Verzamelbrief Politie – april 2025
Brontekst
Versie d8521af9854c5bf9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 628PolitieNr. 1254 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 april 2025InleidingMet deze brief informeer ik uw Kamer over een aantal actuele thema’s bijde politie, mede naar aanleiding van recente ontwikkelingen, aange-nomen moties en gedane toezeggingen. Achtereenvolgens ga ik in op destrategische agenda politie 2025–2030; de meerjarenbegroting politie; devoorlichting van de Raad van State over de bewaartermijn van politiege-gevens; het onderzoek van Ernst & Young (EY) naar de informatievoor-ziening van de politie; de evaluatie van het Expertisecentrum AanpakDiscriminatie Politie (ECAD-P); huisbezoeken door de politie; de invoe-ringstoets doxing; algemene maatregel van bestuur (AMvB) neutraleuitstraling BOA; de beschikbaarheid van C2000 tijdens de NAVO-top en decijfers van onterechte 112 meldingen.Strategische agenda politie 2025–2030De politie moet meebewegen met de tijd en zich aanpassen aanmaatschappelijke en criminogene ontwikkelingen. Criminaliteit digitali-seert, de impact van georganiseerde criminaliteit neemt toe en er issprake van grote maatschappelijke onrust. Met de korpschef ben ikdoorlopend in gesprek over de uitdagingen die op de politie afkomen ende doorontwikkeling die de politie daarom moet doormaken. Dit gesprekvoeren de korpschef en ik ook met de vertegenwoordigers van het gezagin het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP). In deze gesprekkengaat het onder meer over de keuzes die moeten worden gemaakt omfocus aan te brengen bij inzet van de politie, mede gelet op de aanhou-dende druk op de politiecapaciteit.De korpschef geeft sturing aan de ontwikkelingen die de politieorganisatieen het politievak moeten doormaken om bij de tijd te blijven. Dit pastbinnen de verantwoordelijkheid van de korpschef voor de leiding en hetbeheer van de politie, binnen de kaders die ik stel als Minister van Justitieen Veiligheid. Ten behoeve van haar sturing op de organisatie- en kst-29628-1254ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12541 vakontwikkeling heeft de korpschef samen met het korpsmanage-mentteam de strategische agenda 2025–2030 opgesteld.1 Deze strate-gische agenda bouwt voort op de strategische agenda 2021–2025 vanhaar voorganger. De strategische agenda 2025–2030 beschrijft degewenste ontwikkeling van de politieorganisatie en het politievak langszeven ontwikkellijnen, te weten: (1) zelfbewuste positie; (2) rechtsstatelijkhandelen; (3) verbonden politie; (4) opsporings- en interventiegerichtepolitie; (5) passende personeelsontwikkeling; (6) stevige leiderschapsont-wikkeling en (7) financiële stabiliteit.Meerjarenbegroting politieDe politiebegroting 2025 is sluitend. De meerjarenraming laat tussen2026–2029 een oplopend exploitatietekort zien. De politie heeft eenTaskforce Ombuigingen ingesteld om tot voorstellen tot een sluitendebegroting te komen. Op mijn verzoek onderzoekt de politie welke keuzesal in de voorbereiding op de politiebegroting 2026 kunnen wordengemaakt. De komende tijd zullen deze diverse voorstellen ook met degezagen in het LOVP worden besproken. Voor mij is een randvoorwaardebij het vormgeven van keuzes dat de slagkracht, zichtbaarheid enbereikbaarheid van politie behouden blijft. Zodra dit proces doorlopen is,zal de politie de meerjarenbegroting opstellen en ter goedkeuring aan mijvoorleggen.Voorlichting van de Raad van State over de bewaartermijn vanpolitiegegevensVolgend uit de Wet politiegegevens (Wpg) worden gegevens die de politieheeft vergaard ten behoeve van de dagelijkse politietaak na vijf jaarverwijderd.2 Daarna worden deze gegevens nog vijf jaar bewaard, onderandere voor gebruik in opsporingsonderzoeken, waaronder oude zaken.Na deze vijf jaar worden de gegevens vernietigd.Toen in 2019 een aanvang werd gemaakt met het actief vernietiging vandeze gegevens werd de vraag gesteld in hoeverre het vernietigen vandeze gegevens de aanpak van cold cases kon belemmeren. Verwijderdegegevens zouden immers een rol kunnen spelen in cold cases op hetmoment dat nieuwe informatie blijkt (uit getuigenverklaringen, DNAonderzoek etc.)Als gevolg van dit vraagstuk heeft de toenmalige korpschef in 2019besloten de gegevens na het overschrijden van de in de Wpg gesteldetermijn niet te vernietigen. Ook heeft de korpschef toen maatregelengetroffen om de toegang tot deze gegevens te beperken tot het striktnoodzakelijke. Mijn ambtsvoorganger heeft de korpschef in zijn besluitgesteund en uw Kamer daar destijds over geïnformeerd3. Daarbij heeftmijn ambtsvoorganger destijds gesteld dat er een nieuw evenwicht moetworden gevonden tussen het fundamenteel belang van de beschermingvan privacy en het rechtstatelijke belang van een goede opsporing. Ditnieuwe evenwicht zou tot uiting komen in een nieuwe gegevenswet voorhet politie- en justitiedomein.In 2020 is uw Kamer geïnformeerd over de verkenning om te komen toteen brede gegevensverwerkingswet voor de politie- en justitieketen.1https://www.politie.nl/informatie/strategische-agenda-politie-stevig-staan-in-deze-tijd.html2Voor een uitgebreidere beschrijving van de gegevens die het betreft verwijs ik kortheidshalvenaar (bijlage 2 van) het Tweede Halfjaarbericht politie 2024 (Kamerstuk 29 628, Nr. 1240) en decold case brief uit 2019 (Kamerstuk 29 628, Nr. 859).3Kamerstuk 29 628, Nr. 859.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12542 Begin 2022 is aan uw Kamer gemeld dat het traject om te komen tot eennieuwe gegevensverwerkingswet gestopt zou worden, omdat daarvoorgeen financiële dekking was gevonden. In vervolg hierop is besloten omde Wet politiegegevens (en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens)wel op een aantal punten uit de praktijk aan te passen, waaronder debewaartermijnen.Gezien de complexe afweging die daarbij moet worden gemaakt tussenhet privacy- en opsporingsbelang heb ik in oktober 2024, mede namensde Staatssecretaris Rechtsbescherming, de Raad van State gevraagd ommij voor te lichten wat zij haalbaar acht als het gaat om de termijn voorhet bewaren van bepaalde politiegegevens ten behoeve van hetonderzoek naar oude, onopgeloste zaken (cold cases), met inachtnemingvan Europeesrechtelijke en Grondwettelijke eisen. Meer specifiek heb ikde Raad van State gevraagd te adviseren over de randvoorwaarden voorhet gedurende enkele tientallen jaren bewaren van gegevens dieverzameld zijn ten behoeve van de uitvoering van de dagelijksepolitietaak. De Raad van State heeft mij op 6 maart jl. de voorlichtinggestuurd (zie ook bijlage 1 bij deze brief).De Raad van State plaatst de door mij gestelde vragen in het kader vanhet gezochte evenwicht tussen het fundamentele recht op de beschermingvan de privacy en het rechtstatelijke belang van een effectieve opsporingen vervolging (waaronder het oplossen van oude zaken). De Raad vanState geeft aan dat het oplossen van oude zaken een zwaarwegendmaatschappelijk belang dient, dat een inmenging op de persoonlijkelevenssfeer rechtvaardigt. Dat neemt niet weg dat vanwege het belangvan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer er grenzen wordengesteld aan het opslaan en bewaren van gegevens die de politie in hetkader van de uitvoering van haar taken vergaart.De hoeveelheid (persoons)gegevens die de politie met het oog op deuitvoering van de dagelijkse politietaak vergaart, is door de aard van hetwerk omvangrijk en ongericht. Om te komen tot een langere bewaar-termijn van deze gegevens dienen de noodzaak tot bewaren van diegegevens en de evenredigheid van de uitbreiding van de termijnovertuigend te kunnen worden gemotiveerd. De mate waarin dezegegevens bijdragen aan het oplossen van cold cases, en daarmee denoodzaak tot het (langdurig) bewaren ervan, kan volgens de Raad vanState niet (cijfermatig) worden aangetoond. Dit maakt het naar hetoordeel van de Raad van State niet evenredig om de gegevens gedurendeenkele tientallen jaren te bewaren.De voorlichting van de Raad van State laat geen ruimte voor deverlenging van de bewaartermijn zoals opgenomen in artikel 14 van deWpg. Het is derhalve niet aanvaardbaar om gegevens langer te bewarendan volgens artikel 14 van de Wet politiegegevens is toegestaan. Hieropkan niet langer een uitzondering worden gemaakt. Ik realiseer mij dat ditvoor nabestaanden en slachtoffers van cold cases een bittere pil kan zijn.Elk puzzelstukje, hoe klein ook, dat kan helpen om (in de toekomst) eenzaak op te lossen, is voor hen van belang in de zoektocht naar rechtvaar-digheid. Ik heb door de voorlichting van de Raad van State helaas geenandere keuze.De politie gaat daarom over tot het vernietigen van gegevens die langerbewaard werden dan de in artikel 14 van de Wpg gestelde termijn. Dekorpschef heeft mij geïnformeerd dat dit niet eenvoudig is. Er moet ondermeer beoordeeld worden of van vernietiging moet worden afgezien,omdat de gegevens waarde hebben als bestanddeel van cultureel erfgoedof historisch onderzoek. De korpschef zal daarom de wijze van vernietigenplanmatig aanpakken met een bijbehorende realistische tijdlijn. Ik hecht erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12543 aan te benadrukken dat het gaat om het vernietigen van gegevens die zijnvergaard ten behoeve van de dagelijkse politietaak en niet om de dossiersvan de oude zaken zelf of van andere zaken. Die gegevens in de dossiersvan de oude zaken kennen een andere bewaartermijn.De Raad van State adviseert dat het in het licht van al het bovenstaandegewenst is dat de eerder voorgenomen algemene doordenking enherziening van de Wet politiegegevens (en de Wet justitiële en strafvorder-lijke gegevens) opnieuw ter hand wordt genomen. Ik neem het advies vande Raad van State met betrekking tot de herziening ter harte, maar daarbijmoet ook de zware implementatieopgave waar de ketenpartners nu almee te maken hebben (zoals de implementatie van het nieuwe Wetboekvan Strafvordering) en die nog enkele jaren zal voortduren, in achtworden genomen.Onderzoek van EY naar de informatievoorziening politieIn het commissiedebat politie van 19 december 2024 heb ik uw Kamertoegezegd in te gaan op het onderzoek naar de informatievoorziening bijde politie dat EY heeft uitgevoerd in opdracht van de korpschef.4 Over ditrapport zijn onlangs in de media ook berichten verschenen en uw Kamerheeft mij verzocht hierop te reageren5. Onderstaand doe ik gestand aandeze toezegging en het verzoek van de Kamer.Door technologische ontwikkelingen, maatschappelijke veranderingen eneen verschuiving van fysieke naar digitale criminaliteit wordt ook hetwerkveld van de politie meer en meer digitaal. Een toenemend deel vanhet politiewerk wordt in het digitale domein en datagedreven uitgevoerd.Een goede informatievoorziening (IV) is een onderdeel van de taken vande politie.Tegelijkertijd staat de politie voor de uitdaging de groeiende IV-uitgaven tebeheersen, mede in het licht van de opgave om tot een sluitendemeerjarenraming te komen. De korpsleiding heeft daarom onderzoeklaten doen vanuit een bredere opdracht: grip houden op stijgende kostenin een tijd waarin politiewerk razendsnel digitaliseert. Uit het onderzoekblijkt dat er werk aan de winkel is. Zo komt naar voren dat de politie eenverouderd en versnipperd IV-landschap heeft, dat er onvoldoendeoverzicht is hoe de planning van ICT-projecten loopt, waardoor sturing en(financiële) beheersing ingewikkeld is en dat de verhouding tussen interneen externe medewerkers uit balans is. Het onderzoek is in te zien via dewebsite van de politie.6De uitkomsten van dit onderzoek worden nu verder verdiept. Ik heb depolitie verzocht om dit uit te werken in concrete maatregelen, zodat aande hand van verschillende opties duidelijke keuzes gemaakt kunnenworden. Dit kan uiteindelijk ook betekenen dat de politie met bepaaldeprojecten of werkzaamheden moet stoppen.Evaluatie van het Expertisecentrum Aanpak Discriminatie PolitieAls onderdeel van het programma Politie voor Iedereen en in opvolgingvan de motie Paternotte7 heeft de politie in 2021 via een pilot hetExpertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (hierna: ECAD-P) opgezet.4TZ202412, nr.156.5Verzoek van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid met kenmerk 2025Z06927/2025D16197.6Voor het rapport zie: https://www.politie.nl/nieuws/2025/maart/31/eindrapport-iv.html.7Kamerstuk 35 164, nr. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12544 Het expertisecentrum heeft als doel het versterken van de rol van depolitie in de (strafrechtelijke) aanpak van discriminatie in de samenlevingen de samenwerking met de partners op dit thema. In 2024 heeft depolitie, mede op verzoek van mijn ministerie, een interne evaluatieuitgevoerd naar de toegevoegde waarde en de ontwikkelopgaven van hetECAD-P. Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen van de evaluatieopgenomen, waarmee voldaan wordt aan de motie van het KamerlidTseggai8.In de evaluatie worden de volgende conclusies en aanbevelingengesteld:9«Het ECAD-P heeft de afgelopen jaren een plek verworven en een stevigfundament neergezet. Netwerkpartners en interne stakeholdersbenadrukken het belang van het ECAD-P binnen politie. Gezien depolitiek-bestuurlijke en maatschappelijke aandacht voor de aanpak vandiscriminatie, het belangrijk is dat het ECAD-P wordt geformaliseerd enstructureel wordt geborgd binnen de politie. Respondenten verwachtendat aangiften en meldingen van discriminatie incidenten de komende tijdblijven stijgen.De actuele zaaksoverzichten10 die het ECAD-P oplevert zijn enormbelangrijk in de actualiteit van de opvolging en opsporing in de eenhedenén om een objectief en feitelijk beeld te geven ten aanzien van het aantalmeldingen en aangiften. Dat laatste wordt in deze tijd van desinformatieen polarisatie naar verwachting alleen nog maar belangrijker. Eénaanspreekpunt binnen de politie is van toegevoegde waarde bij hetkanaliseren van vragen en informatieverzoeken en het snel kunneninspelen op incidenten en ontwikkelingen.De evaluatie komt tot vier hoofdaanbevelingen:1.Zorg voor structurele inbedding van het ECAD-P binnen de politie enbied betrokken medewerkers perspectief over hun rol en functie.2.Breid de capaciteit van het ECAD-P op onderdelen (ICT-expertise,beleidsexpertise en discriminatierechercheurs) uit.3.Verbeter de samenwerking met de ADV’s [red: antidiscriminatievoor-ziening] en de politienetwerken, voortbouwend op de al ingezetteontwikkelingen.4.Benoem uniforme uitgangspunten waaraan de eenheden moetenvoldoen wat betreft de aanpak van discriminatie, maak het ECAD-Pverantwoordelijk voor monitoring en rapportage richting de eenhedenen de Korpsleiding.»In de kamerbrief van 14 november 202411 en het halfjaarbericht politie vandecember 202412 is aan uw Kamer laten weten dat het met de middelenuit het regeerprogramma van het kabinet Schoof het ECAD-P nu struc-tureel gefinancierd is en dat de capaciteit is uitgebreid. In het halfjaarbe-richt politie van december 202413 is uw Kamer ook geïnformeerd over deinrichting van het ECAD-P.8Kamerstuk 35 709, nr. 20.9Evaluatierapportage ECAD-P, Hoofdstuk 3, Conclusies en aanbevelingen.10Ter toelichting. Het ECAD-P screent alle registraties van meldingen en aangiftes in depolitiesystemen op kernwoorden die kunnen duiden op een aangifte of melding van discrimi-natie. Daarvan maken zij overzichten, deze worden zaakoverzichten genoemd.11Kamerstuk 36 600 VI, nr. 32.12Kamerstuk 29 628, nr. 1240.13Kamerstuk 29 628, nr. 1240.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12545 Huisbezoeken door de politieUw Kamer heeft mij gevraagd om schriftelijk in te gaan op recenteberichtgeving over een huisbezoek door de politie aan een persoon inAmersfoort, die bij een demonstratie is geweest.14De korpschef heeft publiekelijk gereageerd dat dit specifieke huisbezoekniet op deze manier plaats had mogen vinden. Het kan volgens dekorpschef niet zo zijn dat de politie mensen alleen op hun deelname aaneen demonstratie aanspreekt of vraagt naar hun standpunten. Het staatiedere inwoner van Nederland vrij om voor zijn of haar mening uit tekomen en deel te nemen aan demonstraties, binnen de grenzen van dewet. Wat dit specifieke huisbezoek betreft sluit ik mij daarbij aan.Tegelijkertijd vormt contact zoeken met mensen de basis van politiewerk.In dat kader is het staande praktijk dat de politie bij burgers langs gaat omhet gesprek aan te gaan. Dit kan om talloze redenen zijn, bijvoorbeeldvoor buurtonderzoeken of stopgesprekken om personen te wijzen op destrafbaarheid van bepaalde voorgenomen gedragingen. De wijkagentheeft in het bijzonder veel contact met mensen. Als eerste aanspreekpuntin een wijk horen zij wat er speelt en zoeken zij actief contact metbewoners om mogelijke problemen te voorkomen.De politie heeft in het kader van de politietaak ook een belangrijke rol bijhet in goede banen leiden van demonstraties en het waarborgen van deveiligheid van alle aanwezigen onder het gezag van de burgemeester. Dekorpschef heeft naar aanleiding van bovengenoemde berichtgeving aanmij bevestigd dat ook in dat kader huisbezoeken kunnen worden afgelegd.Ik ga hieronder in op het juridisch kader rondom huisbezoeken.Artikel 3 van de Politiewet 2012 biedt een algemene grondslag voorpolitieoptreden in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en inovereenstemming met de geldende rechtsregels. Het kan hierbij ook gaanom huisbezoeken. Huisbezoeken kunnen leiden tot een (beperkte) inbreukop de persoonlijke levenssfeer. Deze inbreuk is gerechtvaardigd alsdaarvoor een wettelijke grondslag bestaat, met het huisbezoek eenlegitiem doel wordt nagestreefd en het huisbezoek een noodzakelijk enproportioneel middel is om dat doel te bereiken.Voor zover bij een huisbezoek sprake zou zijn van daadwerkelijk binnen-treden van een woning, gelden de waarborgen krachtens de Algemenewet op het binnentreden. Dit houdt in dat de persoon die binnentreedt,verplicht is zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen vanhet doel van het binnentreden. Voor het binnentreden in een woningzonder toestemming van de bewoner is een schriftelijke machtigingvereist.Als het huisbezoek verband houdt met de handhaving van de openbareorde en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten rondomdemonstraties, kan het huisbezoek ook raken aan het demonstratierecht.Overheidsoptreden rondom demonstraties mag niet gericht zijn op hetontmoedigen van deelname aan demonstraties – het zogenoemde«chilling effect» – en zoveel mogelijk moet worden voorkomen datdaarvan in de praktijk sprake is.Huisbezoeken die verband houden met de uitoefening van de politietaakrondom demonstraties moeten noodzakelijk zijn om het daarmeenagestreefde doel – zoals het voorkomen van wanordelijkheden – tebereiken en in ieder concreet geval moet worden afgewogen of er minderingrijpende middelen beschikbaar zijn om het beoogde doel te bereiken.14TZ2024Z05585.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12546 Invoeringstoets doxingOp 18 juni 2024 heeft mijn ambtsvoorganger tijdens het mondelingvragenuur aan het lid Mutluer toegezegd om in te gaan op de werking vande nieuwe strafbaarstelling van doxing (artikel 285d Wetboek vanStrafrecht). Daarbij was haar vraag of deze bepaling doxing van politie-ambtenaren oplost. De werking van deze strafbepaling is onderwerp vaneen invoeringstoets, die loopt sinds het moment van inwerkingtreding.Hierbij wordt gekeken naar verschillende aspecten, zoals de aantallenzaken en eventuele knelpunten bij het gebruik van de strafbaarstelling.Ook wordt gekeken naar de ervaringen van slachtoffers, waaronderslachtoffers met een publieke taak. Er zijn op dit moment nog geenconclusies te trekken. Bij de laatste uitvraag waren er namelijk nog relatiefweinig zaken doorgestroomd naar het OM en de rechter. De eerstesignalen zijn wel dat de strafbepaling voorziet in een behoefte en voor deopsporing een gat dicht in de wetgeving. De invoeringstoets heeft eenlooptijd van twee jaar. Begin 2026 zullen de resultaten met uw Kamerworden gedeeld.AMvB neutrale uitstraling BOAOp 14 november jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn besluit en deachtergrond van dit besluit om de neutrale uitstraling van de boa juridischte borgen in een algemene maatregel van bestuur (AMvB).15 Deze AMvBis op 19 december jl. in (internet)consultatie gebracht. De consultatie-termijn is inmiddels verstreken en de consultatiereacties zijn verwerkt. Ikstreef ernaar de AMvB zo snel mogelijk naar de Afdeling Advisering vande Raad van State te zenden.Beschikbaarheid van C2000 tijdens de NAVO-topUw Kamer heeft mij middels de motie Diederik van Dijk16 verzocht tebewerkstelligen dat voor de NAVO-top, maar uiterlijk voor het einde van2025, een goed functionerend communicatiesysteem in werking is bij depolitie en hulpdiensten en hier de Kamer over te informeren.Ik heb uw Kamer eerder geïnformeerd over de maatregelen die wordengenomen om C2000 zo goed mogelijk te laten functioneren17, zo lang alsnodig is tot de nieuwe missiekritische communicatievoorziening ingebruik is genomen. De garantie dat er nooit een verstoring zal optredenis echter nooit te geven.Maatregelen getroffen n.a.v. storing eOCS tijdens jaarwisselingSamen met de leverancier en de Landelijke Meldkamer Samenwerkingwerk ik hard aan het oplossen van de oorzaken en het voorkomen vantoekomstige herhalingen van de verstoring van het radiobediensysteem(eOCS) die zich tijdens de jaarwisseling heeft voorgedaan. Het gaat hierbijonder meer om het vervangen van hardware en het doorvoeren vansoftwarematige oplossingen om zware belasting het hoofd te kunnenbieden. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is om aanvullendemonitoringsmogelijkheden te implementeren, zodat er beter kan wordengeanticipeerd op mogelijke problemen ten tijde van momenten van grotedrukte. Met het oog op de aanstaande NAVO-top worden de C2000-systemen hier ook uitvoerig op getest.15Kamerstuk 36 600 VI, nr. 32.16Kamerstuk 28 684, nr. 75917Onder meer Kamerstuk 25 124, nr. 113; Kamerstuk 29 628, nr. 1190; Kamerstuk 29 517, nr. 253;Kamerstuk 28 684, nr. 751; Kamerstuk 29 517, nr. 264.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12547 Naast de onderzoeken van de leverancier van het radiobediensysteem ende LMS, laat ik ook verschillende externe onderzoeken uitvoeren, om zode beste maatregelen te kunnen doorvoeren op korte termijn en op langetermijn om het radiobediensysteem een duurzaam onderdeel te laten zijnvan C2000.Maatregelen gericht op de optimalisering C2000Reeds in 2023 is gestart met een viertal actielijnen om het huidige C2000te optimaliseren, die ook nu nog actueel zijn:–Verder optimaliseren van de radiodekking–De aanpak van gebieden met verminderde dekking (DIPP-gebieden)–De gebruikers centraal zetten en handelingsperspectief bieden–Innovatie, onder andere via Push to TalkBij optimalisatie van radiodekking wordt continu gewerkt aan aanpas-singen aan hardware, software en randapparatuur om te zorgen dat debestaande dekking van C2000 zo optimaal mogelijk is. Ook is de Rijks-dienst Digitale Inspectie (RDI) in gesprek met leveranciers van productendie storing geven op het C2000-netwerk (bijvoorbeeld zonnepanelen) omte zorgen dat deze verstoring minder wordt.Van de 95 geïdentificeerde gebieden met verminderde dekking (DIPP) zijner nu 24 gebieden opgelost, waarvan 12 in 2024. Er heeft daarmee reedseen versnelling in de oorspronkelijke aanpak plaatsgevonden, en dezewordt doorgezet in 2025. Op dit moment staat het vast dat er drieDIPP-gebieden worden aangepakt in 2025, maar de verwachting is dat ditoploopt tot 25. Inmiddels is in de werkplek van meldkamercentralisten eenvoorziening opgenomen waarbij zichtbaar is waar de DIPP-gebieden zijn.Dit kunnen zij overbrengen aan hun collega’s die op straat werkzaam zijn.Dit verhoogt de voorspelbaarheid van de werking van C2000 en biedtcollega’s de mogelijkheid tijdig over te schakelen op andere communica-tiemiddelen.Om het gebruikersperspectief beter in kaart te brengen heb ik in het najaarvan 2024 een aantal gebruikerssessies georganiseerd. Deze sessies zijningegaan op relevante onderwerpen voor de continuering van C2000 toteen nieuw missiekritisch communicatiesysteem gereed is, zoals informa-tiebeveiliging, kwaliteitsniveau, Push to Talk (PTT) en randapparatuur. Hetministerie werkt daarnaast aan kaders om te zorgen dat de disciplines PTTkunnen koppelen aan C2000. Ook werken disciplines aan de gebruiks-vriendelijkheid van PTT-apps door bijvoorbeeld te experimenteren methandsfree oplossingen.Aanvullende maatregelen in aanloop naar de NAVO-topSpecifiek voor de NAVO-top worden door de disciplines zelf verschillendemaatregelen getroffen gericht op het realiseren van een zo stabielmogelijke dekking en beschikbaarheid van C2000 en fallback-systementijdens de NAVO-top. Voorbeelden daarvan zijn onder meer:–Maatregelen om verstoring tijdens de NAVO-top te voorkomen (o.a.afstemming freeze migraties, voorkomen van incidenten doorjamming, voorkomen van incidenten door graafwerkzaamheden,afstemming met netwerkoperators).–Gezamenlijke inventarisatie van beschikbare en benodigde middelen,inclusief risico’s en mitigerende maatregelen.–Gezamenlijk knooppunt t.b.v. monitoring tijdens de NAVO-top zodat zosnel en goed mogelijk kan worden ingegrepen bij (dreigende)verstoring.–Aandacht voor oefenen en informeren van collega’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12548 Met deze ingezette acties heb ik het vertrouwen dat C2000 niet alleentijdens de NAVO-top, maar ook de komende jaren blijft functioneren. Ikbeschouw de motie Diederik van Dijk hiermee als afgedaan.Nederlandse ArbeidsinspectieDe Nederlandse Arbeids Inspectie (NLA) heeft de politie dwangsommenopgelegd omdat de politie haar medewerkers volgens de NLA geenveilige werkomgeving kan bieden, zolang die medewerkers geen gebruikkunnen maken van een goed werkend communicatiemiddel. Dezedwangsommen zijn opgeschort tot 8 juni 2025. De korpsleiding onder-streept het belang van een goed werkend missiekritisch communicatie-systeem voor de veiligheid en gezondheid van de politiemedewerkers, inhet bijzonder voor de medewerkers «op straat». Vanuit haar verantwoor-delijkheid als werkgever is de politie hard aan het werk om alle relevanteoperationele» medewerkers voldoende opgeleid en getraind te krijgen inhet adequaat gebruiken van het C2000-systeem, onder voorspelbare énonvoorspelbare omstandigheden.In de komende periode zullen er vijf gesprekken volgen, die voornamelijkgaan over de eis om te zorgen dat gebruikers veilig kunnen werken metC2000. De politie ontwikkelt hiertoe handleidingen voor de centralisten opde meldkamers en voor de gebruikers op straat, en heeft het gebruikgeïntegreerd in diverse opleidingen. Het doel is om dit voor de NAVO-topafgerond te hebben. Om de risico’s van onvoorspelbare situaties temitigeren, zijn de afgelopen periode grote stappen gezet. Zo is er eengrote upgrade (APK) van de portofoons uitgevoerd, waarbij alle antennesen batterijen zijn vervangen en alle portofoons een software upgradehebben ontvangen. Het opleidings- en trainingsmateriaal is geactualiseerden wordt op een centrale plek ontsloten. Het gebruik van C2000 en defallback-voorziening is geborgd in het curriculum in het politieonderwijsen komt ook terug in de vaardigheidstrainingen. Verdere voorlichting overhet gebruik van C2000 wordt gegeven door middel van briefingsdia’s dieals vast onderdeel terugkomen bij de briefings voor bijvoorbeeld groteevenementen.Rondetafelgesprek C2000In het rondetafelgesprek over C2000 met uw Kamer op 2 april jl., bleek debehoefte aan nadere informatie en uitleg over een aantal onderwerpen,die ik hieronder toelicht. Het gaat dan om het verwerven van nieuwecontracten via aanbestedingen voor C2000, VMX, eigenaarschap vansystemen, fallback-voorzieningen en rolverdeling.Sourcingstrategie C2000Namens de Nederlandse staat (en specifiek namens de Ministers van VWSen Defensie) ben ik als Minister van Justitie en Veiligheid eigenaar van decontracten van C2000, waarbij de Landelijke Meldkamer Samenwerking(LMS) het strategisch en tactisch contractbeheer en -managementuitvoert. Deze contracten lopen uiterlijk in 2027 af. Al meermaals heb ikuw Kamer laten weten dat de dienstverlening voor C2000 geborgd blijfttot en met de implementatie van de opvolger. Daarom zet ik stevig in opde continuering van de dienstverlening, waarbij diverse geleerde lessenuit het verleden een plek krijgen.Ter voorbereiding op de verwerving is onder begeleiding van KPMG ensamen met de Landelijke Melkamer Samenwerking een overkoepelendesourcingstrategie opgesteld. Ook de gebruikers van C2000 zijn hierbijbetrokken. De sourcingstrategie beziet het geheel aan benodigdeactiviteiten die nodig zijn om tot een aanbesteding te komen. Denk hierbijaan (onder andere) contractvormen, benodigde aanbesteding(en) enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12549 planning. Het uitgangspunt voor de sourcingstrategie is het behouden vande huidige functionaliteit van C2000. Er wordt blijvend geïnvesteerd op dedekking, beschikbaarheid en het optimaliseren van het huidige gebruik. Inzijn algemeenheid zal de verdere ontwikkeling van C2000 zich hoofdza-kelijk richten op informatiebeveiliging en dat wat passend is binnen dehuidige techniek en functionaliteit.Eveneens wordt met de verwerving beoogd om knelpunten die nu wordenervaren in de onderlinge samenwerking tussen marktpartijen en met deLandelijke Meldkamersamenwerking op te lossen door het maken vannieuwe afspraken. Dit moet leiden tot meer samenhang en afstemming inhet geheel van beheer en onderhoud en uiteindelijk meer gebruikerstevre-denheid. Ook wordt in de verwerving zoveel mogelijk rekening gehoudenmet de transitie naar de opvolger.Ik heb ervoor gekozen om bij de continuering van C2000 in te zetten ophet voortzetten van de samenwerking met de huidige drie leveranciersvan de drie onderdelen van C2000: P2000 (voor paging), T2000 (voorspraakcommunicatie) en het radiobediensysteem (voor bediening in demeldkamers) en deze diensten niet onder concurrentie in de markt tezetten. Het introduceren van een geheel nieuw product van andereleveranciers voor de tijd dat C2000 nog gebruikt moet worden, zou eendermate grote verandering voor de gebruikers en alle andere partijenbetekenen, dat dit een te groot risico zou worden voor de continuïteit enbovendien veel tijd en hoge kosten voor de ontwikkeling en implemen-tatie met zich meebrengen. Met het zicht op een opvolger voor C2000 isdit niet redelijk en proportioneel. Momenteel onderzoek ik de wijzewaarop de samenwerking met de huidige drie leveranciers voor de driehuidige onderdelen van C2000 het beste kan worden voortgezet binnenbestaande juridische kaders. Een route via de Aanbestedingswet Defensieen Veiligheid is daarbij een optie die ik op dit moment onderzoek. Omdatdit onderzoek op dit moment in volle gang is, is op voorhand nog niet tezeggen of hier gebruik van zal en kan worden gemaakt. Ook deverwerving van de diensten voor de hoofdleverancier, die coördinatie vanhet geheel van diensten van C2000 zal verzorgen, wordt op die manierverkend.De AIVD heeft in 2019 een risicoanalyse uitgevoerd voor C2000. Met hetoog op nieuwe overeenkomsten is de AIVD verzocht om deze risico-analyse te herzien wat betreft de risico’s voor de nationale veiligheid ingeval van het voortzetten van de contractuele dienstverlening voor C2000.Op grond van de herziene risicoanalyse heeft de AIVD beoordeeld dat hetrisico beperkt is en daarmee niet in de weg staat aan voortzetting van desamenwerking met huidige partijen.De AIVD heeft aanbevelingen gedaan ten aanzien van contractuelemaatregelen en algemene maatregelen met betrekking tot de informatie-beveiliging van C2000. Deze aanbevelingen neem ik mee bij deverwerving.De gebruiker zal de gevolgen van de aanbesteding vooral merken in hetsneller en adequater organiseren van updates, migraties, storingen enklachten. Maar in het gebruik zelf zal C2000 niet wezenlijk veranderen.Daar waar mogelijk blijven gebruikers betrokken worden bij dit aanbeste-dingstraject. Zij worden goed geïnformeerd over verschillende stappen inde daarvoor bedoelde overleggen op zowel bestuurlijk, strategisch alstactisch niveau. Ook is gedurende het traject aandacht voor communicatienaar de eindgebruikers. Hun vertegenwoordigers worden hierbij ookbetrokken. Om een soepele overgang van C2000 naar VMX te realiserenwordt een migratiestrategie opgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125410 Vernieuwing Missiekritische CommunicatieDe afgelopen periode heeft de kwartiermakersorganisatie VMX zichingezet om samen met de betrokken partners tot een breed gedragen visieop de vernieuwing te komen. Op bestuurlijk niveau is op 27 maart jl. hetvertrouwen uitgesproken in de voorgestelde richting. Deze richting houdtin dat:–wordt overgegaan van het huidige tetranetwerk naar een mobielnetwerk op 4G/5G–wordt ingezet op een duurzame en innovatieve relatie met de markt–onderzocht wordt om het beheer onder te brengen dichterbij degebruikersDe komende tijd wordt in gezamenlijkheid met de betrokken partners enhun achterban de detaillering verder uitgewerkt, waarbij ik hecht aan eenzorgvuldig besluitvormingsproces.De transitie naar een nieuwe missiekritische voorziening is eeningewikkeld proces. Vooralsnog is de start van het aanbestedingstrajectvoorzien voor eind 2025 gevolgd door een periode van gunning en pilots.Een brede transitie start niet eerder dan 2029.Eigenaarschap C2000Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is momenteel eigenaar vandiverse (meldkamer)systemen, waaronder C2000, waarbij het de vraag isof een beleidsdepartement hier de meest geschikte partij voor is. Ik zievoordelen om het eigenaarschap dichter bij de gebruiker en beheerder tebrengen waardoor onder andere de vraagarticulatie en contractma-nagement beter tot hun recht komen. Ik heb daarom aan de politiegevraagd om met mij te verkennen of de politie het eigenaarschap vanC2000 over zou kunnen en willen nemen. Hierbij moet inzichtelijk wordengemaakt wat de consequenties en randvoorwaarden kunnen zijn.Daarnaast wil ik, net als de politie, dat bij de betrokken aangewezengebruikers draagvlak is voor een dergelijke stap. De eerste verkennendegesprekken zijn gevoerd waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkeaandachtspunten die uit deze gesprekken naar voren komen.FallbackVoor het spraakgedeelte van C2000 (T2000) is de PTT app die in beheer isbij LMS de fallback voor de verschillende disciplines. De fallback voor hetradiobediensysteem (eOCS) in de meldkamers zijn portofoons/mobilofoons die in de meldkamer aanwezig zijn. Meldkamercentralistenen hulpverleners op straat zijn getraind in het gebruik van deze fallbacksystemen.RolverdelingDe Minister van Justitie en Veiligheid is (mede namens de Ministers vanDefensie en VWS) eigenaar van C2000. In die zin ben ik het eersteaanspreekpunt als het gaat om C2000 en blijf ik politiek aanspreekpunt,ook als het eigenaarschap van het systeem mogelijk over gaat naar depolitie. Het politieonderdeel Landelijke Meldkamer Samenwerking isverantwoordelijk voor het technisch beheer en is de organisatie die deoptimalisatie van C2000 (zoals het aanpakken van DIPP-gebieden,verbeteren van radiodekking, monitoring van het systeem) uitvoert. Devier aangewezen gebruikers (politie, brandweer/veiligheidsregio’s,regionale ambulancevoorzieningen en Defensie) zijn verantwoordelijkvoor goede opleiding van hun personeel (op straat en in de meldkamer)en voor het beheer van randapparatuur (portofoons en mobilofoons).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125411 Er is een meldkamergovernance waar alle aangewezen gebruikers vanC2000 in zijn vertegenwoordigd. Vanuit deze meldkamergovernance volgteen vraagarticulatie naar LMS als het gaat om de meldkamervoorzie-ningen die LMS beheert, waaronder C2000.Vanuit deze governance en rolverdeling volgt vanzelfsprekend eenregievoerende verantwoordelijkheid die ik op mij blijf nemen. Nu metC2000 en in de toekomst met VMX.Evaluatie Programma Vernieuwing C2000Ik heb het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) verzochtom een evaluatieonderzoek uit te laten voeren naar het programmaImplementatie Vernieuwing C2000. Dat programma liep onder verant-woordelijkheid van mijn Ministerie van 2016 tot en met 2023 en omvattede implementatie van de vernieuwing van C2000, nadat de aanbestedingdaarvan had plaatsgevonden. Het WODC heeft mij laten weten dat AEF ditonderzoek voor hen heeft uitgevoerd en het rapport daarover openbaarwordt rond 14 mei a.s. Ik zend u dit rapport toe gelijktijdig met hetopenbaar maken ervan.Onterechte 112-meldingenOp 18 maart jl. heb ik tijdens het mondeling vragenuur aan het lidMichon-Derkzen de toezegging gedaan om in te gaan op het percentagevan oneigenlijk gebruik van 11218. In 2024 zijn er 3.398.876 112-oproepenaangenomen bij de nationale 112-alarmcentrale in Driebergen. Er zijn2.317.727 112-oproepen vanuit Driebergen doorverbonden naar deregionale meldkamers. Van het totaal aantal 112-oproepen die binnen-komen in Driebergen, is in 2024 32 procent gelabeld als misbruik ofoneigenlijk gebruik. Onder oneigenlijk gebruik vallen bijvoorbeeld ookbroekzakbellers.Misbruik van 112 is strafbaar en kan ertoe leiden dat mensen die echt innood verkeren langer op contact met de alarmcentrale moeten wachten.Bij een onjuiste melding spoort de politie de beller op en kunnenvolwassenen een boete of een gevangenisstraf krijgen. De oproep aan hetpubliek is en blijft dan ook om alleen 112 te bellen als het echt nodig is.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel18Zie het verslag van het mondelinge vragenuurtje van 18 maart 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125412
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.