KamerkringInloggen
Kamerstuk

Tweeminutendebat Verkiezingen (CD 23/9) (ongecorrigeerd)

7 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 755c1eea41627df2 · officiële bron

Verkiezingen Verkiezingen Aan de orde is het tweeminutendebat Verkiezingen (CD d.d. 23/09). De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verkiezingen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is aanwezig. Er hebben zich een zestal leden ingeschreven, waarvan vijf met spreektijd. Ik geef als eerste het woord aan de heer Clemminck. Hij voert het woord namens de fractie van JA21. Gaat uw gang. De heer Clemminck (JA21): Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het commissiedebat wil ik opmerken dat Nederland een wat lakse houding heeft gehad in het scheiden van kerk en staat. Nu worden we geconfronteerd met een nieuwe religie en cultuur die daar assertief mee omgaat. Wij worden daardoor weer met de neus op de feiten gedrukt dat wij scherper moeten zijn op wat wij wel en niet toestaan vanuit de scheiding tussen kerk en staat. Voorzitter. Ik heb één motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gemeenten ook gebedshuizen, zoals kerken, moskeeën en synagogen, als stemlokaal kunnen aanwijzen; van mening dat stemmen in een gebedshuis op gespannen voet staat met de scheiding van kerk en staat, ongeacht om welke godsdienst het gaat; overwegende dat vervangende stemlokalen bereikbaar en toegankelijk moeten zijn en dat gemeenten voldoende tijd nodig hebben om geschikte locaties te vinden; verzoekt de regering om, in overleg met gemeenten en de Kiesraad, een plan van aanpak op te stellen om het gebruik van gebedshuizen als stemlokaal op termijn uit te faseren, de gevolgen voor bereikbaarheid, toegankelijkheid, capaciteit en kosten in kaart te brengen en te bezien welke aanpassing van wet- en regelgeving nodig is, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck. Zij krijgt nr. 109 (35165). De heer Clemminck (JA21): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Abdi. Zij voert het woord namens de fractie van PRO. Gaat uw gang. Mevrouw Abdi (PRO): Dank, voorzitter. Ik heb één motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat veel Nederlanders die in het buitenland wonen nu niet gebruikmaken van hun stemrecht en dat voor een deel van deze kiesgerechtigden de praktische belemmeringen waar zij tegenaan lopen bij het stemproces hier mede aan ten grondslag liggen; overwegende dat het in het licht van de uitoefening van het stemrecht van belang is dat alle kiesgerechtigden op een laagdrempelige manier in staat moeten zijn om hun stem uit te brengen; verzoekt de regering om in overleg met de gemeente Den Haag en de belangenbehartigers van Nederlanders in het buitenland te bezien welke concrete stappen gezet kunnen worden om het verkiezingsproces voor Nederlanders in het buitenland eenvoudiger en laagdrempeliger te maken, en de Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2027 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Abdi en Mohandis. Zij krijgt nr. 110 (35165). De voorzitter: Dank u wel. De heer Vermeer had zich ingeschreven, maar ik zie dat mevrouw Van der Plas hem gaat vervangen. Dat doet zij namens de BBB-fractie. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het demonstratierecht geen vrijbrief is … O, sorry. Mag ik even terug? Ik heb de moties van het vorige debat meegenomen, sorry. Laat iemand anders maar even eerst gaan. Ik kom zo terug. De voorzitter: Ja. Dan geef ik het woord aan mevrouw Huizenga. Zij voert het woord namens de D66-fractie. Gaat uw gang. Mevrouw Huizenga (D66): Voorzitter, dank u wel. We hebben een goed commissiedebat gevoerd met de minister. Om de stemmingen van komende dinsdag wat korter te maken dan die van gisteren, zijn er vanuit D66 geen moties. Ik ben wel blij met een aantal toezeggingen. Wat D66 betreft kunnen we snel aan de slag met het nieuwe kiesstelsel. De brief daarover zien we graag tegemoet. Ik ben ook blij dat de minister gaat kijken naar de vlaginstructie rond de verkiezingen. Dat zou een heel mooi teken van trots op onze democratie zijn. Ik zal zelf in ieder geval op 17 maart de vlag hijsen en ik hoop vele Nederlanders met mij. Tot slot. We hebben ook gesproken over een proef met digitaal stemmen voor Nederlanders in het buitenland. D66 blijft daar voorstander van. De minister stuurt nog een brief met de afwegingen van het kabinet om dat niet te willen of te kunnen. Ik wil hem vragen of hij daarin ook wil ingaan op de kwetsbaarheden van het huidige systeem voor deze kiezers en hoe hij die meeweegt. Briefstemmen gaat namelijk ook steeds vaker mis. Dat wordt nog te weinig benadrukt. Dank u wel. De heer Clemminck (JA21): Ik heb de eerste toezegging waar de collega aan refereerde niet goed begrepen. Wellicht dat zij die nog wil herhalen. Mevrouw Huizenga (D66): De eerste toezegging? Wij hebben vele toezeggingen gehad in het commissiedebat. De eerste ging over … Ik weet de volgorde niet precies. We hebben een toezegging gehad op de vlaginstructie. Welke bedoelt u? De voorzitter: De heer Clemminck bedoelt een andere. Licht u dit even toe. De heer Clemminck (JA21): Ja. De collega begon met een terugblik vanuit D66 over een toezegging. De allereerste die de collega noemde, heb ik niet goed gehoord of niet goed begrepen. Zou de collega die nog even kunnen herhalen? Mevrouw Huizenga (D66): Dat ging over een toezegging over het nieuwe kiesstelsel. Daarover hebben we het gehad in het debat en daar zou een brief over komen. Dat is een toezegging van de minister. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. De heer Vermeer is inmiddels gearriveerd en gaat namens de BBB-fractie zijn termijn houden. De heer Vermeer (BBB): Ja, ik begrijp dat ik even moest ingrijpen, voorzitter. Ik heb twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat kiezers bij gemeenteraadsverkiezingen vaak stemmen op een kandidaat die zij persoonlijk kennen uit hun dorp, wijk of vereniging, en de partij van een kandidaat minder doorslaggevend is; overwegende dat kandidaten daarom op het stembiljet goed herkenbaar moeten blijven aan hun naam; constaterende dat inmiddels meer dan 100 lokale politieke partijen in een openbare brief hebben opgeroepen dat de namen van kandidaten bij gemeenteraadsverkiezingen op het stembiljet moeten blijven staan; verzoekt de regering bij de verdere ontwikkeling en invoering van het nieuwe stembiljet te waarborgen dat bij gemeenteraadsverkiezingen de namen van de kandidaten op het stembiljet blijven staan, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer en Van der Plas. Zij krijgt nr. 111 (35165). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er onduidelijkheid bestaat over de financiering en onderlinge banden van organisaties zoals Voor Ons Nederland, Stichting Weerbare Democratie en Stichting Democratie Monitor; overwegende dat kiezers moeten kunnen weten wie verkiezingscampagnes financiert, ook wanneer die campagnes door andere organisaties dan politieke partijen worden gevoerd; overwegende dat alleen vermelden welke organisatie een reclamespot uitzendt onvoldoende inzicht geeft in de achterliggende geldschieters; verzoekt de regering vóór het einde van 2026 met voorstellen te komen om organisaties die betaalde campagnes voeren om verkiezingen te beïnvloeden, te verplichten hun donaties en de bijbehorende geldschieters openbaar te maken, met vergelijkbare openbaarmakingsdrempels als voor politieke partijen en met inzicht in financiering die via andere stichtingen wordt doorgegeven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer en Van der Plas. Zij krijgt nr. 112 (35165). Mevrouw Abdi (PRO): Wij staan ook voor transparantie, heel erg, want financiers moeten kiezers inderdaad niet beïnvloeden. Maar de heer Vermeer noemt een drietal organisaties. Mijn vraag is eigenlijk: waarom deze drie organisaties specifiek opnemen en dit niet breder trekken? De heer Vermeer (BBB): Wat mij betreft mag dat breder getrokken worden en ik hoop ook dat de minister dat doet. Maar ik gebruik even het voorbeeld naar aanleiding van onderzoek dat in EW Magazine vermeld is. In ieder geval van deze organisaties is bekend dat zij publieke campagnes voeren om verkiezingen te beïnvloeden. Daarom pak ik deze er nu even uit, om te starten, maar het staat de minister vrij — en het liefst heb ik dat ook — om het voor alle organisaties te laten gelden. We zien bijvoorbeeld ook Wakker Dier et cetera in verkiezingstijd spotjes plaatsen om verkiezingen te beïnvloeden. Wat mij betreft kunnen die daar ook aan toegevoegd worden. Mevrouw Abdi (PRO): Dank, maar dan ook even dit ter verduidelijking, want u heeft het specifiek over organisaties. Kijkt u ook naar bepaalde particulieren? U weet dat heel veel partijen ook donaties krijgen van belanghebbenden, bijvoorbeeld als het gaat om mensen die heel graag willen staan voor de landbouw, zoals in het geval van de heer Vermeer, en zeggen: nou, daar ga ik even wat geld naartoe schuiven. Dus hoe breed wil de heer Vermeer dit trekken? Is de heer Vermeer het met mij eens dat het belangrijk is dat we hierin geen onderscheid maken en dat we dit breder trekken dan alleen organisaties, om zo niet de schijn te wekken dat het gaat om politieke voorkeur, inhoud of wat dan ook, dus dat dat er eigenlijk niet toe doet? De heer Vermeer (BBB): Dat is helemaal correct, maar daar voorziet de huidige wet al in en dat wordt allemaal al netjes geregistreerd. Het gaat juist om de organisaties eromheen, die niet rechtstreeks aan politieke partijen doneren maar wel de verkiezingen beïnvloeden via campagnes. Het enige wat die er op dit moment bij hoeven te zetten is dat het een politieke boodschap is, maar ze hoeven niet te vertellen waar het geld vandaan komt. Als je een beetje kijk hebt op neuromarketing bijvoorbeeld, dan zie je dat het logo van Voor Ons Nederland op afstand gewoon het logo van een bekende partij hier in de Kamer is. Dat wordt in het onderbewustzijn op deze manier aan elkaar gekoppeld. Dat is onwenselijk. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. Dan gaan we luisteren naar de heer Van den Brink namens de CDA-fractie. De heer Tijs van den Brink (CDA): Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de minister en zijn ambtenaren voor de beantwoording in het commissiedebat. De minister heeft een aantal toezeggingen gedaan, waar wij hem erkentelijk voor zijn. De eerste is dat er nog dit jaar een nieuwe brief komt over geschilbeslechting bij verkiezingen. Dat is heel snel. We hopen op een inhoudelijke brief, geen procedurele. Als er extra tijd voor nodig is, hebben wij daar begrip voor. Liever een goede brief die iets langer duurt, dan een snelle brief die alleen over de procedure gaat. Wat onze suggestie betreft rond de evaluatie van de wet over bijstand in het stemhokje: we zijn blij dat de minister aangegeven heeft bereid te zijn de inwerkingtreding van die wet op te schorten tot de volgende reguliere verkiezingen, als daar redenen voor zijn. Van de minister hoor ik graag of hij er sinds het debat nieuwe signalen over heeft gekregen. Wanneer hakt hij uiterlijk de knoop door? Tot slot, voorzitter. Vanaf deze plek wil ik mijn grote dank en waardering uitspreken aan al die vrijwilligers die zich inzetten om onze verkiezingen telkens weer soepel te laten verlopen. Ik dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dit was de termijn van de Kamer. Er zijn vier moties. We gaan even vijf minuten schorsen en dan krijgen we een appreciatie van de minister. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Verkiezingen. Ik geef het woord aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Minister Heerma: Dank u wel, voorzitter. Het mooiste moment uit de eerste termijn van de Kamer was toch het moment dat mevrouw Van der Plas terugrende naar haar stoel en als de heer Vermeer terugkwam. Ik meen dat ik als Kamerlid ook één keer terug heb moeten rennen naar mijn stoel, omdat ik iets niet meegenomen had naar het spreekgestoelte. Ik heb een paar vragen en een aantal moties. Ik zal beginnen met het appreciëren van de moties. Daarna beantwoord ik de vragen die ik heb gehoord, die veelal verwezen naar toezeggingen die al gedaan zijn. Die zal ik dus nogmaals doen, of ik zal een nadere specificering geven op de vraag. De eerste motie, op stuk nr. 109, is van de heer Clemminck. Dat de heer Clemminck deze motie indient, is gegeven het debat dat we een paar weken geleden hebben gehad geen verrassing. Het zal voor de heer Clemminck denk ik ook niet als verrassing komen dat ik deze motie ga ontraden, ook indachtig alles wat ik er tijdens het commissiedebat al over heb gezegd. De verantwoordelijkheid voor het aanwijzen van stemlokalen ligt bij de burgemeesters en wethouders. Ik zie geen reden om gemeenten extra regels of eisen op te gaan leggen, ook indachtig de uitdaging die zij hebben ten aanzien van de toegankelijkheid van stemlokalen en in stemlokalen, en de uitdaging dat er voldoende stemlokalen in de gemeente zijn. Ik heb ook aangegeven dat er allerlei regels zijn over de neutraliteit van het stemlokaal en dat mensen daarnaast de keuzevrijheid hebben om te kiezen in welk stemlokaal zij gaan stemmen. Dat is het, heel kort samengevat. We hebben er al uitgebreid over gesproken. Ik zie dat de heer Clemminck niet tevreden is met deze appreciatie, maar ik moet 'm ontraden. Dat zal geen verrassing zijn. Dan de motie van mevrouw Abdi en de heer Mohandis, op stuk nr. 110. De heer Mohandis deed het commissiedebat. Ik zou bijna niet durven om een interpretatie aan de motie te geven, indachtig de vragen die mevrouw Abdi er bij het vorige tweeminutendebat over stelde. Toch ontkom ik hier niet helemaal aan. Ik ga het zo duidelijk mogelijk proberen te stellen. Ik onderschrijf het belang dat de fractie van PRO hecht aan het vereenvoudigen en laagdrempeliger maken van het verkiezingsproces voor kiezers in het buitenland. Ik betrek het stemmen vanuit het buitenland daarom bij de evaluatie van elke verkiezing waarbij dit van toepassing is. Tevens voer ik hierover structureel het gesprek met de gemeente Den Haag en de Kiesraad. Ik gebruik deze evaluatie en het overleg om het verkiezingsproces voor kiezers in het buitenland verder te verbeteren. Een voorbeeld van een dergelijke verbetering betreft het wetsvoorstel dat het digitaal versturen van het briefstembewijs mogelijk maakt, zoals in het commissiedebat besproken. Ik verwacht dit wetsvoorstel voor het einde van het jaar aan uw Kamer te kunnen aanbieden. De termijn die in de motie is genoemd, is het eerste kwartaal van 2027. De eerstvolgende verkiezingen vinden plaats in maart. Ik kan er dus opnieuw naar kijken, ook in die evaluatie. Daarom kan ik de motie oordeel Kamer geven, mits mij de ruimte wordt gegeven om het voor het zomerreces naar de Kamer te sturen. De voorzitter: Mevrouw Abdi knikt instemmend. Minister Heerma: Dan kan ik deze motie oordeel Kamer geven. Dan de twee moties van de heer Vermeer en mevrouw Van der Plas. Over de eerste motie van de heer Vermeer, op stuk nr. 111, kan ik eigenlijk hetzelfde zeggen als over de eerste motie die is ingediend in dit debat, door de heer Clemminck, de motie op stuk nr. 109. Gegeven de insteek van de BBB in het debat is deze motie geen verrassing. Ik hoop ook dat het voor de heer Vermeer geen verrassing is dat ik deze motie ga ontraden. Er komt een wetsvoorstel voor de uniformering van het nieuwe stembiljet. Een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerp van een nieuw stembiljet is om voor alle verkiezingen hetzelfde model te gebruiken. Dat zorgt voor eenduidigheid en duidelijkheid. Kiezers stemmen dan bij iedere verkiezing op dezelfde manier, waardoor de herkenbaarheid wordt vergroot en verwarring wordt voorkomen. Ook voor gemeenten en stembureauleden heeft één uniform model voordelen. Instructies, voorlichtingsmateriaal en telprocessen hoeven daardoor niet per verkiezing te verschillen. Dat maakt de organisatie van verkiezingen beter en uitvoerbaarder en het verkleint de kans op fouten. Ook voor de gemeenteraadsverkiezingen geldt dat je met het nieuwe stembiljet gewoon op een kandidaat stemt en een voorkeurstem kunt uitbrengen. Bovendien zijn er ook veel gemeentes die veel deelnemende partijen met grote kandidatenlijsten hebben. Daarmee zou dan, los van het onderscheid, voor die gemeentes nog steeds hetzelfde uitvouwen gelden; er zijn termen als "tafellaken" en "wandkleed" gebruikt. Indachtig het debat moet ik deze motie dus ontraden. Volgens mij heb ik in het commissiedebat ook al aangegeven dat ik verwacht dat we hierover bij de behandeling van het wetsvoorstel met elkaar zullen spreken. Misschien als laatste, want de heer Vermeer verwees naar de brief van de 100 lokale fracties, de 100 lokale partijen. Mijn ministerie is met de initiatiefnemers van deze brief in gesprek, omdat we de signalen die er zijn serieus willen nemen. Tegelijkertijd zien wij, zoals ik ook in het commissiedebat heb gezegd, goede voorlichting, zichtbaarheid en uitleg als de oplossing, en niet het hanteren van twee verschillende stembiljetten. De heer Vermeer (BBB): Wat ons betreft hanteren we niet twee verschillende stembiljetten en doen we dat in alle verkiezingen niet; dat is ook een oplossing. Het is voor mij echt een probleem dat wij hier straks over gaan beslissen als Kamer, terwijl de lokale politieke partijen niet het democratische recht hebben om erover te stemmen. Dat is toch wel een rechtsongelijkheid tussen de lokale partijen en de partijen die hier ook landelijk zitten en dus besluiten over 100 lokale politieke partijen, die daar wel het gesprek over voeren, maar daar geen stemrecht over hebben. Hoe kijkt de minister daartegen aan? Minister Heerma: Uiteindelijk hebben de Kamer en de regering de verantwoordelijkheid om zorgvuldig wetten te maken en af te wegen. In dit geval betreft het een wet waar de Kamer over gaat. Elke fractie weegt daarin de signalen mee die ze krijgt, neem ik aan. Ik gaf al aan dat wij met deze 100 lokale partijen in gesprek zijn. Dit wetsvoorstel is gewoon een besluit dat hier voorligt. Ik moet de motie dus ontraden, maar dat is geen verrassing. De laatste motie die de heer Vermeer en mevrouw Van der Plas hebben ingediend, op stuk nr. 112, gaat nogal ver en raakt aan heel veel. Ik moet deze motie ontraden. Ik zal daar enige toelichting op geven. De Europese Verordening betreffende transparantie en gerichte politieke reclame geldt sinds oktober vorig jaar. Politieke reclame moet gelabeld zijn en verwijzen naar een verklaring met informatie, zoals informatie over de opdrachtgever en wat die betaald heeft voor de campagne. De verordening staat geen aanvullende regels over transparantie door lidstaten toe. De overheid kan niet zomaar bepalen wat ongeoorloofd is voor maatschappelijke organisaties. Administratieve lasten moeten ook niet te groot worden. Deze argumenten zijn ook ingebracht toen de Eerste Kamer dit jaar het wetsvoorstel Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties verwierp. De Europese Verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame is sinds oktober vorig jaar van kracht. Laten we de verordening de tijd geven om zich in de praktijk te bewijzen en effect te sorteren. Het toezicht op de naleving van deze verplichting komt bij het Commissariaat voor de Media te liggen. De uitvoeringswet die dit regelt, ligt momenteel bij uw Kamer. De heer Vermeer (BBB): Dit is een Europese verordening over politieke partijen, maar dit zijn geen politieke partijen. De minister kan wel verwijzen naar een verordening over politieke partijen, maar de Europese verordening benoemt dit type campagnes helemaal niet. De minister kan dus ook niet zeggen dat de verordening de campagnes uitsluit, want er is gewoon helemaal niets over gezegd. Dat is ons punt. Men moet zich houden aan een verordening en dat gebeurt op dit moment, maar dit is gewoon een andere casus. De minister kan zich toch niet verschuilen achter een Europese verordening over politieke partijen? Als ik een wetsvoorstel over cavia's heb, kan er ook niet worden verwezen naar konijnen. Dat gaat hierbij dus ook niet op. Minister Heerma: Ik zal met de heer Vermeer niet een discussie over cavia's en konijnen aangaan. De verordening waar ik het over heb, de verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame, gaat over politieke reclame en niet over politieke partijen. Ik moet de motie ontraden, maar ik zou willen toezeggen dat we dit najaar de nota naar aanleiding van het verslag bij de uitvoeringswet aan de Kamer sturen. Ik ben bereid in de bijgaande brief aanvullend in te gaan op de vraag hoe het kabinet zich verhoudt tot het toezicht op de financiering van maatschappelijke organisaties. Ik loop niet vooruit op wat de inhoud daarvan zou zijn. Het is een complex vraagstuk, maar ik zou willen toezeggen dat ik erop inga bij de nota naar aanleiding van het verslag bij de uitvoeringswet. Ik moet de motie nu ontraden. Mevrouw Abdi (PRO): Dank aan de minister voor de appreciatie. Ik heb twee punten. Stichting Weerbare Democratie en de Stichting Democratie Monitor zijn geen organisaties die politieke reclame maken. Ik wilde het even gezegd hebben. Die organisaties zetten zich in voor onze rechtsstaat. Ik vind het belangrijk dat hier even te markeren. Daarnaast had ik net een interruptiedebatje met de heer Vermeer. Ik wil de minister vragen of hij het volgende kan bevestigen. Als een individu, een rijk iemand, zegt dat hij morgen een billboard wil kopen en campagne wil voeren voor de heer Heerma, om even een voorbeeld te noemen, dan is bij ons niet bekend wie dat doet en wordt er ook niet op gehandhaafd. Is de minister het met ons eens dat het wenselijk zou zijn als dat wel zou gebeuren? Minister Heerma: Ik ga verwijzen naar de appreciatie die ik net aan de heer Vermeer gaf, waarbij ik zei dat dit groot en ingewikkeld is. Dit staat los van het feit dat ik me afvraag of iemand een billboard voor mij zou moeten willen sponsoren, maar ik begrijp dat mevrouw Abdi een hypothetisch voorbeeld aanhaalt. Ik snap de vragen die erover zijn, hoe ingewikkeld het ook is. Daarom heb ik de toezegging gedaan om hierop in te gaan in de nota naar aanleiding van het verslag, zonder dat ik vooruit wil lopen op het feit dat we met allerlei voorstellen gaan komen. Ik begrijp de vragen die er aan twee kanten van de Kamer zijn over dit complexe vraagstuk. Naar aanleiding van de nota naar aanleiding van het verslag kunnen we het gesprek erover voeren. Ik moet de motie zoals die er nu ligt, met de grote ingewikkeldheid die eraan vasthangt, ontraden. Dan zijn er een aantal vragen gesteld die betrekking hebben op toezeggingen die ik al heb gedaan. Mevrouw Huizenga had het over digitaal stemmen. Tijdens het commissiedebat heb ik een brief toegezegd. Ik zal in de brief ingaan op het huidige systeem en hoe dat systeem wordt gewogen ten opzichte van digitaal stemmen. Er was verwarring bij de heer Clemminck over de eerste toezegging. Hij bedoelde niet de toezegging van de minister, maar de eerste toezegging, waar mevrouw Huizenga naar verwees. Die had betrekking op het coalitieakkoord en het tegen het licht houden van het kiesstelsel. Ik heb in het commissiedebat toegezegd dat we medio 2027 met een brief komen over het kiesstelsel en over het toekennen van meer gewicht aan voorkeursstemmen. Dat is de toezegging waarnaar verwezen werd. De heer Van den Brink had ook nog een tweetal vragen. De eerste ging over hulp in het stemhokje en signalen daarover. Tijdens het commissiedebat heb ik gezegd dat ik een verantwoorde inwerkingtreding van het wetsvoorstel bij de verkiezingen van maart 2027 mogelijk acht. Dat geldt nog steeds. Ook uit de praktijk bereiken mij geen signalen die erop wijzen dat dit niet gehaald kan worden. Zoals toegezegd in het commissiedebat blijf ik vanzelfsprekend in overleg met de Kiesraad en met gemeenten. Als er aanleiding toe is, zal ik stappen nemen. De heer Van den Brink had ook nog een vraag rondom geschilbeslechting. Hij zei: ik heb liever een inhoudelijke brief dan een vroege brief. Ik kan toezeggen dat ik een inhoudelijke brief zal sturen. De voorzitter: Hartelijk dank aan de minister. Dat was het einde van dit commissiedebat over verkiezingen. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: We gaan dinsdag 13 oktober stemmen over de ingediende moties. We gaan nu even schorsen, want we gaan in ieder geval even van voorzitter wisselen. De minister blijft wel nog zitten voor het volgende onderwerp. We zijn even geschorst. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 08f3000c1c0c6a08

12 okt 2026 · b42a6bf91fe02668

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.