KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

12 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7e315ddf37c6bbb2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725 VIIIWijziging van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota)Nr. 5 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 12 juni 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast methet voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eerverslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daaropgegeven antwoorden.De vragen zijn op 23 mei 2025 voorgelegd aan de Minister en de Staatsse-cretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bij brief van 5 juni 2025zijn ze door de Minister en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Bosnjakovic kst-36725-VIII-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 51 Vragen en antwoorden 1Hoeveel studenten lopen respectievelijk in het hoger en wetenschappelijkonderwijs stage, uitgesplitst naar facultatief, verplicht en buiten curri-culair? Kan daarbij worden aangegeven in hoeverre daardoor studiever-traging wordt opgelopen? En hoeveel procent van de masteropleidingenheeft een verplichte stage in het curriculum?Er zijn geen eenduidige data beschikbaar over stages in het hbo en wo.Hierdoor kan niet worden vastgesteld hoeveel studenten precies stagelopen in deze sectoren, om wat voor een soort stage dat gaat en ofhierdoor studievertraging wordt opgelopen. Ook is geen informatiebeschikbaar over hoeveel procent van de masteropleidingen eenverplichte stage in het curriculum heeft. In het hbo en wo is het lopen vanstage niet wettelijk verplicht, opleidingen hebben daardoor de ruimte omte bepalen of een stage (verplicht) onderdeel is van het curriculum. In depraktijk hanteert nagenoeg elke hbo-opleiding een verplichte stage, in hetwo verschilt dit per instelling en opleiding. Onderzoek van bijvoorbeeldResearchned geeft wel een inschatting van het aantal studenten dat stageloopt. Zo liep ongeveer de helft van de hbo- en wo-studenten diedeelnamen aan het onderzoek stage in de periode september 2022–februari 2023. Het gaat hierbij wel om een meting met een beperkt aantalrespondenten.2Welke bedragen worden voor de jaren van dit kabinet beschikbaar gesteldvoor de adviesorganen AWTI1 en de Onderwijsraad? In hoeverre zijndaarin kortingen en bijstellingen opgenomen en werkt de departementaletaakstelling door in de budgetten van deze organisaties?(bedragen x 1 miljoen)2025202620272028AWTI€ 0,7€ 0,7€ 0,7€ 0,7Onderwijsraad€ 3,0€ 3,0€ 2,9€ 2,9 In bovenstaande tabel staan de bedragen voor de AWTI en de Onder-wijsraad voor zover deze op de begroting van OCW staan. Beidebudgetten zijn gekort in het kader van de rijksbrede taakstelling op deapparaatskosten uit het hoofdlijnenakkoord. Dit gaat om de efficiencytaak-stelling oplopend tot 2,5% in 2029 (het CPB acht een efficiencytaakstellingvoor het Rijk van 0,5% per jaar realistisch), waardoor het budget van deAWTI gekort is met € 20 duizend en het budget van de OR met€ 75 duizend structureel. Daarnaast zijn beide budgetten gekort met eenaanvullende taakstelling van in totaal € 100 duizend (OR) en € 23 duizend(AWTI). De korting van het Ministerie van OCW voor de AWTI en deOnderwijsraad is beperkt gehouden tot 6 procent omdat conform hethoofdlijnenakkoord de uitvoering wordt ontzien. Het budget voor de AWTIis voor 50% afkomstig van OCW, deze bedragen zijn opgenomen inbovenstaande tabel. De andere 50% is afkomstig van het Ministerie vanEconomische Zaken.3Kunt u een uiteenzetting geven van de implicaties van de algehele kortingop OCW? Worden deze kortingen op het toekomstig verdienvermogenelders op de begroting opgevangen?1AWTI: Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 52 Met deze Voorjaarsnota wordt er per saldo structureel circa € 2 miljardtoegevoegd aan de OCW-begroting, voornamelijk door toevoeging vanloon- en prijsbijstelling. Daarnaast wordt op posten bezuinigd deels voorhet generale beeld en deels om intensiveringen en tegenvallers enintensiveringen op de OCW-begroting te dekken. Van zowel de intensive-ringen als extensiveringen zijn de langetermijneffecten niet onderzocht. Inalgemene zin laten de langetermijneffecten van uitgaven aan onderwijszich namelijk lastig kwantificeren. Zo geeft ook het CPB aan dat het op ditmoment (nog) niet mogelijk is om de effecten van investeringen ofbezuinigingen in onderwijs en innovatie op economische groei of het bbpbetrouwbaar te ramen. Wel onderstreept de OECD in recente rapporten(Education at a glance, Value for money in school education), dat gerichtinvesteren in onderwijs naast economische voordelen ook bredere socialeuitkomsten bevordert (gezondheid, sociale cohesie, participatie). Het CPBis in het kader van ontwikkeling van brede welvaartsindicatoren bezig methet ontwikkelen van een menselijk kapitaal indicator. Hiermee zou in detoekomst de ontwikkeling van menselijk kapitaal, een belangrijke uitkomstvan onderwijsinvesteringen, gemonitord kunnen worden.4Hoe vaak wordt de 21+toets voor toelating tot een hbo2-opleidingtoegepast? Hoe vaak en in welke gevallen wordt deze toets afgenomen bijscholieren en studenten die eigenlijk niet in aanmerking komen voor dezetoets? Is het mogelijk om het huidige beleid van de 21+toets te verruimen?En wat het zou kosten om het huidige, te beperkte, toelatingsbeleid op telossen?Er wordt niet centraal geregistreerd hoe vaak een colloquium doctum (ookbekend als 21+-toets) wordt afgegeven en/of hoeveel studenten erinstromen op basis hiervan. Het is aan instellingen zelf om te bepalen ofzij een colloquium doctum toepassen of niet. Scholieren en studenten dieniet in aanmerking komen voor het colloquium doctum kunnen ook nietinstromen via deze toets. Het is namelijk (wettelijk) niet toegestaan ompersonen onder de 21 jaar toe te laten op basis van een colloquiumdoctum. De leeftijdsgrens van 21 jaar stimuleert om zoveel mogelijk ophet vo-diploma te behalen.Het Ministerie van OCW zet niet in op verruiming van deze regel. Het isvan groot belang dat jongeren zoveel mogelijk worden gestimuleerd omhun vo-diploma te halen, onder meer vanwege de zelfstandige waardevan dit diploma in het maatschappelijk verkeer (civiel effect). De toegangtot het hbo/wo via een vo-diploma zorgt ervoor dat opleidingen kunnenvertrouwen op de kennis en vaardigheden van instromende studenten enzorgt er tevens voor dat studenten een terugvaloptie hebben wanneer deopleiding toch niet lukt, bijvoorbeeld door te wisselen van opleiding. Hetverruimen van het colloquium doctum sluit hier niet op aan.Het is niet bekend wat de eventuele kosten zijn van het verruimen van hetcolloquium doctum. Het is namelijk niet bekend hoeveel jongereneventueel gebruik zouden willen maken van een verruimde regeling en inhoeverre instellingen bereid zijn meer studenten toe te laten op basishiervan.5Op welke posten, waarop dankzij amendement van het lid Bontenbal c.s.3minder werd bezuinigd, is bij de Voorjaarsnotabesluitvorming beslotenom opnieuw op te bezuinigen?2hbo: hoger beroepsonderwijs3Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 141Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 53 In de Eerste Suppletoire Begroting van OCW worden ombuigingendoorgevoerd op basis van de Voorjaarsbesluitvorming. In deze ombui-gingen zit een drietal reeksen die de onderwerpen uit het amendementvan het lid Bontenbal c.s. raken.De eerste reeks betreft de ruimte tussen het beschikbare budget voorGVO/HVO en het door GVO/HVO aangevraagde budget. De ombuigingheeft dus geen gevolgen voor de omvang van de instellingssubsidie voorGVO/HVO (welke inclusief lpo is).Voor de regeling praktijkleren gaat het om een neerwaartse bijstelling vanstructureel € 20 miljoen vanaf 2030. In de nieuwe referentieraming is eenafname van het aantal bbl-studenten geraamd. Er is dus minder budgetnodig. Het budget blijft toereikend om het maximale subsidiebedrag van€ 2.700 toe te kennen aan bedrijven, omdat er volgens de ramingen voorminder studenten een subsidie zal worden aangevraagd. Er zijn derhalvegeen gevolgen door de bijstelling.Door de bijstelling op de regeling doorstroom beroepskolom (VABOK)kunnen vanaf 2025 jaarlijks 31 aanvragen worden toegekend. Oorspron-kelijk konden er jaarlijks 40 aanvragen worden gedaan, na de verwerkingvan het amendement Bontenbal 35 aanvragen. Het huidige aantal van31 aanvragen is in lijn met het aantal aanvragen dat tot nu toe jaarlijks isgedaan, waardoor beter wordt aangesloten bij het absorptievermogenvan de onderwijssectoren. De eerder toegekende aanvragen worden nietgeraakt door deze bezuiniging. Vanaf 2030 is er structureel voor deregeling doorstroom Beroepskolom € 42,2 miljoen (33 opleidingen)beschikbaar. Zie ook het antwoord op vraag 172.6Op welke manier wordt geborgd dat onderwijsinstellingen de kennis- enondersteuningsproducten van het studentenwelzijn-programma Stijndaadwerkelijk implementeren en wie is hiervoor verantwoordelijk?Het STIJN programma is opgezet om onderwijsinstellingen te onder-steunen bij hun integrale aanpak studentenwelzijn. De context van elkeonderwijsinstelling verschilt en onderwijsinstellingen zullen dus afhan-kelijk van de eigen context gebruik maken van de producten. Er zijn geenafspraken gemaakt over de implementatie van producten van STIJN. Welhebben alle onderwijsinstellingen in het hbo en wo het kader studenten-welzijn in 2023 ondertekend en werken betrokken partijen in het mbo inhet kader van de werkagenda mbo 2023–2027 aan het verbeteren van hetstudentenwelzijn. Onderwijsinstellingen in het hbo en wo hebben binnenhet kader van studentenwelzijn afgesproken zich in te zetten voor devier pijlers: 1. Preventie, 2. Sense of belonging, 3. Professionalisering,4. Regionale samenwerking met zorg en gemeente. Hier ontvangen zij ookmiddelen voor. De kennis- en ondersteuningsproducten van STIJNkunnen onderwijsinstellingen helpen om het kader te implementeren.Dit jaar, 2025, wordt een tussenevaluatie uitgevoerd van het kaderstudentenwelzijn om te kijken hoe onderwijsinstellingen de middeleninzetten en hoe zij werken aan studentenwelzijn, op basis van dehierboven genoemde pijlers. Begin 2026 volgen hiervan de resultaten.7Hoe wordt geborgd dat mbo4-instellingen in minder stedelijke regio’svoldoende middelen behouden om praktijkgericht onderwijs te blijvenbieden na de korting op praktijkleren en het RIF5?4mbo: middelbaar beroepsonderwijs5RIF: Regionaal Investeringsfonds mboTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 54 Het maakt geen uitsplitsing naar regio’s. Het RIF werkt met een rankingsystematiek. Dit betekent dat projecten met de hoogste ranking op basisvan de criteria uit de subsidieregeling als eerste toegekend worden, tothet budget uitgeput is. Praktijkleren is een tegemoetkoming voorwerkgevers die een leerwerkplaats aanbieden. Het budget van praktijk-leren blijft toereikend om de maximale vergoeding van € 2.700 perleerwerkplek toe te kennen aan bedrijven, zie ook het antwoord opvraag 5.8Is het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs, waarvan sprake was inhet Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots6, van de baan, nu u hieroverniet langer in gesprek bent met de ouderorganisaties, scholierenorgani-satie LAKS7, onderwijsvakbonden en de sectorpartners primair- envoortgezet onderwijs?Uw Kamer ontvangt, conform uw verzoek, voor het debat over deVoorjaarsnota een brief met reactie op het feit dat sociale partners hebbenaangegeven uit de gesprekken over het Herstelplan te stappen. HetHerstelplan zal ook in het licht van de huidige politieke situatie bezienmoeten worden.9Kunt u een overzicht geven van alle bezuinigingen van dit kabinet op OCW(zoals de bezuinigingen in het Hoofdlijnenakkoord, de aanpassingen diezijn gedaan bij het amendement van het lid Bontenbal8 en aanpassingendie zijn gedaan bij de Voorjaarsnota 2025)?Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle bezuinigingen enintensiveringen van dit kabinet op OCW, waarin de effecten van hetamendement Bontenbal c.s. zijn verwerkt:(bedragen x € 1.000)202520262027202820292030StrucHLA 22. Afschaffen maatschappelijkediensttijd– 74.735– 44.902– 67.363– 70.000– 70.000– 70.000– 70.000HLA 23. Afschaffen brede brugklas enbeperken S&O– 55.000– 170.000– 170.000– 170.000– 170.000– 170.000– 170.000HLA 24. Alternatieve invullingbijstelling sectorplannen hogeronderwijs en wetenschap– 134.734– 134.734– 134.734– 134.734– 134.734– 161.330– 175.000HLA 26. Terugdraaien groei apparaatrijksoverheid– 20.296– 39.884– 58.310– 78.040– 86.164– 86.164– 86.164HLA 29. SPUK naar GF en PF met 10%budgetkorting0– 81.261– 81.201– 81.201– 81.201– 81.201– 81.201HLA 34. Gerichte keuzes minderontwikkelingssamenwerking0– 8.511– 8.511– 8.511– 8.510– 7.188– 7.188HLA 35. Verlaging non-ODA-middelen– 731– 718– 844– 956– 3.214– 3.506– 3.506HLA 40. Generieke taakstellingsubsidies rijksbreed– 71.830– 131.838– 220.601– 277.994– 322.937– 311.027– 311.027HLA 41. Verminderen internationalestudenten (via bestuurlijk akkoord)0– 17.000– 68.000– 121.000– 158.000– 156.000– 170.0006Bijlage van Kamerstuk 36 471, nr. 37 (documentnummer 2024D19455), blz. 167LAKS: Landelijk Aktie Komitee Scholieren8IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 55 (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030StrucHLA 42. Hervorming NederlandsePublieke Omroep NPO00– 100.000– 100.000– 100.000– 100.000– 100.000HLA 43. Afschaffen OV-vergoedingbuitenland studerenden0– 4.000– 8.000– 14.000– 14.000– 14.000– 14.000HLA 69. Fonds Onderzoek Weten-schap– 106.929– 106.929– 106.929– 107.054– 132.054– 132.0540Ten behoeve van 4x 25 miljoen fondsonderzoek en wetenschap1– 25.000– 25.000– 25.000– 25.000000Verlagen rijksmediabijdrage landelijkepublieke omroep200– 50.00050.000– 50.000– 50.000– 50.000Korting apparaatskosten rijks-overheid3– 22.302– 22.302– 22.302– 22.302– 22.302– 22.302– 22.302Rijksbrede halvering prijsbijstelling– 191.837– 178.364– 196.527– 173.511– 172.342– 171.590– 171.590Opheffen onderwijskansenregeling00– 90.000– 177.000– 177.000– 177.000– 177.000Loonbijstelling externe inhuur– 4.615– 4.532– 4.534– 4.269– 3.723– 4.010– 4.010Totale bezuinigingen HLA incl.amendementen en VJN– 708.009– 969.975– 1.412.856– 1.615.572– 1.706.181– 1.717.372– 1.612.988HLA 11. Investeren in goed bestuuren de rechtstaat0005001.0001.0001.000HLA 21. Eenmalige uitkeringstudielening sociaal leenstelsel001.297.00047.00027.00015.0000Religieus cultureel erfgoed05.0005.0005.0005.0005.0005.000Schoolmaaltijden135.000135.000135.000135.000135.000135.000135.000Totale intensiveringen HLA incl.amendementen en VJN135.000140.0001.437.000187.500168.000156.000141.0001 Betreft amendement Eerdmans; Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 1402 Daarbij verzoekt het amendement van Bontenbal c.s. om de landelijke publieke omroep meer ruimte te geven om (online) reclameopbrengsten tegeneren waarmee de korting van € 50 miljoen opgevangen kan worden.3 Betreft amendement Bontenbal; Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 141 In deze tabel staan ook een aantal generieke posten. Maatregel HLA 29betekent bijvoorbeeld specifiek dat er € 60,9 miljoen wordt bezuinigd ophet Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) dat via eenspecifieke uitkering aan gemeenten wordt uitgekeerd en € 20,3 miljoen opdiverse specifieke uitkeringen binnen artikel 4 (beroepsonderwijs envolwasseneneducatie). Maatregel HLA 40 houdt in dat er op specifiekesubsidies wordt bezuinigd binnen de OCW-begroting, zo is er gekort op deregeling doorstroom beroepskolom en de regeling GVO/HVO. De preciezeinvulling hiervan is terug te vinden in de budgettaire tabel van deKamerbrief die op 24 oktober 2024 aan u is verzonden (36 600 VIII, nr. 15).HLA 69 Fonds Onderzoek en Wetenschap houdt onder andere in dat destarters- en stimuleringsbeurzen worden geschrapt.10Kunt u een overzicht geven van de bezuinigingen op hoger onderwijs?Kunt u aangeven wat de effecten hiervan zijn op de instroom vanleerlingen, op de financiële positie van instellingen en welke instellingenhierdoor geraakt worden?De bekostiging van het hoger onderwijs wordt met de mutaties uit deVoorjaarsnota verlaagd met € 2 miljoen in 2025 oplopend tot € 59 miljoenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 56 in 2030. De korting van € 59 miljoen komt overeen met 0,5% ten opzichtevan het totale budget voor de bekostiging.Dit bedrag bestaat uit:•Alternatieve dekking voor het niet afschaffen van het ReisproductBuitenland Studerenden (RBS, maatregel uit het HLA). Er is voorgekozen om dit niet op de studenten te verhalen, maar om hiervooreen deel van de 10% middelen voor landelijke prioriteiten van destudievoorschotmiddelen voor het hbo en het wo in te zetten (€ 18 mil-joen).•Kosten voor de implementatie van de NIS2-richtlijn omtrent cybervei-ligheid en de screeningswet (in totaal € 8 miljoen).•Het financieren van de OCW-brede problematiek. Dit betreft onderandere de dekking voor de tegenvallers bij de jaarlijkse herijking vande leerling- en studentenraming en de herijking raming DUO. DeOCW-brede problematiek is in de begroting verdeeld over alleOCW-sectoren en hebben geresulteerd in een korting van € 34 miljoenvoor het ho.Naast de bovenstaande korting heeft OCW als geheel bij Voorjaarsnotaeen gehalveerde tranche prijsbijstelling ontvangen. Het hbo en woontvangen hierdoor ca. € 61 miljoen minder aan bekostiging.Overigens wordt er in deze Voorjaarsnota voor het hbo en wo samen ruim€ 400 miljoen aan loon- en prijsbijstelling toegevoegd en zijn er nogenkele andere technische wijzigingen, die niet in de genoemde verlagingvan € 59 miljoen is meegerekend. Netto is het budget voor het hbo(artikel 6) en het wo (artikel 7) op de OCW-begroting met structureel€ 448 miljoen gestegen.Het is niet te zeggen wat de effecten hiervan zullen zijn op de instroomvan studenten in het hoger onderwijs. De bezuiniging wordt doorgevoerdop het totale budget van de bekostiging en wordt via het verdeelmodelverdeeld over alle instellingen.11Kunt u een overzicht geven van de koopkrachtontwikkeling van studentenin de afgelopen tien jaar? Kunt u een overzicht geven welke maatregelenzijn genomen (dus bezuinigingen en intensiveringen) in de afgelopen tienjaar voor studenten met daarbij een budgettaire reeks?Het is niet mogelijk om een overzicht van de koopkrachtontwikkeling vanstudenten van de afgelopen tien jaar te geven, omdat die voor hetgrootste deel van die periode niet is bijgehouden. Het Nibud heeft alleende koopkrachtontwikkeling voor 2025 voor studentenhuishoudens. Daaruitkwam naar voren dat uitwonende mbo-bol- en uitwonende hbo- enwo-studenten er ten opzichte van 2024 in 2025 respectievelijk 6,2% (mbo)en 6,6% (hbo) op achteruit gaan in koopkracht. De voornaamste redenhiervoor is het wegvallen van de tijdelijke koopkrachtmaatregel.Hieronder is het overzicht opgenomen van de voornaamste maatregelenop het gebied van studiefinanciering die de afgelopen tien jaar zijngenomen en die een duidelijke relatie en/of effect hebben (gehad) op dekoopkracht van studenten. Per maatregel zijn daarbij de structurelebedragen en het moment van invoering van de betreffende maatregelweergegeven. Omdat de «Koopkrachtmaatregel tijdelijke ophoginguitwonendenbeurs» een incidentele maatregel was, zijn daarvoor detotale incidentele uitgaven opgenomen. De verschillende tegemoetko-mingsregelingen voor leenstelselstudenten worden uitgekeerd na hetbehalen van een diploma. De enige studenten die een koopkrachtver-hoging ervaren terwijl zij nog studeren, zijn studenten die een tegemoet-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 57 koming krijgen op grond van een afgeronde bacheloropleiding uitgekeerdkrijgen terwijl zij nog een master doen, en geen schuld hebben waar detegemoetkoming van kan worden afgetrokken. Zij krijgen de tegemoetko-ming(en) uitgekeerd. Daarom zijn deze maatregelen niet in de tabelopgenomen.In de wetsvoorstellen Studievoorschotstelsel en Herinvoering basisbeurswaren de volgende maatregelen ten aanzien van het studiefinancierings-stelsel opgenomen:Studievoorschot:9•Afschaffing basisbeurs hbo en wo en invoering leenstelsel•Aanpassing terugbetaalregime voor hbo- en wo-studenten.•Verhoging maximale bedrag aanvullende beurs hbo en wo•Afschaffen bijverdiengrens voor hbo- en wo-studenten•Functiebeperking kwijtschelding hbo- en wo-studenten•Introductie studentenreisproduct voor minderjarige mbo-studenten•Collegegeldkrediet uitbreiden•Totaal pakket vereenvoudigingenHerinvoering basisbeurs:10•Herinvoering van de basisbeurs in het hbo en wo•Verruiming van de inkomensgrens voor de aanvullende beurs in hethbo en wo•Stimuleren gebruik van de aanvullende beurs in het mbo, hbo en wo•Afschaffen bijverdiengrens mbo•Wijziging terugbetalingsregels mbo•Verruiming 1 februari regeling voor mbo-studenten die doorstromennaar het hbo of woNaast deze twee wetsvoorstellen heeft ook de Wet verlaagd wettelijkcollegegeld invloed gehad op de koopkracht van studenten. Het wettelijkcollegegeld voor eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs werdhiermee gehalveerd. Deze halvering geldt ook voor tweedejaarsstudentenaan lerarenopleidingen. In de Wet Herinvoering basisbeurs is dezehalvering van het collegegeld teruggedraaid. Het budget dat hieroorspronkelijk voor beschikbaar was gesteld is toen, bovenop het bij deformatie beschikbaar gestelde bedrag van € 1 miljard, ingezet als dekkingvan de verbreding van de aanvullende beurs en het verhogen van debasisbeurs.11 Het betrof € 170 miljoen vermeerderd met lpo. Vanuit dittotaalbudget is ook structureel € 10 miljoen beschikbaar gesteld omminderjarige mbo-studenten tegemoet te komen in de kosten voorschoolboeken en licenties. Dit betreft een structurele overboeking voor hetamendement van het lid Hagen c.s. 36 200 VIII-63.Daarnaast geldt in algemene zin dat jaarlijks alle normbedragen binnenhet studiefinancieringsstelsel worden geïndexeerd op basis van deconsumentenprijsindex (CPI) van twee jaar geleden. Deze indexering is9Voor uitgebreide toelichting op de maatregelen zie de memorie van toelichting op hetwetsvoorstel (Kamerstukken II 2014/15, 34 035, nr. 3). Voor de uitsplitsing van de budgettairereeks uit de wet studievoorschot hoger onderwijs zie: blg-337023.pdf10Voor uitgebreide toelichting op de maatregelen en budgettaire reeksen zie de memorie vantoelichting op het wetsvoorstel (Kamerstukken II 2022–23, 36 229, nr. 3).11Conform de motie-Van der Molen en Van der laan: Kamerstukken II 2021/22, 24 724, nr. 180.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 58 opgenomen in de wet. Het is niet mogelijk om daar van af te wijkenzonder wetswijziging.Tot slot zijn er nog twee onderwerpen waar wel veel financiële middelenmee zijn gemoeid, maar waar geen directe koopkrachteffecten voorstudenten mee beoogd werden:−De uitgaven aan de verschillende tegemoetkomingsregelingen. Dezeregelingen zijn voor oud-studenten.−Ook de maatregelen uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO)maken geen onderdeel uit van het overzicht. Dit programma bevattemaatregelen om leerachterstanden en andere gevolgen van decoronacrisis in het onderwijs te herstellen.12Klopt het dat de taakstelling internationale studenten structureel bijnabehaald wordt, ook zonder de Wet Internationalisering in Balans?Ja. In de referentieraming 2025 is het aantal niet Nederlandse EER-studenten lager dan in de referentieraming 2024. Dit is mede het gevolgvan de zelfregie van de instellingen, bijvoorbeeld in hun wervingsbeleiden de informatievoorziening richting internationale studenten. Het totaalaantal internationale studenten blijft volgens de referentieraming 2025naar verwachting relatief stabiel. Na jaren van stijging wordt in het wo inde komende 10 jaar een afname van 4.000 internationale studentenverwacht. Dit komt overeen met een daling van het aantal internationalestudenten van 4%.De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten die volgt uit dereferentieraming 2025 ten opzichte van de referentieraming 2024 isverrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging vanaf 2026. Na dezeverrekening resteert nog een beperkte bezuiniging van € 5,8 miljoenstructureel. In de periode tot en met 2030 resteert er nog een incidentelebezuiniging van ca. € 205 miljoen cumulatief.De Wet internationalisering in balans heeft hierin slechts een beperkte rol.Daarbij is relevant te benadrukken, dat de toets anderstalig onderwijs isontworpen met als doel het Nederlands te versterken als onderwijs- enwetenschapstaal. Het doel is nooit geweest om de instroom van interna-tionale studenten omlaag te brengen. Er is dan ook geen direct verbandtussen de lagere instroomcijfers en het laten vervallen van de toetsanderstalig onderwijs. Wel hebben de universiteiten en hogescholen latenzien dat zij met hun zelfregieplannen zelf moeilijke keuzes willen maken.Zoals meermaals is aangegeven, is het van belang daar oog voor tehebben. Uw Kamer heeft ook de wens uitgesproken, uitgedrukt in demotie Krul c.s.12, dat de toets anderstalig onderwijs voor het bestaandaanbod, geschrapt wordt uit het wetsvoorstel Wet internationalisering inbalans. Aangezien deze motie is ontraden tegen de achtergrond van deopgave uit het hoofdlijnenakkoord, zal uw Kamer voor de zomer geïnfor-meerd worden over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan dezemotie.13Klopt het dat het amendement van het lid Bontenbal c.s.13 beoogt tebezuinigen op het OCW-departement, maar dat OCW 35 procent van huntaakstelling vanuit dit amendement alsnog kort op het onderwijs via nietuitgekeerde prijsbijstelling of korting op de lumpsum? Welke korting opde lumpsum en niet-uitgekeerde prijsbijstelling is dit specifiek?12Kamerstukken II, 2024–2025, 31 288, nr. 119013IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 59 Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 17. Het is niet mogelijk preciesaan te geven welke bezuinigingen ter dekking van de taakstelling op deapparaatskosten hebben gediend. Deze waren onderdeel van de integraleafweging over de OCW-begroting waarbij alle mee- en tegenvallers,intensiveringen en extensiveringen en bezuinigingen ten behoeve van hetrijksbrede beeld tegen elkaar zijn afgewogen.Het amendement Bontenbal c.s. bevat inderdaad een taakstelling op deapparaatskosten van de Rijksoverheid. Het amendement stipuleert dat eenbredere, niet-beleidsinhoudelijke invulling door de regering mogelijk is,zoals het beperken van de reguliere prijsindexatie. OCW heeft conformdeze toelichting voor een bredere invulling gekozen en de geheletaakstelling verdeeld over de departementale begroting. Hiervoor isgekozen omdat de taakstelling uit het amendement Bontenbal c.s.bovenop de taakstelling uit het hoofdlijnenakkoord kwam. De taakstellinguit het hoofdlijnenakkoord is voor zover verantwoord werd geachtingevuld op het kerndepartement van OCW en met een efficiencytaak-stelling op de agentschappen en zbo’s.14Kunt u twee reeksen geven voor de lumpsumbekostiging voor het po14 envo15? Hoeveel wordt hier per reeks op omgebogen, inclusief en exclusieflpo16?In onderstaande tabel is te zien welke bedragen er aan lumpsumbekos-tiging in het po en vo worden uitgegeven de komende jaren (inclusief lpotranche 2025). Per reeks staat eronder wat op die reeks is omgebogen bijde Eerste Suppletoire Begroting 2025; in- en exclusief lpo.(bedragen x € 1.000)20252026202720282029StrucBekostiging po instellingen15.326.20015.265.66715.274.91315.279.54515.209.96015.209.960Waarvan omgebogen000000Waarvan omgebogen t.b.v. lpo000000Bekostiging vo instellingen11.294.47911.226.59811.092.42810.913.06010.844.46710.844.467Waarvan omgebogen (onderwijskansen-regeling)00– 90.000– 177.000– 177.000– 177.000Waarvan omgebogen t.b.v. de prijsbijstelling vo(arbeidsmarkt toelage vo)0– 10.000– 10.000– 10.000– 10.000– 10.000 15Hoeveel minder hebben scholen structureel reëel te besteden door debezuiniging op basisvaardigheden?Op dit moment worden de middelen voor basisvaardigheden verstrekt viasubsidieregelingen. Deze zijn reeds beschikt. Scholen weten dus alhoeveel geld zij krijgen. Hierop wordt niet bezuinigd. Vanaf 2027 wordende middelen verstrekt via gerichte bekostiging. Dit is nog steeds minimaal€ 182 per leerling, zoals in de vierde voortgangsbrief Masterplanbasisvaardigheden in 2024 is gecommuniceerd. Zij hebben dus nietminder te besteden in 2027 ten opzichte van het eerder gecommuniceerdebedrag. Wel is het zo dat dit gecommuniceerde bedrag nu niet wordtopgehoogd met loon- en prijsbijstelling in 2025. Voor de indexatie van dit14po: primair onderwijs15vo: voortgezet onderwijs16lpo: loon- en prijsontwikkelingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 510 budget in 2026 (en verder) geldt dat er niet vooruitgelopen kan worden optoekomstige besluitvorming over indexatie. Dit volgt bij Voorjaarsnota2026.Aan de middelen voor de gerichte bekostiging basisvaardigheden op debegroting is in 2024 loon- en prijsbijstelling toegevoegd en een deelonbestede middelen van het monitoringsprogramma basisvaardigheden.Daarnaast zijn in 2025 loonbijstelling en middelen voor leesbevorderingtoegevoegd. In combinatie met de bezuiniging daalt het totaal structureelbeschikbaar budget daarom per saldo met slechts € 0,7 miljoen.Voor prioriteitsscholen (scholen met oordeel onvoldoende/zeer zwak vande Inspectie van het Onderwijs) blijft gelden dat zij naast de minimaal€ 182 per leerling in de bekostiging aanspraak kunnen maken op eenaparte (aanvullende) subsidieregeling ter ondersteuning.De middelen uit het herstelplan basisvaardigheden die mbo-instellingenontvangen voor het verbeteren van de basisvaardigheden van studentenblijven intact. Naast dit herstelplan uit het funderend onderwijs komt erook een extra intensivering van in totaal € 47,2 miljoen voor basisvaardig-heden in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de studiejaren2025/2026 en 2026/2027.16Kunt u in één tabel vatten wat het amendement van het lidBontenbal c.s.17 ombuigt en intensiveert en wat het kabinet vervolgensterugdraait, inclusief de verdeling van de taakstelling voor hetdepartement?In onderstaande tabel is te zien wat er via het amendement van het lidBontenbal c.s. zowel omgebogen als geïntensiveerd is. Zie het antwoordop vraag 5 voor ombuigingen van het kabinet op de onderwerpen die hetamendement Bontenbal betreffen.(bedragen x € 1.000)20252026202720282029StrucTerugdraaien deel HLA 22. Afschaffen maat-schappelijke diensttijd78.00078.000117.000130.000130.000130.000Terugdraaien deel HLA 23. Beperken School &Omgeving040.00040.00040.00040.00040.000Terugdraaien deel HLA 24. Alternatieve invullingbijstelling sectorplannen hoger onderwijs enwetenschap40.00040.00040.00040.00040.00040.000Terugdraaien HLA 32. Beëindiging functiemixRandstad075.00075.00075.00075.00075.000Terugdraaien deel HLA 40. Generieke taakstel-ling subsidies rijksbreed3.0006.50034.54938.54938.54950.459– Waarvan ombuigingen bij VJN besluitvormingop onderwerpen die het amendement Bonten-bal betreffen0– 2.740– 12.740– 4.140– 4.140– 21.010Terugdraaien deel HLA 41. Vermindereninternationale studenten (via bestuurlijkakkoord)012.00050.00088.000114.000123.000Terugdraaien deel HLA 44. Verhogen college-geld langstudeerders (via lagere bekostiging)095.000285.000283.000282.000282.000Religieus cultureel erfgoed5.0005.0005.0005.0005.0005.00017IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 511 (bedragen x € 1.000)20252026202720282029StrucTerugdraaien gereserveerde middelen voorcompensatie btw verhoging op schoolboeken0– 60.000– 60.000– 60.000– 60.000– 60.000Verlaging rijksmediabijdrage landelijke publiekeomroep00– 50.000– 50.000– 50.000– 50.000Korting apparaatskosten rijksoverheid– 22.302– 22.302– 22.302– 22.302– 22.302– 22.302Totaal103.698266.458501.507563.107588.107592.147 17Kunt u een overzicht geven van de taakstelling in het kader van de 22procent besparing op apparaatskosten voor de komende vijf jaar?(bedragen x 1 miljoen)202520262027Taakstelling HLA€– 20,3€– 39,9€– 58,3– Kerndepartement€– 16,7€– 16,8€– 31,4– Agentschappen en ZBO’s€– 3,6€– 7,2€– 11,0– Alternatieve dekking€–€– 15,9€– 15,9 In de Eerste Suppletoire Begroting staat abusievelijk een bedrag van€ 86 miljoen in 2029 genoemd, dat moet € 86,2 miljoen zijn.18Wat is de realisatie van deze taakstelling voor het jaar 2024 en wat is devoortgang voor 2025?De taakstelling begint in 2025, dus in 2024 was er geen sprake van een(realisatie van de) taakstelling. De taakstelling voor 2025 is nu nog alleenbudgettair doorverdeeld naar de verschillende budgetten. Naarverwachting kan OCW de taakstelling voor 2025 realiseren. Hierover wordtu via het Departementaal Jaarverslag geïnformeerd.19Welk deel van de taakstelling wordt ingevuld vanuit apparaatsgelden enwelk deel vanuit andere middelen en welke zijn dat?Met het hoofdlijnenakkoord is er € 86,2 miljoen structureel bezuinigd opde apparaatsuitgaven van het Ministerie van OCW. Deze bezuiniging van22% is voor € 70,3 miljoen gerealiseerd op artikel 95 (Apparaatskosten) envia een efficiencytaakstelling van jaarlijks 0,5% op zelfstandige bestuursor-ganen (zbo’s) en agentschappen van OCW, oplopend tot 2,5% in 2029.Agentschappen en zbo’s krijgen alleen te maken met de efficiencytaak-stelling, in lijn met de wens uit het hoofdlijnenakkoord om de uitvoeringte ontzien.Overigens is het zo dat deze beperkte taakstelling van 2,5% structureelvanaf 2029 ook geldt voor beide inspecties en de Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed. Als we daarin de grondslag uit het hoofdlijnenakkoordhadden gevolgd, hadden deze organisaties op basis van uitsluitend deberekening van de taakstelling ook 22% moeten bezuinigen. Dezeorganisaties vormen ongeveer de helft van het bedrag waarop de 22%van de taakstelling van OCW op gebaseerd is. Omdat de hele taakstellingtoedelen aan het bestuursdepartement tot een onverantwoorde belastingvan datzelfde bestuursdepartement zou leiden, heeft OCW een deel vande taakstelling (€ 15,9 miljoen) ingevuld met alternatieve dekking. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 512 alternatieve dekking komt bijvoorbeeld van niet uitgekeerde loon- enprijsbijstelling of korting op de lumpsum van de onderwijssectoren.20Welke ICT-vernieuwingen zullen niet of later plaatsvinden als gevolg vande taakstelling op apparaatskosten?Voor 2025 is DUO in staat geweest invulling te geven aan de taakstellingdie niet resulteert in impact op de ICT-vernieuwing. Voor 2026 en verder ishet nog niet duidelijk, maar het is niet de intentie dat dit ten laste gaat vande ICT-vernieuwing bij DUO. Eventuele andere effecten op ICT-vernieu-wing bij andere onderdelen van OCW zijn op dit moment nog niet bekend.21Welk deel van deze taakstelling valt neer bij uitvoeringsorganisaties enwat zijn hier de operationele gevolgen van?De budgetten van de uitvoeringsorganisaties (de agentschappen en dezelfstandige bestuursorganen (zbo’s)) zijn gekort met een efficiencykortingvan 0,5% per jaar, oplopend tot 2,5% in 2029. De eerste 0,5% is al in deOCW-begroting 2025 doorverdeeld. De oploop naar 2,5% in 2029 isgeboekt in deze Eerste Suppletoire Begroting, voor 2026 gaat het om€ 3,6 miljoen voor de agentschappen en de zbo’s van OCW.Overigens is het zo dat deze beperkte taakstelling van 2,5% structureelvanaf 2029 ook geldt voor beide inspecties en de Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed. Als we daarin de grondslag uit het hoofdlijnenakkoordhadden gevolgd, hadden deze organisaties op basis van uitsluitend deberekening van de taakstelling ook 22% moeten bezuinigen.De exacte operationele gevolgen van de efficiencykorting zijn op ditmoment nog niet bekend, de taakstelling is nu nog alleen budgettairdoorverdeeld. In principe zullen agentschappen en zbo’s de komendejaren begrotingen opstellen op basis van de verlaagde budgetten. Echter,bij de besluiten over de begrotingen zal een veelvoud aan andere factorenmeespelen. Het is daarom niet vanzelfsprekend dat in de toekomst eendirect verband gelegd kan worden tussen de efficiencytaakstelling enbepaalde operationele gevolgen.22Welke kaders hanteert u voor het realiseren van de taakstelling op deapparaatsuitgaven?Hiervoor worden de reguliere budgettaire kaders gehanteerd. Debudgetten zijn verminderd met de taakstelling en OCW stuurt op realisatiebinnen het beschikbare budget. Inhoudelijk kijken we scherp naar watonze kerntaken zijn voor onderwijs, wetenschap, emancipatie, cultuur enmedia. Zodat we die taken, waar het ministerie het sterkst van betekenisis, zo goed mogelijk kunnen blijven doen.23Kunt u een overzicht geven in de ontwikkeling van externe inhuur in deafgelopen vijf jaar en de doelstelling voor de komende vijf jaar?In onderstaande tabel staat het percentage externe inhuur zoals datjaarlijks in het departementaal jaarverslag is gepubliceerd. Dit zijn deuitgaven van het hele departement, inclusief de agentschappen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 513 2020202120222023Externe inhuur12,0%13,9%15,5%17,5% OCW zet in op een substantiële vermindering van het inhuurpercentage inde komende vijf jaar, per onderdeel van OCW worden hiervoor nuplannen ontwikkeld. OCW gaat bijvoorbeeld scherper kijken waarverambtelijking mogelijk én wenselijk is.24Klopt het dat het hoger onderwijs een nieuwe bezuiniging heeft gekregenvoor de introductie van NIS218 cyberwetgeving? En klopt het dat u metdeze middelen het inrichten van een toezichtsfunctie op het Ministerie vanOCW betaalt en dat een deel van de middelen bestemd is voor SURF? Watis de reden dat u – als gevolg van een door uzelf genomen besluit – derekening voor het gereed brengen van uw departement bij de universi-teiten en hogescholen neerlegt?In de Kamerbrief Voortgang cyberweerbaarheid in het vervolgonderwijsvan 24 april jl.19 is toelichting gegeven op het besluit om, na overleg metde Minister van Justitie en Veiligheid, de bekostigde hogescholen enuniversiteiten onder de komende Cyberbeveiligingswet te brengen en deplichten gefaseerd te laten ingaan. De budgettaire gevolgen hiervan watbetreft de rol van het sectorale Computer Security Incident ResponseTeam (CSIRT) en inrichting van het extern toezicht, die beide noodzakelijkzijn vanuit deze wet, zijn bij Voorjaarsnota verwerkt in de begroting.Hiervoor zijn geen aanvullende middelen beschikbaar waardoor de kostenvoor uitvoering door het beoogde CSIRT (SURF) en de beoogde toezicht-houder (Inspectie van het Onderwijs) binnen de eigen begroting zijngedekt.20 De middelen zullen deels ten goede komen aan het sectoraleCSIRT dat vanuit de wet een belangrijke rol heeft om de hogescholen enuniversiteiten bij te staan bij cyberincidenten en de afhandeling daarvan.Er is daarom voor gekozen om deze middelen via een ombuiging van€ 3,6 miljoen op de begroting van de hogescholen en universiteiten terealiseren. Daarnaast ontvangen de hbo- en wo-instellingen middelen inde rijksbijdrage voor de versterking van cyberweerbaarheid.21 Dekomende tijd wordt het besluit om de hbo- en wo instellingen onder deCyberbeveiligingswet aan te wijzen verder uitgewerkt. Dit wordt onderandere gedaan met de beoogde toezichthouder en het beoogde CSIRT, deMinister van JenV en uiteraard de universiteiten en hogescholen. Hierbijwordt ook gekeken naar welke financiële implicaties er precies zijnverbonden aan de uitvoering van de Cbw. Hier moet immers bij inwer-kingtreding van de wet duidelijkheid over zijn.25Klopt het dat de maatregel uit het Hoofdlijnenakkoord over het afschaffenvan de ov-vergoeding voor studenten in het buitenland juridisch niethaalbaar blijkt? Waarom kiest u ondanks eerdere kritiek op de bezuini-gingen in het hoger onderwijs ervoor om ook dit te verhalen op debekostiging van de universiteiten en hogescholen?18NIS2: tweede versie van de Europese Network and Information Security19Kamerstuk 31 288-118920Zoals in bovenstaande Kamerbrief heb benoemd zijn we voornemens om SURF aan te wijzenals sectorale CSIRT en de Inspectie van het Onderwijs als toezichthouder. Dit wordt op ditmoment nader met hen verkend. U wordt eind dit jaar geïnformeerd over de uitkomsten vandeze verkenning.21Voor hbo en wo gaat het om € 19 miljoen in 2023 aflopend naar € 8 miljoen structureel vanaf2027.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 514 Studenten die (tijdelijk of voor een gehele studie) in het buitenland gaanstuderen of in het buitenland wonen en in Nederland studeren, kunnen inplaats van het studentreisproduct een geldbedrag ontvangen. Dit is deReisvoorziening Buitenland Studerenden (RBS). In 2023 maaktenongeveer 41.000 studenten hiervan gebruik. Voor het overgrote deel (97%)betreft het Nederlandse studenten. Dit zijn bijvoorbeeld studenten die eenpaar maanden in het buitenland studeren met een Erasmusbeurs, maarook studenten die in een grensregio wonen en vlak over de grensstuderen.Er bestaat inderdaad een aanmerkelijk risico dat het afschaffen van deRBS voor studenten die in een land binnen de EU studeren in strijd is methet EU-recht, in het bijzonder met het vrij verkeer van personen. Dit blijktuit een juridische analyse van mijn juristen, die is bevestigd door delandsadvocaat. Het EU-recht verzet zich niet tegen het afschaffen van deRBS voor studenten die in een land buiten de EU studeren. Het gaat danom een aanzienlijk kleinere groep studenten. Het afschaffen van RBS voordeze groep zou leiden tot een ongelijke situatie tussen studenten diebinnen en buiten de EU studeren. Het introduceren van een nieuwonderscheid zou het studiefinancieringsstelsel ook ingewikkelder maken.Het kabinet heeft daarom besloten om de RBS in zijn geheel niet af teschaffen.Het kabinet dekt dit besparingsverlies, in overeenstemming met deafspraken uit het hoofdlijnenakkoord, op de begroting waarop dit verliesontstaat. Het kabinet houdt hierbij rekening met het feit dat het afschaffenvan de RBS voor ongeveer 51% wo-studenten, 36% hbo-studenten en 13%mbo-studenten zou raken. Daarom wordt structureel € 2,7 miljoen gedektvanuit de lumpsum voor mbo-instellingen en structureel € 18,3 miljoenvanuit de 10%-middelen voor landelijke prioriteiten van de kwaliteitsmid-delen voor het hbo en het wo (totaal 87%). Deze zogenaamde 10%middelen waren nog niet toegekend aan landelijke prioriteiten endaarmee nog geen onderdeel van de reguliere bekostiging van dehogescholen en universiteiten. Het is dus geen bezuiniging op debekostiging van hogescholen en universiteiten.26Kunt u inzichtelijk maken wat de financiële impact is op de verschillendeonderwijssectoren (po, vo, mbo, hbo en wo22) van het niet uitkeren van deprijsbijstelling?Het niet uitkeren van de prijsbijstelling op de verschillende onderwijssec-toren (po, vo, mbo, hbo en wo) heeft de onderstaande financiële impactop het gehele artikel:(bedragen x € 1.000)202520262027202820292030po– 6.528– 5.712– 6.194– 5.772– 5.720– 5.720vo– 18.182– 44.006– 49.491– 43.948– 40.382– 43.305mbo– 38.334– 35.276– 35.256– 34.700– 34.412– 34.205hbo– 27.789– 22.050– 15.389– 14.226– 13.643– 13.461wo– 55.769– 48.909– 43.039– 41.541– 41.426– 41.290 Bovenstaande reeksen zijn exclusief eventuele ombuigingen binnen deOCW-begroting om te compenseren voor de niet ontvangen prijsbij-stelling. Zie het antwoord op vraag 27 voor de ombuigingen waardoor de22wo: wetenschappelijk onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 515 volledige prijsbijstelling op de bekostiging in het vo alsnog wordtuitgekeerd. Hierdoor wordt de financiële impact voor het vo in boven-staande tabel gedempt.27Van welke extensiveringen is de compensatie voor de prijsontwikkelingafkomstig?OCW is wettelijk verplicht tot het uitkeren van prijsbijstelling op debekostiging van het primair onderwijs en op de studiefinanciering. Ook isOCW wettelijk verplicht om de rijksmediabijdrage te indexeren metprijsbijstelling. Om net als in het primair onderwijs de prijsbijstelling opde bekostiging in het voortgezet onderwijs uit te keren, wordt eromgebogen binnen artikelen 1, 3 en 9. Het betreft de volgendeextensiveringen:(bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Korting arbeidsmarkttoelagevoortgezet onderwijs0– 10.000– 10.000– 10.000– 10.000– 10.000Restant OCW-budget nationaalprogramma leefbaarheid enveiligheid (vve)0– 4.400– 4.400– 4.400– 4.400– 4.400Niet toekennen loonbijstellingsubsidieregelingen (m.n.onderwijsregio’s)0– 13.851– 14.607– 14.616– 14.693– 14.674Gedeeltelijk niet uitgekeerdeloonbijstelling GOAB0– 390– 8.216– 12.186– 5.809– 11.725Totaal0– 28.641– 37.223– 41.202– 34.902– 40.799 28Hoeveel loon- en prijsbijstelling is in 2025 toegekend aan de sectorenprimair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs,hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs?In 2025 zijn aan de artikelen primair onderwijs, voortgezet onderwijs,middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschap-pelijk onderwijs de volgende bedragen aan loon- en prijsbijstellingtoegekend inclusief eventueel omgebogen bedragen op de OCW-begroting:(bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Po (artikel 1)807.864765.611774.298761.494777.709757.624Vo (artikel 3)557.986516.773523.095517.353527.025514.441Mbo (artikel 4)247.373242.071243.296244.636236.262234.424Hbo (artikel 6)170.069174.413163.978155.047161.185160.392Wo (artikel 7)262.195266.454263.583261.933260.305261.354 29Deze cijfers komen overeen met de cijfers van tabel 2 in de EersteSuppletoire Begroting 2025 van OCW.Wat zijn de geschatte kosten van het structureel invoeren van gratiskinderopvang voor alle kinderen van nul tot vier jaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 516 Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel dat de huidige kinderopvang-toeslag vervangt voor een nieuwe financieringssystematiek die oudersmeer eenvoud en zekerheid biedt. De meerkosten van het nieuwe stelselworden geraamd op structureel € 3,1 miljard per jaar. De financiering gaatin de nieuwe systematiek rechtstreeks naar kinderopvangorganisaties.Ouders gaan een lage inkomensonafhankelijke eigen bijdrage (4%)betalen voor de kosten van kinderopvang onder het maximaal vergoedeuurtarief. De vergoeding voor kinderopvang blijft bedoeld voor werkendeouders. Voor dit wetsvoorstel is dekking beschikbaar bij het Ministerie vanSZW.De meerkosten voor het afschaffen van de arbeidseis voor ouders vankinderen jonger dan 4 jaar binnen dit nieuwe stelsel worden door hetMinisterie van SZW geraamd op circa € 600 miljoen per jaar. In dezeraming worden een aantal aannames gedaan, waaronder: hogereuitgaven aan kinderopvangtoeslag, handhaving van de lage inkomsensaf-hankelijke eigen bijdrage en een besparing door gedeeltelijke integratievan (gemeentelijke) regelingen voor de financiering voor kinderopvang.30Kunt u aangeven hoe de mindering op de uitgekeerde loon- en prijsbij-stelling, zoals besloten bij de Voorjaarsnota 2025, verdeeld wordt over deartikelen op de OCW-begroting?De mindering op de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling zoals besloten bijde Voorjaarsnota 2025, is als volgt verdeeld over de artikelen op deOCW-begroting:ArtOmschrijving (bedragen x€ 1.000)2025202620272028202920301Primair onderwijs9.045– 18.992– 23.748– 32.385– 13.842– 29.9973Voortgezet onderwijs– 16.139– 68.523– 69.097– 60.893– 45.171– 58.1294Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie– 29.471– 34.972– 32.821– 27.172– 34.411– 34.2066Hoger beroepsonderwijs– 36.653– 22.355– 17.826– 21.756– 13.645– 13.4597Wetenschappelijkonderwijs– 55.768– 48.908– 43.037– 41.539– 41.425– 41.2898Internationaal beleid– 504– 401– 492– 450– 455– 4819Arbeidsmarkt- enpersoneelsbeleid– 19.381– 5.424– 5.066– 4.980– 4.417– 4.85111Studiefinanciering– 69.6390000012Tegemoetkomingonderwijsbijdrage enschoolkosten– 2.2710000013Lesgelden00000014Cultuur– 8.270– 16.071– 19.082– 18.349– 18.436– 19.39215Media– 55– 271– 382– 348– 335– 34816Onderzoek en weten-schapsbeleid– 5.854– 14.232– 14.091– 13.804– 13.693– 12.32925Emancipatie– 181– 177– 182– 166– 166– 16491Nog onverdeeld– 4615– 4532– 4534– 4334– 3788– 407595Apparaat Kerndepartement000000Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 517 ArtOmschrijving (bedragen x€ 1.000)202520262027202820292030Totaal– 239.756– 234.858– 230.358– 226.176– 189.784– 218.720 De bedragen die hier in de tabel zijn af te lezen betreffen het deel wat nietis uitgekeerd op de OCW-begroting (namelijk 50% van de prijsbijstellingtranche 2025 en de loonbijstelling tranche 2025 voor externe inhuur ophet apparaat voor € 4,0 miljoen structureel) en het deel wat is ingezet terdekking van problematiek op de OCW-begroting.De toename in het saldo van artikel 1 in 2025 is te verklaren doordat erloonbijstelling van artikel 9 op artikel 1 is uitgekeerd. De loonbijstellings-bedragen van artikel 1, 3 en 9 zijn bij elkaar wel in 2025 voor 100%uitgekeerd.31Kun u in twee tabellen uiteenzetten hoe de loonbijstelling en afzonderlijkde prijsbijstelling verdeeld is over de OCW-begroting en welke reëleprijsvermindering hierdoor optreedt op financiële posten?De loonbijstelling tranche 2025 is volledig uitgekeerd op de OCW-begroting, behalve de reeks voor externe inhuur (structureel € 4,5 mil-joen). De prijsbijstelling tranche 2025 is voor de helft uitgekeerd op deOCW-begroting. Als wordt gekeken naar wat daadwerkelijk terecht isgekomen op de verschillende artikelen binnen de OCW-begroting (dusinclusief eventuele inzet van lpo ter dekking van problematiek op deOCW-begroting), dan volgen daar onderstaande tabellen uit.Verdeling van de prijsbijstelling over de OCW-begroting inclusiefeventuele ombuigingen is als volgt:ArtOmschrijving (bedragen x€ 1.000)2025202620272028202920301Primair onderwijs761.773719.702728.346715.529731.935712.1023Voortgezet onderwijs513.231472.008478.332472.589482.263469.6804Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie244.900236.510237.846239.259230.767229.0196Hoger beroepsonderwijs169.888169.834154.758145.339151.146150.3177Wetenschappelijkonderwijs259.793258.371251.288248.750247.379248.1698Internationaal beleid4814524484484484489Arbeidsmarkt- enpersoneelsbeleid40414.00314.75914.76915.26114.82711Studiefinanciering8.0297.8007.7547.4845.2276.53112Tegemoetkomingonderwijsbijdrage enschoolkosten11712212212312312313Lesgelden66069268869269169114Cultuur39.02737.93338.99238.47538.09637.62815Media1.6811.4601.6021.5381.4731.46316Onderzoek en weten-schapsbeleid53.93753.57653.23752.92252.55048.63325Emancipatie817820843752752740Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 518 ArtOmschrijving (bedragen x€ 1.000)20252026202720282029203091Nog onverdeeld– 4.615– 4.532– 4.534– 3.807– 3.261– 3.54895Apparaat Kerndepartement17.64416.57715.41214.28613.96813.942Totaal2.067.7671.985.3281.979.8931.949.1481.968.8181.930.765 De reële prijsvermindering die hieruit volgt, is het verschil tussen wat zouworden uitgekeerd versus wat uiteindelijk is uitgekeerd (in bovenstaandetabellen). In onderstaande tabel is af te lezen welke reële prijsvermin-dering optreedt per artikel:Art.Omschrijving (bedragen x€ 1.000)2025202620272028202920301Primair onderwijs– 9.15318.89523.65132.28813.74529.9003Voortgezet onderwijs6.20231.34326.63822.98410.40920.1994Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie29.47134.97232.82127.17234.41134.2066Hoger beroepsonderwijs36.65322.35517.82621.75613.64513.4597Wetenschappelijkonderwijs55.76849.73343.86342.36542.25142.1148Internationaal beleid5044014924504554819Arbeidsmarkt- enpersoneelsbeleid19.3815.4245.0664.9804.4174.85111Studiefinanciering69.639–––––12Tegemoetkomingonderwijsbijdrage enschoolkosten2.271–––––13Lesgelden––––––14Cultuur8.27016.07119.08218.34918.43619.39215Media5527138234833534816Onderzoek en weten-schapsbeleid5.85413.40713.26512.97812.86711.50425Emancipatie18117718216616616491Nog onverdeeld4.6154.5324.5344.3343.7884.07595Apparaat Kerndepartement––––––Totaal229.712197.580187.802188.170154.923180.694 De toename in het saldo van artikel 1 in 2025 is te verklaren doordat erloonbijstelling van artikel 9 op artikel 1 is uitgekeerd. De loonbijstellings-bedragen van artikel 1, 3 en 9 zijn bij elkaar wel in 2025 voor 100%uitgekeerd.32Klopt het dat universiteiten een groot deel van de resterende prijsbij-stelling hebben moeten inleveren ter dekking van «OCW-brede proble-matiek» (dit bevat vooral het niet halen van de taakstelling die de Ministerheeft gekregen op het eigen ambtenarenapparaat)? Waarom laat u hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 519 hoger onderwijs opdraaien voor het feit dat het u niet lukt de eigendepartementale taakstelling te halen?Het wel of niet uitkeren van prijsbijstelling hangt in de eerste plaatssamen met het kabinetsbesluit om over de gehele Rijksbegroting een 50%te bezuinigen op de prijsbijstelling. OCW als geheel heeft daardoor bijVoorjaarsnota een gehalveerde tranche prijsbijstelling ontvangen. Dekorting van de prijsbijstelling leidt tot aanpassing van de begroting die perartikel verschilt, omdat er bij de doorverdeling hiervan rekening isgehouden met een aantal specifieke omstandigheden. Allereerst is OCWwettelijk verplicht tot het uitkeren van prijsbijstelling op de bekostigingvan het primair onderwijs, de studiefinanciering en de mediabekostiging.Na uitkering van het wettelijk verplichte deel van de prijsbijstellingresteert er een beperkt bedrag voor de rest van de begroting. Voorartikel 3 (voortgezet onderwijs) is besloten de prijsbijstelling volledig uit tekeren, gedekt uit andere bezuinigingen binnen artikelen 1 (primaironderwijs), 3 (voortgezet onderwijs) en 9 (arbeidsmarkt en personeels-beleid). Voor de artikelen 6 (hbo) en 7 (wo) is ervoor gekozen eerstvolledige loonbijstelling uit te keren op de bekostigingsbudgetten die zijnverhoogd in het amendement Bontenbal c.s. Deze budgetten hebbennamelijk bij Voorjaarsnota geen loonbijstelling ontvangen, omdat dehoogte van de loonbijstelling wordt bepaald op basis van de standontwerpbegroting exclusief amendementen. De keuze om met deresterende prijsbijstelling eerst op deze budgetten loonbijstelling uit tekeren is ingegeven door de wens om op deze budgetten – in lijn met hetamendement Bontenbal c.s. – geen reële bezuiniging te laten plaats-vinden. Het feit dat op de artikelen 6 en 7 nagenoeg geen prijsbijstellingwordt uitgekeerd komt dus niet omdat het is ingezet voor OCW-bredeproblematiek, waaronder alternatieve dekking voor de taakstelling op deapparaatskosten. Overigens bestaat de OCW-brede problematiek voor hetgrootste deel uit tegenvallers op de leerling- en studentenaantallen in hetmbo en hbo.33Hoe verklaart u dat in het amendement van het lid Bontenbal c.s.23dekking wordt gezocht in het inzetten van een reservering voor hetstudentenreisproduct op de aanvullende post, maar deze in dezesuppletoire begroting niet lijkt te worden ingezet? Is voorzien in eenalternatieve dekking?De reservering op de Aanvullende post is inderdaad reeds ingezet in hetamendement Bontenbal c.s. en verwerkt in de OCW-ontwerpbegroting2025 die uiteindelijk door de Eerste Kamer is behandeld en vervolgensgeautoriseerd. Hiermee is de betreffende reservering op de Aanvullendepost destijds komen te vervallen.34Op welke specifieke budgetten wordt alsnog een compensatie voorprijsontwikkeling toegekend?Naast de wettelijk verplichte prijsbijstelling op de bekostiging van hetprimair onderwijs, de studiefinanciering en de rijksmediabijdrage wordt erook op specifieke budgetten prijsbijstelling toegekend. Het betreft devolgende budgetten:de bekostiging op het voortgezet onderwijs, de budgetten van DienstUitvoering Onderwijs (DUO), het Centrum voor Toetsen en Examens(CvTE), diverse organisaties op onderzoeks- en wetenschapsterrein,Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB),23IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 520 Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), Nationaal Archief (NA) en demateriële apparaatskosten op de OCW-begroting.35Betekent het overmaken van tranche 2025 van de loonbijstelling dat ergeen korting op de kabinetsbijdrage op de lonen in het onderwijs voor2025 plaatsvindt?Tranche 2025 van de loonbijstelling is vastgesteld conform de regulieresystematiek, vervolgens toegevoegd aan de OCW-begroting en ookconform de reguliere systematiek doorverdeeld naar de begrotingsarti-kelen. Werkgevers in de kabinetssectoren (o.a. rijksoverheid, politie,rechtspraak etc.) en in het onderwijs worden op korte termijn vertrou-welijk geïnformeerd over de kabinetsbijdrage. OCW verwerkt de kabinets-bijdrage onverkort in de bekostiging van de onderwijsinstellingen.36Wat is het percentage waarmee de loonbijstelling wordt verhoogd?Het loongevoelige aandeel op de OCW-begroting is met de volgendepercentages per jaar geïndexeerd:202520262027202820292030Loonbijstelling5,17%5,17%5,17%5,17%5,17%5,17% 37Wat is het percentage waarmee de prijsbijstelling wordt verhoogd?Het prijsgevoelige aandeel op de OCW-begroting is met de volgendepercentages per jaar geïndexeerd:202520262027202820292030Prijsbijstelling1,52%1,49%1,50%1,49%1,49%1,49% 38Heeft het korten op de loonbijstelling van tranche 2025 voor externeinhuur op het apparaat gevolgen voor de lumpsum in het onderwijs? Zoja, welke?Deze korting staat nu nog geboekt op artikel 91 («Nog onverdeeld»), overde invulling moet nog besluitvorming plaatsvinden. In de ontwerpbe-groting 2026 zal deze naar het goede artikel worden geboekt. Dit heeftwaarschijnlijk geen gevolgen voor de lumpsum in het onderwijs.39Waar is vastgelegd dat OCW wettelijk verplicht is tot het uitkeren vanprijsbijstelling op de bekostiging van het primair onderwijs, de studiefi-nanciering en de mediabekostiging?De wettelijke verplichting is vastgelegd in art. 116, lid 10 en lid 11 van deWet op het Primair Onderwijs; en art. 11.1 van de Wet studiefinanciering2000. Op grond van art. 2.144 van de Mediawet is OCW verplicht om derijksmediabijdrage te indexeren.40Wat is de reden dat OCW alleen wettelijk verplicht is de prijsbijstelling uitte keren in het primair onderwijs en niet in de andere onderwijssectoren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 521 De reden dat OCW in het primair onderwijs wel, maar in de andereonderwijssectoren niet verplicht is de prijsbijstelling uit te keren, is dat inde andere sectoren in de sectorwetten geen verplichting is opgenomen.41Vindt er op alle onderwijsartikelen in de OCW-begroting een volledigeloonbijstelling plaats?De volledige loonbijstelling wordt uitgekeerd naar de onderwijsartikelenop de OCW-begroting, met dien verstande dat de grondslag voor deloonbijstelling is gebaseerd op de stand ontwerpbegroting, inclusiefNota’s van Wijziging. Budgetten die met amendementen zijn opgehoogd,zitten dus niet in de grondslag. Voor de bekostigingsbudgetten die methet amendement Bontenbal c.s. zijn opgehoogd, heeft OCW besloten uitde prijsbijstelling de loonbijstelling te dekken. Deze keuze is ingegevendoor de wens om op deze budgetten – in lijn met het amendementBontenbal c.s. – geen reële bezuiniging te laten plaatsvinden.42Wordt er in 2025 gekort op kabinetsbijdrage in de arbeidsvoorwaarden inhet onderwijs?Zie het antwoord op vraag 35.43Hoe wordt de Kamer geïnformeerd over de aangepaste beschikkingenvanwege de lagere prijsbijstelling?Instellingen in het hoger onderwijs worden in de beschikkingen geïnfor-meerd over hoe de jaarlijkse rijksbijdrage is opgebouwd en is gewijzigdten opzichte van de vorige beschikking. Hierbij wordt ingegaan alleonderliggende factoren die de hoogte van de rijksbijdrage bepalen,waaronder het aantal inschrijvingen, het aantal behaalde graden eneventueel uitgekeerde loon- en prijsbijstelling. Uw Kamer wordt niet apartgeïnformeerd over beschikkingen aan door OCW bekostigde instellingen.De beschikkingen van OCW aan bekostigde onderwijsinstellingen zijnopenbaar en te vinden op de website van DUO.44Wat zijn de kosten als het gehele onderwijs de prijsbijstelling ontvangt,met uitsplitsing per onderwijssector?Om de onderwijssectoren de volledige prijsbijstelling te laten ontvangen(het gehele artikel en niet alleen de bekostiging) zonder dat hiervoorwordt omgebogen op de OCW-begroting, dan zijn per onderwijssector devolgende bedragen benodigd:(bedragen x € 1.000)202520262027202820292030po26.25525.76226.02425.82025.69825.573vo26.50025.79625.89825.40225.19125.068mbo20.40320.41820.35320.03919.95319.805hbo13.98513.31512.30411.96711.84111.768wo29.08628.90928.08027.77527.58927.650Totaal116.229114.200112.659111.003110.272109.864 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 522 45Hoe vaak is het afgelopen tien jaar voorgekomen dat een onderwijssectorgeen of een onvolledig loon- en/of prijsbijstelling heeft ontvangen?In de afgelopen tien jaar is het zes keer voorgekomen dat een onderwijs-sector niet de volledige loon- en/of prijsbijstelling heeft ontvangen. Hetbetreft hier vaak het niet uitkeren van de volledige loon- en/of prijsbij-stelling op subsidies en opdrachten, waardoor dan de bekostiging nietgeraakt wordt.46Hoe is verdeling in de lumpsum in de verschillende onderwijssectorentussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de bekostiging?Hieronder treft u een tabel met de uitsplitsing naar onderwijssector (wat isberekend op het gehele onderwijsartikel):LoongevoeligPrijsgevoeligOngevoeligBekostiging po-instellingen89,1%10,8%0,1%Bekostiging vo-instellingen85,0%14,9%0,1%Bekostiging mbo-instellingen77,0%23,0%0,0%Bekostiging hbo-instellingen78,7%21,2%0,1%Bekostiging wo-instellingen70,9%28,2%0,9% 47Op welke manier (per onderwijssector) is deze verdeling in de lumpsumtussen het loongevoelig deel en prijsgevoelig deel vastgelegd?Ieder najaar worden in overleg tussen het Ministerie van Financiën en hetvakdepartement de grondslagen van de begrotingsartikelen naar loon- enprijsgevoeligheid vastgesteld. Op ieder begrotingsartikel vindt ongeveeréén keer per vijf jaar deze zogenaamde «zero base» plaats. Dit houdt indat jaarlijks voor een selectie begrotingsartikelen een analyse wordtgemaakt om te onderbouwen welk deel loongevoelig, prijsgevoelig ofongevoelig is. De grondslag op basis van deze zero base wordtvervolgens vastgesteld door de Minister van Financiën.48Op welke delen van artikelen 6 en 7 wordt er geen loonbijstellinguitgekeerd en betekent dit dat de salarissen voor personeel op basis vandit deel van de begroting niet worden gecompenseerd?Op artikel 6 en 7 is de gehele loonbijstelling uitgekeerd.49Hoeveel minder fulltime eenheden aan personeel kunnen scholen naarverwachting inzetten op basisvaardigheden in 2027, 2028 en 2029 als hetbedrag gelijk blijft en de loonkosten stijgen?Zie het antwoord op vraag 15; per saldo is slechts sprake van eenbezuiniging van € 0,7 miljoen.50In hoeverre worden scholen met een relatief grote opgave op het gebiedvan basisvaardigheden (bijvoorbeeld door onderwijsachterstanden)harder geraakt door het uitblijven van indexatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 523 Zie het antwoord op vraag 15.51Zijn er signalen dat scholen met een relatief grote opgave op het gebiedvan basisvaardigheden het uitblijven van indexatie als een belemmeringervaren voor het duurzaam verbeteren van basisvaardigheden?Deze signalen zijn er niet. Zie ook het antwoord op vraag 15.52Welke afwegingen heeft u gemaakt om scholen met hogere personeels-kosten per leerling (zoals bijvoorbeeld in dunbevolkte gebieden of scholenin het (v)so24 te compenseren of juist niet?Scholen ontvangen reguliere bekostiging, waarbij duurdere vormen vanonderwijs (zoals onder andere (v)so-scholen en bovenbouw vmbo) eenhoger bedrag aan bekostiging ontvangen. Voor zowel scholen in het poals in het vo, worden die bekostigingsbedragen verhoogd als compensatievoor de loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast wordt er momenteelgewerkt aan de ombouw van de kleine scholentoeslag naar een dunbe-volktheidstoeslag, waar betreffende scholen extra bekostiging voorontvangen.Binnen de gerichte bekostiging basisvaardigheden is besloten een gelijkbedrag per leerling te hanteren. Zoals beantwoord op vraag 15 betreft het,door het toevoegen van loon- en prijsbijstelling 2024, loonbijstelling 2025en middelen voor leesbevordering, structureel een bezuiniging van persaldo € 0,7 miljoen. Hiervoor wordt niet gecompenseerd.53Hoe verhoudt de bevriezing van het bedrag voor basisvaardigheden zichtot de ambities van het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord/Regeerprogramma en het Masterplan Basisvaardigheden?Zoals beantwoord op vraag 15 betreft het geen bevriezing van het bedragvoor basisvaardigheden, maar het eenmalig niet doorverdelen van loon-en prijsbijstelling.De ambities blijven daarmee nog steeds overeind. Zo is het MasterplanBasisvaardigheden vol op stoom, waarmee zo’n 2,3 miljoen leerlingen inhet po, vo en (v)so geholpen worden. Bovendien is het extra geld voorverbetering van de basisvaardigheden een belangrijke, maar niet de enigemaatregel om de onderwijskwaliteit en de basisvaardigheden te verbe-teren. Zo wordt ook gewerkt aan een vernieuwd curriculum met duidelijkekerndoelen, aan voldoende en goede leraren en worden scholenondersteund om hun onderwijs evidence-informed in te richten. Dekomende jaren houden wij zicht op de verbetering van de basisvaardig-heden en of de doelen worden behaald middels het monitoringspro-gramma van het Masterplan basisvaardigheden. Aan de hand vanonderzoek van het CPB naar de effecten van de subsidie kunnen we ditnajaar zeggen in hoeverre de kwantitatieve data laten zien of het eerstetussendoel – een trendbreuk in de prestaties op subsidiescholen – isbehaald.54Op welke manieren borgt u dat scholen voldoende middelen behoudenom de ambities op het gebied van basisvaardigheden waar te maken?Zie het antwoord op vraag 53.24(v)so: (voortgezet) speciaal onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 524 55Overweegt u om het bedrag voor basisvaardigheden te herzien ofopnieuw vast te stellen op basis van inflatie of cao-stijgingen na 2027?Zoals ook toegelicht bij vraag 15 kan niet vooruitgelopen worden optoekomstige indexatie het budget. Dit volgt bij Voorjaarsnota 2026 enverder.56Hoe laat u de effectiviteit van het niet-indexeren van het bedrag voorbasisvaardigheden monitoren en evalueren?De effectiviteit van de middelen voor de gerichte bekostiging basisvaar-digheden worden in het funderend onderwijs gemonitord binnen debestaande monitoring basisvaardigheden. Op deze manier is de ontwik-keling van de verbetering van leerlingen in basisvaardigheden zichtbaar.Het effect van het niet indexeren in 2025 is niet te monitoren omdat hetgaat over de nieuwe gerichte bekostiging die per 2027 ingaat. Er is dusgeen «oude» situatie om mee te vergelijken. Scholen konden uitgaan van€ 182 per leerling en dat is nog steeds zo.57Wordt er tussentijdse evaluatie voorzien van de financiële knelpunten diescholen mogelijk ondervinden bij de bevriezing van de middelen voorbasisvaardigheden op het prijspeil van 2024?Zie het antwoord op vraag 56.58Wat zijn de scenario’s als blijkt dat scholen hun inzet op basisvaardig-heden moeten terugschroeven vanwege ontoereikend budget?Zie het antwoord op vraag 53.59Kunt u aangeven waarom de bezuiniging op de prijscompensatiegeconcentreerd op een beperkt aantal OCW-begrotingsposten zijngeboekt (w.o. lumpsum vervolgonderwijs) en welke directe gevolgen datheeft voor de financiële ruimte van onderwijsstellingen?Zie het antwoord op vraag 32. Het is niet bekend wat de directe gevolgenzijn voor de financiële ruimte van onderwijsinstellingen. Dit zal perinstelling verschillen en is ook afhankelijk van andere factoren.60Hoeveel scholen ontvingen in 2024 middelen uit de onderwijskansenre-geling in het voortgezet onderwijs?In 2024 ontvingen 477 scholen voor in totaal 893 vestigingen middelen uitde regeling onderwijskansen. Voor het aantal in 2025 zie vraag 67.61Wat zijn de structurele meerkosten van het verlagen van de maximaleklassengrootte naar 21 leerlingen in het basisonderwijs?De gemiddelde klassengrootte in 2020 was 22,9 leerlingen. Om naar eenklassengrootte van maximaal 21 leerlingen te gaan, zal er bekostigd moetworden op basis van een gemiddelde klassengrootte van 16,8 leerlingen.Op basis van de huidige leerlingenaantallen en het huidige prijspeil,bedragen de kosten structureel € 3,9 miljard. Dit is exclusief kosten voorextra huisvesting, terwijl in het IBO onderwijshuisvesting van 2021 wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 525 becijferd dat er jaarlijks een tekort is van € 730 miljoen (prijspeil 2019) omde verouderde schoolgebouwen aan te pakken.62Kunt u in meerjarenperspectief kwantificeren wat de korting van€ 90,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 177,0 miljoen op deOnderwijskansenregeling voortgezet onderwijs concreet gaat betekenenvoor de leerlingen voor wie deze regeling was bedoeld en huntoekomstkansen?In 2025 ontvangen 470 scholen voor voortgezet onderwijs voor één ofmeer vestigingen in totaal € 177 miljoen aanvullende bekostiging vanuitde regeling onderwijskansen. Gemiddeld per school komt dit neer opcirca € 380.000 per school. De bezuiniging bedraagt vanaf 2028 gemiddeld2,1% van de bekostiging van deze scholen en in 2027 ongeveer 1,1%. Ditpercentage verschilt per school en is afhankelijk van de populatie van deschool.Een ingreep als deze is uiteraard niet zonder consequenties. De onderwijs-kansenregeling is structurele bekostiging voor scholen met leerlingen metrisico op leerachterstanden. Scholen geven jaarlijks aan hoe zij demiddelen inzetten en hoe zij zicht houden op de effecten. Zij kiezen zelf dewijze van inzet. Uit onderzoek blijkt dat scholen dit met name inzettenvoor extra onderwijspersoneel voor ondersteuning, voor extra onder-wijstijd, of voor het verkleinen van klassen. Dit zijn bewezen effectieveinterventies. Bijna driekwart van de scholen voor voortgezet onderwijsontvangt middelen uit de onderwijskansenregeling, voor ruim de helft vande vestigingen. Het merendeel van de leerlingen die van de regelingprofiteren zijn leerlingen op vmbo en pro-niveau. Op basis van deachterstandsscore van het CBS25 wordt deze structurele aanvullendebekostiging toegekend voor passende ondersteuning voor leerlingen dievanwege omgevingsfactoren hun leerpotentie niet optimaal kunnenbenutten.63Hoe groot was tot nog toe de doelgroep leerlingen die werd bereikt metde onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs door middel vanonderwijsassistenten of coaches, extra onderwijstijd, huiswerkbege-leiding, en door ouderbetrokkenheid te stimuleren, en betekent deopheffing van de onderwijskansenregeling dat er in 2028 nog van diegroep nul leerlingen resteert?De verdeling van de middelen vindt plaats op basis van onderwijskansen-scores, niet op leerlingenaantallen. Niet alle leerlingen op deze vesti-gingen lopen dus een groter risico op een onderwijsachterstand. Hettotaal aantal leerlingen op de vestigingen die in 2025 middelen uit deregeling onderwijskansen ontvangen, is circa 453.000 op basis van dedefinitieve bekostigingstelling op 1 oktober 2023.In de toekomst zullenscholen geen middelen meer ontvangen ten behoeve van dit specifiekedoel.64Kunt u een uitsplitsing geven van de loon- en prijsbijstelling per sectorvoor komende jaren?Hieronder treft u een uitsplitsing van de loon- en prijsbijstelling naaronderwijssector:25CBS: Centraal Bureau voor de StatistiekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 526 (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030poLoonbijstelling761.773719.702728.346715.529731.935712.102Prijsbijstelling46.09145.90945.95245.96545.77445.522voLoonbijstelling513.231472.008478.332472.589482.263469.680Prijsbijstelling44.75544.76544.76344.76444.76244.761mboLoonbijstelling244.900236.510237.846239.259230.767229.019Prijsbijstelling2.4735.5615.4505.3775.4955.405hboLoonbijstelling169.888169.834154.758145.339151.146150.317Prijsbijstelling1814.5799.2209.70810.03910.075woLoonbijstelling259.793258.371251.288248.750247.379248.169Prijsbijstelling2.4028.08312.29513.18312.92613.185 65Is de reden dat het bedrag voor de loonbijstelling een dalende trend laatzien dat het kabinet uitgaat van minder leraren in de toekomst, of is er eenandere reden?De dalende trend in de loonbijstelling wordt vooral verklaard door dedalende trend in de totale OCW-begroting. Deze trend wordt voornamelijkverklaard door structureel dalende leerling- en studentenaantallen(«krimp») en bezuinigingen uit het hoofdlijnenakkoord.66Waar is de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs afgelopen jarenvoor ingezet?Uit onderzoek blijkt dat scholen dit met name inzetten voor extraonderwijspersoneel voor ondersteuning, voor extra onderwijstijd, of voorhet verkleinen van klassen. Deze regeling is de opvolger van het zgn.leerplusarrangement (TK-brief nieuwe Onderwijskansenregeling vo,d.d. 21 juni 2023). Belangrijke wijziging ten opzichte van die regeling iseen aangepaste manier van verdeling op basis van de onderwijskansen-score (CBS-berekening) en een vergroting van het budget.67Hoeveel scholen maken gebruik van de onderwijskansenregeling?In 2025 komen 470 scholen met in totaal 894 vestigingen in aanmerkingvoor middelen uit de regeling onderwijskansen. Voor het aantal in 2024zie vraag 60.68Hoeveel kinderen maken gebruik van de onderwijskansenregeling?Zie het antwoord op vraag 63.69Waar bevinden zich de scholen die gebruik maken van de onderwijskan-senregeling?Zie de tabel hieronder (dit gaat over 2025):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 527 ProvincieAantal vestigingentotaalAantal vestigingendat middelenontvangt vanuit deregeling onderwijs-kansenPercentage vestigingendat middelen ontvangtvanuit de regelingonderwijskansenOverijssel1116962%Zeeland302170%Zuid-Holland34022767%Gelderland1709858%Utrecht1035553%Noord-Brabant16810160%Groningen664467%Drenthe412356%Noord-Holland24314158%Flevoland423481%Friesland793848%Limburg704361%Totaal146389461% 70Hoeveel leraren (in fulltime eenheden en in personen) worden op ditmoment bekostigd vanuit de onderwijskansenregeling?We weten niet hoeveel personeelsleden uit de middelen van de onderwijs-kansregeling worden betaald. Scholen geven de middelen van deonderwijskansregeling niet alleen aan leraren en onderwijsondersteunersuit, maar ook aan materiële onderwijsmiddelen (zoals laptops). In 2025ontvangen 470 scholen voor voortgezet onderwijs voor één of meervestigingen in totaal € 177 miljoen aanvullende bekostiging vanuit deregeling onderwijskansen.71Hoeveel onderwijsondersteuners (in fulltime eenheden en in personen)worden op dit moment bekostigd vanuit de onderwijskansenregeling?Zie het antwoord op vraag 70.72Is er een evaluatie van de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijsgeweest?Er is nog geen evaluatie van de onderwijskansenregeling geweest. Deregeling in de huidige vorm is immers pas in 2024 in werking getreden.Een evaluatie van de regeling was voorzien na een aantal jaar. Invoorbereiding daarop wordt via het XBRL-beleidsportaal aanvullendeinformatie verzameld over waar scholen het geld voor inzetten.73Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 528 Hoeveel scholen ontvingen in 2024 middelen uit de onderwijskansenre-geling op basis van de CBS26-achterstandsindicator en hoeveel leerlingenwaren daarbij betrokken?In 2024 ontvingen 477 scholen voor in totaal 893 vestigingen middelen uitde regeling onderwijskansen (zie ook het antwoord op vraag 60). Hettotaal aantal leerlingen op de vestigingen waarover de middelen uit deregeling onderwijskansen in 2024 zijn verdeeld, was circa 452.000 op basisvan de definitieve bekostigingstelling op 1 oktober 2023.74Heeft u een analyse laten maken van de gevolgen van het beëindigen vande onderwijskansenregeling voor scholen met een hoge achterstands-score en kunt u die delen?Er is geen analyse gemaakt.75Wat zijn de kosten van het invoeren van een maximum reistijd van45 minuten voor leerlingenvervoer in het speciaal onderwijs?Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het leerlingen-vervoer. Zij maken afspraken met de vervoerder over (maximale)reistijden. Het kabinet vindt het belangrijk dat leerlingen niet te lang in eenbusje zitten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft daaromeen richtlijn opgesteld voor gemeenten van een reistijd van maximaal60 minuten. Het is bij het Ministerie van OCW niet bekend wat het zoukosten om de maximum reistijd te begrenzen naar 45 minuten. Los van dekosten moet het ook mogelijk zijn om voldoende chauffeurs aan te stellen.Er is nu een tekort aan chauffeurs.76Wat is het structurele bedrag dat nodig is om de vrijwillige ouderbijdragevolledig af te schaffen in het primair en voortgezet onderwijs?Zoals aangegeven in het Schriftelijk Overleg van 19 december 2024 overde ouderbijdrage, gaat dit om een bedrag van zo’n € 240 miljoen.27 Dit isals volgt opgebouwd: het meest recent gemeten gemiddelde van degevraagde vrijwillige ouderbijdrage in het po is € 49 per leerling en in hetvo € 183 per leerling.28 Afgezet tegen het aantal leerlingen komt dit uit op€ 70 miljoen voor het po en € 170 miljoen voor het vo.77Wat zijn de precieze gevolgen van het opheffen van de onderwijskansen-regeling?Zie het antwoord op vraag 62.78Kunt u per regio aangeven welke scholen gebruik maken van deonderwijskansenregeling?Zie hiervoor het antwoord op vraag 69.7926CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek27Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 15228Schoolkostenmonitor po, vo, mbo 2022–2023, p. 30 & p. 56.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 529 Is er met de sector gesproken voordat werd besloten om de onderwijskan-senregeling te schrappen?Nee.80Wat is de totale omvang van bezuinigingen op primair- en voortgezetonderwijs naar aanleiding van deze Voorjaarsnota (inclusief niet verdeeldeloon-prijsbijstellingen) en hoe verhoudt zich dat tot het «terugdraaien»van bezuinigingen door onder andere het amendement van het lidBontenbal c.s.29?In de eerste tabel staan de middelen ontvangen n.a.v. het amendementBontenbal c.s. en in de tweede tabel staan de bezuinigingen van deVoorjaarsnota. Bij de invulling van de aanvullende bezuinigingen zijn deintensiveringen uit amendement Bontenbal zoveel mogelijk ontzien. Zieook vraag 5.Amendement Bontenbal (bedragenx € 1.000)202520262027202820292030StrucTerugdraaien compensatie btwverhoging op schoolboeken art 1 enart 30– 58.500– 58.500– 58.500– 58.500– 58.500– 58.500Intensivering programma School enOmgeving art 1 en art 3040.00040.00040.00040.00040.00040.000Terugdraaien bezuiniging GVO/HVO050018.54918.54918.54918.54918.549Terugdraaien bezuiniging FunctiemixRandstadregio’s075.00075.00075.00075.00075.00075.000Terugdraaien bezuiniging Maat-schappelijke Diensttijd78.00078.000117.000130.000130.000130.000130.000Terugdraaien bezuiniging subsidietechniekhavo3.0003.0003.0003.0003.0003.0003.000Totaal81.000138.000195.049208.049208.049208.049208.049 Bezuinigingen primair en voortgezetonderwijs VJN 2025 (bedragen x€ 1.000)202520262027202820292030StrucKorting loon- en prijsbijstelling voorOCW-brede problematiek o.a. dekkentekort referentieraming0– 70.251– 62.938– 51.848– 17.415– 46.804– 38.204Handhaven budget basisvaardighe-den minimaal € 182 per leerling00– 9.225– 21.483– 48.102– 48.102– 48.102Regeling aanvullende bekostigingstrategisch personeelsbeleid,begeleiding en verzuim vo0– 11.06000000Korting overige subsidies enopdrachten art. 1 (po) en art. 3 (vo)00– 6.8580000Niet toekennen loonbijstellingsubsidieregelingen (m.n. onderwijs-regio’s)0– 13.851– 14.607– 14.616– 14.693– 14.674– 14.674Gedeeltelijk niet uitgekeerdeloonbijstelling GOAB0– 390– 8.216– 12.186– 5.809– 11.725– 11.41329IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 530 Bezuinigingen primair en voortgezetonderwijs VJN 2025 (bedragen x€ 1.000)202520262027202820292030StrucKorting arbeidsmartkttoelage VO0– 10.000– 10.000– 10.000– 10.000– 10.000– 10.000Restant OCW-budget NPLV (VVE)0– 4.400– 4.400– 4.400– 4.400– 4.400– 4.400Onderwijskansenregeling VO00– 90.000– 177.000– 177.000– 177.000– 177.000Totaal0– 109.952– 206.244– 291.533– 277.419– 312.705– 303.793 81Heeft u naast overleg met de instellingen over de taakstelling interna-tionale studenten ook overleg met de vakbonden?De Minister van OCW heeft met veel verschillende belanghebbendengesproken. Op 5 februari heeft de Minister van OCW gesproken met deFNV, CNV, AOb en FvOv over de bezuinigingen. Op 28 mei heeft nog eengesprek plaatsgevonden met de AOb. Hierbij is mede gesproken over detaakstelling internationale studenten.82Welke indicatoren bevat de CBS-achterstandsindicator precies bij debepaling van achterstandsscores voor het voortgezet onderwijs?Het CBS berekent de achterstandsscore door per leerling te kijken naar devolgende achtergrondkenmerken:–Opleidingsniveau van de vader–Opleidingsniveau van de moeder–Land van herkomst van de ouders–Verblijfsduur van de moeder in Nederland–Of ouders in de schuldsanering zittenDeze factoren tezamen hebben voorspellende waarde voor een risico oponderwijsachterstanden.83Kunt u per regeling een overzicht geven van de subsidieregelingen in hetfunderend onderwijs waarbij de CBS-achterstandsindicator momenteelwordt gebruikt als verdeelsleutel?In de tabel is weergegeven welke bekostigings- en subsidieregelingengebruik maken van de CBS-achterstandsindicator. De indicator wordt welper regeling op verschillende wijze toegepast waardoor er verschillendedoelgroepen worden bereikt. Daarnaast goed om te realiseren: subsidiere-gelingen zijn tijdelijk (ook als middelen structureel op de begroting staan).Bekostiging is structureel. Duurzame investeringen in kleinere klassen ofmeer onderwijstijd zijn alleen mogelijk met structurele middelen.Bij subsidieregelingen is er vaak sprake van het rangschikken op derelatieve CBS-achterstandsscore bij overvraging. Zo kwamen bij desubsidieregeling basisvaardigheden de vestigingen met de hoogsterelatieve CBS-achterstandsscore het eerste in aanmerking. Voor degerichte bekostiging basisvaardigheden per 2027 wordt de indicator nietgebruikt. Inmiddels is met de subsidie Masterplan Basisvaardighedencirca 95% van de scholen bereikt. Verder is besloten om een deel van demiddelen voor leerwegondersteunend onderwijs te gaan verdelen opbasis van deze regeling.30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 531 RegelingOntvangerDoelgroepOverige opmerkingenBekostigingOnderwijsachterstanden beleid(OAB)BasisonderwijsVestigingen met een positieveachterstandsscore.Schoolmaatschappelijk werkSamenwerkingsverbandenSamenwerkingsverband PO waarvande som van de achterstandsscoresvan de vestigingen binnen hetsamenwerkingsverband 1 of meer is.Arbeidsmarkttoelage voor lerarenPrimair- en voortgezet onderwijsVestigingen die behoren tot de 15%met de hoogste relatieve achter-standsscore per sectorRegeling onderwijskansenvoortgezet onderwijs (ROK)Voortgezet onderwijsVestigingen met een positieveachterstandsscore.SubsidiesVrijroosteren leraren (tot en met2025)Primair- en voortgezet onderwijsLeraren op scholen met een hoogaantal achterstandsleerlingen.CBS-indicator alleen voor primaironderwijs bij verdeling gebruikt.School & OmgevingPrimair- en voortgezet onderwijsScholen met de 5% hoogsteachterstandsscores zijn als eerste inaanmerking gekomen.Basisvaardigheden (tot 2026, per2027 via gerichte bekostiging)Primair- en voortgezet onderwijsAlle scholen, met de hoogsteachterstandsscores zijn als eerste inaanmerking zijn gekomen. Ondertus-sen wordt 95% van alle scholenbereikt.BrugfunctionarisPrimair- en voortgezet onderwijsAlle scholen konden een aanvraagindienen, rangschikking naarhoogste achterstands-score, op basisvan de CBS-indicator.Verbinding po-voPrimair- en voortgezet onderwijsLeerlingen uit de laatste fase van hetprimair onderwijs en de eerste fasevan het voortgezet onderwijs,rangschikking op achterstandsscoresSpecifieke Uitkering (aan gemeenten)Gemeentelijke onderwijsachterstan-den beleid (GOAB)GemeentenHierbij wordt ook gebruik gemaaktvan de achterstandsscore van allekinderen in de leeftijd 2,5 tot 4 jaaren alle leerlingen van de basisscho-len. Dit is een bredere doelgroep. 84Wordt de CBS-achterstandsindicator afgeschaft, herzien of blijft zebehouden na de beëindiging van de onderwijskansenregeling?De CBS-achterstandsindicator staat los van de onderwijskansenregeling.De indicator zal behouden blijven na het beëindigen van de onderwijskan-senregeling.85Wat zijn de (financiële) consequenties voor andere regelingen als deCBS-achterstandsindicator komt te vervallen of gewijzigd wordt?De CBS-achterstandsindicator staat los van de onderwijskansenregeling.Zoals in het antwoord op vraag 84 aangegeven, zal het CBS de indicator30Kamerstuk 31 497, nr. 443Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 532 blijven opleveren, zodat die voor andere vormen van bekostiging ensubsidies gebruikt kan blijven worden.86Overweegt u om bij toekomstige subsidieregelingen in het funderendonderwijs andere indicatoren dan de CBS-achterstandsindicator voortoekenning van middelen te hanteren? Zo ja, welke?Of deze indicator passend is, hangt af van het doel van de regeling. Alshet doel is om leerlingen te bereiken met een risico op onderwijsachter-standen dan is en blijft de CBS-indicator passend. Wanneer echter eenander doel wordt nagestreefd dan kan het passend zijn om een andereverdeling te hanteren.87Welke scholen zullen naar verwachting het meeste de consequentiesondervinden van het uitfaseren van de onderwijskansenregeling, vmbo31-,havo- of vwo-scholen?Het is niet mogelijk om exact aan te geven hoe de middelen uit deRegeling onderwijskansen zijn verdeeld naar vmbo-scholen, havo-scholenof vwo-scholen, omdat de bekostiging wordt bepaald per vestiging envestigingen vaak meerdere schoolsoorten omvatten. Wel kan wordenvastgesteld dat het merendeel van de leerlingen die van de regelingprofiteren onderwijs op vmbo-niveau volgt. Zo ontvangt circa 90% van devestigingen die uitsluitend vmbo-onderwijs verzorgt, middelen op basisvan de regeling onderwijskansen. Daarnaast geldt dat 9% van het totalebudget bestemd is voor praktijkonderwijs, waarmee alle leerlingen diepraktijkonderwijs volgen, kunnen worden bereikt.88Welke maatregelen gaan voorkomen dat het vmbo, ten opzichte van dehavo en het vwo, onevenredig hard wordt geraakt door het uitfaseren vande onderwijskansenregeling?Er zijn geen financiële middelen voorzien om de betreffende scholenhiervoor te compenseren.89Wat zijn de meerkosten van bol32-studenten ten opzichte van bbl33-studenten in verband met het hogere aantal contacturen dat zij krijgen?Bol-studenten financieren we via mbo-instellingen, bbl-studentenfinancieren we via mbo-instellingen en via bedrijven middels de regelingpraktijkleren.Voor een bbl-student ontvangt een mbo-instelling gemiddeld circa de helftvan de bekostiging ten opzichte van een bol-student. Daarnaastontvangen bedrijven tot € 2.700 per leerwerkplek voor de bbl-studentvanuit de subsidieregeling praktijkleren.Wanneer er een verschuiving van bbl-studenten naar bol-studentenplaatsvindt is er meer budget nodig voor bekostiging voor mbo-instel-lingen in relatie tot bol-studenten en minder budget nodig voor bedrijvenin relatie tot praktijkleren voor bbl-studenten.9031vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs32bol: beroeps opleidende leerweg33bbl: beroepsbegeleidende leerwegTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 533 Wat zou het loslaten of versoepelen van de lesurennorm, die wordtopgelegd door de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, voor gevolgenhebben voor de bekostiging van het mbo?De bekostiging aan mbo-instellingen is momenteel niet gekoppeld aan delesurennorm. Het loslaten of versoepelen van de lesurennorm heeftdaarom geen gevolgen voor de bekostiging van het mbo. Wel wordt er inde bekostiging onderscheid gemaakt tussen bbl- en bol-opleidingen.91Is het waarschijnlijk dat het loslaten of versoepelen van de lesurennorm,die wordt opgelegd door de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, totgevolg heeft dat het benodigde budget voor de bekostiging van het mbolager uitvalt?Zie de beantwoording van vraag 90.92Kunt u uiteenzetten welke implicaties de korting op de onderwijskansenre-geling zal hebben op het vervolgonderwijs? Zijn er positieve ontwikke-lingen verbonden aan de regeling met betrekking tot meer gelijkheid,beter wetenschappelijk onderzoek of meer onderzoekers die nu weg zullenvallen?De onderwijskansenregeling wordt met name ingezet voor extra onder-steuning, extra onderwijstijd en kleinere klassen. Dit zijn bewezeneffectieve interventies. Het is onduidelijk wat de exacte gevolgen zijn vanhet schrappen van de regeling voor het vervolgonderwijs, maar er is eenaannemelijk risico dat dit negatieve gevolgen zal hebben voor deprestaties van leerlingen die meer risico lopen op onderwijsachter-standen.Sinds 2022 zijn er nieuwe subsidies geïntroduceerd, waaronder desubsidieregeling Basisvaardigheden, School en Omgeving, de Brugfuncti-onaris en het programma Schoolmaaltijden. Deze subsidiegelden zijngeoormerkt voor specifieke doelen die anders zijn dan de doelen van deonderwijskansenregeling maar wel gedeeltelijk bij de scholen terecht-komen die nu de Onderwijskansenregeling ontvangen. Dit kabinet blijftvia deze subsidies dus in die leerlingen investeren. Daarnaast worden erook andere instrumenten ingezet om de kansengelijkheid te bevorderen.Zo blijkt uit de eerste cijfers van de nieuwe doorstroomtoetsen datleerlingen met een lage sociaaleconomische status, leerlingen op hetplatteland, leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond enmeisjes, vaker een bijgesteld schooladvies krijgen.93Wat zijn de meerkosten van het structureel invoeren van gratis school-maaltijden op alle basisscholen met een hoge concentratie achterstands-leerlingen?Op basis van eerdere analyses rondom de doelgroep van het programma,is het aannemelijk dat het grootste deel van de basisscholen met eenhoge concentratie achterstandsleerlingen al in de doelgroep valt van hetprogramma Schoolmaaltijden. Er is jaarlijks structureel € 135 miljoenbeschikbaar. Dit is bedoeld voor scholen waarvan minimaal 30 procentvan de leerlingen uit een gezin met een laag inkomen komt. Op ditmoment doen ruim 2.400 scholen in het primair en voortgezet onderwijsmee.94Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 534 Wat zijn de jaarlijkse kosten om schoolzwemmen verplicht en gratis aan tebieden in groep 3 en 4 van het primair onderwijs?Het onderzoek Schoolslag in perspectief 34 geeft inzicht in een aanzienlijkdeel van de jaarlijkse kosten voor de Rijksoverheid om leerlingenminimaal zwemdiploma A te laten halen via schoolzwemmen.35Als schoolzwemmen verplicht wordt ingevoerd in groep 2 of 5 komen dezwemleskosten neer op ongeveer € 104 miljoen per jaar, uitgaande van51 uur zwemles voor diploma A. Daar komen aanvullend kosten voorbusvervoer bij van ongeveer € 40 miljoen per jaar (deze inschatting bevateen grote mate van onzekerheid). Andere kosten zoals de organisatie vanzwemles en overige kosten zijn niet doorberekend bij deze bedragen. Inuren wordt geschat dat ongeveer 94 tot 111 uur onderwijstijd (per klas enper jaar) verloren gaat bij schoolzwemmen voor diploma A. Als we ervanuit gaan dat de wens is om een zwemdiploma te halen in twee jaar (ingroep 3 en 4), dan zullen de kosten voor het invoeren van verplichtschoolzwemmen in groep 3 en 4 vergelijkbaar zijn. De gemiste onderwij-suren worden per jaar gehalveerd.In de recente Kamerbrief36 over dit onderwerp werd toegelicht dat eengrote meerderheid van schoolleiders tegen herinvoering van school-zwemmen is, het een forse extra belasting is voor het onderwijs (zekergegeven de prioriteiten uit het hoofdlijnenakkoord en regeerprogramma)en er ook geen dekking is voor deze maatregel.95Hoeveel minder studenten zijn er gaan studeren op het wo dan verwacht?Hoeveel meer zijn er gaan studeren op het hbo?In het wo zijn 2.800 studenten minder gaan studeren dan verwacht. In hethbo zijn 5.000 studenten meer gaan studeren dan verwacht. Deze cijferszijn terug te vinden in het rapport van de Referentieraming 2025,hoofdstukken 4.5 en 4.6, tabellen 4.25 en 4.30.96Waar komen de hogere studentenaantallen in het hbo vandaan?Het aantal hbo-studenten is in deze raming hoger dan in de vorigeraming. Dit komt doordat er in 2024 minder hbo-studenten uitstroomdendan verwacht. Het aantal studenten dat zonder diploma uitstroomde waslager dan verwacht, het aantal studenten dat mét diploma uitstroomdeiets hoger.97Heeft de aankondiging van de langstudeermaatregel effect gehad op delagere studentenaantallen in het wo?Hier is geen causaal verband vast te stellen. Wel haalden in 2024 iets meerwo-studenten hun diploma dan verwacht.98Waarom hebben er minder internationale studenten gekozen om inNederland te studeren?34In opdracht van de Ministeries van OCW en VWS: Schoolslag in perspectief | Rapport |Rijksoverheid.nl35In dit onderzoek is uitgegaan van schoolzwemmen met als doel een diploma te behalen(oftewel, diplomazwemmen via school). Andere vormen van schoolzwemmen, bijvoorbeeld inde vorm van een natte gymles, waren in mindere mate of geen scope van dit onderzoek.36Kamerstukken II 2024/25, 30 234, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 535 Het feit dat minder internationale studenten hebben gekozen om inNederland te studeren dan eerder verwacht, heeft naar verwachtingverschillende oorzaken. Vermoedelijk speelt onder meer de gerichtewervingsstrategie van de instellingen een rol, waarbij alleen nog actiefwordt geworven voor opleidingen die opleiden tot beroepen met tekortenop de (regionale) arbeidsmarkt. Daarnaast hebben instellingen ook ingezetop duidelijke informatievoorziening over het huisvestingsprobleem.Daarnaast is in het buitenland bekend dat er in Nederland een gesprekplaatsvindt over de beperking van internationale studentenstromen. Ditkan ook voor terughoudendheid zorgen om naar Nederland te komen. Hetis niet mogelijk om met zekerheid te zeggen welke factoren precies voorhoeveel hieraan bijgedragen hebben.99Hoeveel minder internationale studenten moeten komend jaar gaanstuderen om de taakstelling op internationale studenten te bereiken?Het budget voor het hbo en wo is in de begroting vanaf 2026 al verlaagdten behoeve van de bezuiniging uit het hoofdlijnenakkoord (verminderdmet het amendement Bontenbal c.s). ter vermindering van het aantalinternationale studenten. In financiële zin is deze bezuiniging dus aldoorgevoerd in het beschikbare macrobudget van de instellingen. Er iseen benadering te maken van het aantal studenten dat correspondeertmet de resterende bezuiniging. Hierbij uitgaande van de gemiddeldeonderwijsuitgaven per student (voltijd) van € 9.750 (€ 10.500 voor het hboen € 9.000 voor het wo), zal het aantal internationale EER studenten inkalenderjaar 2026 met circa 3.755 studenten moeten dalen om deresterende opgave ook in studentenaantallen in 2027 te realiseren. Eendaling van 3.755 studenten komt overeen met de resterende bezuinigings-opgave van € 36,6 miljoen en voorkomt dat de onderwijsuitgaven perstudent daalt. Deze daling zal gerealiseerd moeten worden ten opzichtevan de studentenaantallen uit de Referentieraming 2025. Instellingenhebben via hun zelfregieplannen al laten zien bereid te zijn moeilijkekeuzes te maken over bijvoorbeeld opleidingstaal en de inzet van numerifixi. We zullen uw Kamer voor de zomer nader informeren over degesprekken die we voeren met de instellingen en de uitvoering van dedoor uw Kamer aangenomen moties Krul c.s.37 en Soepboer/Krul.38100Kunt u een overzicht delen van de jaarlijkse prijsbijstelling op de cultuur-begroting vanaf 2016 tot en met 2025? Kunt u eveneens een overzichtdelen van de loonbijstelling vanaf 2016 tot en met 2025 op de cultuurbe-groting? Kunt u een overzicht delen van de reële inflatie op loon en prijsvanaf 2016 tot en met 2025 op de cultuurbegroting?In de twee onderstaande tabellen is weergegeven hoeveel loon- enprijsbijstelling per begrotingsjaar is toegevoegd aan de cultuurbegrotingvan 2016 tot en met 2025, jaarlijks bij de Eerste Suppletoire Begroting vanOCW. De loon- en prijsbijstelling die in beginsel jaarlijks aan eenbegrotingsartikel wordt toegevoegd, is gebaseerd op ramingen van hetCentraal Planbureau. De loon- en prijsbijstelling wordt niet altijd (volledig)uitgekeerd. In 2025 is daarom een groot deel van de prijsbijstelling overhet begrotingsartikel cultuur niet uitgekeerd, zie hiervoor het antwoord opvraag 201. Er is geen informatie beschikbaar over de reële inflatiespecifiek op de cultuurbegroting.37Kamerstukken II, 2024–2025, 31 288, nr. 1190.38Kamerstukken II, 2024–2025, 31 288, nr. 1195.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 536 Loonbijstelling (bedragen x € 1 miljoen)’16’17’18’19’20’21’22’23’24’25’26’27’28’29’30tranche 20165,96,06,06,06,06,06,06,06,06,06,06,06,06,06,0tranche 20178,08,17,67,67,67,67,67,67,67,67,67,67,67,6tranche 201810,510,810,710,710,710,710,710,710,710,710,710,710,7tranche 201914,814,814,914,714,714,714,714,714,714,714,714,7tranche 202014,114,614,915,415,415,415,415,415,415,415,4tranche 202110,510,711,011,010,910,910,910,910,910,9tranche 202217,417,417,717,617,617,617,617,617,6tranche 202337,838,340,038,538,538,438,438,4tranche 202439,542,541,040,940,740,640,6tranche 202539,037,939,038,538,137,6 Prijsbijstelling (bedragen x € 1 miljoen)’16’17’18’19’20’21’22’23’24’25’26’27’28’29’30tranche 20162,62,62,52,52,52,52,52,52,52,52,52,52,52,52,5tranche 20177,27,06,66,66,66,66,66,66,66,66,66,66,66,6tranche 20186,17,67,67,67,67,67,67,67,67,67,67,67,6tranche 201910,910,710,19,49,39,29,29,29,29,29,29,2tranche 202010,810,49,79,59,59,59,59,59,59,59,5tranche 202112,211,211,111,111,011,111,111,111,111,1tranche 202224,223,823,623,423,523,723,723,723,7tranche 202334,535,336,035,135,135,035,035,0tranche 202416,616,916,516,516,516,416,4tranche 202511,93,30,91,71,50,8 De horizontale as geeft weer hoeveel loon- en prijsbijstelling perbegrotingsjaar is toegevoegd aan de cultuurbegroting.De verticale as geeft aan in welk begrotingsjaar (tranche) de loon- enprijsbijstelling is toegevoegd (dit gebeurt bij de Eerste SuppletoireBegroting van OCW).101Kunt u toezeggen dat onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzesuitgelegd (CW3.1) voor 2025 voor de basisvaardigheden in het mbo nogtijdens de behandeling van deze suppletoire begroting naar de Kamerwordt gestuurd, zodat de Kamer haar budgetrecht goed geïnformeerd kanuitoefenen?Ja, deze onderbouwing is reeds verstuurd als bijlage bij de tweedevoortgangsbrief aanpak basisvaardigheden mbo.3910239Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 152Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 537 Wat is het verwachte effect van het opheffen van de onderwijskansenre-geling in het vo (korting oplopend tot € 177 miljoen structureel vanaf2028) op scholen in regio’s met hoge achterstandsscores buiten deRandstad?Zie het antwoord op vraag 62. Deze geldt zowel voor scholen binnen alsbuiten de Randstad. Het antwoord op vraag 69 gaat in op de regionaleverdeling van het aantal vestigingen van scholen die aanvullendebekostiging onderwijskansen ontvangen.103Wat is de onderbouwing voor de resterende taakstelling op internationali-sering in het hoger onderwijs en wat is de verdeling van deze taakstellingover instellingen (en regio’s)?Door de bezuiniging uit het hoofdlijnenakkoord is het totaal beschikbarebudget voor het hoger onderwijs al meerjarig verlaagd. Aangezien debezuiniging start vanaf 2026, is in de huidige begroting (2025) alleen nogeen pro forma verdeling van de bezuiniging over het hbo en het woopgenomen. In de referentieraming 2025 is het aantal niet-NederlandseEER-studenten lager dan in de referentieraming 2024. Dit is mede hetgevolg van de zelfregie van de instellingen, bijvoorbeeld in hun wervings-beleid en de informatievoorziening richting internationale studenten. Dezedaling is budgettair verrekend, op basis van de rijksbijdrage per student,met de reeds bij het hoofdlijnenakkoord ingeboekte bezuiniging.In de ontwerpbegroting 2026 vindt de definitieve verdeling van debezuiniging die resteert na verrekening van de daling van studenten uit deReferentieraming 2025, over het hbo en wo plaats. Voor de verdeling vanhet ho-budget over de instellingen wordt het reguliere verdeelmodelgebruikt. Deze maakt geen onderscheid naar regio’s.104In hoeverre is het nog steeds noodzakelijk de toets anderstalig onderwijsin te voeren, nu het aantal niet-Nederlandse EER40-studenten fors lager isin de referentieramingen en de instellingen al aan de taakstellingvoldoen?Allereerst is het relevant te benadrukken, dat de toets anderstaligonderwijs is ontworpen met als doel het Nederlands te versterken alsonderwijs- en wetenschapstaal. Het doel is nooit geweest om de instroomvan internationale studenten omlaag te brengen. Er is dan ook geen directverband tussen de lagere instroomcijfers en het laten vervallen van detoets anderstalig onderwijs. Wel hebben de universiteiten en hogescholenlaten zien dat zij met hun zelfregieplannen zelf moeilijke keuzes willenmaken. Zoals meermaals is aangegeven, is het van belang daar oog voorte hebben. Uw Kamer heeft ook de wens uitgesproken, uitgedrukt in demotie Krul c.s. (Kamerstukken II, 2024–2025, 31 288, nr. 1190), dat de toetsanderstalig onderwijs voor het bestaand aanbod, geschrapt wordt uit hetwetsvoorstel Wet internationalisering in balans. Aangezien deze motie isontraden tegen de achtergrond van de opgave uit het hoofdlijnenakkoord,zal uw Kamer voor de zomer geïnformeerd worden over de wijze waaropuitvoering wordt gegeven aan deze motie.105Wat zijn de landelijke kwaliteitsmiddelen voor hbo en wo?40EER: Europese Economische RuimteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 538 Door de invoering van het studievoorschotstelsel (hierna: leenstelsel) in2015 is geleidelijk per jaar extra geld beschikbaar gekomen voor het hogeronderwijs. De overheid, onderwijsinstellingen en studentenorganisatiesspraken gezamenlijk af dat dit geld ten goede zou komen aan de kwaliteitvan het onderwijs met de Kwaliteitsafspraken. Deze afspraken goldenvoor de periode 2019 tot en met 2024. In het coalitieakkoord 2021–2025«Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst» is opgenomen dathet kabinet de investeringen vanuit het studievoorschot ongemoeid laat.Eind 2024 liepen de huidige Kwaliteitsafspraken af. Het vorige kabinetheeft besloten dat de investeringen vanuit het studievoorschot geconti-nueerd worden en structureel aan de instellingen worden toegekend viade vaste voet binnen de lumpsumbekostiging, teneinde het huidigekwaliteitsniveau voort te zetten. Op het moment dat dit bedrag in 2024aan de vaste voet werd toegevoegd, betrof het een bedrag van€ 694 miljoen structureel per jaar.106Wat zijn de gevolgen voor het afschaffen van de landelijke kwaliteitsmid-delen voor hbo en wo?Er is geen sprake van afschaffen van deze middelen. De middelen wordenvanaf 1 januari jl. niet meer toegekend op basis van Kwaliteitsafsprakenmet de instellingen, maar structureel aan de instellingen toegekend via devaste voet van de lumpsumbekostiging.107Wat zijn naar verwachting de totale kosten die gemoeid zijn met definanciering van niet-Nederlandse EER-studenten met het oog op derijksbijdrage per student en de sociaal-financiële voorzieningen vanuitDUO41 waarop deze studenten aanspraak kunnen maken?In studiejaar 2024 staan bijna 100.000 niet-Nederlandse EER-studenteningeschreven (voltijd en deeltijd). Op basis van de onderwijsuitgaven perstudent zijn de kosten ca. € 940 miljoen.De uitgaven aan studiefinanciering voor niet-Nederlandse EER-studentenworden op dit moment nader in beeld gebracht. Naar verwachtingontvangt uw Kamer rond de zomer van 2025 de monitor over het aantalEER-studenten dat in Nederland is komen studeren na de herinvoeringvan de basisbeurs. Deze monitor is mede ingesteld naar aanleiding van demotie van de toenmalige leden EI Yassini en Peters.108Hoeveel bedraagt de korting op de loonbijstelling voor externe inhuur in2025 en op welk begrotingsartikel is deze geboekt?Deze bedraagt € 4,6 miljoen in 2025, deze is nu geboekt op artikel 91(«Nog onverdeeld»), over de invulling moet nog besluitvorming plaats-vinden. In de ontwerpbegroting 2026 zal deze naar het goede artikelworden geboekt109Waarom wordt de aanvullende bekostiging voor po-instellingen en deaanpak lerarentekort G5 verlaagd?De verlaging van het budget op het financiële instrument «aanvullendebekostiging» voor po-instellingen wordt voornamelijk veroorzaakt dooreen overboeking van de professionalisering en begeleidingsmiddelenvoor starters van het financiële instrument «aanvullende bekostiging»41DUO: Dienst Uitvoering OnderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 539 naar het financiële instrument «bekostiging po-instellingen» en door eenoverboeking van het leesbevorderingsbudget naar het budget voorbasisvaardigheden po en vo.De verlaging van het budget op het financiële instrument «aanpaklerarentekort G5» betreft een overboeking naar het hoofdbudget Tekortenregio’s op artikel 9. De reden hiervoor is dat vanaf 2026 de convenants-aanpak G5 geïntegreerd wordt in de Onderwijsregio’s. Door dezesamenvoeging worden twee regelingen met een vergelijkbaar doelgebundeld.110Wat is de reden dat er minder subsidieaanvragen zijn gedaan voor desubsidieregeling School en omgeving?In 2023 en 2024 konden scholen subsidie aanvragen voor de regelingSchool en Omgeving 2023–2025. Scholen hebben destijds terughoudendaangevraagd, onder andere omdat de regeling nog complex was, er eenhoge verantwoordingslast bij de scholen lag, omdat de doelgroep die konaanvragen en de aanvraagperiode beperkt was en omdat het nog onzekerwas of scholen structureel gebruik konden maken van de regeling. In denieuwe regeling, School en Omgeving 2025–2028, zijn deze drempels zoveel mogelijk weggenomen.Voor de nieuwe regeling 2025–2028 wordt geen onderuitputting verwacht.Zoals toegezegd ontvangt uw Kamer voor de zomer een brief overhoeveel kinderen gebruik gaan maken van de regeling School enOmgeving 2025–2028 en hoeveel hiervoor worden afgewezen.111Is het afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten die in hetbuitenland studeren wel of niet in strijd met het EU-recht?Er bestaat een aanmerkelijk risico dat het afschaffen van de RBS(Reisvoorziening Buitenland Studerenden) voor studenten die in een landbinnen de EU studeren in strijd is met het EU-recht, in het bijzonder methet vrij verkeer van personen. Dit blijkt uit een juridische analyse van hetministerie, die is bevestigd door de landsadvocaat. Het EU-recht verzetzich niet tegen het afschaffen van de RBS voor studenten die in een landbuiten de EU studeren. Het gaat dan om een aanzienlijk kleinere groepstudenten. Het afschaffen van RBS voor deze groep zou leiden tot eenongelijke situatie tussen studenten die binnen en buiten de EU studeren.Het introduceren van een nieuw onderscheid zou het studiefinancierings-stelsel ook ingewikkelder maken. Het kabinet heeft daarom besloten omde RBS in zijn geheel niet af te schaffen.112Wat is er nodig om vast te kunnen stellen of het afschaffen van deov-vergoeding voor studenten die in het buitenland studeren in lijn is methet EU-recht?Het kabinet is na de totstandkoming van het hoofdlijnenakkoord gestartmet de uitwerking van deze maatregel. Omdat het gaat om het afschaffenvan een bestaande wettelijke aanspraak van studenten, is in kaartgebracht hoe het voornemen zich verhoudt tot het (inter)nationaal recht.Na een interne analyse is ook advies aan de landsadvocaat gevraagd. Ditadvies laat zien dat er een aanmerkelijk risico bestaat dat het afschaffenvan de RBS voor studenten die (tijdelijk of voor een gehele studie) in eenland binnen de EU studeren in strijd is met het EU-recht. Het kabinet zietdan ook een aanmerkelijke kans dat de maatregel, indien ingevoerd, zouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 540 moeten worden teruggedraaid als gevolg van juridische procedures.Zekerheid hierover zou kunnen worden verkregen als RBS zou wordenafgeschaft en dat door de rechter zou worden getoetst. Het risico opstrijdigheid met het EU-recht is echter dusdanig dat het kabinet datonverstandig vindt.Het EU-recht verzet zich niet tegen het afschaffen van de RBS voorstudenten die in een land buiten de EU studeren. In het antwoord opvraag 111 heeft het kabinet toegelicht waarom het kabinet ervoor gekozenheeft RBS in zijn geheel niet af te schaffen.113In hoeverre betekent de ontwikkeling dat middelen voor basisvaardig-heden door de loon- en prijsbijstelling op het originele bedrag nietworden uitgekeerd en de facto worden bevroren op het prijspeil van 2024,wat vanaf 2030 oploopt tot een structurele bezuiniging van € 48,1 miljoen,dat basisvaardigheden niet langer «absolute prioriteit» hebben, zoals nogviel te lezen in een passage in het Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots42?Zie het antwoord op vraag 53.114Betekent het gelijk houden van het «in 2024 gecommuniceerde nominalebedrag van minimaal € 182 per leerling» dat het kabinet voornemens isdeze bekostiging ook in de komende jaren (na formele invoering van degerichte bekostiging) niet meer te indexeren?Zie het antwoord op vraag 15.115Kunt u de bedragen voor de extensiveringen op cultuur en media in tabel5 nader toelichten?De verlaging van het uitgavenkader voor cultuur en media komt metname door de extensivering op het budget voor onderzoeksjournalistiekter dekking van de problematiek op de OCW-begroting. Daarnaast zorgtde overheveling van budget naar IUC-Noord en het Financieel diensten-centrum (FDC) ten behoeve van uitvoeringskosten voor een verlaging vanhet uitgavenplafond.116Welke aannames liggen ten grondslag aan het besluit om structureel€ 48,1 miljoen aan loon- en prijsbijstelling niet uit te keren op de gerichtebekostiging basisvaardigheden in po en vo vanaf 2030, terwijl hetnominale bedrag per leerling (€ 182) gelijk blijft?Zie het antwoord op vraag 15.117Hoe wordt de impact op scholen in krimpregio’s of gebieden met een lagesociaaleconomische status beoordeeld nu zij met een bevroren nominalebekostiging stijgende personeelskosten zelf moeten opvangen?Zie het antwoord op vraag 15 en 52.11842IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 541 Op welke wijze sluit de intensivering op basisvaardigheden in het mbo(€ 47,2 miljoen in 2025/2026–2026/2027) aan bij de ombuigingen opandere mbo-onderdelen?Naast het herstelplan basisvaardigheden funderend onderwijs komt erook een extra intensivering van in totaal € 47,2 miljoen voor basisvaardig-heden in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de studiejaren2025/2026 en 2026/2027. Deze intensivering wordt gedekt via eenextensivering op het regionaal investeringsfonds van € 6,0 miljoen perjaar in de jaren 2025 tot en met 2027 (in totaal € 18,0 miljoen), eenextensivering op de regeling doorstroom beroepskolom in de jaren 2026tot en met 2029 (in totaal € 19,8 miljoen) en het aanwenden van vrijinzetbare prijsbijstelling op studiefinanciering van in totaal € 9,4 miljoen.Ten slotte wordt de financiële dekking van deze intensivering over dejaren heen via budget neutrale kasschuif sluitend gemaakt.119Kunt u aangeven hoeveel aanvragen voor een tegemoetkoming voor degemiste basisbeurs zijn afgewezen vanwege het (nog) niet behalen vaneen wo-masterdiploma? Is geanalyseerd in hoeverre het gemaakteonderscheid rechtvaardig is om bij een afgeronde hbo-bachelor wélcompensatie toe te kennen? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst? Zo nee,waarom niet?Voor de tegemoetkoming gemiste basisbeurs, in de Wet herinvoeringbasisbeurs aangemerkt als tegemoetkoming leenstelsel, geldt datstudenten met alleen een wo-bachelor diploma ook in aanmerking komenvoor deze tegemoetkoming. Er is dus geen sprake van een onderscheidmet hbo-bachelor studenten.Voor de volledigheid wordt vermeld dat de afbakening van de doelgroepvoor de tegemoetkoming studievoucher anders is vormgegeven.Daarvoor geldt, al sinds de invoering van het leenstelsel (2015) toen destudievoorschotvoucher werd geïntroduceerd, dat een student inaanmerking komt met een afgeronde hbo-bachelor of een combinatie vaneen wo-bachelor en wo-master. Hiervoor is destijds (in 2015) gekozen endit besluit is bij de herinvoering van de basisbeurs (2023) opnieuwgewogen en goed bevonden door het parlement.120Wat zijn de gevolgen voor het niet uitkeren van de loon- en prijsbijstellingvan de basisvaardigheden funderend onderwijs?Zie het antwoord op vraag 15.121Leidt het niet uitkeren van de loon- en prijsbijstelling bij de basisvaardig-heden tot verlies van banen?Zie het antwoord op vraag 15 en 49.122Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 542 Hoe worden de lage aanvragen op de subsidieregeling School enOmgeving verklaard?Zie het antwoord op vraag 110.123Hoeveel studenten schakelen er jaarlijks van een hbo-bachelor naar eenwo-master? Welke mogelijke gevolgen zijn verbonden aan de rechterlijkeuitspraak dat u beter moet uitleggen waarom hbo-studenten geenprestatiebeurzen krijgen voor een universitaire master43?Gemiddeld stromen er jaarlijks bij benadering circa 8.500 studenten meteen hbo-bachelordiploma door naar een wo-master. Dit betreft zowel dedirecte als indirecte instroom. Dit aantal is op de volgende wijze berekend.Uit de Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2022–2023 volgt datcirca 12% van een hbo-diplomacohort doorstroomt naar een wo-master.Dit percentage is vervolgens vermenigvuldigd met de gemiddeldeomvang van een hbo-diplomacohort in de studiefinancieringsgerechtigdeleeftijd (18–30 jaar) uit de referentieraming 2025.Op dit moment liggen er rondom het toekennen van extra studiefinancie-ringsrechten voor doorstromers van de hbo-bachelor naar de wo-mastertwee tegenstrijdige uitspraken van twee verschillende rechtbanken. Derechtbank Midden-Nederland geeft aan dat in het geval dat voorligt sprakeis van ongelijke behandeling, maar de rechtbank Zeeland-West-Brabantgeeft in een vergelijkbaar geval aan dat dat niet het geval is. Op ditmoment loopt een hoger beroep. Tot die tijd is niet duidelijk wat degevolgen zouden zijn. Zoals toegezegd wordt uw Kamer geïnformeerdover de uitkomsten van dat hoger beroep.124Hoeveel studenten schakelen er jaarlijks van een hbo-bachelor naar eenwo-master? Hoeveel kost het om deze groep studenten een extra jaarprestatiebeurs toe te kennen?Gemiddeld stromen er jaarlijks bij benadering circa 8.500 studenten meteen hbo-bachelordiploma door naar een wo-master. Dit betreft zowel dedirecte, als indirecte instroom. Dit aantal is op de volgende wijzeberekend. Uit de Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2022–2023volgt dat circa 12% van een hbo-diplomacohort doorstroomt naar eenwo-master. Dit percentage is vervolgens vermenigvuldigd met degemiddelde omvang van een hbo-diplomacohort in de studiefinancie-ringsgerechtigde leeftijd (18–30 jaar) uit de referentieraming 2025.Op basis van deze aantallen kost het verstrekken van een extra jaarprestatiebeurs (basisbeurs, reisproduct en aanvullende beurs) naarschatting € 47 miljoen aan extra structurele uitgaven (prijspeil 2025).Hierbij dient opgemerkt te worden dat het uitbreiden van de prestatie-beurs voor deze doelgroep kan leiden tot een toename van het gebruik.Dit gedragseffect is niet meegenomen in voorgaande berekening. Ook kande indirecte instroom hoger zijn, omdat studenten die meerdere tussen-jaren nemen tussen de hbo-bachelor en wo-master niet goed in dedoorstroomcijfers zijn opgenomen. De werkelijke uitgaven kunnen dushoger uitvallen.43Website Rechtspraak, 3 december 2024, «Minister moet beter uitleggen waarom hbo-studentgeen prestatiebeurs krijgt voor universitaire master», https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Midden-Nederland/Nieuws/Paginas/Minister-moet-beter-uitleggen-waarom-hbo-student-geen-prestatiebeurs-krijgt-voor-universitaire-master.aspxTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 543 125Zal er, gezien de doelgroepen, bij het bepalen van subsidies specialeaandacht komen voor aanvragen vanuit focusgebieden van het NationaalProgramma Leefbaarheid en Veiligheid (de NPLV-focusgebieden)?Vanuit de programma’s School en Omgeving en het Jonge Kind wordtextra aandacht besteed aan de NPLV-focusgebieden. Beide programma’smaken namelijk deel uit van de NPLV-specifieke uitkering «Kansrijke Wijk».Voor School en Omgeving is via die uitkering voor de jaren 2026 tot enmet 2028 in totaal € 234,1 miljoen beschikbaar gesteld, voor het JongeKind in totaal € 93,0 miljoen.126Wat zijn de structurele kosten om voor alle thuiszittende leerlingenmaatwerkonderwijs met begeleiding te organiseren?Het kabinet zet zich in om schooluitval te voorkomen. In de eerste plaatsvoor het kind, want ook kortdurend verzuim kan al heel heftig zijn. In detweede plaats weten we dat de maatschappelijke kosten van schooluitvalgroot kunnen zijn. Daarom investeert het Ministerie van OCW structureelin een extra aanbod voor leerlingen die al zijn uitgevallen of dreigen uit tevallen van school, bijvoorbeeld met digitaal afstandsonderwijs(€ 7,8 miljoen per jaar) en voor (hoog)begaafde leerlingen (€ 23,3 miljoenper jaar). Ook heeft het kabinet recent een subsidieregeling geopend voorinitiatieven voor thuiszittende jeugdigen, waarmee het € 8 miljoen perjaar beschikbaar stelt tot 2028. Voor thuiszittende leerlingen die welingeschreven staan op een school ontvangen scholen en samenwerkings-verbanden bovendien reguliere bekostiging.Behalve deze investeringen legt dit kabinet een aantal zaken in de wet vastdie nodig zijn om schooluitval terug te dringen. Zo is er een wetsvoorstelin voorbereiding waarmee het kabinet meer ruimte maakt voor het biedenvan maatwerkmogelijkheden. Het streven is dat dit voorstel eind 2025 ininternetconsultatie gaat. Ook heeft het kabinet een wetsvoorstel aan uwKamer verstuurd voor het terugdringen van schoolverzuim. Ditwetsvoorstel scherpt onder andere het verzuimbeleid van scholen aan enverbetert de procedure van de aanvraag van een vrijstelling op grond vanpsychische of lichamelijke klachten.127Hoe verhouden de uitspraken op pagina 8 over dalende aantal nieuw-komers zich tot de uitspraken op pagina 26, waar er wordt gesproken overeen hogere instroom?In het voortgezet onderwijs wordt op de korte termijn een hogereinstroom van nieuwkomers verwacht dan eerder was ingeschat. In 2025bedraagt de tegenvaller € 30,5 miljoen.Per saldo wordt er in het primair- en voorgezet onderwijs op de langetermijn vanaf 2030 een licht lager aantal nieuwkomers verwacht daneerder was ingeschat. Hierdoor is er een kleine structurele meevallervanaf 2030 van € 2,3 miljoen.128Hoe is de structurele korting van € 20 miljoen op de Regeling praktijklerenvanaf 2030 onderbouwd en welk aandeel hiervan betrof bbl-trajecten intekortsectoren zoals zorg, techniek en landbouw?Het budget voor de subsidieregeling praktijkleren is vanaf 2030 met€ 20 miljoen naar beneden bijgesteld op basis van de nieuwe referentie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 544 raming van april 2025. Er worden meer bol-studenten en minderbbl-studenten geraamd. Voor bekostigde mbo-instellingen neemt hetbudget vanaf 2030 structureel toe met € 85 miljoen. Het CentraalPlanbureau (CPB) verwacht dat in de komende jaren de werkloosheid lichtzal toenemen. Een hogere werkloosheid is gerelateerd aan een groteraandeel bol-studenten en een lager aantal bbl-studenten in het mbo. Doorhet lagere aantal bbl-studenten blijft het budget van praktijkleren naarverwachting toereikend om de maximale vergoeding van € 2.700 perleerwerkplek toe te kennen aan bedrijven. De structurele korting raaktdaarmee naar verwachting ook geen bbl-trajecten in tekortsectoren. Voorde nieuwe referentieraming is de laatste realisatie van het aantalbbl-studenten het startpunt.Tegelijkertijd blijft het kabinet, los van de raming, met het bbl-offensiefgericht inzetten op het stimuleren van de instroom in de bbl, met namevoor die studenten waarvoor dit een passende opleidingsvorm is.Daarmee wordt gestuurd op een structureel grotere deelname aanbbl-trajecten. Deze ontwikkeling wordt actief gemonitord. Over devoortgang van het bbl-offensief volgt voor de zomer een brief aan uwKamer.129Wat is de regionale verdeling van de verschuiving van bbl- naarbol-studenten in de referentieraming? Zijn landelijke regio’s (zoalsNoordoost-Nederland) zwaarder getroffen?Door verandering van de demografische samenstelling van de bevolkingdaalt het aantal studenten binnen het mbo sinds een aantal jaren en uit denieuwe referentieraming blijkt dat deze daling op de langere termijn ookzal doorzetten. Daarnaast verwacht het Centraal Planbureau (CPB) ook datin de komende jaren de werkloosheid licht zal toenemen. Een hogerewerkloosheid is gerelateerd aan een groter aandeel bol-studenten en eenlager aantal bbl-studenten in het mbo. Onderstaand figuur geeft deregionale verschillen per provincies weer in de verdeling bol-bbl.Betreft het percentage bbl-studenten over de jaren 2020 t/m 2030Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 545 130Hoe is rekening gehouden met regionale verschillen in kostenontwikkeling(bijvoorbeeld energie, reiskosten, personeelsmarkt) bij het besluit om 50procent van de prijsbijstelling 2025 niet uit te keren?Bij het kabinetsbrede besluit om de prijsbijstelling tranche 2025 voor 50%te korten is geen rekening gehouden met regionale verschillen. Zie hetantwoord op vraag 3 en de toelichting in de Eerste Suppletoire BegrotingOCW voor de taakstelling op de prijsbijstelling en hoe deze is verwerkt opde OCW-begroting.131Hoeveel studenten worden er bereikt met het geld voor de basisvaardig-heden in het mbo, gezien de looptijd van twee jaar?De komende twee studiejaren stromen er jaarlijks 150.000 mbo-studentenhet mbo in. Instellingen kunnen het geld gericht inzetten op dembo-studenten van deze instroom met een taal en/of rekenniveau lagerdan het vereiste instroomniveau 2F.132Wat betekenen de bezuinigingen op het apparaat van OCW in de praktijk?De bezuinigingen maken scherpe keuzes nodig. Dat doen we doorbepaalde taken achterwege te laten en zuiniger en efficiënter te werken,waarmee ook het aantal ambtenaren vermindert. We beperken onze rolwaar mogelijk tot de kern, dat betekent bijvoorbeeld minder ruimtehebben om thema’s aan te jagen of te stimuleren. Het zal slechts inbeperkte mate mogelijk zijn om nieuwe wensen op te pakken, tenzij er ietsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 546 anders wordt stopgezet. We blijven ons nadrukkelijk inzetten op opgave-gericht werken met betrokken partners uit het veld.133Hoe wordt de € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden mbo ingezet omintensiever onderwijs en meer begeleiding te bewerkstelligen?De middelen zijn beschikbaar voor de mbo-instellingen om extra tijdelijk(onderwijsondersteunend) personeel aan te nemen of om zittendonderwijspersoneel langer te behouden voor het mbo in het geval van dembo-instellingen in de krimpregio’s.44134Hoe wordt de € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden mbo ingezet omintensiever onderwijs en meer begeleiding te bewerkstelligen in hetspecifieke geval dat de lesurennorm uit de WEB45 zou wordenversoepeld?De in het wetsvoorstel Verbetering Aansluiting BeroepsonderwijsArbeidsmarkt (VABA) voorgenomen herziening van de lesurennorm leidttot meer flexibiliteit voor mbo-instellingen om hun lesprogramma in terichten, maar het totaal aantal verplichte onderwijsuren verandert niet.Onderwijsteams hebben hierdoor onder andere de mogelijkheid om extralesuren en intensievere begeleiding voor de basisvaardigheden in dehuidige onderwijsprogrammering in te passen.135Op welke budgetten of schotten wordt de structurele korting van€ 21 miljoen op de bekostiging van het mbo toegepast?De structurele korting wordt ingeboekt op het macrokader voor debekostiging van het mbo. De bekostiging wordt verdeeld met eenverdeelmodel op basis van studenten aantallen, diploma’s, leerwegen enprijsfactoren. De bezuiniging wordt evenredig over het budget verdeelden niet toegedeeld op een specifiek budget.136Wat is de oorzaak van de gestegen kosten op het apparaat waarvoor DUOeen structurele compensatie benodigt van € 1,4 miljoen?Deze kosten vloeien voort uit exogene ontwikkelingen. Het gaat ondermeer om de inrichting van een CDO-office, uitbreiding van het EU-teamen investeringen in non-discriminatoire werkprocessen (mede naaraanleiding van de ervaringen bij het dossier controle uitwonendenbeurs).Deze structurele kosten zijn niet binnen de reguliere apparaatskosten tedekken.137Wat is de verwachte omvang van de referentieraming voor het aantalstudenten in het hbo en wo in 2025 en hoe verhoudt zich dat tot devoorgaande raming?In 2025 worden 438.500 hbo-studenten verwacht, 6.700 meer studentendan in de voorgaande raming. In voorgaande raming werden er voor 2025431.800 hbo-studenten verwacht. In het wo is de raming juist naarbeneden bijgesteld. In 2025 worden 336.300 wo-studenten verwacht, 6.400minder dan in voorgaande raming. In voorgaande raming werden er voor44Kamerstukken II 2024/2025, 31 524, nr. 65745WEB: Wet educatie en beroepsonderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 547 2025 342.700 wo-studenten verwacht. Deze cijfers zijn terug te vinden inhet rapport van de Referentieraming 2025, hoofdstukken 4.5 en 4.6,tabellen 4.25 en 4.30.46138Wat is het verschil in kosten tussen een student in de bol en de bbl in hetmbo?Zie het antwoord op vraag 89.139Waar worden de kwaliteitsmiddelen, die zijn opgenomen in de lumpsum,momenteel voor ingezet door instellingen?Instellingen formuleerden voornemens en doelen in een plan tot en met2024 waar zij met de inzet van de studievoorschotmiddelen naar streefdenop de navolgende thema’s:•Intensiever en kleinschalig onderwijs (onderwijsintensiteit)•Onderwijsdifferentiatie, waaronder talentontwikkeling binnen enbuiten de studie•Verdere professionalisering van docenten (docentkwaliteit)•Passende en goede onderwijsfaciliteiten•Meer en betere begeleiding van studenten•Studiesucces inclusief doorstroom, en•Toegankelijkheid en gelijke kansenStudenten merken dit in de praktijk door bijvoorbeeld extra docenten enondersteunend personeel, waarmee kleinschaliger onderwijs is ingericht,meer en betere begeleiding van studenten, ook bij stages, hogeredocentkwaliteit en ontwikkeling en vernieuwing van curricula in samen-werking met het werkveld.De plannen en de realisatie van de plannen worden op verschillendemomenten onafhankelijk getoetst door de NVAO. Dit leidde tot een adviesaan de Minister van OCW over het plan (in 2018) en de tussentijdserealisatie van het plan (in 2022), en zal tevens leiden tot een advies overde realisatie (eind) 2025 op basis van vooraf opgestelde criteria. Dezecriteria zijn met de betrokken partijen afgestemd.140Welke effecten gaat het verlagen van de kwaliteitsmiddelen hebben op dekwaliteit van het onderwijs?Er is geen sprake van verlaging van deze middelen. Alleen de wijze vantoekenning van de middelen verandert: de middelen worden vanaf1 januari jl. niet meer toegekend op basis van Kwaliteitsafspraken met deinstellingen, maar structureel aan de instellingen toegekend via de vastevoet van de lumpsumbekostiging. Op het moment dat dit bedrag in 2024aan de vaste voet werd toegevoegd, betrof het een bedrag van€ 694 miljoen structureel per jaar. De doelen die met de kwaliteitsmid-delen werden nagestreefd, worden op die manier duurzaam geborgd.Bewezen professionaliteit van de instellingen maakt dat de regering eropvertrouwt dat de instellingen zich, ook na afloop van de huidige Kwali-teitsafspraken (vanaf 1 januari 2025), zullen blijven inzetten voor deverbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De investeringen die deinstellingen op basis van hun planvorming ter bevordering van deonderwijskwaliteit hebben gedaan, betreffen tenslotte ook deels doorlo-pende investeringen.14146https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/25/referentieraming-ocw-2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 548 Wat zijn de verwachte gevolgen van het niet uitkeren van een deel van degerichte bekostiging voor de basisvaardigheden op het gemiddeldelandelijke lees-, schrijf- en rekenniveau van scholieren?Zie het antwoord op vraag 53.142Wat kost het de samenleving wanneer als gevolg van het uitfaseren vande onderwijskansenregeling en het niet uitkeren van een deel van degerichte bekostiging voor de basisvaardigheden straks een groter deelvan scholieren onvoldoende kan meedoen in onze maatschappij? Wat isde hoogte van de rekening die daarmee wordt doorgeschoven?De onderwijskansenregeling wordt onder andere ingezet voor extraonderwijstijd en kleinere klassen. Daarvan weten we dat dit effectieveinterventies zijn.47In algemene zin hebben publieke uitgaven aan onderwijs en innovatie eenpositief effect op het verdienvermogen maar dit effect hangt sterk af vande specifieke maatregel. Precieze langetermijneffecten van uitgaven aanonderwijs laten zich lastig kwantificeren. Zo geeft het CPB aan dat het opdit moment (nog) niet mogelijk is om de effecten van intensiveringen ofbezuinigingen in onderwijs en innovatie op economische groei of het bbpbetrouwbaar te ramen.Sinds 2022 zijn er nieuwe subsidies geïntroduceerd, waaronder desubsidieregeling Basisvaardigheden, School en Omgeving, de Brugfuncti-onaris en het programma Schoolmaaltijden. Deze subsidiegelden zijngeoormerkt voor specifieke doelen die anders zijn dan de doelen van deonderwijskansenregeling maar wel gedeeltelijk bij de scholen terecht-komen die nu de Onderwijskansenregeling ontvangen. Dit kabinet blijftvia deze subsidies dus in die leerlingen investeren. Daarnaast worden erook andere instrumenten ingezet om de kansengelijkheid te bevorderen.Zo blijkt uit de eerste cijfers van de nieuwe doorstroomtoetsen datleerlingen met een lage sociaaleconomische status, leerlingen op hetplatteland, leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond enmeisjes, vaker een bijgesteld schooladvies krijgen.143Wat is het bedrag dat nodig zou zijn om alle studenten in het mbo, hbo enwo structureel recht te geven op een basisbeurs die het sociaal minimumdekt?Uitgaande van invoering in 2027 zou er circa € 10 miljard extra structureelnodig zijn om studenten via de basisbeurs te voorzien van een sociaalminimum.Omdat het gevraagde bedrag op meerdere wijzen te berekenen is, zijn devolgende aannames gedaan:•Er is gebruik gemaakt van het sociaal minimum volgens het UVW vooreen alleenstaande 19-jarige. Dit betreft € 893,93 per maand.•Verder worden alle huidig rechthebbenden van de basisbeurs alsdoelgroep gezien. Minderjarige mbo-studenten en studenten die reedshun prestatiebeursrechten hebben verbruikt zijn dus buitenbeschou-wing gelaten.•Omdat alle studenten met een basisbeurs het sociaal minimumontvangen, wordt in deze berekening geen onderscheid meer gemaakttussen een uit- en thuiswonende beurs.47https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-6juni2018-Effectieve-interventies-leerachterstanden-in-het-primair-onderwijs.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 549 •Daarnaast wordt in de berekening niet langer uitgegaan van eenaanvullende beurs omdat deze bijdrage nu wordt meegenomen in hetsociaal minimum. Dit zorgt voor een extensivering van structureel€ 1,03 miljard.•De reisvoorziening blijft in deze berekening ongewijzigd.144Wat zijn de kosten van het structureel bekostigen van een verlaging vanhet collegegeld tot € 1.000 per jaar voor voltijdstudenten?Per 1 oktober 2024 staan circa 676.000 voltijd EER studenten ingeschrevenbij hogescholen en universiteiten. Voor het collegejaar 2025/2026 bedraagthet collegegeld € 2.601. Het verlagen van het wettelijk collegegeld vandeze studenten tot € 1.000, ofwel met € 1.600, komt neer op een jaarlijksbedrag van € 1,1 miljard.145Het collegegeld zal in studiejaar 2025–2026 € 2.601 bedragen, tien jaargeleden in het studiejaar 2015–2026 bedroeg het nog € 1.951; hoeveelgeld zou het structureel kosten om het collegegeld te bevriezen zodra hetmeer dan € 3.000 bedraagt?Per 1 oktober 2024 staan circa 751.000 voltijd, deeltijd en duale EERstudenten ingeschreven bij hogescholen en universiteiten. Voor hetbevriezen van het collegegeld op € 3.000 is geen structureel bedrag tenoemen, omdat de maatregel over tijd per definitie alleen maar duurderwordt: de kosten lopen door inflatie steeds op, maar het verschil moetsteeds door de overheid worden bijgepast. Als gerekend wordt met eengemiddelde indexatievoet van 3% kost het niet indexeren circa€ 67 miljoen voor het eerste jaar, € 134 miljoen voor het tweede jaar,enzovoort. Over 10 jaar is dit opgelopen tot € 670 miljoen.146Hoe groot is de financiële tegenvaller als hbo-studenten die eenwo-master gaan doen na het bepalen van hun hbo-diploma toch rechtkrijgen op een verlenging van hun basisbeurs?Uitgaande van een gemiddelde instroom in de wo-master van 8.500hbo-bachelor gediplomeerden, kost het verstrekken van een extra jaarprestatiebeurs (basisbeurs, reisproduct en aanvullende beurs) naarschatting € 47 miljoen aan extra structurele uitgaven (prijspeil 2025).Hierbij dient opgemerkt te worden dat het uitbreiden van de prestatie-beurs voor deze doelgroep een toename in het gebruik kan veroorzaken.Dit gedragseffect is niet meegenomen in voorgaande berekening. Ook kande indirecte instroom hoger zijn omdat studenten die meerdere tussen-jaren nemen tussen de hbo-bachelor en wo-master niet goed in dedoorstroomcijfers zijn opgenomen. De werkelijke uitgaven kunnen dushoger uitvallen.147Hoeveel geld zou het kosten om de indexatie van de basisbeurs niet tekoppelen aan het CPI48, maar aan de koopkracht van studenten?Deze vraag is niet te beantwoorden. Er is namelijk niet zoiets als éénkoopkrachtcijfer dat representatief is voor alle studenten. Studenten zijneen diverse groep. Zo bestaan er grote verschillen tussen studenten dieuit- of thuiswonend zijn, studenten die wel of niet werken, en studentendie in meer of mindere mate ondersteund worden door hun ouders.48CPI: ConsumentenprijsindexTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 550 Daarnaast betalen studenten aan hbo- en wo-instellingen meer colle-gegeld dan mbo-studenten les- of cursusgeld betalen, en verschillen ookde studiefinancieringsbedragen. Dat de consumentenprijsindex (cpi)gebruikt wordt voor het indexeren van dit soort regelingen is binnen derijksoverheid een gebruikelijke praktijk.148Is de huidige basisbeurs dekkend voor uitwonende studenten om hunstudie te kunnen volgen zonder te hoeven lenen en een bijdrage van hunouders te ontvangen?Nee. Het Nibud heeft in 2024 voorbeeldbegrotingen49 van studentenhuis-houdens gepubliceerd. Daaruit blijkt dat uitwonende hbo- enwo-studenten die niet lenen en geen bijdrage van de ouders of aanvul-lende beurs ontvangen gemiddeld € 532 per maand tekortkomen om deminimale kosten voor studie en levensonderhoud te kunnen betalen. Vooruitwonende mbo-bol studenten is dit tekort € 691 per maand.Deze berekening is gebaseerd op de volgende aannames:•Dat er geen aanvullende beurs meer beschikbaar wordt gesteld, omdatdie het equivalent van de ouderbijdrage is.•Dat de studenten wel inkomen hebben uit een bijbaan. Hierbij gaat hetNibud uit van een gemiddeld inkomen van € 597 per maand voor hbo-en wo-studenten en € 506 per maand voor mbo-studenten.•Het Nibud gaat hier uit van de studiefinancieringsbedragen zoals die inhet voorjaar van 2024 golden. Deze bedragen zijn inmiddelsgeïndexeerd.Volledigheidshalve wil het kabinet aangeven dat het studiefinancierings-stelsel is gebaseerd op het idee dat het dragen van de kosten van studieen levensonderhoud een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van destudent, ouders en de overheid. Studenten met ouders met een beperktinkomen hebben recht op een aanvullende beurs, als equivalent van deouderbijdrage.149Hoe hoog zou een toereikende basisbeurs moeten bedragen vooruitwonende studenten zonder te hoeven lenen en een bijdrage van hunouders te ontvangen?Om deze vraag te beantwoorden maken we een benadering op grond vancijfers uit het Nibud Studentenonderzoek en een aantal aannames. Decijfers hieronder dienen dus vooral als indicatie.Als uitwonende hbo- en wo-studenten de minimale kosten voor studie enlevensonderhoud willen kunnen betalen, zonder te hoeven lenen of eenbijdrage van de ouders te ontvangen, zouden ze een basisbeurs terhoogte van € 834 per maand nodig hebben. Voor uitwonende mbo-bolstudenten is dit € 1.017 per maand. Dit verschil wordt verklaard doordatuitwonende mbo-bol studenten, die niet lenen en geen bijdrage van deouders ontvangen, volgens het Nibud meer geld tekort komen danuitwonende hbo- en wo-studenten die niet lenen en geen bijdrage van deouders ontvangen.Deze berekening is gebaseerd op de volgende aannames:•Het Nibud heeft in 2024 voorbeeldbegrotingen50 van studentenhuis-houdens gepubliceerd. Daaruit blijkt dat uitwonende hbo- enwo-studenten die niet lenen en geen bijdrage van de ouders ofaanvullende beurs ontvangen € 532 per maand tekortkomen om de49Bijlage bij Kamerstukken II, 31 288, nr. 1161.50Bijlage bij Kamerstukken II, 31 288, nr. 1161.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 551 minimale kosten voor studie en levensonderhoud te kunnen betalen.Voor uitwonende mbo-bol studenten is dit tekort € 691 per maand.•De bovenstaande bedragen van € 532 en € 691 zijn vervolgensopgehoogd met de beschikbare uitwonende basisbeurs in 2024. Voorhet hbo en wo was dit € 302,38 per maand en voor het mbo € 326,16.•Er wordt aanvullend op de € 834 en € 1.017 per maand geen aanvul-lende beurs meer beschikbaar gesteld omdat die het equivalent van deouderbijdrage is.•Dat de studenten wel inkomen hebben uit een bijbaan. Hierbij gaat hetNibud uit van een gemiddeld inkomen van € 597 per maand voor hbo-en wo-studenten en € 506 per maand voor mbo-studenten.150Wat zijn de geschatte jaarlijkse kosten van het verstrekken van een gratissportpas aan alle leerlingen in het primair- en voortgezet onderwijs en aanstudenten in het mbo, hbo en wo?Er volgt een onderzoek waarin de kosten voor het invoeren van een gratislandelijke sportpas voor sporten (inclusief zwemlessen) voor jongeren inkaart wordt gebracht. Het onderzoek vindt plaats aan de hand van eenaantal scenario’s met differentiatie in doelgroepen. Een indeling op basisvan de verschillende onderwijsgroepen kan hierin in worden meege-nomen. Het onderzoek wordt verricht in opdracht van VWS en zal naarverwachting medio 2026 worden gedeeld met uw Kamer.151Welke subsidies worden als gevolg van de keuze om geen loon- enprijsbijstelling door te verdelen naar andere instrumenten binnen artikel 1niet geïndexeerd? Worden de budgetten voor bijvoorbeeld de Brugfuncti-onaris po en die van schoolmaaltijden hierdoor geraakt?Scholen doen voor meerdere jaren mee aan de subsidieregelingbrugfunctionaris. In meerjarige subsidieregelingen wordt de beschikkingdoorgaans niet geïndexeerd. Over alle budgetten onder het instrumentsubsidies op artikel 1 is geen loon- en prijsbijstelling uitgekeerd. Ditbetreft dus ook de budgetten voor brugfunctionaris en schoolmaaltijden.Momenteel vragen scholen een lager bedrag aan per leerling dan hetmaximaal beschikbare bedrag per leerling.152Hoeveel scholen in het primair onderwijs ontvangen middelen voor deBrugfunctionaris po en hoe vertaalt zich dat naar fte’s in de sector? Vallendeze functionarissen onder de reguliere CAO van het primair onderwijs enin hoeverre is er ruimte om deze groep werknemers ook een loonsver-hoging te geven die past bij de prijsstijgingen in de winkel?Er zijn 1092 aanvragen toegekend, waarvan 910 in het basisonderwijs, 40in het speciaal basisonderwijs, 86 in het (voortgezet) speciaal onderwijsen 96 in het voortgezet onderwijs. De middelen worden verstrekt ompersonele uren in te zetten voor het aanbieden van een brugfunctie.Vanuit de subsidie bestaat er geen verplichting om een minimaal aantaluren in te zetten. Het is daarom niet exact te zeggen hoeveel personeleuren er per sector worden ingezet. Op basis van de verschillendebedragen voor po en vo die worden uitgekeerd in de subsidieregeling, isde schatting dat het gaat om ongeveer 500 fte in totaal.Of een brugfunctionaris onder de reguliere cao van het primair onderwijsvalt, is afhankelijk van wie de formele werkgever is. Als de werkgever eenschoolbestuur is dat is aangesloten bij de PO-Raad, valt de brugfunctio-naris onder de cao voor het primair onderwijs. Als de brugfunctionaris inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 552 dienst is bij een andere organisatie, zal deze mogelijk onder een anderecao vallen.Bij de subsidieaanvraag was duidelijk welk bedrag aanvragers gedurendede gehele looptijd zouden ontvangen. In meerjarige subsidieregelingenwordt de beschikking doorgaans niet geïndexeerd.153Hoeveel scholen in het primair onderwijs ontvangen middelen voorschoolmaaltijden en hoeveel leerlingen worden met deze regeling bereikt?Kunt u op basis van de gegevens van de uitvoerder van deze regeling (hetJeugdeducatiefonds) aangeven in hoeverre de prijzen voor schoolmaal-tijden (per maaltijd) zijn gestegen, hoe dit in verhouding staat met detoegekende prijsbijstelling en hoe u denkt dat dit verschil kan wordenopgevangen?Op dit moment ontvangen 1509 scholen in het primair onderwijs (inclusiefhet (voortgezet) speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs) middelenvoor schoolmaaltijden. In totaal ontvangen meer dan 385.000 leerlingeneen schoolmaaltijd via het programma, waarvan 245.000 in het primaironderwijs. Voor de maaltijden op school, uitgevoerd door het Jeugdedu-catiefonds, is € 9 per week per leerling beschikbaar voor scholen. Depraktijk leert dat scholen hun leerlingen gemiddeld voor een lager bedragper week van een dagelijkse schoolmaaltijd voorzien. In 2023 deden ze ditgemiddeld voor minder dan € 4, in 2024 gemiddeld voor € 4,50 en in 2025tot nu toe gemiddeld voor bijna € 5. Het beschikbare budget is dusvoldoende toereikend voor de organisatie van schoolmaaltijden.154Betekent het niet toekennen van de loon- en prijsbijstelling op humanis-tisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs dat de lonen en prijzenniet gecompenseerd worden voor inflatie en er dus wordt bezuinigd ophet humanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs?Nee, het beschikbare budget maakt het mogelijk om de middelen voor hethumanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs te indexeren.155Hoeveel kost het om bij het humanistisch vormend onderwijs engodsdienstonderwijs wel de loon-prijsstelling door te voeren?De subsidie wordt geïndexeerd met € 0,8 miljoen in 2025. Dat kan binnenhet huidige budget dat nu op de begroting staat. Het is dus niet nodig omhet budget in de begroting hiervoor te verhogen.156Kunt u aangegeven wat het effect is op de bezuiniging van de onderwijs-voorziening jonggehandicapten? Hoeveel kinderen worden hierdoorgetroffen?Het effect op de bezuiniging van de onderwijsvoorziening jonggehandi-capten is dat in 2025 volgens de prognose van het UWV het budgettoereikend is en er geen kinderen hierdoor getroffen worden.157Wat betekent het uitstel van de curriculumherziening precies, voor deontvanger(s) van de overige subsidie als eventueel voor scholen, alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 553 gevolg van het amendement Eerdmans c.s.51 waarbij dekking wordtgezocht in de overige subsidies op artikel 3?Eind vorig jaar is op verzoek van de motie Soepboer [Kamerstukken2024–25, 31 293, nr. 766] een spoedopdracht gegeven aan de StichtingLeerplan Ontwikkeling (SLO) om het aantal kerndoelen terug te brengenen meer focus aan te brengen op lezen, schrijven en rekenen. SLO heeftmet prioriteit gewerkt aan de kerndoelen Nederlands en rekenen enwiskunde. Deze kerndoelen zijn in het voorjaar van 2025 opgeleverd enmet uw Kamer gedeeld en treden naar verwachting 1 augustus 2026 inwerking [Kamerstukken 2024–25, 31 332, nr. 109]. Voor de overigeleergebieden worden definitieve kerndoelen dit najaar opgeleverd.Om in te spelen op het uitstel van de herziening is bij de Eerste Supple-toire Begroting een kasschuif van € 14 miljoen toegepast op het budgetvoor de implementatie, waarbij de middelen die door het uitstel in 2025niet konden worden besteed, zijn doorgeschoven naar 2026 en 2028. Definanciële gevolgen van het uitstel zijn daarmee ondervangen. Ondanksde verlaging van het budget voor overige subsidies op artikel 3 is hetgelukt om het voorgenomen budget voor de implementatie, uitgespreidover de periode van nu t/m 2031, op de eerder beoogde € 50 miljoen tehouden.158Wat behelst de bezuiniging «Aanvullende regeling strategisch personeels-beleid, begeleiding starters en thuiszitters» en wat zijn de gevolgen vandeze bezuiniging?Dit is geen bezuiniging, maar een overboeking van het budget voor deregeling «aanvullende bekostiging strategisch personeelsbeleid,begeleiding en verzuim vo» naar het budget Bekostiging vo-instellingen.159Wat is het effect van het niet toekennen van de loon- en prijsbijstelling oponderdelen van artikel 3?Op de subsidieregelingen en bijdragen aan ZBO’s/RWT’s van artikel 3wordt voor het grootste deel geen loon- en prijsbijstelling uitgekeerd. Ditheeft als effect dat de subsidieregelingen niet geïndexeerd kunnenworden en dat de bijdrage van OCW aan het College voor Toetsen enExamens, Stichting Cito en Stichting Leerplanontwikkeling niet stijgt.160Kunt u de extra intensivering op de basisvaardigheden mbo boven op hetHerstelplan nader toelichten?Het Herstelplan richt zich op een goede aansluiting op het vervolgon-derwijs. In de hoofdlijnenbrief over het Herstelplan52 is daaroveraangegeven dat, zolang het niveau van lezen, schrijven en rekenen vanmiddelbare scholieren die gaan studeren nog niet op orde is, hetvervolgonderwijs de uitdaging heeft om deze vaardigheden op niveau tebrengen. De intensivering op de basisvaardigheden mbo geeft invullingaan deze tijdelijke opgave.16151Kamerstuk 26 600 VIII, nr. 14752Kamerstuk 31 289, nr. 762Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 554 Kunt u de budgettair neutrale kasschuif op de bekostiging vanmbo-instellingen, ter dekking van het amendement van het lid Eerdmansc.s.53, nader toelichten?De financiële dekking van de verschillende maatregelen van ditamendement was per jaar niet sluitend maar wel cumulatief sluitend.Hierdoor was het noodzakelijk om deze geringe budgetneutrale kasschuifdoor te voeren op mbo-bekostiging om het geheel per jaar weer sluitendte krijgen.162Welke consequenties heeft de extensivering op het Regionale Investe-ringsfonds van € 18 miljoen (2025–2027) op de aanvragers van dat fonds?De extensivering heeft tot gevolg dat er minder budget beschikbaar isvoor de aanvragers binnen het Regionaal Investeringsfonds (RIF). Het RIFwerkt met een ranking systematiek. Dit betekent dat projecten met dehoogste ranking als eerste toegekend worden, tot het budget uitgeput is.Afhankelijk van het aantal aanvragen, de bedragen die worden aange-vraagd en het maximaal beschikbare bedrag kan het zijn dat niet aan alleaanvragen subsidie kan worden toegekend. De afgelopen aanvraagpe-riodes is dit niet aan de orde geweest, omdat er minder is aangevraagddan dat er budget beschikbaar was. Doordat er minder budgetbeschikbaar is, kan deze situatie nu eerder bereikt worden.163Wat is het effect van de bezuiniging op schoolmaaltijden? Hoeveelkinderen krijgen hierdoor geen maaltijd meer? Hoeveel scholen wordenhierdoor geraakt?Er wordt niet bezuinigd op het programma Schoolmaaltijden. Er wordtjuist structureel geïnvesteerd.164Welke activiteiten gaan er allemaal precies worden afgeblazen ten gevolgevan de extensivering op het Regionaal Investeringsfonds van € 6,0 mil-joen per jaar in de jaren 2025 tot en met 2027 (in totaal € 18,0 miljoen), deextensivering op de regeling doorstroom beroepskolom in de jaren 2026tot en met 2029 (in totaal € 19,8 miljoen) en het aanwenden van vrijinzetbare prijsbijstelling op studiefinanciering van in totaal € 9,4 miljoen,waarmee een extra intensivering van in totaal € 47,2 miljoen voorbasisvaardigheden in het mbo in de studiejaren 2025/2026 en 2026/2027wordt gedekt?De extensiveringen op het Regionaal Investeringsfonds en de regelingdoorstroom beroepskolom hebben geen gevolgen voor lopendeprojecten. Alle projecten die een toekenning hebben gekregen, kunnen deprojectperiode afmaken. Er hoeven geen projecten gestopt te worden.165Wordt het mbo gecompenseerd voor de stijgende prijzen (prijsbijstelling)?Van de prijsbijstelling tranche 2025 wordt 50 procent niet uitgekeerdvanwege de dekking van rijksbrede problematiek. Van de resterendeprijsbijstelling is op diverse artikelen een deel ingehouden ter dekking van53IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 555 problematiek op de OCW-begroting en voor uitkeren van prijsbijstelling inde sectoren waar het uitkeren van prijsbijstelling verplicht is.Het mbo wordt dus gedeeltelijk gecompenseerd voor de stijgende prijzen.Er is structureel circa € 5 miljoen prijsbijstelling tranche 2025 aan dembo-bekostiging toegevoegd.166Klopt het dat de eerdere bezuiniging op praktijkleren uit de begroting-OCW is teruggedraaid door het amendement van het lid Bontenbal c.s.54en wat is het verschil tussen deze bezuiniging op praktijkleren en deeerder teruggedraaide bezuiniging in de begroting-OCW?Met het amendement van het lid Bontenbal c.s. op de Ontwerpbegroting2025 van december 2024 is structureel vanaf 2030 € 12 miljoen toege-voegd aan het budget voor de Regeling praktijkleren, waarmee een deelvan de OCW-brede subsidietaakstelling is teruggedraaid. Gezien denieuwe Referentieraming 2025 is het nu mogelijk om het budget van deregeling Praktijkleren vanaf 2030 met structureel € 20 miljoen neerwaartsbij te stellen. Hiermee wordt ook rekening gehouden met de verwachtetoenemende werkloosheid en de demografische ontwikkeling in studen-tenaantallen binnen de bbl-leerweg, waardoor de subsidie perleerwerkplek voor bedrijven in deze begroting constant wordt gehouden.167Hoe kan, ondanks een bezuiniging, de maximale vergoeding van € 2.700per leerwerkplek in stand blijven en wat zijn de gevolgen van de bezui-niging op praktijkleren?Het gaat hier om een neerwaartse bijstelling van structureel € 20 miljoenvanaf 2030. Naar aanleiding van de nieuwe referentieraming, waarin eenafname van het aantal bbl-studenten is geraamd, is er minder budgetnodig. Naar verwachting blijft het budget toereikend om het maximalesubsidiebedrag van € 2.700 toe te kennen aan bedrijven, omdat ervolgens de ramingen voor minder studenten een subsidie zal wordenaangevraagd. Er zijn daarmee naar verwachting geen gevolgen door debijstelling naar beneden. Voor bekostigde mbo-instellingen neemt hetbudget vanaf 2030 structureel toe met € 85 miljoen doordat er naarverwachting meer bol-studenten zijn.168Op welk bekostigingsinstrument wordt de € 25,0 miljoen voor het FondsOnderzoek en Wetenschap, dat met de rijksbijdrage 2025 aan instellingenwordt toegekend, precies geboekt? En kunt u daarnaast een uiteenzettingvan de kosten verschaffen?De € 25 miljoen uit de motie Eerdmans c.s. voor het Fonds Onderzoek enWetenschap is geboekt op het budget Fonds onderzoek en wetenschap opArtikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs) onder het instrument bekostiging.De dekking van dit bedrag staat beschreven in het amendementEerdmans c.s.:Art.20252026202720282029HLA 69. Fonds Onderzoek Wetenschap725,025,025,025,0Uitstel implementatie curriculum3– 14,9– 14,9– 15,1– 15,1RMC’s (uitstel wetsvoorstel van school naar duurzaam werk)4– 5,5–––54IbidemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 556 Art.20252026202720282029Bindend studieadvies hbo6– 6,6–––Bindend studieadvies wo7– 4,6–––Macrodoelmatigheid hbo6– 2,2–––Nog niet toegekende middelen uit 10% studievoorschot hbo6–– 2,6– 2,4– 2,3Nog niet toegekende middelen uit 10% studievoorschot wo7–4,7– 4,5– 4,5Kasschuif lumpsum mbo (budgettair neutraal)48,8– 2,8– 3,0– 3,0 169Waarover vindt wel prijsbijstelling plaats op artikel 6 (hoger onderwijs)?Op de Agentschapsbijdrage aan DUO wordt de prijsbijstelling vollediguitgekeerd.Van de resterende toegekende prijsbijstelling wordt op de bekostiging hbo(onderwijsdeel) uiteindelijk structureel € 8 miljoen toegedeeld.170Hoeveel kost het om de bekostiging onderwijsdeel wel te compenserenvoor gestegen prijzen (prijsbijstelling)?Om de prijsbijstelling bekostiging onderwijsdeel hbo volledig uit te kerenzou in totaal € 22 miljoen structureel benodigd zijn.171Wat zijn de gevolgen van de aanvullende bezuinigingen op de RIF-geldenop de stimulans voor werkgevers en mbo-instellingen in de regio om metbehulp van innovatie en onderzoek vakmensen toekomstbestendig tekunnen opleiden?In het mbo werken onderwijsinstellingen voortdurend samen met het(regionale) bedrijfsleven om vakmensen toekomstbestendig op te kunnenleiden. Met de aanvullende bezuiniging op het RIF zijn er minder middelenbeschikbaar om nieuwe regionale samenwerkingsverbanden op te zetten.Practoraten kunnen ook een stimulans zijn voor onderzoek en innovatiedoor onderwijs en bedrijfsleven samen. Met de werkagenda mbo2024–2027 wordt er jaarlijks een impuls gegeven van € 25 miljoen omnieuwe practoraten op te zetten en om bestaande practoraten uit tebreiden of te versterken.172Wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de regeling doorstroomberoepskolom op de efficiënte doorstroom tussen de verschillendeonderwijssectoren?De bezuiniging op de regeling doorstroom beroepskolom heeft naarverwachting geen effect op de doorstroom tussen de verschillendeonderwijssectoren. Bestaande doorstroommogelijkheden worden nietgeraakt. De regeling geeft scholen en instellingen drie jaar de tijd ombinnen een opleidingsroute die opleidt voor een tekortsector deovergangen vo-mbo en mbo-hbo te verbeteren. De resultaten van dezeinspanningen worden vanaf drie jaar na de eerste aanvragen zichtbaar,dus vanaf 2026. Toegekende aanvragen worden niet geraakt door debezuiniging. De regeling heeft van 2025 tot en met 2029 ruimte voor31 opleidingen per jaar, om aan te sluiten bij het aantal aanvragen dat inde eerste jaren is gedaan. Er is uiteindelijk gekozen voor een geleidelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 557 groei van het aantal opleidingen naar 2025. Het aantal opleidingen wordtin de periode 2025 tot en met 2029 constant gehouden. Hierdoor wordtbeter aangesloten bij het absorptievermogen van de onderwijssectoren.Dit levert een incidentele extensivering van € 19,8 miljoen op voor deintensivering op basisvaardigheden voor het mbo. Vanaf 2030 is erstructureel voor de regeling Doorstroom Beroepskolom € 42,2 miljoen(33 opleidingen) beschikbaar.173Is al bekend hoe de alternatieve dekking van € 38,2 miljoen op deapparaatsuitgaven via niet uitgekeerde loon- en prijsbijstelling of kortingop de lumpsum van de onderwijssectoren precies wordt ingevuld?Zie het antwoord op vraag 13.174Wat is het effect van het niet doorverdelen van de loon-prijsbijstellingnaar artikel 9 voor de onderwijsregio’s en wat betekent dit voor demiddelen die beschikbaar zijn voor scholen in het kader van dePBSS55-regeling?Er is geen loon- en prijsbijstelling uitgekeerd op het budget voor deonderwijsregio’s. De middelen hiervoor worden verstrekt via eensubsidieregeling en er is op alle subsidies op artikel 9 geen loon- enprijsbijstelling uitgekeerd. Er wordt geen effect verwacht voor deonderwijsregio’s omdat het subsidieplafond van de regeling voor dekomende jaren gelijk is aan de huidige middelen op de begroting. Er vindtvoor deze specifieke regeling geen tussentijdse ophoging plaats met loon-en prijsbijstelling.De middelen voor de PBSS-regeling worden verstrekt via een bekosti-gingsregeling, hierop is wel loon- en prijsbijstelling uitgekeerd.175In hoeverre heeft het niet doorverdelen van de loon- en prijsbijstellingnaar artikel 9 gevolgen voor de instrumenten gericht op het terugdringenvan personeelstekorten in het onderwijs en het stimuleren van hetopleiden van nieuw personeel?Artikel 9 bestaat enkel uit subsidieregelingen en het is het niet gebruikelijkom de subsidiebedragen jaarlijks te indexeren. Daarom wordt er geeneffect verwacht.176Heeft u overwogen om de middelen die nu beschikbaar komen door deafbouw van het RIF in te zetten om te voorzien in concrete vraagstukkenrondom publiek-private samenwerking, zoals het intensiveren van desamenwerking van mbo-instellingen met werkgevers in de regio, zoals uzelf als oplossing heeft geopperd in uw brief van 28 maart 202556?Tijdens de integrale besluitvorming over de voorjaarsnota wordenverschillende voorstellen gewogen. Er is gekozen voor een ombuiging opde regeling RIF om te kunnen intensiveren in de basisvaardigheden in hetmbo in de studiejaren 2025/2026 en 2026/2027, hierover is op 19 mei 2025naar uw kamer een brief57 gestuurd. De middelen die door de afbouw vande regeling RIF beschikbaar komen worden in de jaren 2025 t/m 202755PBSS: Professionalisering en Begeleiding Starters en Schoolleiders56Kamerstuk 32 034, nr. 5857Kamerstuk 31 524, nr. 657Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 558 beschikbaar gesteld aan de mbo-instellingen via de bekostiging voorbasisvaardigheden.Instellingen kunnen onder voorwaarden reguliere bekostiging in zettenvoor samenwerking met het bedrijfsleven. Daarnaast lopen er dekomende jaren er nog verschillende programma’s om extra te blijveninvesteren in regionale samenwerking. Bijvoorbeeld vanuit diverseNationaal Groeifondsprogramma’s, zoals de LLO-katalysator en opschalenpubliek-private samenwerking.177Wat zijn de gevolgen in de praktijk van de extensivering van het RegionaalInvesteringsfonds en de regeling doorstroom beroepskolom?De extensivering van het Regionaal Investeringsfonds heeft tot gevolg dater minder budget beschikbaar is om nieuwe aanvragen toe te kennen.Mocht het totaal aangevraagde bedrag het plafond overschrijden dankunnen alleen de projecten met de hoogste ranking toegekend worden.Door de bezuiniging op de regeling doorstroom beroepskolom (VABOK)kunnen vanaf 2025 jaarlijks 31 aanvragen worden toegekend. Oorspron-kelijk konden er jaarlijks 40 aanvragen worden gedaan, na de verwerkingvan het amendement Bontenbal 35 aanvragen. Het huidige aantal van31 aanvragen is in lijn met het aantal aanvragen dat tot nu toe jaarlijks isgedaan. Vanaf 2030 is er structureel voor de regeling doorstroomBeroepskolom € 42,2 miljoen (33 opleidingen) beschikbaar.Toegekende aanvragen worden in beide regelingen niet geraakt door debezuinigingen.178Welke taken zullen mbo-instellingen minder moeten doen om debezuiniging van € 20 miljoen op de bekostiging op te vangen?De mbo-bezuinigingen in de Eerste Suppletoire Begroting 2025 zijn zoverantwoord mogelijk en met zo min mogelijk impact voor het primaireproces ingevuld.Deze bezuiniging op de mbo-bekostiging van structureel € 20 miljoenbetreft een verlaging van de bekostiging van circa 0,5 procent. Deverwachting is dat onderwijsinstellingen deze verlaging van de bekos-tiging kunnen dragen. Vervolgens is het aan de instellingen zelf om eenkeuze te maken waar de bezuiniging neerslaat.179Klopt het dat er door OCW bewust een bezuiniging is ingeboekt oppraktijkleren vanwege de concernbrede problematiek en niet vanwegedalende studentenaantallen en verschuiving van bbl naar bol?De budgettaire effecten van de nieuwe referentieraming zijn onderdeelvan de concernbrede problematiek binnen OCW. Conform de begrotings-regels moeten tegenvallers op de referentieraming worden gedekt metextensiveringen op de OCW-begroting. Indien er meevallers zijn op dereferentieraming, worden deze ingezet voor tegenvallers. Indien deze erniet zijn, komen deze meevallers ten goede van de schatkist. In de nieuwereferentieraming worden door het CPB door de verwachte toenemendewerkloosheid meer bol-studenten en minder bbl-studenten in het mboverwacht. Het kabinet heeft gekozen om het budget voor de subsidiere-geling praktijkleren vanaf 2030 met € 20 miljoen naar beneden bij testellen naar aanleiding van verschuiving van bbl naar bol. Voor bekos-tigde mbo-instellingen neemt het budget vanaf 2030 structureel toe met€ 85 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 559 180Wat is de reden van het uitstel van het wetsvoorstel Wet van school naarduurzaam werk?In het hoofdlijnenakkoord dat in het voorjaar van 2024 gesloten is, stonddat specifieke uitkeringen overgeheveld zouden worden naar hetgemeentefonds. In het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk ziteen specifieke uitkering aan de contactgemeente. Het wetsvoorstel konniet naar uw Kamer worden gestuurd als niet duidelijk was hoe om tegaan met deze specifieke uitkering. Deze specifieke uitkering is getoetstaan de hand van een afwegingskader en de ministerraad heeft beslotenom deze specifieke uitkering te behouden. Aangezien het wetsvoorstel pasna het besluit van de ministerraad aan uw Kamer kon worden aange-boden, was de inwerkingtreding van 1 augustus 2025 niet meer haalbaaren moest opgeschoven worden naar 1 januari 2026. De behandeling in uwKamer van het wetsvoorstel staat nu gepland op dinsdag 24 juni. Omverder uitstel van de inwerkingtreding te voorkomen, is tijdige behan-deling in beide Kamers nodig. Verder uitstel is om diverse redenen zeeronwenselijk.181Kunt u een uiteenzetting geven van de implicaties van de korting opstartersbeurzen? Worden deze kortingen op het toekomstig verdienver-mogen elders op de begroting opgevangen?De startersbeurzen hadden als doel de werk- en aanvraagdruk te verlagenen ongebonden onderzoek te stimuleren. Door de korting op starters-beurzen kan de aanvraagdruk en daarmee de werkdruk toenemen. Debezuiniging op de startersbeurzen heeft een negatieve impact op hetbehalen van de beleidsdoelen van het wetenschapsbeleid. Met dezekorting is er € 178 miljoen per jaar minder beschikbaar voor ongebondenonderzoek. In 2023 bijvoorbeeld konden van dit geld 734 wetenschapperseen beurs krijgen. Dit heeft negatieve impact op de doelstelling om hetfundament van wetenschap te versterken. Een hogere werkdruk heeftnegatieve impact op het ruimte bieden aan divers talent. Daarnaast is erpotentieel een negatieve impact op het concurrentievermogen. DeRijksbegroting bevat de begrote uitgaven. Eventuele macro-economischeeffecten worden geraamd door het CPB.Door het amendement Bontenbal c.s. wordt jaarlijks nog € 41,5 miljoeningezet voor het doel van de startersbeurzen. Door het amendementEerdmans c.s. is jaarlijks € 25,9 miljoen voor het Fonds Onderzoek enWetenschap voor 2025–2028 vrijgemaakt. Deze middelen worden,conform het amendement, toegevoegd aan artikel 7, waarmee het samenmet het restant van de stimuleringsbeurzen ingezet wordt voor werkdruk-verlaging. Het restant van de stimuleringsbeurzen voor werkdruk was€ 78 miljoen tot en met 2031 (nu € 80,5 miljoen vanwege loonbijstelling).In totaal is het geld voor werkdruk dus nu € 106,4 miljoen in 2025–2028,en € 80,5 miljoen in 2029–2031. Deze middelen kunnen universiteiten naareigen inzicht inzetten, bijvoorbeeld voor onderzoeksbeurzen.182Welke effecten gaat de korting op de bekostiging van het ho58 hebben ophet onderwijs?Door de korting van € 59 miljoen is er bij elke instelling minder bekos-tiging beschikbaar per student. Ten opzichte van het totale budget voor58ho: hoger onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 560 bekostiging betreft dit een korting van 0,5%. Dit is exclusief de verlaagdecompensatie voor prijsontwikkelingen.Welke effecten dit heeft op het onderwijs zal per instelling verschillen. Deinstellingen hebben bestedingsvrijheid en maken zelf keuzes op basis vande beschikbare middelen.183Zullen de klappen door de korting op de bekostiging van het ho, het hbonet zo hard treffen als het wo?Bij de verdeling van de korting is rekening gehouden met de begrotings-omvang en de aard van de kosten. De korting van € 59 miljoen is op basisvan begrotingsomvang verdeeld, op de volgende uitzonderingen na. Dedekkingsopgave voor het niet afschaffen van de vergoeding voor hetreisproduct voor studenten die in het buitenland gaan studeren(€ 18 miljoen) is op basis van het aantal studenten verdeeld over deonderwijssectoren. Deze wordt gedekt vanuit de 10% middelen voorlandelijke prioriteiten van de studievoorschotmiddelen voor het hbo enhet wo. De intensivering NIS2 (€ 4 miljoen in 2030) is verdeeld op basisvan het aantal instellingen. De hogere kosten in verband met hetwetsvoorstel screening kennisveiligheid (€ 4 miljoen) worden gedekt uithet onderzoeksdeel van de bekostiging van het wo.184Op welke onderdelen heeft het wettelijk verplichte deel van de prijsbij-stelling voor artikel 15 Media betrekking en op welke onderdelen komt ergeen prijsbijstelling beschikbaar?In de Mediawet is vastgelegd dat de rijksmediabijdrage jaarlijks wordtgeïndexeerd met de consumentenprijsindex. De rijksmediabijdrage isbestemd voor de organisaties en doelen die op basis van de Mediawetworden bekostigd. Die uitgaven worden daarom geïndexeerd, dat betreftmet name de uitgaven onder het instrument bekostiging en de uitgavenaan het Commissariaat voor de Media. Dat betekent dat de budgettenvoor subsidies en opdrachten niet worden geïndexeerd.185Waarover vindt wel prijsbijstelling plaats op artikel 7 (wetenschappelijkeonderwijs)?Van de resterende toegekende prijsbijstelling wordt op de bekostiging(onderwijsdeel) uiteindelijk structureel € 8 miljoen toegedeeld.186Hoeveel kost het om de bekostiging onderwijsdeel wel te compenserenvoor gestegen prijzen (prijsbijstelling)?Om de prijsbijstelling bekostiging onderwijsdeel wo volledig te compen-seren zou in totaal € 25 miljoen structureel benodigd zijn.187Klopt het dat lonen en prijzen bij de subsidies lerarenbeurs en zij-instroomniet worden gecompenseerd?Ja, dit klopt. De subsidiebedragen per aanvrager van beide regelingenwerden de afgelopen jaren ook niet geïndexeerd voor loon- en prijsstij-gingen. Het al dan niet indexeren van deze bedragen wordt jaarlijks bij deVoorjaarsnotabesluitvorming bezien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 561 188Wat zijn de effecten van het niet-compenseren van de subsidies leraren-beurs en zij-instroom?Er wordt geen loon- en prijsbijstelling uitgekeerd op deze subsidierege-lingen, waardoor de subsidiebudgetten niet stijgen ten opzichte vaneerdere jaren. De afgelopen jaren zijn de aan te vragen bedragen perleraar/zij-instromer in deze regelingen ook gelijk gebleven, net als komendjaar.189Worden door het niet-compenseren van de subsidies lerarenbeurs enzij-instroom minder leraren opgeleid?Nee, het bedrag per aanvrager blijft gelijk.190Kunt u aangeven wat het effect is van de bezuiniging op de lerarenbeurs?Hoeveel leraren worden hierdoor getroffen? Op hoeveel scholen heeft diteffect?Er vindt geen bezuiniging plaats op de lerarenbeurs.191Welke bezuiniging vindt plaats op de zij-instroom, waarom gebeurt dit enwat zijn de effecten hiervan op toekomstige leraren en scholen metlerarentekorten?Er is geen sprake van een bezuiniging, maar een overboeking naar hetbudget Tekorten Regio’s. Het gaat om middelen voor de subsidierege-lingen «instroom schoolleiders po van buiten» en «statushouders enOekraïense ontheemden en de stap naar de klas». Deze regelingenworden vanaf 2026 gebundeld in de Onderwijsregio’s. Dit is in lijn met deambitie van het Kabinet om het aantal losse subsidies te verminderen.192Laat het amendement van het lid Bontenbal c.s.59 de mogelijkheid openom niet meer ruimte te geven aan de NPO60 om meer (online) reclame-inkomsten te genereren en wel de rijksmediabijdrage te verminderen?Er is een impactanalyse aangekondigd om inzicht te krijgen in degevolgen van het vergroten van de reclameruimte bij de landelijkepublieke omroep voor private mediapartijen. Mede op basis van deuitkomsten van deze impactanalyse wordt een besluit genomen over detoekomstige rol van reclame bij het financieren van de landelijke publiekeomroep. Uw Kamer wordt hierover voor de zomer van 2025 geïnformeerd.193Hoe draagt het voor 18,5 procent naar onderwijssectoren afschuiven vande bezuiniging op het eigen kerndepartement bij aan de doelstelling vanhet kabinet om binnen het eigen apparaat met minder ambtenaren eninhuur te gaan werken?De taakstelling op de apparaatskosten is voor zover verantwoord werdgeacht ingevuld op het kerndepartement van OCW (17,5%). De uitvoering(agentschappen en zbo’s; maar ook inspecties en de RCE, die formeelonderdeel zijn van het kerndepartement en onder de grondslag van de59Ibidem60NPO: Nederlandse Publieke OmroepTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 562 hla-taakstelling vielen) zijn in lijn met het hoofdlijnenakkoord zoveelmogelijk ontzien en hebben alleen een efficiencytaakstelling gekregen. Ziedaarvoor ook het antwoord op vraag 17 en 19. Vervolgens is de reste-rende taakstelling verdeeld over de departementale begroting, dus nietalleen op de onderwijsartikelen.194Hoe wordt de prijsbijstelling op artikel 95 doorverdeeld?De prijsbijstelling wordt doorverdeeld conform de reguliere systematiek.Alle budgetten zijn ofwel loon- ofwel prijsgevoelig gecodeerd. Deprijsgevoelige budgetten worden verhoogd met de prijsbijstelling.195Kunt u aangeven hoeveel studenten geneeskunde in de zomerperiodecoschappen lopen en niet in aanmerking komen voor een studentenreis-product? Wordt voor deze studenten voorzien in een tegemoetkoming opde OV-kosten? Zo ja, hoe hoog is deze tegemoetkoming? Zo nee, waaromniet? Wat is het benodigde budget om studenten geneeskunde die tijdensde zomerperiode coschappen lopen een studentenreisproduct toe tekennen?Het kabinet weet niet hoeveel studenten geneeskunde in de zomerperiodecoschappen lopen en niet in aanmerking komen voor het studentenreis-product.Er zijn onderwijsinstellingen die studenten die coschappen lopen in dezomer voorzien van een tegemoetkoming voor OV-kosten die dezestudenten moeten maken in deze periode. De hoogte van de vergoedingverschilt per instelling. Het is daarnaast relevant om te benoemen datstudenten met een weekabonnement binnen het studentenreisproductdoordeweeks onder voorwaarden wel met korting kunnen reizen in dezomerperiode.Het is niet bekend wat het benodigde budget is om studenten ook in dezomerperiode recht te geven op het studentenreisproduct. Het benodigdebudget daarvoor is niet op voorhand te bepalen omdat dit vraagt om eenonderhandeling over de vergoeding daarvan tussen OCW en deOV-bedrijven.Het is tot slot ook goed om op te merken dat het studentenreisproduct eengeneriek product is. Wanneer de wens bestaat studenten ook in dezomerperiode recht te geven indien zij coschappen lopen, of een andereopleidingsgerelateerde reden hebben om te reizen, ligt het uitvoerings-technisch en naar de aard van het product in de rede om de zomerperiodevoor alle studenten met een studentenreisproduct af te schaffen.196Welk percentage van de groep die geen studiefinanciering heeft aange-vraagd, is mbo-student?Er zijn momenteel geen actuele cijfers beschikbaar betreft het algeheleniet-gebruik van mbo, hbo en wo studenten. Daarmee is het ook nietmogelijk om een indicatie te geven over het relatief aantal niet-gebruikersin het mbo ten opzichte van de totale doelgroep. Een eerder onderzoekvan het CPB naar specifiek de aanvullende beurs laat zien dat 53% van dembo-studenten in 2019 recht had op een aanvullende beurs en dat 26,5%hiervan geen gebruik van maakte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 563 In 2026 gaat het CPB een kwantitatief onderzoek uitvoeren naar hetniet-gebruik van studiefinanciering in het mbo, hbo en wo. Ook wordt opdit moment door DUO een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar deachterliggende redenen van het niet-gebruik van de basisbeurs in mbo 1en 2.197Kunt u, indien van toepassing, per kostenpost aangeven welk deel van hetbedrag betrekking heeft op loonbijstelling en welk deel op eventueleprijsbijstelling?Zie het antwoord op de vragen 31 en 46.198Kunt u toelichten waar de resterende € 3,6 miljoen van de budgetver-hoging van € 11,2 miljoen voor het agentschap Nationaal Archief voor isbestemd, naast de € 5,1 miljoen voor de tijdelijke voorziening tenbehoeve van het digitaal beschikbaar maken van het CABR61 en de€ 2,5 miljoen voor loon- en prijsbijstelling?Het grootste deel van het resterende deel van de budgetverhoging van€ 11,2 miljoen voor het agentschap Nationaal Archief is bestemd voor deimplementatie van de Nieuwe Archiefwet (€ 3,4 miljoen). Verder betrefthet een bijdrage aan het NA voor de ondersteuning van de versterkingvan archieven in de BES-eilanden (€ 150.000) en een compensatie voor deinzet van OR-medewerkers in 2025 (€ 120.000).199Kunt u specificeren waaruit de bezuiniging (extensivering) op hetonderdeel «Creatieve industrie» bestaat?De afname van in totaal € 514.000 werd veroorzaakt door de volgendeexterne overboekingen:1.een overboeking naar het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening van in totaal € 291.000, ten behoeve deondersteuning van het Bureau Rijksbouwmeester en de financiëlebijdrage Rijksprijs voor Inspirerend Opdrachtgeverschap «de GoudenPiramide»;2.een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken van€ 200.000 ten behoeve van de financiële ondersteuning van de TKIClickNL;3.een bijdrage aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van € 23.000voor de dienstverleningsafspraken (DVA) met betrekking tot hetDoesburghuis te Meudon (Frankrijk).Het budget Creatieve Industrie werd opgehoogd met in totaal € 230.000als gevolg van de volgende overboekingen:4.een interne overboeking binnen de cultuurkolom van € 121.000 alsmedebijdrage voor de ondersteuning van het Bureau Rijksbouw-meester;5.de doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2025 van € 109.000.200Wat is de verklaring voor de daling van € 4.365.000 bij de post opdrachtenvan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed?Dit bedrag is een saldo van een aantal mutaties, waardoor er op hetinstrument opdrachten uiteindelijk minder wordt gerealiseerd dan61CABR: Centraal Archief Bijzondere RechtsplegingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 564 begroot. De grootste mutatie betreft een overboeking van circa € 6,5 mil-joen naar de apparaatsuitgaven (artikel 95). Hier staat tegenover dat hetinstrument opdrachten met circa € 2 miljoen is verhoogd voor onderhouden vervanging van ICT-systemen.201Kunt u toelichten waarom bij het onderdeel cultuur geen prijsbijstelling istoegepast, met uitzondering van het Nationaal Archief en de Rijksdienstvoor het Cultureel Erfgoed?In de Voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om 50% van de prijsbij-stelling tranche 2025 over de Rijksbegroting niet uit te keren als dekkingvoor de rijksbrede problematiek. Het grootste deel van de resterendeprijsbijstelling is door OCW besteed aan wettelijk verankerde prijsbij-stelling op de bekostiging van het primair onderwijs, de studiefinancieringen de mediabekostiging. Na uitkering van het wettelijk verplichte deel vande prijsbijstelling resteert er een beperkt bedrag voor de rest van debegroting. Van de middelen die resteerden voor de cultuurbegroting iseen groot deel ingezet ter dekking van de problematiek op deOCW-begroting. Als gevolg hiervan is er nagenoeg geen structureleprijsbijstelling toegevoegd aan de cultuurbegroting. Het Nationaal Archiefen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben wel prijsbijstellingontvangen omdat er in het hoofdlijnenakkoord is afgesproken om deuitvoering te ontzien.202Behoort het verminderen van risico’s voor de nationale veiligheid tot dewettelijke taak van hoger onderwijsinstellingen?Het beschermen van de nationale veiligheid is een kerntaak van deRijksoverheid. Om de nationale veiligheid adequaat te beschermenhanteert het kabinet een overheidsbrede en maatschappijbrede aanpak. Erligt een maatschappelijke opgave om weerbaarder te worden. Hieraandragen naast de Rijksoverheid, ook andere publieke alsmede privatepartners, maatschappelijke organisaties en burgers bij. Dit geldt ook voorde kennissector. Hoewel dit geen wettelijke taak voor hoger onderwijs-instellingen is, werken zij wel nauw samen met de Rijksoverheid enandere kennisinstellingen aan de aanpak kennisveiligheid. Deze aanpak isgericht op bewustwording en zelfregulering van de sector met onder-steuning vanuit de Rijksoverheid. Kennisinstellingen hebben risico’s inkaart gebracht en beleid gevorm om deze risico’s te beheersen. DeRijksoverheid ondersteunt vanuit het Loket Kennisveiligheid metinformatie en advies. Daar waar de risico’s voor de nationale veiligheidhet grootst zijn, volstaan bewustwording en zelfregulering niet en is hetkabinet voornemens een persoonsgerichte screening in te voeren. Hetwetsvoorstel screening kennisveiligheid is momenteel in internetconsul-tatie. Bij inwerkingtreding van dit wetsvoorstel ontstaan nieuwe wettelijkeplichten voor hoger onderwijsinstellingen.203Kunt u toelichten hoe de extra subsidie van € 1 miljoen in het kader vande herpositionering en duurzame borging van de archief- en bibliotheek-functie met betrekking tot gendergelijkheid wordt besteed?In 2024 is samen met Atria en andere stakeholders een traject ingezetwaarmee in de toekomst sprake is van een duurzamere borging van dearchief- en bibliotheekfunctie op het gebied van gendergelijkheid. Met denajaarsnota van 2024 is reeds gemeld dat het grootste gedeelte van demiddelen pas in 2025 besteed zal worden. OCW heeft ter ondersteuningvan dit traject € 1 miljoen beschikbaar gesteld. De periode 2024 tot beginTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 565 2025 heeft in het teken gestaan van verkennende gesprekken tussen Atriaen verschillende stakeholders over organisatie-inrichting, samenwerkings-structuur en huisvesting. Naar verwachting zal de besluitvorming bij Atriana de zomer een stap verder zijn.204Welke bestuursorganen en agentschappen van OCW worden bedoeld inverband met de efficiency taakstelling?Hier worden beide agentschappen van OCW bedoeld (het NationaalArchief (NA) en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)) en de onder OCWvallende zelfstandige bestuursorganen. Dat gaat dan om:•Stichting Participatiefonds (PF)•Stichting Vervangingsfonds (VF)•College voor Toetsen en Examens•Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)•Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie•Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek•Nationaal Agentschap Erasmus +•Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+•Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie•Stichting Nederlands Fonds voor de Film•Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie•Stichting Mondriaan Fonds•Stichting Nederlands Letterenfonds•Bureau Architectenregister•Commissariaat voor de Media•Stimuleringsfonds voor de Journalistiek•Nederlandse Publieke Omroep•Regionale Publieke Omroep•Koninklijke BibliotheekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 566

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ecba32f34a7efd54

14 okt 2026 · 5eeca42a9b6546a1

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.