KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang aanpak piekbelasting

14 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 34237a895604733c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 252Toekomstvisie agrarische sector35 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 174 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 oktober 2024Het doel van de aanpak piekbelasting is het op korte termijn versneldminder stikstof uitstoten, natuur te laten herstellen en maatschappelijkeontwikkelingen en vergunningverlening weer mogelijk te maken.Daarnaast trachten we met deze aanpak de afstand tussen ondernemer enoverheid te verkleinen en zo te werken aan herstel van vertrouwen. Destart van de uitvoering van de aanpak is inmiddels anderhalf jaar geledenen openstelling van de laatste regelingen onder de aanpak zal binnenkortplaatsvinden. Met deze brief informeer ik de Kamer over de voortgang vande aanpak en deel ik de eerste inzichten over de potentiële stikstofreductiedie met de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) enLandelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting(Lbv-plus) wordt behaald.De aanpak piekbelasting kent niet enkel een agrarisch spoor maar ook eenindustrieel spoor. U bent hier op 10 oktober1 over geïnformeerd door deMinister van Klimaat en Groene Groei.In deze brief ga ik achtereenvolgens in op 1) de stand van zaken rond deverschillende regelingen, 2) het ondernemingsplan en maatwerk 3) deervaringen met zaakbegeleiding en 4) de eerste inschattingen van depotentiële stikstofreductie die met de Lbv en Lbv-plus wordt gerealiseerd.1) Stand van zaken regelingen Agrarische ondernemers die vanwege hun stikstofdepositie vallen onderde aanpak piekbelasting, worden gestimuleerd om hun stikstofemissies teverminderen en daarmee te komen tot verlaging van stikstofdepositie opde daarvoor gevoelige natuurgebieden. Dit kan door het toepassen vaninnovatie, extensivering, omschakeling, verplaatsen of beëindigen. Met depublicatie van de Investeringsmodule van de subsidiemodule investering1Kamerstuk 29 826, nr. 211 kst-30252-174ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1741 in bewezen innovaties voor veehouderijen met piekbelasting (Sbv) enLandelijke verplaatsingsregeling voor veehouderijen met piekbelasting(Lvvp) is voor elk ontwikkelpad een regeling beschikbaar en dat is goednieuws voor ondernemers die overwegen om hier gebruik van te maken.Al geruime tijd heeft uw Kamer de wens om regelingen gelijktijdig open testellen zodat ondernemers de optie krijgen om een afweging te makentussen verschillende regelingen. Dit gaat lukken, met uitzondering van deregeling voor extensiveren omdat de eerste openstelling hiervan reeds isgesloten. Daarmee beschouw ik de motie-van Campen c.s.2, de motie-Stoffer3 en de motie-Van Haga en Smolders4 als afgedaan. Onderstaandlicht ik de voortgang op de verschillende regelingen toe.Regelingen ter ondersteuningInnoveren – Subsidiemodule investering in bewezen innovaties voorveehouderijen met piekbelasting (Sbv)Op 2 september 20245 heb ik de Kamer geïnformeerd over de publicatievan de investeringsmodule van de Sbv in de Staatscourant. In deze briefis de Kamer ook geïnformeerd over de hoofdlijnen van deze regeling, diezich richt op ondersteuning van veehouders in de doelgroep van deaanpak piekbelasting voor melkvee, varkens en vleeskalveren. De regelingstaat open van 21 oktober 2024 tot 8 januari 2025. De komendeopenstelling van de Sbv zal agrarische ondernemers financiële onder-steuning bieden voor het implementeren van bewezen en erkendestaltechnieken om stikstofemissies significant te reduceren. Voor dezeregeling is een budget van € 60 miljoen beschikbaar gesteld.VergunningverleningDe Raad van State heeft in recente uitspraken een aantal natuurvergun-ningen vernietigd voor veehouders die met een luchtwasser wildenuitbreiden. Ik verwacht echter dat bij het gelijk houden van het aantaldieren in combinatie met een deugdelijke onderbouwing van de werkingvan de luchtwasser bij indiening van de aanvraag om een natuurver-gunning er toch zicht is op vergunningverlening. Daarom heb ik in de Sbvopgenomen dat de dieraantallen vijf jaar lang niet mogen toenemen. Ookis in de regeling opgenomen dat de werking van luchtwassers real-timemoet worden gemonitord, zodat een veehouder kan ingrijpen als daaraanleiding toe is. Hiermee is er meer zekerheid over de effectiviteit van deluchtwasser in de praktijk. Ik ga ook met de bevoegde gezagen in gesprekover de vergunningverlening in het kader van de Sbv-regeling om methen te bespreken wat er eventueel aanvullend nog nodig is om totvergunningverlening te komen.Extensiveren – Regeling samenwerking in veenweiden en overgangsge-bieden N2000De extensiveringsregeling heeft opengestaan van 1 mei 2024 tot 28 juni2024. Gedurende deze periode zijn er door diverse samenwerkingsver-banden 27 aanvragen ingediend voor categorie 3 (Natura 2000-overgangs-gebied) voor bijna 17.500 hectare en bijna 170 deelnemers (ondernemers)voor een budget van ruim € 160 miljoen. Extensivering in en rond2Kamerstuk 34 682, nr. 1343Kamerstuk 36 410, nr. 474Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 875Kamerstuk 30 252, nr. 171Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1742 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is een belangrijke maatregel voorde blijvende melkveehouderijbedrijven.Omschakelen – Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL)Voor agrarische ondernemers die omschakelen naar een integraalduurzame bedrijfsvoering is er het IDL. Het fonds verstrekt leningen ondergunstige leningsvoorwaarden aan agrarische ondernemers die op vijf vanacht doelen (zoals stikstof, klimaat en biodiversiteit) aantoonbareverbeteringen gaan realiseren. In de pilotfase die tot en met december2023 was opengesteld, is aan ruim 100 bedrijven een lening toegekend.Een flink deel van die bedrijven schakelt om naar biologische landbouw,maar ook andere verduurzamingsplannen worden ingediend en goedge-keurd. Het definitieve fonds heeft een revolverend budget van€ 130,8 miljoen. En met de IDL-lening komt ook private cofinancieringbeschikbaar, waardoor een vermenigvuldigingseffect gerealiseerd wordt.In juni 2024 is het definitieve IDL opengesteld. Het Nationaal Groenfondsvoert deze regeling uit, nu voorzien tot en met 2033.Verplaatsen – Landelijke verplaatsingsregeling voor veehouderijen metpiekbelasting (Lvvp)Op 2 september jl. heb ik de Kamer op de hoogte gesteld van de publi-catie van de Lvvp.6 Met deze regeling wordt financiële ondersteuninggeboden voor vrijwillige verplaatsing van veehouderijen met piekbe-lasting naar een locatie waar de onderneming geen piekbelastingveroorzaakt op kwetsbare Natura 2000-gebieden. Tevens is het van belangdat op de nieuwe locatie geen afwenteling op andere doelen plaatsvindt.De activiteit dient dan ook in lijn te zijn met de geldende bestemming envergunningsruimte. Bedrijfsverplaatsing is een complex proces metingrijpende gevolgen voor de ondernemer en mede daarom bestaat deregeling uit twee subsidiemodules: een eerste module om een haalbaar-heidsonderzoek te doen naar bedrijfsverplaatsing en een tweede modulevoor de daadwerkelijk uitvoering van de bedrijfsverplaatsing.De eerste module (haalbaarheidsonderzoek) staat open vanaf 2 december2024 tot en met 30 mei 2025. De tweede module (uitvoering bedrijfsver-plaatsing) wordt opengesteld van 6 januari 2025 tot en met 30 november2027. In de begroting voor 2024 is voor de Lvvp een budget van€ 115 miljoen gereserveerd. Dit bedrag is inclusief de uitvoeringskostenvan de regeling. De definitieve besluitvorming over de voorgenomen«generieke taakstelling subsidie rijksbreed» heeft nog niet plaatsge-vonden. Het bedrag kan zodoende eventueel nog naar beneden wordenbijgesteld.Beëindigen – Landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen enRegeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties(Rpgb)Voor veehouders die hun bedrijf of een locatie van hun bedrijf opvrijwillige basis willen beëindigen zijn er verschillende subsidierege-lingen. De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voorstikstofreductie (Lbv) stond open van 3 juli tot en met 1 december 2023.Voor deze regeling zijn 669 aanvragen ingediend. De Landelijke beëindi-gingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) isonderdeel van de aanpak piekbelasting en is opengesteld op 3 juli 2023.Veehouders kunnen nog tot en met 20 december 2024 een aanvraagindienen. Op dit moment (peildatum 30 september) zijn er 779 aanvragen6Kamerstuk 30 252, nr. 171Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1743 ingediend. RVO houdt de actuele stand bij7, waaronder het aantalafgewezen en toegekende subsidieaanvragen en het aantal aanvragen datdoor ondernemers is ingetrokken. Ondernemers die een positievesubsidiebeschikking ontvangen voor de Lbv of Lbv-plus zijn niet verplichtom hun bedrijf daadwerkelijk te beëindigen, maar kunnen aanspraakmaken op subsidieverstrekking (een financiële bijdrage) als aan devereisten van de regeling wordt voldaan. Het is om die reden nog nietmogelijk om, op basis van het aantal verstrekte positieve subsidiebeschik-kingen, met zekerheid te bepalen hoeveel veehouderijlocaties daadwer-kelijk beëindigd gaan worden.Inmiddels is de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocatieskleinere sectoren (Lbv kleinere sectoren) op 9 oktober jl. gepubliceerd enin werking getreden, voor veehouders met geiten, vleeskalveren,vleeseenden, konijnen, zoogkoeien, fokstieren en vleesstieren die hunbedrijf of een locatie van hun bedrijf vrijwillig willen beëindigen. Deregeling wordt per 18 november opengesteld en sluit, net als de Lbv-plus,op 20 december 2024. Het budget voor de regeling is € 50 miljoen.Verder wordt op korte termijn ook de Regeling provinciale beëindigingveeouderijlocaties (Rpgb), ook wel bekend als de Maatregel Gebiedsge-richte beëindiging, MGB) gepubliceerd. Dit is een regeling voor deverstrekking van specifieke uitkeringen aan provincies. Provincies kunnendeze financiële middelen inzetten voor provinciale subsidieregelingenvoor het vrijwillig geheel of gedeeltelijk beëindigen van veehouderijlo-caties in aangewezen gebieden. Het budget van de Rpgb bedraagt€ 140 miljoen, te verdelen over de provincies. Provincies kunnenhiernaast ook andere middelen inzetten voor de bedoelde gebiedsgerichtebeëindiging.Tot slot zet ik alles op alles om de brede beëindigingsregeling zo spoedigmogelijk open te stellen. Met inachtneming van een zorgvuldig proces,waar overleg met de sectorpartijen, decentrale overheden en de EuropeseCommissie en aandacht voor de inrichting van het uitvoeringsproces bijhoren, hoop ik dat dat in de loop van volgend jaar kan zijn.2) Ondernemingsplan en maatwerk In de uitvoering van het LVVN-beleid staat de menselijke maat centraal, zoook in de aanpak piekbelasting. Ondernemers worden binnen de aanpakgefaciliteerd in het maken van keuzes voor de toekomst van het bedrijfmet bovengenoemde subsidieregelingen, contact met RVO en deondersteuning van zaakbegeleiders. In aanvulling op de generiekeregelingen wordt er ook gewerkt aan de aanpak ondernemingsplan en demaatwerkaanpak. Voor het realiseren van maatwerk en de ondernemings-plan-aanpak is gezamenlijk € 50 miljoen beschikbaar tot en met 2026.Ondernemingsplan-aanpakDe ondernemingsplan-aanpak heeft als doel om veehouders die hunonderneming verder willen verduurzamen meer duidelijkheid enhandelingsperspectief te bieden. Deze verduurzaming is mogelijk doorvermindering van stikstofemissies te realiseren en verbetering opopgaven voor water, klimaat en natuur.De aanpak voor het ondernemingsplan werkt op hoofdlijnen als volgt:7Zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/lbv-plus-actueelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1744 •Ondernemers maken plannen aan de hand van bedrijfsgerichte doelenom te sturen op het behalen van opgaven op onder meer stikstof,klimaat en water.•Deze plannen worden door onafhankelijke experts beoordeeld.Daarmee krijgt de ondernemer inzicht of het plan perspectief biedt omde doelen – binnen de eigen invloedssfeer van de onderneming – tebehalen.•Ook overheden zijn betrokken omdat de uitvoering van de plannen kanvragen om (aanpassing van) vergunningen of een omgevingsplan envoor de financiering ervan subsidies van belang kunnen zijn. In deondernemingsplan-aanpak staat de samenwerking van de verschil-lende overheden hierbij voorop.•De gezamenlijke overheden zetten zich zoveel mogelijk in om deuitvoering van positief beoordeelde plannen waar nodig en mogelijk tefaciliteren. Er zijn hierbij uiteraard grenzen aan de mate waarin ditmogelijk is, want de bestaande juridische en financiële kaders blijvenvan toepassing.Om deze aanpak in de praktijk te toetsen en te verbeteren heeft LVVNsamen met gemeenten, provincie en waterschappen in de Gelderse Valleien de Peel twee pilots geïnitieerd. Hieraan nemen ongeveer 30 onder-nemers deel. De afgelopen periode is er door de overheden in depilotregio’s voortvarend gewerkt aan de verdere uitwerking van dezeaanpak. Doordat een goede samenwerking tussen overheden in een vroegstadium van de pilot centraal staat, kan er meer als «één overheid» met deondernemer gesproken worden.Dit najaar start de volgende fase van de pilot in beide regio’s. Dit betekentdat ondernemers plannen opstellen, waarna deze door experts beoor-deeld worden. Ook worden ondernemers geïnformeerd over mogelijke ofbenodigde vervolgstappen voor uitvoering van de plannen, bijvoorbeeldaanpassing van het omgevingsplan of aanpassing van vergunningen.Deze fase wordt in volgend voorjaar afgerond en geëvalueerd. Onderzochtwordt onder meer of de beschreven werkwijze daadwerkelijk resulteert inmeer perspectief voor ondernemers om hun plannen uit te gaan voeren.De uitvoering van de plannen voor ondernemers die aan de pilotsdeelnamen, loopt overigens daarna verder door. Ook bieden de pilotskansen om meer ervaring en inzichten op te doen in de bredere ontwik-keling naar doelsturing, aansluitend op de wens van het kabinet omhierop stappen te zetten. In het voorjaar van 2025 zal ik uw Kamer naderinformeren over de stand van zaken en mogelijke vervolgstappen.MaatwerkAls aanvulling op de generieke regelingen is een maatwerkaanpakontwikkeld. Maatwerk wordt ingezet om rekening te kunnen houden metzeer specifieke omstandigheden, het vertrouwen in de overheid teverbeteren en een betere verbinding tussen praktijk en beleid te bewerk-stelligen. De doelgroep van deze maatwerkaanpak zijn ondernemers dieniet of onvoldoende passen binnen de generieke regelingen – en daaromniet (kunnen) deelnemen – waar dat vanuit beleidsmatig oogpunt en methet oog op de menselijke maat wel wenselijk is. Er wordt dan gekeken ofer met maatwerk een oplossing geboden kan worden.Bij het ontwikkelen van de maatwerkaanpak is gebruik gemaakt vanervaringen met maatwerk in onder andere het sociaal domein. Daarnaastheeft afstemming plaatsgevonden met onder meer de Audit Dienst Rijk.Belangrijk bij de maatwerkaanpak is dat belangen zorgvuldig wordenafgewogen en besluiten een goede grondslag hebben, en goed wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1745 gemotiveerd en vastgelegd. Daarnaast moeten willekeur en ongewensteprecedentwerking worden voorkomen. In de uitwerking van eenmaatwerkoplossing is nadrukkelijk oog voor het maatschappelijkrendement (wat levert het op?) en voor de gevolgen hiervan voor dedirect betrokkenen; de menselijke maat. De komende periode wordtgewerkt aan de verdere inrichting van deze aanpak en het oppakken enoplossen van casussen. Medio 2025 zal ik uw Kamer informeren over devoortgang en resultaten van de maatwerkaanpak.3) Ervaringen zaakbegeleiding Naast een snelle stap in het reduceren van stikstof was een belangrijkeaanbeveling van de heer Remkes uit het rapport «Wat wel kan», hetherstel van vertrouwen tussen ondernemer en overheid. Zoals benoemdin de Kamerbrief van 12 januari jl. onderzoekt het Instituut voor PubliekeWaarden de werkwijze van de aanpak, met name aan de hand van deervaringen van ondernemers en gemeenten. Hieruit blijkt dat de huidigewerkwijze van een zaakbegeleider die bij de boer aan tafel zit als positiefwordt ervaren door ondernemers. Een zaakbegeleider ondersteunt, alsvast contactpersoon vanuit de overheid, de ondernemer bij het verkennenvan mogelijkheden binnen de aanpak en biedt begeleiding in het geheleproces. Ook ondersteunt de zaakbegeleider bij het leggen van contacttussen verschillende overheden en de ondernemer. Tevens wordt metdeze aanpak ingezet op een nauwe verbinding tussen uitvoering enbeleid. Zo wordt geleerd van deze aanpak en dat maakt bijsturing enaanpassing van beleid en regelingen mogelijk. Op deze manier wordt erbijgedragen aan het herstel van vertrouwen tussen ondernemer enoverheid. De werkwijze zal gedurende de gehele aanpak op onafhankelijkewijze worden beoordeeld. Zo wordt bevorderd dat er bijgestuurd wordtwaar nodig en kwaliteit geborgd wordt.Mede vanwege deze positieve ervaringen en om in contact te blijvenstaan met ondernemers wordt de werkwijze voortgezet en verbreed. Zozullen zaakbegeleiders, in samenwerking met de provincies, wordeningezet om PAS-melders te ondersteunen en te begeleiden. Ook bij andereregelingen wordt verkend of zaakbegeleiders ingezet kunnen worden.4) Potentiële stikstofreductie Lbv en Lbv-plus Uw Kamer heeft meermaals interesse getoond in de potentiële stikstofre-ductie die er met de aanpak piekbelasting wordt gerealiseerd. Dezeinteresse deel ik en daarom heb ik een analyse laten uitvoeren. Dezeambtelijke analyse ziet voor nu uitsluitend op de Lbv8 en Lbv-plus; eeninschatting voor de gehele aanpak is op dit moment niet te geven omdatnog niet alle regelingen open gestaan hebben. Deze regelingen zullen dekomende periode ook reductie opleveren. Naast effecten op stikstofe-missie en -depositie, hebben de Lbv en Lbv-plus ook effecten op andereopgaven zoals klimaat. Deze effecten zijn nu buiten beschouwing gelatenen worden op een later moment onderzocht.Specifiek voor de uitgevoerde analyse gelden er onzekerheden. Alvorensde uitkomsten van de analyse toe te lichten, hecht ik eraan deze onzeker-heden te benadrukken. De onzekerheden maken namelijk dat de uiteinde-lijke reductie meer of minder kan zijn dan wat in deze brief wordtbenoemd.8De Lbv is feitelijk geen onderdeel van de aanpak piekbelasting. Desalniettemin is de analysewel op deze regeling uitgevoerd omdat inzichten hieruit wel van belang zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1746 Het gaat nadrukkelijk om voorlopige inschattingen van de potentiëlereductie. De analyse is gedaan op basis van informatie die ter beschikkingis gesteld bij het Ministerie van LVVN over de aanvragen die voor de Lbven Lbv-plus zijn ontvangen. Zowel voor de Lbv als voor de Lbv-plus geldtdat er ondernemers zullen zijn die een aanvraag hebben gedaan maaruiteindelijk toch afzien van deelname. Ook geldt dat deelname aan deLbv-plus nog mogelijk is tot en met 20 december 2024. De kans isdaarmee aanwezig dat ondernemers in de komende weken nog besluitenom deel te nemen. Dit kan een positief effect hebben op de potentiëlereductie. Hoeveel ondernemers zullen deelnemen, staat dus nog niet vast.Eerder heb ik in het kader van de wijziging van de mestproductieplafondsbenoemd dat ik uitga van een deelnamepercentage aan de Lbv enLbv-plus van 65%.9 In het vervolgproces zullen deze en andere scenario’sworden doorgerekend n om meer inzicht te krijgen in de consequentiesvan verschillende deelname niveaus.Ondanks de genoemde onzekerheden, bieden de uitkomsten van deanalyse interessante inzichten. In algemene zin geldt dat de interesse inbeide regelingen hoog is. De oorspronkelijke budgetten van beideregelingen zijn lopende de openstellingsperioden overtekend. Om diereden heeft het vorige kabinet, met instemming van uw Kamer, beslotenom de budgetten voor deze regelingen te verhogen. Het budget voor deLbv was oorspronkelijk € 500 miljoen, dit is opgehoogd met€ 612 miljoen. De Lbv-plus kende een budget van € 975 miljoen. Hier is€ 850 miljoen aan toegevoegd.Uit de analyse blijkt dat de gemiddelde potentiële reductie van de Lbv- ende Lbv-plus regeling samen circa 34 mol bedraagt. De Lbv-plus kent eenlandelijk gemiddelde potentiële depositiereductie van circa 32 mol/ha/jaar.10 De Lbv kent een landelijk gemiddelde potentiële depositiereductievan circa 2 mol/ha/jaar. In dit scenario is de aanname gedaan dat alleondernemers die zich tot nu toe hebben aangemeld voor een van dezeregelingen ook daadwerkelijk deelnemen. Deze aanname is gedaan ominzicht te geven in deze maximale potentiële depositiereductie. Deverwachting is namelijk niet dat 100% van de ondernemers die zichhebben aangemeld gaan deelnemen. Om te illustreren dat de potentiëledepositiereductie op individuele natuurgebieden aanzienlijk kan zijn, is ereen drietal grotere natuurgebieden uitgelicht. Dit is weergegeven inonderstaande tabel (Tabel 1).Tabel 1: potentiële depositiereductie op specifieke gebieden bij een deelname van100% (mol/ha/jaar)LbvLbv-plusVeluwe041Groote Peel1797Maasduinen1568 Het kennisconsortium van PBL, RIVM en WUR heeft eerder dit jaargeraamd hoeveel reductie er verwacht wordt vanuit deze regelingen in hetjaar 2030.11 Op basis van de oorspronkelijke, niet verhoogde budgetten,9Kamerstuk 33 037, nr. 55910De analyse is gebaseerd op de aanmeldingen die bij RVO zijn ontvangen. De stikstof depositieis berekend op hexagonen waarbij sprake is van een (naderende) overbelasting, ten opzichtevan de strengste KDW op dat betreffende hexagoon; in emissiejaar 2022.11Voortgang stikstofbronmaatregelen en verwachte effecten in 2030, februari 2024, PBL, RIVMen WUR.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1747 werd geschat dat de Lbv-plus zou leiden tot een reductie van25–35 mol/ha/jaar en de Lbv tot een reductie van circa 9 mol/ha/jaar.Belangrijk om hierbij op te merken is dat de analyse van het kenniscon-sortium op andere aannames is gebaseerd dan de ambtelijke analyse. Zowordt er voor de ramingen van het kennisconsortium 2030 als referentie-scenario aangehouden. In de ambtelijke analyse is de Aerius Calculator2024 gebruikt met achtergrondinformatie van 2022.Om beter te kunnen vergelijken, is ook een analyse op basis van emissiesgemaakt. Uit deze analyse blijkt dat de potentiële emissiereductie2,9 kiloton bedraagt voor de Lbv-plus en 1,6 kiloton voor de Lbv. Hetkennisconsortium heeft geraamd dat met de Lbv-plus de emissie vanammoniak met 1,3–1,9 kiloton afneemt. Voor de Lbv wordt een emissiere-ductie van circa 1,1 kiloton ammoniak verwacht. De potentiële emissiere-ductie is daarmee fors hoger dan de raming van het kennisconsortium.Een belangrijke factor hierin is het budget: het kennisconsortium isuitgegaan van het oorspronkelijke budget voor deze regelingen terwijl deambtelijke analyse is uitgegaan van het aantal aanmeldingen tot nu toe,waar per definitie meer budget voor benodigd is om deze te kunnenhonoreren.Hoewel ik blij ben met de potentiële stikstofopbrengst staat tegelijkertijdvast dat de totale stikstofopgave aanzienlijk groter is. In de komendeperiode zal zich een duidelijker beeld gaan aftekenen over de daadwerke-lijke reductie die gerealiseerd wordt. Vanaf dat moment zal ook duidelijkgaan worden of vrijkomende ruimte voor andere doelen dan natuur benutkan worden. Daar waar dit het geval is, heeft het legaliseren vanPAS-melders prioriteit en kunnen vervolgens andere urgente enmaatschappelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.Tot slotIk ben ervan overtuigd dat we met het beschikbaar stellen van regelingenvoor alle ontwikkelpaden en met de uitkomsten van de ambtelijke analysestappen in de goede richting aan het zetten zijn. In lijn met het Regeerpro-gramma zal ik me de komende periode in blijven zetten voor maatregelendie leiden tot stikstofreductie en tegelijkertijd een goed toekomstper-spectief voor de ondernemers waarborgen. Samen met de ondernemerswil ik toe naar een toekomstbestendige landbouwsector.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1748

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2a6b8df6c66cbc04

14 okt 2026 · fef4658a052d0c94

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.