Verslag van een schriftelijk overleg over de KNMG-gedragscode en de vrijheid van artsen om deel te kunnen nemen aan het publieke en wetenschappelijke debat
Brontekst
Versie 07acf565272a681d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 012Governance in de zorgsector31 765Kwaliteit van zorgNr. 65 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 4 juli 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de KNMG-gedragscode en de vrijheid vanartsen om deel te kunnen nemen aan het publieke en wetenschappelijkedebat.De vragen en opmerkingen zijn op 5 juni 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 4 juli 2025 zijnde vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-32012-65ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 651 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie3II.Reactie van de Minister6 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie delen de zorgen die het Kamerlid VanHouwelingen (FVD) eerder heeft geuit omtrent de KNMG-gedragscode ende vrijheid van artsen om deel te kunnen nemen aan het publieke enwetenschappelijke debat en hebben hierover nog enkele vragen enopmerkingen. Allereerst hoe denkt de Minister hierover? Deelt u dezorgen zoals deze gesteld zijn? Indien nee, waarom niet?Kan de Minister met volle overtuiging stellen dat artsen in vrijheid hunmening kunnen uiten en dusdanig in vrijheid kunnen deelnemen aan hetpublieke en wetenschappelijke debat?Is de Minister het met genoemde leden eens, dat wanneer dit niet hetgeval is, dat de Kamer nooit een reëel dan wel objectief beeld heeft van dedaadwerkelijke actuele situaties op de werkvloer?Genoemde leden hopen in de reactie van de Minister gerustgesteld teworden over de vrijheid van spreken van artsen. Indien dit niet volmondiggedaan kan worden, waarom niet? En wat is er dan nodig zodat dit wel denorm wordt?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie zien de KNMG-gedragscode voor artsen alseen waardevol, door de beroepsgroep zelf bepaald kader dat bijdraagt aande hoge kwaliteit van medische zorg. Daarnaast draagt deze gedragscodebij aan de veiligheid in de zorg en de verantwoordelijkheid om niet slordigom te gaan met de beroepseed. Genoemde leden hebben nog enkelevragen.Eén van de kernregels is dat artsen de gezondheid en welzijn van depatiënt voorop moeten zetten en de patiënt geen onnodige schadetoebrengen. De leden van de VVD-fractie hebben veelvuldig aandachtgevraagd voor het aanpakken van kwakzalvers en andere charlatans in dezorg. Op welke wijze draagt de gedragscode bij aan het tegengaan vankwakzalverij? Welke maatregelen worden er genomen tegen artsen die, alis het buiten hun reguliere werk om, behandelingen aanbieden diewetenschappelijk niet-bewezen zijn? Tevens vragen deze leden of deMinister bekend is met artsen die ervaring hebben met hettoepassen van de gedragscode in situaties waarin patiënten vasthoudenaan kwakzalverij of het extreem experimenteel voorschrijven vangeneesmiddelen. Welke knelpunten ervaren artsen daarbij?Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie naar de twaalfde kernregel diegaat over het voorkomen van belangenverstrengeling en het transparantzijn over belangen. Ondanks bestaande regels, het TransparantieregisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 652 en de KNMG-gedragscode komt belangenverstrengeling tussen artsen enmedisch specialistische bedrijven nog steeds voor. Wat is daarvan deoorzaak? In hoeverre is de KNMG-gedragscode en de handhaving ervan,effectief in het voorkomen van ongewenste beïnvloeding?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie spreken hun steun uit voor de artsenfederatieKNMG en haar leden, die zich iedere dag inzetten voor goede enverantwoorde zorg. Deze leden zien op dit moment geen aanleiding vooreen nadere inhoudelijke reactie.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van deKNMG-gedragscode en de vrijheid van artsen om deel te kunnen nemenaan het publieke en wetenschappelijke debat. Genoemde leden hebbenverder geen vragen aan de Minister.Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractieDe leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van deKNMG-gedragscode in het algemeen en hoofdstuk veertien van dezegedragscode in het bijzonder. Ook hebben deze leden kennis genomenvan de uitspraak van de Minister dat artsen die zich niet houden aan dezegedragscode vervolgd kunnen worden door de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) en dat de Minister zich hier verder niet in wenst temengen, ook als de inspectie artsen vervolgt voor uitlatingen die ze doenin het kader van het publieke debat en die in strijd zijn met degedragscode van de artsenfederatie KNMG (hierna: KNMG).Ziet de Minister een (principieel) verschil tussen medische handelingen(bijvoorbeeld het behandelen van een botbreuk waar de Minister in hetdebat hierover naar verwees) die in strijd zijn met de gedragscode (enpatiënten wellicht zouden kunnen schaden) en uitingen (waarbij er geenenkele sprake is van een medische handeling, patiënt of behandelrelatie)die in strijd zijn met de gedragscode?Kan de Minister uitleggen hoe artsen, die kritiek hebben op deKNMG-gedragscode, en met deze kritiek binnen de KNMG (een belang-hebbende) geen gehoor vinden, deze kritiek toch kenbaar kunnen makenzonder het risico te lopen door de inspectie vervolgd te worden? Hoekunnen we ervan uitgaan dat de KNMG-gedragscode de stand van dewetenschap vertegenwoordigt als artsen, als experts, niet vrij zijn er, inhet publiek, kritiek op te leveren zonder het risico te lopen berispt, beboetof zelfs een beroepsverbod opgelegd te krijgen door de inspectie? Ziet deMinister in hoe ongelooflijk problematisch het is, voor de waarheids-vinding, voor de wetenschap en daarmee uiteindelijk ook voor devolksgezondheid nota bene, als artsen die de KNMG-gedragscodeonderschrijven vrij kunnen deelnemen aan het publieke debat terwijlartsen die kritiek hebben op deze gedragscode in het openbaar hetzwijgen ertoe moeten doen, willen ze niet het risico lopen door deinspectie vervolgd te worden?In hoofdstuk 14 van de KNMG-gedragscode wordt een rechtstreeksverband gelegd tussen klimaatverandering en «gezondheidsproblemen».Zo staat er bijvoorbeeld: «Klimaatverandering en milieuvervuiling leverengezondheidsproblemen op, zowel nu als in de toekomst» en «Dit is nietalleen een acuut probleem, maar is ook een bedreiging voor degezondheid en het welzijn van toekomstige generaties» en «Zo kun je deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 653 urgentie van de aanpak van klimaatverandering laten zien». Is de Ministerzich ervan bewust dat dit stuk voor stuk (zeer) omstreden uitspraken zijn?Is de Minister bijvoorbeeld bekend met de «World Climate Declaration»van Clintel1, ondertekend door tweeduizend wetenschappers (waaronderwinnaars van de Nobelprijs) die hiermee allemaal onderschrijven dat ergeen, geen, «klimaatcrisis» is? Is de Minister ermee bekend dat hetwetenschappelijk onomstreden is dat er veel meer mensen (ongeveer tienkeer zoveel) jaarlijks sterven door kou dan door hitte?2 Met anderewoorden, dat een geleidelijk warmer klimaat (klimaatverandering dus) zoukunnen leiden tot per saldo minder (minder) sterfgevallen, een langerelevensverwachting en daarmee dus een verbeterde volksgezondheid?Blijkbaar is de KNMG zich van dit alles niet bewust? Hoe kan dit? En hoekan het zo zijn, dit is natuurlijk de hoofdvraag, dat de KNMG dezedubieuze ideologische stellingnames niet alleen kan opleggen aan artsen,maar artsen die hier kritiek op leveren zelfs via de IGJ (en in naam van deMinister) kan vervolgen? Dit is toch volstrekt, maar dan ook volstrektonacceptabel? Waarom grijpt de Minister niet in en blijft ze zichverschuilen achter de (zogenaamd) wetenschappelijke (maar in werke-lijkheid ideologische) KNMG-gedragscode en onafhankelijke inspectie?Zodra instituten, zoals de inspectie, overduidelijk niet langer onafhankelijken objectief maar ideologisch en politiek en daarmee in strijd met hunmandaat opereren dan moet de Minister toch ingrijpen? Kan de Ministertrouwens, juridisch gezien, ingrijpen en de inspectie bijvoorbeeld perdecreet verbieden nog langer artsen te vervolgen omdat ze de euvelemoed hebben de KNMG te bekritiseren? Of kan de inspectie helemaal vrij,onafhankelijk en naar eigen goeddunken kritische artsen opjagen envervolgen zonder dat de Minister hier ook maar iets aan kan doen?3 En isde Minister eigenlijk zelf van mening dat er een verband is tussenklimaatverandering en gezondheidsproblemen?Instituten kunnen gecorrumpeerd raken. Vrijwel niemand zal bijvoorbeeldkunnen betwisten dat het Amerikaanse Ministerie van Justitie onderpresident Biden bezig was met politieke vervolgingen. Niets wijst er(gelukkig) op dat president Trump het Ministerie van Justitie op zijn beurtis gaan gebruiken voor politieke vervolgingen. Wat hij echter wel heeftgedaan, want dat moest gebeuren, is eerst schoon schip maken en deleiding op dat ministerie vervangen. Erkent de Minister dat het zo kan zijndat instituten, zoals de KNMG en de inspectie, gecorrumpeerd kunnenraken en dat het dan niet alleen de taak, maar ook de plicht is, van eenMinister om in te grijpen en schoon schip te maken? Of gaat de Ministerer per definitie van uit dat instituten zoals de KNMG en de inspectie altijdcorrect, onafhankelijk en objectief functioneren? En waar is dat onvoor-waardelijk vertrouwen van de Minister dan op gebaseerd? En als deMinister geen onvoorwaardelijk vertrouwen heeft in de KNMG en deinspectie waarom grijpt ze dan nu niet in en verbiedt ze de inspectieartsen die kritiek hebben op de ideologische stellingnames van de KNMGhiervoor te vervolgen? De Minister kan zich toch niet blijven verschuilenachter zogenaamd objectieve, neutrale en onafhankelijke instellingen alsdeze overduidelijk niet zo functioneren?1World Climate Declaration There is no climate emergency2Zie bijvoorbeeld artikel in The Lancet: Excess mortality attributed to heat and cold: a healthimpact assessment study in 854 cities in Europe - The Lancet Planetary Health3Misschien, wie zal het zeggen, omdat de voor iedereen geheime NAVO-verplichtingen waar deMinister dankzij voormalig premier Rutte samen met andere kabinetsleden aan gebonden is, deMinister wellicht dwingen te onderkennen dat er een verband is tussen klimaatverandering engezondheidsproblemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 654 De KNMG stelt, in hoofdstuk 14 van de gedragscode het volgende: «Dezorgsector is daarnaast zelf ook vervuilend en dus onderdeel van hetprobleem» en «de CO2-uitstoot van de zorgsector [is] groot» en «Daaromis het belangrijk dat de zorgsector zich inzet voor duurzaamheid». Metandere woorden, in het belang van de volksgezondheid moet de zorg zomin mogelijk CO2 gaan uitstoten. Wederom, is de Minister ermee bekenddat ook dit, onder artsen nota bene, een (zeer) controversiële stellingnameis? Artsen die genoemde leden hier helaas niet kunnen noemen omdat zedan dus mogelijk vervolgd worden (krankzinnig) door de «onafhankelijke»inspectie, die geweldige neutrale, objectieve en onafhankelijke inspectie(IGJ) van de Minister die ook nog steeds artsen vervolgt die tijdens decoronatijd offlabel volstrekt veilige medicijnen hebben voorgeschreven endaar levens mee hebben gered. Is de Minister zelf eigenlijk van meningdat «beperking van de CO2-uitstoot» een legitieme reden kan zijn om hetzorgniveau in ons land terug te schroeven? Of kan de Minister daarwellicht niet op antwoorden omdat zij dan misschien zelf vervolgd wordtdoor de inspectie?Kan de inspectie, op basis van de KNMG-gedragscode, misschien zelfsartsen gaan vervolgen die behandelingen aanbieden die, naar oordeel vande inspectie, ten opzichte van de gezondheidswinst die voor de indivi-duele patiënt behaald wordt, te veel CO2-uitstoot genereren? Omdatartsen daarmee immers in strijd met de KNMG-gedragscode handelenaangezien dergelijke CO2-intensieve behandelingen per saldo een gevaarvoor de (planetaire) volksgezondheid opleveren. En artsen die vervolgenskritiek uiten op het afschaffen van deze behandelingen en het vervolgenvan artsen die deze behandelingen aanbieden door de inspectie ook noggaan vervolgen omdat deze artsen met hun kritiek zich duidelijk nietbewust zijn «van de relatie tussen gezondheid, klimaat en milieu» endaarmee dus ook in overtreding zijn van de KNMG-gedragscode? Kortom,wanneer is voor de Minister de maat vol, de pijngrens bereikt en gaat zeoptreden tegen de inspectie? Of kan de inspectie als «onafhankelijkeinstantie» werkelijk overal mee wegkomen en straks, door middel vanhaar vervolgingsbeleid, de facto zelfs de inrichting van onze zorg gaanbepalen?Een overheid is geen arts en heeft geen artseneed afgelegd. Geen enkelearts is alwetend en wat wel of niet in het belang van de volksgezondheidis moet niet door een kleine club (KNMG) beslist worden, laat staan alszo’n kleine club niet bekritiseerd mag worden op straffe van vervolgingdoor de inspectie. Zoiets kan grote gezondheidsschade opleveren. Bij decoronavaccinaties is dit vermoedelijk, zoals nu helaas, beetje bij beetje,elke dag weer, meer en meer ook blijkt, faliekant fout gegaan. Als artsengedwongen worden door een overheid beleid uit te voeren waarbij deartsen van mening zijn dat dat tegen hun expertise, kennis en eed in gaat,dan levert dat juist een groot gevaar op voor de volksgezondheid. Artsenmoeten zich altijd vrij kunnen mengen in het publieke debat en datbetekent vanzelfsprekend dat ze ook kritiek moeten mogen kunnenleveren op de KNMG en andere overheidsinstanties zonder vervolgensdoor de inspectie de mond gesnoerd te worden.Artsen waar wij mee in contact staan zien, dat zeggen ze letterlijk, deKNMG en de IGJ inmiddels als een soort nieuwe inquisitie die metberispingen, boetes en dreiging van beroepsverboden dogma’safdwingen. Dogma’s die een groot gevaar zijn voor de volksgezondheid.De Minister van Volksgezondheid moet dus, als eindverantwoordelijke,gaan optreden en zorgen dat het vrije debat in de medische sector wordthersteld. Dat is haar plicht en daarbij kan de Minister zich niet langerachter de instanties verschuilen die dit debat onmogelijk maken doorkritische geluiden met behulp van de staatsmacht en in naam van deMinister nota bene de kop indrukken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 655 II. Reactie van de Minister De leden van de PVV-fractie delen de zorgen die het Kamerlid VanHouwelingen (FVD) eerder heeft geuit omtrent de KNMG-gedragscode ende vrijheid van artsen om deel te kunnen nemen aan het publieke enwetenschappelijke debat en hebben hierover nog enkele vragen enopmerkingen. Allereerst hoe denkt de Minister hierover? Deelt u dezorgen zoals deze gesteld zijn? Indien nee, waarom niet?Nee. Ik deel deze zorgen om twee redenen niet. Ten eerste is in deKNMG-Gedragscode (verder: gedragscode) voor artsen opgenomen datartsen op basis van hun expertise en binnen de grenzen van hun kennenen kunnen in vrijheid kunnen deelnemen aan het publieke en wetenschap-pelijke debat. Dit is opgenomen in kernregel 8 van de gedragscode: «Alsarts blijf je binnen de grenzen van je eigen kennen en kunnen. Jeonthoudt je van handelingen en uitingen die daarbuiten liggen»4. Tentweede kan een arts, zoals in eerdere antwoorden op vragen van het lidVan Houwelingen (FVD) van 3 april 2024 is aangegeven5, gemotiveerd vande gedragscode afwijken. Ook dit geeft de arts vrijheid in het publieke enwetenschappelijke debat.Kan de Minister met volle overtuiging stellen dat artsen in vrijheid hunmening kunnen uiten en dusdanig in vrijheid kunnen deelnemen aan hetpublieke en wetenschappelijke debat?Is de Minister het met genoemde leden eens, dat wanneer dit niet hetgeval is, dat de Kamer nooit een reëel dan wel objectief beeld heeft van dedaadwerkelijke actuele situaties op de werkvloer?Artsen kunnen op basis van hun expertise en binnen de grenzen van hunkennis en kunde in vrijheid deelnemen aan het publieke en wetenschappe-lijke debat. Ook artsen hebben recht op vrijheid van meningsuiting. Dezevrijheid vraagt een verantwoordelijke afweging van de arts. Degedragscode biedt artsen met de gedragscode een leidraad voor hetprofessioneel handelen. De daarin opgenomen regels zijn normerend enrichtinggevend van aard.Kernregel 86 van de gedragscode geldt zowel voor handelingen als vooruitingen. In de toelichting bij deze kernregel is opgenomen dat dit geldtvoor uitingen zowel binnen de spreekkamer als voor uitingen daarbuiten,zoals in de media of in het maatschappelijk debat. Een arts heeft daarbijde verantwoordelijkheid om bij de eigen expertise te blijven en zich teonthouden van uitingen die buiten de eigen kennis en kunde vallen. Deartsen-titel legt nu eenmaal gewicht in de schaal. In het algemeen wordtmeer waarde toegekend aan een uitspraak van een arts vanuit diensprofessionele deskundigheid, zeker als die op zijn eigen werkterrein ligt.Het is daarom dat een arts zorgvuldig moet omgaan met (persoonlijke)uitingen en het verspreiden van informatie. De gedragscode is eenleidraad van de beroepsgroep zelf en artsen kunnen daarop terugvallen ende gedragscode als ruggensteun gebruiken. Ook de tuchtcolleges voor degezondheidszorg kunnen de gedragscode betrekken bij het toetsen vanhet handelen van een arts, ongeacht of een arts lid is van de KNMG.Overigens geldt de gedragscode voor alle artsen die in het BIG-registerzijn opgenomen. Met in achtneming van deze verantwoordelijkheid kaneen arts in vrijheid deelnemen aan het publieke en wetenschappelijkedebat.4KNMG, 27 mei 2022, «KNMG-gedragscode voor artsen» Gedragscode voor artsen | KNMG,p. 28.5Aanhangels Handelingen II, 2023/24, nr. 14036KNMG 2022, p. 28.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 656 Als een arts zich niet aan een kernregel in de gedragscode kan houdenwordt in de gedragscode zelf aangeraden om met een collega teoverleggen. Besluit een arts om af te wijken van de gedragscode, dan ishet belangrijk dat deze dat besluit goed onderbouwt7. In de gedragscodezelf wordt aangegeven dat afwijken daarvan mogelijk is. Het is deverantwoordelijkheid van de arts om zelf te beoordelen of er ruimte is omaf te wijken van een kernregel van de gedragscode voor artsen. Het is dusniet aan de orde dat artsen geen vrijheid van meningsuiting zoudenhebben en niet in vrijheid zouden kunnen deelnemen aan het publieke enwetenschappelijke debat.Genoemde leden hopen in de reactie van de Minister gerustgesteld teworden over de vrijheid van spreken van artsen. Indien dit niet volmondiggedaan kan worden, waarom niet? En wat is er dan nodig zodat dit wel denorm wordt?Artsen kunnen op basis van hun expertise en binnen de grenzen van hunkennis en kunde in vrijheid deelnemen aan het publieke en wetenschappe-lijke debat. De gedragscode biedt hiervoor als gezegd voldoendehandvatten.De leden van de VVD-fractie zien de KNMG-gedragscode voor artsen alseen waardevol, door de beroepsgroep zelf bepaald kader dat bijdraagt aande hoge kwaliteit van medische zorg. Daarnaast draagt deze gedragscodebij aan de veiligheid in de zorg en de verantwoordelijkheid om niet slordigom te gaan met de beroepseed. Genoemde leden hebben nog enkelevragen.Eén van de kernregels is dat artsen de gezondheid en welzijn van depatiënt voorop moeten zetten en de patiënt geen onnodige schadetoebrengen. De leden van de VVD-fractie hebben veelvuldig aandachtgevraagd voor het aanpakken van kwakzalvers en andere charlatans in dezorg. Op welke wijze draagt de gedragscode bij aan het tegengaan vankwakzalverij? Welke maatregelen worden er genomen tegen artsen die, alis het buiten hun reguliere werk om, behandelingen aanbieden diewetenschappelijk niet-bewezen zijn? Tevens vragen deze leden of deMinister bekend is met artsen die ervaring hebben met het toepassen vande gedragscode in situaties waarin patiënten vasthouden aan kwakzalverijof het extreem experimenteel voorschrijven van geneesmiddelen. Welkeknelpunten ervaren artsen daarbij?In aanvulling op de gedragscode heeft de KNMG de handreiking «De artsen niet-reguliere behandelwijzen»8 ontwikkeld. Deze handreiking is gerichtop artsen die niet alleen reguliere behandelingen aanbieden, maar ookniet-reguliere behandelingen. Met «reguliere behandelwijzen» wordtgedoeld op methoden van diagnostiek, preventie en behandeling diegebaseerd zijn op de wetenschappelijke kennis, vaardigheden en ervaringdie nodig zijn om de artsentitel te behalen en te behouden, die algemeendoor de beroepsgroep worden aanvaard en deel uitmaken van deprofessionele standaard. Niet-reguliere behandelwijzen zijn methoden vandiagnostiek en behandeling die buiten deze omschrijving vallen.De laatst genoemde handreiking bevat vier voorwaarden voor deniet-reguliere behandelwijzen. De handreiking begrenst daardoor detoepassing van niet-reguliere behandelwijzen. Onder deze voorwaarden ishet dus toegestaan voor artsen om niet-reguliere behandelwijzen aan tebieden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (verder: IGJ) houdthierop toezicht.7KNMG 2022, p. 5.8Niet-reguliere behandelwijzen | KNMGTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 657 Overigens hebben patiënten de vrijheid om een andere dan een regulierebehandelwijze te kiezen. Ook als daarvoor onvoldoende wetenschappelijkbewijs bestaat. Artsen die niet-reguliere behandelwijzen aanbieden,moeten hun patiënten vervolgens in begrijpelijke taal informeren over degezondheidstoestand van de patiënt, de voorgestelde behandeling, de teverwachten risico’s voor de gezondheid van de patiënt en alternatievebehandelingen al dan niet uitgevoerd door andere hulpverleners. Zijmogen hun patiënten niet weghouden van reguliere behandelingen.Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie naar de twaalfde kernregel diegaat over het voorkomen van belangenverstrengeling en het transparantzijn over belangen. Ondanks bestaande regels, het Transparantieregisteren de KNMG-gedragscode komt belangenverstrengeling tussen artsen enmedisch specialistische bedrijven nog steeds voor. Wat is daarvan deoorzaak? In hoeverre is de KNMG-gedragscode en de handhaving ervan,effectief in het voorkomen van ongewenste beïnvloeding?Kernregel 12 van de gedragscode bepaalt dat artsen belangenverstren-geling die de patiënt of die het vertrouwen in de gezondheidszorg kanschaden, moeten voorkomen en dat artsen transparant moeten zijn overhun overige belangen9.Voor de samenwerking tussen artsen, farmaceutische en medischehulpmiddelen bedrijven zijn specifieke regels ontwikkeld. Relevant in ditverband zijn wetten zoals de Geneesmiddelenwet en de verschillendegedragscodes waar de KNMG samen met veldpartijen in participeert. Opdie manier zijn artsen in Nederland naast aan wetgeving ook gehoudenaan de gedragscode Geneesmiddelenreclame, die de relaties reguleertmet farmaceutische bedrijven en de Gedragscode Medische Hulpmid-delen die de relaties reguleert met medische hulpmiddelen leveranciers.Daarnaast worden, om transparantie te bevorderen, de financiële relatiestussen zorgverlener en medische industrie gemeld in het Transparantiere-gister (TRZ). Een register op basis van zelfregulering.Echter, eerder is gebleken dat het transparantieregister nog niet naartevredenheid functioneert. Zo ontbraken er meermaals transacties ofwaren deze slecht vindbaar. Daarnaast kan de IGJ op basis van hethuidige wettelijke kader niet goed handhaven op sponsoring. Daaromwerk ik, zoals benoemd in de Kamerbrief van 8 april 202410, aan hetaanscherpen van de wetgeving omtrent gunstbetoon. Dit houdt eengrotere rol voor besturen van zorgaanbieders in, in het aangaan vanfinanciële relaties tussen zorgverleners en medisch specialistischebedrijven, een beter wettelijk kader voor sponsoring en het instellen vaneen wettelijk transparantieregister. Met deze maatregelen moetongewenste beïnvloeding zoveel mogelijk worden voorkomen. Omdatnieuwe wet- en regelgeving tijd vergt zijn er in de tussentijd verschillendeverbeteringen doorgevoerd in het huidige register. Zo is onder andere dezoekfunctie uitgebreid en heeft de stichting TZR een onafhankelijkevoorzitter aangesteld. Dit laatste heeft de governance verbeterd.De leden van de D66-fractie spreken hun steun uit voor de artsenfederatieKNMG en haar leden, die zich iedere dag inzetten voor goede enverantwoorde zorg. Deze leden zien op dit moment geen aanleiding vooreen nadere inhoudelijke reactie.9KNMG 2022, p. 3710Kamerstukken II, 2023/24, 32 012 en 31 765, nr. 63.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 658 De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van deKNMG-gedragscode en de vrijheid van artsen om deel te kunnen nemenaan het publieke en wetenschappelijke debat. Genoemde leden hebbenverder geen vragen aan de Minister.De leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van de Gedragscodein het algemeen en hoofdstuk veertien van deze gedragscode in hetbijzonder. Ook hebben deze leden kennis genomen van de uitspraak vande Minister dat artsen die zich niet houden aan deze gedragscodevervolgd kunnen worden door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd(IGJ) en dat de Minister zich hier verder niet in wenst te mengen, ook alsde inspectie artsen vervolgt voor uitlatingen die ze doen in het kader vanhet publieke debat en die in strijd zijn met de gedragscode van deartsenfederatie KNMG (hierna: KNMG).Ziet de Minister een (principieel) verschil tussen medische handelingen(bijvoorbeeld het behandelen van een botbreuk waar de Minister in hetdebat hierover naar verwees) die in strijd zijn met de gedragscode (enpatiënten wellicht zouden kunnen schaden) en uitingen (waarbij er geenenkele sprake is van een medische handeling, patiënt of behandelrelatie)die in strijd zijn met de gedragscode?Tussen medische handelingen en uitingen wordt in de gedragscode geenverschil gemaakt. Dit blijkt uit kernregel 811 die regelt dat artsen binnen degrenzen van hun eigen kennen en kunnen moeten blijven en dat zij zichmoeten onthouden van handelingen én uitingen die daarbuiten liggen. Ikonderschrijf dat. Beide zijn immers onderdeel van de medische professie.Want, niet alleen een medische handeling, maar ook een uiting zoals eengegeven advies, kan een patiënt schaden. De veiligheid en de kwaliteitvan de zorg die artsen verlenen worden in grote mate bepaald door hunkennis en kunde, ofwel: hun «bevoegd- en bekwaamheid». Daarom is hetvan belang dat zij de grenzen daarvan kennen én in acht nemen.Kan de Minister uitleggen hoe artsen, die kritiek hebben op deKNMG-gedragscode, en met deze kritiek binnen de KNMG (een belang-hebbende) geen gehoor vinden, deze kritiek toch kenbaar kunnen makenzonder het risico te lopen door de inspectie vervolgd te worden? Hoekunnen we ervan uitgaan dat de KNMG-gedragscode de stand van dewetenschap vertegenwoordigt als artsen, als experts, niet vrij zijn er, inhet publiek, kritiek op te leveren zonder het risico te lopen berispt, beboetof zelfs een beroepsverbod opgelegd te krijgen door de inspectie? Ziet deMinister in hoe ongelooflijk problematisch het is, voor de waarheids-vinding, voor de wetenschap en daarmee uiteindelijk ook voor devolksgezondheid nota bene, als artsen die de KNMG-gedragscodeonderschrijven vrij kunnen deelnemen aan het publieke debat terwijlartsen die kritiek hebben op deze gedragscode in het openbaar hetzwijgen ertoe moeten doen, willen ze niet het risico lopen door deinspectie vervolgd te worden?De gedragscode is tot stand gekomen in nauw overleg met artsen, expertsen andere stakeholders12, zoals de Patiëntenfederatie Nederland. Ookheeft de KNMG gesproken met de IGJ in hun rol als toezichthouder. Er zijninspraakavonden, artsenpanels en een internetconsultatie geweest. DeKNMG heeft mij laten weten dat er tot op heden geen signalen zijnontvangen dat artsen ontevreden zijn over de gedragscode. Ook zijn ergeen signalen dat artsen met kritiek bij de KNMG geen gehoor vinden ofzouden hebben gevonden. De gedragscode weerspiegelt hierdoor wat de11KNMG 2022, p. 28.12KNMG 2022, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 659 beroepsgroep van artsen zelf belangrijk vindt in relatie tot patiënten,collega’s, de samenleving en zichzelf. De code vormt een leidraad voorprofessioneel handelen. De gedragscode is onderdeel van de professi-onele standaard voor artsen, het geheel van professionele medischenormen dat beschrijft wat in een bepaalde situatie «goed handelen» is. Deontwikkeling van de professionele standaard staat nooit stil. De medischewetenschap staat immers ook niet stil. Individuele artsen hebben, als lidvan de beroepsgroep van artsen, ook invloed op de doorontwikkeling vande professionele standaard. Dit is ook zo beschreven in de gedragscode13.Artsen kunnen daarom op basis van hun expertise en binnen de grenzenvan hun kennis en kunde in vrijheid deelnemen aan het publieke enwetenschappelijke debat. Zij hebben recht op vrijheid van meningsuiting.Deze vrijheid vraagt een verantwoordelijke afweging van de arts. Degedragscode biedt artsen met de gedragscode een leidraad voor hetprofessioneel handelen.In hoofdstuk 14 van de KNMG-gedragscode wordt een rechtstreeksverband gelegd tussen klimaatverandering en «gezondheidsproblemen».Zo staat er bijvoorbeeld: «Klimaatverandering en milieuvervuiling leverengezondheidsproblemen op, zowel nu als in de toekomst» en «Dit is nietalleen een acuut probleem, maar is ook een bedreiging voor degezondheid en het welzijn van toekomstige generaties» en «Zo kun je deurgentie van de aanpak van klimaatverandering laten zien». Is de Ministerzich ervan bewust dat dit stuk voor stuk (zeer) omstreden uitspraken zijn?Is de Minister bijvoorbeeld bekend met de «World Climate Declaration»van Clintel14, ondertekend door tweeduizend wetenschappers (waaronderwinnaars van de Nobelprijs) die hiermee allemaal onderschrijven dat ergeen, geen, «klimaatcrisis» is? Is de Minister ermee bekend dat hetwetenschappelijk onomstreden is dat er veel meer mensen (ongeveer tienkeer zoveel) jaarlijks sterven door kou dan door hitte?15 Met anderewoorden, dat een geleidelijk warmer klimaat (klimaatverandering dus) zoukunnen leiden tot per saldo minder (minder) sterfgevallen, een langerelevensverwachting en daarmee dus een verbeterde volksgezondheid?Ik heb kennisgenomen van het genoemde rapport van Clintel en ben mijbewust van verschillende opvattingen rondom klimaatverandering. Hetkabinet baseert haar klimaatbeleid op een diversiteit aan nationale eninternationale (wetenschappelijke) rapporten, onderzoeken en adviezen.Specifiek voor de Nederlandse situatie heeft het RIVM de effecten vanklimaatverandering op onze gezondheid in beeld gebracht. De grootsterisico’s voor de gezondheid in Nederland zitten in een toename in hitte,met onder andere meer risico op hart- en vaataandoeningen als gevolg.Daarnaast zijn er risico’s voor de gezondheid door meer blootstelling aanUV-straling, door een langer seizoen met meer pollen in de lucht, doormeer en andere infectieziekten vanuit de leefomgeving en door deeffecten van klimaatverandering op mentale gezondheid.16Overigens overlijden er op dit moment in Nederland inderdaad meermensen tijdens koude perioden dan tijdens hitteperioden. Dat is echterniet hetzelfde als dat zij door kou of hitte sterven. Het heeft bijvoorbeeldook te maken met infectieziekten die in die perioden rondgaan. Het RIVMheeft met behulp van de klimaatscenario’s van het KNMI verkenningengedaan naar de mogelijke temperatuurgerelateerde sterfte in 2050 en13KNMG 2022, p. 2614World Climate Declaration There is no climate emergency15Zie bijvoorbeeld artikel in The Lancet: Excess mortality attributed to heat and cold: a healthimpact assessment study in 854 cities in Europe - The Lancet Planetary Health16Bron: Aanhangsel Handelingen II, 2024/25, nr. 1621Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 6510 210017. Daaruit komt het beeld naar voren dat de koudegerelateerdesterfte zal afnemen, maar ook dat dat op termijn kan worden overtroffendoor een toename van de hittegerelateerde sterfte. In totaal wordt eentoename van temperatuurgerelateerde sterfte verwacht. Voor een deelkomt dit ook door een verwachte groei en vergrijzing van de bevolking.Blijkbaar is de KNMG zich van dit alles niet bewust? Hoe kan dit? En hoekan het zo zijn, dit is natuurlijk de hoofdvraag, dat de KNMG dezedubieuze ideologische stellingnames niet alleen kan opleggen aan artsen,maar artsen die hier kritiek op leveren zelfs via de IGJ (en in naam van deMinister) kan vervolgen? Dit is toch volstrekt, maar dan ook volstrektonacceptabel? Waarom grijpt de Minister niet in en blijft ze zichverschuilen achter de (zogenaamd) wetenschappelijke (maar in werke-lijkheid ideologische) KNMG-gedragscode en onafhankelijke inspectie?Zodra instituten, zoals de inspectie, overduidelijk niet langer onafhankelijken objectief maar ideologisch en politiek en daarmee in strijd met hunmandaat opereren dan moet de Minister toch ingrijpen? Kan de Ministertrouwens, juridisch gezien, ingrijpen en de inspectie bijvoorbeeld perdecreet verbieden nog langer artsen te vervolgen omdat ze de euvelemoed hebben de KNMG te bekritiseren? Of kan de inspectie helemaal vrij,onafhankelijk en naar eigen goeddunken kritische artsen opjagen envervolgen zonder dat de Minister hier ook maar iets aan kan doen?18 En isde Minister eigenlijk zelf van mening dat er een verband is tussenklimaatverandering en gezondheidsproblemen?De KNMG-Gedragscode is tot stand gekomen in nauw overleg met artsen,experts en andere stakeholders19, zoals de Patiëntenfederatie Nederland.Ook heeft de KNMG gesproken met de IGJ in hun rol als toezichthouder.De KNMG is zich bewust van de inhoud van de eigen gedragscode endaarover bestaat consensus binnen de beroepsgroep.De IGJ heeft mij laten weten dat zij de gedragscode van de KNMG nietoplegt, maar het handelen van zorgprofessionals toetst aan de richtlijnenen veldnormen die de KNMG zelf heeft vastgesteld. Daaronder valt ook dehier bedoelde gedragscode. Pas wanneer de IGJ risico’s ziet voor dekwaliteit of veiligheid van zorg, kan zij passende interventies inzetten.Artsen kunnen op de website van de IGJ lezen hoe de IGJ interventiesinzet en welke maatregelen zij kan nemen20. Daarbij benadruk ik dat deIGJ een arts niet strafrechtelijk kan vervolgen en ook niet zelfstandig eenberoepsverbod kan opleggen. Vervolging vindt plaats in het strafrechtdoor het OM en niet in het toezicht door de IGJ. Een eventuele tuchtklachtwordt door het onafhankelijke tuchtcollege voor de gezondheidszorgbeoordeeld.Als Minister ben ik politiek verantwoordelijk voor het functioneren van deIGJ. De IGJ verricht echter haar toezichtstaken onafhankelijk binnen dekaders van de wet. Ik kan algemene aanwijzingen geven aan de IGJ, maarkan niet in individuele handhavingsbeslissingen ingrijpen. Dit zou strijdigzijn met het beginsel van onafhankelijk toezicht.Ik onderschrijf de stand van de huidige wetenschappelijke inzichten datklimaat- en milieuveranderingen zowel positieve als negatieve gezond-heidseffecten met zich mee kunnen brengen. Dit blijkt ook uit de effecten17Kamerstukken II 2024–2025, 32 793, nr. 791, Themaverkenning leefomgeving en klimaat.18Misschien, wie zal het zeggen, omdat de voor iedereen geheime NAVO-verplichtingen waar deMinister dankzij voormalig premier Rutte samen met andere kabinetsleden aan gebonden is,de Minister wellicht dwingen te onderkennen dat er een verband is tussen klimaatveranderingen gezondheidsproblemen?19KNMG 2022, p. 4.20https://www.igj.nl/onderwerpen/maatregelen/hoe-zet-igj-maatregelen-inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 6511 van de klimaatveranderingen op de gezondheid die het RIVM in beeldheeft gebracht21.Instituten kunnen gecorrumpeerd raken. Vrijwel niemand zal bijvoorbeeldkunnen betwisten dat het Amerikaanse Ministerie van Justitie onderpresident Biden bezig was met politieke vervolgingen. Niets wijst er(gelukkig) op dat president Trump het Ministerie van Justitie op zijn beurtis gaan gebruiken voor politieke vervolgingen. Wat hij echter wel heeftgedaan, want dat moest gebeuren, is eerst schoon schip maken en deleiding op dat ministerie vervangen. Erkent de Minister dat het zo kan zijndat instituten, zoals de KNMG en de inspectie, gecorrumpeerd kunnenraken en dat het dan niet alleen de taak, maar ook de plicht is, van eenMinister om in te grijpen en schoon schip te maken? Of gaat de Ministerer per definitie van uit dat instituten zoals de KNMG en de inspectie altijdcorrect, onafhankelijk en objectief functioneren? En waar is dat onvoor-waardelijk vertrouwen van de Minister dan op gebaseerd? En als deMinister geen onvoorwaardelijk vertrouwen heeft in de KNMG en deinspectie waarom grijpt ze dan nu niet in en verbiedt ze de inspectieartsen die kritiek hebben op de ideologische stellingnames van de KNMGhiervoor te vervolgen? De Minister kan zich toch niet blijven verschuilenachter zogenaamd objectieve, neutrale en onafhankelijke instellingen alsdeze overduidelijk niet zo functioneren?Zowel de IGJ als de KNMG genieten een hoog vertrouwen in Nederlandsesamenleving in het algemeen en bij de Nederlandse burger specifiek. Zijdienen zich, net als alle andere toezichthouders en beroepsorganisaties, tehouden aan vigerende wet- en regelgeving.In individuele gevallen treedt de IGJ op wanneer zij een concreet risicovoor patiëntveiligheid of volksgezondheid vaststelt. De inspectie kan geenartsen vervolgen in strafrechtelijke zin, noch zelfstandig beroepsverbodenopleggen.Vervolging vindt plaats in het kader van het strafrecht door het OM en nietin het toezicht dat de IGJ uitoefent. Een eventuele tuchtklacht ingedienddoor de IGJ wordt door een onafhankelijk tuchtcollege beoordeeld.Inspectiebesluiten zijn openbaar en zijn vatbaar voor rechterlijk toetsingen uitspraken van de tuchtrechter worden gepubliceerd. Mocht IGJ buitenhaar wettelijke mandaat treden, dan kan ik als Minister ingrijpen middelsbijvoorbeeld het geven van een aanwijzing.De KNMG stelt als privaatrechtelijke beroepsvereniging richtlijnen enveldnormen op. Deze komen tot stand na brede consultatie onder artsenen bieden ruimte voor gemotiveerde afwijking wanneer het individuelepatiëntbelang dat vergt. Een dergelijk opgestelde richtlijn of code is geenideologisch standpunt dat zonder tegenmacht of tegenspraak isopgesteld. Centraal staat altijd de kwaliteit en veiligheid van de zorg.De KNMG stelt, in hoofdstuk 14 van de gedragscode het volgende: «Dezorgsector is daarnaast zelf ook vervuilend en dus onderdeel van hetprobleem» en «de CO2-uitstoot van de zorgsector [is] groot» en «Daaromis het belangrijk dat de zorgsector zich inzet voor duurzaamheid». Metandere woorden, in het belang van de volksgezondheid moet de zorg zomin mogelijk CO2 gaan uitstoten. Wederom, is de Minister ermee bekenddat ook dit, onder artsen nota bene, een (zeer) controversiële stellingnameis? Artsen die genoemde leden hier helaas niet kunnen noemen omdat zedan dus mogelijk vervolgd worden (krankzinnig) door de «onafhankelijke»inspectie, die geweldige neutrale, objectieve en onafhankelijke inspectie21Kamerstukken II 2024–2025, 32 793, nr. 791, Themaverkenning leefomgeving en klimaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 6512 (IGJ) van de Minister die ook nog steeds artsen vervolgt die tijdens decoronatijd offlabel volstrekt veilige medicijnen hebben voorgeschreven endaar levens mee hebben gered. Is de Minister zelf eigenlijk van meningdat «beperking van de CO2-uitstoot» een legitieme reden kan zijn om hetzorgniveau in ons land terug te schroeven? Of kan de Minister daarwellicht niet op antwoorden omdat zij dan misschien zelf vervolgd wordtdoor de inspectie?Ja. Ik ben ermee bekend dat niet iedere arts dezelfde visie heeft op derelatie tussen klimaat, milieu en gezondheid. Tegelijkertijd is hetuitgangspunt van de gedragscode helder: klimaatverandering enmilieuvervuiling leveren gezondheidsproblemen op, de zorgsector draagthieraan bij en heeft daarom ook een verantwoordelijkheid om haar eigenimpact te verkleinen. De KNMG maakt hierin eigen keuzes en afwegingenin samenspraak met haar leden.Het doel van het verduurzamen van de sectoren zorg en welzijn is niet hetverminderen van het zorgniveau, maar het leveren van even goede ofbetere zorg met minder verspilling van grondstoffen, energie enmiddelen. Binnen de bestaande kwaliteits- en veiligheidskaders worden inrichtlijnen en veldnormen daarom bijvoorbeeld minder milieubelastendealternatieven genoemd, zonder dat dit ten koste gaat van uitkomst oftoegankelijkheid.In de praktijk zijn veel artsen en zorgprofessionals aan de slag met hetverminderen van afval en het efficiënt omgaan met materialen. Wanneereen gelijkwaardig alternatief voor een behandeling beschikbaar is, waarbijsprake is van minder afval of vervuiling, kan hier in overleg met eenpatiënt op overgegaan worden. Ik sta positief tegenover dit soortinitiatieven. Een voorbeeld hiervan is de inzet van intraveneuze anesthe-siemiddelen, in plaats van de inzet van narcosegassen. De uiteindelijkekeuze blijft altijd bij de professional en in afstemming met de patiënt.Centraal staat altijd de kwaliteit en veiligheid van de zorg.Zo werkt het kabinet samen met de sector toe naar een stelsel van(publieke) zorg en welzijn dat zuiniger omgaat met de beschikbarematerialen en grondstoffen22. Dit zonder af te doen aan de kwaliteit enveiligheid van de zorg.Kan de inspectie, op basis van de KNMG-gedragscode, misschien zelfsartsen gaan vervolgen die behandelingen aanbieden die, naar oordeel vande inspectie, ten opzichte van de gezondheidswinst die voor de indivi-duele patiënt behaald wordt, te veel CO2-uitstoot genereren? Omdatartsen daarmee immers in strijd met de KNMG-gedragscode handelenaangezien dergelijke CO2-intensieve behandelingen per saldo een gevaarvoor de (planetaire) volksgezondheid opleveren. En artsen die vervolgenskritiek uiten op het afschaffen van deze behandelingen en het vervolgenvan artsen die deze behandelingen aanbieden door de inspectie ook noggaan vervolgen omdat deze artsen met hun kritiek zich duidelijk nietbewust zijn «van de relatie tussen gezondheid, klimaat en milieu» endaarmee dus ook in overtreding zijn van de KNMG-gedragscode? Kortom,wanneer is voor de Minister de maat vol, de pijngrens bereikt en gaat zeoptreden tegen de inspectie? Of kan de inspectie als «onafhankelijkeinstantie» werkelijk overal mee wegkomen en straks, door middel vanhaar vervolgingsbeleid, de facto zelfs de inrichting van onze zorg gaanbepalen?22Kamerstukken II 2024/2025, 32 813, nr. 1510Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 6513 De IGJ toetst of zorg veilig, kwalitatief en volgens professionelestandaarden verloopt. Richtlijnen worden door de beroeps- en weten-schappelijke verenigingen zelf opgesteld en bijgehouden. CO2-uitstootvan een individuele behandeling is geen onderdeel van die standaarden.De IGJ beschouwt duurzaamheid als één van de aspecten van goede zorg,naast bewezen effectiviteit en patiëntveiligheid.De gedragscode biedt ruimte voor artsen om in specifieke gevallengemotiveerd af te wijken. Als een arts zich niet aan een kernregel uit degedragscode kan houden, wordt in de gedragscode zelf aangeraden ommet een collega te overleggen. Besluit een arts om van een kernregel af tewijken, dan is het belangrijk dat deze dat besluit goed onderbouwt23.Alleen wanneer een uiting of handeling een reëel gevaar voor devolksgezondheid oplevert, kan de IGJ overgaan tot het toepassen van eeninterventie, variërend van een gesprek tot, in uitzonderlijke gevallen, hetindienen van een tuchtklacht.De IGJ werkt, als onafhankelijk toezichthouder, binnen de grenzen vanwet- en regelgeving, veldnormen en de handhavingsbesluiten staan openvoor rechtelijke toetsing. Daarbij kan ik als Minister vanuit mijn verant-woordelijkheid ingrijpen wanneer de IGJ buiten haar wettelijke mandaatopereert.Een overheid is geen arts en heeft geen artseneed afgelegd. Geen enkelearts is alwetend en wat wel of niet in het belang van de volksgezondheidis moet niet door een kleine club (KNMG) beslist worden, laat staan alszo’n kleine club niet bekritiseerd mag worden op straffe van vervolgingdoor de inspectie. Zoiets kan grote gezondheidsschade opleveren. Bij decoronavaccinaties is dit vermoedelijk, zoals nu helaas, beetje bij beetje,elke dag weer, meer en meer ook blijkt, faliekant fout gegaan. Als artsengedwongen worden door een overheid beleid uit te voeren waarbij deartsen van mening zijn dat dat tegen hun expertise, kennis en eed in gaat,dan levert dat juist een groot gevaar op voor de volksgezondheid. Artsenmoeten zich altijd vrij kunnen mengen in het publieke debat en datbetekent vanzelfsprekend dat ze ook kritiek moeten mogen kunnenleveren op de KNMG en andere overheidsinstanties zonder vervolgensdoor de inspectie de mond gesnoerd te worden.Artsen waar wij mee in contact staan zien, dat zeggen ze letterlijk, deKNMG en de IGJ inmiddels als een soort nieuwe inquisitie die metberispingen, boetes en dreiging van beroepsverboden dogma’safdwingen. Dogma’s die een groot gevaar zijn voor de volksgezondheid.De Minister van Volksgezondheid moet dus, als eindverantwoordelijke,gaan optreden en zorgen dat het vrije debat in de medische sector wordthersteld. Dat is haar plicht en daarbij kan de Minister zich niet langerachter de instanties verschuilen die dit debat onmogelijk maken doorkritische geluiden met behulp van de staatsmacht en in naam van deMinister nota bene de kop indrukken.23KNMG 2022, p. 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 012, nr. 6514
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.