KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verduurzaming gebouwde omgeving

11 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ddeaa3ea93e1555b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 847Integrale visie op de woningmarkt32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1376 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juli 2025In het commissiedebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving van 9 april jl.(Kamerstuk 32 847, nr. 1345) heeft uw Kamer gevraagd om een brief overde verduurzaming van woningen en gebouwen met speciale aandachtvoor lagere inkomensgroepen en de vraag of zij voldoende (financiële)ondersteuning weten te vinden.Voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving zetten we perdoelgroep in op een zo effectief mogelijke mix van instrumenten:ondersteuning, subsidies, financiering, beprijzing en normering. Zo willenwe alle groepen helpen: particuliere woningeigenaren, sociale enparticuliere huurders, mensen met een laag inkomen en de utiliteitssector.In deze brief geef ik een beknopte weergave van de huidige stand vanzaken.1 Daarnaast bevat deze brief een kabinetsreactie op de initiatiefnotavan het lid Kröger over een isolatie-offensief.2 Ik geef aan welkeelementen hiervan al in enige vorm onderdeel uitmaken van mijn beleiden welke onderdelen naar mijn oordeel minder passend zijn. Ook ga ikkort in op enkele randvoorwaarden waar we met elkaar nog uitdagingenhebben, zoals de krapte op de arbeidsmarkt en netcongestie – onder-werpen waarvoor uw Kamer regelmatig aandacht vraagt. Tot slot schets ikeen vooruitblik op de keuzes die op lange termijn nodig zijn.Mijn belangrijkste boodschap is: laten we vooral aan de slag gaan. Nietblijven hangen in plannen, maar samen overgaan tot uitvoering.Waar staan we?De energietransitie is goed op gang. Het is allang geen abstract begripmeer, maar maakt steeds vaker deel uit van het dagelijks leven. Huizen,1Eind vorig jaar schreef ik een brief vanuit het perspectief van woningeigenaren en Vereni-gingen van Eigenaren. Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 12332Kamerstukken II 2024/25, 36 729, nr. 2 kst-32847-1376ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13761 kantoren en andere gebouwen worden beter geïsoleerd, voorzien vangoede ventilatie en verwarmd zonder aardgas. Waar nodig worden zeuitgerust met koeling en slimme technieken. Uit de Monitor verduur-zaming gebouwde omgeving 2024 van de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) blijkt dat in 2023 naar schatting bijna 1,4 miljoenisolatiemaatregelen zijn getroffen, waarvan ruim 900.000 in koopwo-ningen en ruim 400.000 in huurwoningen. In 2022 waren dit 1,2 miljoenmaatregelen. Dat zijn al mooie resultaten.Er zijn goede redenen om juist nu te blijven verduurzamen en energie tebesparen. Een belangrijk voordeel is een lagere energierekening.3 Deenergiekosten zijn de afgelopen jaren sterk gestegen en blijven grillig.Voor huishoudens in slecht geïsoleerde woningen kan dit een flinke lastzijn.Bovendien is Nederland nog altijd afhankelijk van fossiele energie uitinstabiele regio’s. Waar onze energie vandaan komt, doet ertoe. Minderafhankelijk zijn van fossiele import maakt huishoudens, bedrijven enmaatschappelijke organisaties weerbaarder tegen hoge energiekosten, enversterkt de veerkracht van ons land in een wereld met toenemendegeopolitieke spanningen. Verduurzaming draagt daarnaast bij aan eenprettige en gezonde leefomgeving, die we verantwoord willen doorgevenaan de volgende generatie. Ook dát doet ertoe.Hoewel de voordelen van de energietransitie concreet en voelbaar zijn,gaat deze niet vanzelf. Netcongestie, de uitrol van warmtenetten en dekrapte op de arbeidsmarkt vormen serieuze knelpunten. Daarnaast staatde betaalbaarheid van maatregelen onder druk4, en komt de verduur-zaming van met name particuliere huurwoningen en Verenigingen vanEigenaars (VvE’s) nog onvoldoende op gang.Toch moet de transitie uiteindelijk voor iedereen werken. Daarom strevenwe ernaar om zoveel mogelijk belemmeringen weg te nemen. Huiseige-naren moeten de mogelijkheid hebben om zelf stappen te zetten, ofsamen met buurtgenoten te verduurzamen. Gemeenten ondersteunen ditproces met warmteprogramma’s, waarin zij richting geven aan de keuzesen het tempo van verduurzaming in wijken en dorpskernen. Voorverhuurders en andere vastgoedeigenaren volgen landelijke regels die zeduidelijkheid geven over het renovatietempo van huurwoningen engebouwen met een slechte energieprestatie.5 De overheid blijft onder-steuning bieden via subsidies, aantrekkelijke financiering, advies enduidelijke informatie.Iedereen aan de slagHet is belangrijk dat iedereen kan profiteren van een lagere energiere-kening en hoger wooncomfort. Daarom hebben we een gebalanceerdemix van instrumenten voor de verschillende doelgroepen:•Woningeigenaren komen in aanmerking voor subsidie (ISDE) enaantrekkelijke financiering als zij energiebesparende maatregelen latenuitvoeren. Voor woningeigenaren met lagere inkomens zetten we extrastappen, zoals extra subsidie en ondersteuning vanuit de lokaleisolatieaanpak van gemeenten (lage WOZ waarde, slechte energeti-sche staat) en renteloze leningen van Nationaal Warmtefonds voorwoningeigenaren met verzamelinkomen tot € 60.000.3De positieve effecten van woningverduurzaming blijken uit het rapport Inkomenseffecten vanwoningverduurzaming van CPB/TNO/PBL (juni 2025)4Betaalbaarheid gaat verder dan een redelijke verhouding van kosten en baten. Het gaat ookover de praktische mogelijkheid om investeringen te bekostigen en toegang tot financiering enof de lasten van financiering draagbaar zijn.5Kamerstukken II 2024/25, 36 729, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13762 •Met de corporatiesector is in de Nationale prestatie afsprakenvastgelegd om de woningen met de slechte energielabels uit tefaseren en voor alle verhuurders gaat normering op dit punt geldenper 2029. Verhuurders worden ondersteund door verschillendesubsidies om verduurzaming te stimuleren.•Daarnaast werkt het kabinet aan een voorstel voor het Social ClimateFund. Een onderdeel van dit plan is gericht op meerjarige financiëlesteun voor huishoudens (publiek energiefonds) met hoge energie-quote en een laag inkomen. In veel gemeenten zijn energiehulporgani-saties aan de slag om inwoners te ondersteunen met kleine enmiddelgrote maatregelen (radiatorfolie, tocht strips, advies, etc.) en derijksmiddelen hiervoor lopen tot en met 2027.•Verder maak ik mij hard voor Verenigingen van Eigenaren, onderandere met subsidies (SVVE) en ondersteuning via het Kenniscentrumvan Milieu Centraal.6 Ik stuur u bijgaand ook het onderzoek «Van eeninactieve VvE naar duurzaam MJOP» van Muzus (bijlage 4).•Voor het maatschappelijk vastgoed, ten slotte, hebben we ondersteu-ning, zoals de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed(DUMAVA).Kortom, we hebben afgelopen jaren ontzettend veel instrumenten opgezetvoor alle doelgroepen. Kortheidshalve verwijs ik hiervoor naar bijlage 1,waarin de verschillende instrumenten schematisch zijn weergegeven, ennaar bijlage 2 voor een nadere toelichting op de instrumenten perdoelgroep.Er zijn maatregelen die in vrijwel alle gevallen verstandig zijn, ongeachtde uiteindelijke duurzame oplossing voor een woning of gebouw:1.Voldoende isolatie en ventilatie. Dit verlaagt het energiegebruik,verhoogt het comfort en helpt schimmel- en vochtproblemenvoorkomen of oplossen.2.Het installeren van een hybride warmtepomp in woningen die nogverwarmen met een cv-ketel.7 Dit vermindert het aardgasverbruikaanzienlijk, vereist doorgaans geen ingrijpende aanpassingen aan dewoning of het gebouw, en past in de meeste gevallen binnen debestaande capaciteit van het elektriciteitsnet.3.Het aanbrengen van zonwering. Door warmere zomers neemt dekoelbehoefte toe. Goede zonwering helpt om warmte buiten tehouden, wat het binnenklimaat verbetert en de benodigde energievoor koeling vermindert.8Met deze maatregelen kunnen bewoners en gebouweigenaren op kortetermijn al stappen zetten, terwijl de keuze voor een definitieve warmteop-lossing op wijk- of gebouwniveau zich verder ontwikkelt.Kabinetsreactie initiatiefnota KrögerIn de procedurevergadering van de vaste commissie voor Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening op 22 april jl. heeft de commissiegevraagd om een kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Krögerover een isolatie-offensief (hierna: de initiatiefnota)., 9 10 Ik onderschrijf ingrote lijnen de basis van de initiatiefnota en de ambitie om de verduur-zaming van woningen krachtig en toegankelijk te bevorderen. Hieronder6vve.milieucentraal.nl7Kamerstukken II 2024/25, 32 813, nr. 15128Denk hierbij aan buitenzonwering, zonwerend glas, een overstek die schaduw creëert, hetplaatsen van groen die de zoninval beperkt, en actieve (spui)ventilatie.9Kamerstukken II 2024/25, 36 729, nr. 210Conform de toezegging van de Minister van Klimaat en Groene Groei tijdens het commissie-debat Energiebesparing op 18 december 2024, over het sturen van een brief naar de Kamerover alle zaken rondom de verduurzaming van woningen, het isolatieoffensief en de ISDE rondde voorjaarsbesluitvorming.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13763 licht ik toe welke elementen van de nota ik ondersteun. Ik ga daarbijachtereenvolgens in op:a.het bevorderen van isolatie van woningen;b.de uitfasering van energielabels E, F en G;c.zorgen voor voldoende menskracht.a. Isolatie van woningen bevorderen Met de initiatiefnemers deel ik de ambitie om isolatie effectief enlaagdrempelig te stimuleren. Deze ambitie geef ik vorm met het NationaalIsolatieprogramma. Dankzij de gerichte extra ondersteuning van de lokaleisolatieaanpak verwacht ik dat meer eigenaren met een laag inkomen hunwoning kunnen isoleren. Hierdoor zullen ze ook vaker het NationaalWarmtefonds weten te vinden en gebruik gaan maken van landelijkesubsidies, de ISDE en de SVVE. Voor de periode 2024–2026 is vanuit dezeaanpak 1,6 miljard euro beschikbaar gesteld om 750.000 woningen teisoleren van eigenaren die dit het hardste nodig hebben (verder toegelichtin bijlage 2). Zoals ook als speerpunt in de initiatiefnota genoemd, richtende lokale isolatieaanpakken zich vooral op woningen van eigenaar-bewoners en VvE’s met een lage WOZ-waarde, dus met een sterke focusop huishoudens die isolatie het hardst nodig hebben. Gemeenten hebbendaarbij de vrijheid om hun aanpak verder te specificeren en prioriteiten testellen. Zij weten immers het beste welke huizen, straten en wijken alseerste aangepakt moeten worden.De motie Kröger c.s.11 verzoekt om in gesprek te gaan met gemeentenover een wijkgerichte aanpak, gericht op wijken met de meeste energiear-moede. Dit gesprek vindt continue en intensief plaats, onder anderetijdens de Impulsdag Isoleren van 13 mei jl. en in lopende gesprekkentussen het ministerie, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie(NPLW), de VNG en gemeenten. Daarnaast versterk ik de ondersteuningaan gemeenten, zoals eerder aangekondigd. In het voorjaar is besloteneen aanvraag in te dienen bij het Social Climate Fund voor hetéén-loketsysteem, waarmee extra middelen vrijkomen voor ontzorging enondersteuning van bewoners (80 mln voor Energiehuizen).b. Uitfasering EFG-labels per 2029 – ook voor particulierehuurwoningen Het kabinet heeft afgesproken energielabels E, F en G uit te faseren, zoalsook in de initiatiefnota wordt onderstreept. Momenteel hebben circa431.000 huurwoningen een energielabel E of slechter (waarvan 291.000particuliere huurwoningen en 140.000 corporatiewoningen). Daaromintroduceer ik minimum energieprestatie-eisen voor huurwoningen in hetBesluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waaraan huurwoningen per1 januari 2029 moeten voldoen.12 Ik ben voornemens de Bbl-wijziging nahet zomerreces 2025 in internetconsultatie te brengen.13Verhuurders worden gestimuleerd om te verduurzamen via aftrekpuntenin het woningwaarderingsstelsel voor EFG-labels. Een aanvullendehuurkorting bovenop de bestaande aftrek, zoals voorgesteld in deinitiatiefnota, zie ik echter als contraproductief. Dit legt extra beperkingenop de investeringsruimte die verhuurders nodig hebben om hun11Kamerstukken II 2024/25, 30 196, nr. 83512De energieprestatie van een gebouw berekent hoeveel energie een gebouw gemiddeld nodigheeft voor o.a. verwarming, koeling, ventilatie en warm tapwater met aannames voor«normaal-gebruik» en «gemiddelde omstandigheden». Het werkelijk energiegebruik kandaarvan afwijken mede door het specifieke gebruikersgedrag.13Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 1288Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13764 woningen te verbeteren. Om huurders meer mogelijkheden te bieden zelfverduurzamingsmaatregelen te initiëren, is een wetsvoorstel invoorbereiding.14c. Zorg voor voldoende menskracht De zorg over voldoende capaciteit voor de uitvoering deel ik met deinitiatiefnemers. In zijn algemeenheid zijn er grote tekorten op dearbeidsmarkt daarom moeten we vooral anders gaan werken en hetprimaire proces prioriteren. Arbeidsmarktkrapte speelt ook in de bouw entechniek een belangrijke rol.15 Uit een onderzoek vanuit ABN Amro bleekeerder dat ongeveer veertig procent van alle vacatures in de energietran-sitie niet vervuld konden worden.16 Zonder voldoende gekwalificeerdpersoneel komt de uitvoering onder druk te staan.Daarom wordt vanuit verschillende invalshoeken gewerkt aan eentoekomstbestendige arbeidsmarkt en het vergroten van de beschik-baarheid van menskracht. Het Actieplan Groene en Digitale Banen (AGDB)is een gezamenlijke inzet van sectoren, regionale overheden, onderwijs enhet Rijk om de krapte in sectoren die belangrijk zijn voor klimaat- endigitale transities aan te pakken. Ook is de ontwikkelpadentool ontwikkeld,die professionals inzicht biedt in functies, vaardigheden en opleidings-mogelijkheden binnen techniek, bouw en energiesector.Daarnaast zetten het programma Mensen Maken de Transitie (MMT) enhet Aanvalsplan Techniek in op het betrekken van groepen met eenafstand tot de arbeidsmarkt, met bijzondere aandacht voor kansen voorstatushouders en migranten binnen de energietransitie. Gelijktijdig willenwe door industrialisatie, robotisering en digitalisering de arbeidsproducti-viteit in de sector verbeteren waardoor met minder mensen méér gedaankan worden.Hoewel ik dus de kern en ambitie van de initiatiefnota onderschrijf en veelvoorstellen van harte ondersteun, kijk ik op enkele onderdelen anderstegen de uitvoering aan of zie ik mogelijkheden om deze anders vorm tegeven. Deze nuances zijn bedoeld om de effectiviteit en uitvoerbaarheidvan het beleid te vergroten en tegelijkertijd rekening te houden metbestaande afspraken en praktische realiteiten. In het vervolg zal ikaangeven welke onderdelen ik op een andere wijze wil benaderen enwelke redenen daaraan ten grondslag liggen.Nationaal Isolatie-inkoopbedrijfDe initiatiefnota roept op tot het oprichten van een Nationaal Isolatie-inkoopbedrijf. Hoewel ik de gedachte er achter begrijp, zie ik verschillenderedenen om dit voorstel niet over te nemen. Het zou een ingewikkeld enlangdurig proces vereisen, waarbij onvermijdelijk is dat er met lokalewensen en bedrijvigheid onvoldoende rekening kan worden gehouden endit ingaat tegen veel initiatieven en opdrachten die er al bij gemeenten totstand zijn gekomen. Ik zie daarentegen het werk van Verbouwstromen17als een nuttige en passende vorm van ondersteuning op centraal niveauom isolatie in te kopen. Zij begeleiden veel samenwerkingsverbanden vangemeenten bij aanbestedingsprocedures om intermediairs – en via henisolatiebedrijven – te verbinden aan de isolatieaanpakken. Door14In reactie op voorstel XII van initiatiefnota Kröger. Het wetsvoorstel is in de zomer van 2024 ininternetconsultatie gegaan.15https://www.dnb.nl/media/tlzp2ktq/dnb-analyse-arbeidsmarktkrapte-het-nieuwe-normaal.pdf16https://www.abnamro.nl/nl/zakelijk/insights/sectoren-en-trends/alle-sectoren/personeelstekort-energietransitie-rond-recordniveau.html17https://verbouwstromen.nu/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13765 aansluiting bij en ondersteuning van lokale aanpakken verwacht ik dateerder en betere effecten bereikt kunnen worden.Normering hybride warmtepomp18In de initiatiefnota wordt voorgesteld om de verplichte vervanging van decv-ketel in te voeren. Gezien het kabinetsbeleid om terughoudend te zijnmet normering, vind ik dit ongewenst. Voor het stimuleren van dewarmtepomp is subsidie beschikbaar met de ISDE, SVVE, SVOH en kanmen verantwoord en aantrekkelijk lenen bij Nationaal Warmtefonds.Aanvullend onderzoeken we hoe we in de toekomst kunnen borgen dat erop natuurlijke vervangingsmomenten van de cv-ketel zoveel mogelijkwordt overgestapt op een duurzaam alternatief. Hiermee wordt dewarmtepomp de nieuwe standaard bij vervanging van de cv-ketelDaarnaast zijn hierover al afspraken gemaakt met woningcorporaties.Samen met sectorpartijen werken we aan het creëren van gunstigerandvoorwaarden voor de opschaling van warmtepompen. Onze focus ligtdaarbij op vier kernpunten: het informeren van consumenten, hetrealiseren van een aantrekkelijke businesscase, het waarborgen vanbetrouwbare producten inclusief onderhoud, en het zorgen voor eennetvriendelijke inpassing.19Normering naar isolatiestandaard bij mutatie huurdersDe initiatiefnota stelt voor om de isolatiestandaard («de Standaard»)verplicht te stellen bij huurdersmutatie. Voor woningcorporaties engrotere verhuurders is complexgewijze verduurzaming de meesteffectieve weg. Een verplichte normering op de Standaard bij huurders-mutatie zou leiden tot hogere investerings- en uitvoeringskosten endaardoor botsen met verduurzaming van de huursector in zijn algemeen.Het staat ook haaks op de gemaakte afspraken in de Nationale PrestatieAfspraken («NPA»). Bij huurdersmutatie wordt doorgaans alleen kleinonderhoud uitgevoerd, terwijl grotere verduurzamingsmaatregelen juistefficiënter op complexniveau kunnen worden gerealiseerd.Zonnepanelen op woningen corporaties20De initiatiefnota stelt voor om subsidie (ISDE) beschikbaar te stellen voorhet plaatsen van zonnepanelen bij huurders. Hoewel zonnepanelen eenbelangrijke bijdrage leveren aan de verduurzamingsopgave, zie ikhiervoor geen financiële ruimte. Ik verwijs naar mijn Kamerbrief van30 mei jl.21Extra budget Subsidieregeling Verduurzaming Onderhoud Huurwoningen(SVOH)Particuliere verhuurders kunnen gebruik maken van de SVOH, waarmeeze subsidie kunnen ontvangen voor zowel verduurzamings- als onder-houdsmaatregelen. Deze subsidie wordt door de doelgroep zeer beperktgebruikt. Een verdubbeling van het budget van de SVOH zoals in deinitiatiefnota wordt voorgesteld, acht ik om die reden op dit moment nietopportuun.22 Wel werk ik aan een betere benutting van de SVOH.18In reactie op voorstel nr. IX van initiatiefnota Kröger19Kamerstukken II 2024/25, 32 813, nr. 151220In reactie op voorstel nr. XI van initiatiefnota Kröger21Kamerstukken II 2024/25, 36 378, nr. 93.22In reactie op voorstel nr. X van initiatiefnota KrögerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13766 Vereenvoudigen subsidies voor warmtenetten23Momenteel onderzoek ik hoe de verschillende subsidies op inpandigekosten warmtenetten (m.n. SVVE, ISDE, SAH) voor de verschillendedoelgroepen beter kunnen worden gestroomlijnd, o.a. zodat het subsidie-landschap beter toegepast kan worden in de wijkaanpak van gemeenten.Verdiscontering besparing verzwaring elektriciteitsnet in aansluitkostenwarmtenettenIn de initiatiefnota wordt voorgesteld om de besparing op verzwaring inhet elektriciteitsnet in de aansluitkosten op warmtenetten te verdiscon-teren. Vermeden kosten van netbeheerders worden niet doorberekend inde netwerktarieven voor elektriciteit. Deze vermeden kosten kunnen dusook niet worden opgespaard en in een «potje» worden gestort. Wel zet hetkabinet zich samen met netbeheerders en de ACM in voor wijziging vanhet nettarief voor elektriciteit, waardoor huishoudens meer gaan «betalennaar gebruik» van het elektriciteitsnet en warmteverbruikers kunnenbesparen op de nettarieven voor elektriciteit. Voor een verdere toelichtingverwijs ik naar de Kamerbrief van 23 mei jl. met schriftelijke beant-woording van vragen tijdens het wetgevingsoverleg Wet collectievewarmte.24Stimulering lokaal energiedelen en warmte-koudeopslagDe initiatiefnota roept op tot het stimuleren van lokaal energiedelen enwarmte-koudeopslag. Binnen de Energiewet wordt energiedelen bredermogelijk gemaakt, voor alle actieve eindgebruikers met behoud vanleverancierskeuze. Er loopt nog een onderzoek naar lokaliteitsbeperkingenvoor energiedelen. Deels omdat dit vanuit de EMD-richtlijn verplicht wordtvoor grote ondernemingen. Hiervoor wordt momenteel onderzocht wateen zinnige afbakening van «lokaliteit» is. En deels wordt onderzocht ofvoor andere actieve eindgebruikers het zinvol is om een lokaliteitsbe-perking op te nemen. Deze laatste categorie is niet verplicht vanuit deEMD en kan dus optioneel geïmplementeerd worden. Zodra dit onderzoekis afgerond, zal de Minister van KGG uw Kamer hierover informeren.Randvoorwaarden voor verduurzamingNetcongestie aanpakkenNetcongestie vormt een groeiend knelpunt voor de verduurzaming van degebouwde omgeving. Doordat het elektriciteitsnet op veel plaatsen zijnmaximale capaciteit heeft bereikt, is er niet overal ruimte voor verdereelektrificatie van ons energiesysteem. Dit vertraagt de energietransitie enbelemmert de bouw van nieuwe woningen. Vanuit het Ministerie van VROwerken we daarom aan een handreiking voor netbewust renoveren(publicatie Q3 2025), aan ontwerpprincipes voor netbewuste nieuwbouw(publicatie Q3 2025) en aan maatregelen voor het versnellen vanruimtelijke procedures zodat het elektriciteitsnet sneller uitgebreid kanworden. Deze maatregelen zijn onderdeel van het Landelijk ActieplanNetcongestie, dat met grote urgentie werkt aan maatregelen om hetelektriciteitsnet sneller uit te breiden, efficiënter om te gaan met debeschikbare capaciteit en beter inzicht te krijgen in ons elektriciteitsnet25.Ook zal ik na de zomer de Ontwerp Nota Ruimte presenteren waarin ookde ruimteclaims voor energie-infrastructuur zijn opgenomen.23In reactie op voorstel XVI. van initiatiefnota Kröger24Kamerstukken II, 2024/2025, 36 576, nr. 29.25Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 559Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13767 Groen gas opschalenDe opschaling van groen gas is belangrijk voor het verduurzamen van degebouwde omgeving, en andere sectoren. Het kabinet ziet de inzet vangroen gas als sluitstuk voor de gebouwde omgeving, daar waar deoverstap op andere verduurzamingsalternatieven niet mogelijk is ofbuitensporig duur is. Het kabinet gaat dan ook door met de reedsafgesproken bijmengverplichting.Kennis en uitvoeringskracht van gemeenten versterkenDe gemeenten hebben een centrale rol in de uitvoering van de verduur-zaming van de gebouwde omgeving, met hun kennis van de lokalesituatie en betrokkenheid bij hun inwoners. Het Nationaal ProgrammaLokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt gemeenten om hun regierolvoor de lokale warmtetransitie beter te kunnen vervullen. Dit is eeninterbestuurlijk programma waarin ook de mede-overheden deelnemen.Het NPLW heeft in samenwerking met het ministerie de ImpulsdagIsoleren georganiseerd26, waarbij met 140 gemeenten het gesprek isgevoerd over hoe een succesvolle aanpak eruitziet en wat knelpunten zijn.Het ministerie zal met NPLW en andere betrokken partijen gezamenlijk aande slag gaan om deze inzichten te delen en knelpunten op te lossen.Knelpunten die gemeenten bij de Impulsdag Isoleren benoemden warencapaciteit voor het uitvoeren van de isolatieaanpak en natuurvriendelijkisoleren. Daarnaast spelen bij gemeenten veel praktische vraagstukkenrond het bereiken van de doelgroep, monitoring van de voortgang en hetgebruik van persoonsgegevens voor isolatieaanpakken. Deels ligt deoplossing voor het capaciteitsprobleem in beter samenwerken tussengemeenten. Hiernaast wil ik dit jaar regelen dat er geïntensiveerdeondersteuning komt voor die gemeenten die dat nodig hebben om deeigen isolatieaanpak op gang te krijgen. Ik zal hiervoor de komendeperiode samen met het NPLW uitwerken op welke manier dit het bestevorm gegeven kan worden.Verbetering kwaliteit energielabel als startpunt voor verduurzamingEen accuraat en betrouwbaar energielabel geeft inzicht in de energiezui-nigheid van een gebouw, als startpunt voor verduurzaming. In 2030 zal,mede naar aanleiding van de aangepaste richtlijn EPBD IV, een nieuweberekeningssystematiek geïntroduceerd worden om berekende energie-prestaties van gebouwen beter aan te laten sluiten op het werkelijkeenergieverbruik. Ik neem de volgende moties mee in de ontwikkeling vande nieuwe bepalingsmethode: van lid Flach27 over het waarderen vanwarmtenetten in het energielabel; van het lid De Groot28 over eenenergielabel op basis van werkelijke energieprestaties; en van de ledenBruyning en Welzijn29 over datagedreven metingen bij het maken van eenenergielabel. Over de nieuwe bepalingsmethode wordt u nader geïnfor-meerd na het zomerreces.Door de leden Beckerman en de Groot30 is een motie ingediend over eengeschillencommissie voor huurders en kopers. Voor eigenaren enhuurders wordt momenteel een klachten- en geschillenprocedure opgezet26Programma staat toegelicht op https://www.nplw.nl/agenda/impulsdag-isoleren-doorpakken-met-je-lokale-isolatieaanpak27Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 134328Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 133629Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 132930Kamerstukken II 2024/25: 32 847, nr. 1326Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13768 in het certificatieschema van het energielabel. Dit ligt momenteel voor terinternetconsultatie en zal per 2026 in werking treden. Hiernaast kunnenhuurders kosteloos terecht bij de Huurcommissie voor een toets van hetenergielabel. Verder neem ik een aantal andere maatregelen om dekwaliteitsborging in het stelsel te verbeteren, zoals het verkleinen vantoegestane foutmarges en het introduceren van eisen over de onafhanke-lijkheid van energieadviseurs.Verder heb ik naar aanleiding van de motie van de leden Bruyning enWelzijn ook toegezegd een inventarisatie en een analyse te maken van demanier waarop de financiële sector omgaat met het verstrekken vanhypotheken voor woningen met een te hoog energielabel. Ook wordt naaraanleiding van een motie van lid De Groot31 onderzocht of starters diehun woning niet kunnen of willen verduurzamen op achterstand komen testaan bij het verkrijgen van een eerste koopwoning. Beide inventarisatiesworden door mijn ministerie uitgevoerd en ik verwacht in het najaar deKamer te kunnen berichten.Verbouwstromen stimulerenHet voorkomen van hoge energielasten en het realiseren van de klimaat-doelen, vraagt dat we sneller en goedkoper verbouwen. Dit kan alleengerealiseerd worden door grootschaliger en efficiënter te werken over dehele keten met behulp van verbouwstromen die verdere industrialisering,standaardisering, procesoptimalisatie en digitalisering mogelijk maken.We kunnen dan met de schaarse beschikbare vakmensen in een korteretijd, tegen lagere kosten en met een hogere kwaliteit veel meer woningenverduurzamen.Het programma Verbouwstromen is een samenwerkingsverband van TKIUrban Energy, TKI Bouw en Techniek, de Stroomversnelling en deBouwcampus. Het is eind 2022 van start gegaan met als doel hetontwikkelen en opschalen van renovatiestromen waarbinnen aanbiedersop efficiënte wijze grote aantallen woningen verduurzamen.De interventies van het programma Verbouwstromen hebben geleid tot 11consortia in de koop- en huursector waar vraag en aanbod bij elkaar zijngebracht. De consortia hebben zich gecommitteerd aan regionaalingerichte, langjarige, omvangrijke renovatieprogramma’s. Deverwachting is dat dit zich uitbreidt tot 17 consortia tegen het einde van2025.•Koopsector: de door Verbouwstromen ontwikkelde MeerjarigeCollectief Ontzorgen (MCO) aanpak32 is in 4 regio’s in uitvoering:Utrecht, Drechtsteden, Midden-Holland en Noord-Midden Limburg (38gemeenten en meer dan 300 duizend woningen). Deze aanpak biedtondersteuning bij de NIP aanpak en in het specifiek de inzet van deSPUK LAI middelen (Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie).Binnen de SPUK LAI doelgroep kunnen er circa 16 duizend woningenbinnen 4 jaar tijd verduurzaamd worden, waarvan er binnen 1 jaarmeer dan 2.500 woningen zijn geïsoleerd. Daarnaast kunnen er doordeze aanpak een extra 45 duizend woningen bij andere doelgroepen31Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 133732De ontzorging van de particuliere woningeigenaar met een gestandaardiseerde wijze vanarbeidsextensieve vraagbundeling rond verduurzamingsmaatregelen en -pakketten voor hunwoningen. Het is een vorm van collectieve inkoop, begeleid vanuit één intermediair(ontzorger) die dat uitvoert met een regio die een groep samenwerkende gemeentenvertegenwoordigd. Het betreft lerende samenwerkingen die gericht zijn op zoveel mogelijkimpact maken met de beschikbaar gestelde middelen. Door te werken met grotere volumes eneen meerjarige samenwerking worden partijen in staat gesteld te investeren in product- enprocesstandaardisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13769 verduurzaamd worden. De inzet van Verbouwstromen richt zich onderandere op het elk jaar verdubbelen van het aantal uitvoeringen. Tweeandere regio’s zijn in selectie en in voorbereiding op aanbesteding (15gemeenten en ruim 100 duizend woningen).•Huursector: in totaal 7 consortia gestart met een gecommitteerdvolume van 10 duizend woningen t/m 2028 (totale investering van ruim€ 700 mln.) met een directe opschaling van 70 duizend woningen t/m2032, waarvan 6 consortia subsidie ontvangen via de MeerjarigeExperimenten Effectieve Renovatiestromen (MEER). De 7 consortiawerken aan meerjarige, continue renovatiestromen met gerichteaanpakken voor de verduurzaming van de meest voorkomendewoningtypologieën. Vanuit het landelijke begeleidings- en monito-ringsprogramma helpt Verbouwstromen de consortia met hetverbeteren van de aanpak, de resultaten te valideren en geleerdelessen vast te leggen en te verspreiden.Eind 2025 is het programma geëvalueerd (zie bijlage 3) en er zijnverbeterpunten voorgesteld over de governance, aansturing en focus, diezijn doorgevoerd. Het voornemen is om het programma Verbouwstromenmet een looptijd van vier jaar te verlengen (t/m 2029). Het vervolgpro-gramma zal zich richten op het verder ontwikkelen van renovatiestromendoor enerzijds opschaling en borging van de MCO-aanpak. Anderzijdswordt gekeken naar een aanpak om ook zonder subsidie (regionale)renovatiestromen op gang te brengen. Op verzoek van het Ministerie vanFinanciën en mijn eigen ministerie onderzoekt TNO momenteel de optiesvoor een dergelijke aanpak. Daarnaast blijft Verbouwstormen consortiaondersteunen die werken aan de uitvoering van renovatiestromen, enwerkt het aan randvoorwaarden die opschaling mogelijk maken. Hetvervolgprogramma start per 1 juli 2026.Overzicht moties, toezeggingen, reactiesIn de brief hiervoor en in bijlage 2 beantwoord ik de volgende moties,toezeggingen en (kabinets-)reactie:•Kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Kröger over eenisolatie-offensief.•Motie Bontenbal inzake hybride warmtepompen.•Motie Kröger c.s. om in gesprek te gaan met gemeenten over eenwijkgerichte aanpak, gericht op wijken met de meeste energiearmoede•Toezegging van de Minister van Klimaat en Groene Groei tijdens hetcommissiedebat Energiebesparing op 18 december 2024 (Kamerstuk30 196, nr. 841), over het sturen van een brief naar de Kamer over allezaken rondom de verduurzaming van woningen, het isolatieoffensiefen de ISDE rond de voorjaarsbesluitvorming.•De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei van de TweedeKamer heeft het kabinet gevraagd om een reactie op het onderzoekvan Berenschot naar de effecten van energiebesparende maatregelenop de energierekening van huishoudens in energiearmoede.•Toezegging tijdens het debat over de Klimaat- en Energieverkenningvan 11 maart 2025 te onderzoeken of en hoe subsidie voor utiliteits-bouw in een VvE beschikbaar gemaakt kan worden in de Subsidierege-ling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (SVVE) en watvoor budget dit zou vergen•Beantwoording vraag lid Grinwis in het commissiedebat Klimaatak-koord gebouwde omgeving op 9 april 2025 hoe de isolatieaanpakkener in de praktijk eruit zien.•Ik kom terug op moties van lid Flach over het waarderen van warmte-netten op het energielabel; van het lid De Groot over een energielabelop basis van werkelijke energieprestaties; en van de leden Bruyning enWelzijn over datagedreven metingen bij het maken van een energiela-belTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 137610 VooruitblikMet de hierboven beschreven aanpak zorgt het Kabinet ervoor dat deenergietransitie niet alleen een doel op zich is, maar ook een motor voorgroei en verbinding. We doen dit voor bewoners, voor ondernemers, voorgemeenten, voor Nederland – en voor de generaties na ons. Omdat hetwerkt. Omdat het loont. Het beleid verbeteren we continu op basis vanpraktijkervaringen, nieuwe inzichten en de laatste stand van de markt. Dievoortdurende verbetering is essentieel om goed voorbereid te zijn op deopgaven van morgen.We zijn goed op weg richting 2030, maar dit is ook het moment om verdervooruit te kijken. De ambities voor 2040 en 2050 komen dichterbij, terwijlde huidige instrumenten en budgetten tot uiterlijk 2030 doorlopen. Datgeldt ook voor de capaciteit bij de gemeenten. Voor de continuïteit vanbeleid is het daarom noodzakelijk om nu na te denken over de vervolg-stappen. Dit is ook relevant in het licht van Europese ontwikkelingen: deEuropese Commissie heeft op 2 juli 2025 een voorstel voor eenklimaatdoel voor 2040 gedaan.33 In dat kader werk ik aan een NationaalRenovatieplan dat richting zal geven aan de lange termijn.34 Na de zomerstart hiervoor een publieke consultatie en wordt uw Kamer hierovergeïnformeerd.Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. Keijzer33https://commission.europa.eu/news-and-media/news/eu-climate-law-new-way-reach-2040-targets-2025-07-02_en34Dit is een rapportageverplichting die volgt uit de herziene EPBD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 137611

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 045f50332a07cf73

14 okt 2026 · d7147cd38ddd4505

13 okt 2026 · fc7be46390d91811

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.