Verzamelbrief Luchtvaart Q2 2026
Brontekst
Versie 1c3299a738a5e67b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 936Luchtvaartbeleid29 665Evaluatie SchipholbeleidNr. 1302 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 juli 2026Met deze verzamelbrief wordt u geïnformeerd over de voortgang vanverschillende onderwerpen met betrekking tot luchtvaart. Daarbij wordtook ingegaan op de wijze waarop uitvoering is gegeven aan een aantaltoezeggingen en moties aan de Tweede Kamer.De volgende onderwerpen komen in deze verzamelbrief aan de orde:–Stand van zaken luchthavenbesluiten regionale luchthavens–Evaluatie Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens(RBML)–Lelystad Airport–Onbemande luchtvaartuigen boven het waddengebied–Evaluatie winter operatie Schiphol en KLM–De rol van luchtvaart voor de economische veerkracht van Nederland–Advies inzake zonnepanelen nabij landingsbanen–Herziening van richtsnoeren voor staatssteun luchtvaartsector–Evaluatie herziene convenant veiligheidsverbetering Schiphol 2023–Derde evaluatie opvolging aanbevelingen rapport OVV uit 2017–Rapport medisch protocol Nationale Adviesgroep Cabinelucht (NAC)–Wettelijke evaluatie ZBO Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)–Instrument bestuurlijke boete–Zienswijze ontwerpbesluit wijziging Luchthavenverkeerbesluit (LVB)SchipholStand van zaken luchthavenbesluiten regionale luchthavensMet de brief van 18 december 20251 is de Tweede Kamer geïnformeerdover de stand van zaken van de procedures voor de luchthavenbesluitenvoor de regionale luchthavens Rotterdam The Hague Airport (RTHA),Maastricht Aachen Airport (MAA) en Groningen Airport Eelde (GAE) enontwikkelingen met betrekking tot Eindhoven Airport. Met de brief van1Kamerstukken I 2025/2026, 31 936 nr. 1258. kst-31936-1302ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13021 17 april 20262 is de Kamer geïnformeerd over de wijze waarop het kabinetvoornemens is om uitvoering te geven aan de afspraken in het coalitieak-koord over Lelystad Airport.Het traject voor luchthavenbesluiten blijft inhoudelijk, bestuurlijk enpolitiek complex, wat vaak onvermijdelijk tot onzekerheden in de planningleidt. Het ministerie blijft inzetten op het zo spoedig mogelijk vaststellenvan de luchthavenbesluiten voor de luchthavens. De Tweede Kamer wordtover de voortgang periodiek op de hoogte gehouden. Hieronder treft uper luchthaven de relevante ontwikkelingen sindsdien aan.Rotterdam The Hague AirportBij brief van 19 maart 20263 is het ontwerp Luchthavenbesluit Rotterdamconform de voorgeschreven wettelijke procedure in voorhang aan deEerste en Tweede Kamer aangeboden. Hiermee is ook de motie Van derMolen/Boucke4 uitgevoerd. In het Schriftelijk Overleg hebben een aantalfracties uit de Tweede Kamer over het ontwerpbesluit vragen gesteld. Aande beantwoording hiervan wordt gewerkt. De antwoorden zullen zospoedig mogelijk aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Parallelheeft het ontwerpbesluit van 20 maart tot en met 30 april jl. als onderdeelvan een zienswijzeprocedure ter inzage gelegen. Daarnaast is hetontwerpbesluit en het daaraan onderliggende Milieueffectrapport (MER)voor advies aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna:Commissie mer) aangeboden. De Commissie mer kijkt daarbij ook naar deingediende zienswijzen. De Commissie geeft aan het advies medio juli a.s.af te ronden. Daarna wordt het advies aan uw Kamer toegezonden. Geletop de termijn die door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState is gesteld voor vaststelling van het Luchthavenbesluit Rotterdam(uiterlijk 30 april 2027) en de noodzakelijke procedurestappen die noggezet moeten worden, wordt uw Kamer verzocht om spoedig na hetaanbieden van het advies van de Commissie mer de voorhang af teronden.Maastricht Aachen AirportEind 2022 heeft de provincie Limburg, eigenaar van Maastricht AachenAirport (MAA), op basis van een regionale verkenning een besluitgenomen over de gewenste ontwikkelrichting van de luchthaven. MAAmag zich binnen een aantal randvoorwaarden, zoals verduurzaming vande luchtvaart, vermindering van aantal ernstig gehinderden ten opzichtevan het niveau in 2019 en de verbetering van de leefomgevingskwaliteitverder ontwikkelen. De luchthaven blijft zich daarbij inzetten op zowelvracht als passagiers. MAA heeft op basis van de door de provinciegestelde kaders een aanvraag van een luchthavenbesluit voorbereid en op7 januari jl. bij het ministerie ingediend. MAA vraagt daarbij een gebruiks-ruimte aan voor het kunnen accommoderen van circa 16.500 vliegtuigbe-wegingen per jaar, waarvan circa 4.800 bewegingen met wide bodyvrachtvliegtuigen, ca. 3.000 bewegingen met passagiersvliegtuigen en2.000 bewegingen met overig groot verkeer. Om zwaardere vrachtvlieg-tuigen te kunnen faciliteren die ook verdere bestemmingen kunnenaandoen vraagt MAA daarnaast om gebruik te mogen maken van devolledig beschikbare lengte van de start- en landingsbaan voor startendverkeer (2.750 meter in plaats van huidige 2.500 meter). Als één van demaatregelen om het aantal ernstig gehinderden terug te dringen verzoektMAA om de openingstijden van de luchthaven met een uur te verkorten2Kamerstukken II 2025/2026, 31 936 nr. 1268.3Kamerstukken II 2025/2026, 31 936 nr. 1265.4Kamerstukken I 2022/2023, 31 936 nr. 1017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13022 (open van 07.00 tot 23.00 uur in plaats van 06.00 tot 23.00 uur) metbehoud van de huidige extensieregeling tot 00.00 uur.Op dit moment wordt de aanvraag, het bijbehorende MER en de econo-mische onderbouwing door het ministerie beoordeeld en getoetst. Naaraanleiding hiervan is MAA om aanvullende informatie gevraagd. Deluchthaven is hier momenteel mee bezig. Hierna wordt een ontwerpLuchthavenbesluit opgesteld. Dit ontwerpbesluit zal naar verwachtingeind 2026 in voorhang aan de Eerste en Tweede Kamer worden aange-boden en ter inzage gelegd. De Commissie mer zal daarbij om adviesworden gevraagd over het MER. Na verwerking van adviezen en reactieswordt het besluit voor advies aan de Raad van State aangeboden. Daarnakan het formeel worden vastgesteld. Gelet op de noodzakelijke procedu-restappen en de daarbij behorende doorlooptijden is de planning dat hetLuchthavenbesluit in de tweede helft van 2027 wordt vastgesteld.Eindhoven Airport - medegebruiksvergunning 2028–2030Zoals in de Kamerbrief van 24 juni 20245 is aangegeven is de procedurevan het Luchthavenbesluit Eindhoven vertraagd. Om de ambitie om degeluidbelasting met 30% af te laten nemen ten opzichte van de referentie-situatie 2019, zoals verwoord in het advies van de heer Van Geel over detoekomstige ontwikkeling van Eindhoven Airport, toch te kunnenrealiseren is door het Ministerie van Defensie en het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat besloten deze ambitie te verankeren in eenmeerjarige medegebruiksvergunning voor 2028–2030. Een meerjarigevergunning geeft stabiliteit voor de luchtvaartsector en de omgeving. Ditvoorstel wordt momenteel in afstemming met het Luchthaven EindhovenOverleg door Eindhoven Airport verder uitgewerkt zodat zij hiervoor begin2027 een aanvraag kunnen doen.Eindhoven Airport - Medegebruiksvergunning 2027De huidige medegebruiksvergunning die benodigd is voor het burgerme-degebruik van Eindhoven Airport verloopt op 31 december 2026. Op ditmoment wordt door de Militaire Luchtvaart Autoriteit in samenwerkingmet de beide ministeries gewerkt aan de ontwerpvergunning voor het jaar2027. Eindhoven Airport heeft hiervoor op 11 mei 2026 een aanvraagingediend bij het Ministerie van Defensie. Eén van de redenen om hiernog een aparte medegebruiksvergunning voor aan te vragen is omdat in2027 op Eindhoven Airport grootschalig baanonderhoud plaatsvindt,waardoor de luchthaven gesloten is van 1 februari tot en met 18 juli 2026.Evaluatie Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Lucht-havensOp 9 oktober 20236 is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over deafronding van de evaluatie van de Regelgeving Burgerluchthavens enMilitaire Luchthavens (RBML). Het accent lag daarbij op de knelpunten diede kleine burgerluchtvaart treffen. In de brief is toegezegd dat de Kamereen terugkoppeling ontvangt over de implementatie van de aanbeve-lingen uit de evaluatie. Mede naar aanleiding van de uitkomsten van deevaluatie, onderhoudt het ministerie periodiek contact met de lucht-havens, provincies, omwonenden en andere belanghebbenden. Ditgebeurt zowel op ad hoc basis als via de Commissies Regionaal Overleg(CRO) rond de regionale luchthavens van nationale betekenis. Veel contactis er bijvoorbeeld vanwege de ontwikkeling van nieuwe luchthavenbe-5Kamerstukken II 2023/2024, 31 936, nr. 11686Kamerstukken I 2023/2024, 31 936/30 175 nr. 1113.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13023 sluiten voor deze luchthavens. Vanuit provincies en ministerie is debehoefte onderkend om een centraal aanspreekpunt/overleg in te richtenwaarbij provincie-overschrijdende onderwerpen, trends en klachtenevalu-aties besproken kunnen worden. Er wordt gekeken om dit op pragma-tische wijze in te richten en daarbij zo veel mogelijk gebruik te maken vanbestaande overlegstructuren. Het ministerie beschouwt de evaluatie zelfen de bijbehorende toezegging hierbij als afgerond. Uiteraard blijft hetministerie in gesprek met provincies en andere belanghebbenden omgezamenlijke aandachtspunten te adresseren en eventuele knelpuntenwaar mogelijk op te lossen.Lelystad AirportIn de procedurevergadering van 20 mei jl. heeft de vaste commissie voorInfrastructuur en Waterstaat gevraagd om een reactie op twee brieven vande Stichting Club Direct Omwonenden Lelystad Airport (hierna CDO). Metdeze beantwoording wordt aan dat verzoek tegemoetgekomen.Het CDO stelt in haar schrijven de afgelopen jaren betrokken te zijngeweest bij de ontwikkelingen rondom Lelystad Airport en wenst ditgraag ook voor de nieuwe ontwikkelingen met behoud van de reedsgemaakte afspraken. Daarnaast stelt het CDO geen voorstander te zijn vandubbelgebruik, geen nachtopening te willen en eerst Nederland van hetstikstofslot te willen hebben voordat er een natuurvergunning wordtverleend.Zoals toegelicht in de Kamerbrief van april 2026 is er in het coalitieak-koord afgesproken om Lelystad Airport in gebruik te nemen voorjachtvliegtuigen van Defensie en voor 10.000 vliegtuigbewegingengroothandelsverkeer, op voorwaarde dat wordt voldaan aan alle wettelijkevereisten waaronder het beschikken over een natuurvergunning.7 Zoals telezen in de Kamerbrief werkt het kabinet verschillende stappen uit omdaartoe te komen waaronder het wijzigen van het Luchthavenbesluit(LHB), het voldoen aan relevante natuurwetgeving en operationelevoorbereidingen.Bij het wijzigen van het LHB wordt de omgeving betrokken door zowel deluchthaven als het ministerie. In de wijziging van het LHB worden ondermeer de openingstijden opgenomen van Lelystad Airport. De inhoud vande wijziging van het LHB wordt onder andere via de Commissie RegionaalOverleg Luchthaven Lelystad en in rechtstreeks contact met het CDObesproken.Gemaakte afspraken met de omgeving rondom het Monitoring enEvaluatie programma8 alsmede het convenant monitoring en nadeelcom-pensatie voedselveiligheid in de omgeving van de luchthaven Lelystad9worden het komende half jaar in samenspraak met de omgevinggeactualiseerd. Het Ministerie van Defensie treft voorbereidingen voormilitair gebruik van de luchthaven. Zij hanteren daarbij een gefaseerdeaanpak met een langjarig ingroeipad. Dit wordt in samenhang bekeken inhet contact van het Ministerie van IenW met de omgeving.7Kamerstuk 31 936 nr. 1268.8Integraal Monitorings- en Evaluatieprogramma Lelystad Airport.9Staatscourant 2015, 9636.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13024 Onbemande luchtvaartuigen boven het WaddengebiedDe Tweede Kamer is geïnformeerd10 over de voorgenomen wijziging vanhet geldende verbod voor het gebruik van onbemande luchtvaartuigen(drones) boven het Waddengebied. Deze wijziging maakt het mogelijk omvluchten met onbemande luchtvaartuigen voor specifieke (maatschappe-lijke) taken uit te voeren. Denk hierbij aan vluchten voor hulpverlening,toezicht en inspectie onder voorbehoud van een natuurvergunning of-goedkeuring van de bevoegde autoriteit. Hiermee geeft het Ministerievan Infrastructuur en Waterstaat ruimte aan de gevraagde en benodigdeinzet van onbemande luchtvaart in het Waddengebied.De Raad van State (RvS) heeft advies uitgebracht over de voorgesteldewijziging van de wet- en regelgeving. De Kamer zal bij de publicatie vande wet- en regelgeving worden geïnformeerd.Evaluatie «Winter Operations» door KLM en SchipholMet deze verzamelbrief ontvangt u, mede namens KLM en Schiphol, hetevaluatierapport over de winterweerverstoringen op Schiphol in januari2026, zoals toegezegd in de Kamerbrief van 20 januari jl.11 De zwaresneeuwval trof Schiphol op een vrijdagochtend eerder dan voorspeld,precies tijdens de ochtendpiek op de luchthaven. De de-icing capaciteitbleek ontoereikend voor het aanbod van vliegtuigen, de aanhoudendesneeuwval beperkte het aantal beschikbare banen, en door verstoordopenbaar vervoer konden medewerkers het vliegveld moeilijk bereiken.Het samenspel van deze factoren leidde tot grootschalige vertragingen enannuleringen. Het missen van vluchten en het wachten op vluchten enbagage was voor reizigers en het luchthaven- en luchtvaartpersoneel eenzeer hinderlijke situatie. Het is belangrijk om lessen te trekken uit dewinterweerverstoringen om in toekomstige situaties beter gesteld testaan. De Kamer heeft hier dan ook terecht aandacht voor gevraagd.Het onderzoek – dat in opdracht van KLM en Schiphol is uitgevoerd –analyseert de ontstane situaties en geeft een aantal heldere aanbeve-lingen. De belangrijkste aanbevelingen in het rapport zien op hetverscherpen van operationele processen en het helder benoemen vaneigenaarschap en verantwoordelijkheden rondom het zogenoemdede-icen. Ook beveelt het rapport aan om de informatievoorziening naar depassagiers en de informatiestromen tussen luchthaven en luchtvaartmaat-schappijen beter te coördineren. Die aanbevelingen vragen om sector-brede samenwerking en implementatie.Tijdens het plenaire debat over de begroting van IenW werd de vraag12gesteld hoe de Minister de rol van de rijksoverheid in dergelijke operati-onele uitdagingen ziet. Vanuit internationale regelgeving volgt dat deverantwoordelijkheid voor operationele processen bij de luchthaven en deluchtvaartmaatschappijen ligt. De staat houdt toezicht op de naleving vande regelgeving. De luchtvaartsector toont zich gemotiveerd om hetevaluatierapport actiegericht opvolging te geven.In datzelfde debat kwam de vraag naar de zorg die aan reizigers werdverleend in deze periode. De Europese Passagiersrechtenverordening (EGnr. 261/2004) voorziet in de rechten voor passagiers in geval van vertra-gingen, instapweigeringen en annuleringen. Op grond daarvan konden102023Z0345611Kamerstuk 29 665, nr. 58612Debat 22 januari 2026, gehouden tijdens deze winterperikelen. Beide vragen vallen ondertoezegging TZ202601-067, Kamerlid Zwinkels, die hiermee afgedaan wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13025 passagiers kosteloos omboeken of hun ticket laten restitueren. Zowel deluchthaven als luchtvaartmaatschappijen verstrekten vouchers voor etenen drinken en boden waar nodig hotelaccommodatie aan. Extra service-personeel werd ingezet en een beddenplan geactiveerd. Het rapportconstateert wel tekortkomingen in de communicatie richting passagiers:informatie was niet tijdig beschikbaar, bereikte de juiste afdelingen niet,en servicebalies raakten snel overvraagd. Dat moet beter. De partijen zijnaan de slag met onder meer betere wintervoorbereidingen en hetuitwerken van (grote) winteroefeningen, juist omdat deze extremewintersituaties zo zelden voorkomen. Daarbij erkent het ministerie dat hetonontkoombaar is dat plotselinge en hevige winterse omstandighedenhinder zullen opleveren. Ook is de luchtvaartsector gestart met beteresamenwerking tussen de verschillende partijen op het gebied vande-icing. Het ministerie blijft met de betrokken partijen in gesprek over delessen die getrokken zijn uit de verstoringen.De rol van luchtvaart voor de economische veerkracht vanNederlandDe luchtvaart speelt een belangrijke rol voor de welvaart en weerbaarheidvan de economie van Nederland. Nederland heeft een sterke, gediversifi-eerde economie met veel verschillende sectoren. Deze diversiteit is vangroot belang voor een gezonde economie en maakt ons land wendbaar enweerbaar. Nederland heeft een sterke luchtvaartsector met een combi-natie Schiphol als internationaal concurrerende luchthaven, KLM als eensterke nationale hub-luchtvaartmaatschappij, TU Delft als één van ’swerelds meest toonaangevende lucht- en ruimtevaartfaculteiten en eenuitstekende maak- en brandstoffenindustrie. Dit geeft Nederland eenstevige positie en hiermee worden handel en internationale verbon-denheid van Nederland met de wereld bevorderd.Het bedrijfsleven, en in het bijzonder de industrie en internationaledienstensector, spelen voor onze toekomstige welvaart en weerbaarheideen cruciale rol. Welvaart en weerbaarheid versterken elkaar. Eeninnovatieve en concurrerende economie kan beter omgaan met schokkenen geeft de EU, waarvoor onder andere Schiphol en de havens alstoegangspoort dienen, een voorsprong op andere machtsblokken. VoorNederland is de buitenlandse handel een belangrijke bron van welvaart:ruim een derde van ons nationale inkomen wordt hiermee verdiend. Dit isniet mogelijk zonder de verbondenheid die Schiphol middels dehubfunctie die zij vervult, biedt. Zoals ook in het rapport van Wenninkwordt benadrukt, is deze essentieel om haar positie als internationaalknooppunt te behouden en voor Nederland om aantrekkelijk te blijven alsvestigingsplaats voor internationale bedrijvigheid. Nederlandse onder-nemers investeren in het buitenland, en buitenlandse ondernemingen zijnactief in Nederland.Tegen deze achtergrond heeft onderzoeksbureau Decisio de bijdrage vanluchtvaart aan de economische veerkracht van Nederland onderzocht.Luchtvaart ondersteunt vrijwel alle Nederlandse strategische sectoren viaconnectiviteit, handel en talentmobiliteit. Een sterke luchtvaartsector isvoor sommige sectoren een randvoorwaarde en draagt daarmee bij aanhet Nederlandse verdienvermogen. Met de sterke focus op hoogwaardigeexportproducten in het Nederlandse industriebeleid neemt het belang vanluchtvaart toe. Een van de aanbevelingen is om het luchtvaartaanbodgericht af te stemmen op de economische behoeften (van strategischesectoren). Het gaat dan bijvoorbeeld om clusters zoals Life Sciences, HighTech Systems, geavanceerde maakindustrie en logistiek, die gevoelig zijnvoor connectiviteitsverschraling. Andere aanbevelingen zijn het versnellenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13026 van verduurzaming, maar voorkomen van concurrentienadelen en hetversterken van strategische autonomie in de luchtvracht.Advies inzake zonnepanelen nabij luchthavensDe energietransitie vraagt om oplossingen voor duurzame opwekking vanelektriciteit. In de directe nabijheid van luchthavens bevinden zichgebieden met gebruiksbeperkingen waardoor deze in principe geschiktzijn voor de plaatsing van grootschalige zonneparken. Tegelijkertijdbrengen zonneparken rond luchthavens uitdagingen met zich mee op hetgebied van vliegveiligheid en ruimtelijke ordening. Recent zijn over dezeuitdagingen voorvallen bekend bij Schiphol en bij Maastricht AachenAirport. In deze gevallen ging het er onder meer om dat gerealiseerde,respectievelijk geplande zonneparken voor een gevaarzettende schitteringzorgden of zouden gaan zorgen. De Kamer is hierover op verschillendemomenten geïnformeerd13.Voor de vliegveiligheidsaspecten die samenhangen met het plaatsen vanzonneparken bestaat op dit moment geen specifieke regelgeving dievoorkomt dat gevaarzettende schittering kan ontstaan. Wel wordenluchtvaartpartijen geraadpleegd wanneer sprake is van een vergunnings-aanvraag en bestaat voor die partijen de mogelijkheid tot beroep wanneereen vergunning is verleend. Dit leidt in de praktijk tot onduidelijkheid bijinitiatiefnemers, luchthavens, bevoegde gezagen en toezichthouders.Het Ministerie van IenW heeft Arcadis gevraagd om advies uit te brengenover een kader met voorwaarden, criteria en toepassingen waaronder hetmogelijk moet zijn om zonneparken bij luchthavens te realiseren. Dit kadermoet van toepassing kunnen zijn op Schiphol en andere luchthavens inNederland. Het advies van Arcadis bied ik u hierbij aan. Arcadis hanteertin het kader onder meer de volgende uitgangspunten:–Veiligheid is niet onderhandelbaar;–Het is voor de elektrificatie van het energiesysteem en toenemendevraag naar elektriciteit van belang om het gebied rond luchthavens tebenutten voor zonneparken;–De luchtvaartpartijen en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport(ILT)- Luchthavenautoriteit moeten een duidelijke rol krijgen bij devalidatie van de vliegveiligheidsaspecten van een ontwerp;–Een (tijdelijk) kader dient alleen te worden toegepast in een relevantgebied in de nabijheid van een luchthaven en geldt niet voor de restvan Nederland.Op basis van de uitgangspunten komt Arcadis tot het advies om in hetkader als grenswaarde voor schittering door zonnepanelen het prudentie-criterium te hanteren nabij luchthavens. Daarnaast adviseert Arcadisonderzoek te laten doen naar de generieke toepasbaarheid van hetcriterium voor toekomstige zonneparken die worden gerealiseerd nabijluchthavens in Nederland. Arcadis adviseert verder om het tijdelijk kadervast te leggen, vooruitlopend op regelgeving. Door de Europese lucht-vaartveiligheidsorganisatie (EASA) wordt regelgeving voorbereid voorschittering door zonnepanelen nabij luchthavens. Dit zal echter pas na2029 resultaten opleveren. Omdat dit voor de Nederlandse praktijk te langtot onduidelijkheid en onzekerheid leidt, wordt ervoor gekozen om deaanbevelingen van Arcadis over te nemen.Het Ministerie van IenW zal het advies van Arcadis uitwerken in eentijdelijk kader. Daarmee wordt aan bevoegde gezagen en betrokken partijhandvatten gegeven waarmee ze, binnen hun eigen verantwoordelijk-13Kamerstukken II 29 665, nrs. 534 en 575Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13027 heden, een afweging kunnen maken. In het tijdelijk kader wordtbeschreven op welke momenten en op welke manier de luchtvaartpartijenen ILT-Luchtvaartautoriteit betrokken kunnen worden bij de ontwikkelingvan zonneparken bij luchthavens. Het tijdelijk kader zal van belang zijnvoor nieuwe vergunningaanvragen voor zonneparken. Bij vergunningaan-vragen die al in procedure zijn maar waarvoor nog geen vergunning isafgegeven hebben bevoegde gezagen de ruimte om met partijen inoverleg te treden om het ontwerp van het voorziene park aan te passen.Voor de invulling van de veilige afstand tot de baan en minimaleoppervlakte worden ingevuld zal in lijn met het advies van Arcadisvervolgonderzoek van Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR)worden betrokken.Parallel aan de invulling van een tijdelijk kader zal het Ministerie van IenWde uitgangspunten betrekken bij de totstandkoming van regelgeving. Deervaringen met de toepassing van het tijdelijk kader worden daarinmeegenomen. Naar verwachting zal het tijdelijk kader aan het einde vanhet derde kwartaal van dit jaar kunnen worden gepubliceerd.Herziening van richtsnoeren voor staatssteun luchtvaartsectorDe Europese Commissie heeft een consultatie gestart over de herzieningvan de Richtsnoeren voor staatssteun aan de luchtvaartsector uit 2014.Het ministerie heeft hierop gereageerd. Conform de gebruikelijkewerkwijze worden reacties aan de Europese Commissie met de Kamergedeeld. Met deze brief wordt de reactie van het ministerie aan uw Kameraangeboden.Met de herziening beoogt de Europese Commissie het staatssteunkadervoor de luchtvaartsector te actualiseren, onder meer naar aanleiding vanontwikkelingen in de luchtvaartmarkt, de gevolgen van de COVID-19-pandemie, Europese verduurzamingsdoelstellingen en de evaluatie vanhet bestaande kader. De richtsnoeren bieden lidstaten het kaderwaarbinnen overheden luchthavens financieel kunnen ondersteunen,bijvoorbeeld via subsidies, leningen of andere steunmaatregelen. Dehuidige richtsnoeren lopen april 2027 af. Hierna zal de herzieninginwerkingtreden.In deze reactie heeft het ministerie aangegeven dat het zich in grote lijnenkan vinden in de voorgestelde benadering voor exploitatiesteun aanregionale luchthavens. Wel heeft het ministerie de Europese Commissieverzocht om meer duidelijkheid te geven over de verruimde definitie vanhet begrip catchment area (verzorgingsgebied) en de mogelijke gevolgendaarvan voor het kunnen geven van bepaalde steun aan regionaleluchthavens. Daarnaast heeft het ministerie aandacht gevraagd voor debeperkte aandacht voor verduurzaming in de concept-richtsnoeren. Hierbijis gepleit voor meer ruimte voor gerichte steunmaatregelen die deontwikkeling en toepassing van innovatieve en duurzame luchtvaarttech-nologieën kunnen ondersteunen. Ook verwelkomt het ministerie hetvoornemen van de Europese Commissie om een aanvullend guidancepaper op te stellen met een overzicht van de bestaande staatssteunmoge-lijkheden voor de luchtvaartsector en heeft het ministerie verzocht delidstaten te betrekken bij de verdere uitwerking hiervan.Evaluatie herziene convenant veiligheidsverbetering Schiphol2023Het Convenant veiligheidsverbetering Schiphol is opgesteld naaraanleiding van het OVV-rapport Veiligheid vliegverkeer Schiphol (2017) enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13028 in 2018 ondertekend door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat enpartijen uit de luchtvaartsector. In oktober 2023 is het convenant herzienom geactualiseerde samenwerkingsafspraken vast te leggen, gericht ophet borgen en continu verbeteren van de luchtvaartveiligheid op Schiphol.Artikel 14 van het convenant bepaalt dat het convenant tussentijds moetworden geëvalueerd. In dat kader heeft IenW KPMG in 2025 opdrachtgegeven deze evaluatie uit te voeren en de bevindingen vast te leggen inhet voorliggende rapport.Het doel van de evaluatie was om te beoordelen in hoeverre hetconvenant doeltreffend en effectief functioneert, of de governance naarbehoren werkt en of aanpassing van het convenant wenselijk is.In algemene zin concluderen de onderzoekers dat het convenant effectiefheeft bijgedragen aan het vastleggen van afspraken over de samen-werking ter borging en verbetering van de luchtvaartveiligheid opSchiphol. Het biedt een structuur voor de verdere ontwikkeling van hetIntegral Safety Management System (ISMS) en ondersteunt het beheervan de Roadmap Safety Improvement Schiphol. Ook vinden de conve-nantspartijen dat het convenant als instrument goed heeft gewerkt en dathet, ondanks dat samenwerkingsafspraken inmiddels sterk zijn ingebed,nog steeds het juiste middel is om afspraken vast te leggen.Het rapport bevat daarnaast een aantal aanbevelingen met het oog op hetverbeteren van de effectiviteit, doeltreffendheid en governance van hetconvenant; denk hierbij onder andere aan het verbeteren van dekoppeling tussen IenW en het ISMS het verbeteren van de koppelingtussen het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL) en de sectorpar-tijen. IenW herkent de aanbevelingen en gaat met de convenantspartijenin gesprek over de opvolging.Derde evaluatie opvolging aanbevelingen rapport OVV uit 2017In vervolg op de eerdere twee evaluaties naar de opvolging van deaanbevelingen uit het rapport «Veiligheid vliegverkeer luchthavenSchiphol» uit 2017 van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), is er hetafgelopen jaar een derde evaluatie uitgevoerd. Dit is aan de Kamertoegezegd in de zesde voortgangsrapportage veiligheid Schiphol.14Deze derde evaluatie richt zich op het beoordelen van de resterende driedeelaanbevelingen uit het OVV-rapport. Deze waren in de tweedeevaluatie15, als gedeeltelijk adequaat opgevolgd beoordeeld. Het betreftde volgende deelaanbevelingen:–Aanbeveling 1b (gericht aan Schiphol en LVNL): Vermindering van decomplexiteit van de infrastructuur van de luchthaven.–Aanbeveling 2d (gericht aan Schiphol en LVNL): Vermindering vanhuidige en toekomstige veiligheidsrisico’s door onder andere hetaantal runway incursions structureel te verminderen.–Aanbeveling 7f (gericht aan IenW): Vergroten van de effectiviteit vanhet toezicht op het vliegverkeer op en rond Schiphol door meermenskracht en middelen in te zetten, door te investeren in deinhoudelijke kennis van toezichthouders, door meer inhoudelijkeinspecties te laten plaatsvinden en door het functioneren van hetAnalysebureau Luchtvaartvoorvallen te verbeteren.De voorliggende evaluatie geeft antwoord op de vraag in hoeverre desectorpartijen en de overheid sinds de tweede evaluatie in 2022, verdere14Kamerstuk 29 665, nr. 41915Kamerstuk 29 665, nr. 476Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13029 maatregelen hebben getroffen en geïmplementeerd om de achterliggendeveiligheidszorgen van de OVV over de drie nog openstaande deelaanbe-velingen voldoende weg te nemen. De evaluatie is uitgevoerd aan dehand van het evaluatiekader de beoordelingssystematiek van het NLR, datook in de eerdere twee evaluaties is toegepast.In de derde evaluatie concluderen de onderzoekers dat de opvolging vande resterende drie deelaanbevelingen als «adequaat» kan wordenbeoordeeld. Het ministerie herkent deze beoordeling.Aanbeveling 1b en 2dDe sectorpartijen hebben sinds het verschijnen van het OVV-rapport in2017, verder gewerkt aan het gezamenlijk implementeren van het IntegralSafety Management System Schiphol (ISMS). Daarbinnen wordenvoortdurend maatregelen en verbeteringen getroffen die hebbenbijdragen aan het verminderen van de complexiteit van de infrastructuurop Schiphol en het structureel verminderen van het aantal runwayincursions16 op de luchthaven.Aanbeveling 7fHet Ministerie van IenW heeft sinds 2017 ingezet op het verbeteren van deluchtvaartveiligheid op en rond Schiphol en het beheersen van risico’s. Bijde tweede evaluatie in 2022 beoordeelden de onderzoekers de opvolgingvan aanbeveling 7f als «deels adequaat» omdat het beoordelingskadervoor het besturingstoezicht op het ISMS formeel nog niet was vastgestelden dit gebruik maakte van open normen. Inmiddels houdt deILT-Luchtvaartautoriteit (ILT-LVA) toezicht op het ISMS volgens dezelfdemethodieken die gebruikt worden voor het toezicht op de gecertificeerdeindividuele sectorpartijen, wat de nog overgebleven zorg over deelaanbe-veling 7f bij de onderzoekers heeft weggenomen. Daarnaast concluderende onderzoekers dat het ABL van de ILT-LVA nu over voldoende goedopgeleide krachten beschikt en zij dat regelmatig de dialoog voert metrelevante partijen over specifieke veiligheidsvraagstukken.Dat de opvolging van alle aanbevelingen uit het OVV-rapport uit 2017 nuadequaat is beoordeeld door de onderzoekers, laat onverlet dat desectorpartijen en IenW zich actief blijven inzetten om de luchtvaartvei-ligheid continu verder te verbeteren. Het Ministerie van IenW werkt inafstemming met de ILT-LVA aan het uitvoeren van correctieve actie-plannen naar aanleiding van de audit die de International Civil AviationOrganization (ICAO) in mei 2025 in Nederland heeft uitgevoerd. Hieroveris de Kamer op 5 juni jl. geïnformeerd.17Rapport medisch protocol van de Nationale AdviesgroepCabineluchtBijgaand ontvangt de Kamer de jaarrapportage 2025 van de NationaleAdviesgroep Cabinelucht (NAC). De NAC bestaat uit vertegenwoordigersvan werknemers, werkgeversorganisaties en onderzoeksinstituten. Deadviesgroep adviseert de Minister van IenW over de mogelijke relatietussen chemische stoffen in de cabinelucht en gezondheidsklachten bijvliegend personeel. De oorzaak van de klachten is ondanks veel onderzoekvolgens de NAC niet duidelijk.16Er is sprake van een runway incursion wanneer een vliegtuig, een voertuig of een persoon zichten onrechte op de start- en of landingsbaan bevindt of binnen de beschermende zonedaarvan.17Kamerstuk 31 936, nr. 1296Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 130210 De jaarrapportage bevat een overzicht van de voortgang en resultaten vande NAC in 2025 en het Ministerie van IenW heeft hier met belangstellingkennis van genomen. De NAC informeert alle betrokken partijen overinternationale onderzoeken en relevante ontwikkelingen. In haar rapportbeschrijft de NAC o.a. de vorderingen van het CAQIII-onderzoek18 naarmogelijk schadelijke effecten van motorolie dat in 2026 wordt verwacht.Ook gaat de NAC in op de adviesnotitie voor het gebruik van meetinstru-menten bij het onderhoud van vliegtuigen. Recent heeft IenW nogmaalsbij het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van deluchtvaart (EASA) aangedrongen op een gesprek over de notitie.Daarnaast beschrijft de NAC dat zij in 2025 heeft gewerkt aan eenadviesnotitie voor een medisch protocol. Die notitie heeft het Ministerievan IenW in het tweede kwartaal van dit jaar ontvangen. De Kamer wordthierover geïnformeerd,waarmee de toezegging aan de leden van de BBB naar aanleiding van hetSchriftelijk overleg vliegveiligheid in september 202519 wordt afgedaan.In de notitie doet de NAC aanbevelingen dat er één centraal punt komtvoor vliegend personeel met klachten die mogelijk gerelateerd zijn aancabinelucht en dat er een onderzoeksprotocol wordt opgesteld. Omdatbeide aanbevelingen (ook) op het beleidsterrein van het Ministerie vanSZW liggen, is het Ministerie van IenW met SZW in gesprek over deopvolging. De opvolging zal besproken worden met de NAC, waar beideministeries waarnemend lid van zijn. In de opvolging van de aanbeve-lingen is uitgangspunt dat de werkgever primair verantwoordelijk is voorhet gezond en veilig werken van haar personeel.De NAC is in 2015 opgericht en in 2022 per instellingsbesluit geformali-seerd. Het ministerie zal in 2025 een evaluatie laten uitvoeren naarvoortgang, positionering en toekomstbestendigheid van de NAC.Wettelijke evaluatie ZBO Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)Eind 2024 ontving u het rapport van de wettelijke evaluatie van LVNL overde periode 2019 tot 202320. Met deze verzamelbrief wordt de TweedeKamer geïnformeerd over de opvolging van de aanbevelingen.Het Ministerie van IenW en LVNL hebben de samenwerking verstevigd ende overlegstructuur verfijnd. Zo bespreken LVNL en IenW de beleidsop-gaven en prioritering in een periodiek beleidsoverleg. Concrete resultatenzijn de tijdige betrokkenheid, verbeterde transparantie en meer onderlingbegrip. Daarnaast heeft LVNL een nieuwe organisatiestrategie ontwikkeldwaarin samenwerking, zowel intern als met stakeholders, een heldere rolheeft gekregen. De strategie is vormgegeven met betrokkenheid vanDefensiepersoneel en er is ingezet op gezamenlijke kernwaarden,gedeelde koers en integratie in de organisatie (in het kader van het1ATM-programma (dit programma werkt aan de integratie van devolledige militaire luchtverkeersdienstverlening binnen LVNL). LVNL werktals leverancier van vitale infrastructuur steeds intensiever samen metIenW, Defensie en ketenpartijen aan het borgen van haar weerbaarheid.Ook de maatschappelijke rol die LVNL heeft in het beperken van (geluids-)hinder en uitstoot komt nadrukkelijk terug in de nieuwe organisatiestra-tegie. LVNL werkt mee aan de implementatie van het nieuwe Luchthaven-18Cabin Air Quality assessment of long-term effects of contaminants (CAQ lll)19Schriftelijk overleg vliegveiligheid 19 september 2025; Kamerstuk 31 936, nr. 114820Kamerstuk 31 936, nr. 1194Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 130211 verkeersbesluit Schiphol, het reduceren van vliegtuigmotoremissies opSchiphol, de Luchthavenbesluiten voor de overige vliegvelden eninformeert de omgeving transparant over wijzigingen in het luchtruim.Instrument bestuurlijke boeteMet deze brief doe ik de toezegging af die ik in het CommissiedebatSchiphol van 19 mei heb gedaan over de bestuurlijke boete. Het lidZwinkels informeerde of – vooruitlopend op de stelselwijziging vliegtuig-geluid – met een wetswijziging de mogelijkheid voor de ILT om eenbestuurlijke boete op te leggen kan worden geïntroduceerd. Een bestuur-lijke boete is ook wat mij betreft een instrument dat de ILT in de toekomstzou moeten kunnen inzetten bij de handhaving van grenswaarden die inluchtvaartbesluiten zijn opgenomen. In de huidige Wet luchtvaart is ditniet mogelijk. Een wijziging van de Wet luchtvaart kost echter tijd en zalniet eerder dan in 2028 gereed kunnen zijn. Daar komt bij dat enkel eenbepaling over de bestuurlijke boete niet aansluit bij de huidige syste-matiek. Zo zal ook bijvoorbeeld de gezamenlijke nalevingsplicht bijgrenswaarden aangepast moeten worden om duidelijk te maken aan wieeen bestuurlijke boete kan worden opgelegd.Daarom kies ik ervoor om het handhavingsinstrumentarium integraal teverbeteren. Het nieuwe stelsel voor de regulering van vliegtuiggeluid datin 2030 beoogd is in werking te treden, is daarvoor het geëigendemoment. In deze omvangrijke wetswijziging wordt de handhaving andersvormgegeven en meer in lijn gebracht met die van geluid van wegen enspoorwegen onder de Omgevingswet. Het beleidsvoornemen is omdaarmee ook voor luchtvaart een bestuurlijke boete bij overtreding vangrenswaarden mogelijk te maken. Over de inhoudelijke contouren van hetnieuwe stelsel heb ik toegezegd de Tweede Kamer later dit kalenderjaar teinformeren.Zienswijze ontwerpbesluit wijziging LuchthavenverkeerbesluitSchipholUw kamer heeft gevraagd om een reactie op de zienswijze van deprovincie Zuid-Holland op het ontwerpbesluit wijziging van het Luchtha-venverkeerbesluit Schiphol (LVB)21.Op dit moment wordt er gewerkt aan het beantwoorden van alleingediende zienswijzen op het Luchthavenverkeersbesluit, inclusief dezienswijze van de provincie Zuid-Holland. De Tweede Kamer zal over hetgeheel worden geïnformeerd bij het aanleveren van de zogenaamde Notavan Antwoord waarin alle zienswijzen van een reactie worden voorzien.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. Karremans212026Z10226/2026D27287Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 130212
Gerelateerde bronnen
- Voor het zomerreces wordt de Kamer geïnformeerd over de vraag of en, zo ja, wanneer – vooruitlopend op de stelselwijziging vliegtuiggeluid - middels een wetswij
Voor het zomerreces wordt de Kamer geïnformeerd over de vraag of en, zo ja, wanneer – vooruitlopend op de stelselwijziging vliegtuiggeluid - middels een wetswijziging de mogelijkheid voor de ILT van een bestuurlijke boete kan worden geïntroduceerd.
- De minister zal Schiphol en KLM vragen om in de evaluatie van de chaos n.a.v. het winterweer ook mee te nemen hoe er met reizigers is omgegaan, als het gaat om
De minister zal Schiphol en KLM vragen om in de evaluatie van de chaos n.a.v. het winterweer ook mee te nemen hoe er met reizigers is omgegaan, als het gaat om onkosten en zaken waar zij recht op hebben gehad zoals maaltijden, hotelovernachtingen et cetera en de Kamer hierover zo snel mogelijk, na o
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.