regeldrukkosten en aantallen regels) per departement, dieik ook inzichtelijk zal maken richting de Kamer.2. Taskforce regeldrukvermindering Elke regel begint met een zorg. Een zorg over mogelijke fraude ofmisbruik van een regeling, een zorg over publieke gezondheid, over hetmilieu, etc. Dat zijn in alle gevallen gerechtvaardigde zorgen, die ook vaakpolitiek geagendeerd zijn en uiteindelijk tot regels hebben geleid. Bij devermindering van het aantal regels wil ik niet rücksichtslos over dezezorgen heenstappen. Daarom richt ik een taskforce regeldrukverminderingop die de opdracht heeft om te kijken hoe we deze zorgen op een anderemanier kunnen adresseren, maar dan met minder regeldruk voorondernemers. Bijvoorbeeld door te werken met «high trust, high penalty»,data slimmer aan elkaar te verbinden of door afspraken te maken metsectoren. De taskforce zal niet alleen bestaan uit ambtenaren van dekerndepartementen die verantwoordelijk zijn voor de meeste regels inNederland, maar ook ondernemers en vertegenwoordigers van hetbredere bedrijfsleven zullen betrokken worden.3. Hackathon om regeldruk te verminderen Op 15 december organiseren we de tweede OndernemersTop. Dezestellen we volledig in het teken van regeldrukvermindering en dat zullenwe vormgeven door het organiseren van een grote hackathon metondernemers met het oog op het verminderen van regeldruk op demanier zoals de taskforce deze zal aanvliegen. Indien succesvol, stel ikvoor deze hackathon jaarlijks te herhalen.4. Aanpakken van de dynamiek die leidt tot regeldruk We kunnen tot slot niet om de dynamiek heen die leidt tot regeldruk. Inmijn ogen zijn de drie belangrijkste aspecten daarvan:a.Het geloof dat regels ook altijd het probleem oplossen. We denken tevaak dat meer regels (bijvoorbeeld een verbod) de oplossing zijn vooreen probleem. In de praktijk zien we echter dat dat niet of slechtsmarginaal het geval is. Ondernemers die van kwade wil zijn, trokkenzich al niets aan van bestaande regels en zullen zich ook nietsaantrekken van nieuwe regels. De oplossing is dan dus niet meerregeldruk uitstorten over een hele sector, waardoor in feite onderne-mers die van goede wil zijn meer administratieve lasten op hun bordkrijgen, maar bijvoorbeeld meer handhaving. Soms zorgen verbodenook voor een opleving van een illegale markt, waarop toezichtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7066 onmogelijk is en waardoor het probleem dus mogelijk alleen maarverergert.b.Te veel wantrouwen richting de private sector. Ik merk dat er in deoverheid ook (te) vaak met wantrouwen wordt gekeken naar onderne-mers. Zijn ze niet enkel uit op winstbejag? Gaan ze wel goed om metpublieke belangen? Ondernemers merken dit zelf ook. Dit wantrouwenleidt logischerwijs tot meer regels, om zeker te stellen dat bepaaldedingen gaan zoals we willen dat zij gaan. Dit speelt breed in deoverheid en vergt een cultuurverandering. Daarbij weten we datcultuurveranderingen tijd kosten en niet gemakkelijk gaan. Ik ga samenmet de Minister van BZK aan de slag om hier een strategie voor teontwikkelen.c.De neiging om risico’s te veel te mitigeren door middel van regels. Dewereld en het leven bestaat uit risico’s en die willen we logischerwijsmitigeren. Dat doen we allemaal en dat doen ondernemers ook. Maarrisico’s moet je altijd goed afwegen tegenover de maatregelen die jeneemt om ze te beperken. Ik ben van mening dat we deze afweging inde overheid niet altijd goed maken en ga met de departementen bijwie dit het meeste speelt in gesprek over hoe we dit beter kunnendoen. Over de resultaten van deze gesprekken zal ik de Kamer op dehoogte houden.Overigens wil ik hierbij benadrukken dat de regeldrukaanpak niet alleennationale acties betreft maar ook is gericht op EU regelgeving. Immers,een groot deel van de regelgeving -en dus ook de regeldruk- is afkomstiguit Brussel.De Europese Commissie heeft een stevige ambitie om regeldruk terug tedringen. Samen met andere lidstaten werkt Nederland met de EuropeseCommissie aan beleid om die ambities waar te maken. Inmiddels heeft deCommissie als doelstelling geformuleerd om uiterlijk eind 2029 deregeldrukkosten die worden veroorzaakt door rapportageverplichtingen,te hebben verminderd met ten minste 25% voor alle ondernemingen en35% voor het mkb. De Commissie schat in dat de 25% regeldrukreductieeen EU-brede besparing van EUR 37,5 miljard moet opleveren (zie verderbijlage 4).In bijlage 1 leest u over de voortgang van het Actieprogramma MinderDruk Met Regels14 en de initiatieven die door het kabinet in gang zijngezet.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. Karremans14Kamerstukken II 2024/25, 32 637, nr. 660.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7067 VOORTGANG ACTIEPROGRAMMA MINDER DRUK MET REGELSHet demissionaire kabinet heeft het afgelopen jaar verschillende stappengezet om bestaande regeldruk te verminderen (via het regeldrukreductie-programma) en nieuwe regeldruk te voorkomen (o.a. via wijziginginstellingswet ATR). Hieronder wordt de voortgang beschreven.1. Aanpak van bestaande regeldruk 1.1 Regeldrukreductieprogramma A. Eerste trancheIn de eerste tranche van het Regeldrukreductieprogramma zijn viercomplexe, sector-overstijgende dossiers aangepakt. Deze onderwerpenzijn door de Ministeriële Stuurgroep geselecteerd op basis van deuitkomsten van de MKB-indicatorbedrijvenonderzoeken naar de meestbelemmerende regeldruk voor mkb-ondernemers en het perspectief om –met behoud van de beleidsdoelstellingen – resultaten in het verminderenvan regeldruk te realiseren. Bij de eerste tranche is gekeken naarsector-overstijgende onderwerpen om tot brede impact van de regeldruk-vermindering te komen. De resultaten van de eerste tranche zijn samen-gevat onderstaand figuur (zie voor een uitgebreidere beschrijving bijlage2).20252026Besluit WPMVoorlichting en tools:– Verbeterde handreiking– Hulpmiddelen om het verzamelen van dataover woon-werk verkeer te vergemakkelijken.Voorstellen uitwerken voor een uitzonderingvoor het mkb.Tussentijdse evaluatie van het Besluit WPMwaarin o.a. wordt besloten over het aanpassenvan het besluit om de regeldruk te verminde-ren, rekening houdend met de CO2-reductieopgaveRI&EHet in kaart brengen en verhelpen van debelemmeringen om te komen tot een erkendebranche-RI&E.Inrichten van de juiste ondersteuning aanbrancheorganisaties voor het opstellen vanerkende branche RI&Es.Inrichten van de juiste ondersteuning aanbrancheorganisaties voor het opstellen vanerkende branche RI&Es.Re-integratie zieke werknemersVerder in tweede tranche met– Voorstel voor herziening van hetarbeidsongeschiktheids-stelsel naaraanleiding van de Onafhankelijke CommissieToekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel(OCTAS)1.– Wetsvoorstel uitwerken waarmee eerderduidelijk wordt tot wanneer de eigen functievan de zieke werknemer beschikbaar moetblijven.– Wetsvoorstel uitwerken om het medischadvies van de bedrijfsarts over de belastbaar-heid leidend te maken bij de toets van UWV(RIV-toets).AVG– Voorlichting AP over de AVG meertoegespitst op het mkb– Gesprek kabinet en AP over sectoroplossin-gen en gedragscodes– Omnibusvoorstel IV van de EuropeseCommissie– AP publiceert lijst van verwerkingen waarvoorgeen DPIA nodig is1 Voor meer informatie over het adviesrapport van OCTAS, zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-sociale-zaken-en-werkgelegenheid/organisatie/commissies/octas. B. Tweede trancheIn de tweede tranche ga ik verder aan de slag om regeldruk aan te pakkenop concrete dossiers. Daarbij staat het merkbaar verminderen vanregeldruk voor ondernemers centraal. We kijken daarbij naar diverse(combinaties van) mogelijkheden om dat te realiseren, zoals:BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7068 •Het vervangen of schrappen van een regel als deze niet (meer)bijdraagt aan het behalen van de beleidsdoelstelling;•Het aanpassen van regelgeving om bijvoorbeeld betere aansluiting opde reguliere bedrijfsvoering mogelijk te maken;•Het aanbrengen van proportionaliteit, zoals uitzondering van of eenminder streng regime voor kleine ondernemingen;•Het vereenvoudigen van het nakomen van verplichtingen, zoals hetstroomlijnen van rapportages en toezicht;•Bieden van (meer) ondersteuning, zoals de ontwikkeling van eenvou-dig toegankelijke tools en templates;•Betere voorlichting over nut en noodzaak van verplichtingen, waaropgeen van bovenstaande aanpassingen mogelijk zijn.Net als bij de eerste tranche vormen de MKB-indicatorbedrijven-onderzoeken een belangrijke basis voor de selectie van dossiers. Andereinput komt uit gesprekken en contacten met brancheorganisaties endepartementen. We gaan in deze tranche aan de slag met zowel sector-overstijgende onderwerpen als onderwerpen die relevant zijn voor eenspecifieke sector. Daarnaast voeren ambtenaren van mijn departementgesprekken met brancheorganisaties en departementen om tot concreti-sering van de regeldruk voor hun sector te komen, evenals mogelijkeoplossingen daarvoor. Dit is in lijn met de motie van de leden Van Zantenen Vermeer voor een sectorale regeldrukaanpak15. Onder verwijzing naarde nadere beschrijving in bijlage 5 zal het komende half jaar aan devolgende onderwerpen worden gewerkt:•RI&E en Re-integratie zieke werknemer•Uitvragen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)•Afvalbeheer autowrakken en batterijen•Vakbekwaamheidseisen voor de financiële sector1.2 Andere regeldrukreductie-initiatieven Het verminderen van regeldruk en schrappen van onnodige regels isprioriteit van het hele kabinet. Op het terrein van gezond en veilig werkenis – naast de inzet in het Regeldrukreductieprogramma – ingezet op hetaanpassen van bestaande regelgeving en is afgezien van een aantalnieuwe regels16. Het programma Schrappen Tegenstrijdige en OverbodigeEisen en Regelgeving (STOER) richt zich nadrukkelijk op het borgen vanregeldrukvermindering in de woningbouw. Voorstellen uit het advies-rapport gaan onder meer over tegengaan van de stapeling van eisen(zoals bovenwettelijke betaalbaarheidseisen), het voorkomen van eenwildgroei aan regels en het voornemen om de ATR tweejaarlijks eenreview uit te laten voeren op woningbouwregelgeving. Een kabinetsre-actie op het adviesrapport wordt in oktober naar uw Kamer gestuurd. Ookis onlangs een kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het versterkenvan de kwaliteit van wetgeving naar de Kamer gestuurd. De agenda isvormgegeven aan de hand van drie speerpunten voor de wetgevingskwa-liteit: effectiviteit, rechtsstatelijkheid en vereenvoudiging.17Daarnaast is het Regeldruk Coördinatoren Overleg (RCO) een interdepar-tementaal overlegorgaan waar activiteiten en maatregelen die directbetrekking hebben op regeldruk worden afgestemd en besproken om desamenwerking op dit thema interdepartementaal te versterken. Door U te15Kamerstuk 32 637, nr. 67216Kamerstuk 32 637, nr. 69717https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/06/06/tk-agenda-wetgevingskwaliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7069 informeren over deze interdepartementale aanpak heb ik uitvoeringgegeven aan de motie van het lid Amhaouch c.s.18.2. Voorkomen van regeldruk 2.1 Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) Een belangrijke mijlpaal is dat het wetsvoorstel Instellingswet Advies-college Toetsing Regeldruk door de Tweede Kamer en Eerste Kamer isaangenomen. Hiermee krijgt ATR een permanente status en uitbreidingvan de taken, zoals:•Adviseren over voorstellen voor EU-regelgeving waarvoor eenBNC-fiche wordt opgesteld. Dit is nodig, omdat het grootste deel vande regeldrukkosten voortvloeit uit EU-regelgeving;•Ministeries vroegtijdig de mogelijkheid bieden ATR te kunnen vragente adviseren over beleidsvisies;•Adviseren aan de Staten-Generaal over initiatiefwetsvoorstellen enamendementen;•Betrokkenheid in een vroege fase bij de voorbereiding vanvoorstellenvoor wet- en regelgeving die naar verwachting tot substantiëleregeldrukeffecten leiden.In overeenstemming met de motie van het lid Flach c.s.19 heeft ATRverkennend onderzoek20 gedaan naar de regeldruk vanuit Europa en inhet bijzonder naar rapportageverplichtingen. De dossiers die ATR noemtals meest belastende EU-regelgeving, komen overeen met de knelpuntendie door de Europese Commissie zijn geïdentificeerd in het kader van haaraanpak van regeldruk. Eén van dit in het rapport genoemde onderwerpen– het AVG-dossier – is onderdeel van de eerste tranche van het Regel-drukreductieprogramma.ATR wijst in het rapport op enkele algemene oorzaken van de hogeregeldruk:•Impactassessments bij EU-voorstellen richten zich op individueleverordeningen of richtlijnen. Ook als deze op zichzelf goed vormgege-ven zijn, wordt de cumulatie van regeldruk met andere Europeseregelgeving niet meegenomen;•De neiging om voortdurend risico’s te willen verminderen, al dan nietnaar aanleiding van een incident, kan leiden tot een reflex die leidt totdisproportionele ingrepen;•Vaak is de uiteindelijke richtlijn (na de impact assessment van hetoorspronkelijke voorstel) een combinatie van beleidsopties, waardoorde impact van de richtlijn niet een-op-een inzichtelijk is;•Het is niet mogelijk gebleken om alle bestaande regels in kaart tebrengen. Een eenduidig overzicht lijkt niet te bestaan. Door hetontbreken hiervan kunnen nieuwe informatieverplichtingen voor eensector worden opgesteld, terwijl die informatie mogelijk op basis vanandere Europese verplichtingen al voorhanden is.Daarnaast doet ATR in het rapport enkele aanbevelingen. Die richten zichop het belang van:•Het consequent en op dezelfde wijze uitvoeren van impact assess-ments door de Europese Commissie;18Kamerstuk 29 515, nr. 47619Kamerstuk 32 637, nr. 60920Rapportage Verkenning naar aanleiding van motie Flach, Adviescollege toetsing regeldruk,geraadpleegd op: https://www.adviescollegeregeldruk.nl/documenten/2025/04/25/rapportage-verkenning-naar-aanleiding-van-motie-flachTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70610 •Het in kaart brengen van regeldrukeffecten voor Nederland tenbehoeve van de beoordeling van EU-voorstellen en de standpuntbepa-ling;•Aandacht voor regeldruk die wordt veroorzaakt door toezichthouders;•Het (tijdig) uitvoeren van evaluaties;•Het goed betrekken van bedrijven om uit de praktijk suggesties teontvangen over hoe en op welke punten regeldruk kan wordenbeperkt.De aanbevelingen van ATR sporen met de inzet van het kabinet zoalsverwoord in het Actieprogramma Minder Druk Met Regels. Daarin isonder meer aangegeven dat het kabinet pleit voor het meer en beteruitvoeren van impact assessments, evaluaties en consultaties en eensterker mandaat van de Regulatory Scrutiny Board (RSB, een soort ATRop EU-niveau). Verder geeft het kabinet aandacht aan regeldruk die wordtveroorzaakt door toezichthouders. Regeldruk in standpuntbepalingen enonderhandelingen over EU-regelgeving zal meer aandacht krijgen enzwaarder meewegen en het kabinet zal de regeldrukeffecten bij debeoordeling van EU-voorstellen beter in kaart brengen. Ten aanzien vande suggestie van ATR over het betrekken van bedrijven, wijs ik erop datdit een rode draad is in het hele Actieprogramma. Het is om die reden datde MKB-indicatorbedrijvenonderzoeken een belangrijke basis vormenvoor het Regeldrukreductieprogramma. Ook zet het kabinet nadrukkelijk inop het goed betrekken van het bedrijfsleven via bijvoorbeeld deMKB-toets voor zowel nationale als Europese regelgeving.Naar aanleiding van de motie van het lid Flach c.s.21 heeft de MinisteriëleStuurgroep Ondernemingsklimaat, Regeldruk en Uitvoerbaarheid (vanafnu Ministeriële Stuurgroep) op 28 mei 2025 de uitwerking van debijsturings- en monitoringsrol bij wetsvoorstellen met een negatiefATR-advies vastgesteld. De Ministeriële Stuurgroep vormt zich op basisvan het overzicht van wetsvoorstellen met een negatief advies dat wordtaangeleverd door het ATR en de begeleidende notitie van EZ eengemeenschappelijk beeld van de meeste voorkomende oorzaken van eennegatief advies en de manieren waarop dat zoveel mogelijk kan wordenvoorkomen. De Ministeriële Stuurgroep stuurt bij door op basis van dezeinzichten afspraken te maken over het verbeteren van beleids- enwetgevingstrajecten. Voor de eerstvolgende Ministeriële Stuurgroepwordt het overzicht en de analyse van negatief geadviseerde wetsvoor-stellen over het afgelopen half jaar geagendeerd, waarmee uitvoeringwordt gegeven aan de motie.2.2 Bedrijfseffectentoets en MKB-toets De Bedrijfseffectentoets (BET)22 is een verplichte toets van de gevolgenvoor het bedrijfsleven bij nieuwe of te wijzigen wet- en regelgeving. Metde aanscherping van de BET is het mkb (waaronder het micro- en kleinbedrijf) nadrukkelijker de standaard bij het voldoen aan de regelgeving,daarnaast kijkt men of een uitzondering voor het micro- en kleinbedrijfgewenst is. Dat blijkt onder meer uit het «nee, tenzij»-principe bijrapportageverplichtingen en het lastenluw implementeren van Europeseregelgeving. Ook is de BET toegankelijker en beter vindbaar gemaakt.Onderdeel van de BET is de MKB-toets (en de equivalenten van deagrarische praktijktoets- en VWS praktijktoets). Bij de MKB-toets en hunequivalenten (hierna: MKB-toets) geven ondernemers in een gesprekadvies over de werkbaarheid en uitvoerbaarheid van de voorgenomen21Kamerstuk 36 450, nr. 3922Kamerstuk 32 637, nr. 667Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70611 wet- en regelgeving. Momenteel zijn er sinds 2018 precies 100MKB-toetsen uitgevoerd. Gebleken is dat inzet van dit instrument leidt totnieuwe inzichten door de praktijkvisie van mkb-ondernemers. In veelgevallen worden voorstellen daarom op praktische elementen aange-scherpt, en in sommige gevallen zelfs ingetrokken. Ook ontstaat bijdepartementen meer begrip voor de beroepspraktijk en de uitdagingenvan ondernemers, en andersom leidt de MKB-toets ook tot meer inzichtvoor ondernemers in de complexiteit van beleidsvraagstukken.In de MKB-toets zullen familiebedrijven meer worden betrokken, waarmeewordt geborgd dat beleid voldoende bijdraagt aan de positie vanfamiliebedrijven. De Handreiking MKB-toets wordt hierop aangepast.Hiermee geef ik uitvoering aan de motie van het lid Grinwis c.s. over hetinvoeren van een familietoets.23Uw Kamer heeft op 11 april via een motie van het lid Inge van Dijkgevraagd om meer rekening te houden met het middenbedrijf bij debeoordeling van impact van wet- en regelgeving en om het maken vaneen inventarisatie van het EZ-beleid en -wet- en regelgeving waarbijrekening wordt gehouden met de bedrijfsomvang en antwoord te gevenof verschillende grenzen nuttig zijn met het oog op doorgroei van eenbedrijf.24 Uw kamer heeft mij op 11 april ook gevraagd via een motie vanhet lid White om nadrukkelijker rekening te houden met het micro- enkleinbedrijf bij het maken van beleid.25Bij het beoordelen van de impact van nieuwe wet- en regelgeving,waaronder van EZ, wordt gebruik gemaakt van de BET, waar sinds deherziening in 2025 is opgenomen dat de impact van nieuwe wetten op hetmkb, bestaand uit het micro, klein en het middenbedrijf, worden meege-nomen. Het doorgroeien van bedrijven heeft mijn aandacht en ik draaghieraan bij door bijvoorbeeld bedrijven te stimuleren aan speur- enontwikkelingswerk te doen en door de toegang tot financiering teverbeteren zodat bijvoorbeeld start- en scale-ups gemakkelijker doorkunnen groeien. Dit helpt bedrijven te investeren, hun omzet te verhogenen hun bedrijf door te laten groeien.Het is reeds staand beleid om beleidsmatig specifiek rekening te houdenmet het mkb, waaronder het klein- en microbedrijf, waar dit nodig isvanwege knelpunten die het micro- en kleinbedrijf ervaart.Er zijn een aantal regelingen uitsluitend gericht op het mkb. Voorbeeldendaarvan zijn Borgstellingsregeling MKB (BMKB) en de Vroegefasefinan-ciering. Ook biedt Qredits met name het micro- en kleinbedrijf financieringaan. Het micro- en kleinbedrijf maakt overigens ook gebruik van generiekebeleidsinstrumenten. Zo liet de evaluatie van de WBSO tussen 2018 en2024 zien dat ongeveer de helft van de WBSO-gebruikers microbedrijf is,een derde kleinbedrijf, en 9% middenbedrijf. Het gebruik van regelingen,door het micro, klein- en middenbedrijf, wordt ook onderzocht in deevaluaties van EZ-instrumenten die regelmatig plaatsvinden.Regelingen die zijn gericht op het mkb gebruiken overwegend degrootteklasse-afbakeningen van de Europese Commissie (aanbeveling2003/361). Deze definitie is gebaseerd op omzet, aantal werknemers enbalanstotaal gebruikt.23Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 3924Kamerstukken II 2024/2025, 32 637, nr. 684.25Kamerstukken II 2024/2025, 32 637, nr. 677.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70612 Met dit staand beleid, en de aanpassing van de BET waarmee effecten ophet mkb specifiek worden bijgehouden, heb ik beide moties afgedaan.3. Onderzoeken 3.1 Onderzoek naar «niet-lastenluwe implementatie van EU-richtlijnen» Het afgelopen jaar heeft KPMG onderzoek gedaan naar de niet-lastenluweimplementatie van EU-richtlijnen in lagere regelgeving. Niet-lastenluweimplementatie houdt in dat bij implementatie niet is gekozen voor deimplementatiewijze die de minste lasten oplegt aan de door de regelinggeraakte bedrijven.26 Dit onderzoek (zie bijlage) biedt inzicht in de matewaarin tussen 3 juli 2019 en 3 januari 2025 implementatie vanEU-regelgeving in AMvB’s en ministeriële regelingen, niet conformAanwijzing 9.5 van de «Aanwijzing voor de regelgeving» heeft plaatsge-vonden, en welke gevolgen dit heeft voor de concurrentiepositie van hetNederlandse bedrijfsleven en het ondernemingsklimaat.27 Dit onderzoeksluit aan op een eerdere studie uit 2023 van Deloitte die keek naar deimplementatie van Europese richtlijnen in nationale wetten.28In de onderzochte periode zijn 4.784 AMvB’s en ministeriële regelingengepubliceerd. Van deze regels zijn er 8 aangemerkt als (gedeeltelijk)niet-lastenluw, wat betekent dat ze niet volledig voldoen aan Aanwijzing9.5 eerste lid van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Een overzichthiervan staat in Bijlage D van het rapport. Bij zes van deze acht regelingenis expliciet vermeld dat van de standaardregel om te kiezen voor deimplementatiewijze die de minste lasten oplegt aan de door de regelinggeraakte bedrijven is afgeweken. In alle gevallen is toegelicht waaromvoor deze aanpak is gekozen. De motivatie hiertoe is opgenomen in het«Overzicht niet-lastenluwe AMvB’s en ministeriële regelingen» in bijlage Dbij het rapport.Hoewel in alle regelingen aandacht wordt besteed aan regeldrukkosten,wordt zelden apart berekend hoeveel extra lasten voortkomen uitbepalingen die verder gaan dan strikt noodzakelijk volgens de EU-richtlijn.Daardoor blijft onduidelijk in hoeverre bedrijven hierdoor extra wordenbelast. KPMG adviseert om de schrijfwijzer voor de nota van toelichtingaan te passen, zodat meerkosten voortaan expliciet worden onderbouwden de BET (waarin sinds wijziging ervan in maart dit jaar staat dat bij denationale uitwerking van Europese regelgeving lastenluwe implementatiede standaard is) structureel wordt toegepast. Ik zal deze aanbevelingenoppakken, zodat er voortaan een meer zorgvuldige belangenafweginggemaakt wordt bij de afweging tussen een bepaald beleidsdoel en degecreëerde regeldruk. Daarnaast zal ik met de Ministeriële Stuurgroepbekijken of dit onderzoek aanleiding geeft om de geïdentificeerde dossiersmee te nemen in een van de volgende tranches van het regeldrukreductie-programma.26Het onderzoek richtte zich op de term «niet-lastenluwe implementatie» (artikel 9.5 van deAanwijzingen voor de regelgeving), omdat de veelgebruikte term «nationale koppen» geenofficiële term is en daarmee geen duidelijk afgebakend onderzoeksobject biedt. Bovendienomvat «niet-lastenluwe implementatie» alle gevallen waarin niet gekozen wordt voor de optiedie de minste lasten voor bedrijven met zich meebrengt.27Aanwijzing 9.5. Lastenluwe implementatie (1. Bij implementatie wordt gekozen voor deimplementatiewijze die de minste lasten oplegt aan de door de regeling geraakte bedrijven. 2.Bij afwijking van het eerste lid wordt dit expliciet vermeld in de toelichting en worden deoverwegingen geschetst die tot deze keuze hebben geleid.)28https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/22/bijlage-2-eindrapport-strengere-richtlijnimplementatie-en-impact-ondernemingsklimaat-2019-2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70613 3.2 MKB-indicatorbedrijvenonderzoeken Onlangs heb ik U geïnformeerd over de tweede serie onderzoeken naarregeldruk bij drie mkb-branches, deMKB-indicatorbedrijvenonderzoeken29. Deze onderzoeken vormen met deeerder uitgevoerde MKB-indicatoronderzoeken een belangrijke basis voorde aanpak van bestaande regeldruk in het Regeldrukreductieprogramma.Inmiddels is de voorbereiding gestart voor de derde rondeMKB-indicatorbedrijvenonderzoeken, waarin de volgende sectorenworden doorgelicht:A.Maritiem;B.Schoonmaak;C.Groene en circulaire bedrijvigheid.Ik heb voor deze sectoren gekozen, omdat dit goed georganiseerdebranches zijn die het huidige beeld van de regeldruk voor het mkbaanvullen. De maritieme sector is indicatief voor bedrijven die internati-onaal ondernemen. Mijn verwachting is dat het onderzoek verschillen inwetgeving tussen landen aan het licht brengt.De schoonmaaksector is interessant, omdat deze indicatief is voordienstverlenende bedrijven met werknemers die relatief meer kwetsbaarzijn. Een onderzoek naar deze sector kan een licht schijnen op detoepassing en uitwerking van sociale wetgeving.Daarnaast laat ik onderzoeken welke regels bedrijven belemmeren in hunverduurzaming met behulp van een indicatorbedrijf dat zich bezighoudtmet groene en circulaire bedrijvigheid. Hiermee geef ik opvolging aan demotie van het lid Thijssen30 om bij het schrappen van onnodige regelsprioriteit te geven aan regels die verduurzaming in de weg staan.De onderzoeken worden dit jaar opgestart en de resultaten worden medio2026 aangeboden aan uw Kamer. De resultaten zullen vervolgensmeegenomen worden in mijn aanpak van bestaande regeldruk.29Kamerstuk 32 637, nr. 66730Kamerstuk 36 600 L, nr. 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70614 DOSSIERS 1E EN 2E TRANCHE REGELDRUKREDUCTIEPRO-GRAMMA1. Dossiers eerste tranche In de 1e tranche van het Regeldrukreductieprogramma zijn vier complexe,sector-overstijgende dossiers aangepakt. Deze onderwerpen zijn door deMinisteriële Stuurgroep geselecteerd op basis van de uitkomsten van deMKB-indicatorbedrijvenonderzoeken naar de meest belemmerenderegeldruk voor mkb-ondernemers en het perspectief om – met behoudvan de beleidsdoelstellingen – resultaten in het verminderen vanregeldruk te realiseren. Bij de eerste tranche is gekeken naar sector-overstijgende onderwerpen om tot brede impact van de regeldrukvermin-dering te komen. De 1e tranche heeft geleid tot de volgende resultaten.A. Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit (Besluit WPM)Probleemstelling:Organisaties met 100 of meer werknemers rapporteren elk jaar over dezakelijke en woon-werkreizen van hun werknemers. 2024 was het eerstejaar waarover organisaties moesten rapporteren. De rapportagever-plichting is onderdeel van een pakket aan maatregelen dat moet leiden tot1,5 megaton minder CO2-uitstoot door werkgebonden reizen in 2030. Ditis in 2019 afgesproken met het Klimaatakkoord. In 2026 vindt eentussentijdse evaluatie plaats. Als dan blijkt dat de CO2-uitstoot doorwerkgebonden reizen onvoldoende daalt om het reductiedoel van 1,5megaton in 2030 te halen, zal in de regelgeving een norm wordenopgenomen die de CO2-uitstoot per reizigerskilometer maximeert.Wijziging van het besluit WPM is daarvoor noodzakelijk.Vooral kleine en middelgrote ondernemingen vinden het lastig om aan derapportageverplichting te voldoen en de gegevens over woon-werkmobili-teit te verzamelen. Grote ondernemingen hebben daar minder problemenmee, maar moeten vaak ook rapporteren voor de Corporate SustainabilityReporting Directive (CSRD) en de Energy Efficiency Directive (EED). Dierapportages zijn verplicht op grond van Europese regels. Die overlap zorgtvoor extra werk voor grote ondernemingen.Oplossingen:De werkgroep regeldrukreductie Besluit WPM heeft in opdracht van deMinisteriële Stuurgroep Ondernemingsklimaat, Regeldruk en Uitvoer-baarheid onderzocht hoe het rapporteren over werkgebonden reizeneenvoudiger kan. Conform de opdracht aan de werkgroep ging het vooralom de aansluiting op andere EU rapportages en het vergemakkelijken vande rapportage over woon-werkmobiliteit. Het rapport van de werkgroep isals bijlage bij deze brief gevoegd. De werkgroep heeft een indelinggemaakt naar korte, middellange en lange termijn opties.Korte termijn optiesDe Staatssecretaris van IenW is al begonnen met de opvolging van devoorstellen van de werkgroep die op korte termijn gerealiseerd kunnenworden. Het gaat dan om de vereenvoudiging en verbetering van debestaande handreiking voor gegevensverzameling die is gemaakt omBIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70615 organisaties te helpen met het verzamelen van de benodigde gegevens.31Daarnaast ontwikkelt het Ministerie van IenW hulpmiddelen om hetverzamelen van de data over woon-werk te vergemakkelijken. Dit najaarkomen die hulpmiddelen beschikbaar. Ook stelt het Ministerie van IenWeen tool beschikbaar die het eenvoudiger maakt om enquêteresultaten teverwerken.Middellange termijn optiesDe werkgroep doet verschillende voorstellen voor regeldrukverminderingwaarvoor het Besluit WPM moet worden aangepast of die grote verande-ringen vereisen in de ICT-systemen. Hieraan kan op middellange termijn(na 2026) invulling worden gegeven. De Staatssecretaris van IenW neemtdeze beleidsopties mee in de tussentijdse evaluatie van het besluit WPMin 2026. De opties betreffen de berekeningsmethode van de CO2-uitstoot,de eenheid waarover wordt gerapporteerd en het niveau waarop wordtgerapporteerd (concern of onderneming). Andere opties zijn het beperkenvan de rapportage over woon-werkmobiliteit tot het gebruik van zakelijkevervoermiddelen, het verlagen van de frequentie van het rapporteren enhet uitzonderen van specifieke sectoren. Die opties zullen de regeldrukaanzienlijk verminderen, maar tegelijkertijd ook de CO2-reductiedoel-stelling voor werkgebonden personenmobiliteit in het geding brengen.Alternatieve maatregelen binnen het besluit WPM kunnen dan nodig zijnom de CO2-reductiedoelstelling te halen.Met de Staatssecretaris van IenW heb ik afgesproken om voorstellen uit tewerken voor een uitzondering voor het mkb. Met die uitzondering zoutegemoet worden gekomen aan de wens van de Kamer. Zie de aange-nomen motie van de leden Van Zanten en Vermeer (beiden BBB) waarmeeis uitgesproken dat het de voorkeursoptie van de Ministeriële StuurgroepOndernemingsklimaat, Regeldruk en Uitvoerbaarheid zou moeten zijn datde rapportages werkgebonden personenmobiliteit worden afgeschaftvoor het mkb.32 Deze optie betekent wel dat de grote werkgevers (metmeer dan 250 werknemers) de volledige CO2-reductieopgave van hetbesluit WPM voor hun rekening moeten nemen (1,5 megatonCO2-reductie in 2030). Concreet gaat het dan om een extra reductie van0,27 megaton CO2. De precieze gevolgen voor grote bedrijven van eenuitzondering voor het mkb dienen nog in kaart te worden gebracht. Devoorstellen voor een uitzondering voor het mkb worden meegenomen inde evaluatie in 2026.Lange termijn optiesOp grond van het Besluit WPM, de CSRD en de EED rapporteren onderne-mingen op dit moment over werkgebonden personenmobiliteit bij drieverschillende loketten. Het ideaalbeeld is dat bedrijven nog maar één keergegevens hoeven aan te leveren via één loket. Hiermee zouden ze in éénkeer aan alle rapportageverplichtingen voldoen. Deze aanpak is logisch enefficiënt, maar vraagt wel om ingrijpende aanpassingen in ICT-systemenen regelgeving. Dit kan pas op langere termijn (na 2028) worden gereali-seerd als het Besluit WPM is aangepast en goed aansluit op de CSRD enEED.31Uit een enquête van RVO onder ondernemingen die hun rapportage hebben ingediend, blijktdat het overgrote deel van hen (83%) de Handreiking «Gegevensverzameling werkgebondenpersonenmobiliteit» heeft gebruikt voor het verzamelen en indienen van de gegevens.32Kamerstukken II, 2024/25, 32 637, nr. 673.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70616 B. Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)Probleemstelling:Iedere ondernemer met minimaal één werknemer in dienst heeft dewettelijke verplichting om een RI&E op te stellen, waarin de risico’s metbetrekking tot de arbeidsomstandigheden worden vastgelegd. Daarnaastbeschrijven ze in een plan van aanpak de maatregelen die ze nemen omdeze risico’s te beheersen. Ondernemers geven aan het opstellen van eenRI&E tijdrovend en ingewikkeld te vinden. Vaak huren ondernemershiervoor externe deskundigen in, wat tot extra kosten leidt.Oplossingen:Sinds 2010 kunnen brancheverenigingen een branche-RI&E opstellen. Omkleine ondernemers te helpen bij het maken van een RI&E, zetten hetkabinet en brancheorganisaties in op de ontwikkeling van meer erkendebranche-RI&E ‘s en het stimuleren van het gebruik daarvan. Hierover bentu door de Staatssecretaris van SZW geïnformeerd met de voortgangsbriefArbovisie 204033 en de brief Verminderen van regeldruk34.In een branche-RI&E zijn de belangrijkste risico’s in een branche algeïnventariseerd. Met de branche-RI&E als voorbeeld is het voorwerkgevers eenvoudiger om een eigen RI&E te maken. Bovendien zijnwerkgevers met minder dan 25 werknemers bij gebruik van een erkendebranche-RI&E uitgezonderd van de toetsingsplicht, wat tijd en geldbespaart. De branche-RI&E’s worden erkend door alle bij de cao aange-sloten werknemersorganisaties en een werkgeversorganisatie. Daarnaworden ze aangemeld bij het steunpunt RI&E en gepubliceerd.Het kabinet brengt in samenspraak met sociale partners in kaart welkebelemmeringen er zijn om tot meer erkende branche-RI&E’s te komen enoplossingen om deze weg te nemen. Ook bekijkt het kabinet welkeondersteuning nodig is om brancheorganisaties te helpen bij hetontwikkelen, actueel houden en erkennen van een branche-RI&E.Daarnaast zal het kabinet met sociale partners bekijken hoe bedrijvenkunnen worden geholpen om de branche-RI&E te gebruiken.Het in kaart brengen en verhelpen van de belemmeringen om te komentot een erkende branche-RI&E en het inrichten van de juiste onder-steuning zal in 2025 en 2026 plaatsvinden. Het stimuleren van erkendebranche-RI&E ‘s heeft doorlopend aandacht. De Staatssecretaris van SZWheeft aan uw Kamer toegezegd dat een werkgroep bestaande uit allebetrokken partijen naar de knelpunten gaat kijken om te komen totgezamenlijke oplossingen. Deze werkgroep brengt eind van het jaar eenupdate hierover uit.C. Re-integratie zieke werknemerProbleemstelling:Met betrekking tot de verplichtingen rondom langdurig zieke werknemersworden de hoogste lasten voor ondernemers veroorzaakt door loondoor-betaling en de premies voor een ziekteverzuimverzekering. De periodewaarin een ondernemer een langdurig zieke werknemer moet doorbetalen(minimaal 70%) is op dit moment 104 weken. De regeldrukkosten voor hetre-integreren van een zieke medewerker worden vooral veroorzaakt door33Kamerstuk 25 883, nr. 52834Kamerstuk 32 637, nr. 697Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70617 het opbouwen van een re-integratiedossier dat aantoont dat de werkgeverer alles aan heeft gedaan om de re-integratie van de zieke medewerker tebevorderen. Het opstellen van dit dossier is tijdrovend en bovendien is dewerkgever wettelijk verplicht het proces te laten begeleiden door eenarbodienst. Daarnaast worden vaak een arbeidsdeskundige en eenre-integratiebureau ingeschakeld om de re-integratie binnen of buiten hetbedrijf mogelijk te maken.De huidige periode van loondoorbetaling bij ziekte en de verplichtingenrondom re-integratie zijn belangrijke en effectieve factoren bij dere-integratie van zieke werknemers en het voorkomen van instroom in dearbeidsongeschiktheidsuitkering; en daarmee het behouden en vergrotenvan het arbeidsaanbod. Tegelijkertijd ziet en begrijpt het kabinet datvooral kleine ondernemers deze verplichtingen als zwaar ervaren en zichbelemmerd kunnen voelen om mensen in vaste dienst te nemen.Oplossingen:Naar aanleiding van de adviezen van de Onafhankelijke CommissieToekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) werkt het kabinet aaneen voorstel voor een herziening van het arbeidsongeschiktheidsstelsel.Dit voor een begrijpelijk, uitvoerbaar en betaalbaar arbeidsongeschikt-heidsstelsel.Daarnaast werkt het kabinet in het kader van het arbeidsmarktpakket aaneen wetsvoorstel waarmee kleine en middelgrote werkgevers eerderduidelijkheid krijgen over de periode waarover de eigen functie van dezieke werknemer voor deze werknemer beschikbaar moet blijven. Ookwerkt het kabinet aan een wetsvoorstel om het medisch advies van debedrijfsarts over de belastbaarheid van de zieke werknemer leidend temaken bij de toets die het UWV uitvoert op het re-integratieverslag (deRIV-toets). Hierdoor kunnen werkgevers uitgaan van het medisch adviesvan de bedrijfsarts en neemt het risico op een verlenging van deloondoorbetalingsperiode met maximaal 52 weken (loonsanctie) af.Hiermee wordt aan dit dossier een concrete invulling gegeven binnen deeerste tranche.D. Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)ProbleemstellingDagelijks worden persoonsgegevens verwerkt, bijvoorbeeld bij onlineaankopen of het invullen van formulieren. De Algemene verordeninggegevensbescherming (AVG) biedt kaders voor de rechtmatige enzorgvuldige omgang met die gegevens.De AVG heeft als doel om de verwerking van persoonsgegevens mogelijkte maken op een manier die grondrechten van burgers beschermt entegelijkertijd het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de Uniemogelijk maakt. Vrijwel elk bedrijf verwerkt persoonsgegevens, zoalsklantinformatie, e-mailadressen of personeelsdossiers en heeft te makenmet de AVG. Voor organisaties, vooral het midden- en kleinbedrijf (mkb),brengt naleving van de regels in de AVG extra werk en kosten met zichmee. De AVG maakt bijna geen uitzonderingen voor het mkb. De vereistenin de AVG hangen namelijk voor een groot deel af van de risico’s van eenverwerking van persoonsgegevens voor grondrechten en niet zozeer vanhoe groot het bedrijf is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70618 Uit het MKB-indicatoren onderzoek uit 2023 is naar voren gekomen dathoewel de feitelijke tijdsbesteding voor ondernemers beperkt is, zij deAVG als belastend ervaren omdat zij vaak niet goed weten hoe zij denaleving van de wet met hun leveranciers of klanten moeten regelen. Inhet Actieprogramma Minder Druk Met Regels heeft het kabinet aange-geven dat zij de uitdagingen ziet die het mkb bij de AVG ervaart. Dewerkgroep regeldrukreductie AVG heeft naar aanleiding hiervan bekekenhoe de in verband met de AVG ervaren regeldruk voor ondernemers kanworden verminderd, zonder dat dit ten koste gaat van de beschermingvan persoonsgegevens. De werkgroep heeft zich gefocust op voorstellenom de AVG beter werkbaar te maken binnen de kaders van de AVG. Hetrapport van de werkgroep is meegezonden als bijlage van deze brief.De werkgroep constateert in haar rapport dat mkb-ondernemers diegegevensverwerkingen niet als hoofdactiviteit hebben de AVG vaakcomplex vinden. Deze ondernemers hebben doorgaans beperktere kennisvan de AVG, tijd en financiële middelen om zich te verdiepen in de regels.Daardoor voelen zij zich genoodzaakt expertise in te huren om de AVG opeen goede manier te implementeren, wat extra kosten met zichmeebrengt. In sommige gevallen bieden brancheverenigingen onder-steuning aan leden zodat ondernemers niet, of minder, afhankelijk zijn vanexterne experts. Ondernemingen weten daarbij niet goed hoe zij in depraktijk invulling moeten geven aan de open normen in de AVG. Vanbelang is daarbij dat toezichthouders in verschillende EU-landen de regelsconsistent toepassen. Daarnaast maken ondernemingen kosten (tijd enfinanciële middelen) om de verplichtingen in de AVG na te leven.Ondernemers moeten in voorkomende gevallen bijvoorbeeld documentenopstellen, risico’s inschatten en maatregelen nemen. Dat komt naastwettelijke verplichtingen op andere domeinen waar zij al aan moetenvoldoen.OplossingenHet kabinet ziet dat het advies in lijn is met de analyse over regeldruk inverband met de AVG uit die Kamerbrief Minder Druk met Regels en deinzet van het kabinet met betrekking tot het Omnibus-IV voorstel oversimplificatie van de AVG.35Bij het verminderen van regeldruk voor ondernemers bij de AVG spelende Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en het Europees Comité voorgegevensbescherming (hierna: het Comité) een belangrijke rol.36 DeEuropese Commissie concludeerde in het Tweede Verslag over de werkingvan de AVG dat toezichthouders hun inspanningen moeten verdubbelenonder meer aan de hand van proactieve contacten met het MKB ombezorgdheid over de naleving voor zover deze niet terecht is, te vermin-deren.37 De AP heeft onder meer de taak om organisaties voor te lichtenover de AVG, waarbij zij rekening dient te houden met de behoeftes vanhet mkb. Het Comité publiceert – als koepel van onafhankelijke Europesetoezichthouders – richtlijnen aanbevelingen en best practices over deuitleg van de AVG voor een uniforme toepassing in de EU. Begrijpelijke entoegankelijke praktische informatie is van groot belang voor ondernemersom te weten wanneer zij de AVG goed naleven. In aansluiting op hetrapport van de werkgroep, wil de AP haar voorlichting nog meer35BNC-fiche bij Omnibus IV - Wijziging van verordeningen om bepaalde steunmaatregelen voorhet mkb uit te breiden naar small mid-cap ondernemingen en aanvullende vereenvoudigings-maatregelen.36Het Europees Comité voor gegevensbescherming staat ook bekend als de European DataProtection Board (EDPB).37eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52024DC0357Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70619 toespitsen op de praktijk van het mkb. De AP gaat een praktischegereedschapskist met sjablonen voor verplichte documenten, zoals eenverwerkingsregister of een privacyverklaring publiceren. Ook wil de APeen lijst gaan publiceren van verwerkingen waarvoor geen uitgebreiderisicoanalyse (Data Protection Impact Assessment (DPIA)) nodig is,waardoor ondernemingen meer duidelijkheid krijgen. Gezien debenodigde Europese afstemming in het Comité heeft de AP enige tijdnodig om deze documenten te kunnen opstellen en publiceren.Op 21 mei jl. publiceerde de Europese Commissie een vierde Omnibus-pakket dat tot doel heeft onnodige regeldruk te verminderen en stelt hierinonder meer voor om de AVG gericht aan te passen.38 De Commissie wilde uitzondering voor het bijhouden van een verwerkingsregisteruitbreiden, zodat bedrijven met minder dan 750 werknemers geen registermeer hoeven bij te houden, zolang hun gegevensverwerking geen hooggegevensbeschermingsrisico oplevert. Het kabinet steunt deze voorstellenen zet zich in Brussel in om regeldruk bij de AVG verder te verlagen bij ditOmnibusvoorstel en mogelijke nieuwe voorstellen in de toekomst, zonderdat dit ten koste gaat van de bescherming van persoonsgegevens.Het kabinet ziet dat er daarnaast kansen liggen om regeldruk te vermin-deren voor het mkb door binnen sectoren meer met elkaar samen tewerken, omdat ondernemingen binnen eenzelfde sector vaak verge-lijkbare verwerkingen van persoonsgegevens uitvoeren. Tot nu toe wordtin de EU betrekkelijk weinig gebruik gemaakt van zogenoemdeAVG-gedragscodes, die sectoren kunnen helpen om duidelijkheid te gevenover toepassing van de AVG. De voorwaarden voor gedragscodes wordendoor het MKB als streng ervaren, terwijl voor ondernemers en branche-verenigingen het niet altijd duidelijk is wat gedragscodes hen opleveren.Het Comité heeft in zijn strategie voor 2024–2027 toegezegd de ontwik-keling en implementatie van passende en effectieve nalevingsmaatre-gelen, zoals certificering en gedragscodes, te blijven ondersteunen.39Daarnaast zal het kabinet met de AP bespreken hoe het gebruik vansectorale initiatieven zoals gedragscodes in Nederland verder kan wordengestimuleerd.Tegelijkertijd zal een zekere lastendruk blijven bestaan. Een organisatie diepersoonsgegevens verwerkt, zal zich moeten houden aan de wettelijkevereisten voor de bescherming van persoonsgegevens. Met de hiervoorgenoemde initiatieven hoopt het kabinet dat de verplichtingen in de AVGmakkelijker werkbaar worden voor ondernemers en onnodige regeldrukvoor ondernemers te verminderen.2. Dossiers tweede tranche Tijdens het komende half jaar zal aan de volgende onderwerpen wordengewerkt. Deze lijst is nog niet uitputtend. Hieraan kunnen naar aanleidingvan de lopende gesprekken onderwerpen worden toegevoegd.38Europese Commissie, Voorstel voor Verordening tot wijziging van de Verordeningen (EU)2016/679, (EU) 2016/1036, (EU) 2016/1037, (EU) 2017/1129, (EU) 2023/1542 en (EU) 2024/573wat betreft de uitbreiding van bepaalde voor kleine en middelgrote ondernemingenbeschikbare verzachtende maatregelen tot kleine midcap-ondernemingen en verderevereenvoudigingsmaatregelen, COM(2025) 501, EUR-Lex - 52025PC0501 - EN - EUR-Lex.39edpb_strategy_2024-2027_en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70620 A. RI&E en Re-integratie zieke werknemerDe SZW-onderwerpen uit de eerste tranche van het Regeldrukreductiepro-gramma zijn nog niet af. In het najaar van 2025 breng ik gezamenlijk metde Staatssecretaris van SZW in kaart welke belemmeringen er zijn om tekomen tot een erkende branche-RI&E en hoe deze belemmeringenworden weggenomen. Ook maken we een begin met het inrichten van dejuiste ondersteuning. Vanuit regeldrukperspectief zal ik bijdragen aan detotstandkoming van het meerjarig Actieprogramma Arbo Actief!, zodatwerkgevers minder regeldruk ervaren bij het goed toepassen van dearboregels. De Staatssecretaris van SZW heeft uw kamer op 28 mei jl.over dit Actieprogramma geïnformeerd40. Het kabinet blijft voor delangere termijn werken aan een voorstel voor herziening van het stelselvoor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Waarbij de vermindering vanregeldruk voor werkgevers (en specifiek kleine ondernemers) bij ziekte enarbeidsongeschiktheid van hun werknemers nadrukkelijk een onderdeelwordt.B. Uitvragen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)Het CBS heeft de wettelijke taak om statistieken te maken voor praktijk,beleid en wetenschap. Een groot deel van het werkprogramma van hetCBS vindt zijn basis in Europese statistiekverordeningen. Daarnaast maakthet CBS statistieken op verzoek van vooral ministeries en andereoverheden als basis voor beleid binnen alle domeinen van de economieen samenleving, waaronder ook over allerlei ontwikkelingen binnen hetbedrijfsleven. Daarvoor heeft het CBS informatie nodig, die het vooralhaalt uit overheidsregistraties, en waar nodig ook uitvraagt bij bedrijven.Zowel CBS als EZ maken zich in Europees verband hard voor minderregeldruk voor burgers en bedrijven. Hiervoor zullen verschillende kansenworden geïdentificeerd en beschreven in een non-paper om in Europeesverband het gesprek te voeren. Onder meer het implementeren van deEuropese richtlijn VAT in a Digital Age (VIDA) heeft de aandacht. Dezerichtlijn verplicht bedrijven onder andere vanaf 1 juli 2030 om bijgrensoverschrijdende transacties een e-factuur uit te reiken en degegevens daaruit digitaal te rapporteren aan de Belastingdienst. Dezegegevens zijn een deel van de gegevens die het CBS – zij het minderspecifiek – nu opvraagt bij bedrijven boven bepaalde handelsomzet-drempels. Ik wil daarom onderzoeken of de gegevens die via VIDA wordengerapporteerd ook aansluiten bij de benodigde gegevens voor het CBS.Het doel hiervan is om zoveel mogelijk data op te leveren zodat deIntrastat-rapportageverplichtingen voor bedrijven zoveel als mogelijk kanworden beperkt, en idealiter zelfs volledig kan vervallen, hetgeen deenquêtedruk aanzienlijk zal verminderen. De kamer is recent geïnformeerdover VIDA-richtlijn waar verplichte e-facturatie onderdeel van uitmaakt.Zoals ook vermeld in de brief worden bij de te maken beleidskeuzes en deimplementatie van de richtlijn ondernemers via (internet)consultatiebetrokken. Ook is er nadrukkelijk aandacht voor de administratieve lastenvan ondernemers, de impact op de bedrijfsvoering en de benodigdeondersteuning. Dit geldt voor kleine ondernemers in het bijzonder.C. Afvalbeheer autowrakken en batterijenRegeldruk voor ondernemers in de automotive sector wordt veroorzaaktdoor een gebrek aan overzicht van de informatie over de verplichtingenwaaraan moet worden voldaan en de veelheid aan instanties (onder meer40Kamerstuk 25 883, nr. 528Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70621 de omgevingsdienst, de Arbeidsinspectie en diverse instanties voor hetscheiden en registreren van afval, zoals producentenorganisatiesRecyBEM en ARN) waar bedrijven mee te maken hebben. Verminderingvan (ervaren) regeldruk vanuit de overheid kan mogelijk worden bereiktdoor vereenvoudiging en vindbaarheid van de beschikbare informatie.Ondernemers zijn geholpen met een uitgebreid overzicht vanuit IPLO(Informatiepunt Leefomgeving) van de milieubelastende activiteiten enafvalstromen waar bedrijven mee te maken hebben, inclusief bijbeho-rende regelgeving en betrokken instanties. Zo zijn er verschillende partijenbetrokken bij het afvalbeheer van auto(onderdelen), batterijen en banden.Het kan de betreffende bedrijven helpen om een helderder overzicht tebieden van de verantwoordelijkheden per partij en regels per afvalstroom.De Europese regelgeving over autowrakken is lastenluw geïmplemen-teerd. Momenteel lopen er in Brussel onderhandelingen over aanpassingvan deze wetgeving. Het regeldrukperspectief wordt daarin meegenomen.De Europese regelgeving voor batterijen is direct geldend. De nationaleimplementatie die nog noodzakelijk is wordt eveneens lastenluwgeïmplementeerd.D. Vakbekwaamheidseisen voor de financiële sectorFinancieel adviseurs moeten permanent actueel vakbekwaam zijn endaarnaast periodiek examen doen om adviesbevoegd te blijven eninhoudelijk klantcontact te hebben. Ondernemingen in deze sector ervarenveel regeldruk om aan deze verplichtingen te voldoen. Ondernemersbetwijfelen het nut en de noodzaak van de examens voor permanenteeducatie en de aansluiting daarvan op de dagelijkse praktijk. Dezeverplichting komt voort uit de Wet op het financieel toezicht (Wft).Permanente educatie en de regulering daarvan is in het leven geroepennadat uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten bleek datadviseurs te vaak onvoldoende vakbekwaam waren. Dit had een negatiefeffect op het herstel van vertrouwen in de financiële sector na definanciële crisis. Bij eventuele aanpassingen in het stelsel moet wordengeborgd dat consumenten worden geadviseerd door aantoonbarevakbekwame adviseurs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70622 OVERZICHT DEPARTEMENTALE INITIATIEVEN REGELDRUKRE-DUCTIEInitiatief regeldrukreductieDepartementBeoogde regeldrukreductieTweede tranche wetsvoorstel internationalesanctiemaatregelen1BZHet kabinet werkt aan de tweede tranche van het wetsvoorstelinternationale sanctiemaatregelen. Een van de leidende uitgangs-punten in de tweede tranche is een meer risico-gebaseerdebenadering.Geïntegreerde benadering duurzaamheidswet-gevingEZLagere regeldrukkosten door betere uitvoerbaarheid duurzaam-heidswetgevingVerkenning verhogen omzetdrempels voorfusietoezichtEZSinds de inwerkingtreding is de omzetdrempel voor fusietoezichtnooit geïndexeerd. Hierdoor zijn de uitvoeringslasten en deregeldruk voor zowel de ACM als het bedrijfsleven gestegen. Detoenmalige Minister van EZ heeft aangekondigd om te kijken of deomzetdrempels kunnen worden geïndexeerd. Dit zou tot eenverhoging van de omzetdrempels leiden. Over de voortgang wordtde Kamer nog geïnformeerd.Informatie-uitwisseling KVK en anderepoortwachters1EZDe informatie-uitwisseling tussen KVK en andere poortwachterswordt verbeterd, om evident malafide partijen te herkennen en teweren.Stimuleren branche vermijdings- en reductie-plannen (VRP) om nalevingslasten m.b.t.zorgwekkende stoffen (ZZS) te minimaliseren1IenWOm een versnelling van de gewenste Zeer Zorgwekkende Stoffenemissiereductie te realiseren met zo laag mogelijke nalevingslastenvoor ondernemers, gaan het kabinet en het bedrijfsleven (VNO-NCW en MKB-Nederland) de ontwikkeling van branchevermijdings- en reductieplannen (VRP) stimuleren. Ondernemerskunnen op basis van een branche-VRP met relatief geringeregeldrukkosten een bedrijfsspecifieke VRP ontwikkelen, waarbijvereenvoudiging en uitvoerbaarheid centraal staan.VerpakkingswetgevingIenWBegin 2025 is de nieuwe verpakkingenverordening (EU) 2025/40gepubliceerd. Deze verordening komt in plaats van de huidigeverpakkingenrichtlijn en zet daarmee een grote stap in deharmonisatie van verpakkingswetgeving. De eisen van de nieuweverordening gaan vanaf augustus 2026 in.Controle op de opdrachten richting RVOLVVNVereenvoudiging van de formulieren waar mogelijk.Verminderen van regeldruk (zie Kamerbriefd.d. 28-5-20252):a. Vergroten werkbaarheid Arboregelgeving(ook onderdeel 2e tranche RRP);b. Vergroten kwantiteit en kwaliteit RI&E in hetmkb (ook onderdeel 1e tranche RRP);c. Liftboek in lift;d. Hittestress;e. Veiligheid tankschepen en gevaarlijkestoffen;f. Testen op alcohol- en drugsgebruik;g. Melden van onveilige en ongezondesituaties door bedrijfsartsen.SZWa. Onderdeel 2e tranche: arboregelgeving vereenvoudigen/werkbaarder maken;b. Onderdeel 1e tranche RRP: opstellen van RI&E vereenvoudigendoor ontwikkeling en gebruik branche-RI&E te stimuleren engerichte ondersteuning;c. Aanpassen bestaande regelgeving: minder regeldruk (meerefficiëntie) door mogelijk maken digitaal liftboek (i.p.v. alleenpapieren liftboek);d. Aanpassen bestaande regelgeving: betere werkbaarheid doorverduidelijking regelgeving en wegnemen interne tegenstrijdigheidregelgeving;e. Aanpassen bestaande regelgeving: betere werkbaarheid doorverouderde regelgeving te actualiseren (aansluitend op technologi-sche ontwikkelingen scheepvaart) en toekomstbestendig te maken;f. Afzien van nieuwe regelgeving: de dan noodzakelijke zeer strikteregulering zou in praktijk veel vragen van bedrijven die demogelijkheid om testen zouden willen gebruiken;g. Afzien van nieuwe regelgeving: voorkomen regeldrukkosten enervaren regeldruk bij bedrijven door niet invoeren onderzoeksplichtNLA na melding bedrijfsarts (want krijgt al opvolging, dusoverbodig).Zieke werknemers gaan uit dienst met eenvaststellingsovereenkomstSZWFormeel is dan sprake van een (verwijtbare) benadelingshandelingZiektewet, waardoor er geen recht is op een Ziektewetuitkering enzo nodig wordt ook de uitbetaalde WW-uitkering teruggevorderd.UWV is hierover al samen met het Ministerie van SZW in gesprek,dit wordt de komende periode geïntensiveerd om zo gezamenlijktot oplossingen te komen. Hierbij gaat het ook op welke wijzewerkgevers en werknemers beter op hun gezamenlijke verantwoor-delijkheden kunnen worden aangesproken.BIJLAGE 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70623 Initiatief regeldrukreductieDepartementBeoogde regeldrukreductieInkomensregistratie onderzoekenSZW met FINBeoogde reductie: de eventuele verschuiving van administratievelasten vermindert regeldruk. EZ sluit evt. ook aan bij evt. gesprek-ken met relevante stakeholders.In opdracht van het Topberaad Inkomensondersteuning wordt eenverkenning gestart naar mogelijke verbeteringen van inkomensre-gistratie in Nederland voor ondernemers en resultaatgenieters.Globale omschrijving reductie: nu zijn veel functies in de overheidafhankelijk van inkomen (zowel om belasting te innen, alsook ominkomensondersteuning te bieden). Echter er ontbreekt veelactuele informatie (voornamelijk van eenmanszaken). Nu wordtdeze informatie door burgers zelf aangeleverd bij instanties enjaarlijks achteraf getoetst aan vastgestelde verzamelinkomens ofandere contra-informatie. Dat zorgt voor een deel van deze groepvoor problemen (hoge terugvorderingen van toegekende uitkerin-gen, tegemoetkomingen etc.). Met deze verkenning wordtonderzocht of en zo ja op welke manier deze inkomensgegevenswel tijdig kan worden ontvangen.Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisenen Regelgeving (STOER)VROGemiddeld € 30.000,- per gebouwde woning en halveringplanvoorbereidingsfase: van gemiddeld 7 jaar naar circa 3,5 jaar.(Ont)Regel de Zorg: brede aanpak om tekomen tot regeldrukvermindering in de zorg,hierbij wordt samengewerkt met systeem- enzorgpartijenVWSHalveren van de administratietijd per 2030 naar maximaal 20% vande werktijd van zorgverleners.1 regeldrukreductie in aanpak versterking ondernemingsklimaatZie Kamerbrief Aanpak versterking ondernemingsklimaat, september 20252 Kamerstuk 32 637, nr. 697 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70624 EUROPESE REGELDRUKREDUCTIEDe Europese Commissie heeft een stevige ambitie om regeldruk terug tedringen.41 In de Raad van de Europese Unie werkt Nederland samen metde andere lidstaten en de Europese Commissie aan de versterking van hetbeleid om regeldruk te verminderen. In februari van dit jaar heeft deCommissie in een mededeling een omvangrijk nieuw pakket aan acties enmaatregelen gepresenteerd om te werken aan effectievere uitvoering envermindering van regeldruk voor burgers, bedrijven en overheden.42 Eengoed functionerende Europese interne markt is daarbij essentieel. Wantondernemers worden in de praktijk nog te vaak geconfronteerd metuiteenlopende complexe procedures en versnipperde handhaving. UwKamer ontvangt op een later moment een actualisering van de huidigeinterne markt actieagenda43. Hierin staan de interne markt barrièresbeschreven die het kabinet adresseert.Onderdeel van de agenda om deze doelen te halen is de aankondigingvan Omnibussen (het combineren, stroomlijnen en verduidelijken vanwetgeving), en een aantal andere voorstellen voor bundeling en vereen-voudiging van bestaande wetgeving. Inmiddels heeft de Commissie almeerdere Omnibuspakketten gepubliceerd. Omdat ik besef hoeomvangrijk de lasten voor ondernemers zijn die voortkomen uit Europeseverplichtingen, zoals die van de huidige CSRD, ben ik positief gestemdover de Omnibus-voorstellen die de bedrijven in de EU en dus ook inNederland weer concurrerender moeten maken. Het kabinet steunt de lijnnaar vergaande vereenvoudiging die de Europese Commissie hier inzet,evenals de urgentie ervan, zonder de gerelateerde beleidsdoelstellingenen het beoogde beschermingsniveau van wetgeving te ondermijnen.Het kabinet zet zich in om hier zoveel mogelijk regeldrukreductiepotentieelte effectueren. Daarbij richt het kabinet zich niet alleen op de inhoud vanbestaande voorstellen, maar ook op het waar mogelijk agenderen vannieuwe initiatieven om onnodige regeldruk te verminderen op thema’s dievoor Nederland van belang zijn. Op meerdere punten komt de Commissiein de mededeling tegemoet aan de verzoeken en suggesties dieNederland eerder heeft gedaan om te werken aan vermindering vanregeldruk. Zo heeft Nederland er eerder op aangedrongen dat er meeraandacht wordt gegeven aan een uniforme uitvoering en effectievehandhaving van EU-regels. Het is positief dat de Commissie in dezemededeling op deze punten in gaat. Met name de «uitvoeringsdialogen»waarbij de Commissie met tal van belanghebbenden in gesprek gaat overde wijze waarop regels worden uitgevoerd en de aankondiging van deCommissie snel en resoluut te zullen handhaven, zijn in dat opzichtinteressant.Nederland heeft er ook voor gepleit dat alle bestaande regels systema-tisch tegen het licht worden gehouden om waar mogelijk regeldruk teverminderen en dat daarbij vooral wordt gekeken naar wat ondernemersin de praktijk als meest knellend ervaren. De Commissie heeft in dezemededeling aangekondigd dit inderdaad te gaan doen en daarvoor«praktijkchecks» te zullen uitvoeren. Die checks zijn erop gericht om vanondernemers – met name uit het mkb – te horen hoe EU-regelgeving in depraktijk wordt ervaren.41https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52025DC004742Zie Mededeling van de Commissie over «Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling overuitvoering en vereenvoudiging», COM92025) 47, zie link43Kamerstukken II 22 112, nr. 3975.BIJLAGE 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70625 Nederland heeft herhaaldelijk benadrukt dat voorstellen voor regelgevingzouden moeten worden voorzien van een effectbeoordeling om deregeldrukgevolgen te kunnen inschatten en erop gewezen dat er indiverse gevallen voorstellen worden gedaan zonder dat er een effectbe-oordeling is gemaakt. Het is in dat opzicht een stap in de goede richtingdat de Commissie aankondigt om in meer gevallen de effecten vanvoorgenomen gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen tezullen toetsen.Nederland is zich ervan bewust dat de Europese Commissie het nietalleen kan. Ook medewetgevers en individuele lidstaten hebben eenverantwoordelijkheid.Het kabinet wil die verantwoordelijk zeker nemen, bijvoorbeeld waar hetgaat om het meewegen van regeldruk in standpuntbepalingen enonderhandelingen. De nieuwe rol bij de totstandkoming van BNC-fiches,die ATR op grond van de Instellingswet krijgt, zal de kwaliteit vergrotenvan de regeldruk-analyses die het kabinet maakt van EU-voorstellen.Hieronder wordt nader ingegaan op de Omnibuspakketten en op de doorde Commissie gemaakte inschattingen van de EU-brede regeldrukreductiedie met de Omnibusvoorstellen zou kunnen worden gerealiseerd. Dezebedragen kunnen afwijken in het geval het voorstel van de Commissie naonderhandelingen met de Raad en het Europees Parlement nog wordengewijzigd.1. Omnibuspakket I over de vereenvoudiging van duurzaamheids-rapportages De duurzaamheidsrapporteringsverplichtingen worden toespitst op degrootste ondernemingen die waarschijnlijk de grootste impact zullenhebben op mens en milieu. Zo worden kleinere ondernemingen er nietmee belast. Dit omnibuspakket omvat maatregelen voor:•Beter toegankelijke en efficiëntere duurzaamheidsrapportering (CSRD)met een boogde besparing van jaarlijks € 4,4 miljard, eenmaligebesparingen circa € 1,6 miljard bij implementatie, en een reductie vanreikwijdte van 80% minder ondernemingen die rapportageplichtig zijn;•Het vereenvoudigen van de passende zorgvuldigheid (due diligence)om verantwoorde handelspraktijken te ondersteunen (CSDDD) met eenbeoogde besparing van jaarlijks circa € 320 miljoen en eenmalig circa€ 60 miljoen bij implementatie;•Het versterken van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie vooreen eerlijkere handel (CBAM) (beoogde besparing nog niet gekwantifi-ceerd);•Taxonomieverordening met een besparing van jaarlijks € 0,8 miljard(inbegrepen bij CSRD-cijfers, omdat dit voortkomt uit vrijstelling vantaxonomie-rapportage voor bedrijven buiten CSRD-scope).2. Omnibuspakket II over het vereenvoudigen van investeringen Dit pakket is gericht op het verminderen van rapportageverplichtingen,vooral voor financiële tussenpersonen en eindgebruikers van InvestEU-financiering door middel van vereenvoudigde rapportage. Concreet wordtverwacht dat deze maatregelen ongeveer € 350 miljoen aan administra-tieve lastenbesparing opleveren gedurende de resterende looptijd van hetprogramma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70626 3. Omnibuspakket III over het gemeenschappelijk landbouwbeleid(GLB) In dit pakket worden administratieve processen voor boeren en overheids-instanties vereenvoudigd, wat leidt tot minder administratieve lasten. Ervindt nadere vereenvoudiging plaats door het verminderen van overlaptussen EU-regelgeving en nationale wetgeving, waardoor minder dubbelerapportage en controles nodig zijn. Er zijn maatregelen gericht opefficiëntere crisis- en risicobeheersinstrumenten. Procedures rondomstrategische nationale plannen (GLB Nationaal Strategische Plannen –NSP) worden gestroomlijnd om deze flexibeler en minder belastend temaken en de gebruiksvriendelijkheid van GLB-beleidsinstrumenten diezijn gericht op het mkb, specifiek kleinere boeren, wordt verbeterd. Hierbijis de kwantitatieve indicatie van regeldrukvermindering circa EUR1,58 miljard per jaar. De Commissie wijst er echter op dat de impactafhangt van de keuzes die lidstaten maken. Bij de voorgestelde aanpas-singen om het concurrentievermogen van landbouwbedrijven tevergroten, ziet het kabinet kansen om de regeldruk te verminderen. Dit isechter niet door de Commissie gekwantificeerd.4. Omnibuspakket IV •Onderdeel Definitie small mid-capDe Commissie introduceert een nieuwe categorie ondernemingen, dezogenoemde small midcaps (SMC’s; ondernemingen met minder dan750 werknemers en hetzij tot € 150.000.000 omzet, hetzij tot129.000.000 aan totale activa). Deze kleine midcaps krijgen voor heteerst toegang tot bepaalde bestaande voordelen voor kleine enmiddelgrote ondernemingen, zoals specifieke afwijkingen in het kadervan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofvereenvoudigde regels, zoals prospectusregels die de notering vanSMC’s op de aandelenmarkt eenvoudiger en goedkoper maken. Met dedefinitie van deze categorie verwacht de Commissie een impact van€ 79,2–93,3 miljoen EUR.•Onderdeel Digitalisering en gemeenschappelijke specificatiesDe maatregelen zien op productregelgeving, waaronder de mogelijk-heid voor de commissie om gemeenschappelijke specificaties op testellen, digitalisering van rapportage en instructies, elektronischeconformiteitsverklaringen, instructies om fysieke documentstromen enopslagbehoeften, verplichte toevoeging van een digitaal contact,gebruik van een digitaal productpaspoort en vermindering vanrapportageverplichtingen voor nationale autoriteiten. Voor ditonderdeel van het omnibuspakket ontbreken kwantitatieve inschattin-gen door de Commissie.•Onderdeel BatterijenverordeningHier heeft de Commissie de verplichtingen om te voldoen aan denieuwe zorgvuldigheidsregels uitgesteld naar 2027. Het kabinetverwacht dat bedrijven dit uitstel als positief ervaren, omdat zowelbedrijven als toezichthouders zo meer tijd hebben om zich hierop voorte bereiden. Het voorstel wordt in samenhang gezien met het hiebovengenoemde small midcaps-voorstel, dat het toepassingsbereik en derapportagefrequentie verkleint. Dit leidt tot regeldrukverlaging. Er isgeen kwantitatieve inschatting gegeven van de regeldrukreductie,maar de verwachting is dat de maatregel regeldruk zal verminderendoor de implementatie beter te laten aansluiten op de praktijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70627 5. Omnibuspakket V Defensiegereedheid Dit pakket beoogt juridische en administratieve belemmeringen voordefensiegereedheid in Europa weg te nemen. De Commissie stelt datbestaande EU-regelgeving onvoldoende toegerust is op deze nieuwerealiteit.Kernmaatregelen in het pakket omvatten:•Een versnelde vergunningprocedure (max. 60 dagen) voor defensiegerelateerde projecten via een nationaal «één-loket»-systeem;•Verduidelijking van bestaande uitzonderingen in milieu, natuur- enarbeidswetgeving zodat deze toepasbaar zijn op defensiegereedheid;•Vrijstellingen voor invoerrechten en rapportageverplichtingen voormilitaire goederen en kritieke grondstoffen;•Verduidelijking van het EU-duurzaamheidskader om investeringen indefensie-industrie te faciliteren;•Aanpassingen in de EDF-verordening ter vergroting van flexibiliteit,voorspelbaarheid en snelheid van financiering, inclusief testactiviteitenin Oekraïne;•Wijzigingen in de richtlijn voor intra-EU overdracht van defensiepro-ducten en de Defensieaanbestedingsrichtlijn, gericht op vereenvoudi-ging, innovatiebevordering en administratieve verlichting.6. Omnibuspakket VI Chemie De Commissie heeft een voorstel gedaan tot wijziging van de Verordeningclassificatie, labelen en verpakking van chemische stoffen (CLP),cosmetica (CPR) en meststoffen (FPR). Het hoofddoel is vereenvoudigenen stroomlijnen van bepaalde vereisten en procedures voor chemischeproducten en het terugdringen van administratieve lasten zonder afbreukte doen aan gezondheid of milieu. Ook is er een voorstel tot uitstel van deinwerkingtreding van de nieuwe CLP-vereisten tot 1 januari 2028, omjuridische zekerheid te bieden en lasten voor bedrijven te verminderen.Er is nog geen volledige impact assessment opgesteld vanwege deurgentie, wel een staff working document met kostenramingen enonderbouwing op basis van consultaties en eerdere analyses. Deinschatting van de Commissie is dat CLP minstens € 333 miljoen(typografie), € 30 miljoen (advertenties) aan besparing oplevert.7. Toekomstige Omnibussen De Commissie heeft nog vier omnibussen aangekondigd; een omnibusdigitaal, militaire mobiliteit, milieu en voedselveiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 70628
Gerelateerde bronnen
- De minister stuurt na de zomer (2025) een brief over het ondernemerspact (Pact Ondernemingsklimaat).
De minister stuurt na de zomer (2025) een brief over het ondernemerspact (Pact Ondernemingsklimaat).
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.