KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nader rapport over de Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

17 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0a9b85980ac4e298 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600Nota over de toestand van ’s Rijks FinanciënNr. 3 NADER RAPPORT Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 16 september 2024,aangeboden aan de Koning door de Minister van Financiën.Bij Kabinetsmissive van 5 september 2024, W06.24.00186/III, heeft UweMajesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdelingadvisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt deontwerp-Miljoenennota 2025 in het kader van onafhankelijk begrotings-toezicht. Het kabinet is de Raad van State dankbaar voor het Raadsadviesover de begroting voor 2025. De adviezen van de Afdeling advisering(verder: de Afdeling) worden hieronder nader besproken en voorzien vanreflecties van het kabinet.InleidingDe Afdeling gaat in haar advies in op het regeringsbeleid zoals het kabinetdat in de Miljoenennota 2025 aankondigt. De Raad van State rapporteertvanuit zijn taak bij het onafhankelijk begrotingstoezicht ook over deNederlandse overheidsfinanciën. In dit zogenoemde «Nader rapport» gaathet kabinet in op het advies van de Afdeling aangaande de Miljoenennota2025 (MN2025).Het gaat goed met Nederland. We zijn een van de welvarendste landen terwereld. Ons welzijn is hoog en Nederlanders zijn over het algemeentevreden over het leven. Het werkloosheidspercentage is laag en dekoopkracht van huishoudens verbetert. Ondanks de nasleep van dehistorisch hoge inflatie en energieprijzen staat onze economie er goedvoor. Dit komt onder meer omdat Nederlandse ondernemers zich goedkunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden en omdatNederland een open economie is.Toch zijn er ook uitdagingen. Sommige mensen vragen zich af of ze hunboodschappen nog kunnen betalen en anderen maken zich bijvoorbeeldzorgen over het woningtekort en migratie. De Russische agressieoorlog inOekraïne zorgt voor groot menselijk leed daar en raakt onze veiligheidhier. Daarnaast heeft Nederland te maken met schaarste: er is een tekortaan personeel, gebrek aan ruimte en op termijn verslechteren deoverheidsfinanciën. De eerlijke boodschap is dat niet alles kan en zekerniet alles tegelijk. Er moeten keuzes worden gemaakt. kst-36600-3ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 31 In het hoofdlijnenakkoord en deze MN2025 stelt het kabinet prioriteitenzodat Nederland ook in de toekomst welvarend en financieel gezond blijft.Zo zet het kabinet een eerste belangrijke stap voor solide overheidsfi-nanciën om te voorkomen dat het begrotingstekort verder oploopt. Eenpassend woningaanbod is daarnaast een basisbehoefte. Daarom streefthet kabinet ernaar om 100.000 woningen per jaar te bouwen. Ook geefthet kabinet ruimte aan bedrijven en stabiliteit voor ondernemers. Zijzorgen immers voor groei, innovatie en welvaart waarmee we onzepublieke voorzieningen mede betalen. Deze groei moet duurzaam zijn, wehebben immers ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ons landgoed door te geven aan volgende generaties. Ook willen we als land dekansen van de klimaat- en energietransitie verzilveren en onze energieaf-hankelijkheid van andere landen afbouwen. Daarnaast blijft NederlandOekraïne politiek, militair en financieel steunen tegen de Russischeagressie. Dat is een investering in onze eigen vrijheid en veiligheid.De Afdeling bespreekt in het advies de volgende twee thema’s: eensociaaleconomische structuuranalyse vanuit het perspectief van bredewelvaart en het aanpakken van de structurele componenten van dearbeidsmarkttekorten. Hieronder worden deze thema’s nader besproken.Sociaaleconomische structuuranalyse vanuit het perspectief vanbrede welvaartDe Afdeling constateert dat de MN2025 aandacht heeft voor thema’s dieraken aan brede welvaart zoals bestaanszekerheid, het versterken vaninstituties, participatie en vertrouwen in de samenleving. Tegelijkertijdbenoemt de Afdeling dat in de MN2025 veelvuldig wordt verwezen naarhet concept «welvaart», maar dat er geen nadere specificatie van ditbegrip wordt gegeven. De Afdeling concludeert dat de doelstelling van hetkabinet voor het verhogen van de welvaart daarmee onduidelijk blijft endat het van belang is dat beleid voor de lange termijn wordt gevoerd, dateffectief, stabiel, voorspelbaar en uitvoerbaar is. De Afdeling adviseertdaarom om in de voorbereiding van de begroting van 2026 een sociaal-economische structuuranalyse te maken, gebaseerd op de verschillendeaanknopingspunten uit de MN2025 en vanuit het perspectief van bredewelvaart en de daarin door dit kabinet gelegde accenten. Hierin kan eenkoppeling worden gemaakt aan de doelen uit het hoofdlijnenakkoord omzo te komen tot een analyse van de toekomstige Nederlandse econo-mische, sociale, ecologische en financiële structuur.Het kabinet is erkentelijk dat de Afdeling waardering uitspreekt voor destappen die zijn gezet in de invulling en toepassing van het concept bredewelvaart. Zo is de monitor Brede Welvaart van het Centraal Bureau voorde Statistiek (CBS) verankerd in het Verantwoordingsdebat. Het kabinetvindt het belangrijk dat er breed terug wordt gekeken in de verant-woording zodat lessen van bestaand en oud beleid meegenomen kunnenworden in de besluitvorming over toekomstig beleid en beleidsaanpas-singen.Het kabinet beaamt dat degelijk beleid verder kijkt dan alleen financieel-economische baten en lasten. Brede welvaart kan hiervoor nuttigeinformatie leveren. Hiermee worden blinde vlekken tijdens de besluit-vorming mogelijk voorkomen. Het kabinet kijkt dan ook met interesse uitnaar de gezamenlijk reflectie van het PBL, het SCP en het CPB op deMiljoenennota vanuit het perspectief van brede welvaart. De conclusiesuit deze reflecties worden, samen met de conclusies uit de Monitor BredeWelvaart van het CBS en andere rapporten van de planbureaus over bredewelvaart, meegenomen in de weging van beleid.Het kabinet erkent verder dat een sociaaleconomische structuuranalysevanuit het perspectief van brede welvaart kan helpen om een toekomst-perspectief te schetsen voor Nederland evenals de beleidskeuzes diedaaraan bijdragen. Het kabinet neemt in de voorbereidingen voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 32 begroting van 2026 de suggestie mee van de Afdeling voor een sociaal-economische structuuranalyse.Structurele componenten van de arbeidsmarkttekortenDe Afdeling onderstreept de aandacht die in de MN2025 wordt besteedaan arbeidsmarktkrapte en dat deze krapte een bedreiging vormt voor deeconomische groei op langere termijn en de welvaart in brede zin. DeAfdeling stelt daarnaast dat de arbeidsmarktkrapte prioritaire aandachtverdient vanwege onder meer het effect op het verdienvermogen vanNederland, de publieke dienstverlening en de slagkracht van de overheid.Ook noemt de Afdeling dat de kabinetsdoelen onder druk komen te staandoor de arbeidsmarktkrapte. De Afdeling concludeert dat het raadzaam isom de aanhoudende componenten van de arbeidsmarktkrapte aan tepakken.Het kabinet dankt de Afdeling voor het onderstrepen van het belang vanhet analyseren van de arbeidsmarktkrapte in de MN2025. Het kabinetverwacht dat de arbeidsmarktkrapte niet alleen nu maar ook in detoekomst een belangrijke uitdaging zal vormen. Onze economie zal zichmoeten aanpassen aan het beperkte arbeidsaanbod. Dit kost tijd en zalniet automatisch leiden tot de gewenste uitkomsten. Het kabinet deeltdaarom de mening van de Afdeling dat de arbeidsmarktkrapte prioriteitverdient. Het kabinet geeft met een brede arbeidsmarktagenda invullingaan de observatie van de Afdeling dat persistente componenten vanarbeidsmarktkrapte dienen te worden aangepakt. Deze brede arbeids-marktagenda bevat vijf punten, zoals uiteengezet in het recent gepresen-teerde Regeerprogramma: kiezen voor kwaliteit van werk, keuzes makenover het soort werk voor een sterke economie, het verhogen van deproductiviteit, het verhogen van de duurzame arbeidsparticipatie en hetverbeteren van matching op de arbeidsmarkt. Gezien de aanbevelingenvan de Afdeling over duurzame arbeidsparticipatie, matching en keuzesover het soort werk worden deze drie onderdelen nader toegelicht.Verhogen duurzame arbeidsparticipatieDe Afdeling is het kabinet erkentelijk dat er in de MN2025 veel aandachtgaat naar maatregelen gericht op het vergroten van het arbeidsaanbod,zoals het verlichten van de belasting op arbeid en het verlagen van demarginale druk voor middengroepen. De Afdeling is specifiek positief overdat de koopkrachtverlichting voor middeninkomens via aanpassing van detariefschijven gebeurt. Op die manier kunnen werkenden wordenaangespoord meer uren te werken.De Afdeling wijst het kabinet wel op de bredere context van de keuze omwel of niet vol- of deeltijd te werken. De wens van tot het verhogen vanhet aantal gewerkte uren staat in relatie tot andere taken en voorkeuren.Volgens de Afdeling kan het verhogen van het aantal gewerkte uren tenkoste gaan van de hoeveelheid mantelzorguren, en vice versa. DeAfdeling vindt dat via een integrale visie het beleidsdoel van meergewerkte uren bereikt kan worden en wijst met name op maatregelenomtrent het belasting- en toeslagenstelstel, de kinderopvang, schooltijdenen verlofregelingen.Het kabinet deelt de mening dat om mensen te stimuleren (meer) te gaanwerken, het essentieel is dat (meer) werken ook daadwerkelijk loont. Hetkabinet heeft daarom in augustus besloten het tarief van de eerste schijfvan de inkomstenbelasting te verlagen en de huurtoeslag te vereenvou-digen. Ook andere maatregelen zoals de Werkurenberekenaar en hetprogramma «Meer Uren Werkt!» helpen bij het wegnemen van drempelsom meer uren te werken. Het kabinet onderschrijft tegelijkertijd ook hetpunt van de Afdeling dat de tijd om voor naasten te kunnen zorgen opgespannen voet kan staan met meer uren betaald werken en datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 33 mantelzorg eveneens van waarde is. Aan de SER is een advies gevraagdover een toekomstbestendige combinatie van werk en mantelzorg, waarinook rekening gehouden wordt met een evenwichtige verdeling vanzorgtaken en arbeid.Het kabinet zet niet alleen in op meer uren werken om het arbeidsaanbodte verhogen, maar ook op het verhogen van de duurzame arbeidspartici-patie via andere wegen en het verhogen van de kwaliteit van werk.Mensen die in Nederland werken, verdienen een eerlijk loon en goedearbeidsomstandigheden, met zekerheid over hun toekomst – zowel bezienvanuit hun contractsituatie alsook vanuit hun mogelijkheden om zich doorte ontwikkelen. Hieraan werkt het kabinet met de implementatie van hetarbeidsmarktpakket.Betere matching op de arbeidsmarkDe Afdeling wijst erop dat het oplossen van de problematiek van dearbeidsmarktkrapte niet alleen gaat over het vergroten van arbeids-aanbod, maar ook op het goed laten aansluiten van vraag en aanbod. DeAfdeling benoemt daarbij de aansluiting tussen onderwijs en de arbeids-markt en het belang van voldoende arbeidsmobiliteit. Hierbij is hetvolgens de Afdeling van belang dat onderwijs niet alleen wordt gericht opde initiële opleidingen, maar dat er ook aandacht uitgaat naar herscholingen omscholing.Het kabinet onderschrijft dat het belangrijk is dat er ingezet wordt opbetere matching op de arbeidsmarkt. Dit doet het kabinet op verschillendemanieren, zoals publieke en private dienstverlening op het gebied vanwerk en scholing via één Werkcentrum per arbeidsmarktregio aan tebieden en sectorale ontwikkelpaden uit te werken. Ook ziet het kabinet bijbetere matching de noodzaak om mensen op te leiden die een bijdrageleveren aan de maatschappelijke opgaven waarvoor Nederland staat. Hetis van belang dat zowel jong als oud hieraan een bijdrage levert.Keuzes over soort werkDe Afdeling stelt dat de schaarste aan personeel, maar ook aan financiëlemiddelen en ruimte, noodzaakt tot het maken van ingrijpende keuzes.Hierbij benoemt de Afdeling dat ook de uitvoering van de (semi)-overheidstaken een beslag leggen op de arbeidscapaciteit. De inzet vanarbeidskrachten voor beleidsdoelen zal volgens de Afdeling afgewogenmoeten worden tegen de beschikbaarheid ervan voor private doeleinden.Keuzes over de inzet zijn nodig om ervoor te zorgen dat wat wordt beloofdook wordt waargemaakt. De Afdeling wijst er specifiek op dat ermaatschappelijke opgaven liggen op het gebied van onder meer energie,klimaat en water. Keuzes over de invulling van deze opgaven hebben,gegeven de schaarste aan personeel en ruimte, een impact op dearbeidsmarkt en economie. Voorts onderschrijft de Afdeling de inzet vanhet kabinet in de MN2025 om de budgettaire schaarste in samenhang tebezien met de schaarste in personeel en de begroting in een realistischerkasritme te zetten.Het kabinet herkent het punt van de Afdeling dat er meerdere schaarstesspelen in combinatie met grote maatschappelijke opgaven en langetermijn economische ontwikkelingen. Het Rapport van de Staatscom-missie Demografische Ontwikkelingen 2050 is al ingegaan op de langetermijn ontwikkelingen van de demografie en de implicaties daarvan opbijvoorbeeld de inzet van arbeid en het gebruik van ruimte. De Staatscom-missie concludeert dat er keuzes gemaakt moeten worden. Zonder dezekeuzes komt onze economische groei en welvaart in brede zin in detoekomst in het gedrang. Het kabinet deelt dat het maken van keuzesbelangrijk is in de context van schaarste. Daarom licht het kabinet alsonderdeel van de arbeidsmarktagenda het huidige overheidsbeleid door,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 34 waarbij subsidies, de fiscaliteit en regelgeving in het licht van dearbeidskrapte worden bezien. De huidige arbeidsmarktkrapte vergt ookbeslissingen over wat er binnen het publieke domein van belang is. Hetkabinet zet hierin een eerste stap in door de groei van de Rijksoverheidaan te pakken. Ook vergt het maken van keuzes in tijden van krapte eenkritische blik naar de eigen ambities. Zodoende is het uitgangspunt vanhet kabinet dat de totale beleidsmaatregelen van de overheid niet leidentot een hogere arbeidsvraag. Daarnaast gaat het kabinet kijken hoe errealistischer begroot kan worden, zodat de overheid ook waar kan makenwat het belooft. Reguliere besluitvorming houdt zich vooral bezig metkeuzes omtrent het budget van kabinetsambities, andere schaarsemiddelen zijn hier niet als vanzelf in mee te nemen. Daarom is er gekozenom de in de Miljoenennota 2025 geplande uitgaven in een realistischerkasritme te zetten. Realistisch begroten heeft de blijvende aandacht vanhet kabinet, en zowel in het Financieel Jaarverslag Rijk als in deVoorjaarsnota wordt hierop worden teruggekomen.SlotformaliteitenIngevolge de door Uwe Majesteit bij besluit van 6 maart 1992,nummer 92.002038 verleende machtiging zal ondergetekende debegrotingsstukken voor het dienstjaar 2025 op dinsdag 17 september 2024aanbieden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 35

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 83cd5f9f95f95865

14 okt 2026 · f1e5bb512c3d085d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.