KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over de wetgevingsbrief van het Commissariaat voor de Media

21 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0f0a0f5a95933e1c · officiële bron

32827 Toekomst mediabeleid Nr. 384 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 21 september 2026 Eind april ontving ik van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat) zijn tweede wetgevingsbrief, die ik de Kamer bijgaand doe toekomen. Het Commissariaat vraagt daarin aandacht voor een aantal wetgevingsadviezen die voortkomen uit de toezichtspraktijk. Ik ben het Commissariaat erkentelijk voor zijn wetgevingsbrief. Adviezen als deze zijn behulpzaam om de regelgeving van de mediasector periodiek tegen het licht te houden en dragen daardoor bij aan de effectiviteit van toezicht en aan de bescherming van de mediagebruiker. Ik zal dan ook graag ingaan op de uitnodiging die deze wetgevingsbrief biedt om in overleg met het Commissariaat te bezien op welke punten het regelgevend kader kan worden geactualiseerd. Naast de inhoudelijke overleggen over lopende zaken voeren OCW en het Commissariaat periodiek bestuurlijke gesprekken over de bredere ontwikkelingen in de sector. In dit doorlopende gesprek bespreken wij wat deze ontwikkelingen vragen op beleidsmatig en bestuurlijk gebied alsook wat deze ontwikkelingen betekenen voor het toezicht. De wetgevingsbrief is daarbij een waardevol middel omdat deze agenderend en structurerend werkt. Het verheugt mij dan ook dat het Commissariaat positief is over de opvolging van de adviezen uit de eerste wetgevingsbrief van eind 2024. In het kader van de hervorming van het landelijke publieke bestel heeft OCW in het afgelopen jaar intensief met het Commissariaat gesproken over de rol en taken van het Commissariaat ten aanzien van het landelijke publieke omroepbestel. Op een aantal punten bestaat verschil van inzicht waarop ik inga in de Kamerbrief bij het wetsvoorstel en in de Memorie van toelichting. De inbreng van het Commissariaat is uitvoerig verkend en in een aantal gevallen meegenomen in het wetsvoorstel dat op 11 september jl. ter internetconsultatie[voetnoot 1] is aangeboden. Wetgevingsbrief 2026 De wetgevingsadviezen van het Commissariaat zijn samen te vatten in drie punten: moderniseer de Mediawet 2008, kies voor een ambitieuze, passende uitvoering van Europese wetgeving en versterk de bevoegdheden van het Commissariaat. Voorafgaand aan de adviezen deelt het Commissariaat twee wensen in relatie tot de hervorming van het landelijke publieke bestel. Het Commissariaat zou graag zien dat de hervorming gelijktijdig plaatsvindt met een versterking van de online zichtbaarheid en vindbaarheid (oftewel: prominentie) van de publieke omroep. Daarnaast vraagt het Commissariaat om verankering van ‘toezichtvertrouwelijkheid’ omdat het behoefte heeft aan waarborgen dat door onder toezicht staande instellingen (zoals omroepen) in het kader van een onderzoek gegeven informatie niet openbaar hoeft te worden gemaakt. Over beide wensen ben ik reeds met het Commissariaat in overleg. Zoals eerder met de Kamer gedeeld, onderken ik het belang van ‘prominentie’ maar is de uitwerking hiervan juridisch complex, ook met het oog op het bredere Europese juridische kader. Hoewel dit veelomvattende onderwerp nog geen onderdeel is van de genoemde hervorming, werk ik parallel aan maatregelen om het Nederlandse mediabeleid in brede zin te versterken. In het najaar zal ik de Tweede Kamer nader informeren over de ontwikkeling van een integraal mediabeleid, mede naar aanleiding van het WRR-rapport Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies[voetnoot 2]. Modernisering Mediawet 2008 Het Commissariaat stelt voor de Mediawet 2008 langs drie lijnen te moderniseren: door definities te vernieuwen, door de toezichtkostenregeling te vernieuwen en door een registratieplicht voor videoplatformdiensten in de wet zetten. Vernieuwing van definities is een begrijpelijk voorstel. Zoals het Commissariaat beargumenteert, sluit het huidige begrippenkader van de Mediawet 2008 op onderdelen onvoldoende aan op het hedendaagse media-aanbod, waardoor soms onduidelijk is of een mediadienst onder het toezicht van het Commissariaat valt. Bij het vaststellen van de huidige definities van de Mediawet 2008 werd bijvoorbeeld nog niet voorzien dat er ooit sprake zou zijn van podcasts met video-elementen. Ook zijn bepaalde begrippen door de tijd achterhaald. Gezien de omvang, complexiteit en doorlooptijd van de beoogde hervorming van het landelijke publieke omroepbestel is het echter niet mogelijk een fundamentele herziening van de definities gelijktijdig aan te pakken. Dit onderwerp zal worden geadresseerd in het kader van de ontwikkeling van het integrale mediabeleid. Omdat veel definities voortvloeien uit de Europese richtlijn voor audiovisuele mediadiensten (AVMSD), is het voorstelbaar dat een deel van deze problemen kan worden geadresseerd bij de omzetting van de aangekondigde herzieningsrichtlijn.[voetnoot 3] In het kader van vernieuwing van definities herhaalt het Commissariaat zijn wens dat in de Mediawet 2008 een aparte regeling wordt getroffen voor het toezicht op uploaders, omdat zij zouden worden geconfronteerd met onevenredig zware administratieve verplichtingen en niet-passende definities en risico’s die zich voordoen bij deze specifieke groep mediamakers waarvoor het huidige kader geen oplossing zou bieden. Hoewel ik begrip heb voor de redenen waarom het Commissariaat dit punt agendeert, een kleine video-uploader is immers niet te vergelijken met een grote streamingdienst, roept het ook vragen op over de naleving van de reclameregels en van Europese regelgeving. In de Europese regelgeving wordt namelijk ook geen onderscheid gemaakt tussen uploaders en streamingsdiensten. Mogelijk is dit een onderwerp (regeldruk) dat kan worden betrokken in de aankomende herziening van de AVMSD. Een tweede advies om de Mediawet 2008 te moderniseren betreft de wens tot aanpassing van de huidige toezichtkostenregeling. Met dit advies kan ik van harte instemmen. De huidige toezichtkostenregeling, die de kosten van het toezicht op commerciële media-instellingen regelt, is verouderd. In nauwe afstemming met het Commissariaat heb ik daarom een concept van een nieuwe regeling gemaakt die eind 2025 ter consulatie is voorgelegd aan de sector en het bredere publiek. Op dit moment beraad ik mij over de verwerking van de ontvangen reacties. Doel is een werkbare regeling voor alle betrokken partijen. Ik streef ernaar de Kamer hierover uiterlijk begin 2027 te informeren. Het derde advies in het kader van modernisering van de wet is het opnemen van een registratieplicht voor videoplatformdiensten in de wet. Die bestaat nu niet expliciet. De regulering ten aanzien van videoplatformdiensten is in de Mediawet 2008 gekomen ter uitvoering van de richtlijn audiovisuele mediadiensten. Gelet op de aangekondigde herziening van deze richtlijn, voorzie ik nu geen wijzigingen aan het regelgevend kader en wacht ik eerst het voorstel voor de herziening af. Uitvoering Europese wetgeving Het Commissariaat adviseert een ‘ambitieuze, passende uitvoering van Europese wetgeving’ waarmee het met name doelt op de Uitvoeringswet van de Europese verordening mediavrijheid (EMFA). In dit kader bepleit het Commissariaat een wettelijke inlichtingenbevoegdheid voor media-eigendom voor het Commissariaat. Daarnaast bepleit het Commissariaat het besluit over de beoordeling van mediaconcentraties bij het Commissariaat te beleggen. Een wetsvoorstel ter uitvoering van de Europese verordening mediavrijheid (EMFA) heb ik momenteel in voorbereiding. Voor mediabedrijven moet duidelijk zijn hoe het wettelijke kader is vormgegeven en moet de uitvoering van de EMFA proportioneel zijn. Het Commissariaat pleit voor het instellen van een inlichtingenbevoegdheid voor media-eigendom, volgend op de taak uit de verordening om een databank voor media-eigendom te ontwikkelen. De verordening schrijft voor dat mediabedrijven deze informatie toegankelijk moeten aanbieden. Hiermee is of komt deze informatie beschikbaar. Bovendien heeft de Europese wetgever geen toezichthoudende bevoegdheden toegekend, waardoor het lastig uitlegbaar is dit in nationaal recht te introduceren. Een inlichtingenbevoegdheid is hiermee niet proportioneel in mijn ogen. Ten aanzien van de beoordeling bij mediaconcentraties ben ik in overleg met de minister van Economische Zaken en Klimaat, het Commissariaat en de ACM om te komen tot een passende en betekenisvolle uitvoering. De belangen van mediapluriformiteit en de redactionele onafhankelijkheid in de context van mediaconcentraties worden meegewogen in het eindoordeel over de concentratie. Tegelijkertijd moet de procedure eenvoudig toepasbaar zijn en moet de regeldruk voor bedrijven beheersbaar blijven. Om dit alles te bewerkstelligen, bereid ik wetgeving voor waarin het Commissariaat de wettelijke taak krijgt om, in geval van een concentratie in de mediasector, een advies uit te brengen over de gevolgen van de concentratie voor mediapluriformiteit en redactionele onafhankelijkheid. Dat advies wordt vervolgens door de ACM betrokken in de verdere besluitvorming over de fusie. Een negatief advies kan vervolgens leiden tot een verbod van de fusie; vanzelfsprekend is dit afhankelijk van factoren die per geval afhankelijk zijn. Versterking Commissariaat Het derde advies is de bevoegdheden van het Commissariaat te versterken in verband met taken waarbij bevoegdheden achterblijven, zoals hieronder omschreven. Om de uitvoerbaarheid van die taken te verbeteren bepleit het Commissariaat zijn bevoegdheden met betrekking tot inlichtingen en gegevensdeling in lijn te brengen met zijn verantwoordelijkheden. Dit valt uiteen in drie onderdelen. Voor het punt ten aanzien van de door het Commissariaat gevraagde inlichtingenplicht voor onderzoeksgegevens voor de Mediamonitor kom ik tot de conclusie dat een dergelijk bestuursrechtelijk instrument niet proportioneel zou zijn, lettende op de taak die het Commissariaat heeft waarvoor de inlichtingen benodigd zijn. De inlichtingenbevoegdheid is een zwaar middel in het bestuursrecht en hoort bij het toezichtinstrumentarium. Voor het doen van onderzoek acht ik die bevoegdheid niet passend. In het wetsvoorstel over de hervorming van de landelijke publieke omroep regel ik wel een duidelijkere gegevensdelingsgrondslag met andere toezichthouders. Dit maakt het werk van de verschillende toezichthouders gemakkelijker en gestroomlijnder. Daarnaast verzoekt het Commissariaat de wettelijke bewaartermijn van media-aanbod te verruimen van twee weken naar minimaal drie maanden. Het Commissariaat hanteert een verplichte bewaartermijn om klachten te kunnen onderzoeken. Na binnenkomst van een klacht kan de toezichthouder dan het betreffende aanbod opvragen bij de media-instelling. Ik heb begrip voor dit verzoek en zal bij een volgende wetswijziging bezien of ik de bewaartermijn kan verlengen. De termijn van twee weken dateert uit het jaar 1988 en is te kort om klachten te onderzoeken, zeker gezien het sinds 1988 sterk gegroeide aanbod. Daarnaast is er geen technische belemmering voor media-instellingen om media-aanbod langer te bewaren, hoewel ik bij de verdere uitwerking mij ook rekenschap wil geven van de additionele werkzaamheden die hierbij komen kijken, zeker voor kleinere (lokale) spelers. Het laatste punt in het kader van versterking van het Commissariaat betreft de bevoegdheid van de minister om besluiten van het Commissariaat te vernietigen. Het Commissariaat beargumenteert terecht dat deze bevoegdheid afbreuk doet aan de onafhankelijkheid van de toezichthouder. In het wetsvoorstel over de hervorming van het landelijke publieke bestel, dat ik inmiddels voor internetconsultatie heb gepubliceerd, stel ik voor deze vernietigingsbevoegdheid te laten vervallen. Tot slot Met bovenstaande reactie en de voorgenomen aanpassingen in beleid of wetgeving, geef ik invulling aan een deel van de zaken die het Commissariaat in zijn wetgevingsbrief aankaart. Ik zie de wetgevingsbrief als een nuttig instrument van de toezichthouder om knelpunten uit de toezichtpraktijk onder mijn aandacht te brengen, zodat dat wet goed kan blijven aansluiten bij die praktijk en het toezicht effectief kan worden uitgeoefend. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert www.internetconsultatie.nl / hervorming landelijke publieke omroep https://www.wrr.nl/documenten/2024/10/03/aandacht-voor-media De Europese Commissie heeft aangegeven dat een voorstel tot herziening wordt voorzien voor de tweede helft van 2026.

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ea18b0b07a9d2f51

14 okt 2026 · 09178d9274d8e897

13 okt 2026 · b39e5885750c57b8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.