KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek van het lid Keijzer, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 18 mei 2016, over de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, die uitgesproken heeft dat huishoudelijke verzorging een taak blijft van de gemeente

19 mei 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0babd51373261637 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 29 538Zorg en maatschappelijke ondersteuning Nr. 216 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 19 mei 2016 In vervolg op het verzoek van uw Kamer bij de regeling van werkzaam-heden op 18 mei (Handelingen II 2015/16, nr. 84, Regeling van Werkzaam-heden) jongstleden, informeer ik u hierbij over de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de Wmo 2015. De belangrijkste conclusie die ik uit de uitspraak inzake de gemeente Utrecht trek is dat de CRvB bevestigt dat huishoudelijke verzorging een prestatie is die onder de Wmo 2015 valt. Ik ben blij dat de CRvB bevestigt dat er altijd maatwerk geleverd moet worden, voor iedereen die dat nodig heeft. Dat staat naar mijn oordeel ook helder in de wet. Maatwerk is een van de uitgangspunten van de hervorming van de langdurige zorg. Een en ander is ook steeds zo besproken met uw Kamer en gemeenten. Na deze uitspraak van de CRvB kan over dit alles dus geen twijfel meer bestaan. Deze uitspraak van de CRvB is in overeenstemming met de wijze waarop ik de Wmo 2015 heb bedoeld. Op grond van de wet bestaat, indien na een zorgvuldig – met wettelijke waarborgen omgeven – onderzoek blijkt dat aan de geldende voorwaarden is voldaan, recht op maatschappelijke ondersteuning. Daaronder valt ook huishoudelijke verzorging. Dat vraagt om een persoonlijk gesprek met de burger en een luisterend oor van de gemeente. De Centrale Raad stelt daarbij duidelijk dat geen enkel aanknopingspunt gevonden is dat de overheid met de nieuwe Wmo heeft willen breken met de Wmo 2007 – waar huishoudelijke hulp al een onderdeel van was. Dat stemt me tevreden, want dat was namelijk ook nooit de intentie. Verder spreekt de CRvB in de zaak tegen de gemeente Utrecht uit dat de omvang van de basismodule van 78 uur schoonmaak op jaarbasis niet berust op objectieve criteria, vastgesteld op basis van onafhankelijk onderzoek. Hierdoor kan niet beoordeeld worden of de genoemde 78 uur in het algemeen toereikend is voor een schone en leefbare woning, dan wel voor schone en draagbare kleding. kst-29538-216ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 538, nr. 2161 In de zaak betreffende de gemeente Aa en Hunze spreekt de CRvB uit dat de gemeente een cliënt niet mag doorverwijzen naar private schoonmaak-ondersteuning en dat de algemene voorziening op basis waarvan de doorverwijzing plaatsvond geen algemene voorziening is in de zin van de Wmo 2015. In de zaak betreffende Rotterdam trekt de CRvB de conclusie dat de wijze waarop de gemeente huishoudelijke verzorging toekent een duidelijke maatstaf mist en in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Rode draad in bovenstaande uitspraken is dat er sprake moet zijn van onafhankelijk onderzoek en van maatwerk. Dit in lijn met de wet en de bedoeling daarvan. Mijn beeld is dat een groot deel van de gemeenten de Wmo 2015 uitvoert in overeenstemming met de uitspraken van de CRvB. Voor een aantal gemeenten betekenen deze uitspraken dat ze hun beleid en handelen zullen moeten aanpassen. Ik zal de gemeenten direct informeren over deze belangrijke uitspraken die de CRvB heeft gedaan en hen actief oproepen hun beleid en uitvoering van de Wmo 2015 ingeval dat nodig is zo snel als mogelijk in lijn te brengen met de uitspraken die zijn gedaan. Ik vertrouw erop dat gemeenten hiermee voortvarend aan de slag gaan en zal hier ook op actief toezien. Ik zal gemeenten die dit nalaten aanspreken, waarbij ik uiteraard de gebruikelijke stappen van de escalatieladder in acht zal nemen. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van RijnTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 538, nr. 2162

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9ddcefd8eec37188

14 okt 2026 · 7931f2becf142f4b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.