Wet werkelijk rendement box 3
Brontekst
Versie cb933c051a9c2a73 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 748Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001om werkelijke inkomsten uit bezittingen enschulden in box 3 te belasten (Wet werkelijkrendement box 3)Nr. 45 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 maart 2026Een van mijn belangrijkste dossiers in de komende jaren is de hervormingvan box 3. Op 12 februari 2026 heeft uw Kamer ingestemd met hetwetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Hier ging een lang trajectvan meerdere jaren aan vooraf. Vorige kabinetten hebben afwegingengemaakt rondom juridische houdbaarheid, maatschappelijk draagvlak,uitvoeringsgevolgen, doenvermogen en budgettaire gevolgen. Met hetwetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is het mogelijk om per 2028over werkelijk rendement te heffen in box 3. Dat is een verbetering tenopzichte van het huidige forfaitaire box 3-stelsel. Echter: het ideale stelselvoor box 3 is er nog niet.Tijdens de behandeling van het toekomstige stelsel voor box 3 heeft uwKamer met de moties van de leden Inge van Dijk c.s. en Vermeer1 eropaangedrongen om in de toekomst toe te werken naar een volledigevermogenswinstbelasting voor box 3. In de afgelopen weken is er daarbijonrust ontstaan over de effecten van vermogensaanwasbelasting op hetinvesteringsklimaat in Nederland.Het kabinet begrijpt de zorgen die leven bij belastingplichtigen die geraaktworden door de vermogensaanwasbelasting en gaat hiermee aan de slag.Tijdens het debat over de regeringsverklaring is daarnaast de motieEerdmans/Bikker aangenomen. In deze motie wordt opgeroepen demogelijkheid van achterwaartse verliesverrekening toe te voegen en dit tedekken uit het brede vermogensdomein.Het kabinet gaat graag met uw Kamer in gesprek over verbeteringen aanhet huidige wetsvoorstel, met het oog op het realiseren van breed politieken maatschappelijk draagvlak. Daarnaast zal, zoals in het coalitieakkoordis afgesproken, het kabinet werken aan het zo snel mogelijk invoeren vaneen vermogenswinstsystematiek. In de tussentijd zal het kabinet opties1Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nrs. 27 en 35. kst-36748-45ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 748, nr. 451 uitwerken ter verbetering van de vermogensaanwasbelasting tot devermogenswinstsystematiek gerealiseerd is.In deze brief wil ik ingaan op hoe het proces er de komende tijd uitziet.Proces wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3Het kabinet overweegt op twee momenten het box 3 stelsel aan te passen.Allereerst onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om het wetsvoorstelWet werkelijk rendement box 3 dat nu in de Eerste Kamer ligt aan tepassen. Deze aanpassingen zullen vooral gericht zijn op een aanpassingvan de effecten van de systematiek van vermogensaanwasbelasting per2028, met het oog op het realiseren van voldoende maatschappelijk enpolitiek draagvlak. Het kabinet kijkt naast andere mogelijke aanpassingenook naar het invoeren van achterwaartse verliesverrekening van één jaarvanaf 1 januari 20293 zoals ook voorgesteld in het eerdere amendementvan het lid Hoogeveen4 en de motie Eerdmans/Bikker over achterwaartseverliesverrekening.5De Belastingdienst is op dit moment in meer detail in kaart aan hetbrengen wat de benodigde capaciteit voor het doorvoeren van deachterwaartse verliesverrekening is en de inpasbaarheid daarvan in deICT-portfolio. Als een maatregel niet zonder meer inpasbaar is, betekentdit dat andere projecten mogelijk in de tijd verschoven moeten worden.Indien een aanpassing van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box3 mogelijk is en van dekking kan worden voorzien, loopt deze mee in hetpakket Belastingplan 2027. Dit kan bijvoorbeeld met een novelle,afhankelijk van de door te voeren aanpassingen. Op die manier kan dewijziging zorgvuldig worden voorbereid en kan de maatregel voor box 3in samenhang met de budgettaire verwerking worden betrokken in deaugustusbesluitvorming. Voorstellen ter verbetering van het stelsel diegepaard gaan met een budgettaire derving zullen conform de begrotings-regels en de motie Eerdmans/Bikker van dekking voorzien dienen teworden in het brede vermogensdomein. De eventuele uitvoeringskostenvan deze wijziging worden door middel van een uitvoeringstoets bij hetBelastingplan in beeld gebracht en conform de begrotingsregels vandekking voorzien. Hierbij is van belang dat er beperkte mogelijkheden zijnvoor het implementeren van wijzigingen met ingang van 2028.Daarnaast zal het kabinet inzetten op een doorontwikkeling van box 3 naareen vermogenswinstbelasting, zo snel mogelijk na 2028. Deze doorontwik-keling vergt tijd: zowel vanuit een wetgevingsperspectief,6 maar ookvanuit het perspectief van implementatie door de Belastingdienst en definanciële instellingen en het regelen van de gegevensuitwisseling.Uiteraard moet daarbij ook de budgettaire impact worden meegewogen.Over het traject van deze doorontwikkeling zal ik u voor de zomer eenbrief sturen.Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is ingediend bij de EersteKamer. De Eerste Kamer heeft aangegeven het wetsvoorstel zorgvuldig tewillen behandelen met onder andere een technische briefing op 17 maart3Dit levert in de eerste vijf jaar een budgettaire derving op van cumulatief € 3.389 mln. (zieKamerstukken II 2025/26, 36 748, nr. 28, bijlage «appreciatie ingediende moties en amende-menten», p. 7). Invoering van achterwaartse verliesverrekening per 2029 betekent dat verliezenvoor het eerst achterwaarts kunnen worden verrekend met inkomen uit 2028.4Kamerstukken II 2025/26, 36 748, nr. 9.5Kamerstukken II 2025/26, 36 848, nr. 67.6Er is tijd nodig voor het opstellen van een concept-wetsvoorstel, internetconsultatie, uitvoe-ringstoetsen, advisering door de Raad van State en een nieuwe parlementaire behandeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 748, nr. 452 a.s. Er is ruimte voor de Eerste Kamer om het tijdpad van de behandelingvan het wetsvoorstel aan te passen vanwege de wijziging die het kabinetoverweegt. De behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendementbox 3 in de Eerste Kamer zou afgerond kunnen worden nadat de wijzigingvan dat wetsvoorstel door middel van het belastingplanpakket bij deEerste Kamer is ingediend. De ingeplande technische briefing enmogelijke andere bijeenkomsten met deskundigen zouden, indien deEerste Kamer daarvoor zou kiezen, een goede voorbereiding kunnen zijnvoor een (eerste) schriftelijke ronde over het wetsvoorstel.Al het voorgaande wijst op het belang van de invoering van het nieuwestelsel in 2028, omdat het huidige systeem onhoudbaar is. De Belasting-dienst en financiële instellingen zijn aan de slag met de voorbereiding vande aanpassingen van hun systemen op basis van het wetsvoorstel zoalsdat is aangenomen door uw Kamer. Dit is noodzakelijk om inwerking-treding van het nieuwe stelsel per 2028 te kunnen halen. Het kabinet kiestdan ook niet voor het doorzetten van het huidige stelsel totdat het stelselvan vermogenswinst klaar is. Ook het huidige stelsel kent forse nadeligeeffecten,7 daarnaast levert het ook een forse budgettaire tegenvaller opvan circa € 2,4 miljard per jaar.Verbetering definitie startende ondernemingen en introductie gunstigregime aandelenopties voor medewerkers van startups of scale-upsIn het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is een uitzondering opde vermogensaanwassystematiek opgenomen voor aandeelhouders ofhouders van winstbewijzen in startende ondernemingen. Omdat de in hethuidige wetsvoorstel opgenomen definitie van startende ondernemingenonvoldoende aansluit bij de kenmerken van startups en scale-ups, wordtin samenwerking met de Minister van Economische Zaken en Klimaat enin overleg met de sector gewerkt aan een definitie die beter voldoet. Dezedefinitie wordt met ingang van 1 januari 2028 in de Wet werkelijkrendement box 3 opgenomen. Een separaat wetsvoorstel hierover wordtin maart gepubliceerd ter internetconsultatie.Tot slotIk ga graag met uw Kamer in gesprek over stappen voorwaarts op ditdossier. Ik wil snel aan de slag met verbeteringen die op korte termijnmogelijk zijn, zodat die een plaats kunnen krijgen in het aankomendebelastingplan. Daarnaast ga ik starten met de doorontwikkeling van hetnieuwe stelsel naar een vermogenswinstsystematiek. Ik ben mij hierbijzeer bewust van de positie van het kabinet in de Kamer en hoop dat wegezamenlijk stappen kunnen zetten die op brede steun in uw Kamerkunnen rekenen.De Staatssecretaris van Financiën,E. Eerenberg7Een belangrijk nadeel van het huidige systeem is dat werkelijke rendementen voor zover zehoger zijn dan het forfaitaire rendement niet worden belast. Daarnaast geldt voor het bepalenvan het werkelijke rendement in de tegenbewijsregeling geen kostenaftrek en geen verliesver-rekening. In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is wel kostenaftrek en verliesver-rekening opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 748, nr. 453
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.