KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

17 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie db069783d0e04e9e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025MEMORIE VAN TOELICHTINGINHOUDSOPGAVEGeraamde uitgaven en ontvangsten3A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel4B.Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen51.Leeswijzer52.Beleidsagenda82.1Beleidsprioriteiten8KPI-tabel192.2Belangrijkste beleidsmatige mutaties222.3Openbaarheidsparagraaf252.4Strategische Evaluatieagenda262.5Overzicht risicoregelingen283.Beleidsartikelen293.1Artikel 1 Inzet293.2Artikel 2 Koninklijke Marine363.3Artikel 3 Koninklijke Landmacht413.4Artikel 4 Koninklijke Luchtmacht463.5Artikel 5 Koninklijke Marechaussee503.7Artikel 7 Commando Materieel en IT553.8Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando584.Niet-beleidsartikelen614.1Artikel 9 Algemeen614.2Artikel 10 Apparaat Kerndepartement634.3Artikel 11 Geheim664.4Artikel 12 Nog onverdeeld674.5Artikel 13 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds68Nr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 5.Begroting agentschappen695.1Paresto696.Bijlagen736.1Bijlage Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak736.2Bijlage verdiepingshoofdstuk 756.3Bijlage moties en toezeggingen786.4Bijlage subsidieoverzicht966.5Bijlage uitwerking Strategische Evaluatieagenda976.6Bijlage overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg1046.7Bijlage uitgaven Caribisch Nederland1086.8Bijlage budgettaire gevolgen MIVD1096.9Bijlage afkortingen1102Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENGeraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 12.244.1372042,62042,61180,51180,52018,22018,21022,01022,0747,9747,9864,1864,11728,11728,1258,8258,81896,81896,819.219.2466,2466,200InzetKoninklijke MarineKoninklijke LandmachtKoninklijke LuchtmachtKoninklijke MarechausseeCommando Materieel en ITDefensie OndersteuningscommandoAlgemeenApparaat kerndepartementGeheimNog onverdeeldBijdrage aanDefensiematerieelbegrotingsfonds05001.0001.5002.0002.500Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 245.411104,1104,112,312,38,18,112,112,14,54,525,825,869,069,01,61,68,08,0000000InzetKoninklijke MarineKoninklijke LandmachtKoninklijke LuchtmachtKoninklijke MarechausseeCommando Materieel en ITDefensie OndersteuningscommandoAlgemeenApparaat kerndepartementGeheimNog onverdeeldBijdrage aanDefensiematerieelbegrotingsfonds0204060801001203Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTELWetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van het in de staat opgenomen baten-lastenagentschap Paresto voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in betreffende begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoe­lichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake het agentschap.De Minister van Defensie,R.P. Brekelmans4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN1. LeeswijzerAlgemeenDe leeswijzer volgt de opbouw van de memorie van toelichting van de begroting. De memorie van toelichting is de uitleg bij het hierboven beschreven wetsvoorstel.Het Ministerie van Defensie bestaat uit zeven organisatiedelen. De vier krijgsmachtdelen (Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee) zorgen ervoor dat de militairen en het materieel klaar zijn voor inzet. Het Defensie Ondersteuningscom­mando (DOSCO) en het Commando Materieel en IT (COMMIT) onder­steunen door producten en diensten te leveren. De Bestuursstaf bestaat uit een aantal uitvoeringsorganisaties waaronder de MIVD en heeft daarnaast een rol in het maken van beleid.De Minister en Staatssecretaris zijn verantwoordelijk voor het algehele beleid van Defensie. De ambtelijke leiding ligt in handen van de Secretaris-Generaal. De Commandant der Strijdkrachten - verantwoordelijk voor een groot deel van de uitvoering - is de militaire adviseur van de Minister en stuurt de Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Commando Materieel en IT, Defensie Ondersteuningscom­mando, NLD Commando Speciale Strijdkrachten en Defensie Cyber Commando aan.Hoofdstuk 2 BeleidsagendaDe beleidsagenda beschrijft de beleidsprioriteiten van Defensie en is opgebouwd langs de waardeketen van Defensie. Daarmee sluiten de beleidsprioriteiten aan op de structuur van de Defensienota 2024. De thema's waarlangs het beleid voor 2025 wordt gepresenteerd zijn:1.Koers voor versterking (aansturing en samenwerking)2.Gevechtskracht (primaire processen van Defensie)3.Mensen4.Materieel5.RandvoorwaardenDe agenda sluit af met de onderdelen:–De belangrijkste beleidsmatige mutaties;–De Strategische Evaluatie Agenda (SEA);–Het overzicht risicoregelingen.Hoofdstuk 3 BeleidsartikelenIn beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht begroot. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan door de leden gemeenschappelijk gefinancierde (common funded) NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht van de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is begroot, bijvoorbeeld van de Koninklijke Marechaussee en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie.In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor respectievelijk de Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1 Inzet.5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Door de introductie van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) zijn de middelen uit beleidsartikel 6 Investeringen per 2021 overgeheveld naar het DMF. Defensie brengt een eigen begroting uit voor het DMF.In de beleidsartikelen 7 Commando Materieel en IT (COMMIT) en 8 Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) zijn de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defen­sieonderdelen. De ondersteunende onderdelen werken met dezelfde financiële instrumenten als de krijgsmachtdelen. De uitgaven voor het Nationaal Fonds Ereschuld worden verantwoord op beleidsartikel 8 DOSCO onder het financieel instrument «schadevergoeding».Bij de beleidsartikelen worden de beleidswijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren uiteengezet.Hoofdstuk 4 Niet-beleidsartikelenIn het niet-beleidsartikel 9 Algemeen zijn de niet specifiek aan een defen­sieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. Onder dit artikel zijn twee financiële instrumenten opgenomen:–De bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken: het betreft de bijdragen voor kennisopbouw bij TNO, NLR en MARIN, die via de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat lopen;–De schadevergoeding voor de Regeling Uitkering chroom-6 Defensie die bedoeld is voor claims. Het budget voor potentiële veteranenclaims is bij artikel 8 DOSCO verantwoord waar het Nationaal Fonds Ereschuld is opgenomen.In het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder de bestuursstaf met de defensietop, (hoofd)directies inclusief de Defen­siestaf en bijzondere organisatie-eenheden. De bijzondere organisatie-eenheden van de bestuursstaf bestaan uit de Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht (IGK), Inspecteur-Generaal Veiligheid (IGV) die aan het hoofd staat van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD), de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA), de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG), de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID), het Militair Huis van de Koning (MHK), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Diensten Geestelijke Verzorging (DGV). Onder het financiële instrument «personele uitgaven» worden onder «uitkeringen» de uitgaven voor het Sociaal Beleidskader Defensie (SBK) van de pensioenen en wachtgelden verantwoord.Ten slotte zijn er ramingen voor de niet-beleidsartikelen 11 Geheim, 12 Nog onverdeeld en 13 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotings­fonds opgenomen.Hoofdstuk 5 Begroting agentschappenIn hoofdstuk 5 is de baten-lastendienst Paresto opgenomen.Hoofdstuk 6 BijlagenIn de bijlagen is informatie opgenomen over de volgende onderwerpen: 6.1 Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (ZBO/RWT’s), 6.2 een verdieping op de mutaties, 6.3 de moties en toezeggingen, 6.4 een subsidieoverzicht, 6.5 de toelichting op de Strate­gische Evaluatie Agenda, 6.6 een uitgavenoverzicht voor veteranen en de 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 uitgaven voor zorg en nazorg, 6.7 een overzicht met uitgaven aan Caribisch Nederland, 6.8 een overzicht van de budgettaire gevolgen MIVD en ten slotte is in 6.9 een lijst met gebruikte afkortingen opgenomen.GroeiparagraafIn de begroting 2025 zijn ten opzichte van de begroting 2024 de volgende wijzigingen doorgevoerd:1.De beleidsagenda is vanaf deze begroting opgebouwd langs de structuur van de Defensienota 2024. Naast de beleidsagenda heeft ook de Strategische Evaluatie Agenda deze structuur overgenomen.2.Het gebruik van Artikel 13 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotings­fonds wordt opgeheven. Het DMF werd tot dusverre gevoed door tussenkomst van dit artikel. Vanaf Prinsjesdag 2024 wordt budget direct overgeheveld van de artikelen van de defensiebegroting en de begrotingen van andere departementen, naar de betreffende artikelen op het DMF. Hierdoor wordt de administratieve last verminderd en wordt de verdeling van middelen tussen de defensiebegroting en het DMF beter inzichtelijk gemaakt.3.Met ingang van dit jaar wordt de departement specifieke informatie niet langer opgenomen omdat dit grote overlap vertoonde met informatie die elders in de begroting danwel Stand van Defensie wordt gepresenteerd. In dit hoofdstuk werd inzicht gegeven in de militaire pensioenen en uitkeringen, de apparaatsuitgaven en de invulling van de formatie van defensiepersoneel en kent zijn oorsprong in de reorganisaties bij Defensie in 2011. Informatie over de personele samenstelling van Defensie kan gevonden worden in de Stand van Defensie. De apparaatsuitgaven staan weergegeven in hoofdstuk 4.2 artikel 10 Apparaat Kerndepartement.ToelichtingsgrensOmvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoenBeleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)< 5012=> 50 en < 20024=> 200 < 1000510=> 100010207Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2. Beleidsagenda2.1 BeleidsprioriteitenDe veiligheidssituatie in de wereld is de afgelopen jaren verslechterd. Nederland kan betrokken raken bij een grootschalig militair conflict binnen Europa. Dit vraagt om grote urgentie in het versterken van onze krijgsmacht. Defensie legt prioriteit op de invulling van hoofdtaak 1: Het beschermen van het Nederlandse grondgebied en dat van onze bondgenoten. Defensie zet zich daarom onverminderd in om de gereedheid en inzetbaarheid van de krijgsmacht te verhogen en de gevechtskracht te versterken. Ook blijven we Oekraïne onverminderd steunen en gaat Defensie een actief industrie- en innovatiebeleid voeren op gebieden waar Nederland een concurrerend voordeel heeft. Zo zorgt de organisatie ervoor dat de krijgsmacht is voorbereid op een mogelijk grootschalig (militair) conflict en dat zij in staat is om het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen en te beschermen en gereed te zijn voor het conflict van de toekomst.In 2024 is een nieuw kabinet aangetreden. De plannen van Defensie voor de komende jaren zijn uitgewerkt in de Defensienota 2024 die gelijktijdig met de Begroting 2025 naar de Kamer wordt gestuurd. Voor de uitgebreide uitwerking van de beleidskeuzes voor de komende jaren verwijzen wij u daarom naar de Defensienota.In deze beleidsagenda wordt beschreven hoe Defensie in 2025 verder bouwt aan onze krijgsmacht. De beleidsagenda volgt de opbouw van de Defensienota 2024.Financiële ontwikkelingenHet kabinet Rutte IV voegde structureel cumulatief € 5 miljard toe aan de defensiebegrotingen (coalitieakkoord en Voorjaarsbesluitvorming 2022). Met de Voorjaarsbesluitvorming 2024 werd nog eens € 500 miljoen toegevoegd (2028, structureel vanaf 2030). Daarmee zette het voorgaande kabinet de noodzakelijke budgettaire stappen om de defensie-uitgaven te laten groeien naar de NAVO-norm van 2% (defensie-uitgaven uitgedrukt in percentage van het Nederlands bruto binnenlands product, bbp).In het hoofdlijnenakkoord van het huidige kabinet wordt de NAVO-norm structureel bestendigd; niet alleen wordt deze norm wettelijk vastgelegd, budgettair wordt met het hoofdlijnenakkoord nog eens structureel € 2,4 miljard euro toegevoegd. De middelen uit het hoofdlijnenakkoord worden grotendeels verwerkt op het DMF. Dat deel van het budget dat wordt toegevoegd aan de begroting van het ministerie van Defensie, wordt verwerkt op artikel 12 (Nog onverdeeld). Bij een later begrotingsmoment wordt dit deel van het budget verdeeld naar de betreffende beleidsartikelen. In de materieelagenda van het DMF is de verdeling van het structurele budget op het DMF toegelicht. Ten tijde van het opstellen van de Begroting 2025 bleek de intensivering uit het hoofdlijnenakkoord, als gevolg van macro-economische ontwikkelingen, niet voldoende om de NAVO-norm te halen. Hierop heeft het kabinet maatregelen genomen door op de Aanvullende Post middelen voor Defensie te reserveren. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor de versterking van de Defensieorganisatie en het versterken van de grensbewaking. 8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Als gevolg van de verslechterde veiligheidssituatie, krapte op de defen­siemarkten, maar ook beperkingen in beschikbaarheid van voldoende personeel, staan de defensie-uitgaven onder druk. Defensie toetst de raming van de uitgaven en de investeringen regelmatig aan deze omstan­digheden en past deze raming aan, zodat deze raming actueel, realistisch en in voldoende mate recht doet aan de doelstelling en ambities van Defensie (versterking van krijgsmacht en defensieorganisatie). De raming van de defensie-investeringen is met de ontwerpbegrotingen voor 2025 hierop aangepast – zie hiertoe de toelichting in de defensiematerieelagenda van het DMF voor 2025. Ook het extra budget voortkomend uit het hoofd­lijnenakkoord kent een geleidelijke groei naar de structurele omvang van € 2,4 miljard vanaf 2029; met deze geleidelijke groei is sprake van realisme en wordt recht gedaan aan de benoemde doelstelling, ambities en interne en externe (markt)omstandigheden.Zo bedragen de totale defensie-uitgaven (begroting Ministerie van Defensie en DMF) in 2025 € 22,0 miljard (in 2024 in totaal € 21,7 miljard). In 2024 is van dit totale budget € 3,5 miljard bestemd voor de militaire steun aan Oekraïne; in 2025 wordt de steun aan Oekraïne geraamd op € 2,3 miljard. Het totaal aan defensie-uitgaven komt in 2025 overeen met een NAVO-norm van 2,08% op basis van de NAVO berekeningswijze (op basis van de Nederlandse bereke­ningswijze is dit totaal in 2025 gelijk aan 1,75%). Hiermee voldoet Defensie vanaf 2025 aan de NAVO-norm van ten minste 2% (NAVO berekeningswijze) en vanaf 2026 volgens Nederlandse berekenwijze. Dit is in onderstaande figuur weergegeven (oranje lijn NAVO berekening, rode lijn Nederlandse berekening). In deze figuur is ook het gemiddelde van de NAVO-norm van de Europese NAVO-bondgenoten (en Canada) opgenomen; dit is weergegeven met de blauwe lijn.Figuur 1 NAVO-percentage9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 In figuur 2 is de norm (NAVO berekeningswijze) van de Europese NAVO-bondgenoten opgenomen voor de jaren 2024 (blauwe staaf) en 2025 (oranje staaf). Het gemiddelde van de Europese NAVO-bondgenoten is rechts in de figuur opgenomen (gele staaf, inclusief Canada; voor 2025 ontbreken enkele gegevens, waardoor geen betrouwbaar gemiddelde opgenomen kan worden). Steeds meer bondgenoten voldoen reeds of voldoen in komende jaren aan de norm van ten minste 2%. Naar verwachting voldoen 21 Europese bondgenoten in 2025 aan de norm van ten minste 2%.Figuur 2 NAVO-normDe extra budgetten dragen bij aan de defensie-investeringen. In onder­staande figuur is de investeringsquote opgenomen. De investeringsquote drukt de defensie-investeringen uit in een percentage van de totale defensie-uitgaven. De NAVO hanteert een richtlijn van minimaal 20% voor de investeringsquote. In 2025 is de vijfjaars-gemiddelde investerings­quote geraamd op 31,2%. Daarmee voldoet Nederland aan de richtlijn van de NAVO.Figuur 3 Investeringsquote10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Koers van VersterkingInternationale veiligheidDefensie levert ook in 2025 een militaire bijdrage aan de afschrikking en verdediging van de NAVO, waaronder enhanced Forward Presence in Litouwen en luchtruim-activiteiten in Estland (F-35) en Roemenië (MQ9). Nederland zal bijdragen aan de nieuwe NAVO plannen voor de afschrikking en verdediging, zoals de Regional Plans, het NATO New Force Model en de Command & Control plannen. Daarnaast organiseert Nederland in 2025 de NAVO-top.Defensie zet zich in voor samenwerking binnen de EU o. a. op het gebied van het ontwikkelen van gezamenlijke militaire capaciteiten, verbeteren van de interoperabiliteit en het versterken van de Europese Defensie-industrie. Bilaterale samenwerking met buurlanden en belangrijke partners, zoals de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk is essentieel voor Defensie. De relatie met onder andere landen uit de Hanze-regio, zoals Zweden, Finland, de Baltische staten en Polen zijn de afgelopen jaren ook sterk geïntensiveerd. Ook het belang van bilaterale relaties met partners in andere regio´s, zoals Australië, Japan, Zuid-Korea en Indonesië neemt toe.Defensie zet zich ook binnen kleinere verbanden in voor een sterkere en veiligere wereld. Binnen de Northern Group, de Joint Expeditionary Force en het European Intervention Initiative wordt de samenwerking met gelijk­gestemde Europese landen verder versterkt.Nationale veiligheidIn 2025 richt Defensie flexibele robuuste eenheden op, die gereedgesteld worden voor nationale inzet. Deze inzet is bijvoorbeeld ten behoeve van bewaken en beveiligen, beschermen van vitale objecten, host nation support of military mobility. Bij (inter)nationale oefeningen worden ook hybride dreigingsscenario’s gehanteerd waardoor defensiepersoneel wordt voorbereid op desinformatie-, cyber- en sabotage-campagnes. Verder draagt Defensie in 2025 bij aan het Rijksbrede Responskader tegen hybride dreigingen en aan de (invulling van de) counter-hybrid toolboxen van de NAVO en van de EU. In 2025 wordt ook de «Wet weerbaarheid Defensie- en veiligheid gerelateerde industrie» bij het parlement ingediend. Defensie neemt tevens deel aan het programma bescherming infra in de Noordzee.In het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat Nederland ook in 2025 wordt veiliggehouden door stevige aanpak van criminaliteit en terreur. De KMar is belast met het grenstoezicht en andere (algemene) politietaken volgend uit Art. 4 Politiewet. Ook in 2025 wordt uitvoering gegeven aan deze taken, waarbij het ministerie van Asiel en Migratie en het ministerie van Justitie & Veiligheid mede de opdrachten aan de KMar zullen formuleren. Dit wordt in de komende maanden nader uitgewerkt.Ontwikkelingen in het Caribische gebied worden nauwgezet gemonitord en Defensie is nadrukkelijk aanwezig in de regio. Met die aanwezigheid wordt bijgedragen aan het handhaven van de internationale rechtsorde (bijv. counter narcotics operaties) en door inzet bij natuurgeweld. In de Defensienota 22 en Defensienota 24 worden ook capaciteiten in het deel van het Koninkrijk versterkt.In 2025 wordt het Landelijk Crisisplan Militaire Dreiging (LCP-MD) en het bijbehorende National Defence Plan uitgewerkt. Het LCP-MD beschrijft hoe de gehele samenleving wordt voorbereid op een oorlogsscenario waarbij Nederland betrokken is. Naast een directe (dreiging van) oorlog, 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 kan een conflict ‘ver weg’ leiden tot onrust en polarisatie in de Nederlandse samenleving en tot een (al dan niet geregisseerde) migratiestroom naar de EU toe.Weerbare en betrokken samenlevingDe veiligheidssituatie is ernstig verslechterd. Het is voorstelbaar dat Nederland in de toekomst betrokken raakt bij een militair conflict. Om de nationale veiligheid te beschermen moet Nederland daarop voorbereid zijn. Daarom wordt er op dit moment fors geïnvesteerd in de gereedstelling van de krijgsmacht. Op die manier kan Nederland het eigen grondgebied en dat van bondgenoten verdedigen. Maar het beschermen van de nationale veiligheid is niet alleen een taak van de krijgsmacht. De hele Nederlandse samenleving heeft daarin een verantwoordelijkheid. De krijgsmacht moet daarom samenwerken met civiele partijen om zijn taken goed uit te kunnen voeren. Tegelijkertijd moet de weerbaarheid tegen militaire dreigingen worden verhoogd. Een weerbare samenleving heeft een afschrikkende werking; deze zal een minder aantrekkelijk doelwit zijn. De krijgsmacht kan daaraan bijdragen door zijn zichtbaarheid in de samenleving te vergroten, bijvoorbeeld door oefeningen. Het versterken van de militaire gereedheid en het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid vormen samen de Nederlandse ´whole-of-society` aanpak. In 2025 zal in deze aanpak verder worden geïnvesteerd; in samenspraak met civiele partners. De eerste stappen hiertoe, zoals het vrijmaken van benodigde capaciteit en deelname aan interdepartmentale samenwerkingstrajecten, zijn op dit moment al genomen.Innovatie en kennisDefensie is continu bezig met innovatie en modernisering om toekomstbe­stendig te zijn. Innovatie is geïntegreerd in onze werkwijze, procedures en projecten. Zo wordt innovatie meegenomen het oprichten van het tankbataljon, de doorontwikkeling van de F-35 en Anti-submarine warfare capaciteiten. In 2025 groeien de kennis- en innovatie-uitgaven door kennis­opbouw, technologieontwikkeling en kort-cyclische innovatie. Hiervoor investeert Defensie ook in samenwerking met nationale en internationale partners zoals universiteiten, hogescholen, denktanks en internationaal gerenommeerde instituten.In 2025 worden de middelen voor kennis en innovatie verder gericht op vijf gekozen technologiegebieden: intelligente systemen (o.a. onbemenste systemen, drones), sensoren, quantumtechnologie, ruimtevaart en slimme materialen (Kamerbrief Voortgang Uitvoeringsagenda Innovatie & Onderzoek, Kamerstuk 31 125, nr.130). Om innovatieve start-ups en het MKB een betere kans te bieden in de defensiemarkt en opschaling mogelijk te maken, geeft Defensie in samenwerking met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen en het ministerie van Economische Zaken verdere invulling aan het Security Fund (SecFund). Dit richt zich op finan­ciering van innovatieve dual-use technologieën. Daarnaast blijft Defensie inzetten op onze brede defensie­specifieke kennisbasis en inspanningen in de maritieme sector.Digitale transformatieDigitalisering is cruciaal voor het opbouwen van het militair vermogen. Technologische ontwikkelingen zoals AI, Cloud, Cyber en autonome wapensystemen veranderen de wereld en de manier waarop Defensie militair opereert. Innovatieve technologieën bieden nieuwe kansen voor Defensie, waardoor ze effectiever, veerkrachtiger, veiliger en schaalbaar wordt. Deze technologieën vormen echter ook nieuwe bedreigingen van 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 statelijke en niet statelijke actoren. De digitale transformatie van Defensie faciliteert multidomein operaties, waardoor interoperabiliteit, een groter situationeel bewustzijn (situational awareness) en besluitvorming worden gewaarborgd. Om als Defensie snel gereed te zijn voor het gevecht van de toekomst is het noodzakelijk vorm en inhoud te geven aan de combinatie van (nieuwe) technologieën, nieuwe manieren van organiseren en samen­werking met externe partners.Strategische samenwerking met de industrieHet is van belang om onze productie- en leveringszekerheid te vergroten. Op basis van de Actieagenda Productie- en Leveringszekerheid werkt Defensie samen met Economische Zaken (EZ) en Buitenlandse Zaken (BZ) aan actief industrie- en innovatiebeleid ter versterking van de defensie-industrie (Kamerstuk 36 410 X, nr. 93 van 7 juni 2024). Er worden meerjarig middelen vrijgemaakt waarmee Defensie investeert in de opschaling van de Nederlandse Defensie- en Veiligheid gerelateerde Technologische Industriële Basis (NLDTIB). Er wordt geïnvesteerd in publiek-private samen­werking met de defensie-industrie en een aanpak van de financieringspro­blematiek.Tevens versterkt Defensie de Nederlandse en Europese defensie-industrie door het opschalen van het productievermogen en het stimuleren van gezamenlijke aanschaf van defensiecapaciteiten door bondgenoten. Daartoe wordt onderhandeld over het Europese Defensie Investeringspro­gramma (EDIP) en het versterken van de Europese Defensie Technologische en Industriële Basis (EDTIB, Kamerstuk 22 112, nr 3919 van 2 september 2022). Het ligt binnen de verwachting dat de onderhandelingen tot in 2025 zullen doorlopen.Steun aan OekraïneSinds het begin van de oorlog in Oekraïne zet Nederland zich in om Oekraïne zo goed mogelijk in staat te stellen zich te verdedigen tegen de Russische agressie. Defensie zal dit blijven doen, door middel van levering van militair materieel en training van de Oekraïense krijgsmacht, bilateraal en in samen­werking met internationale partners. De militaire steun aan Oekraïne wordt gecoördineerd middels de Ukraine Defence Contact Group en meerdere gelegenheidscoalities, waarbij Defensie in het bijzonder focust op de Air Force Capability Coalition.GevechtskrachtDe krijgsmacht moet permanent gereed zijn om het Koninkrijk en het bondgenootschap te kunnen beschermen en indien nodig te verdedigen in een grootschalig conflict. In 2025 leidt dat tot de volgende keuzes.Missies en operatiesNederland levert in 2025 een bijdrage aan de EU-operatie in Bosnië en Herzegovina, EUFOR Althea. Nederland streeft ernaar ook in 2025 samen met partners bij te dragen aan een stabiel Irak, waarin burgers beschermd worden en waarin gewerkt wordt aan een duurzame ontwikkeling van de veiligheidssector. Hier geeft Nederland invulling aan door de Force Commander, aanvullende stafcapaciteit en helikopters aan de NAVO Missie Irak (NMI) te leveren.Daarnaast blijft Nederland in 2025 actief in verschillende andere missies. In multilateraal verband zet Nederland in op het verbeteren van de effectiviteit van missies en verschillende soorten vredes- en stabiliteitsoperaties en –activiteiten.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Informatiegestuurd- en Multidomein OptredenDefensie zet in op multidomein optreden (MDO) met als doel een militair voordeel te behalen en te behouden op potentiële tegenstanders. Multidomein optreden is een manier van denken en werken - een opera­tioneel concept - voor het optreden van de krijgsmacht. Het concept slaat een brug tussen strategische doelstellingen en operationele en tactische militaire activiteiten, door uit te gaan van te bereiken effecten. Dit vraagt om sterke innovatie en een gebalanceerde krijgsmacht die in staat is om domeinoverstijgend fysieke, virtuele en cognitieve effecten te realiseren, in samenhang met niet-militaire activiteiten. Het optreden van de krijgsmacht is daarbij informatiegestuurd: proactief op basis van een goed begrip van de omgeving en continu aangestuurd en bijgestuurd op basis van actuele informatie. Zo maakt de krijgsmacht optimaal gebruik van informatie(technologie) voor snellere besluit- en bevelvoering dan de tegenstander. Dit gaat hand in hand met de digitale transformatie van Defensie en vereist verandering van mens en gedrag, processen en technologie. Defensie blijft dan ook investeren in de modernisering van commandovoering.InlichtingenInlichtingen zijn cruciaal voor de krijgsmacht om een dominante informa­tiepositie ten opzichte van een tegenstander op te kunnen bouwen, en informatiegestuurd en multidomein te kunnen optreden. Als onderdeel van de verdere versterking van de samenwerking tussen krijgsmacht en MIVD, en het doorontwikkelen van de organieke inlichtingencapaciteiten van de krijgsmacht, is aankomend jaar extra aandacht voor de technische randvoor­waarden om relevante gegevens te kunnen delen. Naast het bestendigen van de interne samenwerking ligt de nadruk ook op het intensiveren van de samenwerking op (inter)nationaal niveau en in toenemende mate met private partijen.Ook besteedt Defensie het aankomende jaar, naast de implementatie van de Tijdelijke wet cyberoperaties (2024), aandacht aan het zorgvuldig verder voorbereiden van de herziening Wet op de inlichtingen- en veiligheids­diensten (Wiv) 2017.CyberNaast investeringen in de eigen cyberveiligheid, versterkt Defensie in 2025 het Defensie Cyber Commando (DCC) ten behoeve van militaire cyberope­raties, zowel om eigenstandig als binnen multidomein optreden militaire effecten te kunnen bereiken. Onderdeel daarvan is het intensiveren van de samenwerking tussen DCC en MIVD. Daarnaast is ook de verdere ontwik­keling van tactische capaciteit bij de krijgsmachtdelen voor cyber en elektro­magnetische activiteiten op het gevechtsveld nodig. Deze ontwikkeling houdt een verdere integratie van cyber en elektronische oorlogsvoering in, waarmee de vrijheid van handelen van de militaire commandant in het cyberdomein en elektromagnetische spectrum kan worden zeker gesteld, alsmede die van de tegenstander kan worden beïnvloed.Cyberweerbaarheid vraagt om een maatschappijbrede aanpak. Zodoende gaat Defensie in 2025, naast de samenwerking met bondgenoten, verder investeren in de samenwerking met andere departementen, private bedrijven en bondgenoten.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 CommandovoeringDefensie blijft in 2025 investeren in de modernisering van de commando­voering. De focus ligt o.a. op het Operationeel Hoofdkwartier (OHK) en het Maritiem Operationeel Centrum Benelux van de Koninklijke Marine. Bij de Koninklijke Marine wordt gestart met het project M3C waardoor nieuwe softwarefunctionaliteiten de bemanning aan boord ondersteunt in de besluitvorming en bevelvoering. De Koninklijke Luchtmacht investeert verder in het vermogen om de data uit wapensystemen te fuseren en breder beschikbaar te maken voor andere eenheden ten behoeve van een betere beeld en begrip van de operationele omgeving. Daarmee kan effectiever worden geopereerd. Dit project zal aansluiten op het programma Grens­verleggende IT (GrIT). Zo bouwen we verder aan zowel onze onderlinge interoperabiliteit, als die met NAVO-partners.RuimtedomeinVoor Defensie blijft de Defensie Ruimte Agenda ( Kamerstuk 36 124, nr.10) het uitgangspunt om in gang gezette ontwikkelingen verder te ontplooien. In 2025 wordt het Nederlandse ecosysteem Space verder uitgebouwd. Samen met de in 2023 herijkte interdepartementale Kennis en Innovatie Agenda Veiligheid (Missie 3: Space) worden nationaal publieke en private krachten gebundeld en initiatieven gestart. Verder wordt interdeparte­mentaal de aandacht gericht op het implementeren van de Lange termijn Ruimtevaart agenda.Internationaal werkt Defensie in de EU mee aan de uitwerking van de Europese Ruimtestrategie voor Veiligheid en Defensie en zullen, met inbreng en ondersteuning van Defensie, de resultaten van de drie Europees Defensiefonds gefinancierde projecten (REACTS, SPIDER en ODIN’s EYE 2) worden opgeleverd. Activiteiten voor de NAVO zullen intensiveren, zodat we een relevante bijdrage kunnen leveren in o.a. overlegstructuren en te ontwikkelen capaciteiten. Verder zal personeel geplaatst worden bij het NATO Space Center of Excellence. Bilateraal krijgen de samenwerkingen met onder andere Noorwegen, de Verenigde Staten, Zweden en Duitsland verder vorm en wordt via plaatsing van een liaison bij belangrijke strate­gische partners de samenwerking en kennisdeling bevorderd. MensenMensen zijn het belangrijkste kapitaal van de Defensieorganisatie. Mensen uit de hele samenleving worden geënthousiasmeerd om bij Defensie te komen en te blijven. Defensie moet ook vrouwen - de helft van de bevolking - en andere groepen voldoende aantrekken en binden. Defensie blijft streven naar een bezetting die in 2030 of eerder voor 30% uit vrouwen bestaat in de gehele breedte van de organisatie en zet zich in voor andere vormen van diversiteit.2025 gaat van start met een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord. Defensie werkt afspraken uit vorige akkoorden verder uit, zoals de Regeling Militaire Inzet en het Individueel Keuzebudget. Defensie investeert in het ontwikkel- en loopbaanperspectief van personeel. Vanaf 2025 zal een defensiebrede uniforme employabilityorganisatie structureel bijdragen aan behoud van personeel en worden mensen beter van werk naar werk begeleid. Een nieuw opgericht cluster Coördinatie Reorganisaties begeleid in samenwerking met CDS reorganisaties van de defensieonderdelen om een soepeler reorgani­satieproces te laten plaatsvinden.15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Schaalbare krijgsmachtDefensie ontwikkelt zich tot een schaalbare organisatie. Elementen van de HR-Vernieuwing die het bouwen van de schaalbare krijgsmacht onder­steunen zijn nieuwe aanstellings- en contractvormen en de herinrichting van de organisatie met gebruik van het schillenmodel.De schaalbare krijgsmacht vraagt om meer reservisten. We intensiveren de samenwerking met andere departementen, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, werkgeversorganisaties en de industrie om ervoor te zorgen dat het in een weerbare en betrokken samenleving vanzelfsprekend wordt om als reservist aan Defensie verbonden te zijn. Intern versnellen we de aanpak van knelpunten over drie lijnen: in de bedrijfsvoering, samen met de vakcentrales in de rechtspositie, en door het toekomstbeeld voor de inzet van reservisten in een schaalbare organisatie uit te werken. In 2025 verwachten we hiervan eerste resultaten.DienjaarIn 2025 schaalt het Dienjaar Defensie op naar 1.000 deelnemers. Een verdere opschaling wordt voorbereid. We schalen het huidige Dienjaar zo snel als haalbaar op, waarbij het vermogen van de krijgsmacht om dit nieuwe instroomspoor te faciliteren en absorberen van groot belang is. Randvoor­waarden als keuringsbeleid, opleidingscapaciteit, vastgoed en persoonlijke uitrusting moeten zijn ingevuld.VeteranenDefensie investeert in 2025 in het verbeteren van voorzieningen en uitkeringen voor veteranen en dienstslachtoffers met bijvoorbeeld PTSS. Een voorbeeld is de samenwerkingsovereenkomst tussen het Nederlands Veteraneninstituut en twee assistentiehondenscholen. Er wordt verkennend onderzoek gedaan naar andere vormen van inzet van assistentiehonden, wat kan leiden tot andere samenwerkingsovereenkomsten in 2025. Ook zal Defensie het transitiebeleid en –instrumentarium van militair naar veteraan en van veteraan naar civiel verder onderzoeken en vormgeven.Een veilige werkomgeving bij DefensieOok in 2025 blijft de aandacht voor veiligheid binnen Defensie onver­minderd groot. Bij Defensie wordt personeel voorbereid om op te kunnen treden in onveilige situaties en wanneer niet alle randvoorwaarden zijn ingevuld. Dat is bij de huidige inzet zo en bij een inzet in het kader van hoofdtaak 1 in bijzondere mate.In 2025 wordt stapsgewijs het in 2023 geïmplementeerde integriteitsma­nagementsysteem geëvalueerd, wordt het herziene veiligheidsmanage­mentsysteem (VMS) geïmplementeerd en wordt het huidige meld- en registratiesysteem vervangen door een nieuw, integraal meldingssysteem. Daarnaast zet Defensie in 2025 stappen om te komen tot een dashboard met daarop informatie over veiligheid. Op het gebied van gevaarlijke stoffen voert Defensie doorlopend de Nadere Inventarisatie Gevaarlijke Stoffen uit.Arbeidsextensief werkenDefensie zet in op een optimale synthese van mens en technologie, waarbij de mens vooral wordt ingezet op zijn unieke of vereiste capaciteiten (‘human in the loop’). Naast technologie worden ook de organisatie van het werk, de schaalbaarheid, de inzet van externe partijen en de impact op het personeel beschouwd. In en na 2025 wordt hiervoor het programma Arbeidsextensi­vering verder uitgewerkt.16Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 MaterieelIn 2025 werkt Defensie middels een uitgebreid investeringsprogramma verder om onze materiele behoeften te vervullen. Deze investeringen worden toegelicht in de materieelagenda van het Defensiematerieel­begrotingsfonds (Begrotingsartikel K) die gelijktijdig aan uw Kamer wordt verstuurd.RandvoorwaardenRandvoorwaarden voor de groei en taakuitvoering van Defensie vragen de nodige aandacht en investeringen. De Defensieorganisatie moet militaire inzet en voorbereiding daarop ondersteunen met informatie, passende bedrijfsvoering, beveiliging, een veilige werkomgeving, vastgoed, ruimte om te oefenen en juridische ruimte voor taakuitvoering.Informatie en transparantieOm beter voorbereid te zijn op hoofdtaak 1, is het bereiken van een gezag­hebbende informatiepositie een belangrijke voorwaarde. Het programma Defensie Open op Orde brengt de informatiehuishouding van Defensie naar het benodigde volwassenheidsniveau. Dat is ook noodzakelijk voor proactieve informatieverstrekking aan de samenleving. Concrete acties op dit gebied zijn opgenomen in de paragraaf ‘IT’ van de materieelagenda van het DMF, die gelijktijdig aan uw Kamer wordt verstuurd.Bedrijfsvoering en beveiligingDe basis op orde is een belangrijke voorwaarde voor de slagkracht en operationele inzetbaarheid. Defensie erkent de problemen in de bedrijfs­voering en heeft de aanpak geïntensiveerd. Het oplossen van de Algemene Rekenkamer onvolkomenheden met prioritering langs de lijnen van hoofdtaak 1, vergt topprioriteit en een meerjarige aanpak langs verschil­lende assen: gedrag, governance, capaciteit, infra en IT. Een van de onvol­komenheden die Defensie met prioriteit oppakt is ‘Beveiliging Militaire Objecten’. Het belang van gedegen beveiliging van militaire objecten is groot. Inbreuk op te beschermen belangen kan Defensie schaden en vormt een bedreiging voor de operationele gereedheid en militair vermogen. De beveiliging dient op een hoger niveau gebracht te worden. Daarvoor zal met prioriteit geïnvesteerd worden in de versterking van de organisatorische, bouwkundige en elektronische beveiligingsmaatregelen (de zogenaamde OBE-mix) die hiervoor benodigd is.VastgoedOp het gebied van vastgoed wordt toegewerkt naar een duurzame vastgoedportefeuille die qua omvang en samenstelling in balans is met de financiële middelen (Kamerbrief 2024D22212). Gedurende dit proces dient Defensie tegelijkertijd te voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van verduurzaming van het vastgoed. De noodzakelijke inhaalslag hiervoor is inmiddels gestart. In dit kader zijn de volgende doelstellingen de komende jaren van belang:–Defensie voldoet in 2029 aan de energiebesparingsplicht door de uitvoering van de uit de informatie- en onderzoeksplicht voortvloeiende maatregelen in de periode 2024-2027 (80%) en 2028-2029 (20%);–Defensie voldoet in 2027 aan de energielabel C-verplichting voor kantoren.Over het concentreren, het verduurzamen en het vernieuwen van het vastgoed van Defensie en de uitvoering van het Strategisch Vastgoedplan 2022 wordt uw Kamer geïnformeerd via de Stand van Defensie en/ of via een verzamelbrief.17Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Ruimte en leefomgevingDefensie zet de komende jaren extra in op het in beeld brengen en borgen van haar ruimtelijke behoeften in de fysieke leefomgeving. De ruimtebe­hoefte van Defensie is meegenomen in het Nationaal programma Ruimte voor Defensie (NPRD). Na afronding van het Plan MER en de gebiedsbijeen­komsten, voorziet Defensie definitieve besluitvorming over deze behoeften in 2025 als onderdeel van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie.Klimaatverandering en veiligheidZowel de NAVO als de EU onderschrijven dat klimaatverandering impact heeft op de krijgsmacht. De EU heeft daarom de lidstaten verplicht om door middel van een strategie aan te geven hoe de krijgsmacht zich voorbereidt op klimaatverandering. Defensie geeft invulling aan die verplichting door het opstellen van de ‘Defensiestrategie voor Klimaatver­andering en Veiligheid’. Het is essentieel om operaties langdurig te kunnen volhouden, ook als de reguliere voorzieningen en leveranciers wegvallen. Energiezekerheid en -onafhankelijkheid zijn daarom mission critical. Dit versterkt de zelfvoorzienendheid, de veiligheid en het voortzettingsver­mogen van de krijgsmacht. Prioriteit hierbij is het zoeken naar operati­onele voordelen. Zo wordt innovatie gestimuleerd én de eigen voetafdruk verkleind waardoor we het langer kunnen volhouden met minder kwetsbare logistieke aanvoerlijnen. Defensie versterkt daarmee de reeds ingeslagen weg, wat bijdraagt aan een toekomstbestendige krijgsmacht.DuurzaamheidVanuit de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid Defensie (Kamerstuk 36 124, nr. 25 van 31 januari 2023) werkt Defensie in 2025 onder andere aan de volgende projecten:–Defensie verankert duurzaamheid in de bedrijfsvoering, via een afwegingskader bij de aanschaf van materieel, vastgoed en IT voor meer specifieke maatregelen voor klimaatveiligheid en duurzaamheid.–Defensie streeft in 2025 naar de volgende bijmengpercentages voor de duurzame brandstoffen:•wegdiesel 30%•scheepsdiesel 10%•kerosine 5% (op vliegbasis Leeuwarden)–Defensie draagt bij aan het Climate Change and Security Centre of Excellence (in oprichting) van de NAVO om samen met bondgenoten sneller resultaten te boeken en interoperabiliteit bij klimaatweerbaar optreden te bevorderen.–In 2025 gaat Defensie verder met maatregelen om de energie- en grond­stoffenvraag voor de krijgsmacht zekerder te stellen, bijvoorbeeld door onze kazernes, marine- en luchthavens energie robuuster te maken en stapsgewijs meer biobrandstof en Sustainable Aviation Fuel (SAF) te gebruiken waar dat kan.Milieu en PFASDefensie volgt met haar milieubeleid de thema’s bodem, leefomgeving, water, bouwen en ruimte van de Omgevingswet zodat Defensie adequaat reageert op ontwikkelingen.Nederland heeft te maken met PFAS-problematiek. Ook Defensie heeft te maken met mogelijke PFAS-verontreinigingen op en nabij tenminste dertien (voormalige) defensielocaties. Het saneringsbeleid voor deze verontrei­nigingen heeft prioriteit vanwege de zorgplicht. Door risicogestuurd te saneren en met een programmatische aanpak zorgt Defensie dat verontrei­niging door het gebruik van PFAS integraal en proactief wordt aangepakt. 18Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Zo is er aandacht voor beperken van het gebruik van PFAS waar de aanwe­zigheid nog niet in producten verboden is, uitvraag naar PFAS in bedrijfs­stoffen, en veelvuldig contact met de omgeving over de mogelijke stappen.Daarnaast neemt Defensie deel aan het kennisprogramma PFAS. Op de locatie Soesterberg loopt in 2025 een programma met onder meer een pilot voor PFAS-saneringstechnieken. Naast de pilot is er binnen het programma ruimte voor kennis en innovatie op het gebied van stofgedrag, sanerings­mogelijkheden en de (financiële) gevolgen van het PFAS-beleid. Hiermee stimuleert Defensie kennis en innovatie voor toekomstige saneringsope­raties zowel voor Defensie als de rest van Nederland.19Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 20Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutatiesTabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgaven mutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.202420252026202720282029Stand begroting 2024 (inclusief NvW)22.497.39821.260.22520.354.82019.828.42319.645.5549.742.042Belangrijkste mutatiesEerste suppletoire begroting‒ 70.3491.100.4664.204.8671.357.0571.774.02110.800.876Steun Oekraїne11.000.0001.000.0002.000.000000Kasschuif Oekraїne1‒ 200.000200.0000000Steunpakketten 1 en 2 Oekraїne1289.89200000Energie en water860.00000000Transport833.00033.0000000Interdepartementale budgetoverhevelingen2,5,8,9,10,12,1341.97917.36419.22020.56357.0435.578Eindejaarsmarge Defensie1272.53800000Eindejaarsmarge HGIS1,8,9,1142.95000000Loonbijstelling12450.316455.902449.879450.727447.005446.854Prijsbijstelling1247.46148.46548.76550.20650.52350.055Technische verwerking voedingsartikel DMF13‒ 1.811.485‒ 615.0651.687.003835.5611.219.450739.414Extrapolatie1,2,3,4,5,7,8,9,10,11,12000009.558.975Overige mutaties2,3,4,5,7,8,9,10,12,13‒ 97.000‒ 39.2000000Mutaties begroting 2025‒ 9.003.175‒ 10.116.554‒ 12.168.620‒ 10.448.377‒ 10.471.031‒ 9.451.238Kasschuif AV12‒ 58.00000040.00018.000Kasschuif toelage onregelmatigheid dienst2,3,4,5,7,8,10‒ 16.65816.6580000Verdelen middelen Hoofdlijnenakkoord12000220.677435.406583.416Overheveling uitbreiding MQ-92,4,5,7,8,1014.89374.102100.103100.135100.196100.196Overheveling MP-eskadron Kmar5,8,107.57114.41224.86135.45135.60835.677Interdepartementale budgetoverhevelingen5, 715.17345.7003.3822.5352.6312.672Opheffen gebruik artikel 1313‒ 8.937.751‒ 10.178.912‒ 12.172.002‒ 10.671.589‒ 10.949.068‒ 10.055.326Overige mutaties3,5,8‒ 28.403‒ 88.514‒ 124.964‒ 135.586‒ 135.804‒ 135.873Stand ontwerpbegroting 202513.423.87412.244.13712.391.06710.737.10310.948.54411.091.680ToelichtingMutaties 1e suppletoire begrotingMet de 1e suppletoire begroting 2024 zijn onder andere middelen voor de steun aan Oekraïne aan de begroting toegevoegd. Naast de € 4 miljard die het vorige kabinet extra voor deze steun heeft uitgetrokken, is ook een deel vanuit 2024 doorgeschoven naar 2025 omdat deze steun in dat jaar tot uitgaven gaat leiden. Daarnaast zijn met de 1e suppletoire begroting de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting.Mutaties begroting 2025Verdelen middelen HoofdlijnenakkoordIn het hoofdlijnenakkoord van het huidig kabinet word structureel € 2,4 miljard toegevoegd aan de defensiebegrotingen. In de Defensienota 2024 wordt toegelicht welke investeringen Defensie hiermee financiert en welke doelen en versterkingen daarmee worden nagestreefd. Het budget wordt grotendeels verwerkt op het DMF. Dat deel van het budget dat wordt toegevoegd aan de defensiebegroting, is verwerkt op artikel 12 Nog Onverdeeld met een geleidelijke opbouw vanaf 2027. Bij een later begro­tingsmoment wordt het budget verdeeld naar de betreffende beleidsarti­kelen.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Overheveling uitbreiding MQ-9Defensie verdubbelt de Medium-Altitude Long-Endurance (MALE) UAS capaciteit van 4 naar 8 MQ-9A vliegtuigen. Met deze kwantitatieve uitbreiding is de eenheid straks tegelijk voor meerdere operaties inzetbaar. Naast de uitbreiding vindt er ook een kwalitatieve versterking van de capaciteit plaats. Het budget samenhangend met de personele kosten wordt vanuit het DMF overgeheveld naar de defensieonderdelen.Overheveling MP-eskadron Kmar en multifunctioneel eskadron KMarDe laatste jaren is steeds meer een verandering te zien in de veiligheidssi­tuatie in Europa, met de oorlog in de Oekraïne als duidelijkste manifestatie. Dit genereert een heroriëntatie van de Nederlandse krijgsmacht op de eerste hoofdtaak van Defensie, de bescherming van het Nederlands grondgebied en dat van bondgenoten. Dat heeft geleid tot de oprichting van een Combat Support MP-eskadron zodat kan worden voorzien in meer MP-capaciteit. Naast de behoefte voor een Combat Support MP-eskadron wordt er gezien de toenemende hybride dreiging voor het grondgebied van Nederland een multifunctioneel KMar-eskadron opgericht. Dit eskadron is bedoeld voor de ondersteuning van civiele autoriteiten en samenwerking met de Nationale Reserve bij de bescherming van vitale militaire en civiele infrastructuur en processen, waaronder host nation-supportoperaties. Voor de oprichting wordt het budget samenhangend met de personele kosten overgeheveld vanuit het DMF.Overige interdepartementale budgetoverhevelingenPer saldo stijgt de begroting van Defensie in 2025 als gevolg van de interdepartementale budgetoverhevelingen met € 45,7 miljoen. De grootste overheveling van € 42,4 miljoen komt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en is bestemd voor de verduurzaming van rijksvastgoed.Opheffen gebruik Artikel 13 Bijdrage aan het DefensiematerieelbegrotingsfondsTot Prinsjesdag 2024 werd het DMF gefinancierd met een bijdrage van de defensiebegroting. Deze bijdrage was opgenomen op artikel 13 en werd in het DMF ontvangen op artikel 7. Vanaf Prinsjesdag 2024 wordt budget direct overgeheveld van de artikelen van de defensiebegroting en de begrotingen van andere departementen naar de betreffende artikelen op het DMF. Hierdoor wordt de administratieve last verminderd en wordt de verdeling van middelen tussen de defensiebegroting en het DMF beter inzichtelijk gemaakt. Deze maatregel is technisch van aard.Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangsten mutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art.202420252026202720282029Stand begroting 2024 (inclusief NvW)228.804189.431225.221342.399143.4930Belangrijkste mutatiesEerste suppletoire begroting268.15228.05749.81342.019134143.627Steun Oekraїne1240.09500000Terugontvangsten EPF Oekraїne127.92327.92349.67941.88500Extrapolatie1,2,3,4,5,7,8,9,1000000143.493Overige ontvangstenmutaties10134134134134134134Mutaties begroting 2025‒ 33.84927.9230000Realistisch ontvangstenritme EPF Oekraїne1‒ 27.92327.9230000Overige mutaties7, 10‒ 5.92600000Stand ontwerpbegroting 2025463.107245.411275.034384.418143.627143.62723Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 ToelichtingMutaties 1e suppletoire begrotingDe ontvangsten zijn hoger als gevolg van de steun aan Oekraïne. Nederland schaft materieel aan met andere landen, die een deel van de lasten dragen. Daarnaast ontvangt Nederland een vergoeding vanuit de Europese Vredes­faciliteit (EPF) voor de leveringen aan Oekraïne.Mutaties begroting 2025Vanwege vertraging in de besluitvorming door de EPF, wordt de geraamde vergoeding voor het materieel dat Nederland heeft geleverd als steun aan Oekraïne, niet meer in 2024 als ontvangst verwacht maar in 2025.24Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2.3 OpenbaarheidsparagraafActieve openbaarmakingIn de Kamerbrief voortgang Open Overheid (Kamerstuk 32 802, nr. 93) is aangegeven dat per 1 november 2024 de eerste tranche met verplichte categorieën gereed zijn voor actieve openbaarmaking. Het programma Defensie Open op Orde (DOO) is gestart met een uitvraag binnen de Defensieorganisatie om voor de eerstvolgende categorieën (adviezen, convenanten, onderzoeksrapporten en klachtoordelen) vroegtijdig een planning op te stellen en te starten met de implementatie.In 2025 stelt DOO voor de overige categorieën een planning op. Aan de hand van een beslishulp en werkdefinities wordt vervolgens gestart met de  implementatie bij alle Defensieonderdelen.Passieve openbaarmakingEr is sprake van een stijgende lijn in de hoeveelheid Woo-verzoeken en in de omvang en complexiteit (in 2023 waren er 123 Woo-verzoeken, voor 2024 wordt dit naar schatting 160). Gelet op de geopolitieke ontwikke­lingen, aanhoudende militaire steun aan Oekraïne, aanzienlijke aanschaf van militair materieel en het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD), is de verwachting dat die stijging zich ook in 2025 voortzet. Om toch de behandeltermijn van Woo-verzoeken verder te verkorten, spant de sectie Woo zich ook in 2025 in om uitvoering te geven aan de maatregelen zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op de invoeringstoets Woo (Kamerstuk 32 802, nr. 94). De sectie Woo is reeds uitgebreid om de capaciteit te vergroten. Daarnaast zijn decentrale Woo-functionarissen aangewezen bij de directies van het kerndepartement. Zij zijn verantwoordelijk voor het geordend en tijdig aanleveren van de gevaagde informatie. Verder is in oktober 2024 de introductie van het nieuwe documentmanagementsysteem DefDoc. Dit systeem moet het proces van het verzamelen en beoordelen van documenten voor de behandeling van Woo-verzoeken aanzienlijk verkorten. Ook bereidt Defensie de implementatie van nieuwe Woo-tooling voor, in combinatie met een dossiermanagementsysteem. Daardoor kunnen Woo-medewerkers effectiever en efficiënter documenten uitvragen binnen de organisatie en deze sneller beoordelen. Tot slot blijft de sectie Woo zich ook in 2025 inspannen om in gesprek met de verzoeker tijdig aan diens informatiebehoefte te voldoen.Verbetering van de informatiehuishoudingMet het programma DOO versterkt Defensie de informatiehuishouding en transparantie. Dat vergroot onze wendbaarheid en versterkt zowel de commando- als de bedrijfsvoering. In 2025 voert het programma bij elk Defensieonderdeel een actieplan uit om de informatiehuishouding naar een hoger niveau te tillen, als opmaat naar een gezaghebbende informatiepo­sitie.De stapsgewijze implementatie van het documentmanagementsysteem DefDoc wordt doorgezet in 2025; in 2027 werkt heel Defensie met DefDoc.Om blijvend, kwalitatief én snel te voldoen aan verplichtingen op het gebied van actieve (Archiefwet) en passieve openbaarmaking (Woo-verzoeken) van chatberichten wordt gedurende 2025 gewerkt aan de geautomatiseerde veiligstelling daarvan en in 2026 aan de duurzame toegankelijkheid.25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2.4 Strategische EvaluatieagendaInleidingElke minister is op basis van de Comptabiliteitswet 2016 verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Hiervoor maken alle departementen sinds 2021 gebruik van de Strategische Evaluatieagenda (SEA), die jaarlijks in de begroting verschijnt.Conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) is de SEA ingedeeld op basis van belangrijke (beleids)thema’s in termen van budgettaire en maatschappelijke relevantie. Bij Defensie is de indeling van de SEA daarom gelijk aan de indeling van de Defensienota en de Beleidsagenda. Dit betekent dat de SEA bestaat uit de thema's:1.Koers voor versterking2.Gevechtskracht3.Mensen4.Materieel5.RandvoorwaardenRaadpleeg de Defensienota 2024 en de Beleidsagenda voor inzicht in de doelen en maatregelen die onder deze thema's vallen.Stand van DefensieSinds 2023 heeft Defensie meerdere reguliere rapportages aan de Kamer in één rapport gebundeld: de Stand van Defensie (SvD). Het oogmerk is om de voortgang van Defensie op verschillende thema's (zoals personeel, materieel, gereedheid en inzet) in één rapport inzichtelijk te maken en integraal te rapporteren. Defensie rapporteert zoveel mogelijk over de voortgang op de (lange termijn) doelstellingen en biedt hierbij een set van gegevens die naast kwalitatieve teksten ook bestaat uit indicatoren en kengetallen.In 2023 is de Stand van Defensie geëvalueerd. In het evaluatierapport wordt aanbevolen om uniformiteit en een duidelijke relatie tussen de SEA en SvD te creëren. De SvD is opgebouwd langs de thema's: besturen, vervullen personele behoefte, vervullen materiële behoefte, gereedstellen, inzetten en ondersteunen. Nu de SEA is opgebouwd langs gelijke thematiek, is aan deze aanbeveling invulling gegeven.Periodieke rapportagesEen adequaat evaluatiemechanisme stelt Defensie in staat om te monitoren of doelen worden gehaald, om gericht bij te sturen en prestaties te verbeteren, maar ook om politieke verantwoording af te leggen. Defensie voert daarom per SEA-thema onderzoeken en evaluaties uit. Van de hiermee verkregen inzichten wordt eens in de vier tot zeven jaar een synthese gemaakt, die in de vorm van een periodieke rapportage met de Kamer wordt gedeeld. Deze periodieke rapportage is een verplichting vanuit het Rijksbreed evaluatiestelsel en dient te voldoen aan de eisen uit de RPE. Zo bevat een rapportage in ieder geval de volgende onderdelen (RPE 2022, art. 4.5):–een onderbouwde beoordeling van de (voorwaarden voor) doeltref­fendheid en doelmatigheid van de samenhangende maatregelen of instrumenten en daarmee samenhangende uitgaven;–inzicht in oorzaken voor de mate van gerealiseerde doeltreffendheid en doelmatigheid;26Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 –de belangrijkste resterende kennis- en inzichtlacunes met het oog op verdere verbetering van het inzicht in de doeltreffendheid en doelma­tigheid van het SEA-thema.De Defensienota 2024 heeft geleid tot herziening van de thematische indeling van de SEA en daarmee de planning van periodieke rapportages. In tabel 3 is zichtbaar welke periodieke rapportage Defensie in 2025 oplevert. De data voor de overige periodieke rapportages worden in de volgende begroting en na afronding van de nog lopende beleidsdoorlich­tingen aangevuld.Tabel 3 Periodieke rapportagesThemaType onderzoekAfrondingKoers voor versterkingSynthesen.t.b.GevechtskrachtSynthesen.t.b.MensenWerktitel rapport: «Goede werkgever, verbonden met de samenleving»Synthese2025MaterieelSynthesen.t.b.RandvoorwaardenSynthesen.t.b.Conform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) wordt per SEA-thema zo goed als mogelijk vermeld op welke begrotingsartikelen het thema betrekking heeft. De begroting van Defensie is echter niet ingedeeld op basis van beleidsthema's, zoals bij veel andere ministeries het geval is, maar op organisatiedelen. Elk SEA-thema heeft daardoor betrekking op meerdere begrotingsartikelen. In overleg met het Ministerie van Financiën wijkt Defensie op dit punt af van het model uit de RBV. Voor de begroting 2026 bespreekt Defensie de financiële grondslag van de SEA-thema's met het Ministerie van Financiën.BeleidsdoorlichtingenDe periodieke rapportages vervangen de beleidsdoorlichtingen. Deze verandering is voortgekomen uit de Rijksbrede Operatie Inzicht in Kwaliteit en aangekondigd in de vierde voortgangsrapportage van de operatie (Kamerstukken II 2021/22 31 865, nr. 184, bijlage 2). In 2024 rondt Defensie daarom de laatste drie beleidsdoorlichtingen af. Dit zijn beleids­doorlichtingen van artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando, artikel 2 Koninklijke Marine en artikel 3 Koninklijke Landmacht.Tabel 4 BeleidsdoorlichtingenThemaType onderzoekAfrondingBegrotingsartikelMilitaire gezondheidszorgSynthese20248 Defensie OndersteuningscommandoNLD-DEU samenwerkingsverbandenSynthese20243 Koninklijke LandmachtFleet Operational Standards and Training (FOST)Synthese20242 Koninklijke MarineVoor een verdere uitwerking van de Strategische Evaluatieagenda en een toelichting op de eerste periodieke rapportage, zie ≪bijlage 6.5: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda≪.Klik hier om het jaarverslag 2023 van het Ministerie van Defensie te downloaden, met in bijlage 3 een overzicht van afgerond evaluatie- en overig onderzoek.27Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Een interactieve weergave van de SEA is beschikbaar op www.rijksfi­nancien.nl.2.5 Overzicht risicoregelingenDefensie kent één openstaande garantie. Dit betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen.28Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 3. Beleidsartikelen3.1 Artikel 1 InzetA. Algemene doelstellingDefensie beschermt wat ons dierbaar is. Die opdracht is een afgeleide van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Grondwet. Deze leidt tot drie hoofdtaken:1.Bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk.2.Bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.3.Ondersteuning (onder alle omstandigheden) van de civiele autoriteiten bij de handhaving van de openbare orde, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de bestrijding van rampen en incidenten en de beheersing van crises, zowel nationaal als internationaal.Alle drie de hoofdtaken vergen meer inzet vanwege de toegenomen instabi­liteit in de wereld. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister van Defensie is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredes­opbouw, wereldwijd. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet voor nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheer­singsoperaties, contributies aan gemeenschappelijk gefinancierde NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is daartoe uitgebreid met een niet­financieel overzicht voor de structurele inzet voor nationale en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de KMar en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD).In beleidsartikel 1 is de begroting van inzet van de krijgsmacht opgenomen. De uitgaven en ontvangsten van inzet worden hier begroot mits:1.Deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair niet in dit artikel zichtbaar zijn indien geen sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het Ministerie van Buitenlandse Zaken).2.Deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de CDS wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom bij die artikelen begroot en verantwoord.29Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Om het geïntegreerde karakter te borgen wordt besluitvorming over het Budget Internationale Veiligheid (BIV) interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd.C. BeleidswijzigingenIn eerdere besluitvormingsmomenten heeft het Kabinet Rutte IV besloten tot deelname dan wel verlenging, uitbreiding of beëindiging van de Nederlandse militaire bijdragen aan onder andere de volgende missies en operaties:–Enhanced Forward Presence (Litouwen): verlenging tot en met 31 december 2026;–Brede veiligheidsinzet in Irak: bijdrage loopt tot en met 31 juli 2025;–EUFOR Althea: bijdrage aan EU-operatie in Bosnië en Herzegovina loopt sinds januari 2023 tot en met 31 juli 2025.–Enhanced Air Policing (Estland): Nederlandse bijdrage aan NAVO-lucht­ruimactiviteiten in de periode december 2024–maart 2025.NAVO-bondgenoten besloten in de periode voor en na de illegale Russische invasie van Oekraïne tot aanvullende maatregelen om het NAVO-verdrags­gebied te beschermen, Rusland af te schrikken en bondgenoten bij te staan. Als onderdeel van dit pakket aan maatregelen zijn extra eenheden aan de oostflank van het verdragsgebied ontplooid. Nederland levert hier als NAVO-bondgenoot een actieve bijdrage aan.In VN-verband zal Nederland daarnaast bijdragen blijven leveren aan VN-missies in het Midden-Oosten. De mandaten voor UNTSO en UNIFIL zijn verlengd tot en met 31 juli 2025. De bijdrage aan UNDOF is beëindigd. De einddatum van de Nederlandse bijdrage is in goed overleg met de VN vastgesteld op augustus 2023. Dit is aan de Kamer gecommuniceerd in de Jaarlijkse Voortgangsrapportage Overige Missiebijdragen.Defensie blijft ten slotte Vessel Protection Detachments (VPD's) inzetten ter bescherming van de koopvaardij. Dit wordt begroot en verantwoord onder overige inzet.30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Figuur 4 Overzicht missies en operatiesD. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Inzet (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen1.747.9083.618.3473.204.145220.344195.733193.018193.018Uitgaven1.142.5953.475.7292.042.5902.219.677222.547219.832219.832Apparaatsuitgaven0000000Programmauitgaven1.142.5953.475.7292.042.5902.219.677222.547219.832219.8321.1Programmauitgaven1.142.5953.475.7292.042.5902.219.677222.547219.832219.832Opdrachten1.142.5953.475.7292.042.5902.219.677222.547219.832219.832Crisisbeheersingsoperaties1.136.9633.454.7982.023.6162.200.703203.574200.859200.859Financiering nationale inzet krijgsmacht2.7224.0913.8273.8273.8263.8263.826Overige inzet2.91016.84015.14715.14715.14715.14715.14731Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2023202420252026202720282029Ontvangsten76.303327.738104.116133.739243.1232.3322.332Tabel 6 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht22.9%bestuurlijk gebonden0.0%beleidsmatig gereserveerd77,1%nog niet ingevuld/vrij te besteden0.0%BudgetflexibiliteitHet aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op de uitgaven voor levering van goederen en/of diensten van de lopende missies. Voor 2025 is 22.9% juridisch verplicht. De voorziening voor de verwachte verlenging van de huidige missies of voor nieuwe missies is juridisch gezien nog niet verplicht.E. Toelichting op de financiële instrumentenIn beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht begroot. Het financiële instrument «opdrachten» omvat de uitgavencategorieën:1.Internationale inzet (BIV), zoals crisisbeheersingsoperaties;2.Financiering nationale inzet krijgsmacht (FNIK);3.Overige inzet.De financiering van de militaire steun aan Oekraïne verloopt ook via het BIV. Dit budget is vanuit de generale middelen toegevoegd aan Artikel 1 door het ministerie van Financiën. Op deze wijze draagt Nederland bij aan de ondersteuning van Oekraïne in de strijd tegen Rusland. De Kamer wordt periodiek op de hoogte gehouden van de geleverde steun aan Oekraïne middels de diverse leveringenbrieven.Toelichting uitgaven per missieTabel 7 Overzicht Internationale inzet (BIV) (bedragen x € 1.000)Overzicht Internationale inzet (BIV)202420252026202720282029(bedragen x € 1.000)EUFOR Althea12.3001.700Veiligheidsinzet in Irak (CBMI)6.3003.000NATO Mission in Iraq (NMI)54.00030.600Enhanced Forward Presence Litouwen (EFP LTU)32.00032.00032.000Enhanced Forward Presence Roemenië (EFP ROU)1.096250Enhanced Vigilance Activities MQ-97.200Missies Algemeen7.5007.5007.5007.5007.5007.500Personeelszorg2.5001.8001.8001.8001.8001.800Contributies30.00036.00036.30036.30036.30036.300Kleinschalige bijdragen aan missies (< € 2,5 miljoen per jaar)17.5952.030300300300300Subtotaal170.491114.63077.90046.15045.90045.900Reservering Dutchbatt III veteranen (BT09)3.522742742336Reservering Srebrenica (BT09)11.354Reservering MIVD (BT11)5.0005.0005.0005.0005.0005.000Totaal190.367120.37283.64251.48650.90050.90032Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Toelichting per missieEUFOR AltheaNederland ondersteunt landen in de Westelijke Balkan, inclusief Bosnië en Herzegovina. In april 2023 is door het kabinet besloten tot inzet in Bosnië en Herzegovina middels de EU-operatie EUFOR Althea. Nederland zet een infanteriecompagnie van het Korps Mariniers in (100 tot 150 militairen voor de periode oktober 2023 tot oktober 2024), evenals een Human Intelligence team (maximaal 10 personen) voor de periode september 2023 tot en met 31 juli 2025. Sinds januari 2023 zijn vier stafofficieren werkzaam op het hoofdkwartier van EUFOR Althea te Sarajevo. Het nationaal kader hiervan is uitgebreid naar maximaal zeven.Brede veiligheidsinzet IrakIn de periode tot mei 2024 vond een verschuiving plaats van het zwaartepunt van de Nederlandse bijdrage in Irak, van Operation Inherent Resolve (OIR) naar NAVO Missie Irak (NMI). De veiligheidsinzet in Irak bestaat uit de volgende elementen:–Militaire en civiele bijdrage aan de NAVO-missie Irak (NMI) om de Iraakse veiligheidsinstituties op institutioneel niveau te adviseren;–Van 1 januari t/m 31 december 2024 levert Nederland een Force Protection compagnie van 145 militairen ten behoeve van NMI;–Daarnaast levert Defensie maximaal twintig civiele en militaire adviseurs.–Van mei 2024 tot mei 2025 levert Nederland de Force Commander met een staf van ongeveer vijftien personen;–Nederland levert ook in deze periode drie Chinookhelikopters en een helikopterdetachement van ongeveer 120 personen;–Militaire bijdrage aan Operation Inherent Resolve (OIR) van de anti-ISIS coalitie in de vorm van SOF-trainers, militaire adviseurs en stafofficieren van 1 januari t/m 31 december 2024;–Civiele bijdrage aan de EU Adviesmissie Irak (EUAM) t/m 31 juli 2025, gericht op het adviseren van Iraakse autoriteiten over het hervormen van de civiele aspecten van de Iraakse veiligheidssector–Militaire en civiele bijdrage aan (hervormingen in) de Koerdische Autonome Regio t/m 31 juli 2025.Litouwen (eFP)De NAVO besloot na de illegale annexatie van de Krim door Rusland in 2014 tot de versterking van de afschrikking- en verdedigingsfunctie van de oostflank. Onderdeel hiervan is de vooruitgeschoven aanwezigheid in de Baltische staten en Polen: enhanced Forward Presence (eFP). eFP bestaat op dit moment uit circa 4.500 militairen, verdeeld over een viertal multinationale Battle Groups. eFP brengt tot uitdrukking dat een schending van het verdragsgebied leidt tot de onmiddellijke betrokkenheid van het bondgenootschap. eFP draagt actief bij aan geloofwaardige afschrikking van Rusland en het geruststellen van bondgenoten in Baltische Staten en Polen. In het geval van een aanval stuit de tegenstander namelijk niet alleen op de lokale strijdkrachten, maar tevens op een multinationale NAVO-eenheid.Nederland neemt sinds 2017 met circa 270 militairen deel aan de multi­nationale Battle Group in Litouwen. Het nationale kader voor eFP is maximaal 350 pax (waarvan 50 flexibel) recent (mei 2024) is deze bijdrage verlengd met twee jaar, tot en met 31 december 2026. De langjarige Nederlandse bijdrage aan de multinationale Battle Group verhoogt hierbij de ervaring met het gezamenlijk optreden met strategische partners 33Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 waaronder Duitsland, Noorwegen en België. De inzet roteert veelal tussen de 13e Lichte Brigade (13 LtBrig) en de 43e Gemechaniseerde Brigade (43 MechBrig) van het Commando Landstrijdkrachten.Estland (eAP)Het kabinet Rutte IV heeft besloten om een Nederlandse bijdrage te leveren aan de NAVO-Air Policing (AP) missie, in de periode december 2024–maart 2025.  Het betreft NAVO-luchtruimactiviteiten met een flexibele inzet van drie tot tien F-35-toestellen in Estland. De AP-activiteiten hebben tot doel om de veiligheid en integriteit van het NAVO-luchtruim te bewaken. De missie schrikt potentiële agressie af, de F-35 toestellen dragen zo bij aan de doorlopende voorbereiding op de verdediging van het NAVO-grondgebied. De AP-activiteiten zijn doorlopende activiteiten van de NAVO, waarvoor de NAVO bijdragen aan haar bondgenoten vraagt.ContributiesNederland draagt met contributies bij aan de gemeenschappelijke uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties van de NAVO en militaire missies en operaties van de EU. Deze contributies staan los van een eventuele Nederlandse deelname aan een specifieke missie van de NAVO of de EU. Ook de jaarlijkse bijdrage aan de Strategic Airlift Capability (SAC) C-17, gehuisvest op Papa Air Base te Hongarije, is onderdeel van de contributies. Dit is een internationaal samenwerkingsverband van twaalf landen, waaronder tien NAVO-bondgenoten, en voorziet in een deel van de Nederlandse behoefte aan strategic airlift.Kleine bijdragenIn onderstaand overzicht staan de kleinschalige Nederlandse bijdragen met een financiële omvang van minder dan € 2,5 miljoen per jaar.Tabel 8 Overzicht kleinschalige bijdragen aan missies in personeelOverzicht kleine missiesMax personele omvang *1(NLD) Air Task Force Middle East (ATF ME)12European Union ATALANTA (EU ATALANTA)3European Union Militairy Assistance Mission (EUMAM)9United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL)1United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)12Combined Maritime Forces (CMF)3Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)2United States Security Coordinator (USSC)4*De personele omvang varieert in tijd gedurende de missie van nul tot de maximaleToelichting op nationale inzet krijgsmachtStructurele nationale takenDefensie voert structurele taken uit ten behoeve van civiele overheden. De financiële middelen van deze structurele taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. Deze structurele taken zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, maar ook convenanten of arrangementen. Onder de structurele taken vallen de taken van de Koninklijke Marechaussee, de Kustwachten in Nederland en het Caribisch gebied, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en de Explosievenopruiming.34Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK))Defensie verleent militaire bijstand voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze inzet wordt bekostigd vanuit dit artikel via de afspraken die zijn gemaakt in het convenant FNIK. Deze bijstand wordt zowel door de Koninklijke Marechaussee geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis of in geval van de vrees voor het ontstaan daarvan.De tabel indicatieve inzet voor 2025 geeft de geprognosticeerde nationale inzet weer, aangezien bijstandsverzoeken niet (altijd) te voorspellen zijn. De inzet van Defensie bij de beveiliging van rechtbanken is daarvan een voorbeeld.Tabel 9 Indicatieve nationale inzetGrondslag/activiteitOnderdeelSoortAantalExplosieven opruimingEODD (FNIK)ruimingen2000Explosieven opruiming NoordzeeCZSKruimingen35Quick Reaction Alert (onderscheppingen luchtruim)CLSKonderscheppingen4Strafrechtelijke handhaving rechtsorde (Politiewet)Alle DO'n (FNIK)aanvragen115Handhaving openbare orde en veiligheid (Politiewet)Alle DO'n (FNIK)aanvragen25Militaire steunverlening in het openbaar belangAlle DO'n (FNIK)aanvragen30Wet VeiligheidsregioAlle DO'n (FNIK)aanvragen25KB 1987 inzet krijgsmacht in Aruba, Curacao en Sint Maarten - harde bijstandCZSK/CLAS (FNIK)aanvragen29KB 1987 inzet krijgsmacht in Aruba, Curacao en Sint Maarten - zachte bijstandCZSK/CLASaanvragen3Wet BESCZSK/CLAS (FNIK)aanvragen3Toelichting op ontvangstenDe ontvangsten hebben betrekking op de eventuele vergoedingen van de EU, NAVO, VN en partnerlanden voor de door Nederland geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen. Ook wordt de bijdrage van de reders voor de inzet van VPD’s hier geraamd.35Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 3.2 Artikel 2 Koninklijke MarineA. Algemene doelstellingDe marine levert operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit (zowel vloot als mariniers) ten behoeve van de verdediging op en vanuit zee van de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van het Koninkrijk, evenals ter bescherming van de koopvaardij en helpt bij crisisbeheer-singsoperaties, humanitaire hulpoperaties en rampen. De marine kan zelfstandig operaties uitvoeren en kan ook samen optreden met de landmacht, luchtmacht, marechaussee en buitenlandse bondgenoten.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de marine alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. De marine is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De marine is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaar­heidsdoelen te bereiken, worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de marine gereed gesteld. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden (begroting en jaarverslag).Tevens vormt de marine de beheersorganisatie voor zowel Kustwacht Nederland als de Kustwacht Caribisch Gebied.Tabel 10 Capaciteiten marineCapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingMARITIEME TAAKGROEP VAN 5 SCHEPENDe taakgroep voert als geheel gevechtsoperaties uit op zee, projecteert gevechtskracht vanuit zee op land of treedt in delen langdurig op als afschrikking. De taakgroep kan als geheel of in delen ingezet worden voor maritieme veiligheidsoperaties of voor maritieme assistentie.Maritime Battle StaffLevert commandovoering voor maritieme en amfibische operaties.Luchtverdedigings- en CommandofregatBestrijding van maritieme-, oppervlakte-, lucht- en ruimtedreigingen. Is daarnaast een platform voor commandovoering voor een taakgroep voor maritieme gevechtsoperaties, veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht.Multipurpose FregatLevert slagkracht ter bestrijding van oppervlakte / onderwater eenheden voor gevechtsoperaties. Levert een platform voor maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht.Landing Platform DockAmfibisch transport voor amfibische gevechtsoperaties, maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht.Joint Support ShipVerzorgt bevoorrading op of vanuit zee om voortzettingsvermogen voor amfibische of maritieme gevechtsoperaties te vergroten. Of verzorgt maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht.OnderzeebootLevert slagkracht ter bestrijding van oppervlakte en onderwater eenheden voor gevechtsoperaties. Verzamelt inlichtingen en is een platform voor speciale operaties.Alkmaarklasse MijnenbestrijdingsvaartuigLevert mijnenbestrijdingscapaciteit ten behoeve van maritieme gevechtsoperaties, maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht.Marine Combat GroupLevert eenheden voor amfibische gevechtsoperaties en voor veiligheidsoperaties op zee en op land. Kan worden ingezet voor steunverlening en bijstand.Surface Assault & Training GroupLevert amfibische ondersteuning en maritieme beveiligingsteams.Hydrografische OpnemingsvaartuigenLevert oceanografische inlichtingen en hydrografische survey capaciteit voor civiel / militaire samenwerking.SPECIALE EENHEDEN VOOR SPECIALE OPERATIES EN VOOR TERREURBESTRIJDINGC-SquadronLevert een Special Operations Maritime Task Group (SOMTG) voor geplande (maritieme) speciale operaties (Foreseeable Special Operation (FSO)) en voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties met een korte reactietijd (Non-Foreseeable Special Operation (NFSO)).36Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 CapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingM-SquadronLevert maritieme anti-terreur capaciteit in het hoogste geweldsspectrum voor de Unit Interventie Mariniers (UIM) en ter ondersteuning van de Dienst Speciale Interventies.HARBOUR PROTECTION TEAMSDuikteam Defensie Duikgroep (DDG)Voert onderwater operaties uit met drones en duikers ten behoeve van het onderkennen en neutraliseren van dreigingen onderwater.FORWARD PRESENCE IN HET CARIBISCH DEEL VAN HET KONINKRIJKOceangoing Patrol VesselsLevert permanente maritieme militaire presentie en neemt deel aan counter-narcotics-operaties. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht.Ondersteuningsvaartuig (Zr. Ms. PELIKAAN)Draagt bij aan tactisch voortzettingsvermogen van de operationele eenheden in het Caribisch deel van het Koninkrijk en levert amfibische transportcapaciteit.Mariniers Squadron CaribAanwezigheid van mariniers voor amfibische inzet en militaire bijstand.Bootpeloton CaribAanwezigheid van een marinierseenheid voor amfibische ondersteuning en maritieme patrouille.Mariniers detachement Sint-MaartenAanwezigheid van mariniers voor amfibische inzet en militaire bijstand.Caribische MilitairenAanwezigheid van lokale militairen voor territoriale verdediging en militaire bijstand.C. BeleidswijzigingenDe Koninklijke Marine zet zich wereldwijd in voor de veiligheid van Nederland op en vanuit zee. De Nederlandse marine heeft het gehele jaar 2025 de leiding over Standing NATO Maritime Group 1 en nemen eenheden deel aan Standing NATO Mine Countermeasures Group 1, beide onderdeel van NATO’s Rapid Reaction Force. Om de Koninkrijkstaken van Defensie uit te voeren levert de Koninklijke Marine Oceangoing Patrol Vessels in het Caribisch Gebied en staan er eenheden standby voor noodhulp tijdens het orkaanseizoen. Het Korps Mariniers heeft diverse opdrachten gepland staan in samenwerking met internationale partners, zo wijd de wereld strekt. De ondersteuning die de mariniers geven aan de training van Oekraïners gaat ook komend jaar onverminderd door.Maritiem optreden kan niet zonder samenwerking met partnerlanden. De unieke en vergaande integratie met de Belgische marine wordt met de gezamenlijke vervanging van de mijnenjagers en M-fregatten bestendigd en waar mogelijk verder uitgebouwd.De prioriteit ligt in 2025 op het gereedstellen voor hoofdtaak 1: het beschermen van de Nederlandse en Europese belangen in het Koninkrijk en het bondgenootschappelijk gebied. De huidige geopolitieke situatie vraagt echter om een flexibele bedrijfsvoering van de marine, zoals de huidige situatie in het Midden-Oosten laat zien. Nationaal op de Noordzee en in het Caribisch deel van het Koninkrijk werkt de marine nauw samen met andere defensieonderdelen, de Kustwacht, overheidsorganisaties en het bedrijfsleven.37Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Koninklijke Marine (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen1.072.0341.129.0131.138.7561.142.6021.153.6301.165.5051.182.863Uitgaven1.055.8371.177.4821.180.4611.184.3351.194.2191.203.2771.212.745Apparaatsuitgaven953.2271.081.7641.096.0791.104.5691.114.4291.123.0191.132.4532.2Apparaatsuitgaven953.2271.081.7641.096.0791.104.5691.114.4291.123.0191.132.453Personele uitgaven925.3091.058.5441.072.5281.082.2181.091.4711.100.0011.109.441Eigen personeel833.575939.363957.591986.6891.007.6711.016.2291.025.653Externe inhuur7.39412.94410.69510.490917917917Overige personele exploitatie56.14269.33765.18745.13644.97444.93944.948Kustwacht NL9.51714.46415.38215.29315.29915.30515.312Kustwacht CARIB18.68122.43623.67324.61022.61022.61122.611Materiële uitgaven27.91823.22023.55122.35122.95823.01823.012Overige materiële exploitatie25.95121.76122.35521.15621.76321.82221.817Kustwacht NL40107107106106107106Kustwacht CARIB1.9271.3521.0891.0891.0891.0891.089Programmauitgaven102.61095.71884.38279.76679.79080.25880.2922.1Programmauitgaven102.61095.71884.38279.76679.79080.25880.292Opdrachten102.56395.64384.30779.76679.79080.25880.292Gereedstelling25.06819.36022.54718.31518.37218.84118.876Kustwacht NL74.79472.29358.14458.20258.20258.20158.200Kustwacht CARIB2.7013.9903.6163.2493.2163.2163.216(Schade)vergoeding4775750000Schadevergoeding overig4775750000Ontvangsten11.05412.32412.32412.32412.32412.32412.324BudgetflexibiliteitTabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht85,9%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd14,1%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreffen onder meer de operationele rantsoenen en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2025 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële 38Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan o.a. kennis­instituten voor innovatieprojecten.In totaal is voor 2025 85,9% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.E. Toelichting op de financiële instrumentenOpdrachtenGereedstellingGereedstelling omvat de geraamde uitgaven die worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten. Dit betreft onder andere operationele zaken, zoals voeding aan boord van schepen en voeding voor mariniers, de inhuur van oefenterreinen en schietbanen, uitgaven bij havenbezoeken en uitgaven bij lanceringen.(Schade)vergoedingDit betreft allerlei schadevergoedingen. Er is meerjarig geen budget geraamd, omdat de uitgaven tot op heden zeer beperkt zijn.Personele uitgavenDe personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer, reservisteninzet, lokaal personeel Antillen en inhuur personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige personeelsge­bonden uitgaven.Materiële uitgavenMateriële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering, zoals kantoorinrichting en kantoorar­tikelen, transport en voorlichting. Daarnaast worden hier de uitgaven voor restaurant gerelateerde diensten, kennisontwikkeling, technologische ontwikkeling en innovatie, schadevergoedingen en kosten voor betalings­verkeer verantwoord.Groene DraeckDe Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden begroot en verantwoord bij het Ministerie van Defensie zolang de Prinses gebruik maakt van de Groene Draeck. In de planperiode 2021 t/m 2025 is maximaal € 435.000 (5 maal € 87.000) beschikbaar voor onderhoud, waarbij de daadwerkelijke uitgaven kunnen fluctueren over de jaren heen.Er is inmiddels € 364.699 aan onderhoudskosten gemaakt. Dit meerjarig onderhoud werd door tussenkomst van de Dienst Koninklijk Huis bij een specialistische werf uitgevoerd. Van het totaal beschikbare onderhouds­budget tot en met 2025 resteert € 70.301. De meerkosten in de planperiode boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse.Kustwacht Caribisch gebiedDe Kustwacht Caribisch gebied is een Koninkrijk organisatie die is belast met de maritieme rechtshandhaving in het Caribische deel van het Koninkrijk. Bestrijding van de handel in drugs, de bestrijding van 39Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 vuurwapensmokkel en de bestrijding van mensenhandel, mensensmokkel en illegale immigratie hebben prioriteit. Daarnaast levert de Kustwacht een belangrijke bijdrage aan de veiligheid op het water door het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties en visserij-, scheepvaart- en milieu-inspecties. De Kustwacht functioneert op basis van de Rijkswet Kustwacht. Het jaarplan en jaarverslag doorlopen een separaat besluitvormend (door de Rijksminis­terraad) en parlementair proces, waarbij inzicht wordt gegeven in taken, middelen en procesindicatoren. Het jaarplan wordt voorbereid door de Kustwachtcommissie, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de vier landen en één keer per jaar bijeenkomt. De Rijksministerraad stelt het jaarplan van de Kustwacht vast.De Kamer ontvangt de specifieke begroting voor de Kustwacht in het «Jaarplan 2025 Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch Gebied» nadat de Rijksministerraad dit jaarplan heeft vastgesteld.Kustwacht NederlandDe Kustwacht Nederland is een nationale organisatie, waarvan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het coördinerend ministerie is. Defensie is de beheerder van de Kustwacht en draagt met de marine en de marechaussee bij aan de dienstverleningstaken (bijvoorbeeld ruimen van explosieven), de handhavingstaken (bijvoorbeeld grensbewaking) en maritime security. Tevens levert de marine de directeur Kustwacht. In bijlage 3 van de begroting van het Mobiliteitsfonds is de overzichtsconstructie Kustwacht Nederland opgenomen. Daarin staat hoe de uitgaven met betrekking tot de Kustwacht Nederland worden begroot op de verschillende hoofdstukken van de rijksbegroting.OntvangstenDe geraamde ontvangsten voor het CZSK betreffen onder andere de verkoop van hydrografische zeekaarten en het verrekenen van werk en/of diensten door derden (inclusief internationale partners) zoals personele inzet. De Kustwacht Caribisch gebied ontvangt jaarlijks de bijdrage van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten conform het jaarplan KWCARIB. De bijdrage aan de bestuursakkoorden van de Kustwacht Caribisch gebied zijn onderdeel van het Defensiematerieelbegrotingsfonds, artikel 1.40Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 3.3 Artikel 3 Koninklijke LandmachtA. Algemene doelstellingDe Koninklijke Landmacht stelt operationele eenheden gereed om in NAVO-verband bij te dragen aan strategische afschrikking. Indien nodig voeren onze militairen, onder de zwaarste omstandigheden, gevechtsoperaties uit om Nederland en het bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. Landmachteenheden hebben de missie om de grondtroepen van een tegen­stander daadwerkelijk te stoppen en te verslaan. De landmacht draagt daarnaast met expeditionaire missies bij aan het bevorderen van de inter­nationale veiligheid en rechtsorde en ondersteunt civiele autoriteiten bij crises- en rampenbestrijding en het verlenen van humanitaire hulp.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landmacht alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. De landmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereed stellen en in stand houden van de eenheden. De landmacht is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de landmacht gereed gesteld. De landmacht zet zich in om toekomstig alle eenheden volledig operationeel gereed te stellen. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden (begroting en jaarverslag).Tabel 13 Capaciteiten landmachtCapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingBRIGADE COMBAT TEAMVecht en beïnvloedt tegenstanders en de omgeving om gestelde doelen te halen. Dit gebeurt gecoördineerd met alle toegewezen eenheden. Kan worden ingebed in de NAVO-commandostructuur. Brigade HoofdkwartierLevert het vermogen om landoperaties aan te sturen.Communication & Information SystemsLevert ondersteuning om communicatie en informatie te verzorgen tussen en binnen eenheden.Joint Intelligence, Surveillance,Target Acquisition & Reconnaissance module (JISTARC module)Levert aan het brigade hoofdkwartier capaciteit voor de inlichtingenketen. Kan ook inlichtingen verzamelen en analyseren onder civiel gezag.Brigade VerkenningseskadronLevert een gevechtseenheid met inlichtingen- en beïnvloedingstaken voor gemotoriseerd en/of gemechaniseerd optreden.Battle GroupLevert gevechtskracht voor gevechts- en beïnvloedingstaken. Samengestelde gevechtseenheid van bataljonsgrootte inclusief eigen ondersteuning (kent varianten met luchtmobiele-, gemotoriseerde- en gemechaniseerde infanterie en tankeenheden).Kan ook bijdragen aan de gegarandeerde capaciteiten conform interdepartementale afspraken.Communication and Engagement moduleBeïnvloedt spelers en/of actoren in het informatiedomein en draagt bij aan het begrijpen van de omgeving.Vuursteun Afdeling (artillerie)Levert grondgebonden indirecte vuursteun.Genie Bataljon (Inclusief Response chemische, biologische, radiologische en nucleaire capaciteit en Explosieven Opruimingsdienst (EOD) capaciteit)Conditioneert het terrein voor militaire operaties, versterkt het voortzettingsvermogen van eenheden (mobiliteit, contra-mobiliteit en bescherming) en levert militaire bijstand.Hospitaal compagnie role 2Levert een Role-2 chirurgisch hospitaal voor geneeskundige ondersteuning van eenheden. Kan ook onder civiel gezag ingezet worden.Geneeskundige Compagnie role 1Levert een role-1 geneeskundige ondersteuning (afvoer, Medical Treatment Facility en vervoer) aan brigade-eenheden.41Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 CapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingHerstelcompagnieVoert correctief en preventief onderhoud uit aan al het materieel ten behoeve van het voortzettingsvermogen van de brigade.VoorraadcentrumLevert bevoorrading en transportondersteuning ten behoeve van het voortzettingsvermogen van de brigade. Kan ook onder civiel gezag ingezet worden.SPECIALE EENHEDENKorps CommandotroepenLevert een Special Operations Land Task Group (SOLTG) voor geplande Speciale Operaties (Foreseeable Special Operations (FSO)) en een SOLTG voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties, (Non-Foreseeable Special Operations (NFSO)), met een zeer korte reactietijd.HEADQUARTERSNLD/DEU HeadquartersStuurt landoperaties aan als Land Component Command of als Korps hoofdkwartier en optioneel als Joint Task Force hoofdkwartier.(RE)DEPLOYMENT HEADQUARTERS(Re)Deployment Task ForceStuurt een (re)deployment aan.AIR- AND MISSILE DEFENCE TASK FORCE (AMDTF)C2 AMDTFLevert een Commando- en Engagement element voor het AMDTF.Logistiek ElementLevert een logistiek element voor het AMDTF.PATRIOT Fire UnitLevert een grondgebonden Lucht- en raketverdedigingseenheid voor punt- en gebiedsverdediging.Norwegian Advanced Surface-to-air Missile SystemLevert een grondgebonden luchtverdedigingseenheid voor punt- en gebiedsverdediging.FIRE UNIT SWP FENNEKLevert een grondgebonden luchtverdedigingseenheid met STINGER voor punt en gebiedsverdediging.MAN-PORTABLE AIR DEFENCE SYSTEMSTINGER MANPAD PELOTONLevert een grondgebonden luchtverdedigingspeloton gespecialiseerd voor maritiem, amfibisch en luchtmobiele inzet.COUNTER UNMANNED AERIAL SYSTEMSCounter UASLevert een grondgebonden sensor met detectie en identificatiecapaciteit ten behoeve van alarmering van een te beschermen eenheid of object.PERMANENTE/ STRUCTURELE NATIONALE VEILIGHEIDTerritoriaal OperatiecentrumLevert landelijke operationele aansturing voor de operationele planning, voorbereiding, aansturing en afwikkeling van nationale militaire (crisis)operaties op Nederlands grondgebied zoals bijvoorbeeld in het kader van militaire bijstand en steunverlening tot en met inzet zoals Host Nation Support.Regionaal Militair Commando en AdviesRegionale aansturing en advies over de hele veiligheidsketen gekoppeld aan een veiligheidsregio en onderdeel van brigadestaven.Korps Nationale ReserveLevert in Nederland bewaking en beveiliging voor (tijdelijke) militaire objecten, militaire bijstand aan de politie en assistentie bij rampenbestrijding.Explosieve Opruimingsdienst DefensieMitigeren van explosieve dreiging in alle domeinen, omstandigheden en omgevingen.CBRNLevert advies en assistentie voor CBRN dreiging.C. BeleidswijzigingenAlgemeenDe oorlog in Oekraïne en de veranderende veiligheidssituatie vereisen een landmacht die in staat is grootschalige gevechtsoperaties uit te voeren en te winnen. Daarmee wordt bijgedragen aan de benodigde afschrikking. Het gevecht van verbonden wapens, met als hoeksteen het brigadeniveau, vormt de basis voor het tactische optreden. Alle eenheden ontwikkelen zich momenteel verder met een focus op warfighting. De mens is en blijft daarbij te allen tijde het hart van de Koninklijke Landmacht.Internationale inzetDe landmacht ondersteunt Oekraïne in beginsel ook in 2025 met trainingen en materieel. Een gevechtseenheid in Litouwen maakt standaard deel uit van de Enhanced Forward Presence (eFP) en de Landmacht draagt met haar eenheden vanaf 2025 bij aan het NATO Force Model (NFM). Verder is deelname gepland aan de EU-Battlegroup en verschillende missies zoals in Irak en Bosnië.42Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Nationale inzet en evenementenLandmachteenheden voeren continue een veelvoud aan nationale operaties en steunverleningen uit in het kader van handhaving van de rechtsorde, openbare orde en veiligheid. In het kader van Host Nation Support coördineert en ondersteunt de landmacht onder andere de verplaatsingen van internationale troepen over Nederlands grondgebied.MiddelenDe in het verleden toegepaste bezuinigingen veroorzaken nog steeds personele en materiële tekorten, waardoor eenheden verminderd inzetbaar zijn. De voortdurende ondersteuning van Oekraïne heeft consequenties voor de eigen operationele gereedheid. Defensie neemt maatregelen om deze gevolgen te mitigeren. De middelen die met het coalitie- en hoofdlijnenakkoord zijn toegekend verbeteren op termijn de operationele gereedheid, maar de krapte op de arbeidsmarkt, de mondiale vraag, hoge prijzen en lange levertijden, vertragen dit proces.Internationale Militaire SamenwerkingVerschillende Nederlandse en Duitse landmachteenheden zijn in elkaar opgegaan. Deze verregaande samenwerking is uniek in de wereld. Samen met Duitsland draagt de landmacht hiermee bij aan de grotere formaties die NATO voor haar plannen nodig heeft. Samen met Duitsland wordt bovendien gewerkt aan kennis- en doctrineontwikkeling, operationele behoeftestellingen en verwerving. Dit maakt deze samenwerking tot een voorbeeld binnen Europe. Daarnaast traint de landmacht regelmatig met Frankrijk en Noorwegen en worden missies structureel uitgevoerd in inter­nationaal verband.GereedstellingGrotere en veelal internationale oefeningen met een focus op het hoogste geweldsspectrum bereiden eenheden van de landmacht voor op hun rol binnen de eerste hoofdtaak van de krijgsmacht. Vanaf 2025 staat de gereed­stelling ten behoeve van het nieuwe NATO Force Model centraal. Daarnaast blijft de Landmacht bijdragen aan de 2e en 3e hoofdtaak.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Koninklijke Landmacht (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen1.745.8071.967.7442.017.5612.011.6492.038.5672.056.5732.094.068Uitgaven1.748.4231.968.1032.018.1722.012.8712.040.3972.059.0182.089.112Apparaatsuitgaven1.666.8841.861.2581.916.1981.909.9921.936.4461.954.0121.983.8883.2Apparaatsuitgaven1.666.8841.861.2581.916.1981.909.9921.936.4461.954.0121.983.888Personele uitgaven1.635.2081.830.3781.880.6871.875.2121.900.9081.917.8361.948.221Eigen personeel1.536.3281.701.2251.764.8891.780.5541.802.4991.820.3951.850.572Externe inhuur20.21125.55836.73221.80222.93021.55621.556Overige personele exploitatie78.669103.59579.06672.85675.47975.88576.093Materiële uitgaven31.67630.88035.51134.78035.53836.17635.667Overige materiële exploitatie31.67630.88035.51134.78035.53836.17635.667Programmauitgaven81.539106.845101.974102.879103.951105.006105.2243.1Programmauitgaven81.539106.845101.974102.879103.951105.006105.22443Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2023202420252026202720282029Opdrachten81.169106.215101.974102.879103.951105.006105.224Gereedstelling81.169106.215101.974102.879103.951105.006105.224(Schade)vergoeding37063000000Schadevergoeding overig37063000000Ontvangsten6.7208.0548.0548.0548.0548.0548.054BudgetflexibiliteitTabel 15 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht88,4%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd11,6%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreft onder meer de operationele rantsoenen en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2025 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan o.a. kennis­instituten voor innovatieprojecten.In totaal is voor 2025 88,4% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.E. Toelichting op de financiële instrumentenOpdrachtenGereedstellingGereedstelling omvat de geraamde uitgaven die worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten. Dit betreft onder andere de operationele rantsoenen, voeding en operationele zaken, waaronder het huren van oefenterreinen.SchadevergoedingenDit betreft schadevergoedingen in de breedte. De uitgaven zijn tot heden marginaal waardoor er geen budget is geraamd.Personele uitgavenPersonele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten, uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer, reservisteninzet en inhuur personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige personeelsgebonden uitgaven.44Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Materiële uitgavenMateriële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering. Deze uitgaven vallen niet onder de instand­houdingsuitgaven van materieel, infrastructuur en IT. Daarnaast worden hier de uitgaven voor zelfstandige kleine aanschaffingen, kennisontwik­keling, technologische ontwikkeling en innovatie en kosten voor betalings­verkeer verantwoord.OntvangstenDe ontvangsten bestaan uit de personele ontvangsten en overige ontvangsten. Dit betreft onder andere ontvangsten voortkomend uit salarissen inhoudingen woon-werkverkeer en opleidingen. Ook de ontvangsten die voortkomen uit militaire bijstand en ondersteuning worden op dit artikel verantwoord.45Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 3.4 Artikel 4 Koninklijke LuchtmachtA. Algemene doelstellingDe Koninklijke Luchtmacht is wereldwijd en in het gehele geweldsspectrum snel (First Responder) en over grote afstand inzetbaar om vanuit de lucht en de ruimte de juiste effecten te bereiken zodat we tegenstanders afschrikken, of wanneer we onverhoopt toch in een conflict komen, te verslaan. Zowel met onze conventionele als nucleaire taken dragen wij bij aan deze geloof­waardige afschrikking. Met het behalen en behouden van luchtoverwicht en ondersteuning vanuit de lucht en de ruimte zijn wij een cruciale enabler en force multiplier voor de hele krijgsmacht en onze nationale en internationale partners. Daarnaast biedt CLSK hulp bij rampen en dragen we bij aan het bevorderen van de internationale rechtsorde.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtmacht en van de mate van gereedheid van de luchtmacht. De luchtmacht is verantwoordelijk voor het opera­tioneel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De luchtmacht is inzetbaar voor zowel (inter)nationale taken als expeditionaire taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de luchtmacht gereed gesteld. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden (begroting en jaarverslag).Tabel 16 Capaciteiten luchtmachtCapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingJACHTVLIEGTUIGENJachtvliegsquadronDe luchtmacht stelt wereldwijd jachtvliegtuigen gereed voor het verkrijgen en behouden van luchtoverwicht, het ondersteunen van grondtroepen, het neutraliseren van gronddreigingen en verkenningen. Daarnaast geeft Defensie met jachtvliegtuigen invulling aan haar speciale taken. Tenslotte staan jachtvliegtuigen gereed voor het bewaken van het nationale luchtruim, waaronder terroristische dreigingen.LUCHTRUIMBEWAKING EN -BEVEILIGINGLuchtgevechts-leidingsquadronDe gevechtsleiding levert luchtruimbewaking en -beveiliging voor het NAVO en nationale luchtruim, in samenwerking met jachtvliegtuigen (Quick Reaction Alert (QRA)).ONBEMANDE VLIEGTUIGENOnbemand vliegsquadronMQ-9 Reaper squadron is ingericht om ISTAR-operaties (Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance) uit te voeren. De verwerkte data wordt beschikbaar gesteld aan (inter)nationale partners.HELIKOPTERSDe luchtmacht levert wereldwijd helikopters voor of ter ondersteuning van Control of the Air, Air Attack, Air Mobility en ISR (Intelligence, Surveillance and Reconnaissance), zowel zelfstandig als in (inter-) nationaal coalitieverband. De helikopters kunnen, afhankelijk van het type helikopter, worden ingezet vanaf een vliegbasis, te velde of vanaf de schepen van de marine.Gevechtshelikopter-squadronHet Apache gevechtshelikoptersquadron kan zelfstandig en ter ondersteuning van grondoperaties worden ingezet voor aanvallen, verkenningen en beveiligingsoperaties.Transporthelikopter-squadronHet Chinook transporthelikoptersquadron kan worden ingezet voor de verplaatsing van personeel en materieel, ter ondersteuning van gevechtsoperaties, medische evacuaties of om moeilijk bereikbare locaties te bevoorraden. Ook kunnen de helikopters worden ingezet ter bestrijding van (bos)branden.Transporthelikopter-squadronHet Cougar transporthelikoptersquadron kan worden ingezet voor de verplaatsing van personeel en materieel, ter ondersteuning van gevechtsoperaties, medische evacuaties of om moeilijk bereikbare locaties te bevoorraden.Maritiem helikopter- squadronHet NH90 maritieme gevechtshelikoptersquadron is in staat om de schepen van de marine te beveiligen tegen oppervlakte- en onderwaterdreigingen. Daarnaast kunnen deze helikopters ook ingezet worden voor transport en medische evacuaties.46Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 CapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingLUCHTTRANSPORTTransportsquadronHet C-130 transportsquadron wordt ingezet voor Air Mobile, Air Drop, Air Landing en (medische) evacuatie. Deze vliegtuigen kunnen opereren vanaf onverharde banen, met een minimum aan (logistieke) ondersteuning en beschikken over zelfbeschermings-middelen.C. BeleidswijzigingenOpdrachtenDe Koninklijke Luchtmacht kent geen significante wijzigingen in nationale operaties ten opzichte van het voorgaande jaar. De Koninklijke Luchtmacht levert, samen met de Belgische luchtmacht, het gehele jaar een bijdrage aan de luchtruimbewaking van de BENELUX, met twee jachtvliegtuigen ondersteund door de luchtgevechtsleiding (Quick Reaction Alert). De Chinook staat gedurende zes maanden beschikbaar voor de zogenaamde Fire Bucket Operations. Deze bijdrage gebeurt op basis van beschik­baarheid. Daarnaast staat voor eventuele strategische medische evacuatie een team 24/7 beschikbaar.In 2025 stelt de Koninklijke Luchtmacht zijn wapensystemen primair gereed ten behoeve van het NATO Force Model (NFM) dat in dit zelfde jaar in werking treedt. Hiermee vervalt het NATO Readiness Initiative. Met de wapensystemen die voor het NFM worden gereedgesteld kunnen ook andere commitments worden aangegaan indien dit niet conflicteert. Zo levert de luchtmacht tenminste tot mei 2025 met drie CH-47’s een bijdrage aan NMI/OIR en worden minimaal 2 F-35’s ingezet voor Baltic Air Policing. Bovendien stelt de luchtmacht een NH-90 beschikbaar voor het Stationschip Caribisch Gebied (SSCG).Focus in 2025Door de toegenomen directe dreiging moet de Koninklijke Luchtmacht zich voorbereiden op een oorlog in Europa die mogelijk in de nabije toekomst zal plaatsvinden. Vandaar dat de activiteiten van de Luchtmacht hier volledig op gericht zijn. Met name oefeningen op grotere schaal zijn noodzakelijk, evenals oefeningen op de hogere geweldniveaus en in grotere verbanden, zoals Ramstein Flag 2025. Het beschikken over een robuuste hoeveelheid en kwaliteit van middelen, menskracht en voortzettingsvermogen is hierbij randvoorwaardelijk. In 2025 wordt daarom net als in het voorgaande jaar verdere uitvoering gegeven aan de opdrachten uit de Defensienota 2022 en wordt ook gekeken naar een schaalbare luchtmachtorganisatie.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Koninklijke Luchtmacht (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen875.278965.8661.021.9941.049.0891.054.7321.056.7661.043.268Uitgaven808.233965.8661.021.9941.049.0891.054.7321.056.7661.037.285Apparaatsuitgaven781.773935.118989.7641.016.9531.021.8801.023.9381.005.2104.2Apparaatsuitgaven781.773935.118989.7641.016.9531.021.8801.023.9381.005.210Personele uitgaven741.530884.397897.470914.096924.810920.719909.324Eigen personeel629.584750.490770.248781.576790.996795.093802.120Externe inhuur12.50416.29016.88312.88311.0007.0003.000Overige personele exploitatie99.442117.617110.339119.637122.814118.626104.20447Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2023202420252026202720282029Materiële uitgaven40.24350.72192.294102.85797.070103.21995.886Overige materiële exploitatie40.24350.72192.294102.85797.070103.21995.886Programmauitgaven26.46030.74832.23032.13632.85232.82832.0754.1Programmauitgaven26.46030.74832.23032.13632.85232.82832.075Opdrachten26.42230.74832.23032.13632.85232.82832.075Gereedstelling26.42230.74832.23032.13632.85232.82832.075(Schade)vergoeding38000000Schadevergoeding overig38000000Ontvangsten15.15512.11112.11112.11112.11112.11112.111BudgetflexibiliteitTabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht80,3%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd19,7%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreft onder meer de operationele rantsoenen en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget, gebaseerd op de organieke sterkte, voor salarissen voor 2025 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor kennisinstituten voor innovatieprojecten maar ook bedrijfsmiddelen en dieptereinigingen.In totaal is voor 2025 80,3% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.E. Toelichting op de financiële instrumentenOpdrachtenGereedstellingGereedstelling omvat de geraamde uitgaven die worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten, alsmede de daarbij behorende huur van oefenterreinen en andere operationele zaken. In 2025 staan het gereed­stellen en opwerken voor het NATO Force Model (NFM) en het kunnen acteren op het hoogste geweldsspectrum centraal. Hiertoe zullen er zowel in Nederland als in het buitenland nationale en multinationale oefeningen plaatsvinden. In enkele van deze oefeningen staat het beoefenen van geïnte­greerde inzet met de landmacht en/of marine centraal.48Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Personele uitgavenPersonele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten, uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer, reservisteninzet en inhuur personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen (zowel vliegeropleidingen als andersoortige opleidingen), (buitenlandse-) dienst­reizen en overige personeelsgebonden uitgaven.Materiële uitgavenMateriële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering, zoals kantoorinrichting en kantoorarti­kelen, transport en voorlichting. Daarnaast worden hier de uitgaven voor kennisontwikkeling, technologische ontwikkeling en innovatie en schade­vergoedingen verantwoord.OntvangstenDe geraamde ontvangsten voor het CLSK betreffen voornamelijk de ontvangsten voor het medegebruik dat plaatsvindt op Vliegbasis Eindhoven en Militair Vliegkamp de Kooy.49Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 3.5 Artikel 5 Koninklijke MarechausseeA. Algemene doelstellingDe Koninklijke Marechaussee (KMar) waakt over de veiligheid van Nederland en het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden. Wereldwijd wordt de marechaussee ingezet op plaatsen van strategisch belang. Van koninklijke paleizen tot aan de buitengrenzen van Europa. Van luchthavens in Nederland en het Caribisch gebied tot oorlogs- en crisisgebieden overal ter wereld. De marechaussee heeft 3 hoofdtaken:1.Grenspolitietaak;2.Bewaken en beveiligen;3.(Inter)nationale en militaire politie(zorg)taken.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar ligt niet alleen bij het ministerie van Defensie. Afhankelijk van de betreffende taak is dat het ministerie van Justitie en Veiligheid (inclusief het Directoraat-Generaal Migratie, het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie of de burgemeester.In artikel 4 van de Politiewet wordt de KMar de onderstaande taken opgedragen:–Het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen;–De uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten en internationale militaire hoofdkwartieren en de personen behorende tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren;–De uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door de Minister van JenV en de Minister van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen en de beveiliging van de burgerlucht­vaart;–De verlening van bijstand alsmede de samenwerking met de politie krachtens deze wet, daaronder begrepen de assistentieverlening aan de politie bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, het bewaken en beveiligen van objecten en diensten en het waken over de veiligheid van aangewezen personen als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onder c;–De uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen en op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-President;–De uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister voor Asiel en Migratie aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde;50Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 –De bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteits­documenten;–Het in opdracht van Onze Minister en Onze Minister van Defensie ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. verrichten van beveiligings­werkzaamheden.De Militaire Politiezorgtaak (art 4 lid 1 b PW) wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies, oefeningen en andere inzet uitgevoerd. Door de uitvoering van deze taken levert de KMar een continue bijdrage aan de veiligheid van de Staat, de bescherming van vitale militaire infrastructuur en processen en de integriteit van de Krijgsmacht.Geplande inzetHet takenpakket van de KMar is gericht op de veiligheid van de Staat en kent drie hoofdtaken: de grenspolitietaken, bewaken en beveiligen en (inter)nationale en militaire politie(zorg)taken.. Deze taken worden (binnen juridische kaders en zo veel mogelijk) informatie- en risico gestuurd verricht door het optimaal benutten van zowel de informatiepositie van de KMar als die van de ketenpartners, in het fysieke en het digitale domein. De KMar heeft in Caribisch Nederland dezelfde taken als in Europees Nederland, hoewel op een andere wettelijke basis. Zo is de KMar onder andere verant­woordelijk voor de grensbewaking van de luchthavens en de zeegrenzen op de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en verantwoordelijk voor de uitvoering van de politietaak op de door Onze Ministers en Onze Minister van Defensie aangewezen luchthavens op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alsmede de beveiliging van de burgerluchtvaart. Op Sint-Eustatius en Saba is de KMar belast met de uitvoering van het vreemdelingentoezicht. De KMar ondersteunt daarnaast het politiekorps Caribisch Nederland. Vanuit de militaire politiezorgtaak is de KMar vanuit haar eigen taakstelling ook aanwezig in de Caribische landen van het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten). Daarnaast levert de KMar op basis van het protocol inzake de inzet van personeel vanuit de flexibele inzetbare pool Koninklijke Marechaussee (hierna: flexpool) ondersteuning aan eerdergenoemde landen, daar waar extra capacitaire inzet of overdracht van kennis en vaardigheden benodigd is. Tevens speelt de KMar in het kader van het protocol over de versterking grenstoezicht in de Caribische landen van het Koninkrijk een grote rol bij de versterking van het grenstoezicht in de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Ook ondersteunt de KMar het International Criminal Court met forensische opsporingsexpertise. Tot slot is de KMar beschikbaar voor militaire bijstand in het gehele Koninkrijk.1. GrenspolitietaakDe grenspolitietaken van de KMar worden uitgevoerd op basis van de Politiewet, de Vreemdelingenwet en de Schengengrenscode. Vanuit de grenspolitietaak richt de KMar zich op de bestrijding van illegale migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Naast de grenspolitie­taken voert de KMar op de aangewezen luchthavens ook de politietaak uit.2. Bewaken en BeveiligenDe KMar geeft conform artikel 4 Politiewet 2012 uitvoering aan de bewaking en beveiliging van bepaalde objecten, diensten en personen. Als zelfstandige taken zijn opgedragen het waken over de veiligheid van de leden van het koninklijk huis, de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, waaronder bewaking en beveiliging van tot die strijdkrachten behorende personen, de beveiliging van de burgerluchtvaart, de uitvoering van de politietaak, waaronder bewaking en beveiliging, op verboden plaatsen alsmede op het terrein 51Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 van de ambtswoning van de Minister-President en het verrichten van beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. Daarnaast kan de KMar in assistentieverlening aan de politie uitvoering geven aan de bewaking en beveiliging van objecten en diensten alsmede de persoonsbeveiliging van de daartoe door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen personen. Tot slot kan de KMar in (militaire) bijstand aan de politie worden ingezet ten behoeve van persoonsbeveiliging van andere dan door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen personen. Bovendien kan voor overige bewakings- en beveiligingstaken eveneens een beroep worden gedaan op de KMar op grond van hoofdstuk 5 van de Politiewet 2012 (Bijstand).3. (Inter)nationale en militaire politie(zorg)takenOm de inzetbaarheidsdoelen ten behoeve van de hoofddoelstellingen van Defensie te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de KMar gereed gesteld.Tabel 19 Capaciteiten marechausseeCapaciteitInzetbare eenheidOmschrijving(INTER)NATIONALE EN MILITAIRE POLITIE(ZORG)TAKENPersonele Expeditionaire CapaciteitLevert militairen voor Expeditionaire inzet (NAVO, EU, VN) voor bijvoorbeeld civiele politiemissies.Crowd and Riot Control (CRC-Peloton)Levert een peloton voor crowd & riot control voor Defensie als onderdeel van een missie.Close Protection CapaciteitLevert een eenheid met speciale beveiligingsopdrachtBinnen de pijler (inter)nationale- en (militaire) politie(zorg)taken valt een onderscheid te maken tussen militaire politiezorgtaken, civiele vredes- en internationale taken (waaronder de NAVO Militaire Politietaken en Stability Policing taken), defensietaken en de taken van de liaison officieren in het buitenland. In de Politiewet zijn de militaire politiezorgtaken voor Defensie opgedragen aan de KMar. Door het uitvoeren van die taak, onder het gezag van het Openbaar Ministerie of onder gezag van de burgemeester, levert de KMar een belangrijke bijdrage aan de integriteit van de Krijgsmacht. De uitoefening van deze taken beperkt zich niet alleen tot het Nederlands grondgebied; de KMar gaat ook mee tijdens uitzendingen, inzet en oefeningen van Nederlandse militaire eenheden buiten Nederland.C. BeleidswijzigingenDe Koninklijke Marechaussee kent in 2025 geen significante wijzigingen ten opzichte van vorig jaar.Vanwege de verslechterde veiligheidssituatie in de wereld, ook aan de grenzen van Europa, wordt de focus op hoofdtaak 1 van Defensie groter. De Koninklijke Marechaussee zal, net als de andere defensieonderdelen, zich moeten richten op het gereed zijn voor de bescherming van het Koninkrijk alsmede het bondgenootschappelijk grondgebied, zowel nu als voor de toekomst. Zonder afbreuk te doen aan de wettelijk aan de KMar opgedragen taken. Het merendeel van deze taken draagt immers rechtstreeks bij aan het waarborgen van de veiligheid van de staat.52Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen632.220738.151747.868760.590768.784788.398808.875Uitgaven626.304738.151747.868760.590768.784788.398801.516Apparaatsuitgaven619.806731.277740.985753.742761.936781.550794.6685.2Apparaatsuitgaven619.806731.277740.985753.742761.936781.550794.668Personele uitgaven605.211701.141715.669730.597737.071756.732769.742Eigen personeel562.938639.958682.542700.508708.299727.267740.264Externe inhuur10.10118.416861565000Overige personele exploitatie32.17242.76732.26629.52428.77229.46529.478Materiële uitgaven14.59530.13625.31623.14524.86524.81824.926Overige materiële exploitatie14.59530.13625.31623.14524.86524.81824.926Programmauitgaven6.4986.8746.8836.8486.8486.8486.8485.1Programmauitgaven6.4986.8746.8836.8486.8486.8486.848Opdrachten6.4146.8246.8836.8486.8486.8486.848Gereedstelling6.4146.8246.8836.8486.8486.8486.848(Schade)vergoeding845000000Schadevergoeding overig845000000Ontvangsten8.9234.4594.4594.4594.4594.4594.459BudgetflexibiliteitTabel 21 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht93,8%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd6,2%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreft onder meer de operationele rantsoenen en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2025 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan o.a. kennis­instituten voor innovatieprojecten.In totaal is voor 2025 93,8% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.53Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 E. Toelichting op de financiële instrumentenOpdrachtenGereedstelling/instandhoudingGereedstelling omvat de geraamde uitgaven die worden gedaan voor (de ondersteuning van) de operationele taakuitvoering alsmede voor opwerk- en oefenactiviteiten. Dit betreft o.a. de operationele rantsoenen, civiele taken en operationele zaken, waaronder het huren van oefenterreinen en de inzet van tolken.Personele uitgavenPersonele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer en inhuur personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen, inter­nationale verhuizingen en overige personeelsgebonden uitgaven. Gelet op het vullingspercentage zoekt de KMar, indien reguliere vulling gelet op de krapte van de arbeidsmarkt niet mogelijk blijkt, naar alternatieve mogelijkheden voor inhuur. Materiële uitgavenMateriële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering, zoals kantoorinrichting en kantoorarti­kelen, transport, voorlichting. En verder de uitgaven voor evenementen­ondersteuning, de uitgaven voor kennis, technologische ontwikkeling en innovatie, schadevergoedingen en kosten voor betalingsverkeer etc.54Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 3.7 Artikel 7 Commando Materieel en ITA. Algemene doelstellingCommando Materieel en IT (COMMIT) draagt zorg voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen. COMMIT vergroot de impact van de ondersteuning door een integrale en innovatieve aanpak van materieel- en IT-projecten, (wapen)systeem-logistiek en ketenlogistiek.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaci­teiten en inzetbare eenheden van COMMIT gereed gesteld. De functie van National Armaments Director is belegd bij het COMMIT. Uit hoofde hiervan ontwikkelt en versterkt het COMMIT de internationale samenwerking op het gebied van IT en materieel (NAVO, EU, multinationaal en bilateraal).Tabel 22 Capaciteiten COMMITCapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingPERMANENTE INCIDENT RESPONSE CAPACITEIT TEN BEHOEVE VAN INFORMATIE SYSTEMENCyber Rapid Response Team (CRRT)van het Defensie Cyber Security Centrum (DCSC)Levert cyberexpertise op locatie voor incidentcoördinatie, -onderzoek en -afhandeling.C. BeleidswijzigingenHet COMMIT ondersteunt bij het bereiken van de drie effecten zoals benoemd in de beleidsagenda: verhogen van de gereedheid en inzetbaarheid, versterking van de gevechtskracht en een verbeterde wendbaarheid van de organisatie. De nadere uitwerking daarvan, inclusief gemaakte keuzes gericht op meer Europese samenhang, met als gevolg schaalvoordelen en toegenomen interoperabiliteit, is opgenomen in de Defensienota 2022. Voor het COMMIT betekent dit onder andere onder­steuning van de transitie naar een informatiegestuurde en technologisch hoogwaardige krijgsmacht, het vergroten van de voorraden (bijvoorbeeld munitie, kleding & uitrusting) en diverse verbeteringen op het gebied van projectvoering, inkoop en afstoting van defensiematerieel en personele en logistieke ondersteuning. In het jaar 2025 blijft, voor het COMMIT, de nadruk liggen op de structurele personele groei van de organisatie. Deze groei is nodig om de opdrachten uit de Defensienota 2022 te kunnen uitvoeren. De opdrachten met het daarbij behorende budget zijn opgenomen in het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Onder de vlag van National Armaments Director ontwikkelt en versterkt het COMMIT ook de internationale samenwerking op het gebied van IT en materieel (NAVO, EU, multinationaal en bilateraal). Specifiek op het gebied van duurzaamheid levert het COMMIT een bijdrage door in toenemende mate biologische of synthetische brandstof te leveren.55Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 23 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Commando Materieel en IT (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen810.649809.878864.084836.145849.633856.150866.228Uitgaven751.169855.878864.084836.145849.633856.150854.191Apparaatsuitgaven592.220682.259676.789645.431655.756662.423664.2027.2Apparaatsuitgaven592.220682.259676.789645.431655.756662.423664.202Personele uitgaven554.547663.220657.844626.389635.311641.901642.608Eigen personeel462.792574.719581.280570.311579.561586.869584.381Externe inhuur63.78763.09752.19431.66031.15530.23233.218Overige personele exploitatie27.96825.40424.37024.41824.59524.80025.009Materiële uitgaven37.67319.03918.94519.04220.44520.52221.594Overige materiële exploitatie37.67319.03918.94519.04220.44520.52221.594Programmauitgaven158.949173.619187.295190.714193.877193.727189.9897.1Programmauitgaven158.949173.619187.295190.714193.877193.727189.989Opdrachten158.935173.619187.295190.714193.877193.727189.989Gereedstelling158.935173.619187.295190.714193.877193.727189.989(Schade)vergoeding14000000Schadevergoeding overig14000000Ontvangsten16.53219.82625.76525.76525.76525.76525.765BudgetflexibiliteitTabel 24 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht73,2%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd26,8%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de leveringen van de financiële instrumenten opdrachten, personele en materiele uitgaven. Verplichtingen onder gereedstelling betreft onder meer de brandstoffen voor inzet van de wapensystemen en voertuigen. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen voor 2025 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan o.a. kennis­instituten voor innovatieprojecten.E. Toelichting op de financiële instrumentenGereedstellingGereedstelling omvat de geraamde uitgaven voor brandstof en smeermid­delen. De prijzen van met name brandstoffen zijn zeer flexibel als gevolg van de snel wijzigende brandstofprijzen en dollarkoersen.56Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Personele uitgavenPersonele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer en inhuur van personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige personeelsgebonden uitgaven. Het COMMIT investeert in de kwaliteit van zijn mensen en de flexibiliteit en diversiteit van het personeels­bestand. De belangrijkste capaciteiten van het COMMIT zijn de kennis en ervaring van het personeel.Materiële uitgavenMateriële uitgaven bestaan bij het COMMIT hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering.OntvangstenDe ontvangsten betreffen voornamelijk de ontvangsten voor brandstof­verstrekkingen (Air-to-air refueling), terug te vorderen btw en terugont­vangsten op Foreign Military Sales – programs.57Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 3.8 Artikel 8 Defensie OndersteuningscommandoA. Algemene doelstellingHet Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) ondersteunt de krijgsmacht in al haar taken. Het DOSCO doet dit door te zorgen voor alle niet-wapensysteemgerelateerde ondersteuning, waaronder personele diensten, zoals werving en opleidingen, maar ook huisvesting, vastgoed, catering, beveiliging, bewaking, facilitaire zaken, gezondheidszorg, logistiek en transport. Het DOSCO voorziet zelf in die ondersteuning en koopt een deel van de producten en diensten in bij organisaties buiten het ministerie van Defensie.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht. Het DOSCO krijgt, in tegenstelling tot de operationele commando’s, een generieke gereedstellingsopdracht. DOSCO ontvangt een gereedstellingsopdracht voor specialistische medische zorg en strategisch transport.Tabel 25 Capaciteiten DOSCOCapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingSPECIALISTISCHE MEDISCHE ZORGMedisch TeamLevert capaciteit om te voorzien in medische ondersteuning.STRATEGISCH TRANSPORTMovement Control-teams (teams van het National Movement Coordination Centre (NMCC) en verplaatsingssondersteuning van CLAS)Ondersteunen verplaatsingsoperaties zowel nationaal als internationaal van andere inzetbare eenheden.C. BeleidswijzigingenIn 2025 wordt net als voorgaande jaren verder uitvoering gegeven aan de opdrachten uit de Defensienota 2022. De uitwerking en implementatie van de plannen en verdere groei van Defensie hebben gevolgen voor de defen­siebrede ondersteuning die het DOSCO levert. Het DOSCO ontwikkelt zich naar een wendbare, schaalbare en duurzamere ondersteuner die altijd en overal ondersteuning levert. Onder normale omstandigheden in vredestijd, maar ook in tijden van een oplopende crisis én in geval van een gewapend conflict. Defensie, maar ook het DOSCO, leggen daarbij prioriteit op de invulling van hoofdtaak 1 vanwege de verslechterde veiligheidssituatie in de wereld.Het ondersteuningscommando zet in op effectieve dienstverlening door processen te optimaliseren en datagedreven werken mogelijk te maken. Door haar vakmensen de ruimte en het vertrouwen te geven om hun werk goed en veilig te kunnen doen, komt DOSCO tot een nog betere ondersteuning. Door extra te investeren in met name vastgoed, bevoor­rading, strategisch transport, geneeskundige ondersteuning, opleidingen en capaciteit voor bewaken en beveiligen worden grote defensiebrede achterstanden ingelopen. Zo wordt de beveiliging van militaire objecten op een hoger niveau gebracht. De tactische luchttransportcapaciteit wordt vanaf 2026 vervangen en uitgebreid waarvoor het DOSCO in 2025 verdere voorbereidingen treft. Het Dienjaar Defensie groeit door naar 1.000 deelnemers en een opschaling wordt voorbereid. Aan randvoorwaarden als keuringscapaciteit, opleidingscapaciteit, vastgoed en persoonlijke uitrusting moet zijn voldaan. De transitie naar een versterkte en snel 58Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 inzetbare krijgsmacht vraagt om een ondersteuningscommando wat hierbij vroegtijdig aanhaakt, zodat de (financiële) gevolgen voor de ondersteuning goed ingeschat kunnen worden en de ondersteuning tijdig en adequaat georganiseerd kan worden.Defensie en zeker ook DOSCO kunnen het niet alleen. Het beschermen van onze vrede, vrijheid en veiligheid vereist sterke samenwerking. Voor de ondersteuning van de krijgsmacht zoekt het DOSCO daarom nadrukkelijk de samenwerking met bijvoorbeeld bedrijven om voorbereid te zijn op de ondersteuning van een grootschalig conflict.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen1.592.9581.714.2561.715.6501.694.5851.699.3311.676.8841.711.700Uitgaven1.555.3121.726.6561.728.0501.707.6851.700.9311.678.4841.698.643Apparaatsuitgaven1.433.6711.578.6011.583.4001.551.8941.572.8291.583.6211.603.7728.2Apparaatsuitgaven1.433.6711.578.6011.583.4001.551.8941.572.8291.583.6211.603.772Personele uitgaven952.8391.132.8421.153.3671.136.7541.151.9101.158.4341.173.756Eigen personeel693.773810.366874.611889.366908.051916.662931.783Externe inhuur29.26938.6455.7984.9264.0954.0954.095Overige personele exploitatie213.077259.682250.406219.981217.420216.227216.565Attaches16.72024.14922.55222.48122.34421.45021.313Materiële uitgaven480.832445.759430.033415.140420.919425.187430.016Overige materiële exploitatie473.972440.259424.509409.697415.522419.813424.688Attaches6.8605.5005.5245.4435.3975.3745.328Programmauitgaven121.641148.055144.650155.791128.10294.86394.8718.1Programmauitgaven121.641148.055144.650155.791128.10294.86394.871Opdrachten224000000Gereedstelling224000000(Schade)vergoeding121.417148.055144.650155.791128.10294.86394.871Schadevergoeding overig7.4258.5558.6558.7058.7438.7768.784Nationaal Fonds Ereschuld113.628139.000131.799142.890115.16381.89181.891Reservering schadevergoedingen Chroom-6 Defensie3645004.1964.1964.1964.1964.196Ontvangsten77.98568.99568.99568.99568.99568.99568.995BudgetflexibiliteitTabel 27 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht53,4%bestuurlijk gebonden8,3%beleidsmatig gereserveerd38,3%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». 59Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2025 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen en lopende contracten voor werven personeel en juridische dienstverlening. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen, de defensiebrede facilitaire ondersteuning en catering.Het percentage bestuurlijk gebonden verplichtingen betreft de volledige regelingen voor schadevergoedingen, het Nationaal Fonds Ereschuld en de Reservering schadevergoedingen Chroom 6.E. Toelichting op de financiële instrumentenPersonele uitgavenPersonele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer en inhuur van het personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen, internationale verhuizingen en overige personeelsgebonden uitgaven. De salarissen van het attaché personeel worden afzonderlijk gepresenteerd, omdat deze uitgaven onder het Homogene Groep Internationale Samen­werking (HGIS) attachébudget vallen.De budgetten voor het eigen personeel stijgen de komende jaren als gevolg van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2024. De budgetten voor 2025 en volgende jaren zijn hoger dan het budget dat voor 2024 geraamd is. Dit budget is onder andere door krapte op de arbeidsmarkt verlaagd en deels ingezet voor externe inhuur.Materiële uitgavenOnder materiële uitgaven worden de geraamde uitgaven voor overige materiële exploitatie en de attachés weergegeven. De uitgaven voor de overige materiële exploitatie bestaan onder andere uit catering, facilitaire dienstverlening, mediadienstverlening, gezondheidszorg, beveiliging, energie en water, schoonmaak en wereldwijd transport van personen en goederen.SchadevergoedingDe uitgaven voor het Nationaal Fonds Ereschuld worden bij het DOSCO verantwoord onder het financieel instrument schadevergoeding. Dit fonds is ingesteld voor militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens missies naar het buitenland. Hierin zijn de budgetten voor schadevergoedingen en regelingen voor schadevergoe­dingen voor veteranen ondergebracht. De uitgaven hiervoor kennen een fluctuerend verloop en meer (jonge) veteranen doen een beroep op compensatie.Om deze reden zijn de budgetten tot en met 2027 eerder al aanzienlijk verhoogd. Daarnaast worden geraamde uitgaven voor uitkeringen in verband met Chroom 6 en overige schadevergoedingen onder het instrument schadevergoeding verantwoord.60Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 4. Niet-beleidsartikelen4.1 Artikel 9 AlgemeenAlgemene doelstellingHet kerndepartement voert een aantal defensiebrede taken uit. Dit zijn het verstrekken van subsidies voor defensie-gerelateerde (maatschappelijke) taken, het bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken, de bekostiging van instellingen voor kennisopbouw, het bijdragen aan internationale organisaties, het uitvoeren van opdrachten, schadevergoedingen en de bijdrage aan rijksbrede en defensiebrede beleidsopdrachten.A. Budgettaire gevolgenTabel 28 Budgettaire gevolgen artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen242.564272.818257.941260.159271.302261.325273.846Uitgaven237.868273.635258.759260.977272.120262.143274.6649.1Programmauitgaven237.868273.635258.759260.977272.120262.143274.664Subsidies (regelingen)47.43256.20149.57049.60649.50149.20549.206Subsidies015000000Subsidies47.43256.05149.57049.60649.50149.20549.206Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken78.71076.77382.03282.47780.35973.26573.265Kennisopbouw TNO via EZ67.91668.03672.15172.59671.30264.20864.208Kennisopbouw NLR via EZ7.2654.1774.2804.2803.4563.4563.456Kennisopbouw MARIN via EZ3.5294.2645.0365.0365.0365.0365.036Overige Bijdragen0296565565565565565Opdrachten10.89412.14913.67611.3829.98210.75510.639Opdrachten beleid7.8807.3657.9527.6436.2166.9616.858opdrachten milieu beleid3.0144.7845.7243.7393.7663.7943.781Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties81.10196.772106.898110.930126.102123.078135.714Bijdrage aan de NAVO70.49383.01596.990101.026112.196114.403127.102Bijdrage aan internationale samenwerking10.60813.7579.9089.90413.9068.6758.612Bekostiging4.6724.4244.0244.0244.0244.0244.024Bekostiging diverse instellingen4.6724.4244.0244.0244.0244.0244.024Inkomensoverdrachten313.52274274233600Overige bijdragen313.52274274233600(Schade)vergoeding15.02823.7941.8171.8161.8161.8161.816Schadevergoeding overig3.6412.4251.8171.8161.8161.8161.816Regeling Chroom 6 Defensie1.70310.01500000Civielrechtelijke Regeling Srebrenica 20209.30511.35400000Vrijwillige Bijdrage Hawija37900000061Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 2023202420252026202720282029Ontvangsten161.6001.6001.6001.6001.6001.600B. Toelichting op de financiële instrumentenSubsidiesDefensie verleent subsidies aan instellingen die een toegevoegde (maatschappelijke) waarde hebben, en die defensiebeleid voor bijzondere doelgroepen uitvoeren, omdat zij hierin gespecialiseerd zijn (waaronder veteranen). De defensiesubsidies worden verleend met als doel instand­houding van de instellingen, zodat deze hun toegevoegde waarde kunnen blijven leveren. De subsidies zijn gecategoriseerd in subsidies voor vetera­nenzorg en subsidies voor cultureel erfgoed en tradities. Daarnaast worden subsidies verstrekt aan onderwijs en kennis- en technologieontwikkeling. Bijlage 7.4 geeft een overzicht van de subsidies weer.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenDefensie draagt bij aan kennisopbouw en innovatie-ontwikkeling. Het Maritiem Research Instituut (MARIN), het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) ontvangen een jaarlijkse bijdrage om hun defensie­specifieke kennisbasis in stand te houden. Vanuit de opgebouwde kennis laat Defensie zich adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. Met de uitvoering van onderzoeksprogramma’s en -projecten krijgt de Strategie-, Kennis- en Innovatieagenda 2021–2025 invulling. De overige bijdragen aan begrotingshoofdstukken zijn de bijdragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de instandhouding van de Adviesraad Interna­tionale Vraagstukken en de Atlantische Commissie.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesDefensie draagt jaarlijks met een contributie bij aan de NAVO-exploitatie. Tijdens de in 2022 gehouden NAVO top te Madrid zijn door de lidstaten afspraken gemaakt om de contributiebijdragen de komende jaren te verhogen.OpdrachtenHet budget voor opdrachten betreft voornamelijk de jaarlijkse bestedingen aan derden voor de ondersteuning van beleid en rechtspositionele onder­steuning. Daarnaast zijn ook beleidsuitgaven voor het defensiebreed imple­menteren van energie- en milieuwetgeving (stikstof en omgevingswet) hier onderdeel van.Bekostiging‘Bekostiging’ zijn bijdragen aan instellingen, zoals de Stichting Faciliteiten Centraal Georganiseerd Overleg Militairen en de ondersteuning van organi­saties die deel uitmaken van de sector Defensie.SchadevergoedingenDe schadevergoedingen (voorheen: Inkomensoverdrachten) zijn bestemd voor doelgroepen die schade ondervinden van defensiebeleid.62Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 4.2 Artikel 10 Apparaat KerndepartementAlgemene doelstellingDe Bestuursstaf, bestaande uit het Directoraat-Generaal Beleid, Ressort PSG, de Defensiestaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de bijzondere organisatie eenheden, draagt zorg voor de sturing van, het beleid voor en het toezicht op Defensie. De Bestuursstaf adviseert en ondersteunt ook de bewindspersonen bij het besturen van de organisatie en het afleggen van verantwoording aan het parlement. De uitgaven die daarmee gemoeid zijn, zijn vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, externe inhuur en overige exploitatie.Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden (budgettair vallend onder het kerndepartement, aansturing door CDS) gereed gesteld.Tabel 29 Capaciteiten CDSCapaciteitInzetbare eenheidOmschrijvingNLD SPECIAL OPERATIONS COMMAND AND CONTROLOpschaalbare expeditionaire stafcapaciteitAansturen en coördineren van niet-geplande nationale en/of internationale speciale operaties met een korte reactietijd.Composite Special Operations Component CommandHet Nederlandse deel, in een gezamenlijk hoofdkwartier met Belgie en Denemarken, coordineert de Speciale Operaties en inzet van speciale eenheden.DEFENSIE CYBER COMMANDO (DCC)Militaire Cyber OperatiesLevert cybereffecten die bijdragen aan de bescherming van Nederland en de Nederlandse belangen in de wereld.De bijzondere organisatie eenheden van de Bestuursstaf bestaan uit de Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht (IGK), Inspecteur-Generaal Veiligheid (IGV) die aan het hoofd staat van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD), de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA), de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG), de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID), Diensten Geestelijke Verzorging (DGV) en het Militair Huis van de Koning (MHK).63Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 A. Budgettaire gevolgenTabel 30 Budgettaire gevolgen artikel 10 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen1.727.6491.949.1471.892.9421.949.2071.946.7951.936.3851.919.567Uitgaven1.712.0701.926.6771.896.7871.953.0521.950.6401.940.2301.903.80510.2Apparaatsuitgaven1.712.0701.926.6771.896.7871.953.0521.950.6401.940.2301.903.805Personele uitgaven1.688.1211.880.0071.829.0881.891.4041.882.5961.864.2381.846.674Eigen personeel356.246452.700501.813512.379523.269525.457526.043Externe Inhuur26.08943.1286.70429.45822.96517.9675.967Overige personele exploitatie27.08335.98030.68431.19231.52329.39829.398Uitkeringen (pensioenen en wachtgelden)1.278.7031.348.1991.289.8871.318.3751.304.8391.291.4161.285.266Materiële uitgaven23.94946.67067.69961.64868.04475.99257.131Overige materiële exploitatie23.94946.67067.69961.64868.04475.99257.131Ontvangsten10.2228.0007.9877.9877.9877.9877.987B. Toelichting op de financiële instrumentenPersonele uitgavenDe personele uitgaven bestaan uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, dienstreizen en overige persoonsge­bonden uitgaven.De post Uitkeringen betreft de militaire pensioenen, AOW-gat compensatie, Uitkering Gewezen Militairen en verstrekking van uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid, waaronder het Sociaal Beleidskader en overige regelingen voor voormalig defensiepersoneel.Materiele uitgavenDe komende jaren wordt tevens aandacht besteed aan vastgoed, duurzaamheid (in het bijzonder stikstof) en omgeving. De Verduurzaam­route Vastgoed en de roadmap Energietransitie worden gebruikt voor het aanjagen van innovatie. Verder draagt de verduurzaming bij aan de reductie van CO2 en stikstof. Tevens zal de komende jaren aandacht worden besteed aan het programma Defensie Open Op Orde om te voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Tot slot bereidt Defensie zich verder voor op de omgevingswet in de rol van zowel aanvrager als verlener van vergun­ningen.Totaaloverzicht apparaatsuitgaven Ministerie van DefensieDe apparaatsuitgaven van de defensieonderdelen zijn opgenomen in het eigen begrotingssartikel. Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de apparaatsuitgaven van het Ministerie van Defensie.64Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Tabel 31 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven Ministerie van Defensie (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Totaal apparaatsuitgaven Defensie7.759.6518.796.9548.900.0028.935.6339.013.9169.068.7939.089.092Kerndepartement1.712.0701.926.6771.896.7871.953.0521.950.6401.940.2301.903.805Koninklijke Marine953.2271.081.7641.096.0791.104.5691.114.4291.123.0191.132.585Koninklijke Landmacht1.666.8841.861.2581.916.1981.909.9921.936.4461.954.0121.983.888Koninklijke Luchtmacht781.773935.118989.7641.016.9531.021.8801.023.9381.005.210Koninklijke Marechaussee619.806731.277740.985753.742761.936781.550795.630Commando Materieel en IT592.220682.259676.789645.431655.756662.423664.202Defensie Ondersteuningscommando1.433.6711.578.6011.583.4001.551.8941.572.8291.583.6211.603.77265Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 4.3 Artikel 11 GeheimAlgemeenHet niet-beleidsartikel Geheim op basis van artikel 2.8 van de Comptabili-teitswet 2016 kent geen artikelonderdelen. Dit niet-beleidsartikel is bestemd voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een expliciet beleidsartikel niet in het belang van de Staat is.A. Budgettaire gevolgenTabel 32 Budgettaire gevolgen artikel 11 Geheim (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen18.46818.91719.21719.21720.76120.76120.761Uitgaven18.46818.91719.21719.21720.76120.76120.76111.0Geheim18.46818.91719.21719.21720.76120.76120.761Geheim18.46818.91719.21719.21720.76120.76120.761Geheim18.46818.91719.21719.21720.76120.76120.761Ontvangsten0000000B. Toelichting op de financiële instrumentenDe geheime uitgaven worden jaarlijks toegelicht aan het college van de Algemene Rekenkamer en het bevat tevens het budget voor MIVD gerela­teerde uitgaven ten behoeve van internationale inzet.66Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 4.4 Artikel 12 Nog onverdeeldAlgemeenHet niet-beleidsartikel Nog onverdeeld bestaat uit verplichtingen, uitgaven en ontvangsten. Uitgaven worden onderverdeeld naar loonbij­stelling, prijsbijstelling, nog onverdeeld en een eventuele taakstelling (negatief bedrag).A. Budgettaire gevolgenTabel 33 Budgettaire gevolgen artikel 12 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen0287.780466.155387.429662.339863.485979.126Uitgaven0296.780466.155387.429662.339863.485979.12612Nog onverdeeld0296.780466.155387.429662.339863.485979.126Ontvangsten0000000B. Toelichting op de financiële instrumentenArtikel 12 is een begrotingstechnisch artikel van waaruit diverse doorverde­lingen plaatsvinden naar andere artikelen van de defensiebegroting.Budgettaire verwerking Defenisenota 2024In het hoofdlijnenakkoord van het huidige kabinet word structureel € 2,4 miljard toegevoegd aan de defensiebegrotingen. Het budget wordt grotendeels verwerkt op het DMF. Dat deel van het budget dat wordt toegevoegd aan de defensiebegroting, is verwerkt op dit artikel vanaf 2027. Bij een later begrotingsmoment wordt het budget verdeeld naar de betreffende beleidsartikelen.67Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 4.5 Artikel 13 Bijdrage aan DefensiematerieelbegrotingsfondsA. Algemene doelstellingOp dit artikel worden de bijdragen vanuit de reguliere begroting aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds verantwoord.B. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 34 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Art.Verplichtingen5.465.956000000Uitgaven5.465.95600000013.0Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds5.465.956000000Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds5.465.956000000Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds5.465.956000000Ontvangsten0000000Tot Prinsjesdag 2024 werd het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) gevoed met een bijdrage vanuit de defensiebegroting. Deze bijdrage was opgenomen op dit artikel en werd in het fonds ontvangen op artikel 7. Vanaf Prinsjesdag 2024 wordt budget direct overgeheveld van de defensiebe­groting en de begrotingen van andere departementen naar de betreffende artikelen op het DMF. Dit artikel wordt opgeheven. Deze maatregel is technisch van aard.68Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 5. Begroting agentschappen5.1 ParestoAlgemeenHet baten-lastenagentschap Paresto maakt deel uit van het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO). Paresto is een professionele interne cateringorganisatie die in opdracht van Defensie een pakket aan cateringon­dersteuning levert aan haar gehele organisatie en aan (NAVO)-bondgenoten op Nederlands grondgebied. Dit gebeurt met een sterke focus op kwaliteit én met de wensen van gasten en opdrachtgevers als uitgangspunt.Begroting van baten en lastenTabel 35 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand Slotwet t-2Vastgestelde begrotingtt+1t+2t+3t+4Baten- Omzet92.49284.258105.331107.422109.898112.413114.994waarvan omzet moederdepartement73.24967.92883.73685.61787.88390.18892.559waarvan omzet overige departementen412495495495495495495waarvan omzet derden18.83115.83521.10021.31021.52021.73021.940Rentebaten828‒1.0001.0001.0001.0001.000Vrijval voorzieningen‒‒‒‒‒‒‒Bijzondere baten44‒‒‒‒‒‒Totaal baten93.36484.258106.331108.422110.898113.413115.994LastenApparaatskosten- Personele kosten54.88752.47366.42368.40870.40172.45474.565waarvan eigen personeel48.98248.63260.71562.53664.35866.23468.164waarvan inhuur externen5.3923.3055.0725.2235.3755.5335.694waarvan overige personele kosten513536636649668687707- Materiële kosten37.28331.72439.74939.75440.26940.74141.211waarvan apparaat ICT‒‒‒‒‒‒‒waarvan bijdrage aan SSO's‒‒‒‒‒‒‒waarvan overige materiële kosten2.9242.0002.5912.2242.3672.4692.566Rentelasten‒‒‒‒‒‒‒Afschrijvingskosten11361159260228218218- Materieel11361159260228218218waarvan apparaat ICT‒‒‒‒‒‒‒waarvan overige materiële afschrijvingskosten11361159260228218218- Immaterieel‒‒‒‒‒‒‒Overige lasten‒‒‒‒‒‒‒waarvan dotaties voorzieningen‒‒‒‒‒‒‒waarvan bijzondere lasten‒‒‒‒‒‒‒Totaal lasten92.28384.258106.331108.422110.898113.413115.994Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening1.081‒‒‒‒‒‒Agentschapsdeel Vpb-lasten‒‒‒‒‒‒‒Saldo van baten en lasten1.081‒‒‒‒‒‒69Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Toelichting bij begroting baten en lastenBatenOmzet moederdepartementDe omzet moederdepartement bestaat uit de aanneemsom en grotendeels de opbrengst die Paresto in rekening brengt voor onder meer banqueting- en maatwerkactiviteiten. De aanneemsom bestaat uit de aan de opdracht­gever in rekening gebrachte bedragen om conform de opgestelde afspraken ondersteuning te leveren op de locaties.De toename van de omzet moederdepartement ten opzichte van 2024 is deels te verklaren door een stijging van de aanneemsom als gevolg van de effecten van nieuwe arbeidsvoorwaarden en de groei van dienstverlening. Tevens hebben het doorberekenen van stijgende inkoopprijzen voor zowel ingrediënten als personeel naar de afnemer een impact op de omzet.Omzet overige departementenDe omzet overige departementen betreft de opbrengst die Paresto in rekening brengt voor onder meer de lakeien van de Dienst Koninklijk Huis, maar ook opdrachten voor andere rijksdiensten zoals politie en justitie.Omzet derdenDe omzet derden betreft met name de opbrengst van hetgeen Paresto in haar bedrijfsrestaurants in rekening brengt bij zowel de eigen defensie­medewerkers als eventuele andere gasten. Paresto verwacht een verdere stijging van de gastenaantallen. Dit is een gevolg van de groei van Defensie. Ook is de verwachting dat het ingezette traject om de dienstverlening te verbeteren tot meer gasten zal leiden.RentebatenDe rentebaten betreffen de (te) ontvangen rentebaten over het rekening courant saldo bij het Ministerie van Financiën.LastenPersonele kostenEen deel van de stijging van de personele kosten wordt veroorzaakt door nieuwe arbeidsvoorwaarden van zowel defensiepersoneel als de externe inhuur waar Paresto daar waar nodig een beroep op doet. Het gebruik maken van uitzendkrachten is bijvoorbeeld het geval bij het vervangen van zieke collega’s, piekdrukte of noodzakelijke inzet tijdens (grote) evenementen. Gezien de ontwikkelingen op de flexibele arbeids­markt en een significante stijging van de kosten voor externe inhuur zoekt Paresto naar mogelijkheden om het gebruik van externe inhuur te beperken. Deels zal dit gebeuren door een uitbreiding van het defensiepersoneel.Paresto heeft een verbetering doorgevoerd bij het opstellen van de ontwerp­begroting. In tegenstelling tot voorgaande jaren is de begroting voor het jaar t nu gebaseerd op de organisatiebouw en niet op de werkelijke vulling vanuit het verleden. Dit resulteert in een stijging van de personele bezetting ten opzichte van t-2 en t-1 met als gevolg ook een stijging van de personele kosten.Materiële kostenDe materiële kosten bestaan voor een groot deel uit kosten van de ingre­diënten voor maaltijden en consumpties. De overige materiële kosten bestaan uit exploitatiekosten van zowel Bedrijfsvoering & Ondersteuning i.o. als de locaties en de afleverkosten van de grootste leverancier.70Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten hebben betrekking op de (verwachte) aanschaf van divers kleiner materieel dat niet via een ander assortiment aangeschaft kan worden.KasstroomoverzichtTabel 36 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)Stand slotwet t-2Vastgestelde begrotingtt+1t+2t+3t+41.Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen14.2536.8136.8136.8136.8136.8136.813+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom90.82984.258106.331108.422110.898113.413115.994-/- totaal uitgaven operationele kasstroom‒ 82.117‒ 84.258‒ 106.331‒ 108.422‒ 110.898‒ 113.413‒ 115.9942.Totaal operationele kasstroom8.712‒‒‒‒‒‒-/- totaal investeringen‒ 20‒‒‒‒‒‒+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen‒‒‒‒‒‒‒3.Totaal investeringskasstroom‒ 20‒‒‒‒‒‒-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement‒ 5.038‒‒‒‒‒‒+/+ eenmalige storting door moederdepartement‒‒‒‒‒‒‒-/- aflossingen op leningen‒‒‒‒‒‒‒+/+ beroep op leenfaciliteit‒‒‒‒‒‒‒4.Totaal financieringskasstroom‒ 5.038‒‒‒‒‒‒5.Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)17.9076.8136.8136.8136.8136.8136.813Toelichting bij het kasstroomoverzichtIn het overzicht van de kasstromen staat de meerjarige verwachting van de omvang centraal, alsmede de besteding van de beschikbare investerings­ruimte en de liquiditeitsverwachting.DoelmatigheidsparagraafOnderstaande tabel is onderverdeeld in een generiek deel en een specifiek deel. Deze indeling vloeit voort uit de aard van de ondersteuning door Paresto en de sturing op de bruto marge van de locaties. De hiermee samenhangende indicatoren zijn daarom als specifiek benoemd. Ondergenoemde indicatoren worden beschouwd naar aanleiding van de gewijzigde governance.Tabel 37 Overzicht doelmatigheidsindicatorenStand slotwet t-2Vastgestelde begrotingtt+1t+2t+3t+4Omschrijving Generiek DeelTotaal omzet verkopen (x € 1.000)51.10643.51655.76656.32456.88257.43957.997Vte'n totaal818819867876883891900- waarvan in eigen dienst763776827835842850858- waarvan inhuur55434041414142Saldo van baten en lasten (%)1,2%0%0%0%0%0%0%Omschrijving Specifiek DeelAantal locaties76767777777777Productiviteit per medewerker (omzet per Vte)62.47753.13364.32164.29764.41964.46664.441% Ziekteverzuim8,9%8,0%8,5%8,5%8,5%8,5%8,5%71Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Stand slotwet t-2Vastgestelde begrotingtt+1t+2t+3t+4% Bruto marge locaties32,8%31,7%33,4%33,4%33,4%33,4%33,4%ToelichtingHet overgrote deel van de kosten van Paresto bestaat uit personele en ingrediëntkosten. De doelmatigheid van Paresto komt onder andere tot uitdrukking in een zo doelmatig mogelijke inzet van deze middelen. Twee belangrijke graadmeters daarvoor zijn de productiviteit per vte (omzet exclusief aanneemsom / aantal vte) en het percentage bruto marge (totale omzet exclusief aanneemsom verminderd met ingrediëntkosten ten opzichte van de totale omzet exclusief aanneemsom).In tegenstelling tot voorgaande jaren is de begroting voor het jaar t nu gebaseerd op de organisatiebouw en niet op de werkelijke vulling vanuit het verleden. Dit resulteert in een stijging van de personele bezetting ten opzichte van t-2 en t-1. Daarnaast zal meer eigen personeel wordt aangetrokken waardoor de afhankelijkheid van de beschikbaarheid van inhuur verminderd.Het aantal locaties stijgt door het in gebruik nemen van het bedrijfsres­taurant op de locatie Bunnik.De stijging van het brutomarge percentage vindt zijn grondslag in de stijging van het personeelscomponent voor de niet-reguliere dienstver­lening.72Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6. Bijlagen6.1 Bijlage Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke TaakTabel 38 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen Ministerie van DefensieNaam organisatieZBO/RWTBegrotingsar­tikelBegrotingsra­mingen 2025Uitgevoerde evaluatie ZBO onder KaderwetVolgende evaluatie ZBOStichting Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)RWTNiet beleidsartikel 9: Algemeen€ 28,3 miljoenStichting Koninklijke Defensiemusea (SKD)RWTNiet beleidsartikel 9: Algemeen€ 19,8 miljoenStichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek (SWOON)RWTBeleidsartikel 8: Defensie Ondersteuningscommando€ 21 miljoenStichting ZiektekostenVerzekering Krijgsmacht (SZVK)RWTN.v.t.€ 0NLViHet Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak en voert taken uit op het gebied van zorg, welzijn, erkenning, waardering van de veteraan en geeft uitvoering aan het vetera­nenbeleid zoals dit staat beschreven in de veteranenwet. Het NLVi is op 1 januari 2021 ontstaan dankzij het samengaan van zes organisaties of organisatiedelen te weten: stichting het Veteranen Instituut, stichting De Basis, stichting Nederlandse Veteranendag (NLVD), het programmabureau Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV), de zorgcoördinatie van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en de coördinatie van de nulde­lijnsondersteuning van het Veteranenplatform (VP).SKDDe Stichting Koninklijke Defensiemusea (SKD) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak en draagt zorg voor het beheren van de museale collectie van Defensie Nationaal Militair Museum (NMM), Mariniers­museum en het Marinemuseum. Zij stelt zich daarnaast ten doel de bezoekers aan de hand van een uiteenlopend activiteiten aanbod, met vaste en tijdelijke exposities, inzicht te laten verwerven in de betekenis van de krijgsmacht voor onze samenleving in heden, verleden en toekomst.SWOONDe Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON) ziet in het kader van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek toe op het wetenschappelijke niveau van het onderwijs en onderzoek op de Nederlandse Defensie Academie. De stichting verzorgt de wetenschappelijke bachelor- en masterprogramma’s als onderdeel van de officiersopleiding, in overeenstemming met de eisen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Verder verleent de stichting graden die behoren bij wetenschappelijk onderwijs, laat zij opleidingen accrediteren en geaccrediteerd houden en verzorgt ze weten schappelijk onderzoek ter ondersteuning van de wetenschap­pelijke opleidingen.73Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 SZVKDe Stichting ZiektekostenVerzekering Krijgsmacht (SZVK) is namens het ministerie van Defensie belast met de uitvoering van de ministeriële regeling Ziektekostenverzekering militairen. De activiteiten van de SZVK richten zich uitsluitend op militairen in actieve dienst aangezien deze niet vallen onder de werking van de Zorgverzekeringswet (ZVW). De SZVK ontvangt geen financiële bijdragen van Defensie om haar taken uit te voeren, maar verkrijgt haar inkomsten uit ziektekostenpremies die Defensie afdraagt. Daarnaast vergoedt Defensie een deel van de kosten van de schadelast die als gevolg van vliegen, inzet, varen en oefenen (VIVO-schade) kan optreden en die niet ten laste van de verzekering wordt gebracht en voor rekening van Defensie als werkgever komt. Naar huidig inzicht kwalificeert deze betaling van de VIVO-schadevergoeding zich niet als een bijdrage van het moederdepartement aan een RWT.Defensie heeft geen begrotingsraming voor Zelfstandige Bestuursor­ganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak vallend onder andere ministeries.74Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.2 Bijlage verdiepingshoofdstukIn het verdiepingshoofdstuk worden de belangrijkste mutaties ten opzichte van de begroting 2025 zichtbaar gemaakt.Tabel 39 Artikel 1 Inzet (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20242.355.220854.653216.740219.610216.8950Mutatie 1e suppletoire begroting 20241.133.2721.202.4002.002.4002.4002.400219.295Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 2024‒ 12.763‒ 14.463537537537537Nieuwe mutaties000000Stand ontwerpbegroting 20253.475.7292.042.5902.219.677222.547219.832219.832Tabel 40 Artikel 2 Koninklijke Marine (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.078.5491.090.1341.098.0861.105.6291.108.1460Mutatie 1e suppletoire begroting 202479.08786.52484.80387.45391.3771.208.948Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 202419.8465.4465.4912.6822.8992.942Nieuwe mutaties0‒ 1.643‒ 4.045‒ 1.545855855Overige mutaties0‒ 1.643‒ 4.045‒ 1.545855855Stand ontwerpbegroting 20251.177.4821.180.4611.184.3351.194.2191.203.2771.212.745Tabel 41 Artikel 3 Koninklijke Landmacht (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.789.1431.803.2731.806.7371.817.6831.820.1260Mutatie 1e suppletoire begroting 2024155.296196.003179.288188.207196.7432.042.812Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 202423.66416.45123.57227.08830.58430.590Nieuwe mutaties02.4453.2747.41911.56515.710Versterken cyber- en elektromagnetische activiteiten capaciteit03.3164.1458.29012.43616.581Overige mutaties0‒ 871‒ 871‒ 871‒ 871‒ 871Stand ontwerpbegroting 20251.968.1032.018.1722.012.8712.040.3972.059.0182.089.112Tabel 42 Artikel 4 Koninklijke Luchtmacht (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024849.207829.508832.787834.837838.6400Mutatie 1e suppletoire begroting 202485.54991.910105.063110.506107.727929.790Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 202431.110100.253110.629108.634109.015105.966Nieuwe mutaties03236107551.3841.529Overige mutaties03236107551.3841.529Stand ontwerpbegroting 2025965.8661.021.9941.049.0891.054.7321.056.7661.037.28575Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Tabel 43 Artikel 5 Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024687.223706.839711.270712.664722.0070Mutatie 1e suppletoire begroting 202458.08015.78427.56226.94637.157772.258Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 2024‒ 7.15225.22921.73729.13229.17229.175Nieuwe mutaties01621426283Overige mutaties01621426283Stand ontwerpbegroting 2025738.151747.868760.590768.784788.398801.516Tabel 44 Artikel 7 Commando materieel en IT (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024751.272767.787761.729774.386780.3520Mutatie 1e suppletoire begroting 202489.09579.83858.29759.77360.581839.118Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 202415.51116.90616.35715.92115.76915.625Nieuwe mutaties0‒ 447‒ 238‒ 447‒ 552‒ 552Overige mutaties0‒ 447‒ 238‒ 447‒ 552‒ 552Stand ontwerpbegroting 2025855.878864.084836.145849.633856.150854.191Tabel 45 Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.494.9301.528.8881.557.0411.531.1291.501.1800Mutatie 1e suppletoire begroting 2024196.187145.74786.861103.149109.3951.630.506Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 202435.53948.96258.09358.88658.96457.898Nieuwe mutaties04.4535.6907.7678.94510.239Versterken cyber- en elektromagnetische activiteiten capaciteit08111.9793.0464.0705.078Overige mutaties03.6423.7114.7214.8755.161Stand ontwerpbegroting 20251.726.6561.728.0501.707.6851.700.9311.678.4841.698.643Tabel 46 Artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024236.916223.455218.557215.470207.9260Mutatie 1e suppletoire begroting 202420.23420.47634.70449.38647.067267.532Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 202416.3358.6287.7167.2647.1507.132Nieuwe mutaties1506.2000000Overige mutaties1506.2000000Stand ontwerpbegroting 2025273.635258.759260.977272.120262.143274.664Tabel 47 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.825.3171.827.1091.824.2431.827.9891.840.8920Mutatie 1e suppletoire begroting 202488.43548.726101.44895.52272.0811.876.976Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 202412.92526.41726.56626.11226.02325.370Nieuwe mutaties0‒ 5.4657951.0171.2341.459Overige mutaties0‒ 5.4657951.0171.2341.459Stand ontwerpbegroting 20251.926.6771.896.7871.953.0521.950.6401.940.2301.903.80576Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Tabel 48 Artikel 11 Geheim (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202418.81518.81518.81520.31520.3150Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 300000020.315Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 2024402402402446446446Nieuwe mutaties000000Stand ontwerpbegroting 202518.91719.21719.21720.76120.76120.761Tabel 49 Artikel 12 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024618.419661.967529.160575.057523.8740Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 148.168‒ 118.019‒ 67.894‒ 67.060‒ 71.349441.623Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 2024‒ 173.471‒ 77.793‒ 73.837‒ 66.335‒ 24.446‒ 45.913Nieuwe mutaties000220.677435.406583.416Verdeling van de middelen uit het Hoofdlijnakkoord000220.677435.406583.416Overige mutaties000000Stand ontwerpbegroting 2025296.780466.155387.429662.339863.485979.126Tabel 50 Artikel 13 Bijdrage aan het Defensiematerieel Begrotingsfonds (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202410.792.23710.947.79710.779.65510.193.65410.065.2019.742.042Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 1.827.116‒ 668.9231.592.335700.7751.120.842551.703Mutatie suppletoire begroting Prinsjedag 2024‒ 8.965.121‒ 10.273.857‒ 12.366.748‒ 10.880.605‒ 11.163.734‒ 10.265.700Nieuwe mutaties0‒ 5.017‒ 5.242‒ 13.824‒ 22.309‒ 28.045Versterken cyber- en elektromagnetische activiteiten capaciteit0‒ 4.317‒ 6.361‒ 11.810‒ 17.217‒ 22.607Bijdrage van BZK voor verduurzaming Rijksvastgoed042.3610000Opheffen gebruik artikel 130‒ 42.3610000Overige mutaties0‒ 7001.119‒ 2.014‒ 5.092‒ 5.438Stand ontwerpbegroting 202500000077Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.3 Bijlage moties en toezeggingenTabel 51 Door de Staten- Generaal aanvaarde motiesBeschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer Kamerbriefmotie-Paternotte/Van der Werf over het optimaal benutten van de vaardigheden van veteranen en reservisten voor het bedrijfsleven en de samenleving als geheel.Notaoverleg veteranen30 139, nr. 27624-6-2024In behandelingde motie-Nordkamp/Boswijk over onderzoeken hoe het project terugkeerreizen verbreed kan worden.Notaoverleg veteranen30 139, nr. 27724-6-2024In behandelingMotie-Erkens c.s. over de strategie voor de Nederlandse defensie-industrie herijken en duidelijke keuzes maken op het gebied van specialisatie.Notaoverleg inzake de vervanging van onderzeebootcapaciteit 3 juni34 225, nr. 5811-6-2024In behandelingmotie-Erkens c.s. over zich committeren aan de samenwerking met Damen en partners voor de oppervlakteschepen.Notaoverleg inzake de vervanging van onderzeebootcapaciteit 3 juni34 225, nr. 5911-6-2024In behandelingmotie-Van Oostenbruggen c.s. over de programmaorganisatie en programmabeheersing inrichten volgens de aanbevelingen van de ADR en de ADR een rol geven in de monitoring van het ICA.Notaoverleg inzake de vervanging van onderzeebootcapaciteit 3 juni34 225, nr. 6011-6-2024In behandelingmotie-Tuinman/Erkens over het uitwerken van een onderhoudsstrategie voor de onderzeeboten.Notaoverleg inzake de vervanging van onderzeebootcapaciteit 3 juni34 225, nr. 6111-6-2024In behandelingmotie-Tuinman/Van Oostenbruggen over zo spoedig mogelijk beginnen met een evaluatiefase van defensiematerieelprojecten en daarin meenemen hoe het gebruik van non-disclosure agreements kan worden geminimaliseerd.Notaoverleg inzake de vervanging van onderzeebootcapaciteit 3 juni34 225, nr. 6211-6-2024In behandelingmotie-Tuinman over het verwervingsproces van de maritieme projecten versnellen met aandacht voor het economisch belang voor Zeeland en aanpalende regio’s.Notaoverleg inzake de vervanging van onderzeebootcapaciteit 3 juni34 225, nr. 6311-6-2024In behandelingde motie-Paternotte/Brekelmans over in NAVO-verband pleiten voor een strategie om een robuust luchtafweersysteem op te bouwen voor de lange termijn.Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken d.d. 27 mei 202421 501-02, nr. 289823-5-2024In behandelingMotie-Boswijk c.s. over het decoratiestelsel op passende wijze moderniseren.Het tweeminutendebat Voortgang en evaluatie missies29 521 nr 48521-5-2024In behandelingMotie-Van Baarle over een verkenning naar de inzet van Nederlandse marineschepen bij humanitaire hulp aan Gaza.Debat over de situatie in Gaza23432-52116-5-2024In behandelingMotie Tuinman/Stoffer over proactief verkennen om samen met de Verenigde Staten op te trekken voor de verdediging van Israël tegen luchtaanvallen binnen de geldende kaders van de artikel 100-procedure.Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken 18 april 202421 501-02, nr. 288523-4-2024In behandelingMotie van het lid Brekelmans c.s. over maximale flexibiliteit en creativiteit toepassen om samen met andere partnerlanden meer Patriotsystemen en -raketten aan Oekraïne te leveren .Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken 18 april 202421 501-02, nr. 287818-4-2024In behandelingMotie van de leden Paternotte en Dassen over in EU- en NAVO-verband pleiten voor de versterking van gezamenlijke en geïntegreerde Europese luchtverdediging en een bijbehorende Europese industrie.Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken 18 april 202421 501-02, nr. 288318-4-2024In behandelingMotie van het lid Dassen c.s. over in overleg met bondgenoten en de industrie zoeken naar oplossingen om levertijden van luchtverdedigingscapaciteiten en -munitie aan Oekraïne te verkorten.Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken 18 april 202421 501-02, nr. 288418-4-2024In behandeling78Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefMotie Tuinman c.s. over initiatief nemen om de Europese luchtverdediging te versterken en Oekraïne betrekken bij lopende Europese initiatieven.Debat over de buitengewone Europese Top van 17 en 18 april 202421 501-20, nr. 206717-4-2024In behandelingMotie-Piri c.s. over de nodige financiële middelen vrij blijven maken voor de strijd van Oekraïne tegen de Russische agressor  Debat over de buitengewone Europese Top van 17 en 18 april 202421 501-20, nr. 207317-4-2024In behandelingMotie-Eerdmans/Tuinman over de Nederlandse defensie-industrie-initiatieven op nationaal niveau ondersteunen  .Debat over de buitengewone Europese Top van 17 en 18 april 202421 501-20, nr. 207817-4-2024Uitgevoerd36410-X-93Motie-Diederik van Dijk c.s. over de wapenexportvergunningen heroverwegen en bezien op welke wijze het doorvoeren van F-35-onderdelen zo spoedig mogelijk kan worden hervat.Debat over de buitengewone Europese Top van 17 en 18 april 202421 501-20, nr. 208117-4-2024Uitgevoerd22054-417Motie-Hermans/Bontenbal over zo spoedig mogelijk toelichten wat noodzakelijk is om dreigingen van statelijke actoren tegen onze nationale veiligheid op een adequate manier tegen te gaan.Debat over het bericht dat volgens de Tsjechische geheime dienst Rusland cash betaalde aan Nederlandse en Europese politici30 821 nr 2129-4-2024In behandelingMotie-Paternotte/Van Campen over standaardisatie zwaarder meewegen bij de aanschaf van militair materieel.Debat over de Europese top van 21 en 22 maart 202421 501-20, nr. 204620-3-2024Uitgevoerd36410-X-93Motie-Paternotte c.s. over een voortrekkersrol spelen in de internationale dronecoalitie om de productiecapaciteit in Oekraïne en Nederland te versterken.Debat over de staat van de oorlog in Europa21 501-20 nr. 202519-3-2024In behandelingMotie-Piri/Boswijk over onderzoeken hoe het bilaterale veiligheidsarrangement met Oekraïne verder kan worden bestendigd.Debat over de staat van de oorlog in Europa21 501-20 nr. 202619-3-2024In behandelingMotie-Dassen c.s. over met het bedrijfsleven komen tot het vergroten van de Nederlandse productiecapaciteit op het gebied van elektronische oorlogsvoering.Debat over de staat van de oorlog in Europa21 501-20 nr. 203119-3-2024In behandelingMotie-Dassen c.s. over ervoor pleiten dat de huidige positie van Moldavië gewaarborgd blijft onder de nieuwe plannen van de Europese Defensie Industrie Strategie.Debat over de staat van de oorlog in Europa21 501-20 nr. 203219-3-2024Uitgevoerd36410-X-93Motie-Brekelmans c.s. over een aanjagersrol vervullen bij een plan voor de opschaling van militaire productie in Europese landen.Debat over de staat van de oorlog in Europa21 501-20 nr. 203319-3-2024Uitgevoerd36410-X-93Motie-Bikker c.s. over bij de voorbereiding van mogelijke scenario's ook plannen opstellen voor de communicatie hiervan richting de bevolking.Debat over de staat van de oorlog in Europa21 501-20 nr. 203919-3-2024In behandelingMotie-Tuinman c.s. over een conceptbrochure over hoe Nederlanders zich kunnen voorbereiden op de gevolgen van een grote crisis of een oorlogssituatie.Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 202436 410-X, nr. 5419-3-2024In behandelingMotie van het lid Erkens c.s. over het uitwerken van scenario's om Nederland bij verschillende dreigingsniveaus veilig te houden.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-4513-2-2024In behandelingMotie van het lid Erkens over het vaker openbaar maken van cyberaanvallen en bijbehorende technische werkwijzen.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-4613-2-2024DoorlopendMotie van het lid Nordkamp c.s. over het in kaart brengen van het aandeel van in NAVO-landen geproduceerde defensieproducten dat naar buiten de NAVO weglekt.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-4713-2-2024In behandelingMotie van het lid Nordkamp c.s. over een onderzoek naar versterking van de stabiliteit en weerbaarheid van de samenleving en de bestrijding van desinformatie.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-4813-2-2024Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstuk 30821-23079Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefMotie van de leden Podt en Boswijk over uitspreken dat het voor de veiligheid en stabiliteit in Europa nodig is om Oekraïne zo lang als nodig en minimaal op hetzelfde niveau militair te steunen.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-4913-2-2024UitgevoerdMotie van het lid Podt over het uitwerken van de mogelijkheden van een garantiefonds voor innovaties in de defensie-industrie.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-5013-2-2024Uitgevoerd36410-X-93 Motie van het lid Tuinman c.s. over het inrichten van een leerproces dat continu de Oekraïense oorlog monitort.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-5113-2-2024Uitgevoerd36410-X-79 Motie van de leden Tuinman en Diederik van Dijk over het verkennen van de wenselijkheid van een permanente Nederlandse gevechtseenheid aan de oostflank.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-5213-2-2024In behandelingMotie van het lid Ceder c.s. over belemmeringen waar reservisten mee te maken kunnen krijgen in kaart brengen en oplossingen daarvoor aandragen.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-5513-2-2024Uitgevoerd36410-X-90 Motie van het lid Ceder c.s. over het zo snel mogelijk voorbereiden van de plannen voor de oprichting van een tankbataljon.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-5613-2-2024In behandelingBenoemd in 36410-X-76Motie van het lid Ceder over bij de ontwikkeling van de eigen satellietcapaciteit ook voorbereidingen treffen voor militaire activiteit in de ruimte tegen satellieten.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-5713-2-2024In behandelingMotie van de leden Dobbe en Dassen over de regeling voor chroom-6-slachtoffers ook van toepassing laten zijn voor nabestaanden.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-5813-2-2024In behandelingGewijzigde motie van het lid Ergin c.s. over het onderzoeken van de mogelijkheden van een humanitaire luchtbrug en een maritieme corridor.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-7513-2-2024AfwachtenMotie van de leden Dassen en Nordkamp over in kaart te brengen in welke mate Nederland aan de PESCO-doelstelling voldoet om 35% van het defensiematerieel gezamenljk in te kopen.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-6713-2-2024In behandelingMotie van het lid Dassen over het intensiveren van gezamenlijke inkoop van defensiematerieel via de Defence Joint Procurement Task Force van het Europees Defensieagentschap.Begroting Defensie 7-2-2436410-X-6813-2-2024In behandelingMotie van het lid Boswijk c.s. over het inventariseren en wegnemen van regels en procedures die het opschalen van externe opleidingscapaciteit belemmeren.WGO personeel en Materieel36410-X-276-2-2024Uitgevoerd36410-X-90Motie van het lid Boswijk over de personele knelpunten en scenario's rond het NATO Force Model inventariseren.WGO personeel en Materieel36410-X-286-2-2024Uitgevoerd28676-461Motie van het lid Tuinman c.s. over alle medewerkers van Defensie die geen militair of reservist zijn vrijblijvend uitnodigen om reservist te worden.WGO personeel en Materieel36410-X-316-2-2024In behandelingMotie van de leden Tuinman en Boswijk over het onderzoeken van voorstellen met betrekking tot het internationaal aanbesteden van militaire projecten.WGO personeel en Materieel36410-X-326-2-2024Uitgevoerd31125-130Nader gewijzigde motie van het lid Erkens c.s. over het dienjaar zo snel mogelijk fors opschalen.WGO personeel en Materieel36410-X-426-2-2024In behandelingMotie van het lid Podt over in kaart brengen hoe innovatieve technieken kunnen bijdragen aan de vormgeving van de krijgsmacht van de toekomst.WGO Personeel en materieel 29 jan 202436410-X-366-2-2024Uitgevoerd31125-130Motie Dassen c.s. over oproepen in Europees en NAVO verband tot voorbereiding op worst case scenario én voor Nederland hetzelfde voor te bereiden; inclusief maatschappelijke gevolgen, en benodigde investeringen op economische en veiligheidsgebied. RAZ/RBZ21501-02-28256-2-2024In behandeling80Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefMotie van het lid Dassen (Volt):  «voorstel uitwerken om versneld te komen tot het behalen van de 2% EDA-norm voor kennis en innovatie in het defensiedomein».WGO 29-01-202436410, nr. 3529-1-2024In behandelingMotie van het lid Dassen (Volt): «Europese samenwerking, alternatief voorstel voor betrouwbare indicator voor de gezamenlijke aanschaf en instandhouding van (wapen)systemen en munitie in bilateraal en multilateraal verband».WGO 29-01-202436410, nr. 3329-1-2024AfwachtenMotie van het lid Tuinman (BBB): «Voorstellen en/of ruimere interpretatie te onderzoeken met betrekking tot internationaal aanbesteden voor militaire projecten met een groot CD&E-element».WGO 29-01-202436410, nr. 3229-1-2024Uitgevoerd31125-130Motie van het lid Boswijk (CDA) over de Kamer uiterlijk 1 juli informeren over de behoeftestelling voor de oprichting van een tankbataljon.WGO 29-01-202436410, nr. 2929-1-2024UitgevoerdBenoemd in 36410-X-76Motie van lid Erkens (VVD): "Defensiematerieel, Nederlandse industrie, onderzoeken hoe de industrie beter betrokken kan worden bij munitieproductie, strategie een leidende rol van onbemande systemen en strategische munitie".WGO 29-01-202436410, nr. 2629-1-2024Uitgevoerd36410-X-93Motie van leden Tuinman (BBB) en van Campen (VVD): «verzoekt de regering zo spoedig mogelijk samen met Europese partners orders te plaatsen voor de gangbare munitiesoorten passende bij de vraag van Oekraïne en ook die van de Nederlandse krijgsmacht en daarmee de productiecapaciteit door Nederland en de EU te vergroten".Plenair debat 12 december 2023 over Europese Raad21501-20-197812-12-2023Uitgevoerd27830-434Motie van de leden Piri en Veldkamp over uitspreken dat Nederland een voortrekkersrol moet blijven spelen in het steunen van Oekraine.Plenair debat over de Europese Raad21501-20-199312-12-2023DoorlopendO.a. gerapporteerd in Kamerstukken 21501-20-2019, 21501-28-262, 21501-28-263Motie van het lid Piri c.s. over EUPOL-bewakers en tolken die werkzaamheden hebben verricht voor een Nederlandse EUPOL-functionaris betrekken bij het traject voor de ambassadebewakers.2023A0686527925-94926-10-2023Uitgevoerd36410-V-88Gewijzigde motie van het lid Hammelburg c.s. over na inwerkingtreding van de tijdelijke wet een uitvoeringstoets uitvoeren die ziet op de balans tussen passende waarborgen en effectieve taakuitvoering (t.v.v. 36263-25).WGO Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen36263, nr. 3224-10-2023In behandelingMotie van de leden Krul en Valstar over samen met de centrales van overheidspersoneel mogelijkheden onderzoeken om URD-trajecten sneller te doorlopen.2023A0469636410-X-924-10-2023UitgevoerdBenoemd in 36410-X-24 & 36410-X-90Motie van het lid Valstar c.s. over inzichtelijk maken wat er nodig is om binnen de Duitse-Nederlandse samenwerking een eigen tankbataljon op te richten.Tweeminutendebat Materieel27830, nr. 4106-7-2023Deels uitgevoerd27830-422Motie van de leden Stoffer en van Haga over stappen blijven zetten om te bevorderen dat de inzetvoorraad voor de eerste hoofdtaak het gewenste niveau bereikt.Tweeminutendebat Materieel27830, nr. 4116-7-2023Uitgevoerd27830-434Motie van de leden Stoffer en van Haga over onderzoeken hoe Nederland actief kan aansluiten bij het initiatief voor de bescherming van onderzeese kritieke infrastructuur.Tweeminutendebat Materieel27830, nr. 4126-7-2023In behandelingMotie van de leden Hammelburg en Krul over na vijf jaar de inzet van de bewapende MQ-9-drone evalueren.Tweeminutendebat Materieel27830, nr. 4156-7-2023In behandeling81Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefMotie van de leden Rajkowski en Bisschop over een voortgangsrapportage over inrichting en uitrol van de ABRO-regeling.Tweeminutendebat IVD-Aangelegenheden29924, nr. 2466-7-2023In behandelingMotie van de leden Boswijk en Valstar over veteranen in detentie die specifiek veteranenzorg veteranenzorg nodig hebben niet slechts bij uitzondering in aanmerking laten komen voor de plaatsing in het MPC.Notaoverleg Veteranen30139, nr. 26527-6-2023Deels uitgevoerd30 139 nr. 274Motie van de leden Boswijk en Valstar over 24/7 toegang tot gespecialiseerde crisishulp voor veteranen in acute psychische nood.Notaoverleg Veteranen30139, nr 26627-6-2023Deels uitgevoerdKamerstuk 30 139 Nr. 272Motie van het lid Hammelburg over met het Veteraneninstituut onderzoeken hoe veteranen buiten dienst die later PTSS ontwikkelen in beeld kunnen komen.Notaoverleg Veteranen30139, nr. 26727-6-2023Uitgevoerd30139-274 van 13 juni 2024De motie Sjoerdsma c.s. over het lokaal bekend stellen van het NIMH-overzicht en het in behandeling nemen van claims van slachtoffers van martelingen en verkrachtingen.Plenair debat over het onderzoeksprogramma ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950’26049, nr. 10114-6-2023In behandelingDe motie-Brekelmans/Boswijk over expliciet benoemen dat het merendeel van de Nederlandse militairen in Indonesië niet schuldig of medeplichtig was aan extreem geweld.Plenair debat over het onderzoeksprogramma ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950’26049, nr. 10714-6-2023Deels uitgevoerdde motie-Agnes Mulder/Boswijk over het in kaart brengen van de gevolgen van de militaire leveranties aan Oekraïne voor de operationele gereedheid van de krijgsmacht.Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken (CD 19/1)21501-02, nr. 259219-1-2023DoorlopendGerapporteerd in Kamerstukken 21501 28, nr. 250; 36045, nr. 151 en 21501 28, nr. 252de motie-Brekelmans c.s. over een plan om de munitieproductie in Europa te verhogen ten behoeve van steun aan Oekraïne.Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken (CD 19/1)21501-02, nr. 259319-1-2023In behandelingGerapporteerd in Kamerstukken 21501 28, nr. 250; 21501 02, nr. 2622 en 21501 28, nr. 252Motie van het lid Fritsma over zekerstellen dat geen cent van de door Nederland betaalde schadevergoedingen aan de gemeenschap van Hawija, terecht komt bij (oud) IS-ers.Moties ingediend bij het tweeminutendebat Voortgang/evaluatie missies29521, nr. 45322-12-2022Deels uitgevoerd27925, nr. 937Motie van het lid Valstar c.s. over op basis van een aantal aangegeven punten uniformiteit aanbrengen in defensienota's.Tweeminutendebat Defensienota 202236124, nr. 1322-12-2022In behandelingMotie van het lid Valstar c.s. over de transitie van de marine inzichtelijk maken.Tweeminutendebat Defensienota 202236124, nr. 1422-12-2022Deels uitgevoerdKamerstuk 36124, nr. 31Motie van het lid Dassen c.s. over in overleg met Duitsland en België onderzoeken hoe de gezamenlijke productiecapaciteit voor kapitale munitie kan worden vergroot.Tweeminutendebat Defensienota 202236124, nr. 1922-12-2022Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstukken 28676, nr's. 246 en 427Motie van het lid Dassen over in Europees verband gezamenlijk munitie inkopen.Tweeminutendebat Defensienota 202236124, nr. 2022-12-2022Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstukken 28676, nr's 426 en 427 en 27830, nr. 406Motie van het lid Boswijk c.s. over uiterlijk 1 oktober 2023 inzichtelijk maken hoe de integratie van de Duitse en Nederlandse landmachten vorm gaat krijgen.Tweeminutendebat Defensienota 202236124, nr. 2322-12-2022Deels uitgevoerdKamerstuk 33279, nr. 3782Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefMotie van het lid Hammelburg c.s. over culturele diversiteit een pijler maken in het personeelsbeleid van Defensie.Tweeminutendebat Personeel Defensie36200 X, nr. 5622-12-2022Uitgevoerd36410-XMotie van de leden Kuzu en Hammelburg over bewerkstelligen dat de manschappen zo veel mogelijk vrijheid hebben om in hun verblijfsruimte hun eigen inrichting te kiezen.Tweeminutendebat Personeel Defensie36200 X, nr. 5722-12-2022UitgevoerdKamerstuk 36200 X, nr. 86Motie van het lid Kuzu over bewerkstelligen dat voldoende manschappen inzetbaar blijven ter versterking en ter verdediging van de Oostflank van de NAVO.debat over de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de anti-ISIS-coalitie en de brede veiligheidsinzet in Irak in 2023 (Artikel 100-procedure)27925, nr. 92322-12-2022In behandelingMotie van het lid Jasper van Dijk over de stand van zaken rond nucleaire ontwapening en modernisering van kernwapens in Nederland.Begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken 202336200 V, nr. 3029-11-2022Deels uitgevoerdKamerstuk 36200 V, nr. 73Motie van het lid Valstar c.s. over voorkomen dat voormalige Defensiemedewerkers trainingen geven aan landen die een offensief cyberprogramma tegen Nederland voeren.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 2522-11-2022Deels uitgevoerdKamerstuk 2023Z13362Motie van het lid Valstar c.s. over binnen de Joint Expeditionary Force de samenwerking versterken voor de beveiliging van de Noordzee en Baltische Zee.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 2622-11-2022Deels uitgevoerdKamerstuk 33450, nr. 118Motie van het lid Valstar c.s. over in gesprek gaan met banken en pensioenfondsen om barrières voor de defensiesector weg te nemen.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 2722-11-2022In behandelingMotie van het lid Valstar c.s. over gratis reizen met de trein voor militairen in uniform en vaker oefeningen houden door Defensie in de steden.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 2822-11-2022UitgevoerdKamerstuk 36200 X, nr. 86 en t Kamerstuk 36 410-X-7Motie van het lid Boswijk c.s. over onderzoeken of huidige kwalificaties van oefeningen en uitzendingen nog aansluiten bij de huidige situatie.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 3622-11-2022Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstuk 36200 X, nr. 86 van 1 juni 2023Motie van het lid Boswijk c.s. over binnen de NAVO pleiten voor het in de DPCR meewegen van de geïntegreerde strijdkrachten in Europa. Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 3722-11-2022Deels uitgevoerdKamerstukken 28676, nr's 425; 426 en 427 Motie van het lid Segers c.s. over de NATO Capability Targets als referentiepunt gebruiken bij het opstellen van de Defensienota en begroting.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 3822-11-2022Uitgevoerd28676-464Motie van de leden Segers en Boswijk over mogelijkheden onderzoeken om het dienjaar sneller op te schalen en belangstellende snel uitsluitsel te geven.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 3922-11-2022UitgevoerdKamerstuk 36 410-X-Nr. 7 en 36124-45Motie van het lid Stoffer c.s. over de ICA conditioneel maken voor de gunning en meewegen in de besluitvorming.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 4122-11-2022Deels uitgevoerdKamerstuk 34225, nr. 42Motie van het lid Kuzu c.s. over exitgesprekken analyseren en omzetten in concrete verbeteringen om meer militairen duurzaam aan Defensie te binden.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 4322-11-2022UitgevoerdKamerstuk 36200 X, nr. 86Motie van de leden Kuzu en Valstar over bezien of de maximale termijn voor functies bij Defensie kan worden losgelaten of verruimd.Begrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 4422-11-2022Uitgevoerd36200 X, nr. 86Motie van de leden Kuzu en Boswijk over meer welwillendheid bij het uitreiken van medailles aan reservisten bij de operationele commando'sBegrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 4522-11-2022Deels uitgevoerd36200-X-72Motie van de leden Koekkoek en Boswijk over bij onderhandelingen over het European Sky Shield Initiative de Europese strategische autonomie laten meewegen bij de keuze van systemenBegrotingsbehandeling Defensie 202336200 X, nr. 4622-11-2022Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstuk 27830, nr. 39583Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefMotie van de leden Valstar en Stoffer over een evaluatie vijf jaar na plaatsing van de radar in Herwijnen.Tweeminutendebat Materieel27830, nr. 3697-7-2022In behandelingGewijzigde motie van de leden Eppink en Van der Plas over bij de aanschaf van onderzeeboten oog hebben voor het strategische belang en de noodzaak van de Nederlandse maritieme maakindustrie.Tweeminutendebat Materieel27830, nr. 3717-7-2022Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstukken 34225, nr's. 40 en 41Gewijzigde motie van de leden Eppink en Van der Plas over de voorraad in Nederland evenredig aanvullen bij de levering van militaire goederen aan Oekraïne.Tweeminutendebat Materieel27830, nr. 3707-7-2022DoorlopendMotie van de leden Fritsma (PVV) en van Haga (groep van Haga) over zorg dragen voor voldoende en directe toegang tot noodopvang voor veteranen.Notaoverleg Veteranen30139, nr. 25920-6-2022UitgevoerdKamerstuk 30139, nr. 262 en 30139-272Motie van de leden Hammelburg en Boswijk over versterking van gezamenlijke inkoop, interoperabiliteit en samenwerking met andere EU-landen op het gebied van onderhoud.Tweeminutendebat Hoofdlijnen Defensiebeleid35925 X, nr. 6521-4-2022In behandelingMotie van het lid Valstar c.s. over pilots voor het versneld overgaan tot aanschaf van materieel.Tweeminutendebat Hoofdlijnen Defensiebeleid35925 X, nr. 7021-4-2022Deels uitgevoerdKamerstukken 35925 X, nr. 74; 27830, nr. 376 en 35925 X, nr. 84Motie van het lid Valstar c.s. over steun voor bewapening van de MQ-9 Reaper.Tweeminutendebat Hoofdlijnen Defensiebeleid35925 X, nr. 6921-4-2022Deels uitgevoerdKamerstuk 27830, nr 399Motie van het lid Boswijk c.s. over voorstellen voor innovatieve vormen van diensttijd.Tweeminutendebat Hoofdlijnen Defensiebeleid35925 X, nr. 6721-4-2022UitgevoerdKamerstuk 36200, nr. 8 en 36124-45Motie van de leden Piri en Valstar over de Afghaanse oud-medewerkers uit dankbaarheid voor bewezen diensten op passende wijze erenDebat over de stand van zaken rondom de evacuatie in Afghanistan27925, nr. 89331-3-2022Deels uitgevoerdMotie van het lid Van der Staaij c.s. over het wegnemen van knelpunten die diensten verhinderen Nederland te beschermen tegen landen met een offensief cyberprogrammaPlenair debat over de situatie in Oekraine36045, nr. 1628-2-2022UitgevoerdKamerstuk 36263 (intreding Wiv)Motie Hermans c.s. over concrete voorstellen om ondernemers beter te beschermen tegen digitale dreigingen en cybercriminelen.Debat over de Regeringsverklaring35788, nr. 12019-1-2022Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstuk 35925 VI, nr. 136Motie van het lid van Wijngaarden c.s. over nauw optrekken met NAVO-bondgenoten bij volkenrechtelijke standpunten en militaire R&D als het gaat om autonome dan wel semiautonome wapensystemen.Notaoverleg Autonome Wapensystemen 13 december35848, nr. 1014-12-2021DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 36100 V, nr. 9De motie D66 Verzoekt de regering kaders op te stellen omtrent de inzet van lokale medewerkers —zowel onder arbeidscontract als op freelance basis - bij toekomstige militaire missies en op Nederlandse ambassades en consulaten en daarbij vast te leggen welke verantwoordelijkheden de Nederlandse staat wel of niet heeft ten opzichte van dit personeelBegrotingsbehandeling35925 X, nr. 2911-11-2021DoorlopendKamerstuk 36200-X, nr. 85De motie VVD Verzoekt de regering het Defensie Cyber Commando na afronding van de HR-transitie een eigen aanstellingsmandaat te geven, zodat het op vergelijkbare wijze als de huidige operationele commando's militairen kan aanstellen en laten doorstromen.Begrotingsbehandeling35925 X, nr. 2511-11-2021In behandelingGerapporteerd in Kamerstuk 36124, nr. 2De motie van Wijngaarden VVD Verzoekt de regeringte zorgen voor borging van het wezenlijk nationaal veiligheidsbelang en strategische autonomie, inclusief daarvoor benodigde betrokkenheid van de Gouden Driehoek, bij de gehele levensfase van de onderzeeboot;Begrotingsbehandeling35925 X, nr. 2411-11-2021Deels uitgevoerdKamerstuk 34225, nr. 4084Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer Kamerbriefdaartoe in de offerteaanvraag primaire en secundaire eisen te formuleren, en de Kamer voorafgaand aan het doen uitgaan van de offerteaanvraag desnoods vertrouwelijk te informeren over de afweging tussen primaire en secundaire eisen in het beoordelingskader en gevolgen voor strategische autonomie die voortvloeien uit de gemaakte keuzes;de Kamer tevens te informeren over de gevolgen hiervan voor de levensduurkosten van de onderzeeboten in relatie tot de return on investment.Verzoekt de regering, de deelnemende werven te vragen aan te tonen of en hoe zij de Nederlandse maritieme industrie zo veel mogelijk en op hoogwaardig strategisch technologisch niveau zullen betrekken bij ontwerp, ontwikkeling, bouw en instandhouding van de onderzeeboten, de uitkomsten hiervan nadrukkelijk te betrekken bij het zo snel mogelijk voortzetten van het verwervingsproces, en de Kamer hierover nader te informeren.Begrotingsbehandeling35925 X, nr. 3611-11-2021Deels uitgevoerdKamerstuk 34225, nr. 40De motie Boswijk CDA Verzoekt de regering te kijken naar de mogelijkheden om gezamenlijk met de NAVO en meer in het bijzonder landen gelegen aan de Noordzee zoals Noorwegen, Duitsland, Denemarken, Groot-Brittannië, Frankrijk en België een strategie te ontwikkelingen voor de bescherming van onze cruciale infrastructuur gelegen in de Noordzee en de Kamer hierover voor de zomer van 2022 te rapporteren.Begrotingsbehandeling35925 X, nr. 2211-11-2021Deels uitgevoerdKamerstuk 33450, nr. 118De motie Boswijk CDA Verzoekt de regering strenger te handhaven op de bovengenoemde wetsartikelen en het verbod (toelichting: tijdens meerdere anti-coronademonstraties betoger militaire uniformen dragen en misbuik maken van het Rode Kruis-embleem op helmen, kleding en vlaggen) Begrotingsbehandeling35925 X, nr. 2311-11-2021DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 2022Z00043De motie van het lid Piri over onderzoeken of en hoe inzichtelijk gemaakt kan worden hoe investeringen bijdragen aan de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht Begrotingsbehandeling35925 X, nr. 4411-11-2021DoorlopendMotie van de leden Ephraim en Eerdmans over een uitgebreide analyse en risico-inschatting voorafgaand aan militaire missies en een evaluatie na afloop.CD Meest recente situatie in Afghanistan27925, nr. 79818-8-2021Deels uitgevoerdKamerstuk 27925, nr. 919Motie van het lid Dassen c.s. over een voorstel voor een mandaat voor de European External Action Service om een Europees noodplan op te stellen.CD Meest recente situatie in Afghanistan27925, nr. 79718-8-2021In behandelingGewijzigde motie van het lid Kuzu c.s. over een nationaal herdenkingsmonument voor Srebrenica (t.v.v. 26122-54)Tweeminutendebat Dutchbat-III26122, nr. 5823-6-2021Deels uitgevoerdKamerstuk 30139, nr. 254Motie van het lid Belhaj c.s. over een onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming rond het LIMCDebat over het leger dat informatie verzamelt over de Nld samenleving32761, nr. 18626-5-2021Deels uitgevoerdKamerstuk 32761, nr. 258Motie lid van Dijk: wenst een onafhankelijk onderzoek naar de betrokkenheid van NAVO landen bij de oorlog in AfghanistanPlenair debat art. 100 Afghanistan27925, nr. 77222-4-2021Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstukken 27925, nr's 872; 885 en 912v Helvert CDA, CU, SP, PVV en PvdA: Roept het kabinet op om de RCR te stoppen en een alternatieve locatie te zoeken voor de SMART-L Radar.Nota Overleg Materieel27830, nr. 3323-2-2021Deels uitgevoerdKamerstuk 31936, nr. 94085Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefStoffer SGP en VVD: Verzoekt de regering, de defensievisie aan te vullen met een nader uitgewerkt kader voor de wijze waarop taakspecialisatie kan vormgegeven inclusief de voor- en nadelen daarvan.Begrotingsbehandeling 202135570 X, nr. 541-12-2020Deels uitgevoerdKamerstuk 33279, nr. 36Motie vd Nieuwenhuizen GL, VVD, D66, CDA: Verzoekt de regering, de bij de naamgeving van marineschepen betrokken instanties binnen defensie de uitdrukkelijke wens vanuit de Kamer mee te geven dat tenminste twee van de nieuw te verwerven marineschepen, waaronder fregatten, naar vrouwen met een grote betekenis voor de Nederlandse vrijheid worden vernoemd.Begrotingsbehandeling 202135570 X, nr. 401-12-2020In behandelingGerapporteerd in Kamerstuk 35925 X, nr. 47 en 27830, nr. 393Fritsma (PVV) Verzoekt de regering om een einde te maken aan de praktijk dat middels door Defensie verstrekte leningen de kas van het Turkse leger wordt gespekt.Begrotingsbehandeling 202135570 X, nr. 361-12-2020In behandelingGerapporteerd in Kamerstuk 35925 X, nr. 17Stoffer (SGP) c.s. Verzoekt de regering, bij evaluatie van de Wet defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) te betrekken hoe daarin de notie kan worden opgenomen dat mede ten behoeve van investeringen in en instandhouding van materieel gestreefd wordt naar het realiseren van de NAVO-norm. Begrotingsbehandeling 202135570 X, nr. 551-12-2020In behandelingKerstens (PvdA) c.s.: Verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat ten aanzien van de inmiddels herhaaldelijk door de Veteranenombudsman in dezen gedane aanbevelingen bij zijn eerstvolgende Klachtmonitor duidelijke verbeteringen te zien zijn.Begrotingsbehandeling 2021, 1-12-202035570 X, nr. 481-12-2020DoorlopendMotie Belhaj c.s. over behoud van het Mariniersmuseum in Rotterdam. WGO Personeel/ Materieel35570 X, nr. 2730-11-2020In behandelingGerapporteerd in Kamerstukken35570 X, nr. 76; 35925 X, nr. 15 en 36200 X, nr. 61Motie Stoffer c.s. over optimaal gebruikmaken van een zelfscheppend Nederlands marinebouwclusterWGO Personeel/ Materieel35570 X, nr. 3030-11-2020Deels uitgevoerdKamerstuk 34225, nr. 28Gewijzigde motie van het lid Diks over onderzoeken van incidenten bij militaire inzet in coalitieverband (t.v.v. 35363, nr. 3)Plenair debat transparantie burgerslachtoffers35363, nr. 419-12-2019Deels uitgevoerdKamerstuk 29521, nr. 442Kerstens over de randvoorwaarden van een nieuw functie- en beloningsgebouw tot stand brengen en zo bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van Defensie als werkgeverVAO Personeel35300, nr. 5019-12-2019Deels uitgevoerdKamerstukken 35925 X, nr. 82 en 36200 X, nr. 8Motie Diks en Kerstens over het monitoren van mogelijke gezondheidsgevolgen voor het Defensiepersoneel. VAO militair radarstation Herwijnen31936, nr. 65411-9-2019In behandelingBelhaj: verzoekt de regering, alle mogelijke maatregelen te treffen om blootstelling aan en gezondheidsschade veroorzaakt door uitstootgassen van burnpits zo veel als mogelijk te voorkomen.AO Personeel35000 X, nr. 1139-4-2019DoorlopendKamerstuk35570, X, nr. 103Motie Belhaj (D66): verzoekt de regering, om de nota Defensie Industrie Strategie en de Innovatiestrategie Defensie aan te vullen met voorstellen die volgen uit het plan van aanpak Defensie Operationele Energiestrategie.NO DIS31125, nr. 9818-2-2019DoorlopendGerapporteerd in kamerstuk 34919, nr. 74Bruins Slot: verzoekt de regering, de Defensie Cyber Strategie te verbreden met de inzet van cybersoldaten om Nederland te beschermen als cyberaanvallen in de ruimte dreigen de samenleving te ontwrichten, en de Kamer daarover te informeren.Begrotingsbehandeling 201935000 X, nr. 5221-11-2018Deels uitgevoerdGerapporteerd in Kamerstuk 36124, nr. 1086Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Beschrijving van de motieBronnaam/ vindplaatsKamerstuk­nummer motieDatumStatusNummer KamerbriefKerstens: over gezamenlijk aanbod op de arbeidsmarkt door Defensie, de brandweer en de politie.WGO Personeel35000 X, nr. 3012-11-2018DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 2020Z08679Motie Kerstens (PvdA): verzoekt het kabinet in het kader van bedoelde zorgvuldigheid in overleg met betrokkenen zoals hiervoor genoemd te bezien op welke wijze tot een gedragen besluit kan worden gekomen en de Kamer hierover te informeren.Plenair debat luchthavenbesluit34932, nr. 115-7-2018Uitgevoerd31936, nr. 877Belhaj: verzoekt de regering, te allen tijde de Kamer actief te informeren, mocht de taak die opgenomen is in een instellingsbesluit voor het oprichten van een (tijdelijke) commissie onverhoopt geheel of gedeeltelijk wijzigen.AO Veiligheid en integriteit34775 X, nr. 11016-5-2018DoorlopendKamerstuk 34919, nr. 41Belhaj: verzoekt de regering, na het voltooien van het strafrechtelijk onderzoek door het OM, onderzoek te doen naar de mogelijkheid om tot (aanvullende) interne disciplinaire maatregelen over te gaan indien er op enig moment sprake is geweest van nalatig en/of verwijtbaar handelen.AO Veiligheid en integriteit34775 X, nr. 10916-5-2018In behandelingVan Dijk: verzoekt de regering, alle mogelijke middelen in te zetten om het beantwoorden van de schuldvraag mogelijk te maken en daaraan consequenties te verbinden.AO Veiligheid en integriteit34775 X, nr. 11216-5-2018DoorlopendGewijzigde motie van het lid Diks over communicatie met externen over misbruikzaken (t.v.v. 34775 X, nr. 155) AO Veiligheid en Integriteit34775 X, nr. 11916-5-2018UitgevoerdKamerstuk 36124, nr. 8Voordewind: verzoekt de regering, te onderzoeken op welke wijze in het toetsingskader voor deelname aan internationale missies duidelijke, controleerbare criteria voor de veiligheid en de medische zorg voor Nederlandse militairen tijdens internationale missies opgenomen kunnen worden, en de Kamer hierover te informeren,Begrotingsbehandeling 201834775 X, nr. 5223-11-2017In behandelingTabel 52 Door bewindslieden gedane toezeggingenOmschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe minister van Defensie zal in het verslag van de aankomende NAVO-top een update geven inzake de coördinerende rol van de NAVO bij het command center.CD NAVO 3 juli 243-7-2024OpenstaandDe minister van Defensie zal tijdens de bespreking van de Defensiebegroting ingaan op wat de extra capaciteitsbehoefte betekent voor de Nederlands krijgsmacht.CD NAVO 3 juli 243-7-2024OpenstaandDe Minister zegt toe om de cijfers over het aantal dakloze veteranen nader te onderzoeken en deze cijfers te betrekken bij de aanpak.Notaoverleg veteranenTZ202406-04524-6-2024OpenstaandDe minister zegt toe om de bestaande initiatieven met betrekking tot het waarderen van veteranen in kaart te brengen en te onderzoeken welke verdere stappen en uitbreiding mogelijk zijn.Notaoverleg veteranenTZ202406-04424-6-2024OpenstaandToezegging bij Ruimte voor Defensie. Toezegging om de ontwerp beleidsvisie Ruimte voor Defensie bij de start van de inzage legging aan de Kamer te sturen in het eerste kwartaal van 2025, inclusief de verwachte tijdslijnen van processen.CD Ruimte voor DefensieTZ202406-03619-6-2024OpenstaandToezegging om voor het einde van het jaar 2024 de Kamer te informeren over de belevingen over de schade- en klachtenafhandeling in Reek.CD Ruimte voor DefensieTZ202406-03719-6-2024OpenstaandDe staatssecretaris zegt toe in de eerstvolgende verzamelbrief personeel ook nader zou worden ingegaan op de mogelijkheden tot verbetering van de uitwisselbaarheid van civiele verpleegkundigen en militaire verpleegkundigen.CD Personeel & Materieel 13-6-24TZ202406-04713-6-2024Openstaand87Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe staatsecretaris zegt toe in de volgende verzamelbrief personeel nader in te gaan op de mogelijkheid dat reservisten alle benodigde opleidingen binnen, of in opdracht van, Defensie krijgen.CD Personeel & Materieel 13-6-24TZ202406-04813-6-2024OpenstaandDe staatssecretaris zegt toe dat in de komende DPO ,waar mogelijk, er per project wordt gemotiveerd waarom er vertraging is opgelopen.CD Personeel & Materieel 13-6-24TZ202406-04913-6-2024In behandelingDe staatssecretaris zegt toe in de eerstvolgende voortgangsrapportage inzake de aanschaf onderzeeboten een mogelijke manier van toerekening van hulpsystemen (LCC) aan het onderzeebotenproject op te zullen nemen. Ter beoordeling voor de Kamer.CD Personeel & Materieel 13-6-24TZ202406-05013-6-2024OpenstaandDe staatssecretaris zegt toe gebruik van specifiek lesmethodiek- en materiaal, gebruikt bij diversiteitstrainingen, te heroverwegen en deze brief te ontvangen voor de zomer.CD Veiligheid en IntegriteitTZ202404-20524-4-2024Afgedaan2024Z08313De staatssecretaris zegt toe de toelichting en juridische aspecten van argumentatie tegen het uitvoeren van de motie Dobbe (6410-X-58), met daarbij een omschrijving van de barrières die de staatssecretaris ziet toe te lichten in een Kamerbrief.CD Veiligheid en IntegriteitTZ202404-20624-4-2024OpenstaandDe staatssecretaris zegt toe een update van de activiteiten met betrekking tot het drugs- en drankbeleid bij Defensie toe te sturen.CD Veiligheid en IntegriteitTZ202404-20724-4-2024OpenstaandDe minister zegt toe zoveel mogelijk lessons learned in voortgangsrapportgae over missies Oostflank mee te nemen.Commissiedebat voortgang en evaluatie missies 26-3TZ202406-05726-3-2024Afgedaan28676-455De minister zegt toe schriftelijk te zullen rapporteren over leer cyclus van uitgevoerde missies en lopende confltictenCommissiedebat voortgang en evaluatie missies 26-3TZ202406-05826-3-2024OpenstaandDe minister zegt toe Sorgdrager te zullen informeren over de wens van de Kamer om Z.s.m. het rapport Sorgdrager te ontvangen en zal de Kamer hierover schriftelijke informeren.Commissiedebat voortgang en evaluatie missies 26-3BZDOC-1495260329-10426-3-2024Afgedaan27925-967De minister van Defensie zal de Kamer binnenkort informeren over de financiële bijdrage van Nederland aan de International Drone Coalition en de daarbij behorende tijdslijn.Debat over de staat van de oorlog in EuropaTZ202403-08114-3-2024In behandelingDe staatssecretaris zegt toe om voor eind 2024 een brief aan de Kamer te zenden over de ingewikkeldheden van mogelijke aanvullende wetgeving waarmee civiele werkgevers het comfort kan worden gegeven dat werknemers ook reservist kunnen zijn.Begroting DefensieTZ202402-0877-2-2024Openstaand2024Z08313De staatssecretaris zegt toe om voor de zomer 2024 per brief aan de Kamer te rapporteren over de uitkomsten van de gesprekken met VDL over industriële capaciteit t.b.v. Defensie.Begroting DefensieTZ202402-0907-2-2024OpenstaandDe staatssecretaris zegt toe rond de zomer van 2024 een brief aan de Kamer te zenden over het in beeld brengen van wat er nodig is om de maatschappij voor te bereiden op een militaire dreiging en welke beleidskeuzes er zijn.Begroting DefensieTZ202402-0897-2-2024OpenstaandDe staatssecretaris zegt toe om voor de zomer van 2024 een actualisatie te geven van de stand van zaken betreffende het Chroom-6 dossier.Begroting DefensieTZ202402-0887-2-2024Afgedaan2024D14277De staatssecretaris zegt toe om voor Kerst 2024 een brief aan de Kamer te zenden met informatie over de verschillende aspecten van een wetswijziging om het mogelijk te maken dat mensen zonder Nederlandse nationaliteit kunnen dienen in het Nederlandse leger.Begroting DefensieTZ202402-0867-2-2024Openstaand88Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe staatssecretaris zegt toe dat in DMP-brieven ook aandacht aan benodigd personeel zal worden besteed. WGO Personeel & MaterieelTZ202402-00329-1-2024DoorlopendDe staatssecretaris zegt een brief toe inzake verdere versoepeling van de DMP-eisen voor het vastgoed van Defensie. Hij zal die voor het komende materieeldebat aan de kamer zenden.WGO Personeel & Materieel 29-01-2024TZ202402-00629-1-2024Afgedaan27830-431Extra aan staande toezegging toegevoegd: in de reeds toegezegd innovatiebrief gaat de staatssecretaris ook in  op het vraagstuk of de huidige Defensie-uitgaven aan kennis en innovatie in het licht van de EDA-norm moeten worden opgehoogd, en zo ja met hoeveel. Brief komt in Q2.WGO 29-01-2024TZ202402-00229-1-2024AfgedaanKamerstuk 31125 nr. 130De staatssecretaris zegt toe de Kamer uiterlijk 21 juni 2024 een plan toe te sturen om de interne regeldruk in kaart te brengen.WGO Personeel/MaterieelTZ202402-00129-1-2024In behandelingDe staatssecretaris zegt toe tijdig voor het komende (nog ongeplande) personeelsdebat Defensie een brief aan de Kamer te sturen inzake de verschillen tussen de positie van beroepsmilitairen en dienjaarmilitairen. WGO Personeel/MaterieelTZ202402-00529-1-2024OpenstaandDe staatssecretaris van Defensie zegt toe tijdig voor het komende (nog te plannen) personeelsdebat Defensie een brief inzake het werven en behouden van onderofficieren aan de Kamer toe te sturen.WGO Personeel/MaterieelTZ202402-00429-1-2024Afgedaan36410-X-90De minister van Defensie informeert de Kamer uiterlijk eind 2023 over de stand van zaken ten aanzien van de positie van de Afghan Security Guards (ASG-bewakers).CD Evacuatieoperatie Kaboel/rapport Commissie-RuysTZ202310-16926-10-2023Afgedaan27925-949; 27925-962De minister van Defensie zal voor januari 2024 de Kamer een brief doen toekomen over de veiligheidssituatie in Irak en de gevolgen voor de inzet van de force protection. Er zal in deze brief een eigen analyse staan inclusief de eventuele wijzigingen door bondgenoten.CD Artikel 100 inzake de bredere veiligheidsinzet in IrakTZ202310-15425-10-2023Afgedaan27 925-963De ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken zullen, mocht de grondinvasie in Gaza starten, een brief aan de Kamer sturen over de eventuele impact op de beoogde missie.CD Artikel 100 inzake de bredere veiligheidsinzet in IrakTZ202310-15325-10-2023Afgedaan23432-502De minister van Defensie zegt toe om in de komende versies van de stand van Defensie waar mogelijk historische cijfers op te nemen.WGO Jaarverslag en SlotwetTZ202307-05121-6-2023DoorlopendDe minister van Defensie zegt toe om per krijgsmacht deel trends (wordt nog gekeken naar de specifieke vormgeving) in zwaarwegende knelpunten m.b.t. gereedheid en inzetbaarheid in de stand van Defensie op te nemen.WGO Jaarverslag en SlotwetTZ202307-05321-6-2023DoorlopendDe minister van Defensie en staatssecretaris van Defensie zeggen toe om in de komende rapportages over de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden ook in te zullen gaan op de te verwachte tijdpaden waarbinnen deze onvolkomenheden zullen zijn opgelost en met welke onderliggende plannen.WGO Jaarverslag en SlotwetTZ202307-05621-6-2023In behandelingDe staatssecretaris van Defensie zegt toe om de Kamer voor de komende begrotingsbehandeling nader te zullen informeren over de verzameling van acties om de administratieve lastendruk en complexe regelgeving in het inkoopproces te bestrijden.WGO Jaarverslag en SlotwetTZ202307-05821-6-2023In behandelingDe staatssecretaris van Defensie zegt toe dat er in de verantwoordingsstukken over 2023 expliciet aandacht zal worden besteed aan het spanningsveld tussen rechtmatigheid en doelmatigheid bij inkoop.WGO Jaarverslag en SlotwetTZ202307-05921-6-2023AfgedaanMeerdere stukken verantwoordingsdag89Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe staatssecretaris van Defensie zegt toe om voor het komende vastgoeddebat de Kamer te zullen informeren over de mate van inzicht in de huidige stand van het vastgoed.WGO Jaarverslag en SlotwetTZ202307-06021-6-2023OpenstaandDe staatssecretaris van Defensie zegt toe dat de Kamer tijdig voor het komende debat inzake Vastgoed vertrouwelijk nader zal worden geinformeerd over het onderliggende plan voor de Vastgoedtransitie, mogelijk aangevuld met een vertrouwelijke briefing.WGO Jaarverslag en SlotwetTZ202307-06221-6-2023OpenstaandDe minister van Buitenlandse Zaken zal de Kamer voorafgaand aan de plenaire afronding van het debat over de Artikel 100-bijdrage aan EUFOR Althea per brief een nader antwoord sturen op de vraag van de heer Kuzu over de vervlechting van de civiele en militaire aspecten van de missie, specifiek de taakafbakening tussen de Hoge Vertegenwoordiger en EUFOR-Althea.CD EUFOR AltheaTZ202306-25721-6-2023AfgedaanKamerstuk 29521, nr. 462De minister zegt toe in de komende veteranennota's ook meer in te zullen gaan op de particuliere initiatieven in relatie tot de reguliere activiteiten van Defensie en het Veteraneninstituut NLVI met betrekking tot de hulp aan Veteranen.Notaoverleg VeteranenTZ202307-07419-6-2023DoorlopendKamerstuk 30 139 nr. 274De minister van Defensie zegt toe in de toekomstige veteranennota's meer in te gaan op de verschillende deelgroepen van veteranen, mede aan de hand van een daarvoor relevant onderzoek van het veteraneninstituut dat loopt. Notaoverleg Veteranenn.t.b.19-6-2023DoorlopendDe minister van Defensie zegt toe om verschil in positie tussen veteranenstatus en niet veteranenstatus schriftelijk aan de Kamer voor de plenaire begrotingsbehandeling te doen toekomen. Notaoverleg VeteranenTZ202307-07519-6-2023Afgedaan30139-272De minister van Defensie zegt toe om in de brief die is toegezegd aan het lid Boswijk inzake de Veteranenstatus ook in te gaan op het ABDO-keurmerk voor het Veteraneninstituut.Notaoverleg VeteranenTZ202307-07719-6-2023Afgedaan30139-272De minister van Defensie zegt toe in de brief die is toegezegd aan het lid Boswijk inzake de Veteranenstatus ook in te zullen gaan op de inkomensvoorziening.Notaoverleg VeteranenTZ202307-07819-6-2023Afgedaan30139-272De minister zegt toe dat zij het NIMH zal benaderen om te kijken of het mogelijk is om alle dienst- en bevelweigeraars die mogelijk in aanmerking komen voor rehabilitatie, of hun nabestaanden of familieleden, actiefer te informeren over de mogelijkheid tot rehabilitatie (door middel van het sturen van brieven aan deze personen, binnen de juridische en privacyrechtelijke kaders).  Dit wordt teruggekoppeld aan de Kamer.Plenair debat Onderzoeksprogramma Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950TZ202307-04914-6-2023Afgedaan26049-122De staatssecretaris zegt toe tijdig voor het eerstvolgende overleg over Personeel de Kamer nader schriftelijk te informeren over de doorontwikkeling van de werkwijze van Defensie m.b.t. Personeel en over de geboekte resultaten in kwantitatieve zin.CD PersoneelTZ202307-08213-6-2023Afgedaan36 410-X-7 van 27 september 2023De staatssecretaris zegt toe de Kamer voor het volgende overleg over Personeel nader te zullen informeren over de eventuele extra BBI-maatregelen voor zover mogelijk.CD PersoneelTZ202307-08313-6-2023Afgedaan36 410-X-7 van 27 september 2023De staatssecretaris zegt toe voor het eerstvolgende overleg Personeel de Kamer schriftelijk te informeren over de uitwerking van de motie Valstar en dan specifiek op de zichtbaarheid van militairen in relatie tot het reizen in het openbaar vervoer.CD PersoneelTZ202307-08413-6-2023Afgedaan36 410-X-7 van 27 september 202390Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe minister van Defensie zegt toe om in overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken te zullen bezien hoe de Kamer kan worden meegenomen in het proces van concretiseren van veiligheidsgaranties voor Oekraine en de Kamer hierover, zo mogelijk, in de geannoteerde agenda voor de NAVO-top te Vilnius te informeren.CD NAVO DMMTZ202307-0798-6-2023Afgedaan28676-439De minister van Defensie zegt toe om uiterlijk voor de plenaire begrotingsbehandeling Defensie terug te komen op de eventuele overwinsten van de defensie-industrie. CD NAVO DMMTZ202307-0818-6-2023Afgedaan2024 02 06In het na de zomer te ontvangen actieplan voor de implementatie van de Noordzee-strategie zal ook specifiek worden ingegaan op het al dan niet kiezen voor een nationale autoriteit. Ook zal daarin niet alleen worden ingegaan op nieuwe initiatieven maar op de samenhang met bestaande acties en structuren.Commissiedebat Strategie ter bescherming van de Noordzee-infrastructuurTZ202305-12825-5-2023Afgedaan33450-128In de geïntegreerde rapportage zal ook in beeld worden gebracht wat de effecten van concrete projecten - zoals Assen/Havelte - zijn op de financiële doelstellingen van het Strategisch Vastgoedplan.CD VastgoedTZ202302-19623-2-2023In behandelingEr zullen geen onomkeerbare stappen gezet worden bij de overdracht van het vastgoedstelsel naar het Rijksvastgoedbedrijf voordat de Kamer is geïnformeerd en heeft gesproken over het mitigeren van de risico's. Dit zal ook in het perspectief worden geplaatst van de ervaringen met het Rijksvastgoedbedrijf sinds 2014.CD VastgoedTZ202302-19723-2-2023In behandelingDe minister van Defensie zal de Kamer periodiek informeren over Europese samenwerking in de defensie-industrie, waarbij zij zal overleggen met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking of zij de Kamer kan informeren over vormen van bilaterale samenwerking.Commissiedebat Defensie Industrie StrategieTZ202302-0191-2-2023DoorlopendDe minister van Economische Zaken en Klimaat en de staatssecretaris van Defensie zullen de Kamer in het najaar informeren over de mogelijkheden van een revolverend fonds voor financiering van de Defensie Industrie Strategie, zo mogelijk vóór de begrotingsbehandeling EZK.Commissiedebat Defensie Industrie Strategie2023D046621-2-2023Afgedaan36410-X-93De staatssecretaris van Defensie zegt toe dat bij de aanbieding van het DPO 2024 een evaluatie van de nu voorgestelde aanpassing van het huidige DMP aan de Kamer zal worden aangeboden.Verzamelcommissiedebat DefensieTZ202302-12026-1-2023In behandelingAls de NAVO cyclus aansluit op de begrotingsbehandeling, ontvangt de Kamer voorafgaand daaraan de Defence Planning Capability Review.Begrotingsbehandeling Defensie 2023TZ202211-23617-11-2022In behandelingVoor de zomer van 2023 ontvangt de Kamer een brief over het verschil in de uitzendbescherming bij uitzendingen en oefeningen en de nazorg voor medewerkers.Begrotingsbehandeling Defensie 2023TZ202211-23917-11-2022Deels afgedaan36 200 X 86 van 1 juni 2023In de periodieke voortgangsrapportages over de vervanging onderzeebootcapaciteit zal ook aandacht worden besteed aan risico’s en scenario’s met betrekking tot een capability gap.Begrotingsbehandeling Defensie 2023TZ202211-24017-11-2022DoorlopendDe minister van BZ zegt toe dat voor 31 mei 2023 de evaluatie van de evacuatie van Afghanistan en voor 1 juli 2023 de eindevaluatie van Resolute Support verschijnt. De Kamer ontvangt hier z.s.m. een kabinetsreactie op.CD voortgang missies en operatiesTZ202211-0713-11-2022AfgedaanGerapporteerd in Kamerstukken 27925, 938 en 27925, nr. 941De staatssecretaris zal in de integrale rapportage (die in Q3 2023 naar de Kamer komt) ook cijfers over sociale veiligheid opnemen. De CD Veiligheid en IntegriteitTZ202210-18220-10-2022AfgedaanGerapporteerd in Kamerstuk 36200 X, nr. 7991Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer Kamerbriefstaatssecretaris onderzoekt of hij deze cijfers over sociale veiligheid ook in vergelijkend perspectief kan plaatsen.Bij de inzet van inlichtingencapaciteit voorafgaand aan de missie een analyse maken van  de inlichtingenbehoefte en -actoren binnen de missie en het vaststellen van de behoefte en taakverdeling civiel/militair.Kabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022DoorlopendNederlands personeel moet voorafgaand aan een inzet van inlichtingencapaciteit in VN-verband worden geïnstrueerd over gangbare VN-werkwijzen op het gebied van informatie- en inlichtingendeling.Kabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022DoorlopendMogelijkheden bezien om taalvaardigheid onder militairen te verbeteren.Kabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022In behandelingBij een toekomstige inzet is het van belang de samenhang van NLse inzet met de bredere missie te optimaliseren.Kabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022DoorlopendOrganisatorisch borgen van de kennis over VN-missies die is opgedaan binnen MINUSMAKabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022In behandelingDefensie zal bezien of de voorbereiding van militairen op VN-werkwijzen en methoden momenteel toereikend is of verbeterd moet worden.Kabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022DoorlopendMeenemen van de IOB-aanbevelingen m.b.t. de geïntegreerde benadering in de ontwikkeling van het interdepartementale beleid hieromtrent en in de toekomstige voorbereiding en uitvoering van bijdragen aan missies.Kabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022In behandelingEen duidelijke formulering van missiemandaat, en NL doelstellingen in artikel 100-brieven conform de IOB aanbeveling.Kabinetsreactie eindevaluatie MINUSMA 2014-2019Kamerstuk 29521, nr. 45130-9-2022DoorlopendDe minister zegt toe de volgende veteranennota's uiterlijk op 1 juni van dat jaar  en van trends voorzien, aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden.Notaoverleg Veteranen2022D2599420-6-2022DoorlopendDe minister zou willen onderzoeken of wij een bredere groep van medewerkers van Defensie, de de bredere groep die ook onder de tolkenregeling valt , van een blijk van waardering zouden kunnen voorzien (bijvoorbeeld tolkenpenning).Debat over de stand van zaken rondom de evacuatie in AfghanistanPlenair verslag 67e vergadering 31 maart 202231-3-2022Deels afgedaanDe minister zegt toe de Kamer te informeren over het gebruik van verboden wapens/ munitie in de oorlog Oekraïne-Rusland. Openbaar als het kan, vertrouwelijk als het moet.Debat over de situatie in Oekraïne2022D0798528-2-2022DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 21501 20, nr. 1796De minister zegt toe om de Kamer (via de geëigende kanalen) te informeren over het gegeven of men binnen de NAVO meer inlichtingen met elkaar kan delen.Debat over de situatie in Oekraïne2022D0798528-2-2022DoorlopendStaatssecretaris zegt toe 1x per jaar terug te koppelen welke aanbevelingen we van de IVD hebben overgenomen en welke niet (onderdeel jaarverslag).CD Veiligheid en Integrteit2022D0657916-2-2022DoorlopendIn het operationele planningsproces (voor een art. 100 missie) dient meer aandacht uit te gaan naar het onderkennen en begrijpen van de militair-diplomatieke relaties en de lokale bureaucratische processen. De mogelijkheid tot het verkrijgen van diplomatieke goedkeuring voor toegang vormt hierin een belangrijk component. Toezegging dat er de toekomst indien mogelijk concretere afspraken gemaakt moeten worden voorafgaand aan een missie, zodat een uitgezonden eenheid wordt ontlast.Kabinetsreactie eindevaluatie EMASOH29521, nr. 4386-12-2021In behandeling92Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe minister zal in het geval dat als gevolg van tekortkomingen er over de kwaliteit van F-35 getwijfeld wordt, dit uit de voortgangsrapportage halen die het TNO maakt en dit met de kamer delen.Begrotingsbehandeling november 2021Plenair verslag 21e vergadering, donderdag 11 november11-11-2021DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 26488, nr. 473De minister zal de personeelsadministratie voor wat betreft voor ons werkend lokaal personeel in het buitenland beter op orde krijgen. Dit zal gedeeld worden met de kamer. [Toezegging herzien na behandeling motie 11 (D66)]Begrotingsbehandeling november 2021Plenair verslag 21e vergadering, donderdag 11 november11-11-2021DoorlopendGerapporteerd in Kamerstukken 27925, nr. 722 en 2022Z14731De staatssecretaris van Defensie zegt toe in de komende P-rapportages of personeelsbrief in te zullen gaan op eventuele ontwikkelingen in het oplossen van de resterende langlopende zaken.CD Veiligheid en Integriteit35570 X, nr. 1041-6-2021DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 35925 X, nr. 4De staatssecretaris zendt ieder in het kader van GrIT uitgebracht BIT-advies aan de Kamer.AO Grensverleggende IT31125, nr. 11710-12-2020DoorlopendGerapporteerd in Kamerstukken 31125, nr. 119 en 35728, nr. 6De minister informeert de Kamer over de onderzoeksvragen (van de onafhankelijke commissie naar de wapeninzet in Hawija) zodra deze zijn vastgesteld, alsmede over de voortgang van het onafhankelijke onderzoek.Notaoverleg Burgerslachtoffers27925, nr. 7508-10-2020Deels afgedaanGerapporteerd in Kamerstuk 27925, nr. 754. Commissie die uiteindelijk is ingesteld (Sorgdrager) is onafhankelijk en houdt eigen planning aan. Daarom geen sprake van informeren over voortgang.Niet in de geannoteerde agenda’s, maar in de verslagen van de EU Defensieraden informeert de minister van Defensie de Kamer voortaan over de voortgang en stand van zaken van de Europese Defensiesamenwerking.AO EU Defensieraad21501 28, nr. 2003-3-2020DoorlopendBij toekomstige missies wordt vooraf duidelijk gemaakt hoe de voortgang van de missie zal worden gemeten en in de artikel 100-brieven wordt standaard een paragraaf opgenomen waarin de aandachtspunten en risico's worden benoemd, en de maatregelen die we willen nemen om die te beperken.Plenair debat over misleiding VS t.a.v. de oorlog in AfghanistanPlenaire verslag (stenogram)6-2-2020Doorlopendo.a. gerapporteerd in Kamerstukken 29521, nr. 417 en 27925, nr's 755; 785; 868 en 919De ontwikkeling van de prijzen voor exploitatie en investeringen zal de minister van Defensie – conform de aanbeveling van het CBS – ook de komende jaren blijven volgen. In het jaarverslag en de begroting zal de minister u hierover informeren.Nota naar aanleiding van het verslag35280, nr. 73-2-2020DoorlopendO.a. over gerapporteerd in Kamerstuk 36200 XDe staatssecretaris van Defensie informeert de Kamer op reguliere momenten, bijvoorbeeld in het kader van het jaarverslag, over de invulling van de motie Van Helvert m.b.t. inzet klimaatgelden voor verduurzaming Defensievastgoed.AO Vastgoed34919, nr. 4926-11-2019Doorlopendgerapporteerd in Kamerstuk 36100 X, nr. 1De Staatssecretaris van Defensie zegt toe de Kamer bij de begrotingen en bij de verantwoordingsstukken te zullen informeren over de experimenten en ervaringen m.b.t. innovatief partnerschap.Notaoverleg Defensie Industrie Strategie31125, nr. 10218-2-2019Doorlopendgerapporteerd in Kamerstukken 27830, nr. 303; 34919, nr. 46; 36100 X, nr. 1In de jaarverslagen zal inzichtelijk worden gemaakt wat de stand van zaken is van de realisatie van doelstellingen op het gebied de energiestrategie (nulmeting in 2019 en realisatie vanaf 2020).Notaoverleg Defensie Energiestrategie34895, nr. 810-9-2018Afgedaangerapporteerd in Kamerstukken 34919, nr. 74; 36100 X, nr. 193Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe minister van Defensie zegt toe in de komende voortgangsrapportages en evaluaties van militaire missies nader in te zullen gaan op de effecten van lopende missies op de gereedheid van de Defensieorganisatie in brede zin.AO voortgang missies/ operaties29521, nr. 36627-6-2018Doorlopendo.a. gerapporteerd in Kamerstuk 34919, nr. 90De minister van Defensie zegt toe in de komende Veteranennota meer in te zullen gaan op de langere termijn, en dit tweejaarlijks te zullen herhalen. (Start 2019).Notaoverleg Veteranen30139, nr. 20126-6-2018DoorlopendO.a. gerapporteerd in Kamerstukken 30139, nr. 220; 30139, nr. 243 en 30139, nr. 254De minister van Defensie zegt toe in de volgende evaluaties het aantal militairen en het aantal missies te vermelden.AO Evaluatie missies/ operaties29521, nr. 35013-9-2017DoorlopendO.a. gerapporteerd in Kamerstuk 29521, nr. 444De minister zegt toe om in de Jaarverslagen het stoplichtmodel te implementeren voor de maatregelen ter versterking van de basisgereedheid.WGO Jaarverslag Ministerie van Defensie 201634725 X, nr. 1114-6-2017DoorlopendLaatst gerapporteerd in Kamerstuk 34919, nr. 90De minister gaat nog duidelijker aangeven in rapportages en brieven wat het aandeel van pensioenen en uitkeringen is.WGO Slotwet Ministerie van Defensie 201534475 X, nr. 1516-6-2016DoorlopendGerapporteerd in Kamerstukken 35570 X, nr. 1 en 35570 X, nr. 2De minister van Defensie zegt toe voortaan documenten van algemeen defensiebelang, zoals de NATO Defence Planning Capability Review, ook aan de Eerste Kamer te sturen.Plenaire vergadering T02301Verslag EK 2015/2016, nr. 32, item 431-5-2016DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 28676, nr. 299De Kamer ontvangt bij de begroting jaarlijks inzicht in de effecten van het wel/niet toekennen van prijscompensatie door de minister van Financiën.WGO vaststelling begrotingsstaten voor het jaar 2016 onderldeel materieel34300 X, nr. 682-11-2015DoorlopendO.a. gerapporteerd in Kamerstukken 36100 X, nr. 1 en 36200 XDe minister zal in de volgende Materieelprojectenoverzichten nadere toelichting geven op de keuzes die voor bepaalde  materieelprojecten gemaakt zijn. Daarbij wordt ingegaan op de overwegingen en de mogelijke gevolgen voor andere materieelprojecten.WGO vaststelling begrotingsstaten voor het jaar 2016 onderldeel materieel34300 X, nr. 682-11-2015DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 27830, nr. 374De minister van Defensie zal de Kamer informeren over de gevolgen voor de nationaliteit van de actief dienende militair, die recent is vertrokken naar Syrië en zich waarschijnlijk heeft aangesloten bij ISIS (betreft vraagstuk van statelijke/niet-statelijke actoren).AO MIVD29924, nr. 1359-9-2015In behandelingDe minister van Defensie neemt voortaan bij artikel-100 brieven op wat de materiële gereedheid is alsmede de gevolgen voor de operationele gereedheid, inclusief de financiële aspecten daarvan.WGO Jaarverslag en Slotwet 201434200, nr. 1517-6-2015Doorlopendo.a. gerapporteerd in Kamerstukken 29521, nr. 417 en 27925, nr's 755; 785; 868 en 919De minister van Defensie zegt, naar aanleiding van een vraag van het lid Franken (CDA), toe om de voortgangsrapportages over de F-35 ook aan de Eerste Kamer te zenden, en bij deze rapportages in te gaan op de ontwikkelingen in de stealthtechnologie en de sensoren.Voortzetting beleidsdebatVerslag EK 2014/2015, nr. 25 item 824-3-2015DoorlopendDe ministers van Defensie en buitenlandse Zaken zeggen toe het gender-aspect, daar waar relevant, bij missies mee te nemen in een volgende evaluatie.AO kleine operaties29521, nr. 28226-11-2014DoorlopendO.a. gerapporteerd 27925, nr. 755; 27925, nr. 732; 29521, nr. 45194Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Omschrijving van de toezeggingBronnaam/ VindplaatsBronnummerDatumStatusNummer KamerbriefDe minister van Defensie zegt de Eerste Kamer toe jaarlijks een totaaloverzicht (dezelfde als de Tweede Kamer reeds ontvangt) te sturen van de stappen die zijn gezet op het terrein van internationale militaire samenwerkingMondeling overleg33 750 X, F - blz. 15-1625-11-2014DoorlopendDe Kamer wordt bij toekomstige operaties/missies voortaan geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van de betreffende missie voor de personeelscapaciteit bij de (ondersteunende) onderdelen van de Krijgsmacht.AO Personeel33750, nr. 6927-5-2014DoorlopendGerapporteerd in Kamerstuk 29521, nr. 426De inzet van de minister is om de toekomstige geannoteerde agenda's en verslagen van NAVO-bijeenkomsten te verbeteren qua informatie over inhoud van de agendapunten en het Nederlandse standpunt.AO NAVO Defensie Ministeriële28676, nr. 20018-2-2014DoorlopendLaatst gerapporteerd in Kamerstuk 28676, nr. 426Per missie zal in het vervolg op voorhand een inschatting van de kosten voor de zorg worden aangegeven. De kosten voor nazorg zullen ook worden meegenomen in de evaluatie van missies.AO Personeel31700 X, nr. 10925-3-2009DoorlopendO.a. gerapporteerd in Kamerstukken 27925, nr. 755; 27925, nr. 732; 27925, nr. 868In de toekomst zal de minister van Defensie in artikel-100 brieven en stand van zakenbrieven, wanneer van toepassing, ingaan op civiele dienstverlening tijdens uitzendingen.AO Civiele Dienstverlening31700 X, nr. 5823-10-2008DoorlopendLaatst gerapporteerd in Kamerstukken 27925, nr. 755; 27925, nr. 732; 27925, nr. 86895Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.4 Bijlage subsidieoverzichtDe subsidies worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben. Deze instellingen verrichten o.a. activiteiten op het gebied van veteranen, militair erfgoed en kennis. Verder zijn de subsi­diebeschikkingen die Defensie verstrekt alleen bedoeld voor de specifieke subsidieaanvrager en berusten niet op wettelijk voorschrift of wettelijke regeling, anders dan gelegen in de begroting (http://wetten.overheid.nl/BWBR0013110/). De bedragen die zijn opgenomen in de begroting betreffen het wettelijk plafond.Vanaf 2019 publiceert Defensie de resultaten van de, vanaf dat moment uitgevoerde, subsidie-evaluaties in het jaarverslag. De subsidies worden jaarlijks bij Defensie aangevraagd, door Defensie bezien en op risico’s beoordeeld. De grootte en eventuele risico’s zijn medebepalend voor het controle arrangement, waaronder de subsidie valt. De subsidies worden elke vijf jaar apart geëvalueerd. Tijdens de evaluatie wordt het gezamenlijk belang heroverwogen, waarna afhankelijk van de uitkomst, kan worden besloten tot afbouw van de subsidierelatieTabel 53 Subidies (bedragen x € 1.000)Naam20232024202512026202720282029Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatumStichting Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)28.41035.09828.28527.467202220262027Nationaal Comité Herdenking Capitulatie 1945 Wageningen2525252525202120262027Stichting Veteranen Platform (VP)245285266266266202220272028Stichting Koninklijke Defensiemusea18.18418.94019.817201920242025Stichting Nationale Taptoe322346332332332202220272028Universiteit van Amsterdam0148747474202220272028Stichting Maritiem Kenniscentrum2525252525202220272028Stichting Historische Vlucht123125129129129202220272028SWoon NLDA2325252525202220272028Stichting Klachtentelefoon luchtverkeer Limburg757575757520272028Subsidies te verstrekken na evaluatie/ nader te verdelen21.10951721.18848.65049.20549.206‒‒‒Totaal:47.43256.20149.57049.60649.60149.20549.2061De genoemde bedragen betreffen het wettelijk plafond voor subsidies2Wanneer een verlening nog in afwachting is van een evaluatie of de beschikbaar gestelde loon-en prijsbijstelling is (nog) niet toegekend wordt het budget onder deze post geplaatst.96Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.5 Bijlage uitwerking Strategische EvaluatieagendaConform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) is in deze bijlage een uitwerking van de Strategische Evaluatieagenda (SEA) opgenomen. De SEA bestaat daarmee uit twee onderdelen: (1) een tabel met agendering van syntheseonderzoeken in de beleidsagenda en (2) een nadere uitwerking per SEA-thema in deze bijlage. De nadere uitwerking omvat een overzicht van evaluaties die de afgelopen twee jaar zijn uitgevoerd, momenteel lopen of in de komende jaren op de planning staan. Zo laat Defensie zien hoe zij voldoet aan haar wettelijke verplichting om al het beleid periodiek te onderzoeken.Toelichting thematische indelingBij Defensie sluiten de thema's van de SEA aan op de centrale thema's in de Defensienota, Beleidsagenda en Stand van Defensie. Dit betekent dat de SEA bestaat uit de thema's:1.Koers voor versterking2.Gevechtskracht3.Mensen4.Materieel5.RandvoorwaardenRaadpleeg de Beleidsagenda en Defensienota 2024 voor een toelichting op de doelen en maatregelen die onder de SEA-thema's vallen.Defensie voert diverse onderzoeken en evaluaties uit waarmee inzichten over één of meerdere thema's worden verzameld. Conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) worden de verzamelde inzichten over een thema eens in de vier tot zeven jaar samengebracht in een zogenoemde periodieke rapportage. De Defensienota 2024 heeft invloed op de kennis­behoefte van de organisatie. Deze kennisbehoefte wordt in de begroting 2026 nader toegelicht en gebruikt om de agendering van onderzoeken en evaluaties verder uit te werken.Hieronder is per thema zichtbaar welke (evaluatie)onderzoeken als input voor de periodieke rapportages kunnen dienen. Dit overzicht wordt jaarlijks in de bijlage Uitwerking Strategische Evaluatieagenda van de begroting geactualiseerd.Thema 1. Koers voor versterkingDe bestaande koers voor versterking van de Defensieorganisatie wordt voortgezet en waar mogelijk versneld. De organisatie heeft bijzondere aandacht voor de noodzaak van nationale, maatschappijbrede en inter­nationale samenwerking, innovatie, digitalisering en samenwerking met de industrie.97Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Tabel 54 Thema 1. Koers van versterkingEvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekNLD-DEU samenwerkingsverbanden Synthese (beleidsdoorlichting)2024In de memorie van toelichting van de Defensiebegroting 2019 is aan de Kamer toegezegd dat Defensie in 2023 een beleidsdoorlichting van artikel 3 Koninklijke Landmacht oplevert. In het specifiek wordt tijdens deze beleidsdoorlichting naar de samenwerking tussen Nederland en Duitsland gekeken en wordt project Taurus als casus bestudeerd. Door gebrek aan personele capaciteit en benodigde afstemming in de voorbereidingsfase, heeft het proces vertraging opgelopen. De planning van de beleidsdoorlichting is daarom gewijzigd en de uitkomsten worden in 2024 aan de Kamer toegestuurd. De Kamer is hier op 23 februari 2023 (Kamerstuk 33279, nr. 37) en op 19 december 2023 (Kamerstuk 31516, nr. 42) over geïnformeerd.Koers voor versterkingSynthese (periodieke rapportage)n.t.b.Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid.Benutten EU-instrumenten capaciteitsontwikkelingEx-durante evaluatie2025Om Europese defensiesamenwerking op het terrein van capaciteitsontwikkeling te kunnen vergroten, is het van belang dat EU-instrumenten en processen (CDP, CARD, PESCO, EDA, EDF) optimaal worden benut.Tijdens de evaluatie wordt gekeken naar de mate waarin instrumenten geïmplementeerd zijn in de eigen planprocessen, wat dit tot nu toe concreet heeft opgeleverd en hoe hier verdere stappen in genomen kunnen worden.In 2025 voert Defensie een evaluatie rondom het Europees Defensiefonds uit. De rapportage van de EDF-evaluatie wordt als input voor deze evaluatie gebruikt. De EDF-evaluatie vindt pas in 2025 plaats, daarom is deze evaluatie een jaar opgeschoven. Europees DefensiefondsEx-durante evaluatie2025Eind 2024 staat een evaluatie van het EDF in EU-kader gepland (in art. 32 van de verordening is vastgelegd dat maximaal 4 jaar na de start van het EDF een evaluatie zal plaatsvinden). Nederland start parallel daaraan ook een eigen evaluatie.SKIAEx-post evaluatie2025Met de Strategische Kennis- & Innovatieagenda (SKIA) 2021-2025 geeft Defensie richting aan kennisopbouw, technologieontwikkeling en innovatie. In 2024-2025 worden deze SKIA geëvalueerd.Thema 2. GevechtskrachtDe krijgsmacht moet de juiste gevechtskracht hebben om tegenstanders af te schrikken. Bovendien moet de krijgsmacht gereed zijn en de juiste capaciteiten hebben voor nationale taken en inzet in EU-missies of andere verbanden.Evaluaties van missies en operatiesIn Kamerstuk 27925, nr. 721 wordt toegelicht hoe en wanneer Defensie missies monitort en evalueert. Zo zet het stuk uiteen dat Defensie gebruik­maakt van voortgangsrapportages, tussentijdse evaluaties, eindevaluaties en in enkele gevallen een post-missie beoordeling. Conform het Toetsings­kader wordt voor elke artikel-100 missie een eindevaluatie uitgevoerd. Dit wordt sinds 1 mei 2020 niet meer door de departementen Defensie, Buiten­landse Zaken en Justitie & Veiligheid gedaan, maar door een onafhan­kelijke partij.98Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Tabel 55 Thema 2.GevechtskrachtEvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekInformatiegestuurd Optreden Koninklijke MarechausseeSynthese (beleidsdoorlichting)2022In 2022 is een beleidsdoorlichting van artikel 5 ‘Koninklijke Marechaussee’ (KMar) afgerond. Binnen dit artikel is de invoering van Informatiegestuurd Optreden (IGO) over de periode 2008-2022 bij de KMar bestudeerd. Specifiek is onderzocht in hoeverre de beoogde effecten zijn bereikt en waar ruimte is voor verbetering.Militaire gezondheidszorgSynthese (beleidsdoorlichting)2024Met deze beleidsdoorlichting wordt onderzocht in hoeverre het MGZ-beleid in de periode 2011 tot 2021 doelmatig en doeltreffend is geweest. In de onderzoeksperiode hebben binnen de MGZ een aantal significante beleidswijzigingen plaatsgevonden en heeft de MGZ een ingrijpende herstructurering doorgemaakt. De onderzoeksfase van de beleidsdoorlichting is reeds afgerond. Voor de Kabinetsreactie heeft de toenmalige Staatssecretaris van Defensie de opdracht gegeven om niet alleen op de resultaten van de doorlichting te reflecteren, maar ook naar de toekomst te kijken. Om dit goed te onderbouwen, bleek aanvullend onderzoek nodig. Hierdoor heeft het proces van de beleidsdoorlichting vertraging opgelopen. De Kamer is op 25 september 2023 over de vertraging geïnformeerd (Kamerstuk 31516, nr. 40).Fleet Operational Standards and Training (FOST)Synthese (beleidsdoorlichting)2024Deze beleidsdoorlichting richt zich op de gereedstelling van de zogenaamde ‘Grootbovenwatereenheden (GBW)’ van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK). FOST is een instituut op het gebied van operationele training voor maritieme oorlogsvoering. Nederland doet al tientallen jaren mee aan de FOST. Met deze evaluatie wordt de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Nederlandse deelname aan de FOST onderzocht.GevechtskrachtSynthese (periodieke rapportage)n.t.b.Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid.CMX’22 / Resilient Lion’22Ex-post evaluatie2022De NAVO organiseert periodiek een politiek-militair strategische crisismanagementoefening (Crisis Management Exercise, CMX) om besluitvorming in NAVO-verband te beoefenen. De editie van 2022 is afgelast in verband met de inval van Rusland in Oekraïne. Om alsnog relevante vraagstukken te bespreken in de daarvoor bestemde overleggen is de oefening Resilient Lion gehouden. Na afloop is de voorbereiding op – en deelname aan de oefening geëvalueerd en zijn aanbevelingen ter verbetering geformuleerd.Een missie in een missie. De Nederlandse bijdrage aan de VN Multidimensionale Geïntegreerde Stabilisatie Missie in Mali (MINUSMA) 2014-2019Ex-post evaluatie2022De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA werd op 1 mei 2019 beëindigd. De eindevaluatie van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA is door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) uitgevoerd. Onderzocht is in hoeverre de doelen voor de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA zijn bereikt en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken voor toekomstige missies.LIMCEx-post onderzoek2023Conform de motie Belhaj c.s. (Kamerstuk 32 761, nr. 186) heeft de minister van Defensie besloten om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC). De onderzoekscommissie stond onder leiding van Harm Brouwer en heeft een diepgaande analyse uitgevoerd naar de gang van zaken rondom de besluitvorming en taakuitvoering van het LIMC. Het eindrapport is door de bewindspersonen van Defensie op 13 januari 2023 naar de Kamer gestuurd.Vlucht verzekerd. Eindevaluatie Nederlandse C-130 bijdrage aan VN-missie MINUSMA in Mali 2021-2022.Ex-post evaluatie2023De artikel-100 missiebijdrage van Nederland aan de VN-missie in Mali (MINUSMA), met een C-130 transportvliegtuig inclusief bemanning en ondersteunend personeel van november 2021 tot en met medio mei 2022, is geëvalueerd door een onafhankelijke partij (IOB).Tussen wens en werkelijkheid. Eindevaluatie van de Nederlandse Bijdrage aan Resolute Support.Ex-post evaluatie2023Van 2015 tot 2021 nam Nederland deel aan de NAVO-missie Resolute Support in Afghanistan. De Nederlandse bijdragen aan de Resolute Support missie is door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) geëvalueerd. Tijdens de evaluatie is onderzocht in hoeverre de doelen van de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support zijn bereikt, hoe dit kan worden verklaard en welke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige Nederlandse missiebijdragen.Reconstructie en analyse van de evacuatie uit Kaboel in augustus 2021Ex-post (commissie van) onderzoek2023Deze evaluatie is uitgevoerd door een onafhankelijke commissie van onderzoek Evacuatie-operatie Kabul (COEK) voorgezeten door drs. Maarten Ruys (Kamerstuk 27925, nr. 897). De commissie Ruys had tot taak om conform de motie Boswijk c s Kamerstuk 27 925 nr 838 onderzoek te doen naar de gang van zaken in de grootschalige 99Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 EvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekevacuatieoperatie vanuit Kaboel vanaf het moment van aannemen van de motie Belhaj c s over de tolkenregeling op 12 november 2019 Kamerstuk 35300 X nr 45.Intensivering zoektocht vermist Special Report AfghanistanEx-post onderzoek2023In de brief ‘Voortgang actieplan missie-archieven Afghanistan: afronding zoekslag naar vermeend rapport en onderzoek naar melding’ (Kamerstuk 27925 nr. 945) is de Kamer geïnformeerd over een zoekslag die is uitgevoerd naar een rapport over een mogelijk oorlogsmisdrijf door Australische militairen in Uruzgan in 2010. Defensie concludeerde, na uitgebreid onderzoek van de Afghanistan missie-archieven, dat ‘aannemelijk wordt geacht dat het vermeende rapport daadwerkelijk is opgesteld, maar dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld’.Gegevensdragers missie-archieven AfghanistanEx-post onderzoek2024Sinds de Kamer is geïnformeerd over de voortgang van het actieplan missie-archieven Afghanistan (Kamerstuk 27925 nr. 945), is Defensie verder gegaan met het op orde brengen van de missie-archieven (Kamerstuk 27925, nr. 965). Tijdens deze werkzaamheden zijn gegevensdragers aangetroffen met daarop operationele rapporten van de Task Force Uruzgan uit de periode 2006 t/m 2010, waaronder het gerubriceerde rapport waarop de zoekslag betrekking had. De Minister van Defensie heeft opdracht gegeven om de feiten rondom het nu aangetroffen rapport op een rij te zetten en door te gaan met het onderzoeken van de nu aangetroffen gegevensdragers.Wapeninzet HawijaEx-post (commissie van) onderzoek2024Evaluatie gericht op de vraag hoe bij de Nederlandse wapeninzet in Hawija, Irak, in de nacht van 2 op 3 juni 2015, burgerslachtoffers hebben kunnen vallen evenals welke lessen hieruit te trekken zijn voor de toekomst. Deze evaluatie wordt uitgevoerd door een onafhankelijke onderzoekscommissie van tijdelijke aard (Kamerstuk 27925, nr. 753 en 754) die onder leiding staat van mr. Winnie Sorgdrager, Minister van Staat. Het instellen van deze commissie komt voort uit de uitvoering van motie Belhaj (Kamerstuk 27925, nr. 14).Mortierongeval MaliEx-post (commissie van) onderzoek2024De Commissie van onderzoek mortierongeval Mali onder voorzitterschap van Peter den Oudsten doet sinds februari 2023 onderzoek naar de mogelijkheid van het vaststellen van individueel nalatig en/of verwijtbaar handelen bij dit ongeval en daarnaast om te onderzoeken hoe binnen het ministerie van Defensie de besluitvorming is verlopen rond de totstandkoming, invulling en uitvoering van de opdracht aan de Tijdelijke Commissie onderzoek naar geconstateerde tekortkomingen mortierongeval Mali (commissie Van der Veer). Het bewuste ongeluk vond plaats op 6 juli 2016 in Mali. Het onderzoek van de onafhankelijke commissie verloopt voerspoedig: de commissie is al ver met het onderzoek. De commissie verwacht eind 2024 gereed te zijn.Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)Ex-durante / ex-post evaluatie2025Vierjaarlijkse evaluatie van het FNIK-convenant waarbij wordt gekeken naar de inhoud, het functioneren, de uitvoering en het beschikbare budget.20 jaar Nederlandse inzet in AfghanistanEx-post onderzoek2025/2026Breed wetenschappelijk onderzoek naar het resultaat van twintig jaar Nederlandse inzet in Afghanistan (Kamerstuk 27925, nr. 885). Het oogmerk is om in negen deelonderzoeken en een samenvattend slotwerk te voorzien. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies i.s.m. het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).Thema 3. MensenMensen zijn de kern van de Defensieorganisatie. Defensie staat voor de taak de juiste en voldoende mensen te vinden, te binden, te behouden en het beste in hen naar boven te halen.Vooruitblik eerste periodieke rapportageIn 2025 levert Defensie de eerste periodieke rapportage op. Deze krijgt de titel ‘Goede werkgever, verbonden met de samenleving’ en richt zicht specifiek op het personeels- en veiligheidsbeleid. De periodieke rapportage is een syntheseonderzoek, waarbij al uitgevoerde onderzoeken en evaluaties als basis worden gebruikt.100Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Voor de periodieke rapportage wordt bijvoorbeeld gebruikgemaakt van publicaties van de afdeling ‘Trends, Onderzoek en Statistiek’ (TOS). Deze afdeling analyseert organisatie- en personeelsdata van Defensie. Met de resultaten van deze data stelt TOS betrouwbare kennis over het HR-domein beschikbaar voor alle niveaus binnen Defensie door middel van (half)jaarlijkse rapportages en factsheets. Deze data wordt op regelmatige wijze gedeeld met de Tweede Kamer in de Stand van Defensie en daarvoor in de Personeelsrapportages.Ook (onderzoeks)rapportages van andere actoren worden gebruikt zoals rapportages van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK). Daarnaast zullen de onderzoekers ook zelf data verzamelen door middel van interviews.Tabel 56 Thema 3. MensenEvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoek‘Goede werkgever, verbonden met de samenleving’Synthese (periodieke rapportage)2025Syntheseonderzoek conform de eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van het personeels- en veiligheidsbeleid van Defensie in de periode 2018-2023.PvA VeiligheidEx-durante evaluatie2022Evaluatie van het PvA ‘Een veilige Defensieorganisatie’ om inzicht te krijgen in de status, de uitvoerbaarheid en de effectiviteit van de 40 maatregelen die in het PvA staan. Deze evaluatie is uitgevoerd door de ADR.MID en COIDEx-post2022Naar aanleiding van het rapport van de Commissie-Giebels besloot Defensie om de onafhankelijke positie van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) en het Meldpunt Integriteit Defensie (MID) te waarborgen. Om dit bereiken zijn de COID en het MID direct onder de secretaris-generaal geplaatst en is het MID sinds begin 2020 extern bemenst. In een motie van de Tweede Kamer is de regering verzocht om deze nieuwe positionering van het MID en de onderzoeksrol van de COID te evalueren. Defensie heeft in deze evaluatie de mening van de medewerker meegenomen, ook over het bredere integriteitstelsel.Validatie Wet bescherming KlokkenluidersEx-post2023Dit is een externe validatie naar de uitvoering van de Wet bescherming Klokkenluiders, gericht op het verder verbeteren van de sociale veiligheid en integriteit bij Defensie (Kamerstuk 36200, nr. 66).Barrières uitzenden vrouwelijke militairenEx-durante / ex-post evaluatie2024De Nederlandse krijgsmacht heeft zich gecommitteerd aan het ‘Elsie Initiatief’, dat gericht is op het vergroten van het aantal vrouwelijke militairen en politie in VN-vredesmissies. Een van de onderdelen van het initiatief is een zogeheten ‘barrière assessment’; een onderzoek om inzichtelijk te maken welke drempels in de organisatie het uitzenden van vrouwelijke militairen belemmeren. Het onderzoek is in het voorjaar 2022 in opdracht gegeven aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) en sluit aan op een lopend onderzoek naar de zorgbehoefte van vrouwelijke veteranen. Het barrière assessment is daarom in 2023 gestart, het afrondingsjaar is overeenkomstig gewijzigd.Culturele diversiteitEx-durante / ex-post meting2024Het Ministerie van Defensie streeft naar een divers personeelsbestand. In 2019 heeft Defensie een eerste nulmeting culturele diversiteit (destijds migratieachtergrond) laten uitvoeren over de periode 2015 t/m 2017. Defensie voert een vervolgmeting uit over de periode 2018-2022. Nadat de vervolgmeting heeft plaatsgevonden, is het doel om deze onafhankelijke meting om het jaar te herhalen waardoor de inzichten geactualiseerd blijven. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Trends, Onderzoek en Statistiek (TOS) van DPOD in samenwerking met het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) in opdracht van HDP. De Staatssecretaris heeft toegezegd de Kamer over de resultaten te informeren. Vanwege de veelheid aan data en de complexiteit en zorgvuldigheid van de analyse, is het eerdere streven op dit op te nemen in de Stand van Defensie 2024 niet gehaald. Zodra het onderzoek is opgeleverd zal de bijbehorende kamerbrief worden geschreven en verzonden. Het streven is voor de zomer 2024.101Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 EvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekBeleving van inclusieEx-durante evaluatie2024-2025In 2017 heeft Defensie door het SCP laten onderzoeken hoe medewerkers D&I beleven en waarderen (rapport ‘Grenzen aan de Eenheid’, januari 2017). Het is gezien de doorontwikkeling van het D&I beleid en aanverwante maatschappelijke ontwikkelingen van belang om met enige regelmaat de beleving en waardering van D&I onder defensiemedewerkers te toetsen. Er wordt binnen Defensie sindsdien al op meerdere vlakken veel gemeten, maar er is diepgaander onderzoek nodig naar de beleving van inclusie bij verschillende specifieke doelgroepen. Defensie is daarom voornemens om in 2023/2024 opnieuw te laten onderzoeken hoe D&I op de werkvloer wordt ervaren. Zodra de resultaten bekend zijn, zal de Kamer hierover worden geïnformeerd, naar verwachting op z’n vroegst eind 2024/begin 2025.Thema 4. MaterieelOm slagvaardig te zijn, moet de krijgsmacht beschikken over het juiste en voldoende inzetbaar materieel, waarmee het samen met bondgenoten en partners kan opereren.Evaluaties van materieelprojectenVoor projecten die op verzoek van de Tweede Kamer vallen onder de Regeling Grote Projecten (RGP), volgt na de verwerving en invoering van materieel een evaluatie. Dit wordt ook wel de «E-fase» van het Defensie Materieel Proces (DMP) genoemd. De E-fase volgt de door de Tweede Kamer opgedragen vraagstelling conform artikel 16 van de RGP.De volgende materieelprojecten vallen onder de RGP:–Verwerving F-35–Grensverleggende IT (GrIT)–Onderzeeboten–Groot Pantserwielvoertuig (GWP) Boxer1Aan het slot van de E-fase doet de Auditdienst Rijk (ADR) onderzoek naar de kwaliteit en volledigheid van de informatie in de evaluatie. Het ADR-rapport vormt een integraal deel van de E-brief waarmee de Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie. Het ADR-rapport zal ook publiekelijk beschikbaar zijn op de website van de Rijksoverheid.Tabel 57 Thema 4. MaterieelEvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekMaterieelSynthese (periodieke rapportage)n.t.b.Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid.E-fase BoxerEx-post evaluatie groot project2024In 2024 wordt de Kamer via een E-brief geïnformeerd over de uitkomsten van deze evaluatie.Voortgang Project verwerving F-35VoortgangsrapportageJaarlijksRapportage waarmee de Kamer geïnformeerd wordt over de voortgang van het groot project Verwerving F-35 (project VF-35) in Nederland.E-fase project verwerving F-35Ex-post evaluatie groot projectn.t.b.Dit project is aangewezen als groot project, maar nog niet afgerond. Na afronding volgt conform het DMP een evaluatie. De Kamer wordt via een E-brief over de uitkomsten geïnformeerd.Programma Grensverleggend IT (GrIT)VoortgangsrapportageHalfjaarlijksRapportage waarmee de Kamer geïnformeerd wordt over de voortgang van het groot project Grensverleggend IT (GrIT).E-fase programma Grensverleggend IT (GrIT)Ex-post evaluatie groot projectn.t.b.Dit project is aangewezen als groot project, maar nog niet afgerond. Na afronding volgt conform het DMP een evaluatie. De Kamer wordt via een E-brief over de uitkomsten geïnformeerd.1 De Tweede Kamer heeft van 1997 tot 2018 het project Groot Pantserwielvoertuig (GPW) Boxer als ‘groot project’ aangewezen. Als laatste stap wordt de Tweede Kamer dit jaar (2024) nog middels een E-brief geïnformeerd over de uitkomsten van de E-fase evaluatie, conform de Regeling Grote Projecten (RGP).102Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 EvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekVoortgang Programma vervanging onderzeebotenVoortgangsrapportageHalfjaarlijksConform de uitgangspuntennotitie § 2.3 dient in de nu volgende realisatiefase tweemaal per jaar een voortgangsrapportage naar de Kamer te worden gestuurd.E-fase programma vervanging onderzeeboten (VOZBT)Ex-post evaluatie groot projectn.t.b.Dit project is aangewezen als groot project, maar nog niet afgerond. Na afronding volgt conform het DMP een evaluatie. De Kamer wordt via een E-brief over de uitkomsten geïnformeerd.Defensiematerieelfonds (DMF)Ex-durante evaluatie2027Het DMF heeft ten doel te voorzien in een meerjarig integraal beheer van de financiering en bekostiging van de ontwikkeling, de verwerving, de instandhouding en de afstoting van het materieel, de ICT-middelen en de infrastructuur van het Ministerie van Defensie. Door het inrichten van een separaat fonds nemen naar verwachting de schokbestendigheid en betrouwbaarheid toe. Bij de instelling van het DMF is besloten deze in 2027 te evalueren; het fonds wordt dan op doelmatigheid en doeltreffendheid beoordeeld.Thema 5. RandvoorwaardenRandvoorwaarden voor groei en taakuitvoering van Defensie vragen de nodige aandacht en investeringen. Dit betekent bijvoorbeeld aandacht voor bedrijfsvoering, beveiliging, vastgoed, duurzaamheid en ruimte om te oefenen.Tabel 58 Thema 5. RandvoorwaardenEvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekRandvoorwaardenSynthese (periodieke rapportage)n.t.b.Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid.DEOSEx-durante evaluatie2022De Defensie Energie en Omgeving Strategie (DEOS) is geëvalueerd in de uitvoeringsagenda Duurzaamheid. Het doel van de evaluatie was om inzicht te krijgen in de huidige stand van zaken. Hierbij lag de focus op doorontwikkeling van de duurzaamheidsdoelen.PARESTODoorlichting agentschap2024Tijdens deze doorlichting wordt het functioneren van het agentschap PARESTO onderzocht met focus op de governance, financieel beheer, doelmatigheidsbevordering en bekostiging. Deze doorlichting wordt uitgevoerd conform de Regeling agentschappen.Integraal risicomanagementEx-durante evaluatie2027Binnen Defensie loopt het programma IRM. Dit programma is meerjarig en kent een groot bedrijfsvoeringscomponent waardoor behoefte aan tussentijdse herijking en bijsturing bestaat. Om de hiervoor benodigde inzichten te verzamelen, wordt in 2027 een evaluatie uitgevoerd. Met de uitkomsten van de ex-ante evaluatie (uitgevoerd door NLR, d.d. 2021) hebben de Defensieonderdelen implementatieplannen opgesteld, die als uitgangspunt voor de evaluatie in 2027 dienen.Defensie RuimteagendaEx-post evaluatie2027 ‒ 2028Tijdens deze ex post evaluatie wordt onderzocht in hoeverre de te ontwikkelen capaciteiten uit de Defensie Ruimteagenda (Kamerstuk 36 124, nr. 10), daadwerkelijk zijn ontwikkeld. Tijdens deze evaluatie wordt tevens gekeken naar de internationale en bilaterale samenwerking.Tabel 59 Overige onderzoeken en evaluatiesEvaluatieType onderzoekAfrondingToelichting onderzoekSubsidieverstrekkingenEx-durante evaluatie2022Conform de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) art 4.24 is Defensie verplicht subsidies elke vijf jaar te evalueren. In 2022 zijn meerdere subsidie-evaluaties uitgevoerd (zie bijlage 7.4 subsidieoverzicht, tabel 45). Hieronder vallen bijvoorbeeld subsidieverstrekkingen aan vier veteranenorganisaties die nu gezamenlijk onderdeel zijn van een enkele stichting: het Nederlands Veteranen Instituut. Voor het verantwoordingsonderzoek 2021 heeft de Algemene Rekenkamer (AR) o.a. naar het subsidiebeheer van Defensie gekeken. De hieruit voortgekomen aanbevelingen gebruikt Defensie om het subsidiebeheer te verbeteren.Publieke investeringen in een politieke contextInterdepartementaal beleidsonderzoek (IBO)2022Dit IBO onderzoekt hoe een kabinet schaarse investeringsmiddelen zo doeltreffend en doelmatig kan alloceren. Het onderzoek is door het Ministerie van Financiën getrokken en Defensie heeft deelgenomen aan de werkgroep.103Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.6 Bijlage overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorgAan de Kamer is toegezegd dat in de begroting een overzicht wordt opgenomen van de begrote uitgaven in het kader van het veteranenbeleid. Deze uitgaven zijn in de begroting verwerkt in verschillende begrotingsarti­kelen. In het onderstaande overzicht is dit samengebracht.Het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)Tabel 60 Begrote uitgaven Nederlands Veteraneninstituut (bedragen x € 1.000)OmschrijvingSubsidie Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)28.285Totaal28.285Het NLVi is een stichting die een groot deel van de uitvoering van het veteranenbeleid op het gebied van erkenning, waardering, en de bijzondere zorgplicht (beschreven in de Veteranenwet en nader uitgewerkt in het Veteranenbesluit), tot haar takenpakket heeft. Het NLVi is een rechtspersoon met een wettelijke taak en heeft een eigen onafhankelijke raad van toezicht.Onderdeel van het NLVi is het Veteranenloket. Het Veteranenloket is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar voor vragen van veteranen en relaties op het gebied van dienstverlening en materiele en immateriële zorg. Dienstslachtoffers zonder de veteranenstatus en hun relaties kunnen voor materiele en immateriële zorg ook het Veteranenloket benaderen. Het programmabureau van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) maakt ook deel uit van het NLVi. Het LZV is een civiel-militaire ketenor­ganisatie met als doel post-actieve veteranen, dienstslachtoffers en hun relaties bij missie gerelateerde psychische en psychosociale problemen overal in Nederland de meest geëigende zorg te bieden. De eerstelijnszorg (het zogeheten gespecialiseerd maatschappelijk werk) binnen het LZV wordt verzorgd door maatschappelijk werkers van zowel het Bedrijfsmaatschap­pelijk Werk (BMW) Defensie als het NLVi. Daarnaast zijn binnen het NLVi zorgcoördinatoren werkzaam, die de materiele en immateriële hulpvragen van veteranen en dienstslachtoffers zonder veteranenstatus met uitzendge­relateerde problemen (en hun relaties) coördineren. Verder is de coördinatie van de nuldelijnsondersteuning (NOS) binnen het NLVi belegd. Het NOS is een laagdrempelig landelijk dekkend regionaal georganiseerd netwerk voor veteranen, MOD’ers en hun relaties. Het biedt de veteraan (post-actief en in werkelijke dienst) en zijn relatie ondersteuning bij problemen. Deze hulp kan bestaan uit een gesprek, een luisterend oor, maar kan ook bestaan uit het doorgeleiden naar het Veteranenloket als de hulpvraag mogelijk professionele zorg vereist.Het NLVi organiseert jaarlijks ook de Veteranendag en tevens voert het NLVi (wetenschappelijk) onderzoek uit op het gebied van de verbetering van de zorg aan veteranen en op het gebied van erkenning en waardering.Uitgaven erkenning en waarderingDe uitgaven voor erkenning en waardering zijn begroot in niet-beleidsartikel 9 Algemeen en 10 Apparaat Kerndepartement, met uitzondering van de uitgaven voor reüniefaciliteiten die zijn begroot op de beleidsartikelen van de operationele commando’s.104Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Tabel 61 Totaaloverzicht van begrote uitgaven voor erkenning en waardering voor veteranen (bedragen x € 1.000)OmschrijvingSubsidie Vereniging Veteranen Platform (VP)266Ondersteuning organisatie dag voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers340Ondersteunen veteranenzaken voor operationele commando's2.856Totaal3.462Tabel 62 Ondersteunen veteranenzaken door operationele commando's (bedragen x € 1.000)Operationele commando'sKoninklijke Marine853Koninklijke Landmacht1.375Koninklijke Luchtmacht423Koninklijke Marechausse205Totaal2.856Vereniging Veteranen Platform (VP)De Vereniging Veteranen Platform (VP) behartigt de belangen van de Nederlandse veteranen en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers via aangesloten veteranenorganisaties. Het VP is daarnaast adviseur van het ministerie van Defensie op het gebied van veteranenzaken. Het ministerie van Defensie beschouwt het VP als vertegenwoordiger van alle veteranen en in die hoedanigheid wordt het VP betrokken bij beleidsveranderingen. Het VP werkt continu aan het verbeteren van de beeldvorming over veteranen en aan het vergroten van de maatschappelijke erkenning en waardering voor veteranen. Ook stimuleert het VP de deelname aan activi­teiten door de jonge generatie veteranen.Dagen voor Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (MOD-ers)Defensie organiseert, om erkenning en waardering te geven aan Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD-ers) en hun relaties, MOD-dagen. Deze MOD-dagen zijn voor zowel veteranen met een dienstverbandaan­doening (en hun relaties) als voor dienstslachtoffers zonder veteranenstatus (en hun relaties). De doelstellingen van deze dagen zijn het bieden van erkenning aan MOD-ers en hun partners, het bieden van informatie over de (pensioen)regelingen en voorzieningen en het luisteren naar de behoeften van de doelgroep.ReüniefaciliteitenVerenigingen voor veteranen, post-actieven en MOD-ers, die geregistreerd zijn in het reünieregister van het Nederlands Veteraneninstituut, kunnen eenmaal per jaar aanspraak maken op reüniefaciliteiten. De organisatie hiervan ligt in handen van de verenigingen zelf. Daarnaast heeft elk opera­tioneel commando de mogelijkheid om een veteranendag te organiseren.Uitgaven zorgDe uitgaven voor zorg en nazorg zijn begroot op niet-beleidsartikelen 9 Algemeen en 10 Apparaat Kerndepartement.105Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Tabel 63 Totaaloverzicht van begrote uitgaven voor zorg voor veteranen (bedragen x € 1.000)OmschrijvingInvaliditeitspensioenen86.956Nabestaandenpensioenen24.561Nationaal Fonds Ereschuld131.799Ereschulduitkering0Sociale Zorg (Voorzieningenregeling MOD-slachtoffers)14.493Inkomensvoorziening in verband met zorg & re-integratie400Totale uitgaven258.209Kaderwet militaire pensioenenDeze wetgeving bevat het geheel aan wet- en regelgeving voor veteranen, MOD-ers, militairen buiten dienst en ex-militairen die niet meer (volledig) kunnen werken of aanvullende voorzieningen nodig hebben vanwege arbeidsongeschiktheid.Voor 2025 zijn de uitgaven aan bijzonder militair invaliditeitspensioen begroot op € 86,9 miljoen. Tevens is het bijzonder militair nabestaandenpen­sioen onderdeel van deze wetgeving. Voor 2025 zijn de uitgaven begroot op € 24,5 miljoen. Het Nationaal Fonds Ereschuld is bedoeld voor de claims van veteranen met uitzendgerelateerde aandoeningen. Hierin zijn de Veteranen­claims PTSS en Regeling Volledige Schadevergoeding ondergebracht.Sociale zorg (o.a. voorzieningenregelingen)Vanuit de wettelijke zorgplicht voor veteranen worden voorzieningen aan veteranen verstrekt met het oog op het verbeteren van de levensomstandig­heden in specifieke situaties.Inkomensvoorziening in verband met zorg en re-integratieDe inkomensvoorziening, zoals opgenomen in artikel 7 van de Vetera­nenwet, is een laagdrempelige regeling voor veteranen die ziek of arbeidsongeschikt zijn en waarbij sprake is van een vermoeden van een dienstgerelateerde aandoening. Met het aanvragen van de inkomensvoor­ziening in verband met zorg wordt tegelijkertijd ook de aanvraag militair invaliditeitspensioen gestart. Daarnaast worden voor deze veteranen de inspanningen op het gebied van de re-integratie geïntensiveerd en worden de reiskosten van hun partners vergoed wanneer ze deelnemen aan ambulante lotgenotengroepen. De uitvoeringskosten die gemoeid zijn met de re-integratie en het vergoeden van de reiskosten maken onderdeel uit van de raming. In totaal is voor deze voorzieningen in 2025 een bedrag van € 400.000 geraamd.Uitgaven onderzoekTabel 64 Begrote uitgaven onderzoek (bedragen x € 1.000)OmschrijvingMilitaire Geestelijke Gezondheidszorg500Totaal500In de begroting van DOSCO is € 500.000 opgenomen ten behoeve van onderzoeken naar de neurobiologische gevolgen van stress en trauma dat vanuit de Wetenschappelijke Onderzoeksgroep van de MGGZ wordt uitgevoerd.106Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 Uitgaven overigTabel 65 Begrote uitgaven overig (bedragen x € 1.000)OmschrijvingNationale ombudsman550Totaal550Conform de Veteranenwet heeft de Nationale ombudsman tevens een rol als ombudsman van de veteranen. In die rol behandelt hij verzoeken/klachten van veteranen over overheidsinstanties en over niet-overheidsin­stanties die een taak uitvoeren op het gebied van veteranen. Daarnaast onderzoekt hij of er structurele knelpunten zijn. Het budget dat door het ministerie van Defensie voor de Veteranenombudsman beschikbaar wordt gesteld is € 550.000. Jaarlijks maakt het ministerie van Defensie dit bedrag over naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Financiering van Hoge Colleges van Staat, zoals de Nationale ombudsman, verloopt via het ministerie van Binnenlandse Zaken.107Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.7 Bijlage uitgaven Caribisch NederlandTabel 66 Uitgaven Caribisch NederlandArtikel/instrumentTaakBijdrageRealisatieOntwerpbegroting 20252023202420252026202720282029Totaal uitgavenArtikel 2 Koninklijke MarineOpdrachten, Personele en Materiële UitgavenRSHet deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.Artikel 3 Koninklijke LandmachtOpdrachten, Personele en Materiële UitgavenRSHet deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.Artikel 5 Koninklijke MarechausseeOpdrachten, Personele en Materiële UitgavenRSHet deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.Artikel 8 Defensie OndersteuningscommandoOpdrachten, Personele en Materiële UitgavenRSHet deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.Op verzoek van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Konink­rijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland aanzienlijk uit te breiden (Kamer­stukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. Hierboven is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de departementale begroting H10 Ministerie van Defensie weergegeven. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken (E) of rijkstaken (R), of er sprake is van incidentele (I) of structurele (S) bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen. Het Ministerie van Defensie voert haar taken structureel in het gehele Koninkrijk uit. Het valt derhalve niet te bepalen welk specifiek deel daarvan wordt besteed in Caribisch Nederland.108Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.8 Bijlage budgettaire gevolgen MIVDTabel 67 Begroting MIVD (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029MIVD Apparaatsuitgaven437.634392.769379.309388.508388.848391.756MIVD Geheim (art. 11)18.91719.21719.21720.76120.76120.761Ontvangsten2.9232.9232.9232.9232.9232.923ToelichtingDe MIVD is een bijzondere organisatie-eenheid die onderdeel is van het kerndepartement (Bestuursstaf). De MIVD is belast met de onder­steuning van Defensie op het gebied van het leveren van kwalitatief hoogwaardige inlichtingen- en veiligheidsinformatie. Daarmee levert de MIVD een onmisbare bijdrage aan de opbouw, de gereedstelling en de inzet van de krijgsmacht en de informatiepositie van Nederland.De uitgaven aan de MIVD zijn binnen de ontwerpbegroting opgenomen in artikel 10 «Apparaat kerndepartement», artikel 11 «Geheim» en in het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF). In bovenstaande tabel staan de budgetten uit art. 10 en het DMF voor de MIVD onder ‘MIVD Apparaatsuit­gaven’. Het artikel 11 «Geheim» is al separaat inzichtelijk in de begroting van Defensie. Aangezien deze volledig ten behoeve van de MIVD is, is deze hier nogmaals weergegeven. Vanwege het bijzondere karakter van de MIVD en de daarbij behorende geheime uitgaven zijn de uitgaven niet verder uitgesplitst. Budgetten voor onder andere schoonmaak, energie en investeringen in nieuwbouw zijn centraal belegd bij Defensie. Deze zijn niet in bovenstaande tabel opgenomen.OntvangstenDe ontvangsten bij de MIVD zijn voornamelijk veiligheidsonderzoeken verricht voor andere (overheids-)organisaties. De Unit Veiligheidsonder­zoeken (UVO), een samenwerkingsverband tussen MIVD en AIVD, brengt daarvoor een tarief in rekening.109Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 6.9 Bijlage afkortingenTabel 68AfkortingOmschrijvingADRAuditdienst RijkAH-64Apache gevechtshelikopterAIArtificiële IntelligentieAIVAdviesraad Internationale VraagstukkenAIVDAlgemene Inlichtingen- en VeiligheidsdienstAMDTFAir and Missile Defence Task ForceAOWAlgemene Ouderdoms WetARAlgemene RekenkamerASAPAct in Support of Ammunition Production.AVGAlgemene Verordening GegevensbeschermingAWACSAirborne warning and control systemBBPBruto Binnenlands ProductBENELUXBelgië Nederland LuxemburgBIVBudget Internationale VeiligheidBZMinisterie van Buitenlandse ZakenC2Command and ControlC-17Strategisch TransportvliegtuigC-130TransportvliegtuigCBRNChemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) middelenCDSCommandant der StrijdkrachtenCH-47Chinook transporthelikopterCLASCommando LandstrijdkrachtenCLSKCommando LuchtstrijdkrachtenCOIDCentrale Organisatie Integriteit DefensieCOMMITCommando Materieel en IT (voorheen DMO)CZSKCommando ZeeStrijdKrachtenDCCDefensie Cyber CommandoDGVDiensten Geestelijke VerzorgingDMFDefensieMaterieelbegrotingsFondsDMPDefensie Materieel ProcesDOSCODefensie OndersteuningsCommandoDPODefensieProjectenOverzichtEDAEuropean Defence AgencyEDFEuropees DefensiefondseFPEnhanced Forward PresenceEMASOHEuropean-led Maritime Awareness in the Strait of HormuzEOD / EODDExplosieven Opruimingsdienst DefensieEPFEuropean Peace Facility (Europese Vredesfaciliteit t.b.v. Oekraine)EUEuropese UnieEUAMEuropese AdviesmissieEUFOREuropean Union ForceEZKMinisterie van Economische Zaken en KlimaatF-35Vijfde generatie jachtvliegtuigFNIKFinanciering Nationale Inzet KrijgsmachtGrITGrensverleggende Informatie TechnologieHGISHomogene Groep Internationale SamenwerkingIBOInterdepartementaal BeleidsonderzoekIGKInspecteur-Generaal van de KrijgsmachtIGOInformatie Gestuurd OptredenIGVInspecteur-Generaal VeiligheidIMGInspectie Militaire Gezondheidszorg110Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 AfkortingOmschrijvingITInformatietechnologie (incl communicatie)IVDInspectie Veiligheid DefensieJenVMinisterie van Justitie en VeiligheidJISTARCJoint Intelligence, Surveillance,Target Acquisition & ReconnaissanceKMarKoninklijke MarechausseeKPIKey Performance IndicatorLCPLandelijke crisisplannenLZVLandelijk Zorgsysteem voor VeteranenMARINMaritime Research Institute NetherlandsMDOMulti-domein OptredenMGGZMilitaire Geestelijke GezondheidsZorgMHKMilitair Huis van de KoningMINUSMAUnited Nations Multidimensional Integrated Stabilization MissionMIVDMilitaire Inlichtingen- en VeiligheidsdienstMLAMilitaire Luchtvaart AutoriteitMODMilitaire Oorlogs- en DienstslachtoffersMPMilitaire PolitieMPCMilitair Penitentiair CentrumMQ-9Onbemand vliegtuigN.V.Naamloze VennootschapNAVO / NATONoord Atlantische VerdragsOrganisatieNFMNATO Force ModelNH-90HelikopterNLD / DEUNederlands-DuitsNLDANederlandse Defensie AcademieNLRKoninklijk Nederlands Lucht- en RuimtevaartcentrumNLViStichting Nederlands VeteraneninstituutNOSNuldelijnsondersteuning (ondersteuning van veteranen)NMINavo Missie in IrakNPRDNationaal Programma Ruimte voor DefensieOHKOperationeel HoofdkwartierOIROperation Inherent ResolvePFASPoly- en perfluoralkylstoffenPTSSPosttraumatische stressstoornisPWPolitie WetQRFQuick Reaction ForceR&TResearch & TechnologyRBVRijksbegrotingsvoorschriftenRMCaRegionaal Militair Commando en AdviesRPERegeling Periodiek EvaluatieonderzoekRWTRechtspersonen met een Wettelijke TaakSACStrategic Airlift CapabilitySAFSustainable Aviation FuelSBKSociaal BeleidskaderSEAStrategische Evaluatie AgendaSKIAStrategische Kennis- en InnovatieagendaSOFSpecial Operations ForcesSSCGStationschip Caribisch GebiedSViStichting VeteraneninstituutSWOONStichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDASWPStinger Weapon PlatformSZVKStichting Ziektekosten Verzekering KrijgsmachtTF PZTaskforce ProductiezekerheidTNONederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek111Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2 AfkortingOmschrijvingUASUnmanned Aerial SystemUNDOFUnited Nations Disengagement Observer ForceUNIFILUnited Nations Interim Force in LebanonUVOUnit VeiligheidsonderzoekenUNTSOUnited Nations Truce Supervision OrganisationVNVerenigde NatiesVPVereniging Veteranen PlatformVSVerenigde StatenVTEVoltijdsequivalentWIVWet op de Inlichtingen- en VeiligheidsdienstenWooWet Openbare Overheid112Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 X, nr. 2

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f299bfb88aa6c9f7

14 okt 2026 · bdd4a0cbc0d4a220

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.