KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving

4 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5ba3407393b9521e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 824IntegratiebeleidNr. 456 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 2025Het kabinet werkt aan een minder vrijblijvend integratiebeleid. Dat isnodig, want Nederland is een land met grote verschillen tussen mensen.Maar hoe groot die verschillen soms ook mogen zijn, wat ons bindt is hetdoel van Nederland als open en vrij land. Een Nederland waar iedereenvoluit zichzelf kan zijn. Waar iedereen zijn of haar eigen keuzes maakt.Waar iedereen gelijk wordt behandeld. En waar iedereen zich thuis voelt.Ongeacht overtuiging, afkomst, seksuele gerichtheid, geloof of geslacht.Dit geldt voor iedereen, voor nieuwkomers (asielzoekers, statushoudersen hiermee verbonden gezinsmigranten) maar ook voor hen die al inNederland wonen en de ontvangende samenleving vormen. Die vrijheid ishet fundament van onze samenleving en daar zijn we samen verantwoor-delijk voor. Helaas is het nog niet voor iedereen vanzelfsprekend om vrij tezijn. Vrij om je eigen leven in te richten, je eigen geloof – of ongeloof – tebelijden, vrij om je eigen partner te kiezen.Daarom is het zo belangrijk dat we ons meer gaan uitspreken, alsoverheid en als samenleving. Mensen die hun vrijheid beknot zien,verdienen onze steun. Zij moeten ervaren dat de overheid, en de grotestille meerderheid van dit land, aan hun kant staan. Zo is het onacceptabelals vrouwen niet mogen werken van hun man, of als tieners niet uit dekast komen omdat hun geaardheid taboe is in hun familie of geloofsge-meenschap. Net zoals het onacceptabel is als je vanwege je hoofddoek ofachternaam bij sollicitaties afgewezen wordt.Onze vrijheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ons allemaalals burgers van dit land. Ze vraagt om continue inzet. En om duidelijkheid.Juist naar mensen die ons land tot hun nieuwe thuis hebben gemaakt,moeten we helder zijn. Over wat we van elkaar verwachten. En overwaarop we elkaar kunnen aanspreken.Migratie en integratie zijn verbonden opgaven en hebben effect op desociale samenhang in de samenleving. De omvang van de integratie- kst-32824-456ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4561 opgave hangt mede af van het aantal nieuwkomers, hun opleidingsniveauen culturele achtergrond en de mate waarin we in Nederland in staat zijnom met elkaar samen te leven.De manier waarop nieuwkomers integreren heeft effect op de socialesamenhang in Nederland. Dit kabinet wil de migratie drastisch beperken,daarom hebben we in het regeerprogramma stevige maatregelenafgesproken.Integreren is meedoen. Onze vrijheid omarmen, de taal leren en aan hetwerk zijn. Ik vind het belangrijk dat nieuwkomers zo snel mogelijk aan hetwerk gaan, het liefst al vanaf het moment dat ze in een AZC zitten. Werk isde beste manier om te integreren in de Nederlandse samenleving. Werk isde plek waar je elkaar ontmoet, onze cultuur en gebruiken leert kennen ende (vak-)taal het snelste leert. De arbeidsdeelname van statushouders ishelaas relatief laag.Taal speelt daarbij een belangrijke rol.1 Inburgering geeft statushouderseen stevige basis voor het leren van de taal en kennis van de Nederlandsesamenleving. Taalachterstand (en daardoor minder kans op werk) speeltechter bij meer mensen een rol. De taaleis in de Participatiewet blijftdaarom behouden. Ik vind het belangrijk dat mensen die een bijstandsuit-kering ontvangen en op zoek moeten naar werk, de Nederlandse taalvoldoende beheersen. Zodat ze ook echt mee kunnen doen.Eerste uitwerking ActieagendaDeze brief is een eerste uitwerking van de Actieagenda Integratie en Openen Vrije Samenleving die ik heb aangekondigd in mijn brief van 7 februari2025. Ook is in deze brief een reactie op de moties Van Dijk, Becker enCeder opgenomen.De actieagenda bestaat uit twee pijlers.•De eerste: De normen en waarden van onze open en vrije samenle-ving;•De tweede: Nieuwkomers aan het werk.Pijler 1 De normen en waarden van onze open en vrije samen-leving De waarden van de open en vrije samenleving zijn geen vanzelfspre-kendheid. Ze vragen om continu onderhoud en bescherming. Zeker intijden van toenemende desinformatie, discriminatie, polarisatie, radicali-sering jihadisme en (rechts)extremisme en buitenlandse inmenging. Ik zetmij daarom in voor een samenleving waar iedereen zichzelf kan zijn. Waarmeisjes en vrouwen zelf de baas zijn over hun leven en hun financiën. Enwaar geen enkele ruimte is voor schadelijke praktijken als huwelijks-dwang, eer-gerelateerd geweld of genitale verminking.In deze pijler benoem ik hoe ik de normen en waarden van onze open envrije samenleving wil beschermen, juist ook wanneer zij in het gedrangkomen. Hierbij worden acties uitgezet op de volgende onderwerpen:•Recht op zelfbeschikking en preventie van schadelijke praktijken•Tegengaan discriminatie en onderzoek naar triggerfactoren•Preventie radicalisering en extremisme•Ongewenste buitenlandse inmenging•Imamopleiding•Polarisatie en maatschappelijke spanningen•Burgerschap1Adviesraad Migratie, 2025, Talenten benutten. Het onbenutte arbeidspotentieel van migrantenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4562 •Verbeteren regelgeving versterkte gebedsoproep•Holocausteducatie1.1 Recht op zelfbeschikking en de preventie van schadelijke praktijken Iedereen moet volop mee kunnen doen en financieel redzaam zijn. Ingesloten gemeenschappen, waarbij opvattingen over de verhoudingtussen man-vrouw beperkend kunnen uitvallen voor vrouwen, is dit nietaltijd het geval. Ik zet daarbij in het bijzonder in op het financieelzelfredzaam worden en werk vinden van vrouwen met een migratieachter-grond. Vooral wanneer het nieuwkomers betreft kunnen met name dezevrouwen ondersteuning gebruiken bij het opbouwen van een persoonlijknetwerk en kennis opdoen over financiële instanties in Nederland. Hierbijzet ik vooral in op een brede en bestendige inzet van bewezen effectieveinterventies. Zo heeft Diversion een aanpak ontwikkeld waarbij wordtsamengewerkt met zelforganisaties van vrouwen, de Kiezen voorWerk-interventie. Hierbij is er een train-de-trainers aanpak en zijngemeenten nauw betrokken. Zo kunnen we meer vrouwen bereiken énkunnen vrouwenorganisaties in heel het land van elkaar leren. Datvergroot de kans op duurzaam resultaat. En door de samenwerking tussengemeenten en vrouwenorganisaties te vergroten, verkleinen we de kansdat vrouwen na het inburgeringstraject werkloos thuis komen te zitten. Desnelste route naar financiële zelfbeschikking is werk.Meer informatie over het thema De begeleiding naar werk van vrouwelijkestatushouders is te vinden onder pijler 2 Nieuwkomers aan het werk vandeze brief.Verandering van binnenuitActies•Samenwerken met Movisie en het Oranje Fonds om effectievemethodieken in te zetten om meer groepen te bereiken, zoals hetinzetten van getrainde «voortrekkers» binnen gemeenschappenen zelforganisaties te ondersteunen.•Starten van pilot project gericht op preventieve plegeraanpak (omte voorkomen dat zij pleger worden) bij schadelijke praktijken.(Start: tweede helft van dit jaar)Ik wil ervoor zorgen dat er meer mensen in gesloten gemeenschappenworden bereikt, via de inzet van zogenoemde sleutelfiguren. Zij zijn hetbeste in staat om te zorgen voor een mentaliteitsverandering binnenverschillende groepen met als doel dat eenieders individuele vrijheid enrechten worden gerespecteerd. Ook die van vrouwen, lhbtiq+’ers en niet-of ex-gelovigen. Daarom gaan we, voortbouwend op bestaande trajectenzoals die ook vanuit de departementen van OCW en VWS wordenondersteund «voortrekkers» trainen die binnen hun gemeenschappenwerken aan mentaliteitsverandering. Mijn inzet is gericht op groepen dienu nog onvoldoende bereikt worden. Wij willen dat bewezen effectievemethodieken breed ingezet worden, bijvoorbeeld als het gaat om hoe wezelforganisaties het beste kunnen ondersteunen.Op dit gebied zoeken we aansluiting bij de intentieverklaring die door deStaatssecretaris van funderend onderwijs en emancipatie is verstrekt endie zich richt op de aanpak van seksueel- en gendergerelateerd geweld.Daarnaast is nieuwe inzet nodig op mentaliteitsverandering. Potentiëleplegers van schadelijke praktijken (bijvoorbeeld van eerwraak) staan somsook zelf onder druk van hun gemeenschap. Daarom wil ik nog dit jaar eenproject starten dat zich specifiek richt op mannen. Dit moet voorkomenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4563 dat zij pleger worden. Hierbij wordt bekeken hoe dit initiatief kanaansluiten bij initiatieven zoals die worden uitgevoerd in het kader van hetplan van aanpak «Stop Femicide!» en de mannenalliantie die de Staatsse-cretaris voor funderend onderwijs en emancipatie voornemens is op terichten.Versterken ketenaanpakActies•Organiseren van expertsessies en samenwerken met veldpartijenom deskundigheidsbevordering te bevorderen. (Start: medio ditjaar, doorlopend)•Inzetten van Pharos voor het ontwikkelen van een plan voor extratraining en opleiding van professionals. (Start: medio dit jaar,doorlopend)Versterken ketenaanpak schadelijke praktijkenWil je schadelijke praktijken tegengaan, dan moet je wel weten waar je opmoet letten. Dat geldt voor iedereen die hierbij betrokken is. Daaromwillen we professionals bij onder andere opvang, zorg en politie hierintrainen. Samen met de Staatssecretaris van VWS was ik aanwezig bij eenexpertsessie over de aanpak van schadelijke praktijken. Vanuit het veldbleek er een grote behoefte te zijn aan het trainen, voorlichten en opleidenvan professionals die te maken hebben met schadelijke praktijken. Ik hebPharos gevraagd op korte termijn een plan te maken voor een meerjarigeaanpak. Zij kijken daarbij naar de witte vlekken in de keten en naar eenmeer gebundeld (digitaal) aanbod van trainingsprogramma’s. Er is hierbijspeciale aandacht voor vrouwelijke genitale verminking.Interdepartementale samenwerking bij de ketenaanpak (preventie- zorg enopvang- strafrecht) van schadelijke praktijkenHet kabinet vindt het belangrijk om schadelijke praktijken te voorkomenen tegen te gaan. Het Ministerie van VWS coördineert de aanpak, waarnog vier andere ministeries bij betrokken zijn. De komende tijd werken weaan:•Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) heeft inopdracht van het Ministerie van JenV onderzoek uitgevoerd naarpreventieve beschermingsbevelen bij huwelijksdwang, achterlating envrouwelijke genitale verminking. In dit rechtsvergelijkend onderzoekworden ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk, België, Denemarken enNoorwegen meegenomen. De beleidsreactie op het onderzoek wordtzo snel mogelijk, uiterlijk voor het einde van het jaar aan de Kamergestuurd.•Het kabinet is voornemens om een nieuwe voorlichtingscampagne testarten op Schiphol. Ik ga hierover afspraken maken met betrokkencollega’s over welke voorlichtingsactiviteiten we kunnen inzetten. Voorhet eind van de zomer wordt een gesprek geïnitieerd om samen metSchiphol te bepalen welke voorlichtingsactiviteiten op Schipholkunnen worden ingezet over de risico’s op huwelijksdwang, achterla-ting of vrouwelijke genitale verminking. Schiphol geeft aan bereid tezijn hier opnieuw aan bij te dragen.•In maart van dit jaar is de motie Dral en Becker aangenomen, over hetuitwerken van de juridische adviesplicht bij de Meldcode huiselijkgeweld en kindermishandeling. Bij vermoedens van huiselijk geweld,kindermishandeling of schadelijke praktijken moet bij een adviesplichtaltijd advies worden gevraagd bij Veilig Thuis door professionals. Doorde Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport (VWS) wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4564 uitvoering gegeven aan deze motie. De invoering van een adviesplichtvraagt om een aantal inhoudelijke keuzes en zicht op randvoorwaardenvoor de uitvoering. De verkenning van de verschillende mogelijkhedenhiervoor wordt momenteel uitgevoerd.Financiële zelfbeschikkingActies•Opschalen en verduurzamen van bewezen effectieve interventieszoals de Kiezen voor Werk-interventie. (Start: binnen 6 maanden,doorlopend)•Samenwerken met vrouwen-grassrootsorganisaties en gemeen-ten om de aanpak te versterken. (Start: binnen 6 maanden,doorlopend).•Arbeidstoeleiding van vrouwen met migratieachtergrondverbeteren.Iedereen moet volop mee kunnen doen. Ook vrouwen met een migratie-achtergrond. Daarom wil ik ze helpen financieel zelfredzaam te worden enwerk te vinden. Hierbij zet ik vooral in op een brede en bestendige inzetvan bewezen effectieve interventies. Zo kunnen we meer vrouwenbereiken én kunnen vrouwenorganisaties in heel het land van elkaar leren.Dat vergroot de kans op duurzaam resultaat. En door de samenwerkingtussen gemeenten en vrouwenorganisaties te vergroten, verkleinen we dekans dat vrouwen na het inburgeringstraject werkloos thuis komen tezitten.Daarnaast verken ik op welke wijze het arbeidstoeleidingsproces voorvrouwen met een migratieachtergrond, bijvoorbeeld in een uitkeringssi-tuatie, verbeterd kan worden. Daarnaast wil ik bestuurlijke afsprakenmaken met gemeenten over het actief naar arbeid begeleiden vanvrouwen met een migratieachtergrond bij het gemeenteloket. Over deuitkomsten van deze verkenning en deze inzet wordt uw Kamer voor heteinde van het jaar geïnformeerd.1.2 Tegengaan discriminatie en verdiepend onderzoek triggerfactoren Acties•Herhaling en verdieping van het onderzoek naar triggerfactorenvan antisemitisme van het Verwey-Jonker Instituut uit 2015.In een open en vrije samenleving is geen ruimte voor discriminatie enracisme. Daarom zetten we onverminderd in op preventie van discrimi-natie op grond van herkomst, religie en etniciteit, zoals vervat in hetNationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme. Op deze wijzemaakt de ontvangende samenleving ruimte voor nieuwkomers zodatiedereen mee kan doen. Non-discriminatie en meedoen zijn voor mijdragende elementen van de Nederlandse identiteit passend bij de vrije enopen samenleving.Ik zie dat de ruimte voor iedereen om zichzelf te zijn onder druk staat. Zolaat recent onderzoek2 zien dat mensen met een lhbtiq+ achtergrond vakerslachtoffer zijn van criminaliteit en zich onveilig voelen dan niet-lhbtiq+personen. Daarom laat ik een breed onderzoek uitvoeren onder dewaardeoriëntaties onder alle groepen in de Nederlandse bevolking ennaar de – achterliggende – factoren en omstandigheden die verklaren hoe2Slachtofferschap en veiligheidsbeleving LHBTQIA personen | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4565 oordelen, meningen en percepties tot stand komen. Dit onderzoek zaltevens ingaan op de vraag hoe en onder welke voorwaarden en omstan-digheden, deze factoren latente (voor)oordelen omzetten (triggeren) totmanifest gedrag. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de triggerfactoren vandiscriminatie, waaronder antisemitisme en anti-lhbtiq+ discriminatie.Daarmee is dit brede onderzoek een vervolg en verdieping op hetonderzoek naar Antisemitisme van 2015.3Met dit onderzoek actualiseer ik ook de eerdere onderzoeken naartriggerfactoren voor andere vormen van discriminatie. Dit voornemen isonder andere ingegeven door een zogenoemd «diner pensant» dat ik meteen aantal vooraanstaande wetenschappers op dit terrein heb gehad dieindien mogelijk ook betrokken kunnen zijn met de nadere uitwerking vanbovenstaand onderzoek.1.3 Preventie radicalisering en extremisme Radicalisering en extremisme vormen een bedreiging voor onze open envrije samenleving. De NCTV stelt het dreigingsniveau voor een terroris-tische aanslag in Nederland nog steeds op 4 (substantieel).4 Dit komtonder meer door de aanhoudende hoge dreiging vanuit het jihadisme.Tegelijkertijd zijn er zorgen dat jongeren met sympathieën voor rechts-terroristische en jihadistische denkbeelden online vaker én snellerradicaliseren. Uit recent onderzoek van de AIVD5 blijkt dat minderjarigensteeds vaker een terroristische dreiging vormen vanwege hun jihadis-tische of rechts-terroristische gedachtegoed. De onlinewereld speelt eencentrale rol bij hun radicalisering.Radicalisering van jongeren wordt zorgwekkend als zij op basis van steedsextremer wordende overtuigingen en idealen bereid zijn om over te gaantot buiten wettelijk of zelfs terroristisch handelen. Daarom vind ik hetcruciaal om de digitale weerbaarheid van jongeren te versterken en hetbewuster maken van mensen in hun directe omgeving, zodat zij mindervatbaar zijn voor radicale invloeden. Het komende jaar zet ik daarom in ophet versterken van de kennisbasis, het versterken van vakmanschap ensamenwerking, bewustwording en de ontwikkeling en evaluatie vaneffectieve interventies.Kennisontwikkeling en kennisdelingActies•Onderzoek hoe radicalisering via online platforms tegen te gaan•Onderzoek naar de inzet van AI-tools als beschermende factortegen de ontwikkeling van extreme denkbeelden (Start: Q3 2025)•Onderzoek naar factoren die bijdragen aan radicalisering inlandelijke gebieden. (Start: Q4 2025)•Ontwikkeling van handreikingen en een toolbox voor gemeentenen professionals in het tegengaan van (online) radicalisering enextremisme (Start: doorlopend)Jongeren begeven zich in toenemende mate in de online wereld; eenomgeving waarin extremistische boodschappen razendsnel kunnencirculeren. Er is een groeiende behoefte aan kennis over deze nieuwe3Verwey-Jonker Instituut, 2015, Antisemitisme onder jongeren in Nederland.4Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland Juni 2025 | Publicatie | Nationaal Coördinator Terrorisme-bestrijding en Veiligheid5Een web van haat – De online grip van extremisme en terrorisme op minderjarigen | Publicatie |AIVDTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4566 vorm van radicalisering. Ik investeer daarom in onderzoek naar demogelijke inzet van AI-tools tegen radicalisering en wat gamendejongeren nodig hebben om weerbaar te zijn tegen extreme denkbeelden.De beste manier om radicalisering tegen te gaan staat centraal in dezeonderzoeken. Ook betrek ik de expertise van verschillende stakeholders,waaronder de Raad van de Kinderbescherming6, diverse wetenschappersen de NCTV bij het uitwerken van de onderzoeksopzet. Mijn inzet is om deresultaten van dit onderzoek goed aan te laten sluiten bij het onderzoeknaar het misbruik van gaming (platforms) voor rekruteringsdoeleindendoor extremisten dat het WODC onlangs heeft aangekondigd. Deonderzoeken worden dit najaar en begin volgend jaar aanbesteed.Daarnaast heb ik gezien dat veel onderzoek zich richt op de grootstedelijkecontext, terwijl er grote verschillen zijn tussen de leefwereld van jongerenin steden en dorpen. Daarom start ik een onderzoek in meer landelijkgebied om te bekijken welke factoren ervoor zorgen dat (jonge) mensenradicaliseren en uiteindelijk in de hoek van het jihadisme of rechts-extremisme terechtkomen. Dit onderzoek is erop gericht om ook kleineregemeenten handvatten te bieden voor het tegengaan van radicalisering.De inzichten worden waar mogelijk vertaald in handreikingen voorgemeenten en professionals en de ontwikkeling van nieuwe interventiesen methodieken.Professionaliseren van gemeenten en versterken regionalesamenwerkingActies•Regionale netwerkbijeenkomsten met gemeenten en professio-nals (lopend, nieuwe regio’s vanaf Q4 2025, doorlopend).Gemeenten spelen een sleutelrol in de aanpak van radicalisering enextremisme. Tegelijkertijd stel ik vast dat de aanpak per gemeente en perprofessional verschilt. Daarom investeer ik in het versterken van samen-werking, kennisdeling en professionalisering op regionaal niveau. Deafgelopen periode heb ik geïnvesteerd in het versterken van kennis ensamenwerking in Noord-Nederland en Zeeland. Deze bijeenkomstenworden de komende tijd uitgebreid naar andere regio’s. In deze netwerkenstaat de regionale radicaliseringsproblematiek centraal en wordtgezamenlijk gekeken naar effectieve manieren om radicalisering tesignaleren, te voorkomen en tegen te gaan. Daarbij wordt nauw samenge-werkt met de NCTV.Tevens is één van de doelen van deze actielijn het versterken van dekennisbasis en het stimuleren van evidence based werken. Ik doe dit doorhet organiseren van bijeenkomsten en het actief verspreiden van bestpractices en bewezen interventies, in samenwerking met gemeenten,professionals, gemeenschappen en andere ministeries.Ontwikkeling van effectieve interventies op radicaliseringActies•Faciliteren van interventieontwikkeling via decentrale uitkeringenen SPUK-regeling (onderdeel van het Nationaal ProgrammaLeefbaarheid en Veiligheid) (Start: doorlopend)•Ontwikkelen van een toegankelijke database met effectieveinterventies (Start: Q3, 2025)6Steeds meer jongeren radicaliseren online | Raad voor de KinderbeschermingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4567 Naast de inzet op kennisdeling en regionale samenwerking ondersteun ikgemeenten ook financieel bij het (door)ontwikkelen van interventies tegenradicalisering en extremisme. Het is mijn inzet om de ontwikkeling vaninnovatieve en contextgerichte aanpakken, die aansluiten bij de leefwereldvan jongeren en andere risicogroepen, mogelijk te maken. Hiervoor stel ikvanaf 2025 budget beschikbaar via decentrale uitkeringen en via deSPUK-regeling in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid enVeiligheid (NPLV).De afgelopen periode zijn op lokaal niveau al diverse interventies gerichtop digitale weerbaarheid door SZW gefaciliteerd en geëvalueerd. Deuitkomsten van deze evaluaties worden eind 2025 openbaar gemaakt envormen een belangrijke bouwsteen voor de verdere professionaliseringvan het lokale beleid. Om de kennis beter vindbaar te maken voorgemeenten en uitvoerende professionals, ontwikkel ik een laagdrempeligeen toegankelijke online database met effectieve interventies.Ontwikkelen en faciliteren van bewustwordingscampagnesActies•Organiseren van conferenties, regionale coalitie(s) en webinarsover digitale weerbaarheid. (Reeds gestart; volgende bijeenkomstin Q3; doorlopend)•Samenwerking met de Alliantie Samen sterk tegen online haat endiscriminatie en ondersteuning van campagnes. (Reeds gestart;campagne in Q3-Q4 2025)Ik richt me in deze aanpak niet alleen op beleidsontwikkeling, maar ook ophet vergroten van het digitaal bewustzijn onder jongeren, ouders enprofessionals. Bestuurders binnen gemeenten, scholen en maatschappe-lijke organisaties hebben een sleutelrol in het agenderen van digitalerisico’s. Via conferenties en webinars breng ik de urgentie van ditonderwerp nadrukkelijk onder de aandacht. Zo ontstaat er meer ruimtevoor digitale weerbaarheid binnen lokaal beleid en in de praktijk vanprofessionals. Daarnaast kunnen meer praktische webinars jeugdprofessi-onals helpen bij het herkennen van signalen van online radicalisering enhoe hier adequaat op te reageren.Ook de directe omgeving van jongeren wordt versterkt. Binnen deAlliantie Samen sterk tegen online haat en discriminatie ontwikkelenjongeren gezamenlijk interventies voor hun peers met het doel om onlinegrensoverschrijdend gedrag en haatzaaierij tegen te gaan. Daarnaastondersteun ik campagnes waarin ouders bewust worden gemaakt van derisico’s van de online wereld en over digitale weerbaarheid.1.4 Ongewenste buitenlandse inmenging Statelijke inmengingBuitenlandse gebeurtenissen en ontwikkelingen kunnen doorwerken in deNederlandse samenleving en spanningen veroorzaken. Dit kan ook hetgevolg zijn van diasporabeleid van andere landen. Contact met het landvan herkomst is op zichzelf geen probleem. Maar wanneer dit contact niet(meer) vrijwillig is, wanneer sprake is van druk of dwang vanuit eenandere statelijke actor, of wanneer activiteiten van andere statelijkeactoren onze democratische rechtsorde ondermijnen, gaat dit ten kostevan vrijheden van burgers en kan dit leiden tot gevoelens van onvei-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4568 ligheid, spanningen en polarisatie binnen en tussen groepen in onzesamenleving.7 Dat is onacceptabel.In mijn brief van 26 maart jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over hoe ikmijn rol binnen de kabinetsbrede OBI-aanpak invul vanuit mijn opgave ompolarisatie en (oplopende) sociale spanningen tegen te gaan en de socialestabiliteit van Nederland te bevorderen.8 Zoals toegelicht in dezeKamerbrief, zijn de afgelopen jaren diverse kennisproducten ontwikkeld,zijn er kennissessies georganiseerd en onderhoudt de Expertise-unitSociale Stabiliteit (ESS) actief contact met gemeenten, professionals engemeenschappen in het hele land.Met de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving geef ik eenextra impuls aan het versterken van de weerbaarheid van Nederlandtegen polarisatie en maatschappelijke spanningen als gevolg vanstatelijke inmenging, ook vanuit mijn rol binnen de kabinetsbredeOBI-aanpak. Dit doe ik samen met andere ministeries, lokale overheden,het maatschappelijk middenveld en diverse professionals. Hierover heb ikgesprekken gevoerd met deskundigen op het gebied van buitenlandseinmenging en diverse gemeenschappen om deze inzet verder te verfijnenen nieuwe ideeën op te halen. De inzichten uit deze gesprekken neem ikmee in mijn beleidsaanpak. Daarbij is er nadrukkelijk ook aandacht voorhet tegengaan van discriminatie, omdat discriminatie en kansenonge-lijkheid belangrijke factoren zijn in het verliezen van het vertrouwen in deNederlandse samenleving en daarmee mogelijk het vergroten van devatbaarheid voor buitenlandse inmenging en beïnvloeding.Daarnaast draagt SZW bij aan de totstandkoming van een centraalOBI-meldpunt, waar uw Kamer om heeft verzocht9. Momenteel wordtonderzocht hoe een dergelijk meldpunt op zorgvuldige wijze vorm kankrijgen, met bijzondere aandacht voor privacy-, veiligheids- en cybersecu-rityaspecten. De Minister van JenV heeft tijdens het commissiedebat«Buitenlandse inmenging en beïnvloeding» toegezegd ernaar te strevenuw Kamer nog dit jaar te informeren over het operationeel worden van ditmeldpunt.10Naast het meldpunt, is het van groot belang om het bewustzijn over OBIen de weerbaarheid daartegen te vergroten. Dit ga ik onder andere doendoor:•Het organiseren van regionale sessies in de tweede helft van 2025,samen met gemeenten en maatschappelijke partners, met nadruk ophandelingsperspectieven;•Het organiseren en faciliteren van gesprekken met gemeenschappenover buitenlandse inmenging;•Het ontwikkelen van een praktische handreiking (inclusief visualisatiesover het herkennen van OBI-signalen) met concrete handelingsper-spectieven voor gemeenten en maatschappelijke organisaties. Dehandreiking zal ook onder de aandacht gebracht worden bij organisa-ties die betrokken zijn bij inburgering;•Het (door)ontwikkelen van een toolkit voor lokale sociaal-maatschappelijke professionals, in samenwerking met anderebetrokken departementen.Daarnaast is het essentieel om de samenwerking en kennisdeling tussendepartementen, gemeenten en maatschappelijke organisaties verder te7AIVD en NCTV. Over de grens. Statelijke inmenging in diasporagemeenschappen in Nederland.Oktober 2024.8Kamerstuk 32 824, nr. 4509Kamerstuk 35 228, nr. 4410Kamerstuk 30 821, nr. 274Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 4569 versterken. Dat gebeurt onder andere door het uitbreiden van netwerkenmet experts en onderzoekers op het gebied van OBI.Tot slot wil ik gemeenten (inclusief bestuurders) en maatschappelijkeorganisaties faciliteren in het ontwikkelen en testen van interventies diede weerbaarheid van gemeenschappen vergroten tegen polarisatie enmaatschappelijke spanningen als gevolg van statelijke inmenging.Hiervoor stel ik dit jaar financiering beschikbaar via cofinanciering voormaatschappelijke organisaties en decentrale uitkeringen voor gemeenten.Hiermee kunnen zij werken aan beschermende factoren en pilotsontwikkelen, zoals gemeenschapsoverstijgende interventies gericht opbijvoorbeeld conflictoplossing.Ongewenste buitenlandse financieringMet betrekking tot de aanpak op ongewenste buitenlandse beïnvloedingheeft de Minister van JenV op 15 mei 2025 uw Kamer geïnformeerd overde uitkomsten van de verkenning naar hoe andere landen omgaan metongewenste buitenlandse financiering en het instrumentarium dat zijhiervoor inzetten. De bevindingen uit deze verkenning vormen aankno-pingspunten voor nader onderzoek.Problematisch gedragActies•Uitvoeren van een verkenning naar mogelijkheden om specifiekeproblematische gedragingen te definiëren. (Start tweede helft2025; uitkomsten verwacht Q1 2026)Het kabinet maakt zich zorgen over een kleine groep mensen, die zich nietaan de regels van de democratische rechtsstaat houden met intoleranteen onverdraagzame gedragingen. Het lid Becker heeft de regering in eenmotie verzocht om te onderzoeken of «problematisch gedrag» opsectorniveau juridisch gedefinieerd kan worden om de handvatten voorhandhaving van problematisch gedrag te versterken. De komende periodevindt de uitvoering van deze verkenning plaats waarbij in beeld wordtgebracht of er specifieke gedragingen zijn die ernstig genoeg zijn om tenormeren, en die niet met het huidig juridisch instrumentarium kunnenworden aangepakt. Ik ontvang de uitkomsten van deze verkenning aan heteinde van dit jaar en informeer de Kamer in het eerste kwartaal van 2026over de bevindingen en de wijze waarop aan deze bevindingen gevolgwordt gegeven.1.5 Imamopleiding Moslims maken een substantieel deel uit van de Nederlandse bevolking.Om hun geloof in de Nederlandse context vrijelijk te kunnen belijden ishet gewenst dat de religieuze voorgangers kennis hebben van deNederlandse samenleving en de Nederlandse taal beheersen. Hiertoe iseen erkende en bekostigde imamopleiding op hbo-bachelorniveau eenbelangrijke voorwaarde. Ik wil bevorderen dat het onderwijsveld samenmet de moslimgemeenschappen in staat zijn deze opleiding vorm tegeven.Acties•Opstellen van een masterplan door het Contactorgaan Moslimsen Overheid (CMO) voor de ontwikkeling van de imamopleiding,gebaseerd op het adviesrapport van onderzoeksbureau Hobéon,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45610 én in samenwerking met bekostigde onderwijsinstellingen.(Gestart: Q2 2025)•In samenwerking met het CMO vormen van een consortium vanonderwijsinstellingen voor de ontwikkeling van deze opleiding.(Start: Q3 2025. Gesprekken lopen nu al tussen CMO en Onder-wijsinstellingen.•Een erkende en bekostigde imamopleiding op hbo-bachelorniveau die in het leerjaar 2028–2029 van start kan gaan.Moslims in Nederland zijn momenteel voor het grootste deel afhankelijkvan imams uit het buitenland. Deze imams spreken vaak geen Nederlandsen zijn onvoldoende bekend met de Nederlandse context. Hierdoor sluitenze onvoldoende aan bij de behoeften en leefwereld van Nederlandsemoslims en bij de Nederlandse normen en waarden van de open en vrijesamenleving. Daarom vindt dit kabinet het belangrijk dat er een erkendeen bekostigde imamopleiding op hbo-bachelor niveau komt. Moslims inNederland moeten zelfstandig, zonder beïnvloeding vanuit de herkomst-landen, invulling kunnen geven aan hun geloof. Het, in samenspraak methet afnemend werkveld, opleiden van in Nederland gewortelde imamsstelt gemeenschappen in staat om onafhankelijk van de herkomstlandenhun eigen predikers en voorgangers voort te brengen. Dit zou op termijnkunnen leiden tot een afname van de behoefte van Nederlandsemoskeeën om buitenlandse imams aan te trekken. Zodra er voldoendeaanbod is van in Nederland opgeleide imams zal ik hierover in gesprektreden met het afnemend werkveld.Evaluatie eerdere pogingEen eerdere poging om een imamopleiding te starten is begin 2024vroegtijdig gestopt. Onderzoeksbureau Hobéon heeft begin 2025 eenadviesrapport11 opgeleverd over het proces om tot een imamopleiding tekomen. Hierin pleitten ze onder meer voor een breder draagvlak vanuit demoslimgemeenschap. Deze en andere waardevolle suggesties neem ik terharte bij deze nieuwe poging om een imamopleiding op te zetten.Daarmee kom ik tegemoet aan een toezegging van de toenmalig Ministervan SZW, Karien van Gennip. Zij zegde een terugkoppeling toe over hoemaatschappelijke signalen worden meegenomen bij de vormgeving vaneen Nederlandse imamopleiding.PlanningDe ontwikkeling van de imamopleiding kost ruim twee jaar. Dit komtdoordat de procedures voor nieuwe opleidingen gevolgd moeten worden,met vaste beslistermijnen. Het initiatief voor het inhoudelijk ontwikkelenvan een geaccrediteerde en bekostigde opleiding is aan de onderwijs-instellingen. Momenteel verkennen het CMO en meerdere onderwijs-instellingen of zij samen een imamopleiding willen ontwikkelen. Zodra ereen consortium van onderwijsinstellingen gevormd is, zal ik uw Kamerinformeren over inhoud, tijdlijn en proces.1.6 Polarisatie en maatschappelijke spanningen Steeds meer mensen maken zich zorgen over de toenemende polarisatiein Nederland (SCP, 2022). Internationale conflicten, zoals het conflict in hetMidden-Oosten, hebben directe impact op de sociale stabiliteit in onsland. Spanningen ontstaan zowel binnen als tussen verschillende groepenburgers en ook in de relatie tussen burgers en de overheid. Ook lokaal, in11ADVIESRAPPORTEvaluatie PIN en procesevaluatie traject bekostigde imamopleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45611 gemeenten, nemen spanningen toe, bijvoorbeeld rond de opvang vanasielzoekers of de integratie van nieuwkomers. Zo schreef de burge-meester van Rotterdam in een open brief aan alle bewoners dat veelmensen zich in de stad ongezien voelen in hun pijn. En dat wie werkelijkwil samenleven, bereid moet zijn alle pijn te zien en te erkennen. Wehoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar we moeten wel in contactmet elkaar blijven.De burgemeester van Rijswijk gaf het afgelopen jaar aan dat er behoefte isaan ondersteuning vanuit het Rijk bij het omgaan met lokale spanningenin haar gemeente met betrekking tot de Eritrees-Nederlandse gemeen-schappen. Deze vraag onderstreept het belang van een krachtige entoegankelijke ondersteuning voor gemeenten, zodat zij effectief kunneninspelen op oplopende sociale spanningen.Belangrijk om te benadrukken is dat polarisatie dubbele kanten kent.Enerzijds kan het de emancipatie van achtergestelde groepen bevorderen.Aanscherpen van tegenstellingen in een debat kan keuzen verhelderen eninteresse wekken bij een lauw publiek. Anderzijds kan polarisatie eenrisico vormen, zeker als de verscherping gevoelsmatig sterker wordt.Groepen burgers komen recht tegenover andere groepen te staan, die zesteeds meer gaan zien als «de vijand». De versmalling van de narratievenover «de ander» of over een vraagstuk zorgen dat dialoog of effectiefdebat steeds lastiger worden.De komende jaren ga ik de aanpak van polarisatie en maatschappelijkespanningen langs meerdere lijnen verder versterken: (1) het versterkenvan de lokale aanpak, (2) het investeren in dialoog en samenwerking metonder meer sleutelfiguren, en (3) het intensiveren van de inzet zodramaatschappelijke spanningen oplopen. Dat doe ik in samenwerking metgemeenten en het maatschappelijk middenveld.Versterken van de lokale aanpak op polarisatie en maatschappe-lijke spanningenOm de lokale aanpak te versterken zet ik in op het ontwikkelen enevalueren van interventies gericht op het effectief omgaan met polarisatieen maatschappelijke spanningen. Gemeenten worden hierin ondersteundvia de SPUK-regeling van het NPLV en via decentrale uitkeringen. Metverschillende maatschappelijke organisaties wordt gekeken naarondersteuning van (potentieel) effectieve interventies.Om kennisdeling en praktische ondersteuning te verbeteren, ontwikkel ikeen toegankelijke database met kennis, tools en werkzame interventies.Deze database ondersteunt gemeenten en professionals bij het kiezen entoepassen van effectieve werkwijzen. De inhoud wordt afgestemd op depraktijkbehoeften van het veld en samen met betrokkenen opgebouwd.Acties•Ontwikkelen en evalueren van preventieve interventies gericht oppolarisatie en maatschappelijke spanningen. (Start: Q3, doorlo-pend)•Ontwikkelen van een toegankelijke database met kennis, tools enwerkzame interventies voor gemeenten en professionals. (Start:Q4 2025)•Organiseren van themadagen en webinars voor gemeenteambte-naren, wethouders en communicatieadviseurs. (reeds gestart,volgende bijeenkomst in Q4 2025)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45612 •Versterken van regionale samenwerking en kennisopbouw inregio’s zoals Zeeland, Limburg en Noord-Nederland. (reedsgestart, volgende regio in Q3 2025, doorlopend)•Versterken van de handelingsbekwaamheid (jeugd)professionalsin de wijk. (Start: Q4 2025)Daarnaast investeer ik in het versterken van kennis en vaardigheden bijgemeenten. In het najaar van 2024 organiseerde SZW een bijeenkomstvoor gemeenten om handvatten te bieden voor een effectieve aanpak oppolarisatie en maatschappelijke spanningen. In 2025 volgen hierop eenwebinar voor wethouders en een bijeenkomst voor communicatieadvi-seurs.Ook zet ik in op versterking van de regionale samenwerking en professio-nalisering tussen gemeenten door middel van het delen van bestpractices, het versterken van handelingsperspectieven en het bevorderenvan samenwerking. Deze versterking is reeds gestart in de regio’sNoord-Nederland en Zeeland. In de komende periode breid ik dit uit naarandere regio’s, startend met de regio Limburg.Daarnaast investeer ik in (jeugd)professionals in de wijk. Zij signalerenspanningen vaak als eerste. Door hun handelingsbekwaamheid teversterken, vergroten we de respons op lokaal niveau. De komendeperiode beoog ik een nog groter aantal professionals te bereiken insamenwerking met maatschappelijke organisaties.Stimuleren van dialoog en samenwerkingActies•Een nationale dialoog met diverse gemeenschappen gericht opsociale cohesie conform motie Ceder. (Start: Q1 2026)•Ondersteunen van lokale dialooginitiatieven en projecten gerichtop het versterken van verbinding in wijken. (Start: Q4)•Breed delen van hulpmiddelen voor het voeren van constructievegesprekken (reeds gestart, doorlopend)•Ondersteunen van lokale initiatieven die bijdragen aan duurzameverbinding. (Start: Q4 en verder)Sociale cohesie is wat mensen verbindt en hen in staat stelt om samen televen, te werken en deel te nemen aan de samenleving. Scheidslijnenbinnen de samenleving kunnen deze cohesie ondermijnen. Het is daaromvan belang te voorkomen dat deze scheidslijnen uitgroeien tot breuk-lijnen, zowel op nationaal als op lokaal niveau.Nationale dialoogOp nationaal niveau geef ik uitvoering aan de motie-Ceder door hetorganiseren van een nationale dialoog. Die dialoog zal gevoerd wordenmet sleutelfiguren uit diverse gemeenschappen en staat gepland voor heteerste kwartaal van 2026. Hierin worden gesprekken gevoerd tussenburgers onderling en tussen burgers en overheid, waarbij de voorwaardeis dat men openstaat voor elkaars perspectief. De dialoog zal o.a. gaanover de open en vrije samenleving, gelijkwaardigheid en gelijke behan-deling, discriminatie en wat het Nederlanderschap betekent. Recenteonderzoeken, zoals onderzoek van het CBS naar slachtofferschap enveiligheidsbeleving lhbtiq+ personen12 worden hierin ook meegenomen.12Slachtofferschap en veiligheidsbeleving LHBTQIA personen | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45613 Daarnaast faciliteer ik actief het inbrengen van gespreksonderwerpenvanuit de samenleving zelf.Na een landelijke aftrap zullen er op regionaal niveau meerdere dialogenplaatsvinden. Door de dialogen versterken we de onderlinge verbon-denheid in de samenleving. De uitkomsten worden gebruikt voor hetuitbreiden en aanscherpen van de beleidsaanpak op het gebied vansociale cohesie.Daarnaast investeer ik in het toegankelijk maken van kennis en hulpmid-delen. In het najaar van 2024 zijn in onder meer Arnhem en Rotterdamzogeheten democratische dialooggesprekken gevoerd, onder andere overscheidslijnen die zijn ontstaan naar aanleiding van het conflict in hetMidden-Oosten. Deze trajecten hebben geleid tot de ontwikkeling van eenwerkbare opzet voor het voeren van de democratische dialoog en eenpraktische «wegwijzer» om deze breder te organiseren. Deze hulpmid-delen bevatten concrete handvatten voor het voeren van constructievegesprekken binnen gemeenten, organisaties en gemeenschappen, enworden breed gedeeld met professionals, informele leiders enbestuurders.Maatschappelijke spanningenActies•Periodiek in kaart brengen van nieuwe fenomenen en effectieveaanpakken op het gebied van polarisatie en maatschappelijkespanningen. (Start: Q4 2025)•Ontwikkelen van een kennismodule voor ambtenaren overspanningen en polarisatie. (Start: Q1 2026)•Opzetten van betere manieren om gemeenten te ondersteunenbij lokale spanningen. (Start: Q1 2026, doorlopend)Ondanks investeringen in lokale aanpakken en het stimuleren van dialoogkunnen maatschappelijke spanningen en polarisatie blijven ontstaan,zowel op straat als online. Het is daarom cruciaal om vroegtijdig zicht tekrijgen op ontwikkelingen die de sociale stabiliteit onder druk zetten. Ik wilperiodiek onderzoek doen naar nieuwe fenomenen en effectieveaanpakken rond polarisatie en maatschappelijke spanningen, in samen-werking met kennispartners, gemeenten en andere departementen. Ditoverzicht ondersteunt beleidsvernieuwing en stelt Rijk, gemeenten enprofessionals in staat om adaptief te reageren op nieuwe spanningsdyna-mieken.Een belangrijk deel van hedendaagse spanningen speelt zich online af.Polarisatie en radicalisering versterken elkaar via digitale kanalen. Omgemeenten en professionals beter toe te rusten op de preventieve inzet oponline polarisatie, ontwikkel ik een kennismodule voor ambtenarengericht op de verbinding tussen de online en offline wereld. Deze modulevergroot kennis over spanningen en polarisatie, en stimuleert samen-werking en co-creatie met informele netwerken en organisaties in de wijk.Omdat een effectieve aanpak van polarisatie en maatschappelijkespanningen een rijksbrede inzet vraagt, neemt SZW actief deel aan hetinterbestuurlijke programma dat zich richt op polarisatie, ongenoegen,maatschappelijke onrust en anti-institutionele tendensen. Dit gebeurt inhet kader van het Ondersteuningsnetwerk Omgaan met MaatschappelijkeOnrust.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45614 Tot slot investeer ik in manieren om gemeenten snel kunnen onder-steunen bij acute spanningen. Bestuurders, wijkprofessionals en lokalegemeenschappen kunnen worden ondersteund bij complexe spanningenof polarisatie in reactie op bijvoorbeeld (inter)nationale gebeurtenissen.BurgerschapDit kabinet ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van desamenleving te versterken en ruimte te bieden aan eigen initiatieven vanburgers en bedrijven. In onze diverse samenleving, waarin mensen metverschillende achtergronden, overtuigingen en leefwijzen samenleven,vormt burgerschap een onmisbare waarde. Het functioneren vanNederland als gemeenschap vraagt om actieve betrokkenheid van burgerszelf. Het vraagt van mensen om daadwerkelijk mee te doen in diesamenleving en bij te dragen. Burgerschap is daarmee geen vrijblijvendezaak: het is de basis van een sterke democratie, sociale samenhang envertrouwen in elkaar. Juist in een pluriforme samenleving is het vanbelang om ruimte te bieden aan verschillen, én te investeren in wat onsverbindt.Het kabinetsbeleid op het gebied van burgerschap richt zich op hetversterken van de democratie, het bevorderen van sociale cohesie en hetwaarborgen van een inclusieve samenleving waarin iedereen de kanskrijgt actief bij te dragen. Het kabinet streeft naar een samenleving waarinburgers zich betrokken voelen en verantwoordelijkheid nemen voor hetgemeenschappelijk belang. Burgerschap is daarmee geen afzonderlijkbeleidsterrein, maar een breed thema dat meerdere departementen raakt,met name OCW, BZK en SZW.Hoewel SZW al op diverse manieren bijdraagt aan burgerschap, wordt ditthema beleidsmatig nog niet expliciet en samenhangend opgepakt. Ik vinddit echter noodzakelijk, omdat burgerschap een belangrijke factor is in hetversterken van de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving.Door burgerschap vanuit een sociaal-maatschappelijk perspectief op tepakken, wordt een waardevolle aanvulling geboden op het huidigekabinetsbeleid. Zo ontstaat een integrale benadering van burgerschap,waarbij OCW zich richt op onderwijs, BZK op de democratische inrichtingen het stelsel, en SZW op het sociaal domein, waarin een belangrijke rol isweggelegd voor partijen zoals welzijnsorganisaties, jongerenwerkers,buurtteams, opbouwwerkers en andere eerstelijnsprofessionals.Om burgerschap op korte termijn verder te versterken, onderzoek ik opwelke wijze SZW financieel kan bijdragen aan initiatieven zoals hetExpertisepunt Burgerschap dat onderdeel is van de ondersteunings-structuur voor burgerschapsonderwijs. Daarnaast verken ik de mogelijk-heden om ook organisaties zoals de Respect Foundation te ondersteunen.Voor de langere termijn verken ik in samenwerking met BZK eengezamenlijk meerjarenplan met concrete beleidsvoornemens op hetgebied van burgerschap, in aansluiting op de inzet die in de brief«meedoen in de democratie en samenleving» vanuit BZK zijn aange-kondigd13. Hierbij betrek ik ook graag de perspectieven vanuit uw Kamerop dit thema.13Kamerbrief meedoen in de democratie en samenleving | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45615 1.7 Verbeteren regelgeving versterkte gebedsoproep Acties•Uitvoeren van een landelijke nulmeting om gegevens teverzamelen over het toezicht, het aantal moskeeën dat gebruikmaakt van de versterkte gebedsoproep, de frequentie daarvan, enof dit wordt gecommuniceerd met gemeenten. (Start: gestart,afronding: Q2)•Voeren van verdiepende gesprekken met een geselecteerd aantalgemeenten en lokale stakeholders om knelpunten en verbeter-punten te identificeren. (Start: Q2)•Uitwerken van voorstellen voor verbeteren regelgeving versterktegebedsoproep. (Q1 2026)In het regeerprogramma is opgenomen dat het kabinet betere regels wilvoor versterkte oproepen tot gebed. Zoals aangekondigd door hetMinisterie van BZK14, is het traject voor het verbeteren van de regelgevingvan versterkte gebedsoproepen van start gegaan. We beginnen met eennulmeting, waarmee in kaart wordt gebracht hoeveel moskeeën gebruikmaken van versterkte gebedsoproepen en hoe vaak, in welke mate ersprake is van overlast, hoe het toezicht geregeld is en op welke wijze ergecommuniceerd wordt met gemeenten.Ook vinden verdiepende gesprekken met gemeenten en lokale stake-holders plaats. Deze gesprekken moeten inzicht bieden in knelpunten énoplossingsrichtingen in bestaande wet- en regelgeving (Q2). Zo willen wede beleving, bekendheid en communicatie tussen gemeenten, geloofsge-meenschappen en omwonenden beter in kaart brengen. De eersteresultaten hiervan worden begin Q3 verwacht. Ik zal deze uiteraard metuw Kamer delen. Hierna gaan we om tafel met onderzoekers en experts(Q3). De uitkomsten en concrete verbetervoorstellen vooraanpassing vanwet- en regelgeving zal ik begin 2026 met uw Kamer delen.1.8 Holocausteducatie Het is belangrijk dat iedereen in Nederland kennis heeft van de geschie-denis en betekenis van de Holocaust. Holocausteducatie is onderdeel vanhet curriculum in het funderend onderwijs. Dit betekent dat scholierentijdens hun schoolcarrière leren over de Holocaust. Inburgeringsplichtigenieuwkomers hebben in de regel geen Nederlands onderwijs gevolgd. Omhun kennis over de Holocaust te borgen, zijn de eindtermen van hetinburgeringsexamen Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) gewijzigd.Het begrip Holocaust is opgenomen in de eindtermen en wordt daarmeeonderdeel van wat inburgeraars moeten kennen en weten als zij examendoen. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan het regeerprogramma. Denieuwe eindtermen zijn op 1 juli 2025 in werking getreden.Om de kennis over de Holocaust bij inburgeraars te versterken is hetkabinet voornemens om, in navolging van de motie Diederik van Dijkc.s.15 een bezoek door inburgeraars aan instellingen en musea met eenrelatie tot de holocaust mogelijk te maken. Op dit moment vindt deverkennende fase hiervoor plaats. Op basis van de uitkomsten van deverkenning zal ik keuzes maken om binnen de financiële kaders enorganisatorische mogelijkheden bezoeken door inburgeraars vanaf 2026mogelijk te maken.14Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 753.15Kamerstuk 2023–2024 30 950, nr. 399Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45616 Deze verkenning wordt samen met de Ministeries van OCW en VWSuitgevoerd en vindt plaats in het kader van het Nationaal Plan VersterkingHolocausteducatie (NPVHE). De verkenning wordt separaat aan uw Kamerverzonden. In het kader van het NPVHE16 is in opdracht van het Ministerievan OCW een brede peiling uitgezet onder docenten in het voortgezetonderwijs, inclusief het onderwijs voor nieuwkomers. Hierin wordtgevraagd hoe docenten lesgeven over de Holocaust en welke bevorde-rende en belemmerende factoren zij daarbij ervaren. De uitkomsten vande peiling komen in de eerste helft van 2025 beschikbaar. Lessen uit depeiling kunnen interessant zijn voor het versterken van de Holocaustedu-catie in de inburgering.Naar aanleiding van de motie Flach17 wordt gekeken hoe meer aandachtvoor de Holocaust onderdeel kan worden van de participatieverklaringvoor inburgeraars. Dit wordt meegenomen in het kader van de algemeneevaluatie van de participatieverklaring, die na de zomer van 2025 wordtopgeleverd. De Kamer wordt naar verwachting in het derde kwartaal van2025 verder geïnformeerd over het versterken van Holocausteducatie inde inburgering.Pijler 2 Nieuwkomers aan het werk Een goede integratie van nieuwkomers begint bij een goede start. Werk entaal vormen de basis van integratie. Inburgering draagt eraan bij datnieuwkomers zo snel mogelijk meedoen in Nederland, het liefst viabetaald werk. Het geeft een stevige basis voor het leren van de taal enkennis van de Nederlandse maatschappij en arbeidsmarkt.Verder vind ik het belangrijk dat mensen die een bijstandsuitkeringontvangen de Nederlandse taal zo goed mogelijk beheersen. Want als jede taal beheerst, heb je ook meer kans om aan het werk te gaan. Daaromblijft de taaleis in de Participatiewet behouden én wordt deze gehand-haafd zodat iedereen volwaardig mee kan doen.Dit kabinet wil dat er gelijke kansen zijn voor iedereen op de arbeidsmarkt.Het is onacceptabel als nieuwkomers puur vanwege hun afkomst minderkans op een baan hebben dan Nederlanders. Objectieve werving enselectie moet hier verandering in brengen.Ook is het van belang om vraag en aanbod beter bij elkaar te brengen.Initiatieven als CompetentNL (een landelijke standaard voor hetbeschrijven van vaardigheden) en VUM (een project dat zich richt op hetverbeteren van de uitwisseling van matchingsgegevens tussen verschil-lende systemen, zowel publiek als privaat) kunnen daaraan bijdragen.Ik heb eerder uitgebreid beschreven wat ik wil doen om nieuwkomers aanhet werk te helpen in de Werkagenda Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt(VIA)18 Deze werkagenda is opgesteld samen met de 20 partners uit de16Kamerstuk 2023–2024 36 272, nr. 1717Kamerstuk II, 2023–2024, 32 824, nr. 41818Kamerstukken II 2024–2025, 32 824, nr. 454Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45617 Taskforce VIA19 en bestaat uit een groot aantal acties waarmee ik dekomende vier jaar de arbeidsmarktpositie van nieuwkomers duurzaam wilverbeteren.In deze pijler benoem ik voor de volgende thema’s wat ik ga doen om tezorgen dat nieuwkomers sneller aan het werk kunnen:•Asielzoekers aan het werk•Startbanen•Begeleiding naar werk van vrouwelijke statushouders•Taaleis in de bijstand•Ondersteuning werkgevers•Gelijke kansen op de arbeidsmarkt2.1 Asielzoekers aan het werk Acties–Ondersteuning van lopende pilots en goede voorbeelden (2025en 2026)–Ik start met het uitwerken van de meest effectieve manier omasielzoekers te begeleiden naar werk (2025 en 2026).–Besluitvorming over de ondersteuningsstructuur asielzoekers aanhet werk (Q1 2027)Werk is de beste manier om te integreren in de Nederlandse samenleving.Het is belangrijk om dit vanaf het begin dat mensen aan het werk gaan,stevig neer te zetten. Ik wil daarom onderzoeken hoe we asielzoekers heteffectiefst kunnen helpen aan een goede start op de arbeidsmarkt. Hoe dathet beste kan, hebben we in 2024 een eerste verkenning gedaan. Dezeverkenning wil ik samen met alle betrokkenen verder uitwerken. Ik zal uwKamer daar volgend jaar zomer verder over informeren.Vroege startEen vroege start op de arbeidsmarkt begint in het AZC. Het kabinet wildaarom kansrijke asielzoekers stimuleren om zo snel mogelijk aan hetwerk te gaan. Steeds meer asielzoekers doen dit al. In het afgelopen jaarzijn flink meer tewerkstellingsvergunningen verleend aan deze groep: van1.840 in 2023 naar ca. 10.880 vorig jaar. Voor 2025 verwacht het UWV eenverdere stijging naar zo’n 15.000 vergunningen.Belemmeringen wegnemenAsielzoekers ervaren verschillende belemmeringen om snel aan het werkte kunnen. Dit kabinet wil die belemmeringen wegnemen. Bijvoorbeelddoor BSN-nummers sneller uit te geven. De uitgifte van BSN-nummersvindt inmiddels plaats bij een aantal gemeenten die zich hebben gespecia-liseerd in de inschrijving van asielzoekers en statushouders in debasisregistratie personen (BPR). Ook is er een spoedprocedure waarbij19De Taskforce VIA bestaat uit de volgende partners: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgele-genheid (SZW), Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Algemene BondUitzendondernemingen (ABU), Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN), CentraalOrgaan opvang asielzoekers (COA), Divosa, G4, G40-stedennetwerk, MBO Raad, NederlandseBond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU), Randstad Groep Nederland,SAM, beroepsvereniging voor uitvoerend professionals in het publiek sociaal domein,Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), Sociaal-Economische Raad(SER), Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, Uitvoeringsinstituut Werknemers-verzekeringen (UWV), Vereniging Hogescholen (VH), De Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG), VNO-NCW en MKB Nederland, VluchtelingenWerk Nederland en OpenEmbassy.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45618 asielzoekers en statushouders die een BSN nodig hebben voor werk, zorg,wonen of studie deze binnen twee weken kunnen aanvragen bij het COA.Met het UWV heb ik afspraken gemaakt waardoor het afhandelen vantewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers nu binnen twee wekenkan.Een aantal categorieën asielzoekers met een aanvraag in de versneldeprocedure mag straks niet meer werken. Dit geldt voor asielzoekers vanwie de asielaanvraag waarschijnlijk wordt afgewezen. Ook asielzoekersdie een overdrachtsbesluit hebben ontvangen (Dublinclaimanten) mogenstraks niet meer werken. Landen kunnen hier niet van afwijken waardoorwe de Wet arbeid vreemdelingen op dit punt moeten aanpassen.Eerste verkenningIn 2024 is een eerste verkenning gedaan naar de manier waarop debegeleiding naar werk van asielzoekers moet worden vormgegeven. Insamenwerking met het COA, UWV, VNG, met werkgeversorganisatiesAWVN en VNO-NCW, en met uitzendkoepels NBBU en ABU hebben wegekeken hoe we hierbij aan kunnen sluiten bij de bestaande structurenvoor arbeidstoeleiding.Ik wil graag een stap verder gaan. Ik vind het belangrijk dat we het eigeninitiatief van asielzoekers ondersteunen en dat (regionale) werkgeversmeer betrokken worden. Asielzoekers die snel aan het werk gaan,vergroten in een later stadium – als ze een verblijfsvergunning krijgen enin Nederland mogen blijven – hun kans op duurzaam werk. Dit wil ik graagstimuleren.VervolgaanpakIk ga daarom uitwerken hoe de ondersteuning voor een snelle start op dearbeidsmarkt van asielzoekers eruit moet zien. Werk is de basis vaninkomen. Ook draagt werk bij aan het leren van de Nederlandse cultuur enwerknemersvaardigheden. Nieuwkomers die snel aan de slag gaan,vergroten hun kans op duurzaam werk als ze in een later stadium eenverblijfsvergunning hebben verkregen. De ondersteuning zou het eigeninitiatief van asielzoekers moeten stimuleren (zie de toename van hetaantal tewerkstellingsvergunningen) en de samenwerking met (regionale)werkgevers. Ook ga ik onderzoeken wat de rol van publieke en privatepartijen kan zijn.2.2 Startbanen Acties–Opzetten van 8 pilots waarin we werken aan bijvoorbeeld langerbijverdienen naast een uitkering, variëren van de verhoudingtussen taallessen en werk en taalles op de werkvloer.–De resultaten worden meegenomen in een plan van aanpak vooreen landelijke uitrol van startbanen en de komende evaluatie vande wet inburgering.De arbeidsdeelname van statushouders is laag. Ze zijn relatief vaakafhankelijk van de bijstand, vooral in de eerste jaren nadat ze een statushebben gekregen. In 2014 ontving na twee jaar 91% van de statushouderseen bijstandsuitkering, na 8,5 jaar was dat echter al afgenomen tot 34%. Ikwil daarom zorgen dat zo veel mogelijk statushouders aan de slag kunnenin een zogenoemde startbaan. Een startbaan houdt in dat een status-houder na vestiging in een gemeente direct bij de aanvraag van bijstandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45619 een baan krijgt aangeboden. Met een startbaan kunnen statushouderswerk en inburgering combineren.Proeven met startbanen in gemeentenDaarom werken we aan een – op termijn – landelijke uitrol van startbanen.Om goed inzicht te krijgen in de beste manier om dit aan te pakken, ben iksamen met gemeenten in verschillende pilots aan het onderzoeken wat erwerkt als statushouders bij vestiging in een gemeente meteen eenbetaalde baan aangeboden krijgen. Het gaat om 8 pilots in 30 gemeenten.De resultaten van deze pilots deel ik met andere gemeenten die interessehebben in deze aanpak en worden betrokken in de plannen voor delandelijke uitrol van startbanen.Combineren taal en werkHet combineren van het leren van de taal met werk is waardevol, maarniet gemakkelijk. Wie Nederlands spreekt, heeft meer kans op een baan.Maar Nederlands leren kost ook tijd. Tijd die niet gebruikt kan worden omte werken. We zien dit terug in de cijfers. Zo heeft na 18 maanden slechts13% van de statushouders betaald werk. Een groot deel hiervan werktparttime. Meer dan de helft (54%) werkt zelfs minder dan 20 uur per weeken verdient minder dan een uitkering.20Experimenten betaald werk en inburgeringIk heb daarom extra budget vrijgemaakt om – binnen de bestaanderegelgeving – te experimenteren met meer mogelijkheden om betaaldwerk en inburgering te combineren. Ik denk bijvoorbeeld aan pilotsgericht op het beter benutten van de mogelijkheden in het wetsvoorstelParticipatiewet In Balans om langer bijverdienen (15% boven op deuitkering) mogelijk te maken. Ook denk ik aan het variëren van deverhouding tussen taallessen en werk (o.a. flexibel taalonderwijs, eeningroeimodel of een andere volgorde van taal en werk), taalles op dewerkvloer en betere afspraken met vooral mkb werkgevers over hetcombineren van werk en taal.De inzichten die uit de pilots met gemeenten komen en die betrekkinghebben op de Wet inburgering 2021 worden meegenomen in de evaluatievan deze wet in 2027 of eerder indien de resultaten daar aanleiding toebieden.2.3 De begeleiding naar werk van vrouwelijke statushouders Mannelijke statushouders werken meer dan vrouwelijke statushouders.Uit de benchmark van Divosa van 2022 blijkt dat 17% van de vrouwelijkestatushouders en 47% van de mannelijke statushouders betaald werkheeft. Ook de Adviesraad Migratie heeft hier recent een rapport overgepubliceerd.21 Hier moet verandering in komen. Samen met SAM, devereniging van uitvoerende professionals en de Hogeschool ArnhemNijmegen (HAN) ga ik de begeleiding naar werk van vrouwelijke status-houders verbeteren.20https://dashboards.cbs.nl/v5/asielenintegratie/21Adviesraad Migratie,2025, Talenten benutten. Het onbenutte arbeidspotentieel van migrantenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45620 Acties–Meer vrouwelijke statushouders naar werk begeleiden insamenwerking met SAM (vereniging van klantmanagers) en deHAN (Hogeschool Arnhem Nijmegen)–Werken aan de verdere professionalisering door een communityof professionals te bouwen in samenwerking met SAM (devereniging van klantmanagers),–Jaarlijkse klantmanagersbijeenkomst; waar klantmanagersworkshops krijgen hoe mensen en met name vrouwen metmigratieachtergrond te begeleiden naar werk,–Ontwikkeling van betere werkprocessen bij gemeenten om debegeleiding naar werk van vrouwelijke statushouders teverbeteren. Op basis hiervan wordt een digitale werkwijzer voorgemeenten en een handreiking voor klantmanagers ontwikkeld.Vrouwelijke statushouders aan het werkVrouwelijke statushouders moeten beter geholpen worden om aan hetwerk te komen. Zo blijkt uit onderzoek van de HAN22 dat vrouwelijkestatushouders vaak eerst hun gezin op de rit willen krijgen voordat ze zelfaan het werk gaan. Ook heeft een gedeelte van de vrouwelijke status-houders in het land van herkomst nooit gewerkt. Zij moeten eenmaal inNederland – veel meer dan mannelijke statushouders – hun autonomieontwikkelen en ruimte nemen om aan het werk te gaan.Verder blijkt uit datzelfde onderzoek dat klantmanagers bij gemeentensoms handelingsverlegenheid ervaren bij het begeleiden naar werk vanmensen met een migratieachtergrond. En er is een neiging om zich in debegeleiding van echtparen eerst op de man te richten. Dat is ongewenst.Ook blijkt dat gemeenten hun werkprocessen niet altijd even goedinrichten op de begeleiding van vrouwelijke statushouders. Gemeentendie dit wél doen, zijn effectiever in het duurzaam naar werk begeleidenvan (vrouwelijke) statushouders. Ik wil in gesprek met gemeenten omdeze effectievere aanpak landelijk te gebruiken. Daarnaast verken ik opwelke wijze het arbeidstoeleidingsproces voor vrouwen met een migratie-achtergrond, bijvoorbeeld in een uitkeringssituatie, verbeterd kan worden.Over de uitkomsten van deze verkenning wordt uw Kamer voor het eindevan het jaar geïnformeerd.Klantmanagers zijn aan zetKlantmanagers en gemeenten zijn als eerste aan zet bij de begeleidingnaar werk van vrouwelijke statushouders. Ik vind het samen met SAMbelangrijk dat er een meer uniforme manier van begeleiding naar werkkomt. Het is niet wenselijk dat vrouwen in de ene gemeente andersbegeleid worden dan in de andere gemeente. Daarom ga ik samen metSAM en de HAN aan de slag om de professionalisering van klantma-nagers te versterken.2.4 Taaleis in de bijstand Acties–In gesprek met gemeenten over de knelpunten die zij zien bij deuitvoering en handhaving van de taaleis in de bijstand.22Arbeidstoeleiding van vrouwelijke statushouders (han.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45621 –Uitwerken van de concrete inzet van bij voorjaarsnota extravrijgemaakte middelen om taalonderwijs in het kader van detaaleis te verbeteren–In kaart brengen van eventuele vann wet- en regelgeving om dehandhaving en naleving te verbeteren.–In gesprek met werkgevers over de manier waarop de taalvaar-digheid van werknemers verbeterd kan worden.Taal is de basis van een goede integratie in Nederland. Te veel mensenstaan aan de zijlijn omdat zij een taalachterstand hebben. Ik vind hetdaarom belangrijk dat mensen die een bijstandsuitkering ontvangen deNederlandse taal zo goed mogelijk beheersen. Met gemeenten wil ikkijken wat een goede manier is om hen met taalonderwijs te onder-steunen.Het is daarbij goed om te benoemen dat deze maatregel niet alleen geldtvoor nieuwkomers. De taaleis geldt voor iedereen die een bijstandsuit-kering aanvraagt en niet voldoende Nederlands spreekt om te kunnenfunctioneren op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Wel is het kabinetvoornemens om – gezien de beperkte middelen en personeel – dezenadere uitwerking van de taaleis in eerste instantie op nieuwkomers in debijstand te richten.Ik ben met gemeenten in gesprek over de knelpunten die zij zien bij deuitvoering van de taaleis. Het is noodzakelijk dat gemeenten de taaleisbeter gaan handhaven. Ik ga daarom samen met hen in kaart brengenwelke mogelijke oplossingen er zijn en of het nodig is om de wet- enregelgeving verder aan te passen. Ook wil ik in gesprek met werkgeversover de mogelijkheden die zij zien om de beheersing van de Nederlandsetaal van werknemers te verbeteren.2.5 Ondersteunen van werkgevers Acties–Verlengen van de werkgeverssubsidieregeling (SOWIS).–Lerende aanpak en werkgeversalliantie.–Samenwerking met tekortsectoren.SubsidieregelingWerkgevers kunnen veel doen om meer asielzoekers en statushoudersaan het werk te helpen. Een deel van de werkgevers doet dit ook al. Ik wilervoor zorgen dat dit voor steeds meer werkgevers onderdeel wordt vanhun normale bedrijfsvoering. Maar het duurzaam in dienst nemen vannieuwkomers kost werkgevers extra tijd en geld vanwege taal- encultuurverschillen. Daarom is er in 2024 een subsidieregeling gestart.De subsidieregeling is succesvol. Met de verlenging van deze regeling kanik de komende jaren ongeveer 1.000 werkgevers ondersteunen bij hetbieden van extra begeleiding op de werkvloer om taal- en cultuurver-schillen te overbruggen. Het tweede tijdvak staat nu open tot en met30 september 2025. Deze loopt door tot in 2029.Meer werkgevers bereikenOm werkgevers verder te ondersteunen bij het duurzaam in dienst nemenvan statushouders heb ik de handreiking Begeleiding op de Werkvloeropgesteld. Daarnaast organiseer ik samen met werkgeversorganisaties enarbeidsmarktregio’s bijeenkomsten waarin werkgevers ervaringen kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45622 uitwisselen. De inzichten uit deze bijeenkomsten gebruik ik voor dedoorontwikkeling van de handreiking. Iedere werkgever die met status-houders aan de slag wil moet kunnen putten uit een pakket aan eenvoudigtoepasbare instrumenten.Verder initieer ik een werkgeversalliantie waarin werkgevers geïnspireerden uitgenodigd worden om meer nieuwkomers in dienst te nemen. Ditdoe ik onder andere door het delen van goede praktijkvoorbeelden, metextra aandacht voor kraptesectoren. Ik ben ook met de branche- organi-saties uit de kraptesectoren in gesprek over de manier waarop succesvolleprogramma’s voor nieuwkomers verder kunnen worden opgeschaald.TekortsectorenIk probeer samen met de Minister van Klimaat en Groene Groei & deMinister van Economische Zaken meer statushouders aan het werk tekrijgen in de techniek, bouw en energie. Zo krijgen netbeheerders25 miljoen euro uit het Klimaatfonds voor het opleiden van zij-instromers,waaronder statushouders, tot elektromonteur. Ook investeren detechnische sectoren zelf in het opzetten van sectorspecifieke (leer-)werktrajecten voor statushouders. Voor het primair en voortgezetonderwijs is er vanuit OCW een subsidieregeling waarmee schoolbe-sturen 10.000 euro kunnen krijgen voor het opleiden en begeleiden vanstatushouders en Oekraïners die als docent aan de slag willen. Ook in dezorg ontstaan waardevolle initiatieven. Zo heeft het Universitair MedischCentrum Groningen (UMCG) een traject ontwikkeld voor nieuwkomersmet een zorgachtergrond, gericht op instroom als assistent-verpleegkundige en doorgroei naar een vaste functie.2.6 Gelijke kansen op de arbeidsmarkt Acties–In samenwerking met werkgeversorganisaties als AWVN enVNO-NCW en Mkb Nederland werken aan de bewustwording vande meerwaarde van gelijke kansen.–Ondersteunen en ontzorgen van bedrijven door de ontwikkelingvan goed toepasbare hulpmiddelen voor werving en selectie,behoud en doorstroom, met een focus op tekortsectoren,branches en regio’s en mkb-bedrijven.Het kabinet wil dat iedereen gelijke kansen heeft op de arbeidsmarkt.Werkgevers zien de waarde van gelijke kansen. Toch is het niet altijdgemakkelijk om deze goede wil om te zetten in een verandering vangedrag en werkwijze. Daarom blijft het noodzakelijk om in te zetten opgelijke kansen op de arbeidsmarkt.Het mkbHet grootste deel van de Nederlandse beroepsbevolking werkt in het mkb.Bedrijven in het mkb zijn vaak kleiner, er werken minder mensen en er isminder geld voor professioneel HR-beleid. Daarom is het belangrijk omjuist mkb-bedrijven te helpen bij het inzetten van objectieve wervingsme-thoden. Het programma Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt (VIA)ontwikkelt effectieve hulpmiddelen voor werving en selectie, ook specifiekvoor tekortsectoren in het mkb.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45623 3. Financiën Alle plannen uit deze actieagenda integratie worden gefinancierd binnende bestaande en – bij Voorjaarsnota 2025 – nieuw toegekende middelen.In de tabel is een overzicht opgenomen van de nieuw toegekendemiddelen voor de komende jaren.Tabel: nieuw toegekende middelen bij VJN (x 1 mln.)202520262027202820292030Struc.Actieagenda Integratie5,010,611,911,79,20Startbanen (2.2)1,30Taaleis (2.4)1003,710,617,42217,4Totaal511,615,622,326,62217,41 De middelen voor de taaleis worden structureel in 2040. Tussen 2030 en 2039 is er € 22 mln per jaar beschikbaar voor de taaleis. 4. Moties Motie-Van Dijk, Kamerstuk 36 651, nr. 26In de brief van 11 maart 2025 over de duurzame vormgeving van schoolen omgeving, heeft de Staatssecretaris van OCW ook het jaarlijksemonitoringsrapport over onderwijssegregatie aangeboden. De monitorgeeft inzicht in segregatie op basis van inkomen, opleidingsniveau enherkomst van ouders van leerlingen in het primair en voortgezetonderwijs. We geven uitvoering aan de motie-van Dijk door onderwijsse-gregatie te blijven volgen. Gemeenten, schoolbesturen en anderebetrokken partijen kunnen de betreffende cijfers inzien op het RegionaalDashboard Gelijke Kansen. Zo stellen wij hen in staat om lokaal de bestpassende maatregelen te nemen om segregatie tegen te gaan.Het kabinet onderkent dat voor het versterken van het gemeenschaps-gevoel belangrijk is dat mensen met verschillende achtergronden elkaar inde publieke ruimte blijven tegenkomen. Daarom wordt ingezet op hetbevorderen van laagdrempelige, spontane ontmoetingen in de publiekeruimte. In grootschalige ontwikkellocaties wordt vaak ingezet op een mixvan verschillende type huur- en koopwoningen. De ruimtelijke inrichtingen leefbaarheid in de wijk zijn van invloed op de sociale verbinding in eenwijk. Via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zetten wede komende jaren extra in op het verbeteren van slechte woningen enzorgen we voor meer gemengde wijken zodat mensen met verschillendeachtergronden elkaar kunnen ontmoeten.Motie-Becker, Kamerstuk 35 228, nr. 45Op dit moment ben ik in gesprek met maatschappelijke partners over derol die zij kunnen en willen spelen bij de uitwerking en uitvoering van dezeActieagenda. In sommige gevallen is er al sprake van samenwerking,zoals u in deze brief kunt lezen. De maatschappelijke organisaties met wieik samenwerk, onderschrijven een open en vrije samenleving en dedoelstellingen van de actieagenda. In lijn met de motie-Becker (VVD) zal ikeen overzicht van deze organisaties met u delen. U ontvangt dit als bijlagevan de meer uitgewerkte Actieagenda in het najaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45624 Motie Ceder Kamerstuk 36 600 XV, nr. 82Op nationaal niveau geef ik uitvoering aan de motie-Ceder door hetvoorbereiden van een nationale dialoog met sleutelfiguren uit onzediverse samenleving om de sociale cohesie te bevorderen. Deze dialoogvindt plaats in het eerste kwartaal van 2026. Ter voorbereiding wordensinds begin dit jaar gesprekken gevoerd met maatschappelijke organi-saties en vertegenwoordigers van verschillende gemeenschappen. Deuitkomsten worden gebruikt om het beleid voor sociale cohesie aan tescherpen.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 824, nr. 45625

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 81ceecc84f85fbf1

14 okt 2026 · 28f36d522f9de61f

13 okt 2026 · d82f6f4abc79d2b8

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.