KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief natuur

29 aug 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b9b7660814294a5a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 576NatuurbeleidNr. 389 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 augustus 2024De opgaves voor natuur, landbouw en visserij kunnen niet los van elkaarworden gezien en zijn van elkaar afhankelijk. We werken aan een vitaalplatteland waar het fijn wonen, werken en recreëren is, met aandacht voorde bestaande (inter)nationale wet- en regelgeving over natuur enbiodiversiteit, klimaat en water- en luchtkwaliteit. Natuur en landschap zijnvan grote waarde voor ons land en onze identiteit. Voor het behouden enversterken van de natuur wordt gekeken naar het vormen van robuustenatuurgebieden waarin de daadwerkelijke staat van de natuur leidend is.Om economisch perspectief te kunnen bieden, is het noodzakelijk omverslechtering van de natuur te voorkomen en in te zetten op natuur-herstel met aandacht voor nationale problemen. Voorafgaand aan hetregeerprogramma en het Commissiedebat Stikstof, NPLG en Natuurinformeer ik de Tweede Kamer graag over een aantal onderwerpen in mijnportefeuilles natuur en grote wateren, waaronder de stand van zaken vandoor uw Kamer aangenomen moties en aan de Tweede Kamer gedanetoezeggingen.De volgende onderwerpen komen in deze brief aan bod:•Soortenbeleid: de wolf, invasieve uitheemse soorten en de NationaleBijenstrategie;•Europees en Internationaal biodiversiteitsbeleid: Uitvoering GBF Target18 en natuurherstelverordening;•Natuur- en bosbeheer: heidebeheer, bescherming bronlocaties vanautochtone bomen, evaluatie houtopstanden, uitgaven natuurorgani-saties en groenblauwe dooradering; en•Overige onderwerpen: natuur verweven met onze samenleving, reactieop het rapport van Unesco – State of Conservation Wadden envoortgang Verbeterprogramma VHR Monitoring. kst-33576-389ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3891 SoortenbeleidWolfIncidenten LeusdenIn juli jl. zijn er op Landgoed Den Treek in Leusden twee incidentengeweest waar een wolf bij betrokken was. Het gaat om een incident meteen kind en een incident waarbij een hond is meegenomen. Ik bengeschrokken door deze incidenten en leef mee met het kind en deeigenaar van de hond in kwestie. Wolvendeskundigen weten inmiddelsdat in dit gebied een wolvenpaar met welpen zit en dat de betrokken wolfwaarschijnlijk de welpen heeft willen beschermen. Met DNA-onderzoek isniet vast te stellen om welke van de twee wolven het bij deze incidentengaat. Om verdere incidenten te voorkomen hebben provincie engemeente geadviseerd om het gebied te mijden. Omdat dit adviesonvoldoende werd nageleefd, heeft de gemeente Leusden per noodbeveleen deel van het landgoed afgesloten voor het publiek tot en met1 september. Het afgesloten gebied is aangewezen op advies vanwolvenexperts die zijn ingeschakeld door de provincie.In juli en augustus hebben er ook incidenten plaatsgevonden in degemeente Zeist. Hier heeft een confrontatie plaatsgevonden tussen eenwolf en een hond en was er eveneens sprake van een incident met eenjong kind. Ook met hen die bij deze incidenten waren betrokken leef ikmee. De Provincie Utrecht heeft hierop een dringende waarschuwinguitgebracht richting bezoekers van de Utrechtse Heuvelrug. Hierin wordeninwoners en bezoekers opgeroepen om zeer voorzichtig te zijn in hetbosgebied van de Utrechtse Heuvelrug met het dringende advies omhonden aan de lijn te houden en niet met kleine kinderen de bossen tebezoeken. DNA-onderzoek heeft aangetoond dat het in beide gevallen omdezelfde solitaire wolf gaat die in het verleden ook al richting hondenactief is geweest. De Provincie Utrecht heeft besloten om vergunningver-lening voor het zenderen en negatief conditioneren (bang maken van dewolf voor mensen) van de betrokken wolven in gang te zetten. Op dezemanier kan gemonitord worden waar de wolven zich bevinden, hoe zezich gedragen en welke wolf probleemgedrag vertoont. Wanneernoodzakelijk kan vervolgens – conform wet- en regelgeving – wordeningegrepen. Daarnaast bereidt de Provincie Utrecht ook een afschotver-gunningsaanvraag voor, in geval die noodzaak zich aandient. De regelsvoor het afgeven van een dergelijke vergunning zijn zeer strikt envastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Het onderbouwen van devergunning met behulp van deskundigen dient zorgvuldig te gebeuren envergt veel inzet van de provincie. Desalniettemin ondersteun ik deprovincie in de zoektocht naar een juridisch houdbare vorm van vergun-ningverlening voor het geval dat dit noodzakelijk is voor het waarborgenvan de veiligheid voor mensen en huisdieren.Ik maak me ernstige zorgen over deze incidenten met probleemwolven.Naar aanleiding van deze incidenten heb ik intensief contact gehad met degedeputeerde van de Provincie Utrecht en de burgemeester van Leusdenen hen de hulp van het Ministerie van LVVN aangeboden in de aanpak vandeze incidenten. Daarnaast heb ik de cijfers gezien die door BIJ12openbaar zijn gemaakt over wolvenaanvallen. In juli meldde BIJ12 dat inde eerste drie maanden van 2024 drie keer zoveel wolvenaanvallenhebben plaatsgevonden als in diezelfde periode in 2023. Deze cijfers zijnzorgwekkend en vragen om actie van het openbaar bestuur.Ik wil daarom samen met de provincies in versneld tempo werken aanbeleidsmaatregelen. Onder meer om incidenten als die in Utrecht zoveelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3892 mogelijk te voorkomen en om wolvenaanvallen op vee terug te dringen,maar ook om daadkrachtig te kunnen optreden als er, ondanks depreventieve maatregelen, toch een incident plaats vindt. Ik wil daar regieop nemen. Ik ga daarom uitzoeken hoe we sneller en daadkrachtigerkunnen handelen wanneer er sprake is van aanvallen en welke mogelijk-heden er zijn om in geval van een probleemwolf snel op te treden. Bijacuut gevaar kan een burgemeester en ook een politieambtenaarnoodbevoegdheden toepassen en optreden. Wanneer dat acuut gevaar isgeweken, houdt ook die noodbevoegdheid op. Dan is op dit moment hetenig beschikbare instrument de Omgevingswetvergunning van deprovincie en er gaat dan vaak teveel tijd overheen voordat die kan wordentoegepast. Er is behoefte bij de provincies aan een sneller instrument omop te treden tegen probleemwolven. Ik ga met urgentie aan de slag meteen definitie van een probleemwolf en ik wil laten onderzoeken welkemogelijkheden voor versnelling er zijn of kunnen worden gecreëerd, naastde noodbevoegdheden, voor gevallen dat een heel snel ingrijpennoodzakelijk is.Met een aantal andere acties ga ik ook nu direct aan de slag. Als eerste wilik een landelijk «wolf fencing team» gaan opzetten. Dat team helpt deveehouder bij het plaatsen van hekken die wolven tegen houden en helptook met het papierwerk van subsidieaanvragen voor deze hekken. In onzebuurlanden zijn dergelijke teams actief en heel succesvol in het vermin-deren van het aantal aanvallen op vee. In Nederland zijn er al regionalefencing initiatieven, die wil ik graag betrekken. Ten tweede zet ik mij invoor een landelijk informatiepunt wolf, waar duidelijke informatie tekrijgen is over de wolf en ook kennis en expertise beschikbaar is. Het gaatdan om informatie over waar we weten dat wolven zitten en over watmensen kunnen doen als ze een wolf tegen komen. Maar ook om hetkunnen melden van de aanwezigheid van wolven.Deze acties maken deel uit van een gezamenlijke aanpak. Ik zal uw Kamerhierover binnenkort nader informeren.Beschermde status wolfNaast de voorgaande urgente acties, die betrekking hebben op hetaanpakken van probleemwolven, ga ik ook snel aan de slag met dewolvenpopulatie als geheel, nationaal, regionaal of Europees. In deKamerbrief over samenleven met de wolf1 heeft mijn voorgangeraangegeven voornemens te zijn het voorstel van de Europese Commissieom de beschermde status van de wolf onder het Verdrag van Bern teverlagen van «strikt beschermd» naar «beschermd» te steunen. Ook ik zalnamens Nederland steun geven aan het voorstel, mede gelet opvoornoemde incidenten en de zoektocht naar juridische mogelijkhedenom in te grijpen als de veiligheid dit vergt. Ik beschouw hiermee demoties Vestering c.s. (Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 69) en Van der Plas(Kamerstuk 33 576, nr. 338) over de inzet ten aanzien van de beschermingvan de wolf als afgedaan. Door het Hongaars voorzitterschap is nog geendatum voor stemming vastgesteld. Het voorstel zal pas voor stemmingworden geagendeerd wanneer er voldoende steun is. Ik zal me actiefinzetten om die steun te realiseren. Wanneer er een datum bekend is, zalik uw Kamer hierover informeren.1Kamerstuk 33 576, nr. 376Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3893 Invasieve uitheemse soortenIn 2022 is een systeemevaluatie uitgevoerd naar de implementatie van deExotenverordening in Nederland. In de Kamerbrief van maart 20242 is uwKamer geïnformeerd over deze evaluatie. Mijn voorganger heeft op basisvan deze evaluatie geconcludeerd dat we in Nederland goede stappenhebben gezet om alle verplichtingen uit de Exotenverordening op dejuiste manier te beleggen bij de verantwoordelijke overheden (LVVN,provincies en waterschappen). Tegelijk valt er nog veel te verbeteren alswe op termijn de doelen van de Exotenverordening op voldoende enadequate wijze willen bereiken. Ik neem alle aanbevelingen uit deevaluatie ter harte en neem deze mee in de uitwerking van het landelijkeAanvalsplan dat ik de Tweede Kamer zal toesturen in het eerste kwartaalvan 2025.3 Omdat ik veel waarde hecht aan een goede afstemming met deprovincies en andere overheden en stakeholders, zal het Aanvalsplanenkele maanden later dan aanvankelijk voorzien, met uw Kamer wordengedeeld. Provincies stellen een provinciaal Ambitiedocument op dat huninzet op invasieve exoten beschrijft. Naar verwachting wordt hetAmbitiedocument in het derde kwartaal van 2024 door de provinciesvastgesteld. Dit document zal ook in het Landelijk Aanvalsplan wordenbetrokken en de gewijzigde planning van het Aanvalsplan is ook daaropafgestemd. Daarnaast zijn ook andere overheden en stakeholders in hetproces betrokken via een vijftal themabijeenkomsten die de afgelopenperiode zijn georganiseerd Het Aanvalsplan wordt opgesteld binnen debeschikbare budgettaire middelen op de LVVN-begroting, en zal tevens inbeeld brengen welke extra maatregelen kunnen worden getroffen.Evaluatie Nationale Bijenstrategie en monitoring bestuiverspopu-latiesDe Nationale Bijenstrategie (hierna: NBS) is in 2018 op initiatief van hetMinisterie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur vastge-steld, in antwoord op de geconstateerde achteruitgang van bestuiverspo-pulaties in Nederland en de wereld. De NBS is een netwerkorganisatie vaninmiddels meer dan honderd partners die zich ten doel hebben gesteldbestuivers in Nederland duurzaam te bevorderen en te behouden. Hierbijstuur ik de tussentijdse evaluatie van de NBS (bijlage 1) en de bijbeho-rende aanbevelingen van de partners van de NBS om de gestelde doelenin 2030 te kunnen halen (bijlage 2) naar uw Kamer.De achteruitgang van populaties van bijen, vlinders en zweefvliegen inons land en de wereld baart mij zorgen, want biodiversiteitsbehoud isbelangrijk voor voedselzekerheid, de economie en de natuur. De productievan veel fruit- en groentegewassen is bijvoorbeeld afhankelijk vanbestuiving. Het verheugt mij daarom dat diverse maatschappelijkepartijen zich met veel enthousiasme, doorzettingsvermogen en creativiteitinzetten voor het voortbestaan van bijen, hommels, vlinders en zweef-vliegen in Nederland. Ik zie de Nationale Bijenstrategie als een belangrijkinstrument om maatschappelijke initiatieven voor bestuivers te creëren ente ondersteunen, alsmede kennis te ontwikkelen en te verspreiden. Dehoofdconclusie van de evaluatie van de NBS is dat er in de afgelopenjaren veel lokale en regionale succesvolle initiatieven zijn ontplooid, maardat er meer nodig is om de negatieve trend te keren. De partners van deNBS hebben naar aanleiding van die conclusie gezamenlijke aanbeve-lingen opgesteld. Deze aanbevelingen kunnen dienen als inspiratiebronvoor acties en beleidsontwikkeling die voortvloeien uit de Natuurherstel-verordening (hierna: NHV) om de achteruitgang van de bestuiverspopu-2Kamerstuk 26 407, nr. 1513Motie 36 410-XIV nr. 11 en nr. 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3894 laties te stoppen en die worden uitgewerkt via het op te stellen nationaalnatuurherstelplan. Ook de uitwerking van basiskwaliteit natuur, gericht ophet scheppen van condities voor algemene soorten, zal aanknopings-punten bieden om de leefcondities van bestuivers te verbeteren.Een andere verplichting van de natuurherstelverordening is het monitorenvan bestuiverspopulaties. Ook de aangenomen motie van lid Vestering4roept daartoe op. Wageningen Environmental Research en EIS Kennis-centrum Insecten hebben in de afgelopen maanden, naar aanleiding vande motie, «voorstellen tot verbetering van de monitoring van bestuivers inNederland» opgesteld. Op mijn verzoek werken zij de voorstellen uit toteen uitvoeringsplan. Daarbij houden zij rekening met opname in het albestaande Netwerk Ecologische Monitoring en de monitoringssystematiekdie nu op EU-niveau ontwikkeld wordt in het kader van de NHV. Op basisvan dit uitvoeringsplan zal ik bepalen hoe de monitoring concreet wordtvormgegeven en daarmee invulling geven aan de motie-Vestering.Europees en internationaal biodiversiteitsbeleidStand van zaken NatuurherstelverordeningNa het onverwachts aannemen van de NHV op 17 juni jl. is deze op18 augustus jl. in werking getreden. Een Europese verordening heeftdirecte werking. Nederland heeft nu twee jaar (uiterlijk 1 september 2026)om een eerste versie van het nationaal natuurherstelplan in te dienen bijde Europese Commissie. Er wordt binnenkort gestart met het opstellenvan een nationaal natuurherstelplan, zonder zogenoemde nationalekoppen. In het regeerprogramma zal de inzet op landbouw, visserij,voedselzekerheid en natuur uiteengezet worden. Veel aspecten van dieinzet raken aan de NHV. Ik zal de Tweede Kamer op een later momentnader informeren over de invulling van een nationaal natuurherstelplanen welk proces ik daarbij voor me zie.Uitvoering Target 18 Global Biodiversity Framework (GBF)In Target 18 van het Global Biodiversity Framework (hierna: GBF) van hetVN-Biodiversiteitsverdrag en het achtste Milieu Actieprogramma van deEuropese Commissie is afgesproken om in 2025 de voor biodiversiteitschadelijke subsidies te identificeren en deze tegen 2030 te hebbenhervormd. In vervolg op de toezegging in de Kamerbrief van 29 augustus2023 om de resultaten van de uitgevoerde quickscan te delen en ookandere departementen op te roepen eenzelfde onderzoek te starten5 heeftmijn ministerie samen met andere departementen (I&W, BZ, FIN, BZK, EZen KGG) een aantal kennisinstellingen een methode laten ontwikkelen ompublieke financiële prikkels te kunnen beoordelen op hun biodiversiteit-simpact, zowel positief als negatief. Deze methode is internationaalgetoetst in een workshop met de Organisatie voor Economische Samen-werking en Ontwikkeling (hierna: OESO), de Europese Commissie,Duitsland, Frankrijk, Italië en Australië. De methode sluit aan bij derichtlijnen van de OESO6 en de rapportage eisen van de EuropeseCommissie voor «Environmentally Harmful Subsidies».7 Het gezamenlijkonderzoek gaat dit jaar van start en is naar verwachting medio 2025gereed. Het proces omvat twee stappen. Eerst wordt de biodiversiteit-simpact van publieke financiële stromen geanalyseerd. Daarna worden4Kamerstuk 21501-32, nr. 15245Kamerstuk 26 407, nr. 1486Identifying and assessing subsidies and other incentives harmful to biodiversity | OECD7https://ec.europa.eu/transparency/expert-groups-register/screen/meetings/consult?lang=en&meetingId=50127&fromExpertGroups=103352Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3895 mogelijke verbeteringen onderzocht om financiële stromen met eennegatieve impact om te buigen.Natuur- en bosbeheerSubsidie heidebeheer Toezegging 202303017Aan het lid Van der Plas (BBB) heeft mijn voorganger toegezegd een briefte zullen sturen met daarin een terugkoppeling van een gesprek met deprovincie Gelderland over de manier waarop de provincie subsidieverstrekt, voor welk heidegebied en welke werkzaamheden Staatsbos-beheer uitvoert in de betrokken heidegebieden.Het gesprek, dat aanvankelijk in september 2023 zou plaatsvinden, isuitgesteld vanwege de verkiezingen en heeft daarom eind februari 2024en op ambtelijk niveau plaatsgevonden.De provincie Gelderland verstrekt SNL-subsidie aan SNL-gecertificeerdeorganisaties, zoals Staatsbosbeheer, voor het in stand houden van drogeheide. Het beheer laat Gelderland zoveel mogelijk aan de beheerders over.Directe controle op beheer gebeurt niet door Gelderland, maar via decertificering. Gelderland vertrouwt op de SNL-certificering, dievoorwaarden stelt aan de organisatie van het beheer om in aanmerking tekomen voor het certificaat. Voor een SNL-subsidie komt men alleen inaanmerking als men gecertificeerd is. Wat betreft de Stroese Heide en deHoog Buurlose Heide, waar het lid Van der Plas naar verwijst, is weldegelijk sprake van begrazing met een gescheperde schaapskudde.Hoeveel en hoe vaak een kudde wordt ingezet, is geen onderdeel van desubsidievoorwaarden en is aan de beheerder in overleg met de herder.Gelderland volgt de SNL systematiek zoals landelijk afgesproken. Detarieven voor het reguliere natuurbeheer zijn gebaseerd op standaardkost-prijzen die zijn gebaseerd op kosten en (eventuele) opbrengsten van hetnatuurbeheer voor het betreffende natuurbeheertype, daarvan wordt 84%vergoed. Gelderland verstrekt ook een aanvullende toeslag voorbegrazing met gescheperde kuddes en hanteert daarbij een eigen tarief.De beheervergoeding wordt verleend op basis van een meerjarigesubsidieovereenkomst, de huidige loopt van 2019 t/m 2025. In debeheervergoeding zijn geen kosten opgenomen voor eventueleherstelmaatregelen.In het kader van het beheerplan heidebeheer voor zowel de Veluwe Noorden Veluwe Zuid voert SBB gericht en effectief heidebeheer uit. Dit voertSBB uit volgens een meerjarig plan. Wanneer een heidegebied groot is,zoals de Hoogbuurlose heide (360 ha) en de Stroesche heide (308 ha), danwordt zo’n gebied opgedeeld in beheerblokken. Dit betekent dat deprioritering en uitvoering van het beheer plaatsvindt op het niveau vanbeheerblokken, zodat het beheer gespreid kan plaatsvinden in ruimte entijd. Op de Hoogbuurlose en Stroesche heide voert SBB beheerwerkzaam-heden uit als het verwijderen van bosopslag (dennetjes, prunus, berkjes),begrazen met schapen (drukbegrazing en gescheperde begrazing),choppermaaien en soms heidebranden op kleine schaal (geldt alleen voorde Hoogbuurlose heide, omdat SBB daar een vergunning voor heeft vande gemeente Apeldoorn). Naast het reguliere beheerwerk (SNL) voert SBBprojectmatig werk uit vanuit de Specifieke Uitkering (SPUK) ProgrammaNatuur. Dit gaat om grotere oppervlakten, hier voert SBB herstelwerk-zaamheden uit, zoals bovengenoemd, die het reguliere beheer overstijgenen gericht en projectmatig worden ingezet. SBB volgt het heidebe-heerplan, omdat SBB de werkzaamheden ecologisch verantwoord dientuit te voeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3896 Momenteel zijn een aantal grote heidebeheerprojecten uitgevoerd en doetSBB de jaarlijkse inhaalslag. Dat wil zeggen dat SBB over grote opper-vlakten de opslag onder kniehoogte verwijdert uit de heide. In het gesprektussen LVVN, SBB en Gelderland is naar voren gekomen dat Kamerledenvan harte uitgenodigd zijn om op werkbezoek te komen bij SBB op deVeluwe wanneer zij interesse hebben om te zien wat SBB doet op deVeluwse heide en hoe de beheermaatregelen worden uitgevoerd.Bescherming bronlocaties van autochtone bomen en struiken enlangetermijnplanning bosaanplantOp 9 juni 2020 is de motie De Groot met betrekking tot de beschermings-status van bronlocaties en beschikbaarheid van autochtoon plantmateriaalnu en in de toekomst, aangenomen8. Autochtoon plantmateriaal betreftsoorten die zich na de laatste ijstijd spontaan hebben gevestigd in ons(klimaat)gebied. Ik informeer u over de voortgang van de uitvoering vandeze motie.Autochtone bomen en struiken zijn van groot belang voor het behoud vanonze biodiversiteit en cultuurhistorie. Bovendien vormen ze een belang-rijke bron voor nieuw plantmateriaal, omdat ze zich hebben aangepastaan de (klimatologische) omstandigheden en het plantmateriaal daardoorminder vatbaar is voor ziekten en plagen. Het is dan ook belangrijk datbedoelde bronlocaties goed worden beschermd. Gemeentes kunnenhierover reeds regels opstellen in het omgevingsplan. De mogelijkheidvan een specifieke landelijke bescherming van bedoelde bronlocatieswordt meegenomen in het vervolgtraject van de evaluatie van deregelgeving over bos en houtopstanden (zie hierna en bijgevoegd overdeze evaluatie en het vervolgtraject).Hoewel wettelijke bescherming belangrijk kan zijn, is het behoud vanautochtone bomen en struiken vooral gebaat bij goed bosbeheer, enbelangrijk hiervoor is kennis over de aanwezigheid van bronlocaties. Dezelocaties zijn, voor zover bekend, vastgelegd in de Atlas landschappelijkerfgoed. Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) werktaan het verbeteren van het beheer van de gegevens en het in kaartbrengen van de gebieden waar nog inventarisaties naar autochtonebronnen moeten plaatsvinden.Onderdeel van de Landelijke bossenstrategie is de inzet om voldoendegeschikt plantmateriaal beschikbaar te krijgen.9 Staatsbosbeheer werktsamen met de Bosgroepen aan een prognose van de toekomstige vraagnaar plantmateriaal. De prognose zal periodiek zal worden bijgesteld.Deze prognose is van belang voor de benodigde zaadoogst uit bronlo-caties en de Genenbank van Staatsbosbeheer. Tevens helpt het kwekersom een inschatting te maken hoeveel plantmateriaal er jaarlijks dient teworden opgekweekt. Om de samenwerking tussen SBB en de boomkwe-kerijsector te formaliseren is in mei 2024 een samenwerkingsovereen-komst10 afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het delen vaninformatie en de beschikbaarheid van zaden en stekken. In het rapportPlanten voor de Toekomst11 zijn aanbevelingen gedaan over hoekwaliteitsgaranties in de keten verder verbeterd kunnen worden. Deaanbevelingen vragen nog een nadere beschouwing, waarna de TweedeKamer indien nodig geïnformeerd zal worden.8Kamerstuk 35 309, nr. 149Kamerstuk 33 576, nr. 20210https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/05/23/ondertekening-samenwerkingsovereenkomst-gebruik-hoogwaardig-bosplantsoen11DOMUS-21243108_Eindrapport_Werkgroep-genenbronnen-en-plantmateriaal_Planten-voor-de-toekomst (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3897 Met deze inzet beschouw ik de motie De Groot als afgedaan.Evaluatie regelgeving over bos en houtopstandenIn 2021 heeft de toenmalige Minister van LNV, Carola Schouten,toegezegd om de regels over houtopstanden opnieuw te bekijken en teonderzoeken of deze aanpassing behoeven.12 De aanleiding hiervoor wasdrieledig: 1) de bevoegdheidsverdeling tussen provincies en gemeenten13,2) nieuw bosbeleid onder de Bossenstrategie en 3) het feit dat de regelsover houtopstanden in verschillende wetten al 60 jaar vrijwel ongewijzigdzijn. Bij deze brief bied ik de Tweede Kamer het evaluatierapport aan naarde wetgeving voor bos en houtopstanden onder de Omgevingswet(bijlage 3).Het rapport bevat allereerst een historische beschrijving van de ontwik-keling van de bos en houtopstanden-regelgeving en een beleidsanalyse.Hiervoor is gekeken naar landelijk en provinciaal beleid. Ook is eeninternationale vergelijking gemaakt met vergelijkbare regelgeving inomliggende landen. Interviews zijn gehouden met experts en relevantestakeholders uit de sector. De volgende specifieke thema’s zijn geëva-lueerd: oogmerken, meldplicht, herplantplicht, compensatie, landschaps-elementen, autochtone houtopstanden, agroforestry, vergunningver-lening, toezicht en handhaving en de bevoegdheidsverdeling tussenprovincie en gemeente. Per thema schetst het rapport de opties vooraanpassing of instandhouding van de wetgeving en de bijbehorende voor-en nadelen. Het rapport concludeert dat er behoefte is aan simpele,heldere en duidelijke regelgeving met een lage regeldruk.In het rapport worden geen concrete wijzigingen van regelgevingvoorgesteld en veel aanbevelingen vergen nog nadere uitwerking, inafstemming met de betrokken stakeholders. Maar voor een aantal thema’stoont de evaluatie dat er «no-regret aanpassingen» zijn die volgens alle bijde evaluatie betrokken partijen ten goede komen aan de werkbaarheid enverduidelijking van de bestaande regelgeving. Ik ben dan ook voornemensdeze «no-regret aanpassingen» toe te voegen aan het al lopende trajectvan de wetswijziging voor het laten vervallen van de uitzondering van deherplantplicht in het kader van Natura 2000.14 Deze wijziging zal komendnajaar ter publieksconsultatie worden voorgelegd. De overige aanbeve-lingen uit het evaluatierapport zullen eerst nader bestudeerd wordenvoordat tot een eventuele wijziging van regelgeving wordt overgegaan.Over dit vervolgtraject zal ik de Tweede Kamer in het voorjaar van 2025informeren.Uitgaven natuurorganisatiesIn het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Rutte IV op19 januari 2022 heeft uw Kamer gevraagd om meer inzicht te bieden in deuitgaven van natuurorganisaties. Mijn ministerie geeft geen structurelefinanciële bijdrage aan natuurorganisaties. Uitzondering hierop isStaatsbosbeheer. Ten aanzien van Staatsbosbeheer ontvangen de Eersteen Tweede Kamer jaarlijks de Jaarstukken van Staatsbosbeheer, met eeninhoudelijke en financiële verantwoording.12Kamerstuk 34 985, N13Kamerstuk 34 985, M14Op het moment geldt een uitzondering op de meld- en herplantplicht bij kap van bos voorNatura2000-doelen. In de bossenstrategie is afgesproken om deze uitzondering te latenvervallen en reeds gekapte hectares te compenseren. Dit is in lijn met afspraken in debossenstrategie en het klimaatakkoord om het bosareaal te doen toenemen en ontbossing tevoorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3898 In zijn algemeenheid geldt dat natuurorganisaties openbare jaarverslagenpubliceren waarin zij hun uitgaven verantwoorden. Daarnaast geldt dataan subsidies die natuurorganisaties van provincies kunnen krijgen voorhet beheer van natuurgebieden (via het Subsidiestelsel Natuur enLandschap van de provincies, SNL), verplichtingen verbonden zijn tenaanzien van monitoring en verantwoording.15Onderzoeks- en actieprogramma groenblauwe dooraderingMet deze brief stuur ik de kennisagenda groenblauwe dooradering(bijlage 4) met daarin aanbevelingen om te komen tot een onderzoeks- enactieprogramma voor de realisatie van groenblauwe dooradering in hetlandelijk gebied. Deze agenda is op 13 juni jl. aangeboden aan mijnvoorganger.De agenda is opgesteld door Wageningen Environmental Research en deRijksuniversiteit Groningen in opdracht van het Ministerie van LVVN. Voorde kennisagenda is een literatuurstudie naar bestaande kennis uitgevoerden zijn er 38 experts vanuit verschillende partijen waaronder terreinbe-heerders, beleidsmakers en agrarische vertegenwoordigers geïnterviewd.Onderwerpen waarvoor de agenda aandacht vraagt zijn onder andere hetwegnemen van belemmerende regelgeving, het monitoren vanlandschapselementen, duidelijkheid bieden over (langjarige) financieringen de versterking van het Nederlands cultuurhistorisch landschap.Deze aanbevelingen neem ik mee in de uitwerking van het agrarischnatuurbeheer.Overige onderwerpenNatuur verweven met onze samenlevingIn het natuurbeleid willen we, naast het beschermen van kwetsbarenatuurgebieden en soorten, ook werken aan het versterken van natuur ende streekeigenheid, door omgevingscondities te verbeteren: basiskwaliteitnatuur. Het gaat dan om aandacht voor algemene soorten die in eenbepaald landschap voorkomen, zoals bijvoorbeeld de merel of egel. Wedoen dit in het stedelijk en landelijk gebied, juist buiten beschermdenatuurgebieden. Verbetering van de omgevingscondities maakt dat hethele systeem veerkrachtiger wordt, waardoor dit op een indirecte manierook weer bijdraagt aan de kwaliteit van beschermde natuur. Daarbij wordtook gekeken naar de samenhang met andere maatschappelijke opgaves,zoals klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving.De motie Kostic roept op om in het Besluit bouwwerken leefomgeving(hierna: Bbl) vast te leggen dat natuurinclusief inrichten, bouwen enrenoveren moet bijdragen aan de minimumvereisten voor de gebiedsspe-cifieke basiskwaliteit natuur.16 De motie komt mede voort uit eenaanbeveling van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli).17Voor natuurinclusief inrichten op gebouwniveau wordt er gewerkt aanaanpassingen in het Bbl. Deze aanpassingen zijn gericht op verblijfsvoor-zieningen voor gebouwafhankelijke beschermde soorten.1815Zie ook https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/veelgestelde-vragen-subsidiestelsel-natuur-en-landschap/16Kamerstuk 31 209, nr. 25417Advies «Natuurinclusief Nederland» pagina 9 https://www.rli.nl/publicaties/2022/advies/natuurinclusief-nederland?adview=inleiding18Kamerstuk 28 325, nr. 248Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3899 Het kabinet faciliteert daarnaast het (juridisch) borgen van vergroening enbasiskwaliteit natuur bij gemeenten. Recent is het onderzoek in opdrachtvan LVVN gepubliceerd naar de vraag wat gemeenten nodig hebben voorde toepassing van basiskwaliteit natuur.19 Als uitwerking van eenaanbeveling uit dit rapport heeft het Ministerie van LVVN opdrachtgegeven aan Forurbannature, AT Osborne en Nest Natuurinclusief ompraktijkvoorbeelden (bijvoorbeeld onder de Omgevingswet) te verzamelenen deze te delen met gemeenten.Ook het programma Groen in en om de stad (GIOS), draagt bij aanrealisatie van basiskwaliteit natuur. In dit programma werken hetMinisterie van VRO en het Ministerie van LVVN gezamenlijk aan eengroene, gezonde en klimaatadaptieve leefomgeving. Daarbij zijn ook deMinisteries van VWS en IenW betrokken. Over deze aanpak groen in enom de stad is de Kamer bij brief van 31 mei 202420 geïnformeerd doormijn voorganger en de voorganger van de Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties. Ook werken VRO en LVVN aan de uitvoeringvan artikel 8 van de NHV over stedelijke groene ruimte en stedelijkeboomkroonbedekking. Hiermee wordt de motie van het Kamerlid Kosticals afgedaan beschouwd.Unesco State of Conservation WaddenzeeOp 25 juli jl. heeft het Werelderfgoedcomité van Unesco een State ofConservation (hierna: SoC) voor Waddenzee Werelderfgoed vastgesteld21.Unesco spreekt zijn zorgen uit over de bescherming van de Waddenzee enspoort aan om gepaste maatregelen te nemen. Unesco verzoekt om deuitzonderlijke universele waarde van de Waddenzee beter te betrekken inde besluitvorming bij projecten in en rond de Waddenzee en daarspecifiek cumulatie van effecten in mee te nemen.Nederland, Duitsland en Denemarken formuleren samen een reactierichting Unesco en zullen deze reactie op 1 februari 2025 indienen. MetDuitsland en Denemarken werk ik aan een milieueffectrapportage ominzicht te krijgen in cumulatieve effecten van activiteiten in de Waddenzee.Daarnaast wordt gewerkt aan een Beleidskader Natuur Waddenzee metals doel om een goede balans te vinden tussen economie en ecologie,waarbij medegebruik ook in de toekomst mogelijk moet blijven, zoals ookgevraagd in de motie over het opstellen van het beleidskader.22 DeAgenda voor het Waddengebied 2050 is daarbij het uitgangspunt.23Voortgang Verbeterprogramma VHR MonitoringOp 1 februari 2024 is de motie Flach24 aangenomen over de monitoring enbeoordeling van natuur. In de kamerbrief van 4 april 202425 wordttoegelicht hoe uitvoering gegeven zal worden aan de motie. Ik informeeru over de voortgang van de uitvoering van deze motie zoals aange-kondigd in voornoemde brief.Om de daadwerkelijk gemeten staat van de natuur leidend te laten zijn inhet natuurbeleid, is goede natuurmonitoring cruciaal. De laatste jaren isde vraag naar natuurdata toegenomen; vanuit de maatschappij maar ookvanuit nieuwe (internationale) wetgeving, behoefte vanuit vergunningver-19https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/04/22/behoeften-gemeenten-basiskwaliteit-natuur20Kamerstuk 32 813, nr. 139621https://whc.unesco.org/archive/2024/whc24-46com-7B.Add3-en.pdf22Kamerstuk 29 684, nr. 22423Kamerstuk 29 684, nr. 21024Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 7125Kamerstuk 36 410 XIV nr. 95Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 38910 lening, en behoefte aan betere, meer uniforme en gebiedsgerichte data,en meer inzicht in systeemherstel en effectiviteit van maatregelen. In juni2023 is daarom het meerjarige Verbeterprogramma VHR-monitoring(hierna VVM) van start gegaan, waarin LVVN, IenW/Rijkswaterstaat,Defensie, provincies, BIJ12, terreinbeherende organisaties, soortenorgani-saties en BoerenNatuur samenwerken aan een verbeterde, landelijkuniforme, gebiedsgerichte monitoringsystematiek voor de implementatievan de VHR. Het VVM heeft de fase van «Verkenning» doorlopen enbevindt zich nu in de fase van «Ontwikkelen en Testen».De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 38911

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c0d3effc43f01f0b

14 okt 2026 · f5f17e750909e227

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.