KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het WRR-rapport 'Europese vergrijzing in het vizier'

2 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3322f0f544221923 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid32 043Toekomst pensioenstelselNr. 143 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN FINANCIËN, VAN SOCIALEZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 december 2024Op 25 september jl. heeft de Wetenschappelijke Raad voor Regerings-beleid (WRR) het rapport «Europese vergrijzing in het vizier» gepubli-ceerd1. Met deze brief ontvangt u, mede namens de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid een kabinetsappreciatie.Het kabinet verwelkomt het WRR-rapport, dat aandacht vraagt voor eenthema met grote economische en maatschappelijke gevolgen. Het kabinetwaardeert in het bijzonder de uitgebreide analyse in het WRR-rapport vande risico’s van vergrijzing in andere EU-lidstaten voor de Europese Unie(EU) en Nederland en de mogelijkheden om hierop te anticiperen alsNederland. Het kabinetsbeleid zet in op het opvangen van de gevolgenvan vergrijzing met nationaal beleid, onder meer door langer doorwerkenfinancieel te belonen én te faciliteren. Het kabinet heeft daarnaast oogvoor de brede ontwikkelingen in de EU en zal in EU-verband aandacht(blijven) vragen voor het tijdig voorbereiden en implementeren vanhervormingen die de arbeidsparticipatie onder ouderen kunnen verhogen.Het kabinet zal de analyse, inzichten en aanbevelingen van de WRRdaarbij ter harte nemen.Onderstaand wordt een korte samenvatting van het WRR-rapportgegeven, gevolgd door een appreciatie.Samenvatting WRR-rapportDe Europese bevolking bestaat voor een toenemend aandeel uit ouderen.De WRR laat in haar rapport zien dat de «grijze druk» – het aantal ouderenten opzichte van het aantal mensen van werkende leeftijd2 – de komendedecennia blijft toenemen. In de EU neemt deze ratio toe van ongeveer 1oudere per 3 mensen van werkende leeftijd nu, naar bijna 2 op 3 in 2070.1Europese vergrijzing in het vizier. Omgaan met pensioen- en begrotingsrisico’s | Rapport | WRR2De WRR hanteert in het rapport 65+ t.o.v. 20–64-jarigen. kst-29389-143ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1431 De toenemende vergrijzing stelt Europese samenlevingen voor groteuitdagingen, onder meer op het gebied van pensioenen en begrotingen.Een steeds kleiner aantal werkenden moet immers de pensioenuitke-ringen en bredere vergrijzingskosten van een steeds groter aandeelouderen opbrengen. De mate waarin lidstaten hiermee worden gecon-fronteerd, verschilt. Nederland zit volgens het WRR-rapport in eenuitzonderingspositie doordat de bevolking ten opzichte van andereEU-lidstaten relatief weinig vergrijst en de pensioenvermogens relatiefgroot zijn. Het rapport richt zich daarom op de gevolgen voor Nederlandvan de vergrijzing in andere Europese landen. Ook benadrukt het rapporthet belang om als Nederland na te denken over de manier waarop we onsverhouden tot de vergrijzingsproblematiek van andere landen. Het rapportricht zich daarbij met name op de pensioenrisico’s en de brederemaatschappelijke impact daarvan.Door de wederzijdse economische en politieke afhankelijkheid binnen deEU en vanuit het Nederlandse handelsperspectief is er zowel een directeals een indirecte impact van de vergrijzing in de EU-lidstaten opNederland.De WRR identificeert vier mogelijke en samenhangende risico’s voorNederland en Europa.1)Economische stagnatie:De toenemende pensioen- en zorgkosten kunnen volgens de WRR opmeerdere manieren leiden tot economische stagnatie, afhankelijk vande wijze waarop deze kosten worden opgevangen. Het opvangen vande kosten via hogere lasten voor werkenden en/of bedrijven heeftnegatieve gevolgen voor de arbeidsparticipatie. Als toenemendekosten worden opgevangen door een versobering van publiekediensten (zoals onderzoek, onderwijs, infrastructuur), dan kan dit op deeconomische groei drukken. Als toenemende kosten worden opgevan-gen door een versobering van de pensioenen, dan raakt het dewelvaart van een steeds groter wordende groep die juist door dezetoenemende omvang een groter economisch belang ontwikkelt.Economische stagnatie in andere lidstaten kan Nederland raken,aangezien het economisch nauw is verweven met andere EU-lidstaten.Van die verwevenheid is sprake via handelsbetrekkingen, en ook viaNederlandse pensioenvermogens die voor een groot deel in andereEU-landen zijn geïnvesteerd.2)Hoge staatsschulden en divergentie:Indien de toenemende pensioenkosten leiden tot hogere staatsschul-den kan dit volgens de WRR leiden tot financiële instabiliteit. Toenamevan staatsschulden van sommige lidstaten zet ook het nakomen vanEuropese budgettaire afspraken onder druk. De WRR wijst erop datlanden met een relatief grote pensioen- en/of vergrijzingsuitdaging opdit moment ook al relatief hoge schulden hebben, met budgettaire eneconomische druk als gevolg. De vergrijzing kan zorgen voor toene-mende economische divergentie onder meer op het gebied vanschuldniveaus.3)Opwaartse druk op de inflatie:De WRR argumenteert dat vergrijzing tot opwaartse inflatiedruk leidtdoor de toenemende personeelsschaarste. Daarnaast wijst de WRR ophet risico van druk op de Europese Centrale Bank (ECB) om derentelasten laag te houden bij groeiende Europese staatsschulden. Datzou verder bijdragen aan opwaartse druk op de inflatie. Inflatie isnadelig voor (pensioen)vermogens, omdat de reële waarde hiervandaalt. Daarnaast kan (hogere) inflatie volgens de WRR ook leiden toteconomische onzekerheid en politieke en maatschappelijke onvrede.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1432 4)Maatschappelijke en politieke spanningen binnen en tussen landen:Als gevolg van bovenstaande risico’s kunnen maatschappelijke enpolitieke spanningen binnen en tussen landen toenemen. Economi-sche stagnatie, oplopende kosten van vergrijzing en onvoldoendesteun voor hervormingen die deze kosten moeten drukken, kunnenleiden tot maatschappelijke onrust. Daarnaast kan toenemendedivergentie tussen landen leiden tot uiteenlopende visies op Europeesbeleid.Volgens de WRR is het evenwel mogelijk om binnen de EU een vergrij-zingsbestendig sociaaleconomisch- en pensioenbeleid te voeren. Ditbeleid moet mensen onder andere stimuleren en faciliteren om langerdoor te werken. Een hogere arbeidsparticipatie kan de vergrijzingslastenbeter opvangen. De WRR maakt duidelijk dat de alternatieven, zoalsversobering van pensioenen, verschraling van andere publieke diensten,hoge lasten of hogere staatsschulden, minder aantrekkelijk zijn.De WRR argumenteert daarom dat nationaal en Europees beleid nodig isdat de grootte van de vergrijzingsopgave adresseert. De WRR steltdaarvoor drie beleidsrichtingen voor, met daarbinnen achtsub-aanbevelingen:BeleidsrichtingAanbevelingAnticipeer op eenvergrijzende EU enbereid de samenlevinghierop voor1aMonitor de Europese vergrijzing en de beleidsrespons daarop.1bBouw partnerschappen om pensioen- en vergrijzingsrisico’s opde Europese politieke agenda te zetten en te houden.Stuur op EU-niveau opvergrijzingsbestendigsociaaleconomisch- enpensioenbeleid2aZet EU-breed in op beleid dat meer en langer werken doorzoveel mogelijk mensen faciliteert en stimuleert.2bVersterk onafhankelijke Europese instituties op het gebied vanbegrotingen, vergrijzing en pensioenen.2cMaak vergrijzingsbestendige Europese economieën eenspeerpunt van de Nederlandse inzet in EU-onderhandelingen.Bescherm op nationaalniveau tegen mogelijknegatieve gevolgen vanEuropese vergrijzing3aBlijf inzetten op een vergrijzingsbestendige Nederlandsesamenleving en economie.3bDemp de impact op Nederland van de economische risico’s vanEuropese vergrijzing.3cHaal handels- en investeringsbanden aan met landen met eendemografisch dividend. KabinetsappreciatieAlgemeenBinnen de EU bevindt Nederland zich in een bijzondere positie door onzerelatief grote pensioenvermogens en beperkte vergrijzing in vergelijkingmet andere EU-lidstaten. Ondanks deze gunstige uitgangspositie maakt deWRR duidelijk dat de oplopende kosten van vergrijzing een probleemvormen voor álle EU-lidstaten, dat dit de Nederlandse belangen kan rakenen dat het voor Nederland zaak is dit te onderkennen en hierop in tespelen.Het kabinet erkent de sterke druk die toenemende vergrijzing op deeconomie en maatschappij legt, zowel op nationaal als op EuropeesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1433 niveau. De Staatscommissie Demografische Ontwikkeling 20503 brachtrecent de demografische ontwikkelingen in Nederland tot 2050 in kaart,zoals dubbele vergrijzing, een stagnerend arbeidsaanbod en migratie,eveneens als de handelingsperspectieven om de brede welvaart inNederland te behouden. Het rapport van de WRR vult hierop aan doormeer inzicht te geven in de gevolgen van en handelingsperspectievenvoor Europese vergrijzing. De door de WRR geschetste risico’sbenadrukken voor het kabinet de urgentie van de huidige kabinetsinzet.Die richt zich zowel op het indammen van de vergrijzingsgevolgen opnationaal niveau, als het in EU-verband onderstrepen van het belang vanlanger doorwerken.In het regeerprogramma schetst het kabinet hoe zij op verschillendedomeinen nationaal inzet op de vergrijzingsbestendigheid van Nederland,via keuzes op financieel-economisch gebied en een brede arbeidsmarkt-agenda voor arbeidsmarktkrapte. Zo werkt het kabinet toe naar eenhoogwaardige, innovatieve en inclusieve economie. Daarin zet het kabinetin op het verhogen van de duurzame arbeidsparticipatie en het verbeterenvan de matching op de arbeidsmarkt. In aansluiting op het advies van deWRR vormt het wegnemen van belemmeringen om langer door te werkenhier onderdeel van. Daarnaast zal het kabinet scherper kijken naar watvoor arbeidsvraag zij stimuleert via beleid (zoals subsidies, fiscalefaciliteiten en regelgeving) en geeft het kabinet prioriteit aan verhogingvan de kwaliteit van werk en productiviteit door innovatie en detoepassing van arbeidsbesparende technologieën te stimuleren. Ookonderschrijft het kabinet het belang van begrotingsdiscipline. Nederlandheeft een goede uitgangspositie door onder meer de koppeling van onzeAOW-leeftijd aan de levensverwachting en de (nog altijd) relatief lageoverheidsschuld. Solide financieel beleid is een belangrijke voorwaardeom te waarborgen dat er ook in de toekomst voldoende financiële bufferszijn om de economie te stabiliseren als dit noodzakelijk is. Het kabinetheeft bij de Miljoenennota 2025 een eerste stap gezet in de beheersingvan de overheidsuitgaven, maar in de komende jaren is nog meer nodigom de schuldquote te stabiliseren vanwege de stijgende vergrijzings-kosten.Het kabinet waardeert de inzet van de WRR om aan een groter Nederlandsbewustzijn van de Europese dimensie van vergrijzing een concretebeleidsinzet te verbinden. Het kabinet ziet hiervoor tegelijkertijd beperktconcrete ruimte, gegeven de al bestaande activiteiten en instituties, deverdeling van competenties binnen de EU, en de bredere belangen dieNederland bij zijn inzet moet meewegen. In EU-verband blijft het kabinetaandacht vragen voor implementatie van hervormingen die de arbeids-participatie onder ouderen kunnen verhogen en de overheidsfinanciënvan lidstaten vergrijzingsbestendiger maken. Daarnaast blijft het kabinetzich inzetten voor het versterken van onderzoek en innovatie in de EU omde productiviteit van de beroepsbevolking te vergroten, zoals onlangs inhet rapport over concurrentievermogen van Draghi aanbevolen4. Ookvolgt het kabinet de Europese ontwikkelingen op het gebied vanvergrijzing en Europese overheidsfinanciën. Zo publiceert de EuropeseCommissie jaarlijks de «Debt Sustainability Monitor»5 over dehoudbaarheid van de overheidsfinanciën in de Europese lidstaten op dekorte, middellange en lange termijn. Vergrijzing wordt hierin meege-nomen. Elke drie jaar publiceert de Europese Commissie het «Ageing3Europees Nederland | Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050(staatscommissie2050.nl)4The future of European Competitiveness Part A – A competitiveness strategy for Europe5Debt Sustainability Monitor 2023 – European Commission (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1434 Report»6 over de verwachte demografische ontwikkelingen in lidstaten ende bijbehorende kosten. Ook publiceert de Commissie het «PensionAdequacy Report»7 over de mate waarin pensioenen en pensioensys-temen in de verschillende lidstaten toereikend zijn.Hieronder is per aanbeveling een reactie opgenomen.Aanbeveling 1a: Monitor de Europese vergrijzing en de beleidsresponsdaaropNaar aanleiding van de conclusies van de Staatscommissie heeft hetkabinet toegezegd om een verkenning uit te voeren naar de wijze waaropde samenwerking op demografie binnen het Rijk kan worden georgani-seerd en een demografische kennisinfrastructuur opgezet kan worden.Hierin wordt gekeken naar de monitoring van de demografische ontwikke-lingen in Nederland. Het kabinet onderschrijft daarbij het belang vangoede informatie over de Europese ontwikkelingen op het gebied vanvergrijzing en zal dit meenemen in de verkenning. De analyses van deEuropese Commissie en de Organisatie voor Economische Samenwerkingen Ontwikkeling (OESO) zullen hiervoor als basis dienen. Daarbij acht hetkabinet het van belang deze monitoring vorm te geven, door bij het inbeeld brengen van de effecten van vergrijzing in te gaan op verschillentussen groepen.Aanbeveling 1b: Bouw partnerschappen om pensioen- en vergrijzings-risico’s op de Europese politieke agenda te zetten en te houdenHet kabinet onderstreept de noodzaak van het blijven investeren in eengoede samenwerking met Europese lidstaten en instellingen, alsmede eenuitstekende informatiepositie in Brussel, bij de ECB en de nationalehoofdsteden. Het kabinet ziet meerwaarde in het bespreken van thema’szoals pensioenen, vergrijzing en demografische ontwikkelingen inrelevante Europese gremia, zoals de Raad van de EU (de Raad).8 Zo istijdens de informele Ecofinraad van september jl. gesproken over dedemografische uitdagingen9 en vond er op 18 en 19 november eenInformele Raad over demografie plaats. Uit de politieke richtsnoeren vande nieuwe Commissie Von der Leyen valt op te maken dat demografie dekomende periode op de Europese agenda zal blijven staan10.De bestaande overlegstructuren bieden voldoende mogelijkheid omdiscussies over vergrijzing en pensioenen te voeren en daarbij desamenwerking met andere lidstaten te zoeken. Het kabinet zal waarmogelijk en relevant bijdragen aan uitwisseling en coördinatie rondvergrijzingsbestendig sociaaleconomisch beleid. Het kabinet ziet daaromop dit moment niet de meerwaarde of noodzaak van een afzonderlijkeEuropese werkgroep op het gebied van pensioenen en vergrijzing, zoalsdoor de WRR wordt voorgesteld.62024 Ageing Report. Economic and Budgetary Projections for the EU Member States (2022–2070) – European Commission (europa.eu)7The 2024 pension adequacy report – Publications Office of the EU (europa.eu)8Door middel van reeds bestaande Raadswerkformaties en bijbehorende ambtelijke werk- enexpertgroepen, zoals het Economisch Beleidscomité (EPC), het Economisch en Financieelcomité (EFC), het Sociaal Beschermingscomité (SPC), en de Working group on AgeingPopulations and Sustainability (AWG).9Verslag Eurogroep en informele Ecofinraad 13 en 14 september 2024 | Publicatie |Rijksoverheid.nl10Political guidelines for the next European Commission 2024–2029Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1435 Aanbeveling 2a: Zet EU-breed in op beleid dat meer en langer werkendoor zoveel mogelijk mensen faciliteert en stimuleertNet als de WRR ziet het kabinet een verhoging van de arbeidsparticipatie,in het bijzonder die van ouderen, als een belangrijk onderdeel in deaanpak van de uitdagingen van vergrijzing en arbeidsmarktkrapte. Denetto arbeidsparticipatie van ouderen kent een stijgende trend in Europa,waarbij Nederland één van de koplopers is (met een netto arbeidspartici-patie van 69% onder 60- tot 65-jarigen in het tweede kwartaal van 2024).Het kabinet vindt het belangrijk om deze trend door te zetten. Verhogingvan de pensioenleeftijd en stimulerende maatregelen om langer door tewerken kunnen hieraan bijdragen.In Nederland zijn de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomenom mensen langer door te laten werken, passend bij de stijgendelevensverwachting. Een voorbeeld hiervan is de 2/3-koppeling van deAOW-leeftijd aan de levensverwachting. Ook werken het kabinet ensociale partners, als onderdeel van het onderhandelaarsakkoord «gezondnaar het pensioen», een gerichte en doeltreffende agenda voor duurzameinzetbaarheid uit. Die agenda draagt bij aan gezond langer doorwerken.De agenda bevat in ieder geval maatregelen om de arbeidsomstandig-heden te verbeteren en om mensen tijdig van zware naar lichtere functieste begeleiden. Voor mensen waarvoor het nog niet haalbaar is om gezondde AOW-leeftijd te bereiken hebben het kabinet en sociale partners eenbeheerste en meer gerichte regeling voor vervroegd uittredenafgesproken. Daarnaast is het wettelijk aantrekkelijker gemaakt omAOW’ers in dienst te nemen, doordat de loondoorbetaling bij ziekte vanAOW’ers per 1 juli 2023 is ingekort van dertien naar zes weken. Ook wordtde Seniorenkansenvisie voortgezet die zich richt op een versnelling van demaatschappelijke herwaardering van senioren en het verder verbeterenvan hun arbeidsmarktpositie.Daarnaast onderstreept het kabinet net als de WRR het belang van hetwegnemen van de belemmeringen om langer door te werken voorouderen. Bijvoorbeeld door ruimte te creëren voor het combineren vanwerk en mantelzorg. Zo wil het kabinet de bekendheid van het recht opflexibel werken vergroten en het kort- en langdurend zorgverlof samen-voegen tot een mantelzorgverlof. De WRR wijst tevens op het belang vaninzet voor omscholing en een leven lang ontwikkelen (LLO) voorwerkenden. Met het Programma Leercultuur draagt het kabinet bij aan hetversterken van de leer- en ontwikkelcultuur met aandacht voor informeelen (non-)formeel leren. Ook werken de ministeries van SZW en OCW inco-creatie met vertegenwoordigers van sectoren aan het ontwikkelen enimplementeren van sectorale ontwikkelpaden, waarmee het kabinetbeoogt bij te dragen aan het verlichten van personeelstekorten, dere-integratie van werkzoekenden en een leven lang ontwikkelen voorwerkenden. Verder heeft het kabinet oog voor digitale inclusie, onderandere door mensen digitale (basis-)vaardigheden aan te leren zodat zijvolledig mee kunnen doen in de arbeidsmarkt en breder in demaatschappij. Ook zet het kabinet in op een verbeterde matching tussenwerkzoekenden en werkgevers, door de dienstverlening rond werk enscholing via één regionaal werkcentrum per arbeidsmarktregio aan tebieden. Het kabinet zal haar plannen verder uitwerken binnen een brederearbeidsmarktagenda.Binnen de EU behoort het sociale beleid op gebied van pensioenen enarbeidsparticipatie grotendeels tot de nationale competentie van lidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1436 In het Europees Semester11 vindt wel Europese coördinatie op het gebiedvan economisch, begroting- en arbeidsmarktbeleid plaats. Nederland zalook in Europees verband het belang blijven onderstrepen van maatre-gelen die langer en meer werken stimuleren. Daarbij vindt het kabinet hetbelangrijk om goede ervaringen met beleid tussen lidstaten onderling tedelen.In de EU is er reeds aandacht voor het verhogen van de arbeidspartici-patie, het belang van vaardigheden en een leven lang ontwikkelen. In deEuropese pijler van sociale rechten is het recht op opleiding en leven-lang-ontwikkelen opgenomen12, waaraan vervolgens in de Europesevaardighedenagenda kwantitatieve doelstellingen zijn gekoppeld. Hoewelde EU relatief weinig bevoegdheden heeft om instrumenten voor testellen op het gebied van vaardigheden, staan lidstaten op dit gebied welvoor gedeelde uitdagingen. Daarom zet het kabinet in op het onder deaandacht brengen van nationaal beleid over het belang van een sterkeleer- en ontwikkelcultuur en de waarde van informeel leren. In hetEuropees Jaar van de Vaardigheden organiseerde Nederland een onlineconferentie over deze onderwerpen.13Naast het verhogen van de duurzame arbeidsparticipatie, acht het kabinethet vergroten van de productiviteitsgroei van groot belang om te kunnenanticiperen op Europese vergrijzing. Het kabinet zet zich hier op nationaalniveau voor in (zie hiervoor ook appreciatie 3a), maar vindt het ook zaakom hier EU-breed prioriteit aan te geven, onder andere door in te zettenop onderzoek en innovatie.Aanbeveling 2b: Versterk onafhankelijke Europese instituties op hetgebied van begrotingen, vergrijzing en pensioenenDe WRR benoemt in haar rapport dat er binnen de Europese Unieverschillende instanties en raamwerken zijn die toezien op vergrijzing,pensioenen en overheidsfinanciën. De WRR noemt in dit verband onderandere de Working group on Ageing Populations and Sustainability(AWG), de landspecifieke aanbevelingen in het kader van het EuropeesSemester, de herziene Europese begrotingsregels en het EuropeesBegrotingscomité (European Fiscal Board, EFB) dat als onafhankelijkinstituut advies kan uitbrengen over de implementatie van de Europesebegrotingsregels. De herziene Europese begrotingsregels houden daarbijspecifiek rekening met de vergrijzingslasten op de (middel)lange termijn.Lidstaten krijgen een begrotingsopgave die moet zorgen voor een dalendeof laag blijvende schuld op de middellange termijn, waarbij de toene-mende vergrijzingskosten op die middellange termijn een gegevenvormen.Het kabinet is van mening dat de huidige Europese raamwerken eninstituten de vergrijzing in samenhang met de overheidsfinanciënvoldoende monitoren en lidstaten voorzien van een prikkel om huneconomieën vergrijzingbestendig te maken. Met de herziening van deEuropese begrotingsregels zijn deze raamwerken en instituten bovendiennog zeer recent tegen het licht gehouden. Daarbij is, mede door de inzetvan Nederland, ook de positie van de EFB versterkt. Verdere versterkingvan Europese instituties op de gebieden van begroting en vergrijzing achthet kabinet op dit moment daarom niet opportuun. Mochten zich daartoekansen voordoen in de toekomst, dan staat het kabinet daarvoor open.11Het Europees Semester heeft als basis artikel 121 en 148 van het Verdrag van de Werking vande Europese Unie. Voor meer informatie over het Europees Semester zie ook: Het EuropeesSemester (europa.eu)12European Pillar of Social Rights 2017/C 428/0913Enhancing informal learning and learning culture – European Union (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1437 De WRR beveelt aan om in te zetten op een meer verplichtendetoepassing van conditionaliteit ten aanzien van vergrijzing en pensioenenbij de verstrekking van EU-middelen. Het kabinet zal dit idee inoverweging nemen in Europese discussies. Wanneer aspecten vannationale verzorgingsstaten onder dwingendere invloed van Europeseaanbevelingen komen te staan, vergt dit volgens de WRR mogelijk eensterkere democratische inbedding van de besluitvorming op EU-niveau.Het kabinet merkt op dat de conditionaliteit, zoals toegepast in het kadervan de herstel- en veerkrachtfaciliteit, gebaseerd is op wetgeving die isaangenomen door de Raad en het Europees Parlement14 en daarmee eensterke democratische inbedding heeft.Aanbeveling 2c: Maak vergrijzingsbestendige Europese economieën eenspeerpunt van de Nederlandse inzet in EU-onderhandelingenDe WRR adviseert om in Europese onderhandelingen vergrijzingsbesten-digheid van sociaaleconomisch- en pensioenbeleid een speerpunt temaken. Als «wisselgeld» voor toezeggingen van andere landen zalNederland daarbij volgens de WRR in sommige gevallen zelf concessiesmoeten doen. De Nederlandse inzet in EU-onderhandelingen vereist eenbrede afweging van belangen, op diverse thema’s. Het kabinet erkent datde vraagstukken op gebied van vergrijzing en pensioen van belang zijn.Volgens de WRR kan het in de toekomst in het brede Nederlandse belangzijn om Europese landen met een grote opgave op het gebied vanvergrijzing (in)direct te ondersteunen via bijvoorbeeld verdere budgettaireintegratie of gezamenlijke schulden. Het kabinet is, zoals ook opgenomenin het Regeerprogramma, geen voorstander van het aangaan vangemeenschappelijke schulden voor nieuwe Europese instrumenten. Het isook onduidelijk hoe de uitgifte van gezamenlijke schuld daadwerkelijk zoukunnen zorgen voor meer structurele hervormingen op gebied vanbijvoorbeeld pensioenen. Ondersteuning van Europese lidstaten met eengrote vergrijzingsopgave kan de prikkel om op nationaal niveau mitige-rende maatregelen te nemen juist verminderen. Volgens de WRR kan ookeen grotere mate van conditionaliteit op het gebied van pensioenen eenvorm van wisselgeld zijn, om hiermee hervormingen af te dwingen in ruilvoor steun. Het kabinet wil er echter voor waken dat er concrete enblijvende stappen op gebied van bijvoorbeeld gemeenschappelijkeschuldfinanciering worden gezet, terwijl de daaraan gekoppelde afsprakenover het economisch beleid een onzekere opvolging door lidstatenkennen.Aanbeveling 3a: Blijf inzetten op een vergrijzingsbestendige Nederlandsesamenleving en economieDe WRR beveelt aan om te blijven hervormen om de Nederlandseeconomie en samenleving bestendiger te maken tegen vergrijzing enverwijst hiervoor onder meer naar de aanbevelingen van het rapport vande Staatscommissie Demografie. Het kabinet onderschrijft het belang vanaanbevolen hervormingen om de samenleving en economie bestendigerte maken tegen vergrijzing. Zo zet dit kabinet, in lijn met het advies van deStaatscommissie Demografie, onder meer in op een innovatieve,inclusieve en hoogwaardige economie. Daarin gaat het kabinetlaagwaardige arbeidsmigratie onder slechte omstandigheden tegen enkijkt het kabinet samen met sectoren hoe zij productiever kunnen wordenvia de productiviteitsagenda. Een ander belangrijk element is volgens deWRR om mensen zo lang en goed mogelijk inzetbaar te houden door14Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 totinstelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1438 langer doorwerken te faciliteren en omscholing toegankelijker te maken.Zie hiervoor ook bovenstaande aanbeveling 2a. Daarbij is ook van belangom aandacht te hebben voor verschillen tussen groepen, zoals de druk dievergrijzing bijvoorbeeld legt op groepen die mantelzorg moeten combi-neren met werk en/of onderwijs en scholing. Bijkomend aandachtpunt isonder meer de relatief kwetsbare positie van veel vrouwen, die gemiddeldeen relatief lagere pensioenopbouw hebben en relatief minder vaakfinancieel zelfstandig zijn.Aanbeveling 3b: Demp de impact op Nederland van de economischerisico’s van Europese vergrijzingDe WRR adviseert om Nederlandse pensioenvermogens te beschermentegen het risico van waardevermindering als gevolg van hogere inflatie,door buiten de EU te beleggen. Het kabinet onderschrijft het belang vaneen gediversifieerde beleggingsportefeuille en een zorgvuldige wegingvan risico’s. De risico’s van investeringen in Europese landen, die relatiefhard geraakt worden door vergrijzing, zullen daarbij onder andere moetenworden afgewogen tegen de soms hogere politieke risico’s van investe-ringen in opkomende economieën met een groot demografisch dividend.Het is aan de pensioenfondsen zelf om deze afweging te maken binnen deEuropese kaders (zoals IORP ll) en de Nederlandse Pensioenwet.Aanbeveling 3c: Haal handels- en investeringsbanden aan met landen meteen demografisch dividendDe WRR doet de aanbeveling dat Nederland zich deels tegen Europesevergrijzing kan beschermen door handels- en investeringsbanden aan tehalen met landen en regio’s zoals India, Indonesië en Latijns-Amerika meteen relatief jongere populatie. Dit kan de economische impact vanvraaguitval binnen Europa dempen. De WRR pleit voor versterking van deNederlandse economische diplomatie en voor een inzet op handels-akkoorden met deze landen.Het kabinet onderschrijft het belang van economische diplomatie voorNederland en de rol die het postennet daarbij heeft, waaronder tenaanzien van opkomende economieën. EU-handelsakkoorden kunnendaarbij een belangrijke rol spelen. Handelsakkoorden vergroten demogelijkheden voor diversificatie van handelsstromen en dragen bij aanonze economische weerbaarheid. Het kabinet erkent het belang omhandel te drijven met een diverse groep landen. De keuzes op welkelanden de economische diplomatie zich richt en met welke landenonderhandeld wordt over handelsafspraken hangen echter van meerderefactoren af. Het is niet alleen afhankelijk van demografische ontwikke-lingen. Het kabinet beoordeelt ieder handelsakkoord op zijn meritesvoordat het kabinet een positie in de EU inneemt over ratificatie.Tot slot wil het kabinet benadrukken dat het de WRR zeer erkentelijk isvoor haar rapport en de nuttige inzichten.De Minister van Financiën,E. HeinenDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumDe Minister van Buitenlandse Zaken,C.C.J. VeldkampTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1439

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 095a47bfea99fec9

14 okt 2026 · 4e844242c8d49f1e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.